Alle berichten (3005)
Wervellende show Indo Music Classics in het Flevoparq
Wie wilt nou niet op één avond genieten van een spetterende show met een veelzijdigheid aan live- muziek?
In het Flevoparq kunt u het op zaterdag 27 november beleven en genieten!
In één wervelende show wordt door bekende, veelzijdige artiesten op een professionele wijze non-stop een verscheidenheid aan muziek gebracht, zoals: Soul, Rock n’ Roll, 60&70-ties, Blues, Country, Indo Rock, Evergreen Ballads, Cumbia, Indonesische- en Molukse Classics en een mespuntje Poco-Poco.
Het initiatief gaat uit van ICM Online, de Indische Internetkrant.
De belangrijke missie van deze krant is om het Indisch Muziek cultuur erf goed in het voetlicht te zetten, maar dan nèt even anders dan men eerder gewend is op Pasar Malams of Indische kumpulans.
Met Rosy Pereira (R&A)die tevens uw gastvrouw is, Three Times A Lady(X-factor), het succesvolle duo Friendly en de allroundband Of Course wordt het een swingende en gezellige avond, tot in de late uurtjes, met heerlijke Indische hapjes. Dit mag u beslist niet missen!
Aanvang: 20:00 uur, zaal open vanaf 19.00 uur
Entree: € 10
Locatie Flevoparq: Educalaan 37 - 8251 GC Dronten www.flevoparq.nl
Ruime gelegenheid is er om te parkeren.
Informatie/reservering: Ferry Schwab 06-53 793 649
Mail: schwab@icm-online.nl / www.icm-online.nl of www.boomagenda.nl
Gebaarlezing*
De komende 15 jaar zal om het jaar een Gebaarlezing plaatsvinden. Centraal staan de relaties tussen Indonesië en Nederland; in verleden, heden en de toekomst. Genodigden voor de Gebaarlezing komen onder meer uit academische kringen, de politiek, het bedrijfsleven en de Indische gemeenschap.
De Gebaarlezing vindt op dinsdag 23 november 2010 aanstaande plaats. Hier zullen Hassan Wirajuda, voormalig minister van Buitenlandse Zaken van Indonesië, en coreferent Alexander Rinnooy Kan, voorzitter van de Sociaal-Economische Raad (SER) het woord nemen, met een muzikaal intermezzo.
Het Comité Gebaarlezing bepaalt de keuze van de sprekers. Hierin hebben zitting: Bernard Bot, Wim Deetman, Sari van Heemskerck Pillis – Duvekot , Ton Lutter, Winnie Sorgdrager en Wim Willems. De organisatie en promotie van de Gebaarlezing zijn in handen van het Indisch Herinneringscentrum Bronbeek. De inmiddels opgeheven Stichting Het Gebaar heeft de financiën voor de lezing ter beschikking gesteld.
(Red.ICM) Dit initiatief zal door een ieder worden toegejuicht. Het kan alleen maar versterkend en verhelderend werken vanuit het perspectief Indonesie en Nederland met namen voor die erfnis uit het verleden, waarmee de delegatie van het nieuwe Indisch Platform intensief nu bezig is. De vraag blijft toch wrang met name als het Indisch Plaform al 70 jaren met vragen uit verleden nu worstelt; en die nogeens liggen verankerd in die dikke NIOD - rapporten. Komt het heden en de toekomst nog wel aanbod.
Er wordt uiteraard van uitgegaan dat een verslag zal komen van deze Gebaarlezing
| http://www.foquz.nl/media/Foquzlogo.gif" width=240 border=0> | Weverstede 21 3431 JS Nieuwegein fax. 030 - 244 40 39 |
Indo'sDe Indo's zijn de grootste groep allochtonen in Nederland. Ze wonen verspreid over alle Nederlandse provincies. Wel zijn er duidelijke concentraties in Zuid-Holland en Noord-Holland. Gelderland en Noord-Brabant zijn samen goed voor een kwart van alle Indo's in Nederland. Foquz Etnomarketing Foquz Etnomarketing brengt sinds 1995 het consumentengedrag van allochtonen in kaart. Jaarlijks voeren we met 18.000 allochtonen gesprekken over hun wensen en behoeften. Omdat Indo's in enkele van onze projecten meedraaien, hebben we kennis en ervaring met deze groep. Of het nou gaat om koopori�ntatie, koopgedrag, mediagebruik, informatiebehoefte, normen, waarden of gebruiken; onze medewerkers kunnen u helpen met communicatiecampagnes waarmee u de Indo's bereikt. |
Een fokstier. Dat cadeau gaf koningin Beatrix aan de toenmalige Indonesische president Soeharto bij haar staatsbezoek in 1995 aan het Zuidoost-Aziatische land. Hoewel de generaal meerdere boerderijen bezat, wordt in de voormalige kolonie nog altijd wat lacherig gedaan over het geschenk. Volgens sommige kringen op Java hint zo’n present van een vrouw aan een man namelijk op iets seksueels.
Het cadeau staat misschien wel symbool voor de ongelukkige relatie tussen Nederland en Indonesië, wat staatsbezoeken betreft. De reis van Beatrix viel destijds in het water door Hollandse krampachtigheid om de Indonesische onafhankelijkheidsdag te mijden. Andersom kreeg Indonesiës eerste president, Soekarno, nooit een uitnodiging waar hij zo vurig op had gehoopt. Zijn dochter, Megawati Soekarnopoetri, slaagde er evenmin in als president naar Nederland te komen, al wilde ze dat graag vanwege de voorgeschiedenis met haar vader.
De voorganger van Megawati, president Wahid, kwam in februari 2000 wel naar ons land, maar slechts voor een officieel bezoek. Soeharto was zodoende de enige Indonesische president, die tot nu toe met alle grandeur werd ontvangen. Zelfs dat bezoek in 1970 liep uit op een drama. Molukse jongeren probeerden de Indonesische ambassadeur te gijzelen en bij de bezetting van diens residentie in Wassenaar kwam een agent om het leven. Door alle toestanden werd het staatsbezoek ingekort tot een dag.
Leed
Met het afzeggen van het staatsbezoek, vorige maand, door de huidige president Susilo Bambang Yudhoyono kan een nieuw hoofdstuk aan de lijst van diplomatiek leed worden toegevoegd. Terwijl zijn gevolg al in het toestel zat, besloot Yudhoyono op het allerlaatste moment niet te vertrekken. Aanleiding was het kort geding van de Zuid-Molukse regering in ballingschap (RMS), die op diezelfde dag – dinsdag 5 oktober – voor de rechtbank in Den Haag de arrestatie eiste van de Indonesische president. Yudhoyono, die geldt als gematigd en trots, beschouwde dat als een belediging van de nationale waardigheid.
Vanuit het toenmalige kabinet wordt gezegd dat Yudhoyono alsnog in het vliegtuig was gestapt, indien de rechter diezelfde dinsdagmiddag vonnis had gewezen. Gezien het gunstige tijdverschil zou de president dan toch op tijd zijn aangekomen voor het staatsbezoek. Jan Peter Balkenende besprak dit met de Indonesische minister van Buitenlandse Zaken, Marty Natalegawa, die net als de toenmalige premier die dag in Brussel was voor de ASEM-top. In Den Haag liep een lijntje tussen justitieminister Ernst Hirsch Ballin en de Indonesische ambassadeur, Junus Effendi Habibie. Ondertussen wachtte Yudhoyono urenlang in een vipruimte op het vliegveld te Jakarta.
Hoewel het Indonesische staatshoofd sowieso immuniteit genoot, ging het hier om het voorkomen van gezichtsverlies. Yudhoyono wilde alleen voet op Nederlandse bodem zetten indien de kou uit de lucht was. De rechtbank wees de RMS-eis inderdaad af, maar te laat: pas een dag later.
Aan het Binnenhof wordt daarom met de beschuldigende vinger naar de Haagse rechtbank gewezen. De rechtbank zegt evenwel dat het op zich best mogelijk is om binnen een uur uitspraak te doen, maar dat bij de behandeling van deze zaak, die dinsdag, door de landsadvocaat niet tot dergelijke spoed is gemaand. Dat is vreemd, aangezien Maxime Verhagen als minister van Buitenlandse Zaken zijn toenmalige collega Hirsch Ballin had gevraagd om hierop aan te dringen. Maar, zo wordt in kabinetskringen gezegd, Hirsch Ballin liet niets meer van zich horen.
Dat vestigt de aandacht op de interne CDA-vete, die in diezelfde periode speelde. Verhagen was in die dagen naast minister ook fractievoorzitter en onderhandelaar in de formatie, waarbij hij het onder meer met Hirsch Ballin aan de stok had gekregen over politieke samenwerking met de PVV. Uitgerekend diezelfde dinsdag boog de CDA-fractie zich over het conceptregeerakkoord. Na weken van verdeeldheid moest daarover die dag een knoop worden doorgehakt.
Het blijft in nevelen gehuld of Hirsch Ballin inderdaad heeft verzaakt omdat hij met Verhagen gebrouilleerd was. In de wandelgangen is ook geopperd dat laatstgenoemde door de partijruzie te veel in beslag werd genomen. De landsadvocaat die in het kort geding namens de staat optrad, vertegenwoordigde volgens de dagvaarding de ministeries van Algemene Zaken en Buitenlandse Zaken en het is gebruikelijk dat dan de betrokken departementen, en niet Justitie, zich ermee bemoeien. Overigens is het merkwaardig dat Yudhoyono volgens zijn woordvoerder pas een uur voor vertrek van de zaak hoorde. De staat was al een dag eerder, op 4 oktober, gedagvaard.
Zo lijken CDA-perikelen te hebben bijgedragen aan het echec van het Indonesische staatsbezoek. Niet alleen Yudhoyono, maar ook Beatrix werd in dit drama geschoffeerd. Het staatsbezoek was al een aantal keren uitgesteld en de Koningin had zich volgens ingewijden met haar agenda zeer flexibel opgesteld. Dit alles maakt de nieuwe deuk in de bilaterale relatie tussen twee landen, die na veel leed zoveel moois te delen hebben, onverkwikkelijk.
Informeel
Inmiddels is er sprake van stilte na de storm. Het aantreden van een nieuwe minister van Buitenlandse Zaken, Uri Rosenthal, speelt daarbij een rol. De liberaal heeft logischerwijs Indonesië niet boven aan zijn prioriteitenlijstje staan, maar dat kan snel veranderen. Vicepremier Verhagen ontmoet later deze maand informeel de vorige minister van Buitenlandse Zaken van Indonesië, Hassan Wirajuda, met wie hij goed bevriend is. Wirajuda komt naar ons land voor een lezing en is nog steeds zeer invloedrijk in Jakarta. Die band kan helpen om plooien glad te strijken.
Hallo allemaal,
Aanstaande zondag bij RTL-7 om 10:35 uur kunnen jullie kijken naar een interview van de persoon achter de ondernemer van ons bedrijf bij het nieuwe TV programma 2getbusiness.
In dit programma komen mijn compagnon Albert Peijnenburg en ik aan het woord over wat we doen (wie we zijn), zie ook www.peijnenburgvelden.nl
Verder heb ik een kerstsingel gemaakt voor mijn moeder (die onlangs is overleden) welke tevens even in beeld komt/de kerstsingel, omdat ik de opbrengsten schenk aan KIKA (kinderen met kanker).
De singel wordt over 14 dagen landelijk uitgebracht bij BERK/ZEBRA Music uit Eindhoven.
Voor mij naar vijf jaar radiostilte weer een Come-back binnen de Nederlandse showbusiness met een nieuwe INDO kerstsingel en begin 2011 een nieuw eigentijds vertrouwd repertoire en DVD.
Ik hoop dat jullie allemaal even kunnen kijken.
Verder zal de week erop bij RTL-Z iedere dag een herhaling uitgezonden worden.
Ik wens jullie allemaal een heel fijn weekend toe,
Groetjes,
Herman van der Velden (Danny Everett).
https://www.youtube.com/watch?v=4ayBpYYRvWQ&feature=related
Vanaf 10.00 tot 17.30 organiseert het Friends for Friends team een originele Indonesische Pasar waar U heerlijke snoeperijen kunt proeven zoals , Loempia,Tjendol, en smakelijke eetstands met ; Saté,Bahmi ,Gado Gado enz. komen proeven. Over het hele winkelcentrum staan kraampjes met allerlei snuisterijen uit Indonesië,zoals oude boeken uit de koloniale tijden ,of 100 soorten sambals, houtsnijwerk,kleding en sieraden ect.
Verder treden in het hele winkelcentrum vele dansgroepen en div. artiesten op zoals ; Orchidee,Bunga Melati,Carmensita, en de artiesten zijn o.a.;
Ben-Heart,Dewi Mass, The Graceband, The Band Chard, Carel Kdise, Tante Toetie,Angklung speler. Met de populaire zanger “BEN-HEART “ uit Apeldoorn gaat het goed .
