Het Bali van Bloem - Marion Bloem.
Al sinds 1977 is het paradijselijke Bali het toevluchtsoord voor schrijfster Marion Bloem. Ze komt er tot rust en doet nieuwe inspiratie op voor volgende boeken. Nu ze inmiddels 60 jaar geworden is, wil ze haar liefde voor Bali graag met haar lezers delen. In dit boek zijn veertien verhalen opgenomen, die ze in de loop der
jaren schreef, maar ook praktische adviezen voor wie Bali wil bezoeken. Ze onthult haar lievelingsplekjes, die nauwelijks zijn verandert sinds ze er voor het eerst kwam. Ze vertelt waar je het lekkerste Indonesische of Balinese eten kan vinden en welke stranden haar favoriete zijn. Deze bundel wordt compleet met foto’s uit haar persoonlijke archief en een selectie van haar familierecepten. Adviesprijs: € 25,00.
VOOR OVERIGE RECENSIES GA NAAR https://icmonline.ning.com/profiles/blogs/boekbespreking-e-books-cd-en-dvd-december-2011
Brochure Min.Buza "To forget of a promise for The future " het evaluatie-rapport over het verdrag van Wassenaar.
DEEL X
Redactie ICM wist dit document te bemachtigen zoals Min.BuZa pleegt te noemen " To forget of a promise for The future " . Het is gewoon een evaluatie rapport verpakt in Brochure die ruimt 90 pagina's bevat. Naast deze onthulling, zijn andere zaken bove tafel gekomen, van die dure onderzoeken. Uit Wob's bij de andere collega Ministeries bleek dat o.a. dat lumpsum niet 689 miljoen bedraagt, maar 6 miljard. Verder was het aan Min.Buza alles aangelegen om het bestaan van dit verdrag niet in openbaar te publiceren, zodat de gedupeerden geen claim konden indienen. Gekscherend genoeg bij WOB min. Financien kwam deze met kopie - artikel in parochie-krantje. (WOB = Wet Openbaar Bestuur). Voor ICM was dit een mooie vangst. Voorts was niet 689 miljoen, maar ruim 6,1 miljard aldus Min. Financien en andere betrouwbare bronnen. Als extra gaf Min. Financien de begroting van 1966 van de Nederlandse Overheid. Ons berekening was foutief. De percentage van begroting 1966 moest worden genomen, en deze de converteren naar Begroting van nu. De advocaten hebben veel euro's gekost, weten wel alles boven tafel te halen.. ICM brengt dit rapport in delen uit
__________________________________________________________________________________________________________________________________________
13. Juridische bijstand van het Jakarta Advocaten Team (JAT)
Op basis van “no cure no pay” is het Jakarta Advocaten Team (JAT) bereid om namens de Nederlandse - Indische Gemeenschap juridische bijstand te verlenen. Het JAT verzoekt het ‘Actiecomité TvW-66’ om 12.000 handtekeningen.
Het ‘Actiecomité TvW-66’ zal het opgestelde Conceptrapport met als bijlage de 12.000 handtekeningen aan Minister Bert Koenders van Buitenlandse Zaken aanbieden. Dit rapport met eisen/wensen vormt de basis voor de gespreksonderhandelingen, met als resultaat uitbetaling conform de ‘Uitdelingswet’ zoals het Verdrag vermeldt.
Wanneer in deze fase een akkoord wordt bereikt betekend dit, dat het JAT wordt betaald uit de voorziening ‘Uitvoeringskosten’, verkregen uit middelen van het onderhavige Verdrag. De hoogte zal te zijner tijd worden vastgesteld (als referentie wordt het geschil met de Staatsloterij voorgelegd van 193.000 gedupeerden en een schadebedrag van € 300 miljoen).
Fase II treedt in werking wanneer tussen het JAT en het Ministerie van BuZa géén akkoord wordt bereikt. In dat geval geldt, dat het opgestelde Conceptrapport bij het Gerechtshof wordt ingebracht met de niet-akkoordverklaring van het Ministerie van BuZa. Hierbij zullen de kosten “no cure no pay’ te zijner tijd ten laste komen van de Staat als zijnde uitvoeringskosten.
