Alle berichten (3007)

Sorteer op

10897306463?profile=originalIndo Rock ons cultureel paradepaardje? (9)    door:  Albert van Prehn

Ik betrap me er steeds weer op dat ik die naam gebruik die ik eigenlijk niet wil noemen, maar het probleem is dat het zo is ingeburgerd dat je het, wil je het een beetje duidelijk uitdrukken, wel MOET gebruiken. Oké het is even als inleiding en dus gaan we nu over tot de orde van de dag en dat is mijn epistel voor het NICC Magazine.

Onze muzikanten die vanuit de begin 60er jaren de generaties hebben behept met de rock and roll zijn nu oude mannen geworden. Velen zijn ons helaas al ontnomen en de jongeren na hun spelen nog vrijwel op dezelfde manier en hebben nog steeds bijna dezelfde nummers in hun repertoire. Je kunt gewoon bij iedere indo band met een nummer uit  de  vervlogen tijden komen en

ze spelen het, ook zonder te oefenen. Ook is het zo, en dat heb ik al eerder als schrijver heb benoemd, de repertoire keuze is vaak een eenheidsworst. Ieder band heeft wel een deel van het repertoire van zijn collega’s. Het gevolg is dat je als publiek niet eens meer let op hetgeen de bands spelen, mijn indruk is dat het publiek gewoon bij elkaar komt om gezellig te dansen en minder let op de inhoud van de band en het repertoire.

Natuurlijk zijn er uitschieters want, als er een ding duidelijker wordt, is dat iedere band probeert anders te zijn. Zij kiezen dan in hun ogen een aantal nummers die anderen niet spelen. Hoe jammer is dat streven want binnen niet al te lange tijd zullen hun succes nummers elders worden gekopieerd zodat je weer een bijna eenheidsworst hebt.

Dus, wat in de kumpulans en pasar sfeer gebeurt aan muziek is jammer genoeg voor het overgrote deel reeds gehoord van anderen. Is het schuld van de bands, moet je je afvragen. Mijn mening is, ten dele zeker, want las band moet je lef hebben om je te profileren met een eigen op jouw band geijkt repertoire. Het probleem is dat je dan net niet wordt uitgenodigd om te spelen want het publiek wil bekende nummers horen en de organisator denkt hetzelfde, dus het vicieuze cirkeltje is weer rond. Die bands die hun eigen richting kiezen zullen vaak een ander circuit moeten kiezen en daar zijn enkelen succesvol mee, zoals MRP die duidelijk kiest voor een eigen lijn.

Is het zo belangrijk een afwijkend repertoire? Nee, niet echt moet ik bekennen, het gaat erom of je het leuk vindt en zolang je je er jouw plezier mee uit kunt halen moet je het zeker niet laten. Wat ik wel constateer is de hoeveelheid mannen die her en der in diverse bands spelen en hun diensten bij collega’s vervullen. Eigenlijk wel jammer want als band ben je min of meer gedwongen om nummers te kiezen die weer iedereen kent, want tijd om goed te oefenen is er vaak niet. Men valt her en der in en de gastband is er even mee gered. Is dit bevorderlijk voor onze muziek cultuur? Naar mijn mening niet, het is eigenlijk funest voor onze gevarieerdheid want meneer A die bij band A soleert zal zijn geluid en speelwijze ook bij de gast band laten horen en zanger A die ook in andere bandjes zijn zangpartijen doet is ook bij de gastband herkenbaar aan zijn stem geluid en vaak kiest hij ook nog zijn bekende repertoire. Niet echt wat je noemt uitnodigend als liefhebber van muziek en niet danser. Je hebt het al vaker kunnen horen en de verrassing is er snel van af.

Albert van Prehn en Andy Tielman

Ik ben er niet voor om veelvuldig van invallers gebruik te maken zeker niet, als het vocalisten of sologitaristen betreft. Hoe goed ze ook zijn, ze zullen elders precies hetzelfde klinken als in hun eigen band. Beter is om jouw band te formeren met vaste muzikanten die het geduld hebben om iets op te bouwen, grondig en met een doel. Vaak is geld een factor die ontrouw of Multi inzetbaarheid in de hand werkt. Jammer van de goede muzikanten en bands zeg ik altijd als ze in meerdere bands spelen, en eigenlijk duplicaten zijn van zichzelf. Ik ben voorstander van een band die zijn repertoire goed voorbereid, intens oefent en zich als een geoliede eenheid neerzet. Een stel muzikanten die een geheel eigen repertoire aanpakt en eigenlijk ook zijn eigen geluid, herkenbaar geluid neerzet. Gelukkig is het overgrote deel van onze bands wel zo, maar het is indo eigen om overal en nergens in te vallen, te spelen in verschillende bands en vergeten dat je beter met een ding goed bezig moet zijn, dan je overal half te profileren. Vandaar dat ik vaak de Nederlandse bands veel gestructureerder vind, meer een eenheid vormen en meer discipline vind tonen.

Op routine spelen en ervaring is leuk, maar of je daarmee nou echt een muzikaal hoogstandje mee bereikt is de vraag. Een band is een geheel dat moet voort denderen als een geoliede trein en niet een losse eenheid waar men afwacht wat de ander doet en maar voor de vuist weg speelt. Dat is zo te herkennen aan de structuren binnen de band, die vaak niet aanwezig zijn. We zijn bijna uitgespeeld, de tijd dat wij op de podia van kumpulans en pasars  ophouden met musiceren is nagenoeg nabij. Onze bezoekers worden oud en de laatsten zijn nu nog in staat om te komen, maar hoe lang duurt het nog? Ik geloof stellig dat als je als muzikant nog wat langer wil spelen je moet zoeken naar wegen om je te onderscheiden en keuzes moet maken. Je zult echt iets moeten vinden waar je meer uitspringt.

Uit de massa en zoals de meeste Hollandse bands, een eigen weg zoeken. Die hebben de formule al heel lang gevonden. Wat wij in ons Indische muzikanten wereldje nu nog doen is echt voor binnen onze danslustige gemeenschap, waar voor het grote deel ouderen bij betrokken zijn. Willen wij wel anders en kunnen wij wel anders? De vraag is of wij bereid zijn om te veranderen wat al zo lang een eigenschap is? Gewoon lekker spelen en ach als maar maak muziek dese.

 

Lees verder…

Boekbespreking, e-Books, CD en DVD - juni  overzicht per 24/09-2014

10897256497?profile=originalWim is weg – Rogier Boon.

Na 14 jaar is het gouden boekje “Wim is weg” weer verkrijgbaar. Het werd in 1959 geschreven en getekend door Rogier Boon, zoon van Jan Boon (Tjalie Robinson).

Het vertelt het verhaal van de kleine jongen Wim, die voor zijn verjaardag een rode driewieler krijgt. Hiermee trekt de jongen de wijde wereld in, maar verdwaalt. Dit is altijd een van de populairste boekjes geweest en was tussen 1960 en 2000 onafgebroken in herdruk. Toen de Gouden Boekjes serie in 2000 overging van De Bezige Bij naar uitgeverij Rubinstein, ontstonden problemen met de erven van Rogier Boon.  Nu zijn die gelukkig opgelost en “Wim is weg” is terug. Een aanrader!Adviesprijs: € 6,95.

10897256894?profile=originalDoor de ogen van het verleden – Dick Rozing. Op 15 augustus verscheen het fotodocumentaire boek Nederlands-Indië: Door de ogen van het verleden. Geograaf en auteur Dick Rozing heeft de geschiedenis van de foto-expeditie, die ruim 100 jaar geleden  plaatsvond  en  het  tot stand komen van de serie van  170 aardrijkskundige fotoplaten uitvoerig beschreven. In 1911 had uitgever Wagenaar Reisiger een missie. Leerlingen uit het voortgezet onderwijs moesten de pracht en de rijkdom van Nederlands-Indië kunnen zien. Het bestaande beeldmateriaal in het onderwijs was summier. Geen kleurige wandplaten, maar echte foto's moesten het ware Indië tonen. Het 128 pagina's tellende boek is ruim geïllustreerd. Archiefonderzoek heeft aangetoond dat niet alle 170 fotoplaten door één fotograaf zijn gemaakt. Ze zijn allemaal in het boek opgenomen, waarvan vele paginagroot. Op Bos-atlaskaarten uit 1910 zijn de plaatsen aangegeven waar de foto's zijn gemaakt. Tot slot heeft Rozing zeven hoofdrolspelers met korte biografieën in het zonnetje gezet. 

Het boek is in samenwerking met Stichting Pelita in Oegstgeest gerealiseerd. De fotoplaten en teksten uit 1912-1913 zullen gefaseerd op de website  www.doordeogenvanhetverleden.nl en de websitewww.virtueelindie.nl  verschijnen. Het prachtige foto-boek is te bestellen via de auteur:info@disckrozing.nl. De auteur zal uw exemplaar dan signerenPrijs: € 24,95. Verzendkosten: € 4,36. Lees meer verderop in deze rubriek onder “Presentatie en Signeren”.

10897257489?profile=originalDe aanpassing – Eddy Lie. Een autobiografische roman met verhalen uit Bandung op Java. De hoofdpersoon, Dave, heeft zijn jeugd in Indonesië doorgebracht. Na zijn vlucht uit het kindertehuis leeft hij elke dag buiten in vrijheid met zijn Indonesische vriendjes. Spannende vliegergevechten op Java en het hoeden van karbouwen met zijn vrienden. In dit boek komen oost en west ruimschoots aan bod. De integratie van Dave en zijn leve in twee culturen lopen als en rode draad door het verhaal. Dave verhaalt over zijn onvrijwillige reis naar  Nederland  en  zijn  leven  inDrenthe,  waar  alle  meisjes  Alie schijnen te heten. Zijn vriend Ronnie leert hem over de Drentse cultuur en ook over de meisjes.Adviesprijs: € 18,95.

10897257864?profile=originalHet vergeten verhaal van     een onwankelbare liefde in oorlogstijd – Charles den Tex en Annelies Timmerije. Lienke en Guus Hagers hebben in elkaar de liefde van hun leven gevonden. In Nederlands-Indië zijn ze gelukkig, tot ook daar de oorlog doordringt. Guus is een goede gevechtsvlieger bij de Indische luchtmacht en wordt voor een korte missie naar Australië uit-gezonden.  Voor hij terug kan, valt Japan Indië binnen en wordt Lienke geïnterneerd. Drie jaar vecht de vlieger om terug te komen  naar zijn vrouw.  Hij raakt verstrikt in een smerig politiek spel. Na de oorlog worden ze herenigd en alles lijkt gelukkig. Echter Guus’ oorlogservaringen slaan een wig tussen hen in. Adviesprijs: € 19,95.

10897258097?profile=originalDe smalle weg naar het verre noorden – Richard Flanagan. Richard Flanagan schreef een meesterwerk over de gruwel van de oorlog en de onmogelijkheid van de liefde</b>Augustus, 1943. In een uitzichtloos Japans krijgsgevangenenkamp aan de Birma-Siam Dodenspoorlijn wordt de Australische legerarts Dorrigo Evans achtervolgd door een vroegere liefdesaffaire met Amy, de jonge vrouw van zijn oom.

Terwijl hij knokt om zijn manschappen van uithongering, cholera en andere wreedheden    te redden, krijgt hij een brief     die zijn leven voor altijd zal veranderen. De smalle weg naar het verre noorden is een gruwelijk mooi coming-of-age verhaal, niet alleen over de onmenselijkheden en de verschrikkingen van de oorlog, maar ook over de liefde in al haar vormen. Het is het relaas van een oorlogsheld die hunkert naar passie en erkenning, alleen maar om erachter te komen wat hij verloren heeft.Adviesprijs:     € 24,99

10897258666?profile=originalAls de tijd voor altijd stil zou staan. – Ivan Wolffers. Over leven, liefde, tijd en dood
‘Wat betekent “ik zal je nooit vergeten?”’ vraagt Helena, die tweeënhalf jaar oud is. Ze heeft die woorden in een liefdesliedje gehoord. Nooit, een woord dat net zo moeilijk is als altijd of eeuwig. De werkelijkheid ligt tussen even en oneindig en is tijdelijk. 

Misschien is dat wel het moeilijkste van kanker, dat je gedwongen wordt om je horloge gelijk te stellen met de werkelijkheid van de levensduur. Liever geloof ik in sprookjes over eeuwige jeugd en zing ik liedjes over liefdes die sterker zijn dan de dood.’ Dit boek is confronterend en ontroerend tegelijk. Erin lezen doet je nadenken over de belangrijke zaken in het leven en scheidt ze eenvoudig van de onbenulligheden. En dat is de kracht van het woord. Adviesprijs: € 19,95.

10897259056?profile=originalPionieren op Java – Peter Hellema. De geschiedenis van de Preanger Rubber Maatschappij, die in 1909 in Amsterdam werd opgericht. Het bedrijf bezat in Nederlands-Indië twee rubber-plantages op West Java. De commerciële exploitatie van rubberplantages was een nieuw fenomeen, het bedrijf moest in de praktijk uitvinden hoe dit het beste aangepakt kon worden. Dit pionieren gebeurde in Nederlands-Indië, terwijl de ondernemers probeerden om dit vanuit Amsterdam op afstand aan te sturen en goed te laten verlopen. Door de grillige rubbermarkt maakte de onderneming veel ups en downs mee. Toch hield het bedrijf zich staande en maakte het vele jaren winst. De Japanse bezetting en het ontstaan van de Republiek Indonesië luidden een definitieve verandering in. Maar het bedrijf ging door totdat het    in 1957 door Indonesië werd genationaliseerd. In 1987 werd het bedrijf uiteindelijk toch geliquideerd. Adviesprijs: € 19,95.

10897259075?profile=originalNiks te vrienden – Peter Makkes. Peter Makkes (1939) verbleef als kleine jongen in Indië. In dit boek vertelt hij over zijn ouders. Hoe die elkaar 80 jaar geleden ontmoetten, hoe ze in Nederlands-Indië terecht kwamen, over de oorlog in Azië, de twee concentratiekampen van de Japanners waar hij samen met zijn dappere moeder en twee broers in terecht kwam en over het jaar na de capitulatie van Japan. Eerst vermoedde hij niet dat de ontregelingen in zijn volwassen leven het gevolg konden zijn van de gebeurtenissen in het Jappen-kamp en de Bersiap periode na de oorlog. Hij ontdekte de diepere oorzaak en vond een oplossing.Adviesprijs: € 17,50.

10897259671?profile=originalIndië, Scheveningen, Indonesië – Rob Cassuto. Die meneer is   je vader. Met die woorden introduceerde de moeder na drieënhalf jaar Japanse kampen haar vijf jarig zoontje Rob (de auteur van dit boek) aan diens vader. Dit is een van de meest aangrijpende episoden uit dit boek. Het is de persoonlijke kroniek van zijn ouders. Tegelijk geeft het een beeld van de grillige 

politieke en maatschappelijke ontwikkelingen in Indonesië in die jaren. Het boek schetst ook hoe een deel van de seculair Joodse familie van de auteur op dein die barre tijd opgeroepen levens-vragen een antwoord vond in het Christendom.Adviesprijs: € 25,00

10897259294?profile=originalGroot vegetarisch kookboek – J.M.J. Catenius van der Meijden. Bespraken we in onze vorige editie het “Groot nieuw volledig Indisch kookboek” van deze auteur, hier een uitgave die uitsluitend  vegetarische  recepten bevat. Maar liefst 1001 recepten in een van de belangrijkste vegetarische kookboeken, met   als aanhangsel “De Indische Rijsttafel”, waarvan de eerste druk in 1918 verscheen, van een vermaard schrijver. Adviesprijs: € 40,50.

10897260253?profile=originalAmbachtelijk Culinair – Tim Hayward. Waarom zou je doe-het-zelven in de keuken? Omdat het leuk is. Koken is een avontuur en een heerlijke manier om je handen vuil te maken. Bovendien raken oude vaardigheden zoals karnen, zouten en inmaken steeds meer in de vergetelheid. Vandaar dit boek, dat laat zien, dat experi-menteren en klungelen in de keuken ontzettend leuk is. Dit boek beschrijft hoe je terug kunt gaan naar een duurzame manier van je eigen eten maken. De basis van zaken als karnen, inmaken, roken, zouten en drogen krijgen weer  betekenis.  En  als  je  deze technieken een beetje onder de knie hebt, gaat er een nieuwe wereld voor je open. Dit boek is niet speciaal Indisch, hoewel toch ook Atjar maken een vorm van inmaken is. Goede beschrijvingen van hoe je eigen boter en kaas kunt maken, en bloedworst, sleedoorngin en graved lax. Maar ook hoe je vis en vlees kunt drogen of roken, verse groenten en fruit kunt inmaken, verse kruiden kunt conserveren, een zuurdesemstarter kunt maken voor het lekkerste brood dat je ooit gebakken hebt, enz. Een “must have” in iedere keuken. Adviesprijs: € 29,95.

*

e-Books,  CD & DVD

10897260465?profile=originalDe vlucht van een paradijs-vogel – Marlies Dinjens en Stan de Jong. In de ochtend van 16 juli 1957 crasht een Lockheed Constellation bij Biak, een eiland van Nederlands Nieuw Guinea.

Slechts tien mensen overleven de ramp, waaronder het complete gezin De Rijke: vader Olaf, moeder Nel en hun drie kinderen. De overlevenden worden door de Papua’s uit de zee gered. Dochter Hannie is het zwaarst gehavend en moet met lichamelijke littekens en een trauma zien verder te leven. Dit boek schetst de buitengewone geschiedenis van familie De Rijke en voert de lezer langs het koloniale leven op Java, de Jappenkampen, repatriëring en verblijf in Kamp Amersfoort, het verzet tegen de Japanse én de Duitse bezetter en de boeiende episode in Nieuw Guinea. E-book. Adviesprijs: € 9,99.

10897260861?profile=originalGeknakte bloem – Marguerite Hamer-Monod de Froideville.  De waargebeurde verhalen van acht vrouwen die gedurende de oorlog in de Japanse kampen werden gedwongen te werken aks seksslavinnen, de zogenaamde troostmeisjes.Hartverscheurend zijn de verhalen, vol verdriet, frustratie, angst en het trauma van het verschrikkelijke misbruik. Ondanks dit trauma en het ontbreken van enig begrip in Nederland, is het doorzettings-vermogen van deze vrouwen onbegrensd. Het e-book vormt een stuk van de Nederlandse geschiedenis dat nooit vergeten mag worden. Met een voorwoord van Willem Nijholt. Alle opbrengsten van dit e-book komen ten goede aan de Stichting War Child. E-book.Adviesprijs:   € 9,95.

Onze koloniën – DVD. Deze 3-DVD box bevat een selectie van de mooiste en meest indrukwekkende afleveringen over Nederland en haar koloniën uit de populaire TV serie “Andere Tijden”. De DVD box neemt u mee terug naar het recente verleden en behandelt een aantal opvallende kwesties. Zo ziet u onder andere hoe de orde op Celebes hersteld moest worden door Nederlandse troepen,hoe Prins Bernhard zich actief bemoeide met de Nieuw-Guinea kwestie, hoe in 1975 enkele tienduizenden Surinamers naar Nederland kwamen, wat onder andere in het Zeeuwse Stravernisse tot hevig verzet leidde. En nog veel meer. Adviesprijs: € 18,99.

10897260884?profile=originalDe reis van mijn leven – DVD Wouter Muller. De teksten van Wouter Muller vertellen het verhaal van ruim 300.000 Indische Nederlanders. Het verlies van hun geboorteland, het noodgedwongen  vertrek naar het kille Nederland, de eenzijdige aanpassing van de eerste generatie en de prijs die ze daarvoor betaalden. Maar ook de gevolgen van een verzwegen verleden voor de volgende generatie. Met fragmenten uit live-concerten en interviews maakt Wouter Muller deze geschiedenis toegankelijk voor een breed publiek. Een reis door het leven. Ontroerende ballads en swingende rock nemen een voor velen herkenbare reis. Hij bracht al eerder 5 succesvolle CD albums uit. Na vele verzoeken is dit de eerste DVD over zijn passie en zijn muziek. Adviesprijs: € 18,99.

10897261098?profile=originalDodelijk spoor  - DVD. Deze 2-DVD box bevat twee documentaires. 1. Op dood spoor van Henk Hovinga en 2. Spoor van 100.000 doden. DVD 1: ze stierven als ratten aan uitputting, malaria, dysenterie, beri-beri en tropische zweren. Maar in het jaar dat Japan capituleerde en de Japanse zon eindelijk onderging, kwam de Birma-Siam spoorweg uiteindelijk toch klaar. Het relaas van krijgsgevangenen die onder het sadistische geweld van Japanse  én  Koreaanse  bewakers een spoorweg moesten bouwen in een groene hel vol slangen, bloedzuigers, tijgers en miljarden muskieten. Ondanks dat de spoorweg klaar was, heeft er na september 1945 nooit meer een trein gereden. DVD 2: We volgen de veteranen Felix Bakker en Hans Wessels en de kleinzoon van Eduard Johannes, een van de meer dan 3000 Nederlandse doden van de Birma-Siam spoorweg. Historische beelden, animaties en persoonlijke verhalen wisselen elkaar af. Een film van de journalist en documentairemaker Twan Spiers. DVD box te bestellen bij:www.doublemotions.nlAdviesprijs: € 16,99. E-mailadres: info@doublemotion.nl

10897261692?profile=originalHell Ships – DVD. Meer dan 20.000 Nederlandse, Australische, Britse en Amerikaanse militairen en een onbekend aantal Aziatische dwangarbeiders hebben hun leven verloren aan boord van Japanse schepen, die de bijnaam Hell Ships kregen. Deze 2-DVD box bevat drie documentaires: Hell Ships naar Flores en de Molukken, Hell Ships naar Sumatra en Hell Ships naar Thailand. Een van de beruchtste transporten was dat van de Junyo Maro, die door een Britse onderzeeër getorpedeerd werd met ruim 5600 doden als gevolg. Een ander drama speelde zich af met de Suez Maru, die door een Amerikaanse onderzeeër werd aangevallen. Alle drenkelingen van dat schip zijn door de Japanners in het water geëxecuteerd. De drie documentaires vormen een monument voor de slachtoffers en zijn een eerbetoon aan hen die wisten te overleven. DVD box is eveneens te bestellen bij: www.doublemotion.nl.Adviesprijs: € 16,95.  info@doublemotion.nl   

*

Presentatie & Signeren

Liefde als ruwe diamant – Henk Harcksen. De auteur houdt in samenwerking met het Mariniersmuseum in Rotterdam een signeersessie ter promotie van zijn nu al succesvolle boek: “Liefde als ruwe diamant”.

Voordrachten worden gegeven door onder andere: Dr. P.E. van Loo (Nederlands Instituut voor Militaire Historie), Anne C. Tjepkema, (kolonel-vlieger bd en oud docent aan de defensie academie promovendus van de Universiteit van Amsterdam) en Frank E. van Kappen (generaal-majoor der Mariniers bd). Deze signeersessie wordt gehouden op 25 oktober 2014, aanvang 14.00 uur. Adres: Wijnhaven 7 – 13, 3011 WH Rotterdam.

10897261494?profile=originalConfucius De Gesprekken – Kristoffer Schipper. Confucius (551 – 479 v. Chr.) is naast Lao Zi de beroemdste filosoof van China en de grondlegger van de humanistische levensbeschouwing.

Deze heeft China eeuwenlang gekenmerkt. “De Gesprekken” zijn de meest toegankelijke bron van zijn denken. De laatste tijd zijn de denkbeelden van Confucius weer erg populair geworden, vooral sinds de wereldwijde omwenteling die voortgebracht werd door veranderde levensbeschouwingen vanaf de jaren zestig en zeventig van de vorige eeuw. Kristoffer Schipper (1934) houdt een signeersessie bij Boekhandel Paagman. Aanvang: 19.00 uur. De datum is 14 oktober 2014. Adres: Frederik Hendriklaan 217, 2582 CB Den Haag.

Door de ogen van het verleden Dick Rozing. Geen signeersessie of presentatie. Wel verzocht de auteur  de  redactie om melding te

maken van zijn behoefte om in het land lezingen te geven met beeldmateriaal. Verenigingen, Stichtingen en instituten kunnen hiertoe contact opnemen met de auteur: info@rozing.nl

Voor meer recensies ga naar de  rubriek boekrecensies op ICM.

 

Lees verder…

De Indische Culturele Agenda overzicht per 24/9-2014

10897288284?profile=originalDe Indische Culturele Agenda overzicht per 24/9-2014

8 en 9 november 2014: Pasar Malam Rijswijk. Zonder twijfel een van de gezelligste pasars van het jaar wordt gehouden in Rijswijk in “De Broodfabriek”, waar ieder weer naar hartelust kan genieten van de velestands en attracties. Een aanrader voor de echte liefhebber van de Indische cultuur en muziek. Slenteren langs de vele kramen, lekker eten en drinken op de terrassen van de diverse restaurants en eetstands. Laat u de hand lezen en geniet van een stoelmassage. Bent u ook benieuwd welke mooie kleuren u uitstraalt? Dan moet u beslist uw aura laten fotograferen. Op het podium kunt u verschillende bands

      Ook tijdens deze editie steunt Pasar Malam Rijswijk het goede doel; Villa Joep. Villa Joep stimuleert en financiert onderzoek naar neuroblastoom kinderkanker.

verwachten, alsmede solisten, dansgroepen, enz. Het programma is op dit moment nog niet bekend, maar daarover berichten wij u in de volgende editie. De locatie is: De  Broodfabriek,  (voorheen de Darling Market cq. Expo Rijswijk), Volmerlaan 12, 2288 GD Rijswijk, bereikbaar met tram 17 (stopt bijna voor de deur). Ook veel gratis parkeerruimte aaanwezig.  Tijden: zaterdag: 12.00 tot 22.00 uur, zondag: 12.00 tot 20.00 uur. Toegang: volw. € 8,00; 65+        € 6,50; kind. 7-12 jr. € 3,00; t/m 6 jr. gratis. Nadere inlichtingen: www.pasarmalamrijswijk.nl

10897288852?profile=originalT/m 28 september 2014:Veteranenkunst. De expositie “Na de missie: de kunst van het verwerken” biedt een overzicht van meer dan 60 tekeningen, schilderijen, beeldhouwerken en installaties, die gemaakt zijn door veteranen Zij maakten deze naar aanleiding van hun ervaringen tijdens    hun    uitzending     naar Nederlands-Indië, Korea, tot en met de recente missies naar de Balkan, Afganistan, enz. Hun werk is tevens een aanknopingspunt voor dialoog, dat leidit tot erkenning en wardering. Het maken van een kuinstwerk maakt het voor veteranen vaak gemakkelijker om ervaringen te verwerken  en een plaats te geven in   hun   leven   en  dat  van  hun naaste familieleden. De locatie is: Museum Bronbeek, Velperweg 147, 6824 MB Arnhem, Opening: di. t/m zo. 10.00 – 17.00 uur. De toegang is voor houders van     Pas Vrienden van Bronbeek, Veteranenpas en Defensiepas, Reservistenpas en Museumkaart gratis. Meer informatie: Stichting Veteranenkunst, Tel 06-51501672 ingaseversboth@outlook.com.  


10897288697?profile=originalT/m 26 oktober 2014:
 Aziatische kunst en de Nederlandse smaak. (Zie ook rubriek Boekbespreking, alsmede de lezing in deze Agenda op 18 mei). Van de houtsnijkunst uit  Bali  tot  het zilver uit Batavia, van Indonesische krissen tot Chinees porselein en van Sirihkistjes      tot Indische schilderijen. De fascinerende wereld van het Verre Oostenkomt in het Haagse Gemeentemuseum tot leven in een   schitterende   tentoonstelling met een enorme diversiteit aan voorwerpen. Aan de ene kant de kunst die bestemd was                                                                                    voor de

Ivoren kistje met zilverbeslag

Europese markt, en aan de andere kant de westerse kunst die zeker beïnvloed werd door het Verre Oosten. Deze tentoonstelling is geen compleet overzicht, maar meer een caleidoscoopisch beeld dat de bezoeker instaat stelt zich volledig onder te dompelen in de rijke cultuurgeschiedenis van de Nederlanders in Azië. De locatie is: Haags Gemeentemuseum, Stadhouderslaan 41, 2517 HV Den Haag. Tel: 070-3381111. Met uw entreekaart heeft u toegang       tot het gehele museum. Openingstijden en toegangsprijzenwww.gemeentemuseumdenhaag.nl

10897289456?profile=originalT/m 16 november 2014: Tentoonstelling prenten van Utagawa Kuniyoshi. De Japanse prentkunstenaar Utagawa Kuniyoshi (1797-1861) wordt naast Hokusai,

Hiroshige en Kunisada gezien als een van de grootmeesters van de Japanse prentkunst. Zijn schetsen zijn uniek, hoewel deze tijdens zijn leven nauwelijks bewaard werden. Daarom is deze tentoonstelling zo uniek. Naast prenten en schetsen zijn ook tekeningen te zien die Kuniyoshi’s aandacht voor een direct aan-sprekende compositie uitbeelden. Locatie: Museum Volkenkunde, Steenstraat 1, 2312 BS Leiden, Tel: 071-5168800 Openingstijden: di. t/m zo. 10.00 tot 17.00 uur; in de vakantiemaanden juli en augustus ook op maandag geopend. Toegang: volw. € 12,00, t/m 18 jr. € 6,00, tot 4 jaar gratis. www.volkenkunde.nl.

