Ferry Schwab's berichten (2037)

Sorteer op

10897305074?profile=originalJapan en de oorlog die ons allemaal zo getroffen heeft, de Indische Gemeenschap

door Frans Smith.

Han heeft een stuk geschreven m.b.t. Japan en de oorlog die ons allemaal zo getroffen heeft. Ik lees en hoor veel over die tijd, maar ook de koloniale tijd, de Bersiap en de repatriëring, de nimmer uitbetaalde salarissen, en de meer dan 9 honderd miljoen die de overheid stal van de Indischen, Graag zou ik hier een stukje willen schrijven, iets waar ik zelf als occultist en metafysicus steeds mee worstel. De Indische gemeenschap, en dan met name de ouderen geloven in de onzichtbare wereld, net als de meeste Aziatische landen. Wij geloven in "effecten" bv, wie goed doet - goed ontmoet. Dit is het zelfde als: wat je zaait zal je oogsten, en zo binnen - zo buiten, zo onder - zo boven, iedere Indo weet wat men bedoelt als men zegt: tegenwerking. Dat is als je zwarte kunst beoefent, iemand bewerkt. Want zoiets keert zich op den duur tegen je zelf. De Chinezen zeggen dan ook: in de hemel worden de dingen voorbereidt - en op aarde worden de dingen volbracht. De Hopi Indianen voorspelden de komst van de rail-roads (wegen waarin de zon reflecteert), de komst van een ras runderen (longhorns) de komst van de blanke man, en zelfs de komst van de telegraaf lijnen.

In boeddhistische geschriften vinden we de voorspelling van een blank ras dat Indonesië zal overheersen (ik moet even opzoeken welk geschrift dat was), dan zou er een geel ras alles overheersen. In Huna (Hawai) zegt men: dark times to come. en ook in de bijbel lezen we over alles wat zal komen. M.u.v. het materiele westen gingen de oosterlingen er vanuit dat de zichtbare wereld een illusie was, of zoals de Hindu zegt: Maya ofwel Cosmic Illusion. en ja, inderdaad, de zichtbare wereld is een illusie. In feite bestaan er geen rassen, alleen zielen die steeds weer re-incarneren tot ze hun cyclus hebben volbracht. Door dat de ziel telkens een ander lichaam neemt ontwikkeld hij bewustzijn, zo is een Japanner zich niet bewust van de Indische mens, tenzij hij incarneert in een Indisch lichaam om het maar zo te zeggen. Vandaar dat de Indiaan zegt: iemand kan pas over een ander oordelen als hij in zijn mocassins heeft gelopen. als men weet dat alles op aarde een ziel heeft, ja van mineraal tot mens en men begrijpt dat niet het lichaam maar de ziel evolueert, dan ziet men dat wij allen begonnen als mineraal om zo op te klimmen via het plantenrijk tot het dierenrijk, en vanuit het dierenrijk tot het mensdom. Volgens Vivekananda, een van de laatste grote meesters, duurt het 1,4 miljoen jaar om te komen van mier tot mens.

Daders van nu zijn de slachtoffers van morgen, dat is karma en daders van toen zijn de slachtoffers van nu, want alleen dan kan de ziel leren, wat het is om pijn te lijden, om vrouw te zijn, ziek te zijn of arm te zijn. Het wil niet zeggen dat wij geen erbarmen moeten hebben met hen die lijden, maar tegelijkertijd moeten wij ons beseffen dat niets op aarde voor niets gebeurd. Voor een ieder gebeurd slechts dat wat bij zijn ontwikkeling, zijn evolutie behoord. Indien wij kwaad worden door wat wij zien, lezen of ervaren, dan is dat uiteindelijk slechts ons ego, dat wat wij moeten overwinnen. Ja, mijn hele familie heeft geleden on de Jappen, en ik zelf heb nu nog last van die ellende. Maar misschien is het opbranden van mijn eigen karma, nu voel ik hoe het is om Indo te zijn, om anders te zijn, om anders behandelt te worden, ook mijn ego verzet zich als geen ander,..diep in mij weet ik dat ik geen Indo ben, ook geen mens maar een ziel die een ontwikkeling moet doormaken, voor wat ik in vorige levens zelf anderen heb aangedaan. Juist de Indo heeft dat in zich, en de belanda ? die overheerste de inheemse bevolking van Indonesië en als karma, oogsten ze via de Jappen en de Duitsers dat wat zij anderen aandeden.

Nogmaals, elk verzet tegen mijn schrijven is EGO. Vergeven is niet noodzaak, maar inzicht wel. Ik zelf kom in conflict met mij zelf vanwege mijn ego, mijn vechtlust en het gevoel zwaar onrecht aangedaan te worden...maar toch is er een kracht in mij....die eveneens vecht en zich laat gelden.

ICM 7.8.2015

Lees verder…

Telegraaf zwijgt als het graf over INDIË-HERDENKING.

 

Telegraaf zwijgt als het graf over INDIË-HERDENKING.

Betreft de maandag-ochtend papieren krant.

 

10897319680?profile=original

10897320081?profile=original

 

Desondanks de prachtige tablet formaat papieren krant wordt deze toch door die Indische gekleurdheid  onderscheidend in de negatieve zin en  wordt nu bevestigd door;  geen letter, of foto te plaatsen in haar Maandag - ochtend krant over de INDIË-HERDENKING  bij het Indisch Monument die massaal werd bezocht, en bijgewoond door Koning Willem Alexander en de delegatie van de Nederlandse regering.

 

Toch vreemd dat van deze bijzondere gelegenheid niets wordt verslagen.

Niet in alleen in Den Haag werden INDIË-HERDENKINGEN gedaan, maar  ruim 23 gemeentes en 3 in het buitenland.  Een teken aan de wand dat een krant als een Telegraaf hiervan geen verslag heeft gedaan.

 

Uiteraard wel weer des Telegraaf s komt deze  met negatieve ontwikkelingen dat er steeds meer claims richting Nederland vanuit Indonesie – de weduwen waar de mannen door Westerling zijn afgeslacht in Sulawesi, 40.000 man - komen die de belastingbetaler alleen maar geld gaat kosten.  Zeker toepasselijk als een krant om met zulke uitspraken te komen dat aan het infuus ligt dat via de bekende buitenlandse beleggingsconstructies gelden uit ABP Pensioenfonds krijgt, waar overigens ook de huidige staatssecretaris de hand in heeft gehad in zijn vorige functie (bron via de TV omroep Nieuws Uur).  Heb je als Telegraaf helemaal boter op je hoofd.

 

Of heeft de voorlichtingsdienst de Telegraaf verboden om de uitspraken van Mark Rutte, die zijn Indischeid heeft geuit? Wie zal het zeggen, het feit is dat niets van de INDIË-HERDENKING in de krant is verschenen.

Beseft de Telegraaf wel dat er 1,4 miljoen Indische Nederlanders zwaar beledigd zijn dat aan deze INDIË-HERDENKING  geen aandacht is besteed. Komt misschien dat Mark Rutte de uitspraak heeft gedaan dat hij de Indische geschiedenis ook zijn geschiedenis is, daarmee erkent dat alle feiten in het voormalige Nederlands INDIË hebben afgespeeld, dus schuld bekend?

 

Hier wederom het bewijs dat alle Indische ontwikkelingen onder het tapijt worden geveegd, Telegraaf ik zeg mijn abonnement op als Editor van ICM (De Indische Internetkrant), met mij zullen er nog veel volgen, misschien

dat de ABP - dosering van het infuus nog verder moeten worden verhoogd om als krant te overleven.

 

 ICM editor Ferry Schwab sr.

 ICM  17.8.2015

Lees verder…

10897323472?profile=originalFukuoka - Toen 70 jaar geleden de atoombom viel op Nagasaki was mijn vader in de buurt.

Door Hans Vervoort.

Hij had het werk aan de Birma spoorweg overleefd en was vervolgens met honderd andere gevangenen per schip naar Japan vervoerd om daar in de mijnen te werken.
Hij sprak niet graag over de oorlog, maar dankzij het feit dat sinds 2011 de interneringskaarten van krijgsgevangenen gedigitaliseerd zijn kon ik zijn kampgegevens vinden op www.gahetna.nl
Helaas was de tekst in het Japans en alhoewel ik nog steeds goed tot tien kan tellen (ichi ni san shi enz.) en de kampcommando's ook nog wel zou kunnen verstaan, heb ik na de oorlog geen aanvechting gehad die taal eens echt goed te leren.
De Nederlandse regering (gul als zij kan zijn) liet bij het digitaliseren de kampkaarten van de overledenen vertalen, maar had (zuinig als zij meestal is) er geen geld voor over om ook de kaarten van degenen die de oorlog overleefden in het Nederlands om te zetten.
En mijn vader behoorde tot die categorie, al is hij zo'n 15 jaar geleden wel ingehaald door de dood.
Dankzij een vriendelijke Japanner ken ik inmiddels toch zijn kampadressen in Birma en Japan.
In Japan verbleef hij ruim een jaar in Fukuoka kamp nr. 9B, ongeveer 2 kilometer van Nagasaki verwijderd.
Hij vertelde ooit over de mijn waarin hij werkte dat hij een keer het etensblikje van een Japanse collega stal en toen ontdekte dat die hetzelfde karige rantsoen kreeg.
Ik geloof niet dat hij zich schuldig voelde over die diefstal, het was ten slotte een Japanner, de vijand. Maar het hielp hem wel om na de oorlog dat volk wat minder te haten.
Niet dat hij ze ook maar iets vergaf, want zijn oudste zoon was in het interneringskamp gestorven door ziekte en honger en dat stond elke vergiffenis in de weg. Maar de wetenschap dat ook de gewone Japanner leed onder de oorlog maakte een paar millimeter verschil.
De bom op Nagasaki bracht goddank vrede.
Mijn vader zat 600 meter onder de grond. Hij en de andere krijgsgevangenen hadden de bof dat bij het naar boven komen de wind de goede kant op stond.
Na de oorlog zag hij ons terug in Makassar, de hoofdstad van Celebes. Mijn vader was er administrateur van het KNIL-garnizoen en mijn moeder en ik waren per boot van Semarang naar Makassar gekomen. Ik was zes.
Het was net avond geworden en al vrij donker. We stonden op de kade in de menigte, naast onze koffertjes, toen mijn vader ons vond.
Hij tilde me op en drukte mijn moeder tegen zich aan en zo stonden we een tijdje. Hij was stevig en had een breed, rood gezicht en hij rook prettig naar tabak.
We stapten in een dogkar, een wagen met paard, en reden weg. Al na een half uur kwamen we aan waar we zouden wonen, Bessieweg nummer 10. Mijn vader had voor eten gezorgd, boterhammen met kaas uit blik. Er kwam warm licht uit de lamp boven de tafel. Het was stil buiten en gezellig binnen en al ver over bedtijd. Ze praatten af en toe met elkaar. Ik hoorde de naam Robbie vallen, terwijl ik met aandacht mijn boterhammen at. Hij was blond met blauwe ogen en een jaar ouder dan ik toen hij dood ging in het kamp. Nu ik zijn naam weer hoorde, in Makassar onder het lamplicht, dacht ik voor het eerst sinds lange tijd aan hem. Ineens begon mijn vader zacht te huilen. Ze stonden tegen elkaar aan, mijn vader en mijn moeder. Na enig aarzelen klom ik van mijn stoel af en ging erbij staan. De hand van mijn moeder kwam naar beneden en trok me tegen zich aan.

10897324659?profile=original

ICM 10.8.2015

Lees verder…

Op deze dag - Indie Herdenkingen - maakt Mark Rutte eindelijk bekend dat de : Indische geschiedenis" ook een deel van hem is,

10897318701?profile=original

10897311894?profile=original

toch een belangrijke mijlpaal in de Nederlandse geschiedenis deze erkenning, daarmee geef je toe dat genen wat de Nederlandse regeringen 70 jaren onder het tapijt heeft geveegd werkelijk heeft afgespeeld, mooiere dag kunnen wij ons toch niet wensen, dat wij een Indische Minister president hebben, die met een schuin oogje naar Martin van Rijn kijkt " om op te schieten met Indische kwestie, nadat na 2 en half jaar waar NICC & ICM die 10.000 handtekeningen aan Indisch Platform (IP) overhandigen.

Op het IP de verplichting rust om bij de onderhandelingen met Martin van Rijn, na twee en half jaar radio - stilte terug te koppelen  met NICC & ICM (Immers achterban zijn) of het akkoord conform het voorgelegde pensioenplan is van NICC & ICM kosten 6-7 miljard.

Zodat dan definitief en voor altijd het Indisch boek kan worden gesloten. De Indisch kwestie heeft voorrang nu na 70 jaren op de Griekse verslinden bereput, waar weer een beroep wordt gedaan op Nederlandse regering (5-6 miljard).

Dit zullen wij in de media en kranten zoals een Telegraaf nooit  lezen, die hebben namelijk nooit over de Indische geschiedenis gehad. Dus de achtergronden  van de Indische kwestie niet kennen, wellicht dat nu voor de Nederlandse burgers programma's worden opgesteld om zich eigen te maken betrekking tot de Indische geschiedenis die de Overheid/regering bewust hebben verzwegen voor het Nederlandse volk, een geschiedenis van meer dan 300 jaren waar Nederland de regie over voerde werd 70 jaren doodgezwegen!