Over het deel van vordering boven de Hfl. 689 miljoen (tot Euro 2,4 Miljard), ontvangt het JAT het substantiële deel (Succes Fee).
14. Voorlegging van het dossier aan het Indisch Platform (IP)
In het najaar van 2012 is dit dossier voorgelegd aan het Indisch Platform. De woordvoerder van het Indisch Platform Ton Te Mey deelde mee, deze zaak voorlopig niet op te pakken: “Het huidige dossier ‘Indische Kwestie’ dat dient onder Staatsecretaris Martin van Rijn, heeft eerste prioriteit.” Ton Te Meij heeft de zaak wel bij de Griffier aangemeld; het Indisch Platform zal het ‘Actie- comité TvW-66’ steunen.
15. Opstart Petitie Traktaat van Wassenaar-66
In mei 2015 is gestart met een handtekeningenpetitie, online via www.petitie.nl en via de evenementen in het land zoals de Pasar Malams. De intentie is om dit samen te laten verlopen met de campagne en ludieke bekendheid te geven aan 60.000 -70.000 gerechtigden. De handtekeningen dienen ter ondersteuning van het rapport en het Jakarta Advocatenkantoor.
De huidige stand is online 6200 en schriftelijk 6000 handtekeningen. De petitie zal voor onbepaalde tijd worden gevoerd. Inmiddels zijn 2000 handtekeningen overgedragen aan het JAT. De ondertekenaars van deze petitie worden geïnformeerd via updates op de site www.petitie.nl en indien nodig via een bericht van beheerders van deze site; de overigen worden geïnformeerd via ICM Breaking News en www.icm-online.nl.
De tekst van de petitie luidt als volgt;
Uitbetalen op basis van Traktaat van Wassenaar 1966.
Het Traktaat van Wassenaar is in 1966 ondertekend door de regeringen van Nederland en Indonesië. Doel: De Indonesische regering betaalt aan Nederland het bedrag van 689 miljoen gulden ter genoegdoening aan de Nederlandse staatsburgers die huis, have en goed in Indonesië moesten achterlaten ten tijde van de repatriëring tussen 1947 en 1962. De Nederlandse regering heeft dit echter nooit aan de rechthebbenden uitbetaald.
Petitie
Wij
De Nederlands-Nederlandse - Indische Gemeenschap en allen die zich hiermee verwant voelen of zijn,
constateren
Dat de Nederlandse Staat de afspraken, vastgelegd in het Traktaat van Wassenaar van 1966, al 50 jaar lang niet is nagekomen en de Nederlandse staatsburgers van Indische afkomst nimmer schadeloos heeft gesteld voor verlies van bezittingen, banktegoeden, enz. als gevolg van oorlogshandelingen tijdens de Japanse bezetting, de Bersiap en de Politionele Acties; en de gevolgen van Linggadjati
en verzoeken
Dat de Nederlandse regering in navolging van de ‘Indische Kwestie’ de Nederlands-Nederlandse - Indische Gemeenschap recht doet door de afspraken volgens het Traktaat van Wassenaar ten uitvoer te leggen, dan wel onderhandelingen opent met het Advocaten Team in Jakarta en het Actiecomité TvW-66, welk team door laatstgenoemde in en buiten rechte wordt vertegenwoordigd, met de intentie over te gaan tot stappen die leiden tot een bevredigende oplossing voor alle rechthebbenden.
16. Status Quo (de huidige stand van zaken)
De navolgende acties zijn inmiddels ondernomen. Voortgang per 12 december 2016:
Aanschrijving van Bert Koenders van het Ministerie van BuZa met een c.c. aan Halbe Zijlstra met betrekking tot de aankomende zaak;
Ontvangstbevestiging brief met doorverwijzing naar het Ministerie van VWS. In de brief wordt aangegeven dat het geld nog beschikbaar is, echter dat een deel ad Hfl. 89 miljoen is betaald aan de Koninklijke Multinationals.
Antwoordbrief van Halbe Zijlstra dat de zaak in de VVD-fractie breder wordt gedragen met het advies, om de brief ook aan de andere fracties te versturen.
Verzending van brieven naar de andere fracties.
Het Jakarta Advocaten Team is benaderd, zij eisen 10.000 handtekeningen.