21 september 2014: Lezing: Bitterzoet Indië. In Nederland zijn we nog niet klaar met tempo Doeloe. Veel Nederlanders zien Indië als hun land of hebben familiebanden met de ex-kolonie. Toch herkennen ook veel “anderen” die nooit onder de palmen geweest zijn de beelden van Indië. Bitterzoet Indië geeft een beschrijving van visuele overleveringen en welke invloed deze hebben op identiteit en thuisgevoel. De lezing wordt gegeven door Pamela Pattynama, cultuurwetenschapper en sinds 2013 emeritus hoogleraar in de koloniale en postkoloniale literatuur en cultuur-geschiedenis aan de Universiteit van Amsterdam. Locatie: Wijk-centrum Hatert, Couwenberg-straat 22, 6535 RZ Nijmegen. Aanvang: 13.30 uur. Toegang:     € 4,00. Info: Tel: 06-13523093 of: steunpuntnijmegen@pelita.nl

10897289663?profile=original24 september 2014: Indische Salon. Voor het eerst wordt in Arnhem de Indische Salon gehouden. Verhalen delen tijdens een gezellige Indische avond met eten en muziek. Met als gasten de Indische zangeres Monica Schwab, “kokkie” Thea Wolvekamp en Simone Berger. Luister naar het verhaal  van  Monica  Schwab  en

welke rol muziek in haar leven speelt, naar Thea Wolvekamp en hoe Indisch eten haar leven bepaalt, en naar Simone Berger over hoe we onze geschiedenis aan de jongere generaties kunnen doorgeven. De Indische Salon is een kleinschalig huiskamerproject over een Indisch thema, dat wordt bepaalt door de gastvrouw/heer van de betreffende locatie. Elke salon heeft zijn eigen publiek. De Indische Salon wordt gefaciliteerd door Het Indisch Herinnerings-centrum en Stichting Herdenking en mogelijk gemaakt door het Vfonds. De locatie is: Centrum Klarendal, Klarendalseweg 193, 6822 ET Arnhem. Tijden: 18.30 tot 21.00 uur. Toegang: gratis (wel graag aanmelden vóór 19 september via Tel: 026-3639103 of:info@indischherinneringscentrum.nl

10897289700?profile=original26 t/m 28 september 2014: Indisch Golf Weekend. Het Hattemse Golf Weekend staat weer voor de deur. Drie dagen lang kunt u uw golfspel meten aan dat van andere metsen met indische roots. Inschrijving speciaal voor mensen die in vm. Nederlands-Indië geboren zijn en/of gewoond hebben, of er minimaal 2 jaar als expat gewerkt hebben  of  mensen,  die  wel  in

Nederland geboren zijn, maar uit een “Indisch nest” komen. De maximale exact handicap voor deelname aan de wedstrijd is: 28. Deelnemers kunnen inlichtingen verkrijgen en zich aanmelden bij Rob Boxman, e-mail: igw-hattem@hotmail.com.  

10897290489?profile=original28 september 2014: Multi Culturele Markt. George Kwekel Evenementen organiseert in samenwerking met winkeliersver. De Struytse Hoeck een grote Multi Culturele Markt. Hier worden tal van eerlijke producten aangeboden

In de vertrouwde kramen vindt u een veelheid aan snuisterijen en hebbedingetjes, maar ook veel praktische producten en tal van tropische spullen. Producten uit: Turkije, Mali, Kameroen, Guinee, Marokko, Zuid Afrika, Ethiopië, Indonesië, Suriname, Ecuador, Uganda, Guatamala, Mexico, enz. Kom ook naar deze unieke themamarkt in het grootste winkelcentrum van het Zuid-Hollandse Voorne-Putten. Locatie: Winkelcentrum De Struytse Hoeck, Hellevoetsluis, Voorne-Putten. De toegang is gratis, evenals het parkeren. Informatie: www.kwekel-evenementen.nl of www.groothellevoet.nl.

10897290100?profile=original4 en 5 oktober 2014: Inter-nationale Mineralen Beurs. Twee keer per jaar wordt in “De Broodfabriek” een grote Inter-nationale Stenen en Mineralen Beurs gehouden, waarvoor men uit binnen en buitenland naar Rijswijk afreist. Meer dan 130 standhouders presenteren hun vondsten en wereldwijde inkopen aan, zoals fossielen, sieraden, zoetwater-parels, edelstenen, schelpen en versteend hout. Tevens is er een grote tentoonstelling te zien, kunnen er tal van workshops gevolgd worden en zijn er demonstraties te zien. In de hal ernaast is in hetzelfde weekend een grote beurs voor Poppen, Poppenhuizen en veel miniaturen. Deze beurs is met hetzelfde entreekaartje te bezoeken.

De locatie is: De Broodfabriek, (voorheen Darling Market cq. Expo Rijswijk), Volmerlaan 12, 2288 GD Rijswijk, bereikbaar met tram 17 (stopt bijna voor de deur). Ook is er voldoende gratis parkeerruimte aaanwezig.  Openingstijden: 10.00 tot 17.00 uur. Toegang: Toegang: volw. € 7,00; 7 t/m 12 jr. € 3,00 en t/m 6 jr. gratis. Meer info:www.internationalemineralenbeurs.nl. Tel: 070-3075900. Zie de advertentie op pagina 15. En met de kortingsbon op pagina 35 krijgt u € 2,00 korting op  een volwassenenkaartje.

Lees verder op http://icmonline.ning.com/forum/topics/de-indische-culturele-agenda

Lees verder…

Indië-Herdenking 2014 in Roermond

10897304258?profile=originalIndië-Herdenking 2014 in Roermond

Ook de herdenking in Roermond  sprak ons aan, mede door          de bewogen toespraak van Staatssecretaris Martin van Rijn, op 6 september 2014, die we hier in zijn geheel weergeven.

 

De laatste tijd, steeds meer, en luider, worden grenzen in twijfel getrokken. Of het nu in Afrika is, in de Oekraïne of in het Midden-Oosten. Nationale regeringen en lokale strijdgroepen betwisten elkaar de macht. Vele duizenden laten hierbij het leven. Vrede en vrijheid lijken soms ver weg.
Door de media en het internet worden we iedere dag geconfronteerd met beelden van deze strijd. Beelden die velen van u ongetwijfeld herinneringen doen oproepen aan uw eigen jeugdjaren, toen vrede en vrijheid – evenals nu – wereldthema´s waren.

Toen in Europa de strijd was gestreden, werden we  geconfron-teerd met de wens van de Indonesische bevolking tot zelfbeschikking. Het geweld van de Japanse bezetters was zó zwaar dat wij – toen de oorlog in de Pacific was afgelopen – ons niets anders konden voorstellen dan terug te keren naar de vooroorlogse situatie. Wij waren ons hierbij te weinig bewust van de vele veranderingen die daar inmiddels hadden plaatsgevonden.

Terwijl op Java en overal elders   in de archipel Indonesische strijdliederen werden gehoord, speelden wij nog het Wilhelmus. Zoals aan boord van het schip de Klipfontein, klaar voor vertrek in de haven van Amsterdam, op 3 september 1946. 

10897304475?profile=originalEén van de soldaten die aan boord gingen – het was de eerste lichting dienstplichtigen – was de 21-jarige Joseph Berendsen uit ‘s Heerenberg. Hij was met een aantal anderen uitgekozen om als kwartiermaker naar Nederlands-Indië te gaan. Ik lees uit zijn dagboek een passage voor over zijn vertrek:

“En dan is het grote moment aangebroken. Nadat de hoge autoriteiten zich van boord verwijderd hebben, maakt alles zich klaar voor vertrek. De touwen worden losgeslagen. En als de boot zich van de kade losmaakt, speelt het muziekkorps het Wilhelmus. Plechtig klinken de tonen over de watervlakte. Stram in de houding horen we het volkslied voor het laatst op vaderlandse bodem aan. De laatste tonen zijn nog niet weggestorven, of een waar gejuich en geroep klinkt vanaf de boot en de kade. Vanaf kleine bootjes proberen familieleden hun laatste groeten te brengen aan hun zoon, aan man, broer of verloofde. Dan zinkt Amsterdam weg.”

Geachte veteranen,

Net als Joseph Berendsen reisde ook u in deze periode naar de Amsterdamse of Rotterdamse haven om daar aan boord te gaan om de verre reis naar Indië te maken. En maakte u het aangrijpende moment mee waarop u het Wilhelmus voor de laatste keer hoorde. Het moet een bijzonder emotioneel vertrek zijn geweest. Of u nu vrijwilliger was of dienstplichtige: u vertrok met een missie waarvan de omvang nauwelijks bekend was.

Wij vonden toen het herstel van orde en gezag in Nederlands-Indië noodzakelijk; de chaos en de vele slachtoffers van de Bersiap-periode waren hier inmiddels bekend. Het was oorlogstijd.

Vragen over goed en fout, juist  en onjuist, verscheurden de Nederlandse samenleving.

Uiteindelijk werd door de regering gekozen voor een combinatie van diplomatieke en militaire middelen om uit de impasse te geraken. En met de ondersteuning van deze beslissing door het Nederlandse parlement werd de Nederlandse samenleving verantwoordelijk voor uw uitzending, en dus ook voor de consequenties.

Herinneringen aan de reis – de meesten van u reisden per boot – zullen te maken hebben met de verwerking van de vele nieuwe indrukken: het leven aan boord met al die andere jongens, zeeziekte, warmte, en het passeren van exotische plaatsen als Port Saïd, Colombo en Sabang. Het passeren van de evenaar – een nieuwe grens –  bracht door de komst van Neptunus altijd hilariteit met zich mee, en was meestal goed voor een nat pak.

Na een kleine maand volgde eindelijk de ontscheping: in Belawan, Tandjoeng Priok of elders. Ook zij die in later jaren naar Nieuw-Guinea vertrokken moeten de spanning hebben gevoeld: de belangrijkheid van de missie enerzijds en de onbekendheid met het land anderzijds. Want, wat wisten al die jongens nu van dit immense land en zijn bevolking?

  

10897304475?profile=originalDie eerste weken was alles nieuw, zoals blijkt uit een beschrijving van een soldaat van een infanterie-peloton in Noord-Sumatra:

“Eerste peloton op de wagen blijven. Jullie gaan nog verder”, werd ons toegeroepen. Nog verder? Uiteindelijk, tientallen kilometers verder, stopten we bij een Bailey-brug. Maar waar was het kamp? Er stonden wel een paar KNIL-militairen te grijnzen en er lag een bende bagage, maar van huizen of tenten niets te zien.
“Bagage afladen en naar boven brengen!”
Helemaal naar boven? Hoe kreeg je in godsnaam je plunjezak daar naar toe? En je veldbed? En je eten en water? Wie maakt dáár nu een kamp? En dan in Indië. In de warmte!

Een paar dagen later hadden deze jongens hun eerste kampement opgebouwd: één grote en acht kleinere tenten, twee keetjes van bamboe en plaatijzer, een keukentje en een paar stellingen. Rondom prikkeldraad en spits afgesneden bamboe. Het was voor hen het kamp waar ze een paar maanden zouden bivakkeren. Ze brachten hun tijd door met oefenen, met wacht lopen en met patrouilleren. Zoals de schrijver van het verslag stelde: “de eerste keren met gespannen wapens    en boordevol zenuwen, maar langzamerhand wenden we aan de duizenden geluiden van de tropennacht, aan het geruis van de kali, en zelfs aan het schieten.”

Want ja, geschoten werd er! Aan beide zijden van de demarcatie-lijn. Er is geen oorlog zonder slachtoffers.
Aan Nederlandse kant vielen vele doden onder de militairen, vooral tijdens gevechtshandelingen, maar ook door ongevallen en door tropische ziekten. Hen gedenken we hier vandaag in het bijzonder. Daarnaast werden ook burgers, onder wie vele Indische Nederlanders en Chinezen door nationalisten vermoord. Hoeveel dat er waren, weten we niet precies. Aan Indonesische kant vielen ook veel slachtoffers, zowel nationalistische strijders als burgers. Misschien leer je wél wennen aan de geluiden van de tropennacht, en aan het geruis van de kali. Aan het verlies van je maten wen je nooit. Net zo min als dat je afstand kunt nemen van je ervaringen tijdens je jeugd. Of je er nu later regelmatig over spreekt, of niet. Je blijft ze met je meedragen. Eens een veteraan, altijd een veteraan.

Toen u weer terugkeerde in Nederland, of het nu in 1948 was, in 1950 of 1962, was u – net  zoals de gehele Nederlandse samenleving – vele ervaringen rijker, maar ook een illusie armer. Het was niet gelopen zoals we ons dat hadden voorgesteld. Niet alleen had het vaderland nauwelijks belangstelling voor uw ervaringen, sommigen van u werd zelfs openlijk verweten te hebben deelgenomen aan een koloniale oorlog.

Omdat effectieve hulp en zorg aanvankelijk afwezig waren, heeft u vooral zélf de zware last van verwerking moeten dragen. En in vele gevallen ondervond uw naaste omgeving de gevolgen van deze worsteling. Uw ervaringen, of deze nu te maken hadden met het verlies van kameraden, uw sociale contacten of het leven in de tropen in het algemeen, – ze vonden weinig gehoor in een samenleving die zélf nog wrok koesterde over het verlies van de kolonie en herstelde van de wonden van de Tweede Wereldoorlog. Heette het immers niet ‘Indië verloren, rampspoed geboren’? Dit laatste is gelukkig niet waarheid gebleken. Nederland herrees op eigen krachten.

Voor naoorlogse generaties zijn  de verhalen over de Tweede Wereldoorlog inmiddels aangevuld met die over andere oorlogen     en conflicten: Korea, Vietnam, Libanon, Joegoslavië, Irak of Afghanistan. Het zijn niet alleen maar verhalen of televisiebeelden, maar ook persoonlijke ervaringen van jonge militairen die zijn uitgezonden en waarbij ook Nederlandse slachtoffers zijn gevallen.
Deze militairen krijgen de laatste decennia gelukkig steeds meer erkenning. Hun inzet, in het teken van democratie en vrijheid, wordt steeds meer gewaardeerd. Het is goed dat wij meer aandacht hebben en houden voor de Nederlandse veteranen.

10897304088?profile=originalGelukkig staan wij nu als samenleving meer open voor de verhalen van toen. Wat de generatie betreft waar ú toe behoort, daarvan moeten wij nu als samenleving zeggen: wij hebben u tekort gedaan, door te weinig naar u te luisteren.
Mocht u de kracht hebben uw verhalen alsnog te willen vertellen: weet dat zij waarde hebben. En aan uw familieleden maar eigenlijk aan een ieder zou ik willen zeggen: luister, nu het nog kan. Voor onze kinderen      en kleinkinderen is het van levensbelang te weten hoe wij in het verleden zijn omgegaan met vragen over vrede en vrijheid.

Geachte aanwezigen,

Vandaag delen we met elkaar, veteranen, familie, vrienden en  andere geïnteresseerden, de herinnering aan deze bijzondere en zware periode in de geschiedenis van ons land, en staan we stil bij hen die we moesten achterlaten en die hun verhaal helaas níet meer kunnen navertellen. Zij, de slachtoffers, brachten, tussen 1945 en 1962, het ultieme offer voor hun land, “in dienst van de vrede”.

Uw aanwezigheid hier toont aan dat de herinnering aan hen die vielen nog steeds levend is. Ik ervaar het als mijn taak en opdracht om samen met u die herinnering levend te houden. Ik beschouw het als een grote eer om hier, vandaag, bij het Nationaal Indië-monument 1945-1962, namens de Regering een krans te mogen leggen ter nagedachtenis van de militairen die zijn gevallen in de toenmalige overzeese rijksdelen Nederlands Oost-Indië en Nieuw Guinea.’   Met dank aan Java Post voor de tekst. 

Lees verder…



10897239281?profile=originalUit ICM archief van 10 april 2009 - 

Nederland telt ruim 1,3 miljoen Indische Nederlanders (indo's)!


Met ruim 340.000 kwamen - onze mede burgers in het voormalige Nederlands Indie - de Indische Nederlanders in de jaren vijftig in fases naar Nederland toe, toen de republiek Indonesia "Merdeka / vrijheid " uitriep. De repatiering ofwel de massale uittocht duurde tot 1960. De forse aantallen zorgden dat repatiering vele jaren heeft geduurd dan gepland was voor het transport. Tegelijkertijd de bersiapperiode in het voormalige Nederlands Indie intrad - vergelijkbaar met Irak van nu - In navolging hiervan kwamen de spijt- optant beging de jaren zestig. De gerepatrieerden werden koel en kil ontvangen door de Nederlandse regeringen op een rij. Vanaf 1950 tot het heden anno 2009 lijkt dat er een zwijgen is opgelegd over alles wat te maken had met de Indische Gemeenschap (Indische Nederlanders). Dure NIOD rapporten met een waarde van miljoenen euro werden zo onder het tapijt geveegd. Dit belooft nog wat straks met het NIOD rapport over Irak. Nederland was ook bezig met de wederopbouw. In contractpensions werden de gerepartieerden ondergebracht, die zeker in deze tijd als ongeschikt werd verklaard voor bewoning.

Velen kwamen berooid aan uit het voormalig Nederlands Indie. Allen hadden hun bezettingen, vermogens en goederen verloren, maar bovenal hun " leven" in het voormalige Indie; het Indonesie van nu waar ook Barack Obama is opgegroeid. Helemaal opnieuw moesten velen beginnen, en helemaal onderaan de ladder. Want behaalde diploma's daar waren hier niets waard. Gebukt ging de eerste generatie Indische Nederlanders hieronder; eerste die oorlog, toen de bersiapperiode, dan in een vreemd land helemaal opnieuw je leven opbouwen. Ook de kinderen (tweede generatie) werden in het lot meegetrokken. Velen hebben trauma's opgelopen van die vreselijke bersiapperiode, en de periode waar hun ouders weer onder gebukt gingen in Holland: Geen instanties en overheid waren hier te bekennen.

Nu anno 2009 is de groep Indische Nederlanders uitgegroeid tot ruim 1,2 miljoen Indische - Nederlanders die heel trots kunnen zijn! Dit aantal omvat van de eerste tot vierde generatie Indische Nederlanders (indo's). Een groep die probleemloos, gruisloos en onzichtbaar zich integreerde in de Nederlandse samenleving.

Tegelijkertijd de Indische - Nederlanders een grote CHANGE bracht in de Nederlandse samenleving in constructieve zin;

  1. Het Indisch eten, die nu overal te vinden is naast de toko's, restaurants, de media, en kookboeken.
  2. Thuis wordt nu nasi gekookt binnen de Nederlandse gezinnen.
  3. Vele Nederlanders namen de gastvrijheid over van de Indische Nederlanders.
  4. De indo-muziek (Andy Tielman) grondlegger van de Nederpop,
  5. De Haagsche Indo rock, die veel beroemde Nederlandse Rockbands kopieerden, en later in VS beroemd werden.
  6. De pasar malams; de grootste in Den Haag met 140.000 bezoekers en de ruim 70 pasar malams (replica's) in het land het hele jaar door waar ruim 800.000 bezoekers op afkomen.
  7. De wekelijkse indische kumpulans.
  8. De Indische culturele evenementen bij de van der Valks, Casino's en andere Nederlandse gelegenheden.
  9. De vele Indische bedrijven voor food en nonfood in Nederland.
  10. De vele Bekende Indische Nederlanders BIN'ers ; Ben Bot, Wenny Zorgdrager, ELs Borst Jet Bussemaker VWS etc... in de politiek.
  11. In de muziek The Blue Diamonds die wereldhits scoorden en Nederland op kaart zette, Anneke Grohnloh, Sandra Reemer, Jamal, Boris, Dinand, Katja ......
  12. De vele componisten /producers/schrijvers oa. Marshal Manengkei die wereldhits schreef voor The Blue Diamonds, Oscar Harris, ..............
  13. en alle overige niet genoemde aspecten.


De" Indo" - de Indische Nederlander- met een "staatloze identiteit" die ruim zestig jaren aan die Overheid vraagt om als kind te worden erkend te bestaan met haar Indische - Nederlandse identiteit, en met haar Indisch Cultureel Erfgoed, die met haar "staatloze identiteit" een belangrijke constructieve change bracht in de Nederlandse samenleving en cultuur;

Bijna wordt het vergeten dat ook in de republiek Indonesia nu ruim 1,5 miljoen Indische - Nederlanders nog verblijven. Nederland weigerde ze nog op te nemen, omdat anders er geen einde kwam aan die repartriering, en Nederland geen opvang meer had hiervoor.

Laat de regering hier even bij stil staan wat die OORLOG de Indische Gemeenschap heeft gebracht! Dat de Indische Gemeenschap overeenkomsten heeft met de Joodse gemeenschap, te scharen onder de gelijkgestemden, maar niet die behandeling heeft gekregen die de Joodse Gemeenschap wel heeft gekregen. Een Indische Gemeenschap die nu nog nadrukkelijker blijft voortbestaan met het recht op het behoud van de Indische identiteit met haar Indisch Cultureel Erfgoed zoals die CHANGE nadrukkelijk heeft bewezen. Dat De Indische geschiedenis met haar feiten van 300 jaren niet zomaar onder het tapijt kan worden weggeveegd!


--------------------------------------------------------------------------------


Redactie ICM.
In de bovenstaande column van mij worden parallellen getrokken met de kwestie Irak, en de Indische NIOD rapporten. Het Indisch NIOD rapport en de vele onderzoekcommissies werden stelselmatig onder het tapijt geveegd door de Nederlandse regeringen op een rij. Op het manifestatie IP op 28 oktober 2009 en na een stevige strijd door de IP delegatie, heeft unaniem de Kamer geëist dat het Indisch-NIOD rapport weer nader onder de loep moet worden genomen, en dit zo snel mogelijk tot een oplossing dient te worden gebracht. Hoopvol, is dit niet als wij dit doortrekken nu wat zich afspeelt rond commissie Davidse nu dat vooraf zeven jaren werden gedraineerd. Jan Peter Balkenende letterlijk getorpedeerd diende te worden door de PVDA onder dreiging van "mission over and completed" als het over dit Kabinet gaat; en tegelijkertijd Bush een diepe buiging heeft gemaakt, en Blaire zijn ontslag heeft genomen met een geweten op zich van 100.000 onschuldige burgers die het leven lieten in Irak. Hoe naïef moet je dan zelf zijn te zien dat je voorgangers capituleren. Het CDA staat voor het symbool dat Amerika heet, die blindelings al een eeuw achter Amerika aanloopt. Het liefst ziet het CDA Nederland als extra "*" op de Amerikaanse vlag, die als een staat wordt ingelijfd.


Terug naar de Indische Perkara:
Hoe hoopvol zijn nu de Indische NIOD rapport ontwikkelingen, als de commissie Davidse eerst als een mening wordt afgedaan, en dan 24 uren strijd wordt gevoerd in de kamer door de verschillende politieke partijen om het tegen deel te bewijzen. Met de Indische Perkara zijn wij inmiddels bijna vier maanden verder, wij zitten nu in het 69 ste jaar. De ervaring leert dat de Indische kwestie weer naar de achtergrond verdwijnt bij deze Irakese ontwikkelingen; Er is maar 1 oplossing "op naar de volgende manifestatie IP op het Plein voor het gebouw van Tweede kamer, maar nu als een pasar malam IP".

Lees verder…

EJOS NEWSLETTER OCTOBER 2014

10897295293?profile=originalEJOS   NEWSLETTER  OCTOBER 2014
New Zealand Action Committee  Ex-Japanese War Victims
___________________________________________________________________________
Dear All,


With EJOS I have had a busy time:
 On ANZAC day in APRIL, Hans van Ess and myself represented EJOS & the Veterans at
the Birkenhead memorial.
 The AGM in MAY; the minutes are in this issue printed for you to read. Pity we had not
everybody attending due to other commitments, transport or bad health. Nevertheless we
had a good interested meeting. Our guest for the day was the Honourable Dutch Consul
Renee van Rijn.
 Tree roots had damaged the War memorial in the Rose Gardens and Riek de Wit her
daughter contacted the council to have it repaired. So last FEBRUARY we attended the
inauguration of the World War monument by Frans Timmermans Ministry of Foreign
Affairs of the Netherlands.
 JUNE, in Holland House, I represented EJOS at the farewell for the Dutch Ambassador
Arie van Wiel, who retired. I also represented EJOS in Holland House the AGM of the
ORANJE club in JULY.
 In AUGUST I organized the Commemoration of the end of WWll in followed by a
traditional Indonesian Lunch for the 50 people, at the Ponsonby Food Court. My speech is
included in this newsletter.
 The Herdenking in The Hague was held AUGUST 15. Weather was good and there were
good speakers, like Gerdie Verbeet. I forwarded the Film clip by e-mail to EJOS members.
If you give me your e-mail I will keep you up-to-date with things such as this.
Mine is: ivo.p@xtra.co.nz
 I visited several people and I like to mention the one where Rudy Storm showed me a first  AIRMAIL letter from his Dad to the Netherlands, dated 25 December 1933. A photo of the
letter is printed in this Newsletter.
 As far as news from the Dutch Cabinet I can tell you that they have just been on recess and
we are awaiting actions from VWS Martin van Rijn.
 The SJE has some remarks concerning the “Indische Kwestie” you can read in the AGM
minutes.
 I talked to an elderly lady and this is what she said concerning her age; I am well passed
my "TO-BE-USE-BY" date. I think this is very well put/said.Part of SJE's SEP
petition; The people of Japan must now realize and recognize the true colors of their Prime
Minister: He honors Japan’s convicted war criminals, forgets their atrocities, and glorifies
them to cover up the role and activities of his ancestors. The Japanese citizens will realize
that the war criminals are not “the foundation of modern Japan”, but give Japan a lasting
bad name.

To download Newsletter Click < here >


Kind regards,
from Ivo Pabbruwe

Lees verder…

Passage uit mijn boek "Voorbode van het turbulente Millennium".

10897293484?profile=originalFoto – Mijn ouders (Tonny Schwab, en Avis Warlicht). Mijn vader overleed in Jakarta na een ziektebed toen ik een jongen van elf was, en ik meen op zijn 39 ste jaar. In tegenstelling tot mijn schoonvader wilde hij het land Indonesie opbouwen. Dus nooit meer terug naar Holland. Mijn moeder weer voelde ze puur Europeaan, en keek neer op …… . Er was dus altijd een dispuut tussen beiden. Mijn vader weer: “An over mijn lijk, naar Holland, wat moet ik in godsnaam daar”, wat uiteindelijk ook geschiedde. Terecht want hij had zijn Pekaret, een instituut die de belangen van fabrieken / industrie behartigen daar. Zo heeft weer mijn schoonvader voor zijn bedrijf Technico een groene GMC Pick-up in bruikleen gekregen van Pekaret weer.

Ter informatie: Mijn vader was niet de enige met dit streven; Ik refereer graag naar de vader van onze Minister President Mark Rutte die zelf weer terugging voor een tweede keer, en zijn eerste vrouw is daar overleden en ligt in Jakarta begraven. Dus ook Mark Rutte heeft banden daar liggen met Indische wortels.

10897294264?profile=originalFoto - Jaarlijkse fancy fair van Pekaret in Jakarta. Opening door pres. Soekarno, en direct achter hem mijn vader in een donker overhemd.

 Mijn vader was tevens verbonden aan een soort adviescommissie bij het parlement van rep. Indonesië, waardoor wij als kinderen vaak te vinden waren in de Istana op uitnodiging van Bapak en Generaal Saboer. Soms stonden de limousine voor ons huis in Jakarta om ons op te halen, wanneer onze chauffeurs al naar huis waren. Op de Istana (paleis) ontmoette ik verschillende keren Bapak die verschillende keren met mij een woordje wisselde in de Nederlandse taal, en ik weer in de basah. Niet te vergeten vaak met zijn dochter Megawati speelde (leeftijdgenootjes). Bizar, dat ze later ook nog de eerste vrouwelijke presidente werd van de republiek in het grootste Islam land.

In tegen stelling tot mijn schoonmoeder, had mijn moeder het zwaar te verduren zonder een man aan haar zijde, maar had slechts vier jongens monden te voeden. Zij had haar meisjes HBS, en heeft ook haar lerares akte. Echter nooit gewerkt. Op haar 40 ste jaar moest ze gelijk aan de slag in die beruchte contract pensions. Eerst is opfris cursus bij instituut Schoevers in Den Haag, en binnen zes maanden aan het werk bij de RDW als schrijfster A. Uiteindelijk opgeklommen als Hoofd van Rijbewijzen in Veendam. Desondanks dat ze geen man aan haar zijde had werd ze door ons gesteund, naast dat mijn oudste broer al 19 was.

Hoe mijn schoonvader en mijn vader in de nationalisatie proces zaten met hun ondernemingen in Indie, is mij niet helemaal duidelijk. Slechts gissen. Als ik voor mijn vader spreek die bewust de keuze en beslissing genomen om het land Indonesie op te bouwen, en kennelijk had mijn vader al een vooruitziende blik dat in Nederland een zwaar leven zat te wachten voor de Indo’s als kind van de rekening. 10897260893?profile=originalDesondanks werd in 1966 toch door generaal Saboer een poging gedaan om 100 duizend dollar aan mijn moeder te overhandigen, die moeder heeft geweigerd, met de wetenschap van nu had dit bedrag betrekking heeft op die 600 miljoen dossier. Bij dit bezoek in 1966 waren tevens twee andere generaals aanwezig o.a. Generaal  Soeharto (later president van Indonesie).

Ik heb dan ook veelvuldig discussies gehad met Astrid - mijn vrouw- wat de gedachte achter haar vader was, zeker, langs de lijn heb moeten meemaken dat het leven in Holland heel erg en zwaar is geweest voor een gezin met twaalf kinderen, en moeder die het leven/huishouding niet aankon. De asielzoekers hadden nog een beter bestaan.

