Alle berichten (3006)

Sorteer op

Kousbroeks “Het Oostindisch kampsyndroom”.

Besproken door Pjotr.X.  Siccama – deel  1010897266653?profile=original 

In deel 8 had ik de gebeurtenissen van Hiroshima en Nagasaki besproken. In dit deel gaat het om de herdenking zelf. Kousbroek had die 20 jaar geleden bijgewoond en schrijft

dat tijdens deze herdenking, 50 jaar na de atoombommen op Hiroshima en Nagasaki, de burgemeester van Hiroshima Motoshima Hitoshi een rede hield voor de Foreign (International) Press Club in Tokio waarin hij het afwerpen van die atoombommen een Amerikaanse misdaad vond. “De grootste misdaad tegen de mensheid in de 20e eeuw. (..) waren de atoombommen en de Holocaust”. Niet alleen hij, maar vele vooraanstaande Japanners vonden dat.

De toespraak werd gepubliceerd in de International Herald Tibune op 16.03.1995.

 

10897270472?profile=original

 

 

 foto - Burgemeester van Hiroshima en Nagasaki

De wereld moet zeker geschokt zijn geweest toen deze toespraak in de kranten verscheen, maar ook voor de nabestaanden die de verschrikkingen door Japan veroorzaakt (o.a. in Azië) aan den lijve hadden ondervonden en eronder geleden hebben, moet dit zeer pijnlijk zijn geweest. Het zijn de atoombommen die zoveel slachtoffers hadden gemaakt, maar het gelijk stellen met de Holocaust staat waarachtig buiten de werkelijkheid. Elk slachtoffer is er een te veel, maar meer dan 6 miljoen Joodse burgers bewust vermoorden is heel wat anders. Het is duidelijk dat ik me hier niet wil bewegen in statistieken van aantallen, ze zijn ons immers alle bekend.

 

Ten eerste ben ik het volstrekt eens dat bovengenoemde Japanse burgemeester een grove en grote fout heeft gemaakt met zijn redevoering door de de slachting door de atoombommen gelijk te stellen met de Holocaust. Het fundamentele verschil schuilt in de pijnlijke constatering dat de slachtoffers in Hiroshima en Nagasaki niet waren geselecteerd om gedood te worden in tegenstelling tot het smartelijke feit dat dat met de Joodse gemeenschap door nazi-Duitsland wel was gedaan.

De onzindelijkheid van denken bij sommigen, brengen mensen tot bizarre en ongeloofwaardige soorten van handelen en uitspraken.  

De Japanners vinden bijvoorbeeld (het is zowat uitgegroeid tot een nationale mythe en gaat heel ver) dat Hiroshima - waar in het zogenoemde “Vredesmuseum” zelfs een altaar is gebouwd ter nagedachtenis aan Auswitsch, alsof de Japanners ook slachtoffer zijn geworden – en doet dat blijkbaar om ‘’te worden vergeleken met Auswitsch’’(!), en dat het oordeel en de opinie van de wereld er hier niet toe doen. Japan en de Japanners zijn en blijven echter de oorzaak en daarom ook de auctores horribilis van het Pacificdrama en  niet anders. Een bespottelijke situatie. In Japan blijft men doorhameren dat het slachtoffer is van iets wat het zelf had aangericht: te beginnen met onder andere de aanval zonder oorlogsverklaring of waarschuwing op het grote buurland de V.S. en daarna de rest van Azië. Het is werkelijk ongepast, ongehoord en beledigend om nu, zoals ik hiervoor beschreven heb, de algehele onschuld uit te hangen.

 10897270870?profile=original

De legende dat de atoombommen op Hiroshima en Nagasaki zijn gebruikt om Japanners zogenaamd uit te roeien en dat van racisme sprake zou zijn geweest, is allang ontzenuwd, zeker als men ook bedenkt dat deze atoombommen tegen nazi-Duitsland moesten worden ingezet. Waar hebben we het hier over? Maar nog ernstiger: wat kunnen we nog meer verwachten bij deze absurde onzindelijkheid van een status quo?  

In deel 8 had ik het over de onmogelijkheid van een wapenstilstand met Japan en Duitsland; Kousbroek had in dat verband wel gedacht dat het een mogelijkheid wás in tegenstelling tot ondergetekende om de eenvoudige redden dat het helemaal beslist gene uitgemaakte zaak zou zijn dat Japan zou capituleren, zonder dat de atoombommen zijn gevallen. Er bestaan immers talloze gegevens die dat kunnen bevestigen en ook bewijzen dat Japan zich coûte-que-coûte en centimeter voor centimeter zou verdedigen , wanneer het om “uitroeiing van de Japanse bevolking” ging.

De Japanse militaire elite (dat wat van overgebleven was en nog niet geheel ontwapend) in 1945, had immers serieuze pogingen ondernomen om Hirohito ervan te weerhouden om de rede van de capitulatie over de radio voor te lezen.

Dat werd door deze elitegroep als een ware vernedering beschouwd. Hele complotten werden bedacht om de keizer te ontvoeren, de tekst van de capitulatierede te verbranden en zo meer. Tezelfder tijd was een andere elite eenheid bezig om het keizerlijk paleis te bestormen. Van al deze incidenten gedurende het naoorlogse Japanse machtsvacuüm bestaan uitgebreide verslagen (veel zijn in te zien in het publieke domein).

Een bijzonder saillant detail was dat de overgrote meerderheid van de Japanse bevolking al in 1945/46 Hirohito als “Het Kwaad van de oorlog” beschouwde. Indien toen een referendum zou zijn gehouden onder supervisie van het Internationaal Tribunaal (scheen praktisch onuitvoerbaar, gezien de ernstig beschadigde infrastructuur in het land en de agressieve tot zelfmoord in staat zijnde verzetsbewegingen die overigens een minderheid vormden), was Hirohito niet alleen veroordeeld tot de strop maar had Japan een beginkunnen maken met een gloednieuwe parlementaire democratische republiek, bevrijd van het belastend verleden, waar het nu nog onder gebukt gaat.

 

Wij dienen ons werkelijk goed te realiseren dat alle mensen in deze wereld slaven zouden zijn geworden awanneer Japan en Duitsland de atoombommen eerder tot ontwikkeling zouden hebben gebracht en dit wapentuig zouden hebben ingezet.  

Wordt vervolgd.

 

PXS

Lees verder…

10897368679?profile=originalAdriaan van Dis en de vergeten restanten van ons koloniaal verleden

 door Wouter Muller  

‘Indonesië, het land waar ik het meest niet ben geweest’. Met deze magistrale zin trakteerde Adriaan van Dis ons in acht tv-afleveringen op een bijzondere  reis door een bijzonder land.  Enerzijds een reis naar zijn ‘roots’ in het voormalige Nederlands-Indië. Anderzijds gaf zijn reis ook een doorkijk in het huidige Indonesië.  Dat Nederland en Indonesië bijzondere banden hebben met elkaar is een veel gebruikte uitspraak bij officiële gelegenheden waar vertegenwoordigers van beide landen aanwezig zijn. Maar Van Dis ging verder en prikte die politiek correcte uitspraak soms onbarmhartig door.  Hij liet zien hoe die bijzondere banden in het verleden zijn ontstaan. En  vooral welke enorme financiële Nederlandse belangen daaraan ten grondslag lagen.

De Hengelose antropoloog drs. Sie Dian Ho onderzocht dat en ontdekte dat onder Colijn de Nederlandse staatsbegroting voor één derde deel gefinancierd werd met geld uit Indië.  Na een bezoek aan hem zei hij ‘dus Wouter, als je straks door Hengelo rijdt en je ziet drie lantarenpalen, dan weet je dat één daarvan is betaald met geld uit ons geboorteland’.

Nu weet ik  dat je het verleden niet moet beoordelen met de bril van nu, maar dat je dat in de tijd van toen moet zien. Vanuit dat perspectief bewees Van Dis hoe driehonderdvijftig jaar Nederlandse overheersing nog altijd in het Indonesië van nu terug te vinden is. Ten goede en ten kwade. Daarmee hield hij ons een belangrijke spiegel voor.  Hoe kijken wij terug op dat koloniale verleden?  Met trots? Met spijt? Met schaamte? Vegen we het liever onder het tapijt of maken we het tot een bewust onderdeel van onze vaderlandse geschiedenis? Is Jan Pieterszoon Coen een held of een moordenaar? Was Eduard Douwes Dekker een laffe verrader of een dappere klokkenluider? Een volk dat zich bewust rekenschap geeft van zijn koloniale verleden is beter af dan wanneer het dat verzwijgt of weggooit in de vuilnisbak van verleden tijd. Dan heb je ook meer recht van spreken als we anderen aanspreken op hun vroegere of huidige wandaden.  Wie zijn wij als wij Bouterse veroordelen en zelf jarenlang onze oorlogsmisdaden in Rawagede verjaard hebben verklaard?

Van Dis ontmoette in Surabaya diverse nazaten van ons Indisch verleden. Nederlanders die hun Nederlanderschap verloren na de Indonesische onafhankelijkheid. Ons land ontmoedigde hun komst naar Nederland, waardoor velen ten prooi vielen aan discriminatie, uitsluiting en armoede. Allemaal Nederlanders die in Indië meevochten voor volk, vaderland en Oranje. Wij zagen Van Dis in gesprek met Eddie Samson. Die liet zijn smeekbrief aan de koningin zien om naar ons land te komen. Die brief werd nimmer beantwoord.

In juli ontmoet ik Eddie Samson als ik met mijn band en het Nijmeegse Colourful City Koor in Surabaya, Jakarta en op andere plaatsen mag optreden voor deze voormalige landgenoten. Velen van hen verkeren al jaren in zeer armoedige omstandigheden. Een volkomen vergeten groep landgenoten, waar niemand meer naar omkijkt. Behalve de stichting Hulp Aan Landgenoten In Indonesië (HALIN). HALIN  helpt al  57 jaar enkele honderden van hen met een kleine financiële bijdrage in hun levensonderhoud, maar heeft dringend nieuwe donateurs en donaties nodig. Kom daarom op 16 mei ’s avonds naar het Enschedese Muziekcentrum voor een groot benefietconcert voor HALIN. Wieteke van Dort, Ernst Jansz en ik komen dan met meer dan 100 koorzangers en muzikanten in actie voor deze vergeten groep. Restant van ons koloniaal verleden in Indonesië. Indonesië, het land waar ook veel  Nederlanders  ‘het meest niet zijn geweest’, maar dat van alle landen wel het meest ons verleden heeft bepaald.

 

Column op 5 mei 2012 gepubliceerd in de Twentse Courant Tubantia.

Wouter Muller is muzikant, tekstschrijver en componist

Lees verder…

Wreker van zijn Indische grootouders De politieke roots van Geert Wilders

(Bron De Groene Amsterdammer)

Geert Wilders lijkt alle politiek te reduceren tot vraagstukken van grensbewaking, volkstelling en volksverplaatsing. Displacedness vormt het steeds terugkerende motief van zijn betoog en niet toevallig ook van zijn verborgen Indische familiegeschiedenis.

LIZZY VAN LEEUWEN

EN WEER LUKTE het hem: door heel Europa meldden krantenkoppen in juni de plannen van Geert Wilders om ‘miljoenen, tientallen miljoenen’ Europese moslims voorgoed uit te zetten als ze problemen veroorzaken. De PVV-leider deed deze uitspraak in Denemarken waar hij, net als in de Verenigde Staten, door velen wordt gezien als internationale held van het vrije woord. In het buitenland gooit Wilders alle remmen los als hij zijn vaste thema aansnijdt: de dreigende islamisering van het vrije Westen, te beginnen met ‘Eurabia’. Zijn alternatief – deportatie, opsluiting en/of verbanning van moslims – wordt in het buitenland doorgaans met staande ovaties verwelkomd. In Denemarken beweerde hij ook dat de westerse democratie op de rand van de afgrond staat door ‘massale immigratie en het hoge geboortecijfer van moslims’. In Los Angeles liet Wilders weten dat de hedendaagse islam in Europa oproept tot ‘onze vernietiging’.


De vraag blijft: wat beweegt Wilders? Uit welke bron put hij zijn monomane gedrevenheid? Is er een context denkbaar – ideologisch, historisch – waarin de figuur van Wilders thuishoort? Ondanks de vele pogingen om de volksvertegenwoordiger politiek te plaatsen, blijft een bevredigende analyse uit. Wilders is de laatste jaren omschreven als fascist, racist, populist, ‘provinciaal’, xenofoob, ‘volbloed liberaal’, rechts-extremist, rechts-radicaal en als ‘islamracist’. Hij gaat verder dan gewone rechts-extremisten als Jean-Marie Le Pen en Filip Dewinter, stellen sommige politicologen. Meindert Fennema (UvA) beweert dat Wilders’ voorstellen soms verontrustend ver over de grens van de rechtsstaat gaan – typeringen die Wilders zelf afdoet met ‘gezeur in de marge’ en de behoefte hem te demoniseren. Wilders noemt zichzelf sinds kort ‘Dutch freedom fighter’; daarvóór omschreef hij zichzelf graag als ‘democraat in hart en nieren’.


Waar het publiek, de politici en de politicologen het mee moeten doen – afgezien natuurlijk van het verbale geweld – zijn het VVD-verleden, de benadrukte afkomst uit Limburg en het extreme, geblondeerde kapsel. Als politicus lijkt hij uit de lucht te zijn gevallen: een zelfgefabriekte brandbom uit Venlo, die in geen enkele politieke traditie past en ook daarom moeilijk politiek onschadelijk te maken is. Voor veel Nederlanders (vooral in de Randstad) is Limburg nog steeds een soort buitengebied, van waaruit je van alles kunt verwachten; een gebied met eigen normen en waarden en een ongewone cultuur. Dit vooroordeel staat een diepergaande blik op het fenomeen Wilders in de weg. Waarom verder zoeken als ‘Limburg’ een verklarend kader biedt? Misschien wel omdat de VVD als kraamkamer van de PVV toch nieuw licht op Wilders’ missie kan werpen? Het haar van Wilders is intussen een politiek symptoom dat ten onrechte niet serieus genomen wordt.
IN JUNI werd in een klein artikel in Trouw de genealoog Roel de Neve geciteerd over de genetische afstamming van Wilders, die een paar Aziatische, mogelijk islamitische voormoeders in zijn Nederlands-Indische voorgeslacht telt. Wilders is deels van Indische afkomst, meldt het bericht, maar dat is een onjuiste formulering, want ‘Indische afkomst’ houdt al in: van gemengde komaf. Wilders is een Indo. In Nederland Door Omstandigheden, zoals het grapje vroeger luidde. De Volkskrant reageerde op dit nieuws met een satirisch stukje waarin Wilders werd opgevoerd als een jonge driftkop, verslaafd aan de Blue Diamonds-hit Ramona, die tot razernij verviel omdat de jukebox na zestien keer Ramona spelen werd stilgelegd.


Veel meer dan dit ‘Indisch’ geïnspireerde fantasieverhaal heeft het nieuws over de afkomst van de politicus sindsdien niet opgeleverd in de media. Ten onrechte, want interessanter dan Wilders’ precieze genetische afstamming is zijn verborgen ‘culturele’ Indoschap, omdat dat tot uiting kan komen in zijn politieke genealogie. Is het denkbaar dat postkoloniale historie en familiegeschiedenis Wilders hebben gemaakt tot wat hij vandaag politiek voorstelt en voorstaat? Hoort Wilders tot het onuitgepakte deel van onze Indische erfenis?


Hijzelf draait ongemakkelijk om zijn Indische afkomst heen. In de biografie Veel gekker kan het niet worden (2008) van Arthur Blok en Jonathan van Melle komt Wilders, gevraagd naar zijn Indische achtergrond, met een onsamenhangend verhaal:
‘Mijn moeders vader was majoor in het Koninklijk Nederlands-Indisch Leger (KNIL) en hij is daar naartoe gezonden. Mijn moeder is uit Nederlandse ouders geboren, maar zij heeft wel enkele zussen, en een daarvan is getrouwd met een Indische man. Ik heb zover ik weet en me herinner twee echte neven en een oom uit Indonesië. Mijn moeder heeft destijds drie maanden in Nederlands-Indië gewoond en is daarna naar Frankrijk gegaan, toen haar vader, mijn opa, weer terug moest. Al zijn dochters zijn toen met aangetrouwde familie ook weer mee teruggegaan, dus er is wel enige Indische invloed in mijn familie zichtbaar. Bij de oudste zus van mijn moeder, die lang in Nederlands-Indië heeft gewoond, gingen we wel eens in het weekend kroepoek bakken.’
Recent onderzoek in het Nationaal Archief brengt aan het licht dat dit fragment uit halve waarheden, verdichtsels en losse interpretaties bestaat, waarover straks meer. Waarom verhult en verbergt Wilders zijn Indische afkomst?

IN WILDERS’ politieke carrière vormen niet toevallig territoriumkwesties en de mogelijke demografische gevolgen daarvan – zoals migratie – een centrale rol. Ze vormen zogezegd zijn politieke vehikel. In de jaren negentig, na zijn huwelijk met een Hongaarse diplomate, hield hij zich bezig met de kwade sentimenten rond het door de Eerste Wereldoorlog veroorzaakte verlies van Hongaars grondgebied. Ook interesseerde hij zich intens voor de binnenlandse politiek van Israël, het land waarvoor hij naar eigen zeggen een diepe liefde voelt. Die liefde is al vroeg ontstaan: na zijn havo-eindexamen vertrok Wilders voor twee jaar naar Israël om zich bij een in het grensgebied van de omstreden Jordaanvallei gelegen kibboets aan te sluiten. Wilders’ geopolitieke obsessies kwamen duidelijk tot uiting ten tijde van zijn breuk met de VVD, veroorzaakt door het positieve fractiestandpunt over de toetreding van Turkije tot de EU. Dat vond Wilders ontoelaatbaar, omdat Turkije als ‘moslimland’ onverenigbaar zou zijn met de Europese cultuur – bovendien, voorspelde hij, ‘komen ze straks allemaal onze kant op’.


Sindsdien lijkt Wilders alle politiek te reduceren tot vraagstukken van grensbewaking, volkstelling en volksverplaatsing in het algemeen. Displacedness vormt het steeds terugkerende, onderliggende motief van zijn betoog en niet toevallig ook van zijn verborgen familiegeschiedenis. Indische familiegeschiedenissen reflecteren bijna allemaal de calamiteiten van de twintigste eeuw: uitsluiting, vervolging, geweld en gedwongen afscheid maakten een zeker deel uit van de ervaringen van Indische ouders, grootouders en overgrootouders. Zwaartepunt daarin vormde de Tweede Wereldoorlog, een oorlog waarin men volgens de historicus Mark Mazower ‘mensen verplaatste om politieke grenzen te consolideren’. In Nederlands-Indië leidde de Japanse Groot-Aziëpolitiek bijvoorbeeld tot het beleid om de blanke aanwezigheid totaal uit de openbare sfeer te bannen, door internering in kampen. De racistische bezettingsmaatregelen van de Japanners verscherpten de aloude identiteitsproblematiek van de Indo’s als onduidelijke ‘tussenklasse’ aanzienlijk.
Voor wie thuis is in kringen binnen de Indische gemeenschap is het niet onbekend dat Wilders juist op het punt van grenzen trekken veel bijval vindt van de oudere generaties Indische Nederlanders. Die al dan niet heimelijke instemming komt van totok- (blanke) en vooral van Indo-kant. Voor hen is Wilders een regelrechte branie: een lefgozer, een rebel, een ontregelaar. Afkeer van en angst voor moslimimmigratie en het fenomeen multiculturaliteit tekenden opvallend veel van de zichtbare politieke activiteit van Indische Nederlanders sinds de late jaren zeventig.


