Alle berichten (3006)

Sorteer op

Boekencollectie KIT verdwijnt wegens bezuinigingen

10897262297?profile=originalBoekencollectie KIT verdwijnt wegens bezuinigingen

Het Tropeninstituut moet zijn boekencollectie ontmantelen vanwege de bezuinigingen. Wat niet door derden wordt overgenomen, verdwijnt zonder pardon in een papiercontainer. De bibliotheek van het Koninklijk Instituut voor de Tropen heeft 900.000 boeken, kaarten, tijdschriften en andere documenten in de aanbieding. Als gevolg van de bezuinigingen wordt een groot deel van de vermaarde collectie ontmanteld. Het KIT vraagt andere bibliotheken of er interesse is om de stukken over te nemen. Lukt dat niet vóór 1 januari 2014, dan gaat wat overblijft van de collectie zonder meer de papiercontainer in.

Directeur Hans van Harteveld noemt de teloorgang van de Bibliotheek een regelrechte ramp. Hij doet zijn uiterste best om dat deel dat moet verdwijnen over te hevelen naar andere bibliotheken en instituten, maar ondanks dat die het graag willen hebben, struikelt het op één ding: zij willen er een sluitende begroting bij hebben, en die kan het KIT niet verstrekken.

Door de subsidiestop van het Ministerie van Buitenlandse Zaken moet het KIT nu een keuze maken. De afdelingen die voldoende bezoekers (en dus inkomsten) genereren kunnen open blijven. De onrendabele moeten dicht, waarbij de collectie geruimd wordt. Hiermee verband houdend, verdwijnen er 32 van de 33 banen. “De collectie omvat ruim tien kilometer aan documenten. Een van de oudste stukken dateert uit 1469. Collega’s en instituten van over de gehele wereld staan verbijsterd en sturen ons boze  e-mails. Iedereen vraagt zich af wat er in Nederland gebeurt”.

Een van de leeszalen van de bibliotheek van het Koninklijk Instituut voor de Tropen.

Het deel van de collectie dat dateert van voor 1950 moet koste wat koste behouden blijven. Daarvoor heeft de Nederlandse overheid de publieke zorgplicht vanwege de erfgoedstelling. Maar de rest, bijna 9 kilometer, moet worden afgestoten; op welke manier dan ook. Deelcollecties die in bruikleen zijn, zullen worden teruggeven aan de eigenaren; deel-collecties die in de loop der jaren geschonken zijn, gaan voor zover mogelijk retour aan de schenkers. Bijzondere boeken met een grote erfgoedwaarde, zoals de “Boeken met autografen van historische personen” worden uit de verzameling gehaald en apart gehouden. Tenslotte zal de rest “om niet” worden aangeboden aan collega-instellingen of universiteiten, of aan de landen waar ze over gaan. Maar het is kort dag. Nog een half jaar te gaan voor 1 januari 2014. Als het niet lukt om de collectie veilig te stellen, dan volgt onverbiddelijk de vernietiging. Hans van Harteveld zegt hierover: “We overleggen nu veel met instituten en universiteiten over de gehele wereld en iedereen is het er over eens dat de collectie niet verloren mag gaan. Maar alleen al het uitzoeken en verhuizen kost smakken geld. Kijk, we begrijpen echt wel dat zonder subsidie alleen rendabele delen gehandhaafd kunnen blijven en dat er geen mogelijkheid is voor het KIT om de bibliotheek te laten voortbestaan. Er is nu eenmaal geen geld. Maar we moeten ons wel realiseren dat het hier om een unieke collectie gaat van vaak onvervangbare boeken en documenten. Dit is wrang, heel erg wrang”. 

Lees verder…

Indische mensen en eten

10897264700?profile=originalIndische mensen en eten

Indische mensen kunnen vaak urenlang kletsen over alles wat te maken heeft met eten. Iedereen weet de beste manier om Petjil of Gado-Gado saus te maken, of om Guléh Kambing te maken of weet het beste geheime recept voor Pepesan. De buitenstaander luistert er naar en vraagt zich af: “waarom maken zij zich zo druk over eten, zo belangrijk is het nou toch ook weer niet”. Maar, voor Indische mensen is het enorm belangrijk en altijd onderwerp van gesprek geweest. Waarom is dat zo gegroeid? 

Bij ons thuis altijd ngobrollen en keuvelen. Je begint met: “Hoe is het toch met Fien en hoe gaat het met tante Toet…..?” Maar al heel gauw gaat dat vervelen en stapt men resoluut over op het onderwerp: Eten. 

En niet alleen de vrouwen, maar ook de mannen blazen dan hun partijtje mee. “Wha, so enak dese, hoe heb je dit gemaakt? Oh, doe je dat zo. Ik gebruik altijd….. en dan…..”

De belangstelling voor eten is van jongs af aan bijgebracht. Nu de laatsten van de eerste generatie aan het uitsterven zijn, zal ook dit gebruik wel spoedig tot de nostalgie gaan behoren. Eten en het bereiden van eten is een van de mogelijkheden om de Indische cultuur wezenlijk te beleven.  Voor Indische mensen is eten een soort van levenskunst en staat voor gezelligheid, gastvrijheid, het altijd rekenen op eventuele gasten die dan blijven eten en meegenieten van eigengemaakte gerechten en lekkernijen.

Kwee lapis en Tjendol. Een keur aan geuren en smaken thuis, maar ook op straat. Daarvan was Nederlands-Indië doordrongen. En ongeacht de sociale status hadden kinderen van de rijke “Totoks” en de “kleine bung” met elkaar gemeen als vanzelfsprekend te delen wat je hebt. Er was altijd wel wat voor iedereen. En bovendien kon je zo je lekkere trek stillen. En zelfs als je van thuis niet op straat mocht eten, deed je het toch. Want is het niet altijd zo, dat wat verboden is, juist zo jammie is….. Daarbij gaat het ook om de herinneringen van allerlei figuren op straat, die jarenlang deel uit hebben gemaakt van je jeugd. En die herinneringen zijn ingeworteld in de Indische cultuur, vooral sinds de repatriëring.

Al die jaren daarna in Nederland heeft deze generatie met zorg het eten bereid en op tafel gezet en er vooral met anderen over gepraat. Want zo houd je die mooie herinnering aan het oude Indië levend. Dan ben je weer even zoals toen en komen de beelden van toen weer boven. Daarom praten Indische mensen zo graag over eten.

Lees verder…

10897249257?profile=original

Bij het verschijnen van Rudy Kousbroek’s ‘’KAMPSYNDROOM’

 

Door: Pjotr.X.Siccama

Besproken - deel 1.

 

“..En ruisend in de duisternis/juichend mijn eiland prijzen” – Sneeuw over Sumatra. Verwijzend en herin­ne­ringen oproepend in al haar intensiteit worden hier meer dan symbolisch bedoeld. Over­eenkomsten met het verhaal (en de verfilming) van het werk van James Joyce met dat wat de schrij­ver in zijn voorwoord had aange­ge­ven zijn er niet.

Alleen “de deur” in het Ierse verhaal bij het begin in zijn voorwoord trof me zeer: die “deur” in dat Ierse verhaal die dicht bleef; ook toen al bij de Japanse inval in Nederlands Indië. Het is opvallend dat “de deur”  hier dan het enig vergelijk is met de duistere en pijnlijke werkelijkheid van de Japanse inval in het voormalig Nederlands Indië.

 Helder dat het hier ook om de angst gaat van iemand met een traumatisch stress syndroom. Het zijn woorden, beel­den, gelui­den, geuren en herinne­ringen in alle kleuren die voor een ieder maar moeilijk te omvatten en te beschrij­ven zijn. En zeker wanneer je in een (voormalig) paradijs bent geboren en hebt geleefd. Wat ik me nog goed kan herinneren in een van Kousbroeks vele werken is, dat hij, net aange­komen in Holland, vanuit zijn kamer naar buiten keek waar het op dat moment vreselijk vroor en de ruiten van de ramen vol ijsbloe­men zaten, daarbuiten een troosteloos aanzien gaf en hij bij zichzelf dacht: “… ze hebben mij uit het Pa­ra­dijs verjaagd.” Zo’n zin vergeet je nooit. Beroofd van menselijk geluk en geluk­kig zijn door lieden (politici) die alles alleen maar stuk kunnen maken en waar men niet in staat is in te grijpen of invloed uit te oefenen is ergelijk en frustrerend.

 

Een samenvatting van dit prachtige werk is bepaald geen sinecure. Vandaar dat de bespreking van dit werk in delen  zal verschijnen en vraag de lezer hiervoor begrip.

 

Het werk is, zoals gezegd, zo omvangrijk en omvat zowat het hele spectrum van wat Indisch/Ne­derlandse (en vice versa) literatuur (tot nog toe) in al haar aspecten heeft voortgebracht. Onderworpen aan het kri­tisch oog van de auteur is in historisch perspectief gezien buitengewoon interessant. Een fenomenaal do­cu­ment dat ze­ker op de lijst van verplichte literatuur op alle middelbare scholen dient te worden gezet.

De Nederlandse geschiedenis in, met en over het voormalig Nederlands Indië wordt met dit werk hier geheel voltooid.

 

Kousbroek is groots en heeft evenzo het grote talent om de beschrijvingen tot in de diepten van het men­selijke gevoel volle­dig, in detail en exact weer te geven. – Het werk is rijk aan kostbare persoonlijke erva­ringen, ook voor lezers die het (voormalig) Nederlands Indië (nog) niet kennen. De ge­kozen titel is welis­waar triest, maar laat niet alleen de duisternis zien in de spiegel van de auteur. Inte­gen­deel. Het boek las ik als een film die zelfs nu nog actueel zou kunnen zijn. Het is niet allemaal treurigheid in het boek.

Hilarisch is (om  een passage te noemen), de beschrijving van de portretten van de Gouverneurs-Gene­raal van Nederlands Indië (de zo­ge­noemde GG’s). Met humor beschrijft hij enkelen van hen, met een the­atraliteit en voorstellingsvermogen als van een professionele mimograaf. Prachtig. Zo kennen we de schrijver.

 

Velen herkennen de beschrijvingen van de repatriatie  uit het voormalige Nederlands Indië, waar de eva­cuees  naar het moederland moesten worden overgebracht.  Maar in de tijd van Kousbroek was de eva­cuatie direct na de oorlog (1946) vrij formeel geordend geregeld; d.w.z  onder andere volgens de con­ventie­richt­lijnen van Genéve. En dat ging wel heel omslachtig aan toe en ook curieus.

 

De evacuatie in 1946 die Kousbroek had meegemaakt leek wel op een MGM-film in de Arabische woes­tijn uit de 50-er jaren met het vreemdenlegioen, wanneer de evacuees naar een afgelegen plaats in de woestijn hun winterkleding (voor Europa) in ontvangst moesten nemen. Absurde en even bizarre scènes moesten zich daar hebben afgespeeld. Heel anders ging het met hen die in het begin van de 50er jaren werden gerepatrieerd: de winterkleding (al­thans überhaupt de eerste kleren voor het verblijf in het moe­derland) werd op de boot ter hoogte van de Rode Zee uitgedeeld en bestond uit een soort zwart/donker­grijs jogging outfit met baret (Kousbroek: ijs­muts), sokken en een paar wollen wanten. Meer niet kregen we niet.

 

Worstelend met de lacunes in zijn herinneringen, flarden van plotseling opkomende historische persona­ges spelen zich af  in het hoofd. Een van de vele verschijnselen van een (kamp)syndroom. Zelf schreef hij dat je niet per se in een kamp moest hebben gezeten om het te krijgen. (..) Mensen die zowel een (kamp)syndroom hebben als (en/of) een Post Traumatische Stress Syndroom hebben exact dezelfde ver­schijnselen. Velen zullen deze direct herkennen. De herinneringen die fragmentarisch, soms kort en soms lang(durig) zullen heviger en intensiever worden naarmate de tijd verstrijkt en je zelf ouder wordt.

Zoals mijn zielknijper me jaren geleden bij mijn behandeling mij ervoor had gewaarschuwd. De angst, ja die angst die maar niet en nooit helemaal weg zal kunnen gaan, achtervolgt je constant als eeuwige onzicht­bare spook die je voortdurend bang maakt maar niet kan verjagen.

 

De enige en wellicht wel de laatste unieke (overigens grappige) figuur van de Westerse Cultuur in de jungle van Nederlands Indië vormde een bijzonder geroemde excentriekeling, een zekere “Iwan de Verschrikke­lijke” (vanwege zijn (Slavisch/Russisch) voorkomen, genoemd door Swanenburg in zijn boek Leven en werk van Stein Callenfels.

Deze man, (hij was 1.92 m. groot en woog 140 kg.) een zekere Dr. Stein Callenfels was archeoloog/pa­le­ontoloog; beroemd, bekend en berucht. Beroemd  (vooral in Azië) om zijn kennis en archeologi­sche vondsten (ontving vele buitenlandse onderscheidingen voornamelijk in Azië) en berucht om zijn on­noemelijk grote appetijt. Lachwekkende anekdotes die je bij blijven.

 

Ook rekent Kousbroek hier af met de Hollandse benepenheid wanneer hij het over de (Hollandse) ge­schiedenis heeft: het “Holland op z’n smalst’’ zullen we maar zeggen. Waar is het inzicht van de Hollan­ders? En waar de gran­deur van een Nederlands Imperium? Wat is het? Nooit van gehoord ?

 

Een aaneenschakeling van historische feitelijkheden passeert de revue, maar niet zonder dat hij deze historische hoofdrolspelers er flink van langs geeft. Zo ook in de (Indische) literatuur waar de vraag nog steeds in de lucht hangt, (polemieken houden niet op over dit onderwerp) naar wat en vooral wie (in de literatuur) in hemelsnaam het predicaat Indisch mag/kan dragen.

 

Dan de opvatting van Walraven over de Indo ‘s (Indo/Europeanen) die werkelijk hypocriet is wanneer de man deze gemeenschap kwalijk neemt dat zij zich boven de Indonesiër(s) verheven voelt. Absurd is het

wanneer men bedenkt dat deze man zich immers boven een ieder superieur voelt, niet zozeer als machthebber/ ambtsdrager, maar simpel als burger.

Deze kaaskoppen veroorloofden zich schijnbaar een a-sociaal en immoreel gedrag tentoon te spreiden onder een legitimiteit van een illegale bezetting.) Sudah. De Indo/Europeanen staan toch ver boven dit soort stupiditeit. Alhoewel er  ook Indo/Europeanen  zijn die zich zelfs verheven voelden/voelen boven de Totok, hetgeen een andere oorzaak en/of implicatie heeft.

 

Ach, vreemde denkbeelden hield deze mijnheer Walraven op na, waarbij hij en passant toch nog  vergeten was, dat de Indo gemeenschap niet alleen bestond uit Indische/Nederlanders, maar ook uit andere Indische/Euro­pe­anen (met inbegrip van mensen uit Noord Amerika en Australië en de rest van Zuid/Oost Azië).

Maar voor de Hollander was het Nederlands Indië van toen een soort verlengstuk van het moe-derland, de kaaskop waande zich kennelijk rijkelijk alleen op de Wereld (in de zin van het enig Hollands Im-perium) waar deze man (eindelijk in het Paradijs terechtgekomen zonder ook maar

 

één vinger te verroeren) naar believen de vruch­ten van plukt. Ja wel; men plukte, at de vruchten, maar de rond die ze voortbracht, daar had men geen enkele liefde voor (gegeven). Men had blijkbaar geen idee, laat staan een visie van de ei­gen omgeving en dat van de Wereld.

