Alle berichten (3006)

Sorteer op
10897257891?profile=originalInformatieve & praktische zaken over wonen in Indonesie door Marshal Manengkei!!!!
 
 
 
 
 
Mijn visie is om een campagne op te zetten om de Indische AOW'ers en de 55-plussers te enthousiasmeren voor permanent verblijf in Indonesie.

Er is sinds kort een nieuwe regeling in het leven geroepen de zogenaamde "Usia Lanjut" regeling (seniorenregeling) waarin deze groep senioren met behoud van hun uitkering (AOW of pensioen) en andere priveleges maar ook condities permanent in Indonesie kunnen verblijven. Een van de priveleges is o.a. de ziektekostenverzekering die in haar volle omvang behouden is gebleven. Deze regeling is tot standgekomen in samenwerking met de NL regering.

Om een idee te geven over welke voordelen het gaat probeer ik een vergelijking te maken. Jan modaal verdient hier gemiddeld Euro 400,- per maand. Dat is het loon om een gezin met twee kinderen...
in leven te houden.

Iemand met AOW verdient dus het dubbele, echter zonder kinderen. Dit is een relatieve vergelijking die de leefkwaliteit beinvloedt van onze senioren hier in Indonesie. Ze moeten ook een pembantu in dienst nemen (Euro 150,- per maand) dus ook die extra kwaliteit is in huis aanwezig. Last but not least het is hier bijna altijd elke dag mooi weer en de gezondheidsvoorzieningen in de prive ziekenhuizen zijn goed.

De Stichting Pelita kan deze senioren begeleiden bij de (r)emigratie aanvraag.
Waarom Indonesie en niet Spanje? Vanwege de kosten van het levensonderhoud en de culturele affiniteit met NL die hier in Indonesie nog volop aanwezig is. Als tourist merk je dat niet zo, maar ik nu als inwoner merk het wel. Er is zoveel culturele verwevenheid met NL bijvoorbeeld in de eetgewoonte, in het gedrag en in de taal. Vooral de gebieden Minahasa (“de twaalfde provincie van NL”) en Bali (kampong Belanda) zijn uitstekende leefgebieden voor de Indische senioren. In Minahasa spreken vele autochtonen zelfs nog Nederlands.
Ik denk uit de grond van mijn hart, dat we gezamenlijk er voor moeten ijveren onze senioren een betere levenskwaliteit aan te bieden dan een voedselbank, Hema-ontbijt en een scooter als vervoermiddel in ket kille kikkerland NL.

ICM-onlinemoet in staat worden geacht om een grootse campagne op te zetten voor deze groep bedreigde volksgenoten, op zijn minst heeft ICM-online de morele verantwoordelijkheid om dit te realiseren. Liefs, Marshal Manengkei
 

 
Lees verder…

WEG UIT INDIË – Column/fragment 18

WEG UIT INDIË – Column/fragment 18
 
 

Korte inhoud van het voorafgaande: De Japanners hebben Nederlands-Indië veroverd en Hans en Sonja komen met hun moeders terecht in een interneringskamp.

Hans' moeder overlijdt, maar tante Aal, Sonja's moeder, neemt hem onder haar hoede. Samen beleven ze nare tijden. Eindelijk, op 15 augustus 1945, is de oorlog afgelopen. Maar de vrede blijft uit, want Indonesië heeft z'n onafhankelijkheid uitgeroepen en alle Nederlanders worden als vijand beschouwd. Pas na enkele maanden worden ze door Engelse troepen uit het kamp gehaald en komen terecht in een opvangcentrum in Semarang.

 

Het was al laat in de middag, een uur of drie, toen ze aankwamen in Semarang. Een voor een sprongen ze uit de vrachtwagen en stonden met hun spulletjes onder de arm om zich heen te kijken.

'Weer barakken,' hoorde Hans een vrouw teleurgesteld zeggen.

Ze waren opnieuw in een kamp terecht gekomen, een stuk of wat barakken op rode grond. Geen boom, geen gras, alles leeg en kaal gehouden om slangen en ander ongedierte geen kans te geven zich er te verschuilen.

Er klonk een schrille fluittoon. Een Engelse militair met snor en in korte broek had op een scheidsrechtersfluit geblazen. Er viel stilte en hij riep iets in het Engels.

Een van de vrouwen stelde zich naast hem op en ging wat hij zei vertalen.

'De tweede barak is voor ons,' riep ze. 'Bij de ingang ligt een stapel tikars, je weet wel, een slaapmat. Pak een tikar en zoek een plek. Wie het eerst komt het eerst maalt.'

Ze zette het zelf op een lopen met haar twee dochters, verbaasd achternagekeken door de militair en snel gevolgd door de groep moeders en kinderen.

'Jullie pakken de tikars, ik vind een plek,' riep tante Aal al hollend tegen Hans en Sonja.

Ze had het goed gezien, want bij de stapel tikars ontstond al snel een grote chaos van moeders en kinderen die elkaar de slaapmatten uit de handen rukten. Toen ze eindelijk drie matten te pakken hadden gingen ze op zoek naar tante Aal.

De barak bestond uit een lange open ruimte waarin iedereen zijn matje naast het andere legde. Maar tante Aal was niet te vinden. Ten slotte, helemaal aan het eind, vonden ze haar.

Tante Aal had een kamertje veroverd! Het was eigenlijk een berghok, niet meer dan een paar meter breed. Hun drie tikars pasten precies naast elkaar en dan hadden ze bij de deur nog wat ruimte over. Het was niet veel, maar het was een kamer voor hen alleen. Een luxe. Dat het kamertje geen raam had, viel hen pas na een paar uur op, zo blij waren ze ermee.

Toen hun magen begonnen te rommelen stuurde tante Aal Hans eropuit om te kijken of er iets te eten te krijgen was. Maar nu merkte hij dat zo'n aparte kamer ook nadelen had. Ze hadden niet gehoord dat het etenstijd was en de voedseluitreiking gemist. De grote etenspannen waren leeg. Met zijn zieligste gezicht bedelde hij nog wat rijstkorstjes bij elkaar, die een Engelse kok voor hem van de bodem van de pan schraapte en op een metalen bordje deed. Daar moesten ze het mee doen, maar ze hadden wel erger meegemaakt.

Toch konden ze die nacht elkaars magen horen rommelen. En het kamertje werd erg benauwd.

Vastberaden ging tante Aal de volgende dag op pad en kwam terug met een grote hamer.

Ze sloeg ermee tegen de muur. Er vielen witte stukken van af en daarachter kwamen bakstenen tevoorschijn. 'Nu jij,' zei tante Aal na een tijdje hijgend en gaf de hamer aan Hans.

Hij sloeg en sloeg en steeds meer kwam de muur los. Maar pas toen Sonja het van hem overnam sloeg ze de eerste steen los en naar buiten.

Een glimp zonlicht kwam naar binnen. Ze wrikten om beurten nog een paar stenen los en ze hadden ineens een raam. Een zacht windje blies zichzelf naar binnen.

Tevreden zaten ze op hun tikars en keken naar buiten. In de verte stond een groepje militairen op appèl. Telkens hoorden ze de officier een naam roepen en dan antwoordde iemand 'Aai.'

 

 

Meer weten over het boek Weg uit Indië? Kijk op www.hansvervoort.nl

Wordt vervolgd!

 

Lees verder…

DE DOOS VAN KEES DE JAGER – (ex-minister van Financiën

DE DOOS VAN KEES DE JAGER – (ex-minister van Financiën)

PANDORA’S BOX

10897256088?profile=original

 

In de doos c.q.box van mijnheer De Jager liggen alle cloaca’s van de wereld bij elkaar nog steeds te rotten van jewelste. En in deze voor sommige lieden in de politieke arena welriekende atmosfeer opereert de heer de Jager in een voor ieder verstandige burger wanhopige missie. Kortom een ‘’mission impossible’’, waar alleen gekken in geloven.

Persoonlijk heb ik helemaal niets tegen de heer De Jager. Ik vind hem een heel sympathieke man: ontwapenend, glimlacht bijna altijd en is vriendelijk. Het is het collectieve beleid dat hij, misschien wel tegen zijn eigen wil en principes in moet uitdragen. Ik zou niet graag in zijn schoenen willen staan.

Maar volgens mijnheer De Jager valt het reuze mee met de eurocrises en kost het de belastingbetaler niets. Wij kunnen gerust zijn, niets zal onze slaap verstoren.

Terwijl mensen in ons land en in heel Europa aan de bedelstaf geraken, de kosten om nog net niet dood te gaan almaar stijgen en voedselban­ken als pad­destoelen uit de grond MOETEN worden gestampt voor al die mensen die zelfs geen half brood meer kunnen kopen, wordt dood­leuk gezegd dat er niets aan de hand is. Wie is die grapjas? Waar had­den we dit eerder gehoord?

Maar ondertussen heeft de doos van Pandora zich geopend die de ganse aarde in een totale duisternis hult onder de verstikkende beerputluchten en ons alsnog berooft van het beetje licht en lucht die ene mijnheer De Jager ons had beloofd. Maar de Jager is kennelijk heel gewend in deze verstikkende  luchten  te leven met of zonder zijn corrumprende collegae uit de zuidelijke landen van

 

ons continent, maar dan wel onder bescherming van de speciaal voor dit doel ontworpen balaklava s en gasmaskers.

 

Al Capone – de beroemdste Amerikaanse gangster.

10897257056?profile=original

Pandora opens the box .

 10897257463?profile=original

 

De antieke profetie is hier vleesgeworden en geen enkele oude wijsgeer zou zich eraan wagen hier en nu in deze chaos van een braspartij van een minderheid enige voorspelling te doen. Doch het Grote Kwaad is reeds geschied waarbij alle vingers naar één kant wijzen. Als eerste die in aanmerking komen voor de ‘’Galgenprijs’’ als auctores tot deze we­reldcrisis zijn de Verenigde Staten van Noord Amerika, kort gezegd de VS, die met hun motto ‘’de sky is the limit’’, in nagenoeg alle finan­ciële instellingen een cultuur van graaien en zakkenvullen hadden geïntrodu­ceerd – met de toekenningen van weerzinwekkende en decadente hoge bonussen – en onder de goedkeurende blikken van zichzelf en de over­heid de bevol­king flink te grazen hebben genomen. Hier is de hele Ame­rikaanse ge­meenschap het slachtoffer; behoorlijk geschoffeerd, vernederd en diep be­ledigd door zowel overheden als particuliere instellingen.

Hetzelfde geldt voor Europa. Het is juist  die Amerikaanse graaicultuur waarin een schofterige figuur als ene mijnheer Madoff  (model voor een Amerikaanse proleet) zich als een vis in het water kon voelen en ook kón opereren. Vive La Liberté zou ik zeg­gen, maar dan op zijn Ameri­kaans. Daarnaast werden bij banken wanproducten ontwikkeld en aan de man gebracht alsof het om puur goud ging (zie Madoff) met de (on)­zekerheid dat men later een fortuin te besteden had. Deze weerzinwek­kende cultuur in de VS en Europa (Europa heeft het simpelweg overge­nomen van de VS), moest vroeg of laat leiden tot een catastrofe waarbij eenieder verliest, maar die door een kleine minderheid is veroorzaakt.

En er zullen nog meer van die figuren als Madoff aankomen, kan ik u ver­zekeren wanneer er geen onafhankelijke wettelijke instantie contro­leert en alles weer verslapt. In ieder geval geef ik het advies om nim­mer aan Amerikaanse bedrijven en/of banken je geld toe te vertrou­wen, daar de kans levensgroot aanwezig is dat ze met je poker spelen en je alles kwijt bent. Het lijkt als­-of ze daarvoor in de wieg zijn gelegd. Wat dat be­treft hebben de Noord Amerikanen met de Grieken veel gemeen.

Je moet wel een doorgewinterde crimele Amerikaan zijn om je eigen mensen op zo n manier te naaien. Al Capone zou jaloers zijn om zoveel raffinement  de crime.

10897257666?profile=original

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Al Capone, de beruchte en be­roemd geworden Ameri­kaanse gangster ca.1926/ 1927 – In zijn hoogtijda­gen.

En alsof er helemaal niets heeft plaatsgevonden kijken de VS naar Eu­ropa, die op hun beurt naïef en nog eens 10 jaar blind waren geweest (m.b.t. financiële (Griekse belasting) controle, de VS keken er alleen maar naar) en met name naar de zwakste schakel in het Eurozonege­bied, met een dosis leedvermaak en fixerend op Griekenland om ver­volgens met geveinsde compassie, het hoofd, waarop veel boter, te (kun­nen) schudden. De gevolgen van de besmetting van de  Ameri­kaanse virus- graaicultuur heeft Europa dan al lang in haar greep.

Ook de hypocriete houding van de Amerikaanse regering is tekenend. Ze stelt weer eens een commissie in, etc. etc en bla bla; maar de grote boeven (die gigantische miljoenen én miljarden bonussen hadden opge­streken) tot de crises zijn bij mijn weten nog niet geheel achterhaald, gestraft of veroordeeld. Hetzelfde geldt voor die miscreants in Europa, die doen, alsof er niets aan de hand is en dus nu nog vrij en vrolijk (graaiend) rondlopen.

Voor een weldenkende Europese belastingbetaler is dit onverteerbaar en onacceptabel. Uit de monden van EU-politici horen wij niets wat lijkt op het ver­- antwoording afleggen tegenover de burger; ook geen enkele uitleg door de verantwoordelijke heer Rehn, de EU-functionaris (met een salaris van 125.000 (plus) Euros netto kan alles maar roepen wat hij denkt?) die hier de ver­ant­woording draagt. Integendeel, de EU-politici hebben het telkens weer over HET VERTROUWEN die zij van de burger weer moeten winnen. Haal me daar de koekoek!  Ik zou zeggen dat de EU veel schuldig is aan de burger en eerst haar volledige verantwoording moet afleggen aan diezelfde burger ten laste van  personen en instellingen die tot de crises hebben geleid en deze (alsnog) te sanctioneren, dan pas kan mogelijk worden gesproken over vertrouwen, eerder niet. Want wat we hier zien is het Kwaad dat nota bene legitiem en ongegeneerd wordt beloond.

De immoraliteit, het grote egoïsme en hebberigheid van managers, de betrokken financiële instellingen in de VS en in Europa, uitgevoerd met de barbaarsheid van een 21ste graaicultuur gaan alle fatsoen van een Beschaafde Wereld ver te boven.

En in dit Euromoeras van onzekerheden, doen onze Oosterburen in de persoon van mevrouw Merkel, ook wel mevrouw Hamster genoemd, ook een duit in het zakje. Hamster Merkel, die zich thans op grote hoog­ten bevindt, (ongetwijfeld andere Hamstertjes bezoekend) namelijk in de Tiroler Alpen, zich lavend aan de Tiroler Alpenschnapps (met Alpen­kruiden) en zich zo sterk maakt voor haar volgende geestverruimende Bondsdagspeech waarin zij toch vindt dat de souvereiniteit van de Eu­ropese landen aan “Brussel” moet worden overgedragen, dan is vol­gens haar Europa tenmiste van het hele “gedoe” af! En met “gedoe” wordt hier de reële overdracht bedoeld van souvereiniteit van de EU-landen aan Brussel (een stad die zichzelf nog niet eens in de hand kan hou­den als we zien naar het zogenaamde problemem Brussel/Vilvoor­de, wat geen probleem is trou­wens maar eerder een be­proefd paarden­mid­del om regeringen naar huis te sturen in een land dat nooit een Staat had mogen zijn.)

Vervolgens kunnen de ondemocatische 3e-rangs voorzitter Barrosso en de grijze muis van ene (nondescripte) heer Rompaay, die eveneens ondemocratisch was benoemd, zich opmaken voor een "duumviraat” van Europa, de EU-kroon op het hoofd zetten en van de daken roepen dat ze de euro hebben gered en klaar is Europa voor de 21-eeuwse  dictatuur: De STAAT, staat voor u voor de deur.

De EU-commissie (die dan al geen commissie meer heet) heeft zichzelf inmiddels reeds onaantastbaar, onfeilbaar en heilig verklaard.

