Alle berichten (3007)

Sorteer op

Ook politieke partijen bij ICM stand op de pasar malam.

Ook politieke partijen melden zich bij ICM stand op de pasar malam Rijswijk.

10897353101?profile=original


Tussen de hectiek van  de donaties voor proceskosten Traktaat van Wassenaar, melden  zich ook leden van politieke partijen bij ICM stands bij de pasar malam Rijswijk, die niet te klagen had over die aandacht van de bezoekers. Velen bekenden ....

Ook Noelle  melde zich bij ICM stands en vroeg om een stuk promotie op het ICM (Indische Internetkrant ) zodat die 2 miljoen indo's (volgens de ambtenaren van Martin van Rijn) op haar gaan stemmen om de Indische kwestie en traktaat van Wassenaar een blijvend aandacht te geven in de Tweede kamer, ja ..... waarom niet ? Zijn toch weer 2 miljoen stemmen die alle politieke partijen hebben verwaarloosd  in de kabinetten Rutte.

Lees verder…

Over de moord op mijn vader werd thuis niet gesproken´

Over de moord op mijn vader werd thuis niet gesproken´

Getroffenen door Nederlands militair geweld in Indonesië bleven lang onopgemerkt. „Het is nog altijd een open kwestie.”

Door Frank Vermeulen

Soeloeng Hamonangan Nasoetion (1941) was zeven jaar oud toen hij er getuige van was dat Nederlandse militairen op 20 december 1948 zijn vader met veel geweld arresteerden in Kaliurang bij Yogyakarta in Midden-Java. Zijn vader, Masdoelhak Nasoetion, was een belangrijke adviseur van Mohammed Hatta, vicepresident van Indonesië.


Masdoelhak Nasoetion (met baret) bij zijn promotie in 1943 in Utrecht. (Kitlv)

Masdoelhak werd door de Nederlanders doodgeschoten. De militair die dit deed, is nooit vervolgd. Soeloengs moeder spande een proces aan en kwam in 1953 als eerste Indonesische oorlogsgetroffene tot een schikking met de staat. Is daarmee recht gedaan in de ogen van de zoon? Hoe kijkt een kind naar die volwassenenwereld?

Soeloeng Nasoetion: “De moord op mijn vader was bij ons thuis geen thema van de gesprekken. Mijn moeder heeft daar natuurlijk wel veel mee te maken gehad. Maar wij, de vier jongens, hebben alleen maar beleefd wat er die dag in Kaliurang gebeurde – begrépen hebben we het op dat ogenblik niet. Daar waren we veel te klein voor.

Het gebeurde gewoon. Nederlandse soldaten klopten op de deur. Ik was met mijn twee kleine broertjes thuis. Mijn moeder was in het ziekenhuis in Yogyakarta waar zij was bevallen van mijn jongste broertje.

Mijn vader deed de deur open. Kreeg een geweerkolf in zijn gezicht. Daar sta je dan. En je vraagt je af wat er eigenlijk gebeurt. Maar er gebeurde niet veel. Kasten werden omgegooid. Laden werden uitgetrokken. En toen gingen ze weg en namen onze vader mee. Mijn vader zei nog: ‘Let goed op je moeder, let goed op je broertjes.’ Het is het laatste wat hij ook tegen me gezegd heeft. Wij waren gelukkig dat wij onze moeder een paar dagen later terugkregen.” 

Menselijk schild

Soeloeng Hamonangan Nasoetion (foto: NRC/Felix Schmitt)

Soeloeng Hamonangan Nasoetion (foto: NRC/Felix Schmitt)

„Dat was eigenlijk het hele verhaal. Of we nu op de 2de, de 3de of de 4de januari 1949 van Kaliurang naar Yogya zijn verhuisd, weet ik niet meer. Hoelang we daar gewoond hebben, heb ik ook geen herinnering aan. Wel herinner ik mij dat ik al die tijd op mijn schouder mijn duif had. In Kaliurang en vandaar is hij meegegaan naar Yogya. Toen we later naar mijn grootmoeder gingen is hij ook meegegaan op mijn schouder naar Sibolga. Het enige wat ik had, was die duif.

Moet niet gemakkelijk geweest zijn voor mijn moeder. Dat beseften we ook wel, hoor. Maar het was geen gebeuren om er boeken over te schrijver. Er was iets gebeurd. Wat? Ja. Die vader was er niet meer. Of hij nog terug zou komen, wisten we ook niet. De wereld was een ietsje anders geworden.

We belandden uiteindelijk in Bandung, in het midden van 1950. Toen de Nederlandse scholen dichtgingen in 1958 zijn we naar het christelijk jongensinternaat in Zeist gestuurd. Later ben ik naar Kiel gegaan, in Duitsland, waar mijn moeder inmiddels als stralingsdeskundige werkte. Daar heb ik eindexamen gedaan. Daar heb ik gestudeerd en daar ben ik getrouwd. Waarna ik carrière maakte in Indonesië in het zakenleven. Sinds enige jaren wonen mijn vrouw en ik in Duitsland, omdat onze drie kinderen hier wonen met onze acht kleinkinderen.”

Soeloeng Hamonangan Nasoetion (foto: NRC/Felix Schmitt)

Soeloeng Hamonangan Nasoetion (foto: NRC/Felix Schmitt)

“Veel dingen worden je pas achteraf duidelijk. Bijvoorbeeld: nadat mijn vader uit ons huis was gehaald, kwamen de militairen me halen. Ik moest vooroplopen bij het patrouilleren op de Merapi. Kaliurang ligt hoog op de helling van die vulkaan. Ik herinner me niet dat ik het gevaarlijk vond. Alleen dat ze zeiden: ‘Loop maar voor ons uit’. Ze wilden naar boven, de berg op. Naderhand, bij het groter worden, besefte ik: mijn god, die lieten mij voorop lopen opdat hun niets zou gebeuren. Maar daar dacht ik op dat ogenblik niet aan.

Ik heb er later nooit aan gedacht om contact op te nemen met de militair die mijn vader heeft doodgeschoten. Hoe de man precies heette wist ik heel lang niet. Maar dat is allemaal onderzocht. Dus ik weet inmiddels dat het ging om een sergeant-majoor Geelhoed. Toen ik dat hoorde, was er geen haar op mijn hoofd die vond dat er iets moest gebeuren met die man.

Ik ben geen tegenstander van het nieuwe geschiedenisonderzoek dat nu gedaan gaat worden naar die periode. Voor de nazaten in Rawagede en al die andere plekken waar Nederlandse soldaten veel mensen hebben gedood, is het niet slecht als het eens rechtgetrokken wordt. Als ze weten waarom iets gedaan is. Maar of dat onderzoek haalbaar is, dat weet ik niet. Er zijn zo ontzettend veel verkeerde dingen gebeurd. De vraag is: tot hoe ver wil je dat nog allemaal uitpluizen?

Of er recht is gedaan in de zaak van mijn vader? Wat moet ik daar nu op zeggen? Als ik die dader ontmoet, dan doe ik niks. En ik hoef mijn buurman er ook niet op te wijzen dat dat nou degene is die mijn vader heeft gedood. Mijn moeder heeft weliswaar een schadeloosstelling gekregen, maar daarbij heeft de landsadvocaat gezegd: ‘Wij zijn niet aansprakelijk’. En mijn moeder zei: ‘Jullie zijn wél aansprakelijk.’ Ik kan de Nederlandse staat niet dwingen om die aansprakelijkheid alsnog te erkennen. Maar als ze mij dat op een briefje geven, dan accepteer ik dat. Met zo’n verklaring is de zaak afgewikkeld. Nu is het altijd nog een open kwestie.”

Als hij thuis was, was hij ook thuis

“Hij was niet erg groot, mijn vader. Hij was een mens met wie je plezier kon maken. Ik vond het prettig om met hem op stap te zijn. Hij kwam op een gegeven moment thuis in Kaliurang en zei tegen de tuinman: ‘Haal jij even dat beest uit de auto?’ Vervolgens klonk een enorm gebrul. De tuinman was zich bijna bewusteloos geschrokken van een enorme paling achter in de auto. Dood natuurlijk. Die had mijn vader gevangen. Hij ging graag jagen en dit was zijn buit.

Ik ging vaak met hem mee als hij ging jagen op herten. Die zijn daar nu zeldzaam, maar die had je in het Kaliurangse bij de vleet. De hele Merapi was begroeid tot aan de top. Nu groeit er niets meer behalve groente en wilde dieren zijn er niet meer.

Op een gegeven ogenblik kwam mijn vader thuis met twee eenden. Zei hij: ‘Hier, die zijn voor jou. Nu moeten we alleen nog maar een hok bouwen.’ Dus die man zegt me wel wat. Hij wist zijn tijd goed in te delen. Als hij thuis was, dan was hij ook thuis. Dan was hij er voor ons.”

ICM 4.2.17

Lees verder…
     Petities.nl stuurt "Voortgangsbericht no 3" naar de 6500 ondertekenaars van petitie traktaat van Wassenaar
logo-73584bcc07fcf907c4f08ad38605d8785477012fb5a7639ef413e9da08bebfb8.png

Geachte ,

Op 04-11-2015 ondertekende u de petitie 'Uitbetalen op basis van Traktaat van Wassenaar 1966' als ,,,,,,,,,,,

Toen gaf u aan e-mail erover te willen ontvangen. Namens de petitionaris stuurt Petities.nl nu het derde voortgangsbericht.

Op uw persoonlijke pagina kunt u dit veranderen. De link staat onderaan deze mail. Op die pagina kunt u ook makkelijk uitnodigingen versturen om ook te ondertekenen.

Stuur uw reactie op het onderstaande niet naar Petities.nl, maar naar de petitionaris op schwab@kabelfoon.nl


Beste ,

Goed nieuws. Er is een investeerder gevonden die bereid is om de kosten van het proces tegen de overheid op grond van het "Traktaat van Wassenaar" financieel te ondersteunen.

Ondanks de 15.000 toezeggingen voor de financiële ondersteuning voor het proces, zijn slechts 321 hun toezegging nagekomen. Hierdoor was het niet mogelijk om de verdere stappen te ondernemen en heeft de claim een forse vertraging opgelopen. Door deze situatie is de delegatie van het actiecomité Traktaat van Wassenaar (ACTW-66) naarstig op zoek gegaan naar partijen die bereid zijn om te investeren, en... die is nu gevonden!

Het "Rapport Traktaat van Wassenaar" schrijft deze vervolgstappen voor:

1. Eerst 15.000 handtekeningen aanbieden met het rapport aan minister Stef Blok van Buitenlandse Zaken.

2. Dan het stellen van de termijn waarbinnen de overheid moet uitbetalen aan de gedupeerden op grond van het traktaat.

Voor diegenen die alleen de petitie hebben ondertekend, maar zich niet hebben ingeschreven als deelnemer van ACTW-66 is er nu de mogelijkheid om zich direct in te schrijven. Of u kunt het inschrijfformulier gebruiken. Vanaf deze pagina kunt u het afdrukken of overschrijven en opsturen.

Graag brengen wij tevens het rapport uitbetalen traktaat van Wassenaar onder Uw aandacht. Deze is tot stand gekomen uit de onderzoek en wob - verzoeken  door delegatie en advocaten.  Hierin staat ook het traject beschreven wat er allemaal nog moet worden gedaan. Het boek "Rapport traktaat van Wassenaar" is nu te verkrijgen voor €50. Te bestellen via info@icm-online.nl

Met vriendelijke groeten,

Ferry Schwab sr


Het onderstaande is vertrouwelijk, stuur dit niet door. Uw ondertekening kan erdoor beschadigen.

ONDERTEKENING ONZICHTBAAR MAKEN?

Bij het ondertekenen heeft u gekozen voor een zichtbare ondertekening. Uw naam, woonplaats en functie zijn nu zichtbaar en vindbaar onder deze petitie op petities.nl. Wanneer u nu via een zoekmachine (zoals Google) zoekt naar uw naam kan het zijn dat u uw ondertekening als resultaat ziet. Uw ondertekening onzichtbaar maken kan door een vinkje weg te halen op uw persoonlijke pagina.

Als u nu kiest voor een onzichtbare ondertekening dan kan het nog enige weken duren voor de zoekmachines dit opmerken.

STOPZETTEN E-MAILS

U heeft bij het ondertekenen aangegeven nieuws over de petitie te willen ontvangen. Wilt u dat niet meer? Haal dan het vinkje weg op uw persoonlijke pagina.

UW PERSOONLIJKE PAGINA

De link naar uw persoonlijke pagina is persoonlijk, zoals een wachtwoord. Deel deze niet met anderen!

https://petities.nl/ondertekening/5f7d82cfee1a8f6320272f3f0e0e5908cae2f9a7

We verzekeren u dat uw persoonlijke gegevens goed beschermd zijn door de Algemene verordening gegevensbescherming. Dat wil zeggen dat uw gegevens nergens voor gebruikt worden behalve voor het doel waarvoor u ze heeft opgegeven.

STEUN PETITIES.NL

Met uw gift (geld of tijd) wordt de website beter. Zie https://petities.nl/donate voor details.

VRIEND VAN DEMOCRATIE

Vriend van democratie? Word ook vriend van het vfonds (gratis) en volg de projecten die het vfonds naast Petities.nl ondersteunt!

       

Lees verder…

10897354465?profile=original10897245264?profile=originalPolitieke partijen laten de twee miljoen Indische Nederlanders links liggen!

 

In het circus van het politieke landschap vliegen de beloften om je oren. Alles is nu mogelijk: U vraagt en wij draaien, in deze soap die na de verkiezingen weer verder poldert en draait in het politiek landschap. Weer wordt  het vooruitzicht kiezersbedrog.

Maar gekscherend genoeg is er totaal geen aandacht voor die twee miljoen Indische Nederlanders –volgens opgave van de ambtenaren van Martin van Rijn - die hier ooit als vluchtelingen aankwamen en nu zijn uitgegroeid  tot een populatie van ruim twee miljoen, nog niet te spreken over de periode van de kabinetten Rutte.

Even voor alle duidelijkheid: “de Indische-Nederlanders zijn geen Indonesiërs“ Pechtold, maar Indische-Nederlanders die met een Nederlands paspoort uit het voormalig Indië hebben moeten vluchten. Het waren er 500.000. Nederland wilde deze onderdanen niet toelaten. Het was Soekarno en Hatta die naarstig naar oplossingen zochten en die ook vonden met behulp van Amerika.  Nederland had alleen maar oog voor het VOC – model, vooral het economisch belang om haar bezittingen te beschermen.

Van die 500.000 vluchtelingen werden er 149.000 niet toegelaten en door de Nederlandse Staat aan hun lot overgelaten. De groep Indische-Nederlanders Pechtold, dus géén Indonesiers, hebben uit Marshal-Hulp, het Verdrag met Japan, en het Verdrag van Wassenaar nog steeds 14 miljard tegoed van de Nederlandse Staat.

In de Kabinetten Rutte en De Kamer is de Indische Kwestie aan de orde gekomen en het Ministerie van Bert Koenders werd aangeschreven dat de zaak Traktaat van Wassenaar staat aan te komen.

 

Geen één politieke partij heeft zich dusdanig bekommerd over die twee miljoen zwevende Indische Nederlanders, 2 miljoen zijn het er.

 

Wat willen ze?

 

Erkenning / excuses voor het geleden leed in de Tweede Wereldoorlog in het voormalige Indië met Japan, het ontstane machtsvacuum, de periode van de overdracht en aansluitend de bersiap, die deze Nederlandse regering opeenvolgend  al 70 jaar negeert of het zich nooit heeft afgespeeld. De compensatie voor de geleden materiële - en immateriële schade, terwijl Nederland dit vergoed kreeg uit Marshal-hulp, uit het Verdrag met Japan en het Verdrag met Indonesie ( Traktaat van Wassenaar).  Deze gelden, zoals o.a. het Traktaat van Wassenaar meldt, dienten te worden uitbetaald aan de Indische Gemeenschap die in de Republiek Indonesia verbleven van 1947 tot 1962.
ICM 7.3.17

 

Lees verder…


10897318273?profile=original

10897262476?profile=original

Hoe zo De Indisch

verankering (Martin van Rijn) in huidige samenleving?

