Alle berichten (3006)

Sorteer op

Indo/Europeanen door PJOTR. X.SICCAMA

10897254869?profile=originalIndo/Europeanen

 

 

 

Ik heb (weer eens) gemerkt dat er heel wat misverstanden bestaan omtrent de Indische/Nederlanders (de hemeenschap)- Indo s genoemd,  en de Indo/Europeanen in het algemeen

.

Allereerst de Indische/Nederlander: hij of zij die of een Nederlandse (zeg:Europese) vader óf moeder hebben  aan één kant en aan de andere kant een Infonesische/Indische (zeg: Aziatische) vader óf moeder: dit moet voor een ieder helder zijn.

 

Vervolgens kunnen we ter verduidelijking spreken over de Indo/Europeanen:

Het zijn mensen die een Europese én een Aziatische achtergrond (voorouders) hebben zoals: 1.Chinees/Nederlands 2.Chinees/Engels  enz.enz. dan Indonesisch/Nederlands 2.Indonesisch/Duits 3 en.enz.

 

Dat (het grootste deel) zoveel (bijna alle) Indische/Nederlanders, waaronder velen Indo/Europeanen waren, werden gerepatrieerd naar Nederland, had een juridische reden en dat is dat de mensen  die in het voormalig Nederlands Indië waren geboren (uit verschillende verbintenissen, voornamelijk Euro/Aziatisch), gewoond en gewerkt hebben, het recht hadden om de Nationaliteit van de ‘’Bezetter’’= De Nederlandse Koloniale mogendheid, aan te nemen en/of aan te vragen.

 

10897254700?profile=original

Het gold voor een ieder die in de archipel zijn brood verdiende. Evenwel kan worden aangetekend dat het recht om de dubbele nationaliteit te bezitten ook mogelijk was, zeker voor hen (vaak kleine en grote ondernemers) die voor onbepaalde tijd er verbleven, of nog niet weten of ze zich er voor altijd zouden vestigen.

Vrienden van mij waren ook Indo/Europeanen (Italiaans/Javaans/Belgisch/Nederlands) en hadden van dat recht gebruik gemaakt en geopteerd voor de dubbele paspoort: De Italiaanse en de Nederlandse; om maar een voorbeeld te noemen. Zeker voor en na de WOII was het voor ondernemende Indo/Europeanen van economisch belang om een zekere juridische status en positie in te nemen om (ook voor zichzelf) politieke én maatschappelijke duidelijkheid te verschaffen.

 

10897255289?profile=original

 

In een notedop: Naast de autochtone bevolking van het voormalig Nederlands Indië (Javanen/Sumatranen/Atjehers/Sundanezen/Madurezen/ enz.enz.) was er een Indo/Europese gemeenschap (verbintenissen uit Aziatische en uit diverse Europese naties (veel hiervan verbintenissen van Nederlandse zijde) zoals Engelsen/Duitsers/Italianen/Portugezen//Fransen en ook Scandinavische.

 

 

 

 

 

 

Door PJOTR. X.SICCAMA

 

Lees verder…

ICM bedankt omroep Max namens de Indische Gemeenschap

ICM bedankt omroep Max namens de Indische Gemeenschap

Sobats die Max live uitzending hebben gemist; stuur de link door!

http://www.studiomaxlive.nl/fleur-op-locatie/19-03-2013/indische-kwestie 

10897252897?profile=original

 

ICM bedankt Omroep Max.
 
Dat omroep Max in de naam van Jan Slagter is zeer betrokken bij de Indische Gemeenschap blijkt weer hier uit.
 
ICM wil in eerste instantie danken namens de Indische Gemeenschap omroep MAX die als de enige omroep  gehoor gaf aan de oproep van ICM;  ICM weet als geen andere dat als publieke omroep wat dit betekent om zijn nek uit te steken!   Zonder morren stuurde Max zijn camera crew  en omroep Max deed een live verslag.
 
Tegelijkertijd wil ICM haar relaties die ontzichbaar op dit evenement en  een jaar lang achter de schermen zaken mogelijk hebben gemaakt om de handtekeningen te verzamelen voor deze petitie o.a. de organisatoren van de pasar malams en koempoelans die aanwezig waren om kracht bij te zetten.
 
Tot slot onze trouwe ICM aanhang / abonnees die daar talrijk aanwezig waren.
 
10897253490?profile=original

Samenvatting reportage "Stille Tocht" hieraan wordt gewerkt.

ICM maakte van de hele stille tocht een registratie met Cornelia, Ellen Hauwert en Barbara Rosmalen ; Was snel in - en uit checken om naar de meeting-points te gaan. De registratie leverde veel emotionele beelden op van ruim twee uren, maar wij hebben met journalistieke redactie te maken die eisen stelt o.a. niet langer dan 20 minuten etc.... etc ....en er wordt nu aan gewerkt aan 20 minuten durende reportage, en ICM heeft  haar abonnees verzocht met welke begeleidende muziek deze compilaltie vergezeld moet gaan .

Stelde voor " Melati in de sneeuw van Manna" (special hiervoor geschreven / componeerd door Marshal Manengkei of Land van de Zon van Wiete van Dort)

Dit maakt het productieproces langer van dit uniek moment.

Ook hier willen dit graag aan u voorleggen ; uw voorkeur. 

Deze reportage wordt op ICM en ICM Kanalen volgende week getoond.

 

 

10897254091?profile=original

Van: Silfraire Delhaye, voorzitter Stichting Het Indisch Platform.

Aan : Alle personen die gisteren, dinsdag 19 maart mij hebben vergezeld vanaf het Vredespaleis naar de Tweede Kamer en aan allen die gisteren in de geest bij ons waren en hun steun hebben betuigd, wil ik via deze Facebook - pagina mijn oprechte en zeer warme dank uitspreken.

De Stille Tocht was een waardige, geen onvertogen woord hierover . De Tocht werd overheerst door een gevoel van saamhorigheid. Ik zag in de ogen van menigeen soms een stil verdriet over een herinnering naar een verloren dierbare, maar ook een "vechtlust" over het onrecht ons, de Indische Gemeenschap al jaren aangedaan.
...
Het overleg, dat ik daarna met mijn collegae van de IP- Delegatie, met de leden van de Vaste Kamercommissie VWS heb kunnen voeren was in mijn ogen bevredigend. Mevrouw Fleur Agema, zegde toe, de Indische Kwestie "volgende week" in de Tweede Kamer te brengen en het is aan de agenda en aan de bereidheid van de Tweede Kamer hoe snel onze zaak een vervolg krijgt.
Voor dit overleg, heb ik een "Wensen-lijst" vooraf aan mevrouw de voorzitter van de Vaste Kamercommissie overhandigd, mevrouw Neppérus, van de VVD. Ik merkte een welwillende houding bij de aanwezige Kamerleden van de Commissie.

Ik ga me nu buigen over een gedetailleerde formulering van onze wensen, met het oog op het kunnen bepalen van een "Vaststellingsovereenkomst".

Ik wil deze informatie afsluiten met een ieder nogmaals te danken, mijn collegae van de Delegatie, Jan van Wagtendonk, Herman Bussemaker (oud-voorzitter IP), Jan de Jong, Anneriet de Pijper, Ton Lutter, Ton te Meij, Hans Vogelsang ( Petitie coördinator), Peggy Stein ( OneBigAgency) en haar crew, de dames vrijwilligers, Nicole Bruininga, Miranda van Turenhout en Toby de Brouwer en aan allen ( te veel om op te noemen) die ons, het Indisch Platform hebben ondersteund, bijgestaan enzovoorts.

Heel veel dank, Terimah Kassih.

Wil een ieder dit verspreiden over zijn/haar achterban?!

Bezoek ICM Online - De Indische Internetkrant op: http://icmonline.ning.com/?xg_source=msg_mes_network

 

Lees verder…

19 maart 2013: Stille Tocht voor De Indische Kwestie

19 maart 2013:  Stille Tocht voor De Indische Kwestie

Na er lange tijd naar toe te hebben gewerkt, is het eindelijk zover. Velen van onze lezers hebben hun handtekening gezet onder de petitie “De Indische Kwestie”. Al die handtekeningen, zowel de digitale als die op papier, zullen we met de nodige tamtam en ceremonie gaan aanbieden aan de voorzitter van de Tweede Kamer

10897254091?profile=original

 

De laatste weken is er door de Werkgroep keihard gewerkt om een en ander tot een gebeurtenis te maken, die de burgers en bestuurders van Den Haag, als ook de Tweede Kamerleden nog lang zullen heugen. We hebben op dit moment nog geen idee op welk aantal handtekeningen we uiteindelijk zullen uitkomen. De 19e maart zal er als volgt uitzien. Al heel vroeg zullen er vanaf diverse punten in ons land Indische mensen vertrekken naar  Den  Haag.   Dit  gebeurt  onder

10897258887?profile=originalandere vanuit de provincie Flevoland, waar Stichting Busyben het voor elkaar heeft gekregen om sponsors te vinden die een touringcar met 58 mensen naar Den Haag laten rijden. Dit dankzij de bezielende inspanningen van hun voorzitter, Benno Gabriëls. Zij vertrekken met een groep mensen en maken halverwege een tussenstop om een andere groep mee te nemen. Geweldig Benno, wat een fantastisch initiatief.

 

  

10897258896?profile=originalEnkele weken geleden heeft de organisatie het voor elkaar gekregen dat er een spectaculaire partner meedoet, namelijk Stichting Keep Them Rolling, die met zeven antieke militaire voertuigen de Stille Tocht zal begeleiden. Enorm bedankt voor jullie welwillende medewerking. Dit zal mede de 19e maart tot een memorabele dag maken.

 

 

10897259670?profile=originalOok veel dank aan de Haagse Politie, waar we eigenlijk weinig aan onze plannen voor de Stille Tocht hoefden bij te stellen en de benodigde vergunningen snel een feit werden. De Stille tocht zal tevens begeleid worden door mensen van de Haagse Politie.

 

 

 

 

 10897259876?profile=originalDe routie begint bij het Vredespaleis

Alles zal beginnen bij het Vredespaleis, waar om 14.00 uur verzameld zal worden en de stoet zich om 14.30 in beweging zal zetten.

Via een tevoren geplande route gaat het dan richting het Haagse centrum. Gestart zal worden door de jongere generaties, die de 2e, 3e en zelfs 4e generatie zijn. We hebben zelfs gehoord, dat een school in Zoetermeer een paar leerlingen die hier heel graag bij wilden zijn, uren vrij hebben gekregen van hun rector (die ze later natuurlijk wel moeten inhalen). Geweldig, zoals iedereen meewerkt om dit evenement te laten slagen.

 

10897260083?profile=originalPlein 1813

De route gaat naar het Plein 1813, waar eveneens mensen staan die zich bij de stoet zullen aansluiten.

Bovendien  staan hier de voertuigen van Keep Them Rolling, die zich bij de stoet zullen voegen. Dan gaat het verder richting de regeringsgebouwen in het Haagse centrum.

Weer wordt een groep mensen binnen de stoet gehaald, dit keer de ouderen, die zich verzameld hebben bij het standbeeld van Louis Couperus aan het Lange Voorhout.

 

 

 

 

 

10897260461?profile=originalHet Plein

Daar nemen zes militaire voertuigen afscheid van de stoet, omdat volgens de vergunning slechts één voertuig mee mag naar Het Plein, alwaar de petitie zal worden aangeboden.

Tijdens een korte ceremonie zal een toespraak gehouden worden, waarna de petities door de voorzitter van de Tweede Kamer in ontvangst zullen worden genomen.

De ceremonie voor het gebouw van de Tweede Kamer zal met opzet kort worden gehouden, omdat een delegatie van Het Indisch Platform daarna een bespreking heeft met de Commissie van VWS. Dus aansluitend aan de Stille Tocht en het aanbieden van de petitie direct de handen uit de mouwen en constructief werken aan een oplossing van “De Indische Kwestie”.

10897260491?profile=originalFacebook pagina

Tot bijna het laatste moment zal onze Facebook pagina u van de meest recente informatie voorzien. Het adres hiervan vindt u hieronder (Ctrl + Klikken) waar u wordt gevraagd om ons te LIKEN.

Wij hopen dat u dit ook doet, want het aanbieden van de petitie betekent niet het einde van deze Facebook pagina. Deze pagina gaat gewoon door en we hopen daarop zoveel mogelijk volgers te krijgen. U bent van harte welkom.

Bezoek onze Facebookpagina op: http://www.facebook.com/pages/Stichting-Het-Indisch-Platform/589050574457575    

 

Persbericht, 17 maart Amsterdam

Het Indisch Platform lanceert campagne “Countdown Indische Kwestie”.  
We tellen af. Telt u mee?
 
Al 67 jaar blijft de Nederlandse regering in gebreke als het gaat om de schadeloosstelling van Nederlandse oorlogsslachtoffers uit Nederlands-Indië. Nederland is daarmee het enige land in Europa dat oorlogsslachtoffers volledig genegeerd heeft, en nog steeds negeert.
Om aandacht voor deze zaak te krijgen, en om de Nederlandse regering te bewegen alsnog in aktie te komen is er nu www.indischekwestie.nl <http://www.indischekwestie.nl>  <http://www.indischekwestie.nl/> .
Deze website wordt vandaag gelanceerd door het Indisch Platform, het overkoepelend overlegorgaan van de Indische gemeenschap.
 
Op 19 maart a.s. is er een Stille Tocht in Den Haag, voor het aanbieden van de petitie Indische Kwestie. Waarna overleg plaatsvindt tussen het Indisch Platform en VWS
Het Indisch Platform wil, wat zij noemt, “het Indisch Zwartboek” sluiten voor het te laat is, voor de laatste overlevende van de Japanse bezetting en de verschrikkelijke jaren daarna is overleden.
 
De website roept op tot erkenning van en excuses voor de onbehoorlijke behandeling van de Nederlanders uit Nederlands-Indië door de opeenvolgende Nederlandse regeringen.
Ook wil zij uitbetaling van de nooit uitgekeerde salarissen gedurende de oorlogsjaren aan ambtenaren en militairen. Evenals vergoeding van het verlies van alle bezittingen.
Van de geschatte 341.000  slachtoffers die naar Nederland kwamen zijn nu nog zo’n 40.000 personen in leven.   
   
