Alle berichten (3007)

Sorteer op

'Moord op duizenden (Indische) Nederlanders was genocide'

'Moord op duizenden (Indische) Nederlanders was genocide' Bron Volkskrant 18/11-2013

Bewerkt door: redactie − 18/11/13, 08:31  − bron: ANP
media_xl_1952552.jpg
© afp. Sukarno, de eerste president van de Republiek Indonesië, in 1945.

De golf van etnisch geweld in Nederlands-Indië, die begon in 1945, is steeds ten onrechte door Nederland naar de achtergrond verdrongen. De moord op duizenden (Indische) Nederlanders in de Bersiaptijd is door Nederland altijd gelaten geaccepteerd, 'terwijl het zich het best laat omschrijven als volkerenmoord'.

Dat zegt de Amerikaanse historicus William H. Frederick in een interview maandag in Trouw. Hij spreekt daarin van 'post-koloniaal geheugenverlies' van de Nederlandse autoriteiten.

De 72-jarige historicus heeft volgens de krant zijn hele wetenschappelijk loopbaan gewijd aan de geschiedenis van Indonesië. Na de capitulatie van Japan vermoordden Indonesische strijders duizenden Nederlanders die net uit Japanse interneringskampen waren bevrijd. Ze wilden koste wat kost voorkomen dat het koloniale gezag zou worden hersteld, aldus Frederick. Een artikel over zijn onderzoek staat in het Britse wetenschappelijke blad Journal of Genocide Research.

'De Bersiapperiode is zonder twijfel een zwarte bladzijde in de geschiedenis van Indonesië én die van Nederland', aldus Frederick die zegt geen land te kennen dat de moord op zoveel medeburgers zo gelaten heeft geaccepteerd en vervolgens is vergeten. 'Ik bespeur nog steeds de tendens bij zowel niet-Indonesiërs als Indonesiërs om die revolutie als min of meer onschuldig en, althans op wereldschaal, als niet zo gewelddadig te beschouwen.'

Hij noemt het 'zeer mager' dat minister Frans Timmermans (Buitenlandse Zaken) vindt dat instituten die onderzoek naar de dekolonisatie van Nederlands-Indië willen doen, dat maar uit eigen budget moeten betalen. 'De echte reden ligt volgens mij eerder op diplomatiek terrein', zegt hij in Trouw. 'Ik begrijp dat de Indonesische regering geen zin in een onderzoek heeft, omdat ze niet trots zullen zijn op de Bersiap. Nederlandse diplomaten in Jakarta worden nerveus van een onderzoek, omdat dit hun leven gecompliceerder kan maken. Terwijl zo'n onderzoek natuurlijk hoogstnoodzakelijk is.' 

Lees verder…

10897278263?profile=originalTelegraaf is het spoor bijster die in de ban is van het bezoek  Mark Rutte aan de drie daagse conferentie in Jakarta, en opent met:

 “De dramatische familiegeschiedenis voert langs het jappenkamp en de nationalisatie van Hollands bezit onder Soekarno. Het maakt de minister-president, die als nakomertje in Nederland werd geboren, tot wie hij is”.

In dit artikel ontpopt zich de journalist van achter zijn pc als historicus Indie geschiedenis met een volle pagina.. De hele geschiedenis passeert de revue die ook  de 341.000 Indische gerepatrieerde hebben moeten ondergaan de Oorlog, de bersiap, de overdracht en de koele Kille ontvangst in Nederland dat 67 jaren werd genegeerd. Kortom als wat in de NIOD Rapporten is vastgelegd, of heeft de verwarde journalist in plaats van de Indonesisch Economische master plannen abusievelijk in de NIOD rapporten ingekeken.

De vraag die bij vele lezers dat  naar bovenkomt is; leidt de journalist van dit artikel niet aan het syndroom van Tempo Doeloe die kennelijk verward en verdwaald bezig of  gezien de overige media over de toekomstmogelijkheden heeft of is het weer juist  de intentie om roet in deze handelsmissie te gooien.

Lees verder https://telegraaf-i.telegraaf.nl/telegraaf/_main_/2013/11/19/005/

Lees verder…

10897239901?profile=originalTelegraaf opent met speculatie over bezoek Mark Rutte aan Indonesië.

Vandaag opent de Telegraaf met het bezoek aan Indonesië, dit in navolging van Powned News, NRC en ICM Breaking News als volgt : "Premier Rutte brengt deze week een driedaags bezoek aan Indonesië. Het moet een nieuw begin markeren na een periode van spanningen.  Grote vraag is of de bilaterale betrekkingen rijp zijn voor een staatsbezoek ".

Voor de Telegraaf wordt het misschien eens tijd op de vooravond van deze mega ontwikkelingen om voor goede bronnen te zorgen in Jakarta om de mensen in Nederland niet op het verkeerde been te zetten met speculaties, inclusief politiek Den Haag.  Iedere burger is bekend dat staatsbezoeken niet op het nivo van ambassadeurs wordt geregeld, en als dat is gebeurd weten de betrokkenen hoe van de Indonesische zijde hierover wordt gedacht. De Indonesische AID en delegatie rond president Yudhoyono (SBY) van rep. Indonesië met een bevolking van 240 miljoen meldt anders namelijk dat Mark komt voor de gehouden conferentie  waar onderen andere de Indonesische Economisch Masterplan (MP3EI) en Jakarta Baru Masterplan onderen andere worden gepresenteerd. SBY wil deze zaken begin 2014 afronden omdat zijn termijn in 2014 afloopt en als president de geschiedenis in wil gaan als vader van het MP3EI . Aan beide plannen is door Nederlandse Ing-Bureas en Public Private Investeerders sinds 2009 aangewerkt, deze hebben de weg naar Indonesië geasfalteerd voor Nederlandse bedrijven  en PPP - investeerders desondanks het Kabinet juist ervoor heeft gezorgd voor deze broze betrekkingen. Voor Mark Rutte zakelijk gezien is een kwestie van de bal goed inkoppen om te scoren en waarna intensief constructief aan het staatsbezoek kan worden gewerkt aan Staatsbezoek door Koning Willem Alexander en Koning Maxima 

Voorlopig programma missie Indonesië dat op agentschap nl werd gepubliceerd.

Aan de invulling van het programma wordt nog gewerkt. Het onderstaande kader is daarom nog onder voorbehoud van wijzigingen en verdere uitwerking.

Maandag 18 november

Vlucht Amsterdam / Jakarta

Dinsdag 19 november

Aankomst te Jakarta

Welkomstborrel / briefing

Woensdag 20 november, Jakarta

Programma bedrijven

Matchmaking, seminars en rondetafelbijeenkomsten

Programma officiële delegatie

Netwerkdiner met lokale gasten

Donderdag 21 november, Jakarta

Programma bedrijven

Matchmaking, seminars en rondetafelbijeenkomsten

Programma officiële delegatie

Vrijdag 22 november Jakarta + vlucht naar Amsterdam

Programma bedrijven

Matchmaking, seminars en rondetafelbijeenkomsten

Programma officiële delegatie

Vlucht Jakarta / Amsterdam

Zaterdag 23 november

Aankomst te Amsterdam

Lees verder…

“Indorock” – Indonesia’s Contribution To The Birth Of Rock’N’Roll

By: Dachlan Cartwright


In July 1960, Allan Williams, a Liverpool club owner on a trip to Hamburg, wandered into a club off the Reeperbahn, and saw, “an Indonesian group performing Elvis Presley songs in German.”

Williams was involved with rock’n’roll bands in Liverpool who had taken the music a stage further than Elvis, with the booming amplified bass percussion and bronchial vocals of what was becoming known as “Merseybeat”. One of these bands was originally known as the “Silver Beetles”, and in the months to come Williams factored his groups onto the Hamburg scene, where the Beatles cut their musical and performing teeth, emerging in the next few years as the world’s most famous rock’n’roll band.

But who were these “Indonesian” bands performing in the Hamburg clubs?

They were practitioners of what is still powerfully remembered, especially in continental Europe, as “Indorock.” The families of these young men from Ambon, Timor and Sumatra had been expatriated to the Netherlands as political fallout in the aftermath of the Indonesian Revolution. Stuck in the Dutch refugee camps, bored, they improvised instruments and drew on their own rich heritage of strong vocal harmonies and sophisticated rhythms, applying these to the new exciting sound of American rock’n’roll which was easily accessible on Radio Luxemburg and the American Forces Network radio.

Indorock bands went on to become star attractions in clubs and dancehalls in the Netherlands and Germany, including the US forces’ clubs, not so long after Sergeant Presley was driving a tank there. And far from being blown away by the Liverpool bands, Indorock musicians and singers continued to enjoy European success well into the late sixties.

Ironically, in Indonesia, rock’n’roll music was considered decadent by the Old Order regime, resulting in the notorious prison sentence handed out in 1965 to Koes Plus, the leading Indonesian Beatles-type band.

The keynote Indorock band were The Tielman Brothers, whose leader, Andy Tielman, is known as the “Godfather of Indorock.”  Andy and his five siblings were Indo-European, originating from Eastern Indonesia. They were already popular musicians at the time of Indonesia’s independence, even performing for President Sukarno, but as anti-Dutch feeling spread in Indonesia throughout the 1950s, in 1957 they joined the thousands of refugees relocating to the Netherlands.

In the above quote from Allan Williams, he sounds dismissive of the Indorockers, which is understandable considering he had access to a stable of bands in Liverpool with exciting new sounds which took the music a stage further on than Elvis. But the Indorockers, especially the Tielmans, were far from being copycat Elvis clones. Many, originating from Ambon or North Sumatra, which continues to provide a disproportionate number of Indonesian popular singers, were gifted with fine natural voices. Andy Tielman had a five-octave vocal range. And if you think Jimi Hendrix was the first rocker to play guitar behind his back, check out the Indorock Godfather on YouTube. Furthermore, Indonesians have been familiar with the guitar, the boss instrument of rock’n’roll, ever since the Portuguese introduced it in the 16th century.

The Tielman Brothers became the highest paid live act in Europe, but there were actually hundreds of Indorock outfits. It seemed that every town in the Netherlands had its Indorock band. Andy Tielman himself escaped to the jungles of Kalimantan to live as a hermit for a while, but came back to music. He was awarded a royal decoration, the Order of Orange-Nassau, by the Netherlands in 2005. He kept on performing until he died at the age of 75 last year.

While Indorock’s popularity remains high in the Netherlands, what about Indonesia? Enter Awan Garnida, Indonesia’s Paul McCartney, who plays left-handed bass guitar and is involved in three bands: Sore (contemporary eclectic rock); G-Pluck (Beatles tribute), and now the Time Travelers, whose mission is to revive and foster Indorock. The Time Travelers line-up spans the generations, as its includes Rio Dalimonthee, one of the original Indorockers, now re-domiciled in Indonesia, on lead guitar, and Pepeng, from the contemporary band Naif, on drums.

And so we come to the “reconciliation” potential of Indorock. There is no nation on earth which has not perpetrated crimes or atrocities against other peoples. Reconciliation – “forgive but don’t forget “– is taking place all over the world, and has to if we are to manage this earth in harmony. Having worked in Timor Lorosae just before independence, I was amazed at the Timorese, and the Indonesian, capacity for forgiveness. And the popularity of Indonesian artistes like Ebeit G. Ade and Sheila on 7 were a constant reminder that music heals where politicians and their corrupt cronies wound.

Music is a most potent force for reconciliation. And heaven knows, there are enough tragic incidents in the 400-year interface between Indonesia and the Netherlands to try and come to terms with. And here it would be inappropriate for a Brit like myself to even begin to be judgmental.

However, in the case of Indorock, we need to recognize that:
•    The Indorockers who fled to the Netherlands as refugees in the 1950s, were in the main innocents who were torn between their two heritages.
•    In Europe they found the freedom to play the music they loved, and won the love, respect and admiration of European audiences.
•    Meanwhile, in Indonesia, rock’n’roll was banned by an increasingly authoritarian regime.
The Indorockers never denied their Indonesian heritage; on      the contrary, this enhanced the quality of their music, and is still a factor in the enduring popularity of Indonesian culture in the Netherlands.

So let’s hope Indonesia can acknowledge its native sons and daughters, who produced this child, Indorock, born in Indonesia, fostered in the Netherlands, and given to the world as a unique contribution to the history of rock’n’roll, and, with its blending of western and eastern elements, world music.

References
MUYS, Piet, 1999, The Story of Indo-Rock,  http://indorock.pmouse.nl/story.htm, accessed May 17, 2012
NORMAN, Philip 1981, Shout: the True Story of the Beatles, Hamish Hamilton, London

- See more at: http://jakartaexpat.biz/arts-entertainment/indorock-indonesias-contribution-to-the-birth-of-rocknroll/#sthash.3yK4IQxK.lkCuZHer.dpuf

Lees verder…

Overige media - bezoek Mark aan Indonesie,

10897239901?profile=originalICM Meldt Het laatste nieuws bronnen uit Jakarta.

Op 21 en 22 november 2013 aanstaande wordt een conferentie gehouden in Jakarta.  Van de Indonesische zijde wordt beweerd dat om die reden Mark Rutten naar Indonesië komt. Op deze conferentie worden o.a. Indonesische Economisch Masterplan MPE3I en Jakarta Baru Masterplan (JBM) gepresenteerd. 

De plannen betreffen infrastructurele projecten op het gebied van; watermanagement, wastemanagement, metro, wegen, haven, bruggen, bouw van elektriciteitcentrales, dammen en renovatie. MPE3I omvat het bedrag van 1700 miljard en JBM 630 miljard  US Dollar. Met een looptijd 2014 tot 2027, dat werk biedt in Indonesië aan 640.000 arbeidsplaatsen. De plannen worden groten deels door private buitenlandse investeerders gerealiseerd. In beide plannen participeert Angela Merkel namens Duitsland. 

In beide masterplannen zijn Nederlandse Ing. Bureaus betrokken geweest bij het ontwerp, dat nu wacht op het groenlicht van Jakarta.  Met Jakarta Baru Masterplan werd in 2009 mee begonnen. Het model lijkt veel op Rotterdam.  President Susilo Bambang Yudhoyono (SBY) hoopt beide plannen af te kunnen ronden in januari voordat hij aftreedt in 2014 zodat met realisatie kan worden begonnen.