ICM 16.8.2015

Lees verder…

Indisch Platform: Kabinet had zijn excuses beloofd

Indisch Platform: Kabinet had zijn excuses beloofd

Het kabinet maakt zijn beloftes niet waar omtrent de erkenning van achterstallige salarissen van militairen en ambtenaren in dienst van toenmalig Nederlands-Indië.

Dat zegt het Indisch Platform, dat al jaren onderhandelt met het kabinet over erkenning, excuses en financiële compensatie voor niet uitbetaald salaris tijdens de Japanse bezetting van Indië.

Naar eigen zeggen had het platform van staatssecretaris Van Rijn (Volksgezondheid) de toezegging gekregen dat de premier of de koning tijdens de Indië-herdenking van vorige week zaterdag erkenning en excuses zou uitspreken. Ook zou hij een voorschot geven op een financiële regeling voor (nabestaanden van) de ongeveer 50.000 oud-ambtenaren. „Dit is ons op 8 juli persoonlijk door Van Rijn toegezegd”, zegt Ton te Mey van het Indisch Platform. Maar in de toespraak van Rutte bleek niks van die toezegging. Er kwamen geen excuses.

„Intens teleurstellend”, vindt Te Mey, vooral omdat de premier in zijn toespraak suggereert dat de zogeheten backpaykwestie al in kannen en kruiken is. „De regelingen met de erkenning van achterstallige salarissen en geleden oorlogsschade lieten lang op zich wachten”, zo zei de premier. „Maar die regelingen laten nog stééds op zich wachten”, zegt Te Mey. „Er zijn nog niet eens woorden van erkenning of excuses uitgesproken, laat staan dat er is gecompenseerd. Een aanfluiting.”

Leugen

Een woordvoerder van premier Rutte zegt de kritiek niet te kunnen plaatsen. Volgens hem was de toespraak lang van tevoren gedeeld met het Indisch Platform. „Ze hebben er ook mee ingestemd.” Volgens het Indisch Platform is dat ’een grove leugen’. „Er is niks gedeeld. Dat was wel de bedoeling. Maar we kregen juist ruim voor de toespraak te horen dat we de speech niet mochten inzien.”

Staatssecretaris Van Rijn kan geen uitsluitsel geven over wie er gelijk heeft. Zijn woordvoerder wil bevestigen noch ontkennen of er toezeggingen zijn gedaan over excuses en compensatie voor de Indische gemeenschap.

ICM 24.8.2015

Lees verder…

Vergeten Nederlanders in het Voormalige Indie

10897316853?profile=original

 
Onze jurist/advocaat Peggy Lesquillier stelde het vonnis van de rechtbank aan de redactie ter beschikking, hierin heeft de bestuursrechter de Overheid in het ongelijke gesteld dat burgers in Indonesie ( voormalige Indie) ook recht hebben .op deze oorlogslachtoffers uitkering (NL - nationaliteit). In aller haast heeft redactie ICM de betrokken Stichtingen, donateurs bij elkaar geroepen om te overleggen. Hoe kunnen de mensen in Indonesie worden geinformeerd? Hoe kunnen ze hun claim indienen? Hoe kunnen de maandelijkse betalingen vanaf 300 euro geschieden?
 
U begrijpt net als Traktaat van Wassenaar is deze Overheid niet bereid tot medewerking, en met nadrukt omdat de rechter deze Overheid ook nog eens in het ongelijke heeft gesteld. Onze redactie is intensief bezig geweest om de betreffende stichting en OmRoep Max te contacten, voor de informatie, en deze zaak bij de Staatscretaris Paul Blokhuis van VWS voor te leggen bizar deze houding van Omroep Max die wegduikt.
 
Redactie ICM

Info bij Peggy Lesquiler 

ICM 14.8.2015

Lees verder…

10897262476?profile=originalGEMENGDE GEVOELENS BIJ INDIË-HERDENKING

Het Indisch boek is nog lang niet dicht

14/8 - 2015 Telegraaf Van onze parlementaire

redactie

Een vergoeding voor de Indische gemeenschap, om het niet door Nederland uitbetalen van loon en soldij gedurende de Japanse bezetting, laat voorlopig op zich wachten. Betrokkenen hadden de hoop dat dit gevoelige dossier voor de Indië-herdenking van morgen beslecht kon worden, maar dat is volgens bronnen aan het Binnenhof niet gelukt.

De herdenking van de Japanse capitulatie in 1945 dreigt daarmee met gemengde gevoelens beleefd te worden, hoewel de regering de plechtigheid vanwege de 70e verjaardag ervan tot het allerhoogste niveau heeft opgeschaald. Zo legt koning Willem-Alexander een krans bij het Indië-monument in Den Haag, ter nagedachtenis aan alle burger- en militaire slachtoffers die tijdens de Tweede Wereldoorlog in de voormalige kolonie vielen.

Krans

Premier Rutte en staatssecretaris Van Rijn (Welzijn) leggen eveneens een krans, namens het kabinet. De minister-president zal daarna enkle woorden spreken, waar met bijzondere interesse naar zal worden geluisterd. Leden van de Indische gemeenschap voeren namelijk al jaren moeizame onderhandelingen met verschillende kabinetten over compensatie, erkenning en excuses van de Nederlandse overheid.

Daarbij gaat het om het alsnog betalen van soldij en loon van ambtenaren die tijdens de oorlog geïnterneerd waren in de jappenkampen. Deze zogenoemde ’Indische kwestie’ loopt al jaren en in Den Haag is men de afgelopen maanden druk doende geweest om te kijken of het gevoelige onderwerp voor eens en voor altijd naar ieders tevredenheid beslecht kan worden, bij voorkeur rond de 70e verjaardag van de Japanse capitulatie.

Van Rijn is volgens belangenbehartiger stichting Het Indisch Platform de eerste staatssecretaris die zich echt persoonlijk buigt over de zaak. Een oplossing blijft moeilijk. Naar verluidt gaat het uitkeren van het achterstallig loon naar huidige prijsmaatstaven om ten minste 135 miljoen euro en waarschijnlijk nog veel meer geld. In het kabinet is daarnaast twijfel of de kous bij een akkoord echt af is, de zogenaamde finale kwijting, of dat er naast Het Indisch Platform nog meer belangenbehartigers zich kunnen melden voor compensatie.

Naast het financiële aspect wordt in de Indische gemeenschap gevraagd om erkenning en excuses vanuit het kabinet. „Het zou mooi zijn om het hoofdstuk nu, zeventig jaar later, af te sluiten”, zegt voorzitter Silfraire Delhaye van Het Indisch Platform. Hij hoopt op een waardige herdenking morgen, los van de onderhandelingen die zijn gemeenschap met het kabinet voert. „De herdenking moet niet worden verbonden met politiek.”

Tegemoetkoming

Delhaye zegt er wel bij dat het niet alleen bij excuses dan wel een mondelinge erkenning door het kabinet van de misstanden kan blijven. Ook een financiële tegemoetkoming zou dit jaar toch geregeld moeten kunnen worden. „Deze twee zaken zijn onlosmakelijk met elkaar verbonden.”

Het is onwaarschijnlijk dat er ooit excuses komen namens de overheid. In kabinetskringen valt te horen dat dat namelijk zou impliceren dat Nederland zich verantwoordelijk stelt voor het gebeurde, terwijl de bezetting door Japan is geweest. Volgens de Rijksvoorlichtingsdienst zal premier Rutte morgen over blijvende aandacht voor en de erkenning van het oorlogsleed spreken.

10897310479?profile=original

Alle ICM berichten (ICM Breaking News) gaan ook naar alle leden van de Tweede Kamer, en het zijn jonkies die ik tegenkom als ik daar ben,en weten niet wat hun voorgangers hebben gedaan, daarom mijn reactie op artikel van de Telegraaf (400.000 lezers), en ze moeten vooral zo doorgaan .....

Volgens de Telegraaf.


Stelling Kabinet: 
In kabinetskringen valt te horen dat dat namelijk zou impliceren dat Nederland zich verantwoordelijk stelt voor het gebeurde, terwijl de bezetting door Japan is geweest. Volgens de Rijksvoorlichtingsdienst zal premier Rutte morgen over blijvende aandacht voor en de erkenning van het oorlogsleed spreken'.

Redactie ICM
Wie heeft Japan tot deze oorlogsdaad doen besluiten?
Was het niet Koninging Wilhelmina die hoogst persoonlijk namens de Nederlandse regering vanuit Londen buiten de VN om rechtstreeks de Keizer van Japan de oorlog verklaarde, waar het Kabinet unaniem achter stond. De Bezetting is het gevolg van de verklaarde oorlog.
Wie heeft Japan de Indische Claims kwijt gescholden, was het ook niet de Nederlandse regering, met als compensatie orders in de toekomst dat Japan Nederland helpt bij haar wederopbouw!

ICM 14.8.2015

Lees verder…


10897320300?profile=original10897253880?profile=original5 – 6 Miljard naar de Indische pot  of naar de Griekse bodemloze put
.

Zoals U weet heeft wederom Griekenland Nederland verzocht om een lening van 5 – 6 miljard. Alle leden van de Tweede Kamer zijn teruggeroepen van hun zomer reces om aanstaande woensdag in Kamer te buigen over deze Griekse lening waar de belastingbetaler weer voor moet  bloeden. Tegelijkertijd speelt de langslepende  Indische kwestie 70 jaren met  de diverse verschillende dossiers, mede door de Telegraaf verwarring gesticht bewust of onbewust. 1 ding is zeker die zwarte bladzijde uit de geschiedenis begint nu te kleuren en mede door de erkenning van Mark Rutte deel te zijn van deze Indische geschiedenis.

 

Totale kosten Indische kwestie bedraagt 9,4 miljard waarvan 2,4 miljard in mindering dient te worden die president Soekarno reeds heeft betaald, dat uit de staatskas moet komen. 2,4 miljard staat sinds 2001 op de rekening van het Ministerie van Bert Koenders.

 

 

Laat ik maar eerst beginnen met De Indische pot;

Volledigheidshalve het gaat niet alleen om de achtergestelde salarissen zoals de Telegraaf meldt waarmee 131 -330 miljoen gepaard zou gaan. ICM redactie schaart dit onder dossier A om het onderscheidt aan te brengen. Immers lijkt het aangelegenheid van de werkgever zijn ambtenaren niet heeft betaald. Al te graag vergeet de Telegraaf de 341, 0000  die oorlogsslachtoffers zijn van vreselijke oorlog. 

        Maar wij hebben nog een andere groep – de burgers in het voormalige Indie  die worden in allen verhalen vergeten wat zij als slachtoffers van deze oorlog hebben moeten doorstaan om te overleven  –  de oorlogsslachtoffers die midden in het geweld zaten gedurende een lange periode vanaf 1940 de oorlog met Japan dat door Kon. Wilhelmina in hoogst eigen persoon aan de Keizer van Japan de oorlog werd verklaard ( De veroorzaker van al dit leed en ellende), de overdracht, periode 1946- 1966 die vreselijke bersiap periode en de koele kille ontvangst in Nederland die ICM redactie onder het dossier B schaart.

       Voor de geleden immateriële - en materiële schade werden voor een soort gelijke situatie (gelijkgestemden) de bevolkingsgroepen gekend; de Joodse Gemeenschap, de Roma, en de Sinti die gecompenseerd werden door Nederlandse Overheid in 2000-2001. Tot Max. 40.000 – 60.000 per persoon, en  tegelijkertijd de Indische gemeenschap  een schijntje het NLG. 3850 kregen  uitgekeerd, en niet iedereen ! I

      CM & NICC eisen dat de uitkering aan de Indische Gemeenschap gelijk gesteld dient te worden aan de eerder genoemde gelijkgestemde bevolkingsgroepen, kosten 6-7 miljard.

Het laatste dossier C houdt in het Traktaat verdrag van Wassenaar (ACTW’66). Tussen de Indonesische – en Nederlandse regering werd een overeenkomst getekend voor het nationalisatie proces – Indische Nederlanders moesten het land verlaten met achterlatend alle bezittingen dus auto’s, fietsen, meubels, kleding, huizen, banktegoeden, en ondernemingen - hiervoor heeft Soekarno aan het Ministerie van Bert Koenders ruim 689 miljoen betaald, waarde nu 2,4 miljard. Geen 1 euro is tot op heden betaald aan de Indische gemeenschap. Nederlandse regering heeft gefaald bij de financiële uitvoering van dit verdrag. Halbe Zijlstra (fractie voorzitter VVD) heeft dit dossier al opgepakt, en concludeerde waar de 689 miljoen is gebleven, veel geld voor die tijd.

 

Totale kosten Indische kwestie bedraagt 9,4 miljard waarvan 2,4 miljard in mindering dient te worden gebracht die president Soekarno reeds heeft betaald.

 

      Om niet in eens te belasten met deze lasten hebben NICC & ICM een pensioenplan voorgesteld met als plafond 7 miljard voor allen die uit het voormalige Indie komen (Reikwijdte wordt geschat op 60,000 – 75,000) gedurende 5 jaren € 700 per maand, koste per jaar 1,6 miljard. Uitkering via de Sociale Verzekeringsbank. NICC & ICM hebben voor dit plan 10.000 handtekeningen op gehaald en via het Indisch Platform deze laten overhandigen met Martin van Rijn.