Een schrijnend feit, en het minste wat de regering Rutte II kan doen is deze kleine groep tegemoet komen.
Binnenkort is er niemand meer in leven, en hoeft het niet meer. Dan is het de Nederlandse regering gelukt om meer dan een halve eeuw haar verantwoordelijkheid te ontlopen.
Stop het negeren.
++++++++++++++++++ Einde persbericht ++++++++++++++++++++++++++
 
10897239901?profile=original Mark telt ook al af!
Al meer dan een halve eeuw negeert de Nederlandse regering de oorlogsslachtoffers uit Nederlands-Indië. Daarmee is Nederland het enige land in Europa dat zijn verplichting tegenover oorlogsslachtoffers ontloopt.... Geen uitkeringen van achterstallige salarissen, geen schadevergoedingen voor verloren bezittingen, niets...

Van de oorspronkelijke 341.000 repatrianten uit Nederlands-Indië zijn er nu nog maar zo'n 40.000 over. Wij roepen de regering Rutte II op deze groep tegemoet te komen voor het definitief niet meer hoeft.

https://www.youtube.com/watch?v=uki1QlJJ2cU&feature=youtu.be

 

 

Lees verder…

10897253052?profile=originalIdentiteiten van de Indo’s   door:   Joty ter Kulve

Enige gedachten na het zien van   de mooie documentaire van het   IHC (Indisch Herinneringscentrum): Indische herinneringen. Het viel mij op dat alle deelnemers aan deze video, op een enkele uitzondering na, van gemengd bloed waren. Van velen weet ik dat ze ook weer met Hollanders zijn getrouwd. Wat mij nu zo nieuwsgierig maakt, is de vraag of deze mensen “van binnen” de Nederlandse of de Indo identiteit hebben. Of misschien beide? Wanneer is die vermenging tussen de Nederlanders en de Indonesische vrouwen eigenlijk ontstaan? Ik ben geen historicus, geen psycholoog of antropoloog; ik ben gewoon erg geïnteresseerd naar mijn eigen afkomst. Laat ik dan maar beginnen met Jan Pieterszoon Coen, geboren in Hoorn in de Gouden Eeuw.

Met andere doorgewinterde zeebonken uit zijn omgeving, zo stel ik mij voor, stapten ze in hun schepen, op weg naar een onbekende bestemming. Destijds een gigantisch avontuur, te vergelijken met een reis van astronauten naar de Maan of Mars nu. Ook een reis vol levensgevaarlijke risico’s. Van de drie schepen die uitvoeren, kwam er maar één terug. Deze pioniers ontdekten een groep eilanden in de Grote Oceaan, waaronder Banda.

Eerder hadden de Engelsen de eilanden en hun exotische specerijen al ontdekt. In de oorlogen die ontstonden vanwege de specerijen, vond ook het drama van Banda plaats. Coen gaf opdracht om alle Bandanezen te vermoorden, omdat zij tegen zijn wens in de specerijen wilden verkopen of reeds hadden verkocht aan de Engelsen. Moderne concurrentie dus; de wereld is toch niet zoveel veranderd. Tevens gaf Coen het bevel om alle boten van de Bandanezen te vernietigen, die zij gebruikten om hun waar te vervoeren tussen de eilanden onderling of  om hun rituelen te vervullen.

De Hollanders ontdekten behalve de kostbare specerijen ook de schoonheid van de Indonesische vrouwen. En zo, neem ik aan, werd de Indo geboren. Tante Non en tante Noetie deden hun intrede in de geschiedenis. Van de 16e tot en met de 20e eeuw zette de vermenging zich voort in alle gebieden waar de Nederlandse man leefde en werkte. In de praktijk waren dit voornamelijk Java, Sumatra, stukjes Borneo, Celebes en de Molukken.

De Indische mensen ontwikkelden zich tot trouwe ambtenaren en soldaten van het KNIL. Indische meisjes, maar dit gold ook voor de mannen, kregen hun eigen plaats in het sociale en maatschappelijke stelsel. Hella Haasse beschrijft dit heel mooi in haar diverse romans. Nederlanders, tenminste zo heb ik het ervaren, vinden het gemakkelijker om mensen te classificeren in rangen en standen. Zo heb ik mij laten vertellen, dat je als dochter van een slager niet zomaar trouwt met de zoon van een arts.

Ook met een gemengde achtergrond kreeg je het etiket van het potje “Mixed Blood” (half cast voor de Engelsen) opgeplakt. In onze gezamenlijke geschiedenis zijn of hebben wij ons zelf het etiket op het potje Indisch geplakt: “2nd Hand Citizens”. Helaas zijn wij mensen niet altijd even vriendelijk voor elkaar.

Met de komst van de Republiek Indonesia, en de migratie van de Nederlanders naar Nederland en andere continenten, heeft de vermenging zich doorgezet. Zie ook   de DVD “Indische Herinneringen”. Mijn grote vraag was: met wie identificeer ik mij en met wie identificeren Indische mensen zich?

Ik vroeg een goede vriend, ook van Indische afkomst, naar zijn bevinden. Ik kreeg een onthullend antwoord:  Tot begin jaren ’80 van de vorige eeuw meed ik als Indo andere Indo’s, want ik wilde natuurlijk zo Hollands mogelijk worden gevonden en ik ging er vanuit dat andere Indo’s er evenzo over dachten. Zo kwam het nooit bij mij op om verliefd te worden op een Indisch meisje. Ik beschouwde dat als een soort incest. Maar vanaf het lezen van

het boek “Geen gewoon Indisch Meisje” van Marion Bloem, raakte ik mij meer en meer bewust van een positievere kijk op mijn Indische achtergrond. Vanaf de jaren ’90 was ik steeds meer bezig met mijn Indische identiteit en de Indische geschiedenis. Vanaf begin deze eeuw raakte ik steeds meer geëngageerd met mijn Indische roots in Indonesië en sinds kort ben ik bewust bezig met een beter contact met het hedendaagse Indonesië.

Wat mijn vriend met ons deelt, is mijns inziens heel erg belangrijk. Niet alleen voor de Indische mensen en de Nederlanders, maar de identiteits-crisis in de wereld van vandaag, is bepalend voor heel Nederland, voor Europa, voor het Midden Oosten, ja voor de hele wereld.

We zijn niet alleen Hollands of Indisch. We behoren als individu nog tot allerlei andere groepen, dansclub, sportvereniging, kerkgenootschap, enzovoort. Al die groepen bepalen mede onze identiteit. Veel conflicten met minderheidsgroepen en andere culturen zijn ontstaan, omdat mensen worden gemobiliseerd omdat ze dezelfde groep aanhangen of juist niet. Daarom kan het gebeuren dat mensen die altijd als goede buren en vrienden vredig met elkaar geleefd hebben, plotseling dodelijke vijanden worden. Denk aan Joegoslavië en Rwanda. In plaats van elkaar aan te spreken op ons mens-zijn, onze humaniteit en op ons individu, worden we plotseling Molukker, Indo, Moslim, enzovoort.

De grote opgave anno 2013 is misschien wel het vermogen om Eenheid in Diversiteit gestalte te geven. Om weer mens te worden, die wil verbinden en die een ander wil zien staan.

 

Lees verder…

Jamai lanceert website tegen pesten

10897251862?profile=originalJamai lanceert website tegen pesten

Musicalster Jamai heft begin dit jaar een website gelanceerd tegen pesten. Hierop verzamelt hij verhalen van bekende en onbekende mensen over pesten. Jamai kwam op het idee van de site door de recente tienerzelfdodingen die het gevolg waren van pesten. Met de verhalen wil de eerste winnaar van Idols laten zien dat er heel veel bijzondere mensen waren die vroeger op school en daarbuiten gepest werden en nu een prachtig en succesvol leven leiden.  Op de site vertelt Jamai zelf ook veel te zijn gepest: “Ik werd op school iedere dag gepest en ik heb nooit begrepen waarom, maar dat werd mij later op een afschuwelijke manier duidelijk gemaakt. Ik ben uitgescholden en voor de hele school voor lul gezet”. Iedereen kan op de site zijn of haar verhaal kwijt om zo andere mensen een hart onder de riem te steken.

De site is bedoeld voor iedereen die gepest wordt, vroeger gepest is, die nog nooit gepest is, ja zelfs voor iedereen die zelf een ander pest. Iedereen mag zijn verhaal vertellen. Het heeft eigenlijk niet zoveel zin om pesters aan te pakken, want pesters zullen er altijd zijn. Maar het zal je goed doen om te weten dat ook mensen die nu echt beroemd zijn vroeger ook gepest werden. Mensen die nu gelukkig zijn en een positief leven leiden.  En deze site kan je steunen en motiveren met verhalen die iedereen kan lezen. Het maakt niet uit of het een lang of een kort verhaal is. Vaak helpt het al als je gewoon je verhaal op de site vertelt. Je kunt        je frustraties dan als het ware van je  af schrijven. En geloof me, het helpt echt. De website heet: Gepest maar trots! Surf gewoon bij ons binnen      en kijk maar wat je ervan vindt.                            Fred en Jamai.

http://www.gepestmaartrots.nl

Lees verder…
 
 10897252253?profile=original10897252462?profile=originalIndonesie - Duitsland Akkoord op Integeraal Economisch Masterplan op hoofdlijnen.
 
 

President  Susilo Bambang Yudhoyono reisde af naar Duitsland om met Angela Merkel o.a. voor het gepresenteerde Economisch Indonesisch Masterplan te bespreken.   

Op hoofdlijnen is een prinpe akkoord bereikt op het Integrale Master plan waar Duitsland in onderdelen participeert en deels investeert (150 Miljard) als Overheid. Dit impliceert dat het Masterplan Jakarta wordt uitgebreid van 300 miljard tot 600 miljard. Het Jakarta Masterplan initiatief van / door private Nederlandse ondernemingen "de groep Ingenieursbureaus met de private investeerders " kunnen nu van start gaan desondanks de grote afwezigheid van onze minister president Mark Rutte en zonder enige steun van de Nederlandse Overheid. 

Volgende week wordt in Jakarta het 100 tellende financieel paragraaf van Economische Masterplan van ruim 600 miljard bekrachtigd met Indonesië en de overige partijen, en de initiatiefnemers die ruim 4 jaren hierin hebben gestoken aan ontwerpen / voorbereidingen/plannen. In hoeverre dit consequenties heeft voor Nederlandse Overheid met betrekking tot de uitvoering en levering van producten/diensten is nog te bezien; Wel zal de volledige regie berusten bij de Nederlandse private Groep Ingenieurs bureaus. 

 
 
 
Lees verder…

150 jaar Bronbeek

10897249689?profile=original150 jaar Bronbeek.

Dit jaar is het 150 jaar geleden dat Koning Willem III het Landgoed Bronbeek bij Arnhem de bestemming had gegeven als een tehuis voor invalide militairen. Dit wordt op dinsdag 19 februari 2013 uitgebreid gevierd met een programma voor zowel bewoners als ook genodigden. Zo wordt er ’s ochtends een krans gelegd bij het borstbeeld van Koning Willem III in de hal van het hoofdgebouw. Tijdens het middag-programma voor genodigden spreekt Generaal Tom Middendorp, de  Commandant der Strijdkrachten over 150 jaar veteranenzorg.

Bronbeek, lang voordat het een militair invalidentehuis werd.

Genodigden zijn onder andere veteranen van het Royal Hospital Chelsea uit London, die de hele dag als bijzondere gasten de festiviteiten meemaken, evenals veteranen van het Hôtel des Invalides uit Parijs. Verder wordt er een expositie gehouden met als thema: “150 jaar Bronbeek, wonen tussen trofeeën”. Hierin worden het tehuis en haar bewoners in anderhalve eeuw in beeld gebracht. Daarnaast kunnen bezoekers kennismaken met de bewoners, waarbij hun achtergrond en dagelijks leven nader belicht worden.

Geschiedenis

Het landgoed Bronbeek werd rond 1820 als buitenplaats aangelegd voor Herman Stijgerwald. Na diens dood     in 1830 verkocht zijn weduwe Magdalena Wilhelmina Eskes  het landgoed en kreeg het zijn uiteindelijke naam: Bronbeek. Volgende eigenaren verbouwden het huis tot een villa in neoclassicistische stijl. In 1854 werd de buitenplaats aangekocht door Koning Willem III voor de prijs van 75.000 gulden. In eerste instantie was het huis, naar verluidt, bedoeld voor zijn moeder, Koningin Anna Paulowna, maar dit wordt weer door anderen betwist. Willem III liet het huis in 1854 verbouwen naar ontwerp van zijn architect H.F.G.N. Camp, die hiervoor in oktober van dat jaar werd benoemd tot ridder in de Orde van de Eikenkroon.

Twee jaar na de aankoop van Bronbeek deden al geruchten de ronde dat de Koning het landgoed weer van de hand wilde doen. In december 1856 werden alle bezittingen van Willem III verhuisd naar diens paleis in Den Haag en naar Paleis Het Loo. Men dacht toen dat het buitenverblijf was verkocht aan een rijke particulier. Echter het Huis was in de jaren erna nog in gebruik Als gastenverblijf voor koninklijk bezoek.

Recreatiezaal in Bronbeek ca. 1880

Militair invalidentehuis

Willem III heeft in 1857 bij Koninklijk Besluit een commissie ingesteld tot het voordragen van een plan tot het inrichten van een militair invaliden-tehuis. In een Kabinetschrijven van 13 juni 1857, nummer 17, gericht aan de Minister van Koloniën, gaf Koning Willem III het landgoed met ingang van 15 oktober 1959 ten geschenke tot de inrichting van een koloniaal militair invalidentehuis. In het Besluit was een clausule opgenomen, dat het nooit een andere bestemming mocht krijgen en dat alle lasten voor rekening van de Staat der Nederlanden zouden komen tot in lengte van dagen.

Als eerste commandant werd luitenant-kolonel J.C.J. Smits benoemd en in de loop van 1863 verhuisden invalide militairen uit inrichtingen uit alle delen van het land nar Bronbeek. 

