Boekbespreking, e-Books, CD en DVD
Soldaat in Indonesië, 1945-1950 – Gert Oostindie. De oorlog in Indonesië roept een mensenleven later nog steeds heftige emoties op. Nederland mobiliseerde destijds 220.000 militairen voor een verloren strijd, die achteraf ‘fout’ ging heten. In het publieke debat gaat het vooral over de Nederlandse oorlogs-misdaden. Veteranen hebben zich in deze debatten flink geroerd. Zij waren er, hebben het mee-gemaakt, beleefden de rauwe werkelijkheid temidden van een vijandige natie in een ‘groene hel’. Wat aan het licht komt is vaak
onthutsend. In dit boek gaat het daarnaast ook om andere thema’s: spanning tussen hen en de Indonesiërs, begrip en onbegrip over de onafhankelijk-heidsstrijd, frustraties over de politieke en militaire leiding en bevelen, angst, boosheid, schaamte, wraak, verveling en seks. Dit boek is gebaseerd op hun brieven, dagboeken en hun memoires, ingebed in de bredere context van een dekolonisatie-oorlog en de verwerking ervan in Nederland. Gert Oostindie is directeur van het Koninklijk Instituut voor Land- Taal- en Volkenkunde (KITLV). Daarnaast is hij hoogleraargeschiedenis aan de Universiteit van Leiden. Aan dit boek ligt een zorgvuldig en breed onderzoek ten grondslag.
Adviesprijs: € 29,95.
Voor meer boekbesprkingen https://icmonline.ning.com/profiles/blogs/boekbespreking-e-books-cd-en-dvd-december-2011
Brochure Min.Buza "To forget of a promise for The future " het evaluatie-rapport over het verdrag van Wassenaar.
DEEL IV + V
Redactie ICM wist dit document te bemachtigen zoals Min.BuZa pleegt te noemen " To forget of a promise for The future " . Het is gewoon een evaluatie rapport verpakt in Brochure die ruimt 90 pagina's bevat. Naast deze onthulling, zijn andere zaken bove tafel gekomen, van die dure onderzoeken. Uit Wob's bij de andere collega Ministeries bleek dat o.a. dat lumpsum niet 689 miljoen bedraagt, maar 6 miljard. Verder was het aan Min.Buza alles gelegen om het bestaan van dit verdrag niet in openbaar te publiceren, zodat de gedupeerden geen claim konden indienen. Gekscherend genoeg bij WOB min. Financien kwam deze met kopie - artikel in parochie-krantje. (WOB = Wet Openbaar Bestuur). Voor ICM was dit een mooie vangst. ICM brengt dit rapport in delen uit.
__________________________________________________________________________________________________________________________________________________
4.De repatriëring van de Indische-Nederlanders naar Nederland
Door deze gevolgen waren wederom de Indische-Nederlanders gedwongen het voormalige Nederlands-Indië/Indonesië te vluchten met achterlating van al hun bezittingen. Eenmaal in Nederland diende tot op de laatste cent alles te worden terugbetaald. Deze voorziening uit dit Verdrag werd en wordt door de Nederlandse Overheid bewust onder het tapijt geveegd, om maar niet te hoeven overgaan tot uitbetaling. Als bewijsvoering volgt één van de vele brieven van het Ministerie van Maatschappelijk Werk.
Op 27 december 1949 droeg Nederland, als resultaat van de RTC-overeenkomst, de soevereiniteit over Nederlands-Indië over aan de Verenigde Staten van Indonesië. Het was het sluitstuk van een proces van dekolonisatie dat met de uitroeping van de Indonesische Republiek op 17 augustus 1945 en de Nederlandse de facto erkenning van diezelfde Republiek begin 1946 in gang was gezet. Het afscheid van Indië betekende echter bepaald niet dat met een schone lei werd begonnen.
De relaties tussen voormalig moederland en ex-kolonie werden diepgaand door het verleden beïnvloed zowel in negatieve als in positieve zin.
Het vermogen om een bladzijde om te slaan en een nieuw hoofdstuk te beginnen had zijn keerzijde in het vele oud zeer dat aan beide kanten lag opgeslagen. Aan Nederlandse kant bestond bij bepaalde groepen een diep ressentiment. Ook het aloude messianisme, het Multatuliaanse geloof een onmisbare rol te spelen bij de opbouw van Indië, was geenszins uitgespeeld.
Ook in Indonesië speelden oude gevoelens op. Het revolutionaire, anti-Nederlandse instinct was nog lang niet uitgewoed. Bij het leger en andere groeperingen bestond kritiek op de RTC-overeenkomst omdat men op bepaalde punten nogal wat water in de wijn had moeten doen, hetgeen ten koste was gegaan van het ideaal van 'Indonesië merdeka'. Eén van de belangrijkste bezwaren was dat de dominante economische positie van Nederland werd gegarandeerd. Verder had Nederland Indonesië weliswaar 2 miljard gulden schuld kwijtgescholden, maar Indonesië diende nog altijd 1,1 miljard gulden terug te betalen.
De media in Indonesië tastten in het duister. Om wat voor schulden ging het? Er waren allerlei veronderstellingen. Bij de Ronde Tafel Conferentie-overeenkomst in 1949 waarbij de soevereiniteitsoverdracht werd geregeld, zou Nederland aan Indonesië alleen onafhankelijkheid hebben willen verlenen, indien dat laatste land 4,5 miljard gulden betaalde. Indonesië zou verder Nederlandse ondernemingen hebben genationaliseerd. Wat was er in 1966 gebeurd?
Eén ding was duidelijk; “Soekarno was brought to his knees to pay this”. Er was, berichtte men verontwaardigd, sprake van een omgekeerde wereld. Het slachtoffer van het kolonialisme moest Wiedergutmachung betalen. terwijl Indonesië door een diepe economische crisis ging.
5.Traktaat van Wassenaar (Het slotoverleg van 5 tot 7 september 1966)
Al “tawarrend” (afdingend) raakten beide partijen het er wel over eens dat het een goede zaak zou zijn om de kwestie zo spoedig mogelijk af te ronden. De Sultan van Yogyakarta zou daarvoor naar Nederland komen. Begin september was het zo ver. Tussen 5 en 7 september 1966 voerden Luns en de sultan overleg in Den Haag. De onderhandelingen verliepen moeizaam. De Indonesische parlementsleden binnen de Indonesische delegatie oefenden druk uit tot een harde opstelling, terwijl leden van het Nederlandse bedrijfsleven hun best deden het belang van compensatie te minimaliseren. Uiteindelijk bereikte men overeenstemming waarbij de lump sum op 600 miljoen gulden werd gesteld met een rente van een procent post 1973. Tegelijkertijd verwierf Indonesië voor het jaar 1966 ontwikkelingshulp in de vorm van een gift van 22 miljoen gulden en een krediet van 4 miljoen. Bovendien werd er een bankkrediet van 40 miljoen gulden beschikbaar gesteld. Op 7 september 1966 om vijf uur ’s middags werd het akkoord ondertekend.