Voordeel t.o.v  Griekenland .

Het geld blijft op de Nederlandse Banken, geeft een extra impuls in Nederlandse Economie, de Nederlandse regering kan deze zwarte bladzijde in geschiedenis afsluiten.

 

De gelden van Traktaat verdrag van Wassenaar zal de regering bij met name het ministerie van Bert Koenders moeten uit betalen aan St. Comité Petitie TvW ’66, die conform het model Gebaar zal worden uitgevoerd individueel en collectief voor duurzame Indo Care projecten, waar Indonesie en Nederland zullen profiteren met inzet verbeteren van de betrekkingen, en tevens om het verleden te vergeten de banden economische verder te intensiveren. 

 

 

De Griekse bodemloze put.

Desondanks de uitlatingen van Mark Rutte “geen cent naar Griekenland” lijkt deze dagelijkse gang van zaken te worden. Griekenland, opereert slim door Europa onder druk te zetten wetende dat hierdoor de koers van de Euro onder druk komt te staan, en politiek nog belangrijker dat een Euro-lid staat niet in de steek kunnen laten ten overstaan van de hele wereld waardoor Euro een imago schade oploopt.

Er worden miljarden gebracht. Op het moment dat hervormd moet worden, dus met uitvoering van de hervormingen valt het Kabinet, een spel die zo doorzichtig is. Wanneer de volgende Kabinet aan de macht komt trekt deze zijn schouders op en beginnen opnieuw voor  een volgende steunpakket. Is net als een automatiseringsproject, Europa is op het punt gekomen en kan niet meer terug. Zie de val van de koers van de Euro tegenover de dollar, dramatisch.

Laten naar de voordelen kijken,

die zijn er niet nu, wel op lange termijn. De belastingbetaler is het geld kwijt, op lange termijn komt deze terug door stijging van de koers van de euro dat misschien op het nivo terugkomt van 7 jaren geleden, alleen blijft de vraag hoe krijgt de belastingbetaler zijn geld terug. Economisch komen die miljarden ook nooit terug in de Nederlandse economie. Is nu gewoon een risico analyse als Griekenland failliet, en uit de Euro stapt zal de koers van  Euro tegen over de dollar, Yen en andere valuta als munt misschien wel met 50% een duikvlucht maken. Een koersval over wat zal het zijn van de Europese Economie?   5000 miljard? Praten dan over waarde verminderingen van wel minimaal 1000 miljard of meer, dat wij allemaal in onze beurs gaan voelen. 

Blijft koffie dik kijken, als het Tweede Kamer een dikke “NON” geeft, wat de gevolgen zijn op het Europees terrein, wel zeker is dat de belastingbetaler eens zegt: ‘Ho” en niet verder, dat regerende partijen een flink pak slaag krijgen bij de aankomende verkiezing.  Wanneer Griekenland stabiel wordt zullen de koersen van de Euro stijgen.

 

Conclusie:

 

5 – 6 Miljard naar de Indische pot  of  naar de Griekse bodemloze put 

 

 

Tot slot doe ik een beroep op U om uw Facebook pagina voor de a.s. woensdag op uw Facebook profiel de onderstaande tekst te plaatsen, dat niet U eens bent dat de Miljarden naar Griekenland gaan.

 

“Moet die 6-7 miljard naar de oude schuld de Indische pot of naar die bodemloze Griekse put waar Nederland niets meer van terug ziet.”

ICM 25.8.2015

Lees verder…

Reactie op toespraak M.P. Rutte op de Herdenking 15-08-2015 .

10897311894?profile=original

Met het noemen van zijn familiegeschiedenis veinst Rutte geraffineerd schijnheilig verbondenheid met de Indische gemeenschap. Rutte bedient zich van de verleden tijd als hij het wachten op regelingen met de erkenning van achterstallige salarissen en geleden oorlogsschade aanhaalt, terwijl deze onderwerpen als gevolg van opzettelijk traineren van de Overheid nog actueel zijn.

Rutte heeft het over acties , behandeling en uitvoering met formulieren en procedures die oude wonden raken en pijn doen. Onduidelijk gehaspel van Rutte, maar als hij bijvoorbeeld de 70% afwijzingen op WUBO aanvragen uit de Indische gemeenschap bedoelt kan ik hem wegwijs maken.

Welke goede bedoelingen van welke regelingen bedoelt Rutte?

Onduidelijk, wel is duidelijk dat de Indische gemeenschap door de Nederlandse Overheid miskend is. Oorzaak van deze miskenning is niet het gebrek aan begrip maar het gebrek aan juiste moraal bij de Overheid om haar morele verplichtingen t.a.v. de Indische gemeenschap te volgen.

Het was de Nederlandse Overheid, bij proclamatie van H.M. Koningin Wilhelmina die 8 december 1941 vanuit Londen aan Japan de oorlog verklaarde en onze vaders mobiliseerden die als kanonnenvlees een Japanse overmacht moesten bevechten.

ICM / Lid Abonnee

Nico Wijnveldt. Hoogezand 20 augustus 2015

ICM 21.08.2015

Lees verder…
De jaarlijkse dodenherdenking bij het Indië-monument in het stadspark Hattem van Roermond.De jaarlijkse dodenherdenking bij het Indië-monument in het stadspark Hattem van Roermond. © ANP

Volkskrant - Uit Indonesië gevluchte gezinnen zagen nooit compensatie

Schaderegeling kreeg in 1969 nauwelijks ruchtbaarheid

Zeventig jaar na de capitulatie van Japan (15 augustus 1945) wachten de uit Indonesië en Nieuw-Guinea gevluchte Nederlandse staatsburgers nog altijd op genoegdoening

.


Indonesië betaalde destijds 600 miljoen gulden (273 miljoen euro) ter compensatie voor de nationalisatie van bedrijven en voor geleden verliezen van particulieren en ondernemers. Gedupeerde Nederlanders die gevlucht waren, konden een schadeclaim indienen, maar de meesten hebben dat nooit geweten. Tot op de dag van vandaar zijn ze ervan verstoken gebleven.

Tussen 1957 en 1962 zijn in totaal zo'n 90 duizend mensen naar Nederland gevlucht met achterlating van al hun bezittingen.Vanwege de strijd om Nieuw-Guinea waren ze staatsgevaarlijk verklaard door president Soekarno.

Schadeclaim

Toenmalig president Soekarno.Toenmalig president Soekarno. © ANP

De Nederlandse overheid riep rechthebbenden op een schadeclaim in te dienen voor hun geleden verliezen. Met Indonesië was namelijk overeengekomen dat er 600 miljoen gulden plus rente aan herstelbetalingen werd betaald. De oproep heeft de meeste mensen nooit bereikt, omdat de Nederlandse overheid de oproep begin mei 1969 in een beperkt aantal kranten publiceerde. Binnen drie maanden diende een claim ingediend te worden. De meeste betrokkenen hebben hiervan geen weet gehad.

Volgens het ministerie van Buitenlandse Zaken zijn er naar aanleiding van de oproep 4.777 particuliere vorderingen ingediend. Het is niet bekend hoeveel claims zijn gehonoreerd. Voor particulieren en ondernemers was bij wet een maximaal bedrag van 36 miljoen gulden gereserveerd. De genationaliseerde bedrijven kregen 430 miljoen gulden aan compensatie en de Nederlandse Staat 134 miljoen.

Het archief met de schadeclaims is opgeslagen in de kelder van het ministerie. Er staan 5.537 dossiers van zowel particulieren als bedrijven. Het ministerie heeft het voornemen ze in de loop van 2020 te vernietigen.

Finale kwijting

Wie een claim indiende, moest niet op een volledige compensatie rekenen. Bij wet was vastgelegd dat particulieren slechts 15 procent kregen van een schadebedrag tot 250 duizend gulden. Uit geraadpleegde dossiers blijkt bovendien dat ambtenaren het ingediende schadebedrag eerst afwaardeerden en vervolgens over dat afgewaardeerde bedrag 15 procent berekenden.

Zo kregen de indieners van een schadeclaim van 150 duizend gulden voor nationalisatie van een rubberplantage met woonhuis en stallen in Jakarta 21.950 gulden uitbetaald. Een vordering ter compensatie van het verlies van elf woningen, stallen voor Fries melkvee, een oliefabriek, benzinestation en een bioscoop voor een totaalbedrag van 6 miljoen gulden werd afgedaan met 135.300 gulden.

Bij alle uitbetalingen diende getekend te worden voor finale kwijting, wat betekent dat beide partijen verklaarden niets meer van elkaar te zullen vorderen.

Niet goed gecommuniceerd

Ik ben ervan overtuigd dat er veel mensen zijn zoals mijn ouders die in het ongewisse zijn gelaten

Bij de gedupeerden hoort het gezin Reemer, dat in de zomer van 1969 in Sint-Michielsgestel woonde. Ze waren geabonneerd op het Brabants Dagblad, maar in deze regionale krant werd de oproep niet geplaatst. 'Ik ben ervan overtuigd dat er veel mensen zijn zoals mijn ouders die hierover in het ongewisse zijn gelaten', zegt dochter Sandra Reemer. ' Waarom is deze informatie niet goed gecommuniceerd?'

Een woordvoerder van het ministerie van Buitenlandse Zaken zegt dat de overeenkomst met de Indonesische regering in alle openbaarheid is gesloten. 'De aangekaarte problemen en de oplossing waren helder. Er was niets geheimzinnigs aan.'

-----------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------

ICM redactie

In maart  werd in 2015 het Actie Comité TvW-66 vallend onder Stichting NINES opgezet; en een petitie  Traktaat Verdrag Wassenaar gestart door grootste Indische Internetkrant ICM die wordt tevens ondersteund door N.I.C.C. media partner, naast de organisatoren van de Pasar Malams om wederom 10.000 handtekeningen te verzamelen. Bert Koenders van het Ministerie van Buitenlandse zaken is reeds aangeschreven   door het Actie Comité TvW-66  alsmede  de architect van dit dossier Halbe Zijlstra die al veel onderzoeken heeft verricht, deze heeft tevens geadviseerd om de kopie - brief aan Bert Koenders ook naar de overige fracties van de Kamer te sturen, wat inmiddels ook al is gebeurd.

 Eind juni is reeds gestart landelijk op Pasar Malams , Indie - Herdenkingen en in juli op het Internet.

Al eerder hebben NICC en ICM een petitie gehouden met de Stille Tocht en met succes. De zaak zit eindstadium bij Martin van Rijn,  binnenkort komt deze met het nieuws

Uw handtekening is goudwaard dat heeft de vorige petitie bewezen.  Lees de petitie door, bij ondertekenen wordt U doorgeleid naar de website Petitie.nl. 

-----------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------

Petitie

Uitbetalen op basis van Traktaat van Wassenaar 1966

Het Traktaat van Wassenaar is in 1966 ondertekend door de regeringen van Nederland en Indonesië. Doel: De Indonesische regering betaalt aan Nederland het bedrag van 689 miljoen gulden ter genoegdoening aan de Nederlandse staatburgers, die huis, have en goed in Indonesië moesten achterlaten ten tijde van de repatriëring tussen 1947 en 1965. De Nederlandse regering heeft dit echter nooit aan de rechthebbenden uitbetaald.

PETITIE

Wij

De Nederlands-Indische gemeenschap en allen die zich hiermee verwant voelen of zijn,

constateren

Dat de Nederlandse Staat de afspraken, vastgelegd in het Traktaat van Wassenaar in 1966, al 50 jaar lang niet is nagekomen en de Nederlandse staatsburgers van Indische afkomst nimmer schadeloos heeft gesteld voor verlies van bezittingen, banktegoeden, enz. als gevolg van oorlogshandelingen tijdens de Japanse bezetting, de Bersiap en de politionele acties; en de gevolgen Linggajati.

en verzoeken

Dat de Nederlandse regering in navolging van de "Indische kwestie" de Nederlands-Indische gemeenschap recht doet door de afspraken volgens het Traktaat van Wassenaar ten uitvoer te leggen, dan wel onderhandelingen opent met het Advocaten Team in Jakarta en het Actie Comité TvW-66, welk team door laatstgenoemde in en buiten rechte wordt vertegenwoordigd, met de intentie over te gaan tot stappen die leiden tot een bevredigende oplossing voor alle rechthebbenden.


10897237288?profile=original10897237700?profile=original

INDISCHE PETITIE  TvW’66                            

Indische zaak - Het Traktaat van10897237288?profile=originalWassenaar 1966 

Hier Onderteken petitie   < of >    Kijken wie er getekend hebben

< of >   Laatste Updates

10897234678?profile=original Uitbetalen Traktaat van Wassenaar  Crowdfunder of donateur worden?

 

Uw donatie  kan U storten op Rabo rekening NL41 RABO 03977255 07   ten name van F.Schwab / ICM Online onder vermelding van donatie Traktaat van Wassenaar.