Serieuze vormen kregen deze sentimenten in 1980 met de oprichting van de Centrumpartij door de Indo Henry Brookman, destijds werkzaam aan de VU. De Centrumpartij kritiseerde het minderhedenbeleid en profileerde zich als een nationalistische anti-immigratiepartij; leden van de oervorm van de Centrumpartij, de NCP, hadden in 1980 Marokkanen overvallen die in een kerk in hongerstaking waren vanwege dreigende uitzetting. In deze tijd werden Indische Nederlanders voor hun gevoel door de overheid ‘weggezet’ als culturele minderheid, terwijl het Nederlanderschap, de vaderlandse taal en cultuur en de aanhankelijkheid jegens Oranje vanouds juist gevierd werden onder Indo’s. Het idee onder één noemer terecht te komen met Turkse en Marokkaanse moslims, broeders van de Indonesiërs die hen na een bloedige klopjacht, de bersiap, uit hun moederland hadden verjaagd, was voor vele Indo’s onverteerbaar, zoals nog na te lezen valt in oude nummers van het Indische lijfblad Moesson.

EIND JAREN VIJFTIG heette Moesson nog Onze Brug en was het een bulletin gewijd aan de opbouw en ontwikkeling van het voor Indo’s bestemde ‘stamland’ Nieuw-Guinea. Tijdens de vooroorlogse crisisjaren was namelijk het idee ontstaan om van het nog onontgonnen Nieuw-Guinea een nieuw thuisland te maken voor Indo’s. Rond de soevereiniteitsoverdracht aan Indonesië in 1949 was het initiatief op losse schroeven komen te staan, want de republiek eiste ook dit laatste restje koloniaal Nederland op. De symbolische waarde ervan was echter groot, vooral voor Indische Nederlanders. In 1951 ontstond een regeringscrisis, nadat VVD-fractievoorzitter Oud geopteerd had voor het behoud van Nieuw-Guinea voor Nederland, tegen de zin van VVD-minister Stikker. De succesvolle VVD-campagne in 1948 was geheel gericht geweest op de Indië-politiek: de verkiezingsaffiches lieten het gezicht van Soekarno zien met de tekst: ‘Heeft u er ook genoeg van?’ Nog vele jaren nadien zou de kolonialistische vertakking binnen de VVD invloed uitoefenen op partijstandpunten. De kwestie-Nieuw-Guinea was ook een van de speerpunten van het Jong Conservatief Verbond, een nieuwe partij onder leiding van de Indische Nederlander Feuilletau de Bruyn, die zich verder hard maakte voor verkleining van staatsuitgaven, terugdringing van de rol van politieke partijen en bestrijding van het socialisme. Het uiteindelijke loslaten van Nieuw-Guinea in 1962 leidde tot groot en voorspelbaar ongenoegen bij vele Indische Nederlanders, omdat Soekarno ook in deze kwestie weer aan het langste eind trok.


Het is opvallend hoe constant de deelname was van Indische Nederlanders aan partijvorming op basis van conservatief-nationalistische, (neo)koloniale beginselen, vergeleken met de deelname aan de progressieve beweging. De focus lag daarbij sterk op beschermen en bewaken van grenzen en op insluiten en/of buitensluiten van bevolkingsgroepen. In de jaren dertig, nog in Nederlands-Indië, sloten relatief veel Indo’s zich aan bij de NSB (zeventig procent van het ledenaantal). Dit was het geval vanwege het ultranationalistisch Hollandse karakter van de partij, maar ook vanwege de grote angst voor het oprukkende Indonesische nationalisme.


De NSB had in de kolonie een ander (niet-racistisch) karakter en een andere plek dan in Nederland. De partij bood Indo’s de kans om zichzelf en elkaar te laten zien dat zij ‘Hollandser dan de Hollanders’ wilden zijn en dat zij zich geheel identificeerden met de Nederlandse culturele erfenis en met oranje-blanje-bleu. Niet vergeten moet worden dat de koloniale elite in die tijd nagenoeg blank was. Omdat de Indische NSB een autoritair gezag voorstond, evenals het eeuwige behoud van de kolonie voor het vaderland, zagen veel Nederlanders in Indië in de partij dé oplossing om de dreiging van de opstandige, islamitische ‘inlanders’ te keren. Bij zijn succesvolle bezoek aan Nederlands-Indië in 1935 werd Anton Mussert zelfs tot tweemaal toe ontvangen door gouverneur-generaal De Jonge.
Nog voor de NSB leden ging werven, had in Batavia overigens al de eerste bijeenkomst van de Nederlandsch-Indische Fascisten Organisatie plaatsgehad, onder leiding van de Indo majoor b.d. Rhemrev. Ook hij maakte zich sterk voor terugdringing van de ‘inlandse’ invloed op het bestuur en herstel van de leidende rol van Nederlanders in de kolonie, maar kreeg minder aanhang.
Ging het in de naoorlogse jaren nog om ‘handhaving van de rijkseenheid’ (vasthouden aan Nederlands-Indië en later Nieuw-Guinea), ná de Indische assimilatie in Nederland raakten vele conservatieve politici en activisten van Nederlands-Indische komaf gefocust op de thema’s multiculturalisme en moslimimmigratie (zie kader). Zo was een van de eerste bekende politici die zich opvallend tegendraads uitliet over het vreemdelingenbeleid en de multiculturele samenleving VVD-prominent Frits Bolkestein, die een Indische moeder had. Hij viel op omdat hij in zijn tijd de enige EU-commissaris was die zich fel keerde tegen eventueel EU-lidmaatschap van Turkije. Tevens ‘torpedeerde’ hij, zo meldde het KRO-programma Reporter, als staatssecretaris voor Buitenlandse Handel de handelsrelaties met Indonesië, iets waarvan hij ook al was beticht toen hij daar nog werkte voor Shell. Onder Bolkesteins hoede zou Wilders in 1998 zijn entree maken als VVD-Kamerlid, nadat hij als fractiemedewerker jarenlang speeches voor Bolkestein had geschreven.
De opkomst van de Indische NSB in de jaren dertig werd niet alleen veroorzaakt door Nederlands-Indisch patriottisme en de vrees voor Indonesisch nationalisme. De economische crisis werd in Nederlands-Indië zeer diep gevoeld en ook daarom klonk de roep om een autoritair en daadkrachtig bestuur steeds luider. Door bedrijfssluitingen nam de werkloosheid onder alle bevolkingsgroepen snel toe. De ambtenarensalarissen werden geregeld verlaagd, wat de Indo’s – in groten getale werkzaam bij de overheid – hard trof. Vanaf ongeveer 1900 had vooral deze groep in Nederlands-Indië geleefd met een groeiende angst voor een Indonesische revolutie. Vanwege hun gemengde afkomst was het onzeker of er na zo’n wisseling van de wacht nog wel plaats voor hen was in hun geboorteland. ‘Europa’ was voor hen een abstract begrip; een plek om ‘met verlof’ te gaan voor hoger geplaatste ambtenaren.


De angst en onzekerheid waren gevoed door het feit dat Indonesiërs steeds meer banen aan de onderkant van de arbeidsmarkt gingen innemen die voorheen bestemd waren geweest voor Indo’s. Dit kwam door beter onderwijs en ook doordat Indonesiërs minder betaald kregen dan Europeanen voor hetzelfde werk. Tegen deze achtergrond van dreigende marginalisering van Indo’s ontstonden de ‘stamland Nieuw-Guinea’-plannen, waarvoor propagandalectuur werd gemaakt door de N.E.N.A.S.U., de Nederlandsche Nationaal Socialistische Uitgeverij. Het koloniaal bestuur bezuinigde in deze periode fors op al zijn uitgaven, wat de werkgelegenheid voor iedereen nog verder verslechterde. In 1932 vonden grote demonstraties plaats in Batavia, waarbij op spandoeken te lezen stond: ‘De regeering maakt de ambtenaren rebelsch!’ Dat het een risico inhield voor ambtenaren om in zulke onzekere tijden voor een jaar met Europees verlof te gaan, ondervond Johan Ording, de grootvader van Geert Wilders.

IN HET NATIONAAL ARCHIEF, tussen de vele vergeelde stukken die bewaard zijn gebleven van het Commissariaat voor Indische Zaken – dat direct onder de minister van Koloniën viel – bevindt zich een lijvig dossier, geheel gewijd aan Ording. Het dossier is in 1935 afgesloten en vermoedelijk pas deze zomer voor het eerst weer opengeslagen.
Ording, een geboren Utrechter, was adjunct-inspecteur voor het financieel toezicht op de regentschappen en stadsgemeenten in de provincie Oost-Java. Het eerste half jaar van zijn verlofperiode, najaar 1933, had hij doorgebracht in Nice. Daarna was hij neergestreken in het kerkdorp Grubbenvorst nabij Venlo, samen met zijn uit een oude Indische familie afkomstige vrouw Johanna en hun zeven kleine kinderen. Ording had zich om economische redenen tijdelijk in het afgelegen Grubbenvorst gevestigd. Terwijl hij al in Nice zat, was hij in Soerabaja namelijk (opnieuw) failliet verklaard. In Grubbenvorst ontving hij najaar 1934 onverwacht een telegram met het bericht dat hij wegens ongeschiktheid voor de dienst was ontslagen. Hij kreeg het advies zo snel mogelijk pensioen aan te vragen. Dat pensioen werd almaar niet uitbetaald, waardoor hij in grote geldnood kwam. Wederom ging hij failliet. Nog veel erger was dat Ording en zijn gezin, naar later zou blijken, geen passage terug naar Nederlands-Indië kregen vergoed, omdat hij in Nederland geboren was. Zijn vrouw en kinderen waren echter wél allemaal op Java geboren.


Voor de zwangere Johanna, afkomstig uit de bekende en grote Indisch-joodse familie Meijer en gewend aan een zwerm van bedienden om zich heen, moet het eerste verblijf in Nederland vreselijk zijn geweest. De zorg voor de kinderen (de oudste was dertien) zal op haar alleen zijn neergekomen: een nieuwe ervaring in vreemde omstandigheden. Waarschijnlijk kon zij het lokale dialect amper verstaan. De eerste maanden ontving de gestrande familie nog een klein bedrag aan voorlopige bijstand uit Indië, waarop wegens de schulden ook nog werd gekort. Twee maanden na de bevalling van Johanna in januari 1935 hield deze bijstand zonder berichtgeving op. Ording en zijn gezin raakten aan de bedelstaf en werden daarnaast ook bedreigd met huisuitzetting. Hij schreef het Nationaal Crisiscomité om steunverlening. 
Ondanks een serie verzoeken om informatie had Ording nog steeds niet gehoord waarom hij, na zeventien jaar, ongeschikt was verklaard voor de dienst. Weliswaar had hij in de privé-sfeer geregeld met grote financiële moeilijkheden en faillissementen te kampen gehad (die hij toeschreef aan de ‘tijdelijke niet gehele toerekeningsvatbaarheid’ van zijn echtgenote). Ook was hij vlak voor zijn vertrek voorlopig in een andere functie tewerkgesteld. Toen hij eenmaal vertrokken was uit Indië kwam uit dat Ording opnieuw hoge schulden had gemaakt tijdens een lange tussenstop op weg naar de boot, in Soekaboemi (waar Wilders’ moeder als zevende kind geboren werd, waarschijnlijk in het ouderlijk huis van Johanna). In Soekaboemi was ook justitieel onderzoek geopend naar beschuldigingen van oplichting en ‘flesschentrekkerij’ door het echtpaar. Wat later vast kwam te staan was dat Ording ettelijke schuldeisers bewust had benadeeld, niet alleen in Nederlands-Indië, maar ook op verlof in Nice. Zijn ambtelijke beoordelingen waren echter altijd meer dan voldoende geweest en volgens ambtelijke berichten waren ‘zijn capaciteiten niet ongunstig’.
Ording bleef dus in het duister over de reden waarom hij geen pensioen ontving en waarom de voorlopige bijstandverlening plotseling was stopgezet: hij ontving geen enkel nader bericht, niet uit Nederlands-Indië en niet uit Den Haag. Ten einde raad wendde hij zich in april 1935 met een aangrijpend verzoekschrift tot minister van Koloniën Colijn, waarin Ording hem vroeg zijn gezin ‘op het laatste moment van een algeheelen ondergang’ te redden. ‘Thans laat de provincie [Oost-Java] mij en mijn gezin, bestaande uit buiten mijzelf en echtgenote acht zeer jeugdige kinderen, over aan de publieke liefdadigheid. Thans, Excellentie, heerscht in mijn gezin broodnood.’ Op advies van gouverneur-generaal De Jonge besloot Colijn om Ordings pensioenaanvraag toch af te wijzen. Volgens De Jonge had Ording zich in Nederlands-Indië aan ‘zoodanig ernstig wangedrag’ schuldig gemaakt dat hij daarmee al zijn pensioenaanspraken had verspeeld. Er was vanuit Oost-Java gerapporteerd dat hij ‘geen orde op zijn zaken kon stellen’, dat hij ‘zoowel in financieel als in moreel opzicht geheel onbetrouwbaar’ was en dat hij ‘evenals zijn echtgenoote gewend is vèr boven zijn stand te leven’. Dat Ording zich op geen enkel moment had kunnen verdedigen tegen deze overzeese aantijgingen had bij de besluitvorming kennelijk geen gewicht in de schaal gelegd.
Om het besluit juridisch dicht te metselen maakte Colijn van een lelijke truc gebruik: omdat ook weer niet van Ording kon worden gezegd dat hij voor alle dienst in Nederlands-Indië ongeschikt was, kwam hij niet in aanmerking voor de geldende pensioenregeling ten tijde van zijn ontslag, het zogenoemde ‘non-valeurspensioen’. Bovendien, redeneerde Colijn, was de regeling van het non-valeurspensioen een maand na Ordings ontslagdatum toch ingetrokken, dus hoefde die niet op hem te worden toegepast. Op deze kwalijke manier, met wat werd aangeduid als het ‘aanpassingsbeleid’, bezuinigde het koloniale bestuur op de personeelskosten in de crisisjaren, met ‘rebelschheid’ als onvermijdelijk gevolg.
De gang van zaken was voor de 33-jarige Johanna, gewend aan een comfortabel bestaan in de tropen, ongetwijfeld een diep traumatische ervaring, evenals voor haar acht kinderen. Ze was vervallen tot bittere armoede, afgesneden van haar familie en van haar geboorteland, zonder enig vooruitzicht op terugkeer. Ze was bovenal op slinkse wijze haar land uitgezet. Haar vader, die ze niet meer zou terugzien, overleed in 1942 in Soekaboemi. Haar moeder zou de Japanse bezetting en de bersiap overleven en in 1946 als postkoloniale migrant intrekken bij het gezin van Johanna, op 82-jarige leeftijd. Terugkeren naar het Nederlands-Indië van weleer zat er toen voor niemand meer in. Indonesië was voortaan voor de Indonesiërs, al wilde nog niet iedereen dat tot zich door laten dringen.
Ording slaagde erin in Nederland opnieuw carrière te maken, ditmaal in het militaire gevangeniswezen. In de rang van majoor gaf hij leiding in het beruchte interneringsoord voor collaborateurs Fort Honswijk, waar vandaan ook de deportatie van honderden (Nederlandse) NSB’ers en SS’ers naar Nieuw-Guinea plaatsvond. Ording gaf verder leiding aan de strafgevangenis Scheveningen en later aan die in Leeuwarden. Ondanks zijn uiteindelijke rehabilitatie is het waarschijnlijk dat zijn wrange verlofervaring bittere sporen heeft achtergelaten in zijn gezin. In 1961, twee jaar voordat hun kleinzoon Geert er geboren zou worden, vestigden Ording en zijn vrouw zich opnieuw in Venlo. Volgens Wilders woonden zijn grootouders ‘op een halve kilometer afstand’ bij hem vandaan en bezocht hij ze vaak. Ording zou in 1976 overlijden; zes jaar later – Geert was toen achttien – stierf Johanna.
Zowel Wilders’ moeder als zijn grootmoeder en overgrootmoeder hadden zich dus op Nederlandse bodem bevonden toen het doek viel voor Nederlands-Indië en in december 1949 de – afgedwongen – soevereiniteitsoverdracht werd ondertekend. Het oude zeer van de lange Tweede Wereldoorlog moest worden opgeruimd en de postkoloniale herschikking van groepen en grenzen kwam op gang: een proces dat behalve gerechtigheid ook veel koloniaal geïnspireerd ressentiment met zich meebracht. Dat laatste vertaalde zich onder meer in de Haags-Indische lobby’s en de politieke en ambtelijke carrières van ‘Indische jongens’ vanaf begin jaren vijftig.
Hoewel de Nederlandse regering het de Indische Nederlanders moeilijk heeft gemaakt om naar Nederland te vertrekken, omdat ze daarvoor te ‘Oosters georiënteerd’ zouden zijn, zijn de meesten er toch in geslaagd. Ze zouden ervaren dat ze noch in Indonesië noch in Nederland welkome burgers waren. Eén op de vijf migreerde (door) naar de VS, Canada of Australië. Zij die toch in Indonesië bleven, zijn in 1957 door Soekarno, op het hoogtepunt van de Nieuw-Guineacrisis, ten slotte het land uitgezet.

