Alle berichten (2981)

Sorteer op

10897350067?profile=originalWeihsien, een verborgen ‘Jappenkamp’ in Noord-China                              Door:  Mieke Melief

 

(C) bronvermelding  NICC Magazine .

Hongkong, Shanghai en Tianjin waren drie grote moderne havensteden in China, tussen de twee wereldoorlogen. Hier leidden veel Amerikanen en Europeanen die werkten bij buitenlandse firma’s een luxe leventje. In deze verdragshavens genoten zij sinds de opiumoorlogen van gunstige, door middel van een verdrag afgedwongen belastingtarieven en leidden zij een beschermd en luxe bestaan. Tot het bombardement op Pearl Harbor waanden zij zich onaantastbaar.                                 

 

Kamp Weihsien

 

In de aanloop naar de bezetting door Japan verloren ze lang-zamerhand hun geprivilegieerde positie. Uiteindelijk werden allen geïnterneerd in zeven ‘Jappen-kampen’ verspreid over heel China. De geallieerde burgers en missionarissen van Noord-China werden ondergebracht in het kamp Weihsien, in de provincie Shantung. Over de Chinese Jappenkampen, waar ook een aantal Nederlanders zaten, is tot nu toe weinig geschreven. Ik ontdekte talloze foto’s en brieven in het familiearchief van mijn tante en schreef daarover het boek ‘Hier in het Oosten alles wel‘. Mieke Melief was docente Frans. Ze publiceerde in 2016 het boek Hier in het Oosten alles wel, een Amsterdamse familie in China, over het leven van haar familie   in China en over de tijd die zij doorbrachten in een Chinees Jappenkamp.

Shanghai in de jaren ’20

Shanghai in de jaren ’20 van de vorige eeuw oefende een grote aantrekkingskracht uit op West-Europese 10897349861?profile=original(voornamelijk Britse) en Amerikaanse jongemannen, op jacht naar de Shanghai Dream. Er was werk genoeg bij de vele westerse handelsfirma’s en qua infrastructuur kon de stad zich meten met New York. De jongemannen die tijdens hun eerste dienstcontract verplicht ongetrouwd waren, konden een comfortabel leven leiden in de mess (vrijgezellenhuishouding), met een kok, een boy en een eigen riksja met koelie. Shanghai bood voorts een swingend uitgaansleven dat dag en nacht doorging. Geld werd echter even snel uitgegeven als verdiend. Alle denkbare luxe artikelen waren verkrijgbaar. Je kon voor alles met een chit (een getekend briefje) betalen, dus schulden liepen op. Het wemelde er verder van de nachtclubs, waar gedanst kon worden met de elegante Chinese en Russische meisjes, maar ook van de casino’s, de bordelen en de opiumkits. Iedereen zette geld in bij de paardenraces. De jongens moesten sterk in hun schoenen staan om niet te bezwijken onder

 

10897349886?profile=originalEen borel in de “mess

 

alle verleidingen. De bekende Engelse sporten boden een goed tegenwicht tegen de verlokkingen. De verdragshavens waren een soort mini-koloniën waar allerlei nationaliteiten hun eigen con-cessies hadden en vrijwel geen belasting betaalden vanwege de bij de Chinezen bedongen gunstige tarieven. Buitenlandse troepen en kanonneerboten beschermden deze enclaves, die onder het gezag van westerse consuls vielen, maar later ook eigen gemeenteraden kregen. De handel verliep via Chinese tussenpersonen, compradores genaamd. Deze manier van handel drijven stelde het geduld van de westerlingen op de proef en vergde veel fingerspitzengefühl voor de ongeschreven Chinese regels.

Scheepvaartkantoor in Shanghai

 

Het leven in Shanghai en andere grote verdragshavens als Hong Kong, Kanton en Tianjin was    veel kosmopolitischer dan in Nederlands-Indië. Ook ging het hier met name om bedrijfs-personeel van veelal grote internationale firma’s en niet om planters. Opvallend genoeg reisde bijna niemand naar het achterland. Soms maakten er enkelen een tochtje naar de bergen (in een draagstoel) of over de Yangtse. De succesvolle taipans (CEO’s van grote westerse bedrijven) bewoonden grote villa’s annex kantoren met daarachter een Chinese compound voor het huispersoneel. Ze dansten in chique hotels of gingen naar de club voor borrels of verkleed-partijen, ze speelden polo of reden paard.  Er  moest  natuurlijk  ook

gejaagd worden, dus verzonnen ze de paper hunt: er was geen wild rond Shanghai, daarom werd een parcours uitgezet met reepjes papier.

 

10897350859?profile=originalJapanse dreiging en rode armwikkel

In 1912 had de Chinese keizer afstand gedaan van de troon, al bleef Puyi in naam nog keizer van China. De japanners richtten in hun protectoraat in zuidelijk Mantsjoerije de nieuwe Chinese staat Mantsjoekwo op en zetten Puyi als marionet op de troon (Bertolucci verfilmde in 1987 zijn leven in The last Emperor,). De westerlingen negeerden deze ontwikkelingen. Ze waanden zich onkwetsbaar. In Tianjin in het noorden bijvoorbeeld, de tweede grote verdragshaven in China, zetten de westerse Taipans hun beschermd en welvarend leven rustig voort hoewel de Japanners vanuit Mantsjoekwo hun invloed steeds meer naar het zuiden uitbreidden. Toen zelfs de Chinees-Japanse oorlog in 1937 uitbrak en Peking en Nanking (met extreem veel geweld) bezet werden, bleef het business as usual. Ook de echtgenotes verhuisden nog iedere zomer voor

De rode armwikkel

twee maanden naar Peitaiho aan zee, naar luxe hotels of vakantievilla’s, met kinderen, veel bagage en al hun personeel. Na   de Japanse aanval op Pearl Harbor (7 december 1941) werden ze wakker geschud. De expats zaten als ratten in de val. Tussen de concessies werden versper-ringen aangebracht en controle-posten neergezet. De inwoners mochten hun concessies niet meer zonder toestemming verlaten, reizen was verboden. Burgers van de geallieerde landen moesten een rode armwikkel dragen met daarop hun nationaliteit in Chinese karakters geborduurd.

De zaken vielen stil en het spaargeld werd aangesproken. Op aanraden van de consuls kwam een repatriëringsbeweging op gang; Nederlanders konden door de Duitse bezetting niet naar het vaderland maar nog wel naar Indië, maar daar was het ook niet rustig.

Geallieerde burgers van Noord-China geïnterneerd

In maart 1943 werden toen alle dragers van de rode armband geïnterneerd. Ze moesten naar een ‘Jappenkamp’ voor geallieerde burgers in Weihsien, in de noord-oostelijke provincie Shantung. Een lange treinreis bracht hen naar een verwaarloosd seminarie, waar ze moesten wonen in lage rijen piepkleine kamertjes (een soort studentenkamers). Een gezin per kamer, grote gezinnen twee kamers. Ook alle zendelingen en missionarissen uit heel Noord-China werden er ondergebracht. Een maand later kwamen na een dagenlange reis stoere paters uit Mongolië het kamp binnen marcheren, gekleed in beren- en schapenvachten.

De omstandigheden waren er een stuk beter dan in de beruchte Indische Jappenkampen. Een aantal vrolijke Belgische en Nederlandse geestelijken organi-seerden meezingavonden. Ook waren er cabaretavonden, waarop de Japanners hard mee lachten, waarschijnlijk omdat ze niet alles verstonden en niet door hadden dat de satirische liedjes over hen gingen. Soms werden ze boos wanneer ze de gevangenen Happy Birthday hoorden zingen. Ze dachten dan juist ten onrechte dat ze uitgelachen werden.

Er werden lezingen, concerten     of grammofoonavonden geor-ganiseerd. In Kitchen no. 2 werd iedere zaterdag gedanst door     de verliefde paartjes, die daar konden zwijmelen bij de muziek van een combo van een zwarte Amerikaanse jazzmuzikant en een gitarist die Hawaiiaanse muziek speelde.

10897350667?profile=originalDe Chinezen hebben het Kamp Weihsien fraai gerestaureerd.

De kampen waren in handen van de Kempeitai, de militaire politie van de keizerlijke Japanse strijdkrachten, maar anders dan in Indië waren kampleiding en bewakers geen militairen, maar maakten ze deel uit van de consulaire politie. Ze reageerden trots en streng – ze straften hard – maar ook redelijk en rech-tvaardig. De geïnterneerden mochten zelf het kamp gaan organiseren. Zolang iedereen zich maar aan de Japanse regels hield en op het appèl verscheen ging alles goed.

Helaas moesten de paters en nonnen drie maanden later vertrekken. Hun nationaliteit was die van Vaticaanstad, meende de Nuntius (diplomatiek vertegen-woordiger van de Heilige Stoel) in Peking, zij maakten geen deel uit van de geallieerden. De Japanners respecteerden die visie. Later bleek dat de kerkelijke leiders met dit besluit vooral de prille en ongepaste romances tussen de jonge paters en de jonge kampmeisjes in de kiem wilden smoren. Een klein groepje zielzorgers mocht achterblijven.

Taipans tonen ware aard

De geïnterneerden waren bang. Hun kamp lag ver van de bewoonde wereld, in het Westen wist men eerst niet dat er een kamp was en later niet waar het lag, er heerste een enorme chaos om het kamp heen, overal zwierven groepjes communis-tische, nationalistische en Japanse guerrilla’s. Wat ging er gebeuren als er paniek uitbrak? Toch ging iedereen energiek aan de slag. Ondanks de gebrekkige middelen en het weinige voedsel werd het kamp efficiënt en democratisch bestuurd. Gekozen commissies verdeelden de taken. Alles werd zoveel mogelijk zelf gemaakt, gereedschap, kacheltjes, kleren, meubeltjes, medische hulp-middelen en zo meer.

 

De meest capabele mensen kregen de leiding, hetgeen leidde tot een genivelleerde sociale structuur, want een aantal taipans viel door de mand en bleek geen geboren leider te zijn. Kinderen en jongeren kregen les, er kwam gezondheidszorg, ook werd er zoveel mogelijk gesport. De Amerikanen introduceerden het honkbal. Medegevangene Eric Liddell, een voormalig Olympisch kampioen atletiek, organiseerde hardloopwedstrijden zolang de bewoners nog fit genoeg waren. Hij stierf overigens een paar maanden voor de bevrijding aan een hersentumor zonder zijn gezin, dat vlak voor de internering gerepatrieerd was, nog terug te zien.

Het verblijf in het kamp was zwaar door het gebrek aan genees-middelen, voedsel, brandstof en het extreme klimaat (bloedhete zomers en ijskoude winters). Er was een groep leerlingen, afkomstig van de Chefoo kostschool voor kinderen van missionarissen, die het heel erg moeilijk had. Hun meegekomen leraren schermden ze af van de rest van het kamp. De ouders woonden en werkten op afgelegen missies ver in het binnenland. Pas na jaren zouden deze kinderen hun ouders terugzien.

10897350689?profile=originalDe meeste bewoners slaagden er echter in hun kinderen te ontzien en hun een relatief onbekom-merde tijd te bezorgen. Zelf herinnerden ze zich later de grote solidariteit, de verdraagzaamheid en de spontane oecumene in het kamp.

 

Hulp van buitenaf en bevrijding

In 1944 werd de Nationalistische Chinese regering in Chungking, die gesteund wordt door de Amerikanen, op de hoogte gebracht van de ligging van Weihsien door twee ontsnapte geïnterneerden die Chungking te voet wisten te bereiken. Na deze ontsnapping werden de kamp-bewoners gestraft met allerlei maatregelen en eindeloze appèls. De Japanners konden dit gezichts-verlies nauwelijks verdragen.

De twee ontsnapten zorgden ervoor dat er medicijnen het  kamp in worden gesmokkeld en bereidden samen met de Amerikanen de bevrijding voor. Op 17 augustus 1945 dropte een B24 vliegtuig een klein team Amerikaanse parachutisten. De Japanners werden door hun komst overrompeld en de bevolking stormde als één uitzinnige massa de poort uit, het platteland op. De plichtsgetrouwe Japanners bleven het kamp bewaken, op bevel van de gecapituleerde Japanse keizer, tot er Amerikaanse versterkingen kwamen. Dat de bewoners geen wrok koesterden jegens deze Japanners, ondanks alle ont-beringen en het hoge sterftecijfer van het kamp blijkt na de oorlog. Een paar geïnterneerden pleitten op het Tokio tribunaal (1946-1948) kampcommandant Izu vrij.

Bron: Historiek.net

Boek: “Hier in het Oosten alles wel”. Bestel dit boek bij:

http://historiek.net.

ICM 4.2.17

Lees verder…

Ophef over play reading ‘De Vergissing’, 

10897329657?profile=original

Het Nederlandse militaire optreden vond echter plaats tegen de achtergrond van de Bersiap,

 

DEN HAAG (29 oktober 2019) – Er is commotie ontstaan over de play reading ‘De Vergissing’, die op 1 november 2019 in Muzee Scheveningen wordt opgevoerd. Vooral het feit dat het Nederlandse optreden na de Tweede Wereldoorlog in voormalig Nederlands-Indië wordt wegzet als een ‘vergissing’ én het najagen van een ‘hersenschim’ wordt ervaren als een regelrechte provocatie. Federatie Indische Nederlanders (FIN) eist nu opheldering van de betrokken organisaties over de “suggestieve” uitvoering.

De voorstelling, gebaseerd op het gelijknamige theaterstuk van Han Ponneker, heeft na een opvoering in het Indisch Herinneringscentrum (IHC) in Den Haag afgelopen 27 oktober 2019 tot de nodige beroering geleid. Met name de eenzijdige benadering van de Nederlandse operatie, als zou het optreden slechts zijn bedoeld om de kolonie te behouden, leidt tot wrevel onder met name Indische Nederlanders. Het feit dat het optreden primair was bedoeld om de orde en vrede te handhaven in een door chaos en extreem geweld geteisterd gebied wordt weliswaar kort aangestipt, maar het gebruik van aanhalingstekens en de algehele sfeer van het stuk suggereren onterecht dat dit geen serieus scenario zou zijn geweest.

Het Nederlandse militaire optreden vond echter plaats tegen de achtergrond van de Bersiap, dat Maleis is voor “Wees paraat” of “Geef acht!”. De Bersiap was de uiterst gewelddadige periode, die volgde op de Japanse bezetting van Nederlands-Indië tijdens de Tweede Wereldoorlog. Gedurende de Bersiap zijn tienduizenden (Indische) Nederlanders op gruwelijke wijze gemarteld, verkracht en vermoord door Indonesiërs, vanwege hun Nederlandse c.q. Europese etniciteit. Ook Chinezen, Molukkers en andere etnische minderheden waren de klos, omdat zij werden verdacht Nederlandsgezind te zijn. Het exacte aantal Nederlandse slachtoffers dat tijdens de Bersiap is gevallen is tot op de dag van vandaag onduidelijk. De schattingen variëren tussen de 15.000 en 30.000 doden en 15.000 vermisten.

Zonder het ingrijpen van de Nederlandse Krijgsmacht zouden veel (Indische) Nederlanders de Bersiap en de Indonesische onafhankelijkheidsoorlog zeer waarschijnlijk niet hebben overleefd. Een niet onbelangrijk feit, waaraan de voorstelling onterecht slechts minimale aandacht besteed. Voorzitter Hans Moll is dan ook zeer kritisch over de voorstelling. “Het in deze vorm opvoeren van de play reading, zonder disclaimer over hetgeen zich daadwerkelijk heeft afgespeeld in de Indische archipel, is zeer kwetsend voor nabestaanden en veteranen en riekt naar politiek activisme” aldus Hans Moll.

https://twitter.com/FederatieIn…/status/1189218464080248833…

Lees verder…
image-334146-Flyer-Leek-vk-850-e4da3.w640.jpg
image-334149-Flyer-Leek-ak-850_copy-d3d94.w640.jpg

Entertainment-Grote Markt-Top restaurants

Twee dagen een heerlijke tropische verrassing in het

Sportcentrum Leek, de Schelp 35.

De prijzen wordt extra laag gehouden voor slechts € 7,- heeft u een hele dag toegang. Kinderen tot 12 jaar zijn gratis en 65+ slechts € 6,-
Parkeren is gratis en de accommodatie is rolstoel- en scootmobiel vriendelijk!

Lees verder…

10897338056?profile=originalWe wisten het al veel eerder    Door: Joop de Jong             Studies van Gert Oostindie en Rémy Limpach eigenlijk niets nieuws

 (C) bronvermelding  NICC Magazine .

Kort geleden verschenen twee baanbrekende studies naar het door Nederlanders gepleegde geweld in de periode 1945-1949 in Nederlands-Indië: `Soldaat in Indonesië, 1945-1950´ van Gert Oostindie, en `De brandende kampongs van generaal Spoor´ van Remy Limpach. Joop de Jong vraagt zich af wat nu eigenlijk nieuw is aan de conclusies van deze studies.   

Heeft Nederland de dekolonisatie van Indonesië ooit verwerkt? Al sinds de Excessennota in 1969 woeden er met de regelmaat van de klok in de media en de publieke opinie debatten, niet over de dekolonisatie als zodanig, maar over de oorlogsmisdrijven die Nederlandse militairen tussen 1945 en 1950 bedreven. Deze zich zelf repeterende discussies leverden zelden iets nieuws op. Wel was er de laatste jaren een breed appèl tot nieuw onderzoek. De respons in de media op Soldaat in Indonesië van Gert Oostindie en De brandende kampongs van generaal Spoor van Remy Limpach was dan ook overweldigend. Alle aandacht concentreerde zich op het ‘harde oordeel’ van beide auteurs dat het Nederlandse leger ‘structureel geweld’ had toegepast. Maar wat voegen beide auteurs toe aan onze kennis? Er is immers in volstrekt contrast tot wat sommige critici beweren, in de loop der jaren over het onderwerp heel wat afgeschreven.

Historische flash back

Het startpunt van alle discussies vormt uiteraard de regeringsnota uit 1969. De Excessennota meldde enerzijds dat het gros van de troepen zich correct had gedragen en dat er geen sprake was van systematisch excessief geweld, maar maakte anderzijds een duidelijke uitzondering voor het optreden van de inlichtingen-diensten en van de speciale eenheden, met name in Zuid-Celebes. De stelling dat het extreem geweld een beperkt karakter had gedragen, zou decennia later grote veront-waardiging wekken, maar werd   in feite al in 1970 krachtig ondergraven.