 

De kennis van Kousbroek over Tjalie Robinson is indrukwekkend. Het werk van Robinson wordt  hier kritisch en zowaar  forensisch, maar respectvol geanalyseerd. De door Tjalie gebezigde Indo/vocabu­laire en niet te ver­geten het idioom (wat bij de Indo’s uitermate gewichtig wordt gevonden- ook interessant –maar de vraag naar het ‘’waarom’’, moet ik het antwoord schuldig blijven) zitten Kousbroek tot in zijn haarvaten schijnbaar.. Het is voor mij onthullend dat zo n rijke en complexe taalbron bestaat die nu, fosiel geworden (lijkt het Latijn wel) zo goed als een dode taal is. Ik kan het wonderwel nog wel heel summier wat van lezen en als ik het doe, dan ruik ik ongetwijfeld de pisangbladeren.

Deze Tjalie Robinson, die in de tweede helft van de vijftiger jaren plots als een duveltje in allerlei media verscheen met het organiseren van de Tong Tong fairs en Pasar Malams, zoals hij (en ik) dat in Indo­ne­sië gewend waren te vieren, had het gote lef om daarbij ‘’DE’’ Identiteit van de Indo/Europeaan (De Indi­sche/Nederlander), dus ook ZIJN identiteit wilde hij ermee zeggen op de kaart te zetten. Deze Indoge­meen­schap werd door Tjalie met trots uit die armetierige annonimiteit gehaald, ( nadat zij bij hun aan­komst op een schofterige manier zijn behandeld maar ook gediscrimineerd niet te vergeten).  Niet alleen de Indo/Europeaan als individu maar ook wat hun bezig hield met onder andere de (Indo) taal. Dat deed

hij bewust, niet provocerend, eerlijk en met heel zijn hart en ziel. Een monument waard. Tjalie was trots om wie hij was en waar hij vandaan kwam met alles erop en eraan. Zo hoort het ook in tegenstelling tot die Indo(‘s) die de Indo taal maar niets (‘’minderwaardig’’?) vond(en) (en wellicht nog vindt(en)) en zich tegen de opkomst van Tjalie Robinsons ideeen begonnen te keren. Met andere woorden (kon ik nog heel goed herinneren) dat vele Indo ’s geschokt waren over het lef van Tjalie Robinsons initiatieven en ideeen; geschokt omdat deze bewuste Indo ’s juist meen­den dat zij immers toch (‘’alreeds’’) volledig geintegreerd waren  (eigenlijk veelal zijn opgegaan) in de Nederlandse samenleving en nu opeens weer wor­den teruggeworpen naar: “terug naar af”. De tegen­standers (de reactionairen onder de Indo gemeenschap- men wilde meer dan Hollander zijn) keerden vandaar zich tegen de opleving en herleving (lees: een zekere verheffing) van de Indo/cultuur gemeenschap. En juist die Indo s houden zichzelf voor de gek: ze zijn  weliswaar half Europeaan, maar de Hollander ziet dat helemaal niet. Wel de leuke kanten van de gekoesterde (eigen)cultuur genieten (onder andere pasar malams e.d.) maar werkelijk deelnemen in aktiviteiten op het niveau van kunst en cultuur: ho maar! Heel merkwaardig en triest voor zo n rijke, maar toen gespleten gemeenschap. Ik werd in die tijd voor gek versleten om mijn symphatieën en bewondering voor deze bijzondere en moedige man.

 

Kousbroek vindt Tjalie Robinson een groot schrijver die in dit land danig is onderschat en daar heeft hij groot ge­lijk in. Er bestaat in de Indo gemeenschap, vooralsnog geen grotere persoonlijkheid en equivalent op lite­rair gebied. Tjalie Robinson was veel té vroeg gestorven.

De vraag overigens die velen (en niet alleen gesteld door Ind/Nederlanders) zich nu bezighouden: Waar is de aan­dacht die hij verdient? En de publiciteit over zijn werk? Die is er ook al niet over deze bijzondere schrijver. Wat is er toch aan de hand in dit land? Louis Couperus, een van de grootste schrijvers van de Lage Landen en du Perron schijnen mensen totaal vergeten te zijn.

Heeft deze generatie schrijvers/journalisten en lezers soms geen weet van de man die in de 50 er jaren literair gezien in dit land zowat revoltes had uitgelokt? De aandacht lijkt te worden verschoven naar com­merciële actuele en veelal modieuze aktiviteiten. Ik ben er zeker van overtuigd dat er in dit land elementen aan het werk zijn die zich meer bewust dan onbewust schuldig maken aan ongewone selectieve onhebbelijkheid: wel een buitenlandse (waarvan ik de naam hier niet wil noemen) schrijver de hemel in prijzen (mag Joost weten waarom) die het Nederlands al helemaal niet beheerst, maar alle andere  aanwezige talenten in dit land gewoonweg negeren. Xenofilie. Even eng als Xenofobie. Waar hebben we dit eerder gezien in Europa?  

Ik heb altijd al het gevoel gehad dat politici (en de politiek) zich vaak stiekem en soms openlijk de schep­pende kunstenaars en dan voornamelijk schrijvers (‘’want zij zijn het gevaarlijkst – maar ook bruikbaar’’) goed in de gaten houden. Ongegeneerd naar believen aanschurken en liefst breeduit in beeld (media) exhibioneren samen met gevierde kunstenaars daar het in hun voordeel werkt.

Vandaar dat dit land verdacht veel op Oostenrijk lijkt, wat betreft de  (vrije) Kunsten: alle getalenteerde eigen burgers negeren ze, jagen ze of over de klink of schopen ze zo over de grens. Voorbeelden hiervan zijn nu meer dan ooit actueel en zijn talloos.

 

 

Pjotr.X. Siccama,  juni 2013.

10897263864?profile=original

Omslag van een van zijn boeken

De onderste foto laat Tjalie Robinson zien bij een Pasar Malam in Den Haag  (toen gehouden in de Dierentuin) begin van de 60 er jaren, h (let goed op het katapult in zijn hand).

10897264254?profile=original

 

 10897263873?profile=original

 10897264495?profile=original

Lees verder…

10897262887?profile=originalKoloniaal verlangen   door:  Arnold van Bruggen.  foto’s:  Anouk Steketee

Prakoso staat elke zondag vroeg op. Aan de muur in zijn slaapkamer hangt dan al het pak dat hij die dag wil dragen. Soms is dat hert pak van een plantagemanager, een andere keer gaat hij als Nederlandse student. Prakoso is zestien jaar en wil later president van Indonesië worden. Maar zijn huidige interesse ligt niet bij de moderne politiek, maar bij het Nederlandse verleden van zijn land.

In zijn kamer staat een scheepskist met daarin een oud Nederlands geweer, een collectie tropenhelmen en een willekeurige verzameling Nederlandstalige boekjes. Hij is echter de taal niet machtig.

Om half zes springt hij op zijn Nederlandse Fongers-fiets en sjeest hij naar Plaza Indonesia, het enorme plein waaromheen het moderne Jakarta is gebouwd. Rondom dat plein verzamelen zich elke zondagochtend Indonesiërs in tropenpakken, KNIL-uniformen en damesjurken.

10897262478?profile=originalDe antieke Fongers-fiets is de gemeen-schappelijke deler. Maar de belangstelling gaat verder. “Het is een herinnering aan een tijd die ons beschaving heeft gebracht”, zo zegt Prakoso. “Niet alleen fietsen, maar ook wetten en bureaucratie. Ik denk dat veel mensen door de bloedige en fanatieke onafhankelijkheidsstrijd niet doorhebben hoe positief de koloniale tijd is geweest”. Wie je ook vraagt, iedereen heeft een gelijkluidende uitleg over de verkleedpartij. Yanto (58) zegt: “Alles uit de koloniale tijd is sterk en onbreekbaar; ik zweer erbij. Maar we willen ook ons erfgoed veiligstellen. Deze geschiedenis is    ook van ons”. Op zijn borst prijken    de medailles van de vele geschiedenisclubs met duizenden leden die ditzelfde elke zondagochtend in andere steden van Indonesië doen.

Maar was Nederland hier niet heel erg fout bezig in die koloniale tijd? “Tot de val van Soeharto in 1998 kregen we alleen geschiedenisles over de oude koninkrijken in Indonesië”, verklaart Adi Setiawan (30) in Soerabaja. “De koloniale tijd werd zoveel mogelijk weggelaten, alsof die niet 350 jaar had geduurd. Pas na de machtswisseling mochten wij ons weert organiseren en zelf onze geschiedenis vertellen”. Adi is een van de voortrekkers van de Roode Brug Community, vernoemd naar de plaats waar de Nederlanders en Britten stukliepen op de Indonesische vrijheidsstrijders. En als zij zich zondagochtend verzamelen, herleven de dagen van weleer. Een 

groep mannen en vrouwen staat in Nederlandse soldatenpakken in de schaduw van de bomen in het stadspark. Een grote en breed geschouderde jongen, verkleed als soldaat, stelt zich voor als Raymond Westerling en drukt dan een kleine Indonesische vrijheidsstrijder tegen de grond. In zijn hand heeft hij een mes en met zijn knieën dwingt hij het lichaam onder zich.

“Sommigen vinden het raar dat mijn vrienden en ik ons verkleden als Nederlanders”, vertelt Adi, “maar als we ons niet verkleden, herkennen de mensen ons niet. Juist door onze uniformen komen ze naar ons toe, Dan ontstaat er vanzelf een gesprek over onze geschiedenis. Niet over de nationale geschiedenis, zoals de regering die dicteert, maar hoe die echt is geweest”.

Het koloniale verleden in Indonesië is onontkoombaar. De stadscentra staan nog altijd vol met villa’s, paleizen, theaters en overheids-gebouwen uit de tijd van de Nederlanders. Maar deze erfenis staat onder druk sinds, tegelijk met de herwonnen vrijheid in 1998, de economie aantrekt. Grote hotels en bedrijven, investeerders en ook particulieren ontdekken de oude binnensteden. In elke grote stad verenigen liefhebbers van de koloniale architectuur zich daarom in erfgoed-verenigingen, zoals de Medan Heritage Trust op het westelijke deel van het eiland Sumatra. Debby, een van de vrijwilligers van deze stichting stuitert voor haar bezoek uit, van Plantage-ziekenhuis tot voormalig Hotel De Boer en de koloniale villawijken. Ze wijst op de materialen die toen gebruikt werden: het beste hout en de sterkste Deli-klei. “De koloniale architectuur kan ons veel leren over hoe je in dit klimaat bouwt”, zegt Debby. “Veel moderne gebouwen hebben airconditioning, maar dan waait in de natte tijd wel de regen naar binnen”. 

10897263061?profile=originalEven later staat ze tierend voor een bouwput langs de weg. “Nog geen jaar geleden stonden hier twee prachtige villa’s”, vertelt ze, “en binnenkort staat hier een modern hotel”. De economische voorspoed in Indonesië treft als eerste de koloniale binnensteden. “Corruptie”, zegt Debby. “Wettelijk lijkt alles goed geregeld, maar in de praktijk is alles mogelijk”. Ze gaat het Thong Thong Ho gebouw in met een prachtig plafond in glas-in-lood. “Ik wil hier een zakencentrum van maken voor jonge creatieven”, vertelt Debby. “Met koffiebars en restaurants en een boekenwinkel in Nederlandse retro-uitvoering. Het zou zo maar een gouden idee kunnen zijn”. In steeds meer steden verschijnen koffiehuisjes en restaurants in Nederlandse stijl, met antieke Nederlandse meubels    en Nederlandse menukaarten. De H.E.M.A. is een succesformule die bitterballen en stamppotten verkoopt. Elke zaterdag kun je er op de foto in Volendams kostuum. Debby kijkt volbewondering omhoog naar het veelkleurige plafond. “Ons verleden geeft ons iets speciaals. Als wij ons ergens mee kunnen onderscheiden, dan is het wel onze koloniale architectuur”.  

10897263657?profile=originalDe koloniale geschiedenis levert zo de bouwstenen voor de nieuwe identiteit van het moderne Indonesië. In dat verhaal lijkt voor de schaduwzijde van het koloniale verleden bijna geen plaats meer. Zelfs op Zuid-Sulawesi, waar de echte Raymond Westerling rondtrok en bloedbaden aanrichtte, lijkt men deze kant te relativeren.”Niet alle Nederlanders zijn slecht”, zegt Andi Monji uit Suppa, waar in 1947 door de Nederlanders een ‘zuiveringsactie’ gehouwen werd. “Zelfs tijdens de oorlog, als je met ze in contact kwam, bleken het best aardige jongens te zijn. Nu is het voorbij, het is geschiedenis. Als mensen zich willen verkleden in koloniale pakken, dan laat je eenvoudigweg zien dat we ooit gekoloniseerd zijn geweest. Het is de vraag of de nieuwe generatie Indonesiërs, opgegroeid in de benauwde dictatuur van Soeharto, niet met valse romantiek naar het koloniale verleden kijkt. Dat vraagt ook kunstenares Titarubi zich af. In een ruime loods in Yogyakarta legt ze de laatste hand aan de Indonesische inzending voor de Biënnale van Venetië, een project waarin ze de omgang met het verleden opvraagt. “De Nederlandse tijd staat voor mij symbool voor moderniteit”, zegt ze. “Kunst, feminisme, technologie, het is hier allemaal door de Hollanders binnengebracht. En dat moeten we koesteren. Maar ook alles wat er fout is aan Indonesië is begonnen in de koloniale tijd. Hoe de plantages werkten: met goedkope arbeid en onder bescherming van het leger. 

Corruptie is door de Nederlanders geïnstitutionaliseerd. Helaas kijken veel mensen alleen met nostalgische blik terug naar de oude tijd. Zij beschouwen het koloniale verleden als iets moois, iets exotisch. Maar de zwarte kant ervan moeten we ook niet vergeten.

Dit artikel is eerder gepubliceerd in Vrij Nederland van 20 april 2013.

Voetnoten: De tentoonstelling “Vroeger is een ver land” van Anouk Steketee en Arnold van Bruggen is te zien tot 1 september in het Tropenmuseum in Amsterdam.  

Literatuur: “KNIL-fietsen razend populair in Indonesië”. Artikel in Nieuwsbrief nr. 3, maart 2012 (zie: www.indisch-centrum-denhaag.nl >> Nieuwsbrieven). 

Lees verder…

10897261876?profile=originalMijn levensverhaal - 1     door onze correspondent in Nieuw Zeeland, Adrian Lemmens

Zonder er iets dramatisch van te maken, heb ik een probleem, met  veel, zo niet alles, dat mij in het harnas van mijn levensloop heeft gewrongen. Wringen vind ik een zeer goede omschrijving, omdat ik nooit aan wanhoop heb toegegeven, ondanks mijn geweldige eenzaamheid en de totale afwezigheid van een familie verband en nooit een tehuis heb gehad dat daartoe behoorde.      

Na het vele, vele vallen ben ik altijd weer opgestaan. De levenskracht                                                                  daartoe, dank ik aan mijn vader, aangaande de parabels die een beste vriend van mijn Vader,  gedurende  een te korte tijd, aan mij heeft doorgegeven en bovendien van wat   ik te weten ben gekomen over zijn reputatie, samen ook met het geweldige niveau dat hij daarmede    in de  maatschappij en ook  zijn eigen Maatschappij, de B.P.M.-Shell, heeft weten te bereiken. Nu op de leeftijd van 77 jaar, voel ik mij genoodzaakt de balans van mijn leven op te maken. Niet alleen voor mijzelf, maar ook eventueel voor mijn kinderen. Het is mijn gevoel dat, als ooit een van mijn kinderen een probleem heeft, dat de geschiedenis van het leven van hun vader, hen de kracht kan geven om door te zetten

Ik had en heb een uitzonderlijk leven, interessant zelfs, maar toch in mijn persoonlijk gevoel onmenselijk, gemeen, te zwaar en bovenal  zeer eenzaam. Men kan zeggen dat ik redelijk succesvol met het overleven ben geweest, maar letterlijk met elke actie tot een verbetering van mijn leven, heb ik keer op keer ook altijd tegenstand moeten overwinnen. Het was met de handicaps van mijn verleden, altijd weer een strijd. Het is voor mij nooit vloeiend geweest, altijd en eeuwig waren er problemen, die ik heb moeten overwinnen, tot op dit moment toe.