Het doel van de overeenkomst was “dat door betaling door de Indonesische Regering van een bedrag van zeshonderd miljoen Nederlandse guldens aan de Nederlandse Regering alle bestaande financiële vraagstukken volledig en definitief zullen zijn geregeld.”
Essentieel in de overeenkomst was dat beide partijen er zich van onthielden “hun onderscheiden vorderingen te specificeren en de vorderingen der andere Partij te toetsen of te erkennen.”
Door niet te specificeren welke schulden in het geding waren, werd de Indonesische regering in staat gesteld de in Indonesië bestaande politieke gevoeligheden te omzeilen.
Onder ’alle bestaande financiële vraagstukken’ die volledig en definitief werden geregeld werd verstaan: alle financiële vorderingen van elk der overeenkomst sluitende Partijen en haar onderdanen op de andere overeenkomstsluitende Partij en haar onderdanen, hetzij uit hoofde van bilaterale overeenkomsten, hetzij uit anderen hoofde, onder andere pensioenrechten, voor zover deze vorderingen voor 15 augustus 1962 zijn ontstaan.”
De hoogte van dit bedrag bedroeg 600 miljoen gulden (€ 272,27 miljoen). Vermeerderd met de op grond van de overeenkomst verschuldigde rente van 1% per jaar, kwam het totaal te verdelen bedrag neer op 689 miljoen gulden (€ 312,65 miljoen). Indonesië zou dit bedrag tussen 1973 en 2003 in jaarlijkse termijnen overmaken.
De verdeling van deze lump sum -en dat was het laatste belangrijke kenmerk- werd aan de Nederlandse Staat overgelaten. Daartoe werd in Nederland een Verdelingswet opgesteld die in 1969 van kracht werd.
De lump sum
Beide delegaties kozen er al tijdens het overleg in Tampak Siring in 1964 en de Ponsen-Blom-ronde in november 1964 voor, dat het door Indonesië te betalen bedrag de vorm van een lump sum zou krijgen. In een uitvoerig briefingsdossier dat op BZ begin 1962 werd opgesteld constateerde men, dat er zich op dit punt een internationale tendens had ontwikkeld. Na de Eerste Wereldoorlog werden bilaterale schadeclaims als die in Indonesië gewoonlijk via de totstandkoming van een Global settlement geregeld. Daarbij betaalde de staat die de “depossederingsmaatregelen” had genomen een bedrag aan de staat, waarvan de onderdanen gedupeerd waren.
Een ‘lump sum’, zo argumenteerde men na het gemengde commissie overleg in november 1964, was voor beide partijen voordelig. Immers in dat geval hoefde men niet iedere individuele claim af te handelen, hoefde men geen omslachtige juridische acties te ondernemen om de geleden schade precies vast te stellen, kon men van verdere vorderingen over en weer afzien en kon de Nederlandse wetgever de bestemming van de aflossingen intern bepalen.
Er waren echter ook politieke voordelen. Indonesië hoefde zijn verplichtingen aan Nederland niet te specificeren en zich dan ook niet uit te spreken over het al dan niet verschuldigd zijn van schuldbetalingen krachtens de RTC-overeenkomst en vergoedingen voor de nationalisaties in 1958. Nederland kon van haar kant in het midden laten of het al dan niet de eenzijdige opzegging van de RTC-overeenkomst erkende.
De betalingen door Indonesië
Van het totaal te verdelen bedrag van 600 miljoen gulden (€ 312,65 miljoen) had Indonesië reeds in 1962 36 miljoen gulden voldaan. De overeenkomst stipuleerde dat het resterende bedrag ad 564 miljoen gulden (€ 255,93 miljoen) in dertig (30) gelijke jaarlijkse termijnen zou worden voldaan. De eerste termijn zou op 31 december 1973 vervallen. Vanaf deze datum zou over de dan nog openstaande bedragen een rente van 1% per jaar worden betaald. Zoals reeds eerder vermeld, bedroeg het totaal te verdelen bedrag daardoor 689 miljoen gulden. Eind 2002 zou de laatste termijn eindigen.
Bij afzonderlijke briefwisseling werd nog overeengekomen dat het door Indonesië in 1962 reeds gestort bedrag ter beschikking werd gesteld in twee gelijke termijnen, de eerste op 31 december 1966 en de tweede op 31 december 1967.
Het kwam er in de praktijk op neer dat Indonesië jaarlijks aan Nederland (in casu de NederIandsche Bank) een bedrag van 18,8 miljoen gulden betaalde (circa € 8,5 miljoen) vermeerderd met interest.
Met ingang van 1 januari 1974 droegen, zoals gezegd, de nog openstaande bedragen een rente van 1% per jaar, te betalen vanaf 31 december 1974.
De jaarlijkse bedragen stelden het Ministerie van Buitenlandse Zaken in staat, personen en instanties wier claimaanvragen waren gehonoreerd, op grond van de Verdelingswet rechtstreeks of indirect uit te betalen. De ups and downs in de betrekkingen tussen beide landen hadden op de betalingen geen enkele invloed. Dat was opmerkelijk omdat in het kielzog van de verbreking van de ontwikkelingsrelatie ook andere vormen van samenwerking averij opliepen. In 2003 konden de claims definitief worden afgewikkeld. Begin 2003 maakte Indonesië de dertigste en laatste betaling over en medio februari 2003 betaalde BuZa (de afdeling Civielrecht van de Directie Juridische Zaken), de claims voor de laatste keer uit.
Dit Verdrag laat het feit onbesproken, dat het Indisch Bestuur onder het Nederlands Bestuur, het geld inclusief assets en al van de Multinationals, het Bankwezen en de Verzekeringsmaatschappijen wegsluisden naar de hoofdkantoren in Nederland. De staatskas, goud en waardepapieren werden door de Nederlandse regering via diverse schepen naar New York vervoerd. Net als in Nederland zijn dit opbrengsten verkregen uit de economie van Nederlands-Indië/de Republiek Indonesië, benevens een economisch winbelang van 200 jaar V.O.C.; kortom, Soekarno en Hatta begonnen initieel met een leeggeroofde staatskas. De Koninklijke ondernemingen (multinationals) vielen niet onder dit Verdrag; deze ondernemingen hadden al eerder hun kapitaal en assets weggesluisd (zie Rapport Van Galen).
Wordt vervolgd
Deel III Zie https://icmonline.ning.com/profiles/blogs/min-buza-to-forget-of-a-promise-for-the-future-deel-iii
Deel II zie https://icmonline.ning.com/profiles/blogs/min-buza-to-forget-of-a-promise-for-the-future-deel-ii
Deel I zie https://icmonline.ning.com/profiles/blogs/min-buza-to-forget-of-a-promise-for-the-future-deel-i
Brochure Min.Buza "To forget of a promise for The future " het evaluatie-rapport over het verdrag van Wassenaar.