Van Doorn en Hendrix, zelf veteranen, publiceerden toen een briljante studie waarin zij concludeerden dat excessen op ruime schaal waren voorgekomen. Hun baanbrekende studie werd gevolgd door uitvoerige case studies over Zuid-Celebes (W. IJzereef), over Rawa Gedeh (Scholtens), over het optreden van het Korps Speciale Troepen (J.A. de Moor), over de verwerking door de veteranen (Scagliola), over het Indonesisch geweld (H. Th. Bussemaker) en het Brits geweld (R. Macmillan). Deze onderzoeksresultaten vonden hun weg in enkele breed opgezette dekolonisatiestudies, zoals die van L. de Jong, H.W. van den Doel, J.J.P. de Jong en De Moor. Het debat werd daarmee een zaak van historici, niet van regering en parlement en zo hoort dat ook, verklaarde premier Lubbers tijdens een van de vele verhitte excessendiscussies.

De studies

De media bleken echter over    een nogal zwak geheugen te beschikken. Toen na 2008 het excessendebat als gevolg van geruchtmakende processen en foto’s weer oplaaide, was er geen enkele referentie aan al het historisch spitwerk. Wel liep men te hoop tegen de lang en breed achterhaalde Excessennota, die als een van boven opgelegde staatscanon werd gezien. De nota, zo luidde de kritiek, zette de excessen als incidenteel neer. Zij moest worden overgedaan. Oostindie en Limpach, met op de achtergrond de hen steunende instituten, springen hierop alert in door het massageweld uitgebreid in kaart te brengen; zij het op verschillende wijze.

Oostindie stortte zich allereerst  op de uitgebreide veteranen-literatuur. Hij en zijn team raadpleegden daartoe zo’n 650 egodocumenten. Het resulteerde in een rijke bloemlezing, die gecentreerd is rond thema’s die het handelen, denken en voelen van de militairen in de periode 1945-1950 weergeven, waaronder de geweldsexcessen. Parallel daaraan werd een database aangelegd met alle relevante informatie over dit extreme geweld. Het is een originele, volstrekt nieuwe bijdrage aan onze kennis.

Limpachs bijdrage ziet er heel anders uit. Zijn grote verdienste is dat hij al het gefragmenteerde, reeds gepubliceerd materiaal samenvat en van een nieuwe analyse voorziet. Het leidt tot een gedetailleerde inventarisatie van de eerste golf van geweld (eind 1945 tot eind 1946) en mondt uit in een door archiefonderzoek nader aangevulde schets van een aantal reeds in de Excessennota vermelde cases zoals de Zuid-Celebes-affaire en Rawa Gedeh.

10897337890?profile=originalEen apart chapiter vormt de uiterst gewelddadige Indonesische Revolutie, de ‘Bersiap periode’, met tienduizenden Nederlandse slachtoffers, een onderwerp waarover in het debat tot dusverre een volstrekt stilzwijgen heerste. Limpach durft – en dat is te prijzen – het taboe te doorbreken. Het is niet de enige verrassing. Ook het massale geweld van Britse zijde wordt fundamenteel en op heldere wijze aan de orde gesteld.

Maar dan beginnen de problemen. Over de volgende, o zo cruciale periode tot eind 1949 is stukken minder gepubliceerd. Ook de archieven blijken, zoals sommigen al voorspelden, betrekkelijk weinig materiaal op te leveren. Dat heeft zijn gevolgen. Limpach probeert het weliswaar op te lossen door de verschillende vormen van geweld te rubriceren en vervolgens       via enkele voorbeelden (door veteranen aangedragen cases) te adstrueren. Maar van een werkelijke inventarisatie en analyse is geen sprake; het biedt hoogstens een route voor toekomstig onderzoek. Waarom putte hij niet uit de door Oostindie gebruikte veteranenliteratuur? Het is doodzonde; het maakt dit part van zijn studie hybride en stelt zijn conclusies op losse schroeven.

De auteur maakt het enigszins goed via een uitstekende schets van de werking van het juridisch apparaat, waarbij hij rijkelijk put uit de in de nota van 1969 vermelde 141 gevallen van extreem geweld en met name uit het tot dusverre onderbenutte archief Van Rij-Stam. Het leeuwendeel van de gewelddaden werd overigens ‘getutupt’, met een mantel van geheimhouding bedekt.

10897318467?profile=originalNederlandse soldaten op Java

Limpach constateert bij alle strijdende partijen een algehele dispositie tot buitensporig geweld. Maar vervolgens slaat hij de   plank mis wanneer hij de verantwoordelijkheid voor het gehanteerde buitensporig geweld in kaart probeert te brengen.   Van Doorn en Hendrix hebben het nog over enerzijds hogere commandanten die wegkeken en tolereerden, anderzijds over eenheden die zeer zelfstandig opereerden en alles onder de pet hielden. De Moor rept over Spoor die zijn hearts and minds-beleid zag stuklopen en zijn troepen voortdurend kapittelde, en laat tevens zien hoe men herhaaldelijk een strafrechtelijk onderzoek instelde om daarna toch niet tot vervolging over te gaan. Kortom, nogal tegenstrijdige tendensen.

Limpach gaat echter een stap verder. De hogere autoriteiten in Batavia, klinkt het, wisten wel degelijk van het massageweld op laag niveau, maar gedoogden het en gaven daarmee toestemming, zo niet lokten ze het uit. Het is een stelling die in enkele gevallen, zoals Zuid-Celebes, opgaat, maar die hij – ook Oostindie bekritiseert hem daarom – bij een elementair gebrek aan (bovendien vaak tegenstrijdige) cases niet kan waarmaken.

Achtergronden

Limpachs boek is vooral een optelsom van gepleegde wan-daden. Over wat er precies in de directe militaire omgeving aan de hand was (zo blijven de “faits et gestes” van de tegenstander doorgaans onzichtbaar) krijgen we weinig te horen. Pas aan het slot van Limpachs inventarisatie komt de vraag aan de orde waar de lezer al die tijd reikhalzend naar heeft uitgekeken: onder welke omstandigheden kwamen die extreme gewelddaden precies    tot stand?

 

Bij zulk onvolledig materiaal is het lastig conclusies te trekken, maar moed kan Limpach niet worden ontzegd. Hij constateert bij alle strijdende partijen een algehele dispositie tot buitensporig geweld. De oorzaken waren aan Nederlandse kant vooral te vinden in uiterst zelfstandig optreden van de militaire eenheden, vage orders, doelstellingen en strategie die voortdurend botsten met een geringe troepensterkte, een demoniserend vijandbeeld en een vooral in 1949 zeer laag moreel.

Gert Oostindie vindt dat er       van systematisch, van bovenaf verordonneerd geweld geen sprake was. Het komt in de kern neer op het conceptuele kader dat Van Doorn en Hendrix al in 1970 ontwikkelden, waaraan  hij  in hun

algemeenheid nogal aanvecht-bare waarnemingen als slechte commandanten, een gebrekkige discipline en opleiding toevoegt. Opvallend is wel dat hij niet het thema incorporeert dat bij Van Doorn en Hendrix een centrale plaats inneemt: dat van guerrilla en contraguerrilla. En dat is bijzonder vreemd. De revolutie in Indonesië vormde immers het centrale probleem waarom alles draaide. Het gekke is dat Limpach in sommige passages de interactie met de revolutionaire tegen-stander als bepalend ziet en dan er een zeker begrip voor op kan brengen om vervolgens weer elders blind te varen op een sterke dispositie tot extreem geweld, voortspruitend uit de betrokken legers zelf.

10897308292?profile=originalNederlandse soldaten in Indië

Structureel geweld

De conclusie van Van Doorn en Hendrix dat het extreem geweld op ruime schaal plaatsvond, wordt – dat is duidelijk – door beide auteurs volstrekt onderschreven. Op twee punten verschillen zij echter van mening. Terwijl Oostindie vindt dat er van systematisch geweld, van bovenaf verordonneerd geen sprake was, maakten bepaalde eenheden zich daaraan volgens Limpach wel degelijk schuldig. Beide auteurs zijn het er echter weer roerend over eens dat het leger zich als totaliteit aan structureel extreem geweld bezondigde; zij het dat slechts een minderheid zich misdroeg.

Dit klinkt rijkelijk schizofreen. Maar bij Oostindie is de verklaring vrij simpel. Hij wil alleen maar zeggen dat dat geweld niet incidenteel, maar frequent en massaal was. Dat hij slechts 710 cases kon turven, vindt hij verrassend weinig. Het moeten er, zegt hij verontwaardigd, veel meer zijn geweest: 1000’en zo niet 10.000’en cases. Er was sprake van onderrapportage!

Bij Limpach heeft ‘structureel’ echter een diepere betekenis. ‘Structureel‘ betekent, legt hij uit, dat een verschijnsel zich steeds weer voordoet en niet toevallig is, maar een diepere oorzaak heeft.

Die diepere oorzaken schetste ik hierboven al. Het lost één vraag niet op. Waarom ging, als die diepere oorzaken voor het gehele leger golden, alleen een minderheid ernstig in de fout? ‘Structureel’ is even suggestief als nietszeggend. Van Doorn en Hendrix gebruikten die term niet. Zij spraken over een ‘geweldsfuik’ en trachtten vooral de ‘context’ te schetsen waaronder massageweld bij bepaalde eenheden, in bepaalde periodes en onder bepaalde ‘condities’ mogelijk werd. Een verstandige benadering, omdat die omstandigheden per fase van het militair conflict en per locatie nogal uiteenliepen.

Slot

Limpach fulmineert tot slot over het volstrekt kansloze beleid    van generaal Spoor waaraan Nederlandse militairen werden opgeofferd. Met deze stelling verlaat hij het excessendebat     en raakt hij aan het gevoerde dekolonisatiebeleid. Over de grote lijnen van het politieke en militaire dekolonisatiebeleid is de laatste decennia een stroom van onder-zoek gepubliceerd dat in het boek zelf grotendeels wordt genegeerd. De lezer krijgt nergens te horen wat er precies aan de hand was, op enkele glossen na. Zowel de bredere militaire als de politiek-diplomatieke context blijft onhelder.

De bekende, maar inmiddels in de historiografie zwaar aangevochten zwart-wit-patronen van een Nederland, uit op het koloniaal gezagsherstel, verschijnen weer. Vrijwel niets over de pogingen om tot een diplomatieke oplossing te komen en de cruciale rol die het leger daarbij speelde. Zonder militaire factor zouden akkoorden zoals Linggadjati en de RTC onmogelijk zijn geweest. De TNI was in vrijwel de gehele periode 1945-1950 rabiaat tegen een diplomatieke oplossing en wilde maar één ding: de Nederlanders gewapenderhand uit Indonesië verdrijven. De RTC werd pas mogelijk nadat het leger in 1949 een patstelling met de TNI had bevochten en de TNI concludeerde dat alleen een diplomatieke oplossing soelaas bracht.

Uit beide studies wordt één ding duidelijk. We hebben te maken met onvoltooid onderzoek. Limpach en Oostindie hebben weliswaar hun gebreken, maar bieden een constructieve stepping stone voor verdere research. De regering sprak op 2 december     jl. haar bereidheid uit om dit financieel te ondersteunen. Dat onderzoek zou echter dan wel, zoals Oostindie voorstelt, in de richting moeten koersen van insurgency & counterinsurgency; net als bij andere internationale dekolonisatiestudies.

Het Nederlands en Indonesisch militair beleid, de uitwerking in het veld en de interactie tussen beide dienen het uitgangspunt te zijn en niet een uitsluitende fixatie op oorlogsmisdrijven (de weg die Limpach wil blijven bewandelen). Deze sluit, dat is wel duidelijk,  een bredere blik op en analyse van het gevoerde beleid uit.

De Indonesische kant van de medaille, te starten met de Indonesische Revolutie (de Bersiap-periode), zal bij dergelijk onderzoek speciale aandacht moeten krijgen. Het excuus van geen toegang tot de Indonesische archieven geldt niet. Historici als Cribb en Frederick hebben al laten zien dat de Nederlandse archieven het nodige materiaal bevatten.

Joop de Jong is historicus. Hij schreef twee uitvoerige boeken over de dekolonisatie die hij recentelijk samenvatte in ‘De terugtocht. Nederland en de dekolonisatie van Indonesië’ (Amsterdam, 2015).

Dit artikel verscheen eerder in   het “Internationale Spectator: Clingendael Magazine voor Inter-nationale Betrekkingen”

(Java Post) 

ICM 4.2.17

Lees verder…

10897414478?profile=originalExorbitant hoge toegangsprijzen en merkwaardige kledingvoorschriften bij het IHC

 

DEN HAAG (24 oktober 2019) – Het Indisch Herinneringscentrum (IHC) in Den Haag is opnieuw in opspraak. Ditmaal richt de kritiek zich op de exorbitant hoge toegangsprijzen en merkwaardige kledingvoorschriften die het centrum hanteert. De praktijken leiden tot ergernis onder Indische Nederlanders.

 

Meest recente steen des aanstoots is het dagprogramma ‘Het onbekende verhaal van de ‘Hellships’’, een verwijzing naar de Japanse zeetransporten van krijgsgevangenen tijdens de Tweede Wereldoorlog. Bezoekers moeten voor dit programma maar liefst € 49,50 betalen. Bovendien dienen zij ook “zoals gebruikelijk in sarong, kebaya en in batik shirts” te verschijnen. Vooral de kledingvoorschriften zijn opmerkelijk, want Indische Nederlanders tooien zich doorgaans niet in Indonesische kledij. Waarom bezoekers aan een Indisch herinneringscentrum zich toch moeten uitdossen als Indonesiërs is dan ook een raadsel.

 

Het IHC slaat overigens wel vaker de plank mis. Eind juni van dit jaar was er bijvoorbeeld ook al ophef over de expositie ‘Vechten voor Vrijheid’. Vooral het feit dat het geweld van Indonesiërs gedurende de Bersiap was aangeduid als verzet en werd vergeleken met het verzet tegen Nazi-Duitsland en Japan stuitte toen op veel weerstand. Koning Willem-Alexander moest die omstreden expositie uiteindelijk openen, iets dat in de wandelgangen werd beschouwd als een schoffering. Er zijn ook soortgelijke geluiden over de invloed van het IHC in Museum Bronbeek. Het is een publiek geheim dat diverse gidsen, bezoekers en andere betrokkenen zich daar om vergelijkbare redenen niet langer willen vertonen.

 

De ophef toont aan dat het IHC maar weinig moeite doet om de Indische gemeenschap voor zich te winnen. Vanaf het moment dat het IHC zich in het Museum Sophiahof in Den Haag heeft gevestigd toont een deel van de gemeenschap zich zeer kritisch. Bij hen kan het IHC niets goed doen, omdat zij nadrukkelijk onderdeel is van de ‘Collectieve erkenning van Indisch Nederland’. Deze regeling ligt om uiteenlopende redenen gevoelig, maar vooral het feit dat het een finale afkoopsom betreft, terwijl openstaande rekeningen aan de zijde van de Staat der Nederland niet zijn voldaan, leidt tot chagrijn. Met de meest recente incidenten lijkt het IHC ook het overige deel van de gemeenschap tegen zich in het harnas te jagen.

 

Bron: http://www.federatie-indo.nl/19-10-24/ 

ICM Reactie.

Al eerder heeft Ferry Schwab van ICM  op verzoek van het Ministerie van VWS in het kader van schriftelijk interview 15 vragen gesteld. VWS met Volk Welzijn wat heeft deze voor Nederlandse Indische Gemeenschap in deze 70 betekent. Zijn het niet de mensen (bersiaper) die ruim 55 jaar de Pasar Malams in land draaien houdend, waar het hele palet Indisch Cultuur wordt uitgedragen voor ruim 1 mijlioen bezoekers in het Land. Waarom die ander half miljoen hier in steken voor een betere doelmatige IHC, en niet waar slechts 400 mensen in de maand komen, en dat voor die anderhalf miljoen. IHC is een grote blunder van de ambtenaren van Min. VWS dat reeds in 2000 begon. Wanneer wordt er een keer naar ons geluisterd.

Lees verder…

BELANGRIJKE MEDEDELING VOOR FASE II TRAKTAAT VAN WASSENAAR. == ER IS EEN INVESTEERDER GEVONDEN

10897316056?profile=original10897400266?profile=original

ACTW - 66 (Actie comite traktaat van Wassenaar)

Fase I, hierin is ruim 80.000 aan de noodzakelijke kosten uitgegeven, los van de vele werkzaamheden zoals het voeren van campagne voor bekendmaking rond het bestaan van dit Verdrag. Campagne voor de petitie, die door 15.000 is ondertekend. Onderzoeken door juristen/advocaten o.a. WOB verzoeken. Het opstellen van het rapport. Voorts het informeren van de president van Indonesie. Alle betrokkenen hebben onbezoldigd deze werkzaamheden verricht sinds april 2015 tot het heden die thuishoort bij NL Overheid , dat dus boven de gemaakte kosten van 80.000 komt. Komt op het bedrag op ruim 344.000. Van alle 15.000 toezeggingen die de petitie hebben getekend, hebben slechts 321 hun toezegging waar gemaakt met hun donaties. Dit heeft ACTW-66 delegatie leden gebracht om te zoeken naar partijen die bereid zijn te investeren. De conclusie die je hieraan verbindt dat bij resultaat de investeerder ook wordt beloond met om 3 tot 4 keer het te investerend bedrag uit te keren.

Het lijkt er op dat 1 van ACTW66 delegatie lid een investeerder heeft gevonden.

Voor fase II heeft dit project 400.000 euro nodig om verdere juridische stappen te zetten. De eerste contacten zijn gelegd met een voornaam advocaat. Voor mij is dit een forse verlichting die van mijn schouders afvallen.

Welke benadering wordt gekozen met deze investeerders, is nu onduidelijk.

Voor mij is dit een grote stap, want helaas van de 15.000 Indische handtekeningen komt nimmer dit geld bij een, dus was het zoeken naar investeerders onze scope.

Ook is andere ACTW-66 delegatie lid bezig voor dit fonds,

Het advies is wel aan de investeerder gegeven om eerst te onderzoeken of betreffende advocatuur ook niet is benaderd door het IP, wegens belangenverstrengelingen dan zou betreffende advocaat door Staat worden betaald voor dienstverlening mediation

Als ondernemer zeg ik, zijn de spelregels wie geld heeft, heeft de macht, en die bepaalt.

Ik hoop van harte dat deze strategie en tactiek zoals beschreven in rapport wordt gevolgd; dus eerst handtekeningen aanbieden met het rapport, .dan stellen binnen het gestelde termijn het rapport wordt gevolgd, Gebeurt dit niet dan wordt Stef Blok gedagvaardigd NAMENS de 15.000 mensen die met de petitie hun mandaat hebben gegeven.

Lees verder…

Onderzoek naar de koloniale oorlog

10897339681?profile=originalOnderzoek naar de koloniale oorlog

(C) bronvermelding  NICC Magazine .

