Ferry Schwab's berichten (2037)

Sorteer op

SLOT - HET OOSTINDISCH KAMPSYNDROOM van R. Kousbroek


SLOT - HET OOSTINDISCH KAMPSYNDROOM
van R. Kousbroek

door  

ICM-  Columnist / respondent  Pjotr Xerxes Siccama

foto- Massaslachting door de Japanners in Nanking 1937.

10897299084?profile=original

 

In het begin van het werk Het Oostindisch kampsyndroom begint de schrijver literair en poëtisch zelfs en af en toe met bijzondere humor. Humor die wij zo van de schrijver kennen. Echter naarmate de jeugdherinneringen van de schrijver van zijn geliefd geboorteland, het voormalige Nederlands Indië door de auteur zelf detaillistisch wordt ontrafeld en Kousbroek de volwassen leeftijd bereikt, wordt de toon kwaadaardiger en de beelden nog intensiever alsof hij een oud filmmanuscript uit de vergetelheid gered schijnt te hebben ter (her)vertoning aan de Wereld.

Dat de wereld van de auteur ernstig en heftig is geweest is duidelijk. Het grote Nederlandse publiek heeft er danig kennis van genomen op een manier waarop hij later in tal van zijn werken uiting heeft gegeven.

Het is ook het begin van talloze tirades tegenover allen en diegenen die met de geschiedschrijving/herdenkingen van WO II te maken hebben gehad: niemand wordt gespaard en niets blijft bespaard.

 

Het is opmerkelijk, maar niet onbegrijpelijk dat de schrijver de kern van zijn irritatie en zijn grootste aanval voor de afsluiting van zijn werk heeft bewaard: en die aanval treft, naar de mening van Kousbroek de onfortuinlijke Bergamini. Bergamini, de schrijver van het boek ‘’The conspiracy of an Empire’’.

Niet onbegrijpelijk, omdat Kousbroek in het boek van Bergamini dat hij uiterst controversieel vindt, grond heeft gevonden om zoals hij zelf zegt “pertinente onjuistheden” bevat. En daar gaat het hier juist om. Kousbroek hield niet op om met uitspraken van geschiedkundigen – het zijn er slechts een handjevol – te komen aandraven door oneliners te exclameren bij monde van deskundigen, zonder ze ook maar nader te vragen en te verklaren en uit te laten leggen waarom ze dat vinden.

En die houding van de schrijver is naar mijn idee zelf al bedenkelijk, zeker wanneer je andere geluiden en meningen over dit onderwerp niet vermeldt.

Bergamini werd door Kousbroek verguisd. Maar waarom die hostiliteit van Kousbroek tegenover de schrijver Bergamini? Had bergamini zijn gedegen onderzoek niet juist gedaan of slecht geïnterpreteerd of verkeerde conclusies getrokken? Volgens Kousbroek is dat het geval, maar het komt niet bij hem op om zelf na te vorsen hoe die gegevens van Bergamini precies tot stand zijn gekomen. Heeft Kousbroek dat ook gedaan? Het antwoord is: nee.

 

Bergamini heeft immers volledige toegang tot belangrijke personen (die in directe contact stonden met de keizer) aan het hof, die hij in vertrouwen  heeft gesproken.Kousbroek heeft  bijvoorbeeld nooit leden van het hof aasn zulk een ondervraging gehoord.  De geïnterviewde personen aan het hof hebben naar het schijnt wel uidrukkelijk verzocht om de informaties anoniem weer te geven.

Het is niet de bedoeling van mij om Bergamini bij voorbaat in bescherming te nemen, maar het zijn de ongerijmdheden van Kousbroek die mij tot bescheidenheid manen.

Uit de gesprekken met de hovelingen komt naar voren dat de keizer wel degelijk op de hoogte was geweest van ieder regeringsdetail (!) en voortdurend contact heeft gehad met hoge ambtenaren (en generaals).

Kousbroek kan niet verkroppen door te stellen, dat Bergamini met deze – toch bijzondere informaties van de hovelingen – “.. nu op zoek ging naar dé (of in elk geval een) (PXS) keizerlijke samenzwering..” (cit. Kousbroek). Het is namelijk juist het woord ’samenzwering’ in het boek van Bergamini dat Kousbroek onmiddellijk in de gordijnen jaagt.

Hoe het ook zij, Bergamini kan in de ogen van Kousbroek, dat is wel duidelijk gebleken – niets, maar dan ook niets goeds doen. Alles schijnt volgens hem onzin. Met name de beschuldiging van Bergamini dat er wel degelijk een (keizerlijke) samenzwering heeft bestaan, is Kousbroek even te veel.


Ik merk bij Kousbroek een zekere wrangheid, wellicht een zekere jaloux de métier(?), omdat hij zelf niet die gegevens – die Kousbroek zeer bedenkelijk vindt -  in handen heeft gehad die Bergamini heeft verzameld. Of zijn er soms andere zaken die Kousbroek bezighield. Dat Kousbroek historici en velen tegen de schenen aan heeft geschopt en  deskundigen tegen elkaar uitspeelt, heeft iets bizars. Met name de vasthoudendheid aan de onschuld en/of de directe verantwoordelijkheid en betrokkenheid bij alle oorlogshandelingen van Hirohito waar geen hond in gelooft blijft opmerkelijk.  Zo hekelt de schrijver - en herhaalt dit telkens weer  - dat de algemene mening het over “..van wat algemeen bekend was”, spreekt. Iets wat hij niet en nooit zal begrijpen van geschiedschrijvers die zich daarop beroepen. Is het koppigheid? Of hebben andere gezichtspunten onder andere van andere deskundigen en onderzoekers - over dit onderwerp helemaal geen waarde meer? Mogelijk wil de schrijver zich zodanig profileren in de geschiedschrijving van een Wereldgebeurtenis waarin zijn visie historisch wetenschappelijk waarde zal hebben?

 

In een vorige column van mijn hand wees ik al op het, in mijn ogen controversiele ’lidmaatschap’ van Hirohito toegekend door de Royal Society voor ‘zijn ontdekkingen’ op het gebied van de zee-microbiologie. Ik zal dit hier niet opnieuw herhalen.

Kousbroek neemt op voor de keizer en daarin gaat hij heel ver.

Ik zie Kousbroek meer als een soort souffleur de l’empereur en lijfwacht tegelijk; zeker wanneer men alles van wat Hirohito heeft gedaan in een soort grafiek weergeeft, de man gewoon als een goed en normaal mens uit de bus komt – volgens Kousbroek dan.

 

Terug naar de schrijver Bergamini.

Bergamini was in Japan geboren en verbleef daar tot ongeveer zijn 9e of 10e jaar en schreef zijn boek Japan’s Imperial Conspiracy, omdat hij, zei hij zelf, al als kind zich de vraag heeft gesteld waarom toch zo’n vredelievende (toen in zijn herinneringen als kind in dat land) natie met zo’n mooie cultuur, zo vijandig tegenover de Wereld kon staan. Met die vraag had hij zich al een tijdje beziggehouden. 

 

Kousbroek irriteert zich mateloos aan het feit dat, vóórdat het boek van Bergamini uitkwam, een voorpublicatie, een soort excerpt in de VS bekend werd, velen al positief hebben geoordeeld. De tekst van de voorpublicatie had Kousbroek mogelijk ook onder ogen gehad.  De Nederlandse deskundigen (Vos en Röling), waren, voordat het werk van Bergamini werd gepubliceerd, heel wat voorzichtiger om op de voorpublicatie  een oordeel te geven, omdat ze nog niet de beschikking hadden over de volledige tekst, maar zeiden wel dat ze de uitgave “met cynisme zullen bestuderen.” Men kan iets niet objectief bestuderen wanneer je bij voorbaat al bevoordeeld bent, dunkt me.

Maar de schrijver Bergamini is duidelijk niet bepaald een favoriete auteur van Kousbroek. In zijn constante aanvallen op Bergamini’s werk somde hij vele kleinigheden op om Bergamini nog zwarter te maken en dat op een kinderachtige manier, alhoewel hij, merkbaar voor een goede lezer deze met raffinement formuleert.

 

Bergamini’s boek draagt de titel: “Japan’s Imperial conspiracy”.

De titel suggereert veel luciditeit over de inhoud. En de hoofdpersoon in dit werk speelt volgens de auteur dan ook dé hoofdrol.

Met de hoofdpersoon wordt Hirohito bedoeld, de auctor intellectualis die dit alles op zijn geweten heeft; dat wil zeggen dat hij, Hirohito het allemaal heeft bedacht: een samenzwering en geënsceneerd door de keizer zelf. Wat voor bewijzen Bergamini daarvoor in handen heeft gehad, blijft duister en dat irriteert Kousbroek; daar heeft hij, toegegeven wel een zekere punt.

Met name het idee van een door Hirohito zelf bedacht scenario, gesteld door Bergamini, heeft Kousbroek moeite mee en hij neemt het voor de keizer op.

 


Immers, zegt Kousbroek, de keizer wist niet eens dat Mansjoerije door Japan met een verassingsaanval (en agressie) was ingenomen (!). Maar even later werd de keizer geïnformeerd dat zij (de Japanners) nu naar het zuiden van het vasteland oprukken, waarop de keizer vroeg: “.. hoe lang het dan zou duren.” Zeer opmerkelijk als men van de veronderstelling uitgaat dat de keizer van niets wist.

Het werk van Bix echter over dit specifieke onderwerp overigens werd door het Amerikaans publiek nog positiever ontvangen dan het boek van Bergamini; terwijl men dat van Bergamini niet kan zeggen. Maar waar ligt het precies aan?

In een interview met de auteur Bix legde hij uit waaraan het kon liggen; somde  een aantal zaken op waarom  met name in zijn opvatting van de geschiedschrijving  zijn visie ‘’aanvaardbaarder’’ en dus genuanceerder is dan dat van Bergamini.

 

Mogelijke aanwijzingen hiertoe in het boek van Bix zijn onder andere het volgende op te maken: 1. het voorstel van Mc.Arthur om de keizer in die cruciale momenten direct aan het einde van WO II, een ‘zekere’ bescherming te bieden. (lees volledig aan de zijde van de VS te krijgen en te houden) (niet te vergeten dat deze plannen toen onder de grootst mogelijke geheimhouding werd gehouden- voor de buitenwereld was het gissen wat er met het Japanse gezag zou gaan gebeuren). En die ‘bescherming’ was noodzakelijk en past in het Amerikaans schema; zeker nadat de VS allerlei  (geheime) inlichtingen had verzameld met betrekking tot de oprukkende Communisten van de Sowjet Unie en China en dat de plannen van de VS voor Japan nagenoeg operationeel. – Punt 2: Er lag dus een ander gevaar op de loer en de bezettingsmacht in Japan (voornamelijk de VS) kon geen Japanse oproer nog erbij hebben mocht de Japanse constitutie – beter gezegd de monarchie – binnen 24 worden afgeschaft. Het was, naar het oordeel van de VS niet denkbeeldig dat er dan daarbij een ware revolte zou uitbreken geentameerd door de nog overgebleven fanatieke hoge militairen die er ongetwijfeld er niet voor terugdeinzen in te grijpen of zelfs nog erger: een coup te plegen. Punt 3: Men kan in dit geval onder deze omstandigheden (het afwerpen van de atoombommen op Hiroshima en Nagasaki was nog maar net gevallen waarbij de schock alom zeer groot was), lijken de plannen van de VS onder leiding van generaal Mc Arthur evenwel zien als een noodgreep; er moest bij de VS en de opdrachtgevers/bedenkers twijfel en een beetje paniek zijn ontstaan; het moet terug te voeren zijn naar serieuze aanwijzingen van  de inlichtingendiensten en de noodzaak tot snel handelen gezien de actualiteit van allerlei bewegingen (en niet in de laatste plaats van de nieuwe ideologie) op het vasteland. Punt 4: Deze Communistische beweging stond als het ware in de startblokken om direct voordeel uit te slaan, zodra de Japanse  plannen van de VS tot mislukken gedoemd zijn. Hun strategie was daar onder andere op gespitst.  En punt 5: Er scheen een immense stroom aan gegevens te zijn verzameld door diverse inlichtingendiensten van de geallieerden die de kern en doorslag hadden gegeven tot hun beslissing voor de ‘’hervorming’’ van Japan. Alle reden dus om de plannen voor het hervormen van Japan constitutioneel te wijzigen en in te richten waarbij de tijd volstrekt crucial is geweest. De VS kon zich in die ontstane situatie bij wijze van spreken niet veroorloven maar een seconde te verliezen met het uitvoeren ervan.

 

De auteur Herbert Bix, een Japan deskundige die in Tokyo doceert, heeft in zijn boek: “Herbert Bix and the making of a modern Japan” over Hirohito afgerekend met de mythe dat de keizer onschuldig zou zijn in de WO II; maar Bix wordt in het werk van Kousbroek opvallend niet of amper genoemd, laat staan geciteerd.

In feite heeft Bix in tal van zijn onderzoeken en beweringen, de eenzijdigheid of ressentiment, zo men wilt, van Kousbroek al blootgelegd. Kousbroeks tirades over onder andere Wim Kan

 (aantijgingen - zelfs zeer kwetsend - waren niet mals), Nederlandse en (voornamelijk) Duitse politici mede de kopstukken van de Indo/Europese gemeenschap, (de Indo/Europese gemeenschap eveneens) blijken nu helemaal niet relevant meer en van de wijsneuzen, deskundig of niet lees je geen nieuwe feiten of onthullingen: kortom algehele stilte. Waar zijn ze in hemelsnaam gebleven?

 


Het fenomeen van wat zich in het brein van Kousbroek heeft afgespeeld lijkt misschien interessant, maar is het niet: de schrijver heeft zijn eigen idee gevormd van die Wereld die ook hem gevangen houdt en zichzelf een visie ingeprent die bezijden de waarheid ligt.

 

Bij de herdenking van de Japanse gruwelijkheen in Nanking (China) houdt Japan nog steeds vol dat  er helemaal geen slachting had plaatsgevonden. (zie tekst: Reuters hieronder afgedrukt)  De ontkenning is vanzelfsprekend al een grove belediging tegenover China – nota bene het buurland en jegens de Wereld. Het is hetzelfde wanneer Duitsland ontkent dat er nooit vernietigingskampen hebben bestaan.

Mizoshima kan aan zijn toehoorders en de Japanse jonge generatie nu uitleggen dat het Japanse volk  toch “im Grunde” niet die beschaving heeft wat een weldenkend mens eronder verstaat.

 

10897299297?profile=original

10897299868?profile=original

Foto links David Bergamini – auteur van

‘’Japan’s Imperial Conspiracy’

Foto rechts     Herbert Bix, auteur van “Herbert Bix and the making of modern Japan”.

 


10897300655?profile=original

Foto Douglas McArthur met Hirohito,

10897300267?profile=original

 Japanse executieplaats in Nanking 1937.

 10897299084?profile=original

Massaslachting door de Japanners in Nanking 1937.

10897301091?profile=original

 Massaslachting door de Japanners in Nanking 1937.

10897301277?profile=original

De Chinese herdenking van de massaslachting door de Japanners in Nanking. (plaquette met 300.000 slachtoffers). Dit mogen we nimmer vergeten.

10897301482?profile=original

Een onvergeeflijke daad door de buur van China, Japan, gepleegd.

Visitors place candles to create the Chinese character ''peace'' in the new section of the Nanjing Massacre museum, as part of a ceremony marking the 70th anniversary of the Nanjing massacre in Nanjing December 13, 2007.

 

TOKYO (Reuters) - Japanese must spread the word that they committed no massacre at Nanjing, a film director told a symposium on Friday, a day after China marked the 70th anniversary of the incident in which it says 300,000 died.

Satoru Mizushima's new movie, "The Truth About Nanjing", premieres in January. It is an attempt by Japanese nationalists to counter a series of foreign films, made to coincide with the anniversary, which tell of the carnage which followed the fall of the Chinese Nationalist capital to Japanese forces in 1937.

One film has been shortlisted for a documentary Oscar.

For China, how Japan remembers the so-called Rape of Nanking, as the city was then known in the West, has become a test of how contrite its neighbour is about its brutal occupation of much of the country from the 1930s up to 1945. Seventy years on, the former foes still cannot agree on what happened.

"There is one indisputable fact: there was no massacre at Nanjing," Mizushima told an audience of mostly elderly men after they had stood to sing the national anthem. "We don't want our children to grow up thinking Japan is a barbarian country.

"A preview of the highlights of the film, which is backed by ultra-conservatives including Tokyo governor Shintaro Ishihara, included newsreel footage of Japanese Imperial army officers entering Nanjing on horseback while soldiers stand to attention.

" invented by Americans and Europeans living in Nanjing at the time.

10897302082?profile=original

 

10897302293?profile=original

NASCHRIFT

 

Uit het grote werk van R. Kousbroek heb ik op het eind van mijn serie commentaren gemeend een aantal kernwoorden te moeten halen. Kernwoorden die hoofdbestanddelen vormen in het immense werk en belangrijke onderdelen zijn geworden. Deze onderdelen zijn bijvoorbeeld de misverstanden die bij velen (zowel de Indisch/Nederlandse gemeenschap en andere  Indo/Europeanen als bij de Hollanders die geïnterneerd waren door Japanners tijdens WO II en de oorlogsverschrikkingen aan den lijve hadden ervaren), zijn ontstaan over het historisch beeld (in de geschiedschrijving met name) dat ze hadden en veelal nog hebben van de bezetting door Japan van het voormalig Nederlands Indië: het begin van de WO II in de Nederlandse kolonie.

Voor de Hollandse kolonialen en de Indo/Europeanen was deze bezetting dermate traumatisch, dat ze na de oorlog, nog in shock verkeren, denkend waarom zij in hemelsnaam allen slachtoffer (in  enge en tragische zin) zijn geworden van een (Aziatisch) volk – een buurland - waarvan niemand iets kwaads vermoedde. De schrijver tracht in zijn werk alles zo goed mogelijk op een rijtje te krijgen en het is hem in grote lijnen gelukt. De analyses van de tijdsperiodes en historische achtergronden hoe het zover kwam met Japan en het begin van het werelddrama wist hij met bronnenmateriaal en intensieve research in verschillende archieven helder weer te geven. Wanneer het ging om de oorlogservaringen en de verschrikkingen van groepen mensen, verschillende gemeenschappen en individuen, valt het telkens weer op dat de in het werk beschreven betrokkenen heel verschillende visies op na houden, zoals bijvoorbeeld hoe – in superlatieven - dat bij de een erger was geweest dan bij de ander. Het lijkt voor een buitenstaander op een competitie wanneer er bij voortduring dit soort vergelijkingen worden getroffen. Ik ben ervan overtuigd dat het van betrokkenen niet bewust de bedoeling was de dramatische gebeurtenissen constant in die verhoudingen te zien. Het ging immers om de oorzaak en de veroorzaker voor de tragiek in hun levens met alle gevolgen van dien: een traumatische klap waar men thans nog onder gebukt gaat en dat zich op diverse wijzen uit of zich in het geheel verbergt. Ik meen uit talloze bronnen en individuele verhalen te weten dat groepen mensen de schrijver een zeker gebrek verwijten, een onvermogen tot ‘invoelen’ (niet zozeer empathie) en het juiste begrip dat erbij hoort waarover hij veelal werd aangevallen.

 

Er is hier geen sprake van wie er gelijk heeft, om de simpele reden dat er door betweterigen (met inbegrip van historici) ook nog tegenstrijdige geschiedschrijvingen aan zijn toegevoegd wat dit alles voor eenieder nog vager en ondoordringbaar maakt. Immers, we kennen de schrijver als een felle polemist die graag provoceert.

 

In dit grote werk van de schrijver, heeft hij getracht, naar ik oprecht meen, zuiverheid en helderheid te verschaffen uit een periode die hem en ons in de duisternis en ellende heeft gestort. Desondanks geloof ik dat de schrijver zijn hart op  de goede plaats heeft en niet de bedoeling had mensen, groepen van mensen of gemeenschappen te kwetsen, ook al lijkt het anders te zijn opgevat of waargenomen door betrokkenen. Een verschil van opvatting of mening blijkt in de loop van zo veel jaren tot een groot misverstand te zijn uitgegroeid, wat ik zelf zeer jammer vind en betreur. Zelf heb ik dit werk met mijn kritieken becommentarieerd; ook ik ben met hem niet altijd eens en dat heb ik daar vaak laten blijken, niettemin blijft hij een groot schrijver.

Met dit werk heeft de schrijver een ware Sisyphusarbeid verricht. Een kostbaar document  geworden in de geschiedschrijving van het voormalig Nederlands Indië en de grote bijdrage aan de Nederlandse geschiedenis, wat veel lof verdiend.

 

ICM-  Columnist / respondent  Pjotr Xerxes Siccama

 

 

Lees verder…

10897302494?profile=original10897303084?profile=original10897302685?profile=original10897296273?profile=originalIndische perkara na 70 jaren wacht nog steeds op groen licht.

Iedereen kent de loop van deze moeizame gang van alle staatsscretarissen om de Indische zaak bij de collega's in de Tweede Kamer te brengen. Het lijkt erop dat ze dan opeens drukdoende zijn met andere belangrijke zaken. Een typisch management verschijnsel die vaak ook in bekende "scholen" als cases worden aangevoerd. Ik kan mij nog herinneren dat destijds de Geo (bestuursvoorzitters) van Philips met dit verschijnsel te kampen had. De managers die een vervelend probleem moeten oplossen in grote organisaties zoals banken en multinationals, zijn dan opeens drukdoende met het zogenaamd het blussen van hun brandjes. Echt toezicht is er niet en zeker ook nog als je paleis in Eindhoven is gezeteld, en wereldwijd ben je afhankelijk van de managers die weer uit het zicht van Eindhoven verdwijnen en zo hun eigen koers kunnen blijven handhaven. Ja, hier stak de oud-voorzitter van Philips met de bijnaam de stofzuiger (om de organisatie te verschonen van dit virus) een stokje voor! Persoonlijk zat hij bij de vertrekkende vliegtuigen op Schiphol, en stuurde diezelfde managers weer terug naar hun hok in Eindhoven, en was in 1 keer afgelopen met deze managers.

Ook een vriend van mij werd geplaatst in Nijkerk van eenmanszaak uitgeroeid tot BV met 12 vestigingen in het buitenland. Hij nam de zaken over als Interim-managers met als doel om ook voor opvolging te zorgen. Eerste wat hij deed in de begroting het schrappen van de buitenlandse dienstreizen van de managers. Helaas dit was een verkeerde maatregel, het bedrijf ging uiteindelijk te ziele. Twee uitersten kan je stellen.

 

Dit even terzijde om aan te tonen dat staatsecretarissen wanneer het te heet wordt onder hun grond ook dit sympthoonverschijnel vertonen.

Terug naar onze Indische Perkara (zaak). Laten wij de volgens staatssecretarissen op een rij zetten en beginnen met:

 

  • mw. C.I.J.M. Ross-van Dorp die bracht een vernietigend rapport (beleidsnota ergens 2007/2008) uit; Pur, Wubo en overige Indische regelingen moesten op de schop voor de komende vijf jaren afbouwend. Pelita was overbodig geworden. Stoppen van alle vormen subsidies aan de Indische organisaties o.a. IHC Bronbeek met startdatum 2009 - 2014. In deze 5 jaren is uiteindelijk alles weggesaneerd. Van Ross als Staatssecretaris wist wel na Het Gebaar in 2010 met voorstellen te komen in de Tweede Kamer als enige staatsecretaris. Tegen de achtergrond onder leiding van de bedenker van het nieuwe fraudegevoelige zorgstelsel dat ziekenhuizen en zorgverleners tot de eeuwigheid dubbele en fraude declaraties kunnen uitschrijven. Geen controle meer op declaraties door de zorgnemers. Eigenlijk ook niet te verwonderen de achtergronden van Ab Klink! Is net aan de kassa dat je alleen een totaalbedrag moeten betalen zonder bon!
  1. mw. dr. M. Bussemaker is nauwelijks aan een voorstel toe gekomen betreffende de Indische zaak voor de Tweede Kamer, en heeft geen overdrachtprocedure geregeld voor haar opvolger. In die acht maanden had ze wel tijd om haar eigen Indisch boek te schrijven pv de NIOD rapporten te bestuderen, constateerden dat al 10.000 andere schrijvers haar al voor zijn geweest bij het schrijven van Indische boeken. De val van het Kabinet Balkenende is de reddende engel geweest om die gang met voorstellen richting de Tweede Kamer te gaan.
  2. drs. M.L.L.E. Veldhuijzen van Zanten-Hyllner  maakte het helemaal bont. Leugens had ze nodig om ook de gang naar de Tweede Kamer te blokkeren. Uiteindelijk stond de meerderheid van de Tweede Kamer op voor haar leugenachtig gedrag dat een motie nodig was om haar leugens te elimineren, en op twee stemmen na die tegen waren.
  3. Staatsecretaris Martin van Rijn is de laatste. Hij beloofde veel. Inmiddels terugrekenend is ruim ander half jaar geleden dat begon met de overhandigen van 10.000 handtekening op 19 maart 2013 bij de Stille Tocht door Den Haag. Maar net als die "managers" van Philips vertoont hij diezelfde symptomen. Er wordt veel beloofd, is druk bezig, tegelijkertijd maant de Tweede Kamer Martin diverse keren om te komen met het "Indische Voorstel"; nu al drie / vier voor zich uitgeschoven, en onder dreiging van de Tweede Kamer dat hiervoor een Debat volgt. Ook zijn twee vrouwelijke voorgangers waren bevreesd om met voorstellen te komen dat hun imago wordt beschadigd als politicus.

 

Een goede observer ziet maar 1 lijn / beweging van al deze genoemde staatssecretarissen van VWS:

 

In spreekwoordelijke zin; de Indische zaak zit voor het stoplicht en stond op “groen” na Het Gebaar 2010. Met  het aantreden van Ross ging het stoplicht gelijk op "Rood", en niet eerst op "Oranje". U weet als automobilist dat van "Oranje" op "Rood" gaat. De drie staatsecretarissen staan nu voor "oranje". Het zal nooit op "groen" gaan, tenzij de stoplichten “buitengebruik” worden gesteld dan zal het overgaan op "Knipperend Oranje", en net als Rusissche roulette als deze weer in bedrijf komt is de kans 33 % groot dat het op "groen" komt.

 

Vult U zelf maar in wat ondergetekende hiermee bedoelt, en stuur Uw reactie naar Schwab@icm-online.nl

 

Lees verder…

magazine

'Troostmeisjes' op cover 'Days Japan'

‘Troostmeisjes’ op cover ‘Days Japan’

De Nederlandse fotograaf Jan Banning portretteerde enkele jaren geleden verschillende troostmeisjes, vrouwen die tijdens de Tweede door de Japanse bezetter tot prostitutie werden gedwongen. Foto’s die hij maakte zijn recent gepubliceerd in het Japanse tijdschrift Days Japan. Een van de foto’s siert zelfs de cover van het blad.

De publicatie is bijzonder omdat de geschiedenis van de troostmeisjes in Japan nog erg gevoelig ligt. De Japanse bezetter zag gecontroleerde seks in militaire bordelen tijdens de Tweede Wereldoorlog als een pragmatische maatregel om geslachtsziekten en grootschalige verkrachtingen te voorkomen. In 1993 werd wel officieel excuses aangeboden, maar in het land zijn nog veel mensen, waaronder veel politici, die het liefst zien dat die excuses teruggedraaid worden.

Dapper

In totaal werden tijdens de oorlog zo’n 200.000 vrouwen als ‘troostmeisje’ ingezet. De fotograaf vindt het dapperdat Days Japan, een gerenommeerd tijdschrift over documentairefotografie, zijn foto’s afdrukt.

Volgens Banning zal de publicatie van zijn foto’s in Japan vrijwel zeker zorgen voor ophef en discussie.

De foto’s werden in Nederland vier jaar geleden gepubliceerd in het boek Schaamte en onschuld.

Comfort Women on the cover of Japanese magazine ‘DAYS JAPAN’

hyoushi-10-2-1

 

On September 20, the Japanese photo magazine DAYS JAPAN will run a portrait of ‘Comfort Woman’ Wainem on its October cover, and 6 more inside pages about this subject. Wainem is an Indonesian woman who during WW2 was dragged from her home and forced to serve as (unpaid) prostitute for the Japanese military for two-and-a-half years. She and the others in the DAYS JAPAN publication were portrayed by Dutch photographer Jan Banning and interviewed by Dutch journalist Hilde Janssen for their books (and exhibition) Comfort Women and Schaamte en onschuld.