Hij is door Merapi -tours in januari 2011 voor een reis door Indonesië uitgenodigd voor diverse optredens op Java en Bali en en dat zijn Heart op de juiste plaats zit blijkt uit het feit ,dat hij met zijn eigen Foundation diverse projecten op Indonesië ondersteund.(zie www.ben-heart.nl) Ben -Heart ,en zijn Friends for Friends team zal de zondag dan ook gebruiken om een cheque aan stichting … Sjakitarius met voorzitter Thijs van Harte te overhandigen ,dit gebeurt om 14.00 uur netvoor zijn optreden Met deze stichting is de Ben-Heart Foundation vanaf september j.l. een samenwerkingsverband aangegaan voor een project op Bali . In Ubud hebben zij een project opgezet voor kinderen met een verstandelijke beperking . Die samen met hun ouders ,kunnen leren dat zij met hun div. beperkingen ,meerdere kwaliteiten uit het leven kunnen halen. Sjakitarius heeft ook een restaurant geopend waar de bediening ,en het keukenpersoneel bestaat uit jongeren met een beperking. Hier verdienen zij zelfs een klein loon mee. Vrijwilligers uit Nederland leiden daar de mensen op ,om in de toekomst zo zelfstandig mogelijk te kunnen werken.
Op de pasar zal ook een stand van Sjakitarius aanwezig zijn
Voor informatie omtrent de pasar in de Oranjerie kun U tel informeren bij Ineke Kratzsch . tel 055-5333698
Wreker van zijn Indische grootouders De politieke roots van Geert Wilders
(Bron De Groene Amsterdammer)
Geert Wilders lijkt alle politiek te reduceren tot vraagstukken van grensbewaking, volkstelling en volksverplaatsing. Displacedness vormt het steeds terugkerende motief van zijn betoog en niet toevallig ook van zijn verborgen Indische familiegeschiedenis.
EN WEER LUKTE het hem: door heel Europa meldden krantenkoppen in juni de plannen van Geert Wilders om ‘miljoenen, tientallen miljoenen’ Europese moslims voorgoed uit te zetten als ze problemen veroorzaken. De PVV-leider deed deze uitspraak in Denemarken waar hij, net als in de Verenigde Staten, door velen wordt gezien als internationale held van het vrije woord. In het buitenland gooit Wilders alle remmen los als hij zijn vaste thema aansnijdt: de dreigende islamisering van het vrije Westen, te beginnen met ‘Eurabia’. Zijn alternatief – deportatie, opsluiting en/of verbanning van moslims – wordt in het buitenland doorgaans met staande ovaties verwelkomd. In Denemarken beweerde hij ook dat de westerse democratie op de rand van de afgrond staat door ‘massale immigratie en het hoge geboortecijfer van moslims’. In Los Angeles liet Wilders weten dat de hedendaagse islam in Europa oproept tot ‘onze vernietiging’.
De vraag blijft: wat beweegt Wilders? Uit welke bron put hij zijn monomane gedrevenheid? Is er een context denkbaar – ideologisch, historisch – waarin de figuur van Wilders thuishoort? Ondanks de vele pogingen om de volksvertegenwoordiger politiek te plaatsen, blijft een bevredigende analyse uit. Wilders is de laatste jaren omschreven als fascist, racist, populist, ‘provinciaal’, xenofoob, ‘volbloed liberaal’, rechts-extremist, rechts-radicaal en als ‘islamracist’. Hij gaat verder dan gewone rechts-extremisten als Jean-Marie Le Pen en Filip Dewinter, stellen sommige politicologen. Meindert Fennema (UvA) beweert dat Wilders’ voorstellen soms verontrustend ver over de grens van de rechtsstaat gaan – typeringen die Wilders zelf afdoet met ‘gezeur in de marge’ en de behoefte hem te demoniseren. Wilders noemt zichzelf sinds kort ‘Dutch freedom fighter’; daarvóór omschreef hij zichzelf graag als ‘democraat in hart en nieren’.
Waar het publiek, de politici en de politicologen het mee moeten doen – afgezien natuurlijk van het verbale geweld – zijn het VVD-verleden, de benadrukte afkomst uit Limburg en het extreme, geblondeerde kapsel. Als politicus lijkt hij uit de lucht te zijn gevallen: een zelfgefabriekte brandbom uit Venlo, die in geen enkele politieke traditie past en ook daarom moeilijk politiek onschadelijk te maken is. Voor veel Nederlanders (vooral in de Randstad) is Limburg nog steeds een soort buitengebied, van waaruit je van alles kunt verwachten; een gebied met eigen normen en waarden en een ongewone cultuur. Dit vooroordeel staat een diepergaande blik op het fenomeen Wilders in de weg. Waarom verder zoeken als ‘Limburg’ een verklarend kader biedt? Misschien wel omdat de VVD als kraamkamer van de PVV toch nieuw licht op Wilders’ missie kan werpen? Het haar van Wilders is intussen een politiek symptoom dat ten onrechte niet serieus genomen wordt.
IN JUNI werd in een klein artikel in Trouw de genealoog Roel de Neve geciteerd over de genetische afstamming van Wilders, die een paar Aziatische, mogelijk islamitische voormoeders in zijn Nederlands-Indische voorgeslacht telt. Wilders is deels van Indische afkomst, meldt het bericht, maar dat is een onjuiste formulering, want ‘Indische afkomst’ houdt al in: van gemengde komaf. Wilders is een Indo. In Nederland Door Omstandigheden, zoals het grapje vroeger luidde. De Volkskrant reageerde op dit nieuws met een satirisch stukje waarin Wilders werd opgevoerd als een jonge driftkop, verslaafd aan de Blue Diamonds-hit Ramona, die tot razernij verviel omdat de jukebox na zestien keer Ramona spelen werd stilgelegd.
Veel meer dan dit ‘Indisch’ geïnspireerde fantasieverhaal heeft het nieuws over de afkomst van de politicus sindsdien niet opgeleverd in de media. Ten onrechte, want interessanter dan Wilders’ precieze genetische afstamming is zijn verborgen ‘culturele’ Indoschap, omdat dat tot uiting kan komen in zijn politieke genealogie. Is het denkbaar dat postkoloniale historie en familiegeschiedenis Wilders hebben gemaakt tot wat hij vandaag politiek voorstelt en voorstaat? Hoort Wilders tot het onuitgepakte deel van onze Indische erfenis?
Hijzelf draait ongemakkelijk om zijn Indische afkomst heen. In de biografie Veel gekker kan het niet worden (2008) van Arthur Blok en Jonathan van Melle komt Wilders, gevraagd naar zijn Indische achtergrond, met een onsamenhangend verhaal:
‘Mijn moeders vader was majoor in het Koninklijk Nederlands-Indisch Leger (KNIL) en hij is daar naartoe gezonden. Mijn moeder is uit Nederlandse ouders geboren, maar zij heeft wel enkele zussen, en een daarvan is getrouwd met een Indische man. Ik heb zover ik weet en me herinner twee echte neven en een oom uit Indonesië. Mijn moeder heeft destijds drie maanden in Nederlands-Indië gewoond en is daarna naar Frankrijk gegaan, toen haar vader, mijn opa, weer terug moest. Al zijn dochters zijn toen met aangetrouwde familie ook weer mee teruggegaan, dus er is wel enige Indische invloed in mijn familie zichtbaar. Bij de oudste zus van mijn moeder, die lang in Nederlands-Indië heeft gewoond, gingen we wel eens in het weekend kroepoek bakken.’
Recent onderzoek in het Nationaal Archief brengt aan het licht dat dit fragment uit halve waarheden, verdichtsels en losse interpretaties bestaat, waarover straks meer. Waarom verhult en verbergt Wilders zijn Indische afkomst?
IN WILDERS’ politieke carrière vormen niet toevallig territoriumkwesties en de mogelijke demografische gevolgen daarvan – zoals migratie – een centrale rol. Ze vormen zogezegd zijn politieke vehikel. In de jaren negentig, na zijn huwelijk met een Hongaarse diplomate, hield hij zich bezig met de kwade sentimenten rond het door de Eerste Wereldoorlog veroorzaakte verlies van Hongaars grondgebied. Ook interesseerde hij zich intens voor de binnenlandse politiek van Israël, het land waarvoor hij naar eigen zeggen een diepe liefde voelt. Die liefde is al vroeg ontstaan: na zijn havo-eindexamen vertrok Wilders voor twee jaar naar Israël om zich bij een in het grensgebied van de omstreden Jordaanvallei gelegen kibboets aan te sluiten. Wilders’ geopolitieke obsessies kwamen duidelijk tot uiting ten tijde van zijn breuk met de VVD, veroorzaakt door het positieve fractiestandpunt over de toetreding van Turkije tot de EU. Dat vond Wilders ontoelaatbaar, omdat Turkije als ‘moslimland’ onverenigbaar zou zijn met de Europese cultuur – bovendien, voorspelde hij, ‘komen ze straks allemaal onze kant op’.
Sindsdien lijkt Wilders alle politiek te reduceren tot vraagstukken van grensbewaking, volkstelling en volksverplaatsing in het algemeen. Displacedness vormt het steeds terugkerende, onderliggende motief van zijn betoog en niet toevallig ook van zijn verborgen familiegeschiedenis. Indische familiegeschiedenissen reflecteren bijna allemaal de calamiteiten van de twintigste eeuw: uitsluiting, vervolging, geweld en gedwongen afscheid maakten een zeker deel uit van de ervaringen van Indische ouders, grootouders en overgrootouders. Zwaartepunt daarin vormde de Tweede Wereldoorlog, een oorlog waarin men volgens de historicus Mark Mazower ‘mensen verplaatste om politieke grenzen te consolideren’. In Nederlands-Indië leidde de Japanse Groot-Aziëpolitiek bijvoorbeeld tot het beleid om de blanke aanwezigheid totaal uit de openbare sfeer te bannen, door internering in kampen. De racistische bezettingsmaatregelen van de Japanners verscherpten de aloude identiteitsproblematiek van de Indo’s als onduidelijke ‘tussenklasse’ aanzienlijk.
Voor wie thuis is in kringen binnen de Indische gemeenschap is het niet onbekend dat Wilders juist op het punt van grenzen trekken veel bijval vindt van de oudere generaties Indische Nederlanders. Die al dan niet heimelijke instemming komt van totok- (blanke) en vooral van Indo-kant. Voor hen is Wilders een regelrechte branie: een lefgozer, een rebel, een ontregelaar. Afkeer van en angst voor moslimimmigratie en het fenomeen multiculturaliteit tekenden opvallend veel van de zichtbare politieke activiteit van Indische Nederlanders sinds de late jaren zeventig.
Serieuze vormen kregen deze sentimenten in 1980 met de oprichting van de Centrumpartij door de Indo Henry Brookman, destijds werkzaam aan de VU. De Centrumpartij kritiseerde het minderhedenbeleid en profileerde zich als een nationalistische anti-immigratiepartij; leden van de oervorm van de Centrumpartij, de NCP, hadden in 1980 Marokkanen overvallen die in een kerk in hongerstaking waren vanwege dreigende uitzetting. In deze tijd werden Indische Nederlanders voor hun gevoel door de overheid ‘weggezet’ als culturele minderheid, terwijl het Nederlanderschap, de vaderlandse taal en cultuur en de aanhankelijkheid jegens Oranje vanouds juist gevierd werden onder Indo’s. Het idee onder één noemer terecht te komen met Turkse en Marokkaanse moslims, broeders van de Indonesiërs die hen na een bloedige klopjacht, de bersiap, uit hun moederland hadden verjaagd, was voor vele Indo’s onverteerbaar, zoals nog na te lezen valt in oude nummers van het Indische lijfblad Moesson.
EIND JAREN VIJFTIG heette Moesson nog Onze Brug en was het een bulletin gewijd aan de opbouw en ontwikkeling van het voor Indo’s bestemde ‘stamland’ Nieuw-Guinea. Tijdens de vooroorlogse crisisjaren was namelijk het idee ontstaan om van het nog onontgonnen Nieuw-Guinea een nieuw thuisland te maken voor Indo’s. Rond de soevereiniteitsoverdracht aan Indonesië in 1949 was het initiatief op losse schroeven komen te staan, want de republiek eiste ook dit laatste restje koloniaal Nederland op. De symbolische waarde ervan was echter groot, vooral voor Indische Nederlanders. In 1951 ontstond een regeringscrisis, nadat VVD-fractievoorzitter Oud geopteerd had voor het behoud van Nieuw-Guinea voor Nederland, tegen de zin van VVD-minister Stikker. De succesvolle VVD-campagne in 1948 was geheel gericht geweest op de Indië-politiek: de verkiezingsaffiches lieten het gezicht van Soekarno zien met de tekst: ‘Heeft u er ook genoeg van?’ Nog vele jaren nadien zou de kolonialistische vertakking binnen de VVD invloed uitoefenen op partijstandpunten. De kwestie-Nieuw-Guinea was ook een van de speerpunten van het Jong Conservatief Verbond, een nieuwe partij onder leiding van de Indische Nederlander Feuilletau de Bruyn, die zich verder hard maakte voor verkleining van staatsuitgaven, terugdringing van de rol van politieke partijen en bestrijding van het socialisme. Het uiteindelijke loslaten van Nieuw-Guinea in 1962 leidde tot groot en voorspelbaar ongenoegen bij vele Indische Nederlanders, omdat Soekarno ook in deze kwestie weer aan het langste eind trok.