In onze vorige editie maakten wij melding van het aangekondigde onderzoek naar excessen tijdens de Koloniale oorlog in Indonesië tussen 1945 en 1950. Nadat van diverse kanten op het onderzoek was aangedrongen, is de regering eindelijk overstag en zal in nauwe samenwerking met Indonesië een diepgaand onderzoek gestart worden over het geweld dat is toegepast door de Nederlandse militairen, maar ook door de Pemuda’s, revolutionaire groepen Indonesische  jongeren, die in de  Bersiap-periode vele duizenden Nederlanders op gruwelijke wijze vermoord hebben. Je kon erop wachten tot er mensen opstonden die dit onderzoek echter helemaal niet zien zitten. Mensen die er evenmin op gebrand zijn dat Indonesische slachtoffers en/of nabestaanden schadevergoeding krijgen uitgekeerd.

In dit artikel geven wij twee meningen weer van mensen die een duidelijk anti-geluid willen laten horen. Deze meningen werden onlangs gepubliceerd in het NRC en wilden wij u beslist niet onthouden.

Sta  nu eens stil bij de oorlog  als erfenis

Nederlandse militairen trokken een spoor van buitensporig geweld in Nederlands-Indië. Volgens historicus Rémy Limpach in zijn boek De brandende kampongs van Generaal Spoor hebben militairen de grenzen van het oorlogsrecht in ruime mate overschreden. Telkens weer ben ik ontzettend woedend over de eenzijdige belichting van de oorlogshandelingen (politionele acties) van de KNIL-militairen versus de naoorlogse nietsont-ziende Indonesische vrijheids-strijders (pemoeda's en peloppers) tijdens de Bersiap-periode (wees paraat). Jonge vrijheidsstrijders die gruwelijk moordend en verkrachtend vele Nederlandse gezinnen hebben afgeslacht. Door excessief geweld werden vele duizenden gehate Nederlanders met bamboesperen, klewangs en krissen gruwelijk mishandeld.

Nederlandse militairen in Indië

Bersiap-periode
De Nederlandse KNIL-militairen en hun familieleden hadden in de Tweede Wereldoorlog eerst zwaar geleden onder de gruwelen van de Japanse bezetting. Na de onaf-hankelijkheidsverklaring van de latere president Soekarno kwam de zogenaamde Bersiap-periode.

De Nederlandse regering heeft met de KNIL-militairen uit alle macht geprobeerd Nederlands-Indië te behouden ten koste     van zeker 20.000 militaire en burgerslachtoffers.

Na terugkeer in Nederland hebben KNIL-militairen en hun gezinnen nooit, nee nooit excuses ontvangen van de toenmalige regering(en) en nooit nabetalingen ontvangen van het tegoed aan soldij. Waarom heeft de huidige Nederlandse regering wel gemeend om nabestaanden van Indonesische slachtoffers, zoals in Rawagedeh en Zuid-Sulawesi, excuses aan te moeten bieden door minister Koenders, alsmede de belachelijk hoge schadever-goedingen?

Bovendien vraag ik mij af of de huidige regering – eveneens  onder aanvoering van minister Koenders – wederom excuses  gaat aanbieden en letselschade-betalingen doneert?

PTSS
De klopjacht op onze staatskas met schadeclaims blijft maar doorgaan, mede door advocate Liesbeth Zegveld. Daar worden alle nog levende Indië-veteranen en de tweede generatie na-bestaanden kotsmisselijk van! Waarom maken Zegveld en Koenders zich niet druk over de wreedheden van de Indonesische vrijheidsstrijders jegens de Nederlandse militairen en hun gezinnen? Sta verdorie ook eens stil bij de oorlog als erfenis, als gevolg van de overdracht van oorlogstrauma's op naoorlogse generaties! Heeft men enig idee hoe het is om een vader te hebben die zwaar getraumatiseerd uit Indië was teruggekomen, zonder enige psychische vorm  van begeleiding of nazorg zoals veteranen die tegenwoordig van missies terugkomen?

Mijn vader heeft nooit geweten dat hij aan zware PTSS leed, want deze psychische ziekte bestond toen nog niet. Enig idee wat het is om als kind niet te begrijpen waarom hij 's nachts schreeuwde in zijn slaap en door hevige nachtmerries werd overvallen? Enig idee waarom hij meerdere keren als een tiran tekeerging en zware klappen uitdeelde aan mijn moeder en de kinderen? Enig idee waarom hij bijzonder agressief was als hij weer eens dronken thuiskwam uit de kazerne? Enig idee waarom ik op 16-jarige leeftijd uit huis ben gegaan? Geen idee? Dat was om de psychische en fysieke terreur en huiselijk geweld te ontvluchten! Enig idee waarom ik niet op zijn begrafenis ben geweest? Enig idee!?

Afgeslacht
In 1947 ben ik geboren in Batavia als kind van een Javaanse moeder en een Groningse vader. Mijn vader heeft vele KNIL-vrienden verloren, die gruwelijk vermoord werden teruggevonden.

Ook volledige gezinnen werden op gruwelijke wijze mishandeld en afgeslacht teruggevonden.

Over deze afschuwelijke periode werd thuis zelden of nooit iets verteld. Als kind begrijp je totaal niet wat er omgaat in het hoofd van je vader. Hij diende onder andere in Batavia bij de militaire politie van het KNIL en vertelde wel eens dat hij nooit op pad ging zonder zijn volgeladen Tommygun (Amerikaanse Thompson pistool-mitrailleur), een volgeladen pistool en zijn wapenstok, alvorens ergens poolshoogte te nemen van onrust of onraad.

De vele onmenselijk wrede misdaden van beide zijden in Indië zijn met geen pen te beschrijven. Het is nauwelijks te bevatten wat aldaar heeft plaatsgevonden. Voor een eerlijk en betrouwbaar beeld van de 'Opstand in het paradijs' verwijs ik naar het boek van H. Th. Bussemaker getiteld ‘Bersiap’.

In alle opzichten gaat het mij veel te ver dat Nederland weer excuses gaat aanbieden aan Indonesië, nog meer schadeclaims zal betalen en een onderzoek gaat instellen dat mogelijk vier tot zes jaar gaat duren. Wanneer komt er eens een einde aan het steeds weer openrijten van geestelijke wonden?

Bart Wagenaar, Uden. Zoon van een overleden KNIL-militair.

 

Stop  oprakelen  acties  in Indië

Het onderzoek naar wat zich heeft afgespeeld in Indonesië zal een eenzijdig beeld opleveren. De strekking van het artikel 'Sta nu stil bij de oorlog als erfenis' van Bart Wagenaar (ED Opinie 29 december) is, dat nu eens opgehouden moet worden met het telkens oprakelen van hetgeen zich heeft afgespeeld tijdens de politionele acties in Indonesië. Ik ben het daar helemaal mee eens.

Nabestaanden in de rechtbank in Den Haag (foto: ANP)

Nu wordt - voor enkele miljoenen euro's - opnieuw door een burger-wetenschapper daarnaar onder-zoek gedaan. Er zijn al vele onderzoeken gedaan en processen gevoerd over de toestand na de oorlog in Indonesië. Advocate Liesbeth Zegveld heeft kort geleden wat schadevergoedingen voor nabestaanden kunnen krijgen van de Nederlandse staat, ter grootte van circa 20.000 euro per persoon. Dit is een gigantisch bedrag in het huidige Indonesië.

Dit geld is deels opgeëist door kampong-hoofden (een soort burgemeesters), die het weer verdeelden over zichzelf en de  inwoners van de betreffende kampong (kleine dorpsgemeen-schap). Zo kregen ook personen die niets geleden hadden, geld uitgekeerd. Wie wil dat niet. Het deugt natuurlijk van geen kant. Nu is al bekend dat Indonesië niet meewerkt aan het openen van dossiers. Daardoor komt er uit het onderzoek straks een eenzijdig beeld van hetgeen heeft plaats-gevonden. De vele misdaden van Indonesische kant worden niet onderzocht en dus doodgezwegen.

Mijn vader was gedurende ongeveer dertig jaar KNIL-kapitein tot 1948 op Sumatra en Java. Mijn ouders en hun drie kinderen hebben gedurende 2,5 jaar in Japanse krijgsgevangenkampen gezeten en het allemaal - op het nippertje - overleefd. Wij hadden een uitstekende verstandhouding met de inheemse bevolking.

Toen direct na de oorlog de hoogste bevelvoerend generaal van het geallieerde leger in Azië Indië bezocht, zei hij dat hij in geen enkele kolonie van Engeland    zo'n goede infrastructuur had aangetroffen. En dat in een land zo groot als geheel Europa, met een inheemse bevolking van ongeveer vijftig miljoen mensen, bestaande uit vele verschillende volkeren en duizend eilanden.

Totale chaos

Doordat er na de oorlog nog geen politie of leger was, heerste er totale chaos, en trokken er plaatselijke misdadigersbendes rond om te roven, te moorden en te verkrachten. Die criminelen waren door de Jappen - tijdens   en na de oorlog – al tegen de Nederlanders opgehitste, veelal kansloze jeugdigen. Daartegen werden uit Nederland dienst-plichtige militairen gezonden, die weinig wisten van het leven in Indië.

Zij zagen dat vele duizenden ongewapende Nederlandse man-nen, vrouwen en kinderen, die in de voormalige Jappenkampen hadden verbleven, door die misdadigers waren vermoord en dat hun hoofden op palen langs de openbare weg waren gespietst. Dat daarop geen vriendelijke reactie   kwam  van   Nederlandse

kant, kan zelfs een kind begrijpen.

De vele goede verhalen over wat wij in Indië hebben gedaan, worden niet gedaan of niet geloofd. In iedere oorlog gebeurt wel eens iets dat niet de schoonheidsprijs verdient, maar Nederlanders vinden dat zij altijd het braafste jongetje van de klas moeten zijn. Geen enkel ander land blijft bijna zeventig jaar      na een oorlog nog eindeloos doorzeuren of alles wel precies volgens het boekje is gegaan. Stop daar nou toch eens mee.

J. van der Wall, Sint-Oedenrode.

Heeft u zelf een mening over een artikel in NICC Magazine of gewoon over een Indisch gerelateerd onderwerp in het algemeen?                             Aarzelt u dan niet. Zet het op papier en mail het ons.                   Wij willen het graag voor u plaatsen als opiniestuk.

ICM  4.2.17

 

Lees verder…


 

10897357889?profile=originalOmroep Max op bezoek bij Joyakarta van Hamengku Buwono X, 1 van de rijkste mensen van de republiek Indonesia.

 

Twee jaren lang prijkt het verdrag Traktaat van Wassenaar in de vorm van de petitie en voor donatie op het Wereldse Internet ICM en Facebook, gesteund door ICM Breaking News . Het verdrag  werd getekend door Hamengku Buwono IX en oud minister van Buitenlandse zaken Luns,  en uiteindelijk door de beide landen werd geratificeerd in 1969. 

 Heel frappant dat Omroep Max deze locatie Yojakarta kiest voor haar programma “de gouden jaren”, de plaats van de crime van Nederland.

 

Hoe gevoelig dit ligt bij de Nederlandse Indische Gemeenschap - de gedupeerden ruim 52 jaren - die op hun Indisch geld wachten dat president Soekarno en Hatta  aan Nederland betaalde.  Dit voor het verlies van al hun bezittingen omdat ze het land werd uitgezet door de onhandige politiek bedrijf uit Den Haag, die met hun  bewuste onhandigheid de Indonesische bevolking opruide tegen haar onderdanen.

Voor Mark Rutte (ook historicus)  ligt  hier een geschieden waar Nederlandse regering (Politiek Den Haag) die sporen van vernieling hebben achtergelaten. Richting de Indonesiers die werden uitgemoord (te scharen oorlogsmisdaden). Vervolgens richting haar eigen Nederlandse onderdanen die daar toen verbleven. Het waren er ruim 500.000. Nederland wilde deze onderdanen (vluchtelingen) niet meer terug, Door de intensieve mediaton van de Indonesische zijde werden slechts 149.000 niet toegelaten de zogenaamde “Vergeten groep, de Indische ouderen”, waar omroep Max zich nu om bekommert en vraagt om te doneren.  Soekarno heeft destijds intensief hulp ingeroepen vanuit Amerika om tot oplossingen te komen, want politiek Den Haag was maar met 1 ding bezig om de verenigde republiek niet die onafhankelijkheid te gunnen  Daarbij betaalde Soekarno 686 miljoen oude guldens ter compensatie van de 341.000 (waarde nu 2,4 miljard) gedupeerden voor een nieuwe start in Holland.

 

In het evaluation brochure “To forget of a promise for The Future” staat dit  alles op detail beschreven.

ICM redactie werd drie jaren geleden op de hoogte gebracht door tal van haar abonnees. Deze liet er geen gras overheen groeien en startte een onderzoek. Tijdens het onderzoek stuitte deze op feitelijkheden dat Nederland volledig de afspraken in het Verdrag niet is nagekomen richting de republiek Indonesie en richting de Nederlandse Indische Gemeenschap.  Na het ingestelde onderzoek werden de promotie - en petitie campagne gestart. De resultaten van het onderzoek vervat in het rapport traktaat van Wassenaar dat door de uitgever Calbona in boekvorm onlangs in uitgebracht.

 

Als de redactie van Omroep Max zich had verdiept dan hadden ze die kennis opgedaan waarom die “vergeten groep”, dan kwamen ze ook erachter dat niet om een paar ouderen gaan, maar om ruim 149.000.  Dat donatie van Max slechts een druppel op een gloeiende plaat is, maar wel flink scoort bij NIG. Ook had Omroep Max  moeten weten dat in eerste instantie Nederland al haar onderdanen had geweigerd dus die 500.000 man, dus ook Sandra Reemer met de ouders. Yojakarta nooit als locatie had uitgekozen, maar wellicht als alternatief Bandoeng, Jakarta, en Soerabaya.

 

Of is dit een politiek signaal  van omroep Max, immers het verdrag van Wassenaar 1966 werd eerst door Hamengku Buwono en Luns in Yojakarta getekend.

 

Wat een hypocrisie 

10897346269?profile=original

Foto   Hamengku Buwono X met oud -minister Luns ondertekening van het verdrag traktaat van Wassenaar in Yojakarta 

10897337860?profile=original

Foto rapport Traktaat van Wassenaar in boekvorm uitgeven door Calbona uitgever.

ICM  10.2.2017

Lees verder…

wordt indonesiëvolwassen

10897356862?profile=originalwordt-indonesië-volwassen

Jakarta, Indonesië, David Challik, Sweet Durian

Op 5 november vond er een grote demonstratie plaats bij de Hotel Indonesia Rotonde. Dat is op zich niet bijzonder, dat gebeurt wel vaker.

Daags van te voren ontstond er een enorme spanning.

“Kom vrijdag niet in het centrum. Er komt een grote demonstratie. Pas op!”

Bedrijven geven hun medewerkers opdracht niet op het werk te verschijnen. Iedereen heeft het over de vele politieagenten die in de stad aan het patrouilleren zijn. In Jakarta hebben heel veel mensen een Facebook account en daar wordt zeer actief gebruik van gemaakt. Van alle kanten wordt actuele informatie aan elkaar doorgegeven. In de aanloop van de demonstratie houdt iedereen dan ook zijn Facebook goed in de gaten – dat doen ze altijd al, maar nu zeker – want er worden ernstige rellen verwacht…

Plotseling gaat Prabowo Subianto, de presidentskandidaat die de verkiezingen had verloren, op bezoek bij president Joko “Jokowi” Widodo, die wel de verkiezingen had gewonnen. Niemand weet waarom, laat staan waarom dat live op de televisie wordt verslagen. Prabowo staat bekend als een powerplayer die geen middelen ongemoeid laat om zijn zin te krijgen.

Komt hij de president vertellen dat de gouverneur van Jakarta ontslagen moet worden, want anders gebeuren er dingen die hijzelf niet meer in de hand kan houden… !?!

Prabowo heeft veel op zijn geweten. Toen hij nog commandant van de speciale troepen was heeft hij zes studenten dood laten schieten tijdens een anti-regeringsdemonstratie. Daarna is hij met een legereenheid opgetrokken naar het huis van de toenmalige president Habibie om diens aftreden af te dwingen. We hebben het hem allemaal zien doen.

We weten niet wat er is besproken tussen Jokowi en Prabowo, daar werden geen mededelingen over gedaan. Na afloop bestegen zij ieder een paard, wat een paar unieke fotogenieke momenten opleverde. Prabowo vertrekt daarna. Het grote publiek moet maar raden wat de betekenis is van deze gebeurtenis en wat er verder staat te gebeuren.

AAEAAQAAAAAAAAm6AAAAJGJjYjEwM2ExLTk1MTAtNDdiNS05OTJkLTlhYzk3MTEyNTI0Nw.jpg

President Joko Widodo (“Jokowi”) en Prabowo Subianto

De vorige president, Susilo Bambang Yudhoyono, koosnaam “SBY”, nodigt plotseling de pers uit bij hem thuis in Bogor. Die komt in grote getalen. De reden is van te voren niet bekend, maar die wordt snel duidelijk. Een anders zo beheerste SBY vertelt geëmotioneerd – zijn stem slaat een paar keer over – dat hij en zijn partij niets te maken hebben met de demonstratie die vrijdag gaat plaats vinden. Ja, dat staat nog te bezien. Zijn zoon doet mee aan de aanstaande verkiezingen voor gouverneur van Jakarta. SBY is een Javaan. Bedoelt hij dat hij echt niets te maken heeft met de demonstratie, of bedoelt hij juist het tegenovergestelde en zegt hij dat bepaalde partijen moeten inbinden?

AAEAAQAAAAAAAA0tAAAAJGY5YzM5ODE2LTI2YjgtNDkwNS05MzA1LTA0ZjUyZGM2NDE1Yg.jpg

 Voormalig president Susilo Bambang Yudhoyono (“SBY”)

Indonesische Soap

In Indonesië is er nooit iets zoals het lijkt. Er wordt altijd veel stemming gemaakt en het lijkt alsof iedereen daarvan geniet. Er wordt veel geroddeld, iedereen voegt graag iets toe aan het verhaal dat als een lopend vuurtje ten ronde gaat.

Bijna alle Javanen zijn groot gebracht met het Wayang schimmenspel, waarin actualiteit en fantasie met elkaar worden verweven en waarbij het verhaal een vrije loop neemt. Een Wayang voorstelling wordt meestal tot diep in de nacht gehouden. De soaps op de televisie kunnen worden beschouwd als een voortzetting van deze Wayang voorstellingen. Elke avond is er wel een soap op televisie. Eigenlijk speelt zich het leven van een Indonesiër af in een eigen soap en daaraan worden moeiteloos telkens nieuwe afleveringen toegevoegd. Het verhaal hoeft niet waar te zijn, als het maar interessant klinkt.

