Alle berichten (3006)

Sorteer op

Herdenken - WAAROM HERDENKEN OP 15 AUGUSTUS?

Herdenken 

10897273093?profile=original

Nederland wordt bevrijd op 5 mei 1945. Op die datum is er in voormalig Nederlands-Indië echter nog geen bevrijding. De Japanse overheersing van het voormalig Nederlands-Indië drukt in de hierop volgende maanden nog zwaar op alle inwoners van dat land en ver daarbuiten.

De aandacht van de (Nationale) Herdenking op 4 mei gaat vooral uit naar de gevolgen van de oorlog tegen nazi-Duitsland. De dag erna is gereserveerd voor de feestelijke viering van de bevrijding van de Nazi bezetter.
De geschiedenis van de mensen met een Indische oorlogsachtergrond is echter zó anders verlopen dat de activiteiten op 4 en 5 mei niet genoeg bij de behoeften van deze groep blijken aan te sluiten.

Capitulatie
Pas op 15 augustus 1945 kwam er een einde aan de oorlog in dit gebied door de capitulatie van Japan. Dit betekende echter nog niet dat er sprake kon zijn van een echte bevrijding. Toen Japan zich overgaf, waren er nog geen geallieerde troepen Indië binnengetrokken. De Japanse militairen kregen de opdracht de orde en rust te bewaren totdat de geallieerde troepen de macht konden overnemen.

Maar twee dagen na de capitulatie van Japan op 17 augustus 1945 besloot een invloedrijke groep Indonesiërs onder druk van hun jonge achterban Indonesië onafhankelijk te verklaren zowel van Nederland als van Japan. Als gevolg daarvan begonnen Indonesische strijdgroepen alles in het werk te stellen om wapens van het Japanse leger te bemachtigen om te voorkomen dat de Nederlanders hun voormalige machtspositie zouden terugkrijgen. Het begin van de onafhankelijkheidsoorlog was een feit en ging met veel geweld gepaard.
Velen, ex-kampers en buitenkampers, waaronder Indo-Europeanen en Chinezen, belandden in een concentratiekamp nu onder het regime van Indonesische “vrijheidsstrijders”.



Onafhankelijkheid
Deze oorlog leidt uiteindelijk tot de onafhankelijkheid van Indonesië op 27 december 1949. Als gevolg daarvan worden velen gedwongen te kiezen tussen Nederland en Indonesië. Keuze tussen blijven en vertrekken. Honderdduizenden worden daarom in de jaren na 1945 (nood)gedwongen naar Nederland verscheept. Dit betekent dat tot in de jaren zestig zo’n 300.000 personen vanuit Indonesië naar Nederland komen. Velen zijn nog nooit in Nederland geweest en hebben op de een of andere manier hun wortels in Indië. Hollanders, Indo-europeanen (“Indo’s”) en de groep Ambonezen / Molukkers en Chinezen.
Ondanks hun eigen (vaak dramatische) oorlogsgeschiedenis, wordt hen duidelijk gemaakt dat in Nederland een “eigen” oorlog is geweest waardoor er geen ruimte blijkt te zijn voor de verhalen over die “verre Aziatische” oorlog.

Dit heeft onder andere tot gevolg dat het einde van de Tweede Wereldoorlog voor veel Indische mensen niet een periode van herstel inluidt, maar eerder een markering blijkt te zijn van voortschrijdend verlies: van have en goed, status en geboorteland. Soms zelfs van identiteit. Kortom, compleet verlies van een manier van leven.
Er rest de betrokkenen niets anders dan het zich zo geruisloos mogelijk aanpassen aan de in het nieuwe vaderland heersende cultuur. Onder andere door het hanteren van een eigen “Indische” arbeidsethos: extra hard werken.

10897275083?profile=originalHerdenken en ontmoeten
De 15e augustus is elk jaar de dag waarop al die ingrijpende gebeurtenissen kunnen worden herdacht in gezelschap van personen met een gedeelde “Indische” achtergrond.
De eerste herdenking op 15 augustus komt op initiatief van ir. G.S. Vrijburg in 1970 in Den Haag tot stand. Hierbij zijn koningin Juliana, Prinses Beatrix en Prins Claus aanwezig zijn.

Na deze, oorspronkelijk als eenmalig bedoelde gebeurtenis, blijkt dat velen behoefte hebben aan een herhaling van deze gelegenheid tot herdenken en ontmoeten. In 1980 wordt de Stichting Herdenking 15 augustus 1945 opgericht met ZKH Prins Bernhard als beschermheer om een jaarlijkse herdenking en ontmoeting te organiseren. In dat jaar vindt een grootse herdenking plaats in aanwezigheid van Koningin Beatrix en ZKH Prins Claus. Sedertdien wordt ieder jaar de herdenking op 15 augustus op wisselende plaatsen in het land georganiseerd.
Totdat in 1988 het Indisch Monument aan de Prof. Teldersweg in Den Haag wordt onthuld door H.M. koningin Beatrix en de Indische gemeenschap eindelijk een eigen monument heeft waar men jaarlijks de overleden dierbaren kan herdenken.
Dit monument symboliseert het lijden van alle landgenoten in Azië tijdens de Tweede Wereldoorlog.

Eer bewijzen
In 1999 heeft het kabinet Kok 15 augustus 1945 erkend als het officiële einde van de Tweede Wereldoorlog voor het Koninkrijk der Nederlanden. Vanaf dat moment wordt op deze dag op alle overheidsgebouwen gevlagd. Ook de media besteden zendtijd aan deze gebeurtenis.

Velen van de generatie die de Tweede wereldoorlog in Azië daadwerkelijk hebben meegemaakt zijn inmiddels overleden. Desondanks wordt de jaarlijkse Herdenking op 15 Augustus druk bezocht.
Voor vele deelnemers is het de gelegenheid om stil te staan bij de eigen herinneringen aan die periode. Om eer te bewijzen aan dierbaren die deze periode niet hebben overleefd.

Ook jongeren komen in toenemende getale naar de Herdenking. Veelal op uitnodiging van hun ouders of grootouders. Vaak ook uit eigen gezonde nieuwsgierigheid naar hun “wortels”. Uit respect voor hun (voor)ouders. Er is bij hen sprake van behoefte om verhalen te horen die eigen ouders en grootouders (nog) niet hebben kunnen of durven vertellen.
Bij de jongere generatie blijkt nu een groeiende behoefte aan persoonlijke verhalen over toen. Om te kunnen weten. Om de geschiedenis van zichzelf en die van de (groot)ouders beter te kunnen begrijpen.

De Herdenking wordt jaarlijks bijgewoond door vertegenwoordigers van de Nederlandse regering en van die van de toenmalige geallieerden. Hiermee toont men betrokkenheid bij en erkent men het belang van de Herdenking van 15 augustus 1945.

http://www.indieherdenking.nl/cms/publish/content/showpage.asp?pageid=27

10897275677?profile=original

ii

Lees verder…

10897266653?profile=originalKousbroeks ‘’Kampsyndroom’’ 

Besproken door: Pjotr.X. Siccama – deel 4

Was het maar anders geweest..(!)” schrijft Kousbroek.

Ja, anders. Had de Nederlandse Staat en in haar verlengde het algehele principe van een oud koloniaal concept (die andere koloniale mogendheden toen eveneens strikt hanteerden) direct of geleidelijk in een nieuw beleid geleidelijk (of direct) geconverteerd, had zij als eerste de wereld laten zien dat het ook “anders” niet alleen mogelijk was, maar tevens het oude kolonialisme in die tijd vaarwel kunnen zeggen en andere koloniale mogendheden naar de kroon gestoken.

Een verdomd gemiste historische kans van jewelste. Het had alles te maken met geborneerdheid van politici, kortzichtigheid en afwezige visie en durf. Van de democratische bestanddelen waar wij zo rijkelijk van zijn voorzien en bevochten en gekoesterd hebben, werden merkwaardig genoeg niets aangesproken.

De Nederlandse Staat als koloniale mogendheid die in het midden van de 20e eeuw tot een einde is gekomen, keek allereerst en niet zonder zorgen, angstvallig naar de naaste Europese buren, hoe zij met het systeem omgingen in hun koloniën, uit vrees voor economische mishits en valse concurrentie. Een dwangmatige competitie schuilt blijkbaar in hun handelen. Het is het  patroon dat zich voortdurend herhaalt.

Het werd immers altijd gezien door een handelskijker om de status quo van het evenwicht in de wereldhandel te handhaven. Maatstaf voor een korte termijn denkwijze, maar niet wanneer een natie, een Staat op een wereldpodium te kijk staat en doet alsof zij het best goed doet in de Colonia. Eigenlijk zou de Nederlandse Staat best een hoofdrol willen spelen in het politieke

 10897273470?profile=original

Foto- trafkamp Boven Digoel op Nieuw Guinea waar de Indonesische intellectuelen werden gevangen gehouden.

wereldpodium, maar de omstandigheden van die tijd voor haar koloniën, waren helaas zo duister van aard, dat zij liever eieren voor haar geld koos, geen pottenkijkers duldde en op die manier alle kritieken te ontlopen.

Waren Soetan Sharir, Hatta en zovele vrije geesten maar niet gedeporteerd, maar  in plaats daarvan gehoord en naar hen geluisterd, dan was er voor beide landen Indonesië en  Nederland een veelbelovende toekomst weggelegd: de Wereld zou er voor beide landen er heel anders hebben uitgezien. Een exhibitie van een Staat en hoe een Staat tot zulke voor haar onwetend gehouden inwoners rampzalige beslissingen had kunnen nemen: mond gesnoerd, kop ingedrukt, ontnemen van de individuele vrijheid, beroven van menselijk geluk.: het waren ingrediënten van een politiestaat.  

Kousbroek verdwaalde, zo schrijft hij bij het lezen van een historische Europese roman van Hella Haasse, omdat hij geen in of uitgangen kon vinden. In mijn voorstelling was het beeld te vergelijken met het moment van het eerste uur van de strijders voor de onafhankelijkheid van de nieuwe Republiek Indonesië (Sharir, Hatta, Sukarno e.a.), maar bij hen waren er helemaal geen deuren die konden worden geopend, laat staan dat er stemmen van binnenuit konden worden gehoord.

Wanneer Indonesiërs voor studie of door omstandigheden in Nederland (en Europa) verbleven, waren zij uiterst verbaasd dat er in Nederland heel andere Hollanders woonden, die zich keurig gedroegen en bij wie niets te bespeuren viel van discriminatoire bejegening. Ze vroegen zich af of daar in de kolonie wellicht een andere soort Hollanders waren. Zulk een constatering geeft immers te denken en is voor een natie als Nederland werkelijk ernstig en uiterst pijnlijk. 

Een van de pijlers voor een harmonische samenleving is de zorg voor goed onderwijs waarbij de cultuurpolitiek een natuurlijk stimulerend fundament dient te zijn dat verantwoordelijkheden van de uitvoerders verlangt. En uitgerekend op dit terrein hadden zij in de kolonie die verantwoordelijk waren voor een van de meest belangrijk onderdelen het geheel laten afweten. In de “taal en cultuurpolitiek in de koloniën” van Groeneboer (zie serie artikelen in ICM) bijvoorbeeld werd al gewezen op de bizarre situatie in het onderwijs met name in Nederlands Indië: de zogeheten “wilde scholen” ontstonden (waar overigens Tjalie Robinson les had gegeven) en waar successievelijk het “wilde Nederlands” in de dagelijkse omgang werd gesproken. De autoriteiten vonden deze ontwikkeling maar niets, maar daar bleef het eigenlijk bij. Drastische maatregelen ter verbetering bleven eenvoudig uit. Weer een gemiste kans om de Nederlandse (zeg Europese) cultuur dicht bij de inheemse bevolking te brengen. In het begin vond het koloniaal bestuur het nodig om de (interne) discussie te openen over de vraag om het Maleis, (dus nog geen Bahasa) als Nationale eenheidstaal in heel Nederlands Indië in te voeren en/of het Nederlands.

Het idee om het Nederlands (taal van de koloniale mogendheid) over de gehele Archipel in te voeren kwam eigenlijk van ons westers buurland dat in India het Engels als voertaal wist door te voeren. Maar na veel interne consults en veelvuldig ingestelde commissies die over dit punt moesten buigen, zag het koloniaal Bestuur definitief ervan af. Redenen tot dit besluit waren discriminerend: Invoering zou een “gevaar” opleveren en een bedreiging voor de Nederlandse suprematie en ook nog: ..het zou de Inheemse bevolking makkelijk toegang verschaffen tot alle ontwikkelingen en in de Westerse wetenschap en zo meer, kortom a superiorcomplex. Het Nederlandse motto ‘’Je maintiendrai’’ wordt hier bedenkelijk en wel letterlijk gepraktiseerd.

 

Suprematie, uit het Latijn afgeleide term dat het Romeinse Rijk uiteindelijk de kop heeft gekost, zo ook Nederlands Indië waar heldere tekens van verval  overal de kop opstaken en zichtbaar werden om het einde aan te kondigen.

Dat alle Rijken gedoemd zijn ten onder te gaan, kan heel eenvoudig worden gezien en gemeten aan de hand van het gedrag en mentaliteit van de inwoners zelf. Want daar verbergen zich al tekenen tot verval. Het grootste voorbeeld was het Britse Imperium waar het begin van de ondergang zich had gemanifesteerd in de al maar groter wordende tegenstellingen en de verwerpelijke dagelijkse houding en gedrag van de Britten in de straten van India jegens haar oorspronkelijke inwoners.

 

Kousbroek over het trio Sharir, Hatta en Sukarno  : “..had het maar nog een generatie langer geduurd…’’ voordat de 2eWO begon, neem ik aan. (Die gelegenheid had een ieder ze van harte gegund)  Ja hád en wat dan ?

Zouden deze Indonesische intellectuelen anders hebben gereageerd na en tijdens de inval van de Japanse bezetting? Zouden ze wellicht onherroepelijk de zijde van het koloniaal bewind hebben gekozen? . Er zou dan bijvoorbeeld geen politionele actie zijn geweest waarop het Nederlands koloniaal beleid door de Wereldgemeenschap danig werd gekapitteld. Kortom er zou helemaal geen druppel bloed zijn vergoten. Maar al die mensen (arme onschuldige drommels) zijn nu dood en werkelijk voor niets gestorven, omdat politici alles stuk maken.  Was het inderdaad maar anders geweest.

 

Het leek alsof het hele Archipeldrama zich had afgespeeld op het artificiële speelveld  als een soort ondergaande straf, de Indonesiërs opgelegd, dat zij uit pure wraak de zijde van de nieuwe bezetter kozen. Was het ressentiment van de Indonesiërs? Zij waren immers door het koloniaal Bestuur in de steek gelaten.  Maar dan kwam de gelegenheid en het juiste moment dat  de


Indonesiërs het speelveld eindelijk op konden met een immense rugdekking van de nieuwe bezetter. De kinderen die eerst niet buiten mochten spelen daar het speelkwartier voor hen werd ingetrokken, speelden nu de hoofdrol. Beroofd werden zij daarvoor van al die speeluren door hen die te lichtzinnig over anderen hadden gedacht en geoordeeld.

Een grote historische stupiditeit van het koloniaal bewind met oerdomme bewindslieden die alleen de schijn wilden ophouden tegenover de
Wereldgemeenschap om duidelijk te laten zien dat zij ook een majeure rol speelde  te vervullen had op het Wereldtoneel en immer ten koste van anderen.

 

Wanneer de heer Wertheim (wiens uitspraken en geschriften met betrekking tot het koloniaal bewind in Nederlands Indië ondergetekende kent en in het algemeen zeer waardeert) in het boek ten tonele verschijnt, valt zijn uitspraak me weer behoorlijk tegen als hij met “..heimwee naar de tijd van Sukarno” aan komt draven. Is dit valse nostalgie of een serieuze grap?

Jammer; maar waarom gaat deze man voorbij aan de ware nucleus van het strijdtoneel van de Merdeka van en door die uiterste belangwekkende mannen als Sharir en de zijnen die bergen hadden verzet en toch de belichaming vormden van die Merdeka als het geweten van de Nieuwe Republiek is een raadsel.

 

De schrijver Pramoedya Ananta Tour noemt Kousbroek een grote schrijver van dit moment in Indonesië, maar heeft ook kritiek op historische onderdelen en de onvermijdelijke tijdsperiodes van het koloniaal bewind. Over zijn werk kan ik moeilijk oordelen aangezien ik niet bepaald een groot kenner ben van zijn werk. In ieder geval brengt Kousbroek me op pad om er meer kennis van te nemen.

Deze Indonesische schrijver beschouwt Raden Adjeng Kartini (ze stierf toen ze amper 25 was in 1904) als een soort geestelijke verlosser en ziet in haar de belangrijkste vrouw voor de emancipatie van de inheemse geaardheid (en identiteit). Zij schijnt officieel tot nationale heldin te zijn verklaard. Haar rustplaats, een soort mausoleum, trekt elk jaar veel bezoekers als een waar pelgrimsoord. De Indonesische kunstenaars, niet alleen schrijvers (door Pramoedya wordt ze min of meer geclaimd voor het proletariaat) maar ook beeldende kunstenaars hebben Kartini in het hart gesloten en zien in haar de belichaming van de, wat we in het Westen noemen: de Artes Liberales. Voor nagenoeg alle uitingen van de Kunsten is zij het grote symbool geworden in heel Indonesië.

 

In het hoofdstuk over Kartini onthulde Kousbroek en passant het feit dat Du Perron over deze vrouw schreef en een oordeel gaf. Het staat een ieder vrij om ergens over te oordelen (alhoewel ‘’oordelen’’  hoe dan ook een belastend werkwoord blijft en de moraal zo om de hoek komt kijken), maar in Du Perrons visie maak ik op dat hij wel (bij voortduring en niet zelden) behoorlijk tekeer kan gaan en deze vrouw in haar zwakheid treft en op haar ziel trapt  Zou het wellicht kunnen zijn omdat Kartini  een Javaanse vrouw of simpel een vrouw was? Du Perron kon toch immers ook weten hoe de levensomstandigheden waren en met name de opvattingen van de Javanen om de Westerse cultuur op te nemen (niet alleen afkomstig uit gegoede families en/of hogere milieus). De Javaanse gevoeligheden waren (en zijn) er gewoon en zeker voor vrouwen van het kaliber Kartini was het beslist niet eenvoudig en niet vanzelfsprekend een vreemde cultuur te bestuderen op haar manier. De vrouw had in al haar pogingen en wensen/verlangen moeten worden gestimuleerd en gestuurd. Was het omdat Kartini een Javaanse vrouw of gewoon een vrouw was?

 Per slot was Du Perron ook half Javaans, met een Javaans voorkomen en onmiskenbare Dravidische trekken overigens. Maar dit terzijde. Juist hij moest het beter weten, maar verloochening van zijn eigen achtergrond, afkomst en verleden scheen hem geen enkele moeite te hebben gekost, integendeel zou ik  zeggen: blijkbaar een sterke karaktertrek.