DEEL III
Redactie ICM wist dit document te bemachtigen zoals Min.BuZa pleegt te noemen " To forget of a promise for The future " . Het is gewoon een evaluatie rapport verpakt in Brochure die ruimt 90 pagina's bevat. Naast deze onthulling, zijn andere zaken bove tafel gekomen, van die dure onderzoeken. Uit Wob's bij de andere collega Ministeries bleek dat o.a. dat lumpsum niet 689 miljoen bedraagt, maar 6 miljard. Verder was het aan Min.Buza alles gelegen om het bestaan van dit verdrag niet in openbaar te publiceren, zodat de gedupeerden geen claim konden indienen. Gekscherend genoeg bij WOB min. Financien kwam deze met kopie - artikel in parochie-krantje. (WOB = Wet Openbaar Bestuur). Voor ICM was dit een mooie vangst. ICM brengt dit rapport in delen uit.
_________________________________________________________________________________________________________________________________________________
De Geschiedenis
3. De Soevereiniteitsoverdracht
Bioscoopjournaal uit 1952. In de tuin van de residentie van de Hoge Commissaris van de Indonesische Republiek in Wassenaar wordt de uitroeping van de Republiek op 17 augustus 1945 herdacht.
In mei 1949 ging de Nederlandse regering overstag. Er werd een akkoord gesloten met de Republiek (de ‘Van Roijen-Roem-overeenkomst’) dat voorzag in de ontruiming van Yogyakarta, vrijlating en terugkeer van de Republikeinse leiders en stopzetting van de guerrilla. In augustus werd het staakt-het-vuren van kracht, maar het bleef daarna nog geruime tijd onrustig. Een definitieve regeling van het conflict moest worden bereikt op een rondetafelconferentie in Den Haag.
In de onderhandelingen stelden de Indonesische nationalisten zich soepel op en werd een aantal Nederlandse gevoeligheden ontzien. Het onafhankelijke Indonesië zou een federale structuur kennen: de Verenigde Staten van Indonesië. De band met de vroegere kolonisator zou vorm krijgen in de Nederlands-Indonesische Unie. Financieel-economische afspraken werden gemaakt die de Nederlandse economische belangen moesten veiligstellen. Nieuw-Guinea tenslotte, werd buiten de soevereiniteitsoverdracht gehouden en zou in afwachting van een definitieve regeling onder Nederlands bestuur blijven. Dit hele pakket vertoonde veel overeenkomst met het ‘aangeklede Linggadjati’ dat de Republiek drie jaar eerder had verworpen. Maar inmiddels waren de omstandigheden ingrijpend gewijzigd. De Indonesische leiders blaakten van zelfvertrouwen en genoten groot internationaal aanzien, terwijl de rol van Nederland in de voormalige kolonie was uitgespeeld. Als de Nederlanders eenmaal waren vertrokken kon Indonesië zijn eigen interpretatie van de gemaakte afspraken volgen.
En aldus geschiedde. Op 27 december 1949 vond in Amsterdam de soevereiniteitsoverdracht plaats. De inkt van de overdrachtsakte was nog niet droog of Indonesië begon met het oprollen van de deelstaten. Dat leidde met name op de Molukken tot verzet, maar dat verzet werd met harde hand de kop ingedrukt. De Nederlands-Indonesische Unie kwam nooit echt van de grond en werd uiteindelijk in 1956 ten grave gedragen. De belangen van het Nederlandse bedrijfsleven kwamen vervolgens in de knel toen Indonesië over Nieuw-Guinea een harde confrontatiepolitiek ging voeren. Na gewapende infiltraties en de dreiging van een grote oorlog, droeg Nederland in 1962 dat gebied over.
Deze episode vormde het laatste bedrijf in de totstandkoming van de Indonesische eenheidsstaat die het gehele grondgebied van de voormalige kolonie Nederlands-Indië omvatte: de Republiek Indonesië.
Wordt vervolgd
Deel II zie https://icmonline.ning.com/profiles/blogs/min-buza-to-forget-of-a-promise-for-the-future-deel-ii
Deel I zie https://icmonline.ning.com/profiles/blogs/min-buza-to-forget-of-a-promise-for-the-future-deel-i
Voor meer video beelden ga naar https://icmonline.ning.com/videos
Voor meer video beelden ga naar https://icmonline.ning.com/videos
Nederlands Cultureel Centrum
Intro
==========================================================================================================================================
Achtergrond
Voor meer video beelden ga naar https://icmonline.ning.com/videos
Brochure Min.Buza "To forget of a promise for The future " het evaluatie-rapport over het verdrag van Wassenaar.
DEEL II
Redactie ICM wist dit document te bemachtigen zoals Min.BuZa pleegt te noemen " To forget of a promise for The future " . Het is gewoon een evaluatie rapport verpakt in Brochure die ruimt 90 pagina's bevat. Naast deze onthulling, zijn andere zaken bove tafel gekomen, van die dure onderzoeken. Uit Wob's bij de andere collega Ministeries bleek dat o.a. dat lumpsum niet 689 miljoen bedraagt, maar 6 miljard. Verder was het aan Min.Buza alles gelegen om het bestaan van dit verdrag niet in openbaar te publiceren, zodat de gedupeerden geen claim konden indienen. Gekscherend genoeg bij WOB min. Financien kwam deze met kopie - artikel in parochie-krantje. (WOB = Wet Openbaar Bestuur). Voor ICM was dit een mooie vangst. ICM brengt dit rapport in delen uit.
_________________________________________________________________________________________________________________________________________________
De Geschiedenis
2. De Indonesische Onafhankelijkheidsoorlog
Een Nederlandse gevechtseenheid tijdens de oorlog (Politionele Acties) in Nederlands-Indie 17-8-1945 / 27-12-1949
De Indonesische Onafhankelijkheidsoorlog (Indonesisch: Revolusi Nasional Indonesia = 'Indonesische Nationale Revolutie') begon kort na de capitulatie van Japan, gevolgd door het uitroepen van de Republiek Indonesië (beide in augustus 1945) en eindigde met de overdracht van de soevereiniteit over de voormalige kolonie Nederlands-Indië (uitgezonderd Westelijk Nieuw-Guinea) door Nederland aan Indonesië (december 1949). In de traditionele Nederlandse geschiedschrijving wordt naar deze episode doorgaans verwezen met de term ‘Politionele Acties’ (ook wel 'Politiële Acties', [1] Indonesisch: Aksi Polisionil).