ICM 28.8.2015

Lees verder…

Stiefkinderen van de koloniale rekening

10897325066?profile=original10897325099?profile=originalStiefkinderen van de koloniale rekening

Door:  Edwin Linders

 

 

“Indische Nederlanders zijn Nederlanders van Indische afkomst”, zo begint de verklaring op Wikipedia, de online encyclopedie. Voor een insider gesneden spekkoek, maar voor mensen die voor het eerst van dit volk horen is het nog niet echt duidelijk.

Als het gaat over mijn afkomst – aan mijn uiterlijk kun je het namelijk niet afzien – krijg ik verbaasde en verwarde blikken wanneer ik vertel dat ik een Indo ben. ‘Echt waar? Je ziet er helemaal niet Indonesisch uit.’ Dat klopt, en is ook logisch. Ik zei al: Indo. Ik ben dus niet Indonesisch, maar Indisch. ‘O’, wordt er dan soms nog gereageerd, maar eigenlijk begrijpen ze het nog steeds niet.

En ik weet hoe het komt. Over  het woord ‘Indisch’ bestaat in     de Nederlandse taal namelijk ontzettend veel verwarring. De meeste Nederlanders, en ook het gros der Surinamers, denken dat er ‘Indonesisch’ mee wordt bedoeld. ‘Indische rijsttafel’ uit Indonesië, nietwaar? Voor een Belg is Indisch daarentegen hetzelfde als ‘Indiaas’. India was vroeger immers Brits-Indië en daar hebben ze blijkbaar meer mee dan met die kolonie van de noorderburen.
Ondertussen worden de Indischen zelf ook nog eens Indo’s genoemd. Dus hoe zit het nou? Zijn het een soort Javanen, zeg maar vernederlandste Indonesiërs? Of zijn het misschien Hindustanen: ‘Nederlandse Indiërs’? Nee. Indisch en Indo zijn niet hetzelfde als Indonesisch. En nee, het heeft ook niets met India te maken. Het komt van die vermaarde Hollandse kolonie: Nederlands-Indië. De ontstaansgrond van deze toch   wel unieke bevolkingsgroep van mensen met gemengd bloed.

Mix

Is een Indo dan een dogla? Zeg maar een Indogla? Je kunt ze met elkaar vergelijken ja. Een Indo is namelijk iemand met zowel Indonesische als niet-Indonesische voorouders.                                      Of met een Indonesische en een niet-Indonesische ouder. Het is ook een afkorting van de term Indo-Europeaan, waaruit duidelijk blijkt dat de persoon een ‘mix’ is van Indonesische en Europese (voor)ouders.                                     De mengverhouding, die doet er niet toe. Dus is er eenmaal ergens in het verleden zo’n Indo in je horizontale bloedlijn gekropen, tja… dan ben je er zelf ook één. En de pest is, je krijgt het er niet meer uit, want ook de generaties na jou zijn stuk voor stuk Indo.
Indische Nederlanders – in het Indonesisch ‘orang Indo Belanda’ genoemd – zijn ook Indo’s.

 

Het zijn ook als het ware de oorspronkelijke. Kijk je namelijk terug in hun stamboom, dan zie  je dat de Indonesisch-Europese vermenging er niet eentje is van de generatie van hun ouders. De Indo’s in de Indische families gaan vaak al vele generaties verder terug. Sommigen zelfs tot het begin van het ontstaan van dit volk, in de zestiende eeuw. Dat  de Nederlanders daar in Indië eeuwen geleden vele immense plantages, met allerlei kostbare gewassen hebben aangelegd is ons wel bekend. Dat leren we immers uit de geschiedenisboeken en vinden we heden ten dage nog steeds terug in veel ‘Hollandse’ producten. Maar dat die kolonie ook een heuse bevolkingsgroep heeft voortgebracht, die met een aantal van 800.000(!) nog altijd de grootste etnische minderheid van Nederland is, staat in geen enkel schoolboek. En wat je ook niet dagelijks hoort is dat de Indo’s, ten tijde van hun massale komst tussen 1946 en 1965, de eerste ‘donkere’ Nederlanders waren en zodoende baanbrekend werk hebben verricht voor degenen die na hen kwamen. Al met al weet men maar weinig van ze. Sterker nog: weinigen weten van hun bestaan. Terwijl we ze allemaal kennen.


Vroeger hadden we zangeressen als Anneke Grönloh en Sandra Reemer, en de Indo Rockers (waaronder de Tielman Brothers en de Blue Diamonds: de broers Ruud en Riem de Wolff) die namens Nederland internationale bekendheid verwierven. En voor Indonesiërs werden aangezien. Blijkbaar vroeg niemand zich af waarom ze allemaal zulke Europese namen hadden. Een recenter verleden bracht Indische muzikanten voort zoals Van Halen, Ernst Jansz (van Doe Maar), Boudewijn de Groot en Loïs Lane. Meer van deze tijd zijn Idols-winnaar Jamai en DJ Don Diablo. Willem Nijholt en Wieteke ‘Tante Lien’ van Dort zijn voorbeelden van acterende Indo’s. Terwijl Tjalie Robinson, Marion Bloem en Adriaan van Dis enkele bekende Indische schrijvers zijn. En op voetbalgebied zijn daar coach André Wetzel, Stanley Brard, Michael Mols en John Heitinga. Stuk voor stuk bekende (Indische) Nederlanders.

Maar bekend of niet, lang niet iedere Indo is zich bewust van z’n Indische afkomst. Raar? Niet als je nagaat dat deze bevolkingsgroep nagenoeg volledig is opgegaan in de Nederlandse samenleving.

 

Misvatting

In tegenstelling tot bijvoorbeeld de Javanen, de Chinezen of de Hindustanen, is een Indo niet zonder meer aan z’n uiterlijk te herkennen. Althans, niet als je denkt dat een Indo er Indonesisch uit moet zien. Dat is namelijk een misvatting. Want wat is dan een Indonesisch uiterlijk?

Indonesië herbergt zo’n grote verscheidenheid aan volkeren en rassen, dat er geen sprake is van ‘typisch Indonesisch’. Laten we bovendien vooral niet vergeten dat een Indo tevens niet-Indonesische voorouders heeft; Portugese, Schotse, Franse, Zwitserse, Belgische, Duitse, Nederlandse (uiteraard), maar ook Arabische, Joodse, Russische en Chinese. ‘Indië’ had van oudsher een grote aantrekkingskracht     op veel mensen van velerlei nationaliteiten. Die nationaliteiten vind je allemaal terug bij de diverse Indo-Europeanen, in hun veelal westerse achternamen en tevens in hun vaak moeilijk-te-plaatsen uiterlijk.

 
Vanwege hun gemengde afkomst vormen de Indischen al sinds het begin van hun bestaan (ergens in de zestiende eeuw, toen de eerste Europeanen niet slechts voet aan wal zetten maar ook kinderen verwekten in het land dat we nu kennen als Indonesië) een sociaal-etnische tussengroep: niet helemaal Europees, niet helemaal ‘inlands’ zoals de Hollanders dat toen noemden, maar een combinatie van beiden.

 

Hoe groter deze bevolkingsgroep werd, hoe meer hij op zichzelf kwam te staan, los van de hem omringende Indonesiërs en Europeanen. Omdat ze nergens echt bij hoorden, waren ze op zichzelf aangewezen. In het begin konden ze bij wet niet eens erkend worden door hun blanke vader, waardoor ze automatisch opgroeiden bij de moeders, en ‘verdwenen in de kampong’ (een officiële term uit die koloniale tijd). De moeders zaten met deze onwettige kinderen in hun maag, aangezien hun vader niet alleen afwezig was (schande voor de vrouw), maar ook nog eens      een vreemdeling was (dubbel schande). Desondanks werden vele Indo-Europeanen groot-gebracht in een puur Indonesische omgeving, waar alleen hun uiterlijk nog herinnerde aan hun deels Europese afkomst.

Later, toen het onder bepaalde voorwaarden wel toegestaan was om een kind van een inlandse vrouw te erkennen, klommen de Indo’s op vanaf de inheemse onderlaag tot de Europese bovenlaag van de Indische koloniale samenleving. Om dan  uiteindelijk jaren later in het post-koloniale Nederland, als ‘gekleurde vreemdelingen’, weer onderaan te beginnen.

Eenmaal weg uit moederland Indonesië en lang niet altijd op hun plek in vaderland Nederland, migreerden velen verder. Een eigen land hadden ze niet (meer). Zodoende ontstond de Indische diaspora en kwamen ze in vrijwel iedere uithoek van de wereld terecht. Zo ook in switi Sranan.

ICM 25.8.2015

 

Lees verder…

Geboortegrond in een fles Door: Sabina de Rozario

10897312475?profile=original10897312484?profile=originalGeboortegrond in een fles   Door:  Sabina de Rozario

Meer dan 10 jaar geleden heb ik een aantal Indische jongeren gevraagd naar hun ervaringen met Indonesië. Ze vertelden uiteen-lopende verhalen over hun vakanties naar het land waar hun (groot)ouders  zijn geboren. Over het algemeen sprak deze derde generatie positief over het (be)zoeken van/naar de roots. Deze interviews zijn  opgenomen in het boek Door blauwe ogen (2005). Onlangs las ik een interessant blog van een Indisch

meisje over het ‘teruggaan naar het vaderland’.  Het onderwerp waar ik toen hevig in was geïnteresseerd, speelt nog steeds bij de derde generatie, blijkt uit het artikel. Dit is voor mij een reden om er weer aandacht aan te geven.

Genetisch doorgegeven

Om met bovenstaande quote uit het boek te beginnen: Bobby spreekt over herkenning als hij voor het eerst Indonesië bezoekt. Maar hoe kun je iets herkennen als je er nog nooit bent geweest? Zijn verklaring is dat de ervaringen van zijn moeder genetisch aan hem zijn doorgegeven. En daar geloof ik wel in, als ouder geef je onbewust

Vanuit het vliegtuig boven Jakarta zag ik die koloniale huizen en bij de landing had ik het gevoel van: “Hè, ik kom thuis op een plek waar ik al lang niet ben geweest”. Die heimwee naar Indië heb ik van mijn moeder mee- gekregen. Het voelde heel sterk aan alsof ik het land herkende.

Bobby, 37 jaar, geneticus

 

emoties door, en in zijn geval zijn dat de ervaringen over Indië.

Opmerkelijk genoeg spreekt hij in het interview over de term ‘teruggaan’ en dat zeggen meerdere Indische jongeren tijdens de gesprekken. Teruggaan naar het land van de ouder(s), vind ik mooi gezegd, bijna romantisch eigenlijk. Technisch gezien is er geen sprake van teruggaan als je voor de eerste keer naar Indonesië afreist. Ervan uitgaan dat herinneringen worden doorgegeven, voelt afreizen naar Indonesië als teruggaan, ook al is men er nog nooit geweest.

Geboortegrond

Waar zoeken de nakomelingen van Indische ouders naar als ze eenmaal zijn in het land dat vroeger Nederlands-Indie was? Vaak hoopt men het ouderlijk huis te kunnen vinden of de oude school waar hun vader of moeder op zat. Sommigen bezoeken begraafplaatsen zoals het bekende ereveld Menteng Pulo in Jakarta.

Een enkeling neemt aarde mee van de plek waar vader of moeder ter wereld is gekomen,  geboortegrond in een fles dat meegaat naar Nederland.
Ook al vindt men niet altijd waar men naar zoekt, uit de antwoorden van de meeste geïnterviewden   blijkt   dat   het

bezoeken van de oude woonplaats van ouders of grootouders altijd grote indruk maakt.

Het antwoord van Michael (zie hieronder), gaf me een nieuw inzicht. Een verbinding met de plek voelen, maar niet persé met Indonesië zelf. Dat gevoel had ik toen ik vorig jaar het ouderlijk huis van mijn vader in Makassar bezocht. Ik vond het bijzonder om het huis te zien, maar had verder niks met de stad waar hij is geboren en getogen.

Zelf kijken

Nieuwsgierigheid naar de Indische cultuur is een belangrijke reden om naar Indonesië te vertrekken. Niet iedereen kan de Indische cultuur duidelijk verwoorden, omdat men er niet genoeg over weet. Zelfs al weet je als Indische jongere genoeg over de afkomst, omdat je dit is verteld of je de roots zelf hebt onderzocht op internet, een reisje naar Indonesië blijft trekken. Zelf wilde ik ook zien waar mijn roots liggen. Door alle verhalen was Indonesië inmiddels zo mysterieus geworden, daar móest ik heen. Ik wilde zélf de geuren en kleuren van Indonesië ervaren en op deze manier invulling geven aan mijn Indische afkomst.

Ik ben er naartoe gegaan om de erfenis van mijn familie te zoeken. Of ik het heb gevonden? Ik heb wel een beter beeld gekregen. Ik heb die huizen gezien met die enorme patio’s, ik kon me toen voorstellen hoe mijn familie er heeft gewoond. Het heeft een hele grote indruk op mij achtergelaten.

Zender, 30 jaar, Graffiti artiest

Ik heb me vaak afgevraagd of men fysiek naar Indonesië moet om de Indische cultuur te leren kennen. Indische jongeren kennen de verhalen over Indië van de familieleden toch, is dat niet voldoende? Het oude Indië is er niet meer, dus wat gaan we daar vinden? We treffen er zeker geen Tempo doeloe aan, de oude Indische tijd uit de vaak geromantiseerde verhalen die ons zijn doorgegeven. Ook is de Indische cultuur niet meer aanwezig in Indonesië, want die is met de Indischen meegereisd naar Nederland, toch?