The publication will almost certainly lead to controversy in Japan. The subject of Comfort Women continues to be an embarrassment to Japan and an obstacle in its regional foreign relations, as Japanese officials deny that up to 200,000 ‘Comfort Women’ were pressed into wartime sexual slavery in military brothels in the countries that Japan occupied during WW2.

On July 24, 2014, the UN Human Rights Committee, composed of independent experts, (not for the first time) called on Japan to apologize to these women. But the next day, Tokyo rejected this UN call to accept the blame. A strong section of the political right, including Prime Minister Shinzo Abe, continues to claim that the brothels were staffed by professional prostitutes. These right-wingers assert that there was no evidence to corroborate the comfort women’s testimony on sexual slavery.

Proof that ‘Comfort Women’ were being forced to serve as sex slaves has been piling up for many years. In 1993, Japan started an investigation after which the then chief cabinet secretary, Yohei Kono, acknowledged that the Japanese military had been “directly or indirectly involved in the establishment and management of ‘comfort stations’” and that young women from China, Korea and Southeast Asia “in many cases were recruited against their will.”

The present government, however, wants to review this Kono statement. The recently appointed ultra-nationalist MinisterSanae Takaichi of Internal Affairs & Communication stated that she wants ‘to dispel false information reported worldwide that will continue to undermine the honor of the country and its people into the future.’

In this atmosphere of revisionism, Japan’s second biggest national (liberal) newspaper Asahi Shimbun came under attack, these last few weeks, because of a publication on comfort women dating back to 1982. In this article, a Japanese war witness, Seji Yoshida, confessed that he had ‘hunted up some 200 young Korean women on Seju island.’ In the 1990s, this confession turned out to be false. But only recently, in September 2014, the Asahi Shimbun came under heavy pressure from ‘revisionists’ to apologize for this 1982 article. Their negligence, the revisionists claim, has seriously affected Japanese dignity and honor. At the same time, they suggest that the forced prostitution story is untrue and that the Kono Statement should now be reviewed. Both the Asahi Shimbun and the UN deny this claim: there are many other testimonies and pieces of evidence of the existence of this form of state-organized forced prostitution.

In the light of these developments, The DAYS JAPAN magazine publication is a remarkable and brave act.

For the english version of DAYS JAPAN’s text, see all the way at the end of this post.

10_P14-19_Indonesia_seki_last.pdf

DAYS JAPAN 2014-10 Inside_2-Low

DAYS JAPAN 2014-10 Inside_3-Low

Sources:

Books:

Lees verder…

10897306463?profile=originalIndo Rock ons cultureel paradepaardje? (9)    door:  Albert van Prehn

Ik betrap me er steeds weer op dat ik die naam gebruik die ik eigenlijk niet wil noemen, maar het probleem is dat het zo is ingeburgerd dat je het, wil je het een beetje duidelijk uitdrukken, wel MOET gebruiken. Oké het is even als inleiding en dus gaan we nu over tot de orde van de dag en dat is mijn epistel voor het NICC Magazine.

Onze muzikanten die vanuit de begin 60er jaren de generaties hebben behept met de rock and roll zijn nu oude mannen geworden. Velen zijn ons helaas al ontnomen en de jongeren na hun spelen nog vrijwel op dezelfde manier en hebben nog steeds bijna dezelfde nummers in hun repertoire. Je kunt gewoon bij iedere indo band met een nummer uit  de  vervlogen tijden komen en

ze spelen het, ook zonder te oefenen. Ook is het zo, en dat heb ik al eerder als schrijver heb benoemd, de repertoire keuze is vaak een eenheidsworst. Ieder band heeft wel een deel van het repertoire van zijn collega’s. Het gevolg is dat je als publiek niet eens meer let op hetgeen de bands spelen, mijn indruk is dat het publiek gewoon bij elkaar komt om gezellig te dansen en minder let op de inhoud van de band en het repertoire.

Natuurlijk zijn er uitschieters want, als er een ding duidelijker wordt, is dat iedere band probeert anders te zijn. Zij kiezen dan in hun ogen een aantal nummers die anderen niet spelen. Hoe jammer is dat streven want binnen niet al te lange tijd zullen hun succes nummers elders worden gekopieerd zodat je weer een bijna eenheidsworst hebt.

Dus, wat in de kumpulans en pasar sfeer gebeurt aan muziek is jammer genoeg voor het overgrote deel reeds gehoord van anderen. Is het schuld van de bands, moet je je afvragen. Mijn mening is, ten dele zeker, want las band moet je lef hebben om je te profileren met een eigen op jouw band geijkt repertoire. Het probleem is dat je dan net niet wordt uitgenodigd om te spelen want het publiek wil bekende nummers horen en de organisator denkt hetzelfde, dus het vicieuze cirkeltje is weer rond. Die bands die hun eigen richting kiezen zullen vaak een ander circuit moeten kiezen en daar zijn enkelen succesvol mee, zoals MRP die duidelijk kiest voor een eigen lijn.

Is het zo belangrijk een afwijkend repertoire? Nee, niet echt moet ik bekennen, het gaat erom of je het leuk vindt en zolang je je er jouw plezier mee uit kunt halen moet je het zeker niet laten. Wat ik wel constateer is de hoeveelheid mannen die her en der in diverse bands spelen en hun diensten bij collega’s vervullen. Eigenlijk wel jammer want als band ben je min of meer gedwongen om nummers te kiezen die weer iedereen kent, want tijd om goed te oefenen is er vaak niet. Men valt her en der in en de gastband is er even mee gered. Is dit bevorderlijk voor onze muziek cultuur? Naar mijn mening niet, het is eigenlijk funest voor onze gevarieerdheid want meneer A die bij band A soleert zal zijn geluid en speelwijze ook bij de gast band laten horen en zanger A die ook in andere bandjes zijn zangpartijen doet is ook bij de gastband herkenbaar aan zijn stem geluid en vaak kiest hij ook nog zijn bekende repertoire. Niet echt wat je noemt uitnodigend als liefhebber van muziek en niet danser. Je hebt het al vaker kunnen horen en de verrassing is er snel van af.

Albert van Prehn en Andy Tielman

Ik ben er niet voor om veelvuldig van invallers gebruik te maken zeker niet, als het vocalisten of sologitaristen betreft. Hoe goed ze ook zijn, ze zullen elders precies hetzelfde klinken als in hun eigen band. Beter is om jouw band te formeren met vaste muzikanten die het geduld hebben om iets op te bouwen, grondig en met een doel. Vaak is geld een factor die ontrouw of Multi inzetbaarheid in de hand werkt. Jammer van de goede muzikanten en bands zeg ik altijd als ze in meerdere bands spelen, en eigenlijk duplicaten zijn van zichzelf. Ik ben voorstander van een band die zijn repertoire goed voorbereid, intens oefent en zich als een geoliede eenheid neerzet. Een stel muzikanten die een geheel eigen repertoire aanpakt en eigenlijk ook zijn eigen geluid, herkenbaar geluid neerzet. Gelukkig is het overgrote deel van onze bands wel zo, maar het is indo eigen om overal en nergens in te vallen, te spelen in verschillende bands en vergeten dat je beter met een ding goed bezig moet zijn, dan je overal half te profileren. Vandaar dat ik vaak de Nederlandse bands veel gestructureerder vind, meer een eenheid vormen en meer discipline vind tonen.

Op routine spelen en ervaring is leuk, maar of je daarmee nou echt een muzikaal hoogstandje mee bereikt is de vraag. Een band is een geheel dat moet voort denderen als een geoliede trein en niet een losse eenheid waar men afwacht wat de ander doet en maar voor de vuist weg speelt. Dat is zo te herkennen aan de structuren binnen de band, die vaak niet aanwezig zijn. We zijn bijna uitgespeeld, de tijd dat wij op de podia van kumpulans en pasars  ophouden met musiceren is nagenoeg nabij. Onze bezoekers worden oud en de laatsten zijn nu nog in staat om te komen, maar hoe lang duurt het nog? Ik geloof stellig dat als je als muzikant nog wat langer wil spelen je moet zoeken naar wegen om je te onderscheiden en keuzes moet maken. Je zult echt iets moeten vinden waar je meer uitspringt.

Uit de massa en zoals de meeste Hollandse bands, een eigen weg zoeken. Die hebben de formule al heel lang gevonden. Wat wij in ons Indische muzikanten wereldje nu nog doen is echt voor binnen onze danslustige gemeenschap, waar voor het grote deel ouderen bij betrokken zijn. Willen wij wel anders en kunnen wij wel anders? De vraag is of wij bereid zijn om te veranderen wat al zo lang een eigenschap is? Gewoon lekker spelen en ach als maar maak muziek dese.

 

Lees verder…

Boekbespreking, e-Books, CD en DVD - juni  overzicht per 24/09-2014

10897256497?profile=originalWim is weg – Rogier Boon.

Na 14 jaar is het gouden boekje “Wim is weg” weer verkrijgbaar. Het werd in 1959 geschreven en getekend door Rogier Boon, zoon van Jan Boon (Tjalie Robinson).

Het vertelt het verhaal van de kleine jongen Wim, die voor zijn verjaardag een rode driewieler krijgt. Hiermee trekt de jongen de wijde wereld in, maar verdwaalt. Dit is altijd een van de populairste boekjes geweest en was tussen 1960 en 2000 onafgebroken in herdruk. Toen de Gouden Boekjes serie in 2000 overging van De Bezige Bij naar uitgeverij Rubinstein, ontstonden problemen met de erven van Rogier Boon.  Nu zijn die gelukkig opgelost en “Wim is weg” is terug. Een aanrader!Adviesprijs: € 6,95.

10897256894?profile=originalDoor de ogen van het verleden – Dick Rozing. Op 15 augustus verscheen het fotodocumentaire boek Nederlands-Indië: Door de ogen van het verleden. Geograaf en auteur Dick Rozing heeft de geschiedenis van de foto-expeditie, die ruim 100 jaar geleden  plaatsvond  en  het  tot stand komen van de serie van  170 aardrijkskundige fotoplaten uitvoerig beschreven. In 1911 had uitgever Wagenaar Reisiger een missie. Leerlingen uit het voortgezet onderwijs moesten de pracht en de rijkdom van Nederlands-Indië kunnen zien. Het bestaande beeldmateriaal in het onderwijs was summier. Geen kleurige wandplaten, maar echte foto's moesten het ware Indië tonen. Het 128 pagina's tellende boek is ruim geïllustreerd. Archiefonderzoek heeft aangetoond dat niet alle 170 fotoplaten door één fotograaf zijn gemaakt. Ze zijn allemaal in het boek opgenomen, waarvan vele paginagroot. Op Bos-atlaskaarten uit 1910 zijn de plaatsen aangegeven waar de foto's zijn gemaakt. Tot slot heeft Rozing zeven hoofdrolspelers met korte biografieën in het zonnetje gezet. 

Het boek is in samenwerking met Stichting Pelita in Oegstgeest gerealiseerd. De fotoplaten en teksten uit 1912-1913 zullen gefaseerd op de website  www.doordeogenvanhetverleden.nl en de websitewww.virtueelindie.nl  verschijnen. Het prachtige foto-boek is te bestellen via de auteur:info@disckrozing.nl. De auteur zal uw exemplaar dan signeren. Prijs: € 24,95. Verzendkosten: € 4,36. Lees meer verderop in deze rubriek onder “Presentatie en Signeren”.

10897257489?profile=originalDe aanpassing – Eddy Lie. Een autobiografische roman met verhalen uit Bandung op Java. De hoofdpersoon, Dave, heeft zijn jeugd in Indonesië doorgebracht. Na zijn vlucht uit het kindertehuis leeft hij elke dag buiten in vrijheid met zijn Indonesische vriendjes. Spannende vliegergevechten op Java en het hoeden van karbouwen met zijn vrienden. In dit boek komen oost en west ruimschoots aan bod. De integratie van Dave en zijn leve in twee culturen lopen als en rode draad door het verhaal. Dave verhaalt over zijn onvrijwillige reis naar  Nederland  en  zijn  leven  inDrenthe,  waar  alle  meisjes  Alie schijnen te heten. Zijn vriend Ronnie leert hem over de Drentse cultuur en ook over de meisjes.Adviesprijs: € 18,95.

10897257864?profile=originalHet vergeten verhaal van     een onwankelbare liefde in oorlogstijd – Charles den Tex en Annelies Timmerije. Lienke en Guus Hagers hebben in elkaar de liefde van hun leven gevonden. In Nederlands-Indië zijn ze gelukkig, tot ook daar de oorlog doordringt. Guus is een goede gevechtsvlieger bij de Indische luchtmacht en wordt voor een korte missie naar Australië uit-gezonden.  Voor hij terug kan, valt Japan Indië binnen en wordt Lienke geïnterneerd. Drie jaar vecht de vlieger om terug te komen  naar zijn vrouw.  Hij raakt verstrikt in een smerig politiek spel. Na de oorlog worden ze herenigd en alles lijkt gelukkig. Echter Guus’ oorlogservaringen slaan een wig tussen hen in. Adviesprijs: € 19,95.

10897258097?profile=originalDe smalle weg naar het verre noorden – Richard Flanagan. Richard Flanagan schreef een meesterwerk over de gruwel van de oorlog en de onmogelijkheid van de liefde</b>Augustus, 1943. In een uitzichtloos Japans krijgsgevangenenkamp aan de Birma-Siam Dodenspoorlijn wordt de Australische legerarts Dorrigo Evans achtervolgd door een vroegere liefdesaffaire met Amy, de jonge vrouw van zijn oom.

Terwijl hij knokt om zijn manschappen van uithongering, cholera en andere wreedheden    te redden, krijgt hij een brief     die zijn leven voor altijd zal veranderen. De smalle weg naar het verre noorden is een gruwelijk mooi coming-of-age verhaal, niet alleen over de onmenselijkheden en de verschrikkingen van de oorlog, maar ook over de liefde in al haar vormen. Het is het relaas van een oorlogsheld die hunkert naar passie en erkenning, alleen maar om erachter te komen wat hij verloren heeft.Adviesprijs:     € 24,99

10897258666?profile=originalAls de tijd voor altijd stil zou staan. – Ivan Wolffers. Over leven, liefde, tijd en dood
‘Wat betekent “ik zal je nooit vergeten?”’ vraagt Helena, die tweeënhalf jaar oud is. Ze heeft die woorden in een liefdesliedje gehoord. Nooit, een woord dat net zo moeilijk is als altijd of eeuwig. De werkelijkheid ligt tussen even en oneindig en is tijdelijk. 

Misschien is dat wel het moeilijkste van kanker, dat je gedwongen wordt om je horloge gelijk te stellen met de werkelijkheid van de levensduur. Liever geloof ik in sprookjes over eeuwige jeugd en zing ik liedjes over liefdes die sterker zijn dan de dood.’ Dit boek is confronterend en ontroerend tegelijk. Erin lezen doet je nadenken over de belangrijke zaken in het leven en scheidt ze eenvoudig van de onbenulligheden. En dat is de kracht van het woord. Adviesprijs: € 19,95.

10897259056?profile=originalPionieren op Java – Peter Hellema. De geschiedenis van de Preanger Rubber Maatschappij, die in 1909 in Amsterdam werd opgericht. Het bedrijf bezat in Nederlands-Indië twee rubber-plantages op West Java. De commerciële exploitatie van rubberplantages was een nieuw fenomeen, het bedrijf moest in de praktijk uitvinden hoe dit het beste aangepakt kon worden. Dit pionieren gebeurde in Nederlands-Indië, terwijl de ondernemers probeerden om dit vanuit Amsterdam op afstand aan te sturen en goed te laten verlopen. Door de grillige rubbermarkt maakte de onderneming veel ups en downs mee. Toch hield het bedrijf zich staande en maakte het vele jaren winst. De Japanse bezetting en het ontstaan van de Republiek Indonesië luidden een definitieve verandering in. Maar het bedrijf ging door totdat het    in 1957 door Indonesië werd genationaliseerd. In 1987 werd het bedrijf uiteindelijk toch geliquideerd. Adviesprijs: € 19,95.

10897259075?profile=originalNiks te vrienden – Peter Makkes. Peter Makkes (1939) verbleef als kleine jongen in Indië. In dit boek vertelt hij over zijn ouders. Hoe die elkaar 80 jaar geleden ontmoetten, hoe ze in Nederlands-Indië terecht kwamen, over de oorlog in Azië, de twee concentratiekampen van de Japanners waar hij samen met zijn dappere moeder en twee broers in terecht kwam en over het jaar na de capitulatie van Japan. Eerst vermoedde hij niet dat de ontregelingen in zijn volwassen leven het gevolg konden zijn van de gebeurtenissen in het Jappen-kamp en de Bersiap periode na de oorlog. Hij ontdekte de diepere oorzaak en vond een oplossing.Adviesprijs: € 17,50.

10897259671?profile=originalIndië, Scheveningen, Indonesië – Rob Cassuto. Die meneer is   je vader. Met die woorden introduceerde de moeder na drieënhalf jaar Japanse kampen haar vijf jarig zoontje Rob (de auteur van dit boek) aan diens vader. Dit is een van de meest aangrijpende episoden uit dit boek. Het is de persoonlijke kroniek van zijn ouders. Tegelijk geeft het een beeld van de grillige 

politieke en maatschappelijke ontwikkelingen in Indonesië in die jaren. Het boek schetst ook hoe een deel van de seculair Joodse familie van de auteur op dein die barre tijd opgeroepen levens-vragen een antwoord vond in het Christendom.Adviesprijs: € 25,00

10897259294?profile=originalGroot vegetarisch kookboek – J.M.J. Catenius van der Meijden. Bespraken we in onze vorige editie het “Groot nieuw volledig Indisch kookboek” van deze auteur, hier een uitgave die uitsluitend  vegetarische  recepten bevat. Maar liefst 1001 recepten in een van de belangrijkste vegetarische kookboeken, met   als aanhangsel “De Indische Rijsttafel”, waarvan de eerste druk in 1918 verscheen, van een vermaard schrijver. Adviesprijs: € 40,50.

10897260253?profile=originalAmbachtelijk Culinair – Tim Hayward. Waarom zou je doe-het-zelven in de keuken? Omdat het leuk is. Koken is een avontuur en een heerlijke manier om je handen vuil te maken. Bovendien raken oude vaardigheden zoals karnen, zouten en inmaken steeds meer in de vergetelheid. Vandaar dit boek, dat laat zien, dat experi-menteren en klungelen in de keuken ontzettend leuk is. Dit boek beschrijft hoe je terug kunt gaan naar een duurzame manier van je eigen eten maken. De basis van zaken als karnen, inmaken, roken, zouten en drogen krijgen weer  betekenis.  En  als  je  deze technieken een beetje onder de knie hebt, gaat er een nieuwe wereld voor je open. Dit boek is niet speciaal Indisch, hoewel toch ook Atjar maken een vorm van inmaken is. Goede beschrijvingen van hoe je eigen boter en kaas kunt maken, en bloedworst, sleedoorngin en graved lax. Maar ook hoe je vis en vlees kunt drogen of roken, verse groenten en fruit kunt inmaken, verse kruiden kunt conserveren, een zuurdesemstarter kunt maken voor het lekkerste brood dat je ooit gebakken hebt, enz. Een “must have” in iedere keuken. Adviesprijs: € 29,95.

*

e-Books,  CD & DVD

10897260465?profile=originalDe vlucht van een paradijs-vogel – Marlies Dinjens en Stan de Jong. In de ochtend van 16 juli 1957 crasht een Lockheed Constellation bij Biak, een eiland van Nederlands Nieuw Guinea.

Slechts tien mensen overleven de ramp, waaronder het complete gezin De Rijke: vader Olaf, moeder Nel en hun drie kinderen. De overlevenden worden door de Papua’s uit de zee gered. Dochter Hannie is het zwaarst gehavend en moet met lichamelijke littekens en een trauma zien verder te leven. Dit boek schetst de buitengewone geschiedenis van familie De Rijke en voert de lezer langs het koloniale leven op Java, de Jappenkampen, repatriëring en verblijf in Kamp Amersfoort, het verzet tegen de Japanse én de Duitse bezetter en de boeiende episode in Nieuw Guinea. E-book. Adviesprijs: € 9,99.

10897260861?profile=originalGeknakte bloem – Marguerite Hamer-Monod de Froideville.  De waargebeurde verhalen van acht vrouwen die gedurende de oorlog in de Japanse kampen werden gedwongen te werken aks seksslavinnen, de zogenaamde troostmeisjes.Hartverscheurend zijn de verhalen, vol verdriet, frustratie, angst en het trauma van het verschrikkelijke misbruik. Ondanks dit trauma en het ontbreken van enig begrip in Nederland, is het doorzettings-vermogen van deze vrouwen onbegrensd. Het e-book vormt een stuk van de Nederlandse geschiedenis dat nooit vergeten mag worden. Met een voorwoord van Willem Nijholt. Alle opbrengsten van dit e-book komen ten goede aan de Stichting War Child. E-book.Adviesprijs:   € 9,95.

Onze koloniën – DVD. Deze 3-DVD box bevat een selectie van de mooiste en meest indrukwekkende afleveringen over Nederland en haar koloniën uit de populaire TV serie “Andere Tijden”. De DVD box neemt u mee terug naar het recente verleden en behandelt een aantal opvallende kwesties. Zo ziet u onder andere hoe de orde op Celebes hersteld moest worden door Nederlandse troepen,hoe Prins Bernhard zich actief bemoeide met de Nieuw-Guinea kwestie, hoe in 1975 enkele tienduizenden Surinamers naar Nederland kwamen, wat onder andere in het Zeeuwse Stravernisse tot hevig verzet leidde. En nog veel meer. Adviesprijs: € 18,99.

10897260884?profile=originalDe reis van mijn leven – DVD Wouter Muller. De teksten van Wouter Muller vertellen het verhaal van ruim 300.000 Indische Nederlanders. Het verlies van hun geboorteland, het noodgedwongen  vertrek naar het kille Nederland, de eenzijdige aanpassing van de eerste generatie en de prijs die ze daarvoor betaalden. Maar ook de gevolgen van een verzwegen verleden voor de volgende generatie. Met fragmenten uit live-concerten en interviews maakt Wouter Muller deze geschiedenis toegankelijk voor een breed publiek. Een reis door het leven. Ontroerende ballads en swingende rock nemen een voor velen herkenbare reis. Hij bracht al eerder 5 succesvolle CD albums uit. Na vele verzoeken is dit de eerste DVD over zijn passie en zijn muziek. Adviesprijs: € 18,99.

10897261098?profile=originalDodelijk spoor  - DVD. Deze 2-DVD box bevat twee documentaires. 1. Op dood spoor van Henk Hovinga en 2. Spoor van 100.000 doden. DVD 1: ze stierven als ratten aan uitputting, malaria, dysenterie, beri-beri en tropische zweren. Maar in het jaar dat Japan capituleerde en de Japanse zon eindelijk onderging, kwam de Birma-Siam spoorweg uiteindelijk toch klaar. Het relaas van krijgsgevangenen die onder het sadistische geweld van Japanse  én  Koreaanse  bewakers een spoorweg moesten bouwen in een groene hel vol slangen, bloedzuigers, tijgers en miljarden muskieten. Ondanks dat de spoorweg klaar was, heeft er na september 1945 nooit meer een trein gereden. DVD 2: We volgen de veteranen Felix Bakker en Hans Wessels en de kleinzoon van Eduard Johannes, een van de meer dan 3000 Nederlandse doden van de Birma-Siam spoorweg. Historische beelden, animaties en persoonlijke verhalen wisselen elkaar af. Een film van de journalist en documentairemaker Twan Spiers. DVD box te bestellen bij:www.doublemotions.nl. Adviesprijs: € 16,99. E-mailadres: info@doublemotion.nl

10897261692?profile=originalHell Ships – DVD. Meer dan 20.000 Nederlandse, Australische, Britse en Amerikaanse militairen en een onbekend aantal Aziatische dwangarbeiders hebben hun leven verloren aan boord van Japanse schepen, die de bijnaam Hell Ships kregen. Deze 2-DVD box bevat drie documentaires: Hell Ships naar Flores en de Molukken, Hell Ships naar Sumatra en Hell Ships naar Thailand. Een van de beruchtste transporten was dat van de Junyo Maro, die door een Britse onderzeeër getorpedeerd werd met ruim 5600 doden als gevolg. Een ander drama speelde zich af met de Suez Maru, die door een Amerikaanse onderzeeër werd aangevallen. Alle drenkelingen van dat schip zijn door de Japanners in het water geëxecuteerd. De drie documentaires vormen een monument voor de slachtoffers en zijn een eerbetoon aan hen die wisten te overleven. DVD box is eveneens te bestellen bij: www.doublemotion.nl.Adviesprijs: € 16,95.  info@doublemotion.nl   

*

Presentatie & Signeren

Liefde als ruwe diamant – Henk Harcksen. De auteur houdt in samenwerking met het Mariniersmuseum in Rotterdam een signeersessie ter promotie van zijn nu al succesvolle boek: “Liefde als ruwe diamant”.

Voordrachten worden gegeven door onder andere: Dr. P.E. van Loo (Nederlands Instituut voor Militaire Historie), Anne C. Tjepkema, (kolonel-vlieger bd en oud docent aan de defensie academie promovendus van de Universiteit van Amsterdam) en Frank E. van Kappen (generaal-majoor der Mariniers bd). Deze signeersessie wordt gehouden op 25 oktober 2014, aanvang 14.00 uur. Adres: Wijnhaven 7 – 13, 3011 WH Rotterdam.

10897261494?profile=originalConfucius De Gesprekken – Kristoffer Schipper. Confucius (551 – 479 v. Chr.) is naast Lao Zi de beroemdste filosoof van China en de grondlegger van de humanistische levensbeschouwing.

Deze heeft China eeuwenlang gekenmerkt. “De Gesprekken” zijn de meest toegankelijke bron van zijn denken. De laatste tijd zijn de denkbeelden van Confucius weer erg populair geworden, vooral sinds de wereldwijde omwenteling die voortgebracht werd door veranderde levensbeschouwingen vanaf de jaren zestig en zeventig van de vorige eeuw. Kristoffer Schipper (1934) houdt een signeersessie bij Boekhandel Paagman. Aanvang: 19.00 uur. De datum is 14 oktober 2014. Adres: Frederik Hendriklaan 217, 2582 CB Den Haag.

Door de ogen van het verleden Dick Rozing. Geen signeersessie of presentatie. Wel verzocht de auteur  de  redactie om melding te

maken van zijn behoefte om in het land lezingen te geven met beeldmateriaal. Verenigingen, Stichtingen en instituten kunnen hiertoe contact opnemen met de auteur: info@rozing.nl

Voor meer recensies ga naar de  rubriek boekrecensies op ICM.

 

Lees verder…

De Indische Culturele Agenda overzicht per 24/9-2014

10897288284?profile=originalDe Indische Culturele Agenda overzicht per 24/9-2014

8 en 9 november 2014: Pasar Malam Rijswijk. Zonder twijfel een van de gezelligste pasars van het jaar wordt gehouden in Rijswijk in “De Broodfabriek”, waar ieder weer naar hartelust kan genieten van de velestands en attracties. Een aanrader voor de echte liefhebber van de Indische cultuur en muziek. Slenteren langs de vele kramen, lekker eten en drinken op de terrassen van de diverse restaurants en eetstands. Laat u de hand lezen en geniet van een stoelmassage. Bent u ook benieuwd welke mooie kleuren u uitstraalt? Dan moet u beslist uw aura laten fotograferen. Op het podium kunt u verschillende bands

      Ook tijdens deze editie steunt Pasar Malam Rijswijk het goede doel; Villa Joep. Villa Joep stimuleert en financiert onderzoek naar neuroblastoom kinderkanker.

verwachten, alsmede solisten, dansgroepen, enz. Het programma is op dit moment nog niet bekend, maar daarover berichten wij u in de volgende editie. De locatie is: De  Broodfabriek,  (voorheen de Darling Market cq. Expo Rijswijk), Volmerlaan 12, 2288 GD Rijswijk, bereikbaar met tram 17 (stopt bijna voor de deur). Ook veel gratis parkeerruimte aaanwezig.  Tijden: zaterdag: 12.00 tot 22.00 uur, zondag: 12.00 tot 20.00 uur. Toegang: volw. € 8,00; 65+        € 6,50; kind. 7-12 jr. € 3,00; t/m 6 jr. gratis. Nadere inlichtingen: www.pasarmalamrijswijk.nl

10897288852?profile=originalT/m 28 september 2014:Veteranenkunst. De expositie “Na de missie: de kunst van het verwerken” biedt een overzicht van meer dan 60 tekeningen, schilderijen, beeldhouwerken en installaties, die gemaakt zijn door veteranen Zij maakten deze naar aanleiding van hun ervaringen tijdens    hun    uitzending     naar Nederlands-Indië, Korea, tot en met de recente missies naar de Balkan, Afganistan, enz. Hun werk is tevens een aanknopingspunt voor dialoog, dat leidit tot erkenning en wardering. Het maken van een kuinstwerk maakt het voor veteranen vaak gemakkelijker om ervaringen te verwerken  en een plaats te geven in   hun   leven   en  dat  van  hun naaste familieleden. De locatie is: Museum Bronbeek, Velperweg 147, 6824 MB Arnhem, Opening: di. t/m zo. 10.00 – 17.00 uur. De toegang is voor houders van     Pas Vrienden van Bronbeek, Veteranenpas en Defensiepas, Reservistenpas en Museumkaart gratis. Meer informatie: Stichting Veteranenkunst, Tel 06-51501672 ingaseversboth@outlook.com.  


