Ferry Schwab's berichten (2028)

Sorteer op

Onze vuile oorlog door: Harm Botje en Anne-Lot Hoek

10897251654?profile=originalOnze vuile oorlog                       

 door:    Harm  Botje  en  Anne-Lot  Hoek

 

Historici roepen op tot een onderzoek naar het Nederlandse geweld in Indonesië. Waarom is dat niet al lang gebeurd?  “De kramp is eraf”, zegt directeur Gert Oostindie van het Leidse Koninklijk Instituut voor Taal, Land en Volkenkunde (KITLV). Het veld ligt nu open, hè hè eindelijk…”, zegt hoofdonderzoeker Henk Schulte Nordholt. Het tweetal behoort tot de initiatiefnemers van de recente oproep in de Volkskrant om een onderzoek te doen naar het Nederlandse geweld in de gewraakte dekolonisatieperiode van Indonesië tussen 1945 en 1949. Vorig jaar nog kende de rechter de weduwen uit   

het dorpje Rawagedeh een schade-vergoeding toe omdat daar in 1947 hun mannen, broers en zonen stand-rechtelijk werden vermoord. Onlangs diende advocate Liesbeth Zegveld, die de belangen van Rawagedeh vertegenwoordigt, opnieuw een claim in bij de overheid. Nu willen weduwen uit Zuid-Celebes (het tegenwoordige Sulawesi), waar eenheden van de beruchte Kapitein Raymond Westerling hebben huisgehouden, ook een schade-vergoeding.

Die opeenvolgende rechtszaken, maar ook de spijtbetuiging die Minister Bot in 2005 uitsprak – We stonden aan de'verkeerde kant van de geschiedenis – het creëert volgens Oostindie en zijn collega Schulte Nordholt een klimaat waarin een onderzoek mogelijk is. “Het is voor ons de grootste oorlog ooit gevoerd. Nooit eerder stuurden we zoveel roepen naar het front en nooit eerder waren er daarbij zoveel doden. Hoe kan het dat na 65 jaar nog steeds er geen gezaghebbende studie over is”. De twee onderzoekers is vooral benieuwd naar wat er feitelijk is gebeurd tijdens militaire operaties. Ongetwijfeld werden er mensen ondersteboven gehangen tijdens verhoren. Zeker is dat gevangenen tijdens patrouilles geëxecuteerd zijn

Maar hoe systematisch gebeurde dat en waarom onderdrukte Westerling de bevolking met zoveel buitensporig geweld. Hoe kan het dat hij daarna jarenlang ongestoord in Nederland heeft kunnen wonen. De onderzoekers ontzien ook zichzelf niet, want het blijft natuurlijk vreemd dat het KITLV, het NIOD (Nederlands Instituut voor Oorlogs Documentatie) en het NIMH (Nederlands Instituut voor Militaire Historie) niet al veel eerder initiatieven hebben genomen. Ook dat zal tijdens het nieuwe onderzoek aan de orde moeten komen. Zegt de generatie van nu: “Het is vanzelfsprekend om hiermee aan de slag te gaan”, waar onze voorgangers zeiden: “Bemoei je er niet mee; dat is voor de politiek”.

 

Maar wie kantenknipsels en rapporten uit de jaren veertig tot nu doorploegt (en dat zijn grote stapels…!) valt het meteen op dat áls de politiek zich al uitsprak over de gewelddadige dekolonisatie, het altijd in reactie was op incidenten. Nooit is er in Nederland door een regering uit eigener beweging een groot, alomvattend onderzoek opgezet, zoals bijvoorbeeld de parlementaire enquête naar de regeringsverantwoordelijkheid in de Tweede Wereldoorlog. In de jaren zestig speelde de affaire rond Joop Hueting die op de televisie vertelde over de moordpartijen waar hij bij betrokken was. En in de jaren tachtig was er de kwestie Loe de Jong, die in zijn deel over Nederlands-Indië heeft beweerd dat er oorlogsmisdaden zijn gepleegd, welke bewoordingen hij later toch weer veranderde in “excessen”. Bovendien in de jaren negentig de komst van deserteur Poncke Princen naar Nederland, de discussies rond het staatsbezoek van onze Koningin aan Indonesië en de RTL-documentaire over Rawagedeh die daaraan voorafging. Steeds weer kwamen de spoken uit het verleden terug. En dat met voor eens en altijd

afgelopen zijn, vinden de historici die oproepen tot een nieuw onderzoek.

Klokkenluider

Het zijn overigens niet de historici die als eerste de aanzet hebben gegeven tot de hernieuwde belangstelling naar de misstanden in Nederlands-Indië. Volgens historica Stef Scagliola, die voor haar promotie de verwerking van de dekolonisatie uitgebreid heeft onderzocht, zijn er steeds compromisloze figuren nodig die de zaak in beweging brengen. Historici kunnen niet zonder klokkenluiders, provocateurs. De afgelopen jaren werd deze rol met verve vertolkt door de cementarbeider Jeffry Pondaag uit het Noord-Hollandse Heemskerk. Hij kwam in de zestiger jaren uit Indonesië naar Nederland met zijn Nederlandse moeder. Hij ergert zich al jaren aan wat hij de “arrogante houding van Nederland” noemt.

Inschepen van Nederlandse soldaten. Foto: Hugo Wilmar

Waarom heet de Coentunnel nog steeds Coentunnel en waarom staan er op de zijkant van de Gouden Koets nog steeds afbeeldingen van Javanen? Dat steekt hem als Indonesiër, want hij vindt dat een verheerlijking van het koloniale verleden. Waarom worden de Duitse oorlogsmisdadigers tot in

lengte van jaren vervolgd en kon de Kapitein Raymond Westerling tot zijn dood toe van een rustig leven genieten.

“Ik begrijp niet hoe een land dat mensenrechten zo belangrijk vindt, zich zo kan gedragen”, zegt hij. Jarenlang leurde Pondaag met de kwestie Rawagedeh, zonder enig resultaat. Tot 1995; toen maakte RTL-4 in de aanloop naar het staatsbezoek van Koningin Beatrix aan Indonesië een reportage over de vergeten massamoord. Daarna ging het balletje langzaam rollen. In het parlement maakte onder andere de Socialistische Partij zich hard voor de zaak. En zo kreeg Pondaag de Nederlandse staat op de knieën: de regering betuigde spijt en de rechter dwong de overheid tot het betalen van een schadeloosstelling. Bij het KITLV in Leiden menen ze dat Pondaag inderdaad een grote rol heeft gespeeld. “Hij is een wonderlijk figuur, maar was wel de katalysator”, aldus Henk Schulte Nordholt.

Onderduiken met vrouw en kind

Pondaag staat in een traditie. Psycholoog Joop Hueting gaf in de Volkskrant een interview,waarin hij zonder terughoudendheid vertelde over oorlogsmisdaden die werden gepleegd door hemzelf en anderen. Hij beschreef hoe de korporaal van zijn eenheid, die kort daarvoor in een hinderlaag was gelopen, een hutje in ging en een familie afmaakte. En hoe Indonesiërs met de blote billen op de gloeiend hete pantserwagens werden gezet zodat ze brandwonden opliepen. Je reinste sadisme. En ook vertelde hij hoe krijgsgevangenen die tot last waren, tijdens het “pissen in de kali” van achteren werden doodgeschoten. “Wij waren vakkundige killers”, zei Hueting en stelde nadrukkelijk vast dat

het geen incidenten waren, maar dat het ‘gewoon in het systeem van het leger paste’.

Ondanks de gruwelijke details kreeg zijn verhaal maar weinig aandacht. Totdat de redactie van VARA’s actualiteitenrubriek Achter het Nieuws besloot om Hueting te interviewen. Toen brak de hel los…! Het was voor de allereerste keer dat een televisie-uitzending bij miljoenen kijkers zoveel emoties losmaakte. Hueting werd bedreigd en moest met zijn vrouw en kind onderduiken in een hotel op de Veluwe, berichtte de Telegraaf in 1969. Vele veteranen reageerden woedend op de aantijgingen. Voormalig minister-president Willem Drees deed de zaak af als “oud nieuws”, omdat de Tweede Kamer in 1949 een voorstel voor een nader onderzoek had verworpen. Ook vroeg Drees zich af waarom Hueting zich niet veel eerder met zijn verhaal bij de autoriteiten had gemeld. Hypocriet als je bedenkt dat de regeringen in de jaren veertig en vijftig duvelsgoed wisten wat er speelde. In 1954 was er immers een onderzoek afgerond door de juristen Van Rij en Stam naar oorlogsmisdaden die op Zuid-Celebes waren begaan. De regering waarvan Drees toen premier was, besloot om Kapitein Raymond Westerling en zijn mannen vrijuit te laten gaan en het rapport niet openbaar te maken.

Een inhaaloperatie

Het koloniaal verleden werd steeds opnieuw weggestopt. Televisiemaker Ad van Liempt, die zich al jaren verdiept in het Indische verleden en van wie onlangs het boek “Nederland valt aan” is heruitgegeven, vindt dat niet vreemd. “Niemand vindt het leuk om stil te staan bij zijn nederlagen”. Maar volgens van Liempt spelen er ook andere zaken die voor een moeilijke omgang zorgden. “We zaten

met een veteranenprobleem. Die mensen zijn hier een beetje als ‘losers’ ontvangen nadat we Nederlands-Indië waren krijtgeraakt. Zij voelen zich in de kou gezet. Bovendien verkeerden we door de weigering van Nederland om Nieuw-Guinea als kolonie op te geven in een soort ‘koude oorlog’ met Indonesië.

Daardoor waren we bang dat openheid van zaken onze internationale belangen zouden schaden”. Van Liempt noemt het eeuwig zonde dat het in 1969 na de affaire Hueting nooit tot een groot onderzoek of een parlementaire enquête is gekomen, ondanks het aandringen van de toenmalige oppositieleider Joop den Uyl. “Zo’n onderzoek had in die jaren veel commotie gegeven, maar de wond was wel schoongebrand. Je had vrijwel alle hoofdrolspelers en ooggetuigen kunnen horen die toen nog leefden. De feiten waren toen boven tafel gekomen, waardoor het onderzoek waar nu om gevraagd wordt niet meer dan een inhaaloperatie dreigt te worden met grote handicaps, omdat er nog maar weinig overlevenden zijn.

Na de uitlatingen van Hueting in 1969 kwam er dus geen groot onderzoek. Wel gaf de Centrum-Rechtse regering van premier Piet de Jong onder druk van de commotie die was ontstaan, de opdracht tot een snelle inventarisatie in de archieven van alle mogelijke excessen die zouden zijn gepleegd. Het woord ‘oorlogsmisdaden’ weigerde hij in zijn mond te nemen. De jonge

historicus Cees Fasseur verrichtte in drie maanden tijd in grote haast zijn sisyfusarbeid en verzamelde 110 oorlogsmisdaden, maar wist toen al dat zijn werk bij lange na niet volledig was. Dat bleek wel toen historica Stef Scagliola de concepttekst en de definitieve tekst met elkaar vergeleek voor haar in 2002 verschenen proefschrift ‘Last van de oorlog’.

Volgens De Jong was er ondanks de onvolledigheid geen probleem, want er was toch een voldoende indruk van de aard en de omvang van de excessen. “Ja, er hebben zich misstanden voorgedaan, iets wat de regering zeer betreurt. Maar, de krijgsmacht als geheel heeft zich in Indonesië correct gedragen en er was ook provocatie van Indonesische kant. Van een systematische wreedheid was geen sprake”. En daarmee ging het deksel op de doofpot.

Bijzondere krijgsraden

De historici die nu oproepen tot een hernieuwd onderzoek willen dat deksel er weer af hebben. “Daarvoor moet je de archieven raadplegen. Er zijn heel veel zaken die nooit zijn vervolgd, omdat de toenmalige hoogste militair in Nederlands-Indië, generaal Simon Spoor, het moreel van de troepen niet omlaag wilde halen en de jongens niet onderuit wilde halen. Als je al dat materiaal eens goed analyseert, zou het me niets verbazen als daar een geheel nieuw beeld uit naar voren komt.

In dit verband is er één boek dat van grote waarde zal zijn voor het komende onderzoek.: “Ontsporing van geweld” van de sociologen Jacques van Doorn en Wim Hendrix uit 1970. De laatste van de twee zag met eigen ogen hoe oorlogsmisdaden werden gepleegd. Zij spraken in het geheim af dat ze de ervaringen vast zouden leggen voor latere wetenschappelijke

publicatie. Jarenlang bleef het materiaal in een lade liggen. Pas na de affaire Hueting kwamen ze met hun boek. Het was een rechtstreekse aanval op de bevindingen van premier De Jong. Volgens de schrijvers was er wel degelijk sprake van een systeem van contraterreur dat van bovenaf was opgelegd. Indonesische infiltranten werden berecht door bijzondere krijgsraden en er was sprake van een wijdvertakt en hard politioneel regime. Speciale troepen hadden het vergaande mandaat gekregen om “eigenmachtig op te treden”. Al deze maatregelen waren volgens de twee auteurs genomen omdat het niet mogelijk was met “normale middelen de guerrilla te bestrijden”. En door wie was deze strategie ontworpen? Volgens Van Doorn en Hendrix was dit op het hoogste niveau gebeurd en werd de gewone militair met de uitvoering belast. Het zijn prikkelende conclusies die in dit boek getrokken worden, maar ze kunnen als bewijs alleen hun eigen ervaringen opvoeren. Tot nu toe zijn er geen stukken opgedoken die deze these staven.

