Alle berichten (3009)

Sorteer op

10897327272?profile=original"Doe-boek” probeert praten over Indië gemakkelijker te maken          Door:  Lilian Visser

Eenvoudig op zoek gaan naar je Indische roots. Het lijkt een moeilijke kwestie. Dit boek “Istori Kita, jouw familiegeschiedenis”, doet hier toch een poging toe. In heel veel Indische gezinnen werd niet of nauwelijks gesproken over het verleden. Het leven in de Jappenkampen, de dwangarbeid en de Bersiap-periode, gevolgd door de “vrede” die ontaardde in een dekolonisatie-oorlog. Over de traumatische jeugd van kinderen in de vrouwenkampen. Simone Berger, dochter van een Indische vader (1940) maakte daarom  “Istori Kita” (onze geschiedenis), een boek dat generatiegenoten moet helpen om gemakkelijker met hun ouders te praten over het verleden van Nederlands-Indië. Aan de hand van bijzondere afbeeldingen en verhalen komen herinneringen weer tot leven. De onderwerpen variëren van zoete jeugdherinneringen tot de verschrikkingen van de Japanse bezetting. Lilian Visser, redactrice bij Historiek.net interviewde de auteur: Simone Berger.

Trauma’s   van  de  eerste generatie

Wat zijn de trauma’s van de eerste generatie uit Nederlands-Indië en waarom vinden zij het zo lastig om erover te praten?  

Tijdens de erbarmelijke, zware en mens-onterende omstandigheden tijdens de bezettingsjaren – waar mensen in interneringskampen zaten of als dwangarbeider tewerk gesteld werden aan bijvoorbeeld de Birma-Siam spoorweg of in fabrieken in Japan – zijn vele families jarenlang uit elkaar gescheurd. En na de zogenaamde bevrijding op 15 augustus begon een vier jaar durende dekoloni-satie-oorlog, met aan het begin daarvan de gruwelen van de Bersiap. Hierdoor was het voor de Indische Nederlanders bijna onmogelijk om terug te keren naar hun leven van voor de oorlog. Na de zo vurig verlangde bevrijding kwam als een mokerslag een periode van angst en chaos, veel bloedvergieten en de onzekerheid wie je vriend of je vijand was.

De verhoudingen waren veranderd en de Indische Nederlanders waren gedwongen te vertrekken uit hun zo geliefde geboorteland en kwamen berooid aan in een land dat na een even zo gruwelijke Duitse bezetting in wederopbouw was. Een land dat op dat moment de Indische mensen kon missen als kiespijn. Dit heeft velen die toch al ernstig beschadigd en getraumatiseerd waren, geen of nauwelijks ruimte en mogelijkheden gegeven om hun eigen trauma’s en ingrijpende gebeurtenissen te verwerken. Hun motto werd: aanpassen!

 10897336058?profile=originalTekening van Hetty Ansing

Tijdens mijn jeugdjaren werden door mijn opa voornamelijk leuke en stoere anekdotes verteld. De diepere lading achter dit soort verhalen vertelde hij pas toen ik volwassen was. Ik realiseerde mij dat mijn vader – in tegenstelling tot mijn eigen stabiele en fijne jeugdjaren – de eerste twintig jaren van zijn leven zich in een onstabiele, angstige en onrustige omgeving afspeelde. In die eerst voor een kind zo belangrijke jaren, kende hij geen normaal gezins-leven en was ere geen vader-figuur. In zijn jeugd kende hij slechts gevangenschap in een Jappenkamp met schreeuwende bewakers, sadisme en het altijd maar moeten buigen voor iedere Jap die je tegenkwam.

Door gesprekken tijdens en na mijn middelbare schooljaren met vrienden en vriendinnen met een Indische of Molukse achtergrond, voelde ik ook dat het vaak het karakter van mensen nadelig had beïnvloed. De tweede generatie leerde daarmee rekening te houden en stelde dus thuis geen vragen meer. Gelukkig heeft mijn vader toch redelijk veel verteld, waardoor ik van jongs af aan begreep dat hij zeer ingrijpende dingen had meegemaakt.

U geeft ook lezingen. Wat voor problemen komen daar naar boven van de tweede generatie?

Dat is heel divers. De een heeft ouders die altijd al veel verteld hebben en hebben dit soms ook in boekvorm vastgelegd. Anderen daarentegen verzwegen heel veel en werd je geacht om onopvallend door het leven te gaan om je ouders zo min mogelijk te irriteren. Verwachtingen werden overgedragen, emoties werden niet geaccepteerd, de pijn en    het verdriet en frustratie werden afgereageerd op partners en/of kinderen. Het helpt enorm als er meer begrip is. Dan kun je bepaalde dingen beter accepteren. Voor sommige mensen is het zelfs zo belangrijk om te begrijpen wat de ouder heeft doorgemaakt, zodat je je ouder kan begrijpen en vergeven. Daarmee kunnen ze dan verder in het leven.

De na-oorlogse generatie is opgevoed door ouders die veelal getraumatiseerd waren en daardoor nauwelijks een gezins-structuur hebben meegemaakt. Maar dit kan van persoon tot persoon verschillen. Heel veel voorkomend is zwijgende ouders, onbesproken geheimen, het afreageren van frustratie door geestelijk of lichamelijk geweld, hoge eisen stellen aan de kinderen, autoritair gedrag. Dit alles leidde tot de houding van “Je kunt je maar beter schikken in hun zwijgzaamheid en verder geen vragen stellen, want intuïtief realiseerde je je dat dat in verkeerde aarde zou vallen”.

Kunt u aangeven wat de opbouw van het boek is en waarom dit  het ophalen van de familie-geschiedenis makkelijker maakt?

Als je weinig weet of in een impasse zit, heb je een “opening” nodig. Door diverse interviews en gesprekken merkte ik dat je door gerichte vragen of door verhalen “een gezicht” te geven – door via internet de school mof ziekenhuis waar je ouder geboren is te laten zien – de een gevoelige snaar raakt en daardoor in gesprek kan raken. Vaak wil de ouder wel over de leuke en plezierige dingen praten. Met mijn boek probeer ik op deze manier de zintuigen te prikkelen: de neus ruikt weer die vertrouwde geuren, de ogen zien weer die felle zon en de bonte kleuren van die weelderige tropische natuur. Vraag gewoon aan je ouder wat hij met een “ketip” (een dubbeltje) deed en je

10897336085?profile=originalKinderbedje met klamboe

krijgt de leukste verhalen. Dan zie je opeens dat jouw (groot)vader ook een gewone kwajongen was die doldwaze streken uithaalde. Door vragen te stellen die laag-

drempelig zijn en waar je ouder met plezier over kan vertellen, raak je weer in gesprek en maak je herinneringen weer levend. Je ouder merkt dan ook dat hun kind interesse heeft in wat verteld wordt. De generatie die alles aan den lijve heeft meegemaakt is nu op zeer hoge leeftijd en vaak is er dan meer behoefte om terug te blikken en over die jaren te vertellen.

Kunt u een thema uitlichten, waarvan de antwoorden belangrijk zijn voor de tweede generatie?

Het boek eindigt met het thema: “Tastbare herinneringen” zodat je altijd weer wat het verhaal is achter de spullen die in hun huis staan en tijdens de overtocht zijn meegekomen. Het boek sluit met doorgeven en herdenken, zodat je aan jouw ouders kan vragen wat ze graag willen doorgeven en waar ze blijvende waarde aan hechten. Dat zijn belangrijke thema’s die invloed kunnen hebben op hoe bewust we met de erfenis van onze (groot)ouders zullen omgaan en dit weer overdragen aan onze eigen kinderen.

10897336662?profile=originalBent u niet bang dat u met het boek onverwerkt verdriet weer boven brengt en daardoor familie-relaties in gevaar brengt?

In eerste instantie worstelde ik lang met de vraag of ik wel vragen kon stellen over die bezettings-jaren en die gruwelijke periode daarna. Nadat ik het gedeelte had afgerond met de leuke en plezierige dingen, die vaak laagdrempelig zijn, besefte ik dat de lezers die vragen stellen aan hun eigen ouders en grootouders, met lege handen zouden komen staan, als ik er geen informatie aan zou toevoegen over deze periode. Het doel van mijn boek en mijn oprechte wens is dat het boek voor velen een hulpmiddel wordt die het “grote stilzwijgen” doorbreekt. Voor in het boek begin ik met “Werkwijze en tips”, waarin ik uitleg dat het belangrijk is om zelf aan te voelen of je het gedeelte over de bezetting en Bersiap wilt bespreken en je hiermee erg zorgvuldig mee om dient te gaan. Uiteindelijk kan je er ook toe besluiten om dit geel “dicht” te laten. Of je kunt je zelf een beeld vormen door met sites en boeken die ik aanreik, verder te zoeken, zodat je je ouder hiermee niet onnodig belast.

Kun je het boek ook gebruiken als je ouders er niet meer zijn?

J10897336855?profile=originalazeker. Ook al kun je je ouders geen vragen meer stellen, dan kun je aan oudere broers of zussen of ooms en tantes die vragen stellen. Tevens biedt het boek veel infor-matie en bijzonder beeldmateriaal over hoe het leven in Nederlands-Indië eruit zag. De gedeeltes   over de dekolonisatiejaren geven informatie over grote markeringen in de geschiedenis die je kunnen helpen meer begrip te tonen waarom jouw ouders hun geboorteland hebben verlaten en hebben besloten om te zwijgen over wat zij hebben meegemaakt. En ik geef veel tips; sites die je kunt raadplegen, boeken die je kunt naslaan. Met behulp van het internet en bepaalde boeken kun je heel veel zelf achterhalen.

In de bijlage van het boek is een uitgebreide verwijzing naar sites en boeken. Bij verschillende hoofdstukken wordt ook verwezen naar interessante boeken die meer achtergrond-informatie kunnen geven. Er is ook een website    met Indische kranten. Met je familienaam en initialen kun je soms je ouders verrassen met bepaalde informatie, waarover zij nooit hebben verteld. Een naam terugvinden is voor sommige families heel belangrijk. De site van de oorlogsgravenstichting heeft onder andere een lijst     met namen van slachtoffers die tijdens de zeetransporten zijn omgekomen. Maar ook is er bijvoorbeeld een overzichtskaart van de meeste gevangenissen en interneringskampen en van de 23 grootste scheepsrampen tijdens de zeetransporten.

Is het boek ook interessant voor mensen zonder roots in Indië, die geïnteresseerd zijn?

Absoluut. Als je geïnteresseerd bent in de geschiedenis van Indië, is dit een prettig en leerzaam boek met unieke illustraties. Tevens biedt het in beperkte zin de chronologie van de na-oorlogse periode en de diverse “golven” van hun vettrek naar Nederland. Ook kan het je stimuleren om na te denken welke illustraties je zou kunnen gebruiken die afgestemd kan zijn op de geschiedenis van je eigen familie die wellicht in Indië is opgegroeid en hoe je de zintuigen kunt prikkelen en om met bepaalde “kunstgrepen” de verhalen van je (groot)ouders kunt triggeren.

Bron: http://historiek.net.

Lees verder…

Nederlandse Veteranendag 2016

10897334859?profile=original

Nederlandse  Veteranendag 2016

Meer dan 90.000 belangstellenden hebben vorig jaar de Nederlandse Veteranendag bezocht. De eerste draaginsignes voor VN-militairen werden uitgereikt. Een nationaal evenement, waar heel Nederland haar meer dan 117.000 veteranen bedankt die zich hebben ingezet voor vrede, nu en in het verleden Op 25 juni 2016 is de volgende Nederlandse Veteranendag, waarvan in dit artikel een kort overzicht van de festiviteiten en het programma van de Nationale viering in Den Haag.

Nationaal  defilé  en vliegshow

Zoals elk jaar vindt er rondom het Regeringscentrum Binnenhof en Hofvijver een groot defilé plaats. Hieraan nemen meer dan 5000 veteranen en militairen deel, gevolgd door een grote stoet    van historische en hedendaagse militaire voertuigen.

10897335058?profile=originalIn de Ridderzaal is een besloten bijeenkomst van veteranen en genodigden. Een ceremonieel gebeuren in aanwezigheid van de Koning, de Minister van Defensie en andere leden van Het Kabinet en Tweede Kamer, waarbij weer de jaarlijkse onderscheidingen die bij de veteranen zullen worden opgespeld. Toespraken, muziek  en voordrachten zullen deze ceremonie completeren.

10897335286?profile=originalFestival op het Malieveld

De hele dag van 9.00 tot 17.30 uur is het Malieveld 'open'. Om wat te eten, te drinken of te luisteren naar een optreden van de Boston Tea Party en een concert van de Koninklijke Militaire Kapel. Verder de presentatie van de Veteranen Top 50. Op het Malieveld kunt u persoonlijk met veteranen in gesprek gaan. Praatmet ze over hun ervaringen, over de lessen uit het verleden, over actuele missies en over wat ze nu doen in het dagelijks leven. De veteranen zijn benieuwd naar uw vragen en reacties. Ze staan u graag te woord. Let ook op de speciale programma's waaraan veteranen zelf meedoen en speciale kinderprogramma's.

Op het Malieveld staan bovendien grote videoschermen opgesteld  via welke alle ceremoniële onderdelen en festiviteiten van deze Veteranendag te volgen zijn. Verder op het Malieveld een Kidscorner, een vliegsimulator, een klimmuur, een Wall of Honour en zullen in diverse stands een aantal Nederlandse Musea zich presenteren.

Programma Veteranendag

10.20 uur, Ridderzaal

In aanwezigheid van Koning Willem Alexander, Minister van Defensie Hennes en Minister President Rutte zullen onder andere toespraken en voor-drachten worden gehouden ter ere van militairen die zich voor de vrede in diverse conflictgebieden hebben ingezet. Deze ceremonie wordt gevolgd door de uitreiking van medailles op het Binnenhof om ongeveer 11.30 uur.

13.15 uur, Nationaal defilé en Vliegshow

Meer dan 5000 veteranen en militairen zullen met een aantal muziekkorpsen defileren voor de Koning, die deze vanaf een podium op de Kneuterdijk zal afnemen. De militairen worden gevolgd door een grote collectie aan antieke en hedendaagse militaire voertuigen. De antieke voertuigen worden in puike conditie gehouden door de vereniging: “Keep them Rolling” (www.ktr.nl). Tijdens dit defilé zal er een Fly-by plaatsvinden van een aantal antieke en moderne vliegtuigen en helikopters.

Overzicht van het festivalterrein op het Malieveld

9.00 tot 17.30 uur Programma Malieveld

Gedurende de gehele dag is er een groot festival gaande op het Haagse Malieveld, met veel muziek,   eten,  drinken   en   tal  van

attracties voor iedereen. Zo is er een leuke Kidscorner, een vlieg-simulator en een klimmuur.

Podiumprogramma van 11.00 tot 17.00 uur: Doorlopende optredens van diverse artiesten, met onder andere Veteraan Dennis Kroon en zangeres Renee van Bavel. Het podiumprogramma en daarmee  de veteranendag 2016 wordt afgesloten door een spetterend optreden van de Kon. Militaire Kapel  “Johan Willen Friso”.

 

Voor mindervaliden, rolstoel-gebruikers en begeleiding zijn  er speciale pendelbussen, die rijden vanaf Station Den Haag Centraal naar het Binnenhof (8.00 – 9.15 uur op aanvraag ter plaatse) en het Malieveld (8.00 – 11.15 uur en retour 15.30 – 18.00 uur). Men kan   zich   hiervoor   aanmelden   bij: Sticht. Nederlandse Veteranendag,

 

 

Veteranen van de toekomst (?) aan de boterham....

 

 

Frederikskazerne, (gebouw 104, kamer 002), van Alkemadelaan 786, 2597 BC Den Haag, Tel: 070- 3164215. www.veteranendag.nl.

E-mail: info@veteranendag.nl.

 

_______________________________  

Lees verder…

10897338671?profile=original

Het Verzet in Nederlands-Indië  (2)           Door:  Drs. Humphrey de la Croi

In deel 1 van deze vijfdelige serie over het Indisch verzet, is kort samengevat hoe het verloop is geweest van de verzetsactiviteiten in bezet Nederlands-Indië. Ik ben ingegaan op het gebrek aan steun van de Indonesische bevolking   en haar coöperatieve houding tegenover de Japanners, het succesvolle opereren van Japanse en Indonesische inlichtingen-diensten en het gebrek aan professionele verzetsdeelnemers, die vooral werden gedreven door het idee van een spoedige bevrijding. Ter illustratie van een grotere verzetsgroep die ken-merkend was voor het Indisch verzet heb ik de groep-Meelhuysen genoemd, geformeerd in Soerabaja rond kapitein W.A. Meelhuysen.

Deze verzetsorganisatie werd uiteindelijk al vanaf december 1942 onttakeld door de Japanners en definitief uitgeschakeld in het voorjaar van 1943.

Dit tweede deel benut ik vooral om meer voorbeelden te geven van, in het bijzonder kleinschalig verzet op verschillende plaatsen in bezet Indië. De bronnen zijn uit  de eerste hand verkregen uit gesprekken met voormalige verzetsdeelnemers. Om redenen van privacy zullen deze voorbeelden voorlopig anoniem blijven.

.

Mogelijk dat binnen afzienbare termijn de namen bekend worden gemaakt. In deze bijdrage zal ik ook ingaan op verzetsactiviteiten buiten Java. Al zal het duidelijk zijn dat vanwege de aanwezigheid van Indo’s op vooral Java, dáár veel verzet was gesitueerd. We zullen zien dat   om strategische en soms ook “toevallige” redenen verzet is geboden op met name Sumatra, Celebes (Sulawesi), de Molukken en Nieuw-Guinea.

