Alle berichten (2981)

Sorteer op

10897272680?profile=originalMijn levensverhaal - 6     door onze correspondent in Nieuw Zeeland, Adrian Lemmens 

foto - Mijn vader (midden) met zijn ouders, mijn grootouders

J. den Besten kwam niet meer thuis en heb ik hem ook nooit meer gezien, ja toch nog eenmaal bij zijn allerlaatste poging om mij te dwarsbomen, toen ik werkte bij mijn laatste baan bij Vroom&Dreesmann en mijn daarop volgende emigratie, maar daarover vertel ik later.

Er waren nu alleen nog de kinderen van het tweede huwelijk van mijn moeder, een jongen en een meisje, Jannes en Edith den Besten, die op de kleuterschool zaten, aan de overkant van het plein voor ons huis. Mijn Moeder kreeg geen geld meer. Ik  vond werk als een leerling verkoper bij Pander&Zonen en moest wederom    al mijn geld afdragen om de overgebleven familie, mijn moeder en mij in stand te houden en tevens voor mijn eigen kosten en inwoning. Er bleef niets over om naar een mogelijke avondschool te kunnen gaan.

Zonder enig inkomen en niet wetende wat te doen, verviel mijn moeder, de eens zo rijke en trotse vrouw, in ons vroegere Nederlands-Indie, met mijn vader in zijn hoge positie bij de Shell, nu zelfs tot grote armoede en verdiende nu in uiterste nood, als een schoonmaakster in een andermans huishouden.

Het werd nog erger; ik verloor plotseling zonder een waarschuwing, mijn eerste baan bij Pander& Zonen. Het verlies van die baan daar, voor de eerste keer in mijn leven, was toch wel een ervaring voor mij. Plotseling stond ik op straat, het was 1957 en ik was 21 jaar oud. Met het idee, dat mogelijk de elektronica mij iets beter lag, wist ik in die moeilijke tijd toch een baan te krijgen bij een Firma die voor Siemens Shuckerd en Siemens Halske werkte op het gebied van o.a. elektrische schakelborden. Ondanks dat men verwachtte, dat ik het niet zou redden, maakte ik bij die gecompliceerde werkzaamheden, na twee weken praktisch geen fouten meer.  

.

Op de fiets, naar het werk, kwam plotseling een auto uit een zijstraat, die op mij zou moeten  wachten, maar reed mij aan en reed door. Ik viel met mijn kaak op de straat en spuugde enige tanden uit en lag voor drie weken, met een op twee plaatsen gebroken kaak en een zware hersenschudding in het ziekenhuis. Mij bekroop het idee dat die man in die auto mogelijk J. den Besten zou zijn geweest, maar was daar niet zeker van. Een maand later, weer op het werk, reed ik op de fiets in een nauwe straat, waar aan de rechterkant de huizen portieken hadden en werd ik op een voor mij nog steeds onbegrijpelijke wijze opgelicht en tegen een van die portiek voordeuren aan gezet, waar direct daar opvolgend een grote vrachtwagen tegen die huizen aanreed.  Ik was ongedeerd en tot op de dag van vandaag weet ik nog steeds niet waarom ik plotseling als door een windvlaag uit het pad van die vrachtwagen gebracht werd. Ondertussen was ik ook bezig met het verkrijgen van mijn erfdeel, terwijl mijn Moeder een baan had weten te krijgen, met behulp van vrienden, bij de “Bonnetterie”, een hele deftige zaak in den Haag, niet ver van het Binnenhof, de zetel van het Parlement.

Tot mijn moeders verbazing, kwamen daar ontzettend veel mensen van  vroeger, uit het eens Nederlands-Indie. Deftige mensen ook van de Shell, die geld konden besteden. Mensen, die tot hun stomme verbazing mijn moeder daar als  verkoopster tegenkwamen, de eens zo hoogstaande mevrouw A.C. Lemmens, toenmaals echtgenote van de derde man aan de top van de B.P.M.-Shell. Maar mijn moeder was verlegen en beschaamd, echter ze had het inkomen van die baan dringend nodig. Op een moment kwam daar ook een zekere heer Stirum met zijn vrouw en had diep medelijden met mijn moeders positie. De Heer Stirum vroeg hoe dit zo gekomen was en of hij mogelijk kon helpen. Uiteindelijk begon mijn moeder zich te verklaren en kwam de heer Stirum er ook achter dat ik voor mijn erfdeel moest vechten om het te krijgen. Mijn moeder had nog enige papieren die zij aan den Besten had weten te onthouden, maar vele waren vernietigd, om mogelijke sporen uit te wissen. Mij werd aangeraden om een advocaat Pro-Deo te nemen, dit werd een zekere mr. H.O. Thunnissen, die met behulp van de Heer Stirum begon te onderzoeken en erg hulpvaardig bleek in deze situatie. Maar daar was echter een probleem, zoals wij reeds eerder hadden ontdekt.

De B.P.M.-Shell had een pool van kundige advocaten en hoe die J. den Besten het voor elkaar heeft gekregen, 

hij heeft daaruit een advocaat weten te krijgen, een zekere Jonkheer mr. Stoop. Een Jonkheer nog wel, maar dat was niet alles; die man was ook verbeten anti Duits en mocht zich als zodanig in het openbaar ook in het gerechtshof zo uitlaten. Mijn moeder werd openlijk als een moffin  betiteld, zonder enige correctie van de rechter. Deze  mr. Stoop werd nu ook naar mijn advocaat Thunnissen gestuurd, wiens houding tegenover mij, daarna ook  compleet was veranderd. Hij raadde mij zelfs aan om een aanbod tot een afkoop van mijn erfdeel dat in 1946  98.000 gulden bedroeg. Hij adviseerde mij nu “take it or leave it”, mij tevreden te stellen met – schrik niet - 15.000 gulden. Ik weigerde dat te accepteren, de mr. Thunnissen wilde duidelijk van mijn zaak af, met de woorden, dat ik helemaal niets zou krijgen, als ik dit aanbod afsloeg. In dezelfde tijd vertelde de Heer Stirum, dat hij door den Besten was opgespoord en was bedreigd en dat hij onder die condities niet verder kon helpen, twee weken later was de Heer Stirum overleden, ik weet de reden daarvan niet.       

Ik voelde onder de omstandigheden dat het beter voor mij was, om te accepteren en dus klaarblijkelijk zeer opgelucht  werd  mij de kwitantie door mijn Pro-Deo advocaat, mr. H.O. Thunnissen overhandigd; hij was overduidelijk blij het laatste van mij   te hebben gezien. Wat had Mr. Jonkheer Stoop, de advocaat van die J. den Besten, met mijn advocaat gedaan? Wat had die J. den Besten met de heer Stirum gedaan? Waar  was in Nederland het zogenaamde Recht toe in staat? Kan men het recht alleen maar met geld verkrijgen?

Welke betekenis heeft, of hebben, de rechten van de mens en het rechtswezen in Nederland eigenlijk nog, in een zogenaamde beschaafde samenleving, waar alleen maar het geld beslist vat recht of onrecht         is? Wat is hier eigenlijk het verschil met onze “Indische Kwestie”; waar    de rechten van de Indische Nederlander, al voor 68 jaren en  meer, door onze opeenvolgende Nederlandse Regeringen worden ontzegd. Ook Nederland is in essentie corrupt! Het systeem is ziek! 

Ik had nu voor het eerst in mijn leven wat geld in mijn hand. Doordat ik vrijwel nooit veel geld had uitgegeven, schijnbaar een aangeboren zuinigheid had ik ook nog nooit iets leuks voor mijzelf gekocht.  Mijn moeder had nu een goede baan en had mijn hulp, anders dan een kleine bijdrage voor de huishouding ook niet meer nodig.

Foto - I10897272878?profile=originalkzelf als enthousiast hobby-fotograaf.

Met de afstanden en de exploraties, die ik nu, zo graag, ook eens zou willen doen, besloot ik een scooter te kopen. Het werd mijn trotse en eerste bezit, een zwart grijze “Heinkel”. Het was een prachtige machine, snel en veilig en kon ik er zelfs bij ons de tuin mee in rijden, dus niet aan de straat geparkeerd. Echter, mijn machine was mooier dan de “JAWA” scooter die mijn werkplaats baas bij Siemens had en ontstond er een gevoel van jaloezie. Wat het ook geweest was, ik  stond kort daarop plotseling weer op straat. Nu al weer de tweede keer, zonder dat ik daar een geldige reden voor vermoedde of dat mij zelfs een reden voor dit plotselinge ontslag werd gegeven. Dit vond ik wel heel  erg vreemd.

Echter via een vriend, die ik had ontmoet, werd ik bij Van Der HEEM TV. NV. geïntroduceerd, waar ik gelijk aan de lopende band werd gezet, voor het maken van TV kanaalzoekers. Vreemd om aan een lopende band te zitten, met allerlei soorten van mensen, maar mijn nieuwe vriend, een zekere Peter Boon, zat aan de andere kant. Zo konden wij af en toe met elkaar praten. Zodoende hoorde ik van hem ook voor de eerste keer over Nieuw Zeeland, omdat zijn zuster daar met een schapenboer was getrouwd en hij er ook aan dacht, om daar naar toe te gaan.

Plotseling, na vier maanden, werd ik echter ook daar bij Van Der HEEM TV weer plotseling op de straat gezet, ondanks dat mij daar kort ervoor een koers naar promotie was voorgesteld. Wat is er aan de hand? Daar wederom aan mij geen verklaring werd  gegeven voor dit plotselinge ontslag, begonnen bij mij toch wel wat vraagtekens te rijzen. Op dat moment  had ik geen flauw vermoeden wat daar de oorzaak van kon zijn.

Op mijn tweede dag thuis, kreeg ik een telefoontje, het was Van Der Heem TV. Of ik mij a.u.b. op het hoofdkantoor wilde vervoegen.  Stomverbaasd voldeed ik aan dat verzoek en werd bij de directie toegelaten. Men wenste mij wederom in dienst te nemen en er waren verdere mogelijkheden voor mij in de nabije toekomst.  Echter op mijn vraag omtrent de reden van mijn laatste en plotselinge ontslag, wilden zij absoluut niet ingaan, anders dan 

dat zij op dat moment gegronde redenen hadden. Bij nader inzien concludeerden zij dat de reden van mijn laatste ontslag ongegrond was, en werd mij een speciale afdeling      als een mogelijkheid toegewezen. Ik was met die uitspraak niet tevreden en voelde mij zelfs beledigd en gemanipuleerd. De afspraak was, dat ik hen voor het weekend zou laten weten of ik terug kwam en ik dankte hen voor de genomen moeite om mij een nieuwe kans te geven.

Wat was er veranderd? Ik was tot de conclusie gekomen, dat ik uit dit land wilde vertrekken. Het land dat zo weinig voor mij had gedaan, ja zelfs geweldige schade aan mij persoonlijk had berokkend en mij daarbij ook nog had bestolen. Ik dacht aan Nieuw Zeeland, maar nu moest ik nog  werken en geld verdienen en ik besloot mij ook volledig op mijn fotografie-hobby te werpen. Ik dacht dat Vroom&Dreesmann een prima zaak voor mij zou zijn, om mij op een komende emigratie in te stellen. Het was immers een zaak waar van alles werd verkocht en waar ik als een personeel kortingen kon krijgen op alles, dat ik mogelijkerwijze nodig had, waaronder ook fotografische artikelen.

Mijn moeders succes bij de Bonneterie, was nu zo groot dat zij promotie kreeg. Voor haar speciale B.P.M.-Shell klandizie, bleef het vreemd “mijn Moeder” daar te zien werken, zelfs nu als een hoofd verkoopster. Het was voor veel van de oud B.P.M.-ers ongelooflijk, om mevrouw A.C. Lemmens, de eens zo trotse vrouw van een van de invloedrijkste mannen van die tijd als winkelpersoneel te zien werken.  Dit nieuws ging als een wild vuur door geheel den Haag, Wassenaar en omstreken. Dit was echter wel het laatste, dat de familie van dr. ir. H.H. Brons kon verdragen. Zij waren nu immers de hoofdfiguren van die B.P.M.-Shell organisatie. En daar was nog altijd “mijn moeder” die teveel over hen wist en zelfs ook nog steeds mijn persoon, die voor hen kennelijk ongrijpbaar was, die konden spreken, over de verraderlijke Japanse situatie van hen gedurende de laatste oorlog.

Nu was het mijn moeders beurt, om op staande voet plotseling te worden ontslagen. Mijn moeder begon haar baan succesvol en had de goodwill van de directie, kreeg goed betaald en bracht een geweldige en waardevolle klandizie in. Dus hoe was dit mogelijk, een “plotseling ontslag” zonder een verklaring; allemaal precies zoals het ook steeds met mij was verlopen.

10897273299?profile=originalFoto - Hoofdkantoor van de BPM Shell in Batavia

Mijn moeder eiste een verklaring van de directie, die gaf haar toen te verstaan: “Mevrouw Lemmens, (voorheen was het al Thea), u hebt over ons gesproken. U als een Duitse, zou hebben verteld, dat wij als Joden ook vergast hadden moeten zijn, door Nazi-Duitsland. Als U zulke dingen over ons verteld, hoe kunnen wij U dan nog de hand boven het hoofd houden, en U voor ons laten werken?” Navraag van mijn moeder, naar de oorsprong van dat gerucht, werd door hun geweigerd te beantwoorden.

Het duurde echter niet lang, voordat mijn Moeder, door dr. ir. H.H. Brons, directeur van de R.R.P.-Shell, voor haar was dat gewoon Ab Brons, een aanbod kreeg, om zijn privé- secretaresse-telefoniste te worden, met niet alleen een waardig salaris en beter dan dat bij de “Bonnetterie”. Zij kreek daarbij ook haar eigen toekomstige pensioen en ook nog eens, daar bovenop, het originele pensioen van mijn vader, dat zij verloor, door haar tweede huwelijk met J. den Besten. Dat was een geweldige hoeveelheid geld, dus wat anders kon mijn moeder doen, dan het te accepteren. En zo verkocht mijn moeder haar ziel aan de duivel. Ab Brons was kennelijk in een positie, waar hij letterlijk met geld kon smijten.

Als mijn Moeder werkelijk aan de belangen van mij, haar enigs kind had gedacht, had zij ook zonder die Brons een zeer goed leven kunnen hebben en ook met mij was alles veel beter afgelopen geweest. Maar zoals het verleden al had bewezen, mijn  moeder toonde niet de minste verantwoordelijkheid, of zelfs de liefde van een moeder. Waar was die verantwoordelijkheid gebleven, wat was er gebeurd en waarom; waar tenslotte zelfs ook mijn grootvader aan ten onder ging. Mijn eigen vader, had zelfs de geweldigste voorzorgs-maatregelen getroffen, voor het toekomstige welzijn van zijn enigs kind. Wat meer had mijn vader kunnen doen.

Een speciale observatie 

De antwoorden zijn hier allemaal in dit schrijven te vinden, maar een opmerking moet toch worden gemaakt.  Als de broer van deze Jannes den Besten, Nicolaas den Besten, met de Socrates affaire, van de zestiger jaren, de Amsterdamse had weten op te lichten voor maar liefst 60 miljoen gulden, dan praten wij hier toch zeker niet over normale mensen. Het enige, waar mijn vader niets aan 

heeft kunnen veranderen, waren de na-oorlogse omstandigheden, van ons, door de Nederlandse onwelwillende, onjuiste en de onrechtvaardigste behandelingen ten opzichte van mij en met al de mensen die van Nederlands-Indië kwamen. En in ons specifieke geval ook nog eens met de Duitse nationaliteit van mijn moeder, ondanks het Nederlands paspoort.  Men kan zich afvragen Hoe het mogelijk is geweest, dat zoveel ongelukkige omstandigheden voor ons een rol speelden in een zogenaamd beschaafd en ontwikkeld Europees land, dat juist de rechten van de mens voorstaat.

Korte tijd later vertelde Greetje Brons mijn Moeder openlijk, en ronduit, dat zij “een briefje” aan de directie van de Bonnetterie had geschreven en de Duitse leugen over het vergassen van hen had gestuurd. Mijn Moeder was met stomheid geslagen, maar nu ook geketend aan  de Brons familie, die nu, met die regelingen was veilig gesteld. Wat kon zij nu nog doen, totaal afhankelijk gesteld en onder de nu directe controle van deze Brons familie. Rond die tijd was ik reeds met mijn eigen emigratie naar Nieuw Zeeland bezig. 

Later in Nieuw Zeeland, hoorde ik dat J. den Besten, op zijn kantoor van de B.P.M.-Shell, werd verdacht van het stelen van de Internationale postzegels, die met de jaarlijkse presentaties automatisch door de B.P.M. werden ontvangen. J. den Besten werd slechts met de grootste moeite getolereerd op zijn kantoor en er werd een val voor hem gezet, toen hij van die diefstal verdacht werd. En inderdaad werd hij op heterdaad betrapt op het stelen van waardevolle postzegels en op staande voet en met het verlies van zijn pensioen ontslagen.  Echter J. den Besten had door zijn kennis over Brons met zijn chantage in het vroegere Nederlands-Indië, met de Japanse kwestie en nu ook mede, door zijn complot met Brons aangaande de jacht op mijn persoon. Dus J. den Besten wist te veel over Brons en vormde daarmede nu ook een gevaar voor de Brons zelf.  

Het was natuurlijk om die redenen, dat dr. ir. H.H. Brons deze J. den Besten wederom zijn originele pensioenregeling teruggaf. Immers, H.H. Brons was nu zo machtig als hoofd van de R.R.P.-Shell, dat hij zich die maatregel op kosten van de Shell kon permitteren. Als zodanig onder voorbehoud dat hij J. den Besten totaal zou verdwijnen. Deze trok zich daarna terug, in een boerderij in Drenthe.  

10897273872?profile=originalfoto - Bonneterie in Den Haag

Jaren later, zou ook zijn zoon dr. Jannes den Besten jr., nu beschamend genoeg voor mij ook nog steeds mijn halfbroer, met zijn manipulaties, zich alle van mij en zijn moeders rechten, door zijn vader reeds eerder gestolen, toe-eigenen en zelfs zijn eigen zuster Edith den Besten bestelen. Ik heb nooit meer iets gezien van wat ooit aan mij toebehoorde.

Deze dr. Jannes den Besten jr. was op het einde ook nog de oorzaak van de dood van zijn moeder. Een moeder die zich uitsloofde, om hem bij zijn studies te ondersteunen, haar bedankte, door haar op het einde van haar leven met diefstal en bedrog, van alles te beroven, ter voorkoming dat er ooit nog eens iets naar mij toe zou kunnen komen. De broer van zijn vader (nu de senior J. den Besten), was de nu overal en wereldwijd bekend geworden “Nicolaas den Besten”, aan wie het (ongelooflijkerwijze) was gelukt, om de Amsterdamse bank voor 60 miljoen gulden op te lichten en met dat geld naar Zwitserland was verdwenen.

Deze zaak werd in Nederland en zelfs wereldwijd bekend, als de z.g. “Socrates Affaire”, die zich afspeelde in de laat vijftiger en vroeg zestiger jaren. Na een lange strijd en een uitzetting uit Zwitserland, stierf Nicolaas den Besten tenslotte in de gevangenis. Als persoon, was hij lang niet zo slecht als zijn broer Jannes den Besten, maar het waren moreel gesproken slechte mensen en kwamen van een “zeer” devote Hervormde familie. Andere, jongere broers Henk en de jongste Dolf hebben een betere weg ingeslagen, voor zover aan mij bekend.  

Mijn moeder, met haar nieuwe, maar nu afhankelijke verhouding, met de Brons familie, wist weer een goed kapitaal op te bouwen en kocht ook haar eigen huis, met geld op de bank en nu ook eindelijk eens een goed leven. Zij kreeg weer veel oude vrienden terug en was een graag geziene gast op veel Indische Kumpulans, waar ik nu een meer dan een meter hoge stapel foto’s van heb.        

Maar op haar levens einde, werd mijn Moeder nogmaals verraden, bedrogen en bestolen, ditmaal door haar eigen tweede zoon, dr. Jannes den Besten jr. Inderdaad weer dezelfde naam,  die zijn eigen moeder van alles had bestolen, een moeder, die totaal 

onverwachts  eerst in kritieke toestand in het ziekenhuis lag, weer herstelde, en thuisgekomen, haar bankpapieren, van de post gehaald en gecontroleerd,  tot de verschrikkelijke ontdekking kwam, dat zij niets meer bezat en  totaal berooid was, alles, haar bank-conto en haar nieuwe huis stonden totaal in het rood. Onderwijl was haar geliefde tweede zoon, dr. Jannes den Besten jr,  “met haar geld”, zijn vijftigste verjaardag aan het vieren was in Las Vegas in de U.S.A., met veel van zijn vrienden. Alles was verdwenen en hij kon niet eens meer naar Nederland terugkeren. Na alles gespendeerd te hebben, moest hij notabene ook nog geld lenen, om naar Nederland terug te kunnen reizen. Zelfs een telefoongesprek kon hij niet betalen, dat moest zijn eigen zuster Edith voor hem doen.

Ook ik had nog steeds mijn rechten, maar die zijn door dr. Jannes den Besten jr., geheel geabsorbeerd en verdwenen, terwijl hij voorheen ook zijn eigen vader had geplunderd en alles in zijn eigen zak had gestopt. Het zijn allen door en door slechte mensen, die den Besten’s. Hoe is het mogelijk, dat wij ooit in hun handen zijn gevallen.

Tot zover het zesde deel van het levensverhaal van Adrian Lemmens, dat   hij voor deze NICC Nieuwsbrief schreef.   

