Alle berichten (3006)

Sorteer op

Nooit meer "Ramona ".........

Nooit meer "Ramona ".........

10897367468?profile=original

10897368252?profile=original

Trieste bericht van George Kwekel deze ochtend, het overlijden van Riem de Wolff, 

Riem bedankt dat wij van jou mochten genieten, Je  bent nu bij Nono, selamat Djalan

10897368458?profile=original

10897368891?profile=original

10897369684?profile=original

10897370277?profile=original

10897242252?profile=original

10897230471?profile=original10897364692?profile=original

10897371475?profile=original

10897371696?profile=original

10897372495?profile=original

10897372880?profile=original

10897373852?profile=original

10897374069?profile=original

Nooit meer ’Ramona’...

door Tisha Eetgerink

Zangeres Anneke Grönloh, die als tiener jaren toerde met The Blue Diamonds en zeer goed bevriend was met Riem de Wolff, is ziek van verdriet. Nadat ze kort geleden haar andere vriendin met Indische roots, Sandra Reemer verloor, stierf maandagnacht Blue Diamond Riem aan de gevolgen van een hersenbloeding. „Riem was als familie voor me. Hij was een van de allerliefste mensen die ik ken, mijn kleine broertje.”

Samen met zijn broer Ruud verwierf de op Java geboren muzikant in de jaren 60 wereldfaam met hits als Ramona, Little ship en Oh Carol. Grappig genoeg zagen Riem en Ruud de Wolff aanvankelijk niets in wat zou uitgroeien tot hun bekendste nummer, Ramona. Op aandringen van hun vader namen ze het toch op. Het werd direct een internationale klapper. Wereldwijd werden 7 miljoen singletjes verkocht.

Bedevaartsoord

Het ouderlijk huis in Driebergen werd een waar bedevaartsoord voor fans. Als die van ver kwamen mochten ze blijven logeren, vertelde Riem de Wolff later. „Moeder bracht ze dan eten en drinken en vader zette een tentje voor ze op in de tuin.”

In blauw zijden hemden die hun tante voor ze naaide, toerden de broers de wereld over. Samen met Anneke Grönloh gingen ze in 1960 onder meer naar Indonesië. Grönloh: „We waren 16, 17 jaar en stonden aan de andere kant van de wereld ineens voor volle stadions. We deelden niet alleen onze Indische afkomst, we deelden ook onze buitengewone jeugd. Onze ouders raakten bevriend en we kwamen veel bij elkaar over de vloer. Dat is altijd zo gebleven.”

Na het overlijden van Ruud in 2000, zag Riem even geen heil meer in optreden. Maar het muzikantenbloed stroomde nou eenmaal door zijn aderen en na een korte pauze, ging hij toch weer het podium op. Zoon Steffen nam de partij van zijn overleden oom over en Ramona schalde weer live tweestemmig de zaal in.

Samen met zijn zoon trad Riem jaren op als The New Diamonds. Vorige week moesten optredens van de 74-jarige Indorocker plots worden geannuleerd vanwege zijn gezondheid.

Grönloh is geschrokken hoe snel het is gegaan. „Een week geleden was hij nog heel optimistisch. Mijn troost is dat hij vredig in zijn slaap is overleden in het bijzijn van geliefden.”

10897374260?profile=original

10897373290?profile=original

Lees verder…

HOEZO INDISCH?....

10897368493?profile=originalHOEZO INDISCH?.............

Han Dehne heeft zijn bericht gedeeld

Het is nu half september en sinds mei leggen alle vogels stront op je auto! Mensen nog aan toe een abonnement bij de wasstraat is tegenwoordig geen overbodige luxe meer wanneer de vogels het warm genoeg vinden om weer neer te strijken in Nederland.
Mussen, meeuwen, groot of klein het maakt allemaal niet uit. En als je dan in Den Helder woont waar de zeemeeuw nog net geen huisdier is in deze stad, nou dan ben je flink de klos hoor kan ik u meedelen. Maar....echt klagen mogen we eigenlijk niet want tenslotte hebben we weer wat mooie dagen achter de rug en ik denk zeker nog in het verschiet.

Toen ik zo filosoferend door Den Helder mijn dagelijks rondje liep in de stad flitste door mij heen hoe Indisch voelen die jongeren toch die nu zo'n beetje 3e of 4e generatie genoemd worden.
Een treffend voorbeeld werd mij door één van die jongere, die ik daar tegenkwam, verteld. Zijn vader en moeder zijn allebei geboren in Soerabaja en eind jaren '40 als kind naar Nederland gekomen. Doordat hun grootvaders bij de Marine dienden kwamen zij in Den Helder wonen. Hijzelf was een derde generatiekind
.
Toen ik over het onderwerp "Indisch voelen, denken en zijn" met hem sprak gaf hij aan daar eigenlijk nooit bij stil te staan. Maar door een opmerking zijnerzijds, waar ik hem op aansprak, gaf hij aan dat hij ook een poosje bij de Marine had gezeten, en wel bij het Korps Mariniers. Toen hij een keer daar een wachtdienst had vervuld op e
en zaterdag, ging hij op zondagochtend naar huis in Den Helder. Bij de kazerne moest hij eerst met de bus om naar het station te komen. Aangekomen op de bushalte in de vroege morgen stond hij daar met een groepje mensen en vertrok uiteindelijk richting ouders. Thuis aangekomen, een paar uurtjes later, maakte hij tegen zijn vader de opmerking dat hij al vroeg op de bushalte stond en dat er naast hem alleen maar allochtonen stonden, geen enkele Hollander, zoals hij dat uitdrukte. Zijn vader keek hem aan en vroeg aan hem; "heb jij weleens in de spiegel gekeken makker". Toen deze vraag tot hem doordrong realiseerde hij zich ineens dat hij door die andere mensen op de bushalte net zo werd aangekeken als dat hijzelf deed. Hij was zich echt niet bewust dat hij ook een kleurtje had en geen echte Hollander was.............

Ik vraag mij af hoe of dat bij vele andere jongeren werkt. Is de integratie of assimilatie destijds zo ver gegaan dat het hebben van andere roots niet meer onderkend wordt. Ik weet het niet, misschien een mooi onderwerp voor een jonge wetenschapper of student om hier eens onderzoek naar te doen in het kader van een proefschrift of scriptie.
Oh ja, ik weet dat er allerlei jongeren bezig zijn als o.a. "Dara Ketiga" en Äsian Party"om zich op hun eigen manier te binden met elkaar. Sommigen gaan voorzichtig hun "roots" verkennen en gaan graag naar Indonesië, vooral Bali, meestal voor de sfeer en dergelijke.
Maar of zij enige verbondenheid voelen met de geschiedenis van hun ouders, hun grootouders, waarbij ook vaak schrijnende zaken zijn gepasseerd, is nog maar de vraag. In mijn gesprekken met veel van deze jongeren wordt toch het vervelende deel van onze geschiedenis vaak afgedaan met; "dat is al zo lang geleden, je moet vooruitkijken en het maar vergeten".

En dat is nou juist wat niet zo goed gaat. Dat verleden is nog niet afgerond. Niet in psychische zin, denk maar aan de velen die nog onder allerlei traumata gebukt gaan, maar ook niet in sociaal en sociaal economische zin. Zolang er mensen zijn die nog achterstallige salarissen uit die periode niet uitbetaald hebben gekregen en er geen erkenning wordt gegeven voor het vaak grote verlies aan have en goederen, kan er geen afsluiting plaatsvinden. Het is niet voor niets dat juist in deze tijd de roep om rechtvaardigheid steeds luider klinkt.
Voor de meesten geldt dat Nederland hun vaderland is, maar dat hun moederland is verdwenen. Er zijn echt niet veel volkeren waarvan hun geboorteland niet meer bestaat en die zo genegeerd worden door de politici van hun vaderland.
Misschien is dat wel de reden dat veel jongeren er geen touw meer aan vast kunnen knopen en de huidige "acties tot eerherstel" maar laten voor wat het is; "HET ZAAKJE VAN AL DIE OUDJES"

Lees verder…

10897266653?profile=originalKousbroeks “Oostindisch kampsyndroom”

Besproken door Pjotr.X.  Siccama – deel  9

 

Over het werk van Primo Levi waarin “Het periodiek Systeem” (prachtig vertaald in het Nederlands, schrijft Kousbroek en is lyrisch over de vertaling),  werd beschreven in het hoofdstuk ‘Vanadium’ (klinkt als een verbasterd Latijns nominatief overigens dat in elk geval met vergetelheid/verdwijning of verzwakking te maken heeft), heeft Kousbroek niet uitgelegd waar die Latijnse titel naar verwijst of wat deze precies voor betekenis heeft in de context van dat hoofdstuk. Schijnbaar vond hij het niet nodig uit te leggen hoe Levi in Auswitsch de man Müller ontmoette. Dat doet er in dit geval ook niet toe. Een doodgewone doorsnee grijze muis, een kleurloze man die, weliswaar niet gevoelloos, als een soort boekhouder zijn leven (verleden) “kloppend” wilde  maken, zoals hij dat altijd had gedaan door het knoeien met rekeningen.

Deze menselijke trek treft men overal aan. En juist in de maatschappelijke bovenlagen komt men dit geknoei het meeste tegen: het is een van de legitiemste (uit)vlucht/verdwijntrucs die men maar kan indenken, omdat de bovenste laag met de Staat als doodlopende piek immers naamloos is, en anoniem blijft, bovendien onsterfelijk. Wat ligt  meer voor de hand om je dan maar achter de beschermende hoge forten  te verschansen.

De wereld hangt aan elkaar van kloppend gemaakte rekeningen, schrijft Kousbroek. Bij het korte bezoek van Levi aan de stad Auswitsch, sprak hij die bewuste heer Müller die zei dat hij: “.. nooit iets had gehoord dat kon wijzen op het vermoorden van Joden.”

Kousbroek vermeldt helaas niet de bijzonderheden van voornamelijk de tijd (periode) van ontmoeting, wat jammer is gezien mijn reconstructie van het voorval. Hoe dan ook ging het hem voornamelijk om “het voorval/incident” van Müller en diens geopperde “zwijgende meerderheidsbegrip”. Best begrijpelijk, maar toch jammer dit hiaat in de beschrijving.

In dit deel van zijn werk spitst hij het besproken incident toe tot het verschijnsel van het geloof van de (zwijgende) meerderheid in extreme voorvallen in extreme omstandigheden.

Een voorbeeld in dit verband lag al in de Nederlands-Indische geschiedenis van het strafkamp van Boven-Digoel waar de kamparts Dr. Schoonheyt, op de opmerking (van een van de gevangenen Salim) dat mensen zonder proces naar het kamp werden gestuurd en wat voor vreselijke behandeling de gevangenen daar konden verwachten en later ook ondergingen, resoluut en beslist als antwoord kreeg dat het uitgesloten was dat Nederlanders dat zouden doen. Niets was minder waar. Het geloof van de kamparts was eerlijk, volgens Kousbroek. De arts was degelijk van overtuigd dat het zo was. Het moest een grote desillusie zijn geweest voor hem dat hij achteraf niet bij het rechte eind had.

De grote verliezers van de WO II, met name Japan, moest zich direct na de oorlog wel in allerlei bochten hebben gewrongen om de vernederingen en de verliezen enigszins te beperken (niet te relativeren). Studs Terkel beschrijft dat uitvoerig in zijn werk “The good war”. In 1947 verscheen er een Japanse uitgave  (volgens Kousbroek te vergelijken met het werk van Stud Terkel “The Good War”), gebaseerd op brieven, dagboeken en aantekeningen van de in de oorlog gesneuvelde Japanse studenten (die toen ook als soldaat

 in die oorlog werden meegesleurd). Deze uitgave blijkt na het verschijnen vele malen te zijn herdrukt, tot nu toe. Hiervoor zou een Japanse studentenvereniging verantwoordelijk zijn. Maar waarom was het zo geliefd en populair bij de Japanse bevolking? Of was het meer, om met Levi te spreken de rekeningen van het verleden kloppend te maken en te sorteren naar de bepaalde gehaltes van importantie en of zelfbescherming Bij die constatering van Kousbroek kun je een ogenblik achter je oren krabben.

8 jaar later in 1954 echter verscheen er een Franse vertaling van de Japanse uitgave uit 1947 met een titel die meer past in een poëtisch postromantisch werk dan een prozaïsche met als titel  “Ces voix qui nous viennent de la mer”Van Jean Lartéguy

10897281270?profile=original

 

Foto -Studs Terkel – auteur van ´The good war´´

 

Een onduidelijkheid constateer ik bij de passages in bijvoorbeeld een herdruk van 1985 en de herdrukken daarvoor waaruit Kousbroek citeerde en dat er verschillende versies bestaan die in omloop zijn gebracht. De actuele vraag is of het bewust is gedaan.

 

Tijdens een bezoek aan Parijs kreeg Kousbroek 30 jaar na de eerste uitgave een exemplaar in het Frans cadeau van een Japanse student. Het was vanzelfsprekend dat deze op zijn eigen manier Kousbroek wilde overtuigen dat niet alle Japanners monsters waren en de collectieve schuld van de begonnen WOII in Azië niet op de schouders van de Japanse natie kan worden gelegd, net zomin als dat voor de Duitse bevolking kan gelden.  

De ‘Stemmen vanuit zee’ (‘Ces voix qui nous viennent de la mer’), de uitgave waarin de aantekeningen in details zijn beschreven, heeft mij niet echt overtuigd van de oprechtheid van de inhoud, ook Kousbroek had er moeite mee. Vaak had hij het gevoel voortdurend achterdochtig te (moeten) zijn bij de persoonlijke ontboezemingen en verklaringen van de studenten. Aan de andere kant  bewonderde hij ook die mensen-studenten die bij kaarslicht psalmen reciteerden, literatuur lazen (Von Goethe/Schiller enz.) en uit de muziekliteratuur zongen en citeerden, onder anderen van Richard Wagner. Waarom deed men dat.

Hier is een simpele verklaring voor te geven. Bij mensen die vrijwillig of door bepaalde omstandigheden (of denken dat werkelijk) iets groots te verrichten (moeten) hebben (positief of negatief) ontstaat in een bepaald gedeelte van de hersenen een cerebrale transitie die tot algehele euforie kan leiden, daar waar de zo lang gekoesterde idealen moeten worden verwezenlijkt waardoor de betrokkenen zich overgeven en zich laven aan de verworvenheid en weelderigheid van zijn/hun verheven kunst en cultuur.

Kousbroek vraagt zich toch weer af wat hij met die betuigingen van onschuld van de gesneuvelde (studenten) soldaten aan moest. Waren ze toch oprecht?