Al verscheidene jaren ben ik van plan, om een boek over mijn leven te schrijven en daarin de ontdekkingen van de menselijke levensfactoren te beschrijven. Graag had ik de hulp ingeroepen van iemand als Adriaan van Dis of van andere schrijvers wiens namen ik tegen ben gekomen. Door het leven van mijn vader en dus met mijn eigen afkomst daardoor, had ik potentieel schatrijk moeten en kunnen zijn, maar door de oorlog is het totaal het tegenovergestelde geworden Armoede werd lange tijd mijn deel en ik voelde mij altijd opgejaagd en uitgebuit.

Maar vanwege en dankzij mijn beide ouders, heb ik kennelijk een geweldige veerkracht meegekregen, waarmede ik niet alleen al mijn tegenslagen heb weten te overwinnen, maar nu zelfs een staat van leven heb weten te bereiken, waar velen zeggen, nou waar heb jij nu nog zorgen voor nodig, Voor mij is het genoeg om nu te kunnen leven. Ik kan nu hopelijk van het aantal jaren die ik mogelijk nog heb, nog een beetje genieten. Maar wat is genieten, als je mogelijkerwijze niet meer weet hoe je dat kunt doen, als je moet oppassen om financieel rond te komen. Maar helaas, genieten, dat ken, of kan ik nu ook al niet meer, de strijd is voor mij te zwaar geweest, naast een vluchtige glimlach en terugkijkend het met een zekere 

voldoening, is het meestal slechts een bittere voldoening die niet echt is. Het is toch ook niet echt, het kan gewoon niet echt zijn. En zo ben je aan het wachten op de volgende klap die moet komen, je hebt toch immers nooit anders meegemaakt.  Zo gaat het met mij.

Adrian Lemmens, twee jaar oud.

Uit mijn historie zal toch zeker blijken dat mijn gedachtegang en mijn levensbeslissingen niet dom of ondoordacht zijn geweest. Waarom is het mij dan ook niet mogelijk om eens achterover te kunnen leunen en van enig succes, met enige voldoening kunnen te genieten? Ik geloof inderdaad dat er zo iets is dat de maat nu vol is; het is allemaal teveel geweest. Maar waarom heb ik in dat geval dan ook niet de moed verloren en ben ik in elkaar gezakt en tot niets meer in staat, dat is toch wel het wonder van het leven. Ik noem het   de veerkracht in de mens en stel vast dat die enorm krachtig is.

Ja, ik ben getrouwd en ik heb drie kinderen, die allen uitstekend terecht zijn gekomen en mijn vrouw is ook mijn zeil kameraad op zee.! Ik stelde zeer hoge eisen aan mijzelf en zonder die eeuwige discipline, had ik het ook nooit overleefd. Het is immers je verstand en je wil tot leven, die een mens in leven houden. In mijn leven heb ik mijzelf altijd van alles  ontzegd om uit mijn armoede omhoog te kunnen klimmen en iets te bereiken. Ik ben nooit  gewend geweest op vakantie te gaan, een ijsje, een bioscoop, met vrienden een drankje drinken of sporten. Als je dat allemaal niet gewend bent, dan is het ook tamelijk gemakkelijk om frugaal en gedisciplineerd te zijn. Uiteindelijk    heb ik redelijk wat bereikt. Maar het geeft geen geluk of genoegen, om er op terug te kunnen kijken, het was immers allemaal te hard en te onmenselijk.

Wat het voor mij nog erger maakte, is dat alles zo anders had gekund. Dat dankzij mijn vaders vooruitziende blik mijn mogelijkheden anders hadden gelopen. Dat mijn vader zijn grootste offer, zijn eigen leven, bracht in het vervullen van zijn vaderlijke plicht  voor zijn nageslacht en na het  voldoen van wat mijn vader als zijn plicht zag, hij slechts een trap na kreeg; van zijn eigen land.

Voor de mensen die de oorzaak van ons ongeluk werden, was er aanvankelijk veel succes en was dat ook voor een langere periode voor hen weg gelegd, maar tenslotte verdronk de een met zijn dikke pensioen in zijn eigen zwembad en was de ander ongelukkig met zijn kinderen en zijn ambitieuze vrouw.  En het feit van het eeuwige mislukte pogingen om mijn persoon te elimineren, alsmede de vele schandalen met secretaresses op zijn kantoor. Met zijn geweldige macht en zijn onaantastbare positie, kon die man doen en laten wat hij wilde. Die man had geen geweten. Inderdaad zijn er in onze wereld mensen die op een gegeven moment zo hoog staan, dat ze zich door gegeven omstandigheden onaantastbaar wanen en zelfs met de duivel zelf heulen. Ik heb nu een pensioen van de WUV, met alle restricties dat voor het Nederland, dat wij nu kennen, gewoon is. Uiteindelijk was ik een kundige advertentiefotograaf, met ook mijn eigen uitstekend geoutilleerde studio. Het maken van ontwerpen voor advertentiewerk, was voor mijn aangeboren handigheid niet zo’n probleem en verdienden wij daarmede extra geld met minder uitgaven En   dat had ook extra voordelen.

Door het in die tijd anti Nederlands heersende sentiment, in Nieuw Zeeland, (de Nederlanders hadden een reputatie voor hard werk en succes waardoor de gemiddelde en kalme steady-as-she-goes Nieuw Zeelander zich bedreigd voelde) en zo kreeg ik meestal alleen maar het werk, waar ik bekend om werd. Werk dat nu alleen met computers gedaan wordt, deed ik in die tijd reeds met het gebruik van meerdere camera’s voor de productie van één foto. Het brood-en-water werk ging weer naar mijn Nieuw Zeelandse collega’s die ook vrienden maakte met “wine and dine”, wijn en etentjes, ter bevordering voor hun werk en hun contacten, iets dat mij en mijn historisch nu zo ingewortelde mentaliteit niet lag, en waardoor wij nooit een geweldig inkomen konden bereiken. Echter op en met mijn vrije tijden en momenten, bouwde ik ons eigen huis en ook een nieuwe studio voor mijzelf, met mijn eigen handen en contractuele hulp.

Mijn studio werd ook bekend, voor het feit dat wij fotografisch bijna het onmogelijke konden doen, met behulp van lasers en met fluorescerende verven, dat zorgvuldig geheim werd gehouden door ons. Zo gebruikte ik mijn tijd om te verdienen wat ik kon, of mijn huis te bouwen, zoals ik dat voor ogen had. Op het einde kwam dat allemaal op zijn pootjes terecht, maar het was wel dubbel hard werk, terwijl mijn vrouw Paula mijn secretaresse was en de moeder van onze kinderen, die op oudere leeftijden vaak in alles meehielpen.

Nu met nieuwe wetten en regulaties kan zoiets ook niet meer, of alleen nog maar ten dele. Gemeten naar mijn inkomen dat in die tijd ook naar ons nieuwe huis ging, werd ik op het gemiddelde inkomen geschat door    de WUV en mijn kwalificaties zonder de Nederlandse papieren, werden volgens Nederlandse maatstaven niet erkend. Een rechtszaak in Utrecht, bepaalde via een vinnige WUV advocaat, dat mijn kwalificaties gelijk stonden met een gewone verkoper in een fotowinkel en daarop werd mijn WUV pensioen berekend. We kunnen er van leven, maar dat is alles.

Adrian Lemmens met zijn ouders, 1939.

Dat is ook geen bevredigende situatie, na alles dat ik heb meegemaakt en verloren heb. Mede door de Nederlandse behandeling voor wat betreft de “Indische Kwestie”, met name door ons met hun acties uiteindelijk zwaar te bestelen, werd ons gezin behoorlijk getroffen. Ergo voor mijn Vader, die werkelijk het hoogste offer bracht voor de goede zaak en het met zijn leven betaalde. Ik ben en voel mij echter nog steeds een Indische jongen van “Tempo Doeloe”, met een Hollandse (Amsterdamse) vader en een Duitse moeder. Beiden krachtige, nee kolossale mensen. Helaas de omstandigheden hebben mij mijn vader ontnomen met de torpedering van de “JUNIO-MARU”, met de zo velen andere kostbare Nederlanders en de arme meedogenloos bedrogen ROMUSHA’S. Alle 5860 van onze mensen, van ons nu vroegere Nederlands-Indië kwamen daarbij om het leven.

Via het internet heb ik merkwaardige belevenissen en kennismakingen meegekregen, zowaar net ook weer van een naamgenoot, familie zelfs, een kampgenoot uit het Banyu-Biru kamp 10.

Toen wij op het laatste moment door de B.P.M.-Shell uit Borneo werden afgevoerd naar Java, op vrachtwagens door de jungle naar Banjermasin en  op een boot van de K.P.M.  werden geladen als deklading met onze bedienden en bagage. Ik heb dat schip als een toenmalig zesjarige altijd in mijn herinnering meegedragen, een drie eilanden schip van het type dat toen bekend stond, zwarte romp en wit bovendek.

Ik heb dat schip, waarvan mijn Moeder in die verwarring zelfs de naam niet meer wist,  meer dan twintig jaar gezocht; ik weet, of wist, dat het klein was. Na de boeken van Bezemer (zowat 1500 pagina’s) te hebben doorgeworsteld, viel mijn oog op het K.P.M. schip de Janssens, onder gezag van een merkwaardige man en gezagvoerder G.N. Pras. Toevallig begon in dezelfde tijd ook de Australische schrijver “Doug Hurst” met een boek onder de titel            “The Fourth Ally” staat daar merkwaardigerwijze de ms. of ss. Janssens op blz. 44 en de afbeelding van het schip (er zijn merkwaardig veel toevalligheden die in mijn leven voorkomen) is nagenoeg het evenbeeld van wat nog in mijn herinneringen staat. En dat is nog niet alles: op dat moment komt opeens ene Gerardus Lemmens uit Engeland via e-mail zich aandienen. Zijn vader blijkt op het moment van de inscheping in Banjermasin, de tweede boordwerktuigkundige te zijn geweest op dat schip. Terwijl zijn moeders naam Lemmens Guetjens G.C., als onze kampgenote van camp tien “Banyu-Biru” onder die van mijn Moeder Lemmens-Finger T.G. staat, in die kamplijst van “Camp 10 Banyu-Biru”. Allemaal ongelooflijk.

Gerard Lemmens, een van drie kinderen is pas na die oorlog geboren. Zijn vader overleefde de oorlog, zijn broer en zus zijn van voor de oorlog. Gerard Lemmens  gehuwd met een Schotse vrouw woont nu in Sussex in Engeland.

Wat zo bijzonder is over dit schip, is dat wij buitengaats van Banjermasin en op weg naar Java, door twee Japanse Zero’s werden aangevallen, met onder elke vleugel een bom, dus vier bommen, ik zie ze nu nog hangen, als op mijn netvlies gegrift. Daar gaat de eerste bom, het schip vaart nu op volle kracht, de officieren volgen de baan van de bommen en maken uitwijkingsmanoeuvres. De dekken zitten vol met vrouwen en kinderen waaronder veel baby’s, vele bedienden, waaronder mijn baboe “Sumina” en de barang (bagage) Een beginnende bijna geluidloos  geschreeuw gaat op. Het is angstwekkend, schreeuwden ze toch maar echt. De bom komt rakelings langs de bakboordzijde, vlak langs ons heen aan het achterdek. Een geweldige fontein schiet omhoog en stort zich op het dek. Wij spartelen allen schreeuwend op dek tussen de ronddrijvende bagage. Naar mijn herinneringen kwam het water tot mijn heupen. Dit gebeurd in totaal vier keren. Het schip gaat geheel schuin in de bochten, waardoor allen aan dek overal tegen aan en tegen elkaar botsten, een baby spoelt bijna overboord. Het was een verschrikkelijke nachtmerrie, waarvan de beelden mij mijn gehele leven achtervolgd hebben, vooral als ik in mijn tegenwoordige leven de een of ander haai tegen kom (wij zijn namelijk zeezeilers).  

Mijn vader in het uniform van reserve sergeant bij het KNIL.

Vier bommen overleven wij op die manier, daarna kwamen die Zero’s weer op ons af en wij wisten het instinctmatig: wij zouden nu mitrailleervuur moeten ondergaan. Maar plotseling braken zij hun aanval af en verdwenen. Oorzaak is een eenzame “Glenn-Martin” van een basis op Noord Java, die om welke reden dan ook, de Japanners op de vlucht deed slaan en wij hadden dit drama overleefd. De Glenn-Martin vloog drie rondjes om het schip, met haar vleugels wiegend als een groet en een gejuich van het schip ontlokte en wij bereikten tenslotte Java.

Na het lezen van veel beschrijvingen, over de verschillende acties, van de dappere “Janssens” uit het boek van de Australische auteur en die de gehele oorlog overleefde, ben ik er 99% zeker van, dat zij de “ms. Janssens” was, die ons naar Java bracht, maar die ene procent zou ik toch nog graag verzekerd zien. 

Na mijn korte beschrijving, voor onze mensen, in het ICM-online van Ferry Schwab, met de “Indische Kwestie”, aangaande het incident met Marlies van Zanten Hyllner in 2012, ging ik op vakantie naar Europa Twee van mijn drie kinderen wonen overzees. Ik had mijn artikel aan ICM-online laten lezen, die het prompt publiceerde, eigenlijk zonder daar eerst mijn toestemming voor te vragen, maar “no matter”. Mijn artikel heb ik met de grootste moeite gedurende mijn reizen proberen te volgen.

Doordat ik constant onderweg was, kon ik zonder de medewerking van Ferry Schwab ook geen lid worden, ik ben niet zo’n computerheld en heb ik nooit ooit iets van het kennelijk regelmatige commentaar op mijn artikel kunnen volgen. Dit vond ik zeer spijtig en werd ik daar door ICM en Ferry zelf ook niet verder geholpen. Ik heb nu het contact met ICM en Ferry  verloren; ook al omdat zij met hun activiteiten meer op de Nederlandse dan op de buitenlandse Indische bevolking zijn gericht. Pasar Malam dit en Pasar Malam dat, waar wij (van overzee), helaas niet naar toe kunnen gaan. Bovendien wil ik hem verder ook niet met mijn besognes lastigvallen. Mijn reden daarvoor is gewoon, omdat ik samen met mijn familie niet alles alleen maar heb verloren in en van het oude Nederlands-Indië, maar dat wij dankzij mijn vaders hoge functie (de nr. drie in de top bij de B.P.M.-Shell, op Balikpapan Borneo en daarbij Tarakan), ondanks de oorlog nog geweldige investeringen hadden in Engeland en de U.S.A. Tegoeden van de B.P.M. die onder grote woede van de toenmalige Nederlandse Regering, wel al haar mensen het achterstallige salaris en pensioen uitbetaalde. Maar onze investeringen, bezittingen en gelden, zijn ons in Nederland allemaal door toedoen van de Nederlandse Staat ontnomen. De Nederlandse autoriteiten zijn er ook de schuld van geweest, dat ook ons eigen huis of eigenlijk dat van mijn (voogd) grootvader, waar wij notabene in opgegroeid waren, ons ontnomen is. Ons huis is gewoon geconfisceerd      en dat 24 uur voor we in Amsterdam als repatrianten aan wal kwamen.  