 

10897264495?profile=original

    OPSTUREN NAAR F.SCHWAB / ICM Wouterskampen 68  - 3849BC Hierden (gem. Harderwijk).

Lees verder…

 

 

10897247459?profile=original”HET MARLIES VELDHUIJZEN-VAN ZANTEN HILLNER - DOCUMENT”   deel  7    -  door Ad  C. Lemmens   New Zeeland.

 

In antwoord, en een reflectie, op de gebeurtenissen van  onze Indische groepering op 28  Juni 2011 van, en met, de Tweede Kamer beslissingen -  door Ad  C. Lemmens   New Zeeland.

Red. Adrian woont in het buitenland (Document bevat 20 pagina's)

 na haar eigen oorlogs ervaringen, belevenissen en verliezen. Het is nu, en belated, de allerhoogste tijd, dat ook zij haar rol speeld, om deze uitermaten beschamende situatie ten einde te brengen, met actie en met enige daarmede herstelde gevoelens van EER.! 

 

“RAWAGEDEH” Was een, naar de omstandigheden begrijpelijke NEDERLANDSE re’actie, maar met de Indonesische waarschuwing en het vo’o’r-komen van enige ruchtbaarheid, vanwege, en met de “INDIESCHE KWESTIE “, was vliegensvlug en ongelooflijk onderdanig en attend afgehandeld, zelfs als men het kan disputeren, voor de vele en ontzettend moorden op onze eigen, meestal hulpeloze mensen, dat zo veel meer slachtoffers en op de vreselijkste wijze verloor, maar wij waren immers alleen maar Indiesche mensen, colonialen, die met het GEBAAR tevreden behoorden te zijn.!.

      

10897247481?profile=original

 

 

 

Kan men zich enigszins voorstellen, wat een verschil in waarden hierbij werden gepresenteerd, waar men in een land op minder dan een Euro per dag leeft, dat zij onze eigen origineel te verwachtten 20.000,--. Euros kregen, en wij ( onze mensen ) in een 20.000,-- land leven en dankbaar moesten zijn, met het zielige gebaar.!???  Waar is de evenredigheid hiermede.!???

 

Het is nu mijn vraag, aan U ; om dit document door te lichten, en er een zeer terecht en “afdoend antwoord” op te maken, dat inderdaad onze gemoederen tot rust kan brengen, met en over deze, “nu” zo dringende, “INDIESCHE  KWESTIE.! Velen die het verdienden, zijn ons reeds voor gegaan.!

 

Wij, mijn familie, maar ook in het speciaal mijn persoon, hebben de “INDIESCHE KWESTIE” –         ”OVERLEEFD” , dat is alles dat ik daarvan kan zeggen, als inderdaad ook, door mijn leven en werk tot die overleving is bewezen.! Mijn Moeder, als mijn voogdes, die een geweldig patriotisme, moed en volharding, gedurende die oorlog, voor, en in, de kampen heeft getoond, en die zelfs zeer veel mensen-levens heeft gered, door haar acties en activiteiten, was met de “INDIESCHE KWESTIE” en haar gevolgen, totaal ontwricht, waardoor mijn persoonlijke levens-kansen en mijn origineel zo geweldige mogelijkheden, dat zonder een evenwichtige Moeder, voor mij totaal vernietigd, en gedegradeerd werd, tot een harde overlevings strijd, levend van de hak op de tak, met groote tekortkomingen, enorme frugaliteit en met ten zeerste gekortwiekte mogelijkheden, voor mijn eigen toekomst, als is gebleken.!

 

NEDERLAND, met haar elkaar opvolgende Representatieve Regeringen, behoord zich zwaar te schamen, met haar mishandeling van, en met deze “INDIESCHE KWESTIE”.! !! Het is nu reeds veel te laat, voor een kwestie van “EER”, maar deze kwestie zal blijven.! Het is “NU DE HOOGSTE TIJD”, dat Nederland daar wakker mede wordt.!!!

NEDERLAND ; is ook mij persoonlijk en direct, verschuldigd als een legaat van mijn eigen Vaders leven en dood, met en op haar orders.!  

 

Als deze Eere zaak, mede dankzij U, niet in de zeer nabije toekomst wordt opgelost, is dat ook op Uw hoofd, waar Uw naam en Uw handelingen daarmede, is verbonden. Uw negatieve  Stand, kwam daar allerduidelijkst mede door, en U te verschuilen achter een algemene cabinets beslissing, die helemaal niet algemeen was, zal Uw standhouding ook niet ten goede komen.!

Moge de toekomst, en Uw persoonlijke houding, “voor het groote leed van velen”, zich verrekenen. Dit onrecht, met daarmede ook een persoonlijke verantwoording, voor U, als een kwestie van Ere en genoegdoening, is te groot, om in het verschiet te laten wegzinken.!

 

Nederland kan aan een afrekening met de “INDIESCHE KWESTIE” niet ontkomen.!!!

 

Uw persoonlijke “Afdoende” Antwoord, wordt hiermede zeer geapprecieerd en verwacht.!

A.U.B., ook onder Uw persoonlijke handtekening.

 

 

Bij voorbaat mijn dank, voor Uw te nemen observaties hiermede.

 

U groetend, Adrian C. Lemmens.    Committee lid -  EJOS Inc.    Auckland - New Zealand.

 

 

10897263873?profile=original

10897264495?profile=original

 

Lees verder…

Geschiedenis : Trakaat van Wassenaar - Deel XIII

 

10897234678?profile=originalGeschiedenis : Trakaat van Wassenaar  - Deel XIII

 (komt ook in 10 delen uit in ons ICM Bulletin) 

 Inrichten van de organisaties

 / Forum ‘Deelnemersraad’

Om deze zaak te concretiseren dient het forum ‘Deelnemersraad’ te worden opgericht. De Deelnemersraad staat onder het ‘Team Actiecomité VW -66’. Alle Indische organisaties van het Indisch Platform (28) en alle andere Indische stichtingen van verschillende pluimages nemen zitting, teneinde de Nederlandse - Indische Gemeenschap van een dergelijk 70.000 personen zo goed mogelijk te kunnen vertegenwoordigen. Aan de hand van belegde zittingen wordt het ‘Conceptrapport Verdrag Traktaat van Wassenaar -66’ aangeboden en in behandeling genomen.

Dit proces loopt gelijktijdig met de gevoerde onderhandelingen, zodat direct feedback plaatsvindt. In het onderhavige rapport komen alle voorgestelde zaken aan de orde.

 

Inrichten: ‘Stichting Uitbetalen Traktaat van Wassenaar 1966’

Deze stichting heeft als primaire doelstelling: betaling aan alle 70.000 gerechtigden. Dit impliceert dat zij bij aanvang op de hoogte worden gesteld van het bestaan van deze voorziening. Als beleid wordt gevoerd, dat een uitvoeringsorganisatie wordt aangewezen onder regie van de ‘Stichting Uitbetalen Traktaat van Wassenaar 1966’. Hierbij wordt gedacht aan de Sociale Verzekeringsbank (SVB), Indische Media en Indische organisaties. Voor de financiële uitvoering wordt gedacht aan de SVB onder toezicht van een nog nader aan te wijzen accountantskantoor. De SVB stuurt periodiek de lijst met namen en adresgegevens van betalingen die zijn verricht.

De ‘Stichting Uitbetalen Verdrag Traktaat van Wassenaar 1966’ stuurt, als extra controle ter verificatie. Deze Stichting wordt beëindigd 2 jaar nadat de eerste betalingen hebben plaatsgevonden en wordt bezoldigd onder ‘uitvoeringskosten’.

 

‘Stichting Indische Projecten Verdrag Traktaat van Wassenaar 1966’

 

Om in termen van Martin van Rijn te blijven, zal het ‘Indisch zijn, de verankering’ onder de Nederlandse bevolking bekendheid worden gegeven –dat tevens de wens is van Marion Dijke, Angelien Eijsink (PvdA) en Pia Dijkstra (D66)– met Nederland als eerste doelstelling, zoals ook het programma dusdanig is ingericht. De ‘Stichting Indische Projecten Verdrag Traktaat van Wassenaar 1966’ zal zich bezighouden met het vaststellen van normen en richtlijnen, waaraan een dergelijk project minimaal moet voldoen, om in aanmerking te komen.

 

De basisrichtlijn is ‘duurzaam ondernemen’. Onder ‘duurzaam’ wordt verstaan, dat het project het fundament vormt van de basisbehoeften van de Nederlandse - Indische Gemeenschap en het ‘Indisch zijn’ functioneel blijvende bekendheid geeft aan de huidige Nederlandse samenleving. Het project moet een businessmodel in zich bevatten, zodat stap voor stap naar selfsupporting wordt toegegroeid en na een positief behaald resultaat een gedeelte hiervan terugvloeit naar de kas van de ‘Stichting Indische Projecten Verdrag Traktaat van Wassenaar 1966’.

Vooraf dient het ingediende projectplan (business plan) door een accountant en een bank te worden getoetst op haalbaarheid en bestaansrecht.

 

De Indische Culturele Projecten die de basis van levensbehoefte vormen

 

-          Indische Omroep Jakarta / Den Haag: ID-gen met een omroepblad plus redactievoering door ICM.

Verdere uitbouw van een Indische Internetkrant, later te implementeren bij ID-gen (Indonesian-Dutch Generation).

-          Opzetten van het N.I.C.C. Centrum in Den Haag, alwaar de Indische Omroep naast de andere activiteiten wordt gehuisvest.

-          Het ontwikkelen van de canon voor het Indisch volk met als doelstelling verankering in de wereldgeschiedenis in het Indonesisch, Nederlands en Engels.

-          Organisatie van periodieke Indische evenementen in Jakarta, Den Haag, Rotterdam….

-          Bijdrage/subsidies Pasar Malams en Kumpulan in Nederland.

 

 

 

Voor verdeling van overige collectieve doelen wordt als volgt onderstaande tabel gehanteerd:

 

-          689 miljoen gaat 100 miljoen naar de collectieve doelen

-          800 miljoen - 125 miljoen

-          1,4 miljard - 275 miljoen

-          1,8 miljard - 400 miljoen

 

Afhankelijk van het budget wordt het onderstaande gerealiseerd; de eerstgenoemde punten zijn een must!

 

-          7 Retraite- en Herstellingsoorden voor Ouderen en Gehandicapten in de regio’s in Indonesië. Per oord een capaciteit voor 10.000 personen gedurende het gehele jaar compleet ingericht met klinieken en dagelijkse ondersteunende huishoudelijke faciliteiten.

 

Het spreekt voor zich, dat de ‘Stichting Indische Projecten Verdrag Traktaat van Wassenaar 1966’ stemt en beslist; de leden van het bestuur worden bezoldigd conform de gebruikelijk geldende normen en richtlijnen.

 

 

 

.

Lees verder…

De andere vrijheidsstrijders - In naam van merdeka

De andere vrijheidsstrijders,  In naam van merdeka

Medium hh 46926503

Soetan Sjahrir, Rachmad Koesoemobroto – in Nederland kennen we de voormannen van de Indonesische revolutie nauwelijks. Maar ook hun strijd, hun verlangen naar vrijheid, tekent de Nederlandse geschiedenis.

Soetan Sjahrir pleegt overleg in het voorlopige Indonesische parlement, de K.N.I. Poesat, 1947© Cas Oorthuys / Nederlands Fotomuseum / HH

In zijn autobiografie Op jacht naar het leven beschreef Nederlands beroemdste verzetsman, de Soldaat van Oranje Erik Hazelhoff Roelfzema, hoe zijn vrijheidsdrang, net als voor veel jonge jongens in 1940, vooral was vermengd met het destijds in Europa heersende patriottisme, ‘een overdreven vaderlandsliefde’. Roelfzema’s interpretatie van vrijheid vergroeide tot een nationale jongensdroom, waaraan films, boeken en theaterstukken zijn gewijd. Vrijheid bleef voor hem ook na de oorlog verbonden aan nationale gevoelens, zoals blijkt uit zijn weerstand tegen een onafhankelijk Indonesië, het land waar hij was opgegroeid.

Maar in de zomer van 1947, toen de ‘Eerste Politionele Actie’ door Nederland tegen de nieuwe republiek Indonesië werd ingezet, hield de gedachte aan ‘een jonge Indonesiër, sneuvelend in een sawa door een Nederlandse kogel’ hem toch kortstondig bezig, zo schrijft hij in zijn autobiografie. Waar stierf hij voor, vroeg de oud-verzetsman zich vertwijfeld af. ‘Voor zijn land? Voor Merdeka? (…) Waarin was hij anders dan ik, behalve dat ik levend en hij dood was?’ Maar zo kort na de Tweede Wereldoorlog wilde Roelfzema de gedachte dat de sneuvelende Indonesiër wellicht voor hetzelfde doel vocht als hij ver wegstoppen. Hij eiste destijds, net als veel andere Nederlanders, ‘het recht om voorwaarts te leven, weg van dood en verderf’.

Deze zomer is het zeventig jaar geleden dat de Nederlandse regering de Eerste Politionele Actie afkondigde tegen de Republiek Indonesië. Dat gebeurde nadat Nederland de in november 1946 afgesloten Overeenkomst van Linggadjati met de Indonesische regering had verworpen. De interpretatie van het akkoord verdiepte de splijtzwam van de latere herinneringscultuur, waarin Nederland de overeenkomst als een mislukking zag, terwijl het voor Indonesië juist een belangrijk historisch moment was: voor de eerste keer werd hun jonge natie de facto door Nederland erkend.

Terwijl er in de rechtszaal om de nalatenschap van het koloniale verleden wordt gevochten en de regering een onderzoek financiert naar de precieze toedracht van de gebeurtenissen in 1945-1949 is de vraag die Roelfzema destijds opwierp nog altijd onbeantwoord. Wie was die andere vrijheidsstrijder? En wat betekende merdeka (vrijheid) voor hem of haar? De voormannen van de Indonesische revolutie zijn in Nederland nagenoeg onbekend. Soekarno is in brede kringen controversieel gebleven en maar weinig jongeren weten wie Mohammed Hatta was. Ook Soetan Sjahrir, de man van verbinding, is hier een onbekende. Toch is zijn strijd net zo belangrijk voor de Nederlandse geschiedschrijving als die van de Soldaat van Oranje.

In 1935 voer de 26-jarige revolutionair Soetan Sjahrir met enkele andere gevangenen en een paar bewakers een bruingele rivier op in de jungle van Nieuw-Guinea. Zij waren op weg naar het Nederlandse concentratiekamp Boven-Digoel. Sjahrir zat eerst een jaar zonder vorm van proces vast op verdenking van ‘haat zaaien’ en ‘verstoring van de openbare orde’. Hij wilde slechts zijn volk dienen, verdedigde Sjahrir zich in een van zijn brieven naar zijn toenmalige vrouw in Nederland, die later werden gepubliceerd inIndonesische overpeinzingen.

Sjahrir studeerde in 1929 economie in Amsterdam, begaf zich onder Nederlandse en Indonesische intellectuelen en sloot zich aan bij de politieke beweging Perhimpoenan Indonesia (PI). In 1931 keerde hij terug naar Indonesië. Sjahrir zocht niet alleen fysieke vrijheid, zo blijkt uit zijn brieven, maar hij benoemde onvrijheid ook in de afwezigheid van individuele rechten, ‘die zich toont in de almacht van de politie, in Schutzhaft en in concentratiekampen’.

Niet lang voor de terugkeer van Sjahrir waren er in Nederlands-Indië razzia’s gehouden op vermeende communisten en waren de kopstukken van het verzet, waaronder Soekarno, gevangen gezet. Ook Sjahrir staat bij terugkeer al snel onder verdenking. Zijn kennissen werden bespioneerd en iedereen die contact had met hem en zijn familie stond onder verdenking van de Nederlands-Indische inlichtingendienst. In 1934 werd hij opgepakt.

Sjahrir was niet de enige die om zijn politieke stellingname werd opgesloten. Honderden lotgenoten belandden in Boven-Digoel. Sjahrir beschreef een onaangenaam, snikheet oord, waar mensen als een ‘geestelijke ruïne’ wegkwijnden door de malaria en mentale ziektes. Hij moest zijn eigen hut bouwen, en zijn eigen kleding en eten verzorgen. Je kon met arbeid wat verdienen in het kamp, maar zolang hij geen inkomsten had was hij overgeleverd aan vissen in de door de gevangenen vrijwel leeggeviste rivier.

In zijn brieven legde Sjahrir de dubbele moraal van de Nederlanders ten aanzien van hun kolonie feilloos bloot. Zo las hij In de schaduwen van morgen van de beroemde historicus Johan Huizinga, die een inktzwart Europa schetste waar Hitler en Mussolini aan de macht waren en het morele verval van de westerse beschaving het totalitarisme in de hand werkte. Voor Sjahrir was het boek een teleurstelling, schreef hij. Huizinga veroordeelde het doden van mensen door Duitsland begin jaren dertig, maar vond dat geweld wel geoorloofd was ter verdediging van de eigen rechtsorde.

‘Wat doet men in Duitsland anders dan het verdedigen van de rechtsorde – hun rechtsorde – met alle middelen, die de machthebbers daar ter beschikking staan?’, vroeg hij zich af. Huizinga was eenzijdig in het neerzetten van zijn tijdsbeeld, aldus Sjahrir: hij had kritiek op Duitsland maar accepteerde ‘de gummiknuppel, de rotanstok, de zweep, concentratiekamp, interneringen’ ter verdediging van zijn eigen rechtsorde, en zag daarmee de rechtspositie van miljoenen Indonesiërs over het hoofd.

De Soldaat van Oranje eiste, net als veel andere Nederlanders, ‘het recht om voorwaarts te leven, weg van dood en verderf’

Ondanks zijn scherpe observaties en de rechteloze behandeling die hem ten deel viel, weigerde Sjahrir om anti-Hollands te zijn. Sterker nog, hij veroordeelde zijn mede-intellectuelen die dat wel waren: ‘Hoewel ik het begrijp, sta ik er allesbehalve sympathiek tegenover en concessies op dit gebied heb ik ook nooit willen doen.’

Murjani Kusumobroto (Surabaya 1954) herkent veel van Sjahrirs gedachtegoed in haar eigen vader, de Indonesische nationalist Rachmad Koesoemobroto (1911-1985), vertelt ze in Café Kobalt in Amsterdam. Ook zijn principes leverden hem een leven als politiek gevangene op. Als zoon van een regent op Java studeerde hij in de jaren dertig rechten in Leiden en hij werd net als Sjahrir lid van de PI. Hij trouwde met een Nederlandse vrouw. Toen de Tweede Wereldoorlog uitbrak zette Koesoemobroto, net als verschillende andere Indonesische leden van de PI in Nederland, de Indonesische strijd ‘in de ijskast’ en bracht samen met zijn vrouw joodse kinderen onder bij het verzet. ‘Mijn vader was net als Sjahrir een antifascist. Het maakte hem niet uit of dat nu een vorm van fascisme van Nederlandse, Duitse, Japanse, of Indonesische makelij was’, zegt Murjani.

In zijn politieke pamflet Onze strijd uit 1945 noemde ook Sjahrir de Nederlandse overheersing van Indonesië in samenwerking met de Indonesische adel een ‘speciaal voorbeeld van fascisme’. Een stelling die bijzonder weinig navolging heeft gekregen in postkoloniaal Nederland. Merdeka betekende voor de Indonesiërs niet alleen een soevereine staat, aldus Sjahrir, maar men zocht na de Nederlandse en Japanse overheersing ‘de bevrijding van zichzelf van de willekeur, van honger en nood’.

In 1942 was de Tweede Wereldoorlog ook in Nederlands-Indië uitgebroken en werd de archipel bezet door Japan. Sjahrir, die werd bevrijd, wilde anders dan veel andere Indonesische revolutionairen niet samenwerken met de Japanners; het antifascisme bleef voor hem leidend in zijn handelen. Ook toen de Indonesische onafhankelijkheidsstrijd in 1945 losbrak met een golf van geweld van jonge vrijheidsstrijders tegen eenieder die met kolonialisme werd geassocieerd, zoals (Indische) Nederlanders, Chinezen en Molukkers, noemde Sjahrir dat geweld in zijn pamflet ‘fascistische wreedheden’. ‘Moord en rampokpartijen’ in de periode die in Nederland met Bersiap wordt aangeduid konden moeilijk worden opgevat als ‘uitingen van een vrijheidsstrijd’, aldus Sjahrir, die in 1946 de eerste premier werd van de Republiek Indonesië.

Koesoemobroto keerde in 1946 terug naar Indonesië om daar de strijd voort te zetten. Ironisch genoeg werd hij als oud-verzetsman door de Nederlanders gevangen gezet. Tijdens zijn ondervraging ontkende hij de bekende revolutionair Rachmad Koesoemobroto te zijn. ‘Net toen die ondervrager begon te twijfelen liep er een Nederlandse soldaat langs, een kennis met wie hij in het verzet had gezeten in Nederland: “Hé Rachmad, wat doe jij hier!”’, vertelt zijn dochter. ‘Hij zat anderhalf jaar vast en mijn moeder moest het maar zien te rooien. Er was geen geld en ze verloor een kind van acht maanden. Ook werden zijn beide broers doodgeschoten tijdens de onafhankelijkheidsstrijd, één door de Britten en één door de Nederlanders.’

Sjahrir speelde ondertussen een prominente rol in de onderhandelingen met Nederland voor een vrij Indonesië. Zijn anti-Japanse houding leverde hem een voorkeurspositie op ten opzichte van Soekarno, die werd gezien als een collaborateur. Oud-premier Wim Schermerhorn zou in zijn dagboek over het diplomatieke talent van Sjahrir schrijven: ‘Deze man verdient dubbel en dwars krediet van ons en van zijn eigen volk.’