De enige band die ik met Indonesië heb, is dat     er nog familie van mij woont. Ik heb eerder een band met Nederlands-Indië. Dat zit in mijn hart, in wat ik doe.

Michael, 32 jaar, PR-medew.

Ontheemd

Voelen we ons als derde generatie dan ontheemd, zou dat de keuze van teruggaan verklaren? Zijn we niet 100% senang in Nederland of voelen we een gemis dat we opzoek gaan naar een stukje van de puzzel in Indonesië? Voor velen geldt dat vragen worden beantwoord. Zo herkennen ze in Indonesië gebruiken en trekjes van hun Indische ouders die het beeld compleet maken.

Uit de interviews blijkt dat niet alle Indische jongeren afreizen naar Indonesië. Sommige noemen de hoge kosten een bezwaar of ze zijn er gevoelsmatig nog niet aan toe. Voor Mirona (36 jaar) komt zoeken naar haar roots in Indonesië absoluut niet ter sprake:

,,Ik ben nog nooit in Indonesië geweest, wel in Azië, dat is mijn grote  voorliefde.  Misschien  heeft

Foto: M. Fleskens

 

het ook te maken met thuis, dat mijn ouders ook nooit zijn teruggeweest. Niemand van mijn familie is teruggegaan, niemand had het er ook over.”

Bewijs

Of de interesse en zelfs drang om naar Indonesië te gaan, genetisch is doorgegeven of wellicht is aangepraat door de omgeving, feit is dat Indonesië vaak in trek is bij de derde generatie Indischen. De bezoeken zijn soms teleurstellend, omdat niet aan de verwachtingen wordt voldaan, maar laten altijd wel  een grote indruk achter. De Indische nakomelingen spreken van teruggaan naar het land van de voorouders, ook al zijn ze er nog nooit geweest. En met de term teruggaan wordt voor mij de band met Indië (of Indonesië) en de Indische afkomst bevestigd, een bewijs dat het Indisch-zijn en het Indische gevoel niet is gestopt na de tweede generatie Indischen.

Sabina de Rozario heeft twee blogs, een Facebook-pagina en een twitter-account: Door Blauwe Ogen Dit is een platform met als thema: Indische roots en identiteit https://doorblauweogen.wordpress.com                     

ICM 28/8-2015                                                

Lees verder…

10897321478?profile=originalHet verzet in Indië:  het Hollandia-rapport Opsporing en beoordeling van anti-Japanse activiteiten                 Door:  Bert Immerzeel

 

Foto - Buitenzorg, pseudoniem voor Drs. Bert Immerzeel aan zijn werktafel

 

Bij de herovering van Nederlands-Indië vonden vele zware veld-slagen plaats, met aan beide kanten duizenden doden. Zo niet bij de inname van Hollandia, Nieuw-Guinea, op 18 april 1944, toen ongeveer 15.000 Japanners zich volkomen lieten verrassen. Misschien was het juist dit verrassingselement dat er toe leidde dat allerlei documenten werden aangetroffen die anders mogelijk zouden zijn vernietigd. Eén van deze documenten was wel zeer bijzonder: een gestencild rapport van bijna 400 pagina´s over het anti-Japanse verzet op Java. De Amerikanen haastten zich het te vertalen.

De vraag is, of de informatie uit het rapport Anti-Japanese Activities in Java later nuttig is gebleken. In het kader van de oorlogsvoering waarschijnlijk niet. De kopie die uiteindelijk terechtkwam bij het Nederlandse Ministerie van Buitenlandse Zaken en sinds kort bij het Nationaal Archief ligt, toont en marge enkele handgeschreven aantekeningen van na-oorlogse geschiedvorsers: vooral pogingen de namen te ontcijferen. Eenvoudig is dit    niet. De Japanners schreven de Nederlandse namen in het Japans, en dát werd weer vertaald in het Engels. Uiteindelijk moeten we in enkele gevallen afgaan op een interpretatie van de klanken om de oorspronkelijke namen te achterhalen. Een voorbeeld:

“Hafukasuhetsu, a person of mixed blood, of Kalimas Station in Soerabaja, under the guidance of Knoop, head of the Eastern SS Bureau, and via Kamaheru, an Ambonese of Soerabaja, plotted the uplifting of the morale through the exchange of illegally heard information about the enemy offensive and the gathering of military information.”

De genoemde Knoop kunnen     we thuisbrengen. Het betreft    hier Ir. J.J. Knoop van de Staats-spoorwegen (SS). Maar wie hier de Indo Hafukasuhetsu is, of de Ambonees Kamaheru? Geen idee. De namen van de leiders van het verzet werden meestal correct geschreven, de overige meestal verbasterd.  

Het rapport, afkomstig van de Japanse geheime politie, de Kempeitai, bestaat uit vier delen: een hoofdrapport (229 pagina´s), getiteld ‘Overzicht van alle anti-Japanse activiteiten op het eiland Java, februari 1944’, en drie bijlagen:

 

  1. een rapport van het Gouvernement in Batavia uit september 1941 over het beoogde gezag ná de oorlog. Dit rapport werd in oktober 1943 door de Kempeitai gevonden bij Pieter Colijn, één van de leiders van het verzet in Soerabaja.
  2. Een compilatie van verschillende Intelligence rapporten van de verzetsbeweging op Java uit december 1942.
  3. Een rapport over door het verzet gebruikte codering en communicatievormen.

In de Japanse versie telt het geheel maar liefst 389 pagina´s. Indrukwekkend, niet alleen om het grote aantal bijzondere details in de tekst, maar ook om de prachtige uitvouwbladen, waarop getekende overzichten, organo-grammen, van alle connecties tussen de verschillende lokale verzetsgroepen. Het anti-Japanse verzet moet van enorme omvang zijn geweest. Maar was dat zo?

De Jong

Dr. Lou de Jong, die het rapport veelvuldig gebruikte voor Het Koninkrijk  der  Nederlanden   in  de Tweede Wereldoorlog, relativeerde deze veronderstelling. Hij constateerde dat het rapport getuigt van een grote achterdocht.

De Japanners zagen overal verzet, ook daar waar in het geheel geen sprake was van verzet. De Nederlanders werden gezien als ‘geharnaste tegenstanders van het regime van de bezetter’, en de Indische Nederlanders waren al niet veel beter. “Het is nood-zakelijk”,  citeert De Jong het rapport,“ deze tot ongehoor-zaamheid neigende groep, die de ware bedoelingen van ons zo welwillend militair bestuur niet begrijpt, streng te controleren.”

Over de Ambonezen ten slotte: “De Ambonezen zijn niet de minderen van de Indische Nederlanders. Zij zijn anti-Japanse en pro-geallieerde socialisten. Zij hebben volhard in hun anti-Japanse gevoelens. De grondslag van hun denken is niet dezelfde geweest als die van de Javanen en overeenkomstige volkeren. Dit komt door hun grondige Christelijke vorming en door de gunsten welke zij van Nederland ontvangen hebben.”

10897320893?profile=originalDr. Lou de Jong

Waar hij spreekt over het beoordelen van het verzet, wijst De Jong op de verschillen tussen Nederlands-Indië en Europa: “Wij zullen niet alleen schrijven over de reële illegale activiteiten maar ook over die welke, zonder voldoende basis in de werkelijkheid, door de Japanners als zodanig werden bestempeld. Zouden wij die laatste terzijde laten, dan zou het op ons overzicht volgend beeld van de werkzaamheid van de Kempeitai en PID, van de voor de Japanse rechtbanken gevoerde processen en van het lot van diegenen die tot gevangenisstraf werden veroordeeld, hoogst onvolledig zijn, Er is namelijk een markant verschil geweest tussen, enerzijds, de Sicherheitspolizei und SD en de organen van de Duitse justitie en, anderzijds, de  Kempeitai, de PID en de organen van de Japanse justitie: de eerste hebben louter reële illegale activiteiten vervolgd, de tweede zowel reële als fictieve, en ook in dat opzicht was het bestaan van de Nederlanders en Indische Nederlanders in bezet Indië moeilijker dan dat van de Nederlanders in bezet Nederland.”

Verschillen met Europa

Schijn en werkelijkheid waren moeilijk van elkaar te onder-scheiden. Dit had alles te maken met de Japanse achterdocht, en het Japans beleid om alles wat ook maar enigszins op verzet leek, zwaar te onderdrukken. Iedere verdachte werd gemarteld tot hij bekende. Uiteindelijk werden zo hele netwerken opgerold van personen die elkaar weliswaar kenden, maar die naar objectieve maatstaven gezien misschien niet veel meer gedaan hadden dan onschuldige berichten uitwisselen. Tientallen, honderden vonden de dood om niet meer dan een verdenking. Bij het beoordelen van aanvragen in het kader van de Wet buitengewoon pensioen Indisch Verzet (WIV) gaf dat later

soms problemen. Als de Japanners iemand hadden veroordeeld vanwege verzetsactiviteiten, en er waren geen bewijzen van het tegendeel: was dan wel sprake geweest van verzet?

10897321892?profile=originalDe Kempetai

Een ander verschil met de situatie in Europa was het gegeven dat mogelijke verzetsdeelnemers herkenbaar waren aan hun huidskleur. De Japanners hadden de bevolkingsgroepen van Nederlands-Indië, gebruikmakend van al bestaande rechts-verschillen, handig tegen elkaar uitgespeeld. De Inheemsen werd onafhankelijkheid beloofd, zodat deze groep – althans in het begin van de bezettingsperiode – weinig reden zag te protesteren. Pas in 1944 zou dit anders worden, echter toen was het te laat. Tegen de Nederlanders, de voormalige koloniale macht, werd van het begin af aan hard opgetreden. Wat ten onrechte wel eens wordt verondersteld: de internering van het blanke bevolkingsdeel had geen raciale motieven. Het in april 1942 ingestelde pendaftaran (persoonsbewijs waarop raciale kenmerken) had niet ten doel blanken te treffen, maar ‘slechts’ de Nederlanders. Andere blanken, niet-Nederlanders zijnde, bleven buiten internering. Het gevolg van  Japanse interneringsmaatregelen was echter dat de blanken geen ruimte werd gegund voor verzetsactiviteiten, en dat niet-geïnterneerde pro-Nederlandse Indo-Europeanen, Ambonezen, Menadonezen en Chinezen reden hadden bang te zijn om te worden opgepakt.

Een derde onderscheid, tenslotte, is het feit dat de verzets-deelnemers, anders dan in het bezette Nederland waar voort-durend contact met Londen werd gehouden, geen radioverbinding met de buitenwereld onderhielden. Er kon weliswaar op illegale wijze naar buitenlandse zenders (meestal radio San Francisco) worden geluisterd; men had geen zendinstallatie die vanuit bezet gebied berichten naar bijvoorbeeld Australië of Brits-Indië kon uitzenden. Het gevolg was, dat  het gepleegde verzet tamelijk ongecoördineerd is gebleven. De conclusies van het Hollandia-rapport ten spijt, de Japanners hadden het georganiseerde verzet vanaf medio 1943, nauwelijks meer dan een jaar na hun inval, volledig onder controle.

10897322092?profile=originalTelefoon verborgen in een veldfles

Waaruit bestond het verzet? Samengevat: zo ongeveer alles wat afbreuk kon doen aan het Japanse gezag. We kunnen hierbij denken aan militairen die zich  niet onderwerpen aan hun krijgsgevangenschap, aan het verbergen van wapens, aan het luisteren naar illegale radiozenders en het verspreiden van nieuwsberichten, aan spionage- en sabotage-activiteiten, aan het voorbereiden van de terugkeer van de Geallieerden, etc.. De definiëring van verzetsactiviteiten is natuurlijk afhankelijk van wie of wat deze beoordeelt.

De Japanners hanteerden een   wel zeer ruime interpretatie:     het Hollandia-rapport staat vol met conspiracies en subversive actions.

Drie regelingen

In na-oorlogse jaren konden Nederlanders een beroep doen op drie regelingen die, naast militaire dapperheidsonderscheidingen, specifiek het verzet in Nederlands-Indië waardeerden:

De Verzetsster Oost-Azië (Koninklijk Besluit, 26 oktober 1948) werd uitgereikt aan diegenen die zich “door geestkracht, karaktervastheid of gemeenschapszin op bijzondere wijze verdienstelijk hebben gemaakt voor door krijgs-gevangenschap, internering of anderszins in de macht van de vijand geraakte Nederlanders of Nederlandse onderdanen, dan wel in het verzet tegen de vijand”. Hulp aan geïnterneerden – verzet van humanitaire aard – stond hier dus op de eerste plaats. De Verzetsster Oost-Azië, die slechts kon worden verkregen op voordracht door derden, werd 468 keer uitgereikt.