Komt daarbij ook nog eens de Wet tot de HANDELINGSONBEKWAAMHEID VAN DE VROUW (die pas in 1956 gewijzigd werd)  EN DAAR OOK NOG EENS BOVEN OP, MIJN MOEDER EN HAAR DUITSE ACHTERGROND, kregen we de zoveelste schop onder ons achterwerk. Daar kwam nog bij dat wij bij de, door Nederland en haar bevolking, ongewilde Indische Nederlanders behoorden. Hoe is dat mogelijk, wat kon er nog meer tegen ons worden ondernomen. Hoe meer konden wij nog vernederd worden. Helaas, alsof dit allemaal nog niet genoeg was, dit was in feiten nog maar het begin van onze ellende, zoals men in deze artikelenserie die ik speciaal voor de NICC Nieuwsbrief heb beschreven, zal ontdekken.

Buitengaats van IJmuiden, kregen wij op de “ms. Slooterdijk van de HAL”, waarmede wij uit Indië arriveerden een telegram van de Amsterdamse Autoriteiten. Ons huis in Amsterdam Centrum werd nu opgeëist voor Nederlanders en wij moesten nu zelf maar voor onze accommodatie zorgen. Er werd ons door deze autoriteiten geen verdere hulp verleend voor het vinden van een andere behuizing.

Ons huis, het ouderlijk huis van mijn Vader, was gedurende de depressie, door mijn Vader, van mijn grootvader gekocht, om hem met zijn kunst schilders zaak, beneden in zijn souterrain te redden van bankroet. Dat was dus vanaf dan ook ons huis, Cornelis Anthoniszstraat nr. 8 in Amsterdam Centrum.  

Mijn grootvader, tevens mijn voogd, en de wet  handelingsonbekwame vrouwen, toen ook nog benodigd als haar mannelijke familie lid, woonde nog steeds in het souterrain. Het bovenhuis had hij helemaal opgeknapt met parketvloeren en nieuw behang, zodat het voor ons prettig wonen zou zijn. Ook had hij in de buurt naar scholen voor mij  geïnformeerd, ik was nog niet naar school geweest en kon nog steeds niet lezen of schrijven, of zelfs tellen. Dat was in oktober 1946 en ik was dus tien jaar oud.

Nogmaals mijn ouders in ons huis in Pladjoe aan de Moesi rivier.

NU KOMT  VOOR ONS,  ONS DUBBELE ONGELUK.!!! 

A.)  Van Indië komende waren wij in Nederland niet welkom.

B.)  Vanwege de confiscatie van ons huis, verloor ik mijn voogd (groot-vader ) die al in zijn tachtiger jaren was en hij was nog steeds herstellende van de laatste en vreselijke hongerwinter in Amsterdam.

C.)  Mijn Moeder was een Duitse en sprak dus met een Duits accent en in Nederland heerste een grote anti Duitse gezindheid en haat. Haar Nederlandse paspoort, was van geen consequentie.

D.)  Mijn Moeder was door de wet van de “HANDELINGSONBEKWAAMHEID VAN DE VROUW,” onbevoegd en onmachtig, om voor haar eigen belangen te zorgen, zonder een mannelijke bijstand of familielid. Mijn grootvader niet alleen mij als voogd, was maar ook mijn Moeder  ontnomen als inwonend mannelijk familielid, door die actie tegen ons.

E.)  Mijn Grootvader was vanwege zijn gezondheid ook behoeftig aan mijn moeders hulp en bijstand; een wederzijds drama.

F.)  Mijn moeders familie zag een kans in Duitsland, in de Britse bezettings-zone, mar de mogelijkheid voor ons, om daarheen te vluchten was nihil en er werd niet bemiddeld.

G.) Mijn alarmerende tekort aan educatie werd door deze situatie verzwaard. Er was voor mij geen oplossing en was ik vaak opgesloten en alleen, terwijl mijn Moeder noodgedwongen op stap was.

H.)  Mijn moeders, of liever mijn vaders reputatie, was mijn Moeder voorgegaan. Bij de B.P.M.-Shell, was mijn moeder bekend als de “Gouden weduwe Lemmens” Later ook de weduwe van de “JUNIO-MARU”.

I.)  Mijn Moeder ging voor hulp naar de B.P.M.-Shell, gesteund voor het voor-oorlogse advies van  haar man en mijn Vader, om nooit iemand te vertrouwen en zich alleen bij de B.P.M.-Shell te vervoegen. Ik was daar bij en hoorde die waarschuwing van mijn vader ook In Bandoeng, na de capitulatie.

J.)  Mijn Moeder werd naar de B.P.M.-Shell weduwen en wezen afdeling verwezen, waar een  een zekere J. den Besten zich onmiddellijk over haar ontfermde en haar omringde, met alle zo welkome attentie, die zij van de Nederlandse autoriteiten moest ontberen. Deze man had in zijn functie natuurlijk inzage in onze papieren, hij liet mijn moeder na die tijd niet meer los en ging de begeleidde haar, totdat hij mijn Moeder binnen het jaar te pakken had, met hemelse beloften, ook jegens mij en met grote vooruitzichten en alle mogelijke attenties. Het was de Heer of liever de “bandiet”, Jannes den Besten gelukt om ons in te palmen. Zijn broer NICOLAAS den Besten, zou in de latere vijftiger en zestiger jaren de Amsterdamsche Bank oplichten voor 60 miljoen gulden met de zogenaamde “SOCRATES AFFAIRE”.

Waar was de verantwoording van de B.P.M.-Shell, in deze situatie  voor een gewezen en eens “zeer” belangrijke top-employé’, zijn weduwe en zijn weeskind (hierop geef ik ook een antwoord, verderop in mijn relaas). Helaas, voor mijn Vader, in zijn hoge positie, waren er ook vijanden en die waren nu zelfs machtiger na die oorlog, die door die ons beiden individuen was overleefd. Een was de zoon van een zittend directie lid van de B.P.M.-Shell in het hoofdkantoor, nu zat hij zelf in die directie, ir. Jan Brouwer en de andere, een verrader en collaborateur met de Japanners, die daarmee zijn familie had gered, een dr.ir. in de Archeologie, H.H. Brons, Ab in de omgang. Hij was later in Nederland, de oprichter en directeur van de R.R.P., de Rotterdam Rijn Pijpleiding Maatschappij,  een dochteronderneming van de Shell, voor het transport van olieproducten naar Duitsland, die dat werd dankzij zijn vriendje de eerder genoemde directeurszoon, ir. Jan Brouwer. Beide “heren” werden door mijn Vader gecorrigeerd, uit naam en in opdracht  van de B.P.M.-Shell, vanwege hun slechte openbare gedragingen en hun onbetaalde rekeningen van voor de oorlog. Voor welke redenen ook hun  

aanvraag tot een salarisverhoging was geweigerd.

Het was niet mijn vaders keuze maar het was wel in zijn functie, deze mensen daarvoor te berispen. Wat een ongelukkige omstandigheid, dat ook in dit geval, het wederom de B.P.M.-Shell was, die ons daarmede dupeerde, vooral met de toekomst- mogelijkheden, die deze twee individuen later zouden of konden hebben.

Wij, mijn moeder en ook ik, moesten daar na die oorlog een dubbele prijs voor betalen, was dat nodig, was dat fair. Onze familie was door deze ongelooflijke samenloop van omstandigheden ernstig gedupeerd.

(tot zover het eerste deel van het levensverhaal van Adrian Lemmens, dat   hij voor deze NICC Nieuwsbrief schreef).


Reactie Jan De Keten Webmaster ICM.

In het artikel werd Ferry Schwab (ICM)  in het negatief daglicht gesteld. Ferry kennende staat voor iedereen klaar van "hoog" tot "laag"; Ik ken hem al lang van uit zijn projecten van zijn bedrijf. Een manager waar velen een voorbeeld aan kunnen nemen - desondanks de grote druk en spanningen, stond hij altijd klaar, en al bel je hem om  2 uur s'nachts uit zijn bed. Ik kan mij niet vinden in het verhaal van Adrian Lemmens, wie publiceert kosteloos een verhaal, en waarom hebben de andere leden uit New Zeeland zoals een Ivo geen problemen gehad! Adrian had drukker met zijn rijzen en moet zich afvragen of hij ook dat over heeft voor andere Indo's, behalve dat zijn eigen verhaal centraal wil plaatsen.

Deze vraag zal Adrian zich zelf moeten stellen het feit dat dit ook bij NICC is gepubiceerd zegt genoeg, lijkt mij een excuusjes wel op zijn plaats. Welke Indo runt 14 jaren een toko als ICM, met ondankbare mensen, sorry het moet er even uit!. Zonder ICM was dit verhaal niet wereldwijd verspreid. Waarom heeft Ivo geen problemen met ICM, is nu al 2 jaren abonnee van ICM, woont ook in New Zeeland.

Jan De Keten Webmaster ICM

8 juli 2013.

Lees verder…

Tante Toetie en Tante Pop door: Yvonne Keuls

10897261101?profile=originalTante  Toetie en Tante Pop door:  Yvonne Keuls

Op mijn tachtigste verjaardag mocht  ik de prestigieuze Cultuurprijs van de stad Den Haag ontvangen. Deze prijs bestaat uit een bedrag van  € 25.000 die te besteden is aan een werkgerelateerd project. Met dit geld wil ik Den Haag een mooi bronzen beeld schenken van de twee “Indische tantes”, die uit Den Haag niet weg te denken zijn. Ik heb ze Tante Toetie en Tante Pop genoemd. Voor mij is er maar één kunstenaar die dit beeld tot leven kan wekken: Loek Bos, die ook al prachtige beelden maakte van Toon Hermans  en  Paul van Vliet.  

Hij heeft inmiddels al een schitterende maquette van de tantes gemaakt. De tantes zullen een permanente plek krijgen op het oer-Haagse Frederik Hendrikplein, hart van het rustieke Statenkwartier, waar al meer dan een eeuw vele Indische mensen wonen   en gewoond hebben. Helaas echter is het bedrag van de Cultuurprijs niet voldoende om het beeld in brons te kunnen vereeuwigen.

Inmiddels hebben het Prins Bernhardfonds, de M.A.O.C. Gravin van Bylandtstichting en restaurant Didong royaal gedoneerd. Ook Fonds 1818 heeft toegezegd het bedrag van € 6000 dat door crowdfunding op “Voor De Kunst” diende te worden opgehaald, te verdubbelen. Maar we zijn er nog niet. Daarom vraag ik aan iedereen die Tante Toetie en Tante Pop een bronzen plekje gunt, te helpen door een donatie over te maken. Dit kunt u doen op de rekening van Stichting “Voor De Kunst”, de initiatiefnemer van het standbeeld van De Indische Tantes. Het Comité van Aanbeveling bestaat uit: Jan Banning, Ruud Lapré, Wendy de la Rambelje, Liselore Rugebregt, Winnie Sorgdrager en Erry Stoové.

10897261478?profile=original

Lees verder…

10897253880?profile=originalOproep - registratie Indische tijdlijn 1999 tot 2013 op Indisch Internet.

Beste ICM vrienden,   

Graag willen wij een oproep plaatsen voor het volgende:

 

Onze nieuwe abonnee Henk Harcksen 62 jaar is op dit moment bezig met het schrijven van zijn boek. Henk heeft een Nederlandse vader, en Indische moeder. Beiden verbonden zich in Batavia (Jakarta). Zijn oorspronkelijk plan was ter ere van zijn ouders dit boek uit te brengen. Bovendien op deze leeftijd, wat voor een ieder herkenbaar is, komen de "roots" boven, dus ook bij onze Henk. Henk zit nog midden in het werkzame 24 uur economisch met  turbulente dynamisch leven als consultant in Software land ( Dit was ook mijn wereld).

 

Henk werd door oud - voorzitter Herman Bussemaker naar Het ICM verwezen, gezien het ICM Netwerk met veel kennis en ervaringen. Zoals U weet heeft ICM ook het boek “Saja mengaku / ik bekend” van Elise ondersteund. En het trof doel alle leden van de Eerste – en Tweede Kamer hebben het boek gelezen. Daarom zijn deze parlementariërs nu oom meer Indisch gekleurd.

 

Inmiddels is er ICM lezers - groep van 7 man in het leven groepen om te proberen een hoog gekwalificeerd boek te realiseren. Doel om via Belanda Henk "onze geschiedenis" te ventileren. Niet, met respect, op de traditionale manier zoals 100 Indische boeken maar een boek dat door een Indisch-forum wordt ondersteund mbt technieken, kennis en historie. 10 weten meer dan 1.

 

Velen weten niet naast dat ik een automatisering onderneming heb gehad, dat ik ook verantwoordelijk ben om naast systemen en mensen, ook documentatie moet opleveren.   Ik wilde dus ook deze methodiek inzetten, waar ik voor alles werd uitgeleverd diverse “lezers groepen” inrichten. Zoals Adriaan van Dis zei citeer” nu heb je nog alles te zeggen over je boek, is bij de uitgever dan heb je er niets meer over te vertellen”, dit alles even terzijde.

 

Zoals U bekend is heeft de 'Indische geschiedenis" van 1999 tot het heden alleen op het Indische Internet afgespeeld omdat debetrokken organisaties geen geld hadden voor een eigen Informatie & Communicatie wat ICM is of laat ik maar recht voor zijn raap zeggen die 35 miljoen in andere in rook opgaande hobby’s hebben gestoken. Deze zijn met betrekking tot:

  1. Ontwikkelingen voor het Gebaar.
  2. Ontwikkelingen Tijdens Het Gebaar voor het deel Individueel, collectief 124 projecten, helaas die in rook zijn opgegaan, en na enquete /onderzoek zijn mislukt. Geen 1 bestaat nog. De visie ontbrak hier; geen eigen Indische omroep met blad is niet grealiseerd en laten wij maar over de "levensvatbaarheid" van die projecten achterwege laten.
  3. Ontwikkelingen na het Gebaar.
  4. De Graanschuur
  5. Het Indisch Huis (dat door Interim managers van VWS letterlijk is leeg geroofd, en desondanks 1,2 miljoen Het Gebaar toch failliet ging.
  6. Voorts de ontwikkelingen rond het functioneren van het oude IP, waarvan beide voorzitters met als hun broodheer de Overheid bewust de Indo's in het bos hebben gestuurd.
  7. Ontwikkelingen Nieuwe - IP met vz Herman Bussemaker, en IP delegatie eindelijk tot actie kwam en nu de zaken onder van Rijn zitten! Chapeu voor dit Team dat begon in 2008.

Door gebrek aan geldmiddelen (ook een misser bij Het Gebaar),  had dit Indisch Netwerk geen adequate Informatie & communicatie naar de achterban zoals Het ICM.

Voornamelijk werd in eerste instantie NINES Online (Nu ICM) gebruikt.

NINES Online was een webportaal met MSN – Community die werd geïmplementeerd bij de vereniging NINES, lid van het oude Indisch Platform. Deze  werd gesponsord door Fastware & Advisering. NINES/ICM waren als eerste op het Internet omdat Fastware een afspraak had met MSN - Nederland, Later ontstonden op MSN Communities (Groepen) ; IIP - Mail List van Rick v/d Broecke, deze werd geassisteerd bij de startup door NINES Online (ICM), en vele andere Indo groepen; vergelijkbaar met het Facebook - Indo Groepen nu.

Niet onbelangrijk om nadrukkelijk te vemelden Blimbing van overleden Huib Deetman, Jambatan ...... die het Oude - IP het vuur constant aan de schenen legde.

 

Onze intentie is om in dit boek ook deze Indische tijdlijn 1999 tot 2013  erin te zetten. 

Kunt U zich nog herinneren welke heftige discussies op dit Indische Internet Netwerk heeft plaatsgevonden, zeker velen niet eens waren met de koers en handelen van het Oude Indisch Platform waar toen 8 Indische organisaties in zitten. Men had toen veel over de verdeling van die "spekkoek", omdat het Oude IP andere plannen had, en dit uitlekte via Het Indisch Internet naar .....