10897288697?profile=originalT/m 26 oktober 2014:
 Aziatische kunst en de Nederlandse smaak. (Zie ook rubriek Boekbespreking, alsmede de lezing in deze Agenda op 18 mei). Van de houtsnijkunst uit  Bali  tot  het zilver uit Batavia, van Indonesische krissen tot Chinees porselein en van Sirihkistjes      tot Indische schilderijen. De fascinerende wereld van het Verre Oostenkomt in het Haagse Gemeentemuseum tot leven in een   schitterende   tentoonstelling met een enorme diversiteit aan voorwerpen. Aan de ene kant de kunst die bestemd was                                                                                    voor de

Ivoren kistje met zilverbeslag

Europese markt, en aan de andere kant de westerse kunst die zeker beïnvloed werd door het Verre Oosten. Deze tentoonstelling is geen compleet overzicht, maar meer een caleidoscoopisch beeld dat de bezoeker instaat stelt zich volledig onder te dompelen in de rijke cultuurgeschiedenis van de Nederlanders in Azië. De locatie is: Haags Gemeentemuseum, Stadhouderslaan 41, 2517 HV Den Haag. Tel: 070-3381111. Met uw entreekaart heeft u toegang       tot het gehele museum. Openingstijden en toegangsprijzenwww.gemeentemuseumdenhaag.nl

10897289456?profile=originalT/m 16 november 2014: Tentoonstelling prenten van Utagawa Kuniyoshi. De Japanse prentkunstenaar Utagawa Kuniyoshi (1797-1861) wordt naast Hokusai,

Hiroshige en Kunisada gezien als een van de grootmeesters van de Japanse prentkunst. Zijn schetsen zijn uniek, hoewel deze tijdens zijn leven nauwelijks bewaard werden. Daarom is deze tentoonstelling zo uniek. Naast prenten en schetsen zijn ook tekeningen te zien die Kuniyoshi’s aandacht voor een direct aan-sprekende compositie uitbeelden. Locatie: Museum Volkenkunde, Steenstraat 1, 2312 BS Leiden, Tel: 071-5168800 Openingstijden: di. t/m zo. 10.00 tot 17.00 uur; in de vakantiemaanden juli en augustus ook op maandag geopend. Toegang: volw. € 12,00, t/m 18 jr. € 6,00, tot 4 jaar gratis. www.volkenkunde.nl.

21 september 2014: Lezing: Bitterzoet Indië. In Nederland zijn we nog niet klaar met tempo Doeloe. Veel Nederlanders zien Indië als hun land of hebben familiebanden met de ex-kolonie. Toch herkennen ook veel “anderen” die nooit onder de palmen geweest zijn de beelden van Indië. Bitterzoet Indië geeft een beschrijving van visuele overleveringen en welke invloed deze hebben op identiteit en thuisgevoel. De lezing wordt gegeven door Pamela Pattynama, cultuurwetenschapper en sinds 2013 emeritus hoogleraar in de koloniale en postkoloniale literatuur en cultuur-geschiedenis aan de Universiteit van Amsterdam. Locatie: Wijk-centrum Hatert, Couwenberg-straat 22, 6535 RZ Nijmegen. Aanvang: 13.30 uur. Toegang:     € 4,00. Info: Tel: 06-13523093 of: steunpuntnijmegen@pelita.nl

10897289663?profile=original24 september 2014: Indische Salon. Voor het eerst wordt in Arnhem de Indische Salon gehouden. Verhalen delen tijdens een gezellige Indische avond met eten en muziek. Met als gasten de Indische zangeres Monica Schwab, “kokkie” Thea Wolvekamp en Simone Berger. Luister naar het verhaal  van  Monica  Schwab  en

welke rol muziek in haar leven speelt, naar Thea Wolvekamp en hoe Indisch eten haar leven bepaalt, en naar Simone Berger over hoe we onze geschiedenis aan de jongere generaties kunnen doorgeven. De Indische Salon is een kleinschalig huiskamerproject over een Indisch thema, dat wordt bepaalt door de gastvrouw/heer van de betreffende locatie. Elke salon heeft zijn eigen publiek. De Indische Salon wordt gefaciliteerd door Het Indisch Herinnerings-centrum en Stichting Herdenking en mogelijk gemaakt door het Vfonds. De locatie is: Centrum Klarendal, Klarendalseweg 193, 6822 ET Arnhem. Tijden: 18.30 tot 21.00 uur. Toegang: gratis (wel graag aanmelden vóór 19 september via Tel: 026-3639103 of:info@indischherinneringscentrum.nl

10897289700?profile=original26 t/m 28 september 2014: Indisch Golf Weekend. Het Hattemse Golf Weekend staat weer voor de deur. Drie dagen lang kunt u uw golfspel meten aan dat van andere metsen met indische roots. Inschrijving speciaal voor mensen die in vm. Nederlands-Indië geboren zijn en/of gewoond hebben, of er minimaal 2 jaar als expat gewerkt hebben  of  mensen,  die  wel  in

Nederland geboren zijn, maar uit een “Indisch nest” komen. De maximale exact handicap voor deelname aan de wedstrijd is: 28. Deelnemers kunnen inlichtingen verkrijgen en zich aanmelden bij Rob Boxman, e-mail: igw-hattem@hotmail.com.  

10897290489?profile=original28 september 2014: Multi Culturele Markt. George Kwekel Evenementen organiseert in samenwerking met winkeliersver. De Struytse Hoeck een grote Multi Culturele Markt. Hier worden tal van eerlijke producten aangeboden

In de vertrouwde kramen vindt u een veelheid aan snuisterijen en hebbedingetjes, maar ook veel praktische producten en tal van tropische spullen. Producten uit: Turkije, Mali, Kameroen, Guinee, Marokko, Zuid Afrika, Ethiopië, Indonesië, Suriname, Ecuador, Uganda, Guatamala, Mexico, enz. Kom ook naar deze unieke themamarkt in het grootste winkelcentrum van het Zuid-Hollandse Voorne-Putten. Locatie: Winkelcentrum De Struytse Hoeck, Hellevoetsluis, Voorne-Putten. De toegang is gratis, evenals het parkeren. Informatie: www.kwekel-evenementen.nl of www.groothellevoet.nl.

10897290100?profile=original4 en 5 oktober 2014: Inter-nationale Mineralen Beurs. Twee keer per jaar wordt in “De Broodfabriek” een grote Inter-nationale Stenen en Mineralen Beurs gehouden, waarvoor men uit binnen en buitenland naar Rijswijk afreist. Meer dan 130 standhouders presenteren hun vondsten en wereldwijde inkopen aan, zoals fossielen, sieraden, zoetwater-parels, edelstenen, schelpen en versteend hout. Tevens is er een grote tentoonstelling te zien, kunnen er tal van workshops gevolgd worden en zijn er demonstraties te zien. In de hal ernaast is in hetzelfde weekend een grote beurs voor Poppen, Poppenhuizen en veel miniaturen. Deze beurs is met hetzelfde entreekaartje te bezoeken.

De locatie is: De Broodfabriek, (voorheen Darling Market cq. Expo Rijswijk), Volmerlaan 12, 2288 GD Rijswijk, bereikbaar met tram 17 (stopt bijna voor de deur). Ook is er voldoende gratis parkeerruimte aaanwezig.  Openingstijden: 10.00 tot 17.00 uur. Toegang: Toegang: volw. € 7,00; 7 t/m 12 jr. € 3,00 en t/m 6 jr. gratis. Meer info:www.internationalemineralenbeurs.nl. Tel: 070-3075900. Zie de advertentie op pagina 15. En met de kortingsbon op pagina 35 krijgt u € 2,00 korting op  een volwassenenkaartje.

Lees verder op http://icmonline.ning.com/forum/topics/de-indische-culturele-agenda

Lees verder…

EJOS NEWSLETTER OCTOBER 2014

10897295293?profile=originalEJOS   NEWSLETTER  OCTOBER 2014
New Zealand Action Committee  Ex-Japanese War Victims
___________________________________________________________________________
Dear All,


With EJOS I have had a busy time:
 On ANZAC day in APRIL, Hans van Ess and myself represented EJOS & the Veterans at
the Birkenhead memorial.
 The AGM in MAY; the minutes are in this issue printed for you to read. Pity we had not
everybody attending due to other commitments, transport or bad health. Nevertheless we
had a good interested meeting. Our guest for the day was the Honourable Dutch Consul
Renee van Rijn.
 Tree roots had damaged the War memorial in the Rose Gardens and Riek de Wit her
daughter contacted the council to have it repaired. So last FEBRUARY we attended the
inauguration of the World War monument by Frans Timmermans Ministry of Foreign
Affairs of the Netherlands.
 JUNE, in Holland House, I represented EJOS at the farewell for the Dutch Ambassador
Arie van Wiel, who retired. I also represented EJOS in Holland House the AGM of the
ORANJE club in JULY.
 In AUGUST I organized the Commemoration of the end of WWll in followed by a
traditional Indonesian Lunch for the 50 people, at the Ponsonby Food Court. My speech is
included in this newsletter.
 The Herdenking in The Hague was held AUGUST 15. Weather was good and there were
good speakers, like Gerdie Verbeet. I forwarded the Film clip by e-mail to EJOS members.
If you give me your e-mail I will keep you up-to-date with things such as this.
Mine is: ivo.p@xtra.co.nz
 I visited several people and I like to mention the one where Rudy Storm showed me a first  AIRMAIL letter from his Dad to the Netherlands, dated 25 December 1933. A photo of the
letter is printed in this Newsletter.
 As far as news from the Dutch Cabinet I can tell you that they have just been on recess and
we are awaiting actions from VWS Martin van Rijn.
 The SJE has some remarks concerning the “Indische Kwestie” you can read in the AGM
minutes.
 I talked to an elderly lady and this is what she said concerning her age; I am well passed
my "TO-BE-USE-BY" date. I think this is very well put/said.Part of SJE's SEP
petition; The people of Japan must now realize and recognize the true colors of their Prime
Minister: He honors Japan’s convicted war criminals, forgets their atrocities, and glorifies
them to cover up the role and activities of his ancestors. The Japanese citizens will realize
that the war criminals are not “the foundation of modern Japan”, but give Japan a lasting
bad name.

To download Newsletter Click < here >


Kind regards,
from Ivo Pabbruwe

Lees verder…

Passage uit mijn boek "Voorbode van het turbulente Millennium".

10897293484?profile=originalFoto – Mijn ouders (Tonny Schwab, en Avis Warlicht). Mijn vader overleed in Jakarta na een ziektebed toen ik een jongen van elf was, en ik meen op zijn 39 ste jaar. In tegenstelling tot mijn schoonvader wilde hij het land Indonesie opbouwen. Dus nooit meer terug naar Holland. Mijn moeder weer voelde ze puur Europeaan, en keek neer op …… . Er was dus altijd een dispuut tussen beiden. Mijn vader weer: “An over mijn lijk, naar Holland, wat moet ik in godsnaam daar”, wat uiteindelijk ook geschiedde. Terecht want hij had zijn Pekaret, een instituut die de belangen van fabrieken / industrie behartigen daar. Zo heeft weer mijn schoonvader voor zijn bedrijf Technico een groene GMC Pick-up in bruikleen gekregen van Pekaret weer.

Ter informatie: Mijn vader was niet de enige met dit streven; Ik refereer graag naar de vader van onze Minister President Mark Rutte die zelf weer terugging voor een tweede keer, en zijn eerste vrouw is daar overleden en ligt in Jakarta begraven. Dus ook Mark Rutte heeft banden daar liggen met Indische wortels.

10897294264?profile=originalFoto - Jaarlijkse fancy fair van Pekaret in Jakarta. Opening door pres. Soekarno, en direct achter hem mijn vader in een donker overhemd.

 Mijn vader was tevens verbonden aan een soort adviescommissie bij het parlement van rep. Indonesië, waardoor wij als kinderen vaak te vinden waren in de Istana op uitnodiging van Bapak en Generaal Saboer. Soms stonden de limousine voor ons huis in Jakarta om ons op te halen, wanneer onze chauffeurs al naar huis waren. Op de Istana (paleis) ontmoette ik verschillende keren Bapak die verschillende keren met mij een woordje wisselde in de Nederlandse taal, en ik weer in de basah. Niet te vergeten vaak met zijn dochter Megawati speelde (leeftijdgenootjes). Bizar, dat ze later ook nog de eerste vrouwelijke presidente werd van de republiek in het grootste Islam land.

In tegen stelling tot mijn schoonmoeder, had mijn moeder het zwaar te verduren zonder een man aan haar zijde, maar had slechts vier jongens monden te voeden. Zij had haar meisjes HBS, en heeft ook haar lerares akte. Echter nooit gewerkt. Op haar 40 ste jaar moest ze gelijk aan de slag in die beruchte contract pensions. Eerst is opfris cursus bij instituut Schoevers in Den Haag, en binnen zes maanden aan het werk bij de RDW als schrijfster A. Uiteindelijk opgeklommen als Hoofd van Rijbewijzen in Veendam. Desondanks dat ze geen man aan haar zijde had werd ze door ons gesteund, naast dat mijn oudste broer al 19 was.

Hoe mijn schoonvader en mijn vader in de nationalisatie proces zaten met hun ondernemingen in Indie, is mij niet helemaal duidelijk. Slechts gissen. Als ik voor mijn vader spreek die bewust de keuze en beslissing genomen om het land Indonesie op te bouwen, en kennelijk had mijn vader al een vooruitziende blik dat in Nederland een zwaar leven zat te wachten voor de Indo’s als kind van de rekening. 10897260893?profile=originalDesondanks werd in 1966 toch door generaal Saboer een poging gedaan om 100 duizend dollar aan mijn moeder te overhandigen, die moeder heeft geweigerd, met de wetenschap van nu had dit bedrag betrekking heeft op die 600 miljoen dossier. Bij dit bezoek in 1966 waren tevens twee andere generaals aanwezig o.a. Generaal  Soeharto (later president van Indonesie).

Ik heb dan ook veelvuldig discussies gehad met Astrid - mijn vrouw- wat de gedachte achter haar vader was, zeker, langs de lijn heb moeten meemaken dat het leven in Holland heel erg en zwaar is geweest voor een gezin met twaalf kinderen, en moeder die het leven/huishouding niet aankon. De asielzoekers hadden nog een beter bestaan.

 Dit overkwam alle Nederlandse onderdanen uit het voormalige Indie, die een onderneming hadden (naast de bezittingen, banktegoeden, verzekeringen, pensioenen).

Ook hier ligt een rapport van Gaalen daterend uit 2000 in opdracht van Min. VWS waar al die bank te goeden en verzekeringpolissen te goeden zijn van de Indische Nederlanders zijn gebleven, die nimmer zijn uitgekeerd.

10897238680?profile=originalLater heeft de regering van President Soekarno aan Nederland 600 miljoen dollar (waarde nu 1,2 miljard) betaald aan Ministerie van Buitenlandse zaken ter compensatie aan de gedupeerden. Echter deze is nimmer uitbetaald aan de gedupeerden in Holland anno 2014. Dit geld is aangewend voor andere doelen wisten de betreffende ambtenaren van dit Ministerie ons te melden. De andere gelden overgeheveld naar New York zijn nooit terecht gekomen bij diegenen aan wie deze toe behoren.

Deze zaak is nu anno 2014 uitgebreid in de media gekomen op 18 maart in het NRC van 17 maart 2014. Zie link op Internet.

http://www.nrc.nl/nieuws/2014/03/18/indiegangers-krijgen-nog-miljoenen-van-de-nederlandse-overheid/

In reactie hierop hebben bewindslieden dit toegegeven.

Reeds in mijn jonge leven werd ik al persoonlijk geconfronteerd(ontmoetingen) met belangrijk mensen met positie of mensen met de hoogste in rang op deze wereld die het land besturen, een land met een populatie van 240 miljoen telt de republiek Indonesië anno 2014.

Mijn vader weer was goed bevriend met oom Boet Saboer (rechterhand van Soekarno). In 1965/1966 kwam Saboer in Voorburg bij ons thuis om o.a. gelden namens de republiek aan mijn moeder te geven. Zij heeft dit geld geweigerd (100 duizend dollars).” Was wat mijn vader nog te goed had”, werd erbij gezegd. Bij dit bezoek was ook aanwezig generaal Soeharto (later president) en andere generaal, zijn naam ben ik kwijt, had kennelijk weinig indruk op mij gemaakt als jongen. Ik was persoonlijk bij het bezoek aanwezig.

Het ontbrekende bewijs van vele Nederlandse onderzoekers die boeken hieraan hebben gewijd met betrekking tot die coupe, die 6 maanden later werd gepleegd. Generala Soeharto had duidelijk een andere agenda, en oom Boet Saboer werd geliquideerd. President Soekarno werd gevangen.

Niet wetende dat ik in mijn leven nog vele van deze unieke ontmoetingen zou plaatsvinden, maar dan in relatie tot mijn werkomgeving.

 Om maar te noemen o.a.: Herman Wijffels (onder hem gewerkt, mij het vertouwen gaf bij Selfbanking waarop Herman kon bouwen), Marcel en Serge Dassault (aan de wieg van Selfbanking concept voor het Nederlandse bankwezen, velen weten dit niet), en de vele Geo’s van de Multinationals o.a. Heineken, Coca Cola, Nikon, Locheed Company AG, en Hoogovens Groep om deze te bedienen met implementatie van het ‘s- wereldse gouden product “Scala Business Solutions” die mij verkozen om hun gouden product in de Benelux te mogen vertegenwoordigen zodat zij weer hun vestigingen wereldwijd konden controleren.

Dit verandert je kijk op je hele leven nu.

Hoe relatief alles in het leven kan zijn. Als  elf jarige Indische jongen met een rugzakje van de bersiap zonder vader,  zelf in Nederland zijn boontjes heeft moeten doppen, vroeg op 17 jarige leeftijd aan de slag, en alle studies in avonduren gehaald, naast de leidinggevende functies, en met de zorg voor je schoonouders, en je moeder.  De kracht zat hem in het feit dat je al in "die kringen" verkeerde, je was iemand!  Ik kan met weemoed terugkijken op prachtige  carriere met buitensporige vele ervaringen!

Toch stel ik mijzelf de vraag  net als mijn sobat (vriend) Marshal, woont nu in Jakarta ”Als wij in Indonesie waren gebleven, hadden wij het maatschappelijk meer bereikt dan in Nederland?, omdat wij al in die kringen verkeerden"

 

 

 Tot de volgende keer.

10897292091?profile=original

Graag bestel ik het boek "Voorbode van Het Turbulente Millennium` 
 
Zie  voor productbeschrijving op
 
€ 29,75 - ‎Op voorraad
 

Speciale aanbieding!

Bestellen bij ICM ontvangt u de dvd van de documentaire Van Indie tot Indonesie, over het leven van dichter Sitor Situmorang of zes maanden ICM abonnement.

Prijs   29,95 exclusief verzendkosten  

Aantal Exemplaren  : ______

Naam                       :  ________________________________

 Adres                       : ________________________________

 WPL                         :  _________________________________

 

Wilt het signeert hebben  O door Ferry O   Astrid O Beiden    

 POSTCODE           :  _________________________________

 Telefoon                  :  _______________________________

 

 Uw bestelling sturen naar bestel@icm-online.nl, met dank voor uw bestelling!

 

 

Lees verder…

'Indisch centrum van Arnhem naar Nijmegen'

'Indisch centrum van Arnhem naar Nijmegen'

Landgoed Bronbeek.
Landgoed Bronbeek. 

ARNHEM - Het Indisch Herdenkingscentrum verhuist mogelijk van Bronbeek in Arnhem naar Nijmegen.

De stichting Vrijheidsmuseum WO2 wil het Herdenkingscentrum een plek bieden in een nieuw museum dat in het Nijmeegse Vasim-gebouw gevestigd moet worden.

Gehele verhaal
Het Indisch Herdenkingscentrum zou in een groot oorlogsmuseum beter tot zijn recht komen, omdat daar dan het gehele verhaal van de Tweede Wereldoorlog verteld kan worden.

Het Herinneringscentrum wil praten over verhuizing als er een apart Indisch paviljoen komt, als in het museum expliciet aandacht voor de oorlog in Nederlands Indië komt alsmede aan de gebeurtenissen daarna.

Keuken
Daarnaast moet er een Indische keuken komen in het museum. Het Vrijheidsmuseum gaat er vanuit dat die wensen vervuld kunnen worden en gaat in de plannen uit van de komst van het centrum.

Lees verder…

Terugblik op Het Gebaar (2001) -

10897253880?profile=original10897283271?profile=originalTerugblik op Het Gebaar (2001) -    
Tegoeden Tweede  Wereldoorlog  nr. 23VERSLAG VAN EEN ALGEMEEN OVERLEG Vastgesteld 28 februari 2001, Volledig versag ook hier te <<<< downloaden >>>
 

De vaste commissie voor Financiën1 en de vaste commissie voor Volksgezondheid, Welzijn en Sport2 hebben op 8 februari 2001 overleg gevoerd met minister Zalm van Financiën en minister Borst-Eilers van Volksgezondheid, Welzijn en Sport over:  

– De voortgang van de werkzaamheden in verband met de tegoeden Tweede Wereldoorlog (25 839, nr. 17);

– De voortgangsrapportage Tegoeden Tweede Wereldoorlog (25 839, nr. 18), voor zover de stukken betrekking hebben op de Indische tegoeden;

– De nadere uitwerking van de regeringsreactie naar aanleiding van het rapport van de begeleidingscommissie onderzoek Indische tegoeden (25 839, nr. 21).

Van dit overleg brengen de commissies bijgaand beknopt verslag uit, Vragen en opmerkingen uit de commissies, zijn hier ook te <<<<<< downloaden >>>>>>> 

 

Dat er nu anno 2014 een debat komt daar is geen enkel twijfel over!  Want het gaat anno 2014 om het zevenvoudige bedrag dan die van Gebaar 2001 (385 miljoen de schatkist kostte).  Een staatssecretaris of een minister kan niet eenzijdig een dergelijk besluit op eigen houtje nemen en zal eerst in de Tweede Kamer moeten brengen, hiervoor is draagvlak van de Tweede Kamer voor nodig, net als in 2001 bij Het Gebaar, desondanks destijds vele zaken onduidelijk lagen in tegenstelling tot nu.

 

Als voorbeschouwing wil ICM graag als redactie terugblikken In beginsel naar Nr. 23 VERSLAG VAN EEN ALGEMEEN OVERLEG dat vast vastgesteld werd op 28 februari 2001, waarom de Indische Gemeenschap niet die gelijke behandeling heeft gehad als de Joodse gemeenschap (Ruim 30.000 - 40.000 per individu gehad), dat overigens bij dit overleg veel aan de orde is geweest. Om dit te beoordelen zal de Indische kwestie naar de vijf perspectieven belicht worden: Indische gemeenschap als bevolkingsgroep, de Indische belangen organisaties (200 stuks verspreidt over het hele land), het oude Indisch Platform voorzitters Boekholt en KLeijn,  het Politiek systeem, en Nederlands rechtssysteem.

 

De Indische Gemeenschap t.o.v. de Joodse Gemeenschap wordt niet gekend als een homogene groep. De verdeeldheid is groot dat zich uit in de wel honderden Indische verenigingen, en ieder met eigen doel en missie, die haaks tegen over elkaar staan. Vanuit politiek Den Haag (Tweede Kamer) komt de Indische Gemeenschap niet goed weg wat de homogeniteit betreft. Is dat de Kamer hier het voordeel van de twijfel geeft (dankzij het politieksysteem) en het zeer te doen hadden wat de Indische Gemeenschap heeft moeten ondergaan in de oorlog tegen Japan,  de bersiap periode, en misschien ook door het politieke systeem die redding bracht met Gebaar voor de kille koel ontvangst asl tussenstation.  Tevens erkent door de vele te bureaucratisch te werk te gaan en de fouten aan de kant van de Nederlandse Overheid.   In vergelijking tot de bevolkingsgroep de Joodse gemeenschap die gekenmerkt wordt als een homogene groep, was binnen de Indische Gemeenschap alleen maar een grote verdeeldheid te besmeuren dat het modder gegooi verder ging dan binnen de Indische Stichtingen. Vele buitenstaanders o.a. ICM (NINES Online) verbaasden zich over dit amateuristisch gedrag in het openbaar.

 

De Indische organisaties gekenmerkt in het verlengde van hun achterban (leden) voerden een onderlinge hevige strijd onder elkaar, en nadrukkelijk niet tegen die Overheid.  Dit was openlijk te besmeuren op het Internet (o.a. via de beroemde websites en het msn). Elk ging voor het eigen belang. De typering alleen al van de "binnen - en buitenkampers”, die regelrecht een discriminatie onder elkaar vormden is te bizar om te verwoorden.  Geen eenheid, geen solidariteit, geen visie, geen plan, geen bewijsvoering zoals onderbouwde onderzoek met feiten, en het ontbreken van kennis om een dergelijk grote zaak tegen de Overheid aan te spannen, maar in bijzonder het ontbreken van die professionaliteit, expertise die door de boventoon van eigen belang en emotie werd gevoerd.

 

Het Oude Indisch Platform als politiekoverlegplatform ingesteld door oud premier Ruud Lubbers moest die oplossingen bieden en die redding brengen.  

Moeizaam kwam deze van de grond. Te meer de voorzitters Oud - Militaire door de Overheid werd benoemd, dit viel bij de andere organisaties in slechte aarde dat van de honderden slechts 7 toetraden, is niet te verwonderen.  Deze hadden geen enkel stem, dat dominant geregisseerd werd door Boekholt oud - buitendienst generaal ( broodheer de Overheid had) en veelal ging voor zijn eigen belangen. De burgers die in het voormalige Indie als oorlogsslachtoffers gekenmerkt hadden worden vielen daardoor overal buiten de boot. Tot wie moesten zij zich  wenden.  De andere zittende 7 Indische organisaties porforma zitting namen, geen enkel ervaringen hadden dat buitenstaanders moesten ingrijpen!  Is ook vrij logisch gezien hun CV profielen die geen enkel academische achtergronden hadden of bestuurservaringen in het bedrijfsleven, en die zich totaal lieten regisseren (overrulend)  door een Boekholt waar later ook gelden naar de familie toestroomden (Indisch Huis, in Scheveningen die nooit afkwam, om maar een voorbeeld te noemen, ook deze zaak werd uitgebreid gemeld in het verslag van het overleg, zegt al voldoende in het vertrouwen van het IP). 

ICM / NINES Online zag deze bizarre strijd en stak regelmatig de hand op om geen ruzie met elkaar te maken, want de ambtenaren van Overheid kijken ook mee op het Internet! Wat maakt uit of je binnen - of buitenkamper bent of KNILLER. Allen zijn oorlogsslachtoffer geworden met lange nasleep van de "overdracht", Bersiap, en de "Koele Kille Ontvangst in Nederland "geworden uiteindelijk. Van een oorlog die door het koninklijk huis namens Wilhelmina aan Japan is verklaard. Iedere oorlog zal onherroepelijk schade toebrengen aan het leven van de burgers: oorlogsschade immaterieel als materieel en als je ook nog je land kwijt bent waar je bent geboren en getogen . Dit zijn de keiharde feiten, waarom dan nog Buiten-, Binnenkampers, Knillers, en oud - ambtenaren ! Dit onderstreept al die tegengestelde belangen van de gewone burgers in het voormalige Indie.