Sumatra

Generaal-majoor R.T. Overakker, de territoriaal commandant van Midden-Sumatra, gaf zich op 28 maart 1942 over aan de Japanners.

Een alternatief plan om, samen met kolonel G.F.V. Gosenson (territoriaal commandant Atjeh en Sumatra’s Oostkust) vanuit de Alas-vallei de strijd voort te zetten tot de Geallieerden zouden terugkomen, was achterhaald door de snelle opmars en overmacht van de vijand. Een groep rond kapitein J. Dormolen en luitenant H. van Zanten heeft het bevel door te vechten in daden omgezet, al was het maar tot respectievelijk april 1942 en maart 1943.
Generaal Overakker had wel degelijk een scenario opgesteld   in geval van een snelle val van   de Indische strijdkrachten. Hij rekende met name op de Molukse soldaten dat ze de komst van de bondgenoten zouden voor-bereiden. Een groep Molukkers vormde een organisatie die als Sapoe Tangan Merah, Rode Zakdoek, bekend werd. Molukse soldaten hadden als talisman in de strijd een rode zakdoek bij zich. In de te voeren guerrilla was de zakdoek het unieke herkennings-teken. Naast Molukse deden ook Menadonese, Timorese en Indo-Europese ex-militairen mee met de organisatie. Enige tijd na de capitulatie werden inheemse (met name Molukse) en Indo-Europese krijgsgevangenen vrijgelaten; zij waren immers mede-Aziaten. De bezetter trachtte zo hen voor zich te winnen, maar verkeek zich echter in hun loyaliteit aan de Nederlanders. Deze vrijlating vond pas plaats vanaf mei 1942. Het heeft niet zichtbaar geleid tot intensivering van verzetsacties; integendeel. Menselijkerwijs waren de meeste vrijgelaten krijgs-gevangenen blij dat ze naar hun gezinnen konden terugkeren; daar lag nu hun eerste prioriteit.

Verzetsgroep-Van Dormolen

Kapitein J. van Dormolen heeft na de capitulatie de strijd nog voortgezet totdat hij zich tot 24 april 1942 te Pematang Siantar (Noord-Sumatra) overgaf. Een drietal Molukse soldaten zou zich bij hem hebben aangesloten. Deze verzetsgroep telde ongeveer 150 man, de grootte van een compagnie. De drie genoemde soldaten A.P.L., C.S. en J.L.P. hebben elkaar ontmoet op 14 februari 1942 te Laodjohor. Het detachement van A.P.L., komende uit Rengat Indragiri voegde zich na terugtrekking bij de groep van Van Dormolen, waartoe de andere twee behoorden. De drie Molukkers hebben tot 5 april 1942 doorgevochten. Op die dag gaf kapitein Van Dormolen hun het bevel hun uniformen te verbranden en de wapens onklaar te maken en in een rivier te gooien. Ze mochten van hem teruggaan naar hun gezinnen of familie.

Een belangrijk moment in de strijd was de aanval op een Japanse kolonne die op 28 maart 1942 in de kampong werd ingezet. Daarbij zouden 62 Japanners zijn gedood, terwijl de KNIL-ers slechts twee gewonden telden: sergeant J. Kok en de Ambonese mitrailleur-schutter Sinai. Ook A.P.L deed mee aan het gevecht.

10897338884?profile=originalKoos Ayal met 10 van de 17 over-levenden van de groep-Kokkelink in kamp Wacol (Aus.), jan. 1945

De groep-Van Dormolen had als opdracht de opmars van de Japanners vanuit het zuiden zo   te vertragen, zodat generaal Overakker zich ‘georganiseerd’ kon terugtrekken uit Atjeh. De aanval op 28 maart had veel van de groep gevergd en het deed de Nederlanders beseffen hoe sterk de vijand was, ondanks de geslaagde aanval. Kapitein Van Dormolen besloot daarom de streek ter verlaten en noordwaarts te gaan. Hij veronderstelde dat Overakker daar nog onverminderd standhield en versterking welkom zou zijn. Achteraf gezien is juist bekend dat op 28 maart Overakker zich aan de Japanners had overgegeven.

In de dagen   tot 5 maart moest de groep verder in de zware omstandigheden van het tropisch regenwoud, door bergachtig terrein en de twee gewonden moesten worden meegevoerd. Het moreel van de manschappen stond nog eens onder zware druk. Daarom besloot Van Dormolen hen terug te laten keren naar huis. Wèl zouden ze paraat moeten blijven in afwachting van de terugkeer van de Geallieerden en dan zouden zij de vijand in de rug moeten aanvallen. De soldaten gingen een moeilijke tijd tegemoet; de bezetter zou wantrouwig zijn, er was de dreiging van razzia’s en dwangarbeid en niet in het minst moesten ze hun kost verdienen omdat hun vaste inkomsten er niet meer waren. Ze gingen toen op het land groenten en rijst verbouwen. Op 21 september 1943 arresteerden de Japanners C.S. en J.L.P. op beschuldiging van spionage voor de Amerikanen. Zij zouden zijn verraden door een Javaan, een zekere Marto. Ook A.P.L. kwam in de gevangenis terecht en moest martelingen ondergaan. Hij werd ten slotte veroordeeld tot zeven jaar gevangenisstraf.

Van 22 september 1943 tot 30 augustus 1944 verbleef hij in     de gevangenis in Rengat Indragiri en van 31 augustus 1944 tot en met 5 september 1945 zat hij gevangen op het eiland Taloek Kwantang. C.S. en J.L.P. waren zijn medegevangenen.

Kei-eilanden

Ook wel de Zuid-Oost Molukken en gelegen ten zuidwesten van Nieuw-Guinea. De eilandengroep telde voor de oorlog ongeveer vijftigduizend mensen.

De bekendste eilandengroepen zijn Noehoejoet, Groot-Kei en Noehoerowa, Klein-Kei. Het bestuurlijk centrum bevond zich in Toeal op het eiland Kei Doelah. Vanaf het einde van de negentiende eeuw was als gevolg van zending en missie de Islam teruggedrongen en was een protestants en een katholiek deel ontstaan. Deze vormden twee-derde van de gelovigen; eenderde was Moslim gebleven.

De eilandengroep was een van de laatste gebieden waar de Japanners zouden arriveren. Vooral in de eerste maanden vanaf de capitulatie van het KNIL kwamen er burgers en militairen aan die wilden doorreizen naar Australië, dat niet heel ver meer weg lag. De hoogste ambtenaar, dr. Th. Nieuwenhuizen, wilde de eilanden zich laten voorbereiden op de Japanse aanval. Maar er waren slechts tientallen militairen en vanuit Australië waren er te weinig schepen daarvoor. Toch lukte het om in juli 1942 enige tientallen soldaten op de been te brengen in Toeal. Stellingen werden aangelegd, de veldpolitie kreeg een korte training en van Ambon gevluchte Keiese soldaten werden opgeroepen mee te doen. Door gebrek aan mensen werden hulpsoldaten gerecruteerd uit de Islamitische bevolkingsgroep. Deze deden o.a. dienst op uitkijkposten. Zij zouden later de Japanners helpen in hun opmars. De Moslims op Kei voelden zich altijd achtergesteld door het bestuur en de christelijke bevolking. Tijdens de Japanse bezetting namen ze hiervoor wraak.
De Japanners arriveerden in de nacht van 29 op 30 juli 1942 ten noorden van Kei Doelah. Ze trokken zonder tegenstand te ondervinden Toelah binnen, daarbij geholpen door Islamitische Keiezen. Vlak daarop volgde echter nog een gevecht met de verdedigers van de stad, waarbij nog tientallen Japanners werden gedood. Na inzet van artillerie en scheepskanonnen, bezweek het detachement en trok zich terug in de bossen.

De bezetter is zich op Kei te buiten gegaan aan veel geweld tegen de Europeanen. Met name zusters en broeders van de missie werden het slachtoffer. Ze waren eerder eenvoudigweg als vijanden door Islamitische Keiezen aan-gewezen.

De geestelijke bedienaren werden zonder proces geëxecuteerd op het strand. Onder hen o.a. monseigneur Aerts. In totaal werden dertien missionarissen gefusilleerd. Jongens van de kampong moesten de lijken de zee inslepen. Enkele paters wisten te ontsnappen: Bedeaux en Van Lith. Zij kwamen aan op Kei Tanimbar. De Japanners kwamen dit te weten en dreigden vrouwen en kinderen te doden wanneer ze zich niet meldden. Dat deden ze en   ze werden overgebracht naar Langgoer, waar ook andere paters nog in leven bleken te zijn: Van Rooyen, Goosens en Van Haren. Een pater De Grijs had het niet overleefd na te zijn gevonden door de bezetter. De vijf overgebleven missionarissen mochten blijven leven na tekenen van een verklaring van niet anti-Japans zijn.

10897339460?profile=originalOud-verzetsdeelneemster Koos Ayal tijdens de bijeenkomst ter ere van het Indisch verzet. Bronbeek 27 april 2012.

Foto: H. de la Croix

De grootste tragische gebeurtenis op de Kei-eilanden was de veroordeling op 22 april 1994 van

39 mannen en drie vrouwen die werden beschuldigd van verzets-activiteiten. Waarschijnlijk zijn het Islamitische medebewoners die hen hebben aangegeven bij de bezetter. Van deze personen kregen 39 de doodstraf. De executie was op 24 mei 1944 op het eilandje Kilwik, bij Toeal. Van de mannen werden er 34 onthoofd, twee vrouwen werden gefusilleerd. De drie anderen waren ziek achtergebleven maar op 10 juni 1944 maakte en Japanse arts een eind aan hun leven.

Het verzet op Kei

De in Lerolim op Noehoerowa (Klein Kei) op 14 februari 1926 geboren P.R. moest bij Langoer werken aan de aanleg van een vliegveld. Een zwaar karwei waarbij bomen moesten worden gekapt en de bodem geëgaliseerd. P.R. vluchtte zodra hij daartoe de kans zag, maar werd achterhaald, zwaar mishandeld en opnieuw tewerkgesteld. Zijn belangrijkste verzetsdaad was het in brand steken van de verblijven van de tewerkgestelden in de kampong Sertean. Door deze brand zouden geallieerde vliegtuigen de posities van de Japanners te weten komen en bombarderen.

Volgens P.R. leidde dat tot aanzienlijke verliezen, maar dit is niet bevestigd in aanwezige rapportages of logboeken. Wel     is er een getuige, een Keiese KNIL-er die de brand heeft meegemaakt. Deze getuige is   een van de medevluchters geweest die weer werden opgepakt. P.R. zou tot zijn daad zijn overgegaan op verzoek van een voor de Geallieerden spionerende Japanner. Dit feit is evenmin bevestigd door officiële bronnen. Met P.R. is het nog goed afgelopen ondanks de zware mishandelingen tijdens verhoren nadat hij werd opgepakt.

De aanleg van het vliegveld bij Langoer maakte deel uit van het plan er drie aan te leggen: bij Faan en Letfoean. Het oorlogs-verloop ten nadele van de Japanners noodzaakte hen de luchtmachtonderdelen te concen-treren op de Kei-eilanden. Voor de aanleg van de vliegvelden werden alle mannelijke bewoners tussen de 15 en 45 jaar gedwongen tewerkgesteld. De werkers verbleven in bewaakte en omheinde kampementen. Ze werden slecht behandeld en mishandeling was regel. Het voedsel was slecht, vaak bedorven en te weinig. De omstandigheden waren zondermeer mensonterend.

Toch was er dermate veel loyaliteit aan de Nederlanders dat er pogingen waren verzet te bieden, vaak passief door traag te werken, soms actief met sabotage. Zo maakten sommigen gebruik van de paniek tijdens en na een bombardement door de bondgenoten, door vliegtuig-benzine in brand te steken. Soms werden ook gebouwen en installaties daardoor vernield. Een ander voorbeeld van verzet was het geven van seinen bedoeld voor geallieerde vliegtuigen.
Concluderend kan worden gesteld dat verzetsactiviteiten op Kei nadrukkelijk in de context van de gedwongen arbeid plaatsvonden.

Dus gericht op de directe omgeving: het kamp, het ontgonnen terrein en vervoers-middelen. Maar ook in de vorm van signalen proberen te geven voor Geallieerde vliegtuigen. Dit bleek enige keren succes te hebben omdat er inderdaad daarna werd gebombardeerd. Het verzet op Kei was dus beperkt tot de locaties van de dwang-arbeiders; over breder verzet in de eilandengroep is niet veel bekend. Het is aannemelijk dat de bezetter het verzet “groter hebben gemaakt” teneinde hard optreden

te rechtvaardigen en loyale Moslim-Keiezen te prikkelen tot medewerking. De strategische positie van de eilanden mocht niet worden ondermijnd.

Nieuw-Guinea

Ook op het erg dunbevolkte en grotendeels nog onbekende Nieuw-Guinea is verzet geweest tegen de Japanners. De Japanners landden op 1 en 2 april 1942 op respectievelijk Fakfak en Babo op het Noordoostelijke schiereiland genaamd Vogelkop. De hoofdstad Manokwari viel op 12 april 1942  in handen van de vijand. Een groep van rond 60 man geleid door de commandant van het KNIL in Manokwari kapitein J.H.B. Willemsz Geeroms trok de jungle in; onder hen sergeant M.C. Kokkelink en later sloot zich daarbij een vrouw aan, ‘tante’ Koos Ayal. Op 15 november 1942 werd de groep aangevallen door de vijand en vijf leden sneuvelden.

Een periode van vluchten en zoeken van veilige plekken volgde gedurende twee en een half jaar. Gevaar was ook te duchten van Papua’s die een beloning van één gulden kregen voor iedere dode  of levende verzetsdeelnemer. De

zware omstandigheden van het tropisch regenwoud eisten hun tol. Ziektes als beri-beri en dysenterie sloegen toe; het voedsel was  bijna op en de gevechtskracht verdween. Slangen, hagedissen, larven dienden als eten. De discipline en het moreel van de groep kwamen onder zware druk te staan. Het kwam zelfs tot de executie van de Javaanse soldaat Saddat.

Hij saboteerde een wapen uit wraak voor een niet toegekende promotie. De groep koos uit haar kring ter plekke een krijgsraad die het vonnis uitsprak. Van de groep zouden 46 leden het niet redden door sneuvelen, ziekte, executie, kannibalisme inheemse bevolking, gevangenneming en executie, desertie en capitulatie. Kapitein Willemsz Geeroms redde het uiteindelijk mentaal niet meer en kwam in handen van de Japanners nadat dezen half april 1944 een aanval op de groep hadden uitgevoerd. De commandant zou later worden onthoofd. Koos Ayal slaagde erin te ontsnappen; evenals sergeant Kokkelink, die het commando overnam. Deze kleine groep van 16 militairen    en Koos Ayal zou uit handen van de Japanners blijven en slaagde erin contact te maken met een   uit Australië gedropte groep parachutisten (een zogeheten NEFIS-party). Toen werden ze overgebracht naar Australië per vliegtuig. De party had samen  met behulpzame Papoea’s een landingsstrip aangelegd. Dit alles speelde tussen 22 september 1944 en 4 oktober 1944. Sergeant Kokkelink werd kort daarop uitgezonden naar de inmiddels bevrijde Vogelkop van Nieuw-Guinea om verkenningsmissies uit te voeren en interneringskampen te bevrijden. Mauretz Christiaan Kokkelink zou bij Koninklijk  Besluit no. 17 van 12 april 1945 onderscheiden worden als Ridder in de Militaire Willemsorde.

Overig verzet op Nieuw-Guinea

De Molukse heer M.E. woonde als politieman van 1935 tot april-mei 1942 op Nieuw-Guinea, eerst in Fakfak en daarna in Babo. Op de dag van de capitulatie van het KNIL was hij in het gebied ten zuiden van Babo, in de regio Mimika te Oeta. Daar zouden de Japanners niet landen. Wel was er destijds het gerucht dat dat ging gebeuren. Op basis van dit gerucht vluchtte M.E. richting Fakfak, maar dit ontkrachtte hij later. De KNIL-militairen op Nieuw-Guinea werd de opdracht gegeven zich terug te trekken in de binnenlanden en de strijd voort te zetten. Deze opdracht was afwijkend ten opzichte van alle andere eenheden vanaf het moment van de capitulatie. Ook M.E. voelde het als zijn plicht door te gaan: hij spreekt van een dienstbevel, dapet printah. In april-mei vertrok hij naar het meer in het oosten en binnenland gelegen Wisselmeren om de post van het Binnenlands Bestuur te zoeken waar controleur dr. J.V. de Bruijn zou zijn. Deze groep was 53 man groot. Na contact te hebben gemaakt stuurde De Bruijn M.E. samen met andere politiemensen, naar Merauke om daar de strijd voort te zetten. Dat betekende een tocht naar de oostgrens van Nederlands Nieuw-Guinea en geheel Indië; een afstand van 700 km door bergen en jungle. M.E. en vijftien andere politiemensen zouden formeel militair worden en in Australië een opleiding gaan volgen. Deze groep zou deel gaan uitmaken van het zogeheten Papoea-bataljon dat vanaf eind 1944 werd gevormd in Hollandia. Half 1942 werd de groep per schip naar Melbourne gebracht. Het schip was een Nederlandse olietanker die in maart 1942 uit Babo wist te ontsnappen.