Ontsporing van geweld werd in 1970 doodgezwegen, ondanks de vergaande conclusies. Historica Scagliola sprak voor haar promotie-onderzoek uitgebreid met Van Doorn en kreeg zijn aantekeningen over de nasleep van het boek voor haar reconstructie. In een brief aan de toenmalige columniste van Vrij Nederland, Renate Rubinstein beklaagde Van Doorn zich dat het werk zo weinig aandacht kreeg: “Niemand was onder de indruk, hoewel voor het eerst een systematische analyse en niet-smakelijke incidenten werden aangeboden”. Van Doorn overleed in 2008 en de inmiddels 86 jarige Hendrix noemde onlangs in een interview in Dagblad Trouw een nieuw onderzoek “geweldig nieuws

Loe de Jong

Hoe gevoelig de publicatie van het boek lag, bleek uit alle autorisaties en toestemmingen die onderzoeker Willem IJzereef van de ministers moest krijgen omdat hij tot dan toe verboden dossiers had mogen inzien. IJzereef publiceerde in 1984 een boek over de Zuid-Celebes affaire. Het is zelfs langs Ruud Lubbers geweest, die er ook zijn handtekening onder moest zetten.

Eind 1987 was Loe de Jong toen hij in  het deel 11a van “Het Koninkrijk       der Nederlanden in de Tweede Wereldoorlog” de gebeurtenissen in Nederlands-Indië beschreef. Hij meldde daarin over oorlogsmisdaden in plaats van excessen en vergeleek het optreden van de Nederlanders met dat van de Duitsers. Een van zijn meelezers, een oud-officier van het KNIL was hierover zo verontwaardigd, dat hij de tekst doorspeelde aan de Telegraaf, die het opnam voor de veteranen en een campagne startte. Evenals eerder Hueting kreeg ook De Jong alles en iedereen over zich heen. Uiteindelijk gaf hij toe dat hij de paragrafen “te veel vanuit emoties” te hebben geschreven. Oorlogsmisdaden werden weer excessen en De Jong bood zijn excuses aan voor de “vele onevenwichtigheden”. En opnieuw waren de lobby van oud-Indië-militairen en de gevestigde machten binnen het overheidsapparaat erin geslaagd om een nader onderzoek te voorkomen. Toch vindt Scagliola dat De Jong de historicus is die tenminste het meeste lef heeft getoond. Zelf is zij

we expliciet in haar werk: “Ik heb het wel degelijk over oorlogsmisdaden”.

Het archief van Bandung

Over de gewelddadige dekolonisatie is ondanks de passieve houding van      \de overheid door individuele onderzoekers al veel geschreven. Wat zou een nieuw onderzoek nu nog kunnen opleveren? De onderzoekers willen niet alleen in de Nederlandse archieven antwoorden vinden, maar ook in Indonesië, zegt Gert Oostindie. Maar om een voetbalwedstrijd te begrijpen, moet je wel naar beide elftallen kijken. Tot nu toe is er weinig bekend over de Indonesische kant van het verhaal. Dit komt omdat heel    veel Indonesische archieven zijn verdwenen of ontoegankelijk zijn. Veel ooggetuigen zijn nooit verhoord en nu oud of reeds overleden. Een extra complicatie is, dat net als in Nederland niet iedereen zit te wachten op een nieuw onderzoek. In Indonesiër is er lang een staatsideologie geweest, een mythe dat het hele volk schouder    aan schouder streed tegen de Nederlanders. En terwijl er in werkelijkheid heel veel onderlinge strijd was en tal van verschillende groepen elkaar te lijf gingen. Bovendien had het Indonesische leger het monopoly op de geschiedschrijving Het was hún revolutie, maar aan die gedachtegang begint nu een einde te komen, zegt Henk Schulte Nordholt. Net als wij, zijn het allemaal mensen van na de dekolonisatie. Hij en zijn initiatiefnemers hebben al contact gehad met Indonesische historici van de Universitas Gadjah Mada in Yogjakarta, die eveneens een studie willen maken over de Indonesische revolutie. Het is niet meer slechts onze eigen, zelf beleefde geschiedenis.

De Amerikaanse hoogleraar Zuid-Aziatische Studies, William Frederick in Ohio juicht het initiatief voor een nieuw onderzoek toe. Hij is echter wat sceptischer dan de initiatiefnemers. Hij is onder andere de auteur van hert gezaghebbende werk: “Visions and Heat – The making of the Indonesian Revolution”. Op dit moment is hij bezig met onderzoek naar geweld tijdens de revolutie, met inbegrip van de Bersiap periode. Juist naar deze periode willen de Nederlanders ook meer onderzoek doen. Frederick ziet in Indonesië wel enige beweging onder historici om te komen tot een “meluruskan sejarah”, het rechtzetten van de geschiedenis, maar de strijd om de onafhankelijkheid maakt daar nog geen deel van uit, laat hij per mail weten. Het is nog steeds een gevoelig onderwerp, waar tegelijk ook weinig interesse voor bestaat. Het is dan ook niet te verwachten dat jonge Indonesische historici hier serieus mee aan de slag zullen gaan. 

De komende tijd zal blijken of de onderzoekers in Indonesië hier de ruimte voor krijgen. Een goede graadmeter: het archief van het leger in Bandung. Daar ligt een schat aan materiaal, maar buitenlandse bezoekers zijn er niet welkom. In Nederland, maar ook in Indonesië bestaat vrees dat door diepgaand onderzoek onrust zal ontstaan. De gebeurtenissen van 60 tot 70 jaar geleden zijn nog steeds een hot item. De aanstichter van de zaak Rawagedeh Jeffry Pondaag is blij met een mogelijk nieuw onderzoek. Maar hij heeft ook kritische kanttekeningen: “Het moet niet weer een ‘Nederlands onderonsje’ worden. De leiding van het onderzoek zou niet in Nederlandse handen moeten komen”, zegt hij. “Ik hoop dat er een internationaal onderzoek komt. Anders ben je een slager die zijn eigen vlees keurt…”

Maar of er een nieuw historisch onderzoek komt, is nog onzeker. De linkerkant van de Tweede Kamer van SP tot d66 is vóór, maar het CDA liet bij monde van de vertrekkende Henk Jan Ormel weten, niet meteen warm te lopen. De VVD heeft nog niet gereageerd. Bij het KITLV raken ze daardoor niet in mineur. Het vergt tijd  en bovendien is het nu zomerreces. “We denken dat de politiek wel in beweging komt”, zegt Henk Schulte Nordholt, “rond de Indië-herdenking op 15 augustus kloppen we wel weer aan de deur.

Overgenomen met toestemming. Bron: Vrij Nederland 12 juni 2012. Met dank.  

Lees verder…

Herdenking opheffen K.N.I.L.

10897249669?profile=originalHerdenking opheffen K.N.I.L.

 

Op 26 juli 2012 vindt bij het KNIL-monument op het landgoed Bronbeek de jaarlijkse openbare herdenking plaats van het opheffen van het KNIL (Koninklijk Nederlands Indische Leger). Dit gebeurde in 1950. Aansluitend aan de herdenking en kranslegging, die om 12.00 uur begint, wordt er een mini-

symposium gehouden met een boekpresentatie van de historicus Hans Goedkoop. Hans Goedkoop, ook bekend als presentator van onder andere het historische TV-programma “Andere Tijden”, zal spreken over een geschiedenis, die binnen zijn familie altijd ongeschreven is gebleven. De hoofdpersoon is zijn grootvader, generaal-majoor Van Langen, die de opheffing van het KNIL in 1950 van nabij meemaakte. Goedkoop volgde de gangen van zijn grootvader en ontdekte een schemerwereld van geheime acties en conflicten. Hij schreef hierover het boek: “De Laatste Man”, dat hij deze middag zal presenteren.Het mini-symposium vindt plaats om 14.00 uur in de Sumatrazaal van het Reünie en Congrescentrum “De Kumpulan” in Bronbeek. Het gehele programma is vrij toegankelijk, maar wilt u erbij aanwezig zijn, dan wordt u wel dringend verzocht dit even van tevoren te melden. Na afloop van de herdenking bij het KNIL-monument zaleen Indische maaltijd geserveerd worden, waarvoor u zich eveneens van tevoren moet opgeven. De maaltijd kost E 18,50, waarvan de bonnen ter plaatse worden verkocht. Aanmelden voor het symposium via e-mail: loket.ktomm.bronbeek@mindef.nl, onder vermelding van mini-symposium. Aanmelden voor de Indische maaltijd via hetzelfde e-mailadres, onder vermelding van: maaltijd.

Lees verder…

10897249264?profile=originalOnderzoek excessen Politionele acties?     door:  Hans Vogelsang

 

Het bericht dat er dringend behoefte is aan een nieuw onderzoek naar het dekolonisatiegeweld in het na-oorlogse Nederlands-Indië, heeft bij velen de hoop aangewakkerd dat er tóch schoon schip gemaakt wordt met de nasleep van de koloniale oorlog die Nederland in de jaren 1947 – 1949 tegen Indonesië voerde. Laten we ons echter niet blij maken met een dode mus. De vraag naar een gedegen en onafhankelijk onderzoek speelt al vele jaren. Vrijwel geen enkele vraag rond het militaire geweld is tot op heden afdoende beantwoord. En de mogelijkheid van een nieuw onderzoek zal hieraan niet veel veranderen. Veel vragen zullen altijd  onbeantwoord blijven, niet zozeer omdat het zo lang geleden is en de juiste toedracht niet meer in alle gevallen te achterhalen is, maar ook omdat er bepaalde gebeurtenissen van hogerhand onmogelijk openbaar gemaakt zullen kunnen worden. Zo nu en dan borrelt er een gebeurtenis op, zoals het drama in Rawagedeh en nu weer Zuid-Sulawesi en er zullen er nog wel een aantal aan de oppervlakte komen. Maar de gehele waarheid zal het daglicht waarschijnlijk nimmer zien. Natuurlijk wil dit niet zeggen, dat er niet naar gestreefd moet worden om de excessen van destijds aan de kaak te stellen, maar we moeten niet de illusie hebben dat alles daarmee boven water komt.

Nederlandse soldaten trekken een Indonesisch dorp binnen.

In 2005 verklaarde de toenmalige minister Bot van Buitenlandse Zaken dat Nederland ten tijde van de onafhankelijkheidsstrijd van Indonesië aan “de verkeerde kant” had gestaan. Een verklaring die in Indonesië werd gewaardeerd. Echter niet bij een deel van de inmiddels sterk uitgedunde groep eerste generatie repatrianten in Nederland, voor wie het verlies van Indië het verkies van hun moederland betekent. Zij spreken schande van de manier waarop er nu gesproken wordt over de politionele acties die volgden op de anarchistische Bersiap-periode, die vele duizenden slachtoffers onder de Nederlandse en Nederlands-Indische bevolking tot gevolg had, waarbij zich gruwelijke taferelen afspeelden. Bovendien verklaren de nog levende militairen die tijdens de acties ingezet werden dat er aan beide kanten op harde wijze is opgetreden.  Maar dat deze periode nog altijd heftige reacties blijft oproepen is onvermijdelijk.

Opvallend is echter wel dat steeds meer debatten over de geweldpleging tijdens de Indonesische revolutie zich gaan richten op de vraag: “Wie was er fout en moet excuses aanbieden…..” Deze verschuiving van de feitelijkheden naar de morele kanten is kenmerkend voor het huidige denken over de “vuile oorlog” zoals die nu vaak betiteld wordt. Natuurlijk zijn morele vragen ook belangrijk, maar daarmee zijn we er niet. Onze vraag naar kennis wil ook de harde feiten, zoals aantallen slachtoffers, de omstandigheden waarop zij het leven lieten, wie ervoor verantwoordelijk waren, en vooral de vraag: waarom het toen zover kwam.

Het wordt nu, bijna 70 jaar na het uitbreken van de Indonesische vrijheidsstrijd, de hoogste tijd om eindelijk een gedegen onderzoek te verrichten en met een stofkam door de laatste fase van ons koloniaal verleden in Zuid-Oost Azië te gaan.  Probleem hierbij is dat veel gebeurtenissen niet beschreven zijn  en getuigen vrijwel zijn uitgestorven. Het beeld van de laatste koloniale oorlog die Nederland voerde is hierdoor fragmentarisch en moet men afgaan op het geheugen van de nabestaanden en de overleveringen van hen wiens ouders het hebben meegemaakt. Bovendien betekenen de gebeurtenissen voor Indonesië de markering van het ontstaan van hun natie, waardoor een en ander begrijpelijkerwijs patriottisch gekleurd zal zijn.