Petitie gestart in de maand mei 2015. Stand van zaken: Online op 6200, schriftelijk op 6000.
De Petitie zal voor onbeperkte tijd worden verlengd.
Op 22 april 2016 jl. werd president Joko Widodo persoonlijk door het ACTW66 aangesproken, waarbij tevens de persverklaring werd overhandigd waarin dit verdrag aan de orde is gebracht.
In mei is gestart met donatie om de uitvoeringskosten en overige onvoorziene uitgaven te bekostigen.
Handtekeningen overhandigd aan Marshal Manengkei.
Marshal heeft per brief de handtekeningen aan het JAT overhandigd. In afwachting van de akkoord- bevestiging/verklaring van het JAT, benodigd voor Advocaat Mr. Gert-Jan Knoops.
Akkoord met JAT, deze start een proefproces voor 10 personen namens de 12.000 ondertekenaars van de petitie met uitgangspunt het Rapport uitbetalen Traktaat van Wassenaar.
blz 32 -80
Wordt vervolgd
Deel IV + V zie https://icmonline.ning.com/profiles/blogs/brochure-min-buza-to-forget-of-a-promise-for-the-future-het-evalu
Deel III Zie https://icmonline.ning.com/profiles/blogs/min-buza-to-forget-of-a-promise-for-the-future-deel-iii
Deel II zie https://icmonline.ning.com/profiles/blogs/min-buza-to-forget-of-a-promise-for-the-future-deel-ii
Deel I zie https://icmonline.ning.com/profiles/blogs/min-buza-to-forget-of-a-promise-for-the-future-deel-i
Boek: "Landverhuizers rond de Sloterplas, levensreizen van Indische Ouderen in Amsterdam Nieuw-West"
Tussen ca. 1946 en 1960 moesten veel mensen de voormalige kolonie Nederlands-Indië verlaten, veelal was het vluchten voor discriminatie, armoede, geweld of nog erger. Grootste deel van hen was "niet-wit" en dat betekende dat ze ook in het veilige Nederland niet voor voor vol aangezien zouden worden. Immers, volgens de regeringen van die tijd zouden ze met hun huidskleur niet kunnen aarden in Nederland. Lijn 13 kreeg al snel de scheldnaam "knoflook-express".
Vele duizenden repatrianten kwamen terecht in wat nu Nieuw-West is en moesten zich daar met heel hard werken een nieuw bestaan verwerven. Ook om hun schuld aan de regering af te kunnen betalen, alles wat ze op de boot naar Holland aan noodzakelijke kleding hadden 'gekregen' moest worden terugbetaald. Die eerste generatie heeft vooral hard gewerkt, gezwegen en hun best gedaan niet op te vallen.
Hun kinderen en zeker hun kleinkinderen zitten vol met vragen aan hun oma's en opa's - maar die zijn inmiddels in 80 en 90.
Voordat al hun verhalen niet meer verteld kunnen worden heeft mijn lieve ega Wendela Gronthoud (zelf 'Indo kesasar') vele tientallen ervan in een 'oral history' boek opgeschreven. Het is een bijdrage aan de geschiedschrijving van en over de tot wel 2 miljoen Nederlanders met wortels in de voormalige kolonie Nederlandsch-Indië.
Vrijdag 30 januari 2026 kreeg wethouder Alexander Scholtes, zelf kind van een moeder uit Palembang, het eerste exemplaar. Een verslag van de door Shirley Brandeis geleide bijeenkomst staat hier: https://www.napnieuws.nl/2026/01/31/wie-zijn-de-nederlands-indische-ouderen-in-nieuw-west-niemand-wist-dat-wij-er-waren/
Boek is beschikbaar als gratis download of op papier:
Het boek is beschikbaar als gratis pdf-download: https://tinyurl.com/Landverhuizers of http://bit.ly/4st0Ff0
Wie toch liever een boek van papier heeft kan bestellen, de kosten zijn alleen voor printen en verzenden: https://www.boekenbestellen.nl/boek/landverhuizers-rond-de-sloterplas
Meer over 'staatsdiscriminatie' in de jaren '50: https://studenttheses.uu.nl/bitstream/handle/20.500.12932/38989/De%20repatrie%3Fring%20van%20de%20Indische%20Nederlanders%20-%20C.R.%20van%20den%20Bor%20-%205617731.pdf
Voor overige resensies zie :https://icmonline.ning.com/profiles/blogs/boekbespreking-e-books-cd-en-dvd-december-2011

De vergeten oorlog.