Inmiddels is ook een mantelovereenkomst getekend voor 30 Wastemanagement fabrieken voor Java, Borneo (Kalimantan) en Sumatra. Tussen MM Sustainables + Multimedia Ltd. de Holding van Lembaga Pesan Nusantara en PT. Dina Chahaya Gumilang  werd het eerste contract bekrachtigd.  

Powned nieuws medlt:    Premier Mark Rutte heeft een opmerkelijke route uitgekozen voor zijn Aziëreis. Na zijn trip naar China vliegt hij komende zaterdag eerst terug naar Nederland, om op maandag weer het vliegtuig naar Indonesië te pakken. De gekozen manier van reizen zorgt voor een omweg van ongeveer 24.000 kilometer. De makkelijke route, van China via Singapore naar Indonesië, zou volgens ingewijden gevoelig liggen bij de Indonesische regering. Die wil niet dat Indonesië slechts als tussenstop gezien wordt.  In totaal reist Rutte nu 38.000 kilometer. Het NRC schrijft dat de gekozen route aangeeft hoe broos de relatie tussen Indonesië en Nederland is.

NRC  meldt:  Broze politieke verhoudingen tussen Nederland en Indonesië

Het omslachtige reisschema illustreert de broze politieke verhoudingen tussen Nederland en Indonesië. Het bezoek van Rutte werd uitgebreid voorbereid. De belangen om het bezoek aan Indonesië te laten slagen zijn ook groot: er gaat een delegatie van ruim honderd Nederlandse bedrijven, onder wie veertien ceo’s, mee.

In februari bezocht minister Timmermans (Buitenlandse Zaken, PvdA) Jakarta om de banden aan te halen. Vorige maand volgde minister Hennis-Plasschaert (Defensie, VVD) in Jakarta om haar “persoonlijke maar niet ministeriële excuses” aan te bieden voor het afblazen van de verkoop van Nederlandse tanks na verzet van de Tweede Kamer in 2012. Toen ketste een akkoord om overtollige Nederlandse Leopardtanks aan Indonesië te verkopen af omdat de Tweede Kamer weigerde toestemming te geven. Een Kamermeerderheid, inclusief toenmalig Kamerlid en huidige minister van Buitenlandse Zaken Frans Timmermans (PvdA), was er niet gerust op dat Indonesië de tanks niet tegen de eigen bevolking zou gebruiken.

In 2010 werd een staatsbezoek van de Indonesische president Susilo Bambang Yudhoyono afgeblazen. De beweging Republiek der Zuid-Molukken, die zichzelf ziet als de regering in ballingschap van de Molukken, had op de vooravond van het bezoek een rechtszaak aangespannen om Yudhoyono te arresteren wegens mensenrechtenschendingen.

Rutte bezoekt voor Indonesië China 

Zowel in China als in Indonesië claimt Nederland de tweede Europese handelspartner te zijn, na Duitsland. Met China was de wederzijdse handel volgens de Rijksvoorlichtingsdienst in 2012 39,5 miljard euro, met Indonesië 3,5 miljard. Bedrijven wereldwijd vinden Indonesië interessant wegens de omvang (met 246 miljoen inwoners het op drie na grootste land ter wereld) en het tempo waarmee de economie groeit (ruim 5 procent).    Rutte zei vrijdag in de wekelijkse persconferentie na de ministerraad dat hij in China ook de mensenrechten aan de orde zal stellen. Hij vindt dat “normaal” en “dat kan zulke landen ook helpen om investeringen aan te trekken”.    Het is de eerste keer sinds hij in 2010 aantrad als minister-president dat Rutte China en Indonesië bezoekt. 

Lees verder…

DVD-release van The Act of Killing op 19 november

10897271473?profile=originalDVD-release van The Act of Killing op 19 november

 Hierbij wil ik u graag wijzen op de DVD-release van The Act of Killing op 19 november. The Act of Killing is een reis door de herinneringen en fantasieën van de ergste criminelen uit de geschiedenis van Indonesië en geeft een inkijk in het hoofd van deze massamoordenaars. 

Deze documentaire heeft recentelijk de PUMA Impact Award gewonnen voor film met de beste sociale impact. Daarnaast werd The Act of Killing zeer goed ontvangen door verschillende media, waaronder ook door de HP/De Tijd: “Een schokkende, absurdistische, confronterende en verbazingwekkende film die geen mens onberoerd zal laten.”   

 

De DVD’s zullen worden verkocht in de betere CD/DVD-winkels en via www.filmfreaks.nl en www.bol.com.

 
Met vriendelijke groet, 

Judith Kadee
Cinema Delicatessen
 
Arie Biemondstraat 111
1054 PD Amsterdam
t: 020-4207123 | f: 020-4207124
 
New releases:
A Long Story (17/10)
69 (12/12)
Lees verder…

Indische cultuur

10897276495?profile=originalIndische cultuur

TROUW Saskia Bosch − 02/01/10, 00:00

Zestig jaar geleden droeg Nederland de soevereiniteit van Nederlands-Indië over aan Indonesië. De meeste Indo’s besloten dat er geen plaats meer voor hen was in het onafhankelijke Indonesië en vertrokken naar Nederland. Hoe is het ze sindsdien vergaan in ons land? En is de Indische cultuur aan het uitsterven? ’Je bent Indisch? O, je bedoelt Indonesisch!” De meeste Indo’s zal deze opmerking bekend voorkomen. Indo’s, mensen van gemengd Nederlands-Indonesische komaf, vormen een van de grootste etnische minderheidsgroepen van ons land (zie kader). Tussen 1945 en 1965 kwamen circa 200.000 Indo’s naar Nederland, omdat er geen plaats meer voor hen was in het postkoloniale Indonesië.

(Trouw)
  • media_l_341654.jpg
    Het is 1962. Op een kerkplein in Maastricht voeren repatrianten uit Indonesië de duiven. (FOTO W.L. STUIFBERGEN, SPAARNESTAD)

Toch blijken veel autochtone Nederlanders weinig te weten over Indo’s. „De gemiddelde Nederlander blijkt vaak niet op het idee te komen dat iemand Indisch is. En als ze horen dat dat het geval is, zeggen ze vaak: ’O, Indonesisch’. Ze weten vaak niet wat het verschil is tussen Indisch en Indonesisch”, vertelt dr. Marlene de Vries, die voor het Instituut voor Migratie- en Etnische Studies van de Universiteit van Amsterdam onderzoek deed naar jongere generatie Indo’s in Nederland. Niet voor niets verzucht een Indische vrouw in De Vries’ boek ’Indisch is een gevoel’: „Het lijkt wel of we niet bestaan.”

Ook in het huidige debat over de multiculturele samenleving worden Indo’s zelden genoemd, zoals ook grootschalig onderzoek naar de integratie van deze groep ontbreekt. Dat een dergelijk onderzoek nooit heeft plaatsgevonden, heeft ermee te maken dat de Indische integratie redelijk probleemloos is verlopen. Niet zelden wordt er gesproken van een geruisloze assimilatie. „Je hoort weinig over Indo’s omdat er nauwelijks problemen zijn geweest”, meent Roy Melger. De Indische socioloog deed met financiële steun van de stichting Het Gebaar onderzoek naar de sociaal-economische positie van de generatie Indo’s die op jonge leeftijd naar Nederland kwam. „Alles liep zoals het lopen moest. Dus er was geen reden om geld te steken in onderzoek naar oorzaken van eventuele problemen. Er waren geen onderwijsachterstanden. En beroepsmatig en cultureel waren ze onopvallend. Ze bouwden geen moskeeën, maar gingen op in de Nederlandse kerken.”

Met hun onderzoeken proberen De Vries en Melger de lacune in de kennis over Indo’s enigszins op te vullen, al moesten beide onderzoekers zich bij gebrek aan geld tevreden stellen met relatief kleinschalige onderzoeken. Terwijl De Vries zich vooral richtte op de Indische identiteit, keek Melger naar de sociale mobiliteit van Indo’s die op jonge leeftijd naar Nederland kwamen. „Mijn onderzoek is voortgekomen uit een gevoel van oernieuwsgierigheid: hoe is het de Indo’s vergaan nadat ze naar Nederland zijn gekomen?”, legt Melger uit. „Hebben ze doorgestudeerd, zijn ze snel aan de bak gekomen en zijn ze goed geïntegreerd in de Nederlandse samenleving?”

In zijn boek ’Vijftig jaar in het land van aankomst’ concludeert de gepensioneerde socioloog dat de oudere generatie zich stevig heeft geworteld in de Nederlandse samenleving. „Ze doen in alle geledingen van de samenleving goed mee. Ongeveer 80 procent van de mensen die ik heb ondervraagd stemt bij verkiezingen, 42 procent is lid van een sportvereniging en 41 procent heeft zich aangesloten bij een kerkgenootschap.”

Van doorstuderen in Nederland was daarentegen slechts in een enkel geval sprake. „Ze zijn in Nederland eigenlijk meteen aan het werk gegaan en hebben dus weinig vervolgstudies gedaan.”

Hoewel de meeste oudere Indo’s relatief makkelijk een baan vonden, bleek uit het onderzoek van De Vries dat het Indische erfgoed, waarbij bescheidenheid en beleefdheid naar leidinggevenden een grote rol speelt, wel een remmende factor was tijdens de professionele carrière. Zo constateert de Indische Irene Urich (69), die op jonge leeftijd naar Nederland kwam, dat haar gebrek aan assertiviteit haar loopbaan wel degelijk heeft gehinderd. „Ik heb alles gepikt wat ze met me deden. Steeds dacht ik: ’Als ze me langer kennen gaan ze me wel honoreren’. Maar dat gebeurde nooit. Nu zie ik dat ik dat anders had moeten aanpakken en dat ik door mijn opstelling bijvoorbeeld geen goed pensioen heb opgebouwd.”

Volgens dr. De Vries speelde de invloed van de koloniale erfenis dan ook een belangrijke rol bij de sociale mobiliteit van de Indo’s, ook bij de generatie die in Nederland werd geboren of op jonge leeftijd naar ons land kwam. „De invloed van ideeën en gedragingen die samenhingen met de koloniale verhoudingen, bleek tot mijn verrassing vaak heel groot te zijn. Ze zagen hoe hun ouders zich nederig opstelden jegens autochtone Nederlanders en dat hebben ze zich onbewust eigen gemaakt. Ze groeiden op met het idee dat Nederlanders intelligenter waren, dat je het als Indo nooit ver zal schoppen en dat een Nederlander hoger op de maatschappelijke ladder komt.”

Ook Irene Urich herinnert zich dat ze moest vechten tegen het idee dat Nederlanders per definitie succesvoller zijn. „Mijn ouders droegen uit dat blank beter was. Mijn moeder had het ook steeds over mijn blanke buurmeisje: ’Zij doet dit en dat’. Dan zei ik wel eens: ’Waarom neem je haar niet als dochter?’ En het feit dat ik in Indonesië een Indonesisch vriendje had, werd niet geaccepteerd.”

Voor de jongere generatie blijkt de koloniale erfenis echter nauwelijks meer een rol te spelen. Dat heeft er volgens dr. De Vries mee te maken dat ze een ander startpunt hadden dan de oudere Indo’s. „Om te beginnen hebben ze meestal maar één Indische ouder. Daardoor zien ze er lang niet allemaal Indisch uit en zijn ze van jongs af aan met autochtoon Nederlandse familieleden opgegroeid. Tevens werden ze groot in een andere tijd. Ze zaten op school met Turkse, Marokkaanse of Surinaamse kinderen en waren niet de enige kinderen die ’anders’ waren. Ze groeiden op in een Nederland dat gewend was geraakt aan mensen met een andere huidskleur, gewoonten of godsdienst.”

Door hun gunstige startpositie blijken de jongeren het goed te doen in hun beroepsleven. Melger: „De jongere generatie heeft uitzonderlijk vaak doorgestudeerd. Terwijl de oudere Indo’s beroepsmatig veelal op het middenniveau zijn blijven hangen, heeft de jonge garde wel leidinggevende posities bereikt.”

Naast het ontbreken van de koloniale erfenis als belemmerende factor, signaleert hij nog andere oorzaken voor het hoge scholings- en beroepsniveau van de jongeren. „Die is mede te danken aan het feit dat ze qua studiemogelijkheden in een gespreid bedje kwamen. Bovendien ligt het ambitieniveau bij Indo’s hoger dan bij autochtone Nederlanders. Indo’s hebben altijd geprobeerd zich zo goed mogelijk aan te passen, maar wilden tegelijkertijd zo goed mogelijk presteren. Dat idee zat helemaal vooraan in hun bewustzijn. Ze hebben dus flink de zweep over hun kinderen gelegd.”

Veel jongere Indo’s zijn zo geassimileerd dat hun (deels) Indische komaf lang niet altijd meer een rol speelt in hun leven. De Vries: „Voor de jongere generatie is het een eigen keuze of ze iets met de Indische achtergrond wil doen. Sommigen vinden het een raar idee om zichzelf als Indisch te bestempelen.” Zo noemt de Indische Dunja Landegent (30) het enige Indische in haar leven het Indische eten. „Verder doe ik weinig met mijn Indische komaf, zeker na het overlijden van mijn opa en oma die nog meest Indisch waren. Het is zelfs zo erg, dat ik niet weet wat ik als de Indische cultuur zou moeten benoemen of wat de tradities zijn.”

Toch zijn er ook Indische jongeren die zich wel verdiepen in hun afkomst. De Vries: „Sommige jongeren zijn er erg mee bezig. Vooral op sites van Indische jongeren vind je degenen die zich vrij fanatiek met hun Indische achtergrond bezighouden. Soms gaan ze zelfs Indonesische woorden gebruiken, terwijl ik zeker weet dat hun ouders dat niet deden. Door die sites kun je indruk krijgen dat de Indische identiteit bij de jongeren erg leeft, maar het gaat om een naar verhouding kleine groep.”

Hoewel de rol die de Indische roots in hun leven speelt verschilt, noemen oudere en jongere Indo’s wel vaak dezelfde elementen die de Indische cultuur vormen. De eetcultuur wordt vaak genoemd en ook het gevoel dat het er in Indische families gezelliger en minder opgeprikt aan toe gaat dan bij autochtoon Nederlandse families. Tevens vinden veel Indo’s dat hun omgangsvormen nog steeds verschillen van de Nederlandse etiquette. De Vries: „In Indische ogen kan de assertiviteit van autochtone Nederlanders doorschieten in botheid. De veelgeprezen ’eerlijkheid’ en ’alles moeten kunnen zeggen’-ideologie staan op gespannen voet met de Indische neiging iemands gevoelens te ontzien. Op zich hebben de meeste jongere Indo’s waardering voor de ’Nederlandse’ neiging om gevoelens en gedachten uit te spreken – iets wat in Indische kring minder gebruikelijk is. Maar soms, zo vinden ze, gaan ’de Hollanders’ daarin te ver.”