WILDERS’ UITSPRAKEN en stellingnamen lijken wonderwel in de conservatieve en kolonialistische kaders te passen die ook andere politici van Nederlands-Indische origine meer dan een halve eeuw geleden hebben gesteld. Patriottisme, versterking en behoud van de Nederlandse invloedssfeer, waarden en cultuur en een heilig geloof in de natiestaat als panacee (zoals destijds ‘stamland’ Nieuw-Guinea) staan daarin voorop. Ook voor Wilders is ‘terug naar de toestand van vroeger’ vaak het leidmotief en dat leidt soms tot verrassende claims. Zo pleitte hij vorig jaar serieus voor de ‘hereniging’ van Vlaanderen met Nederland, zodat het mythische Groot-Nederland eindelijk op de kaart kon worden gezet (overigens destijds een bekend NSB-streven). Wilders schreef toen in NRC Handelsblad: ‘Het wordt tijd leiderschap te tonen om de historische fouten alsnog recht te zetten. Nu is het moment.’ In dezelfde sfeer vroeg hij onlangs in de Kamer of minister Verhagen bereid was ‘de onvermijdelijke opheffing van België te bespoedigen’. Tegelijkertijd verkondigt hij dat ‘onze soevereiniteit als natie wordt verkwanseld’. Wilders pleitte ook voor de verplaatsing van de Nederlandse ambassade van Tel Aviv naar Jeruzalem, ‘als beloning voor Israël’, verzette zich fel tegen een associatie-akkoord tussen de EU en Syrië en riep op tot terugroeping van de ambassadeur uit Saoedi-Arabië, omdat ‘ze zich bemoeien met onze vrijheid van meningsuiting’ (dit naar aanleiding van een diplomatiek bezoek van minister Bot aan Riyad vanwege de cartoonrel). De reis van een Kamerdelegatie naar Saoedi-Arabië in 2008 vatte hij samen als ‘een politiek correcte snoepreis aan een achterlijk en barbaars, islamofascistisch land’. Hij stelde herhaaldelijk vragen over het ‘Indonesische optreden’ tegen Papoea’s in Nieuw-Guinea.
Tekenend was ook zijn opstelling toen de affaire-Westerling ter sprake kwam. Onder legerkapitein Westerlings commando werden in 1946 duizenden onschuldige Indonesiërs omgebracht tijdens een contraterreuroperatie in Zuid-Celebes. In 1950 pleegde Westerling een mislukte staatsgreep tegen Soekarno, waarbij opnieuw veel doden vielen. Het kabinet (Stikker was toen VVD-minister van Buitenlandse Zaken) besloot nog in hetzelfde jaar de man niet te vervolgen voor zijn oorlogsmisdaden; een besluit waarmee Wilders het nog steeds eens kan zijn. Over Westerlings optreden verklaarde hij in 2003 vergoelijkend ‘dat men dat in zijn tijd moet zien’.
Wilders’ afkeer van de immigratie en aanwezigheid van moslims (hij bezigt in dit verband de termen ‘moslimtsunami’ en ‘de Marokkaanse kolonisten’), de islam en multiculturaliteit in het algemeen is en blijft echter zijn voornaamste thema. Daarmee gaat hij nu ook de boer op in het buitenland. Meer dan wat ook is Wilders te plaatsen als een pur sang postkoloniale revanchist, geobsedeerd als hij is door het terugdraaien van naoorlogse geopolitieke en demografische veranderingen en het ‘rechtzetten van historische fouten’. Wraakzucht en extreem patriottisme in de vorm van ‘behoud van de eigen dominante cultuur’, ‘redding van de specifieke Europese waarden’ en ‘terugdringen van de islam’ vormen zijn neokoloniale drijfveren, die hij van de Indische NSB lijkt te hebben gekopieerd. Maar niet alleen van de Indische NSB: ook groeperingen als de kolonialistische rechtertak van de VVD, het Jong Conservatief Verbond, de Centrumpartij en de Vrije Indische Partij deelden vormen van reactionair cultureel patriottisme gekoppeld aan xenofobie. In Wilders’ manifest Kies voor vrijheid staat de volgende, alarmerende aanbeveling:
‘Een Nederland dat zijn eigen identiteit handhaaft en daar trots op is, zich niet laat overnemen of aanpast aan wezensvreemde culturen, of die (sic) zijn identiteit laat verwateren door op te gaan in supranationale instellingen.’


Dat Wilders opzichtig opereert in een postkoloniale politieke dimensie zonder dat dit herkend wordt, zegt veel over hoe Nederland omging, en nog steeds omgaat, met het koloniale verleden. Zwijgen, ontkennen, vergeten en de andere kant op kijken luidt sinds decennia het devies. Daardoor kan bijna niemand zich meer voorstellen dat Indische gebeurtenissen van meer dan een halve eeuw geleden nog impact kunnen hebben op de politiek van alledag. Dit ondanks het feit dat destijds meer dan een half miljoen Nederlanders betrokken waren bij de Japanse bezetting, de koloniale oorlog en de daaropvolgende volksverhuizing. Het gaat om gebeurtenissen waar veel mensen hun leven lang niet overheen kwamen, en hun kinderen evenmin, van wie een onbekend deel vandaag de dag nog wordt behandeld wegens overgeërfde oorlogsproblematiek, het zogenoemde tweedegeneratietrauma. Wat de langetermijneffecten zijn van de ervaring van het tweederangsburgerschap van Indo’s – in de kolonie en ook later in Nederland – is nog niet onderzocht. Maar dat de problematische zoektocht naar de ‘eigen’ Indische identiteit onverminderd doorgaat, ook bij nieuwe generaties, wordt op het internet meteen duidelijk. Door de stilte rond het koloniale eindspel kunnen de oorlogsgebeurtenissen en wat daar lange tijd aan voorafging nu alsnog een voedingsbodem vormen voor een discutabele politics of displacedness.


Het is niet minder dan een geniale ingeving van Wilders geweest om zijn donkere haar op te bleken. Dat is blijkbaar alles wat in Nederland nodig is om Indo-af te zijn en vervolgens als ‘de man uit Venlo’ de politieke arena te betreden. Een Belgische of Franse politicus met een vergelijkbare neokoloniale agenda loopt daarentegen een grote kans in een vroeg stadium herkend te worden als (nog ongevaarlijke) postkoloniale revanchist. De binnen- en buitenlandse politiek wordt daar bezien op basis van een langetermijnperspectief, waarin oude lobby’s (Algerije, Congo, Rwanda) en nieuwe politici vanzelfsprekend met elkaar in verband worden gebracht – zowel door politici zelf als door politicologen en koloniale historici. Een recent voorbeeld uit België, tegen het licht van de volkerenmoord in Rwanda in 1994, is het debat rond het politiek geïnspireerde ‘genociderevisionisme’. Zulke debatten vinden plaats, in meer of mindere mate, in alle ons omringende ex-koloniale mogendheden, maar niet hier. Door de Indische politieke erfenis willens en wetens in het vergeetboek te schrijven is Nederland stekeblind geworden voor de symbolen en retoriek die lange tijd gezichtsbepalend waren voor zijn eigen imperialisme. Dat is een droevige conclusie.


Het niet belangrijke maar wel ironische gegeven dat Wilders wordt beschuldigd van ‘haatzaaien’, terwijl de beruchte haatzaai-artikelen in het Indische wetboek van strafrecht werden geïntroduceerd om Soekarno cum suis achter de tralies te kunnen zetten, bleef zodoende onopgemerkt. Dat was ook het geval vorig jaar, toen Wilders na het uitbrengen van de film Fitna in Indonesië tot ongewenst vreemdeling werd verklaard. Nooit meer mag hij het land van zijn moeder in. Een en ander ging gepaard met de bestorming van het Nederlandse consulaat in Medan, de verbranding van de Nederlandse vlag en de eis van demonstranten dat alle Nederlanders het land werden uitgezet. De verleiding is groot om in Wilders de wreker van zijn verbannen grootouders, Johan en Johanna Ording, te zien. Maar misschien is Wilders alleen maar een extreem uitvergroot geval van klassieke Indische identiteitsvervreemding. Zijn grensoverschrijdende kapsel is in ieder geval een van de symptomen daarvan.

Met dank aan Eric Hennekam en de medewerkers van het Nationaal Archief.
In vervolg op dit stuk zal De Groene de komende weken de verhalen publiceren van Indische Nederlanders zelf: wat hebben zij te vertellen over de aantrekkingskracht van Geert Wilders op de Indische generaties? 

Lizzy van Leeuwen is bestuurskundige en antropoloog. Ze deed langdurig onderzoek in Jakarta naar de levensstijl van de maatschappelijke bovenlaag tijdens de laatste Soeharto-jaren. Dat resulteerde in twee boeken: Airconditioned lifestyles (1997) en Lost in mall (2005). Vorig jaar publiceerde ze Ons Indisch erfgoed: Zestig jaar strijd om cultuur en identiteit (Bert Bakker), waarin ze concludeerde dat de zwaar beladen koloniale erfenis uit Indië (discriminatie, achterstelling, de kille ontvangst in Nederland en de ‘vermoedelijke tekortkomingen in het naoorlogse rechtsherstel’) effectief is afgekocht door de Nederlandse overheid. Het (schijn)debat hierover speelde zich vooral af in de culturele arena (tussen pasar malams en rijsttafels) in plaats van in relevante maatschappelijke en politieke sferen. Van Leeuwens onderzoek was deel van een breed KNAW-onderzoeksproject naar de postkoloniale geschiedenis van Nederland. Tussen 2006 en 2008 interviewde ze als sociaal rapporteur voor de Stichting Pelita ruim honderd Indische ouderen over hun jeugd-, oorlogs- en migratie-ervaringen.

Indo’s op rechts
Rechts van het midden ontstond in 1994 de Vrije Indische Partij, die weliswaar tegen de komst van vreemdelingen was, maar zich vooral opwierp als behartiger van de belangen van Nederlandse postkoloniale migranten (Indische Nederlanders, Surinamers en Antillianen). Een ander speerpunt van deze partij tijdens de parlementsverkiezingen in 2002 was openbare orde en veiligheid. De Lijst Pim Fortuyn, de eerste volkspartij die zich profileerde door keiharde uitspraken tegen ‘islamisering van de samenleving’ en immigratie, kende vele Indische aanhangers. Kamerlid voor de LPF werd de prominente Indische Nederlander Jim Janssen van Raay, die als nummer drie op de kandidatenlijst had gestaan. In 1996 zat hij nog voor het CDA in het Europees Parlement. Nadat hij door deze partij was geroyeerd wegens vermoedelijke belangenverstrengeling sloot hij zich met zijn zetel aan bij de Unie voor Europa, waarin ook Franse gaullisten en de Forza Italia van Berlusconi vertegenwoordigd waren. In de hoek van extreem-rechts valt op dat de Nationale Alliantie, een ‘samenwerkingsverbond tussen nationalisten, fortuynisten, conservatieven en mensen georiënteerd op de rechtervleugel van de VVD’, jarenlang op de been gehouden werd door de Indo Virginia Kapic (misschien werd de club daarom spottend de Nasi Allochtonenpartij genoemd). Het racistische en vreemdelingen hatende Nederlands Blok telde in 2000 onder de actieve leden met een Indische familienaam John Morren, voormalig gouwleider van de Viking Jeugd Nederland, voormalig gemeenteraadslid voor de Centrum Democraten en innig bevriend met de nazistische Florrie Rost van Tonningen-Heubels, bijgenaamd ‘de zwarte weduwe’. De rabiaat nationaal-socialistische Racial Volunteer Force/ International Militant Pro White Organization kent een groep jonge Indische aanhangers, onder wie de activistische Dave Blom, eerder verbonden aan de racistische Nederlandse Volks Unie. Joop Glimmerveen zélf vond dat ‘Indische Nederlanders niets hoefden te vrezen’, want ‘die mogen per definitie blijven’. In Den Haag ten slotte, de ‘Indische hoofdstad van de wereld’ en niet toevallig een van de twee steden waar Wilders meedoet aan de gemeenteraadsverkiezingen, is de PVV-coördinator – volgens Nova – Ruud Sablerolle, voormalig aanhanger van Nieuw Rechts en telg uit een Indisch geslacht.

10897234678?profile=originalBent U de gedurende periode tussen 1947 - 1962 woonachtig geweest in de republiek Indonesië, dan valt U onder deze regeling / compensatie voor het verlies van al uw bezittingen omdat U het land werd uitgezet. Uitgesloten zijn ambtenaren en Militairen in dienst van de Nederlandse Overheid. (back pay en Knil vallen hier dus niet onder).

Meent U als gedupeerde hier recht op te hebben dan dient U zich in te schrijven op onze website www.icm-online.nl voor uw claim, dan nemen wij uw claim mee in het juridisch proces tegen de NL - Staat.

Hoe meldt U zich aan?

Door naar onze website www.icm-online.nl  te gaan en aan te klikken op "Inschrijven", hierna krijgt U een formulier met vragen om uw persoonsgegevens in te voeren, en vragen met betrekking of u recht heeft. Hebt U alle vragen met "Ja" kunnen beantwoorden dan voldoet aan uw profiel en wij kunnen uw claim op de lijst deelnemer ACTW66 Claim stichting zetten. U ontvangt tevens een bericht van de beheerders dat U claim is geregistreerd.

Privacy: Uw gegevens zijn door uzelf te raadplegen, en door het team van ICM / ACTW66.

Vergeet aub niet uw wachtwoord op te schrijven, direct al aan het begin van de inschrijving.

 


Met uw inschrijving heeft U tevens gratis abonnement op 
www.icm-online.nl.  ICM Breaking News en ICM Videokanaal voor 1 jaar. Hebt u via uw provider Internet op uw TV, dan kunt U ICM op uw TV - ontvangen. Uiteraard kunt u alle updates / ontwikkelingen van traktaat van Wassenaar volgen. Zeker leuk alleen al voor ons grootste Indisch Video-kanaal.

 

Vergeet U niet € 50 over te maken op Rabo rekening NL41 RABO 03977255 07 ten name van F.Schwab / ICM Online onder vermelding: "inschrijving deelname ACTW66", gelijk met de inschrijving voor ACTW66 - administratie om ons werkzaamheden te verlichten.  Namens Bestuur  ACTW66.


10897237288?profile=original10897237700?profile=original

Steun ons om ons werk af te maken door te tekenen en te doneren
                           

Indische zaak - Het Traktaat van10897237288?profile=originalWassenaar 1966 

Hier Onderteken petitie   < of >    Kijken wie er getekend hebben

< of >   Laatste Updates  In het Engels hier

Lees verder…

Boekbespreking, e-Books, CD en DVD

10897254899?profile=originalBoekbespreking, e-Books, CD en DVD

Soldaat in Indonesië, 1945-1950 – Gert Oostindie. De oorlog in Indonesië roept een mensenleven later nog steeds heftige emoties op. Nederland mobiliseerde destijds 220.000 militairen voor een verloren strijd, die achteraf ‘fout’ ging heten. In het publieke debat gaat het vooral over de Nederlandse oorlogs-misdaden. Veteranen hebben zich in deze debatten flink geroerd.   Zij waren er, hebben het mee-gemaakt, beleefden de rauwe werkelijkheid temidden van een vijandige natie in een ‘groene hel’. Wat aan het licht komt is vaak

onthutsend. In dit boek gaat het daarnaast ook om andere thema’s: spanning tussen hen en de Indonesiërs, begrip en onbegrip over de onafhankelijk-heidsstrijd, frustraties over de politieke en militaire leiding en bevelen, angst, boosheid, schaamte, wraak, verveling en seks. Dit boek is gebaseerd op hun brieven, dagboeken en hun memoires, ingebed in de bredere context van een dekolonisatie-oorlog en de verwerking ervan in Nederland. Gert Oostindie is directeur van het Koninklijk Instituut voor Land- Taal- en Volkenkunde (KITLV). Daarnaast is hij hoogleraargeschiedenis aan de Universiteit van Leiden. Aan dit boek ligt een zorgvuldig en breed onderzoek ten grondslag.

Adviesprijs: € 29,95.

10897254087?profile=originalDe laatste eeuw van Indië –   J. van Doorn. Halverwege de vorige eeuw werd Nederlands-Indië de onafhankelijke republiek Indonesië. De schok van de afscheiding is in Nederland nooit helemaal verwerkt. Nog steeds vraagt men zich af waarom de breuk niet werd voorzien en verbaast met zich over het geweld waarmee Nederland reageerde op het vrijheidsstreven dat men zelf had opgeroepen. Het oude geschiedenisbeeld van Indië voldoet al lang niet meer en het nieuwe Indonesische beeld biedt nauwelijks een bevredigend alternatief. Dit boek is een diepgaande studie van Van Doorn, waarin een poging wordt gedaan het wezen van Indië te door-gronden.  Adviesprijs: € 12,50.

10897254057?profile=originalGedeeld verleden – Stichting Herdenking 15 Augustus 1945. Ter gelegenheid van 70 jaar einde van de Tweede Wereldoorlog       in Zuid Oost-Azië en daarmee   ook voor het Koninkrijk der Nederlanden, is een lustrumboek uitgegeven. In de loop der jaren zijn er tijdens de herdenkingen door bekende, bijzondere en mooie mensen ontroerende voordrachten gehouden, gedichten voorgedragen en vele liederen gezongen. Deze spreken nog altijd tot de verbeelding en mogen niet  verloren gaan. Deze zijn in dit boek gebundeld met een korte inleiding van de geschiedenis van de oorlog en bezetting van Indië en wordt gecompleteerd door een overzicht van alle oorlogsgraven in Zuid Oost-Azië. In dit boek is ook de herdenking van dit jaar 2015 opgenomen.  Adviesprijs: € 19,50.

10897254665?profile=originalEen buitenbezittingse Radja – W.J.M. Michielsen. W.J.M. Michielsen verliet in 1857 op 13-jarige leeftijd zijn geboortestad Breda  om  als  kajuitjongen maar de Oost te gaan. Na enkele zeereizen vestigt hij zich op Java, waar  hij  met  wisselende  banen in zijn levensonderhoud voorzag. Een keerpunt kwam in december 1867, toen hij voor het groot-ambtenaren-examen slaagde en een carrière in Indische bestuurs-dienst mogelijk werd. Deze kans heeft hij ten volle benut. Vele jaren diende hij in de zogenaamde ‘buitenbettingen, om zijn loop-baan uiteindelijk in Batavia af te sluiten als lid van de Raad van Nederlands-Indië. Op zeer hoge leeftijd, rond 1914 schreef hij zijn memoires, waarin hij met veel verve en oog voor detail verslag doet van zijn bewogen leven tot 1975. De latere periode is óf net geschreven, óf verloren gegaan. De editie van deze boeiende en kleurrijke vertellingen wordt hier vooraf gegaan door een inleiding over de historische achtergronden. Adviesprijs: € 29,00.

10897253479?profile=originalDe Indië-weigeraars – Antoine Weijzen. Een boek over een van de pijnlijkste bladzijden uit de Nederlandse geschiedenis. Twee dagen na de Japanse capitulatie riep  Soekarno   op  17   augustus 

1945 de onafhankelijkheid van Indonesië uit. Als reactie daarop stuurde de Nederlandse regering een grote troepenmacht bestaand uit dienstplichtige militairen. De meesten gingen zonder probleem, maar een kleine groep weigerde en werd hiervoor zwaar gestraft. Antoine Weijzen brengt dit onderwerp uit de Nederlandse geschiedenis in beeld, maar     met respect voor de context en  de tijdgeest. De Indië-weigeraars

is het eerste deel in de serie“De zwarte bladzijden uit de Vaderlandse geschiedenis”.

Adviesprijs: € 19,50.

Lees verder…

Recept van de maand  Soto Ajam

10897249672?profile=original

Recept van de maand  Soto Ajam                 

Wie kent het niet, de bekendste en lekkerste soep uit Indonesië. Hier een toprecept van deze heerlijke kippensoep.

Ingrediënten:                      

4 hele kippenpoten, 2 gesnipperde uien, 4 teentjes knoflook, 5 cm. gember (of 3 tl. djahé), 2 schijfjes laos (of 1 tl. poeder), 1 verse sereh, 1 tl. trassi, 100 gr. prei (het groen), 1 el. selderij, zakje gebakken uitjes, 2 hardgekookte eieren, 500 gram gare lontong (toko), 100 gr. taugé, 1 à 2 rode lomboks, 1/2 t. koenjit, 1 tl. ketoembar (of 2 el.  grof gehakte verse koriander), zwarte peper,   1 bouillonblok, 1 el. ketjap manis, 3 el. olie om in te bakken.

Bereiding: Laat de kippenpoten minstens een uur of iets langer helemaal garen in ruim water met de bouillonblok en de gekneusde serehstengel. Haal de kip uit het water en laat afkoelen. Ontbeen dan de kip en snijd het vlees in reepjes. Snijd dan het groen van de prei in dunne reepjes en de lomboks in ringetjes. Kook de eieren in 8 minuten hard en laat afkoelen. Halveer dan de eieren in de lengte. Vul nu de bouillon in de pan aan tot voldoende voor vier personen. Doe de kip in een schaaltje, gesnipperde ui, prei, lombok, fijn gehakte knoflook, samen met droge kruiden en      de trassi even aanfruiten tot de   ui glazig is. Haal het met een schuimspaan uit de pan en doe het in een aparte schaal. Doe de verse koriander en selderij in weer een apart schaaltje. Snijd nu de lontong in kleine stukjes en doe dit in een schaal. Ook de taugé, gehalveerde eieren, de gebakken droge uitjes in een aparte schaal doen. Breng de bouillon weer aan de kook en doe er de ketjap manis bij. Neem nu vier ruime soepkommen of diepe borden en doe in elk een lepel van de ingrediënten uit alle schaaltjes. Giet dan de kokendhete bouillon erover, een lepel gedroogde uitjes erover en smullen maar.