Het hier geschetste scenario is niet ondenkbeeldig. Een collega van mij die in Frankrijk doceert, had het een paar jaar geleden al over de typi­sche dictatoriale trekken van en in de EU; (geraffineerd democra­tisch verpakt), de bureaucratische en organisatorische metho­den en re­gels die het EU-bestuur moeten afschermen en daardoor het verwijt dat bij eenieder ontstaat over de ontoeganke­lijkheid van perso­nen en dien­sten. Het verwijt is terecht: een gewapende Moloch dus.

 

 

10897257856?profile=original

Hoofdgebouw van de EU commissie in Brussel – een Eurofort 2012.

 

 

TOPMANAGERS IN DE VS HEBBEN STEEDS MINDER VAAK EEN Harvard Review Bussiness achtergrond

 

10897258098?profile=original

 

Ter illustratie geef ik u het volgend incident weer. Drie vooraanstaande geleerden uit Duitsland, Frankrijk en Nederland (twee ervan waren No­bellaureaten) werden door de voor­zitter van de EU persoonlijk uitge­no­digd voor een bijzonder gesprek (het ging om Europese Edu­catieve pro­jecten). Er was een tijd aange­geven op de uitnodiging. Het drieman­-

schap meldde zich precies op de aangegeven tijd zoals eenieder bij de portier aan de hoofdingang van het EU gebouw in Brussel.

 

 10897256466?profile=original

  

Er werd over en weer gebeld naar personen en afdelingen: niets, geen ge­hoor en geen mens te bekennen, laat staan te spreken. 2½ uur daar­na mochten ze in een wachtkamer plaatsnemen (het wachten duurde er wederom 2 à 3 uur) die op een soort beveiligde cel leek en navenant was ingericht en waar de deuren geen knop of klink aan zaten. Ze wacht­ten er niet, neen, ze waren opgesloten. Daar wachtten de drie geleer­den tot ze letterlijk onpasselijk en tegelijk woedend werden over de hele gang van zaken. Er werd ondertussen op hun dwingend verzoek weer eens gebeld. Uiteindelijk werd er door een medewerker verteld dat er niemand iets van een uitnodiging wist en dat de voorzitter er ook niet was en of het drietal maar beter de volgende dag terug kon komen. Dat was voor het gezelschap natuurlijk de limit; het drietal  be­klaagde zich bij een van de medewerkers. Een man wilde zelfs dezelfde dag nog  te­rugreizen, waarop de twee andere collega’s hem (met succes) hadden tegengehouden. Het was natuurlijk een schandaal van de eerste orde. (maar het drietal vonden, als beschaafde en verstandige Europeanen het schandaal zelfs niet waard om de media erbij te halen). Et voici,  de EU in haar volle omvang en uiterlijk..

Wat de EU hier heeft tentoon gespreid was volstrekt onvergeeflijk en kwetsend; en dat tegenover beroemde geleerden uit Europa. En dit was nog maar één incident.

Stel u eens voor dat de bakker bij u op de hoek of een medeburger om een onderhoud vraagt bij de EU: ik denk dat hij of zij niet verder zou kunnen komen dan de portier. – Zou mijn Franse collega toch nog gelijk krijgen ? Met u vrezen we.

 

PJOTR X.SICCAMA

 

Lees verder…

De Indische zaak lijkt beter uit met premier Samson

10897241054?profile=originalDe Indische zaak lijkt beter uit met premier Samson

VVD, CDA en PVV negatief voor de Indische zaak, volgens onderzoek van het NICC, ICM en Indisch Platform.

NICC en Indisch Platform roepen op bewust te gaan stemmen a.s. woensdag.

Al 67 jaar lang sleept "De Indische Kwestie" voort onder diverse kabinetten. De ene na de andere regering schuift dit voor zich uit en weigert om een oplossing te vinden.
De Indische Kwestie moet echter tot een oplossing gebracht worden, in het belang van de gehele Indische Gemeenschap. Deze bestaat uit 1,6 miljoen leden.

Het mag niet langer bestaan, dat Indische Nederlanders, die tijdens de Japanse overheersing in de Tweede Wereldoorlog have en goed hebben verloren, dit nooit vergoed hebben gekregen. De Nederlanders uit het door Duitsland bezette Nederland hebben dit WEL gekregen. Tijdens de bezetting van Nederlands-Indië (1942 tot 1945) zijn salarissen en pensioenen niet uitbetaald en naderhand evenmin uitgekeerd. De Nederlanders hier in Nederland kregen dit WEL.

Schrikken van de VVD

Deze partij heeft zich voordat M.Rutte minister President werd altijd achter de Indische Kwestie opgesteld.
Met name Halbe Zijlstra maakte zich sterk voor het Tractaat van Wassenaar

Tijdens de kamerdebatten in deze regerings periode heeft deze partij zich echter negatief opgesteld over De Indische kwestie.

Mark Rutte is plotseling zijn Indische afkomst vergeten.

De Indische Gemeenschap is dan ook teleurgesteld in hem en de partij VVD.
De woordvoerder van deze partij in de Commissie van VWS,  Mevr.Helma Lodders heeft  geen enkele bijdrage geleverd in de oplossing van de Indische kwestie.

De Indische Gemeenschap moet zich nu maar uitspreken over deze houding van de VVD bij de nieuwe verkiezingen in september 2012.

CDA kruipt weg

De politieke partij CDA dreigt met dit CDA Programma de Nederlanders uit voormalig Nederlands Indië en hun nazaten (de Indische kiezer) opnieuw in de kou te laten staan.
Het CDA toont geen integriteit noch verantwoordelijkheid voor de Indische Gemeenschap


Via de oppositiepartijen werd afgelopen periode een poging gedaan om een motie in te dienen, die door Pia Dijkstra van D66 verwoord werd. Deze motie, waarin werd gevraagd om het instellen van een "Commissie van Wijze Mensen" werd na een hoofdelijke stemming in de nacht van 30 juni op 1 juli 2011 met 76 tegen 74 stemmen verworpen.
Tegen de motie waren beide regeringspartijen VVD en CDA, alsmede gedoogpartner PVV. Deze laatste had ook al in het vorige kabinet tegen de behandeling van de NIOD-rapporten gestemd. Zeer merkwaardig ook het stemgedrag van het CDA, die eerder wel voorstander was van behandeling van het Indisch Dossier.
De hamvraag blijft: in hoeverre de partijen die een kans maken om na de komende verkiezingen op 12 september 2012 een regering te vormen, hun houding ten opzichte van "De Indische Kwestie" laten blijken. Als kiezer kunnen we hierop invloed uitoefenen.
 

De Indische Kwestie en uw handtekening, dat kan op de 22 ste en 23 ste september a.s. op Pasar Malam Alkmaar, staat het Indisch Platform en ICM stands.

 

Uw handtekening is hard nodig voor een ieder die onder deze situatie heeft geleden.
Klik daarvoor op http://petities.nl/petitie/de-indische-kwestie

Uitleg
Het Indisch Platform (IP)) heeft het NIOD opdracht gegeven om alle feiten te onderzoek vanaf de oorlog, de bersiapperiode en de opvang in Nederland.
Het 'dure' onderzoek werd samengevat in de NIOD rapporten. Het IP wilde op basis van wetenschappelijke onderzoeken deze zaak op lossen.
In 2009 gaf Jan Peter Balkenende .... klik op 2012 Uitleg Indisch Platform voor het vervolg

 

Lees verder…

Hans Goedkoop : 'Opa was verdomde dapper'

Hans Goedkoop: ‘Opa was verdomde dapper’

goedkoop_116618a

Hans Goedkoop/ Foto nrc.nl

Het familiegeheim over zijn grootvader, een kolonel in het Nederlands-Indië van de politionele acties, dwong Hans Goedkoop aan  diens leven te reconstrueren. ‘Mijn boek gaat over herinneren en vergeten’, zegt hij in een zomerinterview met Kester Freriks.

Al bijna een halve eeuw sluimerde er een geheim in de familie van Hans Goedkoop, historicus biograaf en presentator van het programma Andere Tijden. Op een dag zag hij het bioscoopjournaal van 1949, afkomstig uit het archief van Beeld en Geluid, de onuitputtelijke bron voor vele afleveringen van het televisieprogramma. Een collega zei tegen hem: „Kijk eens, jouw grootvader staat erop. Hij heeft toch gevochten in Indië?”

Hans Goedkoop (1963) kon zijn ogen niet geloven: „Het waren beelden uit 1949 over het vertrek van de Nederlandse troepen uit Djokjakarta. Mijn grootvader, kolonel Van Langen, neemt voor de laatste keer de inspectie af. Zijn gezicht staat strak. Hij draagt een gevechtskostuum. De hand aan de pet.” Door de lege straten van de Indonesische stad rijden Nederlandse jeeps. De militairen ontruimen de stad. Dit afscheid, gesymboliseerd door het strijken van de Nederlandse vlag, markeert het einde van de politionele acties en vormt de aanzet tot een soeverein Indonesië.

Het woonhuis van Goedkoop in de Amsterdamse binnenstad is een voormalig 17de-eeuws pakhuis. Op de houten vloeren hebben misschien wel wie weet specerijen en vruchten uit het voormalige Nederlands-Indië gerust. Zijn boek De laatste man. Een herinnering begint met een nauwkeurige beschrijving van de Polygoonfilm. Dat is zo knap gedaan, dat de lezer zich meteen in 1949 waant, het jaar van de onafhankelijkheid van Indonesië.

In dit boek gaat Goedkoop op zoek naar dat familiegeheim over grootvader D.R.A. van Langen, kolonel in Nederlands-Indië. Later bevorderd tot generaal-majoor. Maar, eenmaal teruggekeerd na de politionele acties, aan de kant geschoven in eigen land.

De ondertitel van uw boek luidt ‘Een herinnering’. Maar feitelijk betreft uw boek een reconstructie.

„Mijn boek gaat in essentie over herinneren en vergeten, hoe herinneringen werken en hoe herinneringen in de loop van de jaren de werkelijkheid vertekenen. Voor mij als historicus was het een schok te ontdekken dat je eigen leven en dat van je familie onderdeel kunnen zijn van de geschiedenis.

„De verwikkelingen rond de onafhankelijkheid van Indonesië, de gruwelijke oorlog die we er voerden onder de keurige naam politionele acties kende ik. Ik wist dat mijn opa als hooggeplaatst militair was betrokken bij de politionele acties. De ontruiming van Djokja had plaats onder zijn verantwoordelijkheid. Voor mij is de kern dat de grote geschiedenis en mijn familiegeschiedenis lange tijd gescheiden compartimenten waren. Je familiegeschiedenis bekijk je van binnenuit, de grote geschiedenis van veraf. Ze kwamen voor mij lange tijd niet bij elkaar.

„Meteen nadat ik Polygoonbeelden had gezien, belde ik mijn moeder. Ik vroeg haar honderduit. Had zij die film ooit gezien? Wat wist zij nog over zich te herinneren van haar vader? Zij moest zich dat journaal toch herinneren. Maar tot mijn verbazing antwoordde ze ontwijkend,  in de trant van: ‘Je zou denken dat ik het gezien heb. Maar ik herinner het me niet.’”

Een van de eerste woorden uit uw boek is ‘spijt’. Spijt waarvan?

„Voor ons kinderen, maar ook voor mijn moeder en haar zussen waren er nauwelijks verhalen. Opa en oma zaten in Indië, de kinderen in Nederland. Wat was er werkelijk gebeurd?

„Vier jaar geleden is mijn moeder overleden. Op de ochtend dat ik afscheid van haar nam bij de open kist had ik inderdaad spijt dat ik haar niet meer had gevraagd over het levenslot van opa. Ik had moeten doorvragen waar zij ontwijkende antwoorden gaf. Heel vaak zei ze: ‘Ach lieverd, je moest dóór.’ Ik werd geconfronteerd met twee feiten die ik niet met elkaar kon verzoenen. In mijn boek vergelijk ik dat alsof je linkeroog andere dingen ziet dan je rechteroog.

„Mijn grootvader werd na de politionele acties gehonoreerd met de Bronzen Leeuw wegens militaire verdiensten. Hij ontving zelfs de rang van generaal-majoor. Maar op de dag dat het Koninklijk Nederlandsch-Indisch Leger (KNIL) op 25 juli 1950 werd ontbonden, hield meteen zijn salaris op. In Nederland kreeg hij geen fatsoenlijke betrekking en sleet hij zijn dagen als adviseur van de locale brandweer. Hoe kan dat? Wat was er in Indië gebeurd? Hij raakte verbitterd. Alles waarvoor hij zich had ingezet, liet de Nederlandse regering uit handen vallen, was kapot.”

Hoe zag uw grootvader zijn plek in Indië en zijn rol in de politionele acties?

„Mijn grootvader was in zijn familie de derde Indische generatie. Zijn vrouw, mijn oma dus, was een kwart Indisch, ikzelf ben voor een zestiende Indisch. Alles in het leven van mijn opa was verbonden met Indië. Het was zijn vaderland. Na de Indonesische onafhankelijkheid mocht hij terug naar Nederland, hij werd in patria gestuurd. Met een mooi, verdoezelend woord heet dat ‘repatriëren’. Maar dat was onzin. Het was zoiets als emigreren naar de andere kant van de wereld, naar een geheel vreemde omgeving. Hij zette zich in voor het behoud van Nederlands-Indië. Dat beschouwde hij als zijn taak.

„Ik verzet me tegen het al te gemakkelijke, tamelijk simpele moralisme waarmee wordt gesproken over de militairen die betrokken waren bij de politionele acties. Minister van Buitenlandse Zaken Ben Bot heeft in 1995 gezegd dat Nederland in de Indonesische onafhankelijkheidsstrijd ‘aan de verkeerde kant van de geschiedenis stond’. Dat is vast en zeker waar, het hele kolonialisme stond aan de verkeerde kant. Maar een man als mijn opa was daarginds geboren. Moet ik hem dat kwalijk nemen? Moraal wordt pas interessant als je een keus hebt. En de morele keuzes van mijn opa waren af en toe verdomde dapper. Dat vind ik minstens zo belangrijk als die weidse moraal van Bot.”

Uw boek heeft een bijzondere structuur: u schakelt van zoektocht naar reflectie, van beschouwing over de werking van herinnering naar persoonlijke overweging. Waarom?

„Ik ben begonnen met  vertrokken van mijn eigen vragen. Hoe kan het dat een man met zo’n staat van dienst zo in de marge verdwijnt? Ik zocht in de archieven naar een logisch antwoord, maar vond zoveel tegenstrijdigs en ongrijpbaars dat de ene vraag de andere opriep.

„Het boekje is een zoektocht naar een kwijtgeraakte man uit een kwijtgeraakt land. Het gaat over wat er niet meer is en wat vergeten en verzwegen wordt. Dan kom je er niet met stukken uit archieven op een rijtje te zetten. Dan moet je interpreteren, speculeren, en dan kun je je eigen rol in alle eerlijkheid niet meer buiten beeld houden. Ik vind hardop nadenken altijd veel interessanter dan doen of je verhaal zo klaar als een klontje is. Wat interessant is, is nooit klaar als een klontje.

„Van elke stap die ik in het onderzoek nam, maakte ik aantekeningen, persoonlijke krabbels. Ik noteerde overwegingen. Feitelijk was het boek niet bedoeld voor publicatie. Ik wilde de waarheid vinden voor mijn broers en de twee zussen van mijn moeder, tantes, die nog leven. Het klinkt pathetisch, maar toen ik aan de kist van mijn moeder stond, realiseerde ik me: als ik haar en haar geschiedenis in ere wil houden, dan zal ik die zelf tot leven moeten brengen. Dat grootvader zo werd veronachtzaamd, dat hij verdwenen was in een kier van de geschiedenis vond ik tegen het eind van het werk aan het boekje onverdraaglijk toen me duidelijk werd wat hem was overkomen. Opa rekende op loyaliteit, maar die mocht hij niet ontvangen.”

In uw stapsgewijze reconstructie bereikt u een moment waarop op bijna fictieve wijze de loop der geschiedenis traceert.

„Dat klopt maar ten dele. Ik ben inlevend en speculatief gaan schrijven, maar altijd geleid door de bronnen. Als historicus probeer ik me situaties concreet voor te stellen. De nieuwe schakel die ik vond, had te maken met de ontbinding van het KNIL. Na de soevereiniteitsoverdracht in december 1949 kregen de KNIL-militairen die niet naar Nederland mochten, de zogeheten inlandse troepen, te horen dat ze onderdeel werden van een nieuw te vormen Indonesisch leger onder leiding van Soekarno. Hoe gaat zoiets in zijn werk?