De grote demonstratie van 4 november is aangekondigd door de FPI, het Verdedigings Front voor de Islam. Een uiterst onvoorspelbare en agressieve organisatie, die graag ergens op bezoek komt om de boel kort en klein te slaan. Ze streeft ernaar om de samenleving te ontwrichten om zo het Kalifaat ook in Indonesië te kunnen oprichten. Wee degene die er iets van zegt, want die wordt meteen voor “Afvallige” uitgemaakt en daar schrikt de gemiddelde Indonesiër erg van, dus die houdt zich op de vlakte.

Dat de FPI met deze demonstratie vrij spel krijgt geeft te denken. Indonesië is wel een Islamitisch land, maar dat zo’n organisatie brede steun onder de bevolking geniet is ook weer niet waar. Dat zij een massale demonstratie mag houden en daarbij het totale openbare leven in de stad mag platleggen, gebeurt niet zonder reden. Welke partijen hebben daar belang bij? Welke bestuurder, welke politicus, welke religieuze organisatie zit hier achter? Normaal is dat vrij duidelijk, maar deze keer is het wat schimmig. De beweegredenen van de demonstranten, FPI of geen FPI, zijn in ieder geval helder: een gratis maaltijd en wat geld…

AAEAAQAAAAAAAAqfAAAAJDMyYjlmMWNiLWU5ZmYtNDFmNS1iMzRlLTY2NDhiNmFlYzJlYw.jpg

Habib Rizieq, voorzitter van de FPI (met bril)

De FPI beweert dat Basuki “Ahok” Tjahaja Purnama, de gouverneur van Jakarta, de Islam beledigd heeft en dat hij daarvoor gestraft moet worden. Om dat kracht bij te zetten organiseren ze de 4 november demonstratie. 100.000 Fanatieke Islam aanhangers worden van buiten de stad naar Jakarta vervoerd om tegen de gouverneur van Jakarta te demonstreren. De FPI heeft ook in Jakarta zelf aanhangers, maar de rest van de 9,6 miljoen inwoners van Jakarta houdt zich afzijdig. Het is dus een puur Islamitische aangelegenheid. Alle demonstranten dragen als echte Islam aanhangers witte kleding.

 Dat de demonstratie een nationale gebeurtenis zal worden, dringt pas goed door toen op woensdagavond een groot debat op METRO TV plaats vond, waaraan politie, leger, rechtsgeleerden, religieuze leiders deelnamen. De commandant van Indonesische strijdkrachten Generaal Gatot Nurmantyo hield daags van te voren nog een gepeperde redevoering, waarin hij zei dat het leger zich afzijdig zou houden, maar het zeker zal ingrijpen als de demonstratie uit de hand zou lopen. Een verkapt dreigement.

Tijdens de discussie wordt de toon gezet door het hoofd van de nationale politie Tito Karnavian, die bekend staat als een gunsteling van president Jokowi. “Demonstreren is een democratisch recht”, zegt hij. Een uitspraak die in het Soeharto tijdperk nooit gehoord werd.

De volgende dag spreekt de president dezelfde woorden op televisie. Zelfs de nieuwe coördinerend minister voor veiligheid, Wiranto, een oud legerleider uit de Soeharto tijd, zei exact dezelfde woorden. Het ziet ernaar uit dat de regering van president Jokowi, ondanks alle interne verdeeldheid, op één lijn staat voor wat betreft de 4 november demonstratie. Geen machtsvertoon, geen dreigementen en geen escalatie.

AAEAAQAAAAAAAAntAAAAJDEyOWQzZDUwLWQyMGYtNDFmMC1hODcxLTA0ZDE4NzQyNGQ2Yg.jpg

Hoofd van de nationale politie, Generaal Tito Karnavian

Vrijdag, 4 november was het zover.

’s Morgens vroeg stroomt de stad vol met bussen die helemaal afgeladen zijn met mensen. De rotonde bij Hotel Indonesia wordt helemaal wit gekleurd van de protesterende Islam aanhangers. Na het middaggebed komt de mensenmassa in beweging en trekt op naar het Nationaal Monument. Er vinden enkele schermutselingen plaats, twee politieauto’s worden in brand gezet, een politieagent wordt gewond afgevoerd. Het dreigt even heel grimmig te worden. Alle televisie- en radiostations hebben verslaggevers ter plekke, enkelen worden in de uitvoering van hun werk door demonstranten gestoord. De wagen van METRO TV wordt aangevallen en moet door de politie worden ontzet.

Na enkele uren zijn de kelen schor geschreeuwd en beginnen er al demonstranten naar huis te gaan. Om het protest nieuw leven in te blazen willen de demonstranten optrekken naar de ambtswoning van de gouverneur. Dat wordt door de politie verboden. Daarna trekken velen op naar het parlementsgebouw. Dat is volledig gebarricadeerd. Het is ondertussen donker geworden. Het blijkt dat er niet genoeg bussen zijn om de mensen naar huis te brengen. De politie geeft de demonstranten toestemming om de nacht voor het parlementsgebouw door te brengen. Bij de opritten naar de tolweg staan mensen verveeld om zich heen te kijken. Er is geen vervoer terug.

Het is nog niet over. Op een aantal plekken in het noorden van de stad vinden plotselinge schermutselingen plaats tussen stenengooiende jongeren en de politie. De politie reageert zeer beheerst, schiet niet met traangas, wacht als het ware af totdat er geen stenen meer zijn om te gooien. En dan is de rust in de stad weergekeerd.

Zijn deze gebeurtenissen een voorbode van een Nieuw, Jong en Modern Indonesië?

Wij denken van wel. In de steden is een nieuwe klasse van bewoners ontstaan: een klasse van hardwerkende, ambitieuze, beter opgeleide, veelal jonge mensen. De middenklasse. Deze mensen zijn nog even traditioneel en religieus denkend als hun ouders op het platteland, maar zij staan elke dag in de file om naar hun werkplek te gaan. Ze ondervinden hinder van het vastlopen van het verkeer, de overstromingen in de stad en van de corruptie. Ze zijn in de stad om te werken, geld te verdienen om te leven, te studeren en voor hun kinderen. Zij beseffen dat Ahok, de gouverneur, echt iets doet aan de leefbaarheid van de stad. Hij mag dan wel Christen zijn en Chinees, maar dat zien ze dan maar over het hoofd. In het denken van de middenklasse heeft een zekere nuchterheid post gevat, waarbij fanatisme, onverdraagzaamheid en afgunst nog steeds worden getolereerd, maar waarbij voor wat betreft het eigen leven orde en rust worden nagestreefd.

AAEAAQAAAAAAAA3EAAAAJGY2NzFkOTY2LTI2MjItNGY1Yy1iY2YyLWZhMTgwY2JjOTZjZA.jpg

Gouverneur van de speciale regio van Groot Jakarta, Basuki “Ahok” Tjahaja Purnama

Het contrast met de demonstranten kan niet groter zijn. In middenklasse heeft veelal een vast inkomen en vaak een eigen vervoersmiddel. De demonstranten zijn uitgesproken arm en hebben geen (regelmatig) inkomen. De middenklasse is beslist beter opgeleid en vooral breder opgeleid, hoewel de kwaliteit van het onderwijs in Indonesië bijzonder slecht is. De demonstranten hebben vaak helemaal geen opleiding of slechts een jaar Koranschool in het dorp. Dat maakt dat ze erg ontvankelijk zijn voor de aardsconservatieve opvattingen van de Islamitische geestelijkheid. De mensen van de middenklasse proberen zich te ontworstelen aan de armoede van hun sociale omgeving en proberen de traditionele en religieuze prin­cipes die ze van jongs af aan hebben meegekregen een nieuwe plek in hun leven te geven.

Iemand verwoordde het duidelijk op de televisie: “Waarom zouden 100 duizend demonstranten van buiten de stad moeten bepalen wat wij, 9 miljoen orang Jakarta, moeten vinden van onze gouverneur?”

Jokowi, Ahok en Tito zijn voorbeelden van de post-Soeharto era. Hun carrière is niet belast door schendingen van mensenrechten, zelfverrijking of corruptie. Hun machtsbasis is nog smal en ze moeten opereren in een omgeving die niet gewend is voor het grote geheel te denken. Moreel gezien zijn ze wel de uitgesproken voorbeelden van het Nieuwe Indonesië. Zij vormen het geweten van de natie.

We hebben eerder iets uitgelegd over de ‘Indonesische Soap’. We weten dat Indonesiërs over het algemeen niet kunnen om te gaan met de vele informatie die op hen afkomt. Ze zijn geneigd alleen dingen te geloven, als die afkomstig zijn van mensen die ze kennen. Ze vragen zich dus niet af of iets waar is; ze luisteren over het algemeen naar iets wat interessant is. En de rest verzinnen ze er zelf bij.

Met interessant bedoelen we in dit geval niet zo zeer dat ze er rijker van worden – dat is op zich natuurlijk ook interessant – maar veel meer dat ze daarmee in een goed blaadje komen te staan bij mensen die zij belangrijk vinden. Ze zullen in gesprekken met buitenlanders graag vertellen dat ze familie zijn van bekende figuren, dat zij toegang hebben tot mensen die beslissen over grote orders of dat ze zelf veel gedaan kunnen krijgen. Misschien is dat ook wel zo, maar vaak is dat alleen bedoeld om indruk te maken, niet alleen op de buitenlanders, maar ook op de mensen uit hun eigen netwerk die zij belangrijk vinden.

Het is vaak ondoenlijk voor buitenlanders om hier door heen te prikken. We weten dat daardoor wel eens flinke bokken zijn geschoten. Sweet Durian kan helpen, omdat we over het algemeen dit gedrag sneller herkennen. We kunnen achtergrondinformatie inwinnen en we kunnen helpen om op Indonesische wijze relaties op te bouwen, waarbij voortijdig het kaf van het koren wordt gescheiden. Ons devies daarbij is: niets overhaasten, niets weggeven wat van waarde is en voorkom dat je in de soap wordt meegesleurd.

Om het verhaal af te maken: van Probowo hebben we niets meer gehoord.

Generaal Gatot Nurmantyo heeft ingebonden en zat mee te bidden op de openbare gebedsdienst op 2 december, waarbij ook president Jokowi en vertegenwoordigers van de FPI aanwezig waren.

Ahok is nog steeds gouverneur. Er loopt nu wel een rechtzaak tegen hem over blasfemie. Heel veel rechtsgeleerden zijn er echter van overtuigd dat de beschulding van blasfemie geen stand houdt. Het heeft hem niet weerhouden om deel te nemen aan de gouverneursverkiezingen, die 15 februari zullen worden gehouden.

Habib Rizieq kiest ervoor om zijn eigen soap met een nieuwe afleveringen te continueren, door regelmatig aan te kondigen dat er nieuwe demonstraties zullen worden gehouden. Dat werd uiteindelijk niet meer geaccepteerd en hij is vervolgens opgepakt voor schendingen van de Pancasila (de staatsideologie), wat evenals blasfemie in Indonesië ook strafbaar is. Het Openbaar Ministerie vindt echter dat deze schendingen heel erg bedreigend zijn voor de openbare orde. Vandaar dat hij nog steeds in voorarrest zit.

Indonesië is volwassen aan het worden. Vooral in de grote steden is de denktrend en het gedrag aan het veranderen en rationeler geworden. Het is niet meer de chaos van vroeger, er zit systematiek in en wij vinden ook dat daar vooruitgang in zit…

Lees verder…
Nikkel maakt batterij stekkerauto’s prijziger
10897410099?profile=original

Indonesische exportstop op cruciaal erts jaagt schrik aan

door 

AMSTERDAM Batterijauto’s worden duurder. Indonesië legt als de grootste leverancier van nikkel voor deze batterijen zijn export lam. Producenten zijn bezorgd: het schaarse metaal als kern van de volgende generaties elektrische auto’s wordt stilaan schreeuwend duur.

In kil Londen is de onzekerheid dinsdag na de exportstop op de drukke London Metal Exchange (LME) voelbaar bij honderden, wereldwijd ingevlogen handelaren en analisten. „Dit verrast. Dat Indonesië haar export verder kon beperken wisten handelaren, maar berichten van een eerdere stop op de uitvoer komen toch onverwacht”, zegt analist Casper Burgering van ABN Amro bij de LME-beurs.

Dezer dagen krijgen de specialisten hier in Londen inzicht in de beschikbaarheid en vraag naar verwerkte metalen en grondstoffen voor de batterijrevolutie.

De zogeheten elektrificatie van auto’s maar ook huishoudens en bedrijven neemt een vlucht. Nikkel, gebruikt in batterijauto’s en als beschermlaag voor staal, is daarbij een favoriet onder beleggers terwijl basismetalen dit jaar vooral verliezen.

Burgering: „Voor nikkel zijn maar enkele producenten. Dat de prijs niet heel snel nog verder stijgt, komt nu alleen door de handelsoorlog: de Chinese verkoop van elektrische auto’s is gestokt. Als die verkopen straks weer aantrekken, zal nikkel in prijs fors moeten stijgen.” Bij de LME zijn wel voorraden aangeboden.

Sinds januari noteert een futurecontract voor nikkel daarom al 60% winst op de London Metal Exchange. Ruim 11.700 kilometer verderop, in Jakarta, meldde de Indonesische overheid in september een eerste exportbeperking. Dat effect ijlde pijlsnel door tot op de koersenborden van de LME-beurs, het hart van de Europese metaalhandel. Nikkel steeg naar het hoogste punt in vijf jaar tijd.

Als dergelijke prijsstijgingen doorzetten, gaan Europese consumenten onvermijdelijk extra betalen voor hun stekkerauto, aldus analisten.

De krapte in Indonesië zou Filipijnse concurrenten ertoe kunnen bewegen snel extra te laten produceren. Hun overheid heeft de vervuilende mijnbouwers echter aan de ketting gelegd, drie mijnen gingen tijdelijk dicht. De Filipijnen kunnen het exportgat van Indonesië echter nooit dichten, aldus ABN Amro.

„Van alle metalen voor de batterijauto zijn lithium en kobalt relatief goed te verkrijgen. Voor beleggers is nikkel veel interessanter vanwege de naderende schaarste”, zegt Nick Stansbury, hoofd Commodity Research van vermogensbeheerder Legal & General Investment Management, met €1100 miljard aan beheerd vermogen.

„De groeiende elektrificatie van auto’s maar ook van huishoudens, zal tot een enorme vervanging van metalen leiden”, berekende hij. Daarbij wordt koper het belangrijkste metaal. „Maar nikkel heeft als voordeel dat die kostencurve langzaam stijgt, zonder trapsgewijze schokken zoals bij lithium. Dat is voor beleggers ideaal: je kunt daar als pensioenfonds je toekomstige inkomsten goed op afstemmen.”

Typerend voor het toegenomen belang van batterijauto’s, noemen analisten dat de jonge producent Tesla in Londen is toegelaten tot het adviescomité dat over lithiumprijs voor de LME’s gaat.

Lees verder…

Jubileum Editie PM Eindhoven 25, 26 en 27 Oktober

Pasar Malam Eindhoven
25-10-2019 t/m 27-10-2019
10897412065?profile=original

De gezellige Pasar Malam Stellar vindt weer drie dagen plaats in het prachtige Beursgebouw in Eindhoven welke weer wordt omgetoverd tot een echte tropische avondmarkt.
Een zeer grote markt met meer dan 80 kramen met bijzondere artikelen uit heel Azië.
Heerlijke verrassende sambals, bijzondere vruchten, sponscake, spekkoek, saté, pisang goreng en natuurlijk volledige maaltijden zoals Ikan Bali en een complete Nasi Goreng op authentieke wijze bereidt zijn er om u trek in iets lekkers te stillen.
En zin in een heerlijke Tjendol, een echt Bintang biertje of een tropische cocktail? Ook daarvoor komt u naar de Pasar Malam van Stellar.
10897412852?profile=original
Vele non-food kramen met (zilveren en gouden) sieraden, edelstenen, bijzondere leren tassen, kleding, houtsnijwerk, bijzondere lampen, T-shirts met uw opdruk, kookboeken met originele Indische recepten, speelgoed, decoratie voor uw huis, medicinale lotions, tijgerbalsem, wierook, kunst en nog veel, veel meer! U kijkt uw ogen uit.
Gezellig dwalen over de markt is een belevenis op zich.
Een uitgebreid entertainment programma op een sfeervol podium met daarvoor genoeg zitplaatsen. Met een drankje in uw hand wordt het heerlijk relaxen, meezingen en de dansvloer ligt er uitnodigend bij!
10897412884?profile=original
Programma:

Vrijdag 25 oktober
13.00 - 13.30 uur CD Ind.muziek
13.30 - 14.15 uur Swinging Sound Machine        
14.45 - 15.30 uur Diana Monoarfa / Edu Schalk
16.00 - 16.30 uur Wahana Budaya Indonesia
17.00 - 17.45 uur Swinging Sound Machine
18.15 - 18.45 uur Wahana Budaya Nusantara
19.15 - 20.00 uur Diana Monoarfa / Edu Schalk
20.30 - 21.30 uur Swinging Sound machine
22.00  uur Eind
Zaterdag  26 oktober
13.00 - 13.30 uur CD. Ind.muziek
13.30 - 14.15 uur Streetrollers
14.45 – 15.15 uur Madaloka Dance Studio        
15.45 - 16.15 uur Bobby Matulessy    
16.45 - 17.30 uur Streetrollers        
18.00 - 18.30 uur Madaloka Dance Studio
19.00 - 19.30 uur Bobby Matulessy
20.00 - 20.45 uur Doña en de Gado’s
21.00 - 21.45 uur Streetrollers
22.00 uur             Einde
Zondag  27 oktober
12.00 - 12.30 uur    CD muziek
12.30 - 13.15 uur    Xanur
13.45 - 14.15 uur    Ester Latama
14.45 - 15.30 uur    Xanur
16.00 - 17.00 uur    Tante Lien & Ais
17.00 - 17.30 uur    Ester Latama
18.00 - 18.45 uur    Xanur
19.00 uur Einde 3e dag
Overige informatie:
Graag tot ziens in Eindhoven.
Openingstijden:
Vrijdag 25 oktober 13.00 – 22.00 uur
Zaterdag 26 oktober 13.00 – 22.00 uur
Zondag 27 oktober 12.00 - 19.00 uur
Tarieven online met korting!
Volwassenen € 7,50
65 + vrijdag tot 17.00 uur € 5,00
Kinderen tot 12 jaar onder begeleiding gratis
Tarieven kassa:
Volwassenen € 8,50
65 + vrijdag tot 17.00 uur € 5,00
Kinderen tot 12 jaar onder begeleiding gratis
Pinnen is mogelijk
10897413081?profile=original
Lees verder…

De weeskinderen van de VOC

10897347264?profile=originalDe weeskinderen van de VOC

Hoe is het de overlevenden      van scheepsrampen van de VOC vergaan? Veel schepen vergingen vooral langs de kust van West-Australië. Dit is het thema van  een grote fototentoonstelling: “Vêrlander – Weeskinderen van de VOC”. Deze tentoonstelling is te zien vanaf 17 december tot 9 april 2017 in het Westfries Museum in Hoorn.