Ook het meedragen van een andere geschiedenis dan autochtone Nederlanders zagen veel deelnemers van het onderzoek van De Vries als onderdeel van hun identiteit. „De generatie Indo’s die in Nederlands-Indië is geboren en opgegroeid, is haar land uitgezet. De Indo’s zijn vaak familieleden, kennissen en bezittingen kwijtgeraakt. Tijdens de Bersiap zijn Nederlanders, inclusief Indo’s, en ook Chinezen door Indonesiërs opgejaagd en soms letterlijk in mootjes gehakt. Vanzelfsprekend blijft zoiets in je familie na-echoën.”

Voor Irene Urich geldt dat haar ervaringen in Nederlands-Indië gedurende de Tweede Wereldoorlog pas jaren later weer een rol gingen spelen. „Tijdens mijn huwelijk heb ik mijn Indische identiteit weggemoffeld. Wat ik in de oorlog en de gevaarlijke momenten daarna heb meegemaakt, heb ik zelfs aan mijn Nederlandse man nooit verteld. Rond mijn veertigste raakte ik in een identiteitscrisis en werd ik opeens geconfronteerd met de vraag: ’Wie ben ik eigenlijk?’ Ik ben me ervan bewust dat de ervaringen, vooral uit mijn kinderjaren, me gevormd hebben. Mijn leven was opgebouwd uit angstconfrontaties en bedreigingen tijdens de oorlog met Japan en de vrijheidsstrijd daarna.”

Door die andere geschiedenis voelen sommige Indo’s zich minder vanzelfsprekend Nederlander dan autochtone Nederlanders. „Ik ben niet echt een Nederlander, maar ook geen allochtoon”, meent Irene Urich. „Ik zit er ergens tussenin. Mijn gevoel is Oosters en mijn verstand Westers. Ik denk en praat vanuit het Westerse standpunt, maar voel me een wereldburger. Of ik nu in China ben of in Amerika, ik voel me overal thuis en kan me heel goed inleven in andere volken.”

Hoewel de Indische cultuur voor sommige Indo’s nog springlevend is, constateert De Vries in haar boek toch dat de invloed van de Indisch-culturele erfenis voor alle generaties aan kracht en invloed inboet. „Ik denk dat de Indische cultuur aan het verwateren is, alleen al door het feit dat een groot deel van de jongere generatie maar één Indische ouder heeft. En er is geen voeding vanuit het herkomstland zoals bij Turken of Marokkanen. Het ziet ernaar uit dat de Indische afkomst in de toekomst meer een soort voetnoot in iemands levensverhaal zal zijn dan een substantieel onderdeel ervan”, meent De Vries. Dunja Landegent betreurt het uitsterven van de Indische cultuur. „Het is jammer dat onze cultuur verdwijnt, want het is toch een stukje van je identiteit. Ik heb het mijn ouders wel verweten dat ze me geen Indonesisch hebben geleerd. Ik was eens aan het werk in een winkel toen een Nederlandse man op me af kwam en Indonesisch begon te spreken. Maar ik kon niks terugzeggen. Dat vond ik wel erg: hij wel en ik niet!” Maar Roy Melger ziet het verwateren van de Indische cultuur als een onvermijdelijkheid, die geen reden tot verdriet is. „Ja, ik ben ervan overtuigd dat we een uitstervend ras zijn. En nee, dat is niet erg. Want voor alle migrantengroepen geldt dat ze op de lange termijn alleen nog in eigen kring iets aan de eigen identiteit doen.”

Lees verder…

Column van Ellen Hauwert

10897237678?profile=originalEen maanachtig zonnetje schuilt achter zilveren wolken wanneer ik voorzichtig met toegeknepen ogen door de gordijnen kijk.

De zoveelste wakkere nacht. Dit keer niet vanwege ziek Milootje
Zij is na een lange ziekteperiode vredig te ruste gegaan.
Koortsig als in dubbele betekenis ben ik het huis aan het schonen gegaan . En ik vond in de buitenlucht rust en verfrissing.
Het extraatje van dat onverantwoord gedrag krijg ik nu dus opgeschoteld.
Lab onderzoeken en dokters controle.
Even kwam virtueel Silfraire om het hoekje kijken om te informeren hoe het me ging.
Even later belde Barb en als altijd babbelen we uren over ditjes en datjes , waarin de lach, de traan, maar ook het wijsvingertje over en weer gedeeld wordt.
Net wanneer ik “een bakkie “wil halen uit de keuken zie ik Facebook postings binnen vallen.
Ferry heeft mijn boek weer in de schijnwerpers gezet naast andere actuele en belangrijke zaken in ICM Online Nieuwskrant.
Ik lach de glimlach van herkenning
Hoe diep het innerlijk leed; hoe intens een ervaring beleving in prive sfeer.
Werk, zaak en algemeen welzijn gaat voor en boven .
Ik herken dus het “to do” in Ferry’s Nieuws bericht en herken het “love to”erin verweven.
Gevoelswaarden van ongekende hoogte en breedte.
Dat weer doet me dus besluiten tot deze reactie.

Betreffende het boek:
Begin deze week is in alle stilte mijn boek persoonlijk overhandigd aan dhr M van Rijn.( Martin).
Aangezien mijn boek en de film Buitenkampers elkaar completeren , aanvullen en bijna tegelijkertijd uit kwamen loosde Ferry de gedachte om met de filmmakers in zee te gaan.
Ik opperde in een Facebook posting van Tony , die op haar beurt het weer doorzond aan Hetty. 
Idee was samen te werken en het als geschiedenis langs de scholen bekendheid te geven. Nationaal verspreid over alle scholen.
Want het betreft hier wel de zo doodgezwegen Indische Geschiedenis.

Gisteren, dd.13 novemeber 2013 mocht ik een e-mail ontvangen van Hetty met de uitnodiging naar de film Buitenkampers te Plaza Futura Natlab te Eindhoven te komen. En na de film elkaar voor een gesprek te ontmoeten.
Bij deze voor u allen beschikbaar:
21 november avond film in Plaza Futura Natlab te Eindhoven.
Mogelijkheid tot vragen stellen aan Hetty die er aanwezig zal zijn.
Zoals Hetty zegt: Hoort zegt t voort.

Nogmaals het boek Door de ogen van het kind Elly Hauwert

Het moge jullie vreemd klinken , maar de baby periode waarin ik switch tussen lichaam en licht heeft aan velen een opgeluchte verzuchting ontlokt.
:”Ik was dus als kind niet gek. Heb hetzelfde meegemaakt. Niemand maakt me meer wat wijs.” Was de algemene opluchting uit jullie monden

Weer anderen zagen zich als kind terug in het Jappenkamp met gelijke ervaringen . Weliswaar niet dat bizarre in het massagraf.
Wel waren ze oog en oorgetuige bij evenzo erge voorvallen die hen nog op het netvlies brandt.

Dan weer zijn er die zich herkennen in de gezin situatie waarin de oudste het voor het zeggen heeft over de jongeren , de hegemonie die tot absurditeiten kon leiden
De buiten echtelijke kinderen die verloederd en verstoten werden.
Dat de liefde tussen broers en zusters eerder een competitiestrijd was van: ik was de lieveling , jij niet. En jalousie hoogtij vierde ongezien door ouders.

Er is dus niets nieuws onder de zon. In menig gezin heert en heerst het nog.

Ik hoop van ganser harte dat de Film Buitenkampers wel of niet in samenwerking met mijn boek de ogen van de wereld zullen openen.
Dat is de Indische Geschiedenis die angstvallig is verzwegen.

Het was daar en toen wel aan de orde. Man vrouw kinderen stierven de vele doden van angst, honger, mishandeling, onthoofding, verkrachting.
Zullen we het daar bij voorlopig houden die lijst van mis en wan daden?
Dat de wereld erop toeziet dat het nooit meer mag voor vallen.
Zie alom het is er nog aan de gang. 
Lees in de ogen van elk kind die men tegenkomt
Leest men er vrede en veiligheid, vertrouwen en voorspoed?
Aan ons dus er iets aan te doen.

Ellen Hauwert

Lees verder…

Kousbroeks “Het Oostindisch kampsyndroom”.

Besproken door Pjotr.X.  Siccama – deel  1010897266653?profile=original 

In deel 8 had ik de gebeurtenissen van Hiroshima en Nagasaki besproken. In dit deel gaat het om de herdenking zelf. Kousbroek had die 20 jaar geleden bijgewoond en schrijft

dat tijdens deze herdenking, 50 jaar na de atoombommen op Hiroshima en Nagasaki, de burgemeester van Hiroshima Motoshima Hitoshi een rede hield voor de Foreign (International) Press Club in Tokio waarin hij het afwerpen van die atoombommen een Amerikaanse misdaad vond. “De grootste misdaad tegen de mensheid in de 20e eeuw. (..) waren de atoombommen en de Holocaust”. Niet alleen hij, maar vele vooraanstaande Japanners vonden dat.

De toespraak werd gepubliceerd in de International Herald Tibune op 16.03.1995.

 

10897270472?profile=original

 

 

 foto - Burgemeester van Hiroshima en Nagasaki

De wereld moet zeker geschokt zijn geweest toen deze toespraak in de kranten verscheen, maar ook voor de nabestaanden die de verschrikkingen door Japan veroorzaakt (o.a. in Azië) aan den lijve hadden ondervonden en eronder geleden hebben, moet dit zeer pijnlijk zijn geweest. Het zijn de atoombommen die zoveel slachtoffers hadden gemaakt, maar het gelijk stellen met de Holocaust staat waarachtig buiten de werkelijkheid. Elk slachtoffer is er een te veel, maar meer dan 6 miljoen Joodse burgers bewust vermoorden is heel wat anders. Het is duidelijk dat ik me hier niet wil bewegen in statistieken van aantallen, ze zijn ons immers alle bekend.

 

Ten eerste ben ik het volstrekt eens dat bovengenoemde Japanse burgemeester een grove en grote fout heeft gemaakt met zijn redevoering door de de slachting door de atoombommen gelijk te stellen met de Holocaust. Het fundamentele verschil schuilt in de pijnlijke constatering dat de slachtoffers in Hiroshima en Nagasaki niet waren geselecteerd om gedood te worden in tegenstelling tot het smartelijke feit dat dat met de Joodse gemeenschap door nazi-Duitsland wel was gedaan.

De onzindelijkheid van denken bij sommigen, brengen mensen tot bizarre en ongeloofwaardige soorten van handelen en uitspraken.  

De Japanners vinden bijvoorbeeld (het is zowat uitgegroeid tot een nationale mythe en gaat heel ver) dat Hiroshima - waar in het zogenoemde “Vredesmuseum” zelfs een altaar is gebouwd ter nagedachtenis aan Auswitsch, alsof de Japanners ook slachtoffer zijn geworden – en doet dat blijkbaar om ‘’te worden vergeleken met Auswitsch’’(!), en dat het oordeel en de opinie van de wereld er hier niet toe doen. Japan en de Japanners zijn en blijven echter de oorzaak en daarom ook de auctores horribilis van het Pacificdrama en  niet anders. Een bespottelijke situatie. In Japan blijft men doorhameren dat het slachtoffer is van iets wat het zelf had aangericht: te beginnen met onder andere de aanval zonder oorlogsverklaring of waarschuwing op het grote buurland de V.S. en daarna de rest van Azië. Het is werkelijk ongepast, ongehoord en beledigend om nu, zoals ik hiervoor beschreven heb, de algehele onschuld uit te hangen.

 10897270870?profile=original

De legende dat de atoombommen op Hiroshima en Nagasaki zijn gebruikt om Japanners zogenaamd uit te roeien en dat van racisme sprake zou zijn geweest, is allang ontzenuwd, zeker als men ook bedenkt dat deze atoombommen tegen nazi-Duitsland moesten worden ingezet. Waar hebben we het hier over? Maar nog ernstiger: wat kunnen we nog meer verwachten bij deze absurde onzindelijkheid van een status quo?  

In deel 8 had ik het over de onmogelijkheid van een wapenstilstand met Japan en Duitsland; Kousbroek had in dat verband wel gedacht dat het een mogelijkheid wás in tegenstelling tot ondergetekende om de eenvoudige redden dat het helemaal beslist gene uitgemaakte zaak zou zijn dat Japan zou capituleren, zonder dat de atoombommen zijn gevallen. Er bestaan immers talloze gegevens die dat kunnen bevestigen en ook bewijzen dat Japan zich coûte-que-coûte en centimeter voor centimeter zou verdedigen , wanneer het om “uitroeiing van de Japanse bevolking” ging.

De Japanse militaire elite (dat wat van overgebleven was en nog niet geheel ontwapend) in 1945, had immers serieuze pogingen ondernomen om Hirohito ervan te weerhouden om de rede van de capitulatie over de radio voor te lezen.

Dat werd door deze elitegroep als een ware vernedering beschouwd. Hele complotten werden bedacht om de keizer te ontvoeren, de tekst van de capitulatierede te verbranden en zo meer. Tezelfder tijd was een andere elite eenheid bezig om het keizerlijk paleis te bestormen. Van al deze incidenten gedurende het naoorlogse Japanse machtsvacuüm bestaan uitgebreide verslagen (veel zijn in te zien in het publieke domein).

Een bijzonder saillant detail was dat de overgrote meerderheid van de Japanse bevolking al in 1945/46 Hirohito als “Het Kwaad van de oorlog” beschouwde. Indien toen een referendum zou zijn gehouden onder supervisie van het Internationaal Tribunaal (scheen praktisch onuitvoerbaar, gezien de ernstig beschadigde infrastructuur in het land en de agressieve tot zelfmoord in staat zijnde verzetsbewegingen die overigens een minderheid vormden), was Hirohito niet alleen veroordeeld tot de strop maar had Japan een beginkunnen maken met een gloednieuwe parlementaire democratische republiek, bevrijd van het belastend verleden, waar het nu nog onder gebukt gaat.

 

Wij dienen ons werkelijk goed te realiseren dat alle mensen in deze wereld slaven zouden zijn geworden awanneer Japan en Duitsland de atoombommen eerder tot ontwikkeling zouden hebben gebracht en dit wapentuig zouden hebben ingezet.  