In 1964 waren er al het maximale aantal van 200 militairen opgenomen.  Het militair tehuis Bronbeek biedt anno 2013 nog slechts ruimte aan 50 oud-militairen en kent een korte wachtlijst. Nog steeds worden alle lasten gedragen door het Ministerie van Defensie, alhoewel de bewoners zelf ook een bijdrage betalen. In de jaren 1987 en 1997 werd het tehuis grondig gerenoveerd.

Museum Bronbeek

Naast een tehuis is Bronbeek ook een museum met een collectie van ruim 55.000 objecten en een uitgebreid kenniscentrum over de koloniale periode in Nederlands-Indië, met de nadruk op de geschiedenis van het Koninklijk Nederlands Indische Leger (K.N.I.L.). Het museum wil de kennis en het bewustzijn van het Nederlandse koloniale verleden vergroten en hiervoor belangstelling wekken. Het heeft een vaste tentoonstelling: “Het Verhaal van Indië”, waarin de geschiedenis van de Nederlandse aanwezigheid in Indië centraal staat. De tijdens diverse expedities van het KNIL buitgemaakte wapens en andere voorwerpen werden in de loop der

Bronbeek wapengalerij ca. 1880

tijden aan Bronbeek geschonken. De troepen bijvoorbeeld, boden als blijk van hulde de wapens aan de koning aan die zij tijdens de strijd op de inlanders geconfisceerd hadden. De koning bepaalde dat deze een plats moesten krijgen in de trofeeënzaal van Bronbeek, als blijvende herinnering.

Ook veel officieren  en oud-officieren van het KNIL deden schenkingen aan Bronbeek in de vorm van wapens, maar ook van militaire werken en andere boeken. Zo schonk Resident C.P.C. Steinmetz Bronbeek ik het jaar 1863 zijn collectie beelden, afbeeldingen van tempels, vaartuigen, enz. In datzelfde jaar werd een door de firma Enthoven vervaardigd borstbeeld van stichter en beschermheer Koning Willem III met inscriptie in de gevel van het gebouw

Bronbeek KNIL monument

geplaatst. In 2009 nog doneerde de weduwe van generaal S. Spoor nog al zijn decoraties aan het museum.

Bronbeek anno 2013

Nog steeds is Bronbeek een onderdeel van het Ministerie van Defensie en biedt inwoning en zorg aan 50 veteranen van de Nederlandse krijgsmachten in het voormalig Nederlands-Indië. Regelmatig houdt men tentoonstellingen waarbij uit de eigen collecties geput wordt, teneinde de nauwe band tussen Nederland en Indië levend te houden. Tevens biedt

Bronbeek, zoals het er nu bijstaat

Bronbeek een ruime gelegenheid tot herdenken bij de diverse monumenten op het landgoed en is het een plaats van samenkomst voor onder andere veel veteranen en reünisten. Naar aanleiding van het 150 jarig bestaan, brengt Koningin Beatrix, nu de beschermvrouwe van Bronbeek, op woensdag 27 februari tussen 14.45 en 16.30 uur een officieel bezoek aan het landgoed Bronbeek, waarbij de focus van het bezoek ligt op het tehuis en haar bewoners. Ook zal zij kennismaken met het personeel en de vrijwilligers, waarna ze de jubileumtentoonstelling in Bronbeek zal bezichtigen. Bronbeek is die dag gesloten voor bezoekers. Wel is het mogelijk om 14.45 uur de aankomst van de Koningin op het landgoed te zien.

Bronnen: Museum Bronbeek en Wikipedia.

10897237288?profile=original10897237700?profile=original

Steun ons om ons werk af te maken door te tekenen en te doneren
                           

Indische zaak - Het Traktaat van10897237288?profile=originalWassenaar 1966 

Hier Onderteken petitie   < of >    Kijken wie er getekend hebben

< of >   Laatste Updates  In het Engels hier

Lees verder…

Aanbieden petitie aan Tweede Kamer op 19 maart

Aanbieden petitie aan Tweede Kamer op 19 maart

10897249072?profile=original

Het verzamelen van handtekeningen voor de Indische Petitie loopt nu voorspoedig. Vooral de “papieren versie” is erg succesvol. Een voorlopige schatting is dat we nu ongeveer 12.000 handtekeningen op papier hebben en 5500 digitaal. En we hebben nog een maand te gaan voordat de petitie aangeboden wordt aan de voorzitter van de Tweede Kamer in Den Haag. Nu moeten we met z’n allen even de schouders eronder zetten om nog meer handtekeningen te halen. In 2011 was het bijna zover dat De Indische Kwestie in het Parlement behandeld zou worden, toen een hoofdelijke stemming in het Parlement het op twee (!) stemmen na net niet haalde. Nu moet de petitie het laatste zetje gaan geven en dit grote onrecht eindelijk de wereld uit geholpen worden. Het Indisch Platform wil dat het parlement ervan doordrongen is, dat dit de laatste niet-juridische stap is om recht te doen aan de Indische gemeenschap. Lobbyisten zijn reeds voor ons bezig om een en ander aan paden te effenen om als het moet deze zware juridische stap te zetten om ons recht af te dwingen.   

 

Poster actie

Als ondersteuning van het traject naar het aanbieden van de petitie zijn we een POSTER ACTIE gestart. Deze poster kunt u voor uw raam hangen, in de lift, op het prikbord op school of op uw werk, op uw auto, vragen bij bevriende winkeliers in de buurt enz. Deze poster kunt u downloaden vanaf onze Facebook pagina,  zodat u hem gemakkelijk kunt uitprinten. We moeten hiermee heel Nederland volhangen.   Als  de  kabinetsleden  en de parlementariërs naar rechts kijken, moeten ze die poster zien hangen en draaien ze hun hoofd om: verduveld, daar hangt er ook een…..  Ze moeten er niet meer omheen kunnen.

Stille tocht

Voorafgaand aan het aanbieden van de petitie zal een korte Stille Tocht worden gehouden, waarbij wij hopen zoveel mogelijk mensen mee te laten lopen. Bovendien zijn we in contact getreden met “Keep them Rolling” om met enkele antieke legervoertuigen ons te ondersteunen bij het aanbieden van de petitie. Momenteel zijn we druk bezig om een route voor de   Stille Tocht vast te leggen, alle vergunningen rond te krijgen en verder de nodige tamtam rond het gehele gebeuren te veroorzaken. Het belooft in ieder geval een groot spektakel te worden wat Den Haag  niet licht zal vergeten.

 

 

 

  

 

Lees verder…

 10897229286?profile=original“In den beginne was het Woord en het Woord is vlees geworden” 

door Wouter Muller  

Enkele jaren geleden gaf een collega  een presentatie over het haar werk met diverse groepen allochtonen in Hengelo.  Zij eindigde haar presentatie met een wensdroom: ‘ik zou willen dat als ik op een dag wakker word, het woord ‘allochtoon’ niet meer bestaat’.  Groot applaus van de aanwezigen. Die collega kan binnenkort haar wensdroom vervullen door te verhuizen naar Amsterdam. Daar heeft het gemeentebestuur besloten om voortaan het woord ‘allochtoon’ niet meer officieel te gebruiken. In plaats daarvan wil de gemeente het voortaan hebben over bijvoorbeeld ‘Turkse Amsterdammers’ of ‘Marokkaanse Amsterdammers’.  Zelf heb ik ook wel eens gewenst dat het woord ‘allochtoon’ zou verdwijnen, omdat het de mensen die we ermee bedoelen meer kwaad dan goed doet en door henzelf steeds meer als een last wordt ervaren.

 

Als Indische Nederlander heb ik die last zelf nooit meegemaakt. Toen in de jaren ’50 meer dan driehonderdduizend (!) mensen noodgedwongen vanuit Indië naar Nederland kwamen, werden ze hier ook ‘Indisch Nederlanders’ genoemd en niet ‘allochtonen’.  De meesten hadden ook de Nederlandse nationaliteit en het woord ‘allochtoon’ bestond nog niet. Toen dat woord wel bestond, wilden de Indische Nederlanders beslist niet als allochtonen aangeduid worden. Zij waren immers van oudsher Nederlanders en wilden niet tot die andere categorie gerekend worden. Sterker nog, Indische Nederlanders zetten zich daartegen af, omdat zij zich wél aan de Nederlandse samenleving hadden aangepast en ‘de allochtonen’  volgens hen (nog lang)niet.  Dan wil je daar niet mee geassocieerd worden. Ik heb wel meegemaakt dat er soms afgunst was op allochtone organisaties. Die kwamen namelijk wél voor bepaalde subsidies in aanmerking en de Indische organisaties niet. Dan wilde je ineens wel tot de allochtonen gerekend worden.  Zo zie je maar, ook Indo’s zijn net mensen.

 

Met de wens van mijn collega en met het Amsterdamse gemeentebesluit is iets interessants aan de hand.  En dat is taal. Of beter gezegd woordbetekenis.  In de bijbel wordt het prachtig aangeduid:  ‘In den beginne was het Woord en het Woord is vlees geworden en het heeft onder ons gewoond’.  Anders gezegd: om iets tot realiteit te krijgen moet er eerst een woord voor bedacht worden. Zodra dat er is, bestaat wat ermee bedoeld wordt ook écht en kan je er iets mee doen.  Zo dook in de jaren ’70 ineens het eerst onbekende woord ‘hyperventilatie’ op. Direct daarna is ‘het vlees geworden’ en bleken ineens heel veel mensen met hyperventilatie onder ons te wonen.

In de letterlijke vertaling vanuit het Oud-Grieks betekent allochtoon ‘van een ander gebied’, dit in tegenstelling tot autochtoon (‘van hetzelfde gebied’).  Het woord allochtoon is niet door de allochtonen bedacht, maar in 1971 als beleidsterm geïntroduceerd door de sociologe Hilda Verwey-Jonker op verzoek van de overheid. Die had behoefte aan een handig  woord waarmee je in één klap een hele groep mensen kon aanduiden.  En vanaf toen werd het woord vlees en zijn de allochtonen ‘onder ons gaan wonen’. Daarna werd het woord onderhevig aan maatschappelijke processen waardoor (in dit geval) de neutrale beleidsterm een steeds negatievere klank heeft gekregen.

Het kan ook anders: in Nederlands-Indië had het woord ‘Indo’ een negatieve betekenis en werd het gebruikt als scheldwoord. Tegenwoordig kun je op elke pasar malam T-shirts kopen met ‘Proud  to be Indo’. En de bekende Enschedese  gitarist Beppie Kamphuis kocht daar eens een T-shirt met als tekst ‘Ik wou dat ik een Indo was’.  Ooit een autochtoon of allochtoon zien lopen met een T-shirt ‘Ik wou dat ik een allochtoon was’?

 

De auteur is muzikant, tekstschrijver en componist

 

(Column is gepubliceerd in de Twentse Courant Tubantia, 2 maart ’13)

10897237288?profile=original10897237700?profile=original

Steun ons om ons werk af te maken door te tekenen en te doneren
                           

Indische zaak - Het Traktaat van10897237288?profile=originalWassenaar 1966 

Hier Onderteken petitie   < of >    Kijken wie er getekend hebben

< of >   Laatste Updates  In het Engels hier

Lees verder…
10897250485?profile=originalIn navolging van de Leopard Tanks, zet Republiek Indonesia de onderhandelingen voort met Angela Merkel, een grote gemiste kans voor de Nederlandse regering, die hiermee het begrotingstekort kon compenseren.
 
Desondanks de vele adviezen en de waarschuwingen wil de Tweede Kamer niet luisteren naar de Indische Media. Bronnen melden deze krant dat over 14 dagen president SBY van de Republiek Indonesia met zijn delegatie verder gaat onderhandelen met onze buren als het om het Indonische Economisch Masterplan gaat waar 1000 Miljard aan orders valt te vergeven, goed voor ruim 500.000 arbeidsplaatsen. Onderdeel hiervan o.a. Giant  Sea Wall bedacht door de Nederlandse Overheid met bevriende netwerk aan Ing. Bureaus , dat nu  definitief naar Duitsland gaat. Dit zijn de eerste stappen van het Indonesisch Economisch Masterplan waar landen als China, Japan, Korea, VS, Arabische landen en Duitsland meedingen. Deze houding decenia lang van Nederlandse regering baren grote zorgen, er is hier meer voor nodig dan zo'n kort nietzeggend bezoekje van onze talenknobbelachtige minister Timmermans, die nu een forse uitgeleider maakt en gelijk kan opstappen!
 
U ziet ook onze Minister Timmermans denkt de Indonesier te kennen gezien zijn ludieke media vertoning afgelopen week. Vele Indischen weten namelijk hoe de Indonesier denkt, die zijn deze behandeling op een rij nog lang niet vergeten. Ook voor de Nederlandse omroep en media geldt dat ze zij hun vooringenomen koloniale standpunten / gedachten eens moeten uitbannen en zich constructief moeten leren opstellen en Indonesie als natie respecteren. De Indonesische economie is nog de enige redding voor Nederland. Investeer in Indonesie i.p.v. die "Robin Hood" achtige manipulaties om de hardwerkende burgers te bestelen en te beroven via achterdeuren, en alleen om die gestolen Euro's in Brussel, Griekenland, Italie en Spanje te steken. Pluspunt van de Euro,  er is geen vierde wereld oorlog uitgebroken, maar economisch oorlog was nadrukkelijk aanwezig tussen Zuid en Noord.
 
Zie fragment op YouTube; http://youtu.be/-l-nADs-RCE
Lees verder…

Ontkenning van een bevolkingsgroep V (slot)

Ontkenning van een bevolkingsgroep V (slot)

 10897248074?profile=original

Vergroten

Anti-Nederlandse leuzen

Het gebouw van Onderling Belang dat vol werd beklad met allerlei vreselijke leuzen.

 

 

Niet uitpakken maar inpakken. Voor de Nederlanders in Indonesië

was 1957 het jaar van Zwarte Sinterklaas.