„De meerderen in dat leger zijn de vijanden tegen wie je in de pas afgesloten oorlog hebt gevochten. Plots ben je in dienst van de peloppers, pemuda’s en guerrilla’s – ja, de Indonesische opstandelingen en vrijheidsstrijders. Moet je dan bewijzen dat je een goed soldaat was in gevecht tegen hen? Dat je hun opperbevelhebber Soekarno als een vijand zag met wie je niet praatte maar tegen wie je vocht?

„Mijn grootvader vond het beschamend dat de politiek die manschappen in zo’n krankzinnige positie manoeuvreerde. Hij uitte jegens politiek Den Haag zijn onvrede met de gevolgde koers en maakte duidelijk waar die toe leidde. Manschappen vreesden de toekomst en hadden van Nederland niets meer te verwachten. Ze begonnen wapenopslagplaatsen te plunderen om zichzelf straks te kunnen verdedigen. Er werd op grote schaal gedeserteerd, er heerste anarchie, er waren opstanden. Onderdelen van het KNIL dreigden in chaos ten onder te gaan. En dat is een aspect van die tijd dat later volkomen vergeten is geraakt. Er is nauwelijks over geschreven.”

Ook verrassend nieuw voor mij en vast voor velen is uw visie om oud-Indiëgangers te beschouwen als ‘toonbeelden van het verlies van Indië’.

„Ik ben bijzonder geïnteresseerd in het lot van de eenling in het grote rad van de geschiedenis. Politiek Den Haag en eigenlijk niemand in Nederland zat te wachten op de terugkeer van al die honderdduizenden Nederlanders uit Indonesië. Alleen al het aantal militairen dat betrokken was bij de politionele acties bedraagt 170.000. Onder hen bevinden zich vele inlandse manschappen, ik weet dat het woord ‘inlands’, moeilijk ligt maar ik heb geen beter. Mijn grootvader voerde het bevel over hen en hij kon het niet verdragen dat deze mannen, onder wie veel Molukkers en Ambonezen, aan hun lot werden overgelaten. Hij voelde zich verbonden met hun lot.

„Misschien is het een verzinsel van me, maar ik stel me voor dat de Indische Nederlanders of de blanken met een getinte huid door de straten van onze steden líepen. Ze maakten aanspraak op de huizen, de banen. Men keek ze na en hoorde hen denken: ‘Kijk eens, ze zijn bruin, die hebben een leven onder de zon geleid.’ Ze confronteerden de inwoners met dat smadelijke verlies van het verloren wereldrijk dat Indonesië heet.”

Met uw biografie Geluk over de toneelschrijver Herman Heijermans legde u een meesterproef af. U bent de gedroomde biograaf van Renate Rubinstein. Nu ligt hier De laatste man.

„Mijn werk aan de Rubinstein-biografie is hiermee niet gestaakt, integendeel. Er is een door mij geannoteerd en van een voorwoord voorzien werk van haar uitgekomen, onder meer de Israëlische dagboeken 1951-1954. Haar meningen waren altijd dwars, juist om de complexiteit recht te doen. Toch is haar manier van schrijven en denken van beslissende invloed op mijn schrijven. Ze schreef veel over zichzelf, dat heb ik in dit boekje ook voor het eerst gedurfd. Rubinstein zei altijd dat je moet schrijven voor de degenen die je begrijpen, en niet voor de slechte verstaander. Dan schrijf je beter, eerlijker en ongewapend. Dat probeer ik ook steeds meer.”

Het verhaal over uw grootvader staat symbolisch voor de verhalen van tienduizenden mensen die banden hebben met het voormalige Nederlands-Indië. Wat verwacht u van uw boek?

„Ergens schrijf ik: ‘Het verleden is een vreemd land en als je het in gedachten oproept, wordt het steeds een ander land.’ Dat vind ik een belangrijke waarneming. Mijn grootvader bevond zich op het kruispunt van de geschiedenis. Tegelijk met het afscheid van Indië beginnen de herinneringen, en begint ook de vertekening door de herinnering.

„Iedereen heeft een ander verhaal. Opa zweeg over de gebeurtenissen van toen. Ze zijn vaak te pijnlijk en je sprak er niet over. Voor mijn moeder was het te ver weg. Maar voor mij, opa’s kleinzoon, de derde generatie, is die historie van grote betekenis. Ik heb voldoende afstand gekregen om gewoon nieuwsgierig te worden. Ik vlei me met de hoop dat dat voor veel kinderen en kleinkinderen geldt. Er is gehoor voor verhalen van toen. Daarom hebben we een website gelanceerd, www.delaatsteman.nl, waarop iedereen zijn of haar persoonlijke verhalen over dit onderwerp kwijt kan.

„Het slot van mijn boek schreef ik snel, nauwelijks in anderhalf uur. Daarin doe ik een emotionele oproep aan alle lezers: Laat mijn grootvader niet in het gat van de geschiedenis verdwijnen. Dat geldt natuurlijk niet voor hem alleen. Ik hoop dat mijn boekje helpt om die geschiedenis te laten voortbestaan.”

Hans Goedkoop: De laatste man. Een herinnering. Atlas Contact, 96 blz. € 14,95  Website: www.delaatsteman.nl

Lees verder…

Een meisje van honderd door Marion Bloem

10897256065?profile=originalEen meisje van honderd

Een meisje van honderd vertelt het levensverhaal van Moemie, een meisje dat dingen ziet die anderen ontgaan. Dat is haar gave en haar noodlot. Moemie verliest haar ouders en familie door de rituele zelfmoord van het vorstenhuis op Bali in 1906. De rest van haar leven is ze op zoek naar iets of iemand die het gemis van haar verwanten kan opvullen. Ze wordt opgenomen in een gezin dat haar helderziendheid nodig heeft om geesten uit hun huis te verjagen.

Moemie en de nazaten van de adoptiefamilie worden gevolgd in heden en verleden in een caleidoscopisch verteld familie-epos.

Dit rijke boek voert de lezer langs honderd jaar geschiedenis: van het koloniale verleden, wereldoorlogen, Japanse gevangenenkampen en het onafhankelijke Indonesië tot aan de skypende Indische oma's in het heden.
Een boek vol meeslepende passages waarin je de geur van de bloemen in de tuin kunt ruiken, bevolkt door personages die je onmiddelijk dierbaar worden. Marion Bloem vertelt door hun ogen het verhaal van de twintigste eeuw.

 

zie verder http://www.arbeiderspers.nl/web/Auteurs/Boek/9789029584852_Een-meisje-van-honderd.htm

 

Lees verder…

INDONESIA -Door Antonius Bal

INDONESIA

 

INDONESIA, het rijkste land ter wereld?

Is dit wat wij aan onze klein-kinderen zullen nalaten??

Er werd van vroeger af verteld dat Indonesie een schatrijk land is, maar het volk heel arm en de bewindvoerders schatrijk van corruptie !

Het Rijkste Land

 ter Wereld

 

Vele mensen weten niet waar het rijktste land ligt op dit planeet – sommigen noemen het Amerika, anderen zeggen dat het landen zijn in het Midden-Oosten. Niet onwaar, echter - zie bij voorbeeld Amerika.  De Super-Power met de hoogst ontwikkelde technologie waartegen slechts een klein aantal landen kunnen concurreren. Een ander voorbeeld zijn de staten in het Midden Oosten. Over het algemeen zijn die staten met hun woestijnen en bijzonder  warm klimaat hebben millioenen barrels aardolie klaar voor verder proces. Maar dat alles is niet genoeg om dit ene land daarmee te evenaren . Zelfs Amerika, het Midden-Oosten en daarbij nog de Unie-Europese landen kunnen er niet bij tippen.

 

En hier is dit rijkste land ter wereld dat juist aan de aandacht van andere wereld bewoners is ontkomen.  Haar volk zou er zeker trots op zijn wanneer zij het zouden weten… maar helaas zijn zij juist niet bewust dat zij zich “op een diamante bevinden”.  Laten wij nu de profiel ervan beschrijven..

 Het Rijkste Land

 

Wel, wat is er aan de hand?  Heeft de schrijver zich vergist?

Maar toch wil ik hierbij onderstrepen dat dit land juist over de grootste fortuinen beschikt.  Maar is het niet zo dat het te doen heeft met de slechtste situatie op dit moment?  Geketend aan een onnoemelijk aantal schulden, waar armoede heerst, corruptie die overal prolifereert, waar de moraal van het volk steeds verslechtert en daarnaast nog door andere problemen is overstelpt?


Nu dan, laten wij alles specificeren opdat wij de echte rijkdommen van het land kunnen zien.


1. Dit land bezit de grootste goudmijn waarvan het goud van de beste kwaliteit ter wereld is.

10897248454?profile=originalWat brengt de mijnbouw in Freeport op? Sinds de mijnbouw was begonnen tot op heden, heeft het 7,3 millioen ton koper opgebracht en 724,7 millioen ton goud. En wie exploiteert de mijnbouw? Niet het land zelf, maar AMERIKA! 

Daarvan is 1% voor de staat en eigenaar van het land en 99% voor Amerika die de technologie beheerst voor de exploitatie van de mijnen aldaar. Zelfs toen goud en koper al minder werd gevonden bleek dat onder de goud- en koperlagen – precies 400 meter dieper -  een mineraal die 100 maal meer waarde heeft dan goud - te vinden was.. Ja, dat is URANIUM! Zelfs het grondstof voor atoom energie is daar aanwezig.  Het is nog niet duidelijk hoeveel uranium de mijn bevat, maar volgens de laatste berichten hebben specialisten op dit gebied gezegd dat de hoeveelheid voldoende is om een electriciteits station met  atoom energie te bouwen van een capaciteit die voldoende is voor de verlichting voor de hele wereld – met de uranium die het zou opbrengen.

Freeport heeft zich hoogst verdienstelijk gemaakt voor een klein aantal gouvernements functionarissen, generaals inclusief politicie van het slechtste soort, die een overvloedig leven genieten, badend in weelde en daarmee het volk verarmen.  Zij zijn niet meer dan bloedzuigers!

 

2. Dit land heeft DE GROOTSTE RESERVE BRON VAN NATUUR GAS TER WERELD! Om precies te noemen: de Natoena Blok/ Blok Natuna.

10897248863?profile=original10897249281?profile=original

 

Wat brengt Blok Natuna op?  Blok Natuna D Alpha bevat gas reserve tot 202 TRILLIOEN kubieke voet!!  En nog veel dergelijke “Blokken” in de mijnbouw en olie industrie zoals Blok Cepu etc.  WIE ZIJN DE EXPLOITEURS? EXXON MOBIL! In samenwerking met Pertamina.


3.
Dit land bezit de grootste tropische wouden ter wered met een oppervlakte van 39.549.447 hectare, met de meest complete verscheidenheid van levensvormen en genetisch materiaal. 

10897250074?profile=original

 

Deze zijn gelegen op de eilanden van Sumatra, Kalimantan en Sulawesi Zou dit land graag uitzien naar het einde van de wereld is dat heel gemakkelijk … door al de bomen op die eilanden om te kappen om het einde met zekerheid te bespoedigen.  Ons planeet  is zeer afhankelijk van tropische wouden voor de evenwicht in het klimaat, omdat de regenwouden rond de Amazon niet sterk genoeg zijn om de klimaten van de wereld in evenwicht te houden.  Nu hebben vuile handen deze wouden bij gedeelten vernietigd – voor een klein aantal mensen die het geld bezitten om plantages te openen en golf terreinen aan te leggen.  Hoe ironisch ..


4. Dit land bezit de meest uitgestrekte zeeen ter wereld, omringd door twee oceanen - de Pacific en de Indische Oceaan, waarin leven millioenen vis- soorten die geen ander land bezit.

10897250282?profile=original
10897250878?profile=original

 

Zo rijk zijn de zeeen van dit land dat andere landen mee profiteren van visvangst in haar wateren.

5. Dit land is op de 4de plaats van de grootste bevolkingen van de wereld.  Met zulk een grote bevolking  zou dit land veel knappe mensen moeten hebben opgeleverd, maar helaas heeft de regering hen verwaarloosd. Als mens zijnde met aangeboren wil om te leven, hebben zij natuurlijk ook waardering nodig.  Een alternatief zou zijn dit land te verlaten en zich aan een ander land te geven waar zij naar hun waarde kunnen worden geaccepteerd.

10897251252?profile=original

6. Dit land bezit zeer vruchtbare gronden, omdat er veel actieve vulkanen zijn – die de  aarde vruchtbaar maken. 

Bovendien strekt de equator over dit land waardoor het veel zon en regen mag genieten. 10897251266?profile=original

 

In vergelijking met landen in het Midden Oosten met een overvloed van aardolie die zij beschikken zijn zij natuurlijk veel rijker.  Maar laten wij wel bedenken dat mineralen niet in korte tijd kunnen worden vervangen, zodat wanneer al de voorraden zijn verbruikt, die landen zullen verarmen omdat zij niet beschikken over vruchtbare gronden zoals dit land, waar alles kan groeien.  Zelfs stukken hout en stenen kunnen in planten uitgroeien of planten er op leven.


7.
Dit land toont de meest exotische panorama’s en daarin is geen ander land aan gelijk.

Aan haar bergtoppen tot en met de zeebodems kunnen wij dit land herkennen.

10897251484?profile=original
10897251696?profile=original
10897252276?profile=original10897252880?profile=original

 

10897252893?profile=original

Dit land is zeer rijk,
geen ander volk en land is zo rijk als

INDONESIE!
maar wat was toch gebeurd?

10897253856?profile=original

 

Zeggen wij DANK aan EXXON MOBIL OIL, FREEPORT, SHELL, PETRONAS en alle REGERINGS FUNCTIONARISSEN die de rijkdommen van het Volk hebben verkocht ter profitering door vreemde landen…??

 

Dit is een verhaal dat misschien de huidige situatie van Indonesie kan illustreren – gelieve het te lezen.

 

Het is getiteld: Toen God Indonesie Schiep

(“Ketika Tuhan Menciptakan Indonesia”)

 

Op zekere dag keek God glimlachend en met genoegen naar een planeet dat Hij pas geschapen had.  Een Engel vroeg Hem: “Wat heeft U zo net geschapen, Heer?”  “Zie, Ik heb daar net een blauw planeet geschapen dat Aarde heet,” antwoordde God, terwijl Hij nog een paar wolken plaatste boven de regenwouden van de Amazon.  Hij zei verder, “Dit zal een buitengewoon planeet zijn tussen al de planeten die Ik heb geschapen.  Op dit nieuwe planeet zal alles in evenwicht zijn”.

 

Dan verklaarde God aan de Engel alles betreffende de Europese continent.  In het noordelijke deel van Europa, had God de aarde gemaakt met veel mogelijkheden en plezierigheden zoals Engeland, Schotland en Frankrijk.  Maar daar had God het klimaat zo koud gemaakt dat de koude door het merg kon dringen.

 

In het zuiden van Europa schiep God volkeren die minder welvarend zijn, zoals Spanje en Portugal, maar waar veel zonneschijn en warmte, en ook exotische panoramas aan de Straat van Gibraltar geschonken werd.

 

Dan wees de Engel naar een archipel, en riep uit, “En wat noemt U dat gebied, Heer?” “O, antwoordde de Heer, dat is

Indonesie
Een land dat zeer rijk is en een juweel op dit planeet.  Er zijn millioenen soorten bloemen en dieren die Ik daar geschapen heb.  Er zijn millioenen vissen voor het vangen. Het is ook rijk aan zonnneschijn en regen. De bevolking heb Ik geschapen opdat zij vriendelijke mensen zijn, behulpzaam en van diverse culturen. Het zijn harde werkers, kunnen een eenvoudig en bescheiden leven leiden en het zijn kunstvaardige mensen.”

 

Verbaasd protesteerde de Engel, “Maar  Heer, U zei dat elk land geschapen is met alles in evenwicht, maar Indonesia .. Waarin ligt de evenwicht?

De Here antwoordde dan in het Engels, “Wait, ask the PEOPLE in the government.”

 

 

Met dankbaarheid voor de 67-ste jaar in Vrijheid van Indonesie, wij, zonen en dochters van Indonesie bieden onze hoogste waardering aan allen die in de vrijheid strijd hun bloed en tranen hadden opgeofferd. 

