Alle berichten (8)

Sorteer op

In het jaar van de lange bamboesperen

 

12213940099?profile=RESIZE_400x12213940660?profile=RESIZE_710x

Het jaar van de lange bamboesperen
 
In het jaar van de lange bamboesperen, toen de nederlaag van Japan zich aandiende, verhoogde de Japanners hun activiteiten om het enorme potentieel van strijdbare groeperingen, dat door hen was opgebouwd, tactisch te oefenen. Voordat zij hieraan begonnen, werd al direct bij het begin van de Japanse bezetting in het onderwijs op de Sekolah Rakjat (Lagere Volksscholen) en Sekolah Menengah (Middelbare scholen) de jeugd reeds gedrild. De schooldag begon met een toespraak van het Hoofd der school, na het hijsen van de Japanse vlag en het zingen van de Kimigajo (Japans volkslied); dan begon de taiso (ochtendgymnastiek) en daarna veel latihan’s (oefeningen of herendiensten) b.v straatvegen, gewas planten of oogsten, door de stad marcheren onder het zingen van Japanse liederen. Daarnaast werd veel aandacht besteed om spelenderwijs met een militante vorming vertrouwd te geraken, door krijgshaftige oefeningen in ‘oorlogspelletjes’ te houden op de scholen, in de steden op open terreinen en in de dorpen; bewapend met houten stokken, houten zwaarden en-geweren. Onder de leervakken nam de Japanse taal wel de meeste tijd in beslag. De propaganda van de Japanse taal en de Japanse gebruiken, was zeer groot en ging er bij de jeugd in als koek. De fijne hoogstaande Javaanse Adat ( hoge beleefdheids- en omgangsvormen) ging er helemaal uit, vervangen door de ruwe Japanse manieren.
 
De Seinendan, Keibodan, Pesindo, Mobiele Brigade, Stadspolitie, PETA Landsverdedigingscorps en andere groeperingen hielden, in de stad ( de wijken en de buitenwijken militaire oefeningen in straat- en terreingevechten, om hierop voorbereid te zijn als de tijd zou komen om toe te slaan. Ook de Heiho hulpsoldaten van de japanners, opgeleid voor oorlogsvoering tegen de Geallieerden, stonden gereed.
De Mobiele Brigade, Stadspolitie en PETA Landverdedigingsleger beschikten over vuurwapens, waaronder automatische, en andere lichte en zware wapens. De overige strijdgroepen waren in meerderheid uitgerust met scherp gepunte lange bamboesperen (roentjings), dat bij gebruik als wapen dodelijk kan zijn. Een klein gedeelte van deze strijdgroepen was voorzien van houten geweren en oefenden hiermee. De oefeningen die gehouden werden hadden ten doel de Geallieerdenindringers te bestrijden en te vernietigen. De door Japanners gedrilde strijdgroepen oefenden in ordonnansdiensten, verkenningen, hinderlagen, sluipschutter-technieken en Banzai stormaanvallen; veelal op eigen terrein in hun wijkgebied of in combinatie met andere wijken in groter verband, waarbij dus ook uitstekend terreinkennis werd opgedaan. De drie en een half jaar van indoctrinatie door de Japanse meesters maar vooral van de , in het laatste jaar van de oorlog, opgevoerde enorme haatpropaganda tegen de Geallieerden en het tactisch geoefend strijdkrachten zou fataal zijn bij een gezagsvacuüm, en…. dat werd het ook!
 
De krachten stonden paraat om hun dadendrang te laten gelden en de tijd naderde onheilspellend. Op 9 augustus 1945 nodigde de Japanse Maarschalk Terauchi de Indonesische leiders Ir. Soekarno en Mohammed Hatta uit naar Saigon te komen voor een bespreking, hier werd op de 11e augustus gezegd ‘haast te maken met de onafhankelijkheid van Indonesië! ‘
Na een afwachtende houding te hebben aangenomen bij de Japanse capitulatie, en het oogluikend toestaan door de Japanners van Indonesische uitingen in hun vrijheidsstreven, traden de Indonesiërs driester op. Dit optreden werd ondersteund door Vice-Admiraal Maeda van de Japanse Marine en door Generaal Majoor Moichiro Yamamoto de Chef-Staf van het 16e Japanse Leger, beiden invloedrijke figuren, die in de schemerpolitiek ondoorzichtige activitieiten ontplooiden achter de Indonesische onafhankelijkheidsbeweging.
De Indonesiërs vatten de moed op om aanvankelijk zich incidenteel tegen de Japanners te keren. Felle schermutselingen deden zich in beperkte mate voor waarbij wapens werden buitgemaakt en slachtoffers vielen. Dit deed zich voor eind september, begin oktober 1945.
Lees verder…

Wat heeft ICM U te bieden voor 6 euro in de maand?

12212949478?profile=RESIZE_710x

12212949088?profile=RESIZE_710x

 

 Wat heeft ICM U te bieden  als abonnee? 

Ons webportaal is www.icm-online.nl   ofwel Indische sociaal media.  ICM heeft o.a. de KNIL - betalingen voor elkaar gekregen.  Nu is  het ICM met het Traktaat van Wassenaar bezig  ook wel ACTW-66.    Deze is  nu ter behandeling in de Tweede Kamer.  Dit zijn de Indische pijntjes waar het team ICM zich over ontfermt  dag in dag uit.  Niet het Indisch Platform of gelijksoortge organisaties  zoals Pelita zijn hiermee bezig. Die zijn er als er wat valt te halen.  ICM heeft beide project gefinanciert om tot een resultaat te komen.
 