Ik reed in de verkeerde trein, die niet stopte bij het station waar ik er uit moest. Maar het publiek bij de INOG wachtte geduldig op mijn komst. Mijn presentatie ging over Het vergeten volk. Een verhaal over de Papoea’s en voormalig Nieuw-Guinea. De zaal was gevuld met mensen die deze periode als kind hadden meegemaakt. Met mooie verhalen en herinneringen. De titel had ook kunnen zijn De vergeten oorlog. De Papoea’s strijden nog steeds voor hun onafhankelijkheid
Achtergrond
Brochure Min.Buza "To forget of a promise for The future " het evaluatie-rapport over het verdrag van Wassenaar.
DEEL VI
Redactie ICM wist dit document te bemachtigen zoals Min.BuZa pleegt te noemen " To forget of a promise for The future " . Het is gewoon een evaluatie rapport verpakt in Brochure die ruimt 90 pagina's bevat. Naast deze onthulling, zijn andere zaken bove tafel gekomen, van die dure onderzoeken. Uit Wob's bij de andere collega Ministeries bleek dat o.a. dat lumpsum niet 689 miljoen bedraagt, maar 6 miljard. Verder was het aan Min.Buza alles gelegen om het bestaan van dit verdrag niet in openbaar te publiceren, zodat de gedupeerden geen claim konden indienen. Gekscherend genoeg bij WOB min. Financien kwam deze met kopie - artikel in parochie-krantje. (WOB = Wet Openbaar Bestuur). Voor ICM was dit een mooie vangst. ICM brengt dit rapport in delen uit.
____________________________________________________________________________________________________________________________________________________
Nederland komt de financiële uitvoering niet na
Op de redactie van ICM -de Indische Internetkrant opgericht in 1999- kwamen veel reacties binnen van abonnees/lezers met betrekking tot het financiële onderdeel van dit Verdrag. Waarom wordt niets ondernomen door de Indische belangenorganisaties aangesloten bij het Indisch Platform, of door het Indisch Platform zelf? Er zijn praktijkgevallen bekend van claimanten, die door het betreffende Ministerie van Buitenlandse Zaken (Min. van BuZa) van het kastje naar de muur werden gestuurd, met de letterlijke mededeling “het geld maar bij Soekarno te innen”
Tijdens het IP & ICM-Festival in oktober 2009 stelde Halbe Zijlstra (oppositie VVD) Kamervragen met betrekking tot ‘waar het bedrag van Hfl. 600 miljoen is gebleven?’.
(Zie reportage ICM Link: http://icmonline.ning.com/video/reportage-ip-manisfestatie-ip’
De Nederlandse Overheid, in dezen vertegenwoordigd door het Ministerie van Buitenlandse Zaken, wordt verweten het financiële gedeelte van het Verdrag bewust niet conform te hebben uitgevoerd en verzuimd de Nederlandse - Indische Gemeenschap erop te wijzen, dan wel te informeren over de mogelijkheden van deze voorziening.
Publicatie verscheen, zij het gedurende een zeer korte periode van drie maanden, in de -voor de meeste getroffenen weinig toegankelijke- Staatscourant. Tegelijkertijd zijn gedurende de periode 1966 tot 2015 voldoende mogelijkheden aanwezig geweest om deze voorlichting via haar collega ‘het Ministerie van VWS’ alsnog te regelen, opdat de betreffende Nederlands-Indische bevolkingsgroep zich kon beroepen bij;
de gehouden onderzoek
(Commissie Van Kemenade), - Commissie Kordes (Tastbare zaken), - Commissie Scholten (Financiële tegoeden), - Commissie Van Galen (Indische tegoeden), - Commissie Ekkart (Teruggave Kunst)
2000 Het Gebaar
WUV (1973), WUBO (1984) en WIV (1986), KNIL-uitkering 10 december 2015
Daaraanvolgend zal de forse kapitaalvernietiging over een periode van ruim 15 jaar voor rekening komen van de Nederlandse Staat, waar de gulden een forse koersval maakte door invoering van de Euro in 2001, door het ontzien van vruchtbaar gebruik van het kapitaal, rente op rente en indexering.