 

In een gesprek met een journalist van een ochtendblad dat ik jaren geleden had, ging het over bevrijding in het algemeen en in het bijzonder (want het was toevallig op 5 mei, een offi­ciële Nationale Feestdag!) en we zaten op  die zonnige dag van de bevrijding te genieten op een Amsterdams terras. De beste brave borst, een goede vriend overi­gens, wist van de “bevrijding” van Nederlands Indië niets. Helemaal niet verwon­der­lijk omdat daar geen bevrijding wás om gezamenlijk joelend, jui­chend, met  vlag­getjes zwaaiend de begroeting van geallieerden en bevrijders in alle straten te vie­ren, zoals dat in Europa gebeurde.

Dat ultieme genot van visuele, auditieve en fysieke presentie van “geallieerde bevrijders” (zoals in Europa) was in Nederlands Indië (dat - evenals Europa door de Duitsers - in een grote puin­hoop werd achtergelaten en daar door de Japanse aggressor in een kerkhof was veranderd en nog walmend van lijkengeur) door de Nationale opstan­den – de Bersiap - niet eens mogelijk.

In plaats daarvan werden alle Europeanen en In­do/Eu­rope­a­nen in Nederlands Indië in een natio­nale opstand meegesleurd. Niemand werd de tijd gegund te herstellen van de verschrik­kingen en de per­soonlijke en hefti­ge ervaringen van het WO-trauma, die daar nog bij kwamen, welis­waar in een andere vorm maar even hevig. In het licht van die zware psy­chische omstandigheden moest men in Nederlands In­dië zien te over­leven. Er brak een periode aan van  angst en argwaan jegens elk (bestuurs) machts en/of elk ver­toon van hiervan.

 Die gevolgen van de diep gewortelde psychische ervaringen hadden de In­do/Eu­rope­a­nen bij hun overtocht naar het moederland tijdens de repatriëring onvrijwillig meege­nomen. Er waren voldoende bewijzen voor hun collectieve shock, waarover zelfs tijdens de gezamen­lijke tocht naar Europa om uiteenlopende redenen niet of nau­welijks werd gesproken. Men kon zeggen dat zij “voor een minuut” opgelucht wa­ren bevrijd te zijn ver­trokken uit het land waar ze geboren maar ook lief hadden gehad maar waar  de houding van de bevolking (weliswaar aangespoord) als een blad aan de boom van het ene moment op het andere omsloeg en zich hostiel ge­droeg tegenover andere inwoners die niet tot de autochtone bevolking behoorden.

De overtochten waren over het algemeen goed georganiseerd en de leiding van de repatri­atie en bemanning van de schepen deden hun best om de mensen op hun gemak te stellen en te entertainen zoveel ze konden. Ter vermaak tijdens de ongeveer 31/2 week du­ren­de reis werden bijna elke dag dansfeesten gehouden omdat men wist dat Indo’s nu eenmaal dol zijn op muziek, dans en entertainment. Dat divertisse­ment waren ze in Indië voor de oorlog gewend en dat werd daar ook danig gecul­tiveerd. Maar nu veran­derde die grote liefde voor dat land plotseling in een nacht­merrie die tijdens de over­tocht naar het moe­derland in diverse vormen al aan het licht kwam. De soms zichtba­re maar voornamelijk onzichtbare verschijnselen van trauma en gedeeltelijk shock bij de repatrianten (deels uit schaamte voor de verne­deringen in de oorlog wilden ze hun persoonlijke ellende met nie­mand delen) ma­nifesteerden zich reeds tijdens de boot-tocht: constant zieke mensen na­dat de zee­ziekte in de eerste week al voorbij was. De ziekenboeg was nagenoeg bezet; zo­wel bij vrouwen als mannen was er en opkomende migraine zonder dat men wist waar die vandaan kwam en die men die nooit eerder had gehad. Voor deskundi­gen op divers neurologisch terrein moesten deze en andere verschijnselen aanwij­zingen zijn dat er zaken speelden die niet strookten met de nor­male gang van za­ken  en zeker niet tijdens een boottocht.

 

Onbewust dansten deze mensen tijdens de overtocht hun onzichtbare ellende weg: ze maak­ten de overtocht zo vrolijk mogelijk als het maar kon, men wilde immers alles ver­ge­ten. Ze be­rustten op dat moment (nog) in hun lot, maar beseften niet dat zich bij ieder van hen lang­zaam en onbewust een drama voltrekken zou.

 

En daarmee was het helemaal duidelijk geworden dat de repatrianten bij hun aankomst in Neder­land nauwelijks hun mond open kónden doen. De redenen waren duidelijk: angsten, zwaar getraumatiseerd en nog eens geshockt door het “welkom”, dat geen welkom kan worden genoemd. Het was voor hen eenvoudig desastreus om op die ma­nier een nieuw leven op te bouwen bij hun aankomst in het land van hun (voor)va­de­ren waarop ze zo lang hadden gewacht met een verlangen zo groot en hartstocht zo vurig die nie­mand ooit zou kunnen beschrijven. Aan hun nakome­lingen konden ze deze ervaringen zelfs niet in een notedop vertellen; ze waren ook voor hen zelf té  ge­compliceerd.

 

In deze typering, zonder er ook maar een spoor van valse romantiek of pathos in te voe­gen, zal iedere Indo/Europeaan zich ongetwijfeld herkennen. Het vuur van de harts­tocht was nu door de kille shock gedoofd en de toekomst lag in handen van ab­solute onzeker­heid.

 

Ik kan me nog heel goed herinneren dat in een directe TV-verslaggeving (toen de NTS) slechts één vertegenwoordiger van de Nederlandse Staat, nl. het Staatshoofd zelf, in de persoon van wijlen koningin Juliana, de situatie én positie van de repatrianten op hun waarde had geschat door de woorden uit te spreken bij aankomst van een van de schepen (m.s. Sibajak/J.v.Oldenbarnevelt) te Rotterdam  met de historische maar ook legendarische zin ”..Dit is úw land..”

Deze wijze woorden moesten bij haar dienaren de ministers toch als een bliksem zijn ingeslagen?

Maar ze waren horende doof. Dat was tegenover de koningin een belediging van de eerste orde.

De alleszeggende zin van de koningin werd simpel genegeerd.

Hadden de betrokken ministers (regering) soms de diepe betekenis van die zin niet  begrepen? (over reikwijdte gesproken).

De toekomst van de repatrianten was hierna “in limbo” en hierdoor onzeker, mede door de socia­le belemmeringen als  gevolg van de conclusies die de commissie Werner de regering in een verwerpelijk rapport had voorgelegd en dat van vooroordelen en ra­ciale connotaties krioelde; bovendien geheel ongefundeerd was opgesteld en slechts was geënt op volstrek­te ignorantie, naïviteit en domheid. De Overheid was en is in alles tekort gechoten en draagt de verantwoordelijkheid. De overheid had zich totaal vergist in de omvang van het probleem dat ze in feite zelf had veroor­zaakt: overschat­ting in haar eigen kunnen, blind geloven in ondeugdelijke rappor­ten van commissies en bovendien geen in­for­matie ver­schaffen aan de autochtone bevolking van de komst van, in wezen (dichte of verre) bloed­verwanten en/of nazaten.

De repatrianten werden bijvoorbeeld niet of nauwelijks begeleid en/of voorbereid op een nieuwe werkomgeving die ze slechts uit boeken – zij kregen in het voormalig Ne­derlands Indië immers een Europese opvoeding - en van persoonlijke verhalen ken­den en die werkomge­ving (arbeidsstruc­tuur en arbeidsprocessen) was een on­beschre­ven blad. In het labyrinth van onduidelijkhe­den om een plaats (en werk) te vinden, zagen ze zich noodgedwongen letterlijk en fi­guurlijk gedwongen om een bescheiden hou­ding, plaats en rol in de nog steeds (deels) vijandige bevolking in te nemen, die hen toch als vreemden en  niet als “echte” volwaardige Nederlan­ders zag en nooit erover werd geïnformeerd dat er in Indië (in den vreemde) naza­ten leefden van Nederlandse en andere Europese oor­sprong. De zo­veelste misser van de Staat die er zonder meer van uitging dat de repatrian­ten uiteindelijk op een natuurlijke manier in de Nederland­se samenle­ving zouden opgaan (vandaar de versprei­ding over het hele land) zonder een moment te beseffen dat dit niet geruis­loos kón ge­beuren, om de simpele reden dat de alge­hele erkenning van deze be­volkingsgroep, behorende tot de Nederlandse sa­menle­ving als zodanig diende te worden beschouwd, maar wat tot en met heden geheel ontbrak. 

Indien dat wel was gebeurd, zouden er nauwelijks maatschappelijke problemen zijn ont­staan, of in ieder geval vrijwel kunnen worden vermeden. De Nederlandse Staat had immers alle middelen tot haar beschikking om bij wijze van spreken, bij het begin al in één handom­draai de “Indische kwestie” tot een succesvol geïntegreerd sluitstuk van het Indiëbeleid te maken. Dat heeft ze om duistere redenen nage­la­ten.

 

Inmiddels wachtten de repatrianten af wat er zoal met hen in de gegeven situatie zou ge­beu­ren, maar er kwam niets waardoor hun maatschappelijke posities (enigszins en in verhouding tot hun arbeidsverleden) konden worden hersteld. Repatrianten die op di­verse vakgebie­den zeer gekwalificeerd waren, konden hun (uiteenlopende) beroepen niet eens uitoefe­nen. In Indië goed tot hoog geschoold, gedisciplineerd en streng op­gevoed, werden ze gedwongen in allerlei fabrieken te werk gesteld om deels een bij­drage te leveren in de kosten voor de overtocht die Overheid had “voorgeschoten”. De zoveelste belediging, zo zag iedereen dat.

Ze waren op zichzelf aangewezen en hadden geen enkel beeld, laat staan een idée, van wat de overheid (de Staat) met hen van plan was. Maar die Overheid was helemaal niets van plan.  Er was dan ook geen enkele instantie, met na­me geen overheidsinstelling, die bijvoorbeeld de arbeidspotentie van de repa­trian­ten had onderzocht, hetgeen  immers juist op dát punt  het begin had moeten worden om deze mensen zo efficiënt mogelijk in het arbeidsproces in te leiden. De overheid en andere in­stanties waren hier ook weer steke­blind ge­weest. Allemaal ge­miste kan­sen om potentiële talenten te recruteren. Deze  in­spanning had het Bestuur in het voor­malig Indië ook nooit ondernomen. Het is niet alleen onbegrijpelijk maar ook on­vergeeflijk dom al die kansen die de over­heid had laten lopen. Maar nu in Ne­derland  moesten ze het zelf uitzoeken. Op zich was het voor hen

 10897247696?profile=original

Urnbijzetting in het (voorlopige) Nationaal Monument op de Dam. 29 april 1950.

Deze plaats werd toen nog “het damplantsoen” genoemd, te zien aan de op de foto zichtbare be­plan­tingen en grote bomen achter het voorlopig monument. Ook zichtbaar zijn de nissen van het monu­ment waarin respectievelijke de urnen werden geplaatst. Fotograaf Winterbergen, […] / Anefo, [on­bekend]. 

Urn met aarde

In Nederland werd op 29 april 1950 tijdens een plechtigheid een urn met aarde van de, toen nog, tweeën­twintig ere­velden in Indonesië bijgezet in het voorlopig Nationaal Monument op het Damplantsoen in Am­sterdam. De ver­zilverde urn werd geplaatst in een urnta­ber­nakel van sonohout, versierd met snijwerk. Drie zijvlakken toonden de Ne­derlandse Leeuw. Op het vierde snijvlak een heraldisch wapen met de spreuk “Pro Rege, Lege et Gre­ge” (Voor Ko­ning, Wet en Volk).

 

10897248472?profile=original

 

 

 

 

 

 

 

Op 4 mei 1956 werd het definitieve monument op de Dam onthuld, met ondermeer de urn met aarde uit Indonesië.

 

Het Nationaal Monument zelf, vervaardigd door de beeldhouwer Hildo Krop en de ar­chitect Oud en beeldhouwer Rae­dec­ker, (de beeldhouwer die helaas door zijn plotselinge overlijden de ont­hulling niet heeft kunnen meemaken)  werd in 1956 voltooid met een tekst van de dichter Ro­land Holst.

 

 

nauwelijks een pro­bleem om­dat ze in het voormalig Neder­lands In­dië wel gewend waren om zelf werk te zoeken en te vinden. Want de in­gebakken overle­vingsstrategie had de Indo/Euro­pe­aan zelf móeten ontwikkelen tijdens WO 2 en de onaf­hankelijkheidsoorlog. Een geluk bij on­geluk, zou men dat kunnen noemen, wat hen nu toeval­lig goed uitkwam.

In de barre en keiharde periode van de vijftiger jaren van de vorige eeuw vochten de re­pa­trian­ten ieder op hun eigen manier voor een waardig leven, weliswaar beroofd van hun dro­men, zonder substantiele hulp (of begeleiding) en met de ontkenning van hun werkelijk “zijn”, hun bestaan, zouden zij wel moeten leven ook in een voor hen wel­haast vijandige omge­ving. De meerderheid van de Nederlandse bevolking zag hen niet echt als verre bloedver­wanten en wanneer de Nederlandse bevolking geconfronteerd werd met de onalle­daagse gewoontes van de nieuwkomers zoch­ten deze heel tribaal hun eigen dagelijkse gewoontes op en trokken ze zich van de nieuwkomers terug. De Hollanders hadden, begrijpelijker­wijs ook hun eigen zorgen, net zo groot en behoeftig en dan  kon een stroom van “ver­meende bloedverwanten of nazaten” uit den vreemde nota bene niet zo direct vatten, (laat staan begrijpen). Voor de Hollanders (nooit ingelicht door de Overheid over deze bevol­kingsgroep) was de komst van de repatrianten, als gevolg volslagen duister ( het kwam hen niet goed uit) Het was voort­durend het aftasten van elkaars gewoonheden en rituelen en daarna zoeken naar overeenkomsten leek het wel.