Tussen 1602 en 1796 was de VOC oppermachtig in de zeer lucratieve handel met de landen in de Indische Oceaan. In bijna twee eeuwen stuurde Nederlands eerste en in zijn tijd grootste multinational bijna 5.000 schepen uit naar diverse havens in heel Azië. De compagnie verhandelde in die periode zo’n 2,5 miljoen ton aan goederen en bood werk aan bijna een miljoen Europeanen. Overal in Azië ontstonden Nederlandse handelsposten. Niet altijd liep het goed af met de schepen die uitvoeren. Zo’n 650 schepen verdwenen door piraterij, brand of doordat ze aan de grond liepen.

Contacten

Wat is er vier eeuwen later over van de contacten tussen de mannen van de VOC en de inheemse bevolking? Hoe verging het de overlevenden van de schepen die voor de kust van West-Australië schipbreuk leden?

Legden ze contact met de inheemse bevolking? Hoe keek de oorspronkelijke bevolking naar de families Wouthuyzen en Joostensz, die zich rond 1650 in de Molukken op het minuscule Indonesische eilandje Kisar vestigden om te fungeren als de ogen en oren van de VOC? Wat is er over van de taal bij de Koranna die in Zuid-Afrika leefden toen Jan van Riebeek daar landde en sommigen van hen tot ‘kapitein’ bevorderde?

Al deze vragen inspireerden fotograaf Geert Snoeijer om op pad te gaan, op zoek naar de ‘weeskinderen van de VOC’. Hij werd vergezeld door historica en antropologe Nonja Peters (Curtin

University of Perth), historicus Bart de Graaff en taalweten-schapper Anne van Engelenhoven (Universiteit Leiden).

Identiteit

Bijna twee jaar lang reisde Snoeijer langs de randen van het VOC-imperium, door Zuidelijk Afrika, West-Australië en naar het

Indonesische eilandje Kisar in de Zuid-Molukken. Op zoek naar mensen voor wie het gedeeld verleden nog altijd onderdeel is van hun identiteit

Het resultaat is een expositie op vier continenten én een boek. Het Westfries Museum in Hoorn is verantwoordelijk voor de Europese editie van de expositie Vêrlander – de weeskinderen van de VOC. Deze is te zien van 17 december tot 9 april 2017. Getoond worden 30 portretten. Daarnaast is er een audiotoer, waarin een aantal geportretteerden zelf aan het woord komt.

ICM 13.2.17

Lees verder…
map-pau14.jpgSubject: wist je ...
 
De strijd voor een vrij, onafhankelijk West-Papoea krijgt langzaamaan wereldwijd steeds meer aandacht en steun - behalve in Nederland. Hoe is het toch mogelijk dat dit land dat de Papoea's ooit zelfbeschikkingsrecht heeft toegezegd, zich al ruim een halve eeuw lafhartig terugtrekt van het podium? Nederland verschuilt zich ook nu weer achter de coulissen waar het West-Papoea en de Molukken betreft. Het werkbezoek van de Indonesische president Widodo op 21 en 22 april 2016 is omstreden. Het bezoek is onderdeel van een tour door Europa en heeft als voornaamste doel het verstevigen van de wederzijdse handelsbetrekkingen. Bij handel spelen mensenrechten blijkbaar geen enkele rol: de bekende VOC-mentaliteit der struisvogelpolitiek.

We zijn al eerder getuige van geweest van Nederlands 'mijn-naam-is-haas-houding' bij de Molukse kwestie, waarbij toegezegde steun aan een zelfstandige republiek der Zuid-Molukken verzandde in een volledig negeren van een heel volk, tot op de dag van vandaag. Het doodzwijgen van problemen verandert echter niets aan de situatie. Het maakt de stem van de onderdrukten alleen nog maar luider. Laat handelsbelangen het niet weer winnen van mensenrechten. Of blijft het 'Indisch zwijgen' anno 2016 voortduren?
 
Beknopte historie in paradijsvogelvlucht
Het woord Papoea stamt uit Biak en is afgeleid van 'Papwa', wat 'land van de morgenster' betekent. In tegenstelling tot wat vaak wordt aangenomen, stamt het niet uit het Maleis en heeft het niets met kroezend haar te maken. Het eiland wordt al bewoond door de Papoea's sinds zo'n 42.000 tot 48.000 jaar geleden. Door de eeuwen heen hebben zich diverse culturen ontwikkeld met honderden talen en allen hun eigen identiteit. Langs de kust dreef men van oudsher kleinschalige handel, voornamelijk met de Molukse eilanden.

Sinds de 7e eeuw kwamen er vanuit het Srivijaya-rijk (Sumatra) handelaren naar het westen van het Papoea-gebied die aanvankelijk interesse hadden in het sandelhout en de veren van de paradijsvogel, maar men ging al spoedig over tot het maken van slaven onder de oorspronkelijke bevolking. Ook het latere rijk van Modjopahit (1293–1527) breidde zich uit tot de westelijke grenzen van het land van de Papoea's.

In 1545 vertrok de Spaanse ontdekkingsreiziger Ortiz de Retez vanuit de haven van Tidore (Molukken) en nam het land der Papoea's in beslag voor de Spaanse kroon. Hij was ook degene die het land de naam 'Nueva Guinea' gaf: Nieuw-Guinea.

Sinds die tijd is het een kwestie van 'landje-pik' geweest tussen Nederland, Engeland en Duitsland, wat uiteindelijk door Nederland werd gewonnen: Nederland lijfde het  westelijke gedeelte  in bij de kolonie Nederlands-Indië. Grote delen van het gehele eiland waren echter nog niet eens verkend, ook niet van de westelijke helft. In de jaren '30 van de vorige eeuw werden expedities georganiseerd om het gebied te verkennen, op zoek naar exploitatiemogelijkheden. Het land van de Papoea's bleek niet alleen bijzonder vruchtbaar te zijn, maar ook over een schat aan waardevolle grondstoffen als koper, nikkel en vooral goud te beschikken: 's werelds grootste koper- en goudmijnen liggen in West Papoea.

De splitsing van het land der Papoea's
Wiki: 'In de 16e eeuw verkenden Spaanse en Portugese ontdekkingsreizigers het oostelijk deel van het eiland Nieuw-Guinea. Het eiland werd gekoloniseerd door de Nederlanders, maar door de komst van de Duitsers en Britten stelden zij een grens vast in het midden van het eiland.'
In het oostelijke deel ging het 'landje-pik' dus nog even door tussen Duitsland, Groot-Brittannië en Australië, tot het land in 1975 onafhankelijk werd onder de naam Papoea-Nieuw-Guinea.

Tweede Wereldoorlog
Tijdens de Japanse bezetting van Nederlands-Indië nam Nieuw-Guinea een belangrijke strategische plaats in. De Amerikaanse generaal Douglas MacArthur, vestigde in 1944 in de hoofdstad Hollandia (nu Jayapura)  zijn hoofdkwartier. Na de oorlog vertrokken de Amerikanen en kwam het westen weer onder Nederlands bewind. Amper twee dagen na de capitulatie van Japan riepen Soekarno en Hatta echter de onafhankelijke republiek Indonesia uit, die Nederland weigerde te erkennen, waardoor een bloedige onafhankelijkheidsstrijd uitbrak.

Pas in 1949 erkende Nederland de onafhankelijkheid van Indonesië en tekende de soevereiniteitsoverdracht. Nederland behield echter Nederlands Nieuw-Guinea, maar beloofde de Papoea's zelfbeschikkingsrecht. Van 1949 tot 1961 begeleidde Nederland de Papoea’s naar zelfbeschikking. Op 1 december 1961 kregen de Papoea’s een eigen landsvlag ‘De Morgenster’ en een eigen volkslied ‘Hai tanahku Papoea’ (O, mijn land Papoea), nadat de Papoea’s zelf al een eigen regering, een grondwet en een rechterlijke macht hadden gevormd. Nederlands Nieuw-Guinea veranderde door de overdracht van naam naar het land ‘West-Papoea’. Onder druk van Amerika vertrokken de Nederlanders. Drie maanden later viel het Indonesische leger binnen en annexeerde het land van de Papoea’s.

Hoewel de internationale gemeenschap zich destijds bemoeide met de annexatie, koos Nederland (onder druk van de Verenigde Staten) ervoor om vrede te sluiten met Indonesië en de bezetting te accepteren. Blijkbaar liever dat, dan het risico op een politieke crisis die het oprukkend communisme zou kunnen aanmoedigen en verspreiden.

Referendum

11081071_10155390976990010_114301312639279712_n.jpg
Benny Wenda
Voor de Papoea’s kwam er in 1969 dankzij internationale druk alsnog een referendum over de keuze voor wel of geen onafhankelijkheid. De Verenigde Naties had de leiding over het verloop van dit referendum, maar het referendum leek een schijnvertoning door intimidatie van Indonesië en corruptie. Slechts 1026 zorgvuldig door de Indonesische regering geselecteerde Papoea’s hebben onder bedreiging van een wapen moeten instemmen met de aansluiting bij Indonesië. Ironisch genoeg droeg het referendum de naam ‘The Act of Free Choice’. Vrijheidsstrijder Benny Wenda pleit nog steeds voor een nieuw, eerlijk referendum. #LetWestPapuaVote

Benny Wenda's vreedzame vrijheidsstrijd
Benny Wenda (1975) leeft in ballingschap in het Verenigd Koninkrijk. In 2003 werd hem politiek asiel verleend na zijn ontsnapping uit een Indonesische gevangenis in 2002. Inmiddels heeft Benny Wenda, gewapend met zijn ukelele, de hele wereld rondgereisd om aandacht te vragen voor de situatie in West Papoea. Ondanks de heksenjacht op Benny door Indonesië om hem te trachten de mond te snoeren, gaat hij dapper door met zijn strijd voor een vrij West Papoea. Over zijn levensverhaal is een indrukwekkende documentaire gemaakt, 'The road to home'
(Klik hier voor de trailer). Benny was tweemaal genomineerd voor de Nobelprijs voor de vrede.

Indo's en Nieuw-Guinea
Indo-Europeanen en Nieuw-Guinea zijn ooit nauw met elkaar verbonden geweest. Geschat wordt dat voor de oorlog minimaal zo'n 100.000 tot 200.000 Indo-Europeanen gevestigd waren op Nederlands Nieuw-Guinea. De opzet was om door middel van een aantal kolonisatieprogramma's in de jaren '20 en '30 het gebied te koloniseren, ten einde als 'thuisland' te dienen voor Indo's (gemengdbloedigen), traditiegetrouw volgens de methode van Jan Pieterszoon Coen, die dezelfde truc uithaalde met het door hem gestichte Batavia (zie ook ons artikel
'De Indo-industrie'). Indo's voelden zich aardig thuis op Nieuw-Guinea; hoe kan het ook anders, in een omgeving met zoveel paradijselijke eigenschappen?

Toen na de oorlog de onafhankelijkheid van Indonesië werd uitgeroepen, de 'bersiap' aanbrak en een bloedige revolutie begon waarbij men het voornamelijk had gemunt op Indo-Europeanen, vluchtten velen naar het relatief veilige Nederlands Nieuw-Guinea. Uiteindelijk konden ze ook daar vertrekken: tussen 1957 en 1962 zijn in totaal zo'n 90 duizend Indische Nederlanders en Indo's naar Nederland gevlucht. Vanwege de strijd om Nieuw-Guinea waren ze staatsgevaarlijk verklaard door president Soekarno in december 1957.

Opmerkelijk is de relatief magere steun die de Papoea's tot op heden hebben ondervonden vanuit de Indische gemeenschap in Nederland, uitzonderingen daargelaten. Onze ervaring is dat bijvoorbeeld op sociale media solidariteit soms ver te zoeken is: de bekende 'ver-van-mijn-bed-show' is daar misschien van toepassing. Terwijl je juist van deze groep nazaten van Indo-Europeanen massaal solidariteit zou mogen verwachten, gezien de historische band en de gedeelde geschiedenis - mits men daarvan op de hoogte is.

Daarentegen zijn er toch veel warme, positieve reacties van Indo's die zelf een band hebben met West-Papoea, doordat ze er geboren zijn of er gewoond hebben. Ook Molukkers en Papoea's steunen elkaar onderling en dat is hoopgevend. Hoe dan ook: alle nazaten van ex-kolonialen delen dezelfde Nederlandse koloniale geschiedenis, zowel uit de Oost als uit de West. Dit bewustzijn groeit (tergend) langzaam, maar, hopelijk, zeker. En in principe zou etnische achtergrond er ook niet toe moeten doen om gezamenlijk een vuist te maken tegen onrecht.

De stille genocide
Het Nederlandse volk heeft geen idee wat er zich momenteel afspeelt in West-Papoea, evenmin als op de Molukken. Het Indonesische leger voert er nog steeds een schrikbewind sinds de bezetting in 1963, waarbij gesproken kan worden van een genocide, een volkerenmoord: sinds de Indonesische bezetting zijn circa 500.000 Papoea's vermoord. Mensenrechten worden op grote schaal geschonden: Papoea's en Molukkers worden gemarteld, verkracht en gevangen gezet. Zo staan er zware gevangenisstraffen van 15 tot 25 jaar (of erger) op het hijsen van de Morgenster-vlag, net zoals dit het geval is op de Molukken voor het hijsen van de RMS-vlag. Op papier is er vrijheid van meningsuiting, maar in de praktijk komt daar weinig van terecht.

Onbekendheid van de situatie
Buitenlandse journalisten zijn niet welkom in West-Papoea en worden geweerd, ondanks het onlangs door Indonesië opgeworpen rookgordijn door de ban op journalisten 'op te heffen'. De praktijk bewijst het tegendeel.

'Mensenrechtenorganisaties, juristen, buitenlandse politici en zelfs toeristen worden zoveel mogelijk belemmerd bij het willen bereiken van de Papoea’s. Lukt het wel, dan sta je onder streng toezicht van Indonesische autoriteiten. De Papoea’s die zelf beelden via het internet of op andere wijze naar buiten proberen te brengen, verongelukken op mysterieuze wijze of worden gevangengenomen en gemarteld. Het resultaat is dat de wereld maar weinig meekrijgt over de verschrikkingen die daar iedere dag plaatsvinden', aldus Free West Papua Campaign Nederland.

Free West Papua Campaign
papua.jpg
De Free West Papua Campaign is in 2004 gelanceerd in Oxford, UK en is opgericht door Papoea-leider Benny Wenda. FWPC is van een lokale vrijwilligersorganisatie uitgegroeid tot een internationale campagne met permanente kantoren  in Oxford (UK), Den Haag (NL), Port Moresby (PNG) en Perth (AUS). Net als Benny Wenda voert FWPC vreedzaam actie om awareness te creëren voor de situatie in West Papoea.

Werkbezoek Jokowi aan Nederland april 2016
De aanloop naar het werkbezoek van de Indonesische president werd vorige maand ingeluid door minister van Buitenlandse Zaken Koenders die in Indonesië onder andere in het in 1947 door Nederlandse soldaten nagenoeg ontvolkte dorpje Rawagedeh, waar hij op niet geheel overtuigende wijze 'sorry' zei voor deze meedogenloze actie.

Amper een week voor het werkbezoek werd deze Nederlandse knieval beantwoord met een Indonesische aai over de bol: in een interview met NRC zei Jokowi geen behoefte te hebben aan verder onderzoek naar de excessen van Nederlandse militairen tijdens de koloniale oorlog en uitte hij de wens om toch vooral vooruit te kijken. Het is dezelfde wens die we ook in augustus 2015 luid en duidelijk uit de mond van premier Abe van Japan hebben gehoord rond de herdenking, 70 jaar na de capitulatie van Japan. Alles voor het handelsbelang tenslotte, dus niet zeuren over bersiap, oorlogsmisdaden of mensenrechten, maar vooruit kijken. Alsof dergelijke trauma's niet generaties lang kunnen doorwerken.

Gelukkig komen er steeds meer tegengeluiden omtrent het omstreden bezoek van Jokowi aan Europa. De organisatie Human Rights Watch adviseert:
'EU Should Greet Indonesian President with Rights Message' (klik op de link voor de hele reactie).

Acties

FWPC%2Baffiche.jpg
De Free West Papua Campaign kondigt op 15 april 2016 op basis van artikel 53 van het Wetboek van Strafvordering een burgerarrest aan: “Het aanhouden van een verdachte van een strafbaar feit door een gewone burger”. Iedere burger in Nederland heeft het recht om de Indonesische president tijdens zijn werkbezoek aan te houden wegens de voortdurende mensenrechtenschendingen op West-Papoea.

De week van de Papoea: 1 t/m 5 mei 2016. "Op 5 mei vieren wij dat wij vrij zijn van oorlog en onderdrukking. Helaas kunnen we dat niet met z’n allen vieren. In Nederlands ex-kolonie Nieuw-Guinea, dat nu West-Papoea heet, leven mensen nog steeds niet in vrijheid."

Om aandacht te vragen voor deze kwestie wordt de 'Week van de Papoea' georganiseerd. Er zijn allerlei activiteiten in die week, o.a. een herdenkingsceremonie in Amsterdam op 4 mei en op 5 mei een bevrijdingsevent in Den Haag.

MEER INFO & PROGRAMMA:

http://www.weekvandepapoea.nl

Tenslotte
Wij maken van de gelegenheid gebruik om ook vooruit te kijken, JUIST door achterom te kijken, maar vooral door bewust te kijken naar de grimmige realiteit het heden. De Nederlandse politiek mag dan een oogje dichtknijpen in het kader van de almachtige €uro, wij als burgers sluiten de ogen niet voor de mensenrechtenschendingen in West-Papoea en op de Molukken. 'Vooruit kijken', ja graag; naar een vrij West-Papoea, een vrij Maluku, naar een einde aan de voortdurende schending van mensenrechten in Indonesië. De Kritische Katjang is solidair met zowel Papoea's als Molukkers, evenals met alle andere slachtoffers van kolonialisme, van welke etnische achtergrond dan ook. En we hebben lak aan het Indisch zwijgen!

'I will never be silent, I will never give up, until my people are free!' Benny Wenda.

FREE WEST PAPUA & FREE MALUKU!

© De Kitische Katjang
ICM  7.1.17
Lees verder…

Heeft U zich als lid./abonnee /lezer ooit afgevraagd : Waarom ICM stands op de Pasar Malams het hele jaar door zijn?

10897415697?profile=original

Uiteraard in eerste instantie om een dergelijk uniek evenement waar het hele palet van de Indische Cultuurerfgoed onder aandacht te brengen van het Nederlands – en Indisch publiek. Voor ICM als enige de Indische Internetkrant er te zijn op deze pasar Malams voor de bezoekers die nog nooit in aanraking zijn geweest en niet onbelangrijk voor U die lid/abonnee zijn van de Indische Internetkrant.