Dit naar aanleiding op vragen en ingediende motie van Ijssink, Pia Dijkstra en in het grijze verleden Marion Dijke. De redactie van ICM dook in de archieven. Duidelijk hoe het niet moet, want deze Indische verankering is opgaan in het gunnen van de subsidies aan vriendjes (het Indisch Netwerk), en er is dus niets hiervan terechtgekomen. Duidelijk dat anders moet, en de mensen in die commissie moeten zich schamen om de verkeerde projecten – zonder visie – te 

selecteren, nog erger om de eigenaren van het project slecht hebben - achtergronden niet nagegaan -  gescreend. Dit leidde dat de Indische projecten als schande in de media verschenen. Weet U deze nog “Indisch Huis failliete, mismanagement”De Indische Media ICM en Maand NICC-magazine laten zien hoe ook de Indische verankering nu al al 15 jaren loopt zonder enige vorm van subsidie. NICC heeft 8700 abonnees, en ICM heeft door de week ruim 300.000 lezers. Zeker het ICM dat in Nederland als Instituut wordt gezien, die de geschiedenis en het heden verbindt dagelijks

Als wij de lijst met 124 Indische culturele projecten Gebaar 2001 doorspitten, dan zijn er heel wat ongelukjes gebeurd door verkeerde selectie, en screenen. Hoe kan een cameraman van SBS 6 directeur worden, dan moet je als commissielid werkelijk blind zijn geweest: 

 

  1.  Het feestende Indische huis in den Haag voor de Haagsche Indo's, terwijl de hele Indische gemeenschap er na toe keek hoe het bestuur en management van uit Jakarta met hun pinpas de rekening leeg trok.
  2. De graan schuur om maar te noemen.
  3. Ten Toonstelling in TTF van 10 dagen NLG. 240.000 
  4. Keuken Bronbeek NLG 280.000
  5. De Indische Zomer die nog lange nasleep kreeg met eindstation deurwaarders.
  6.  NLG. 500.000 aan schrijfster.

 

De redactie van ICM heeft ook zijn evaluatie gemaakt, dat waren het 124 mislukte projecten. ICM & NICC hebben in die 15 jaren en respectievelijk 8 jaren laten zien wat duurzaam ondernemend is. De drie moties zijn aangehouden. Je kunt hier de verschillende analysen aan verbinden. 1 ding zoals de Kamerleden het proces zien, Martin is in gesprek met IP - vertegenwoordigers; Welke zijn deze dan? De meesten van die vertegenwoordigers zijn alleen met hun belangen bezig geweest, dat ze vergaten om de Indische Geschiedenis door te geven. Wij zien ze niet op grote Indische evenement zoals pasar malams waar het Palet aan Indisch cultuur wordt uitgedragen. Tot slot wie zijn vertegenwoordigers, die 10.000 handtekeningen die Martin van Rijn ooit mocht ontvangen zijn van ICM en NICC. Deze staan midden in huidige Indische samenleving. 

 

Laten AUB van het brevet van onvermogen van Stichting Het Gebaar 2001 hiervan leren hoe het juist niet moet als om de Indische verankering gaat.

Volgende keer zullen uit de archieven van ICM de  lijst met 124 projecten publiceren met de namen van de projecteigenaren !

 

UIT DE ARCHIEVEN ICM.

Stichting Het Gebaar

Naamsvariant
Het Gebaar
Oprichtingsdatum
20 november 2001
Opheffingsdatum
31 december 2008
Toelichting op de periode van bestaan

De werkgroep-Van Heemskerck heeft de oprichting van een stichting die zich zou toeleggen op aanmelding, verificatie en uitbetaling van Het Gebaar voorbereid.

De Stichting Afwikkeling Het Gebaar, onder leiding van Wiete Mesman, draagt zorg voor de afronding van een aantal nog lopende projecten.

Oprichters

Stichting Het Gebaar is opgericht in opdracht van het ministerie van Volksgezondheid, Welzijn en Sport (VWS). Het bestuur van de Stichting Het Gebaar is door minister dr. E. Borst van het ministerie van VWS geïnstalleerd.

Aanleiding voor oprichting

De Nederlandse regering heeft in december 2000 'Het Gebaar' gemaakt 'als erkenning van achteraf geconstateerd teveel formalisme, bureaucratie en vermoedelijke tekortkomingen in het Indisch rechtsherstel in combinatie met de andere problemen waarmee de vervolgingsslachtoffers zich na de Japanse bezetting in Nederlands-Indië geconfronteerd zagen, met name de vijandige bejegening door Indonesiërs die naar onafhankelijkheid streefden en de grenzen die de ontwikkelingen in de periode tot aan de soevereiniteitsoverdracht hebben gesteld aan het rechtsherstel vanwege vermoedelijke tekortkomingen in het naoorlogse rechtsherstel'. De regering heeft 350 miljoen gulden (€ 158.823.075) voor individuele uitkeringen en 35 miljoen gulden (€ 15.882.308) voor collectieve doelen beschikbaar gesteld. In november 2001 werd, in opdracht van het ministerie van VWS, Stichting Het Gebaar opgericht. De stichting beheerde de gelden en verzorgde de aanmelding, verificatie en uitbetaling van de projectgelden bestemd voor collectieve doelen, zoals zij dat ook heeft gedaan voor de individuele tegemoetkomingen.

Opvolger

Stichting Afwikkeling Het Gebaar

Rechtsvorm

Stichting

Inrichting van de organisatie

Bestuur:

  • Mr. J.G.C. Wiebenga, voorzitter (lid van de Raad van State)
  • Mr. P.J. Biesheuvel, vice-voorzitter (voorzitter Raad voor Werk en Inkomen en voormalig lid van de Tweede Kamer)
  • P. Neeb, secretaris (voormalig waarnemend burgemeester van Moordrecht en voormalig burgemeester van Zundert en Oudenbosch)
  • F.P.J. de Ruyter de Wildt, penningmeester (voormalig lid directie Credit Lyonnaisbank Nederland)
  • H.A. de Boer (voormalig voorzitter College Bouw Ziekenhuisvoorzieningen, voormalig staatssecretaris van Cultuur, Recreatie en Maatschappelijk Werk (CRM) in het kabinet Van Agt II en voormalig minister van Cultuur, Recreatie en Maatschappelijk Werk in het kabinet Van Agt III)

Raad van Advies:

  • Mevrouw S. van Heemskerck Pillis-Duvekot, voorzitter (voormalig lid van de Tweede Kamer)
  • A.A. Lutter, secretaris (Centrale van Samenwerkende Indische Organisaties)
  • Dr. ir. H.Th. Bussemaker (Vereniging Kinderen Japanse Bezetting en Bersiap)
  • E.J.E. Herni (Bond van Ex-Geïnterneerden en Gerepatrieerden van Overzee) (tot 26-05-2008)
  • Mevrouw dr. A.M. de Pijper (Stichting Japanse Ereschulden)

Raadkamer Projecten:

  • H.A. de Boer, voorzitter (voormalig voorzitter College Bouw Ziekenhuisvoorzieningen, voormalig staatssecretaris van Cultuur, Recreatie en Maatschappelijk Werk (CRM) in het kabinet Van Agt II en voormalig minister van Cultuur, Recreatie en Maatschappelijk Werk in het kabinet Van Agt III)
  • B.P. Agerbeek (directeur Rabobank Leerdam en Omstreken)
  • Mr. J.M. Alma (voormalig burgemeester van Borculo en Doniawerstal)
  • Ir. J.G.C. Kiemeneij (Kolonel van de Technische Staf b.d.)
  • Mw. H. Verburg-Wormer (docent NT2/voormalig groepsleerkracht)
Positie binnen de organisatie

Stichting Het Gebaar viel als semi-overheidsinstelling onder politieke verantwoordelijkheid van de staatssecretaris van het ministerie van Volksgezondheid, Welzijn en Sport.

Doelstelling

Stichting Het Gebaar is verantwoordelijk voor het behandelen van de aanvragen, het verifiëren daarvan en het doen van de uitbetalingen van Het Gebaar.

Bevoegdheden

Het bestuur van de stichting nam besluiten over de ingediende projectaanvragen. De beslissingen nam het bestuur na advisering door de Raadkamer Projecten. Het bestuur kon de Raad van Advies benaderen als extra informatie over ingediende projectaanvragen nodig bleek.

Taken

Stichting Het Gebaar is in november 2001 opgericht voor het beheer en de verdeling van 350 miljoen gulden (€ 158.823.075) voor individuele uitkeringen en 35 miljoen gulden (€ 15.882.308) voor collectieve doelen.

Individuele uitkeringen:

In juni 2001 stelde de Nederlandse regering de doelgroepafbakening vast en garandeerde een individuele uitbetaling van Het Gebaar van in ieder geval 3.000 gulden (€ 1.361,34) belastingvrij. Eind december 2001 heeft de Stichting Het Gebaar de eerste uitbetalingen verricht aan belanghebbenden die in aanmerking kwamen voor Het Gebaar. In april 2003 is de hoogte van Het Gebaar definitief vastgesteld op € 1.822,00. Dat betekende dat belanghebbenden die een positieve beschikking en een voorschot hadden ontvangen, een slotuitkering kregen van € 460,66. In dezelfde maand zijn de laatste uitbetalingen aan belanghebbenden gedaan.

Collectieve doelen:

In juni 2002 startte de Klankbordgroep Collectieve Projecten in opdracht van het bestuur van Stichting Het Gebaar met het ontwikkelen van een voorstel waarin de kaders voor het op te stellen uitkeringsreglement werden beschreven. In de periode januari – april 2004 was de regeling collectieve doelen geopend. In oktober 2004 zijn de gehonoreerde projecten bekendgemaakt. Van de 137 door natuurlijke personen ingediende projectvoorstellen zijn 43 projecten gehonoreerd. Van de 272 door rechtspersonen ingediende projectvoorstellen zijn 105 projecten gehonoreerd. De projectaanvragen die Stichting Het Gebaar heeft ontvangen, zijn beoordeeld door de Raadkamer Projecten. De leden van de Raadkamer zijn, op voordracht van de Raad van Advies van Stichting Het Gebaar, benoemd door de staatssecretaris van het ministerie van VWS. Allen hadden binding of bekendheid met de Indische gemeenschap. De taak van de Raadkamer Projecten was het uitbrengen van een advies over de toepassing van de beoordelingscriteria aan het bestuur van Stichting Het Gebaar.

Thema's
Doelgroep
Oorlogsgetroffenen uit Nederlands-Indië Repatrianten
Plaatsen
Toelichting op geografische trefwoorden

Stichting Het Gebaar was gevestigd in Den Haag.

Verwijzing naar andere archiefvormers
Literatuur
  • Beets, G.C.N., C.C. Huisman en E. van Imhoff, Indische Nederlanders: een demografische reconstructie ten behoeve van Het Gebaar (Den Haag 2001).
  • Ridder, I.M. de, Eindelijk erkenning? Het Gebaar: de tegemoetkoming aan de Indische gemeenschap (Den Haag 2007).
Website

Archief van Stichting Het Gebaar

Beginjaar
2001
Vindplaats

Het archief van Stichting Het Gebaar is tot eind 2009 in het bezit van Stichting Afwikkeling Het Gebaar. Het archief is momenteel niet toegankelijk. Eind 2009 zal het archief zijn overgedragen aan het Nationaal Archief en is de openbaarheid van de bescheiden vastgesteld.

Opmerkingen

 

Bronnen
  • Website Het Gebaar, geraadpleegd 03-09-2009.
  • Schriftelijke informatie van de bestuurder Stichting Afwikkeling Het Gebaar, dhr. Wiete Mesman, d.d. 07-09-2009.

ICM 28.2.16

Lees verder…

Hoe gekleurd zijn jullie archieven? Door: Ady Setyawan

10897349685?profile=originalHoe gekleurd zijn jullie archieven?         Door:  Ady Setyawan

(C) bronvermelding  NICC Magazine .

Het is goed als Nederland en Indonesië samen onderzoek gaan doen naar de periode 1945-1949, stelt Ady Setyawan. Maar als Nederland en Indonesië op gelijke voet verder met elkaar willen, moeten ze over en weer veel generalisaties en voorbarige aan-names vermijden: die blokkeren een dialoog. Ady Setyawan (1982) is een Indonesische ingenieur en amateur historicus uit Surabaya. Ady Setyawan richtte in 2010 de vereniging Roode Brug Soerabaja op, met als doel de geschiedenis op een aantrekkelijke manier toegankelijk te maken voor een jongere generatie. Regelmatig worden re-enactments gehouden waarbij de strijd tegen de Britten en de Nederlanders worden nagespeeld. Daarnaast worden er allerlei lezingen en exposities georganiseerd.   

Onderkant formulier

Als de kleinzoon van een Indonesische vrijheidsstrijder zou ik graag willen reageren op het Nederlandse debat over oorlogs-misdaden, dat ik op een afstand volg. Mijn reactie is misschien relevant nu jullie regering besloten heeft om een onderzoek in te stellen. Wellicht is het waardevol dat ik mijn inzichten deel vóórdat er een onderzoeksvraag bekend is en een team is samengesteld.

Ik heb begrepen dat Nederland en Indonesië samen onderzoek gaan doen. Dat is op zich interessant. Er zijn namelijk nogal wat verschillen te overbruggen. Over die verschillen wil ik het hebben. Ik merk dat er in Nederland bepaalde ideeën leven over hoe wij Indonesiërs zouden denken.

Verschillende artikelen in de Nederlandse media veronder-stellen dat wij Indonesiërs op voorhand geen zin zouden hebben om ons aandeel in het geweld kritisch tegen het licht te houden. We zouden te gehecht zijn aan onze 'heldenverering', we zouden doelbewust in een zogenaamde 'stichtingsmythe' geloven. Een mythe omdat het in werkelijkheid niet zomaar een koloniale oorlog maar eerder een burgeroorlog zou zijn geweest, waarbij onze strijdgroepen vooral elkaar te lijf gingen. We zouden dit niet willen erkennen omdat anders de legitimiteit van onze staat op losse schroeven zou komen te staan. Een mythe dus, alsof de Indonesische onafhankelijkheids-strijd een sprookje betreft. Ik betoog dat dit vooral een Nederlandse gedachtegang is.

Verdeel en heers

Het klopt dat niet alle delen van de Indonesische archipel door Java bestuurd wilden worden, ook was er onderlinge rivaliteit, maar wat ik mis in deze stelling is de invloed van de Nederlandse 'verdeel-en-heerspolitiek'. Had de chaotische situatie die na 1945 ontstond niet een-op-een te maken met de Nederlandse koloniale overheersing? Immers, in de koloniale periode daarvoor werd elke poging om onszelf politiek te organiseren hardhandig de kop ingedrukt.

Tijdens de dekolonisatieoorlog voerde de Nederlandse overheid vervolgens een nogal actieve federalisatiepolitiek. Regio's buiten het hoofdeiland Java werd onafhankelijkheid beloofd in de hoop dat de nieuwe republiek op die manier uiteen zou vallen. Wat mij verbaast, is dat de daaruit voortvloeiende propaganda blijk-baar nog steeds invloed heeft op hoe hedendaagse Nederlanders denken als ze het woord 'stichtingsmythe' in de mond nemen. In werkelijkheid denk      ik dat het hebben van een gezamenlijke vijand, zijnde de Nederlanders, wel degelijk een eenheidsgevoel creëerde. Ook al bleef daar misschien weinig van over toen de Nederlanders uiteindelijk verdreven waren.

Treed elkaar openlijk en niet op een belerende manier tegemoet

Hoewel de focus van herdenkingen inderdaad op onze nationale helden ligt, is het in Indonesië zeker niet onbekend dat er ook onderling gevochten werd. Het is overduidelijk dat er strijdgroepen actief waren die de republiek niet erkenden. Zoals de Darul Islam, die een moslimstaat wilde stichten, en degenen die een communistenstaat voor ogen hadden. Daar zijn heel veel boeken en musea over.

Door Indonesiërs op voorhand als onwillig te schetsen, wordt ons eigenlijk de mogelijkheid ont-nomen om te reageren. Elk tegenargument is dan meteen een bevestiging van de aanname dat wij niet in de spiegel willen kijken. Terwijl het niet zozeer met onwil als wel met perspectief te maken heeft. Juist die vooroordelen stuiten mij als Indonesiër tegen de borst en nodigen niet uit om nog in gesprek te gaan. Daarom, als Nederlanders werkelijk samen met Indonesiërs de trauma's uit het verleden willen bestuderen, is het essentieel om elkaars perspec-tieven openlijk (en niet op een belerende manier) tegemoet te treden.

Belangrijker dan het verzamelen van historisch feitenmateriaal zijn de perspectieven die onze denk-kaders vormen.

Jonge Indonesiërs herdenken ook de Bersiap-doden op het ereveld Kembang Kuning in Surabaya. (foto: Indra Eka Saputra)

Bombardement op Surabaya

De gemiddelde Indonesiër is inderdaad niet bekend met de Bersiap, net zomin als alle Nederlanders zullen weten waar deze term voor staat. Belangrijk   is om verschil te maken tussen   de algemene kennis en wat geschiedenisexperts weten. Toen ik in 2013 in Nederland was, merkte ik bijvoorbeeld dat veel mensen geen idee hebben over wat hun voorouders mijn landgenoten hebben aangedaan. Ik heb de indruk dat een boek als Soldaat in Indonesië van Gert Oostindie dan misschien wel onder experts bekend is, maar ik vraag me af of de conclusies werkelijk zo breed gedragen worden in Nederland. Hetzelfde geldt voor het onderzoek van Rémy Limpach.

Als het om de Bersiap gaat, is het hier in Indonesië niet veel anders. Indonesische historici zijn meestal wel bekend met de term en hebben er soms ook discussies over. Uiteraard is het Bersiap-geweld voor ons geen hoofd-thema, maar dat is niet omdat we zo naïef zijn en alleen maar onze helden willen vereren; dat heeft veel meer te maken met de menselijke eigenschap om je eigen lijden voorop te stellen.