 Met enige uitzondering van een handjevol Hollandse mensen, die zelf tijdens de Duitse bezetting in WO II hadden geleden en waar er enkele van hen de dood voor ogen hadden gezien,  had zich over hen ontfermd en hen omarmd. De Indische Nederlanders zagen in hen in ieder geval de pijlers, de ruggegraat zo men wil, van de Nederlandse Beschaving en dat was een geruststellende gedachte.

Voor niets gaat de zon op. De repatrianten hadden, ondanks de grote teleurstelling bij hun aankomst noodgedwongen én op eigen kracht een weg moeten vinden in een heel an­dere (werk)omgeving en ander klimaat, bij voortduring geconfronteerd met iets ande­re opvat­tingen over omgangsvormen dan waar zij zo aan gewend waren.

 Voor hen was er geen geoliede overheidsorganisatie zoals nu bijvoorbeeld het COA, Vluchte­lingenwerk en zo meer; voor hen was er geen ontvangstcomité dat ze van harte welkom heette, voor hen was er geen uitstekende hand om alles wegwijs te maken in het land van hun (voor)vaderen: HUN VADERLAND.

ZIJ  hadden immers Europese (voor)ouders en juist deze (verre) bloedverwanten bleken meer van xenofobisch van karakter te zijn bij de toenadering van de repatrianten dan bij de tegen­woordige immigranten die al die achtergronden niet hebben. Onbegrijpelijk en tegelijker­tijd beschamend.  Hoe was het ons geleerde zinnetje ook al weer: “van je familie moet je het hebben”. Kortom een onvergeeflijk schandaal.

ZIJ  werden op die manier niet bepaald in de watten gelegd zoals men met de huidig immigranten nu wel het een en ander pleegt te doen waarvan de modus zelfs standaard schijnt te zijn.

Voor de repatrianten hoefde deze “pampering” ook helemaal niet; men vroeg hen immers helemaal niets en al helemaal niets over de redenen waarom zij hier kwamen.

In het voor­malig Neder­lands Indië heerste een vrij sociaal liberaal arbeidsklimaat en er waren geen sociale vang­netten ter bescherming van werkenden zoals in Ne­derland. Met hun Neder­landse c.q. Eu­ropese opvoeding in Indië herkenden de repatrianten de Neder­landse samen­le­ving amper of hele­maal niet. Immers het gedrag en de om­gangs­vor­men van de Neder­lander strookte niet met dat­gene wat ze in Indië had­den geleerd: goede manieren, be­leefd zijn tegenover een ieder, met twee woorden spreken zonder aanziens des per­soons, kortom de etiquette van het fatsoen.

 

In de Indo/Europese en Europese gemeenschap ontstonden

 als gevolg van de segregatie (zie het eerste deel) diverse niveaus en stijlen van leven: arm tot heel arm en rijk tot  heel rijk. Zowel de (vaak) rijke Europeanen als de rijk geworden Indo/Europeanen (meestal self-made) staken met hun sociale status de ogen uit van de rest van de Indo/Europeanen die  groten­deels een middenklasse vormden. En in deze maat­schap­pelijke verhouding was het woord solidair niet bepaald een woord dat dage­lijks werd gebezigd. En wanneer men de heden ten dage ter be­schikking staande actuele in­formatiebronnen raad­pleegt over de Indo/­Europe­aan, komt men niet zel­den onge­rijmdheden tegen. Dan worden er voorbeel­den van suc­cesvolle personen van Indo/Eu­ropese afkomst, Indo‘s dus, ten tonele ge­voerd, die vanaf de zestiger  jaren bekend zijn geworden op het ge­bied van de kunsten zoals, thea­ter, dans, film, muziek etc. met obligate commentaren dat zij het (toch) ge­maakt hebben! Daar kun­nen we suc­cessievelijk aan toevoegen dat ze dat succes (onder de alziende ogen van  hun ouders!) uit eigen kracht en inspan­ning hebben verworven. Ook carrières in de Krijgsmacht en op wetenschappelijk ge­bied (vaak medisch) worden dan uitgeme­ten. Maar de talenten op divers gebied onder de leden van de In­do/Europese be­vol­kingsgroep had men nauwe­lijks of helemaal niet in de gaten ge­had laat staan bevor­derd. Velen ont­wikkelden zich op eigen houtje, on­ge­subsidieerd of  nauwelijks ge­spon­sord door een of andere firma. Wat dat be­treft veel respect en lof en we gunnen hen het succes van ganser harte, dat vinden ik en ieder­een een goede ont­wikkeling; het zijn in feite nog fijne stipjes in het ge­heel, incidenten, maar die al flonkeren boven het ver­maledijde tranen­meer van de bitterheid van gisteren dat we met zijn allen hope­lijk zeer snel achter ons zullen laten om het plaats te laten maken voor de grote verwach­tingen die de Indo/Europeaan voor dit (ONS) mooie land voor ogen heeft.

 

Ik hoop  hiermee een bijdrage te hebben geleverd aan hen die de geschiedenis van de In­do/Eu­ro­peaan graag willen kennen en draag ik deze serie artikelen daarom op aan alle jonge men­sen en aan alle mensen van de Indo/Europese gemeenschap omdat ik weet wat het is om (een) Indo te zijn.

 

10897249257?profile=original

PJOTR X. SICCAMA

 

Lees verder…

Minister Timmermans lijmt scherven in Indonesië

De telegraaf 20/2 - 2013 opent met:

Minister Timmermans lijmt scherven in Indonesië

’Excuses… waarvoor?

10897259489?profile=original

en Als minister van Buitenlandse Zaken zal de Limburgse wereldburger Frans Timmermans vandaag aan de bak moeten als hij voor een tweedaags bezoek Indonesië aandoet. De relatie met de voormalige kolonie kreeg een knauw omdat de verkoop van tweedehands Leopard-tanks vorig jaar niet doorging. Ook zorgde de weigering van PvdA-leider Samsom om de Indonesische ambassadeur te ontvangen voor onvrede. Aan de PvdA-bewindsman de taak om de scherven te lijmen.

 

Lees verder op https://telegraaf-i.telegraaf.nl/telegraaf/_main_/2013/02/20/005/

 

 

Redactie ICM:

Weer met een pak magrine loopt de volgende  kers verse minister als een olifant door de "Gordel van Smaragd" . Zijn brede kennis aan talen manifesteert zich in zijn grote beperkingen die leiden zelf tot het aanbrengen van economische schade voor Bouwend Ondernemend Nederland die zich hebben ingeschreven voor het Indonesisch Economisch Masterplan waar 1200 Miljard mee is gemoeid, en jaagt wederom met deze arrogantie lalle autoriteiten van het Indonesisch parlement in de gordijnen.

 

Heel bouwend ondernemend Nederland ondervindt telkens zakelijke schade in de "Gordel van Smaragd " door deze arrogante Nederlandse kleutergedrag in de Tweede Kamer, die geen oog voor economische visie hebben. Zulks blijkt dat Nederland weer in een economische ressie is beland in tegenstelling tot de andere Euro-lid staten. Juist in tijden van ecomische recessie waar in de Euro Zone alleen mijlarden worden uitgegeven, en  waar Nederland voor de derde keer in recessie beland zie hier weer een prachtig voorbeeld van case de veroorzaker.

Ergo,  de republiek Indonesia heeft de tanks al betaald, wel beschouwd. Destijds heeft de republiek aan Ministerie van Buitenlandse zaken bedragen ( waarde nu ruim 4 mijlard) overgemaakt. Dit bedrag was voor de nationalisatie van Indische - Nederlandse ondernemingen in het toenmalige Indie. Deze bedragen zijn nimmer aan de gedupeerden  uitgekeerd.

 

 

 

 

 

Lees verder…

 

10897258853?profile=original

HIROHITO 

 

MAC ARTHUR: 1945: Masterplan en/of historische vergissing? 

 

 

Nog voordat generaal Mac Arthur voet op Japanse bodem zette, had hij het bevel gegeven aan generaal Boner Feller om Hirohito en zijn gevolg te beschermen.(..)

Achter deze, voor een ieder nog onduidelijke beslissing, werd een groot strategisch (geheim) plan vermoed, dat terdege was voorbereid door met name de Verenigde Staten van Noord Amerika. De strikt geheime maar in eerste aanleg ook ondoorzichtige visites van de leden van de Amerikaanse generale staf aan hun Japanse collegae die op dat moment in de gevangenis zaten wezen op een groot plan die de Amerikanen coûte que coûte schijnbaar wilden uitvoeren.  

Tegelijkertijd werd het Internationaal Tribunaal tussen september 1945 en het najaar 1946 ter voorbereiding op het Tokyo Tribunaal, zorgvuldig samengesteld met rechters uit die landen die onder de WOII hadden geleden en aan den lijve hadden ervaren.

De discussies barstten intern ondertussen in hevigheid los tussen de Internationale rechters en de aangesloten geallieerden en met name tussen de generaals die als opperbevelhebbers in de nasleep van WOII de orde (wel een van wereldformaat) moesten handhaven, over de schuldigheid van Hirohito.

Het masterplan van Mac Arthur c.s., had de Internationale rechters kennelijk min of meer overtuigd van het groot belang voor Japan zelf en de Wereld. Men kwam er niet echt uit met betrekking tot het lot van Hirohito.

Met betrekking tot het ‘’ontlasten’’ van de keizerlijke familie van oorlogsmisdaden, was bekend

dat zowel onder de Internationale rechters als historici (door onder meer Herbert Bix en John Dower) op heftige kritiek kwam. Zó overtuigd als het deed vermoeden in het begin was het nou weer niet. Deze kritische commentaren over en weer van rechters van het tribunaal en internationale historici  zijn algemeen bekend en liggen in het publiek domein ter inzage. 

Er waren niettemin verschillende en complexe zaken die aan de orde moesten komen, waar de geallieerden en de Internationale Gemeenschap zich in 1945 over moesten buigen en waar de onderlinge meningsverschillen (voor de buitenwereld) dienden te worden opgelost al dan niet uitgesloten.

De hoofdzaak ging om de hoofdschuldige in deze aan te wijzen, dan de schuldigen aan de uitvoering van de oorlog en de berechting van hen. Er was echter een kink in de kabel in de voorbereiding van het tribunaal en dat is dat a priori de Verenigde Staten een groot aandeel hadden door het lot van Hirohito en de zijnen vooralsnog buiten beschouwing te laten, gezien het masterplan dat Mac Arthur eveneens aan de overige geallieerden in strikte geheimhouding, later had onthuld.

Ook bij de overige geallieerden kwam het plan als een donderslag en ontstond heftige weerstand. Omtrent de positie van Hirohito en de zijnen dat de monarchale kwestie niet direct als hoofdzaak in het plan was opgenomen.

Maar de tijd was spelbreker en in de overtuiging, al ware dat (in dubio reo) het masterplan van Mac Arthur de beste oplossing bood en dat wellicht later Mac Arthur de kwestie van de monarchie alsnog aan de orde zou stellen, werd het masterplan( weliswaar onder geallieerde voorwaarden) respectievelijk spoedig tot uitvoering gebracht

Historisch geworden foto van het bezoek van Hirohito aan generaal Douglas Mac Arthur in de Amerikaanse ambassade in Tokyo; in de later bekend geworden ontmoeting,drie weken na de ondertekening van de capitulatie van Japan op het oorlogsschip de Missouri. (aug.1945) 

De grootse plannen van Mac Arthur hielden in dat Hirohito zijn volledige medewerking moest verlenen aan een omvangrijk postoorlogs programma  en uitvoering ervan voor Japan. Die verzekering kregen de Amerikanen van Hirohito in de later bekend geworden ontmoeting in de Amerikaanse ambassade, drie weken na de ondertekening van de capitulatie van Japan.

Dat voor Hirohito een vernederende gang moest zijn geweest (en geworden) was duidelijk:.. om naar de plaats te gaan van “de Reus (VS) die Japan (Hirohito) in zijn slaap wakker heeft gemaakt’’ (..) en de miscreant die de Reus van zijn zoete dromen had beroofd nu ter verantwoording te roepen’’ 

Voor Douglas Mac Arthur met zijn imposante statuur, stond een kleine man, diep buigend in traditionele en dwangmatige nederigheid. Zag de belichaming van het Grote Kwaad er zo uit? 

Hirohito was kennelijk goed voorbereid op de ontmoeting met generaal Mac Arthur op de Amerikaanse ambassade; de rit maakte hij in de auto in zijn eentje. (slechts begeleid door één lid van de hofhouding, die overigens niet bij de persoonlijke ontmoeting aanwezig was)

Tijdens deze ontmoeting bood Hirohito aan om zich verantwoordelijk te stellen voor de oorlog. Voorbereid op het aanbod van Hirohito,werd het aanbod resoluut door Mac Arthur afgewezen, om de simpele reden dat het aanbod niet in het Masterplan paste.

10897259074?profile=original

 

Een Japanse verkeersagent en een Amerikaanse soldaat regelen het verkeer in Tokio tijdens de geallieerde bezetting. (foto uit een filmfragment) 1945/46

Deze ontmoeting ging echter vooraf aan een andere gebeurtenis die later in het vervolg van de discussies over de schuldvraag van Hirohito aan de orde kwam.

In maart 1946 kreeg admiraal Yonai (gevangengenomen en aangeklaagd voor oorlogsmisdaden) in zijn cel bezoek van de Amerikaanse generaal Bonner Fellers die Yonai vertelde dat ’’…het vande kant van Japan goed zou uitkomen indien de keizer niets te verwijten valt’’; waarop Yonai antwoordde: “..dat het dan een goede gelegenheid was om dat tijdens het proces te doen en dat de commandant van de aanval op Pearl Harbour Heidiki Tojo alle schuld op zich zou nemen.’’

Hierna werden alle bewijzen tegen Heidiki Tojo in allerijl verzameld door het team van Mac Arthur en paste precies in Mac Arthurs plan. 

Vandaar dat het aanbod van Hirohito in die omstandigheid niet kón worden geaccepteerd.