Toch zal een onderzoek waardevol zijn. Zo is het mogelijk om inzichtelijker te maken onder welke  omstandigheden militairen hun zelf-beheersing verliezen en daardoor wreedheden begaan waar ze anders niet toe in staat zouden zijn en hierdoor voor het imago van een mogendheid een risicofactor vormen. Dit weer kan van belang zijn bij de werving en selectie van militairen en het pogen om ontoelaatbare gedragingen in de kiem te smoren.

Ook in Indonesië is inmiddels interesse ontstaan om deze bloedige periode met andere ogen te aanschouwen. Hierdoor biedt zich de mogelijkheid aan om zowel de Nederlandse als ook de Indonesische archieven in het onderzoek te betrekken en een samenwerking te realiseren tussen onderzoekers uit beide landen. We kunnen er gevoeglijk vanuit gaan dat ook in andere landen met een koloniaal verleden en excessen van gewelddadige acties, met meer dan normale belangstelling naar dit onderzoek zal worden gekeken. Sowieso omdat heden ten dage veel landen betrokken zijn bij door de Verenigde Naties gecoördineerde acties in tal van crisisgebieden.

Drie onderzoeksinstituten hebben nu het kabinet gevraagd om een nieuwe studie naar het militaire optreden van Nederland in de periode 1945 – 1949. Dit zijn: het Nederlands Instituut voor Oorlogs Documentatie (NIOD), het Nederlands Instituut voor Militaire Historie en het Koninklijk Instituut voor Taal- , Land- en Volkenkunde (KITLV).

De conclusies van het onderzoek zullen zich echter niet zozeer bezighouden met de vraag: “Wat is er

toen feitelijk gebeurd”, maar veeleer met: “Wat gaat de overheid er nu mee doen”. Hierbij zal de kern: “Waarom is een dergelijk onderzoek niet veel eerder uitgevoerd?” zeker een cruciale rol spelen. Immers het feit dat de direct betrokken generatie vrijwel uitgestorven is, maakt het onderzoek er niet gemakkelijker op. Dat de oorlog in Indië blijft terugkomen en de aandacht blijft vasthouden, komt vooral doordat vele tientallen jaren de dringende vraag om reële aandacht hiervoor nooit gehonoreerd is. Wrang dat de wetenschap eindelijk bereid blijkt om onderzoek te verrichten naar gebeurtenissen die een bijna uitgestorven generatie voor het leven getekend heeft.

Rawagedeh.

Tweede Kamerfracties echter reageren verdeeld op deze oproep voor een hernieuwd onderzoek. De SP, PvdA en de Partij voor de Dieren steunen het voorstel, maar andere partijen houden zich op de vlakte of staan zelfs afwijzend. Kamerlid Harry van Bommel (SP) reageerde enthousiast: “We dringen er al langer op aan dat er een gedegen onderzoek moet komen naar geweld in Indonesië. Dat staat buiten kijf”. Marianne Thieme (PvdD): “De oorlog in Indonesië is een zwarte bladzijde in onze geschiedenis en het verloop daarvan moet geheel in kaart gebracht worden om recht te doen aan de slachtoffers die daar zijn gevallen”. De SGP vind een onderzoek geheel onnodig. Fractievoorzitter Kees van der Staaij liet weten dat er al genoeg onderzoek is verricht. In 1969 liet de toenmalige regering een

inventarisatie maken van de belangrijkste Nederlandse oorlogs-misdaden, de zogeheten Excessennota en een nieuw onderzoek zal geen einde maken aan de uitkomsten van destijds”. Het CDA  verklaarde: Het staat iedereen vrij om te onderzoeken wat hij wil”, aldus Henk Jan Ormel, “Er zijn al diverse onderzoeken gedaan naar de Politionele acties”. Ormel benadrukte dat zijn fractie momenteel echter druk bezig is met de Eurokwestie. De VVD, PVV en ChristenUnie hebben nog geen standpunt ingenomen en de overige politieke partijen waren niet bereikbaar voor commentaar. Het is vooralsnog onduidelijk of er een meerderheid in de Tweede Kamer te vinden is voor het voorstel van de drie historici.

Fotoalbums

Een medewerker van het Gemeente-archief van Enschede zag onlangs een paar oude fotoalbums in een vuilcontainer liggen en redde deze van de vernietiging. Bij het doorbladeren ervan realiseerde hij zich dat het hier om unieke foto’s ging van de Politionele acties in Indonesië. Hierbij stuitte men op een aantal foto’s       van standrechtelijke executies van Indonesiërs door het Nederlandse leger. Voor het eerst in de geschiedenis zijn er nu fotografische bewijzen van de excessen die door Nederlandse militairen zijn begaan.

“Op een van de foto’s is duidelijk de executie te zien van een drietal Indonesiërs. Men ziet de kogels inslaan in de wand van de greppel. Een tweede foto toont de greppel, die reeds vol ligt met lijken van gedode Indonesiërs. Aan de rand staan twee Nederlandse militairen, herkenbaar aan hun uniformen. Deskundigen van het NIOD (Nederlands Instituut voor Oorlogs   Documentatie)   en   van   het NIMH    (Nederlands     Instituut     voor  Militaire Historie) verklaren zulke foto’s nooit eerder te hebben gezien. “Het zijn geen alledaagse foto’s en het is beslist niet zo dat iedere Indië-militair zulke foto’s mee naar huis bracht. We hebben hier veel fotoalbums”, zegt René Kok van het NIOD, “en je zit te wachten op het moment dat zulke foto’s opeens opduiken. Zo’n moment is nu!” Historici twijfelen niet aan de echtheid van de foto’s; echter de plaats noch de toedracht van de executies zijn niet duidelijk. Mogelijk zal nader onderzoek meer details opleveren.

De maker van de foto’s, Jacobus R.,    is een Indië-veteraan uit Enschede. Inmiddels is hij overleden. Hij werd uitgezonden in 1947, kort voor de eerste Politionele actie en pas in 1950 naar Nederland teruggekeerd. In de Korpsjournaals van zijn onderdeel wordt geen gewag gemaakt van de executies. Men gaat er vanuit dat de militair slechts bijstand heeft verleend aan de Speciale Troepen en de Infanteristen, die wel executies uitvoerden.                                             De militair heeft nooit ruchtbaarheid gegeven aan het bestaan van zijn albums, noch aan de inhoud ervan.  De albums  zouden nooit aan het licht zijn  gekomen als ze niet toevallig gevonden werden in een vuilcontainer door een archiefmedewerker van de Gemeente Enschede. Het archief verzamelt vaak foto’s en oude albums ten behoeve van het eigen bestand en om de levensloop van de eigen inwoners te illustreren. Wie ze in de container heeft gegooid is niet bekend.  De albums zouden alsnog terzijde zijn gelegd, als archivarissen niet zouden zijn gealarmeerd door een foto van een gevangenentransport in Indonesië. Toen besloot men om ze zorgvuldig door te nemen met als resultaat de bewuste foto’s. Misschien dat er in de nabije toekomst nog meer fotomateriaal aan het licht komt.  

Deze ontdekking zal koren op de molen zijn van de drie historische instituten die de Nederlandse regering opriepen om opnieuw onderzoek te doen naar de Politionele acties tussen 1945 en 1949. Het Kabinet heeft hier echter nog niet op gereageerd.

Zo lijkt de zaak nu in elkaar te steken. Blijft echter de vraag of de historici gelijk hebben. Geven de foto’s wel weer wat ze schijnen weer te geven? 

Zijn de conclusies dat het hier om schokkend fotomateriaal gaat niet te voorbarig? Beelden kunnen soms bedrieglijk zijn. Een voorbeeld hiervan is de beroemde foto van de Hongaarse fotograaf Robert Capa, die de dood van een Spaanse Republikeinse soldaat weergaf. Later bleek dat er gerede twijfels waren rondom de echtheid van deze foto omdat de tekst niet bleek te kloppen met de foto. Ook de door Capa vermelde locatie bleek onjuist. Boze tongen beweerden zelfs dat de foto in scene zou zijn gezet. Haalt dit voorbeeld de authenticiteit en de waarde van de nu ontdekte foto’s naar beneden?

De gewraakte foto van Robert Capa.

Op de foto van de executie van drie Indonesiërs zijn duidelijk de inslagen van kogels te zien in de wand van de greppel. Maar de drie Indonesiërs staan nog rechtop en schijnen geen verwondingen te hebben. Geen kogelgaten in de kleding en geen uit de lichamen tredend bloed wat bij een doorschot toch te zien zou moeten zijn. Hier komt nog bij dat de executie tegen alle regels in niet in de Korps-historie is vermeld. Is Jacobus R. wel zelf getuige geweest van deze executie en dus de fotograaf van deze gebeurtenis? Het is bekend dat het destijds niet ongewoon was dat foto’s door soldaten onderling geruild werden om herinneringen te behouden aan gebeurtenissen die zij belangrijk vonden. Verder is het ook niet duidelijk wie de Indonesiërs op de foto’s waren. Waren het Republikeinse strijders, waren het burgers, bendeleden of leden van kleine Islamitische groepen die naast de Indonesische vrijheidsstrijders een soort privé-oorlogje tegen alle Europeanen voerden. Hierover zal waarschijnlijk het laatste woord nog niet over gezegd zijn.

Punt is, dat het wel heel erg toevallig is dat juist nu de drie Instituten de regering verzoeken om nader onderzoek naar de Politionele acties, deze foto’s als geroepen schijnen op te duiken. Verreweg de meeste foto’s uit het album van Jacobus R., die onlangs zijn opgedoken, zijn eigenlijk niets bijzonders. De gebruikelijke soldaten-kiekjes van voertuigen en collega’s. De aandacht van de stadsarchivaris werd echter getrokken door twee foto’s, die nu voor veel ophef zorgen. Merkwaardig dat hij het album al twee jaar had opgeborgen en eerst nu uitgerekend op dit moment de foto’s bemerkte en aan de pers toonde. Het lijkt onwaarschijnlijk dat deze foto’s niet eerder zijn opgemerkt.

Nu worden de foto’s gebruikt ter staving van de wens voor een grondig onderzoek naar wat er destijds gebeurd is. “Die samenloop wekt op zijn minst achterdocht”, aldus Leen Noordzij, voorzitter van de Vereniging Oud-Militairen Indiëgangers (VOMI). “Of er nu wel of geen verband is, de media-aandacht komt de drie instituten in ieder geval bijzonder goed van pas”. Als we de foto’s eens goed ontleden, zien we een aantal zaken. Eén foto toont een greppel met daarin een aantal lichamen van (zo te zien) burgers. Er staan weliswaar een tweetal Nederlandse militairen bij, maar dat is geen bewijs dat zij ook de daders zijn. Zij kunnen er bijvoorbeeld mee geconfronteerd zijn tijdens      hun patrouille. Het kwam geregeld voor dat Nederlandse legereenheden de resultaten van slachtpartijen ontdekten. Eveneens is het mogelijk dat ze een slachting tegengekomen zijn en de lichamen in massagraf gedeponeerd hebben. Het gebeurde wel vaker dat vrijheidsstrijders burgers ombrachten die niet op hun hand waren.

De conclusie is wel dat veel Indië-veteranen het in het verkeerde keelgat schiet dat zonder nadere informatie over de foto’s door veel journalisten maar klakkeloos wordt aangenomen dat het hier met zekerheid om executies door Nederlandse militairen gaat. Het is wel zo, dat geen enkele veteraan zal ontkennen dat er tijdens de Politionele acties ernstige excessen en misdadige incidenten hebben plaatsgevonden. Dit betekent echter niet dat daarom de gevolgtrekking is dat alles is wat het lijkt. Maar             de gemiddelde Nederlander beseft   dat onvoldoende en ziet alleen           de “underdogs”, de arme Indonesische bevolking.    

Duidelijk is in ieder geval wel, dat deze foto’s nogmaals benadrukken dat de Politionele acties een zeer bloedige fase in de gezamenlijke geschiedenis van Nederland en Indonesië vormen. Ook Leen Noordzij is van mening dat een onderzoek alleen zin heeft, als ook de Indonesische archieven opengaan. En Indonesië zit er niet op te wachten om in het kader van het onderzoek openheid van zaken te geven, omdat dan ook de excessen van hun kant aan het licht komen, die op sommige punten minstens even gruwelijk, zo niet nog gruwelijker zijn. 

Zal een nieuw onderzoek ook nieuw licht op de Politionele acties werpen? Het lijkt alleen zinvol te zijn als ook van Indonesische kant de archieven beschikbaar komen. En dat is op z’n minst twijfelachtig. Misschien dat juist daarom een nieuw gedegen onderzoek toch wel op z’n plaats is. Juist om te pogen veel onduidelijkheden weg te nemen. En laten we dan niet zozeer het zwaartepunt leggen op de gepleegde daden, als wel op waarheidsvinding.

Maar, soms is het ook goed om te vergeten wat is geweest, te waarderen wat nu is en uit te zien naar wat komen kan.   