 Dit overkwam alle Nederlandse onderdanen uit het voormalige Indie, die een onderneming hadden (naast de bezittingen, banktegoeden, verzekeringen, pensioenen).

Ook hier ligt een rapport van Gaalen daterend uit 2000 in opdracht van Min. VWS waar al die bank te goeden en verzekeringpolissen te goeden zijn van de Indische Nederlanders zijn gebleven, die nimmer zijn uitgekeerd.

10897238680?profile=originalLater heeft de regering van President Soekarno aan Nederland 600 miljoen dollar (waarde nu 1,2 miljard) betaald aan Ministerie van Buitenlandse zaken ter compensatie aan de gedupeerden. Echter deze is nimmer uitbetaald aan de gedupeerden in Holland anno 2014. Dit geld is aangewend voor andere doelen wisten de betreffende ambtenaren van dit Ministerie ons te melden. De andere gelden overgeheveld naar New York zijn nooit terecht gekomen bij diegenen aan wie deze toe behoren.

Deze zaak is nu anno 2014 uitgebreid in de media gekomen op 18 maart in het NRC van 17 maart 2014. Zie link op Internet.

http://www.nrc.nl/nieuws/2014/03/18/indiegangers-krijgen-nog-miljoenen-van-de-nederlandse-overheid/

In reactie hierop hebben bewindslieden dit toegegeven.

Reeds in mijn jonge leven werd ik al persoonlijk geconfronteerd(ontmoetingen) met belangrijk mensen met positie of mensen met de hoogste in rang op deze wereld die het land besturen, een land met een populatie van 240 miljoen telt de republiek Indonesië anno 2014.

Mijn vader weer was goed bevriend met oom Boet Saboer (rechterhand van Soekarno). In 1965/1966 kwam Saboer in Voorburg bij ons thuis om o.a. gelden namens de republiek aan mijn moeder te geven. Zij heeft dit geld geweigerd (100 duizend dollars).” Was wat mijn vader nog te goed had”, werd erbij gezegd. Bij dit bezoek was ook aanwezig generaal Soeharto (later president) en andere generaal, zijn naam ben ik kwijt, had kennelijk weinig indruk op mij gemaakt als jongen. Ik was persoonlijk bij het bezoek aanwezig.

Het ontbrekende bewijs van vele Nederlandse onderzoekers die boeken hieraan hebben gewijd met betrekking tot die coupe, die 6 maanden later werd gepleegd. Generala Soeharto had duidelijk een andere agenda, en oom Boet Saboer werd geliquideerd. President Soekarno werd gevangen.

Niet wetende dat ik in mijn leven nog vele van deze unieke ontmoetingen zou plaatsvinden, maar dan in relatie tot mijn werkomgeving.

 Om maar te noemen o.a.: Herman Wijffels (onder hem gewerkt, mij het vertouwen gaf bij Selfbanking waarop Herman kon bouwen), Marcel en Serge Dassault (aan de wieg van Selfbanking concept voor het Nederlandse bankwezen, velen weten dit niet), en de vele Geo’s van de Multinationals o.a. Heineken, Coca Cola, Nikon, Locheed Company AG, en Hoogovens Groep om deze te bedienen met implementatie van het ‘s- wereldse gouden product “Scala Business Solutions” die mij verkozen om hun gouden product in de Benelux te mogen vertegenwoordigen zodat zij weer hun vestigingen wereldwijd konden controleren.

Dit verandert je kijk op je hele leven nu.

Hoe relatief alles in het leven kan zijn. Als  elf jarige Indische jongen met een rugzakje van de bersiap zonder vader,  zelf in Nederland zijn boontjes heeft moeten doppen, vroeg op 17 jarige leeftijd aan de slag, en alle studies in avonduren gehaald, naast de leidinggevende functies, en met de zorg voor je schoonouders, en je moeder.  De kracht zat hem in het feit dat je al in "die kringen" verkeerde, je was iemand!  Ik kan met weemoed terugkijken op prachtige  carriere met buitensporige vele ervaringen!

Toch stel ik mijzelf de vraag  net als mijn sobat (vriend) Marshal, woont nu in Jakarta ”Als wij in Indonesie waren gebleven, hadden wij het maatschappelijk meer bereikt dan in Nederland?, omdat wij al in die kringen verkeerden"

 

 

 Tot de volgende keer.

10897292091?profile=original

Graag bestel ik het boek "Voorbode van Het Turbulente Millennium` 
 
Zie  voor productbeschrijving op
 
€ 29,75 - ‎Op voorraad
 

Speciale aanbieding!

Bestellen bij ICM ontvangt u de dvd van de documentaire Van Indie tot Indonesie, over het leven van dichter Sitor Situmorang of zes maanden ICM abonnement.

Prijs   29,95 exclusief verzendkosten  

Aantal Exemplaren  : ______

Naam                       :  ________________________________

 Adres                       : ________________________________

 WPL                         :  _________________________________

 

Wilt het signeert hebben  O door Ferry O   Astrid O Beiden    

 POSTCODE           :  _________________________________

 Telefoon                  :  _______________________________

 

 Uw bestelling sturen naar bestel@icm-online.nl, met dank voor uw bestelling!

 

 

Lees verder…

'Indisch centrum van Arnhem naar Nijmegen'

'Indisch centrum van Arnhem naar Nijmegen'

Landgoed Bronbeek.
Landgoed Bronbeek. 

ARNHEM - Het Indisch Herdenkingscentrum verhuist mogelijk van Bronbeek in Arnhem naar Nijmegen.

De stichting Vrijheidsmuseum WO2 wil het Herdenkingscentrum een plek bieden in een nieuw museum dat in het Nijmeegse Vasim-gebouw gevestigd moet worden.

Gehele verhaal
Het Indisch Herdenkingscentrum zou in een groot oorlogsmuseum beter tot zijn recht komen, omdat daar dan het gehele verhaal van de Tweede Wereldoorlog verteld kan worden.

Het Herinneringscentrum wil praten over verhuizing als er een apart Indisch paviljoen komt, als in het museum expliciet aandacht voor de oorlog in Nederlands Indië komt alsmede aan de gebeurtenissen daarna.

Keuken
Daarnaast moet er een Indische keuken komen in het museum. Het Vrijheidsmuseum gaat er vanuit dat die wensen vervuld kunnen worden en gaat in de plannen uit van de komst van het centrum.

Lees verder…

                                           Oostindisch kampsyndroom van Kousbroek

10897279098?profile=originalBesproken door:Pjotr.X.Siccama  -  Deel 14. 

  

Aan het einde van het werk van Kousbroek Oostindisch kampsyndroom, komt wederom het stokpaardje van de schrijver op de proppen met zijn verdediging – of laten we zeggen: rechtvaardiging van zijn beweringen over diverse zaken: Hirohito en de algemene (Wereld) publieke opinie over de schuld en/of betrokkenheid bij de oorlogsmisdadigheid van het Japanse staatshoofd en Kousbroeks kruistocht tegen verschillende opinies van mensen in, die de WO in Azië (en in Europa) aan den lijve hebben ondervonden.

In vorige artikelen heb ik over dit onderwerp uitvoerig gewijd, waarbij ik het standpunt van de schrijver onbegrijpelijk en verdacht vond en overigens nog steeds vind.

Kousbroek wil coûte que coûte het gelijk aan zijn zijde krijgen. De vraag die bij een ieder opkomt in dit verband is: waarom eigenlijk? Hijzelf heeft dit op verschillende manieren duidelijk willen maken. We zetten de argumenten successievelijk op een rij.

Het eerste argument dat hij aanvoerde ter rechtvaardiging van Hirohito’s positie in de oorlog was, dat Hirohito zelf gevangene was van het  Japanse de militaire elite en dus gezien moest worden als een geïnterneerde. (Kousbroek cursivering). Dit is zo goed als fictie, zeker omdat het bekend was dat onder het militaire stafcorps leden van Hirohito’s familie zitting hadden en een niet onaanzienlijke functie daarin hadden bekleed. Hiermee verdedigde Kousbroek met stelligheid Hirohito s positie. Een uiterst bedenkelijk standpunt..

Ten tweede voerde Kousbroek aan dat Hirohito in Machuko (China s provincie waar de laatste Keizer van China als marionet werd gehouden) hij zijn bevoegdheid (als het oppergezag nota bene – opmerkelijk genoeg beschamend vond) had overschreden door: “  ..als tegenstander van geweld en oorlog te gedragen..” (einde citaat Kousbroek) en de tweede maal op het eind van de oorlog (welke oorlog wordt door de schrijver hier overigens bedoeld.?

Wanneer Kousbroek de WO II bedoelde, heeft Kousbroek het helemaal mis, omdat de keizer in jaren niets van zich liet horen, behalve dan in de eerste week van augustus 1945, toen het al veel te laat was om zijn goede zijde van ‘geweldloosheid’ aan de Wereld te tonen. Maar dan spreekt Kousbroek zichzelf tegen door  het volgende te schrijven: citaat”..Een woord van de Keizer en heel Japan en de bezette gebieden hadden zich doodgevochten. Wie Hirohito een oorlogsmisdadiger wil noemen, is niet op de hoogte van de feiten.” Einde citaat. Wij weten maar al te goed dat ze zich wel degelijk dood hadden gvochten, indien de VS de atoombommen niet hadden afgeworpen. Mogen we die feiten dan ook kennen? Maar de keizer was het oppergezag en had (indien hij dat zelf wilde of opdroeg) de keuze tussen leven en dood, om het cru te zeggen.

Ziedaar  het enige feit en het bestaan dat iedereen wist van het gezag: Hirohito zelf in persoon. Wat is hier nog onduidelijks aan en het verwijt van de schrijver aan al die mensen, die net als de schrijver zelf geen enkel werkelijk bewijs in handen hebben?

Kousbroek draaft (tegen alle andere stromingen/beweringen in van andere deskundigen overigens) door als een hol geslagen paard en verliest onderweg heel wat (en niet alleen moreel support).

Was het niet duidelijk genoeg dat, zoals de schrijver  had kunnen gelezen (uit de Memoires van Truman) dat de Amerikaanse president al bij voorbaat wist dat de keizer vrijuit zou gaan, maar niet zozeer omdat hij a priori onschuldig was. (zie mijn vorige artikelen), en dát tegen de Amerikaanse (liever gezegd de Wereld) opinie in? Aan de andere kant wilde het Amerikaanse publiek (en de Wereld)  niet dat


Hirohito zou worden gespaard. Toch is dit tegen ieders verwachting gebeurd: de politieke druk van de VS was in die situatie en omstandigheid veel te groot en politieke belangen waren te sterk.

(later bleek dat er stricte geheime afspraken waren gemaakt door de Amerikaanse veiligheidsdienst(en) om een geheel andere weg te in te slaan, gezien de dreiging vanuit

Oost/China en Rusland.) Dat argument van de veiligheidsdiensten van Truman vond ten slotte de doorslag en zeker gezien het in hun opvatting nog groter gevaar van het oprukkende Communisme, met name vanuit Rusland.

Er is maar één gevolgtrekking uit de memoires van president Truman: Hirohito was verantwoordelijk en dus schuldig, maar kon de adviezen van zijn diensten niet zonder meer terzijde schuiven; daar waren immers veel grotere (politieke) wereldbelangen mee gemoeid.

 

De sympathie/emphatie (en wellicht grote genegenheid?) van de schrijver jegens amateur-bioloog Hirohito ten spijt. Er zal niet worden beweerd dat Hirohito bij voorbaat een (oorlogs)misdadiger is; daarvoor zijn er tot nog toe geen enkel bewijs gevonden. Tenminste wat we nu voor gegevens tot onze beschikking

 

10897287675?profile=originalSpoorwegsation in Manchukwo

 

10897287482?profile=original

10897288057?profile=original

hebben staan, zijn wel aanwijzingen en sporen die naar een bepaalde richting en analyses van tijdlijnen wijzen. Zelfs  de schrijver kon niet met concrete bewijzen komen. Waar zijn de door hem genoemde (harde?) feiten?

De bezwaren van velen die in Zuid/Oost Azië de gruwelen lijfelijk hadden en hebben ondervonden tegen het door de schrijver verdedigd standpunt dat Hirohito niet schuldig was, waren dertig jaar na het eind van de 2e WO enigszins verklaarbaar, gezien de vele tegenstrijdigheden in het discours; maar begrijpen doe ik het niet.  En kan de schrijver hier niet kwalijk genomen worden in het licht van die tijd. Maar de schrijver (die overigens zelf eveneens als oorlogsslachtoffer kan worden gezien) scheen in zijn leven geen enkel moeite te hebben (gehad?) om zichzelf niet als (oorlogs)slachtoffer te zien. De vraag is waarom dat zo is? Men hoeft zich niet (zoals hij zelf vele malen probeerde tot uitdrukking te brengen) ‘’zonder meer” de oorlog zien als het grote Kwaad dat een  mensenleven phsychologisch (en ook fysiek) verruineerd heeft.

Het kán wellicht voor een of twee individuen gelden (in restrictieve zin is dit zelfs twijfelachtig

), maar feit blijft dat er sprake was en is van een ernstig oorlogsverschijnsel, een wond (traumatisch voor een ieder met en door angst, foltering, doodsbedreiging,uithongering enz. enz.) die zo goed als nooit zal genezen. Het is zowaar bewezen. Daar kan niemand omheen en ook Kousbroek niet. Maar de schrijver heeft, naar ik heb begrepen, in het begin van zijn schrijverschap reeds geworsteld met de verwerking van zijn eigen oorlogservaringen, die naar het scheen ‘’gelukt’’ was en bagatelliseert het verschijnsel als iemand met een kennelijke overtuiging dat het zo is.

De wetenschap op cerebraal terrein heeft dit ‘’fenomeen’’blijkbaar niet herkend als iets uitzonderlijks, anders zou men haar visitekaartje wel hebben afgegeven en in de rij bij hem hebben gestaan voor een consult.

De schrijver, heeft helaas het zelf opgeroepen hetgeen hier te berde wordt gebracht.

In de jaren zeventig was de schrijver al van leer getrokken tegen alle Indiëgangers in het algemeen en al die mensen die de WOII hebben ervaren en gekend, deskundigen van diverse pluimage inbegrepen.

Het waarom, kunnen we de schrijver helaas niet meer vragen.

Hij wordt dan opeens sadistisch en schopt tegen alle phsychologische hulpverleners en deskundigen aan op ziele gebied, zoals o.a. tegen professor Bastiaans (Univ.Leiden). In zijn tirade tegen deskundigen werd nog meer gevoed door een uitspaak van Komrij en wist zich door hem moreel gesteund, wanneer Komrij die over het oorlogssyndroom de volgende controversiele uitspraak deed:, dat citaat: “wanneer professor Bastiaan er niet mee kwam, het verschijnsel ook niet had bestaan.’’ Een ieder is geheel vrij om onzin uit te kramen, ook Komrij. Deze humbug van een uitspraak van de schrijver Komrij kan en mag geen reden zijn voor Kousbroek om snel te juichen. Met Komrij‘s uitspraak kun je alle kanten op en is dus multiinterpretabel.


(de phsychologische term was immers al heel lang bekend, maar dit terzijde) en op die manier moet men dat ook zien. – In het bewuste artikel uit zijn werk kreeg prof.Bastiaans van de schrijver ook nog zoveel kritiek te verduren aangaande diens wetenschappelijke experimenten die hij zou hebben ondernomen en er volgens de schrijver niets van klopte etc. Veel modder kreeg de professor over zich heen gestort van de schrijver; achteraf bekeken geheel oneerlijk beoordeeld (door de schrijver) maar ook  onterecht, naar ik meen.

In elk geval vind ik de kritieken van de schrijver op alles wat met phsychische hulpverlening te maken heeft (gehad), onjuist, merkwaardig en ook bespottelijk; het geeft louter een modieus (want het was immers ‘en voque’ in die tijd) beeld van de schrijver om er ook bij de kriticasters te willen horen en liefst vooraan op de eerste  rij.

 

Het verschijnsel dat ‘’men slachtoffer van iets was en/of is geworden’’, zegt de schrijver geeft financiele en phsychologische voordelen. Zo n uitspraak is hilarisch, bizar en leidt tot niets.

 

Wel en niet waar; zelfs dát is uiterst betrekkelijk. Het is muggezifterij van de schrijver en lijkt alsof een willekeurige slachtoffer nu zelf dient te verantwoorden waarom hij of zij slachtoffer is geworden. De absurditeit ten top: een ‘’post-traumatische belediging’’ zou je het ook kunnen noemen.

Bovendien lijkt alsof betrokkenen er om hadden gevraagd om hen alsjeblieft in de misere te willen storten. Ik durf er bijna mijn hand voor in het vuur te steken dat de schrijver datgene suggereert, (- waarvoor ik geen bijvoegelijke naamwoord meer kan bedenken - ) wat een ieder al vermoedt: ‘’het slachtofferschap in al zijn verschijningsvormen’’

Dat mag een ieder suggereren of verzinnen, zo men wil, maar van Kousbroek heb ik deze gevolgtrekking allerminst verwacht waarmee hij op deze manier een bevolkingsgroep, oorlogsslachtoffers – in welke hoedanigheid ook -Indiëgangers , maar ook wetenschappers een klap in het gezicht heeft gegeven.

 

Wordt vervolgd

 10897288090?profile=original

 

President Truman v.d.V.Staten.


 

 

Lees verder…

Column door: Anita Bunt

10897290077?profile=originalColumn   door:  Anita Bunt

Heb jij ook wel eens van die momenten waarin je dingen meemaakt waarvan je achteraf denkt; “Hé, heb ik dat echt meegemaakt? Het lijkt wel een film!” Of dat je dingen hebt gedaan waarvan je zelf dacht dat je ze nooit zou meemaken…? De laatste tijd heb ik vaak van die momenten, momenten waarvan ik achteraf met verbazing naar mezelf kijk.

Voor mij was het een paar jaar geleden nog heel normaal dat ik zoveel mogelijk vooruit zat te plannen, zodat ik ruim van te voren wist waar ik aan toe was. Dat gaf mij houvast, gaf mij veiligheid. Vaak keek ik naar mensen die leuke dingen deden en dan dacht ik “ Dat wil ik ook, maar dat is niet voor mij weggelegd.” Tegenwoordig doe ik dat anders en plan zo min mogelijk nog vooruit. Het is heerlijk om de energie te laten stromen, te vertrouwen op mijn intuïtie. Vertrouwen op dat wat komt goed is. Dat lukt natuurlijk niet altijd, soms moet je afspraken maken, bijvoorbeeld om je vrienden en familie te ontmoeten.

Zo ook een paar weken geleden toen ik een tweede afspraak maakte met mijn Indische brugklas vriendin (van 38 jaar geleden). Vorig jaar ontmoetten wij elkaar voor het eerst sinds al die jaren; Ik vroeg me namelijk al een tijdje af hoe het met haar zou zijn. “Waar woont ze, is ze getrouwd, heeft ze kinderen?” Zij was nog altijd in mijn gedachten.

Als kind kwam ik graag bij haar thuis en heb daar veel fijne momenten mogen beleven. Het was altijd leuk om bij haar te zijn; een groot gezin waar iedereen welkom was. Ik mocht dan ook blijven eten en slapen. Ze aten meestal iets wat ik thuis nooit kreeg en ook niet kende. Mijn vriendin was het oudste kind en kookte heerlijk Indische gerechten die ik zeer kon waarderen. Ze groeide op zonder haar moeder, dus als oudste dochter was zij de aangewezen persoon om te zorgen voor het hele gezin en dat deed ze vol verve, nam haar taak heel serieus. Als ik aan die tijd denk, zie ik haar weer voor me met haar vader, broertje en zusjes. Ik ben dan ook wel heel nieuwsgierig hoe het nu met ze gaat. Kortom, tijd voor een ontmoeting!

Via FB zoek ik haar op en al snel hebben we een afspraak op een terras in Zutphen. De plaats waar ik nog woon en waar we samen op school hebben gezeten. In gedachten hoor ik alweer haar stem en manier van praten en als ik haar zie is het een feest van herinneringen en herkenning! De middag is zo voorbij, dus spreken we af dat deze ontmoeting een vervolg gaat krijgen. Deze vervolgafspraak werd wel een heel bijzondere afspraak, nu een paar weken geleden.

De weersverwachting is goed voor die dag, dus ik maak een plaatje voor mijzelf hoe de dag eruit gaat zien. Ik zie ons samen op een terras in Arnhem starten, daarna op de fiets door de stad en we kletsen honderd uit ! Ik heb zin in onze ontmoeting, zeker met dit plaatje erbij J

Maar..... Alsof het zo heeft moeten zijn krijg ik de avond voor onze ontmoeting een berichtje: “Hoi Anita, we hebben morgen een afspraak en ik wil je vragen of je het leuk vindt om mee te gaan naar Wageningen naar Rumah Kita. We zijn aan het zoeken voor een verzorgingshuis voor mijn vader en wil daar graag morgen met hem naar toe. Morgen is er namelijk een Pasar Malam en kunnen we de sfeer proeven en rondkijk”. Nou zeker, dat wil ik wel!

Zonder erbij na te denken zeg ik haar dat het goed is en dat ik me verheug om mee te gaan. Direct laat ik mijn verwachting en planning los, want ik herinner mij direct onze bezoekjes aan mijn oudtante Iet, zij woonde in zo’n zelfde verzorgingshuis in Zeist en als kind ging graag bij haar op bezoek. Ik zie haar nog zo zitten in haar eigen kamer, in een statige, maar toch lekker luie stoel. Haar liefdevolle blik en haar warme stem die mooie verhalen vertellen over vroeger in Nederlands Indië. Ze vertelt ons hoe zij daar leefden en wat ze hebben meegemaakt.

In geuren en kleuren vertelt ze de vreemdste verhalen en ik hang iedere keer weer aan haar lippen, zo mooi als zij kan vertellen. De sfeer in het huis was fijn en deze herinneringen maken mij blij. Natuurlijk wil ik mee, niets liever dan dat!” Eindelijk weer eens in een verzorgingshuis waar ik me meteen thuis voel, waar de verbinding onder de bewoners heel sterk is, waar de gedeelde geschiedenis voelbaar is en waar de bewoners dezelfde taal spreken.

Ik sta de volgende dag op het station te wachten, het station waar ik vroeger vaak kwam om bij mijn vriendinnetje te spelen en al snel zie ik mijn vriendin met de auto aan komen rijden, ik stap bij haar in en samen gaan we op weg naar het huis van haar vader. Na al die jaren ga ik hem weer ontmoeten en ben benieuwd of ik hem nog herken. Blij verrast ben ik als blijkt dat hij nog steeds in hetzelfde huis woont; de grote voortuin met het schuine paadje naar de voordeur herken ik meteen. Hij staat al in de deuropening om ons te begroeten en een brede lach verschijnt op zijn broze gezicht. Hij zegt niet veel, maar ik zie wel dat hij blij is ons te zien. Ook hem herken ik meteen, niets veranderd, alleen wat grijzer geworden. Na elkaar begroet te hebben stappen we in de auto en rijden we naar Wageningen. Het voelt zo vertrouwd en fijn dat we aan een stuk door met elkaar kletsen en lachen en voor we het in de gaten hebben zien we Rumah Kita in onze ooghoeken verschijnen. De straat is helemaal versierd, overal lopen mensen door elkaar, kinderen dansen en zingen en de muziek laat van zich horen. De zon schijnt volop, de geur van lekker eten komt voorbij. Dit alles zorgt voor een feestelijke en tropische sfeer, een echte Indische Pasar buiten in de zon!

Ik voel me vandaag bevoorrecht om hier te mogen zijn, samen met mijn vriendinnetje en haar vader. Vandaag gaan we de sfeer proeven van het verzorgingshuis, ik kan niet wachten om me tussen alle mensen en kraampjes te begeven en hoop dat we snel een parkeerplaats vinden, zodat we kunnen gaan proeven.. Nooit gedacht dat wij deze dag zo samen zouden gaan beleven, maar wat fijn dat ik het vandaag wel echt beleef! Wordt vervolgd.

Lees verder…

Nationale herdenking 2014 te Roermond

Nationale herdenking 2014 te Roermond 

Zaterdag 6 september 2014

Stichting Nationaal Indië monument 1945-1962

Bij aankomst na vertoon van de parkeer plaats en uitnodiging werd de taxi doorgelaten en even later halt gehouden.

Jeugd vriend Ben Saras en ik konden uit stappen . Ik meende me te moeten melden aan een bewaakte ingang, doch we werden door verwezen naar een andere ingang wegens een bom 

 

Bij aankomst na vertoon van de parkeer plaats en uitnodiging werd de taxi doorgelaten en even later halt gehouden.

Jeugd vriend Ben Saras en ik konden uit stappen . Ik meende me te moeten melden aan een bewaakte ingang, doch we werden door verwezen naar een andere ingang wegens een bom controle en melding.

De omweg leidde langs de witte tentzeilen eetkraampjes waar de dampen en geuren van snert een hele schare hongerige wachtenden lokte.

 

 aan de lange tafels deed men zich te goed aan snert met een wit broodje. Voor ons beiden Ben en ik was het nog te vroeg. Dus verkenden we het terrein en zochten tevens onder de groeiende massa naar vrienden en bekenden.

 

De vroege bezoekers die reeds hun stoelen hadden bezet waren vrienden van Ben Saras uit Eindhoven. Het weerzien was uitermate warm , de sfeer onmiddellijk vriendelijk.

Ik was geïnteresseerd in de insignes en lintjes en de betekenis ervan.

Ermee geconfronteerd worden en er weinig tot niets van weten. Bovendien betreffende Nieuw Guinea.. maakte mij tot een nederig gevoelend dom wezen.

We trokken verder op zoek naar het oranje blok waar de zitplaatsen ons opwachten.

Onderweg erheen struinden we over het terrein tussen en in de drukte en beweging van mensen menigte die almaar aangroeide.

Met nog twee uren voor de boeg kon ik met toestemming van de personen foto’s maken en een gesprekje aan gaan betreffende de betekenissen van de ere lintjes van verdienste .

 Ben schoot ongevraagd foto’s van vrienden die er al hadden plaats genomen.

het mannen zangkoor gaf het waktu poyong padi ten gehore

Trots poseerde men voor de opname en soms deelde men een fractie van hun levens ervaring

 

deze heer wilde graag aan me kwijt dat hij belangstelling had voor het artikel dat ik over dit event zou schrijven. Hij overhandigde mij zijn naam kaartje dat ik met evenveel trots zal prijsgeven.

Dhr W G A Faber

Secretaris/wnd redacteur  van

Vereniging Indië Militairen

De Valouwe

Te Ermelo

De heer vertelde dat de ere lintjes slechts miniatuurtjes zijn. Daar de originele veel te zwaar en te groot zijn.

De drie balken zijn het eerbewijs dat hij in contact drie keer in vuur front geraakt is , vuurcontact heeft gemaakt.

Het zwaardere metalen teken onderaan geeft aan dat hij tijdens contact gewond is geraakt

 

Deze heer heeft ons de zitplaatsen gewezen en wilde maar al te graag gevraagd worden te poseren. Het embleem mocht niet ontbreken evenals het boekje. Trots te hebben gediend in Batavia Jakarta. Uiteraard moest een pagina er ook van vermeld worden. Met dank. Ook hier was hij dienst baar voor volk en vaderland en de veiligheid .

 

ook hij diende getrouw en vol liefde het vaderland en zorgde voor welzijn zorg en veiligheid van het volk van Nieuw Guinea

 

 

alle met trots en eerbied maar vooral waardig en diep respect gedragen.

 

Dit roep respect af en bezorgt de mens kippenvel.

Het geheel aan ceremonieel in afgepaste stapjes en pasjes , het respect onderling, het diep respect, de waardering, de saamhorigheid , de eenheid , de vaderlandsliefde en getrouwheid .

Het was er in elke ziel aanwezig. In alle rangen van grootheid en kleinheid , leeftijd , sekse , cultuur.

Er was geen onderscheid. Men is er broeder in dienst en dienstjaren. Lang kort, recentelijk, dus vers.

ogenschijnlijk nonchalant doch zeer alert op het dak van het Informatie gebouw voor het overzicht.

 

dhr M van Rijn , een waardig vertegenwoordiger het hoogtepunt. In alle betekenis.

De zon was wel door het wolkendek doorgebroken.

Uit zuidhoek over het terrein met donderend geweld zonder onheilspellende betekenis, met loeiende motoren , vijf F 16 –s in V formatie

Hand op het hart. Salut. Bless you guys. Have a good one.

Innerlijke tranen.

symbool voor VICTORY

VREDE VEILIGHEID EN VADERLAND

VUUR IN VLAM OP EILAND IN GROEN BEGROEID WATER

 Vruchtbaar en leven gevende elementen

 

zij kwamen uit Middelburg  

 

Het was een warme en gedenkwaardige dag. Een dag uit vele doch om nooit te vergeten.

Een dag van Waardigheid Diep Respect Saamhorigheid Eenheid Vriendschap .

Zij, de veteranen bleven in leven . De afwezige kameraden lieten het leven voor ons, het volk, het vaderland voor de vrede en onze vrijheid en democratie.

SALUT.

Lees verder…

Passage uit mijn boek "Voorbode van het turbulente Millennium".