Sjahrir botste in het in 1949 onafhankelijk geworden Indonesië al snel met Soekarno, die hem opnieuw gevangen zette. In 1965 greep generaal Soeharto de macht. De spoken van de communistische staatsvijanden doken onder invloed van de Amerikanen opnieuw op en honderdduizenden Indonesiërs werden vermoord. Sjahrir was ondertussen door Soekarno naar Zwitserland gestuurd vanwege gezondheidsproblemen. Hij werd daar herenigd met zijn gezin. Lang heeft het gezinsgeluk niet geduurd, een jaar later stierf hij.

Ook Koesoemobroto wachtte een hard lot na de Indonesische onafhankelijkheid. Aanvankelijk werd hij door Soekarno naar Nederland gestuurd om in Wassenaar op de Indonesische ambassade te gaan werken. In 1964 kwam hij met zijn gezin naar Nederland. Toen hij vlak daarop Indonesië bezocht vond net de machtswisseling plaats en dook hij drie jaar lang onder. Hij werd verraden, opgepakt, vastgezet en pas in 1981 weer vrijgelaten. Tijdens zijn gevangenschap werd hij vier keer voor een vuurpeloton gezet, bij wijze van schijnexecutie.

‘Mijn vader had eerder vrij kunnen komen via een amnestieregeling als verzetsheld, maar hij wilde alleen uit de gevangenis als dat voor iedereen gold. Dat was zijn politieke overtuiging, hij wilde niet bevoorrecht zijn. Een Nederlands verzetskruis heeft hij ook niet aan willen vragen’, vertelt zijn dochter. Koesoemobroto probeerde zijn jonge bewakers van inzicht te voorzien. Zo was er een keer een ‘heropvoedingsuitje’ naar het standbeeld van een van de helden van de strijd, het was zijn broer die destijds was gedood. ‘“Koesoemobroto”, zei een van de bewakers, “is dat familie van jou?” “Ja”, zei mijn vader, “dat is mijn broer. Wij hebben allemaal voor de vrijheid van Indonesië gevochten, en kijk wat jullie nu met mij doen.”’

Net als Sjahrir kon Koesoemobroto zijn kinderen niet zien opgroeien. ‘Wij wisten niet eens of mijn vader dood of levend was’, zegt Murjani. Toen haar zusje begin jaren zeventig een dodelijk ongeluk kreeg lokaliseerde de burgemeester van hun woonplaats Koesoemobroto via het Rode Kruis en Amnesty International op het gevangeneneiland Buru, dat onder de Nederlanders dezelfde functie had. ‘Mijn overtuiging dat waar ik voor sta, dat dat goed is, dat houdt mij overeind. Zo kwam mijn vader erdoorheen schreef hij mij in brieven’, aldus Murjani.

Terwijl Sjahrir in Indonesië de status kreeg van nationale held ontvingen de voormannen van de Indonesische revolutie in Nederland geen blijvende plek in de nationale herinnering. Maar de strijd van mensen als Sjahrir en Koesoemobroto kleurt de complexiteit van oorlog in. De vraag die Roelfzema destijds opwierp, blijft helaas onverminderd 

Lees verder…

Uit ICM archief; ICM Press Release for Mr. Joko Widodo – President of the Republic In donesia

10897336270?profile=originalDoor F10897335872?profile=original.Schwab (ICM Editor) gep
laatst op 23 April 2016 om 0.00

Het is gelukt om even een momentje met Jokowi van gedachten te wisselen!

"Aku djuga orang Betawi ",  "Apa ini disini  ! " en waren vijf minuten verder, 

overhandigde ICM Presss Release, en ICT Informatieplan Jakarta Baru Masterplan.

Op zij lijn gaf Hans de Boer een knipoog !

Met dank Hans de Boer, Lilianne Ploumen, en KBRI allen dragen ICM een warm hart toe!

Onderstaand ICM Press Release zoals beloofd, de eerste mijlpaal is geslagen voor het vervolg! 

KOPIE ICM PRESS RELEASE

Met dank aan Ellen !

10897314458?profile=original

 

April 22, 2016

ICM Press Release for Mr. Joko Widodo – President of the Republic Indonesia

On behalf of all 400.000 ICM-Online readers and the 9.000 signers of the Petition ‘Payment Treaty of Tractate from Wassenaar 1966’, I welcome you kindest at the Kurhaus in Scheveningen.

ICM-Online is the Dutch-Indonesian Internet paper, with the mission to provide the Dutch people and the Dutch Government, amongst others the daily developments of the Republic of Indonesia. Tilln now we have succeeded very well, in co-operation with our correspondents in Jakarta.

Saya orang Betawi !

As ICM-editor, I am very honoured with your visit. In fact, you are the fourth President, whom I happen to meet, although in a different entourage. The former three Presidents, I have personally met in a private-social atmosphere; the late Bung Karno was a business friend of my father, his daughter Mrs. Megawati Putri Dewi, I have known during my childhood in the age of 11 years, while I met her regularly in the Istana in Jakarta. In the summer of 1966, the late President Suharto and his retinues, came to visit my elderly house in Voorburg. My late father was advisor of the parliament at the time of Bung Karno. Unfortunately he died far to young at the age of 39. However, at heart he has always been an Indonesian.

Many of us (especially the Dutch-Indonesian Group/the Indisch people) still have their roots and ties in your beautiful country and we very much regret the cold attitude from the Dutch Government towards the Republic of Indonesia, regarding mutual relationship. On behalf of the 400.000 ICM-Online readers, please accept our sincere apologies. We feel ashame and like to express to you and the entire Indonesian people, to please look forward and give the Dutch Government a new opportunity.

Your intentions and ambitions for co-operation on economic and political affairs, with priority to intensification of the relationship between The Netherlands and the Republic of Indonesia, is and will always be our main and fervid wish. Besides that, this point also lays in the extension, as stipulated in the agreement of the ‘Treaty of Tractate from Wassenaar 1966’. For more than 50 years, the Dutch Government has failed to fulfil this part of the agreement, whilst the financial part in total has not been fulfilled at all.

They have never paid-off the Dutch-Indonesian Group for the amount of Dfl. 689 million. Your Government, has fulfilled this Treaty completely by payment of the whole amount, towards the Dutch Ministry of Foreign Affairs. As you might know, this amount was meant as a pay-off for compensation of the Dutch-Indonesian Group, for the loss of goods and chattels by leaving Indonesia (aka repatriation).

Now our readers and signers of aforementioned Petition, requested ICM to inform you of this long-lingering matter. We do know, that this case is an internal affair between the Dutch Government and the Ministry of Foreign Affairs, presided by Minister Bert Koenders. Nevertheless, we will have to look back on this item, in order to come in a humanitarian way, to a satisfactory solution for our Group of people.

Much effort has been made for many years, to organise Indonesia-Netherlands Business Forums, just like it is held today in 2016. This Forum is an excellent economical intitiative in order to present the Dutch Companies the possibilities which Indonesia offers to extend their business and to innovate further developments for Indonesia.

This now, leads us to the excellent development of the Jakarta Baru Masterplan in your former function being the Governor of Jakarta and which has been playful propagated worldwide. On request of former President Susilo Bambang Yudhoyono in 2008, the solution of the Jakarta Watermanagement Problem was developed by an independent Engineering Company in co-operation with private multinational investors. The latest report with integral solution for Jakarta, was officialy presented to former vice-governor Basuki Tjahaja Purnama, in February 2013. The settlement of the financial part is still being in negotiation with the private multinational investors. It must be noticed, that the investors wish, that this project will be carry out under direct management and that the Government is free to participate in this project.

For this huge megaproject, with estimated costs of 640 billion and that will offer approximately 640.000 jobs till the year 2028, an ICT Informationplan has been developed. For such a big megaproject, a thorough Informationplan is indispensable for support of efficient management, to conduct, control and to lead the organisation still to be established.

As I am an ICM-editor, emeritus ICT Management Consultant, I offer you this Information- plan symbolic and I would like to express our hope and wish, that the Dutch Government will follow this gesture, to invest largely and that other companies will follow as such, at the same time.

The ultimate wish is to embody your well-meant intentions and ambitions in a new agreement between The Netherlands and Indonesia, in the extension of the ‘Treaty of Tractate from Wassenaar 1966’ in which co-operation is one of the main stipulation of this agreement.

 

Ing. MBA Ferry Schwab ICM-Editor / ICM Online

10897314458?profile=original

 

22 april 2016

ICM Press Release voor Mr. Joko Widodo – President van de RI

Namens alle 400.000 ICM-Online lezers en 9000 ondertekenaars van de Petitie ‘Uitbetalen Traktaat van Wassenaar 1966’, heet ik U van harte een warm welkom toe in het Kurhaus te Scheveningen. ICM-Online is de Indische Internetkrant die als missie heeft om o.a. de ontwikkelingen van de Republiek Indonesië dagelijks onder de aandacht te brengen, bij het Nederlands publiek en de Nederlandse regering. Dit lukt ons tot op de dag van vandaag uitstekend, mede door samenwerking met onze correspondenten in Jakarta.

Saya orang betawi!

Als ICM-Editor ben ik zeer vereerd met uw bezoek. U bent de vierde president, met wie ik een persoonlijke ontmoeting mag hebben, zij het vandaag in een geheel andere entourage. De drie voorgaande presidenten heb ik persoonlijk namelijk  in de privésfeer gekend; wijlen Bung Karno, als zakenvriend van mijn vader, zijn dochter Megawati Putri Dewi die ik als kinderen van 11 jaar regelmatig in de Istana in Jakarta trof. In de zomer van 1966 bracht wijlen President Soeharto en zijn gevolg een bezoek aan mijn ouderlijk huis te Voorburg. Wijlen mijn vader was destijds onder Bung Karno als adviseur verbonden aan het parlement en overleed helaas veel te vroeg in de leeftijd van 39 jaar. In zijn hart echter is hij altijd Indonesiër gebleven.

Voor velen van ons (met name de Nederlands-Indische bevolkingsgroep, ook wel de ‘Indischen’) liggen  onze wortels -de banden- nog steeds in uw prachtige land en wij betreuren ten zeerste de kille houding en opstelling inzake de wederzijdse betrekkingen, die de Nederlandse regering tegenover de Republiek Indonesië uitdraagt.

Ik bied u als ICM-Editor en tevens namens die 400.000 lezers dan ook onze welgemeende excuses aan. Wij schamen ons hiervoor en spreken met u en het hele Indonesische volk de wens uit, om a.u.b. vooruit te kijken en de Nederlandse regering een nieuwe kans te geven.

 

Uw intenties en ambities voor samenwerking op economisch en politiek gebied met als prioriteit intensivering van de banden tussen Nederland en Indonesië, is en blijft onze voornaamste en vurige wens. Bovendien ligt dit uitgangspunt in het verlengde, dat wordt belichaamd door het ‘Verdrag Traktaat van Wassenaar 1966’.

Nederland heeft zich op dit onderdeel van het verdrag ruim 50 jaar niet aan de afspraak gehouden, terwijl het financiële gedeelte in zijn geheel niet werd nagekomen. Nederland heeft namelijk Hfl. 689 miljoen nimmer uitbetaald aan de Indische Gemeenschap. Uw regering heeft zich met de betaling aan het Ministerie van Buitenlandse Zaken, tot op de laatste cent aan uw verplichtingen voldaan. Dit bedrag werd betaald ter compensatie voor het verlies van al onze bezittingen tijdens het vertrek, de z.g. repatriëring, uit de Republiek Indonesië.

Onze lezers en ondertekenaars van eerdergenoemde Petitie vinden, dat ICM u hiervan op de hoogte dient te stellen. Wij beseffen tegelijkertijd, dat dit een interne kwestie betreft tussen de Indische Gemeenschap en het Ministerie van Buitenlandse Zaken onder leiding van Minister Bert Koenders. Desalniettemin zullen wij op dit punt moeten terugblikken, om deze langslepende kwestie op humanitaire wijze voor de Indische Gemeenschap tot een bevredigende oplossing te kunnen brengen.

Er wordt al jaren veel inspanning gestoken in het organiseren van Indonesia –  Netherlands Business Forums, zoals ook nu weer het geval is voor 2016. Dit forum is economisch een heel goed initiatief om Nederlandse bedrijven in contact te laten brengen met de mogelijkheden die Indonesië biedt voor de groei van deze bedrijven en de verdere innovatieve ontwikkelingen van de Republiek.

Dit brengt ons bij het Jakarta Baru Masterplan dat u destijds in 2012/2013 als Gouverneur van Jakarta uitmuntend heeft ontwikkeld en ook ludiek wereldwijd heeft uitgedragen.
Op verzoek van de toenmalig president Susilo Bambang Yudhoyono (SBY) in 2008 was de oplossing van het Jakarta Watermanagement Probleem ontwikkeld door een onafhankelijk ingenieursbureau in samenwerking met private multinationals investors. Het laatste rapport met de integrale oplossing voor Jakarta, was officieel afgegeven in februari 2013 aan toenmalig vice-gouverneur Basuki Tjahaja Purnama (Ahok). De oplossing van het financiële deel is nog in onderhandeling met de private multinationals investors. Het dient te worden opgemerkt, dat de investeerders wensen, dat het project in eigen beheer wordt uitgevoerd en de overheid is vrij om in het project te participeren.

Voor dit immense megaproject dat tot het jaar 2028 zo’n 640.000 arbeidsplaatsen biedt, met kosten geraamd op 640 miljard,  is een ‘ICT Informatieplan JBM” ontwikkeld. Voor een dergelijk megaproject is een gedegen informatieplan onontbeerlijk, ter ondersteuning van een doelmatige bedrijfsvoering voor de nog op te zetten organisatie, om deze mega- projecten te beheren, te controleren en aan te sturen.

Als ICM Editor – emeritus ICT Management Consultant, stel ik symbolisch dit informatieplan beschikbaar en spreek ik de hoop uit, dat de Nederlandse overheid dit voorbeeld zal volgen door ruim te investeren en dat tevens andere Nederlandse bedrijven het voorbeeld zullen volgen.

 

De ultieme wens is om uw welgemeende intenties en ambities te belichamen in een nieuw te sluiten verdrag tussen Nederland en Indonesië, in het verlengde van het ‘Verdrag van Wassenaar 1966’ waarin het samenwerkingsverband tot één van de belangrijkste  overeenkomsten behoort.

 

 

Ing. Ferry Schwab ICM-Editor / ICM Online

10897234678?profile=original

Steun ACTW66 ! 

Uw donatie  kan U storten op Rabo rekening NL41 RABO 03977255 07   ten name van F.Schwab / ICM Online onder vermelding van donatie Traktaat van Wassenaar.

Lees verder…

BNNVARA houdt vast aan suggestieve cijfers slachtoffers dekolonisatie Nieuw Oost-Indië - Hans Moll

10897417495?profile=original

AMSTERDAM (26 januari 2020) - Eind vorig jaar vertoonde BNNVARA een vierdelige documentatieserie, ‘Onze jongens op Java’. In die serie bevraagt journalist en historicus Coen Verbraak Indië-veteranen naar hun ervaringen in Nederlands-Indië tijdens de Politionele Acties (1946 tot 1949). Volgens het begeleidende persbericht stuurde Den Haag honderdtwintigduizend militairen, zowel dienstplichtigen als oorlogsvrijwilligers, naar de Oost ‘om de Indonesische nationalistische opstand neer te slaan’. Die strijd zal ‘ruim honderdduizend Indonesiërs en meer dan zesduizend Nederlandse militairen het leven kosten.’

Wat is hier verkeerd aan?

Volgens BNNVARA was het enige doel van de twee grootschalige militaire acties in Indië het rechtvaardige verzet tegen de Nederlandse overheersing te onderdrukken. Daarmee past deze serie naadloos in het heersende narratief dat er na ‘45 in Indië een breedgedragen volksopstand gaande was tegen het verderfelijke Nederlandse kolonialisme.

Maar wat behelst dat neutrale woord ‘opstand’. Wat ging vooraf aan de uitzending van de soldaten naar Indië? Tegen wie was die nationalistische opstand gericht? Wie waren de opstandelingen? Hoe manifesteerde de opstand zich? Liepen de opstandelingen met vlaggen rond? Zongen zij vrijheidsliederen? Weigerden zij belasting te betalen? Riepen zij: “Dutchies go home?“

Nee.

De opstand in Indië – voordat de Nederlandse troepen kwamen – was in het laatste kwartaal van 1945 begonnen met het op grote schaal vermoorden, verkrachten en martelen van (Indische) Nederlanders, Chinezen en Ambonezen; mannen, vrouwen en kinderen. De daders waren groepen jonge Indonesiërs, jarenlang door de Japanners opgehitst tegen Amerika, Engeland en Nederland. Zij waren militair gedrild en geoefend in het hanteren van primitieve wapens zoals bamboesperen en bewapend met kapmessen.

In het kielzog van de door Soekarno gesteunde oproep tot opstand (‘Bersiap’), grepen ook groepen criminelen hun kans om op grote schaal te moorden en te plunderen (‘rampok’). Tegelijkertijd begon een sociale strijd tegen de inheemse adel die door de Hollanders in het zadel was gehouden, en een etnische strijd tegen traditioneel Nederlandsgezinde, christelijke inheemse groepen én een etnisch-economische strijd tegen de Chinese middenklasse.

Naast de strijd van nationalisten, communisten, jihadisten en separatisten kwam een ongeremde jacht op gang op echt en vermeend Nederlandsgezinde Indonesiërs.

Het simpele begrip ‘vrijheidsstrijd’ verdoezelt deze veelheid van, vaak ook onderling vechtende, strijdgroepen en de gruwelijke chaos waarin de ‘vrijheidsstrijders’ Indië dompelden. Een chaos waaraan de Nederlandse regering in Den Haag met behulp van Nederlandse militairen een eind probeerde te maken.

Wanneer BNNVARA zegt dat ‘de strijd’ honderdduizend Indonesiërs het leven heeft gekost, laat zij de vraag achterwege door wie die Indonesiërs zijn gedood. Zijn het alleen de Nederlandse militairen die Indonesische ‘vrijheidsstrijders’ en burgers hebben gedood? Of hebben misschien ook Indonesische militairen, nationalistische jongeren en criminelen zich schuldig gemaakt aan het doden van Indonesische burgers?

BNNVARA noemt wel de zesduizend gesneuvelde Nederlandse militairen en honderdduizend Indonesische slachtoffers, maar niet de duizenden (Indische) Nederlanders, Ambonezen, Menadonezen en Chinezen die zijn vermoord door nationalistische jongeren en criminele bendes.

BNNVARA doet het voorkomen alsof het de Nederlandse militairen op Java uitsluitend te doen was een alleszins begrijpelijke opstand tegen het kolonialisme de kop in te drukken. De omroep maakt hiermee van alle Nederlanders, militairen en politici, daders en van alle Indonesiërs slachtoffers van de Nederlanders.

Journalistiek doet mij vaak denken aan de drie aapjes: wegkijken, je doof houden en verzwijgen. Bij de serie Onze jongens op Java heb ik dat ook.

Wegkijken van de wandaden van de Indonesische ‘vrijheidsstrijders’, je doof houden voor de roep om volledigheid van informatie en het verzwijgen van het leed van de (Indische) Nederlanders in Indië. En denk maar niet dat BNNVARA ooit zal erkennen dat zij bewust deze vertekende weergave van de werkelijkheid voor het voetlicht heeft gebracht.

Lees verder…

De Bersiap periode door : Han Dehne

10897360694?profile=originalDe komende periode wordt door veel mensen die uit Nederlands Indië komen regelmatig gedacht aan hun leventje tijdens de zogenaamde Bersiap periode. 


Precies vandaag op 17 augustus viert men in Indonesië hun onafhankelijkheid die zij 72 jaar geleden proclameerden. 
Veel Indische mensen, de Indo's en Nederlanders werden door die Indonesische vrijheidsstrijders wederom ingesloten in Nationalistische kampen. Vaak waren dat voor die tijd Jappenkampen. De reden voor deze insluitingen was dat deze mensen moesten worden beschermd tegen extreem geweld van allerlei muitende bendes die moordend en plunderend door - vooral - Java gingen. 
Maar diezelfde mannen werden ook belast met de bewaking e.d. soms - in het begin - aangevuld met de voormalige Japanse bewakers. Kortom er ontstond een oorlog na een oorlog. 
De belevenissen van mijn vrouw, haar moeder en zus geven een beetje een beeld van hoe het er aan toe ging in die periode.
Velen zullen van dit soort belevenissen hebben gehad en daarom is het soms nog een beroerde herinnering die je nooit meer kwijt raakt.

In Sinkokan, een voormalige touwfabriek, waarin Mary met haar moeder en zus was opgesloten, zogenaamd ter bescherming, heerste een uiterst slechte situatie. Eten was er nauwelijks, toiletten waren er eigenlijk niet en bedden of matrassen waren niet beschikbaar. Er werd op de kale grond geslapen en altijd met een vreselijk gevoel van honger. Medische zorg was niet beschikbaar en voor ernstige gevallen werd soms het ziekenhuis ingeschakeld, alhoewel zij daar nauwelijks over medicijnen konden beschikken.

Ziektes in het kamp konden dan ook niet uitblijven. Mary werd één van die zieke slachtoffers. Zij werd erg ziek en had hoge koortsen, zodanig dat er werd besloten om haar naar dat ziekenhuis te transporteren. Al snel werd cholera bij haar vastgesteld. Haar situatie verslechterde in een snel tempo en haar moeder en zus mochten ook naar het ziekenhuis omdat men ervan overtuigd was dat zij spoedig zou sterven. De medici stelden alles in het werk om haar te genezen. Het wonder geschiedde, zij overwon de cholera maar moest vooralsnog in het ziekenhuis blijven voor haar herstel. Haar moeder en zus mochten ook nog blijven.