Wordt vervolgd.

 

PXS

Lees verder…

10897275684?profile=originalMijn levensverhaal - 5     door onze correspondent in Nieuw Zeeland, Adrian Lemmens

Het ss. Gordias was een oud schip, zeker nog van voor de oorlog, aan de roestplekken op de dekken te zien. Op een plaats ging mijn hamer finaal door het dek, hetgeen mijn gevoel van veiligheid niet ten goede kwam. Op dit schip, moest ik, ook weer op orders van deze zelfde Officier, tijdens een storm, laat in de avond en in het donker, een ouderwetse snelheids-meter uit zetten. Ik had dit nooit geleerd en wist ik ook niet hoe het te doen, dus zei ik dat ik de bootsman zou waarschuwen. U kunt het gissen, en ja het was inderdaad weer deze zelfde Eerste Stuurman, hij werd woedend en eiste dat ik zijn orders, onmiddellijk uitvoerde.

Deze toestellen, waren zelfs in die tijd nauwelijks meer in gebruik, ( ook op de Pollux opleiding, was dat niet op het programma ), behalve op zeer oude schepen zoals de ss. Gordias.  Het is een soort toerenteller-klok, ouderwets gemaakt van geel koper, dat een langwerpig 20 tot 25 cm lang taps lopend achterhuis heeft met een beugel aan het einde. Daarbij hoort een torpedovormig projectiel met lange vinnen, als een propeller, dat aan een speciaal geweven stijf en lang touw zit. In mijn onwetendheid en onervaren onhandigheid, monteerde 

ik dat apparaat op het daarvoor bestemde zadel en wierp de torpedo uit. Helaas ontdekte ik te laat, dat ik eerst dat touw in de lus van dat apparaat had moeten doen, voor de torpedo in het water te laten zakken. Er stond een behoorlijke storm  en ik worstelde met die snelheidsmeter waarbij de nu snel draaiende torpedo het onwillige touw om mijn arm aan het draaien was. Ik begon doodsangsten uit te staan en dacht, dat nu het juiste moment zou zijn, dat die vent om de hoek zou komen en mij met die hele rotzooi overboord te gooien en inderdaad kwam die eerste stuurman om de hoek aanlopen. Opeens had ik een enorme kracht en wist het touw aan de klok-meter te krijgen, wikkelde de lijn van mijn arm en stormde net op tijd weg van die man en zijn grijpende handen.

Had hij mij te pakken gekregen, dan was het denk ik zeker het einde voor mij geweest. Maar ik moest nu wel verschrikkelijk op mijn hoede zijn, en ik realiseerde mij, dat ik in groot levensgevaar verkeerde en kon ik mij nu ook voorstellen, waar dat mogelijk vandaan kwam, maar 2 en 2 had ik in die tijd nog niet bij elkaar geteld.

Wij lagen in Paramaribo Suriname; in de rivier lag nog steeds het Duitse vrachtschip, dat met de uitbraak van de tweede wereld oorlog, door de Duitse bemanning in die rivier gesaboteerd was, om te verhinderen dat de Nederlanders het te pakken konden krijgen en te confisqueren, of buit te maken, zoals dat in ons vroegere Indië wel eens was gelukt. De matrozen vonden het nodig om mij, te ontgroenen en zo werd ik onwetend van wat mij te wachten stond en eerst blij verrast, mee de stad in genomen. Daar kwam ik in een hoerenkeet terecht, waar drie jonge dames waren betaald, om mij z.g. te ontgroenen, de kamer was een etage hoger en werd achter mij afgesloten. De dames begonnen mij tot mijn schrik te ontkleden, inderdaad was ik nog groen, maar daarom ook in paniek en zo nam een sprong door het raam en kwam met splinterende glas op een afdak terecht. Ik rende voor mijn leven, over de grote markt, naar de kade en ons schip. Er stond echter een wacht voor dat huis,  die nu ook achter mij aan kwam, een onvergetelijke gebeurtenis.

De volgende dag gingen wij verder op de rivier, om bauxiet te laden, het is een paars-roze poederachtige erts voor het maken van aluminium. Onder de hete tropische zon en in de vochtige lucht van de rimboe of de bossen om ons heen, waren wij bijna drie dagen onafgebroken aan het werk met het helpen laden van ons schip, en daarna vertrokken wij om  de een of andere reden, onmiddellijk de rivier uit en op zee naar de U.S.A. Ik werd door die eerste officier aangewezen, om als eerste het roer te nemen, een ongelooflijke miskleun was dat voor mij, drie dagen werk en nagenoeg geen slaap en in kleding die stijf stond van mijn zweet en het ertspoeder.

10897275684?profile=originalFoto - ss. Gordias van de K.N.S.M., gebouwd 1939

Waarom ik als de jongste, de scheeps-jongen, nog geen 17 jaren oud? Rampzalig genoeg was  het ook de wacht van de eerste stuurman en manhaftig beet ik op mijn tanden.  Buitengaats viel ik echter staande achter het roer in slaap. Het leek op een een ramp uit te lopen voor mij, maar de rollen werden omgedraaid; het werd een ramp voor deze man.

Het schip had een mankement aan of met het roer, waardoor het sturen een vermoeiende zaak was, met voortdurend correcties. Als men het stuur vasthield, zonder correcties dan draaide het schip in precies 20 minuten een volle cirkel, zoals ik door ervaring heb uitgevonden. Voordat het schip weer op de juiste koers kwam, werd ik weer wakker en dat was kennelijk precies twintig minuten later. Ik zag die man mij aankijken en ik schrok mij dood, maar ik was op dat moment, ook weer precies op de juiste kompaskoers en mijn ogen waren open en ik was zo geschrokken, dat ik voor de rest van mijn tijd klaar wakker was. Wij hadden minstens tien mijlen verloren op ons schema door deze situatie en stond ik, van achter het roer Ik heb hier verder niets meer van gehoord, maar het verlies van een uur was niet, of mogelijk nooit te verklaren. Desondanks, kan ik  mij niet voorstellen, dat hij daar niet ook zijn eigen gedachten over heeft gehad.

Wederom werd mij gedurende de verdere vaart, door deze eerste stuurman een levensgevaarlijke opdracht gegeven, waarvan ik aanvankelijk in het geheel geen idee had. Ik was alleen op het achterschip aan het schilderen, ook weer op zijn orders, toen ik een oude stalen tros,  gebruikt voor het afmeren van schepen aan haven kades, die verroest op het achterdek lag,  tijdens volle vaart op zee, overboord moest gooien. Dit is levensgevaarlijk werk, dat normaal door twee of drie man en alleen onder toezicht van de bootsman mocht gebeuren, zoals ik later leerde.   

Ik moest dat nu alleen doen, op zijn orders. Ik had zoiets nooit eerder gedaan of gezien en besefte daarom ook niet van hoe gevaarlijk dat was. Er was verder niemand op het achterschip, die ik om hulp kon vragen. De stuurman bleef verder op een vrij grote afstand op het dek aan mij zijn orders geven. De tros was op minstens 20 meter afstand van het achterdek, waar ik de kabel in zee 

moest gooien. Ik had geen handschoenen, die normaal gebruikt werden bij dat soort kabels. Hij bleef op veilige afstand en ik realiseerde mij op dat moment niet waarom hij zo ver weg bleef. Echter realiseerde ik mij door mijn onwetendheid, het grote gevaar van deze actie niet en zo trok ik die grote kabel bij een eind, met het gesplitste oog naar een van de boord openingen op het dek op het achterschip en duwde het eerste deel met moeite en langzaam naar beneden in zee. Plotseling greep de zee het kabeleinde en ik sprong verschrikt weg achter een paal. De kabel sloeg met een zwiep tegen die paal en raakte mijn been. Ik sprong voor mijn leven en zwaar geschrokken dook ik weg achter een brandkast op het dek en ook die kast kreeg er door die nu hevig rondspiralende kabel van langs. Wat hierna gebeurde, was een verschrikking; in minder dan een minuut, die een eeuwigheid leek te duren, sloeg de meer dan honderd meter lange kabel met veel geweld in alle richtingen tegen dekhuis en railing en obstakels op het dek en zelfs tegen het plafond van het dekhuis.

Wederom stond de stuurman mij bevroren aan te kijken; hij moest deze keer wel duidelijk hebben gezien, wat ik van hem dacht. Voor mij was er geen bedenking meer nodig, die man vertegenwoordigde levensgevaar voor mij. De bemanning en vooral de bootsman verklaarden dat ik die reis twee maal door het oog van de naald was gekropen. Er werd verder niets gezegd, maar er was een sfeer op het schip die te snijden was, voor de rest van die reis. Maar van een ding was ik nu zeker, dat deze man mijn levenseinde wenste en ik had mijn vermoedens, maar geen zekerheden, dat den Besten en Brons er nu gezamenlijk achter zaten en nog erger, actief samenwerkten.

Die zekerheid kreeg ik pas, toen mijn moeder mij vertelde, dat den Besten wist van het verraad in Indië met de Japanners van de Brons familie en dat hij schijnbaar met die wetenschap, de Brons familie chanteerde. Dat het daardoor tot een voordelige samenwerking tussen hem en de heer Brons kwam, met hetzelfde, maar nu gezamenlijke doel, om mij te elimineren,  omdat ik te veel wist van de Brons familie en den Besten mijn mijn erfdeel  wilde hebben. Het was zo simpel, maar er waren geen bewijzen en wat kon ik, alleen met 17 jaren doen, zonder een werkelijke familie of een raadsman en ik verder nauwelijks iemand kende.

Toen ging het met de ms. Hestia of de ms. Artemis, ik denk de Hestia, naar Philadelphia U.S.A. Van daar, met locomotieven als deklading op weg naar La Guera in Brazilië. een verschuiving aan dek, tijdens een geweldige storm op de Atlantic, ontstond er vanwege de bouw van het schip, met een lang voordek, een enorme ladingverschuiving. Wij dachten dat we die storm niet zouden overleven.  Een ongelooflijk voorval deed zich voor in de haven van La Guera, daar viel een van de bootwerkers in een ruim en overleed. 

10897275488?profile=originalOp de terugweg via Demerara, in Frans Guyana, werd ik er opuit gestuurd om naar drie matrozen te zoeken. Ik vond de vermiste bemanningsleden in een geweldige hoerenkeet. Ze konden niet betalen en waren opgesloten. Terug aan boord verzamelden wij hun horloges en ging ik weer op weg. In het gebouw was een enorm trappenhuis en bovenaan die trap stond een grote gespierde zwarte man van minstens twee meter en ik schoof behoedzaam langs hem, de horloges als betaling tonend. Ik stond nu in een lange en brede gang met op regelmatige afstanden tussendeuren met kennelijke zijkamers. Ik riep, maar hoorde aanvankelijk geen reactie. Sommige kamers waren op slot, andere deuren gingen wel open, er zaten praktisch naakte glimlachende vrouwen op de bedden, die mij allemaal binnen wenkten en lachten. Na zo’n tien onafgesloten deuren te hebben geopend, had ik eindelijk aan het einde van die lange gang, een van onze matrozen te pakken en vond de anderen daarna. Ik gaf hen de horloges en verdween, terug naar ons schip. Even later arriveerden ook de drie matrozen. Wij deden Curaçao aan en verder Tobago en Trinidad en de havenplaats Mobile in het zuiden van de U.S.A.  

Op mijn laatste reis, ik herinner mij niet meer zeker welk schip dat was, maar natuurlijk was ook hier weer diezelfde Eerste Stuurman. Wij deden tijdens deze reis New York  aan, het geweldige Vrijheidsbeeld passerend, natuurlijk dit moest ik zien. Ik kreeg mijn walpas van die Eerste Stuurman, met zijn raad om vooral Times Square, het centrum van NY te bezoeken. Na de NY docks en de nummers te hebben ingeprent om mijn weg terug te vinden, lukte het  mij waarachtig heel gauw om een lift te krijgen, naar Times Square

Het was een indruk om letterlijk van achterover te vallen, met al die gebouwen die in de hemel verdwenen, zo hoog. De straat, de menselijke drukte, de haast, de winkels, het Astor 

Victoria hotel, het beroemde Radio City gebouw, de geweldige winkels en de vele half verborgen bioscopen, waar je met een kaartje voor de hele dag roterende films kon zien. Voor een winkel staande, kwam een jonge man naast mij staan en maakte een of andere opmerking, ik zei dat ik hem niet kon verstaan en toen sprak hij mij, tot mijn grote verbazing, ineens in het Duits aan. Om welke reden dan ook, heb ik mij altijd in die taal redelijk verstaanbaar kunnen maken en kon   ik hem antwoorden. Overigens heb ik nooit Duits in Nederland geleerd, naar ik mij kan herinneren. Maar ben ik daar in het Britse bezette deel, wel enige keren op bezoek geweest, bij mijn Moeders familie in Duitsland, waar een oudere zuster van mijn moeder en haar man, (Tante Lieschen und Onkel Georg Lohr) met hun twee  zoons en een dochter, zich mijn lot aantrokken. Dat zou later uiteindelijk veel tot mijn redding en overleving hebben bijdragen (waarover later).

Deze jonge man was kennelijk een Amerikaan en vroeg ik hem waar hij dat Duits had geleerd, dat hij beantwoordde, dat hij als soldaat in Duitsland gelegerd was geweest. Na de kennismaking, vertelde hij, dat hij een Duitse dokter als een vriend had, die hier in de buurt een hospitaal had. Dus nog een Duitser waar ik dus mee spreken kon, daar ik het Engels niet machtig was.

Dit verpleeghuis, meer kon het niet zijn, had alleen maar kankerpatiënten in twee rijen van bedden, ik geloof zo’n veertig tot vijftig patiënten. Het was een verschrikking en ik moest     de neiging om weg te rennen onderdrukken. Dit waren allemaal mensen, die zich niet meer in het openbaar konden vertonen, met hele stukken van hun gezichten missend. Van een was de hele onderkaak en een wang weg en hij rookte nog steeds door een gat in zijn keel. De dokter vertelde, dat die man dat als nog het enigste pleziertje in zijn leven zag. Met veel van de anderen, was het al niet veel beter en moest ik bijna overgeven van de ontzetting en verontschuldigde mij. Weer buiten gekomen nodigde deze jongeman mij uit om een vriend op te zoeken die fotograaf was, niet ver uit de buurt. Fotografie had mijn interesse, dus dacht ik er goed aan te doen dat aanbod aan te nemen.