Selamat makan.

Lees verder…



10897239281?profile=originalUit ICM archief van 10 april 2009 - 

Nederland telt ruim 1,3 miljoen Indische Nederlanders (indo's)! 

UPDATE  maart 2017,

volgens de ambtenaren van VWS bedraagt de huidige populatie 2 miljoen.

Deze kent de generatie van de sambal -, kancang -, aardappel- en de twijfel indo volgens de schrijver Rudy Groenewald.

 

Met ruim 340.000 kwamen - onze mede burgers in het voormalige Nederlands Indie - de Indische Nederlanders in de jaren vijftig in fases naar Nederland toe, toen de republiek Indonesië "Merdeka / vrijheid " uitriep. De repatriëring ofwel de massale uittocht Exodus” duurde tot 1960. Deze werden het land uitgezet. De forse aantallen zorgden dat repatriëring vele jaren heeft geduurd dan gepland was voor het transport. Tegelijkertijd de bersiapperiode in het voormalige Nederlands Indie intrad - vergelijkbaar met Irak van nu - In navolging hiervan kwamen de spijt- optant beging de jaren zestig. De gerepatrieerde werden koel en kil ontvangen door de Nederlandse regeringen op een rij. Vanaf 1950 tot het heden anno 2009 lijkt dat er een zwijgen is opgelegd over alles wat te maken had met de Indische Gemeenschap (Indische Nederlanders). Dure NIOD rapporten met een waarde van miljoenen euro werden zo onder het tapijt geveegd. Dit belooft nog wat straks met het NIOD rapport over Irak. Nederland was ook bezig met de wederopbouw. In contractpensions werden de gerepatrieerde ondergebracht, die zeker in deze tijd als ongeschikt werd verklaard voor bewoning.

De geschiedenis van Traktaat van Wassenaar is hier duidelijk in: NL - Staat wilde oorspronkelijk haar 500.000 onderdanen met Nederlandse paspoort niet toelaten. Soekarno en Hatta riepen de hulp in van Amerika in, beiden zaten met probleem dat de Indonesische bevolking o.l.v de permuda's deze Belanda's niet moesten, dat ook leidde dat duizenden werden vermoord. 149.000 Nederlandse onderdanen met een Nederlanderschap werden geweigerd en zijn dus bewust door de NL - Staat Stateloos gemaakt, er zijn dus hier strafbare feiten gepleegd.


Velen kwamen berooid aan uit het voormalig Nederlands Indie. Allen hadden hun bezettingen, vermogens en goederen verloren, maar bovenal hun " leven" in het voormalige Indie; het Indonesie van nu waar ook Barack Obama is opgegroeid. Helemaal opnieuw moesten velen beginnen, en helemaal onderaan de ladder. Want behaalde diploma's daar waren hier niets waard. Gebukt ging de eerste generatie Indische Nederlanders hieronder; eerste die oorlog, toen de bersiapperiode, dan in een vreemd land helemaal opnieuw je leven opbouwen. Ook de kinderen (tweede generatie) werden in het lot meegetrokken. Velen hebben trauma's opgelopen van die vreselijke bersiapperiode, en de periode waar hun ouders weer onder gebukt gingen in Holland: Geen instanties en overheid waren hier te bekennen.

10897245264?profile=originalNu anno 2009 is de groep Indische Nederlanders uitgegroeid tot ruim 1,2 miljoen Indische - Nederlanders die heel trots kunnen zijn! Dit aantal omvat van de eerste tot vierde generatie Indische Nederlanders (indo's). Een groep die probleemloos, gruisloos en onzichtbaar zich integreerde in de Nederlandse samenleving.

Tegelijkertijd de Indische - Nederlanders een grote CHANGE bracht in de Nederlandse samenleving in constructieve zin;

  1. Het Indisch eten, dat nu overal te vinden is naast de toko's, restaurants, de media, en kookboeken.
  2. Thuis wordt nu nasi gekookt binnen de Nederlandse gezinnen.
  3. Vele Nederlanders namen de gastvrijheid over van de Indische Nederlanders.
  4. De indo-muziek (Andy Tielman) grondlegger van de Nederpop,
  5. De Haagsche Indo rock, die veel beroemde Nederlandse Rockbands kopieerden, en later in VS beroemt werden.
  6. Bekende schrijver, en componisten met Internationaal faam.
  7. Politici o.a. Ben Bot Jet Bussemaker, Brinckhorst (dochter familie van Kon.Huis), Geert Wilders, en deels Mark Rutte.
  8. De pasar malams; de grootste in Den Haag met 140.000 bezoekers en de ruim 70 pasar malams (replica's) in het land het hele jaar door waar ruim 800.000 bezoekers op afkomen.
  9. De wekelijkse Indische kumpulan.
  10. De Indische culturele evenementen bij de van der Valk, Casino's en andere Nederlandse gelegenheden.
  11. De vele Indische bedrijven voor food en non-food in Nederland.
  12. De vele Bekende Indische Nederlanders BIN'ers ; Ben Bot, Wenny Zorgdrager, ELs Borst Jet Bussemaker VWS etc... in de politiek.
  13. In de muziek The Blue Diamonds die wereldhits scoorden en Nederland op kaart zette, Anneke Grönloh, Sandra Reemer, Jamal, Boris, Dinand, Katja ......
  14. De vele componisten /producers/schrijvers oa. Marshal Manengkei die wereldhits schreef voor The Blue Diamonds, Oscar Harris, ..............
  15. en alle overige niet genoemde aspecten.


De" Indo" - de Indische Nederlander- met een "staatloze identiteit" die ruim zestig jaren aan die Overheid vraagt om als kind te worden erkend te bestaan met haar Indische - Nederlandse identiteit, en met haar Indisch Cultureel Erfgoed, die met haar "staatloze identiteit" een belangrijke constructieve change bracht in de Nederlandse samenleving en cultuur; ··Bijna wordt het vergeten dat ook in de republiek Indonesië nu ruim 1,5 miljoen Indische - Nederlanders nog verblijven. Nederland weigerde ze nog op te nemen, omdat anders er geen einde kwam aan die repatriëring, en Nederland geen opvang meer had hiervoor.

Laat de regering hier even bij stil staan wat die OORLOG de Indische Gemeenschap heeft gebracht! Dat de Indische Gemeenschap overeenkomsten heeft met de Joodse gemeenschap, te scharen onder de gelijkgestemden, maar niet die behandeling heeft gekregen die de Joodse Gemeenschap wel heeft gekregen. Een Indische Gemeenschap die nu nog nadrukkelijker blijft voortbestaan met het recht op het behoud van de Indische identiteit met haar Indisch Cultureel Erfgoed zoals die CHANGE nadrukkelijk heeft bewezen. Dat De Indische geschiedenis met haar feiten van 300 jaren niet zomaar onder het tapijt kan worden weggeveegd!


--------------------------------------------------------------------------------


Redactie ICM.
In de bovenstaande column van mij worden parallellen getrokken met de kwestie Irak, en de Indische NIOD rapporten. Het Indisch NIOD rapport en de vele onderzoekcommissies werden stelselmatig onder het tapijt geveegd door de Nederlandse regeringen op een rij. Op het manifestatie IP op 28 oktober 2009 en na een stevige strijd door de IP delegatie, heeft unaniem de Kamer geëist dat het Indisch-NIOD rapport weer nader onder de loep moet worden genomen, en dit zo snel mogelijk tot een oplossing dient te worden gebracht. Hoopvol, is dit niet als wij dit doortrekken nu wat zich afspeelt rond commissie Davidse nu dat vooraf zeven jaren werden gedraineerd. Jan Peter Balkenende letterlijk getorpedeerd diende te worden door de PVDA onder dreiging van "mission over and completed" als het over dit Kabinet gaat; en tegelijkertijd Bush een diepe buiging heeft gemaakt, en Blair zijn ontslag heeft genomen met een geweten op zich van 100.000 onschuldige burgers die het leven lieten in Irak. Hoe naïef moet je dan zelf zijn te zien dat je voorgangers capituleren. Het CDA staat voor het symbool dat Amerika heet, die blindelings al een eeuw achter Amerika aanloopt. Het liefst ziet het CDA Nederland als extra "*" op de Amerikaanse vlag, die als een staat wordt ingelijfd.


10897262476?profile=originalTerug naar de Indische Perkara:
Hoe hoopvol zijn nu de Indische NIOD rapport ontwikkelingen, als de commissie Davidse eerst als een mening wordt afgedaan, en dan 24 uren strijd wordt gevoerd in de kamer door de verschillende politieke partijen om het tegen deel te bewijzen. Met de Indische Perkara zijn wij inmiddels bijna vier maanden verder, wij zitten nu in het 69 ste jaar. De ervaring leert dat de Indische kwestie weer naar de achtergrond verdwijnt bij deze Irakese ontwikkelingen; Er is maar 1 oplossing "op naar de volgende manifestatie IP op het Plein voor het gebouw van Tweede kamer, maar nu als een pasar malam IP".

Actualiteit 2015.

Op 19 maart 2013 beloofde Martin van Rijn met een oplossing te komen nog voor de zomer in 2013 voor allen de uit het voormalige Indie zijn gekomen in de vorm van een Pensioenplan dat via de SVB loopt.

1 juli  2015 rond de middag moet hij zich weer verantwoorden voor de Kamer waarom nog steeds niet is vernomen.  Deze is openbaar zie procedurevergadering op www.Tweedekamer.nl . Wat wel de redactie  is opgevallen  dat op begroting 2016  van VWS de post Indisch Backpay  gealloceerd met het bedral 0 of wel NIHIL. Deze kun je op twee manieren verklaren, die laat ik aan hun eigen creativiteit over,

Niet moet worden vergeten  dat Martin van Rijn  nu "aangeschoten wild" is  vanwege de grote onoplosbare problemen zoals Frits Westert het aanduidt, en dus op ieder moment kan opstappen.

Lees verder…

De Bloedige Bersiap door: R.I.P Herman Bussemaker

De Bloedige Bersiap door: R.I.P Herman Bussemaker

10897277280?profile=originalDe Bloedige Bersiap          door: Herman Bussemaker

Foto - Herman Bussemaker 

De laatste maanden besteden de media  aandacht aan de bersiap, en woedt in  Indische kringen een polemiek omtrent het aantal doden dat tijdens de Bersiap-periode is gevallen. Aanleiding   tot deze commotie is het gebruik van de term “genocide” met betrekking tot de bersiap. Genocide is door de Holocaust een emotioneel zwaar beladen woord in de media en in de samenleving. En dus is op dit moment op allerlei niveaus een discussie gaande of de bersiap een genocide was, en zo ja, hoeveel slachtoffers daarbij te betreuren waren.

 

Historici twisten sinds de Tweede Wereldoorlog over het begrip “Genocide”, letterlijk het uitroeien van een geheel volk.  Definities van genocide zijn multi-interpretabel naar de veroorzakers en de slachtoffers, de effectiviteit en de duur van de genocide, politieke en sociale achtergronden, enzovoorts. Er is een brede overeenstemming over de Holocaust als genocide, maar al veel minder over de slachtingen in Burundi in 1999, en de Armeense genocide in 1915. De bersiap werd voor het eerst in 2008 door dr. Robert Cribb bestempeld als genocide in een bijdrage getiteld: “The brief genocide of Eurasians  in  Indonesia 1945/1946” in een  publicatie uit 2008.  Door de nogal Herman Bussemaker specialistische aard van deze publicatie (Dirk Moses): “Empire, colony, genocide: conquest, occupation, and subaltern resistance in World History”, New- York 2008) viel het artikel niet op. Dit veranderde toen twee jaar geleden emeritus- professor William H. Frederick  in het toonaangevende “Journal of Genocide Research”, Vol. 14 (2012) in het nummer 3/4 zijn artikel publiceerde onder de titel The killing of Dutch and Eurasians in Indonesia’s national revolution (1945 – 1949): a brief genocide reconsidered. (p.359 – 380).  Zowel Cribb als Frederick zijn bekende Indonesië-historici. Cribb is een Australiër, Frederick een Amerikaan. Frederick stelt in zijn bijdrage dat de bersiap minder kort in tijd was dan Cribb veronderstelt, en komt tot veel hogere aantallen slachtoffers. Volgens hem namelijk vielen er tussen de 20.000 en 30.000 slachtoffers. Gezien de titel van zijn bijdrage mag men aannemen, dat het gaat om Nederlanders en Indische Nederlanders (Dutch and Eurasians), maar echt helemaal duidelijk wordt dat niet.

 

En dat brengt ons op het tweede probleem rond de discussies over de bersiap. Deze heeft  zowel etnische als loyalistische aspecten. Er vielen namelijk niet alleen Nederlandse slachtoffers, maar ook slachtoffers met een andere etniciteit, waarvan echter de loyaliteit aan het Indonesische vrijheidsstreven werd betwijfeld. Ik denk daarbij aan Chinezen, waarvan een aantal juridisch de Nederlandse nationaliteit bezaten, alsmede Ambonezen, Timorezen, Menadonezen en Indonesiërs. Zo werd ook vrijwel de gehele Indonesische adellijke bovenlaag op Sumatra tijdens de bersiap uitgeroeid vanwege twijfels aan hun loyaliteit aan de Indonesische staat. Naar deze categorieën slachtoffers is echter nog nauwelijks historisch onderzoek gedaan.  Op Sumatra maar ook delen van Java zijn    ook andere Europeanen dan Nederlanders vermoord, als zij zich buiten       de Japanse interneringskampen bevonden. Te denken valt aan Duitse en Deense zendelingen en Zwitsers. Als men het over slachtoffers van de bersiap heeft, moet daarbij gedefinieerd worden waarover men het heeft. In dit artikel gebruiken wij daarom de omschrijving, dat het gaat om    de (juridisch) Nederlandse slachtoffers, waaronder zowel de Nederlanders (totoks) als de Indische Nederlanders (indo’s of ook wel Buitenkampers) vielen.

 

De bovengrens van het aantal slachtoffers is daarbij discutabel. (Zie hieronder). Over de ondergrens van het aantal Nederlandse slachtoffers bestaat wel een redelijke consensus. Dat zouden er rond 3500 zijn, een getal gebaseerd op de ODO-rapporten (ODO: Opsporings Dienst Overledenen).   Er is geen volledig archief van de ODO bewaard gebleven. De verslagen, die bewaard gebleven zijn, geven een totaal van minimaal 3500 vermoordde Nederlanders, maar in een rapport van mei 1947 door Frederick aangehaald (p. 368 van zijn artikel) wordt door de ODO een aantal van zeker 11.262 geïdentificeerde Nederlandse doden genoemd. En dat was op een tijdstip, dat de ODO in het nog vrij uitgebreide Republikeinse territorium van vóór de Tweede Politionele Actie geen onderzoek had kunnen doen. De vermiste Nederlanders zaten hier dus ook niet bij. Op basis daarvan komt Frederick tot zijn schatting van  tussen de 25.000 en 30.000 Nederlandse doden tijdens de bersiap op zowel Java als Sumatra. (zijn artikel, pagina 369). Hij heeft daarbij geen rekening gehouden met de oversterfte onder de Nederlanders in de Bersiap kampen onder vooral ouderen en kinderen door ziekte, ondervoeding en de slechte hygiënische omstandigheden. Ik schat deze oversterfte op circa 2000 personen in de periode  oktober 1945 – mei 1947.

 

10897277084?profile=originalfoto - De beruchte aanval op het derde Goebeng-transport op 28 oktober 1945 te Soerabaja

 

Dramatisch is daarbij het aantal vermissingen. Er is vrijwel geen Indisch-Nederlandse familie die niet een vermiste man, vader of zoon betreurt uit die periode. Er zijn residenties (Bodjonegoro en Besoeki op Oost-Java, Pati en Pekalongan op Midden-Java) waar hele families zonder een spoor na te laten, verdwenen.

In de interviews van de    Stichting Mondelinge Geschiedenis Indonesië komen verhalen over deze vermissingen veelvuldig voor. Frederick rekent deze vermisten mee in zijn aantallen slachtoffers. In dat licht bezien lijken zijn schattingen reëel.            Frederick is ook de eerste historicus, die aandacht besteedt aan de  “tweede bersiap”. Dit was de periode juli-augustus 1947, toen als gevolg van  de Eerste Politionele Actie in een aantal steden en dorpen onder Indonesisch bestuur een tweede slachting plaats vond onder (Indische) Nederlanders, die na de Indonesische Onafhankelijkheidsverklaring om allerlei redenen voor de Indonesische Nationaliteit hadden gekozen. Kennelijk werd er van Indonesische zijde toch aan hun loyaliteit getwijfeld. Op het Ereveld  Kalibesar bij Semarang staan zeven witte kruisen met de naam Odenthal. Het gehele gezin, vader, moeder en vijf kinderen, werd te Cheribon vermoord op 27 juli 1947 bij het begin van de Eerste Politionele Actie. Zoals zij waren er meerderen, hoewel het totaal aantal vermoedelijk enkele honderden bedragen zal hebben.

 

10897277691?profile=originalFoto - Indonesische revolutionairen met scherpgeslepen bamboes 

Het vraagstuk van de loyaliteit van deze groep aan Indonesië speelde ook een grote rol bij de vlucht naar Nederland van de spijtoptanten. Ongeveer 30.000 Indische Nederlanders kozen voor het Indonesisch staatsburgerschap als gevolg van de toescheidings-overeenkomst van 1952. Deze warga negara’s werden op hun werk en daarbuiten door de “echte” Indonesiërs met wantrouwen bezien en vaak ook gediscrimineerd. De meesten van hen zijn daarop in de periode 1956 - 1959 als spijtoptanten gevlucht naar Nederland. Van repatriëring was in hun geval geen sprake. Er was wel vaak sprake van geweld tegen mensen uit deze groep, maar het kwam niet tot slachtingen.

 

Weinig aandacht wordt door Frederick besteed aan de daders van de gruwelen van de bersiap, de pemoeda’s. Om hun rol te verklaren moet men terug gaan naar de Japanse Bezetting. De (Nederlandse)  scholen werden tijdens de Japanse bezetting gebruikt om de Indonesische leerlingen te indoctrineren. Net als in Japan zelf werden  op de middelbare scholen de leerlingen militair geoefend in het hanteren van wapens, exercitie en vechttechnieken. De Japanse militairen werden daarvoor vrij gemaakt.   In de filmdocumentaire “Buitenkampers” zijn fragmenten opgenomen waarin een aantal van deze oefeningen zijn verfilmd voor propaganda-doeleinden. Ook de “bamboe roentjing”, de gevreesde bamboespeer, komt hierin aan bod. Het was een dodelijk wapen, dat relatief gemakkelijk te vervaardigen was. Het waren deze jongeren die als groep elkaar opzweepten en de meest verschrikkelijke moorden op weerloze Nederlandse vrouwen en kinderen hebben gepleegd. Deze jongeren opereerden autonoom, maar werden wel geïnspireerd door de radio-uitzendingen waarin de Indonesische regering de ene na de andere maatregel bekend maakte tegen de groep Nederlanders, zowel binnen als buiten de Japanse internerings-kampen. Daarbij werd voort-geborduurd op de Japanse propaganda, dat Amerika, Engeland en Nederland vernietigd moesten worden door de Aziatische volkeren.