10897291080?profile=original

Foto – Ouders van Astrid (Pitty, Hardy – Geeve)

In september 1961 kwamen ze berooid aan in Nederland. Helemaal murw geslagen door de Tweede oorlog. Het verblijf in gevangenschap in de kampen, en ook nog eens waar die twee atoombommen vielen. Vervolgens de bersiapperiode die eigenlijk nooit is geëindigd. Tot slot die kille koele ontvangst in Nederland waar de Indische Nederlanders niet welkom waren. Desondanks mijn schoonvader een onderneming Technico had verkoos hij voor een betere toekomst voor zijn kinderen in Nederland. Dit impliceerde dat van het luxe rijke leventje in Indonesie afscheid moest nemen. Alleen maar respect voor die beslissing om je zelf op te offeren voor een goede toekomst van je kroost in Holland. Daartoe liet hij zijn onderneming achter voor zijn opvolgers en aandeelhouders, zonder 1 cent te ontvangen hier voor ook niet voor de goodwill.

Bij aankomst in Holland heeft mijn schoonvader helemaal onderaan de ladder moeten beginnen. Eerst zijn excuusjes moeten aanbieden bij Stokvis, vervulde in functie financieel directeur, maar werd bezoldigd als een boekhouder. Dit werd later in ere hersteld door het bureau McKinsey bij een reorganisatie. Mijn schoonmoeder is de klappen nooit te boven gekomen in Holland. Gekscherend genoeg droomde ze van een leven in het mooie Holland, gelukkig had ze haar oudste dochter die groten deels haar moedertaken van haar overnam, en later door haar andere kinderen. Niet vreemd op zicht, want in Indonesie was Astrid die al die rol had als vertrouweling van de vader waar zij de rol van haar moeder waarnam in sociale- en zakelijke leven.

Voor mijn schoonmoeder die in dit luxe bestaan in Indie werd ondersteund door negen bediendes om haar huishouding te voeren, laat het zich al raden dat dit “gat” in Nederland nimmer kan worden gedicht. Meerderheid van kinderen Hardy bestonden uit meisjes. Specifiek om 9 meisjes en drie jongen. In Nederland werden nog drie meisjes geboren (den Haag en Spijkenisse). In dit gezin van twaalf ontstond in principe de generatie die Indie hebben meegemaakt, en niet hebben meegemaakt. Nog niet gesproken over het grote leeftijdsverschil.

Na het overlijden van mijn schoonvader zag ik mijn schoonmoeder als een andere vrouw opbloeien: Haar talenten kwamen plotseling boven drijven. Schilderen, gedichten en schrijven. In mijn kantoor stonden uiteindelijk drie schilderijen die ik van haar kreeg.

Bij haar overlijden ontdekte ik een manuscript van haar met de titel Tjiharoem (frictie roman, die haar leven beschreef en haar beide broers die zijn omgekomen door de Jappen). Het manuscript was uitgewerkt op IBM type machine (IBM –bolletje). Dit is een kostbaar bezit in mijn optiek. Ik had net een dure scanner Pentax aangeschaft om bedrijfsdocumenten in te scannen. Dit manuscript heb ik gelijk ingescand en het was in oud- Hollands geschreven, en heb deze nabewerkt. De digitale versie aan Liz en Geert ter hand gesteld om het verder af te wikkelen. Ik vond dat 1 van haar kinderen het moesten “uitgeven”, en zeker niet ik als oudste schoonzoon. Het boek is er, maar is nooit formeel uitgegeven, wie weet nu wel dat ook een ISBN nummer krijgt, het verdient het! Gezien haar levensinstelling in Holland heb ik dit nooit achter haar gezocht; Toch een mooi rijk nalatenschap voor nageslacht een boek van je moeder, je oma, je grootmoeder, waar je zuinig op moet zijn “Tjiharoem”…

10897291691?profile=original10897291879?profile=originalFoto – boek Tjiharoem een frictieachtige roman waar zij haar leven en overleden broers door de Jappen beschrijft.

Foto – boek Tjiharoem achterkant Familie Geeve.

 

10897292496?profile=original

Foto – van de Familiekrant De Keten Jaargang 16.

 Om een hechte band te creëren van zijn kroost (vader, opa, grootvader Hardy) zette hij deze familiekrant op. De Keten het symbool die een brug legde met een palmboom (het voormalige Indie) en koele kille ontvangst in Nederland met de Hollandse molen. Mijn schoonmoeder zal kennelijk de bedenker zijn van de cover. Iedere maand verscheen eerst de handgeschreven versie “De Keten’ met daarin alle familie nieuwtjes om die “verbinding” hechter te maken met de kinderen die al uit huis waren. Later werd de krant gedigitaliseerd en werd met wisselende redacties gevoerd, en verder verspreid naar alle familieleden. (Wij hadden toen nog geen MSN, of het Facebook nu)

Naast De Keten, werd iedere Pinksteren het familieweekend (koempoelan voor het samenzijn)georganiseerd tot vandaag aan de dag, met wisselende organisatoren die iedere keer het stokje overnamen. Nu is de jongste generatie aan de beurt. Anno 2014 wordt deze traditie voortgezet in Leukemeer(Venlo) waar dan weer ruim 16 bungalowtjes of meer gelegen op 1 veld worden afgehuurd waar kinderen en kleinkinderen deze Indische koempoelan delen een week lang. Terugkijkend is een dergelijk Indische familieband uniek waar mijn schoonouders best trots op mogen zijn dat tot heden de familieband hecht is. Zou zij met symbool De Keten dit hebben bedoeld?

Volgende keer komen mijn ouders aan de orde met een schril contrast, net als de vader van Mark Rutte  (twee keren teruggegaan naar Indie) wilde mijn vader het land opbouwen, en mijn moeder zo zwart als ze is die zich meer Europeaan voelde naar Holland wilde, hoe dit is afgelopen, ja dat weet ik en de lezers van het boek!

10897292091?profile=original

Graag bestel ik het boek "Voorbode van Het Turbulente Millennium` 
 
Zie  voor productbeschrijving op
 
€ 29,75 - ‎Op voorraad
 

Speciale aanbieding!

Bestellen bij ICM ontvangt u de dvd van de documentaire Van Indie tot Indonesie, over het leven van dichter Sitor Situmorang of zes maanden ICM abonnement.

Prijs   29,95 exclusief verzendkosten  

Aantal Exemplaren  : ______

Naam                       :  ________________________________

 Adres                       : ________________________________

 WPL                         :  _________________________________

 

Wilt het signeert hebben  O door Ferry O   Astrid O Beiden    

 POSTCODE           :  _________________________________

 Telefoon                  :  _______________________________

 

 Uw bestelling sturen naar bestel@icm-online.nl, met dank voor uw bestelling!

Lees verder…

Indische cultuur

Indische cultuur

TROUW - Saskia Bosch − 07/09/14, 00:00

Zestig jaar geleden droeg Nederland de soevereiniteit van Nederlands-Indië over aan Indonesië. De meeste Indo’s besloten dat er geen plaats meer voor hen was in het onafhankelijke Indonesië en vertrokken naar Nederland. Hoe is het ze sindsdien vergaan in ons land? En is de Indische cultuur aan het uitsterven?

  • media_l_341653.jpg
    (Trouw)
  • media_l_341654.jpg
    Het is 1962. Op een kerkplein in Maastricht voeren repatrianten uit Indonesië de duiven. (FOTO W.L. STUIFBERGEN, SPAARNESTAD)

’Je bent Indisch? O, je bedoelt Indonesisch!” De meeste Indo’s zal deze opmerking bekend voorkomen. Indo’s, mensen van gemengd Nederlands-Indonesische komaf, vormen een van de grootste etnische minderheidsgroepen van ons land (zie kader). Tussen 1945 en 1965 kwamen circa 200.000 Indo’s naar Nederland, omdat er geen plaats meer voor hen was in het postkoloniale Indonesië.

Toch blijken veel autochtone Nederlanders weinig te weten over Indo’s. „De gemiddelde Nederlander blijkt vaak niet op het idee te komen dat iemand Indisch is. En als ze horen dat dat het geval is, zeggen ze vaak: ’O, Indonesisch’. Ze weten vaak niet wat het verschil is tussen Indisch en Indonesisch”, vertelt dr. Marlene de Vries, die voor het Instituut voor Migratie- en Etnische Studies van de Universiteit van Amsterdam onderzoek deed naar jongere generatie Indo’s in Nederland. Niet voor niets verzucht een Indische vrouw in De Vries’ boek ’Indisch is een gevoel’: „Het lijkt wel of we niet bestaan.”

Ook in het huidige debat over de multiculturele samenleving worden Indo’s zelden genoemd, zoals ook grootschalig onderzoek naar de integratie van deze groep ontbreekt. Dat een dergelijk onderzoek nooit heeft plaatsgevonden, heeft ermee te maken dat de Indische integratie redelijk probleemloos is verlopen. Niet zelden wordt er gesproken van een geruisloze assimilatie. „Je hoort weinig over Indo’s omdat er nauwelijks problemen zijn geweest”, meent Roy Melger. De Indische socioloog deed met financiële steun van de stichting Het Gebaar onderzoek naar de sociaal-economische positie van de generatie Indo’s die op jonge leeftijd naar Nederland kwam. „Alles liep zoals het lopen moest. Dus er was geen reden om geld te steken in onderzoek naar oorzaken van eventuele problemen. Er waren geen onderwijsachterstanden. En beroepsmatig en cultureel waren ze onopvallend. Ze bouwden geen moskeeën, maar gingen op in de Nederlandse kerken.”

Met hun onderzoeken proberen De Vries en Melger de lacune in de kennis over Indo’s enigszins op te vullen, al moesten beide onderzoekers zich bij gebrek aan geld tevreden stellen met relatief kleinschalige onderzoeken. Terwijl De Vries zich vooral richtte op de Indische identiteit, keek Melger naar de sociale mobiliteit van Indo’s die op jonge leeftijd naar Nederland kwamen. „Mijn onderzoek is voortgekomen uit een gevoel van oernieuwsgierigheid: hoe is het de Indo’s vergaan nadat ze naar Nederland zijn gekomen?”, legt Melger uit. „Hebben ze doorgestudeerd, zijn ze snel aan de bak gekomen en zijn ze goed geïntegreerd in de Nederlandse samenleving?”

In zijn boek ’Vijftig jaar in het land van aankomst’ concludeert de gepensioneerde socioloog dat de oudere generatie zich stevig heeft geworteld in de Nederlandse samenleving. „Ze doen in alle geledingen van de samenleving goed mee. Ongeveer 80 procent van de mensen die ik heb ondervraagd stemt bij verkiezingen, 42 procent is lid van een sportvereniging en 41 procent heeft zich aangesloten bij een kerkgenootschap.”

Van doorstuderen in Nederland was daarentegen slechts in een enkel geval sprake. „Ze zijn in Nederland eigenlijk meteen aan het werk gegaan en hebben dus weinig vervolgstudies gedaan.”

Hoewel de meeste oudere Indo’s relatief makkelijk een baan vonden, bleek uit het onderzoek van De Vries dat het Indische erfgoed, waarbij bescheidenheid en beleefdheid naar leidinggevenden een grote rol speelt, wel een remmende factor was tijdens de professionele carrière. Zo constateert de Indische Irene Urich (69), die op jonge leeftijd naar Nederland kwam, dat haar gebrek aan assertiviteit haar loopbaan wel degelijk heeft gehinderd. „Ik heb alles gepikt wat ze met me deden. Steeds dacht ik: ’Als ze me langer kennen gaan ze me wel honoreren’. Maar dat gebeurde nooit. Nu zie ik dat ik dat anders had moeten aanpakken en dat ik door mijn opstelling bijvoorbeeld geen goed pensioen heb opgebouwd.”

Volgens dr. De Vries speelde de invloed van de koloniale erfenis dan ook een belangrijke rol bij de sociale mobiliteit van de Indo’s, ook bij de generatie die in Nederland werd geboren of op jonge leeftijd naar ons land kwam. „De invloed van ideeën en gedragingen die samenhingen met de koloniale verhoudingen, bleek tot mijn verrassing vaak heel groot te zijn. Ze zagen hoe hun ouders zich nederig opstelden jegens autochtone Nederlanders en dat hebben ze zich onbewust eigen gemaakt. Ze groeiden op met het idee dat Nederlanders intelligenter waren, dat je het als Indo nooit ver zal schoppen en dat een Nederlander hoger op de maatschappelijke ladder komt.”

Ook Irene Urich herinnert zich dat ze moest vechten tegen het idee dat Nederlanders per definitie succesvoller zijn. „Mijn ouders droegen uit dat blank beter was. Mijn moeder had het ook steeds over mijn blanke buurmeisje: ’Zij doet dit en dat’. Dan zei ik wel eens: ’Waarom neem je haar niet als dochter?’ En het feit dat ik in Indonesië een Indonesisch vriendje had, werd niet geaccepteerd.”

Voor de jongere generatie blijkt de koloniale erfenis echter nauwelijks meer een rol te spelen. Dat heeft er volgens dr. De Vries mee te maken dat ze een ander startpunt hadden dan de oudere Indo’s. „Om te beginnen hebben ze meestal maar één Indische ouder. Daardoor zien ze er lang niet allemaal Indisch uit en zijn ze van jongs af aan met autochtoon Nederlandse familieleden opgegroeid. Tevens werden ze groot in een andere tijd. Ze zaten op school met Turkse, Marokkaanse of Surinaamse kinderen en waren niet de enige kinderen die ’anders’ waren. Ze groeiden op in een Nederland dat gewend was geraakt aan mensen met een andere huidskleur, gewoonten of godsdienst.”

Door hun gunstige startpositie blijken de jongeren het goed te doen in hun beroepsleven. Melger: „De jongere generatie heeft uitzonderlijk vaak doorgestudeerd. Terwijl de oudere Indo’s beroepsmatig veelal op het middenniveau zijn blijven hangen, heeft de jonge garde wel leidinggevende posities bereikt.”

Naast het ontbreken van de koloniale erfenis als belemmerende factor, signaleert hij nog andere oorzaken voor het hoge scholings- en beroepsniveau van de jongeren. „Die is mede te danken aan het feit dat ze qua studiemogelijkheden in een gespreid bedje kwamen. Bovendien ligt het ambitieniveau bij Indo’s hoger dan bij autochtone Nederlanders. Indo’s hebben altijd geprobeerd zich zo goed mogelijk aan te passen, maar wilden tegelijkertijd zo goed mogelijk presteren. Dat idee zat helemaal vooraan in hun bewustzijn. Ze hebben dus flink de zweep over hun kinderen gelegd.”

Veel jongere Indo’s zijn zo geassimileerd dat hun (deels) Indische komaf lang niet altijd meer een rol speelt in hun leven. De Vries: „Voor de jongere generatie is het een eigen keuze of ze iets met de Indische achtergrond wil doen. Sommigen vinden het een raar idee om zichzelf als Indisch te bestempelen.” Zo noemt de Indische Dunja Landegent (30) het enige Indische in haar leven het Indische eten. „Verder doe ik weinig met mijn Indische komaf, zeker na het overlijden van mijn opa en oma die nog meest Indisch waren. Het is zelfs zo erg, dat ik niet weet wat ik als de Indische cultuur zou moeten benoemen of wat de tradities zijn.”

Toch zijn er ook Indische jongeren die zich wel verdiepen in hun afkomst. De Vries: „Sommige jongeren zijn er erg mee bezig. Vooral op sites van Indische jongeren vind je degenen die zich vrij fanatiek met hun Indische achtergrond bezighouden. Soms gaan ze zelfs Indonesische woorden gebruiken, terwijl ik zeker weet dat hun ouders dat niet deden. Door die sites kun je indruk krijgen dat de Indische identiteit bij de jongeren erg leeft, maar het gaat om een naar verhouding kleine groep.”

Hoewel de rol die de Indische roots in hun leven speelt verschilt, noemen oudere en jongere Indo’s wel vaak dezelfde elementen die de Indische cultuur vormen. De eetcultuur wordt vaak genoemd en ook het gevoel dat het er in Indische families gezelliger en minder opgeprikt aan toe gaat dan bij autochtoon Nederlandse families. Tevens vinden veel Indo’s dat hun omgangsvormen nog steeds verschillen van de Nederlandse etiquette. De Vries: „In Indische ogen kan de assertiviteit van autochtone Nederlanders doorschieten in botheid. De veelgeprezen ’eerlijkheid’ en ’alles moeten kunnen zeggen’-ideologie staan op gespannen voet met de Indische neiging iemands gevoelens te ontzien. Op zich hebben de meeste jongere Indo’s waardering voor de ’Nederlandse’ neiging om gevoelens en gedachten uit te spreken – iets wat in Indische kring minder gebruikelijk is. Maar soms, zo vinden ze, gaan ’de Hollanders’ daarin te ver.”

Ook het meedragen van een andere geschiedenis dan autochtone Nederlanders zagen veel deelnemers van het onderzoek van De Vries als onderdeel van hun identiteit. „De generatie Indo’s die in Nederlands-Indië is geboren en opgegroeid, is haar land uitgezet. De Indo’s zijn vaak familieleden, kennissen en bezittingen kwijtgeraakt. Tijdens de Bersiap zijn Nederlanders, inclusief Indo’s, en ook Chinezen door Indonesiërs opgejaagd en soms letterlijk in mootjes gehakt. Vanzelfsprekend blijft zoiets in je familie na-echoën.”

Voor Irene Urich geldt dat haar ervaringen in Nederlands-Indië gedurende de Tweede Wereldoorlog pas jaren later weer een rol gingen spelen. „Tijdens mijn huwelijk heb ik mijn Indische identiteit weggemoffeld. Wat ik in de oorlog en de gevaarlijke momenten daarna heb meegemaakt, heb ik zelfs aan mijn Nederlandse man nooit verteld. Rond mijn veertigste raakte ik in een identiteitscrisis en werd ik opeens geconfronteerd met de vraag: ’Wie ben ik eigenlijk?’ Ik ben me ervan bewust dat de ervaringen, vooral uit mijn kinderjaren, me gevormd hebben. Mijn leven was opgebouwd uit angstconfrontaties en bedreigingen tijdens de oorlog met Japan en de vrijheidsstrijd daarna.”

Door die andere geschiedenis voelen sommige Indo’s zich minder vanzelfsprekend Nederlander dan autochtone Nederlanders. „Ik ben niet echt een Nederlander, maar ook geen allochtoon”, meent Irene Urich. „Ik zit er ergens tussenin. Mijn gevoel is Oosters en mijn verstand Westers. Ik denk en praat vanuit het Westerse standpunt, maar voel me een wereldburger. Of ik nu in China ben of in Amerika, ik voel me overal thuis en kan me heel goed inleven in andere volken.”

Hoewel de Indische cultuur voor sommige Indo’s nog springlevend is, constateert De Vries in haar boek toch dat de invloed van de Indisch-culturele erfenis voor alle generaties aan kracht en invloed inboet. „Ik denk dat de Indische cultuur aan het verwateren is, alleen al door het feit dat een groot deel van de jongere generatie maar één Indische ouder heeft. En er is geen voeding vanuit het herkomstland zoals bij Turken of Marokkanen. Het ziet ernaar uit dat de Indische afkomst in de toekomst meer een soort voetnoot in iemands levensverhaal zal zijn dan een substantieel onderdeel ervan”, meent De Vries. Dunja Landegent betreurt het uitsterven van de Indische cultuur. „Het is jammer dat onze cultuur verdwijnt, want het is toch een stukje van je identiteit. Ik heb het mijn ouders wel verweten dat ze me geen Indonesisch hebben geleerd. Ik was eens aan het werk in een winkel toen een Nederlandse man op me af kwam en Indonesisch begon te spreken. Maar ik kon niks terugzeggen. Dat vond ik wel erg: hij wel en ik niet!” Maar Roy Melger ziet het verwateren van de Indische cultuur als een onvermijdelijkheid, die geen reden tot verdriet is. „Ja, ik ben ervan overtuigd dat we een uitstervend ras zijn. En nee, dat is niet erg. Want voor alle migrantengroepen geldt dat ze op de lange termijn alleen nog in eigen kring iets aan de eigen identiteit doen.”

Lees verder…

Indonesië: diplomatie met fluwelen handschoentjes

Indonesië: diplomatie met fluwelen handschoentjes
10897290861?profile=original

Indonesië dicht zichzelf de rol toe van diplomatisch onderhandelaar in de Zuidoost-Aziatische regio. Toch gaat ook het Indonesische defensiebudget de hoogte in en breidde de krijgsmacht uit met zo’n 100.000 militairen. Wat vinden de Indonesiërs eigenlijk van die defensie-uitgaven? MO* sprak erover met Gerry van Klinken, professor in Zuidoost-Aziatische geschiedenis aan de Universiteit van Amsterdam.

© UVA

Gerry Van Klinken © UVA


Hoe kijkt de Indonesische bevolking aan tegen de uitbreiding van het leger?

Van Klinken: ‘Je moet weten dat het Indonesische leger anders werkt dan hoe wij hier in Europa gewoon zijn. De doorsnee Indonesiër ziet het leger als een politieke macht, niet als een verdedigingsorgaan voor mogelijke buitenlandse conflicten. Ten tijde van Soeharto [1967-1998, nvdr.] viel de politiemacht immers samen met de legermacht.

Op het einde van de militaire dictatuur van Soeharto werden deze machten gescheiden, al behield het leger wel haar territoriale kazernes en structuur. Dat houdt in dat ze nog steeds sociaal-politieke verantwoordelijkheden hebben, zoals het ondersteunen van de politie bij terreurdreiging of bij communaal geweld. [In 2004 laaide het geweld tussen moslims en christenen op in onder meer de Molukken, nvdr.] Ze treden vaak sneller op dan van hen verwacht wordt, omdat ze van mening zijn dat de huidige politiemacht de situaties niet aankan. Potentiële buitenlandse conflicten hebben voor het leger dus geen prioriteit. 

'Bij het defensiebudget zal de Indonesiër wel even stilstaan.'

Over die potentiële conflicten denkt een Indonesische burger trouwens heel weinig na. Bij het defensiebudget zullen ze wel even stilstaan. Het nieuws over de verhogingen wekt immers dubbele gevoelens op: aan de ene kant vinden de Indonesiërs het goed dat het leger kan professionaliseren om te kunnen ingrijpen bij eventuele conflicten. Anderzijds zijn ze bang dat het budget besteed zal worden om de teruggedrongen politieke macht van het leger opnieuw uit te bouwen.’

Voorzichtig met stoute jongens

Welke rol speelt Indonesië in de Associatie van Zuidoost-Aziatische Landen (ASEAN)?

Van Klinken: ‘Indonesië is de grootste islamitische democratie en daar is het erg trots op. Die trots weerspiegelt in de profilering van het land op het diplomatieke toneel. 

Indonesië heeft een enorme demografische, economische en geografische kracht. Het land heeft een grote en jonge bevolking, kent een periode van economische bloei en ligt vlak aan een uiterst belangrijke handelsroute, de straat van Malakka. Onder Soeharto heeft het niet de diplomatieke rol gespeeld die het had kunnen spelen. Dat wil het nu veranderen.

‘Onder Soeharto heeft Indonesië niet de diplomatieke rol gespeeld die het had kunnen spelen.’

Wat de ASEAN betreft: alle zetelende landen zijn eigenlijk heel voorzichtig met elkaar. Ze zullen mekaar nooit de les lezen. Dat zie je ook bij "stoute jongen" Myanmar: het land is een militaristische multi-etnische samenleving waarin het vaak tot etnische conflicten komt. Toch wordt het nooit op het matje geroepen. Indonesië beschouwt Myanmar als een land dat zoals Indonesië zou kunnen zijn. Beide landen hebben immers een multi-etnische samenleving met militaristische tradities.’

Stellen de Indonesiërs zich tegenover China vijandig op nu Beijing via de zogenaamde Negenstreepjeslijn zowat tachtig procent van de Zuid-Chinese Zee claimt?

‘Dat is eigenlijk opvallend: een eeuw lang heerste er in Indonesië een antipathie tegenover de Chinezen. Die is nu zo goed als verdwenen. In het begin van de twintigste eeuw was Indonesië een nationalistische samenleving, waarin Chinezen niet geduld werden. Ook in de jaren veertig, vijftig en zestig waren er geregeld uitbraken van anti-Chinees geweld. De anticommunistische mentaliteit van de jaren zestig had daar zeker ook mee te maken. Ten tijde van Soeharto werden Chinese lettertekens en namen gebannen.

'Ten tijde van Soeharto werden Chinese lettertekens en namen gebannen.'

©United Nations Photo CC BY-NC-ND 2.0

Nog geen twintig jaar geleden viel de politie samen met het leger.


Na 1998 verdween deze antipathie geleidelijk. Etnische Chinezen zijn trots op hun roots en gedragen zich daar ook naar. Chinese moslims worden bijvoorbeeld uitgenodigd in tv-programma’s waarin ze de Indonesische bevolking [bijna 90 procent is moslim, nvdr] advies geven over de juiste interpretatie van de Koran.’

Nochtans bedreigen de territoriale claims van China de Indonesische economische zone: in de Zuid-Chinese Zee liggen onder meer de Natuna-gasvelden, waar Indonesië veel belang aan hecht. Ook het steeds verder inplanten van de Chinese boorplatformen bedreigt hun economische belangen.

Dat alles veroorzaakt dus wel wat nervositeit, maar ze spreken zich er niet over uit. Die nervositeit zal trouwens vooral bij de Indonesische ministeries en denktanks opduiken, maar nog niet meteen bij de Indonesische bevolking.’

Vanwaar de getemperde reactie?

Van Klinken: ‘China is een belangrijke handelspartner met een krachtige economie. De Indonesiërs hebben hier bewondering voor. Bovendien wordt China als een tegengewicht voor de VS beschouwd. "De VS valt moslimlanden aan", redeneren de Indonesiërs sinds de inval in Irak onder George W. Bush. Dat doet China niet, het land is steeds een goede wereldburger en een goede handelspartner voor de Indonesiërs.’

Tot slot: de Indiase media wordt gesponsord door grote bedrijven, die de Indiase minister-president steunen. Dat zorgt voor een ietwat gekleurde berichtgeving. Ziet het Indonesische medialandschap er ook zo uit?

Van Klinken: ‘Indonesië is een van de meest vrije landen wat betreft pers in Zuidoost-Azië, althans sinds 1998. Dat is een van de grote hervormingen van Habibie [Indonesisch president van 1998 tot 1999, nvdr]. Let wel: de vrije media worden beheerd door rijke zakenmensen met politieke belangen, die je in zekere mate kan vergelijken met een soort inheemse Rupert Murdoch.’

©Ikhlasul Amal CC BY-NC 2.0

'Indonesië is een van de meest persvrije landen in Azië.'


‘Toch zijn er echt kwaliteitskranten in Indonesië, zoals Kompas. Ook op televisie heb je een uitgebreid aanbod aan kwaliteitsvolle programma’s. De Indonesische overheid had lange tijd een eigen nieuwsbureau, ANTARAnews. Andere media waren vroeger verplicht om nieuwsberichten van dit bureau over te nemen, maar tegenwoordig is ANTARA net afhankelijk van vrije media. Als de commerciële pers de ANTARA-berichten niet deelt, heeft het bureau maar een klein bereik.’

Lees verder…

Sloeg met irritatie de krant op en mijn oog viel op onze waakhond over de zorg die VWS moet beteugelen, dan gaan mijn gedachten gelijk ook naar de staatssecretaris Martin van Rijn die beloofde het Indische Platform op 19 maart 2013 met definitieve oplossing te komen. De wil is groot om te erkennen en excuses aan te bieden namens de regering maar voor compensatie kan hij geen "Indische geld" vinden in de VWS - begroting.

Vandaag lees ik dat;

90 miljard gaat om in de zorg, en onze waakhond zit te smullen van de vele opdrachten die ze van VWS krijgt meldt de Telegraaf. Ziekenhuizen, zorg instellingen (zorgbureautjes) declareren nog steeds te veel en nog veel blijft bij zorg thuis aan de strijkstok hangen van de bureautjes met slimme managers die als paddenstoelen uit de grond reizen .

Onze deskundige Robin Linschoten - in uitzending van Pauwe & Witteman) - calculeerde sinds de invoering van het fraude gevoelig systeem ergens in 2006 dat de Nederlandse burgers jaarlijkse schade aan 16 miljard leidt door fraude.

Dus 80 miljard aan te veel gedeclareerde moet nog worden teruggeven of verrekend worden met VWS.

De media meldde dat hiervoor speciaal een taskforce werd opgericht met apparaat van Tevens van justitie en de belastingdienst. Gekscherend genoeg hoor je de media die toen er boven op zaten er niets meer van!
Wordt tijd dat de media weer wakker wordt geschud , en zich niet om de tuin moeten laten leiden met die zogenaamde bezuinigingen. Als de waakhond over VWS zich nu eindelijk richt op het werk waarvoor ze zijn ingericht, dan kan die 80 miljard weer worden teruggehaald plus de bezuinigingen , dat levert minimaal 10 miljard per jaar op, naast dat door te hoge gedeclareerde kosten uit alle hoeken van de zorg. Of wordt weer niet tijd dat Robin Linschoten weer niet zich van laat horen hoe hierin vordering is gemaakt.

Zou Martin van Rijn dit niet weten ?

Of wordt hij ook vals voorgelicht door zijn ambtenaren  zoals wij burgers?

Lees verder…

Terugblik op Het Gebaar (2001) -

10897253880?profile=original10897283271?profile=originalTerugblik op Het Gebaar (2001) -    
Tegoeden Tweede  Wereldoorlog  nr. 23VERSLAG VAN EEN ALGEMEEN OVERLEG Vastgesteld 28 februari 2001, Volledig versag ook hier te <<<< downloaden >>>
 

De vaste commissie voor Financiën1 en de vaste commissie voor Volksgezondheid, Welzijn en Sport2 hebben op 8 februari 2001 overleg gevoerd met minister Zalm van Financiën en minister Borst-Eilers van Volksgezondheid, Welzijn en Sport over:  

– De voortgang van de werkzaamheden in verband met de tegoeden Tweede Wereldoorlog (25 839, nr. 17);

– De voortgangsrapportage Tegoeden Tweede Wereldoorlog (25 839, nr. 18), voor zover de stukken betrekking hebben op de Indische tegoeden;

– De nadere uitwerking van de regeringsreactie naar aanleiding van het rapport van de begeleidingscommissie onderzoek Indische tegoeden (25 839, nr. 21).