10897339491?profile=originalPapoea bataljon

De opleiding tot infanterist nam 8 maanden in beslag en vond plaats in kamp Casino. M.E. werd later ingedeeld in de 2e compagnie   van het 1e KNIL-bataljon. Deze eenheid werd toegevoegd aan de Australische 9e Divisie die later op het eiland Morotai kwam en van daaruit op 1 en 2 mei 1945 landde in Tarakan aan de Oostkust van Borneo.

Het relaas van M.E. is niet zozeer een verzetsdaad in de letterlijke en direct zichtbare zin, zoals      het leggen van mijnen, laten ontsporen van treinen en dergelijke, maar het voortzetten van de strijd na de overgave. Toch is het verhaal van M.E. een typische dat samen met alle letterlijke verzetsactiviteiten wordt aangeduid als het Indisch verzet. Ten slotte zou het na het leggen van het contact met dr. De Bruijn zo hebben kunnen lopen dat M.E. bij die groep was gebleven om zo de Geallieerden over een contact in een strategisch belangrijk deel van bezet Indië te laten beschikken.

Samenvattend

In de Grote Oost zoals het uitgestrekte gebied bestaande uit de Molukken en Nieuw-Guinea werd genoemd, zijn er verzets-activiteiten op kleine schaal geweest. Maar niet onbelangrijk omdat de regio voor de Geallieerden van groot militair-strategisch belang was. Dat bleek ook vanaf 1943-1944 toen de oorlogskansen duidelijk keerden ten gunste van de bondgenoten en Japan het alsmaar moeilijker kreeg. De contacten op de Molukse eilanden en Nieuw-Guinea bleven schaarse en des te belangrijker waarde hebben voor de inlichtingendiensten van de Geallieerden. Regelmatig werden door de NEFIS (Netherlands Forces Intelligence Service) speciale verkenners gedropt, de zogenaamde party’s. Samen met de lokale contacten bereidden ze de weg voor de latere invasies van de verschillende eilanden.

Wordt vervolgd

Lees verder…

De aanval op Nederlands-Indië

De aanval op Nederlands-Indië

10897333469?profile=original


De Japanse “Senshi Sōsho” (“oorlogsserie”) telt 102 delen, samengesteld door het Japanse Instituut voor Militaire Historie. Daarvan gaan er twee over de invasie van Nederlands-Indië in 1941-1942. Het eerste deel betreft de verovering van Nederlands-Indië, eindigend met de capitulatie van het KNIL op Java. Het tweede deel betreft de maritieme operaties in en om de Indonesische wateren, waaronder de slag in de Java zee, eind februari 1942.

Dankzij financiële steun van de Corts Foundation werd de vertaling van het eerste deel – in het Engels getiteld ‘The Invasion of the Dutch East Indies’ – op 21 september 2015 in Leiden gepresenteerd. De vertaler Willem Remmelink, voorheen lange tijd directeur van “Japan-Netherlands Institute” in Tokyo, hield de volgende inleiding.

De Tweede Wereldoorlog heeft diepe littekens achtergelaten in zowel de Nederlandse, de Indonesische als de Japanse samenleving. De reacties hierop zijn echter nogal verschillend.

In Nederland is de aandacht vrijwel uitsluitend gericht op de slachtoffers: de burgergeïnter-neerden, de krijgsgevangenen aan de Birma of Pakan Baroe spoorlijn, en natuurlijk de troostmeisjes.

In Indonesië ligt de focus niet op de Japanse bezetting, hoe zwaar deze ook was en hoevelen ook het leven hebben gelaten, als romusha of vanwege het onverstandig economisch beleid van het militaire bestuur. In Indonesië ligt de focus nog volledig op de Proklamasi, het uitroepen van de onafhankelijk-heid. De Japanse bezetting krijgt slechts zeer summiere aandacht. Er zouden ook ongemakkelijke vragen kunnen worden gesteld, zoals die naar de rol van Soekarno tijdens de Japanse bezetting. Aangezien Indonesiërs in het algemeen conflicten trachten te vermijden, wordt de val van de Nederlands-Indië en de Japanse bezetting tot niet meer gezien dan een opmaat naar de onaf-hankelijkheid.

De Japanse visie

In Japan is de reactie nog ingewikkelder. Voor heel veel Japanners is het Tokyo Tribunaal en de atoombommen op Hiroshima en Nagasaki, deze laatste beschouwd als gruwelijker misdaad dan alles wat het Japanse leger ooit heeft begaan, het einde van de discussie. Anderen echter pleiten voor een meer serieus debat over de politiek van de jaren ’30 en de Japanse rol tijdens de oorlog. Helaas is deze discussie volledig gepolitiseerd en de deelnemers worden het zelfs niet eens over de naamgeving van de oorlog, de Pacific Oorlog, de Grote Oost-Azië Oorlog, de Vijftienjarige Oorlog, of de regio Azië-Pacific Oorlog, om maar een paar voorbeelden te noemen.

10897333280?profile=originalDe Japanse leden van de advies-raad tijdens de presentatie

In tegenstelling tot de veteranen van het KNIL, die nogal stiefmoederlijk zijn behandeld door de naoorlogse Nederlandse regeringen, werd de veteranen van het Japanse keizerlijke leger en marine of hun nabestaanden relatief goede zorg geboden. Hun verenigingen speelden ook een belangrijke rol bij de verkiezing van een reeks conservatieve regeringen, wat natuurlijk de discussie over de rol van Japan en zijn strijdkrachten voor en tijdens de oorlogsperiode dempte. Dit wil niet zeggen dat de Japanners niet worstelen met de erfenis van de oorlog. Het persoonlijke verlies   en de trauma’s zijn uitvoerig gedocumenteerd. Maar los van dit immense persoonlijk oorlogsleed, hebben veel Japanners het gevoel dat welke verkeerde politieke beslissingen dan ook hun soldaten en matrozen naar het buitenland zond, deze soldaten en matrozen moeten worden geëerd voor hun loyaliteit en opoffering.

Dat wreedheden en zelfs oorlogs-misdaden zijn gepleegd was lang moeilijk te accepteren, net zoals in Nederland het publiek niet kon geloven dat hun jongens die na de oorlog naar Indonesië waren gestuurd zich niet zo hebben gedragen als had gemoeten. Sinds Vietnam, Afghanistan, Irak en talloze andere conflicten weten we, dankzij de directe media-aandacht, dat oorlog veel smeriger is dan oude heldhaftige oorlogs-verhalen ons willen doen geloven. We weten ook, dat zodra de politieke, religieuze, economische, of welke andere motieven die tot de oorlog hebben geleid ophouden te bestaan, het leven weer gewoon verder gaat. Wat overblijft is het persoonlijke leed van de slachtoffers, met weinig kans     op schadeloosstelling en waar-schijnlijk nog minder kans op een officiële verontschuldiging.

Persoonlijke motieven

Toen mij gevraagd werd deze vertaling te maken, vroeg ik me af waarom ik twee jaar van mijn leven zou moeten spenderen om een ​​boek te vertalen over een vergeten campagne die ook nog eens tot een totale Nederlandse nederlaag had geleid. In grote lijnen kende ik het verhaal. Mijn vader en twee oudere zusters hadden in Japanse internerings-kampen gezeten, net als andere leden van mijn familie. Mijn vader deed zich nooit voor als een slachtoffer. Hij leek zich meer     te beschouwen als iemand die toevallig op het verkeerde moment op de verkeerde plek was geweest, met alle gevolgen van dien. Met een van mijn zusters was het een ander verhaal, maar ik ben blij dat ze vandaag bij ons is. De oprichter van de Corts Foundation was door de oorlog ernstig getraumatiseerd, maar ik heb nooit helemaal zijn obsessie begrepen om te willen weten wat er precies gebeurd is en hoe, om te voorkomen dat het nageslacht het zou vergeten.

Wat me uiteindelijk toch deed besluiten om dit project uit te voeren was een brief van een lezer in het NRC-Handelsblad van 18 mei 2012. De brief – bedoeld als protest tegen de geplande reorganisatie en verplaatsing van het Nederland Instituut voor Oorlogsdocumentatie – vertelde ook het persoonlijke verhaal van de schrijver. Dat deze was gevangengenomen aan het einde van de oorlog, en dat hij op de dag dat hij werd bevrijd had gezworen om alles, maar dan ook álles, over de oorlog te willen weten. En dat dát de rest van zijn leven had bepaald. Toen ik dit las, besefte ik me dat er nog veel te leren viel over deze vergeten campagne – op dat moment de grootste overzeese landings-operatie in de militaire wereld-geschiedenis.

10897334058?profile=originalWillem Remmelink tijdens zijn lezing

Het beeld van Japan

De algemene gedachte is, dat een overmachtig Japans leger en marine neerdook op een slecht voorbereid Nederlands-Indië, en dat de val van de Nederlands-Indië in de aard der dingen lag, zoals lt. kol. Mantel, een stafofficier van het Nederlands-Indisch Leger, opmerkte na de capitulatiebijeenkomst in Kalidjati. Dit staat echter in schril contrast met het beeld van vóór de oorlog, toen Japan werd beschreven als

De invasie in Nederlands-Indië. zoals gemeld in de New York Times op 12 januari 1942.

een derderangs natie met  oorlogsschepen als sardineblikjes, vliegtuigen van papier, en soldaten en matrozen die niet     ´s nachts kon vechten omdat ze geen wortelen aten en daarom niet goed konden zien. In werkelijkheid bleken in het begin van de oorlog de Japanse oorlogsschepen en vliegtuigen juist veel beter dan bijna alles wat de Geallieerden bezaten, en waren nachtelijke aanvallen juist een Japanse specialiteit.

De ommezwaai van opschepperig zelfvertrouwen naar volledige overgave heeft de Nederlandse burgerbevolking zeer verbijsterd. Bekend is de opmerking van een Nederlandse vrouw in Batavia (Jakarta), toen zij getuige was van het binnentrekken van de Japanse troepen in deze stad, dat ze niet kon begrijpen hoe zo’n smerig uitziend stelletje lilliputters op gympjes haar lange en knappe Nederlandse helden hadden verslagen.

De schok was enorm, maar berusten in de gedachte dat dit   op de een of andere manier onvermijdelijk was, verhindert een juiste waardering van de militaire campagne van de Japanners. Deze was immers dusdanig gewaagd dat niemand in Nederlands-Indië haar voor mogelijk had gehouden. In China leken de Japanners niet in staat om een slecht geoutilleerd Chinees leger definitief te verslaan; in een grensincident in Mantsjoerije waren ze eigenlijk geklopt door de Sovjets; en als naar het zuiden wilden, dan moesten ze langs de Amerikanen op de Filippijnen en de Britten in Maleisië en Singapore. Natuurlijk had de oorlog in Europa alles veranderd. Maar zelfs dan, de verovering van Zuidoost-Azië,  met inbegrip van de Nederlands-Indië, leek onhaalbaar voor de Japanners. En tóch namen ze het risico. Nu, achteraf, kunnen we constateren dat de Japanse leiders op dat moment de toekomst van hun natie op het spel zetten door een oorlog te beginnen die menselijkerwijs niet door hen kon worden gewonnen.

Een sprong in het diepe

In feite is het geen rationeel besluit geweest. Medio oktober 1941 viel het derde Konoe kabinet na een botsing tussen premier Konoe en minister van oorlog Tojo. Ondanks zijn groteske ideeën over een nieuwe Aziatische Orde en een Groot-Aziatische Welvaartssfeer, vreesde Konoe een oorlog met de Verenigde Staten en overwoog zelf terug te trekken uit China. Voor Tojo en het leger was dit onaanvaardbaar. Tojo vertelde Konoe dat een man soms vanaf het balkon van de Kiyomizu tempel moet springen. Hij verwees hierbij naar een 18e-eeuwse boeddhistisch verhaal waarin een jongen die bidt voor de gezondheid van zijn zieke moeder van het hoge balkon van de Kiyomizu tempel in Kyoto springt. De jongen bleef op wonder-baarlijke wijze ongedeerd en zijn moeder kon plotseling weer lopen.

Onder leiding van Generaal Tojo, de volgende premier, sprong Japan in blind vertrouwen van het balkon van de tempel. In eerste instantie leek de gok goed uit te pakken. In een paar maanden,   en veel sneller dan gepland, veroverden de Japanse legers Zuidoost-Azië. Toen deze echter hun vaart hadden verloren, en de Geallieerden een Japanse over-winning weigerden te accepteren, veranderde de oorlog in een uitputtingsslag waarop Japan slecht was voorbereid.

De Japanse aanval

Japanse  theorie  en praktijk

Dankzij Nederlandse en andere Geallieerde bronnen weten we hoe het KNIL en zijn partners verslagen zijn, maar zij vertellen ons niets over hoe de Japanners eigenlijk hebben gewonnen, hoe ze de aanval planden, voor-bereidden en uitvoerden. De invasie van de Nederlands-Indië is een schoolvoorbeeld van Japanse militaire theorie en de praktijk.  De nadruk op snelheid en aanvalskracht, de klassieke inzet van een legerdivisie in twee colonnes met een zwakkere linkervleugel om de vijand op zijn plaats te houden en een sterke rechtse om de beslissende slag uit te delen, een snelle en agressieve voorhoede met het risico dat de hoofdmacht deze niet kan volgen: al deze elementen werkten op Java tot in de perfectie tegen een KNIL dat al snel in wanorde verkeerde.

Echter, het succes van de campagne maakte de Japanners ook blind voor de zwakten van hun doctrine. De onophoudelijke nadruk op het doortastend en resoluut optreden leidde bij vele commandanten tot een zekere roekeloosheid omdat ze bang waren voor lafaards te worden uitgemaakt. In de Java-campagne deed dit er niet toe, maar later in Birma leidde het tot de verspilling van duizenden goed opgeleide en loyale troepen. Tojo’s sprong in het diepe, à la Kiyomizu, zegt evenveel over zijn militaire opleiding als over zijn karakter.

Communicatie

Toen ik begon met het vertalen en de oorlogsplannen en logistiek doornam, dacht ik dat het allemaal vrij goed doordacht was. Toen ik echter generaal b.d. Ad Herweijer, voormalig plaats-vervangend commandant van het Nederlandse leger, om zijn mening vroeg, schudde deze zijn hoofd en zei: “Wat een houtje-touwtje operatie. Wij zou nooit hebben durven plannen op die manier.” Echter, de focus van de Japanse tactiek lag geheel op het verrassingseffect, het niet-doen wat de vijand dacht dat je zou gaan doen, ongeacht de risico’s. Dankzij deze tactiek kregen ze het KNIL meteen plat. Het feit het schip met het hoofdkwartier van het Japanse Zestiende Leger aan boord door eigen vuur in de Bantam Baai was getorpedeerd en tot zinken was gebracht met bijna alle communicatie-apparatuur aan boord, was misschien wel een blessing in disguise. Met uitzondering van de Tweede Divisie in West-Java, had de legerleiding tijdens de hele Java-campagne geen contact met de onder zijn bevel staande eenheden. In het geval van de Tweede Divisie leidde het contact tot meer nadelen dan voordelen. Het initiatief overlaten aan de plaatselijke commandanten en hen te laten handelen naar hun eigen oordeel, werkte in het voordeel van de Japanners.

De Engelstalige uitgave

Ik ben geen militair expert, maar ik zou bijna wensen dat het Nederlandse hoofdkwartier in Bandoeng evenmin contact had gehad met zijn troepen. De voortdurende wijzigingen in dispositie en plotselinge marsen en tegenmarsen matten  de troepen af, waardoor ze gedemoraliseerd raakten en ze zich vaak bevonden op plekken waar er geen geloofwaardige verdediging meer mogelijk was.

Als dit boek iets weerspreekt, dan is het wel de veronderstelde numerieke   superioriteit   van   de

Japanse troepen. Tijdens de eerste week van maart 1942 landden ongeveer 55.000 Japanners. Ze werden geconfronteerd met een 60.000 KNIL-soldaten, en als we de Australische, Britse en Amerikaanse troepen meetellen, in totaal een leger van ongeveer 80.000 man. Toegegeven, het merendeel van deze troepen was slecht opgeleid en bewapend. De Japanners waren beter opgeleid, ze waren voor het grootste deel in de strijd gehard, en werden beter geleid. Het is ontnuchterend om  te lezen hoe het KNIL zijn Thermopylae vond in de Tjiaterpas waar slechts één bataljon van de Shoji Detachement, ondersteund door vliegtuigen van de Japanse Derde Luchtdivisie, doorbreekt, en, blijkbaar de weggewezen door een Nederlandse krijgsgevangene, de Nederlandse posities over-vleugelt.

Ook deze slag begon als een wanhopige gok van een frontlinie commandant die op eigen oordeel aanviel, maar werd beloond met de onverwacht snelle overgave van het gehele Nederlands-Indische Leger.  Java Post

The Invasion of the Dutch East Indies – Willem Remmelink (editor). ISBN: 9789087282370, 640 pagina’s. Prijs: € 79,50.