 

Een van deze Indonesische maatregelen betrof de voedsel boycot van buiten de kampen levende Nederlanders, welke op 4 oktober 1945 voor Java werd afgekondigd. In de uiterste consequentie betekende dit de uithongering van een heel volksdeel. De pemoeda’s zagen hierin een signaal, dat de centrale regering achter hun dodelijke aanvallen op deze buitenkampers zou staan. Soekarno zelf realiseerde zich tenslotte de reikwijdte van zijn besluit in de brief, welke hij op 9 oktober 1945 aan de Engelse opperbevelhebber Mountbatten richtte. Hierin waarschuwde hij dat zelfs hij niet in staat was om  pemoeda-bendes af te houden van een rassenoorlog tegen de Nederlanders. In het licht van de eerdere besluiten omtrent de voedselboycot van diezelfde Nederlanders is het duidelijk, dat hij besefte dat de geest uit de fles was, en dat hij niet meer in staat zou zijn, deze er weer in te krijgen. En zo golfde een explosie van geweld over Java: de bersiap. Bij gebrek aan een Leger kon de Indonesische Regering niet optreden tegen de slachtingen, die dan ook volledig uit de hand liepen. 

10897278276?profile=originalSamenenvattend mogen wij stellen, dat de bersiap tussen de 3500 en 20.000 Nederlanders het leven heeft gekost. Dit was ook mijn conclusie als verwoord in mijn boek over de bersiap uit 2005. Mede door de publicatie van Frederick ben ik geneigd de bovengrens aan te houden als meest waarschijnlijk. Het aantal van 20.000 is uitermate verontrustend. Het zou betekenen, dat er meer dan 10x meer Nederlanders in de bersiap zijn omgekomen dan er tijdens de stormramp van 1953 omkwamen. Dat was een ramp, maar pas de laatste jaren begint het besef door te breken, dat de bersiap voor de Nederlanders een veel grotere ramp was. Waarom is gedurende tientallen jaren in de Nederlandse geschiedenis de bersiap zo onbekend gebleven? Het ging hier tenslotte om een grote groep Nederlanders. Een eenduidig antwoord op deze vraag is niet te geven. Maar we kunnen proberen om een aantal factoren te identificeren, die de onbekendheid kunnen verklaren.

 

10897278678?profile=originalFoto Gruwelijke moordpartijen

 

Nederland zelf kwam zwaar gehavend uit de Tweede Wereldoorlog. In de jaren vijftig lag het accent niet op het terugkijken, maar op de herbouw                                        van het verwoeste land. Mede door deze op de toekomst gerichte visie vonden de traumatische verhalen van de Nederlanders die uit de voormalige kolonie terug kwamen geen gehoor bij de Nederlandse bevolking. In het gunstige geval werd hen aangeraden niet terug te kijken, in het meest ongunstige geval werd hen verteld dat het in Nederland allemaal veel erger was geweest. Hetgeen uiteraard de dialoog niet bevorderde. Daar kwam bij dat vanaf de zestiger jaren het kolonialisme in een zeer slechte reuk kwam te staan. De Nederlanders uit de Oost sloten zich daarop af van de Nederlandse maatschappij en zochten elkaar  op in talloze sociëteiten en kumpulans. Van een dialoog was verder geen sprake meer.

 

Maar ook intern werd er gezwegen over de doorgemaakte gruwelen. Ouders wilden hun kinderen niet belasten met hun ervaringen. Kinderen voelden haarfijn aan, dat zij daarover geen vragen moesten stellen. En zo ontstond het “Indisch Zwijgen”, naast het Joodse zwijgen. Het is de derde generatie, de kleinkinderen, die dit zwijgen aan het doorbreken zijn door vragen te stellen aan de grootouders, voor zover deze er nog zijn. In die zin werkt de bersiap nog steeds door in de Indische gezinnen.

 

Voor de politieke elite was de bersiap niet interessant. De dominante mening was (en is   nog steeds), dat Nederlandse militairen zich schandalig hadden misdragen in de periode 1945 – 1949. Dat ook van Indonesische zijde de strijd niet schoon was, paste niet in dat beeld.

 

Na de verbetering van de relaties met Indonesië na 1965 was het ook diplomatiek niet verstandig, de bersiap ter discussie te stellen, omdat dit de broze relatie met dat land zou kunnen verstoren. De bersiap verdween daarmee in de doofpot. Toen mijn boek over de bersiap in mei 2005 verscheen als eerste Nederlandstalige publicatie over dit onderwerp, zond de uitgever recensie-exemplaren naar de vijf grote landelijke dagbladen. Geen van hen heeft de moeite genomen, het boek te recenseren. Het illustreert het volstrekte gebrek aan belangstelling van de kant van de media.    

 

 10897279456?profile=originalOok de Chinezen werden het slachtoffer tijdens de Bersiap. Hier de puinhopen van een Chinese wijk in Palembang 

Het is mijn hoop, dat dit artikel mag bijdragen aan het optrekken van de dichte mist, die nu al decennia lang hangt over de bersiap, en de discussie daarover beter zal structureren. 

Herman Bussemaker, historicus, 31-3-2014, voor NICC Magazine.

 

Lees verder…

10897373084?profile=originalOnderzoek naar koloniale oorlog tegen Indonesië: “De slager keurt zijn eigen vlees”

Al meer dan tien jaar voert Jeffry Pondaag als voorzitter van stichting Comité Nederlandse Ereschulden samen met slachtoffers van dekoloniale oorlog tegen Indonesië en met advocaatLiesbeth Zegveld succesvolle rechtszaken tegen de Nederlandse staat. Daardoor blijkt de staat het koloniale geweld tijdens die oorlog steeds moeilijker in de doofpot te kunnen blijven stoppen. In 2016 verscheen bovendien het baanbrekende onderzoek “De brandende kampongs van generaal Spoor” van de wetenschapper Rémy Limpach, waarmee het structurele karakter van dat geweld nog eens extra werd aangetoond. In het nauw gebracht door die aanhoudende druk kondigde de regering daarop nieuw onderzoek aan. Tijd voor een gesprek met Pondaag, die forse kritiek levert op het witte Nederlandse perspectief van dat onderzoek.

Jeffry Pondaag.

Bronvermelding doorbraak.eu

In de berichtgeving erover wordt benadrukt dat het zou gaan om een “onafhankelijk” onderzoek, maar dat veegt Pondaag resoluut van tafel: “De slager keurt zijn eigen vlees. Zo zie ik dit onderzoek. De regering zou een voorbeeld moeten nemen aan het onderzoek dat al in 1948 is gedaan naar de massamoord door Nederlandse militairen in het dorp Rawagede.” Dat onderzoek werd uitgevoerd door een zogeheten Commissie van Goede Diensten, die was ingesteld door de VN om onderhandelingen van de grond te krijgen tussen Nederland en Indonesië. De commissie moest een onafhankelijke status krijgen: er zaten bewust geen Nederlanders of Indonesiërs in, maar wel een Belg, een Australiër en een Amerikaan. Met een rapport zorgde de commissie ervoor dat het bloedbad in Rawagede al tijdens de koloniale oorlog bekend werd. Als het aan Nederland had gelegen, dan was ook die massamoord onder tafel geveegd, zoals zoveel andere. Pondaag: “Waarom kan er nu geen onderzoek komen dat wordt uitgevoerd door deskundigen uit andere landen dan Nederland? Waarom moet dat nieuwe en zogenaamd onafhankelijke onderzoek plaatsvinden volgens de inhoudelijke kaders en voorwaarden die de regering stelt, dus de Nederlandse staat, de staat die als dader van structureel koloniaal geweld juist het onderwerp van kritisch onderzoek zou moeten zijn?”

Op 2 december 2016 stuurden twee ministers en een staatssecretaris namens de regering een briefnaar de Tweede Kamer waarin ze met de nodige tegenzin dat nieuwe onderzoek aankondigden. Regeringspartij VVD heeft het daarbij voor elkaar weten te krijgen dat het onderzoek ook nadrukkelijk dient in te gaan op het geweld van Indonesische kant tijdens de zogeheten Bersiap-periode. Ongetwijfeld proberen de liberalen op die manier een zondebok te zoeken en het geweld van de Nederlandse staat te relativeren, onder het motto “waar er twee vechten, hebben er twee schuld”. Als de PvdA, de andere regeringspartij, niet akkoord zou zijn gegaan met de keiharde voorwaarde van de VVD, dan zou nieuw onderzoek vermoedelijk niet of veel moeilijker doorgang hebben kunnen vinden.

In februari verscheen daarop een onderzoeksopzet van de drie instituten, die als twee druppels water lijkt op de brief van de regering. De onderzoeksinstituten blijken zich braaf en lijdzaam te schikken in de voorwaarden die de regering aan het onderzoek stelt. Dit treffende voorbeeld van de gangbare praktijk van “de betaler van het onderzoek bepaalt de richting en inhoud van het onderzoek” maakt duidelijk dat het zogenaamde onafhankelijke karakter van het onderzoek ver te zoeken is. Dat wordt nog eens bevestigd door het feit dat een van de instituten, het NIMH, zelfs letterlijk een onderdeel is van het staatsapparaat, namelijk van het ministerie van Defensie. Geheel in lijn met wat de regering eist, gaan de drie instituten volgens de onderzoeksopzet “uitdrukkelijk” aandacht besteden “aan de chaotische periode – de ‘Bersiap-tijd’ – van medio augustus 1945 tot begin 1946, dus voorafgaande aan de grootscheepse Nederlandse militaire inzet, en de doorwerking daarvan in latere jaren”.

Collaborateurs

Aan de ene kant worden in de onderzoeksopzet van de instituten de Indonesiërs onzichtbaar gemaakt die zich als vrijheidsstrijders hebben verzet tegen de Nederlandse kolonisator. Meer in het algemeen blijkt in die opzet ieder concreet persoon te zijn verdwenen die het slachtoffer is geworden van Nederlands geweld. Zij worden verborgen gehouden achter emotieloze abstracties als het “structureel grensoverschrijdend geweld” van de Nederlandse militairen. Aan de andere kant benoemt de opzet wel expliciet “de vele duizenden (Indo-)Europeanen, maar ook Chinezen en van ‘collaboratie’ met het Nederlandse koloniale gezag betichte Indonesiërs” die het slachtoffer zouden zijn geworden “van massaal en grof geweld, uitgeoefend door al dan niet georganiseerde Indonesische strijdgroepen. Onderzoek naar de achtergronden en het verloop van deze gewelddadige periode is in zichzelf belangrijk, maar dient ook om de psychologische gevolgen voor Nederlandse militairen en burgers in kaart te brengen en om de vraag te stellen naar de betekenis van de Bersiap als belangrijke factor in de latere oorlogsvoering.”

Oftewel: de instituten gaan bekijken hoe het toch kwam dat die keurige en welopgevoede Nederlandse militairen opeens zoveel geweld zijn gaan gebruiken. De onderzoekers nemen daarbij blijkbaar klakkeloos aan dat de oorzaak daarvoor met name moet liggen in het geweld dat een deel van de Indonesiërs van augustus 1945 tot begin 1946 gebruikten. Achteloos wordt eraan voorbijgegaan dat het koloniale terreurbewind zich al driehonderd jaar lang te buiten ging aan geweld, brandstichting, plundering, slavernij, dwangarbeid en roof. De “psychologische gevolgen” van die eeuwenlange koloniale terreur voor de gekoloniseerden hoeven volgens de instituten blijkbaar niet “in kaart” te worden gebracht en ook vinden ze het niet nodig om “de vraag te stellen naar de betekenis van” het Nederlandse koloniale systeem “als belangrijke factor in de latere oorlogsvoering”. En de instituten achten het ook overbodig om er alvast op te wijzen dat bevrijdend geweld tegen de koloniale bezetter en zijn collaborateurs niet zomaar gelijkgesteld mag worden aan onderdrukkend geweld van de koloniale bezetter, geweld dat is bedoeld om te kunnen blijven heersen over de kolonie en zijn bevolking. De regering lijkt met het onderzoek als bewijs over vier jaar op tafel te willen leggen dat de gekoloniseerden ook geen lieverdjes waren en dat “wij” ons daarom indertijd gedwongen zagen om de zogenaamde rust en orde in de kolonie te herstellen. En de instituten lijken die grijsgedraaide plaat van de koloniale beeldvorming graag nog een keer te willen afspelen.

Volgens Pondaag worden in de dominante beeldvorming over de Bersiap-periode de Indonesische strijders voor een onafhankelijk Indonesië nog steeds weggezet als extremisten en terroristen. “Het woord bersiap betekent iets als “present!”, “klaar voor de strijd!”. Je kunt het beschouwen als een strijdkreet voor een onafhankelijk Indonesië. Degenen die collaboreerden met de Nederlandse kolonisator, konden rekenen op tegengeweld. Dat is duidelijk. In de ogen van Indonesische vrijheidsstrijders waren die collaborateurs namelijk verraders. Maar de collaborateurs noemen de Bersiap-periode een misdaad. Ik denk echter dat de eeuwenlange koloniale onderdrukking en uitbuiting de misdaad is waar we het over zouden moeten hebben.”

Verkeerde kant van de geschiedenis

In 2005 hield minister Ben Bot van Buitenlandse Zaken een toespraak waarin hij aangaf dat Nederland met de koloniale oorlog tegen Indonesië “aan de verkeerde kant van de geschiedenis” was komen te staan. Die oorlog was volgens hem dus fout en daarom moet er logischerwijs van worden uitgegaan dat alle Nederlandse militairen in die oorlog objectief gezien fout bezig waren, ongeacht hun subjectieve bedoelingen. De woorden van Bot kwamen zo’n zestig jaar te laat. En zijn insteek blijkt in regeringskringen tot nu toe nauwelijks op weerklank te kunnen rekenen. In de brief van 2 december 2016 staat bijvoorbeeld doodleuk: “Het kabinet bevestigt de waardering voor alle oud-militairen die in opdracht van de Nederlandse regering zijn uitgezonden naar conflictgebieden en wil nogmaals onderstrepen dat een belangrijke conclusie van dr. Limpach is dat het merendeel van de Nederlandse militairen niet betrokken was bij extreme gewelddaden.”

Wie met een koloniale oorlog aan de verkeerde kant van de geschiedenis komt te staan, mag vele jaren later politiek en moreel gezien geen nadrukkelijke “waardering” blijven uitspreken voor alle oud-militairen die in deze oorlog aan de kant van de kolonisator hebben meegevochten, zo zou je zeggen. Wie integer wil omgaan met de verwerking van een foute koloniale oorlog die hij zelf is begonnen, die moet stoppen met het vanuit een wit perspectief voortdurend over de bol aaien van oud-militairen en eindelijk eens aandacht gaan krijgen voor wat hij de Indonesische slachtoffers van die oorlog heeft aangedaan. Daar past bij dat hij volmondig en in het openbaar erkent dat de oorlog verkeerd was en dat het daarom ook verkeerd is om tijdens die oorlog gesneuvelde Nederlandse militairen op dezelfde wijze te herdenken als Nederlandse militairen die tijdens de Tweede Wereldoorlog zijn gesneuveld in de strijd tegen nazi-Duitsland. Pondaag: “Wist je dat met het Nationaal Monument op de Dam in Amsterdam ook de Nederlandse militairen worden herdacht die de Indonesische bevrijdingsstrijd hebben proberen te onderdrukken? Alsof die koloniale oorlog op één lijn gesteld kan en mag worden met de strijd tegen de fascistische Duitse bezetter. Dat laat zien hoezeer de geest van het Nederlandse kolonialisme nog steeds springlevend is.” Om te voorkomen dat spijtbetuigingen van de kant van de Nederlandse staat loze woorden blijven, zou er een grootschalige nationale bewustwordingscampagne moeten komen die de heersende beeldvorming over de koloniale oorlog tot de grond toe afbreekt en vervangt door een anti-koloniaal perspectief. Ook zou de regering uit eigen beweging alsnog moeten komen met een ruimhartige schadevergoeding aan de Indonesische slachtoffers van de oorlog. Beter laat dan nooit. Pondaag: “Ondertussen lopen naar schatting dertienhonderd Nederlandse oud-militairen die indertijd oorlogsmisdaden hebben gepleegd, nog steeds vrij rond. Terwijl dienstplichtigen die toen hebben geweigerd om in de oorlog mee te vechten, gevangenisstraffen van vier tot zeven jaar kregen opgelegd.”

Vertragingstactiek

De regering kiest bewust partij voor de oud-militairen, “de Indië-veteranen” die al jarenlang via een machtige lobby hun invloed doen gelden, en laat daarmee de Indonesische slachtoffers in de steek. Die slachtoffers zijn nu al meer dan tien jaar rechtszaken tegen de Nederlandse staat aan het voeren, samen met Pondaag en advocaat Zegveld. Zegveld klaagt over “het oeverloze gedoe” van diverse betrokken ministeries, die bij de rechtszaken steeds een welbewuste vertragingstactiek aan het uitvoeren zijn en zich dus uiterst onwillig opstellen. Vooral over het ministerie van Defensie is ze kritisch, zo blijkt uit een recent interview met haar in de NRC: “Defensie is de lastigste. Steeds doet Defensie alsof ze zich hard maakt voor de manschappen die destijds gediend hebben. Daarom zou er niet een groot gebaar gemaakt kunnen worden naar de slachtoffers. In werkelijkheid laat Defensie het probleem bij de manschappen. Maar zij hebben gehandeld in opdracht van Defensie. Dit gaat over een staat die een fout beleid heeft gevoerd, en dat totaal heeft laten ontsporen. Maar dat wil men niet toegeven. Heel slim gedaan. In feite speelt Defensie de militairen uit tegen de slachtoffers. Dat vind ik laakbaar.”

Uit de 2 december-brief blijkt nog eens ten overvloede hoe eenzijdig de regering is gericht op de oud-militairen, over wie men zich bezorgd toont en met wie men meeleeft, in tegenstelling tot de houding van de staat ten opzichte van de hoogbejaarde Indonesische slachtoffers die met slopende en tijdrovende juridische processen erkenning en schadevergoedingen moeten zien af te dwingen. “De Indië-veteranen hebben inmiddels een hoge leeftijd bereikt”, aldus de brief. “Het kabinet realiseert zich dat negatieve berichtgeving over het optreden van Nederlandse strijdkrachten in Nederlands-Indië onmiskenbaar impact heeft op hun welzijn. Mede daarom heeft het kabinet een aantal veteranen en veteranenorganisaties via de Inspecteur Generaal der Krijgsmacht (IGK) geïnformeerd over de studie van dr. Limpach voorafgaand aan publicatie. Tijdens een bijeenkomst bij de IGK op 28 september jl. is tevens stilgestaan bij de kabinetsreactie en bleek dat de emoties diep zijn en vlak aan de oppervlakte liggen.” Verderop in de brief gaat men nog een keer uitgebreid in op de gevoelens van de oud-militairen: “Het kabinet realiseert zich dat een vervolgonderzoek pijn zal kunnen veroorzaken bij de groep Indië-veteranen, maar acht het van belang dat een ander onderzoek juist ook aandacht geeft aan de moeilijke context waarin Nederlandse militairen moesten opereren, het geweld van Indonesische zijde, de inzet waarbij geweld geen of nauwelijks een rol speelde en de verantwoordelijkheid van de politieke, bestuurlijke en militaire leiding.”