Van dit overleg brengen de commissies bijgaand beknopt verslag uit, Vragen en opmerkingen uit de commissies, zijn hier ook te <<<<<< downloaden >>>>>>> 

 

Dat er nu anno 2014 een debat komt daar is geen enkel twijfel over!  Want het gaat anno 2014 om het zevenvoudige bedrag dan die van Gebaar 2001 (385 miljoen de schatkist kostte).  Een staatssecretaris of een minister kan niet eenzijdig een dergelijk besluit op eigen houtje nemen en zal eerst in de Tweede Kamer moeten brengen, hiervoor is draagvlak van de Tweede Kamer voor nodig, net als in 2001 bij Het Gebaar, desondanks destijds vele zaken onduidelijk lagen in tegenstelling tot nu.

 

Als voorbeschouwing wil ICM graag als redactie terugblikken In beginsel naar Nr. 23 VERSLAG VAN EEN ALGEMEEN OVERLEG dat vast vastgesteld werd op 28 februari 2001, waarom de Indische Gemeenschap niet die gelijke behandeling heeft gehad als de Joodse gemeenschap (Ruim 30.000 - 40.000 per individu gehad), dat overigens bij dit overleg veel aan de orde is geweest. Om dit te beoordelen zal de Indische kwestie naar de vijf perspectieven belicht worden: Indische gemeenschap als bevolkingsgroep, de Indische belangen organisaties (200 stuks verspreidt over het hele land), het oude Indisch Platform voorzitters Boekholt en KLeijn,  het Politiek systeem, en Nederlands rechtssysteem.

 

De Indische Gemeenschap t.o.v. de Joodse Gemeenschap wordt niet gekend als een homogene groep. De verdeeldheid is groot dat zich uit in de wel honderden Indische verenigingen, en ieder met eigen doel en missie, die haaks tegen over elkaar staan. Vanuit politiek Den Haag (Tweede Kamer) komt de Indische Gemeenschap niet goed weg wat de homogeniteit betreft. Is dat de Kamer hier het voordeel van de twijfel geeft (dankzij het politieksysteem) en het zeer te doen hadden wat de Indische Gemeenschap heeft moeten ondergaan in de oorlog tegen Japan,  de bersiap periode, en misschien ook door het politieke systeem die redding bracht met Gebaar voor de kille koel ontvangst asl tussenstation.  Tevens erkent door de vele te bureaucratisch te werk te gaan en de fouten aan de kant van de Nederlandse Overheid.   In vergelijking tot de bevolkingsgroep de Joodse gemeenschap die gekenmerkt wordt als een homogene groep, was binnen de Indische Gemeenschap alleen maar een grote verdeeldheid te besmeuren dat het modder gegooi verder ging dan binnen de Indische Stichtingen. Vele buitenstaanders o.a. ICM (NINES Online) verbaasden zich over dit amateuristisch gedrag in het openbaar.

 

De Indische organisaties gekenmerkt in het verlengde van hun achterban (leden) voerden een onderlinge hevige strijd onder elkaar, en nadrukkelijk niet tegen die Overheid.  Dit was openlijk te besmeuren op het Internet (o.a. via de beroemde websites en het msn). Elk ging voor het eigen belang. De typering alleen al van de "binnen - en buitenkampers”, die regelrecht een discriminatie onder elkaar vormden is te bizar om te verwoorden.  Geen eenheid, geen solidariteit, geen visie, geen plan, geen bewijsvoering zoals onderbouwde onderzoek met feiten, en het ontbreken van kennis om een dergelijk grote zaak tegen de Overheid aan te spannen, maar in bijzonder het ontbreken van die professionaliteit, expertise die door de boventoon van eigen belang en emotie werd gevoerd.

 

Het Oude Indisch Platform als politiekoverlegplatform ingesteld door oud premier Ruud Lubbers moest die oplossingen bieden en die redding brengen.  

Moeizaam kwam deze van de grond. Te meer de voorzitters Oud - Militaire door de Overheid werd benoemd, dit viel bij de andere organisaties in slechte aarde dat van de honderden slechts 7 toetraden, is niet te verwonderen.  Deze hadden geen enkel stem, dat dominant geregisseerd werd door Boekholt oud - buitendienst generaal ( broodheer de Overheid had) en veelal ging voor zijn eigen belangen. De burgers die in het voormalige Indie als oorlogsslachtoffers gekenmerkt hadden worden vielen daardoor overal buiten de boot. Tot wie moesten zij zich  wenden.  De andere zittende 7 Indische organisaties porforma zitting namen, geen enkel ervaringen hadden dat buitenstaanders moesten ingrijpen!  Is ook vrij logisch gezien hun CV profielen die geen enkel academische achtergronden hadden of bestuurservaringen in het bedrijfsleven, en die zich totaal lieten regisseren (overrulend)  door een Boekholt waar later ook gelden naar de familie toestroomden (Indisch Huis, in Scheveningen die nooit afkwam, om maar een voorbeeld te noemen, ook deze zaak werd uitgebreid gemeld in het verslag van het overleg, zegt al voldoende in het vertrouwen van het IP). 

ICM / NINES Online zag deze bizarre strijd en stak regelmatig de hand op om geen ruzie met elkaar te maken, want de ambtenaren van Overheid kijken ook mee op het Internet! Wat maakt uit of je binnen - of buitenkamper bent of KNILLER. Allen zijn oorlogsslachtoffer geworden met lange nasleep van de "overdracht", Bersiap, en de "Koele Kille Ontvangst in Nederland "geworden uiteindelijk. Van een oorlog die door het koninklijk huis namens Wilhelmina aan Japan is verklaard. Iedere oorlog zal onherroepelijk schade toebrengen aan het leven van de burgers: oorlogsschade immaterieel als materieel en als je ook nog je land kwijt bent waar je bent geboren en getogen . Dit zijn de keiharde feiten, waarom dan nog Buiten-, Binnenkampers, Knillers, en oud - ambtenaren ! Dit onderstreept al die tegengestelde belangen van de gewone burgers in het voormalige Indie.

 

Het Politiek systeem, Den Haag erkent dat de Overheid en alle voorgaande regeringen te bureaucratisch en grove fouten hebben gemaakt jegens de Indische Gemeenschap..

Maar gezien de grote verdeeldheid bij de Indische organisaties die weer het Oude IP bejegend is voor de Kabinet moeilijk de claims te becijferen zoals die bij de Joodse Gemeenschap.  Voorts verschilt de situatie wordt tot de conclusie gekomen. De vraag is of het een Gebaar of een tegoedkoming moet zijn. Politiek Den Haag heeft toch te doen met alles wat de Indische Gemeenschap heeft moeten meemaken, en krijgt in principe het voordeel voor de twijfel, dit mede door het falen van duidelijk wensen / eisen pakket van het oude Indisch Platform door de grote verdeeldheid, die bij de Joodse Gemeenschap wel nadrukkelijk aanwezig is.  Dankzij de politieke partijen die de claims willen wegen wordt Het Gebaar als tussen station gezien voor die "Koele en Kille ontvangst in Nederland"en toegekend 385 miljoen, waarvan 35 miljoen voor collectieve projecten (Voor the time being). Om de zaken te kunnen becijferen wordt voorgesteld om een breed historisch onderzoek door het NIOD te laten uitvoeren. Deze resultaten af te wachten om als nog definitief de hoogte van de claims te bepalen, die naast de claim van Het Gebaar kunnen worden ingediend bij de Overheid. 

 

Het Nederlands rechtssysteem (burgerwetboek) stelt, dat iedere burger rechten heeft die moet toezien of de Overheid die ook nakomt'.  Het wetenschappelijk onderzoek om reconstructie van feiten in Voormalige Indie zal moeten uitwijzen dat alle zaken die vastgelegd zijn Nr. 23 VERSLAG VAN EEN ALGEMEEN OVERLEG  op 28 februari 2001 de Indische gemeenschap in gelijke wordt gesteld aan de hand van de feiten en conclusies die de wetenschappers van het NIOD in het rapport als reconstructie hebben vastgelegd. Daarnaast de transacties hiervoor zijn uitgevoerd; Het Gebaar is uitgedeeld naar de afgesproken bedragen en het breed historisch onderzoek is verricht door de NIOD. Uit dit rapport zijn de claims te herleiden die onvoorwaardelijk de Overheid veroordeelt om tot uitvoering te komen van Gebaar - II met finale kwijting.  

 

Het eventuele verslag van Algemeen Overleg van Tweede Kamer anno 2014 komt er wellicht nu zo uit te zien met betrekking tot eerdere opgesomde perspectieven!

 

De Indische Gemeenschap, is meer betrokken geraakt bij de Indische kwestie door de jaren heen o.a. door  de communicatie via het internet (ICM & NICC) als Internetkrant en maand Magazine en via de pasar malams (800.000 man) . Hierdoor meer bewustwording creëerden en betrokkenheid bij de Indische kwestie. Te meer ICM als communicatie middel werd gebruikt door de Indische organisaties om de achterban te bereiken. Naast dat de Indische kwestie met het Indisch Platform veel in beeld is gebracht door ICM op de pasar malams, en koempoelan gedurende de periode 2003 tot 2014. Niet te vergeten voor de vele oproepen om richting het Plein te gaan voor IP manifestaties. Niet onbelangrijk de informatie en de boeken van schrijvers die hierin een grote bijdrage leveren( Ik Beken, van Elise Lengkeek) . Dat het draagvlak vele malen groter is geworden bleek uit de gehouden Indische Petitie initiatiefnemer Hans Vogelsang. Ruim 10.000 mensen gaven hun mandaat in de vorm van hun handtekening voor de Stille Tocht die uit handen van IP delegatie aan VWS werd overhandigd. Met die petitie stelde de achterban unaniem achter de doelstellingen en de missie: Erkenning, Excuusjes, en compenstatie in de vorm van een pensionregeling.

 

De Indische organisaties erkenden nu het nieuwe Indisch platform als de organisatie die de belangen namens de Indische Gemeenschap behartigt. Het geruzie en met modder gegooid lijkt nu achter de rug te zijn. Helaas uit dit zich niet bij een aansluiting bij Het nieuwe Indisch Platform, maar allen gaan voor 1 doel; Erkenning, Excuusjes en compensatie voor iedereen die geboren / gewoond heeft in Indonesie. De groep wordt nu geschat op 90.000 man van het oorspronkelijke aantal  van 341.000.

 

Het nieuwe Indische Platform als organisatie ziet een stijging van Indische organisatie die lid worden van Het IP. Van 7 (2001) naar 28, zelfs Pasar Malam Besar in Den Haag met 140,000 bezoekers trad toe tot het IP. De nieuwe vz. Herman Bussemaker koos voor de aanval en trad voor het eerst openlijk de publiciteit tegemoet.  Uiteraard gesterkt met de bewijsvoering onder zijn arm De Indische NIOD Rapporten die ruim 1,8 miljoen hebben gekost. In oktober 2009 ism met ICM wordt IP Manifestatie op Het Plein georganiseerd en de hele landelijk pers werd uitgenodigd dat later op de NOS omroep kwam, en in het nieuws. Een gehele andere benadering dan het oude IP, die letterlijk alles hebben verkwanseld.

 

Niet onbelangrijk en grote aanwinst en versterking was de toetreding bij de delegatie IP Ton Te Mey. Ton die alle in - en outs van politiek Den Haag kent, bovendien met oud MP Jan Peter Balkenende heeft gewerkt. Ton heeft veel sympathie voor wat de Indische Gemeenschap deze 69 jaren moest ondergaan om als tweede rang burger te zijn behandeld door de Nederlandse Overheid.  In 2013 trad Herman Bussemaker terug als voorzitter en werd opgevolgd door Silfraire Delhay, Herman Bussemaker zal wel blijven deelnemen in de delegatie als adviseur met betrekking tot zijn achtergrond als materiedeskundige en historicus. Dit IP gaat professioneel en slagvaardig te werk. Het gaat hier niet om 385 miljoen maar ruim om twee en half miljard op zijn minst, dat niet eenvoudig het draagvlak zal krijgen bij de Tweede Kamer.

 

Politiek systeem, Den Haag heeft er alles aangedaan om barrières den drempels gelegd om de NIOD rapporten te accepteren en om deze ook maar in behandeling te nemen.

  • Op 27 oktober 2009 op het Manifestatie zegde Jan Peter Balkenende toe om de Indische kwestie in behandeling te nemen. Jet Bussemaker zou de Indische kwestie, hiermee wordt bedoeld de NIOD rapporten, ter hand nemen en deze verder voorleggen aan leden van de Tweede Kamer. De val van het Kabinet - Balkenende blokkeerde deze zaak. Jet Bussemaker (naamgenoot van Herman Bussemaker, maar beslist geen familie).  De NIOD rapporten verdwenen de la van de ambtenaren, en Jet Bussemaker verzuimde de overdrachtprocedure op te stellen in deze voor haar opvolger. Bij het aantreden van het nieuwe kabinet werd wederom de NIOD rapporten ter sprake gebracht door het nieuwe IP.
  • In het overleg van 28 april 2011 van de staatssecretaris met Het Indisch Platform heeft mevrouw Veldhuijzen verklaard niet te willen meewerken aan de totstandkoming van een oplossing voor de Indische kwestie, zoals vastgelegd in de petitie van het platform aan de Tweede Kamer die in november jl. werd ingediend. De Tweede Kamer heeft toegezegd de Indische Kwestie te bespreken.
  • De 1e hoorzitting vond plaats in de Van Someren-Downer zaal op dinsdag 7 juni 2011 in het gebouw van de Tweede Kamer der Staten-Generaal, Lange Poten 4 in Den Haag.
  • Algemeen Overleg Kamercommissie VWS met staatssecretaris mw. Veldhuyzen van Zanten is verplaatst. inplv. 16 juni a.s. wordt het overleg op dinsdag 28 juni gehouden, in de Troelstrazaal van het 2e Kamergebouw Lange Poten 4 – aanvang 16.00u
  • Motie Tweede Kamer 

    Blijkbaar pikte ook het parlement het te kort door de bocht gaan van Staatssecretaris mevrouw Veldhuijzen Van Zanten-Hyllner niet en diende Pia Dijkstra (D66) daarop mede namens een aantal andere oppositiefracties een motie in. Die motie bestond uit twee delen. De Kamer wil dat de Nederlandse regering op een passende wijze op een daartoe passend moment aan de Nederlanders uit voormalig Nederlands-Indie erkenning en excuses aanbied. Verder wilde de Kamer dat de regering een onafhankelijke commissie van wijze personen instelt om de uitgebrachte NIOD rapporten met het Indisch Platform te bespreken en te onderzoeken wat de daadwerkelijke reikwijdte van Het Gebaar is.
    Hoewel door de Tweede Kamer de behandeling van Oorlogsgetroffenen boven de politieke partijen staat blijkt dat nu het onderwerp volledig gepolitiseerd is. De oppositiepartijen steunen het Indisch Platform, de Regeringspartijen inclusief gedoogpartner PVV zijn het eens met het regeringsstandpunt. 
  • De stemming
    vannacht in de Tweede Kamer was historisch vanwege de tweespalt in de Kamer over de Indische kwestie. Het komt niet vaak voor dat de tegenstellingen zo groot en scherp naar voren kwamen. De gehele oppositie (inclusief de SGP) steunde de motie van Pia Dijkstra (D66), die mede door de andere partijen werd ingediend.
    De motie om de geschillen bespreekbaar te maken door het instellen van een Commissie van wijze personen is door de Kamer vannacht na hoofdelijke stemming met een verschil van twee stemmen verworpen. Volgens het Indisch Platform betekent dit niet dat hiermee de Indische Kwestie van tafel is. Slechts het voorstel tot instellen van een Commissie is verworpen
    .
  •  73 waren voor “de Indische motie” en 75 tegen Gisteren 30 juni vond de stemming plaatst van  VAO ( Verbreed Algemeen Overleg )oorlogsgetroffenen in Tweede Kamer dit naar aanleiding van de hoorzitting die plaatsvond op 28 juni jl. Waarbij alle oppositie partijen reeds nadrukkelijk de  Indische Kwestie steunden.  Fel werd op die bewuste  dag uitgehaald naar de staatssecretaris van VWS
  • Aanbieden petitie aan Tweede Kamer op 19 maart 2013; Erkenning, Excuusjes, en compensatie in de vorm van een pensioenregeling. Martin van Rijn belooft Vz. Silfraire Delhay met oplossingen te komen. Criticaster beweren dat Martin van Rijn zijn beloftes niet kan waarmaken. Het pensioenplan zal ruim 3 miljard kosten. Anderen zijn deze mening niet toegedaan er zullen vele meevallers 2014 - 2015 de Overheid treffen.

Toespraak door Herman Bussemaker bij het overhandigen van de Petitie op 19 maart 2013, zie http://icmonline.ning.com/profiles/blogs/toespraak-door-herman-bussemaker-bij-het-overhandigen-van-de-peti   

 
Het contracst met 2001 en 2014 is zo groot; Over de hele linie in Nederland heeft de Indische kwestie meer draagvlak en sympathie gekregen, in de Kamer ruim 50% . ICM blikt postief vooruit op de ontwikkelingen en de oplossingen waarmee staatsecretaris van Rijn als nog op de valreep komt.
De verdere conclusie laat ICM aan U over!

10897234678?profile=original

Steun ACTW66 ! 

Uw donatie  kunt U storten op Rabo rekening NL41 RABO 03977255 07   ten name van F.Schwab / ICM Online onder vermelding van donatie Traktaat van Wassenaar.

Lees verder…

Indonesië: de straat tegen de straat

10897293671?profile=originalIndonesië: de straat tegen de straat

Donderdag 21 augustus werd de uitslag van de Indonesische presidentsverkiezingen bevestigd door het Constitutioneel Hof: Joko Widodo (kortweg Jokowi) was de winnaar. Hij geldt als ‘man van de straat’ die het land zou moeten bevrijden van corruptie en Soeharto-restanten. Maar bij dat beeld worden maatschappelijke tegenkrachten over het hoofd gezien: de vakbeweging, de politieke islam en het leger.

Zelden was een ‘politicus van de straat’ zo verlegen en bescheiden als Joko Widodo, de nieuwe president van Indonesië. Zonder veel uiterlijk vertoon en in simpele kledij voerde Jokowi, zoals hij in de volksmond wordt genoemd, zijn verkiezingscampagne. Onaangekondigd legde hij werkbezoekjes af in de wijken van Jakarta en hij belegde haastige persconferenties tussendoor. Wie is deze man, en kan hij inderdaad op de volledige steun van de straat rekenen in zijn gevecht tegen politieke kartels en corruptie?

Jokowi’s populariteit kwam sneller op gang dan zijn campagne. Terwijl zijn rivaal Prabowo Subianto lang van tevoren en met veel machtsvertoon zijn mars op de hoofdstad aankondigde, hield de tengere Jokowi lange tijd ongewis of hij zich in de verkiezingsstrijd zou mengen. En terwijl Prabowo zich met een helikopter in een stadion liet afzetten om te paard een ereronde langs zijn aanhangers te maken, leek het alsof Jokowi verbaasd was veel aandacht te krijgen. Zelfs reageerde hij lauw op insinuaties van zijn tegenstander dat hij een christen, een Chinezenvriend en een communist zou zijn – tot op het punt dat waarnemers zich begonnen af te vragen of hij wel wilde winnen. Jokowi’s  voorsprong van tientallen procenten slonk in de laatste weken snel. Uiteindelijk won hij van Prabowo in een nek-aan-nekrace.

Politicus van de straat

Jokowi mag zich met recht een ‘politicus van de straat’ noemen. In een land waar politieke partijen geen sterke interne structuur kennen en de weg naar de top doorgaans langs politieke connecties, sterke banden met het leger en een goed gevulde campagnebeurs leidt, geldt Jokowi’s carrière als hoogst opmerkelijk.

Geboren in de Centraal Javaanse stad Surakarta in 1961, groeide Jokowi op in een arm gezin, waar hij als twaalfjarige moest meedraaien in de meubelmakerij van zijn vader. Na een carrière als kleine ondernemer in de houtbewerking en het vastgoed, ging hij minder dan tien jaar geleden de politiek in als burgemeester van Surakarta. In de zeven jaar dat hij daar aan het roer stond, wekte hij veel bewondering voor de manier waarop hij slepende hoofdpijndossiers wist op te lossen. Zijn open benadering van gemeenschappen, zoals markthandelaren, sloppenwijkbewoners en drugsverslaafden, en zijn pogingen om met hen problemen op te lossen bleken vruchtbaar. Even succesvol waren zijn verbeteringen in het openbaarvervoersnetwerk en het onderhoud van waterwegen en parken.

Zijn roem snelde hem vooruit, en in 2012 won hij de gouverneursverkiezingen in Jakarta. Ook hier werkte hij met gemeenschappen samen, wist hij enkele grote infrastructurele projecten uit het slop te trekken en zette hij het ambtelijk apparaat aan het werk door zogeheten blusukan: onaangekondigde controlebezoeken bij instanties en openbare werken in uitvoering. Deze blusukan werden zijn politieke handelsmerk.

Wong cilik

Het contrast is groot met de carrières van andere politici en presidenten in Indonesië, zoals die van zijn rivaal Prabowo. Deze had als oud-generaal zijn carrière voor een belangrijk deel te danken aan goede politieke contacten, nauwe banden met het leger en een huwelijk met de dochter van oud-dictator Soeharto. Voor velen symboliseert Jokowi de opkomst van de wong cilik, de kleine man, in de Indonesische politiek. Hij lijkt niet gebonden te zijn aan duistere politieke krachten of het grote geld, en laat in zijn politieke stijl zien de noden van de kampung-bewoner minstens zo belangrijk te vinden als die van grootstedelijke projectontwikkelaars van Jakarta.

Toch is het afwachten in hoeverre Jokowi, nu hij de presidentsverkiezingen gewonnen heeft, zijn schone imago weet vast te houden. Hoewel hij de gewone man zegt te representeren, krijgen zijn kiezers geen duidelijk gezicht. Aangezien deze mensen niet anders georganiseerd zijn dan door een stem op Jokowi, blijft het ook na zijn verkiezingswinst onduidelijk hoe hij de band met zijn achterban gaat onderhouden.

En laten we wel wezen, het Indonesische electorale stelsel werkt een daadwerkelijke schoon-schippolitiek niet in de hand. Voorafgaand aan de verkiezingen is het gebruikelijk dat de vele politieke partijen zich organiseren in twee of drie coalitieblokken. Jokowi’s blok werd gedomineerd door zijn eigen progressief-nationalistische partij PDI-P, maar kreeg ook steun van afsplitsingen van Suharto’s autoritaire Golkar-partij, van oudgedienden uit het leger en de veiligheidsdienst, en van een partij van zakelijke middenklassers. Buiten het parlement kreeg hij de steun van een groot deel van de vakbeweging, van kiezers in de buitengebieden en van religieuze minderheden.

Jokowi is dus niet slechts verantwoording schuldig aan ‘de gewone Indonesiër’ die genoeg heeft van corruptie en welvaart verlangt, maar ziet zijn beleid uiteindelijk mede bepaald worden door diverse politieke, maatschappelijke en economische krachten. Bovendien is Jokowi niet de enige met aanhang op straat. Hij zal nog een flinke kluif hebben aan maatschappelijke groepen en machtsstructuren die zich tijdens de verkiezingen achter Prabowo hebben geschaard, maar zich doorgaans op straat manifesteren. Drie van deze groepen verdienen een nadere blik.

Vakbond FSPMI

Prabowo’s politieke coalitie bestond uit een brede schare van conservatieve en autoritaire partijen, islamisten en zakentycoons, maar verbazingwekkend genoeg slaagde hij er ook in steun te verwerven van het meest radicale deel van de vakbeweging: de metaalarbeidersfederatie FSPMI onder leiding van Said Iqbal. Dit is zeer opmerkelijk. Indonesië kent sinds 2011 een opvallende vakbondsmobilisatie. In enkele massale en spectaculaire stakingsrondes wisten vakbonden aanzienlijke minimumloonstijgingen af te dwingen van werkgevers, soms tot wel 50 procent. Hoewel vrije vakbonden in de tijd van Suharto verboden waren, kent Indonesië inmiddels ruim 12.000 kleine bedrijfsvakbonden en enkele grotere vakfederaties. Zij vormen een geduchte tegenstander voor werkgevers en de gevestigde politiek in Indonesië.

De FSPMI, die een ledenaantal claimt van ruim honderdduizend metaalarbeiders, neemt als de meest militante en de best georganiseerde tak van de vakbeweging een centrale rol in. Deze militanten, die in zwart-met-rode uniformen in imposante blokken de oproerpolitie op een afstand houden en de vrijheid van staking en demonstratie voor arbeiders afdwingen, hebben in de voorbije jaren stevig onderhandeld met Jokowi in zijn functie van gouverneur van Jakarta. Hij had de macht om in zijn gouvernement de minimumlonen aanzienlijk te verhogen. Jokowi ging hier evenwel niet op in en vond het zelfs goed dat enkele Koreaanse bedrijven de grens van het minimumloon tijdelijk ontdoken.

Na een korte flirt met socialistisch bonden wendde Said Iqbal, die vorig jaar een belangrijke FNV-vakbondsprijs won, zich tot Prabowo, en beloofde hem steun in ruil voor een post als minister van Arbeid. Deze keuze, en de daaropvolgende nederlaag van Prabowo, heeft een bom gelegd onder de Indonesische vakbeweging. Velen kunnen zich nog de misdaden van Prabowo tegen arbeiders en activisten herinneren tijdens de val van Suharto in 1998, en zullen de FSPMI diens keuze niet vergeven. Maar omdat deze bond de meest geharde kaders van de vakbeweging vormen, dreigt een deel van de slagkracht van de arbeiders verloren te gaan. De gevolgen van de keuze van de FSPMI zijn nog niet duidelijk. Het zou kunnen betekenen dat de bond uit elkaar valt. Delen van de arbeiders zouden naar de linkse bond Sekber Buruh kunnen overstappen om daar Jokowi vanaf links te bestrijden. 

Front Pembela Islam

Een tweede groep die zich achter Prabowo schaarde, en die het Jokowi moeilijk gaat maken tijdens diens regeerperiode, komt uit een geheel andere hoek: de wereld van de radicale islam. De Front Pembela Islam (FPI) is een semicriminele organisatie van fanatieke moslims uit de armere wijken van steden op Java, die zich voor het grootste deel op straat organiseert. Naar eigen zeggen kan ze duizenden aanhangers mobiliseren. Opgericht tijdens het uiteenvallen van de dictatuur van Suharto, onderhoudt de FPI warme banden met het Indonesische leger en de politie. WikiLeaks onthulde zelfs dat de groep tot 2006 geld ontving van de veiligheidsdienst BIN en van de politie, die de groep als attack dog gebruikten tegen onwelgevallige groepen en organisaties.

De activisten van FPI hebben echter met name angst gezaaid door tijdens de Ramadan nachtclubs en bordelen kort en klein te slaan en mensen te molesteren. Ook zijn ze actief geweest in het belagen van ‘communisten’, uitdagende artiesten als Lady Gaga en religieuze minderheden zoals Ahmadiyya-moslims en christenen in door hen verklaarde moslimwijken. Onlangs nog dreigden ze amok te maken toen Harry Poeze, een historicus van het KITLV in Leiden, in Semarang een boek wilde presenteren over de bekende Indonesische communist Tan Malaka. Pas na tussenkomst van de gouverneur en de rector kon de bijeenkomst doorgang vinden.

Op zich is de politieke steun voor deze groep niet groot, zelfs niet onder radicale moslims die zich meer op figuren als Abu Bakar Baasyir en op de buitenlandse Islam oriënteren. Maar ze spreekt tot de verbeelding van de arme en werkloze stadsjeugd, en opereert soms meer als een straatbende dan als een religieuze groepering. Bovendien bood presidentskandidaat Prabowo, op zoek naar stemmers, hun een platform door te stellen dat "alle massaorganisaties, inclusief de FPI, omarmd moeten worden". Om de banden verder aan te halen bezocht zijn running mate Hatta Rajasa vlak voor de verkiezingen een FPI-moskee.

Het politieke kamp van Jokowi heeft zich tegen de invloed van dergelijke hardliners uitgesproken, maar intussen erkent zijn politieke rechterhand in Jakarta, Ahok Basuki, dat de FPI goede diensten verleende aan de politie van Jakarta in de bestrijding van prostitutie. Het is de vraag of de FPI terug in zijn hok wil, nu het enige politieke legitimiteit heeft verworven.

Pemuda Pancasila

Een laatste, en nog veel grotere organisatie die zich buiten het parlement organiseert, is de ultranationalistische en paramilitaire Pemuda Pancasila (PP). Deze massaorganisatie die drie miljoen leden claimt, is nauw gelieerd aan takken van het leger, en vindt haar oorsprong in de tijd van Suharto’s dictatuur toen ze de vuile klusjes voor het regime opknapte.

Een recente film The Act of Killing van Joshua Oppenheim over de grootschalige massamoord op communisten en Chinezen in 1965-1966, portretteert enkele oudgedienden van deze groepering en toont aan hoezeer deze beweging de criminele onderwereld en de niet minder criminele bovenwereld weet te verenigen. Enerzijds worden ze, met hun oranje legeruniformen, ingezet om nationalistische evenementen luister bij te zetten, zoals bij de genoemde stadionparade van Prabowo. Anderzijds houden ze zich bezig met afpersing van Chinese en andere marktkooplui, met intimidatie van politieke tegenstanders en de bestrijding van ‘communistische’ samenzweerders.