 

Lees verder…

Samenwerking Indische en Molukse gemeenschap

 

10897248855?profile=originalSamenwerking Indische en Molukse gemeenschap

Het klinkt zo logisch en had er eigenlijk allang moet zijn….. Twee groepen repatrianten die uit hetzelfde voormalig Nederlands-Indië afkomstig zijn. De beëindiging van de voormalige kolonie heeft voor beide groepen een enorme impact gehad. Beide groepen moesten noodgedwongen naar het verre en koude Holland emigreren. De Indische Nederlanders vanwege hun directe afkomst van de Europeanen, deels ook gemengd met Indonesisch bloed, maar door de Indonesiërs als de bezetter werden gezien. De Molukkers omdat ze de beste en trouwste soldaten van het koloniale bewind waren. Bovendien beschouwden zij zich niet als deel van de Indonesische bevolking, maar meer als een zelfstandige natie, vooral omdat        de Nederlandse regering hen zelfstandigheid had beloofd. Deze voormalige soldaten gingen naar Nederland in de veronderstelling dat dit tijdelijk zou zijn en ze spoedig terug konden keren naar een eigen Molukse staat. Wat betreft de Indische Nederlanders die ervoor kozen om de Indonesische nationaliteit te aanvaarden, kwamen terecht in een smeltkroes van vijandigheid, de Irian Barat en de oorlog in Papoea Nieuw Guinea. Daarop besloten velen van hen toch nog naar Nederland te vettrekken.

De geschiedenis verliep echter anders: de belofte aan de Molukkers werd   niet nagekomen en de Indische gemeenschap werd op geen enkele wijze schadeloosgesteld. Het enige wat de groepen bond, was het feit dat ze Nederlands staatsburger waren en dat ze allen onvrijwillig naar Nederland vertrokken waren. Beide groepen hikken nog steeds tegen het onrecht dat hen is aangedaan, zij het ieder apart. Ondanks gemeenschappelijke roots en een gemeenschappelijke nationaliteit streden en strijden beide groepen in verdeeldheid voor hun recht. De Indische Nederlanders 67 jaar en de Molukkers 61 jaar na dato.

Nu is er een initiatief ontstaan dat nog niet eerder is vertoond in Nederland. Een bijzondere Pasar Malam, die georganiseerd wordt door een groep enthousiaste Molukse jongeren, AMS-PARADISE en die gesteund wordt door beide groepen repatrianten, alsook Nederlandse groepen. Hiermee hoopt men de grote onbekendheid van de oorzaak van het verblijf van beide groepen voor het voetlicht te plaatsen. Het uiteindelijke doel is beide groepen te verenigen in een Stichting met een

geheel nieuw beleid en structuur, met een nieuw gezamenlijk museum en een gezamenlijk centrum om het gemeenschappelijke culturele erfgoed te beschermen en uit te dragen.      Een pasar van verbroedering en hernieuwde kennismaking. Om de gemeenschappelijke geschiedenis te gedenken en blijvend te herinneren. Het motto: De handen ineen te slaan en niet te vergeten waar wij vandaan komen, in een samenwerking tussen de gemeenschappen die beide van ver overzee gekomen zijn.

Vele actieve organisaties vanuit het gehele land zullen acte de présence geven op deze bijzondere pasar. Twee onmiskenbare onderdelen van de gezamenlijke cultuur zijn de muziek en de eetcultuur. In een bonte mengeling zal men deze dan ook op de pasar tegenkomen.

Enkele programma-onderdelen zijn:

#  Een tropisch speelparadijs voor de kinderen voor urenlang plezier.

# Klein filmtheater, waarin naast tal van DVD’s de “Weduwe van Indië” zal worden vertoond.

Voordrachten van bekende Indische Molukse en Nederlandse schrijvers met stands waarin u zelf met hen kunt kennismaken.

# Ketemu Alan Alan, waar u kunt afspreken om elkaar te ontmoeten.

#  Een “Meet & Greet” point, waar u met uw favoriete artiest op de foto kunt.

Tropische stands en eettentjes waar u de hele dag door kunt genieten.

# Een ICM-stand waar u persoonlijk met het team kunt kennismaken en alle informatie kunt krijgen.

 

En dit alles en nog veel meer in een geweldige oosterse sfeer met een klaterende waterval en een beekje

met een bruggetje; een tropisch decor met vogels en allerlei andere tropische dieren onder een complete sterren-hemel boven u. Met diverse podia met optredens van bands, dansgroepen en artiesten, kortom teveel om op te noemen.

Drie dagen lang een tropisch festijn die in Nederland zijn weerga niet heeft. Vrijdag 31 augustus, zaterdag 1 en zondag 2 september in het Sportzalen- complex de “Vechtsebanen”, Mississippidreef 151, 3565 CE Utrecht, Tel: 030-2627878.  Openingstijden: vrijdag en zaterdag 12.00 – 01.00 uur, zondag 10.00 – 22.00 uur. Toegang: kinderen t/m 5 jaar en 65+ (kaart) gratis. Overig: 8,00 euro. Passe-partout voor drie dagen: 22,00  euro. Inlichtingen: Evenementenbureau ANS-PARADISE, Boksheuvelstraat 2-e, 5222 AN Den Bosch, Tel: 073-8221828.

 

Met dan aan NICC!

 

Lees verder…

Verboden foto’s eerste politionele actie

10897240880?profile=originalVerboden foto’s eerste politionele actie     

Herinneringen aan Nederlands-Indië kwamen boven op een stille warme zomeravond, zittend  op het terras bij het bekijken van de “verboden foto’s” van Louis Zweers: “Strijd om Deli”, over de eerste politionele actie bij Medan op Sumatra. Het schemerige licht, de brandende tuinlichtjes tegen de muggen en de muggen zelf, vormden een perfect decor. Waarom de foto’s destijds verboden waren, is 

 

 

mij niet geheel duidelijk. Misschien om het Nederlandse volk of de Amerikanen, die Indonesië onder hun invloedssfeer wilden brengen tegen het opkomende communisme in Azië, niet te choqueren. Bij het lezen van de plaatsnamen in het boekje kwamen oude ervaringen boven. Vooral bij Perbaoengan, een plaatsje tussen rubber- en palmolieplantages.

De eerste dag van de eerste politionele actie leverde het KNIL, als elite beroepseenheid, de voorhoede-gevechten. Vanuit Medan, via de Straat van Malakka, landde het zesde Bataljon Infanterie (voorheen het Medan-Bataljon) in de buurt van het dorp Perbaoengan. In de Deli Courant stond het verslag van een militair: Op 28 juli te 0.00 uur werden een gedeelte van de Ostcie, de gehele 2e, 3e en 4ecie en een peloton met pantserauto’s op 2 L.C.T.’s ingescheept teneinde een landing bij Pantei Tjermin uit te voeren. Het convooi werd beveiligd door hert corvet H.M. Banda en de R.P.’s 119, 122 en 130. Slechts het hoogstnoodzakelijke werd meegevoerd, omdat na de landing slechts drie trucks per cie beschikbaar zouden zijn. Om 07.00 uur werd het landingspunt door de Banda en een Mustang bepoeierd. De poging van de

 

Marine om de L.C.T.’s aan het strand te zetten, mislukten jammer genoeg. Ze bleven 30 meter van het strand steken op een zandbank. Wij waren gedwongen naar de wal te waden. De 3e cie vormde een bruggenhoofd. De rest volgde en zette te voet de opmars voort naar Perbaoengan. Onderweg werd nog geregeld op tegenstand ondervonden, wat het noodzakelijk maakte om aan weerszijden van de weg op te rukken. Dit vertraagde de opmars natuurlijk enorm. Spoedig bleek dat Perbaoengan in rand was gestoken. Om 12.30 uur was het plaatsje genomen en kon de 4e cie verhinderen dat de brug over de Soengai Oelar vernield zou worden. Op 29 juli om 05.00 uur werd de opmars weer voortgezet. Om ongeveer 17.30 was Siantar in onze handen met betrekkelijk weinig tegenstand. We maakte aanzienlijke hoeveelheden wapens en munitie buit en er werden vele gevangenen gemaakt. De N.R.I. verpleegsters hadden hun handen vol aan het wegpikoelen van de gewonden en gedode N.R.I. strijders. Bevrijd werden de Sgt. De Lange en de soldaten Groen en Johan Pataleimonia en de sultans van Langkat en Asahan.

Wij – een bataljon dienstplichtig ongeregeld – rukten over land in enkele dagen op vanuit Medan naar Perbaoengan, via de takaks- en rubberplantages. In de nacht van 23 juli 1947 hadden we een tegenaanval van de TNI op Medan afgeslagen.

 

 

Onderweg bleek niet zo heel veel kapot of in rand geschoten, maar hier en daar had de TNI (Indonesische leger), dat de bergen in was gevlucht, huizen vernield of in brand gestoken. De foto’s van de lege straten in de plaatsen waar we doortrokken, deed de geur van toen, tropenlucht vermengd met brandlucht, herleven.

In Perbaoengan werden we, zoals vaak, in een school gelegerd. Onze veldbedden waren nog niet aangekomen en dus lagen we op een opgevouwen deken op de cementen vloer. We waren jong, bovendien moe en sliepen toch wel. Mijn broek, een paar maten te groot voor zo’n tengere jongen als ik was, had ik aan het voeteneind gelegd. Hadden ze in de militaire dienst ooit passende kleding? De veel te wijde broekspijpen waren een voordeel toen ik ’s morgens de broek weer aantrok en in mijn kuit werd gebeten door een schorpioen. In een reflex pakte ik het beest samen met de stof van de broekspijp beet en kneep hem fijn. De hospik, die niet meer medische kennis had dan nodig was voor het aanleggen van een verband, deed er een scheut jodium

op, met een gezicht van: ‘hoe gaat dit aflopen…’ Ik vroeg het me ook af, maar uiteindelijk het viel mee. De nachtelijke tropische geluiden van toen kwamen, bij het bekijken van de foto’s, in mijn herinnering. Als je ’s nachts op wacht stond en een tak of een vrucht van een boom op het golfplaten dak van de stelling viel, schrok je je al haast een beroerte. Je probeerde ’s nachts een voorwerp niet met je ogen te fixeren, want dan ging het in je idee geheid bewegen. En als je er dan naast keek, stond het stil (als het een voorwerp was dat ook stil stond). Het voornemen om terug in Nederland midden in de nacht uit je bed te komen en voor je huis op wacht te gaan staan, de oude sfeer op te roepen, de opluchting te voelen als de zon opkwam en de dingen om je heen weer helder werden, heb ik maar niet uitgevoerd.

Later, toen ik een paar maal Indonesië bezocht, kwamen de geur en de geluiden van de tropen niet helemaal terug zoals ik ze in mijn herinneringen bewaarde. Waarschijnlijk keek en luisterde je toen scherper, angstiger en intenser. De oude herinneringen bleken onlosmakelijk verbonden met de jeugd, de gevoelend en het nieuwe waarmee je toen de dingen onderging. Nu bij het bekijken van de foto’s, kwamen ze terug. De warme zomeravond en misschien het flesje wijn, droegen er aan bij.

Piet Scheele.

 Met dan aan NICC!

Lees verder…

10897259084?profile=originalFOUT in Indie
Op 18/7-2012 / Ned 2, 21.10 MAX in Hollandse zaken.

 

Een discussie over de opnieuw opgelaaide emoties rond de politionele acties in het voormalige Nederlands-Indië.
Begin juli doken twee foto’s op die lijken te wijzen op een wrede, standrechtelijke executie door ‘onze jongens’. Is, mede op basis van die foto’s, de conclusie gerechtvaardigd dat Nederland zich tussen 1945 en 1949 schuldig maakte aan oorlogsmisdaden? Of waren executies sporadische incidenten zoals die zich vaker in een oorlog voordoen? Voormalige dienstplichtige militairen reageren opnieuw fel en emotioneel: ‘Wij werden ook maar gestuurd’ en ‘We hebben het nooit over wat de zogenaamde Indonesische vrijheidsstrijders daar deden’.

Hoe kan 65 jaar na dato die periode nog zo veel emoties oproepen? Hoe moeten we die politionele acties beoordelen? Waren ‘we’ fout? Stond Nederland aan de ‘verkeerde kant van de geschiedenis’, zoals voormalig minister Bot van Buitenlandse Zaken het formuleerde in een spijtbetuiging over de moorden in het Indonesische dorpje Rawagadeh?

In Hollandse Zaken een discussie met onder andere Indië-veteraan Joop Hueting. Hij deed al in de jaren 60 een boekje open over wreedheden in Indië. Ook zijn Jeffrey Pondaag en Pia van der Molen te gast. Pondaag streed jarenlang voor erkenning van de moorden in Rawagadeh. Van der Molen maakte een documentaire over de Bersiap-periode, de bloedige Indonesische onafhankelijkheidsstrijd die mede aanleiding was voor de politionele acties.

Presentatie: Cees Grimbergen

Lees verder…
 
Eerste foto ooit van executies Nederlands leger in Indie
Door: Lidy Nicolasen − 10/07/12, 07:35
media_xl_1271515.jpg
© Album Jacobus R.. Drie Indonesiërs worden beschoten.
 