De volledige vertaling is integraal te lezen op: https://openaccess.leidenuniv.nl/handle/1887/3518

Met dank aan N.I.C.C

Lees verder…

10897336487?profile=original17 - 18 - 19 Juni: Pasar Malam Istimewa in Sporthal Dijnselburg in ZEIST

10897336896?profile=originalJustine Pelmelay ook op de Pasar Malam Istimewa in Zeist

 
Op het laatste moment is het toch gelukt om Justine Pelmelay toe te voegen aan het programma van de Pasar Malam Istimewa in Zeist!
Zij komt er zelfs speciaal eerder voor terug van haar tour in Spanje!  De Pasar Malam in Zeist is van 17 tot en met 19 juni in Sporthal Dijnselburg en Justine zal een wervelend optreden verzorgen op zondag 19 juni.
Justine Pelmelay werd geboren als dochter van een moeder uit Java en een vader uit Ambon en stond twee keer op het Eurovisiesongfestival, een keer met Gerard Joling, en solo met het nummer “blijf zoals je bent”. Justine heeft onder andere gezongen met tv-kok Lonny Gerungan, John Denver en Celine Dion. 
 
 

De Pasar Malam in Zeist is al jaren DE Pasar Malam van de provincie Utrecht!
Dat komt door de combinatie van een binnen en buiten gedeelte. Zowel binnen als buiten staat een podium maar er is ook nog een café met live muziek! Op deze drie podia staan top artiesten en culturele dans demonstraties. Denk bijvoorbeeld aan Erwin van Ligten met zijn band Route 77, The Streetrollers, Ray Smith, Diana Monoarfa, Jimi Bellmartin en nog veel meer! De culturele dansen worden verzorgd door Dansgroep Made, Dansgroep Orchidee en Wahana Budaya Nusantara!

De Indonesische sfeer wordt versterkt door mooie decoratie, een D3 decor op het hoofdpodium, een professionele lichtshow en de Oosterse markt. Tegen leuke prijzen koop je hier bijvoorbeeld wierook, sambal, spekkoek, buddhabeeldjes, wayangpoppen, kleding, Indische kookboeken, een likeur met spekkoek smaak of INDO merchandise van onze partner Indo's Be Like. Hoewel een Pasar Malam van origine uit Indonesië kot is het tegenwoordig een leuk dagje uit voor het hele gezin!

10897337468?profile=originalEen Pasar Malam zou geen Pasar Malam zijn zonder de Indische keuken! Kom genieten van al dat lekkers. Heerlijke complete maaltijden, en helemaal niet duur!
Of liever een snackje? Er zijn verschillende soorten sate (bv. ayam, kambing) een lekkere gebakken banaan. En natuurlijk een tjendol toe.
Vind u het ook leuk om thuis te koken? Bij de informatie balie bij de entree krijgt u voor slechts €1,00 een flesje ABC ketjap met een kookboekje!



10897326278?profile=originalGlossy Pasar Malam Magazine editie voor Zeist.

Met de Streetrollers op de cover met Coverstory, en nog veel meer ....

Voor € 5,95 wordt U de trotse bezitter.

Te verkrijgen bij ICM stand. Op=op !

Prijzen
Aan de deur betaalt u €9,50 voor een volwassene maar als u via deze site uw kaartje online koopt betaalt u slechts €7,50!
Senioren van 65+ betalen aan de deur €8,50 en online in de voorverkoop slechts €6,50 
En op vrijdag is de toegang slechts €5,00 voor 65+'ers
Kinderen tot 4 jaar mogen gratis naar binnen. Voor kinderen van 4 t/m 12 is de toegangsprijs €4,00
Er zijn ook 3-dagen kaarten te koop tegen gereduceerd tarief

Programma:

10897337681?profile=original


Vrijdag 17 juni


- Route 77, met Erwin van Ligten ft. Isabelle Ame
- Jimi Bellmartin
- Free Line
- John Russel Jr.
- Ester Latama
- Dansgroep Made

Zaterdag 18 juni 

10897337881?profile=original
- The Streetrollers
- Ray Smith
- NoyaLohyNoya
- Diana Monoarfa
- Wout Nijland & Harry Jekel
- Dansgroep Orchidee

Zondag 19 juni

- Los Perdidos
- Ray Smith
- Eddy King
- Two Lucky Minds
- Dansgroep Wahana Budaya Nusantara

Openingstijden
Vrijdag 17 juni: 13:00 - 22:00 uur
Zaterdag 18 juni: 12:00 - 22:00 uur
Zondag 19 juni: 12:00 - 20:00 uur

Adres
Sporthal Dijnselburg
Badmeester Schenkpad 2
3705 GK Zeist

Parkeren
U kunt op de parkeerplaats van de Sporthal parkeren voor slechts €3,50
U kunt dit alleen contant afrekenen.
Gratis parkeren kan in omliggende wijken zoals bijvoorbeeld de Laan van Vollehoven. Dit is ca. 10 minuten lopen

 

 

Lees verder…

10897332299?profile=original10897332895?profile=originalLinda Voortman van Groen links in zonnetje gezet door Ton Te Meij.

Op  het Tong Tong Theater waar ‘Postkoloniale openstaande rekeningen: een morele kwestie?’ discussie werd gehouden zou het panel zich over dit onderwerp buigen, leek het panel geheel hieraan voor bij te gaan.

De gespreklseider probeerde het nog in goede banen te leiden, maar ter vergeefs. Het publiek en de gespreksleider dachten dat het panel met constructieve zaken zouden komen zoals onder andere geplande acties van hoe verder nu ?   

Het was weer de wollige gepraat zonder daden en acties die de overhand voeren, naast slechte kennis van Indische dossiers, bizar Tong Tong fair !

Het panel was meer met de eigen belangen  bezig dat ze waren vergeten een  zeer belangrijke zaak namelijk uitbetalen van de KNILLER.  Met name om Linda Voortman van Groenlinks te complimenteren en te bedanken met behaalde tussen resultaat.  

Ton Te Meij vroeg om het woord te voeren, vertelde vervolgens aan  het publiek;  de grote inzet en bijdrage die Linda in de strijd die ze met Martin van Rijn heeft gevoerd en Ton vroeg om applaus van het publiek. Ludiek werd hiervoor geapplaudisseerd.

Ook benadrukte Ton Te Meij stellig  dat het de leden van Tweede Kamer zijn die er voor hebben gezorgd voor deze doorbrak na 70 jaren. Redactie ICM is zeer content met deze uitspraak, een bevestiging op het geen ICM altijd al heeft beweerd. “ Leden  van de Tweede Kamer, zijn Indischer dan menig Indo denkt”. Ook hier aan is door mensen achter de schermen dagelijks aan gewerkt! 

Als bekroning hierop ontving Linda als primeur de Pasar Malam Magazine uit handen van Ferry Schwab sr. 

Tot slot om de onbeantwoorde vragen van gespreksleider kracht bij te zetten bij dit zeer matig optreden van het panel; (met score van een 3, 5) “ dat niet meer achteruit gekeken moet worden, en een keer eens met die “wollige taal” moeten stoppen met deze discussies onder elkaar. Meer daden zoals geplande acties waar de gespreksleider geen antwoord op kreeg” aldus Ferry Schwab sr.

-------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------

Panelgesprek o.l.v. Fridus Steijlen (KITLV) met Linda Voortman (Tweede Kamerlid GroenLinks), Sylvia Pessireron (Task Force Indisch Rechtsher- stel), Peter Keppy (NIOD) en Peggy Lesquillier (Bersiap Compensatie)

Lees verder…

Korte samenvatting Met liefde vertrekken (vrouwen uit Nederlands-Indië naar Japan (1946) en Japans Indische kinderen) van Han Gieske

 

Na de capitulatie op 15 augustus 1945 kwam op Java een groot aantal Japanse mannen en Indo-Europese vrouwen naar voren die hun relatie wilden omzetten in een (kerkelijk) huwelijk en samen naar Japan wilden vertrekken. Het boek beschrijft –voor het eerst- zowel aan de hand van Nederlandse als Japanse bronnen: de reactie van de Britse en Japanse legerleiding; de rol van Britse officieren en die van de Japanse jezuïet pater Koide en van de R.K. Kerk; de overtocht in vier schepen van 123 vrouwen (alsmede mannen en kinderen); de aankomst, ontvangst en het leven in Japan; en de reactie van de Nederlandse Militaire Missie in Tokio.

 

Een analyse van het beleid van deze Missie –vóór 1948 en daarna- laat de moeilijke situatie zien in Japan; beschrijft de hulp voor terugkeer naar Nederlands-Indië indien vrouwen dat wilden; de dilemma’s waar deze vrouwen voor stonden; in het bijzonder met betrekking tot de vragen die rezen omtrent verlies of behoud van de Nederlandse nationaliteit, met het bijbehorende recht op Nederlandse hulp. Juridisch beslissend voor de nationaliteit van met vijandelijke onderdanen gehuwde vrouwen was, zo bleek in de loop van 1947, een Koninklijk Besluit dat al in 1943 door de regering in Londen was uitgevaardigd. Deze vrouwen behielden hierdoor, in afwijking van de hoofdregel, hun Nederlandse nationaliteit. Het onderzoek naar dit Besluit toont aan dat de bedoeling ervan –blijkens de bespreking in de Raad van Ministers en de wetsgeschiedenis-  een totaal andere was dan na de oorlog is aangenomen.

 

In het boek zijn persoonlijke verhalen weergegeven van vrouwen die in Japan bleven; van vrouwen die terugkeerden; van de Japanse begeleider van de scheepsreis naar Tanabe (Wakayama); van een Japanse stafofficier op Java; van pater Koide en diens laatste levensjaren op Kyushu; van een manager van een opvangcentrum nabij Tokio; en van veteranen die herinneringen ophalen aan de tijd tussen de capitulatie en hun repatriëring met name aan de hulp die zij van een Indo-Europese 'Florence Nightingale' in Batavia/Jakarta kregen. 

 

Vanuit het gezichtspunt van de -ongeveer 70.000 buiten de interneringskampen gebleven- Indo-Europese vrouwen gaat het boek in op de periode op Java na augustus 1945, waarin vooral de Britten en Japanners te maken kregen met de snel in kracht toenemende Indonesische strijd om onafhankelijkheid. Beschreven worden de situatie, de houding en lotgevallen van de Japanners in die periode, alsmede de Bersiap van moorddadige revolutionaire jongeren in Batavia, Bandoeng en Midden- en Oost Java die tal van Indo-Europese slachtoffers eiste onder wie vele vrouwen en kinderen.

 

Het verhaal van de gevechten en de Bersiap in Soerabaja is verweven met de geschiedenis van een Indische familie die het familiehuis in het naburige Sidoarjo had moeten verlaten: een moeder met zeven dochters en hun kinderen. Eén van hen was in 1945 acht jaar. Citaten uit diens geschreven herinneringen laten scherp zien hoe deze jongen de Bersiap heeft beleefd. Hij en zijn moeder werden uit de frontlinies bevrijd door de Britten, een ander deel van de familie werd weggehaald door de Indonesiërs en opgesloten in een republikeins kamp (onder wie de oma, enkele van haar dochters en hun baby’s onder wie twee half-Japanse kinderen). Hiervoor is uit memoires van de jonge moeders geput.

 

De moeders met half-Japanse kinderen die op Java achterbleven kwamen uiteindelijk allen naar Nederland. In de Indische wereld werden de intieme relaties met Japanners doodgezwegen. Na verloop van tijd zochten de‘Japans Indische’ kinderen contact met elkaar. In 1983 werd een contactgroep gevormd en in 1991 een vereniging (JIN). Het boek beschrijft in het kort de maatschappelijke reacties en de verdere activiteiten, in het bijzonder de ontwikkeling van de zoekacties naar Japanse vaders alsmede de verwerkingsreizen naar Japan (in het kader van een Japans regeringsprogramma).

 

Door het boek heen zijn vele (tot dusver ook onbekende) verhalen opgenomen van moeders en hun half-Japanse kinderen. Het slothoofdstuk is gewijd aan het verhaal van Chérie die als baby met haar moeder in 1946 naar Japan vertrok, als elfjarige met haar (gescheiden) moeder naar Nederland kwam, hier in 1983 Hideko ontmoette, met wie zij de eerste contactgroep vormde, en die in 1994 een zoektocht ondernam naar haar (biologische) vader. De tocht die gefilmd werd voor een Japanse tv-documentaire, voerde langs de plekken op Java en Japan uit het verleden van haar moeder en haarzelf. De afloop van dit verhaal is tragisch. 

Lees verder…

Doden bij uitbarsting Sinabung in Indonesië

Doden bij uitbarsting Sinabung in Indonesië

Sinabung bij een eerdere uitbarsting dit jaar.© Sinabung bij een eerdere uitbarsting dit jaar. Sinabung bij een eerdere uitbarsting dit jaar.

Bij een uitbarsting van de vulkaan Sinabung in Indonesië zijn zeker drie mensen omgekomen. Vier anderen zijn zwaargewond en zijn in levensgevaar. De slachtoffers waren op de flanken van de vulkaan op het eiland Sumatra aan het werk, toen die tot uitbarsting kwam.

Bij de uitbarsting werden zij verrast door gloeiend hete aswolken. Autoriteiten hadden gewaarschuwd voor het gevaar. Alle inwoners van het dorp dat naast de vulkaan ligt hadden geld meegekregen om ergens anders een veilig onderkomen te kunnen zoeken.

"Toch hebben mensen besloten hun leven te wagen door terug te keren om op hun boerderijen te werken'', zei een woordvoerder van de rampendienst.

De Sinabung ontwaakte in 2010, na zo'n 400 jaar te hebben geslapen. Sinds 2013 zijn er verschillende uitbarstingen geweest. In 2014 kwamen zestien mensen om het leven bij een eruptie.

Meer op RTLNieuws.nl:

Lees verder…

AN INTERVIEW WITH H. E. MR. ROB SWARTBOL, AMBASSADOR OF HOLLAND TO INDONESIA

Business | Written By, Alison Pace | April 15th, 2016

Entering the second year of his posting in Indonesia, Dutch Ambassador Rob Swartbol still maintains a passion not only for his highly significant role but also for Indonesia itself, a country (and people) whom he has very much come to love.

DB1

He is a forward-thinking, thoroughly modern Ambassador who endeavours to move away from what he calls “old fashioned diplomacy” and towards a more collaborative way of doing things, on a large, political scale and within the embassy itself.  NOW! Jakarta had the pleasure of chatting with this down-to-earth man about the very special Dutch-Indonesian relationship today, what the countries share and how they can learn and grow from each other.

Indonesia seems to be moving in a very different direction than modern, tolerant, broad-thinking Holland. How will this affect the Indonesia – Holland relationship? Do you anticipate any conflicts of interest?

Well, societies are not stagnant entities, there will always be discussions within them about values and perceptions of certain issues. Holland is known as an open, modern society; in fact some people have this image of Holland that everything is possible (which is simply not true!). Lots of things are debated in Holland, and some of these discussions centre around the same topics as here; drugs and religion for example.

It’s true that sometimes our countries’ values differ but there are still many values that we share; such as democracy, position on women, freedom of religion etc.

While there are a few areas where we do not entirely agree, we know what these issues are and we discuss them with respect for each other’s point of view – this is how I’d like to do diplomacy too.

What about the recent developments with regards to the lesbian, gay, bi-sexual and transgender communities in Indonesia?

There are cultural and religious reasons why this is a sensitive issue here, just as there are cultural reasons that we look at the lesbian, gay and transgender communities in a different way in Holland. I’m not here to submit my Western views upon the Indonesians but if necessary we do try to explain our position and then we can see how we work together.

What lessons can Holland learn from Indonesia do you think?

The diversity in religion here; the way Indonesians have found a way to live together—that’s something we can learn from Indonesia. We have a growing Muslim population which is relatively new; by that I mean a couple of decades. We’re still figuring it out because some people have the view that if you live in Holland you should live exactly as the Dutch do, but of course it doesn’t work like that. There are important points to resolve; how do you accept each other? How do you integrate?

How have Dutch companies been affected by the “slowing down” of the economy?

Although it’s true that we have seen a slowing down of the economy, the growth is still about 5 percent.

We have a lot of Dutch companies active here. Firstly, we have companies in fast-moving consumer goods – food, daily use products and so on. As the purchasing power of a sector of Indonesians is less than it was, these companies are having to work a little bit harder to increase their market share.

Secondly, there is a group of Dutch companies in infrastructure. They are mostly involved in designing and building ports, building hospitals, energy, power stations etc. and these companies are doing quite well actually. They work with the government here and the government owned enterprises were a little less funded than originally thought so initially there was a bit of a struggle but now a lot of money has become available for infrastructure.  We are also involved in commercial activities like dredging; it’s well known that in terms of maritime infrastructure and water management, our companies are the biggest in the world and these companies are doing very well.

Thirdly, Dutch companies are very involved in the creative industries; that’s dance, 3D printing, film-making and so on.  This is a booming market; in fact I’m sure that the creative industries are the biggest sector for the future of Indonesia.

So overall we are satisfied. The trade could be a little bit better with Indonesia. But there are a lot of investments here by Dutch companies.

What are the main areas you and your team are concentrating on? Commercial or diplomatic? What are this year’s priorities?

We cover a lot of sectors including culture, political issues, consular issues and economic affairs.

Firstly, in terms of the economy, we are working on getting the economic investment climate a bit better and reducing or getting rid of “red tapism”. It’s true that with the reform packages, there have been a lot of positive steps taken but there is still more to be done on this issue. It is the role of the embassy to make the enabling environment as positive as possible and we are concentrating on a couple of sectors in particular, for example agriculture and water.

On the political field, we work a lot with the Indonesian government and ministries on the reform of Indonesian laws. Most of the laws are based on Dutch laws because of our history and Indonesia is now in the process of reforming these now old-fashioned laws. But of course as they are based on the Dutch laws they would also like to have our expertise as we reformed ours a while ago. So we’ve had delegations from parliament, universities, and ministries working on what’s called “The Rule of Law”. They visited Holland to see how we did it but also to note where we made mistakes! This is a significant ongoing project.