Terugplaatsen in het kamp werd voorlopig uitgesteld. 
In die periode ontstond het idee om te vluchten uit Soerakarta en te proberen om een inmiddels bevrijd gebied te bereiken. Mary's moeder was een uiterst naïeve vrouw die werkelijk dacht dat je zomaar op een trein zou kunnen stappen en – in hun geval – naar Malang te rijden. Natuurlijk, niets was minder waar en de enige mogelijkheid om te ontkomen aan de rondlopende pemuda's met hun bambu roetjing (bamboe speren) was lopend te vertrekken. Aldus geschiedde.

Zo snel als het maar kon zijn zij stiekem uit het ziekenhuis weggelopen en hebben een tocht aangevangen waarvan ze geen idee hadden wat dat betekende en hoe lang dat zou duren.
In de nacht werd gelopen en overdag zoveel mogelijk geschuild in de bossen waar zij doorheen moesten trekken. Met veel gevaar voor hun leven moesten zij riviertjes oversteken. Mary was nog erg jong en werd grotendeels begeleid en geholpen door haar 3 jaar oudere zus. Moeder was meer met zichzelf bezig dan met haar kinderen en haar zus die toen bijna 6 jaar oud was droeg eigenlijk de verantwoordelijkheid voor Mary.
Eten was niet of nauwelijks beschikbaar en af en toe werd geprobeerd om bij een kampong wat te bedelen. Maar dat was wel een risico want je wist niet of deze bewoners samenwerkten met de nationalisten. Op andere dagen werd er nog wel eens bekend fruit aangetroffen in bomen.

De tocht vorderde door alle obstakels, een gebrek aan voeding, nauwelijks meer kleding aan het lijf heel erg langzaam, dit werd nog erger toen er de nodige bergen waren die zij moesten beklimmen en afdalen om hun doel te bereiken.
Maar toen kwam het moment dat Mary opnieuw ziek werd met voelbaar hoge koortsen en het niet meer mogelijk was om verder te gaan met deze onmenselijke voettocht. Er werd door Mary's zus gekeken of zij een kampong kon vinden om daar hulp te vragen. Na twee dagen kwam zij inderdaad terug met een aantal mannen, die goed gezind waren, en hun meenamen naar hun eigen woonverblijf. Ook nu weer werd er aan getwijfeld of Mary ooit nog beter zou worden of dat zij zou sterven. Eén van de vrouwen in deze kampong ging snel aan de slag en maakte van allerlei kruiden en bladeren en andere onbekende dingen een bak met een erg vies stinkende pasta. Mary werd daar helemaal mee ingesmeerd en met bladeren bedekt. Daarna werd erf een soort linnenband om dat kleine tere lichaampje gewonden. Toen moest er vooral gebeden worden en afgewacht of er iets zou veranderen in haar toestand.

Aan het begin van de tweede dag – opnieuw als een wonder – trad er verbetering in bij Mary. De koorts zakte voelbaar, ze vroeg weer om drinken en begon weer te praten. Wat deze inlandse vrouw met haar vieze papje ook had gedaan, het heeft geholpen. De linnenband die om haar lijfje was gebonden is nog steeds in het bezit van Mary en wordt als een kostbaar relikwie bewaard. Nadat de krachten weer enigszins waren teruggekeerd werd deze wonderlijke tocht voortgezet totdat zij Malang bereikten en onder de hoede van militairen werden ondergebracht, gekleed en vooral te eten kregen.

Lees verder…
10897363259?profile=originalRTV - Rijnmond interview met Ferry Schwab van ICM over het Tracktaat.

Pasar Malam Dordrecht 2017

Toegevoegd door F.Schwab (ICM Editor)

Constatering is wel dat op PM Dordrecht (50.000 - 60.000 Indo's)  het Trackaat nu steeds meer bekendheid gaat genieten onder de Indische Gemeenschap waar zeker de uitzending via RTV - Rijnmond een flinke bijdrage heeft aangeleverd, deze vertaalde zich dat de maandag, de dinsdag en de woensdag mensen bij ICM stand kwam om ACTW66 - flyers te bemachtigen, ruim 6.000 zijn over de toonbank gegaan.  Het geboekte resultaat staat gelijk aan 3 pasars. De hoop uitspreken dat is stappen de groep van 50.000 worden bereikt, wat eigenlijk een taak van de Overheid is.
 
In de 10 minuut, en ongeveer 15 seconden het onverwachtse interview via RTV Rijnmond op onderstaande link:

5/5 sterren
Lees verder…

'Geld telt, niet die mooie woorden'

'Geld telt, niet die mooie woorden'


KNIL-demonstratie bij de Tweede Kamer, 1977, toen al over achterstallige betalingen © ANP

Vlak voor de Indiëherdenking van 15 augustus kondigde staatssecretaris Martin van Rijn (VWS) vol trots de komst aan van een gloednieuwe ' Indische pleisterplaats'  in Den Haag, de weduwe van Indië, het hart van het Nederlands koloniale verleden.

Het kabinet trekt er jaarlijks zo'n 1,5 miljoen euro voor uit tot 2022 en daarna jaarlijks structureel 1 miljoen. "Het is de ambitie om zo te blijven werken aan een nieuwe fase in de relatie tussen overheid, de Nederlandse samenleving en de omvangrijke Indische gemeenschap in ons land," aldus Van Rijn.

Voor de buitenwacht lijkt het een prachtig gebaar van de Nederlandse regering, maar het is een schamele fooi, weggegooid geld, overbodige flauwekul en wegkijken van waar het echt om gaat. Geef het geld aan degenen die daar recht op hebben. Gebruik het om de 'backpay­kwestie' en andere openstaande rekeningen volledig te vereffenen.

Ondemocratisch platform
Natuurlijk is Van Rijn niet over één nacht ijs gegaan. Er zijn verkennende gesprekken gevoerd met vertegenwoordigers van de Nederlands-
Indische gemeenschap, zoals met het Indisch Platform, het Indisch Herinneringscentrum en Stichting Pelita. Maar in het recente verleden zijn al twee pogingen ondernomen voor een Indisch Huis in Den Haag. Met als wrang resultaat: faillissement door fraude en wanbeheer. En nu een derde poging.

10897362278?profile=original

Hoe kan dat? Komt het misschien omdat het ondemocratisch geïnstalleerde Indisch Platform al decennia structurele en incidentele subsidies krijgt van de Nederlandse overheid? Moeten we daarom blij zijn met die ene vogel in de hand?

Wij stellen vast dat het Indisch Platform na 25 jaar nog steeds niet in staat is om iets te betekenen in het belang van het collectief Indisch rechtsherstel. Met het terugbetalen van zo'n 90.000 KNIL-militairen en andere overheidsambtenaren is een slordige 2,25 miljard euro gemoeid.

Op 15 augustus 2015 (70 jaar na de Japanse capitulatie) kwam de Nederlandse regering met de 'heuglijke' mededeling dat aan alle rechthebbenden die op die datum nog in leven waren, een bedrag van 25.000 euro uitbetaald zou worden. Er waren nog 577 mensen in leven. Aan hen is in totaal 14,5 miljoen euro aan uitgekeerd.

10897362291?profile=original

Het nieuwe herinneringscentrum kreeg als ambtelijk motto 'gestalte geven aan brede collectieve erkenning van de Nederlands-Indische gemeenschap'. Voor de Indische gemeenschap houdt 'brede collectieve erkenning' niet in dat er nieuwe initiatieven worden gerealiseerd, maar dat oude beloften volledig worden gelost. De backpaykwestie rond het krijgsgevangen overheidspersoneel is slechts een van de vele onafgemaakte zaken na de dekolonisatie van Nederlands-Indië.

Ontredderd en berooid
Daarnaast is er de ronduit schandalige opvang van de mensen die tussen 1945 en 1962 noodgedwongen naar Nederland kwamen. Oorlogsslachtoffers dus. Excuses voor het schaamteloos handelen zouden niet misstaan.

Want, alhoewel berooid en ontredderd, hielpen ook deze mensen mee aan de wederopbouw van dit land. Over de jaren van gedwongen aanpassing, discriminatie, structurele achterstelling in combinatie met een opgelegde schuld voor de kosten van overtocht, verblijf in contractpensions en tweedehands kleren van het rampenfonds werd met geen woord gerept. Evenmin werd gesproken over het jappenkamp en de gewelddadige pogingen om de kolonie te houden.

10897362654?profile=original

Waarom wordt er geen geld uitgekeerd aan hen die er simpelweg recht op hebben? Dringende verzoeken om achterstallige lonen te betalen werden doorverwezen naar de Indonesische regering. Hoe vaak en op welke toon heeft Den Haag de Indonesische regering op deze verplichting gewezen?

Waarschijnlijk nul keer, om de handelsbelangen met de jonge natie niet te schaden. Het uitbetalen van achterstallige soldij, lonen en pensioenen, maar ook van de spaargelden bij banken en verzekeringsmaatschappijen is meer dan genoegdoening aan de rechthebbenden: het is hun recht! En dat recht wordt hen al decennia ontzegd.

Beerput
Met deze complexe achtergrond moet 'de' Indische gemeenschap zich dus verheugen op de komst van een nieuwe pleisterplaats. Er wordt hoog opgegeven over een 'kenniscentrum repatriëring', waar mensen met een Indisch verleden kunnen uitzoeken met welke boot hun ouders of grootouders naar Nederland zijn gekomen. Dat kan iedereen die in het bezit is van een computer nu al vanuit zijn huiskamer: je typt gewoon in: www.passagierslijsten1945-1964.nl.

Het echte, schrijnende verhaal bevindt zich in de beerput onder de Haagse villa waar het Indisch herinneringscentrum gevestigd wordt.

Lees verder…

Druk op Mitsubishi opgevoerd

Druk op Mitsubishi opgevoerd

10897418871?profile=original

Michael Meyer heeft een bericht gedeeld. 12 uur

DEN HAAG (23 januari 2020) - De aandeelhouderscommissie van Eneco heeft bij Mitsubishi aangedrongen om alsnog excuses aan te bieden voor het inzetten van Nederlandse dwangarbeiders tijdens de Tweede Wereldoorlog. Ook blijkt de diplomatieke druk vanuit Nederland de afgelopen dagen te zijn opgevoerd. Dat meldt het AD.

Het oorlogsverleden van het omstreden Japanse conglomeraat is actueler dan ooit door de geplande verkoop van de Nederlandse energieleverancier Eneco. Voor 44 Nederlandse gemeenten betekent dat een flinke financiële meevaller, omdat zij allen aandeelhouder zijn van Eneco. Groot was de ophef onder vooral (Indische) Nederlanders toen bleek dat bij de beoordeling van de verkoop nauwelijks werd stilgestaan bij het oorlogsverleden van Mitsubishi. Tijdens de Tweede Wereldoorlog maakte het bedrijf zich schuldig aan oorlogsmisdaden, door onder andere 3332 Nederlandse krijgsgevangen in te zetten als dwangarbeider in onder meer Japanse mijnen. Het consortium heeft die Nederlandse slachtoffers, in tegenstelling tot hun Amerikaanse lotgenoten, nooit excuses of compensatie aangeboden.

Tegenover het AD laat Jan van Wagtendonk, voorzitter van de Stichting Japanse Ereschulden (JES), weten dat: “Het spel met Mitsubishi is op de wagen”. Van Wagtendonk zegt goede hoop te hebben dat Mitsubishi binnen “afzienbare tijd” alsnog excuses zal maken. Ook de aandeelhouderscommissie van ENECO, met daarin vertegenwoordigers van 44 Nederlandse gemeenten, “heeft gesproken met Mitsubishi”, aldus de Haagsche wethouder Boudewijn Revis (VVD). “De commissie heeft de verhalen en zorgen overgebracht aan vertegenwoordigers van Mitsubishi Corporation en hen verzocht in contact te treden met de slachtoffers en hun vertegenwoordigers”. Ondertussen blijkt ook het Ministerie van Buitenlandse Zaken bezig met de kwestie. Mitsubishi wil vooralsnog niet inhoudelijk reageren.

https://twitter.com/FederatieIn…/status/1220459663256367104…

Contact opnemen met verkoper
aandeelhouder zijn
Lees verder…

Pasar Colours Festival op de Huishoudbeurs

Locatie

Hal 5 van de Huishoudbeurs in de RAI Amsterdam

Entree
Gebruik entree K. Het Pasar Colours Festival ligt direct achter hal 1.
Als u met de trein reist is dit de 2e grote ingang vanaf het station.
Als u met de auto reist kunt u parkeren in de onder gelegen garages. Let op, de garages zullen snel vol zijn.

Adres
Europaplein 2-22, 1078 GZ Amsterdam

Datum
22 februari t/m 1 maart

Openingstijden
zaterdag 22 februari: 11:00 – 19:00 uur
zondag 23 februari: 11:00 – 19:00 uur
maandag 24 februari: 11:00 – 19:00 uur
dinsdag 25 februari: 11:00 – 19:00 uur
woensdag 26 februari: 11:00 – 19:00 uur
donderdag 27 februari: 11:00 – 22:00 uur
vrijdag 28 februari: 11:00 – 22:00 uur
zaterdag 29 februari: 11:00 – 19:00 uur
zondag 1 maart: 11:00 – 18:00 uur

 

Toegangsprijs & tickets
Klik hier om kaarten voor het Pasar Colours Festival & de Huishoudbeurs te kopen

 

Facebook Event

Klik hier om naar het Facebook evenement te gaan en zet jezelf op aanwezig

 

Programma

ELKE DAG: TIM DOUWSMA
timdouwsmakleiner

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

zaterdag 22 februari 2020
Tim Douwsma
Relight
Ester Latama
kookdemo Rumah Rasa

zondag 23 februari 2020
Tim Douwsma
The StreetRollers
Harold Verwoert
Dansgroep Orchidee
Kookdemo Pisang Susu

maandag 24 februari 2020
Tim Douwsma
Affinty
Grace Reece
kookdemo Rumah Rasa

dinsdag 25 februari 2020
Tim Douwsma
Wipe Out Selection
Danny Everett
kookdemo Rumah Rasa

woensdag 26 februari 2020
Tim Douwsma
Simply Friends
Ray Smith
Peduli Seni Indonesia
Kookdemo Pisang Susu

donderdag 27 februari 2020
SURINAAMSE DAG
Trafassi
Tim Douwsma
Master Stu
Surinaamse kookdemo Pisang Susu

vrijdag 28 februari 2020
LATIN-AMERICA DAY
Tim Douwsma
Los Perdidos
Zuid Amerikaanse Kookdemo Pisang Susu

zaterdag 29 februari 2020
AMSTERDAMSE DAG
Tim Douwsma
Blaaskapel BlaasVaak
kookdemo Rumah Rasa

zondag 1 maart 2020
Tim Douwsma
Hot News
Pentjak Silat Manyang
Kookdemo Pisang Susu

 

Praktische informatie
Bereikbaarheid
RAI Amsterdam ligt aan de ringweg A 10 (Afslag S109 RAI). Direct bij het naderen van Amsterdam via de autosnelweg A1 (Amersfoort/ Amsterdam), A2 (Utrecht/Amsterdam) of A4 (Den Haag/ Amsterdam) wordt de RAI aangegeven op de ANWB-borden. RAI Amsterdam ligt direct aan de ringweg (afslag 9). Vanaf de afslag is de route naar de parkeergarages aangegeven.
Met navigatiesystemen kunt u navigeren naar: Europaplein 24, 1078 GZ Amsterdam.
De ‘P-RAI’ borden zijn echter leidend.

Parkeren
RAI Amsterdam beschikt over ruime parkeerfaciliteiten onder en rondom het gebouw. Daarbij bieden wij zo’n 30 elektrische oplaadpunten. Bij grote evenementen is de capaciteit niet altijd toereikend en worden ook verder afgelegen terreinen gebruikt. Dan worden voor het vervoer van en naar de RAI gratis en frequent rijdende pendelbussen ingezet. Er wordt verwezen naar deze terreinen via bebording op de openbare weg en/of politie.
Bezoekers van grote evenementen wordt geadviseerd om gebruik te maken van het openbaar vervoer. Van treinstation Amsterdam RAI is het 10 minuten lopen naar het RAI-gebouw.
Het parkeertarief is € 20,00 per dag.

Openbaar vervoer
Per metro en bus
Iedere 5 minuten rijdt metro 52 vanuit het centrum van Amsterdam (Amsterdam CS) richting Zuid (halte Europaplein). Metrolijn 52 stopt voor de deur en vormt een ideale verbinding met het Amsterdamse stadshart.
Vanaf NS-station Amsterdam Amstel is de RAI het best te bereiken met metro 51 of bus 65 richting KNSM eiland (halte Scheldeplein). Metro 51 heeft tevens verbinding met Amsterdam Centraal Station. Vanaf Amsterdam Sloterdijk is de RAI het best te bereiken met metro 50 richting Gein (halte station Amsterdam RAI).
Per trein
NS-station RAI ligt op 300 meter van de RAI en heeft regelmatig verbinding met station Amsterdam-Duivendrecht, station Amsterdam-Amstel en station Schiphol, die zijn aangesloten op het internationale intercitynet. Meer informatie via de NS Reisplanner.

Huisdieren
Huisdieren zijn niet toegestaan in RAI Amsterdam. Assistentiehonden (hulphonden) zijn welkom, maar er gelden wel enkele afspraken. Neem hiervoor contact op met corcom@rai.nl

Invaliden
Huishoudbeurs / Pasar Colours Festival is prima toegankelijk voor mindervaliden en rolstoel gebruikers. De gangpaden van de Huishoudbeurs zijn allemaal vlak en ruim opgezet. In het gebouw zijn liften en invalidentoiletten aanwezig. Mensen die in het bezit zijn van een officiële gehandicaptenparkeerkaart (GPK) kunnen zich melden bij de loge van de P7-parkeergarage, deze is te bereiken door de route P RAI 7 te volgen, van daar uit verwijzen wij naar de beste parkeerplaats. Ook met gehandicaptenparkeerkaart (GPK) geldt het reguliere RAI parkeertarief.
Het is mogelijk om via RAI Amsterdam een rolstoel in bruikleen te krijgen. Reserveren vooraf is noodzakelijk, stuur een e-mail naar frontoffice@rai.nl met: Naam, Telefoonnummer, Datum van ophalen, Event/beursnaam, Een geldig legitimatiebewijs is nodig bij ophalen.

 

Lees verder…

10897367670?profile=originalHet Taipan/ Chinese regime  gebruikt de Nederlandse trucjes in het beheren (koloniseren) cq onderdrukken van Indonesië, deze zijn o.a. verdeel en heers, smeergeld enz. En als er gesommeerd wordt over deze kwestie, dan zeggen de Chinezen in Indonesië dat het "rasisme en discriminatie" is. Slachtoffers door deze kwestie zijn 99,99 tot 100% de autochtone Indonesiërs. Ook bij de bestrijding van corruptie zijn de Chinezen buitenspel en hiervan zijn de autochtone Indonesiërs wederom de slachtoffers.

Indonesië wilt niet meer gekoloniseerd cq onderdrukt worden door buitenlanders maw eigen beheer/ regie in alles.......

President Jokowi is bezig met het uitvoeren van dekolonisatie plan door buitenlandse bedrijven te nationaliseren, te beginnen met westerse bedrijven (Amerikaanse mijnbouw bedrijven Freeport enz.). Chinese bedrijven vallen hier buiten. Het doet ons denken tijdens de Soekarno tijd in de begin van zestiger jaren, het conflict met de communistische partij Indonesië (PKI) en de Chinezen. Nu zijn de Chinezen buitenspel. Deze communistische partij is verboden in Indonesië.  Er zijn geruchten over de wederopstanding van de PKI, mede door de Chinese invloed uit haar contractinvesteringen met Indonesië en door de decennia lange Chinese macht in de Indonesische economie. President Jokowi ontkent dit in alle staten. Er zijn geen bewijzen voor volgens hem.

Wel zijn alle investeringen uit buitenland zeer welkom met de voorwaarde dat de uitvoering ten alle tijde onder regie/ beheer van Indonesië blijft, dus geen buitenlandse bemoeienis/ wijzende vinger enz. Deze wordt dan gezien als herkolonisatie. Zoals Hatta (rechterhand van Soekarno) ooit had gezegd: "beter in armoe leven dan weer te worden gekoloniseerd en onderdrukt door buitenland".

Notitie voor het kabinet Rutte!

Mocht het kabinet Rutte in de toekomst weer geld gaat vrijmaken voor de Indonesische regering onder de noemer ontwikkeling samenwerking zoals vorig jaar april tijdens een bezoek van president Jokowi in Nederland plaats had gevonden  (€600 miljoen), geef dan tegelijkertijd het geld van de schadeloosstelling van de Indische Nederlanders (wegens het nationaliseren van hun eigendommen door Indonesië) wat door president Soekarno was voldaan terug aan de rechtmatige Indische Nederlanders conform het verdrag Traktaat van Wassenaar 1966. Doch eerder of direct verdient de voorkeur, alhoewel het al meer dan een halve eeuw te laat is. 

Zie ACTW66. 

Wij Indische Nederlanders zullen nooit opgeven met onze claim tot ons geld terecht is bij de gerechtigden conform het Traktaat van Wassenaar 1966. Steun ACTW66 door de berichten over ACTW66 te delen.

Voor meer informatie over de ontwikkelingen van ACTW66 verwijzen we allen naar de internet media ICM onder beheer van dhr. Ferry Schwab.