De (Amerikaanse) geallieerden hadden Hirohito immers hard nodig om in die onzekere constellatie (eventuele) chaos en wanordelijkheden in het land te voorkomen en zeker gezien de, tegelijkertijd ontwikkelde Amerikaanse plannen (die overigens reeds operationeel waren) snel te kunnen uitvoeren. Het feit dat de Amerikanen om Hirohito’s medewerking hadden verzocht, betekende dat de Amerikanen Hirohito’s macht en invloed kennelijk nog aanzienlijk vonden en daarmee “de facto en de jure’’ Hirohito’s gezag erkenden. Er bestond vóór de oorlog immers slechts één autoriteit en gezag die de touwtjes in handen had en dat was Hirohito. Hij was voor de WOII volledig verantwoordelijk, naast de uitvoerenden van deze oorlog. Hirohito had voor het Tokyo-tribunaal moeten verschijnen om dat uit te leggen. Dat was helaas niet gebeurd. Een historisch vergissing van de eerste orde. De vrees van de Amerikanen dat er ongeregeldheden zouden ontstaan in het hele land wanneer Hirohito zou worden gearresteerd, gevangengenomen en berecht, was ongegrond, aangezien de overgrote meerderheid van de Japanse bevolking in 1945/46 in Hirohito de schuldige zag dat zij in deze desperate en armetierige situatie terecht was gekomen.   

In het begin van de Amerikaanse bezetting van Japan, kwam er in Tokyo en andere steden tot plaatselijke rellen, waarbij ze leuzen tegen de bezettingsmacht scandeerden met geluiden als: ‘’…wij zullen ons nooit overgeven..’’(.) etc. Een paar fanatici probeerden daarbij de poorten van het keizerlijk complex zelfs open te breken. Men slaagde er zelfs in om de keizerlijke vertrekken te bereiken, waar zij, opgewacht door de keizerlijke garde in hechtenis werden genomen, na over en weer met steekwapens elkaar te lijf te gaan. Aangevuurd door een officier uit een van de reeds ontwapende legereenheden, kwam het tot ernstige schermutselingen, waarna de geallieerde legereenheden werden ingeroepen om bijstand te verlenen om er eind aan te aan te maken. Tijdens deze locale rellen poogden enkele Japanse hoofdofficieren (nog niet gearresteerd) een heuse greep naar de macht. Het waren incidenten, geëntameerd door de resterende Japanse militaire elite. In deze periode van verwarring was bekend dat sommige officieren en ook soldaten overigens Harakiri oftewel zelfmoord pleegden (een gruwelijke traditie afkomstig uit de tijd van het Shogunaat) toen bekend werd dat de keizer een (radio)rede zou gaan houden waarin hij de definitieve capitulatie van Japan zou uitspreken.

 Maar de steun van de Japanse bevolking voor Hirohito was op dat ogenblik al minimaal en verfoeide, het voor hen, in letterlijke als figuurlijke zin, het “Onzichtbare Kwaad”. De Japanse bevolking leed. Het is een heel merkwaardige situatie die voor de buitenwereld vooralsnog en allesbehalve helder was.

Ten eerste heerste de overtuiging bij Hirohito omtrent de onvoorwaardelijkheid van de steun van de Japanse bevolking jegens hem. Ten tweede: het Masterplan van Mac Arthur, dat inhield dat de bescherming van Hirohito en de zijnen strict noodzakelijk was om het omvangrijke herstelprogramma zo snel mogelijk te kunnen uitvoeren. Zowel de vermeende steun van de Japanse bevolking aan Hirohito als de bescherming van hem door de Amerikanen, bestond geen enkele grond, behoudens dan dat dit laatste een wezenlijk onderdeel vormde van het Masterplan van Mac Arthur. De Amerikanen hadden en dachten eigenlijk aan zichzelf: hún plannen moesten worden uitgevoerd, zij het (later en in de loop van het proces) met bijzondere  toevoegingen en fundamentele voorwaarden door de rest van de geallieerden.

In tegenstelling tot de WOI, waarbij de veroorzaker van de Wereldbrand, te weten het keizerrijk Oostenrijk en haar grootste medeplichtige en tevens bondgenoot Duitsland, eveneens een keizerrijk, degelijk de kop hadden gekost. In het Verdrag van Versailles in 1919, werd namelijk unaniem besloten dat de (Donau) monarchie van Oostenrijk werd afgeschaft met verregaande consequenties van dien: de verantwoordelijken: de keizer (cum suis) werd alle privileges en titels ontnomen. Voorts werden alle adellijke titels afgeschaft en bij wet verboden deze nog te voeren.

In het geval van keizerrijk Japan had de Verenigde Staten van Noord America het heft in handen, maar de procedure over de afschaffing van het Japanse keizerrijk werd om duistere redenen niet gevolgd, overeenkomstig de logica en in overeenkomst met historische Europese tradities. Ongetwijfeld waren de V.S. niet bij machte hierin een resolute houding aan te nemen  en mistten zij de juiste

instrumentaria om monarchale kwesties als deze tot een goed einde te brengen. Een historisch vergissing ?

Er bestond immers geen enkel wezenlijk verschil tussen WOI en WOII en was voor de Wereld daarom geen dilemma.

De prioriteitenlijst voorzag de meest belangrijke operatie van het Masterplan van de Amerikanen en dat was de volledige en fundamentele( her)inrichting van het Japanse Staatsbestel inclusief de Staatsinrichting volgens democratisch model: (voorlopig werd de rol van de monarchie nog  buiten beschouwing gelaten) te beginnen met een nieuw te ontwerpen Grondwet en de installatie van een Parlementaire Democratie met gekozen leden. Kortom een Sisyphusarbeid.

Men moet zich realiseren dat het voor de geallieerden een gigantisch karwei moest zijn geweest. Ten eerste werden de Japanners in het land zelf ontwapend, daarna de ontwapening van minstens 4 miljoen Japanse soldaten buiten Japan die elders in de wereld merendeels nog krijgsgevangen waren en die successievelijk moesten worden gerepatrieerd. Deze immense operatie moest binnen een bepaalde tijd gebeuren om eventuele excessen en repercussies in de betrokken gebieden waar Japanse militairen nog verbleven te voorkomen. Hiervoor hadden de Verenigde Staten alle mogelijke oorlogsschepen en koopvaardijschepen die nog ter beschikking waren zo goed en zo kwaad mogelijk ingezet. Vervolgens de algehele demilitarisering van Japan zelf en de indeling van dat land in bepaalde zones voor de internationale geallieerde troepenmacht ter handhaving van de orde met de VS als opperbevelhebber.

De voedselvoorziening voor de Japanse bevolking diende te worden geregeld, Daar werd toegezien op stricte naleving. Er bestonden zware straffen op misbruik en diefstal en die waren niet bepaald mals.

De overige geallieerden en de Internationale gemeenschap werden zeer onaangenaam verrast door het bericht (afkomstig van de Amerikanen), dat Hirohito bij de gratie van de Amerikanen als staatshoofd mocht aanblijven(!): Staatsbevoegdheden en/of bestuurlijke macht werden hem geheel en terecht ontnomen. Hier werd genade voor recht toegepast, hetgeen in de ogen van de Wereld een historische vergissing is en een schande blijft.

Voor sommige geallieerden was dat een behoorlijke aderlating en werkelijk onacceptabel. Hoogstwaarschijnlijk werden de Internationale gemeenschap, de Internationale rechters en de westelijke geallieerden in geheim over de specifieke bijzonderheden in bijzonderheden geïnformeerd van de toekomstplannen door de Amerikanen, nadat de keizer in alles zijn volledige medewerking had toegezegd.(Maar die medewerking was zoals men later constateerde überhaupt niet nodig geweest).

Dat er een politiek/economische strategie achter de Amerikaanse plannen zat, is evident, weliswaar met één agendapunt, waarvan doel, uitkomst noch vorm en uitwerking bekend waren.

De Amerikanen waren goed voorbereid met inbegrip van de positie van de keizer. Het was overduidelijk dat de plannen, constitutioneel, economisch en militair klaar lagen voor de toekomst van een land dat tot dan toe geen democratie kende.De controversiële Hirohito hadden de Verenigde Staten op de koop toe genomen.

De aap kwam uit de mouw in het masterplan: Japan moest hoe dan ook een economisch/kapitalistische buffer vormen tegenover het opkomende Communisme vanuit het Aziatisch vasteland (Rusland in het begin en later de opstanden in de dictatuur van China onder leiding van Sjang Kai Sjek, door fanatieke communisten onder leiding van Mao Tse Tung.)

Zowel Rusland (De Sowjet Republieken) als China hadden hun oog al laten vallen op een paar gebieden ten oosten van het Aziatisch Continent. En hiertegen diende een krachtig antwoord komen van de Vrije Wereld meende de V.S. c.s. Ze hadden gelijk gekregen: 6 jaar later (Mao Tse Tung kwam als communist aan de macht) en de Koreaanse Oorlog was in alle hevigheid op het schiereiland uitgebroken.

 10897249257?profile=original

Februari 2013-02

PJOTR. X SICCAMA

 

Lees verder…

Sandra Reemer - Het begint allemaal bij jezelf

10897255472?profile=originalSandra Reemer - Het begint allemaal bij jezelf

In 2012, het jaar dat ze haar 50-jarig jubileum zou vieren, stapte Sandra Reemer uit de showbizz. Nu geeft ze lezingen en workshops aan mensen die op zoek zijn naar persoonlijke groei.

Het gebeurde toen ze de laatste keer met haar ouders, nu zo’n vier jaar geleden, in Indonesië was. De woorden rolden zomaar uit haar mond. Indonesische woorden, die haar vader haar nog nooit had horen gebruiken. Het besef dat die woorden ergens heel diep van binnen kwamen, gaf haar een voldaan gevoel. “Het heeft echt te maken met het realiseren wie je werkelijk bent”, zegt Sandra. De aankondiging van haar afscheid van de showbizz was al enige tijd op haar website aangekondigd. Het was slechts een kort en opmerkelijk bericht: “Sandra Reemer als personal coach”. Op haar weblog doet ze verslag van haar ervaringen op spiritueel gebied en vertelt ze openhartig over de bewustzijns-verandering die ze zelf doormaakte.

Reden voor Ricci Scheldwacht om af te reizen naar Sint Michielsgestel, waar Sandra woont en hnaar te vragen naar de redenen en achtergronden van deze carrièreswitch. Het resultaat is te lezen in het januarinummer van Moesson.

Bron:  Moesson, januari 2013.

 

 

Lees verder…

 

10897239901?profile=originalKabinet Rutte wil een wit voetje halen  bij president   Yudhoyono.
 
 U kunt zich vast nog wel herinneren; 
met levengrote koppen "Geen bloed aan onze handen .... etc "

Saillant is dat Timmermans toen als PvdA Kamerlid een hoofdrol speelde in de Leopard - tanks affaire. Niet alleen dat deze deal van 200 miljoen de Nederlandse regering mis liep, maar zette de verdere handelsbetrekkingen onder druk tussen het Koningrijk der Nederlanden en de republiek Indonesië.
 
Dat blijkt wel uit onze eerdere berichtgevingen " Indonesië economische Masterplan 2011-2025" en  promotieclip van YouTube  http://youtu.be/hGtol65OeU dat doet lijken op het Nederlands polderlandschap. Dit Masterplan omvat 30.000 projecten voor leveringen van materialen, en 1.000.000 arbeidsplaatsen met start datum 2011 tot 2025.
 
Juist omdat er nu crisis heerst in de Euro - Zone waar Nederland alleen al 10 tallen miljarden moest wegbrengen en met wegbrengen van de miljarden pas is begonnen met geen enkel toekomstperspectief op korte termijn. Met die tankdeal zou worden beklonken dat de toegangspoorten open ging naar de republiek Indonesië die tot rijkste economieën ter wereld behoort met een groei van ruim 11%, dit in tegengestelling tot - 4% groei in de Eurozone, die zich de komende  5 jaren verder negatief zullen gaan ontwikkelen. Hier zijn alle Wijsheren over eens.
 
Tegelijkertijd nog de week daarop Angel Merkel van Duitse Bonds republiek er geen gras overheen liet groeien. Afreisde naar Jakarta en een deal met de Indonesische regering beklonk voor alsnog de levering van de Duitse Leopard tanks.
 
Binnen de Politiek heerst deze sorry mentaliteit die heel veel schade berokkent voor de Nederlandse ondernemingen die zich letterlijk over de Nederlandse grenzen inzetten met hun eigen middelen, blijkt nu wel weer.  
 
Reeds drie / vier jaren is bijna de hele BV - Nederland bezig met het Indonesië Economisch Masterplan dat ludiek Internationaal werd gelanceerd destijds. Uit alle windstreken komen landen zich inschrijven om maar een graantje te mogen meepikken van die 1500 Miljard. Vele Nederlandse projectontwikkelaars, Architecten en Ingenieursbureaus hebben zich ingeschreven voor deze Internationale aanbesteding. Waar vooraf reeds fors een buidel dient te worden getast om de oplossingen in plannen te vervatten, en inclusief de vele voorbereidende werkzaamheden. Alles met eigen middelen, en als de orders niet worden gegund deze kwijt zijn. Inmiddels zijn deze ruim drie tot vier jaren bezig, en ondervinden alleen last van die "politieke kinderen speltjes " in de Tweede Kamer. Er wordt wel aan de toekomst gedacht m.b.t. pensioenen en hoe de burgers hier verder met lasten worden opgezadeld. Toch zeer kortzichtig van die 158 parlementarieres in de Kamer om nu pas in actie te komen.
 
Waar Nederlandse ondernemingen juist goed in zijn namelijk; Kennis-, Water-, en Innovatie management. Het Mega masterplan bevat o.a. Wateroverlast in Jakarta, dijken, Zuivering van water, metro, lange bruggen, elektrische centrales etc.
 
Die tankdeal heeft niet alleen 200 miljoen gekost, maar wel 300 tot 700 miljard die  voor deze Nederlandse ondernemers;  projectontwikkelaars, Architecten en Ingenieursbureaus nu dreigen te verliezen.
 
Naast dat het kabinet Rutte vertrekt met charmeoffensief waar wederom vele ministers meereizen om de plooien glad te strijken zou het sieren om Nederlandse projectontwikkelaars, Architecten en Ingenieursbureaus te ondersteunen bij de benodigde  investeringen bij hun plannen. Nu zijn deze aangewezen op investeerders uit VS en Arabische landen. Terwijl China met haar plannen en investeringen komt, heeft deze grote voorsprong.
 