In het stadsdeel Harlem, kwamen wij bij die studio aan, een soort oud herenhuis. Na een speciale manier van bellen, werd even later de deur geopend. Via een grote hal, kwamen wij inderdaad in een geweldige fotostudio aan. Achter een andere gesloten deur, was nog een kleinere fotostudio, maar die deur werd voorzichtig achter ons op slot gedaan, waarna wij door een soort van donkere kamer in nogmaals een kleinere studio belandden. Weer ging ook die deur op slot, een vreemd gevoel was dat wel, maar nu kwamen wij in een kleine woonkamer keuken terecht en daar stond een kleine televisie. Ik had nog nooit zo iets gezien, maar had er wel van gehoord. Na de kennismaking met die twee mannen, werd er drank geserveerd, bier, wijn en thee en cakes en werd mij tegenover de TV, een plaats geboden, midden op een grote bank, terwijl ik mijn ogen niet van die TV. kon afhouden.

10897275882?profile=originalfoto - TV begin 50-er jaren van de vorige eeuw

Problematisch werd er een gesprek aangeknoopt, ondertussen zaten die twee nieuwe kennissen (fotografen, dacht ik) ieder aan een kant van mij, terwijl de jongeman bij de TV bleef staan. Na een kort gesprek, kwam er een pak kaarten op de tafel, er stonden expliciet seksuele motieven tussen mannen en vrouwen in vele vormen en houdingen op. Na verloop van enkele ogenblikken voelde ik een hand van beide mannen aan mijn zijde over mijn benen wrijven. Ik raakte zonder het te laten merken, in een paniek en begreep ineens, dat ik in gevaar was. Maar zoals gewoonlijk met mij, van onze oude Indische tijd,  voel ik mijn paniek alleen maar op   het eerste moment, waarna ik onmiddellijk mijn kalmte en denkwijze herkrijg. Een fatalisme, dat volgens mijn eigen ervaringen, veel van onze Indische medemensen hebben. Dat geldt  zeker ook voor mij en is  een van de belangrijkste redenen, dat ik er nog steeds ben.

Razendsnel gingen mijn hersens met de vraag, hoe ik hier uit kon komen. En opeens wist ik wat te doen.  Ik keek op mijn horloge en met een geweldige schrik, die zeker ook half waar was, zei ik dat ik om vier uur aan boord van mijn schip terug moest zijn en nu liet  ik ook een paniek zien, opzichtig mijn horloge bekijkend. De mannen keken elkaar allemaal aan en dan weer naar mij, met enig ongeloof, maar ik deed mijn horloge af en bleef er naar kijken. Toen vroeg ik hen, of ik de volgende dag weer op bezoek mocht komen, daar ik alles bij hun fantastisch vond, en graag meer over van alles wilde weten. Dat vonden ze prachtig en ze besloten mij met hun allen naar de haven te brengen. “Gode zij dank!”

Uit de auto stappend moest ik ze allen kussen, het maakte mij ziek, maar ik deed het, het was immers drie tegen een en die auto met de open deuren, van hun, stond er immers ook nog.  

Hartelijk groetend rende ik in grote haast richting mijn schip, reeds tien minuten te laat, gebaseerd op mijn vindingrijke gedachte. Zo kwam ik terug aan boord van ons schip. Wat bleek het geval te zijn, het bezoek van ons schip aan New York was slechts voor 8 uren en om vier uur in de middag was inderdaad ook het werkelijke vertrek van ons schip bepaald. Niemand mocht met verlof van het schip af en hier kwam ik schreeuwend aanrennen. Het schip was al los gegooid aan de boeg en de  mensen op de kade waren bezig de achter trossen los te gooien. Luid schreeuwend en rennend trok ik de aandacht en op orders werd ik ook snel met een kleine barkas naar het schip gebracht en moest met de touwladder langszij aan boord klimmen.                                                   Ik werd direct bij de Kapitein op het matje geroepen en moest mijn afwezigheid verklaren en zo was ik natuurlijk gedwongen om mijn walpas te overhandigen. Toen begreep ik opeens wat de bedoeling was geweest, namelijk mij ”verliezen” in New York in de U.S.A. De Kapitein keek mij aan, keek naar de walpass, schudde zijn hoofd en liet de Eerste Stuurman bij hem ontbieden en gaf hem de kaart. Nu werd mij toestemming gegeven de Kapiteinshut te verlaten, zonder enig ander woord. Dit was op mijn laatste reis mijn laatste contact, met die eerste stuurman, die mij verder uit    de weg bleef. Het was met mijn thuiskomst, tevens ook het einde van mijn vaartijd.

Naar later bleek, was de walpas  voor de gehele dag gestempeld geweest, dat was tot 20.00 uur in de avond, en waarom moest ik die morgen zo snel verdwijnen, met die pas. Het mocht natuurlijk niet worden opgemerkt. De bedoeling was natuurlijk om mij op  de een of andere “onverklaarbare wijze” kwijt te raken in een grote miljoenenstad in een groot land, zonder de Engelse taal machtig te zijn. Het scheelde maar weinig of dat was nog gelukt ook. Zoals ik later ook nog eens persoonlijk met den Besten zou meemaken, moet deze man bijzonder gefrustreerd zijn geweest, terwijl zijn acties tegen mijn persoon aan het bijna perfecte en ingenieuze grensden. Daar kwam, ook in dat geval, toch weer de voorzienigheid eraan te pas voor mij. Hoe kwam ik erbij om op mijn horloge, juist vier uur aan te wijzen, het tijdstip dat ik onmogelijk kon hebben geweten, maar  dat inderdaad ook de werkelijke vertrektijd van ons schip was.

Nergens anders naartoe kunnende, was het na mijn vaartijd op zee, voor mij nog steeds de enigste optie, om weer terug naar huis te gaan. Thuis was niet bepaald een welkom thuis voor mij en wederom stond daar de man J. den Besten klaar aan de voordeur, om mijn laatste verdiende geld in ontvangst te nemen. Deze keer veel wijzer geworden, weigerde ik het in zijn geheel te overhandigen. Den Besten, woedend met mijn obstinatie, zegde mij toe, dat wanneer er geld nodig was voor kleding, schoeisel of  de tram, dat er voor mij geen zakgeld meer zou zijn.

10897272098?profile=originalfoto- Schaalmodel van de “Pollux”, waarmee ik een eerste prijs won

Ik wilde op de een of andere manier weer naar school, daar ik voor mijzelf reeds had begrepen, dat er voor mij anders weinig keuze in het leven zou zijn. Zo werd via mijn Moeder en na advies besloten, dat ik een ambacht school voor werkelozen zou volgen, om een vak te leren, dat in mijn geval de elektrotechniek werd, voor de installatietechniek in huizen. Den Besten dacht daar anders over en wenste, dat ik aan mijn oproep tot de legerdienst voldeed, terwijl ik echter, vanwege mijn Vaders dood gedurende de oorlog, van de militaire dienst was gevrijwaard. Ik weigerde die optie, omdat ik daar geen heil in zag en ook niet voor mijn toekomst. Wat ik wilde, was een fatsoenlijke opleiding of een Ambacht en daar moest mijn tijd aan besteed worden en dat was mijn verlangen. Den Besten, zorgde echter dat ik een oproep kreeg en dreigde mij met de politie, als ik mij niet zou aanmelden. Inderdaad, een oproep het leger in te treden kwam in onze brievenbus en ik besloot niet te beantwoorden. Wederom werd ik door J. den Besten bedreigd met de politie, en omdat ik mijn rechten op dat gebied niet goed kende, ging ik alsnog naar de keuring. Zo, kwam ik, geheel tegen mijn wil, in de militaire dienst, met mijn 18e jaar. Ik weet niet of het toeval was, maar ik kwam in de opleiding voor onderofficieren terecht in Ede, maar de plaatsnaam weet ik niet meer zeker.

Ik denk dat ik onwetend voor mijzelf, altijd een gevoel van eigenwaarde  had. Ook denk ik, dat inderdaad ook “dat”, mijn redding is geweest, gedurende de rest van mijn leven. Het is mij mogelijk om een ieder die ik ontmoet, recht in de ogen te zien. Ondanks dat ik voor kwalificaties voor onderofficier niet was getest en men kennelijk aannam, dat ik enige redelijke educatie had gehad, werd beslist, dat ik officiers mogelijkheden bezat.

Ik kreeg een eerste prijs uitgereikt voor het beste product, dat een hobbyist had gemaakt, een scheeps-

model van de “POLLUX”, dus een driemaster zeilschip, waarmee ik op het geregelde leger programma op de radio kwam. Uiteindelijk werd ik overgeplaatst en kwam bij de gewone soldaten in Roosendaal terecht, maar ook van die plaatsnaam ben ik niet zeker. Na onze militaire training, spendeerde ik de rest van mijn militaire tijd in de z.g. parate hap, met de Zware LUA, zwaar luchtafweer geschut, met als mijn laatste standplaats de Koude Hoorn kazerne in Haarlem (nu het hoofdbureau van Politie in Haarlem), tot aan mijn ontslag uit de militaire dienst.

Wij liepen in de militaire dienst natuurlijk geregeld de wacht, speciaal nachts en voor mij was het in die tijd een geregelde confrontatie met de fundaties van de windmolen Adriaan, aan de overkant van de kazerne, de molen met mijn naam, tijdens mijn laatste bezoek aan Nederland, trok mij die (nu prachtig herstelde molen) geregeld aan en maakte ik daar verschillende foto’s van.

Na mijn dienst tijd, kwam ik weer thuis, de eerste nacht in mijn kleine kamer en midden in mijn slaap, werd ik ineens door J. den Besten, aangevallen Hij gebruikte zijn vuisten op mijn hoofd en gezicht en ik had    de grootste moeite om uit het bed     te komen, onderwijl mijn hoofd beschermend met mijn armen. Den Besten was razend en met een van woede verwrongen gezicht sloeg hij erop los.  Maar deze keer had hij een 20 jarige getrainde soldaat voor zich, die ook hem niet goed genegen was en die er zich terdege van bewust was, door deze man zwaar te zijn bestolen en benadeeld.

Eindelijk op mijn voeten staande, nam ik hem bij de schouders en duwde hem mijn kamer uit en de gang in, daar zette ik een voet in zijn middenrif en gaf hem de trap van mijn leven. Den Besten vloog door de gesloten keukendeur, door de keuken en door de glazen buitendeur de tuin in, ik keek verder niet naar hem om. Hij kwam niet meer het huis in en bleek verdwenen te zijn.

10897276677?profile=originalfoto-Molen “De Adriaan” in Haarlem

Mijn moeder hield zich van de schrik  in haar slaapkamer verborgen. De volgende morgen bekende Moeder mij, dat zij hoopte en verwachtte, dat hij niet meer zou terugkeren.  Nu kan ik mij volkomen voorstellen, hoe verschrikkelijk gefrustreerd die man moet zijn geweest. De man moet inderdaad buiten zichzelf zijn geweest en nu werd ik ook nog eens 21 jaar.  De tijd voor zijn verantwoording aan mij, met mijn eens zo rijke erfdeel, dat in 1946 maar liefst 98.000,--. gulden was, kwam nu snel nader. Ik kan mijzelf de gefrustreerdheid van die man heel goed voorstellen, maar wat verwachtte hij van die aanval op mij?

Mijn moeder was uitermate blij, dat zij die man kwijt was, maar nu brak ook voor haar een ellendige tijd aan. Tijdens een van de momenten van mijn afwezigheid, haalde J.den Besten het huis leeg met een extra stevige vent in begeleiding en mijn Moeder kon niet verhinderen dat veel, van  ook haar eigen nog overgebleven persoonlijke kostbaarheden, haar werden ontnomen. Later zou ik ontdekken dat toen ook mijn kostbare postzegelverzameling was verdwenen.

Tot zover het vijfde deel van het levensverhaal van Adrian Lemmens, dat   hij voor deze NICC Nieuwsbrief schreef

 

Lees verder…
10897268692?profile=originalBuitenkampers Sinds de première heeft nu al ruim 5000 bezoekers getrokken
Sinds de première op het Nederlands Film Festival en de release op 3 oktober heeft de documentaire BUITENKAMPERS (Boekan Main, Boekan Main!) van Hetty Naaijkens-Retel Helmrich al meer dan 5.000 bezoekers getrokken. Een prachtig succes, omdat door het enorme filmaanbod de documentaire slechts spaarzaam in de diverse filmtheaters vertoond wordt. De film over de verzwegen geschiedenis van Nederlands-Indië 1942-1949 is tot het eind van het jaar nog in een groot aantal steden te zien. 
 
Zie voor de volledige speellijst 
 
 
Synopsis
Terwijl ruim honderdduizend van de driehonderdvijftigduizend (Indische) Nederlanders tijdens WO-2 in Japanse kampen werden gevangen gezet, bleven de  overige ruim tweehonderdvijftigduizend (Indische) Nederlanders buiten de Japanse kampen. 
Een paar maanden na de Japanse inval in Nederlands-Indië  begon namelijk de registratie van alle Nederlanders. Er werd daarbij voor het eerst het raciale onderscheid gemaakt tussen volbloed Nederlanders (Totoks) en gemengdbloedige Nederlanders, de Indische Nederlanders/Indo-Europeanen die kortweg “Indo’s” werden genoemd. De meeste volbloed Nederlanders (Totoks) werden in Japanse kampen geïnterneerd en veelal Indo’s bleven buiten de Japanse kampen.  
De Japanners hoopten namelijk de Indo’s te mobiliseren voor het Japanse ideaal: het stichten van één groot Zuid-oost Azië.  Maar de  Indo’s voelden er niets voor om met de Japanners samen te werken en bleven, met gevaar voor eigen leven, loyaal aan het huis van Oranje, koningin Wilhelmina en de Nederlandse driekleur. 
 