Naast de Indische pijntjes heeft ICM U veel te bieden;
 
Hier vindt U de rubrieken Actualiteiten & overige, Pasar Malam Agenda, boekrecensies, recepten, reizen, webshops  met producten die ook vindt in ICM stands op de pasar malams,  ICM Bali Home Vision, Politiek,  en Traktaat van Wassenaar.  Voor de ouderen is het project resort Deasyanti op Bali op gestart.   Op de Pasar Malam is Het ICM altijd te vinden.  IP, Pelita en andere zijn onzichtbaar.   Voor de ouderen is het project resort Deasyanti op Bali op gestart. 
 
 
Niet onbelangrijk ons ICM Video kanaal met ruim 598 video's.  Al onze video's kan U casten naar Uw TV een daar afspelen.
www.icm-online.nl is ook te ontvangen op uw I-phone.    Al onze publicaties zijn via ICM Google te vinden zo kan U politieke en Indische zaken makkelijk terugvinden, zeker nu ICM op NING 3.0 functioneert.  Tot 2007 kan U publicaties terugvinden.
 
Hopende  U voldoende te hebben geinformeerd, bent U tevreden vertel het door aan de anderen...
 
Dan is 6 euro voor een maand - abonnement niet duur, zeker als 1100 Knillers dankzij ICM team  25.000 euro hebben ontvangen, alleen die 1100 Knillers vergeten wie dit mogelijk heeft gemaakt en ook nog het project gefinanciert. Ook voor het project traktaat van Wassenaar is veel geld uitgegeven door ICM, en wij zijn er nog niet, want Kabinet is gevallen.  Op nieuw moet het ICM team de relatie  weer gaan opbouwen met leden van de Tweede Kamer.
 
Nu weet U wat het ICM team doet voor de Indische Gemeenschap nu bent u aan de beurt !

 

Redactie

Ferry Schwab sr.

 

KVK - nummer 72173122    ICM Project  Raborekening  NL35 RABO 0377 579491  tnv. ICM Project 
 
 WORDT VANDAAG NOG ABONNEE VIA WWW.ICM-ONLINE.NL BIJ AANMELDEN.

 

 