Het Verzetsherdenkingskruis (Koninklijk Besluit, 19 december 1980) was bedoeld voor zowel verzetsdeelnemers in Nederland als wel Nederlands-Indië. Omdat de situatie in Indië zoveel anders was dan in Nederland, werden de criteria voor toekenning op basis van verzet aldaar, bewust vaag gehouden. Het kruis werd uitgereikt aan “een ieder, die tijdens de Tweede Wereldoorlog in Oost-Azië op door Japan bezet gebied of Japans gebied aan, naar het oordeel van het Nationaal Comité Verzetsherdenkingskruis als verzet tegen de vijand aan te merken handelingen heeft deel-genomen”. Toen deze regeling in 1985 werd gesloten waren 15.300 kruisen toegekend, het overgrote deel op basis van activiteiten in Nederland. Het precieze aantal toekenningen op grond van verzetsactiviteiten in Nederlands-Indië is onbekend.

In navolging van de Wet buitengewoon pensioen 1940-1945, bedoeld voor Nederlandse verzetsdeelnemers (1947), werd in 1986 de Wet buitengewoon pensioen Indisch Verzet in het leven geroepen. Recht op een buitengewoon pensioen hebben deelnemers aan het verzet die ten gevolge van dat verzet tenminste 10% invalidering hebben opgelopen. Ook hun weduwen/ weduwnaars hebben recht op dat pensioen. Tot verzet in de zin   van de wet wordt gerekend: “activiteiten welke na de capitulatie van het Koninklijk Nederlandsch-Indisch Leger, anders dan in militair verband, werden verricht met het oogmerk door daad of houding afbreuk te doen aan de militaire of ideologische doeleinden van de bezetter zonder dat daarbij persoonlijk gewin of andere persoonlijke motieven een rol speelden en welke een zekere mate van duurzaamheid of intensiteit inhielden en waaraan voor betrokkene een duidelijk risico verbonden was”.

   10897322268?profile=original  De Verzetsster Oost - Azië (links) en het Verzetsherdenkingskruis

10897322893?profile=original‘Anders dan in militair verband’ betekent dat reguliere militaire activiteiten buiten beschouwing blijven. ‘Activiteiten door daad of houding’ laat ruimte voor een erkenning in verband met weigeringen om een loyaliteits-verklaring te ondertekenen.

‘Duurzaamheid’ vereist een langere periode, uitgezonderd die situatie waarin verzetsdeelnemer wordt gearresteerd of gedood. En tenslotte, de toevoeging ‘duidelijk risico’ impliceert dat de activiteiten door de Japanners als gezags-ondermijnend moesten worden gezien. In afwijking van bij de Verzetsster Oost-Azië wordt humanitaire hulpverlening hier niet als verzet beoordeeld.

In het kader van deze wet werden ruim 2500 aanvragen ingediend. In ongeveer een kwart daarvan was sprake van erkenning van   de verzetsactiviteiten. Vooral de bewijslast was na zoveel jaren een struikelblok.

Omvang

De omvang van het verzet is moeilijk in te schatten. In afwijking van, bijvoorbeeld, internering, is hier natuurlijk geen sprake geweest van enige vorm van registratie. Iedere schatting is daarom per definitie onvolkomen.

Indisch Verzetsmonument op het Landgoed Bronbeek

In geen enkele publicatie over het verzet in Nederlands-Indië is geprobeerd op dit punt tot een onderbouwde conclusie te komen. Als we ons beperken tot het pro-Nederlandse verzet (van het Inheemse verzet is zeer weinig bekend, en valt buiten het bestek van dit artikel), is hier misschien toch iets over te zeggen. In het Hollandia-rapport (dat alleen het verzet op Java betreft) wordt melding gemaakt van 20 opgerolde verzetsgroepen met 1730 leden, en 42 nog in behandeling zijnde (?) groepen met 1468 leden. Dit naast 8 ‘communistische verzetsgroepen’ met 691 leden. Deze cijfers zijn met enige goede wil te vergelijken met de hierboven genoemde cijfers in het kader van de Nederlandse verzetsregelingen. Misschien mogen we – rekening houdende met aftrek van vermeend verzet – concluderen dat twee à drieduizend personen het hebben aangedurfd om de Japanse bezetting actief te weerspreken. Dat mag misschien weinig lijken, de Japanners moeten er hun handen vol aan hebben gehad.

Java Post

 

ICM 28.8.2015

Lees verder…

INDISCHE PETITIE - Het Traktaat van Wassenaar

10897305474?profile=originalIndische zaak - Het Traktaat van Wassenaar 1966

INDISCHE PETITIE  TvW’66

 Inleiding –  

De Nederlands-Indische gemeenschap heeft het recht om de Nederlandse Staat te sommeren uitvoering te geven aan het Traktaat van Wassenaar 1966 (nader te noemen “TvW 66”) dat geratificeerd werd door zowel de Nederlandse als de Indonesische regering op 7 december 1966.  

Het Traktaat werd gesloten en geratificeerd tussen de toenmalige President van Indonesië Soekarno en de toenmalige Nederlandse regering.

 

Gerechtigheid dient te geschieden aan allen die door de 2e Wereldoorlog en de nasleep daarvan in Nederlands-Indië dan wel Indonesië het verlies van met name bezittingen, banktegoeden en wat dies meer zij, dat volgens het 'TvW 66' ter financiële compensatie (een deelvergoeding) ten behoeve van de Indische Nederlanders een bedrag door de Indonesische regering ter beschikking is gesteld aan de Nederlandse regering ter grootte van:

 

Hfl. 689.000.000,- (zeshonderdnegenentachtig miljoen guldens).

 

Dit bedrag heeft Indonesië in zijn geheel aan de Nederlandse Staat voldaan, doch de Nederlands-Indische gemeenschap heeft tot op heden hiervan nog niets van de Nederlandse regering mogen ontvangen.

 

Het is nu  50 jaar geleden dat de Nederlandse regering zeer ernstig heeft verzuimd om de afspraken die gemaakt zijn door de twee landen na te komen en tot volledige uitkering over te gaan.

Als Memorie van Toelichting op deze PETITIE geldt het boek “To forget the past in favour of a promise for the future”: Nederland, Indonesië en de financiële overeenkomst van 1966: onderhandelingen, regeling, uitvoering. Auteurs: J.J.P. De Jong en D.M.E. Lessing-Sutherland. Uitgever: MinvBuZa 2004.

 

Omschrijving –

 

Wij:

De Nederlands-Indische gemeenschap en allen die zich hiermee verwant voelen of zijn constateren,

dat de Nederlandse regering al bijna 50 jaar de afspraken zoals die in het 'Traktaat van Wassenaar 1966' zijn overeengekomen negeert.

De Nederlandse Staat heeft de Nederlanders Nederlandse staatsburgers van Indische afkomst het recht ontzegt op schadeloosstelling voor het verlies van bezittingen, banktegoeden en dergelijke als gevolg van oorlogshandelingen, niet alleen tijdens de Japanse overheersing in 1942-1945 maar ook tijdens de Bersiap en de daaropvolgende Nederlandse oorlog, te weten de twee 'Politionele Acties' alsmede de gevolgen van de Ronde Tafel Conferentie van Linggarjati.

 

De Nederlands-Indische gemeenschap en allen die zich hiermee verwant voelen of zijn verzoeken met klem,

dat de Nederlandse regering in navolging op de 'Indische Kwestie' overgaat tot  het uitvoering geven van het Traktaat van Wassenaar, dan wel onderhandelingen opent met het Advocaten Team van Jakarta (ATJ) en het 'Actiecommitté TvW 66', welk Team in deze door laatstgenoemde in en buiten rechte wordt vertegenwoordigd, met de intentie tot nakoming van de afspraken vermeld onder voornoemd verdrag, teneinde tot een bevredigende financiële regeling te  komen voor ieder die er recht op heeft.  

 

Namens het 'Actiecomitté TvW 66':

 

 Om te ondertekenen ga naar 

http://petities.nl/petitie/uitbetalen-op-basis-van-traktaat-van-wassenaar-1966

 

________________________________________________________________________________________________

UPDATES op de petitie "Uitbetalen op basis van Traktaat van Wassenaar 1966" nu !

Kunt U naast ondertekening de UPDATES blijven volgen. Hoe doet U dat heel eenvoudig;
U klikt op onderstaande link, en bent U op deze pagina, dan de pagina naar beneden scrollen daar ziet u dan alle UPDATES staan. 


Het Actie Comite TvW'66 wil u blijvend informeren waar wij in het proces staan.

 

Uw donatie/bijdrage kan U storten op Rabo rekening NL41 RABO 03977255 07

ten name van F.Schwab / ICM Online onder vermelding van donatie Traktaat van Wassenaar. 

*

 ICM 27/9/2015

Lees verder…

 10897305889?profile=originalNederlanders kennen hun eigen geschiedenis niet  Opheffen mediaverbod Papoea een farce

 

Sinds vorige maand mogen buitenlandse journalisten de Indonesische provincie Papoea weer bezoeken. Nu blijkt dat het opheffen van het mediaverbod een farce is. De hoogste militair van het Indonesische leger, generaal Moeldoko (Zie foto hieronder), kondigde gisteren aan dat buitenlandse journalisten die het gebied bezoeken niet zijn toegestaan om in media kritiek te geven op de Indonesische regering *).

 

10897306452?profile=originalGeneraal Moeldoko

 

Onderzoeksbureau Novio Data deed in opdracht van bureau “Merktroubadour” een onderzoek onder 1.041 Nederlanders en  men peilde de invloed van        het mediaverbod onder de Nederlandse bevolking. Duidelijk is dat het mediaverbod haar impact kent: de helft van de Nederlandse bevolking heeft geen idee waar Papoea ligt en 46% weet ook niet dat Papoea een voormalig Nederlandse kolonie is (Nederlands Nieuw-Guinea).

Uit onderzoek onder 1.041 Nederlanders naar hun kennis over Papoea, blijkt dat de helft van alle Nederlanders niet weet waar Papoea ligt. Ook de huidige situatie is hen onbekend. Op de vraag in hoeverre men op een schaal van 1 op 10 op de hoogte  is van de onrust in Papoea, antwoordt het merendeel met een rapportcijfer 1. Men is wel op de hoogte van de onrust in Syrië (8), Oekraïne (8) en Nigeria (6). 

 

Papoea vakantieland
Op de vraag welke associaties men bij Papoea heeft, scoren begrippen zoals ‘natuur’ en ‘peniskoker’ goed. Slechts 17% van de Nederlandse bevolking weet dat Papoea geen onafhankelijke rechtsstaat is. De helft van de Nederlandse bevolking, 46%, weet zelfs niet dat Papoea ook een voormalig Nederlandse kolonie (Nederlands Nieuw-Guinea) is.  Nederlanders zijn dus niet bekend met de eigen geschiedenis. Ook het onrecht dat de Papoeas de afgelopen decennia is aangedaan is hen onbekend. Op de vraag of men, indien de persoonlijke financiële situatie dat toelaat, graag naar Papoea op vakantie gaat antwoordt ongeveer de helft van de ondervraagden volmondig ‘ja’.

 

Nederlanders  komen  op voor  mensenrechten


Hoewel Nederlanders niet goed op de hoogte zijn van de situatie in het voormalig Nederlands Nieuw-Guinea, zijn zij wel duidelijk in hun mening richting de Nederlandse politiek. Zodra er in een ex-kolonie mensenrechten worden geschonden, dan vindt 76% van alle Nederlanders dat   de Nederlandse politiek zich daartegen moet bemoeien. Daarnaast vindt vrijwel iedereen, 97%, dat het beschermen van mensenrechten zwaarder moet wegen dan economische belangen.

 

Dat veel mensen daad bij het woord voegen blijkt uit deze petitie, welke inmiddels door meer dan 30.000 Nederlanders is ondertekend.

10897306479?profile=originalOridek Ap

 

Persuitnodiging


Papoea was vanwege spanningen tussen de Papoeabevolking en de Indonesische regering, over de onafhankelijkheid van Papoea, voor pers vele tientallen jaren afgesloten. En nu blijkt dat journalisten evengoed geen vrije toegang tot het gebied hebben. Journalisten die naar Papoea willen reizen moeten een vergunningaanvraag doen die moet worden goedgekeurd door achttien Indonesische regerings-afdelingen, waaronder het leger en de politie.

Journalisten die het gebied willen bezoeken moeten alle informatie over wie zij willen interviewen, waar en op welk tijdstip voorafgaand bij de Indonesische autoriteiten aangeven alvorens zij toestemming krijgen om het gebied te bezoeken.

Generaal Moeldoko zei dit na     het geven van een briefing aan 1.381 Indonesische militairen, ambtenaren en een aantal andere bewindvoerders. Papoea’s zijn daarom niet gerust op het huidige mediabeleid, maar hopen dat buitenlandse journalisten toch evengoed de moeite nemen om het gebied te bezoeken en hun kant van het verhaal horen.

 

Indien u als pers naar Papoea wilt reizen en de Indonesische autoriteiten zo veel als mogelijk wilt omzeilen, dan kunt u via Merktroubadour contact opnemen met de in Nederland wonende Papoea Oridek Ap. Indien u niet naar Papoea wilt reizen, maar   wel wilt bijdragen aan het kennisniveau van de Nederlander, dan kunt u er ook voor kiezen om

aandacht te geven aan dit onder-zoeksbericht of aan de petitie:  http://westpapoea.petities.nl/

 

FREE WEST PAPUA

 

Deze petitie moet de Nederlandse politiek ertoe dwingen om zich hard te maken voor de autochtone Papoeabevolking en is inmiddels ruim 30.000 keer ondertekend.