Andere manier te herstellen, te hernemen van dat kwalijke verleden; vandaar dat de doorsnee Japanner de gelegenheid te baat heeft genomen om dat op zijn eigen manier te doen. Voor zover mij bekend, werd van de zijde van de Japanse overheid geen nationale

actie op touw gezet met betrekking tot het realiseren van de uitgave (wel andere zaken zoals economie/de wederopbouw/de nieuwe democratische instellingen inrichten etc. waar de Japanse Staat druk mee bezig was om de Parlementaire Democratie in te voeren.); dat had een groep studenten van Tokio direct na de WO II gedaan. Kort na WO II verscheen in 1947 (!) reeds de uitgave van de dagboekaantekeningen van de gesneuvelde studenten/soldaten. Het initiatief in die tijd, zeer begrijpelijk was in handen van een groep studenten, die de gesneuvelde medestudiegenoten niet alleen wilde eren en een waardige plaats geven, maar ook om de nationale trots en vanzelfsprekend de moraal weer het fundament te geven van voorheen. Het interessante van  de uitgave is de idee, stijl en uitwerking. Kousbroek kwam er achter waar de Japanse studenten de manier, stijl en de inhoud (het idee) vandaan hadden. Na veel gezoek vond hij waarachtig een uitgave in het Duits uit 1928 geschreven door prof.dr. Philipp Witkop van de universiteit van Freising en waarin hij in het Jappans Bittokoppu wordt genoemd. Deze professor had het zeer  waarschijnlijk uit een vorige uitgave uit WO I in 1917 overgenomen (midden in die oorlog)  Het kreeg als titel mee: Kriegsbriefe gefallener Studenten. Het moest een grote bron van inspiratie zijn geweest voor de groep Japanse studenten.

Aangezien Japan het Duitse onderwijssysteem had ingevoerd, lag het voor de hand dat de beide landen culturele banden onderhielden. Na 1945 overigens werd het Duitse onderwijssysteem in Japan door de Wereldmogendheden voorgoed afgeschaft.

 10897281495?profile=original

 

10897281700?profile=original

  

Jean Larteguy                       Primo Levi       

Een bijzonder geval vermeld in de aantekeningen van de uitgave: (De Franse vertaling heeft de titel: “Ces voix qui nous viennent de la mer”, letterlijk: Stemmen die tot ons komen vanuit zee), is het verhaal van een Japanse soldaat. De Franse vertalers hadden de rang van deze soldaat met de naam Kimura Hisao niet (kunnen) vertalen, maar mijn vermoeden moest dat ongeveer de rang van soldaat 1ste klasse zijn geweest.

Deze Kimura Hisao werd gevangen gehouden in een gevangenis in Singapore; daar waar eerder Engelsen en Nederlanders gevangen zaten . In 1945 werden de Nederlanders ter plaatse als bewakers aangesteld voor de Japanse gevangenen. Kimura zat er ook. Hem werd een Nederlandse bewaker toegewezen die heel goed voor hem was. Hij schreef ook later in zijn afscheidbrief en zijn dagaantekeningen dat de Nederlandse bewaker goed voor hem zorgde en hem vaak biscuits en sigaretten gaf, terwijl hij wist wat zijn Japanse collega’s

 

hem erger als een hond hadden behandeld. Kimura: “Hoe konden mijn eigen mensen zoiets schaamteloos doen..”(.)

De Nederlandse bewaker had Kimura alles verteld wat hem overkomen was en over de vreselijke misdaden van de Japanners. Hij moest zich voor de Nederlander moeten hebben geschaamd. Zijn aantekeningen in de uitgave zijn hartverscheurend.

 10897282290?profile=original

 

Foto -Nederlandse bewaker in Singapore. – Changi gevangenis

 

Het is analoog aan het verhaal van Müller in zijn ontmoeting met Levi, waar Müller toch niet kón geloven dat zijn eigen mensen, medeburgers zouden vermoorden.  Evengoed nobel was het van Dr. Schoonheyt die ook niet kón geloven dat de Nederlanders de gevangenen op wrede wijze mishandeld en gevangen zouden houden in Boven-Digoel, om de simpele redden dat hij geloof had in de goedheid van mensen. Deze nobele gedachte dat het zo zou moeten zijn is helaas fictie.

 

 

 10897282461?profile=original

10897282699?profile=original

 Dr. Schoonheyt - kamparts in Boven-Digoel 

 

Wordt vervolgd

Lees verder…

UIT ICM ARCHIEF  VIDEO REPORTAGE - Werkbezoek president Joko Widodo van rep. Indonesia aan Nederland.

10897411473?profile=original

ICM VIDEO - KANAAL UIT HET ARCHIEF

u zag Video reportage van het bezoek van Jokowi aan Nederland.

Kurhaus was vol met ondernemers om een graantje mee te pikken. Vreemd genoeg ontbrak de hele Nederlandse Media, dat ICM als Indisch krant een video verslag van maakte. Voila,  na het werkbezoek van Jokowi gaat de Nederlandse handelsdelegatie in maart aanstaande met Willem Alexander en Maxima naar de republiek .

Dit hebben beide landen reeds afgesproken, die afspraak maakte ze in 1966, en deze afspraken werden uiteindelijk in het verdrag van Traktaat van wassenaar september 1966 vastgelegd en geratificeerd, en mede in het document brochure  "To Forget of a promise for the Future " ludiek gepubliceerd.  Toch, mooi en misschien wel het juiste moment. Jakarta die met verzakkingen heeft te maken, daardoor nog verder onder zeespiegel komt, waar uiteindelijk het Jacarta Baru Masterplan werd geboren. Voor Nederland vele mogelijkheden om zich  economisch versterken en voor de republiek eindelijk een einde aan deze problematiek van zijn hoofdstad (nog). 

 

Nu nog de volgende stap als onderdeel van het Verdrag;  De  burgers die ongewild verzeild zijn  geraakt in de ruzies tussen Soekarno en Drees. Soekarno zat met probleem opgezadeld van de 500.000 burgers (Nederlandse Indische). Want Drees wilde ze niet in Nederland toelaten, laat staan ook maar 1 cent te betalen ! Op Soekarno werd druk uitgeoefend door de Indonesische bevolking, die moesten die Hollandse adjins, niet. Dat Soekarno en Hatta de hulp inriep van de VS. Onder economische dreiging van de VS, werd Drees (kabinet)  gedwongen zijn eigen burgers toe te laten tot Nederland.  Soekarno betaalde Nederland om deze gedupeerde burgers te compenseren,

De 689 miljoen dat nog steeds dient te worden uitbetaald aan de NL - Staatsburgers( 60.000) die periode 1947 - 1966 de republiek werden uitgezet, en al hun bezittingen / banktegoeden hebben achtergelaten. 

OM DE VIDEO - REPORTAGE TE ZIEN KLIK OP DE FOTO of  de link.

Werkbezoek president Joko Widodo van rep. Indonesia aan Nederland.

Lees verder…

Nabestaanden van slachtoffers van Nederlands militair geweld in Indonesië verzetten zich tegen het Nederlandse staatsbezoek aan dat land volgende maand. Koning Willem-Alexander en koningin Máxima zijn wat hen betreft niet welkom zolang Nederland niet juridisch erkent dat Indonesië op 17 augustus 1945 onafhankelijk werd.

Dat staat in een brief van vijf nabestaanden en erfgenamen van slachtoffers van de Nederlandse militaire acties in Indonesië in de periode 1945-1949. De brief is gericht aan de koning en gestuurd aan de Nederlandse ambassade in Jakarta en de Indonesische president Joko Widodo.

Ook eisen ze dat de koning excuses aanbiedt voor mensenrechtenschendingen die door Nederland in Indonesië zijn gepleegd en een "onmiddellijke en rechtvaardige afrekening van de schadevergoeding aan de slachtoffers."

Verschil van vier jaar

De Nederlandse kolonie Nederland-Indië werd in de Tweede Wereldoorlog door Japan bezet. Twee dagen na de Japanse capitulatie riep de Indonesische onafhankelijkheidsstrijder Soekarno de onafhankelijkheid uit. Dat was op 17 augustus 1945.

Nederland probeerde met veel militair geweld het gezag in de voormalige kolonie te herstellen, maar moest dat vier jaar later onder grote internationale druk opgeven. Op 27 december 1949 droeg het de soevereiniteit over aan de regering van Soekarno. Dat geldt tot de dag van vandaag als de dag dat Nederland de onafhankelijkheid van Indonesië erkende.

Toenmalig minister van Buitenlandse Zaken Ben Bot zei in 2005 wel dat Nederland de onafhankelijkheidsdatum van 17 augustus 1945 "politiek en moreel accepteert". Ook betuigde hij spijt voor het leed dat Nederland Indonesiërs in de periode 1945-1949 heeft aangedaan, toen het zijn gezag met militaire middelen probeerde te herstellen. Nederland bevond zich "aan de verkeerde kant van de geschiedenis", zei Bot.

Schadevergoeding

De opstellers van de brief aan de koning worden gesteund door het Comité Nederlandse Ereschulden. Dat zet zich in voor een schadevergoeding voor de nabestaanden en erfgenamen van slachtoffers van mensenrechtenschendingen door Nederlandse militairen.

Als Nederland de datum van 17 augustus 1945 erkent, zal het een grote schadevergoeding moeten betalen, omdat het dan erkent dat het tussen 1945 en 1949 een soevereine staat heeft aangevallen", zegt voorzitter Jeffry Pondaag.

Of Pondaag gelijk heeft is de vraag. Volkenrechtelijk gezien is een land pas onafhankelijk als dat ook door anderen landen wordt erkend. In het geval van Indonesië hebben de meeste landen en ook de VN dat pas in 1949 gedaan.

Diepgaand onderzoek

Het kabinet besloot in 2016 om een diepgaand onderzoek in te stellen naar het Nederlandse geweld tijdens de Indonesische onafhankelijkheidsstrijd.

Aanleiding voor dat besluit was het boek De Brandende kampongs van Generaal Spoor van historicus Rémy Limpach. Hij toonde aan dat de Nederlandse krijgsmacht zich te buiten was gegaan aan structureel massaal geweld tegen de bevolking. Naar aanleiding daarvan heeft Nederland een vervolgonderzoek ingesteld. De nabestaanden hebben daar geen vertrouwen in.

Lees verder…

10897417701?profile=originalDe intenties van Staatsbezoek Indonesië, heeft deze niet betrekking op het verdrag traktaat van Wassenaar 1966 dat tussen de beide landen werd gesloten, en nog steeds loopt?

Nieuwsbericht  RVD | 03-12-2019 | 11:00

Zijne Majesteit Koning Willem-Alexander en Hare Majesteit Koningin Máxima brengen op uitnodiging van president Joko Widodo een staatsbezoek aan de Republiek Indonesië. Het bezoek vindt plaats in de week van 9 maart.

Het staatsbezoek is een bevestiging van de brede en hechte relatie tussen beide landen en staat in het teken van toekomstgerichte samenwerking op het gebied van landbouw, gezondheid, maritieme industrie en kustbescherming, circulaire economie en watertechnologie. Ook wordt aandacht besteed aan natuurbehoud, wetenschap, cultuur en de vele banden die, onder meer op basis van het gedeelde verleden, bestaan tussen Indonesiërs en Nederlanders.
De Koning en Koningin worden bij hun bezoek begeleid door minister Blok van Buitenlandse Zaken.

Minister Kaag voor Buitenlandse Handel en Ontwikkelingssamenwerking, minister Van Nieuwenhuizen van Infrastructuur en Waterstaat en minister Bruins voor Medische Zorg en Sport leiden gelijktijdig een brede handelsmissie naar Indonesië om het potentieel voor economische samenwerking te benutten

Het bovenstaande bevestigt de voorlichtingsdienst met bericht RVD, nr. 293

.

Slaan wij de brochure op van Min. BuZa “To forget of a promise for The Future” , evaluatie rond de ontwikkelingen van het traktaat, worden dezelfde teksten gebezigd nu anno 2020. Kort samengevat intensivering van de banden, steun bij de economische ontwikkelingen, en steun bij de conjunctuur van Indonesië.

Dit verdrag werd in september 1966 gesloten en door beide landen geratificeerd na een moeizaam onderhandelingsproces. Het was president Soeharto  die de knoop uiteindelijk doorhakte. Het verdrag houdt in een compensatie voor de burgers die daar woonden de periode 1947 – 1966 voor het verlies van al hun bezittingen en tegoeden door de nationalisatie. Republiek Indonesië betaalde 689 miljoen waarvan 36 miljoen aan voorschotten afgaat aan Ministerie van Stef Blok.

Nimmer zijn de gelden bij de gedupeerde Nederlandse burgers terecht gekomen, sterker nog nimmer zijn deze op de hoogte gebracht van het bestaan van dit verdrag, zodoende ook hun claim niet konden indienen.

Het bedrag van  689 miljoen heeft percentage van 0,05 % op de begroting van 1966 zijnde 22.709 miljard destijds. Betekent anno 2020 0,05% over 300 miljard, nu een waarde vertegenwoordigd van 15 miljard, waar ongeveer 60.000 burgers uit de republiek recht op hebben. 

Vragen die openstaan, waarom worden nieuwe handelsakkoorden gesloten als deze al onder het verdrag van Wassenaar 1966 lopen of vallen. Immers dat verdrag loopt nog. Wanneer maak de Overheid bekend van bestaan van dit verdrag, wanneer worden de gelden uitbetaald dat nu opgelopen is tot 15 miljard.

De redactie van ICM bracht in 2017 persoonlijk de president Jokowi Dodo hiervan op de hoogte, bij de overhandiging van ICM persbericht.

Lees verder…

 MARSHAL MANENGKEI

EEN GROTE NAAM ACHTER EEN BESCHEIDEN, VEELZIJDIG TALENT EN ARTISTIEK PERSOON

10897365664?profile=original

Met het overlijden van songwriter, componist, arrangeur, producer, (muzikale) kunstenaar, poëet en ‘zakenman’/entrepeneur Marshal Manengkei op 25 augustus j.l., is tevens één van Nederlands grootste songwriters en componisten van bekende nationale en internationale hits heengegaan.

Het woord ‘zakenman’ bewust tussen aanhalingstekens, omdat ik hem niet als een doorgewinterde zakenman pur-sang kan betitelen. Als zakenman namelijk, moet men keihard zijn en staat het product naast eigenbelang en eigengewin vaak voorop. Dat was bij hem zeker niet het geval integendeel, dat was verre van zijn persoonlijkheid. Hij was hiervoor te zuiver en onbaatzuchtig, die enkel het creëren van pure schoonheid op muzikaal gebied, als wel met duurzaamheid het zich in dienst stellen van (het volk van) Indonesië, als ideaal en levensdoel. ‘Quality veruit boven Quantity’.

Deze bescheiden en innemende artistieke leider en muzikaal talent heeft, zonder dat hij zelf zich hiervan misschien bewust was, een zeer indrukwekkende muzikale legacy nagelaten. Door zijn  fenomenale muzikaliteit werd tevens een uitstekend Nederlands exportproduct geschapen, dat veelvuldig in diverse talen werd omgezet. Vaak wordt een songwriter -toch dé grote motor achter een enorme hitkraker- bij het grote publiek en in interviews met de diverse artiesten, geheel onterecht vergeten en onvermeld. Hij verdient het meer dan ooit, om één moment in ‘the spotlights’ te staan.

10897366058?profile=original

Immers, men kan wel stellen dat wanneer er een samenwerking plaatsvond met een wereldster als Nana Mouskouri, je vanzelfsprekend over uitzonderlijk goede muzikale kwaliteiten en capaciteiten moet beschikken en dat had hij zondermeer. Hij was en blijft een inspiratiebron voor vele nationale en internationale artiesten. Marshal’s overwegend romantische muziek en mooie songteksten zijn onvergetelijk geworden.