Lees verder…

Japan capituleerde op 15 augustus dior Hans Vervoort

12212948481?profile=RESIZE_710x

Hans Vervoort  · 

 
Japan capituleerde op 15 augustus, maar dat werd in de interneringskampen pas veel later bekend. Hier mijn herinneringen aan dat moment, opgetekend in 'Weg uit Indië '(Conserve, 2012).
(free translation in English of this book downloadable on my website hansvervoort.nl)
Waarin de oorlog ophoudt, maar de vrijheid nog niet komt
En toen, van de ene dag op de andere, was de oorlog afgelopen. Ze hadden erop gehoopt sinds het vliegtuig over het kamp vloog en papiertjes over het kamp had uitgestrooid waarop stond 'Houdt goede moed'. Maar dat was alweer een halfjaar geleden en sindsdien was alles alleen maar erger geworden.
Maar op die dag, vrijdag 24 augustus 1945, werd iedereen die nog lopen kon naar het Lido geroepen. Er was geen appèl, er was ook geen enkele Japanner te zien. In het midden van het veld stond op een kistje de kampleidster, mevrouw Anema. Van haar dikke lijf was niets meer over, ze was net zo mager als iedereen in het kamp. Gelukkig woei het in Indië bijna nooit, want bij een harde wind zouden ze allemaal omvergeblazen worden.
Mevrouw Anema droeg wel dezelfde bloemetjesjurk als toen ze het kamp in gingen, en die jurk hing nu als een veel te groot laken om haar heen. Ze sprak luid en duidelijk.
'Mensen! Ik heb van de kampcommandant bericht gekregen dat de oorlog is afgelopen. De oorlog is voorbij! Nederland is al drie maanden vrij en nu wij ook!'
Het bleef stil, de verrassing was te groot om meteen te juichen.
Toen begon het geluid, gemompel, gepraat, moeders die elkaar om de hals vlogen. Sommigen huilden.
'Wilhelmus vahan Nahassouwe, ben ik van Duitsen Bloed…'
Ze kwam maar net boven het geluid van de anderen uit, maar het werd meteen stiller en iedereen keek naar de zingende vrouw op dat kistje. Een tweede stem voegde zich erbij, en een derde. En in een paar seconden stonden drieduizend vrouwen en kinderen mee te zingen.
Hans kende de melodie nog van vroeger, maar wist de woorden niet meer precies.
'De vaderhand vertrouwe, blijf ik vanzelf zo goed' maakte hij ervan. Maar toen ze doorzongen wist hij het ineens weer: 'Dèhèn prinsen van Oranjen ben ik vrij onverveerd.'
En dan: 'De kohohohohoning van Spanje hèhèb ik altijd geëerd.'
Als zijn moeder naast hem had gestaan had hij haar meteen gevraagd wat dat nou betekende: de koning van Spanje heb ik altijd geëerd.
Hij nam zich voor het haar later eens te vragen. Nu stond ze te juichen met andere moeders, het was feest. De oorlog was voorbij.
Een van de vrouwen had zo'n harde stem dat ze over het lawaai heen kon schreeuwen. Ze riep: 'Wanneer mogen we het kamp uit? Naar onze mannen toe?'
Iedereen hoorde haar vraag en het werd meteen weer stil. Ze keken allemaal naar mevrouw Anema, die nog steeds op haar kistje stond.
'Dat is afwachten,' zei ze, 'de commandant vertelde me dat het buiten het kamp onrustig is. Indonesische rebellen zijn in opstand gekomen en hebben de macht overgenomen. Wij moeten wachten tot het Engelse leger ons kamp heeft bereikt.'
'Wanneer is dat?' vroeg de vrouw met de harde stem.
'Dat zal niet zo lang duren, denk ik,' zei mevrouw Anema. Je kon aan haar zien dat ze geen flauw idee had. 'De commandant heeft me verteld dat hij en zijn mannen opdracht van de Engelsen hebben gekregen om ons te beschermen.'
'Beschermen? Tegen wie?'
'Tegen de Indonesische rebellen,' zei mevrouw Anema. 'Zij willen alle Nederlanders het land uit schoppen. Veel wapens hebben ze niet, maar wel klewangs en bamboe roentjings. Laten we het rustig afwachten. Hier zijn we veilig.'
Het Lido liep leeg, onderweg praatten de moeders met elkaar, de kinderen volgden.
Tante Aal legde haar armen om Sonja en Hans en liep met ze terug naar Barak 4.
'Ik hoop dat de buitenkampers het redden,' zei ze. 'Als de Indonesiërs in opstand komen zijn de Indische families het eerst aan de beurt. Die hebben geen bescherming.'
Veel Indische families waren het kamp in gegaan, maar als je kon bewijzen dat je voor de helft of meer Indonesisch bloed had, dan mocht je buiten het kamp blijven van de Japanners. Buitenkampers werden ze genoemd.
Hans dacht aan Ronnie Eekhout, zijn vriendje van voor de oorlog, die het kamp niet in hoefde. Zou die nu in gevaar zijn omdat hij voor een deel Nederlands was? Maar Ronnie's vader had vrienden bij de Indonesiërs, en zou dus zijn familie wel kunnen redden.
'Wat is een klewang ook weer?' vroeg hij.
'Dat is een kapmes dat veel Indonesiërs hebben. Je kan er van alles mee doen, een kokosnoot openslaan, een kip de kop af hakken.'
Hans rilde, hij wist het weer.
'En een bamboe roentjing?'
'Dat is een bamboestok, waar je met een klewang een schuine punt aan snijdt. Heel scherp. Ze gebruiken het voor de jacht op wilde zwijnen. Dan werpen ze hem als een speer.'
****
Een paar dagen later was de opwinding voorbij.
'Wat een gedoe!' zei Sonja. 'Nu is de oorlog eindelijk afgelopen en nu mogen we er niet uit!'
Hier en daar waren stukken van het gedek afgetrokken, daarachter zat natuurlijk nog prikkeldraad, zodat je er weinig mee opschoot. Maar je kon nu wel naar het landschap kijken.
'Wat prachtig,' zei tante Aal. Ze keek naar de blauwige berg in de verte en naar de sawahs die bijna direct tot aan het kamp liepen. Sawahs kende Hans nog wel van vroeger, rijstvelden waar op ingewikkelde manieren water doorheen geleid werd. Als het veld goed nat was zag je de vrouwen jonge rijstplantjes steken in de natte modder. Nu waren ze daar ook mee bezig.
Als je naar ze keek, hoe ze voorovergebogen met snelle gebaren die plaatjes in de grond staken voelde je gewoon de modder tussen hun tenen. Op hun hoofd droegen ze tegen de zon een rieten punthoed. Vanuit de verte hoorde je ze met elkaar praten. Over hun mannen die liever op het platje lagen te slapen dan hun handen uit de mouwen te steken. Over hun zoons, die alweer zo snel groot werden. Over hun dochters, hoe ze die ooit aan de man moesten brengen.
Omdat sawahs op verschillende tijdstippen werden beplant verschilden ze van kleur, je zag een lappendeken van allerlei tinten groen tegen de berghelling aan liggen.
Uit de verte klonk gesnater. Het kwam dichterbij en ze zagen een rij ganzen aan komen lopen over het dijkje tussen de sawahs. Ze liepen keurig achterelkaar, gevolgd door een jongen van een jaar of tien, de ganzenhoeder.
'Ajo, boeng!' (vooruit, jongen) moedigde Sonja hem aan, maar hij keek niet op of om.
'Apa kabar?' (Hoe gaat het?) riep ze nog een keer. Nu stopte hij, draaide zich naar hen toe en met een nadrukkelijk gebaar haalde hij zijn hand langs zijn keel. Het gebaar was overduidelijk: ik snij je de keel af.
Daarna liep hij weer verder achter zijn ganzen aan, weg van het kamp.
'Ach Jezus,' zei tante Aal uit de grond van haar hart.
'Wat is er mam?' vroeg Sonja.
'Ja, tante. Waarom doet hij dat?' vroeg Hans.
'De Indonesiërs hebben hun eigen republiek gesticht,' zei tante Aal, 'ze willen dat alle Hollanders zo snel mogelijk vertrekken.'
'Hoezo?' vroeg Sonja. 'Zijn we dan niet goed voor ze? Warti en Oddah huilden toen we het kamp in moesten.' Dat waren hun bedienden van voor de oorlog, wist Hans en hij moest zelf even denken aan kokki Mina die toch ook van hem en zijn vader en moeder hield?
'Jawel,' zei tante Aal, 'maar er zijn natuurlijk ook Indonesiërs die vinden dat wij hun land bezet houden en dat we weg moeten. Net zoals de Duitsers nu gelukkig weer uit Holland verdreven zijn.'
Hans was er niet blij mee. Hij begreep natuurlijk dat blanke jongens en meisjes zoals hijzelf heel anders waren dan de rest van de bevolking. Maar de Hollanders waren al zo lang de baas in Indië, sommige families woonden er al meer dan tweehonderd jaar! Waarom moest je dan weg?
En de Indische mensen dan, zoals zijn vriendje Ronnie Eekhout en ook tante Aal en Sonja? Die waren geboren uit een Hollander en een Indonesische vrouw. En dat ging toch prima?
Zou dat dan niet de oplossing zijn, dat elke Indonesiër met een Hollander trouwde en een Indisch gezin maakte dat thuis hoorde in Indië?
'Als ik nou met een Indonesische vrouw trouw en we krijgen kinderen, mag ik dan niet blijven?' vroeg hij.
Tante Aal glimlachte.
'Het zal zo'n vaart niet lopen,' zei ze. 'Natuurlijk hebben de Indonesiërs recht op hun eigen land. Maar ze zouden wel gek zijn als ze de Hollanders er op staande voet uit gooien. Wie beheert dan de plantages? Wie laat de treinen rijden? Wie bouwt de steden? Dat kunnen ze allemaal zelf nog niet.'
Hans knikte, hij was gerustgesteld
Uit: Weg uit Indië (Conserve, 2012). Tekening: Peter Van Dongen
Het boek is gratis te downloaden op mijn website (www.)hansvervoort.nl Dat geldt ook voor de vertaling 'Farewell to the Indies'.
Lees verder…