Het is opvallend hoe constant de deelname was van Indische Nederlanders aan partijvorming op basis van conservatief-nationalistische, (neo)koloniale beginselen, vergeleken met de deelname aan de progressieve beweging. De focus lag daarbij sterk op beschermen en bewaken van grenzen en op insluiten en/of buitensluiten van bevolkingsgroepen. In de jaren dertig, nog in Nederlands-Indië, sloten relatief veel Indo’s zich aan bij de NSB (zeventig procent van het ledenaantal). Dit was het geval vanwege het ultranationalistisch Hollandse karakter van de partij, maar ook vanwege de grote angst voor het oprukkende Indonesische nationalisme.
De NSB had in de kolonie een ander (niet-racistisch) karakter en een andere plek dan in Nederland. De partij bood Indo’s de kans om zichzelf en elkaar te laten zien dat zij ‘Hollandser dan de Hollanders’ wilden zijn en dat zij zich geheel identificeerden met de Nederlandse culturele erfenis en met oranje-blanje-bleu. Niet vergeten moet worden dat de koloniale elite in die tijd nagenoeg blank was. Omdat de Indische NSB een autoritair gezag voorstond, evenals het eeuwige behoud van de kolonie voor het vaderland, zagen veel Nederlanders in Indië in de partij dé oplossing om de dreiging van de opstandige, islamitische ‘inlanders’ te keren. Bij zijn succesvolle bezoek aan Nederlands-Indië in 1935 werd Anton Mussert zelfs tot tweemaal toe ontvangen door gouverneur-generaal De Jonge.
Nog voor de NSB leden ging werven, had in Batavia overigens al de eerste bijeenkomst van de Nederlandsch-Indische Fascisten Organisatie plaatsgehad, onder leiding van de Indo majoor b.d. Rhemrev. Ook hij maakte zich sterk voor terugdringing van de ‘inlandse’ invloed op het bestuur en herstel van de leidende rol van Nederlanders in de kolonie, maar kreeg minder aanhang.
Ging het in de naoorlogse jaren nog om ‘handhaving van de rijkseenheid’ (vasthouden aan Nederlands-Indië en later Nieuw-Guinea), ná de Indische assimilatie in Nederland raakten vele conservatieve politici en activisten van Nederlands-Indische komaf gefocust op de thema’s multiculturalisme en moslimimmigratie (zie kader). Zo was een van de eerste bekende politici die zich opvallend tegendraads uitliet over het vreemdelingenbeleid en de multiculturele samenleving VVD-prominent Frits Bolkestein, die een Indische moeder had. Hij viel op omdat hij in zijn tijd de enige EU-commissaris was die zich fel keerde tegen eventueel EU-lidmaatschap van Turkije. Tevens ‘torpedeerde’ hij, zo meldde het KRO-programma Reporter, als staatssecretaris voor Buitenlandse Handel de handelsrelaties met Indonesië, iets waarvan hij ook al was beticht toen hij daar nog werkte voor Shell. Onder Bolkesteins hoede zou Wilders in 1998 zijn entree maken als VVD-Kamerlid, nadat hij als fractiemedewerker jarenlang speeches voor Bolkestein had geschreven.
De opkomst van de Indische NSB in de jaren dertig werd niet alleen veroorzaakt door Nederlands-Indisch patriottisme en de vrees voor Indonesisch nationalisme. De economische crisis werd in Nederlands-Indië zeer diep gevoeld en ook daarom klonk de roep om een autoritair en daadkrachtig bestuur steeds luider. Door bedrijfssluitingen nam de werkloosheid onder alle bevolkingsgroepen snel toe. De ambtenarensalarissen werden geregeld verlaagd, wat de Indo’s – in groten getale werkzaam bij de overheid – hard trof. Vanaf ongeveer 1900 had vooral deze groep in Nederlands-Indië geleefd met een groeiende angst voor een Indonesische revolutie. Vanwege hun gemengde afkomst was het onzeker of er na zo’n wisseling van de wacht nog wel plaats voor hen was in hun geboorteland. ‘Europa’ was voor hen een abstract begrip; een plek om ‘met verlof’ te gaan voor hoger geplaatste ambtenaren.
De angst en onzekerheid waren gevoed door het feit dat Indonesiërs steeds meer banen aan de onderkant van de arbeidsmarkt gingen innemen die voorheen bestemd waren geweest voor Indo’s. Dit kwam door beter onderwijs en ook doordat Indonesiërs minder betaald kregen dan Europeanen voor hetzelfde werk. Tegen deze achtergrond van dreigende marginalisering van Indo’s ontstonden de ‘stamland Nieuw-Guinea’-plannen, waarvoor propagandalectuur werd gemaakt door de N.E.N.A.S.U., de Nederlandsche Nationaal Socialistische Uitgeverij. Het koloniaal bestuur bezuinigde in deze periode fors op al zijn uitgaven, wat de werkgelegenheid voor iedereen nog verder verslechterde. In 1932 vonden grote demonstraties plaats in Batavia, waarbij op spandoeken te lezen stond: ‘De regeering maakt de ambtenaren rebelsch!’ Dat het een risico inhield voor ambtenaren om in zulke onzekere tijden voor een jaar met Europees verlof te gaan, ondervond Johan Ording, de grootvader van Geert Wilders.
IN HET NATIONAAL ARCHIEF, tussen de vele vergeelde stukken die bewaard zijn gebleven van het Commissariaat voor Indische Zaken – dat direct onder de minister van Koloniën viel – bevindt zich een lijvig dossier, geheel gewijd aan Ording. Het dossier is in 1935 afgesloten en vermoedelijk pas deze zomer voor het eerst weer opengeslagen.
Ording, een geboren Utrechter, was adjunct-inspecteur voor het financieel toezicht op de regentschappen en stadsgemeenten in de provincie Oost-Java. Het eerste half jaar van zijn verlofperiode, najaar 1933, had hij doorgebracht in Nice. Daarna was hij neergestreken in het kerkdorp Grubbenvorst nabij Venlo, samen met zijn uit een oude Indische familie afkomstige vrouw Johanna en hun zeven kleine kinderen. Ording had zich om economische redenen tijdelijk in het afgelegen Grubbenvorst gevestigd. Terwijl hij al in Nice zat, was hij in Soerabaja namelijk (opnieuw) failliet verklaard. In Grubbenvorst ontving hij najaar 1934 onverwacht een telegram met het bericht dat hij wegens ongeschiktheid voor de dienst was ontslagen. Hij kreeg het advies zo snel mogelijk pensioen aan te vragen. Dat pensioen werd almaar niet uitbetaald, waardoor hij in grote geldnood kwam. Wederom ging hij failliet. Nog veel erger was dat Ording en zijn gezin, naar later zou blijken, geen passage terug naar Nederlands-Indië kregen vergoed, omdat hij in Nederland geboren was. Zijn vrouw en kinderen waren echter wél allemaal op Java geboren.
Voor de zwangere Johanna, afkomstig uit de bekende en grote Indisch-joodse familie Meijer en gewend aan een zwerm van bedienden om zich heen, moet het eerste verblijf in Nederland vreselijk zijn geweest. De zorg voor de kinderen (de oudste was dertien) zal op haar alleen zijn neergekomen: een nieuwe ervaring in vreemde omstandigheden. Waarschijnlijk kon zij het lokale dialect amper verstaan. De eerste maanden ontving de gestrande familie nog een klein bedrag aan voorlopige bijstand uit Indië, waarop wegens de schulden ook nog werd gekort. Twee maanden na de bevalling van Johanna in januari 1935 hield deze bijstand zonder berichtgeving op. Ording en zijn gezin raakten aan de bedelstaf en werden daarnaast ook bedreigd met huisuitzetting. Hij schreef het Nationaal Crisiscomité om steunverlening.
Ondanks een serie verzoeken om informatie had Ording nog steeds niet gehoord waarom hij, na zeventien jaar, ongeschikt was verklaard voor de dienst. Weliswaar had hij in de privé-sfeer geregeld met grote financiële moeilijkheden en faillissementen te kampen gehad (die hij toeschreef aan de ‘tijdelijke niet gehele toerekeningsvatbaarheid’ van zijn echtgenote). Ook was hij vlak voor zijn vertrek voorlopig in een andere functie tewerkgesteld. Toen hij eenmaal vertrokken was uit Indië kwam uit dat Ording opnieuw hoge schulden had gemaakt tijdens een lange tussenstop op weg naar de boot, in Soekaboemi (waar Wilders’ moeder als zevende kind geboren werd, waarschijnlijk in het ouderlijk huis van Johanna). In Soekaboemi was ook justitieel onderzoek geopend naar beschuldigingen van oplichting en ‘flesschentrekkerij’ door het echtpaar. Wat later vast kwam te staan was dat Ording ettelijke schuldeisers bewust had benadeeld, niet alleen in Nederlands-Indië, maar ook op verlof in Nice. Zijn ambtelijke beoordelingen waren echter altijd meer dan voldoende geweest en volgens ambtelijke berichten waren ‘zijn capaciteiten niet ongunstig’.
Ording bleef dus in het duister over de reden waarom hij geen pensioen ontving en waarom de voorlopige bijstandverlening plotseling was stopgezet: hij ontving geen enkel nader bericht, niet uit Nederlands-Indië en niet uit Den Haag. Ten einde raad wendde hij zich in april 1935 met een aangrijpend verzoekschrift tot minister van Koloniën Colijn, waarin Ording hem vroeg zijn gezin ‘op het laatste moment van een algeheelen ondergang’ te redden. ‘Thans laat de provincie [Oost-Java] mij en mijn gezin, bestaande uit buiten mijzelf en echtgenote acht zeer jeugdige kinderen, over aan de publieke liefdadigheid. Thans, Excellentie, heerscht in mijn gezin broodnood.’ Op advies van gouverneur-generaal De Jonge besloot Colijn om Ordings pensioenaanvraag toch af te wijzen. Volgens De Jonge had Ording zich in Nederlands-Indië aan ‘zoodanig ernstig wangedrag’ schuldig gemaakt dat hij daarmee al zijn pensioenaanspraken had verspeeld. Er was vanuit Oost-Java gerapporteerd dat hij ‘geen orde op zijn zaken kon stellen’, dat hij ‘zoowel in financieel als in moreel opzicht geheel onbetrouwbaar’ was en dat hij ‘evenals zijn echtgenoote gewend is vèr boven zijn stand te leven’. Dat Ording zich op geen enkel moment had kunnen verdedigen tegen deze overzeese aantijgingen had bij de besluitvorming kennelijk geen gewicht in de schaal gelegd.
Om het besluit juridisch dicht te metselen maakte Colijn van een lelijke truc gebruik: omdat ook weer niet van Ording kon worden gezegd dat hij voor alle dienst in Nederlands-Indië ongeschikt was, kwam hij niet in aanmerking voor de geldende pensioenregeling ten tijde van zijn ontslag, het zogenoemde ‘non-valeurspensioen’. Bovendien, redeneerde Colijn, was de regeling van het non-valeurspensioen een maand na Ordings ontslagdatum toch ingetrokken, dus hoefde die niet op hem te worden toegepast. Op deze kwalijke manier, met wat werd aangeduid als het ‘aanpassingsbeleid’, bezuinigde het koloniale bestuur op de personeelskosten in de crisisjaren, met ‘rebelschheid’ als onvermijdelijk gevolg.
De gang van zaken was voor de 33-jarige Johanna, gewend aan een comfortabel bestaan in de tropen, ongetwijfeld een diep traumatische ervaring, evenals voor haar acht kinderen. Ze was vervallen tot bittere armoede, afgesneden van haar familie en van haar geboorteland, zonder enig vooruitzicht op terugkeer. Ze was bovenal op slinkse wijze haar land uitgezet. Haar vader, die ze niet meer zou terugzien, overleed in 1942 in Soekaboemi. Haar moeder zou de Japanse bezetting en de bersiap overleven en in 1946 als postkoloniale migrant intrekken bij het gezin van Johanna, op 82-jarige leeftijd. Terugkeren naar het Nederlands-Indië van weleer zat er toen voor niemand meer in. Indonesië was voortaan voor de Indonesiërs, al wilde nog niet iedereen dat tot zich door laten dringen.