Eerste foto's ooit van executies Nederlands leger in Indië!

Voor het eerst in de geschiedenis zijn foto's opgedoken van executies die zeer waarschijnlijk zijn uitgevoerd door het Nederlandse leger tijdens de politionele acties in voormalig Nederlands-Indië. De foto's komen uit het privéalbum van een soldaat die diende als dienstplichtige in Nederlands-Indië.

Op de foto's is de liquidatie te zien van drie Indonesiërs. Ze staan met de rug naar het vuurpeloton aan de rand van een greppel op het moment dat ze worden beschoten. De greppel ligt vol lijken van geëxecuteerden, blijkt op een tweede foto. Aan de rand staan twee Nederlandse militairen, te herkennen aan hun uniform.

Nooit eerder
Deskundigen van het oorlogsinstituut NIOD en van het Nederlandse Instituut voor Militaire Historie (NIMH) zeggen dergelijke foto's nooit eerder te hebben gezien. 'Het zijn geen alledaagse foto's en het is beslist niet zo dat iedere Indiëmilitair dit soort foto's mee naar huis bracht', aldus een medewerker van het NIMH. Ook bij het NIOD zijn soortgelijke foto's onbekend, zegt René Kok. 'We hebben heel veel albums hier. Je zit te wachten op het moment dat zo'n foto opduikt en dat is nu. Eerder heb ik dit nooit gezien.'

De geraadpleegde historici twijfelen niet aan de echtheid. De exacte plaats noch de toedracht van de executie is bekend. Mogelijk levert nader onderzoek meer details op.

De maker is een soldaat uit Enschede. Hij is inmiddels overleden. Hij werd uitgezonden in 1947, kort voor de eerste politionele actie, en hij is pas in 1950 teruggehaald, na de soevereiniteitsoverdracht. Hij diende bij de artillerie. In de Korpsgeschiedenis van zijn onderdeel wordt geen melding gemaakt van executies. Vermoedelijk heeft de artillerie alleen bijstand verleend aan de Speciale Troepen of infanteristen, die wel executies uitvoerden.

(tekst gaat onder de tweede foto verder)

  • media_xl_1271519.jpg © Album Jacobus R.. Doden in een greppel, twee Nederlandse soldaten kijken toe.

Bekend zijn de executies in de Javaanse kampong Rawagede en op Zuid-Celebes. De nabestaanden van de slachtoffers van Rawagede werd vorig jaar een schadevergoeding toegekend. De staat moet nog reageren op de aanklacht die is ingediend tegen de standrechtelijke executies op Zuid-Celebes. Hoeveel Indonesiërs bij beide acties precies zijn omgekomen, is niet bekend.

De soldaat heeft nooit ruchtbaarheid gegeven aan het bestaan van de foto's. Zijn albums zouden ook nooit zijn opgemerkt, als ze niet onlangs waren gevonden in een vuilcontainer in Enschede. Wie ze daarin heeft gegooid, is niet bekend. De eigenaar van de albums was kinderloos en zou de laatste jaren alleen hebben geleefd.

Vuilcontainer
Een medewerker van het Gemeentearchief van Enschede zag de oude albums liggen in de vuilcontainer en hij besloot ze eruit te vissen. De gemeente Enschede verzamelt vaker foto's om de levensloop van de eigen inwoners te kunnen illustreren. De albums zouden alsnog terzijde zijn gelegd, als de archivarissen niet waren gealarmeerd door foto's van een gevangenentransport. Op dat moment besloten ze het album nog eens door te nemen waarbij ze stuitten op de foto's van de executies.

Onlangs riepen drie historische instituten de regering op opnieuw onderzoek te doen naar de politionele acties tussen 1945 en 1950, om te kunnen begrijpen wat voor oorlog er in Indonesië is gevoerd. Het kabinet heeft nog niet gereageerd.

 

 

Lees verder…

10897248065?profile=originalNederland valt aan

Reconstructie conflict Indonesië van 1947

Bij een van de meest dramatische vergaderingen die voorafgingen aan het begin van de Nederlandse aanval op de Republiek Indonesië in de zomer van 1947, was een deel van de aanwezige ambtelijke top in Indië aangeschoven. Leider van de Nederlandse onderhandelings-delegatie Schermerhorn schreef 's nachts in zijn dagboek dat hij walgde van deze bijeenkomst. Het is een treffende passage uit het boek 'Nederland valt aan', dat het conflict tussen Nederland en Indonesië 65 jaar geleden nauwkeurig reconstrueert. Op 21 juli zendt de NTR een documentaire uit met een weergave van de gebeurtenissen in 1947. Volg in de aanloop naar de uitzending op deze website wekelijks de ontwikkelingen.

Onbekende details

Wat u hierboven las is een van de vele bizarre scènes in het boek "Nederland valt aan", van de auteur Ad van Liempt, dat verscheen bij Uitgeverij Balans. Er zijn er nog veel meer: Schermerhorn, die zich de woede van de marine op de hals haalt door op een warme marineboot zijn colbertje over de loop van een kanon te hangen; de ongekende bemoeizucht van KVP-fractievoorzitter Romme inzake benoemingen; een topambtenaar van Buitenlandse Zaken die in zijn roddeltelegrammen alle hoofdrolspelers in het conflict met een Engels telwoord aanduidt - het boek Nederland Valt aan is een meeslepende, en soms hilarische reconstructie van de periode die voorafging aan de laatste grote oorlog van Nederland.

Die oorlog is bekend als de eerste politionele actie - de term is afkomstig van minister Van Kleffens die zijn collega's er tijdens een vergadering met klem op wees dat ze nooit het woord oorlog mochten gebruiken. Het is een van de meest succesvolle voorbeelden van "framing" in de Nederlandse geschiedenis.

Het boek probeert een antwoord te vinden op de vraag wat er toch toe heeft geleid dat de Nederlandse regering met ruime steun van de bevolking in de zomer van 1947 een oorlog begon, twee jaar, twee maanden en twee weken na de bevrijding van de Duitse bezetting. Uit het boek wordt duidelijk dat geldnood een belangrijke rol speelde. Minister van Financiën Lieftinck waarschuwde voor een faillissement van Nederland omdat de kosten van het leger in Indië, drie miljoen gulden per dag, niet meer te dragen waren. Ook de druk vanuit de legertop speelde een rol: generaal Spoor wilde per se dat het Indonesische leger stopte met aanvallen op Nederlandse soldaten. Er leek meermalen een oplossing onder handbereik, het laatst zelfs nog op 15 juli, maar uiteindelijk gaf het kabinet toch het groene licht voor een massale aanval.

Over project 'Nederland valt aan'

Het boek Nederland valt aan (een bewerking van een uitgave uit 1994) is onderdeel van een multimediaal project. Tot aan de dag dat de oorlog 65 jaar geleden begon verschijnt er wekelijks een webpagina op geschiedenis24.nl waarin wordt bijgehouden wat er 65 jaar geleden in het conflict tussen Nederland en de Republiek Indonesië gebeurde.

Op 21 juli zendt de NTR op Nederland 2 een bijzonder programma uit dat gebaseerd is op de research voor Nederland Valt Aan: het is een reconstructie van de eerste dag van die oorlog, in de vorm van een modern nieuwsprogramma op tv. De door Maartje van Weegen (die voor één keer terugkeert op tv) gepresenteerde nieuwsshow ziet eruit alsof er in 1947 al televisie was met live-verbindingen. Gerenommeerde verslaggevers uit het verleden zullen aan de reconstructie meedoen. De voorbereidingen voor dit experimentele programma zijn inmiddels in volle gang en zullen op de website van geschiedenis24.nl wekelijks worden gevolgd.

De reeds verschenen delen van deze serie kunt u via de links rechts op de pagina openen en lezen. Inclusief preview-filmbijlages!

 

 Zie verder op NTR  http://www.geschiedenis24.nl/nieuws/2012/mei/reconstructie-conflict-met-indonesie-in-1947.html 

Lees verder…

Column “De Tinnegieter” van een column tot een boek

Harderwiek.nl is trots!!! op Renske Jansen.Want haar column op onze site  is de aanleiding geweest voor het boek “Hoe de Indische Nederlanders naar Harderwijk kwamen”  zo zie je naar hoe mooi dingen kunnen lopen. Wel jammer dat De Stentor niet even een linkje plaatst naar de column, vandaar voor alle Stentor lezers hier de column. Dus schroom niet dit artikel te liken en retweeten.

voor_slagerij

De meeste Harderwijkers kennen het winkelcentrum Tweelingstad wel in Harderwijk.
Achter dit winkelcentrum ligt de wijk Tinnegieter. Deze wijk is daar rond de vijftiger jaren gebouwd toen er veel woningnood was in Nederland.
Nederland had vroeger veel koloniën, één kolonie was in die tijd Nederlands Indië. Nu bekend als Indonesië. Niet veel mensen weten dat mijn familie oorspronkelijk uit Indië komt. Aan mij zie je het ieder geval niet. Ik ben een echte kaaskop. Aan mijn moeder kun je het nog wel een beetje zien want zij is lichtgetint en mijn oma , ja mijn oma is echt een klein Indische vrouwtje.

Via omzwervingen in Nederland is mijn oma begin jaren 50 in Harderwijk gekomen. Mijn overgroot vader was KNIL militair in Nederlands Indië en nadat de politionele acties afgelopen waren moest hij met zijn gezin naar Nederland vertrekken. Mijn overgroot vader had toen al heel veel mee gemaakt. Hij heeft in de oorlog gewerkt aan de beruchte Birma spoorlijn in Siam. Mijn overgroot moeder zat in die tijd met zes kinderen in een Jappenkamp in Nederlands Indië. Gelukkig is alles toen goed afgelopen, maar eigenlijk was dit het begin van een grote reis naar het koude kikkerland.
In die tijd kon je niet zomaar een huis krijgen. Daarom stond mijn overgroot vader met zijn familie op een wachtlijst. Totdat ze een huis konden krijgen in de nieuwe wijk de Tinnegieter in Harderwijk. Deze wijk was toen nog in aanbouw. Totdat ze een woning konden betrekken zaten ze in Hotel Stadsdennen. Op die plek staat nu het nieuwe Van der Valk hotel.

 

deventerwegUiteindelijk kregen ze een huis aan de Willem de Zwijgerlaan 25. Het was een huis met vier slaapkamers en alles was op miniatuurformaat. Het was behoorlijk wennen vergeleken met de vooroorlogse riante woningen in Nederlands Indië waar ze woonde in de mooie natuur met sawa’s, mangobomen en vulkanisch gebergte en de mystieke geluiden van Indië.

De Tinnegieter was een wijk voor onderofficieren. Mijn overgrootvader was namelijk Sergant- 1
Hij was eigenlijk Sergant Manjoor maar toen hij in Nederland kwam raakte hij al zijn strepen kwijt.
Dit vind ik nog steeds heel erg onrechtvaardig maar dat is een andere hoofdstuk.
In deze wijk woonde heel veel grote Indische gezinnen. Het rook er altijd naar trassi en allemaal andere exotische geuren.
De Indische mensen namen ook hun gastvrijheid mee zoals mijn overgroot ouders. Iedereen mocht altijd mee-eten. Zelfs de melkboer en de huisarts ( Dokter Coole)
Mijn overgrootouders woonden in deze wijk met tien kinderen. Vijf stoere jongens en vijf mooie meisjes.
Mijn familie was altijd erg muzikaal. Je had in die tijd veel Indo Rock bandjes. Mijn oudooms oefenden altijd in de kleine schuur met de deur open. Daardoor vulde heel de straat zich met muziek. Veel buurtkinderen en jongeren kwamen dan dansen. Er bloeiden natuurlijk ook veel relaties op. Mijn oma, de een na oudste dochter, heeft daar mijn opa leren kennen. Hij kwam altijd bij de buren. Hij was ook militair, een stoere Fries met een motor. Hij heeft ook in Indië gediend.

Het is bijna niet voor te stellen dat de Tinnegieter in die tijd nog geen winkels had. Er liep een straat naar de oude binnenstad van Harderwijk. Nu de Deventerweg. Alle boodschappen werden vroeger nog bezorgd door de melkboer, de bakker en natuurlijk door de slager; Leen Pfrommer. De bekende schaatscoach van Ard Schenk en Kees Verkerk.
Mijn moeder is ook in deze wijk opgeroeid. Ze vertelde mij altijd dat ze vanaf haar kamer de koepel van het Dolfinarium kon zien. Dit was in 1967. Toen was alles nog niet zo volgebouwd als nu.
Moet je nagaan hoe groot Harderwijk is geworden. Tussen de Tinnegieter en de Binnenstad was bijna niks gebouwd.
Later is het winkelcentrum Tweelingstad gebouwd. Het oudste winkelcentrum van Harderwijk.
Rijwiel handel Van der Geest nu Cosy-shop was er vanaf het begin. Hij had ook nog een benzine pomp voor de deur. Kun je , je dat voorstellen? Toen koste benzine nog een kwartje per liter.
Helaas zijn de oude woningen van de Tinnegieter gesloopt. De meeste Indische gezinnen zijn er niet meer; velen zijn overleden en diens kinderen zijn ergens anders gaan wonen. Mijn moeder is uiteindelijk als eerste bewoner met haar ouders in de Skanormeen terecht gekomen. Dat is in Stadweiden maar daar vertel ik een andere keer over.