Wat is nu het lot van onze strijders?
Zijn er nog mensen die iets om hen geven?
10897253888?profile=original

 

"Indonesia mijn vaderland,

daar waar ik geboren werd,

en in liefde door moeder groot gebracht,

waar ik dan mijn oude dagen veilig zal slijten

totdat ik mijn ogen sluit"
(lyriek van Rayuan Pulau Kelapa
https://www.youtube.com/watch?v=0T8qHTk0sXs)

10897250485?profile=original

LANG LEVE INDONESIE

HERDENKINGSDAG

67-JARIG JUBILEUM,

Republiek van Indonesie

17 Agustus 1945 - 17 Agustus 2012

 

MERDEKA!

ONZE VRIJHEID IS GEWONNEN!



 

__._,_.___

 

 

 

 

Lees verder…

Museon zoekt 'buitenkampers'

10897247674?profile=originalMuseon zoekt 'buitenkampers'

Het Museon beheert al jaren de Nationale Collectie Nederlanders in Japanse kampen en heeft daar in de afgelopen jaren regelmatig tentoonstellingen mee gemaakt. Over de mensen die in Nederlands-Indië tijdens de Japanse bezetting buiten de kampen verbleven, de zogenaamde 'buitenkampers', is veel minder bekend. Komend jaar wil het Museon aan hun verhalen aandacht schenken met de tentoonstelling Buitenkampers, de kleur van overleven. Hier is uiteraard materiaal voor nodig.

Heeft u of uw familie de Tweede Wereldoorlog buiten het kamp doorgebracht? Beschikt u over foto's, filmbeelden, persoonlijke voorwerpen, documenten, dagboeken, tekeningen of zelfgemaakte spullen bedoeld voor de verkoop om zo in leven te blijven, bijvoorbeeld sieraden, tassen, schuurpapier of zeep? Heeft u voor de Japanners dwangarbeid verricht, zoals het ontginnen van grond, het werken op de sawahs of het breien van sokken, en zijn daar nog tastbare herinneringen aan?
Het Museon is hierin geïntereseerd en wil graag met u overleggen of deze voorwerpen een plek in de tentoonstelling Buitenkampers, de kleur van overleven kunnen krijgen.

Voor vragen of meer informatie kunt u contact opnemen met Joke van Grootheest, conservator geschiedenis in het Museon. Telefoon: 070 3381410. E-mail: jvgrootheest@museon.nl

De tentoonstelling is een onderdeel van het project Buitenkampers, de kleur van overleven dat het Museon met HollandHarbour Producties is gestart. Naast de tentoonstelling komen er een film, een tv-uitzending, een lezingenserie en een website.

Lees verder…

Première toneelvoorstelling verzet in Nederlands-Indië

10897256074?profile=originalPremière toneelvoorstelling verzet in Nederlands-Indië

Op 29 september 2012 vraagt het Indisch Herinneringscentrum met het programma ‘Saja mengakoe / Ik beken’ aandacht voor het verzet in Nederlands-Indië tijdens WOII.
Op verzoek van het Indisch Herinneringscentrum schreef Inge Dümpel een toneelbewerking van het boek ‘Ik beken’ van Elise G. Lengkeek. Centraal staat daarin het levensverhaal van Ferry Holtkamp, verzetsman in Nederlands-Indië tijdens WOII.
Door te bekennen dat hij iets met het verzet te maken had, hoopt de gevangengenomen Ferry dat de Japanse bezetter hem vrijlaat of dat een eventuele straf milder zal uitvallen. Hoe bitter is de werkelijkheid!

Dümpels spel is breekbaar, haar tekst sober, zonder overigens aan de werkelijkheid voor bij te gaan. Toch roept ze een scherp beeld op van de onmenselijkheden die al die gevangenen destijds moesten ondergaan.Via de verteller laat zij soms ook haar eigen stem horen.
Het KION Koor uit Nijmegen o.l.v. Johnny Rahaket verzorgt de muzikale ondersteuning.
Het Indisch Herinneringscentrum wijdt vanaf 29 september 2012 in de
laatste zaal van zijn tentoonstelling 'Het Verhaal van Indië' een vitrine
aan Ferry Holtkamp. Na afloop is er gelegenheid om na te praten met elkaar en met leden van het verzet in Nederlands-Indië of hun nabestaanden.
Ook is er gelegenheid om de DVD ‘Verzet in Indië’ (Peter Hoogendijk, 2010) of het boek ‘Ik beken’ (Elise G. Lengkeek, 2009) te kopen en dit te laten signeren.

Datum:               
Zaterdag 29 september 2012
Tijd:                    
14.00 – 16.30 uur

Toegang:
Kaarten aan de zaal: € 7,50 volw. / € 2,50 (6-18 jaar). Pinnen niet mogelijk. Bij voorkeur gepast betalen.

Aanmelden:
Mail vóór 26 september 2012 uw naam en contactgegevens naar info@indischherinneringscentrum.nl o.v.v. ‘Ik beken’

Plaats:                
Landgoed Bronbeek, Kumpulan, Velperweg 147, Arnhem

Lees verder…

WIE BEN JE?

10897248056?profile=originalWIE BEN JE?

Het had zo mooi kunnen zijn, de verwezenlijking van ons streven als ICM om een statuut te realiseren voor onze historie, het feit dat wij, Indische Nederlanders en Molukkers hier in Nederland 61 jaar vertoeven, door middel van een grootschalig evenement.

61 jaar een geschiedenis, niet om in de boeken te vermelden maar wel om even bij stil te staan. Het zou een drie daags eerbetoon worden voor allen die de stap hebben moeten zetten al dan niet vrijwillig om huis en haard in het voormalige nederlands-Indië te verliezen of te verlaten.

Het zou helemaal in de stijl van het voormalige Ned-Indië worden opgezet waar de Repatrianten, de verzamelnaam voor de immigranten van destijds worden herdacht en tevens om de jongeren en zoveelste generatie bewust te maken van wat er voor offers moesten worden gedaan om hun hier een veilige toekomst te garanderen. Het heeft heel veel mentale offers geeist van onze ouderen. De vlucht uit angst dat het gezin wat zou overkomen omdat daar in het moederland, juist vanwege de afkomst en de status in die kolonie in het licht van de bevrijding van Indonesische bevolking, na 300 jaar kolonialisering, knechting, vernedering en uitbuiting, gevaar voor eigen leven bestond..

Daarbij, werd het Indonesie verruild voor Nederland vanwege de toekomst mogelijkheden voor hun kinderen. Dat de heimwee, het aanpassen in dit harde koude land destijds, waar velen niet echt welkom waren, onbegrepen en in vele gevallen ook gezien als paria’s bij de autochtone bevolking, mentaal een zware last is, dat is een feit.

Wat mijn ouders betreft, die Indonesie niet wilden verlaten maar gedwongen werden, was het vooral voor mijn moeder heel moeilijk. Zij was vaak still en ik zag haar mijmerend terug denken en verlangen naar haar geboorte grond, mijn vader zette alles uit zijn hoofd en probeerde met succes zich te storten op het inkomen. Later, op zijn jaren na zijn pensionering kwam pas naar boven, wat hij al die tijd heeft weten te onderdrukken, datgene wat zijn echtgenote inmiddels heeft kunnen verwerken.

Zo zijn er heel wat gelijkluidende verhalen van velen binnen onze Indische gemeenschap die weliswaar nooit als een eenheid gevormd kan en kon worden, maar zich altijd senang voelde als men bij elkaar was, het saamhorigheids gevoel, al is dat voor zolang de kumpulan duurt of de pasar etc.

Bij onze molukse broeders ging het op een wat andere manier, wel vergelijkbaar met de onze, maar de status van hun gemeenschap die anders was dan de onze gezien de belofte dat hun verblijf in dit land tijdelijk zou zijn, waren de frustraties groot. Immers men had zich hier niet willen vestigen. Men had geen gevoel van integreren, waarom zou het? Hun was een vrij Ambon beloofd en de aanwezigheid zou op een dag eindigen door terugkeer, zo leefde onze molukse gemeenschap in Nederland.

Deels geisoleerd in een hechte gemeenschap. Tot op de dag van vandaag, ook al merk je dat de jongeren zich los hebben gemaakt van de oude tradities en gewoontes veroorzaakt door het leven in dit westerse klimaat.

Dat de belofte niet werd ingelost, en uiteindelijk bleek dat terugkeer niet mogelijk was, zullen er best heel wat teleurstelling en frustraties geweest zijn binnen de gemeenschap en ook binnen de gezinnen.

De treinkaping was niet het middel om aandacht te vragen voor het probleem, het was een gevolg van, voor velen als een teroristische daad gezien, maar in het licht van de politiek ten aanzien van het vraagstuk molukken en de aanwezigheid van molukkers in ons land, was dit begrijpelijk.

Het had niet op die manier moeten gebeuren, maar als je als kind jouw ouders verdriet en teleurstelling meemaakt en bovendien de machteloosheid omdat geen oor in de toenmalige politieke kring in de Haag wilde luisteren, dan zoeken jongeren vaak de uitweg die hun fataal kan worden.

Men noemde hun terroristen, makkelijk als je het probleem afschuift op juist hen die het slachtoffer zijn van jouw eigen politieke onmacht en wil. Er werdt door de media niet verteld wat de achtergrond was, het waren teroristen en iedereen deelde mee in de verspreide opvatting.

Tragisch maar waar, en vandaar het idee om beide gemeenschappen die door lotsverbondenheid, ieder op zijn manier, samen te voegen en de culturen te behouden omdat het waardevol is. De adat die onze jeugd zo lang anders heeft laten zijn dan de vrije Nederlandse jeugd. Met respect naar ouderen, de gastvrijheid, familie waarden en normen, de liefde en zorgzaamheid naar ouderen toe.

Behalve die aspecten zien wij ook, de kookkunst, onze eigen keuken, onze eigen muziek, ontstaan uit een tropisch en westerse mix, met een eigen identiteit. Wat dacht u van de kunst? Nooit echt geopenbaard, maar specifiek eigen.

Het hier genoemde was reden om een kleine herdenking te realiseren door middel van een evenement wat aandacht vroeg.

Het ICM en team hebben zich hiervoor met alle middelen ingezet, de onverschilligheid en onrespectvolle handelingen naar hen die de reikende hand bieden, de standhouders, de muzikanten ten spijt.

De organisatie kenmerkte zich zelf door de eigen zin te volgen, met het negeren van noodkreten als het dreigde verkeerd te gaan, er werden diverse pogingen gedaan naar de organisator om de klanten die door het ICM werden ingebracht met respect te behandelen en beloftes na te komen.

Het gewoon niet opnemen van de telefoon of respectvol beantwoorden erna, als diversen artiesten, standhouders en belanghebbenden informatie willen was een van de zaken waar het ICM vaker verontwaardiging over heeft gedeponeerd bij de organisator. Er werd gewoon niets mee gedaan en dit gedrag herhaalde zich keer op keer, waardoor ikzelf en het ICM werden plat gebeld, en dat terwijl de organisator AMS paradise was en NIET het ICM, noch ikzelf.

Niet alleen het negeren van afspraken bij locaties, maar ook wat betreft de financiele middelen was vanaf het begin een vraagteken of de inzet wel werd gebruikt voor het doel.

Gebleken is dat er van begin af aan geen middelen waren, er werd diverse keren gesuggereerd dat er voldoende was om het geheel ruimschoots te financieren. De laksheid waarmee werd omgesprongen met andermans belangen was kenmerkend, o.a. standhouders die voorfinanciering hebben gedaan, muzikanten die moesten bedelen om het terugzenden en bevestigen van de toegezegde overeenkomsten, de lokatie huur die keer op keer een deadline stelde tot op de laatste dag, en dan ook nog bewonderenswaardig coulantie toonde door niet de hele huur maar een driekwart en de rest tijdens de pasar te eisen. Ik was er bij, die laatste dag.

Tijdens het wachten kwamen standleveranciers voor een gesloten deur die huiswaarts keerden, een cateraar kwam voor niets, de beveiliging verantwoordelijke stond voor niets te wachten en die aan het lijntje werd gehouden met de belofte dat de organisator eraan kwam. Ook de locatie beheerder werd met een kluitje in het riet gestuurd. Gebleken is dat het eigen ondersteunende team al om 17 uur te horen kreeg dat de zaak was afgblazen terwijl en wel standhouders, locatie, en de genoemde personen waaronder ik zelf geen enkel bericht hebben ontvangen, wij moesten het maar zien.

Ergste van alles is dat na confrontatie met zijn gedrag de man ook nog beweerd dat hij het huur bedrag heeft overgemaakt en dat de hele zaak gewoon kon doorgaan, en dat terwijl alles al huiswaards was gekeerd.

Is dit de jeugdige aanpak en respect voor ons ouderen die er van alles doen om ons cultuurschap te behouden? Is dit toekomst? Want de organisator behoordt tot de hedendaagse jeugd, met andere opvattingen voor moraalbesef, respect en innelijke beschaafdheid.

Ik weet het niet, maar zou dit het toekomst beeld zijn, laten wij dan met ons allen die de oude waarden en normen hoog in het vaandel hebben, maatregelen nemen om dit in de toekomst te voorkomen. Het doorgeven van het erf goed moet aan hen die respect en besef willen opbrengen, voor hen die hun hier deze jeugd heeft doen mogelijk maken.

Het is een grote tegenslag, mede omdat vanuit het ICM en Molukse medewerkers zoveel is gedaan om dit gezamenlijke doel gestalte te doen geven, een monument zetten voor hun afkomst.

Vanuit mezelf en ook innaam van allen die heiraan hebben meegewerkt, kan ik stellen dat ondanks misbruik van onze inbreng, wij ALTIJD opnieuw zullen staan voor ALLE doelgerichte activiteiten binnen onze gemeenschappen, als het om ons beider cultuurgoed gaat. Moge de jongeren hebben kunnen beseffen dat het te waardevol en een evenement als deze nooit misbruikt mag worden met wat voor reden of doel ook.

Het is schandalig en niet accepteerbaar wat nu gebeurd is, maar hopelijk is dit een les voor de toekomst maar belangrijker is dat wij ons niet moeten laten weerhouden door zulk soort organisatoren of personen die het niet zo nauw nemen met onze adats, die van respect.

Een opsomming van de nadelige gevolgen.

Bussen met molukkers uit verschillende wijken die komen en van niets weten.

Er stond een stichting van jeugdigen die arme kinderen doneren en hu als voorschot voor de kasten hun huur hebben besteedt, staan voor de gesloten deur van de locatie. Er was beloofd dat zij een deel van de entree zouden krijgen als donatie. Deze stichting is gedupeerd en ik word heel verdrietig als ik hoor dat juist jeugdigen dit initiatief hebben ondernomen en zo worden gedupeerd.

Standhouders die kosten maken om er te staan, sommigen hebben vooruitbetaald.

Het ICM met drukwerk, kosten voor grafische ontwerpen, de benzine kosten, kosten die gemaakt zijn om op pasars mee te helpen mom voor de organisator wat vertrouwen te wekken, waarbij de man zelf heel laat op kwam dagen of helemaal niet zonder een telefoontje.

Ik zelf die keer op keer mensen moest terugbellen die hem niet konden bereiken, en dan nog het werk van het opzetten van de plattegrond, het op afspraak komen naar de locatie waar ik voor niets kwam en geen telefoontje van verhindering had gehad, noch enig geldend excuus.

Schadelijker is het vertrouwen wat een deuk heeft opgelopen voor toekomstige organisatoren en de schade aan de pasarwereld. Niet weg te denken, bij de lokale bevolking en onze gemeenschappen die nu in een kwaad daglicht worden gezet, want er zouden ook heel veel Nederlanders komen, die zonder bericht voor de locatie komen te staan.

Als dat er binnen onze gemeenschappen niet meer is, vraag je dan maar af of je het nog waard vindt om je te beroemen op jouw afkomst. Wie ben je dan eigenlijk?

Albert van Prehn (ICM Moderator) 31 augustus 2012.

