Alle berichten (2981)

Sorteer op

10897328086?profile=originalHet Verzet in Nederlands-Indië  (4)           Door:  Drs. Humphrey de la Croix

In de delen 1,  2 en 3 van deze vijfdelige serie over het Indisch verzet, is een overzicht gegeven hoe het verloop is geweest van verzetsactiviteiten in het bezette Nederlands-Indië. Ik ben in het eerste deel ingegaan op het gebrek aan steun van de Indonesische bevolking en haar coöperatieve houding tegenover de Japanners, het succesvolle opereren van de Japanse en Indonesische inlichtingendiensten. Ten slotte was er de afwezigheid van genoeg professionele verzets-deelnemers; de meesten werden vooral gedreven door het idee van een spoedige bevrijding. Ter illustratie van een grotere verzets-groep die kenmerkend was voor het Indisch verzet heb ik de groep-Meelhuysen genoemd, die geformeerd was in Soerabaja rond kapitein W.A. Meelhuysen.

Deze verzetsorganisatie werd uiteindelijk al vanaf december 1942 onttakeld door de Japanners en definitief uitgeschakeld in het voorjaar van 1943.

Het tweede deel liet voorbeelden zien van gepleegd verzet op Noord-Sumatra, De Kei-eilanden en Nieuw-Guinea. Anders dan in deel 1 heb ik naast literatuur geput uit primaire bronnen: uit de eerste hand verkregen informatie in gesprekken met voormalige verzetsdeelnemers. Om redenen van privacy zullen al deze deelnemers voorlopig anoniem worden opgevoerd. Mogelijk dat binnen afzienbare termijn de namen bekend worden gemaakt.
Deel 3 behandelde voornamelijk het verzet in Mori op Midden-Celebes (Sulawesi) dat tot de meest succesvolle en uitgebreidste heeft behoord in het bezette Nederlands-Indië. Een groot deel van de informatie is geput uit het boek Guerrilla in Mori (1990) van journalist en schrijver Michiel Hegener. Het was bij uitkomen het meest uitgebreide werk over het Indisch verzet. De strijd in Mori was een zeer moedige, maar uiteindelijk moesten de verzets-strijders het met hun lichte wapens en het gebrek aan communicatiemiddelen afleggen tegen de Japanse overmacht.

Naast de guerrillastrijd op Midden-Celebes is in deel 3 aandacht geschonken aan het verzet in de zuidelijke Molukken op eilanden van de Babar eilandengroep. De strijd tegen de bezetter was kleinschalig, erg direct gericht    op het zoveel mogelijk schade toebrengen en zo min mogelijk meewerken met de Japanners.
In dit vierde deel belichten we verzetsactiviteiten op Timor; een weinig bekend verhaal over een eiland waarover toen ook niet veel naar buiten kwam. Ten slotte keren we terug naar Java en zoomen in op de streek rond Gombong in Midden-Java, waar een ondergrondse beweging eigenlijk niet is toegekomen aan gewapende confrontaties met de vijand en saboteren van objecten. Het is wel een voorbeeld van de wil om door te vechten ondanks de overmacht en gebrek aan steun onder de bevolking.

10897328262?profile=originalVerzet op Timor

Het eiland Timor behoorde ten tijde van het Nederlandse en Portugese koloniale bewind tot de verder van het centrumeiland Java gelegen gebieden van de kolonie. Timor was zéker geen alledaags gespreksonderwerp. Maar het was toch hier en op Nieuw-Guinea dat het verzet tegen de Japanners het langst heeft geduurd. De guerrilla op Timor is daarbij het enige verzet in de archipel geweest, waaraan door het Geallieerde Opperbevel (onder commando van  generaal Douglas MacArthur) een volwaardige plaats is gegeven in de oorlogsstrategie.

Op 20 februari 1942 landden 5000 Japanners bij de hoofdstad Dili, de hoofdstad van Portugees Timor en bij Koepang, de hoofdplaats van het Nederlands-Indische deel van het eiland. De verdediging bestond uit 500 man KNIL-troepen en Australische eenheden ter grootte van anderhalf bataljon infanterie (rond de 200 man), die zich deels op het Portugese deel bevonden. De Portugezen hadden namelijk amper militair personeel om het gebied te verdedigen. Op 23 februari 1942 viel Koepang in handen van de vijand. De Australische troepen vielen uiteen in kleine groepjes die op de vlucht sloegen naar het berggebied zuidelijk van Dili. Ongeveer 125 KNIL’ ers ontsnapten oostwaarts naar Atamboea (nu: Atambua), vlak bij de grens met het Portugese deel van het eiland en voegden zich bij de 100 man KNIL-troepen die daar al waren.

Maar ook deze plaats moest worden opgegeven en werd op 1 maart bezet. De richting Atamboea terugtrekkende KNIL-er stonden onder bevel van territoriaal commandant luitenant-kolonel W.E.C. Detiger. Deze besloot op 4 maart 1942 met een deel van de troepen zich over te geven. De resterende troepen hadden zich teruggetrokken in de bossen en berggebieden om zich te hergroeperen en te beraden op nieuwe acties. Ze telden bij elkaar ongeveer 120 KNIL’ ers en 200 Australiërs.

De commandant van de Nederlands-Indische en van de Australische troepen, luitenant-kolonel N.L.W. van Straten was  op 27 maart 1942 aangekomen in Atamboea. Hij besloot zijn troepen te hergroeperen en tot een guerrillastrijd over te gaan. De KNIL-militairen zouden zich op Koepang richten en de Australiërs op Dili. Op 15 mei 1942 voerden ze een succesvolle aanval op Dili uit en op 20 mei volgde een heuse gecoördineerde actie. De guerrillastrijders wisten zich in hun acties gesteund door gepensioneerde Timorese KNIL-militairen. Het verzet slaagde erin radioverbindingen te onderhouden met de Geallieerden in Australië. Dat leidde vanaf 24 april 1942 tot bevoorradingen uit de lucht. De activiteiten waren in de eerste maanden vooral verkennen en doorgeven van lokale informatie naar Australië. Het was generaal MacArthur zelf die toen had verordonneerd dat de guerrilla zo lang mogelijk moest doorgaan met verkennen en doorgeven van informatie. Waar mogelijk moest de vijand ook met directe aanvalsacties worden bestreden. Vanuit Australië volgde enkele malen luchtsteun in de vorm van droppings van goederen en bombardementen. Bij een van deze aanvallen sneuvelden in één keer 20 Japanners in hun stelling.

De guerrilla veranderde vanaf juni in het meer zoeken van confrontaties met de vijand. De KNIL’ ers leden naar verhouding geringe verliezen, terwijl de Japanners meer doden en gewonden telden. Daarnaast was er de materiële schade in de vorm van opgeblazen voertuigen en gebouwen, doorgesneden telefoon en telegraafverbindingen. In de loop van augustus verhevigde    de vijand zijn aanvallen wat leidde tot aanzienlijke verliezen bij de verzetslieden. Meer dan 100    man werden gedood, gevangen genomen of raakten vermist. Na

twee weken hebben de Japanners de grote aanval beëindigd en volgden er weer incidentele confrontaties op kleine schaal. Maar geleidelijk tekende zich het einde af van de uitgeputte guerrillastrijders.

De guerrillastrijd werd gevoerd in de periode maart tot en met augustus 1942. De Japanse overmacht bestond op het laatst uit 12.000 man. Toch waren ze lange tijd de incasserende partij. Om draagvlak te krijgen onder de Timorese bevolking loofden de Japanners beloningen uit van     60 gulden per uitgeschakelde guerrilla, dood of levend. Veel beloningen zijn er niet uitbetaald. In de strijd zijn Japanners 1500 gedood, terwijl het KNIL 35 gesneuvelden telde en de Australiërs 40. De guerrilla moest op den duur worden opgegeven wegens het uitdunnen van de gelederen en het dalende moreel.

10897327895?profile=originalHr. Ms. Tjerk Hiddes

De Japanners hadden hun aanvallen geïntensiveerd en hadden kleine strijdgroepen van Indonesiërs gevormd die een contraguerrilla begonnen. Dorpen werden platgebrand zodat ze niet meer als schuilplaatsen konden dienen. De gevechtskracht van de verzetsstrijders nam nu sneller af en ze konden op den duur alleen nog maar waarnemen en verkennen.

Het Geallieerde Opperbevel besloot de militairen te evacueren naar Australië en te vervangen door een ander detachement. Deze nieuwe troepen onder leiding

van J.C.L. Stoll hebben Timor niet bereikt omdat het schip waarmee ze werden getransporteerd, door een Japans vliegtuig werd gebombardeerd. Ten slotte zijn  de Nederlands-Indische en de Australische troepen op 11 december 1945 opgehaald door  de torpedojager Hr. Ms. Tjerk Hiddes. Bijna 200 man hadden het overleefd. Een groot aantal van hen is later ingezet als gids en verkenner voor Australische en Amerikaanse troepen die verder oprukten in hun tegenoffensief in 1944 en 1945.

De guerrillastrijd was weliswaar opgegeven maar het positieve effect op het moreel was erg groot. Temeer omdat het gelukt was een aanzienlijk grotere vijandelijke troepenmacht op te houden en schade toe te brengen. Voor de “verzoenende” toon van de Japanners bij hun oproep het verzet op te geven, zijn de KNIL’ ers en Australiërs niet bezweken.

Verzet rond Koepang

De van Ambon afkomstige M.T. (1920) heeft in de periode van maart 1942 tot september 1942 deelgenomen aan de verzets-activiteiten in de streek rond Koepang. Getuige S.S. zat sinds oktober 1941 samen met M.T in dezelfde compagnie van het KNIL in de sector Namosain. Hun compagniescommandant was luitenant eerste klasse Van Ardenne en de commandant van hun brigade (peloton) was sergeant Harwick. M.T. en S.S. noemen beiden luitenant-kolonel (overste) Detiger als de territoriaal commandant van de bestuursregio Timor en de Onderhoorigheden. Kapitein A.L. van Mastrigt was de commandant van de compagnie in de sector 3L Tenau. S.S. kende ook de vrouw van M.T. omdat zij zoals de gewoonte was bij haar man in de tangsi (kazerne) in Koepang woonde.

De twee ex-KNIL-ers verklaren dat op 20 februari 1942 als gevolg van de overrompelende Japanse aanval uit Koepang vluchtten, richting Bakonasi. De twee compagnieën stonden onder het bevel van kapitein Van Mastrigt. Ze hadden onderweg gehoord   dat ze samen met Australische troepen, komende vanuit richting Koepang, weer verder moesten optrekken vanaf het dorp Taros. Echter het ontbreken van een radio maakte contact onmogelijk en er heerste verwarring onder de soldaten. Aangekomen in het dorp Penfoei werd de troep beschoten. Door een Australische patrouille, zo bleek. De commandanten Van Mastrigt en Van Ardenne raakten daarbij gewond. Het voorval vond rond 1 uur ’s nachts plaats. De twee officieren zijn weggebracht naar het hospitaal in Bakonasi. De troepen vochten toen ongeveer een week lang in de buurt van Taroes. De compagnieën hadden zich toen in kleinere groepen opgesplitst. Sergeant Harwick was daar nog steeds bij, maar viel al snel uit wegens dysenterie. Hij gaf zijn soldaten bevel de wapens onklaar te maken en te verstoppen. S.S. bracht zijn sergeant naar een Ambonese onderwijzer in Hatoe. De onderofficier bezweek daar aan zijn ziekte.

M.T. en S.S. zeggen dat rond die tijd met name de inheemse soldaten waren afgehaakt en hun gezinnen waren gaan zoeken. S.S. verklaart dat ook M.T. was vertrokken naar zijn vrouw. S.S. suggereerde daarmee een laffe houding. M.T. bevestigt zijn vertrek, maar zegt dat S.S. niet kon weten dat hij kort daarop in het verzet deelnam. Hoe minder mensen er van wisten, hoe beter. S.S. raakte na verraad in gevangenschap in de periode maart 1942 tot 15 oktober 1942 bij de Kempeitai in Koepang. De Japanners wilden weten waar het KNIL de wapens had verborgen.

Ondanks zware folteringen sloeg S.S. niet door, waarna hij ten slotte op 15 oktober 1942 werd vrijgelaten. Hij ontmoette toen M.T. die zei hem te zoeken en vroeg of hij ook naar Kapan ging. S.S. antwoordde ontkennend omdat hij luitenant Van Ardenne in het hospitaal in Bakonasi wilde bezoeken. M.T. legde toen uit naar Kapan te gaan om verzet tegen de Japanners te gaan plegen. S.S. gaf te kennen niet mee te gaan maar overhandigde twee door hem verborgen karabijnen. S.S. weet niet of M.T. met zijn vrouw en anderen wapens heeft verzameld ten behoeve van verzetsactiviteiten. Wel was het hem bekend dat M.T. deel uitmaakte van een groep die illegaal actief was. S.S. kreeg van luitenant Van Ardenne een brief mee die hij moest brengen naar de gepensioneerde KNIL-kapitein Van Agerbeek in Kapan.

10897329267?profile=originalGombong op Midden-Java

De inhoud van de brief werd niet bekend-gemaakt. Kapitein Van Agerbeek bleek door de Japanners te zijn aangesteld als hoofd van de groentetuin, die voorheen bedoeld was voor het KNIL-personeel. S.S. zag bij aankomst in die tuin M.T. en vijf andere ex-KNIL-militairen aan het werk. Hij vroeg aan Van Agerbeek of hij er ook kon werken; hij had dringend een inkomen nodig. Van Agerbeek reageerde terughoudend en zei dat er geen plek was. Ook belette hij S.S. contact te maken met M.T. en de anderen. De ex-kapitein adviseerde om verder te gaan met zijn koeriersactiviteiten. Van Agerbeek stuurde S.S. naar

de kampong Liliane met als reden dat M.T. en de andere ex-KNIL- ers niet te vertrouwen waren en dat contact met hen moest worden vermeden. S.S. vermoedde toen terecht dat M.T. en de anderen in de illegaliteit actief waren. Zelf bleef hij koerierswerk verrichten voor Van

Agerbeek in augustus/september 1942. Op een dag waren Van Agerbeek en de andere ex-KNIL- ers spoorloos verdwenen. De dochter van Van Agerbeek vertelde dat ze gevlucht waren omdat de Menadonese boer Makaleu hen had verraden. Zij raadde S.S. aan ook te vluchten omdat de Menadonees hem had genoemd als intermediair tussen haar vader en de ook in het verzet opererende kapitein C.L.E.F. van Swieten.  Achteraf werd bekend dat Makaleu als beloning voor bewezen diensten hoofd van de groentetuin was geworden. S.S. kwam later te weten dat Van Agerbeek en een onbekend aantal anderen was onthoofd. Het hoofdhaar van de slachtoffers was door de Japanners in enveloppen aan hun nabestaanden gestuurd. S.S. heeft zich later aangegeven bij de Japanners omdat dezen de druk op de bevolking opvoerden.