Met de term 'Politionele Acties' wordt gedoeld op een tweetal offensieve operaties van de Nederlandse strijdkrachten tijdens de Indonesische Onafhankelijkheidsoorlog. Deze operaties vonden plaats op de eilanden Java en Sumatra in de periode van 21 juli tot 5 augustus 1947 (eerste actie) en van 19 december 1948 tot 5 januari 1949 (tweede actie). De ‘Politionele Acties’ worden meer recent ook wel aangeduid als de 'Nederlands-Indonesische Oorlogen'[2]. In Indonesië staan de twee Politionele Acties bekend als Agresi Militer Belanda ('Nederlandse Militaire Agressies').
Kort na de Japanse capitulatie in augustus 1945 braken vijandelijkheden uit tussen Indonesische nationalisten en de troepen uit het Britse Gemenebest die strategische posities in de archipel hadden ingenomen. In oktober 1945 ontbrandde de strijd om Soerabaja, een stad die de nationalisten na bloedige gevechten moesten prijsgeven. Hierbij waren nog geen Nederlandse troepen betrokken. Pas in maart 1946 werden Nederlandse troepen in Indonesië toegelaten om de Britse posities over te nemen.
Afgezien van de ‘Politionele Acties’ (kortdurende Nederlandse offensieven), had de Indonesische Onafhankelijkheidsoorlog meestentijds het karakter van een guerrilla van de Indonesische nationalisten tegen de Nederlandse troepen. De vijandelijkheden duurden tot het staakt-het-vuren in augustus 1949. Op sommige plaatsen duurden de vijandelijkheden echter voort, waardoor ook Nederlandse militairen sneuvelden ná8 augustus 1949.
Na 1949 flakkerde de strijd (afgezien van de coup van oud-kapitein Westerling in 1950) nog eenmaal op. Dat was tijdens de vijandelijkheden die voorafgingen aan de overdracht van Nederlands-Nieuw-Guinea in 1962.
Ereveld Kembang Koening Soerabaja
De Nederlandse regering erkende de Republiek Indonesië niet als onafhankelijke staat, maar beschouwde haar als een opstandige beweging binnen de kolonie Nederlands-Indië. Hierbij dient te worden aangetekend, dat in het hierna te bespreken ‘Akkoord van Linggadjati’, de Republiek de soevereiniteit van Nederland gedurende een overgangsperiode had erkend. Nederland had in datzelfde akkoord de Republiek de facto wel erkend. Tevens dreigde er hongersnood in de door Nederland bezette gebieden, als gevolg van een blokkade van de opstandelingen. Nederland achtte zich verantwoordelijk voor het welzijn van de bevolking, dus ook van Indonesiërs, Chinezen en Arabieren in deze gebieden.
Daarom bezigde men de term 'Politionele Actie'. 'Politioneel' was sinds de negentiende eeuw een gebruikelijke term voor militair optreden dat tot doel had de regelmatig voorkomende opstanden in de kolonie neer te slaan.
Het gebruik van de kwalificatie 'politioneel' kan ook worden gezien als een manier om te verbloemen dat het hier om een vrijheidsoorlog ging en zo kritiek op het militaire optreden te pareren.
Tijdens beide Politionele Acties telde de Nederlandse troepenmacht in Indonesië, met inbegrip van het Koninklijk Nederlandsch-Indisch Leger (KNIL), meer dan 100.000 man (+/-20.000 werden voorop gestuurd en daarna nog eens zo’n 100.000). Het grootste deel hiervan werd bij de acties ingezet.
Deze omvang maakte duidelijk dat van een beperkte ‘politie actie’, zoals de Nederlandse regering het probeerde voor te stellen, geen sprake was. In meer recente literatuur wordt om deze reden ook wel gesproken van de Nederlands-Indonesische Oorlogen, zoals door Van den Doel in zijn boek ‘Afscheid van Indië: de val van het Nederlandse imperium in Azië’ (2000). Men kan zich afvragen of een actie van een aantal weken en dan nog wel twee, een "oorlog" te noemen is. Achter beide benamingen gaat dan ook een politieke opvatting schuil. Misschien is "militaire actie" een aanvaardbaar compromis. [3]
Tijdens de bijna vier jaar durende militaire aanwezigheid van Nederland in Indonesië lieten circa 5.000 Nederlandse militairen het leven, waarvan ongeveer de helft door gevechtshandelingen en de overige ten gevolge van ziekten en ongevallen. Onder de Nederlandse en Indisch-Nederlandse burgerbevolking vielen duizenden doden door gewelddaden van Indonesische nationalisten.
Aan Indonesische zijde vielen naar schatting 150.000 doden. Dat waren zowel slachtoffers van Nederlands militair optreden als van geweld uitgeoefend door de Indonesische nationalisten tegen politieke tegenstanders en vermeende pro-Nederlandse elementen onder de eigen bevolking.
Wordt vervolgd
Deel I zie https://icmonline.ning.com/profiles/blogs/min-buza-to-forget-of-a-promise-for-the-future-deel-i
Brochure Min.Buza "To forget of a promise for The future " het evaluatie-rapport over het verdrag van Wassenaar.
Redactie ICM wist dit document te bemachtigen zoals Min.BuZa pleegt te noemen " To forget of a promise for The future " . Het is gewoon een evaluatie rapport verpakt in Brochure die ruimt 90 pagina's bevat. Naast deze onthulling, zijn andere zaken bove tafel gekomen, van die dure onderzoeken. Uit Wob's bij de andere collega Ministeries bleek dat o.a. dat lumpsum niet 689 miljoen bedraagt, maar 6 miljard. Verder was het aan Min.Buza alles gelegen om het bestaan van dit verdrag niet in openbaar te publiceren, zodat de gedupeerden geen claim konden indienen. Gekscherend genoeg bij WOB min. Financien kwam deze met kopie -…
ICM /MSN Media de geschiedenis van een Indische digitale guerrilla
ICM Online heeft sinds 1999 een belangrijke rol gespeeld in de Indische gemeenschap. Het begon met ‘Old School' kweken van awareness. Ruim een miljoen flyers gingen via Pasar Malams over de toonbank bij de verschillende standhouders in die 14 jaar. Langzamerhand werd het een vertrouwd beeld op alle pasars en overige evenementen. Een project zonder enige steun van de overheid. Dit vond plaats voor het Gebaar project dat later een onmisbare schakel bleek te zijn voor de verdere politieke emancipatie van de Indische gemeenschap.
Content is de sleutel tot alle systemen, concepten en methodieken die goed verpakt moeten zijn met een visie en inhoud. Dit zorgt uiteindelijk voor de sturing of…
Hier een oud familierecept van mijn oma van Frikadel Pan. Een kruidig Indisch gehaktbrood, dat een heerlijke aanvulling is op elke Indische maaltijd, maar ook bijvoorbeeld bij Pasta’s smaakt het bijzonder goed.