Nederland pleegde oorlogmisdaden in de republiek Indonesie

 

 

Conclusies door  (KITLV), het Nederlands Instituut voor Militaire Historie (NIMH) en het NIOD Instituut voor Oorlogs-,

De onderzoekers komen tot de conclusie dat het standpunt van 1969 onhoudbaar is. Precieze cijfers van misdrijven en aantallen slachtoffers zijn niet te geven. Wel blijkt uit de bronnen dat extreem geweld van de kant van de Nederlandse krijgsmacht niet alleen wijdverbreid was, maar vaak ook bewust werd ingezet. Dit werd op alle niveaus – politiek, militair en justitieel – getolereerd. De reden daarvoor was dat Nederland de Republiek Indonesië – die op 17 augustus 1945 de onafhankelijkheid had uitgeroepen – koste wat kost wilde verslaan en bereid was vrijwel alles aan dit doel ondergeschikt te maken. Daarbij werden nadrukkelijk ook toen geldende ethische grenzen overschreden.

Nederland voerde uiteindelijk een uitzichtloze oorlog die steeds gewelddadiger werd. Van  Indonesische kant werd een harde guerrilla gevoerd. Alle gewapende partijen pasten in deze oorlog vormen van extreem geweld toe. Het hevige geweld in de vroegste fase van de Indonesische revolutie, tegen, onder meer, Indische Nederlanders en Molukkers – in Nederland bekend als de ‘Bersiap-periode’ – speelde wel een rol in de dynamiek van het geweld, maar was niet de reden voor de militaire herbezetting. 

Tijdens de oorlog gebruikte de Nederlandse krijgsmacht veelvuldig en structureel extreem geweld, in de vorm van buitenrechtelijke executies, mishandeling en marteling, detentie onder inhumane omstandigheden, brandstichting van huizen en dorpen, diefstal en vernieling van goederen en levensmiddelen, disproportionele luchtaanvallen en artilleriebeschietingen, en veelal willekeurige massa-arrestaties en -interneringen.

De Nederlandse krijgsmacht was als instituut verantwoordelijk voor het toegepaste geweld, inclusief het extreme geweld. Zij opereerde echter in nauwe samenspraak met en onder verantwoordelijkheid van de Nederlandse regering. Politici in Nederland, gesteund door hun aanhang, gaven weinig aandacht aan het extreme geweld en namen er in feite ook geen verantwoordelijkheid voor. Ze konden zich die houding veroorloven omdat er een breed maatschappelijk draagvlak was voor de oorlogvoering. Bovendien werden zij in de samenleving – waaronder de media – nauwelijks kritisch gevolgd. De geografische, maar vooral de mentale afstand speelde hierbij een belangrijke rol. Kennelijk hanteerden de betrokken Nederlanders, op alle niveaus, als vanzelfsprekend afwijkende maatstaven voor de koloniën en koloniale ‘onderdanen’. 

Het onderzoek heeft uitgewezen dat het overgrote deel van de verantwoordelijken aan Nederlandse kant – politici, officieren, ambtenaren, rechters en andere betrokkenen – wel degelijk kennis had of kon hebben van het stelselmatig gebruik van extreem geweld, maar in gezamenlijkheid bereid was dit te tolereren, te rechtvaardigen, te verhullen en onbestraft te laten. Dit alles met het oog op het hogere doel, om de oorlog tegen de Republiek Indonesië te winnen en zelf de regie te voeren over het proces van dekolonisatie. Op alle niveaus was er bereidheid de geschreven en ongeschreven rechtsregels en het eigen rechtsgevoel opzij te zetten. 

De Nederlandse onderschatting en verwerping van de breed gesteunde Indonesische onafhankelijkheidsbeweging was gebaseerd op een diepgewortelde koloniale mentaliteit. Politici, militairen en bestuurders in de kolonie én in Nederland waren overtuigd van de Nederlandse superioriteit en lieten zich in hun streven naar beheersing van Indonesië vooral leiden door economische en geopolitieke motieven en het idee nog een missie in de ‘Oost’ te hebben en daar onmisbaar te zijn. Die houding leidde tot cruciale inschattingsfouten, zowel militair als politiek; ook internationaal kwam Nederland sterk geïsoleerd te staan.