Ze brandden dorpen plat om het verzet bloot te leggen en dreigden de inwoners met represailles.  S.S. heeft het ondanks zware folteringen overleefd omdat het aan bewijzen van zijn deelname aan verzetsactiviteiten ontbrak. Later is bekend geworden dat dankzij het verzetswerk van       de groep Van Agerbeek, de guerrillastrijders informatie kregen zodat ze de positie van de vijand kenden en deze konden aanvallen. Ook is er erg veel informatie doorgeseind naar Australië, van waaruit enige droppings van goederen werden georganiseerd en een paar luchtaanvallen zijn uitgevoerd.

Verzet op Midden-Java: Gombong en omgeving

Gombong ligt op Midden-Java in een bosrijke, heuvelachtige omgeving. Aan de vooravond van de Japanse aanval op Indië woonden     er     een     dertigtal gezinnen: onderwijzers, officieren en onderofficieren met hun vrouwen en kinderen. De plaats was een kleine garnizoensstad van minder dan 20.000 inwoners.
In Gombong en omgeving is een verzetsgroep actief geweest onder leiding van onderluitenant L.Z. Siahaya en sergeant-majoor W. de Leeuw. Bij hen voegde zich ook de Timorese sergeant Tariboeka toe. Zij verzamelden en verborgen er   wapens en pleegden sabotage.

Siahaya, De Leeuw, Faber, Camonier, Suratmann Pieters en een Indo de heer G.A.B. waren in april of mei 1942 ontsnapt uit een krijgsgevangenkamp in Bandoeng. Dit deden zij op bevel van kolonel Adelhart Toorop en majoor Van der Horst. Zij moesten proberen contact te maken met generaal W. Schilling, de commandant van de 1e Divisie, maar wisten niet waar deze zich bevond. Schilling had aanvankelijk bevel gegeven de strijd ondergronds voort te zetten. Siahaya en zijn troep bleven echter “steken” in Gombong, waar ze hulp kregen van de familie Poepaard, een mevrouw Wolff en een Indonesiër, Omar. Op hun aanwijzing en die van Indo-Europese en Indonesische lokale bevolking werden ze geleid naar waterputten waar wapens in waren verborgen. Dit was het begin van de ondergrondse in Gombong. Onderluitenant Siahaya kende deze streek goed van de tijd dat ze opgeleid en gelegerd waren in Magelang. En in Gombong was ook het huis van Siahaya dat nog door zijn gezin werd bewoond.

De heer G.A.B. deed voornamelijk koerierswerk, totdat de groep werd opgerold door de Japanners. Een getuige en andere verzetsdeelnemer, L.T.S., kende de weg naar en in de wapenkamer van het depot gelegen naast de kazerne van het 7e Bataljon in Magelang. L.T.S.’ vader werkte er eerder als beheerder en toen een andere verzetsdeelnemer S.M.J.

Onderluitenant L.Z. Siahaya

hem om wapens voor het verzet van de groep-Siahaya vroeg, heeft hij die ontvreemd en overhandigd. Het ging om twee karabijnen, een parabellum (een pistool), drie klewangs en een paar honderd stuks munitie. L.T.S. wist dat S.M.J. betrouwbaar was via ene Johannes: deze was ook een verzetsdeelnemer.

Dankzij de handkarren die hij had als klein verhuisbedrijf wist hij in de beginfase van de bezetting nog stiekem wapens te verplaatsen. Later was dat niet meer mogelijk door de aangescherpte controles door de bezetter. Toen S.M.J. aan L.T.S. wapens vroeg, had hij een brief van Johannes bij zich om de betrouwbaarheid te garanderen van S.M.J. L.T.S. heeft hem pas jaren later weer ontmoet in Bandoeng; het was in 1948 en geheel toevallig. Evenals tijdens de eerste ontmoeting wisselden ze onderling slechts weinig woorden uit.

De verzetsgroep van Siahaya heeft de voorgenomen verzets-activiteiten zoals gewapende aanvallen, sabotage en zelfs verkenningen kunnen realiseren. Door verraad van de adjudant Gandaredja van de intendance in Gombong werden Siahaye, De Leeuw en Pieters gearresteerd rond september 1942 in de buurt van Kanangbolan, zuidelijk van Gombong. De mannen werden vervolgens naar de gevangenis   in Poerworedjo gebracht. Ze zijn door onthoofding geëxecuteerd in Antjol, Batavia. G.A.B. wist onder te duiken in Bandoeng. De heer S.M.J. en zijn broer P.C.J. slaagden er ook in buiten bereik van de Kempeitai te blijven. Het lot van de andere deelnemers is niet bekend.

Wordt vervolgd

ICM  15.9.16

Lees verder…

10897332672?profile=originalOude glorie herleeft       De PBY-5A Catalina PH-PBY

Door:  Prudent Staal

 

Het amphybisch vliegtuig PBY Catalina heeft in de 2e Wereld-oorlog een belangrijke bijdrage geleverd aan onze bevrijding. Zowel in het Verre Oosten als ook in Europa. De Catalina heeft ook in grote getale bij onze Koninklijke Marine gevlogen en met haar bemanningen heroïsche daden verricht en bijgedragen aan de uiteindelijke bevrijding van ons allen.

 

Het is ook zeer belangrijk dat historisch mobiel erfgoed bewaard blijft. Normaal gesproken is een museum daarvoor de meest geschikte plaats doch het is ook belangrijk dat we delen van dit erfgoed werkend kunnen zien. Om te kunnen ruiken, voelen, horen en beleven hoe zoiets indertijd kon functioneren. Behalve voor ons nageslacht is het ook voor veteranen en hun familieleden is het belangrijk dat het mobiel historisch erfgoed operationeel bewaard blijft.

 

 

De stichting Vrienden van de Catalina heeft de beschikking  over een van de nog weinig overgebleven vliegende Catalina’s in de wereld. Alhoewel deze specifieke Catalina nooit voor de Koninklijke Marine gevlogen heeft is de Catalina in de huid gekropen al;s Catalina  van de Koninklijke Marine met als registratie 12-218 als eerbetoon aan dit vliegtuig.

 

10897332685?profile=originalDe geschiedenis van de 16-218 begint op 27 september 1942 toen het toestel met constructie-nummer 846 te Corpus Christi, USA met registratie Y-83 in Nederlandse dienst werd gesteld. Anderhalve maand later wordt het toestel door een US Navy ferry-bemanning overgevlogen naar Ceylon en landt op de Britse basis China Bay. Het krijgt het staartnummer /R en wordt ingedeeld bij het RAF (Dutch) 321 Squadron. In de daaropvolgende jaren wordt het toestel ingezet bij antionderzeeboot patrouilles bij Somalië. Ook werd geopereerd vanaf Socotra en Masirah (Zuid Afrika). Meerdere malen werd India aangedaan, maar ook Brown Island, een basis op de Cocos eilanden. Deze vluchten duurden vaak 17 uren! Nadat vrede was gesloten in het verre oosten heeft het toestel regelmatig mee-geholpen aan evacuatie vluchten van Nederlands Indië naar Madura, Singapore en China Bay.

 

In januari 1946 werden alle nog bruikbare Catalina’ s overgevlogen naar het Marine vliegkamp Morokrembangan (MVKM) bij Surabaya op Java. Van daar uit werden verkenningen voor mariniers uitgevoerd. De registratie veranderde in 16-83. In december 1948 heeft het vliegtuig deelgenomen aan Operatie Wezel. De vijf amfibische Catalina’s  vertrokken van MVKM naar Padang en later door naar Medan. Van hier startte de operatie die ondersteuning aan de opmars van de Landmacht naar Sibolga (op Sumatra) moest leveren. De toestellen vervoerden de stoot-troepen naar het Toba-meer (20 stoottroepers per toestel per vlucht)!

 

 10897332701?profile=originalDaarna heeft het toestel voornamelijk als opleidings-vliegtuig dienst gedaan. Toen Nederlands Indië door Nederland moest worden verlaten, werd uitgeweken naar Nederlands Nieuw Guinea en wel op het eiland Biak. Hier waren drie strips ter beschikking, op een ervan was het Marinevliegkamp Biak  gevestigd. Het toestel was ingedeeld bij Vliegtuig Squadron 7 en vanaf 1951 bij VSQ 321.

Wekelijks moesten groenten, fruit en tal van andere levensmiddelen rondgebracht worden naar verschillende plaatsen in Nieuw Guinea. Dit  werd de zogenaamde Vogelkoproute genoemd. In een aantal gevallen werd ook levende have getransporteerd, zoals koeien, varkens, geiten en kippen. In augustus 1952 vertrok het toestel van Biak naar Valkenburg. De tocht duurde 70½ uur.

Groot onderhoud werd uitgevoerd bij Aviolanda Papendrecht en toen het daar uit kwam was de registratie gewijzigd in 16-218. Daarna weer het toestel weer teruggevlogen naar Biak. In maart 1957 werd het voorstel tot afschrijving ingediend. In juni werd het van de sterkte afgevoerd en tussen de andere sloopkisten op de voormalige waterbasis van Biak neergezet. Het werd ook gedeeltelijk gesloopt. In oktober 1962, toen ook Nieuw Guinea moest worden afgestaan, werd het verkocht aan een Australische schroothandelaar.

Al met al is ons toestel vijftien jaar operationeel is geweest. Een record, niet één Catalina heeft dit kunnen evenaren.

Om toch de Catalina als icoon een plaats te geven in het Nederlandse historie is  in 1999 de oudste    nog vliegende Catalina met behulp van een aantal particulieren aangeschaft. Deze Catalina is afkomstig uit de Amerikaanse Marine. Ook deze Catalina heeft in de 2e Wereldoorlog een aantal grote wapenfeiten op haar naam staan. Tijdens de restauratie op het Marinevliegkamp Valkenburg

 

(in dezelfde hangaar waar nu de musical “Soldaat van Oranje” wordt opgevoerd) heeft de boven-vermelde geschiedenis altijd een rol gespeeld. En als klap op de vuurpijl wordt ons toestel op 15 november 75 jaar! Dit zal met een symposium en een allerlaatste vlucht (voor dit jaar) worden bekroond

 

Sinds 2006 is de 12-218 weer in luchtwaardige conditie. Echter, het operationeel houden van de Catalina kost heel veel geld. Met heel veel moeite heeft de Stichting “Vrienden van de Catalina” de afgelopen jaren het hoofd boven water kunnen houden. Om de toekomst van de Catalina zeker te stellen heeft de Stichting “Vrienden van de Catalina” Uw steun nodig. U kunt de stichting steunen door donateur te worden. Voor € 70 per jaar bent U al donateur. Als donateur kunt U  onder andere tegen vergoeding van de vliegkosten meevliegen met de Catalina. U kunt zich als donateur aanmelden op de site: www.catalina-pby.nl.

 

De stichting “Vrienden van de Catalina” hoopt oprecht U te mogen verwelkomen als donateur waardoor U meewerkt om de Catalina ook in de toekomst als mobiel erfgoed voor Nederland te behouden!

 

 

 

Over de geschiedenis van de legendarische Catalina is een boek verschenen dat u kunt bestellen bij de Vrienden van de Catalina. Korte inhoud:

 

De Y-83, later de 16-218, was en is een legendarisch toestel. Na in gebruik genomen te zijn op de Amerikaanse marinebasis Corpus Christi op 27 september1942, werd het toestel door een Amerikaanse ferrybemanning overgevlogen naar China Bay     op het toenmalige Ceylon. De Catalina heeft geopereerd in Ceylon, Kenia, Zuid Afrika, Aden, nabij Somaliland, India, Somalië, Pakistan, de Cocos-eilanden, het voormalig Nederlands Oost-Indië,

Indonesië, Nederlands Nieuw Guinea en in Nederland.

 

Het vliegtuig was respectievelijk ingedeeld bij No.321 (Dutch) Squadron RAF, het Oostelijk Verkennings- en Transport Squadron en de Vliegtuig-squadrons 321, 7 en 8 van de Marineluchtvaartdienst. Op 20 juni 1957 werd het toestel van de sterkte afgevoerd en uiteindelijk gesloopt op Biak door een Australische schroothandelaar. Het vliegtuig is bijna, op drie maanden na, vijftien jaar in gebruik geweest bij onze Marineluchtvaartdienst en heeft onderhoud gekregen op Ceylon (RAF Group 22), India (Hindustan Aircraft Factories), Zuid Afrika (SAAF), in Nederlands Nieuw Guinea (Biak) en in Nederland (Aviolanda-Papen-drecht). De Marineluchtvaartdienst heeft 87 Catalina’s in gebruik gehad. Het toestel dat nu de 16-218 heet, is de voormalige Bureau Number 2459 en werd op 15 november 1941 door de US Navy in gebruik genomen. Dus op 15 november 2016 wordt de “Grand Old Lady” 75 jaar. Een diamanten leeftijd, welke wij ook op onze kist presenteren. Zij is de oudste nog vliegende Catalina in de wereld. Wij koesteren haar zeer.

 

Bestellen van dit boek kan via Peter Versteeg. De prijs is € 14,50 exclusief verzendkosten.  pm.versteeg@ziggo.nl

 

___________________________

ICM 12.9.16

 

Lees verder…

Brieven van mijn opa Door: George de la Croix

10897333456?profile=originalBrieven van mijn opa         Door:  George de la Croix

Mijn opa (1918 – 1978).... Ooit was hij een K.N.I.L-er (Koninklijk Nederlands Indisch Leger). Tijdens de Japanse oorlog zat hij in een Kamp in Singapore, maar na het einde van de oorlog en de Bersiap wilde hij niet repatriëren. Hij koos bewust voor de nieuwe Republiek Indonesia als zijn thuis.