 

Het Politiek systeem, Den Haag erkent dat de Overheid en alle voorgaande regeringen te bureaucratisch en grove fouten hebben gemaakt jegens de Indische Gemeenschap..

Maar gezien de grote verdeeldheid bij de Indische organisaties die weer het Oude IP bejegend is voor de Kabinet moeilijk de claims te becijferen zoals die bij de Joodse Gemeenschap.  Voorts verschilt de situatie wordt tot de conclusie gekomen. De vraag is of het een Gebaar of een tegoedkoming moet zijn. Politiek Den Haag heeft toch te doen met alles wat de Indische Gemeenschap heeft moeten meemaken, en krijgt in principe het voordeel voor de twijfel, dit mede door het falen van duidelijk wensen / eisen pakket van het oude Indisch Platform door de grote verdeeldheid, die bij de Joodse Gemeenschap wel nadrukkelijk aanwezig is.  Dankzij de politieke partijen die de claims willen wegen wordt Het Gebaar als tussen station gezien voor die "Koele en Kille ontvangst in Nederland"en toegekend 385 miljoen, waarvan 35 miljoen voor collectieve projecten (Voor the time being). Om de zaken te kunnen becijferen wordt voorgesteld om een breed historisch onderzoek door het NIOD te laten uitvoeren. Deze resultaten af te wachten om als nog definitief de hoogte van de claims te bepalen, die naast de claim van Het Gebaar kunnen worden ingediend bij de Overheid. 

 

Het Nederlands rechtssysteem (burgerwetboek) stelt, dat iedere burger rechten heeft die moet toezien of de Overheid die ook nakomt'.  Het wetenschappelijk onderzoek om reconstructie van feiten in Voormalige Indie zal moeten uitwijzen dat alle zaken die vastgelegd zijn Nr. 23 VERSLAG VAN EEN ALGEMEEN OVERLEG  op 28 februari 2001 de Indische gemeenschap in gelijke wordt gesteld aan de hand van de feiten en conclusies die de wetenschappers van het NIOD in het rapport als reconstructie hebben vastgelegd. Daarnaast de transacties hiervoor zijn uitgevoerd; Het Gebaar is uitgedeeld naar de afgesproken bedragen en het breed historisch onderzoek is verricht door de NIOD. Uit dit rapport zijn de claims te herleiden die onvoorwaardelijk de Overheid veroordeelt om tot uitvoering te komen van Gebaar - II met finale kwijting.  

 

Het eventuele verslag van Algemeen Overleg van Tweede Kamer anno 2014 komt er wellicht nu zo uit te zien met betrekking tot eerdere opgesomde perspectieven!

 

De Indische Gemeenschap, is meer betrokken geraakt bij de Indische kwestie door de jaren heen o.a. door  de communicatie via het internet (ICM & NICC) als Internetkrant en maand Magazine en via de pasar malams (800.000 man) . Hierdoor meer bewustwording creëerden en betrokkenheid bij de Indische kwestie. Te meer ICM als communicatie middel werd gebruikt door de Indische organisaties om de achterban te bereiken. Naast dat de Indische kwestie met het Indisch Platform veel in beeld is gebracht door ICM op de pasar malams, en koempoelan gedurende de periode 2003 tot 2014. Niet te vergeten voor de vele oproepen om richting het Plein te gaan voor IP manifestaties. Niet onbelangrijk de informatie en de boeken van schrijvers die hierin een grote bijdrage leveren( Ik Beken, van Elise Lengkeek) . Dat het draagvlak vele malen groter is geworden bleek uit de gehouden Indische Petitie initiatiefnemer Hans Vogelsang. Ruim 10.000 mensen gaven hun mandaat in de vorm van hun handtekening voor de Stille Tocht die uit handen van IP delegatie aan VWS werd overhandigd. Met die petitie stelde de achterban unaniem achter de doelstellingen en de missie: Erkenning, Excuusjes, en compenstatie in de vorm van een pensionregeling.

 

De Indische organisaties erkenden nu het nieuwe Indisch platform als de organisatie die de belangen namens de Indische Gemeenschap behartigt. Het geruzie en met modder gegooid lijkt nu achter de rug te zijn. Helaas uit dit zich niet bij een aansluiting bij Het nieuwe Indisch Platform, maar allen gaan voor 1 doel; Erkenning, Excuusjes en compensatie voor iedereen die geboren / gewoond heeft in Indonesie. De groep wordt nu geschat op 90.000 man van het oorspronkelijke aantal  van 341.000.

 

Het nieuwe Indische Platform als organisatie ziet een stijging van Indische organisatie die lid worden van Het IP. Van 7 (2001) naar 28, zelfs Pasar Malam Besar in Den Haag met 140,000 bezoekers trad toe tot het IP. De nieuwe vz. Herman Bussemaker koos voor de aanval en trad voor het eerst openlijk de publiciteit tegemoet.  Uiteraard gesterkt met de bewijsvoering onder zijn arm De Indische NIOD Rapporten die ruim 1,8 miljoen hebben gekost. In oktober 2009 ism met ICM wordt IP Manifestatie op Het Plein georganiseerd en de hele landelijk pers werd uitgenodigd dat later op de NOS omroep kwam, en in het nieuws. Een gehele andere benadering dan het oude IP, die letterlijk alles hebben verkwanseld.

 

Niet onbelangrijk en grote aanwinst en versterking was de toetreding bij de delegatie IP Ton Te Mey. Ton die alle in - en outs van politiek Den Haag kent, bovendien met oud MP Jan Peter Balkenende heeft gewerkt. Ton heeft veel sympathie voor wat de Indische Gemeenschap deze 69 jaren moest ondergaan om als tweede rang burger te zijn behandeld door de Nederlandse Overheid.  In 2013 trad Herman Bussemaker terug als voorzitter en werd opgevolgd door Silfraire Delhay, Herman Bussemaker zal wel blijven deelnemen in de delegatie als adviseur met betrekking tot zijn achtergrond als materiedeskundige en historicus. Dit IP gaat professioneel en slagvaardig te werk. Het gaat hier niet om 385 miljoen maar ruim om twee en half miljard op zijn minst, dat niet eenvoudig het draagvlak zal krijgen bij de Tweede Kamer.

 

Politiek systeem, Den Haag heeft er alles aangedaan om barrières den drempels gelegd om de NIOD rapporten te accepteren en om deze ook maar in behandeling te nemen.

  • Op 27 oktober 2009 op het Manifestatie zegde Jan Peter Balkenende toe om de Indische kwestie in behandeling te nemen. Jet Bussemaker zou de Indische kwestie, hiermee wordt bedoeld de NIOD rapporten, ter hand nemen en deze verder voorleggen aan leden van de Tweede Kamer. De val van het Kabinet - Balkenende blokkeerde deze zaak. Jet Bussemaker (naamgenoot van Herman Bussemaker, maar beslist geen familie).  De NIOD rapporten verdwenen de la van de ambtenaren, en Jet Bussemaker verzuimde de overdrachtprocedure op te stellen in deze voor haar opvolger. Bij het aantreden van het nieuwe kabinet werd wederom de NIOD rapporten ter sprake gebracht door het nieuwe IP.
  • In het overleg van 28 april 2011 van de staatssecretaris met Het Indisch Platform heeft mevrouw Veldhuijzen verklaard niet te willen meewerken aan de totstandkoming van een oplossing voor de Indische kwestie, zoals vastgelegd in de petitie van het platform aan de Tweede Kamer die in november jl. werd ingediend. De Tweede Kamer heeft toegezegd de Indische Kwestie te bespreken.
  • De 1e hoorzitting vond plaats in de Van Someren-Downer zaal op dinsdag 7 juni 2011 in het gebouw van de Tweede Kamer der Staten-Generaal, Lange Poten 4 in Den Haag.
  • Algemeen Overleg Kamercommissie VWS met staatssecretaris mw. Veldhuyzen van Zanten is verplaatst. inplv. 16 juni a.s. wordt het overleg op dinsdag 28 juni gehouden, in de Troelstrazaal van het 2e Kamergebouw Lange Poten 4 – aanvang 16.00u
  • Motie Tweede Kamer 

    Blijkbaar pikte ook het parlement het te kort door de bocht gaan van Staatssecretaris mevrouw Veldhuijzen Van Zanten-Hyllner niet en diende Pia Dijkstra (D66) daarop mede namens een aantal andere oppositiefracties een motie in. Die motie bestond uit twee delen. De Kamer wil dat de Nederlandse regering op een passende wijze op een daartoe passend moment aan de Nederlanders uit voormalig Nederlands-Indie erkenning en excuses aanbied. Verder wilde de Kamer dat de regering een onafhankelijke commissie van wijze personen instelt om de uitgebrachte NIOD rapporten met het Indisch Platform te bespreken en te onderzoeken wat de daadwerkelijke reikwijdte van Het Gebaar is.
    Hoewel door de Tweede Kamer de behandeling van Oorlogsgetroffenen boven de politieke partijen staat blijkt dat nu het onderwerp volledig gepolitiseerd is. De oppositiepartijen steunen het Indisch Platform, de Regeringspartijen inclusief gedoogpartner PVV zijn het eens met het regeringsstandpunt. 
  • De stemming
    vannacht in de Tweede Kamer was historisch vanwege de tweespalt in de Kamer over de Indische kwestie. Het komt niet vaak voor dat de tegenstellingen zo groot en scherp naar voren kwamen. De gehele oppositie (inclusief de SGP) steunde de motie van Pia Dijkstra (D66), die mede door de andere partijen werd ingediend.
    De motie om de geschillen bespreekbaar te maken door het instellen van een Commissie van wijze personen is door de Kamer vannacht na hoofdelijke stemming met een verschil van twee stemmen verworpen. Volgens het Indisch Platform betekent dit niet dat hiermee de Indische Kwestie van tafel is. Slechts het voorstel tot instellen van een Commissie is verworpen
    .
  •  73 waren voor “de Indische motie” en 75 tegen Gisteren 30 juni vond de stemming plaatst van  VAO ( Verbreed Algemeen Overleg )oorlogsgetroffenen in Tweede Kamer dit naar aanleiding van de hoorzitting die plaatsvond op 28 juni jl. Waarbij alle oppositie partijen reeds nadrukkelijk de  Indische Kwestie steunden.  Fel werd op die bewuste  dag uitgehaald naar de staatssecretaris van VWS
  • Aanbieden petitie aan Tweede Kamer op 19 maart 2013; Erkenning, Excuusjes, en compensatie in de vorm van een pensioenregeling. Martin van Rijn belooft Vz. Silfraire Delhay met oplossingen te komen. Criticaster beweren dat Martin van Rijn zijn beloftes niet kan waarmaken. Het pensioenplan zal ruim 3 miljard kosten. Anderen zijn deze mening niet toegedaan er zullen vele meevallers 2014 - 2015 de Overheid treffen.

Toespraak door Herman Bussemaker bij het overhandigen van de Petitie op 19 maart 2013, zie http://icmonline.ning.com/profiles/blogs/toespraak-door-herman-bussemaker-bij-het-overhandigen-van-de-peti   

 
Het contracst met 2001 en 2014 is zo groot; Over de hele linie in Nederland heeft de Indische kwestie meer draagvlak en sympathie gekregen, in de Kamer ruim 50% . ICM blikt postief vooruit op de ontwikkelingen en de oplossingen waarmee staatsecretaris van Rijn als nog op de valreep komt.
De verdere conclusie laat ICM aan U over!

10897234678?profile=original

Steun ACTW66 ! 

Uw donatie  kunt U storten op Rabo rekening NL41 RABO 03977255 07   ten name van F.Schwab / ICM Online onder vermelding van donatie Traktaat van Wassenaar.

Lees verder…

Indonesië: de straat tegen de straat

10897293671?profile=originalIndonesië: de straat tegen de straat

Donderdag 21 augustus werd de uitslag van de Indonesische presidentsverkiezingen bevestigd door het Constitutioneel Hof: Joko Widodo (kortweg Jokowi) was de winnaar. Hij geldt als ‘man van de straat’ die het land zou moeten bevrijden van corruptie en Soeharto-restanten. Maar bij dat beeld worden maatschappelijke tegenkrachten over het hoofd gezien: de vakbeweging, de politieke islam en het leger.

Zelden was een ‘politicus van de straat’ zo verlegen en bescheiden als Joko Widodo, de nieuwe president van Indonesië. Zonder veel uiterlijk vertoon en in simpele kledij voerde Jokowi, zoals hij in de volksmond wordt genoemd, zijn verkiezingscampagne. Onaangekondigd legde hij werkbezoekjes af in de wijken van Jakarta en hij belegde haastige persconferenties tussendoor. Wie is deze man, en kan hij inderdaad op de volledige steun van de straat rekenen in zijn gevecht tegen politieke kartels en corruptie?

Jokowi’s populariteit kwam sneller op gang dan zijn campagne. Terwijl zijn rivaal Prabowo Subianto lang van tevoren en met veel machtsvertoon zijn mars op de hoofdstad aankondigde, hield de tengere Jokowi lange tijd ongewis of hij zich in de verkiezingsstrijd zou mengen. En terwijl Prabowo zich met een helikopter in een stadion liet afzetten om te paard een ereronde langs zijn aanhangers te maken, leek het alsof Jokowi verbaasd was veel aandacht te krijgen. Zelfs reageerde hij lauw op insinuaties van zijn tegenstander dat hij een christen, een Chinezenvriend en een communist zou zijn – tot op het punt dat waarnemers zich begonnen af te vragen of hij wel wilde winnen. Jokowi’s  voorsprong van tientallen procenten slonk in de laatste weken snel. Uiteindelijk won hij van Prabowo in een nek-aan-nekrace.

Politicus van de straat

Jokowi mag zich met recht een ‘politicus van de straat’ noemen. In een land waar politieke partijen geen sterke interne structuur kennen en de weg naar de top doorgaans langs politieke connecties, sterke banden met het leger en een goed gevulde campagnebeurs leidt, geldt Jokowi’s carrière als hoogst opmerkelijk.

Geboren in de Centraal Javaanse stad Surakarta in 1961, groeide Jokowi op in een arm gezin, waar hij als twaalfjarige moest meedraaien in de meubelmakerij van zijn vader. Na een carrière als kleine ondernemer in de houtbewerking en het vastgoed, ging hij minder dan tien jaar geleden de politiek in als burgemeester van Surakarta. In de zeven jaar dat hij daar aan het roer stond, wekte hij veel bewondering voor de manier waarop hij slepende hoofdpijndossiers wist op te lossen. Zijn open benadering van gemeenschappen, zoals markthandelaren, sloppenwijkbewoners en drugsverslaafden, en zijn pogingen om met hen problemen op te lossen bleken vruchtbaar. Even succesvol waren zijn verbeteringen in het openbaarvervoersnetwerk en het onderhoud van waterwegen en parken.

Zijn roem snelde hem vooruit, en in 2012 won hij de gouverneursverkiezingen in Jakarta. Ook hier werkte hij met gemeenschappen samen, wist hij enkele grote infrastructurele projecten uit het slop te trekken en zette hij het ambtelijk apparaat aan het werk door zogeheten blusukan: onaangekondigde controlebezoeken bij instanties en openbare werken in uitvoering. Deze blusukan werden zijn politieke handelsmerk.

Wong cilik

Het contrast is groot met de carrières van andere politici en presidenten in Indonesië, zoals die van zijn rivaal Prabowo. Deze had als oud-generaal zijn carrière voor een belangrijk deel te danken aan goede politieke contacten, nauwe banden met het leger en een huwelijk met de dochter van oud-dictator Soeharto. Voor velen symboliseert Jokowi de opkomst van de wong cilik, de kleine man, in de Indonesische politiek. Hij lijkt niet gebonden te zijn aan duistere politieke krachten of het grote geld, en laat in zijn politieke stijl zien de noden van de kampung-bewoner minstens zo belangrijk te vinden als die van grootstedelijke projectontwikkelaars van Jakarta.

Toch is het afwachten in hoeverre Jokowi, nu hij de presidentsverkiezingen gewonnen heeft, zijn schone imago weet vast te houden. Hoewel hij de gewone man zegt te representeren, krijgen zijn kiezers geen duidelijk gezicht. Aangezien deze mensen niet anders georganiseerd zijn dan door een stem op Jokowi, blijft het ook na zijn verkiezingswinst onduidelijk hoe hij de band met zijn achterban gaat onderhouden.

En laten we wel wezen, het Indonesische electorale stelsel werkt een daadwerkelijke schoon-schippolitiek niet in de hand. Voorafgaand aan de verkiezingen is het gebruikelijk dat de vele politieke partijen zich organiseren in twee of drie coalitieblokken. Jokowi’s blok werd gedomineerd door zijn eigen progressief-nationalistische partij PDI-P, maar kreeg ook steun van afsplitsingen van Suharto’s autoritaire Golkar-partij, van oudgedienden uit het leger en de veiligheidsdienst, en van een partij van zakelijke middenklassers. Buiten het parlement kreeg hij de steun van een groot deel van de vakbeweging, van kiezers in de buitengebieden en van religieuze minderheden.

Jokowi is dus niet slechts verantwoording schuldig aan ‘de gewone Indonesiër’ die genoeg heeft van corruptie en welvaart verlangt, maar ziet zijn beleid uiteindelijk mede bepaald worden door diverse politieke, maatschappelijke en economische krachten. Bovendien is Jokowi niet de enige met aanhang op straat. Hij zal nog een flinke kluif hebben aan maatschappelijke groepen en machtsstructuren die zich tijdens de verkiezingen achter Prabowo hebben geschaard, maar zich doorgaans op straat manifesteren. Drie van deze groepen verdienen een nadere blik.

Vakbond FSPMI

Prabowo’s politieke coalitie bestond uit een brede schare van conservatieve en autoritaire partijen, islamisten en zakentycoons, maar verbazingwekkend genoeg slaagde hij er ook in steun te verwerven van het meest radicale deel van de vakbeweging: de metaalarbeidersfederatie FSPMI onder leiding van Said Iqbal. Dit is zeer opmerkelijk. Indonesië kent sinds 2011 een opvallende vakbondsmobilisatie. In enkele massale en spectaculaire stakingsrondes wisten vakbonden aanzienlijke minimumloonstijgingen af te dwingen van werkgevers, soms tot wel 50 procent. Hoewel vrije vakbonden in de tijd van Suharto verboden waren, kent Indonesië inmiddels ruim 12.000 kleine bedrijfsvakbonden en enkele grotere vakfederaties. Zij vormen een geduchte tegenstander voor werkgevers en de gevestigde politiek in Indonesië.

De FSPMI, die een ledenaantal claimt van ruim honderdduizend metaalarbeiders, neemt als de meest militante en de best georganiseerde tak van de vakbeweging een centrale rol in. Deze militanten, die in zwart-met-rode uniformen in imposante blokken de oproerpolitie op een afstand houden en de vrijheid van staking en demonstratie voor arbeiders afdwingen, hebben in de voorbije jaren stevig onderhandeld met Jokowi in zijn functie van gouverneur van Jakarta. Hij had de macht om in zijn gouvernement de minimumlonen aanzienlijk te verhogen. Jokowi ging hier evenwel niet op in en vond het zelfs goed dat enkele Koreaanse bedrijven de grens van het minimumloon tijdelijk ontdoken.

Na een korte flirt met socialistisch bonden wendde Said Iqbal, die vorig jaar een belangrijke FNV-vakbondsprijs won, zich tot Prabowo, en beloofde hem steun in ruil voor een post als minister van Arbeid. Deze keuze, en de daaropvolgende nederlaag van Prabowo, heeft een bom gelegd onder de Indonesische vakbeweging. Velen kunnen zich nog de misdaden van Prabowo tegen arbeiders en activisten herinneren tijdens de val van Suharto in 1998, en zullen de FSPMI diens keuze niet vergeven. Maar omdat deze bond de meest geharde kaders van de vakbeweging vormen, dreigt een deel van de slagkracht van de arbeiders verloren te gaan. De gevolgen van de keuze van de FSPMI zijn nog niet duidelijk. Het zou kunnen betekenen dat de bond uit elkaar valt. Delen van de arbeiders zouden naar de linkse bond Sekber Buruh kunnen overstappen om daar Jokowi vanaf links te bestrijden. 

Front Pembela Islam

Een tweede groep die zich achter Prabowo schaarde, en die het Jokowi moeilijk gaat maken tijdens diens regeerperiode, komt uit een geheel andere hoek: de wereld van de radicale islam. De Front Pembela Islam (FPI) is een semicriminele organisatie van fanatieke moslims uit de armere wijken van steden op Java, die zich voor het grootste deel op straat organiseert. Naar eigen zeggen kan ze duizenden aanhangers mobiliseren. Opgericht tijdens het uiteenvallen van de dictatuur van Suharto, onderhoudt de FPI warme banden met het Indonesische leger en de politie. WikiLeaks onthulde zelfs dat de groep tot 2006 geld ontving van de veiligheidsdienst BIN en van de politie, die de groep als attack dog gebruikten tegen onwelgevallige groepen en organisaties.

De activisten van FPI hebben echter met name angst gezaaid door tijdens de Ramadan nachtclubs en bordelen kort en klein te slaan en mensen te molesteren. Ook zijn ze actief geweest in het belagen van ‘communisten’, uitdagende artiesten als Lady Gaga en religieuze minderheden zoals Ahmadiyya-moslims en christenen in door hen verklaarde moslimwijken. Onlangs nog dreigden ze amok te maken toen Harry Poeze, een historicus van het KITLV in Leiden, in Semarang een boek wilde presenteren over de bekende Indonesische communist Tan Malaka. Pas na tussenkomst van de gouverneur en de rector kon de bijeenkomst doorgang vinden.

Op zich is de politieke steun voor deze groep niet groot, zelfs niet onder radicale moslims die zich meer op figuren als Abu Bakar Baasyir en op de buitenlandse Islam oriënteren. Maar ze spreekt tot de verbeelding van de arme en werkloze stadsjeugd, en opereert soms meer als een straatbende dan als een religieuze groepering. Bovendien bood presidentskandidaat Prabowo, op zoek naar stemmers, hun een platform door te stellen dat "alle massaorganisaties, inclusief de FPI, omarmd moeten worden". Om de banden verder aan te halen bezocht zijn running mate Hatta Rajasa vlak voor de verkiezingen een FPI-moskee.

Het politieke kamp van Jokowi heeft zich tegen de invloed van dergelijke hardliners uitgesproken, maar intussen erkent zijn politieke rechterhand in Jakarta, Ahok Basuki, dat de FPI goede diensten verleende aan de politie van Jakarta in de bestrijding van prostitutie. Het is de vraag of de FPI terug in zijn hok wil, nu het enige politieke legitimiteit heeft verworven.

Pemuda Pancasila

Een laatste, en nog veel grotere organisatie die zich buiten het parlement organiseert, is de ultranationalistische en paramilitaire Pemuda Pancasila (PP). Deze massaorganisatie die drie miljoen leden claimt, is nauw gelieerd aan takken van het leger, en vindt haar oorsprong in de tijd van Suharto’s dictatuur toen ze de vuile klusjes voor het regime opknapte.

Een recente film The Act of Killing van Joshua Oppenheim over de grootschalige massamoord op communisten en Chinezen in 1965-1966, portretteert enkele oudgedienden van deze groepering en toont aan hoezeer deze beweging de criminele onderwereld en de niet minder criminele bovenwereld weet te verenigen. Enerzijds worden ze, met hun oranje legeruniformen, ingezet om nationalistische evenementen luister bij te zetten, zoals bij de genoemde stadionparade van Prabowo. Anderzijds houden ze zich bezig met afpersing van Chinese en andere marktkooplui, met intimidatie van politieke tegenstanders en de bestrijding van ‘communistische’ samenzweerders.

Ook deze groep heeft de omwenteling na Suharto goed doorstaan en de afgelopen jaren erkenning gekregen als verdediger van de natie en de territoriale integriteit van Indonesië. Het is niet verwonderlijk dat een hooggeplaatste generaal in het Indonesische leger, dat zich officieel buiten de politiek moet houden, zich tot de PP wendde om te klagen dat populisten de democratie beheersten. "Een natie heeft gangsters [preman] nodig", orakelde ook Jusuf Kalla in de film van Joshua Oppenheim. Wat dit betekent nu dezelfde Jusuf Kalla vicepresident wordt naast Jokowi, valt nog te bezien.

De toekomst ligt op straat

De bovenstaande groepen zijn geenszins op één hoop te vegen. Met name de vakbondsmilitanten van de FSPMI kunnen niet in verband gebracht worden met de FPI en de PP. Tijdens de laatste grote staking, afgelopen oktober, vielen vijfhonderd leden van de PP nota bene een vakbondsdemonstratie van de FSPMI aan, met 28 gewonde arbeiders tot gevolg. Hoewel de FSPMI zich officieel niet met politiek bezighoudt – hun steun aan Prabowo was officieel door pragmatisch eigenbelang ingegeven – wordt ze met name door de Pemuda Pancasila als een gevaarlijke communistische groepering beschouwd.

Wel is het duidelijk, dat Jokowi niet als enige representant van ‘de straat’ kan gelden. In een land waarin het vertrouwen in de gevestigde politiek door corruptie en institutionele zwaktes minimaal is, vertrouwen velen op alternatieve machtsstructuren die hun invloed voor een belangrijk deel op straat laten gelden.

Het is vooralsnog onduidelijk hoe de FSPMI, de FPI, de PP en andere groepen zich gaan gedragen na de nederlaag van hun politieke broodheer Prabowo. Veel zal afhangen van de verhoudingen tussen de regering van Jokowi en de machtsbases van de genoemde groepen. Indonesië blijft immers na China en India de staat met de grootste arbeidersmassa van Azië, met de grootste moslimbevolking ter wereld en met een machtig en semiautonoom ‘veiligheidsapparaat’ dat in het verleden meerdere malen tot buitensporig geweld is overgegaan. De genoemde organisaties moeten als radicale vleugels gezien worden van grote bevolkingsgroepen en machtsstructuren, en zullen zich laten gelden als hun deel van de straat in hun ogen tekort wordt gedaan.

De politieke toekomst van Indonesië en Jokowi’s machtsdoorbraak zal in ieder geval niet slechts in het parlement gestalte krijgen, maar zal voor een belangrijk deel op straat worden bevochten.

Klaas Stutje is historicus aan de Universiteit van Amsterdam en doet onderzoek naar de geschiedenis van het Indonesisch nationalisme. Daarnaast publiceert hij artikelen op het grensvlak van geschiedenis en politiek.

Lees verder…
10897284865?profile=originalMet trots kan ICM redactie melden dat haar oudste abonnee Tom Saras, een Indo na zijn vertrek uit Indonesie naar Holland,  en vervolgens geemigreerd naar Califonia. Daar zich verder ontplooide o.a.  wonend in California en nu een hoogste onderscheiding  in ontvangst mag nemen uit handen van the University of Southern California. Zeker als Indo om hier trots op te zijn.
 
Hier een passage uit de brief van herkenning":
"On behalf of the University of Southern California (USC) and its Minority Business Development Agency Business Center that is funded by the United States Department of Commerce, we would like to recognize Green Earth Vitamins, Inc. (GEV) and its President/CEO and founder Tom Saras for their outstanding contribution to the global health and wellness community"
It further says: " The GEV team has created the original Guyabano 650mg High Potency and Guyabano Complex supplements that are a unique line of immune and energy enhancing supplements that is produced in the United States (USA)." " The GEV team has created the original Guyabano 650mg High Potency and Guyabano Complex supplements that are a unique line of immune and energy enhancing supplements that is produced in the United States (USA)."
10897282463?profile=original
Lees verder…

UIT DE ARCHIEVEN HET GEBAAR (2001)

 

10897253880?profile=original

 

Het gebaar

25 839
Tegoeden Tweede Wereldoorlog

nr. 23
VERSLAG VAN EEN ALGEMEEN OVERLEG

Vastgesteld 28 februari 2001

De vaste commissie voor Financiën1 en de vaste commissie voor Volksgezondheid, Welzijn en Sport2 hebben op 8 februari 2001 overleg gevoerd met minister Zalm van Financiën en minister Borst-Eilers van Volksgezondheid, Welzijn en Sport over:

– de voortgang van de werkzaamheden in verband met de tegoeden Tweede Wereldoorlog (25 839, nr. 17);

– de voortgangsrapportage Tegoeden Tweede Wereldoorlog (25 839, nr. 18), voor zover de stukken betrekking hebben op de Indische tegoeden;

– de nadere uitwerking van de regeringsreactie naar aanleiding van het rapport van de begeleidingscommissie onderzoek Indische tegoeden (25 839, nr. 21).