AFM & De Nederlandsche Bank
Naar aanleiding van verzoeken van ICM-lezers zijn de AFM en De Nederlandsche Bank benaderd. Deze laatste ter verificatie of inderdaad de betalingen aan Nederland hebben plaatsgevonden (zie e-mail berichten in de bijlage).
Om beide BV’s, ClaimIndo en BelIndo, als toezichthouder bedrijfsmatig aan de kaak te stellen, diende de ICM Redactie een klacht in bij de AFM, met als insteek vanuit het perspectief van de consument. De AFM was van mening dat deze zaak te complex was en niet tot hun werkterrein behoort. Bij navraag bevestigt de Nederlandsche Bank, dat de Republiek Indonesië de bedragen volledig heeft overgemaakt aan het Ministerie van Buitenlandse Zaken, voor het laatst in 2001.
Interventie kamerlid Halbe Zijlstra
Tijdens het IP en ICM-festival stelde Halbe Zijlstra namens de VVD de vraag, waar of die 600 miljoen oude guldens zijn gebleven. Ook stelde hij vast dat je een claim niet met een andere claim kunt betalen, dan wel verrekenen of afkopen:
(zie hiervoor de link: http://icmonline.ning.com/video/reportage-ipmanisfestatie-ip).
Halbe Zijlstra heeft hierover schriftelijk vragen gesteld aan Ab Klink van het Ministerie van VWS. De antwoorden van Ab Klink waren in een rookgordijn verhuld en verre naar tevredenheid van Halbe Zijlstra.
Antwoord AB Klink (VWS) namens het Ministerie van BuZa:
Het is op zijn minst merkwaardig te noemen, dat een Minister van VWS de vragen beantwoordt, terwijl het ‘Verdrag Traktaat van Wassenaar 1966’ met het Ministerie van Buitenlandse Zaken werd gesloten en van 1973 tot 2003 de financiële betalingen via ditzelfde Ministerie plaatsvonden. Zie de brief van Ab Klink in de bijlage.
Verwijtbare bewuste nalatigheid van de Staat der Nederlanden
Het Ministerie van BuZa wordt bewuste nalatigheid verweten, met vergaande consequenties voor in eerste instantie de rechthebbenden, waarvoor de Republiek Indonesië deze compensatie betaalde. De gedupeerden werden genoodzaakt zelf de overtocht, verblijfs- en herinrichtingskosten terug te betalen, waardoor zij tevens een extra grote last te dragen kregen, terwijl zij druk doende waren met enkel ‘overleven’.
In tweede instantie werd de Republiek Indonesië flink geblameerd na het zeer moeizaam overeengekomen akkoord. Het gevolg was, dat de verhoudingen tussen beide landen verkoelden, waardoor de handelsbetrekkingen werden geblokkeerd.
Aan zo’n 341.000 personen werd gedurende 50 jaar de vergoeding ontzegd. Nimmer kan het gebruik van deze ‘vergoeding’, dat het leven na de gruwelen van de Japanse bezetting en de Bersiap enigszins diende te veraangenamen en te verlichten, nog voldoening geven immers het merendeel van de getroffenen is reeds overleden. Al deze gezinnen droegen en dragen nog steeds, de zware last met zich mee.
Het Ministerie van BuZa heeft de afgelopen periode ruimschoots de gelegenheid gehad om de Nederlandse - Indische Gemeenschap, via haar collega het Ministerie van VWS, te informeren. Het Ministerie van BuZa ,als wel de regering, wordt het vorenstaande verzuim extra zwaar aangerekend.
Ondernomen Acties
Het ACTW66 is in Oprichting van het Actiecomité TvW-66 (Verdrag Traktaat van Wassenaar 1966’
Om deze zaak tot een oplossing te brengen heeft de Nederlandse - Indische Gemeenschap het Actiecomité TvW-66 (Verdrag Traktaat van Wassenaar 1966) ofwel ACTW66 in het leven geroepen.