Het stond hem vanzelfsprekend vrij om zijn kritiek(en) te leveren; op zichzelf juist, maar wanneer je de destructieve kritieken die hij in zijn geschriften, overigens niet alleen jegens Kartini, leest, dan ontdek je de donkere zijden van zijn karakter als schrijver. Kousbroek naar aanleiding van de Perron s oordeel over het eigen maken van de “Westerse cultuur’’: Citaat: “..het geeft integendeel een voortreffelijk beeld van de ontwikkeling de Javanen die zich de ‘westerse cultuur’ wilden eigen maken en als zodanig ‘’de Europese provincie Holland’’ vonden..”.(einde citaat)

 

Voortreffelijk beeld! Ik meen te weten dat het begin van de ontmoeting met de Westerse Cultuur voor de Javanen een heel vreemde ervaring moest zijn geweest, dient niet vergeten te worden. In die voor de Javanen diffuse en verwarrende omstandigheid is de beschrijvende constatering misschien ( nogmaals: ab viso modo)  juist, maar hier spelen andere curieuze zaken een rol waarvan er een is: de leedvermakelijkheid.van Du Perron die met een minachtende toon op de


culturele adaptatie wees. Enfin men kon blijkbaar nooit iets goeds doen in zijn ogen. Volstrekte arrogantie van du Perron waar hij (of wilde niets van weten)  ongetwijfeld, ‘’de drempel’’ van het Javaans inzicht en Adat, naar mijn inziens als een razende Roeland voorbij was gerend en het hart volkomen had gemist.

Hier laat Kousbroek zich bewust (?) meeslepen in een naar mijn smaak vreemdsoortige gedachtengang van du Perron. En wel op een manier die mij niet bevalt. Ik vertrouw van mijn favoriete auteur dat hij zich hiermee niet schaart onder de betweterige auteurs die menen de wijsheid in de achterzak te hebben.

Terug naar Kartini. Het is niet mijn forte en heb ook niet een gezag om direct over de persoon te oordelen;  Ik constateer slechts dat het verschijnsel van de afwezigheid van juiste informatie en cultuurbronnen waar altijd al een groot gebrek aan was debet was en niet bepaald bevorderlijk voor een jonge progressieve vrouw als Kartini om zich in een andere cultuur te verdiepen. De andere berg die zij ook nog moest overwinnen was de toen nog strengere Javaanse hiërarchie dan nu het geval is waarin nauwelijks ruimte was voor geestelijke vrijheden en bevrijdingideologieën. De heren die dachten beter te weten moeten zich  schamen om zich bij voorbaat oordelen aan te matigen.

 

Maar dan de zin over “de ontwikkeling der Javanen die zich ‘de Westerse cultuur’ eigen wilde maken”. Voilà. Nu initieerden (eerder: grepen ze aan) de Javanen zelf de mogelijkheid om de “Westerse cultuur” goed te bestuderen en te ontwikkelen, of ze worden onmiddellijk gesanctioneerd door psychische onthoofding. Men zou er zijn bekomst van krijgen. Het was duidelijk dat op deze manier de toegang tot “de poorten van De Europese provincie Holland” voor alle Indonesiërs nu wel definitief waren gesloten. Hádden zij die ‘’Europese provincie maar niet gevonden’’, dan was het voor hen veel beter geweest om via een geheel andere weg het oude hart van Europa en de Europese ziel te ontdekken en op die manier ‘’de provincie Holland’’ vanuit dat centrum eens te bekijken. Maar alles is bij ons verkeerd gelopen en heeft het collegium poenalis haar destructieve werk gedaan. Einde van het begin van een sprookje.

Het ging hier onder andere (ook) over (vrouwen)emancipatie en een vrouw in de Javaanse cultuur werd (wordt nu veel beter) beschouwd als van een ander niveau, een andere categorie. Du Perron was naar mijn idee, op z’n zachtst gezegd vrouwonvriendelijk en bovendien een grote gemene snob die zichzelf als “echte Europeaan” zag, wat hij helemaal niet was.

 

Dat een buitenstaander (buitenlanders) werkelijk niets snapt (Kousbroek) van wat in de Dutch Indies heeft afgespeeld en zeker niet op dit niveau.is wel duidelijk – Is it a political or cultural dilemma? (hoor je maar al te vaak). Zo diep zijn we gezonken voor wat betreft het nalaten van propaganda en verspreiding over de Nederlandse cultuur. En die lieden die voor deze onduidelijkheid mede schuldig waren, zijn in dit artikel genoemd.

Ik stel daarom voor om forensische experts in te huren om deze culturele chaos onder de aandacht te brengen voor algehele uitleg aan onze buren in Europa en verder in het buitenland overal waar wij geaccrediteerd zijn, inclusief het Vaticaan.

Kousbroek ergert zich in zijn boek om het een en ander; welnu, wat mij ergert is het constante gekibbel van Du Perron (en ook Ter Braak in mindere mate) over andere auteurs die over Nederlands Indië hebben geschreven, in plaats daarvan hadden zij zich meer op hun eigen toko en op hun eigenlijke werk (en taak) moeten concentreren en zich niet te gedragen als een kwellend gezelschap.

Wás Du Perron maar niet vóór de 2e WO gestorven, dan zou hij wel zeker anders hebben gepiept.

Ach, was het inderdaad maar anders geweest.

 

Wordt vervolgd

10897273680?profile=original

10897274084?profile=original

 

 

470 × 352 - kecopbioinfo.blogspot.com

 v l.n.r. Soetan Sharir, Sukarno, Mohammed Hatta.

 

10897273885?profile=original

10897274475?profile=original

Graf van Kartini.                                                            Indonesische volksheldin  Kartini

10897274854?profile=original

Lees verder…

Schikking weduwen Zuid-Sulawesi

Tien weduwen hebben een schikking getroffen met Nederland»
Tien weduwen hebben een schikking getroffen met Nederland NOS

Nederland heeft een schikking getroffen met tien weduwen van wie de mannen in 1946 en 1947 door Nederlandse militairen op Zuid-Celebes, op het huidige Sulawesi, zijn doodgeschoten. De weduwen krijgen ieder een financiële compensatie van 20.000 euro en de Nederlandse ambassadeur zal openbaar excuses aanbieden namens de Staat.

In april liepen onderhandelingen tussen de weduwen en het ministerie van Buitenlandse Zaken op niets uit. Toen werd de vrouwen een bedrag van 10.000 euro per persoon aangeboden en schriftelijke excuses.

Excuses

De advocaat van de tien weduwen in Zuid-Sulawesi, Liesbeth Zegveld, is blij met de schikking die is getroffen: "Ik heb de vrouwen gesproken en zij voelen zich rijk. Maar voor hen zijn ook de excuses heel belangrijk".

Eerder kregen de weduwen in de zaak Rawagede ook compensatie. Na een jarenlang proces werden zij in 2010 door de rechtbank in Den Haag in het gelijk gesteld in hun claim tegen de Staat. De weduwen kregen 20.000 euro per persoon en de Nederlandse ambassadeur bood in het openbaar excuses aan aan de nabestaanden.

Volgens Zegveld kan voorkomen worden dat nu nieuwe zaken zich aandienen: "Mijn boodschap aan de minister is om nu voor alle slachtoffers van de standrechtelijke executies excuses te maken en zich nu niet te beperkingen tot Zuid-Sulawesi, zodat het een oprecht gebaar is en we het dossier een keer kunnen sluiten."

Zuiveringsactie

Het bloedbad in 1946 en 1947 op Zuid-Celebes door de troepen van kapitein Westerling was een van de dieptepunten van de strijd tussen het Nederlandse leger en de Indonesische opstandelingen. Westerling kreeg de opdracht om de openbare orde te herstellen.

Tijdens de zuiveringsactie vielen volgens de Indonesische autoriteiten tienduizenden doden. Een deel van de slachtoffers werd zonder proces standrechtelijk geëxecuteerd. Andere bronnen spreken van een veel lager aantal.

ICM RED.

Derde zaak staat al op de rol!

Wanneer is de Indische Gemeenschap aan de beurt! Want de omstreden leeftijd van 105 jaar is in het verpeste klimaat van Nederland onmogelijke opgave.

Lees verder…

Willem Nijholt in zijn nopjes REÜNIE na zeventig jaar!

10897271893?profile=originalWillem Nijholt in zijn nopjes  REÜNIE na zeventig jaar!

De ontmoeting tussen de gelauwerde acteur en Ilse Evelijn Veere vindt plaats op Schiphol. Ze is na de oorlog in Amerika gaan wonen. „Ik haal haar op met een grote bos bloemen. Ze komt hier om haar zus in Groningen te bezoeken. Toeval bestaat niet. Ze had net als mijn partner Ben en ik haar reis al gepland, en komt een dag aan nadat Ben en ik even terug zijn uit Frankrijk. En ze heeft net als ik ook een boek geschreven over haar ervaringen in het jappenkamp: End the silence . Daar is ze al een paar keer mee op de Amerikaanse televisie geweest.”

In zijn Franse huis in de Loirestreek, waar hij met Ben Swibben – zijn levenspartner sinds 1977 – permanent woont, is Willem opgetogen. „Het is toch ongelooflijk; we hebben elkaar zeventig jaar niet gezien! Ongeveer hetzelfde meegemaakt en dat van ons af geschreven. Het komt allemaal door een fan, inmiddels eigenlijk meer een vriend, die een website over mij heeft opgezet. Mark de Vries las mijn boek Met bonzend hart , kwam de naam van Ilse tegen en, nieuwsgierig geworden, googelde toen haar naam.

10897271680?profile=original

Foto : De Indische Jeugdvriedin gevonden In Amerika

( De 79-jarige Willem Nijholt staat aan de vooravond van een van de ontroerendste ontmoetingen van zijn leven. En we

l met het meisje met de witte strik. Ilse Evelijn Veere woonde in dezelfde straat in Soemenep op het eiland Madoera als hij, vlak voor zowel zij met haar gezin als híj met zijn moeder, broer en zus naar een jappenkamp werd getransporteerd. „Wij werden opgehaald en zij ook. Ik was acht jaar. Ik heb nooit geweten waar mijn jeugdvriendinnetje terecht is gekomen, of wat er van haar geworden is. En nu ga ik haar weer zien!” )

Foto : Een piepjonge Willem met op de achtergrond zijn vader. Willem: „Ik was bepaald niet de stoere jongen op wie mijn vader als KNIL-militair had gehoopt.” OMSLAGFOTO ’MET BONZEND HART’

10897272477?profile=original

Foto : Ilse Evelijn Veere-Smit zoals zij er tegenwoordig uitziet. In 1954 trouwde ze in Amsterdam met Jan Smit, vandaar haar achternaam. FOTO: MICHAEL STADLER

 

Dochter

„Zo kwam hij erachter dat Ilse nog leeft! In Washington, Amerika! Waar zij met haar naaste familie niet lang na de oorlog terecht is gekomen. Hij heeft de contacten gelegd en enfin, van het een kwam het ander. Ik heb haar een lange brief geschreven, haar dochter gesproken… En nu gaan we elkaar dus binnenkort ontmoeten.”

Willem vertelt: „De laatste jaren voor Japan in oorlog kwam met Nederland, dus ook met Indonesië, woonde ons gezin op het eiland Madoera in de hoofdstad Soemenep. In die paar jaar hadden wij in onze straat omgang met de familie Evelijn Veere. Het oudste dochtertje, Ilse, werd een speelkameraadje 

van me en omdat ik geen voetbaljongen was maar meer met meisjes speelde, raakten Ilse en ik echt bevriend. Zij was iets ouder dan ik, kon heel goed bikkelen en heeft mij dat geleerd. We zaten dan op het platje voor hun huis. Ook kwam ze veel bij ons, vooral op het voorerf, waar wij grote Tjimahi-bomen hadden, met van die heel lange dennennaalden, soms wel twintig cm lang. Ik kon de segmentjes van die naalden lostrekken en dan deed ik er jasmijn aan vast en dan kon je die naald ook weer sluiten. En zo vlocht ik bloemenkransjes voor haar en mijn moeder, die meestal op ons voorplatje aan de ratelende naaimachine zat.”

De vriendelijke acteur knijpt mijmerend zijn ogen samen: „Ik was bepaald niet de stoere jongen op wie mijn vader als KNIL-militair had gehoopt. Ilse en ik kregen de lapjes stof die mijn moeder niet meer gebruikte en maakten daarvan dan poppenkleertjes. Het waren zonnige dagen, ik weet ook nog dat ik met haar op een of ander Oranjefeest een klompendansje deed.”

In de brieven aan Hella S. Haasse die zijn boek Met bonzend hart (2011) opleverden, schrijft Willem al: Ik heb me nooit door mijn vader geaccepteerd gevoeld. Ik was als tweede kind de teleurstelling. Ik was niet het meisje op wie hij en mijn moeder, nadat mijn broer Jan was geboren als stamhouder, zo hadden gerekend. Toen ik als jongentje dan toch een meisjesachtig kind bleek, heb ik in die ogen van hem vaak irritatie en zelfs afkeer gevoeld als ik met mijn aankleedpoppen speelde of met mijn buurmeisje hinkelde of bikkelde. Nee, dan Jantje, die voetbalde en katjongde (kattekwaad uithalen) met zijn vriendjes. Die kwam altijd onder de schrammen en builen thuis van hun gezamenlijke strooptochten en zat even later gemandied (gewassen) en gejodiumd weer stoer onder pleister en verband wilde verhalen te vertellen als  

pa weer thuis was. En ik? Ik zat liever de hele middag naast maatje (zijn moeder, red.) en de naaimachine met Ilse Evelijn Veere. Mijn buurmeisje en vriendinnetje, een mollig Indisch meisje met een zwart Louise Brooks kapsel en altijd boven op haar hoofd een witte strik . Willem lacht: „Ik heb haar na zeventig jaar weer gevonden, hoe uniek is dat!” Hij herinnert zich: „Ik weet nog dat mijn moeder altijd, als ik was gevallen en me pijn had gedaan, zei ’kom maar jongen, ik leg er een koekje op. Het gaat wel over voor je een meisje bent geworden’. Een keer heb ik toen uitgeroepen: ’Maar ik wil graag een meisje zijn!’ De blik in de ogen van mijn vader… Ik krimp er nog steeds van in elkaar. Ach… mijn vader was in die tijd vlak voor Japan ook in oorlog kwam met Nederland, behoorlijk gefrustreerd. Madoera was strategisch heel belangrijk en tegen een Japanse invasie vanuit zee was er weinig te verdedigen. Het eiland had maar één tank. Al die stress van patrouilles, oefeningen en strategiebepalingen… Het voelde voor hem nutteloos, hopeloos en uitzichtloos. Moet je je voorstellen dat je dan na zo’n tweedaagse, overbodig te beschouwen veldtocht ook nog gepest wordt door je toch al niet favoriete zoontje van acht, dat nuffig modepopjes zit te knippen. Hij was als een kind zo blij toen mijn zusje Ria werd geboren.”

Willem zucht: „We hebben het uiteindelijk allemaal overleefd. Mijn vader de Birmaspoorlijn en mijn moeder op het nippertje de kampen. Zij heeft helaas nooit mogen zien dat ik succes kreeg als acteur. Ze zag het nooit zitten. Dan riep ik: ’Ik word ontdekt’ en dan zij zei: ’Ja kind, langs de weg op een slof en een schoen.’ Mijn vader deed alsof het hem niet interesseerde, maar na zijn dood kreeg ik een hele kist met 

knipsels over al mijn successen. Was hij toch stiekem trots op me geweest.”

Willem Nijholt gaat verder terug in de tijd: „Ilse en ik hadden een heerlijke jeugd, totdat de Japanners binnenvielen en wij hun legers door de straten van Soemenep zagen trekken. Op fietsjes reden ze. Wij moesten er eerst om lachen. Niet wetend wat ons allemaal te wachten stond. Mijn vader werd meteen (als militair) opgepakt en weggevoerd en niet lang daarna werden successievelijk ook alle Nederlandse en Nederlands-Indische gezinnen uit hun huizen gehaald. We kregen een kwartier om koffers te pakken en húp, ging het in open vrachtwagens, vrouwen en kinderen opeengepakt.”

Hitte en stof

„Van de oostkant van Madoera naar de westkant, een dagreis lang in hitte en stof. Vervolgens met de ferry naar Soerabaja en vandaar naar Malang naar het kamp. De details laat ik achterwege. Met familie Evelijn Veere is dat ook gebeurd, maar zij werden op een andere dag van huis en have gejaagd en op vrachtwagens gesmeten. Wij zijn elkaar zo maar ineens kwijtgeraakt. Ilse en ik hebben elkaar nooit meer gezien en wisten ook niet van elkaar in welk kamp wij terechtgekomen waren.”

Peinst: „Ik heb wel altijd aan haar moeten denken, vroeg me vaak af wat er met haar gebeurd zou zijn. Met mijn vriendinnetje met haar mooie naam en grote witte strik in het haar. Nu weet ik het. Het staat allemaal in haar boek End the silence . Ilse was een heldin van twaalf jaar. Ilses moeder heeft het kamp niet overleefd, en Ilse heeft, als oudste van de kinderen, na de dood van haar moeder, in het kamp gezorgd dat haar zusje en broertjes – de jongste was 

zelfs nog een baby – te eten kregen en beschermd werden. Om de jap niet te irriteren en de baby te laten stoppen met huilen liet ze het kindje de hele dag aan haar vinger sabbelen, en ondertussen lette ze op de rest.”

„In dezelfde tijd dat mijn boek uitkwam, verscheen ook háár boek met kampervaringen. Nou ja, dan geloof ik niet meer in toeval, maar in dat de kracht in het heelal alles bestiert. Ook omdat ik van de dochter van Ilse een mail kreeg, waarin ze me vertelde dat Ilse naar Nederland komt. Om familie in Groningen op te komen zoeken. En laten Ben en ik toen ook al tickets hebben geboekt voor een dag ervoor om naar Nederland te gaan voor twee weken. Ilse en ik. Los van elkaar. Ja, het heeft zo moeten zijn! De tijd heeft in het tapijt van ons beider bestaan onze levensdraden elkaar weer laten kruisen. Bizar en mooi.”

In Met bonzend hart beschrijft Willem zelf ook de verschrikkingen in het jappenkamp. Hoe ze werden uitgehongerd, hoe zijn jongste zusje overdekt met zweren in de ziekenboeg terechtkwam en hoe zijn oudere broer naar het jongenskamp werd afgevoerd terwijl zijn moeder, omdat ze protesteerde en aan de vrachtwagen ging hangen, door de jap werd afgeranseld met stokken en geweerkolven.

Hoe kijkt Willem intussen aan tegen zijn eigen geschiedenis? Hij zegt: „Ik kan nog steeds niet tegen jappen. Alleen laat ik dat niet zo merken. Nou ja, één keer. Ik was op weg naar Frankrijk even gestopt bij een wegrestaurant om me op te frissen. Korte tijd nadat wij binnenliepen, dwarrelde er ook een hele bus Japanners binnen. Het was sterker dan ikzelf; ’kiotské’ schreeuwde ik. Dat betekent in het Japans ’in de houding’. Er viel een doodse stilte. En toen riep ik keihard ’kerè’ (buigen) en toen ’norè’ (opstaan). Buigen en weer opstaan voor het gezag moesten we in het jappenkamp zo’n dertig keer per dag doen. Het  

gekke was, het luchtte me helemaal niet op. Ik voelde er helemaal niks bij. Ik geneerde mij zelfs voor mijn gedrag. ’Nijholt wat doe je nou?’ dacht ik en vluchtte weg.”

Het is even stil in het huis aan de Loire. Dan besluit hij: „Dit is het ongelofelijke verhaal van hoe twee vroegere speelmakkertjes, door oorlog en ellende gescheiden, na zeventig jaar door Het Lot weer voor even worden verenigd. Ik wil met Ilse zo graag de gelukkige tijd van vóór de kampen terugvinden.”

Met dank aan Wilma Naninga van Prive.

Lees verder…

Motto: Wat hier kan, kan ook op Sumba.

10897268877?profile=originalHan Dehne
TEXEL HELPT SUMBA....
Motto: Wat hier kan, kan ook op Sumba.