Wat betreft 1945 is voor ons het Britse bombardement op mijn geboortestad Surabaya verreweg het belangrijkst in de herinnering. Meer dan tienduizend mensen vonden de dood. Ik begrijp volkomen dat jullie daar in Nederland nauwelijks weet van hebben en dat jullie meer begaan zijn met jullie eigen doden. Toch meen ik dat mijn landgenoten (als ze tenminste enige interesse in geschiedenis hebben) heus wel kunnen bedenken dat de revolutie een bloedige strijd was. Ook voor mij is het logisch dat tijdens onze onafhankelijkheidsstrijd niet alleen Indonesische slachtoffers zijn gevallen.

Ik begrijp volkomen dat jullie daar nauwelijks weet van hebben en dat jullie meer begaan zijn met jullie eigen doden

Wat ik problematisch vind aan het Nederlandse debat, is dat er soms gesuggereerd wordt dat wij meer onwetend en naïef zouden zijn dan de Nederlanders als het gaat om geschiedschrijving. Alsof het tijd  is dat wij Indonesiërs nu ook     het goede voorbeeld van de Nederlanders volgen en eens kritisch naar onszelf moeten gaan kijken. Alsof wij wat dit betreft van Nederland kunnen leren. Maar is dat werkelijk zo? Ik vermoed dat weinig Nederlanders zullen weten dat de Indonesische oorlogsmisdadiger Sabarudin, die tijdens de Bersiap veel Indo-Europeanen had vermoord, later de doodstraf kreeg en door het Indonesische leger is terecht-gesteld. Is er ook maar ooit één Nederlandse soldaat veroordeeld voor oorlogsmisdaden op de vele onschuldige Indonesiërs?

Laatst las ik dat ons eenzijdige beeld van Nederlanders gebaseerd zou zijn op populaire films, maar waar is het Nederlandse beeld van Indonesische 'Permuda’s' eigenlijk op gebaseerd? Wat weten jullie van wat wij in al die jaren geschreven hebben over ons verleden? Hoe gekleurd zijn jullie archieven? Ik denk dat als Nederland en Indonesië op gelijke voet met elkaar verder willen, het niet wenselijk is als jullie als voormalige kolonisators ons de  les komen lezen over wat er     aan Indonesische zijde moet gebeuren. Passender zou zijn om te vragen naar wat wij op onze beurt belangrijk vinden om uit te zoeken.

Geen onwil

Ik wil afsluiten met een bijzondere anekdote om aan te tonen dat er geen sprake is van opzettelijke onwil als het gaat om erkenning van antikoloniaal geweld. Een van mijn vrienden, de Nederlandse Indo Max van der Werff, vertelde mij eens het aangrijpende verhaal van zijn oom die tijdens de Bersiap vermoord was. Samen besloten we in oktober 2013 om een herdenking te organiseren op het Nederlandse ereveld Kembang Kuning in Surabaya. Met een groep jonge mensen van de Roode Brug-vereniging legden we bloemen op alle graven.

Als we echt willen samenwerken, zullen we rekening moeten houden met de vooroordelen en perspectieven van de ander

En wat gebeurde er? Veel Indonesische media waren bereid om verslag te doen van de herdenking. Op kleine schaal laat dit zien hoe mooi het kan zijn    als perspectieven worden uitge-wisseld. Toch denk ik dat als Max mij op belerende toon zou hebben gezegd dat onze 'zogenaamde helden' zijn oom hadden vermoord, wij geen herdenking zouden hebben georganiseerd.

Als we echt willen samenwerken, zullen we rekening moeten houden met de vooroordelen en perspectieven van de ander.

Generalisaties en voorbarige aannames blokkeren een dialoog. Voor ons staat de onaf-hankelijkheidsoorlog niet op zich-zelf en is de Bersiap niet zomaar een losstaande gebeurtenis. Maar niet alleen Indonesiërs, ook Nederlanders zullen zich moeten afvragen of het beeld van de ander niet sterk gekleurd is door gebeurtenissen uit het verleden.

De Volkskrant.

 

ICM 2.2.17

__________________________

Lees verder…

10897350067?profile=originalWeihsien, een verborgen ‘Jappenkamp’ in Noord-China                              Door:  Mieke Melief

 

(C) bronvermelding  NICC Magazine .

Hongkong, Shanghai en Tianjin waren drie grote moderne havensteden in China, tussen de twee wereldoorlogen. Hier leidden veel Amerikanen en Europeanen die werkten bij buitenlandse firma’s een luxe leventje. In deze verdragshavens genoten zij sinds de opiumoorlogen van gunstige, door middel van een verdrag afgedwongen belastingtarieven en leidden zij een beschermd en luxe bestaan. Tot het bombardement op Pearl Harbor waanden zij zich onaantastbaar.                                 

 

Kamp Weihsien

 

In de aanloop naar de bezetting door Japan verloren ze lang-zamerhand hun geprivilegieerde positie. Uiteindelijk werden allen geïnterneerd in zeven ‘Jappen-kampen’ verspreid over heel China. De geallieerde burgers en missionarissen van Noord-China werden ondergebracht in het kamp Weihsien, in de provincie Shantung. Over de Chinese Jappenkampen, waar ook een aantal Nederlanders zaten, is tot nu toe weinig geschreven. Ik ontdekte talloze foto’s en brieven in het familiearchief van mijn tante en schreef daarover het boek ‘Hier in het Oosten alles wel‘. Mieke Melief was docente Frans. Ze publiceerde in 2016 het boek Hier in het Oosten alles wel, een Amsterdamse familie in China, over het leven van haar familie   in China en over de tijd die zij doorbrachten in een Chinees Jappenkamp.

Shanghai in de jaren ’20

Shanghai in de jaren ’20 van de vorige eeuw oefende een grote aantrekkingskracht uit op West-Europese 10897349861?profile=original(voornamelijk Britse) en Amerikaanse jongemannen, op jacht naar de Shanghai Dream. Er was werk genoeg bij de vele westerse handelsfirma’s en qua infrastructuur kon de stad zich meten met New York. De jongemannen die tijdens hun eerste dienstcontract verplicht ongetrouwd waren, konden een comfortabel leven leiden in de mess (vrijgezellenhuishouding), met een kok, een boy en een eigen riksja met koelie. Shanghai bood voorts een swingend uitgaansleven dat dag en nacht doorging. Geld werd echter even snel uitgegeven als verdiend. Alle denkbare luxe artikelen waren verkrijgbaar. Je kon voor alles met een chit (een getekend briefje) betalen, dus schulden liepen op. Het wemelde er verder van de nachtclubs, waar gedanst kon worden met de elegante Chinese en Russische meisjes, maar ook van de casino’s, de bordelen en de opiumkits. Iedereen zette geld in bij de paardenraces. De jongens moesten sterk in hun schoenen staan om niet te bezwijken onder

 

10897349886?profile=originalEen borel in de “mess

 

alle verleidingen. De bekende Engelse sporten boden een goed tegenwicht tegen de verlokkingen. De verdragshavens waren een soort mini-koloniën waar allerlei nationaliteiten hun eigen con-cessies hadden en vrijwel geen belasting betaalden vanwege de bij de Chinezen bedongen gunstige tarieven. Buitenlandse troepen en kanonneerboten beschermden deze enclaves, die onder het gezag van westerse consuls vielen, maar later ook eigen gemeenteraden kregen. De handel verliep via Chinese tussenpersonen, compradores genaamd. Deze manier van handel drijven stelde het geduld van de westerlingen op de proef en vergde veel fingerspitzengefühl voor de ongeschreven Chinese regels.

Scheepvaartkantoor in Shanghai

 

Het leven in Shanghai en andere grote verdragshavens als Hong Kong, Kanton en Tianjin was    veel kosmopolitischer dan in Nederlands-Indië. Ook ging het hier met name om bedrijfs-personeel van veelal grote internationale firma’s en niet om planters. Opvallend genoeg reisde bijna niemand naar het achterland. Soms maakten er enkelen een tochtje naar de bergen (in een draagstoel) of over de Yangtse. De succesvolle taipans (CEO’s van grote westerse bedrijven) bewoonden grote villa’s annex kantoren met daarachter een Chinese compound voor het huispersoneel. Ze dansten in chique hotels of gingen naar de club voor borrels of verkleed-partijen, ze speelden polo of reden paard.  Er  moest  natuurlijk  ook

gejaagd worden, dus verzonnen ze de paper hunt: er was geen wild rond Shanghai, daarom werd een parcours uitgezet met reepjes papier.

 

10897350859?profile=originalJapanse dreiging en rode armwikkel

In 1912 had de Chinese keizer afstand gedaan van de troon, al bleef Puyi in naam nog keizer van China. De japanners richtten in hun protectoraat in zuidelijk Mantsjoerije de nieuwe Chinese staat Mantsjoekwo op en zetten Puyi als marionet op de troon (Bertolucci verfilmde in 1987 zijn leven in The last Emperor,). De westerlingen negeerden deze ontwikkelingen. Ze waanden zich onkwetsbaar. In Tianjin in het noorden bijvoorbeeld, de tweede grote verdragshaven in China, zetten de westerse Taipans hun beschermd en welvarend leven rustig voort hoewel de Japanners vanuit Mantsjoekwo hun invloed steeds meer naar het zuiden uitbreidden. Toen zelfs de Chinees-Japanse oorlog in 1937 uitbrak en Peking en Nanking (met extreem veel geweld) bezet werden, bleef het business as usual. Ook de echtgenotes verhuisden nog iedere zomer voor

De rode armwikkel

twee maanden naar Peitaiho aan zee, naar luxe hotels of vakantievilla’s, met kinderen, veel bagage en al hun personeel. Na   de Japanse aanval op Pearl Harbor (7 december 1941) werden ze wakker geschud. De expats zaten als ratten in de val. Tussen de concessies werden versper-ringen aangebracht en controle-posten neergezet. De inwoners mochten hun concessies niet meer zonder toestemming verlaten, reizen was verboden. Burgers van de geallieerde landen moesten een rode armwikkel dragen met daarop hun nationaliteit in Chinese karakters geborduurd.

De zaken vielen stil en het spaargeld werd aangesproken. Op aanraden van de consuls kwam een repatriëringsbeweging op gang; Nederlanders konden door de Duitse bezetting niet naar het vaderland maar nog wel naar Indië, maar daar was het ook niet rustig.

Geallieerde burgers van Noord-China geïnterneerd

In maart 1943 werden toen alle dragers van de rode armband geïnterneerd. Ze moesten naar een ‘Jappenkamp’ voor geallieerde burgers in Weihsien, in de noord-oostelijke provincie Shantung. Een lange treinreis bracht hen naar een verwaarloosd seminarie, waar ze moesten wonen in lage rijen piepkleine kamertjes (een soort studentenkamers). Een gezin per kamer, grote gezinnen twee kamers. Ook alle zendelingen en missionarissen uit heel Noord-China werden er ondergebracht. Een maand later kwamen na een dagenlange reis stoere paters uit Mongolië het kamp binnen marcheren, gekleed in beren- en schapenvachten.

De omstandigheden waren er een stuk beter dan in de beruchte Indische Jappenkampen. Een aantal vrolijke Belgische en Nederlandse geestelijken organi-seerden meezingavonden. Ook waren er cabaretavonden, waarop de Japanners hard mee lachten, waarschijnlijk omdat ze niet alles verstonden en niet door hadden dat de satirische liedjes over hen gingen. Soms werden ze boos wanneer ze de gevangenen Happy Birthday hoorden zingen. Ze dachten dan juist ten onrechte dat ze uitgelachen werden.

Er werden lezingen, concerten     of grammofoonavonden geor-ganiseerd. In Kitchen no. 2 werd iedere zaterdag gedanst door     de verliefde paartjes, die daar konden zwijmelen bij de muziek van een combo van een zwarte Amerikaanse jazzmuzikant en een gitarist die Hawaiiaanse muziek speelde.

10897350667?profile=originalDe Chinezen hebben het Kamp Weihsien fraai gerestaureerd.

De kampen waren in handen van de Kempeitai, de militaire politie van de keizerlijke Japanse strijdkrachten, maar anders dan in Indië waren kampleiding en bewakers geen militairen, maar maakten ze deel uit van de consulaire politie. Ze reageerden trots en streng – ze straften hard – maar ook redelijk en rech-tvaardig. De geïnterneerden mochten zelf het kamp gaan organiseren. Zolang iedereen zich maar aan de Japanse regels hield en op het appèl verscheen ging alles goed.

Helaas moesten de paters en nonnen drie maanden later vertrekken. Hun nationaliteit was die van Vaticaanstad, meende de Nuntius (diplomatiek vertegen-woordiger van de Heilige Stoel) in Peking, zij maakten geen deel uit van de geallieerden. De Japanners respecteerden die visie. Later bleek dat de kerkelijke leiders met dit besluit vooral de prille en ongepaste romances tussen de jonge paters en de jonge kampmeisjes in de kiem wilden smoren. Een klein groepje zielzorgers mocht achterblijven.

Taipans tonen ware aard

De geïnterneerden waren bang. Hun kamp lag ver van de bewoonde wereld, in het Westen wist men eerst niet dat er een kamp was en later niet waar het lag, er heerste een enorme chaos om het kamp heen, overal zwierven groepjes communis-tische, nationalistische en Japanse guerrilla’s. Wat ging er gebeuren als er paniek uitbrak? Toch ging iedereen energiek aan de slag. Ondanks de gebrekkige middelen en het weinige voedsel werd het kamp efficiënt en democratisch bestuurd. Gekozen commissies verdeelden de taken. Alles werd zoveel mogelijk zelf gemaakt, gereedschap, kacheltjes, kleren, meubeltjes, medische hulp-middelen en zo meer.

 

De meest capabele mensen kregen de leiding, hetgeen leidde tot een genivelleerde sociale structuur, want een aantal taipans viel door de mand en bleek geen geboren leider te zijn. Kinderen en jongeren kregen les, er kwam gezondheidszorg, ook werd er zoveel mogelijk gesport. De Amerikanen introduceerden het honkbal. Medegevangene Eric Liddell, een voormalig Olympisch kampioen atletiek, organiseerde hardloopwedstrijden zolang de bewoners nog fit genoeg waren. Hij stierf overigens een paar maanden voor de bevrijding aan een hersentumor zonder zijn gezin, dat vlak voor de internering gerepatrieerd was, nog terug te zien.

Het verblijf in het kamp was zwaar door het gebrek aan genees-middelen, voedsel, brandstof en het extreme klimaat (bloedhete zomers en ijskoude winters). Er was een groep leerlingen, afkomstig van de Chefoo kostschool voor kinderen van missionarissen, die het heel erg moeilijk had. Hun meegekomen leraren schermden ze af van de rest van het kamp. De ouders woonden en werkten op afgelegen missies ver in het binnenland. Pas na jaren zouden deze kinderen hun ouders terugzien.

10897350689?profile=originalDe meeste bewoners slaagden er echter in hun kinderen te ontzien en hun een relatief onbekom-merde tijd te bezorgen. Zelf herinnerden ze zich later de grote solidariteit, de verdraagzaamheid en de spontane oecumene in het kamp.

 

Hulp van buitenaf en bevrijding

In 1944 werd de Nationalistische Chinese regering in Chungking, die gesteund wordt door de Amerikanen, op de hoogte gebracht van de ligging van Weihsien door twee ontsnapte geïnterneerden die Chungking te voet wisten te bereiken. Na deze ontsnapping werden de kamp-bewoners gestraft met allerlei maatregelen en eindeloze appèls. De Japanners konden dit gezichts-verlies nauwelijks verdragen.

De twee ontsnapten zorgden ervoor dat er medicijnen het  kamp in worden gesmokkeld en bereidden samen met de Amerikanen de bevrijding voor. Op 17 augustus 1945 dropte een B24 vliegtuig een klein team Amerikaanse parachutisten. De Japanners werden door hun komst overrompeld en de bevolking stormde als één uitzinnige massa de poort uit, het platteland op. De plichtsgetrouwe Japanners bleven het kamp bewaken, op bevel van de gecapituleerde Japanse keizer, tot er Amerikaanse versterkingen kwamen. Dat de bewoners geen wrok koesterden jegens deze Japanners, ondanks alle ont-beringen en het hoge sterftecijfer van het kamp blijkt na de oorlog. Een paar geïnterneerden pleitten op het Tokio tribunaal (1946-1948) kampcommandant Izu vrij.

Bron: Historiek.net

Boek: “Hier in het Oosten alles wel”. Bestel dit boek bij:

http://historiek.net.

ICM 4.2.17

Lees verder…

Ophef over play reading ‘De Vergissing’, 

10897329657?profile=original

Het Nederlandse militaire optreden vond echter plaats tegen de achtergrond van de Bersiap,

 

DEN HAAG (29 oktober 2019) – Er is commotie ontstaan over de play reading ‘De Vergissing’, die op 1 november 2019 in Muzee Scheveningen wordt opgevoerd. Vooral het feit dat het Nederlandse optreden na de Tweede Wereldoorlog in voormalig Nederlands-Indië wordt wegzet als een ‘vergissing’ én het najagen van een ‘hersenschim’ wordt ervaren als een regelrechte provocatie. Federatie Indische Nederlanders (FIN) eist nu opheldering van de betrokken organisaties over de “suggestieve” uitvoering.