De plek waar nu de winkels van de Deventerweg staan.
Mijn moeder met haar drie ooms.

Lees verder…

'Indonesië is vingertje van Nederland beu'

'Indonesië is vingertje van Nederland beu'

AMSTERDAM - Van Indonesië kan niet worden verwacht dat het op mensenrechtengebied al dezelfde standaard heeft als Nederland. "Maar als je goed kijkt, zie je dat er enorme vooruitgang is geboekt."

Foto:  AFP

Dat zegt de Indonesische ambassadeur in Nederland Retno Marsudi zaterdag in De Telegraaf. Ze reageert op de mislukte deal om tanks van Nederland aan Indonesië te verkopen.

Ze wijst erop dat dictator Soeharto pas in 1998 is vertrokken. Daarna is volgens haar enorm veel gebeurd. "Het is zeer hoopvol wat er gaande is." Ze wijst onder meer op de democratische ontwikkelingen in het land.

Het is volgens haar niet duidelijk waar Nederland precies op doelt als het over de mensenrechten begint. "Het lijkt meer een algemeen verwijt. Als die discussie maar blijft voortduren kan dat onze bilaterale band beschadigen."

Problemen

Marsudi erkent dat er problemen zijn, maar daagt Nederland uit een land aan te wijzen dat geen problemen heeft. Ook is Indonesië volgens haar op veel vlakken vooruitstrevend. "Ik ben de eerste vrouwelijke ambassadeur in Nederland", noemt ze als voorbeeld.

De relatie tussen Nederland en Indonesië gaat volgens haar soms één stap vooruit en dan twee achteruit. "De andere keer twee stappen vooruit, een achteruit. Maar laten we van nu af aan vooruit gaan." Nederland moet Indonesië volgens haar op een eerlijke manier beoordelen.

Volgens de Telegraaf leeft onder Indonesische politici de mening dat Den Haag best een toontje lager mag zingen, vooral omdat Nederlandse troepen in 1947 en 1948 in meerdere dorpen de mannelijke bevolking hebben uitgemoord.

Verhoudingen

Marsudi zegt over de relatie met Nederland dat die goed is, maar beter zou kunnen zijn. Minister van Buitenlandse Zaken Uri Rosenthal (VVD) heeft Marsudi gesproken over de misgelopen tankdeal. Beiden willen de verhoudingen goed houden.

Maandag werd bekend dat Indonesië honderd tanks koopt van Duitsland, waarmee de verkoop van tachtig overtollige Nederlandse tanks van de baan is. Rosenthal is hier, net als minister van Defensie Hans Hillen (CDA), teleurgesteld over.

De Tweede Kamer sprak zich vorige maand uit tegen de verkoop van de Leopard-tanks omdat werd gevreesd dat Indonesië het wapentuig zou inzetten tegen de eigen bevolking. Met de deal was ruim tweehonderd miljoen euro gemoeid.

 

 

Lees verder…

10897246869?profile=originalPersbericht Harderwijk , 26 juni 2012

 

Hoe de Indische Nederlanders naar Harderwijk kwamen        

Tussen de jaren 1949 en 1965 kwamen duizenden Indische Nederlanders, die niet voor een bestaan in de nieuwe Republiek Indonesië hadden gekozen, uit het voormalige Nederlands-Indië naar Nederland . De meeste van hen waren werkzaam geweest bij het KNIL, het Koninklijk Nederlands Indisch Leger en konden een overstap naar de Koninklijke Landmacht maken.            

Veel van hen kwamen naar de Veluwe, waar Defensie nog een van de grote werkgevers was. In Harderwijk werden huizen voor ze gebouwd in de nieuwe wijk Tinnegieter. In Nederlands-Indië hadden ze bijna alles achter moeten laten, familie, huis en wat ze nog bezaten paste in een paar schamele koffers. Het was helemaal opnieuw beginnen. Ze woonden met grote gezinnen in kleine huizen, maar men had elkaar en er was werk, gezelligheid en genoeg te eten.                                                                      

De nieuwkomers van toen zijn senioren van nu. Ze wonen soms nog zelfstandig in Harderwijk  of zijn bewoners van zorgcentra. Hun kinderen zijn opgegroeid en uitgevlogen. Succesvol geïntegreerd, dat wel, maar niet zonder pijn. Regelmatig rispt het verleden op, vooral als oude thema’s ook nu nog actueel blijken te zijn. Ons koloniale verleden is nog lang niet verteerd. In     dit boekje, dat wordt uitgebracht door Oudheidkundige Vereniging Herderewich, vertellen deze Harderwijkers hun ontroerende verhaal. ‘Gewone Harderwiekers’ zoals een van hen dat noemt, maar wel Harderwiekers met een bijzondere geschiedenis.

 

Hoe de Indische Nederlanders naar Harderwijk kwamen wordt op 6 juli gepresenteerd in de Oude Drukkerij in Harderwijk. Dit in aanwezigheid van betrokkenen en geïnteresseerden. Het eerste exemplaar van het boekje wordt uitgereikt aan de Wethouder van Cultuur in Harderwijk Pieter de Besten en aan Renske Jansen, die met een column over haar grootouders de aanzet gaf tot dit project. Op die datum gaat eveneens de website www.indischeharderwijkers.nl  in de lucht waar kinderen van deze groep repatrianten contacten kunnen leggen en hun ervaringen kunnen delen. Het boekje ‘Hoe de Indische Nederlanders naar Harderwijk kwamen’ kost 15 euro en is verkrijgbaar bij boekhandels in Harderwijk en via de website www.indischeharderwijkers.nl

--------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------

 

Hoe de Indische Nederlanders naar Harderwijk kwamen                                                                       

wordt uitgegeven door                                                                                                           

Oudheidkundige Vereniging Herderewich  i.s.m. Press Baker Harderwijk                                                                                                                                        

Auteur en samensteller Theo Bakker                                                                                            

Druk Wedding Harderwijk                                                                                                                    

Website  www.indischeharderwijkers.nl  OGB-Design

Het boek is te bestellen via de website www.indischeharderwijkers.nl

                                          

Lees verder…

10897229286?profile=originalIndische begroeting: ‘En jongen, heb je al gegeten?’

door Wouter Muller

 

Ik mag weer mijn gitaar en mijn koffers pakken voor een muzikale tournee in Java en Bali. Enige opwinding maakt zich al wat meester van mij, want ik ga weer naar mijn geboorteland. Dat land dat eigenlijk niet meer bestaat, want het voormalige Indië lijkt in veel opzichten niet meer op het huidige Indonesië.  Niet voor niets dichtte Willem Wilmink: “Wil iemand weten waar Indië nog ligt? Tussen Duitsland en de duinen, tussen Assen en Maastricht”. In twee zinnen gaf hij aan dat Indische Nederlanders die destijds hun toevlucht zochten in Nederland hun geboorteland niet achter lieten, maar met zich meenamen naar ons land. Die culturele verhuizing is nog altijd voelbaar onder de betrokkenen. Zichtbaar tijdens pasar malams, maar meestal in eigen kring gedeeld met herinneringen en Indische gewoonten. 

Zo herinner ik mij hoe mijn oma als ik in mijn jeugd bij haar ging logeren, mij altijd begroette met de woorden: “En jongen, heb je al gegeten?”  En ook al zei ik ‘Ja, Oma’, dat hielp niet. Er moest eerst gegeten worden.

Tijdens een symposium vertelt de directeur van een Nederlands bedrijf in Indonesische producten over zijn ervaringen met vergaderingen in Nederland en Indonesië.  In ons land een keurige vergaderzaal, laptop en beamer, kopje koffie als welkom, dan beginnen met de agenda. Van opening en mededelingen tot en met rondvraag en sluiting. Nog even een frisje en dan snel naar de volgende afspraak.

Hoe anders waren zijn ervaringen in Indonesië.  Bij aankomst op het vliegveld wordt hij opgewacht door een onbekende  met een bord waar zijn naam en firma op staat.

Bij de begroeting (‘heeft u een goede vlucht gehad?’) volgt direct de vraag:  ‘En heeft u al gegeten?’  En ook al zegt hij ‘ja, in het vliegtuig’, dat helpt niet.  Hij wordt eerst meegenomen naar een restaurant. En onderweg naar de vergaderplaats wordt nog een keer aangelegd voor een hapje en drankje. De gesprekken gaan over alles, behalve over zaken. Over vakantie, over familie, over kinderen, over muziek. De vergaderingen verlopen ook vrij informeel, worden  steevast afgesloten met weer ergens een etentje en de afspraak dat de besproken punten wel per email verstuurd worden.

Het gevoel van de directeur dat hij eigenlijk voor niks is gekomen blijkt misplaatst. Terug in Nederland merkt hij dat er prima zaken zijn gedaan. Zijn eigen verklaring hiervoor is dat al die etentjes, al die gesprekken over alles behalve waarvoor hij kwam,  als voornaamste doel hebben om hem te leren kennen. Wie ben jij, ben je getrouwd, heb je kinderen, hou je van muziek? De Indonesische manier van zaken doen is eerst investeren in relaties, in vertrouwen. Als dat goed zit, komt het met zaken doen vanzelf wel goed.

Als ik straks in Indonesië ben zal ik dit ook weer ondergaan. Mensen ontmoeten met belangstelling voor jou. Eerst investeren in relaties en daarna wel verder zien. Helaas gaat het vaak anders, vooral in de politiek.

Zo wil de VVD vrijwel alle ontwikkelingshulp stopzetten. Zogenaamd omdat dat geen overheidstaak is, maar ik denk uit electoraal wantrouwen dat die hulp toch niets uithaalt. Wat een gemiste kans. Juist nu Indonesië groot belang hecht aan ons land als ‘gateway to Europe’, zoals de nieuwe Indonesische ambassadeur onlangs zei. Zij zei ook dat voor ons land Indonesië de ‘gateway to Asia’ kan zijn. Dat getuigt van visie en vertrouwen in de mogelijkheden en kansen die globalisering ons biedt. Indonesië opent zich voor ons land, waar de VVD zich steeds meer achter onze dijken terugtrekt. Misschien moet ik een afspraak maken met Mark Rutte en Stef Blok. Als ik ze zie meteen vragen:  ‘En heren, hebben jullie al gegeten?’

 

Column gepubliceerd in de Twentse Courant Tubantia, 23 juni ‘12

 

De auteur is muzikant, componist en tekstschrijver

Lees verder…

10897253853?profile=originalKunnen de PVV en CDA nog op Indische stemmen rekenen?

In ieder geval niet meer stemmen op de PVV, die waren in beide kabinetten tegen het Indisch dossier.

 

 

Om tot deze constatering en conclusie te moeten komen zullen eerst beide kabinetten onder de loep moet worden genomen hoe hun beleid was ten aanzien van  het Indische dossier. Een dossier  die gekend worden door twee hoogtepunten. 

 

In oktober 2009 gaf oud premier Jan Peter Balkenende opdracht aan Jet Bussemaker de opdracht tot heropening van de Indische Kwestie om de opgestelde Indische NIOD Rapporten in behandeling te nemen en verder te onderzoeken. Vervolgens met voorstellen te komen richting de Tweede Kamer. Helaas het Kabinet Balkenende viel; De NIOD rapporten verdwenen weer in de onderste la van  de ambtenaren in afwachting van het volgende kabinet; hierbij vergat Jet Bussemaker dit dossier over te dragen aan haar opvolgster.

 

Op mei/ juni 2011  deed de delegatie van het Nieuwe Indisch Platform een verzoek tot heropening van de dezelfde NIOD rapporten aan het nieuwe aangetreden kabinet Rutte-1. De door de PVV gegijzelde staatssecretaris Marlies Veldhuijzen van Zanten-Hyllner van Min. VWS weigerde de NIOD rapporten te heropenen met de mededeling dat via Het Gebaar de finale kwijting was,  hetgeen geheel een groot leugen is. Immers de NIOD rapporten kwamen later pas  tot stand na het Gebaar mede om hiernaar juist een onderzoek naar in te instellen.

Via de oppostite partijen werden pogingen gedaan om een motie in te dienen. Dit eindigde dat hoofdelijk gestemd tot in de late uurtjes werd  op de Indische motie door de oppositie unaniem "voor"gestemd, wat zeer uniek in de geschiedenis is.  De regeringspartijen VDD, CDA, en PVV stemden tegen, tegelijkertijd het CDA eerst voor het Indisch dossier was. De Indische motie hield in;  het instellen van een commissie met drie wijzen voor een studie / onderzoek in het licht van de opgestelde Indische NIOD rapporten en waar tegen de staatssecretaris  Marlies Veldhuijzen van Zanten-Hyllner leugens verkondigde dat het Gebaar de finale kwijting was. De delegatie van het Indisch Platform heeft nog geprobeerd om twee parlementariers van het CDA  achter deze motie te krijgen om zo in meerderheid te krijgen op basis van hun bevindingen met het Kabinet Balkenende. De gegijzelde staatssecretaris wilde perse de Indische NIOD rapporten/absoluut niet in behandeling te nemen,  heeft onder druk gelogen destijds.