Na de capitulatie van Japan op 15 augustus 1945 brak onmiddellijk een bloedige onafhankelijkheidsstrijd uit tegen het Nederlandse koloniale bewind. 
In deze beginperiode die “Bersiap” wordt genoemd, grepen de Indonesische nationalisten de macht. Voor hun eigen veiligheid bleven de Nederlanders binnen de hekken van de Japanse kampen en werden beschermd door hun voormalige Japanse gevangenbewaarders. Veel  Indische Nederlanders en andere Nederlandsgezinde bevolkingsgroepen die niet in de Japanse  kampen verbleven waren een makkelijk slachtoffer van de moordzuchtige Indonesische onafhankelijkheidsstrijders.
Lang is over deze periode (1942-1949) door de betrokkenen voornamelijk gezwegen. In deze film vertellen deze zogenoemde “Buitenkampers” voor het eerst openhartig over hun ervaringen als kind buiten de kampen, tijdens de Japanse bezetting en de daaropvolgende bloedige onafhankelijkheidsstrijd. De tweede en latere generaties van deze Indische Nederlanders zijn in meer of mindere mate beïnvloed door de traumatische ervaringen van hun (groot)ouders.  
De verhalen worden afgewisseld met zwart-wit filmarchief en natuuropnamen uit Indonesië.  Het zwijgen van de Buitenkampers wordt in deze film, na meer dan 70 jaar, alsnog doorbroken.
Lees verder…

Recensie “door de ogen van het kind

10897284101?profile=originalRecensie “door de ogen van het kind”

 

De vader van een bekende schrijver overleefde het jappenkamp door op zijn tellen te passen en door de macht van het getal de macht over zijn leven in eigen hand te houden (Adriaan van Dis, Indische Duinen).

 

Ellen dat als Indisch kind juist op het verkeerde moment (WAR II, overdracht, bersiap, koele kille ontvangst) en plaats ( Tegal in Het Voormalige Indiër ) het licht van aardse voor het eerst mocht aanschouwen, kreeg haar rugzakje al mee.  Een bestemming met een gave, die zorgde dat ze van bizarre gebeurtenissen even afstand kon nemen van het aardse om te kunnen overleven. Zij kende maar even de liefde van haar ouders waarna zij als een “ stuk vuil " van het ene gezin in andere belandde, waar ze opnieuw haar integriteit moest bewijzen. De aankomst in het kille koele Holland stond niemand aan de kade om haar op te vangen.


Wanneer Ellen door volwassenen wordt gedwongen om zich voor de zoveelste keer aan anderen te hechten vindt zij in de natuur haar bondgenoten. Daar bij worden de flora en fauna, de dieren en de reptielen niet ingedeeld in vals of edel. Nee, het zijn de slangen die haar steunen en warmte geven en daarmee de wet van fabeldieren op zijn kop zet.
Wel blijven de ogen spiegels van de ziel en beschrijft zij de dood van haar moeder en hoe zij afscheid van haar neemt op een wijze die niemand onberoerd kan laten.
Voor mij was belangrijk te lezen hoe zij haar discriminatie op haar Nederlandse middelbare school aanpakte en het heft in eigen hand nam. Daarmee het karma van onderdanige en dociele Indische mensen in een paar zinnen rechtzet zonder daarin normen stellen en te vervallen in politiek correct gezwets.
Hulde om dit alles op te schrijven vanuit de ogen van een kind die zich moet onttrekken aan de voldongen feiten die volwassenen haar stellen.

 

Ik moet al lezend denken aan de woorden van Boudewijn de Groot (Moeder):
Op de schoorsteenmantel haar portret, we kijken naar elkaar
Haar ogen zijn mijn ogen, maar lijk ik ook op haar
Soms doet het verre carillon me denken aan de gamelan
Aan het land waar alles begon

 


=======================================================

Redactie, Bent U nieuwsgierig geworden U kunt nu al het boek bestellen;;

ISBN: 978-94-91872-05-1

(C)  2013 E.Hauwert 

www.calbona.nl      email : Calbona@gmail.com 

=======================================================

Lees verder…

Hoe zit het eigenlijk met het trauma Nieuw-Guinea?

  • 10897269492?profile=originalHoe zit het eigenlijk met het trauma Nieuw-Guinea?
    Geplaatst door Dirk-Jan van Baar op 3 november, 2013 - 20:30

    © foto uit 1903 Tropenmuseum of the Royal Tropical Institute (KIT) bron: Wikimedia Commons
    In een klein berichtje in de gedrukte versie van de International New York Times stond dat Nederland troepen gaat zenden naar Mali. Daarin stond ook dat de missie in het land van Dutchbat gevoelig ligt. Er werd weer verwezen naar Srebrenica, waar onder de ogen van de Nederlandse blauwhelmen achtduizend moslims zijn vermoord. In het bericht kwam Mark Rutte ter sprake. Onze premier zei dat het besluit moeilijk was, 'maar dat alle lessen van voorgaande missies zijn geleerd.'

    Laten we het hopen. De Nederlandse troepen zijn in Mali weer aangewezen op Franse steun, en we weten nog allemaal dat de NAVO-luchtsteun die door een Franse VN-generaal moest worden aangevraagd niet kwam. Maar het is waar dat 'Srebrenica' sindsdien een nationaal trauma is. Niet voor het grote publiek, maar voor de Haagse politiek. Dikke rapporten zijn er over volgeschreven en er vinden nog steeds rechtszaken over plaats. In april 2002, bijna zeven jaar na dato, trad het laatste kabinet-Kok er drie weken voor de verkiezingen voor af. Wim Kok vond het toen nodig om de anonieme wereldgemeenschap (de VN) een gezicht te geven. Toch ben ik nooit zo onder de indruk van dat trauma. Begin 2010, toen de commissie Davids met het rapport over de Nederlandse betrokkenheid bij de Irakoorlog kwam, waren maar liefst zes van de negen Ministers van Staat direct of indirect verantwoordelijk geweest voor de uitzending naar Bosnië (Ruud Lubbers, Hans van den Broek, Peter Kooijmans, Hans van Mierlo, Wim Kok en Jos van Kemenade, die het onderzoek leidde naar de verdwenen fotorolletjes - en niks vond). Je hebt trauma's en trauma's. Is een trauma dat achttien jaar later nog steeds bijna routinematig ter sprake wordt gebracht wel een trauma? De politiek verantwoordelijken van toen hebben er emotioneel onder geleden (de gedachten gaan uit naar Joris Voorhoeve, toen minister van Defensie en nu geen minister van Staat), maar dat geldt toch niet voor hun verdere carrières. Misschien bedoelen we dat met 'traumaverwerking'.

    Dat Rutte, zelf historicus, maar wat kletst met zijn opmerking dat alle lessen van voorgaande missies zijn geleerd, wordt misschien het best bewezen (hoewel: wat is bewijs?) doordat het bij dit soort uitzendingen onder vlag van de VN nooit gaat over Nieuw-Guinea. Het kan zijn dat we daar geen trauma over hebben. Wat raar is, want Nederland is over deze kwestie bijna in oorlog gekomen met Indonesië en zond in 1962 nog tienduizend man naar deze achtertuin van ons toen nog uitgestrekte Koninkrijk. Dat is andere koek dan de 368 man naar Noord-Afrika waar de door bezuinigingen uitgeholde krijgsmacht nu al bijna onder bezwijkt. Maar toen ik in de jaren zeventig geschiedenis ging studeren, hoorde je er bijna niks over, al was er in 1969 nog een volksraadpleging onder de Papoea's gehouden dat volgens alle betrokkenen doorgestoken kaart was en ervoor zorgde dat Indonesië het enorme gebied rechtmatig kon inlijven. Dat referendum vond toen plaats onder auspiciën van de VN. En wat de zaak nog veel erger maakt, is dat er toen al een genocide op de Papoea's plaatsvond die in stilte nog steeds gaande is. Er doen getallen van 400.000 doden de ronde, al zijn dat grove schattingen op basis van demografische berekeningen die niet helemaal navolgbaar zijn. Maar zeker is dat deze genocide vele malen groter is dan de slachting in Srebrenica, die 8000 moslimmannen betrof en geen vrouwen en kinderen (is dat dan wel een genocide?). Het gehuil daarover in Den Haag getuigt van een keurig kwaad geweten, maar het zijn krokodillentranen vergeleken met wat er allemaal bij de dekolonisatie van 'Ons Indië' is gebeurd. Daarbij was de kwestie Nieuw-Guinea een langslepend slotakkoord. Pas in 1962 kwam aan de Nederlandse aanwezigheid in dit deel van de wereld, een koloniale geschiedenis van drieënhalve eeuw, een eind en viel er in de trefzekere woorden van toenmalig premier Jan de Quay (wie kent hem nog?) 'een molensteen van ons af'.

    Dat moet het zijn dat we er nu vrijwel nooit iets meer over horen. Als geschiedenisstudent in Utrecht was ik in andere dingen geïnteresseerd. Wat historici toen fascineerde was de vraag of Joseph Luns wel de waarheid had gesproken toen hij met een brief schermde van de Amerikaanse minister van Buitenlandse Zaken John Foster Dulles, die Nederland in 1958 steun zou hebben beloofd in geval van een confrontatie met Soekarno. De politiek die Nederland in de kwestie Nieuw-Guinea voerde werd vrij algemeen als wereldvreemd afgedaan, als een hobby van Luns die het verlies van Indië niet kon verkroppen. Dat Nederland zich toen sterk maakte voor het lot van de Papoea's gold helemaal als lachwekkend en ongeloofwaardig, en was - volgens de realisten die achteraf het gelijk aan hun kant kregen - 'een onhaalbare zaak'.

    Dat zal best. Mij lijkt die begaanheid met de Papoea's ook een soort vijgeblad (al springen die peniskokers dan nog meer in het oog). Ik ben geen expert en telkens als ik over dit fascinerende hoofdstuk uit onze nationale geschiedenis lees ben ik verbijsterd hoe weinig ik ervan weet. Je klikt wat op Google en dan valt op dat op Wikipedia in grote lijnen de Indonesische kijk op de zaak als vanzelfsprekend wordt voorgesteld en dat er met geen woord (geen woord!) wordt gerept over de genocide op de Papoea's. Wel staat aan het eind dat referendum vermeld dat door de VN is georganiseerd en onder grote druk van het Indonesische leger had plaatsgevonden. Maar dit wordt droogjes voor kennisgeving aangenomen.

    Het kan met de geest van de jaren zeventig te maken hebben. Met de Excessennota (juni 1969) kwam de nadruk op de Nederlandse geweldsontsporingen in Indonesië te liggen. Luns, tot 1971 minister van Buitenlandse Zaken wat hij negentien jaar was geweest, gold ook steeds meer als een seniele oude man (hij zou nog twaalf jaar secretaris-generaal van de NAVO zijn). Er waren toen ook treinkapingen van Zuid-Molukkers. Erg ongemakkelijk allemaal, omdat die Molukkers (hun vaders althans) in het KNIL hadden gezeten en het kolonialisme toen als helemaal fout gold. Daarom moest Suriname ook onafhankelijk worden. In de jaren tachtig begonnen ook de eerste discussies over zwarte piet. Niemand wil ook terug naar koloniale tijden, die nog steeds een slechte naam hebben. In 2005 sprak minister van Buitenlandse Zaken Ben Bot dat Nederland in Indonesië 'aan de verkeerde kant van de geschiedenis stond'. Tja, dat mag je wel zeggen. Maar dat geldt minder voor de Nederlanders, voor wie het verlies van Indië bepaaldelijk niet de gevreesde rampspoed bracht, maar voor de Papoea's, die tot op de dag van vandaag worden uitgeroeid. Zonder dat het de buitenwereld wat kan schelen. Niet alleen uit desinteresse, maar ook omdat we deze geschiedenis zijn vergeten. Wat tevens een ernstige blinde vlek is van Nederlandse historici en de ontmanteling van de bibliotheek van het Tropeninstituut (een collectie die in tweehonderddertig jaar is opgebouwd en voor het grootste deel naar Egypte gaat) tot een nog grotere nationale schande maakt.

    Wel zou ik denken dat je bij Nieuw-Guinea, anders dan bij Srebrenica, van een echt trauma kunt spreken. Echte trauma's worden verdrongen. Daardoor heeft het nageslacht er geen last meer van. Nieuwe generaties politici van het opgeruimde type Mark Rutte kunnen dan op persconferenties over nieuwe missies naar verre streken zeggen dat alle lessen van voorgaande missies zijn geleerd.
Lees verder…

Weerzien met Indonesie

Op een dag kwam Willem thuis van zijn werk op het hoofdkantoor van HBG in den Haag en zei: je raad het nooit, er komt een project in Indonesie en wij gaan er naar toe, ik als Commercial manager. Er viel een doodse stilte, na 33 jaar weer terug naar het land waar ik geboren ben en nog wel voor twee en een half jaar. Ik kon het niet bevatten, een innige wens zou in vervulling gaan, eventjes weer terug, o wat heerlijk, eventjes weer in de echte tropen, heerlijk, heerlijk. Toen kwam er een hele drukke tijd. Injecties, koffers, Andy van school, huis klaar maken om achter te laten. Voor wij het wisten werden wij door de kinderen naar Schiphol gebracht. Het was voor Andy, die als enige meeging, wel naar al zijn vriendjes en z'n school te moeten achterlaten. Na het afscheid met veel tranen, vooral van mij, waren wij op weg naar Indonesie, met een paar tussenstops kwamen wij er na 23 uur vliegen aan, op Halim Airport, met hond en kind (Buffy onze ruwharige teckel), die de gehele vlucht in een kooitje had gezeten en op knappen stond.

Met een brok in mijn keel liep ik de warmte in, heerlijk thuis, maar had helaas niet gerekend op wat er nu ging gebeuren bij de douanecontrole. Zogenaamd waren de papieren van ons hondje niet in orde. Andy zei: dat wordt weer dashen en zuchtte diep.Willem zou voor de koffers zorgen en ik met portemonnaie en Andy mee naar een speciaal kantoortje. Ik vroeg beleefd wat de fout was en ging onderhandelen, met de hond aan mijn voeten snuffelend, die erg nodig moest. Ik bood hem een bedrag en na drie keer verhogen zei hij: "oke".Voor deze ene keer zou hij zijn hand over zijn hart strijken en ons een stempel geven, zodat wij konden gaan.Na het geld betaald te hebben en het zinloze stempel vond Buffie het nodig zijn blaas vlak voor 's mans schoenen totaal te ledigen. Andy zei:" weg wezen mam" en wij ook met natte schoenen renden het kantoortje uit op zoek naar Willem en de koffers. Van uit Djakarta gingen wij met een heel klein vliegtuigje naar Cilacap aan de andere kant van het eiland en daar zou het project beginnen.Wij kregen een prachtig huis met een beeldige tuin en personeel , twee allerliefste baboes Hanna en Soetina.