 

U kunt Uw herinneringen delen en opsturen naar schwab@icm-online.nl. U levert een belangrijke bijdrage aan deze geschiedenis. Graag met de bronnen en feiten in de bijlagen en of naam genoemd mag worden.

 

U wilt toch ook niet dat deze periode van veel missers ook onder het tapijt wordt geveegd als die voorgaande jaren?

Naast dat dit mede een hoogtepunt vornt in de Indowereld.

 

Ik ben ook te bereiken op mob. 06 1295 52 154 

Bijvoorbaat dank voor te nemen moeite.

Editor/ redaktie ICM

& Henk Harcksen Lid ICM

 

Ferry Schwab sr.

3 juli 2013

Lees verder…

dubbel goud Indo

Dubbel Indo Gloed

 

De avond tevoren gaat de telefoon. Hallo ? Weet je wie ik ben?

Een warme gouddraad van gevoelens smeuïg in die mooie stem.

Ja natuurlijk. Edu. Siebers. Hij verzucht verlicht.

Oh jong.. je leeft lang.. ik had het al met Ben over je hoe ik je veronachtzaamd had na ons laatst zien.

-Dat is een lang verhaal. Ik was bij een vriend op naslag zoekwerk in zijn bibliotheek. Ik teken voor het leven dat hij lijdt ( of is het leidt?)

Hij woont heel sober afgelegen zonder enige luxe en van de natuur. Carbid lampen en kaarsjes zijn het licht en hout gesprokkeld keurig gestapeld is voor de warmte en kook.

Ergens anders een grote teil op vuur voor de dagelijks bad partij en als centrale verwarming punt. Ik zal je vertellen.. ik liep tussen twee hoge stapels hout en tijdens een gesprek steunde ik wat tegen de stut. Plots rolde alles omlaag over me heen . Het duurde heel lang voor hij me onderuit had. Met schrik constateerde ik dat ik elk gevoel in arm en been kwijt was. Afgekneld gezeten geweest. Mijn vriend hielp me onderuit en heeft me gerust gesteld dat alles goed zou komen. Gedurende twee maanden heb ik er aan optrek en opkrik touwen gehangen en gezeten om de spieren te trainen. Geen dokter aan te pas gekomen. Nooit overigens.

Ik ben nu pas thuis en zou je graag spreken. Mijn boekwerk  is klaar en ik wil het je tonen.

Nou je zou als je wilt morgen kunnen komen . Maar ik heb dienst van 1900 –2100 uur en dan houdt jij je maar bezig met de notebook ok?

De volgende dag, gisteren dus was het niet mooi weer genoeg om buiten te zitten. Geen nood. Hij kwam zowaar op zijn fiets beladen met.. ja wat?

Het voelde zo genadig goed elkaar in de armen te nemen.Hij siert in mijn poëzie album als uitgeknipt fotootje in hartje omtekend als mijn stiekeme tiener vlinder liefde uit de jaren Surabaya.. Tussenhaakjes , wat heb ik me in mijn jeugd toch stiekem afgevlinderd. Ik dacht nog wel : niemand ziet me als lelijk eendje.

Uit zijn mond hoor ik dan: Jij was onbereikbaar  Alle jongens zeiden altijd: die krijg je nooit!

En dan ziet hij mijn foto-tje ingelijst van Ben gekregen. Ben jij dat Ell?  Ja

Hoe oud was je hier? Zeven of acht!

Jezus Ell dat bedoel ik dus. Die stralende blik van kracht en weten. Zuivere eenheid met jezelf. Ik knuffel hem ongevraagd.Waarom zag je me vroeger niet staan. ?  Oh had ik dat geweten. Je was zo onbereikbaar verheven boven alles.

Ik met verstikte stem: oh wat triest , al had je maar een keer naar me gekeken.

We lachen zuur.. Nu weten we het beiden van elkaar.

Afijn ik maak een Indisch maal , we smullen en babbelen  en maken de afspraak dat ik een tegen bezoekje afleg. We ook samen vaker zullen fietstoertjes maken. We wisten van ons zelf dat we niet meer toe waren aan een relatie van verbintenis en dat is wederzijds goed vinden geaccepteerd. Geen extra plus tussen ons. Tenzij natuur en lot anders bepaalt.

Heerlijk zo vrijelijk te kunnen praten erover. In wederzijds respect.

Tijdens de telefoondienst bekijkt hij mijn huis, de foto’s en mijn boeken rekken. Immers toon  me je boekenrek en ik lees je ziel eruit.  Mijn uitdrukking verkromd.

Hij glimlacht geaccentueerd door zachte geluidjes. De Indo eigen .. toch?

Na de telefoontjes en dienst krijgt hij mijn onverdeelde aandacht.

De grote zware tas met inhoud wordt geopend . Een indrukwekkend aantal, drie in stuks, boeken in rood kunst leer gebonden  boekwerken verschijnen. De titel in goud opgedrukt:

De Leeuw in goud getooid. Afkomstig, tekst afgeleid ,  van een Indonesische dichter.

In A4 formaat die je echter over de breedte moet lezen.

Ik sla pagina na pagina open en ik wordt stil van bewondering. Stil over het feit dat hier meer dan vijfhonderd jaar geschiedenis  gedetailleerd is weer gegeven en eventueel van een persoonlijke noot voorzien. Geen onderwerp is hem onder die loep ontgaan.  Het is een compleet naslagwerk en zo deskundig en vakkundig chronologisch ineen gezet.

Geen roman schrijver maar wel een complex weergegeven naslag werk van geschiedenis . En mag ik het duidelijker stellen? Een liefde verklaring aan zijn geboorte land Indonesia.

Het derde deel is een complete openbaring. Hoe kunst zinnig en precies hij op alfabetische en chronologische volgorde de INDEX  ineen heeft gezet. Verwijzingen naar schrijvers en hun boeken. Illustraties met naam en beschrijving.

Noem een naam , een onderwerp, een kruid, schilder, poëet, minister en bestuurderen. Noem een rijkdom van adel in en op Java. Je vindt het er allemaal in. Het is een besloten google in boekwerk.

Heel bescheiden had hij me toen gezegd:

Ik ben een boek aan het schrijven en ik heb erdoor een geïsoleerd leven geleid. Maar ik heb me erin kunnen uitleven.

Dit boekwerk is daar het resultaat van . Het is mijns inziens  een plaats waard in elk kunst en historisch museum . Of in het bibliotheek van de Multatuli  Genootschap . Onbekende werken terug gevonden details zullen hoge ogen en omes trekken .

Oh Indisch Platform en Indisch Nederlanders  en Indo’s . Hier is uit ons midden een groot geschied samensteller/ schrijver  getorend. U zoekt iets , hij heeft het reeds voor u gevonden. Toby.Brouwer.. je zal er enorm veel aan hebben. Bespaart je jaren zoekwerk.

Het eerste exemplaar gaat naar de Indonesische Ambassade. Hoe kan het anders. Het tweede mag ik uit zijn handen ontvangen. Hoe is het mogelijk? Zijn liefde betuiging.

Het is het jaar van openbaringen waarbij de waarheid boven water komt drijven als een gouden gloed over stille meren 

Lees verder…

10897260673?profile=originalDe hoop van Bouwend Nederland is gevestigd op Maxim Verhagen.

Vlak voor zijn vakantie naar Azië had oud – minister Maxim Verhagen gesolliciteerd naar de baan van de CDA- coryfee Elco Brinkman, die vanaf 1994 aan het roer zit van Bouwend Nederland. Maandag gaat Maxim Verhagen aan de slag als nieuwe voorzitter van Bouwend Nederland.

Hoewel de stemmen op gaan om voor een voorzitter te gaan afkomstig uit het ondernemersland. Is dit ook een logische conclusie die door de 4500 verschillende meningen van leden mag worden geventileerd. Desalniettemin hebben de grote bedrijven zo  als Heijmans bijvoorbeeld het profiel van Maxim Verhagen geschetst. Maxim: "Ik kan mij niet veranderen in vrouw of in een echte ondernemer".

Bouwend Nederland voelt zich in de steek gelaten door Politiek Den Haag. De oud-minister treft een branche aan die door het diepste dal gaat sinds de Tweede oorlog. Minstens gaan er op dit moment tussen de 100 tot 150 bedrijven failliet. In de laatste jaar verlieten twaalfduizend medewerkers de bouw – cao.  Politiek Den Haag verzuimt desondanks de economische ontwikkelingen in Azië hierop te anticiperen als het om Bouwend Nederland gaat voor de werkgelegenheid.

 In 2009 werd ludiek het Indonesisch Economische Master Plan  als Internationaal aanbesteding gepresenteerd. Zie Indonesia Economic Masterplan 2011-2025
http://www.eurocham.or.id/index.php?option=com_content&view=article&id=210&Itemid=154

 

Deze publicatie is wereldwijd aan niemand ontgaan.  Dit behelst alle gebieden met betrekking tot: Infrastructuur, Bouw, Industrie, watermanagement en milieu. Onderdelen waar Nederland juist sterk in is.  Landen o.a. als Duitsland, China, Japan en VS anticiperen direct  hierop,  door met het indienen van plannen (oplossingen) met de bijhorende benodigde investeringen.  Duitsland in de persoon van Angela Merkel participeert (naast de Leopard Tanks) in het Integrale plan tot 2023.

Nergens is Politiek Den Haag in velden te bekennen, behoudens de handelsbetrekkingen tussen republiek Indonesië te slechten. Onlangs deed Telegraaf een bizarre  onthulling de boycot van de verzoen poging van voormalige koningen Beatrix met Indonesië (1995). Hierna de verschillende blokkades die uit de hoek van de PvdA afkomstig zijn en zich al 60 jaren als een virus in de Tweede Kamer verspreid. Tot grote over ramp wordt dit jaar weer door een “klerk “ Timmermans een verzoening gedaan dat Rep. Indonesië als een belediging heeft opgevat. Hier hoort een  andere protocol bij  zoals die van 1995 en alleen door hoogste van het land.

 

10897257286?profile=original

Onder tussen vindt Bouwend Nederland allemaal hinder van het gevoerd beleid uit Den Haag.

Een Groep Bedrijven plus investeerders zijn sinds  2009 bezig. Hebben het Jakarta Baru Masterplan ontwikkeld als sub-onderdeel uit het " Internationaal  Indonesië Economisch Master plan 2014-2023".  Zijn geselecteerd uit de vele aanbieders van plannen. 

Zie het ontwikkelde plan Jakarta Baru door Ingenieurs geroep & inversteerders van Nederland http://youtu.be/hGtol65OeUg

 

 Het traject loopt en alle benodigde handtekeningen liggen er inclusief alle grote -, kleine – en private investeerders dat nu al maanden wacht op het startschot. Uiteindelijk als met het Jakarta Baru Master plan wordt begonnen zal door de huidige president een persconferentie worden gegeven, en waar dan bekend wordt aan wie / welk land deze mega order is gegund, zal toch worden gewacht op een her- verzoening door Koning Willem Alexander en Maxima. Inmiddels staat dit Mega project met een waarde van 600 miljard in de “hold” – stand, die heel Bouwend Nederland uit het slop kan halen. Politiek Den Haag mag een voorbeeld nemen aan Angela Merkel, die er geen gras overheen liet groeien.

Kortom er is werk aan de winkel voor Maxim Verhagen!

 

 

 

 

Lees verder…

Eerste editie van Kumpulan giga succes

Eerste editie van Kumpulan giga succes

HARDERWIJKER COURANT   –   Woensdag 19 juni 2013

Door Lex Schuijl

http://www.deweekkrant.nl/files/pdfarchief/HWC/20130619/RMC_HWC-1-23_130619_1.pdf

10897259465?profile=original Afgelopen zaterdag is de eerste ‘Indische Kumpulan’ in het Sociaal Centrum ‘De Kiekmure’ metgroot succes gevierd. De vriendenclub ‘Bersama’ van de Stichting Indische Harderwijkers keek haar ogen uit tijdens de eerste 

10897260053?profile=original

 bijeenkomst van Indische Harderwijkers en overige belangstellenden. De officiële opening werd door wethouders de Kleine en Pieter den Besten verricht.  Zij feliciteerden het bestuur met het prachtige initiatief dat een positieve bijdrage levert aan de integratie van de verschillende Harderwijkse entiteiten. De beide wethouders onthulden vervolgens een prachtig getekend drieluik van kunstenaar Henk Bakker.

In dit drieluik werden Indonesië, voormalig troepentransportschip de Johan van Oldenbarnevelt en Harderwijk met elkaar verbonden. Later op de avond is deze geveild en bracht 175 euro op. De massaal toegestroomde gasten genoten van een gezellig (familie) samenzijn, een soort reünie, met vooral lekker eten en live gespeelde muziek van SoulSelexion, The Blue Tones, gitarist Alex Gurita en zanger Lion Lee uit Harderwijk. Tenslotte werden er fraaie prijzen gewonnen tijdens de middag- en avondloterij. Het bestuur en de vrijwilligers mogen terugkijken op dit zeer geslaagde evenement en kijken al uit naar de volgende Kumpulan op zaterdag 9 november. Nog even terugkijken? Zie www.indischeharderwijkers. nl of 

Lees verder…

10897249264?profile=originalOplage  NICC  Nieuwsbrief  nu  naar  6000       door: Hans Vogelsang

In een betrekkelijk korte tijd hebben zich een record aantal nieuwe abonnees aangemeld. In een maand tijd is het aantal met zo’n 200 toegenomen. Daarom hebben wij de oplage van de Nieuwsbrief verhoogd naar 6000. Sinds we in september 2009 de eerste Nieuwsbrief het daglicht lieten zien, heeft het enige gratis Indische magazine ter wereld dus een enorme vlucht genomen.    

 De initiatiefnemer, het Nederlands Indisch Cultureel Centrum is blij verrast met dit geweldige resultaat en ziet hierin het bewijs  dat het Indische gebeuren wel degelijk leeft en dit wordt gestaafd door het feit dat wij in nauwelijks vier jaar tijd een enorme achterban hebben verworven. Wij zijn iedereen erg dankbaar voor deze bevestiging en hopen dat zich in        de toekomst nog veel mensen zich bij ons zullen aansluiten. Alle nieuwe abonnees willen wij vanaf deze plaats een warm welkom heten en hopen dat zij de kwaliteit van ons magazine weten te waarderen en doorgeven  aan familie, vrienden en kennissen wereldwijd. Als iedereen een beetje meehelpt, zullen we hopelijk voor de jaarwisseling 2014-2015 het aantal van 10.000 abonnees bereikt hebben.

Ondersteunt u ons in dit streven en stuurt u onze Nieuwsbrief door aan mensen in uw eigen e-mailbestand met het verzoek om zich eveneens     te abonneren. Tegenwoordig noemen we zo’n initiatief CROWDSOURCINGMaar doordat wij continu onze Nieuwsbrief aan het verbeteren en uitbreiden zijn, is het belangrijk dat wij ook financieel een gezonde structuur krijgen. Bijna twee jaar geleden hebben wij hiertoe onze “Tientjes Actie” opgestart en regelmatig wordt hieraan gevolg gegeven. Echter, naast dat wij hiervoor natuurlijk enorm dankbaar zijn, is het voor ons belangrijk ook ruimere bronnen aan te boren, willen wij ons streven – een zelfstandig Indisch Centrum in Den Haag met eigen activiteiten, een mooie theaterzaal met een podium voor diverse grotere activiteiten, een aantal oefenstudio’s voor (Indo) bandjes, enz. – kunnen omzetten naar realiteit. Meer informatie over dit streven vindt u op onze website: www.indisch-centrum-denhaag.nl.