 

Analyse laat het beeld zien na de stoelendans dat  met de gedoogde PVV in de regering dat het CDA op alle onderwerpen/thema's  die PVV van Geert Wilders niet aan stond werden verworpen of tegengewerkt niet alleen  staatssecretaris Marlies Veldhuijzen van Zanten-Hyllner ,  maar ook Minister Leers werd gegijzeld om tegen zijn wil in te handelen en te acteren door toedoen van de PVV.

 

De hamvraag blijft nu in hoeverre straks na de stoelendans de Indische zaak een kans maakt op steun van een meerderheid?

 Bij Kabinet Balkenende waren het CDA, PVDA en Christen Unie voor de Indische zaak en bij Kabinet Rutte - 1 alle oppositie partijen. Een rekensom leert dat nu 3 kwart bij het aankomend kabinet  voor de Indische Kwestie zal moeten zijn!  Helaas met politiek weet je het nooit 100% zeker, het blijft koffiedik kijken .... Kortom hoe betrouwbaar is een politieke partij? Wel een constatering dat  de PVV in beide kabinetten geen voorstander is van het Indisch dossier om deze tot een oplossing te brengen.

 

WORDT VERVOLGD

Lees verder…

10897255061?profile=original

 

MoessOn abuisievelijk uitgenodigd door NTR programma halve maan?

door   PJOTR.X SICCAMA

 

 

In dit programma werd  (met o.a.Aat v.d.Heuvel) de hoofdredactrice van het maandblad Moesson mevr.Marjolein v.Asdonck uitgenodigd en gevraagd hoe het met de Indo/Nederlandse gemeenschap gaat mt de 1e t/m de 5e generatie en de verschillen tussen die generaties en zo meer.

 

Ik begrijp niet (en met mij ongetwijfeld velen in  de Ind/Nederlandse gemeenschap) dat u mevr.M.v.Asdonck heeft uitgenodigd om de (bekende en ook fundamentele) vragen aan haar te stellen, om de simpele reden dat zij de Ind/Nederlandse gemeenschap niet representeert. Ik en met mij dus velen betreuren dit ten zeerste.

Nog afgezien van het feit dat de de vragen die u aan deze hoofdredactrice heeft gesteld al eeuwen bekend zijn, waren bovendien tendentieus in die zin dat op fundamentele vragen, zaken met ’’ appels en peren’’ werden vergeleken.  En zeker gold die vergelijking gesteld door de vragenstelster  van het programma (waar ik de naam niet meer zo duidelijk voor de geest kan halen) tijdens  ‘’het interview’’met mevr.M.van Asdonck.

In ieder geval heeft uw programma niets bijgedragen aan de helderheid van het onderwerp en vind het beeld dat bij mij is  achtergebleven volkomen vertekend.

 

Ter verduidelijking en ter oriëntatie zij gesteld dat u als redactie  immers dient te weten dat de Indo/(Indisch)Nederlandse gemeenschap GEEN  aparte ETNISCHE (groep) c.q. gemeenschap is als zodanig, maar direct verwant is aan de Nederlandse en Europese volken. Nederlandse c.q. Europese enerzijds en de Aziatische anderzijds.

De wortels van de Indo/Europeanen liggen derhalve zowel in Europa als in (Z.O.)Azië en dient ze  daarom als zodanig te worden gezien; want dit land (en Europa) is hún vaderland. (over het vergelijk tussen appels en peren).

 

Zij, de Indo/Europeanen, waren reeds Europees van geboorte en hadden in den vreemde dezelfde rechten en plichten van dien: opvoeding in taal en cultuur en wat dies meer zij.

Zij, de Indo/Europeanen hadden zich, ondanks de Europese verwantschappen, toch op eigen kracht en intelligentie, na hun repatriatie in dit land tot alle lagen van de Nederlandse gemeenschap weten door te dringen,  zonder dat ze indertijd in de watten werden gelegd ( zoals u wellicht bekend is indien u die episode van de geschiedenis goed heeft bestudeerd), zoals te doen gebruikelijk  en ‘’standaard’’ schijnt te zijn  bij immigranten.

 

Op die manier hebben zij zich behoorlijk laten horen en niet anders.

 

Hoogachtend,

PJOTR.X SICCAMA

  


Lees verder…
 
10897258263?profile=original
 
 
 
34 Koninklijke onderscheidingen in Utrecht bij lintjesregen 2012
27-04-2012

 
 
Tijdens de lintjesregen ter gelegenheid van Koninginnedag reikt Utrecht dit jaar 34 koninklijke onderscheidingen uit. Dertig mensen hebben deze morgen hun onderscheiding ontvangen in de Stadsschouwburg uit handen van burgemeester Wolfsen

De heer Eddy Lie – Lid in de Orde van Oranje-Nassau
De heer Lie is schrijver en beeldend kunstenaar. Hij zet zich sinds 1976, onder meer via zijn schrijfwerk, in voor de Indische gemeenschap in Nederland. De heer Lie verzorgt onder meer lezingen en optredens, bijvoorbeeld in verzorgings- en verpleegtehuizen, alsmede in culturele centra. Hij heeft onder meer een voordracht geven over Troost voor de Landelijke Vereniging Indische Na-Oorlogse Generatie en de vrijwilligersorganisatie Kinderen uit de Japanse Bezetting en de Bersiap 1941-1949. Ook als voorganger in het Stiltecentrum in Utrecht, richt hij zich op de ontmoeting tussen culturen.
Lees verder…

Stem op MAX van Huut, die heeft jullie stem nodig!.

10897249701?profile=original10897250480?profile=original
 
 
Stem op MAX van Huut, die heeft jullie stem nodig!.
 
Om te beginnen is Max een neef van mijn vrouw, dus een ras echte Indo. Heeft diverse awards gewonnen op zijn werken.  Max van Huut (Djakarta, 7 december 1947) is een Nederlandse architect die vooral bekend is door zijn organische architectuur. Sinds 1958 woont hij in Nederland. Hij studeerde aan het Hoger Technisch Instituut te Amsterdam en daarna aan de Academie van Bouwkunst te Amsterdam. Van Huut heeft bij diverse architectenbureaus gewerkt voordat hij in 1975 in dienst kwam bij het architectenbureau van Ton Alberts. Na een van zijn belangrijkste projecten: de NMB Bank te Amsterdam Zuid-Oost (thans ING), welke hij samen ontwierp met Ton Alberts, werd hij in 1987 partner. Het bureau, dat vanaf dan Architectenbureau Alberts en Van Huut heet, is nog steeds actief onder leiding van Van Huut.

Van Huut heeft aan veel verschillende projecten gewerkt,

waaronder woningen, kantoren, fabrieken, scholen, kerken, ziekenhuizen en diverse verbouwings- en renovatieprojecten.

 

In 2007 kreeg het bureau voor het Hoofdkantoor van De Gasunie NV te Groningen de publieksprijs van de lezers van Trouw voor mooiste gebouw aller tijden. Het eerder genoemde hoofdkantoor van de ING verwierf in deze verkiezing de 3e plaats.

 

 

 

 

 

Lees verder…

ARCHITECTUUR IN INDONESIË.

10897254670?profile=originalARCHITECTUUR IN INDONESIË.  

Bandung

Architect Albert Aalbers ( geb. Rotterdam 1897 – 1961)

 

De drie grootste architecten die op Java – Indonesië – hadden  gewerkt, waren: Albert Aalbers, Charles Wolff Schumacher en Pont Mac Laine. Daar op het eiland Java hadden deze drie toparchitecten in die tijd hun talenten, ambities en dromen kunnen verwezenlijken (in Europa was het bijna onmogelijk). En in die absolute vrijheid en eindeloze ruimten die men maar kon bedenken, ook in de meest letterlijke betekenis, konden zij aan “hun wereld” vorm geven. Zij wilden en hadden alle mogelijkheden om een nieuwe wereld te scheppen en dat is hen ook ten dele gelukt. Vrijwel over heel het eiland Java voorzagen deze architecten in opdracht van het vroegere bestuur ondernemingen en particulieren van hun scheppingen. Het leek wel of ze met juwelen in de hand over het eiland hadden rondgestrooid.  

 

Deze drie genoemde architecten worden vrijwel altijd in een adem genoemd wanneer het gaat om de architectuur in het voormalig Nederlands Indië. Het is terecht maar er waren ook andere zeer getalenteerden (ingenieuzen) die daar eveneens voor plaatselijke overheden werkten, van wie nauwelijks iemand de namen weet, zoals de architect Cosman Citroen die in Surabaya het raadhuis heeft neergezet. Een prachtige schepping, waarbij opvalt hoe rijk gedecoreerd het interieur is en de vormgeving die direct verwijst naar zijn achtergrond: de Amsterdamse School (Michel de Klerk). Het is ontegenzeggelijk een juweel van een gebouw. Maar aan hem wil ik in een volgend artikel wijden.

 

Het meest in het oog vallend gebouw is natuurlijk het ons zo bekende hotel Homann.

Officieel heette het gewoon HOMANN naar de familie Homann (de eigenaar toen was de familie Van Es) die eind 19e eeuw het oude hotel op dezelfde plaats had laten bouwen. Na voltooiing van dat hotel vond “men” het wellicht cosmopolitischer om een soort epitheton voor de naam Homann te zetten: SAVOY. Het werd sindsdien Savoy Homann  (in navolging van Londen en Parijs – later in alle Europese hoofdsteden). Het vorige gebouw van Homann werd hiervoor gesloopt (zie foto).*

De architect van dit nieuwe hotel, gebouwd omstreeks 1940, was Albert Aalbers (1897–1961) geboren in Rotterdam. Hij en de twee andere groten uit de architectuurwereld: Wolff Schoemacher en Pont Maclaine, herschiepen de stad Bandung in een voor die tijd hypermoderne metropool. Het plein bijvoorbeeld dat “Alun Alun” heette tot op de dag van vandaag, werd in een vierkant geprojecteerd, waaraan drie zijden theaters werden gebouwd. Helaas kon wegens onbekende redenen de derde zijde niet worden verwezenlijkt. Het is waarschijnlijk dat aan één zijde de oude sociëteit Concordia er nog stond en er dus geen symmetrie in dezelfde stijl kon worden bereikt. Maar nu na 70 jaar zijn de theaters  alsnog afgebroken!

Maar dit beroemde hotel werd in zijn tijd al geroemd om zijn vlotte gestroomlijnde stijl, als het ware “in einem Guss” tot stand gebracht. De jonge kunstbewegingen van het fin de siècle en begin van de 20e eeuw waren immers de kunstuitingen uit de jeugd van deze drie toparchitecten.

Die golf van kunstuitingen waar ze van de historische ornamentiek en het naturalisme werden bevrijd, interpreteerden ze eerder dan dat ze die zonder meer immiteerden en gaf aan de bouwkunst alle mogelijkheden om de nieuwe bouwtechnieken onconventioneel toe te passen. De in Duitsland begonnen nieuwe bouwstijl (Bauhaus/Gropius) vond al snel haar weg in heel West Europa. Met die wetenschap en kennis ging Albers naar Indië (Wolff Schoemakers en Pont Maclaine waren op Java geboren maar genoten hun opleiding in Nederland). En daar in Nederlands Indië, gestimuleerd met die kennis uit Europa, schiepen zij met élan hún dromen. Men zou kunnen zeggen dat zij de (nieuwe) idée in zekere zin “getransplanteerd” hadden naar de tropen.

En een ieder die Bandung vanaf de dertiger jaren nog goed kent, ziet dat er een stad is ontstaan (temidden van al het eeuwige groen) die in Europa werkelijk niet zou kunnen misstaan, afgezien dan van het eeuwige groen.

Albert Aalbers was, net als Wolff Schoemacher en Pont Maclaine beïnvloed door de nieuwe ontwikkelingen op technisch gebied (elementenbouw) en de bouw van moderne motorschepen (o.a. de Titanic) met hun vloeiende lijnen. Aalbers zag per slot zo’n schip ook als een drijvend hotel. In ieder geval waren de Europese architecten, sinds de nieuwe bouwordening  in Europa  (eindelijk) bevrijd van de bouwconventionaliteit en het historicisme en daarmee gingen voor hen alle deuren open.