Culturally, we’re trying to look more and more towards the demands here in Indonesia. We’re asking “What’s happening here?” “How can we work with Indonesia?” I always like to have a two-way street because out of experience we know that this is more sustainable if there is reception to what you are doing.

Internally, we are trying to change the attitude of diplomacy; I call it the “inside out” process, we want to engage with the community, go out there, talk to people, interact through social media. We want to take away that almost “mythical” idea of what an embassy actually does because 95 percent of people don’t know!

Erasmus Huis is always hosting events and exhibitions. Is this helping Indonesians to understand Holland?

I hope so! We certainly have a lot of exhibitions! This is something we do because we think it opens up the eyes of the Indonesians to the rest of the world; we showcase Dutch music, dancers, artists, choreographers and sometimes artists which are not directly related to Holland. I’d like Erasmuis Huis to be a place where people can engage. Whenever we have dancers or performers putting on a show or exhibition, we encourage them to work with Indonesian artists; the artists can learn from each other and that radiates with the audience too.  We want to convey how Indonesia relates to and can interact with the rest of the world, this is our vision.

Tell us about your last year in Indonesia. What have been the best – and worst – moments?

I really like living in Indonesia and not just because there are nice islands! The main reason we enjoy it here is because of the people.  We are fortunate to have a lot of Indonesian friends already.

On a positive note, we have welcomed the Mayor of Rotterdam on an official visit and Pak Ahok has also made the trip to Rotterdam, Jakarta’s twin city.  For me personally, working with my team has been amazing; I want to change a lot so they are working hard!

Sadly, this year I suffered a loss in my family which was very hard indeed.  But there have also been many high points.  We visited Bali and Lombok earlier this year as a family, together with my two sons who study in Europe.  Other than that I’ve enjoying many social occasions with friends here and have been playing sports – diplomats are not so different from normal people you know! (laughs).

Lees verder…

Bijna 24.000 oorlogsslachtoffers krijgen financiële ondersteuning 

Bijna 24.000 slachtoffers van de Tweede Wereldoorlog en slachtoffers van ongeregeldheden in het voormalige Nederlands-Indië ontvingen vorig jaar een financiële tegemoetkoming.

In 2015 werd door de Sociale Verzekeringsbank (SVB) in totaal 164,5 miljoen euro uitgekeerd, blijkt woensdag uit SVB-gegevens die LocalFocus kreeg na een beroep op de Wet openbaarheid van bestuur (Wob).

De ontvangers zijn met name slachtoffers van vervolging, burgerslachtoffers en de naasten van deze twee groepen. Ook zeelieden en verzetsstrijders ontvangen zo'n uitkering.

Mensen die zijn getroffen door oorlogsgeweld krijgen financiële ondersteuning op basis van de Wet uitkeringen burger-oorlogsslachtoffers 1940-1945. 

Het kan bijvoorbeeld gaan om mensen die tijdens de Tweede Wereldoorlog bombardementen of beschietingen hebben meegemaakt. Ook personen die gedwongen in bewaakte kampen hebben gezeten, kunnen een uitkering krijgen.

Nederlands-Indië

De regeling biedt ook compensatie aan slachtoffers van ongeregeldheden tijdens de gewelddadige Bersiap-periode in het voormalige Nederlands-Indië. Het gaat om beschietingen, rellen, levensbedreigende evacuaties en gedwongen verblijf in kampen tussen 15 augustus 1945 tot 27 december 1949.

Niet alleen directe slachtoffers, maar ook weduwen, weduwnaars en minderjarige wezen van vervolgden kunnen een financiële tegemoetkoming krijgen.

Amstelveen

In Amstelveen wonen relatief de meeste ontvangers van de financiële ondersteuning. In deze gemeente gaat het om 46 ontvangers per tienduizend inwoners. Volgens LocalFocus komt dit doordat de joodse gemeenschap in Amstelveen relatief het grootst is.

Schiermonnikoog, Rijswijk, Zandvoort en Diemen maken de top vijf compleet. In de eerste vier gemeenten gaat het om afgerond 32 ontvangers per tienduizend inwoners. In Diemen ligt het niveau op 29,3 van de tienduizend inwoners.

Van de vier grootste steden staat Amsterdam voorop (22). Den Haag (16,4), Rotterdam (9,4) en Utrecht (6,6) volge

Lees verder…

10897330070?profile=originalRasa Senang, Ferry Schwab  in de uitzending over Traktaat van Wassenaar, in de 23 ste minuut.

Datum: 18 May 2016 17:00  Duur: 59:48
De samenstellers van het programma Rasa Senang, willen aandacht voor de Indische Nederlanders. \r\n\r\nDe doelstelling was en is: de klamboe der vergetelheid welke over de geschiedenis hangt eens op te lichten. Informatie over alles wat met het oude Indië en het huidige Indonesië te maken heeft zal in het programma voorkomen.\r\n\r\nPresentatie: Aad Feelders, Leendert van Geenen en Judith Emmert \r\nUitzending op woensdag van 17.00 - 18.00 uur.

Om de uitzending te beluisteren klik op onderstaande:

https://gemist.streamonecloud.net/m5KilO/radio/zz9qvoSWTwY5/CatBb8yXrgq1/uitzending-gemist-rasa-senang.html?radio_amount=5&tv_amount=5

Lees verder…

Pasar Malam den Helder startte letterlijk stormachtig aan de 48e editie, met Craham Hill van The Scorptions uit Engeland ingevlogen.

.10897327266?profile=original

Want wat was het weer na een prachtige week vol zonneschijn omgeslagen naar een dag met windkracht 5 of 6 en donkere wolken waar af en toe een hevige bui uit naar beneden stortte. 

Ik heb dan ook bewondering voor de verkeersregelaars (ook weer vrijwilligers van Tropenvrienden den Helder) die dus in weer en wind de auto’s met bezoekers naar een parkeerplaats wezen dichtbij de ingang.
Eenmaal binnen was je het ‘buitengebeuren’ alweer snel vergeten. Een hartverwarmende ontvangst door de Carmen (de voorzitter van de organiserende vereniging) was daar medeoorzaak van en de prachtige aankleding bij de entree met de kleurrijke lampionnen brachten je gelijk in een tropische warme stemming. Maar ook de hele entourage van de Mastenloods, gebouw 66 op het Willemsoord, is uniek voor heel Nederland. Je stap als het ware in een wereld van tientallen jaren terug. Deze hal biedt de standhouders de mogelijkheid om met hun kramen zich goed te onderscheiden en hun waren goed uit te laten komen. En zoals een bezoeker samenvatte: ‘Een bezoek aan de Pasar Malam den Helder op deze locatie voelt al en warm bad’. Ik ben het daar voor 100 % mee eens.

10897327664?profile=original
Direct links bij de entree loop je met een scherpe bocht naar het Indo Rock café. Ook daar lijkt de tijd niet te hebben stil gestaan en dat is dan ook de plek voor de echte IndoRockers! En als u het nog niet weet na het formele sluiten van de Pasar gat daar het feest nog even door tot de late uurtjes. Ik zag daar gelijk al een aantal bekenden muzikanten. Ik vroeg aan de opgestelde band of zij nu de Wipe Out Selection waren. Een bulderende lach kwam van Brian Leepel. Ik begreep echter dat een aantal muzikanten wel degelijk in het verleden daarin gespeeld hadden en natuurlijk spleet Brian daar nu in en is tevens leider van de W.O.S. Maar nu stond hij daar als Brian & Friends. En wat kunnen die jongens lekker spelen. Later op de dag trad Buddy Mitchell nog op eerst alleen maar later ook met deze band. Lekker sfeertje en dat was het publiek het mee eens zoals bleek uit de grote aandacht voor de muziek en de dansvloer.


Via het Indo Rock Café dus naar de Pasar en daar zagen we weer vele vertrouwde standhouders. Praatje hier, praatje daar en zo geraakten we dan eindelijk bij het podium waar dansgroep Bunga Melati hun kleurrijke culturele Molukse show bracht. Natuurlijk hier weer de bekende Milly als presentatrice maar ook weer de boys van TLP Productions. Opvallend was weer het mooie warme samengestelde licht wat het optreden nog kleurrijker maakte. En zag ik daar nu een regenboog geprojecteerd? Ik kreeg bijna een cursus van Frank toen ik daar een compliment over maakte! ‘Kijk’, begon hij, om me daarna de mogelijkheden op de lichtcomputer te laten zien.


Wat heb ik genoten van Hans Milané. Strak in een smetteloos witte outfit bracht hij twee shows die hem maakte tot een muziekreisleider in de tijd. Misschien dom van mij maar nog niet eerder was zo duidelijk opgevallen welke uitgebreid repertoire deze zanger beheerst. Dat loopt werkelijk van aloude tradionele Indische songs tot Soul, van Indo Rock tot Latin. En hij stemt zijn show af op het aanwezige publiek. Niet een van tevoren rigide Play list maar hij dirigeert vanaf het podium de geluidmensen. ‘Nu nummer 12’, geeft hij dan aan. ‘Dat is een nummer of een vermiste engel en voordat je het weet sta je te dansen op: Heaven Must Be Missing One Angel. Even maar wat nummers genoteerd van zijn muzikale wereldreis: Waktu Hajan Sore Sore – The Spanish Night Is Over - Waarom Huil Je Toch Nona Manis – Dance The Night Away – Cukup Satu Kali – La Colegiala – Blue Berry Hill/I Can’t Stop Loving You – Tanase – Take Your Memory With You When You Go – You Send Me – Alusi Au – He’ll Have To Go – Dansa - El Mismo Sol – Mustang Sally – Poco Poco en etc. 
XANUR onder leiding van Robby Lubis maakte er weer een te gekke dag en avond van. Wat een sfeermakers! Dat kun je niet beschrijven dan moet je meemaken. En wat kunnen ze snel schakelen van sfeer. Ze zijn ook een beetje gek met z’n allen. Niet alleen op het podium maar ook daarvoor. Want als collega Hans Milané zijn optreden doet gaat bijna de hele band de dansvloer op. De moves zijn spectaculair evenals hun uithoudingsvermogen. 

10897328467?profile=original


De Pasar wordt afgesloten met een gezamenlijk optreden van Xanur, presentatrice Milly en Hans. Robby liet weer even zien hoe hoog zijn bereik nog steeds is. ‘Hoe doetiedat’, was dan ook de oprechte vraag van Milly. Het publiek vond het prachtig. 22.00 uur. De Pasar gaat sluiten maar de diehards begeven zich naar het Indo Rock Café. Ik loop daarlangs. Het feestje is al begonnen…. Dat kan niet meer fout gaan.
Vandaag zondag, eerste Pinksterdag wordt een topdag want het programma is spectaculair met o.a. Graham Lee uit Engeland. Meer weten ga naar www.tropenvriendendenhelder.nl
Of kijk even naar het programma hieronder.

10897328678?profile=original

Met dank aan www.tjampoer,nl

 ICM video registratie van 14 mei jl .

  • Xanur pasar malam Den Helder 14 mei 2016

    Xanur pasar malam Den Helder 14 mei 2016

    Toegevoegd door F.Schwab (ICM Editor)

    ------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------

    10897237288?profile=original10897237700?profile=original

    INDISCHE PETITIE  TvW’66                            

    Indische zaak - Het Traktaat van10897237288?profile=originalWassenaar 1966 

    Hier Onderteken petitie   < of >    Kijken wie er getekend hebben

    < of >   Laatste Updates  In het Engels hier

    Uw donatie/bijdrage kan U storten op Rabo rekening NL41 RABO 03977255 07

    ten name van F.Schwab / ICM Online onder vermelding van donatie Traktaat van Wassenaar. 

    Tegenwoordig noemen ze het crowdfounding op sociaal media. Uw inleg wordt  als investering gezien en U krijgt daarvoor wat terug. Bij Traktaat krijgt U het geld waar U recht op heeft, en dat kan fors oplopen als het team advocaten en consultants die voor ons werken, hun werk goed doen.

Lees verder…

De link  tussen Indonesia  en Israël kan worden getraceerd tot de 17de eeuw 

10897326870?profile=original

De link  tussen Indonesia  en Israël kan worden getraceerd tot de 17de eeuw met de aanwezigheid van de Joodse Diaspora in de Nederlandse koloniale periode.

In 1921, een Nederlandse volkstelling geschat dat ongeveer 2.000 Joden in de dichtstbevolkte eiland van   Indonesië, Java leefden. Historisch, Indonesiërs waren tolerant en accepteren van hun Joodse gemeenschappen, die als een minderheidsgroep waren ondervertegenwoordigd. Antisemitische en anti-Israëlische gevoelens in het moderne Indonesië zijnuniek omdat ze zijn geïmporteerd.

 

Anti-semitisme werd aanvankelijk ingevoerd door de nazi-sympathisanten in Nederlands-Indië. In 2014 bleek de opiniepeiling van de dienst van BBC World dat 75procent van de Indonesiërs Israël negatief bekeken. Dit is verbazingwekkend gezien het feit dat Israël een regelmatige spotlight in Indonesische media ontvangt alsde regionale Goliath dat de staat Palestina dat Indonesië heeft erkend sinds 1988 gekoloniseerd.

 

 

Indonesiës weigering om diplomatieke betrekkingen met Israël is gebaseerd op politieke pragmatisme. Na de onafhankelijkheidsverklaring in 1945, lobbyde Indonesië de Arabische landen, in de hoop hun draagvlak in Indonesiës strijd voor internationale erkenning, met name in de Verenigde Naties.

x

 

In 1950, heeft minister  van buitenlandse zaken Moshe Sharett een telegram verzonden naar Indonesische vicepresident, Mohammad Hatta, zich uitstrekt van volledige steun en erkenning voor de nieuw opgerichte Republiek Indonesië van de staat Israël. Indonesië weigerde echter te vergelden teneinde de steun van de landenvan de Arabische Liga.

 

Terwijl Indonesië dankzij haar positie als's werelds grootste moslimmeerderheid land nauwe betrekkingen met de meerderheid van de moslimwereld heeft, blijft haar grondwet heftig seculiere. Catering aan politieke Islam gevoelens in het Midden-Oosten is echter onderdeel van Indonesiës diplomatieke manoeuvre om de invloed van de grote moslim demografische. In tegenstelling, ondersteuning voor enerkenning van het bestaan van Israël niet Indonesië diplomatiek in de VerenigdeNaties, gezien de zure betrekkingen tussen Israël en de meerderheid van de Arabische Staten zouden hebben geprofiteerd.

 

Abdurrahman Wahid, de vierde Indonesische president, was een opmerkelijke Judeophile. Wahid de fascinatie met Israël begon tijdens zijn studie in Irak, waar hij bevriend met een Iraakse Jood en geleerd over de Joodse cultuur en het jodendom.In oktober 1999 genaamd Wahid openlijk voor de normalisering van de betrekkingen tussen Indonesië en Israël. Zijn idee werd echter verworpen door islamitischegroepen in Indonesië die snel het Israëlisch-Palestijnse conflict als een strikt religieuze kwestie opnieuw geformuleerd. Kort na, de Indonesische minister van buitenlandse zaken Alwi Shihab gepleit voor de oprichting van handelsbetrekkingen ondanks het ontbreken van diplomatieke erkenning aan Indonesische kant. Helaas,Wahid nagelaten om te winnen van de steun van het Parlement en latere Indonesische voorzitters hebben niet opgepikt belangstelling voor de normalisatie van Indonesië-Israël banden.

 

Terwijl Indonesië geweest zeer open en uitgesproken in het bekritiseren van Israëlis de bezetting van Palestina, Israël bashing geworden een ritueel praktijk, projecteren van een duistere en verre externe vijand te stimuleren van ondiepe nationalisme, vooral onder de moslimmeerderheid. Israël, Joden en antisemitisme zijn populaire onderwerpen onder Indonesiërs ondanks het feit dat de meeste kan niet tussen Joden en Israëli's Zionisten differentiëren.

 

Recente Indonesische engagementen in het Midden-Oosten zaken, betekende zoals gesymboliseerd door de organisatie voor islamitische samenwerking (OIC) conferentie in maart 2016, het zachte rijskracht Indonesiës in de islamitische wereld.De conferentie zelf was een talk-winkel die weinig tastbare uitvoer voor de Palestijnen afgezien van de standaard veroordelingen en dringt erop aan dat druk Israël bijgedragen.

 

De economische feiten, vertellen echter een ander verhaal: Indonesiës economische betrekkingen met Israël blijven stabiel en indrukwekkend. In 2015 bedroeg Indonesiës bilaterale handel met Israël $194 miljoen. In tegenstelling, bilaterale handel met de staat Palestina bedroegen een loutere $3. 6m. Deze handelsgegevens alleen bewijst welk land belangrijker naar Indonesië, althans economisch.

 

In December 2015, de Indonesische regering voorgesteld een visafree vermeldingvoor buitenlandse ingezetenen met Israëliërs wordt opgenomen tijdens het voorontwerp. Ondanks het feit dat Israël niet het maken van de definitieve lijst, weerspiegelt de eerste opname van de Israëli's Indonesiës pragmatisme in haar banden met Israël. 

 

Economisch, zullen Indonesië profiteren van betere banden met Israël.