Van dit overleg brengen de commissies bijgaand beknopt verslag uit.

Vragen en opmerkingen uit de commissies

De heer Middel (PvdA) stipt aan dat de Kamer de regering tijdens het vorige overleg heeft gemeld dat er te veel bezwaren leefden om akkoord te kunnen gaan met het voorstel inzake de Indische tegoeden. De regering en het Indisch platform hadden geen overeenkomst bereikt over de hoogte van het bedrag, de keuze voor individuele uitkeringen en het door het platform ongewenste onderscheid tussen binnenkampers en buitenkampers. Bovendien zijn er door veel betrokkenen vraagtekens gezet bij de representativiteit van het Indisch platform.

Het inmiddels bereikte resultaat is beter, maar roept toch enkele vragen op. Er is een akkoord bereikt met het Indisch platform over een bedrag van 350 mln. gulden voor individuele uitkeringen en 35 mln. gulden voor collectieve doelen. De in allerlei organisaties en clubs gefragmenteerde Indische gemeenschap blijft echter twijfels uiten over het Indisch platform als representatief orgaan. Het is niet de taak van de Kamer noch van de regering om, zoals hier en daar is geopperd, alsnog een dergelijk orgaan in te stellen. Vastgesteld moet worden dat de Indische gemeenschap, in tegenstelling tot de joodse gemeenschap, blijkbaar niet in staat is om een breed draagvlak te organiseren. Het moge echter duidelijk zijn dat het overboord zetten van de verschillen ertoe zal leiden dat de onderhandelingspositie ten opzichte van de overheid sterker wordt.

De heer Middel vindt het akkoord redelijk, zeker omdat het onderscheid tussen binnenkampers en buitenkampers is weggevallen. Enige verdieping in deze ingewikkelde problematiek maakt immers duidelijk dat het anno 2001 niet op de weg van het parlement ligt om hierop inhoudelijk in te gaan. Het is overigens onduidelijk of een deel van het bedrag van 35 mln. gulden ook wordt of kan worden besteed aan (de problemen rond) het Indisch huis. De regering blijft toch betrokken bij de besteding van dit geld?

Meer in het algemeen blijft onduidelijk, ook voor betrokkenen, of met het bereikte akkoord over «350 plus 35 mln.» de zaak is afgerond. Het Nederlandse rechtssysteem houdt, zoals bekend, de mogelijkheid van individuele claims open.

Daarnaast bestaat er echter onduidelijkheid over het overigens zeer te waarderen breed historisch onderzoek, waarin ook aandacht zal worden besteed aan de financiële aspecten van het rechtsherstel. Volgens het Indisch platform, dat overigens onder druk van de demografische ontwikkeling van haar achterban akkoord is gegaan met de 350 mln. gulden, biedt dit een opening om naar aanleiding van nieuwe gegevens het gesprek met de overheid voort te zetten. Kan de minister helderheid brengen op dit vlak? De zaak is nu toch klaar?

De heer Middel spreekt de hoop uit dat bij de verdeling van het geld over de Indische gemeenschap en bij de besteding van het geld voor de collectieve doelen wegen gevolgd kunnen worden analoog aan die bij de joodse gemeenschap. Gelukkig blijkt er reeds sprake van enige contacten tussen beide groeperingen. De regering blijft toch ook betrokken bij deze structuren?

Reeds eerder zijn vier andere groepen van oorlogsgetroffenen naar voren gebracht, die in dit verband in meer brede zin relevant zijn. Het gaat om homoseksuelen, kinderen van Jehova's getuigen, reizigers en dwangarbeiders. Kan de minister enig licht werpen op eventuele vorderingen op dit vlak, ook in relatie met de stichting Burger oorlogsgetroffenen (SBO)? Hoe staat het daarnaast met de pensioenen? De bij SBO geregistreerde mensen hebben via de IOM (Internationale organisatie voor migratie) formulieren ontvangen die hier en daar de verwachting op een vergoeding oproepen. Is de opstelling van de overheid niet te formeel? Hier is eveneens enige spoed op zijn plaats, gelet op de ook hier geldende demografische ontwikkeling.

Mevrouw Meijer (VVD) maakt duidelijk de vele berichten en gegevens uit de Indische gemeenschap zeer op prijs te stellen, daar deze duidelijk geholpen hebben bij het maken van de uiteindelijke afweging.

Zesenvijftig jaar na het einde van de verschrikkingen in en buiten de kampen in Nederlands-Indië zal ruim 350 mln. gulden worden verdeeld over de Indische gemeenschap, als tegemoetkoming voor de kille en afstandelijke behandeling door de verschillende regeringen na de Tweede Wereldoorlog. Mevrouw Meijer stemt hiermee in. Veel Indische Nederlanders namen destijds verzwakt, berooid en bedreigd, noodgedwongen afscheid van Nederlands-Indië. In Nederland vonden de repatrianten en emigranten geen troost of begrip in een samenleving die alle aandacht vestigde op de wederopbouw. Opeenvolgende naoorlogse regeringen hebben vervolgens bij de gehele groep Indische Nederlanders een nog immer actuele, fundamentele frustratie opgeroepen over onmacht, onrecht en leegte. Dit onverdraagbare verdriet, het gevoel te kort te zijn gedaan door de Nederlandse overheid, valt natuurlijk niet weg te nemen of te restitueren met het door de regering overeengekomen gebaar.

Mevrouw Meijer heeft kennisgenomen van de brief van 12 december 2000 van de minister van VWS. Kan de regering toelichten wat verstaan wordt onder «rechtsherstel» en «gebaar»? De bereidheid van de regering om tot een grondig historisch onderzoek naar het rechtsherstel te komen is verheugend. Wat is echter de betekenis van dit onderzoek? Komt het rapport Aspecten van rechtsherstel, van het Indisch platform, daarbij ter sprake? Kan het onderzoek ook financiële consequenties hebben? De minister schrijft dat naast het collectieve gebaar van 350 mln. gulden individuele claims mogelijk blijven. Enige toelichting is hierbij vereist, opdat hierover duidelijkheid ontstaat binnen de Indische gemeenschap. Wat is bijvoorbeeld de positie van Indische Nederlanders die buiten Nederland verblijven? Meer in het algemeen moet helderheid worden geboden inzake de organisatorische afhandeling. Waar kunnen claimanten terecht die het niet eens zijn met de afwikkeling van hun claim?

Mevrouw Meijer roept de Indische gemeenschap op om voortvarend en in het belang van die gemeenschap tot een voor iedereen aanvaardbare afronding van dit lastige dossier te komen. Hoe groot de frustraties ook zijn, er moet nu het nog kan, snel en effectief recht worden gedaan aan wie het toekomt.

Mevrouw Giskes (D66) vindt het treurig dat ruim vijftig jaar na dato nog steeds over dit onderwerp gesproken moet worden. Daarbij past alleen een vorm van gêne. Ook het parlement immers heeft in de jaren na de oorlog te weinig oog gehad voor de positie van Indische Nederlanders. De brief van 12 december brengt echter een heel goede oplossing nabij, waarbij het vervolgens vooral op de uitvoering aankomt.

Bij de door de regering gekozen aanpak inzake de Indische gemeenschap lopen de thema's gebaar en rechtsherstel enigszins door elkaar. Dit komt vooral omdat de verschillende groepen oorlogsgetroffenen in dit verband niet goed te vergelijken zijn. Bij de joodse gemeenschap is er sprake van een vrij nauwkeurige berekening inzake het rechtsherstel. Bij de Sinti en de Roma is er uitsluitend sprake van een financieel gebaar. Bij de Indische gemeenschap moet vastgesteld worden, gegeven de huidige kennis, dat deze zaken door elkaar lopen. Primair lijkt het te gaan om een gebaar, ook hangende het te komen breed historische onderzoek. Dat onderzoek moet het hele verhaal vertellen, in geschiedkundige zin en inzake het (financiële) rechtsherstel van de verschillende groepen die in dit verband onder de noemer van de Indische gemeenschap vallen. Veel van de betrokkenen waren lange of korte tijd weg uit Nederland of waren er nog nooit geweest. Ook daarom zal hun terugkeer in de Nederlandse samenleving anders zijn geweest dan bij de andere gemeenschappen. Meer in het algemeen moet overigens bedacht worden dat het vrijwel onmogelijk is, na zoveel tijd de lucht definitief te klaren.

Mevrouw Giskes acht de 350 mln. gulden, waarop het overleg tussen de regering en het Indisch platform uit is gekomen, aanvaardbaar. Het is goed om vast te stellen dat er een vorm van overeenstemming is gevonden en dat er een gevoel van tevredenheid bestaat bij de vertegenwoordigers van de Indische gemeenschap. Het onderscheid tussen binnenkampers en buitenkampers is dan ook vervallen en bovendien is er nu sprake van een individuele uitkering. Vervolgens is van belang dat er ook snel overgegaan kan worden tot het verstrekking van de uitkeringen. De overheid heeft op dit vlak immers reeds enige ervaring opgedaan met de joodse gemeenschap.

De 350 mln. gulden aan individuele uitkeringen lijkt bestemd te zijn voor mensen die in de periode 1941–1945 aan dan lijve de oorlogstijd hebben meegemaakt in Indonesië. Kan de minister dit bevestigen? Als vervolg op het technische onderzoek naar individuele claims zal er ten dele verder onderzoek plaatsvinden naar rechtsherstel binnen het breed historisch onderzoek. Als de uitkomsten hiervan bekend zijn, zullen die naast het bedrag van 350 mln. gulden gelegd moeten worden, opdat het allerlaatste woord over dit dossier gesproken kan worden.

De heer De Haan (CDA) is van mening dat de Kamer een zo groot mogelijke vorm van eendrachtigheid moet betonen bij deze zaak. Een dergelijk indrukwekkend onderwerp behoeft immers een indrukwekkend optreden. Daarbij moet in het oog worden gehouden dat uiteindelijk geen volstrekte tevredenheid zal kunnen worden bereikt over de hoogte of de interpretatie van het bedrag. In alle plezierige en vaak emotionele contacten met de Indische gemeenschap is immers nooit een eenduidige oplossing naar voren gekomen. De kern van de zaak lijkt daarbij de vraag of er nu sprake is van rechtsherstel of van een gebaar. Daarbij ligt ook het onderscheid tussen de oorlogsperiode en het naoorlogse rechtsherstel gevoelig. Toch is het algemeen gevoelen dat er een punt achter de zaak gezet moet worden, ook als het gaat om het vraagstuk van de representativiteit van het Indisch platform.

Het bedrag van 350 mln. gulden moet «for the time being» worden geaccepteerd. In dit verband moet de functie van het breed historisch onderzoek door de regering duidelijk worden gemaakt. Een objectieve historische studie kan tot herkenning en erkenning leiden van de problemen van de Indische landgenoten. Wat echter als de resultaten laten zien dat de Nederlandse Staat op geld van de Indische gemeenschap zit? Hoe zal vervolg worden gegeven aan een dergelijke conclusie, ook in relatie tot het bedrag van 350 mln. gulden? De regering zal dan toch (opnieuw) tot een vergoeding over moeten gaan?

De heer Van Dijke (RPF/GPV) heeft een gevoel van gêne als het gaat om de duur van de afwikkeling van de problematiek van de Indische tegoeden. Het betekent immers onder meer dat vooral de naoorlogse generatie het woord over dit dossier moet voeren. Daarbij kan onmogelijk hetzelfde gevoel of dezelfde emotie worden opgeroepen als die bij de betrokkenen leven over de buitengewoon trieste en treurige gebeurtenissen. Wie zijn ogen sluit voor het verleden, gaat echter de toekomst blind tegemoet. Het breed historische onderzoek wordt dan ook zeer gewaardeerd, ook al zijn de financiële consequenties vooralsnog onduidelijk. Het is belangrijk dat de regering erkent dat de overheid steken heeft laten vallen in het verleden. In dat verband is het wat wonderlijk dat in de brief van 12 december sprake is van «vermoedelijke tekortkomingen». Is er soms ook sprake van «vermoedelijk rechtsherstel»?

Het is belangrijk dat niet getracht wordt het leed van verschillende groeperingen met elkaar te vergelijken. Bovendien moet voorkomen worden dat mensen zich ongelijk behandeld voelen, zeker bij deze gevoelige kwestie. Het verleden van de Indische gemeenschap is goeddeels niet gedocumenteerd. Uit diezelfde gemeenschap is echter recentelijk door diverse mensen naar voren gebracht dat lang niet alle voor de hand liggende bronnen zijn aangeboord. Heeft de regering een maximale inspanning gepleegd om de beschikbare feiten boven water te krijgen? De heer Van Dijke sluit zich overigens aan bij de woorden van de heer Middel over de kwestie van de representativiteit van het Indisch platform.

Het is de heer Van Dijke nog niet geheel duidelijk wie voor een uitkering in aanmerking komt. Hoe staat het bijvoorbeeld met de mensen, die na de oorlog zijn geëmigreerd? Vallen zij buiten de reikwijdte van deze regeling? Meer in het algemeen zou het buitengewoon betreurenswaardig zijn als bij de afwikkeling van een en ander zaken een rol gaan spelen die de waardigheid in het geding brengen. De oproep van mevrouw Meijer in dezen wordt dan ook door hem onderschreven.

De heer Van der Staaij (SGP) merkt op dat bij rechtsherstel in het algemeen en bij de Indische tegoeden in het bijzonder drie trefwoorden van groot belang zijn: voortvarendheid, zorgvuldigheid en consensusgericht. Gelet op zowel de tijd dat de gebeurtenissen speelden als de hoge leeftijd van betrokkenen is voortvarendheid van groot belang. Zorgvuldigheid en consensusgericht zijn eveneens belangrijk, bijvoorbeeld gelet op veelal ontbrekende gegevens. De bijzondere gevoeligheid van het gebaar, de erkenning en de tegemoetkoming van de overigens zeer gevarieerde Indische gemeenschap maken duidelijk dat het niet kan gaan om een zakelijk debat. Er moet tegemoetgekomen worden aan de ervaren kilheid, het formalisme en de bureaucratie, het onbegrip en de slechte ontvangst van de Indische burgeroorlogsslachtoffers in naoorlogs Nederland. De vele brieven uit de Indische gemeenschap laten immers zien hoe diep de verbittering is.

De in de stukken gebruikte term «gebaar» is weinig gelukkig, omdat deze te veel de sfeer van onverplichte vrijgevigheid uitademt. De term «tegemoetkoming» doet meer recht aan de gevoelens die bij de betrokkenen leven, aangezien het om morele aanspraken gaat. Dat maakt overigens een waardering van de hoogte van het bedrag heel moeilijk. Er lijkt echter zo veel als mogelijk overeenstemming te zijn bereikt over een bedrag dat, ondanks alle kritiek, aan het doel beantwoord. Met het bedrag van 350 mln. gulden plus 35 mln. gulden voor collectieve doeleinden lijkt een balans bereikt, ook aangezien er nu sprake is van individuele uitkeringen. Gaat bij de invulling van de bedragen de afbakening van de doelgroep nog problemen opleveren? In het verleden is immers gesignaleerd dat hier sprake zou zijn van een complicatie. Hoe verhoudt daarnaast het publiekrechtelijke kader zich met de aangeboden behulpzaamheid van de regering bij het opstellen en uitvoeren van een uitkeringsreglement?

De heer Van der Staaij onderschrijft van harte de stelling van de regering dat voor rechthebbenden de mogelijkheid van individuele claims overeind blijft. Uit coulanceoverwegingen zal daarbij worden afgezien van een beroep op louter verjaring. De regering gaat voor het onderzoek naar individuele claims proberen, toegang tot relevante buitenlandse archieven te krijgen. In hoeverre zal een dergelijke poging vrucht kunnen hebben?

Het belang van een breed historisch onderzoek wordt door de heer Van der Staaij onderschreven. De witte vlekken moeten worden ingevuld, opdat er zo veel mogelijk helderheid kan worden gebracht. Staat de door de regering bepleitte breedheid overigens niet de ook gewilde snelheid van het onderzoek in de weg? Wanneer is dit historisch onderzoek afgerond? Volgens de brief van 12 december spelen bij het onderzoek ook de morele aspecten een rol. Dit kan suggereren dat de discussie over de morele aanspraken en de hoogte van het totaalbedrag heropend kan worden. Dat is toch niet de bedoeling? Bij de Indische gemeenschap zijn op dit vlak toch geen verwachtingen gewekt?

De heer Vendrik (GroenLinks) wijst erop dat een gevoel van schaamte past bij de constatering dat vorige politieke generaties in het parlement de zaak niet eerder tot klaarheid hebben kunnen brengen. De algemene lijn van de regering bij de joodse tegoeden, het zoeken naar bewijzen voor het kille en incomplete rechtsherstel na de Tweede Wereldoorlog, is doorgetrokken naar de Indische tegoeden. Eenzelfde benadering hoeft echter niet tot dezelfde uitkomsten te leiden, omdat de aard van de geschiedenis van de joodse en de Indische Nederlanders geheel verschillend is. Al met al is het een wellicht onbeholpen maar gerechtvaardigde en belangrijke poging om voor de door Indische Nederlanders opgedane trieste ervaringen, veroorzaakt door Nederlands handelen, verantwoordelijkheid te (her)nemen.

Het is goed dat het kabinet heeft besloten om in plaats van 250 mln. gulden voor collectieve doelen, 350 mln. gulden te reserveren voor individuele uitkeringen. Een en ander kan dan ook op steun van de Indische gemeenschap rekenen. Een belangrijke vraag daarbij is of met enige zekerheid op objectieve wijze vast te stellen valt wie precies tot de kring van gerechtigden behoort. Deze delicate kwestie speelde ook bij de joodse tegoeden, met name inzake de halfjoden. Meer in het algemeen past hierbij de stelling dat het beter is, een uitkering te veel te verstrekken dan een uitkering ten onrechte te onthouden. De brief van de minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport spreekt over nader overleg met het Indisch platform over de kring van gerechtigden. Daarbij moet met enige «zachtheid» worden geopereerd, om te voorkomen dat mensen (weer) een gesloten loket vinden.

De heer Vendrik vraagt zich af wat het bedrag van 350 mln. gulden betekent. Is het een gebaar of een tegemoetkoming en wat is de relatie met het rechtsherstel dat voor sommige Indische Nederlanders zo slecht is uitgepakt? Het is daarnaast in dit verband enigszins onduidelijk wat het breed historische onderzoek, dat er zeker moet komen, behelst. Er moet een poging worden gedaan om zo breed mogelijk boven water te halen wat de Indische Nederlanders is overkomen. De kardinale vraag daarbij is welke consequenties de regering vervolgens uit de conclusies van dat onderzoek zal trekken ten aanzien van het rechtsherstel. Het collectieve gebaar van 350 mln. gulden aan individuele uitkeringen kan immers gezien worden als een poging tot tegemoetkoming in het kader van een onvolkomen rechtsherstel. Daarnaast moet de overheid echter de vraag open laten hoe men zal reageren op de uitkomsten van het onderzoek, aangezien die onbekend zijn. Dit betekent dat er op geen enkele wijze verwachtingen kunnen worden gewekt, al kan niet uitgesloten worden dat het onderzoek het bedrag van 350 mln. gulden ter discussie stelt. Deze opstelling is het meest rechtvaardig ten opzichte van de Indische gemeenschap. Hoe waardeert het kabinet deze opstelling?

Het is niet aan het parlement om te oordelen over de representativiteit van het Indisch platform. Dat neemt niet weg dat het Indisch platform en de regering zich rekenschap moeten geven van de vragen die hieromtrent leven. Dit kan iets betekenen voor de wijze van werken in de komende tijd, bijvoorbeeld transparantie bij de toekenning en besteding van gelden. Een dergelijke opstelling zou zeer te waarderen zijn. De vereniging Oud-cliëntencontact 45 maakt er overigens gewag van geen plaats te krijgen in het Indisch platform. Kan de minister iets betekenen voor deze groep?

De heer Vendrik verwacht nadere voorstellen over de invulling van de 35 mln. gulden aan collectieve doeleinden. Bij de samenstelling van de Indische gemeenschap is er sprake van een enorme pluriformiteit en diversiteit in ervaringen en posities. Deze pluriformiteit moet dan ook tot uitdrukking komen bij de besteding van deze gelden.

Antwoord van de regering

De minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport deelt de trieste gevoelens over het late moment waarop de overheid probeert te reageren op gevoelens die reeds sinds augustus 1945 leven bij de Indische gemeenschap. De betrokken groep Nederlanders heeft verschrikkelijke dingen meegemaakt vanaf december 1941. Het leed van deze landgenoten is op geen enkele manier te vergoeden. Hier past slechts blijvend begrip en medeleven.

Gedurende een vrij lange periode is overleg gepleegd over de invulling door de regering van de tekortkomingen in het rechtsherstel. De aanvankelijk gekozen oplossing van een collectief gebaar van 250 mln. gulden heeft een stroom van reacties veroorzaakt. Vervolgens is opnieuw overleg gevoerd, waarbij de inmiddels bekende oplossing is gekozen.

Bij dat vaak plezierige en soms emotionele overleg heeft het Indisch platform zich ook steeds het lot aangetrokken van de Indische Nederlanders die geen lid zijn van een van de achttien clubs van het platform !!!!!!!!!!!!!!!!!!!!

 Het bedrag van 35 mln. gulden voor collectieve doeleinden gaat overigens gepaard met een verzoek om projecten en ideeën in te dienen. Het net zal daarbij zo wijd mogelijk uitgegooid worden, zodat ook voorstellen van buiten het Indisch platform gehonoreerd kunnen worden.

De minister antwoordt dat met het bedrag van 350 mln. gulden het collectieve gebaar is afgesloten. Het breed historisch onderzoek is vooral nodig omdat er veel witte vlekken bestaan. De historische documentatie over de bezettingsperiode en de periode daarna moet dan ook worden aangevuld om de ontwikkelingen te reconstrueren. Het Indisch platform heeft uitdrukkelijk gevraagd om de notitie van oktober 2000, Aspecten van rechtsherstel, mee te nemen bij dit onderzoek. Een aanvullend onderzoek naar het rechtsherstel zal dan ook een herkenbaar onderdeel gaan vormen van het breed historisch onderzoek.

De commissie-Van Galen en de technische commissie haalbaarheidsonderzoek hebben beide moeten vaststellen dat er teleurstellend weinig archiefmateriaal beschikbaar is. Na grondige bestudering van een en ander is het de overtuiging van de regering dat het breed historisch onderzoek weinig nieuwe aanknopingspunten, inzichten, feiten of claims zal opleveren inzake het rechtsherstel. Er is een maximale inspanning gepleegd om de feiten te achterhalen. De kans dat de Nederlandse regering «op Indisch geld zit» is dan ook minimaal oftewel vrijwel uitgesloten. Wel kunnen wellicht mensen met de conclusies van het onderzoek een individuele claim ondersteunen. Er is ook in dit verband contact met de Indonesische regering over het raadplegen van haar archieven. Honorering van een dergelijk verzoek is onzeker, ook al is duidelijk gemaakt dat het niet in de bedoeling ligt om claims bij de Indonesische regering neer te leggen. Als de resultaten van het onderzoek bekend zijn, zal de regering zich daarin verdiepen en vervolgens geen discussie uit de weg gaan. Het collectieve gebaar is echter gemaakt met het bedrag van 350 mln. gulden. De minister antwoordde desgevraagd dat het naar de stellige overtuiging van de regering hierbij zal blijven. Het indienen van individuele claims blijft overigens te allen tijde mogelijk, ook als de betrokken mensen in het buitenland wonen. De claim op wat men in financieel-materiële zin te kort is gekomen, heeft immers geen verband met de huidige woonplaats.

De minister erkent dat er sprake blijft van een discrepantie bij de interpretatie van het totaalbedrag van 385 mln. gulden. Is het een gebaar of een tegemoetkoming in het rechtsherstel of voor de kille ontvangst? De Indische gemeenschap wil het graag zien als een gebaar op grond van de kille ontvangst. De regering ziet het als een poging tot verzachting van de ervaringen bij het toenmalige, gebrekkige rechtsherstel. In de brief is sprake van «vermoedelijke» tekortkomingen. Aangezien er weinig harde feiten over het rechtsherstel zijn en er geen volledig beeld beschikbaar is, gebiedt de zuiverheid een dergelijke formulering. Naar de overtuiging van de minister is er echter sprake van «waarschijnlijke» tekortkomingen. Juist de correct-formalistische en bureaucratische opstelling van destijds, ook inzake de valutakwestie, wil de overheid daarom alsnog pogen te verzachten. Meer in het algemeen past de term «tegemoetkoming» daarbij wellicht beter dan de term «gebaar».

Het Indisch platform is uitgenodigd om een voorstel te doen over de afbakening van de doelgroep inzake de individuele uitkeringen. Het bedrag zal ten goede moeten komen aan alle Nederlanders die tijdens de Japanse bezetting in Nederlands-Indië verbleven of elders (onvrijwillig) geïnterneerd of tewerkgesteld waren door de Japanse bezetter. Inmiddels is een ambtelijke werkgroep, onder voorzitterschap van mevrouw Van Heemskerk, belast met de voorbereiding van de uitvoering. Die zal ook de uitkeringcriteria nader uitwerken. Aan het NIDI (Nederlands interdisciplinair demografisch instituut) is bovendien gevraagd de doelgroep zo goed mogelijk te omschrijven. Bij die doelgroep horen ook mensen die zijn geëmigreerd. De werkgroep is kwartiermaker voor de in te stellen stichting die, geheel analoog aan die voor de joodse tegoeden, in twee ronden zal zorg dragen voor de afwikkeling en beoordeling van de uitkeringen. Met het oog op de hoge leeftijd van de betrokkenen zullen de eerste bedragen nog dit jaar worden verstrekt. Het ministerie van VWS blijft overigens te allen tijde beschikbaar om, ook als de organisatie reeds werkzaam is, de stichting met raad en daad bij te staan. De verdeling van de gelden is echter een zaak van de stichting zelf. De Kamer zal te zijner tijd in kennis worden gesteld van de uiteindelijke doelgroepdefinitie en de voortgang in het algemeen.

De minister legt uit dat de Kamer tevens nader op de hoogte zal worden gesteld van de besteding van het bedrag van 35 mln. gulden voor collectieve doelen. De zaak van het Indisch huis wordt daarbij in principe op de eigen merites bekeken. Uiteindelijk gaat het echter om de wensen van de Indische gemeenschap.

Met de homoseksuele gemeenschap is overigens zeer recent overeenstemming bereikt over het beschikbaar stellen van 3,5 mln. gulden voor aanvullend onderzoek en het toegankelijk maken van de resultaten daarvan. Een oproep van de SBO inzake de kinderen van Jehova's getuigen heeft slechts drie reacties opgeleverd. Deze drie mensen zijn uitgenodigd voor een gesprek. De reizigers, de woonwagenbewoners, kennen geen organisatie die als gesprekspartner te gebruiken is. Inmiddels is SBO bezig om middels een meldpunt de relevante gegevens te verzamelen. Nog dit jaar zal daarover een rapport aan de Kamer worden toegestuurd.

Bij de ex-dwangarbeiders is er sprake van een teleurstellende ontwikkeling rond het in Duitsland opgerichte fonds. Veel bedrijven hebben nog niet gestort. Ook Oostenrijk kent een fonds, waarvoor overigens SBO de aanvraagbegeleiding mag verzorgen. Op korte termijn wordt de landelijke aanvraagprocedure bekend gemaakt. De regering wil daarnaast trachten iets te doen voor deze mensen via het WUBO-traject (Wet uitkeringen burger-oorlogsslachtoffers 1940–1945). De Pensioen enuitkeringsraad (PUR) heeft hierop besloten met een pilot te starten voor 1% van de bij SBO-geregistreerde ex-dwangarbeiders, zodat gepeild kan worden hoeveel interesse er is en hoeveel mensen hiervoor in aanmerking komen.

Over de kwestie van de pensioenen vallen, in afwezigheid van de staatssecretaris van Sociale Zaken en Werkgelegenheid, geen nieuwe feiten te melden.