ICM als Indisch organisatie, is 1 van de weinige Indisch organisaties die akte de presente geeft middels de Pasar Malams over het hele land op deze wijze  bij de Indische Gemeenschap  nadrukkelijk te zijn . Ruim 1 miljoen bezoekers komen op de pasars het hele jaar door.

ICM heeft de functie voor de Indische Gemeenschap van een soort info/vraagdesk voor vragen waar de mensen vaak niet worden gehoord  o.a. PUR, WUV, WUBO, Backpay,  en Indische pensioenen die door daartoe opgestelde betaalde organisaties het hele jaar onzichtbaar en onbereikbaar  zijn. 

Voor de redactie welkome aangelegenheid als er weer nieuwe zaken  opduiken. Op misstanden springt ICM in net als haar Nederlandse collega’s. Alleen gaat net iets verder net als de KNIL betalingen en Traktaat van Wassenaar. Beiden initiatieven kwamen uit de stal van ICM, en met resultaat recent KNIL betalingen. 

Nu speelt de zaak rond ACTW-66 (traktaat van Wassenaar). 

Goed nieuws er is een investeerder gevonden, die bereid is om de proceskosten" traktaat van Wassenaar " financieel te ondersteunen.   Desondanks de 15. 000 toezeggingen voor de financiële ondersteuning voor het proces, zijn slechts 321 hun toezegging nagekomen.  Hierdoor was niet mogelijk om de verdere stappen te ondernemen en heeft ACTW-66 claim een forse vertraging opgelopen.  Door deze ontstane situatie is het ACTW-66 (actie comité traktaat van Wassenaar) delegatie naarstig op zoek gegaan naar partijen die bereid zijn om te investeren, en .......... die is nu gevonden. 

Niet duidelijk is nu voor welke aanpak wordt gekozen door de investeerder.  Het boek “ rapport uitbetaalt traktaat van Wassenaar” schrijft voor:

  1. Eerst 15.000 handtekeningen aanbieden met het rapport aan Stef Blok van Min. Buitenlandse Zaken
  2. Dan het stellen van de termijn.

Wordt het rapport niet gevolgd dan wordt aan Stef Blok dagvaardin gestuurd NAMENS de mensen die zich hebben ingeschreven als deelnemer ACTW-66 claimorganisatie. Met hun inschrijving het mandaat hebben gegeven, zodat namens U ook het proces wordt gevoerd.

Voor diegenen die petitie hebben ondertekend, maar zich niet hebben ingeschreven als deelnemer ACTW-66 nu de mogelijkheid om zich in te schrijven op www.icm-online.nl of direct op http://icmonline.ning.com/main/authorization/signUp
Of u kunt verzoeken voor toezending het inschrijfformulier aan ICM / F.Schwab - Wouterskampen 68 - 3849 BC Hierden

Het boek "Rapport traktaat van Wassenaar "  Druk I is nu te verkrijgen, prijs 50 euro. Te bestellen info@icm-online.nl

Terug ICM stands met haar lopende projecten.

Wat vindt U en welke zaken zijn actueel die nu spelen?

** Om te beginnen er is een grote stap gemaakt met ACTW-66 (traktaat van Wassenaar). Bij ICM stand kunnen wij u meer vertellen dan hier op de krant zelf.

** Primeur is het boek de Blauwe Zomer van Leo Blokhuis een Indo boek door een Blanda geschreven.

** U kunt Tickets kopen voor Life registratie van IndoRock Party op 14 december aanstaande. 

**  Productie / ontwikkeling  Dvd Life registratie

** Niet onbelangrijk het boek “Rapport uitbetalen Traktaat van Wassenaar” Druk I is te verkrijgen, prijs 50 euro

**  DVD  s die op Facebook werden vertoond   en Facebook Videoparty,   die massaal werden bekeken  van 29,95 voor 14,95 

**  Boek "Uitbetalen Traktaat van Wassenaar"  DRUK I

Tot slot U heeft zich aangemeld en bent al een geruime tijd op ICM en Facebook, breng een keer een bezoekje aan onze stand. Facebook is oppervlakkig en veelal anoniem voor ons, zorg daarom dat U uit uw anonimiteit komt,

10897413077?profile=original

10897414858?profile=original

10897415252?profile=original

Lees verder…

Zoektocht van een Buitenkampertje Door: Ton Begemann

10897268692?profile=originalZoektocht van een Buitenkampertje           Door:  Ton Begemann

Bron: NICC-Magazine edtie december 19.12.2016

Inleiding

Nadat mijn vader in Delft afgestudeerd was als civiel ingenieur, trouwden mijn ouders in oktober 1939 en vertrokken direct daarna  naar Bandoeng in Nederlands-Indië. Hij keerde terug naar zijn roots want zijn vader, mijn opa dus,  was ook een civiel ingenieur, die na zijn afstuderen in 1909 naar Indië ging waar hij Hoofd van de Provinciale Water-staat van Midden Java werd. In 1913 werd mijn vader als derde kind in Bodjonegoro geboren. In december 1941 werd ik (Ton) als eerste kind in  Bandoeng geboren, in het Leger des Heils Hospitaal.

Mijn vader moet omstreeks die tijd gemobiliseerd zijn, want hij is als 2e luitenant van het KNIL door de Japanners na hun inval in Java omstreeks de 8e maart 1942 gevangen genomen.

Mijn moeder had kennelijk bedacht, dat het beter zou zijn om niet in een Jappenkamp terecht te komen. De niet – Indonesiërs moesten een registratiebewijs (Pendaftaran) kopen waarop onder andere iemands “bangsa” (afkomst) stond.

Voor de Nederlanders was dit “Blanda-totok“ of Blanda- Indo”.

De Blanda-totoks verdwenen al snel in de kampen terwijl de Indo’s in 8 verschillende groepen werden ingedeeld (zie literatuur: Bandoeng 1942-1945 van F.J. Suyderhoud).

Hoewel mijn beide ouders gewoon Nederlanders waren heeft mijn moeder mij verteld, dat

zij toen tegen de Japanners zei, dat zij met een Indonesier was getrouwd die in Bodjonegoro was geboren, met als bewijs zijn geboortecertificaat.

Omdat hij ergens buiten Bandoeng krijgsgevangen zat was hij daarbij uiteraard niet aanwezig zodat de Jappen niet konden zien, dat hij gewoon een blanke Nederlander was. Mijn moeder probeerde er kennelijk ook Indisch uit te zien want ze gebruikte zwarte schoen-smeer om haar haar zwart te maken, zodat ze niet direct opviel.

De Jappen accepteerden dat verhaal en op haar Pendaftaran die ik in de erfstukken van mijn moeder heb gevonden staat bij de Bangsa: Blanda-Indo.

Zij hoefde dus niet een kamp in en haar huis werd door de Kempeitai (een soort Japanse Gestapo) geconfisceerd , en mijn moeder en ik moesten in de garage wonen .

Achteraf denk ik dat dit wellicht een zekere bescherming heeft geboden, want als je jarenlang een baby’tje in je achtertuin ziet kruipen, leren lopen, spelen etc. dan wil je moeder en kind toch geen kwaad doen. Mijn moeder maakte tijdens de bezetting pindakaas, die ze langs de straat verkocht zodat wij eten konden kopen. Tijdens de oorlog konden mijn ouders eens in de 6 maanden via het Rode Kruis elkaar een voorgedrukt kaartje sturen met een zinnetje erop en wat door hun handtekening erop in ieder geval een teken van leven was. (zie voorbeeld in afbeelding 1)

Zodoende wist mijn moeder ook dat mijn vader vanaf 1943 in Thailand zat. Hoe erg het werken aan de Birma spoorweg daar was kon zij toen niet weten

De Japanse capitulatie

Als Japan op 15 augustus 1945 capituleert roept Soekarno op 17 augustus de Republiek Indonesia uit . Nederland was toen echter niet in staat om het gezag te herstellen, omdat er nog geen troepen beschikbaar waren. In feite werd gezagshandhaving aan de Jappen overgelaten totdat     de Engelsen troepen stuurden (Gurkha’s uit India/Nepal). De Nederlanders in de kampen werden zo beschermd door hun Japanse bewakers. De periode die toen aanbrak kennen we als de Bersiap, waarin ad-hoc gevormde strijdtroepen van Indonesische opstandelingen hun moordpartijen begonnen om alle Blanda’s (Blanken = Nederlanders) uit te roeien.

Mijn moeder heeft mij verteld dat het een spannende en onzekere tijd was. Wat zou er gaan gebeuren met ons en daar zat ze met een paar vrienden op zekere dag in de tuin over te praten.

Op gegeven moment zegt één van die vrienden, dat hij even naar het Rode Kruis wil gaan om te kijken of er nog post is. “Zal ik Ton meenemen” vraagt hij aan mijn moeder. Mijn moeder zegt “OK“ en ziet mij met hem de tuin uitlopen. Op dat moment krijgt mijn moeder, volgens haar zeggen,  een boodschap van ‘boven’, niet doen!!! Zij holt achter ons aan en haalt mij terug.

Haar vriend is 2 dagen later terug gevonden in de rivier - in stukken gesneden. Dan heb je de oorlog overleefd, maar de vrede niet.

De evacuatie

In December 1945 worden mijn moeder en ik geëvacueerd. In    de erfenispapieren van mijn moeder heb ik de brief d.d. 12 December ‘45 van het R.A.P.W.I. Evacuatiekantoor gevonden, met het bevel dat wij op 14 December a.s. per vliegtuig van Bandoeng naar Batavia gevlogen worden om vandaar “denzelfden” dag per schip naar Bangkok door te reizen. (zie afbeelding 2, R.A.P.W.I. Evacuatie brief)

In Bangkok worden wij in een opvangkamp gezet waar ook de nog levende Nederlandse krijgs-gevangenen, die aan de Birma spoorweg    werkten,    naar    toe

10897347469?profile=original

gebracht werden. Daar was ook mijn vader bij en zo werd ons gezin weer herenigd. Hiervan kan ik mij niets herinneren, ik was toen net 4 jaar. Het enige dat ik nog weet en voor me zie, is dat ik door het kamp loop langs bamboe huisjes. Op 19 juni 1946 schepen we in op de Tabinta van de KNSM die ons naar Nederland brengt, waar we op 22 juli in Amsterdam aankomen. Deze informatie heb ik op internet gevonden, omdat iemand bezig is om de passagiers-lijsten van alle schepen, die na de Japanse capitulatie mensen van Indië naar Nederland hebben geëvacueerd, op een speciale website te zetten .

In Nederland gaan we bij de moeder van mijn moeder in Rijswijk wonen, omdat mijn vader op een soort ziekteverlof is om te herstellen van de Birma Spoorweg ellende. Daar wordt dan mijn eerste zus in november 1947 geboren. Kort daarop gaan we weer terug naar Bandung, waar we in de Jalan Progo gaan wonen met prachtig uitzicht op Gedung Saté, het paleisachtige kantoor van het voormalige Departement van Verkeer en Waterstaat, met daar achter de vulkaan Tangkuban Perahu. Mijn vader richt er        het Laboratorium voor Grond-mechanica op aan de Universiteit van Bandung  en ontwikkelt daar allerlei technieken om de Indonesische infrastructuur en bouwwerken aan te passen aan lokaal beschikbare middelen/ omstandigheden. Wij hebben een fijn leven. Er komen nog 2 kindjes bij en in weekenden en vakanties gaan we vaak de bergen rondom Bandung in, met als favoriet enkele theeplantages, onder andere Malabar, omdat daar vrienden van mijn ouders planter zijn. Onze baboe heette Loes en was vroeger de baboe van mijn opa toen die in Indië woonde.

Als het in 1954 duidelijk wordt dat mijn ouders Indonesier moeten worden om te mogen blijven,

Afbeelding 1

 

kiezen zij ervoor om naar Nederland terug te gaan. Met de Willem Ruys vertrekken wij vanuit Tandjung Priok, baboe Loes op de kade huilend achter gelaten.

Het leven in Nederland

Mijn ouders slagen er uiteindelijk in weer een goed leven op te bouwen, maar Indonesië gaat nooit uit hun gedachten, dat prachtige land en die vriendelijke bevolking. Ik word verder opgevoed met de voortdurende boodschap dat ik na mijn studie vooral naar het buitenland moet. Ook is duidelijk dat ze moeite hebben met het feit dat ze weinig erkenning en dankbaarheid ervaren, laat staan enige beloning voor wat ze gedaan hebben in Indië/Indonesië voor de weder-opbouw, ontwikkeling, en de  verdediging van dat land.

 

Afbeelding 3                  Maebashi Maru 2  (18-9-2012)             A=Aankomst, V=Vertrek; kr=krijgsgevangenen

LAND

STAD

1e KAMP

A/V

D-M-Y

kr

DODEN

Java

Soerabaja

 

V

1-2-1943

1900

 

Java

T. Priok

 

A

3-2-1943

1900

 

Java

T. Priok

 

V

5-2-1943

1700

 

Malakka

Singapore

 

A

9-2-1943

1700

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Changi-kamp

A

9-2-1943

1700

 

De Maebashi Maru 2 (7.005 ton, 1921, soms aangeduid als Mayebashi Maru) vertrok op 1-2-1943 met onge­veer 1900 krijgsgevangenen (3 Engelsen, verder allemaal Neder­lan­ders) uit Soerabaja (HBS-kamp) naar Singapore, de zoge­naamde Java Party 12., het 12e krijgsgevan­genen­transport dat van Java vertrok.

De route liep vlak langs de noordkust van Java.  Het was een smerig schip, afgewerkte kolen lagen aan dek; alles, ook de bemanning, zag er zwart en vettig uit. De krijgs­gevangenen werden in het voorste ruim gepropt, officieren en manschappen door elkaar. Er waren geen patrijspoorten, de ventilatie werkte niet, er hing een verpeste lucht. Lig­gend slapen was onmogelijk, iedereen zat met opgetrokken knieën.

Het eten bestond uit wat rijst en vissoep. Door een vis­vergiftiging werden velen beroerd en moesten over­geven. Daarnaast trad nog een permanganaat-vergiftiging op doordat de verdunde permanganaat (gebruikt om eetgerei af te spoelen) per ongeluk als thee werd geschonken; maag- en buikklachten waren het gevolg.

Op 3-2-1943 kwam het schip aan op de rede van Tandjong Priok (de haven was geblokkeerd door gezonken schepen); hier werd in verband met de vele zieken aan boord een medische keuring gehouden; hierbij werden ongeveer 200 man afgekeurd en aan wal gebracht. Op 5-2-1943 ging het schip verder richting Singapore.

Op 9-2-1943 kwam het schip in Singapore aan. De mannen werden in open vrachtauto's in de stromende regen getrans­porteerd naar de kazernes van Changi, afdeling Southern Area Changi Hills, NAAFI-blok. Er waren bij aankomst ongeveer 300 krijgsgevangenen met dysenterie (zij moesten naar een ziekenhuis).

Een groep van 1000 van deze krijgsgevangenen ging op 2-4-1943 op de Hawaii Maru 1 naar Japan. De overigen gingen met treintransporten naar Ban Pong, het beginpunt van de Birmaspoorweg in Thailand, op 13-4-1943, 15-4-43, 16-4-1943, 25-4-1943 en 6-5-1943.

The Maebashi Maru 2 (7,005 tons, 1921), sometimes called Mayebashi Maru) sailed on 1-2-1943 with about 1900 POW’s (3 British, rest Dutch) from Soerabaja (HBS-camp) to Singapore, the socalled Java Party 12, the 12th POW-transport from Java.

The ship navigated close along the north coast of Java. It was a dirty ship, coal remainders were on deck, everybody, also the crew, looked black and fatty. The POW’s were squeezed in the foremost hold, officers and lower ranks together. There were no port-holes, there was no ven­tilation, the air was badly contaminated. Sleeping in lying position was impossible, everybody was sitting with pulled up knees.

The meals consisted of some rice and fish soup. Many POW’s felt rotten and must vomit because of fish poiso­ning. Moreover a permanganate poisoning occurred when a diluted permanganate solution (used to clean eating things) was given accidentally as tea: stomach and abdomen com­plaints occurred.

On 3-2-1943 the ship arrived at  the Roads of Tandjong Priok (the harbour entry was blocked by sunk ships); here a medical control took place because of the many sick men: about 200 men were rejected and disembarked. On 5-2-1943 the ship sailed for Singapore.

On 9-2-1943 the ship arrived at Singapore. The men were transferred in open trucks during heavy rains to the bar­racks of Changi, section Southern Area Changi Hills, NAAFI-block. About 300 POW’s had dysentery (to  the hospital).

A group of 1000 POW’s were transported to Japan on 2-4-1943 with the Hawaii Maru 1. The remaining POW’s went by train to Ban Pong, the endpoint of the Birma-railway in Thailand, on 13-4-1943, 15-4-1943, 16-4-1943, 25-4-1943 and  6-5-1943.

NAMENLIJST  JAVA  PARTY  12  ( ctrl + click ) 

 

10897347283?profile=originalAfbeelding 2 (vorige pagina)

 

Dat Japanse producten in huis taboe waren en er geen spoorbielzen in de tuin lagen sprak voor zich. De oorlog, de Birma spoorweg en het buitenkampse leven in Bandoeng waren onder-werpen waar bij voorkeur niet over gesproken werd thuis. Het enige dat mijn vader mij vertelde over de Birma Spoorweg was dat hij daar een hekel aan de Engelsen heeft gekregen met als illustratie het volgende verhaal.

In de barak waar ze sliepen lag hij naast een Engelsman die op gegeven moment ernstig ziek werd. Hij moest hoognodig wat extra en goed voedsel hebben want het dagelijks rantsoen was beperkt en 2 keer per week kreeg je er een ei bij. Mijn vader gaf zijn eieren en nog wat extra voedsel aan hem en hij knapte uiteindelijk op. Toen mijn vader enige tijd later een ernstige oogziekte (kampogen) kreeg, waarvoor hij onder andere extra eieren  nodig had, kreeg hij niets van hem!

Er zal ongetwijfeld meer gespeeld hebben tussen de Engelse en Nederlandse gevangenen, want door zo’n voorval krijg je toch niet een hekel aan alle Engelsen.

Als ik in 1966 in Delft afstudeer, trouw ik en emigreer naar Amerika om bij Boeing in Seattle te werken. Na een paar jaar terug naar Nederland om in Groningen te promoveren en toen naar de Nederlandse Ambassade in Washington D.C. en uiteindelijk naar Philips in Eindhoven waar ik in 2001 met pensioen ga.