 

Helaas kan niet Jakarta zijn "backstreet zaken" formaliseren als gevolg van de complexiteit van Indonesiës binnenlandse politieke breuklijnen en buitenlands beleidbesluitvormingsprocessen. Historisch, viel Indonesiës antikoloniale retoriek gericht op Israël kort wanneer het Portugees Timor in 1975 geannexeerd. Indonesiës eigen mensenrechten is gebrekkig en Jakarta heeft ook volledige diplomatieke betrekkingen met landen met mensenrechten track records die veel slechter dan Israëlszijn.

 

Helaas, cultuurverschil ook belemmert verder diplomatieke betrokkenheid. Israëlspublieke diplomatie is karakterisere

Lees verder…

Pasar Malam Magazine  editie 3.2  komt 14 mei uit, u kan nu al bestellen !

10897326278?profile=original

Beste ICM lezers,

Is weer zover de versie 3.2 komt de 14 e mei uit.  Om indrukken op te doen geven wij een kijkje in het digitale Magazine, maar uit onderzoeken op ICM,  kiezen de meesten toch nog steeds de papierenversie. Toch onhandig om een blad van 50 pagina's via je -Phone of tablet te lezen. 

In een Magazine geeft de editor toch weer wat  hij heeft  toegebracht om zaken uit te lichten.

Column Editor.

Ik houd het kort dit keer.  

- De president Jokowi van de Republiek Indonesie staat hoog op de agenda bij mij, mede omdat ik toch het momentje heb kunnen pakken namens de Editor van de ICM lezers, en bestuurslid van Actie comité Tvw-66 dat namens ons allen de ICM persverklaring mocht overhandigen.

- Uiteraard het traktaat dat op de achtergrond loopt en nadert de eindfase van de voorbereidingen, inmiddels rond de 9000 handtekeningen.

- Nu toch over de Indische zaken hebben, waar ICM o& NICC ook flink duitje in het zakje hebben bijgedragen die 10.000 handtekeningen, en achter de schermen dialoog met de Kamerleden blijven voeren over deze zeer onbevredigende deal, en de wijze waarop, en de  onenigheid en versplintering binnen het Indisch Platform. 

 

Wie weet wat er gaat gebeuren.

-  Hot News staat dit keer in de spotlights, Rudi was de aangever. De volgende formatie staat al op de rol.

-  Zoals betaamt een terugblik op succesvolle pasar malam Nieuwegein van Stellar Events door de bril van John Hese van Tjampoer met prachtige foto’s.

- Ik vind dat er nieuw verdrag tussen Nederland en Indonesie moet worden gesloten. De president is bezig met een nieuwe wet dat de Indo’s ook een Indonesisch paspoort mogen bezitten, naast de Nederlandse.

- Ik was zoekende voor het achterblad, ja en net of zo is kwam ik bij Marion Bloem terecht.

Bij de Pasar Malam Magazine mag uiteraard de pasarkalender en de Indische agenda  niet ontbreken.

Veel lees plezier, en tot bij de pasar malam, kopen  dit PM Magazine . !!!

Om het digitale Pasar Malam Magazine in te kijken hier downloaden.

Dit Magazine is alleen te verkrijgen bij:

de pasar malams bij ICM Stand; kosten € 9,95 voorlopig. Het streven is om op euro 8,95 te prijzen, maar dit is alleen mogelijk bij grote oplagen, dus van U als potentiele lezers.

Het Magazine bestellen via bestel@icm-onlinel.nl, binnen 7 dagen in huis.

 

Adverteren in PM NICC Magazine betekent dat uw advertentie in NICC Magazine met 9000 abonnees, ICM en ICM Facebook wordt gepubliceerd ( per week gemiddelde lezers van 250.000), en X aantal exemplaren van het Magazine.

Voor informatie Schwab@icm-online.nl 

 

Kaartje kost tegenwoordig rond de € 9,50 bij de pasar malam, en via Ticket online € 7,50 dan is het een billijke prijs voor een Indisch Magazine.

Lees verder…

10897285868?profile=original

 

Tussentijdse rapportage van bijna halfjaar bewind onder President Jokowi

door Marshal Manengkei (ICM correspondent Jakarta)

Beste sobats,

 
Ik zend jullie hierbij de tussentijdse evaluatie van de Jokowi Administration toe zoals gepubliceerd door de Jakarta Post.
Het geeft mijns inziens exact weer hoe de situatie is hier in Indonesia en ik maak deze elke dag mee.
Van de taxi chauffeur, de kaki lima tot aan de ambtenaren en ministers verneem ik elke dag hoe de barometer er voor staat.
 
Waar men in NL denkt dat men de hoogste graad van democratie heeft is als men Indonesia als referentie gebruikt veel en veel lager dan men denkt daar in Nederland. En dan gebruik ik nog niet de paramaters van de Bevolkingsgraad, de Geografische aspecten  (18.000 eilanden) en de 300 culturen en talen.

Bevolkingsgraad 
Alle bestuurslagen (en er zijn er meer dan in NL) worden onderworpen aan de democratische spelregels.
Bijv. iedere bestuurder wordt gekozen: vanaf de Lurah tot en met de President. daarnaast worden alle volksvertegenwoordigingslagen ook gekozen: van de DPR-D (lokaal) tot aan de DPR/MPR (nationaal).
Het dualisme is hier prima in de praktijk ingevoerd en het werkt.
 
De manier waarop men hier alles heeft gerealiseerd tijdens de Reformatieperiode (de periode na Soeharto) tot aan Jokowi vind ik bewonderenswaardig. De succes factor is cultureel bepaald (gotong royong en musyawarah) en staatkundig (Bhineka Tunggal Ika van de periode Majapahit).
 
In Nederland kiest men nog niet eens de MP en de Gouverneur en de Burgemeester via volksverkiezingen.
 
De grootste uitdaging voor Jokowi is om de bureaucratie en de corruptie uit te bannen.
Hij is ermee begonnen en heeft al spectaculaire dingen gedaan die de vorige Presidenten nooit hebben durven doen.
De machtige Mafia van PERTAMINA is volledig vernietigd als eerste. Jokowi gaat thans verder om de andere Ma bolwerken te slopen. De eerste sociale wetten (ziektewet, pensioenwet etc.) heeft Jokowi als President ingevoerd. De vorigen hebben het nooit aangedurfd, omdat ze alleen maar hun zakken hebben gevuld.

Maffia 
Het Indonesische volk begint te beseffen dat de oude politiek moet verdwijnen.
Als jullie de evaluatie in de bijlage lezen dan zien jullie dat het nu nog een broos evenwicht is wat Jokowi heeft bereikt maar dat hij toch nog in het lichte voordeel is bij de pro's dan de contra's en ondanks de zware impopulaire maatregelen die ik hierboven noem.
 
Jokowi bevindt zich in de positie wat vergelijkbaar is met Ronald Reagen destijds in the USA.
Het zal nog een hele klus zijn voor hem, maar het volk moet hun lichte hoop versterken.
Zonder een volk dat zich wil laten leiden kan een President nooit slagen tenzij hij de dictatoriale weg inslaat.
 
Ik heb Jokowi in de periode toen hij Gouverneur was van Jakarta van dichtbij meegemaakt samen met Ahok.
Uit 265 proposals van de hele wereld om de eerste Sustainable Waste Factory te ontwikkelen hier in Indonesia hebben beiden voor mijn proposal gekozen zonder dat ik daarbij 1 rupiah "uang rokok" heb moeten betalen.
En dan te bedenken dat het een project is van ruim USD 400 miljoen (6500 ton afval per dag te verwerken in 3 Vuilverwerkingsfabrieken).
In de geschiedenis van Jakarta is dit NOG NOOIT gebeurd! Dit is 100 procent de verdienste geweest van deze tweenieuwe soort leiders.      t 
 
Het soort leiderschap van deze twee heeft Indonesia bitter hard nodig om de hoge positie in de sociale en economische ontwikkeling in de wereld verder te verbeteren. Hard en transparant beleid, een soort "demokrasi terpimpin" dat beleid heeft deze nog jonge natie nodig.
Indonesia staat in een betrekkelijk korte periode nu al achter China op de tweede plaats, India voorbijstrevend.
 
Tenslotte, vergeet niet dat NL altijd de Indonesier heeft gediscrimineerd en voor de domme heeft gehouden in zijn eigen land.
Tijdens en na de onafhankelijkheid had Indonesia in 1945 maar slechts een handvol "managers" om het immens groot land te regeren. De ex-Knillers en de kleine elitaire groep van academici, die door hun Nederlandse verbondenheid in private sfeer hebben mogen studeren in NL (Hatta, Syahrir, Sumitro etc.).
De eerste leiders van de eerste Indische partij in Indonesia waren per slot van rekening een Nederlander en een Indonesier: Dr. Douwes Dekker en Dr. Tjipto Mangunkusumo.
 
Sekian dan semoga bermanfaat,

Marshal Manengkei

Lees verder…

NICC Magazine van april is uit !

NICC Magazine van april is uit !

 

 

10897291258?profile=original

 

Jaargang 8 | april  2016 | oplage:  9 000 | Hoofdredacteur:  Hans Vogelsang

info@indisch-centrum-denhaag.nl o.v.v. Gratis abonnement NICC Magazine .

Heerlijk, lekker neuzen in kabar agin (krant) . Het aprilnummer van NICC Magazine 2016 met daarin onder andere de volgende onderwerpen: •   Backpay: De Indische gemeenschap is nog geen recht gedaan * Van ver gekomen.* Onderzoek misdraging Nederlandse militairen in Indië? *Gastdocenten WO II * Hollands praten in Yogyakarta *Openstelling Japanse Tuin *Speciale Pasar glossy NICC Magazine * Oproep erfgenamen Joodse dwangarbeiders Birma Spoorweg. * Wat zeggen de sterren deze maand? * Enquête op komst tbv NICC Magazine en een Indisch Centrum..* Open kinderatelier in Gemeentemuseum * 21 Oproepen.

En verder de vaste rubrieken. De redactie wenst u veel leesplezier, <Downloaden>>>>>>>  om te lezen.

 

Lees verder…

Geen nieuw onderzoek naar Nederlandse oorlogsmisdaden nodig' 

10897335656?profile=original

De Indonesische president Joko Widodo vindt het niet nodig om een nieuw onderzoek in te stellen naar Nederlandse oorlosgmisdaden in Indonesië in de periode van 1945 tot en met 1949.

In een interview met NRC Handelsblad zegt Widodo dat het volgens hem beter is om "vooruit te kijken". De president denkt dat zowel Nederland als Indonesië beter af zijn als er een gelijkwaardige relatie tussen de landen bestaat.

Widodo reageert met de uitspraken op een oproep van minister Bert Koenders, die na een bezoek aan Indonesië zei dat het goed zou zijn om nieuw onderzoek te doen naar de standrechtelijke executies door Nederlandse troepen in het land eind jaren veertig. Volgens Koenders is een dergelijk onderzoek niet alleen belangrijk voor Indonesië, maar ook voor Nederland zelf om het verleden onder ogen te zien.

De Indonesische president is echter van mening dat het onderwerp niet erg meer leeft onder zijn bevolking en ziet om die reden niets in het voorstel van Koenders, die het onderzoek samen wilde doen met Indonesië. Maar er is ook veel kritiek op de houding van de president onder de inwoners van Indonesië, omdat de overheid te weinig onderzoek zou doen naar kwesties uit het verleden.

Bezoek aan Nederland

Aankomende donderdag en vrijdag brengt Widodo een historisch bezoek aan Nederland. Het is voor het eerst in zestien jaar dat een president van de voormalige kolonie Nederland aandoet.

Hij voert dan onder meer een gesprek met premier Mark Rutte en gaat op audiëntie bij koning Willem-Alexander, aldus de RVD in een verklaring.

Het bezoek maakt deel uit van een rondreis door Europa van Widodo. Hij gaat verder naar België en Duitsland en gaat langs bij instellingen van de EU. Nederland is het laatste land dat Widodo bezoekt.

Lees verder…

Joko Widodo De president van Indonesië is volgende week op werkbezoek in Nederland, vooral om de economie te dienen. Gesprek met een pragmaticus die alleen vooruit wil kijken. En die zich lijkt te verbazen over het land dat hij leidt. 

1604zatjokowi_01-683x1024.jpg
De Indonesische president Joko Widodo„Indonesië heeft 252 miljoen inwoners, 85 procent is moslim. In totaal zijn er niet meer dan een paar honderd radicalen.”Foto Adam Ferguson 

Lichte paniek breekt uit onder de paleiswachten als president Joko Widodo opeens opspringt uit zijn fauteuil. „Zullen we een stukje door de tuin rijden”, vraagt hij opgewekt. „Ik heb een buggy.”

De leider van 252 miljoen Indonesiërs – alleen Xi Jinping, Narendra Modi en Barack Obama regeren over meer mensen – glundert om zijn speeltje: een golfkarretje waar hij nog geen twintig per uur mee rijdt.

Als Jokowi – zoals de president wordt genoemd – zijn statige werkkamer in het paleis in Bogor uitloopt, komt hij langs een metershoog schilderij van naakte Balinese vrouwen. De president van het land waar de televisie tijdens live-uitzendingen van missverkiezingen vrouwenbenen vervaagt, loopt dagelijks langs de blote borsten en dijen van de vrouwen die zich tegen elkaar vlijen onder een waterval. Het kunstwerk is onderdeel van de omvangrijke collectie van Soekarno, de eerste president van het land en liefhebber van, onder andere, kunst.

Wat mij het meest verraste toen ik president werd: hoe ongelofelijk groot Indonesië is

Jokowi haalt zijn schouders op. De opulente erfenissen van Soekarno doen hem weinig. Daarom is hij niet naar het paleis zelf in Bogor verhuisd. Hij woont met zijn vrouw in een eenvoudige bungalow in de paleistuin. „Het is mooi groen en er is minder verkeersherrie”, zegt de 54-jarige president. Ook niet onbelangrijk: er zijn minder politici die hem tot laat lastig vallen, zoals in Jakarta. Samenzweerderig grinnikt Jokowi. De hele scène tekent hem: dol op eenvoud, informeel, pragmatisch en niet ideologisch, licht verbaasd. Alsof de president van Indonesië zich nog dagelijks verwondert, over de complexiteit van zijn land, en over hoe hij het als meubelhandelaar uit de Midden-Javaanse provinciestad Solo heeft geschopt tot ‘Republik Indonesia 1’.

Op vrijdag 22 april is hij op werkbezoek in Nederland, aan het slot van een Europese toernee die ook langs Duitsland, het Verenigd Koninkrijk en Brussel voert. Toerisme, radicalisme, onderwijs en terreur staan op de agenda. Maar de reis wordt gedomineerd door één onderwerp. „Investeringen”, zegt Jokowi. In Berlijn wil hij praten over de mogelijkheid om meer elektriciteitscentrales van bedrijven als Siemens in Indonesië neer te zetten.

En ziet de Londense City, die wellicht is uitgekeken op Brazilië en Zuid-Afrika, economischedarlings van het vorige decennium, nu potentie in Indonesië?

In Nederland is hij geïnteresseerd in samenwerkingsverbanden en in technologieën om havens te verbeteren.

Toch klaagt het internationale bedrijfsleven dat Indonesië de economie afschermt voor buitenlanders. Is dat niet tegenstrijdig?

„Ik heb de afgelopen maanden elf keer maatregelen getroffen om de economie te dereguleren. Ik heb de lijst beperkt van sectoren waar buitenlanders niet in mogen investeren om zo meer internationale investeerders te trekken. Wij zien het resultaat. De wereldeconomie vertraagt, maar Indonesië groeit met 5 procent.”

Wat is uw economische prioriteit?

Reizen is essentieel, dan kan ik blijven praten

ONGEBONDEN POLITICUS

Op 20 oktober 2014 trad Joko Widodo (54) aan als de zevende president van Indonesië. In een felle verkiezingsstrijd versloeg hij oud-generaal Prabowo Subianto. Jokowi, zoals hij wordt genoemd, maakte faam als burgemeester van zijn geboortestad Solo (2005-’12) en gouverneur van Jakarta (2012-’14). In tegenstelling tot veel Indonesische politici heeft hij geen banden met het leger of de elite in Jakarta. Hij is nooit beschuldigd van corruptie of vriendjespolitiek; uitzonderlijk in de Indonesische politiek. Voor zijn politieke carrière bestierde Jokowi een meubelbedrijf. Jokowi is getrouwd, heeft drie kinderen en een kleinkind.

it_1604zat2000.jpg

„Ik ben vastberaden van Indonesië een open en concurrerende economie te maken. De inkomenskloof tussen Java en het oosten van het land is te groot. In de Molukken en Papoea hebben we meer banen, meer fabrieken en meer economische sectoren nodig. Ik vind het zo belangrijk dat ik dit jaar al vier keer in de Molukken en Papoea ben geweest.”

De wensen om én buitenlandse investeerders te behagen én armoede te bestrijden in afgelegen delen van Indonesië botsen soms. Dat ondervond het Nederlands-Britse energiebedrijf Shell. Samen met het Japanse Inpex wilde Shell het grootste nog niet ontgonnen gasveld van Indonesië uitbaten, in de Arafurazee tussen de Molukken en Australië. De totale geschatte baten komen neer op tientallen miljarden euro’s. Shell en Inpex willen het gas op zee winnen en op drijvende fabrieken verwerken om onmiddellijk te exporteren. Het gas aan land brengen is volgens de bedrijven te duur en te ingewikkeld. Op de kleine Molukse eilandjes zou te weinig geschoold personeel zijn. Bovendien zou een pijpleiding dwars door een aardbevingsgebied lopen.