Een klassiek ochtendritueel. Opstaan, koffiezetten, eitje koken, melk uit de koelkast nemen, ontbijten en daarna een lekker warme douche. We staan er eigenlijk zelden bij stil: letterlijk bij alles wat we doen verbruiken we energie. Het is zo vanzelfsprekend.


... Toch realiseren steeds meer mensen zich dat energiebronnen zoals olie en gas opraken. Dat we meer en meer op zoek moeten naar haalbare alternatieven. Texel doet dat al geruime tijd. Een eiland waar het altijd waait hoeft in principe niet ver te zoeken naar nieuwe mogelijkheden, bijvoorbeeld om windenergie op te wekken. Dat is een stap op weg naar het realiseren van een belangrijke ambitie: energie zelfvoorziening op Texel in 2020. Maar zuiniger zijn met energie kan natuurlijk altijd. Daarom doet Texel mee aan de energie besparingsactie 10:10.

Net als andere eilanden in de Indonesische archipel kent Sumba, waar ruim 650.000 duizend mensen wonen, palmbomen, prachtige stranden en een rijke cultuur.Het ligt alleen erg afgelegen, is moeilijk bereikbaar en is mede om die reden achtergesteld. Behorend tot één van de armste gebieden van Indonesia heeft 70% van de bevolking geen toegang tot energie. Hout om op te koken en dure geimporteerde olie zijn de voornaamste energiebronnen.
Maar dat gaat allemaal veranderen als het aan de Sumbanezen en ontwikkelingsorganisatie Hivos ligt. Samen met lokale overheden en bedrijven hebben ze een duidelijk doel gesteld: een 100% duurzame energievoorziening in 2020. Net als Texel dus.
Waterkrachtcentrales, windturbines en biogasinstallaties zijn op Sumba aan het verrijzen. Dat betekent een enorme vooruitgang in het leven van gezinnen. Koken op schoon gas, stroom voor je mobieltje en licht in de avonduren. Het betekent dat er meer kansen zijn om te ondernemen en een weg te zoeken uit de armoede.

De gedachte is dat wat op Texel kan - eigen energievoorziening - ook op Sumba mogelijk is.
Lees verder…

 

 

10897270883?profile=original

 

Wilt U meer weten van beide nieuwe formaties ga dan naar onderstaande ICM Groupen;

Bij hun eerste optreden bij de koempoelan de Indische Harderwijkers in de Kiekemure kwamen 600 bezoekers !!!

Noteer het vast in Uw agenda zondag 1 september !!!

Jagan lupah!

Lees verder…

10897220286?profile=original10897268089?profile=originalIndonesië met Facebook in de top 3 van de meeste Internetgebruikers.

Nog niet zo lang geleden stond het Internet in Indonesië van Internetcafes met zeer trage verbindingen. Dankzij de gebalanceerde groei van de economie veranderde dit beeld. Inmiddels is Jakarta uitgegroeid tot Twitterhoofdstad in de wereld. Niet vreemd op zich dat de aanbieders als Multiply en NING ook hier hun toevlucht zoeken. Zo heeft aanbieder Multipy hier in Jakarta zijn hoofdkwartier gestationeerd. De NING-netwerk aanbieder van zakelijke netwerken richt zijn pijlen nu ook op Indonesië. Hier ligt de groei – en keymarket van het Internet met een potentieel van 240 miljoen die Indonesië als populatie kent.

Er is geen stad waar zoveel wordt getwittert als Jakarta. Dit kwam uit een onderzoek naar gebruik van sociaal media. Van de miljarden Twitter berichten is 2% afkomstig van Jakarta. Hiermee laat Jakarta de Twitter steden London en Tokio ver achter zich. Bandoeng staat op de zesde plaats.

Ook Facebook is Indonesië toonaangevend. Blijkt uit een recent rapport van het Amerikaans marktonderzoekbureau Sociaalbakers dat het aantal profielen Facebook zo snel groeit dan in Indonesië. Deze groei oversteeg sneller het aantal profielen van de grootmachten in VS, Turkije en India.

Social media – pioniers,

Net als landen in Spanje o.a. waren in Indonesië het internetcafé bij uitstek om verbonden te zijn met deze digitale wereld met haar media. Vervolgens via chatprogramma’s en email in contact te komen met vrienden die je anders nimmer zou tegen komen. Dit medium sloeg bruggen naar andere steden, regio’s en landen. Reden was ook dat de Indonesiërs deze gelegenheden opzochten omdat thuis geen computer en internetverbinding tot hun beschikking hadden. Zo doende tegen betaling van relatief lage kosten legden ze contacten op een goedkope manier, en bespaarden op o.a. telefoon en brieven.

Indonesië was een van de eerste landen die social media massaal omarmde. In 2002 lanceerde een Amerikaanse programmeur Jonathan Adams de website Friendster.com (dus 2 jaar voordat Facebook en Hyves het levenslicht zagen) duurde het niet lang voordat deze website het meest en druk bezochte website van Indonesië werd. Tot 2008 zaten meer Indonesiër op Friendster dan Facebook. Rond 2008 brak Facebook wereldwijd pas door, en tegelijkertijd verdween de populariteit van Friendster. De snelle populariteit van Frindster.com laat zien dat in Indonesië dat de jonge internetters bovenop de social media zitten. Hoewel Friendster.com in populariteit wat heeft ingeboet, Facebooken en twitteren Indonesiërs van onder de veertig jaar er ook lustig op los.

Met de lancering van de smartpones met toegang tot snel mobiel netwerk, zorgt dat mensen minder naar Internetcafes gaan.

Ontwikkelingen.

De Indonesische regering ziet inmiddels in dat goede toegang tot internet met een goede computereducatie onontbeerlijk zijn om de economische groei die het land momenteel doormaakt een vervolg aan te geven. In het Indonesisch economisch master plan 2013 – 2027 is hiermee rekening gehouden. Daarom wordt er in Jakarta een glasvezelnetwerk aangelegd en hebben de belangrijke zakenwijken gratis WIFI (draadloos Internet).  Op dit moment is het staatsbedrijf Telkom bezig met het uitrollen van een draadloos internet op honderdduizend scholen verspreid over heel Indonesië. Ook Bali wat het hele eiland dekt.

Optelsom van gunstige economische vooruitzichten  -zie Indonesisch Economisch masterplan 2014-2027 - en de snelle verbeteringen van de internetinfrastructuur zorgen ervoor dat Indonesië in een korte tijd uitgroeit tot 1 van de social media hotspots in de wereld. Nu heeft iedereen toegang tot het Internet, zonder de beschikking over een eigen internetaansluiting.

Is slechts kwestie van tijd dat heel Indonesië op 3G-Internet zit.

Lees verder…

10897269496?profile=originalHet Masterplan MP3EI  zorgt voor  toetreding  Indonesie tot top G7

 

Indonesië rijk aan bronnen in de bodem, en een economie met een organisch groei die langs een natuurlijk weg verloopt tot hoog in de bomen. Met jaarlijkse groei tussen de 12 % tot 16 %, kunnen menige landen in de Eurozone jaloers op zijn, die met een steeds verdere krimp worden geconfronteerd. Met liefst een verschil van 15 %, en het verschil zal alleen verder toenemen. Nog lang is de rek er niet ut wat de Indonesische economische groei betreft. Sterker Indonesië staat voor een volgende ongekende turbulente dynamische fase. Bronnen melden dat de republiek aan de vooravond staat van Giga ontwikkeling dat begint in 2014 tot 2030, waar vele landen al te graag willen investeren als private investeren.

 

McKinsey Global Institute (MGI)  kwam met een rapport uit met de titel “De archipel Economie: ontketenen het potentieel van Indonesië”.

 

Het onderzoek van McKinsey globale Instituut (MGI), richt zich op het terrein economie en bedrijfswetenschappen. Is een onderdeel van McKinsey & bedrijf, opgericht in 1990 tot het ontwikkelen van een dieper begrip van de veranderende mondiale economie. Met als doel om leiders in de sociale, commerciële en openbare sectoren met de feiten en

inzichten waarop management en beleid van besluiten zich op kunnen baseren. MGI onderzoek combineert de disciplines van economie en management, met de analytische hulpmiddelen van de economie met de inzichten van de bedrijfsleiders. Hun micromacro methodologie onderzoekt de trends in de micro-economische sector om beter te begrijpen de globale macro-economische krachten op het gebied van zakelijke strategie en openbare orde. MGI beschikt diepgaande verslagen van al meer dan 20 landen en 30 industrieën.

 

Huidig onderzoek richtte zich op zes thema's:

productiviteit en groei, financiële markten, technologie en innovatie, verstedelijking, arbeidsmarkten en natuurlijke hulpbronnen. Recent onderzoek de afnemende rol van aandelen, vooruitgang op schuld heeft beoordeeld en productiviteit van de hulpbronnen, steden van de toekomst, de toekomst van werk in geavanceerde economieën, de economische impact van het Internet, en de rol van sociale technologie.

 

10897270299?profile=original

     

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Het onderzoek kwam met de volgende conclusies:

Indonesië vandaag met een populatie van 240 miljoen. Een economie behoort tot de 16e-grootste in de wereld. Leden van de consumeren klasse 45 miljoen geschoolde werknemers. In de Indonesische economie hebben 55 miljoen kans op de markt van de consument diensten, landbouw en visserij, middelen, en onderwijs 0,5 biljoen dollar van de bevolking in steden 53% produceren 7 4% van het BBP.

 

In 2030 economie in de 7e-grootste wereld leden van de consumeren klasse 135 miljoen geschoolde werknemers benodigde 113 miljoen kans op de markt van de consument diensten, landbouw en visserij, middelen, en onderwijs. 

 

Om tot de 2030 economie te komen werd het Indonesië economische Masterplan 2011-2025 ontwikkeld. Zeer innovatie ambieus plan dat door de architecten is bedacht waarin MGI – methodiek van McKinsey globale Instituut de basis vormt,

 

Het Masterplan of MP3EI is een eerste stap voor Indonesië om te versnellen en de economische ontwikkeling uit te breiden teneinde haar transformatie naar een ontwikkeld land tegen 2025. Dit zal gedaan worden door "alomvattende, rechtvaardige en gelijktijdige economische prominente groei". Om te bereiken dat moet de economische groei worden 7-8% per jaar. De particuliere sector zal een belangrijke rol bij de uitvoering van het Masterplan, investeringen, productie en distributie, in samenwerking met de regering die als de regelgever en ook als een facilitator en met versterkte coördinatie tussen de betrokken ministeries fungeren, zal en de regionale regering hebben.

 

Het Masterplan bestaat uit drie belangrijke elementen: 

(a) de ontwikkeling van zes Indonesië economische gangen, door de oprichting van centra van ontwikkeling binnen elke corridor en ontwikkelende industriële clusters en speciale economische zone op basis van geavanceerde grondstoffen middelen; 

(b) versterking van nationale connectiviteit, dat bestaat uit intra en interconnectiviteit van centra ontwikkeling, intra-eilanden (corridors) en internationale handel; 

(c) de nationale wetenschap en technologie versnelling ter ondersteuning van de ontwikkeling van het hoofdprogramma.

 

Bij de uitvoering van de economische Corridors, economische ontwikkeling zal zich richten op de synergie van sectorale en regionale ontwikkeling te verhogen voordelen op nationaal niveau. De economische Corridors ook richten op de ontwikkeling van de infrastructuur die de samenwerking tussen de overheid en de particuliere sector zal benadrukken. De tenuitvoerlegging van de economische Corridors naar verwachting leiden tot versnelling en uitbreiding van economische groei, met de behoeften in de ontwikkeling van de infrastructuur voor fase één (2011-2014) wordt geschat op 150 miljard dollar. Als bemiddelaar zal de regering fiscale en financiële prikkels te geven, project garantie, bereiden verwante agentschappen, versterking van de toepasselijke wet- en regelgeving kader, en openbare dienstverlening als voorbereiding Project ontwikkeling faciliteit (PDF). 

Wat is de relevantie?  

Met het Masterplan stelt de overheid duidelijk dat een sterke positie niet alleen als de regelgever, maar ook als facilitator en functie als "katalysator voor groei". Met deze nieuwe aanpak van de regering is de tijd rijp voor de particuliere sector tot een diepere dialoog dan eerder gezien, om gezamenlijk werken aan de doelstellingen uiteengezet. Een van de belangrijkste mogelijkheden met het Masterplan is dat de regering zal wijzigen of verwijderen van regelgeving die een remmende werking van de uitvoering van de investeringen, en mogelijk ook degenen die meer handel belemmeren en soepeler goederenstroom. Deze "debottlenecking" proces is een belangrijke factor, omdat de regering zullen vereisen en verzoek de input van de particuliere sector voornamelijk identificeren maar ook oplossingen te vinden voor de problemen bij de hand. Het team van de werken van het Masterplan bestaat uit Echelon enkele ambtenaren, in sleutel ministeries zoals coördinatie van Ministerie van economische zaken (FLIPPO Perekonomian), EuroCham zal verdiepen de samenwerking/dialoog met FLIPPO Perekonomian voor de uitvoering van het masterplan, vooral met betrekking tot de "debottlenecking" van verordeningen om meer investeringen en soepeler stroom van goederen te vergemakkelijken.

 

Het Masterplan of MP3EI is een nieuwe aanpak die investeerders en aanbieders van oplossingen wereldwijd bereikt. Een nieuwe aanpak die Indonesië naar de volgende generatie 2030 brengt. Het brengt Indonesië naar een hoger platform wat betreft de infrastructuur, Industrie, Milieu, en sociaal / economisch terrein. Het biedt werk aan 600.000 arbeidsplaatsen tot 2030 maar bovenal vele landen die participeren in dit Masterplan. Een aanpak wat voor vele landen als model kan dienen.

 

 

 

Lees verder…

10897249257?profile=originalRudy Kousbroeks “Kampsyndroom”.

Besproken door Pjotr.X. Siccama / deel 3.

 

In een hoofdstuk wijdt Kousbroek aandacht aan de meeest gruwelijkste wreedheden die op DELI in Sumatra plaats vonden.

De passages daarin beschreven zijn té gruwelijk om hier in een paar zinnen te beschrijven. Ik raad de lezer daarom ook aan om zelf hiervan kennis te nemen.

 

Op school leerden we nauwelijks over de geschiedenis die met het voormalig Nederlands Indië te maken had. Alles wat met slavernij, uitbuiting, en sociaal onrecht te maken had, werd doodgezwegen: het blijkt een aaneenschakeling van een strict gestructureerde socio(cultuur)politiek te zijn geweest: een grote leugen in een land van list en bedrog. Mensen waren rechteloos en onbeschermd, terwijl er wel degelijk een wet was om uitwassen van welke aard ook te voorkomen. Die immoraliteit van heel het koloniaal bewind maakt de schrijver uitermate nu nog kwaad en terecht.

Kousbroek had het over een van de grote wingebieden in de Archipel: noord en oost van Sumatra, waar de afschuwelijkste misdrijven hadden plaatsgevonden. Maar ook op andere plaatsen (Kousbroek: cit.’’ook bij de Staats en kolenmijnen was het ten hemel schreiend () sterftecijfer bedroeg 37% ..”) Ze waren zo ernstig van aard, dat ik het niet voor mogelijk hield: monstrueus is nog bescheiden uitgedrukt: in elk geval werd ik al lezend met mijn neus op de feiten gedrukt en ben (misselijk van schaamte) en nu net als Kousbroek woedend.

Op het eiland Java van waaruit het enorme gebied werd bestuurd, hoorde men bijvoorbeeld helemaal niets van de mistoestanden in andere wingebieden. En daar begon de ellende al van het onthouden aan het grote publiek van de informatiestroom uit die gebieden. Die was er gewoon niet. Men moet zich voorstellen dat waar Kousbroek over heeft, het begin van de 20ste eeuw was en publicatie, laat staan voorlichting aan de bevolking opportuun noch prioriteit was. Het koloniaal bestuur keek wel uit, omdat ze best wisten dat gestructureerde uitbuiting door mensen en ondernemingen aan de orde van de dag was. Neen, men verkoos liever om situaties die het daglicht niet konden verdragen intern door ambtenaren te laten onderzoeken. Men kon dan “intern de nodige maatregelen nemen”; een eeuwigdurend “jam karet” (voortdurend tijd rekken) volgde dan, zoals altijd daar te doen gebruikelijk was. Deze onderzoeken overigens werden bij voorbaat in het geheim gehouden en altijd uitgevoerd in algehele duisternis.

En juist in het gebied waar Kousbroek over schrijft, werd er een justitieel ambtenaar verzocht door de Gouverneur Generaal in de persoon van J. Rhemrev  (omgekeerde naam voor Vermehr), om misstanden (ongetwijfeld na ernstige druk geworden interne informatie) ter plaatse te onderzoeken. Een saillant detail, waar Kousbroek ook zijn vraagtekens bij heeft gezet was de keuze van de GG, om uitgerekend deze ambtenaar van justitie Rhemrev het onderzoek te laten doen. Citaat: “Ik ben er niet zeker van dat Rhemrev niet opzettelijk voor de wolven werd gegooid”. (einde citaat). Kousbroek vroeg zich af of de keuze een teken van moed of verlichting was om de opdracht tot onderzoek aan een Indo te verlenen.

De vraag is waarom hij dat vindt. Eerder zei hij dat (vermoedelijk) een bewuste poging was om het onderzoek zo weinig mogelijk kans te geven. Maar waarom? Rhemrev had de opdracht tot in alle bijzonderheden uitgevoerd, mag worden verondersteld. Of hij als 1ste luitenant bij de Infanterie in het KNIL (en ambtenaar op Justitie, nog maar een broekje in het justitieel apparaat en uiteraard onervaren) onder meer ook deelgenomen had deelgenomenaan de gevechtshandelingen tijdens de politionele acties is niet verder bekend (zie foto). Niettemin stierf Rhemrev tijdens de politionele acties in 1948.

Er moet iets anders gespeeld hebben in de gecompliceerde koloniale bestuurstructuur. Zou het hier wellicht gaan om het afschuiven van interne verantwoordelijkheid? (het verhinderen van promotiekansen om er nog een te noemen?) Lag het mogelijk aan de (in)competentie van deze ambtenaar of de inschatting dat bij voorbaat het tot niets zal leiden?

Het rapport werd, in elk geval, nadat het was afgerond de gouverneur van Nederlands Indië aangeboden, die op zijn beurt, zeer waarschijnlijk onder embargo(?) of in elk geval geconsigneerd, voorzien van aantekeningen (mag worden aangenomen) van de gouverneur zelf naar de minister (en het Nederlands Kabinet) verzonden. De ontzetting bij de minister (en het kabinet) was groot en moest hen hebben overdonderd nadat de inhoud van het vernietigend rapport hen bekend was. De verantwoordelijke minister weigerde vervolgens dit rapport aan de leden van het Nederlands Parlement ter inzage te geven omdat hij grote rellen vreesde

 (in zo’n situatie zou heden ten dage de minister direct moeten aftreden.)

 

De constateringen in het onderzoeksrapport bleken juist te zijn en Rhemrev had zijn taak degelijk vervuld. Ik vind daarom, dat het in dit geval geen sprake is van een gewoon intern incident, maar eerder van een koloniale en bijzonder ingewikkeld geworden bestuurscultuur, die toen gangbaar en gebruikelijk was, met inbegrip van onderlinge sociale verschillen en tegenstellingen.  

Het Rhemrev-rapport, daarin werden deze gruwelijkheden tot in details beschreven en de Nederlandse bevolking heeft er nimmer van geweten.

10897267082?profile=original

Werknemers op Deli-onderneming(en) in de 30/40-er jaren van de vorige eeuw.