Ingrediënten:
1 kg. gehakt (halfom of rund), 4 sneetjes (oud) witbrood, 4 eieren, 5 sjalotten, 6 teentjes knoflook, 3 tl. sambal oelek, 3 el. dikke kokosmelk, 4 el. ketjap manis, 1/2 tl. zout, 1/2 witte peper, 1,5 tl. nootmuskaat, 1 tl. djinten, 1/2 tl. ketoembar, mespuntje gemalen kruidnagel, boter en paneermeel voor de ovenschaal (of bakblik).
Bereiding: Het is van belang dat het gehakt een fijnere structuur heeft dan normaal. Uw vakslager heeft meestal een…
Berichten van 612 aan het thuisfront - Evert van der Molen.
De schrijver is geboren in 1917 als zoon van een binnenschipper. Hij behaalt het onderwijzersdiploma, maar kan in Nederland in de jaren ’30 door de crisis niet aan de bak komen. In Medan wel: daar krijgt hij werk aan de Christelijke MULO en in 1939 vertrekt hij vol goede moed naar Nederlands-Indië. Alles loopt echter heel anders dan hij het zich had voorgesteld. Het uitbreken van de oorlog in Nederland haalt een streep door zijn voorgenomen huwelijk.
Daarna zorgt de val van Indië ervoor dat hij krijgsgevangene wordt en in een Jappenkamp terechtkomt. Drie en een half jaar zal hij in totaal vijftien kampen doorbrengen, op Java, Thailand en Japan. Adviesprijs: € ???
…
Een absolute aanrader!
In de Pennings Foundation in Eindhoven zijn momenteel twee indrukwekkende fototentoonstellingen te zien over de Tweede Wereldoorlog in Nederlands-Indië.
De eerste, Traces of War van Jan Banning, bestaat uit portretten en interviews met overlevenden die tijdens de oorlog werkten aan de aanleg van de Birma- en Sumatra-spoorwegen – onder wie Bannings eigen vader.
Daarnaast is er de expositie Mijn liefste Teun van de Helmondse fotograaf Tahné Kleijn. In ruim veertig zorgvuldig geënsceneerde foto’s vertelt zij het aangrijpende verhaal van haar oma, die tijdens de oorlog in een Japans interneringskamp gevangen zat. De beelden worden versterkt door originele fragmenten uit het dagboek dat haar oma destijds bijhield.
Kleijn…
ICM (Indische Internetkrant) op Facebook online
https://www.facebook.com/groups/icmonlineindicsheinternetkrant
Info…
[Dit artikel is geüpdatet] Op het Indonesische eiland Sumatra zijn meer dan 700 mensen om het leven gekomen na zware overstromingen en aardverschuivingen die werden veroorzaakt door stortregens. Indonesische media spreken van een van de ergste natuurrampen in de afgelopen jaren in het gebied. Bron 11/26/2025 Indonesienu
De autoriteiten zeggen dat meerdere districten in…
Brochure Min.Buza "To forget of a promise for The future " het evaluatie-rapport over het verdrag van Wassenaar.
Redactie ICM wist dit document te bemachtigen zoals Min.BuZa pleegt te noemen " To forget of a promise for The future " . Het is gewoon een evaluatie rapport verpakt in Brochure die ruimt 90 pagina's bevat. Naast deze onthulling, zijn andere zaken bove tafel gekomen, van die dure onderzoeken. Uit Wob's bij de andere collega Ministeries bleek dat o.a. dat lumpsum niet 689 miljoen bedraagt, maar 6 miljard. Verder was het aan Min.Buza alles gelegen om het bestaan van dit verdrag niet in openbaar te publiceren, zodat de gedupeerden geen claim konden indienen. Gekscherend genoeg bij WOB min. Financien kwam deze met kopie - artikel in parochie-krantje. (WOB = Wet Openbaar Bestuur). Voor ICM was dit een mooie vangst. ICM brengt dit rapport in delen uit.
_________________________________________________________________________________________________________________________________________________
De Geschiedenis
Transformatie van Nederlands-Indië naar Indonesië
Na 300 jaar koloniaal bewind kwam door interventie van de oorlog met Japan, het ‘Indisch Bestuur’ in handen van President Soekarno en vicepresident Hatta. Dit proces liep allesbehalve soepel. Nederland wilde zijn oude kolonie niet opgeven en negeerde alle signalen van onder andere de VN, om het ‘Indisch-Nederlands Bestuur’ over te dragen aan de eerder genoemde kersverse nieuwe bewindvoerders. Het verlies van de oud-kolonie werd een zeer moeizaam, complex en onverteerbaar proces, met als gevolg dat de Nederlandse regering nog eens 200.000 militairen stuurde. In 1962 kwam de Nieuw-Guinea-kwestie aan de orde en werden de Indische-Nederlanders alsnog het land uitgewezen.
Het zegt al genoeg dat dit dekoloniale proces duurde van 1947 tot 1962. Anno 2015 heeft de financiële afwikkeling nog steeds niet plaatsgevonden met dien verstande dat geen compensatie werd uitbetaald aan diegenen die al hun bezittingen hebben verloren. Bovenal zijn de banden/betrekkingen tussen beide landen enkel verder verslechterd.
Het dekoloniale proces is slechts een onderdeel van de oorlog met Japan, de overdracht en de Bersiap. Het Nederlands beleid riep bij de bevolking van Indonesië onherroepelijk agressie op, dat zich uitte in nietsontziende haat gericht aan vooral de Nederlandse - Indische Gemeenschap, waarbij hun leven in gevaar werd gebracht en er sprake was van veel moordpartijen (zie het boek ‘Bersiap’ van wijlen Herman Bussemaker).
Het zegt al genoeg dat dit dekoloniaal proces duurde van 1947 tot 1962. Anno 2015 heeft de financiële afwikkeling nog steeds niet plaatsgevonden met dien verstande dat geen compensatie werd uitbetaald aan diegenen die al hun bezittingen hebben verloren. Bovenal zijn de banden/betrekkingen tussen beide landen verder verslechterd.
Het dekoloniaal proces is slechts een onderdeel van de oorlog met Japan, de overdracht en de Bersiap. Het Nederlands beleid riep bij de bevolking van Indonesië onherroepelijk agressie op, dat zich uitte in nietsontziende haat gericht aan vooral de Nederlandse - Indische Gemeenschap, waarbij hun leven in gevaar werd gebracht en er sprake was van veel moordpartijen (zie het boek ‘Bersiap’ van wijlen Herman Bussemaker).
Het volgende citaat is uit het boek ‘Bersiap’:
“Echter de ernstige geweldsuitbarstingen die in oktober en november 1945 plaatsvonden tegen de (Indo-)Europese bevolking, de Chinezen en de Nederlandse Gezinde Indonesiërs doorkruisen deze plannen. Daarbij kwam dat Nederlanders (vooral Indische-Nederlanders) en andere door Indonesische extremisten bedreigde groepen door de Republiek Indonesië geïnterneerd werden in zogeheten ‘beschermingskampen’.