Van KNIL naar AURI (Angkatan Udara Republik Indonesia). Hier was hij nog Kapitein van de luchtmacht, hij werd later majoor.
Een tijd geleden hielp ik mijn moeder met het uitzoeken van een doos met oude papieren. Tot mijn grote vreugde zaten daar ook meerder brieven tussen van mijn opa uit Tjimahi. Wat leuk, en wat ervaar je dingen anders als je op oudere leeftijd dat leest wat je   als kind anders hebt ervaren.

Mijn opa was een WNI (Warga Negeri Indonesia). Hij stichtte na twee andere relaties een derde relatie en kreeg nog eens drie kinderen. Alle drie de relaties vonden in Tjimahi plaats. Mijn moeder is de oudste van de eerste relatie, en haar jongste half-broertje was slechts 2 jaar ouder dan haar eigen eerste kind.

In 1964, toen mijn oudste broer 7 maanden was, gingen mijn ouders als spijtoptant naar Nederland. Groot was het verdriet van mijn opa, dat zijn oudste dochter naar dat onbekende land ging. Dit had hij eerder meegemaakt, toen hij  in 1960 zijn ex-vrouw en kinderen

per boot naar Nederland zag vertrekken. Tijd voor afscheid nemen was er niet, mijn ouders kregen 3 weken de tijd om afscheid te nemen en te vertrekken. Gelukkig bestond er post. Jammer genoeg heeft mijn moeder niet alles bewaard, maar wat er is geeft een mooie indruk. Wij, als 3 jongens van mijn ouders, hadden wel grootouders, maar op grote afstand. Slechts een keer in 1975 kwam mijn opa op bezoek naar Nederland. Van zijn 11 broers en zussen woonden er 10 in Nederland en die hebben ook zijn reis betaald.

Ik heb, hoe klein ik ook was, absoluut herinneringen aan die tijd. Haha, mijn opa vond het maar niks dat mijn ouders in een vierkamer flatje woonden op 2 hoog. " Waarom wonen jullie niet daar?" vroeg hij een keer tijdens een wandeling en wees op een idyllisch boerderijtje in een park met een grote vijver eromheen. " Pappie, dat is een kinderboerderij" antwoordde mijn moeder. Nou hij vond het maar erg vreemd. Nog nooit van gehoord.

Andere herinneringen waren elke ochtend op zijn deur kloppen. Dan deed opa open in zijn singlet en pyjamabroek. Hij haalde dan zo'n lachzak tevoorschijn, en dan mocht je op het knopje drukken. Of je kreeg een stukje dodol......mmm dat kenden we niet maar toch erg lekker.

Terug naar de brieven, daar lees ik dat mijn eigen opa vraagt o.a. naar mij!!! Of ik gezond ben, al gegroeid, talent heb voor dit of dat. Er kwam even iets van een emotie bij me los. Opeens bestond mijn opa veel meer dan die summiere herinneringen van 1975 en van de verhalen van o.a. mijn moeder. Naarmate mijn opa ouder werd, werd zijn handschrift priegeliger. Hij werd slechts 59, ziek en op. Een maand voor zijn overlijden kreeg mijn moeder zijn laatste brief. Hij vertelde wat de schoolkleding voor mijn moeders halfzusje en mijn broertjes kosten moest, en of ze kon helpen.

Een maand later kreeg mijn moeder een telegram. " Pappie overleden" Dat was het. Een hele tijd heeft die periode mijn herinneringen beïnvloed. Mijn verdrietige moeder, die zo spijt had dat ze zijn laatste brief nooit had beantwoord. Nu zijn we bijna 34 jaar verder. Mijn moeder kan dingen nu relativeren. " Weet je" zei ze. "Ik kreeg altijd buikpijn als er weer een brief uit Tjimahi kwam." De laatste jaren ging het altijd over geld. Helpen met dit en helpen met dat. En of ze dan de broers en zussen van mijn opa wilde mobiliseren om geld te sturen. Toch is ze blij dat ze de brieven nog heeft en kan bespreken en opnieuw een plekje kan geven. En ik ben er misschien nog wel blijer om......

10897333471?profile=originalIndische verhalen door:  Stichting Nusantara Zorg

ICM 15.9.16

 

Lees verder…

10897329657?profile=originalMoluks verzet tijdens de Japanse bezetting  Door:  Menke de Groot

foto Molukse KNIL-militairen tijdens de 2e expeditie naar Atjeh in 1874

Tijdens de bezetting van Nederlands-Indië door Japan (1942-1945) ontstonden diverse verzetsgroepen die, verspreid over de gehele archipel, zeer actief waren. Deze weerstand tegen de Japanse bezetter in de Oost is vaak onderbelicht gebleven: daar waar namen als die van kapitein Reinder Gebbinus de Lange gevoelens van respect zouden moeten oproepen kent in werkelijkheid vrijwel niemand zijn naam nog.

 

Ook de rol van Molukkers in het verzet is relatief onbekend gebleven. Molukkers werden vanaf het begin van de bezetting van Nederlands-Indië door Japan onderdrukt en de rechten ontnomen. Zij traden dan ook relatief vaak toe tot het verzet   en dit kostte aan velen van hen het  leven.

Molukkers hadden dan ook veel meer banden met Nederland dan andere bevolkingsgroepen in de Indische archipel: voor een groot gedeelte hingen zij de Christelijke godsdienst aan en al heel lang behoorden Molukkers tot de vrijwel onmisbare soldaten van het KNIL. Zij namen deel aan de vele expedities, zoals de tweede expeditie naar Atjeh en de Lombok-expeditie en vormden een onmisbaar onderdeel van het Korps Marechaussee te voet.

Aanvang der Japanse bezetting

Aan het begin van de Japanse bezetting, in 1942, woonden een groot aantal Molukkers verspreid over de gehele Indische archipel, op Java, Sumatra, Borneo, Celebes, Timor en natuurlijk de Molukken. Na de capitulatie van Ambon, op 30 januari 1942, werden de Ambonese KNIL-soldaten naar Marinekamp Halong overgebracht.  De rest van de bevolking   werd   gedwongen   te

Molukse KNIL-militairen tijdens de 2e expeditie naar Atjeh in 1874

werk gesteld bij de voedsel-verbouw of diende transport-diensten en andere werkzaam-heden te verrichten.

De meeste Molukse KNIL-soldaten werden eind april 1942 uit de krijgsgevangenschap ontslagen. Hin bijdrage aan het anti-Japanse verzet was vervolgens overal in Nederlands-Indië heel groot. Op Sumatra bijvoorbeeld richtten  Molukse KNIL-soldaten de verzets-organisatie "Sapoe Tangan Merah" (de "Rode Zakdoek") op en met name op de Molukken kregen de verzetsgroepen zeer veel steun van de bevolking.

Verzetsgroep van kapitein Kaseger en sergeant-majoor Mendoza

Op Ambon werden direct na de vrijlating van de Ambonese KNIL-militairen diverse verzetsgroepjes geformeerd. Sergeant-majoor geweermaker F.A. Mendoza verzamelde enige onderofficieren (waaronder de sergeanten Rompies,  Lantang  en  Sahetapy   

en brigadier Tisera) om zich heen om een guerrillastrijd  tegen de Japanners te voeren. Hiertoe werden berichten en goederen kamp Tantoeï binnengesmokkeld en contacten met onder meer sergeant-majoor Waalwijk gelegd.

De Menadonese kapitein Kaseger, die intussen door Mendoza gevraagd was als leider van de groep op te treden,  raadde in eerste instantie een guerilla-oorlog, bij gebrek aan goede bewapening, af. Sergeant A.A.  Koster, sergeant der stadswacht  F. Nasalleh en de Mariniers P.T.  Marcks en P. Lenze  beperkten zich nu in eerste instantie tot het afluisteren en verspreiden van nieuwsberichten.

Intussen voerde sergeant Lantang koerierswerkzaamheden uit  en verzamelde wapens en werd de groep Kaseger uitgebreid met brigadier Tuanakotta en sergeant D. Eikendorp. Eikendorp onder-hield contacten met een andere verzetsgroep, die van sergeant Matthijs de Fretes, die in de bergen actief was.

In mei en juni 1942 deden de Japanners onderzoek naar  dit soort verzets-groepen, omdat de bevolking  van met name Leitimor niet voldoende  medewerking toonde.

Sergeant-majoor Waalwijk werd op 11 juli 1942 aangehouden toen hij pakjes brieven kamp Tantoei binnen wilde smokkelen. De Japanners namen wraak door alle betrokken mannen af te ranselen

met ijzeren staven, wat drie van hen met de dood moesten bekopen.

 

In augustus 1942 deden de Japanners zonder resultaat een inval bij Kaseger en Mendoza - drie dagen later werd Mendoza gearresteerd en overgebracht naar de gevangenis van Amboina.

Via zijn echtgenote liet hij de andere leden der troep de waar-schuwing toekomen Ambon zo snel mogelijk te verlaten. Behalve Kaseger, die naar Makassar wist te ontkomen, gelukte het niemand van de groep te ontsnappen. Allen werden gearresteerd en naar Fort Victoria  overgebracht.   Op  15 januari 1943 werden de leden van de verzetsgroep Mendoza, Tisera, Sahetapy en Tuanakotta onthoofd.

10897329298?profile=originalErebegraafplaats Tantoei

De groep van sergeant Matthijs de Fretes

Militair Th.A. Deighton trok na de capitulatie met vijf Indo-Europese KNIL-soldaten naar het zuiden  van Leitimor, waar de troep contact maakte met een aantal Nederlandse artilleristen en de sergeant-majoor W.J.P. Jansen, commandant der KNIL-stelling te Serie. Jonathan Parera, de zoon van een landwachter, informeerde Deighton over een wapenopslag-plaats in Serie, waardoor men enige tijd over wapens en munitie kon beschikken.

Omdat de groep van Deighton geen geld had kon zij niet uitwijken naar veiliger oorden. De wapens werden meegegeven aan iemand die zei namens Jansen te spreken.  Deighton  en  Godeaus kwamen vervolgens in contact met sergeant Lantang, die hen naar Koesoe-Sere bracht waar Deighton onderdak vond bij Jacobus Parera. Toen er een grote wapenopslag-plaats werd ontdekt bracht sergeant Lantang de troep van Deighton in contact met Matthijs de Fretes.

10897329700?profile=originalFort Victoria op Ambon waar leden van de verzetsgroep geëxecuteerd werden

Oprichting van de verzetsorganisatie van Matthijs de Freitas

De Freitas werd op 17 oktober 1888 te Mahia geboren en diende gedurende langere tijd bij de troepen van het KNIL te Atjeh.    In de rang van sergeant der Marechaussee verliet hij de dienst in 1936 met eervol ontslag en keerde terug naar Mahia, waar hij bekend stond als olifantenjager en hoofd van de Landwacht. In maart 1942 belegde De Freitas een bijeenkomst waaraan honderd man, waaronder Deighton, Godeaus en Jacob Parera deel-namen. In de vergadering vroeg De Freitas de aanwezigen zich gereed te houden om de Geallieerden bij hun komst te ondersteunen.

Het door Deighton en Parera ontdekte wapentuig werd onder  de mannen verdeeld; veel van  hen hadden echter bij het begin van de Japanse bezetting de  eigen wapens al verborgen zodat men over een redelijk arsenaal beschikte. Intussen bleven de contacten tussen Mendoza en Kaseger te Amboina doorgang vinden en hielden Lantang, Mendoza, Rompies, Sahetapy en Tisera regelmatig vergaderingen.

Toen Mendoza in augustus 1942 werd gearresteerd was De Fretes al ondergedoken in Hatiwe-Besar te Hitoe. Van hieruit gaf hij, omdat hij geloofde dat de Geallieerden spoedig zouden landen,  aan sergeant Jacob Latuhertu in  Nakoe order een organisatie ter bestrijding van de Japanners op te richten. Latuhertu nam hierop  contact op met de sergeanten Habel Rehatta en Dirk Eikendorp, Evert Tehupeoory, Johannes Hehareuw, Charles Hehajary en Domingus Waas.

Iedere sergeant kreeg opdracht in zijn eigen dorp met de KNIL-militairen en landwachters een aantal plaatselijke afdelingen van de verzetsorganisatie op te zetten.

Structuur der verzetsorganisatie

Dominggus Waas kreeg bevel de kusten van Nakoe en Mahia te bewaken en diende Latuherta te waarschuwen als er signalen waren dat een landing der Geallieerden plaats zou gaan vinden. Toen de Fretes vernam dat de verzetsorganisatie intussen geformeerd was keerde hij terug naar Leitimor, waar hij werd benoemd tot hoofd van de aparte verenigingen, die in totaal nu 300 leden telden.

In een aantal dorpen werden afdelingen opgericht, meestal  door KNIL-soldaten of door land-wachters, onder leiding van een sergeant. De Fretes had de algemene leiding en bestuurde   de westelijke, terwijl Rehatta, Latuheru en Pattiasina de oostelijke afdelingen voor hun rekening namen. De organisatie beschikte over KNIL-wapen-voorraden die bij Serie en Koesoe-Sere en in de buurt van de stellingen Soja en Roetoeng  verborgen waren.

Tot de taken van de afdelingen behoorden  het  verzamelen  van inlichtingen, plegen van sabotage en het verrichten van koeriers-diensten. Als er een landing der Geallieerden zou plaatsvinden  dan konden binnen korte tijd honderden mannen gemobiliseerd worden.

10897330485?profile=originalZicht op haven en baai van Ambon met links Fort Victoria

In januari 1943 vonden in de woning van de leraar S.J. Sopacua een aantal vergaderingen, waarbij Rehatta, Eikendorp, Latuheru, Hehareuw en Hehajary aanwezig

waren, plaats. Tijdens die bijeen-komsten werden de acties, nodig tijdens een Geallieerde landing, besproken en de verzamelde wapens, 50 karabijnen, vier mitrailleurs en munitie, bijeen-gebracht en op een veilig plaats verborgen.

De verwachting van een landing van Geallieerden werd versterkt toen een eenheid onder kapitein Nijgh en sergeant J. Malawau landde op de zuidkust van Ceram. Helaas werden zij de volgende dag al gearresteerd en naar Fort Victoria overgebracht.