Voor ik het wist voelde ik mij weer als een vis in het water in mijn tropen met palmbomen in de tuin en een tuinman en een nachtwacht, die iedere avond kwam en tegen de ochtend weer weg ging.Met twee honderd Amerikaanse gezinnen en een American Highschool en een olympic size swimmingpool ging het met Andy ook prima.Op een avond zaten wij met zijn drieen op de bank naar een film te kijken, om 6 uur is het er aarde donker, toen ik ineens een soort getril voelde:"Andy, zit niet zo te fietelen met je been" ,dat is een gewoonte van hem.Mam, ik doe dat niet, ineens voelde ik de hele bank heen en weer schuiven. Andy en Willem riepen:" kijk de auto gaat ook heen en weer en de lampen ook, kijk, alles gaat golvend heen en weer, een aardbeving en ineens doodstil, voorbij.Wij renden naar buiten overal liepen er mensen druk pratend.

Toen ineens nog een paar kleine schokken en 's-nachts in bed nog een paar. Midden in de nacht begonnen alle honden te janken, eerst in de verte en als een golf van gejank kwam het voorbij.Klaar wakker waren wij. De volgende ochtend was er dikke mist van vallende grijze vlokken:" wat is dat", riep Andy. "Dat is de Gunung Galungung" riep Hanna, "die is gebarsten uit zijn voegen". De vulkaan lag zo'n 150 km hier vandaan.Om twee uur 's-middags werd het ineens aardedonker, echt nacht. Toen werd ik echt even bang, Andy weg, Willem weg en ik daar met twee zeer bange vrouwen, vooral Hanna, die goed nederlands sprak zei steeds:"Als dat maar goed gaat, als dat maar goed gaat. Geen kranten, geen nieuws en aardedonker

. Na een paar uur werd het langzaam iets lichter en dagen lang zijn de asregens blijven vallen. Van de vliegtuigen naar Australie vielen de motoren uit en pas drieduizend meter boven de grond wilden ze pas weer starten. Toen eindelijk de kranten uit kwamen stond er in, dat de grote ontploffing nog moest komen. Experts van over de hele wereld kwamen metingen doen, de Indonesche president ging naar de getroffen dorpen. Veel van die dorpen verdwenen onder de lava. Wij dachten:" Nog een grotere klap, dat is niet zo best, wat hangt ons nu weer boven het hoofd". Mijn moeder snel gebeld om haar gerust te stellen, kinderen gebeld, ze wisten van niets, helemaal niets en twee maanden later belde mijn moeder en zei:" Kind, er is een berg bij jullie uit elkaar gespat, hoe is het met jullie? Toen pas werd het in Nederland vermeld. Gelukkig maar. De grote klap is nooit gekomen.

Dinkie

Tot volgende keer!

Lees verder…

10897274498?profile=originalAPEC top (Asia-Pacific Economisch Conference) gehouden op Bali kost miljarden - groot financieel debacle !

 

Bronnen van dit onderzoek kwam ter beschikking van ICM redactie.  Deze miljarden verslindende topconferentie volgens deskundigen heeft voor de economie van Indonesië totaal niets opgeleverd, eerder een financieel debacle. Al eerder werd in de media gespeculeerd over de aanstaande Nuclear Security Summit (NSS) dat volgend jaar op 24 en 25 maart in Nederland wordt gegeven.

Hier wordt speculeert dat Nederland Internationaal het podium krijgt en goede stimulator is voor de Nederlandse Economie. Op APEC gehouden op Den Pasar in Bali gingen juist miljarden in rook op. Dus ook Nederland staat dit ook te wachten. Te denken dat WK – Voetbal in Nederland werd geweerd die juist miljarden duurzaam in onze economie oplevert die door alle landen wereldwijd wordt bekeken. Wie heeft nu belangstelling voor NSS!

Deze speculanten van NSS (doet denken aan NS)  zullen wel belanghebbende zijn in deze zaak die het product security zullen leveren en hoog aanprijzen, wetende hoe Bali APEC Top in tot een groot debacle financieel en economisch is geworden.

Hier volgt een lijstje wat aan Security werd uitgegeven op de top functionarissen te beschermen tegen terrorisme van buiten;

  • Twaalf oorlogsschepen tegen terroristische aanvallen vanuit Zee.
  • Een hospitaal schip
  • Een Squadron Sukoi –gevechtsvliegtuigen
  • Twee gevechtshelikopters
  • Duizenden politiemensen, en beveiligingsmensen in de straten van Den Pasas en omgeving
  • Een compleet contigent kikvorsmensen
  • Honderden commando’s
  • Het volledig sluiten van het luchtruim
  • Het verlies van miljoenen voor de reguliere dagelijkse economie om dat vele wegen geblokkeerd zijn

Wordt vervolgd!

 

Lees verder…

10897273094?profile=original

Knipseltjes uit het boek:

Door de ogen van het kind Elly Hauwert

 

Ward kwam aangerend. Trucks in aantocht. Nou dat weer?  Iedereen wachtte gespannen af. Vriend of vijand. De wagens brachten een totaal andere geur met zich mee. Evenals de mensen die van een totaal ander slag waren. Iedereen straalde en jubelde . bevrijd. Maar door wie eigenlijk. Stemmen fluisterden Ghurka’s en Sikh en Brits Indiërs.

Het vergde nogal wat organisatie in de opgewonden menigte. En tijd.

Ouders waren weer ouderen als ouders . Kinderen weer kinderen.

Het weinige werd in bundels gepakt. Elkeen kreeg een pakket met leger voeding in de hand geduwd. Groene blikken . Kaas , gehakt in saus. Harde biscuits, boter, sunlight zeep in blokken, zwart brood roggebrood genoemd . En dan een poeder vorm Vit C tot limonade te maken. Er was plots overvloed en dat deed mijn lichaam geen goed.

Een man met een tulband om het hoofd nam me in de armen terwijl de tranen over zijn prachtig getint gelaat stroomden. Voor het eerst zag ik huidskleur. En gitzwarte ogen in een lachend gelaat. Het lachen ontblootte een prachtig wit gebit achter een enorme zwarte baard en haardos. Hij geurde naar geiten vlees. Hij bleef me  in tranen knuffelen. Ik liet het gelaten toe.Zijn ogen waren betrouwbaar en het voelde veilig. De jongens vroegen de bevrijders honderd uit. De mannen hadden schik in zoveel aandacht. Nadat ze zich ontfermd hadden over de ouderen.

De dag brak aan dat we ingeladen en opgeladen werden in de trucks. Behulpzame handen reikten en tilden en hielpen de ouderen. De kinderen klommen erin erop en hadden heel wat te ontdekken. Deze trucks waren van een andere kwaliteit vorm en gekleurheid. Het Rode kruis was overal herkenbaar.

De kinderen waren gefascineerd door de vliegtuigjes en zwaantjes die kunstig werden gevouwen uit papier .

Hoe lang de trip was kan ik me niet herinneren. Ik neem aan , dit schrijvende ,dat we op het vliegveld van Batavia werden afgezet waar een enorme dikbuikige groen gecamoufleerde vliegtuig met open klep ons opwachtte. Niet eerder dan dat alle trucks waren aangekomen werden de mensen op naam  geroepen en in groepen bijeen gezet in afwachting op de komst van alle andere kampers. Het werd een luid weerzien tussen de ouderen. Emotioneel en het leek een eeuwigheid  te duren voor iedereen . 

wordt vervolgd in knipseltjes..

groetjes

elly/ ellen hauwert

==============================================================

Redactie, Bent U nieuwsgierig geworden U kunt nu al het boek bestellen;;

ISBN: 978-94-91872-05-1

(C)  2013 E.Hauwert 

www.calbona.nl      email : Calbona@gmail.com 

==============================================================

Verslag over het boek.

 Het boek door mij geschreven heeft veel teweeg gebracht. Uit meest onverwachte hoeken krijg ik vragen terug. Maar ook eigen levens verhalen, die men plots durft delen.  Mijn huisarts aan wie ik een exemplaar persoonlijk aanreikte was en is diep ontroerd.

Niet slechts mijn gebaar was daartoe reden. Vooral het feit dat er zoveel verzwegen leed achter de glimlach in een mensen gelaat schuilt.

Dit boek dient als eye-opener en om die reden schonk ik het aan enkele instituten die met mensen van ons cultuur en leeftijd te maken hebben in hun dagelijkse zorgwerk of begeleiding werk of entertainment shops.

Ik werd huilend omhelsd en bedankt dat ik menig deur heb durven open trappen

Dierbare vrienden die het geloof getuigen vroegen mij om het boek. Ik antwoordde recht toe recht aan. Ik zou t niet kopen als ik jullie was. De inhoud zou struiken tegen jullie waarheid overtuiging. Helaas, maar zo was het wel. MIJN leven.

Ook streng gelovigen van andere religie hebben vragen over deel 1 van het boek.

En dan zijn er van die betweterige vragen  zo pinnig.” Heb je dat allemaal verzonnen of gedroomd. Waar komt dat vandaan.”

Ik heb ze wel eens onder andere omstandigheden gezien waarin ze mijn schouder nodig hadden . Dus zwijg ik uit eerbied .

Deel – en lotgenoten uit zelfde tijd en plaats , die zich geconfronteerd zien met eigen naam en situatie aldaar lezen huiverig de inhoud.

Alsmaar kijkend om een hoekje welk herkenbaar onderdeel weer in het daglicht komt.

Het herbeleven vanuit herkennen en weten is een zware job. Voor een ieder ter wereld met gelijkwaardige ervaringen.

Het maakt los wat diep verborgen weg geduwd in een rottingsproces bezig was te imploderen.

Zoals ik mijn huisarts tijdens het aan reiken zei: “Weet je nog dat ik op consult kwam met de opmerking: Help me. Ik ben een huilend wrak.”

Ziehier het volledig bekennen , erkennen, herinneren, verwerken, open spugen , loslaten en vergeven proces in een jaar tijd.

De trigger was de video Soerabaja Surabaya , waar in er sprake was van zwart vlees.

 

Met broer Jim van Lawick kon ik er openlijk over praten. Hij heeft mij wakker geschut.

“Weet wat je te weeg brengt? Het is goed. Het is jouw waarheid. Jouw leven. Het is goed zo.”

 

Het voelt zo goed en vredig een grote broer te hebben die wel en altijd in mij geloofd en vertrouwd heeft.

Het weten dat er nooit iets misplaatst was in onze intermenselijke relatie.

Respect, waardering, vertrouwen en steun en toeverlaat.En oprechte liefde en warmte.

Dat is de andere kant van dezelfde medaille.

 

Donderdag 31 oktober 2013 

Lees verder…

10897266653?profile=originalKousbroeks “Oostindisch kampsyndroom”

Besproken door Pjotr.X.  Siccama – deel  9

 

Over het werk van Primo Levi waarin “Het periodiek Systeem” (prachtig vertaald in het Nederlands, schrijft Kousbroek en is lyrisch over de vertaling),  werd beschreven in het hoofdstuk ‘Vanadium’ (klinkt als een verbasterd Latijns nominatief overigens dat in elk geval met vergetelheid/verdwijning of verzwakking te maken heeft), heeft Kousbroek niet uitgelegd waar die Latijnse titel naar verwijst of wat deze precies voor betekenis heeft in de context van dat hoofdstuk. Schijnbaar vond hij het niet nodig uit te leggen hoe Levi in Auswitsch de man Müller ontmoette. Dat doet er in dit geval ook niet toe. Een doodgewone doorsnee grijze muis, een kleurloze man die, weliswaar niet gevoelloos, als een soort boekhouder zijn leven (verleden) “kloppend” wilde  maken, zoals hij dat altijd had gedaan door het knoeien met rekeningen.

Deze menselijke trek treft men overal aan. En juist in de maatschappelijke bovenlagen komt men dit geknoei het meeste tegen: het is een van de legitiemste (uit)vlucht/verdwijntrucs die men maar kan indenken, omdat de bovenste laag met de Staat als doodlopende piek immers naamloos is, en anoniem blijft, bovendien onsterfelijk. Wat ligt  meer voor de hand om je dan maar achter de beschermende hoge forten  te verschansen.

De wereld hangt aan elkaar van kloppend gemaakte rekeningen, schrijft Kousbroek. Bij het korte bezoek van Levi aan de stad Auswitsch, sprak hij die bewuste heer Müller die zei dat hij: “.. nooit iets had gehoord dat kon wijzen op het vermoorden van Joden.”

Kousbroek vermeldt helaas niet de bijzonderheden van voornamelijk de tijd (periode) van ontmoeting, wat jammer is gezien mijn reconstructie van het voorval. Hoe dan ook ging het hem voornamelijk om “het voorval/incident” van Müller en diens geopperde “zwijgende meerderheidsbegrip”. Best begrijpelijk, maar toch jammer dit hiaat in de beschrijving.

In dit deel van zijn werk spitst hij het besproken incident toe tot het verschijnsel van het geloof van de (zwijgende) meerderheid in extreme voorvallen in extreme omstandigheden.

Een voorbeeld in dit verband lag al in de Nederlands-Indische geschiedenis van het strafkamp van Boven-Digoel waar de kamparts Dr. Schoonheyt, op de opmerking (van een van de gevangenen Salim) dat mensen zonder proces naar het kamp werden gestuurd en wat voor vreselijke behandeling de gevangenen daar konden verwachten en later ook ondergingen, resoluut en beslist als antwoord kreeg dat het uitgesloten was dat Nederlanders dat zouden doen. Niets was minder waar. Het geloof van de kamparts was eerlijk, volgens Kousbroek. De arts was degelijk van overtuigd dat het zo was. Het moest een grote desillusie zijn geweest voor hem dat hij achteraf niet bij het rechte eind had.

De grote verliezers van de WO II, met name Japan, moest zich direct na de oorlog wel in allerlei bochten hebben gewrongen om de vernederingen en de verliezen enigszins te beperken (niet te relativeren). Studs Terkel beschrijft dat uitvoerig in zijn werk “The good war”. In 1947 verscheen er een Japanse uitgave  (volgens Kousbroek te vergelijken met het werk van Stud Terkel “The Good War”), gebaseerd op brieven, dagboeken en aantekeningen van de in de oorlog gesneuvelde Japanse studenten (die toen ook als soldaat

 in die oorlog werden meegesleurd). Deze uitgave blijkt na het verschijnen vele malen te zijn herdrukt, tot nu toe. Hiervoor zou een Japanse studentenvereniging verantwoordelijk zijn. Maar waarom was het zo geliefd en populair bij de Japanse bevolking? Of was het meer, om met Levi te spreken de rekeningen van het verleden kloppend te maken en te sorteren naar de bepaalde gehaltes van importantie en of zelfbescherming Bij die constatering van Kousbroek kun je een ogenblik achter je oren krabben.