 

Lees verder…

Onthulling monument Papuastrijders op 1 oktober

10897254487?profile=originalOnthulling monument Papuastrijders op 1 oktober

 

Op het Landgoed Bronbeek wordt op  1 oktober 2012 om 12.30 uur een monument onthuld ter nagedachtenis aan de  Papuastrijders, die in de jaren 1942 – 1962 de Nederlandse militairen in voormalig Nederlands Nieuw Guinea ondersteunden. Voorafgaand aan de onthulling vindt er vanaf 10.30  uur een minisymposium plaats in de Kumpulan in Bronbeek. Het is dit jaar 50 jaar geleden dat Nederlands Nieuw Guinea werd overgedragen aan de UNTEA, United Nations Temporary Executive Authority, het tijdelijk bestuur van de Verenigde Naties. Enkele maanden na de overdracht kwam West Nieuw Guinea onder overheidsgezag van Indonesië. Voor de naar Nederlands Nieuw Guinea uitgezonden militairen was dat het einde van een lange periode van gevaarlijke missies. Vanaf 1949 trachtte Sukarno en zijn regering het Nederlandse deel van Nieuw Guinea in bezit te krijgen.

Nederlandse militairen met enkele Papua’s

Indonesië infiltreerde met (semi) militaire eenheden. Dit gebeurde vanaf 1959 steeds vaker om de druk op Nederland op te voeren. Om deze Indonesische eenheden te kunnen onderscheppen, zond Nederland patrouilles uit, die veelal werden begeleid door verkenners en dragers uit de Papuabevolking. In hun functioneren en overleving ontvingen

de Nederlandse militairen grote steun van deze Papua’s, die de dichte jungle door en door kenden.

Monument Papuastrijders

Al lange tijd wilden de Nieuw Guinea veteranen een monument oprichten voor hun Papua-medestrijders. Zij wilden daarmee hun waardering uiten voor de inzet en opoffering van de Papua’s en hen zo in herinnering houden. De behoefte aan een speciaal gedenkteken is door de jaren steeds sterker geworden. Op initiatief van enkele veteranen is een comité gevormd onder leiding van de NNG-veteraan Joop Bergsma. Hij heeft zich met zijn comité succesvol ingezet om een monument voor de Papua’s te realiseren. Als plaats voor het monument werd het Landgoed  Bronbeek gekozen, omdat het toch al jaarlijks door vele veteranen wordt bezocht in verband met herdenkingen en reünies.

Ter gelegenheid van de onthulling van het Papuamonument zal in Museum Bronbeek vanaf 1 oktober een tijdelijke expositie worden ingericht.

Thema is het verzet van Nederlandse militairen in Nieuw Guinea en hun band met de Papuabevolking en speciaal de strijders en verkenners. De onthulling en kranslegging met aansluitend een samenzijn alsmede het minisymposium zijn zonder kosten toegankelijk. Wel is aanmelding noodzakelijk via onderstaande e-mail.

Voor het minisymposium zijn 250 zitplaatsen beschikbaar. Voor de deelname aan de lunch worden op 1 oktober maaltijdbonnen verstrekt voor de prijs van € 18,50. Aanmelding voor deze lunch is eveneens via e-mail noodzakelijk. Verdere inlichtingen: Niek Ravensbergen, Tel: 026-3763555, Loket.KTOMM.Bronbeek@mindef.nl

 
Lees verder…

Anneke Grönloh op postzegel

10897252277?profile=originalAnneke Grönloh op postzegel

De beroemde zangeres van Indische afkomst, Anneke Grönloh ontving op 10 augustus haar eerste eigen postzegel. De zegels maken deel uit van de serie: “Grenzeloos Nederland & Indonesië”, die de verhouding belicht tussen beide landen. De totale serie bestaat uit drie postzegelvelletjes met drie verschillende thema’s: Literatuur, Architectuur en Podiumkunsten. Het velletje Literatuur gaat over de invloeden van de historische banden tussen beide landen op de literatuur. Op het vel met Architectuur komt de wederzijdse invloed van Nederlandse bouwwerken en gedecoreerde Indonesische tempels aan de orde. Het vel over Podiumkunsten staat in het teken van muziek en Javaans poppen-spel.

Op de postzegels staan de zes hoofdpersonen afgebeeld die op deze drie gebieden een belangrijke rol hebben gespeeld in de relatie tussen Nederland en Indonesië. Voor de ontwerpster van de serie, Renate Boere, stond vanaf het begin al vast dat de zegels een gelaagde indeling zouden krijgen: een theaterachtige omgeving met een podium, doek en backstage. De drie postzegelvellen bevatten ieder zes verschillende zegels met de waarde aanduiding Wereld 1.

 

De zegels zijn te koop bij alle Bruna vestigingen, de Collect Club in Groningen en online via de website: www.postnl.nl/collectclub. Naast de zegels verschijnt er ook een postzegel- mapje en een Eerstedagenvelop. 

 

Reactie ICM, van wie het profiel gezicht dat laat zich al raden, zal deze niet toebehoren aan de Grondlegger van De Nederlandse Pop Muziek en The King of The IndoRock????

 

 

 10897237288?profile=original10897237700?profile=original

Steun ons om ons werk af te maken door te tekenen en te doneren
                           

Indische zaak - Het Traktaat van10897237288?profile=originalWassenaar 1966 

Hier Onderteken petitie   < of >    Kijken wie er getekend hebben

< of >   Laatste Updates  In het Engels hier

  •  10897234678?profile=original Uitbetalen Traktaat van Wassenaar  Crowdfunder of donateur worden?

     

    Uw donatie  kan U storten op Rabo rekening NL41 RABO 03977255 07   ten name van F.Schwab / ICM Online onder vermelding van donatie Traktaat van Wassenaar.

    

Lees verder…

Indisch bekeken.

 

10897251291?profile=original

Indisch bekeken.

 

Het ICM, om met de bekende pintu (deur) in huis te vallen strijdt voor het behoud van de Indische en sinds kort ook de Molukse cultuur.

 

Op alle gebied zal ICM haar steun, daar waar het te maken heeft met de gebeurtenissen die direct of indirect met het Indisch zijn te maken heeft, verlenen. Dat gebeurt door advisering in en bij; contacten legging, publicatie, financiële aspecten die een rol spelen bij op te zetten vernieuwende evenementen.

 

Momenteel verlenen het ICM en mijn persoon, Albert van Prehn mede als moderator voor het ICM, de steun aan het nieuw op te zetten project van AMS Paradise, een jong evenementen bureau die een ander soort pasar malam gestalte wil doen geven in Utrecht. Dit doen wij alleen met betrekking  tot advisering, management- begeleiding, structureren,  beschikbaar stellen van ICM resources  o.a.  de benadering van de standhouders.  Voor velen geen ombekend fenomeen B2b model . Dit behelst de begeleiding en ondersteuning van A tot z bij een evenement als een pasar Malam.  Daarom kan ICM nimmer verantwoordelijk en aansprakelijk worden gehouden. Deze zijn voorbehouden aan de organiserende partij  die ICM heeft gevraagd voor deze dienstverlening.

Dit omdat de jonge fanatieke ondernemer nieuw is in de pasar wereld en de nodige contacten nog moet vergaren en ervaringen opbouwen. Daar komt een stuk vertrouwen bij kijken en de steun van het ICM kan vertrouwend werken.

 

Het is absoluut niet zo, dat nog het ICM, noch ikzelf daadwerkelijk een beslissend en handelende, deel zijn van het bestuur binnen de organisatie. Dat zijn een aantal gerelateerde contacten van de voorzitter de heer Matthias Jansen, een Molukker geboren uit een Nederlandse vader en Molukse moeder. Het project als zodanig bevat de ingrediënten waar aandacht en steun voor gegeven wordt, en MOET worden, zoals:

1.Het verenigen van de Indische en Molukse gemeenschap in zake cultuur uitdraging naar buiten toe.

2.Aandacht voor feitelijk historische gebeurtenissen zoals het repatrianten hoofdstuk, wat nu, 61 jaar na dato nog steeds onbekend is bij vele Nederlanders, de oorzaak van de komst van deze repatrianten en de geschiedenis van hun. Momenteel komt meer los over de ex-kolonie wat zo zorgvuldig was weggestopt in de doofpot methode die gehanteerd wordt door de diverse regeringen, maar ook als ontbrekende factor in de Nederlandse geschiedenis boeken.

3.De uitwisseling van gegevens, berichten en ervaringen, deelnames etc., binnen de twee gemeenschappen.

4.Het bewust maken van de noodzakelijke verbintenis vanwege het gezamenlijk beleefde lotgenootschap als voormalige Nederlands – Indie burgers wat betreft de herkomst en geschiedenis die beide gemeenschappen thans afzonderlijk beleven.

AMS Paradise onderneemt pogingen om middels deze pasar bij beide gemeenschappen de goodwill te creëren voor het ideële doel. De pasar zal worden gefinancierd en bestuurd door het team van Ams paradise, met als steunverlenende onbezoldigde factoren het ICM met een enorm bereik voor berichtgeving en publicatie, en ikzelf met de ervaring op gebied van de Artiesten en de daaraan verbonden problematiek en benadering.

Wat de artiesten betreft zal het bestuur van AMS Paradise de beslissende stem hebben en bepalen met welke van de aangeboden en aangemelde artiesten daadwerkelijk in zee wordt gegaan. Zo is spijtig genoeg geen optreden van de bekende Molukse band MASADA tijdens de pasar door omstandigheden. Het oorspronkelijke programma en de wisselingen ten spijt,  zijn NIET de verantwoordelijkheid van het ICM en mijzelf,  mocht dat misschien zo ervaren worden vanwege de nu reeds uitvoerige publicaties die zijn verstuurd. Deze publicaties bevatten achterhaalde artiesten programma’s  Van het bestuur van AMS Paradise wordt verwacht dat op korte termijn de rondzending van flyers zal plaatsvinden met vermelding van het definitieve artiestenprogramma.

Waarom het ICM zich zo nadrukkelijk bemoeit heeft en nog bemoeit bij deze pasar is, dat het een weer een betekenisvolle factor is voor de Indische Cultuur en het behoud ervan. Dit staat hier even los van de Molukse gemeenschap

Wij zullen altijd in de weer komen als zaken zich voordoen die de Indische gemeenschap dient, tegen wil en dank.

Maar we zullen ook kritisch opbouwend zijn en ook” met de neus op de feiten” methode hanteren als er zich misstanden binnen onze gemeenschap voordoen die een asociaal of ontbrekend moraalbesef karakter bevatten.

Dat dit niet altijd door de veroorzakers in dank wordt afgenomen mag duidelijk zijn. Wij zijn geen politie binnen de gemeenschap, maar leggen wel de finger op onregelmatigheden en zaken die de gemeenschap beschadigen. Vooral mijn kritische berichten als moderator worden wel eens fel beantwoord als men zich aangesproken voelt of de lange tenen de druk van “mijn staan erop”, niet kunnen velen.

De Indische gemeenschap zit als los zand in elkaar(anders dan de Molukse gemeenschap) en helaas bestaat te weinig interesse voor het Indisch zijn. Men geniet wel van de vele leuke zaken zoals de muziek, de pasars, en cultuur inhoudende evenementen die overal in den lande plaatsvinden, maar wil niet beseffen en onderkennen dat juist deze elementen in zijn Indische hoedanigheid voor het nageslacht weg ebben in de vergetelheid.

Men laat het lankmoedig en ongeïnteresseerd wegvloeien in een  huidige samenleving waar je JUIST de eigen hoedanigheid van herkomst, wat ook deels geschiedenis van dit land is, moet trachten over te dragen en te bewaren.

Van iedere cultuur uit het verleden zijn sporen van de aanwezigheid heden ten dage nog zichtbaar, gezien de geschiedenis en de gebeurtenissen van ‘het In Nederland Door Omstandigheden’,  zou het dood zonde zijn als diegenen die hebben geofferd voor hun nakomelingen hier in dit Europese land, voor niets de vele beproevingen hebben moeten ondergaan.

Terugkomende op de aankomende pasar, of het zal slagen of niet, het ICM kan met trots terugkijken op de inzet en de steun om het gestalte te doen geven. Het zal los van de resultaten ALTIJD actief aanwezig zijn.

Los van onze Molukse broeders die ook in dit verhaal zijn betrokken en waar de pasar  “het in eenheid beleven van 61 jaar repatrianten in Nederland beoogd”,heb ik het geheel:

 

 

Indisch Bekeken.

Albert van Prehn (ICM Moderator) 20 augustus 2012.

Lees verder…

Het imago van de Indische gemeenschap / door: Jan de Jong

10897255280?profile=originalHet imago van de Indische gemeenschap       door:  Jan de Jong

Er wordt de laatste tijd weer veel geschreven over allerlei zaken, die met name na de oorlog hebben gespeeld in het voormalige Nederlands-Indië. Daarbij valt op, dat het veelal verhalen zijn met een kritische of zelfs zonder meer zeer negatieve strekking. Het gaat mij in dit artikel niet zozeer om de inhoud van die stukken, maar om de – al of niet bedoelde – negatieve bij-effecten op het imago van de Indische gemeenschap.

Wanneer ik met vrienden met veel enthousiasme over het mooie Indië spreek, dan komt er al heel snel een verwijt om de hoek kijken, in de trant van: “Jan, hoe kun je nu trots zijn op  de V.O.C.! Wat dacht je trouwens van Eduard Douwes Dekker; dat verhaal is toch duidelijk, nietwaar?” “En ken je die vreselijke verhalen over die KNIL aanvallen op de mensen in Atjeh?” “En schandalig hoe jullie daar met jullie personeel omgingen. En hoe jullie daar je zakken vulden ten koste van die arme mensen. En het ergste vinden wij het schandaal van de politionele acties met incidenten, waarvoor wij ons als Nederlanders diep moeten schamen”.

En dan zeg ik op mijn beurt: “Beste vrienden, ik weet dat jullie mij niet zomaar willen kwetsen of beledigen, maar onbedoeld ben je daar toch mee bezig. Ik trek me dit erg aan, mede namens mijn ouders en de vele andere “kolonialen”, die daar hun leven lang gewoond en gewerkt hebben. Wil je eens goed naar mij luisteren?”.

Natuurlijk zijn wij als Nederlanders en Nederland verantwoordelijk voor alles wat er in Indië is gebeurd, alle goede zaken maar ook alle verkeerde zaken. Maar ik vraag je om, zeker als je er zelf niet zo veel vanaf weet, de zaken zo objectief en volledig mogelijk te beschouwen en liefst ook steeds in de context en het juiste tijdsperspectief. Als je het gedrag van onze VOC voorouders in de koloniën wilt begrijpen, ga dan eens na hoe zij onderling elkaar behandelden en hoe

zij thuis gewend waren met elkaar om te gaan. Hun vaak brute gedrag tegenover de “inlanders” was een voortzetting van wat zij levenslang en iedere dag van huis uit hadden meegekregen en gewend waren. Volgens de huidige normen natuurlijk onacceptabel, dat moge duidelijk zijn.

Dan de beroemde geschriften van de ambtenaar Eduard Douwes Dekker, die een meesterstuk schreef over de zogenaamde wantoestanden onder het Nederlands-Indische gezag. Prachtig en terecht! Maar lees eens de sociale geschiedenis in de mijnen en fabrieken in Nederland in diezelfde periode, compleet met kinderarbeid en onvoorstelbaar slechte arbeids-voorwaarden en zeer onrechtvaardige verhoudingen. Pas in het begin van de twintigste eeuw werd bijvoorbeeld de wet afgeschaft, die verordonneerde dat bij een arbeidsconflict de meester bij voorbaat altijd gelijk had.

Oude schoolplaat:  rebellerende Atjeeërs in gevecht met soldaten.

Critici over die periode zouden er ook goed aan doen om eens de vergelijking te maken met de sociale verhoudingen van die tijd met het huidige Indonesië. Die zijn precies hetzelfde, dat kan ik je verzekeren. En het huidige bestuur in Indonesië heeft nog steeds evenveel problemen met de mensen in Atjeh.

En de enkele terugkerende planters, die zich in Nederland een luxe oude dag konden veroorloven en vaak betiteld werden als “zakkenvullers” waren mannen en vrouwen, die met keihard werken, vaak onder moeilijke omstandigheden, een succesvolle onderneming hadden opgebouwd. Niets beter of slechter dan dezelfde ondernemers in Nederland, waar wij met z’n allen zo trots op waren: “de motoren van de vooruitgang”. Lees de lovende boeken er maar op na.