De minister van Financiën geeft aan dat met rechtsherstel niet wordt gedoeld op een vergoeding van de schade die tijdens de oorlog is geleden. Het gaat om de inzet van de overheid om getraceerde goederen bij de rechthebbende terug te brengen. Door erop te wijzen dat Nederland de oorlog aan Japan verkesteld dat er spralaarde, wordt soms getracht uit te komen op een soort integrale schadevergoeding. Koningin Wilhelmina zou immers in een radio-oproep hebben gke zou zijn van compensatie van geleden oorlogsschade. Het is echter onmogelijk om iedere individuele schade als gevolg van verschillende oorlogshandelingen te vergoeden.

Bij het rechtsherstel zijn ongetwijfeld fouten gemaakt. De kernvraag daarbij is of de Nederlandse overheid op Indisch geld zit. Het bedrag van 350 mln. gulden is een tegemoetkoming voor juist het vermoeden dat het rechtsherstel, ook wat betreft de Nederlandse staat, niet helemaal perfect is verlopen. Het is immers naar de stellige overtuiging van de regering onmogelijk te achterhalen welke fouten zijn gemaakt en welke bedragen daarmee waren gemoeid. Dat laat de mogelijkheid van een individuele claim onverlet, ook al is er sprake van verjaring. Daarbij kan het breed historisch onderzoek wellicht aanknopingspunten bieden.

De afwikkeling van de joodse tegoeden verloopt voorspoedig. Inmiddels worden reeds bedragen uitgekeerd. Hopelijk is er snel sprake van een uitkeringsreglement inzake de Indische tegoeden. Daarbij kan men zijn voordeel doen met de reeds opgedane ervaringen. Er zal dan ook in dit geval sprake zijn van de tweerondenmethode, zodat de 350 mln. gulden geheel individueel uitgekeerd zal worden.

Nadere gedachtewisseling

De heer Middel (PvdA) vindt het van belang dat de uiteindelijke uitvoering van de regeling inzake de Indische tegoeden niet wordt opgehouden door eventuele discussies. Mede gezien de kritische geluiden over representativiteit uit de Indische gemeenschap, is een beroep op de regering gepast om met extra attentie zorg te dragen voor een goede organisatie van de uitvoering. De toenmalige minister-president heeft de Indische gemeenschap immers in 1991 opgeroepen zich te organiseren tot een gesprekspartner voor de regering.

Het onderzoek naar de afbakening van de doelgroep is wat wonderlijk, gelet op de praktijk bij de joodse tegoeden en de uitvoering van met name de WUBO. De huidige woonplaats of nationaliteit van een oorlogsgetroffene maakt toch niets uit? De pilot inzake ex-dwangarbeiders is een aardig initiatief, maar ook hier is enige snelheid geboden met het oog op de hoge leeftijd van de betrokkenen.

De heer Middel vindt dat de overheid de schijn moet vermijden dat mensen aan het lijntje worden gehouden. Het breed historisch onderzoek kan aanleiding geven tot ondersteuning van individuele claims, die immers overeind blijven. Het moet echter duidelijk zijn dat er geen behoefte bestaat om in een later verband op het collectieve bedrag, 385 mln. gulden, terug te komen.

Mevrouw Meijer (VVD) heeft eveneens geen behoefte om op het totaalbedrag van 385 mln. gulden terug te komen. De vraag waar mensen terecht kunnen die het niet eens zijn met de afwikkeling van hun claim is onbeantwoord gebleven.

De wijze van afwikkeling van de joodse tegoeden is, na alle verwikkelingen, buitengewoon goed en plezierig te noemen. De regering moet dan ook toezeggen, vooral behulpzaam en inlevend te zullen opereren bij de organisatie van de afwikkeling van de Indische tegoeden. De Indische gemeenschap op haar beurt moet de strijdbijl begraven, zodat een snelle en goede afwikkeling binnen bereik komt.

Mevrouw Giskes (D66) constateert dat de ergernis over het naoorlogse rechtsherstel en de onvrede en frustratie over de kille ontvangst elkaar hebben versterkt. Erkenning hiervan leidt dan ook tot het in elkaar grijpen van de termen gebaar en rechtsherstel. Daarbij moet geen onderscheid worden gemaakt tussen mensen die wel en mensen die niet in Nederland zijn gebleven. Wellicht hebben immers veel mensen Nederland juist verlaten omdat de ontvangst zo kil was.

De stellige overtuiging van de regering over een deel van de conclusies van het breed historisch onderzoek staat haaks op het idee van onderzoek op zichzelf. Bij een dergelijke overtuiging kan men het onderzoek immers beter laten. Is het niet beter te spreken van «verwachting» in plaats van «overtuiging»? Er kan immers niet uitgesloten worden dat er als gevolg van het onderzoek enigerlei claims naar voren komen die niet tot uitdrukking zijn gebracht in het bedrag van 350 mln. gulden.

Mevrouw Giskes vindt het verheugend en bovendien wezenlijk voor de voortgang van het uitkeringsproces dat er een onafhankelijk voorzitter is gevonden voor de werkgroep. Kan de Kamer te zijner tijd kennisnemen van het uitkeringsreglement?

De heer De Haan (CDA) heeft lof voor de stijl waarmee de regering in de afgelopen periode heeft gehandeld. Mede met het oog daarop moet het debat een duidelijke afsluiting vinden.

Het bedrag van 350 mln. gulden is een collectieve tegemoetkoming die individueel wordt uitgekeerd. Het ligt niet in de bedoeling daarop terug te komen. Uit het breed historisch onderzoek, dat vooral de documenten moet ordenen en de gebeurtenissen moet boekstaven, kan echter blijken dat voor bepaalde groepen of individuen het rechtsherstel nog moet plaatsvinden.

De heer De Haan vindt het belangrijk dat de afwikkeling van een en ander goed wordt georganiseerd. Daarbij kan men de vruchten plukken van de ervaringen en specifieke kennis die zijn opgedaan inzake de joodse tegoeden.

De heer Van Dijke (RPF/GPV) memoreert dat onduidelijk is gebleven hoe te oordelen over de gevolgtrekkingen van het historisch onderzoek. Het accent bij dat onderzoek moet niet liggen op een verdere precisering van genoegdoening of rechtsherstel. Dat zou een veel te smalle betekenis aan dit op zichzelf te waarderen onderzoek geven. Men moet het laten bij het bedrag van 350 mln. gulden, individuele claims uitgezonderd.

Hoe is de regering overigens van zins om de verschillende rechthebbenden, bijvoorbeeld zij die verblijven of wonen in het buitenland, te traceren? Worden er pogingen gedaan om deze mensen te bereiken en zo ja, in welke vorm?

De heer Van der Staaij (SGP) stelt vast dat de materiële en de immateriële aspecten van de tegemoetkoming, ook gezien de wijze van rechtsherstel, moeilijk te scheiden zijn.

De vraag wanneer de eerste resultaten van het breed historisch onderzoek worden verwacht, is onbeantwoord gebleven. Dat onderzoek moet overigens niet als doel hebben om het bedrag van 385 mln. gulden ter discussie te stellen. Het kan echter dienstbaar zijn aan individuele claims.

De heer Vendrik (GroenLinks) vindt dat bij het toekennen van uitkeringen souplesse, snelheid en ruimhartigheid moeten worden betracht.

Kan de minister toezeggen zich sterk te zullen maken voor de zaak van de representativiteit van het Indisch platform, ook in verband met de positie van het Oud-cliëntencontact '45? Alle initiatieven uit de Indische gemeenschap moeten immers een plek onder de zon krijgen.

De heer Vendrik begrijpt van de regering dat de kans dat het breed historisch onderzoek nieuwe feiten oplevert, die het bedrag van 385 mln. gulden opnieuw ter discussie stellen, vrijwel nihil is. Het enige dat hier rest, is de resultaten van het onderzoek af te wachten. Er moet overigens niet vooral of alleen gekeken worden naar de witte vlekken in het rechtsherstel. Deze onderzoeksvragen moeten echter ook niet naar de rand van het onderzoek worden geduwd. Afhankelijk van de conclusies zal er wellicht een debat dienen te ontstaan over het voorliggende akkoord.

De minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport heeft breed uitgesproken steun gehoord voor de conclusie dat het bedrag van 385 mln. gulden het laatste woord is inzake het collectieve gebaar. Op dit vlak mogen er dan ook geen valse verwachtingen worden gewekt.

De hoofddoelstelling van het breed historisch onderzoek is de witte vlekken in de geschiedschrijving op te sporen. Het vele materiaal moet zodanig geordend worden dat de Nederlandse geschiedschrijving een goed hoofdstuk zal bevatten over deze verschrikkelijke periode. Aan het Indisch platform is toegezegd de notitie Aspecten van rechtsherstel bij het onderzoek te zullen betrekken. Naar schatting van de onderzoekers zal het totale onderzoek vier jaar in beslag nemen. Het is echter goed mogelijk dat bepaalde delen van het onderzoek, naar tijd of thema, eerder worden gepubliceerd. De regering stelt daarbij niet reeds te weten wat de resultaten van het onderzoek zullen zijn.

De minister legt uit dat is overeengekomen dat het bedrag van 350 mln. gulden ten goede moet komen aan toenmalige Nederlanders die tijdens de Japanse bezetting in het voormalig Nederlands-Indië verbleven of in opdracht van de bezetter onvrijwillig elders geïnterneerd of tewerkgesteld waren. De Kamer zal, nadat het NIDI een en ander heeft bekeken, op korte termijn een doelgroepdefinitie ontvangen. Nog dit jaar moet immers begonnen worden met het verstrekken van de uitkeringen.

De regering zal ook meer in het algemeen betrokken en behulpzaam blijven bij de organisatie. De inzet is daarbij gericht op het zo snel mogelijk oprichten van een stichting. De beslissingen van deze stichting staan open voor beroep en bezwaar, analoog aan de stichting voor de joodse tegoeden. De landsadvocaat is overigens reeds bezig met het ontwerpen van statuten voor de stichting en van een uitkeringsreglement. De Kamer zal ook deze beide regelingen toegezonden krijgen. De minister zegt toe actief betrokken en inlevend te zullen blijven, ook om eventuele rimpeltjes bij de afwikkeling zo snel mogelijk glad te strijken.

De minister maakt duidelijk dat bij de besteding van de 35 mln. gulden voor collectieve doelen alle ideeën en voorstellen van de Indische gemeenschap welkom zijn. Hierbij wordt vooral gedacht aan projecten in de sfeer van educatie, welzijn en cultuur. De inspanningen zijn momenteel overigens vooral gericht op het tot stand brengen van de individuele uitkeringen.

Het traceren van de mensen uit de doelgroep zal op eenzelfde wijze plaatsvinden als bij de joodse groepering. Door middel van advertenties in binnen- en buitenlandse kranten, netwerken en ambassades zal ook de kleine groep mensen die zich buiten Nederland bevinden bijvoorbeeld in Amerika in de gelegenheid worden gesteld om te reageren.

De voorzitter van de vaste commissie voor Financiën,

Van Gijzel

De voorzitter van de vaste commissie voor Volksgezondheid, Welzijn en Sport,

Essers

De griffier van de vaste commissie voor Financiën,

Janssen


XNoot

1

Samenstelling: Leden: Schutte (RPF/GPV), Reitsma (CDA), Witteveen-Hevinga (PvdA), Rosenmöller (GroenLinks), Van Gijzel (PvdA), voorzitter, Voûte-Droste (VVD), Noorman-den Uyl (PvdA), Giskes (D66), Kamp (VVD), Marijnissen (SP), Crone (PvdA), Van Dijke (RPF/GPV), Bakker (D66), De Vries (VVD), Hofstra (VVD), De Haan (CDA), ondervoorzitter, Stroeken (CDA), Van Beek (VVD), Balkenende (CDA), Vendrik (GroenLinks), Remak (VVD), Wijn (CDA), Kuijper (PvdA), Dijsselbloem (PvdA), Bolhuis (PvdA).

Plv. leden: Van der Vlies (SGP), Verburg (CDA), Koenders (PvdA), Harrewijn (GroenLinks), Duijkers (PvdA), Balemans (VVD), Van Oven (PvdA), Schimmel (D66), Patijn (VVD), De Wit (SP), Hoekema (D66), Van Walsem (D66), Wilders (VVD), Blok (VVD), Dankers (CDA), Hillen (CDA), Weekers (VVD), Rabbae (GroenLinks), Hessing (VVD), Van den Akker (CDA), Timmermans (PvdA), Hindriks (PvdA), Smits (PvdA).

XNoot

2

Samenstelling: Leden: Van der Vlies (SGP), Swildens-Rozendaal (PvdA), ondervoorzitter, Middel (PvdA), Essers (VVD), voorzitter, Oedayraj Singh Varma (GroenLinks), Dankers (CDA), Oudkerk (PvdA), Rijpstra (VVD), Bakker (D66), Rouvoet (RPF/GPV), Van Vliet (D66), Van Blerck-Woerdman (VVD), Passtoors (VVD), Eisses-Timmerman (CDA), Gortzak (PvdA), Hermann (GroenLinks), Buijs (CDA), Atsma (CDA), Arib (PvdA), Spoelman 