Met name in mijn Philips-tijd ben ik over de hele wereld gereisd en zodoende diverse malen in Thailand geweest. Met mijn vader die in 1991 gestorven is heb ik niet meer kunnen praten over de oorlog en het kamp. Ik had mij voorgenomen om dat uitgebreid met mijn moeder te gaan doen na zijn overlijden en zou deze gesprekken op video opnemen. Helaas krijgt mijn moeder op gegeven moment een hersen-infarct, raakt verlamd en kan onder andere niet meer praten, dus de videogesprekken kon ik vergeten. Ik blijf dus met veel onbeantwoorde vragen zitten.

Ik moet dus zelf op zoek waarvoor ik de familiearchieven en het internet gebruik waar je steeds meer informatie op kan vinden. Ook bezoek ik diverse malen de Burma spoorweg en uiteraard ga ik enkele malen terug naar Indonesië, in het bijzonder naar Bandung.

Wat levert de zoektocht op

In de jaren '90 ga ik voor het eerst naar Kanchanaburi in Thailand bij de Bridge on the River Kwai, de meest bekende plaats van de Birma spoorweg. Daar is ook de erebegraafplaats, waar ook veel Nederlandse militairen zijn begraven. Daar was toen al      het Thai-Burma Railway Centre Museum. Daar wordt je op indringende wijze geconfronteerd met de verschrikkingen van de aanleg van de spoorweg. Niet alleen de beelden zijn confron-terend maar ook de statistieken. Daar waren ook sterftecijfers/ percentages van de verschillende nationaliteiten waarbij opviel dat van de blanke gevangenen, Engelsen, Australiërs, Amerikanen en Nederlanders, de Nederlanders verreweg het hoogste overlevings-percentage hadden.

De verklaring die ik toen bedacht was dat zij voor een groot deel in Indië waren geboren en/of daar lang gewoond hadden en zodoende aan de tropen gewend waren.

Er was ook een statistiek waarin gekeken was naar de over-levingspercentages van drie categorieën krijgsgevangenen: vrijgezellen, getrouwd /geen kind en getrouwd en 1 of meer kinderen. En wat bleek daaruit: het sterftepercentage bij de vrijgezellen was het hoogst, dan getrouwd maar geen kind en het laagste percentage was de getrouwde militair met kind(eren)  Deze cijfers kregen voor mij extra emotionele waarde toen ik de postkaarten vond, die mijn vader en moeder elkaar via het Rode Kruis konden sturen. Het beetje tekst dat ze hierop konden/ mochten schrijven laat zien dat mijn vader iedere keer vraagt hoe het met Ton gaat en mijn moeder op haar kaart vertelt dat Ton mooi is, veel over zijn vader praat etc. (zie afbeelding 1)

Eind jaren '90 ga ik weer naar het Birma spoorweg museum en hoor daar dat ze inmiddels heel druk bezig zijn om alle archieven te digitaliseren. Ik krijg een visite-kaartje van een Australiër die daar mee bezig is en teruggekomen in Nederland stuur ik hem een e-mail met de naam en rang van mijn vader en de vraag of hij info heeft waar mijn vader aan de Birma spoorweg gewerkt heeft.

Binnen een paar dagen krijg ik een e-mail terug met een aantal bijlagen waarin niet alleen het kamp staat waar mijn vader aan de Birma spoorweg verbleef, maar ook wanneer en hoe hij daar naar toe gebracht was. Wat mij nooit verteld was, is dat hij na zijn gevangenneming eerst nog een tijd in een POW camp op Midden Java heeft gezeten en op 1 februari 1943 met 1900 POW's als Java Party 12 van Surabaya naar Singapore is overgebracht met een schip genaamd Maebashi Maru 2, dat na een noodzakelijke tussenstop in Batavia om 200 zieken van boord te halen op 9 februari 1943 in Singapore aankwam. Vandaar is hij op 16 april per trein naar de Birma spoorweg gebracht (Camp 4).

Deze tocht staat in afbeelding      3 (met link naar de namenlijst) beschreven. Het is huivering-wekkend hoe deze gevangenen de hele reis van 9 dagen onder in het ruim moesten zitten met opgetrokken knieën,  met slecht en giftig voedsel, mede waardoor 500 POW's dysenterie kregen en naar hospitalen in Batavia en Singapore afgevoerd moesten worden.

Als ik na deze kennis weer terug ga naar Thailand en daar met mijn vrouw een deel van de Birma spoorweg met een toeristische trein traceer, rijdend door een prachtig landschap en langs een mooie rivier, dan is het toch     een dualistisch gevoel; weten dat het niet voor niets de Doden Spoorweg heet, maar dankbaar dat mijn vader het overleefd heeft.                                      Als ik daarna in Hiroshima ben  koop ik daar een gouden herdenkingsmunt en dank de Amerikanen bij het monument, dat zij de atoombom hebben gegooid, waardoor een eind aan onze levensbedreigende ellende kwam. Dit deed ik uit volle overtuiging , omdat inmiddels ook bekend was geworden uit geheime Japanse regeringsdocumenten, dat als de geallieerden een invasie in Japan waren gestart in plaats van de atoombom te gooien, de Jappen de opdracht hadden om alle geallieerde geïnterneerden ter dood te te brengen.

Mijn vrouw en ik hebben inmiddels heel Indonesië uitvoerig bereisd en als ik daar dan ben dan voel ik me thuis, zeker als ik vertel dat ik in Bandung ben geboren en daar lang gewoond heb. Het is ontroerend hoe positief en hoe medelevend men daarop reageert. Het is alsof je weer thuis komt.

Afbeeldingen:

1. Voorbeeld van de POW postkaarten die mijn ouders via het Rode Kruis aan elkaar konden sturen.

2.  RAPWI brief over evacuatie vanuit Bandoeng.

3.  Beschrijving transport Java Party 12 met de Maebashi Maru 2.

Literatuur

F.J. Suyderhoud - Bandoeng 1942-1945  

Brouwer von Gonzenbach, P.G. (Japanse registratiekaart, verslag)

Dulm, J. van e.a. - Atlas Japanse Kampen, dl. I, p. 171 (2500 man)

Lijbaart, P.F. - Dagboek-

Nelson, David – The Story of Changi Singapore, 1974, pg 78, 210 (1705 krijgsgevangenen)

Oosterhuis, Jacob - Dagboek, eigen beheer, pg 87-89 (2000 man, Hawaii Maru)

Stellingwerff, J. - Fat man in Nagasaki, 1980, pg 7 (Hawaii Maru)

Verstraaten, Ton - Ooggetuige, 2008, pg 118-120 (1000 man, Hawaii Maru)

Witsen, E. van – Krijgsgevangenen in de Pacific-oorlog, 1971, pg 177

 

Websites

www.onzeplek.nl (Ronald Scholte, reisbeschrijving, klik op Fukuoka 14)

 

Namenlijst

Namenlijst Java Party 12 – Archief Nederlandse Rode Kruis (1700 kr)

 

 

 

___________________________

Lees verder…

10897352255?profile=originalColumn    Schuldgevoel ten opzichte van mijn dorpsgenoten  Door:  Bari Muchtar

Bron: NICC-Magazine edtie december 19.12.2016

De dorpen op Midden-Java die door Stichting Tileng geholpen worden, doen me denken aan de dorpen waar mijn ouders geboren zijn in Zuid-Sumatra. Dat zijn Bayau en Landur die eerst onder het regentschap Lahat vielen, maar nu onder Empat Lawang.  De twee dorpen behoren na       de herindeling van de regent-schappen nog steeds tot de provincie Zuid-Sumatra.

Bayau is het dorp waar mijn moeder vandaan komt en Landur is het dorp van mijn vader. Hoewel ik nooit in Bayau heb gewoond toch blijf ik half-Bayauer. Bij ons geldt de traditie dat je   een persoon blijft van waar je oorspronkelijk vandaan komt. Als antwoord op de vraag “waar    kom je vandaan’’ zeg ik in het Indonesisch: Saya orang Landur. Ik ben een persoon uit Landur, mijn vaders dorp waar ik als kind wel heb gewoond. Al met al ben ik “anak desa”, een dorpskind.

De bewoners van de twee dorpen beschouwen me nog steeds als “orang kampung kita”, een mens uit  ons  dorp. Het  zit  dieper  dan

wat je in het Nederlands zegt: “Hij heeft in ons dorp gewoond ” of  “hij is in ons dorp geboren”. De laatste zin is voor mij helemaal niet van toepassing. Want ik ben geboren in een ander dorp, waar mijn vader als godsdienstleraar heeft gewerkt. Dit dorp is Ngulak in de regentschap (kabupaten) Banyuasin, een klein stadje dichtbij Palembang, de hoofdstad van de provincie Sumatra Selatan (of Zuid-Sumatra). Toch behoor ik niet tot dit dorp.

De bewoners van de twee dorpen hebben geld ingezameld toen      ik naar het buitenland wilde vertrekken. Dit terwijl ze het niet zo breed hadden, wat nu nog het geval is. Ze zijn trots op me en sommige beschouwen me als voorbeeld van “een succesvol dorpsgenoot of streekgenoot”. Na bijna 40 jaar zeggen ze nog steeds: Dia orang kampung kita (hij is iemand van ons dorp).

Omdat ik bij hen hoor en zij bij mij, voel ik me verplicht om hen te helpen. Mijn broers en zus, mijn neven en nichten hebben veel guldens en euro’s ontvangen.    Nu stuur ik nog veel geld aan  mijn nicht die hopelijk dit jaar afstudeert. Dan hoef ik hopelijk niemand meer van de familie financieel te steunen. Ik kan dan genieten van mijn geld.

Niets is minder waar. Ik houd  mijn neef, de directeur van een madrassa (Islamitische school) in mijn dorp Landur, nog steeds aan het lijntje. Ik heb de voor hen grote hulp van ongeveer 3.000 euro’s nog niet kunnen sturen. Soms denk ik dat ik het niet aan kan. Dan voel me schuldig. Ik wou dat ik zo’n stichting zoals Tileng had, droom ik vaak.

Anders dan bij zovele andere stichtingen, komt de hulp van Stichting Tileng bijna honderd procent terecht bij de hulp-behoevenden. Met de onvermoei-bare Ton Lange breidt de stichting haar activiteiten uit en stroomt   er regelmatig geld naar de dorpen op Java.

 

Daarmee worden er schoollokalen bijgebouwd en worden docenten betaald. Ook worden er studie-beurzen gegeven.

In Indonesië heeft de stichting  een enthousiaste manager in de persoon van Santos. Aan de hand van de te vertalen email teksten zonder puntjes, hoofdletters en alinea’s heb ik de indruk – het is niet beledigend bedoeld – dat hij niet veel onderwijs heeft genoten. Maar hij is wel iemand met lef, creativiteit en mentaliteit van hard werken. Dat weet ik aan de hand van de verhalen die ik over hem heb gehoord. Was er maar iemand uit mijn dorpen zoals hij, denk ik wel eens.

Daarom ben ik blij dat ik een kleine bijdrage kan leveren als vrijwillige vertaler bij de stichting. Hopelijk vermindert dit een beetje mijn ‘schuldgevoel’ ten opzichte van mijn dorpsgenoten.

Stichting Tileng Weekendverhalen

ICM 9.1.17

Lees verder…

Reces is voor de Kamer voorbij, komt de niet opgeloste Indische vluchtelingen probleem na 70 jaren nu aan de orde?

10897315485?profile=originalReces is voor de Kamer voorbij, komt de niet 10897316665?profile=originalopgeloste Indische vluchtelingen probleem na 70 jaren nu aan de orde?

Uiteraard is het voorzitterschap van Nederland nu aan de orde van de dag. Met dit voorzitterschap kan Mark Rutte met zijn delegatie zaken aan sturen omdat Syrië, Irak, en Turkije aan de grens van Nederland staat. De gebeurtenis in Keulen hebben de zaken niet eenvoudiger op gemaakt.

Redenerend zijn al dit soorten ontwikkelingen toch de bemoeinissen van de Nederlandse regeringen op een rij dat stamt al sinds het voormalige Indie,  die onnodig de Nederlanders voor een  onnodig voldongen feit brengt, niet 18.000 kilometer gescheiden door vele oceanen, maar de Middellandse Zee waar velen hun vakantie in de zomer vieren.  

Een regering die zijn eigen normen en waarden plegen op te dringen aan die regeringen die het in hun ogen niet goed doen. Neem Irak, iedereen was tegen deze coupe tegen Sadat gepleegd dat begon door de CIA die vaak op hun blauwe ogen onvoorwaardelijk worden geloofd, en infiltreren . Blair en Bush hebben ruimtelijk toegegeven dat ze het goed fout zaten, en Blair trad zelf af. Hoe zat dit ook al weer met Nederland, daar was een team van 20 man van commissie Davids nodig om Nederland te overtuigen dat ze nooit hiermee hadden bemoeien, wat deed Jan Peter Balkenende met 100.000 mensen die voor niets zijn overleden, het als een mening afgedaan, schaamteloos CDA!  100.000 mensen zijn onschuldig de dood ingejaagd. Bush en Blair konden dit niet verwerken, en de diensten als CIA zijn de veroorzaker, maar dan nog hebben ze bloed aan hun handen, dus ook NL regering. Nooit is de rust in Irak teruggekeerd, maar verder als een olievlek verder gestaag uitgebreid.

 

Neem Syrië nu, Wat heeft de bemoeienis teweeggebracht?

Ruim 100.000 oorlogsslachtoffers, een land dat helemaal verwoest is. De massale bevolking die vlucht uit het land richten Nederland die denkt door een oorlog het op te lossen, als er nog sprake is van een land ….. Als een olievlek spreidt dit verder uit de bemoeienissen van Nederland onder het mom “Wij zijn in een handelsland”, dat bevestigd wordt door Spong gedachte goed, dat aan de oorlogen de wapen industrie willig tiert, niet waar?

Nederlandse regering heeft niets geleerd van uit verleden uit het voormalige Indie! Ruim 500.000 Indische Nederlanders  met een Nederlands paspoort moesten het voormalige Indie uitvluchten met gevaar voor eigen leven. Weer door de bemoeienissen van Nederland. NL regering die belust is op macht en geld onder de noemer” wij zijn een handelsland.” Alle normen en waarden op deze aardkloot hebben overtreden. NL regering deinst niet terug voor oorlogsmisdaden als het maar om handel gaat.

 

10897321256?profile=original10897238680?profile=originalHet Verdrag Traktaat van Wassenaar beschrijft de handel en wandel van die Nederlandse regering van toen. Om je te schamen als Nederlandse burger dit te moeten lezen uit het betreffende document! Hoe durf je nog geld aan de kers verse republiek te vragen terwijl je het de staatskas en het land hebt leeggeroofd, moet je toch heel ver zijn, bacchhhh schaamteloos, en dat nu voorzitter van de EU. Wat als de EU de Indische geschiedenis ter ore komt ?

 Vooraf de overdracht aan het nieuwe bestuur van Soekarno / Hatta had NL Regering de staatskas al leeggeplunderd werd uit de gegeneerde resultaten van die Binnenlandse Indische economie. Verwijs naar het rapport van Galen hoe het geld, goud, assets werden weggesluisd door de NL Staat, Banken, Verzekering en de multinationals ( allen houden angstvallig het nog uit te betalen Indisch Geld vast).

Alles weggesluisd en de goudvoorraden getransporteerd naar o.a. New York. Soekarno en Hatta hadden een lege staatskas. Moet U voorstellen dat dit nu gebeurt; Binnenlandse economie van Nederland heeft een omzet van ongeveer 1100 miljard, daarvan vloeit 289 miljard naar de Nederlandse Staatskas aan Belastingen. Van deze orde werd leeggeroofd destijds in het Voormalige Indie zo niet meer dan  289 miljard.

Tegelijkertijd zaten Soekarno/ Hatta  beiden met de opbouw van het land, economie, met een lege staatskas. Maar het grootste probleem was dat 500.000 Indische Nederlanders -  die door de Indonesische bevolking niet meer geduld werden gezien als koloniaal bewind van onderdrukking, vernedering en verkrachtingen van de vrouwen in die 300 jaren. Soekarno / Hatta ontfermde, en beschermde deze groep zo goed als zij het konden. De Nederlandse regering keek dit weg en negeerde het,  wilde deze 500.000 Indische Nederlanders met Nederlands paspoort niet meer terug in Nederland die hebben geleden onder Japanse bezetting en bersiap; Niet te vergeten als veroorzaker van de oorlog met Japan, die hoogst in eigen persoon door de Koningin Wilhelmina  namens NL –regering van uit London werd verklaard om achter Amerika te staat. Van de ene op de andere dag veranderde het leven in het Voormalige Indie in een hel. Mensen uit hun huizen naar de kampen, een lange oorlog dat begon in 1942  tot 1949, hierna bersiap !

Beide regeringen gingen het Verdrag van Wassenaar aan in 1966. Deze hield in dat de NL regering de nieuwe kerst verse republiek hielp bij de opbouw - economisch, terwijl de NL regering Staatskas leegroofde- en compensatie voor de vluchtelingen in Nederland voor het verlies van alle eigendommen, bezittingen, banktegoeden. (Vluchtelingen = Indische Nederlanders uit voormalige Indie). Soekarno betaald aan het Ministerie van Bert Koenders 689 miljoen oude guldens met waarde nu van 2,4 miljard.

10897270694?profile=originalVan de 500.000 vluchtelingen werden 341.000 toegelaten, 159.000 de vergeten groep die hun documenten kwijt waren door die oorlogen werden niet toegelaten, en stateloos. Hoe heeft NL regeringen op een rij hier de vluchtelingen problematiek aangepakt?

 

 

Waarom is het geld dat op de rekening van Bert Koenders staat nu 2,4 miljard nog steeds niet uitgekeerd aan de Indische Gemeenschap?

Waarom hebben die 341.000 alles terug moeten betalen voor de reis, verblijf en herinrichting?

Waarom heeft de NL regering die 159.000 Indische Nederlanders laten barsten? Waarom is na 70 jaren nog steeds niet opgelost dit vluchtelingen probleem?

Waarom hebben die 341.000 oorlogslachtoffers nimmen gecompenseerd uit WMO zoals wel de andere groeperingen (Joodse Gemeenschap, Roma, Sinti"), terwijl Nederland Marshalhulp van ruim 7 miljard toen ontving, en uit het Verdrag met Japan ruim 3 miljard?

 

Mark Rutte zal U eerst niet uw eigen gecreëerde vluchtelingen probleem uit voormalige Indie eerst oplossen na 70 jaren met dit voorzitterschap?

 

Document uitgebracht door Minister van Buitenlandse Zaken;  “Nederland, Indonesie en de financiële overeenkomst van 1966” “To forget the past in favour of a promise for the future”

Bestellen bestel@icm-online.nl   (PDF bestand, 70 pagina’s, kosten € 3)

10897264495?profile=original

ICM 9.1,17

Lees verder…

10897337860?profile=originalVOORBLADEN BOEK " Voorstel conceptrapport Uitbetalen Traktaat van Wassenaar " die net is uitgebracht

door uitgever Calbona.