Volgens Pondaag zouden de Indië-veteranen eens moeten gaan luisteren naar een visie met een heel ander perspectief. “Het gaat er niet alleen om dat die veteranen een keer krijgen te horen dat er volgens onderzoek van een wetenschapper toch best veel meer geweld is toegepast door Nederlandse militairen dan veelal wordt aangenomen. Van belang is vooral dat wordt ingezien dat Nederland al eeuwenlang illegaal bezig was door zich in Azië een enorm gebied toe te eigenen en door daar heel veel mensen te onderwerpen aan een koloniaal systeem. Waar haalde Nederland het recht vandaan om dat gebied als Nederlands bezit te beschouwen?”

Haarkloverij

De manier waarop de regering zegt mee te leven met de veteranen staat in schril contrast met de onverschilligheid ten opzichte van de gekoloniseerden die te maken hebben gekregen met Nederlands geweld tegen henzelf of tegen hun familie en vrienden. Waarom staat de regering niet stil bij hun “pijn, bij hun “diepe emoties” die “vlak aan de oppervlakte liggen”? Waarom geeft men geen aandacht aan “de moeilijke context” waarin zij moesten “opereren” toen ze aan het strijden waren voor hun onafhankelijkheid? Pondaag wijst daarbij op een belangrijk punt: “Officieel gaat Nederland er nog steeds vanuit dat Indonesië pas eind 1949 een onafhankelijk land is geworden. Dat wil zeggen dat volgens de Nederlandse staat tot 27 december 1949 alle Indonesiërs nog de Nederlandse nationaliteit hadden. Volgens die visie vochten de Nederlandse militairen tijdens de koloniale oorlog dus tegen andere Nederlanders, wat zou betekenen dat er een binnenlandse burgeroorlog aan de gang was. Als je zo redeneert, dan wordt het des te merkwaardiger en pijnlijker dat de ongeveer zesduizend Nederlandse militairen die tijdens die oorlog zijn gesneuveld, wel worden herdacht, maar de meer dan honderdduizend andere Nederlanders, dat wil zeggen: Indonesiërs, niet. Maar als de staat dit standpunt zou gaan herzien en voortaan in alle opzichten zou gaan accepteren dat Indonesië op 17 augustus 1945 onafhankelijk is geworden, de datum waarop de Indonesiërs de onafhankelijkheid van hun land hebben uitgeroepen, dan nog zou men met die oorlog fout zitten. Want in dat geval heeft Nederland in de jaren daarna een ander onafhankelijk land aangevallen en proberen te veroveren en te bezetten. Dat is uiteraard een hele ernstige oorlogsmisdaad.”

De toespraak van Bot in 2005 leidde daarna tot een hemeltergend staaltje haarkloverij in politiek Den Haag. De woorden van de minister waren weliswaar een mooi gebaar, zo werd huichelachtig gesteld, maar betekenden alleen dat Nederland de datum van 17 augustus 1945 “de facto”, feitelijk, heeft aanvaard, en niet “de jure”, niet juridisch, heeft erkend. Formeel-juridisch gezien geldt volgens de Nederlandse staat dus nog steeds dat Indonesië pas eind 1949 onafhankelijk werd.

Sigaar uit eigen doos

De drie instituten wijden in hun onderzoeksopzet geen woord aan de rechtszaken die Pondaag en Zegveld al tien jaar aan het voeren zijn. Voor die rechtszaken hebben Pondaag en Zegveld veel onderzoek verricht in Indonesië. Ze hebben slachtoffers opgespoord, met hen gesproken, hun getuigenissen opgesteld en samen met hen de Nederlandse staat aangeklaagd. Zo hebben ze een schat aan informatie en documentatie weten te vergaren. Maar de instituten vinden dat blijkbaar niet de moeite waard om zelfs maar te benoemen in hun onderzoeksopzet. Veelzeggend is ook dat Pondaag niet is gevraagd om zitting te nemen in de maatschappelijke klankbordgroep die het onderzoek van de instituten gaat begeleiden. In die groep zitten vertegenwoordigers van diverse organisaties, te weten het Indisch Platform, de stichting Herdenking 15 augustus, het Nationaal Comité 4 en 5 mei, het Veteranen Platform, het Veteranen Instituut, de stichting Nationaal Indië-monument 1945-1962 en de stichting Arq. Uit de samenstelling van deze klankbordgroep blijkt dat vooral de belangen van de Indië-veteranen worden behartigd. Nu het Comité Nederlandse Ereschulden, de organisatie van Pondaag, er niet aan deelneemt, lijken de belangen van de Indonesische slachtoffers van Nederlands geweld behoorlijk te worden verwaarloosd.

“Naar aanleiding van onze rechtszaken heeft de Nederlandse staat een magere tijdelijke regeling opgesteld waar Indonesische slachtoffers van Nederlands geweld een beroep op kunnen doen. Dat gaat gepaard met een flinke bewijslast, wat erg pijnlijk is voor die slachtoffers. Ik noem de regeling een sigaar uit eigen doos. Indonesië heeft 4,5 miljard gulden moeten betalen om van Nederland erkend te krijgen dat het voortaan een onafhankelijk land zou zijn. Nederland eiste eerst zelfs 6,2 miljard gulden. Zeker voor die tijd was dat een enorm bedrag. Dus nadat Nederland Indonesië eeuwenlang had leeggeroofd en kapot had geplunderd, moesten de voormalige gekoloniseerden nog eens extra geld betalen aan de voormalige kolonisator. Daarom zeg ik: Nederland is een schaamteloos land.”

Begin 2017 werd pas bekend dat de Nederlandse staat al in 1953 door de rechtbank Den Haagaansprakelijk was gesteld voor de dood van de vermoorde Indonesische topambtenaar Masdoelhak Nasoetion. De weduwe van de man had de zaak in 1950 aangespannen en de rechter had drie jaar later een schadevergoeding van 149.000 gulden toegekend. Tot 2017 werd aangenomen dat de staat pas in 2011 voor het eerst aansprakelijk was gesteld voor de oorlogsmisdaden van Nederlandse militairen tijdens de koloniale oorlog. Zegveld vindt het “ongelooflijk” dat de staat de zaak Nasoetion steeds heeft verzwegen. “Het kleurt alles wat we vandaag doen.” Pondaag: “De professoren van de onderzoeksinstituten hebben jarenlang zitten slapen. Er was een cementarbeider als ik voor nodig om de boel wakker te schudden, om boven tafel te halen wat wordt verzwegen. Met nieuwe rechtszaken blijven we daarom druk op de ketel houden.”

Harry Westerink

Lees verder…

10897354465?profile=original10897245264?profile=original

Politieke partijen laten de twee miljoen Indische Nederlanders links liggen, met hun roots in het voormalige Indie!   

In het circus van het politieke landschap vliegen de beloften om je oren tijdens de campagnes. Alles is nu mogelijk: U vraagt en wij draaien, in deze soap die na de verkiezingen weer verder poldert en draait in het politiek landschap. Weer wordt  het vooruitzicht kiezersbedrog.

 

Maar gekscherend genoeg is er totaal geen aandacht voor die twee miljoen Indische Nederlanders – volgens opgave van de ambtenaren van Martin van Rijn zijn het er nu 2 miljoen, van het oorspronkelijk aantal 500 duizend, waarvan 149 duizend niet werden  toegelaten ( ook wel de vergeten groep volgens Omroep Max) en waarvan de 341.000 die in Nederland aankwamen als vluchteling met achterlatend van al hun boedel, en na 70 jaar nog steeds wachten op : erkenning, excuses, en compensatie die de republiek Indonesie aan Nederland betaalde aan het Ministerie van Bert Koenders.

 

Geen 1 Politieke Partij zal en wil zijn vingers branden aan dit Indische dossier van hun voorgangers die tegen strafrechtelijke zaken aaangrenst, sterker nog die grens ver heeft overschreden. Velen die deze krant spreekt schamen zich voor de handelswijze  van de Nederlandse regeringen op een rij, hun voorgangers.

 

Even voor alle duidelijkheid: “de Indische-Nederlanders zijn geen Indonesiërs“ Pechtold, maar Indische-Nederlanders die met een Nederlands paspoort uit het voormalig Indië hebben moeten vluchten. Het waren er 500.000. Nederland wilde deze onderdanen niet toelaten. Het was Soekarno en Hatta die naarstig naar oplossingen zochten en die ook vonden met behulp van Amerika.  Nederland had alleen maar oog voor het VOC – model, vooral het economisch belang om haar bezittingen te beschermen.

 

Van die 500.000 vluchtelingen werden er 149.000 niet toegelaten en door de Nederlandse Staat aan hun lot overgelaten. De groep Indische-Nederlanders Pechtold, dus géén Indonesiers, hebben uit Marshal-Hulp, het Verdrag met Japan, en het Verdrag van Wassenaar nog steeds 14 miljard tegoed van de Nederlandse Staat. Pechtold nog een stuk geschiedenis de NL - Staat heeft deze groep bewust stateloos gemaakt. Wist U dat NL - Staat dus strafrechtelijk feit heeft begaan ?

 

In de Kabinetten Rutte en De Kamer is de Indische Kwestie aan de orde gekomen en het Ministerie van Bert Koenders werd aangeschreven dat de zaak Traktaat van Wassenaar staat aan te komen.  

 

Geen één politieke partij heeft zich dusdanig bekommerd over die twee miljoen zwevende Indische Nederlanders, 2 miljoen zijn het er.

 

Wat willen ze?

 

Erkenning / excuses voor het geleden leed in de Tweede Wereldoorlog in het voormalige Indië met Japan, het ontstane machtsvacuum, de periode van de overdracht en aansluitend de bersiap, die deze Nederlandse regering opeenvolgend  al 70 jaar negeert of het zich nooit heeft afgespeeld. De compensatie voor de geleden materiële - en immateriële schade, terwijl Nederland dit vergoed kreeg uit Marshal-hulp, uit het Verdrag met Japan en het Verdrag met Indonesie ( Traktaat van Wassenaar).  Deze gelden, zoals o.a. het Traktaat van Wassenaar meldt, dienten te worden uitbetaald aan de Indische Gemeenschap die in de Republiek Indonesia verbleven van 1947 tot 1962.

 

 

Lees verder…

Pasar Malams kalender 2020, tot 1 juni zijn alle pasars afgelast.

10897239863?profile=original


10897248284?profile=original

10897248693?profile=original10897402658?profile=original

 

Ter kennisneming. 
 
  
Evenementen.
Om 19:00 uur 23 maart hebben de betrokken ministers De Jonge, Martin Van Rijn en Grappenhaus een extra maatregel definitief besvestigd. Een verbod op alle evenementen zonder ondergrens tot 1 juni. Al eerder werd om 15:15 uur 1 maart de maatregel via radio bekend gemaakt, en  via de gemeente die de vergunning heeft verleend. Hierdoor kon de pasar Malam in de Ijsselhal van Zwolle niet doorgaan op 14,15 en 16 maart. Alle partijen betreuren dit te  late besluit waardoor forse schade werd opgelopen.  De volgende dag de 14e maart zou deze open gaan. Met de Ijsselhal is een nieuwe datum afgesproken.  Voor de data van de andere pasars  - dus na juni - zijn verlegd. Dit geldt voor de organisatie Istimewa-events. Stellar Events is zich nog aan het beraden hoe verder nu, immers 5 evenementen gaan niet door in deze periode.
 
De 6 april maatregel voor de overige groeperingen.
Update gisteren 19:00 van 31 maart ) de maatregelen voor 6 april worden verlengd tot 29 april.
Dringend oproep van Mark Rutte om de geen boekingen te doen voor de mei vakantie, en kan ook nog zo zijn dat na 28 april wederom met de 6 april maatregelen wordt verlengd voor de maand mei.
 
ICM maakt zich zorgen om de  standhouders die van de pasars moeten leven, daarom heeft ICM bij de Pasar Zwolle die werd afgelast  op 13 maart bij de standhouders op het hart gedrukt om de financiele tegemoetkoming van Min. financien wegens omzetderving dit zo spoedig mogelijk aan te vragen.
Niemand weet hoe lang dit nog gaat duren !
Voor aanvraag compensatie 
https://www.rvo.nl/actueel/nieuws/tegemoetkoming-binnenkort-ook-beschikbaar-voor-non-food-sector
Voor de verplaatste  geplande pasars zie https://icmonline.ning.com/page/pasar-malams-2018-2019
Lees verder…
Persbericht, 24 maart 2020 Vlaardingen
Nieuwe datum Pasar Malam Istimewa XL Zwolle 12, 13 en 14 juni 2020.
 
 10897416275?profile=original
Afgelopen weekend zou van 13 tot en met 15 maart de Pasar Malam Istimewa XL in Zwolle plaatsvinden. Donderdag 12 maart rond 15:00 werd er tijdens de persconferentie van Mark Rutte aangekondigd dat alle evenementen waar 100 mensen of meer gelijktijdig aanwezig zijn afgelast moesten worden vanwege het Coronavirus. Een begripvol, maar voor de bezoekers een vervelend en voor de deelnemers, leveranciers, locatie en organisatie zakelijk gezien een desastreus besluit.
 
Gelukkig hebben de directies van de IJsselhallen en Istimewa Events direct samen gekeken naar een nieuwe datum. Deze is geworden 12, 13 en 14 juni 2020.
 
Alle belanghebbenden hopen dan ook dat deze Pasar Malam weer net als voorgaande jaren in grote getallen bezocht wordt en dat het evenement voor iedereen een doorslaand succes wordt.
 
Bezoekers die in de voorverkoop al een ticket hebben gekocht kunnen deze kosteloos gebruiken op de nieuwe datum van 12 tot en met 14 juni om zelf een dag uit te zoeken of mogen zelfs een andere Pasar Malam uitkiezen om te bezoeken welke georganiseerd wordt door Istimewa Events. Wanneer deze opties niet mogelijk zijn voor hen wordt het volledige bedrag gerestitueerd. Zij hebben hierover bericht gehad.
 
De website www.istimewa-events.nl kan in de gaten gehouden worden voor meer informatie en data van andere Pasar Malams van Istimewa Events.
Met vriendelijke groet,

Marcel Neervoort
Istimewa Events
Vaartweg 22
3131 HT Vlaardingen
06-36107721
Lees verder…

10897423479?profile=original

Pasar Malam Stellar Nieuws d.d. 24 maart 2020

Beste bezoekers, standhouders, artiesten, medewerkers en collega-organisatoren,
Het zit ons niet mee in 2020.
De Covid-19 crisis raakt iedereen en wat de gevolgen zullen zijn is ongewis. 
Pasar Malams, kumpulans en andere evenementen zijn tot 1 juni 2020 op grond van het gevaar voor de gezondheid van iedereen en de overheidsmaatregelen niet mogelijk. 
Wij leven dan ook mee met u allen. Iedereen heeft zo zijn eigen verwachtingen van de evenementen. 
Het zal voor bezoekers teleurstellend zijn dat ze niet kunnen genieten van het tropisch uitje, de dansmiddag of avond waar ze allemaal zo veel plezier aan beleven. Elkaar ontmoeten, dansen, genieten van muziek, het eten…. Het kan allemaal nu niet. En dat is een vreemd gevoel. Je bent een stukje zekerheid over de inrichting van het dagelijkse leven gewoon kwijt!
Maar laten we eerlijk zijn daar is, hoe moeilijk ook, overheen te komen. Beter tijden zullen aanbreken ook al kan dat best een paar maanden of nog langer duren.
Grote zorgen maak ik mij echter over de mensen die in meerdere of mindere mate afhankelijk zijn van de inkomsten van de evenementen. Zij leiden inkomstenverlies terwijl wel hun kosten doorgaan. 
Het speelt elke dag door mijn hoofd, hoe gaat iedereen het redden? Hebben ze recht op de steunmaatregelen van de overheid en zijn deze voldoende?

Maar ook hebben zij voldoende mentale kracht om dit te doorstaan.  Nemen de zorgen niet alle energie weg naar het denken in oplossingen en houden ze vertrouwen in de toekomst.
Ik wens u dan ook op deze plaats van Stella en mij, de Stellar crew heel veel sterkte toe op alle gebied. Samen moeten we deze ramp, want dat kunnen we echt zo wel noemen, op de een of andere manier overleven.
Het preekt vanzelf dat onze geplande Pasar Stellar evenementen die in maart, april en mei waren gepland geen doorgang kunnen vinden.
Enschede was al niet mogelijk door de eerste maatregelen maar ook Pasar Eindhoven, Pasar Geleen, Pasar Den Helder kunnen geen doorgang vinden op de geplande data.
Kijken we naar de periode na 1 juni dan laveren we tussen hoop en realiteit.
We hopen dat iedereen de draad dan weer kan oppakken en dat evenementen weer kunnen worden georganiseerd en bezocht. Dat hopen we van harte en onze instelling is dat mochten de voortekenen in de komende maanden gunstig zijn we alle moeite doen om de Pasars zoals u van ons gewend bent te organiseren. We kunnen snel schakelen.
De realiteit moeten we ook onder ogen zien. Het weer bezoeken van evenementen zal best weer op gang moeten komen.  Zeker als er nog geen vaccin beschikbaar is zal de kans op besmetting blijven bestaan misschien. En laten we wel wezen een deel van onze doelgroep zit zeker in de risicogroep. 
M.a.w. niemand weet waar het op uitdraait. We hopen op een snel herstel van het ‘gewone’ leven wat naar wat ik denk nooit meer zo zal zijn als we gewend waren. Misschien zijn we weer wat eerder tevreden met wat we hebben, zijn we wat meer socialer naar onze medeburgers en genieten we meer van de kleine dingen die het leven je kan bieden maar die een beetje uit zicht waren geraakt door de hectische tijd waarin we leefden.
Dat is nu even tot stilstand gekomen en leidt tot bezinning.
En dat is dan toch van waarde.
Laat ik eindigen met de wens dat het virus snel tot bedaren komt, dat we snel ons leventje kunnen oppakken, elkaar weer kunnen ontmoeten. 
Dat de bezoekers weer kunnen genieten van een evenement, artiesten weer kunnen laten horen wat ze in hun mars hebben, standhouders vanachter hun kraam de bezoekers weer van dienst kunnen zijn met hun tropische producten en de restaurants die weer aan het toveren zijn vanuit hun keuken.
Tot dan wens we jullie alle sterkte toe, we hopen dat iedereen met familie en vrienden gezond blijft.
Wij denken elke dag aan jullie,
Stella en Chris.

image-379528-Stellar-Nieuws-45c48.w640.jpg
Nieuws
24- maart 2020

Lees verder…

Tong Tong Fair onderzoekt uitstel naar 3 t/m 13 september

De wereldwijde maatregelen die worden getroffen om het coronavirus te stoppen, treffen ook de evenementenbranche. De organisatie van de Tong Tong Fair onderzoekt de mogelijkheid om de 62e editie te verplaatsen naar de periode 3 t/m 13 september 2020.

Gezien de omvang van de Tong Tong Fair, die een zeer internationale groep deelnemers kent, is dit een complexe stap. Aan de jaarlijkse Tong Tong Fair doen honderden standhouders (food, non food), musici, theatermakers, schrijvers en wetenschappers uit binnen- en buitenland mee.