UIT DE ARCHIEVEN HET GEBAAR (2001) Tegoeden Tweede Wereldoorlog nr. 23 VERSLAG VAN EEN ALGEMEEN OVERLEG Vastgesteld 28 februari 2001 De vaste commissie voor Financiën1 en de vaste commissie voor Volksgezondheid, Welzijn en Sport2 hebben op 8 februari 2001 overleg gevoerd met minister Zalm van Financiën en minister Borst-Eilers van Volksgezondheid, Welzijn en Sport over: – de voortgang van de werkzaamheden in verband met de tegoeden Tweede Wereldoorlog (25 839, nr. 17); – de voortgangsrapportage Tegoeden Tweede Wereldoorlog (25 839, nr. 18), voorzover de stukken betrekking hebben op de Indische tegoeden; – de nadere uitwerking van de regeringsreactie naar aanleiding van het rapport van de begeleidingscommissie onderzoek Indische tegoeden (25 839, nr. 21). Van dit overleg brengen de commissies bijgaand beknopt verslag uit. Vragen en opmerkingen uit de commissies De heer Middel (PvdA) stipt aan dat de Kamer de regering tijdens het vorige overleg heeft gemeld dat er te veel bezwaren leefden om akkoord te kunnen gaan met het voorstel inzake de Indische tegoeden. De regering en het Indisch platform hadden geen overeenkomst bereikt over de hoogte van het bedrag, de keuze voor individuele uitkeringen en het door het platform ongewenste onderscheid tussen binnenkampers en buitenkampers. Bovendien zijn er door veel betrokkenen vraagtekens gezet bij de representativiteit van het Indisch platform. Het inmiddels bereikte resultaat is beter, maar roept toch enkele vragen op. Er is een akkoord bereikt met het Indisch platform over een bedrag van 350 mln. gulden voor individuele uitkeringen en 35 mln. gulden voor collectieve doelen. De in allerlei organisaties en clubs gefragmenteerde Indische gemeenschap blijft echter twijfels uiten over het Indisch platform als representatief orgaan. Het is niet de taak van de Kamer noch van de regering om, zoals hier en daar is geopperd, alsnog een dergelijk orgaan in te stellen. Vastgesteld moet worden dat de Indische gemeenschap, in tegenstelling tot de joodse gemeenschap, blijkbaar niet in staat is om een breed draagvlak te organiseren. Het moge echter duidelijk zijn dat het overboord zetten van de verschillen ertoe zal leiden dat de onderhandelingspositie ten opzichte van de overheid sterker wordt. De heer Middel vindt het akkoord redelijk, zeker omdat het onderscheid tussen binnenkampers en buitenkampers is weggevallen. Enige verdieping in deze ingewikkelde problematiek maakt immers duidelijk dat het anno 2001 niet op de weg van het parlement ligt om hierop inhoudelijk in te gaan. Het is overigens onduidelijk of een deel van het bedrag van 35 mln. gulden ook wordt of kan worden besteed aan (de problemen rond) het Indisch huis. De regering blijft toch betrokken bij de besteding van dit geld? Meer in het algemeen blijft onduidelijk, ook voor betrokkenen, of met het bereikte akkoord over «350 plus 35 mln.» de zaak is afgerond. Het Nederlandse rechtssysteem houdt, zoals bekend, de mogelijkheid van individuele claims open. Daarnaast bestaat er echter onduidelijkheid over het overigens zeer te waarderen breed historisch onderzoek, waarin ook aandacht zal worden besteed aan de financiële aspecten van het rechtsherstel. Volgens het Indisch platform, dat overigens onder druk van de demografische ontwikkeling van haar achterban akkoord is gegaan met de 350 mln. gulden, biedt dit een opening om naar aanleiding van nieuwe gegevens het gesprek met de overheid voort te zetten. Kan de minister helderheid brengen op dit vlak? De zaak is nu toch klaar? De heer Middel spreekt de hoop uit dat bij de verdeling van het geld over de Indische gemeenschap en bij de besteding van het geld voor de collectieve doelen wegen gevolgd kunnen worden analoog aan die bij de joodse gemeenschap. Gelukkig blijkt er reeds sprake van enige contacten tussen beide groeperingen. De regering blijft toch ook betrokken bij deze structuren? Reeds eerder zijn vier andere groepen van oorlogsgetroffenen naar voren gebracht, die in dit verband in meer brede zin relevant zijn. Het gaat om homoseksuelen, kinderen van Jehova's getuigen, reizigers en dwangarbeiders. Kan de minister enig licht werpen op eventuele vorderingen op dit vlak, ook in relatie met de stichting Burger oorlogsgetroffenen (SBO)? Hoe staat het daarnaast met de pensioenen? De bij SBO geregistreerde mensen hebben via de IOM (Internationale organisatie voor migratie) formulieren ontvangen die hier en daar de verwachting op een vergoeding oproepen. Is de opstelling van de overheid niet te formeel? Hier is eveneens enige spoed op zijn plaats, gelet op de ook hier geldende demografische ontwikkeling. Mevrouw Meijer (VVD) maakt duidelijk de vele berichten en gegevens uit de Indische gemeenschap zeer op prijs te stellen, daar deze duidelijk geholpen hebben bij het maken van de uiteindelijke afweging. Zesenvijftig jaar na het einde van de verschrikkingen in en buiten de kampen in Nederlands-Indië zal ruim 350 mln. gulden worden verdeeld over de Indische gemeenschap, als tegemoetkoming voor de kille en afstandelijke behandeling door de verschillende regeringen na de Tweede Wereldoorlog. Mevrouw Meijer stemt hiermee in. Veel Indische Nederlanders namen destijds verzwakt, berooid en bedreigd, noodgedwongen afscheid van Nederlands-Indië. In Nederland vonden de repatrianten en emigranten geen troost of begrip in een samenleving die alle aandacht vestigde op de wederopbouw. Opeenvolgende naoorlogse regeringen hebben vervolgens bij de gehele groep Indische Nederlanders een nog immer actuele, fundamentele frustratie opgeroepen over onmacht, onrecht en leegte. Dit onverdraagbare verdriet, het gevoel te kort te zijn gedaan door de Nederlandse overheid, valt natuurlijk niet weg te nemen of te restitueren met het door de regering overeengekomen gebaar. Mevrouw Meijer heeft kennisgenomen van de brief van 12 december 2000 van de minister van VWS. Kan de regering toelichten wat verstaan wordt onder «rechtsherstel» en «gebaar»? De bereidheid van de regering om tot een grondig historisch onderzoek naar het rechtsherstel te komen is verheugend. Wat is echter de betekenis van dit onderzoek? Komt het rapport Aspecten van rechtsherstel, van het Indisch platform, daarbij ter sprake? Kan het onderzoek ook financiële consequenties hebben? De minister schrijft dat naast het collectieve gebaar van 350 mln. gulden individuele claims mogelijk blijven. Enige toelichting is hierbij vereist, opdat hierover duidelijkheid ontstaat binnen de Indische gemeenschap. Wat is bijvoorbeeld de positie van Indische Nederlanders die buiten Nederland verblijven? Meer in het algemeen moet helderheid worden geboden inzake de organisatorische afhandeling. Waar kunnen claimanten terecht die het niet eens zijn met de afwikkeling van hun claim? Mevrouw Meijer roept de Indische gemeenschap op om voortvarend en in het belang van die gemeenschap tot een voor iedereen aanvaardbare afronding van dit lastige dossier te komen. Hoe groot de frustraties ook zijn, er moet nu het nog kan, snel en effectief recht worden gedaan aan wie het toekomt. Mevrouw Giskes (D66) vindt het treurig dat ruim vijftig jaar na dato nog steeds over dit onderwerp gesproken moet worden. Daarbij past alleen een vorm van gêne. Ook het parlement immers heeft in de jaren na de oorlog te weinig oog gehad voor de positie van Indische Nederlanders. De brief van 12 december brengt echter een heel goede oplossing nabij, waarbij het vervolgens vooral op de uitvoering aankomt. Bij de door de regering gekozen aanpak inzake de Indische gemeenschap lopen de thema's gebaar en rechtsherstel enigszins door elkaar. Dit komt vooral omdat de verschillende groepen oorlogsgetroffenen in dit verband niet goed te vergelijken zijn. Bij de joodse gemeenschap is er sprake van een vrij nauwkeurige berekening inzake het rechtsherstel. Bij de Sinti en de Roma is er uitsluitend sprake van een financieel gebaar. Bij de Indische gemeenschap moet vastgesteld worden, gegeven de huidige kennis, dat deze zaken door elkaar lopen. Primair lijkt het te gaan om een gebaar, ook hangende het te komen breed historische onderzoek. Dat onderzoek moet het hele verhaal vertellen, in geschiedkundige zin en inzake het (financiële) rechtsherstel van de verschillende groepen die in dit verband onder de noemer van de Indische gemeenschap vallen. Veel van de betrokkenen waren lange of korte tijd weg uit Nederland of waren er nog nooit geweest. Ook daarom zal hun terugkeer in de Nederlandse samenleving anders zijn geweest dan bij de andere gemeenschappen. Meer in het algemeen moet overigens bedacht worden dat het vrijwel onmogelijk is, na zoveel tijd de lucht definitief te klaren. Mevrouw Giskes acht de 350 mln. gulden, waarop het overleg tussen de regering en het Indisch platform uit is gekomen, aanvaardbaar. Het is goed om vast te stellen dat er een vorm van overeenstemming is gevonden en dat er een gevoel van tevredenheid bestaat bij de vertegenwoordigers van de Indische gemeenschap. Het onderscheid tussen binnenkampers en buitenkampers is dan ook vervallen en bovendien is er nu sprake van een individuele uitkering. Vervolgens is van belang dat er ook snel overgegaan kan worden tot het verstrekking van de uitkeringen. De overheid heeft op dit vlak immers reeds enige ervaring opgedaan met de joodse gemeenschap. De 350 mln. gulden aan individuele uitkeringen lijkt bestemd te zijn voor mensen die in de periode 1941–1945 aan dan lijve de oorlogstijd hebben meegemaakt in Indonesië. Kan de minister dit bevestigen? Als vervolg op het technische onderzoek naar individuele claims zal er ten dele verder onderzoek plaatsvinden naar rechtsherstel binnen het breed historisch onderzoek. Als de uitkomsten hiervan bekend zijn, zullen die naast het bedrag van 350 mln. gulden gelegd moeten worden, opdat het allerlaatste woord over dit dossier gesproken kan worden. De heer De Haan (CDA) is van mening dat de Kamer een zo groot mogelijke vorm van eendrachtigheid moet betonen bij deze zaak. Een dergelijk indrukwekkend onderwerp behoeft immers een indrukwekkend optreden. Daarbij moet in het oog worden gehouden dat uiteindelijk geen volstrekte tevredenheid zal kunnen worden bereikt over de hoogte of de interpretatie van het bedrag. In alle plezierige en vaak emotionele contacten met de Indische gemeenschap is immers nooit een eenduidige oplossing naar voren gekomen. De kern van de zaak lijkt daarbij de vraag of er nu sprake is van rechtsherstel of van een gebaar. Daarbij ligt ook het onderscheid tussen de oorlogsperiode en het naoorlogse rechtsherstel gevoelig. Toch is het algemeen gevoelen dat er een punt achter de zaak gezet moet worden, ook als het gaat om het vraagstuk van de representativiteit van het Indisch platform. Het bedrag van 350 mln. gulden moet «for the time being» worden geaccepteerd. In dit verband moet de functie van het breed historisch onderzoek door de regering duidelijk worden gemaakt. Een objectieve historische studie kan tot herkenning en erkenning leiden van de problemen van de Indische landgenoten. Wat echter als de resultaten laten zien dat de Nederlandse Staat op geld van de Indische gemeenschap zit? Hoe zal vervolg worden gegeven aan een dergelijke conclusie, ook in relatie tot het bedrag van 350 mln. gulden? De regering zal dan toch (opnieuw) tot een vergoeding over moeten gaan? De heer Van Dijke (RPF/GPV) heeft een gevoel van gêne als het gaat om de duur van de afwikkeling van de problematiek van de Indische tegoeden. Het betekent immers onder meer dat vooral de naoorlogse generatie het woord over dit dossier moet voeren. Daarbij kan onmogelijk hetzelfde gevoel of dezelfde emotie worden opgeroepen als die bij de betrokkenen leven over de buitengewoon trieste en treurige gebeurtenissen. Wie zijn ogen sluit voor het verleden, gaat echter de toekomst blind tegemoet. Het breed historische onderzoek wordt dan ook zeer gewaardeerd, ook al zijn de financiële consequenties vooralsnog onduidelijk. Het is belangrijk dat de regering erkent dat de overheid steken heeft laten vallen in het verleden. In dat verband is het wat wonderlijk dat in de brief van 12 december sprake is van «vermoedelijke tekortkomingen». Is er soms ook sprake van «vermoedelijk rechtsherstel»? Het is belangrijk dat niet getracht wordt het leed van verschillende groeperingen met elkaar te vergelijken. Bovendien moet voorkomen worden dat mensen zich ongelijk behandeld voelen, zeker bij deze gevoelige kwestie. Het verleden van de Indische gemeenschap is goeddeels niet gedocumenteerd. Uit diezelfde gemeenschap is echter recentelijk door diverse mensen naar voren gebracht dat lang niet alle voor de hand liggende bronnen zijn aangeboord. Heeft de regering een maximale inspanning gepleegd om de beschikbare feiten boven water te krijgen? De heer Van Dijke sluit zich overigens aan bij de woorden van de heer Middel over de kwestie van de representativiteit van het Indisch platform. Het is de heer Van Dijke nog niet geheel duidelijk wie voor een uitkering in aanmerking komt. Hoe staat het bijvoorbeeld met de mensen, die na de oorlog zijn geëmigreerd? Vallen zij buiten de reikwijdte van deze regeling? Meer in het algemeen zou het buitengewoon betreurenswaardig zijn als bij de afwikkeling van een en ander zaken een rol gaan spelen die de waardigheid in het geding brengen. De oproep van mevrouw Meijer in dezen wordt dan ook door hem onderschreven. De heer Van der Staaij (SGP) merkt op dat bij rechtsherstel in het algemeen en bij de Indische tegoeden in het bijzonder drie trefwoorden van groot belang zijn: voortvarendheid, zorgvuldigheid en consensusgericht. Gelet op zowel de tijd dat de gebeurtenissen speelden als de hoge leeftijd van betrokkenen is voortvarendheid van groot belang. Zorgvuldigheid en consensusgericht zijn eveneens belangrijk, bijvoorbeeld gelet op veelal ontbrekende gegevens. De bijzondere gevoeligheid van het gebaar, de erkenning en de tegemoetkoming van de overigens zeer gevarieerde Indische gemeenschap maken duidelijk dat het niet kan gaan om een zakelijk debat. Er moet tegemoetgekomen worden aan de ervaren kilheid, het formalisme en de bureaucratie, het onbegrip en de slechte ontvangst van de Indische burgeroorlogsslachtoffers in naoorlogs Nederland. De vele brieven uit de Indische gemeenschap laten immers zien hoe diep de verbittering is. De in de stukken gebruikte term «gebaar» is weinig gelukkig, omdat deze te veel de sfeer van onverplichte vrijgevigheid uitademt. De term «tegemoetkoming» doet meer recht aan de gevoelens die bij de betrokkenen leven, aangezien het om morele aanspraken gaat. Dat maakt overigens een waardering van de hoogte van het bedrag heel moeilijk. Er lijkt echter zo veel als mogelijk overeenstemming te zijn bereikt over een bedrag dat, ondanks alle kritiek, aan het doel beantwoord. Met het bedrag van 350 mln. gulden plus 35 mln. gulden voor collectieve doeleinden lijkt een balans bereikt, ook aangezien er nu sprake is van individuele uitkeringen. Gaat bij de invulling van de bedragen de afbakening van de doelgroep nog problemen opleveren? In het verleden is immers gesignaleerd dat hier sprake zou zijn van een complicatie. Hoe verhoudt daarnaast het publiekrechtelijke kader zich met de aangeboden behulpzaamheid van de regering bij het opstellen en uitvoeren van een uitkeringsreglement? De heer Van der Staaij onderschrijft van harte de stelling van de regering dat voor rechthebbenden de mogelijkheid van individuele claims overeind blijft. Uit coulanceoverwegingen zal daarbij worden afgezien van een beroep op louter verjaring. De regering gaat voor het onderzoek naar individuele claims proberen, toegang tot relevante buitenlandse archieven te krijgen. In hoeverre zal een dergelijke poging vrucht kunnen hebben? Het belang van een breed historisch onderzoek wordt door de heer Van der Staaij onderschreven. De witte vlekken moeten worden ingevuld, opdat er zo veel mogelijk helderheid kan worden gebracht. Staat de door de regering bepleitte breedheid overigens niet de ook gewilde snelheid van het onderzoek in de weg? Wanneer is dit historisch onderzoek afgerond? Volgens de brief van 12 december spelen bij het onderzoek ook de morele aspecten een rol. Dit kan suggereren dat de discussie over de morele aanspraken en de hoogte van het totaalbedrag heropend kan worden. Dat is toch niet de bedoeling? Bij de Indische gemeenschap zijn op dit vlak toch geen verwachtingen gewekt? De heer Vendrik (GroenLinks) wijst erop dat een gevoel van schaamte past bij de constatering dat vorige politieke generaties in het parlement de zaak niet eerder tot klaarheid hebben kunnen brengen. De algemene lijn van de regering bij de joodse tegoeden, het zoeken naar bewijzen voor het kille en incomplete rechtsherstel na de Tweede Wereldoorlog, is doorgetrokken naar de Indische tegoeden. Eenzelfde benadering hoeft echter niet tot dezelfde uitkomsten te leiden, omdat de aard van de geschiedenis van de joodse en de Indische Nederlanders geheel verschillend is. Al met al is het een wellicht onbeholpen maar gerechtvaardigde en belangrijke poging om voor de door Indische Nederlanders opgedane trieste ervaringen, veroorzaakt door Nederlands handelen, verantwoordelijkheid te (her)nemen. Het is goed dat het kabinet heeft besloten om in plaats van 250 mln. gulden voor collectieve doelen, 350 mln. gulden te reserveren voor individuele uitkeringen. Een en ander kan dan ook op steun van de Indische gemeenschap rekenen. Een belangrijke vraag daarbij is of met enige zekerheid op objectieve wijze vast te stellen valt wie precies tot de kring van gerechtigden behoort. Deze delicate kwestie speelde ook bij de joodse tegoeden, met name inzake de halfjoden. Meer in het algemeen past hierbij de stelling dat het beter is, een uitkering te veel te verstrekken dan een uitkering ten onrechte te onthouden. De brief van de minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport spreekt over nader overleg met het Indisch platform over de kring van gerechtigden. Daarbij moet met enige «zachtheid» worden geopereerd, om te voorkomen dat mensen (weer) een gesloten loket vinden. De heer Vendrik vraagt zich af wat het bedrag van 350 mln. gulden betekent. Is het een gebaar of een tegemoetkoming en wat is de relatie met het rechtsherstel dat voor sommige Indische Nederlanders zo slecht is uitgepakt? Het is daarnaast in dit verband enigszins onduidelijk wat het breed historische onderzoek, dat er zeker moet komen, behelst. Er moet een poging worden gedaan om zo breed mogelijk boven water te halen wat de Indische Nederlanders is overkomen. De kardinale vraag daarbij is welke consequenties de regering vervolgens uit de conclusies van dat onderzoek zal trekken ten aanzien van het rechtsherstel. Het collectieve gebaar van 350 mln. gulden aan individuele uitkeringen kan immers gezien worden als een poging tot tegemoetkoming in het kader van een onvolkomen rechtsherstel. Daarnaast moet de overheid echter de vraag open laten hoe men zal reageren op de uitkomsten van het onderzoek, aangezien die onbekend zijn. Dit betekent dat er op geen enkele wijze verwachtingen kunnen worden gewekt, al kan niet uitgesloten worden dat het onderzoek het bedrag van 350 mln. gulden ter discussie stelt. Deze opstelling is het meest rechtvaardig ten opzichte van de Indische gemeenschap. Hoe waardeert het kabinet deze opstelling? Het is niet aan het parlement om te oordelen over de representativiteit van het Indisch platform. Dat neemt niet weg dat het Indisch platform en de regering zich rekenschap moeten geven van de vragen die hieromtrent leven. Dit kan iets betekenen voor de wijze van werken in de komende tijd, bijvoorbeeld transparantie bij de toekenning en besteding van gelden. Een dergelijke opstelling zou zeer te waarderen zijn. De vereniging Oud-cliëntencontact 45 maakt er overigens gewag van geen plaats te krijgen in het Indisch platform. Kan de minister iets betekenen voor deze groep? De heer Vendrik verwacht nadere voorstellen over de invulling van de 35 mln. gulden aan collectieve doeleinden. Bij de samenstelling van de Indische gemeenschap is er sprake van een enorme pluriformiteit en diversiteit in ervaringen en posities. Deze pluriformiteit moet dan ook tot uitdrukking komen bij de besteding van deze gelden. Antwoord van de regering De minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport deelt de trieste gevoelens over het late moment waarop de overheid probeert te reageren op gevoelens die reeds sinds augustus 1945 leven bij de Indische gemeenschap. De betrokken groep Nederlanders heeft verschrikkelijke dingen meegemaakt vanaf december 1941. Het leed van deze landgenoten is op geen enkele manier te vergoeden. Hier past slechts blijvend begrip en medeleven. Gedurende een vrij lange periode is overleg gepleegd over de invulling door de regering van de tekortkomingen in het rechtsherstel. De aanvankelijk gekozen oplossing van een collectief gebaar van 250 mln. gulden heeft een stroom van reacties veroorzaakt. Vervolgens is opnieuw overleg gevoerd, waarbij de inmiddels bekende oplossing is gekozen. Bij dat vaak plezierige en soms emotionele overleg heeft het Indisch platform zich ook steeds het lot aangetrokken van de Indische Nederlanders die geen lid zijn van een van de achttien clubs van het platform. Het bedrag van 35 mln. gulden voor collectieve doeleinden gaat overigens gepaard met een verzoek om projecten en ideeën in te dienen. Het net zal daarbij zo wijd mogelijk uitgegooid worden, zodat ook voorstellen van buiten het Indisch platform gehonoreerd kunnen worden. De minister antwoordt dat met het bedrag van 350 mln. gulden het collectieve gebaar is afgesloten. Het breed historisch onderzoek is vooral nodig omdat er veel witte vlekken bestaan. De historische documentatie over de bezettingsperiode en de periode daarna moet dan ook worden aangevuld om de ontwikkelingen te reconstrueren. Het Indisch platform heeft uitdrukkelijk gevraagd om de notitie van oktober 2000, Aspecten van rechtsherstel, mee te nemen bij dit onderzoek. Een aanvullend onderzoek naar het rechtsherstel zal dan ook een herkenbaar onderdeel gaan vormen van het breed historisch onderzoek. De commissie-Van Galen en de technische commissie haalbaarheidsonderzoek hebben beide moeten vaststellen dat er teleurstellend weinig archiefmateriaal beschikbaar is. Na grondige bestudering van een en ander is het de overtuiging van de regering dat het breed historisch onderzoek weinig nieuwe aanknopingspunten, inzichten, feiten of claims zal opleveren inzake het rechtsherstel. Er is een maximale inspanning gepleegd om de feiten te achterhalen. De kans dat de Nederlandse regering «op Indisch geld zit» is dan ook minimaal oftewel vrijwel uitgesloten. Wel kunnen wellicht mensen met de conclusies van het onderzoek een individuele claim ondersteunen. Er is ook in dit verband contact met de Indonesische regering over het raadplegen van haar archieven. Honorering van een dergelijk verzoek is onzeker, ook al is duidelijk gemaakt dat het niet in de bedoeling ligt om claims bij de Indonesische regering neer te leggen. Als de resultaten van het onderzoek bekend zijn, zal de regering zich daarin verdiepen en vervolgens geen discussie uit de weg gaan. Het collectieve gebaar is echter gemaakt met het bedrag van 350 mln. gulden. De minister antwoordde desgevraagd dat het naar de stellige overtuiging van de regering hierbij zal blijven. Het indienen van individuele claims blijft overigens te allen tijde mogelijk, ook als de betrokken mensen in het buitenland wonen. De claim op wat men in financieel-materiële zin te kort is gekomen, heeft immers geen verband met de huidige woonplaats. De minister erkent dat er sprake blijft van een discrepantie bij de interpretatie van het totaalbedrag van 385 mln. gulden. Is het een gebaar of een tegemoetkoming in het rechtsherstel of voor de kille ontvangst? De Indische gemeenschap wil het graag zien als een gebaar op grond van de kille ontvangst. De regering ziet het als een poging tot verzachting van de ervaringen bij het toenmalige, gebrekkige rechtsherstel. In de brief is sprake van «vermoedelijke» tekortkomingen. Aangezien er weinig harde feiten over het rechtsherstel zijn en er geen volledig beeld beschikbaar is, gebiedt de zuiverheid een dergelijke formulering. Naar de overtuiging van de minister is er echter sprake van «waarschijnlijke» tekortkomingen. Juist de correct-formalistische en bureaucratische opstelling van destijds, ook inzake de valutakwestie, wil de overheid daarom alsnog pogen te verzachten. Meer in het algemeen past de term «tegemoetkoming» daarbij wellicht beter dan de term «gebaar». Het Indisch platform is uitgenodigd om een voorstel te doen over de afbakening van de doelgroep inzake de individuele uitkeringen. Het bedrag zal ten goede moeten komen aan alle Nederlanders die tijdens de Japanse bezetting in Nederlands-Indië verbleven of elders (onvrijwillig) geïnterneerd of tewerkgesteld waren door de Japanse bezetter. Inmiddels is een ambtelijke werkgroep, onder voorzitterschap van mevrouw Van Heemskerk, belast met de voorbereiding van de uitvoering. Die zal ook de uitkeringcriteria nader uitwerken. Aan het NIDI (Nederlands interdisciplinair demografisch instituut) is bovendien gevraagd de doelgroep zo goed mogelijk te omschrijven. Bij die doelgroep horen ook mensen die zijn geëmigreerd. De werkgroep is kwartiermaker voor de in te stellen stichting die, geheel analoog aan die voor de joodse tegoeden, in twee ronden zal zorg dragen voor de afwikkeling en beoordeling van de uitkeringen. Met het oog op de hoge leeftijd van de betrokkenen zullen de eerste bedragen nog dit jaar worden verstrekt. Het ministerie van VWS blijft overigens te allen tijde beschikbaar om, ook als de organisatie reeds werkzaam is, de stichting met raad en daad bij te staan. De verdeling van de gelden is echter een zaak van de stichting zelf. De Kamer zal te zijner tijd in kennis worden gesteld van de uiteindelijke doelgroepdefinitie en de voortgang in het algemeen. De minister legt uit dat de Kamer tevens nader op de hoogte zal worden gesteld van de besteding van het bedrag van 35 mln. gulden voor collectieve doelen. De zaak van het Indisch huis wordt daarbij in principe op de eigen merites bekeken. Uiteindelijk gaat het echter om de wensen van de Indische gemeenschap. Met de homoseksuele gemeenschap is overigens zeer recent overeenstemming bereikt over het beschikbaar stellen van 3,5 mln. gulden voor aanvullend onderzoek en het toegankelijk maken van de resultaten daarvan. Een oproep van de SBO inzake de kinderen van Jehova's getuigen heeft slechts drie reacties opgeleverd. Deze drie mensen zijn uitgenodigd voor een gesprek. De reizigers, de woonwagenbewoners, kennen geen organisatie die als gesprekspartner te gebruiken is. Inmiddels is SBO bezig om middels een meldpunt de relevante gegevens te verzamelen. Nog dit jaar zal daarover een rapport aan de Kamer worden toegestuurd. Bij de ex-dwangarbeiders is er sprake van een teleurstellende ontwikkeling rond het in Duitsland opgerichte fonds. Veel bedrijven hebben nog niet gestort. Ook Oostenrijk kent een fonds, waarvoor overigens SBO de aanvraagbegeleiding mag verzorgen. Op korte termijn wordt de landelijke aanvraagprocedure bekend gemaakt. De regering wil daarnaast trachten iets te doen voor deze mensen via het WUBO-traject (Wet uitkeringen burger-oorlogsslachtoffers 1940–1945). De Pensioen enuitkeringsraad (PUR) heeft hierop besloten met een pilot te starten voor 1% van de bij SBO-geregistreerde ex-dwangarbeiders, zodat gepeild kan worden hoeveel interesse er is en hoeveel mensen hiervoor in aanmerking komen. Over de kwestie van de pensioenen vallen, in afwezigheid van de staatssecretaris van Sociale Zaken en Werkgelegenheid, geen nieuwe feiten te melden. De minister van Financiën geeft aan dat met rechtsherstel niet wordt gedoeld op een vergoeding van de schade die tijdens de oorlog is geleden. Het gaat om de inzet van de overheid om getraceerde goederen bij de rechthebbende terug te brengen. Door erop te wijzen dat Nederland de oorlog aan Japan verklaarde, wordt soms getracht uit te komen op een soort integrale schadevergoeding. Koningin Wilhelmina zou immers in een radio-oproep hebben gesteld dat er sprake zou zijn van compensatie van geleden oorlogsschade. Het is echter onmogelijk om iedere individuele schade als gevolg van verschillende oorlogshandelingen te vergoeden. Bij het rechtsherstel zijn ongetwijfeld fouten gemaakt. De kernvraag daarbij is of de Nederlandse overheid op Indisch geld zit. Het bedrag van 350 mln. gulden is een tegemoetkoming voor juist het vermoeden dat het rechtsherstel, ook wat betreft de Nederlandse staat, niet helemaal perfect is verlopen. Het is immers naar de stellige overtuiging van de regering onmogelijk te achterhalen welke fouten zijn gemaakt en welke bedragen daarmee waren gemoeid. Dat laat de mogelijkheid van een individuele claim onverlet, ook al is er sprake van verjaring. Daarbij kan het breed historisch onderzoek wellicht aanknopingspunten bieden. De afwikkeling van de joodse tegoeden verloopt voorspoedig. Inmiddels worden reeds bedragen uitgekeerd. Hopelijk is er snel sprake van een uitkeringsreglement inzake de Indische tegoeden. Daarbij kan men zijn voordeel doen met de reeds opgedane ervaringen. Er zal dan ook in dit geval sprake zijn van de tweerondenmethode, zodat de 350 mln. gulden geheel individueel uitgekeerd zal worden. Nadere gedachtewisseling De heer Middel (PvdA) vindt het van belang dat de uiteindelijke uitvoering van de regeling inzake de Indische tegoeden niet wordt opgehouden door eventuele discussies. Mede gezien de kritische geluiden over representativiteit uit de Indische gemeenschap, is een beroep op de regering gepast om met extra attentie zorg te dragen voor een goede organisatie van de uitvoering. De toenmalige minister-president heeft de Indische gemeenschap immers in 1991 opgeroepen zich te organiseren tot een gesprekspartner voor de regering. Het onderzoek naar de afbakening van de doelgroep is wat wonderlijk, gelet op de praktijk bij de joodse tegoeden en de uitvoering van met name de WUBO. De huidige woonplaats of nationaliteit van een oorlogsgetroffene maakt toch niets uit? De pilot inzake ex-dwangarbeiders is een aardig initiatief, maar ook hier is enige snelheid geboden met het oog op de hoge leeftijd van de betrokkenen. De heer Middel vindt dat de overheid de schijn moet vermijden dat mensen aan het lijntje worden gehouden. Het breed historisch onderzoek kan aanleiding geven tot ondersteuning van individuele claims, die immers overeind blijven. Het moet echter duidelijk zijn dat er geen behoefte bestaat om in een later verband op het collectieve bedrag, 385 mln. gulden, terug te komen. Mevrouw Meijer (VVD) heeft eveneens geen behoefte om op het totaalbedrag van 385 mln. gulden terug te komen. De vraag waar mensen terecht kunnen die het niet eens zijn met de afwikkeling van hun claim is onbeantwoord gebleven. De wijze van afwikkeling van de joodse tegoeden is, na alle verwikkelingen, buitengewoon goed en plezierig te noemen. De regering moet dan ook toezeggen, vooral behulpzaam en inlevend te zullen opereren bij de organisatie van de afwikkeling van de Indische tegoeden. De Indische gemeenschap op haar beurt moet de strijdbijl begraven, zodat een snelle en goede afwikkeling binnen bereik komt. Mevrouw Giskes (D66) constateert dat de ergernis over het naoorlogse rechtsherstel en de onvrede en frustratie over de kille ontvangst elkaar hebben versterkt. Erkenning hiervan leidt dan ook tot het in elkaar grijpen van de termen gebaar en rechtsherstel. Daarbij moet geen onderscheid worden gemaakt tussen mensen die wel en mensen die niet in Nederland zijn gebleven. Wellicht hebben immers veel mensen Nederland juist verlaten omdat de ontvangst zo kil was. De stellige overtuiging van de regering over een deel van de conclusies van het breed historisch onderzoek staat haaks op het idee van onderzoek op zichzelf. Bij een dergelijke overtuiging kan men het onderzoek immers beter laten. Is het niet beter te spreken van «verwachting» in plaats van «overtuiging»? Er kan immers niet uitgesloten worden dat er als gevolg van het onderzoek enigerlei claims naar voren komen die niet tot uitdrukking zijn gebracht in het bedrag van 350 mln. gulden. Mevrouw Giskes vindt het verheugend en bovendien wezenlijk voor de voortgang van het uitkeringsproces dat er een onafhankelijk voorzitter is gevonden voor de werkgroep. Kan de Kamer te zijner tijd kennisnemen van het uitkeringsreglement? De heer De Haan (CDA) heeft lof voor de stijl waarmee de regering in de afgelopen periode heeft gehandeld. Mede met het oog daarop moet het debat een duidelijke afsluiting vinden. Het bedrag van 350 mln. gulden is een collectieve tegemoetkoming die individueel wordt uitgekeerd. Het ligt niet in de bedoeling daarop terug te komen. Uit het breed historisch onderzoek, dat vooral de documenten moet ordenen en de gebeurtenissen moet boekstaven, kan echter blijken dat voor bepaalde groepen of individuen het rechtsherstel nog moet plaatsvinden. De heer De Haan vindt het belangrijk dat de afwikkeling van een en ander goed wordt georganiseerd. Daarbij kan men de vruchten plukken van de ervaringen en specifieke kennis die zijn opgedaan inzake de joodse tegoeden. De heer Van Dijke (RPF/GPV) memoreert dat onduidelijk is gebleven hoe te oordelen over de gevolgtrekkingen van het historisch onderzoek. Het accent bij dat onderzoek moet niet liggen op een verdere precisering van genoegdoening of rechtsherstel. Dat zou een veel te smalle betekenis aan dit op zichzelf te waarderen onderzoek geven. Men moet het laten bij het bedrag van 350 mln. gulden, individuele claims uitgezonderd. Hoe is de regering overigens van zins om de verschillende rechthebbenden, bijvoorbeeld zij die verblijven of wonen in het buitenland, te traceren? Worden er pogingen gedaan om deze mensen te bereiken en zo ja, in welke vorm? De heer Van der Staaij (SGP) stelt vast dat de materiële en de immateriële aspecten van de tegemoetkoming, ook gezien de wijze van rechtsherstel, moeilijk te scheiden zijn. De vraag wanneer de eerste resultaten van het breed historisch onderzoek worden verwacht, is onbeantwoord gebleven. Dat onderzoek moet overigens niet als doel hebben om het bedrag van 385 mln. gulden ter discussie te stellen. Het kan echter dienstbaar zijn aan individuele claims. De heer Vendrik (GroenLinks) vindt dat bij het toekennen van uitkeringen souplesse, snelheid en ruimhartigheid moeten worden betracht. Kan de minister toezeggen zich sterk te zullen maken voor de zaak van de representativiteit van het Indisch platform, ook in verband met de positie van het Oud-cliëntencontact '45? Alle initiatieven uit de Indische gemeenschap moeten immers een plek onder de zon krijgen. De heer Vendrik begrijpt van de regering dat de kans dat het breed historisch onderzoek nieuwe feiten oplevert, die het bedrag van 385 mln. gulden opnieuw ter discussie stellen, vrijwel nihil is. Het enige dat hier rest, is de resultaten van het onderzoek af te wachten. Er moet overigens niet vooral of alleen gekeken worden naar de witte vlekken in het rechtsherstel. Deze onderzoeksvragen moeten echter ook niet naar de rand van het onderzoek worden geduwd. Afhankelijk van de conclusies zal er wellicht een debat dienen te ontstaan over het voorliggende akkoord. De minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport heeft breed uitgesproken steun gehoord voor de conclusie dat het bedrag van 385 mln. gulden het laatste woord is inzake het collectieve gebaar. Op dit vlak mogen er dan ook geen valse verwachtingen worden gewekt. De hoofddoelstelling van het breed historisch onderzoek is de witte vlekken in de geschiedschrijving op te sporen. Het vele materiaal moet zodanig geordend worden dat de Nederlandse geschiedschrijving een goed hoofdstuk zal bevatten over deze verschrikkelijke periode. Aan het Indisch platform is toegezegd de notitie Aspecten van rechtsherstel bij het onderzoek te zullen betrekken. Naar schatting van de onderzoekers zal het totale onderzoek vier jaar in beslag nemen. Het is echter goed mogelijk dat bepaalde delen van het onderzoek, naar tijd of thema, eerder worden gepubliceerd. De regering stelt daarbij niet reeds te weten wat de resultaten van het onderzoek zullen zijn. De minister legt uit dat is overeengekomen dat het bedrag van 350 mln. gulden ten goede moet komen aan toenmalige Nederlanders die tijdens de Japanse bezetting in het voormalig Nederlands-Indië verbleven of in opdracht van de bezetter onvrijwillig elders geïnterneerd of tewerkgesteld waren. De Kamer zal, nadat het NIDI een en ander heeft bekeken, op korte termijn een doelgroepdefinitie ontvangen. Nog dit jaar moet immers begonnen worden met het verstrekken van de uitkeringen. De regering zal ook meer in het algemeen betrokken en behulpzaam blijven bij de organisatie. De inzet is daarbij gericht op het zo snel mogelijk oprichten van een stichting. De beslissingen van deze stichting staan open voor beroep en bezwaar, analoog aan de stichting voor de joodse tegoeden. De landsadvocaat is overigens reeds bezig met het ontwerpen van statuten voor de stichting en van een uitkeringsreglement. De Kamer zal ook deze beide regelingen toegezonden krijgen. De minister zegt toe actief betrokken en inlevend te zullen blijven, ook om eventuele rimpeltjes bij de afwikkeling zo snel mogelijk glad te strijken. De minister maakt duidelijk dat bij de besteding van de 35 mln. gulden voor collectieve doelen alle ideeën en voorstellen van de Indische gemeenschap welkom zijn. Hierbij wordt vooral gedacht aan projecten in de sfeer van educatie, welzijn en cultuur. De inspanningen zijn momenteel overigens vooral gericht op het tot stand brengen van de individuele uitkeringen. Het traceren van de mensen uit de doelgroep zal op eenzelfde wijze plaatsvinden als bij de joodse groepering. Door middel van advertenties in binnen- en buitenlandse kranten, netwerken en ambassades zal ook de kleine groep mensen die zich buiten Nederland bevinden bijvoorbeeld in Amerika in de gelegenheid worden gesteld om te reageren. De voorzitter van de vaste commissie voor Financiën, Van Gijzel De voorzitter van de vaste commissie voor Volksgezondheid, Welzijn en Sport, Essers De griffier van de vaste commissie voor Financiën, Janssen ________________________________________ 1 Samenstelling: Leden: Schutte (RPF/GPV), Reitsma (CDA), Witteveen-Hevinga (PvdA), Rosenmöller (GroenLinks), Van Gijzel (PvdA), voorzitter, Voûte-Droste (VVD), Noorman-den Uyl (PvdA), Giskes (D66), Kamp (VVD), Marijnissen (SP), Crone (PvdA), Van Dijke (RPF/GPV), Bakker (D66), De Vries (VVD), Hofstra (VVD), De Haan (CDA), ondervoorzitter, Stroeken (CDA), Van Beek (VVD), Balkenende (CDA), Vendrik (GroenLinks), Remak (VVD), Wijn (CDA), Kuijper (PvdA), Dijsselbloem (PvdA), Bolhuis (PvdA). Plv. leden: Van der Vlies (SGP), Verburg (CDA), Koenders (PvdA), Harrewijn (GroenLinks), Duijkers (PvdA), Balemans (VVD), Van Oven (PvdA), Schimmel (D66), Patijn (VVD), De Wit (SP), Hoekema (D66), Van Walsem (D66), Wilders (VVD), Blok (VVD), Dankers (CDA), Hillen (CDA), Weekers (VVD), Rabbae (GroenLinks), Hessing (VVD), Van den Akker (CDA), Timmermans (PvdA), Hindriks (PvdA), Smits (PvdA). 2 Samenstelling: Leden: Van der Vlies (SGP), Swildens-Rozendaal (PvdA), ondervoorzitter, Middel (PvdA), Essers (VVD), voorzitter, Oedayraj Singh Varma (GroenLinks), Dankers (CDA), Oudkerk (PvdA), Rijpstra (VVD), Bakker (D66), Rouvoet (RPF/GPV), Van Vliet (D66), Van Blerck-Woerdman (VVD), Passtoors (VVD), Eisses-Timmerman (CDA), Gortzak (PvdA), Hermann (GroenLinks), Buijs (CDA), Atsma (CDA), Arib (PvdA), Spoelman (PvdA), Kant (SP), E. Meijer (VVD), Van der Hoek (PvdA), Blok (VVD), Mosterd (CDA). Plv. leden: Lambrechts (D66), Rehwinkel (PvdA), Apostolou (PvdA), Örgü (VVD), Van Gent (GroenLinks), Van de Camp (CDA), Noorman-den Uyl (PvdA), Weekers (VVD), Ravestein (D66), Schutte (RPF/GPV), Schimmel (D66), Terpstra (VVD), Udo (VVD), Visser-van Doorn (CDA), Belinfante (PvdA), Harrewijn (GroenLinks), Ross-van Dorp (CDA), Th. A. M. Meijer (CDA), Duijkers (PvdA), Smits (PvdA), Marijnissen (SP), O. P. G. Vos (VVD), Hamer (PvdA), Cherribi (VVD), Eurlings (CDA).

Het gebaar

25 839
Tegoeden Tweede Wereldoorlog

nr. 23
VERSLAG VAN EEN ALGEMEEN OVERLEG

Lees verder…


10897281292?profile=originalPIEKEREN.

Hoe zou de aankomend president van Indonesië, Joko Widodo, alias Jokowi, dezer dagen slapen?

Dat de toekomstig leider van de bijna 250 miljoen inwoners van de ’Gordel van Smaragd’ sinds zijn verkiezing een maand geleden en tot de dag van zijn inauguratie eind oktober genoeg heeft om over te piekeren, is wel duidelijk.

Allereerst: zijn eigen imago. Jokowi is al eens ’de Indonesische Obama’ genoemd. (Zou het toeval zijn? De ’echte’ Obama is opgegroeid met een Indonesische stiefvader. Als kleuter woonde de latere Amerikaanse president zelfs vier jaar in Jakarta.) Zijn bijnaam dankt Jokowi aan zijn optreden als gouverneur van Jakarta. Dat was hij maar twee jaar, maar in die twee jaar ontpopte de voormalig meubelfabrikant zich als uitermate kordaat bestuurder.