De voorstelling, gebaseerd op het gelijknamige theaterstuk van Han Ponneker, heeft na een opvoering in het Indisch Herinneringscentrum (IHC) in Den Haag afgelopen 27 oktober 2019 tot de nodige beroering geleid. Met name de eenzijdige benadering van de Nederlandse operatie, als zou het optreden slechts zijn bedoeld om de kolonie te behouden, leidt tot wrevel onder met name Indische Nederlanders. Het feit dat het optreden primair was bedoeld om de orde en vrede te handhaven in een door chaos en extreem geweld geteisterd gebied wordt weliswaar kort aangestipt, maar het gebruik van aanhalingstekens en de algehele sfeer van het stuk suggereren onterecht dat dit geen serieus scenario zou zijn geweest.

Het Nederlandse militaire optreden vond echter plaats tegen de achtergrond van de Bersiap, dat Maleis is voor “Wees paraat” of “Geef acht!”. De Bersiap was de uiterst gewelddadige periode, die volgde op de Japanse bezetting van Nederlands-Indië tijdens de Tweede Wereldoorlog. Gedurende de Bersiap zijn tienduizenden (Indische) Nederlanders op gruwelijke wijze gemarteld, verkracht en vermoord door Indonesiërs, vanwege hun Nederlandse c.q. Europese etniciteit. Ook Chinezen, Molukkers en andere etnische minderheden waren de klos, omdat zij werden verdacht Nederlandsgezind te zijn. Het exacte aantal Nederlandse slachtoffers dat tijdens de Bersiap is gevallen is tot op de dag van vandaag onduidelijk. De schattingen variëren tussen de 15.000 en 30.000 doden en 15.000 vermisten.

Zonder het ingrijpen van de Nederlandse Krijgsmacht zouden veel (Indische) Nederlanders de Bersiap en de Indonesische onafhankelijkheidsoorlog zeer waarschijnlijk niet hebben overleefd. Een niet onbelangrijk feit, waaraan de voorstelling onterecht slechts minimale aandacht besteed. Voorzitter Hans Moll is dan ook zeer kritisch over de voorstelling. “Het in deze vorm opvoeren van de play reading, zonder disclaimer over hetgeen zich daadwerkelijk heeft afgespeeld in de Indische archipel, is zeer kwetsend voor nabestaanden en veteranen en riekt naar politiek activisme” aldus Hans Moll.

https://twitter.com/FederatieIn…/status/1189218464080248833…

Lees verder…
image-334146-Flyer-Leek-vk-850-e4da3.w640.jpg
image-334149-Flyer-Leek-ak-850_copy-d3d94.w640.jpg

Entertainment-Grote Markt-Top restaurants

Twee dagen een heerlijke tropische verrassing in het

Sportcentrum Leek, de Schelp 35.

De prijzen wordt extra laag gehouden voor slechts € 7,- heeft u een hele dag toegang. Kinderen tot 12 jaar zijn gratis en 65+ slechts € 6,-
Parkeren is gratis en de accommodatie is rolstoel- en scootmobiel vriendelijk!

Lees verder…

10897338056?profile=originalWe wisten het al veel eerder    Door: Joop de Jong             Studies van Gert Oostindie en Rémy Limpach eigenlijk niets nieuws

 (C) bronvermelding  NICC Magazine .

Kort geleden verschenen twee baanbrekende studies naar het door Nederlanders gepleegde geweld in de periode 1945-1949 in Nederlands-Indië: `Soldaat in Indonesië, 1945-1950´ van Gert Oostindie, en `De brandende kampongs van generaal Spoor´ van Remy Limpach. Joop de Jong vraagt zich af wat nu eigenlijk nieuw is aan de conclusies van deze studies.   

Heeft Nederland de dekolonisatie van Indonesië ooit verwerkt? Al sinds de Excessennota in 1969 woeden er met de regelmaat van de klok in de media en de publieke opinie debatten, niet over de dekolonisatie als zodanig, maar over de oorlogsmisdrijven die Nederlandse militairen tussen 1945 en 1950 bedreven. Deze zich zelf repeterende discussies leverden zelden iets nieuws op. Wel was er de laatste jaren een breed appèl tot nieuw onderzoek. De respons in de media op Soldaat in Indonesië van Gert Oostindie en De brandende kampongs van generaal Spoor van Remy Limpach was dan ook overweldigend. Alle aandacht concentreerde zich op het ‘harde oordeel’ van beide auteurs dat het Nederlandse leger ‘structureel geweld’ had toegepast. Maar wat voegen beide auteurs toe aan onze kennis? Er is immers in volstrekt contrast tot wat sommige critici beweren, in de loop der jaren over het onderwerp heel wat afgeschreven.

Historische flash back

Het startpunt van alle discussies vormt uiteraard de regeringsnota uit 1969. De Excessennota meldde enerzijds dat het gros van de troepen zich correct had gedragen en dat er geen sprake was van systematisch excessief geweld, maar maakte anderzijds een duidelijke uitzondering voor het optreden van de inlichtingen-diensten en van de speciale eenheden, met name in Zuid-Celebes. De stelling dat het extreem geweld een beperkt karakter had gedragen, zou decennia later grote veront-waardiging wekken, maar werd   in feite al in 1970 krachtig ondergraven.

Van Doorn en Hendrix, zelf veteranen, publiceerden toen een briljante studie waarin zij concludeerden dat excessen op ruime schaal waren voorgekomen. Hun baanbrekende studie werd gevolgd door uitvoerige case studies over Zuid-Celebes (W. IJzereef), over Rawa Gedeh (Scholtens), over het optreden van het Korps Speciale Troepen (J.A. de Moor), over de verwerking door de veteranen (Scagliola), over het Indonesisch geweld (H. Th. Bussemaker) en het Brits geweld (R. Macmillan). Deze onderzoeksresultaten vonden hun weg in enkele breed opgezette dekolonisatiestudies, zoals die van L. de Jong, H.W. van den Doel, J.J.P. de Jong en De Moor. Het debat werd daarmee een zaak van historici, niet van regering en parlement en zo hoort dat ook, verklaarde premier Lubbers tijdens een van de vele verhitte excessendiscussies.

De studies

De media bleken echter over    een nogal zwak geheugen te beschikken. Toen na 2008 het excessendebat als gevolg van geruchtmakende processen en foto’s weer oplaaide, was er geen enkele referentie aan al het historisch spitwerk. Wel liep men te hoop tegen de lang en breed achterhaalde Excessennota, die als een van boven opgelegde staatscanon werd gezien. De nota, zo luidde de kritiek, zette de excessen als incidenteel neer. Zij moest worden overgedaan. Oostindie en Limpach, met op de achtergrond de hen steunende instituten, springen hierop alert in door het massageweld uitgebreid in kaart te brengen; zij het op verschillende wijze.

Oostindie stortte zich allereerst  op de uitgebreide veteranen-literatuur. Hij en zijn team raadpleegden daartoe zo’n 650 egodocumenten. Het resulteerde in een rijke bloemlezing, die gecentreerd is rond thema’s die het handelen, denken en voelen van de militairen in de periode 1945-1950 weergeven, waaronder de geweldsexcessen. Parallel daaraan werd een database aangelegd met alle relevante informatie over dit extreme geweld. Het is een originele, volstrekt nieuwe bijdrage aan onze kennis.

Limpachs bijdrage ziet er heel anders uit. Zijn grote verdienste is dat hij al het gefragmenteerde, reeds gepubliceerd materiaal samenvat en van een nieuwe analyse voorziet. Het leidt tot een gedetailleerde inventarisatie van de eerste golf van geweld (eind 1945 tot eind 1946) en mondt uit in een door archiefonderzoek nader aangevulde schets van een aantal reeds in de Excessennota vermelde cases zoals de Zuid-Celebes-affaire en Rawa Gedeh.

10897337890?profile=originalEen apart chapiter vormt de uiterst gewelddadige Indonesische Revolutie, de ‘Bersiap periode’, met tienduizenden Nederlandse slachtoffers, een onderwerp waarover in het debat tot dusverre een volstrekt stilzwijgen heerste. Limpach durft – en dat is te prijzen – het taboe te doorbreken. Het is niet de enige verrassing. Ook het massale geweld van Britse zijde wordt fundamenteel en op heldere wijze aan de orde gesteld.

Maar dan beginnen de problemen. Over de volgende, o zo cruciale periode tot eind 1949 is stukken minder gepubliceerd. Ook de archieven blijken, zoals sommigen al voorspelden, betrekkelijk weinig materiaal op te leveren. Dat heeft zijn gevolgen. Limpach probeert het weliswaar op te lossen door de verschillende vormen van geweld te rubriceren en vervolgens       via enkele voorbeelden (door veteranen aangedragen cases) te adstrueren. Maar van een werkelijke inventarisatie en analyse is geen sprake; het biedt hoogstens een route voor toekomstig onderzoek. Waarom putte hij niet uit de door Oostindie gebruikte veteranenliteratuur? Het is doodzonde; het maakt dit part van zijn studie hybride en stelt zijn conclusies op losse schroeven.

De auteur maakt het enigszins goed via een uitstekende schets van de werking van het juridisch apparaat, waarbij hij rijkelijk put uit de in de nota van 1969 vermelde 141 gevallen van extreem geweld en met name uit het tot dusverre onderbenutte archief Van Rij-Stam. Het leeuwendeel van de gewelddaden werd overigens ‘getutupt’, met een mantel van geheimhouding bedekt.

10897318467?profile=originalNederlandse soldaten op Java

Limpach constateert bij alle strijdende partijen een algehele dispositie tot buitensporig geweld. Maar vervolgens slaat hij de   plank mis wanneer hij de verantwoordelijkheid voor het gehanteerde buitensporig geweld in kaart probeert te brengen.   Van Doorn en Hendrix hebben het nog over enerzijds hogere commandanten die wegkeken en tolereerden, anderzijds over eenheden die zeer zelfstandig opereerden en alles onder de pet hielden. De Moor rept over Spoor die zijn hearts and minds-beleid zag stuklopen en zijn troepen voortdurend kapittelde, en laat tevens zien hoe men herhaaldelijk een strafrechtelijk onderzoek instelde om daarna toch niet tot vervolging over te gaan. Kortom, nogal tegenstrijdige tendensen.

Limpach gaat echter een stap verder. De hogere autoriteiten in Batavia, klinkt het, wisten wel degelijk van het massageweld op laag niveau, maar gedoogden het en gaven daarmee toestemming, zo niet lokten ze het uit. Het is een stelling die in enkele gevallen, zoals Zuid-Celebes, opgaat, maar die hij – ook Oostindie bekritiseert hem daarom – bij een elementair gebrek aan (bovendien vaak tegenstrijdige) cases niet kan waarmaken.

Achtergronden

Limpachs boek is vooral een optelsom van gepleegde wan-daden. Over wat er precies in de directe militaire omgeving aan de hand was (zo blijven de “faits et gestes” van de tegenstander doorgaans onzichtbaar) krijgen we weinig te horen. Pas aan het slot van Limpachs inventarisatie komt de vraag aan de orde waar de lezer al die tijd reikhalzend naar heeft uitgekeken: onder welke omstandigheden kwamen die extreme gewelddaden precies    tot stand?

 

Bij zulk onvolledig materiaal is het lastig conclusies te trekken, maar moed kan Limpach niet worden ontzegd. Hij constateert bij alle strijdende partijen een algehele dispositie tot buitensporig geweld. De oorzaken waren aan Nederlandse kant vooral te vinden in uiterst zelfstandig optreden van de militaire eenheden, vage orders, doelstellingen en strategie die voortdurend botsten met een geringe troepensterkte, een demoniserend vijandbeeld en een vooral in 1949 zeer laag moreel.

Gert Oostindie vindt dat er       van systematisch, van bovenaf verordonneerd geweld geen sprake was. Het komt in de kern neer op het conceptuele kader dat Van Doorn en Hendrix al in 1970 ontwikkelden, waaraan  hij  in hun

algemeenheid nogal aanvecht-bare waarnemingen als slechte commandanten, een gebrekkige discipline en opleiding toevoegt. Opvallend is wel dat hij niet het thema incorporeert dat bij Van Doorn en Hendrix een centrale plaats inneemt: dat van guerrilla en contraguerrilla. En dat is bijzonder vreemd. De revolutie in Indonesië vormde immers het centrale probleem waarom alles draaide. Het gekke is dat Limpach in sommige passages de interactie met de revolutionaire tegen-stander als bepalend ziet en dan er een zeker begrip voor op kan brengen om vervolgens weer elders blind te varen op een sterke dispositie tot extreem geweld, voortspruitend uit de betrokken legers zelf.

10897308292?profile=originalNederlandse soldaten in Indië

Structureel geweld

De conclusie van Van Doorn en Hendrix dat het extreem geweld op ruime schaal plaatsvond, wordt – dat is duidelijk – door beide auteurs volstrekt onderschreven. Op twee punten verschillen zij echter van mening. Terwijl Oostindie vindt dat er van systematisch geweld, van bovenaf verordonneerd geen sprake was, maakten bepaalde eenheden zich daaraan volgens Limpach wel degelijk schuldig. Beide auteurs zijn het er echter weer roerend over eens dat het leger zich als totaliteit aan structureel extreem geweld bezondigde; zij het dat slechts een minderheid zich misdroeg.

Dit klinkt rijkelijk schizofreen. Maar bij Oostindie is de verklaring vrij simpel. Hij wil alleen maar zeggen dat dat geweld niet incidenteel, maar frequent en massaal was. Dat hij slechts 710 cases kon turven, vindt hij verrassend weinig. Het moeten er, zegt hij verontwaardigd, veel meer zijn geweest: 1000’en zo niet 10.000’en cases. Er was sprake van onderrapportage!

Bij Limpach heeft ‘structureel’ echter een diepere betekenis. ‘Structureel‘ betekent, legt hij uit, dat een verschijnsel zich steeds weer voordoet en niet toevallig is, maar een diepere oorzaak heeft.

Die diepere oorzaken schetste ik hierboven al. Het lost één vraag niet op. Waarom ging, als die diepere oorzaken voor het gehele leger golden, alleen een minderheid ernstig in de fout? ‘Structureel’ is even suggestief als nietszeggend. Van Doorn en Hendrix gebruikten die term niet. Zij spraken over een ‘geweldsfuik’ en trachtten vooral de ‘context’ te schetsen waaronder massageweld bij bepaalde eenheden, in bepaalde periodes en onder bepaalde ‘condities’ mogelijk werd. Een verstandige benadering, omdat die omstandigheden per fase van het militair conflict en per locatie nogal uiteenliepen.

Slot

Limpach fulmineert tot slot over het volstrekt kansloze beleid    van generaal Spoor waaraan Nederlandse militairen werden opgeofferd. Met deze stelling verlaat hij het excessendebat     en raakt hij aan het gevoerde dekolonisatiebeleid. Over de grote lijnen van het politieke en militaire dekolonisatiebeleid is de laatste decennia een stroom van onder-zoek gepubliceerd dat in het boek zelf grotendeels wordt genegeerd. De lezer krijgt nergens te horen wat er precies aan de hand was, op enkele glossen na. Zowel de bredere militaire als de politiek-diplomatieke context blijft onhelder.

De bekende, maar inmiddels in de historiografie zwaar aangevochten zwart-wit-patronen van een Nederland, uit op het koloniaal gezagsherstel, verschijnen weer. Vrijwel niets over de pogingen om tot een diplomatieke oplossing te komen en de cruciale rol die het leger daarbij speelde. Zonder militaire factor zouden akkoorden zoals Linggadjati en de RTC onmogelijk zijn geweest. De TNI was in vrijwel de gehele periode 1945-1950 rabiaat tegen een diplomatieke oplossing en wilde maar één ding: de Nederlanders gewapenderhand uit Indonesië verdrijven. De RTC werd pas mogelijk nadat het leger in 1949 een patstelling met de TNI had bevochten en de TNI concludeerde dat alleen een diplomatieke oplossing soelaas bracht.

Uit beide studies wordt één ding duidelijk. We hebben te maken met onvoltooid onderzoek. Limpach en Oostindie hebben weliswaar hun gebreken, maar bieden een constructieve stepping stone voor verdere research. De regering sprak op 2 december     jl. haar bereidheid uit om dit financieel te ondersteunen. Dat onderzoek zou echter dan wel, zoals Oostindie voorstelt, in de richting moeten koersen van insurgency & counterinsurgency; net als bij andere internationale dekolonisatiestudies.

Het Nederlands en Indonesisch militair beleid, de uitwerking in het veld en de interactie tussen beide dienen het uitgangspunt te zijn en niet een uitsluitende fixatie op oorlogsmisdrijven (de weg die Limpach wil blijven bewandelen). Deze sluit, dat is wel duidelijk,  een bredere blik op en analyse van het gevoerde beleid uit.