 

Hartverscheurend vond ik het verhaal in het boek van Chalid Salim, een Indonesische voorvechter van de Indonesische onafhankelijkheid die in Den Haag in 1985 overleed. Kousbroek noemt deze man: “Djago”, wat in het Indonesisch: “de geweldige” betekent. Deze man werd  voor zijn nationalistische activiteiten in een Nederlandse interneringskamp (Boven Digoel) op Nieuw Guinea (waar ook Mohammed Hatta, Sharrir en later ook Sukarno zaten) gevangen gehouden (trouwens zonder enige vorm van proces) onder erbarmelijke omstandigheden. Een Indonesische man die een hoge en volledig Nederlandse opleiding had genoten, bij wie thuis gewoon Nederlands werd gesproken en in zijn gevangenschap zonder twijfel nog Hollands dacht.

Volgens D. Koch “was het, het noodlot van het Nederlands bewind over Indonesië, dat het zich in toenemende mate de nobelste geesten onder de inheemse bevolking tot vijand maakte”.

Het is waar en zeer nobel van de heer Koch, maar het is te laat voor al die lovende woorden; eigenlijk is het áltijd te laat.  En onder de nobelste geesten kunnen Soetan Shahrir en Mohammed Hatta onder andere worden geschaard. Wanneer we hun geschriften (Kousbroek weet ontstellend veel over deze Indonesische bijzondere mensen) later nog eens raadplegen, zal menige lezer niet verbaasd staan dat naar mijn idee in al die geschriften mogelijk sleutels bevatten voor een eeuwigdurende vriendschap tussen beide landen, die door anderen en elementen van duistere aard in het

10897267671?profile=original

verleden moedwillig werd gedwarsboomd.

Ik meen te weten dat er slechts twee soorten schrijvers bestaan: de zogeheten blindschrijvers (waar Kousbroek er een paar ten tonele voert) en schrijvers waarvan hun ogen altijd waren geopend, maar hun geschriften nooit werden geloofd en/of gehoord.

Daar hebben wij in het verleden onder elk koloniaal imperium en dus in de wereldcultuur­geschiedenis al meerdere voorbeelden van politieke arrogantie van gezien, waarvan uitkomsten bij voorbaat catastrofaal zijn.

 

Nog even over het trieste verhaal van Chalid Salim in het boek: wilde ik toch  een moment stil staan bij een zin in dit boek en die is het volgende: naar aanleiding van Salims gevangenschap met andere revolutionairen op Nieuw Guinea (o.a. Dr.Tjipto Mangoenkoesomo) kwam de vraag op (in gesprekken mag worden verondersteld): Wat zij dan wel gedaan hebben? Zoals een Nederlandse dame tegen Chalid Salim zei: “Nou meneer Salim, als dat waar is, zult u het er wel naar gemaakt hebben.”

Is dit een exempel van naïviteit en cultuurverwarring en/of afwezigheid van cultuurinzicht? De wijsgeer onder ons mag het zeggen.

10897268089?profile=originalDeze man is groot onrecht aangedaan, maar zelfs erkenning voor het enorme leed en materiële compensatie als eerherstel werden hem niet toegekend. De Nederlandse Staat staat weer voor de Wereldgemeenschap met een aangeslagen en onzuiver geweten in de inmiddels onherstelbaar verroeste beklaagdenbank, zich verschuilend achter wetten die zij zelf heeft bedacht en waarvan alle mazen forensisch zijn dichtgesmeerd.

Ergens  vond ik opgedoken een tekening van een plantage op Sumatra,  die veel leek op een foto honderd jaar eerder genomen van een plantage (waar ook tabak werd verbouwd) in het zuiden van  Noord Amerika, Louisiana om precies te zijn, waar de Afrikaanse slaven (slavernij was net afgeschaft)  toen onder erbarmelijke omstandigheden moesten werken. Overeenkomsten zijn frappant, terwijl de slavernij meer dan een halve eeuw was afgeschaft, leek het alsof op Sumatra de tijd eenvoudigweg was teruggedraaid en de afschaffing van de slavernij niet heeft plaatsgevonden. 

Verder in genoemd hoofdstuk memoreert Kousbroek over de jaarlijkse herdenking van de slachtoffers van de 2e WO. waarin hij mensen die de jaarlijkse herdenking op 15 augustus de slachtoffers herdenken, eraan herinnert, dat voor al die mensen die onder het Nederlands regime in Nederlands Indië, tijdens de aanleg van de Sumatraweg, de Indonesiërs, zonder meer vermoord, doodgeslagen, uitgehongerd en doodgetrapt werden, nooit weden herdacht, laat staan  een monument ter nagedachtenis werd opgericht: zij zijn naamloos gestorven en gewoon vergeten: zij hadden hun leven geofferd om anderen een comfortabel leven te laten leiden.

Kousbroek: ‘’…laten we het minder over onszelf hebben..’’ 

De schrijver maakt zich zeer kwaad wanneer hij aan juist die gruwelen denkt, gepleegd door monstrueuze medeburgers vóórdat de 2e WO begon. Kousbroek fulmineert: Het waren juist die mensen die, eenmaal geïnterneerd door de Japanse bezetter, de grootste bek hadden in het Jappenkamp (waar de schrijver zelf ook gevangen zat). Het waren die mensen die ook de grootste klagers waren hoe zij door de Japanse bezetter werden behandeld, onder andere bij de aanleg van de Birma Spoorweg. Beide gebeurtenissen waren even misdadig, ernstig en mensonterend.

10897267894?profile=original10897268488?profile=original

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Juli 2013-07

Pjotr.X.Siccama

10897264495?profile=original

 

Lees verder…

REPATRIERING INDISCHE NEDERLANDERS.

Je hoort in deze tijd regelmatig praten over "wij zijn gerepat". Dat zijn dan luitjes die enige tijd in een ander land hebben gewoond en gewerkt en dan weer terugkeren naar het land waar zij geboren en opgegroeid zijn. "Gerepat"wil eigenlijk zeggen "gerepatrieerd". En dat betekent letterlijk de terugkeer in Patria, in het vaderland Nederland.

Voor de Indische Nederlanders was het echter een totaal andere situatie. Voor de meesten was Nederland weliswaar officieel hun vaderland maar de meesten waren daar nog nooit geweest. Waren er niet geboren en zijn er niet opgegroeid. Dat vaderland kenden ze alleen uit verhalen, plaatjes en boeken, maar vooral door het onderwijs op school met de daarbij behorende schoolplaten.

10897270694?profile=original

In de jaren na de tweede wereldoorlog en de capitulatie van Japan werd de repatriering van ruim 279.000 personen vanuit Nederlands Indie veroorzaakt door het verlies aan werk, een zeer vijandige sfeer en slechter wordende economische omstandigheden. Deze groep van zogenaamden repatrianten bestond uit zowel blanke Nederlanders (totoks) als mensen van gemengde afkomst of Indo's. Die terugkeer of vertrek naar Patria is niet iets wat mensen zomaar is overkomen, maar........een groot deel van de Indo's wilde eigenlijk niet gaan. Zij hadden de overtuiging in Indonesie gewoon thuis te horen. Maar helaas werd het hen erg moeilijk gemaakt en de onzekerheden waren te groot. Velen moesten daarom afscheid nemen van vrienden, buren en zelfs achterblijvende familie. Het uitroepen van de Republiek Indonesia en de snelle desintegratie van de Nederlandse aanwezigheid kwam erg abrupt en snel. Na de oorlog was de Europese gemeenschap verrast door de houding van de Indonesiers en Soekarno wordt wel als een kwade geest bestempeld omdat hij een eind maakte aan hun zekerheden, leidend tot een vernederend en pijnlijk vertrek naar Nederland.

De lieden die in 1949 en 1950 hadden geopteerd voor de Indonesische nationaliteit, maar er later spijt van kregen wilden ook alsnog het Nederlanderschap. Zij konden op dat moment alleen maar rekenen op een min of meer onwelwillende Nederlandse overheid. Die zagen de bui al hangen met een massale toeloop naar Nederland dat toch al een woningtekort had en nog druk bezig was met de eigen wederopbouw door onder andere een sober economisch beleid. Toen het echter duidelijk werd dat men deze landgenoten niet in de steek kon laten werd massaal het alsnog toegang krijgen tot het Nederlanderschap gegund.

10897271065?profile=originalNa de repatriering volgde de inburgering of liever de assimilatie zoals men toen zei in Nederland. De Nederlandse overheid was er op gericht de Indo's te kneden tot model-Nederlanders die afstand hadden gedaan van hun Indische eigenheid. Wat een verwaande doelsteling was dat. De achtergrond van die Nederlandse manier van denken wordt gevormd door de overtuiging dat het behoud van hun eigenheid alleen maar zou leiden tot problemen op het werk, school en in de wijken waar men uiteindelijk kwam te wonen.

MISSCHIEN MEER NOG DAN DE PERIKELEN ROND DE OVERTOCHT, WAS HET DE OPVANG IN NEDERLAND DIE MENIG INDO ALS EEN PIJNLIJKE EN GENANTE HERINNERING HEEFT ERVAREN.

In het bijzonder de financiele opvang leidde tot zeer emotionele reacties. De leningen voor de overtocht en de inrichting vcan de nieuw te betrekken woning (het zogenaamde meubelvoorschot) werden ervaren als een weinig genereus gebaar en als een soort opvang die duidelijk met tegenzin gepaard ging.

DE GASTVRIJHEID WAS VER TE ZOEKEN EN DAARNAAST WAS ER DE KWESTIE VAN DE NOOIT NABETAALDE SALARISSEN VAN AMBTENAREN EN MILITAIREN VOOR DE PERIODE VAN DE JAPANSE BEZETTING. DIT SMEULT NU AAN HET EIND VAN HET JAAR 2012 NOG STEEDS DOOR ALS EEN VEENBRAND.

10897271095?profile=original

 

Eén van de mensen die dit alles aan den lijkve heeft ondervonden omschreef het een en ander als volgt:

"Het begin van ons bestaan in Nederland na onze repatriering was niet bepaald om over naar huis te schrijven. Eerst in de contractpensions, waar je bijna straatarm begon, en in den beginne 4 gulden per week kreeg van DMZ (Dienst Maatschappelijke Zorg) om je vervoerskosten te kunnen betalen en postzegels te kopen voor het frankeren van brieven bij het solliciteren naar werk. Had je werk, dan werd je daar ook niet veel wijzer van omdat je het grootste deel van je inkomen moest afdragen aan DMZ om de gemaakte pensionkosten (voorlopig althan) gedeeltelijk terug te betalen. Had je bovendien nog een bay, dan moest die maar eten wat de pot schafte in het contractpension en anders moest je die babyvoeding zelf kopen van het weinige geld dat je overhield".

Als met al is de repatriering voor de meeste Indo's gevolgd door een goede inpassing in de Nederlandse samenleving. Dat is vooral te danken aan hun eigen inzet en hun kracht. Indo's hebben net als de Nederlanders gebouwd aan de grote naoorlogse welvaart en hebben daar volop in gedeeld. Als eindconclusie kan ik dan ook alleen neerschrijven dat de Nederlandse overheid deze rol van de Indo snel is vergeten en het nog steeds nalaat om de al lang slepende Indische kwestie voor eens en altijd op te lossen.

DE INDO'S KUNNNE TROTS ZIJN OP HETGEEN ZIJ HEBBEN GEPRESTEERD, EEN IEDER BINNEN ZIJN EIGEN MOGELIJKHEDEN EN HET PAST DE NEDERLANDSE OVERHEID, EN MET NAME DE POLITIEKE LEIDERS, OM RECHT TE DOEN DAAR WAAR ONRECHT NOG STEEDS GESCHIED.

Han Dehne (PAKHAN)

Lees verder…

10897268901?profile=originalPasar Malam Selamat Datang in Holland - boek verkrijgbaar bij Amazon.met  vertaalde  Nederlandse artikelen - Engels

 

Mary Bruckel-Beiten an ordinary person, a wife, a mother and grandmother. In this book the reader is introduced by her daughter in law Geraldine Bruckel-Lang, with many illustrations of Indonesia and of Mary's pioneering spirit. The reader is shown how it was in the days Mary lived in her birth land Indonesia and also during the Japanese occupation of the land. Mary and her 2 sons and many fellow country men and women were imprisoned.

Mary kept a sketched dairy of that time and kept it hidden in a dirty laundry basket. She would be severely punished if it would have been found out. The people like Mary are called Indisch or Indo. Those people got their origin in the days the Netherlands colonized the Indies and are of mixed blood with "all nations of the world, mostly Dutch/Indonesian born with a Dutch nationality on  "Indisch" land now Indonesia.

They are like a "lost nation" and ended up in the Netherlands, driven out of their birth land because Indonesia became independent and they lost everything of their hopes and life's inheritances. This was a sad event for the Indisch people. But  were glad that their fatherland Holland waited with open arms. But the Dutch had to get used to the new comers in the Netherlands,for they had to start all over again themselves  after the second World War. After arrival in the Netherlands Mary found it her duty to make sure her people now settled in the Netherlands and they would have courage to go on. In those integration years of the 1940's Mary went many times from village to village to introduce the Indisch culture to the Dutch and started her tours in the rural farm area for housewives as well as men.

She wrote many cookbooks to introduce the Dutch to cook the oriental Indonesian foods themselves with their own ingredients. This went so well, today there are hundreds of Indonesian restaurants and outlets for Indonesian gatherings. These foods are now well loved by the native Dutch. Mary started to have Fancy Fairs in the late 1950's, the Indisch people were so delighted and commented  to her, it feels like  the olden times Pasar Malam (name originated in Indonesia meaning market) The Indisch called it like "Tempo Doeloe" She instigated to organize an Arts group the Indisch Arts Culture centre Tong Tong. And suggested a Pasar Malam like in the Tempo Doeloe time. Nobody had money in those days after the war.

But Mary and her family put all their little savings on the table..And so, she organized and founded the first post colonial Pasar Malam in 1958 in the Hague. The yearly pasar malam events she continued 8 more years. She was called "Mother of the Pasar Malams in the Netherlands" by the arts group Tong Tong. And after all Mary has done for the Dutch Indisch, today it is falsely documented in the Dutch archives Ned.Indisch history at the City of the Hague and incorrectly documented at Wikipidia, that one of Mary's co-worker Tjalie Robinson did it all. This is not olny unfair but a false honor nomination.

 

A false history is no history, but in this case a discrimination towards a woman. And a pity for us Indisch to know something is kept untrue for corrupted reasons. We are not like that, the Indisch people in general are honest and happy,love seeking, and always looking out for people to help.

All proof of original copy's of Mary's pioneering work is documented in this book.

--------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------

Met dank aan onze ICM vertalers!

--------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------

 

Pasar Malam Selamat Datang in Holland - boek verkrijgbaar bij Amazon.met vertaalde Nederlandse artikelen - Engels

Mary Bruckel-Beiten een gewoon persoon, een vrouw, een moeder en grootmoeder. In dit boek wordt de lezer geïntroduceerd door haar dochter in wet Geraldine Bruckel-Lang, met vele illustraties van Indonesië en de pioniersgeest van Mary's. De lezer wordt weergegeven hoe het was in de dagen Mary leefde in haar geboorte land Indonesië en ook tijdens de Japanse bezetting van het land. Mary en haar twee zonen en vele collega land mannen en vrouwen werden opgesloten.
Mary gehouden een getekende zuivel van die tijd en hield het verborgen in een vuile wasmand. Ze zou zwaar worden gestraft als het uit zou hebben gevonden. De mensen als Mary worden Indisch of Indo genoemd. Die mensen hebben hun oorsprong in de dagen die Nederland gekoloniseerd Indië en zijn van gemengd bloed met 'alle naties van de wereld, meestal Nederlands/Indische geboren met een Nederlandse nationaliteit op "Indisch" land nu Indonesië.
Ze zijn als een "verloren nation" en belandde in Nederland, uit hun geboorte land verdreven omdat Indonesië onafhankelijk werd en zij allemaal van hun hoop en leven van erfenissen vermageerden. Dit was een trieste gebeurtenis voor de Indisch-mensen. Maar waren blij dat hun vaderland Holland met open armen wachtte. Maar de Nederlandse moest wennen aan de nieuwkomers in Nederland, want zij hadden om te beginnen over de hele opnieuw zich na de Tweede Wereldoorlog. Na aankomst in de Maria Nederland vond het haar plicht om ervoor te zorgen dat haar volk nu vestigde zich in Nederland en zij zouden hebben moed om verder te gaan. In die jaren van de 1940 Mary gingen vele malen van dorp tot dorp integratie in te voeren het Indisch aan de Nederlandse cultuur en begon haar tours op het gebied van landelijke boerderij voor huisvrouwen als mannen.
Ze schreef vele kookboeken in te voeren van de Nederlandse om te koken de Oosterse Indonesische levensmiddelen zelf met hun eigen ingrediënten. Dit ging zo goed, vandaag zijn er honderden Indonesische restaurants en afzetmogelijkheden voor Indonesische bijeenkomsten. Deze voedingsmiddelen zijn nu goed geliefd door de autochtonen. Maria begon te hebben Fancy beurzen in de late jaren 1950, de Indisch mensen waren zo verheugd over en heeft gereageerd met haar, het voelt als vroeger tijden Pasar Malam (naam ontstond in Indonesië zin markt) de Indisch noemde het als "Tempo Doeloe" ze aangespoord om te organiseren een Arts groep de Indisch Arts cultuur centrum Tong Tong. En stelde een Pasar Malam zoals in de tijd van de Tempo Doeloe. Niemand had geld in die dagen na de oorlog.
Maar Mary en haar familie hun weinig spaargeld op tafel gelegd...En dus, ze georganiseerd en de eerste post koloniale Pasar Malam in 1958 opgericht in Den Haag. De jaarlijkse pasar malam gebeurtenissen bleef ze 8 jaar. Ze heette "Moeder van de Pasar Malams in Nederland" van de kunsten fractie Tong Tong. En na alle Mary heeft gedaan voor de Nederlandse Indisch, vandaag is het ten onrechte gedocumenteerd in de Nederlandse archieven Ned.Indisch geschiedenis op de stad Den Haag en goed gedocumenteerd op Wikipidia, dat een van Maria's mede-werker Tjalie Robinson deed het allemaal. Dit is geen olny oneerlijke maar een valse eer nominatie.

Een valse geschiedenis is geen geschiedenis, maar in dit geval een discriminatie van een vrouw. En jammer voor ons Indisch om iets te weten om beschadigde redenen onjuist wordt gehouden. We zijn niet als dat, de Indisch-mensen in het algemeen zijn eerlijk en blij, hou op zoek naar, en altijd op zoek naar mensen om te helpen.
Alle bewijs van het oorspronkelijke exemplaar van Mary's baanbrekend werk wordt beschreven in dit boek.
 