Mountbatten besloot daarop het aantal ‘key areas’ op Java en Sumatra uit te breiden. Daarnaast werden ruim 14.000 voormalig geïnterneerden in december van 1945 overgebracht naar Batavia, Australië, Singapore, Ceylon, Bangkok en Nederland. Door de noodsituatie die was ontstaan was het duidelijk, dat de geïnterneerden bij hun bevrijding niet in Nederlands-Indië opgevangen konden worden en dat er veel meer mensen naar Nederland gerepatrieerd moeten worden dan aanvankelijk werd gedacht.”
Vanwege de agressieve politiek van de regering-Drees betreffende de kwestie Nieuw-Guinea (West-Irian) tegen het pas onafhankelijk geworden Indonesië, moest iedereen met de Nederlandse nationaliteit
-waaronder (10.000) ondergetekenden- in de jaren ’60 dat land alsnog noodgedwongen verlaten.
Wordt vervolgd
ICM /MSN Media de geschiedenis van een Indische digitale guerrilla
ICM Online heeft sinds 1999 een belangrijke rol gespeeld in de Indische gemeenschap. Het begon met ‘Old School' kweken van awareness. Ruim een miljoen flyers gingen via Pasar Malams over de toonbank bij de verschillende standhouders in die 14 jaar. Langzamerhand werd het een vertrouwd beeld op alle pasars en overige evenementen. Een project zonder enige steun van de overheid. Dit vond plaats voor het Gebaar project dat later een onmisbare schakel bleek te zijn voor de verdere politieke emancipatie van de Indische gemeenschap.
Content is de sleutel tot alle systemen, concepten en methodieken die goed verpakt moeten zijn met een visie en inhoud. Dit zorgt uiteindelijk voor de sturing of hervormingen in de samenleving. Net als bij de politiek. Iedere burger die een goede “tevreden” verpakt met visie en inhoud bereikt, bereikt zijn doelen.
In 1996 zocht MSN - Nederland een partner om MSN als sociale media weg te zetten en om flink aan de weg te timmeren met mijn bedrijf Fastware & Advisering. Al heel snel ontwikkelde ik naast een statische website de bekende www het “Online deel” waarop mensen direct kunnen reageren op geponeerde columns of stellingen ofwel dus sturende “content”. De dialoog via het Internet was met de Indische gemeenschap geboren. Voor alle Indo’s ging een wereld open. Wel vergaten ze dat de hele wereld meekeek. Al heel snel spatte de emoties van bepaalde Indo – groeperingen op het scherm. De ouderen die zaten met trauma’s uit de Tweede Oorlog, bersiap en de koele kille ontvangst. De jongeren leefden weer in een andere wereld, waar ludiek MSN werd gebruikt voor de promotie van evenementen of door Facebook Achtige content te plaatsen. De bekende Follow me berichten. De anderen hielden ze puur bezig met herinneringen delen naar Tempo Dulu. Het andere weer met IndoRock. De Indische gemeenschap kon je dus verder onderverdeeld in groepen (segmenten). Door het vormen van fora gericht op een specifiek thema (content) melden zich Indo’s die zich voelden aangesproken door het thema. Op een aansprekend thema naam waar men vervolgens lid van werd.
De naam ofwel content van een MSN – Groep werd bepalend.
Namen zoals Indo Groep, Indo Forum, Indo 4ever, IIP Maillist, There’are Indo, Indo Entertainment, TV Indo, Nieuw Indisch, en Indoweb. Het was eigenlijk al een Facebook avant la lettre tot stand gekomen in 1996 in de vorm van het MSN. Centraal stond hier de “content” dus publicaties van hoge kwaliteit gericht op thema’s om zo gericht de doelgroepen te interesseren en te sturen. Niet voor 1 lezer maar gelijk voor duizenden gelijkgestemden. Zo ontstonden op het MSN vele diverse communities (groep in termen van Facebook) . NINES Online (ICM) was de rode draad voor alle Indo Groepen. Ruim 99 waren er destijds vertegenwoordigd op het MSN met een gemiddeld aantal leden van 400.Doordat NINES Online (ICM) door de 26 organisaties aangesloten bij het IP als communicatiemiddel werd gebruikt ontstond de behoefte om dit concept verder uit te bouwen als krant. Alle publicaties werden doorgezet op alle 99 MSN groepen, naast de andere ICM kanalen. Hierdoor bouwde ICM een groot bereik op. Naast de tour op de ruim 60 pasar malams per jaar.
Het volgende probleem was om de geïnteresseerden blijvend vast te houden. Dankzij de technische structuur van deze MSN – groepen was dit mogelijk. Iedere bericht met content dat op het “prikbord” werd geponeerd ontvingen de aangesloten leden direct op hun e-mail, waarop deze weer konden reageren, zo hadden de webmasters hun handen vol om deze weer te beantwoorden, en ontstond de centrale moderator die de bedrijvigheid op de MSN -groepen aanjoeg.
De groep die weer ontstaat uit het forum kan op publicaties reageren die het onderwerp weer verder polijsten tot een nog hoger niveau. Het bekende DELEN op Facebook nu, is dus niet nieuw.
De “content” zoals uitgevers dit plegen te noemen is de “value “ dat je te koop aanbiedt en de kopers kaatsen die value weer terug in de vorm van Goede publicaties die hun weg vinden op het World Wide Internet en dus wereldwijde spreiding Een illustratie hiervan is het YouTube verhaal dat een nieuw medium is geworden naast de televisie met zijn traditionele kijkerspubliek en een veel groter bereik heeft over de nationale landsgrenzen.
Zo werd mijn methodiek succesvol implementeren gelanceerd op een statische website in combinatie met “Online gebeuren” dus het forum. Eerst werd de methodiek aan diverse uitgevers aangeboden, echter die waren nog niet zover (1996 ) om het via een forum die ondersteuning Online biedt. Als automatiseringsteam van het eerste uur had ik deze voorsprong op iedereen. Je weet als designer dat je de wereld kan veranderen. Op dit forum werden hoogstaande personen en belangrijke zakenlieden lid. Door het delen van duurzame content ontstaat een Business To Business Model Online voor alle branches en doelgroepen (o.a. Indische Gemeenschap). Tegelijkertijd toonde Alex van Groningen (www.balanced-scorecard.nl) zijn belangstelling ook voor dit CONCEPT. Het Tweede Sociaal Media platform in het zakelijke verkeer was een feit in het topsegment van Nederland .
Hierna zijn door mij vele MSN – Groepen voor Nederlandse Verenigingen en Indische Verenigingen opgezet o.a. E-learning Groep waar cursisten die bij ons lessen volgen volgen Online op de MSN-Groep Fastware _ E-Learning en delen met hun mede-cursisten. Dit was uniek voor die tijd. Ook voor de Overwinteraars aan de Costa Blanca (Pensionado) zijn complete MSN-Groepen opgezet en geïmplementeerd aan de Costa Blanca (o.a. Hallo Online). Zo konden opa en oma met het thuisfront contact blijven houden tijdens hun overwintering aan de warme Costa’s.