De uiteindelijke formele overdracht van de soevereiniteit – op 27 december 1949 – vloeide voort uit sterke pressie van de internationale gemeenschap en het besef dat de oorlog niet gewonnen kon worden. Nadien zou politiek Den Haag de oorlog, en zeker vragen rond extreem geweld, zoveel mogelijk buiten de politieke arena blijven houden, zowel om het eigen falen te maskeren als om de Indiëveteranen, de Indische Nederlanders en de Molukkers te ontzien. Het kwam daarbij goed uit dat Indonesië geenszins aandrong op onderzoek. Die opstelling veranderde slechts met horten en stoten; het duurde lang voordat er in de Nederlandse samenleving meer ruimte kwam om kritisch te reflecteren op deze episode, die zo slecht past bij het diepgeworteld rooskleurige nationale zelfbeeld.

Verricht door :

Onafhankelijkheid, dekolonisatie, geweld en oorlog in Indonesië, 1945-1950 is een gezamenlijk onderzoeksprogramma van het Koninklijk Instituut voor Taal-, Land- en Volkenkunde (KITLV), het Nederlands Instituut voor Militaire Historie (NIMH) en het NIOD Instituut voor Oorlogs-, Holocaust- en Genocidestudies. De resultaten van het onderzoek werden gepresenteerd op 17 februari 2022.

Lees verder…

12189659461?profile=RESIZE_710x

NOS NieuwsDinsdag 8 augustus, 13:22Aangepast dinsdag 8 augustus, 13:44

Halsema trekt zich terug als spreker op Amsterdamse Indië-herdenkingBurgemeester Halsema heeft zich teruggetrokken als spreker tijdens de Indië-herdenking op 15 augustus in Amsterdam. Daar wordt het einde van de Tweede Wereldoorlog in Zuidoost-Azië en de Japanse bezetting van Nederlands-Indië herdacht.

 
ICM Redactie;
 
NOS, feiten en geen halve waarheden. Nog beter was geweest geen aandacht, dit is indieherdenking onwaardig.
Mw. Halsema heeft de verkeerde Indische klokken doen luiden. Was het niet  Kabinet Drees met het Parlement die opdacht gaf aan de 100.000 KNIL - Militairen (jong en niet opgeleid) om de Republiek Indonesie binnen te vallen 1947.  NIOD o.a. meldde in hun rapporten dat er ruim 96.711 onschuldige Indonesische burgers zijn vermoord. Rutte heeft recent onvoorwaardelijk excuses aageboden en gaat de nabestaanden compenseren.
 

Conclusies door  (KITLV), het Nederlands Instituut voor Militaire Historie (NIMH) en het NIOD Instituut voor Oorlogs-,

De onderzoekers komen tot de conclusie dat het standpunt van 1969 onhoudbaar is. Precieze cijfers van misdrijven en aantallen slachtoffers zijn niet te geven. Wel blijkt uit de bronnen dat extreem geweld van de kant van de Nederlandse krijgsmacht niet alleen wijdverbreid was, maar vaak ook bewust werd ingezet. Dit werd op alle niveaus – politiek, militair en justitieel – getolereerd. De reden daarvoor was dat Nederland de Republiek Indonesië – die op 17 augustus 1945 de onafhankelijkheid had uitgeroepen – koste wat kost wilde verslaan en bereid was vrijwel alles aan dit doel ondergeschikt te maken. Daarbij werden nadrukkelijk ook toen geldende ethische grenzen overschreden.

Nederland voerde uiteindelijk een uitzichtloze oorlog die steeds gewelddadiger werd. Van  Indonesische kant werd een harde guerrilla gevoerd. Alle gewapende partijen pasten in deze oorlog vormen van extreem geweld toe. Het hevige geweld in de vroegste fase van de Indonesische revolutie, tegen, onder meer, Indische Nederlanders en Molukkers – in Nederland bekend als de ‘Bersiap-periode’ – speelde wel een rol in de dynamiek van het geweld, maar was niet de reden voor de militaire herbezetting. 

Tijdens de oorlog gebruikte de Nederlandse krijgsmacht veelvuldig en structureel extreem geweld, in de vorm van buitenrechtelijke executies, mishandeling en marteling, detentie onder inhumane omstandigheden, brandstichting van huizen en dorpen, diefstal en vernieling van goederen en levensmiddelen, disproportionele luchtaanvallen en artilleriebeschietingen, en veelal willekeurige massa-arrestaties en -interneringen.

De Nederlandse krijgsmacht was als instituut verantwoordelijk voor het toegepaste geweld, inclusief het extreme geweld. Zij opereerde echter in nauwe samenspraak met en onder verantwoordelijkheid van de Nederlandse regering. Politici in Nederland, gesteund door hun aanhang, gaven weinig aandacht aan het extreme geweld en namen er in feite ook geen verantwoordelijkheid voor. Ze konden zich die houding veroorloven omdat er een breed maatschappelijk draagvlak was voor de oorlogvoering. Bovendien werden zij in de samenleving – waaronder de media – nauwelijks kritisch gevolgd. De geografische, maar vooral de mentale afstand speelde hierbij een belangrijke rol. Kennelijk hanteerden de betrokken Nederlanders, op alle niveaus, als vanzelfsprekend afwijkende maatstaven voor de koloniën en koloniale ‘onderdanen’. 