Dat voor het verkrijgen van een gebouw en het opstarten van een Indisch Centrum grote bedragen gemoeid gaan, moge duidelijk zijn en dat we daarmee niet uitkomen met een tientjes actie is ook zonneklaar. Wij willen dan oom graag rekenen op uw support in het vinden van financiers en sponsoren, die het ons mogelijk kunnen maken ons streven waarheid te laten worden. Wilt u na onze website gelezen te hebben nog meer informatie, dan willen wij daar graag aan voldoen. Misschien kent u mensen die over de middelen beschikken ons hierin te ondersteunen, of bedrijven die ons daarbij behulpzaam willen zijn. Kijkt u eens om u heen en legt u uw oor eens te luisteren. Misschien dat u ook iemand kent die zich wil inzetten om voor ons een effectieve financiële campagne op te zetten.

Wij zijn u hiervoor erg dankbaar. 


Lees verder…

wetens waardigheden

WETENSWAARDIGHEDEN

 

 

Vandaag ontving ik de Nieuwsbrief van Seniorweb. Een artikel verwijst met drang naar Windows XP III.  Microsoft Windows heeft besloten per 8 april 2014  het niet meer te ondersteunen. Uit de markt gehaald dus in mijn woorden. Daar staan we met ons allen met lede ogen. En oren te klepperen.

HP gaat er op inspelen waren de troostende woorden.

Dus ik ga aan de slag voor die tien maanden voorbij zijn. Want de tijd lijkt veel sneller te gaan de laatste tijd.

Ik check welk MS progje ik heb. Jawel hoor de MS Windows XP III.

Tegelijkertijd slaat verkeerd eten gewelddadig toe en moet ik even zwaar gedrogeerd onder de wol.

De oorlog in mijn lichaam wordt overstemd door de zoektocht naar oplossingen in mijn brein.

Wanneer ik minder lodderig uit de ogen kijk en alerter lijk ga ik voor de mini laptop aan de slag.

De site van Microsoft biedt de mogelijkheid na te gaan of je apparaatje upgrade waardig is naar Windows 8.

Ik was er niet twijfelachtig over.. ahum.. toch effe checken.

Een programmaatje  op de site van MS  gaat als een vlinder door je apparaatje en concludeert: na verwijderen:  upgrade mogelijk. Doch helaas alles weer opnieuw downloaden.

Niets nieuws onder de zon .. toch?

Dus ga ik eerst de lange weg van alles safen in een usb stick aangezien ik geen zin had naar de externe modem te gaan en er in het hoekje van de pc kast me in te sluiten.

Meteen de pc/ notebook geschoond. Zo meteen defragmenteren , even aandenken.

En dan waag ik de sprong. Het pijltje VOLGENDE.

Waarop de vraag wat bewaren en wat deleten. WOW dat is heavy .. alles bewaren uiteraard.

Dus weer pijltje volgende en Le voila…

Microsoft ten top.

Of je effe wilt neertellen en overmaken  118 euro.

Heeee… het was een proef en test programma  Er was geen sprake van betalen.

Ik weiger uiteraard en verneem: Betalen of nieuwe pc kopen met juiste Windows 8 instellingen .

En ik weet genoeg!!! Er moet weer verdiend worden.  Alles vernieuwen het oude de laan uit.. Money money money…It aint funny at all!

Maar we zullen allen eraan moeten geloven.. willens wetens.. verslaafd en gewoontemens dat we zijn.

Nou… ik wacht effe af wat HP in de aanbieding heeft. Wat jullie. Die tien maanden ben ik nog happy met wat ik heb. Al tig jaren zo.

Begonnen we niet met Windows 4 of was het 3, toen 7 en toen XP en dan I en II en toen III.

En braafjes de discs kopen.

Honderd gulden toen is honderd en meer euro geworden nu . Kassa!!

Ik wacht even HP af en wie weet komt Samsung met iets wonderbaarlijks verrassend als altijd.

Tien maanden tijd tot 8 april 2014. TSSSS!

Lees verder…

10897258685?profile=original10897259083?profile=originalBurgemeester Osaka:  “Troostmeisjes waren noodzaak….”

Wereldwijd is er grote ophef ontstaan over recente uitspraken van de Burgemeester van hwet Japanse Osaka. Hij noemde de gedwongen prostitutie door zogenoemde Troostmeisjes  tijdens de Tweede Wereldoorlog “een noodzakelijkheid”.

Tijdens de oorlog gebruikten Japanse militairen naar schatting 200.000 jonge vrouwen en meisjes uit de bezette landen als sexslavinnen. Ook Nederlandse vrouwen waren hiervan het slachtoffer. De Burgemeester van Osaka, de jonge en populaire nationalistische Hashimoto, bracht het als volgt onder woorden: “Voor militairen die hun leven waagden en onder een strakke discipline leefden, was een troostmeisjessysteem noodzakelijk om hen tot rust te laten komen. Dat zal voor iedereen duidelijk zijn”.  Verder zei hij dat er ook geen overtuigend bewijs zou zijn dat de Japanners de troostmeisjes dwongen tot prostitutie.

De regeringen van China en Zuid-Korea reageerden onmiddellijk en spraken hun diepe teleurstelling uit. Een regering-woordvoerder uit Zuid-Korea noemde de opmerkingen van de Japanse Burgemeester getuigen van een serieus gebrek aan historisch besef   en gebrek aan respect voor vrouwen. De Chinese woordvoerder zei: “De manier waarop Japan met het verleden omgaat, bepaalt de manier waarop Japan de toekiomst tegemoet treedt. Een woordvoerder van de Japanse oppositie zei, dat het medeleven van de regering uitgaat naar “de mensen die onbeschrijfelijke pijn hebben geleden en nu opnieuw getroffen worden”.

De Burgemeester van Osaka heeft inmiddels erkend dat hij de gevolgen 

van zijn opmerkingen heeft onderschat en constateert dat de internationale gevoeligheid op dit gebied nog steeds erg hoog is. Hij zegt begrip te hebben voor de verontwaardiging die na zijn persconferentie is losgebarsten. “Mijn woorden waren niet bedoeld om het gebruik van prostituees door het Japanse leger tijdens de Tweede Wereldoorlog te rechtvaardigen”, aldus Hashimoto. Toch wilde hij zijn opmerkingen niet intrekken en zegt dat zijn woorden niet geschikt waren voor oren buiten Japan.

Burgemeester Hashimoto van Osaka

Hashimoto is een harde lijn nationalist. Zijn partijgenoten staan achter de Burgemeester, maar vinden wel dat zijn woorden de partij niet bepaald goed hebben gedaan. Hashimoto is echter niet van plan om af te treden. “Dat is aan de kiezers”, zo zegt hij. De oppositie laat weinig van hem heel en vindt dat Hashimoto de rechten van de vrouwen ernstig heeft geschonden. “Het is betreurens-waardig”, aldus Kiyomi Tsujimoto. “Hij heeft zijn gebrek aan respect voor de rechten van de mens nu duidelijk aan de wereld getoond. Hij is een schande voor Osaka. De recente opmerkingen kunnen het aanzien van Japan in de wereld ernstig schaden”. Makiko Kikuta zei dat de opmerkingen een smet hebben geworpen op de goodwill die Japan de laatste decennia met veel moeite gekweekt heeft. “Het nationale en internationale imago van Japan is ernstig geschaad”.

Amerikaanse congresleden hebben Japan dringend verzocht zich te 

distantiëren van Hashimoto’s uitspraken en te erkennen dat de Troostmeisjes in de Tweede Wereldoorlog door het Japanse leger tot prostitutie gedwongen werden. Afgevaardigde Mike Honda, die zelf  als kind tijdens de oorlogsjaren            in Amerika gevangengezet werd vanwege zijn Japanse afkomst, noemde de houding van Hashimoto weerzinwekkend en zei dat de vrouwen en meisjes lichamelijk en geestelijk op gruwelijke wijze geleden hebben. Volgens Honda is excuses door de Japanse regering de enige mogelijkheid om een langdurige verslechtering van de politieke situatie tussen Japan en de rest van de wereld te voorkomen.

Inmiddels heeft een groep van elf vrouwelijke parlementariërs in Japan van Hashimoto geëist dat hij zijn woorden intrekt en excuses aanbiedt. Keiko Itokazu een onafhankelijk lid van het Japanse Hogerhuis namens Okinawa verklaarde dat “Hashimoto’s uitspraken de waardigheid van zowel vrouwen als mannen heeft geschaad en dat het tijd wordt dat Japan erkent dat het misbruik van vrouwen van bezette landen tijdens oorlogen gedurende zeker de laatste 140 jaar gedwongen is geweest”. Zij zegt dat Japan hiervoor nederige excuses moet aanbieden. Tevens vindt de groep vrouwen dat Hashimoto’s uitlatingen alleen hem aangeschreven dienen te worden en niet het standpunt van     de regering verwoorden en dat dientengevolge de regering zich ervan moet distantiëren. Parlementariër Yuko Mori zei, dat dit verstandig      zou zijn, omdat de internationale gemeenschap wel eens de indruk  zou kunnen krijgen dat Japan de mensenrechten in zijn geheel aan z’n laars lapt.

Ook op websites van Nederlandse kranten die de berichtgeving rond de gewraakte opmerkingen geplaatst 

hebben, ontbrandt een heftige discussie.                                                 En dan blijkt dat niet alleen in Japan het geschiedenisonderwijs dringend hervormd zou moeten worden. In dat land wordt namelijk met vrijwel geen woord gerept over de Japanse misdaden tijdens de Tweede Wereldoorlog. Het Japanse volk wordt dus in feite bewust onkundig gehouden van de gebeurtenissen in het recente verleden. Op Japanse scholen ligt het wat dit betreft aan de geschiedenisleraar of en in hoeverre de Tweede Wereldoorlog behandeld wordt tijdens de lessen.

Echter in Nederland schijnt het al    niet veel beter te zijn, want een opmerking van een lezer van een Nederlandse krant spande de kroon door op de website als reactie op     het artikel en de daarop volgende reacties van anderen te vragen: “Hoe in hemelsnaam de Japanners in          de Tweede Wereldoorlog aan Nederlandse vrouwen kwamen…..(!)

Tenslotte is op 17 mei 2013 bekend gemaakt dat Burgemeester Hashimoto zijn excuses heeft aangeboden:           “I will tell the comfort women that I’m sorry for Japan having had such   a system no matter whether it        was forcible or not,” verklaarde Hashimoto. “It was a disgraceful  act and should never be repeated.”   

Lees verder…

10897265501?profile=originalkomst      Reactie op het artikel in de editie van april 2013

Vanwege een aantal geruchten over de toekomst van Stichting Pelita, naar aanleiding waarvan er in de vorige editie van deze Nieuwsbrief een artikel  werd geplaatst,  hier een reactie  van Pelita zelf.

Allereerst: Stichting Pelita stopt er in geen geval mee! Sterker nog, directie en bestuur hebben het vaste voornemen om de hulpverlening en  de dienstverlening van Pelita van een nog steviger fundament te voorzien dan die we nu hebben. We gaan het wel heel anders doen. En dat is in deze tijden van krapte een enorme uitdaging, maar zeker niet onmogelijk. Wel staat vast dat een dergelijk voornemen alleen tot een goed einde kan worden gebracht met een vasthoudende vindingrijkheid. We zullen met verwante organisaties allerlei levensvatbare vormen van samenwerking moeten aangaan, immers: samen staan we sterker.

Inmiddels hebben we de partners gevonden waarmee wij onze voornemens kunnen realiseren. Die partners zijn: Stichting De Basis in Doorn en Stichting Arq in Diemen. De Basis verzorgt maatschappelijk werk voor mensen uit de wereld van brandweer, ambulance, defensie, openbaar vervoer en politie, die vaak zeer aangrijpende ervaringen moeten meemaken. Deze organisatie heeft dus veel ervaring met mensen die problemen ondervinden als gevolg van hun ingrijpende oorlogservaringen, geweldervaringen, alsmede  rampen- en ongevallenervaringen. Dit vertoont  

belangrijke raakvlakken met het maatschappelijk werk van Pelita. Het bestuur en de directie hebben daarom besloten voor hun werk aansluiting te zoeken bij De Basis.

Deze overheveling van tal van  werkzaamheden en medewerkers, want dat houdt het nu eenmaal in, kan alleen onder strikte voorwaarden plaats vinden. Om te beginnen behouden al onze maatschappelijk werkers hun eigen cliëntenkring, die op dezelfde wijze als altijd zullen worden behandeld. Voor de cliënten verandert  er dus niets. Tegelijkertijd zullen onze mensen hun kennis en ervaringen delen met de medewerkers van De Basis en vice versa. Een veel bredere groep zal zo uiteindelijk kunnen worden ingezet op de hulpvragen uit onze doelgroep, waarmee onze hulpverlening tot in lengte van jaren zal worden uitgevoerd.

Zo doen wij de politieke belofte gestand dat ook de hulpverlening aan de laatste nog in leven zijnde oorlogsgetroffenen uit Indië op een goede manier kan worden uitgevoerd. Tegelijkertijd zal het in omvang afgenomen maar nog altijd zelfstandige Pelita met zijn overige taken en werkzaamheden worden ondergebracht bij Stichting Arq in Diemen, waardoor de exploitatie door het delen van allerlei facilitaire diensten in evenwicht blijft. Van hieruit zal ook de kwaliteit van de dienstverlening door De Basis voor onze achterban worden bewaakt.

Natuurlijk kost deze nieuwe inrichting van ons werk de nodige financiële middelen. Hierin zal worden voorzien door het Ministerie van VWS, dat     zelf – met de steun van de politiek – altijd heeft benadrukt dat de twee principes waarop de wetten voor oorlogs-getroffenen zijn gebaseerd, ereschuld en bijzondere solidariteit, onverminderd op deze groep van toepassing zijn en zullen blijven.

Hoewel het Ministerie van VWS de door ons ingeslagen weg volledig ondersteunt, hebben we op dit moment nog geen overeenstemming bereikt over de benodigde financiële middelen. Deze onzekere factor zorgt ervoor dat wij deze mededeling nu nog onder voorbehoud moeten doen. We gaan er echter vanuit dat het uiteindelijk zal lukken. Mocht het onverhoopt anders uitpakken, dan zullen wij iedereen daarvan onverwijld berichten. Wij zullen in dat geval gezamenlijk bekijken of we over voldoende creativiteit beschikken om dan alsnog alternatieve oplossingen aan te dragen.

Het Bestuur van Stichting Pelita

Lees verder…

10897265656?profile=original

 

Deze journalist heeft stront en zure pruimen in zijn mond!

De Volkskrant is altijd al de meest negatieve krant van Nederland geweest. Net zoals de PvdA de meest negatieve partij van Nederland is als het om Indonesia gaat, vervult deze krant wederom de functie van spreekbuis van de Indonesia hater bij uitstek : de Partij van de Arbeid. Een grote krant die heel bekrompen is van inborst.

 

Indonesia heeft jaren lang te kampen met een tweespalt binnen haar voetbalbond met als gevolg twee nationale bonden en twee voetbal liga’s. Het was in wezen een politiek machtspel dat over de hoofden van de voetballers werd uitgevochten.

 

Nu eindelijk de eenheid weer is teruggebracht, wordt het Nederlands elftal uitgenodigd om dit samen zijn te vieren. Het moet het begin zijn van een hernieuwde verbroedering tussen de voetbalfronten. Maar het volk in Indonesia ziet meer de verbroedering tussen de twee volkeren als accent met hun Nederlands elftal als het middelpunt.

In Indonesia is het Nederlands elftal ontzettend populair niet in het minst vanwege de Indische-spelers  die daarin meespelen en een zeer voorname rol spelen. Voorbeeld was de voormalige aanvoerder Giovanni van Bronkhorst en zijn moeder die alleen maar Indonesisch spreekt.