De Indonesische kant van de medaille, te starten met de Indonesische Revolutie (de Bersiap-periode), zal bij dergelijk onderzoek speciale aandacht moeten krijgen. Het excuus van geen toegang tot de Indonesische archieven geldt niet. Historici als Cribb en Frederick hebben al laten zien dat de Nederlandse archieven het nodige materiaal bevatten.

Joop de Jong is historicus. Hij schreef twee uitvoerige boeken over de dekolonisatie die hij recentelijk samenvatte in ‘De terugtocht. Nederland en de dekolonisatie van Indonesië’ (Amsterdam, 2015).

Dit artikel verscheen eerder in   het “Internationale Spectator: Clingendael Magazine voor Inter-nationale Betrekkingen”

(Java Post) 

ICM 4.2.17

Lees verder…

10897414478?profile=originalExorbitant hoge toegangsprijzen en merkwaardige kledingvoorschriften bij het IHC

 

DEN HAAG (24 oktober 2019) – Het Indisch Herinneringscentrum (IHC) in Den Haag is opnieuw in opspraak. Ditmaal richt de kritiek zich op de exorbitant hoge toegangsprijzen en merkwaardige kledingvoorschriften die het centrum hanteert. De praktijken leiden tot ergernis onder Indische Nederlanders.

 

Meest recente steen des aanstoots is het dagprogramma ‘Het onbekende verhaal van de ‘Hellships’’, een verwijzing naar de Japanse zeetransporten van krijgsgevangenen tijdens de Tweede Wereldoorlog. Bezoekers moeten voor dit programma maar liefst € 49,50 betalen. Bovendien dienen zij ook “zoals gebruikelijk in sarong, kebaya en in batik shirts” te verschijnen. Vooral de kledingvoorschriften zijn opmerkelijk, want Indische Nederlanders tooien zich doorgaans niet in Indonesische kledij. Waarom bezoekers aan een Indisch herinneringscentrum zich toch moeten uitdossen als Indonesiërs is dan ook een raadsel.

 

Het IHC slaat overigens wel vaker de plank mis. Eind juni van dit jaar was er bijvoorbeeld ook al ophef over de expositie ‘Vechten voor Vrijheid’. Vooral het feit dat het geweld van Indonesiërs gedurende de Bersiap was aangeduid als verzet en werd vergeleken met het verzet tegen Nazi-Duitsland en Japan stuitte toen op veel weerstand. Koning Willem-Alexander moest die omstreden expositie uiteindelijk openen, iets dat in de wandelgangen werd beschouwd als een schoffering. Er zijn ook soortgelijke geluiden over de invloed van het IHC in Museum Bronbeek. Het is een publiek geheim dat diverse gidsen, bezoekers en andere betrokkenen zich daar om vergelijkbare redenen niet langer willen vertonen.

 

De ophef toont aan dat het IHC maar weinig moeite doet om de Indische gemeenschap voor zich te winnen. Vanaf het moment dat het IHC zich in het Museum Sophiahof in Den Haag heeft gevestigd toont een deel van de gemeenschap zich zeer kritisch. Bij hen kan het IHC niets goed doen, omdat zij nadrukkelijk onderdeel is van de ‘Collectieve erkenning van Indisch Nederland’. Deze regeling ligt om uiteenlopende redenen gevoelig, maar vooral het feit dat het een finale afkoopsom betreft, terwijl openstaande rekeningen aan de zijde van de Staat der Nederland niet zijn voldaan, leidt tot chagrijn. Met de meest recente incidenten lijkt het IHC ook het overige deel van de gemeenschap tegen zich in het harnas te jagen.

 

Bron: http://www.federatie-indo.nl/19-10-24/ 

ICM Reactie.

Al eerder heeft Ferry Schwab van ICM  op verzoek van het Ministerie van VWS in het kader van schriftelijk interview 15 vragen gesteld. VWS met Volk Welzijn wat heeft deze voor Nederlandse Indische Gemeenschap in deze 70 betekent. Zijn het niet de mensen (bersiaper) die ruim 55 jaar de Pasar Malams in land draaien houdend, waar het hele palet Indisch Cultuur wordt uitgedragen voor ruim 1 mijlioen bezoekers in het Land. Waarom die ander half miljoen hier in steken voor een betere doelmatige IHC, en niet waar slechts 400 mensen in de maand komen, en dat voor die anderhalf miljoen. IHC is een grote blunder van de ambtenaren van Min. VWS dat reeds in 2000 begon. Wanneer wordt er een keer naar ons geluisterd.

Lees verder…

BELANGRIJKE MEDEDELING VOOR FASE II TRAKTAAT VAN WASSENAAR. == ER IS EEN INVESTEERDER GEVONDEN

10897316056?profile=original10897400266?profile=original

ACTW - 66 (Actie comite traktaat van Wassenaar)

Fase I, hierin is ruim 80.000 aan de noodzakelijke kosten uitgegeven, los van de vele werkzaamheden zoals het voeren van campagne voor bekendmaking rond het bestaan van dit Verdrag. Campagne voor de petitie, die door 15.000 is ondertekend. Onderzoeken door juristen/advocaten o.a. WOB verzoeken. Het opstellen van het rapport. Voorts het informeren van de president van Indonesie. Alle betrokkenen hebben onbezoldigd deze werkzaamheden verricht sinds april 2015 tot het heden die thuishoort bij NL Overheid , dat dus boven de gemaakte kosten van 80.000 komt. Komt op het bedrag op ruim 344.000. Van alle 15.000 toezeggingen die de petitie hebben getekend, hebben slechts 321 hun toezegging waar gemaakt met hun donaties. Dit heeft ACTW-66 delegatie leden gebracht om te zoeken naar partijen die bereid zijn te investeren. De conclusie die je hieraan verbindt dat bij resultaat de investeerder ook wordt beloond met om 3 tot 4 keer het te investerend bedrag uit te keren.

Het lijkt er op dat 1 van ACTW66 delegatie lid een investeerder heeft gevonden.

Voor fase II heeft dit project 400.000 euro nodig om verdere juridische stappen te zetten. De eerste contacten zijn gelegd met een voornaam advocaat. Voor mij is dit een forse verlichting die van mijn schouders afvallen.

Welke benadering wordt gekozen met deze investeerders, is nu onduidelijk.

Voor mij is dit een grote stap, want helaas van de 15.000 Indische handtekeningen komt nimmer dit geld bij een, dus was het zoeken naar investeerders onze scope.

Ook is andere ACTW-66 delegatie lid bezig voor dit fonds,

Het advies is wel aan de investeerder gegeven om eerst te onderzoeken of betreffende advocatuur ook niet is benaderd door het IP, wegens belangenverstrengelingen dan zou betreffende advocaat door Staat worden betaald voor dienstverlening mediation

Als ondernemer zeg ik, zijn de spelregels wie geld heeft, heeft de macht, en die bepaalt.

Ik hoop van harte dat deze strategie en tactiek zoals beschreven in rapport wordt gevolgd; dus eerst handtekeningen aanbieden met het rapport, .dan stellen binnen het gestelde termijn het rapport wordt gevolgd, Gebeurt dit niet dan wordt Stef Blok gedagvaardigd NAMENS de 15.000 mensen die met de petitie hun mandaat hebben gegeven.

Lees verder…

Onderzoek naar de koloniale oorlog

10897339681?profile=originalOnderzoek naar de koloniale oorlog

(C) bronvermelding  NICC Magazine .

In onze vorige editie maakten wij melding van het aangekondigde onderzoek naar excessen tijdens de Koloniale oorlog in Indonesië tussen 1945 en 1950. Nadat van diverse kanten op het onderzoek was aangedrongen, is de regering eindelijk overstag en zal in nauwe samenwerking met Indonesië een diepgaand onderzoek gestart worden over het geweld dat is toegepast door de Nederlandse militairen, maar ook door de Pemuda’s, revolutionaire groepen Indonesische  jongeren, die in de  Bersiap-periode vele duizenden Nederlanders op gruwelijke wijze vermoord hebben. Je kon erop wachten tot er mensen opstonden die dit onderzoek echter helemaal niet zien zitten. Mensen die er evenmin op gebrand zijn dat Indonesische slachtoffers en/of nabestaanden schadevergoeding krijgen uitgekeerd.

In dit artikel geven wij twee meningen weer van mensen die een duidelijk anti-geluid willen laten horen. Deze meningen werden onlangs gepubliceerd in het NRC en wilden wij u beslist niet onthouden.

Sta  nu eens stil bij de oorlog  als erfenis

Nederlandse militairen trokken een spoor van buitensporig geweld in Nederlands-Indië. Volgens historicus Rémy Limpach in zijn boek De brandende kampongs van Generaal Spoor hebben militairen de grenzen van het oorlogsrecht in ruime mate overschreden. Telkens weer ben ik ontzettend woedend over de eenzijdige belichting van de oorlogshandelingen (politionele acties) van de KNIL-militairen versus de naoorlogse nietsont-ziende Indonesische vrijheids-strijders (pemoeda's en peloppers) tijdens de Bersiap-periode (wees paraat). Jonge vrijheidsstrijders die gruwelijk moordend en verkrachtend vele Nederlandse gezinnen hebben afgeslacht. Door excessief geweld werden vele duizenden gehate Nederlanders met bamboesperen, klewangs en krissen gruwelijk mishandeld.

Nederlandse militairen in Indië

Bersiap-periode
De Nederlandse KNIL-militairen en hun familieleden hadden in de Tweede Wereldoorlog eerst zwaar geleden onder de gruwelen van de Japanse bezetting. Na de onaf-hankelijkheidsverklaring van de latere president Soekarno kwam de zogenaamde Bersiap-periode.

De Nederlandse regering heeft met de KNIL-militairen uit alle macht geprobeerd Nederlands-Indië te behouden ten koste     van zeker 20.000 militaire en burgerslachtoffers.

Na terugkeer in Nederland hebben KNIL-militairen en hun gezinnen nooit, nee nooit excuses ontvangen van de toenmalige regering(en) en nooit nabetalingen ontvangen van het tegoed aan soldij. Waarom heeft de huidige Nederlandse regering wel gemeend om nabestaanden van Indonesische slachtoffers, zoals in Rawagedeh en Zuid-Sulawesi, excuses aan te moeten bieden door minister Koenders, alsmede de belachelijk hoge schadever-goedingen?

Bovendien vraag ik mij af of de huidige regering – eveneens  onder aanvoering van minister Koenders – wederom excuses  gaat aanbieden en letselschade-betalingen doneert?

PTSS
De klopjacht op onze staatskas met schadeclaims blijft maar doorgaan, mede door advocate Liesbeth Zegveld. Daar worden alle nog levende Indië-veteranen en de tweede generatie na-bestaanden kotsmisselijk van! Waarom maken Zegveld en Koenders zich niet druk over de wreedheden van de Indonesische vrijheidsstrijders jegens de Nederlandse militairen en hun gezinnen? Sta verdorie ook eens stil bij de oorlog als erfenis, als gevolg van de overdracht van oorlogstrauma's op naoorlogse generaties! Heeft men enig idee hoe het is om een vader te hebben die zwaar getraumatiseerd uit Indië was teruggekomen, zonder enige psychische vorm  van begeleiding of nazorg zoals veteranen die tegenwoordig van missies terugkomen?

Mijn vader heeft nooit geweten dat hij aan zware PTSS leed, want deze psychische ziekte bestond toen nog niet. Enig idee wat het is om als kind niet te begrijpen waarom hij 's nachts schreeuwde in zijn slaap en door hevige nachtmerries werd overvallen? Enig idee waarom hij meerdere keren als een tiran tekeerging en zware klappen uitdeelde aan mijn moeder en de kinderen? Enig idee waarom hij bijzonder agressief was als hij weer eens dronken thuiskwam uit de kazerne? Enig idee waarom ik op 16-jarige leeftijd uit huis ben gegaan? Geen idee? Dat was om de psychische en fysieke terreur en huiselijk geweld te ontvluchten! Enig idee waarom ik niet op zijn begrafenis ben geweest? Enig idee!?

Afgeslacht
In 1947 ben ik geboren in Batavia als kind van een Javaanse moeder en een Groningse vader. Mijn vader heeft vele KNIL-vrienden verloren, die gruwelijk vermoord werden teruggevonden.

Ook volledige gezinnen werden op gruwelijke wijze mishandeld en afgeslacht teruggevonden.

Over deze afschuwelijke periode werd thuis zelden of nooit iets verteld. Als kind begrijp je totaal niet wat er omgaat in het hoofd van je vader. Hij diende onder andere in Batavia bij de militaire politie van het KNIL en vertelde wel eens dat hij nooit op pad ging zonder zijn volgeladen Tommygun (Amerikaanse Thompson pistool-mitrailleur), een volgeladen pistool en zijn wapenstok, alvorens ergens poolshoogte te nemen van onrust of onraad.

De vele onmenselijk wrede misdaden van beide zijden in Indië zijn met geen pen te beschrijven. Het is nauwelijks te bevatten wat aldaar heeft plaatsgevonden. Voor een eerlijk en betrouwbaar beeld van de 'Opstand in het paradijs' verwijs ik naar het boek van H. Th. Bussemaker getiteld ‘Bersiap’.

In alle opzichten gaat het mij veel te ver dat Nederland weer excuses gaat aanbieden aan Indonesië, nog meer schadeclaims zal betalen en een onderzoek gaat instellen dat mogelijk vier tot zes jaar gaat duren. Wanneer komt er eens een einde aan het steeds weer openrijten van geestelijke wonden?

Bart Wagenaar, Uden. Zoon van een overleden KNIL-militair.

 

Stop  oprakelen  acties  in Indië

Het onderzoek naar wat zich heeft afgespeeld in Indonesië zal een eenzijdig beeld opleveren. De strekking van het artikel 'Sta nu stil bij de oorlog als erfenis' van Bart Wagenaar (ED Opinie 29 december) is, dat nu eens opgehouden moet worden met het telkens oprakelen van hetgeen zich heeft afgespeeld tijdens de politionele acties in Indonesië. Ik ben het daar helemaal mee eens.

Nabestaanden in de rechtbank in Den Haag (foto: ANP)

Nu wordt - voor enkele miljoenen euro's - opnieuw door een burger-wetenschapper daarnaar onder-zoek gedaan. Er zijn al vele onderzoeken gedaan en processen gevoerd over de toestand na de oorlog in Indonesië. Advocate Liesbeth Zegveld heeft kort geleden wat schadevergoedingen voor nabestaanden kunnen krijgen van de Nederlandse staat, ter grootte van circa 20.000 euro per persoon. Dit is een gigantisch bedrag in het huidige Indonesië.

Dit geld is deels opgeëist door kampong-hoofden (een soort burgemeesters), die het weer verdeelden over zichzelf en de  inwoners van de betreffende kampong (kleine dorpsgemeen-schap). Zo kregen ook personen die niets geleden hadden, geld uitgekeerd. Wie wil dat niet. Het deugt natuurlijk van geen kant. Nu is al bekend dat Indonesië niet meewerkt aan het openen van dossiers. Daardoor komt er uit het onderzoek straks een eenzijdig beeld van hetgeen heeft plaats-gevonden. De vele misdaden van Indonesische kant worden niet onderzocht en dus doodgezwegen.

Mijn vader was gedurende ongeveer dertig jaar KNIL-kapitein tot 1948 op Sumatra en Java. Mijn ouders en hun drie kinderen hebben gedurende 2,5 jaar in Japanse krijgsgevangenkampen gezeten en het allemaal - op het nippertje - overleefd. Wij hadden een uitstekende verstandhouding met de inheemse bevolking.

Toen direct na de oorlog de hoogste bevelvoerend generaal van het geallieerde leger in Azië Indië bezocht, zei hij dat hij in geen enkele kolonie van Engeland    zo'n goede infrastructuur had aangetroffen. En dat in een land zo groot als geheel Europa, met een inheemse bevolking van ongeveer vijftig miljoen mensen, bestaande uit vele verschillende volkeren en duizend eilanden.

Totale chaos

Doordat er na de oorlog nog geen politie of leger was, heerste er totale chaos, en trokken er plaatselijke misdadigersbendes rond om te roven, te moorden en te verkrachten. Die criminelen waren door de Jappen - tijdens   en na de oorlog – al tegen de Nederlanders opgehitste, veelal kansloze jeugdigen. Daartegen werden uit Nederland dienst-plichtige militairen gezonden, die weinig wisten van het leven in Indië.

Zij zagen dat vele duizenden ongewapende Nederlandse man-nen, vrouwen en kinderen, die in de voormalige Jappenkampen hadden verbleven, door die misdadigers waren vermoord en dat hun hoofden op palen langs de openbare weg waren gespietst. Dat daarop geen vriendelijke reactie   kwam  van   Nederlandse

kant, kan zelfs een kind begrijpen.

De vele goede verhalen over wat wij in Indië hebben gedaan, worden niet gedaan of niet geloofd. In iedere oorlog gebeurt wel eens iets dat niet de schoonheidsprijs verdient, maar Nederlanders vinden dat zij altijd het braafste jongetje van de klas moeten zijn. Geen enkel ander land blijft bijna zeventig jaar      na een oorlog nog eindeloos doorzeuren of alles wel precies volgens het boekje is gegaan. Stop daar nou toch eens mee.