Het onderzoek heeft uitgewezen dat het overgrote deel van de verantwoordelijken aan Nederlandse kant – politici, officieren, ambtenaren, rechters en andere betrokkenen – wel degelijk kennis had of kon hebben van het stelselmatig gebruik van extreem geweld, maar in gezamenlijkheid bereid was dit te tolereren, te rechtvaardigen, te verhullen en onbestraft te laten. Dit alles met het oog op het hogere doel, om de oorlog tegen de Republiek Indonesië te winnen en zelf de regie te voeren over het proces van dekolonisatie. Op alle niveaus was er bereidheid de geschreven en ongeschreven rechtsregels en het eigen rechtsgevoel opzij te zetten. 

De Nederlandse onderschatting en verwerping van de breed gesteunde Indonesische onafhankelijkheidsbeweging was gebaseerd op een diepgewortelde koloniale mentaliteit. Politici, militairen en bestuurders in de kolonie én in Nederland waren overtuigd van de Nederlandse superioriteit en lieten zich in hun streven naar beheersing van Indonesië vooral leiden door economische en geopolitieke motieven en het idee nog een missie in de ‘Oost’ te hebben en daar onmisbaar te zijn. Die houding leidde tot cruciale inschattingsfouten, zowel militair als politiek; ook internationaal kwam Nederland sterk geïsoleerd te staan.

De uiteindelijke formele overdracht van de soevereiniteit – op 27 december 1949 – vloeide voort uit sterke pressie van de internationale gemeenschap en het besef dat de oorlog niet gewonnen kon worden. Nadien zou politiek Den Haag de oorlog, en zeker vragen rond extreem geweld, zoveel mogelijk buiten de politieke arena blijven houden, zowel om het eigen falen te maskeren als om de Indiëveteranen, de Indische Nederlanders en de Molukkers te ontzien. Het kwam daarbij goed uit dat Indonesië geenszins aandrong op onderzoek. Die opstelling veranderde slechts met horten en stoten; het duurde lang voordat er in de Nederlandse samenleving meer ruimte kwam om kritisch te reflecteren op deze episode, die zo slecht past bij het diepgeworteld rooskleurige nationale zelfbeeld.

Verricht door :

Onafhankelijkheid, dekolonisatie, geweld en oorlog in Indonesië, 1945-1950 is een gezamenlijk onderzoeksprogramma van het Koninklijk Instituut voor Taal-, Land- en Volkenkunde (KITLV), het Nederlands Instituut voor Militaire Historie (NIMH) en het NIOD Instituut voor Oorlogs-, Holocaust- en Genocidestudies. De resultaten van het onderzoek werden gepresenteerd op 17 februari 2022.

Lees verder…

12176151474?profile=RESIZE_710xACTW-66 achterban waarom duurt de betalingen Traktaat zo lang ?

Regelmatig komen heetgebakerde personen richting ICM stand met de vraag waarom duurt het allemal zo lang. “ Ik behoor tot de groep van 15.000 die mijn handtekening heb gezet, en ik zelfs twee keren gedoneerd. Waarom hoor ik niets ?

Vol geduld beantwoordde ik deze persoon, maar van binnen was ik woedend. Want de schuldigen zitten in het Kabinet , de Tweede Kamer maar in het bijzonder het Indisch Platform (Ip) met o.a. Pelita, allen gesubsidieerd door Min.VWS

Hier mijn relaas:

In 2015 kwam een abonnee van ICM, U leest het goed een betalende abonnee. Nadat ICM de KNIL – betaling afrondde, was weer ICM die het hele KNIL Project financierde en met die 10.000 handtekeningen was het mogelijk dat eindelijk de Indische Kwestie kan worden behandeld in de Tweede Kamer.

ICM overhandigde de 10.000 handtekeningen aan voorzitter van het Indische Platform de heer Silfraire Del Hay. Met het mandaat Erkenning, Excuses en compensaties (Voor allen). Bij de overdacht van het Mandaat werd Het KNIL en Backpay toegevoegd. ICM team voelde zich bedonderd door het IP. Hele campagne initiatief van ICM en ook nog betaald ! Op de achtergrond binnen het Indisch Platform werd er gemuit. Drie delegatieleden werden geroyeerd ofwel uit de delegatie gemieterd, hierdoor dit IP geen oog had om bijvoorbeeld in contact te blijven met de Tweede Kamer, wat ICM team wel deed. Het ICM Team Lid kwam er achter dat op de begroting van Min.VWS een meevaller was van 6 miljard. Het teamlid verzocht Ferry Schwab om dit door te geven met betrokkene Kamerleden, juist omdat de volgende dag een debat was met Martin van Rijn, en met deze informatie om de oren kon slaan. Wat ook gebeurde. Om in de termen van Vz. Silfraire van het IP te hanteren “So far so Good”.  

Nu het Traktaat van Wassenaar.

ICM start wederom het project ACTW-66 op net als het vorige partners Suisantable en NINES - Zuid. Moest wel omdat het IP zelstandig zonder overleg met ICM de Nederlandse Indische Burgers van eisen lijst schrapte van het mandaat door alleen voor de groep KNIL te gaan. Wederom opstarten van campagne om uiteindelijk 15.000 handtekeningen te verzamelen. Op de achtergrond was het team druk bezig om verhaal te halen bij Ministerie van Buitenlandse zaken, starten van onderzoeken, WOB procedure Min.BuZa, Min. Financien en Min. Sociale zaken. Dit alles werd samengevat in het hoofdrapport, aanvullensrapport, onderzoekbewijs rapport en Persoonlijke verhalen (bewijs).