 

Jakarta was helemaal in Oranje stemming, overal Oranje vlaggen en een hele menigte mensen stonden aan de kant van de weg waar Oranje voorbij kwam. Vanaf het Hotel tot aan het Stadion in het hart van de Metropole Jakarta en dat alles om de wedstrijd van de eeuw op te luisteren.

 10897265686?profile=original

 

Voorzitter van de KNVB Michael van Praag bracht een waar Indonesisch gedrag ten tonele, hij verontschuldigde zich dat doordat Oranje in de nationale kleur speelde het Indonesisch elftal niet in haar nationale kleuren uitkwam namelijk rood-wit. Michael toonde zich daarmee een ware gentleman of “ksatrya” in de ogen van de Indonesiers. Waarin een klein land toch groot kan zijn.

 

Michael van Praag verontschuldigde zich als een ware Indonesische ridder: de Ksatrya.

 

Artikel: Marshal Manengkei/correspondent voor ICM Online in Jakarta

 

  

Lees verder…

De Backpay kwestie, nogmaals uitgelegd

10897249072?profile=originalDe Backpay kwestie, nogmaals uitgelegd

De Japanse bezetting van Nederlands-Indië kwam op 15 augustus 1945 een einde. Indië was tijdens de Tweede Wereldoorlog zwaar getroffen. De materiële oorlogsschade was groot: plantages, fabrieken, kantoren, huizen en inboedels waren geplunderd en vernield. De oorlog had de samenleving ontwricht en de oude gezagsverhoudingen totaal verstoord. De nationalisten Sukarno en Mohammed Hatta hadden op 17 augustus 1945 de onafhankelijkheid van de Indonesische republiek uitgeroepen. Herstel van het koloniale gezag was op korte termijn niet mogelijk vanwege een groot tekort aan troepen en materieel. Nederland was aangewezen op de medewerking van geallieerde bondgenoten. Ondanks hun hulp ontstond in Nederlands-Indië een machtsvacuüm waarvan de Indonesische nationalisten gebruik maakten. De maanden die volgden op de capitulatie van Japan werden gekenmerkt door terreur en gewelddadigheden die velen, vooral Indo-Europeanen en Chinezen, het leven kostten. Deze tijd, oktober 1945-januari 1946, wordt ook wel de Bersiap-periode genoemd.

Een groot deel van de Europese bevolking had de bezettingstijd onder zeer zware omstandigheden doorgebracht in interneringskampen. Zij waren, overigens net als de Indo-Europeanen, aan het einde van hun krachten en hun financiële reserves. De meeste Europeanen hadden in 1945 geen bezittingen meer, als gevolg van een door Japan gevoerde politiek

om Europeanen hun hoge maatschappelijke positie te ontnemen. Veel Indo-Europeanen hadden tijdens de bezetting hun waardevolle bezittingen noodgedwongen te gelde moeten maken. Geallieerde hulpverleners boden noodhulp door het verstrekken van de eerste levensbehoeften. Europese oorlogs-getroffenen werden ten tijde van de Bersiap-periode ter bescherming ondergebracht in verzamel- en doorgangskampen.

Krapgeldpolitiek

Na de bevrijding bleek dat tegoeden bij banken door Japanners niet waren geroofd, in tegenstelling tot de strategie die de Duitse bezetters in Nederland hadden gevoerd. Het geld kon echter niet worden opgenomen. Banken bleven gesloten en de autoriteiten hadden op Java en Sumatra een ‘krapgeldpolitiek’ afgekondigd. Met deze maatregel werd geprobeerd de snel oplopende   
inflatie zoveel mogelijk te beperken. Overheidspersoneel hoefde op korte termijn niet te rekenen op uitbetaling van het salaris dat ten tijde van de bezetting niet was uitgekeerd. Het gouvernement zag zich gesteld voor meer urgente problemen, zowel op politiek niveau als op het gebied van de maatschappelijke hulpverlening. Bovendien ontbraken beschikbare financiën. Op bestuurlijk niveau werd gestreefd naar een betaalbare vorm van rehabilitatie. Uitbetaling van een aantal maanden vooroorlogs salaris zou oorlogsgetroffenen in staat stellen het leven weer enigszins op de rails te krijgen. Toezeggingen van een aantal commerciële bedrijven, zoals de Nederlandsche Handel-Maatschappij (NHM), de Koninklijke Paketvaart Maatschappij (KPM) en de Bataafse Petroleum Maatschappij (BPM), om het gehele bedrag aan achterstallig salaris aan hun werknemers uit te betalen doorkruisten deze strategie.

Niet alleen een deel van het bedrijfsleven had de toezegging tot deze zogeheten backpay gedaan, ook de Koninklijke Marine had haar personeel iets dergelijks beloofd.      De nadelige positie waarin militairen uit de Indische land- en zeemacht –   en landsdienaren in dienst van het Indische gouvernement – zich bevonden ten opzichte van overheidspersoneel uit Nederland werd hiermee extra benadrukt. Bovendien waren verwachtingen gewekt en namen oorlogsgetroffenen in Indië geen genoegen meer met een lage rehabilitatie-uitkering. Het recht  op backpay werd door het gouvernement echter bestreden. Als argumentatie werd aangevoerd dat Indië in staatsrechtelijk opzicht financieel autonoom was. Dit gegeven was feitelijk juist: Indië was sinds 1864 financieel onafhankelijk, maar wel voor zover het moederland haar goedkeuring aan het financiële beleid verleende. Om uit deze impasse te komen, werd in 1946 een ‘Backpay-commissie’ ingesteld die de kwestie diende te onderzoeken.

Rehabilitatie-uitkering

De commissie kon echter geen overeenstemming bereiken over de juridische vraag of er recht op backpay bestond en over de hoogte van een eventuele uitkering. Aangezien een groot deel van de bevolking in Nederlands-Indië steeds meer problemen kreeg om in de eerste levensbehoeften te kunnen voorzien, werd eind 1946 een pre-advies geformuleerd, dat na vele herzieningen in september 1947 als besluit werd vastgesteld.

Dit 'besluit inzake de initiële rehabilitatie-uitkering' voorzag in een uitkering van minimaal drie en maximaal vijf maanden achterstallig loon of pensioen. Het bedrijfsleven werd eveneens verplicht tot een uitbetaling van maximaal vijf maanden achterstallig loon. De hoogte van deze eenmalige uitkering was afhankelijk van de grootte van de gezins-samenstelling. De uitkering diende niet gezien te worden als een betaling van niet-uitgekeerd salaris, maar als een rehabilitatie-bedrag waarmee alle oorlogsgetroffenen, ongeacht de landsaard, in staat werden geacht een nieuw bestaan op te bouwen op een niveau van de toen passende omstandigheden. De term backpay werd angstvallig vermeden. Deze regeling leidde tot erg veel verontwaardiging en onrust bij betrokkenen en de organisaties die hun belangen behartigden, zoals de Nederlands-Indische Bond van Ex-Krijgsgevangenen en Geïnterneerden (NIBEG) en de Indische Pensioenbond 

In de jaren 1947-1949 vond een tripatiete-beraad plaats, dat moest leiden tot de definitieve afhandeling van het rehabilitatievraagstuk. Het beraad vond plaats tussen het Indische departement van Sociale Zaken, werkgevers en werknemers en belangenorganisaties. Een tussentijds akkoord in mei 1948 kreeg echter geen politieke goedkeuring. De uitgaven die voor de slotuitkering waren begroot, vormden een te grote last voor de Indische begroting en politiek Den Haag was niet bereid financieel tegemoet te komen. Het Indische ministerie van Financiën ging over tot verdere bezuinigingen op het voorstel.

In februari 1949 werd de opzet van de slotrehabilitatie gepresenteerd. Afhankelijk van de gezinssamenstelling kregen overheidsdienaren een uitkering van vier tot twaalf maanden salaris, met een maximum van duizend gulden per maand. Particuliere werknemers in dienst bij het bedrijfsleven kregen – ook afhankelijk van de gezinssituatie – twee tot zes maanden salaris van hun werkgever. 

Pensioenvoorzieningen van tal van werknemers uit het bedrijfsleven en zelfstandigen werden veiliggesteld. De regeling die werd gepresenteerd was al in de loop van de onderhandelingen uitgekleed. Echter, het feit dat gemaakte delegatieschulden ten tijde van de Japanse bezetting met de uitkering werden verrekend leidde er toe dat er netto alsnog weinig te besteden viel. De plannen brachten veel morele verontwaardiging en commotie teweeg.

Na de soevereiniteit

De totstandkoming van de definitieve rehabilitatie-uitkering viel samen met de eindfase van het Nederlandse bewind in de Oost. Tijdens de Ronde Tafel Conferentie (RTC) werd tussen Nederlandse en Indonesische onderhandelaars de voorwaarden van de soevereiniteitsoverdracht aan Indonesië vastgesteld. Een belangrijk agendapunt vormde de schuldenproblematiek. Na intensieve onderhandelingen was Nederland bereid een deel van de Indische schuld over te nemen. Om de onderhandelingen op dit punt niet verder te bemoeilijken werden de resterende financiële verplichtingen die de Republiek der Verenigde Staten van Indonesië op zich zou nemen niet nader gespecificeerd. Tot deze ‘overige schulden’ behoorden echter ook de rechten en plichten die Nederlands-Indië had ten aanzien    van het rehabilitatievraagstuk. De uitbetaling van de financiële verplichtingen werd door de Nederlandse onderhandelaars toen overgedragen aan Indonesië.
Dit besluit kwam de Indische oorlogsgetroffenen duur te staan. Al spoedig na de soevereiniteits-overdracht in december 1949 voerde de Indonesische overheid in maart 1950 een monetaire sanering door   die een forse geldontwaarding van 66% tot gevolg had. Was de waardevermindering van de rehabilitatie-uitkeringen en van de pensioenen voor betrokkenen al een tegenslag, de situatie werd nog ernstiger toen de Indonesische regering een maand later                     de rehabilitatie-uitkeringen aan Nederlanders ‘voorlopig’ opschortte. De grootste tegenslag volgde echter toen de Indonesische regering het welstandscriterium dat nog door        de Nederlandse secretaris van Staat   A. Oudt einde 1949 in de    uiteindelijke slotrehabilitatieregeling was ingebouwd actief ging toepassen. Om te kunnen besparen op de Nederlandse uitgaven had Oudt indertijd dit amendement opgenomen in de slotrehabilitatieregeling. En hiermee was de overheid bevoegd alle  

nooduitgaven die als voorschot in en buiten Indië waren gedaan aan of ten behoeve van in Indië verblijvende Nederlandse oorlogsgetroffenen terug te vorderen van hen die een bepaald welstandsniveau hadden bereikt. Het niveau van de welstand werd door de Indonesische autoriteiten bepaald. Zonder overleg werd gekort op uitbetalingen.

Commissie Achterstallige Betalingen

De protesten lieten niet lang op       zich wachten. Zij kwamen van belangenorganisaties en verschenen in de pers. Ook op politiek niveau kregen de genomen maatregelen aandacht, maar mede vanwege de sterk verslechterende verhoudingen tussen Nederland en Indonesië moest de Nederlandse regering met veel tact haar bezwaren formuleren. Het geschil werd voorgelegd aan het Uniehof    van Arbitrage, dat tot taak had rechtsgeschillen tussen Nederland en Indonesië te behandelen, maar een juridische oplossing werd niet gevonden. Uiteindelijk koos de Nederlandse regering voor een pragmatische oplossing door de Indonesische betalingsverplichtingen aan Nederlanders over te nemen. Daarnaast dwong het parlement de regering de Commissie Achterstallige Betalingen (CAB) in te stellen. De CAB kreeg tot taak de rehabilitatieregeling, inclusief het vraagstuk van de materiële schadevergoeding, te onderzoeken voor de Nederlanders  die tijdens de oorlog in Indië en nu     in Nederland woonachtig waren.       De meerderheid van de CAB was      van mening dat het opperbestuur       in Nederland moreel en formeel verantwoordelijk was voor hetgeen gebeurd was in Indië vóór, tijdens en na de Japanse bezetting tot aan het moment dat de soevereiniteit werd overgedragen.

De Nederlandse regering werd medeverantwoordelijk geacht voor het niet uitbetalen van de achterstallige betalingen aan Indische landsdienaren en het niet-nakomen van een schadevergoedingsregeling. Het recht op achterstallige backpay-pensioenen werd erkend. Het CAB oordeelde niet over de vraag of Nederland formeel aansprakelijk kon worden gesteld voor het niet-uitbetalen van de backpay. Hierover diende òf de politiek, òf de rechterlijke macht een uitspraak te doen.

Geen genoegdoening

De aanbevelingen die de CAB in haar eindrapportage verwoordde, zijn uiteindelijk – na ruim negen maanden – door de regering in hoofdlijnen in haar regeringsnota overgenomen. De regering erkende haar morele verantwoordelijkheid met betrekking tot de afronding van de rehabilitatieregeling en zou ook vanaf 1954 overgaan tot uitbetaling. Met betrekking tot de betaling van de backpay wist de regering zich gesteund door een rechterlijke uitspraak. In een poging de regering via de juridische weg te dwingen tot uitbetaling van de backpay had de Stichting Opeising Militaire Inkomsten (OMINK) een proces aangespannen tegen de Nederlandse Staat. De rechter achtte de Staat echter niet verplicht tot betaling van de backpay. Deze schulden waren met de soevereiniteitsoverdracht overgegaan op Indonesië. Tegen deze uitspraak gingen de eisers in hoger beroep. Maar ook toen oordeelde de rechter dat Nederland niet aansprakelijk kon worden gesteld. De rechterlijke uitspraken waren een flinke tegenslag voor betrokkenen, maar zij bleven strijdbaar en gingen in cassatie. In 

deze periode wisten zij zich in toenemende mate gesteund door het parlement. Het parlement kon echter de juridische verantwoordelijkheid voor de Backpay-kwestie niet op de politieke agenda zetten zolang geen uitspraak was gedaan over de wettelijke aansprakelijkheid.

In de tweede helft van de jaren vijftig van de vorige eeuw spanden meerdere Indische oorlogsgetroffenen een rechtszaak aan, omdat zij meer geloofden in een juridische dan in een politieke oplossing. Het pakte voor de oorlogsgetroffenen anders uit dan waarop zij hadden gehoopt. In een aantal rechtszaken werd in het vonnis gesteld dat eisers – in dit geval oud-gouvernements-dienaren – recht hadden op uitbetaling van achterstallig loon, maar dat Nederland hiervoor niet financieel verantwoordelijk was. Betaling was een zaak van de Indonesische autoriteiten.

De teleurstelling bij de oorlogs-getroffenen en hun belangen-organisaties was groot. De Nederlandse regering voelde zich door de uitspraken echter gesterkt en kon zich in het parlementaire debat over de Backpay-kwestie goed verweren. In 1959 zette Den Haag min of meer een punt achter de zaak. Heropening van het debat was voor de regering pas weer een optie als een nieuw juridische inzicht ten aanzien van de Backpay-kwestie werd ingediend. Onmachtig op dat moment de strijd een nieuwe impuls te geven, legden de Indische belanghebbenden en het parlement zich voorlopig bij deze situatie neer.

De openbare hoorzitting Tweede Kamer over niet genoten inkomsten van oud KNIL militairen

Toen de betrekkingen tussen Nederland en Indonesië zich in de tweede helft van de jaren zestig weer langzaam herstelden, nam de hoop op genoegdoening bij de Indische oorlogsgetroffenen weer toe. Tussen 

Nederland en Indonesië werden schuldsaneringsonderhandelingen gestart met betrekking tot nog openstaande rekeningen. De Indische oorlogsgetroffenen hoopten dat de achterstallige salarissen zouden worden verdisconteerd, maar om de verhouding met Indonesië niet te belasten werd de Backpay-kwestie buiten de overeenkomst gehouden. Indische belangenorganisaties zoals Indische Pensioenbond, de Stichting Nederlandse Ereschulden (SNE) en de Stichting Rechtsherstel KNIL (SRK) bleven echter pleiten voor hun zaak, maar zij legden niet meer zozeer de nadruk op backpay als wel op erkenning en genoegdoening van het onrecht wat was aangedaan.