 

Het markante van hotel Homann is de golvende T-vorm, een soort steven van moderne motorschepen zonder dat ook maar de geringste versiering en/of geleding aan het oppervlak van het gebouw is te ontdekken, die bijvoorbeeld aan de bouwwerken van Charles Wolff Schoemaker wel duidelijk was toegepast. Aalbers toepassing van de opvallende overkraging van betondelen over elke verdieping was een (tropische) stijlkenmerk geworden. Het is feitelijk geen versiering in enge zin. Integendeel deze ‘overkraging’ van de betonndelen is functioneel. De enige ‘versiering’ zo men wil omvat de voor Aalbers zo karakteristieke donkere betonbanden aan zijn gebouwen. Dit bereikte hij door aan de oppervlakte van het beton een soort blauw/ zwart/grijs/glas/steengruis toe te voegen. Het resultaat van het oppervlak wordt hierdoor ‘tweekleurig’. Bovendien was technische uitvoering in zijn tijd uiterst modern door de toepassing van de nieuwe elementenbouw waardoor hoogte én draagkracht konden worden gegarandeerd. Men kon wel zeggen dat het een gewaagde onderneming was. De verbouwing, jaren later hield in dat de voorzijde (hoofdingang(en)) op de begane grond en uit praktische overwegingen een deel van het interieur (het sanitaire gedeelte, de ontvangsthal- receptie werden nl. verplaatst) een verbouwing moest toestaan met als gevolg dat ongelukkigerwijs de typische entrée van haar oor­spronkelijkheid is beroofd.

Aalbers was met zijn opvatting voor publieke ruimten (hij was een modernist par excellence) zijn tijd ver vooruit en zijn bouwstijl was zo populair dat “zijn stijl” zelfs tot de dag van vandaag in heel Zuid-Oost Azië wordt nagevolgd door regionale en locale architecten en niet slechts uit praktische overwegingen.

 

Zijn groot talent echter kan men nu nog in een andere schepping van zijn hand bewonderen: Het DENIS-gebouw, zijn meest prestigeus project. De éerste Nederlands Indische Spaarbank in Bandung aan de Bragaweg, dé populaire winkelstraat van deze stad. Het lijkt alsof Aalbers zijn ziel in dat gebouw had achtergelaten zo levendig oogt dit gebouw nog steeds en het is zijn functie (mutatis mutandis) niet kwijtgeraakt.

 

We zien hier, een uiterst modern kantoorgebouw dat gebouwd werd voor het doel waarvoor het is neergezet: functionaliteit en efficientie, met veel glas waardoor het licht vrij spel heeft in het hele gebouw met veel staal voor de strakke vormgeving binnen en buiten. Zijn standpunt was ook: de functie bepaalt de vorm en niet omgekeerd. Alhoewel recentelijk praktische verbouwingen/aanpassingen aan het gebouw zijn verricht, herkent men direct dat men hier met een kunstwerk van doen heeft van de hand van  een van de briljanste Nederlandse architecten die in het voormalig Nederlands Indië heeft gewerkt.

 

Het is heel triest dat na de voltooiing van zijn kunstwerk, de 2e Wereldoorlog was losgebarsten en alle Nederlanders die in Indië woonden/leven en werkten, gedwongen werden om in de Jappenkampen in de meest onwaardige omstandigheden te leven.

“Vanuit het paradijs verdreven en in een hel gestort; van de ene dag op de ander, simpel omdat men in Indië GELUKKIG was…”

Na de 2e WO repatrieerde Aalbers en zette weer in zijn gebeoorteplaats Rotterdam voet aan wal en begon hij wederom zijn vak op te pakken met zijn vroegere vakpartner De Waal.

 

Die 2e WO had hem zwaar getraumatiseerd en fysiek zeer verzwakt,  mentaal geknakt en intens verteerd waardoor de felle lichten van zijn groot talent werden gedoofd.

 

 

 10897249257?profile=original

Door

ICM Columnist PJOTR X. SICCAMA


 

 

10897254692?profile=original

10897255459?profile=original

Voormalig DENIS  gebouw aan de Bragaweg/Naripanweg.

Thans is de bank JABAR er gevestigd. (afkorting van Jawa Barat oftewel West Java).

 

10897255652?profile=original

DENIS GEBOUW aan de Bragaweg/Naripanweg de grootste winkelstraat in Bandung in 1939.

Foto Tropenmuseum collectie.

Aalbers had de Franse architect P.L. Jeannaret – bijgenaamd Le Corbusier – goed bestudeerd en volgde de Fransman op de voet wanneer het om de brise-Soleil methode ging. De methode waar grote betonranden functioneel uitsteken (overkragen) met de ramen daarachter, waardoor het (felle tropische) zonlicht in dit geval enigszins wordt getemperd en  wat gekoelde lucht er doorheen kan stromen.

 

Een voorbeeld van een villabouw te Bandung aan de Dagoweg -  door een particuliere opdrachtgever. (zijkant).

 

Albert Aalbers 1897/1961.

 

10897255675?profile=original

 

 

10897256279?profile=original

Savoy Homann Hotel (1939/40) aan de Asia/Africa weg (voormalige Grote Postweg) te Bandung. Architect Albert Aalbers.

 

Lees verder…

 

10897253880?profile=originalDe val van het Kabinet Rutte - 1 -- schept nieuwe kansen en mogelijkheden voor het Nieuwe Indisch Platform.


De val van het kabinet Rutt-1 biedt nieuwe kansen om de Indische kwestie hoog op de agenda te plaatsen.

Inmiddels heeft het nieuwe Indisch Platform veel sympathie gewonnen in de Tweede kamer. De Indische zaak was reeds in een ver gevorderd stadium, echter toen viel het Kabinet Balkenende.

In het Kabinet Rutte - 1 werd hoofdelijk gestemd slechts met 1 stem verschil werd de Indisch motie verworpen.

Het Nieuwe Indisch Platform kan zich nu bezinnen om met nieuwe Indische motie te komen bij het nieuwe aandienende Kabinet om de Indische NIOD-rapporten te heropenen; Met als uitgangspunt de Indische claim om te zetten in dat alle gerepartrieerden (320.000 toen, nu 98.000 ) als aanvulling op hun AOW aanvullend een maandelijks bedrag van € 700 netto gedrurende tien jaren ontvangt ;bijvoorbeeld.

Nu Nederland hiervoor geen geld heeft.

 

 

Lees verder…
 
10897239901?profile=original10897249859?profile=originalDe val van het kabinet Rutte - 1 biedt nieuwe mogelijkheden.
 (Bron succesvol implementeren van 24 april 2012)
 
Goede morgen onderstaande op mijn site succesvol implementeren geplaatst, iets anders dan de Indische perkara's en ICM!


Reeds bekomen van de val van het Kabinet.
Toch ongelovelijk dat 1 man heel Nederland kan gijzelen, en nog heel even was Brussel aan de beurt. Geert is maar op 1 ding uit zijn eigen ego. Met deze producten wist Geert de onder laag van de Nederlandse bevolking te bereiken en solliciteert hij naar top functie net als Alian; Niet gek om vier keer Balkenende norm te verdienen. Deze daad zorgt er nu voor dat er nog eens 10 miljard er boven op komt op het tekort, en vanwege de forse afwaarding komt Nederland ook in het rijtje van Griekenland terecht. Of zat Nederland al in het rijtje van Griekenland; die door de politiek met de mantel der liefde werd bedekt door de werkelijke feiten onder het tapijt te vegen.

 

Voor de politiek Den Haag een zaak om nu serieus te luisteren naar die groep met de onderbuik gevoelens die  Geert Wilders voor ogen heeft en hier ook volledig aandacht aan te besten. Met gaan van Geert Wilders zal deze groep niet op houden te bestaan, met het gevaar dat een Tweede Geert Wilders opstaat.



Nederland met de hoogste schulden;
De politiek heeft het iedere keer steeds over die Overheid met schuld van 400 miljard (BNP - 280 miljard ter vergelijking). Wat dacht U van de Nederlandse bevolking met de hoogste schuld in Europa, ruim 900 miljard met als zekerheid bakstenen die door de banken als "Goud" zijn gewaardeerd om de Nederlandse economie draaiende te houden waar het product Hebzucht aan de mand werd gebracht en de banken meer omzetten hierdoor draaiden. Deze steeds groter wordende luchtballon klapte uiteindelijk. Want het geld was op, omdat de schulden niet werden ingelost, en de Overheid betaalde ook mee aan deze schulden in de vorm van de hypotheekrente aftrek. Gekscherend genoeg wordt als oorzaak dan naar die hypotheekpakketten in Amerika gewezen. Hiervoor hoef je niet academisch gevormd zijn, dat dit systeem niet deugd of doelmatig functioneert en nu direct op schop moet.

Neem de gemiste belastingopbrengsten - geschat op ruim 4 miljard per jaar- omdat de voorlopige teruggaven volledig geautomatiseerd verlopen, en tegenover deze automatisering niet voldoende ambtenaren zijn om deze grote bulk aantallen met voorlopige teruggaven te controleren en terug te vorderen. Wordt wel weer door Nederland Griekenland de les gelezen.

De zorg moet terug naar het oude systeem waar de Overheid de baas is, en al die zorgstellingen opdoeken die getergd worden door de die dure managementlagen die geen enkele toegevoegde waarde bieden; hierop fors kan worden bespaard mede omdat ook hier het toezicht ontbreekt. Ziekenhuizen alle management lager eruit, en einde van alleen monopolie van de leveranciers in farmeutische industrie. Bij de Overheid terug naar de bureauchefs op departementen, weg met al die managers.

De val Kabinet heeft maar 1 voordeel;
Nederland wordt niet meer gijzelt door Geert Wilders die daar alleen zat voor zijn eigen gewin te solliciteren voor een baan in VS in de voersporen van zijn oud - collega Alian; en alleen destructief bezig was.

Voor Het Indisch Platform nieuwe kansen en mogelijkheden.
De val van het kabinet Rutt-1 biedt nieuwe kansen om de Indische kwestie hoog op de agenda te plaatsen. Inmiddels heeft het nieuwe Indisch Platform veel sympathie gewonnen in de Ttweede kamer. De Indische zaak was reeds een ver gevord stadium, echter toen viel het Kabinet Balkenende. In het Kabinet Rutte - 1 werd hoofdelijk gestemd slechts met 1 stem werd de Indisch motie verworpen; Gerdi Verbeek voorzitter van de Tweede Kamer sympathiseert met de Indische Kwestie.  Het Nieuwe Indisch Platform  kan zich nu bezinnen om met nieuwe Indische motie te komen bij het nieuwe aandienende Kabinet om de Indische NIOD-rapporten te openen;  Met als uitgangspunt de Indische cliam om te zetten dat alle gerepartrieerden (320.000 toen, nu 98.000 ) als aanvulling op hun AOW aanvullend een maandelijks bedrag van € 700 netto gedrurende tien jaren;bijvoorbeeld. Nu Nederland hiervoor geen geld heeft.

Spreekwoorden geven altijd de feiten en situatie weer die van toepassing zijn:
Waar de Nederlander goed in is: "Eigen straatje schoonvegen:" Of "steek je hand eerst in eigen boezem"

(C) Column Succesvol implementeren
 
 
Lees verder…

Tong Tong Fair maakt programma bekend

10897254095?profile=originalTong Tong Fair maakt programma bekend

De Tong Tong Fair (voorheen pasar Malam Besar) heeft zijn programma voor 2012 bekend gemaakt. Van 17 t/m 28 mei is er muziek, dans en theater uit Papua, West Java en Zuid-Sumatra (Lampung).

Muziek en Dans

In de theaters treedt dit jaar onder andere de befaamde internationale danssensatie JeckoSDANCE op. Dit is het dansgezelschap van de Papua-choreograaf Jecko Siompo. Deze groepwas te zien in de TV-serie Van

Dis in Indonesië. Topzangeressen Izaline Calister, Julya Lo’ko & Lilian Vieira presenteren Nomads, een muzikale trektocht met muziek uit hun jeugd. De beroemde fluitist Chris Hinze maakt een muzikale wereldreis met de

dangdutgroep “Behind the Actors” uit Bandung. En verder de Indonesische superster Anggun, dansinstructeur Kaili en het Gamelan-ensemble Widosari.

Gesproken woord

Een van de meest controversiële en beroemdste schrijvers van Indonesië is te gast op de Tong Tong Fair: Ayu Utami. Zij praat er over haar nieuwe roman “Het Getal FU”. Verder zijn  er boekpresentaties van Marion Bloem (Het Bali van Bloem) en Reggie Baay

(Gebleekte Ziel). Yvonne Keuls zal      de prestigieuze Haagse Cultuurprijs ontvangen . Verder komen en signeren er schrijvers zoals Gustaaf Peek, Hans Vervoort, Kristine Groenhart, Patricia Steur en vele anderen. De Tong Tong Fair presenteert elk jaar een cross-over van oosterse en westerse culturen, met een sterk internationaal programma    en    diverse    boek-    en filmpresentaties. Dit jaar is de 54e

De Pasar Gambir in Batavia in begin vorige eeuw: het voorbeeld voor de huidige Tong Tong Fair.

editie van het evenement. En wordt gehouden op het Malieveld in Den Haag. Het volledige programma en  allerlei wetenswaardigheden vindt u vanaf 1 mei op de website: www.tongtongfestival.nl. Het adres voor meer algemene informatie is: www.tongtongfair.nl.

Lees verder…