Het zwaarst worden wij als Indische gemeenschap beschadigd, als men ons besmet met de verschrikkingen van de politionele acties, laat staan met een aantal weerzinwekkende incidenten. Beste vrienden, luister goed. Hier hebben we helemaal niets mee te maken. Het was de Nederlandse regering die de oorlog verklaarde; die het vredesverdrag sloot met Japan en die de politionele acties voerde en uiteindelijk het voormalig Nederlands-Indië overdroeg aan de regering van Soekarno. Wij waren zelf passieve slachtoffers van die zeer ongelukkige ontwikkelingen. Overrompeld door de Japanners mochten wij van de Nederlandse regering het land niet verlaten, moesten wij proberen om zoveel mogelijk installaties te vernietigen vóór dat wij onder de voet gelopen werden. Mannen werden krijgsgevangen gemaakt en in veel gevallen afgevoerd naar landen als Birma en Thailand en Japan om daar als dwangarbeiders slavenarbeid te verrichten door onder vreselijke omstandigheden onder andere aan spoorwegen en in de mijnen te werken. Vele duizenden hebben dat niet overleefd.

Vrouwen en kinderen werden in kampen opgesloten met nauwelijks enige medische verzorging en zonder hulpmiddelen en met steeds kleinere porties eten, zodat ze langzaam uitgehongerd werden. Daarnaast de dagelijkse dreiging van individuele of collectieve straffen door de barbaarse bezetters. Dat gold ook voor de Indo-Europese bevolking met minder Hollands bloed; de Nederlandse staatsburgers, die buiten de kampen werden gehouden. Zij werden gehaat en vervolgd door de Japanse bezetter, als ook door de door de Japanners geïndoctrineerde lokale bevolking, die had geleerd om alles te haten wat maar iets met Nederland te maken heeft of had.

Tijdens de oorlog hebben de Japanners de Indonesische bevolking ingepeperd, dat zij hen kwamen bevrijden van het blanke juk. Ze zouden onafhankelijk worden en werden geholpen door ze te bewapenen voor de komende opstand tegen de Nederlanders.

Deze prent geeft de angst goed weer tijdens de Bersiap periode.

Na de overgave van Japan aan de geallieerden, had generaal MacArthur geen troepen beschikbaar om Nederlands-Indië te bevrijden. Japan moest bezet worden en de Britten hadden hun handen vol aan hun eigen gebiedsdelen. In Amerika was er inmiddels een grote weerstand ontstaan tegen alles wat op kolonialisme leek. MacArthur gaf aan de Japanners het bevel om de Nederlanders in de kampen te beschermen en hen te verdedigen tegen de steeds agressiever wordende nationalisten. Het probleem daarbij was, dat in dergelijke opstandige bewegingen er nauwelijks onderscheid te maken is tussen de idealistische vrijheidsstrijders en het criminele geboefte dat door de omstandigheden haar kans schoon zag. Velen weten niet dat in de naoorlogse Bersiapperiode nog vele duizenden Nederlandse burgers, meest vrouwen en kinderen,  op vaak gruwelijke wijze zijn vermoord door de Indonesiërs.

Gruwelijke taferelen tijdens de Bersiap periode.

Inmiddels had Nederland grote groepen Nederlandse jongens naar Indië gestuurd met het doel orde en recht te herstellen, de Nederlanders te beveiligen en de productie van de ondernemingen weer op gang te brengen. Het zich net van de oorlog en de Duitse bezetting herstellende Nederland was straatarm geworden en had de inkomsten uit Indië keihard nodig. De KNIL militairen die net         uit krijgsgevangenschap  kwamen, moesten dan ook onmiddellijk weer meevechten. Maar langzamerhand bleek de toestand meer en meer onhoudbaar te worden en moesten de Nederlanders geleidelijk terug naar Nederland. Velen konden door familie worden opgenomen, maar ook heel veel Nederlanders met gemengd bloed moesten hun moederland voor altijd verlaten. Ze hadden geen of nauwelijks familie in Nederland en ze moesten zich maar zien te redden.

Wat ik zo graag in de publiciteit zou willen zien en horen, zijn de werkelijk indrukwekkende verhalen van het vele moois dat Nederlanders in de “Gordel van Smaragd” tot stand heeft gebracht en waar de Indonesische bevolking toen, nu en ook in de toekomst nog van kan profiteren. Denk bijvoorbeeld aan de landbouwstructuur met de bekende sawa’s, de infrastructuur van ruime havens, wegen en spoorwegen, bruggen en nog veel meer. Ware staaltjes van ingenieurschap zijn er nog altijd te zien. Ook mogen genoemd worden de organisatie van het bestuur, de gezondheidszorg, wetenschap en onderwijs, rechtspraak en nog vee andere voorzieningen, waar de Indonesiërs vandaag de dag en in de toekomst hun voordeel nog mee kunnen doen.

Het is heel erg jammer dat de voorzichtige pogingen van vóór de oorlog om geleidelijk tot een vorm van zelfbestuur te komen, geen reële kans hebben gekregen om gerealiseerd te worden. De oorlog heeft de kansen om tot een vreedzame oplossing te komen volledig de grond in geboord. De onafhankelijkheidsstrijd is hard en gemeen geweest, aan beide kanten. Maar mijn indruk is dat de Indische gemeenschap op dit moment meer een vriendschaps- en zelfs een liefdes-relatie heeft met Indonesië dan een vijandelijke houding. De botte weigering van Diederik Samson om de ambassadeur van Indonesië te ontmoeten, beschouwen wij dan ook – bijna persoonlijk – als een grove en onterechte belediging.

Als men dan zoveel hecht aan recht-vaardigheid en zoveel behoefte heeft aan het bestrijden van onrecht, laat men dan eens zijn pijlen richten op de “Indische Kwestie”. Twee dikke NIOD rapporten, die in totaal zo’n 5 miljoen gulden hebben gekost, liggen al een jaar of zeven te verstoffen in de laden van  ministers en staatssecretarissen van VWS. Ondanks de plechtige beloften zijn deze rapporten nog nimmer in de Tweede Kamer behandeld. Deze twee rapporten spreken boekdelen. Het eerste rapport gaat over de nimmer uitbetaalde salarissen van ambtenaren en militairen na afloop van de oorlog. Het tweede rapport gaat over de nimmer

betaalde compensatie aan de in Indië wonende en werkende Nederlanders en Indische Nederlanders voor het feit dat ze bijna al hun bezittingen hebben verloren. Nederland is het enige land ter wereld, dat dit haar burgers geflikt heeft. Alle andere geallieerde landen hebben hun getroffen burgers wel gecompenseerd. Een internationale schandvlek.

Ik zou graag willen dat heel Nederland dit zou weten. Het tragische is namelijk dat de politici het zich kennelijk kunnen permitteren om de Indische Kwestie te negeren, zodat zij zich niet hoeven te verantwoorden naar de kiezers. Daarom is het zo enorm belangrijk dat deze kwestie de hoogste prioriteit krijgt in de pers. Nederland moet hiervan op de hoogte gesteld worden. Geen enkele Nederlander zou ooit mogen zeggen dat dit niet geweten is.

Samenvattend, zodra er een aanleiding is om iets te bespreken of te publiceren over Indonesië of het voormalig Nederlands-Indië, dan zou het de persoon sieren wanneer deze zaken objecties en deskundig zouden worden verteld. Als het inderdaad de mensen van de Indische gemeenschap betreft, maak dat dan duidelijk. Wij verdienen de kans te krijgen om ons te verdedigen. Wij weten best dat niet alles “hoera” is wat wij gedaan hebben, maar wij stellen we een eerlijke en open discussie voorop. Wij hebben het recht om ons beschadigd imago weer in het reine te trekken en te beschermen. Een slecht imago hebben omdat men daar zelf schuld aan heeft, is zeer vervelend, maar kan gebeuren. Echter een beschadigd imago hebben door slordigheid, onwetendheid, simpele domheid of zelfs botte onwil van buitenstaanders, is een zware straf die wij niet hebben verdiend.

Laat ik dit artikel afsluiten met de tegenpool van het begrip “imago”. Terwijl dit betekent: de indruk die anderen hebben op basis van hun informatie, is “identiteit” datgene wat je zelf wil zijn en waar je bewust voor gekozen hebt en trots op bent. Ik wil daar een poging toe doen.

De Indische gemeenschap is een groep Nederlandse staatsburgers, die alles bij elkaar wel zo’n 1,5 miljoen zielen omvat, die over het algemeen degelijke burgers zijn, behoorlijk hun werk doen en zich maatschappelijk

nuttig maken. Zij zijn van mening dat zij in Indië heel veel nuttig en zinvol werk hebben gedaan – zeker ook ten opzichte van de lokale bevolking – en waar Indonesië vandaag de dag nog de benefieten van heeft. Maar zij voelen zich tot in de derde en vierde generatie zeer onrechtvaardig behandeld door de opeenvolgende Nederlandse regeringen. Zij vinden dat de Nederlandse politici tot nu toe veel te weinig hebben gedaan om deze schandelijke behandeling uit het verleden weer goed te maken. En wie durft daar nu nog zijn nek voor uit te steken?

Wij verlangen en verwachten dat de politieke partijen in Nederland hun verantwoordelijkheid nemen en hun best gaan doen om een FAIR deal te realiseren. Een oplossing van de Indische Kwestie, die Finaal, Alles-omvattend, Integraal en Rechtvaardig is. Pas dan zullen wij ons weer  volwaardige Nederlanders kunnen voelen. Dat hebben we verdiend.

Mogen vele politici deze woorden ter harte nemen. Het kan veel kostbare stemmen gaan opleveren en zal hun aanzien, ook internationaal, doen stijgen.

Jan de Jong.

Vice-voorzitter Stichting Vervolgings-slachtoffers Jappenkampen; lid van   de onderhandelingsdelegatie Stichting Het Indisch Platform.

 
Lees verder…

10897238680?profile=originalWaren wij moordende kolonialen?    door:   Prof. Dr. Bob Smalhout

Vorige maand publiceerde de Volkskrant een tweetal gruwelijke foto’s van executies.  In onze vorige editie hebben we hierover reeds uitgebreid verslag gedaan. Hier nu een artikel van de hand van Prof. Dr. Bob Smalhout, waarin hij zijn visie kenbaar maakt.

De foto’s waar veel ophef over ontstaan is, zijn bij toeval gevonden in een weggeworpen fotoalbum van de overleden oud-soldaat Job Ridderhof. Hij had tussen 1947 en 1949 als dienstplichtig soldaat gediend in onze vroegere kolonie Nederlands-Indië. Dat was weliswaar in augustus 1945 bevrijd van de Japanse bezetting, nadat – zoals bekend – de Verenigde Staten twee atoombommen op Japanse steden had geworpen, maar de politieke leider van de Indonesische nationalisten, Soekarno, greep de naoorlogse chaos aan om op 17 augustus 1947 de Republiek Indonesia uit te roepen.

De onafhankelijkheidsverklaring wordt voorgelezen door Soekarno.

Dat viel verkeerd bij de Nederlandse regering, die het nieuwe Indonesië nog steeds beschouwde als een Nederlandse kolonie, zoals die al meer dan 300 jaar bestond. Om orde op zaken te stellen, stuurden wij 120.000 dienstplichtige militairen, 20.000 oorlogsvrijwilligers en 40.000 man van het Koninklijk Nederlands Indische Leger naar het land. Dit alles onder het opperbevel van Generaal Spoor. Een belangrijke taak was de Nederlandse burgers, die juist waren vrijgelaten uit de Japanse concentratiekampen, te beschermen tegen de vrijheidsstrijders van Soekarno. Dat waren veelal geen reguliere soldaten, maar Indonesiërs die tijdens de drieënhalf jaar durende Japanse bezetting en indoctrinatie een diepe haat hadden ontwikkeld tegen alles wat blank en niet-Aziatisch was. In het bijzonder haatten ze de Nederlanders, hetgeen duizenden het leven zou kosten. De zogenaamde Indonesische vrijheidsstrijders waren vaak niet meer dan terroristen die zich vergrepen aan burgers die ziek en verzwakt uit de Japanse concentratiekampen kwamen. Ze werden rampokkers, pemoeda’s of peloppers genoemd.

Verlengstuk

Het vroegere Nederlands-Indië is onvoorstelbaar groot met een afmeting van ca. 2000 bij 6000 km. En een toenmalige bevolking van 70 miljoen mensen. Om dit reusachtige eilandenrijk in cultuur te brengen, inclusief een goed werkende infrastructuur, waren er slechts 300.000 Nederlanders in Indië werkzaam. Door de gemiddelde man en vrouw in Nederland werd Indië beschouwd als een verlengstuk van ons eigen land. Vóór de Tweede Wereldoorlog leerden alle kinderen op Nederlandse scholen de geografie van Nederlands Oost-Indië, terwijl 18.000 km. Verder de Indonesische kinderen de namen van alle Nederlandse provincies uit het hoofd moesten kunnen opzeggen.

Vandaar dat het verlies van onze kolonie voor veel Nederlanders een traumatische gebeurtenis was, die emotioneel moeilijk kon worden verwerkt. Extra zwaar was dat voor de Nederlanders die in Nederlands-Indië hadden gewoond en gewerkt en in dat enorme land hadden meegeholpen de gehele infrastructuur op te bouwen. Dat was een grote taak geweest. In de kolossale kolonie werd onder andere een uitnemende medische dienst georganiseerd, die ziekten als malaria, pest, cholera, tyfus, lepra, framboesia en tuberculose bestreed en de miljoenenbevolking vaccineerde tegen onder andere de pokken.

Wegen en spoorwegen, bruggen, plantages en fabrieken, telefoon en telegraaf, onderwijs van lagere scholen tot aan universiteiten, kwamen tot stand. Aan hogescholen en universiteiten in Nederland werd onderricht gegeven in de inlandse talen van Nederlands-Indië, het Indisch recht en de wetenschappelijke basis van tropische landbouw. Van de

vele Europese landen die honderd jaar geleden nog bijna allemaal koloniën bezaten, was ons land het meest geavanceerde. Alleen is een van onze grootste fouten geweest, dat we zelden of nooit Indonesiërs in gezag-hebbende functies benoemden. Dit kweekte onvrede en haat bij de ontwikkelde Indonesiërs.

Meedogenloos

Het grootste deel van de Nederlandse militairen die in de jaren 1947 tot 1951 naar onze vroegere kolonie werden gestuurd, had zojuist de Duitse bezetting in eigen land meegemaakt en hadden meestal nooit verder dan Zandvoort of de Veluwe gereisd. Indië was voor hen een cultuurschok. Bovendien was er geen sprake van een echte reguliere oorlog. Daarom bedacht men de term “politionele acties”, tevens om de protesterende nieuwbakken Verenigde Naties tevreden te stellen. De pemoeda’s of rampokkers traden meedogenloos op tegen de hulpeloze Nederlandse burgers. Wreedheden lokken altijd wreedheden uit. Dat is bij ieder gewapend conflict zo.

Het is dan ook begrijpelijk dat het onder die omstandigheden kan komen tot standrechtelijke executies, waarbij ook onschuldige tegenstanders worden afgemaakt. In de Volkskrant werden twee gruwelijke foto’s uit het nagelaten album van Job Ridderhof uit Enschede gepubliceerd. Eén betrof Indonesische mannen, die kennelijk werden neergeschoten en een tweede  foto, genomen met een simpel foto-toestel, laat een greppel zien met enkele tientallen lijken erin. Daarbij zijn twee Nederlandse militairen in uniform te zien.

Onjuiste beeldvorming 

Niemand weet wanneer en waar de foto’s zijn gemaakt. Het is daarom niet juist om thans, alleen op grond van die primitieve beelden, te constateren dat het Nederlandse leger zich als een troep criminelen heeft gedragen in onze vroegere kolonie. Vooral links-georiënteerde landgenoten willen dat zo graag zien. Vandaar ook de kille ontvangst van onze uit Nederlands-Indië militairen en ambtenaren en onze oud-Indische landgenoten, die op een schoen en een slof, totaal berooid, in Nederland terugkeerden en van onze overheid geen enkele steun ondervonden hebben. Zelfs de simpele kleding die ze via het Rode Kruis tijdens de thuisreis hadden ontvangen, moesten ze later terugbetalen, evenals de kosten van de bootreis. Jarenlang dorsten ze niet te zeggen dat ze in Nederlands-Indië hadden gewerkt of gediend. Wan dat was toen sociaal niet acceptabel en politiek niet correct.