In 1999 melden zich diverse Indische organisaties zich.
Omdat de NINES organisatie door mijn bedrijf Fastware & Advisering jaren werd gesponsord, was NINES als eerste aan de beurt. Naast dat NINES voor mij interessant was. Namelijk NINES was lid van het Oude Indische Platform, en heeft later een zeer belangrijke rol gespeeld bij het tot stand komen van Het Gebaar. Er werd een project opgezet om een website in combinatie met MSN Community voor de 1000 leden van NINES. Later zijn de andere verenigingen op NINES/ICM erbij gekomen. Het bereik is nu gegroeid tot ruim 400.000 anno 2013.
ICM ofwel toegang tot de Indische Wereld.
Aan deze missies ofwel content is nooit getornd.
Anno 2013 staan ze nog recht overeind!
De content van ICM:
ICM – de Indische media- die beoogt om zoveel mogelijk de samenleving van de huidige Indische gemeenschap in beeld te brengen met een knipoog naar Tempo Dulu. Om deze CONTENT te realiseren heeft ICM een scope met gereedschappen om via persberichten, actualiteiten, nieuws, de agenda en het Indisch entertainment in beeld te brengen. Niet onbelangrijk om aan politiek Den Haag het signaal af te geven voor de behandeling van de Indische gemeenschap over de afgelopen zestig jaren. Maar ook om een luisterend oor te leggen bij de Nederlandse media. Last but not least, het overdragen van het palet aan Indisch Cultuur erfgoed aan de volgende generaties Indische Nederlanders en Nederlanders.
Hoogtepunten die content van ICM vormden zijn divers geweest o.a.:
* De Pasar Malam ontwikkelingen werden door het ICM gestructureerd, en kwamen uiteindelijk in beeld door het opzetten van de kalender. Het heeft ruim 800.00 bezoekers.
* De Boekrecensies; met de vele schrijvers die zich melden als ICM columnist.
* Indisch Entertainment met de vele beroemde artiesten; Wieteke, Ais, Blue Diamond Riem de Wolff, Andy Tielman …..
* De respondenten in het land.
* Het Indisch Platform
* Politiek
Een hoogtepunt op ICM/NINES Gebaar ontwikkelingen.
De vele hoogtepunten uit de” Indische geschiedenis” op de wereld van ICM als Social Media is toch Het Gebaar die de regering Kok deed voor de kille koele ontvangst in Holland in 2000. Dit tussenresultaat werd na eindeloze discussies met de Indische vertegenwoordigers, en in latere fase met de oude Indisch Platform bereikt. De vereniging NINES had een beslissende rol bij de doorbraak van Het Gebaar, die als enige een professionele website had met een social media strategie. Het MSN had toen al een fors bereik.
Het Indisch Platform werd door oud-premier Lubbers geïnstalleerd als politiek Overlegorgaan met de regering om alle Indische belangen voor en namens de Indische gemeenschap te behartigen. Na een lang- en moeizaam onderhandelingsproces werd bij monde van Kok een Gebaar gedaan namens de Nederlandse regering met het accent op die kille en koele ontvangst in Nederland. Dit resultaat komt op het conto van dr. Kloosterman lid van NINES. NINES was 1 van de aangesloten organisaties bij het IP. Met als enige een webportaal met een Online Groep op MSN (NINES Online). Het bereikte resultaat dat op Internet Media NINES Online en Blimbing bereikte; dat letterlijk door velen gezien werd dat de onderhandelaars namens de Indische Gemeenschap in het voortraject van destijds de Indische zaken hadden verkwanseld.
Begrijpelijk, de betrokkenen hadden hier persoonlijke belangen bij, omdat De Overheid hun broodheer was. Al eerder werd men geconfronteerd met het debacle van het Indisch Gebouw in Scheveningen dat Els Borst schonk voor een symbolisch bedrag van 1 gulden. Daarop werd een subsidie van enkele miljoenen guldens gaf om het gebouw te renoveren tot het Indisch monument. Helaas, dit gebouw bleef in de steigers en kwam nooit af. Later werd in de Javastraat alsnog een gebouw gehuurd voor het failliet gegane Indisch Huis. Dat waren toch “Indische zaken “ die hoog scoorden bij de achterban en lezers op ICM Online, Blimbing en de vele Indische MSN Groepen o.a. IIP MAIL LIST van Rick van den Broeke.
Zoals de kabinetten op een rij nu een ander uitleg plegen te geven aan dit Gebaar dat dit voor de fysieke – en materiële oorlogsschade bestemd was tegen finale kwijting. Vervolgens werd een onderzoek ingesteld door het NIOD, Die kwam met een geheel andere kijk dan de regering op de zaak. Dit is nu aan de orde.
Bij de Indische gemeenschap bij vele families destijds (2000-2001) werd het dagelijkse gesprek dat op de ICM Sociaal Media was te volgen met grote interesse bekeken. De berichtgevingen over de bekende Internet Indo groepen (99 stuks) rond de ontwikkelingen van Het Gebaar werden hooggespannen gevolgd.
Komen ze wel in aanmerking als gewone burger. Uiteindelijk werd die grenst duidelijk voor allen geboren voor augustus 1945, en de rest viel erbuiten. Al deze stemmingmakerij was dagelijkse kost op de MSN – Groepen van NINES, IP – Maillist, The Indo’s en vele andere groepen. Niet te vergeten van Huib Deetman opwww.blimbing. nl als deze weer uit Den Haag kwam en op de valreep verslag deed.
De berichtgevingen liepen via www.blimbing.nl en veelvuldig via www.nines.nl ; Deze bestond uit een website deel en On Line deel uit een MSN-Community (In 2002 ging dit over in Het ICM van nu). Duidelijk was dat er een grote kloof was met de achterban: “ De Indische Gemeenschap”. NINES had niet meer dan 1000 leden, en de overige 7 aangesloten organisaties lagen ook op dat aantal zo niet minder. Toch besloot en sprak dit Indisch Netwerk vele zaken in naam van de Indische Gemeenschap terwijl het om nog geen 5000 man totaal ging. Bij vele Indo’s NU leeft dit ongenoegen en vinden dat hun naam wordt misbruikt.
De MSN – Communities legden de verbindingen met die andere wereld van de Indo’s. De emoties en kritiek liepen hoog op, mede omdat Boekholt alles binnenkamers hield. De IP- leden (besturen) mochten niets terugkoppelen naar hun leden.
Boekholt en consorten hadden duidelijk andere bedoelingen met 385 miljoen voor het Gebaar. Dankzij de MSN-Communities lekten vele zaken naar buiten, waarop het hele MSN heftig aan toe ging. Dat lekken gebeurde dan ook richting de pers dat het oude IP andere plannen had met Het Gebaar namelijk dat dit collectief te houden gestort op 1 rekening, en van hieruit de verdeling zou plaatsvinden (hadden hele andere stoute plannen).