Toch verordonneerde Jokowi dat als Shell en Inpex het gas van het Masela-veld willen oppompen, het coûte que coûte op land in de Molukken verwerkt moet worden, tot woede van de twee bedrijven. Jokowi nu: „Masela is enorm belangrijk. Als ik daar ben, zeggen mijn mensen tegen mij: zorg ervoor dat het gas op land verwerkt wordt in fabrieken waar wij kunnen werken. Zijn de inkomsten voor de bedrijven hoger als ze het gas op zee verwerken?: ja, dat klopt. Maar voor mij is pure winst minder belangrijk dan dat de bewoners profiteren.”

Zo is Jokowi. „Dat is wat mijn mensen willen” – hij herhaalt het minstens tien keer in het interview. Dat neemt niet weg dat na zijn aantreden in 2014 zijn populariteit kelderde. Hij kon zijn beloftes voor een schone politiek, met aandacht voor de minder bedeelden en mensenrechten niet onmiddellijk waarmaken. Pas nadat hij enkele falende ministers verving herstelden de peilingen zich. Wat ook hielp: Jokowi nam afstand van de altijd aanwezige maar impopulaire partijbaas (en oud-president) Megawati Soekarnoputri. Hij ging vaker zijn eigen koers varen en veranderde het imago dat hij weinig meer dan haar marionet was. Jokowi relativeert dit alles: „Populariteit gaat altijd op en neer. Wat voor mij belangrijker is dan populariteit, is dat mijn beleid juist is.”

Kunt u een voorbeeld geven?

„Een maand na mijn aantreden maakte ik een einde aan subsidie voor brandstof. Dat deed mijn populariteit zeker geen goed. Maar het is goed voor de mensen.”

Hoe profiteren Indonesiërs dan?

„Door dat besluit heb ik nu ruimte in de begroting om wegen te bouwen, spoor aan te leggen. Ik kan betere motoren voor vissers subsidiëren zodat zij meer vis kunnen vangen. Ik kan boeren geld geven om beter zaad te kopen.”

Met mensenrechten heeft Jokowi het moeilijker. Steeds meer raakt Indonesië in de greep van een conservatieve islam. Zonder gevolgen kon een van Jokowi’s ministers verklaren dat homoseksuelen een groter gevaar voor het land zijn dan kernwapens. De enige islamitische kostschool voor transgenders, een voorbeeld van religieuze tolerantie, moest van de politie dicht na een protest van een radicaal islamitische beweging. Als Jokowi over deze gevoelige onderwerpen praat, lacht hij soms ongemakkelijk en antwoordt kortaf. „De Indonesische grondwet garandeert de bescherming van mensenrechten voor iedereen in het land.”

Dat is de wet. Kunt u meer doen?

„Ik bescherm mensenrechten. Maar Indonesië is het land met de grootste islamitische bevolking. Het geloof is hier ook heel belangrijk.”

Maakt u zich zorgen over religieus radicalisme in Indonesië?

EERSTE BEZOEK IN ZESTIEN JAAR

Jokowi is de eerste Indonesische president in zestien jaar tijd die Nederland bezoekt. In 2010 blies de toenmalige president Susilo Bambang Yudhoyono op de valreep een staatsbezoek af. Hij eiste tevergeefs dat Den Haag ingreep bij een kort geding dat vertegenwoordigers van de Zuid-Molukken hadden aangespannen. Zij vroegen om Yudhoyono’s arrestatie wegens mensenrechtenschendingen. De laatste president die Nederland bezocht was Abdurrahman Wahid, in 2000. Nu hebben Molukkers premier Rutte gevraagd om een ontmoeting met Jokowi.

„Indonesië heeft 252 miljoen inwoners, 85 procent is moslim. In totaal zijn er niet meer dan een paar honderd radicalen. Kijk, geen enkel land is immuun voor terrorisme. Het kan overal plaatsvinden, op ieder moment. Ik zal in Brussel ook stilstaan bij de doden en gewonden van de aanslag daar. Ik denk dat Indonesië laat zien dat islam, tolerantie en democratie samengaan. Het verschil met andere landen is dat Indonesië radicalisme niet alleen met harde, maar ook met zachte hand aanpakt.”

Wat bedoelt u?

„Wij hebben twee gematigde islamitische maatschappelijke bewegingen met tientallen miljoenen leden, Muhammadiyah en Nahdlatul Ulama. Constant werkt de regering met deze organisaties samen om tolerantie te promoten. Zij prediken gematigdheid en dat werkt heel effectief. Daarom vraag ik mij af waarom wij zo vaak moeten praten over die kleine, echt heel kleine, groep radicalen.”

U liet veertien veroordeelde drugshandelaren, onder wie een Nederlander, executeren hoewel uw voorganger nauwelijks gebruik maakte van het vuurpeloton. Waarom?

„Dat hebben rechters gedaan, niet ik.”

U verwierp persoonlijk clementieverzoeken.

„Het is niet aan mij om een besluit van rechters te negeren. Bovendien, kijk naar de situatie. Iedere dag sterven er dertig tot vijftig Indonesiërs aan hun drugverslaving. Wel slaat mijn drugsbeleid aan. Het aantal doden daalt sinds mijn aantreden.”

Jokowi mag dan meer met de groene bomen in het park hebben dan rijkdommen in het paleis, hij kan niet uitwissen dat het verleden hier rondwaart. De paleisstaf, posities die binnen families van generatie op generatie overgaan, spreekt nog redelijk Nederlands. De bedienden noemen de verrichtingen van gouverneurs-generaal als Joannes Benedictus van Heutsz (1898-1904, „maakte een einde aan de Atjehoorlog”) en Alidius Tjarda van Starkenborgh Stachouwer (1936-1942, „capituleerde aan de Japanners”). Jokowi zelf praat liefst zo min mogelijk over het verleden. „Indonesië en Nederland hebben handelsbetrekkingen die teruggaan tot de zestiende eeuw.”

Het verschil is dat wij radicalisme niet alleen met harde hand, maar ook met zachte hand aanpakken

Maar wat vindt u van het voorstel van de Nederlandse minister van Buitenlandse Zaken om opnieuw onderzoek te doen naar wandaden, zowel aan Nederlandse als aan Indonesische kant, in de periode 1945-’49?

„Ik koester een gelijkwaardige, toekomstgerichte relatie met Nederland, waar beide landen voordeel bij hebben.”

Dus u ziet geen er geen heil in? Ook niet dat Indonesische historici meewerken, zoals Koenders opperde?

„Nee. Het is beter vooruit te kijken.”

Foto Reuters

Foto Reuters

Indonesië is een jong land: de gemiddelde leeftijd van de bevolking ligt rond de dertig. Met een onderzoek naar het verleden scoort de politicus Jokowi niet. Het onderwerp leeft niet. Maar deels verzet Jokowi zich omdat Indonesië ook geen inspanningen verricht de eigen zwarte bladzijden te bekijken, zoals de Bersiap-periode, waarin Indonesische strijders kort na de Japanse capitulatie Nederlanders, etnische Chinezen en pro-Nederlandse Indonesiërs vermoordden. Ook was er geen waarheidsvinding met consequenties voor betrokkenen naar Indonesische mensenrechtenschendingen in Oost-Timor, Papoea en bij de communistenjacht in 1965 en de val van Soeharto in 1998.

Met buitenlandse politiek heeft Jokowi weinig affiniteit. Voor zo’n groot land, lid van de G20, speelt Indonesië een verwaarloosbare rol op het wereldtoneel. Indonesië is zo groot dat in het politieke debat het buitenland nauwelijks een onderwerp is. Hij denkt dat als hij Indonesië op orde krijgt, buitenlandse investeerders wel komen en de internationale gemeenschap tevreden is, zegt een naaste adviseur. Jokowi kweekt meer goodwill bij buurlanden Maleisië en Singapore door de rookoverlast van de jaarlijkse bosbranden te bedwingen dan met uitgesproken opvattingen over de Chinese bouwwoede of militaire assertiviteit in de Zuid-Chinese Zee.

Klop bij Jokowi niet aan voor internationaal strategische vergezichten. Pas na enig aandringen zegt hij iets over het belangrijkste geopolitieke vraagstuk in Azië. „De Zuid-Chinese Zee is voor iedereen zeer belangrijk.”

Naar verluidt is uw relatie met Xi Jinping goed. Is hij werkelijk uit op een conflict op zee?

„Ik weet niet wat Xi Jinping denkt.”

Wat wil Indonesië?

„Ik weet dat Indonesië, Zuidoost-Azië en China gebaat zijn bij rust en stabiliteit. Wel wil ik duidelijk maken dat Indonesië geen conflict heeft met China om territorium op zee.”

En dan wil Jokowi in zijn buggy gaan rijden. Het is meer dan afleiding. Zo kan hij ook tonen hoe populair hij is. Als we door een poort de paleistuin de openbare botanische tuin inrijden breekt een gekte los. Honderden bezoekers rennen op de buggy af. Vrouwen met hoofddoekjes en mannen met vlasbaardjes begroeten Jokowi in het Arabisch. „Salaam Alaikum.”

Scholieren en yuppen in skinny jeans spreekt hij aan met mau ke mana of dari mana. Het zijn de twee meest gehoorde zinnen op Indonesische straten, die betekenen ‘waar naartoe?’ en ‘waar vandaan?’ Volkstaal, gebezigd door straatverkopers, spelende kindjes, verveelde taxichauffeurs en nu dus ook het staatshoofd.

Vanuit een volgwagen heeft generaal-majoor Andilka plaatsgenomen achter Jokowi. Hij geeft via zendertjes orders aan de andere militairen in batik die de president beveiligen. „Die meneer daar achter kijkt boos. Opletten”, fluistert Andilka.

„Nu mag die mevrouw met die groene hoofddoek op de foto met de president.” De mannen hebben de helse taak een president veilig te houden die totaal niet afgeschermd wil worden. Jokowi: „Na de aanslag in Jakarta in januari [acht doden, onder wie vier aanslagplegers, opgeëist door Islamitische Staat, red.] werd ik strenger beveiligd.” Hij trekt er een vies gezicht bij. „Dat vond ik helemaal niks. Ik moet blijven praten, in contact komen met iedereen. Reizen is essentieel voor mij.”

Het overweldigt hem wel eens als hij in de presidentiële Boeing zit: al die eilandjes daar beneden, bossen, al die dorpen en steden, daar is hij allemaal verantwoordelijk voor. „Wat mij het meest verraste toen ik president werd: hoe ongelofelijk groot Indonesië is. Het duurt met tussenstops wel tien uur om van west naar oost te vliegen. Ik heb gouverneurs, regenten en burgemeesters. Maar uiteindelijk moet ik zorgen dat mijn plannen daar uitgevoerd worden.” Hij tuit zijn lippen en blaast even om duidelijk te maken dat het een pittige klus is. „Ik controleer het systeem.”

De president blijft glimlachen en luisteren. De grieven van Indonesiërs verschillen niet veel, vertelt Jokowi. Iedereen wenst een beter leven. De middenklasse op Java vraagt hem het onderwijs te verbeteren en te zorgen dat de Indonesische economie het goed blijft doen ondanks dalende prijzen van grondstoffen. Bewoners van afgelegen eilanden vragen vaak wanneer er nou eens elektriciteit naar hun dorp komt. „Maar iedereen, van Atjeh tot Papoea, heeft altijd kritiek op slechte wegen. Daarin zijn Indonesiërs verenigd.”

Lees verder…

10897334090?profile=original18 april aanstaande heeft ICM team met VNL , nieuwe partij dat nu al door Maurits de Hond op 22 zetels is getoetst, een afspraak in de Tweede Kamer. I

CM beziet hoe de samenwerkingen vorm kan geven zonder haar onafhankelijkheid /intigriteit als Indische media te verliezen. Er wordt gedacht aan steunende promotionele activiteiten door aanbieden van ICM infrastructuren zoals advertentie verkiezingscampagnes, en mogelijkheid via de pasar malams waar VNL dan ruim 1.000.000 pasar bezoekers kunnen worden bereikt.

Inhoudelijk; uiteraard het Thema Indonesie waar president Jokowi zich nu al hard voor maakt, en dat zal moeten uitmonden in een Nieuw Verdrag Nl - ID 2016.

Het verloop van de onderhandelingen met VNL zijn alleen te volgen op de website ICM Online, de Indische Internetkrant. Voor diegenen die toegang hebben.

Lees verder…

Historische woorden  van de oud-ministers J. LUNS en  J. ZIILSTRA die  het verdrag traktaat van Wassenaar zouden moeten belichamen.

10897330276?profile=original10897330095?profile=originalHistorische woorden  van de oud-ministers J. LUNS en  J. ZIILSTRA die  het verdrag traktaat van Wassenaar zouden moeten belichamen.

Zo concluderen beide oud – ministers in 1966;

de voorliggende overeenkomst belichaamt, ondanks de bedenkingen, waartoe zij aanleiding geeft, het gunstigste financiële resultaat, dat in de huidige en voor de naaste toekomst voorzienbare situatie redelijkerwijs bereikbaar moet worden geacht. De Regering vertrouwt, dat de totstandkoming van de overeenkomst de grondslag zal blijken te zijn, waarop tussen Nederland en Indonesië een nieuwe en positieve verstandhouding kan worden gebouwd. Zij acht goede reden aanwezig voor de verwachting, dat de nog altijd bestaande banden op velerlei gebied nauwer zullen worden aangehaald en zullen leiden tot toenemend hartelijke en vriendschappelijke relaties tussen Indonesië en het Koninkrijk. In dit perspectief zou Nederland dan gelegenheid vinden, zowel zijn vanouds bestaande speciale deskundigheid als zijn nieuwverworven technische en industriële capaciteiten ten dienste te stellen van Indonesië, dat daaruit bij zijn ontwikkeling aanzienlijke voordelen zal kunnen trekken.

In het belang van de goede wederzijdse betrekkingen moge de Regering daarom de overeenkomst bij de Staten-Generaal ter goedkeuring aanbevelen.

De redactie van ICM dook in de archieven, en moet concluderen dat er niets is terechtgekomen na 50 jaren met name aan de kant van Nederlandse regering als partij van dit verdrag. Het zijn weer mooie loze woorden. Tot op heden is die 689 miljoen – nu inmiddels opgelopen tot 2,4 miljard - niet uitbetaalt aan de Indische gemeenschap.   Dan de verkoelde relaties voornamelijk aan de kant van Nederland o.a.  nieuwverworven technische en industriële capaciteiten ten dienste te stellen aan alle landen rondom Indonesië om de economie van Nederland te stimuleren. De Regering en het Kon. Huis vele handelsmissies maken naar China, India, Taiwan, Korea, nog niet de andere genoemde landen en Indonesië als oud – kolonie bewust links laten liggen, desondanks dit verdrag, wat Nederlandse regering van alle kanten aan zijn laars lapt, zijn wel de harde feiten hoe de Nederlandse regering met verdragen omgaat.

Om het geheugen op te frissen heeft ICM onderstaand uit de archieven gehaald, waar anno 2016 dus exact na 59 jaren niets van terecht is gekomen, in 1 woord schaamteloos.

 

Zitting 1966 - 906 5 (R 583 ) Goedkeuring van de op 7 september 1966 te 's-Gravenhage ondertekende Overeenkomst tussen het Koninkrijk der Nederlanden en de Republiek Indonesië inzake de tussen de beide landen nog bestaande financiële vraagstukken MEMORIE VAN TOELICHTING Nr. 3

 

  1. Inleiding

De Nederlands-Indonesische Overeenkomst van 7 september jl. staat aan het einde van een langjarige en bewogen periode, waarin een reeks incidenten en conflicten de wederzijdse betrekkingen heeft overschaduwd. Naar de bedoeling van beide partijen ruimt de overeenkomst de uit de periode overgebleven geschilpunten uit de weg. In die zin vormt zij de bewuste afsluiting van een tijdvak.

          Hoewel bedoelde geschilpunten voornamelijk een financieel karakter droegen en de overeenkomst derhalve ook slechts financiële bepalingen inhoudt, dient de bereikte overeenstemming niet als een louter financieel-zakelijke transactie te worden beschouwd. Bij een evaluatie van de overeenkomst dient het politieke effect tevens in aanmerking te worden genomen. Deze financiële regeling heeft tevens de belemmeringen weggenomen die nog in de weg stonden aan het zowel bij het Koninkrijk als bij Indonesië bestaande streven, het proces van behoedzame toenadering, dat sedert enige jaren bezig was zich te voltrekken, te voltooien. Dit vergelijk zal de basis kunnen vormen voor de door beide partijen gewenste normalisering der betrekkingen en nu het in de ter goedkeuring aangeboden overeenkomst vorm heeft gekregen, meent de Regering van het Koninkrijk te mogen verwachten, dat een voortschrijdende samenwerking op velerlei terrein niet zal uitblijven.

         De Regering is er zich anderzijds van bewust, dat in materieel opzicht ons land een zeer zwaar offer heeft gebracht en dat de met Indonesië overeengekomen financiële regeling door de belanghebbenden met gemengde gevoelens zal zijn ontvangen. Enerzijds komt op vrij korte termijn een bedrag beschikbaar, waaruit — met een zekere prioriteit — die belanghebbenden, die geacht kunnen worden door de Indonesische maatregelen het zwaarst te zijn getroffen, t.w. de natuurlijke personen, een gedeeltelijke schadeloosstelling kan worden uitgekeerd, anderzijds is het bedrag, tot betaling waarvan Indonesië zich heeft verplicht, slechts een fractie van de door de Staat en de belanghebbende natuurlijke en rechtspersonen geleden verliezen.