Om te beginnen maakte Jokowi goeddeels een einde aan het schier eeuwigdurende verkeersinfarct in de hoofdstedelijke provincie (inwonertal: 28 miljoen, en tien keer meer mensen per vierkante kilometer dan in Nederland). Daarbij kwam de geboren Javaan nog met een deltaplan dat het gebied beter moet beschermen tegen de jaarlijkse overstromingen, die veel inwoners van Jakarta allang als een noodzakelijk kwaad zagen.

Nu hangt er om elke machtsoverdracht, in welk democratisch land dan ook, altijd wel een zweem van optimisme en zin in de toekomst, maar het moge duidelijk zijn dat bij ’de Indonesische Obama’ de verwachtingen extra hooggespannen zijn. Dat Jokowi nog maar 53 is, draagt alleen maar bij aan het idee dat hij zijn land wel even een flinke duw in de vaart der volkeren zal geven. Van de – overigens broodmagere – nieuwe president wordt niets minder verwacht dan dat hij regelrechte heldendaden verricht.

Tel daarbij overigens maar op dat Indonesië een relatief jonge democratie is, en pas eind vorige eeuw onder het juk van dictator Suharto vandaan kwam. Voor het eerst draagt de ene democratisch gekozen president (Yudhoyono) de macht over aan een andere democratisch gekozen president. Het eilandenrijk knettert, om alle bovenstaande redenen, van gezonde spanning.

Indonesiës nieuwe held komt, als hij in ’Paleis Koningsplein’ in Jakarta zit, in een delicaat politiek schaakspel terecht. Als Jokowi niet piekert over hoe hij de verwachtingen rond zijn presidentschap moet waarmaken, zal hij allicht woelen om de invulling van zijn regering. Zelf is hij min of meer partijloos, maar hij moet ervoor waken geen kleur- en tandeloze ministers om zich heen te verzamelen.

En zou ook dat Jokowi niet uit zijn slaap houden, dan zijn er nog de grote dreigingen die de hele wereld in hun greep houden. Want natuurlijk rekruteert ISIS in het grootste moslimland ter wereld. Radicale imams lokken nieuwe strijders met bonnen voor gratis gefrituurde kip. Jihadisten die terugkeren uit Syrië of Irak vormen een nog veel groter risico: dat van aanslagen zoals op toeristeneiland Bali in oktober 2002.

Genoeg stof tot nadenken. Mijnheer de president, slaap zacht.

Martijn Klerks

10897285470?profile=original

Lees verder…


10897286896?profile=originalNICC - Boekbespreking,
 e-Books,  CD & DVD,  presentatie & signeren

Voorbode van het turbulente millennium – Ferry Schwab. De subtitel van dit boek is: Hoe Micha ons leven veranderde. De auteur vertelt hoe zijn trouwe viervoeter Micha de inspiratiebron was voor dit boek. Bill en Hillary Clinton, Barack Obama en First Lady, Prinses Beatrix, Vladimir Poetin en vele anderen beschikken over een trouwe hond als een soort vertrouweling, spindokter, adviseur. Politicus Jan Terlouw ging ons voor met zijn boek over zijn trouwe viervoeter. Het materiaal voor dit boek lag al sinds 1999 stoffig te worden op een plank. Het verhaal van ons

kleven speelt zich af tussen 1989 en 1999. De periode dat de wereld aan de vooravond lag van innovatieve veranderingen, vol met dynamische en turbulente ontwikkelingen, die de mondiale afstanden overbrugden. En ze hielden de voorbode in van        de Globalisering, het nieuwe Millennium, de Euro en de erop volgende financiële ontwikkelingen die later zouden leiden tot een wereldwijde kredietcrisis. In deze turbulente dynamiek leefden Ferry Schwab, zijn vrouw Astrid en hun geliefde viervoeter Micha. Dit boek is te bestellen via de Boekenroute:  http://www.boekenroute.nl/gasten/gtn1Boek.aspx?BoekID=39335 Prijs: € 29,75; plus portokosten:  € 3,95. 

Lees verder…

10897288863?profile=originalKembang Kuning   een fotografieproject van Marjolein van Pagee

Ik ben Marjolein van Pagee en als fotograaf werk ik sinds 2010 aan het project Kembang Kuning - Gele Bloem. Dit gaat over de toen zo genoemde “politionele acties” in Indonesië.

Mijn opa Jan van Pagee werd net als zovele anderen in 1947 als dienstplichtig marinier naar Surabaya, Oost-Java gestuurd. In  2005 is hij overleden zonder

Mij ooit iets te hebben verteld. 
Ik wist er helemaal niets vanaf, maar deze geschiedenis kwam voor mij tot leven toen ik een oud vergeeld portret terugvond. Ook bleken er nog twee oude fotoboeken te zijn.

Allereerst sprak ik met Nederlandse oud-mariniers die toentertijd in hetzelfde gebied als mijn opa actief waren geweest. Daarna reisde ik naar Oost-Java om de plaatsen te zoeken waar ze veel over vertelden. Op die manier ontmoette ik ook de toenmalige vijanden van mijn opa, de Indonesische vrijheidsstrijders.
10897289463?profile=originalZo is dit strand bijv. de plek waar de Nederlandse mariniers en dus mijn opa tijdens de 2e actie in 1948 zijn geland om het gebied ten Westen van Soerabaja te “zuiveren van opstandelingen.”

De kern van mijn project gaat om het luisteren naar zowel Nederlandse als Indonesische getuigen.  Mijn uitgangspunt is om beide kanten aan het woord te laten. De waarheid ligt altijd in het midden. En naar mijn mening wordt deze zwarte bladzijde uit onze koloniale geschiedenis nog vaak veel te eenzijdig weergegeven. 

In de afgelopen jaren heb ik tientallen veteranen geïnterviewd en geportretteerd, zowel in Nederland als in Indonesië. Gecombineerd met veel  archief-onderzoek en de hulp van Indonesische geschiedeniskenners levert deze aanpak veel nieuwe inzichten op. Begin juli kwam ik terug van mijn derde reis en in zes maanden heb ik opnieuw veel getuigen opgespoord, geschreven aan de teksten voor mijn boek en ook heb ik de Indonesische taal geleerd.  Op 17 augustus viert de Republiek Indonesië de onafhankelijkheid, een goede aanleiding om het project Kembang Kuning weer onder de aandacht te brengen. Zo zal NRC een artikel publiceren over een van de verhalen die ik heb uitgezocht. Ook ben ik uitgenodigd om die avond te komen praten bij Radio1. Daarnaast opent die dag mijn expositie bij galerie Zerp in Rotterdam. Allemaal goed nieuws natuurlijk, alleen... in minder dan een maand moet ik de financiering hiervoor rond zien te krijgen. 

Daarom doe ik opnieuw een oproep aan de mensen die het net als ik belangrijk vinden dat dit verleden openbaar komt. Alle beetjes helpen, steun mij met een donatie! 

Marjolein van Pagee (1987) studeerde fotografie aan AKV St. Joost in Breda. Sinds 2010  werkt ze aan een langlopend fotografie-project over de onafhankelijkheidsoorlog tussen Nederland en Indonesië. Ze fotografeerde zowel Nederlandse als Indonesische veteranen.

10897289657?profile=originalwww.marjoleinvanagee.nl     Met een donatie op de Crowd-funding website “Voordekunst” kunt u de expositie Kembang Kuning - Gele Bloem mede mogelijk maken! Hoe werkt het?

1) Ga naar www.voordekunst.nl (De crowdfunding loopt tot 19 augustus 2014)

2) Maak een account aan, en doneer het gewenste bedrag.
3) Ontvang een beloning en volg het project verder op de voet.

Het doelbedrag van € 2400,- moet voor 100% worden gehaald.
5% van het totale bedrag wordt afgestaan aan Voordekunst.  Crowdfunding is een interessant alternatief voor de steeds schaarser wordende kunstsubsidies.
Mijn solo expositie bij Galerie Zerp in Rotterdam opent op zondag 17 augustus om 15.00 uur aan de Van Oldenbarneveltstraat 120A. U bent van harte welkom!

Lees verder…

THE INDONESIA CHANNEL NU PER 1 SEPTEMBER BIJ UPC

The Indonesia Channel nu per 1 september bij UPC

THE INDONESIA CHANNEL NU PER 1 SEPTEMBER BIJ UPC

More Sharing ServicesDeel|Share on facebookShare on printPrint dit artikel  zie ww.totaaltv.nl/nieuws/17110/the-indonesia-channel-nu-per-1-september-bij-upc.html#.U_cmGBv2r6c.facebook

Weliswaar heeft UPC geen wijzigingen gepland in september in het digitaal aanbod, The Indonesia Channel gaat dan wel eindelijk uitzenden. Dat zou aanvankelijk in juni al gebeuren.

UPC verandert begin september een aantal zaken in het analoge televisie-aanbod, maar op digitaal gebied vinden er geenwijzigingen of uitbreidingen plaats. Toch lijkt begin september een nieuw digitaal kanaal het licht te zien, The Indonesia Channel. De komst van de zender is nu door diverse partijen bevestigd. Aanvankelijk zou de zender al op 3 juni beginnen met uitzenden.

THE INDONESIA CHANNEL VANUIT NEDERLAND

UPC voegt de zender toe in Digitale TV Starter op kanaal 412.De nieuwe zender kiest voor Nederland als distributieland vanwege de belangrijke zakelijke en historische banden met Indonesië. Het is niet de eerste zender voor een Indonesische doelgroep, Garuda TV redde het in het verleden als abonneekanaal niet. Het plan is om het nieuwe Engelstalige kanaal over Indonesië in een later stadium ook in Singapore, Maleisië, Rusland, de VS en in Zuid-Korea uit te zenden. De programmering bestaat onder meer uit klassieke Indonesische films en televisieseries met een Engelse ondertiteling, en de dagelijkse live nieuwsuitzending Today’s Indonesia. Cultuur is er met programma's als The Best of Bali, Hot Indonesia, Executive Golf, Fashion for Pasision en Yoga Bliss. Het hoofdkantoor en de studio's van de zender bevinden zich in Jakarta.

Geschreven door: Jan-Hein Visser
Lees verder…

Indo Rock ons cultureel paradepaardje? (8)    door:  Albert van Prehn 

Over het algemeen, in de begin jaren 10897286669?profile=originalvan de indo muziek en bands was er weinig tot bijna niets te verkrijgen op gebied van instrumenten en apparatuur. Ja, er was wel wat maar dat was niet te betalen voor de pas geïmmigreerde muzikant hier in Holland. Immers wij kwamen met niets, alles was ons afgenomen en alles hadden wij daar achtergelaten in het Indië van voorheen. Zelfs onze levens hebben wij daar gewoon achter moeten laten, gewoon een streep achter gezet en maar zien waar het schip (letterlijk) ons heen zal brengen en hopelijk zal het niet stranden.


 10897286871?profile=originalfoto - Oude buizenradio’s omgebouwd tot gitaarversterkers met soms verrassend goede resultaten. 

Vanuit de pensions begon men weer de draad op te pakken en met de weinige middelen was men al goed creatief bezig, die oude buizenradio’s gebruikten vinding-rijke Indo’s als versterkers, dat het soms kraakte en bromde, acht wie let erop en als het maar een beetje de sound gaf dan was het voorlopig goed. Dat men soms onder stroomspanning zat, ach het deerde niet zo, en je had er even een mooie wilde rechtopstaande bos haar van (Zonder vet wel te verstaan) Later als men wat beter kon spelen en de optredens betaald werden, dan……..ja….dan schaffen wij betere spullen aan, dat was toen de basisgedachte.

Er waren ook vroegrijpe jago’s die de school lieten voor wat het was en gingen werken, en vele goed opgeleiden in Indië kregen hier ook beter baantjes, dus daar was wat te makken. En daar verschenen dan de zo gewilde Fenders en Gibsons. Het was niet makkelijk voor een verdiener want al gauw hielp je mee met het inkomen van jouw ouders die het totaal niet breed hadden, want hun inkomen werd vaak gekort door de schuldenlast die de Nederlandse overheid aan hen oplegde voor de terugbetalingen voor de reis en opvangkosten.

Nee, we kregen niets gratis, niet zoals het nu aan toe gaat, waar je als nieuwkomer al een flat screen tv, een fatsoenlijke slaapkamer, fietsen, als het moet ook nog van allerlei voorzieningen die jouw verblijf hier zo aangenaam mogelijk moeten maken cadeau krijgt. Nee, wij hadden het moeten doen van wat wij kregen EN TERUG moesten betalen. Ik zal daar maar niet meer over hebben want dat is het oud zeer wat velen van de teruggekomen ex kolonialisten hier nog van over hebben gehouden en vooral omdat zij, die niets met dit land historisch te maken hadden worden verwelkomd als nieuwe burgers gul overladen met alles en nog wat. Ik ga verder met het muziek gedeelte waar ik als columnist voor ben uitgenodigd, maar kan het toch niet even laten om het nogmaals te noemen.

Onze muzikanten waren niet alleen muzikaal creatief maar ook technisch, men probeerde ook zelf gitaren te bouwen en sommigen hadden het geluk dat het ook lukte, al waren er wel creaties bij die het predicaat gitaar eigenlijk niet konden dragen. Maar ook die van de diverse opkomende producten van bijvoorbeeld het merk Egmond wat toen een van de grootste gitaarleveranciers was, waren kwalitatief gezien niet echt goed, maar je moest het ermee doen.

De Indo-muzikant is al gauw in de ban van de merken Fender en Gibson, beide nog gekend vanuit het verleden in Indonesië. De meeste bands schaften zich de instrumenten van beide merken aan zodra de financiële middelen er waren, en het fenomeen van afbetaling was alom aanwezig bij de meeste indo muzikanten.

De muziek zaken deden goede zaken, zeker in het begin want bij de indo’s kon je veel kwijt aan muziek instrumenten en de honger naar goede instrumenten en apparatuur was goed aanwezig bij de indo bands. Toch is de keuze in vele gevallen niet zozeer op de kwaliteit van het instrument, maar ook vaak de status, want met een fender of Gibson kon je de blits maken en al speelde je wat minder dan anderen, je creëerde wel jaloersheid onder jouw collega’s.

10897287259?profile=originalfoto - Vintage 1965 Pinoy Jazzmaster

Wat de bijkomende apparatuur betreft werd de kennis groter naarmate de tijd vorderde, de bands in met name Duitsland hadden over het algemeen goede apparatuur. Maar ook daar, in vele gevallen werd eerst gezocht naar een Fender of ander met een zekere naamsbekendheid gesierde apparatuur. In vele gevallen vergat men de persoonlijkheid van de muzikant zelve gerelateerd aan hetgeen werd aangeschaft en dat is ook te horen aan de vele opnamen van toen, het klink maar wat je hoort was eigenlijk de speler die zijn noten mengt tot een knap stukje gitaarwerk. Echte persoonlijkheden kon je aan het geluid niet herkennen toen en eigenlijk is dat nu nog zo. Er was wel een pionier en dat was hoe kan het ook anders Mr. Andy Tielman die al heel gauw inzag dat show, goed uitgekiende show en een persoonlijk geluid van het eigen instrument een belangrijke factor is in de muziekbiz.

Andy Tielmans sound herken je direct tussen al die indo bands die goede muziek maken maar waar je eigenlijk alleen luistert naar een band die iets speelt zonder dat je meteen aan de sound herkent met wie je te maken hebt. De 8- snarige Jazzmaster is een goed voorbeeld. Er werden in de kop gewoon twee extra gaten geboord en die werden voorzien van een stemmechaniek, in de topkam sneed men twee extra snaargeleiders en klaar was kees. Echt perfect was het niet wat betreft de bouwtechnische kant, maar het gaat en men had een apart geluid. Het is namelijk zo dat iedere snaar van een gitaar een eigen vastgestelde lengte moet hebben om zuiver te   klinken en als je twee snaren vanuit de brug, waar geen extra voorzieningen voor waren gemaakt, gewoon door een gat waar ook een anders snaar doorheen ging naar het stem-mechaniek leidde dan had je doordat de snaar schuin loopt geen goede zuivere intonatie. Ach het deerde niet toen, nu met verfijnde stemapparaatjes zou je het merken.

Ik moet helaas zeggen dat ik bij de huidige bands weinig kennis van apparatuur en instrumentarium aantref. Natuurlijk weet men hoe de gitaren klinken en hoe een versterker moet worden afgesteld echter, maar wat men koopt is vaak gerelateerd aan het budget en het merk. Er zijn gelukkig wel collega muzikanten die bewust voor hun eigen geluid kiezen maar over het algemeen is het een kwestie van een aanschaf. Ik zie dan vaak op de bühnes goede muzikanten aan het werk met een minder goede sound en bij bands met PA apparatuur is het vaak een tikkeltje erger.

10897287286?profile=original Het ligt zo vaak aan de keuze van het instrument en apparatuur of je scoort of niet, je onderscheidt van anderen.

Ik kom ook gitaristen tegen die gewoon klein willen en genoegen nemen met een voor hun draagbare versterker en niet kijken naar hun eigen geluid. Bijvoorbeeld een man die staat te spelen op een 10 watt of 15 watt versterkertje en die dan doorlust naar een PA systeem. Alleen al het volume op de Bühne van de drums etc., overtreffen het vermogen van de kleine versterker met gevolg dat deze op zijn maximum moet worden opengedraaid, met een heleboel vervormende factoren want wat men niet beseft is, dat indien je een versterker meer dan 50 % opendraait de vervorming toeneemt. Blues gitaristen gebruiken daarom kleine wattages om de natuurlijke vervorming te benutten, maar of je dat ook voor een commerciële band nodig hebt vraag ik mij af.

Commercieel zijn is bij de huidige bands vaak een vergeten factor, men speelt, men heeft een totaal geluid van de band, maar men houdt nagenoeg geen rekening met de persoonlijkheid van de muzikant zelf. Dat zou anders moeten zijn, aan de hand van de voorbeelden van de beroemde jongens, Clapton, Knopfler, Satriany, marvin en zo nog maar wat grootheden te noemen, zou je eigenlijk moeten verwachten dat men daardoor geïnspireerd moet zijn.

Muziek maken is teveel gericht in onze scene op het danslustige publiek en er is weinig ruimte voor het NIET dansende publiek en dat blijf ik persoonlijk jammer vinden. Want als je daar aandacht aan besteedt zul je zien dat er heel wat collega’s hun eigen persoonlijke trekjes hebben. Er zijn enkele jago’s die zich NIET op het dansgebeuren richten en daar valt wel enigszins iets te bespeuren aan persoonlijkheid.

Commercie in het algemeen is niet besteedt aan ons indo muzikanten, daar doen onze Hollandse collega’s het vele malen beter, als je het over aanschaf etc. hebt zie je daar bewuste keuzes en gerelateerd aan het persoonlijke, ze klinken dan vaak ook veel beter.

Lees verder…

10897288495?profile=originalEen finale afrekening, of toch niet?       

Deel 3 Door:  Bert Immerlzee

Resumerend heeft de Indische gemeenschap tot op de dag van vandaag zeven claims open staan jegens de Nederlandse overheid en twee jegens banken en verzekeringsmaatschappijen.” Aldus de belangrijkste conclusie in het boek ‘Opgevangen in andijvielucht’ van Griselda Molemans. In dit artikel bespreken we claim nummer 6, gebaseerd op de uitkering voor de ex-krijgsgevangenen uit Birma en Thailand.

In juli 1954 verscheen in de Nederlandse pers het volgende bericht:                                  “Het Ministerie van Buitenlandse Zaken te ‘s-Gravenhage maakt het volgende bekend: In de oorlogsjaren heeft Japan in het bezette gebied van Birma en Thailand een spoorlijn aangelegd die beide landen verbond; hiervoor werd gebruik gemaakt van vele tienduizenden geallieerde krijgsgevangenen. Na de wapenstilstand is de spoorlijn opgebroken en werd het hierbij vrijkomende materiaal door het geallieerde oppercommando verkocht. De ontvangsten hiervan zijn thans, nadat tussen de betrokken geallieerde landen hiertoe overeenstemming was bereikt, verdeeld over de landen waarvan de onderdanen aan de spoorlijn hebben gewerkt, met de bedoeling dat deze gelden aan de betrokken ex-krijgsgevangenen  zullen worden uitgekeerd. De onderhandelingen terzake hebben geruime tijd geduurd. doch onlangs zijn de gelden ter beschikking van de Nederlandse Regering gesteld ter verdeling onder degenen, die, behoord hebbend tot de Nederlandse (Nederlands-Indische) Zee-, Land- en Luchtstrijdkrachten, als krijgs-gevangenen  van  Japan, die gedwongen aan de Birma-Thailand spoorweg hebben gewerkt.”   

In het bericht, waarin vervolgens betrokkenen werd opgeroepen zich te melden, werd niet aan-gegeven hoeveel de Nederlandse overheid had ontvangen. Uit de Handelingen van de Tweede Kamer blijkt echter dat het ging om 100 duizend Engelse ponden, oftewel 760 duizend gulden. Dit bedrag zou in theorie moeten worden verdeeld onder ca. 18.000 Nederlandse krijgsgevangenen die aan de spoorlijn hadden gewerkt, dan wel aan hun nabestaanden (ca. 3000 overleden tijdens hun werkzaamheden). Een eenvoudige rekensom leert ons dat dit slechts fl. 42,22 gulden per persoon zou opleveren. Mogelijk omdat het aantal aanvragen lager werd ingeschat, werd de hoogte van de uitkering vastgesteld op op fl. 61,73.

‘Het geld is bijna op’

Verantwoordelijk voor de uitvoering van de regeling was het Ministerie van Buitenlandse zaken, Directie Overgangszaken Indonesië. Aanvragen van ex-KNIL-militairen dienden te worden gezonden naar dít ministerie, aanvragen van personeel van de Koninklijke Marine naar het Ministerie van Marine. Tijdens de uitvoering van de regeling bleek dat niet mogelijk was vast te stellen, wie daadwerkelijk aan de spoorweg hadden gewerkt, reden waarom werd besloten uit te keren aan allen die tijdens hun krijgs-gevangenschap in Thailand of Birma hadden verbleven.

In 1967, kort na de overdracht van de werkzaamheden van Buitenlandse– naar Binnenlandse Zaken, werd een rapport opgesteld met betrekking tot de stand van zaken voor wat betreft déze en de algemene krijgs-gevangenenregeling. Op dat moment was het beschikbare geld bijna geheel verbruikt: “Er is nog geld voor ongeveer een dozijn uitkeringen. Aanmeldingen komen bijna niet meer binnen.”
Evenals de algemene krijgs-gevangenenregeling (ex-artikel 16 vredesverdrag met Japan) en de burgergeïnterneerdenregeling (JU) werd ook déze regeling niet gesloten. Nog steeds kunnen aanvragen worden ingediend. Aanvragers moeten zich hiervoor wenden tot de Stichting Administratie Indische Pensioenen (SAIP).

Japanse wacht Krijgsgevangenen-kamp Thanbyuzayat in Thailand.

De ‘claim’

In ‘Opgevangen in andijvielucht’ vraagt Griselda Molemans zich af of het Geallieerd opperbevel inderdaad aan de Nederlandse overheid heeft uitbetaald, en om hoeveel geld het dan wel ging. “Het antwoord ligt veilig opgeborgen in het Nationaal Archief in Den Haag: de betreffende dossiers over de oorlogsschaderegeling Nederland-Thailand zijn pas in 2031 te raadplegen.”
Vreemd genoeg geeft ze even verder in haar tekst zich zelf al antwoord. Volgens “een bron” gaat het om 17.399 ex-dwang-arbeiders (…), en 100.003 Britse ponden.

Na nog een keer te hebben gewezen op het feit dat vele belanghebbenden niet hebben geweten van deze regeling, concludeert zij: “Er staat dus nog altijd een deel van de huidige waarde van ruim 3,5 miljoen euro op de balans van de Nederlandse overheid.”
Ik heb geprobeerd te achterhalen waar zij deze 3,5 miljoen euro vandaan haalt, en ik moet toegeven, het is me niet gelukt. Hoe het ook zij, haar boodschap is duidelijk: de overheid heeft – ook híer – te weinig kenbaarheid gegeven aan de regeling, en er zo een flinke duit aan overgehouden.

In december 2013 deed de schrijfster een oproep op de website van het Amerikaanse The Indo Project:

“My question to Dutch survivors of the Burma Railway in the US is this: did you know about the Siamese compensation settlement. And did you receive the compensation? If you didn’t, may I receive your name and date of birth to include in a list which forms the basis of a court case against the Dutch State? Please note: the amount per person is not the most important aspect: there is a pattern in the way the Dutch government has handled several compensation settlements for displaced persons from Indonesia. Most rightful claimants have never been informed about these financial arrangements.”

Het ‘patroon’ waarvan zij hier spreekt, zou gelden voor meerdere compensatieregelingen. De Nederlandse Staat wordt binnenkort door haar op het matje geroepen.

Drie regelingen

Ik besprak hier in de Java Post tot dusverre drie van haar claims. Het betreft drie regelingen die gemeen hebben dat zij alle drie tussen 1954 en 1956 van kracht werden, werden uitgevoerd door ambtenaren van het zelfde ministerie, en betrekking hadden op door de overheid verkregen lump sums. De instanties van wie de gelden werden verkregen waren verschillend:  de krijgs-gevangengelden ex artikel 16 van het vredesverdrag werden verkregen van het Internationale Rode Kruis; de gelden behorende bij het Yoshida Stikker protocol (JU) van Japan; die van het Thailand-Birmafonds via een Geallieerde bankrekening in Londen. Bij deze transacties was het doel van de gelden duidelijk: ‘krijgsgevangenen’, ‘burger-geïnterneerden’, ‘krijgsgevangenen die werkten aan de spoorlijn’. Nimmer werden echter nadere voorwaarden opgelegd of aanwijzingen gegeven hoe dat geld verder verdeeld moest worden. De Nederlandse overheid was zélf verantwoordelijk voor deze verdeling, en deed dat, voor zover ik dat kan overzien, naar behoren. In ieder geval in de geest van de hieraan ten grondslag liggende besprekingen.

-  Aan ca. 91.000 burger-geïnterneerden (van de geschatte 100.000) werd in totaal 38 miljoen gulden uitgekeerd, per persoon fl. 415,-. Toen bleek dat nog bijna 3 miljoen in kas was en nauwelijks nog aanvragen binnenkwamen, werd in 1960 aan rechthebbenden een nabetaling gedaan.

-  Aan ca. 38.000 ex-krijgs-gevangenen (van de geschatte 42.000) werd in totaal 11 miljoen gulden uitgekeerd, per persoon fl. 264,-. Toen in 1962 bleek dat nog 1,1 miljoen in kas was en nauwelijks nog aanvragen binnen kwamen, werd 1 miljoen weggeschonken aan een stichting die als doel had financiële steun te verlenen aan gezinnen van in financiële nood verkerende ex-krijgsgevangenen. Na volledige schenking van deze gelden beëindigde deze stichting in 1966 haar werkzaamheden.

-  Aan een onbekend aantal ex-krijgsgevangenen uit Birma- Thailand werd in totaal 760.000 gulden uitgekeerd, per persoon fl. 61,73. In 1967 was nog geld over voor ‘een dozijn’ aanmeldingen.

De regelingen zijn niet gesloten, ondanks het feit dat de lump sums in alle gevallen in de jaren ´60 waren verbruikt. Toegekende aanvragen om ‘Japanse’ uitkeringen worden sindsdien betaald met Nederlands geld. Mochten, naar aanleiding van de publiciteit rondom ‘Opgevangen in andijvielucht’, belanghebbenden veronderstellen alsnog aanspraken aan de genoemde regelingen te kunnen ontlenen, dan moeten zij zich melden bij de SAIP.

Naar het archief!

Natuurlijk blijven vel vragen onbeantwoord. Zo weten we bijvoorbeeld onvoldoende van de uitvoering van de Birma/Thailand-regeling, en kennen we van deze regeling niet het uiteindelijke aantal uitkeringen. De suggestie van mevrouw Molemans dat de overheid onoorbaar handelen verdoezelt door de archieven niet te openen, is onterecht. Had zij, net zoals ik, een telefoontje gepleegd met het Nationaal Archief, dan had zij te horen gekregen dat alle desbetreffende archiefbestanden hetzij openbaar zijn, hetzij ‘beperkt openbaar’. ‘Beperkt openbaar’ wil echter slechts zeggen dat de stukken wél mogen worden ingezien, maar niet mogen worden gekopieerd. Dat is anders dan verdoezelen. Java Post

______________________

 

Lees verder…