 
------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------
Bahasa Indonesia
 
------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------
Pasar Malam Selamat Datang di Engels Holland - boek verkrijgbaar bij Amazon.met vertaalde Nederlandse artikelen-

Mary Bruckel-Beiten orang biasa, seorang isteri, ibu dan nenek. Dalam buku ini pembaca diperkenalkan oleh anaknya dalam undang-undang Geraldine Bruckel-Lang, dengan banyak ilustrasi Indonesia dan semangat perintis Mary. Pembaca ditunjukkan bagaimana ia adalah pada hari-hari yang Mary tinggal di kelahiran beliau tanah Indonesia dan juga semasa zaman Pendudukan Jepun di tanah. Mary dan anaknya 2 dan banyak negara rakan-rakan lelaki dan perempuan telah dipenjarakan.
Mary terus tempat tenusu sketched masa itu dan disimpan ia tersembunyi dalam bakul Dobi dirty. Dia akan teruk dihukum jika ia telah mendapati. Orang-orang seperti Mary dipanggil Indisch atau Indo. Orang-orang mendapat asal-usul mereka pada hari-hari yang Belanda dijajah di Indies dan mempunyai darah yang bercampur dengan "semua negara di dunia, kebanyakannya Belanda/Indonesia dilahirkan dengan kerakyatan Belanda yang terakhir"Indisch"tanah Indonesia sekarang.
Mereka adalah seperti sebuah "negara hilang" dan berakhir di Belanda, dihalau keluar dari tanah kelahiran mereka kerana Indonesia menjadi bebas dan mereka kehilangan segala-galanya dan harapan mereka, hidup inheritances. Ini suatu peristiwa yang menyedihkan bagi orang-orang Indisch. Tetapi gembira bahawa Belanda tanahair mereka menunggu dengan tangan terbuka. Tetapi Belanda terpaksa digunakan untuk pendatang baru di Belanda, bagi mereka untuk memulakan seluruh lagi diri mereka selepas Perang Dunia Kedua. Selepas tiba di Mary Belanda mendapati ia tugas beliau untuk memastikan beliau orang yang kini menetap di Belanda dan mereka akan mempunyai keberanian untuk pergi. Integrasi tersebut tahun 1940 di Mary pergi berkali-kali dari Kampung ke Kampung untuk memperkenalkan Indisch dalam budaya kepada Belanda dan memulakan lawatan beliau di kawasan luar bandar ladang untuk suri rumah serta lelaki.
Beliau menulis banyak buku masakan untuk memperkenalkan Belanda untuk memasak di Timur Indonesia makanan sendiri dengan bahan-bahan mereka sendiri. Ini pergi begitu baik, hari ini Terdapat beratus-ratus Indonesia restoran dan kedai-kedai untuk pertemuan Indonesia. Makanan ini adalah kini disukai oleh Belanda asli. Mary mula untuk mempunyai pameran mewah pada 1950 lewat, orang Indisch jadi gembira dan berkata kepada beliau, rasanya dahulu masa Pasar Malam (nama yang berasal dari Indonesia erti pasaran) Indisch yang dipanggil ia seperti "Rentak Doeloe" dia menyusul untuk menganjurkan satu kumpulan seni Indisch seni budaya Pusat Tong Tong. Dan Pasar Malam seperti yang disyorkan dalam masa yang Tempo Doeloe. Tiada siapa mempunyai wang pada hari-hari selepas perang.
Tetapi Mary dan keluarga beliau meletakkan semua simpanan mereka sedikit Jadual...Dan jadi, dia dianjurkan dan mengasaskan Pasar Malam pertama yang posting penjajahan pada tahun 1958 di the Hague. Tahunan pasar malam kejadian dia terus 8 tahun lebih. Dia dipanggil "Mother of the Pasar Malams di Belanda" oleh Kumpulan kesenian Tong Tong. Dan selepas semua Mary telah dilakukan untuk di Belanda Indisch, hari ia palsu didokumenkan dalam sejarah Ned.Indisch Arkib Belanda di the Hague dan tidak didokumenkan pada Wikipidia, bahawa salah satu sekerja Mary Tjalie Robinson melakukannya semua. Ini bukanlah olny tidak adil tetapi penamaan penghormatan palsu.

Sejarah yang palsu yang tiada sejarah, tetapi kes ini satu diskriminasi terhadap seorang wanita. Dan sayang untuk kita Indisch untuk mengetahui sesuatu yang disimpan tidak benar sebab rosak. Kita tidak suka, orang-orang Indisch secara umum yang jujur dan gembira, suka mencari dan sentiasa mencari orang untuk membantu.
Semua bukti salinan asal Mary merintis kerja adalah didokumenkan dalam buku ini.
 
 
 
 

 

Lees verder…

10897232486?profile=originalTelefonisch Interview met Blue Diamond Riem de Wolff.

Riem 10897239053?profile=originalwas nu aan de beurt volgens de planning. Riem had ik deze week aan de lijn voor iets anders. Raakten in gesprek over vroeger o.a. twee lp's met 15 nummers elk die in de top 1 haalde wat de verkopen betreft in Nederland, vertelt Riem in alle rust en nuchterheid. Allemaal Indonesiche liederen geschreven door Dries Holten en Marshal Mangenkei. Toch ondenkbaar in deze tijd. Zelfs met andere arrangement en andere producers hadden The Blue Diamonds ook in Indonesie flink gescoord. Riem blijft hier  even nuchter onder. Riem blijft optreden laat dat  voor iedereen duidelijk zijn, desondanks zijn magische leefdtijd, en heeft dit  jaar optredens op ruim de helft van het aantal dat de pasar malams telt dus 50%.

Riem had ik deze week aan de lijn voor iets anders. Raakten in gesprek over vroeger o.a. over twee lp's met 15 nummers elk die in de top 1 haalde wat de verkopen in Nederland. Allemaal Indonesiche liederen geschreven door Dries Holten en Marshal toch ondenkbaar in deze tijd. Zelfs met andere arrangement en andere producers hadden The Blue Diamond ook in Indonesie flink gescoord. Riem blijft er even nuchter onder. Riem stond bij ICM op de agenda om even te polsen. Riem blijft optreden dat is zeker ondanks zijn magische leefdtijd, en treedt op dit jaar op ruim de helft van het aantal dat de pasar malams telt dus 50%. 
 
Zie onderstaande agenda met dank aan Kwekel Evenementen.
 
2 augustus
2013
Steenwijk, Op de Markt, Pasar Istimewa
11 augustus
2013
Tegelen, Openluchttheater de Doolhof, Pasar Istimewa
11 augustus
2013
Hellevoetsluis, Struytse Hoeck Country & Western Fair, 12.00 tot 17.00 uur
met o.a. Windfall, Codray Brothers , Butter Beans, Jeffrey Williams, vele marktkramen en nog veel meer. Gratis toegang.
17 augustus
2013
Zoerle-Parwijs (B),  GC De Zoerla, Gevaertlaan 1
The Lennerockers en White Falcon,  info 0032 499 135 795, website Blue Hill Country Festival
26 augustus
2013
Dordrecht, in de binnenstand + op de Statenmarkt, Pasar Istimewa
27 augustus
2013
Amsterdam,  De Balie, Kleine Gartmanplantsoen 10
Riem de Wolff. Boekpresentatie van Prof. dr Meindert Fennema (website De Balie)
31 augustus
2013
Noordwijkerhout,  NH de Leeuwenhorst, Langelaan, 3, 2211 XT, The Grand European 2013    
The Lennerockers en Memory Marilyn. info website Cadillac Club Nederland
7 september
2013
Assen, Pasar Malam, TT Hall Assen, De Haar 11
met o.a. Riem de Wolff. Info 0546‐865811, website Flam Productions
13 september
2013
Utrecht, Vechtse Banen, Pasar Istimewa
29 september
2013
Alphen aan den Rijn,  De Ridderhof, Pasar Istimewa
o.a. Riem de Wolff en Freeline. (website Wout Nijland Productions)
5 oktober
2013
Kruisland,  Partycentrum KOCH, Molenstraat 120
Riem de Wolff en The Shakin' Arrows. (website Zaal Koch)
11 oktober
2013
Den Haag,  Paard van Troje, Prinsegracht 12, 2512 GA
The Crazy Rockers
12 oktober
2013
Zoetermeer, 2B Home Partycentrum, Dr. J.W. Paltelaan 103, 2712 PT 
The Firebirds (GB), info 079-888 0408 of 06-2305 0364 of (website Dance to the Sixties)
12 & 13 okt
2013
Rosmalen, Autotron, Rock Around the Jukebox
Of Course, The Triolettes, Strictly Elvis en The Firebirds (GB), presentatie Johnny Valentino
(website Autotron) info 073- 5218889 of (website Jukebox Fanaat)
30 november
2013
Rotterdam, LCC Castagnet, Larikslaan 200
Of Course.  Reserveren 010 - 4225096 of via de website.
21 december
2013
Arnhem, opening Winterpasar 100 jarige Burgers Zoo
28 december
2013
Venray, Sixties Music Venray, De Witte Hoeve aan de Gasstraat,
Het programma wordt z.s.m. bekend gemaakt. Info 0478 - 580624 of l-linders@home.nl l-linders@home.nl
25 januari
2014
Poeldijk, Indo Rock Gala, De Leuningjes, Julianastraat 151
met o.a.  The Crazy Rockers. Info en bestellingen: Jacques Wentink, 0172-437642/06-25534305
29 mei
2014
Numansdorp, feesttent aan de Havenkade, It’s Elvis Time met o.a. classic cars, mega Elvis shop en nog veel meer.
met o.a. Strictly Elvis (Of Course), tussen 14.00 tot 19.00 uur, toegang gratis. stichting PeWiTo
Lees verder…

Schrijfster Paula Gomes overleden

 

10897268866?profile=originalSchrijfster Paula Gomes overleden

Afgelopen dinsdag 9 juli 2013 is de “Grand Old Lady van de Indische letteren”, schrijfster Paula Gomes         in haar woonplaats Rotterdam overleden. Gomes brak in 1975 door met "Sudah, laat maar", een novelle waarin haar kampervaringen tijdens de oorlog in Nederlands-Indië centraal staan. Samen met "Het kind met de clownspop" en "Wie in zijn land niet wonen kan" werd "Sudah, laat maar" in 1992 opgenomen in de trilogie "Tropenkind". In 1993 werd "Sudah, laat maar" in het Engels en het Indonesisch vertaald.

Bij haar overlijden bleek Gomes tien jaar ouder dan ze altijd gezegd had: volgens haar paspoort was ze op 30 maart 1922 in Batavia geboren en dus 91 jaar oud.

De recensies over "Sudah, laat maar" waren lovend. Dichter Hans Werkman, die Gomes' stijl vergeleek met die van Marga Minco, vond "Sudah, laat maar" voor eindexamenkandidaten een ideale opvolger van het volgens hem "stukgeëxamineerde" Oeroeg van Hella Haasse.

In 1993 werd "Sudah, laat maar" in het Engels (‘Let it be’) en het Indonesisch 'Sudah, biar saja') vertaald.  Gomes gaf een aantal lezingen in Indonesië, en werd ook daar als een belangrijk schrijver erkend. Op dit moment wordt in Indonesië een proefschrift over haar werk voorbereid.

Zoals velen haar vele jaren gekend hebben: signerend op de Tong Tong Fair.

Met essayist Rudy Kousbroek, die      de Rotterdamse schrijfster zeer bewonderde, publiceerde Paula Gomes in 1998 het brievenboek "Verloren goeling". In datzelfde jaar was zij gastcolumnist van OVT. Met het luister- en leesboek "Allemaal een doosje" nam Gomes in 2007 afscheid als schrijfster. Wel trad ze nog meermalen op bij festivals (zoals het jaarlijkse Tong Tong-festival in Den Haag) en gaf lezingen en workshops. In 2012 debuteerde Paul Gomes als actrice in de film "Tamelijk gelukkig – over de alledaagse waanzin van Bob den Uyl", van regisseur Peter Scholten. Gomes was jarenlang bevriend met Bob den Uyl, die Gomes als schrijfster ontdekte. Gomes was voor het laatst in april jl. te horen als gast-columniste 

voor de Amsterdamse zender Radio Steunkous. Paula Gomes is in besloten kring gecremeerd. Vrijdag 19 juli jl. wordt in boekhandel Van Stockum in Den Haag vanaf 18.00 uur een openbare herdenkingsbijeenkomst voor de overleden schrijfster gehouden. Vrijdagnacht wordt van 02.00-03.00 uur op Radio 1 in WOORD de uitzending van ‘Een leven lang’ met Paula Gomes herhaald.

Siem Boon, directeur van Stichting Tong Tong: “Wij zijn dankbaar voor al die jaren dat Paula Gomes zich met de Pasar Malam Besar en later de Tong Tong Fair verbonden voelde. Al vanaf de ‘Houtrust periode’ was zij een graag geziene gast en tot op de 55e Tong Tong Fair toe signeerde zij haar boeken in de Pasar Boekoe”. 

Wij zijn dankbaar voor het vele mooie werk dat zij ons na heeft gelaten en wensen haar familie en vrienden veel sterkte toe. 

Lees verder…

Indisch woonproject op komst in Den Haag

10897266282?profile=originalIndisch woonproject op komst in Den Haag

De Stichting “Haags Indisch Thuis” (HiT) i.o. heeft met de Scheveningse Ontwikkelingsmaatschappij overeen-stemming bereikt om een nieuw te bouwen appartementencomplex in Scheveningen exclusief aan de Indisch gerelateerde doelgroep aan te bieden. Het project dat de naam “Hof van Smaragd” zal gaan dragen, komt tussen de Zeesluisweg, Schokkerweg en Westduinweg, vlakbij de 2e Binnen-haven en op nog geen 500 meter van het strand. Bovendien bijna voor de deur een tramhalte, die de buurt met de rest van Den Haag verbindt.

Het betreft hier volledig zelfstandige appartementen met een eigen parkeerplaats. Dit woonproject is niet uitsluitend bedoeld voor Indische ouderen, maar ook voor jongeren, (jonge) gezinnen en “empty-nesters”. Dat maakt deze locatie dan ook geschikt voor “generatiewonen”. Het complex is gesitueerd rondom een afgesloten binnenterrein, waar omheen de woningen liggen. Dit HOF is alleen toegankelijk voor en via de bewoners zelf. Hiermee wordt een gevoel van beslotenheid en veiligheid gecreëerd. Tevens bestaat de mogelijkheid van zorg aan huis in samenwerking met zorginstellingen.

Er zijn 42 woningen gepland, van ca. 75 m2 tot 100 m2. Er bestaat een mogelijkheid om in dit pré-stadium bepaalde wensen en aanpassingen in het ontwerp van de woningen te verwerken. Aparte bergingen en parkeerplaatsen zijn gesitueerd op de begane grond. De woningen zijn bereikbaar via trappenhuizen en drie liften. De huurprijzen beginnen bij € 690,- vermeerderd met de huur  voor een parkeerplek à € 75,- per maand. Servicekosten zullen worden berekend aan de hand van de gemeenschappelijke voorzieningen. Het is tevens mogelijk om een appartement te kopen. De prijzen variëren dan van € 178.000,- tot max. € 254.000,- vrij op naam.

De gemeenschappelijke Indische karakteristiek zal zich met name manifesteren op de begane grond en op de gemeenschappelijke woonlaag. Hier wordt ruimte geboden aan diverse commerciële, culturele en maatschappelijke functies, variërend van toko tot zorgpunt en van een restaurant tot apotheek, alle met een Indische insteek. Daarnaast zijn er gemeenschappelijke ruimten voor activiteiten en ontmoetingen.

Website: http://www.hit-denhaag.nl

Lees verder…

Moeder Britse vice-premier Nick Clegg in Jappenkamp

10897268453?profile=original

Moeder Britse vice-premier Nick Clegg in Jappenkamp

Ook de moeder van de Britse vice-premier Nick Clegg heeft in Indië in een Jappenkamp gezeten en is daar ternauwernood aan de hongerdood ontsnapt. De nu 74 jarige Hermance Clegg was slechts zes jaar oud toen ze in het kamp terechtkwam. Ze was de dochter van de Nederlander  Herman van den Wall Bake, werknemer bij een Nederlands oliebedrijf en diens vrouw Louise. 

10897268290?profile=originalHet sterk overbevolkte Kamp Tjideng

Toen in 1942 het gezin werd opgepakt, verdween de vader achter het prikkeldraad van het Glodok krijgsgevangenenkamp en moeder Louise en haar drie dochters gingen naar een ander interneringskamp. Hermance herinnert zich nog goed dat ze als zesjarige moest buigen voor iedere Japanner en de afranselingen en martelingen meemaakte als iemand te diep of niet diep genoeg boog. Een vergrijp waarvoor geregeld de gehele groep gevangenen werd gestraft. In augustus 1943 werden moeder en     de drie dochters overgeplaatst naar het beruchte kamp Tjideng, de zogenaamde “Hel op Aarde”. Er waren toen in Tjideng ongeveer 2500 gevangenen, maar dat aantal zwol      in twee jaar aan tot 14.350 geïnterneerden. Ze herinnert zich     dat de kampcommandant, Kapitein Kenichi Sonei, een gevaarlijke gek, de gevangenen dwing om bij nacht en ontij op appel te komen en dan vrouwen en kinderen urenlang liet staan. Sonei werd na de oorlog veroordeeld door een krijgsraad en geëxecuteerd.

10897268301?profile=originalMoeder Hermance met Nick Clegg eind 1967 (foto: Daily Mail)

Honger was een dagelijks onderdeel van het leven en Hermance weet nog dat haar moeder een gegeven moment niet meer dan een 35 kg woog. Zelfs zo, dat ze op een dag geen vast voedsel meer kon verdragen. Iedere hap die ze doorslikte, wam er met vrijwel dezelfde snelheid weer uit.

De Britse premier David Cameron met rechts vice-premier Nick Clegg (foto: Daily Mail)

Alleen wat vloeibaar voedsel, een soort soep, bleef erin. Ze was zo vermagerd, dat toen ze na de bevrijding oog in oog kwam te staan met haar man Herman, deze haar niet herkende en per ongeluk een vrouw omhelsde die op haar leek.

In 1946 keerde het gezin terug naar Nederland, waar Hermance te lijden had onder anemie en Onverklaarbare koortsaanvallen. Toen ze in 1957 in de leeftijd van 19 jaar, het Engelse Cambridge bezocht, ontmoette ze de student Nicholas Clegg, waar ze later mee trouwde. Uit dat huwelijk is op 7 januari 1967 de huidige vice-premier Nick Clegg geboren. Hermance Clegg werd lerares aan een school voor dyslectische kinderen. Ze vertelde dat ze 12 jaar geleden op de website van Kamp Tjideng is gaan speuren, samen met haar man en daarbij werd ze overweldigd door emoties. Ze verklaarde: “Ik stond als aan de grond 

genageld en mijn ervaringen kwamen in alle hevigheid weer boven. Ik werd doodsbang en heb uren gehuild     ”.

Leuk om te vermelden is, dat Nick Clegg naast het Engels, vrijwel vloeiend Nederlands spreekt. 

Lees verder…

10897261876?profile=originalMijn levensverhaal - 2     door onze correspondent in Nieuw Zeeland, Adrian Lemmens

Helaas was ik toevalligerwijze aanwezig tijdens dat verraad, en raakte ik zelfs aan mijn hoofd gewond, door een steen, die door hun oudste zoon Rijnco geworpen werd. Dit gebeurde allemaal in de “Villa Isola” in Bandoeng. Na verbonden te zijn, mocht ik met Eppo, hun jongste zoon, in de Japanse stafauto, met vlaggetjes en de Japanse chauffeur, als een troost, een lunch pakketje “Oom” Ab Brons brengen in zijn gevangenis, waar ik hem door de poort tussen een  groepje andere Hollandse gevangenen zag staan. Ab Brons was een grote man met een rood gezicht en witte haren; men kon hem niet missen.

Als Duitse, maar ook om mijn vaders reputatie te dwarsbomen, werd mijn moeder door toedoen van deze mensen bij Greetje Brons ontboden. Deze vroeg haar verzoek de functie van tolk op zich te nemen (mijn moeder sprak vijf talen). Mijn moeder vroeg bedenktijd en ze kreeg hier  slechts drie uur voor. Overhaast vluchtten wij naar Surabaya per trein. De trein werd door de Japanners uitgekamd, op zoek naar ons, maar RK. Zusters hielpen ons verborgen te blijven. Het onderzoek van drie jonge Japanse officieren op die trein duurde drie dagen.    