Ording slaagde erin in Nederland opnieuw carrière te maken, ditmaal in het militaire gevangeniswezen. In de rang van majoor gaf hij leiding in het beruchte interneringsoord voor collaborateurs Fort Honswijk, waar vandaan ook de deportatie van honderden (Nederlandse) NSB’ers en SS’ers naar Nieuw-Guinea plaatsvond. Ording gaf verder leiding aan de strafgevangenis Scheveningen en later aan die in Leeuwarden. Ondanks zijn uiteindelijke rehabilitatie is het waarschijnlijk dat zijn wrange verlofervaring bittere sporen heeft achtergelaten in zijn gezin. In 1961, twee jaar voordat hun kleinzoon Geert er geboren zou worden, vestigden Ording en zijn vrouw zich opnieuw in Venlo. Volgens Wilders woonden zijn grootouders ‘op een halve kilometer afstand’ bij hem vandaan en bezocht hij ze vaak. Ording zou in 1976 overlijden; zes jaar later – Geert was toen achttien – stierf Johanna.
Zowel Wilders’ moeder als zijn grootmoeder en overgrootmoeder hadden zich dus op Nederlandse bodem bevonden toen het doek viel voor Nederlands-Indië en in december 1949 de – afgedwongen – soevereiniteitsoverdracht werd ondertekend. Het oude zeer van de lange Tweede Wereldoorlog moest worden opgeruimd en de postkoloniale herschikking van groepen en grenzen kwam op gang: een proces dat behalve gerechtigheid ook veel koloniaal geïnspireerd ressentiment met zich meebracht. Dat laatste vertaalde zich onder meer in de Haags-Indische lobby’s en de politieke en ambtelijke carrières van ‘Indische jongens’ vanaf begin jaren vijftig.
Hoewel de Nederlandse regering het de Indische Nederlanders moeilijk heeft gemaakt om naar Nederland te vertrekken, omdat ze daarvoor te ‘Oosters georiënteerd’ zouden zijn, zijn de meesten er toch in geslaagd. Ze zouden ervaren dat ze noch in Indonesië noch in Nederland welkome burgers waren. Eén op de vijf migreerde (door) naar de VS, Canada of Australië. Zij die toch in Indonesië bleven, zijn in 1957 door Soekarno, op het hoogtepunt van de Nieuw-Guineacrisis, ten slotte het land uitgezet.
WILDERS’ UITSPRAKEN en stellingnamen lijken wonderwel in de conservatieve en kolonialistische kaders te passen die ook andere politici van Nederlands-Indische origine meer dan een halve eeuw geleden hebben gesteld. Patriottisme, versterking en behoud van de Nederlandse invloedssfeer, waarden en cultuur en een heilig geloof in de natiestaat als panacee (zoals destijds ‘stamland’ Nieuw-Guinea) staan daarin voorop. Ook voor Wilders is ‘terug naar de toestand van vroeger’ vaak het leidmotief en dat leidt soms tot verrassende claims. Zo pleitte hij vorig jaar serieus voor de ‘hereniging’ van Vlaanderen met Nederland, zodat het mythische Groot-Nederland eindelijk op de kaart kon worden gezet (overigens destijds een bekend NSB-streven). Wilders schreef toen in NRC Handelsblad: ‘Het wordt tijd leiderschap te tonen om de historische fouten alsnog recht te zetten. Nu is het moment.’ In dezelfde sfeer vroeg hij onlangs in de Kamer of minister Verhagen bereid was ‘de onvermijdelijke opheffing van België te bespoedigen’. Tegelijkertijd verkondigt hij dat ‘onze soevereiniteit als natie wordt verkwanseld’. Wilders pleitte ook voor de verplaatsing van de Nederlandse ambassade van Tel Aviv naar Jeruzalem, ‘als beloning voor Israël’, verzette zich fel tegen een associatie-akkoord tussen de EU en Syrië en riep op tot terugroeping van de ambassadeur uit Saoedi-Arabië, omdat ‘ze zich bemoeien met onze vrijheid van meningsuiting’ (dit naar aanleiding van een diplomatiek bezoek van minister Bot aan Riyad vanwege de cartoonrel). De reis van een Kamerdelegatie naar Saoedi-Arabië in 2008 vatte hij samen als ‘een politiek correcte snoepreis aan een achterlijk en barbaars, islamofascistisch land’. Hij stelde herhaaldelijk vragen over het ‘Indonesische optreden’ tegen Papoea’s in Nieuw-Guinea.
Tekenend was ook zijn opstelling toen de affaire-Westerling ter sprake kwam. Onder legerkapitein Westerlings commando werden in 1946 duizenden onschuldige Indonesiërs omgebracht tijdens een contraterreuroperatie in Zuid-Celebes. In 1950 pleegde Westerling een mislukte staatsgreep tegen Soekarno, waarbij opnieuw veel doden vielen. Het kabinet (Stikker was toen VVD-minister van Buitenlandse Zaken) besloot nog in hetzelfde jaar de man niet te vervolgen voor zijn oorlogsmisdaden; een besluit waarmee Wilders het nog steeds eens kan zijn. Over Westerlings optreden verklaarde hij in 2003 vergoelijkend ‘dat men dat in zijn tijd moet zien’.
Wilders’ afkeer van de immigratie en aanwezigheid van moslims (hij bezigt in dit verband de termen ‘moslimtsunami’ en ‘de Marokkaanse kolonisten’), de islam en multiculturaliteit in het algemeen is en blijft echter zijn voornaamste thema. Daarmee gaat hij nu ook de boer op in het buitenland. Meer dan wat ook is Wilders te plaatsen als een pur sang postkoloniale revanchist, geobsedeerd als hij is door het terugdraaien van naoorlogse geopolitieke en demografische veranderingen en het ‘rechtzetten van historische fouten’. Wraakzucht en extreem patriottisme in de vorm van ‘behoud van de eigen dominante cultuur’, ‘redding van de specifieke Europese waarden’ en ‘terugdringen van de islam’ vormen zijn neokoloniale drijfveren, die hij van de Indische NSB lijkt te hebben gekopieerd. Maar niet alleen van de Indische NSB: ook groeperingen als de kolonialistische rechtertak van de VVD, het Jong Conservatief Verbond, de Centrumpartij en de Vrije Indische Partij deelden vormen van reactionair cultureel patriottisme gekoppeld aan xenofobie. In Wilders’ manifest Kies voor vrijheid staat de volgende, alarmerende aanbeveling:
‘Een Nederland dat zijn eigen identiteit handhaaft en daar trots op is, zich niet laat overnemen of aanpast aan wezensvreemde culturen, of die (sic) zijn identiteit laat verwateren door op te gaan in supranationale instellingen.’
Dat Wilders opzichtig opereert in een postkoloniale politieke dimensie zonder dat dit herkend wordt, zegt veel over hoe Nederland omging, en nog steeds omgaat, met het koloniale verleden. Zwijgen, ontkennen, vergeten en de andere kant op kijken luidt sinds decennia het devies. Daardoor kan bijna niemand zich meer voorstellen dat Indische gebeurtenissen van meer dan een halve eeuw geleden nog impact kunnen hebben op de politiek van alledag. Dit ondanks het feit dat destijds meer dan een half miljoen Nederlanders betrokken waren bij de Japanse bezetting, de koloniale oorlog en de daaropvolgende volksverhuizing. Het gaat om gebeurtenissen waar veel mensen hun leven lang niet overheen kwamen, en hun kinderen evenmin, van wie een onbekend deel vandaag de dag nog wordt behandeld wegens overgeërfde oorlogsproblematiek, het zogenoemde tweedegeneratietrauma. Wat de langetermijneffecten zijn van de ervaring van het tweederangsburgerschap van Indo’s – in de kolonie en ook later in Nederland – is nog niet onderzocht. Maar dat de problematische zoektocht naar de ‘eigen’ Indische identiteit onverminderd doorgaat, ook bij nieuwe generaties, wordt op het internet meteen duidelijk. Door de stilte rond het koloniale eindspel kunnen de oorlogsgebeurtenissen en wat daar lange tijd aan voorafging nu alsnog een voedingsbodem vormen voor een discutabele politics of displacedness.
Het is niet minder dan een geniale ingeving van Wilders geweest om zijn donkere haar op te bleken. Dat is blijkbaar alles wat in Nederland nodig is om Indo-af te zijn en vervolgens als ‘de man uit Venlo’ de politieke arena te betreden. Een Belgische of Franse politicus met een vergelijkbare neokoloniale agenda loopt daarentegen een grote kans in een vroeg stadium herkend te worden als (nog ongevaarlijke) postkoloniale revanchist. De binnen- en buitenlandse politiek wordt daar bezien op basis van een langetermijnperspectief, waarin oude lobby’s (Algerije, Congo, Rwanda) en nieuwe politici vanzelfsprekend met elkaar in verband worden gebracht – zowel door politici zelf als door politicologen en koloniale historici. Een recent voorbeeld uit België, tegen het licht van de volkerenmoord in Rwanda in 1994, is het debat rond het politiek geïnspireerde ‘genociderevisionisme’. Zulke debatten vinden plaats, in meer of mindere mate, in alle ons omringende ex-koloniale mogendheden, maar niet hier. Door de Indische politieke erfenis willens en wetens in het vergeetboek te schrijven is Nederland stekeblind geworden voor de symbolen en retoriek die lange tijd gezichtsbepalend waren voor zijn eigen imperialisme. Dat is een droevige conclusie.
Het niet belangrijke maar wel ironische gegeven dat Wilders wordt beschuldigd van ‘haatzaaien’, terwijl de beruchte haatzaai-artikelen in het Indische wetboek van strafrecht werden geïntroduceerd om Soekarno cum suis achter de tralies te kunnen zetten, bleef zodoende onopgemerkt. Dat was ook het geval vorig jaar, toen Wilders na het uitbrengen van de film Fitna in Indonesië tot ongewenst vreemdeling werd verklaard. Nooit meer mag hij het land van zijn moeder in. Een en ander ging gepaard met de bestorming van het Nederlandse consulaat in Medan, de verbranding van de Nederlandse vlag en de eis van demonstranten dat alle Nederlanders het land werden uitgezet. De verleiding is groot om in Wilders de wreker van zijn verbannen grootouders, Johan en Johanna Ording, te zien. Maar misschien is Wilders alleen maar een extreem uitvergroot geval van klassieke Indische identiteitsvervreemding. Zijn grensoverschrijdende kapsel is in ieder geval een van de symptomen daarvan.
Met dank aan Eric Hennekam en de medewerkers van het Nationaal Archief.
In vervolg op dit stuk zal De Groene de komende weken de verhalen publiceren van Indische Nederlanders zelf: wat hebben zij te vertellen over de aantrekkingskracht van Geert Wilders op de Indische generaties?
Lizzy van Leeuwen is bestuurskundige en antropoloog. Ze deed langdurig onderzoek in Jakarta naar de levensstijl van de maatschappelijke bovenlaag tijdens de laatste Soeharto-jaren. Dat resulteerde in twee boeken: Airconditioned lifestyles (1997) en Lost in mall (2005). Vorig jaar publiceerde ze Ons Indisch erfgoed: Zestig jaar strijd om cultuur en identiteit (Bert Bakker), waarin ze concludeerde dat de zwaar beladen koloniale erfenis uit Indië (discriminatie, achterstelling, de kille ontvangst in Nederland en de ‘vermoedelijke tekortkomingen in het naoorlogse rechtsherstel’) effectief is afgekocht door de Nederlandse overheid. Het (schijn)debat hierover speelde zich vooral af in de culturele arena (tussen pasar malams en rijsttafels) in plaats van in relevante maatschappelijke en politieke sferen. Van Leeuwens onderzoek was deel van een breed KNAW-onderzoeksproject naar de postkoloniale geschiedenis van Nederland. Tussen 2006 en 2008 interviewde ze als sociaal rapporteur voor de Stichting Pelita ruim honderd Indische ouderen over hun jeugd-, oorlogs- en migratie-ervaringen.
Indo’s op rechts
Rechts van het midden ontstond in 1994 de Vrije Indische Partij, die weliswaar tegen de komst van vreemdelingen was, maar zich vooral opwierp als behartiger van de belangen van Nederlandse postkoloniale migranten (Indische Nederlanders, Surinamers en Antillianen). Een ander speerpunt van deze partij tijdens de parlementsverkiezingen in 2002 was openbare orde en veiligheid. De Lijst Pim Fortuyn, de eerste volkspartij die zich profileerde door keiharde uitspraken tegen ‘islamisering van de samenleving’ en immigratie, kende vele Indische aanhangers. Kamerlid voor de LPF werd de prominente Indische Nederlander Jim Janssen van Raay, die als nummer drie op de kandidatenlijst had gestaan. In 1996 zat hij nog voor het CDA in het Europees Parlement. Nadat hij door deze partij was geroyeerd wegens vermoedelijke belangenverstrengeling sloot hij zich met zijn zetel aan bij de Unie voor Europa, waarin ook Franse gaullisten en de Forza Italia van Berlusconi vertegenwoordigd waren. In de hoek van extreem-rechts valt op dat de Nationale Alliantie, een ‘samenwerkingsverbond tussen nationalisten, fortuynisten, conservatieven en mensen georiënteerd op de rechtervleugel van de VVD’, jarenlang op de been gehouden werd door de Indo Virginia Kapic (misschien werd de club daarom spottend de Nasi Allochtonenpartij genoemd). Het racistische en vreemdelingen hatende Nederlands Blok telde in 2000 onder de actieve leden met een Indische familienaam John Morren, voormalig gouwleider van de Viking Jeugd Nederland, voormalig gemeenteraadslid voor de Centrum Democraten en innig bevriend met de nazistische Florrie Rost van Tonningen-Heubels, bijgenaamd ‘de zwarte weduwe’. De rabiaat nationaal-socialistische Racial Volunteer Force/ International Militant Pro White Organization kent een groep jonge Indische aanhangers, onder wie de activistische Dave Blom, eerder verbonden aan de racistische Nederlandse Volks Unie. Joop Glimmerveen zélf vond dat ‘Indische Nederlanders niets hoefden te vrezen’, want ‘die mogen per definitie blijven’. In Den Haag ten slotte, de ‘Indische hoofdstad van de wereld’ en niet toevallig een van de twee steden waar Wilders meedoet aan de gemeenteraadsverkiezingen, is de PVV-coördinator – volgens Nova – Ruud Sablerolle, voormalig aanhanger van Nieuw Rechts en telg uit een Indisch geslacht
Steun ons om ons werk af te maken door te tekenen en te doneren
Indische zaak - Het Traktaat vanWassenaar 1966
Hier Onderteken petitie < of > Kijken wie er getekend hebben
< of > Laatste Updates In het Engels hier
Schrijf U vandaag nog in
Steun ACTW66 !