 

Zo was hij de grootste inspiratiebron voor de meest populaire countryzanger van Indonesië, de huidige Indonesische ambassadeur voor Nieuw-Zeeland Tantowi Yahya. In 2012 heeft hij samen met hem en gastzangeres Any Grit Tuwo, spontaan een optreden gegeven in het TVRI programma ‘Country Road Special’ Music Show, dat niet alleen door een honderden miljoenenpubliek in Indonesië werd bekeken, maar ook in de omringende landen en zelfs tot in Singapore en Maleisië werd uitgezonden. Hij was dan ook immens populair in Indonesië en Z-O Azië, waar men al zijn hitsongs nog (her)kent.

 

Voor het Nationale Songfestival in 1975 schreef en componeerde hij twee unieke songs, die allebei de finale behaalden: ‘The Circus Show’ voor Teach-In, Debbie en Albert West en in 1976 voor de tweede maal met  ‘I was Born To Love’ voor het populaire zangduo Rosy & Andres. Wanneer men de compositie en het arrangement van ‘The Circus Show’ aandachtig beluistert dan ontgaat het je niet,  dat dit qua originaliteit te onderscheiden valt als een kwalitatief uitstekend muzikaal kunstwerk. De tweede song ‘I Was Born To Love’ is idem onmiskenbaar van zijn hand.

Één van zijn grootste internationale hitsongs was wel de uit 1976 romantische ballad ‘My Love’  vertolkt door eerdergenoemd duo. De piano-intro (en ook het slotakkoord) van deze autobiografische song, is een homage aan Fréderic Chopin, Franz Listz en Amadeus Mozart. Het refrein is een tribute aan zijn favoriete componist Johann Strauss. Het begint met een Italiaanse wals die overgaat in een Weense wals. Voor Marchal zelf is dit één van zijn mooiste ‘love songs’.

Eddie Calvert, ‘de man met de gouden trompet’ en wereldberoemd geworden door zijn instrumentale uitvoering van ‘Oh Mein Papa’, was zó onder de indruk van deze ballad, dat hij dit samen met nog drie andere songs opnam voor zijn nieuw uit te brengen album. Marshal voelde zich zeer vereerd dat van alle op de platenmarkt uitgebrachte muziekstukken, juist zíjn songs verkozen werden. De drie andere songs zijn: ‘Please Love Surrender’, ‘Rock Me On A Rainbow’ en ‘Dance Dance’.

 10897366858?profile=original

Navolgend werd ‘Sausalito’ in 1977 een Europese hit, dat ook is uitgebracht in de Duitse taal.

Zijn derde succesvolle internationale hit was wel ‘Song For The Children’, vertolkt door Oscar Harris. Hij schreef dit in het teken van ‘The Year of The Child’ en vormde tegelijkertijd de tegenhanger van ‘I Have A Dream’ van de Zweedse populaire popgroep ABBA.

‘Song For The Children’ werd in Europa en Azië een megahit. Dit lied werd ook uitgevoerd in het Bahasa Indonesia met als titel ‘Lagu Untuk Anak-Anak’.

Oscar, zo vertelde hij, zag in eerste instantie niet veel in de song, omdat hij net met zijn solo carrière  was gestart en een ander genre in gedachten had. Hij heeft hem echter toch weten over te halen en met zeer positief resultaat, het werd in drie decennia’s tot drie maal toe een internationaal groot succes en voor Oscar Harris zijn grootste hit.

 

Marshal leefde sterk in de overtuiging van zijn geloof en vertrouwen in God De Heer en Zijn Heilige Zoon. Dit betekende een houvast, een anker en baken dat hem onvoorwaardelijk op zijn verdere levenspad zou begeleiden. Voor hem een grote steun en troost, in goede en minder goede tijden. Op nog jonge leeftijd raakt hij door levensingrijpende gebeurtenissen, zijn vertrouwen in het geloof kwijt. Als gevolg van het verlies van zijn geliefde vader reeds na negen maanden van aankomst in Nederland, toen het gezin uit voormalig Nederlands-Indië / Indonesië moest vluchten, keerde hij zich hiervan af. Zijn bekering tot het Evangelische geloof bracht hem weer in evenwicht, niettemin liet hij ieder ander vrij in hun eigen denkwijze en opvattingen.

In 1986 richt hij de vocale groep ‘STONEY’S APHRODITE’ op met Hedy & Grace Anthonio en bracht hij twee singles uit: ‘Down at Rockzana’s/Reaching Out’ bij Telstar en ‘Sweet Inspiration/Computerized’ bij WPL Records. Met ‘Stoney’s Aphrodite’ trad hij op tijdens de TV-première van ‘Avro’s Toppop Discolympics’  en ‘TROS-Parade der Besten’.

In 1988 werd de formatie omgedoopt in ‘MANNA’ en bracht hij voor het EO TV-programma  ‘Slag Bij Doorn’ de song ‘Dream Delight’ ten gehore, waarin de schoonheid van God’s Schepping wordt belicht en de plicht voor de mens om dit in deze prachtige staat zoveel mogelijk te behouden, koesteren en te bewerken; in feite gaat het over ‘Naastenliefde en Duurzaamheid’, zijn twee ‘Keywords’.

‘Dream Delight’ was voor Platenmaatschappij Dureco aanleiding om zijn eerste Gospelsong te produceren. Niet veel later werd een album met nog eens dertien zelfgeschreven songs uitgebracht. Met dit album van veertien songs viel hem de beurt te eer de allereerste artiest ooit in Nederland te zijn, wiens songs op een CD werd uitgebracht. De andere band bij wie deze eer te beurt viel, was de Engelse popgroep ‘Dire Straights’. Het Album werd door de Nederlandse Platenindustrie genomineerd voor ‘Best Production for the Dove Award’. (Dove Award is een muziekprijs dat in 1969 is uitgeroepen door de Gospel Music Association - GMA  en waarvan de jaarlijkse prijs in Nashville Tennessee wordt uitgereikt).

In het EO TV-programma ‘God Verandert Mensen’ bracht hij wederom met ‘MANNA’ de volgende prachtige Gospels ten gehore: ’I Wanna Be Touched’ en ‘I Need You Most Of All’.

Hij heeft zich vaak ingezet voor charitatieve instellingen om goede doelen te steunen en op deze manier zijn inbreng te geven voor een betere wereld door letterlijk en muzikaal gezien de wereld te verfraaien. De song ‘Heartbreaking Dreams’, vertolkt door Rosy & Andres, schreef hij in ‘Het Jaar Van Het Hart’ met aandacht voor Hartziekten in Nederland. De Nederlandse Hartstichting had het plan deze song op te nemen in een te produceren album met enkel ‘Heart Songs’. In ‘Heartbreaking Dreams’ heeft hij zelfs een special touch voor Rosy’s stem verwerkt door haar alle harmony’s zelf te laten inzingen. Het resultaat is verbazingwekkend.

 

Zijn laatste eigen werk dat hij samen met MANNA heeft geproduceerd,  is de sfeervolle van emotionele en soms melancholieke songteksten voorzien Nederlandstalige CD/DVD ‘Melati In De Sneeuw’, een muzikale autobiografie. In tegenstelling tot wat velen hem lieten blijken bij de presentatie, is dit wel één van de betere en stijlvolste Nederlandstalige CD’s/DVD’s ooit in Nederland uitgebracht, zowel qua compositie als wel qua songteksten. Niet te vergeten de zeer gevariëerde genres van muziekstijlen, uiteenlopend van de typisch Indonesische kendangan-stijl tot en met in Latin Jazz-stijl romantische songs en zelfs een zogeheten sentimenteel beladen Nederlands levenslied, maar dan volgens zijn geheel eigen originele concept en uitvoering, ontbreekt niet aan het oevre. De sublieme teksten en het originele woordgebruik vaak in dichtvorm geschreven, is ongekend uniek en zo kenmerkend voor zijn songs.

 

Met de vrolijk speelse uitvoering van het liedje ‘Laat ze de kinderen na’ legt hij magnifique de nadruk op het behoud van de mooie natuur met aandacht voor het milieu-aspect in de wereld die wij onze kinderen en kleinkinderen nalaten. En zo staan er talloze leuke en mooie songs op, die de tegenwoordige Nederlandse hitlijsten niet zouden misstaan, integendeel.

 

‘Melati In De Sneeuw’ verhaalt zoals de titel zich al laat horen, overwegend de heimwee en nostalgie naar ‘tempo doeloe’ en zijn geliefd vaderland Indonesië (dat voor hem niet slechts ‘zijn geboorteland’ betekent), als ook de geschiedenis van de Indische-Nederlanders.

De Melati is een geurig ruikend klein teer lieflijk bloempje, de Arabische Jasmijn, dat enkel gedijt in een tropisch land (Indonesië) maar, dat door omstandigheden (de Nederlandse oorlog) in de koude sneeuw leeft (Nederland)……Een enorme tegenstelling, een paradox.

 

De lijst van artiesten waarmee hij heeft samengewerkt en voor wie hij songs heeft gecomponeerd die vrijwel alle voor hen hits dan wel hoge noteringen op de Nationale en Internationale Record Billboards hebben opgeleverd, is erg lang.  Ik beperk me tot de artiesten (van hitsongs) die mij persoonlijk zijn bijgebleven zoals Rosie & Andres, Andy Tielman, The Blue Diamonds, Rudy van Dalm, Oscar Harris, Linda & Tony, Tumbleweeds, Debbie, Gebroeders Brouwer, Frans Bauer.

 

Nederland was eigenlijk te klein voor zo’n bijzondere alfa- en bèta-man. Op muzikaal gebied had hij nog zoveel plannen en ideeën, die voor wat betreft de uitvoering daarvan weleens bleven hangen door meestens ‘lack of financiers’ of andere redenen, wat bij sommigen tot onbegrip en teleurstellingen kon leiden.

Net als Andy Tielman zag ook hij in, dat de meeste artiesten van Indisch komaf op een enkeling na, in Nederland niet altijd de kans kregen om hun talent op muzikaal gebied te ontplooien. Niettemin bleef hij optimistisch en zich met een tomeloze energie inzetten voor ieder potentiëel muzikaal talent.

 

Toen hem dat niet op korte termijn geheel naar eigen wens gelukte en door omstandigheden, besloot hij Nederland te verlaten en zich voorgoed in te zetten voor zijn vaderland Indonesië. Met de belofte op zijn vaders’ sterfbed, zich ééns voor de opbouw van zijn vaderland te gaan inzetten, zoals ook zijn vader dat zelf altijd als doel had gesteld, was hij dubbel gemotiveerd zijn idealen te verwezenlijken. Als afgestudeerd Civil Engineer, pakte hij met Entex/PT Marshal Sustainables International & Media Ltd. de business weer op, waarmee hij reeds ervaringen had opgedaan in dienst van enkele gemeenten in Nederland en voor de UN, op gebied van duurzaamheid met uiteenlopende projecten, maar met name in de afvalverwerking. Begin vorig jaar ontvingen hij en zijn team negen licenses voor de bouw van Sustainable Waste Factories (Afvalverwerkingsfabrieken) over geheel Indonesië. Nog was dit niet voldoende, met hetzelfde team van medewerkers was hij aan vele projecten bezig, telkens met in het achterhoofd de ‘Keyfactor’ op gebied van duurzaamheid, duurzame energie, infrastructuur, enz.

 

Hij wist dat men in Indonesië eerst vertrouwen in de diverse overheidstakken moest zien in te winnen en dat dat niet van de ene op de andere dag zou geschieden, maar daar hij al een tijdje aan de weg timmerde, de voertaal Bahasa Indonesia naast de gebruikelijke talen als Engels, Duits, Frans (en Latijns) vloeiend in woord en geschrift beheerste en over een omvangrijk netwerk van contacten met belangrijke hooggeplaatste functionarissen beschikte, vormde dat geen enkel probleem. Met deze eigenschappen en tools alsmede zijn kennis en know-how op technisch gebied, had hij zelfs een streepje vóór. Ik vond onlangs een krantenberichtje over zijn ‘Sustainable Waste Factories’ in het nieuwsblad ‘The Jakarta Post’.

 

Vanwege zijn bekendheid in Indonesië ontving hij menige uitnodiging, dan weer voor een paginalang tabloid interview met het grootste nieuwsblad de ‘Jawa Pos’ in 2012 waarbij hij niet naliet om de bekende Indische artiesten aan te halen en te memoreren, óf voor een optreden met Indonesische topartiesten als Christine Panjaïtan, IIs Sugianto, Rano Karno e.v.a.  dan wel met de bekende bands Abadi Susman, Flashback en tal van andere artiesten.  Om de Kolintang, het traditionele percussion-instrument van het eiland van zijn roots de Minahassa te Manado (Noord-Sulawesi)  te promoten voor een nominatie op de UNESCO World Heritage List, trad hij samen op met Kolintang-band Sanggar BAPONTAR.

In 2013 gaf hij een interview voor een lokaal TV-station, dat in twee delen is uitgezonden en op YouTube te bekijken is.

 

Naast de zakelijke business en muziekoptredens, bleef hij in zijn spaarzame vrije tijd brainstormen over (de realisatie van) zijn ideeën, zoals bijvoorbeeld de productie van een Blockbuster-film over het grote ‘Nusantara Koninkrijk Majapahit’ en de oprichting van ID-GEN (afkorting voor Indonesia Dutch Generation Broadcasting Company) vanuit Indonesië.

Altijd met een educatieve inslag als hoofddoel om de kennis en feiten van de Nederlands-Indische/Indonesische geschiedenis met haar hieruit ontstane (vergeten) bevolkingsgroep, de zogeheten Indische-Nederlanders, in al haar facetten te onderwijzen en door te geven, daar waar de Nederlandse overheid dit heeft nagelaten. Eenieder weet, dat onbegrip over een volk c.q. bevolkingsgroep, vaak ontstaat uit onwetendheid en onwetendheid is de bron van alle kwaad, luidt een gezegde. Dat onrecht maakte van hem al vroeg een voorvechter voor rechtsherstel van de Indische-Nederlanders. Samen met het ACTW’66 Team dat zich bezighoudt met de kwestie ‘Het Traktaat van Wassenaar 1966’, vormde hij vanaf 2015 de spil van het Team.

 

Een duizendpoot en grote (Indische) Ster aan het Nationale en Internationale  muziekfirmament, is niet meer. Hij laat op ons een onuitwisbaar diepe indruk achter.

 

Duizendmaal Dank Marshal voor je inzet en inbreng op velerlei gebied, voor de vreugde en het plezier dat je zovelen inclusief onze ouders, grootouders en verder al jouw fans wereldwijd, doch met name in Indonesië en Z-O Azië, met jouw songs hebt geschonken en nog steeds schenkt. Want in een tijd, dat met name de tweede en derde generatie Indische-Nederlanders met een trauma- en rouwverwerking kampten, zijn jouw prachtige creaties voor velen van hen een dankbare troost en steun geweest.