Het ACTW66 is een claimstichting die collectief de Nederlandse Staat juridisch aanspreekt namens de 60.000 - 70.000 gedupeerden die recht hebben op hun compensatie. Zij op hun beurt, kunnen zich weer inschrijven als deelnemer van deze claimstichting.
In maart 2015 opgericht door het bestuur dat bestaat uit:
Rob Andreas (NINES)
R.I.P. Marshal Manengkei (MM Sustainables & MultiMedia Ltd) .
25 Aug 2017 om 16.00 uur overleden in het RSPAD ziekenhuis Gatot Subroto Jakarta.
Ferry Schwab (Editor ICM)
Doelstellingen:
De doelstelling is de Nederlandse regering te bewegen tot uitvoering van het ‘Verdrag Traktaat van Wassenaar 1966’, met als resultaat betaling van Euro 2,4 miljard (oorspronkelijk Hfl. 689 miljoen).
Oprichting van de ‘Deelnemersraad’, ‘Stichting Uitbetalen Traktaat van Wassenaar 1966’ en de ‘Stichting Beheer Indische Projecten’.
Genoemde stichtingen zullen de zaken behartigen namens de belanghebbenden; dit zijn allen die uit Indonesië naar Nederland moesten vluchten (anders aangeduid, de repatrianten van 1949 – 1966). Gekozen is voor aanpak van een tweesporenbeleid; politiek en juridisch.
ACTW66 als claimstichting die de noodzakelijke uitvoeringswerkzaamheden verricht evenals de benodigde facilitaire zaken voorfinanciert naast juridische bijstand van het Jakarta Advocaten Team (JAT), die de zaak namens de belanghebbenden (gedupeerden) zal gaan behartigen, op basis van ‘no cure no pay’.
Het voorstel is dat het JAT een dialoog aangaat met Minister Bert Koenders met als doel om tot een oplossing te komen. Vooraf vindt de aankondiging plaats middels het aanbieden van het ‘Voorstel Conceptrapport ten behoeve van de Uitvoering van het Verdrag Traktaat van Wassenaar 1966’, tezamen met de 10.000 handtekeningenpetitie. De petitie zal voor onbepaalde tijd worden gevoerd.
Het “Voorstel Conceptrapport Verdrag Traktaat van Wassenaar 1966” wordt het vertrekpunt voor onderhandelingen met het Ministerie van BuZa en het JAT. Gelijktijdig dient dit rapport ter kennisgeving aan de nog op te richten: ‘Deelnemersraad’ en tevens terugkoppeling tijdens de onderhandelingen.
10. Brief aan Bert Koenders, Minister van Buitenlandse Zaken met c.c. aan Kamerlid Halbe Zijlstra
11. Antwoordbrief namens Bert Koenders
In deze brief doen zich oneffenheden voor. In beginsel wordt verwezen naar het Ministerie van VWS, terwijl het Verdrag werd gesloten met het Ministerie van BuZa, evenals de uitvoering voor de termijnbetalingen van 1973 tot 2003 van de Republiek Indonesië geschiedde aan het Ministerie van BuZa. Het Ministerie van BuZa ging met het Indisch kapitaal naar de beurs om de bekende BV’s ClaimIndo en Belindo te beleggen (zie bijlage).
Dan wordt gesteld dat ‘ruimschoots bekendheid is gegeven’. Ook dit is onjuist, gezien de korte periode dat de vermelding in de Staatscourant verscheen. Wie waren/zijn überhaupt de lezers van de Staatscourant? Claimanten werden in deze periode bewust van het kastje naar de muur gestuurd door het Ministerie van BuZa met de mededeling, dat ‘het geld bij Soekarno diende te worden geïnd’.
Door te ‘verwijzen’ naar het Ministerie van VWS dat alle Indische dossiers in beheer heeft, is het tevens vreemd te moeten constateren, dat Staatsecretaris Martin van Rijn aan het Indisch Platform te horen geeft: “Ik heb geen geld”.
Voorts wordt gesteld, dat het bedrag van 689 miljoen oude Nederlandse Guldens niet is bestemd voor de Nederlandse - Indische Gemeenschap, maar voor diegenen die aantoonbare schade hebben geleden door de nationalisatie van Nederlandse eigendommen in de periode van 1949 tot 1962”.