Uw donatie kan U storten op Rabo rekening NL41 RABO 03977255 07 ten name van F.Schwab / ICM Online onder vermelding van donatie Traktaat van Wassenaar.
Advertenties
Persbericht, 4 november 2010 Hierden
Op 27 ste november wordt de eerste presentatie van X - Factor Indo Music Classics gegeven dit i.p.v de grandfinale.
U ziet een fragment uit de pasar malam online sfeer dvd.
- Blue Diamond Riem de Wolff
- Oscar Harris met o.a. The Song for the Children
- De mega artiest Tantowi Yahya
- De enige opnamen van The Valiants ooit gemaakt met Peter Layton o.a.
- Bunga Melati
Neem de pasarsfeer mee naar huis voor warme koude winterdagen.
Te bestellen bij schwab@icm-online.nl
Steun ons om ons werk af te maken door te tekenen en te doneren
Indische zaak - Het Traktaat vanWassenaar 1966
Hier Onderteken petitie < of > Kijken wie er getekend hebben
< of > Laatste Updates In het Engels hier
Hoe zit het met (INDO) Indisch paspoort van Mark en Geert eigenlijk?
De beste verdediging is in de aanval te gaan. Geert heeft dit bewezen de afgelopen jaren om de aanval in te zetten op de secretarissen en Kamerleden met een paspoort met een dubbele nationaliteit. Zelf verschoond blijft van zijn afkomst.
Mark legt het onderscheid per land zoals nu Zweden en Turkije zich voordoet. Met een definitie waar het land van herkomst invloed uitoefent op haar onderdaan de drager van het paspoort hierin bepalend is o.a. te maken met de dienstplicht en het erfrecht.
Terug naar het Indisch paspoort met een lange historie.
Velen uit de Indische Gemeenschap willen liever niet meer aan herinnerd worden aan deze vreselijke tijd. Elke dag weer vreesden zij voor hun leven en hopen dat hun visum om toelating tot het land van herkomst op de deurmat viel in het voormalige Indie, en zonder dat de Indonesische autoriteiten hier achterkwamen.
Zeker van de kant van de Nederlandse regeringen in het bijzonder die toen het toelatingsbeleid uitvoerde op haar onderdanen met een Nederlands paspoort. Duurde een dergelijk aanvraag wel 5 jaren.
Hiervoor moeten wij terug naar de Tweede Wereld Oorlog toen Indische Nederlanders en Nederlanders met Nederlandse nationaliteit in het voormalige Indië (Nu republiek Indonesië, het land waar Obama ook is opgegroeid.) woonden.
Koningin Wilhelmina verklaarde rechtstreeks Japan vanuit Londen de oorlog. Japan viel onmiddellijk het voormalige Nederlands Indië binnen, en nam de Nederlandse onderdanen gevangen na een strijd.
Deze werden overgebracht naar Jappenkampen. Na de capitulatie - dus geen bevrijding zoals in Nederland- ontstond een woelige periode voor de Nederlandse onderdanen die elke dag voor hun leven moesten vrezen. Met geen enkel bezit meer, alles werd hun ontnomen.
De Nederlandse regering probeerde het voormalige Indië weer onder het Nederlands bestuur / bewind te brengen dit tegen de wil in van de VS. Dit mislukte, en de republiek Indonesië werd onder president Soekarno een feit.
De lange besiapperiode volgde waar nimmer een einde aankwam voor vele Nederlandse onderdanen, die mede hebben gestreden tegen Japan en Indonesië met de beruchte politionele zuiveringsacties. Deze stonden voor een groot dilemma waarvoor elke dag voor hun leven moesten vrezen in die tiid.
Op de achtergrond begon de republiek Indonesië ook eisen te stellen als het om de paspoorten gaat met een dubbele nationaliteit voor de Indische Nederlanders. Immers deze waren Nederlander en hadden dus een Nederlands paspoort.
President Soekarno stelde dat zij nu voor een paspoort moesten kiezen met 1 nationaliteit dus WN-schap ofwel Warga Negara. Mochten deze niet voor WN kiezen stonden hier forse sancties op om het land Indonesië direct te verlaten, en op het dagelijkse leven zullen alle beperkende maatregelen wordt opgelegd die alle Indische Nederlanders troffen.
Tegen deze achtergrond moest de Nederlandse regering voor een repatriëring van 340.000 plus 40.000 Molukkers verzorgen van Indonesië naar Nederland. Dat een lang traject kende dat vanaf 1949 begon tot 1962.
Vooraf dienden de Nederlandse onderdanen rekest aan de Koning in te dienen om naar Nederland terug te mogen keren. Een dergelijk rekest werd voor ruim 300.000 Indische Nederlanders afgewezen, en na vier of vijf jaren werd in vele gevallen pas het visum verstrekt. Meeste Indische hebben gedurende deze periode moeten zwijgen of namen toch noodgedwongen WN-schap aan om niet door die zware sancties te worden getroffen met gevaar voor hun leven elke dag weer!
De groep onderdanen die geen enkele mogelijkheden hadden waren genoodzaakt om het WN-schap noodgedwongen te aanvaarden om een dragelijk leven en bestaan te leiden. Deze Indische Nederlanders is dus de toegang geweigerd om terug te keren naar het land van herkomst namelijk Nederland.
Deze Indische groep is gegroeid tot nog eens 1,5 miljoen die nu nog steeds in Indonesië verblijven. De andere Nederlandse onderdanen gingen van Het voormalige Indië naar landen als Australië, Canada, Nieuw Gunea, Amerika en Zuid Afrika. De Nederlandse Indischen die nu in Indonesië verblijven worden o.a. gesteund vanuit Nederland door de Stichting Halin.
Het Indisch Nederlands paspoort waar bloed aan de handen van de Nederlandse regering kleeft.
Weet U nu waarom het voor Geert een Trauma is die dubbele paspoorten
October 21, 2010 by: Elsbeth Vernout
Hoe Indisch is het nieuwe kabinet?
Verrassend genoeg heeft niet alleen Geert Wilders (PVV) Indische roots, ook premier Mark Rutte (VVD) heeft banden met Nederlands-Indië. Er ligt een nieuw klusje te wachten op dr. Lizzy van Leeuwen: na de wortels van Wilders kan ze de roots van Rutte onderzoeken.
Mark Rutte. Fotograaf: Nick Ormondt/ VVD
Zeven kinderen
De vader van Mark Rutte was directeur van een handelsonderneming in Nederlands-Indië. Volgens Mark Rutte’s biografie op Wikipedia - ik geef toe dat het wetenschappelijk gehalte van mijn onderzoek het niet haalt bij dat van Van Leeuwen – overleed de eerste vrouw van zijn vader in Japanse gevangenschap. Uit dat huwelijk kwamen vier kinderen voort. Vader Rutte hertrouwde met de zus van zijn ex-vrouw en kreeg met haar nog drie kinderen, met als jongste telg Mark Rutte, die in Den Haag werd geboren in 1967.
Bescheidenheid
In het Algemeen Dagblad van zaterdag 29 mei 2010 stonden passages over de Indische roots van Mark Rutte. Op de vraag waarom hij op bescheidenheid de nadruk legt, zegt hij: “Mijn ouders hebben een paar keer in hun leven helemaal opnieuw moeten beginnen. Mijn vader zat in een Jappenkamp. Hij verloor zijn vrouw en bezat toen hij terugkwam alleen nog het pak dat hij aan had. Hij hertrouwde met de zus van zijn eerste vrouw, mijn moeder, ging terug naar Indonesië en bouwde een nieuw bestaan op. Totdat Soekarno iedereen eruit gooide in 1958. Weer moesten ze van voren af aan beginnen. Mijn vader ging hier werken bij eeen DAF-dealer. M’n ouders waren altijd heel nuchter over wat ze hadden. Ze gaven hun kinderen mee dat het belangrijk was te werken, bescheiden te blijven en er te zijn voor elkaar. Dat kreeg ik mee.”
Hoop
Bescheidenheid, nuchterheid, er zijn voor elkaar en hard werken. Zijn dit ook de kernwaarden van het nieuwe kabinet? Wordt dat de stijl van leidinggeven van de man die een wajangpop in zijn vrijgezellenflat heeft hangen? Ik ben benieuwd. Eén van de favoriete restaurants van Rutte is in ieder geval Poentjak in Den Haag: lekker ouderwets ingericht en met ‘pure Javaanse en Sumatraanse hoofdgerechten.’ Misschien is er toch nog hoop de komende vier jaar.
Raar maar waar: Geert Wilders als ‘toekan kroepoek’
Na afloop van een optreden in het stadhuis van Nijmegen stond ik buiten met twee Indische dames. Twee jongens van Marokkaanse afkomst fietsten voorbij. ‘Kijk, daar heb je weer dat tuig van de riggel’, zei een van de dames. ‘Kent u die jongens?, vroeg ik. Het antwoord was nee. ‘Hebben ze u wat gedaan?’ Opnieuw nee en een integratiedebat op de stoep van het stadhuis was het gevolg. Volgens de dames zijn Marokkaanse jongens onbeschoft, omdat ze niet fatsoenlijk opgevoed worden door hun ouders. Ze vergeleken dat met hun eigen opvoeding toen ze hier in Nederland kwamen in de jaren ’50.
Dat herkende ik. Ook mijn ouders en familie hielden ons voor hoe we ons hier moesten gedragen. Netjes, beleefd, fatsoenlijk. Zo waren ze het in Indië gewend en zo moest het ook hier, want hier moest je je vooral aanpassen. Altijd groeten, met twee woorden spreken, opstaan in de bus voor oudere mensen. En hoe vaak kreeg ik niet te horen ‘éérst je huiswerk, dán de meisjes’. Mijn familie dreigde ook met wat er kon gebeuren als we niet ons best deden. Dan wachtte ons een slechte toekomst als straatschoffie in de kampong of als ‘toekan kroepoek’ (Indische kroepoekbakker).
In de Indische gemeenschap ontstond vorig jaar wat deining vanwege het gerucht dat Geert Wilders een Indo zou zijn. Het werd met ongeloof ontvangen. Zou Geert met zijn onverholen afschuw van de multiculturele samenleving en zijn felle anti-islamhouding afkomstig zijn uit het grootste islamitische land ter wereld? Dat kon niet waar zijn.
Toch wel! In de biografie ‘Veel gekker kan het niet worden’ (2008) bevestigt Wilders wat ongemakkelijk zijn Indische afkomst. Daarin zegt hij o.a. ‘bij de oudste zus van mijn moeder gingen we wel eens in het weekend kroepoek bakken’. Geert Wilders als Indische kroepoekbakker; het moet inderdaad niet gekker worden.
In mijn jeugd was kroepoek bakken mijn favoriete kookactiviteit. Je doet die kleine kroepoekjes in de hete olie en dan worden ze heel snel heel groot in allerlei kronkelige vormen. Je moet wel erg opletten: niet te veel, anders rijzen de pan uit en niet te lang in de olie, anders branden ze aan. Maar als het goed gaat tover je iets oneetbaars tot een knapperige lekkernij.
De afgelopen tijd is de geblondeerde Indische kroepoekbakker al weer wekenlang de lieveling van alle media. Gedurende het gehele formatieproces bakte hij er weer lustig op los. Met zijn politieke kroepoek voorziet hij anderhalf miljoen voorstanders van knapperige hapklare brokken. Tegelijkertijd geeft de kroepoekbakker al zijn tegenstanders een onverteerbaar gevoel. Zo onverteerbaar dat er een proces tegen hem werd aangespannen. Dat vind ík weer onverteerbaar. De strijd om zijn opvattingen hoort niet thuis in de rechtzaal, maar in het parlement en het maatschappelijke debat. Dáar moeten voor en tegenstanders met elkaar de pollepels kruisen over zijn smaak en zijn recepten. Nu kan de kroepoekbakker zich uitleven als dé topkok van de vrije meningsuiting en zich tegelijkertijd op zijn zwijgrecht in de rechtzaal beroepen.
