Kampherinneringen 1942-1945 (2)
Inleiding: Hans Vervoort (1939) bracht als kind vanaf 1942 tot eind 1945 de jaren door in het Japanse interneringskamp Ambarawa 6 op Midden-Java)
Als kleine jongen had je eigenlijk weinig last van de Japanse bewakers, behalve dat je een paar uur per dag grassprietjes moest plukken die voortdurend tussen de straatstenen groeiden.
Ook moesten geregeld vliegen gevangen worden.
Waar dat goed voor was wist je als kind niet, maar het moest wel gebeuren. Anders kreeg je moeder er van langs.
En natuurlijk de appèls, die waren zwaar.
Urenlang in de zon..
Je stond in lange rijen diep te buigen voor de Japanse officier, terwijl er geteld werd.
Daarbij moest iedereen in het Japans zijn volgnummer roepen. De moeders telden zenuwachtig van tevoren uit welk nummer hun kinderen hadden en vertaalden dat in het Japans.
Ik herinner me dat tellen als iets dat begon met `isj njie shang sjie goh roku' en dat klinkt authentiek genoeg om nog een kern van waarheid te kunnen bevatten.
Riep je je nummer niet goed of niet hard genoeg dan kreeg je moeder een klap.
Het was een algemene regel dat de moeders geslagen werden als de kinderen iets deden dat de Jap niet beviel. En dat wilde je als kind voorkomen. Niet gezien worden was dus belangrijk en ik heb er de tic aan over gehouden dat ik er nog steeds niet tegen kan als mensen naar mij kijken.
Het als schrijver publiceren van verhalen bleek later een oplossing: dan kreeg ik de aandacht die ik toch wilde, maar hoefde er niet bij te zijn.
Elk gezin had zijn eigen bedden en de helft van het gangetje ertussen en die ruimte werd steeds kleiner naarmate er meer mensen aangevoerd werden. Zo'n 50 cm resteerde uiteindelijk.
Van iedereen in de buurt kende je de geluiden, van iedereen wist je hoe die zich voelde.
Oma van Soest van een paar bedden verderop was het lastigst, wilde steeds dat je water voor haar ging halen en werd boos als je dat niet meteen deed. (wordt vervolgd)
Afbeelding: foto's uit de kampen zijn er eigenlijk niet, tekeningen wel. Op deze tekening ontbreken de kinderen, het kan dus eigenlijk géén ochtend appel geweest zijn al staat dat er wel bij. Dat waren veel grotere groepen, in Ambarawa werden dagelijks ca 4000 vrouwen en kinderen geteld, daarom duurde het ook zo eindeloos. Vermoedelijk was dit een groep vrouwen die iets hadden gedaan waarvoor ze nog gestraft moesten worden.
Minder weergeven
Opmerkingen