Arrestatie en executie der leden

Tijdens een vergadering op 11 maart 1943, waar naast De Fretes en de eerder genoemde personen ook Nakoe, Kilang en Hoekoerila en de drie sergeanten Tehupeiory, Keiluhu en Pattiasina aanwezig waren, besprak men de aan de Geallieerden te bieden onder-steuning. Op 13 maart 1943 werden E. Tehupeiory en A. Leiluhu, twee groepsleiders, door de Japanners opgepakt. In de dagen daarop volgend  vond ook de arrestatie van de overige leden van de groep De Fretes plaats.

Omdat men De Fretes en Jacob Latuheru niet direct kon vinden arresteerden de Japanners hun familie en dreigde met executie als De Fretes en Latuheru zich niet zouden aangeven. De Fretes werd op 1 juli 1943, samen met Rehatta, Eikendorp, Tehupeiory, Hehareuw, Hehajary en Latuheru gearresteerd.

10897330858?profile=originalAmbonese militairen in marstenue

Na de arrestatie van de kern van de groep De Fretes nam het verzet op Leitimor af, al werden op 30 december 1943 nog wel    16 personen, op verdenking van het seinen naar Geallieerde vliegtuigen en spionage, gearres-teerd. In de loop van 1943 vonden de organisaties van sergeant-majoor Leihitu en soldaat J. Litamahuputty op Saparoea een einde toen zij werden opgerold. Nog in augustus 1944 bevonden zich in de stadgevangenis van Amboina ongeveer 300 politieke gevangenen - deelnemers aan het Molukse verzet.

Verzetsgroep van Petrus Leihitu

Petrus  Leihitu (1907 - 1945)  pleegde enige verzetsdaden op Ambon en richtte vervolgens in Haria op Saparoea de vereniging Menpertabankan Rumah Oranje (Wij blijven Oranje Trouw) op. Hij werd in april 1942 gearresteerd  en weer vrijgelaten. Toen hij een-maal, waarschijnlijk op vrijwillige basis, tewerk gesteld werd bij handelsorganisatie Nanyo Kohatsu Kaisha, die  verantwoordelijk  was

voor het voedseltransport van Saparoea naar Ambon, gebruikte hij deze positie als dekmantel om vrij te reizen en contact te onderhouden met andere leden van het verzet.

Lewihitu's groep pleegde onder andere  wapendiefstallen en ze verzamelden inlichtingen over    de Japanners. In juni 1943 werd Leihitu voor de tweede maal gearresteerd en naar de Amboina-gevangenis gevoerd. Op 13 juli 1945 kreeg hij van de Japanse Krijgsraad  de doodstraf. Zijn executie vond plaats op 16 juli 1945 te Benteng.

Verzetsgroep van Jacob Litamahuputty

Jacob Litamahuputty (1918-1944) was aan het begin van de oorlog werkzaam als soldaat tweede klasse in de Serimanstelling in Soja. Tijdens de Japanse bezetting richtte hij een verzetsgroep op Saparoea op.  Na enige tijd bestond deze uit ongeveer 60 leden, soldaten en burgers, die zich bezighielden met het verzamelen van inlichtingen, smokkelen van wapens en kleine sabotageactiviteiten.

Na een ontmoeting met een Japanse patrouille in mei 1943, waarbij een lid van de groep van Litamahuputty in handen van de vijand viel, was Litamahuputty gedwongen naar Ceram te vluchten. Aldaar werd de groep verrast door een groep Japanners, die in het inderhaast verlaten bivak een schriftje met de namen van de leden en steunverleners

10897331075?profile=originalAmbonese KNIL-militairen tijdens een bandjir op Ambon

van de verzetsgroep vonden.  De troep keerde overhaast naar Saparoea terug, waar de een na de ander werd opgepakt. 

Ook Litamahuputty was uit-eindelijk gedwongen zich te melden. Op 22 februari 1944 hoorden 23 leden van de groep hun doodvonnis uitspreken, dat op 2 maart 1944  tot uitvoering werd gebracht.

Waroe en de massamoord te Empalawas (Babar)

Op 2 september 1943 wisten 230 KNIL-militairen, die te werk waren gesteld aan de oostkust van Ceram, hun kampement te ontvluchten. Nadat hun schuil-plaats bij de radja van Solang was verraden sloeg de troep op de vlucht naar het westen. Intussen werden zij achterhaald door de Japanners en in diverse vuur-gevechten op twee personen na allemaal doodgeschoten.

Op het eiland Babar wilde de Japanse commandant Shinohara in het dorp Empalawas orde op zaken stellen en werd,  samen met enige soldaten,   door de bevolking vermoord. Een Japanner wist alarm te slaan en een paar dagen  kwam een boot met 100 Japanners bij het eiland aan. De commandant, marine-adjudant Makino Shujiro, beloofde de verontruste dorpelingen een verzoeningsfeest, waarbij iedereen was uitgenodigd.

Vierhonderd mensen, zo goed als bijna de gehele bevolking van Empalawas gaf acte de presence - uitgezonderd tien vrouwen, die als troostmeisjes moesten dienen voor de Japanners, werden alle dorpelingen doodgeschoten. Alleen de dorpsoudsten kregen een bijzondere behandeling - zij werden opgehangen en verbrand. Shinohara werd na de oorlog tot de doodstraf veroordeeld.

De bewoners van Langgoer  (de Kei-eilanden)  deden  tijdens  de bezetting van Japan middels het seinen naar vliegtuigen veel moeite om aan de Geallieerden informatie door te geven.

 

De Japanners hadden hen bevolen het vliegveld van Langgoer te camoufleren maar in plaats van de gevraagde bomen te planten werden door de tewerk gestelde KNIL-militairen wortels doorgekapt zodat de planten stierven en het vliegveld goed te zien zou zijn voor de bemanning van over-komende Geallieerde vliegtuigen.

10897331252?profile=originalZuidkust van Babar

De groep van Julius Tahija

Julius Tahija (1916-2012) was bij het uitbreken van de oorlog werkzaam als sergeant der  tweede klasse bij het KNIL. Hij kreeg de opdracht om met een detachement van 13 KNIL-soldaten vanuit Darwin naar de Tanimbar-eilanden te gaan om het Nederlandse gezag aldaar te handhaven en in geval van nood uit te wijken naar niet-bezet gebied. Op 30 juli 1942 landden twee Japanse schepen in de baai van Saumlaki.

Toen de omstreeks 200 Japanners naar het dorp marcheerden werden ze vrijwel allemaal door Tahija en zijn manschappen doodgeschoten. Tahija en zijn troep weken vervolgens uit naar Wermatang, waar een boot werd gecharterd, waarmee de troep terugkeerde naar Darwin. 

In Australië werd Tahija bevorderd tot eerste luitenant en bij  Koninklijk Besluit van 21 september 1942 benoemd tot ridder in de Militaire Willemsorde.  Hij kwam later in dienst van       de NEFIS (Netherlands Forces Intelligence Service). Begin 1945 nam hij onder meer deel aan een landing op de kust van Magoli.

Moluks verzet op Sumatra

Aan de westkust van Sumatra, in en rond de plaatsen Padang, Padang-Pandjang en Fort de Kock, ontstond tijdens de bezetting een organisatie van Molukse en Indo-Europese  krijgsgevangenen, die  onder leiding stond van sergeant J.A. Pattinama en na diens arrestatie van de broers P.H.J. en C.D.F. Marges, en zich bezig   hield met het verzamelen van inlichtingen en het verzamelen van wapens.

Aan de oostkust van Sumatra waren eveneens verzetsgroepen actief waaronder "Rode Zakdoek"- groepen in Rengat, die ook inlichtingen verzamelden. Nadat de order van generaal R.Th. Overakker, waarin deze  zijn persoonlijke instructies aan zijn opvolgers, de kapiteins R. ten Velde en A.C. Woudenberg, had opgeschreven, bij de Japanners bekend werd, vonden vele arrestaties plaats.

10897331456?profile=originalJulius Tahija

Bij razzia's werden toen aan de westkust vele honderden mensen opgepakt.  Tijdens de groeps-processen aan de oost- en aan   de westkust werden tientallen doodvonnissen, waaronder die van Overakker en kolonel G.F.V. Gosenson, uitgesproken en direct voltrokken.

Moluks verzet op Java

De arrestatie van RAF-luitenant Gordon Coates en de vondst van de rapportage over het verzet op Midden-Java betekende het einde van  de verzetsleiders mr. L.J. Welter, kapitein R.G. de Lange en kapitein A.L.J. Wernink.

10897331292?profile=originalGeneraal  R.Th. Overakker

Uit de rapportage  bleek daarnaast dat de Molukse KNIL-militairen, vrijgelaten uit de barakken van het voormalige elfde en twaalfde KNIL-bataljon,  die zich  met toestemming van de Japanners hadden aangesloten bij  een nachtwaakgroep, deze als dek-mantel hadden gebruikt voor verzetsactiviteiten.

Molukkers die met name genoemd werden waren: A.I. Tanasale, J. Kaihatu, J.M. Westplat, Nikijuluw, Haulusy en E. Siahaya. Anderen waren: D. Souhuwat, J. Teterissa en J. Raihatte.  

Appendix 1. Afdelingen van de verzetsgroep De Fretes

  • Mahia: sergeant Z.M. de   Fretes
  • Koesoe-Sere: sergeant E.M. Lanting
  • Hatalai: B. Kastanja en N. Loppies
  • Soja: sergeant H. Rehatta
  • Nakoe: sergeant J. Latuheru
  • Kilang: sergeant J. Hehareuw
  • Ema: J. Dias
  • Hoekoerila: sergeant C. Hehajary
  • Hoetoemoeri: sergeant E. Tehupeiory
  • Roetoeng: sergeant Talahata

Appendix 2. Dodenlijst van de groep De Fretes (onthoofd of gestorven in Japans gevangenschap)

  • Soldaat Jan Patty, Soja
  • Soldaat Izaak Hursepuny, Hoetoemoeri
  • Soldaat Marcus Tapalawatin, Hoetoemoeri
  • Soldaat Nicolaas Keiluhu, Hoetoemoeri
  • Korporaal Willem Palapessy, Ema
  • Sergeant Koko de Fretes, Kilang
  • Soldaat Pieter Telussa, Nakoe
  • Soldaat Jacob Gaspersz, Nakoe
  • Sergeant Emile M. Lantang, Koesoe-Sere
  • Sergeant Hoogendorp, Koesoe-Sere
  • Soldaat Nicolaas Loppies, Hatalai
  • Soldaat Benjamin Kastanja, Hatalai 

Bron: www.nederlandsekrijgsmacht.nl

ICM 15.9.16

Lees verder…

10897329472?profile=originalBackpay-regeling riekt naar goedkoop Hollands koopmanschap       Door:  Griselda Molemans

 

De actie van TFIR naar aanleiding van de vele klachten van nabestaanden en de brief van     de KNIL-veteraan Rudy Hoenson heeft veel losgemaakt. Hierna het hoofdredactioneel commentaar van De Telegraaf van 16 augustus 2016 over de Indië-herdenking en de Backpay-kwestie:

“De Indië-herdenking was dit jaar wederom een indrukwekkende gebeurtenis. In aanwezigheid van premier Rutte, tal van politici en notabelen herdachten vele honderden belangstellenden in Den Haag de verschrikkelijke jaren van de Japanse bezetting. Verschrikkingen die met de capitulatie op 15 augustus 1945 niet voorbij waren. Daarna volgde de Bersiap-periode, een orgie van geweld die nog eens duizenden Nederlandse, Indische en Chinese slachtoffers zou maken.

In ons land zijn deze gebeurtenissen lang onderbelicht gebleven. Daarom is het goed dat er organisaties zijn zoals de Stichting Herdenking 15 augustus 1945 en het Indisch Herinneringscentrum, die zich sterk maken voor het levend houden van die herinneringen. Nu hele generaties Nederlanders het voorrecht hebben om op te groeien in vrede, mag dat niet als vanzelfsprekend worden beschouwd.

In dit kader is het triest dat onenigheid over een claim voor nooit uitbetaalde salarissen van toenmalige, door de Japanners gevangen gezette ambtenaren en militairen uit Nederlands-Indië de kop op steekt. Nabestaanden willen dat het kabinet, ondanks een vorig jaar gesloten akkoord, alsnog de knip trekt. Het feit dat het zeventig jaar heeft geduurd voordat het kabinet over de brug kwam voor de kleine groep toen nog levende slachtoffers, riekt naar goedkoop Hollands koopman-schap. Een nieuw kabinet moet dit akkoord daarom nog eens goed wegen.”

Een Oudhollandse rekensom:  Zo’n 90.000 KNIL-militairen en ambtenaren hadden op 15 augustus 1945 recht op 3,5 jaar achterstallig salaris en pensioen-opbouw. Leg de cijfers naast elkaar: 2,25 miljard euro aan uit te betalen salarissen versus 30 miljoen euro aan 1.100 recht-hebbenden in het jaar 2015. En dan is het maar de vraag of er op 15 augustus 2015 nog 1.100 rechthebbenden in leven waren, zoals het ministerie van VWS stelt.
Rekenkundig beschouwd heeft de Nederlandse overheid hiermee 1/75 van haar schuld aan haar overheidspersoneel betaald. Van wie een groot deel tijdens de Japanse bezetting gestorven is voor de Nederlandse vlag. En dat is niet alleen goedkoop Hollands koopmanschap, maar ook nog eens een verwerpelijke grond-houding.

Open brief Rudy Hoenson

Rudy Hoenson, overlevende van de atoombom op Nagasaki schreef een open brief aan de Nederlandse regering inzake de overeen-gekomen Backpay-regeling. In december 2015 gaf Staats-secretaris Martin van Rijn van VWS groen licht voor de uitbetaling van de zogeheten Backpay-regeling. Deze regeling  is bedoeld voor voormalige ambtenaren en KNIL-militairen van het Nederlands-Indisch Gouvernement, die over de oorlogsjaren in Nederlands-Indië geen of onvolledig salaris hebben ontvangen. Voorwaarde was dat zij op 15 augustus 2015 nog in leven waren.

Over deze laatste voorwaarde zijn heel veel klachten. De 93 jarige Rudy Hoenson, KNIL veteraan en overlevende van de atoombom die op 9 augustus 1945 op Nagasaki viel, uitte via Task Force Indisch Rechtsherstel zijn ongenoegen middels een brief aan Staats-secretaris Martin van Rijn:

10897329854?profile=original

Nabestaanden willen nieuw onderzoek salariskwestie

Nabestaanden van al die oud-ambtenaren en militairen uit Nederlands-Indië die na de Japanse bezetting hun achter-stallige salaris niet uitbetaald hebben gekregen, willen dat hier opnieuw naar gekeken wordt. 