Kroepoek bakken is als toveren, maar Wilders is een slechte tovenaar. Hij gooit teveel giftige stukjes in de oververhitte olie van de Nederlandse samenleving, waardoor ze de pan uitrijzen. Hij houdt ze ook te lang in de pan, zodat ze alleen door aangebrande mensen te vreten zijn. Nee, ik gun Wilders van harte vrijspraak in zijn proces. Hij mag wel veroordeeld worden, maar dan door de Keuringsdienst van Waren. Voor zijn niet te vreten kroepoek.
Wouter Muller, auteur is actief als muzikant, tekstschrijver en componist en tevens werkzaam voor de Stichting Welzijn en Cultuur Twente
(bron: Twentse Courant Tubantia, 23-10-2010)
Reactie op "Hoe Indisch is het nieuwe Kabinet"
Reactie redactie ICM;
De meeste Indo's (Indische Nederlander met 1 paspoort) herkennen zich in het verhaal van Mark Rutte, en toch worden weer die verhalen van HOOP in de media geslingerd.
Het frappante wil dat iedere keer als er een nieuw kabinet aantreedt worden de hoofdfiguranten in het voetlicht gezet. Het DNA wordt naar het lab gestuurd voor verdere onderzoeken op het Indisch zijn of deze met het Indisch DNA is besmet, en vervolgens gescreend op hun afkomst en achtergrond.
Dit ondergingen Ben Bot, Winnie Sorgdrager, Els Borst, Gert Wilders etc. Kunnen zo het hele rijtje afgaan van de afgelopen kabinetten van BINérs (bekende Indische Nederlanders). Sterker nog; bronnen melden uit het vorige Kabinetten Balkenende dat zijn echtgenote ook Indische Roots heeft, en laten wij vooral Geert Wilders in het bijzonder niet vergeten. En toch ......bleef het bij de Indische Hoop, moet de constatering zijn!
Hoop als cryptisch begrip wordt hier gebezigd en geponeerd, echter het dekt niet de lading van deze alinea. Alle type Indische kenmerken worden aan Mark Rutte toegeschreven.
Hoezo hoop?
Waarop hoop?
Bescheidenheid, of is het die Indische onderdanigheid om zaken niet zakelijk en direct te benoemen.
Waarom het begrip "Hoop" niet gewoon benoemen? Voor mensen die het niet weten wat met "Hoop" wordt bedoeld, wordt bedoeld het Indisch probleem van 70 jaren geleden die Jappenkampen, overdracht, bersiap, en koele ontvangst van die 340.000 Indische Nederlanders etc... dat de regering dit tot op heden nog steeds niet heeft opgelost en er nog een Indisch claim als vordering ligt op de Nederlandse staat.
.
Hoe zou een analyticus zijn "hoop" zien als hij zich verplaatst in Mark?
"Wat wordt er gezeurd": zal Mark Rutte denken. "Mijn ouders hebben toch ook in de Jappenkampen gezeten, en zijn vele malen opnieuw begonnen als ondernemer totdat bapak Soekarno de Indo's het land uitgooide” met kreten als "Usir Belanda Andjing", dan in het koude kikkerland als "blauwe of katjang" ludiek op straat te worden uitgemaakt, of als Blauwe de toegang wordt geweigerd tot Hollandse evenementen.
En kijk zal Mark Rutte zeggen - ondanks dat er toen gezellig een potje werd geknokt - "wij zijn er sterker uitgekomen, zie hier ik ben nu Minister President".
Dit in de sporen van Ben Bot die ook de volgende tekst voor zijn persoon hanteerde:
"ik heb nog op mijn blote kaki's gelopen in die Jappenkampen als kleine jongen van 14" en ik Ben, ben er toch ook gekomen op deze belangrijke post"
Gesterkt door de bekende woorden van Jan Peter Bakenende:
" Een crisis waar je er nog sterker uitkomt".
Zwijgt Gert Wilders zoals gebruikelijk als het graf of komt dit door zijn geverfde Indo haren.
Velen van de Indische gemeenschap zijn er sterker eruit gekomen, die maatschappelijk veel bereikt hebben. Niet 1 titel maar meerdere titels voor hun naam hebben staan. Dat zit ze in de genen omdat ze beter moesten te presteren dan de Belanda in het voormalige Indië.
Kijken niet meer om,
slechts een kleine minderheid kijkt al 70 jaren om. Omkijken is stilstaan .......
Ferry Schwab
Rosy Pereira
Nadat het duo Sandra & Andres elkaar gaat, zet Andres de succesformule voort te zetten met zangeres Rosy Pereira.
Na enkele hits in de periode 1975-1977 en deelname aan het Nationaal Songfestival blijkt de formule uitgewerkt.
Rosy zet haar carrière voort en dan met name in Duitsland.
Solo of samen met de band Of Course brengt zij een mix van haar oude hits, haar "Pasar Malam Souvenirs', aangevuld met de meest sprekende 'dance' hits & classics van de jaren 60, 70 tot the eighties.
Als all-round artieste weet zij als geen ander het publiek opzwepend mee te nemen in háár passie... muziek, muziek en nog eens muziek!
Laat u verrassen door de sound van miss Rosy Pereira.
Riem de Wolff
Riem de Wolff is nog steeds volop actief in de muziekscène. De Blue Diamonds -Riem en Ruud de Wolff- kwamen in 1949 met hun ouders –uit Batavia- naar Nederland. Met hun Everly Brothers achtige sound hadden zij jaren succes in niet alleen in Nederland maar over de gehele wereld en met name in het Verre Oosten. |
Zij behoorden tot de grondleggers van de Nederlandse popmuziek
Zowel Riem als Rosy kunnen met orkestband maar ook 'live' door de band Of Course optreden.
Of Course heeft zich sinds de oprichting in 1987 ontwikkeld tot een van Nederlands' betere 'Golden Oldies' bands. Zij beschikken over een meer dan avondvullend repertoire van de diverse Rock & Roll stromingen, aangevuld met een mix van goede dansbare Country, Sixties en Seventies klassiekers. |
Een band die niet het geijkte fifties- en sixtiesrepertoire speelt, maar oldies in een eigentijds jasje.
Authentieke sixtiesbands zijn vaak alleen leuk voor echte liefhebbers, bij Of Course is dat zeker niet het geval.
Ook het jongere publiek vermaakt zich uitstekend, iedereen swingt, jong en oud!
Bekende en minder bekende songs volgen elkaar in rap tempo op.
The X-factor Indo Music Classics
Dit evenement wordt op 27 november a.s. georganiseerd in het Flevoparq in Dronten.
Maar liefst 20 gevestigde artiesten en jonge talenten brengen muziek, zang en dans in een exotische ambience
The X-factor Indo Music Classics 2010 stelt zich ten doel om het Indisch Muziek Erfgoed in stand te houden om deze jaarlijks blijvend onder de aandacht te brengen, daar naast kan nieuw- en oud talent zich presenteren aan diverse organisaties.
Bijna 70 jaar zijn de Indische muzikanten in de weer, door de jaren heen wisten zij internationaal hun successen te verwerven.
The Blue Diamonds die Nederland in één keer op de wereldkaart zette, ook bands als The Rolling Stones en The Beatles waren fan van The Tielman Brothers voordat zij beroemd werden.
Op de achtergrond de vele Indische bands met de verschillende muziekstromingen hun muziek uit het voormalige Indie in de jaren 50 naar Nederland bracht.
The Indo Rock, Indo Country en de muziekstromingen van the Sixties, The Seventies and The Eighties verweven ieder in hun eigen muziekstijlen die zich ontwikkelde in het "Haagsche Liverpool" die de basis legde voor vele bekende Nederlandse bands.
Barry van The Golden Earring merkte nog vrij recent op "dat hun successen in VS mede aan de Indo Rock te danken was"
Wekelijks vullen de Indische muzikanten de podia op de vele pasars malams, Kumpulans, en concerten waar massaal het publiek op afkomt.
Tijden: 12.00 tot 24.00 uur. Voorverkoop van kaarten: 06-53793649 of 0321-388700 of schwab@icm-online.nl
Tevens verzorgen wij de boekingen voor een groot aantal nationale en internationale artiesten op het gebied van ‘Goud van Oud’ en Country & Western .
Mede door ons management van o.a. Mr Blue Diamond ‘Riem de Wolff’ en Rosy Pereira zijn wij inmiddels ook zeer goed ingevoerd in het Indische circuit.
Met vriendelijke groet,
George Kwekel
Het is weer bijna 2011, moet je nagaan, wij als Indische gemeenschap bestaan dan 61 jaar gerekend vanaf 1950 om maar een getal te noemen. Is er veel veranderd in die 61 jaar?
Ja, dat kun je wel stellen denk ik persoonlijk. Wie ben ik? Ik ben slechts een gewone indo die over zich zelf en zijn afkomst zit na te denken.
Ja, dat krijg je als je op 11 jarige leeftijd uit Indonesië vertrekt en dan hier komt, merkt dat er al indo’s langer in dit land vertoeven en ook dat je op een andere manier hier wordt binnengehaald als dat je je had voorgesteld.
Ja, je komt met een kersverse groep in een bus naar de bestemmings plaats van het gezin, allemaal stil voor zich uitstarend. Ik herinner mij de ontscheping nog in Rotterdam, iedereen werd in een rijtje gezet met bepaalde bestemming (de selectie). Mijn goede vrienden gingen elders heen en wij kwamen in een bus terecht met onbekenden die op dezelfde boot hebben gezeten.
Na de instap in de bus gaat het landinwaarts, de chauffeur en begeleider waren Nederlanders, om je heen zag je dat de huizen heel veel op elkaar staan en de natuur was er niet, geen groen, neen, kale bomen want wij kwamen eind januari aan, het was winter. De massa in de bus was stil en iedereen zat in spanning, dat was te merken. Ik heb medelijden met die ouders toen, in hun ogen zag ik de onzekerheid en op hun gezicht de zorgelijke uitdrukking.
Ik ben er niet blij mee, het wat zo anders en zo ongewis waar je terecht zal komen en hoe zal het leven hier in dit koude land zijn?
Je wist het toen nog niet, nu wel. inmiddels ben ik ook volwassen geworden en heb de tijd meegemaakt dat wij nog kersverse Indonesiërs waren die in het pension woonden.
Er is veel gebeurd, de nasi en onze gerechten waar men hier in dit land eerst de neus voor dichtkneep is nu gemeengoed geworden in de keukens. In de warenhuizen staan nu potten met sambal en allerlei kruiden wat je toen niet had. Als je nu over sambal praat, weet de gemiddelde Hollander je meer te vertellen dan dat je zelf weet.
Onze levens zijn inmiddels aangepast, nog in de 70er jaren hadden wij te maken met discriminaties, als jeugdigen kwam je niet overal in en vaak was de arrogantie hier ten opzichte van jou en jouw soortgenoten een oorzaak dat je zo anti deed opstellen.
Ik denk persoonlijk ook dat daarom de Indische gemeenschap is ontstaan. Je was gewoon op elkaar aangewezen, begrip voor je eigen adat en gewoontes was er niet, en….het vervelende van alles is…je moest je aanpassen en je Hollands gedragen, wil je nog enigszins sociaal geaccepteerd worden.
Dat aanpassen ging vlekkeloos, maar toch leverde je eigenlijk keer op keer iets van jezelf in, jouw eigen manier van Hollands zijn. Dat kon niet anders was je niet “aangepast”.
Om die noodzakelijke acceptatie gingen vele indo’s zich nog Hollandser voordoen dan de autochtone Nederlander.
Die indo’s scheiden zich volledig af van hun roots en lotgenoten en menige was witter dan de oorspronkelijke Nederlander maar men vergat even in de spiegel te kijken en dan de kenmerken te zien van een Aziatische verschijning.
ER waren veel indo’s blind voor dat beeld en zagen zich geheel blank en gaven ook af op de indogemeenschap. Helaas was dat toen ook met onze bekende beroemdheden die in Nederland met hun muziek nationaal succes hebben. Dat was minder in de Indische gemeenschap omdat men hun stijl niet zo kon invoelen met onze eigen manier van de Rock and Roll. Het was te Hollands. Wij hadden onze eigen helden, The Tielman Bros, The Crazy Rockers, The Javalins en ga zo maar door. Natuurlijk had je vele Nederlanders die binnen onze gemeenschap een thuisgevoel hadden en die zorgden eigenlijk voor de verspreiding en acceptatie van onze kleine gewoontes en cultuur stukjes.
De muziek was gelijk een mooi aandachtspunt maar al gauw bleven wij achter in onze eigen indo muziekwereld. De Nederlandse muziek ontwikkelde zich toch beter op internationaal nivo.