De toekomst van de Nederlandse economie ligt bij Indonesië, net als vroeger. 
Na 300 jaren Indie, schijnt de Nederlander de Indonesische cultuur nog steeds niet te kennen of komt er weer zo'n wijze  dwaas uit Clingeldael die denkt het te weten.
 

Indonesië economische Masterplan 2011-2025
 
 
(Let op het document is 35 mb groor en duurt tien minuten om het te downloaden
Lees verder…

ECONOMISCHE BELANGEN GAAN VOOR HET MILIEU IN BALI.

 

10897255055?profile=originalECONOMISCHE BELANGEN GAAN VOOR HET MILIEU IN BALI.
Door Hahn.
 
 
                                                         Het eiland Bali staat bekend om haar schoonheid en trekt jaarlijks vele touristen die willen genieten van de prachtige stranden, de heldere blauwe zee en de adembenemende natuur. Veel Indische Nederlanders verblijven hier zeer regelmatig voor een langer verblijf of hebben zich hier min of meer gevestigd.
Helaas dreigt de geweldige schoonheid te verdwijnen, omdat de bescherming van het milieu te wensen over laat. Volgens de BALI POST neemt Bali het niet zo nouw met milieuregels en is 2012, volgens wetenschappers en specialisten, een dieptepunt voor wat betreft het beschermen van het milieu.

... Ondanks de goede voornemens van Bali om de natuur te beschermen, komt daar in de praktijk weinig van terecht. Plastic afval slingert in het rond en concrete plannen om dit aan te pakken ontbreken.
Volgens de voorzitter van de milieubeweging "Bali's Friends of the Earth", Dhr. Wayan "Gendo" Suardana was 2012 een dieptepunt, omdat de overheid te weinig maatregelen heeft genomen om het milieu te beschermen. Hij is van mening dat de overheid meer geinteresseerd is in nieuwe investeerders en zich vooral bezighoudt met het verwerven van inkomsten.
Ook Agung Wardana, van de National Education University is van mening dat de regering van Bali het economisch belang voor het belang van het milieu gaat. Volgens Wardana zal de overheid allen de natuur beschermen indien zij daar voordeel van heeft.

Naar mijn mening zal een juist evenwicht tussen beide belangen er voor zorgen dat er enerzijds voor de de toeristen een prachtig, niet vervuild, Bali blijft bestaan, omdat alleen op deze manier een goede generering van inkomsten zijn gegarandeerd.
Lees verder…

 

10897224090?profile=originalMoeten de publieke omroepen NU niet het oude bestel gaan verlaten die geent zijn op het Wereldnieuws ?

Het huidige bestel wordt door Poltiek Den Haag, de baas van dit bestel, nadrukkelijk gestuurd! Desondanks de riant betaalde Pauw & Witteman (400.000 per jaar) lijkt het dat vele vragen onder het tapijt worden geveegd, die voorar eerst vanuit Den Haag worden gedicteerd.

Zoals nu weer blijkt : Waarom Nederlandse regering de scope naar binnen zich richt, terwijl bijna heel BV - Nederland -  - met name projectontwikkelaars, artchitecten , ingenieurbureus en inversteerder  -  al vier jaren bezig zijn met Economische Indonesich Masterplan met omvang van ruim 1500 Miljard om deels aan orders voor Nederland  binnen te halen?  Vreemd dat deze informatie via andere media bronnen en ICM in de aandacht moeten worden gebracht.Dan het merienneuken in Tweede Kamer dat bij Pauw & Witteman alleen nog verder wordt uitvergroot, zodat de burgers op het verkeerde been worden gezet. Vreemd nadat ander media-bronnen en het ICM de zaken over Masterplan heeft gepubliceerd, dat nu Rutte en Kabinet zich naarstig haasten om bij de Indonesische President een wit voetje te gaan halen, dit even terzijde. Helaas Angela Merkel was hun al voor met Leopard tanks!

Dit alles eventerzijde van een case uit de omroep!

Daarnaast sprake is van valse concurrentie t.o.v de commcerciele omroepen die zelf diep in de buidel moeten tasten om mooie producties te maken, en hun producties succesvol Internationaal weten slijten waarover weer belasting wordt betaald, waar weer de publieke omroepen weer uit betaald worden .

Zeker nu in een tijd van de GLOBAL media zoals Facebook en andere media - bronnen op het wereldse web het Internet.

De publieke omroep zou zich moet beperken net als een soort CN, die alleen nieuws brengt. Rest dient commercieel te gaan door eigen ledenwerving/abonnementen. Hiermee worden net als de SNS - BANK de slechte tumoren weggesneden.

www.icm-online.nl
Lees verder…

10897253675?profile=originalSteeds meer intolerantie in Indonesië door: Wilma van der Malen

Het moet werkelijk niet gekker worden met de intolerantie in Indonesië. Het hele jaar al domineerden aanvallen op kerken en Islamitische minderheden het nieuws. En als klap op de vuurpijl is plotseling het wensen van een gelukkig Nieuwjaar aan Christenen geen goed moslimgebruik meer, want Moslims vieren volgens hun kalender het begin het nieuwe jaar niet en zeker niet op 1 januari.
Het begon al voor de Kerstdagen. Toen de Indonesische Raad van Islamitische Geestelijken (MUI) een fatwa uitsprak tegen de kerstwens van Moslims aan Christenen. Zelfs president Susilo Bambang Yudhoyono werd geacht geen kerstbijeenkomsten van Christenen meer bij te wonen. De president is gelukkig een wijs man, deed of zijn neus bloedde en bezocht de nationale Kerstviering. En terecht. Hij is president van alle Indonesiërs. Hij lapte de bedreigingen van het radicale Front ter Verdediging van de Islam, het FPI, die zijn aanhangers regelmatig de opdracht geeft om kerken aan te vallen, gewoon aan zijn laars.

Ik begrijp het werkelijk niet. Indonesië stond altijd bekend als een voorbeeld waar alle religies vreedzaam met elkaar samenleefden. Een toonbeeld van vriendelijkheid, gastvrijheid en tolerantie. Aangespoord door de Pancasila (de filosofische grondwet van de stichter van het moderne Indonesië, Sukarno) hetgeen vijf zuilen betekent. Deze vertegenwoordigen de vijf verschillende religieuze pijlers, waarop het land is gebouwd, die samen “eenheid in verscheidenheid” prediken. Maar die eenheid is nu zoek.

Extremistische moslimleiders en groeperingen weigeren Sukarno’s geesteskind nog langer te erkennen en strijden voor een Islamitische staat met Sharia. Ze vinden dat ze daar als moslims recht op hebben, omdat ze de meerderheid vormen.

Leiders van Christenen en andere Godsdiensten zijn verbijsterd over de opkomende intolerante houding van de Moslimleiders, die juist het goede voorbeeld zouden moeten geven. Ze noemen voorzitter Din Syamsuddin van een van de grootste Moslim-organisaties Muhammadiyah, die tot voor kort zijn Christelijke vrienden nog wel een Kerstkaart stuurde en nu de rechtlijnige houding van de Moslimraad volgt. Want waar staat in de Koran geschreven dat je de andere gelovigen geen prettige feestdagen mag wensen. Christelijke leiders bezoeken tijdens de vastenmaand hun moslimbroeders wel en vasten soms zelfs met hen mee uit respect.
Deze fatwa van de Moslimraad is een slecht begin van het nieuwe jaar. Het zou juist zo fijn zijn geweest als de imams op Nieuwjaarsdag via de luidsprekers op de minaretten alle Indonesiërs een gelukkig Nieuwjaar zouden wensen. Want we zijn toch allemaal mensen. Een mooi gebaar om met een schone lei te beginnen en te vergeten wat radicale elementen in dit land de minderheden de afgelopen jaren reeds hebben aangedaan.

Het dieptepunt vorig jaar was wel de aanval op Sjiieten op het eiland Madura voor de kust van Java, war ze met hun gezinnen zijn verjaagd en hun huizen in brand zijn gestoken. En in plaats van dat de politici in het Nationale Parlement de aanval veroordeelden, riepen zij de Sjiieten op zich tot de “ware islam” te bekeren.
Met mij zijn er heel veel Indonesiërs, Moslims en Christenen, die deze dagen de eerste democratisch gekozen president Abdurrahman Wahid hartstochtelijk missen. Deze Wahid, voorvechter van tolerantie, stierf een aantal jaren geleden. Daarna is er helaas niemand opgestaan die zijn denkbeelden blijft prediken.
Ik hoop dat de Indonesische media in dit nieuwe jaar een nieuwe Wahid gaan zoeken, want ongetwijfeld moet die ergens op een van de eilanden rondlopen. En dat er minder aandacht uitgaat naar de religieuze gevechten en meer verhalen geschreven worden over de vredestichters. Want ik blijf geloven dat religie in Indonesië meer cultuur is en het juist de politieke leiders zijn die hun aanhangers oproepen om minderheden aan te vallen.
Toen het met Oud-en-Nieuw twaalf uur sloeg, heb ik ook al mijn Moslimvrienden een heel gelukkig Nieuwjaar gewenst. En deze wens kreeg ik van allen volmondig terug. Ik wens iedereen een gelukkig en vredig Nieuwjaar.

Lees verder…

19 maart wordt de Indische dag in Den Haag!

10897257273?profile=original19 maart wordt de Indische dag in Den Haag!

 

Dan wordt de Indische Petitie aangeboden aan delegatie van het Kabinet - Rutte 2.

De verwachtingen  zijn dat tien duizende Indo's hun handtekening die dag aanbieden. Het aanbieden geschiedt door

de delegatie van het Indisch Platform

 

Lees verder…

Oorlogsgetroffenen 'Backpay-kwestie'

10897253880?profile=originalEen stuk geschiedenis om te copieren en te verspreiden. Bron Oorlogsgetroffenen 'Backpay-kwestie' - Door Nicole C. Bruininga gepost op ICM Facebook

Backpay-kwestie
Aan de Japanse bezetting van Nederlands-Indië kwam op 15 augustus 1945 een einde. Indië was tijdens de Tweede Wereldoorlog zwaar getroffen. De materiële oorlogsschade was groot: plantages, fabrieken, kantoren, huizen en inboedels waren geplunderd en vernield. De oorlog had de samenleving ontwricht en de oude gezagsverhoudingen totaal verstoord. De nationalisten Sukarno en Mohammed Hatta hadden op 17 augustus 1945 de onafhankelijkheid van de Indonesische republiek uitgeroepen. Herstel van het koloniale gezag was op korte termijn niet mogelijk vanwege een groot tekort aan troepen en materieel. Nederland was aangewezen op de medewerking van geallieerde bondgenoten. Ondanks hun hulp ontstond in Nederlands-Indië een machtsvacuüm waarvan de Indonesische nationalisten gebruik maakten. De maanden die volgden op de capitulatie van Japan werden gekenmerkt door terreur en gewelddadigheden die velen, vooral Indo-Europeanen en Chinezen, het leven kostten. Deze tijd, oktober 1945-januari 1946, wordt ook wel de bersiap-periode genoemd.

Een groot deel van de Europese bevolking had de bezettingstijd onder zeer zware omstandigheden doorgebracht in interneringskampen. Zij waren, overigens net als de Indo-Europeanen, aan het einde van hun krachten èn hun financiële reserves. De meeste Europeanen hadden in 1945 geen bezittingen meer, als gevolg van een door Japan gevoerde politiek om Europeanen hun hoge maatschappelijke positie te ontnemen. Veel Indo-Europeanen hadden tijdens de bezetting hun waardevolle bezittingen noodgedwongen te gelde moeten maken. Geallieerde hulpverleners boden noodhulp door het verstrekken van de eerste levensbehoeften. Europese oorlogsgetroffenen werden ten tijde van de Bersiap-periode ter bescherming ondergebracht in verzamel- en doorgangskampen.

Krapgeldpolitiek
Na de bevrijding bleek dat tegoeden bij banken door Japanners niet waren geroofd, in tegenstelling tot de strategie die de Duitse bezetters in Nederland hadden gevoerd. Het geld kon echter niet worden opgenomen. Banken bleven gesloten en de autoriteiten hadden op Java en Sumatra een ‘krapgeldpolitiek’ afgekondigd. Met deze maatregel werd geprobeerd de snel oplopende inflatie zoveel mogelijk te beperken. Overheidspersoneel hoefde op korte termijn niet te rekenen op uitbetaling van het salaris dat ten tijde van de bezetting niet was uitgekeerd. Het gouvernement zag zich gesteld voor meer urgente problemen, zowel op politiek niveau als op het gebied van de maatschappelijke hulpverlening. Bovendien ontbraken beschikbare financiën. Op bestuurlijk niveau werd gestreefd naar een betaalbare vorm van rehabilitatie. Uitbetaling van een aantal maanden vooroorlogs salaris zou oorlogsgetroffenen in staat stellen het leven weer enigszins op de rails te krijgen. Toezeggingen van een aantal commerciële bedrijven, zoals de Nederlandsche Handel-Maatschappij (NHM), de Koninklijke Paketvaart Maatschappij (KPM) en de Bataafse Petroleum Maatschappij (BPM), om het gehele bedrag aan achterstallig salaris aan hun werknemers uit te betalen doorkruisten deze strategie. Niet alleen een deel van het bedrijfsleven had de toezegging tot deze zogeheten backpay gedaan, ook de Koninklijke Marine had haar personeel iets dergelijks beloofd. De nadelige positie waarin militairen uit de Indische land- en zeemacht – èn landsdienaren in dienst van het Indische gouvernement - zich bevonden ten opzichte van overheidspersoneel uit Nederland werd hiermee extra benadrukt. Bovendien waren verwachtingen gewekt en namen oorlogsgetroffenen in Indië geen genoegen meer met een lage rehabilitatie-uitkering. Het recht op backpay werd door het gouvernement echter bestreden. Als argumentatie werd aangevoerd dat Indië in staatsrechtelijk opzicht financieel autonoom was. Dit gegeven was feitelijk juist: Indië was sinds 1864 financieel onafhankelijk, maar wel voor zover het moederland haar goedkeuring aan het financiële beleid verleende. Om uit deze impasse te komen, werd in 1946 een ‘backpay-commissie’ ingesteld die de kwestie diende te onderzoeken.