Het boek  DRUK I is te koop bij ICM stands op de aanstaande Pasar Malam Eindhoven

De planning is dat het boek druk II  plus de 15.000 handtekeningen worden aangeboden aan Stef Blok, Mark Rutte en alle fractievoorzitters van de Tweede Kamer  of leden van de Tweede Kamercommissie VWS. Het boek (rapport)  is het uitgangspunt bij de besprekingen om tot oplossingen te komen die worden gevoerd door  NL-ACTW-66 Delegatie. 

 
Inschrijven  nu is al mogelijk via info@icm-online.nl tegen betaling van € 50, en wordt direct als deelnemer aangemerkt van de claim stichting. Ook kunt u  al als donateur opgeven voor € 25 via info@icm-online.nl.

Uw donatie/bijdrage kunt U storten op Rabo rekening NL41 RABO 03977255 07  ten name van ICM Online /  F.Schwab onder vermelding van donatie ACTW 66 - Traktaat van Wassenaar . Wij hebben uw donatie hard nodig voor de uitvoeringskosten van de regeling tot compensatie, welke de Nederlandse Staat bewust 51 jaar heeft nagelaten, teneinde ons werk  verder af te kunnen maken.  

------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------

.

Voorbladen boek .

_____________________________________________________________________________________________

10897234678?profile=original

Voorstel conceptrapport Uitbetalen Traktaat van Wassenaar.


Uit de gepleegde research zijn feiten, en bevindingen met oplossingsrichtingen samen gevat in het rapport Verricht in opdracht en begeleiding van Actie Comité Traktaat van Wassenaar (ACTW66). Alsmede namens de ondertekenaars van de petitie.

Door

Rob Andreas   (NINES)
Marshal Manengkei  (Susiantable)
Ferry Schwab sr. Emeritus International Management Consultant,
Bij eigen Advies /management bureau Fastware & Advisering, zie referentiekader.

Advocaten

Eerste druk


Bronnen
- Brochure Ministerie van Buitenlandse zaken, ‘ To forget of a promise for The future “
- Studie verricht / Kamervragen Halbe Zijlsta

10897234678?profile=original

I N H O U D


Samenvatting


Voorwoord


De Geschiedenis
1. Van Nederlands-Indië naar Indonesië 
2. De Indonesische Onafhankelijkheidsoorlog 
3. De Soevereiniteitsoverdracht
4. Repatriëring van de Indische-Nederlanders naar Nederland
5. Het ‘Verdrag Traktaat van Wassenaar 1966’
Huidige Ontwikkelingen


6. Niet nakoming door Nederland van de financiële uitvoering
7. Interventie door Kamerlid Halbe Zijlstra 
8. Verwijtbare bewuste nalatigheid van de Nederlandse regering

Ondernomen stappen
9. Oprichting van het Actiecomité TvW-66 
10. Verzending brief aan de Minister van Buitenlandse Zaken Bert Koenders 
11. Ontvangst antwoordbrief namens Bert Koenders 
12. Ontvangstbevestiging van de brief 


13. Juridische bijstand het Jakarta Advocaten Team (JAT)
14. Voorlegging aan het Indisch Platform (IP) 
15. Opstarten van de Petitie TvW-66 
16. Status Quo
16.1 President Joko Widodo geïnformeerd
16.2 Donatie gestart
16.3 Campagne gestart om >60.000 gedupeerden te bereiken.


Voorstellen tot Regelingen
18. Uitvoeringskosten
19. Diversen / overige 
20. Waardebepaling/Indexering van Hf. 689 miljoen naar Euro 2,4 miljard.
21. Inrichten van de organisaties
22. Verdeling
23. Reikwijdte
24. Uitbetaling/Verrekening
25. Overzicht regelingen rond backpay en oorlogsschade, regeling inhoud/doelgroep


Begrippen / Bronnen


Bijlagen
Zitting 1966 - 906 5 (R 583 ) Goedkeuring van de op 7 september 1966 te 's-Gravenhage ondertekende Overeenkomst tussen het Koninkrijk der Nederlanden en de Republiek Indonesië inzake de tussen beide landen bestaande financiële vraagstukken MEMORIE VAN TOELICHTING NR. 3.


Petitielijst met 15.000 handtekeningen.

Lees verder…

Terugblik de week op www.icm-online.nl Week 42 , De Indische Internetkrant + ICM Videokanaal (Videoparty)

Terugblik de week op www.icm-online.nl Week 42 , De Indische Internetkrant + ICM Videokanaal (Videoparty)

Jubileum Editie PM Eindhoven 25, 26 en 27 Oktober

Pasar Malam Eindhoven

25-10-2019 t/m 27-10-2019
10897412065?profile=original


De gezellige Pasar Malam Stellar vindt weer drie dagen plaats in het prachtige Beursgebouw in Eindhoven welke weer wordt omgetoverd tot een echte tropische avondmarkt.
Een zeer grote markt met meer dan 80 kramen met bijzondere artikelen uit heel Azië.
Heerlijke verrassende sambals, bijzondere vruchten, sponscake, spekkoek, saté, pisang goreng en natuurlijk volledige maaltijden zoals Ikan Bali en een complete Nasi Goreng op authentieke wijze bereidt zijn er om u trek in iets lekkers te stillen.
En zin in een heerlijke Tjendol, een echt Bintang biertje of een tropische cocktail? Ook daarvoor komt u naar de Pasar Malam van Stellar.…
Doorgaan

Door mij geplaatst op 17 Oktober 2019 om 14.42

Peggy Stein (Indische Kwestie) vroeg mij een verhaal over mijzelf te schrijven.

Peggy  Stein (Indische Kwestie) vroeg mij een verhaal over mijzelf te schrijven.

10897348887?profile=original

In principe houd ik er niet van om jezelf en je familie in het openbaar ludiek een podium te geven. Daarnaast mijn zonen eigenaren/directeur zijn van ondernemingen die ook nog personeel hebben, naast dat ik ze schade kan aanbrengen, dit even terzijde. Dus dan maar het verhaal van mijn ouders.

Bij hoge uitzondering bij deze!

Mijn verhaal sluit aan bij het Verdrag Traktaat van Wassenaar. Velen die zaten te twijfelen in het voormalig Indie na de overdracht van het Nederlands Indisch bestuur aan Soekarno en Hatta.  Mijn vader was geen twijfelaar, die had gekozen voor de opbouw van de republiek Indonesië.

Dit geheel tegen de zin van mijn moeder die zo Europees was als je maar kon bedenken,…

Doorgaan

Door mij geplaatst op 17 Oktober 2019 om 14.20 — 1 commentaar

BELANGRIJKE MEDEDELING VOOR FASE II TRAKTAAT VAN WASSENAAR. == ER IS EEN INVESTEERDER GEVONDEN

BELANGRIJKE MEDEDELING VOOR FASE II TRAKTAAT VAN WASSENAAR. == ER IS EEN INVESTEERDER GEVONDEN

10897316056?profile=original10897400266?profile=original

ACTW - 66 (Actie comite traktaat van Wassenaar)

Fase I, hierin is ruim 80.000 aan de noodzakelijke kosten uitgegeven, los van de vele werkzaamheden zoals het voeren van campagne voor bekendmaking rond het bestaan van dit Verdrag. Campagne voor de petitie, die door 15.000 is ondertekend. Onderzoeken door juristen/advocaten o.a. WOB verzoeken. Het opstellen van het rapport. Voorts het informeren van de president van Indonesie. Alle betrokkenen hebben onbezoldigd deze werkzaamheden verricht sinds april 2015 tot het heden die thuishoort bij NL…

Doorgaan

Door mij geplaatst op 16 Oktober 2019 om 10.06

Mijn schoonoudersDe koele - en kille ontvangst van mijn schoonouders die moesten vluchten uit de republiek Indonesie

De koele - en kille ontvangst van mijn schoonouders die moesten vluchten uit de republiek Indonesie

 

10897291080?profile=original

Foto – Ouders van Astrid (Pitty, Hardy – Geeve)

In september 1961 kwamen ze berooid aan in Nederland. Helemaal murw geslagen door de Tweede oorlog. Het verblijf in gevangenschap in de kampen, en ook nog eens waar die twee atoombommen vielen. Vervolgens de bersiapperiode die eigenlijk nooit is geëindigd. Tot slot die kille koele ontvangst in Nederland waar de Indische Nederlanders niet welkom waren. Desondanks mijn schoonvader een onderneming Technico had verkoos hij voor een betere toekomst voor zijn kinderen in Nederland. Dit impliceerde dat van het luxe rijke leventje in Indonesie afscheid moest nemen. Alleen maar respect voor die beslissing om…

Doorgaan

Door mij geplaatst op 15 Oktober 2019 om 17.30 — 1 commentaar

Velen lezen nu al mijn pas uitgebrachte boek "Voorbode van het turbulente Millennium"

Velen lezen nu al mijn pas uitgebrachte boek "Voorbode van het turbulente Millennium" .................

10897342078?profile=originalVelen lezen nu al mijn pas uitgebrachte boek "Voorbode van het turbulente Millennium" .................

Silfraire, Cornelia, Han, Peter, Ibu token, Barbara, Elly, Wanda, Rene, Helen, Liz, Gloor, Paul, Geert, Enna, Jim, Veronique, David, Kevin, Bob, Jenne, Thony, Pitty, ELs, Guus, Justine, Rob, Rene, Rolo, Wout, Ben, Jane, Monique, Barbara, Cornelia, Silvia, Helen, Monique, Han, Peter, Elisabeth, Elly ......... te veel om op te noemen ......... allemaal lezen het, en zowel in …

Doorgaan

Door mij geplaatst op 14 Oktober 2019 om 11.27

Mijn vader verkoos de republiek Indonesia boven een terugkeer naar Nederland als 1 van de weinigen..

Mijn vader verkoos de republiek Indonesia boven een terugkeer naar Nederland als 1 van de weinigen.

(c) bronvermelding: Boek "ode aan Mischa" uitgegeven door Calbona.

10897293484?profile=originalFoto – Mijn ouders (Tony Schwab, en Avis Warlicht).

Ter informatie: Mijn vader was niet de enige met dit streven; Ik refereer graag naar de vader van onze Minister President Mark Rutte die zelf weer terugging voor een tweede keer, en zijn eerste vrouw is daar overleden en ligt in Bandoeng begraven. Dus ook Mark Rutte heeft banden daar liggen met Indische wortels.

Mijn vader overleed in Jakarta na een ziektebed toen ik een jongen van elf was, en ik meen op zijn 39 ste jaar. In tegenstelling tot mijn schoonvader wilde hij…

Doorgaan

Door mij geplaatst op 14 Oktober 2019 om 10.30 — 1 commentaar

LIVE REGISTRATIE INDOROCK PARTY

LIVE REGISTRATIE INDOROCK PARTY

10897412482?profile=original

Yes de 14 december gaat het gebeuren live registratie van The IndoRock Party. Fragmenten Live registratie komen op ICM, ICM Video -kanaal, ICM YouTube, en de hele Live registratie op Dvd, misschien staat U ook op deze live registratie.

De tickets zijn te verkrijgen bij ICM stands.…

10897412065?profile=original

10897414858?profile=original

10897415252?profile=original

Doorgaan

Door mij geplaatst op 13 Oktober 2019 om 12.00

VVD SCHRAPT EIS ONDERZOEK NAAR GEWELD INDISCHE ZIJDE

10897344696?profile=original

VVD SCHRAPT EIS ONDERZOEK NAAR GEWELD INDISCHE ZIJDE Jakarta belooft  niets

PvdA-minister Koenders (Buitenlandse Zaken) heeft z’n zin. Er komt een grootschalig, door de staat betaald onderzoek naar de Nederlandse wandaden in toenmalig Indië in de periode 1945-1949. De VVD heeft het verzet ertegen laten varen.

De liberalen hadden vooraf harde voorwaarden gesteld. Een ervan was…

Doorgaan

Door mij geplaatst op 13 Oktober 2019 om 11.34 — 1 commentaar

Indonesische propaganda in 1945 Proefschrift historicus Anda Zara Door: Meindert van der Kaaij

10897338285?profile=originalIndonesische propaganda in 1945 Proefschrift historicus Anda Zara       Door:  Meindert van der Kaaij

 

Indonesische revolutionaire groepen riepen op tot geweld tegen Nederlanders en andere buitenlanders. Politiek leiders als Sukarno en Hatta hadden er nauwelijks greep op, blijkt uit onderzoek.

Direct na het uitroepen van de Indonesische republiek op 17 augustus 1945 verscheen op muren en bomen in straten en op marktpleinen een groot aantal pamfletten en plakkaten waarin burgers werden aangemoedigd  om geweld te plegen tegen Nederlanders, Indo's, Chinezen en Ambonezen. De historicus Anda   Zara promoveerde deze week op onderzoek naar de Indonesische propaganda in de oorlog tussen dat land en Nederland.

De golf van geweld tegen buitenlanders in de 1945 en 1946…

Doorgaan

Door mij geplaatst op 13 Oktober 2019 om 11.31 — 2 commentaren

OVERWOGEN SCHADEVERGOEDING JOODSE SLACHTOFFERS VOOR WOII-BELASTING: TEGELIJKERTIJD DE NEDERLANDSE INDISCHE OORLOGSLACHTOFFERS AL 71 JAAR WORDEN GEDISCRIMINEERD.



OVERWOGEN SCHADEVERGOEDING JOODSE SLACHTOFFERS VOOR WOII-BELASTING: TEGELIJKERTIJD DE NEDERLANDSE INDISCHE OORLOGSLACHTOFFERS AL 71 JAAR WORDEN GEDISCRIMINEERD.

 10897340879?profile=original

(AD 10-12-2016 De Jonge)

 

“De gemeente Den Haag gaat waarschijnlijk alsnog schadevergoedingen uitkeren aan nabestaanden van Joodse slachtoffers uit de Tweede Wereldoorlog. Uit nieuw onderzoek blijkt dat Den Haag direct na de oorlog honderden teruggekeerde joden of hun erfgenamen achterstallige belasting hebben laten betalen uit de jaren ‘40 tot ’45.”

Uit onderzoek door Robin Te Slaa blijkt behalve Den Haag ook de gemeente Amsterdam nabetalingen aan de Joodse groep te hebben opgelegd. Voorzitter Frank Majoor van de  

Stichting Joods Erfgoed Den Haag noemde het toenmalige beleid van de gemeente Den Haag ‘onacceptabel en gespeend van inlevingsvermogen’.…

Doorgaan

Door mij geplaatst op 13 Oktober 2019 om 11.25 — 3 commentaren

Lees verder…

Peggy  Stein (Indische Kwestie) vroeg mij een verhaal over mijzelf te schrijven.

10897348887?profile=original

In principe houd ik er niet van om jezelf en je familie in het openbaar ludiek een podium te geven. Daarnaast mijn zonen eigenaren/directeur zijn van ondernemingen die ook nog personeel hebben, naast dat ik ze schade kan aanbrengen, dit even terzijde. Dus dan maar het verhaal van mijn ouders.

Bij hoge uitzondering bij deze!

Mijn verhaal sluit aan bij het Verdrag Traktaat van Wassenaar. Velen die zaten te twijfelen in het voormalig Indie na de overdracht van het Nederlands Indisch bestuur aan Soekarno en Hatta.  Mijn vader was geen twijfelaar, die had gekozen voor de opbouw van de republiek Indonesië.

Dit geheel tegen de zin van mijn moeder die zo Europees was als je maar kon bedenken, en een vervelend trekje toch neerkijken op ……. Mijn vader vaak uitlatend: “An wat moet ik in Nederland, wij Indo’s worden alleen kind van de rekening”. Mijn moeder negeerde al deze acties en gezegden. “Over mijn lijk An”, mijn vader weer. Mijn vader had een onderneming die zorgden voor de fabrieken over en weer over machines etc. konden beschikken, was als adviseur verbonden aan het parlement van Soekarno, en goede vriend van oom But (Majoor Sabur, lijfwacht, en rechterhand van Soekarno). Door deze relatie zaten wij dus in de kringen van Soekarno. Zo hadden wij een pas voor toegang tot de Istana (Paleis) . Over – en weer kwamen oom But met zijn delegatie bij ons thuis in Jakarta en andersom. Zo ben ik dus vaak Bapak tegenkomen tijdens zijn middag wandelingen. Af en toe richtte hij een woordje tot mij, en uiteraard Megawati Putri Dewi (Die nu achter de schermen aan de touwtjes trekt o.a. de president van nu Jokowi).

Wij genoten de bescherming van ook But ten tijde van de bersiap. Als er maar geluiden waren dat de pemuda’s in aan tocht waren richting onze woning, zorgde oom But dat er weer drie of vier tentara’s (Militairen) bij ons huis de wacht hielden.

Wat mijn vader verkondigde “over mijn lijk”werd de bewaarheid. Het vreemde was dat in zijn laatste maand dat hij zijn relaties bezocht, ik altijd mee moest. Later begreep op oudere leeftijd  zijn boodschap. Het leek wel of mijn vader staatsbegrafenis kreeg, wie dit heeft geregeld dat laat ze raden, niet mijn moeder zo flink als ze is, maar op dat moment ben je ook niet in staat.

Vreemd is dat Jakarta mijn vader dankbaar wilde tonen, en in Holland kwamen ze vaak ons met delegatie bezoeken. In de zomer 1966 kwam oom But (majoor Saboer) met Generaal Soeharto, en generaal Natision gebroederlijk. Oom But moest in Europa de rekeningen betalen van de laatste vrouw van Soekarno. Oom But: “Avis, ik moet je deze envelop overhandigen”, 100.000 guldens zat in de enveloppe. Wat mijn moeder deed staat in mijn boek “ode aan Mischa “ beschreven.

1966 was het jaar dat het verdrag Traktaat van Wassenaar door beide regeringen werd geratificeerd.  39 miljoen werd al uitgedeeld aan relaties die op de hoogte waren van de totstandkoming van dit verdrag. Dit bezoekje had nog meer merkwaardigheden, had Generaal Soeharto niet een dubbele agenda, want iets verderop woonde Prins Bernard, die de coupe financierde volgens Jort Keldert, maar deze had geen bewijs van deze waarschijnlijke ontmoeting. Later werd ook majoor But  Saboer geliquideerd bij die Coupe door Soeharto.

Beide merkwaardigheden leiden naar de grote zaken o.a. het Verdrag Traktaat van Wassenaar, ik was dus zelf getuige.

Is mijn vader van boven die mij heeft opgedragen om het Verdrag Traktaat van Wassenaar op te lossen ?.

10897349276?profile=original

Foto - Dit is mijn gezin (oude foto van 1981), helaas mijn dochter is drie jaar geleden overleden ..

ICM 16.1.17

Lees verder…

Blog Topics by Tags

Monthly Archives