J. van der Wall, Sint-Oedenrode.

Heeft u zelf een mening over een artikel in NICC Magazine of gewoon over een Indisch gerelateerd onderwerp in het algemeen?                             Aarzelt u dan niet. Zet het op papier en mail het ons.                   Wij willen het graag voor u plaatsen als opiniestuk.

ICM  4.2.17

 

Lees verder…


 

10897357889?profile=originalOmroep Max op bezoek bij Joyakarta van Hamengku Buwono X, 1 van de rijkste mensen van de republiek Indonesia.

 

Twee jaren lang prijkt het verdrag Traktaat van Wassenaar in de vorm van de petitie en voor donatie op het Wereldse Internet ICM en Facebook, gesteund door ICM Breaking News . Het verdrag  werd getekend door Hamengku Buwono IX en oud minister van Buitenlandse zaken Luns,  en uiteindelijk door de beide landen werd geratificeerd in 1969. 

 Heel frappant dat Omroep Max deze locatie Yojakarta kiest voor haar programma “de gouden jaren”, de plaats van de crime van Nederland.

 

Hoe gevoelig dit ligt bij de Nederlandse Indische Gemeenschap - de gedupeerden ruim 52 jaren - die op hun Indisch geld wachten dat president Soekarno en Hatta  aan Nederland betaalde.  Dit voor het verlies van al hun bezittingen omdat ze het land werd uitgezet door de onhandige politiek bedrijf uit Den Haag, die met hun  bewuste onhandigheid de Indonesische bevolking opruide tegen haar onderdanen.

Voor Mark Rutte (ook historicus)  ligt  hier een geschieden waar Nederlandse regering (Politiek Den Haag) die sporen van vernieling hebben achtergelaten. Richting de Indonesiers die werden uitgemoord (te scharen oorlogsmisdaden). Vervolgens richting haar eigen Nederlandse onderdanen die daar toen verbleven. Het waren er ruim 500.000. Nederland wilde deze onderdanen (vluchtelingen) niet meer terug, Door de intensieve mediaton van de Indonesische zijde werden slechts 149.000 niet toegelaten de zogenaamde “Vergeten groep, de Indische ouderen”, waar omroep Max zich nu om bekommert en vraagt om te doneren.  Soekarno heeft destijds intensief hulp ingeroepen vanuit Amerika om tot oplossingen te komen, want politiek Den Haag was maar met 1 ding bezig om de verenigde republiek niet die onafhankelijkheid te gunnen  Daarbij betaalde Soekarno 686 miljoen oude guldens ter compensatie van de 341.000 (waarde nu 2,4 miljard) gedupeerden voor een nieuwe start in Holland.

 

In het evaluation brochure “To forget of a promise for The Future” staat dit  alles op detail beschreven.

ICM redactie werd drie jaren geleden op de hoogte gebracht door tal van haar abonnees. Deze liet er geen gras overheen groeien en startte een onderzoek. Tijdens het onderzoek stuitte deze op feitelijkheden dat Nederland volledig de afspraken in het Verdrag niet is nagekomen richting de republiek Indonesie en richting de Nederlandse Indische Gemeenschap.  Na het ingestelde onderzoek werden de promotie - en petitie campagne gestart. De resultaten van het onderzoek vervat in het rapport traktaat van Wassenaar dat door de uitgever Calbona in boekvorm onlangs in uitgebracht.

 

Als de redactie van Omroep Max zich had verdiept dan hadden ze die kennis opgedaan waarom die “vergeten groep”, dan kwamen ze ook erachter dat niet om een paar ouderen gaan, maar om ruim 149.000.  Dat donatie van Max slechts een druppel op een gloeiende plaat is, maar wel flink scoort bij NIG. Ook had Omroep Max  moeten weten dat in eerste instantie Nederland al haar onderdanen had geweigerd dus die 500.000 man, dus ook Sandra Reemer met de ouders. Yojakarta nooit als locatie had uitgekozen, maar wellicht als alternatief Bandoeng, Jakarta, en Soerabaya.

 

Of is dit een politiek signaal  van omroep Max, immers het verdrag van Wassenaar 1966 werd eerst door Hamengku Buwono en Luns in Yojakarta getekend.

 

Wat een hypocrisie 

10897346269?profile=original

Foto   Hamengku Buwono X met oud -minister Luns ondertekening van het verdrag traktaat van Wassenaar in Yojakarta 

10897337860?profile=original

Foto rapport Traktaat van Wassenaar in boekvorm uitgeven door Calbona uitgever.

ICM  10.2.2017

Lees verder…

wordt indonesiëvolwassen

10897356862?profile=originalwordt-indonesië-volwassen

Jakarta, Indonesië, David Challik, Sweet Durian

Op 5 november vond er een grote demonstratie plaats bij de Hotel Indonesia Rotonde. Dat is op zich niet bijzonder, dat gebeurt wel vaker.

Daags van te voren ontstond er een enorme spanning.

“Kom vrijdag niet in het centrum. Er komt een grote demonstratie. Pas op!”

Bedrijven geven hun medewerkers opdracht niet op het werk te verschijnen. Iedereen heeft het over de vele politieagenten die in de stad aan het patrouilleren zijn. In Jakarta hebben heel veel mensen een Facebook account en daar wordt zeer actief gebruik van gemaakt. Van alle kanten wordt actuele informatie aan elkaar doorgegeven. In de aanloop van de demonstratie houdt iedereen dan ook zijn Facebook goed in de gaten – dat doen ze altijd al, maar nu zeker – want er worden ernstige rellen verwacht…

Plotseling gaat Prabowo Subianto, de presidentskandidaat die de verkiezingen had verloren, op bezoek bij president Joko “Jokowi” Widodo, die wel de verkiezingen had gewonnen. Niemand weet waarom, laat staan waarom dat live op de televisie wordt verslagen. Prabowo staat bekend als een powerplayer die geen middelen ongemoeid laat om zijn zin te krijgen.

Komt hij de president vertellen dat de gouverneur van Jakarta ontslagen moet worden, want anders gebeuren er dingen die hijzelf niet meer in de hand kan houden… !?!

Prabowo heeft veel op zijn geweten. Toen hij nog commandant van de speciale troepen was heeft hij zes studenten dood laten schieten tijdens een anti-regeringsdemonstratie. Daarna is hij met een legereenheid opgetrokken naar het huis van de toenmalige president Habibie om diens aftreden af te dwingen. We hebben het hem allemaal zien doen.

We weten niet wat er is besproken tussen Jokowi en Prabowo, daar werden geen mededelingen over gedaan. Na afloop bestegen zij ieder een paard, wat een paar unieke fotogenieke momenten opleverde. Prabowo vertrekt daarna. Het grote publiek moet maar raden wat de betekenis is van deze gebeurtenis en wat er verder staat te gebeuren.

AAEAAQAAAAAAAAm6AAAAJGJjYjEwM2ExLTk1MTAtNDdiNS05OTJkLTlhYzk3MTEyNTI0Nw.jpg

President Joko Widodo (“Jokowi”) en Prabowo Subianto

De vorige president, Susilo Bambang Yudhoyono, koosnaam “SBY”, nodigt plotseling de pers uit bij hem thuis in Bogor. Die komt in grote getalen. De reden is van te voren niet bekend, maar die wordt snel duidelijk. Een anders zo beheerste SBY vertelt geëmotioneerd – zijn stem slaat een paar keer over – dat hij en zijn partij niets te maken hebben met de demonstratie die vrijdag gaat plaats vinden. Ja, dat staat nog te bezien. Zijn zoon doet mee aan de aanstaande verkiezingen voor gouverneur van Jakarta. SBY is een Javaan. Bedoelt hij dat hij echt niets te maken heeft met de demonstratie, of bedoelt hij juist het tegenovergestelde en zegt hij dat bepaalde partijen moeten inbinden?

AAEAAQAAAAAAAA0tAAAAJGY5YzM5ODE2LTI2YjgtNDkwNS05MzA1LTA0ZjUyZGM2NDE1Yg.jpg

 Voormalig president Susilo Bambang Yudhoyono (“SBY”)

Indonesische Soap

In Indonesië is er nooit iets zoals het lijkt. Er wordt altijd veel stemming gemaakt en het lijkt alsof iedereen daarvan geniet. Er wordt veel geroddeld, iedereen voegt graag iets toe aan het verhaal dat als een lopend vuurtje ten ronde gaat.

Bijna alle Javanen zijn groot gebracht met het Wayang schimmenspel, waarin actualiteit en fantasie met elkaar worden verweven en waarbij het verhaal een vrije loop neemt. Een Wayang voorstelling wordt meestal tot diep in de nacht gehouden. De soaps op de televisie kunnen worden beschouwd als een voortzetting van deze Wayang voorstellingen. Elke avond is er wel een soap op televisie. Eigenlijk speelt zich het leven van een Indonesiër af in een eigen soap en daaraan worden moeiteloos telkens nieuwe afleveringen toegevoegd. Het verhaal hoeft niet waar te zijn, als het maar interessant klinkt.

De grote demonstratie van 4 november is aangekondigd door de FPI, het Verdedigings Front voor de Islam. Een uiterst onvoorspelbare en agressieve organisatie, die graag ergens op bezoek komt om de boel kort en klein te slaan. Ze streeft ernaar om de samenleving te ontwrichten om zo het Kalifaat ook in Indonesië te kunnen oprichten. Wee degene die er iets van zegt, want die wordt meteen voor “Afvallige” uitgemaakt en daar schrikt de gemiddelde Indonesiër erg van, dus die houdt zich op de vlakte.

Dat de FPI met deze demonstratie vrij spel krijgt geeft te denken. Indonesië is wel een Islamitisch land, maar dat zo’n organisatie brede steun onder de bevolking geniet is ook weer niet waar. Dat zij een massale demonstratie mag houden en daarbij het totale openbare leven in de stad mag platleggen, gebeurt niet zonder reden. Welke partijen hebben daar belang bij? Welke bestuurder, welke politicus, welke religieuze organisatie zit hier achter? Normaal is dat vrij duidelijk, maar deze keer is het wat schimmig. De beweegredenen van de demonstranten, FPI of geen FPI, zijn in ieder geval helder: een gratis maaltijd en wat geld…

AAEAAQAAAAAAAAqfAAAAJDMyYjlmMWNiLWU5ZmYtNDFmNS1iMzRlLTY2NDhiNmFlYzJlYw.jpg

Habib Rizieq, voorzitter van de FPI (met bril)

De FPI beweert dat Basuki “Ahok” Tjahaja Purnama, de gouverneur van Jakarta, de Islam beledigd heeft en dat hij daarvoor gestraft moet worden. Om dat kracht bij te zetten organiseren ze de 4 november demonstratie. 100.000 Fanatieke Islam aanhangers worden van buiten de stad naar Jakarta vervoerd om tegen de gouverneur van Jakarta te demonstreren. De FPI heeft ook in Jakarta zelf aanhangers, maar de rest van de 9,6 miljoen inwoners van Jakarta houdt zich afzijdig. Het is dus een puur Islamitische aangelegenheid. Alle demonstranten dragen als echte Islam aanhangers witte kleding.

 Dat de demonstratie een nationale gebeurtenis zal worden, dringt pas goed door toen op woensdagavond een groot debat op METRO TV plaats vond, waaraan politie, leger, rechtsgeleerden, religieuze leiders deelnamen. De commandant van Indonesische strijdkrachten Generaal Gatot Nurmantyo hield daags van te voren nog een gepeperde redevoering, waarin hij zei dat het leger zich afzijdig zou houden, maar het zeker zal ingrijpen als de demonstratie uit de hand zou lopen. Een verkapt dreigement.

Tijdens de discussie wordt de toon gezet door het hoofd van de nationale politie Tito Karnavian, die bekend staat als een gunsteling van president Jokowi. “Demonstreren is een democratisch recht”, zegt hij. Een uitspraak die in het Soeharto tijdperk nooit gehoord werd.

De volgende dag spreekt de president dezelfde woorden op televisie. Zelfs de nieuwe coördinerend minister voor veiligheid, Wiranto, een oud legerleider uit de Soeharto tijd, zei exact dezelfde woorden. Het ziet ernaar uit dat de regering van president Jokowi, ondanks alle interne verdeeldheid, op één lijn staat voor wat betreft de 4 november demonstratie. Geen machtsvertoon, geen dreigementen en geen escalatie.

AAEAAQAAAAAAAAntAAAAJDEyOWQzZDUwLWQyMGYtNDFmMC1hODcxLTA0ZDE4NzQyNGQ2Yg.jpg

Hoofd van de nationale politie, Generaal Tito Karnavian

Vrijdag, 4 november was het zover.

’s Morgens vroeg stroomt de stad vol met bussen die helemaal afgeladen zijn met mensen. De rotonde bij Hotel Indonesia wordt helemaal wit gekleurd van de protesterende Islam aanhangers. Na het middaggebed komt de mensenmassa in beweging en trekt op naar het Nationaal Monument. Er vinden enkele schermutselingen plaats, twee politieauto’s worden in brand gezet, een politieagent wordt gewond afgevoerd. Het dreigt even heel grimmig te worden. Alle televisie- en radiostations hebben verslaggevers ter plekke, enkelen worden in de uitvoering van hun werk door demonstranten gestoord. De wagen van METRO TV wordt aangevallen en moet door de politie worden ontzet.

Na enkele uren zijn de kelen schor geschreeuwd en beginnen er al demonstranten naar huis te gaan. Om het protest nieuw leven in te blazen willen de demonstranten optrekken naar de ambtswoning van de gouverneur. Dat wordt door de politie verboden. Daarna trekken velen op naar het parlementsgebouw. Dat is volledig gebarricadeerd. Het is ondertussen donker geworden. Het blijkt dat er niet genoeg bussen zijn om de mensen naar huis te brengen. De politie geeft de demonstranten toestemming om de nacht voor het parlementsgebouw door te brengen. Bij de opritten naar de tolweg staan mensen verveeld om zich heen te kijken. Er is geen vervoer terug.

Het is nog niet over. Op een aantal plekken in het noorden van de stad vinden plotselinge schermutselingen plaats tussen stenengooiende jongeren en de politie. De politie reageert zeer beheerst, schiet niet met traangas, wacht als het ware af totdat er geen stenen meer zijn om te gooien. En dan is de rust in de stad weergekeerd.

Zijn deze gebeurtenissen een voorbode van een Nieuw, Jong en Modern Indonesië?

Wij denken van wel. In de steden is een nieuwe klasse van bewoners ontstaan: een klasse van hardwerkende, ambitieuze, beter opgeleide, veelal jonge mensen. De middenklasse. Deze mensen zijn nog even traditioneel en religieus denkend als hun ouders op het platteland, maar zij staan elke dag in de file om naar hun werkplek te gaan. Ze ondervinden hinder van het vastlopen van het verkeer, de overstromingen in de stad en van de corruptie. Ze zijn in de stad om te werken, geld te verdienen om te leven, te studeren en voor hun kinderen. Zij beseffen dat Ahok, de gouverneur, echt iets doet aan de leefbaarheid van de stad. Hij mag dan wel Christen zijn en Chinees, maar dat zien ze dan maar over het hoofd. In het denken van de middenklasse heeft een zekere nuchterheid post gevat, waarbij fanatisme, onverdraagzaamheid en afgunst nog steeds worden getolereerd, maar waarbij voor wat betreft het eigen leven orde en rust worden nagestreefd.

AAEAAQAAAAAAAA3EAAAAJGY2NzFkOTY2LTI2MjItNGY1Yy1iY2YyLWZhMTgwY2JjOTZjZA.jpg

Gouverneur van de speciale regio van Groot Jakarta, Basuki “Ahok” Tjahaja Purnama

Het contrast met de demonstranten kan niet groter zijn. In middenklasse heeft veelal een vast inkomen en vaak een eigen vervoersmiddel. De demonstranten zijn uitgesproken arm en hebben geen (regelmatig) inkomen. De middenklasse is beslist beter opgeleid en vooral breder opgeleid, hoewel de kwaliteit van het onderwijs in Indonesië bijzonder slecht is. De demonstranten hebben vaak helemaal geen opleiding of slechts een jaar Koranschool in het dorp. Dat maakt dat ze erg ontvankelijk zijn voor de aardsconservatieve opvattingen van de Islamitische geestelijkheid. De mensen van de middenklasse proberen zich te ontworstelen aan de armoede van hun sociale omgeving en proberen de traditionele en religieuze prin­cipes die ze van jongs af aan hebben meegekregen een nieuwe plek in hun leven te geven.

Iemand verwoordde het duidelijk op de televisie: “Waarom zouden 100 duizend demonstranten van buiten de stad moeten bepalen wat wij, 9 miljoen orang Jakarta, moeten vinden van onze gouverneur?”