8 jaar later in 1954 echter verscheen er een Franse vertaling van de Japanse uitgave uit 1947 met een titel die meer past in een poëtisch postromantisch werk dan een prozaïsche met als titel  “Ces voix qui nous viennent de la mer” Van Jean Lartéguy

10897281270?profile=original

 

Foto -Studs Terkel – auteur van ´The good war´´

 

Een onduidelijkheid constateer ik bij de passages in bijvoorbeeld een herdruk van 1985 en de herdrukken daarvoor waaruit Kousbroek citeerde en dat er verschillende versies bestaan die in omloop zijn gebracht. De actuele vraag is of het bewust is gedaan.

 

Tijdens een bezoek aan Parijs kreeg Kousbroek 30 jaar na de eerste uitgave een exemplaar in het Frans cadeau van een Japanse student. Het was vanzelfsprekend dat deze op zijn eigen manier Kousbroek wilde overtuigen dat niet alle Japanners monsters waren en de collectieve schuld van de begonnen WOII in Azië niet op de schouders van de Japanse natie kan worden gelegd, net zomin als dat voor de Duitse bevolking kan gelden.  

De ‘Stemmen vanuit zee’ (‘Ces voix qui nous viennent de la mer’), de uitgave waarin de aantekeningen in details zijn beschreven, heeft mij niet echt overtuigd van de oprechtheid van de inhoud, ook Kousbroek had er moeite mee. Vaak had hij het gevoel voortdurend achterdochtig te (moeten) zijn bij de persoonlijke ontboezemingen en verklaringen van de studenten. Aan de andere kant  bewonderde hij ook die mensen-studenten die bij kaarslicht psalmen reciteerden, literatuur lazen (Von Goethe/Schiller enz.) en uit de muziekliteratuur zongen en citeerden, onder anderen van Richard Wagner. Waarom deed men dat.

Hier is een simpele verklaring voor te geven. Bij mensen die vrijwillig of door bepaalde omstandigheden (of denken dat werkelijk) iets groots te verrichten (moeten) hebben (positief of negatief) ontstaat in een bepaald gedeelte van de hersenen een cerebrale transitie die tot algehele euforie kan leiden, daar waar de zo lang gekoesterde idealen moeten worden verwezenlijkt waardoor de betrokkenen zich overgeven en zich laven aan de verworvenheid en weelderigheid van zijn/hun verheven kunst en cultuur.

Kousbroek vraagt zich toch weer af wat hij met die betuigingen van onschuld van de gesneuvelde (studenten) soldaten aan moest. Waren ze toch oprecht?

Andere manier te herstellen, te hernemen van dat kwalijke verleden; vandaar dat de doorsnee Japanner de gelegenheid te baat heeft genomen om dat op zijn eigen manier te doen. Voor zover mij bekend, werd van de zijde van de Japanse overheid geen nationale

actie op touw gezet met betrekking tot het realiseren van de uitgave (wel andere zaken zoals economie/de wederopbouw/de nieuwe democratische instellingen inrichten etc. waar de Japanse Staat druk mee bezig was om de Parlementaire Democratie in te voeren.); dat had een groep studenten van Tokio direct na de WO II gedaan. Kort na WO II verscheen in 1947 (!) reeds de uitgave van de dagboekaantekeningen van de gesneuvelde studenten/soldaten. Het initiatief in die tijd, zeer begrijpelijk was in handen van een groep studenten, die de gesneuvelde medestudiegenoten niet alleen wilde eren en een waardige plaats geven, maar ook om de nationale trots en vanzelfsprekend de moraal weer het fundament te geven van voorheen. Het interessante van  de uitgave is de idee, stijl en uitwerking. Kousbroek kwam er achter waar de Japanse studenten de manier, stijl en de inhoud (het idee) vandaan hadden. Na veel gezoek vond hij waarachtig een uitgave in het Duits uit 1928 geschreven door prof.dr. Philipp Witkop van de universiteit van Freising en waarin hij in het Jappans Bittokoppu wordt genoemd. Deze professor had het zeer  waarschijnlijk uit een vorige uitgave uit WO I in 1917 overgenomen (midden in die oorlog)  Het kreeg als titel mee: Kriegsbriefe gefallener Studenten. Het moest een grote bron van inspiratie zijn geweest voor de groep Japanse studenten.

Aangezien Japan het Duitse onderwijssysteem had ingevoerd, lag het voor de hand dat de beide landen culturele banden onderhielden. Na 1945 overigens werd het Duitse onderwijssysteem in Japan door de Wereldmogendheden voorgoed afgeschaft.

 10897281495?profile=original

 

10897281700?profile=original

  

Jean Larteguy                       Primo Levi       

Een bijzonder geval vermeld in de aantekeningen van de uitgave: (De Franse vertaling heeft de titel: “Ces voix qui nous viennent de la mer”, letterlijk: Stemmen die tot ons komen vanuit zee), is het verhaal van een Japanse soldaat. De Franse vertalers hadden de rang van deze soldaat met de naam Kimura Hisao niet (kunnen) vertalen, maar mijn vermoeden moest dat ongeveer de rang van soldaat 1ste klasse zijn geweest.

Deze Kimura Hisao werd gevangen gehouden in een gevangenis in Singapore; daar waar eerder Engelsen en Nederlanders gevangen zaten . In 1945 werden de Nederlanders ter plaatse als bewakers aangesteld voor de Japanse gevangenen. Kimura zat er ook. Hem werd een Nederlandse bewaker toegewezen die heel goed voor hem was. Hij schreef ook later in zijn afscheidbrief en zijn dagaantekeningen dat de Nederlandse bewaker goed voor hem zorgde en hem vaak biscuits en sigaretten gaf, terwijl hij wist wat zijn Japanse collega’s

 

hem erger als een hond hadden behandeld. Kimura: “Hoe konden mijn eigen mensen zoiets schaamteloos doen..”(.)

De Nederlandse bewaker had Kimura alles verteld wat hem overkomen was en over de vreselijke misdaden van de Japanners. Hij moest zich voor de Nederlander moeten hebben geschaamd. Zijn aantekeningen in de uitgave zijn hartverscheurend.

 10897282290?profile=original

 

Foto -Nederlandse bewaker in Singapore. – Changi gevangenis

 

Het is analoog aan het verhaal van Müller in zijn ontmoeting met Levi, waar Müller toch niet kón geloven dat zijn eigen mensen, medeburgers zouden vermoorden.  Evengoed nobel was het van Dr. Schoonheyt die ook niet kón geloven dat de Nederlanders de gevangenen op wrede wijze mishandeld en gevangen zouden houden in Boven-Digoel, om de simpele redden dat hij geloof had in de goedheid van mensen. Deze nobele gedachte dat het zo zou moeten zijn is helaas fictie.

 

 

 10897282461?profile=original

10897282699?profile=original

 Dr. Schoonheyt - kamparts in Boven-Digoel 

 

Wordt vervolgd

 

 

Lees verder…

Willem Gerard Hofker 1902 – 1981

10897278492?profile=originalWillem Gerard Hofker  1902 – 1981

foto -Willem Gerard Hofker, zelfportret 1935 

De kunstschilder Willem Gerard Hofker leefde van 1902 tot 1981 en is vooral bekend om zijn Indische oeuvre. Weinig mensen echter weten dat deze impressionist ook staatsieportretten van Koningin Wilhelmina en Koningin Juliana maakte. Hofker verkeerde in kringen van schilders als Willem Witsen, Isaac Israëls en George Breitner. Hofker schilderde tevens een groot aantal andere onderwerpen, zoals stads-gezichten, bloemstillevens, naakten, landschappen en landhuizen. Daarnaast was hij een meester in allerlei andere media: olieverf, aquarel, contékrijt, maar ook etsen, mezotinten en lithografieën.

Willem Hofker werd geboren op 2 mei 1902 als zoon van een PTT-ambtenaar.  Hofker ging eerst naar de academie in Den Haag, en later op zijn 14e jaar naar de Rijksacademie voor Beeldende Kunsten in Amsterdam. Willem Witsen en Isaac Israëls, die de vrienden waren van zijn vader, een amateur-artiest, waren de leermeesters van Hofker. In 1927 won Hofker de 2e prijs op de “Prix de Rome”. In 1930 trouwde hij met Maria Reuter, eveneens een kunstschilder en lector aan de Academie in Amsterdam.

In de jaren twintig heeft Hofker  een aantal monumentaal decoratieve opdrachten uitgevoerd, onder andere voor de Koninklijke Nederlandse Stoomvaart Maatschappij, waarvoor hij enkele wandschilderingen maakte in schepen. Hiervan is helaas weinig bewaard gebleven. Hofkers reputatie als portretschilder was zo groot, dat hij in 1936 de opdracht kreeg om Koningin Wilhelmina te schilderen. De opdracht kwam van en was bestemd voor het hoofdkantoor van de Koninklijke Pakketvaart Maatschappij (KPM) in Batavia. In 1938 begeleidde het echtpaar Hofker het schilderij naar Nederlands-Indië en ze maakten aansluitend een rondreis door de kolonie. Tijdens deze reis maakten ze tekeningen en schilderijen van Indische onderwerpen, die de KPM zou kunnen gebruiken.

De Hofkers vestigden zich op Bali, waar Willem zeer populaire tekeningen maakte van Balinese landschappen en danseressen. De Hofkers socialiseerden met vele schilders, waaronder Spies, Stasser, Meyer en hun goede vriend Rudolf Bonnet. In 1940 verhuisde het paar naar Ubud. In de periode van 1938 tot 1944 werd het meeste van Hofkers werk in Indië gemaakt. Zijn werkstukken waren verfijnd en vloeiend, zowel als poëtisch. Op Bali schilderde hij voornamelijk tempels en het religieuze leven op het eiland. Hij concentreerde zich daarbij op de mensen van Bali. Vele van zijn schilderstukken worden in Ubud, Arma en het Neka Museum tentoongesteld. In de Tweede Wereldoorlog waren Hofker en zijn vriend Bonnet

f10897279085?profile=originaloto-Flyer Teylers Museum

gedwongen om in het KNIL in Soerabaja dienst te doen. Hij en zijn vrouw werden daarop in verschillende kampen geïnterneerd; hij in Tana Toraja op midden Celebes. Gedurende deze periode raakten de meeste van de schilderijen van Maria Hofker verloren. Na de oorlog keerden zij terug naar Nederland.

10897279874?profile=original

Foto - Een van de tentoonstellingsstukken

Teruggekomen in Nederland in 1946 brak een moeilijke periode aan voor de Hofkers. Het artistieke klimaat was in Nederland inmiddels volkomen veranderd. Het figuratieve werk van Willen vond nauwelijks nog erkenning onder de collega’s. Wel kwamen al spoedig weer wat portretopdrachten binnen. In totaal heeft hij ongeveer 800 portretten geschilderd voor particulieren en voor instellingen, waaronder universiteiten en banken. Zo ook een portret van Herman van der Wall Bake in 1970, de president-directeur van de ABN.

Hofker specialiseerde zich ook in     met krijt getekende Amsterdamse stadsgezichten, waarbij hij zich voornamelijk toelegde op  architectuur. Als het ware “portretten van huizen en gebouwen”.  Deze zijn  in drie boeken gebundeld. Het Balinese werk verscheen onder de titel: “Bali gezien door Willem Hofker”. In 1978. Ook toen hij al in Nederland was, heeft hij nog steeds Balinese mensen en landschappen op papier en doek vastgelegd.

Tijdens zijn latere leven heeft Will;    en Hofker veel gedoceerd en mede door de uitgaven van zijn tekeningen nam zijn bekendheid weer toe. Ook  nu nog zijn zijn Balinese landschappen en danseressen zeer geliefd. Ook internationaal trekken zijn werken veel belangstelling. Willen Hofker woonde in Amsterdam van 1934 tot 1938 en van 1946 tot 1967. Hij overleed in Amsterdam op 30 april 1981.

Teylers Museum

Van het werk van Willem Gerard Hofker wordt een tentoonstelling gehouden in Teylers Museum. De tentoonstelling  toont in de intieme setting van Teylers Prentenkabinet een selectie van Hofker uit de museum-verzameling. Naast enkele portretten van Balinese meisjes, waarmee hij beroemd werd, zijn ook minder bekende werken van de kunstenaar te bewonderen. Hierbij zijn onder andere persoonlijke tekeningen van het dagelijkse leven in het Jappenkamp waar Hofker tijdens de Tweede Wereldoorlog geïnterneerd was. Hoogtepunt is het eerder in dit artikel besproken portret van Koningin Wilhelmina, dat recentelijk in een privécollectie is terug gevonden.

10897279897?profile=originalBoek 

Tegelijk met de tentoonstelling zal; bij uitgeverij Waanders een nieuw boek verschijnen, geschreven door een achternicht van Hofker, Seline Hofker samen met Gianni Orsini.

10897280487?profile=originalHet boek van Seline Hofker en Gianni Orsini dat bij de tentoonstelling zal verschijnen

Het boek vormt tevens de bij              de tentoonstelling te gebruiken catalogus, maar is meer dan dat. Het biedt een unieke blik achter de persoon van de oudoom van de schrijfster, alsmede een goed inzicht in de breedte van het oeuvre van Hofker. Het boek wordt verder gecompleteerd door citaten uit de vele brieven en dagboeken van de kunstenaar. Zo geeft dit boek een dieper inzicht in    de wereld zoals Hofker haar zag.      Het boek bevat meer dan 150 kleurenfoto’s. 

 

Teylers Museum tentoonstelling: Van 14 december 2013 t/m 9 maart 2014. Adres: Spaarne 16, 2011 CH Haarlem. Openingstijden: dinsdag t/m zaterdag 10.00-17.00 uur; zondag 12.00-17.00 uur; maandag gesloten, evenals         25 december 2013 en 1 januari 2014. Toegangsprijzen: zie de website: http://www.teylersmuseum.nl.   

Boek: Willem Gerard Hofker, door Seline Hofker en Gianni Orsini, 205 pagina’s, verschijnt op 14 december 2013.  Prijs: € 35,00

Lees verder…

Blog Topics by Tags

Monthly Archives