Voor contact met Oridek Ap       en alle vragen en opmerkingen kunt u contact opnemen met “Merktroubadour”; Oscar den  Ouden via het telefoonnummer 06-58886009 of per e-mail via oscar@merktroubadour.nl.

 

Toelichting  op  het onderzoek


Dit onderzoek is in opdracht van Merktroubadour uitgevoerd onder 1041 Nederlanders van 13 jaar en ouder en representatief op geslacht. Het onderzoek is uitgevoerd door Novio Data. Novio Data werkt uitsluitend met gecertificeerde (internationale) onderzoek- en veldwerkbureaus die zich committeren aan Esomar richtlijnen en zijn aangesloten bij de Nederlandse Markt onderzoeks-associatie (MOA). Dit borgt de garantie voor onafhankelijkheid en kwaliteit van de dataverzameling.

 

*)  www.themalaysianinsider.com 
 http://tabloidjubi.com 

 

 

 ICM 29.7.2015

 

 

Lees verder…

10897306873?profile=originalTijden van weleer – oude Djogjase families Door:  Roel de Neve

foto - Georgius Leonardus Dorrepaal (1816-1883)

In Het Nieuws van de Dag voor Nederlandsch-Indië van 29 november 1938 verscheen een artikel onder de titel “Oude Jogjasche families; telgen van oude geslachten drukten hun stempel op de Kratonstad”. De schrijver besteedde daarin onder andere aandacht aan de families die nauw verbonden waren met de culturen en aan enkele nogal ‘merkwaardige figuren’, waaronder ene H. v.d. Klugt, drager van de Militaire Willemsorde.

De Europese (groot)landbouw-ondernemers in Nederlands-Indië namen, naast gouvernements-ambtenaren en militairen, een aparte positie in. In economisch opzicht waren zij belangrijk. Door hun ondernemingszin en pioniers-mentaliteit kon immers worden voldaan aan de in Nederland bestaande vraag naar producten als suiker, koffie, tabak, enz. En bovendien stonden zij in nauw contact met de desabevolking, wat nog een extra dimensie kreeg door het feit dat velen van hen ongetrouwd samenleefden met een vrouw uit de desa (huishoud-ster of njai) en zij niet zelden    zelf ook een Aziatische moeder hadden.

De cultuurondernemers spraken bovendien tot de verbeelding, verbonden als zij waren met de veronderstelde romantiek van het pioniersbestaan in de jungle en het ‘grandseigneuriale’ leven dat sommigen van hen daar in hun paleisachtige landhuizen leidden. Bovendien waren er de verhalen over de in Nederlands-Indië vergaarde en in Europese casino’s vergokte fortuinen. De Europese cultuurondernemer had overigens vele gezichten: van eigenaren van enorme landerijen en een groot aantal ondernemingen tot onder de tropenzon voortploeterende

bezitters van enkele kleine erfpachtpercelen. Aan de andere kant ontstonden er ware planters-dynastieën, die generaties lang actief waren, terwijl er aan de andere kant eendagsvliegen waren die gedwongen waren door  omstandigheden om hun onder-neming al na één generatie op te geven om daarna in de vergetelheid te geraken.

De negentiende eeuw was de grootste bloeitijd van de ‘planters-aristocratie’, het hart van het Indische patriciaat en een periode waarin zich wijdvertakte familie-netwerken vormden. Dit gold zeker ook voor de landhuurders   in de Javaanse Vorstenlanden Soerakarta en Djogjakarta. Zij huurden hun grond niet van het gouvernement, maar van de Javaanse vorsten en hun rijksgroten. In Djogjakarta vooral was er in de tweede helft van de 19e eeuw sprake van een concentratie van ondernemingen bij slechts enkele families. In  1885 waren 33 van de 52 ondernemingen eigendom van de families Baumgarten, Dom, Enger, Kläring, Raaff, Weijnschenk, Wieseman en van hun naaste verwanten.

In Soerakarta was het aantal ondernemingen dat jaar met 163 ruim drie keer zo groot, terwijl deze over relatief meer families was verdeeld. Vooral in Solo waren er families die hun zaken  in het groot deden. Zo grossierde de familie Dorrepaal in onder-nemingen en was zij omstreeks 1885 eigenaar of mede-eigenaar van zo’n 25 indigo- tabak- en suikerondernemingen. De grond-legger van dit indrukwekkende bezit, de Nederlander Georgius Leonardus Dorrepaal (1816-1883) was getrouwd met de half-Chinese Ludovica Manuel. Eén van haar zusters trouwde met Johan Frederik Arnold, broer van de stichter van de bekende Michiels-Arnold-landen.

De bekendste naam in Soerakarta was ongetwijfeld Dezentje. De eerste landhuurder van die naam, Johannes Augustinus (Tinus) Dezentje, was de zoon van een Franse vader die het tot Luitenant had gebracht en een Javaanse moeder. Veel roem oogstte hij met zijn optreden tijdens de Java-Oorlog van 1825 tot 1830. Met een door hem zelf gevormd corps Pradjoerits (inlandse soldaten) stond hij het gouvernement terzijde in de strijd tegen de opstandige Prins Diponegoro, wat hem een benoeming tot Ridder in de Orde van de Nederlandse Leeuw opleverde.

Pas nadat de rust was hersteld, rees zijn ster als cultuur-ondernemer. In 1837 was hij met zo’n 1275 hectare grond tot verreweg de grootste landbouw-ondernemer in Soerakarta uitgegroeid. Zijn landen telden ongeveer een 39.000 ingezetenen en brachten in 1837 naar schatting eenderde van de totale koffieproductie in het gehele gebied rond Soerakarta op.

De familie Weijnschenk in Djogjakarta vormde de spil in   een andere vorstenlandse clan, waartoe ook families als Dom en Wieseman behoorden. De broers George (1811-1878) en George Lodewijk (1814-1859) Weijnschenk waren in 1845 huurder of mede-huurder van verschillende indigo- en koffie-ondernemingen. Een deel daarvan was ondergebracht in naamloze vennootschappen en waren in 1900 nog steeds eigendom van de familie. Eén van de zusters Weijnschenk trouwde met de landhuurder Pieter Dom (1802-1880). Zijn moeder huurde als ‘njai’-Dom in Djogjakarta in de jaren 1817-1819 enige desa’s. Ook de zoons van Pieter waren landhuurders, terwijl een van zijn dochters trouwde met Willem Frederik Wieseman (1830-1907), een andere bekende landhuurder. Minstens zo bekend was de naam Baumgarten. Deze familie stamde af van een Europese opper-chirurgijn die in 1813 overleed in Djogja. Diens half-Javaanse weduwe huurde daar reeds in 1818 enige percelen grond. Haar nakomelingen waren tot ver in de 20e eeuw als landhuurder actief. Nauw verwant aan de familie Baumgarten waren onder andere de families Van den Berg, Engel, Lammers en Weijnschenk. En  ziedaar, het web is compleet.

Tot slot nog iets over de in het begin van dit artikel genoemde H. v.d. Klugt. Gedoeld werd op Huibert van de Klugt, die op 22 augustus 1796 werd geboren in Kuilenburg (Culemborg) als zoon van Cornelis van der Klugt en Saartje de Leeuw. Hij trouwde    op 4 maart 1829 in Magelang (Kedoe) met Hendrikje Quisthout, weduwe van Simon de Waal en overleed in Djogjakarta op 22 oktober 1866. Zij kregen voor zover bekend twee dochters: Sophia Hendrika Wilhelmina, later echtgenote van Lodewijk Willem Frederik Akkermans en Theresia Louisa Henriette, later echtgenote van Julien Vroom.

10897306886?profile=originalJohannes Augustinus Dezentje

 

Huibert van de Klugt was op 17 mei 1814 in Nederlandse dienst getreden bij het 1e regiment Dragonders en ging op 15 december 1814 over naar         het bataljon der Oost-Indische huzaren nr. 5 (het latere regiment huzaren nr. 7). Op 15 oktober 1815 vertrok hij aan boord van het schip “Admiraal Evertsz” naar Nederlands-Indië.

Daar aangekomen doorliep hij de lagere rangen en werd in 1826 bevorderd tot tweede luitenant, commandant van het corps Djajang Sekars in de residentie Kedoe. In 1830 volgde zijn bevordering tot 1e luitenant en op 18 maart 1833 tot ritmeester bij het regiment huzaren nr. 7. In 1840 ging hij met pensioen. Tijdens de Java-Oorlog heeft hij zich meermalen onderscheiden. Zo trad hij in 1828 ‘verdienstvol’ tijdens een aanval op een sterke, door de natuur moeilijk te naderen vijandelijke positie, waarbij hij niet gevaarlijk ‘evenwel vrij ernstig gekwetst’ raakte (De Javasche Courant van 6 nov. 1828).

 

ICM 29.07.2015

Lees verder…

10897301892?profile=originalDe moord op Marius Bogaardt                  Een dramatisch stuk geschiedenis uit Indisch Den Haag    Door:  Hans Vogelsang

Foto  Frederick Marius Bogaardt (1867-1880)

Frederick Bogaardt (1835-1902) en Maria Elizabeth Bogaardt-Van der Schalk (1836-1910) kregen op 23 mei 1867 een zoon, genaamd Frederick Marius. Het gezin woonde in Soerabaja, waar vader Frederick inmiddels een zeer welgestelde planter geworden was. Daarnaast had hij het gebracht tot chef van het Handelshuis Frazer-Eaton in Soerabaja. Kort voor 1880 keerde het vermogende gezin terug naar Nederland, waar het een luxe villa betrok op de hoek van de Sophialaan en het Plein 1813 in Den Haag. Zoon Marius werd op  school gedaan op het elitaire Instituut Bouscholte, dat toen gelegen was op de hoek van de Koninginnegracht en wat nu heet de Dr. Kuyperstraat.

Op 23 september 1880 werd      de  toen 13-jarige  Marius  van  Frederick Marius Bogaardt (1867-1880)

School opgehaald en ontvoerd.  De dienstbode van het keurige eliteschooltje herinnerde zich: “Het was een keurige meneer, die donderdagmiddag 23 september aanbelde bij het Instituut van de heer G.H. Bouscholte. Hij meldde zich met de woorden: ‘Ik kom Marius Bogaardt halen; zijn vader wacht op ons in mijn huis in Scheveningen’ ”.

De nietsvermoedende dienstbode gaf de boodschap door aan de betreffende leraar – het kwam wel vaker voor dat een leerling voortijdig werd opgehaald – en deze verontschuldigde de jongen uit zijn les. Marius gaf te kennen – volgens het relaas van de vrouw – dat hij de meneer wel kende en ging met hem mee in een klaarstaande vigilante (een huur-koetsje, vergelijkbaar met een taxi nu) richting Scheveningen. Marius werd echter door zijn ontvoerder meegenomen naar het Dekkersduin, op de plek die       nu bekend staat als het Nachtegaalplein aan het eind van de Fahrenheitstraat, niet ver van Houtrust. De dader had inmiddels een losgeldbrief gestuurd naar de ouders, die met de avondpost werd   bezorgd   en   daarin   een bedrag van 75.000 gulden eiste voor de vrijlating van hun zoon. De vader moest zijn dienstbode de volgende namiddag langs de Hoefkade laten lopen met het geld in een bruine envelop in de hand. Een tussenpersoon zou de envelop dan in ontvangst nemen.

Inmiddels was de koetsier van de vigilante achterhaald en onder-vraagd. Hij had de onbekende heer vanaf het Rijnstation (Station Staatsspoor) naar de school aan de Koninginnegracht gebracht. Daar had de heer een jongen opgehaald met wie hij weer instapte en moest hen langs de Laan van Meerdervoort naar een plek achter Zorgvliet brengen. Daar had de man afgerekend en was met de jongen de duinen ingelopen in de richting van Kijkduin. Na ontvangst van de losgeldbrief deed de vader aangifte bij de officier van Justitie, die hij goed kende, die onmiddellijk alle maatregelen nam

10897314095?profile=originalDe losgeldbrief met daarin het ongebruikelijke  koppelteken

om de jongen en zijn ontvoerder op te sporen. Het gehele duingebied tussen Zorgvliet en Kijkduin werd uitgekamd, maar pas de dag erna werd het lichaam van de jongen gevonden door duinwachters bij het Dekkersduin. De jongen was aan handen en voeten gebonden. Onderzoek wees uit dat de jongen vrijwel direct na zijn ontvoering om het leven was gebracht met minstens 12 steken met een dun wapen, vermoedelijk een degen.

10897314486?profile=originalHet beboste gedeelte van het Nachtegaalplein met in het midden het laantje waar het lichaam van Marius Bogaardt werd gevonden. (foto: Google Earth Streetview)

 

Het Dekkersduin is het huidige Nachtegaalplein en de plek waar de moord plaatsvond staat in de volksmond nog steeds bekend als het “Moordenaarslaantje”, een voetpad op het beboste midden-gedeelte van het plein.