 

Je bent een inspirerend voorbeeld voor ons allen. Veel van je dromen heb jij als geen ander kunnen waarmaken. ‘Het land waar jouw eerste bloed in de aarde heeft gevloeid’ zoals je in een poem schreef, dat zo geliefde land heeft jou in de herfst van je leven weer omarmd en voor eeuwig teruggenomen in zijn warme liefdevolle aarde. Ik gaf het al aan, velen zullen jou  benijden ….

 

Ik eindig graag met de laatste strofe van jouw prachtige Poem uit:

 

‘Melati in de Sneeuw’

 

Jij bent de Melati…..in de Sneeuw

Ik ben de Melati…..in de schoot waaruit ik geboren ben

Eindelijk…..het antwoord op de vragen in mijn hart en ziel

Hier hoor ik thuis…..tot in het Nieuwe Jeruzalem

 

AMATO MARSHAL,  TOT WEERZIENS OOIT …. BIJZONDERE VRIEND

ICM 11.9.17

Lees verder…

Riem dank voor die mooi momenten!

10897373097?profile=originalRiem dank voor die vele mooie momenten!

Op de 16 e september 2017 nam je voorgoed afscheid van ons ! Wij hebben lang van jou, Mister Blue Diamond Riem de Wolff,  mogen genieten. 

Je muzikale reis begint nu, samen met  je broer Ruud, Sandra en Nono  (Marshal Manegjei) gaan jullie daar verder met de muziek.

Ook nog dank dat  je ICM altijd in de gelegenheid hebt gesteld om beeld & geluid vast te leggen voor ons  ICM Indisch Video kanaal.

Selamat jalan, 

namens ICM team

Abonnees

lezers

ICM Facebook - vrienden.

Om de video's te zien klik op de beelden of de onderstreepte teksten

Black Coffee van Blue Diamond Riem de Wollf

Black Coffee van Blue Diamond Riem de Wollf

Black Coffee staat op de eerste DVD van Riem de Wolff die onlangs is uitgebracht.DVD Titel - Blue D…Tags: Wolffde

Riem & Marshal

Riem & Marshal

Reportage Surabaya Scholenreunie vieren Chinees Nieuwjaar 2010.Blue Diamond Riem de Wolff en Marsha…F.Schwab (ICM 

Viering 50 jaren Ramona van Riem, met comeback van Rosy.

Viering 50 jaren Ramona van Riem, met comeback van Rosy.

Viering 50 jaren Ramona van Riem de Wolff in de Flint Amersfoort (Sasa-productions), met Rosy - een

Riem de Wolff van Pasar Malam Online Dvd

Riem de Wolff van Pasar Malam Online Dvd

U ziet een fragment uit de pasar malam online sfeer dvd. Klik hier voor het fragment/clip http://i…Tags: pasarmalamICM redactie

Riem de Wolff and Windfall - Crying in the Rain

Riem de Wolff and Windfall - Crying in the Rain

Mr Blue Diamond Riem de WolffThe Blue Diamonds are two Dutch brothers Ruud en Riem de Wolff. The Bl…

10897373290?profile=original

ICM 16.9.17

Lees verder…

I C M  V I D E O - K A N A A L

Naast de krant vindt de redactie van ICM van essentieel belang om alles op Video vast te leggen

10897418081?profile=original

https://www.youtube.com/user/multiICM/videos

Naast de krant vindt de redactie van ICM van essentieel belang  reeds bij de startup om alles op Video vast te leggen voor het ICM Video - Kanaal, en daar is ICM in geslaagd.

De video's zijn te zien op :

-  www.icm-online.nl onder de rubriek video's.

=  Op Youtube het kanaal MULTIICM link https://www.youtube.com/user/multiICM/videos,

-  en sinds kort op Facebookgroepen o.a, ICM (Indische Internetkrant, Indo Groep, Indische Nederlanders en Overige groepen)

Na een proefperiode op Facebook werd besloten om definitief over te gaan tot een  dagelijkse uitzending van 2 tot 4 uren, en dat zonder subsidies zoals bij de Omroepen !

Thans zijn wij nu bezig om alles over te zetten naar Facebookgroepen,

vooraf zullen van uit de masters (originele bronnen)  deze  eerst bewerkt moeten worden,  om vervolgens naar Facebook te worden geupload.  Sinds bestaan van ICM 20 jaar geleden werden naast de verslagging van de Indische Krant, ook op video vastgelegd (dure hobby), zonder enige vorm van subsidie.

Waarom op Facebook?

Met belangrijk argument  dat op Facebook over de 100.000 leden  groeiend is. De specifieke functionaliteiten van Facebook o.a. de Video - streaming naar alle leden stuurt. Nog mooier wordt het Online samen bekijken van Video-streaming met de welbekende Videoparty.  Nu al worden kijkcijfers op Facebook ten opzichte van YouTube ver over troffen, dat nu uitzendingen van 2 uur tot 4 uur per dag op de Facebookgroepen plaatsvinden.

Actualiteiten

Naast de reeds bestaande beelden, worden ook reportage ingezet van Jim van Veen,  ICM team en overige partijen om de zaken actueel te houden,. 

Redactie ICM.
Wat wij van U vragen wordt nu abonnee van ICM om dit dure project voor te zetten voor slechts 4 euro in de maand.
Schrijf u vandaag nog in als abonnee https://icmonline.ning.com/main/authorization/signUp?

Lees verder…

Pasar Malams 2020

Pasar Malams 2020

10897239863?profile=original


10897248284?profile=original

10897248693?profile=original10897402658?profile=original

 

Pasar Colours Festival op de Huishoudbeurs - Istimewa Events

Locatie Hal 5 van de Huishoudbeurs in de RAI Amsterdam Entree Gebruik entree K. Het Pasar Colours Festival ligt direct achter hal 1. Als u met de trein reist is dit de …

Pasar Malam Rijswijk - 7 & 8 maart 2020 in De Broodfabriek ...

Helaas heeft ons het bericht bereikt dat Bersama aankomende editie niet kan komen optreden bij Pasar Malam Rijswijk. Hieronder het bericht wat wij aan u mogen mededelen: Na 8 jaar heeft Nino Latuny, oprichter en bandleider van Bersama in juli besloten om de stekker uit Bersama te trekken.

 10897404680?profile=original


Istimewa Agenda 2020

 

Pasar Colours Festival op de Huishoudbeurs
22 februari t/m 1 maart
RAI Amsterdam

Pasar Malam Istimewa XL Zwolle
13 t/m 15 maart
IJsselhallen

Pasar Malam Istimewa XL in Rotterdam Ahoy
11 t/m 13 april (Paasweekend)
Rotterdam Ahoy

Pasar Malam Istimewa Gorinchem
7 t/m 10 mei
Groenmarkt / Grote Kerk
Gratis toegang

Pasar Malam Istimewa XL Assen
15 t/m 17 mei
Expo (TT-Hall)

Pasar Malam Istimewa Zeist
26 t/m 28 juni.
Dijnselburg Zeist

Big Rivers Festival
Food, Festivalmarkt, Foodtruck Festival & New Orleans Stage
17 t/m 19 juli
Dordrecht

Pasar Malam Istimewa Steenwijk
22 t/m 26 juli
Steenwijk centrum
Gratis toegang

Pasar Malam Istimewa Dordrecht
2 t/m 5 augustus
Statenplein en Sarisgang
Gratis toegang

Pasar Malam Istimewa in de Kasteeltuinen
19 t/m 23 augustus
Landgoed Kasteel Geldrop / Eindhoven

Pasar Malam Istimewa XL Goes
4 t/m 6 september
Zeelandhallen

Pasar Malam Istimewa XL Den Bosch
18 t/m 20 september
Brabanthallen

Pasar Malam Istimewa Alphen aan den Rijn
8 t/m 11 oktober
Winkelcentrum de Ridderhof
Gratis toegang

Pasar Malam in de Bush
onder voorbehoud in 2021

Agenda Stellar Events.

10897421091?profile=original

Agenda Stellar Events
De planning 2020 volgt binnenkort!
10897421254?profile=original

Pasar Malam Rijswijk - 7 & 8 maart 2020 in De Broodfabriek ...

Helaas heeft ons het bericht bereikt dat Bersama aankomende editie niet kan komen optreden bij Pasar Malam Rijswijk. Hieronder het bericht wat wij aan u mogen mededelen: Na 8 jaar heeft Nino Latuny, oprichter en bandleider van Bersama in juli besloten om de stekker uit Bersama te trekken.

Lees verder…

EEN INDISCHE HELD........

10897373466?profile=originalEEN INDISCHE HELD..........

Han Dehne

Mijn schoonvader Anton Stolze noemde in zijn gesprekken vaak de naam van zijn goede vriend Gio Hakkenberg. Zij hadden beiden gewerkt aan de Birma spoorweg en werden ook samen kort daarna afgevoerd naar Japan om daar in de kolenmijnen te werken.
Hij sprak altijd met grote bewondering over deze man, die ik zelf kende als een officier van vakdiensten bij het korps mariniers. Ik wist dat hij was onderscheiden met de eremedaille met de zwaarden die hoort bij de Orde van Oranje Nassau en dat hij al veel eerder was onderscheiden met de Militaire Willemsorde.
Aan het eind van hun leven woonden zij uiteindelijk samen in het verzorgingshuis Rumah Kita te Wageningen. Beiden zijn tot hun dood, mijn schoonvader iets eerder en Gio Hakkenberg relatief kort daarna. Ook hun het tehuis waar zijn woonden hadden zij vrijwel dagelijks veel contact met elkaar.

Maar van mijn schoonvader kreeg ik verder nooit iets te horen over zijn eigen oorlogsverleden maar ook niet over deze kameraad. 
Maar hier is dan de beschrijving van alles waardoor deze INDO als een held kan worden gezien.

Begin van zijn loopbaan
Giovanni Narcis Hakkenberg (geboren te Soerabaja, 6 december 1924, overleden te Ede op 15 februari 2013) meldde zich in februari 1941 op zeventienjarige leeftijd, samen met zijn neven en broer, aan bij de Koninklijke Marine in Nederlands-Indië. Na drie maanden werd hij overgeplaatst op Hr. Ms. Soerabaja (eerder bekend onder de naam De Zeven Provinciën), waar hij een nautische opleiding kreeg. In oktober 1941 bestond de taak van de bemanning voornamelijk uit het inschepen van oorlogsmaterieel voor het KNIL en voor Australië en werd gevaren op de kleine Soenda-eilanden.
Na de oorlogsverklaring met Japan nam de Soerabaja KNIL-militairen aan boord en zette het schip koers naar Portugees Timor, waar het vliegveld werd bezet. Hakkenberg deed tijdens de landing in B-2 sloepen dienst als roeier. Na de landing keerde de Soerabaja terug naar Soerabaja, waar Hakkenberg werd overgeplaatst op torpedobootjager Hr. Ms. Kortenaer. Dit schip nam onder meer deel aan de luchtslag bij de Straat van Billiton en voer op 27 februari 1942, samen met 8 andere torpedobootjagers en vier kruisers, naar de Javazee om de strijd met de Japanse vloot aan te gaan.
Strijd met de Japanners
Hakkenberg was op de Kortenaer op het achterdek in functie als hulpkanonnier. Aan het einde van de dag werd het schip aangevallen door een Japanse onderzeeboot; Hakkenberg kwam daarbij in zee terecht en wist zich, doordat hij een reddingsvest droeg, het leven te redden. Intussen was de Kortenaer gezonken, waarbij 170 man om het leven kwam. Om drie uur 's nachts werden de overlevenden door de Britse torpedobootjager Encouter opgevist uit de zee en vervolgens door een Britse jager naar Soerabaja overgebracht.
Hakkenberg werd door de Japanse bezetter in maart 1942 krijgsgevangen gemaakt en uiteindelijk (hij zat onder meer in een kamp te Malang) naar een werkkamp in King Saoyk (Thailand) gezonden, waar hij moest werken aan de Birmaspoorlijn. Na enige tijd werd hij overgeplaatst naar een ander kamp, waar de werkdruk nog hoger lag. Hakkenberg kreeg malaria en werd naar een hospitaal gezonden; hij overleefde de ziekte ternauwernood (zijn vechtlust ontwaakte toen hij de gieren zag die op nieuwe graven afkwamen en de lijken opgroeven) en werd toen overgebracht naar een ander kamp.
Bij de Mariniersbrigade
Hakkenberg werd begin 1944 met de Aramis naar Japan gezonden, waar hij in een steenkoolmijn tewerk werd gesteld: tegen het einde van de oorlog woog hij nog maar 41 kilogram. Op 18 augustus, drie dagen na de capitulatie van Japan, vernam hij pas dat de oorlog was afgelopen. Op de terugreis naar Nederlands-Indië reed de trein langs Nagasaki; toen hij de puinhopen zag vergaf Hakkenberg de Japanners: Vanaf dat moment heb ik de Japanners de oorlog vergeven. Let wel: vergeven, vergeten zal ik het nooit (Bron: Ooggetuige. Nummer 4. Mei 2006, bladzijde 32).
Terug in Jakarta (hij wilde niet naar een rustkamp in Australië) hoorde Hakkenberg dat zijn broer en neven de oorlog niet overleefd hadden. Hij werd rusteloos en gaf zich op voor de Marinebewakingsdienst te Batavia. In maart 1946 ontmoette hij de commandant van de Mariniersbrigade en vroeg hem overplaatsing naar zijn geboortestad Soerabaja. In mei 1946 werd zijn aanvraag gehonoreerd en kwam hij bij de VDMB, die toen in oprichting was. In de beginperiode werd Hakkenberg opgeleid tot "verhoorder" van gevangenen, die bij de voorposten van de Mariniers gevangen waren genomen. Later werd hij in de rang van matroos eerste klasse benoemd tot detachementscommandant te Gedangan.
Bij de VDMB
Hakkenberg zag er in deze tijd niet uit als militair; hij kleedde zich als een dessabewoner, soms als een Japans officier. Allereerst werd hij teruggeroepen naar Soerabaja om deel te nemen aan de actie naar Modjokerto. Hierna keerde hij terug naar Soerabaja en werd hij ingezet te Djember. Kort daarop volgde zijn benoeming tot detachementscommandant te Bedoeki en Bondowoso, waarna hij werd bevorderd tot kwartiermeester.
In februari 1948 ging hij in de rang van marinier eerste klasse over naar het Korps Mariniers en in maart 1948 werd hij tijdelijk benoemd tot sergeant. In deze functie werd hij aangesteld als hoofdkwartiermeestercommandant in Loemadjang. Dit was een tijd van geweld en de tegenstanders waren plunderaars, die voor moord niet terugdeinsden, leden van fanatieke religieuze secten, politieke agitatoren, die opriepen tot moord en doodslag, en soldaten van het Indonesische leger.