        In het licht van de betalingsonmacht van Indonesië en rekening houdend met het politieke en economische belang, dat op dat moment in het bereiken van overeenstemming met de Indonesische regering was gelegen, heeft de Regering gemeend, ondanks genoemde schaduwzijde, akkoord te moeten gaan met het overeengekomen bedrag. Daarbij is overwogen, dat, indien thans geen overeenstemming zou worden bereikt, er niet op mocht worden gerekend, dat dit later wel mogelijk zou zijn, laat staan, dat daarbij gunstiger voorwaarden zouden kunnen worden bedongen, zodat de belangen der claimanten met aanvaarding van het Indonesische aanbod het best gediend zouden zijn.

 

II. Voorgeschiedenis

 Een historisch overzicht van het ontstaan der problemen, die in de overeenkomst tot oplossing zijn gebracht, dient aan te vangen met de mededeling in 1956 van Indonesië, dat het zich niet langer gebonden achtte aan de ter Ronde-tafelconferentic gesloten overeenkomsten en het daarop gevolgde besluit 9 de bij de soevereiniteitsoverdracht aanvaardde schulden aan Nederland en de Nederlandsche Bank en de schulden uit hoofde van Nederlands-Indische openbare obligatieleningen, welke door de Nederlandse Staat zijn gegarandeerd, niet langer te erkennen en niet meer te zullen betalen. Voorts werd ingevolge een besluit van de centrale regering te Djakarta de leningsdienst van de autonome ressorten gestaakt.

               Politieke ontwikkelingen waren in december 1957 en latere maanden aanleiding tot een reeks maatregelen van de Indonesische overheid, waardoor aan de Nederlandse economische activiteit in Indonesië over bijna de gehele linie een einde werd gemaakt. De betaling van pensioenen en wachtgelden aan gewezen ambtenaren van Nederlandse nationaliteit werd beëindigd. Voorts werd thans ook de nakoming opgeschort van betalingsverplichtingen tegenover Nederland, waarvan de rechtsgeldigheid overigens niet buiten twijfel werd gesteld. De aanvankelijke onderbeheerstelling van alle Nederlandse bedrijven werd later gevolgd door nationalisatie krachtens een op 31 december 1958 afgekondigde daartoe strekkende wet (nr. 86/1958). Ten gevolge van de afkondiging van de Indonesische Agrarische Basiswet, in werking getreden op 24 september 1960, verloren vele Nederlandse belanghebbenden de facto de beschikking over hun grond- en huizenbezit. Door sommige particuliere belanghebbenden ondernomen pogingen om rechtsherstel of schadevergoeding te verkrijgen of om verhaal te vinden op Indonesische eigendommen elders, hadden geen resultaat.

         Bovenvermelde Indonesische maatregelen gaven aanleiding tot een reeks diplomatieke stappen, die echter' zonder effect bleven.

           Uitvoeriger bijzonderheden over de bovenomschreven ontwikkelingen zijn opgenomen in de Jaarboeken van het Ministerie van Buitenlandse Zaken over de betreffende periode.

          Toen op 17 augustus 1960 de diplomatieke betrekkingen door Indonesië werden verbroken, kwam daarmede tevens een einde aan de mogelijkheid, langs rechtstreekse diplomatieke weg te trachten de aanspraken van belanghebbenden en van de Staat geldend te maken. Gaandeweg werd duidelijk, dat niet meer op teruggave van genationaliseerde bedrijven kon worden gerekend en dat de noodzaak onder ogen moest worden gezien om de oplossing te zoeken in een schadeloosstelling. Met het oog hierop werd door de eerste ondergetekende het Bureau Schadeclaims Indonesië ingesteld, dat begin 1963 een aanvang maakte met de uitvoering van zijn taak, gegevens te verzamelen omtrent de omvang van de door Nederlandse natuurlijke en rechtspersonen geleden schade.

          Na de totstandkoming van de Overeenkomst van New York inzake West-Irian op 15 augustus 1962 werden de diplomatieke betrekkingen hersteld, hetgeen nieuwe initiatieven mogelijk maakte.

         De gelegenheid hiertoe deed zich voor bij het bezoek, dat — na een eerder contact met de Minister van Buitenlandse Zaken van Nederland in New York in september 1963 — de Minister van Buitenlandse Zaken van Indonesië van 1 tot 4 april 1964 aan Nederland bracht en waarbij onder meer werd afgesproken, dat ambtelijke delegaties van het Koninkrijk der Nederlanden en de Republiek Indonesië de tussen de beide 3 Staten hangende financiële vraagstukken zouden bestuderen en ernaar zouden streven, tot een gezamenlijk voorstel aan de beide regeringen te komen, ten einde te geraken tot een oplossing van deze problemen.

        Bij het daarop volgende bezoek van de eerste ondergetekende aan Indonesië van 24 juli tot 2 augustus 1964 werd besloten, dat het overleg over de hangende financiële vraagstukken zou worden voortgezet in een gemengde commissie, welke zich zou bezig houden met de voorbereiding van een definitieve regeling. Wederzijds zou zo spoedig mogelijk een einde worden gemaakt aan nog bestaande discriminaties op financieel-economisch gebied, hetgeen onder meer inhield, dat de Nederlandse vorderingen niet zouden worden achtergesteld bij die van andere landen.

         Als gevolg van de besprekingen stortte Indonesië in de loop van 1965 een bedrag van f 36 min. op een geblokkeerde rekening van de Nederlandse Bank N.V. bij de Indonesische Overzeese Bank N.V. te Amsterdam als blijk van bereidheid bij te dragen tot de regeling der hangende financiële vraagstukken. Ter bevordering van de economische samenwerking werden van Nederlandse zijde voor 1965 exportkredietgaranties toegezegd voor de levering van Nederlandse kapitaalgoederen of diensten tot een waarde van ruim f 100 min.

        Ter uitvoering van de bovenvermelde afspraken voerden een Indonesische delegatie en een Nederlandse delegatie, handelende ten deze als een Gezamenlijke Commissie, te 's-Gravenhage van 9 tot 27 november 1964 besprekingen ter voorbereiding van een door de Regeringen te sluiten overeenkomst. Deze besprekingen droegen voornamelijk een oriënterend karakter. Een concreet resultaat was de afspraak, dat het wederzijdse effectenbezit zoveel mogelijk van belemmeringen zou worden vrijgemaakt. De uitvoering hiervan werd overgelaten aan de beide centrale banken.

         De besprekingen werden in de Gezamenlijke Commissie voortgezet in Indonesië van 25 augustus tot 11 september 1965. Daarbij bleek, dat het de Indonesische delegatie slechts dan mogelijk zou zijn, haar regering te adviseren om een betalingsverplichting aan Nederland te erkennen, indien deze gebaseerd zou zijn op de beginselen van rechtvaardigheid, menselijkheid en billijkheid, welke deel uitmaken van de Indonesische staatsideologie, de Pantjasila. Beide delegaties konden tot overeenstemming komen over het idee van vaststelling van een 'lump sum' ter finale afdoening van het geheel der problemen zonder dat discussie hoefde te worden gevoerd over de afzonderlijke onderwerpen, waarover verschil van opvatting bestond. De Nederlandse delegatie verklaarde zich bereid, de hoogte van deze som te berekenen, uitgaande van het totaal der gelden na de soevereiniteitsoverdracht aan Indonesië, behalve aan de soevereine Republiek Indonesië ten goede gekomen, welk bedrag werd becijferd op f 1260 min. Deze benaderingswijze, waarbij — met inachtneming van het Indonesische uitgangspunt — van Nederlandse kant rekening werd gehouden met de zeer zwakke financiële positie van Indonesië, doch geen afstand werd gedaan van gerechtvaardigde aanspraken, bleek voor beide partijen in beginsel aanvaardbaar.

         Het uitgangspunt van betaling door Indonesië van een 'lump sum' werd door beide regeringen aanvaard.

         Van 2 tot 10 juni en op 18 en 19 juli 1966 verbleef een Indonesische Missie onder leiding van de Vice-Minister van Buitenlandse Zaken, Umarjadi Njotowijono, in Nederland. De missie verklaarde een tweeledige opdracht te hebben: enerzijds dezelfde taak als waartoe de missie ook andere landen bezocht, nl. het uiteenzetten van Indonesië's zeer moeilijke financiële en economische positie, op grond waarvan Indonesië medewerking vroeg tot uitstel van betaling van zijn lopende schuldverplichtingen en tot het verkrijgen van nieuwe financiële faciliteiten, anderzijds het voortzetten van de besprekingen over de speciale tussen Nederland en Indonesië nog openstaande financiële vraagstukken. Een delegatie onder voorzitterschap van mr. N. S. Blom, buitengewoon en gevolmachtigd ambassadeur, voerde aan Nederlandse zijde de besprekingen over beide onderwerpen. Met betrekking tot het laatstgenoemde onderwerp zetten de delegaties het overleg van de Gezamenlijke Commissie voort op grondslag van de eerder bereikte voorlopige resultaten. Regeling van dit punt werd urgent geacht, daar het uitblijven daarvan onvermijdelijk het internationaal overleg over een schuldenregeling en de rehabilitatie van de Indonesische economie zou compliceren.

         Het resultaat van het overleg werd neergelegd is een aan beide regeringen aangeboden gemeenschappelijk voorstel, waarvan een ontwerpovereenkomst was gehecht Echter werd de beslissing over de grootte van de 'lump sum' en de betalingsmodaliteiten aan de regeringen voorbehouden.

       Van 5 tot 7 september 1966 werden te 's-Gravenhage door een Indonesische regeringsdelegatie onder leiding van Sultan Hamengku Buwono IX, Presidium-Minister voor Economie en Financiën, besprekingen gevoerd om tot een definitieve regeling te komen. Als resultaat daarvan kwam op 7 september 1966 de onderwerpelijke overeenkomst tot stand.

 

III. Inhoud der Overeenkomst

Bij de overeenkomst verplicht de Republiek Indonesië zich tot betaling van een bedrag van f 600 min. ter finale afdoening van het geheel der financiële aanspraken, die vallen binnen de omschrijving van artikel 1.

      De overeenkomst strekt tot afdoening van alle ingevolge politieke gebeurtenissen ontstane financiële aanspraken van de Staat der Nederlanden en van Nederlandse natuurlijke en rechtspersonen op de Republiek Indonesië en haar staatsburgers, waarbij over en weer van een specificatie daarvan wordt afgezien.

      De verdeling onder belanghebbenden van de door Indoncsië te verrichten betalingen is voorbehouden aan de Koninkrijksregering. Een daartoe strekkend wetsvoorstel is in voorbereiding. Het ligt in het voornemen daarbij de Staat en de particuliere deelgerechtigden op dezelfde voet te laten delen, met dien verstande, dat een zekere voorrang wordt toegekend aan die groepen claimanten, die geacht kunnen worden door de Indonesische maatregelen het zwaarst te zijn getroffen, t.w. de natuurlijke personen. Ter toelichting op een aantal afzonderlijke bepalingen diene het volgende:

      Artikel 1, lid 1, omschrijft de financiële aanspraken waarop de overeenkomst betrekking heeft. Hieronder vallen alle thans en in de toekomst opeisbare aanspraken van de Staat der Nederlandse natuurlijke en rechtspersonen, die berusten op verdragsverplichtingen of voortvloeien uit wettelijke of administratieve maatregelen, in Indonesië getroffen vóór 15 augustus 1962, zijnde de datum, waarop door de overeenkomst van New York een einde kwam aan het politieke geschil. Hiervan verdienen afzonderlijke vermelding de aanspraken die voortvloeien uit de reeds vermelde nationalisatiewet van 1958 en de Agrarische Basiswet van 1960; voorts vorderingen uit hoofde van openbare obligatieleningen van Indonesische autonome ressorten. De belanghebbenden bij deze aanspraken zullen, evenals de Staat, bij de hierboven genoemde, in voorbereiding zijnde, wet in aanmerking worden gebracht voor een aandeel in de ter beschikking komende gelden.

        Ten slotte zij aangetekend, dat uit artikel 1, lid 1, voortvloeit, dat aanspraken van particulieren op het voormalige Gouvernement van Nederlandsch-Tndië (Indonesië) niet meer tegenover de Republiek Indonesië kunnen worden geldend gemaakt.

 

Artikel 1, lid 3.

Ingevolge artikel XXII, lid 3, van de Overeenkomst van New York werd een gemengde NederlandsIndonesische Commissie ingesteld ten einde te bestuderen welke concessie- en eigendomsrechten van Nederlanders in West-Irian konden worden gehandhaafd.

 

        Deze commissie stelde vast, dat genoemde rechten niet onverenigbaar waren met de belangen van de bevolking van dit gebiedsdeel en derhalve dienden te worden gehandhaafd, doch zij constateerde tevens, dat de uitoefening daarvan door Nederlanders in de gegeven omstandigheden in feite onmogelijk was. Zij adviseerde beide regeringen het zoeken van een regeling 4 voor de daardoor ontstane schade op te dragen aan de gezamenlijke commissie voor de hangende financiële prohlemen. Conform het voorstel van laatstgenoemde commissie is besloten dit probleem tot afdoening te brengen in het kader van de onderwerpelijke overeenkomst. Het bedrag, dat hiermede is gemoeid, kon nog niet nauwkeurig worden vastgesteld, doch zal naar schatting f 10 min. niet te boven gaan. Het ligt in het voornemen de belanghebbenden een uitkering te geven uit de ter beschikking komende gelden op dezelfde voet als aan degenen, die uit anderen hoofde deelgerechtigd zijn.

      

         Artikel 2 dient om te voorkomen,

 dat een der partijen aanspraken als erkend zal aanmerken, die voor de andere partij onaanvaardbaar zijn, of omgekeerd, er zich op zal beroepen bepaalde aanspraken niet erkend te hebben, waarvan de betwisting voor de andere partij onaanvaardbaar is.

 

       Artikelen 3 en 4.

Als boven vermeld, kan het bedrag ad f 600 min. niet worden geacht de adequate vergoeding te zijn voor de materiële verliezen van de Staat en andere belanghebbenden. Betwijfeld kan worden, dat het uitgangspunt, dat de Nederlandse vorderingen niet zouden worden achtergesteld bij die van andere landen, volledig is gehandhaafd. Aanvankelijk werd aan Indonesië opgegeven, dat deze vorderingen totaal circa f 4 400 min. bedroegen. De berekening met inachtneming van de tijdens de besprekingen in Djakarta in augustusseptember 1965 overeengekomen benaderingswijze leverde een uitkomst op van f 1 260 min., derhalve een reduktie tot circa een vierde. Met het oog op de acute Indonesische betalingsmoeilijkheden, die inmiddels aan de dag waren getreden, heeft de Regering vervolgens, vóór de aanvang van de besprekingen in september jl. met de Indonesische regeringsdelegatie, in contacten met Indonesië te kennen gegeven, dat Nederland enige verdere reduktie van dit bedrag niet bij voorbaat zou afwijzen. Daarbij stond de Regering echter geen halvering voor ogen en evenmin een zo lange afbetalingstermijn als thans overeengekomen. De reeds vermelde overwegingen hebben de Regering uiteindelijk doen besluiten, over deze bezwaren heen te stappen. Vermeld zij voorts, dat afzonderlijk is overeengekomen, dat het in het tweede lid van artikel 3 genoemde bedrag van f 36 min. ter beschikking zal worden gesteld in twee gelijke termijnen waarvan de eerste op 31 december 1966 en de tweede op 31 december 1967.

 

        Artikel 5, lid 1, bewerkt, dat, vooruitlopend op de volledige nakoming, reeds met ingang van de datum van inwerkingtreding van de overeenkomst en zolang deze wordt nageleefd de partijen en derzelver staatsburgers zijn gevrijwaard tegen iedere gerechtelijke actie ter verzekering van de nakoming van verplichtingen, waarvan de afdoening is geregeld bij de overeenkomst.

 

IV. Conclusie

 

De voorliggende overeenkomst belichaamt, ondanks de bedenkingen, waartoe zij aanleiding geeft, het gunstigste financiële resultaat, dat in de huidige en voor de naaste toekomst voorzienbare situatie redelijkerwijs bereikbaar moet worden geacht. De Regering vertrouwt, dat de totstandkoming van de overeenkomst de grondslag zal blijken te zijn, waarop tussen Nederland en Indonesië een nieuwe en positieve verstandhouding kan worden gebouwd. Zij acht goede reden aanwezig voor de verwachting, dat de nog altijd bestaande banden op velerlei gebied nauwer zullen worden aangehaald en zullen leiden tot toenemend hartelijke en vriendschappelijke relaties tussen Indonesië en het Koninkrijk. In dit perspectief zou Nederland dan gelegenheid vinden, zowel zijn vanouds bestaande speciale deskundigheid als zijn nieuwverworven technische en industriële capaciteiten ten dienste te stellen van Indonesië, dat daaruit bij zijn ontwikkeling aanzienlijke voordelen zal kunnen trekken.

 

In het belang van de goede wederzijdse betrekkingen moge de Regering daarom de overeenkomst bij de Staten-Generaal ter goedkeuring aanbevelen.

 

De Minister van Buitenlandse Zaken,

J. LUNS. De Minister van Financiën, J. ZIILSTRA.

10897234678?profile=original

Steun ACTW66 ! 

Uw donatie  kan U storten op Rabo rekening NL41 RABO 03977255 07   ten name van F.Schwab / ICM Online onder vermelding van donatie Traktaat van Wassenaar.

 

Lees verder…

Blog Topics by Tags

Monthly Archives