Theaterprogramma

De Tong Tong Fair heeft verscheidene theaters en een doorlopend programma met muziek, dans, kookdemonstraties, lezingen, debatten enz. Bijna 400 personen doen aan die programma’s mee. Vrijwel iedereen probeert er in september bij te zijn. De artiesten zijn blij dat de Tong Tong Fair streeft naar uitstel.

Internationale beurs

Op de Grand Pasar en in het Indonesië-Paviljoen van de Tong Tong Fair staan ca 160 standhouders, velen afkomstig uit het Zuidoost-Azië. De meesten hebben aangegeven mee te willen doen in september.

Reeds gekocht kaarten

Het blijft onzeker hoe het coronavirus zich zal ontwikkelen. De organisatie van de Tong Tong Fair hoopt op een goede afloop. Kaarten die reeds zijn aangeschaft, blijven geldig voor de 62e Tong Tong Fair.

De organisatie hoopt alle deelnemers en bezoekers te begroeten in september 2020. De 62e Tong Tong Fair stond oorspronkelijk gepland voor 28 mei t/m 7 juni 2020.

Lees verder…

10897403875?profile=originalJaren falend beleid Ministerie VWS in de Kabinetten Rutte, Economie ging voor Volksgezondheid 

Media staan nu bol over, het corona – virus. Naast de papierenkranten komen deze kranten met breakingnews via het email binnen om de tien minuten.  Terwijl je net hun kranten al hebt gelezen.  Is dit niet een overkill van o.a. de Volkskrant, en Telegraaf.   Inmiddels weet iedereen tot op detail wat er speelt. Op TV komen de ene na de andere virusloog met analyses. Dit is beleid van het Ministerie VSW kan je nu al als harde conclusies trekken. Economie ging voor Volksgezondheid. Hard werd er bezuinigd op materiaal, en personeel ook wel de professionals. In 2015 kwam Bill Gates de goeroe en de grondlegger van Microsoft met een besturingssysteem Windows (endroit) dat in alle computers en apparaten wereldwijd is te vinden. Een programmeur, professional, met bovennatuurlijke talenten, voorspelde dat van wereldse epidemie. Wat doet het Ministerie gooit alle professionals eruit.

Ja …. Zelf persoonlijk meegemaakt. Een vrouwelijke Internist van rond de 40, deelde mijn vrouw mee dat ze de volgende maand voor het laatst was. “ Ik ben ontslagen, en heb nu geen werk.

 

De IT- wereld kent ook professional (zoals een Bill Gates) en zorgen dat alles doelmatig verloopt waar Ministerie VWS een voorbeeld aan kan nemen of moet ik zeggen Kabinetten Rutte.  IT professionals zorgen dat Internet draait voor sociaal - media, Facebook, YouTube en de Webmails voor de e-mails.  In de IT - wereld wordt nadrukkelijk alle toekomstige ontwikkeling nauwlettend gevolgd met daarop dat al hun methodieken, standaards en systemen op worden hieraan continue aangepast in wisselwerking met de omgeving voor de samenleving "de mensheid". Volgens mij dient VWS ook alle ontwikkelingen te volgen net als in de IT – wereld ten behoeve van de mensheid.

 

 Is dan ook zeer wrang dat de grondleggers van Microsoft met onder andere Windows, al in 2015 voorspelde voor een wereldse epidemie, en die is er gekomen. Wat heeft het Ministerie VWS aan voorbereidingen gedaan in die afgelopen 5 jaren. Nu  komt Bill Gates met een stappenplan om uit de lockdown situatie te komen. Ook laat hij nu gelijk zeven fabrieken bouwen voor de vaccine om de wereld te bedienen, net als zijn de Windows software de hele wereld bediend. Het nodig onderzoeken en testen worden overgeslagen.  De stappen om uit de Lockdown te komen, komen overeen met die van Nederland, en uiteraard maakt Bill gebruikt van de slimste IT ontwikkelingen.

 

Als oud ondernemer van voor automatisering & organisatie& Management bureau, moet ik constateren dat de media beweert dat een groot te kort aan professionals de oorzaak is om de IC Plekken te bemannen. Hoe is dit in godsnaam mogelijk!  Dat je professionals zo maar laat gaan, dit is toch schieten in je eigen voet.

In mijn geval zal ik nooit die mensen (professionals) laten gaan. Heel simpel zonder deze mensen kan ik als onderneming niet bestaan (dus ook Min van VWS niet), dus die diensten niet kan leveren. In dit geval had het Ministerie van VWS alles in het werk moeten stellen deze mensen te behouden.  Is niet enige mankement van dit Ministerie onder Rutte, die kennelijk niet de controle heeft als Manager! Als crisismanager moet Mark Rutte in de bes springen.

 

De communicatie van de Overheid (persberichten) krijgen van mij een dikke vier!

Is toch heel moeilijk om eerlijk transparant te communiceren als je als Minister president weet dat 1 van je Ministeries in deze VWS behoorlijk heeft gefaald met zijn beleid!   Dan had Mark simpel als volgt gecommuniceerd: " Wij zijn met 3000 - 4000 IC Plekken nooit op voorbereid geweest voor een dekking 17 miljoen mensen voor dit virus.   Dus wij moeten proberen om voor die 17 miljoenen door selectief preventief maatregelen treffen om te voorkomen dat door de verspreiding de IC Plekken overbelast raken:” Ondanks de matige vier voor de cryptische communicatie lees ik in geen 1 krant hoe het mogelijk is dat 100 miljard naar VWS gaat, en nog geen 3000-4000 IC plekken beschikbaar zijn, in vergelijking tot Duitsland 100.000 IC plekken.

 

Deze vergelijking gaat helemaal op met de IT wereld.

Zeker als ik naar nu kijk en toen in mijn tijd, dus IT / Automatiseringswereld.  In onze wereld verdienen deze professionals deze behandeling met respect naast de gepaste honorering. Niet voor niets worden ze tot professional gekwalificeerd vanwege hun bijzondere prestaties, kwaliteiten en natuur talenten ( Je moet er voor geboren zijn, kijk naar Bill Gates) die anderen weer niet over beschikken, waar alle burgers dus van afhankelijk zijn.

Moet er niet aandenken dat het Internet nu toch zou uitvallen omdat een “programmeur of systeem analist of systeemontwerper” het probleem niet weten op te lossen. Geen Facebook, geen YouTube ,geen emails meer .............. een groot drama voor onze huidige samenleving! Geen Videogames op de I - Path voor de kinderen, of film kijken via Netflix ........

 

Een groot drama is het bij het Ministerie van VWS met ongeveer haar 40.000 ambtenaren, die met de invoering van de marktwerking geen oog heeft gehad voor deze ontwikkelingen, die wij als IT professionals altijd hebben gehad. Je mensen is je kapitaal voor de levering van de hoogstaande diensten en prestaties.

Nog dramatischer wordt het als weer uit de zoemde coronamedia moet vernemen dat Duitsland met 80 miljoen inwoners ruim 100.000 IC Plekken heeft, melden diezelfde media weer.  Ik moet wel op deze media afgaan.  Nederland met 16 miljoen inwoners, nog geen 4000 IC plekken heeft. In vergelijking tot Duitsland zou Nederland 20.000 IC plekken moeten hebben.

 

De constatering nu;

Moet het dure Ministerie VWS in Den Haag daar niet worden fors gesaneerd, of het aantal ambtenaren van 40.000 terug te brengen naar 10.000. 30.000 waren alleen bezig met het bedenken van regeltjes waar ze in het land alleen maar last van hebben gehad. Of wellicht worden ingezet om het tekort in de zorg aan te vullen.   

 

Alle ingevoerde regeltjes heeft Nederland te danken aan het wanbeleid van VWS. Terecht dat het Kabinet Rutte nu alle ontstane schade zal moeten compenseren wegens het leveren van wanprestatie door 1 van zijn Ministerie, in deze Welzijn Volksgezondheid Sport (VWS) omdat Nederland geen adequate oplossingen heeft gehad, wegens het lang gevoerde wanbeleid van de kabinetten Rutte op een rij.  Een wanbeleid van wel 10 jaren!

Economie ging voor Volksgezondheid in alle Kabinetten Rutte. Nu maar aankloppen bij Merkel voor de IC plekken.

 

Lees verder…

Politionele acties in Indonesië leidt tot Kabinetcrisis van Drees.

10897416671?profile=original

Willem Drees als sociaaldemocraat was in principe anti – koloniaal. Dat Indonesië op termijn onafhankelijk zou worden, achtte hij niet alleen onvermijdelijk, maar ook de juiste beweging. De van onverbrekelijke band tussen Rijksdelen en doemscenario als “ Indië verloren, rampspoed geboren” waren hem volledig vreemd.

Als sociaal – democraat was hij ook nadrukkelijk afkeren tegen militair ingrijpen, zonder principieel af te wijzen. Hij verklaarde ook dat Nederland geen soldaten naar Indonesië had gestuurd om daar niets te doen. De medeverantwoordelijkheid voor de inzet van het legeer drukte zwaar op hem.

Geplaatst tussen de polen diplomatie of gewapende strijd, neigde Drees’ kompas onmiskenbaar naar diplomatie. Hoewel aanvankelijk de onderhandelingen met Soekarno had afgewezen, zag hij spoedig in dat de Republiek het onafhankelijkheidstreven representeerde in de ogen van zowel de Indonesische bevolking als Internationale gemeenschap. Vernietiging  van de republiek en verdere onderhandelen met allen  “gematigde” nationalisten, dat was hem geen optie.

Door met aftreden te dreigen, wist Drees,  samen met andere PvdA – ministers, te voorkomen dat het Nederlandse leger tijdens de eerste politionele actie de “Pesthaard” Djojakjakarta zou innemen, de zetel  van Soekarno’s  regering.

Drees verzette zich zo lang mogelijk tegen Militair ‘oplossing’, en waarschuwde voor de Internationale gevolgen daarvan.  Tegen zijn wil ging Drees  tweemaal schoorvoetend akkoord met politionele actie( juli 1947 en december 1948), alleen omdat  onderhandelingen met de republiek totaal waren vastgelopen, en moeizaam bereikte wapenstilstand voortdurend werd geschonden door het Indonesische leger of door paramilitaire strijdgroepen.

In de zenuwslopende aanloop naar de Tweede politionele actie, in 1948 – Drees was inmiddels Minister President – bood hij daadwerkelijk zijn ontslag aan. De Kabinetcrisis werd in de kiem gesmoord, omdat het land aan de vooravond van het militair offensief niet kon worden opgezadeld  met een demissionair Kabinet.

ICM Redactie;

Wat ik mij afvraag als ICM editor wie waren de voorstanders (kolonialisten), als Willen Drees een verwoede tegenstander is van het kolonialisme. Frappante is dat in het Kabinet Rutte  overeenkomsten wat coalitie  partijen  zitten en PvdA ontbreekt daarvoor in de plaats D66.

 

Met dank aan Elsevier!

Kabinet Drees-Van Schaik
Drees I
De ministers van het kabinet tijdens toespraak van Drees
De ministers van het kabinet tijdens toespraak van Drees
Coalitie KVP, PvdA, CHU, VVD
Zeteltal TK 32 + 27 + 9 + 8 = 76
Premier dr. W. (Willem) Drees
Beëdiging 7 augustus 1948
Demissionair 24 januari 1951
Ontslagdatum 15 maart 1951
Voorganger Beel I
Opvolger Drees I
Zetels in de Tweede Kamer
Zetels in de Tweede Kamer
Overzicht kabinetten
Portaal  Portaalicoon   Politiek

Zouden eigenlijk WOB - verzoek moeten doen naar de besluitvorming van destijds ipv onderzoek oorlogmisdaden in Indonesie. Niet onbegrijpelijk dat Kabinet, Kamer en Rutte tegen de excuses is van Willem Alexander aan Jokowi

Lees verder…

10897426867?profile=original

Besluitenlijst van de procedurevergadering van donderdag 6 februari 2020

I.v.m. coronavirus worden de datum verlegd, 

7. Agendapunt:

Verzoek van de Federatie Indische Nederlanders, namens ICM Online, tot aanbieding van het boek 'Rapport traktaat van Wassenaar'

Zaak:

Brief derden - Federatie Indische Nederlanders te Den Haag - 13 januari 2020 Verzoek Federatie Indische Nederlanders, namens ICM Online, tot aanbieding boek 'Rapport traktaat van Wassenaar' - 2020Z00267

Besluit:

Petitieaanbieding organiseren.

Volgcommissie(s): VWS 8.

Traktaat van Wassenaar ISBN 978-94-92575-18-10

10897427252?profile=original

Lees verder…

  10897421289?profile=original

 

Hierden 25 februari 2020

                                                                               MINISTERIE VAN BUITENLANDSE ZAKEN

                                                                                Rijnstraat 8
                                                                                2515 XP Den Haag

                                                                                T.a.v.  Minister S.A. Blok

 

Betref uw referentienummer

 

EM1367178

 

Zijne Excellentie heer Stef Blok,

 

Tevergeefs heb ik u diverse keren benaderd voor het maken van een afspraak. Vandaar dat ik het nu langs deze weg tracht, nog net op de valreep in verband met het aanstaande staatsbezoek van het Koninklijk Huis aan de Republiek Indonesië om in contact te treden.

 

De RVD meldt dat Het staatsbezoek is een bevestiging van de brede en hechte relatie tussen beide landen en het staat in het teken van toekomstgerichte samenwerking op het gebied van landbouw, gezondheid, maritieme industrie en kustbescherming, circulaire economie en watertechnologie. Ook wordt er aandacht besteed aan natuurbehoud, wetenschap, cultuur en de vele banden die, onder meer op basis van het gedeelde verleden, bestaan tussen Indonesiërs en Nederlanders.

 

Juist het kader hiervan wil ik u verwijzen naar de bijlagen die ik persoonlijk aan de president had overhandigd in aanwezigheid van Lilian Ploumen en Hans de Boer, waar juist bovengenoemde zaken worden benadrukt. Tevens werd als symbool het Implementatierapport Jakarta Baru Masterplan (JBM) overhandigd. Zoals U weet hebben de partijen Ingenieursbureau in Rotterdam het JBM samen met Jokowi Dodo verder uitontwikkeld met de oplossing rond de problemen in Jakarta van nu.

 

 

 

Naar mijn weten vallen alle bovengenoemde zaken nog steeds onder het Verdrag Traktaat van Wassenaar 1966. Voorts heb ik ook aangestipt dat de compensatie betalingen van het verdrag slechts voor een klein deel zijn uitgevoerd.

 

Volgens mijn informatie loopt dit verdrag daterend uit 1966 en waar betreffende huidige missies onder vallen nog steeds.

 

Ik zou graag zo spoedig mogelijk uw visie over deze zaak weten.

 

Met belangstelling zie ik uw antwoord per omgaande tegemoet.

 

Bij voorbaat dank voor uw tijd.

 

Met vriendelijke groet,

 

 

MBA. ing. Ferry Schwab Sr.

 

ICM Editor,

 

 

CC.   Dhr,JokoWidodo, President van RI

Mevr. RetnoMarsudi,  Min. BuZavan RI

Dhr. I GustiAgungWesakaPuYa, Ambassadeurvan RI in Nederland

Dhr, Rob Andreas, Vz. NINES Organisatie

Dhr.  M Rutte

 

 

 

 

 

ICM Project & Events kvk 72173122

 

 

 

 

 

 

 

ICM Press Release for Mr. JokoWidodo – President of the R epublic Indonesia

10897421089?profile=original

 

Het is gelukt om even een momentje met Jokowi van gedachten te wisselen!

"Aku djuga. orangBetawi ",  "Apainidisini  ! " en waren 10  minuten verder, overhandigde ICM Presss Release, en ICT Informatieplan Jakarta Baru Masterplan.

Op  de zijlijn gaf Hans de Boer een knipoog !

Met dank Hans de Boer, LiliannePloumen, en KBRI allen dragen ICM een warm hart toe!

Onderstaand ICM Press Release zoals beloofd, de eerste mijlpaal is geslagen voor het vervolg!

 

KOPIE ICM PRESS RELEASE

Met dank aan Ellen !

 

April 22, 2016

ICM Press Release for Mr. JokoWidodo – President of the Republic Indonesia

On behalf of all 400.000 ICM-Online readers and the 9.000 signers of the Petition ‘Payment Treaty of Tractate from Wassenaar 1966’, I welcome you kindest at the Kurhaus in Scheveningen.

ICM-Online is the Dutch-Indonesian Internet paper, with the mission to provide the Dutch people and the Dutch Government, amongst others the daily developments of the Republic of Indonesia. Tilln now we have succeeded very well, in co-operation with our correspondents in Jakarta.

Saya orang Betawi !

As ICM-editor, I am very honored with your visit. In fact, you are the fourth President, whom I happen to meet, although in a different entourage. The former three Presidents, I have personally met in a private-social atmosphere; the late Bung Karno was a business friend of my father, his daughter Mrs. Megawati PutriDewi, I have known during my childhood in the age of 11 years, while I met her regularly in the Istana in Jakarta. In the summer of 1966, the late President Suharto and his retinues, came to visit my elderly house in Voorburg. My late father was advisor of the parliament at the time of Bung Karno. Unfortunately he died far to young at the age of 39. However, at heart he has always been an Indonesian.

Many of us (especially the Dutch-Indonesian Group/the Indisch people) still have their roots and ties in your beautiful country and we very much regret the cold attitude from the Dutch Government towards the Republic of Indonesia, regarding mutual relationship. On behalf of the 400.000 ICM-Online readers, please accept our sincere apologies. We feel ashamed and like to express to you and the entire Indonesian people, to please look forward and give the Dutch Government a new opportunity.

Your intentions and ambitions for co-operation on economic and political affairs, with priority to intensification of the relationship between The Netherlands and the Republic of Indonesia, is and will always be our main and fervid wish. Besides that, this point also lays in the extension, as stipulated in the agreement of the ‘Treaty of Tractate from Wassenaar 1966’. For more than 50 years, the Dutch Government has failed to fulfil this part of the agreement, whilst the financial part in total has not been fulfilled at all.

They have never paid-off the Dutch-Indonesian Group for the amount of Dfl. 689 million. Your Government, has fulfilled this Treaty completely by payment of the whole amount, towards the Dutch Ministry of Foreign Affairs. As you might know, this amount was meant as a pay-off for compensation of the Dutch-Indonesian Group, for the loss of goods and chattels by leaving Indonesia (aka repatriation).

Now our readers and signers of aforementioned Petition, requested ICM to inform you of this long-lingering matter. We do know, that this case is an internal affair between the Dutch Government and the Ministry of Foreign Affairs, presided by Minister Bert Koenders. Nevertheless, we will have to look back on this item, in order to come in a humanitarian way, to a satisfactory solution for our Group of people.

Much effort has been made for many years, to organize Indonesia-Netherlands Business Forums, just like it is held today in 2016. This Forum is an excellent economical initiative in order to present the Dutch Companies the possibilities which Indonesia offers to extend their business and to innovate further developments for Indonesia.

This now, leads us to the excellent development of the Jakarta Baru Master Plan in your former function being the Governor of Jakarta and which has been playful propagated worldwide. On request of former President SusiloBambangYudhoyono in 2008, the solution of the Jakarta Watermanagement Problem was developed by an independent Engineering Company in co-operation with private multinational investors. The latest report with integral solution for Jakarta, was officialy presented to former vice-governor BasukiTjahajaPurnama, in February 2013. The settlement of the financial part is still being in negotiation with the private multinational investors. It must be noticed, that the investors wish, that this project will be carry out under direct management and that the Government is free to participate in this project.