Referentie bron....sumber referensi: 

http://dedenheryana.blogspot.nl/2017/08/politik-gaduh-pengalihan-fokus-terhadap.html?m=1

Lees verder…


10897370661?profile=original

Centraal moet staan bij ALLE BELANGHEBBENDE PARTIJEN HET Traktaat van Wassenaar!

 

Ondergetekende volgt al een tijdje de lopende ongewapende strijd tussen de betrokken partijen binnen het Indisch Platform dat tweedracht zaait binnen de Ned. Indische Gemeenschap  met als gevolg, waarbinnen voor Allen juist de opdracht ligt:

 

 “Het onder de aandacht brengen van de nooit afgewikkelde affaire van

Het Traktaat van Wassenaar, dat Centraal moet staan bij ALLE BELANGHEBBENDE PARTIJEN, anders moet men iets anders gaan doen!”

 

Dat hier over en weer met modder word gegooid, over waar mensen zijn geboren of toevallig een andere afkomst hebben dan (Indische of Nederlands), is kinderlijk en onbegrijpelijk en NIET ter zake in deze! 

Dan daarnaast, dat dit ook nog via Facebook wordt uitgebraakt voor de hele gemeenschap, dient niemand en maakt het nog onsmakelijker. 

 

Ik ben een Hollander, getrouwd met een Indo waarvan haar grootvader een echte Hollander was. Die was eerlijk en duidelijk, en daar had iedereen daar respect voor. Dat is wat ik ook geleerd heb van huis uit , en laat het daarbij, wat dit aspect betreft :  Respect! 

 

Dan wat ik nu en vooral de laatste tijd hoofdzakelijk lees is, dat vele groeperingen steeds de strijd met elkaar aangaan over, die doet en dat en dat fout, slaan elkaar nog net niet de hersens in, en gaan kompleet voorbij aan de taak, waarvoor ze eigenlijk zouden moeten staan: De Afhandeling van Het Traktaat van Wassenaar t.a.v. genoemde Gemeenschap, in de breedste zin v.h. woord. 

Deze gemeenschap verwacht dat er IEMAND opstaat, die daar echt iets aan doet. Daar ken ik er maar zeer weinig van!

 

Ik ben onafhankelijk, als Hollander naar de Indische Kwestie, met hoofdletters geschreven, waarover op school ons nooit iets over is verteld dan wat de namen waren v.d. verschillende eilanden in Indonesië, doch door ook de geboortegrond van echtgenote Indonesië (prachtige land) bezocht te hebben ken ik nu ook de zijdelings de gemiddelde Indo, maar één persoon/ organisatie springt er voor mij wel uit, dat is de ICM (Ferry Schwab), belangeloos Bevlogen, met Betrokkenheid en Passie v.d. Ned. Indische Gemeenschap, en daardoor ook zeer grote aanhang heeft, door duidelijkheid en Transparantie met zijn "Team" waarvan iedereéén weet waar ICM men mee bezig is.

 

Daar ligt ook de intentie en kracht voor deze grote aanhang, dienend te zijn, die soms wat te passief is, maar komt dan ook door het vertrouwen van hen in deze Organisatie, waar Openheid en Resultaten het belangrijkste is voor de Ned. Ind. Gemeenschap.

 

Ik ben er zeker van dat er binnenkort resultaten  van initiatieven bekend worden gemaakt door ICM/ Ferry Schwab op de ICM-internet krant(icm- online.nl)

 

Aan alle andere Organisaties  t.b.v. deze NIG:  Met verwacht, met hierin vooruitlopend het IP: Was is jullie Doel, Planning en Resultaten, en wordt achterban daarover geïnformeerd?

Daarom, wees eerlijk en vooral Transparant over wat je doet naar je achterban, maar vooral ook Belangeloos en met Betrokkenheid!

 

ALGEMEEN: 

Kijk naar wat is bereikt na 52 jaar, ALS je echt wat "gedaan" hebt voor deze ZAAK.

 

Voor mij is dit dan ook de drive om daar echt iets aan te doen,  Met de andere Organisaties samen te werken !!! , want hierop wordt weinig of geen Initiatieven genomen, en daarom zijn de Resultaten er ook niet naar, en stemt mij echt triest! 

 

Dit ondanks alle "inzet" na 52 jaar , nog steeds GEEN RESULTATEN t.a.v .Het Traktaat van Wassenaar, waar juist ook "inzet v.h.  z.g. Indische Platform met al zijn aangesloten gelieerde Indisch Organisaties van werd verwacht, wordt het initiatief van ICM de grond ingeboord, en voorop zou voor moeten gaan in Duidelijkheid en Inzet, doch de resultaten "lijken ondergesneeuwd te zijn" De laatste tijd teveel met andere zaken bezig ??? , terwijl men pretendeert dicht bij de politiek te staan (van Rijn) maar juist DAAR liggen de problemen maar ook Openingen. 

 

 

Nu: te Dicht bij de Politiek, door en samenstelling v.h. huidige "bestuur" en de financiële onderlinge betrokkenheid naar de politiek, want juist de Politiek moet aangesproken worden op zijn Verantwoordelijkheid en de, toen en nog steeds zijnde ZORGPLICHT t.a.v. haar onderdanen!

 

Dit bestuur zou m.i. opnieuw worden samengesteld, uit een raad van onafhankelijke betrokken mensen en externe organisatie/ specialisme, met gedelegeerde deeltaken, door de gemeenschap waarvoor ze "inzet" noodzakelijk is. Dan kan men de Doelen, met duidelijkheid, vernieuwd opstellen, en actie nemen, gericht op Inzet, 

Kwaliteit en Verantwoordelijkheden, en de onbroodnodige Samenwerking zoeken en stimuleren, als katalysator tussen de "aangesloten partijen" en ook daar bij voorkeur een Nieuwe structuur/organisatie met gedelegeerden, opzetten/vastleggen, financiële middelen duidelijk krijgen, maken en stroomlijnen, en de Resultaten en vooral Doel -en Resultaat periodiek bekend maken, niet alleen in kleine kring, maar ook naar buiten toe, dan krijgt men Respect, en de noodzakelijke controle, t.a.v. de Aanhang, en de zo broodnodige Vrijwilligers daarvoor. 

 

 

Juist door deze ontbrekende samenhang, is in deze langslepende Affaire nog steeds geen Resultaat, zelfs na 52 jaar. Onbegrijpelijk waar men dan wel mee bezig is geweest ( in ieder geval niet op Resultaat gericht) !!!

Dat is waar IK Altijd voor gestaan heb, in mij werkzame leven, Duidelijkheid, Eerlijkheid, Inzet en Kwaliteit! 

 

JC van Veldhoven

Lees verder…



10897362872?profile=original10897363268?profile=original Het Traktaat van Wassenaar , aangaande "De Indische Kwestie" tav WUZ-Redactie van "De Telegraaf"

Aan:
De Telegraaf
Geachte WUZ-redactie,

Schaijk, 31 Augustus 2017

Oproep van de Gehele Ned. Indische Gemeenschap (NIG), waar ook ter wereld verblijvende, zich te Melden bij www.icmonline.nl , tbv de Petitie en Registratie tav De Claimstichting ACTW66,
tav de Aanklacht aan de Huidige Nederlandse Regering , "Het Traktaat van Wassenaar” op te pakken en Uit te voeren, daar de Nederlands Indische Gemeenschap (NIG) het nu beu is na 52 jaar wachten op Uitvoering -en Afhandeling van genoemd Traktaat, wat onderling is afgesproken en vastgelegd in een Overéénkomst op 17 september 1966, tussen Indonesië en Nederland, genaamd :Het TRAKTAAT VAN WASSENAAR, handelend over de TERUG KEER VAN HAAR EIGEN NEDERLANDSE ONDERDANEN"  te Indonesië in de periode 1947-1962, en eist dat de hiervoor vastgelegde bij vastgelegde - en overgedragen Verantwoordelijkheid , NU wordt Uitgevoerd, rechtens het gestelde uit deze Overéénkomst. 

Het verdrag ademt uit dat Nederland o.l.v. Luns Indonesie een poot wilde uitdraaien, en niet van plan is om haar onderdanen - ruim 500.000 -  met Nederlandse paspoort toe te laten , hiervan  werden 149.000 niet toegelaten dus stateloos gemaakt, alsmede op enigerlei te compenseren, blijkt al de uitdelingswet dat binnen drie maanden alle claims dienen te worden ingediend, terwijl het hele bedrag pas in 2002/2003 op de plank lag om te worden uitbetaald, daarbij het Min. Buza doorverwijst naar de Staatssecretaris Martin van Rijn. De Nederlandse Staat had wel een stuk of 7 momenten om hiervan de betrokken geroep te informeren dat reeds begon met Het Gebaar, het moment dat mede de laatste termijnbetaling van de republiek Indonesie werd ontvangen door het Min. Bu Za.

Dat vervolgens aan het bovenstaande Recht wordt gedaan, aangaande de :
AFGENOMEN , Geboortegrond, Waardigheid en zelfstandigheid, Huis en Haard, gevoel van Gerechtigheid, het ERFRECHT (tav de overleden Slachtoffers en  Na-bestaanden), het overkomen leed n.a.v De honderdduizenden Mishandelingen -en gepleegde Moorden op complete families in de gehele Indische Archipel, en het Aziatische grondgebied), Erkenning krijgt als “Verborgen leed bij de NIG”, terwijl Nederland toekeek.

HISTORIE, voorafgaande aan deze onteigeningen en overig Leed :
A) De Inval en Overheersing van de Jappanse legers in Indonesië en Japan, 1940-1945, met hen zeer slecht bestaande houding tov de NIG, (Eerste maal) naast de Beslagen, Diefstal en Vernietiging van Goederen, B) De Politionele akties in Indonesië door het Nederlandse leger, de akties van deze Vrijheidsstrijders,
met als gevolg, en de vele Mishandelingen / Moorden gepleegd door deze “Vrijheidsstrijders" in Beschermings-kampen van Sukarno, met achteraf naar schatting tussen de 250 -en 350.000 slachtoffers, waarvoor ook Sukarno aangeklaagd KON worden : Het aanzetten tot Mishandeling/Moorden -en Oorlogsmisdaden, tegen de NIG .
C) De uitzetting vd NIG uit Indonesië (1957 t/m 1962) , (Tweede maal) naast de Beslagen, Diefstal en Vernietiging van Goederen, en gedwongen achterlating van ALLES, aan de vrijheidsstrijders van Indonesië, onder aanvoering toenmalig eenzijdig uitgeroepen president President Sukarno van Indonesië.
D) De "Opvang en Plaatsing" van de NIG met een Nederlands paspoort, in slecht geregelde kontrakt-pensions in Nederland, plaatsing van hele families in kleine behuizingen, zo ook de Molukkers in d vooral"kampen" verdeeld over Nederland, die vervolgens allen door de toenmalige Regering, verder aan hun lot werden overgelaten. Ook had de NIG had te maken met het ontberen van Informatie, tav de Toekomst, Begeleiding, Huisvesting, Werk -en Inkomen, maar ook de "gemiste" noodzakelijke ondersteunende Overheids-Instanties en de daartoe behorende publikaties in de Nederlandse kranten tbv deze inmiddels “verlaten” NIG.
E) Het Onrechtmatig laten Verlopen -en Intrekken Paspoorten, tav de achtergebleven, de z.g. Stateloze “NIG" door NL, en het vervolgens niet willen meewerken aan de terugkomst van deze “Vergeten groep Nederlanders" naar Nederland.
F) De vele nodeloos gevallen Slachtoffers, tijdens deze gevoerde Oorlogen en de daarop volgende Bersiap periode.
G) Terugdraaien van de voor de groep van Na-bestaanden: Het Erfrecht, zoals het gewone Erfrecht van Toepassing is !

Antwoorden op de Aanvragen van de Slachtoffers, en Nabestaanden betreffende Herstelbetalingen door de Staat Indonesië, aan de Nederlandse Staat (SVB) door Aanvragers, Verzoeken om Hulp/Herstel-betaling(en) waarvoor de Verantwoordelijkheid was/is overgedragen aan de Nederlandse Staat / wbt Uitvoering en Afhandeling, deze ZELDEN of NOOIT werden/worden gehonoreerd , door de al vele jaren gehanteerde Vertragings-taktiek van deze Regering(en) , die keihard worden Afgewezen, en deze vervolgens te dwingen, tot uitvoering aan hetgene is vastgelegd in gemelde overéénkomst, tav de Slachtoffers -en Nabestaande(n).

Werkwijze/antwoorden vd SVB tav de tot nu ingediende Aanvragen om Bijstand/Herstelbetalingen, door Slachtoffers/Aanvragers -en Nabestaanden :

Kunt u aantonen dat u dit allemaal hebt meegemaakt ?
(ofdat hierboven genoemde feiten nooit hebben plaatsgevonden, en papieren/ eigendoms-akten, en overige documenten waren vernietigd of verbrand, en ook de ‘nieuwe Indonesiche Staat/ c.q. Vrijheidsstrijders hier niks over vastlegden en Archieven werden leeggehaald /verbrand ) dus geen bewijzen!
U wordt wel Erkend maar dit heeft geen verdere gevolgen voor u , (Onbegrijpelijk antwoord vd SVB, terwijl de reeds lang daarvoor gedoneerde gelden door Indonesië zijn overgedragen aan het Ministerie van Buitenlandse zaken (bij BuZa op de plank), doch welke plank weet “waarschijnlijk"  de SVB ook niet ?? de NIG WEL, die van BuZa !!! , of U kunt het niet aannemelijk maken dat u dit alles hebt meegemaakt Opsluitingen (thuis/kampen) ,
(terwijl ouders vaak/nog een WUV-Wubo compensatie kregen, op basis van informatie !), of U bent geen Nederlander meer , of U woont niet in Nederland , of U voldoet niet aan artikel 3 , en 19 om in aanmerking te komen voor een uitkering, (WUV/Wubo) .


(Artikel 3 is daar duidelijk over, in tegenstelling wat de SVB verkondigd, en als men daarop regeert, krijgt men GEEN antwoordt, zo ook niet op de Beschuldiging van Discriminatie en/of Onjuiste benadering van Artikel 3, Voorwaarde Art. 3 : Men moet bij het (gedwongen vertrek uit Indonesië, Nederlander(se) zijn,
laat staan dat men moet verklaren aan de SVB, hoe Aanvrager zijn vakantie besteed, of
U hebt geen zichtbaar Letsel, dus wijzen wij uw verzoek AF , (onbegrijpelijk zo,n opmerking/antwoordt terwijl er in vele gevallen NOOIT enig medisch onderzoek door een Arts is gepleegd, niet Vooraf of Achteraf , of U bent te laat met uw Reactie op uw Beroep, of SVB vindt de antwoorden van aanvrager Onvoldoende, Ongemotiveerd en Reactie NIET tijd aangeleverd, , met als resultaat : Aanvraag Afgewezen, TERWIJL juist de Nederlandse Staat al 51/72 jaar te laat is met de Afhandeling van het Traktaat van Wassenaar, en vervolgens de SVB, Aanvrager zelf daaraan SCHULD heeft, is helemaal omgekeerde Wereld :
Niet DE AANVRAGERS HEBBEN EEN OORLOG UITGELOKT ,  of zijn daarmee GESTART!!!

Deze “on-Nederlandse be-handel-wijze” moet worden gestopt, Hoe dan ook :
Al sinds 1966, (52/72 jaar) GEDRAAI VAN DE NEDERLANDSE REGERING, (zie brief onderaan) tav de Uitvoering van genoemde overéénkomst, EN 52/72 verloren Jaren, tav Zorgplicht door de Nederlandse Staat, RECHTSHERSTEl tav Verlies van Geboortegrond, Waardigheid en Goederen , door de Nederlandse Regering,
naar de Echte Slachoffers van de verliezen, de Rechthebbende SLACHTOFFERS -AANVRAGERS -en Nabestaande, OM COMPENSATIE !

Doch deze oproep is ook bedoeld als ekstra stimulans aan de nog overgebleven Slachtoffers -en Nabestaanden, voor zover zij zich nog niet gemeld hebben, zich bij ICM-online.nl (De Indische Nederlandse Internet krant) te Melden, of dit alsnog te doen om in aanmerking te komen voor Uitbetaling via de Claimstichting ACTW66, zodat dit kan wordt meegenomen in de gemeenschappelijk Claim-stichting ACTW66 , Rechtens de Overeenkomst tussen Indonesië aan Nederland,  om Erkenning en Herstel-betalingen af te gaan dwingen !
Indonesië heeft WEL aan zijn betaalverplichtingen voldaan rechtens gemelde overéénkomst, doch Nederland blijft uitvoering vlgs overéénkomst AANHOUDEN.
Nu Nederland nog, (het Ministerie van Buitenlandse Zaken) !

Als laatste opmerking :
De Verkrachting vh Erfrecht aan de orde moet worden gesteld en/of een Juridische Toets zou moeten ondergaan, of dit vlgs het Internationale -en Nederlands Recht , alsnog kan worden teruggedraaid , zodanig dat Nabestaanden van gemelde Slachtoffers, alsnog hun Rechten kunnen opeisen als Navordering en/of Herstelbetaling. Ook hier kan natuurlijk niet van Verjaring worden gesproken,
zou een emotionele misdaad zijn t.o. de Slachtoffers -en Na-bestaanden.
De gedoneerde gelden van Indonesië (689 miljoen gulden) vervolgens terug eisen van de Nederlandse Staat, bij uitblijven van de gewenste uitvoering.
NU waard 2,4 miljard Euro) aan Nederland , en dit nimmer is uitgekeerd aan de Slachtoffers en/of Nabestaanden, dus moeten nog beschikbaar zijn, ANDERS moet Indonesië om teruggave vragen, daar de Nederlandse Staat dit onder "radar wil houden”, en wel na uitkering over Kapitaal-vermogen, Renten, uitgezette Aandelen en Belasting-inkomsten terugvloeien naar de Ned. Staat :

Daarvoor is het Traktaat van Wassenaar 1966 NIET bedoeld, doch t.b.v. komt van deze NIG,
Slachtoffers van de INDISCHE KWESTIE , met achterlatingen van hun Geboortegrond,
huis en haard, werd compensatie gevraagd, daar ook deze Slachtoffers (toemalige verzetsstrijders, oud ambtenaren -en militairen) zowel mannen,
JCvVeldhoven, te schaijk

zie Verklaring hieronder van BuZa aan de hr. Schwab sr. ICM-Insdisch Internet krant, over het op de plank hebben liggen van 689 miljoen gulden (nu 2,4 miljard €) (www.icmonline.nl)

10897363676?profile=original

Lees verder…


10897365898?profile=originalTransformatie - organisator van grote Pasars naar muzikant

Wie kent Wout Nijland niet? 


In de jaren 2000 begon hij als manager van vele artiesten O.A; Riem de Wolff, Mana ....... en niet vele andere genoemden. Als management bij Wout Nijland hield het ook in het produceren van producties voor optredens, Cd’s en Dvd’s. Met zijn creatieve inslag trachtte hij dit ook te bewerkstelligen in zijn Pasar Malams. Velen kunnen zich dat nog herinneren in Zeewolde buiten op het gras en diverse tenten, een Pasar Malam Besar op zijn smalst waar jaar in jaar uit ruim 15.000 mensen kwamen op deze drie daagse pasar. Podia met artiesten stond centraal, niet 1 maar minimaal 3 opdat het publiek kon kiezen naar hun voorkeuren. Wout bleef doorontwikkelen wat zijn Pasars betreft, dat bij de vele andere organisaties niet ontging dat uiteindelijk de BurgerZoo en Huishoudbeurs in de RAI waar zo'n 100.000 bezoekers vroegen om events als een Pasar Malam te organiseren. 

Diep in zijn hart zat toch altijd al het "muzikant" zijn dat door zijn aderen stroomden. Ergens in 2014 zocht hij naar opvolgers om deze pasars Istimewa voort te zetten. Hij vond hier de geschikte kandidaten voor Marcel en Hans ( voorheen werkzaam bij Free Record, waar zij belast waren met organiseren van evenementen). WN-Productions ging over in Istimewa Events. Wout heeft de juiste kandidaten geselecteerd mede omdat nu al de Istimewa Events over de grens o.a. België en Duitsland verder gestalte krijgen. Ja, het hele palet aan Indisch erfgoed cultuur dat nu in België en Duitsland wordt uitgerold. Dankzij het Multifunctioneel karakter van de Crew is het zelfs mogelijk dat zowel een pasar in Nederland als in België op een zelfde weekend kan plaatsvinden.

Wout Nijland treedt nu op als muzikant / cabaret trekjes om het publiek te entertainen met zijn band Simply Friends.

 10897366062?profile=original

Lees verder…

Wat Jakarta nodig heeft, is een eigen Afsluitdijk

Wat Jakarta nodig heeft, is een eigen Afsluitdijk

10897369278?profile=original

Bron NRC

 

Zonder ingrijpen kan Jakarta in 2025 gezonken zijn. Nederlandse ingenieurs, adviseurs en baggeraars schreven een plan om dat te voorkomen, en hopen nu op miljoenencontracten.


Jakarta zinkt, en niet zo’n beetje ook. Toch zou vissersvrouw Tati Suryadi (38) haar uitzicht voor geen goud willen ruilen. Vanuit haar spaanplaten huis op palen kijkt ze zo uit op de baai van Jakarta. Denk de hopen aangespoelde plastic even weg, vergeet de olieachtige laag die op het zwartgrijze water drijft. Begin tegen haar dus niet over dat strookje land daar rechts in de verte, waar een houten gebouw met aanlegsteiger nu nog het enige teken van leven vormt. Of erger: de plannen die er liggen om daarachter, precies voor haar uitzicht, een enorme dijk te bouwen.