Van februari 2020 verzoeken gedaan richting de Tweede Kamer om de zaak aan te bieden. Covid – 19, val van Kabinet / formatie zorgde voor de vertraging. September 2021 nadat ACTW-66 een verzoek deed richting alle fractievoorzitter om drie moties namens ACTW-66 (Actie Comite Traktaat Wassenaar 1966) in te dienen. Was Mark Harbes van de VVD die zich opwierp om ACTW-66 zaak te behartigen. Mark Harbes verliet de Tweede Kamer gaf het stokje over aan Jacqueline die naarstig opzoek ging naar collega die wel Min.BuZa in zijn portefeuille heeft. Op 15 maart 22 ( twee jaar) later werd verzoek ingewilligd door de Tweede Kamercommissie Min.BuZa. Was de VVD Rudmer Heereman die petitie en alle stukken in ontvangst nam. VVD heeft zijn woord gehouden. Rekening dient te worden dat dat in Tweede Kamer het stormde van de Toeslagen affaire, Gronings Gas, en Stikstof (De Boeren).

Met dank aan Indisch Platform dat Nu de Republiek Indonesie het geld terugvorder van die 341.000 Nederlandse Indische Burgers ( Nederlanders, Indo-Europeanen, Molukkers, en van Joodse Afkomst)  Met dank Project van ICM wegkaapt!

ACTW-66 heeft heeft als tussenresultaat bereikt :  1)  inval 1947/1948 Inval (geen politionele acties)   2) Gepleegde oorlogmsidaden, al eerder door VN bevestigd.  Mark Rutte excuses aangeboden, gaat de 96.721 nabestaanden compenseren.  3)  17 augustus 1945, Nederland als agressor volgens oorlogsverdragen wordt gezien. Consequentie alle oorlogschade moet betalen van de regering en burgers, dus ook wij (Traktaat van Wassenaar).

 

Lees verder…

 

12175569494?profile=RESIZE_710xTraktaat Wassenaar  onder druk door inmengin Indonesie.

Hierden  30 juli 2023

Per Email / Per post verzonden

AANGETEKEND

Tweede Kamer der Staten-Generaal
Postbus 20018
2500 EA Den Haag

T.a.v. Mw. Vera Bergkamp Voorzitter Tweede Kamer & Commissie BuZa

Betreft : ACTW-66 Traktaat van Wassenaar aansluitend de recente Indonesische kwesties

Geachte mw. Vera Bergkamp,

de ACTW-66 delegatie maakt zich zorgen om de recente ontwikkelingen die van de zijde van de republiek Indonesië nu zijn ontstaan ACTW-66 delegatie ontving een vergaderstuk van KBRI zie bijlage.

In het kort samengevat.

De afgevaardigden van de republiek Indonesië gaven aan dat Mark Rutte de zaak erkent (welke zaak ? ) dat deze eerst door de Eerste kamer en de Koning dient te worden geaccordeerd. Alvorens de claims kunnen worden ingediend. Het is U bekend dat ACTW-66 op 15 maart 2022 aan de Tweede Kamer alle benodigde stukken heeft aangeboden. Reeds van 2015 is met deze zaak is gestart richting Min.BuZa. Deze zaak werd gemeld door een abonnee aan de ICM redactie.

De verwarring is groot in de tijd gezien.

Zeker als het om het aspect de prioritering in aanmerking wordt genomen om het op de agenda te zetten en af te handelen. Vallen de nieuwe zaken onder een verdrag of wet ? Ondergetekende tracht de zaken op een rij te zetten en duidelijkheid te verschaffen. ACTW-66 valt onder een verdrag. Immers ACTW-66 heeft reeds in 2015 een claim ingediend (Min.BuZa). Lijkt nu er op dat de Republiek zich nu als rechtmatige eigenaar claimt (Onze zaak wegkaapt). Waarom nu pas? als ACW-66 reeds in 2015 met deze kwestie bezig is, dus acht jaar geleden reeds onder de aandacht heeft gebracht aan het Kabinet en sinds 15 maart 2022 de Tweede Kamer. Veel geld en werk erin hebben gestoken.

In 2016 had ACTW-66 een persoonlijk onderhoud gehad met de president Jokowi van de republiek Indonesië. Hierbij werd ICM Persverklaring afgegeven alsmede werd ACTW-66 onder de aandacht gebracht, en de stukken overhandigd. De president ontbood mij, dit heb ik gedelegeerd aan de heer rip Marshall Manengkei die gestationeerd was in Jakarta.

Met het onderzoek van het Traktaat kwamen vele zaken boven water drijven o.a.;

de inval 1947/1948 ( geen politionele acties),

de gepleegde oorlog misdaden,

en Hari Merdeka (Onafhankelijkheid van de republiek) naar 17 augustus 1945. Tot slot de Nieuwe Guinee kwestie.

Nimmer heeft de Overheid een onderzoek ingesteld periode 1947 – 1963 aangaande de Nederlandse Indische burgers ( Nederlanders, Indische-Nederlanders, Molukkers en van Joodse afkomst). Dit werd nadrukkelijk aanbevolen door het Rapport van Gaalen (Herstel betalingen). Alleen over de thema’s economie en militairen !

Het was de Overheid aan gelegen om deze periode niet in beeld te brengen door zich nadrukkelijk te richten op de periode 1942-1945 gedurende 62 jaren dit was het beleid van Kabinet Drees om deze periode onder de radar te houden of het nooit heeft bestaan. De Overheid (Kabinet Drees) was terdege bewust welke juridische claims boven hun hoofd hingen gedurende de zestig jaren vanuit de republiek Indonesië met als onderdeel het verdrag Traktaat van Wassenaar. Helaas moet ACTW-66 concluderen dat Nederland (Kabinet Drees) de agressor is. Geldt ook voor Japan kwestie. Kon. Wilhelmina heeft Japan de oorlog verklaard, die hebben geleid tot de bewezen ontstane oorlogsschade van de Republiek en hun eigen onderdanen (NIB-Burgers) die al hun bezittingen en banktegoeden hebben verloren

Anno 2015 komen de misstanden na 55 jaren boven drijven na melding van een abonnee op de redactie van ICM die ACTW-66 opstart . Met het Traktaat met XTC de deur openende naar alle misstanden door Kabinet Drees veroorzaakt. Met name de Burgers werden voornamelijk de dupe die tot op heden op de oorlogsschade vergoedingen wachten die huis en raad hebben verloren .