Dat laat de Task Force Indisch Rechtsherstel (TFIR) weten. 

De organisatie die opkomt voor belangen van groepen die schade hebben geleden door de Japanse bezetting heeft de afgelopen maanden vele tientallen e-mails gekregen over de zogeheten backpay-kwestie. Veel mensen zijn het er volgens TFIR niet mee eens dat alleen het handjevol nog levende veteranen en oud-ambtenaren na ruim 70 jaar financiële genoegdoening heeft gekregen.

Voorzitter Sylvia Pessireron van TFIR: "De grootste klacht is dat nazaten van landgenoten die zich hebben ingezet voor Nederland   in voormalig Nederlands-Indië, opnieuw in de kou worden gezet".

Staatssecretaris

Vorig jaar bereikten Staats-secretaris Martin van Rijn van Volksgezondheid, Welzijn en Sport (VWS) en het Indisch Platform een akkoord over de zogeheten backpay-kwestie. Per persoon werd 25.000 euro netto uitgekeerd. De regeling gold voor betrokkenen die vorig jaar nog in leven waren. In totaal waren dat er nog ongeveer 1.100.

Regeling

Van Rijn liet vorig jaar weten dat hij met de regeling op morele gronden tegemoet heeft willen komen aan de onvrede in de Indische gemeenschap door het ontbreken van een oplossing voor de backpay-kwestie.

"De geschiedenis van de afgelopen zeventig jaar kunnen we niet ongedaan maken, maar ik hoop dat deze stap de weg vrijmaakt voor een nieuw hoofdstuk van onze gezamenlijke toekomst", aldus Van Rijn indertijd.

(Bron: http://TFIR.nl/)

ICM 25.9.16

 

 

Lees verder…

10897327658?profile=originalNederlandse regering had lak aan grondwet De politionele acties  Door:  Gerard de Boer

Toen Nederland na de bevrijding in 1945 als eerste land weer ten oorlog trok, werden Nederlandse gestuurd. Dit ondanks dat het in

strijd was met artikel 192 van de Grondwet dat namelijk bepaalde dat Nederlandse dienstplichtigen uitsluitend met hun eigen toestemming mochten worden uitgezonden naar overzeese gebiedsdelen. Pas op 4 augustus 1947 was de wet gewijzigd en onder nummer H293 in het Staatsblad afgedrukt. En pas vanaf dat moment was het dus rechtsgeldig om dienstplichtige soldaten overzee te sturen, maar toen waren er al vele duizenden dienstplichtigen in Nederlands-Indië en inmiddels honderden van hen gesneuveld of zwaar verminkt in deze koloniale oorlog. Met de wijziging van artikel 192 van de Grondwet werd ook meteen de dienstplicht verlengd van elf maanden naar drie jaar om de jongens langer in Nederlands-Indië te kunnen houden, want het credo luidde in die tijd: “Indië verloren, rampspoed geboren”.

10897327690?profile=originalEen figuur die in 1946 zeer actief was met het verwijzen naar artikel 192 van de Grondwet was de oud-verzetsman professor Johan Willem Pootjes. Met het bewuste artikel van de Grondwet in zijn hand hield hij hierover lezingen in Amsterdam en Hilversum dat door duizenden mensen, waaronder enkele honderden dienstplichtige militairen, werden bezocht. Dit tot groot ongenoegen van de autoriteiten. Op donderdag-ochtend 3 oktober 1946 werd Pootjes dan ook door de politie van zijn bed gelicht omdat hij “een bepaalde politieke activiteit aan de dag legde”. Pas op 15 augustus 1947 werd tegen hem vier jaar gevangenisstraf geëist “wegens het aanzetten tot desertie”. De rechtbank deed echter geen uitspraak omdat men twijfelde aan de geestelijke vermogens van Pootjes.

10897327878?profile=originalDe rechter vond blijkbaar dat iemand die dienstplichtige militairen terecht op artikel 192 van de Grondwet wees niet goed bij zijn hoofd was……

De grondwet mocht niet baten

Joost van der Grijp, een dienst-plichtig sergeant die zich tijdens de Duitse inval in Nederland in mei 1940 had onderscheiden, kreeg vanwege zijn gevechts-ervaring in september 1946 een herhalingsoproep om zich met de 7-December-divisie in te schepen voor uitzending naar Indonesië. Maar aan die oproep werd door hem echter geen gehoor gegeven. De reden: Joost wilde niet met een wapen in de hand zijn rijksgenoten bestrijden die voor hun vrijheid vochten. Ook vond hij dat de uitzending in strijd was met  Artikel 192 van de Grondwet, dat namelijk bepaalde dat Nederlandse dienstplichtigen uit-sluitend met hun eigen toe-stemming mochten worden uitgezonden naar overzeese gebiedsdelen. Op donderdag-morgen 24 oktober 1946 stond hij dan ook wegens desertie terecht voor de krijgsraad te velde in Den Haag. De auditeur-militair majoor mr. M. Lodder achtte het bewijs wettig en overtuigend geleverd dat beklaagde op 13 september 1946 “in tijden van oorlog” opzettelijk afwezig was gebleven.

Hij vond dat er in deze zaak     dan ook zeker geen verzachtende omstandigheden aanwezig waren en eiste de volle gevangenisstraf van 7 jaar en 6 maanden.

10897328281?profile=originalDaarna was Van der Grijps raads-man, het CPN-Tweede Kamerlid mr.dr. Benno J. Stokvis, aan het woord. Deze stelde dat volgens de Nederlandse regering er geen sprake was van een oorlog tegen Indonesië, maar dat het een kwestie was van een interne gezagshandhaving: een politionele 

actie. Stokvis achtte het dan ook niet op zijn plaats om in de aanklacht te spreken van “in tijd van oorlog”. Voorts protesteerde hij tegen de maximum eis die was gesteld en drong erop aan dat  Van der Grijp werd vrijgelaten.
10897329068?profile=original

Vooral ook op grond van Artikel 192 van de Nederlandse Grondwet: ”Wanneer de regering de grondwet terzijde schuift, dan hebben wij onze rechtsstaat vaarwel gezegd en dan bevinden wij ons weer in de politiestaat, waarin wij ons al vijf jaar lang hebben bevonden”, aldus de raadsman.
Het mocht echter niet baten. Joost van der Grijp werd dezelfde dag dan wel niet tot 7 1/2 jaar veroordeeld, maar tot 3 jaar gevangenisstraf die hij volledig    in de Scheveningse gevangenis heeft uitgezeten.

www.gerard1945.wordpress.com

Bron:  Indië Veteranen

ICM 25.9.16

Lees verder…

Nederlanders weten niets van de koloniale geschiedenis'

Nederlanders weten niets van de koloniale geschiedenis'

10897335080?profile=original

Door: Onno Havermans − 15/08/16, 11:37
media_xl_4012474.jpg

INTERVIEW Bij het Indisch Monument in Den Haag werd herdacht dat Japan op 15 augustus 1945 capituleerde. Daarmee kwam er een eind aan de oorlog in Zuidoost-Azië en aan de Tweede Wereldoorlog voor het Koninkrijk der Nederlanden. Frans Leidelmeijer, bekend van 'Tussen Kunst en Kitsch', spreekt vandaag bij de nationale Indiëherdenking.  Vergeten werd de periode van de bersiap, waar wel 10 .000 Indische Nederlanders werden vermoord door de Permuda's. Hun leven niet meer zeker waren, de massala uittocht van ruim 381.000 over de lange periode van 1949 tot 1972.  De Overheid liet deze 381.000 burgers in de kou, vertelt o.a. Grisselda Molemans en RIP Herman Bussemaker.

  •  
    Nederlandse kranten mochten niet meer verschijnen, Nederlandse scholen en banken werden gesloten en salarissen werden niet uitbetaald
    media_l_4012477.jpg

"Tot nu toe hadden sprekers bij de Indiëherdenking het altijd over mensen die in de kampen hebben gezeten, maar er was ook een grote groep buitenkampers. Over die Indo-Europeanen ga ik het hebben. Toen de Japanners Nederlands- Indië binnenvielen zetten ze de totoks, volbloed-Nederlanders, vast in kampen. Maar als je kon aantonen dat je minstens één Aziatische voorouder had, werd je niet geïnterneerd.

"Ik ben op 17 juli 1942 in Bandoeng geboren. Een half jaar eerder was de oorlog uitgebroken, in maart capituleerde het Koninklijk Nederlands-Indisch Leger en werd mijn vader krijgsgevangen gemaakt, net als bijna alle andere mannen die als Landstormsoldaat waren gemobiliseerd.

"Vrouwen, kinderen en ouden van dagen bleven achter en hadden het moeilijk om het hoofd boven water te houden. Nederlandse kranten mochten niet meer verschijnen, Nederlandse scholen en banken werden gesloten, banktegoeden bevroren, soldij en salarissen niet uitbetaald. De Japanse tijd en jaartelling werden ingevoerd. Mijn oma nam brei- en herstelwerk aan en maakte Indische hapjes om nog wat te verdienen.

  •  
    Je hebt een zoon, hoe moet hij heten?

"Na mijn geboorte stuurde mijn moeder de baboe met een briefje naar het kamp: 'Je hebt een zoon, hoe moet hij heten?' Op het briefje terug stond Silvio Franciscus, maar dat vond mijn moeder overdreven dus het werd Frans. Mijn vader zag ik pas na de oorlog voor het eerst. Toen hij me wilde knuffelen hield ik afstand. 'Wie is die man?'

"We woonden vlakbij een kininefabriek en het spoorwegemplacement, allebei doelwit van bommen, dus we moesten vaak naar de geïmproviseerde schuilkelder. Mijn broers moesten op gummetjes kauwen tegen het scheuren van de trommelvliezen.

"Zelf heb ik nauwelijks herinneringen aan die tijd, wat ik vertel komt van mijn ouders, tante en ooms en van mijn twee broers. Mijn oudste broer Carlo zag dat mijn moeder regelmatig werd lastiggevallen door Japanse militairen en Indonesische mannen die haar 'bescherming' aanboden. Om haar te beschermen bleef hij angstvallig bij haar in de buurt.

  •  
    Iedereen die Nederlandsgezind was, liep gevaar te worden beroofd, verkracht of vermoord

De onafhankelijkheid
"De oorlog was op 15 augustus 1945 afgelopen en op 17 augustus proclameerde Soekarno de onafhankelijkheid van Indonesië. In de tijd dat het Nederlands gezag met behulp van Britse militairen nog niet was hersteld begon de Bersiap (Wees Paraat) waarbij jonge vrijheidsstrijders, de pemoeda's, en criminele meelopers met bamboesperen rondtrokken. Iedereen die Nederlandsgezind was, liep gevaar te worden beroofd, verkracht of vermoord. Voor de veiligheid vluchtte mijn moeder met haar nicht en mijn twee broertjes op de fiets naar het voormalige Jappenkamp Tjihapit, mijn oma en de baboe volgden de dag erna met mij. De Japanners waren eerst vijanden, daarna beschermers.

"Na de onafhankelijkheid van Indonesië, in 1949, kreeg mijn vader een dreigbrief omdat hij niet voor de Indonesische nationaliteit had gekozen, maar Nederlander wilde blijven. Nadat hij promotie maakte als ambtenaar, stuurden jaloerse collega's een anonieme brief dat hij maar moest oprotten naar Holland.

"In 1951 zijn we met de Willem Ruys naar Nederland gekomen. We kwamen in een contractpension in het Limburgse Gulpen terecht, omdat we katholiek waren. Gulpen is een prachtig dorp hoor, maar we wilden naar Den Haag, zoals zoveel Indo's.

  • Het gaat goed met de melati, het nieuwe symbool van de jaarlijkse Indiëherdenking. Van het insigne, dat vorig jaar bij de herdenking van 70 jaar bevrijding voor het eerst werd gedragen door koning Willem- Alexander en premier Rutte, zijn inmiddels meer dan tienduizend exemplaren verkocht, meldt de Stichting Herdenking 15 augustus 1945. Het insigne in de vorm van een witte bloem, de Indische jasmijn, is een reactie op het succes van de fakkel die steeds meer mensen opspelden tijdens herdenkingen op 4 en 5 mei. De melati is een typisch Indische bloem, die in Nederland moeilijk gedijt, aldus de stichting. Het wit staat voor onschuld en voor verdriet en gemis.

"Nederlanders weten niets van de koloniale geschiedenis, dat irriteert de meeste Indo's. Door het vrouwentekort in de VOC-tijd waren veel mannen met slavinnen getrouwd, die eerst moesten worden gekerstend. Zo is de groep Indo-Europeanen ontstaan. Mijn moeder heeft een Nederlandse vader, mijn vader was Nederlands-Javaans, de naam Leidelmeijer komt oorspronkelijk uit Oostenrijk.

"Onze komst naar Nederland wordt vaak vergeleken met die van de asielzoekers nu, maar wij waren christenen, we hadden de Nederlandse nationaliteit en we voelden ons Nederlands, dat is het verschil. We waren helemaal niet welkom, de regering-Drees voerde een ontmoedigingsbeleid. En we moesten alle kosten terugbetalen, dat werd direct met het salaris van mijn vader verrekend.

"Mijn oudste broer komt met zijn kleinzoon naar de herdenking, mijn andere broer heeft alzheimer maar zijn vrouw en dochter komen. Ik ben nu 74, het is goed dat jongere generaties het monument en de herdenking voortzetten."

Lees verder…

Interneringskampen in Indië Door: Joost van Bodegom

10897334656?profile=originalInterneringskampen in Indië                   Door:  Joost van Bodegom

Het zit mij al jaren dwars dat de Jappenkampen in Indië nog steeds als interneringskampen worden benoemd. Man, laat toch zitten, soedah, laat maar. Nee, dat doe ik dus niet en ik zal uitleggen waarom niet.

Ik begin maar met het volgen van de nomenclatuur van Van Dale. Het lijkt me dat ik daarmee in goed gezelschap ben. Daar staat onder ´internering´ vermeld: “Vrijheidsberoving op gronden van algemeen belang, algemene of bijzondere veiligheid.” Dat was dus voor de Japanners een prachtig doekje voor het bloeden toen ze ons als burgers bescherming gingen bieden tegen de vermeende agressieve Indische bevolking, die buiten de kampen mocht blijven. Wat een weldaad. Ik noem dat, in het Indische Joost van Bodegom

geval een “zogenaamd”  inter-neringskamp.