Acties te Loemadjang
Hakkenberg vertelde later dat de periode in Loemadjang de mooiste tijd was geweest. Hij zwierf, gekleed in een zwarte broek met een lange sarong over zijn schouder, waaronder hij een tommygun verborg, op blote voeten van kampong tot kampong en praatte met de mensen over de dingen van de dag. Indien hij op een dergelijke zwerftocht gepakt was door een terroristenbende dan had hem een vreselijke dood gewacht, want niemand zou hem dan verdedigd hebben.
Hakkenberg leidde in deze tijd dus min of meer een dubbelleven: enerzijds was hij erg gesteld op het primitieve leven in de kampongs, waar hij een deel van zijn leven deelde met de bewoners en anderzijds was hij steeds blootgesteld aan plotseling verraad en een zekere, bijzonder wrede dood. Men zei over hem in deze tijd: die jongen heeft een zon in zijn hoofd, waarmee men bedoelde dat Hakkenberg één brok energie was en warmte uitstraalde. Binnen de VDMB zeiden zijn medewerkers: Hij heeft een nieuw wapen uitgevonden... de glimlach. En zij voegden daaraan toe: Hij doet zijn eigen naam eer aan: hij hakt zich elke dag door een berg problemen heen (bron: De laatste man, bladzijde 245).

Acties in deze tijd
Hakkenberg ondernam diverse acties toen hij te Loemadjang aangesteld was als hoofdkwartiercommandant; geregeld trok hij met vier of vijf Madoerezen dertig tot veertig kilometer in de omtrek van zijn detachement, waarbij niemand hem lastigviel. Dat kwam omdat de bevolking een onbeperkt vertrouwen in hem had. Hakkenberg had de overtuiging dat wanneer een guerrilla bestreden moest worden men de bevolking op zijn hand diende te hebben; deze moest om dit doel te bereiken eerst gepacificeerd worden, wat alleen gelukte als men goed voor hen was.

Hakkenberg werd voor zijn acties door kapitein Meerdink in opdracht van bataljonscommandant luitenant-kolonel W.A. van Heuven voorgedragen voor de Militaire Willemsorde. De reden was dat Hakkenberg zich in de strijd onderscheiden had door zijn daden als commandant van een detachement van de Veiligheidsdienst van de Mariniersbrigade in de periode van september 1947 tot mei 1949 bij de bestrijding van terroristische bendes in Oost-Java, waarbij hij aan het hoofd van een zeer kleine groep met een fanatieke aanvalsgeest de numeriek sterkere en goed gewapende bendes wist op te sporen en gevoelige verliezen wist toe te brengen.

De Militaire Willemsorde
Hakkenberg kreeg de Militaire Willemsorde bij Koninklijk Besluit van 6 maart 1951 nummer 40 (hij was toen korporaal) voor een aantal, specifiek genoemde acties, namelijk: 
Op 24 augustus 1948 in Daragowak de invloedrijke bendeleider Pa Tai met vijf van zijn handlangers arresteren;
Op 25 oktober 1948 in de kampong Djakarta een geïnfiltreerde TNI-groep te overrompelen en gevangen te nemen;
Op 7 april en 19 april 1949 ten zuiden van Mentoeroes de overmachtige tegenstander gevoelige verliezen toe te brengen;
Op 14 februari 1949 te Bodag verscheidene uit bestuursoogpunt belangrijke personen te overmeesteren en daarbij een archief van de staf van het TNI met zeer waardevolle gegevens in handen te krijgen;
Op 6 maart 1949 te Nitikan de republikeinse regent van Madioen te arresteren en deze met enige gevangenen, ondanks hevig verzet, veilig het eigen hoofdkwartier binnen te brengen.
Met deze benoeming verviel het eerdere besluit, waarbij Hakkenberg de Bronzen Leeuw kreeg toegekend.

Latere loopbaan
Hakkenberg vertrok in 1949 naar Nederland en nam in de rang van sergeant-majoor deel aan de oorlog in Nieuw-Guinea, waar hij onder meer actief was in de training van het Papoea Vrijwilligers Corps onder kolonel W.A. van Heuven. Op 29 april 1963 verkreeg hij de Eremedaille in de Orde van Oranje-Nassau, zilver met de Zwaarden. 
Hakkenberg werd in 1970 in de rang van eerste luitenant benoemd tot officier vakdiensten. In de rang van kapitein werd hij belast met de algemene militaire vorming in de Marinierskazerne in Amsterdam en in 1974 verliet hij de dienst. Een bataljonscommandant zei eens over Hakkenberg: Zo'n vent spreekt gewoon tot je verbeelding. Dat "ras" raakt uitgestorven. Maar hij is er gelukkig nog. Hakkenberg overleed te Ede in februari 2013 en zijn as werd op zijn wens (hij wilde worden verenigd met zijn broer en zeven neven) in januari 2014 uitgestrooid in de Javazee.

ICM 26.9.17

Lees verder…

Gemeente laat oorlogsslachtoffer WOII wachten

Gemeente laat oorlogsslachtoffer WOII wachten

10897417857?profile=original

VIJFHEERENLANDEN (29 januari 2019) – De gemeente Vijfheerenlanden blijkt te hebben nagelaten contact te zoeken met een 100-jarig oorlogsslachtoffer. Dat zou de gemeente doen in verband met de verkoop van het energieconcern Eneco aan het Japanse Mitsubishi, waar Vijfheerenlanden aandeelhouder van is. De verkoop ligt gevoelig omdat beoogd koper Mitsubishi in de oorlog gebruik maakte van dwangarbeiders.

De 100-jarige oud KNIL-officier Jan Oostdam werd tijdens de Tweede Wereldoorlog gedwongen om te werken voor het Japanse conglomeraat. Toen bekend werd dat Vijfheerenlanden aandelen van Eneco wilde verkopen aan het consortium beloofde burgemeester Sjors Fröhlich (partijloos) met Oostdam contact op te nemen. Hij deed dat echter niet. “Nu is het eigenlijk te laat”, zegt zijn dochter Truus Oostdam tegen RTV Utrecht. De gezondheid van Oostdam is de afgelopen periode verslechterd.

Vijfheerenlanden heeft inmiddels wel contact opgenomen met dochter. Tegenover RTV Utrecht zegt een woordvoerder daarover dat: “De burgemeester gaat het gesprek aan, zoals toen gezegd. Hoe, wat en wanneer dat is tussen de gemeente en meneer.”

10897414478?profile=original

http://www.federatie-indo.nl/20-01-29-2/

Lees verder…

opinie - Ik moet de op bloed beluste Indonesische strijder begrijpen


anp-1869885.jpg
Foto LVD/ANPfotoNederlandse soldaten op patrouille in een sawa tijdens 2e politionele actie in '49. 

Historici moeten zich verdiepen in het perspectief van de ander, schrijft bij de ‘kick-off’ van het onderzoek naar de Dekolonisatie-oorlog in Indonesië, 1945-195

bron : NRC.Nl/ Nieuws 12 september 2017


Onno Sinke is onderzoeker bij het Arq Kenniscentrum Oorlog, Vervolging en Geweld. Hij neemt de deelstudie over de Bersiap voor zijn rekening binnen het onderzoeksprogramma Dekolonisatie, geweld en oorlog in Indonesië, 1945-1950.


Enkele jaren geleden raakte ik op een feestje met een Indonesische vrouw in een discussie verzeild of Ancol (Java) een pretpark of een erebegraafplaats is. „Een pretpark”, zei de vrouw stellig. „Dat kan, maar het is ook een erebegraafplaats”, zei ik. „Ik weet het vrij zeker want mijn opa is daar begraven.” Ik legde haar uit dat hij een KNIL-officier was die door de Japanners was geëxecuteerd vanwege zijn verzetsactiviteiten tijdens de Tweede Wereldoorlog. „Ah, KNIL, moordenaars!”, riep ze. Verontwaardigd zei ik dat hij ook gevochten had voor de vrijheid van Indonesië. Hier was zij het totaal niet mee eens. Er was duidelijk sprake van een botsing van twee perspectieven op de gedeelde Nederlands-Indonesische geschiedenis.

Het is een botsing die mij ook persoonlijk raakt nu ik onderzoek ga doen naar deze periode in het kader van het vierjarig onderzoeksprogramma Dekolonisatie, geweld en oorlog in Indonesië, 1945-1950. Drie instituten doen onderzoek: het Koninklijk Instituut voor de Taal-, Land- en Volkenkunde (KITLV), NIOD Instituut voor Oorlogs-, Holocaust- en Genocidestudies en het Nederlands Instituut voor Militaire Historie (NIHM). Het gaat deze maand van start en moet ingaan op de aard, omvang, oorzaken en context van het grensoverschrijdende geweld door Nederlandse militairen in Indonesië.

Een van de speerpunten van het programma is het internationale karakter, in het bijzonder de samenwerking met Indonesische historici. Dit wordt een van de grote uitdagingen. In de populaire cultuur in Indonesië spelen de Nederlanders in de verhalen over de onafhankelijkheidsoorlog de stereotype rol van de slechterik: ze zijn gewelddadig, wreed, racistisch, grof, wellustig en driftig. Indonesische historici die zich bezighouden met de revolutie en onafhankelijkheidsoorlog zijn weliswaar genuanceerder, maar richtten hun aandacht vooral op de strijdende partijen aan Indonesische kant. In Nederland was er vooral veel aandacht voor de politieke, militaire en diplomatieke dimensie. De laatste jaren is het debat steeds meer vernauwd tot vragen over het massageweld van Nederlandse militairen. Duidelijk is inmiddels dat dit extreme geweld niet incidenteel, maar structureel voorkwam.

Lees ook: hoe verwerken wij ons troebele verleden, vraagt Fumi Hoshino zich af.

De samenwerking kan alleen een succes zijn als de Indonesische en Nederlandse onderzoekers open staan voor het perspectief van de ander. Geschiedenis is een oefening in inlevingsvermogen. Het gaat er niet zozeer om te oordelen als wel te begrijpen en te verklaren. Te achterhalen wat de politieke, religieuze en culturele achtergrond was van mensen. Wat hun verlangens, dromen en emoties waren en wat de mogelijkheden en beperkingen waren in die tijd. Mijn Indonesische collega’s en ik zullen voorbij de stereotypen moeten denken van de op bloed beluste Indonesische pemoeda(vrijheidsstrijder) en de wrede Nederlandse militair.

Vooral in het geval van de Bersiap – de chaotische, gevaarlijke tijd vlak na de Japanse capitulatie in 1945 – zal dat lastig zijn. Tijdens de Bersiap werden (Indo-) Europeanen, Chinese maar ook Indonesische burgers door pemoeda’s op vaak gruwelijke wijze vermoord. Een gevoelig, vaak vergeten onderwerp, dat niet goed past in het beeld van de glorieuze onafhankelijkheidsstrijd dat in Indonesië vaak verteld wordt. Maar dat in Nederland regelmatig wordt aangevoerd als rechtvaardiging voor de latere ontsporing van geweld aan Nederlandse kant.

Bersiap-moorden passen niet in het beeld van de glorieuze onafhankelijkheidsstrijd

Laat dat nu juist de periode zijn waarnaar Esther Captain en ik binnen het programma onderzoek gaan doen. Opeens komt de grote geschiedenis voor mij akelig dichtbij. Mijn grootmoeder, moeder en twee tantes waren tijdens de Bersiap nog in Nederlands-Indië. Gelukkig op het relatief rustige Sumatra, maar door een speling van het lot hadden ze makkelijk ergens anders kunnen zijn. Als onderdeel van het KNIL werden mijn opa en zijn gezin regelmatig ergens anders in de archipel gestationeerd. Sommige van zijn broers en zussen waren tijdens de Bersiap op het door geweld geteisterde Java, maar ook zij zijn gelukkig gespaard gebleven. Het zal mij dan ook niet makkelijk afgaan om me in de pemoeda’s te verplaatsen, ook al zal dat voor het verklaren van hun geweld wel nodig zijn.

Nog ongemakkelijker wordt het als ik door een Indonesische bril naar mijn familie kijk. Oorspronkelijk afkomstig uit de Molukse Banda-eilanden, was zij vervlochten met het koloniale systeem. Veel mannen dienden bij het KNIL of zaten bij de politie. Helemaal gevoelig ligt het als ik vanuit het Indonesisch perspectief naar mijn opa kijk. In hun ogen was hij een vertegenwoordiger van de gewapende arm die hardhandig het koloniaal gezag afdwong. Maar voor mij en mijn familie is hij een verzetsheld. Iemand voor wie ik graag meer erkenning zou willen krijgen.

Wat zou hij hebben gedaan als hij de Japanse bezetting had overleefd? Zou hij aan de kant van de Nederlanders hebben gevochten? Misschien wel, maar het hoeft niet. Bij een recent familiebezoek kwam een foto boven water van Suryadi Suryadarma, een Indonesiër die mijn opa vermoedelijk kende van de officiersopleiding aan de Koninklijke Militaire Academie in Breda. Suryadarma koos de Indonesische kant en schopte het tot luchtmaarschalk en eerste commandant van de Indonesische luchtmacht. Was dat het pad van mijn grootvader geweest als hij de oorlog had overleefd?


Donderdag 14 september is er een debat over het officiële Dekolonisatie-onderzoek in Pakhuis de Zwijger, Amsterdam.


Het stellen van deze vragen en de wisseling van perspectief, hoe ongemakkelijk ook, is goed om los te komen uit vastgeroeste vooroordelen en onbewuste overtuigingen. Om in te zien dat de geschiedenis niet vastligt en alles zomaar anders had kunnen zijn. Om te leren met andere ogen naar mijn eigen geschiedenis en die van mijn land te kijken. Dat zal dan ook de opdracht zijn aan mijn Nederlandse collega’s en mijzelf. Maar eveneens aan de Indonesische historici die aan dit onderzoek zullen meewerken. Ook zij zullen hun vooroordelen opzij moeten zetten en zich moeten verdiepen in het Nederlands perspectief.

17.9.17

Lees verder…

Een andere kijk op de geschiedenis

10897365273?profile=original

Oorlog in Indonesië 1945-1950

Het kabinet wil een „heroverweging” van de rol die Nederland speelde in Indonesië in 1945-’50. Dat onderzoek begint nu. Frank Vermeulen  14 september 2017  NRC.nl/nieuws

Britse tanks patrouilleren in Batavia in oktober 1945. ( Na de Japanse kapitulatie maakten Britse troepen in indonesië aanvankelijk op een aantal plaatsen de dienst uit.) Op de tram staan onafhankelijkheidsleuzen.Foto NIOD 

Het Nederlandse koloniale verleden in Indonesië, en dan met name de dekolonisatieoorlog van 1945 tot 1950, wordt onderworpen aan een breed opgezet historisch onderzoek. Het is een brisant onderwerp waarover het debat bijna zeventig jaar nadat de vrede werd getekend in Nederland nog altijd niet is verstomd.

Formeel begon het nieuwe onderzoek donderdag tijdens een discussieavond in de Amsterdamse debattempel Pakhuis de Zwijger, waar twee zelfkritische vragen centraal stonden: waarom nu pas? En: gaat het wel nieuwe informatie opleveren?

Een deel van het antwoord op de vraag ‘waarom nu pas’ kan direct al gegeven worden. Namelijk: er wordt al veel langer onderzoek gedaan naar verschillende aspecten van de dekolonisatieoorlog. Alleen heette die toen nog „Politionele Acties”, naar de twee grote militaire offensieven die Nederland in juli 1947 en in december 1948 inzette tegen de jonge Indonesische republiek. Veel onderwerpen zijn eerder al onderzocht en beschreven. Zoals het moorddadig optreden van kapitein Raymond Westerling in Zuid-Sulawesi, de rol van generaal Simon Spoor, commandant van de Nederlandse troepen, en het optreden van diverse politiek verantwoordelijken in Den Haag zoals toenmalig minister-president Louis Beel.