Dezelfde middag dat het ontzielde lichaam van Marius Bogaardt gevonden werd, grepen twee posterende agenten in burger op de Hoefkade een man in de kraag die enigszins voldeed aan het vage signalement dat door de koetsier en door de dienstbode van de school was opgegeven. Het was de 24-jarige Willem Marianus de Jongh, een gewezen sergeant in het Koninklijk Nederlands-Indische Leger. Deze was in die dagen volontair bij het Ministerie van Koloniën. Deze ontkende echter ten stelligste enige betrokkenheid en na een lang verhoor werd hij wegens ontbreken van bewijs weer heengezonden. 

De moord zorgde voor een enorme commotie in Den Haag en de politie zette alles op alles om de moordenaar te vinden. Zo werd de losgeldbrief in verscheidene kranten afgedrukt in de hoop de dader op het spoor te komen. Jacobus van de Bergh, een kritisch journalist, was het opgevallen   dat de schrijver van de brief in  het woord ’s-Gravenhage een koppelteken gebruikte. Nu is dit al lange tijd normaal, maar in de negentiende eeuw was dit zeer ongebruikelijk. In de krant “De Amsterdammer” vestigde hij hier de aandacht op en dit werd gelezen door Emile Auguste Musquetier, een sergeant bij het leger. Hij vroeg een onderhoud aan met de schrijver van het artikel. Musquetier liet toen een aantal brieven zien aan Van de Bergh, geschreven door zijn vroegere vriend, W.M. de Jongh, met wie hij samen in Nederlands-Indië gediend had. In die brieven gebruikte deze consequent het koppelteken in de plaatsnaam ’s-Gravenhage. Voldoende reden om aangifte te doen bij de politie. Doordat het handschrift overeen-komsten vertoonde – onder andere door het gebruik van het koppelteken – werd W.M. de Jongh opnieuw gearresteerd en in

10897315052?profile=originalstaat van beschuldiging gesteld. Jaren daarna werd getwijfeld of de Jongh de echte dader was. Verdenkingen richtten zich ook op ene Gerrit Kets, de aanstaande echtgenoot van de zus van De Jongh. Dit is echter nooit nader onderzocht en verzoeken om heropening van het onderzoek werden genegeerd.

Het misdrijf spreekt nu nog steeds tot de verbeelding, omdat eigenlijk nooit is achterhaald wat er feitelijk is gebeurd op die zwarte dag in de Haagse geschiedenis. De moord kwam ook nog op een andere manier in het nieuws. Daags na de moord en de publicatie van de losgeldbrief in de kranten, meldde zich de beroemde Indische schrijver Eduard Douwes Dekker (Multatuli) bij de politie. Hij zei dat hij het vermoeden had dat zijn zoon de schrijver van de losgeldbrief zou zijn, omdat hij ten eerste meende het handschrift te herkennen en ten tweede omdat hij zijn zoon, die geestelijk erg labiel was, tot zoiets in staat achtte. Toen zijn zoon het met veel stelligheid ontkende, reageerde Multatuli met de woorden: “Precies zoals ik van mijn zoon verwacht, dat hij zou ontkennen het gedaan te hebben”.

Toen hij later hoorde dat ene De Jongh van de moord verdacht werd en gearresteerd was, Zou Multatuli gezegd hebben: “Goed, Edu heeft het dus vrijwel zeker niet gedaan. Maar hij moet zich nu niet verbeelden dat het niet-vermoorden van de arme jongen zo’n verdienste is, die hem schoonwast van alle beroerdheid. Aan hèm schrijf ik het niet, maar ik zal hem door Nonnie laten zeggen dat hij zich van onschuld aan een moord geen voetstuk behoeft te maken en dat het al schande genoeg is dat mensen die hem kennen, waaronder ik, het hem toe zou kunnen rekenen tot zo’n schanddaad in staat te worden geacht”.

\10897315660?profile=originalHet landhuis ‘Engelenburg” in Brummen.

Sergeant Musquetier, die De Jongh aangaf, heeft nadien echter geen gemoedsrust meer gekend omdat vele van zijn militaire kameraden hem zijn “verraad” kwalijk namen. Het heeft hem zodanig achtervolgd dat hij in 1887 een eind aan zijn leven maakte. W.M. de Jongh werd in december 1880 veroordeeld tot een levenslange gevangenisstraf, die later gewijzigd zou worden in 25 jaar onvoorwaardelijk. In 1905 kwam hij op vrije voeten, maar kon zijn draai niet meer vinden. Uiteindelijk pleegde ook hij in 1919 zelfmoord.

Niet lang na de moord verlieten  de Bogaardts Den Haag en verhuisden naar het landhuis Engelenburg in Brummen (Gelderland), waar zij hun zoon lieten herbegraven op de algemene begraafplaats aldaar. Het huis aan de Sophialaan op de hoek van het Plein 1813 bleef lange tijd leeg staan om uiteindelijk te worden afgebroken. Op die plek staat nu al meer dan een eeuw het elegante gebouw van de Canadese ambassade.

 

 

 29/7-2015 ICM

Lees verder…

10897302676?profile=original10897255061?profile=original10897313858?profile=originalBelangrijk nieuws voor Uw ICM mogelijkheden! Naast de Indische Internetkrant, verzorgt ICM zijn eigen Indisch Videokanaal, die massaal NU op Facebook werdtoond ge en via de Facebook Videoparty s.  ICM , de Indische Internetkrant bestaat sinds 1999  zonder enige subsidies.

Hebt U een alles in 1 pakket van Cayway. Ziggo, UPC dan kan U ICM op uw TV ontvangen,

maar nog interessanter wordt het voor  velen ,  Indische videoreportages op www.icm-online.nl  die onlangs op Facebook werden   getoond en via de Videoparty s. Vanaf 1999 werden deze geregistreerd en bewerkt. Deze videoreportages zijn  te vinden op http://icmonline.ning.com/video  van onze webportaal www.icm-online.nl

Wij hebben gezorgd door upgrades aan de website www.icm-online.nl dat U feilloos en kwalitatief nu op Uw TV ontvangt. Standaard zijn hiervoor Playlist samengesteld opdat U NON-STOP kunt kijken.

Een ware Indische TV vindt U bij www.icm-online.nl met een Indische Internetkrant. All in one : Krant, Magazine en Televisie dat voor enkele euros per maand.  

WORDT ABONNEE van ICM, en U steunt ons voor het voort bestaan van ICM, en enige Indische Internetkrant sinds 1999.

Abonnee worden klik op onderstaande link. 

http://icmonline.ning.com/main/authorization/signUp?

Bij aangaan van een jaar abonnement mag U een welkom geschenk kiezen uit onze webshop.

  http://icmonline.ning.com/forum/topics/icm-video-cd-webshop

Lees verder…

10897302471?profile=originalIndisch of Indonesisch?

Let’s face it, Indo’s onder elkaar zijn niet de minste. En voelen zich ook nooit teveel om de ander te wijzen op een fout dan wel te corrigeren. Waar het vaak geen kwade bedoeling kent, is de eerste reactie vaak onwetend, tot ietwat beledigd. Hoe kun je iets fout hebben, als je dit zo hebt door gekregen vanuit jouw familie? Vanuit jouw eigen cultuur.

De cultuur is namelijk steeds meer persoonsbepalend. Waar eerder grote groepen globaal aangewezen werden tot een cultuur, is het tegenwoordig per familie weer anders. Dit is niet gek. Vooral niet omdat dit de eerste vorm van door geven is. Van ouders op kinderen of van ooms/tantes op neefjes en nichtjes. In een familie ken je de roti kukus enkel als grote gestoomde cake met een chocolade swirl in het midden, de ander kent hem alleen in kleine vormpjes die open poppen als een bloem. Dat terwijl anderen die kleine cakejes weer enkel kennen als bolu kukus.

Dan vraag ik mij af, in hoeverre ben je Indisch dan wel Indonesisch? En dan bedoel ik niet dat je het wel of niet bent. Vraag je eerder af, wat jij hebt doorgekregen? Is jouw familie Indonesisch of Indisch? Wat doorgegeven is vanuit de Indische cultuur, qua recepten, gebruiken en kennis, is compleet anders dan de Indonesische. Beide zijn geëvolueerd, geraakt door het verleden en aangepast. Beide op hen eigen manier. Het leuke hieraan vind ik, de overeenkomsten. De Indische cultuur kent namelijk zijn roots in de Indonesische cultuur, ook al is deze met de tijd en alle historische gebeurtenissen uiteraard gevormd tot een totaal eigen cultuur.

Mijn familie kent de Indische gebruiken, die steeds meer terug grijpen naar wat vroeger zo normaal was. Waar de tweede generatie zich eigenlijk niet bezighield met de gebruiken, simpel omdat zij hiermee opgegroeid waren maar wel in een Nederlandse omgeving, hechten zij hier steeds meer waarde aan. Zelf denk ik dat dit komt omdat de eerste generatie aan het wegvallen is. En vaak krijgen bepaalde zaken meer waarde naarmate je ouder wordt. Het gekke is dat deze Indische legacy, wordt aangevuld met Indonesische zaken. Veel meer houden wij ons bezig met koken en betrekken wij ook de Indonesische gerechten bij onze Indische rijsttafel. Door reizen, Indonesische blogs, instagram accounts en contact met familie in Indonesie word ik de hele tijd getriggerd met zaken van daar. Zaken die mijn volledige aandacht krijgen. Van gerechten die ik ook echt eens hier moet gaan maken tot aan het dagelijkse ritme wat ik graag wil toepassen in deze westerse hectiek.

Dit zet mij aan het denken over de oorsprong. Gaat alles terug, veranderen wij mee of komt het door het aanbod aan informatie waar wij nu gemakkelijk aan kunnen komen in vergelijking met toen?

29.7.2015 ICM
Lees verder…

 10897302287?profile=originalBloemen bloeien in de woestijn              Door:  Joty ter Kulve

 

Als je de wreedheid en eindigheid van een Japans concentratiekamp aan den lijve hebt ondervonden dan heb je voor eeuwig ( je hele leven) een litteken op je ziel.

Een kleinigheid bijv. kan je hard treffen: een Japanse vriend, die je overigens goed kent, die in een telefoongesprek zo geïrriteerd en woest wordt, dat hij de telefoon op de haak smijt. Geen excuses  aanbiedt, notabene,  je bent ook nog dertig jaar ouder, alleen een klein mailtje met de woorden: “Tja wat wil je van mij, ik ben geen moeder Theresa of Gandhi”.

Op een dergelijk moment komt niet het verleden, het kamp alleen terug, maar dan vertegenwoordigt hij, dan handelt hij zoals de Japanners ons krijgsgevangenen behandelden. Met minachting, arrogantie als een minderwaardig soort onderkruipsel. En je kon niets terug zeggen, niets doen, je stond daar machteloos. Je dacht , had ik maar een geweer dan schoot ik hem in beide benen. Had ik maar zijn stok…. dan sloeg ik hem ook op zijn smoel. Dat betekende voor mij de oorlog. Het enige wapen dat je had: leren omgaan met al je negatieve gevoelens, al je haat voor die mannen met hun gespleten ogen. Die spraken in een taal, die jij  niet kende, die de macht hadden je te breken, te verkrachten en   te doden. Leren je niet te zeer        te identificeren met al deze gevoelens. Het waren immers maar wolken die kwamen en gingen.

Nu zeventig jaar later begrijp ik hoe belangrijk en vormend deze jaren voor mij zijn geweest. De kunst van overleven: leren je negatieve gevoelens te beheersen.

Als ik dit mijn kinderen en klein-kinderen kan doorgeven, dan heb ik misschien niet voor niets geleefd in die lange oorlog. Drie jaar als je veertien bent is zo lang.

Als je dit leert en ondanks alles hoop blijft houden, dan verdwijnt ook de angst uit je leven en met de angst de conflicten. Achter elk conflict en elke oorlog zit angst.

Zijn Duitsland en Japan daarom kwaadaardige volken? Een vraag door Ian Buruma gesteld in zijn boek over de impact van de oorlog op Duitsland en Japan. Ik denk het niet; mensen zijn kwaadaardig niet volken.

In dit voor velen belangrijke herdenkingsjaar (70 jaar na WO II) kom ik voor mijzelf tot de conclusie: dat ik het geluk heb gehad al in de vijftiger jaren, kort na de oorlog, Japanners te ontmoeten. In een omgeving, die gericht was op verzoening tussen volken. Er was ruimte voor het ontdekken en leren omgaan met de wonden van een oorlog. Het was voor mij het begin van heling.

Nu in 2015 begrijp ik dat vrede niet iets statisch is. Iets wat je kunt vastleggen in verdragen en Instituten. Vrede, daar moet je voor vechten. Dat begint in jezelf.

Iemand zei eens tegen mij God heeft geen kinderen en klein-kinderen. Elke generatie opnieuw moet de weg naar vrede en gerechtigheid vinden.

Mijn kleindochter  is nu net zo oud, achttien jaar, als ik was aan het eind van WO II. Zij is opgegroeid, met alles wat ik moest missen, veiligheid, goed onderwijs, ouders die je kunnen beschermen. En toch zal ook mijn lieve, lieve kleindochter haar weg door de woestijn gaan maken. Zo is het leven nu eenmaal en dan hoop ik dat zij net als ik de bloemen, die bloeien in de woestijn zal vinden.

29/7-2015 ICM

Lees verder…