Beschrijving

Nederland verloor in het naoorlogse Indië ruim 6000 militairen en meer dan 24.000 burgers waren al door toedoen van de Japanners gestorven. Het zou zeker zinvol zijn de opschudding die veroorzaakt is door de in een vuilnisvat teruggevonden foto’s van de oud-soldaat Job Ridderhof, als aanleiding te gebruiken om eindelijk, na ruim zestig jaar, een zinvolle geschiedschrijving te maken. Een beschrijving die niet misbruikt wordt voor politieke doeleinden, maar die tracht recht te doen aan alle betrokkenen, namelijk de slachtoffers van een uiterst pijnlijke periode in de geschiedenis van de Staat der Nederlanden.    

 

Lees verder…

Het merdeka van de dood

10897253271?profile=originalHet merdeka van de dood

In ons land bestaat al meer dan zestig jaar een Indische gemeenschap. Daar hoort de gemiddelde Nederlander meestal maar weinig van, want de meeste Indische Nederlanders zijn hoffelijke en bescheiden mensen, die het  liefst zo min mogelijk opvallen. Ze hebben veelal een verleden dat ze niet kunnen delen met landgenoten die het voormalige Nederlands-Indië nooit gekend hebben.
Net als onze Joodse gemeenschap zijn ze getraumatiseerde slachtoffers van de geschiedenis. In dit geval de historie
van onze gigantische Indische kolonie die 300 jaar door Nederlanders is beheerd. Het is sinds 1945 een zelfstandig
land onder de naam Indonesië. Veel Nederlanders denken dat dit een natuurlijk verlopend politiek proces was van
een volk dat drie eeuwen lang door een buitenlandse mogendheid, namelijk Nederland, was geregeerd, maar dat ten
slotte zelf zijn eigen zaken wilde regelen. Dat klinkt ook geheel redelijk en onze toenmalige koningin Wilhelmina heeft
tijdens de Tweede Wereldoorlog reeds daarover een veelbelovende rede gehouden.Evenwel werden die idealistische
plannen in 1942 doorkruist door Japan, dat al vele tientallen jaren bezig was grote delen van Azië onder Japans bestuur
te brengen, middels nietsontziende militaire acties. Het toenmalige Koninklijk Nederlands-Indisch Leger, het KNIL, was daar onvoldoende op voorbereid, net als Nederland zelf, dat reeds in mei 1940 door de Duitsers was overmeesterd. In
Indië begonnen de Japanners met een terreurbewind tegen alles wat nietAziatisch was. De meeste Nederlanders en
Indische Nederlanders werden opgesloten in concentratiekampen. Dat kostte minstens tien- à vijftienduizend Nederlanders het leven. In begin augustus 1945 vielen Amerikaanse atoombommen op Hiroshima en Nagasaki. Die veroorzaakten zo veel doden en verwoestingen dat Japan op 15 augustus 1945 capituleerde. Dat was het einde van de Tweede Wereldoorlog. Alle Nederlandse gevangenen kwamen toen vrij, maar hun vreugde was van korte duur. Klewangs


Geïndoctrineerd door de Japanners hadden grote groepen Indonesiërs een diepe haat ontwikkeld tegen de Nederlanders.
In het bijzonder waren Indische jongeren voor die indoctrinatie gevoelig geweest. Zo hadden de Japanners een soort gemilitariseerd jeugdkorps opgericht van meer dan 300.000 Indonesische jongens en meisjes van 15 tot 23 jaar. Die organisatie, die enigszins leek op de Duitse Hitlerjugend, heette Seinendan. Alleen al op Java had die organisatie ruim 73.000 leden. Hun leuze was ’merdeka’, hetgeen ’vrijheid’ betekent. Ze bewapenden zich aanvankelijk met klassieke Indische krissen en klewangs, en met zelfgemaakte vlijmscherpe speren van bamboe, de zogenaamde roetjings. Later kregen ze moderne wapens uit Japanse arsenalen.Alle details hierover zijn te vinden in het voortreffelijke boek van dr. H. Th. Bussemaker, getiteld ’Bersiap!’, met als ondertitel: ’Opstand in het paradijs’. Toen op 17 augustus 1945 de Indonesische politicus Soekarno de onafhankelijkheidsverklaring voorlas vanaf de veranda van zijn woonhuis in Batavia (thans Jakarta), brak de hel los. Duizenden gehersenspoelde jongeren vergrepen zich aan Nederlandse burgers, die juist bevrijd waren uit Japanse concentratiekampen en nog ernstig verzwakt waren.
Die jongeren, die ’pemoeda’s’ of ’peloppers’ werden genoemd, richtten massaslachtingen aan waarvan de wreedheid ieder verstand te boven gaat. Tussen de pemoeda’s waren ook veel jonge meisjes, de pemoedi’s, die nog fanatieker waren dan de jongens.
De eerste twee jaar van de Republik Indonesia wordt de Bersiap-periode genoemd, naar het Maleise woord voor ’paraat’. Er zijn meer dan 20.000 Nederlandse burgers, inclusief vrouwen en kinderen afgeslacht. Van velen is nooit meer iets teruggevonden.


De documentairemakers Pia van der Molen en Michiel Praal hebben getracht de vreselijke gebeurtenissen in beeld en geluid vast te leggen. Daar was haast bij geboden, want de getuigen en de overlevende slachtoffers zijn thans allen boven de 70 en 80 jaar oud.  Zorgvuldig
Maar het is Pia en Michiel gelukt een belangrijk stuk geschiedenis voor het nageslacht vast te leggen. Ze hebben dat niet alleen technisch historisch uiterst zorgvuldig gedaan, maar ook is hun tweedelige documentaire een uniek psychologisch document geworden.  Dat maakt op soms ijzingwekkende wijze duidelijk hoe ernstig psychotraumata bij jonge mensen en kinderen een geheel mensenleven  kunnen beschadigen. Het is zowel ontroerend als schokkend om mensen van 70 en 80 jaar oud geluidloos te zien huilen als ze bijvoorbeeld vertellen hoe ze als kind van nog geen tien jaar oud gedwongen werden het bloed van de bamboesperen te vegen of afgehouwen hoofden
in een toilet op te stapelen. Heel bijzonder is daarbij een geheim archief met de officiële en originele rapporten en brieven over de moordpartijen. Dat ’archief van tranen’ heeft Pia van der Molen gekregen van de weduwe van de voormalige KNIL-officier Jack Boer, die in november 1945 kans had gezien met een tiental Britse Gurkha-soldaten 2384 Nederlandse burgers die door de Indonesische vrijheidstrijders ter dood waren veroordeeld, te bevrijden uit de beruchte Kalisosok-gevangenis te Soerabaja.


Pia van der Molen en Michiel Praal hebben met simpele middelen een unieke documentaire gemaakt en daarmee de geschiedschrijving van ons land een grote dienst bewezen. Ze hebben met hun film, die emotioneel vaak zeer beladen is, een blijvend ereteken opgericht voor al die vermoorde onschuldige Indische Nederlanders voor wie de kreet ’merdeka’ (vrijheid) in feite de dood betekende. De docu-
mentaire
wordt in twee delen door MAX uitgezonden, namelijk a.s. zondag op Nederland 2 om 18.53 en op zondag 19 augustus eveneens op Nederland 2 om 19.00 uur.

Lees verder…

10897250261?profile=originalover Archief van Tranen

Het Archief van Tranen is een tweedelige documentaire over een vergeten massamoord op Nederlanders in het voormalige Nederlands-Indië.
 
Wilhelm, Arvid en Carla van der Linden (Bron Pia Media BV)
 
Na de capitulatie van Japan op 15 augustus 1945 werd op 17 augustus 1945 door Soekarno de onafhankelijke Republiek Indonesië uitgeroepen. De overlevenden van de jappenkampen, maar ook zij die niet geïnterneerd waren geweest, werden blootgesteld aan slachtpartijen van groepen van nationalistische Indonesische jongeren, die de onafhankelijkheid ondersteunden.

Deze periode, die de BERSIAP wordt genoemd, duurde van oktober 1945 tot mei 1947. Tijdens deze periode zijn met zekerheid 3.500 Indo-Europese Nederlanders op gruwelijke wijze vermoord. Meestal met kapmessen en bamboesperen, de zogenaamde bamboe-roentjings. Nog eens 4.000 Nederlandse vrouwen en kinderen kwamen in deze periode van vervolging en geweld om door honger, ziekte en uitputting. Een deel van hen in de zogenaamde Bersiap-kampen van de Indonesische nationalisten.

Tijdens de Bersiap zijn circa 16.000 Indo-Europese Nederlanders vermist, waaronder ook Chinezen met de Nederlandse nationaliteit. Hun lichamen zijn nooit teruggevonden.

Deze documentaire is geproduceerd door Pia Media.
 

Uitzending

Zondag 12 augustus 2012 om 18.50 uur, Nederland 2
Zondag 19 augustus 2012 om 19.10 uur, Nederland 2

Lees verder…

De vindingrijkheid van de inlander

10897249878?profile=originalDe vindingrijkheid van de inlander

 

Het Tropenmuseum heeft een archief met honderdduizenden foto’s uit voormalig Nederlands-Indië. In die verzameling zijn een aantal treffende foto’s die getuigen van de vindingrijkheid van de toenmalige inlanders. Het betreft hier een tuibrug, die gemaakt is van bamboe, die verrassend veel lijkt op de Erasmusbrug in Rotterdam. In de tijden van weleer fotografeerden Nederlanders in Indië vooral zichzelf en hun personeel. Op toeristische tochtjes werd ook weleens de camera gepakt om een berg of een vallei op de gevoelige plaat vast te leggen., maar bijna altijd erg vaag, veraf en zonder details.

Dat er toch foto’s van het imposante landschap in het archief zitten, is te danken aan de spoorwegen, stations en vooral ook de bruggen. Ingenieurs lieten die vereeuwigen door vaak professionele fotografen voor hun documentatie en promotie. Een van de opvallendste bruggen is wel de bamboebrug over de Serajoe bij Wonosobo op Midden-Java. In totaal heeft het Tropenmuseum er zeven foto’s van in bezit, alle vanuit een ander standpunt genomen. Als er al zeven foto’s in het archief zitten, kun je er zeker van zijn dat er nog veel meer waren, maar veel fotomateriaal is in en direct na de oorlog verloren gegaan. De brug moet in zijn glorietijd al een imposant bouwwerk geweest zijn.

De Wonosobo Brug lijkt een inspiratiebron te zijn geweest voor de Erasmusbrug in Rotterdam

Blijft het punt: wat kan er allemaal overheen? Nauwelijks één voetganger. De fotograaf heeft iemand gevraagd om op de brug te poseren. Duidelijk is, dat als van de andere kant ook een voetganger komt, het passen en meten wordt om elkaar te passeren. Bamboe is enorm sterk, maar heeft veel te lijden van het Indonesische klimaat. Na vijf jaar is het verrot en moet de brug worden herbouwd, als hij al niet eerder verwoest is door de rivier die hij overspant. Het ene moment mag de Serajoe een vriendelijk kabbelend stroompje zijn, maar in het regenseizoen ontpopt het zich als een woest kolkende massa water. Het waterniveau stijgt dan boven het loopvlak van de brug en dan is het gauw gedaan.

Het eerste waar ik aan moest denken, was de Erasmusbrug in Rotterdam. Een tuibrug, net als die over de Serajoe. Het wegdek is aan hoge

peilers gehangen. Het enige verschil is dat de pijlers van de Erasmusbrug in het water staan en de bamboepijlers van de Wonosobo-brug staan op het land.  Maar verder is het principe hetzelfde. Zouden de Nederlandse ingenieurs het concept voor de Erasmusbrug hebben afgekeken?

In een uitgave van het Tijdschrift van het Koninklijk Instituut van Ingenieurs afdeling Nederlands-Indië uit 1894, wordt de inventiviteit die ten grondslag lag aan het bouwen van zulke bruggen geroemd. “…..zeer interessante bouwwerken, geheel op initiatief der plaatselijke hoofden, die zonder enige kennis van techniek of voorlichting door de inlandse bevolking is uitgevoerd. Bouwwerken, waaraan wel eene grote hoeveelheid materialen en arbeidskrachten zijn besteed en die veel onderhoud vereisen, maar die toch getuigenis afleggen van de vindingrijkheid der inlander en vele jaren aan de behoeften van transport hebben voldaan”.

Hoelang de inlander over de bouw van een bemiddelde bamboebrug deed? Ongeveer twee weken. En de kosten? Driehonderd Nederlandse guldens….. De tentoonstelling in het Tropenmuseum is nog te zien tot en met 11 november. De begeleidende catalogus kost  € 5,00.     

 

 

Lees verder…

Onze vuile oorlog door: Harm Botje en Anne-Lot Hoek

10897251654?profile=originalOnze vuile oorlog                       

 door:    Harm  Botje  en  Anne-Lot  Hoek

 

Historici roepen op tot een onderzoek naar het Nederlandse geweld in Indonesië. Waarom is dat niet al lang gebeurd?  “De kramp is eraf”, zegt directeur Gert Oostindie van het Leidse Koninklijk Instituut voor Taal, Land en Volkenkunde (KITLV). Het veld ligt nu open, hè hè eindelijk…”, zegt hoofdonderzoeker Henk Schulte Nordholt. Het tweetal behoort tot de initiatiefnemers van de recente oproep in de Volkskrant om een onderzoek te doen naar het Nederlandse geweld in de gewraakte dekolonisatieperiode van Indonesië tussen 1945 en 1949. Vorig jaar nog kende de rechter de weduwen uit   

het dorpje Rawagedeh een schade-vergoeding toe omdat daar in 1947 hun mannen, broers en zonen stand-rechtelijk werden vermoord. Onlangs diende advocate Liesbeth Zegveld, die de belangen van Rawagedeh vertegenwoordigt, opnieuw een claim in bij de overheid. Nu willen weduwen uit Zuid-Celebes (het tegenwoordige Sulawesi), waar eenheden van de beruchte Kapitein Raymond Westerling hebben huisgehouden, ook een schade-vergoeding.

Die opeenvolgende rechtszaken, maar ook de spijtbetuiging die Minister Bot in 2005 uitsprak – We stonden aan de'verkeerde kant van de geschiedenis – het creëert volgens Oostindie en zijn collega Schulte Nordholt een klimaat waarin een onderzoek mogelijk is. “Het is voor ons de grootste oorlog ooit gevoerd. Nooit eerder stuurden we zoveel roepen naar het front en nooit eerder waren er daarbij zoveel doden. Hoe kan het dat na 65 jaar nog steeds er geen gezaghebbende studie over is”. De twee onderzoekers is vooral benieuwd naar wat er feitelijk is gebeurd tijdens militaire operaties. Ongetwijfeld werden er mensen ondersteboven gehangen tijdens verhoren. Zeker is dat gevangenen tijdens patrouilles geëxecuteerd zijn

Maar hoe systematisch gebeurde dat en waarom onderdrukte Westerling de bevolking met zoveel buitensporig geweld. Hoe kan het dat hij daarna jarenlang ongestoord in Nederland heeft kunnen wonen. De onderzoekers ontzien ook zichzelf niet, want het blijft natuurlijk vreemd dat het KITLV, het NIOD (Nederlands Instituut voor Oorlogs Documentatie) en het NIMH (Nederlands Instituut voor Militaire Historie) niet al veel eerder initiatieven hebben genomen. Ook dat zal tijdens het nieuwe onderzoek aan de orde moeten komen. Zegt de generatie van nu: “Het is vanzelfsprekend om hiermee aan de slag te gaan”, waar onze voorgangers zeiden: “Bemoei je er niet mee; dat is voor de politiek”.

 

Maar wie kantenknipsels en rapporten uit de jaren veertig tot nu doorploegt (en dat zijn grote stapels…!) valt het meteen op dat áls de politiek zich al uitsprak over de gewelddadige dekolonisatie, het altijd in reactie was op incidenten. Nooit is er in Nederland door een regering uit eigener beweging een groot, alomvattend onderzoek opgezet, zoals bijvoorbeeld de parlementaire enquête naar de regeringsverantwoordelijkheid in de Tweede Wereldoorlog. In de jaren zestig speelde de affaire rond Joop Hueting die op de televisie vertelde over de moordpartijen waar hij bij betrokken was. En in de jaren tachtig was er de kwestie Loe de Jong, die in zijn deel over Nederlands-Indië heeft beweerd dat er oorlogsmisdaden zijn gepleegd, welke bewoordingen hij later toch weer veranderde in “excessen”. Bovendien in de jaren negentig de komst van deserteur Poncke Princen naar Nederland, de discussies rond het staatsbezoek van onze Koningin aan Indonesië en de RTL-documentaire over Rawagedeh die daaraan voorafging. Steeds weer kwamen de spoken uit het verleden terug. En dat met voor eens en altijd

afgelopen zijn, vinden de historici die oproepen tot een nieuw onderzoek.