In Surabaya werden wij toch gevangen genomen en kwamen wij, in volgorde,  in het klooster Gedangan, Ambarawa; daarna ik denk kamp 5, en tenslotte  Banyu-Biru kamp 10. Waar wij tot begin december 1945 verbleven. Ons vertrek van Banyu-Biru kamp, ik geloof op 6 December 1945, was zeer dramatisch. Onder de bescherming van de Ghurca’s, die ons ook van de revolutionairen tijdens de Bersiap bevrijdden. Ons kamp was reeds in handen van de guerrilla’s en werd, volgens de dreigementen, op een totale eliminatie voorbereid. Luidsprekers verkondigden allerlei dreigementen, slangen, krokodillen en tijgers en panters zouden op ons losgelaten worden, barricades van zandzakken werden opgeworpen tegen aanvallen met handgranaten. Wij werden op het laatste moment ontzet door een kolonne Ghurca’s, die ons kamp voor mogelijk een maand   of meer verdedigden met mortieren, machinegeweren en persoonlijke nachtelijke koppensneller-activiteiten.

Met het uiteindelijke vertrek in een grote groep, gingen wij door geweervuur aan beide zijden van de weg en vliegtuigen overal in de lucht schietende en bombarderende tot aan Semarang toe. Het was soms een angstwekkende vuurzee, waar wij doorheen reden. Tenslotte bereikten wij Semarang, waar wij na enige dagen aan boord gingen via pontons op het Amerikaanse schip de “Victoria Amhorst” op weg naar Batavia. Ik denk dat het in het eerste Kamp 11 van Banyu-Biru, onze buren waren, die met hun groep praktisch helemaal uitgemoord zijn. Daarom werd met onze groep geen risico genomen en waren wij ook uitzonderlijk zwaar bewapend, met tanks en gepantserde wagens. Wij zaten dan ook met alle bagage om ons heen in die trucks. 

Terug in Nederland

Binnen het jaar, wist Jannes den Besten, van de weduwen en wezen  

afdeling van de B.P.M, met geweldige leugens, mijn moeder in te palmen en hoe ongelooflijk het ook klinkt, in gemeenschap van goederen met haar te trouwen in December 1947. De man bezat zelf niets, hij was een homosexueel, hetgeen mijn Moeder ook pas te laat te weten kwam. Mijn moeder werd eventueel door hem onder druk gezet, om haar onder controle te kunnen houden. Eenmaal, tijdens een open gesprek, vertelde mijn moeder mij een en ander. Op haar eerste huwelijksnacht posteerde mijn Moeder zich kennelijk voor die man, (ik moet er niet aan denken, mijn moeder). Maar het liep mis, hij gebood haar woedend zich aan te kleden en zei: “Ik heb jou daar niet voor nodig en ik heb nu al jullie geld en die kleine flikker (dat was ik), raak ik op de een of ander manier wel kwijt”. Dit was dus mijn toekomst, waar mijn eigen moeder in meespeelde, “gedwongen of niet”, hoe is dat mogelijk.


10897266476?profile=originalAdrian Lemmens, 15 jaar oud

Alle twee de kisten, met Amerikaanse voedingsmiddelen die wij ons uit de mond hadden gespaard en meenamen naar Nederland, werd door die man alleen opgevreten, terwijl ik, nog mager van de kampen, nog steeds honger leed. Drie grote kisten met sigaretten, verkregen met hulp van de vroegere directeur ir. A. Scholtens van de B.P.M.-Shell, de vroegere directe baas van mijn vader, daar werd direct de eerste Volkswagen Kever van  gekocht. De rest verhandelde en  rookte hij zelf op,  kronkelend over de vloer van het hoesten. Bij de eerste kennismaking  met die man, weigerde ik hem de hand te schudden en kreeg ik een geweldige draai om de oren, van mijn moeder, waardoor ik verschillende meters de gang in vloog. Dat was de eerste introductie, men weet over het instinkt van kinderen.

Zwaar gedisciplineerd als ik was, durfde ik nooit ver van huis te gaan   en werd ik op die manier veelal    alleen gelaten, terwijl andere kinderen op school waren, dat was in de     Jacob Marisstraat 18, te Slooterdijk Amsterdam; dezelfde naam inderdaad, als het schip van de HAL. De ms. Slooterdijk, waarmee wij uit Indië kwamen. Gebruik makende van mijn analfabetisme, wist Jannes den Besten, nu mijn tweede vader, mijn moeder te overtuigen, dat ik niet normaal was en liet mij in een zwakzinnigengesticht in Amsterdam Slooterdijk opnemen. Dat gesticht was een complete nachtmerrie. Kinderen die zich niet normaal gedroegen, zich bevuilden   en de rotzooi op de muren smeerden, of eindeloos hun hoofden tegen een deur of muur aan sloegen, vreemde dierlijke geluiden maakten, staan mij nog altijd bij. Ik realiseerde mij, dat ik daar weleens voorgoed in had kunnen blijven. Eens in een gesticht, nooit meer er uit, gold in die tijd.

Mijn grootvader was geschrokken, toen hij dat hoorde, maar Jannes den Besten wilde van geen advies weten. En waar was mijn zogenaamde moeder? Dankzij mijn grootvader en via de politie, werd het bestuur van die stichting (later bleek, dat zij een stevige betaling van J. den Besten ontvingen om mij daar binnen de muren te houden), gedwongen om mij te laten testen. Ik werd volkomen normaal beschouwd en werd er toen weer uit gelaten, God zij gedankt.  

Ik ben nog steeds woedend over het feit, dat men met mij kennelijk te gemakkelijk kon manoeuvreren in die tijd. Ik bleek ondanks alles, nog zo onschuldig te zijn, dat men schijnbaar van alles met mij uit kon halen. Maar ik was ook in een vreemd koud land  en kende er niemand die ik kon vertrouwen. Ik was immers nog steeds het totaal genegeerde en daardoor eenzame moffenjongetje uit de Jappenkampen en pas tien jaren oud Ik was immers niets anders gewend, dan alleen te zijnen niets om handen te hebben. Wat een verschil met een eigenwijze TV- en computerwijze tienjarige van vandaag.

In de Japanse kampen, was ik het moffenjongetje, waar de andere kinderen niet mede mochten spelen, ongelooflijk als dat klinkt, ondanks,  dat wij het kampleven met iedereen deelden. Mijn Moeder werkte nachts in de keuken en sliep overdag en ik was dus altijd alleen en moest mijzelf bezig zien te houden. Daardoor ben ik een “loner” geworden tot de dag van vandaag.

De enige cadeaus, die ik ooit in mijn leven heb gekregen, waren een aantal boeken van mijn grootvader. Dat werden mijn vrienden en die hield ik  voor mijzelf, toen ik via mijn eerste internaat St. Louise, het lezen en schrijven begon te leren. Gelukkig was ik intelligent en leerde vrij snel. Ik ben er zeker van dat mijn grootvader  daarmede mijn toekomst heeft verzekerd en gered, maar hij deed meer. Via een R.K. Bisschop in onze familie, Mgr. Lemmens, toenmaals Bisschop van Roermond, werd ik ondanks een grote tegenwerking van J. den Besten op de kostschool St. Louise in Amersfoort toegelaten. Daar man een broeder Deciderius mij persoonlijk onder zijn hoede. Hij sleepte mij in mijn eerste en enige schooljaar daar, van de eerste tot de vierde klas door 

mijn studies heen gesleept. Ik was toen 11 jaar en werd 12 in 1948. Het was een elite school, maar ik was de enige die beboterd brood at en niet de voorraden toegestuurd kreeg zoals de andere kinderen. Die aten jam, kaas, muisjes of pindakaas, ik at droog brood met een schrap boter. Maar ik was deel van een gemeenschap, ook al werd ik uitgemaakt voor pinda, als de enige Indische jongen aldaar. Geweldige cadeaus voor al die kinderen en medeleerlingen, met Kerst en Sint Nicolaas, of met verjaardagen;  ik liep daartussen, met niets.

10897266660?profile=original

Vader en moeder Lemmens

Maar voor het zo ver kwam, dat ik naar mijn allereerste school St Louise ging, werd ik eerst nog meegenomen naar de U.S.A. door een vriendin      van mijn moeder, Ria Oosterbaan, die met een Amerikaanse officier was getrouwd en mij mee naar Amerika wilden nemen, waar ik mij hevig tegen verzette. Daarna werd mij direct een naamsverandering opgedrongen, ook tot een “den Besten”, ook al verzette ik mij er tegen. Ik begreep niets meer van wat mijn moeder motiveerde, met al deze handelingen en voorstellen, die natuurlijk van J. den Besten kwamen. Ik wist van mijn grootvader, dat ik een hoop geld bezat op mijn naam, maar liefst 98.000 gulden en dat er ook een kwart van de waarde van het huis van mij was. En later bleek dan  J. den Besten niet van plan was, dat ooit aan mij te laten; wetten of geen wetten, rechten of geen  rechten. Om mijn eigendom te verdonkeremanen, werd het huis met groot verlies van de hand gedaan en mijn grootvader op  straat gesmeten, die daarmee tot een armoedige en eenzame dood was veroordeeld. Hieraan hebben de Nederlandse Autoriteiten mede schuld. Wat heeft Nederland met de nalatenschap van een oorlogsheld gedaan?

Terug naar het internaat St Louise te Amersfoort, na het enige jaar aldaar, gingen mijn zogenaamde ouders op vakantie naar Frankrijk, met hun eerste baby, een jongen, die later, dankzij haar trots en op haar kosten, dokter zou worden. Hij bleek ook  homosexueel te zijn en zou later zijn moeder van alles zou beroven (en daarmee dus ook mijn rechten) en haar de dood in zou jagen.

De tuinman van het internaat St. Louise werd gevraagd of hij op mij wilde passen en werkte ik dus met hem in de tuin in mijn zogenaamde vakantie. Na die vakantie en dat tuinwerk, werd ik van die school afgehaald en op de Technische hogeschool  Don Bosco, bij de Salesianen geplaatst, ook in een internaat in Amersfoort. Ook daar werd weer een tuinman gevraagd om op mij te passen terwijl de familie naar Frankrijk ging. Daarna werd ik ook daar vanaf gehaald. Dat was voor de rest van mijn leven, mijn laatste school, maar ten laatste leerde ik daar inderdaad ook het omgaan met gereedschappen.

Nu volgde echter de vreselijkste periode van mijn leven. De lezer begint nu mogelijk een idee te krijgen wat ik heb moeten doorstaan.  Dat ik mijn vaardigheden ondanks deze situaties heb weten te behouden, is bijna ongelooflijk. Ik heb toen zeker  de voorzienigheid achter mij gehad en kennelijk voor de rest van mijn leven. Misschien is dat de prijs, waar mijn vader zijn leven voor heeft geofferd.  Dat is de vraag waar ik mee aan het worstelen ben. Maar desondanks heb ik nu een vrouw en kinderen.

Een aanslag tegen mijn leven, waaraan ik vijfmaal de dans ben ontsprongen en verder een verschrikkelijk onrecht heb moeten ondervinden, hebben mij uiteindelijk berooid het land uitgestuurd. Ten gevolge waarvan ik nu dus als een emigrant in New Zealand zit, en daar berooid met letterlijk niets tot mijn naam, een nieuw leven moest beginnen, in mei 1962, dus 26 jaar oud. Wat heeft Nederland ooit voor mij gedaan? Wat, of hoe, met de geweldige en potentieel grote rijkdom, en geweldige studie kansen, die ooit mijn rechten waren en die mij ontnomen zijn, ook die door mijn vader aan mij zijn nagelaten.

In het nog vooroorlogse Indië; in 1939

De B.P.M.-Shell, eens mijn vaders bedrijf, gebood hem in zijn functie twee mensen te disciplineren, die de bloemetjes buiten zetten en de B.P.M. als maatschappij te schande maakten, in een tijd, waar een goede naam nog steeds zeer op prijs werd gesteld. Een de zoon van een zittende directeur ir. Jan Brouwer en een prof. dr. ir., professor in de Geologie H.H. Brons een hoge academicus, die zich aan de Japanners hadden verbonden. Voor welke reden dan ook, het was verraad, maar ir. Jan Brouwer door zijn vader gewaarschuwd, vluchtte toen naar Australië. Een mogelijkheid, die ook aan mijn vader geboden werd. Maar mijn vader, destijds de grote organisator van de B.P.M.-Shell in Nederlands Oost-Indië, beval de vernietigingen van de B.P.M.-depots in 

Tarakan en Balikpapan en vluchtte daardoor te laat. Hij was een patriot en verloor zijn leven, in dienst van zijn zogenaamde Vaderland.  

Die twee individuen (heren kan ik ze niet noemen), overleefden en waren ons vijandig gezind. Ze weigerden mijn moeder te helpen en ik wist natuurlijk te veel over en van Brons; ik was een gevaar voor hen en moest worden geëlimineerd en J. den Besten, chanteerde de Brons familie, met wat hij daarover van mijn Moeder had vernomen. Ab Brons nam hem in  dienst om mij te elimineren, wat goed in het plan van J. den Besten, maar ook in dat van de Brons paste. J. den Besten wilde mij immers ook kwijt, omdat hij niet van plan was, om mij ooit mijn rechtmatige bezittingen uit te betalen.

10897266071?profile=originalDe oorkonde die Adrians vader van de Nederlandse regering ontving

Nederland liet dit allemaal toe, door de inbeslagneming van ons huis en eigendom, onze thuis en onze haven, waardoor ik ook mijn grootvader, mijn voogd, en mijn enige bescherming verloor. Met daarbij ook de mensonterende Wet  Onbevoegdheid van de vrouw in die tijd. Dat onze situatie in Nederland, met hun acties 

tegen ons, nog verergerde, is ook de schuld van de Nederlandse Staat en haar overheden. Wat kan ik (persoonlijk) verwachten, als straks de “Indische Kwestie”, door Nederland wordt erkend?

U hebt nu de eerste 12 jaren van mijn leven gezien. Er volgden nog 14 jaren van ongeluk, levensgevaar en armoede voor mij in Nederland, voor mijn uiteindelijke vlucht door emigratie naar Nieuw Zeeland.

Beste Hans, je hebt mijn permissie hier mijn levensloop openbaar te maken. De Nederlandse Staat moet ook kennis nemen  van wat er met mij is gebeurd, evenals de B.P.M.-Shell, die  medeschuldig is aan de behandeling van de  zoon van een van hun toenmaals belangrijkste employés. De B.P.M.-Shell, heeft aan mij ook nooit de studiefondsen toegekend, die door mijn Vader met hen waren vastgezet in 1939, tijdens zijn laatste verlof in Nederland. Studiefondsen die aan mij uitbetaald zouden worden tot aan mijn dertigste jaar en het mede gebruik van alle sociale voorzieningen van de B.P.M. die ik nooit heb gezien of gekregen.

Dit is eveneens een deel van de reden waarom wij Indische Nederlanders nu al 70 jaar lang door Nederland behandeld worden; een periode die we de “Indische Kwestie” noemen. Maar ik weet het, ik ben lang niet de enige, ook al bedenk ik, dat mijn situatie en het verloop van mijn leven uniek is.  Als een consequentie van wat mij allemaal is overkomen, door mijn eigen moeders kennelijke onverschilligheid jegens mij en mijn lot, heb ik haar in 1998 persoonlijk gezegd, dat zij niet het recht had de oorlog te overleven. Deze harde, maar in mijn ogen reële uitspraak deed ik tijdens mijn laatste bezoek aan haar,  

een half jaar voor haar dood. Ik noemde haar als reden het verraad aan haar tweede zoon, ook een J. den Besten. Mijn moeder vroeg mij of ik het meende, hetgeen ik nogmaals bevestigde Zo namen wij afscheid voor de laatste maal; ik heb er geen spijt van, maar ik heb er wel moeite mee. Kunt U zich dit indenken?  Echter los van haar behandeling van en verantwoording jegens mij, haar enige kind van haar eens zo zeer geliefde man, was ook mijn moeder, eens een geweldige persoonlijkheid in die moeilijke jaren. Met geweldige prestaties en trouw aan haar geadopteerde land en nationaliteit en mogelijk honderden hebben hun levensbehoud in de kampen aan haar kookkunsten te danken. Moeder kreeg na de oorlog in Nederland, vele brieven van kampgenoten die haar bedankten voor wat zij had gedaan,  brieven die in nijd en jaloezie door haar tweede man J. den Besten werden verbrand. Maar waarom liet mijn Moeder mij toen in de steek?Nu op 12 jarige leeftijd, werd ik na de vakantietijd en na de vakantie van mijn “familie”, ook weer in Frankrijk,  ook weer van mijn tweede school verwijderd. Ook op deze tweede school liet de tuinman van die school Don Bosco, te Amersfoort, die op mij paste, mij “helpen” bij het werk in de tuin.

J. den Besten had zijn macht nu gevestigd, met onze bezittingen totaal onder zijn beheer en mijn Moeder scheen haar eigen gewoonlijke zelfbeheersing en persoonlijkheid volkomen te zijn verloren. Wij woonden nu na hun huwelijk, in ons eerste huis in de hoerenbuurt van Den Haag, in de Scheldestraat, recht tegenover de ramen met spiegeltjes en die dames in hun voor mij zo vreemde kledij, nooit eerder zoiets geweten of te hebben gezien, was dat voor mij een volkomen raadsel. Dit werd toen ook schijnbaar de tijd voor  

den Besten, om de door hem   met ons aangenomen positie te bevestigen, door mijn moeder volkomen te onderwerpen, zoals hij dat gedurende zijn eigen Vaders tijd had geleerd, in het vooroorlogse Roemeense Bucharest, met de vrouwen aldaar. De “Balkanisatie” van mijn moeder, de totale onderwerping van zijn vrouw, mijn moeder, waarvan ik later ook hoorde, dat het zijn bedoeling was, om ook mijn moeder als zodanig te werk te stellen. Hoe was dat mogelijk.

10897266871?profile=original

Nog een foto van Adrian, 15 jaar oud

Mijn moeder werd zo vaak getrapt en geslagen, dat zij zich veelal niet buiten de deur dorst te vertonen. Ongelooflijk genoeg, bleken die woningen ook tot de B.P.M. te behoren, zo tegenover onze trappen hal woonden ook B.P.M.-ers, de familie de Koning. Door het gegil en het geschreeuw van mijn Moeder, riepen die de politie.  Ondanks dat de politie de staat van mijn moeder kon zien, wist den Besten de rollen zo te verdraaien, dat de politie sympathie met “hem” hadden. Ondanks de vele gaten in mijn kennis, wist ik genoeg, om hem Mossadeg, te noemen, de huilende Minister-president van Iran in die tijd. De buren durfden niet meer te reageren, na bedreigingen van den Besten. Ze hadden nu gezien, van wat hij met de  politie wist te bereiken, ondanks mijn moeders uiterlijke kentekenen, van zijn beestachtige behandeling van haar.                                                         Nu begon ook de tijd voor hem, om zich tegenover mij een houding aan te meten. Met mijn Moeder onderdrukt en onder controle en daardoor niet in staat om tussen hem en mij te kunnen komen, om mij te verdedigen, nu was ik aan de beurt. Het was de winter van 1948, dikke sneeuw en ijsbloemen op de ramen, werd mij geboden, mij uit te kleden, veel van mijn kleding, (nu lompen) was nog steeds van onze repatriatie, de schoenen met touwtjes bij elkaar gebonden, werd ik naakt aan mij haren de douche in getrapt. Ik schreeuwde niet, het had geen zin.