Terwijl premier Rutte in Indonesië is, pleitten Indonesische academici eind vorig jaar voor gezamenlijk onderzoek naar het koloniale verleden. En, zeggen ze nu, dan moeten ook de voor hun eigen land pijnlijke zaken aan de kaak worden gesteld. „Tijd voor verandering.”

Systematische wreedheid

Het opmerkelijke van dit project is dat het eigenlijk gaat om het herschrijven van die geschiedenis. Dat is het gevolg van een verandering van het perspectief op wat er in Indonesië is gebeurd in deze jaren.

Nog een antwoord op de vraag ‘waarom nu pas’ is dat dit extra geld voor dit onderzoek, op basis van nieuwe onderzoeksvragen, al in 2012 is aangevraagd door de drie wetenschappelijke instituten die hiervoor hun krachten hebben gebundeld: het Instituut voor oorlogs-, holocaust- en genocidestudies NIOD, het Koninklijk Instituut voor Taal- Land- en Volkenkunde (KITLV) en het Nederlands Instituut voor Militaire Historie. Het kabinet nam enige jaren bedenktijd voordat het in december vorig jaar akkoord ging met de onderzoeksopzet.

Volgens NIOD-drecteur Frank van Vree, die de dagelijkse leiding heeft over het hele project, is het kabinet dat eerst niet akkoord ging met het onderzoek, van gedachten veranderde mede op basis van recent onderzoek. Bijvoorbeeld dat van Rémy Limpach. Die liet in zijn vorig jaar verschenen promotieonderzoek De brandende kampongs van Generaal Spoor zien dat Nederlandse militairen tijdens die oorlog structureel grensoverschrijdend geweld gebruikten.

De vraag was, schrijft Van Vree, of het kabinetsstandpunt uit 1969 nog houdbaar was. Dat standpunt luidde: „dat de krijgsmacht als geheel zich in Indonesië correct heeft gedragen”. Voor zover er sprake was van normoverschrijdend gedrag door militairen, waren dat excessen geweest, zoals beschreven in de Excessennota, een allereerste verkenning op verzoek van het kabinet-De Jong. Dit concludeerde dat „van systematische wreedheid geen sprake is geweest”.

Honderdvijftig jaar geleden reed de eerste trein op Java. Een fototentoonstelling in het Spoorwegmuseum in Utrecht laat de verwevenheid zien tussen spoorlijn en de koloniale geschiedenis.

Weduwen van Rawagede

Het kabinet verwees in december 2016 in zijn brief aan de Tweede Kamer over het besluit nieuw onderzoek te subsidiëren niet alleen naar het onderzoek van Limpach. Van belang was ook de rechtszaak sinds 2009 van de weduwen uit het Javaanse dorp Rawagede (tegenwoordig Balongsari) wier mannen buitengerechtelijk waren gedood door Nederlandse militairen. De rechtbank wees de claims van de weduwen in 2011 toe. Het kabinet schrijft: „Ook veranderde het (politieke) denken over de dekolonisatieperiode, mede in het licht van publicaties over andere conflicten en oorlogen met daarin aandacht voor individuele misdragingen en structureel geweld”.


DEKOLONISATIE HERSCHRIJVEN VAN DE GESCHIEDENIS

Het onderzoek ‘Dekolonisatie, geweld en oorlog in Indonesië 1945-1950’ zal vier jaar duren en 4,1 miljoen euro kosten.

De uitvoerende onderzoeksinstellingen NIOD, KITLV en NIMH hebben het onderzoek opgedeeld in deelprojecten. De belangrijkste zijn:

De Bersiap-periode waarbij (Indo-) Europeanen, Chinezen en van collaboratie verdachte Indonesiërs slachtoffer werden van grof geweld door Indonesische milities.

De politiek-bestuurlijke context.Onderzocht wordt de politieke verantwoordelijkheid voor de oorlog en het excessieve geweld en de informatieverschaffing erover. Wie wist wat wanneer? Was er sprake van bewust toedekken van belastende informatie?


Het onderzoek zal zich nadrukkelijk ook richten op de periode van de Bersiap, tussen augustus 1945 en begin 1946, toen veel (Indische-)Nederlanders het slachtoffer werden van geweld door groepen Indonesische jongeren. Aangenomen wordt dat dit vaak buitensporig geweld van Indonesische zijde mede aanleiding was voor het latere gewelddadige optreden door Nederlandse militairen.

Het kabinet toonde zich in zijn brief aan de Tweede Kamer beducht voor de „pijn die het vervolgonderzoek zal veroorzaken bij de groep Indië-veteranen”. Maar het kwam desondanks tot de slotsom dat het belang van dit onderzoek zwaarder moest wegen.

De nieuwe geschiedenis, zo wordt duidelijk uit de opzet van het onderzoek, zal voor individuele gedragingen meer oog hebben dan in het verleden het geval was.

Onderdeel van het onderzoek is ook een oral history-project, waarvoor tijdgenoten die getuige waren van de gebeurtenissen destijds worden opgeroepen hun verhalen te vertellen. Bovendien wordt samenwerking gezocht met Indonesische historici om een completer beeld te krijgen van de andere zijde van het conflict.

Al met al is het kabinet tot de conclusie gekomen dat een heroverweging van de eigen rol nodig was. En dat moet dit onderzoek bieden.

Naschrift (15 september 2017): In een eerdere versie van dit artikel stond een onjuist jaartal in de naam van het onderzoek ‘Dekolonisatie, geweld en oorlog in Indonesië 1945-1950’.

ICM 17.9.17

Lees verder…

Nooit meer buigen verhaal van een verloren verleden

10897265069?profile=originalNooit meer buigen  verhaal van een verloren verleden   door: Marielle Saegaert

Dit is het waargebeurde levensverhaal van 'Ruby' H. “Misschien komt het wel heel anders uit dan we denken, maar hoe dan ook, waarderen zullen we het leven dan!” schreef ze hoopvol in 1945 in haar oorlogsdagboek in het Jappenkamp, waarin ze toen geïnterneerd was en waaruit geciteerd wordt. Ze had toen niet kunnen vermoeden hoe haar leven uiteindelijk zou lopen en ze zal de tragedies in haar leven ook niet gewaardeerd hebben. Uiteindelijk verliest ze al   haar herinneringen aan de enige tegenstander in haar lange, bewogen leven waar ze wel bang voor was.

Ze zat op de bank naar buiten te kijken. Het leek of ze de omlaag dwarrelende sneeuw bewonderde, zoals we vroeger altijd deden. “Mooi hè”, zou ze dan zeggen en samen keken we dan nog seconden lang verder, voordat we aan tafel geroepen werden. Nu zat ze op de bank alleen, opgesloten in haar bijna geheel afwezige gedachten. Ze keek wel naar de sneeuw, maar zag het niet meer.

Jaren geleden mocht ik voor het eerst haar kampdagboek inkijken. Bijzonder, want ”mam” heeft het niet graag over haar kampverleden. Over Indië vertelde ze graag, zolang het maar niet over Tjihapit en Ambarawa en over de Jappen gaat. In mijn debuutroman dat het levensverhaal van de dappere ‘Ruby’ beschrijft, citeer ik uit de originele en zeer indrukwekkende kampdagboeken.

10897265475?profile=originalMijn vader was een klein jongetje dat zorgeloos opgroeide in Bandoeng toen ‘Ruby’ daar geïnterneerd was. Zij opgesloten in het kamp en mijn vader vrij spelend in de lanen van Bandoeng. Jaren later, midden zeventiger jaren op vakantie in Ierland, leerden mijn ouders Ruby kennen. Een gedeeld verleden; een gedeeld gemis. Uit respect voor haar wilde ik haar verhaal zo waarheidsgetrouw weergeven, maar daarvoor had ik de hulp van andere mensen nodig. Wie kon mij bijvoorbeeld vertellen over haar jeugd in Indië? En over de ervaringen in de Jappenkampen?

Het was haar vriendin Helen, geboren en getogen in Indië en samen met Ruby geïnterneerd geweest in de kampen, die mij het meest kon vertellen. Helen kende haar als geen ander. “In 1937 kwam ze aan in Indië vanuit Nederland, waar ik – blond en blauwe ogen – nog nooit was geweest. Ze was een stug kind. Ik dacht: dat komt vast dor de kou daar”. Later begreep Helen pas waar die houding vandaan kwam. Ruby had in Nederland in kindertehuizen gewoond, omdat haar familie niet meer voor haar kon zorgen. “Ik was gewend aan een warm gezinsleven; Ruby allerminst”. In Indië fleurde Ruby helemaal op en genoot ze van een gelukkige jeugd. Totdat de oorlog uitbrak. 

Helen kan wel goed over haar kampverleden praten. “Iedereen gaat er weer anders mee om. Van grote invloed was ook de leeftijd waarop je in het kamp zat. Mijn kleine broertje was acht jaar toen hij het kamp in ging en het heeft hem voor de rest van zijn leven erg getekend”.

Helen  vertelt graag hoe stoer Ruby was en hoe ze ‘voor de duvel nog niet bang was’. “Ik was zelf altijd veel doordachter dan Ruby. Ze kon behoorlijk roekeloos zijn. Maar ik vond het wel stoer dat ze voor niemand bang was. Je ziet het aan haar gezicht op de foto op de omslag van het boek. 

10897265279?profile=originalZo is ze haar hele leven gebleven; tenminste, tot aan haar ziekte dan”. Tijdens een van de lange telefoongesprekken waarin Helen mij zo geduldig te woord stond, vertelde ze over de bevrijding en hoer de meisjes weer met zo zorgeloos als voorheen van het leven genoten. “We hadden ons verstand gewoon op nul gezet. Waar onze ouders nog bang waren, voorzichtig ook vanwege de Bersiap, was onze levenslust en ons geluk om weer vrij te zijn, met geen mogelijkheid in te tomen”.  Zo vaak als ze konden gingen de meisjes naar de dansavonden die georganiseerd werden. “Een van onze lievelingsliedjes was: ‘Don’t fence me in’, van Bing Crosby. Met zo’n titel was een beter lijflied ondenkbaar”.

Terwijl Ruby nog steeds naar de sneeuw keek, zette ik tegen beter weten in maar verblind door hoop,  een CD op van Bing Crosby. Dat ene liedje….. zou ze het nog herkennen? Ik had wel eens gelezen dat juist muziek bepaalde herinneringen bij deze patiënten naar boven kon brengen, waar gesproken woorden dat niet meer kunnen. Ruby leek voor zover ze

Oh, give me land, lots of land under starry skies above…” Crosby’s warme stem galmde door de kamer. Mijn moeder zat tegenover Ruby en pakte haar hand vast. Ruby glimlachte en keek haar – als altijd dankbaar voor een liefkozend gebaar – aan. Toen begon ze plotseling zachtjes te zingen: “…Don’t fence me in. Let me ride through the wide open country that I love. Don’t fence me in…”

Dit indrukwekkende boek over het levens-verhaal van Ruby is overal verkrijgbaar. Prijs: € 18,95.

10897265293?profile=original

auteur Mireille Saegaerts

dat kon zijn, opgewekt. Minder verloren dan andere dagen. Ik zette de muziek  aan  en  wachtte  hoopvol  af. 

ICM 19.917

Lees verder…

Bijna holocaust in Nederlands-Indië

10897372455?profile=originalBijna holocaust in Nederlands-Indië   

Door:  Adrian Lemmens (Nieuw Zeeland)

 

Dit is in feite het verhaal over haaien en over het lot van een Amerikaans oorlogsschip en haar bemanning van 1200 koppen, waarvan er slechts 300 aan de aandacht van de haaien ontsnapten. Merkwaardig was dat met de ondergang van de “Junio-Maru”, waar ook mijn vader bij omkwam samen met 5830 andere opvarenden, aanvankelijk ook slechts 300 het overleefden toen het door de Engelsen getorpedeerd werd en de haaien er ook aan het feesten waren.

Men kan dit bericht na 65 jaren met een lichte belangstelling beoordelen,

werkelijkheid was, dat aan ons allen dezelfde “finale solutie” was toebedacht als aan onze Joodse kameraden in Europa. Het enige verschil was, dat het niet met ons werd uitgevoerd, omdat stomweg de tijd toen ontbrak.

 

Uraniumbom “Fat-Man” (Hiroshima)

Bijna twee miljoen Indische mensen die vandaag de dag er nog zijn (als we gemakshalve alle nazaten meetellen) zouden er dan nu ook niet meer zijn geweest. En dan spreek ik over allen die destijds in ons dierbare Indië leefden. Het was eind juni, begin juli 1945 dat de Japanse keizer het document ondertekende, dat voor allen daar nog in leven zijnde het doodvonnis inhield en op 15 en 16 augustus 1945 ten uitvoer zou moeten worden gebracht. Slechts op het nippertje ontsnapten wij allen aan dit gruwelijke noodlot. En met ons eigenlijk nog vele miljoenen anderen, die hetzelfde lot beschoren waren, omdat het keizerlijk bevel gold voor alle door de Japanners bezette gebieden door geheel Azië.

samen met 5830 andere opvarenden, aanvankelijk ook slechts 300 het overleefden toen het door de Engelsen getorpedeerd werd en de haaien er ook aan het feesten waren.

Men kan dit bericht na 65 jaren met een lichte belangstelling beoordelen, de schouders optrekken als gebeurd zijnde en het dan eenvoudig naar de achtergrond verdringen om weer verder te leven in de dagelijkse sleur van ons bestaan. Echter de situatie vereist dat er even bij wordt stilgestaan en het te eren met een herdenking. Want de gruwelijke

werkelijkheid was, dat aan ons allen dezelfde “finale solutie” was toebedacht als aan onze Joodse kameraden in Europa. Het enige verschil was, dat het niet met ons werd uitgevoerd, omdat stomweg de tijd toen ontbrak.

Uraniumbom “Fat-Man” (Hiroshima)

Bijna twee miljoen Indische mensen die vandaag de dag er nog zijn (als we gemakshalve alle nazaten meetellen) zouden er dan nu ook niet meer zijn geweest. En dan spreek ik over allen die destijds in ons dierbare Indië leefden. Het was eind juni, begin juli 1945 dat de Japanse keizer het document ondertekende, dat voor allen daar nog in leven zijnde het doodvonnis inhield en op 15 en 16 augustus 1945 ten uitvoer zou moeten worden gebracht. Slechts op het nippertje ontsnapten wij allen aan dit gruwelijke noodlot. En met ons eigenlijk nog vele miljoenen anderen, die hetzelfde lot beschoren waren, omdat het keizerlijk bevel gold voor alle door de Japanners bezette gebieden door geheel Azië.