Er spelen nu drie kwestie (dossiers) :

a) Het verdrag traktaat van Wassenaar geratificeerd tussen de republiek Indonesië, Nederland betrekking op de NIB – Burgers. In 2015 werd Min.BuZa aangesproken. Hier heeft Bert Koenders opdracht aan NIOD (oorlogsmisdaden). Zijn opvolger Stef Blok dook weg en gooide zijn beleidsambtenaren voor de trein. Februari 2020 Verzoek Tweede Kamer aanbieding 15.000 handtekeningen plus rapporten met verhalen (bewijsmateriaal) . Op 15 maart 2022 in de Tweede Kamer aangeboden. Tot op heden is het stil in de Tweede Kamer.

B) November 2022 NIOD Rapport oorlogsmisdaden, Maart 2023 Excuses aangeboden en oorlogsschade compensatie aan 97.610 nabestaanden.

C) Erkenning 17 augustus 1945 , heeft juridische consequentie, compensatie van de geleden oorlogsschade.

Onduidelijk is nu welke schade / compensatie Indonesië wenst. Zeker als de Eerste Kamer zich moeten buigen om in te stemmen en Willem Alexander akkoord moet geven voordat de claims kunnen worden ingediend.

De delegatie ACTW-66 staat op het stand punt dat Eerste Kamer Wetten en Verdragen controleert en zo nodig bijstelt. Hierbij geldt dat voor Traktaat van Wassenaar sprake is van Verdrag gesloten in september 1966 voor een klein deel is uitgevoerd zijnde 39 miljoen guldens. Niet uitgevoerd is 600 miljoen gulden plus 4,2 miljard guldens. Bijstellingen zijn van toepassing op de actualisatie de waarde van de bedragen van 1966 naar 2023.

De vraag blijft voor categorie B en C , vallen deze onder het verdrag Traktaat van Wassenaar, of betreft een nieuwe wet of verdrag omdat de Minister President Mark Rutte zich in de Tweede Kamer heeft uitgesproken en heeft beloofd onlangs in maart van dit jaar, en aan excuses aan de Indonesische volk. Of wordt dit politiek opgelost naar de toekomst toe? In principe heeft de republiek Indonesië zich geconformeerd met het RTC tegen finale kwijting van 689 miljoen, maar ook Nederland heeft zich niet aan Verdrag gehouden.

ACTW-66 delegatie maakt nadrukkelijk een kanttekening links – of rechtsom de geleden oorlogsschade van de 341.000 Nederlandse Indische Burgers (Nederlanders, Indo-Euopeanan, Molukkers, en van Joodse afkomst) die periode 1947-1963 in de republiek verbleven die al hun bezittingen hebben verloren, dit valt onder Oorlogsverdragen. Oorlogsverdragen zeggen dat de “Agressor, in deze Nederland) alle oorlogsschade moet vergoeden, of vooraf kan het land ( In deze Indonesië) aan de burgers de schade compenseert. Dit heeft de republiek ook uitgevoerd; 4.2 miljard periode 1952 – 1959 en 689 miljoen periode 1969 – 2003. Echter Nederland heeft de schadevergoeding tot nu nimmer uitbetaald.

De republiek Indonesië staat in hun recht om deze gelden 4.2 miljard + 689 miljoen terug te vorderen. Daarboven op de 128 miljard. Kabinet Rutte (Drees) zich niet heeft gehouden aan de afspraken. Maar het ontslaat de republiek Indonesië niet van hun verplichting om als nog de bedragen uit te betalen aan de gedupeerden via ACTW-66 organisatie. Voor zich spreekt dat de waarde van de bedragen dienen te worden geactualiseerd naar nu, en van de gulden naar de Euro. Berekeningen laten zien dat om ongeveer 30 miljard gaat.

ACTW- 66 hoopt in de ontstane miscommunicatie van de republiek Indonesië die helderheid te brengen dat om drie verschillende zaken/kwesties gaan. Wanneer het aspect prioritering wordt ingebracht dat ACTW-66 boven aan de lijst staat ter uitvoering gaat om bestaande verdrag immers al ruim 60 jaar wacht op uitbetaling.

Onduidelijk is nu wat heeft Markt Rutte erkend dat nu eerste in de Eerste Kamer wordt behandeld en koning het akkoord geeft, immers is alleen het verdrag traktaat van Wassenaar leidend, die op voorraad een claim heeft ingediend. Moeten constateren dat de Republiek nu pas met een claim komt, immers met RTC al heeft geschikt.

Graag Uw reactie.

Ferry Schwab vz. Actw -66

CC. Delegatie ACTW-66 Dhr. Rob Andreas, Dhr. Paul Vasseur en 15.000 Petitionarissen --  President Joko Widodo, mw. Retno L. P. MARSUD , Dim. Minister President Mark Rutte, Vz. Eerste Kamer. Prof.dr. J.A. Bruijn (VVD)

Lees verder…

Blog Topics by Tags

Monthly Archives