Nog steeds broodmager, stond ik onder dat ijskoude water te jammeren, hij stond met een Spaanse riet voor de open deur, twintig minuten tot een half uur, als ik eruit probeerde te komen, sloeg hij mij op mijn natte huid, ten gevolge waarvan de wonden weken namen om te helen. Ik kon mij na die behandeling nauwelijks meer bewegen. Aan mijn haren werd ik naar het koude gedeelte van het huis, mijn kleine kamertje,  gesleept, de kamer in gegooid, op de vloer gesmeten, waar alleen een kaal matras en een paardendeken lag, terwijl ik niet eens was afgedroogd. Dit heb ik 11 of 12 keer moeten doorstaan. De kennelijke bedoeling was, om mij een longontsteking te bezorgen. Mijn moeder zat in de enige warme kamer, met hun eerste baby een jongen en ook een Jannes en kwam er nooit uit, zij was te bang.      Is dit van een moeder te bevatten? In die omstandigheden? Misschien wel.

Over mijn Moeder

Mijn moeder, kwam uit een niet zo welgestelde familie, een Kleermakerij en was een van de ouderen, van 11 kinderen.  Grootvader een geweldige verteller, met slechts een been, was door geheel Sauerland en Westfalen in Duitsland bekend. Moeder was geboren op een vrijdag de 13e mei in 1913, dus aan het einde van de Eerste Wereldoorlog. Haar door ambitie gedreven leven behelsde Piano spelen, kleding ontwerpen en maken en had ook de Kookschool doorlopen, bij een van de in die streek bekendste Hotels in Winterberg. Als Gouvernante bij een rijke Maastrichtse familie, leerde mijn moeder uiteindelijk mijn vader kennen. Mijn moeder sprak vijf talen, vloeiend Maleis was haar laatste taal.

Beginnende met de huwelijks-voltrekking in Kasteel Oud Wassenaar, bracht haar huwelijksreis haar in 1934, langs vele van de Franse kastelen en Chenonceau aan de Loire en tenslotte het Casino te Monaco, waar zij een maal mocht spelen met 1000 gulden. Moeder was gelukkig, het werden er 4000. Enthousiast wilde zij het nog een maal herhalen, maar mijn vader zei neen; eenmaal was de afspraak en zo bleef het.

In Nederlands-Indië

Moeder was een beetje koket, elke zaterdagavond, in de Soos, in een andere avond japon, nooit een tweede maal gedragen, het waren haar eigen gemaakte designs en de avond japon veranderde in een cocktailjurk en daarna in een middag japon, met veel hand gemaakte opsmuk, waar zij inderdaad bewonderenswaardig mee was, zo was haar leven, in ons oude vooroorlogse  Indië. Maar mijn vader keek naar de toekomst en dit was een duur spelletje. Zo kwam de afspraak, dat mijn Moeder alle stoffen kon kopen, die zij maar wenste, vermits zij haar eigen kleding ontwierp en zelf maakte. De stoffen kwamen van over de hele wereld, zelfs Iers linnen. Mijn moeder was de dame. Maar waar was er de moederlijke tijd voor mij? Die was er niet, voor mij was daar alleen maar de baboe en mogelijk de borstmelk afgekolfd en met de fles  aan mij gevoed.

Mijn vader was trots op zijn eerste zoontje, dat weet ik, er waren foto’s die daarvan getuigden, maar hij had ook een hoge baan bij de B.P.M.-Shell en verantwoordelijk voor de algehele financiën van die Maatschappij. Hij vloog met de Shell vliegtuigen veel en over geheel Indië voor inspectie van de boeken op de vele Shell stations. Eenmaal zelfs eens met Douglas Bader, de beroemde Engelse piloot  zonder benen, die ook voor de Shell vloog. Mijn Vader was helaas dus veel weg  voor inspecties. Corruptie tierde ook in die tijd welig en zo werd het bekend dat telegrammen mijn Vader vooruit gingen, als waarschuwing, zodat de boeken om in een correcte situatie zouden zijn. Er werden hem zelfs afkoopgeschenken aangeboden in vaak geweldige bedragen. Mijn vader reageerde daarop met ontslag en een schoonveegactie schoonveeg actie en zo werd de naam van mijn vader gevreesd op de verschillende stations, waarvan de boeken niet correct waren.

Het B.P.M.-Shell soosgebouw in Pladju

Desondanks was mijn Moeder toch nog te trots, maar ook ten zeerste beschaamd (hoe vaak was de eens zo zeer bekende naam van A.C. Lemmens, door de omstandigheden bezoedeld), om door ook maar enige 

vroegere bekende te worden gezien, vanwege haar huidige uiterlijk en onze vroegere reputatie. Was dat de bedoeling van die Jannes den Besten?

Waarom had ik een moeder, die geen belang of verantwoording voor haar  enig kind nam. Niet als een hartelijke warme en veilige Moeder, maar ook niet door haar onbesuisde tweede huwelijk, nog wel in gemeenschap van goederen ook nog, zonder acht te slaan op de belangen van haar kind. Zelfs al was dat met en onder al de geweldige beloften van die man.

Natuurlijk, haar tweede huwelijk was een volslagen nachtmerrie en in haar situatie was er geen uitweg. Door in alles toe te geven, hoopte mijn moeder een succes van dat huwelijk te kunnen maken. Dat was  dus ook debet aan haar houding  tegenover mij. Ze had toen niet door dat het  haar tweede man in het zo onverantwoorde huwelijk in gemeenschap van goederen, alleen te doen was om haar kapitaal.

Maar er was ook weinig mogelijkheid tot enige hulp, voor mijn Moeder, ze was immers geïsoleerd door de omstandigheden. Er werd een school voor mij gevonden, een RK. School aan het Westeinde. Onder de Wet moest dat tot 15 jarige leeftijd op school blijven, maar kennelijk had niemand enige belangstelling voor mij. Geen interesse en geen leidende hand, of een extra aanspraak, want ik was immers het jongetje dat niet sprak, en zich alleen wist te vermaken; in de geest nog steeds helemaal terug in de tijd van de Japanse kampen. Het Moffen-jongetje, waar de andere kinderen niet mee mochten spelen.    Ik wist niet beter en in Nederland was ik alleen maar een van de pinda’s, waar weinig interesse voor was. Het liep totaal op niets uit en duurde slechts enige maanden, ik leerde daar totaal niets. Tenslotte hing ik gewoon ergens rond en liep ik de geweldige afstanden, op mijn totaal versleten schoenen, in sneeuw en ijs, nog steeds vanuit de repatriërings-periode. Er was immers geen controle op mij Menigmaal, vroeg ik mij af, waarom ik eigenlijk geen moeder had, ik kan mij de borstvoeding niet herinneren, was het afgekolfd, zoals het mij door de baboe werd gegeven. In tegenstelling tot mijn vader, heb ik nooit in de armen van mijn moeder gelegen, maar 

ik had wel de mooiste kinderwagen van Pladju, zo werd verteld.

Tot zover het tweede deel van het levensverhaal van Adrian Lemmens, dat   hij voor deze NICC Nieuwsbrief schreef

 

Lees verder…
21-07-2013 | EEN FANTASTISCH EVENEMENT

De Langste Indische Rijsttafel ter wereld is een feit

10897265661?profile=original

De Langste Indische Rijsttafel ter wereld is een feit. Vorige week slaagden de organisatoren erin de Langste Indische Rijsttafel ter wereld te presenteren. Indonesiënu sprak met Annemarie Rulos-V.d Berg van Child Support Indonesia, 1 van de organisatoren van dit evenement. Wij vroegen haar hoe zij terugkijkt op die bijzondere avond op 12 juli 2013. 


'De Langste Indische Rijsttafel ter Wereld was een fantastisch evenement. We kijken er met veel plezier en trots op terug. Het was heel speciaal om met zoveel vrijwilligers zo'n groot evenement op te zetten voor het goede doel.' 

ZATEN ER LEUKE OF UNIEKE GEBEURTENISSEN BIJ TIJDENS DIT EVENEMENT? 

'Het hele evenement (zowel de voorbereidingen als de uitvoering daarvan) was voor ons uniek. Nooit eerder hadden wij iets dergelijks georganiseerd en dat maakte het natuurlijk extra spannend. Als ik nu terugdenk, denk ik met name meteen aan de hoeveelheid ingrediënten die klaargemaakt en verwerkt moesten worden.'

'Honderden kilo's vlees, tientallen kilo's groenten en dan natuurlijk de 1800 eieren die eerste gekookt en toen stuk voor stuk met de hand gepeld moesten worden.'

'Maar het meest bijzondere en emotionele moment was toen we "klaar" waren. Dat wil zeggen, het moment dat alle 1200 deelnemers hun eten op tafel hadden staan en duidelijk was dat we het gehaald hadden: het record was binnen.' 

DE OPBRENGST VAN DE AVOND KOMT TEN GOEDE AAN STICHTING CHILD SUPPORT INDONESIA. HOEVEEL GELD IS ER INGEZAMELD? 

'Het evenement is georganiseerd door Lonny Gerungan, Gerritsen Events en natuurlijk Child Support Indonesia met als doel geld op te halen voor de educatie van kansarme kinderen in Indonesië. Het evenement heeft zo'n 14.000 euro opgebracht dat door Child Support Indonesia gebruikt zal worden voor de schoolopleidingen van die kinderen die zonder hulp niet naar school zouden kunnen.' 

KUNNEN WE IN DE TOEKOMST NOG MEER VAN DIT SOORT ACTIES VERWACHTEN?

'Deze vraag heb ik in de afgelopen dagen al vaak gehad? Het is in principe een eenmalig evenement geweest. Desalniettemin betrap ik mezelf er regelmatig op dat ik al nadenk over een eventuele volgende keer. Maar er zijn nog zeker geen plannen in die richting. Wel organiseren we natuurlijk elk jaar de Pasar Toko Neba met hetzelfde doel: fondsen werven voor kinderen in Indonesië.'

Lees verder…

Rudy Kousbroeks ‘’Kampsyndroom’’ - deel II

10897249257?profile=originalRudy Kousbroeks ‘’Kampsyndroom’’

 

Deel 2

Besproken door Pjotr.X.Siccama

.

 

Er bestonden en bestaan onderling nog vele meningsverschillen en even zo vele misverstan­den onder de talloze auteurs die Kousbroek in zijn boek noemt, die over het voormalige Nederlands Indië hadden en hebben geschreven (en nu nog steeds doen); daar geboren en getogen zijn of juist niet,  Europeaan, half Europeaan, (Indo-Europeaan: de zogeheten Indo ‘s.) De auteurs ervan worden door Kousbroek uitvoerig tot in alle bijzonderheden besproken, met of zonder verbazing en verwondering. De discussies nemen  in zijn boek wendingen die men soms wel naar kan raden, en soms weer niet kan verwachten..Terecht of onterecht; dat doet er hier even niet toe. Eén geruststelling bij het lezen van het boek is  daarbij de fortuinlijke afwezigheid van academische discussies; gelukkig maar, want dan wordt het echt oorverdovend saai.

 

Het lijkt een soort competitie (of niet) (jij hoort er bij hoor, en jij niet?) wie er hier aanspraak maakt op het predicaat Indische schrijver of liever gezegd wie( be)hoort (of (be)horen) tot de schrijver(s) van de Indische Letteren.

Om een voorbeeld te noemen:  de schrijver Springer wil zich hier (of daar) niet achter scharen of schrijver wor­den genoemd van de Indische Letteren. Wat voor redenen hij daarvoor heeft gehad zal een ieder worst zijn. Het is zijn keus. Sudah.  

R.Nieuwenhuijs ter variatie, croquetteert daarentegen met zijn ambivalentie, wanneer hij zich verontschuldigt dat hij niet Indischer uitziet. Wilde hij soms er echt bij horen? Hij zag de kolo­niale maatschappij met de grootste Indo/Europese gemeenschap heel goed om zich op die manier te verontschuldigen, om de eenvoudige reden dat die Indo/Europese gemeenschap gevoelig, mis­schien té gevoelig was voor verhoudingen en sociale ordening. Maar dat zou hier toch geen pro­bleem hoeven te zijn; het gaat in de literatuur toch om wát men schrijft en niet om wie het schrijft, zoals Kousbroek opmerkte.? Blijkbaar dus niet. 

Mensen zijn sterfelijk, literatuur is dat niet.

Wij komen tot de kern en wellicht tot ‘’den Scheidewegen’’, wat mensen,schrijvers,scheppende kunstenaars bewegen, buiten en naast hun taak als schrijver en het uitoefenen van het schrijversschap, is het scheppen van kunstwerken om het leven aangenamer te maken. Zo simpel is dat .

En telkens komt de afkomst, (heb jij Indisch bloed ? En dat wordt dan ook zo letterlijk bedoeld) op de proppen, zo ook hier weer.

Hella Haasse heeft bijvoorbeeld geen werk of roman geschreven in de Indo-taal. Was zij daar té Hollands voor zoals Tjalie Robinson haar heeft verweten.?(het is overigens veel te moeilijk) Of kunnen alleen Indo-schrijvers  dat?

Tjalie Robinson noemde Hella Haasse een Hollands meisje uit de tropen, geen Indisch kind. Het heeft haar naar zij zelf bekende veel pijn gedaan. 

Maar dat is geen reden om haar niet tot de Indische schrijvers te laten behoren. Het lag naar mijn insziens niet in de veel grotere Nederlandse taalgebied dan het in omvang veel kleinere Indo taal; dat zou onzinnig zijn, want de Indo s lazen en lezen eveneens het ‘’gewone’’ gangbare Nederlands.

10897267269?profile=original

 Robinson had, vertelde Kousbroek uitvoerig, ook hevige kritiek op haar roman ‘’Oeroeg’’ omdat zij de Indische gemeenschap en de verhoudingen niet vanuit haar eigen beleving kende, en dus slechts vanuit haar eigen milieu en van grote een afstand. Ik ben deze keer niet helemaal met hem eens. Robinson verbond het (kunst)werk met de persoon als onlosmakelijke eenheid. Op zich­zelf lovend een ‘klein lauwerkransje’ aan een collega op te dragen, maar hij bedoelde daarmee be­slist niet lovend, eerder teleurstellend. Hella Haasse was een groot schrijfster, onmiskenbaar. Het gaat hier om de authenticiteit van het werk van de kunstenaar en niet om de persoon in kwes­tie. Zo ziet men hier alweer een van de  kernen van een misverstand die zo eenvoudig kan worden ver­klaard.

Wij weten maar al te goed waarover het nu gaat.

Ik denk dat ik weet te voelen wat Tjalie Robinson met het verwijt aan Hella Haasse in essentie be­doelde en dat is dat je  ‘’HET in je vlees en bloed moet hebben’’ wanneer men iets doet, denkt, onderneemt, (en niet alleen in het schrijversvak): niet met een ziel maar dé ziel ontbrak naar zijn gevoel en idee, maar Haasse had voor zijn gevoel ‘alleen maar ’(Ind. en niet ‘’slechts’’)  de zichtbare en onzichtbare tegen­stellingen in die tijd van macht en machteloosheid van de hoofdrolspelers in het werk Oeroeg willen tonen. En die hoofdrolspelers zijn in ‘’Oeroeg’’, een totok (een blanke jonge Hollander) en een Indo­nesische jongen, GEEN INDO.jongen. Daar wringt de schoen in Robinsons belevenis blijkbaar on­der ander. óók. Hella Haasse moest een keuze maken in haar werk wie de hoofdrolspelers zou­den moeten zijn. Kennelijk was het voor haar een voor de hand liggende keuze: het moest in het werk  helderheid worden verschaft, (zwart/wit) zeker als het gaat om de onder­drukker en de onder­drukte met al hun beperkingen en gevolgen waarin natuurlijke vriend­schappen onmogelijk worden ge­maakt.

 

Het racisme komt dan zo af en toe om de hoek kijken, zowel in de beschrijving van Kousbroek als ook uiteraard in het werk van Hella Haasse.

De (ironische) opmerking van A.H. den Boef:’’De stoere Hollandse knapen van Robinson maakten nooit racistische opmerkingen over hun Indonesische leeftijdgenootjes’’.(..) .

Ja zeer ironisch en ook ontstellend hypocriet. Openlijke en verborgen racisme was er gewoon en dat zijn feitelijkheden waar we nu maar eens een einde aan moesten maken, omdat er al veel te veel tijd is verspild.

10897267291?profile=originalOpvallend toch het telkens terugkerend thema van ras, denk en cultuurverschillen. Het zijn weer de Indo s die kennelijk voor vuurwerk zorgen en niet alleen bij auteurs.Een kleine oriéntatie: Er be­stonden toen in Indië (alijd al) stoere Indo-jongens, die door Hollandse jongens in heel hun ge­drag werden geïmiteerd en alom bewonderd om hun kennis van de autochtone bevolking (Inlan­ders)  hun adat (gewoontes) en gecompliceerde cultuur; verder hun lichtgetinde kleur (die onge­woon was voor een Hollander), hun dikwijls atletische voorkomen met ravenzwarte haren, zwom­­men als Johnny Weismuller en soms ook nog gitaar konden speelden. Het heden ten dage modieuze ma­cho­cultuur zoals we dat dagelijks zien, was toen niet aan de orde. Het zijn in verhouding evenwel stereo­typen, maar toch. Ik kan het weten omdat ik 6 broers heb, die onder andere heel hard op Harley Davidsons reden.(.), maar zich wel als ware gentlemen gedroegen en het nu nog zijn.  

Halverwege het boek lijkt het of ik in de dertiger jaren ben aanbeland; niet vanwege de prachtige kunst en architectuuruitingen van die tijd, maar eerder door de verwerpelijke geschriften en denk­beelden van diverse  auteurs (met ongetwijfeld racistische en facistoïde affilliaties: anders zouden ze het onderwerp op die manier nimmer hebben aangevat) die zich ongegeneerd aanmatigden om als uitgehongerde tijgers op hun prooi te storten en zowat hun nek breken om zonodig hun mening neer te pennen en te verkondigen als ware een slechte boodschap: waarover?: (surprise, surprise…) de Indo’s. Alsof er geen enkele positieve noot aan hen te verbinden valt. Schaamteloos en socio/phsychologisch gezwetst onder de verschillende schrijvers, wat volstrekt onverantwoord scha­delijk en schandelijk is voor een harmonische gemeenschap waarvan hun bestaan toch al, min of meer wordt ontkend. Alles wat niet goed was (en is) aan en met hen werd met hun geassocieerd. De discussies zijn niet nuttig, irrelevant en dragen niet bij aan de helderheid. In deze door Kousbroek opgetrommelde geschiften, van de in het boek geciteerde auctores intellectualis, hadden de tegenstellingen van twee gemeenschappen op de spits gedreven op een schadelijke en schandelijke wijze dat het gif nu nog door blijft sijpelen en een eigen leven is gaan leiden. Historisch gesproken waren zij de  feitelijke miscreants die verantwoordelijk waren ‘en nog zijn voor de aangerichte culturele schade.  Er was immers geen probleem. Men zocht enmen schiep een probleem wat er nooit was geweest. Gemeenschappen werden getart. Er waren en er zijn hier onzindelijkheden aan het werk en al­weer in het verborgene. Er waren en zijn nooit gegronde redenen voor een negatieve stellingname zoals sommigen die dachten zich te permitteren deze in te nemen. Maar ook al waren ze er, dan nog was er geen enkele rechtvaardiging op welke wijze dan ook om in het geheel een gemeenschap buitengewoon negatief te afficheren.