Maar waren het eigenlijk niet gewoon concentratiekampen?  De Van Dale verstaat daaronder:
“(het)    afgesloten  kamp  waar het

gezag onwelgevallige of gestrafte personen in barakken gevangen gehouden worden”. Dat klinkt dus veel aannemelijker naar mijn smaak. Vooral ook omdat, en we gaan nu nog een stapje verder    in Van Dale, er ook een definitie  in staat van een Jappenkamp:
“Het door Japanners tijdens WO II ingericht concentratiekamp.”

Is daarmee mijn redenering rond? Nee, allerminst. Toen ik jaren geleden een medewerker van het NIOD met deze nomenclatuur confronteerde was zijn directe commentaar: “Joost, wij maken uit wat wat is en niet Van Dale….”
Je zou denken dat dit een aanleiding zou kunnen zijn  om Van Dale op zijn vestje te spugen. Of dat gebeurd is weet ik niet, maar ik denk van niet. Ze hebben daar in Amsterdam wel wat beters

 te doen. En dat meen ik oprecht. Ik begrijp echter van geen kant waarom men sinds het einde van WO II over interneringskampen heeft gesproken. Ik denk onder meer aan het feit dat men er geen idee van had dat in latere jaren deze naamgeving een rol ging spelen in de zogenoemde “leedvergelijking” tussen, onder meer, Europese en Indische kampen. Daar kon natuurlijk geen sprake zijn van het feit dat wij in Indië met Europese concentratie-kampen vergelijkbare kampen hadden. Stel je voor zeg, jullie hadden het bovendien niet koud.

Nee, dan die winters van ons…
Het is allerminst mijn bedoeling om die vergelijking te trekken maar we moeten het beestje zo mogelijk wel bij de naam noemen die het meest passend is. Beter laat dan nooit.

En als dat niet gebeurd?  Geen nood ik heb nog een pijl op mijn boog. Van Dale: “Vernietigings-kamp: (het) (WO II) gevangenen-kamp speciaal ingericht voor het vernietigen van mensen.”

Dat waren de Japanners natuurlijk helemaal niet van plan in 1942. Opgeborgen voor eigen veiligheid, weet u nog wel. Maar waar kwam het uiteindelijk na drie jaar in de praktijk op neer? Juist, steeds minder voedsel en helemaal geen medicijnen meer. Zo lieten de verantwoordelijk militairen ons langzaam  letterlijk verrekken. En kom me niet aan met het argument dat er geen voedsel

en medicijnen meer waren.
Hoe kon het namelijk  vlak na  bevrijding gebeuren dat er een overvloed aan voedsel was, althans bij ons op Midden-Java en ik neem aan  in de meeste andere kampen. En medicijnen? Die waren er bij ons  in overvloed in de Rode Kruis pakketten die       de Jappen liever voor zichzelf bewaarden en opsloegen in goedangs voor als de nood aan hun man kwam.

Jongenskamp op Java

Ik neem aan dat dit niet alleen in Midden-Java is gebeurd. Daar heeft na de ontdekking van dit soort goedangs door kapitein-arts David Soltau in de buurt van Semarang zelfs nog tot een curieus incident geleid. In zijn, helaas nooit verschenen, boek, waarvan het manuscript in mijn bezit is, meldt hij, dat hij een verschil van mening kreeg met de Nederlandsch majoor die de bewaking commandeerde over dat kampement. Soltau wilde de medicijnen zo gauw mogelijk naar de Midden-Java kampen  trans-porteren. De majoor weigerde daarvoor toestemming te geven. Toen heeft Soltau hem zogenoemd en zogenaamd  “in de houding” gezet, de goedangs laten openen en toen de medicijnen laten distribueren.

Gelet op het voorgaande waren de Jappenkampen in Indië naar mijn smaak   “passieve   vernietigings-kampen”. Dit naar analogie van de termen actieve en passieve euthanasie. Bij het laatste hoef je niets meer te doen, je kunt het op zijn beloop laten. En dat gebeurde in Indië.

Ik hoop dat er met betrekking tot de terminologie van de Indische interneringskampen actie wordt ondernomen. Hetzij naar van Dale door het NIOD, hetzij intern bij het NIOD. Op dit moment blijft er grote verwarring bestaan. Voor mij, maar ik vrees in de toekomst ook voor vele anderen, als dat nu al niet het geval is. Het is nooit te laat om op je schreden terug te keren.

Joost van Bodegom (1936) zat tijdens de oorlogsjaren gevangen in de Japanse kampen Galoehan en Banjoebiroe. 

Java Post 

Lees verder…

LIVE REGISTRATIE INDOROCK PARTY

10897415500?profile=original

Op die avond vindt video registratie plaats als onderdeel plus uitreiking  van het boek druk I aan personen die veel hebben bijgedragen aan in levend houden van The IndoRock.  De  Live registratie is een  onderdeel van de  Documentaire  Indo Rock to new generation IndoRock. De planning is dat deze Live registratie Indo Rock op Dvd begin februari wordt gelanceerd. De Fragmenten worden op ICM ,  ICM Video Kanaal  en ICM YouTube kanaal gezet.

De programmering is specifiek gericht op,  om The IndoRock  te doen herbeleven door de artiesten,  de bands en het publiek die flink uit  hun dak mogen gaan zoals toen.   

 Ooit zei Andy "je luistert ook met je ogen" 

Onze Stella vertelt ons tussendoor de geschiedenis van het ontstaan van The Indo Rock.

Tickets bij ICM verkrijgbaar bij ICM stands op de pasar malam Assen van Istimewa - events.  

OP  =  OP!

Lees verder…
Van Bon had engel op zijn schouder, maart ’42 hoe in Soerabaja de spanningen tot kookpunt oplopen
10897409869?profile=original

Opvarende vermomde jager

door 

DOORN Berend van Bon heeft geen beschermengeltje, maar een heel serieuze engel op zijn schouder. Als jonge zeeman overleefde hij in Nederlands-Indië Japanse bombardementen en ontsnapte als klap op de vuurpijl met de legendarisch geworden mijnenjager Hr. Ms. Abraham Crijnssen.

Vorige week nog leek die ontsnapping van het marineschip door zich als eiland te vermommen met het overlijden van marineman Fulko Vermeer definitief geschiedenis te zijn geworden. Maar Vermeer blijkt niet de laatste nog levende opvarende. Dat is Berend van Bon (101). De verwarring zit hem in het feit dat hij geen marineman was, maar bij de koopvaardij zat.

Bombardementen

De Schiermonnikoger merkt in maart ’42 hoe in Soerabaja de spanningen tot kookpunt oplopen. Regelmatig zijn er bombardementen. Tot twee keer toe ontsnapt Van Bon aan de dood. Toch wil hij niks liever dan vechten tegen de vijand. Hij probeert uit alle macht weg te komen uit de kolonie. Want één ding weet hij zeker: op land zal het gevecht kansloos zijn en in Japanse krijgsgevangenschap wil hij niet eindigen. „Ik had in Formosa (het huidige Taiwan red.) gezien hoe de Jappen met de Chinezen omgingen en dat was niet best.”

In Soerabaja hoort hij over mijnenjagers die mogelijk zullen uitwijken. Daar moet hij bij zijn. Van Bon meldt zich en komt aan boord van de Abraham Crijnssen. De bemanning is in mineur. „Er stonden nog geen tien man aan dek. Ik begreep dat er 45 zouden moeten zijn. Een groot deel van de bemanning was gevlucht. De commandant zei in een toespraak: ’We gaan de blokkade proberen te breken, maar de kans dat het lukt, is heel klein!’”

Hoe commandant Anthonie van Miert het doet, weet Berend van Bon niet maar een paar dagen later heeft hij zestig man paraat. Dat zijn er zoveel dat Van Bon niet meer mee mag. Het lukt hem met een flink pleidooi toch aan boord te blijven. In het diepste duister verlaat de Crijnssen op zes maart de haven.

De mijnenjager is in camouflagekleuren geschilderd en voorzien van bebladerde takken zodat het op een drijvend eiland lijkt. Het zal de sleutel vormen tot overleven. Het schip vaart alleen in het donker. Overdag wordt de camouflage steeds verbeterd en ververst. „Dat was spannend”, herinnert Van Bon zich. „Wat als de Jappen dat motorbootje waarmee ze die takken haalden, zagen? Gelukkig gebeurde dat niet. Pas toen we op open zee kwamen, werden de takken overboord gegooid.”

„Het was natuurlijk een opluchting toen we de Australische kust zagen. Alleen waren we toen nog niet veilig. Er waren vliegboten daar gebombardeerd. Echt opgelucht voelde ik me pas toen we in Geralton aankwamen. Ik heb de commandant gezegd dat ik in een hotel ging omdat daar slapen me comfortabeler leek dan op een bankje in de mess.”

Lees verder…

Jakarta is te vol en vervuild dus verhuist Indonesië zijn hoofdstad naar Borneo

1240?appId=93a17a8fd81db0de025c8abd1cca1279&quality=0.9
Dit moet het centrum worden van Indonesiës nieuwe hoofdstad. Beeld .

Indonesië verplaatst zijn hoofdstad definitief van Java naar de provincie Kalimantan op het eiland Borneo. De huidige hoofdstad Jakarta is overbevolkt en zakt langzamerhand weg. De bouw van de nieuwe stad gaat volgens president Joko Widodo bijna 30 miljard euro kosten.

Samboja, dat nu weinig meer is dan een paar huizen en veel tropisch regenwoud, is waarschijnlijk de plek waar de nieuwe Indonesische hoofdstad wordt gebouwd. Op dit moment kunnen liefhebbers de orang-oetan hier nog in zijn natuurlijke omgeving zien, maar in 2024 moeten de eerste ambtenaren deze kant op gaan verhuizen.

Toch is het volgens president Widodo de perfecte plek voor een nieuwe hoofdstad. Het dorpje ligt in de provincie Oost-Kalimantan, op het eiland Borneo, dat zich in het hart van het uitgestrekt eilandenrijk bevindt. ‘De locatie is uiterst strategisch’, aldus Widodo in een toespraak op televisie. ‘Dit is het centrum van Indonesië en nabij snel groeiende stedelijke centra’.

Als het parlement akkoord gaat, kan de bouw over een jaar beginnen. Dat gaat 29,5 miljard euro kosten, zo wordt nu geschat, en de Indonesische overheid is van plan voor 19 procent bij te dragen. De rest komt van private investeerders en samenwerkingsverbanden van overheid en bedrijfsleven. Van het totaalbedrag moeten alle overheidsgebouwen worden gebouwd, maar ook de huizen voor zo’n anderhalf miljoen ambtenaren. Met deze beslissing volgt Indonesië een lange trits landen, zoals Brazilië, Nigeria en Myanmar (zie inzet), die compleet nieuwe hoofdsteden bouwden.

763?appId=93a17a8fd81db0de025c8abd1cca1279&quality=0.8

Milieuzorgen

Milieuactivisten hebben hun zorgen geuit over de bouw van een nieuwe hoofdstad op Kalimantan. Ze zijn bang dat het leefgebied van de orang-oetan verdwijnt voor het nieuwe politieke centrum van Indonesië. Directeur Yohana Tiko van de Indonesische milieuorganisatie Walhi zei tegen de Australische nieuwszender ABC, dat ze vreest voor watervervuiling, die nu al ernstig is door kolenmijnen en palmolieplantages in het gebied.

Maar de regering moet wel een alternatief vinden voor Jakarta. De huidige hoofdstad is indertijd verrezen in moerasgebied, en veertig procent van de stad ligt onder de zeespiegel – die snel stijgt. Veel wijken van de ruim tien miljoen inwoners tellende stad zijn hierdoor een risicogebied geworden. Een ander probleem is dat die miljoenen inwoners bij gebrek aan waterleiding maar gewoon grondwater oppompen, Hierdoor daalt de bodem en dreigen hele gebieden op termijn in zee te verdwijnen; op sommige plekken zou Jakarta 10 centimeter per jaar wegzakken.

Door de bouw van een enorme dijk probeert Jakarta het gevaar te verkleinen op herhaling van de grote overstroming uit 2007 toen ongeveer 75 procent van de stad onderliep. Het duurt nog jaren voordat dit miljardenproject af is.

Al sinds de jaren vijftig werd gesproken over vervanging voor de stad. Toenmalig president Soekarno bouwde Palangkaraya, ook op Kalimantan, nu een onbelangrijke provincieplaats.

Lees verder…

Sponsoring Live registratie The IndoRock to New Generation

10897423071?profile=original

 


ICM (De Indische Krant )  is bezig met het organiseren van een bijzonder uniek  evenement.  Een uniek evenement over de geschiedenis van  The IndoRock muziek die Indonesie en Nederland verbindt van het verleden naar het heden toe.  Ter ere hiervan is / wordt het boek   uitgebracht  plus live registratie  op de 14 december aanstaande dan gaat het gebeuren

Van dit evenement wordt live registratie gemaakt op Dvd en uitzending van  korte fragmenten op ons ICM Video - kanaal. Deze live registratie vormt tevens de basis voor een documentaire "The IndoRock to New Generation. Ten grondslag hieraan ligt het boek dat door onze schrijver van 7 boeken Rudy Groenewald. Na drie jaren heeft Rudy bijna alle koempoelans en pasars bezocht en  dit in het nog uit te geven boek vastgelegd.

 Het is  U bekend dat The Tielman Brothers met hun IndoRock zijn benoemd tot de grondlegger van Nederpop. Op die avond vindt Live registratie plaats met als onderdeel uitreiking  van het boek druk I aan personen die veel hebben bijgedragen aan in het levend houden van The IndoRock.  Voor de Live registratie komt een dvd. Tevens vormt deze  een  onderdeel van Documentaire  Indo Rock to new generation.  Uiteraard worden delen van de live registratie op ICM Video-kanaal uitgezonden. De planning is dvd Live registratie begin februari wordt gelanceerd.  Hierdoor kent dit project diverse lange promotie trajecten; Tijdens de vooraankondigingen via de pasar malams, tijdens het event en daarna bij de verkoop van DVD + Boek o.a. in PM Ahoy, De Rai, BurgerZoo en uiteraard de ICM kanalen  o.a. op Het Facebook. 