Klokkenluider

Het zijn overigens niet de historici die als eerste de aanzet hebben gegeven tot de hernieuwde belangstelling naar de misstanden in Nederlands-Indië. Volgens historica Stef Scagliola, die voor haar promotie de verwerking van de dekolonisatie uitgebreid heeft onderzocht, zijn er steeds compromisloze figuren nodig die de zaak in beweging brengen. Historici kunnen niet zonder klokkenluiders, provocateurs. De afgelopen jaren werd deze rol met verve vertolkt door de cementarbeider Jeffry Pondaag uit het Noord-Hollandse Heemskerk. Hij kwam in de zestiger jaren uit Indonesië naar Nederland met zijn Nederlandse moeder. Hij ergert zich al jaren aan wat hij de “arrogante houding van Nederland” noemt.

Inschepen van Nederlandse soldaten. Foto: Hugo Wilmar

Waarom heet de Coentunnel nog steeds Coentunnel en waarom staan er op de zijkant van de Gouden Koets nog steeds afbeeldingen van Javanen? Dat steekt hem als Indonesiër, want hij vindt dat een verheerlijking van het koloniale verleden. Waarom worden de Duitse oorlogsmisdadigers tot in

lengte van jaren vervolgd en kon de Kapitein Raymond Westerling tot zijn dood toe van een rustig leven genieten.

“Ik begrijp niet hoe een land dat mensenrechten zo belangrijk vindt, zich zo kan gedragen”, zegt hij. Jarenlang leurde Pondaag met de kwestie Rawagedeh, zonder enig resultaat. Tot 1995; toen maakte RTL-4 in de aanloop naar het staatsbezoek van Koningin Beatrix aan Indonesië een reportage over de vergeten massamoord. Daarna ging het balletje langzaam rollen. In het parlement maakte onder andere de Socialistische Partij zich hard voor de zaak. En zo kreeg Pondaag de Nederlandse staat op de knieën: de regering betuigde spijt en de rechter dwong de overheid tot het betalen van een schadeloosstelling. Bij het KITLV in Leiden menen ze dat Pondaag inderdaad een grote rol heeft gespeeld. “Hij is een wonderlijk figuur, maar was wel de katalysator”, aldus Henk Schulte Nordholt.

Onderduiken met vrouw en kind

Pondaag staat in een traditie. Psycholoog Joop Hueting gaf in de Volkskrant een interview,waarin hij zonder terughoudendheid vertelde over oorlogsmisdaden die werden gepleegd door hemzelf en anderen. Hij beschreef hoe de korporaal van zijn eenheid, die kort daarvoor in een hinderlaag was gelopen, een hutje in ging en een familie afmaakte. En hoe Indonesiërs met de blote billen op de gloeiend hete pantserwagens werden gezet zodat ze brandwonden opliepen. Je reinste sadisme. En ook vertelde hij hoe krijgsgevangenen die tot last waren, tijdens het “pissen in de kali” van achteren werden doodgeschoten. “Wij waren vakkundige killers”, zei Hueting en stelde nadrukkelijk vast dat

het geen incidenten waren, maar dat het ‘gewoon in het systeem van het leger paste’.

Ondanks de gruwelijke details kreeg zijn verhaal maar weinig aandacht. Totdat de redactie van VARA’s actualiteitenrubriek Achter het Nieuws besloot om Hueting te interviewen. Toen brak de hel los…! Het was voor de allereerste keer dat een televisie-uitzending bij miljoenen kijkers zoveel emoties losmaakte. Hueting werd bedreigd en moest met zijn vrouw en kind onderduiken in een hotel op de Veluwe, berichtte de Telegraaf in 1969. Vele veteranen reageerden woedend op de aantijgingen. Voormalig minister-president Willem Drees deed de zaak af als “oud nieuws”, omdat de Tweede Kamer in 1949 een voorstel voor een nader onderzoek had verworpen. Ook vroeg Drees zich af waarom Hueting zich niet veel eerder met zijn verhaal bij de autoriteiten had gemeld. Hypocriet als je bedenkt dat de regeringen in de jaren veertig en vijftig duvelsgoed wisten wat er speelde. In 1954 was er immers een onderzoek afgerond door de juristen Van Rij en Stam naar oorlogsmisdaden die op Zuid-Celebes waren begaan. De regering waarvan Drees toen premier was, besloot om Kapitein Raymond Westerling en zijn mannen vrijuit te laten gaan en het rapport niet openbaar te maken.

Een inhaaloperatie

Het koloniaal verleden werd steeds opnieuw weggestopt. Televisiemaker Ad van Liempt, die zich al jaren verdiept in het Indische verleden en van wie onlangs het boek “Nederland valt aan” is heruitgegeven, vindt dat niet vreemd. “Niemand vindt het leuk om stil te staan bij zijn nederlagen”. Maar volgens van Liempt spelen er ook andere zaken die voor een moeilijke omgang zorgden. “We zaten

met een veteranenprobleem. Die mensen zijn hier een beetje als ‘losers’ ontvangen nadat we Nederlands-Indië waren krijtgeraakt. Zij voelen zich in de kou gezet. Bovendien verkeerden we door de weigering van Nederland om Nieuw-Guinea als kolonie op te geven in een soort ‘koude oorlog’ met Indonesië.

Daardoor waren we bang dat openheid van zaken onze internationale belangen zouden schaden”. Van Liempt noemt het eeuwig zonde dat het in 1969 na de affaire Hueting nooit tot een groot onderzoek of een parlementaire enquête is gekomen, ondanks het aandringen van de toenmalige oppositieleider Joop den Uyl. “Zo’n onderzoek had in die jaren veel commotie gegeven, maar de wond was wel schoongebrand. Je had vrijwel alle hoofdrolspelers en ooggetuigen kunnen horen die toen nog leefden. De feiten waren toen boven tafel gekomen, waardoor het onderzoek waar nu om gevraagd wordt niet meer dan een inhaaloperatie dreigt te worden met grote handicaps, omdat er nog maar weinig overlevenden zijn.

Na de uitlatingen van Hueting in 1969 kwam er dus geen groot onderzoek. Wel gaf de Centrum-Rechtse regering van premier Piet de Jong onder druk van de commotie die was ontstaan, de opdracht tot een snelle inventarisatie in de archieven van alle mogelijke excessen die zouden zijn gepleegd. Het woord ‘oorlogsmisdaden’ weigerde hij in zijn mond te nemen. De jonge

historicus Cees Fasseur verrichtte in drie maanden tijd in grote haast zijn sisyfusarbeid en verzamelde 110 oorlogsmisdaden, maar wist toen al dat zijn werk bij lange na niet volledig was. Dat bleek wel toen historica Stef Scagliola de concepttekst en de definitieve tekst met elkaar vergeleek voor haar in 2002 verschenen proefschrift ‘Last van de oorlog’.

Volgens De Jong was er ondanks de onvolledigheid geen probleem, want er was toch een voldoende indruk van de aard en de omvang van de excessen. “Ja, er hebben zich misstanden voorgedaan, iets wat de regering zeer betreurt. Maar, de krijgsmacht als geheel heeft zich in Indonesië correct gedragen en er was ook provocatie van Indonesische kant. Van een systematische wreedheid was geen sprake”. En daarmee ging het deksel op de doofpot.

Bijzondere krijgsraden

De historici die nu oproepen tot een hernieuwd onderzoek willen dat deksel er weer af hebben. “Daarvoor moet je de archieven raadplegen. Er zijn heel veel zaken die nooit zijn vervolgd, omdat de toenmalige hoogste militair in Nederlands-Indië, generaal Simon Spoor, het moreel van de troepen niet omlaag wilde halen en de jongens niet onderuit wilde halen. Als je al dat materiaal eens goed analyseert, zou het me niets verbazen als daar een geheel nieuw beeld uit naar voren komt.

In dit verband is er één boek dat van grote waarde zal zijn voor het komende onderzoek.: “Ontsporing van geweld” van de sociologen Jacques van Doorn en Wim Hendrix uit 1970. De laatste van de twee zag met eigen ogen hoe oorlogsmisdaden werden gepleegd. Zij spraken in het geheim af dat ze de ervaringen vast zouden leggen voor latere wetenschappelijke

publicatie. Jarenlang bleef het materiaal in een lade liggen. Pas na de affaire Hueting kwamen ze met hun boek. Het was een rechtstreekse aanval op de bevindingen van premier De Jong. Volgens de schrijvers was er wel degelijk sprake van een systeem van contraterreur dat van bovenaf was opgelegd. Indonesische infiltranten werden berecht door bijzondere krijgsraden en er was sprake van een wijdvertakt en hard politioneel regime. Speciale troepen hadden het vergaande mandaat gekregen om “eigenmachtig op te treden”. Al deze maatregelen waren volgens de twee auteurs genomen omdat het niet mogelijk was met “normale middelen de guerrilla te bestrijden”. En door wie was deze strategie ontworpen? Volgens Van Doorn en Hendrix was dit op het hoogste niveau gebeurd en werd de gewone militair met de uitvoering belast. Het zijn prikkelende conclusies die in dit boek getrokken worden, maar ze kunnen als bewijs alleen hun eigen ervaringen opvoeren. Tot nu toe zijn er geen stukken opgedoken die deze these staven.

Ontsporing van geweld werd in 1970 doodgezwegen, ondanks de vergaande conclusies. Historica Scagliola sprak voor haar promotie-onderzoek uitgebreid met Van Doorn en kreeg zijn aantekeningen over de nasleep van het boek voor haar reconstructie. In een brief aan de toenmalige columniste van Vrij Nederland, Renate Rubinstein beklaagde Van Doorn zich dat het werk zo weinig aandacht kreeg: “Niemand was onder de indruk, hoewel voor het eerst een systematische analyse en niet-smakelijke incidenten werden aangeboden”. Van Doorn overleed in 2008 en de inmiddels 86 jarige Hendrix noemde onlangs in een interview in Dagblad Trouw een nieuw onderzoek “geweldig nieuws

Loe de Jong

Hoe gevoelig de publicatie van het boek lag, bleek uit alle autorisaties en toestemmingen die onderzoeker Willem IJzereef van de ministers moest krijgen omdat hij tot dan toe verboden dossiers had mogen inzien. IJzereef publiceerde in 1984 een boek over de Zuid-Celebes affaire. Het is zelfs langs Ruud Lubbers geweest, die er ook zijn handtekening onder moest zetten.

Eind 1987 was Loe de Jong toen hij in  het deel 11a van “Het Koninkrijk       der Nederlanden in de Tweede Wereldoorlog” de gebeurtenissen in Nederlands-Indië beschreef. Hij meldde daarin over oorlogsmisdaden in plaats van excessen en vergeleek het optreden van de Nederlanders met dat van de Duitsers. Een van zijn meelezers, een oud-officier van het KNIL was hierover zo verontwaardigd, dat hij de tekst doorspeelde aan de Telegraaf, die het opnam voor de veteranen en een campagne startte. Evenals eerder Hueting kreeg ook De Jong alles en iedereen over zich heen. Uiteindelijk gaf hij toe dat hij de paragrafen “te veel vanuit emoties” te hebben geschreven. Oorlogsmisdaden werden weer excessen en De Jong bood zijn excuses aan voor de “vele onevenwichtigheden”. En opnieuw waren de lobby van oud-Indië-militairen en de gevestigde machten binnen het overheidsapparaat erin geslaagd om een nader onderzoek te voorkomen. Toch vindt Scagliola dat De Jong de historicus is die tenminste het meeste lef heeft getoond. Zelf is zij

we expliciet in haar werk: “Ik heb het wel degelijk over oorlogsmisdaden”.

Het archief van Bandung

Over de gewelddadige dekolonisatie is ondanks de passieve houding van      \de overheid door individuele onderzoekers al veel geschreven. Wat zou een nieuw onderzoek nu nog kunnen opleveren? De onderzoekers willen niet alleen in de Nederlandse archieven antwoorden vinden, maar ook in Indonesië, zegt Gert Oostindie. Maar om een voetbalwedstrijd te begrijpen, moet je wel naar beide elftallen kijken. Tot nu toe is er weinig bekend over de Indonesische kant van het verhaal. Dit komt omdat heel    veel Indonesische archieven zijn verdwenen of ontoegankelijk zijn. Veel ooggetuigen zijn nooit verhoord en nu oud of reeds overleden. Een extra complicatie is, dat net als in Nederland niet iedereen zit te wachten op een nieuw onderzoek. In Indonesiër is er lang een staatsideologie geweest, een mythe dat het hele volk schouder    aan schouder streed tegen de Nederlanders. En terwijl er in werkelijkheid heel veel onderlinge strijd was en tal van verschillende groepen elkaar te lijf gingen. Bovendien had het Indonesische leger het monopoly op de geschiedschrijving Het was hún revolutie, maar aan die gedachtegang begint nu een einde te komen, zegt Henk Schulte Nordholt. Net als wij, zijn het allemaal mensen van na de dekolonisatie. Hij en zijn initiatiefnemers hebben al contact gehad met Indonesische historici van de Universitas Gadjah Mada in Yogjakarta, die eveneens een studie willen maken over de Indonesische revolutie. Het is niet meer slechts onze eigen, zelf beleefde geschiedenis.

De Amerikaanse hoogleraar Zuid-Aziatische Studies, William Frederick in Ohio juicht het initiatief voor een nieuw onderzoek toe. Hij is echter wat sceptischer dan de initiatiefnemers. Hij is onder andere de auteur van hert gezaghebbende werk: “Visions and Heat – The making of the Indonesian Revolution”. Op dit moment is hij bezig met onderzoek naar geweld tijdens de revolutie, met inbegrip van de Bersiap periode. Juist naar deze periode willen de Nederlanders ook meer onderzoek doen. Frederick ziet in Indonesië wel enige beweging onder historici om te komen tot een “meluruskan sejarah”, het rechtzetten van de geschiedenis, maar de strijd om de onafhankelijkheid maakt daar nog geen deel van uit, laat hij per mail weten. Het is nog steeds een gevoelig onderwerp, waar tegelijk ook weinig interesse voor bestaat. Het is dan ook niet te verwachten dat jonge Indonesische historici hier serieus mee aan de slag zullen gaan. 

De komende tijd zal blijken of de onderzoekers in Indonesië hier de ruimte voor krijgen. Een goede graadmeter: het archief van het leger in Bandung. Daar ligt een schat aan materiaal, maar buitenlandse bezoekers zijn er niet welkom. In Nederland, maar ook in Indonesië bestaat vrees dat door diepgaand onderzoek onrust zal ontstaan. De gebeurtenissen van 60 tot 70 jaar geleden zijn nog steeds een hot item. De aanstichter van de zaak Rawagedeh Jeffry Pondaag is blij met een mogelijk nieuw onderzoek. Maar hij heeft ook kritische kanttekeningen: “Het moet niet weer een ‘Nederlands onderonsje’ worden. De leiding van het onderzoek zou niet in Nederlandse handen moeten komen”, zegt hij. “Ik hoop dat er een internationaal onderzoek komt. Anders ben je een slager die zijn eigen vlees keurt…”

Maar of er een nieuw historisch onderzoek komt, is nog onzeker. De linkerkant van de Tweede Kamer van SP tot d66 is vóór, maar het CDA liet bij monde van de vertrekkende Henk Jan Ormel weten, niet meteen warm te lopen. De VVD heeft nog niet gereageerd. Bij het KITLV raken ze daardoor niet in mineur. Het vergt tijd  en bovendien is het nu zomerreces. “We denken dat de politiek wel in beweging komt”, zegt Henk Schulte Nordholt, “rond de Indië-herdenking op 15 augustus kloppen we wel weer aan de deur.

Overgenomen met toestemming. Bron: Vrij Nederland 12 juni 2012. Met dank.  

Lees verder…

Blog Topics by Tags

Monthly Archives