Ook deze groep heeft de omwenteling na Suharto goed doorstaan en de afgelopen jaren erkenning gekregen als verdediger van de natie en de territoriale integriteit van Indonesië. Het is niet verwonderlijk dat een hooggeplaatste generaal in het Indonesische leger, dat zich officieel buiten de politiek moet houden, zich tot de PP wendde om te klagen dat populisten de democratie beheersten. "Een natie heeft gangsters [preman] nodig", orakelde ook Jusuf Kalla in de film van Joshua Oppenheim. Wat dit betekent nu dezelfde Jusuf Kalla vicepresident wordt naast Jokowi, valt nog te bezien.

De toekomst ligt op straat

De bovenstaande groepen zijn geenszins op één hoop te vegen. Met name de vakbondsmilitanten van de FSPMI kunnen niet in verband gebracht worden met de FPI en de PP. Tijdens de laatste grote staking, afgelopen oktober, vielen vijfhonderd leden van de PP nota bene een vakbondsdemonstratie van de FSPMI aan, met 28 gewonde arbeiders tot gevolg. Hoewel de FSPMI zich officieel niet met politiek bezighoudt – hun steun aan Prabowo was officieel door pragmatisch eigenbelang ingegeven – wordt ze met name door de Pemuda Pancasila als een gevaarlijke communistische groepering beschouwd.

Wel is het duidelijk, dat Jokowi niet als enige representant van ‘de straat’ kan gelden. In een land waarin het vertrouwen in de gevestigde politiek door corruptie en institutionele zwaktes minimaal is, vertrouwen velen op alternatieve machtsstructuren die hun invloed voor een belangrijk deel op straat laten gelden.

Het is vooralsnog onduidelijk hoe de FSPMI, de FPI, de PP en andere groepen zich gaan gedragen na de nederlaag van hun politieke broodheer Prabowo. Veel zal afhangen van de verhoudingen tussen de regering van Jokowi en de machtsbases van de genoemde groepen. Indonesië blijft immers na China en India de staat met de grootste arbeidersmassa van Azië, met de grootste moslimbevolking ter wereld en met een machtig en semiautonoom ‘veiligheidsapparaat’ dat in het verleden meerdere malen tot buitensporig geweld is overgegaan. De genoemde organisaties moeten als radicale vleugels gezien worden van grote bevolkingsgroepen en machtsstructuren, en zullen zich laten gelden als hun deel van de straat in hun ogen tekort wordt gedaan.

De politieke toekomst van Indonesië en Jokowi’s machtsdoorbraak zal in ieder geval niet slechts in het parlement gestalte krijgen, maar zal voor een belangrijk deel op straat worden bevochten.

Klaas Stutje is historicus aan de Universiteit van Amsterdam en doet onderzoek naar de geschiedenis van het Indonesisch nationalisme. Daarnaast publiceert hij artikelen op het grensvlak van geschiedenis en politiek.

Lees verder…
10897284865?profile=originalMet trots kan ICM redactie melden dat haar oudste abonnee Tom Saras, een Indo na zijn vertrek uit Indonesie naar Holland,  en vervolgens geemigreerd naar Califonia. Daar zich verder ontplooide o.a.  wonend in California en nu een hoogste onderscheiding  in ontvangst mag nemen uit handen van the University of Southern California. Zeker als Indo om hier trots op te zijn.
 
Hier een passage uit de brief van herkenning":
"On behalf of the University of Southern California (USC) and its Minority Business Development Agency Business Center that is funded by the United States Department of Commerce, we would like to recognize Green Earth Vitamins, Inc. (GEV) and its President/CEO and founder Tom Saras for their outstanding contribution to the global health and wellness community"
It further says: " The GEV team has created the original Guyabano 650mg High Potency and Guyabano Complex supplements that are a unique line of immune and energy enhancing supplements that is produced in the United States (USA)." " The GEV team has created the original Guyabano 650mg High Potency and Guyabano Complex supplements that are a unique line of immune and energy enhancing supplements that is produced in the United States (USA)."
10897282463?profile=original
Lees verder…

UIT DE ARCHIEVEN HET GEBAAR (2001)

 

10897253880?profile=original

 

Het gebaar

25 839
Tegoeden Tweede Wereldoorlog

nr. 23
VERSLAG VAN EEN ALGEMEEN OVERLEG

Vastgesteld 28 februari 2001

De vaste commissie voor Financiën1 en de vaste commissie voor Volksgezondheid, Welzijn en Sport2 hebben op 8 februari 2001 overleg gevoerd met minister Zalm van Financiën en minister Borst-Eilers van Volksgezondheid, Welzijn en Sport over:

– de voortgang van de werkzaamheden in verband met de tegoeden Tweede Wereldoorlog (25 839, nr. 17);

– de voortgangsrapportage Tegoeden Tweede Wereldoorlog (25 839, nr. 18), voor zover de stukken betrekking hebben op de Indische tegoeden;

– de nadere uitwerking van de regeringsreactie naar aanleiding van het rapport van de begeleidingscommissie onderzoek Indische tegoeden (25 839, nr. 21).

Van dit overleg brengen de commissies bijgaand beknopt verslag uit.

Vragen en opmerkingen uit de commissies

De heer Middel (PvdA) stipt aan dat de Kamer de regering tijdens het vorige overleg heeft gemeld dat er te veel bezwaren leefden om akkoord te kunnen gaan met het voorstel inzake de Indische tegoeden. De regering en het Indisch platform hadden geen overeenkomst bereikt over de hoogte van het bedrag, de keuze voor individuele uitkeringen en het door het platform ongewenste onderscheid tussen binnenkampers en buitenkampers. Bovendien zijn er door veel betrokkenen vraagtekens gezet bij de representativiteit van het Indisch platform.

Het inmiddels bereikte resultaat is beter, maar roept toch enkele vragen op. Er is een akkoord bereikt met het Indisch platform over een bedrag van 350 mln. gulden voor individuele uitkeringen en 35 mln. gulden voor collectieve doelen. De in allerlei organisaties en clubs gefragmenteerde Indische gemeenschap blijft echter twijfels uiten over het Indisch platform als representatief orgaan. Het is niet de taak van de Kamer noch van de regering om, zoals hier en daar is geopperd, alsnog een dergelijk orgaan in te stellen. Vastgesteld moet worden dat de Indische gemeenschap, in tegenstelling tot de joodse gemeenschap, blijkbaar niet in staat is om een breed draagvlak te organiseren. Het moge echter duidelijk zijn dat het overboord zetten van de verschillen ertoe zal leiden dat de onderhandelingspositie ten opzichte van de overheid sterker wordt.

De heer Middel vindt het akkoord redelijk, zeker omdat het onderscheid tussen binnenkampers en buitenkampers is weggevallen. Enige verdieping in deze ingewikkelde problematiek maakt immers duidelijk dat het anno 2001 niet op de weg van het parlement ligt om hierop inhoudelijk in te gaan. Het is overigens onduidelijk of een deel van het bedrag van 35 mln. gulden ook wordt of kan worden besteed aan (de problemen rond) het Indisch huis. De regering blijft toch betrokken bij de besteding van dit geld?

Meer in het algemeen blijft onduidelijk, ook voor betrokkenen, of met het bereikte akkoord over «350 plus 35 mln.» de zaak is afgerond. Het Nederlandse rechtssysteem houdt, zoals bekend, de mogelijkheid van individuele claims open.

Daarnaast bestaat er echter onduidelijkheid over het overigens zeer te waarderen breed historisch onderzoek, waarin ook aandacht zal worden besteed aan de financiële aspecten van het rechtsherstel. Volgens het Indisch platform, dat overigens onder druk van de demografische ontwikkeling van haar achterban akkoord is gegaan met de 350 mln. gulden, biedt dit een opening om naar aanleiding van nieuwe gegevens het gesprek met de overheid voort te zetten. Kan de minister helderheid brengen op dit vlak? De zaak is nu toch klaar?

De heer Middel spreekt de hoop uit dat bij de verdeling van het geld over de Indische gemeenschap en bij de besteding van het geld voor de collectieve doelen wegen gevolgd kunnen worden analoog aan die bij de joodse gemeenschap. Gelukkig blijkt er reeds sprake van enige contacten tussen beide groeperingen. De regering blijft toch ook betrokken bij deze structuren?

Reeds eerder zijn vier andere groepen van oorlogsgetroffenen naar voren gebracht, die in dit verband in meer brede zin relevant zijn. Het gaat om homoseksuelen, kinderen van Jehova's getuigen, reizigers en dwangarbeiders. Kan de minister enig licht werpen op eventuele vorderingen op dit vlak, ook in relatie met de stichting Burger oorlogsgetroffenen (SBO)? Hoe staat het daarnaast met de pensioenen? De bij SBO geregistreerde mensen hebben via de IOM (Internationale organisatie voor migratie) formulieren ontvangen die hier en daar de verwachting op een vergoeding oproepen. Is de opstelling van de overheid niet te formeel? Hier is eveneens enige spoed op zijn plaats, gelet op de ook hier geldende demografische ontwikkeling.

Mevrouw Meijer (VVD) maakt duidelijk de vele berichten en gegevens uit de Indische gemeenschap zeer op prijs te stellen, daar deze duidelijk geholpen hebben bij het maken van de uiteindelijke afweging.

Zesenvijftig jaar na het einde van de verschrikkingen in en buiten de kampen in Nederlands-Indië zal ruim 350 mln. gulden worden verdeeld over de Indische gemeenschap, als tegemoetkoming voor de kille en afstandelijke behandeling door de verschillende regeringen na de Tweede Wereldoorlog. Mevrouw Meijer stemt hiermee in. Veel Indische Nederlanders namen destijds verzwakt, berooid en bedreigd, noodgedwongen afscheid van Nederlands-Indië. In Nederland vonden de repatrianten en emigranten geen troost of begrip in een samenleving die alle aandacht vestigde op de wederopbouw. Opeenvolgende naoorlogse regeringen hebben vervolgens bij de gehele groep Indische Nederlanders een nog immer actuele, fundamentele frustratie opgeroepen over onmacht, onrecht en leegte. Dit onverdraagbare verdriet, het gevoel te kort te zijn gedaan door de Nederlandse overheid, valt natuurlijk niet weg te nemen of te restitueren met het door de regering overeengekomen gebaar.

Mevrouw Meijer heeft kennisgenomen van de brief van 12 december 2000 van de minister van VWS. Kan de regering toelichten wat verstaan wordt onder «rechtsherstel» en «gebaar»? De bereidheid van de regering om tot een grondig historisch onderzoek naar het rechtsherstel te komen is verheugend. Wat is echter de betekenis van dit onderzoek? Komt het rapport Aspecten van rechtsherstel, van het Indisch platform, daarbij ter sprake? Kan het onderzoek ook financiële consequenties hebben? De minister schrijft dat naast het collectieve gebaar van 350 mln. gulden individuele claims mogelijk blijven. Enige toelichting is hierbij vereist, opdat hierover duidelijkheid ontstaat binnen de Indische gemeenschap. Wat is bijvoorbeeld de positie van Indische Nederlanders die buiten Nederland verblijven? Meer in het algemeen moet helderheid worden geboden inzake de organisatorische afhandeling. Waar kunnen claimanten terecht die het niet eens zijn met de afwikkeling van hun claim?

Mevrouw Meijer roept de Indische gemeenschap op om voortvarend en in het belang van die gemeenschap tot een voor iedereen aanvaardbare afronding van dit lastige dossier te komen. Hoe groot de frustraties ook zijn, er moet nu het nog kan, snel en effectief recht worden gedaan aan wie het toekomt.

Mevrouw Giskes (D66) vindt het treurig dat ruim vijftig jaar na dato nog steeds over dit onderwerp gesproken moet worden. Daarbij past alleen een vorm van gêne. Ook het parlement immers heeft in de jaren na de oorlog te weinig oog gehad voor de positie van Indische Nederlanders. De brief van 12 december brengt echter een heel goede oplossing nabij, waarbij het vervolgens vooral op de uitvoering aankomt.

Bij de door de regering gekozen aanpak inzake de Indische gemeenschap lopen de thema's gebaar en rechtsherstel enigszins door elkaar. Dit komt vooral omdat de verschillende groepen oorlogsgetroffenen in dit verband niet goed te vergelijken zijn. Bij de joodse gemeenschap is er sprake van een vrij nauwkeurige berekening inzake het rechtsherstel. Bij de Sinti en de Roma is er uitsluitend sprake van een financieel gebaar. Bij de Indische gemeenschap moet vastgesteld worden, gegeven de huidige kennis, dat deze zaken door elkaar lopen. Primair lijkt het te gaan om een gebaar, ook hangende het te komen breed historische onderzoek. Dat onderzoek moet het hele verhaal vertellen, in geschiedkundige zin en inzake het (financiële) rechtsherstel van de verschillende groepen die in dit verband onder de noemer van de Indische gemeenschap vallen. Veel van de betrokkenen waren lange of korte tijd weg uit Nederland of waren er nog nooit geweest. Ook daarom zal hun terugkeer in de Nederlandse samenleving anders zijn geweest dan bij de andere gemeenschappen. Meer in het algemeen moet overigens bedacht worden dat het vrijwel onmogelijk is, na zoveel tijd de lucht definitief te klaren.

Mevrouw Giskes acht de 350 mln. gulden, waarop het overleg tussen de regering en het Indisch platform uit is gekomen, aanvaardbaar. Het is goed om vast te stellen dat er een vorm van overeenstemming is gevonden en dat er een gevoel van tevredenheid bestaat bij de vertegenwoordigers van de Indische gemeenschap. Het onderscheid tussen binnenkampers en buitenkampers is dan ook vervallen en bovendien is er nu sprake van een individuele uitkering. Vervolgens is van belang dat er ook snel overgegaan kan worden tot het verstrekking van de uitkeringen. De overheid heeft op dit vlak immers reeds enige ervaring opgedaan met de joodse gemeenschap.

De 350 mln. gulden aan individuele uitkeringen lijkt bestemd te zijn voor mensen die in de periode 1941–1945 aan dan lijve de oorlogstijd hebben meegemaakt in Indonesië. Kan de minister dit bevestigen? Als vervolg op het technische onderzoek naar individuele claims zal er ten dele verder onderzoek plaatsvinden naar rechtsherstel binnen het breed historisch onderzoek. Als de uitkomsten hiervan bekend zijn, zullen die naast het bedrag van 350 mln. gulden gelegd moeten worden, opdat het allerlaatste woord over dit dossier gesproken kan worden.

De heer De Haan (CDA) is van mening dat de Kamer een zo groot mogelijke vorm van eendrachtigheid moet betonen bij deze zaak. Een dergelijk indrukwekkend onderwerp behoeft immers een indrukwekkend optreden. Daarbij moet in het oog worden gehouden dat uiteindelijk geen volstrekte tevredenheid zal kunnen worden bereikt over de hoogte of de interpretatie van het bedrag. In alle plezierige en vaak emotionele contacten met de Indische gemeenschap is immers nooit een eenduidige oplossing naar voren gekomen. De kern van de zaak lijkt daarbij de vraag of er nu sprake is van rechtsherstel of van een gebaar. Daarbij ligt ook het onderscheid tussen de oorlogsperiode en het naoorlogse rechtsherstel gevoelig. Toch is het algemeen gevoelen dat er een punt achter de zaak gezet moet worden, ook als het gaat om het vraagstuk van de representativiteit van het Indisch platform.

Het bedrag van 350 mln. gulden moet «for the time being» worden geaccepteerd. In dit verband moet de functie van het breed historisch onderzoek door de regering duidelijk worden gemaakt. Een objectieve historische studie kan tot herkenning en erkenning leiden van de problemen van de Indische landgenoten. Wat echter als de resultaten laten zien dat de Nederlandse Staat op geld van de Indische gemeenschap zit? Hoe zal vervolg worden gegeven aan een dergelijke conclusie, ook in relatie tot het bedrag van 350 mln. gulden? De regering zal dan toch (opnieuw) tot een vergoeding over moeten gaan?

De heer Van Dijke (RPF/GPV) heeft een gevoel van gêne als het gaat om de duur van de afwikkeling van de problematiek van de Indische tegoeden. Het betekent immers onder meer dat vooral de naoorlogse generatie het woord over dit dossier moet voeren. Daarbij kan onmogelijk hetzelfde gevoel of dezelfde emotie worden opgeroepen als die bij de betrokkenen leven over de buitengewoon trieste en treurige gebeurtenissen. Wie zijn ogen sluit voor het verleden, gaat echter de toekomst blind tegemoet. Het breed historische onderzoek wordt dan ook zeer gewaardeerd, ook al zijn de financiële consequenties vooralsnog onduidelijk. Het is belangrijk dat de regering erkent dat de overheid steken heeft laten vallen in het verleden. In dat verband is het wat wonderlijk dat in de brief van 12 december sprake is van «vermoedelijke tekortkomingen». Is er soms ook sprake van «vermoedelijk rechtsherstel»?

Het is belangrijk dat niet getracht wordt het leed van verschillende groeperingen met elkaar te vergelijken. Bovendien moet voorkomen worden dat mensen zich ongelijk behandeld voelen, zeker bij deze gevoelige kwestie. Het verleden van de Indische gemeenschap is goeddeels niet gedocumenteerd. Uit diezelfde gemeenschap is echter recentelijk door diverse mensen naar voren gebracht dat lang niet alle voor de hand liggende bronnen zijn aangeboord. Heeft de regering een maximale inspanning gepleegd om de beschikbare feiten boven water te krijgen? De heer Van Dijke sluit zich overigens aan bij de woorden van de heer Middel over de kwestie van de representativiteit van het Indisch platform.

Het is de heer Van Dijke nog niet geheel duidelijk wie voor een uitkering in aanmerking komt. Hoe staat het bijvoorbeeld met de mensen, die na de oorlog zijn geëmigreerd? Vallen zij buiten de reikwijdte van deze regeling? Meer in het algemeen zou het buitengewoon betreurenswaardig zijn als bij de afwikkeling van een en ander zaken een rol gaan spelen die de waardigheid in het geding brengen. De oproep van mevrouw Meijer in dezen wordt dan ook door hem onderschreven.

De heer Van der Staaij (SGP) merkt op dat bij rechtsherstel in het algemeen en bij de Indische tegoeden in het bijzonder drie trefwoorden van groot belang zijn: voortvarendheid, zorgvuldigheid en consensusgericht. Gelet op zowel de tijd dat de gebeurtenissen speelden als de hoge leeftijd van betrokkenen is voortvarendheid van groot belang. Zorgvuldigheid en consensusgericht zijn eveneens belangrijk, bijvoorbeeld gelet op veelal ontbrekende gegevens. De bijzondere gevoeligheid van het gebaar, de erkenning en de tegemoetkoming van de overigens zeer gevarieerde Indische gemeenschap maken duidelijk dat het niet kan gaan om een zakelijk debat. Er moet tegemoetgekomen worden aan de ervaren kilheid, het formalisme en de bureaucratie, het onbegrip en de slechte ontvangst van de Indische burgeroorlogsslachtoffers in naoorlogs Nederland. De vele brieven uit de Indische gemeenschap laten immers zien hoe diep de verbittering is.

De in de stukken gebruikte term «gebaar» is weinig gelukkig, omdat deze te veel de sfeer van onverplichte vrijgevigheid uitademt. De term «tegemoetkoming» doet meer recht aan de gevoelens die bij de betrokkenen leven, aangezien het om morele aanspraken gaat. Dat maakt overigens een waardering van de hoogte van het bedrag heel moeilijk. Er lijkt echter zo veel als mogelijk overeenstemming te zijn bereikt over een bedrag dat, ondanks alle kritiek, aan het doel beantwoord. Met het bedrag van 350 mln. gulden plus 35 mln. gulden voor collectieve doeleinden lijkt een balans bereikt, ook aangezien er nu sprake is van individuele uitkeringen. Gaat bij de invulling van de bedragen de afbakening van de doelgroep nog problemen opleveren? In het verleden is immers gesignaleerd dat hier sprake zou zijn van een complicatie. Hoe verhoudt daarnaast het publiekrechtelijke kader zich met de aangeboden behulpzaamheid van de regering bij het opstellen en uitvoeren van een uitkeringsreglement?

De heer Van der Staaij onderschrijft van harte de stelling van de regering dat voor rechthebbenden de mogelijkheid van individuele claims overeind blijft. Uit coulanceoverwegingen zal daarbij worden afgezien van een beroep op louter verjaring. De regering gaat voor het onderzoek naar individuele claims proberen, toegang tot relevante buitenlandse archieven te krijgen. In hoeverre zal een dergelijke poging vrucht kunnen hebben?

Het belang van een breed historisch onderzoek wordt door de heer Van der Staaij onderschreven. De witte vlekken moeten worden ingevuld, opdat er zo veel mogelijk helderheid kan worden gebracht. Staat de door de regering bepleitte breedheid overigens niet de ook gewilde snelheid van het onderzoek in de weg? Wanneer is dit historisch onderzoek afgerond? Volgens de brief van 12 december spelen bij het onderzoek ook de morele aspecten een rol. Dit kan suggereren dat de discussie over de morele aanspraken en de hoogte van het totaalbedrag heropend kan worden. Dat is toch niet de bedoeling? Bij de Indische gemeenschap zijn op dit vlak toch geen verwachtingen gewekt?

De heer Vendrik (GroenLinks) wijst erop dat een gevoel van schaamte past bij de constatering dat vorige politieke generaties in het parlement de zaak niet eerder tot klaarheid hebben kunnen brengen. De algemene lijn van de regering bij de joodse tegoeden, het zoeken naar bewijzen voor het kille en incomplete rechtsherstel na de Tweede Wereldoorlog, is doorgetrokken naar de Indische tegoeden. Eenzelfde benadering hoeft echter niet tot dezelfde uitkomsten te leiden, omdat de aard van de geschiedenis van de joodse en de Indische Nederlanders geheel verschillend is. Al met al is het een wellicht onbeholpen maar gerechtvaardigde en belangrijke poging om voor de door Indische Nederlanders opgedane trieste ervaringen, veroorzaakt door Nederlands handelen, verantwoordelijkheid te (her)nemen.

Het is goed dat het kabinet heeft besloten om in plaats van 250 mln. gulden voor collectieve doelen, 350 mln. gulden te reserveren voor individuele uitkeringen. Een en ander kan dan ook op steun van de Indische gemeenschap rekenen. Een belangrijke vraag daarbij is of met enige zekerheid op objectieve wijze vast te stellen valt wie precies tot de kring van gerechtigden behoort. Deze delicate kwestie speelde ook bij de joodse tegoeden, met name inzake de halfjoden. Meer in het algemeen past hierbij de stelling dat het beter is, een uitkering te veel te verstrekken dan een uitkering ten onrechte te onthouden. De brief van de minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport spreekt over nader overleg met het Indisch platform over de kring van gerechtigden. Daarbij moet met enige «zachtheid» worden geopereerd, om te voorkomen dat mensen (weer) een gesloten loket vinden.

De heer Vendrik vraagt zich af wat het bedrag van 350 mln. gulden betekent. Is het een gebaar of een tegemoetkoming en wat is de relatie met het rechtsherstel dat voor sommige Indische Nederlanders zo slecht is uitgepakt? Het is daarnaast in dit verband enigszins onduidelijk wat het breed historische onderzoek, dat er zeker moet komen, behelst. Er moet een poging worden gedaan om zo breed mogelijk boven water te halen wat de Indische Nederlanders is overkomen. De kardinale vraag daarbij is welke consequenties de regering vervolgens uit de conclusies van dat onderzoek zal trekken ten aanzien van het rechtsherstel. Het collectieve gebaar van 350 mln. gulden aan individuele uitkeringen kan immers gezien worden als een poging tot tegemoetkoming in het kader van een onvolkomen rechtsherstel. Daarnaast moet de overheid echter de vraag open laten hoe men zal reageren op de uitkomsten van het onderzoek, aangezien die onbekend zijn. Dit betekent dat er op geen enkele wijze verwachtingen kunnen worden gewekt, al kan niet uitgesloten worden dat het onderzoek het bedrag van 350 mln. gulden ter discussie stelt. Deze opstelling is het meest rechtvaardig ten opzichte van de Indische gemeenschap. Hoe waardeert het kabinet deze opstelling?

Het is niet aan het parlement om te oordelen over de representativiteit van het Indisch platform. Dat neemt niet weg dat het Indisch platform en de regering zich rekenschap moeten geven van de vragen die hieromtrent leven. Dit kan iets betekenen voor de wijze van werken in de komende tijd, bijvoorbeeld transparantie bij de toekenning en besteding van gelden. Een dergelijke opstelling zou zeer te waarderen zijn. De vereniging Oud-cliëntencontact 45 maakt er overigens gewag van geen plaats te krijgen in het Indisch platform. Kan de minister iets betekenen voor deze groep?

De heer Vendrik verwacht nadere voorstellen over de invulling van de 35 mln. gulden aan collectieve doeleinden. Bij de samenstelling van de Indische gemeenschap is er sprake van een enorme pluriformiteit en diversiteit in ervaringen en posities. Deze pluriformiteit moet dan ook tot uitdrukking komen bij de besteding van deze gelden.

Antwoord van de regering

De minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport deelt de trieste gevoelens over het late moment waarop de overheid probeert te reageren op gevoelens die reeds sinds augustus 1945 leven bij de Indische gemeenschap. De betrokken groep Nederlanders heeft verschrikkelijke dingen meegemaakt vanaf december 1941. Het leed van deze landgenoten is op geen enkele manier te vergoeden. Hier past slechts blijvend begrip en medeleven.

Gedurende een vrij lange periode is overleg gepleegd over de invulling door de regering van de tekortkomingen in het rechtsherstel. De aanvankelijk gekozen oplossing van een collectief gebaar van 250 mln. gulden heeft een stroom van reacties veroorzaakt. Vervolgens is opnieuw overleg gevoerd, waarbij de inmiddels bekende oplossing is gekozen.

Bij dat vaak plezierige en soms emotionele overleg heeft het Indisch platform zich ook steeds het lot aangetrokken van de Indische Nederlanders die geen lid zijn van een van de achttien clubs van het platform !!!!!!!!!!!!!!!!!!!!

 Het bedrag van 35 mln. gulden voor collectieve doeleinden gaat overigens gepaard met een verzoek om projecten en ideeën in te dienen. Het net zal daarbij zo wijd mogelijk uitgegooid worden, zodat ook voorstellen van buiten het Indisch platform gehonoreerd kunnen worden.

De minister antwoordt dat met het bedrag van 350 mln. gulden het collectieve gebaar is afgesloten. Het breed historisch onderzoek is vooral nodig omdat er veel witte vlekken bestaan. De historische documentatie over de bezettingsperiode en de periode daarna moet dan ook worden aangevuld om de ontwikkelingen te reconstrueren. Het Indisch platform heeft uitdrukkelijk gevraagd om de notitie van oktober 2000, Aspecten van rechtsherstel, mee te nemen bij dit onderzoek. Een aanvullend onderzoek naar het rechtsherstel zal dan ook een herkenbaar onderdeel gaan vormen van het breed historisch onderzoek.

De commissie-Van Galen en de technische commissie haalbaarheidsonderzoek hebben beide moeten vaststellen dat er teleurstellend weinig archiefmateriaal beschikbaar is. Na grondige bestudering van een en ander is het de overtuiging van de regering dat het breed historisch onderzoek weinig nieuwe aanknopingspunten, inzichten, feiten of claims zal opleveren inzake het rechtsherstel. Er is een maximale inspanning gepleegd om de feiten te achterhalen. De kans dat de Nederlandse regering «op Indisch geld zit» is dan ook minimaal oftewel vrijwel uitgesloten. Wel kunnen wellicht mensen met de conclusies van het onderzoek een individuele claim ondersteunen. Er is ook in dit verband contact met de Indonesische regering over het raadplegen van haar archieven. Honorering van een dergelijk verzoek is onzeker, ook al is duidelijk gemaakt dat het niet in de bedoeling ligt om claims bij de Indonesische regering neer te leggen. Als de resultaten van het onderzoek bekend zijn, zal de regering zich daarin verdiepen en vervolgens geen discussie uit de weg gaan. Het collectieve gebaar is echter gemaakt met het bedrag van 350 mln. gulden. De minister antwoordde desgevraagd dat het naar de stellige overtuiging van de regering hierbij zal blijven. Het indienen van individuele claims blijft overigens te allen tijde mogelijk, ook als de betrokken mensen in het buitenland wonen. De claim op wat men in financieel-materiële zin te kort is gekomen, heeft immers geen verband met de huidige woonplaats.

De minister erkent dat er sprake blijft van een discrepantie bij de interpretatie van het totaalbedrag van 385 mln. gulden. Is het een gebaar of een tegemoetkoming in het rechtsherstel of voor de kille ontvangst? De Indische gemeenschap wil het graag zien als een gebaar op grond van de kille ontvangst. De regering ziet het als een poging tot verzachting van de ervaringen bij het toenmalige, gebrekkige rechtsherstel. In de brief is sprake van «vermoedelijke» tekortkomingen. Aangezien er weinig harde feiten over het rechtsherstel zijn en er geen volledig beeld beschikbaar is, gebiedt de zuiverheid een dergelijke formulering. Naar de overtuiging van de minister is er echter sprake van «waarschijnlijke» tekortkomingen. Juist de correct-formalistische en bureaucratische opstelling van destijds, ook inzake de valutakwestie, wil de overheid daarom alsnog pogen te verzachten. Meer in het algemeen past de term «tegemoetkoming» daarbij wellicht beter dan de term «gebaar».