Jokowi, Ahok en Tito zijn voorbeelden van de post-Soeharto era. Hun carrière is niet belast door schendingen van mensenrechten, zelfverrijking of corruptie. Hun machtsbasis is nog smal en ze moeten opereren in een omgeving die niet gewend is voor het grote geheel te denken. Moreel gezien zijn ze wel de uitgesproken voorbeelden van het Nieuwe Indonesië. Zij vormen het geweten van de natie.

We hebben eerder iets uitgelegd over de ‘Indonesische Soap’. We weten dat Indonesiërs over het algemeen niet kunnen om te gaan met de vele informatie die op hen afkomt. Ze zijn geneigd alleen dingen te geloven, als die afkomstig zijn van mensen die ze kennen. Ze vragen zich dus niet af of iets waar is; ze luisteren over het algemeen naar iets wat interessant is. En de rest verzinnen ze er zelf bij.

Met interessant bedoelen we in dit geval niet zo zeer dat ze er rijker van worden – dat is op zich natuurlijk ook interessant – maar veel meer dat ze daarmee in een goed blaadje komen te staan bij mensen die zij belangrijk vinden. Ze zullen in gesprekken met buitenlanders graag vertellen dat ze familie zijn van bekende figuren, dat zij toegang hebben tot mensen die beslissen over grote orders of dat ze zelf veel gedaan kunnen krijgen. Misschien is dat ook wel zo, maar vaak is dat alleen bedoeld om indruk te maken, niet alleen op de buitenlanders, maar ook op de mensen uit hun eigen netwerk die zij belangrijk vinden.

Het is vaak ondoenlijk voor buitenlanders om hier door heen te prikken. We weten dat daardoor wel eens flinke bokken zijn geschoten. Sweet Durian kan helpen, omdat we over het algemeen dit gedrag sneller herkennen. We kunnen achtergrondinformatie inwinnen en we kunnen helpen om op Indonesische wijze relaties op te bouwen, waarbij voortijdig het kaf van het koren wordt gescheiden. Ons devies daarbij is: niets overhaasten, niets weggeven wat van waarde is en voorkom dat je in de soap wordt meegesleurd.

Om het verhaal af te maken: van Probowo hebben we niets meer gehoord.

Generaal Gatot Nurmantyo heeft ingebonden en zat mee te bidden op de openbare gebedsdienst op 2 december, waarbij ook president Jokowi en vertegenwoordigers van de FPI aanwezig waren.

Ahok is nog steeds gouverneur. Er loopt nu wel een rechtzaak tegen hem over blasfemie. Heel veel rechtsgeleerden zijn er echter van overtuigd dat de beschulding van blasfemie geen stand houdt. Het heeft hem niet weerhouden om deel te nemen aan de gouverneursverkiezingen, die 15 februari zullen worden gehouden.

Habib Rizieq kiest ervoor om zijn eigen soap met een nieuwe afleveringen te continueren, door regelmatig aan te kondigen dat er nieuwe demonstraties zullen worden gehouden. Dat werd uiteindelijk niet meer geaccepteerd en hij is vervolgens opgepakt voor schendingen van de Pancasila (de staatsideologie), wat evenals blasfemie in Indonesië ook strafbaar is. Het Openbaar Ministerie vindt echter dat deze schendingen heel erg bedreigend zijn voor de openbare orde. Vandaar dat hij nog steeds in voorarrest zit.

Indonesië is volwassen aan het worden. Vooral in de grote steden is de denktrend en het gedrag aan het veranderen en rationeler geworden. Het is niet meer de chaos van vroeger, er zit systematiek in en wij vinden ook dat daar vooruitgang in zit…

Lees verder…
Nikkel maakt batterij stekkerauto’s prijziger
10897410099?profile=original

Indonesische exportstop op cruciaal erts jaagt schrik aan

door 

AMSTERDAM Batterijauto’s worden duurder. Indonesië legt als de grootste leverancier van nikkel voor deze batterijen zijn export lam. Producenten zijn bezorgd: het schaarse metaal als kern van de volgende generaties elektrische auto’s wordt stilaan schreeuwend duur.

In kil Londen is de onzekerheid dinsdag na de exportstop op de drukke London Metal Exchange (LME) voelbaar bij honderden, wereldwijd ingevlogen handelaren en analisten. „Dit verrast. Dat Indonesië haar export verder kon beperken wisten handelaren, maar berichten van een eerdere stop op de uitvoer komen toch onverwacht”, zegt analist Casper Burgering van ABN Amro bij de LME-beurs.

Dezer dagen krijgen de specialisten hier in Londen inzicht in de beschikbaarheid en vraag naar verwerkte metalen en grondstoffen voor de batterijrevolutie.

De zogeheten elektrificatie van auto’s maar ook huishoudens en bedrijven neemt een vlucht. Nikkel, gebruikt in batterijauto’s en als beschermlaag voor staal, is daarbij een favoriet onder beleggers terwijl basismetalen dit jaar vooral verliezen.

Burgering: „Voor nikkel zijn maar enkele producenten. Dat de prijs niet heel snel nog verder stijgt, komt nu alleen door de handelsoorlog: de Chinese verkoop van elektrische auto’s is gestokt. Als die verkopen straks weer aantrekken, zal nikkel in prijs fors moeten stijgen.” Bij de LME zijn wel voorraden aangeboden.

Sinds januari noteert een futurecontract voor nikkel daarom al 60% winst op de London Metal Exchange. Ruim 11.700 kilometer verderop, in Jakarta, meldde de Indonesische overheid in september een eerste exportbeperking. Dat effect ijlde pijlsnel door tot op de koersenborden van de LME-beurs, het hart van de Europese metaalhandel. Nikkel steeg naar het hoogste punt in vijf jaar tijd.

Als dergelijke prijsstijgingen doorzetten, gaan Europese consumenten onvermijdelijk extra betalen voor hun stekkerauto, aldus analisten.

De krapte in Indonesië zou Filipijnse concurrenten ertoe kunnen bewegen snel extra te laten produceren. Hun overheid heeft de vervuilende mijnbouwers echter aan de ketting gelegd, drie mijnen gingen tijdelijk dicht. De Filipijnen kunnen het exportgat van Indonesië echter nooit dichten, aldus ABN Amro.

„Van alle metalen voor de batterijauto zijn lithium en kobalt relatief goed te verkrijgen. Voor beleggers is nikkel veel interessanter vanwege de naderende schaarste”, zegt Nick Stansbury, hoofd Commodity Research van vermogensbeheerder Legal & General Investment Management, met €1100 miljard aan beheerd vermogen.

„De groeiende elektrificatie van auto’s maar ook van huishoudens, zal tot een enorme vervanging van metalen leiden”, berekende hij. Daarbij wordt koper het belangrijkste metaal. „Maar nikkel heeft als voordeel dat die kostencurve langzaam stijgt, zonder trapsgewijze schokken zoals bij lithium. Dat is voor beleggers ideaal: je kunt daar als pensioenfonds je toekomstige inkomsten goed op afstemmen.”

Typerend voor het toegenomen belang van batterijauto’s, noemen analisten dat de jonge producent Tesla in Londen is toegelaten tot het adviescomité dat over lithiumprijs voor de LME’s gaat.

Lees verder…

Jubileum Editie PM Eindhoven 25, 26 en 27 Oktober

Pasar Malam Eindhoven
25-10-2019 t/m 27-10-2019
10897412065?profile=original

De gezellige Pasar Malam Stellar vindt weer drie dagen plaats in het prachtige Beursgebouw in Eindhoven welke weer wordt omgetoverd tot een echte tropische avondmarkt.
Een zeer grote markt met meer dan 80 kramen met bijzondere artikelen uit heel Azië.
Heerlijke verrassende sambals, bijzondere vruchten, sponscake, spekkoek, saté, pisang goreng en natuurlijk volledige maaltijden zoals Ikan Bali en een complete Nasi Goreng op authentieke wijze bereidt zijn er om u trek in iets lekkers te stillen.
En zin in een heerlijke Tjendol, een echt Bintang biertje of een tropische cocktail? Ook daarvoor komt u naar de Pasar Malam van Stellar.
10897412852?profile=original
Vele non-food kramen met (zilveren en gouden) sieraden, edelstenen, bijzondere leren tassen, kleding, houtsnijwerk, bijzondere lampen, T-shirts met uw opdruk, kookboeken met originele Indische recepten, speelgoed, decoratie voor uw huis, medicinale lotions, tijgerbalsem, wierook, kunst en nog veel, veel meer! U kijkt uw ogen uit.
Gezellig dwalen over de markt is een belevenis op zich.
Een uitgebreid entertainment programma op een sfeervol podium met daarvoor genoeg zitplaatsen. Met een drankje in uw hand wordt het heerlijk relaxen, meezingen en de dansvloer ligt er uitnodigend bij!
10897412884?profile=original
Programma:

Vrijdag 25 oktober
13.00 - 13.30 uur CD Ind.muziek
13.30 - 14.15 uur Swinging Sound Machine        
14.45 - 15.30 uur Diana Monoarfa / Edu Schalk
16.00 - 16.30 uur Wahana Budaya Indonesia
17.00 - 17.45 uur Swinging Sound Machine
18.15 - 18.45 uur Wahana Budaya Nusantara
19.15 - 20.00 uur Diana Monoarfa / Edu Schalk
20.30 - 21.30 uur Swinging Sound machine
22.00  uur Eind
Zaterdag  26 oktober
13.00 - 13.30 uur CD. Ind.muziek
13.30 - 14.15 uur Streetrollers
14.45 – 15.15 uur Madaloka Dance Studio        
15.45 - 16.15 uur Bobby Matulessy    
16.45 - 17.30 uur Streetrollers        
18.00 - 18.30 uur Madaloka Dance Studio
19.00 - 19.30 uur Bobby Matulessy
20.00 - 20.45 uur Doña en de Gado’s
21.00 - 21.45 uur Streetrollers
22.00 uur             Einde
Zondag  27 oktober
12.00 - 12.30 uur    CD muziek
12.30 - 13.15 uur    Xanur
13.45 - 14.15 uur    Ester Latama
14.45 - 15.30 uur    Xanur
16.00 - 17.00 uur    Tante Lien & Ais
17.00 - 17.30 uur    Ester Latama
18.00 - 18.45 uur    Xanur
19.00 uur Einde 3e dag
Overige informatie:
Graag tot ziens in Eindhoven.
Openingstijden:
Vrijdag 25 oktober 13.00 – 22.00 uur
Zaterdag 26 oktober 13.00 – 22.00 uur
Zondag 27 oktober 12.00 - 19.00 uur
Tarieven online met korting!
Volwassenen € 7,50
65 + vrijdag tot 17.00 uur € 5,00
Kinderen tot 12 jaar onder begeleiding gratis
Tarieven kassa:
Volwassenen € 8,50
65 + vrijdag tot 17.00 uur € 5,00
Kinderen tot 12 jaar onder begeleiding gratis
Pinnen is mogelijk
10897413081?profile=original
Lees verder…

De weeskinderen van de VOC

10897347264?profile=originalDe weeskinderen van de VOC

Hoe is het de overlevenden      van scheepsrampen van de VOC vergaan? Veel schepen vergingen vooral langs de kust van West-Australië. Dit is het thema van  een grote fototentoonstelling: “Vêrlander – Weeskinderen van de VOC”. Deze tentoonstelling is te zien vanaf 17 december tot 9 april 2017 in het Westfries Museum in Hoorn.

Tussen 1602 en 1796 was de VOC oppermachtig in de zeer lucratieve handel met de landen in de Indische Oceaan. In bijna twee eeuwen stuurde Nederlands eerste en in zijn tijd grootste multinational bijna 5.000 schepen uit naar diverse havens in heel Azië. De compagnie verhandelde in die periode zo’n 2,5 miljoen ton aan goederen en bood werk aan bijna een miljoen Europeanen. Overal in Azië ontstonden Nederlandse handelsposten. Niet altijd liep het goed af met de schepen die uitvoeren. Zo’n 650 schepen verdwenen door piraterij, brand of doordat ze aan de grond liepen.

Contacten

Wat is er vier eeuwen later over van de contacten tussen de mannen van de VOC en de inheemse bevolking? Hoe verging het de overlevenden van de schepen die voor de kust van West-Australië schipbreuk leden?

Legden ze contact met de inheemse bevolking? Hoe keek de oorspronkelijke bevolking naar de families Wouthuyzen en Joostensz, die zich rond 1650 in de Molukken op het minuscule Indonesische eilandje Kisar vestigden om te fungeren als de ogen en oren van de VOC? Wat is er over van de taal bij de Koranna die in Zuid-Afrika leefden toen Jan van Riebeek daar landde en sommigen van hen tot ‘kapitein’ bevorderde?

Al deze vragen inspireerden fotograaf Geert Snoeijer om op pad te gaan, op zoek naar de ‘weeskinderen van de VOC’. Hij werd vergezeld door historica en antropologe Nonja Peters (Curtin

University of Perth), historicus Bart de Graaff en taalweten-schapper Anne van Engelenhoven (Universiteit Leiden).

Identiteit

Bijna twee jaar lang reisde Snoeijer langs de randen van het VOC-imperium, door Zuidelijk Afrika, West-Australië en naar het

Indonesische eilandje Kisar in de Zuid-Molukken. Op zoek naar mensen voor wie het gedeeld verleden nog altijd onderdeel is van hun identiteit

Het resultaat is een expositie op vier continenten én een boek. Het Westfries Museum in Hoorn is verantwoordelijk voor de Europese editie van de expositie Vêrlander – de weeskinderen van de VOC. Deze is te zien van 17 december tot 9 april 2017. Getoond worden 30 portretten. Daarnaast is er een audiotoer, waarin een aantal geportretteerden zelf aan het woord komt.

ICM 13.2.17

Lees verder…
map-pau14.jpgSubject: wist je ...
 
De strijd voor een vrij, onafhankelijk West-Papoea krijgt langzaamaan wereldwijd steeds meer aandacht en steun - behalve in Nederland. Hoe is het toch mogelijk dat dit land dat de Papoea's ooit zelfbeschikkingsrecht heeft toegezegd, zich al ruim een halve eeuw lafhartig terugtrekt van het podium? Nederland verschuilt zich ook nu weer achter de coulissen waar het West-Papoea en de Molukken betreft. Het werkbezoek van de Indonesische president Widodo op 21 en 22 april 2016 is omstreden. Het bezoek is onderdeel van een tour door Europa en heeft als voornaamste doel het verstevigen van de wederzijdse handelsbetrekkingen. Bij handel spelen mensenrechten blijkbaar geen enkele rol: de bekende VOC-mentaliteit der struisvogelpolitiek.

We zijn al eerder getuige van geweest van Nederlands 'mijn-naam-is-haas-houding' bij de Molukse kwestie, waarbij toegezegde steun aan een zelfstandige republiek der Zuid-Molukken verzandde in een volledig negeren van een heel volk, tot op de dag van vandaag. Het doodzwijgen van problemen verandert echter niets aan de situatie. Het maakt de stem van de onderdrukten alleen nog maar luider. Laat handelsbelangen het niet weer winnen van mensenrechten. Of blijft het 'Indisch zwijgen' anno 2016 voortduren?
 
Beknopte historie in paradijsvogelvlucht
Het woord Papoea stamt uit Biak en is afgeleid van 'Papwa', wat 'land van de morgenster' betekent. In tegenstelling tot wat vaak wordt aangenomen, stamt het niet uit het Maleis en heeft het niets met kroezend haar te maken. Het eiland wordt al bewoond door de Papoea's sinds zo'n 42.000 tot 48.000 jaar geleden. Door de eeuwen heen hebben zich diverse culturen ontwikkeld met honderden talen en allen hun eigen identiteit. Langs de kust dreef men van oudsher kleinschalige handel, voornamelijk met de Molukse eilanden.

Sinds de 7e eeuw kwamen er vanuit het Srivijaya-rijk (Sumatra) handelaren naar het westen van het Papoea-gebied die aanvankelijk interesse hadden in het sandelhout en de veren van de paradijsvogel, maar men ging al spoedig over tot het maken van slaven onder de oorspronkelijke bevolking. Ook het latere rijk van Modjopahit (1293–1527) breidde zich uit tot de westelijke grenzen van het land van de Papoea's.

In 1545 vertrok de Spaanse ontdekkingsreiziger Ortiz de Retez vanuit de haven van Tidore (Molukken) en nam het land der Papoea's in beslag voor de Spaanse kroon. Hij was ook degene die het land de naam 'Nueva Guinea' gaf: Nieuw-Guinea.

Sinds die tijd is het een kwestie van 'landje-pik' geweest tussen Nederland, Engeland en Duitsland, wat uiteindelijk door Nederland werd gewonnen: Nederland lijfde het  westelijke gedeelte  in bij de kolonie Nederlands-Indië. Grote delen van het gehele eiland waren echter nog niet eens verkend, ook niet van de westelijke helft. In de jaren '30 van de vorige eeuw werden expedities georganiseerd om het gebied te verkennen, op zoek naar exploitatiemogelijkheden. Het land van de Papoea's bleek niet alleen bijzonder vruchtbaar te zijn, maar ook over een schat aan waardevolle grondstoffen als koper, nikkel en vooral goud te beschikken: 's werelds grootste koper- en goudmijnen liggen in West Papoea.

