EEN KILLE AFREKENING
Tijdens mijn onderzoek voor mijn tweede boek stuitte ik op een opmerkelijk document. Een 'afrekening' van het Ministerie van Uniezaken en Overzeese Rijksdelen. Gericht aan mijn Indische opa Pieck. Samen met zijn Molukse vrouw en hun kinderen zal hij een van de weinig Indo's zijn geweest op transportschip Asturias dat overwegend Molukse KNIL-militairen vervoerde.
Mijn grootouders wilden helemaal niet met hun gezin naar Nederland maar naar het eiland Ceram. Daar waar mijn overgrootvader Bing Lokollo, een gepensioneerde KNIL'er, al een huis voor hen had gereedgemaakt in het dorp Amahai. Nu zouden ze echter op dienstbevel naar Nederland vertrekken, tijdelijk, werd gezegd.
In het document valt te lezen dat het om een afrekening gaat betreffende de reisperiode van hun overtocht naar Nederland. Dat begon op 23 april 1951 vanuit Tandjung Priok waarna ze op 17 mei in de haven van Amsterdam zouden aanmeren. Mijn maag draaide zich om toen ik het document grondig bestudeerde.
Als KNIL-militair (Y-Brigade, Voortrekkers en Matjans) had hij recht op: verlofsbezoldiging, duurtetoeslag en een kindertoelage. Maar daar ging van af een voorschot en het meest opmerkelijke: '60% verzorgingskosten'. Het grootse gedeelte van zijn geld ging weer terug naar de staat. Het tekort van 3 gulden diende hij dan ook nog te betalen.
Deze afrekening kreeg hij pas een jaar later, in 1952, gepresenteerd. Ik ging er altijd van uit dat mijn grootouders met niks begonnen in Nederland. Dat blijkt niet waar. Ze begonnen namelijk met een schuld. Hoe klein of groot doet er niet toe. De kosten van de overtocht moesten dus door de KNIL-militairen zelf bekostigd.
Mijn opa bewaarde deze brief zijn hele leven, als kille reminder. Een kil bewijs. Een kille afrekening.
Opmerkingen