Ik denk persoonlijk dat  dit een toegevoegde waarden leveren voor sponsors . Afhankelijk van het gekozen pakket kan worden mee gelift met de promotie van ICM als grootste Indische Internetkrant, alsmede de promotie op de pasar malams tw. bij de vooraankondiging  en  later bij de verkoop van het boek + Dvd mede op Pasar Malams o.a. Ahoy en de Rai.

Kortom blijvend blijft U het jaar 2019/2020 op Het ICM onder de aandacht bij het publiek. 

Bent U geïnteresseerd in een sponsorschap – pakket,  mail dan naar schwab@icm-online.nl .

Ook donaties zijn van harte welkom voor dit kostbare project.

Heeft U verdere vragen  06 37 28 24 33

Met vriendelijke groeten;

Ferry Schwab sr.
Namens ICM Project & Events

 www.icm-online.nl 

10897412482?profile=original

© ICM is onderdeel van ICM Project & Events    -    KVK - nummer 72173122 RABO NL41RABO 0397 7255 07

Lees verder…

Toen voormalig organisator Fred Lammers (Pasar Malam Bagus) en haleigenaar Libéma begin 2018 aan Istimewa Events hebben gevraagd om deze Pasar Malam in Assen te organiseren hebben zij deze kans uiteraard niet aan zich voorbij laten gaan en in september 2018 voor de eerste keer een Pasar Malam Istimewa in Assen georganiseerd.

 

Met bijna 6000 m2, 8 restaurants, ruim 100 kramen, 2 podia en 41 optredens in 3 dagen is de XL toevoeging dan ook meer dan terecht. Het enige wat niet XL is, is de prijs! Want in de online voorverkoop zijn de goedkoopste kaarten al voor maar € 5,- te koop via www.istimewa-events.nl en het parkeren kost maar € 3,-.

 

Dit jaar is de Pasar Malam Istimewa XL Assen van 6 tot en met 8 september.

De openingstijden zijn:

Vrijdag                 13:00 – 23:00

Zaterdag             12:00 – 22:00

Zondag                12:00 – 20:00

 

Op de Oosterse markt met ruim 100 kramen kunt u naast shoppen ook terecht voor een reading bij 1 van de mediums, een Indonesischemassage (pitjit) krijgen en lekker eten en snoepen bij 1 van de restaurants. Daarnaast is er op de 2 podia 3 dagen lang een goed gevuld podiumprogramma, welke gepresenteerd wordt door de bekende Istimewa presentatrice Sylvia Elders.

10897422469?profile=original


Molukse dag

De keuze om één dag in het teken te zetten van de Molukken lijkt een logische keuze gezien de grote Molukse gemeenschap in Assen en omgeving. De Molukse dag, of in de Molukse taal: Hari Maluku zal plaats vinden op de eerste dag van de Pasar Malam; vrijdag 6september. Van 13:00 tot 23:00 uur zullen er optredens zijn van Bad Habit, Simeon & Friends, Alley & Maurice, DJ Triplets en Roy Tuhumury. Roy Tuhumury woont op de Molukken en is speciaal voor optredens in Nederland.

 

Pasar Malam programma op zaterdag en zondag

Op zaterdag 7 september gaan de deuren van de Pasar Malam Istimewa om 12:00 uur open en zullen de 1e bezoekers verwelkomd worden door de klanken van The StreetRollers en duo Free Line. De dansgroep ‘Nuansa Bali Art’ is een nieuwe naam en zal in Assen voor het eerst optreden. Deze groep is samengesteld door de bekende en veel geprezen danser Ketut EdiSugianto die zijn woonplaats op Bali onlangs verruilde voor Nederland.Later op de dag zal Ben Heart op beide podiums een keer het publiek vermaken en als klap op de vuurpijl is er om 14:15 ook nog eens optreden van Aïs Lawa-Lata, bekend van o.a. de Late Late Lien show.

Op zondag 8 september kunnen tijdens de 3 optredens van Buckle Up de voetjes van de vloer en zal Ester Latama originele Indonesische en Molukse nummers afwisselen met moderne muziek. De dansgroep Wahana Budaya laat op beide podia prachtige Indonesische dansen zien. Ook komt Danny Everett, een bekende zowel in het Indische als het Nederlandstalige circuit, 2 optredens verzorgen.Als primeur op de Pasar Malam Istimewa treedt JazzmasterMania op, een 5-koppige IndoRock band die met hun Jazzmaster gitaren de Indorock muziekstijl weer aan het grote publiek kenbaar gaan maken, zoals The Tielman Brothers dat in 1965 deden.

 

Op www.istimewa-events.nl kunnen alle tijden, tickets, praktische informatie en overige evenementen van Istimewa Events gevonden worden.

Koop hier tickets met korting

 

Programma

 

Vrijdag 6 september, Hari Maluku
Istimewa podium
14:15 – 15:00  Simeon & Friends
15:45 – 16:30  Simeon & Friends
17:15 – 17:45  Alley Usmany-Unitli & Maurice Matrutty
18:30 – 19:15  Simeon & Friends
19:45 – 20:15  Roy Tuhumury
21:00 – 21:45  Bad Habit
22:15 – 23:00  Bad Habit

Senang podium
13:30 – 14:00  Alley Usmany-Unitli & Maurice Matrutty
15:15 – 15:45  Alley Usmany-Unitli & Maurice Matrutty
16:30 – 17:15  DJ Triplets
17:45 – 18:30  DJ Triplets
19:15 – 19:45  Alley Usmany-Unitli & Maurice Matrutty
20:15 – 21:00  DJ Triplets
21:45 – 22:15  Roy Tuhumury

Zaterdag 7 september
Istimewa podium
13:00 – 13:45  The StreetRollers
14:15 – 15:15  Aïs Lawa-Lata
16:00 – 16:45  The StreetRollers
17:30 – 18:00  Nuansa Bali Art
18:45 – 19:30 The StreetRollers
20:00 – 20:30  Ben Heart
21:15 – 22:00 The Street Rollers

Senang podium
12:15 – 13:00  Free Line
13:45 – 14:15  Nuansa Bali Art
15:15 – 16:00  Free Line
16:45 – 17:15  Ben Heart
18:00 – 18:45  Free Line
19:30 – 20:00 Nuansa Bali Art
20:30 – 21:15 Free Line

Zondag 8 september
Istimewa podium
12:00 – 12:30  Buckle UP Countrymusic
13:00 – 13:30  Wahana Budaya Nusantara
14:15 – 14:45  Danny Everett
15:15 – 16:00  Buckle UP Countrymusic
16:45 – 17:15  Wahana Budaya Nusantara
17:45 – 18:30  Ester Latama
19:15 – 20:00  Buckle UP Countrymusic

Senang podium
12:30 – 13:00  Ester Latama
13:30 – 14:15  Ester Latama
14:45 – 15:15  Wahana Budaya Nusantara
16:00 – 16:45  JazzmasterMania
17:15 – 17:45  Danny Everett
18:30 – 19:15  JazzmasterMania

Facebook Evenement
https://www.facebook.com/events/2452871524941681/

Huisdieren
Honden en overige huisdieren zijn niet toegestaan op de Pasar Malam in Assen.
We maken alleen een uitzondering voor speciaal getrainde honden die ter begeleiding worden gebruikt van mindervaliden, zoals blindengeleidehonden en Stichting Hulphond-honden.

Bereikbaarheid

Auto
Expo / TT-Hall Assen ligt op een gunstige ligging direct aan de A28. Om bij de Pasar Malam te komen rijdt u richting Assen en neemt u de afslag 31A, Assen-Zuid. Onderaan de afrit volgt u de borden naar het TT Circuit. Expo / TT-Hall Assen bevindt zich aan uw rechterzijde.

Parkeren
Er is voldoende gelegenheid bij de hal.
Het parkeerterrein is in beheer van Expo Assen. Zei rekenen slechts €3,00 voor de hele dag.
Kaartjes kunnen gekocht worden bij de automaten bij de ingang/uitgang van de Pasar Malam.

Openbaar vervoer
Vanaf het station in Assen kunt u Stadsbus 1: Marsdijk naar TT-circuit nemen. Stap uit bij bushalte TT-Circuit Assen en u ziet Expo / TT-Hall Assen al aan uw rechterzijde liggen. Vanaf hier is het ca. 10 a 15 minuten lopen naar de hoofdingang. Steek de weg over naar het fietspad en sla rechts af. Blijf het fietspad volgen en u ziet vanzelf aan de rechterzijde de hoofdingang van de Pasar Malam.
De bussen rijden vrijdag en zaterdag om het half uur.
Op zondag rijden de bussen 1x per uur. Mogelijk wordt u dan vervoert met een 15 persoons bus.
Op www.9292.nl kunt u uw reis met het openbaar vervoer plannen.

Taxi
Indien u gebruik wilt maken van een taxi kunt u deze telefoonnummers gebruiken:
Taxi Dorenbos: 0592-615000
Taxivervoer Assen: 0592-331122
Stadstaxi Assen: 0592-888736

Locatie
Expo (TT Hall) Assen

Adres
De Haar 11, 9405 TE Assen

Datum
6 t/m 8 september 2019

Openingstijden
Vrijdag: 13:00 – 23:00 uur
Zaterdag: 12:00 – 22:00 uur
Zondag: 12:00 – 20:00 uur

Toegangsprijzen


Online voorverkoop
Vrijdag ticket: €5,00
Volwassenen (zaterdag / zondag): €7,50
Senioren 65+ & kinderen 4 t/m 12 jaar: €5,00
3 dagen kaart volwassenen: €15,00
3 dagen kaart senioren 65+ & kinderen 4 t/m 12 jaar: €10,00

Tickets aan de kassa
Vrijdag ticket: €7,00
Volwassenen (zaterdag / zondag): €9,50
Senioren 65+ & kinderen 4 t/m 12 jaar: €7,00
3 dagen kaart volwassenen: €19,00
3 dagen kaart senioren 65+ & kinderen 4 t/m 12 jaar: €14,00

Tickets  Online

Koop hier tickets met korting

 

Lees verder…

Soerabaja 1942 -’Eiland’ ontsnapte aan vijand,

’Soerabaja 1942, Eiland’ ontsnapte aan vijand

Laatste bemanningslid gecamoufleerde mijnenveger overleden

Met het overlijden van het laatste nog levende bemanningslid Fulco Bouwmeester (101) is een van de beroemdste episodes uit de geschiedenis van de Koninklijke Marine definitief historie geworden; dat van de Hr. Ms. Abraham Crijnssen. Deze mijnenveger wist gecamoufleerd als eiland vanuit de haven van Soerabaja te ontkomen aan de Japanse bezetter.

Soerabaja is in maart 1942 een stad in chaos en paniek. De Japanners rukken op en het wordt duidelijk dat ook Java onherroepelijk gaat vallen. De commandanten van wat na eerdere zeeslagen nog rest van de Koninklijke Marine krijgen te horen dat ze hun schip in veiligheid moeten brengen, dan wel vernietigen om het uit handen van de vijand te houden.

Het gaat met name om kleinere schepen zoals vier mijnenjagers in de Jan van Amstelklasse. Ze liggen alle in Soerabaja. Commandant Johannes Dekker van de Hr. Ms. Pieter de Bitter vindt het niet verantwoord zijn bemanning in levensgevaar te brengen en besluit zijn schip te vernietigen. Met twee tijdbommen wordt het schip tot zinken gebracht. Als de explosieven af gaan, bevindt schout-bij-nacht Pieter Koenraad zich aan boord van de onderzeeboot Hr. Ms. K XII. Hij hoort de bommen klappen en laat per telegram weten dat, als Dekker zonder geldige reden tegen de orders in heeft gehandeld, hij gefusilleerd zou moeten worden. Het komt er niet van.

Ketel kapot

De commandanten van de drie resterende mijnenjagers wagen wel een vluchtpoging. Voor twee van de drie mislukt die. De Hr. Ms. Eland Dubois heeft problemen met de ketel die zo ernstig blijken, dat onderweg wordt besloten het schip tot zinken te brengen. De bemanning stapt over op mijnenjager nummer drie: Hr. Ms. Jan van Amstel. Die wordt gespot door een Japanse torpedobootjager en 8 maart vlak voor middernacht in de Straat van Madoera tot zinken gebracht. 23 opvarenden komen om het leven.

Commandant Anthonie van Miert van de overgebleven Abraham Crijnssen heeft zijn zaken voor een vlucht als beste voor elkaar. Hij laat zijn schip anders dan de andere mijnenjagers minutieus camoufleren. Schilders geven het in allerijl de kleuren van tropische bomen en struiken en erna worden over de volle lengte takken op de mijnenjager aangebracht. Wie niet beter weet, ziet van een afstand een drijvend tropisch eiland waarbij de mast op een weelderige woudreus lijkt. Een eiland dat met twintig kilometer per uur onderweg is naar een veilige haven.

De Abraham Crijnssen stoomt 6 maart in de bescherming van het duister de haven uit. Tijdens de dagen die volgen, vaart de mijnenveger alleen in het donker. Overdag laat Van Miert de bemanning de camouflage vervangen zodat deze maximaal effect houdt. De Crijnssen hopt van eiland naar eiland zonder te worden gespot. Op 11 maart begint de mijnenveger aan de grote oversteek van de Indische Oceaan naar Australië.

Het continent komt 13 maart in zicht. Onderweg gooit de bemanning de camouflage overboord omdat deze midden op zee alleen nog ballast is. Op 15 maart meert de mijnenjager aan in Geraldton waar de vermoeide zeelui op krachten kunnen komen. Het schip heeft tegenwoordig een ereplek in het Marinemuseum in Den Helder.

Bij zijn honderdste verjaardag keek Fulco Bouwmeester met het marineblad Alle Hens terug op de reis die marinegeschiedenis zou worden. ,,Of ik de overtocht spannend vond? In mijn herinnering viel dat wel mee. Je was jong en daar piekerde je niet zo over”, vertelde Bouwmeester. ,,Eigenlijk was vooral het vertrek spannend, daarna werd het snel minder. Ik herinner me vooral dat ik in de machinekamer mijn werk deed. Later werd je bijgepraat door de mensen boven. Na negen dagen was het: land in zicht. Hiep-hiep-hoera! Natuurlijk was ik opgelucht.”

Lees verder…

Waar blijven de excuses van regering Indonesië?