Uit juridisch oogpunt wordt met ‘diegenen’ wel degelijk de Nederlandse - Indische Gemeenschap aangeduid t.w. de groep die de Japanse bezetting, de machtsoverdracht en/of de Bersiapperiode hebben meegemaakt en daardoor al hun (waarde)bezittingen verloren.
Als vluchteling, waar de Nederlandse Overheid al te graag de term ‘repatriant’ opplakt om de claims weg te wuiven moet niet vergeten worden, wié de veroorzaker was van al die oorlogen en de desastreuze gevolgen hiervan; het leven werd in een hel veranderd. Voor de Nederlandse - Indische Gemeenschap, valt de genoemde periode 1949 – 1962 onder de Bersiap. Met klem wordt verwezen naar het boek van wijlen Herman Bussemaker.
Eenmaal aangekomen in Nederland hebben zij hiervoor nimmer compensatie mogen ontvangen. Zij ontvingen enkel een voorschot, doch moesten alles terugbetalen. Tegelijkertijd werden de oorlogsslachtoffers in Nederland wel gecompenseerd en ontving Nederland hiervoor ‘Marshallhulp’, exclusief de Hf. 689 miljoen van Soekarno en de Hfl. 3 miljard vergoeding van Japan. Door hetzelfde kabinet wordt besloten om de huidige vluchtelingen een bedrag van € 4.000,00 per maand te vergoeden. Volgens rekenvoorbeeld van de PVV een bedrag van € 42.000,00 op jaarbasis.
De compensatie (hoogte van het bedrag) voor de Indische Nederlanders, dient minimaal gerelateerd te worden aan de inrichtingskosten van een huis, voor een gezin.
12. Ontvangstbevestiging brief
Deel IV + V zie https://icmonline.ning.com/profiles/blogs/brochure-min-buza-to-forget-of-a-promise-for-the-future-het-evalu
Deel III Zie https://icmonline.ning.com/profiles/blogs/min-buza-to-forget-of-a-promise-for-the-future-deel-iii
Deel II zie https://icmonline.ning.com/profiles/blogs/min-buza-to-forget-of-a-promise-for-the-future-deel-ii
Deel I zie https://icmonline.ning.com/profiles/blogs/min-buza-to-forget-of-a-promise-for-the-future-deel-i
Schadevergoeding voor nabestaanden Nederlands-Indië blijft ver onder de belofte
Journalist Erik Dijkstra deed in zijn nieuwe serie Brieven aan Hueting een pijnlijke ontdekking: Nederland blijkt de nabestaanden van slachtoffers van oorlogsgeweld in Nederlands-Indië nauwelijks schadevergoedingen te betalen. Nederland biedt dan wel excuses aan, maar handelt er niet naar. Slachtoffers raken verwikkeld in het bureaucratische web van de Nederlandse overheid. "Ze krijgen een brief van de landsadvocaat waarin keihard staat: 'Je krijgt niks'", zegt Dijkstra in De Rode Draad.
Dat de gruwelijkheden in Nederlands-Indië ooit aan het licht kwamen, is te danken aan Joop Hueting. Hij was getuige en medeplichtige van oorlogsmisdaden door Nederlandse militairen in Nederlands-Indië. Indonesiërs werden mishandeld, gemarteld en geëxecuteerd. In Nederland was Hueting de eerste klokkenluider van dit oorlogsgeweld. Het interview van tv-programma Achter het nieuws in 1969 leidde tot geschokte reacties. Kijkers stuurden Hueting boze brieven en doodsbedreigingen, waardoor hij moest onderduiken. "Dat waren hele heftige scheldkannonades", vertelt journalist Erik Dijkstra.
Na het interview start de regering een onderzoek, dat later onvolledig bleek te zijn. Toen werd in de 'excessennota' gezegd dat er geen sprake was van systematische wreedheid. "Het is later weer op de agenda gezet door de rechtszaak van de weduwen van Rawagede in 2011", vertelt historicus Anne-Lot Hoek. "Deze weduwen klaagden de staat aan en kregen excuses en een schadevergoeding. Uiteindelijk is de regering door druk van de media overgegaan op grootschalig onderzoek."