De metropool met zijn (volgens officiële tellingen) ruim 11 miljoen inwoners zakt jaarlijks gemiddeld zo’n 7,5 centimeter verder weg onder zeeniveau. Op sommige plaatsen in het noorden gaat het een stuk rapper, daar loopt het op tot zo’n 25 centimeter. De boosdoener: diepe grondwateronttrekking. In de stad schieten constant nieuwe winkelcentra of appartementencomplexen uit de grond en die hebben allemaal water nodig. Wegens de gebrekkige waterleidingvoorziening pompen zij massaal water op, honderden meters diep uit de grond. Het gewicht van al die nieuwe gebouwen drukt de boel verder naar beneden.



Zeker vier miljoen mensen wonen nu tot vier meter onder zeeniveau. Niet alleen arme vissers, maar ook de rijken die pompeuze villa’s aan zee lieten bouwen. De muren die hen tegen al dat water moeten beschermen, zinken net zo hard mee.

Niet de Javazee stijgt, Jakarta zakt weg.

TWEET

Hoe gevaarlijk dat is, werd duidelijk in 2007. In februari kreeg Jakarta, met dertien zwaar vervuilde rivieren wel gewend aan doorbrekende oevers, een van de meest dodelijke overstromingen in decennia over zich heen. Een paar maanden later, in het droogseizoen, gebeurde er iets vreemds: uit het niets overstroomde de stad vanuit zee. Een half jaar later: nog een keer. „Klimaatverandering, dachten mensen”, zegt Jan Jaap Brinkman (58) van het Nederlands wateronderzoeksbureau Deltares. Tot uit de berekeningen van Brinkman, vanuit Delft opgetrommeld door de Indonesische overheid, een heel andere conclusie kwam. Niet de Javazee stijgt, Jakarta zakt weg.

Er kwam ook een alarmerende voorspelling: wordt er niets gedaan, dan verdwijnt in 2025 het noorden van Jakarta onder water. Brinkman: „Dat is het moment waarop de rivieren zo zijn weggezakt dat ze niet meer in zee kunnen uitkomen.”

Uitgedijde delegatie

Brinkman, een goedlachse man die met zijn 1,88 meter boven zijn Indonesische collega’s uittorent, is niet meer weggegaan uit Jakarta. Hij maakt deel uit van een sindsdien flink uitgedijde Nederlandse delegatie aan ingenieurs, adviseurs, en baggeraars. Op verzoek van de Indonesische overheid en gesubsidieerd door Nederland begonnen zij tien jaar geleden met het bedenken van een plan dat Jakarta moet redden. Dat plan ligt er nu en voor Nederland hangt er veel vanaf. Niet alleen vanwege de miljoenencontracten die lonken. Dit is prestige: laat de wereld maar zien dat Nederland nog altijd de onbetwiste koning van de waterkering is.



Maar de vraag is of het project, dat de National Capital Integrated Coastal Development (NCICD) ging heten en tot 40 miljard euro kan kosten, ook echt uitgevoerd zal worden. Met name Brinkmans oplossing voor de kust een dertig kilometer lange ‘Afsluitdijk’ te bouwen, is omstreden. Dan zijn er nog de plannen voor zeventien kunstmatige eilanden, een erfenis van de regering-Soeharto, die op verzoek van president Joko Widodo in de plannen moesten worden geïntegreerd. De lijst met critici en tegenstanders is lang. Onder hen zit Anies Baswedan, de nieuw gekozen gouverneur van Jakarta.

Papieren wekelijkheid

De eerste fase van het project, het verbreden van de verstopte rivieren en versterken van de bestaande zeedijk, is al begonnen. „De no regrets-fase”, zegt Rully, binnen het Nationaal Agentschap voor Ontwikkeling en Planning (Bappenas) verantwoordelijk voor NCICD. Net als veel landgenoten heeft hij maar één naam. Ga maar kijken in de wijk Pluit, waar zandzakken nu voorkomen dat zeewater over de rand klotst. Niet dat het erg helpt. Door scheuren sijpelt water alsnog de nabijgelegen huizen binnen. De gedwongen huisuitzettingen waarmee de eerste fase gepaard ging, leidden al tot kritiek. Maar de echte weerstand komt daarna; bij de Great Sea Wall, een zeewering die van de baai van Jakarta een enorm stuwmeer maakt.

„Het werkelijke probleem wordt daarmee niet opgelost”, zegt Giacomo Galli van de Nederlandse ngo Both Ends. Samen met SOMO (Stichting Onderzoek Multinationale Ondernemingen) en TNI publiceerde Both Ends onlangs een kritisch rapport over NCICD.

Dat hoef je Brinkman niet te vertellen. Hij roept al jaren dat de grondwateronttrekking moet worden gestopt.

„Technisch is het helder wat er moet gebeuren. Er zit alleen geen beweging in. En de tijd dringt. Dit is plan B.”

Pak (meneer) Lukman, visser, vaart door de baai van Jakarta waar in de toekomst The Giant Seawall moet worden gebouwd.
Foto Cynthia Boll

De huidige watervoorziening van Jakarta bestaat, net als een functionerend rioleringsstelsel, vooral op papier. Het gevolg van privatisering en slecht afgesloten contracten. Volgens de Wereldgezondheidsorganisatie is tweederde van de inwoners daardoor afhankelijk van water uit de grond. En ook wie dat niet is, gebruikt liever gratis grondwater. Ahok wilde als gouverneur dat heel de metropool in 2018 toegang tot leidingwater zou hebben. Maar door een slepende rechtszaak, aangespannen door burgers tegen de twee private waterbedrijven, lijkt de kans daarop nihil.


OVER DE FOTO’S EN VIDEO

Fotografe Cynthia Boll legt sinds 2015 vasthoe Jakarta en haar inwoners omgaan met wateroverlast. De foto’s zijn gebundeld in het boek ‘Banjir! Banjir!’, waarin acht fotoseries laten zien hoe het water een plek krijgt in de stad en in de levens van mensen. Na Jakarta richt Boll zich nu op andere zinkende steden wereldwijd met haar project ‘Sinking Cities’.


Niet alleen de zeedijk stuit op protest. Dat geldt ook voor de kunstmatige eilanden die voor de kust van Jakarta moeten verrijzen; een verzameling glanzende hoogbouw met kantoren en luxe appartementen. Het geld dat vastgoedontwikkelaars hiervoor aan Jakarta betalen, is nodig om de rest van plan B te financieren, zegt Rully van Bappenas. In 2013 werd met de bouw van de eerste vier eilanden gestart, waaronder eiland G, of ‘Pluit City’. De deal à zo’n 350 miljoen euro voor het ontwerp en de bouw ging naar de Nederlandse baggeraars Boskalis en Van Oord.

Maar rondom de eilanden is een web van controverse ontstaan. Een combinatie van steekpenningen, gesjoemel met vergunningen en boze vissers die zich niet gehoord voelen. Sinds april vorig jaar ligt de bouw stil.

Lees verder…

Geschiedenis : Trakaat van Wassenaar - Deel XI

10897234678?profile=originalGeschiedenis : Trakaat van Wassenaar  - Deel XI

 (komt ook in 10 delen uit in ons ICM Bulletin) 

     In het verlengde van het verdrag Traktaat van Wassenaar 1966, zoals mede beschreven wordt in door Minister BuZa uitgebracht publicatie in haar  Brochure Ministerie van Buitenlandse zaken, ‘ To forget  of a promise for The future en de reeds eerdere verrichtte onderzoek door Halbe Zijlstra van de VVD. wordt hier in het rapport in gegaan op de oplossingen met betrekking tot de nog verrichtte uitvoeringsactiviteiten ter ondersteuning bij het uitdelen c.q. uitbetalen van de Indische gelden aan de 60.000-70.000 gerechtigden (gedupeerden).  Het verdrag omvat mede de intensivering van de betrekkingen tussen Nederland en Indonesië. Evenals op het gebied van de infra - en economisch ontwikkelingen zoals de president Joko Widodo het verwoorde op businessforum Nederlands – Indonesië op 22 april jl. in het Koerhaus te Scheveningen. Namelijk de banden verder aan te trekken op alle mogelijke terreinen, uiteraard waar de economische ontwikkelingen voor beide landen een inwinsituatie voor opleveren. Samengevat het sluiten van een nieuw handelsverdrag. Dit onderdeel wordt in dit rapport niet behandeld. Wel zijn in dit kader de Indische Culturele projecten op de agenda gezet, die transparant en democratisch wordt bepaald en beslist door de nog in te richten Deelnemersraad. Deze Indische culturele projecten vindt zijn realisatie zowel in Nederland als Indonesië om dat onderdeel van dit verdrag te ondersteunen.

 

Wel worden de belangen hier behandeld voor de non-betaling van de 689 miljoen namens de gedupeerden (gerechtigden). Inmiddels hebben zich 15.000 gedupeerden ingeschreven door ondertekening van de petitie van de 60.000 – 70.000. In beginsel ging het om de 341.000 vluchtelingen (gerepatrieerde), en uiteindelijk is deze groep geslonken, en wordt geraamd tussen de 60.000 – 70.000 gerechtigden. In het verdrag is overeengekomen en geratificeerd door beide regeringen dat de gedupeerden  ten tijde van de oorlog, bersiap, en de politionele acties; en de gevolgen Linggadjati  die vanaf 1947 tot 1962 in de republiek Indonesië woonden.  In oktober 2009 heeft Halbe Zijlstra van de VVD  zich ontfermd over dit dossier en research gepleegd. Uit zijn research bleek dat de Indisch Gemeenschap recht heeft op het Indisch Geld. Bovendien stelde hij vast dat een claim niet met een andere claim kan afkopen. Halbe Zijlstra stelde als oppositie Kamervragen, deze werden op de Franse slag nota bene door Ab Klink van het Ministerie VWS beantwoord. Onbegrijpelijk waarom deze niet werden beantwoord door de verantwoordelijke Min. BuZa zelf. Aangezien het verdrag werd ondertekend door de toenmalig ministers van Buitenlandse Zaken van beide landen. Tegelijkertijd het Ministerie van Buitenlandse Zaken van Bert Koenders dit Verdrag onder haar verantwoordelijkheid had van 1966 tot 2003, en alle termijnbetalingen conform het verdrag met de laatste termijnbetaling in 2003 op de bankrekening van Ministerie werden ontvangen.

Namens ACTW66 & ICM Team / Dank voor uw inschrijving. 

UPDATE PER 6 juli 2017.

CLub van Julius Stemmerik te Zoetemeer donaties + inschrijving voor deelname ACTW66  ------  totaal € 3800, hebben tot opheden het hoogst gescoort ! 

-  Julius Stemmerik                                - € 2.000
 
Inschrijvingen elk € 50  totaal € 1.800
Mw.N.F.M.v.Affelenv.Saemsfoort-Weimer
Mw. S. Bos
    1. Dhr. R. Bouwman
    2. Mw. E. Brassinga-Camphuisen
  1. Hr. C.M. Brookman
  2. Mw. F. Brookman - Das  >>>/font>
  3. Mw. H. van Caspel -  v.d. Wel
  4. Mw. C. Charlouis 
  5. Rolo Lapre
  6. Gloria Hardy
  7. Stichting Stellar Events
  8. WNProductions (Istemewa Events)
  9. Ton Meijer (Productions)
Heeft u vragen welke kosten het omdraait en welke bedragen benodigd zijn om zonder kleren scheuren door dit Mega - proces te komen, mail naar schwab@icm-online.nl
                Doorgaan om de lijst verder te raadplegen wie zich hebben ingeschreven en gedoneerd.
 

 

Lees verder…

Kousbroeks KAMPSYNDROOM - deel 5

10897266653?profile=originalKousbroeks KAMPSYNDROOM  

Besproken door: Pjotr X. Siccama – deel 5.

 

In dit deel van de bespreking van het boek lijkt het alsof een pijnlijk herinneringsbeeld wederom uit de laden van verwarring en ontzetting tot leven komt.

De nooit gestelde vraag bij de Indische gemeenschap was én is: had de Nederlandse Staat een echt plan om de nieuwe Nederlanders uit haar kolonie op een adequate manier te laten integreren? Of was er helemaal geen plan, behalve dan dat slechts tijdens een onderonsje van betrokken bewindslieden vage (en duistere) afspraken werden gemaakt? (Ik verwees de lezer naar eerder gepubliceerde artikelen van ondergetekende in ICM: “ontkenning van een bevolkingsgroep” – (Toegegeven dat die bewuste artikelen  in  woede en haast waren geschreven).

In het begin van de vijftiger jaren, precies een jaar na de onfhankelijkheid van de Nieuwe Republiek Indonesië, kwam de commissie Werner met een verwerpelijk rapport over de nieuwkomers uit het voormalig Nederlands Indië.

Deze commissie vreesde storm op komst, donkere wolken en sociale onrust bij de dreigende repatriatie van alle Europeanen uit het voormalig  koloniaal gebiedsdeel.

Kenmerkend voor het rapport waren niet alleen dat de aanbevelingen maar ook dat de rest van het rapport doortrokken was van verwerpelijke en absurde ideeën van de commissie Werner. Een paar ervan zijn onder andere de volgende:

De repatrianten (hier wordt de Indisch-Europese gemeenschap bedoeld), zouden in Nederland tot (grote) sociale onevenwichtigheid en grote onrust leiden. Verder zouden deze mensen niet in staat (liever gezegd: helemaal niet bij machte alsof ze allemaal kennelijk een handicap hadden) zijn normaal in het arbeidsproces e.d. te worden ingezet en  deel te nemen aan de Nederlandse maatschappij. “Zij (Indo-Europeanen) horen thuis in de tropen”, het staat er echt. Enkel de kinderen van de Hollandse KNIL-soldaten, die blonde of rode haren hadden, mochten worden gerepatrieerd, omdat die in de Indische maatschappij discriminatie te wachten stond. (.)  

Ridiculiseren was voor de commissie kennelijk een aparte kunstvorm. Om kort te gaan: een waterval van vooroordelen en valsigheden waar geen einde aan kwam. Het beruchte rapport zou heden ten dage leiden tot aangifte door  het OM wegens rassendiscriminatie van de auteurs (onderzoek van Pelita). Mijnheer Werner had met zijn gruwelrapport tegenover een bevolkingsgroep voor de rechter moeten worden gesleept. Waarom het niet is gebeurd, blijft een raadsel. Nauwelijks drie jaar geleden is de man overleden en al die tijd heeft Justitie liggen slapen. De Nederlandse Staat heeft veel uit te leggen aan haar inwoners en niet te vergeten te herstellen aan met name  het ‘Hollands Huis’ dat dreigt om te vallen van historische missers.

Kwalijk is in dit verband de rol van de kerken, zowel de Rooms Katholieke als de Protestante, die het rapport in haar geheel en niet alleen in de kern hadden onderschreven.  

Wanneer Kousbroek in zijn boek – in een zekere hoofdstuk -heeft over de neiging om enkelen de nek om te draaien, dan ageer ik tegen al diegenen die precies hetzelfde het Werner-rapport voor juist geacht hebben.  Het ernstig verwijt tegenover hen vind ik nog steeds juist en wordt ik weer wit van woede wanneer ik die documenten weer ter hand neem. Enkele  bewindslieden van toen zouden op welke wijze dan ook, op onderdelen zeker en ontegenzeggelijk beïnvloed zijn geweest door het rapport ondanks de verwerpelijkheid ervan.

Werden de mensen (in Indië geboren Hollanders-Europeanen- overigens  en Indische Nederlanders) in dat voormalige gebiedsdeel reeds gediscrimineerd om vrijwel álles, hier in

dit land werden zij wederom geconfronteerd met dezelfde bejegening. De commissie had oogkleppen op, was eenvoudigweg blind en xenofobisch en volstrekt racistisch. 

_10897266695?profile=original_

Foto - 1946 begin van de politionele acties in Nederlands Indië

 

\  foto -Rollende tanks in de straten zonder vreugdevolle gejuich; de oorlog in Indië was in 1945/46  alweer begonnen voor alle inwoners. 

 

10897267466?profile=original

Het rapport krioelde van fouten, misv erstanden en alle vooroordelen die men maar kon bedenken maar vormde onder andere ook de kern van waaruit, calculerend,maatschappelijke relevanties konden worden gehaald (die zo af en toe) nog steeds opgeld doen bij sommigen (en niet alleen bij ambtenaren) en bijgevolg een eigen leven zijn gaan leiden.

Er waren gelukkig nog een paar bewindslieden die hun gezond verstand gebruikten en onderdelen van het rapport  als beleidscriteria – of richtlijnen - terzijde hadden gelegd. Maar het kwaad was reeds geschied waarna het valse script boven het hoofd van de betrokken gemeenschap hing.

De commissie was immoreel en schaamteloos aan het werk geweest, had alles compleet verkeerd getaxeerd en had geen enkel idee (nooit een zg. Socio-onderzoek ingesteld) van de juiste en aanwezige potentie van de nieuwkomers. Kapitaalvernietiging op grote schaal kunnen we zeggen. Kortom Commissie Werner had de Indische gemeenschap bij voorbaat al veroordeeld nog voordat de betrokkenen voet op Nederlandse bodem hadden kunnen zetten tot een verpeste stigmatiserende toekomst.

 Een grotere onbegrijpelijkheid was het zogenaamde modelleren van de nieuwkomers naar Nederlands begrip. Er wás helemaal geen model voor al die mensen die uit een tropisch Nederlands gebiedsdeel kwamen en een ander, meer ideaal beeld van “de  Europese provincie Holland” hadden. Het leidde tot een diepe droefenis en teleurstelling bij de betrokken nieuwkomers.  

Een feitelijke bijzonderheid was bijvoorbeeld het gegeven dat al die Europeanen uit Nederlands Indië (die wel en daar niet geboren waren), WO II hadden meegemaakt geen fysieke (en visuele niet te vergeten) bevrijding en vreugde over het definitieve einde van de Wereldellende kónden beleven zoals die er in Europa en Nederland wel was geweest. De Amerikanen, Engelsen en andere geallieerde manschappen rolden met hun tanks als bevrijders  al joelend de Europese steden in en er werd gejuicht, gedanst, feestgevierd en wat er allemaal niet bij kwam kijken.

Zij, die Europeanen in Nederlands Indië, vielen van de regen in de drup; dat wil zeggen er waren geen juichende geallieerden en vreugdevolle manschappen die door de straten in Indië met tanks rolden (toen de Japanners weg moesten trekken) zij  hadden immers geen tijd om te juichen en de bevrijding te vieren vanwege de opstanden die aan de gang waren (Bersiap e.d.) van de Indonesische onafhankelijkheidsstrijders.

Dat verschil is heel groot en voor al die mensen zeer traumatisch, dient de Nederlander te weten die hier nooit iets over heeft gehoord. Een journalist van een ochtendblad was verbaasd bij het aanhoren van dit verhaal: hij wist niet beter dan dat in Nederlands Indië de bevrijding exact op dezelfde manier was verlopen. En dat uit de mond van een journalist. Net verlost van de Japanse bezetter, er een oorlogstrauma van overgehouden, of er kwam weer een andere oorlog op hen af.

 

“Nog altijd heb ik de indruk,” schrijft Kousbroek, “..is het taalgevoel van de meeste Indische mensen, onmiskenbaar beter dan dat van geboren Nederlanders.”

Waarom is dat toch?

Weemoedigheid ontdek je in de ontroerende en  oplichtende zinnen wanneer hij schrijft over het zo jammerlijk verdwijnen van het voor hem zo dierbaar Indische-Nederlands dat met zijn zuivere klinkers en zo licht voor de mond uitgesproken en zijn enigszins afwijkende gebruiken van voorzetsels. Dit laatste schrijft hij in volstrekt ironische zin. (de directe herkenbaarheid voor het Indische spreken). Overigens bij de autochtonen komt dit fenomeen eveneens voor, maar dan om verschillende redenen.

Over dit laatste (het gebruik van voorzetsels) is echter een plausibele verklaring voor. De Indische Nederlanders in Nederlands Indië werden immers dagelijks geconfronteerd met het Maleis, zoals Kousbroek ook weet en de dagelijkse omgang met de Indonesiërs verliep in het algemeen op natuurlijk wijze en die bijzondere situatie werden (en worden) wederzijdse datieven en ablatieven van beide talen door elkaar gebruikt voor hen als een zekere natuurlijke verstengeling als gevolg, tot nu toe.

 

Het mooi Indisch-Nederlands wordt nu nog gesproken door oudere Indo ‘s die in dat land zijn achtergebleven en Indonesiërs in Indonesië.

 Het is begrijpelijk dat nu in Indonesië de daar achtergebleven Indische Nederlanders en ook de Indonesiërs zelf die Nederlandse scholing en/of opvoeding hadden gekregen, laten we zeggen ongevraagd  tot conservators zijn gepromoveerd van een taal die zo langzaam uitsterft. Straks kunnen we alleen maar uit geschreven bronnen lezen, maar helaas zullen we niet kunnen hóren hoe die werd uitgesproken: de klanken, kleur en de typische  manier van spreken.

 

 Met Kousbroek treur ik mee als hij schrijft dat het hem met “..treurigheid vervult bij het verdwijnen van die taal..” “Indië verloren, rampspoed geboren.”,

10897267088?profile=original

10897268062?profile=original

Eduard Douwes Dekker (Multatuli)

 

Het gaat hier om verdwijnende talen, taalsyntheses en taalaccenten en allerlei varianten ervan die (voornamelijk) nog weleens  worden gebezigd waar mogendheden hun kolonies hadden: India, Zuid-Oost Azië.