Het Indisch platform is uitgenodigd om een voorstel te doen over de afbakening van de doelgroep inzake de individuele uitkeringen. Het bedrag zal ten goede moeten komen aan alle Nederlanders die tijdens de Japanse bezetting in Nederlands-Indië verbleven of elders (onvrijwillig) geïnterneerd of tewerkgesteld waren door de Japanse bezetter. Inmiddels is een ambtelijke werkgroep, onder voorzitterschap van mevrouw Van Heemskerk, belast met de voorbereiding van de uitvoering. Die zal ook de uitkeringcriteria nader uitwerken. Aan het NIDI (Nederlands interdisciplinair demografisch instituut) is bovendien gevraagd de doelgroep zo goed mogelijk te omschrijven. Bij die doelgroep horen ook mensen die zijn geëmigreerd. De werkgroep is kwartiermaker voor de in te stellen stichting die, geheel analoog aan die voor de joodse tegoeden, in twee ronden zal zorg dragen voor de afwikkeling en beoordeling van de uitkeringen. Met het oog op de hoge leeftijd van de betrokkenen zullen de eerste bedragen nog dit jaar worden verstrekt. Het ministerie van VWS blijft overigens te allen tijde beschikbaar om, ook als de organisatie reeds werkzaam is, de stichting met raad en daad bij te staan. De verdeling van de gelden is echter een zaak van de stichting zelf. De Kamer zal te zijner tijd in kennis worden gesteld van de uiteindelijke doelgroepdefinitie en de voortgang in het algemeen.

De minister legt uit dat de Kamer tevens nader op de hoogte zal worden gesteld van de besteding van het bedrag van 35 mln. gulden voor collectieve doelen. De zaak van het Indisch huis wordt daarbij in principe op de eigen merites bekeken. Uiteindelijk gaat het echter om de wensen van de Indische gemeenschap.

Met de homoseksuele gemeenschap is overigens zeer recent overeenstemming bereikt over het beschikbaar stellen van 3,5 mln. gulden voor aanvullend onderzoek en het toegankelijk maken van de resultaten daarvan. Een oproep van de SBO inzake de kinderen van Jehova's getuigen heeft slechts drie reacties opgeleverd. Deze drie mensen zijn uitgenodigd voor een gesprek. De reizigers, de woonwagenbewoners, kennen geen organisatie die als gesprekspartner te gebruiken is. Inmiddels is SBO bezig om middels een meldpunt de relevante gegevens te verzamelen. Nog dit jaar zal daarover een rapport aan de Kamer worden toegestuurd.

Bij de ex-dwangarbeiders is er sprake van een teleurstellende ontwikkeling rond het in Duitsland opgerichte fonds. Veel bedrijven hebben nog niet gestort. Ook Oostenrijk kent een fonds, waarvoor overigens SBO de aanvraagbegeleiding mag verzorgen. Op korte termijn wordt de landelijke aanvraagprocedure bekend gemaakt. De regering wil daarnaast trachten iets te doen voor deze mensen via het WUBO-traject (Wet uitkeringen burger-oorlogsslachtoffers 1940–1945). De Pensioen enuitkeringsraad (PUR) heeft hierop besloten met een pilot te starten voor 1% van de bij SBO-geregistreerde ex-dwangarbeiders, zodat gepeild kan worden hoeveel interesse er is en hoeveel mensen hiervoor in aanmerking komen.

Over de kwestie van de pensioenen vallen, in afwezigheid van de staatssecretaris van Sociale Zaken en Werkgelegenheid, geen nieuwe feiten te melden.

De minister van Financiën geeft aan dat met rechtsherstel niet wordt gedoeld op een vergoeding van de schade die tijdens de oorlog is geleden. Het gaat om de inzet van de overheid om getraceerde goederen bij de rechthebbende terug te brengen. Door erop te wijzen dat Nederland de oorlog aan Japan verkesteld dat er spralaarde, wordt soms getracht uit te komen op een soort integrale schadevergoeding. Koningin Wilhelmina zou immers in een radio-oproep hebben gke zou zijn van compensatie van geleden oorlogsschade. Het is echter onmogelijk om iedere individuele schade als gevolg van verschillende oorlogshandelingen te vergoeden.

Bij het rechtsherstel zijn ongetwijfeld fouten gemaakt. De kernvraag daarbij is of de Nederlandse overheid op Indisch geld zit. Het bedrag van 350 mln. gulden is een tegemoetkoming voor juist het vermoeden dat het rechtsherstel, ook wat betreft de Nederlandse staat, niet helemaal perfect is verlopen. Het is immers naar de stellige overtuiging van de regering onmogelijk te achterhalen welke fouten zijn gemaakt en welke bedragen daarmee waren gemoeid. Dat laat de mogelijkheid van een individuele claim onverlet, ook al is er sprake van verjaring. Daarbij kan het breed historisch onderzoek wellicht aanknopingspunten bieden.

De afwikkeling van de joodse tegoeden verloopt voorspoedig. Inmiddels worden reeds bedragen uitgekeerd. Hopelijk is er snel sprake van een uitkeringsreglement inzake de Indische tegoeden. Daarbij kan men zijn voordeel doen met de reeds opgedane ervaringen. Er zal dan ook in dit geval sprake zijn van de tweerondenmethode, zodat de 350 mln. gulden geheel individueel uitgekeerd zal worden.

Nadere gedachtewisseling

De heer Middel (PvdA) vindt het van belang dat de uiteindelijke uitvoering van de regeling inzake de Indische tegoeden niet wordt opgehouden door eventuele discussies. Mede gezien de kritische geluiden over representativiteit uit de Indische gemeenschap, is een beroep op de regering gepast om met extra attentie zorg te dragen voor een goede organisatie van de uitvoering. De toenmalige minister-president heeft de Indische gemeenschap immers in 1991 opgeroepen zich te organiseren tot een gesprekspartner voor de regering.

Het onderzoek naar de afbakening van de doelgroep is wat wonderlijk, gelet op de praktijk bij de joodse tegoeden en de uitvoering van met name de WUBO. De huidige woonplaats of nationaliteit van een oorlogsgetroffene maakt toch niets uit? De pilot inzake ex-dwangarbeiders is een aardig initiatief, maar ook hier is enige snelheid geboden met het oog op de hoge leeftijd van de betrokkenen.

De heer Middel vindt dat de overheid de schijn moet vermijden dat mensen aan het lijntje worden gehouden. Het breed historisch onderzoek kan aanleiding geven tot ondersteuning van individuele claims, die immers overeind blijven. Het moet echter duidelijk zijn dat er geen behoefte bestaat om in een later verband op het collectieve bedrag, 385 mln. gulden, terug te komen.

Mevrouw Meijer (VVD) heeft eveneens geen behoefte om op het totaalbedrag van 385 mln. gulden terug te komen. De vraag waar mensen terecht kunnen die het niet eens zijn met de afwikkeling van hun claim is onbeantwoord gebleven.

De wijze van afwikkeling van de joodse tegoeden is, na alle verwikkelingen, buitengewoon goed en plezierig te noemen. De regering moet dan ook toezeggen, vooral behulpzaam en inlevend te zullen opereren bij de organisatie van de afwikkeling van de Indische tegoeden. De Indische gemeenschap op haar beurt moet de strijdbijl begraven, zodat een snelle en goede afwikkeling binnen bereik komt.

Mevrouw Giskes (D66) constateert dat de ergernis over het naoorlogse rechtsherstel en de onvrede en frustratie over de kille ontvangst elkaar hebben versterkt. Erkenning hiervan leidt dan ook tot het in elkaar grijpen van de termen gebaar en rechtsherstel. Daarbij moet geen onderscheid worden gemaakt tussen mensen die wel en mensen die niet in Nederland zijn gebleven. Wellicht hebben immers veel mensen Nederland juist verlaten omdat de ontvangst zo kil was.

De stellige overtuiging van de regering over een deel van de conclusies van het breed historisch onderzoek staat haaks op het idee van onderzoek op zichzelf. Bij een dergelijke overtuiging kan men het onderzoek immers beter laten. Is het niet beter te spreken van «verwachting» in plaats van «overtuiging»? Er kan immers niet uitgesloten worden dat er als gevolg van het onderzoek enigerlei claims naar voren komen die niet tot uitdrukking zijn gebracht in het bedrag van 350 mln. gulden.

Mevrouw Giskes vindt het verheugend en bovendien wezenlijk voor de voortgang van het uitkeringsproces dat er een onafhankelijk voorzitter is gevonden voor de werkgroep. Kan de Kamer te zijner tijd kennisnemen van het uitkeringsreglement?

De heer De Haan (CDA) heeft lof voor de stijl waarmee de regering in de afgelopen periode heeft gehandeld. Mede met het oog daarop moet het debat een duidelijke afsluiting vinden.

Het bedrag van 350 mln. gulden is een collectieve tegemoetkoming die individueel wordt uitgekeerd. Het ligt niet in de bedoeling daarop terug te komen. Uit het breed historisch onderzoek, dat vooral de documenten moet ordenen en de gebeurtenissen moet boekstaven, kan echter blijken dat voor bepaalde groepen of individuen het rechtsherstel nog moet plaatsvinden.

De heer De Haan vindt het belangrijk dat de afwikkeling van een en ander goed wordt georganiseerd. Daarbij kan men de vruchten plukken van de ervaringen en specifieke kennis die zijn opgedaan inzake de joodse tegoeden.

De heer Van Dijke (RPF/GPV) memoreert dat onduidelijk is gebleven hoe te oordelen over de gevolgtrekkingen van het historisch onderzoek. Het accent bij dat onderzoek moet niet liggen op een verdere precisering van genoegdoening of rechtsherstel. Dat zou een veel te smalle betekenis aan dit op zichzelf te waarderen onderzoek geven. Men moet het laten bij het bedrag van 350 mln. gulden, individuele claims uitgezonderd.

Hoe is de regering overigens van zins om de verschillende rechthebbenden, bijvoorbeeld zij die verblijven of wonen in het buitenland, te traceren? Worden er pogingen gedaan om deze mensen te bereiken en zo ja, in welke vorm?

De heer Van der Staaij (SGP) stelt vast dat de materiële en de immateriële aspecten van de tegemoetkoming, ook gezien de wijze van rechtsherstel, moeilijk te scheiden zijn.

De vraag wanneer de eerste resultaten van het breed historisch onderzoek worden verwacht, is onbeantwoord gebleven. Dat onderzoek moet overigens niet als doel hebben om het bedrag van 385 mln. gulden ter discussie te stellen. Het kan echter dienstbaar zijn aan individuele claims.

De heer Vendrik (GroenLinks) vindt dat bij het toekennen van uitkeringen souplesse, snelheid en ruimhartigheid moeten worden betracht.

Kan de minister toezeggen zich sterk te zullen maken voor de zaak van de representativiteit van het Indisch platform, ook in verband met de positie van het Oud-cliëntencontact '45? Alle initiatieven uit de Indische gemeenschap moeten immers een plek onder de zon krijgen.

De heer Vendrik begrijpt van de regering dat de kans dat het breed historisch onderzoek nieuwe feiten oplevert, die het bedrag van 385 mln. gulden opnieuw ter discussie stellen, vrijwel nihil is. Het enige dat hier rest, is de resultaten van het onderzoek af te wachten. Er moet overigens niet vooral of alleen gekeken worden naar de witte vlekken in het rechtsherstel. Deze onderzoeksvragen moeten echter ook niet naar de rand van het onderzoek worden geduwd. Afhankelijk van de conclusies zal er wellicht een debat dienen te ontstaan over het voorliggende akkoord.

De minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport heeft breed uitgesproken steun gehoord voor de conclusie dat het bedrag van 385 mln. gulden het laatste woord is inzake het collectieve gebaar. Op dit vlak mogen er dan ook geen valse verwachtingen worden gewekt.

De hoofddoelstelling van het breed historisch onderzoek is de witte vlekken in de geschiedschrijving op te sporen. Het vele materiaal moet zodanig geordend worden dat de Nederlandse geschiedschrijving een goed hoofdstuk zal bevatten over deze verschrikkelijke periode. Aan het Indisch platform is toegezegd de notitie Aspecten van rechtsherstel bij het onderzoek te zullen betrekken. Naar schatting van de onderzoekers zal het totale onderzoek vier jaar in beslag nemen. Het is echter goed mogelijk dat bepaalde delen van het onderzoek, naar tijd of thema, eerder worden gepubliceerd. De regering stelt daarbij niet reeds te weten wat de resultaten van het onderzoek zullen zijn.

De minister legt uit dat is overeengekomen dat het bedrag van 350 mln. gulden ten goede moet komen aan toenmalige Nederlanders die tijdens de Japanse bezetting in het voormalig Nederlands-Indië verbleven of in opdracht van de bezetter onvrijwillig elders geïnterneerd of tewerkgesteld waren. De Kamer zal, nadat het NIDI een en ander heeft bekeken, op korte termijn een doelgroepdefinitie ontvangen. Nog dit jaar moet immers begonnen worden met het verstrekken van de uitkeringen.

De regering zal ook meer in het algemeen betrokken en behulpzaam blijven bij de organisatie. De inzet is daarbij gericht op het zo snel mogelijk oprichten van een stichting. De beslissingen van deze stichting staan open voor beroep en bezwaar, analoog aan de stichting voor de joodse tegoeden. De landsadvocaat is overigens reeds bezig met het ontwerpen van statuten voor de stichting en van een uitkeringsreglement. De Kamer zal ook deze beide regelingen toegezonden krijgen. De minister zegt toe actief betrokken en inlevend te zullen blijven, ook om eventuele rimpeltjes bij de afwikkeling zo snel mogelijk glad te strijken.

De minister maakt duidelijk dat bij de besteding van de 35 mln. gulden voor collectieve doelen alle ideeën en voorstellen van de Indische gemeenschap welkom zijn. Hierbij wordt vooral gedacht aan projecten in de sfeer van educatie, welzijn en cultuur. De inspanningen zijn momenteel overigens vooral gericht op het tot stand brengen van de individuele uitkeringen.

Het traceren van de mensen uit de doelgroep zal op eenzelfde wijze plaatsvinden als bij de joodse groepering. Door middel van advertenties in binnen- en buitenlandse kranten, netwerken en ambassades zal ook de kleine groep mensen die zich buiten Nederland bevinden bijvoorbeeld in Amerika in de gelegenheid worden gesteld om te reageren.

De voorzitter van de vaste commissie voor Financiën,

Van Gijzel

De voorzitter van de vaste commissie voor Volksgezondheid, Welzijn en Sport,

Essers

De griffier van de vaste commissie voor Financiën,

Janssen


XNoot

1

Samenstelling: Leden: Schutte (RPF/GPV), Reitsma (CDA), Witteveen-Hevinga (PvdA), Rosenmöller (GroenLinks), Van Gijzel (PvdA), voorzitter, Voûte-Droste (VVD), Noorman-den Uyl (PvdA), Giskes (D66), Kamp (VVD), Marijnissen (SP), Crone (PvdA), Van Dijke (RPF/GPV), Bakker (D66), De Vries (VVD), Hofstra (VVD), De Haan (CDA), ondervoorzitter, Stroeken (CDA), Van Beek (VVD), Balkenende (CDA), Vendrik (GroenLinks), Remak (VVD), Wijn (CDA), Kuijper (PvdA), Dijsselbloem (PvdA), Bolhuis (PvdA).

Plv. leden: Van der Vlies (SGP), Verburg (CDA), Koenders (PvdA), Harrewijn (GroenLinks), Duijkers (PvdA), Balemans (VVD), Van Oven (PvdA), Schimmel (D66), Patijn (VVD), De Wit (SP), Hoekema (D66), Van Walsem (D66), Wilders (VVD), Blok (VVD), Dankers (CDA), Hillen (CDA), Weekers (VVD), Rabbae (GroenLinks), Hessing (VVD), Van den Akker (CDA), Timmermans (PvdA), Hindriks (PvdA), Smits (PvdA).

XNoot

2

Samenstelling: Leden: Van der Vlies (SGP), Swildens-Rozendaal (PvdA), ondervoorzitter, Middel (PvdA), Essers (VVD), voorzitter, Oedayraj Singh Varma (GroenLinks), Dankers (CDA), Oudkerk (PvdA), Rijpstra (VVD), Bakker (D66), Rouvoet (RPF/GPV), Van Vliet (D66), Van Blerck-Woerdman (VVD), Passtoors (VVD), Eisses-Timmerman (CDA), Gortzak (PvdA), Hermann (GroenLinks), Buijs (CDA), Atsma (CDA), Arib (PvdA), Spoelman 