Rehabilitatie-uitkering
De commissie kon echter geen overeenstemming bereiken over de juridische vraag of er recht op backpay bestond en over de hoogte van een eventuele uitkering. Aangezien een groot deel van de bevolking in Nederlands-Indië steeds meer problemen kreeg om in de eerste levensbehoeften te kunnen voorzien, werd eind 1946 een pre-advies geformuleerd, dat na vele herzieningen in september 1947 als besluit werd vastgesteld. Dit 'besluit inzake de initiële rehabilitatie-uitkering' voorzag in een uitkering van minimaal drie en maximaal vijf maanden achterstallig loon of pensioen. Het bedrijfsleven werd eveneens verplicht tot een uitbetaling van maximaal vijf maanden achterstallig loon. De hoogte van deze eenmalige uitkering was afhankelijk van de grootte van de gezinssamenstelling. De uitkering diende niet gezien te worden als een betaling van niet-uitgekeerd salaris, maar als een rehabilitatie-bedrag waarmee alle oorlogsgetroffenen, ongeacht de landsaard, in staat werden geacht een nieuw bestaan op te bouwen op een niveau van de toen passende omstandigheden. De term backpay werd angstvallig vermeden. De regeling leidde tot veel verontwaardiging en onrust bij betrokkenen en de organisaties die hun belangen behartigden, zoals de Nederlands-Indische Bond van Ex-Krijgsgevangenen en Geïnterneerden (NIBEG) en de Indische Pensioenbond.

In de jaren 1947-1949 vond een tripartiete-beraad plaats, dat moest leiden tot de definitieve afhandeling van het rehabilitatievraagstuk. Het beraad vond plaats tussen het Indische departement van Sociale Zaken, werkgevers en werknemers en belangenorganisaties. Een tussentijds akkoord in mei 1948 kreeg echter geen politieke goedkeuring. De uitgaven die voor de slotuitkering waren begroot, vormden een te grote last voor de Indische begroting en politiek Den Haag was niet bereid financieel tegemoet te komen. Het Indische ministerie van Financiën ging over tot verdere bezuinigingen op het voorstel. In februari 1949 werd de opzet van de slotrehabilitatie gepresenteerd. Afhankelijk van de gezinssamenstelling kregen overheidsdienaren een uitkering van vier tot twaalf maanden salaris, met een maximum van duizend gulden per maand. Particuliere werknemers in dienst bij het bedrijfsleven kregen – ook afhankelijk van de gezinssituatie – twee tot zes maanden salaris van hun werkgever. Pensioenvoorzieningen van werknemers uit het bedrijfsleven en zelfstandigen werden veiliggesteld. De regeling die werd gepresenteerd was al in de loop van de onderhandelingen uitgekleed. Echter, het feit dat gemaakte delegatieschulden ten tijde van de Japanse bezetting met de uitkering werden verrekend leidde er toe dat er netto alsnog weinig te besteden viel. De plannen brachten veel morele verontwaardiging en commotie teweeg.

Na de soevereiniteitsoverdracht
De totstandkoming van de definitieve rehabilitatieuitkering viel samen met de eindfase van het Nederlandse bewind in de Oost. Tijdens de Ronde Tafel Conferentie (RTC) werd tussen Nederlandse en Indonesische onderhandelaars de voorwaarden van de soevereiniteitsoverdracht aan Indonesië vastgesteld. Een belangrijk agendapunt vormde de schuldenproblematiek. Na intensieve onderhandelingen was Nederland bereid een deel van de Indische schuld over te nemen. Om de onderhandelingen op dit punt niet verder te bemoeilijken werden de resterende financiële verplichtingen die de Republiek der Verenigde Staten van Indonesië op zich zou nemen niet nader gespecificeerd. Tot deze ‘overige schulden’ behoorden echter ook de rechten en plichten die Nederlands-Indië had ten aanzien van het rehabilitatievraagstuk. De uitbetaling van de financiële verplichtingen werd door de Nederlandse onderhandelaars overgedragen aan Indonesië.

Dit besluit kwam de Indische oorlogsgetroffenen duur te staan. Al spoedig na de soevereiniteitsoverdracht in december 1949 voerde de Indonesische overheid in maart 1950 een monetaire sanering door die een forse geldontwaarding van 66% tot gevolg had. Was de waardevermindering van de rehabilitatie-uitkeringen en pensioenen voor betrokkenen al een tegenslag, de situatie werd nog ernstiger toen de Indonesische regering een maand later de rehabilitatie-uitkeringen aan Nederlanders ‘voorlopig’ opschortte. De grootste tegenslag volgde echter toen de Indonesische regering het welstandscriterium dat nog door de Nederlandse secretaris van Staat A. Oudt eind 1949 in de slotrehabilitatieregeling was ingebouwd actief ging toepassen. Om te kunnen besparen op de Nederlandse uitgaven had Oudt indertijd dit amendement opgenomen in de slotrehabilitatieregeling. Hiermee was de overheid bevoegd alle nooduitgaven die als voorschot in en buiten Indië waren gedaan aan of ten behoeve van in Indië verblijvende Nederlandse oorlogsgetroffenen terug te vorderen van hen die een bepaald welstandsniveau hadden bereikt. Het niveau van de welstand werd door de Indonesische autoriteiten bepaald. Zonder overleg werd gekort op uitbetalingen.

Commissie Achterstallige Betalingen 
Protesten lieten niet lang op zich wachten. Zij kwamen van belangenorganisaties en verschenen in de pers. Ook op politiek niveau kregen de genomen maatregelen aandacht, maar mede vanwege de verslechterende verhoudingen tussen Nederland en Indonesië moest de Nederlandse regering met veel tact haar bezwaren formuleren. Het geschil werd voorgelegd aan het Uniehof van Arbitrage, dat tot taak had rechtsgeschillen tussen Nederland en Indonesië te behandelen, maar een juridische oplossing werd niet gevonden. Uiteindelijk koos de Nederlandse regering voor een pragmatische oplossing door de Indonesische betalingsverplichtingen aan Nederlanders over te nemen. Daarnaast dwong het parlement de regering de Commissie Achterstallige Betalingen (CAB) in te stellen. De CAB kreeg tot taak de rehabilitatieregeling, inclusief het vraagstuk van de materiële schadevergoeding, te onderzoeken voor de Nederlanders die tijdens de oorlog in Indië en nu in Nederland woonachtig waren. De meerderheid van de CAB was van mening dat het opperbestuur in Nederland moreel en formeel verantwoordelijk was voor hetgeen gebeurd was in Indië vòòr, tijdens en na de Japanse bezetting tot aan het moment dat de soevereiniteit werd overgedragen. De Nederlandse regering werd medeverantwoordelijk geacht voor het niet uitbetalen van de achterstallige betalingen aan Indische landsdienaren en het niet-nakomen van een schadevergoedingsregeling. Het recht op achterstallige backpay-pensioenen werd erkend. Het CAB oordeelde niet over de vraag of Nederland formeel aansprakelijk kon worden gesteld voor het niet-uitbetalen van de backpay. Hierover diende òf de politiek, òf de rechterlijke macht een uitspraak te doen.

Geen genoegdoening
De aanbevelingen die de CAB in haar eindrapportage verwoordde, zijn uiteindelijk – na ruim negen maanden - door de regering in hoofdlijnen in haar regeringsnota overgenomen. De regering erkende haar morele verantwoordelijkheid met betrekking tot de afronding van de rehabilitatieregeling en zou ook vanaf 1954 overgaan tot uitbetaling. Met betrekking tot de betaling van de backpay wist de regering zich gesteund door een rechterlijke uitspraak. In een poging de regering via de juridische weg te dwingen tot uitbetaling van de backpay had de Stichting Opeising Militaire Inkomsten (OMINK) een proces aangespannen tegen de Nederlandse Staat. De rechter achtte de Staat echter niet verplicht tot betaling van de backpay. Deze schulden waren met de soevereiniteitsoverdracht overgegaan op Indonesië. Tegen deze uitspraak gingen de eisers in hoger beroep. Maar ook toen oordeelde de rechter dat Nederland niet aansprakelijk kon worden gesteld. De rechterlijke uitspraken waren een flinke tegenslag voor betrokkenen, maar zij bleven strijdbaar en gingen in cassatie. In deze periode wisten zij zich in toenemende mate gesteund door het parlement. Het parlement kon echter de juridische verantwoordelijkheid voor de backpay-kwestie niet op de politieke agenda zetten zolang geen uitspraak was gedaan over de wettelijke aansprakelijkheid. In de tweede helft van de jaren vijftig van de vorige eeuw spanden meerdere Indische oorlogsgetroffenen een rechtszaak aan, omdat zij meer geloofden in een juridische dan in een politieke oplossing. Het pakte voor de oorlogsgetroffenen anders uit dan waarop zij hadden gehoopt. In een aantal rechtszaken werd in het vonnis gesteld dat eisers – in dit geval oud-gouvernementsdienaren – recht hadden op uitbetaling van achterstallig loon, maar dat Nederland hiervoor niet financieel verantwoordelijk was. Betaling was een zaak van de Indonesische autoriteiten. De teleurstelling bij de oorlogsgetroffenen en hun belangenorganisaties was groot. De Nederlandse regering voelde zich door de uitspraken echter gesterkt en kon zich in het parlementaire debat over de backpay-kwestie goed verweren. In 1959 zette Den Haag min of meer een punt achter de zaak. Heropening van het debat was voor de regering pas weer een optie als een nieuw juridische inzicht ten aanzien van de backpay-kwestie werd ingediend. Onmachtig op dat moment de strijd een nieuwe impuls te geven, legden de Indische belanghebbenden en het parlement zich voorlopig bij deze situatie neer.

Openbare hoorzitting Tweede Kamer over niet genoten inkomsten van oud KNIL militairen.
Openbare hoorzitting Tweede Kamer over niet genoten inkomsten van oud KNIL militairen
Toen de betrekkingen tussen Nederland en Indonesië zich in de tweede helft van de jaren zestig weer langzaam herstelden, nam de hoop op genoegdoening bij de Indische oorlogsgetroffenen weer toe.

Tussen Nederland en Indonesië werden schuldsaneringsonderhandelingen gestart met betrekking tot nog openstaande rekeningen. De Indische oorlogsgetroffenen hoopten dat de achterstallige salarissen zouden worden verdisconteerd, maar om de verhouding met Indonesië niet te belasten werd de backpay-kwestie buiten de overeenkomst gehouden. Indische belangenorganisaties zoals Indische Pensioenbond, de Stichting Nederlandse Ereschulden (SNE) en de Stichting Rechtsherstel KNIL (SRK) bleven echter pleiten voor hun zaak, maar zij legden niet meer zozeer de nadruk op backpay als wel op erkenning en genoegdoening van het onrecht wat was aangedaan.

Wet uitkering Indische geïnterneerden
Wieteke van Dort bij hoorzitting over niet genoten inkomsten van oud KNIL militairen.
Wieteke van Dort bij hoorzitting over niet genoten inkomsten van oud KNIL militairen
In de samenleving ontstond in de jaren zestig steeds meer aandacht voor de psychische gevolgen van Tweede Wereldoorlog bij oorlogsgetroffenen. Ook in het parlement kreeg de problematiek van de Indische oorlogstroffenen aandacht. Aangezien een juridische onderbouwing van de backpay-problematiek vanuit politiek oogpunt niet haalbaar was, legde een Commissie van Drie, bestaande uit de parlementariërs K.G. de Vries, S.C. Weijers en G.W. Keja, op persoonlijke titel een voorstel in waarin werd gepleit voor een symbolische genoegdoening voor het lijden in de Japanse interneringskampen. Het voorstel werd door de Kamer gesteund en leidde in 1981 tot de totstandkoming van de wet Uitkering Indische Geïnterneerden (UIG). De UIG voorzag in een eenmalige uitkering van 7500 gulden voor alle door de Japanners geïnterneerde kostwinners (of in geval van overlijden hun partners) die zich nadien in Nederland hadden gevestigd.

Het Gebaar
Oproep van Stichting Het Gebaar
Politiek Den Haag, zowel de regering als het parlement, waren tevreden met deze financiële regeling, maar de Indische oorlogsgetroffenen waren er minder over te spreken. De UIG leidde tot ongelijkheid. Ambtenaren die recht hadden op backpay, maar niet geïnterneerd waren geweest (zoals vele Indo-Europese civiele ambtenaren) kwamen niet voor de uitkering in aanmerking. Daarentegen konden personen die wel geïnterneerd waren geweest maar geen gouvernementsaanstelling hadden – en dus geen recht hadden op backpay – wel aanspraak maken op de uitkering. Ondanks de goede wil van de Commissie van Drie leidde de UIG tot nieuwe frustraties bij gedupeerde betrokkenen. Pogingen de UIG te herzien, hadden geen resultaat. Belangenorganisaties als de SRK en de SNE slaagden er niet meer in hun achterban enthousiast te krijgen voor nieuwe acties. De betrokken oorlogsgetroffenen legden zich na vele decennia strijd neer bij de situatie. In 2000 stelde de overheid via Het Gebaar een schadeloosstelling ter beschikking. Deze uitkering was echter een vorm van smartengeld voor de ‘kille’ ontvangst van de naoorlogse repatrianten in Nederland en stond los van de achterstallige betalingen. Voor velen kent de geschiedenis van de backpay een open einde en als gevolg daarvan blijft deze kwestie onverwerkt.

Marielle Scherer
Bronnen

Meijer, H., Indische rekening. Indië, Nederland en de backpay-kwestie 1945-2005 (Amsterdam 2005).
, v
Rechtsherstel
www.oorlogsgetroffenen.nl
Onderzoeksgids Oorlogsgetroffenen WO2
Onderzoeksgids Oorlogsgetroffenen WO2 -
www.oorlogsgetroffenen.nl
Lees verder…

Blog Topics by Tags

Monthly Archives