Wet uitkering Indische geïnterneerden

In de samenleving ontstond in de jaren zestig steeds meer aandacht voor de psychische gevolgen van Tweede Wereldoorlog bij oorlogsgetroffenen. Ook in het parlement kreeg de problematiek van de Indische oorlogsgetroffenen veel aandacht. Aangezien een zuiver juridische onderbouwing van de backpay-problematiek vanuit politiek oogpunt niet haalbaar was, legde een Commissie van Drie, bestaande uit de parlementariërs K.G. de Vries, S.C. Weijers en G.W. Keja, op persoonlijke titel een voorstel in waarin werd gepleit voor een symbolische genoegdoening voor het lijden in de

Japanse interneringskampen. Het voorstel werd door de Kamer gesteund en leidde in 1981 tot de totstandkoming van de wet Uitkering Indische Geïnterneerden (UIG). De UIG voorzag in een eenmalige uitkering van 7500 gulden voor alle door de Japanners geïnterneerde kostwinners (of in geval van overlijden hun partners) die zich nadien in Nederland hadden gevestigd.

Oproep van Het Gebaar

Politiek Den Haag, zowel de regering als het parlement, waren tevreden met deze financiële regeling, maar    de Indische oorlogsgetroffenen waren er minder over te spreken. De UIG leidde tot ongelijkheid. Ambtenaren die recht hadden op backpay, maar niet geïnterneerd waren geweest (zoals vele Indo-Europese civiele ambtenaren) kwamen niet voor de uitkering in aanmerking. Daarentegen konden personen die wel geïnterneerd waren geweest maar geen  

gouvernementsaanstelling hadden – en dus geen recht hadden op backpay – wel aanspraak maken op de uitkering. Ondanks de goede wil van de Commissie van Drie leidde de UIG tot nieuwe frustraties bij gedupeerde betrokkenen. Pogingen de UIG te herzien, hadden geen resultaat. Belangenorganisaties als de SRK en de SNE slaagden er niet meer in hun achterban enthousiast te krijgen voor nieuwe acties. De betrokken oorlogsgetroffenen legden zich na vele decennia strijd neer bij de situatie. In 2000 stelde de overheid via Het Gebaar een schadeloosstelling ter beschikking. Deze uitkering was echter een vorm van smartengeld voor de ‘kille’ ontvangst van de naoorlogse repatrianten in Nederland en stond  los van de achterstallige betalingen. Voor velen kent de geschiedenis van de backpay een open einde en als gevolg daarvan blijft deze kwestie onverwerkt.

Marielle Scherer

Bronnen:
Meijer, H., Indische rekening. Indië, Nederland en de Backpay-kwestie 1945-2005 (Amsterdam 2005).

www.oorlogsgetroffenen.nl

Onderzoeksgids Oorlogsgetroffenen WO2 -

Lees verder…

Nih Kombel en de Draak door: Hugo Driessen

10897266084?profile=originalRubriek “Just4Kids” - Nih Kombel en de Draak  door:  Hugo Driessen

 

 

 

 

Vroeger, toen er nog niet zoveel mensen op de aarde woonden zoals nu, en er nog geen auto’s of TV’s waren, zag alles er nog heel anders uit. Er woonden ook allerlei dieren op de wereld die er nu niet meer zijn. Zo was er eens in een ver en warm land, op het eiland dat wij nu Lombok noemen, een echtpaar dat net een klein kindje had gekregen. De vader en moeder waren heel erg trots op hun dochtertje, en noemden haar Sri Poetri Ketjiel. Dat betekent kleine prinses. Vader heette Wajang en moeder Nih Kombel. Vader Wajang was een visser, en moest elke dag de zee op van vroeg tot laat om genoeg vis te vangen om te verkopen. Wat hij niet verkocht, aten ze zelf op. Samen met witte rijst, dat ook alleen in dat warme gebied groeide. Als vader Wajang op zee was moest hij altijd op zijn hoede zijn voor gevaar. Er waren soms stormen, haaien en draken. In die tijd leefden er nog draken namelijk, en die kon je zowel op land als op zee tegenkomen. Draken hadden vleugels en konden dus makkelijk over zee vliegen. Hoewel draken gevaarlijk waren, aten ze meestal zwijnen en herten op land en vis uit de zee. Dus mensen hoefden niet zo snel bang voor ze te zijn.

 

Op zekere dag, toen vader Wajang weer uit vissen was, maakte Nih Kombel zich gereed om samen met Sri naar de markt te gaan. Dat was ver lopen, en in die hitte moest ze zich daarom goed voorbereiden, en Sri beschermen tegen de zon. Het liefst ging ze daarom heel vroeg in de ochtend, als de zon nog niet zo heet was. Jammer genoeg waren ook de draken het meest actief in de ochtend, en was de kans dus groot dat je er één tegen kwam. Op de markt deed Nih Kombel al haar inkopen. Rijst, groenten, vers vlees en heel veel kruiden, onder andere hete pepers. Die worden tegenwoordig in dat gebied nog steeds gebruikt om het

eten heel erg pittig te maken.  Toen Nih Kombel met Sri die lekker in haar draagdoek lag te slapen ongeveer halverwege op de terugreis was en wat water uit een riviertje wilde halen zag ze er opeens één zitten. Een grote lelijke draak! Een hele zware, met vuurrode ogen, groene schubben over zijn hele lichaam en vanaf zijn nek tot zijn staart groeiden allemaal enge punten op zijn rug. Zijn vleugels waren pikzwart en hadden scherpe klauwen. Nih Kombel schrok heel erg want de draak had haar al gezien. Wegrennen kon niet meer dus ging ze langzaam zitten en hoopte dat de draak geen honger had.

‘ Srrrrr….wat verberg je daar in die draagdoek moedertje?’ zei de draak (want draken konden praten omdat ze niet alleen gevaarlijke maar ook hele slimme dieren waren).

‘Srrrrr..heb je daar toevallig een jong en mals mensenkind? Srrrr…ik heb vandaag namelijk nog niets gegeten…srrrrrrr… en er zijn geen zwijnen in de buurt…srrrr’ zei de lelijke draak.

Nih Kombel trok wit weg en wist dat ze nu slimmer dan de draak moest zijn. Anders zou hij zeker haar kindje willen stelen.

‘Ach lieve draak, dat kindje welke ik hier draag is toch niets voor jou? Zo’n smakeloos en mager schepseltje, daar heb je helemaal niets aan, ‘ zei Nih Kombel.

Srrrrr…honger maakt rauwe bonen zoet moedertje…srrrr…’ zei de draak dreigend en zijn vuurrode ogen lichtten nog feller op.

‘ Wacht even lieve draak. Zal ik eerst eens een lekker hapje voor je maken, zodat je ergste honger gestild is?’ zei Nih Kombel. In mijn doek heb ik ook al mijn inkopen van de markt zitten. ‘

‘ Srrrr…nou, schiet op dan, ik lust alvast wel een voorgerechtje…Srrrrr, ‘ zei de draak.

Nih Kombel pakte haar spullen uit, en zorgde er nog steeds voor dat Sri bedekt bleef door de doek, voor het geval de lelijke draak opeens van gedachten zou veranderen. Ze draaide wat takjes tegen elkaar om vuur te maken, sprokkelde wat extra hout en reeg het verse vlees aan een tak. Toen deed ze heel stiekem de hele voorraad hete pepers tussen het vlees. Dat was normaal genoeg voor de hele maand! Dat roosterde ze daarna op het  vuurtje  tot het vlees heerlijk kruidig begon te ruiken. De draak rook het gebraden vlees en werd onrustig.

‘Srrrrr….het water loopt me door de mond moedertje..srrrr…kom maar op met dat vlees…’ zei de draak. Nih Kombel haalde het spit met het enorme hete en pittige vlees van het vuur en zei poeslief:

‘Alsjeblieft lieve draak. Hier kun je alvast smullen van je voorgerechtje.’

De gulzige draak stoof erop af, nam het hele gebraad in één keer in zijn bek en slikte alles door. Heel even was het stil. Toen werden zijn vuurrode ogen langzaam paars, en begon er stoom uit zijn oren te komen. De hete pepers hadden hem van binnen helemaal verbrand!

‘SRRRRAAAAAHHHGGGGG…VUUR….BRAND…RRAASSSSSSSS’ brulde de draak.

Nu begon er niet alleen rook en stoom uit zijn oren te komen, maar uit de bek van de draak kwamen grote vlammen tevoorschijn. Hij spuwde hete vlammen! Nih Kombel had gehoopt dat dit zou gebeuren en maakte zich samen met kleine Sri snel uit de voeten. Zij verborg zich achter een dik struikgewas een heel eind van de draak vandaan. De draak had daar niets meer van in de gaten, zo erg stond hij in brand. Ten einde raad vloog de draak in de rivier en bluste daar de vlammen in zijn bek, en maakte zich daarna zo snel als hij kon uit de voeten. Hij verdween als een klein stipje aan de hemel, een spoor van rook achter zich latend. Nih Kombel en kleine Sri kwamen weer veilig thuis, en zij vertelde aan iedereen in het dorp hoe men zich voortaan tegen draken kon verweren. En dat is de reden waarom draken de geschiedenis zijn ingegaan als vuurspuwende monsters. Door een slimme moeder met behulp van zeer hete pepers.  

 

Met dank aan NICC

 

 

Lees verder…

Vriendschappelijk wedstrijd Oranje tegen Garuda om  15.00 SBS-6.

met nabeschouwing om 17: 20

Deze wedstrijd gaat nu al de geschiedenis in gezien de banden met oud-kolonie, zal nu de welgemeende excusjes komen ? Van Willem Alexander en Maxima wat zijn moeder toen niet lukte in 1995. Deze werd immers gedwarsboomd door Pvda door KoK e Pronk. Oranje heeft in keer een grote aanhang erbij; ruim 180 miljoen  televisie kijker volgen vandaag deze wedstrijd. 

De KNVB is poliltiek Den Haag voor geweest als het om de betrekkingen gaat tussen Nederland - Indonesie.

Volksoploop voor Oranje

Bron Telegraaf 7 juni  2013

10897266469?profile=original

Na alle plichtplegingen speelt het Nederlands elftal vanmiddag om half vier voor het eerst in de historie tegen het nationale team van Indonesië, de voormalige Nederlandse kolonie. Overal waar spelers of trainers van Oranje opduiken in Jakarta is sprake van een volksoploop, zoals voor Louis van Gaal na het geven van een clinic. Op het eilandenrijk met 240 miljoen inwoners is Oranje ongekend populair. Een beoogd bezoek van Oranje aan Batavia werd afgelast bij aankomst omdat het door de enorme toeloop van Indonesiërs onverantwoord was om de internationals de bus uit te sturen. Na het ’gekkenhuis’ in Jakarta wacht Oranje morgen in Peking eenzelfde onthaal. Jong Oranje kende gisteravond in Israël een goede start van het EK onder 21. Leroy Fer kopte in de slotminuut de winnende goal (3-2) binnen tegen Jong Duitsland.

Lees verder…

10897265457?profile=originalOp sport gebied zijn er goede betrekkingen tussen Nederland - Indonesië 

 

 

Hier mogen de Nederlandse politieke partijen en Nederlandse regering wel een voorbeeld nemen. Met afserveren van coryfee Pronk kwam veel PvdA - modder naar boven o.a. niet alleen Pronk maar juist coryfee Kok die blokkeerde dat voormalige Koning Beatrix namens Nederland en Koninklijk Huis Indonesië excuusjes wilde aanbieden in 1995, hierna bleven de betrekkingen bekoeld tot het heden. Desondanks de vele handreikingen van de republiek Indonesia.

 

In de sport heeft men kennelijk niet die intenties, verre van dat zelf. Het Oranje Nederlands elftal gaat 3 juni naar Azië voor twee interlands in Jakarta en Beijing tegen respectievelijk Indonesië en China.

 

Lees verder…

10897263693?profile=original10897260893?profile=original1995 had Koningin Beatrix de intentie namens Nederland Rep. Indonesië excuusjes aan te bieden.

 

Nu Pronk na vijftig jaren zijn lidmaatschap opzegt komt er heel wat modder naar boven binnen PvdA. Destijds Pronk ook niet kon laten met zijn bezoek aan Indonesië om oud president Soeharto het geweld van de Indonesische militairen op Oost -Timor onder zijn neus te wrijven. Tegelijkertijd met veel zweet de herstelde ontwikkelingsrelatie tussen Nederland en Indonesië direct werd verbroken. Jarenlang bleef de relatie tussen Nederland en de oud-kolonie bekoeld, en eigenlijk is het tot anno 2013 nooit goedgekomen, desondanks Indonesie keer op keer handreikingen doet, die steeds werden genegeerd. 

 

Zelfs het staatsboek in 1995 van toenmalige Koningin Beatrix liep stroef en daardoor gespannen.  Als klap op de vuurpijl klapte diezelfde Ponk uit de schoolbanken. De Koningin had graag bij die gelegenheid dat namens Nederland haar excuusjes wilde aanbieden aan de republiek Indonesië. In adem zei Pronk jaren later:" Kok had dit geblokkeerd".

 

Nu Pronk opstapt, komt eindelijk de ontknoping wie of nog concreter;  welke partij de veroorzaker is die ruim 60 jaren de betrekkingen tussen Nederland - Indonesië hebben geblokkeerd; namelijk de PvdA. Ook anno 2013 wordt er in Tweede Kamer constant amok gemaakt als maar het woord "Indonesië" valt. Of presidenten worden geboycot als die naar Nederland willen gaan. Dit in tegenstelling tot onze buur Duitsland waar de presidenten van Indonesië in - en uit vliegen zonder dat daar amok wordt gemaakt in het parlement.

 

Nog vrij recent liepen de betrekkingen weer een deuk op.

In plaats van toenmalige Koningin Beatrix te sturen voor een staatsbezoek om namens Nederland haar excuusjes te sturen werd een klerk Timmermans gestuurd. Bij terugkomst werd dit vol wantrouwen door de Tweede Kamer ontvangen. Dit naast de president van Indonesië weer werd beledigd. Voor excuusjes stuur je de Koningin, in dit geval Willem Alexander en Maxima.

 

Nu is ook duidelijk dat deze blokkering via Pronk, Kok ....... ofwel de hele PvdA komen.

De PvdA moet beseffen dat Nederland economisch aan de grond zit. Daar in Indonesië liggen de economische mogelijkheden om onze export te laten expanderen. Vele landen, projectontwikkelaars, en investeerders hebben zich ingeschreven voor het Indonesisch Economisch Master plan dat in 2009 werd gepubliceerd. Allen al het Jakarta baru master plan omvat ruim 630 miljard. Dit houdt in werk voor de bouwsector, industrie, watermanagement en ingenieursbureaus kunnen daar werken tot 2023. Duitsland , onze buur, die na de Leopard tanks, participeert in bepaalde zaken van de masterplannen tot 2023. Nederland is nergens te bekennen.

 

Vele Nederlandse ondernemingen hebben zich ingeschreven hiervoor en dingen mee vanaf 2009, en ondervinden zeer veel last van Pronk en PvdA  handelswijze die constant er doorheen fietsen.

 

Wanneer wordt de Tweede Kamer wakker, en stuur mogen nog Willem Alexander en Maxima;

Indonesië doet alleen handreikingen!

Lees verder…

Blog Topics by Tags

Monthly Archives