Dit is uiteraard een waanzinnige gedachte om 341.000 mensen te traceren, vervolgens te selecteren en ten slotte uit te keren. Wat uiteindelijk door de Overheid zelf werd geregeld via Stichting Pelita met betrekking tot de persoonsgegevens. Alle ontbrekende data werden via Blimbing en NINES vergaard (Beide sites zijn private initiatieven).
De individuele uitkeringen gebaseerd op Het Gebaar liepen niet vlekkeloos o.a. in de informatievoorziening wie wel en wie geen recht hebben. Dit vergrootte de verwarring o.a. op de MSN-groepen en bij Pelita die namens- en voor de overheid is ingesteld voor de Indische belangen en hier in faalde Via NINES, BLIMBING en MSN – Groepen werden de Indo’s bereikt waarbij velen uit het buitenland. Begrijpelijk. Dankzij MSN waren de meesten aangesloten op 1 van de 99 Indo groepen of op meerdere.
De aanvraagformulieren waren cryptisch opgesteld zodat een gemiddelde burger er zo wie zo al niet uitkwam, dus hierdoor de uitbetaling via Het Gebaar misliep .Kennelijk ook de bedoeling van de bedenkers. Blimbing heeft specifiek hiervoor een flowchart ontwikkeld. Middels de flowchart werden velen op weg geholpen naast dat op de MSN-Groepen een soort Helpdesk Achtige ondersteuning op gang kwam. Dit alles bleef buiten het zicht van het IP en Pelita, die hun koppen in zand staken. Die waren druk bezig met Projecten Collectieve Doelen hoe zij weer elkaar de bal toe konden spelen. Het ging om 35 miljoen waarvoor 124 projecten werden geselecteerd. Allemaal geflopt. Geen van de projecten had de kwalificering van duurzaamheid om Indische Cultuur erfgoed te bewaren en om door te geven zoals een Indische omroep (Tegelijk had je dan een Indisch omroepblad) en Indisch Media zoals ICM nu. Dit zouden twee "contents" kunnen zijn die de samenleving zou kunnen aansturen, beïnvloeden en hervormen. Het geld ging op aan feesten, keukens, en exposities. Zo kon zelfs Tong Tong Fair een graantje meepikken en kregen filmmakers eindelijk hun hobby betaald. De commissie die de projecten selecteerde moet maar goed in de spiegel kijken, en duurzaam en innovatief komt kennelijk in hun woordenboek niet voor. Misschien was het een gebrek aan toekomstvisie.
Via het MSN Indo Groepen en andere sites zijn er wel 50.000 van deze flowcharts over de lijn gegaan. In tegenstelling tot de Joodse gemeenschap die zo 45.000 op hun bankrekening ontvingen zonder enige inspanning, werden hier de Indo’s het bos ingestuurd.
ICM verbindt Indische thema’s aan de Indische gemeenschap, bindt op die manier de Indische gemeenschap en zet hun issues op de Nederlandse kaart.
Dit was 1 van de missies van ICM om de huidige Indische samenleving in kaart te brengen via alle mogelijke instrumenten die het Internet biedt. Dit begint vanaf het moment dat het lijntje van de PC of andere systeem via het modem het netwerk op gaat de “World Wide Web “ en zo weer de huiskamers binnenkomen. Tussen die tijd vergaarde ICM alle e-mails op de pasars en mails die via Indische organisaties beschikbaar werden gesteld omdat deze niet over een eigen website beschikken.
Via de bekende e-mail verzending ICM Breaking News wordt dagelijks ingebroken bij de leden van de Tweede Kamer en Nederlandse redacties om het Indisch geluid voortdurend ten gehore te brengen. De ICM Breaking News werden gevuld met persberichten, columns, artikelen , de actualiteiten en belangrijke feiten. ICM Breaking News legde zo die verbindingen.
Tweede tool waren zijn de websites van ICM Online met multichanneling en links naar Multiply, MSN, NING, FACEBOOK, HYVES, EN Twitter.
Die continue stroom ofwel “content” zorgde voor ICM informatievoorziening, veranderingen en acceptatie in de samenleving. Het wordt immers dagelijks beleefd! Hierdoor groeide alleen maar het bereik van ICM als medium. Daarnaast verzorgde het medium ICM die verbindingen met Indische organisaties.
Voorbeeld is de wereld van de pasar malams die in 2003 als evenementen op de agenda van ICM werd opgenomen. Nog nooit in de geschiedenis was bekend hoeveel pasars er waren, waar, en wanneer.
ICM was hier de sturende factor / coördinator die de jaarkalender invoerde waarop alle partijen hun pasars uiteindelijk gingen afstemmen via www.icm-online.nl. Zodat er op 1 datum niet ook nog een andere pasar werd georganiseerd. Nu anno 2013 loopt alles gladjes en anderen hebben in de voetsporen van het ICM andere websites opgezet zoals o.a. www.Tjampoer.nl die van 2001 tot 2005 op ICM een afzonderlijk onderdeel vormde.
ICM hoogtepunt: de Stille Tocht anno maart 2013
Uit de selectie op ICM archief verschenen publicaties met de meeste kijkcijfers. Dit zijn de Indische Ontwikkelingen rond de Indische Perkara’s en waaruit actie voorkwam. Bijvoorbeeld IP Manifestatie op het Plein in oktober 2009, toen de NIOD rapporten werden aangeboden. De stemming over de Indische motie in juni 2012 die met twee stemmen verschil werd verworpen.
De stille Tocht bij de aanbieding van de Indische Petitie waar 10.000 handtekeningen zijn verzameld via de Indische media en waarop 450 man op het plein kwamen om de petitie kracht bij te zetten. Eigenaar van de petitie is Hans Vogelsang van N.I.C.C.
De opzet van ICM sociaal media op Politiek Den Haag hebben invloed, daarnaast worden alle partijen gekend in deze problematiek via ICM Breaking News en alle bijhorende sociaal media zoals Facebook, Hyves en Twitter.
Sociaal Media zorgt dat drempels bij politiek Den Haag worden weggehaald. Belangrijk weer is dat CONTENT op nivo, timing en kwaliteit wordt aangeboden. Hierop was de benadering van ICM gestoeld.
Zonder internet, zonder ICM en zonder Social Media was het IP blijven steken zoals het oude IP in 2001; er was toen geen dagelijkse “content” die via een media op de leden van de Tweede Kamer als voeding werd afgevuurd zoals nu. Hierdoor is het bewustzijn gekomen van de Indische Perkara.
Anno 2025 zit ICM met het verdrag Traktaat van Wassanaar in Tweede Kamer. De VVD heeft zich opgeworpen om deze zaak op te lossen, zal dit volgende hoogte punt van ICM worden? Dat laat ICM aan de lezers over.