UIT DE ARCHIEVEN HET GEBAAR (2001) Tegoeden Tweede Wereldoorlog nr. 23 VERSLAG VAN EEN ALGEMEEN OVERLEG Vastgesteld 28 februari 2001 De vaste commissie voor Financiën1 en de vaste commissie voor Volksgezondheid, Welzijn en Sport2 hebben op 8 februari 2001 overleg gevoerd met minister Zalm van Financiën en minister Borst-Eilers van Volksgezondheid, Welzijn en Sport over: – de voortgang van de werkzaamheden in verband met de tegoeden Tweede Wereldoorlog (25 839, nr. 17); – de voortgangsrapportage Tegoeden Tweede Wereldoorlog (25 839, nr. 18), voorzover de stukken betrekking hebben op de Indische tegoeden; – de nadere uitwerking van de regeringsreactie naar aanleiding van het rapport van de begeleidingscommissie onderzoek Indische tegoeden (25 839, nr. 21). Van dit overleg brengen de commissies bijgaand beknopt verslag uit. Vragen en opmerkingen uit de commissies De heer Middel (PvdA) stipt aan dat de Kamer de regering tijdens het vorige overleg heeft gemeld dat er te veel bezwaren leefden om akkoord te kunnen gaan met het voorstel inzake de Indische tegoeden. De regering en het Indisch platform hadden geen overeenkomst bereikt over de hoogte van het bedrag, de keuze voor individuele uitkeringen en het door het platform ongewenste onderscheid tussen binnenkampers en buitenkampers. Bovendien zijn er door veel betrokkenen vraagtekens gezet bij de representativiteit van het Indisch platform. Het inmiddels bereikte resultaat is beter, maar roept toch enkele vragen op. Er is een akkoord bereikt met het Indisch platform over een bedrag van 350 mln. gulden voor individuele uitkeringen en 35 mln. gulden voor collectieve doelen. De in allerlei organisaties en clubs gefragmenteerde Indische gemeenschap blijft echter twijfels uiten over het Indisch platform als representatief orgaan. Het is niet de taak van de Kamer noch van de regering om, zoals hier en daar is geopperd, alsnog een dergelijk orgaan in te stellen. Vastgesteld moet worden dat de Indische gemeenschap, in tegenstelling tot de joodse gemeenschap, blijkbaar niet in staat is om een breed draagvlak te organiseren. Het moge echter duidelijk zijn dat het overboord zetten van de verschillen ertoe zal leiden dat de onderhandelingspositie ten opzichte van de overheid sterker wordt. De heer Middel vindt het akkoord redelijk, zeker omdat het onderscheid tussen binnenkampers en buitenkampers is weggevallen. Enige verdieping in deze ingewikkelde problematiek maakt immers duidelijk dat het anno 2001 niet op de weg van het parlement ligt om hierop inhoudelijk in te gaan. Het is overigens onduidelijk of een deel van het bedrag van 35 mln. gulden ook wordt of kan worden besteed aan (de problemen rond) het Indisch huis. De regering blijft toch betrokken bij de besteding van dit geld? Meer in het algemeen blijft onduidelijk, ook voor betrokkenen, of met het bereikte akkoord over «350 plus 35 mln.» de zaak is afgerond. Het Nederlandse rechtssysteem houdt, zoals bekend, de mogelijkheid van individuele claims open. Daarnaast bestaat er echter onduidelijkheid over het overigens zeer te waarderen breed historisch onderzoek, waarin ook aandacht zal worden besteed aan de financiële aspecten van het rechtsherstel. Volgens het Indisch platform, dat overigens onder druk van de demografische ontwikkeling van haar achterban akkoord is gegaan met de 350 mln. gulden, biedt dit een opening om naar aanleiding van nieuwe gegevens het gesprek met de overheid voort te zetten. Kan de minister helderheid brengen op dit vlak? De zaak is nu toch klaar? De heer Middel spreekt de hoop uit dat bij de verdeling van het geld over de Indische gemeenschap en bij de besteding van het geld voor de collectieve doelen wegen gevolgd kunnen worden analoog aan die bij de joodse gemeenschap. Gelukkig blijkt er reeds sprake van enige contacten tussen beide groeperingen. De regering blijft toch ook betrokken bij deze structuren? Reeds eerder zijn vier andere groepen van oorlogsgetroffenen naar voren gebracht, die in dit verband in meer brede zin relevant zijn. Het gaat om homoseksuelen, kinderen van Jehova's getuigen, reizigers en dwangarbeiders. Kan de minister enig licht werpen op eventuele vorderingen op dit vlak, ook in relatie met de stichting Burger oorlogsgetroffenen (SBO)? Hoe staat het daarnaast met de pensioenen? De bij SBO geregistreerde mensen hebben via de IOM (Internationale organisatie voor migratie) formulieren ontvangen die hier en daar de verwachting op een vergoeding oproepen. Is de opstelling van de overheid niet te formeel? Hier is eveneens enige spoed op zijn plaats, gelet op de ook hier geldende demografische ontwikkeling. Mevrouw Meijer (VVD) maakt duidelijk de vele berichten en gegevens uit de Indische gemeenschap zeer op prijs te stellen, daar deze duidelijk geholpen hebben bij het maken van de uiteindelijke afweging. Zesenvijftig jaar na het einde van de verschrikkingen in en buiten de kampen in Nederlands-Indië zal ruim 350 mln. gulden worden verdeeld over de Indische gemeenschap, als tegemoetkoming voor de kille en afstandelijke behandeling door de verschillende regeringen na de Tweede Wereldoorlog. Mevrouw Meijer stemt hiermee in. Veel Indische Nederlanders namen destijds verzwakt, berooid en bedreigd, noodgedwongen afscheid van Nederlands-Indië. In Nederland vonden de repatrianten en emigranten geen troost of begrip in een samenleving die alle aandacht vestigde op de wederopbouw. Opeenvolgende naoorlogse regeringen hebben vervolgens bij de gehele groep Indische Nederlanders een nog immer actuele, fundamentele frustratie opgeroepen over onmacht, onrecht en leegte. Dit onverdraagbare verdriet, het gevoel te kort te zijn gedaan door de Nederlandse overheid, valt natuurlijk niet weg te nemen of te restitueren met het door de regering overeengekomen gebaar. Mevrouw Meijer heeft kennisgenomen van de brief van 12 december 2000 van de minister van VWS. Kan de regering toelichten wat verstaan wordt onder «rechtsherstel» en «gebaar»? De bereidheid van de regering om tot een grondig historisch onderzoek naar het rechtsherstel te komen is verheugend. Wat is echter de betekenis van dit onderzoek? Komt het rapport Aspecten van rechtsherstel, van het Indisch platform, daarbij ter sprake? Kan het onderzoek ook financiële consequenties hebben? De minister schrijft dat naast het collectieve gebaar van 350 mln. gulden individuele claims mogelijk blijven. Enige toelichting is hierbij vereist, opdat hierover duidelijkheid ontstaat binnen de Indische gemeenschap. Wat is bijvoorbeeld de positie van Indische Nederlanders die buiten Nederland verblijven? Meer in het algemeen moet helderheid worden geboden inzake de organisatorische afhandeling. Waar kunnen claimanten terecht die het niet eens zijn met de afwikkeling van hun claim? Mevrouw Meijer roept de Indische gemeenschap op om voortvarend en in het belang van die gemeenschap tot een voor iedereen aanvaardbare afronding van dit lastige dossier te komen. Hoe groot de frustraties ook zijn, er moet nu het nog kan, snel en effectief recht worden gedaan aan wie het toekomt. Mevrouw Giskes (D66) vindt het treurig dat ruim vijftig jaar na dato nog steeds over dit onderwerp gesproken moet worden. Daarbij past alleen een vorm van gêne. Ook het parlement immers heeft in de jaren na de oorlog te weinig oog gehad voor de positie van Indische Nederlanders. De brief van 12 december brengt echter een heel goede oplossing nabij, waarbij het vervolgens vooral op de uitvoering aankomt. Bij de door de regering gekozen aanpak inzake de Indische gemeenschap lopen de thema's gebaar en rechtsherstel enigszins door elkaar. Dit komt vooral omdat de verschillende groepen oorlogsgetroffenen in dit verband niet goed te vergelijken zijn. Bij de joodse gemeenschap is er sprake van een vrij nauwkeurige berekening inzake het rechtsherstel. Bij de Sinti en de Roma is er uitsluitend sprake van een financieel gebaar. Bij de Indische gemeenschap moet vastgesteld worden, gegeven de huidige kennis, dat deze zaken door elkaar lopen. Primair lijkt het te gaan om een gebaar, ook hangende het te komen breed historische onderzoek. Dat onderzoek moet het hele verhaal vertellen, in geschiedkundige zin en inzake het (financiële) rechtsherstel van de verschillende groepen die in dit verband onder de noemer van de Indische gemeenschap vallen. Veel van de betrokkenen waren lange of korte tijd weg uit Nederland of waren er nog nooit geweest. Ook daarom zal hun terugkeer in de Nederlandse samenleving anders zijn geweest dan bij de andere gemeenschappen. Meer in het algemeen moet overigens bedacht worden dat het vrijwel onmogelijk is, na zoveel tijd de lucht definitief te klaren. Mevrouw Giskes acht de 350 mln. gulden, waarop het overleg tussen de regering en het Indisch platform uit is gekomen, aanvaardbaar. Het is goed om vast te stellen dat er een vorm van overeenstemming is gevonden en dat er een gevoel van tevredenheid bestaat bij de vertegenwoordigers van de Indische gemeenschap. Het onderscheid tussen binnenkampers en buitenkampers is dan ook vervallen en bovendien is er nu sprake van een individuele uitkering. Vervolgens is van belang dat er ook snel overgegaan kan worden tot het verstrekking van de uitkeringen. De overheid heeft op dit vlak immers reeds enige ervaring opgedaan met de joodse gemeenschap. De 350 mln. gulden aan individuele uitkeringen lijkt bestemd te zijn voor mensen die in de periode 1941–1945 aan dan lijve de oorlogstijd hebben meegemaakt in Indonesië. Kan de minister dit bevestigen? Als vervolg op het technische onderzoek naar individuele claims zal er ten dele verder onderzoek plaatsvinden naar rechtsherstel binnen het breed historisch onderzoek. Als de uitkomsten hiervan bekend zijn, zullen die naast het bedrag van 350 mln. gulden gelegd moeten worden, opdat het allerlaatste woord over dit dossier gesproken kan worden. De heer De Haan (CDA) is van mening dat de Kamer een zo groot mogelijke vorm van eendrachtigheid moet betonen bij deze zaak. Een dergelijk indrukwekkend onderwerp behoeft immers een indrukwekkend optreden. Daarbij moet in het oog worden gehouden dat uiteindelijk geen volstrekte tevredenheid zal kunnen worden bereikt over de hoogte of de interpretatie van het bedrag. In alle plezierige en vaak emotionele contacten met de Indische gemeenschap is immers nooit een eenduidige oplossing naar voren gekomen. De kern van de zaak lijkt daarbij de vraag of er nu sprake is van rechtsherstel of van een gebaar. Daarbij ligt ook het onderscheid tussen de oorlogsperiode en het naoorlogse rechtsherstel gevoelig. Toch is het algemeen gevoelen dat er een punt achter de zaak gezet moet worden, ook als het gaat om het vraagstuk van de representativiteit van het Indisch platform. Het bedrag van 350 mln. gulden moet «for the time being» worden geaccepteerd. In dit verband moet de functie van het breed historisch onderzoek door de regering duidelijk worden gemaakt. Een objectieve historische studie kan tot herkenning en erkenning leiden van de problemen van de Indische landgenoten. Wat echter als de resultaten laten zien dat de Nederlandse Staat op geld van de Indische gemeenschap zit? Hoe zal vervolg worden gegeven aan een dergelijke conclusie, ook in relatie tot het bedrag van 350 mln. gulden? De regering zal dan toch (opnieuw) tot een vergoeding over moeten gaan? De heer Van Dijke (RPF/GPV) heeft een gevoel van gêne als het gaat om de duur van de afwikkeling van de problematiek van de Indische tegoeden. Het betekent immers onder meer dat vooral de naoorlogse generatie het woord over dit dossier moet voeren. Daarbij kan onmogelijk hetzelfde gevoel of dezelfde emotie worden opgeroepen als die bij de betrokkenen leven over de buitengewoon trieste en treurige gebeurtenissen. Wie zijn ogen sluit voor het verleden, gaat echter de toekomst blind tegemoet. Het breed historische onderzoek wordt dan ook zeer gewaardeerd, ook al zijn de financiële consequenties vooralsnog onduidelijk. Het is belangrijk dat de regering erkent dat de overheid steken heeft laten vallen in het verleden. In dat verband is het wat wonderlijk dat in de brief van 12 december sprake is van «vermoedelijke tekortkomingen». Is er soms ook sprake van «vermoedelijk rechtsherstel»? Het is belangrijk dat niet getracht wordt het leed van verschillende groeperingen met elkaar te vergelijken. Bovendien moet voorkomen worden dat mensen zich ongelijk behandeld voelen, zeker bij deze gevoelige kwestie. Het verleden van de Indische gemeenschap is goeddeels niet gedocumenteerd. Uit diezelfde gemeenschap is echter recentelijk door diverse mensen naar voren gebracht dat lang niet alle voor de hand liggende bronnen zijn aangeboord. Heeft de regering een maximale inspanning gepleegd om de beschikbare feiten boven water te krijgen? De heer Van Dijke sluit zich overigens aan bij de woorden van de heer Middel over de kwestie van de representativiteit van het Indisch platform. Het is de heer Van Dijke nog niet geheel duidelijk wie voor een uitkering in aanmerking komt. Hoe staat het bijvoorbeeld met de mensen, die na de oorlog zijn geëmigreerd? Vallen zij buiten de reikwijdte van deze regeling? Meer in het algemeen zou het buitengewoon betreurenswaardig zijn als bij de afwikkeling van een en ander zaken een rol gaan spelen die de waardigheid in het geding brengen. De oproep van mevrouw Meijer in dezen wordt dan ook door hem onderschreven. De heer Van der Staaij (SGP) merkt op dat bij rechtsherstel in het algemeen en bij de Indische tegoeden in het bijzonder drie trefwoorden van groot belang zijn: voortvarendheid, zorgvuldigheid en consensusgericht. Gelet op zowel de tijd dat de gebeurtenissen speelden als de hoge leeftijd van betrokkenen is voortvarendheid van groot belang. Zorgvuldigheid en consensusgericht zijn eveneens belangrijk, bijvoorbeeld gelet op veelal ontbrekende gegevens. De bijzondere gevoeligheid van het gebaar, de erkenning en de tegemoetkoming van de overigens zeer gevarieerde Indische gemeenschap maken duidelijk dat het niet kan gaan om een zakelijk debat. Er moet tegemoetgekomen worden aan de ervaren kilheid, het formalisme en de bureaucratie, het onbegrip en de slechte ontvangst van de Indische burgeroorlogsslachtoffers in naoorlogs Nederland. De vele brieven uit de Indische gemeenschap laten immers zien hoe diep de verbittering is. De in de stukken gebruikte term «gebaar» is weinig gelukkig, omdat deze te veel de sfeer van onverplichte vrijgevigheid uitademt. De term «tegemoetkoming» doet meer recht aan de gevoelens die bij de betrokkenen leven, aangezien het om morele aanspraken gaat. Dat maakt overigens een waardering van de hoogte van het bedrag heel moeilijk. Er lijkt echter zo veel als mogelijk overeenstemming te zijn bereikt over een bedrag dat, ondanks alle kritiek, aan het doel beantwoord. Met het bedrag van 350 mln. gulden plus 35 mln. gulden voor collectieve doeleinden lijkt een balans bereikt, ook aangezien er nu sprake is van individuele uitkeringen. Gaat bij de invulling van de bedragen de afbakening van de doelgroep nog problemen opleveren? In het verleden is immers gesignaleerd dat hier sprake zou zijn van een complicatie. Hoe verhoudt daarnaast het publiekrechtelijke kader zich met de aangeboden behulpzaamheid van de regering bij het opstellen en uitvoeren van een uitkeringsreglement? De heer Van der Staaij onderschrijft van harte de stelling van de regering dat voor rechthebbenden de mogelijkheid van individuele claims overeind blijft. Uit coulanceoverwegingen zal daarbij worden afgezien van een beroep op louter verjaring. De regering gaat voor het onderzoek naar individuele claims proberen, toegang tot relevante buitenlandse archieven te krijgen. In hoeverre zal een dergelijke poging vrucht kunnen hebben? Het belang van een breed historisch onderzoek wordt door de heer Van der Staaij onderschreven. De witte vlekken moeten worden ingevuld, opdat er zo veel mogelijk helderheid kan worden gebracht. Staat de door de regering bepleitte breedheid overigens niet de ook gewilde snelheid van het onderzoek in de weg? Wanneer is dit historisch onderzoek afgerond? Volgens de brief van 12 december spelen bij het onderzoek ook de morele aspecten een rol. Dit kan suggereren dat de discussie over de morele aanspraken en de hoogte van het totaalbedrag heropend kan worden. Dat is toch niet de bedoeling? Bij de Indische gemeenschap zijn op dit vlak toch geen verwachtingen gewekt? De heer Vendrik (GroenLinks) wijst erop dat een gevoel van schaamte past bij de constatering dat vorige politieke generaties in het parlement de zaak niet eerder tot klaarheid hebben kunnen brengen. De algemene lijn van de regering bij de joodse tegoeden, het zoeken naar bewijzen voor het kille en incomplete rechtsherstel na de Tweede Wereldoorlog, is doorgetrokken naar de Indische tegoeden. Eenzelfde benadering hoeft echter niet tot dezelfde uitkomsten te leiden, omdat de aard van de geschiedenis van de joodse en de Indische Nederlanders geheel verschillend is. Al met al is het een wellicht onbeholpen maar gerechtvaardigde en belangrijke poging om voor de door Indische Nederlanders opgedane trieste ervaringen, veroorzaakt door Nederlands handelen, verantwoordelijkheid te (her)nemen. Het is goed dat het kabinet heeft besloten om in plaats van 250 mln. gulden voor collectieve doelen, 350 mln. gulden te reserveren voor individuele uitkeringen. Een en ander kan dan ook op steun van de Indische gemeenschap rekenen. Een belangrijke vraag daarbij is of met enige zekerheid op objectieve wijze vast te stellen valt wie precies tot de kring van gerechtigden behoort. Deze delicate kwestie speelde ook bij de joodse tegoeden, met name inzake de halfjoden. Meer in het algemeen past hierbij de stelling dat het beter is, een uitkering te veel te verstrekken dan een uitkering ten onrechte te onthouden. De brief van de minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport spreekt over nader overleg met het Indisch platform over de kring van gerechtigden. Daarbij moet met enige «zachtheid» worden geopereerd, om te voorkomen dat mensen (weer) een gesloten loket vinden. De heer Vendrik vraagt zich af wat het bedrag van 350 mln. gulden betekent. Is het een gebaar of een tegemoetkoming en wat is de relatie met het rechtsherstel dat voor sommige Indische Nederlanders zo slecht is uitgepakt? Het is daarnaast in dit verband enigszins onduidelijk wat het breed historische onderzoek, dat er zeker moet komen, behelst. Er moet een poging worden gedaan om zo breed mogelijk boven water te halen wat de Indische Nederlanders is overkomen. De kardinale vraag daarbij is welke consequenties de regering vervolgens uit de conclusies van dat onderzoek zal trekken ten aanzien van het rechtsherstel. Het collectieve gebaar van 350 mln. gulden aan individuele uitkeringen kan immers gezien worden als een poging tot tegemoetkoming in het kader van een onvolkomen rechtsherstel. Daarnaast moet de overheid echter de vraag open laten hoe men zal reageren op de uitkomsten van het onderzoek, aangezien die onbekend zijn. Dit betekent dat er op geen enkele wijze verwachtingen kunnen worden gewekt, al kan niet uitgesloten worden dat het onderzoek het bedrag van 350 mln. gulden ter discussie stelt. Deze opstelling is het meest rechtvaardig ten opzichte van de Indische gemeenschap. Hoe waardeert het kabinet deze opstelling? Het is niet aan het parlement om te oordelen over de representativiteit van het Indisch platform. Dat neemt niet weg dat het Indisch platform en de regering zich rekenschap moeten geven van de vragen die hieromtrent leven. Dit kan iets betekenen voor de wijze van werken in de komende tijd, bijvoorbeeld transparantie bij de toekenning en besteding van gelden. Een dergelijke opstelling zou zeer te waarderen zijn. De vereniging Oud-cliëntencontact 45 maakt er overigens gewag van geen plaats te krijgen in het Indisch platform. Kan de minister iets betekenen voor deze groep? De heer Vendrik verwacht nadere voorstellen over de invulling van de 35 mln. gulden aan collectieve doeleinden. Bij de samenstelling van de Indische gemeenschap is er sprake van een enorme pluriformiteit en diversiteit in ervaringen en posities. Deze pluriformiteit moet dan ook tot uitdrukking komen bij de besteding van deze gelden. Antwoord van de regering De minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport deelt de trieste gevoelens over het late moment waarop de overheid probeert te reageren op gevoelens die reeds sinds augustus 1945 leven bij de Indische gemeenschap. De betrokken groep Nederlanders heeft verschrikkelijke dingen meegemaakt vanaf december 1941. Het leed van deze landgenoten is op geen enkele manier te vergoeden. Hier past slechts blijvend begrip en medeleven. Gedurende een vrij lange periode is overleg gepleegd over de invulling door de regering van de tekortkomingen in het rechtsherstel. De aanvankelijk gekozen oplossing van een collectief gebaar van 250 mln. gulden heeft een stroom van reacties veroorzaakt. Vervolgens is opnieuw overleg gevoerd, waarbij de inmiddels bekende oplossing is gekozen. Bij dat vaak plezierige en soms emotionele overleg heeft het Indisch platform zich ook steeds het lot aangetrokken van de Indische Nederlanders die geen lid zijn van een van de achttien clubs van het platform. Het bedrag van 35 mln. gulden voor collectieve doeleinden gaat overigens gepaard met een verzoek om projecten en ideeën in te dienen. Het net zal daarbij zo wijd mogelijk uitgegooid worden, zodat ook voorstellen van buiten het Indisch platform gehonoreerd kunnen worden. De minister antwoordt dat met het bedrag van 350 mln. gulden het collectieve gebaar is afgesloten. Het breed historisch onderzoek is vooral nodig omdat er veel witte vlekken bestaan. De historische documentatie over de bezettingsperiode en de periode daarna moet dan ook worden aangevuld om de ontwikkelingen te reconstrueren. Het Indisch platform heeft uitdrukkelijk gevraagd om de notitie van oktober 2000, Aspecten van rechtsherstel, mee te nemen bij dit onderzoek. Een aanvullend onderzoek naar het rechtsherstel zal dan ook een herkenbaar onderdeel gaan vormen van het breed historisch onderzoek. De commissie-Van Galen en de technische commissie haalbaarheidsonderzoek hebben beide moeten vaststellen dat er teleurstellend weinig archiefmateriaal beschikbaar is. Na grondige bestudering van een en ander is het de overtuiging van de regering dat het breed historisch onderzoek weinig nieuwe aanknopingspunten, inzichten, feiten of claims zal opleveren inzake het rechtsherstel. Er is een maximale inspanning gepleegd om de feiten te achterhalen. De kans dat de Nederlandse regering «op Indisch geld zit» is dan ook minimaal oftewel vrijwel uitgesloten. Wel kunnen wellicht mensen met de conclusies van het onderzoek een individuele claim ondersteunen. Er is ook in dit verband contact met de Indonesische regering over het raadplegen van haar archieven. Honorering van een dergelijk verzoek is onzeker, ook al is duidelijk gemaakt dat het niet in de bedoeling ligt om claims bij de Indonesische regering neer te leggen. Als de resultaten van het onderzoek bekend zijn, zal de regering zich daarin verdiepen en vervolgens geen discussie uit de weg gaan. Het collectieve gebaar is echter gemaakt met het bedrag van 350 mln. gulden. De minister antwoordde desgevraagd dat het naar de stellige overtuiging van de regering hierbij zal blijven. Het indienen van individuele claims blijft overigens te allen tijde mogelijk, ook als de betrokken mensen in het buitenland wonen. De claim op wat men in financieel-materiële zin te kort is gekomen, heeft immers geen verband met de huidige woonplaats. De minister erkent dat er sprake blijft van een discrepantie bij de interpretatie van het totaalbedrag van 385 mln. gulden. Is het een gebaar of een tegemoetkoming in het rechtsherstel of voor de kille ontvangst? De Indische gemeenschap wil het graag zien als een gebaar op grond van de kille ontvangst. De regering ziet het als een poging tot verzachting van de ervaringen bij het toenmalige, gebrekkige rechtsherstel. In de brief is sprake van «vermoedelijke» tekortkomingen. Aangezien er weinig harde feiten over het rechtsherstel zijn en er geen volledig beeld beschikbaar is, gebiedt de zuiverheid een dergelijke formulering. Naar de overtuiging van de minister is er echter sprake van «waarschijnlijke» tekortkomingen. Juist de correct-formalistische en bureaucratische opstelling van destijds, ook inzake de valutakwestie, wil de overheid daarom alsnog pogen te verzachten. Meer in het algemeen past de term «tegemoetkoming» daarbij wellicht beter dan de term «gebaar». Het Indisch platform is uitgenodigd om een voorstel te doen over de afbakening van de doelgroep inzake de individuele uitkeringen. Het bedrag zal ten goede moeten komen aan alle Nederlanders die tijdens de Japanse bezetting in Nederlands-Indië verbleven of elders (onvrijwillig) geïnterneerd of tewerkgesteld waren door de Japanse bezetter. Inmiddels is een ambtelijke werkgroep, onder voorzitterschap van mevrouw Van Heemskerk, belast met de voorbereiding van de uitvoering. Die zal ook de uitkeringcriteria nader uitwerken. Aan het NIDI (Nederlands interdisciplinair demografisch instituut) is bovendien gevraagd de doelgroep zo goed mogelijk te omschrijven. Bij die doelgroep horen ook mensen die zijn geëmigreerd. De werkgroep is kwartiermaker voor de in te stellen stichting die, geheel analoog aan die voor de joodse tegoeden, in twee ronden zal zorg dragen voor de afwikkeling en beoordeling van de uitkeringen. Met het oog op de hoge leeftijd van de betrokkenen zullen de eerste bedragen nog dit jaar worden verstrekt. Het ministerie van VWS blijft overigens te allen tijde beschikbaar om, ook als de organisatie reeds werkzaam is, de stichting met raad en daad bij te staan. De verdeling van de gelden is echter een zaak van de stichting zelf. De Kamer zal te zijner tijd in kennis worden gesteld van de uiteindelijke doelgroepdefinitie en de voortgang in het algemeen. De minister legt uit dat de Kamer tevens nader op de hoogte zal worden gesteld van de besteding van het bedrag van 35 mln. gulden voor collectieve doelen. De zaak van het Indisch huis wordt daarbij in principe op de eigen merites bekeken. Uiteindelijk gaat het echter om de wensen van de Indische gemeenschap. Met de homoseksuele gemeenschap is overigens zeer recent overeenstemming bereikt over het beschikbaar stellen van 3,5 mln. gulden voor aanvullend onderzoek en het toegankelijk maken van de resultaten daarvan. Een oproep van de SBO inzake de kinderen van Jehova's getuigen heeft slechts drie reacties opgeleverd. Deze drie mensen zijn uitgenodigd voor een gesprek. De reizigers, de woonwagenbewoners, kennen geen organisatie die als gesprekspartner te gebruiken is. Inmiddels is SBO bezig om middels een meldpunt de relevante gegevens te verzamelen. Nog dit jaar zal daarover een rapport aan de Kamer worden toegestuurd. Bij de ex-dwangarbeiders is er sprake van een teleurstellende ontwikkeling rond het in Duitsland opgerichte fonds. Veel bedrijven hebben nog niet gestort. Ook Oostenrijk kent een fonds, waarvoor overigens SBO de aanvraagbegeleiding mag verzorgen. Op korte termijn wordt de landelijke aanvraagprocedure bekend gemaakt. De regering wil daarnaast trachten iets te doen voor deze mensen via het WUBO-traject (Wet uitkeringen burger-oorlogsslachtoffers 1940–1945). De Pensioen enuitkeringsraad (PUR) heeft hierop besloten met een pilot te starten voor 1% van de bij SBO-geregistreerde ex-dwangarbeiders, zodat gepeild kan worden hoeveel interesse er is en hoeveel mensen hiervoor in aanmerking komen. Over de kwestie van de pensioenen vallen, in afwezigheid van de staatssecretaris van Sociale Zaken en Werkgelegenheid, geen nieuwe feiten te melden. De minister van Financiën geeft aan dat met rechtsherstel niet wordt gedoeld op een vergoeding van de schade die tijdens de oorlog is geleden. Het gaat om de inzet van de overheid om getraceerde goederen bij de rechthebbende terug te brengen. Door erop te wijzen dat Nederland de oorlog aan Japan verklaarde, wordt soms getracht uit te komen op een soort integrale schadevergoeding. Koningin Wilhelmina zou immers in een radio-oproep hebben gesteld dat er sprake zou zijn van compensatie van geleden oorlogsschade. Het is echter onmogelijk om iedere individuele schade als gevolg van verschillende oorlogshandelingen te vergoeden. Bij het rechtsherstel zijn ongetwijfeld fouten gemaakt. De kernvraag daarbij is of de Nederlandse overheid op Indisch geld zit. Het bedrag van 350 mln. gulden is een tegemoetkoming voor juist het vermoeden dat het rechtsherstel, ook wat betreft de Nederlandse staat, niet helemaal perfect is verlopen. Het is immers naar de stellige overtuiging van de regering onmogelijk te achterhalen welke fouten zijn gemaakt en welke bedragen daarmee waren gemoeid. Dat laat de mogelijkheid van een individuele claim onverlet, ook al is er sprake van verjaring. Daarbij kan het breed historisch onderzoek wellicht aanknopingspunten bieden. De afwikkeling van de joodse tegoeden verloopt voorspoedig. Inmiddels worden reeds bedragen uitgekeerd. Hopelijk is er snel sprake van een uitkeringsreglement inzake de Indische tegoeden. Daarbij kan men zijn voordeel doen met de reeds opgedane ervaringen. Er zal dan ook in dit geval sprake zijn van de tweerondenmethode, zodat de 350 mln. gulden geheel individueel uitgekeerd zal worden. Nadere gedachtewisseling De heer Middel (PvdA) vindt het van belang dat de uiteindelijke uitvoering van de regeling inzake de Indische tegoeden niet wordt opgehouden door eventuele discussies. Mede gezien de kritische geluiden over representativiteit uit de Indische gemeenschap, is een beroep op de regering gepast om met extra attentie zorg te dragen voor een goede organisatie van de uitvoering. De toenmalige minister-president heeft de Indische gemeenschap immers in 1991 opgeroepen zich te organiseren tot een gesprekspartner voor de regering. Het onderzoek naar de afbakening van de doelgroep is wat wonderlijk, gelet op de praktijk bij de joodse tegoeden en de uitvoering van met name de WUBO. De huidige woonplaats of nationaliteit van een oorlogsgetroffene maakt toch niets uit? De pilot inzake ex-dwangarbeiders is een aardig initiatief, maar ook hier is enige snelheid geboden met het oog op de hoge leeftijd van de betrokkenen. De heer Middel vindt dat de overheid de schijn moet vermijden dat mensen aan het lijntje worden gehouden. Het breed historisch onderzoek kan aanleiding geven tot ondersteuning van individuele claims, die immers overeind blijven. Het moet echter duidelijk zijn dat er geen behoefte bestaat om in een later verband op het collectieve bedrag, 385 mln. gulden, terug te komen. Mevrouw Meijer (VVD) heeft eveneens geen behoefte om op het totaalbedrag van 385 mln. gulden terug te komen. De vraag waar mensen terecht kunnen die het niet eens zijn met de afwikkeling van hun claim is onbeantwoord gebleven. De wijze van afwikkeling van de joodse tegoeden is, na alle verwikkelingen, buitengewoon goed en plezierig te noemen. De regering moet dan ook toezeggen, vooral behulpzaam en inlevend te zullen opereren bij de organisatie van de afwikkeling van de Indische tegoeden. De Indische gemeenschap op haar beurt moet de strijdbijl begraven, zodat een snelle en goede afwikkeling binnen bereik komt. Mevrouw Giskes (D66) constateert dat de ergernis over het naoorlogse rechtsherstel en de onvrede en frustratie over de kille ontvangst elkaar hebben versterkt. Erkenning hiervan leidt dan ook tot het in elkaar grijpen van de termen gebaar en rechtsherstel. Daarbij moet geen onderscheid worden gemaakt tussen mensen die wel en mensen die niet in Nederland zijn gebleven. Wellicht hebben immers veel mensen Nederland juist verlaten omdat de ontvangst zo kil was. De stellige overtuiging van de regering over een deel van de conclusies van het breed historisch onderzoek staat haaks op het idee van onderzoek op zichzelf. Bij een dergelijke overtuiging kan men het onderzoek immers beter laten. Is het niet beter te spreken van «verwachting» in plaats van «overtuiging»? Er kan immers niet uitgesloten worden dat er als gevolg van het onderzoek enigerlei claims naar voren komen die niet tot uitdrukking zijn gebracht in het bedrag van 350 mln. gulden. Mevrouw Giskes vindt het verheugend en bovendien wezenlijk voor de voortgang van het uitkeringsproces dat er een onafhankelijk voorzitter is gevonden voor de werkgroep. Kan de Kamer te zijner tijd kennisnemen van het uitkeringsreglement? De heer De Haan (CDA) heeft lof voor de stijl waarmee de regering in de afgelopen periode heeft gehandeld. Mede met het oog daarop moet het debat een duidelijke afsluiting vinden. Het bedrag van 350 mln. gulden is een collectieve tegemoetkoming die individueel wordt uitgekeerd. Het ligt niet in de bedoeling daarop terug te komen. Uit het breed historisch onderzoek, dat vooral de documenten moet ordenen en de gebeurtenissen moet boekstaven, kan echter blijken dat voor bepaalde groepen of individuen het rechtsherstel nog moet plaatsvinden. De heer De Haan vindt het belangrijk dat de afwikkeling van een en ander goed wordt georganiseerd. Daarbij kan men de vruchten plukken van de ervaringen en specifieke kennis die zijn opgedaan inzake de joodse tegoeden. De heer Van Dijke (RPF/GPV) memoreert dat onduidelijk is gebleven hoe te oordelen over de gevolgtrekkingen van het historisch onderzoek. Het accent bij dat onderzoek moet niet liggen op een verdere precisering van genoegdoening of rechtsherstel. Dat zou een veel te smalle betekenis aan dit op zichzelf te waarderen onderzoek geven. Men moet het laten bij het bedrag van 350 mln. gulden, individuele claims uitgezonderd. Hoe is de regering overigens van zins om de verschillende rechthebbenden, bijvoorbeeld zij die verblijven of wonen in het buitenland, te traceren? Worden er pogingen gedaan om deze mensen te bereiken en zo ja, in welke vorm? De heer Van der Staaij (SGP) stelt vast dat de materiële en de immateriële aspecten van de tegemoetkoming, ook gezien de wijze van rechtsherstel, moeilijk te scheiden zijn. De vraag wanneer de eerste resultaten van het breed historisch onderzoek worden verwacht, is onbeantwoord gebleven. Dat onderzoek moet overigens niet als doel hebben om het bedrag van 385 mln. gulden ter discussie te stellen. Het kan echter dienstbaar zijn aan individuele claims. De heer Vendrik (GroenLinks) vindt dat bij het toekennen van uitkeringen souplesse, snelheid en ruimhartigheid moeten worden betracht. Kan de minister toezeggen zich sterk te zullen maken voor de zaak van de representativiteit van het Indisch platform, ook in verband met de positie van het Oud-cliëntencontact '45? Alle initiatieven uit de Indische gemeenschap moeten immers een plek onder de zon krijgen. De heer Vendrik begrijpt van de regering dat de kans dat het breed historisch onderzoek nieuwe feiten oplevert, die het bedrag van 385 mln. gulden opnieuw ter discussie stellen, vrijwel nihil is. Het enige dat hier rest, is de resultaten van het onderzoek af te wachten. Er moet overigens niet vooral of alleen gekeken worden naar de witte vlekken in het rechtsherstel. Deze onderzoeksvragen moeten echter ook niet naar de rand van het onderzoek worden geduwd. Afhankelijk van de conclusies zal er wellicht een debat dienen te ontstaan over het voorliggende akkoord. De minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport heeft breed uitgesproken steun gehoord voor de conclusie dat het bedrag van 385 mln. gulden het laatste woord is inzake het collectieve gebaar. Op dit vlak mogen er dan ook geen valse verwachtingen worden gewekt. De hoofddoelstelling van het breed historisch onderzoek is de witte vlekken in de geschiedschrijving op te sporen. Het vele materiaal moet zodanig geordend worden dat de Nederlandse geschiedschrijving een goed hoofdstuk zal bevatten over deze verschrikkelijke periode. Aan het Indisch platform is toegezegd de notitie Aspecten van rechtsherstel bij het onderzoek te zullen betrekken. Naar schatting van de onderzoekers zal het totale onderzoek vier jaar in beslag nemen. Het is echter goed mogelijk dat bepaalde delen van het onderzoek, naar tijd of thema, eerder worden gepubliceerd. De regering stelt daarbij niet reeds te weten wat de resultaten van het onderzoek zullen zijn. De minister legt uit dat is overeengekomen dat het bedrag van 350 mln. gulden ten goede moet komen aan toenmalige Nederlanders die tijdens de Japanse bezetting in het voormalig Nederlands-Indië verbleven of in opdracht van de bezetter onvrijwillig elders geïnterneerd of tewerkgesteld waren. De Kamer zal, nadat het NIDI een en ander heeft bekeken, op korte termijn een doelgroepdefinitie ontvangen. Nog dit jaar moet immers begonnen worden met het verstrekken van de uitkeringen. De regering zal ook meer in het algemeen betrokken en behulpzaam blijven bij de organisatie. De inzet is daarbij gericht op het zo snel mogelijk oprichten van een stichting. De beslissingen van deze stichting staan open voor beroep en bezwaar, analoog aan de stichting voor de joodse tegoeden. De landsadvocaat is overigens reeds bezig met het ontwerpen van statuten voor de stichting en van een uitkeringsreglement. De Kamer zal ook deze beide regelingen toegezonden krijgen. De minister zegt toe actief betrokken en inlevend te zullen blijven, ook om eventuele rimpeltjes bij de afwikkeling zo snel mogelijk glad te strijken. De minister maakt duidelijk dat bij de besteding van de 35 mln. gulden voor collectieve doelen alle ideeën en voorstellen van de Indische gemeenschap welkom zijn. Hierbij wordt vooral gedacht aan projecten in de sfeer van educatie, welzijn en cultuur. De inspanningen zijn momenteel overigens vooral gericht op het tot stand brengen van de individuele uitkeringen. Het traceren van de mensen uit de doelgroep zal op eenzelfde wijze plaatsvinden als bij de joodse groepering. Door middel van advertenties in binnen- en buitenlandse kranten, netwerken en ambassades zal ook de kleine groep mensen die zich buiten Nederland bevinden bijvoorbeeld in Amerika in de gelegenheid worden gesteld om te reageren. De voorzitter van de vaste commissie voor Financiën, Van Gijzel De voorzitter van de vaste commissie voor Volksgezondheid, Welzijn en Sport, Essers De griffier van de vaste commissie voor Financiën, Janssen ________________________________________ 1 Samenstelling: Leden: Schutte (RPF/GPV), Reitsma (CDA), Witteveen-Hevinga (PvdA), Rosenmöller (GroenLinks), Van Gijzel (PvdA), voorzitter, Voûte-Droste (VVD), Noorman-den Uyl (PvdA), Giskes (D66), Kamp (VVD), Marijnissen (SP), Crone (PvdA), Van Dijke (RPF/GPV), Bakker (D66), De Vries (VVD), Hofstra (VVD), De Haan (CDA), ondervoorzitter, Stroeken (CDA), Van Beek (VVD), Balkenende (CDA), Vendrik (GroenLinks), Remak (VVD), Wijn (CDA), Kuijper (PvdA), Dijsselbloem (PvdA), Bolhuis (PvdA). Plv. leden: Van der Vlies (SGP), Verburg (CDA), Koenders (PvdA), Harrewijn (GroenLinks), Duijkers (PvdA), Balemans (VVD), Van Oven (PvdA), Schimmel (D66), Patijn (VVD), De Wit (SP), Hoekema (D66), Van Walsem (D66), Wilders (VVD), Blok (VVD), Dankers (CDA), Hillen (CDA), Weekers (VVD), Rabbae (GroenLinks), Hessing (VVD), Van den Akker (CDA), Timmermans (PvdA), Hindriks (PvdA), Smits (PvdA). 2 Samenstelling: Leden: Van der Vlies (SGP), Swildens-Rozendaal (PvdA), ondervoorzitter, Middel (PvdA), Essers (VVD), voorzitter, Oedayraj Singh Varma (GroenLinks), Dankers (CDA), Oudkerk (PvdA), Rijpstra (VVD), Bakker (D66), Rouvoet (RPF/GPV), Van Vliet (D66), Van Blerck-Woerdman (VVD), Passtoors (VVD), Eisses-Timmerman (CDA), Gortzak (PvdA), Hermann (GroenLinks), Buijs (CDA), Atsma (CDA), Arib (PvdA), Spoelman (PvdA), Kant (SP), E. Meijer (VVD), Van der Hoek (PvdA), Blok (VVD), Mosterd (CDA). Plv. leden: Lambrechts (D66), Rehwinkel (PvdA), Apostolou (PvdA), Örgü (VVD), Van Gent (GroenLinks), Van de Camp (CDA), Noorman-den Uyl (PvdA), Weekers (VVD), Ravestein (D66), Schutte (RPF/GPV), Schimmel (D66), Terpstra (VVD), Udo (VVD), Visser-van Doorn (CDA), Belinfante (PvdA), Harrewijn (GroenLinks), Ross-van Dorp (CDA), Th. A. M. Meijer (CDA), Duijkers (PvdA), Smits (PvdA), Marijnissen (SP), O. P. G. Vos (VVD), Hamer (PvdA), Cherribi (VVD), Eurlings (CDA).

Het gebaar

25 839
Tegoeden Tweede Wereldoorlog

nr. 23
VERSLAG VAN EEN ALGEMEEN OVERLEG

Lees verder…

Blog Topics by Tags

Monthly Archives