Dat is heden ten dage helemaal te merken. Wij hebben onze eigen stijl en die laten wij niet los, 61 jaar lang niet. Onze behoefte aan feestjes en gezelligheid, daar gingen wij ons zelf in vinden door onze huisfuifjes, Indische avonden en nu dus kumpulans.
Weet U lezer dezes dat het nog maar heel kort geleden is dat wij ECHT kumpulans gingen organiseren?
In de jaren 70 was er minder dan nu en ook onze pasars waren toen nog niet zo veelvoudig aanwezig. Eigenlijk in minder dan 20/30 jaar is onze cultuur een beetje gemeengoed geworden en ik denk zelf, dat de huidige immigranten een geplaveide weg vonden die wij voor hen hebben voorbereid. De acceptatie was minder moeilijk dan bij ons het geval is. Ikzelf merkte dat het zo rond de jaren eind tachtig begin negentig wat normaler ging, al was het nog moeilijk, vooral toen de Molukse treinkaping een feit was, merkte je toch dat men vreemdeling gevoelig was in dit land. Het is nu helemaal anders, de komst van de vreemdelingen die niets te maken hebben met de historie van dit land, hebben meer mogelijkheden en krijgen ook meer mogelijkheden om zich hier te nestelen. Waar wij moeizaam onze eigen spullen moesten vergaren, weer voor de derde of vierde keer van voren af aan moesten beginnen, wordt men tegenwoordig van alle kanten in de watten gelegd.
Als je nu roept dat je anti moslim bent wordt je voor het gerecht gedaagd, vroeger werd ik openbaar uitgescholden voor zwarte, poepchinees, pinda, chimpansee en zelfs volwassenen deden daaraan mee, en er was geen Wilders die zich moest verantwoorden. Het is niet erg veranderd als je over de Indische gemeenschap praat, dan in het bijzonder de eerste en tweede generatie die nu aan het vergrijzen is. Stilletjes in eigen kring, de oude gewoontes en het oude vertrouwde vastklampend gaan wij verder de tijd in.
De twee generaties vergrijzen en zo langzamer hand vloeit het indobloed puur sang weg door vermenging en zal het niet lang meer duren alvorens er gesproken kan worden van de laatste der indo-kikanen. Ik zou willen dat er een film over komt.De jeugd nu, heeft niets meer met het oude indo gevoel, ze weten niet beter en zijn hier te lande geboren dus het is niet vreemd dat men zich geen binding kan voelen met het ’oude”van vroeger.
Misschien dat in de landen zoals Amerika men langer kan zeggen, er is een Indische gemeenschap, maar hier in dit land, ik denk het niet.
Vele oude Indische mensen zien hun kans weer om terug te gaan, terug naar het land van geboorte en het zal echt niet lang meer duren of vele van de tweede en derde generatie zal zich daar op Bali met name, een nieuw thuis vinden. Er zijn al velen die de stap hebben genomen.
Daar zal onze gemeenschap misschien weer tot bloei komen. Wie weet?
Dus Indisch 4 ever? Ik zou het niet durven garanderen, saja tida tau.(I dont know)
22 Oktober 2010
Albert van Prehn,
Dutch-Columnist and ICM-Moderator.
Maandelijkse uitgave | Jaargang 2, nr. 10 (Oktober 2010) | Redactie: Hans Vogelsang
Dit is de digitale nieuwsbrief van de Stichting Nederlands Indisch Cultureel Centrum, die u maandelijks toegezonden krijgt. Via deze nieuwsbrief wordt u op de hoogte gehouden van de ontwikkelingen betreffende ons toekomstige Indisch Centrum. Verder zullen wij u wijzen op nieuwe items op onze website en andere bijzondere zaken binnen de Indische gemeenschap.
Welkom nieuwe lezers
En het aantal abonnees op onze Nieuwsbrief blijft maar groeien. Een warm welkom aan al die nieuwe lezers. Het aantal abonnees staat nu op 1015 en hieruit moge mede blijken, dat een groot Indisch Centrum in Den Haag voldoende draagvlak heeft. Wij kunnen uw steun inzake realisatie van een Indisch Centrum hard gebruiken. Teken hiervoor het handtekeningformulier op de webpagina EXTRA of schrijf iets leuks in ons Gastenboek: www.indisch-centrum-denhaag.nl. Ook kunt u een berichtje insturen of reageren op onze nieuwe weblog: http://indisch-centrum-denhaag.blogspot.com. U helpt ons enorm met uw adhesiebetuigingen, goede wensen en berichtjes. Verder mag het duidelijk zijn, dat wij net met de armen over elkaar afwachten tot iemand zich als nieuwe abonnee aanmeldt, maar dat wij ook actief abonnees werven door Indische websites, tijdschriften, en dergelijke uitspitten en zodoende adressen aan ons bestand toevoegen. Als u zo op onze verzendlijst bent beland en u bent het er niet mee eens, volgt u dan de aanwijzing aan het eind van de Nieuwsbrief.
Grand Café Restaurant Emma privéfeestje of bedrijfsuitje en ook voor uw netwerkborrel kunt bij ons terecht in een sfeervolle ambiance en een prettige bediening voor een drankje en een hapje, voor lunch of diner Regentesseplein 222, 2562 EZ Den Haag, Tel: 070-3655065 Openingstijden: maandag t/m zaterdag van 11.00 tot 01.00 uur. Zondag gesloten. |
(advertentie)
De 1000e abonnee is binnen….!
Ja, u leest het goed. Onze 1000e abonnee heeft zich aangemeld. In nauwelijks een jaar tijd heeft deze digitale Nieuwsbrief een enorme vlucht genomen en wordt alom gewaardeerd en gerespecteerd in de Indische wereld en daarbuiten. Bovendien wordt steeds vaker uit onze Nieuwsbrief geciteerd, hetgeen ons een goed gevoel geeft. En het feit dat wij onlangs onze 1000e abonnee mochten inschrijven, laten we natuurlijk niet ongemerkt voorbij gaan. Voor deze speciale gelegenheid hebben wij een bijzonder fraai geschenk laten vervaardigen, bestaande uit een luxe pennenset, gegraveerd en bedrukt met ons logo. Lees meer: http://indisch-centrum-denhaag.blogspot.com.
Het Indisch Centrum Den Haag zoekt een vrijwillige PR medewerker / advertentie acquisiteur Die tevens af en toe onze webmaster kan assisteren Vergoeding is mogelijk op provisiebasis Enige ervaring met PR en bekendheid met Joomla is een pré, geen must. |
(advertentie)
Boekbespreking
Boekoe Kita. Het in de Nieuwsbrief van juli 2010 besproken Indische kookboek “Boekoe Kita” is genomineerd voor de prijs: Kookboek van het jaar 2010. U kunt uw stem nog tot het eind van oktober uitbrengen op dit schitterende kookboek op de website: www.kookboekvanhetjaar.nl.
Echo’s uit een Indisch verleden – Dick Sijpestijn. De ervaringen in Jappenkampen hebben zijn leven getekend. In de kampen moest je zelfredzaam en initiatiefrijk zijn om een kans te maken te overleven. In zijn leven als onderwijzer en hoofd van de Christiaan Huygensschool (later Zuidwester) in Haarlem heeft hij de kinderen uit zijn klas altijd de kampverhalen kunnen vertelen, zonder er “zielig”over te doen. Een aantal van die verhalen zijn in dit boek te vinden, geïllustreerd met enkele tekeningen van de kinderen. Dick Sijpestijn zegt: “Als de laatste overlevende is gestorven, hebben de Jappenkampen nooit bestaan. Mijn boek geeft alsnog de gelegenheid om van het verleden te leren”. Adviesprijs: € 11,45.
De man van acht miljoen – Edwin Oden. De dag na de dood van journalist Willem Oltmans schreef de Volkskrant: “Een fenomeen zoals je nergens tegenkomt”. Een markant figuur, die kon treiteren en amuseren, ruziemaken met Adriaan van Dis en Sonja Barend; werd vrienden met dictators en was de eeuwige vijand van minister Joseph Luns; en spande hij het grootste en meest meeslepende proces aan tegen de Staat de Nederlanden. Oltmans schitterde het liefst op het wereldtoneel, koketteerde met zijn gegoede komaf en ging prat op zijn toegang tot de hoogste kringen en liet iedereen weten van zijn escapades in de homowereld. Maar achter deze facade school een eenzaam man, en uiteindelijk kreeg het enfant terrible van de Nederlandse journalistiek een som van acht miljoen schadevergoeding van de overheid omdat deze hem jarenlang dwarsboomde in zijn werk. Vriend en vijand waren met stomheid geslagen. Adviesprijs: € 19,95.
Zelfbeschikking ontstolen – A. Kamsteeg. Molukkers en Papoea’s zijn nauw met Nederland verbonden, historisch en moreel. Het mag ons dan ook niet onverschillig zijn hoe het beide volkeren vandaag de dag vergaat. Nederlanders hebben een bijzondere verantwoordelijkheid jegens hen. Voor de Zuid-Molukkers is het 60 jaar geleden dat hun Republiek der Zuid Molukken door Indonesië met geweld werd neergeslagen. In 1969 werd de “Daad van Vrije Keuze” van de Papoea’s grof vervalst. Beide volkeren dreigen nu tweederangs burgers te worden in eigen land. Maar wie luistert naar hen? In dit boek geven deskundigen inzicht in het verleden, heden en toekomst van de Molukkers en Papoea’s. Doel is internationaal aandacht te vragen en een dringende oproep te doen zich het lot van deze twee volkeren aan te trekken. Adviesprijs: € 12,50.
De Rijstmoeder – Rani Manicka. Een dramatische familieroman, die zich over vier generaties afspeelde in Maleisië. De hoofdpersoon, Laksskmi, was tot haar veertiende jaar volmaakt gelukkig. Totdat de eerste druppels bloed haar volwassenheid inluidden. Binnen één dag veranderde haar leven. Ze werd uitgehuwlijkt aan Aya, een reus van een man en moest met hem mee naar Maleisië, waar ze binnen vijf jaar vijf kinderen kreeg. Toen de Japanners in 1942 haar dochter Mohini op barbaarse wijze doodden, veranderde haar leven opnieuw; dit keer voorgoed. Adviesprijs: € 10,00.
Birma Spoorweg – Otto Kreefft. Tijdens de 2e Wereldoorlog verloren minstens 12000 krijgsgevangen geallieerden, waaronder 3000 Nederlanders, hun leven op gruwelijke wijze tijdens de bouw van de Birma Spoorweg. Door middel van gedetailleerde tekeningen en verklarende tekst schetst de schrijver in dit boek een beeld van de omstandigheden waaronder de gevangenen toen hebben moeten werken. Herdruk van een eerdere uitgave uit 1998, die toen binnen zeer korte tijd was uitverkocht. Adviesprijs: € 22,50.
De boeken die hiervoor besproken werden, zijn verkrijgbaar in de goede boekhandel of te bestellen bij de onlineshop van Van Stockum Boekverkopers, Den Haag. www.vanstockum.nl.
(advertentie)
Muziekfestival “Imagine België”
Van onze Belgische relaties bij: “Jeugd en Muziek” ontvingen wij het bericht dat er een groot muziekfestival op stapel staat, inclusief een wedstrijdconcept, workshops, internationale tournees en internationale contacten. Dit festival is een vervolg op het vroegere “Music Live” festival en is een internationale muziekwedstrijd voor jonge muzikanten van 12 tot 20 jaar.
Imagine staat open voor alle bestaande en mogelijk nog uit te vinden muziekstijlen en is een internationaal platform waar muzikanten elkaar kunnen ontmoeten. Muziekliefhebbers, scouts, producenten en platenbonzen hebben hier de kans om nieuw aanstormend talent te ontdekken. Bands, solisten of ensembles die het aandurven om hun muzikale creaties op het publiek los te laten in de stijlen: klassiek, jazz, blues, folk, pop, hiphop, beatbox, rock, ska, electro, metal, enz. zijn welkom, zolang het maar LIVE gebracht wordt. In Vlaanderen is de organisatie in handen van “Jeugd en Muziek”, een organisatie die deze maand haar 70 jarig jubileum vierde en de muzikale ontwikkeling en coaching bij de jeugd vanaf ca. 7 jaar hoog in het vaandel heeft. Jaarlijks organiseert men meer dan 2000 activiteiten met een bereik van meer dan 200 000 kinderen en jongeren.
Jeugd en Muziek kiest bewust voor een directe koppeling van de educatieve werking aan de artistieke uitgangspunten. Dankzij een intensieve samenwerking met talrijke partners, zoals de muzieksector, onderwijs, cultuursector, media en de internationale concertorganisaties, kan de doelgroep: kinderen en jongeren optimaal worden betrokken bij de muziekcultuur en met name het jonge talent. De organisatie erkent ook de immense waarde die muziek toevoegt aan de persoonlijkheids- en gemeenschapsvorming, zowel op het nationale als ook het internationale vlak. Dit resulteert al jaren in talrijke inspirerende en succesvolle realisaties op muziekgebied.