Het grappige verschijnsel over het successievelijke verdwijnen van bijvoorbeeld een taalvariant (wellicht ook van dialecten), specifieke accenten en typische tongvallen kwam de schrijver tegen in de stad Londen (maar ongetwijfeld ook elders in Groot-Brittanië), waar een immigrant uit India het ons zo vertrouwde Indiaas Engels ‘verruild’ had voor het Cockney’s, (op natuurlijke wijze nemen we aan) maar dan wel met die zeurderige irritante toon zoals de inboorlingen (Kousbroek:in India) plegen te spreken.

Eigenlijk gaat het net zo in Holland, waar de laatste twee generaties Indische Nederlanders alweer (sinds 1930 is dit ongeveer de 5e), die toch dat ander Nederlands van hun ouders niet klakkeloos hebben overgenomen. Deze generatie Indo’s heeft op een zo natuurlijke manier de omgeving verkend, geleerd, geëxpirimenteerd en geluisterd, bewust en onbewust en de taal niet alleen ingepast in de nodige

communicatie, maar sluimerend verrijkt met hún vocabulaire, mimiek, gedragingen en kleur niet te vergeten.  Weemoedig schrijft hij erover en ook met een triestheid getuige te moeten zijn van het dreigende grote verlies van een kostbaar auditief juweel dat dan slechts als een papieren bewijs dient van de geschiedenis van de Indo-taal.

 

Diegene die ooit in India is geweest, zou die Indiase toon, waar Kousbroek over heeft inclusief de mimiek die erbij hoort, direct herkennen bij het volgende verhaal.

Het doet me denken aan een kleine gebeurtenis over de meloenverkoper in India bij wie een regelmatige Indiabezoeker op een dag een stuk meloen kocht voor een bepaalde prijs. De volgende dag kwam de bezoeker precies op dezelfde plek terug en dezelfde  meloenverkoper stond er weer. De bezoeker vroeg om een stuk meloen. Maar deze keer was de prijs van het stukje meloen vertienvoudigd, waarop de bezoeker tegen de verkoper zei dat het gisteren de meloen maar zoveel of zo kostte. De verkoper antwoordde dat het een vergissing was, want gisteren was hij er niet, het moest een andere zijn geweest.

Terwijl de verkoper sprak met het Indiaas Engels wiegde hij (zoals men dat meestal gewend is te doen) met zijn hoofd en antwoordde in het Idiaas/Engels: “No, madam, you are mistaken,

 

yesterday I was not here, it must be somebody else….”  Met de heel karakteristieke accenten op de medeklinkers als de D’s en de T’s.

Een paar Amsterdamse vrienden, regelmatige Indiabezoekers, hebben sindsdien een soort koosnaam gegeven voor die “Indiase inboorlingen” (Kousbroek): “Loddie loddie”. Treffend en met een zekere (Amsterdamse) humor moet ik zeggen bij mij zo geïntroduceerd.

 

10897269264?profile=original 

10897269071?profile=original

 

Drs. K.W. (Werner) Buck Limburgse gedeputeerde in Den Haag.

Lees verder…

10897275684?profile=originalMijn levensverhaal - 5     door onze correspondent in Nieuw Zeeland, Adrian Lemmens

Het ss. Gordias was een oud schip, zeker nog van voor de oorlog, aan de roestplekken op de dekken te zien. Op een plaats ging mijn hamer finaal door het dek, hetgeen mijn gevoel van veiligheid niet ten goede kwam. Op dit schip, moest ik, ook weer op orders van deze zelfde Officier, tijdens een storm, laat in de avond en in het donker, een ouderwetse snelheids-meter uit zetten. Ik had dit nooit geleerd en wist ik ook niet hoe het te doen, dus zei ik dat ik de bootsman zou waarschuwen. U kunt het gissen, en ja het was inderdaad weer deze zelfde Eerste Stuurman, hij werd woedend en eiste dat ik zijn orders, onmiddellijk uitvoerde.

Deze toestellen, waren zelfs in die tijd nauwelijks meer in gebruik, ( ook op de Pollux opleiding, was dat niet op het programma ), behalve op zeer oude schepen zoals de ss. Gordias.  Het is een soort toerenteller-klok, ouderwets gemaakt van geel koper, dat een langwerpig 20 tot 25 cm lang taps lopend achterhuis heeft met een beugel aan het einde. Daarbij hoort een torpedovormig projectiel met lange vinnen, als een propeller, dat aan een speciaal geweven stijf en lang touw zit. In mijn onwetendheid en onervaren onhandigheid, monteerde 

ik dat apparaat op het daarvoor bestemde zadel en wierp de torpedo uit. Helaas ontdekte ik te laat, dat ik eerst dat touw in de lus van dat apparaat had moeten doen, voor de torpedo in het water te laten zakken. Er stond een behoorlijke storm  en ik worstelde met die snelheidsmeter waarbij de nu snel draaiende torpedo het onwillige touw om mijn arm aan het draaien was. Ik begon doodsangsten uit te staan en dacht, dat nu het juiste moment zou zijn, dat die vent om de hoek zou komen en mij met die hele rotzooi overboord te gooien en inderdaad kwam die eerste stuurman om de hoek aanlopen. Opeens had ik een enorme kracht en wist het touw aan de klok-meter te krijgen, wikkelde de lijn van mijn arm en stormde net op tijd weg van die man en zijn grijpende handen.

Had hij mij te pakken gekregen, dan was het denk ik zeker het einde voor mij geweest. Maar ik moest nu wel verschrikkelijk op mijn hoede zijn, en ik realiseerde mij, dat ik in groot levensgevaar verkeerde en kon ik mij nu ook voorstellen, waar dat mogelijk vandaan kwam, maar 2 en 2 had ik in die tijd nog niet bij elkaar geteld.

Wij lagen in Paramaribo Suriname; in de rivier lag nog steeds het Duitse vrachtschip, dat met de uitbraak van de tweede wereld oorlog, door de Duitse bemanning in die rivier gesaboteerd was, om te verhinderen dat de Nederlanders het te pakken konden krijgen en te confisqueren, of buit te maken, zoals dat in ons vroegere Indië wel eens was gelukt. De matrozen vonden het nodig om mij, te ontgroenen en zo werd ik onwetend van wat mij te wachten stond en eerst blij verrast, mee de stad in genomen. Daar kwam ik in een hoerenkeet terecht, waar drie jonge dames waren betaald, om mij z.g. te ontgroenen, de kamer was een etage hoger en werd achter mij afgesloten. De dames begonnen mij tot mijn schrik te ontkleden, inderdaad was ik nog groen, maar daarom ook in paniek en zo nam een sprong door het raam en kwam met splinterende glas op een afdak terecht. Ik rende voor mijn leven, over de grote markt, naar de kade en ons schip. Er stond echter een wacht voor dat huis,  die nu ook achter mij aan kwam, een onvergetelijke gebeurtenis.

De volgende dag gingen wij verder op de rivier, om bauxiet te laden, het is een paars-roze poederachtige erts voor het maken van aluminium. Onder de hete tropische zon en in de vochtige lucht van de rimboe of de bossen om ons heen, waren wij bijna drie dagen onafgebroken aan het werk met het helpen laden van ons schip, en daarna vertrokken wij om  de een of andere reden, onmiddellijk de rivier uit en op zee naar de U.S.A. Ik werd door die eerste officier aangewezen, om als eerste het roer te nemen, een ongelooflijke miskleun was dat voor mij, drie dagen werk en nagenoeg geen slaap en in kleding die stijf stond van mijn zweet en het ertspoeder.

10897275684?profile=originalFoto - ss. Gordias van de K.N.S.M., gebouwd 1939

Waarom ik als de jongste, de scheeps-jongen, nog geen 17 jaren oud? Rampzalig genoeg was  het ook de wacht van de eerste stuurman en manhaftig beet ik op mijn tanden.  Buitengaats viel ik echter staande achter het roer in slaap. Het leek op een een ramp uit te lopen voor mij, maar de rollen werden omgedraaid; het werd een ramp voor deze man.

Het schip had een mankement aan of met het roer, waardoor het sturen een vermoeiende zaak was, met voortdurend correcties. Als men het stuur vasthield, zonder correcties dan draaide het schip in precies 20 minuten een volle cirkel, zoals ik door ervaring heb uitgevonden. Voordat het schip weer op de juiste koers kwam, werd ik weer wakker en dat was kennelijk precies twintig minuten later. Ik zag die man mij aankijken en ik schrok mij dood, maar ik was op dat moment, ook weer precies op de juiste kompaskoers en mijn ogen waren open en ik was zo geschrokken, dat ik voor de rest van mijn tijd klaar wakker was. Wij hadden minstens tien mijlen verloren op ons schema door deze situatie en stond ik, van achter het roer Ik heb hier verder niets meer van gehoord, maar het verlies van een uur was niet, of mogelijk nooit te verklaren. Desondanks, kan ik  mij niet voorstellen, dat hij daar niet ook zijn eigen gedachten over heeft gehad.

Wederom werd mij gedurende de verdere vaart, door deze eerste stuurman een levensgevaarlijke opdracht gegeven, waarvan ik aanvankelijk in het geheel geen idee had. Ik was alleen op het achterschip aan het schilderen, ook weer op zijn orders, toen ik een oude stalen tros,  gebruikt voor het afmeren van schepen aan haven kades, die verroest op het achterdek lag,  tijdens volle vaart op zee, overboord moest gooien. Dit is levensgevaarlijk werk, dat normaal door twee of drie man en alleen onder toezicht van de bootsman mocht gebeuren, zoals ik later leerde.   

Ik moest dat nu alleen doen, op zijn orders. Ik had zoiets nooit eerder gedaan of gezien en besefte daarom ook niet van hoe gevaarlijk dat was. Er was verder niemand op het achterschip, die ik om hulp kon vragen. De stuurman bleef verder op een vrij grote afstand op het dek aan mij zijn orders geven. De tros was op minstens 20 meter afstand van het achterdek, waar ik de kabel in zee 

moest gooien. Ik had geen handschoenen, die normaal gebruikt werden bij dat soort kabels. Hij bleef op veilige afstand en ik realiseerde mij op dat moment niet waarom hij zo ver weg bleef. Echter realiseerde ik mij door mijn onwetendheid, het grote gevaar van deze actie niet en zo trok ik die grote kabel bij een eind, met het gesplitste oog naar een van de boord openingen op het dek op het achterschip en duwde het eerste deel met moeite en langzaam naar beneden in zee. Plotseling greep de zee het kabeleinde en ik sprong verschrikt weg achter een paal. De kabel sloeg met een zwiep tegen die paal en raakte mijn been. Ik sprong voor mijn leven en zwaar geschrokken dook ik weg achter een brandkast op het dek en ook die kast kreeg er door die nu hevig rondspiralende kabel van langs. Wat hierna gebeurde, was een verschrikking; in minder dan een minuut, die een eeuwigheid leek te duren, sloeg de meer dan honderd meter lange kabel met veel geweld in alle richtingen tegen dekhuis en railing en obstakels op het dek en zelfs tegen het plafond van het dekhuis.

Wederom stond de stuurman mij bevroren aan te kijken; hij moest deze keer wel duidelijk hebben gezien, wat ik van hem dacht. Voor mij was er geen bedenking meer nodig, die man vertegenwoordigde levensgevaar voor mij. De bemanning en vooral de bootsman verklaarden dat ik die reis twee maal door het oog van de naald was gekropen. Er werd verder niets gezegd, maar er was een sfeer op het schip die te snijden was, voor de rest van die reis. Maar van een ding was ik nu zeker, dat deze man mijn levenseinde wenste en ik had mijn vermoedens, maar geen zekerheden, dat den Besten en Brons er nu gezamenlijk achter zaten en nog erger, actief samenwerkten.

Die zekerheid kreeg ik pas, toen mijn moeder mij vertelde, dat den Besten wist van het verraad in Indië met de Japanners van de Brons familie en dat hij schijnbaar met die wetenschap, de Brons familie chanteerde. Dat het daardoor tot een voordelige samenwerking tussen hem en de heer Brons kwam, met hetzelfde, maar nu gezamenlijke doel, om mij te elimineren,  omdat ik te veel wist van de Brons familie en den Besten mijn mijn erfdeel  wilde hebben. Het was zo simpel, maar er waren geen bewijzen en wat kon ik, alleen met 17 jaren doen, zonder een werkelijke familie of een raadsman en ik verder nauwelijks iemand kende.

Toen ging het met de ms. Hestia of de ms. Artemis, ik denk de Hestia, naar Philadelphia U.S.A. Van daar, met locomotieven als deklading op weg naar La Guera in Brazilië. een verschuiving aan dek, tijdens een geweldige storm op de Atlantic, ontstond er vanwege de bouw van het schip, met een lang voordek, een enorme ladingverschuiving. Wij dachten dat we die storm niet zouden overleven.  Een ongelooflijk voorval deed zich voor in de haven van La Guera, daar viel een van de bootwerkers in een ruim en overleed. 

10897275488?profile=originalOp de terugweg via Demerara, in Frans Guyana, werd ik er opuit gestuurd om naar drie matrozen te zoeken. Ik vond de vermiste bemanningsleden in een geweldige hoerenkeet. Ze konden niet betalen en waren opgesloten. Terug aan boord verzamelden wij hun horloges en ging ik weer op weg. In het gebouw was een enorm trappenhuis en bovenaan die trap stond een grote gespierde zwarte man van minstens twee meter en ik schoof behoedzaam langs hem, de horloges als betaling tonend. Ik stond nu in een lange en brede gang met op regelmatige afstanden tussendeuren met kennelijke zijkamers. Ik riep, maar hoorde aanvankelijk geen reactie. Sommige kamers waren op slot, andere deuren gingen wel open, er zaten praktisch naakte glimlachende vrouwen op de bedden, die mij allemaal binnen wenkten en lachten. Na zo’n tien onafgesloten deuren te hebben geopend, had ik eindelijk aan het einde van die lange gang, een van onze matrozen te pakken en vond de anderen daarna. Ik gaf hen de horloges en verdween, terug naar ons schip. Even later arriveerden ook de drie matrozen. Wij deden Curaçao aan en verder Tobago en Trinidad en de havenplaats Mobile in het zuiden van de U.S.A.  

Op mijn laatste reis, ik herinner mij niet meer zeker welk schip dat was, maar natuurlijk was ook hier weer diezelfde Eerste Stuurman. Wij deden tijdens deze reis New York  aan, het geweldige Vrijheidsbeeld passerend, natuurlijk dit moest ik zien. Ik kreeg mijn walpas van die Eerste Stuurman, met zijn raad om vooral Times Square, het centrum van NY te bezoeken. Na de NY docks en de nummers te hebben ingeprent om mijn weg terug te vinden, lukte het  mij waarachtig heel gauw om een lift te krijgen, naar Times Square

Het was een indruk om letterlijk van achterover te vallen, met al die gebouwen die in de hemel verdwenen, zo hoog. De straat, de menselijke drukte, de haast, de winkels, het Astor 

Victoria hotel, het beroemde Radio City gebouw, de geweldige winkels en de vele half verborgen bioscopen, waar je met een kaartje voor de hele dag roterende films kon zien. Voor een winkel staande, kwam een jonge man naast mij staan en maakte een of andere opmerking, ik zei dat ik hem niet kon verstaan en toen sprak hij mij, tot mijn grote verbazing, ineens in het Duits aan. Om welke reden dan ook, heb ik mij altijd in die taal redelijk verstaanbaar kunnen maken en kon   ik hem antwoorden. Overigens heb ik nooit Duits in Nederland geleerd, naar ik mij kan herinneren. Maar ben ik daar in het Britse bezette deel, wel enige keren op bezoek geweest, bij mijn Moeders familie in Duitsland, waar een oudere zuster van mijn moeder en haar man, (Tante Lieschen und Onkel Georg Lohr) met hun twee  zoons en een dochter, zich mijn lot aantrokken. Dat zou later uiteindelijk veel tot mijn redding en overleving hebben bijdragen (waarover later).

Deze jonge man was kennelijk een Amerikaan en vroeg ik hem waar hij dat Duits had geleerd, dat hij beantwoordde, dat hij als soldaat in Duitsland gelegerd was geweest. Na de kennismaking, vertelde hij, dat hij een Duitse dokter als een vriend had, die hier in de buurt een hospitaal had. Dus nog een Duitser waar ik dus mee spreken kon, daar ik het Engels niet machtig was.

Dit verpleeghuis, meer kon het niet zijn, had alleen maar kankerpatiënten in twee rijen van bedden, ik geloof zo’n veertig tot vijftig patiënten. Het was een verschrikking en ik moest     de neiging om weg te rennen onderdrukken. Dit waren allemaal mensen, die zich niet meer in het openbaar konden vertonen, met hele stukken van hun gezichten missend. Van een was de hele onderkaak en een wang weg en hij rookte nog steeds door een gat in zijn keel. De dokter vertelde, dat die man dat als nog het enigste pleziertje in zijn leven zag. Met veel van de anderen, was het al niet veel beter en moest ik bijna overgeven van de ontzetting en verontschuldigde mij. Weer buiten gekomen nodigde deze jongeman mij uit om een vriend op te zoeken die fotograaf was, niet ver uit de buurt. Fotografie had mijn interesse, dus dacht ik er goed aan te doen dat aanbod aan te nemen.

In het stadsdeel Harlem, kwamen wij bij die studio aan, een soort oud herenhuis. Na een speciale manier van bellen, werd even later de deur geopend. Via een grote hal, kwamen wij inderdaad in een geweldige fotostudio aan. Achter een andere gesloten deur, was nog een kleinere fotostudio, maar die deur werd voorzichtig achter ons op slot gedaan, waarna wij door een soort van donkere kamer in nogmaals een kleinere studio belandden. Weer ging ook die deur op slot, een vreemd gevoel was dat wel, maar nu kwamen wij in een kleine woonkamer keuken terecht en daar stond een kleine televisie. Ik had nog nooit zo iets gezien, maar had er wel van gehoord. Na de kennismaking met die twee mannen, werd er drank geserveerd, bier, wijn en thee en cakes en werd mij tegenover de TV, een plaats geboden, midden op een grote bank, terwijl ik mijn ogen niet van die TV. kon afhouden.

10897275882?profile=originalfoto - TV begin 50-er jaren van de vorige eeuw

Problematisch werd er een gesprek aangeknoopt, ondertussen zaten die twee nieuwe kennissen (fotografen, dacht ik) ieder aan een kant van mij, terwijl de jongeman bij de TV bleef staan. Na een kort gesprek, kwam er een pak kaarten op de tafel, er stonden expliciet seksuele motieven tussen mannen en vrouwen in vele vormen en houdingen op. Na verloop van enkele ogenblikken voelde ik een hand van beide mannen aan mijn zijde over mijn benen wrijven. Ik raakte zonder het te laten merken, in een paniek en begreep ineens, dat ik in gevaar was. Maar zoals gewoonlijk met mij, van onze oude Indische tijd,  voel ik mijn paniek alleen maar op   het eerste moment, waarna ik onmiddellijk mijn kalmte en denkwijze herkrijg. Een fatalisme, dat volgens mijn eigen ervaringen, veel van onze Indische medemensen hebben. Dat geldt  zeker ook voor mij en is  een van de belangrijkste redenen, dat ik er nog steeds ben.

Razendsnel gingen mijn hersens met de vraag, hoe ik hier uit kon komen. En opeens wist ik wat te doen.  Ik keek op mijn horloge en met een geweldige schrik, die zeker ook half waar was, zei ik dat ik om vier uur aan boord van mijn schip terug moest zijn en nu liet  ik ook een paniek zien, opzichtig mijn horloge bekijkend. De mannen keken elkaar allemaal aan en dan weer naar mij, met enig ongeloof, maar ik deed mijn horloge af en bleef er naar kijken. Toen vroeg ik hen, of ik de volgende dag weer op bezoek mocht komen, daar ik alles bij hun fantastisch vond, en graag meer over van alles wilde weten. Dat vonden ze prachtig en ze besloten mij met hun allen naar de haven te brengen. “Gode zij dank!”

Uit de auto stappend moest ik ze allen kussen, het maakte mij ziek, maar ik deed het, het was immers drie tegen een en die auto met de open deuren, van hun, stond er immers ook nog.  

Hartelijk groetend rende ik in grote haast richting mijn schip, reeds tien minuten te laat, gebaseerd op mijn vindingrijke gedachte. Zo kwam ik terug aan boord van ons schip. Wat bleek het geval te zijn, het bezoek van ons schip aan New York was slechts voor 8 uren en om vier uur in de middag was inderdaad ook het werkelijke vertrek van ons schip bepaald. Niemand mocht met verlof van het schip af en hier kwam ik schreeuwend aanrennen. Het schip was al los gegooid aan de boeg en de  mensen op de kade waren bezig de achter trossen los te gooien. Luid schreeuwend en rennend trok ik de aandacht en op orders werd ik ook snel met een kleine barkas naar het schip gebracht en moest met de touwladder langszij aan boord klimmen.                                                   Ik werd direct bij de Kapitein op het matje geroepen en moest mijn afwezigheid verklaren en zo was ik natuurlijk gedwongen om mijn walpas te overhandigen. Toen begreep ik opeens wat de bedoeling was geweest, namelijk mij ”verliezen” in New York in de U.S.A. De Kapitein keek mij aan, keek naar de walpass, schudde zijn hoofd en liet de Eerste Stuurman bij hem ontbieden en gaf hem de kaart. Nu werd mij toestemming gegeven de Kapiteinshut te verlaten, zonder enig ander woord. Dit was op mijn laatste reis mijn laatste contact, met die eerste stuurman, die mij verder uit    de weg bleef. Het was met mijn thuiskomst, tevens ook het einde van mijn vaartijd.