De Amerikaanse kruiser USS Indianapolis

 

Wat was er in feite gebeurd? Op 26 juli leverde de zware Amerikaanse kruiser USS Indianapolis de eerste van de twee atoombommen, Fat-Man, af op het eiland Tinian in de Pacific. Deze was bestemd voor Hiroshima. Toen de kruiser de dag na de aflevering weer uitvoer, werd het getorpedeerd door de Japanners. Hier moet even bij stilgestaan worden……

Deze atoombom werd dus op het allerlaatste nippertje afgeleverd, want aangenomen mag worden, dat de USS Indianapolis al geruime tijd in de gaten gehouden werd en al haar bewegingen nauwlettend gevolgd werden door de Japanners. Als deze aanval één dag eerder zou zijn uitgevoerd, dan was ons aller lot bezegeld geweest. Het had dan zeker maanden, misschien zelfs wel een half jaar geduurd voordat de Amerikanen de Fat-Man hadden kunnen herbouwen. En hierbij moeten we niet vergeten, dat het de tweede atoombom, Little-Boy, was die Japan uiteindelijk op de knieën dwong…..!

Om nog even terug te komen op waar ik dit artikel mee begon: De reden dat zovele bemanningsleden van de Indianapolis zijn omgekomen, moet ook gezocht worden in het feit dat de missie met de Fat-Man uiterst geheim was. Daarom duurde het 5 dagen voor de locatie van de gezonken kruiser werd gevonden en de overlevenden uit het water gevist werden.

 

Plutoniumbom “Little-Boy” (Nagasaki)

Indien het destijds anders gelopen was en de Japanners eigenlijk bij toeval niet een dag “te laat” de Amerikaanse kruiser naar de bodem van de Pacific gestuurd hadden, dan had Nederland geen probleem meer gehad met onze rechten, nu zo’n 65 jaar later.                        Op de keeper beschouwd heeft Nederland er eigenlijk nooit een probleem van gemaakt. Onze rechten zijn gewoon genegeerd. En wat nu…..?


De Amerikaanse kruiser USS Indianapolis

 

Wat was er in feite gebeurd? Op 26 juli leverde de zware Amerikaanse kruiser USS Indianapolis de eerste van de twee atoombommen, Fat-Man, af op het eiland Tinian in de Pacific. Deze was bestemd voor Hiroshima. Toen de kruiser de dag na de aflevering weer uitvoer, werd het getorpedeerd door de Japanners. Hier moet even bij stilgestaan worden……

Deze atoombom werd dus op het allerlaatste nippertje afgeleverd, want aangenomen mag worden, dat de USS Indianapolis al geruime tijd in de gaten gehouden werd en al haar bewegingen nauwlettend gevolgd werden door de Japanners. Als deze aanval één dag eerder zou zijn uitgevoerd, dan was ons aller lot bezegeld geweest. Het had dan zeker maanden, misschien zelfs wel een half jaar geduurd voordat de Amerikanen de Fat-Man hadden kunnen herbouwen. En hierbij moeten we niet vergeten, dat het de tweede

atoombom, Little-Boy, was die Japan uiteindelijk op de knieën dwong…..!

Om nog even terug te komen op waar ik dit artikel mee begon: De reden dat zovele bemanningsleden van de Indianapolis zijn omgekomen, moet ook gezocht worden in het feit dat de missie met de Fat-Man uiterst geheim was. Daarom duurde het 5 dagen voor de locatie van de gezonken kruiser werd gevonden en de overlevenden uit het water gevist werden.

 

Wat was er in feite gebeurd? Op 26 juli leverde de zware Amerikaanse kruiser USS Indianapolis de eerste van de twee atoombommen, Fat-Man, af op het eiland Tinian in de Pacific. Deze was bestemd voor Hiroshima. Toen de kruiser de dag na de aflevering weer uitvoer, werd het getorpedeerd door de Japanners. Hier moet even bij stilgestaan worden…… 

Deze atoombom werd dus op het allerlaatste nippertje afgeleverd, want aangenomen mag worden, dat de USS Indianapolis al geruime tijd in de gaten gehouden werd en al haar bewegingen nauwlettend gevolgd werden door de Japanners. Als deze aanval één dag eerder zou zijn uitgevoerd, dan was ons aller lot bezegeld geweest. Het had dan zeker maanden, misschien zelfs wel een half jaar geduurd voordat de Amerikanen de Fat-Man hadden kunnen herbouwen. En hierbij moeten we niet vergeten, dat het de tweede  atoombom, Little-Boy, was die Japan uiteindelijk op de knieën dwong…..!

Om nog even terug te komen op waar ik dit artikel mee begon: De reden dat zovele bemanningsleden van de Indianapolis zijn omgekomen, moet ook gezocht worden in het feit dat de missie met de Fat-Man uiterst geheim was. Daarom duurde het 5 dagen voor de locatie van de gezonken kruiser werd gevonden en de overlevenden uit het water gevist werden.

 

Plutoniumbom “Little-Boy” (Nagasaki)

Indien het destijds anders gelopen was en de Japanners eigenlijk bij toeval niet een dag “te laat” de Amerikaanse kruiser naar de bodem van de Pacific gestuurd hadden, dan had Nederland geen probleem meer gehad met onze rechten, nu zo’n 65 jaar later.                        Op de keeper beschouwd heeft Nederland er eigenlijk nooit een probleem van gemaakt. Onze rechten zijn gewoon genegeerd. En wat nu…..?

ICM 20.9.17

Lees verder…

10897256292?profile=original

Boekbespreking, e-Books, CD en DVD -  overzicht per 3/8-2017

De VOC, multinational onder zeil – Jan J.B. Kuipers. De eerste scheepvaart naar “de oost” dateert  van 1595 en in 1602  werd de Verenigde Oost-IndischeCompagnie (VOC) opgericht. Deze multinational groeide uit tot     een van de machtigste en belangrijkste    iconen    van    de Nederlandse Gouden Eeuw. Dit boek geeft een panoramisch beeld van de “Edele Compagnie” en werpt een veelzijdige blik op de handelsgebieden tussen Kaap de Goede Hoop en Japan, het leven in Batavia, op zee, thuis in Nederland en op een stoet kleurrijke personen en bewind-voerders. Van de machtige en  wrede gouverneur-generaal Jan Pieterszoon Coen tot de Molukse opstandeling Kapitein Jonker, allen maakten de VOC tot war deze was. Uiteindelijk werd de vierde oorlog met Engeland (1780-1784) teveel voor de VOC, waarna deze in de jaren 1790-1795 werd geliquideerd.  Dit  unieke  boek is tijdelijk  tegen  een  hoge korting

verkrijgbaar. Te bestellen bij: Uitgeverij Walburg Pers, via de webshop: www.walburgpers.nl. De speciale prijs is nu: € 19,95 en na 10 oktober weer de normale prijs van  € 24,95. 

10897256484?profile=originalKlapperbomen in de moesson-wind – Corinne Poleij. Corinne Poleij (1969) woont met haar man en twee kinderen in Dordrecht. Ze is dol op reizen, fotograferen, muziek luisteren, vulpennen en cappuccino. Schrijven is haar grote passie. Zo gaan er jaarlijks kilometers aan brieven de wereld in, want ze heeft overal ter wereld wel een penvriendin. Corinne heeft een toeristische opleiding gevolgd.

De interesse in andere culturen is terug te vinden in haar verhalen en gedichten. In dit boek neemt

ze de lezer mee op een poëtische reis door Indië en Indonesië.       U struint over koffieplantages, sawahs en de jungle. U leest over witte reigers, orchideeën en kalongs. Ze gaat terug in de tijd, waar de baboe de was ophangt en opa een brief schrijft. Ook de Tweede Wereldoorlog komt aan bod. Adviesprijs: € 15,95. 

10897256497?profile=originalWim is weg – Rogier Boon.

Na 14 jaar is het gouden boekje “Wim is weg” weer verkrijgbaar. Het werd in 1959 geschreven en getekend door Rogier Boon, zoon van Jan Boon (Tjalie Robinson).

Het vertelt het verhaal van de kleine jongen Wim, die voor zijn verjaardag een rode driewieler krijgt. Hiermee trekt de jongen de wijde wereld in, maar verdwaalt. Dit is altijd een van de populairste boekjes geweest en was tussen 1960 en 2000 onafgebroken in herdruk. Toen de Gouden Boekjes serie in 2000 overging van De Bezige Bij naar uitgeverij Rubinstein, ontstonden problemen met de erven van Rogier Boon.  Nu zijn die gelukkig opgelost en “Wim is weg” is terug. Een aanrader! Adviesprijs: € 6,95.

10897256894?profile=originalDoor de ogen van het verleden – Dick Rozing. Op 15 augustus verscheen het fotodocumentaire boek Nederlands-Indië: Door de ogen van het verleden. Geograaf en auteur Dick Rozing heeft de geschiedenis van de foto-expeditie, die ruim 100 jaar geleden  plaatsvond  en  het  tot stand komen van de serie van  170 aardrijkskundige fotoplaten uitvoerig beschreven. In 1911 had uitgever Wagenaar Reisiger een missie. Leerlingen uit het voortgezet onderwijs moesten de pracht en de rijkdom van Nederlands-Indië kunnen zien. Het bestaande beeldmateriaal in het onderwijs was summier. Geen kleurige wandplaten, maar echte foto's moesten het ware Indië tonen. Het 128 pagina's tellende boek is ruim geïllustreerd. Archiefonderzoek heeft aangetoond dat niet alle 170 fotoplaten door één fotograaf zijn gemaakt. Ze zijn allemaal in het boek opgenomen, waarvan vele paginagroot. Op Bos-atlaskaarten uit 1910 zijn de plaatsen aangegeven waar de foto's zijn gemaakt. Tot slot heeft Rozing zeven hoofdrolspelers met korte biografieën in het zonnetje gezet. 

Het boek is in samenwerking met Stichting Pelita in Oegstgeest gerealiseerd. De fotoplaten en teksten uit 1912-1913 zullen gefaseerd op de website  www.doordeogenvanhetverleden.nl en de website www.virtueelindie.nl  verschijnen. Het prachtige foto-boek is te bestellen via de auteur:info@disckrozing.nl. De auteur zal uw exemplaar dan signerenPrijs: € 24,95. Verzendkosten: € 4,36. Lees meer verderop in deze rubriek onder “Presentatie en Signeren”.

10897257489?profile=originalDe aanpassing – Eddy Lie. Een autobiografische roman met verhalen uit Bandung op Java. De hoofdpersoon, Dave, heeft zijn jeugd in Indonesië doorgebracht. Na zijn vlucht uit het kindertehuis leeft hij elke dag buiten in vrijheid met zijn Indonesische vriendjes. Spannende vliegergevechten op Java en het hoeden van karbouwen met zijn vrienden. In dit boek komen oost en west ruimschoots aan bod. De integratie van Dave en zijn leve in twee culturen lopen als en rode draad door het verhaal. Dave verhaalt over zijn onvrijwillige reis naar  Nederland  en  zijn  leven  inDrenthe,  waar  alle  meisjes  Alie schijnen te heten. Zijn vriend Ronnie leert hem over de Drentse cultuur en ook over de meisjes. Adviesprijs: € 18,95.

Lees verder…

Betreft de petitie Traktaat van Wassenaar

W eet U het nog10897234678?profile=original?  Betreft de petitie Traktaat van Wassenaar.

De planning was om de petitie te beëindigen per 15 augustus op de dag van Indiërherdenkingen. De ongeveer 15.000 handtekeningen, die het mandaat hebben gegeven om namens hen te handelen, aan te bieden aan het Nieuwe Kabinet en de Tweede Kamer. Dit te samen met boek “Traktaat van Wassenaar”.

Gezien de coalitievorming van het nieuwe kabinet pas centimeters vorderingen maakt en geen meters met het CDA, VVD, D66, en Christen Unie zijn de prognoses dat het demissionaire Kabinet nu al bezig is aan het sleutelen van begroting 2018 voor Prinsjesdag lijkt een nieuw Kabinet voorlopig noch niet inzicht is.

Daarom hebben wij besloten de einddatum van de petitie met een maand uit te schuiven naar  voorlopig naar 17 september , en wellicht zullen wij nog een maand moeten uitschuiven.

Dit impliceert dat U uiteraard alsnog de petitie kunt ondertekenen, maar in het bijzonder ook alle updates / ontwikkelingen volgen.

10897237700?profile=original

Steun ons om ons werk af te maken door te tekenen en te doneren
                           

Indische zaak - Het Traktaat van10897237288?profile=originalWassenaar 1966 

Hier Onderteken petitie   < of >    Kijken wie er getekend hebben

< of >   Laatste Updates  In het Engels hier

======================================================================================

ACTW66 BACKOFFICE - EN HELPDESK ACTIVITEITEN

> Geachte,
>
> als u alle instructies & procdures hebt gevolgd en U heeft via de website  
> zich ingeschreven op www.icm-online.nl dan komt u automatisch op de lijst
> als deelnemer (gedupeerden) voor het aankomende proces.
>
> Met vriendelijke groeten;
> Ferry Schwab sr.
>
>
>
> ----- Original Message -----
> From: "Daan Gagliardi" <cs.eng.consunet@casema.nl>
> To: <Schwab@kabelfoon.nl>
> Sent: Friday, August 11, 2017 8:49 PM
> Subject: ondertekening petitie en inschrijving Traktaat van Wassenaar
>
>
>> Geachte heer Schwab,
>>
>> Vanmorgen heb ik de petitie online ondertekend. Ik kreeg een melding dat
>> ik hierna een mail zou krijgen van webmaster@petitiies.nl om het te
>> bevestigen. Anders zou het niet mee tellen. Tot vanavond heb ik geen mail
>> binnen gekregen. Ik sta ook niet in de lijst.
>>
>> Verder heb ik vanmorgen een inschrijving gedaan online als deelnemer voor
>> het juridisch traject  ACTW66. Alle vragen ingevuld. Begrijp ik het goed
>> dat dit beoordeeld wordt en ik dan een mail krijg of het akkoord is?
>>
>> Er was een vraag welke datum we in Nederland aankwamen. Ik heb 31 mei 1957
>> ingevuld. Wij vertrokken namelijk met de Johan van Oldenbarneveld in april
>> 1957 en kwamen in mei aan in Amsterdam. De exacte datum wist ik niet. Als
>> het belangrijk is zal ik dat verder informeren.
>>
>> Verder heb ik vanmorgen 50 euro naar uw rekening NL41 RABO 0397725507
>> t.n.v. F. Schwab/ICM online per telebankieren overgemaakt.
>>
>> In afwachting van uw antwoord,
>>
>> Met vriendelijke groet,
>>
>> Daan Gagliardi

ICM 11.8.17

Lees verder…

10897266653?profile=originalRUDY KOUSBROEKS  “Het Oostindisch Kampsyndroom”  Besproken door Pjotr.X. Siccama – deel 7   

Werkelijkheid en fictie worden door elkaar gehaald, schrijft Kousbroek en heden ten dage komt dat vaker voor. Hierbij noemt hij het opvallend verschijnsel dat bijvoorbeeld in de VS van Noord Amerika, liefst 22% van de volwassenen twijfelt of de Holocaust wel ooit heeft bestaan! Deze constatering is heel huiveringwekkend met gevolg dat de revisionisten in dat land de gelegenheid aangrijpen om te beweren dat er nooit gaskamers waren geweest en het dagboek van Anne Frank een vervalsing is. Overigens is de vertaling van het Nederlandse woord “vervalsing” vanuit het Amerikaans “fake”  fout. Dat wil zeggen met het woord fake bedoelt de Amerikaan nep, bedrog of niet bestaand. Maar het Nederlandse woord vervalsing houdt immers in dat er een origineel bestaat! Dit voor alle helderheid van het verschijnsel dat mij al ernstig genoeg lijkt.