De splitsing van het land der Papoea's
Wiki: 'In de 16e eeuw verkenden Spaanse en Portugese ontdekkingsreizigers het oostelijk deel van het eiland Nieuw-Guinea. Het eiland werd gekoloniseerd door de Nederlanders, maar door de komst van de Duitsers en Britten stelden zij een grens vast in het midden van het eiland.'
In het oostelijke deel ging het 'landje-pik' dus nog even door tussen Duitsland, Groot-Brittannië en Australië, tot het land in 1975 onafhankelijk werd onder de naam Papoea-Nieuw-Guinea.

Tweede Wereldoorlog
Tijdens de Japanse bezetting van Nederlands-Indië nam Nieuw-Guinea een belangrijke strategische plaats in. De Amerikaanse generaal Douglas MacArthur, vestigde in 1944 in de hoofdstad Hollandia (nu Jayapura)  zijn hoofdkwartier. Na de oorlog vertrokken de Amerikanen en kwam het westen weer onder Nederlands bewind. Amper twee dagen na de capitulatie van Japan riepen Soekarno en Hatta echter de onafhankelijke republiek Indonesia uit, die Nederland weigerde te erkennen, waardoor een bloedige onafhankelijkheidsstrijd uitbrak.

Pas in 1949 erkende Nederland de onafhankelijkheid van Indonesië en tekende de soevereiniteitsoverdracht. Nederland behield echter Nederlands Nieuw-Guinea, maar beloofde de Papoea's zelfbeschikkingsrecht. Van 1949 tot 1961 begeleidde Nederland de Papoea’s naar zelfbeschikking. Op 1 december 1961 kregen de Papoea’s een eigen landsvlag ‘De Morgenster’ en een eigen volkslied ‘Hai tanahku Papoea’ (O, mijn land Papoea), nadat de Papoea’s zelf al een eigen regering, een grondwet en een rechterlijke macht hadden gevormd. Nederlands Nieuw-Guinea veranderde door de overdracht van naam naar het land ‘West-Papoea’. Onder druk van Amerika vertrokken de Nederlanders. Drie maanden later viel het Indonesische leger binnen en annexeerde het land van de Papoea’s.

Hoewel de internationale gemeenschap zich destijds bemoeide met de annexatie, koos Nederland (onder druk van de Verenigde Staten) ervoor om vrede te sluiten met Indonesië en de bezetting te accepteren. Blijkbaar liever dat, dan het risico op een politieke crisis die het oprukkend communisme zou kunnen aanmoedigen en verspreiden.

Referendum

11081071_10155390976990010_114301312639279712_n.jpg
Benny Wenda
Voor de Papoea’s kwam er in 1969 dankzij internationale druk alsnog een referendum over de keuze voor wel of geen onafhankelijkheid. De Verenigde Naties had de leiding over het verloop van dit referendum, maar het referendum leek een schijnvertoning door intimidatie van Indonesië en corruptie. Slechts 1026 zorgvuldig door de Indonesische regering geselecteerde Papoea’s hebben onder bedreiging van een wapen moeten instemmen met de aansluiting bij Indonesië. Ironisch genoeg droeg het referendum de naam ‘The Act of Free Choice’. Vrijheidsstrijder Benny Wenda pleit nog steeds voor een nieuw, eerlijk referendum. #LetWestPapuaVote

Benny Wenda's vreedzame vrijheidsstrijd
Benny Wenda (1975) leeft in ballingschap in het Verenigd Koninkrijk. In 2003 werd hem politiek asiel verleend na zijn ontsnapping uit een Indonesische gevangenis in 2002. Inmiddels heeft Benny Wenda, gewapend met zijn ukelele, de hele wereld rondgereisd om aandacht te vragen voor de situatie in West Papoea. Ondanks de heksenjacht op Benny door Indonesië om hem te trachten de mond te snoeren, gaat hij dapper door met zijn strijd voor een vrij West Papoea. Over zijn levensverhaal is een indrukwekkende documentaire gemaakt, 'The road to home'
(Klik hier voor de trailer). Benny was tweemaal genomineerd voor de Nobelprijs voor de vrede.

Indo's en Nieuw-Guinea
Indo-Europeanen en Nieuw-Guinea zijn ooit nauw met elkaar verbonden geweest. Geschat wordt dat voor de oorlog minimaal zo'n 100.000 tot 200.000 Indo-Europeanen gevestigd waren op Nederlands Nieuw-Guinea. De opzet was om door middel van een aantal kolonisatieprogramma's in de jaren '20 en '30 het gebied te koloniseren, ten einde als 'thuisland' te dienen voor Indo's (gemengdbloedigen), traditiegetrouw volgens de methode van Jan Pieterszoon Coen, die dezelfde truc uithaalde met het door hem gestichte Batavia (zie ook ons artikel
'De Indo-industrie'). Indo's voelden zich aardig thuis op Nieuw-Guinea; hoe kan het ook anders, in een omgeving met zoveel paradijselijke eigenschappen?

Toen na de oorlog de onafhankelijkheid van Indonesië werd uitgeroepen, de 'bersiap' aanbrak en een bloedige revolutie begon waarbij men het voornamelijk had gemunt op Indo-Europeanen, vluchtten velen naar het relatief veilige Nederlands Nieuw-Guinea. Uiteindelijk konden ze ook daar vertrekken: tussen 1957 en 1962 zijn in totaal zo'n 90 duizend Indische Nederlanders en Indo's naar Nederland gevlucht. Vanwege de strijd om Nieuw-Guinea waren ze staatsgevaarlijk verklaard door president Soekarno in december 1957.

Opmerkelijk is de relatief magere steun die de Papoea's tot op heden hebben ondervonden vanuit de Indische gemeenschap in Nederland, uitzonderingen daargelaten. Onze ervaring is dat bijvoorbeeld op sociale media solidariteit soms ver te zoeken is: de bekende 'ver-van-mijn-bed-show' is daar misschien van toepassing. Terwijl je juist van deze groep nazaten van Indo-Europeanen massaal solidariteit zou mogen verwachten, gezien de historische band en de gedeelde geschiedenis - mits men daarvan op de hoogte is.

Daarentegen zijn er toch veel warme, positieve reacties van Indo's die zelf een band hebben met West-Papoea, doordat ze er geboren zijn of er gewoond hebben. Ook Molukkers en Papoea's steunen elkaar onderling en dat is hoopgevend. Hoe dan ook: alle nazaten van ex-kolonialen delen dezelfde Nederlandse koloniale geschiedenis, zowel uit de Oost als uit de West. Dit bewustzijn groeit (tergend) langzaam, maar, hopelijk, zeker. En in principe zou etnische achtergrond er ook niet toe moeten doen om gezamenlijk een vuist te maken tegen onrecht.

De stille genocide
Het Nederlandse volk heeft geen idee wat er zich momenteel afspeelt in West-Papoea, evenmin als op de Molukken. Het Indonesische leger voert er nog steeds een schrikbewind sinds de bezetting in 1963, waarbij gesproken kan worden van een genocide, een volkerenmoord: sinds de Indonesische bezetting zijn circa 500.000 Papoea's vermoord. Mensenrechten worden op grote schaal geschonden: Papoea's en Molukkers worden gemarteld, verkracht en gevangen gezet. Zo staan er zware gevangenisstraffen van 15 tot 25 jaar (of erger) op het hijsen van de Morgenster-vlag, net zoals dit het geval is op de Molukken voor het hijsen van de RMS-vlag. Op papier is er vrijheid van meningsuiting, maar in de praktijk komt daar weinig van terecht.

Onbekendheid van de situatie
Buitenlandse journalisten zijn niet welkom in West-Papoea en worden geweerd, ondanks het onlangs door Indonesië opgeworpen rookgordijn door de ban op journalisten 'op te heffen'. De praktijk bewijst het tegendeel.

'Mensenrechtenorganisaties, juristen, buitenlandse politici en zelfs toeristen worden zoveel mogelijk belemmerd bij het willen bereiken van de Papoea’s. Lukt het wel, dan sta je onder streng toezicht van Indonesische autoriteiten. De Papoea’s die zelf beelden via het internet of op andere wijze naar buiten proberen te brengen, verongelukken op mysterieuze wijze of worden gevangengenomen en gemarteld. Het resultaat is dat de wereld maar weinig meekrijgt over de verschrikkingen die daar iedere dag plaatsvinden', aldus Free West Papua Campaign Nederland.

Free West Papua Campaign
papua.jpg
De Free West Papua Campaign is in 2004 gelanceerd in Oxford, UK en is opgericht door Papoea-leider Benny Wenda. FWPC is van een lokale vrijwilligersorganisatie uitgegroeid tot een internationale campagne met permanente kantoren  in Oxford (UK), Den Haag (NL), Port Moresby (PNG) en Perth (AUS). Net als Benny Wenda voert FWPC vreedzaam actie om awareness te creëren voor de situatie in West Papoea.

Werkbezoek Jokowi aan Nederland april 2016
De aanloop naar het werkbezoek van de Indonesische president werd vorige maand ingeluid door minister van Buitenlandse Zaken Koenders die in Indonesië onder andere in het in 1947 door Nederlandse soldaten nagenoeg ontvolkte dorpje Rawagedeh, waar hij op niet geheel overtuigende wijze 'sorry' zei voor deze meedogenloze actie.

Amper een week voor het werkbezoek werd deze Nederlandse knieval beantwoord met een Indonesische aai over de bol: in een interview met NRC zei Jokowi geen behoefte te hebben aan verder onderzoek naar de excessen van Nederlandse militairen tijdens de koloniale oorlog en uitte hij de wens om toch vooral vooruit te kijken. Het is dezelfde wens die we ook in augustus 2015 luid en duidelijk uit de mond van premier Abe van Japan hebben gehoord rond de herdenking, 70 jaar na de capitulatie van Japan. Alles voor het handelsbelang tenslotte, dus niet zeuren over bersiap, oorlogsmisdaden of mensenrechten, maar vooruit kijken. Alsof dergelijke trauma's niet generaties lang kunnen doorwerken.

Gelukkig komen er steeds meer tegengeluiden omtrent het omstreden bezoek van Jokowi aan Europa. De organisatie Human Rights Watch adviseert:
'EU Should Greet Indonesian President with Rights Message' (klik op de link voor de hele reactie).

Acties

FWPC%2Baffiche.jpg
De Free West Papua Campaign kondigt op 15 april 2016 op basis van artikel 53 van het Wetboek van Strafvordering een burgerarrest aan: “Het aanhouden van een verdachte van een strafbaar feit door een gewone burger”. Iedere burger in Nederland heeft het recht om de Indonesische president tijdens zijn werkbezoek aan te houden wegens de voortdurende mensenrechtenschendingen op West-Papoea.

De week van de Papoea: 1 t/m 5 mei 2016. "Op 5 mei vieren wij dat wij vrij zijn van oorlog en onderdrukking. Helaas kunnen we dat niet met z’n allen vieren. In Nederlands ex-kolonie Nieuw-Guinea, dat nu West-Papoea heet, leven mensen nog steeds niet in vrijheid."

Om aandacht te vragen voor deze kwestie wordt de 'Week van de Papoea' georganiseerd. Er zijn allerlei activiteiten in die week, o.a. een herdenkingsceremonie in Amsterdam op 4 mei en op 5 mei een bevrijdingsevent in Den Haag.

MEER INFO & PROGRAMMA:

http://www.weekvandepapoea.nl

Tenslotte
Wij maken van de gelegenheid gebruik om ook vooruit te kijken, JUIST door achterom te kijken, maar vooral door bewust te kijken naar de grimmige realiteit het heden. De Nederlandse politiek mag dan een oogje dichtknijpen in het kader van de almachtige €uro, wij als burgers sluiten de ogen niet voor de mensenrechtenschendingen in West-Papoea en op de Molukken. 'Vooruit kijken', ja graag; naar een vrij West-Papoea, een vrij Maluku, naar een einde aan de voortdurende schending van mensenrechten in Indonesië. De Kritische Katjang is solidair met zowel Papoea's als Molukkers, evenals met alle andere slachtoffers van kolonialisme, van welke etnische achtergrond dan ook. En we hebben lak aan het Indisch zwijgen!

'I will never be silent, I will never give up, until my people are free!' Benny Wenda.

FREE WEST PAPUA & FREE MALUKU!

© De Kitische Katjang
ICM  7.1.17
Lees verder…

Heeft U zich als lid./abonnee /lezer ooit afgevraagd : Waarom ICM stands op de Pasar Malams het hele jaar door zijn?

10897415697?profile=original

Uiteraard in eerste instantie om een dergelijk uniek evenement waar het hele palet van de Indische Cultuurerfgoed onder aandacht te brengen van het Nederlands – en Indisch publiek. Voor ICM als enige de Indische Internetkrant er te zijn op deze pasar Malams voor de bezoekers die nog nooit in aanraking zijn geweest en niet onbelangrijk voor U die lid/abonnee zijn van de Indische Internetkrant.

ICM als Indisch organisatie, is 1 van de weinige Indisch organisaties die akte de presente geeft middels de Pasar Malams over het hele land op deze wijze  bij de Indische Gemeenschap  nadrukkelijk te zijn . Ruim 1 miljoen bezoekers komen op de pasars het hele jaar door.

ICM heeft de functie voor de Indische Gemeenschap van een soort info/vraagdesk voor vragen waar de mensen vaak niet worden gehoord  o.a. PUR, WUV, WUBO, Backpay,  en Indische pensioenen die door daartoe opgestelde betaalde organisaties het hele jaar onzichtbaar en onbereikbaar  zijn. 

Voor de redactie welkome aangelegenheid als er weer nieuwe zaken  opduiken. Op misstanden springt ICM in net als haar Nederlandse collega’s. Alleen gaat net iets verder net als de KNIL betalingen en Traktaat van Wassenaar. Beiden initiatieven kwamen uit de stal van ICM, en met resultaat recent KNIL betalingen. 

Nu speelt de zaak rond ACTW-66 (traktaat van Wassenaar). 

Goed nieuws er is een investeerder gevonden, die bereid is om de proceskosten" traktaat van Wassenaar " financieel te ondersteunen.   Desondanks de 15. 000 toezeggingen voor de financiële ondersteuning voor het proces, zijn slechts 321 hun toezegging nagekomen.  Hierdoor was niet mogelijk om de verdere stappen te ondernemen en heeft ACTW-66 claim een forse vertraging opgelopen.  Door deze ontstane situatie is het ACTW-66 (actie comité traktaat van Wassenaar) delegatie naarstig op zoek gegaan naar partijen die bereid zijn om te investeren, en .......... die is nu gevonden. 

Niet duidelijk is nu voor welke aanpak wordt gekozen door de investeerder.  Het boek “ rapport uitbetaalt traktaat van Wassenaar” schrijft voor:

  1. Eerst 15.000 handtekeningen aanbieden met het rapport aan Stef Blok van Min. Buitenlandse Zaken
  2. Dan het stellen van de termijn.

Wordt het rapport niet gevolgd dan wordt aan Stef Blok dagvaardin gestuurd NAMENS de mensen die zich hebben ingeschreven als deelnemer ACTW-66 claimorganisatie. Met hun inschrijving het mandaat hebben gegeven, zodat namens U ook het proces wordt gevoerd.

Voor diegenen die petitie hebben ondertekend, maar zich niet hebben ingeschreven als deelnemer ACTW-66 nu de mogelijkheid om zich in te schrijven op www.icm-online.nl of direct op http://icmonline.ning.com/main/authorization/signUp
Of u kunt verzoeken voor toezending het inschrijfformulier aan ICM / F.Schwab - Wouterskampen 68 - 3849 BC Hierden

Het boek "Rapport traktaat van Wassenaar "  Druk I is nu te verkrijgen, prijs 50 euro. Te bestellen info@icm-online.nl

Terug ICM stands met haar lopende projecten.

Wat vindt U en welke zaken zijn actueel die nu spelen?

** Om te beginnen er is een grote stap gemaakt met ACTW-66 (traktaat van Wassenaar). Bij ICM stand kunnen wij u meer vertellen dan hier op de krant zelf.

** Primeur is het boek de Blauwe Zomer van Leo Blokhuis een Indo boek door een Blanda geschreven.

** U kunt Tickets kopen voor Life registratie van IndoRock Party op 14 december aanstaande. 

**  Productie / ontwikkeling  Dvd Life registratie

** Niet onbelangrijk het boek “Rapport uitbetalen Traktaat van Wassenaar” Druk I is te verkrijgen, prijs 50 euro

**  DVD  s die op Facebook werden vertoond   en Facebook Videoparty,   die massaal werden bekeken  van 29,95 voor 14,95 

**  Boek "Uitbetalen Traktaat van Wassenaar"  DRUK I

Tot slot U heeft zich aangemeld en bent al een geruime tijd op ICM en Facebook, breng een keer een bezoekje aan onze stand. Facebook is oppervlakkig en veelal anoniem voor ons, zorg daarom dat U uit uw anonimiteit komt,

10897413077?profile=original

10897414858?profile=original

10897415252?profile=original

Lees verder…

Blog Topics by Tags

Monthly Archives