Naar later bleek, was de walpas  voor de gehele dag gestempeld geweest, dat was tot 20.00 uur in de avond, en waarom moest ik die morgen zo snel verdwijnen, met die pas. Het mocht natuurlijk niet worden opgemerkt. De bedoeling was natuurlijk om mij op  de een of andere “onverklaarbare wijze” kwijt te raken in een grote miljoenenstad in een groot land, zonder de Engelse taal machtig te zijn. Het scheelde maar weinig of dat was nog gelukt ook. Zoals ik later ook nog eens persoonlijk met den Besten zou meemaken, moet deze man bijzonder gefrustreerd zijn geweest, terwijl zijn acties tegen mijn persoon aan het bijna perfecte en ingenieuze grensden. Daar kwam, ook in dat geval, toch weer de voorzienigheid eraan te pas voor mij. Hoe kwam ik erbij om op mijn horloge, juist vier uur aan te wijzen, het tijdstip dat ik onmogelijk kon hebben geweten, maar  dat inderdaad ook de werkelijke vertrektijd van ons schip was.

Nergens anders naartoe kunnende, was het na mijn vaartijd op zee, voor mij nog steeds de enigste optie, om weer terug naar huis te gaan. Thuis was niet bepaald een welkom thuis voor mij en wederom stond daar de man J. den Besten klaar aan de voordeur, om mijn laatste verdiende geld in ontvangst te nemen. Deze keer veel wijzer geworden, weigerde ik het in zijn geheel te overhandigen. Den Besten, woedend met mijn obstinatie, zegde mij toe, dat wanneer er geld nodig was voor kleding, schoeisel of  de tram, dat er voor mij geen zakgeld meer zou zijn.

10897272098?profile=originalfoto- Schaalmodel van de “Pollux”, waarmee ik een eerste prijs won

Ik wilde op de een of andere manier weer naar school, daar ik voor mijzelf reeds had begrepen, dat er voor mij anders weinig keuze in het leven zou zijn. Zo werd via mijn Moeder en na advies besloten, dat ik een ambacht school voor werkelozen zou volgen, om een vak te leren, dat in mijn geval de elektrotechniek werd, voor de installatietechniek in huizen. Den Besten dacht daar anders over en wenste, dat ik aan mijn oproep tot de legerdienst voldeed, terwijl ik echter, vanwege mijn Vaders dood gedurende de oorlog, van de militaire dienst was gevrijwaard. Ik weigerde die optie, omdat ik daar geen heil in zag en ook niet voor mijn toekomst. Wat ik wilde, was een fatsoenlijke opleiding of een Ambacht en daar moest mijn tijd aan besteed worden en dat was mijn verlangen. Den Besten, zorgde echter dat ik een oproep kreeg en dreigde mij met de politie, als ik mij niet zou aanmelden. Inderdaad, een oproep het leger in te treden kwam in onze brievenbus en ik besloot niet te beantwoorden. Wederom werd ik door J. den Besten bedreigd met de politie, en omdat ik mijn rechten op dat gebied niet goed kende, ging ik alsnog naar de keuring. Zo, kwam ik, geheel tegen mijn wil, in de militaire dienst, met mijn 18e jaar. Ik weet niet of het toeval was, maar ik kwam in de opleiding voor onderofficieren terecht in Ede, maar de plaatsnaam weet ik niet meer zeker.

Ik denk dat ik onwetend voor mijzelf, altijd een gevoel van eigenwaarde  had. Ook denk ik, dat inderdaad ook “dat”, mijn redding is geweest, gedurende de rest van mijn leven. Het is mij mogelijk om een ieder die ik ontmoet, recht in de ogen te zien. Ondanks dat ik voor kwalificaties voor onderofficier niet was getest en men kennelijk aannam, dat ik enige redelijke educatie had gehad, werd beslist, dat ik officiers mogelijkheden bezat.

Ik kreeg een eerste prijs uitgereikt voor het beste product, dat een hobbyist had gemaakt, een scheeps-

model van de “POLLUX”, dus een driemaster zeilschip, waarmee ik op het geregelde leger programma op de radio kwam. Uiteindelijk werd ik overgeplaatst en kwam bij de gewone soldaten in Roosendaal terecht, maar ook van die plaatsnaam ben ik niet zeker. Na onze militaire training, spendeerde ik de rest van mijn militaire tijd in de z.g. parate hap, met de Zware LUA, zwaar luchtafweer geschut, met als mijn laatste standplaats de Koude Hoorn kazerne in Haarlem (nu het hoofdbureau van Politie in Haarlem), tot aan mijn ontslag uit de militaire dienst.

Wij liepen in de militaire dienst natuurlijk geregeld de wacht, speciaal nachts en voor mij was het in die tijd een geregelde confrontatie met de fundaties van de windmolen Adriaan, aan de overkant van de kazerne, de molen met mijn naam, tijdens mijn laatste bezoek aan Nederland, trok mij die (nu prachtig herstelde molen) geregeld aan en maakte ik daar verschillende foto’s van.

Na mijn dienst tijd, kwam ik weer thuis, de eerste nacht in mijn kleine kamer en midden in mijn slaap, werd ik ineens door J. den Besten, aangevallen Hij gebruikte zijn vuisten op mijn hoofd en gezicht en ik had    de grootste moeite om uit het bed     te komen, onderwijl mijn hoofd beschermend met mijn armen. Den Besten was razend en met een van woede verwrongen gezicht sloeg hij erop los.  Maar deze keer had hij een 20 jarige getrainde soldaat voor zich, die ook hem niet goed genegen was en die er zich terdege van bewust was, door deze man zwaar te zijn bestolen en benadeeld.

Eindelijk op mijn voeten staande, nam ik hem bij de schouders en duwde hem mijn kamer uit en de gang in, daar zette ik een voet in zijn middenrif en gaf hem de trap van mijn leven. Den Besten vloog door de gesloten keukendeur, door de keuken en door de glazen buitendeur de tuin in, ik keek verder niet naar hem om. Hij kwam niet meer het huis in en bleek verdwenen te zijn.

10897276677?profile=originalfoto-Molen “De Adriaan” in Haarlem

Mijn moeder hield zich van de schrik  in haar slaapkamer verborgen. De volgende morgen bekende Moeder mij, dat zij hoopte en verwachtte, dat hij niet meer zou terugkeren.  Nu kan ik mij volkomen voorstellen, hoe verschrikkelijk gefrustreerd die man moet zijn geweest. De man moet inderdaad buiten zichzelf zijn geweest en nu werd ik ook nog eens 21 jaar.  De tijd voor zijn verantwoording aan mij, met mijn eens zo rijke erfdeel, dat in 1946 maar liefst 98.000,--. gulden was, kwam nu snel nader. Ik kan mijzelf de gefrustreerdheid van die man heel goed voorstellen, maar wat verwachtte hij van die aanval op mij?

Mijn moeder was uitermate blij, dat zij die man kwijt was, maar nu brak ook voor haar een ellendige tijd aan. Tijdens een van de momenten van mijn afwezigheid, haalde J.den Besten het huis leeg met een extra stevige vent in begeleiding en mijn Moeder kon niet verhinderen dat veel, van  ook haar eigen nog overgebleven persoonlijke kostbaarheden, haar werden ontnomen. Later zou ik ontdekken dat toen ook mijn kostbare postzegelverzameling was verdwenen.

Tot zover het vijfde deel van het levensverhaal van Adrian Lemmens, dat   hij voor deze NICC Nieuwsbrief schreef

 

Lees verder…

De Bloedige Bersiap door: Herman Bussemaker

10897277280?profile=originalDe Bloedige Bersiap          door: Herman Bussemaker

Foto - Herman Bussemaker 

De laatste maanden besteden de media  aandacht aan de bersiap, en woedt in  Indische kringen een polemiek omtrent het aantal doden dat tijdens de Bersiap-periode is gevallen. Aanleiding   tot deze commotie is het gebruik van de term “genocide” met betrekking tot de bersiap. Genocide is door de Holocaust een emotioneel zwaar beladen woord in de media en in de samenleving. En dus is op dit moment op allerlei niveaus een discussie gaande of de bersiap een genocide was, en zo ja, hoeveel slachtoffers daarbij te betreuren waren.

 

Historici twisten sinds de Tweede Wereldoorlog over het begrip “Genocide”, letterlijk het uitroeien van een geheel volk.  Definities van genocide zijn multi-interpretabel naar de veroorzakers en de slachtoffers, de effectiviteit en de duur van de genocide, politieke en sociale achtergronden, enzovoorts. Er is een brede overeenstemming over de Holocaust als genocide, maar al veel minder over de slachtingen in Burundi in 1999, en de Armeense genocide in 1915. De bersiap werd voor het eerst in 2008 door dr. Robert Cribb bestempeld als genocide in een bijdrage getiteld: “The brief genocide of Eurasians  in  Indonesia 1945/1946” in een  publicatie uit 2008.  Door de nogal Herman Bussemaker specialistische aard van deze publicatie (Dirk Moses): “Empire, colony, genocide: conquest, occupation, and subaltern resistance in World History”, New- York 2008) viel het artikel niet op. Dit veranderde toen twee jaar geleden emeritus- professor William H. Frederick  in het toonaangevende “Journal of Genocide Research”, Vol. 14 (2012) in het nummer 3/4 zijn artikel publiceerde onder de titel The killing of Dutch and Eurasians in Indonesia’s national revolution (1945 – 1949): a brief genocide reconsidered. (p.359 – 380).  Zowel Cribb als Frederick zijn bekende Indonesië-historici. Cribb is een Australiër, Frederick een Amerikaan. Frederick stelt in zijn bijdrage dat de bersiap minder kort in tijd was dan Cribb veronderstelt, en komt tot veel hogere aantallen slachtoffers. Volgens hem namelijk vielen er tussen de 20.000 en 30.000 slachtoffers. Gezien de titel van zijn bijdrage mag men aannemen, dat het gaat om Nederlanders en Indische Nederlanders (Dutch and Eurasians), maar echt helemaal duidelijk wordt dat niet.

 

En dat brengt ons op het tweede probleem rond de discussies over de bersiap. Deze heeft  zowel etnische als loyalistische aspecten. Er vielen namelijk niet alleen Nederlandse slachtoffers, maar ook slachtoffers met een andere etniciteit, waarvan echter de loyaliteit aan het Indonesische vrijheidsstreven werd betwijfeld. Ik denk daarbij aan Chinezen, waarvan een aantal juridisch de Nederlandse nationaliteit bezaten, alsmede Ambonezen, Timorezen, Menadonezen en Indonesiërs. Zo werd ook vrijwel de gehele Indonesische adellijke bovenlaag op Sumatra tijdens de bersiap uitgeroeid vanwege twijfels aan hun loyaliteit aan de Indonesische staat. Naar deze categorieën slachtoffers is echter nog nauwelijks historisch onderzoek gedaan.  Op Sumatra maar ook delen van Java zijn    ook andere Europeanen dan Nederlanders vermoord, als zij zich buiten       de Japanse interneringskampen bevonden. Te denken valt aan Duitse en Deense zendelingen en Zwitsers. Als men het over slachtoffers van de bersiap heeft, moet daarbij gedefinieerd worden waarover men het heeft. In dit artikel gebruiken wij daarom de omschrijving, dat het gaat om    de (juridisch) Nederlandse slachtoffers, waaronder zowel de Nederlanders (totoks) als de Indische Nederlanders (indo’s of ook wel Buitenkampers) vielen.

 

De bovengrens van het aantal slachtoffers is daarbij discutabel. (Zie hieronder). Over de ondergrens van het aantal Nederlandse slachtoffers bestaat wel een redelijke consensus. Dat zouden er rond 3500 zijn, een getal gebaseerd op de ODO-rapporten (ODO: Opsporings Dienst Overledenen).   Er is geen volledig archief van de ODO bewaard gebleven. De verslagen, die bewaard gebleven zijn, geven een totaal van minimaal 3500 vermoordde Nederlanders, maar in een rapport van mei 1947 door Frederick aangehaald (p. 368 van zijn artikel) wordt door de ODO een aantal van zeker 11.262 geïdentificeerde Nederlandse doden genoemd. En dat was op een tijdstip, dat de ODO in het nog vrij uitgebreide Republikeinse territorium van vóór de Tweede Politionele Actie geen onderzoek had kunnen doen. De vermiste Nederlanders zaten hier dus ook niet bij. Op basis daarvan komt Frederick tot zijn schatting van  tussen de 25.000 en 30.000 Nederlandse doden tijdens de bersiap op zowel Java als Sumatra. (zijn artikel, pagina 369). Hij heeft daarbij geen rekening gehouden met de oversterfte onder de Nederlanders in de Bersiap kampen onder vooral ouderen en kinderen door ziekte, ondervoeding en de slechte hygiënische omstandigheden. Ik schat deze oversterfte op circa 2000 personen in de periode  oktober 1945 – mei 1947.

 

10897277084?profile=originalfoto - De beruchte aanval op het derde Goebeng-transport op 28 oktober 1945 te Soerabaja

 

Dramatisch is daarbij het aantal vermissingen. Er is vrijwel geen Indisch-Nederlandse familie die niet een vermiste man, vader of zoon betreurt uit die periode. Er zijn residenties (Bodjonegoro en Besoeki op Oost-Java, Pati en Pekalongan op Midden-Java) waar hele families zonder een spoor na te laten, verdwenen.

In de interviews van de    Stichting Mondelinge Geschiedenis Indonesië komen verhalen over deze vermissingen veelvuldig voor. Frederick rekent deze vermisten mee in zijn aantallen slachtoffers. In dat licht bezien lijken zijn schattingen reëel.            Frederick is ook de eerste historicus, die aandacht besteedt aan de  “tweede bersiap”. Dit was de periode juli-augustus 1947, toen als gevolg van  de Eerste Politionele Actie in een aantal steden en dorpen onder Indonesisch bestuur een tweede slachting plaats vond onder (Indische) Nederlanders, die na de Indonesische Onafhankelijkheidsverklaring om allerlei redenen voor de Indonesische Nationaliteit hadden gekozen. Kennelijk werd er van Indonesische zijde toch aan hun loyaliteit getwijfeld. Op het Ereveld  Kalibesar bij Semarang staan zeven witte kruisen met de naam Odenthal. Het gehele gezin, vader, moeder en vijf kinderen, werd te Cheribon vermoord op 27 juli 1947 bij het begin van de Eerste Politionele Actie. Zoals zij waren er meerderen, hoewel het totaal aantal vermoedelijk enkele honderden bedragen zal hebben.

 

10897277691?profile=originalFoto - Indonesische revolutionairen met scherpgeslepen bamboes 

Het vraagstuk van de loyaliteit van deze groep aan Indonesië speelde ook een grote rol bij de vlucht naar Nederland van de spijtoptanten. Ongeveer 30.000 Indische Nederlanders kozen voor het Indonesisch staatsburgerschap als gevolg van de toescheidings-overeenkomst van 1952. Deze warga negara’s werden op hun werk en daarbuiten door de “echte” Indonesiërs met wantrouwen bezien en vaak ook gediscrimineerd. De meesten van hen zijn daarop in de periode 1956 - 1959 als spijtoptanten gevlucht naar Nederland. Van repatriëring was in hun geval geen sprake. Er was wel vaak sprake van geweld tegen mensen uit deze groep, maar het kwam niet tot slachtingen.

 

Weinig aandacht wordt door Frederick besteed aan de daders van de gruwelen van de bersiap, de pemoeda’s. Om hun rol te verklaren moet men terug gaan naar de Japanse Bezetting. De (Nederlandse)  scholen werden tijdens de Japanse bezetting gebruikt om de Indonesische leerlingen te indoctrineren. Net als in Japan zelf werden  op de middelbare scholen de leerlingen militair geoefend in het hanteren van wapens, exercitie en vechttechnieken. De Japanse militairen werden daarvoor vrij gemaakt.   In de filmdocumentaire “Buitenkampers” zijn fragmenten opgenomen waarin een aantal van deze oefeningen zijn verfilmd voor propaganda-doeleinden. Ook de “bamboe roentjing”, de gevreesde bamboespeer, komt hierin aan bod. Het was een dodelijk wapen, dat relatief gemakkelijk te vervaardigen was. Het waren deze jongeren die als groep elkaar opzweepten en de meest verschrikkelijke moorden op weerloze Nederlandse vrouwen en kinderen hebben gepleegd. Deze jongeren opereerden autonoom, maar werden wel geïnspireerd door de radio-uitzendingen waarin de Indonesische regering de ene na de andere maatregel bekend maakte tegen de groep Nederlanders, zowel binnen als buiten de Japanse internerings-kampen. Daarbij werd voort-geborduurd op de Japanse propaganda, dat Amerika, Engeland en Nederland vernietigd moesten worden door de Aziatische volkeren.

 

Een van deze Indonesische maatregelen betrof de voedsel boycot van buiten de kampen levende Nederlanders, welke op 4 oktober 1945 voor Java werd afgekondigd. In de uiterste consequentie betekende dit de uithongering van een heel volksdeel. De pemoeda’s zagen hierin een signaal, dat de centrale regering achter hun dodelijke aanvallen op deze buitenkampers zou staan. Soekarno zelf realiseerde zich tenslotte de reikwijdte van zijn besluit in de brief, welke hij op 9 oktober 1945 aan de Engelse opperbevelhebber Mountbatten richtte. Hierin waarschuwde hij dat zelfs hij niet in staat was om  pemoeda-bendes af te houden van een rassenoorlog tegen de Nederlanders. In het licht van de eerdere besluiten omtrent de voedselboycot van diezelfde Nederlanders is het duidelijk, dat hij besefte dat de geest uit de fles was, en dat hij niet meer in staat zou zijn, deze er weer in te krijgen. En zo golfde een explosie van geweld over Java: de bersiap. Bij gebrek aan een Leger kon de Indonesische Regering niet optreden tegen de slachtingen, die dan ook volledig uit de hand liepen. 

10897278276?profile=originalSamenenvattend mogen wij stellen, dat de bersiap tussen de 3500 en 20.000 Nederlanders het leven heeft gekost. Dit was ook mijn conclusie als verwoord in mijn boek over de bersiap uit 2005. Mede door de publicatie van Frederick ben ik geneigd de bovengrens aan te houden als meest waarschijnlijk. Het aantal van 20.000 is uitermate verontrustend. Het zou betekenen, dat er meer dan 10x meer Nederlanders in de bersiap zijn omgekomen dan er tijdens de stormramp van 1953 omkwamen. Dat was een ramp, maar pas de laatste jaren begint het besef door te breken, dat de bersiap voor de Nederlanders een veel grotere ramp was. Waarom is gedurende tientallen jaren in de Nederlandse geschiedenis de bersiap zo onbekend gebleven? Het ging hier tenslotte om een grote groep Nederlanders. Een eenduidig antwoord op deze vraag is niet te geven. Maar we kunnen proberen om een aantal factoren te identificeren, die de onbekendheid kunnen verklaren.

 

10897278678?profile=originalFoto Gruwelijke moordpartijen

 

Nederland zelf kwam zwaar gehavend uit de Tweede Wereldoorlog. In de jaren vijftig lag het accent niet op het terugkijken, maar op de herbouw                                        van het verwoeste land. Mede door deze op de toekomst gerichte visie vonden de traumatische verhalen van de Nederlanders die uit de voormalige kolonie terug kwamen geen gehoor bij de Nederlandse bevolking. In het gunstige geval werd hen aangeraden niet terug te kijken, in het meest ongunstige geval werd hen verteld dat het in Nederland allemaal veel erger was geweest. Hetgeen uiteraard de dialoog niet bevorderde. Daar kwam bij dat vanaf de zestiger jaren het kolonialisme in een zeer slechte reuk kwam te staan. De Nederlanders uit de Oost sloten zich daarop af van de Nederlandse maatschappij en zochten elkaar  op in talloze sociëteiten en kumpulans. Van een dialoog was verder geen sprake meer.

 

Maar ook intern werd er gezwegen over de doorgemaakte gruwelen. Ouders wilden hun kinderen niet belasten met hun ervaringen. Kinderen voelden haarfijn aan, dat zij daarover geen vragen moesten stellen. En zo ontstond het “Indisch Zwijgen”, naast het Joodse zwijgen. Het is de derde generatie, de kleinkinderen, die dit zwijgen aan het doorbreken zijn door vragen te stellen aan de grootouders, voor zover deze er nog zijn. In die zin werkt de bersiap nog steeds door in de Indische gezinnen.

 

Voor de politieke elite was de bersiap niet interessant. De dominante mening was (en is   nog steeds), dat Nederlandse militairen zich schandalig hadden misdragen in de periode 1945 – 1949. Dat ook van Indonesische zijde de strijd niet schoon was, paste niet in dat beeld.

 

Na de verbetering van de relaties met Indonesië na 1965 was het ook diplomatiek niet verstandig, de bersiap ter discussie te stellen, omdat dit de broze relatie met dat land zou kunnen verstoren. De bersiap verdween daarmee in de doofpot. Toen mijn boek over de bersiap in mei 2005 verscheen als eerste Nederlandstalige publicatie over dit onderwerp, zond de uitgever recensie-exemplaren naar de vijf grote landelijke dagbladen. Geen van hen heeft de moeite genomen, het boek te recenseren. Het illustreert het volstrekte gebrek aan belangstelling van de kant van de media.    

 

 10897279456?profile=originalOok de Chinezen werden het slachtoffer tijdens de Bersiap. Hier de puinhopen van een Chinese wijk in Palembang 

Het is mijn hoop, dat dit artikel mag bijdragen aan het optrekken van de dichte mist, die nu al decennia lang hangt over de bersiap, en de discussie daarover beter zal structureren. 

Herman Bussemaker, historicus, 31-3-2014, voor NICC Magazine.

 

Lees verder…

Blog Topics by Tags

Monthly Archives