Als een van de voorbeelden noemt Kousbroek o.a.een zekere Opheffer (pseudoniem.voor Gon­grijp-NRC.1988) die in zijn geschriften laatdunkend uitliet over de Indo gemeenschap waarbij (het wordt nog absur­der) deze man onderscheid maakt tussen een beschaafde Indo en een Kampong Indo!

Verbazingwekkend dat gemaakte onderscheid. Kousbroek vond het evenmin onduidelijk. Het is net zo n imbiciele vergelijk als een boer uit een gehucht ergens in Holland en een provincie boer in de stad . Onzinnige vergelijking, die kant noch wal raken..

. De redenen en/of overwegingen zijn in dit geval wel relevant en zit in het hersenloze hoofd van de auteur. Zover de Indo  s weten bestond er toen geen Kampong Indo  en/of een be­schaafde Indo. Het is iedereen zowaar onduidelijk waar  deze man de wetenschap vandaan haalt.Ter oriëntatie: er bestond en bestaat slechts één soort Indo en het is de ware Indo. Het gebruik van die termen heeft deze heer Gongrijp zelf bedacht of waarschijnlijk ergens in een stoffige lade gevonden en zo uit de losse tangan gedistilleerd. Ook al een reden om via een omweg (wat er niet is) aanleiding te vin­den deze gemeenschap te vernederen.

Het wordt nog fraaier wanneer een zekere Cleintuar (ook uit de losse pols) beweert dat de:`` keuze zelf onnatuurlijk blijft aanvoelen.. en laat zelden na zijn stempel te drukken op de persoonlijkheid van de kiezer.´´)einde citaat. ( Haal me daar de koekoek.). De Indo was bewust sociaal politiek in die onmogelijke (als men dat zo wilt zien) positie gemanouvreert en krijgt hier voor de kiezen. Onzindelijke dus, nog afgezien van de hier impliciet verwerpelijke taxaties.

De schrijver mijmert verder over zijn jeugd en met weemoed lees ik de prachtige beschrijvingen in het boek van de natuur, de jungle op Sumatra waar de Kousbroek heeft gewoond: lijkt alsof de schrijver je wer­kelijk mee aan de hand neemt en je de geur van het tropisch woud laat ruiken, vertelt en zijn erva­ringen in je oor fluistert, worden voelbaar, ja tastbaar bijna. Hij wordt overweldigd van de schoon­heid van de Natuur en de lezer eveneens.  Het doet me denken aan  een moment van absolute schoonheid, maar dan een van een andere orde, die ik ervoer in Florence. Bij het zien van de toen net gerestaureerd schilderij van Botticelli ‘’La Primavera’’ werd ik na ongeveer een uur plots on­wel; “’ziek’’ van de schoonheid. Men dacht in eerste instantie niet dat het met  het “’syndroom van Stend­hal’’ te maken zou kunnen hebben, maar leek er wel op.

Toegegeven ben ik enigszins gepreoccupeerd, maar iemand die zijn omgeving op zo n  manier beschrijft blijf ik nu nog dromen van het Paradijs dat ik als kind toen in Indië had. Het is mij namelijk zo lang onthouden door omstandigheden weliswaar – voor de lezer interessant noch relevant – maar hoop dat gevoel ooit nogmaals te beleven.  

Hollanders zijn ware kooplieden, marktkooplui, zaken doen zit hen in het bloed, het moet onge­twijfeld  als genetisch worden beschouwd. Geen vreemde eigenschap het zaken doen, goed geld verdienen ten koste van de omgeving en meestal ten koste van anderen.

Die eigenschap of eigenschapen is en zijn zo in de loop der tijd ontwikkeld tot een Hollandse karaktertrek die heden ten dage zelfs wordt gecultiveerd en gekoesterd, zelfs bewonderd door mensen die geen Hollanders zijn. Ieder zijn vak. Maar in de Hollandse kunst (en cultuur) wereld zijn wonderlijk geen of nauwelijks dramatis personae te vinden (met uitzondering van een handjevol meester schilders uit (voornamelijk) de 17e eeuw zelfs niet bij het toneel en al helemaal niet in de Nederlandse filmwereld, ook al denkt men dat. Het blijft een leegte die nu beter zou zijn op te vullen door mensen die juist géén filmacademie of aanverwante opleiding hebben gevolgd, is mijn oordeel. Kort gezegd: je bent een dramatis persona of je bent het niet, omdat zoiets nu eenmaal nooit te leren valt, ook al heeft men en kunst en/of filmacademie gevolgd.. Dat heeft Kousbroek maar al te goed gezien bij de verfilming van Oeroeg. Een algehele deceptie.

Kousbroeks constatering is pijnlijk, maar waar; men kan toch zeker niet verbergen wat men niet heeft. Sommigen menen zowaar te weten dat men dat wel heeft. Een kleine verklarend rondje:

Ieder mens wordt gevormd door zíjn omgeving, naast de opvoeding en afkomst, sociaal milieu e.d.; dé omgeving is bepalend voor het vermogen tot (natuurlijke) verbeelding en fundamenteel inzicht.

De schrijver luistert/hoort en observeert als een Indo, zeg ik dan maar. Hij is weliswaar  geen Indische jongen maar heel zijn wezen (hij is zo te oordelen een dramatis persona): verteltrant, houding, groot en krachtig vermogen tot verbeelding zeggen mij genoeg en wijzen in de richting van ‘’het hebben van een Indo (of moet ik zeggen Indische?) ziel’’ om het maar zo te noemen.  

 De schermutselingen over en weer tussen verschillende auteurs nemen in het boek geen einde Het Indisch zijn, het Indisch gevoel,  die Indo/Europeesheid en Europees zijn, en iedereen wil zowaar iets aan bijdragen zonder ook daadwerkelijk er een wezenlijke bijdrage te leveren: eindeloos gemier over schuld en slachtoffer(schap). Het is duidelijk dat hierover het laatste woord nog niet is gezegd. Kousbroek slaat de spijker op zn kop, wanneer hij in de oeverloze discussies over dé Indische afkomst, achtergrond en wat dies meer zij, probeert er een eind aan te maken, niet helemaal met succes overigens. Niet alleen omdat er van Indische zijde kritiek wordt geleverd en op hem (nota bene persoonlijke)  aanvallen worden gedaan. Kousbroeks toont in dat opzicht zeer barmhartig in zijn lauwe repliek op alles wat men niet zint. Dat siert de schrijver.

Wanneer een van de Indische critici Kousbroek voor de voeten werpt dat dé Indische maatschappij toch slachtoffer is (hetgeen volstrekt waar is) of( moet worden beschouwd?) van het koloniaal regime, worden weer oude wonden opengereten en met zout ingestrooid..  Het is waar dat de Indische gemeenschap in het vroegere Indië discriminatoir was behandeld en altijd als een soort sociale buffer had gefunctioneerd tussen de Koloniale machthebbers en de autochtone (Indonesische) bevolking., bovendien weet Kousbroek ook dat er niet altijd kansen waren voor de Indo/Europse gemeenschap. In feite speelde de Hollandse (.) elite (ze was simpelweg getransplanteerd naar de tropen als langdurige vakantieverblijf) er mooi weer en had zij werkelijk lak aan wat direct en indirect in andere sociale lagen gebeurde. Het interesseerde hen eenvoudig niet.

 

10897267855?profile=originalKousbroek woonde en leefde zeer beschermd op een van de grootste eilanden van de Archipel, terwijl mensen die op Java (waar het koloniaal bestuur resideerde) woonden, dikwijls in de grootste armoede (a.h.w. op de stoep van de GG met het grootste echelon ambtenaren!) hun hoofd boven water moesten houden.  Dat was onder andere ook een van de vele verwijten tegen de bestuurlijke macht dat deze gemeenschap geheel aan hun lot werd overgelaten en dus een groot onrecht hen aangedaan. Zij moesten maar kijken hoe ze zich redden in die ‘’verdeel en heers’’ regime van die tijd, waaarin, zo hij ook zag, dat er toen zo n wrede maatschappij bestond. ( Kousbroek: het was een gekkenhuis (.) en een fabriek van minderwaardigheidcomplexen’.- krachtiger kan het niet worden geformuleerd.  Die wreedheid overigens onder de sociale lagen van de bevolkingsgroepen hadden de Indo’s zelf niet  veroorzaakt en kon hen niet zonder meer in de schoenen worden geschoven, want dat zou dan het toppunt zijn. Sociale vangnetten waren er niet. Maar het leven in een politiestaat wat Indië toen ook was, is dat een normaalste zaak, blijkbaar. (Abdulgani en Nasution)

Het is dan ook geen wonder dat Tjalie Robinson, onderwijzer op diverse scholen zag dat het met het toen gegeven onderwijs al maar slechter ging en er dientengevolge de zogeheten ‘’wilde scholen’’ ontstonden, bij gebrek aan juiste lesmateriaal die uit het moederland moest komen die nooit kwam.  Niets is onwijzer dan  de vinger op te steken en de schudige)n te noemen, maar in het onderwijs (lees Robinson) was niets geregeld met (kon niet anders)  rampzalige gevolgen van dien.

En zo ontstond het ‘’wild Nederlands’’

Ten tijde van de rijkste Indo/Europese man die Indië toen rijk was:de krantenmagnaat Dominic Beretty, de beroemde ‘’dandy’’, was het met het onderwijs  ook al belabberd en werd in de dertiger jaren locaal ingegrepen door particuliere initiatieven (burgers en ook bedrijfjes) om nog ernstiger afbraak in het onderwijs te voorkomen.

En de zo geloofde en door ;sommigen  verheven ’’Tempo Dulu’’ waar slechts de happy few ervan kon genieten, hebben heden ten dage nog nostalgische herinneringen aan. Bizar. Valser en gemener kan het niet.

 

Pjotr.X.Siccama 2013 

 

 

Lees verder…

10897239901?profile=originalRutte wil samen met de Antillen geld verdienen, kopt de Financiële Telegraaf.

In het verlengde van zijn eerdere marketingacties in Nederland dat iedereen geld moet uitgeven en zijn geld moet spenderen aan nieuwe artikelen door o.a. het kopen van nieuwe auto’s om de Nederlandse economie vooruit te duwen, is Mark met zijn missie geëindigd in de Antillen.


Om deze missie te steunen zijn vijf bedrijven meegegaan op deze handelsmissie. De journalist die hiervan een verslag maakte was kennelijk ook al het spoor bijster. Hoezo handelsmissie? Als de ministers naar Groningen gaan wordt dit toch ook niet geschaard onder de handelsmissie.

Een Handelsmissie is die van Angela Merkel die enkele bruggen bouwt met Jakarta om daar te mogen participeren in het gelanceerde Indonesisch Economisch master plan dat loopt van 2014 tot 2023 dat werk gaat bieden totaal voor ruim 1700 miljard voor bouw, infrastructuur, milieu, watermanagement, waste management, en Industrie. Juist die terreinen waar Nederland sterk in is.

Desondanks dat ICM de leden van de Tweede Kamer bestookt met deze informatie zijn ze allen Oost – Indisch doof, en uiteindelijk sturen zij Timmermans in plaats van Beatrix. Even later kopt weer de Telegraaf dat Kok en Pronk beiden PvdA de verzoeningspoging van Oud Koningin Beatrix bewust hebben geblokkeerd, Oud – koning Beatrix wilde in 1995 excusjes aanbieden aan de rep. Indonesië namens Nederland en het Koninklijk huis voor wat Nederland Indonesie heeft aangedaan.

Toch toont onze Rutte met het parlement een soort van ontwijkmanagement ofwel de bekende struisvogel die het gevaar ziet aankomen en zijn kop snel maar in het zand steekt. Dit verschijnsel komt ook veel voor bij banken, overheden, en multinationals. Op het moment dat de managers weten dat ze niet goed presteren, zijn ze opeens druk met andere zaken, of is zijn snel uithuizig ( Boonstra van Philips stond op Schiphol om daar te vragen waarom ze weg gingen, de meesten werden weer naar huis gestuurd) juist de zaken waar ze voor aangesproken kunnen worden laten ze liggen.

Terug naar de Antillen,

 het werkgebied van de maffia, want inmiddels is Gerrit Scholte veroordeeld tot de oppositie bankjes, en doet de voorzitter van MKB – Nederland een duitje in de zak  door zijn optimisme. Ook deze man heeft boter op zijn hoofd. Kennelijk nimmer buiten Nederlandse grenzen geweest.

Desondanks de verkeerde woordspeling van Jan Peter Balkenende die VOC – Dynamiek, - mentaliteit moet weer terug komen om Nederlandse economie boven water te krijgen.  Had Peter het door dat daar die mogelijkheden liggen. Want anders steven “wij” Nederland af op die afgrond, toename naar 700.000 werklozen, verder sanering van de pensioenen, en de rode cijfers op het scoringsbord van het CPB.

De huidige politiek is gestoeid op de korte termijn visie waar het eigen belang van de politicus voorop staat. De Tweede Kamer als een podium gebruikt om te solliciteren  naar top functies. Dit resulteert in "Quick en Dirty "oplossingen. Oplossingen die op andere terreinen weer problemen veroorzaken, dit in tegenstelling tot de oude politiek die brachten een plan met visie mee.

Hierdoor had de oude politiek alles eerder onder controle.

10897266262?profile=originalVoorbeeld is Indonesië.

De nieuwe president komt met Indonesische Economische Masterplan. De hele wereld weet te interesseren dat deze participeren in dit plan. Delen zijn nu al gerealiseerd met betrekking tot afspraken. Tegelijkertijd voor die 1800 miljard investeerders participeren. De nieuwe president brengt werk mee voor 600.000 arbeidsplaatsen en zet een “Nieuwe “ Jakarta op de kaart als de hoofdstad van Indonesië.

Alle landen hebben zich ingeschreven en participeren met voorop  Angela Merkel die integraal tot 2023 participeert.

In geen velden is Nederland te bekennen. Hopen maar dat moeder Angela Merkel zich om haar zoontje Rutte-mans ontfermd, gaat wel om onze 700.000 werklozen

Lees verder…

10897265069?profile=originalNooit meer buigen  verhaal van een verloren verleden   door: Marielle Saegaert

Dit is het waargebeurde levensverhaal van 'Ruby' H. “Misschien komt het wel heel anders uit dan we denken, maar hoe dan ook, waarderen zullen we het leven dan!” schreef ze hoopvol in 1945 in haar oorlogsdagboek in het Jappenkamp, waarin ze toen geïnterneerd was en waaruit geciteerd wordt. Ze had toen niet kunnen vermoeden hoe haar leven uiteindelijk zou lopen en ze zal de tragedies in haar leven ook niet gewaardeerd hebben. Uiteindelijk verliest ze al   haar herinneringen aan de enige tegenstander in haar lange, bewogen leven waar ze wel bang voor was.

Ze zat op de bank naar buiten te kijken. Het leek of ze de omlaag dwarrelende sneeuw bewonderde, zoals we vroeger altijd deden. “Mooi hè”, zou ze dan zeggen en samen keken we dan nog seconden lang verder, voordat we aan tafel geroepen werden. Nu zat ze op de bank alleen, opgesloten in haar bijna geheel afwezige gedachten. Ze keek wel naar de sneeuw, maar zag het niet meer.

Jaren geleden mocht ik voor het eerst haar kampdagboek inkijken. Bijzonder, want ”mam” heeft het niet graag over haar kampverleden. Over Indië vertelde ze graag, zolang het maar niet over Tjihapit en Ambarawa en over de Jappen gaat. In mijn debuutroman dat het levensverhaal van de dappere ‘Ruby’ beschrijft, citeer ik uit de originele en zeer indrukwekkende kampdagboeken.

10897265475?profile=originalMijn vader was een klein jongetje dat zorgeloos opgroeide in Bandoeng toen ‘Ruby’ daar geïnterneerd was. Zij opgesloten in het kamp en mijn vader vrij spelend in de lanen van Bandoeng. Jaren later, midden zeventiger jaren op vakantie in Ierland, leerden mijn ouders Ruby kennen. Een gedeeld verleden; een gedeeld gemis. Uit respect voor haar wilde ik haar verhaal zo waarheidsgetrouw weergeven, maar daarvoor had ik de hulp van andere mensen nodig. Wie kon mij bijvoorbeeld vertellen over haar jeugd in Indië? En over de ervaringen in de Jappenkampen?

Het was haar vriendin Helen, geboren en getogen in Indië en samen met Ruby geïnterneerd geweest in de kampen, die mij het meest kon vertellen. Helen kende haar als geen ander. “In 1937 kwam ze aan in Indië vanuit Nederland, waar ik – blond en blauwe ogen – nog nooit was geweest. Ze was een stug kind. Ik dacht: dat komt vast dor de kou daar”. Later begreep Helen pas waar die houding vandaan kwam. Ruby had in Nederland in kindertehuizen gewoond, omdat haar familie niet meer voor haar kon zorgen. “Ik was gewend aan een warm gezinsleven; Ruby allerminst”. In Indië fleurde Ruby helemaal op en genoot ze van een gelukkige jeugd. Totdat de oorlog uitbrak. 

Helen kan wel goed over haar kampverleden praten. “Iedereen gaat er weer anders mee om. Van grote invloed was ook de leeftijd waarop je in het kamp zat. Mijn kleine broertje was acht jaar toen hij het kamp in ging en het heeft hem voor de rest van zijn leven erg getekend”.

Helen  vertelt graag hoe stoer Ruby was en hoe ze ‘voor de duvel nog niet bang was’. “Ik was zelf altijd veel doordachter dan Ruby. Ze kon behoorlijk roekeloos zijn. Maar ik vond het wel stoer dat ze voor niemand bang was. Je ziet het aan haar gezicht op de foto op de omslag van het boek. 

10897265279?profile=originalZo is ze haar hele leven gebleven; tenminste, tot aan haar ziekte dan”. Tijdens een van de lange telefoongesprekken waarin Helen mij zo geduldig te woord stond, vertelde ze over de bevrijding en hoer de meisjes weer met zo zorgeloos als voorheen van het leven genoten. “We hadden ons verstand gewoon op nul gezet. Waar onze ouders nog bang waren, voorzichtig ook vanwege de Bersiap, was onze levenslust en ons geluk om weer vrij te zijn, met geen mogelijkheid in te tomen”.  Zo vaak als ze konden gingen de meisjes naar de dansavonden die georganiseerd werden. “Een van onze lievelingsliedjes was: ‘Don’t fence me in’, van Bing Crosby. Met zo’n titel was een beter lijflied ondenkbaar”.

Terwijl Ruby nog steeds naar de sneeuw keek, zette ik tegen beter weten in maar verblind door hoop,  een CD op van Bing Crosby. Dat ene liedje….. zou ze het nog herkennen? Ik had wel eens gelezen dat juist muziek bepaalde herinneringen bij deze patiënten naar boven kon brengen, waar gesproken woorden dat niet meer kunnen. Ruby leek voor zover ze

Oh, give me land, lots of land under starry skies above…” Crosby’s warme stem galmde door de kamer. Mijn moeder zat tegenover Ruby en pakte haar hand vast. Ruby glimlachte en keek haar – als altijd dankbaar voor een liefkozend gebaar – aan. Toen begon ze plotseling zachtjes te zingen: “…Don’t fence me in. Let me ride through the wide open country that I love. Don’t fence me in…”

Dit indrukwekkende boek over het levens-verhaal van Ruby is overal verkrijgbaar. Prijs: € 18,95.

10897265293?profile=original

auteur Mireille Saegaerts

dat kon zijn, opgewekt. Minder verloren dan andere dagen. Ik zette de muziek  aan  en  wachtte  hoopvol  af. 

Lees verder…

Blog Topics by Tags

Monthly Archives