For this huge megaproject, with estimated costs of 640 billion and that will offer approximately 640.000 jobs till the year 2028, an ICT Informationplan has been developed. For such a big megaproject, a thorough Informationplan is indispensable for support of efficient management, to conduct, control and to lead the organization still to be established.

As I am an ICM-editor, emeritus ICT Management Consultant, I offer you this Information- plan symbolic and I would like to express our hope and wish, that the Dutch Government will follow this gesture, to invest largely and that other companies will follow as such, at the same time.

The ultimate wish is to embody your well-meant intentions and ambitions in a new agreement between The Netherlands and Indonesia, in the extension of the ‘Treaty of Tractate from Wassenaar 1966’ in which co-operation is one of the main stipulation of this agreement.

 

Ing. MBA Ferry Schwab ICM-Editor / ICM Online

 10897421089?profile=original

22 april 2016

ICM Press Release voor Mr. Joko Widodo – President van de RI

Namens alle 400.000 ICM-Online lezers en 16.000 ondertekenaars van de Petitie ‘Uitbetalen Traktaat van Wassenaar 1966’, heet ik U van harte een warm welkom toe in het Kurhaus te Scheveningen. ICM-Online is de Indische Internetkrant die als missie heeft om o.a. de ontwikkelingen van de Republiek Indonesië dagelijks onder de aandacht te brengen, bij het Nederlands publiek en de Nederlandse regering. Dit lukt ons tot op de dag van vandaag uitstekend, mede door samenwerking met onze correspondenten in Jakarta.

Saya orang betawi!

Als ICM-Editor ben ik zeer vereerd met uw bezoek. U bent de vierde president, met wie ik een persoonlijke ontmoeting mag hebben, zij het vandaag in een geheel andere entourage. De drie voorgaande presidenten heb ik persoonlijk namelijk  in de privésfeer gekend; wijlen Bung Karno, als zakenvriend van mijn vader, zijn dochter Megawati Putri Dewi die ik als kinderen van 11 jaar regelmatig in de Istana in Jakarta trof. In de zomer van 1966 bracht wijlen President Soeharto en zijn gevolg een bezoek aan mijn ouderlijk huis te Voorburg. Wijlen mijn vader was destijds onder Bung Karno als adviseur verbonden aan het parlement en overleed helaas veel te vroeg in de leeftijd van 39 jaar. In zijn hart echter is hij altijd Indonesiër gebleven.

Voor velen van ons (met name de Nederlands-Indische bevolkingsgroep, ook wel de ‘Indischen’) liggen  onze wortels -de banden- nog steeds in uw prachtige land en wij betreuren ten zeerste de kille houding en opstelling inzake de wederzijdse betrekkingen, die de Nederlandse regering tegenover de Republiek Indonesië uitdraagt.

Ik bied u als ICM-Editor en tevens namens die 400.000 lezers dan ook onze welgemeende excuses aan. Wij schamen ons hiervoor en spreken met u en het hele Indonesische volk de wens uit, om a.u.b. vooruit te kijken en de Nederlandse regering een nieuwe kans te geven.

 

Uw intenties en ambities voor samenwerking op economisch en politiek gebied met als prioriteit intensivering van de banden tussen Nederland en Indonesië, is en blijft onze voornaamste en vurige wens. Bovendien ligt dit uitgangspunt in het verlengde, dat wordt belichaamd door het ‘Verdrag Traktaat van Wassenaar 1966’.

Nederland heeft zich op dit onderdeel van het verdrag ruim 50 jaar niet aan de afspraak gehouden, terwijl het financiële gedeelte in zijn geheel niet werd nagekomen. Nederland heeft namelijk Hfl. 689 miljoen nimmer uitbetaald aan de Indische Gemeenschap  o.a. naast de Molukse en de Nederlanders de  341.000 burgers, die Nederland niet wilde toelaten  onder het Kabinet Drees.  Uw regering heeft zich met de betaling aan het Ministerie van Buitenlandse Zaken, tot op de laatste cent aan uw verplichtingen voldaan. Dit bedrag werd betaald ter compensatie voor het verlies van al onze bezittingen tijdens het vertrek, de z.g. repatriëring, uit de Republiek Indonesië.

Onze lezers en ondertekenaars van eerdergenoemde Petitie vinden, dat ICM u hiervan op de hoogte dient te stellen. Wij beseffen tegelijkertijd, dat dit een interne kwestie betreft tussen de Indische Gemeenschap en het Ministerie van Buitenlandse Zaken onder leiding van Minister Bert Koenders. Desalniettemin zullen wij op dit punt moeten terugblikken, om deze langslepende kwestie op humanitaire wijze voor de Indische Gemeenschap tot een bevredigende oplossing te kunnen brengen.

Er wordt al jaren veel inspanning gestoken in het organiseren van Indonesia –  Netherlands Business Forums, zoals ook nu weer het geval is voor 2016. Dit forum is economisch een heel goed initiatief om Nederlandse bedrijven in contact te laten brengen met de mogelijkheden die Indonesië biedt voor de groei van deze bedrijven en de verdere innovatieve ontwikkelingen van de Republiek.

Dit brengt ons bij het Jakarta Baru Masterplan dat u destijds in 2012/2013 als Gouverneur van Jakarta uitmuntend heeft ontwikkeld en ook ludiek wereldwijd heeft uitgedragen. 
Op verzoek van de toenmalig president Susilo Bambang Yudhoyono (SBY) in 2008 was de oplossing van het Jakarta Watermanagement Probleem ontwikkeld door een onafhankelijk ingenieursbureau in samenwerking met private multinationals investors. Het laatste rapport met de integrale oplossing voor Jakarta, was officieel afgegeven in februari 2013 aan toenmalig vice-gouverneur Basuki Tjahaja Purnama (Ahok). De oplossing van het financiële deel is nog in onderhandeling met de private multinationals investors. Het dient te worden opgemerkt, dat de investeerders wensen, dat het project in eigen beheer wordt uitgevoerd en de overheid is vrij om in het project te participeren.

Voor dit immense megaproject dat tot het jaar 2028 zo’n 640.000 arbeidsplaatsen biedt, met kosten geraamd op 640 miljard,  is een ‘ICT Informatieplan JBM” ontwikkeld. Voor een dergelijk megaproject is een gedegen informatieplan onontbeerlijk, ter ondersteuning van een doelmatige bedrijfsvoering voor de nog op te zetten organisatie, om deze mega- projecten te beheren, te controleren en aan te sturen.

Als ICM Editor – emeritus ICT Management Consultant, stel ik symbolisch dit informatieplan beschikbaar en spreek ik de hoop uit, dat de Nederlandse overheid dit voorbeeld zal volgen door ruim te investeren en dat tevens andere Nederlandse bedrijven het voorbeeld zullen volgen.

 

De ultieme wens is om uw welgemeende intenties en ambities te belichamen in een nieuw te sluiten verdrag tussen Nederland en Indonesië, in het verlengde van het ‘Verdrag van Wassenaar 1966’ waarin het samenwerkingsverband tot één van de belangrijkste  overeenkomsten behoort.

 Ing. MBA Ferry Schwab ICM-Editor / ICM Online

Lees verder…

Ter kennisneming.


Zo juist (om 19:00 uur 23 maart) hebben de betrokken ministers De Jonge, Martin Van Rijn en Grappenhaus een extra maatregel uitgevaardigd. Een verbod op alle evenementen zonder bovengrens tot 1 juni. Dus los wat op 6 april weer als maatregel wordt ingevoerd.
De ministers waren pisnijdig op het asociaal gedrag van de mensen. Er wordt streng gehandhaafd voor particulieren een boete van 400 euro als ze in groepen bijeenkomen, en voor ondernemingen 4000 euro. Dit heeft als consequentie dat de geplande pasars tot 1 juni niet kunnen doorgaan.

 
Voor de geplande pasars klik onderstaande links.
Lees verder…

Bij mij en vele anderen komt met de corona – virus de bersiap weer bovendrijven. 

10897277280?profile=original De Bloedige Bersiap  door: Herman Bussemaker

Foto - Herman Bussemaker 

De laatste maanden besteden de media  aandacht aan de bersiap, en woedt in  Indische kringen een polemiek omtrent het aantal doden dat tijdens de Bersiap-periode is gevallen. Aanleiding   tot deze commotie is het gebruik van de…  Doorgaan

Velen weten niet eens wat dit inhoudt. Na de capitulatie van Japan in het voormalige Indië (1945); Riep president Soekarno en Hatta de onafhankelijkheid uit. In plaats van goede betrekkingen op te bouwen koos het kabinet Drees anders. Zij negeerden de oproep tot de republiek, ook tegen de zin in van VS. In 1947 stuurden ze 100.000 militairen en in 1948 nog eens. 200.000 Indonesiërs werden vermoord. Vanaf dat moment waren de nabestaanden op wraak uit en er werden tussen 10.000 - 20.000 Nederlandse Indische Staatsburgers (Nederlanders, Indische en Molukkers) letterlijk afgeslacht.

Totaal populatie was 500.000. 

Bersiap periode van 1947 - 1962. Het Kabinet Drees met voorop Luns die hadden totaal geen oog voor de bescherming van deze burgers in het voormalige Indie. Drees Zelf was duidelijk voor politieke oplossingen, echter rest van coalities binnen kabinet Drees was voor militaire ingrepen. Wie het waren zal moeten worden uitgezocht via WOB’s Met pieken en dalen kregen deze Nederlandse Indische burgers dagelijks te maken, en met vrees voor hun leven.

Net als coronavirus bouwde je een schild om heen;

ga nooit alleen op straat,

kijk de mensen niet recht in de ogen aan,

laat je altijd brengen / halen,

luister naar oproepen

Laat je van  school halen en brengen

blijf waakzaam bij evenementen zoals bioscoop.

Het waren regels tegen die 200.000 nabestaanden en permuda's om je te wapenen die uit waren op wraak. Desondanks Drees tegen was besloot de coalitie tot militaire ingrepen waar nog eens politiek en publiek unaniem achter stonden, bood Soekarno juist deze Nederlandse Indische Staatsburgers de nodige bescherming.

Als kind weet ik mij als de dag van gisteren te herinneren: Ging de telefoon " Met Sabur, wil je doorgeven dat ik voor de komende weken mijn militairen naar jullie huis stuur, voor Djaka rumah, zorgen jullie dan voor het eten en drinken van mijn mensen". Niet 1 keer wel tiental keren ging de telefoon, dan had Sabur weer info over relletjes van die permuda;s..

BERSIAP

Nederlandse mede-burgers, en geen 1 kabinet hoor je hierover, die over hun eigen misdaden struikelen voor de 200.000 Indonesiers en 500.000 Nederlandse Indische Burgers die van de ene op de andere dag in hel belandde.

Verhaal:

Nog geen maand nog zag Bart en Cilne, waren Indo's met een blanke huid. Zelf ik dacht dat zij belanda's waren. Bart, 67 jaar, Ferry je wilt niet weten hoeveel last ik heb gehad van de bersiap, heb nooit kunnen functioneren in mijn werkzame leven, altijd last gehad.

Zo ken ik heel veel mensen die last hebben van de bersiaptrauma’s.

Voor ons was het altijd een Total lockdown situatie geweest

Wordt tijd dat het Kabinet en Willem Alexander een excuus aanbiedt wat Kabinet Drees en publiek deze mede - burgers heeft aangedaan, bizar, en onbegrijpelijk.

 

Lees verder…

Luns  “Dankzij  Nieuw-Guinea  zou Nederland een belangrijke rol  kunnen blijven spelen in de Atlantische oceaan

 10897420497?profile=original

Luns ideeën over een assertieve buitenlandse politiek kwamen duidelijk naar voren bij zijn opstelling in het conflict over Nieuw – Guinea. Dat gebied was in 1949, bij de onafhankelijkheid van Indonesië, onder Nederlands gezag gebleven. De Papoea’s werd op termijn zelfbeschikkingrecht toegezegd. Al heel snel eiste Jakarta de zeggenschap op over het gebied. Luns toonde zich juist een fervent voorstander van het behoud van Nieuw-Guinea. Hij had de dekolonisatie van Indonesië met misprijzen gevolgd en meende dat Den Haag onnodig door de knieën was gegaan door de buitenlandse druk. In het vervolg was een harde opstelling nodig. “Dankzij  Nieuw-Guinea  zou Nederland een belangrijke rol kunnen blijven spelen in de Atlantische oceaan”. Luns vreesde voor “onze abdicatie als buiten-Europese mogendheid”.

Daarbij moest niet alleen naar onze economische belangen worden gekeken. Belangrijk was ook  “de noodzaak ons volk een object te doen behouden, waardoor het  […] gedwongen wordt geestelijk “op de tenen “ te blijven staan’, zo schreef hij in 1950 vanuit New York aan Carl Romme, leider van Katholieke Volkspartij (KVP), waartoe Luns behoorde.

Het ging  Nederland in Nieuw-Guinea  niet om economisch gewin. Het gebied was weliswaar rijk aan delfstoffen, maar deze waren door de ontoegankelijkheid ervan moeilijk te ontginnen. De hardnekkigheid waarmee Nederland vasthield aan Nieuw-Gunea, had vooral te maken met een frustratie over dekolonisatie. De anti-Nederlandse campagne van de Indonesische president Soekarno wekte grote verontwaardiging.

In december 1957 werden alle Nederlandse Indische Staatsburgers  - Nederlanders, Indische Nederlanders, en Molukkers  -  het land uitgezet en Nederlandse ondernemingen genationaliseerd.

De onwil om met Jakarta te spreken, nam toe. De belofte van zelfbeschikking in van de Papoea’s woog zwaar in de Nederlandse politiek en publieke opinie. Of Luns hier zelf veel belang aan hechte, is onduidelijk. Hij zou er vanaf 1952 in elk geval dankbaar gebruik van maken. “We hadden heel duidelijk beloften gedaan aan de Papoea’s “, zei hij later. Nieuw-Gunea lag aan de periferie van onze belangen, maar in het centrum van onze beginselen’.

Vanaf zijn aftreden als minister verzette Luns zich tegen de Indonesische aanspraak op Nieuw-Guinea. Naarmate de internationale bemoeienis met conflict toenam, werd zijn rol binnen het kabinet belangrijker. Hij voerde echter geen persoonlijk politiek, zoals werd verondersteld. Zijn beleid werd lange tijd breed gesteund in regering, Tweede Kamer en door de publieke opinie.

Gevoeligheden

Tegelijkertijd voerde Jakarta de druk op via militaire infiltraties op Nieuw-Guinea. Japan, Australië en het verenigt Koninkrijk hielden steeds meer rekening met de Indonesische gevoeligheden. Hierdoor kwam Nederland Internationaal geïsoleerd te staan. Dat bleek uit de kritische reacties toen het Kabinet – De Quay in mei 1960 besloot de defensie van Nieuw-Guinea te versterken door het vliegdekschip Hr. Mw. Karel Doorman uit te zenden.

       

De Nederlandse positie werd vooral ondergraven door veranderde houding van Amerika. In 1958 zegde John Foster  Dulles, de Amerikaanse Minister van Buitenlandse Zaken, nog militaire steun toe in het geval van een Indonesische aanval. Na aantreden van president John F. Kennedey in 1961 verlegden de Amerikanen hun koers. Het Nieuw-Guineaconflict leek Indonesië in de armen van de Sovjet – Unie te drijven. Jakarta kreeg militaire steun uit Moskou. De Amerikanen achten van groot belang om Soekarno uit de communistische invloedsfeer te houden.

       

Verblind door zijn nationalistische houding en emoties zag Luns dit niet tijdig in. Met als zijn overtuigingskracht trachtte hij de beleidsmaker in Washington van de rechtvaardigheid van de Nederlandse politiek te doordringen. Arthur M. Schlesinger, een adviseur van Kennedy, memoreert een bijeenkomst waarin Luns zich zo liet meeslepen: “That he waved a flabby forefinger in Kennedy face” - Luns zwaaide met een slap vingertje voor het gezicht van Kennedy. Het was tevergeefs. De Amerikaanse president begreep niet waarom de Nederlanders zoveel belang hechten aan dat verre eiland. Het gevolg was een groeiend druk op Den Haag om toe te geven.

       

Aanvankelijk sprake n in Nederland alleen de kerken zich tegen  de  Nieuw-Guineapolitiek  uit. Evenals de groep-Rijkens, een club van zakenlieden rond oud-Unilevertopman Paul Rijkens, die wilde Nieuw-Guinea afstaan om de verhoudingen met Indonesië te herstellen. In1960-1961 namen de twijfels toe, ook op het Binnenhof. Het verzet van de PvdA werd scherper. In oktober 1961 ging de regeringspartij ARP “om”. Ook enkele minister in het Kabinet De Quay pleitten voor een koerswijziging. De aanpassing van het beleid kwam langzaam tot stand.

Minister in het Kabinet De Quay pleitte voor koerswijziging.

          Luns ontwikkelde een voorstel voor het instellen voor internationaal bestuur onder toezicht van de Verenigde naties. In september 1961 lanceerde hij dit “Plan Luns” in New York. Het kreeg geen meerderheid in de Algemene vergadering. Voor Jakarta was  het sowieso onaanvaardbaar. Indonesië bereidde een groot scheepsactie voor. Een oorlog leek een kwestie van tijd. Tijdens het geruchtmakend bezoek aan Den Haag in februari 1962 maakte Robert Kennedey, broer van de president en minister justitie duidelijk dat er van een militair bestand geen sprake zou zijn. Nederland zag zich genoodzaakt rechtstreekse onderhandelingen met Indonesië te beginnen. Dat leidde in augustus 1962 tot het Akkoord van New York. Na een interim-bestuur door de Verenigde Naties zou Nieuw – Guinea in mei 1963 aan Indonesië worden overgedragen.

     Achteraf ontstond het beeld dat Luns had het Kabinet en het parlement had misleid. Historisch onderzoek heeft evenwel aangetoond dat hij zowel de ministerraad als de volksvertegenwoordigers naar behoren op de hoogte gehouden van de ontwikkelingen en daarbij zijn twijfels over de waarde van de Amerikaanse toezeggingen niet verhulde. Luns behoorde wel tot de headliners van het Kabinet, en heeft tot laatst geprobeerd de overdracht van Nieuw-Gunea aan Indonesië te voorkomen.

ICM redactie.

In deze periode speelde een andere zaak namelijk de nationalisatie van de Nederlandse bezittingen voor bedrijven en particulieren. Immers Soekarno en Hatta zaten met probleem van de 500,000 Nederlandse Indische Staatsburgers. Immers er is groeiende haat van de Indonesische bevolking jegens burgers een  Nederlandse etniciteit; Nederlanders, Indische, en Molukkers. Dit explodeerde nog verder door politionele acties in 1947 en 1948, waarbij ruim 200.000 Indonesiërs werden vermoord. Nederland wilde haar eigen burgers niet toelaten, door de Nieuwe – Guinea kwestie werden deze per direct gesommeerd het land te verlaten met achterlatend van al hun bezittingen en banktegoeden, voor verder verloop zie het verdrag traktaat van Wassenaar.

 

     Nieuw-Guinea werd in mei 1963 aan Indonesië overgedragen.

   

Lees verder…

Blog Topics by Tags

Monthly Archives