Deze en andere verwerpelijke denkbeelden (voornamelijk in sommige Amerikaanse circuits) worden het publiek ingespuid alsof het ‘gewoon’ nieuws is. Het is de vraag waar die grote onzin toch vandaan kan komen. Het tegenwoordige (Amerikaanse) kijkerspubliek (ik noem het kijkerspubliek om de simpele reden dat voor de Noord-Amerikanen al het nieuws en wat ze er allemaal wordt aangeboden voor het grootste gedeelte via de televisie wordt verzorgd-afgezien van een handjevol mensen die de moeite nemen de krant te lezen, waar, ‘surprise surprise’ men hetzelfde te lezen krijgt dan in (nieuws)berichten in beeld en bijbehorend commentaar met kennelijk de bedoeling het publiek met bedenkelijke en controversiële verhalen op te zadelen en om op allerlei manieren (psychologische/sociaal/politiek) in vele historische kwesties zoveel, en zo effectief  mogelijk, te beïnvloeden. Toen ik zelf in de 70er jaren  door de V.S. reisde, had ik toen al gezien dat  het beeldmedium dé brainwashmachine moest zijn (geworden) voor en van de Amerikanen. De Amerikaanse overheid (lees: Id, Cia etc.) zocht er toch al een tijdje naar en wordt nu op haar wenken bediend: een cadeautje zo gezegd.

 Daar zijn in het verleden legio voorbeelden van te geven. Zij zijn daar een meester in: het verdoezelen van feitelijkheden over de oorlog (en de door hen alle andere geïnstigeerde oorlogen daarna en tot op heden). Nogmaals vraagt de schrijver zich af wat voor nut het heeft werkelijkheid en fictie door elkaar te halen. Wij moeten hierin zeker niet naïef zijn: het publiek dat al een standpunt of mening heeft, wordt op zo’n manier geheel in verwarring en in twijfel gebracht of van zijn eigen mening afgebracht. Het is zowaar een onfatsoen de media te misbruiken voor het spuien van verwerpelijke denkbeelden en ideologieën. Of is onfatsoen in de journalistiek soms een provocerend karwats? waarmee ze de kijkers om de oren slaan voor de agressieve advertenties die ze daarna in flitsende beelden voorgeschoteld krijgen(?)  

Alleen de witte bladzijden worden door de historici bestudeerd, zegt Kousbroek. Het is helaas waar: ik herinner me nog goed dat op de universiteiten worden de studenten, ongeacht de faculteit, al in het propedeutisch jaar op het hart gedrukt om maar geen kritieken te leveren op de verplichte literatuur en zeker geen (grote) verwachtingen te koesteren of zekere ontdekkingen te doen! Et voilá de eerste stappen voor een academische vorming zijn gezet; het zijn eerder stappen naar de wereld naar het (voor de student toekomstig),  “traditioneel ontkennend model”.

De Franse correspondent van het blad La Liberation, schrijft Kousbroek, had nauwelijks moeite met te zeggen dat Nederlanders liegen; liegen over hun geschiedenis, ze houden krampachtig vast aan de mythe van collectieve onschuld en dat dat zij zo dapper waren in de 2eWO. Niets is minder waar.

Voor de helderheid over deze mare geldt nog steeds dat uit Nederland meer Joodse mensen werden afgevoerd dan in elk ander Europees land. Om een groot en schandalig voorbeeld te noemen:

Nederland heeft tot nu toe nimmer excuses aangeboden aan de Joodse gemeenschap voor de deportaties in de WO II.

Over de Excessennota (een van de Nederlandse voorbeelden van het bekoksstoven in achterkamertjes) die door de rapporten van Enthoven en Van Rij werden opgesteld respectievelijk in 1947 en 1954, kwam een aanvullende opsomming van andere excessen (periode 45/50) opgesteld, in Fasseurs eigen woorden: “na een haastige rondgang door de archieven..” (.), vraag je je af hoe iemand met zulk een instelling in hemelsnaam geschiedschrijver kan worden en nog prominent worden ook.

“..wat heeft het voor zin om het eigen nest te bevuilen” en “wat heeft het voor zin om oude wonden open te halen” en ook nog “je mag dat niet met de huidige maatstaven beoordelen zijn dan de transformaties van de argumenten die altijd worden gehanteerd tegen ongewenst kritiek”, schrijft Kousbroek. Is het vrees voor de werkelijkheid? Op mijn beurt zeg ik ja, hoewel dit wellicht bij het publiek lichtelijk en simpel overkomt.

Kousbroek kwam in dit verband een interessante knipsel tegen uit The Spectator van 1894 waarin het Hollandse kolonialisme (imperium gemakshalve) in een kleine column de doodsteek werd toegebracht. Niet bepaald een aanbeveling (zeker voor niet Nederlanders) om ook onze cultuur driftig te gaan bestuderen dunkt me.

Het is geenszins mijn bedoeling om in mijn commentaar naar aanleiding van Kousbroeks indrukwekkend werk, de Hollander zwart te maken, neen; ik heb namelijk altijd het gevoel gehad dat de Nederlandse bevolking door politici voortdurend voor de gek werd gehouden en nog steeds: De Nederlandse Staat en haar directe dienaren zijn daar schuld aan, maar niet de Hollandse/Nederlandse bevolking (niet HET NEDERLANDSE VOLK).

Elk jaar wordt door het Herdenkingscomité een spreker gevraagd voor de 4mei herdenking. Dit keer werd de schrijver J. Brouwers uitgenodigd om de rede te houden.

Wat heeft het Herdenkingscomité bewogen om deze man hiervoor uit te nodigen, vraag ik me af. Terzijde: door vele Indiegangers en kenners wordt deze schrijver gemeden en  zelfs doodgezwegen en dat is dodelijk; zeker als men weet dat deze man niet bepaald gecharmeerd blijkt te zijn van de Indo-Europeaan, ‘de Indo’s’ , waarvan hij zegt ze onbetrouwbaar en geniepig te vinden. Ingrediënten voor racisme. Waar komt het het vooroordeel van die man toch vandaan? Een man die in Jakarta in de 2e WO oorlog is geboren, op zeer jonge leeftijd naar Nederland was gerepatrieerd met in zijn lege hoofd een gigantisch vooroordeel over andere mensen, anders dan hijzelf zou de pretentie hebben wat of iets uit dat verleden te verkondigen? (Het gaat trouwens tijdens de herdenking niet enkel om de Indiëhistorie alleen, maar om en over de gevolgen van en in deWO II-historie en de sociaal/politieke implicaties in het algemeen). Het kan niet anders dan dat zulke (het waren toen nog zeer jonge kinderen) mensen het van hun ouders hebben gehoord en successievelijk hebben overgenomen. Wat weet een kind nou over sociale en culturele verhoudingen en wat erbij hoort? Het antwoord is wederom simpel: meegekregen van de ouders. Het was dat Hollandse contingent van mensen die naar Indië ging met grote oogkleppen op en de grootste mond had, geheel geborneerd en ignorant van andere culturen, laat staan dat het de moeite nam zich daarin een weinig te verdiepen. Hoe het ook zij, dat deel van het lethargisch Hollandse echelon had de Indiëhistorie verruïneerd en geheel vervuild, met een koopliedenmentaliteit van het ergste soort en dus ook bewust onbewust bijdrage geleverd aan hun eigen ondergang met al die grote puinhopen die ze voor de autochtone bevolking achterliet.

 De keuze van het herdenkingscomité vind ik daarom niet alleen gemakzuchtig, maar ook as weak as water; zij moeten (en niet: mogen, want daar is het te laat voor) eens lef en durf  tonen ook klaarheid te verschaffen wanneer het gaat om specifieke periodes in de geschiedschrijving om de toch al geschonden reputatie van de eigen historie enigszins op te kalefateren.

Het is weer tekenend voor  de ingesleten foute en valse opstelling van de Nederlandse historici die hiervoor nog altijd verantwoordelijk zijn. Het is immers veilig en ongetwijfeld standaard (geworden) 

om gemakkelijke keuzes te maken; keuzes die nou net “niet controversieel” kunnen worden genoemd. Zo laveren die lieden die niet alleen denken overtuigd te zijn, maar eerder bewust naïf, iets goeds voor het land te doen al jaar en dag door en tussen alles heen en heeft de Nederlandse cultuur alleen maar armer gemaakt. Heeft de Franse journalist Ephimenco toch nog gelijk.

 

Hartverscheurend is  het verhaal van de Chinese schrijver Low Ngiong Ing die in China was geboren op het platteland en die zo arm was dat hij altijd dezelfde kleren droeg en één ei of twee per jaar voor

een maaltijd werd als een feestmaal beschouwd. De familie was bekeerd tot het Christendom (Katholiek), maar keek wel neer op hun dorpsgenoten die geen Christenen waren. Hoe dan ook was die tweespalt voor de man ergens een zegen geweest, schreef Kousbroek, omdat in die omstandigheid hij erover kon  

 

10897272664?profile=originalHet wegvoeren van Joodse medeburgers 1941 in Warschau.

 

schrijven en voelde zich als een soort stiefkind. (Kousbroek noemt dat: het stiefkindsyndroom). De persoonlijke en culturele gevolgen voor hem waren te groot geworden om nog langer in dat land te verblijven en zo emigreerde de familie naar Singapore. Wat mij persoonlijk zo trof was een passage in dat werk van Low wat zo smartelijk is beschreven en wat ging over de Chinese cultuur die eigenlijk aan hem voorbij ging en er geen deel (meer?)van kon zijn en tot het besef kwam dat,  dat deel voor hem niet meer in te halen was, mede te wijten aan het feit dat hij bekeerd was geworden tot het Christendom.

Na de dood van zijn beide ouders werd hij wees. In het weeshuis ontfermde een zekere Miss Toley over de weeshuiskinderen. Low bleek een heel intelligente leerling te zijn en werd uiteindelijk, nadat een Engelse scholarship zijn studie had begeleid, onderwijzer en haalde hij een graad aan de universiteit van Hongkong. Maar de carrieremogelijkheden voor een Aziaat in die tijd waren zeer beperkt, ook door tegenwerking en de Europeanen die altijd voorrang kregen. Kousbroek herinnert zich de situatie van Low Ngiong in Nederlands Indië. “.. Die mensen zijn al blij dat ze een kans krijgen..”. Het is als uit het leven gegrepen. Zo ook in Nederlands Indië, vindt Kousbroek.

Die trieste werkelijkheid naar aanleiding van het verhaal van Low, wordt in dit verband door Kousbroek direct vergeleken met de mensen –eerder de kinderen – in Nederlands Indië.

 Zoals Low Ngiong toen vertelde dat hij in China met meisjesschoenen op het schoolplein verscheen en uitgelachen werd door zijn medescholieren. Low kocht goedkope tennisschoenen en bewerkte deze met schoensmeer om het als leer uit te zien. Juist deze passage in het werk van Kousbroek herinnert zich de schrijver uit Nederlands Indië. De armoede die vele Indo-Europeanen in dat land aan den lijve hadden ervaren en veel, heel veel moesten ontberen was eveneens hartverscheurend: zonder ontbijt ‘s morgens naar school te moeten gaan, nauwelijks fatsoenlijke schoenen of kleren te dragen en al helemaal niet te bezitten en zo af en toe afhankelijk te moeten zijn van Christelijke liefdadigheidacties van de Vincentiusstichtingen in de archipel en spaarzame particuliere initiatieven. Maar zij voelden zich volstrekt niet zielig, eerder trots, te trots om aan die ellende toe te geven. Persoonlijk heb ik meegemaakt dat er vele kinderen waren die, op hoogtijdagen, (schoolfeest of evenementen die overal  werden gehouden) opvallend altijd wegbleven.. De Indo-Europeanen die het wel ‘gemaakt’ hadden, exhibitioneerden en liefst in het openbaar (soms doet het me aan het werk Couperus denken), deden net als de kolonialen precies hetzelfde: ze keken neer op de andere Indo/eEuropeanen en trouwens ook op de koloniale Europeanen,  epateerden met hun status – wat die ook mocht zijn - en positie. Het was die enorme triestheid en stille armoede: de Indo-Europeanen in Indië, wanneer ze in die armoede verkeerden die nooit lieten blijken, daar waren ze toch te trots voor.

Kousbroek: “Ik kan er niet over lezen zonder van streek te raken.”

Ik word er zelfs beroerd van wanneer ik deze passages van Kousbroek lees, nota bene  in een land, zo paradijselijk  en zo rijk, dat een grote Europese gemeenschap sociaal, cultureel en intelectueel van al die rijkdom werd ontzegd en buitengesloten door een zeer kleine Hollandse elite.

Op zichzelf al een misdaad.10897273082?profile=original Het levensverhaal van Low Ngiong daarentegen is van een geheel andere orde van triestheid en absolute misere: een complete familietragedie die nauwelijks is te beschrijven. Maar Kousbroek heeft het hier zo treffend als een filmdrama beschreven en beeldend weergegeven. Ik kon tijdens het lezen mijn ogen nauwelijks droog houden.

En dan in twee priemende zinnen die Low Ngiong Ing in zijn boek onthulde, die ene gedachte dat eigenlijk en zeer zeker heel zijn leven lang al in zijn hoofd broeide: “You may do me a hundred kindnesses today and tomorrow I will have forgotten every one of them. But do me a little unkindness and I will neither forget nor forgive you.”

De onverdraaglijkheid en intolerantie van de ander achtervolgt je heel je leven.

Kinderen/jonge volwassenen en volwassenen komen aan in concentratiekamp Buchenwald.

 10897273274?profile=original

Sylvain Ephimenco – Franse journalist


 En met heldere cynisme schrijft Kousbroek, “.. dat het een soort paradigma is voor het gedrag van westerse naties in Azië: zelfs in het hiernamaals heersten al koloniale verhoudingen, des te meer in de stoffelijke wereld.” Daar moeten hedendaagse filosofen en andere wijsneuzen dan maar goed over nadenken. Dat lijkt me een eminente opdracht. 

Gebouwencomplex van het Raffles Institution in Singapore – omstreeks 1900.

Waar Low uiteindelijk leraar werd.

 10897272900?profile=originalVroeger gebouw van het Instituut.

10897273667?profile=original

Huidig gebouw van het Instituut.

10897274075?profile=original

Deportaties van Joodse medeburgers in Amsterdam

10897274468?profile=original

 Een indrukwekkend monument in Westerbork van oud-gevangene Ralph Prins ter nagedachtenis aan onze Joodse medeburgers – slachtoffers van het Naziregime.1940/1945. De kunstenaar heeft op een indrukwekkende manier datgene weergegeven wat onuitsprekelijk is en blijft.

 ICM 17.8.17

Lees verder…

Blog Topics by Tags

Monthly Archives