Waar blijven de excuses van regering Indonesië?
De Telegraaf 22 augustus 2019
10897411098?profile=original

Lees verder…
Onvrede over de toespraak van burgemeester Sjoerd Potters.
Onvrede over de toespraak van burgemeester Sjoerd Potters. © Angeliek de Jonge

Burgemeester Potters betuigt spijt dat hij plank missloeg bij Indië-herdenking in De Bilt

Burgemeester Sjoerd Potters van De Bilt wil alles in het werk stellen om ervoor te zorgen dat de Indische gemeenschap zich volgend jaar bij de 75ste Indië-herdenking gehoord voelt.




Hij zegt dat na een gesprek dat hij vandaag had met enkele aanwezigen die na de 74ste herdenking vorige week op hem afstapten omdat zij het verhaal van hun ouders niet terug hoorden in de woorden van de burgemeester. Ze vonden zijn speech te algemeen en oppervlakkig. ,,De burgemeester haalde alle oorlogen er bij, van China tot aan De Bilt, maar negeerde het leed dat mensen in Nederlands-Indië is overkomen”, zei Buddy Grondhuis.

Lees ook


Potters zei toen meteen al dat hij de commotie betreurde en graag met de criticasters in gesprek wilde gaan. Dat gebeurde vandaag. Ook sprak hij met een afvaardiging van de Federatie Indische Nederlanders (FIN) die eveneens opheldering vroeg over de inhoud van Potters‘ speech.

Het spijt mij dat ik er niet in geslaagd ben bij iedereen de juiste snaar te raken.

Sjoerd Potters, Burgemeester De Bilt

Nu laat Potters in een verklaring weten: ,, Zojuist heb ik een waardevol en goed gesprek gehad met een aantal mensen die de herdenking van de Japanse capitulatie afgelopen donderdag 15 augustus in Bilthoven hebben bijgewoond. In het gesprek is ruimte geweest voor een ieder om zich uit te spreken en de gevoelens onder woorden te brengen.

,,Ik besef dat het lijden door velen nog steeds wordt gedragen, maar dat het nooit kan worden weggenomen. In het gesprek heb ik uitgesproken dat het mij raakt dat er mensen teleurgesteld zijn over de toespraak. Het spijt mij dat ik er niet in geslaagd ben bij iedereen de juiste snaar te raken.”

Aansluiting 

Volgend jaar is het 75 jaar geleden dat Japan heeft gecapituleerd. ,,Wij zullen dan opnieuw stilstaan bij de bezetting van Nederlands-Indië, waaronder zo velen hebben geleden. Ik heb met de aanwezigen afgesproken om in de voorbereiding samen met het comité er voor te zorgen, dat de Indische geschiedenis evenwichtig aan bod komt. Het is belangrijk dat iedereen aansluiting kan hebben bij de herdenking.”

✉ Elke ochtend up-to-date met het laatste nieuws uit Utrecht & omstreken? 

Lees verder…

‘Racistische’ arrestaties in Indonesië wakkeren protesten van onderdrukte Papoea’s aan

In de Indonesische autonome regio Papoea zijn maandag protesten opgelaaid tegen de vermeend racistische behandeling van Papoea’s in Indonesië. 

763?appId=93a17a8fd81db0de025c8abd1cca1279&quality=0.8
Duizenden mensen demonstreerden maandag in Jayapura tegen de arrestatie van Papoea-studenten in Surabaya. Beeld EPA

Demonstranten legden de stad Manokwari plat en staken het provinciale parlement in brand. Aanleiding was de arrestatie van 43 Papoease studenten in Soerabaja, die door politie voor ‘apen’ en ‘honden’ zouden zijn uitgemaakt.

De West-Papoease provinciehoofdstad Manokwari lag maandagochtend tijdelijk plat, nadat demonstranten het parlementsgebouw in brand hadden gestoken. Uit televisiebeelden blijkt dat de vernielingen werden aangericht door een groep van ongeveer honderdvijftig mensen die door de straten marcheerden. Behalve de brand in het parlementsgebouw versperden de demonstranten de straten met brandende autobanden en boomtakken. 

De betogers in Manokwari stonden niet alleen. Delen van het vliegveld van Sorong, een stad in het uiterste westen van Papoea, werden kort en klein hadden geslagen. Ook was er maandag in Jayapura, de hoofdstad van de aangrenzende provincie Papoea, een geweldloos protest waar duizenden mensen meeliepen. 

De protesten laaiden op nadat de Indonesische politie zaterdag op de nationale Onafhankelijkheidsdag 43 Papoease studenten had gearresteerd. De Papoea’s zouden in Soerabaja, hoofdstad van Oost-Java, een vlaggenmast met de Indonesische vlag hebben verbogen. Ze moesten vervolgens bescherming zoeken in hun slaapzaal toen boze burgers hen met stenen bekogelden, meldt de Indonesische krant The Jakarta Post. Volgens de politie werden de studenten enkele uren na hun arrestatie weer vrijgelaten bij gebrek aan bewijs.

De gouverneur van Papoea, Lukas Enembe, zei tegen televisiezender TVone dat de inwoners van Papoea de straat op zijn gegaan, omdat bij de arrestaties ‘extreem racistische woorden zijn gebruikt door omstanders, politie en militairen’.  De boosheid ontstond met name nadat de Papoea's een amateurfilmpje zagen, waarin te horen is dat de politie de studenten tijdens de arrestatie uitmaakte voor ‘apen’ en ‘honden’. 

763?appId=93a17a8fd81db0de025c8abd1cca1279&quality=0.8
Rellen tegen vermeend Indonesisch racisme legden maandag de stad Manokwari in West-Papoea plat. Beeld AFP

Achtergesteld

De provincies Papoea en West-Papoea vormen samen het Indonesische deel van het eiland Nieuw-Guinea. Het gebied in het uiterste oosten van Indonesië is bedekt met bergen en tropisch regenwoud. Voor Indonesië is Papoea vooral belangrijk omdat het rijk is aan grondstoffen. De inwoners van Papoea voelen zich al decennia achtergesteld door de Indonesische overheid en voeren een harde onafhankelijkheidsstrijd. 

De Indonesische president Joko Widodo probeerde afgelopen jaren de spanningen weg te nemen door de Trans Papoea-snelweg aan te leggen, die de welvaart van de eilandbewoners moest bevorderen. De president vroeg maandag om vergeving aan de ‘broeders en zusters in Papoea en West-Papoea’. ‘Jullie moeten geloven dat de overheid garant staat voor jullie eer en welvaart’, zei Widodo tijdens een persbijeenkomst.

Er is veel kritiek op de manier waarop Indonesië Papoea bestuurt. Zo stuurden acht Britse parlementariërs 22 juli nog een alarmerende brief naar hun minister van Buitenlandse Zaken Jeremy Hunt. Volgens de parlementariërs is het voor de pers, ngo’s en humanitaire organisaties onmogelijk toegang te krijgen tot West-Papoea. Ook op het Pacific Islands Forum, dat afgelopen week bij elkaar kwam op Tuvalu, waren de mensenrechtenschendingen op Papoea onderwerp van gesprek. Indonesië maakte bezwaar tegen de beschuldigingen. 

Papoea was tot 1962 een Nederlandse kolonie. De Papoea's wilden onafhankelijkheid, maar Indonesië eiste het gebied op omdat het meende recht te hebben op heel voormalig Nederlands-Indië. De Verenigde Naties en de Verenigde Staten steunden die claim omdat zij Indonesië nodig hadden in de strijd tegen het oprukkende communisme in Zuid-Oost Azië. Na een omstreden referendum, waarbij nauwelijks meer dan duizend Papoea's voorstemden, werd het gebied in 1969 ingelijfd door Indonesië. Papoea bezit nu een speciale autonome status.

MEER LEZEN OVER PAPOEA:

De Nederlandse politie pakte in 2014 tijdens Nationale Veteranendag de 25-jarige Iskandar Bwefa op nadat hij had gezwaaid met de vlag van Westelijk Nieuw-Guinea. Sinds het gebied in 1962 in Indonesische handen kwam, is de vlag, Morgenster, voor veel veteranen – zeker voor de honderden Papoea’s die aan Nederlandse kant vochten – een symbool geworden tegen de Indonesische overheersing. Voor Indonesië ligt dat anders.

De toenmalige Indonesische president Susilo Bambang Yudhoyono nodigde in 2009 de voormalige Papoealeider Nicolaas Jouwe uit om terug te keren naar Indonesië. Op 85-jarige leeftijd reisde (de inmiddels overleden) Jouwe na 47 jaar ballingschap in Nederland terug naar zijn geboorteland, strijdbaar als altijd.

Lees verder…

10897309286?profile=original10897311480?profile=original

10897309685?profile=original10897312268?profile=original

 ICdankt alle leden van de Tweede Kamercommissie VWS voor de grote inzet voor de  Indische Kwestie! Namens lezers, ondertekenaars petitie, en de Indische Gemeenschap

10897312680?profile=original10897312857?profile=original10897313080?profile=original10897313091?profile=original 

10897313460?profile=original

Het zomerreces zit er weer op! Bergen dossiers en papierwerk kunnen deze leden van Tweede Kamercommissie weer tegemoet zien. Toch hadden ze oog voor de Indische kwestie. Van meet af aan - de Stille Tocht - zette zwaar geschud in tegen Martin van Rijn. U weet nog wel die 10.000 handtekeningen van Hans Vogelsang van NICC gesteund door ICM (Indische Internetkrant). Met het eisenpakket: Erkenning, excuses, en compensatie. De compensatie nadrukkelijk op deze volgorde: alle oorlogsslachtoffers uit het voormalige Indie, Backpay en KNIL.

Waarom de oorlogsslachtoffers? 

Omdat bij het Gebaar de Joodse Gemeenschap, Roma, en Sinti met ruim 45.000 werden gecompenseerd, en de Indische Gemeenschap 5200. Dit is grove discriminatie van hele bevolkingsgroep.

Het Indisch Platform liep aan de lijband van de staatssecretaris Martin van Rijn at mogelijk duidelijk zijn, naast dat niet met 10.000 mensen die hun steun hebben toegezegd werd gecommuniceerd/overlegd. Bovenal zelfs niet werd overlegd binnen het Indisch Platform.

 

Het zijn de leden van de Tweede Kamercommissie VWS die voortdurend de strijd voerde met Martin van Rijn. In tegenstelling waar voorzitter Silfraire DelHay - ook een eigen agenda heeft - akkoord gingen. het zijn de leden van Tweede Kamercommissie VWS die niet akkoord gingen! Deze dienden drie moties in  die aansluiten aan het eisen pakket van Het ICM, dus ruimer compenseren plus excuses en erkenning. Zij gaan weer verder met deze strijd!

Velen vragen zich af moet dit Indisch Platform nog wel verder, met een eigen dubbele agenda van deze voorzitter die niet functioneert?

 

Wilt U uw sympathie betuigen, en ook laten weten dat deze Kamerleden steunt, stuur dan een email,

hier de link hoe U hen kan bereiken, https://www.tweedekamer.nl/kamerleden

ICM 22.8.16

Lees verder…

10897337276?profile=original

 Red. ICM

Alle voorzieningen en subsidies werden in beleidsnota van Staatssecretaris Ross van VWS afgebouwd, ik meen in 2007, en deze werd door de Tweede Kamer goedgekeurd. Het afbouwen wordt bedoeld alle nieuwe aanvragen. Daarom onbegrijpelijk dat Pelita en Peggy die valse hoop kweekt bij deze mensen. Wil je dat de zaken worden teruggedraaid  worden zal een wetsaanpassingen of een motie of een petitie ingediend worden.

10897337688?profile=original

ICM 24.8.16

Lees verder…

Indonesië hoopt op Rutte

10897338477?profile=originalIndonesië hoopt op Rutte

Als het aan ambassadeur I Gusti Agung Wesaka Puja ligt, brengt premier Mark Rutte nog dit jaar een bezoek aan Indonesië. „In Jakarta is men op het ogenblik aan het kijken wat het goede moment is. Onze president moet er uiteraard zijn als jullie premier komt. Maar ik hoop dat het snel gaat gebeuren”, aldus de Indonesische diplomaat.

De Indonesische president Joko Widodo was afgelopen april nog in Nederland.

Ambassadeur I Gusti Agung Wesaka Puja bracht een bezoek aan de Aziatische supermarkt annex restaurant Wah Nam Hong in de Rotterdamse Markthal. Dit was al zijn tweede bezoek aan de zaak in de nog geen half jaar dat hij in Nederland is. De diplomaat is een goede bekende van eigenaar Arjan Chan, die nog een winkel in Rotterdam heeft en twee in Den Haag. „Ik wil dat er meer Indonesische producten worden verkocht in Nederland”, aldus de ambassadeur. Daarbij valt te denken aan ketjap en garnalen.

In het restaurant gaf chefkok Tim Kan een demonstratie koken op stoom aan foodbloggers. „Stomen is gezond”, aldus de kok. „Er komt weinig vet vrij.” De Aziatische keuken is volgens Tim Kan populair. „Het eten is smaakvol, met veel variatie.” Helaas kampen veel Aziatische restaurants met te weinig koks. Dit komt omdat Aziatische koks moeilijk Nederland inkomen terwijl Nederlandse koks vaak niet gekwalificeerd genoeg zijn.

Nadat chef Tim Kan de bloggers had laten zien hoe je echte pindasaus maakt, kregen de ambassadeur en eerste secretaris Iwan Nur Hidayat een grote kom noedelsoep met kip en kokos die zij elegant verorberden met stokjes. I Gusti Agung Wesaka Puja vertelde dat de situatie rond de Chinese zee waar spanningen zijn tussen China en de andere omliggende landen hem zorgen baart. „De spanningen daar kunnen naar de hele regio overslaan. We moeten voorzichtig en verstandig handelen.”

Over de internationale kritiek op de executies van drugsveroordeelden in zijn land kon de aimabele Indonesiër kort zijn. „Dit is volgens onze wet. Dat moeten de andere landen respecteren. Drugs zijn een groot probleem bij ons. Dagelijks sterven er 50 mensen aan.”

De diplomaat vindt het heerlijk in ons land. „Ik probeer elke hoek te bezoeken. Laatst was ik in Delft. Wat een prachtig stadje.”

ICM 25.8.16

Lees verder…

Blog Topics by Tags

Monthly Archives