In Vlaanderen biedt Imagine een podium aan honderdtwintig groepen op zes voorrondepodia, dus snel inschrijven is dringend gewenst. De voorrondepodia staan op 16 januari 2011 in CC Strombeek in Grimbergen, op 30 januari 2011 in CC De Muze in Heusden-Zolder, op 5 februari 2011 in CC De Spil in Roeselare, op 6 februari 2011 in De Centrale in Gent, dan op 19 februari 2011 in CC De Kaekelaar in Schoten en op 20 februari 2011 eveneens in CC D Kaekelaar in Schoten. De Vlaamse finale is op 3 april 2011 in De Kreun in Kortrijk. En dan nog twee belangrijke data: op 2 juli 2011 is de Belgische Nationale Finale en op 3 juli 2011 de grote internationale wedstrijd en Imagine Festival.
Wedstrijdreglement en inschrijfformulier is te vinden op de website: http://www.imaginefestival.be. Verdere inlichtingen: http://www.jeugdenmuziek.be.
Ook NICC wil jong talent ondersteunen
Zoals verwoord in ons ondernemingsplan: “Indisch Cultuuranker in Wording” (welke nog altijd in digitale vorm te bestellen is bij de redactie van deze Nieuwsbrief), wil ook het Nederlands Indisch Cultureel Centrum zich intensief gaan bezighouden met de muzikale, kunstzinnige en culturele vorming van jonge mensen. Dit blijkt tevens uit ons activiteitenpakket, zoals te lezen is op onze website. Daarom dat wij ook nu al in deze fase van voorbereiding druk bezig zijn om op nationaal en internationaal niveau contacten te leggen en banden aan te halen, die straks bij realisatie van ons eigen centrum tot een intensieve samenwerking kunnen leiden.
(advertentie)
(official sponsor van Stichting Nederlands Indisch Cultureel Centrum)
Sinds 1989 verzorgen wij vertalingen in en uit alle talen o.a. technisch, medisch, juridisch en commercieel gebied. Wij werken met gekwalificeerde en beëdigde vertalers (ook voor Indonesisch), vertaling van en naar de moedertaal, controle door een tweede vertaler, kortom: bij ons vindt u de kwaliteit die u eist. Efficiënte werkwijze en organisatie garanderen snelheid en een redelijke prijs.
Creapro, hèt vertaalbureau dat u zorgen uit handen neemt!
Galileïstraat 18 - 2561 TE Den Haag - tel.: 070-362 05 89 (meerdere lijnen) - fax: 070-362 56 64
E-mail: creapro@worldonline.nl Website: www.creapro.myplaces.nl
Dàt is andere taal!
U ziet een reportageclip van de show gehouden in De Flamingo in Hoogvliet met in het voorprogramma de top formatie Ofcourse, zij gaan terug naar de sexties and seventies, daarna begeleidt Ofcourse Rosy en onze Riem.
Een voorproefje op de komende show van The X-factor Indo Music Classics - 2010 waar het publiek met o.a. Ofcourse en Rosy een muziekreis maken naar the sexties and seventies. Met ruim 15 formaties op 27 november aanstaande. Deze show mag U beslist niet missen.
Voor de clip klik op onderstaande link:
http://icmonline.ning.com/video/de-flamingo-viert-50-jaren Ramona
Pasar malam van East&West events, de Bilt/Utrecht 9/10 oktober 2010.
Je krijgt een uitnodiging om er te spelen met jouw Tempo Doeloe band. Nu hebben wij gelukkig al een redelijke pasar ervaring opgebouwd bij verschillende pasars van Stelar en Ali. Als band verwacht je iedere keer dat het er leuk en gezellig zal zijn.
Wij zijn nog nooit teleurgesteld, goede verzorging, relaxte sfeer en een goed team waar je goede afspraken mee kan maken.
In deze wereld moet je van elkaar op aan kunnen, dus goede afspraken en goede samenwerking is heel belangrijk, zeker voor ons als band, want wij houden van gedegen afspraken. Voor ons is het spelen op zich leuk en wij zullen er alles aan doen om onze aanwezigheid gunstig te doen gelden waar en op welk evenement wij ook zijn.
Op de 9e maakten wij voor het eerst kennis met de pasar van East&West Sevens.
Wij hebben er nog nooit gespeeld en het zal voor de eerste en hopelijk niet de laatste keer zijn.
Ikzelf ben voor de ICM stand wat eerder op de pasar verschenen en ook de dag daarna ben ik wederom bij de ICM stand aanwezig geweest, en dan spreken wij over de 10e oktober, de dag na ons optreden.
Als ICM moderator doe ik mijn best om een oordeel te geven over de pasars die ik als muzikant bezoek, maar ook als publiek of ICM gezant. De bedoeling is de pasars te ondersteunen vanuit de ICM visie, die puur gericht is om het pasar gebeuren weer omhoog te halen, omdat het ICM als boegbeeld heeft, het behoud van de Indische cultuur en daar horen pasars ook bij.
Overigens net als de kumpulans.
Ik was de 9e als muzikant en ICM observator aanwezig.
De indrukken geef ik in dit epistel weer en is onderbouwd met commentaren uit het publiek en standhouders. Allereerst kom je binnen in een niet al te grote pasar opgezet door Laura en Freddy van east&west events. De indruk bij binnenkomst is al gelijk aangenaam, gezellige uitstraling, leuke indeling, je kunt er als publiek makkelijk door de paden en de kraampjes waren allemaal goed verlicht, niet te weinig maar ook niet te fel.
De hal waarin het gebeuren plaatsvindt, is door zijn bouw al passend voor het houden van een kleine pasar, dus dat is goed uitgezocht. Want wat vaak door organisatoren niet goed wordt beoordeeld is de atmosfeer die de hal van zich zelf uitstraalt. Eerste pluspunt
De stands zijn ook met enige zorg en bedachtzaam ingedeeld, zo ontwaar ik de waarzegster en masseur en die stands waar praten mogelijk moet zijn zonder te veel last van het hoofd podium, in het begin van de hal.
De keuze van de standhouders is ook goed gevarieerd, misschien door de wat kleine pasar maar er was niet veel van hetzelfde wat je wordt aangeboden.
Er was een restaurant en snacks tent en daarbij een exotische dranken tent, dus dat was al voldoende om deze standhouders een omzet te garanderen.
De overige standhouders waren leuk gevarieerd opgesteld met ruime stands waar de goederen op goede en overzichtelijke wijze konden worden opgesteld, hier is dus gekozen voor ruimte.
Een goede keuze want als je als publiek bij een stand komt waar de zaken opgepropt bij elkaar zijn gezet, nodigt dat niet gauw uit voor een kijkje. Als potentiële koper wil je de waren goed overzichtelijk kunnen beoordelen en daaruit de keuze bepalen.
Een pasar waar de standjes te klein zijn geeft mij persoonlijk een rommelige indruk, een voorbeeld was jaren geleden de pasar malam besar, daar waren vele standhouders zo klein bemeten dat hun goederen bijna op elkaar waren gestapeld. Ga dan maar even kijken wat je eventueel wilt kopen. Dat is bijna onmogelijk. Niet goed voor de standhouder maar zeker ook niet goed voor de organisatie.
Eerste regel in mijn ogen als bezoeker en kritische waarnemer is persoonlijk, de sfeer die je tegenkomt bij binnenkomst.
Dat was hier in de Bilt heel goed doordacht, je komt binnen en kijkt dan niet gelijk tegen een muur van standhouders, maar je kijkt recht in een looppad, dat geeft je al een ruimtelijke en welkome indruk.
Het is uitermate overweldigend als je binnenkomt in de ruimte waar de muur van koopwaar in allerlei formaten en kleuren je tegenkomt. Een koopwaar tsunami zou ik maar zeggen.
Je komt van buiten na een lange reis op de drukke wegen en files en dan wil je niet iets wat je daarnet onderweg ben tegen gekomen, een massa. Dit was hier op deze pasar niet het geval.
Dus tweede plus punt voor deze kleine pasar.
Ook is er geen zenuwachtige kaarten controleur en er waren ook geen zenuwachtige bewaking mensen aanwezig die je het kaartje uit jouw handen rukken en je als het ware naar binnen duwen.
De kassa bediening was uitermate relaxed, je komt in alle rust binnen.
De sfeer is gemoedelijk en dat voelen de bezoekers ook, men loopt rustig kijkend en beoordelend rond, op hun gemak en je merkt dat men de relaxte sfeer ook aanvoelt, mensen lachen vriendelijk naar je en blijven ook een lange poos her en der staan.
Nu kom ik bij het podium aan.
Niet al te groot podium, goede geluidsinstallatie met goede bediening, er is goed rekening gehouden met het luisterpubliek, want de rijen zitplaatsen was goed en in voldoende mate neer gezet.
Podium is niet erg versierd met allerlei attributen maar eenvoudig ingericht, toch heeft het wel wat, want de aandacht is voornamelijk voor de optredende artiesten en met een eenvoudige achtergrond wordt dit wel bereikt.
Niet dat een mooie versierde bühne niet mooi is maar het hoeft in principe maar aan de basisvoorwaarden te voldoen, een egale achtergrond.
Op deze pasar heeft men zijn best gedaan om een gevarieerd artiesten programma aan te bieden.
Er waren vele acts die ik elders ook gezien heb, het gebruikelijke wat standaard is voor een pasar.
Bij deze pasar is er meer geïnvesteerd aan optreden van muziekartiesten dan aan showacts.
Daardoor kregen de showacts die belangstelling die ze verdienden.
Het geheel aan artiesten was goed gebalanceerd, dat is ook te merken aan het publiek dat heel veel rond het podium bleef vertoeven.
Wat dat betreft hebben de bezoekers veel gekregen.
Eigenlijk wat te veel, want men heeft zijn uiterste best gedaan voor het amusement gedeelte en de pauzes wat kort gehouden.
De tijd was te kort om even de tijd te nemen om bij de standhouders langs te gaan. Dus een wat langere pauze zou aan te bevelen zijn. Ik denk dat je de pauzes als organisator moet beoordelen aan de hand van het bezoekers aantal. Is het druk dan zou ik een wat langere pauze nemen, is het niet druk, dan zou ik de acts wat eerder aan elkaar koppelen om het publiek bezig te houden.
Ik zag ook heel veel bezoekers ronddolen tijdens de acts.
Het merendeel echter bleef hangen bij het podium, wat dat betreft is men goed verwend.
Er had naar mijn mening meer reclame gemaakt kunnen worden, maar desondanks is het bezoekers aantal goed van gehalte.
Er werd ook gekocht en dat is iets wat ik de laatste tijd minder zie gebeuren op pasars.
Mijn slotoordeel.
Als artiest.
Geen klagen gehad, goede verzorging en nakomen van gemaakte afspraken. Goede geluidsman en installatie.
Als standhouder, relaxte sfeer onderling en ook bij het publiek.
Als bezoeker, goede overzichtelijke kraamindeling, goede entree, dus geen tsunami van stands die je als muur tegemoetkomt.
Leuke entertainment, afwisselend en vooral niet te lang.
Alleen de muziek was iets langer gepland maar daar kwam het publiek ook voor.
Niets ten nadele van showacts maar het publiek is toch veel meer betrokken bij Life muziek op het podium.
Goede breed genoeg beloopbare paden en ruime standindelingen.
Rustige en gezellige sfeer.
Een bijzonder compliment voor de organisatorische, Laura die het met beleid en goede planning heeft neergezet.
Ik had het persoonlijk niet zo verwacht en was aangenaam verrast.
Toch nog even een ICM opmerking in het algemeen.
Het ICM is voorstander van een gezamenlijke aanpak om de pasarcultuur in ons land nieuw leven in te blazen. Daarbij hoort gezamenlijk overleg en strategie bepaling. Individualisme leidt tot verzadiging en vervlakking. Een individuele aanpak kan succesvol zijn voor een moment, maar in zijn algemeenheid is de pasarcultuur op zijn laatste reserves aan het teren.
De bezoekers aantallen lopen sterk zo niet dramatisch terug.
Onderlinge concurrentie leidt juist tot teloorgang, de pasar is niet meer een attractie maar veeleer een algemeen zich herhalend fenomeen zonder bijzondere betekenis. Veelvoud van aanbod leidt tot verzadiging en tegen de tijd dat de sterkste heeft overwonnen is er geen pasar meer interessant genoeg om er nog als bezoeker te komen. Reken daarbij ook de vergrijzing en de economische situatie bij, dan is het niet meer lonend voor een standhouder om zijn bijdrage te leveren.
Zonder standhouder geen pasar.
De pasars zoals die nu zijn opgezet lijken teveel op elkaar en bieden de bezoeker geen enkele variatie.
Misschien is een goede zakelijke investering in de vorm van een gezamenlijke aanpak en onderlinge afspraken een goede zaak. Het ICM wil zich geven voor bemiddeling en als steunpunt en komt daarbij ook met ideeën en voorstellen.
Misschien een aanbod om over na te denken.
Albert van Prehn. (ICM moderator) 11 Oktober 2010.