Dat onderzoek werd in 2022 afgerond, waarna premier Mark Rutte namens de regering excuses aanbood. Er kwam erkenning en er werd verantwoordelijkheid genomen. Daarnaast beloofden ze schadevergoedingen en meer inzet op onderwijs, musea en herdenkingen. "Het was wel laat, we zitten zo'n 80 jaar na dato, maar het was goed dat er een regeling kwam", zegt Dijkstra.
Dijkstra roept de politiek op om in beweging te komen en te erkennen dat de regeling niet werkt en onrechtvaardig is. "Het gaat erom hoe je zelf kritisch durft te kijken naar je geschiedenis', stelt Dijkstra. "Nederland is het land van de toeslagenaffaire, dat is ook gebaseerd op wantrouwen. Wij zijn altijd bezig met uitzonderingen, met mensen die misschien wel eens fraude kunnen plegen. Maar misschien gaat het wel om die 95% die wel te goeder trouw zijn."
ICM Redactie:
Journalist Erik Dijkstra, komt deze wel als integer journalist over ? Is dit niet oud nieuws ? Zeker, als het ook van de omroep BNN /VARA komt waar de gesubsidieerde omroepen het zwijgen worden opgelegd als het over de "Indische Pijntjes" gaat. Was niet ICM media die in haar rapport stelde dat het Kon. Militaire oorlog misdaden pleegde onder het mom van politionele acties. De omroep BNN /VARA weigerde dit te publiceren, gelukkig hebben we ook nog een minister (Bert Koenders) van Buitenlandse Zaken die in het rapport gestelde oorlogsmisdaden het NIOD heeft gelast om te onderzoeken. Mark Rutte volgde het NIOD Rapport. Mark Rutte bood zijn excuses aan aan het Indonesische volk. Dit bericht werd ludiek in Indonesische media gedeeld, de volgende ochtend. Waarom weigert journalist Erik Dijkstra om in het gestelde rapport traktaat van Wassenaar aan een journalistieke onderzoek te onderwerpen, en deze vervolgens te openbaren, immers dit werd reeds door Bert Koenders en Mark Rutte geopenbaard dan die oude bakken herstelbetalingen, is gewoon niet te begrijpen !
Boekbespreking, e-Books, CD en DVD
Soldaat in Indonesië, 1945-1950 – Gert Oostindie. De oorlog in Indonesië roept een mensenleven later nog steeds heftige emoties op. Nederland mobiliseerde destijds 220.000 militairen voor een verloren strijd, die achteraf ‘fout’ ging heten. In het publieke debat gaat het vooral over de Nederlandse oorlogs-misdaden. Veteranen hebben zich in deze debatten flink geroerd. Zij waren er, hebben het mee-gemaakt, beleefden de rauwe werkelijkheid temidden van een vijandige natie in een ‘groene hel’. Wat aan het licht komt is vaak
onthutsend. In dit boek gaat het daarnaast ook om andere thema’s: spanning tussen hen en de Indonesiërs, begrip en onbegrip over de onafhankelijk-heidsstrijd, frustraties over de politieke en militaire leiding en bevelen, angst, boosheid, schaamte, wraak, verveling en seks. Dit boek is gebaseerd op hun brieven, dagboeken en hun memoires, ingebed in de bredere context van een dekolonisatie-oorlog en de verwerking ervan in Nederland. Gert Oostindie is directeur van het Koninklijk Instituut voor Land- Taal- en Volkenkunde (KITLV). Daarnaast is hij hoogleraargeschiedenis aan de Universiteit van Leiden. Aan dit boek ligt een zorgvuldig en breed onderzoek ten grondslag.
Adviesprijs: € 29,95.
Voor meer boekbesprkingen https://icmonline.ning.com/profiles/blogs/boekbespreking-e-books-cd-en-dvd-december-2011
Brochure Min.Buza "To forget of a promise for The future " het evaluatie-rapport over het verdrag van Wassenaar.
DEEL IV + V
Redactie ICM wist dit document te bemachtigen zoals Min.BuZa pleegt te noemen " To forget of a promise for The future " . Het is gewoon een evaluatie rapport verpakt in Brochure die ruimt 90 pagina's bevat. Naast deze onthulling, zijn andere zaken bove tafel gekomen, van die dure onderzoeken. Uit Wob's bij de andere collega Ministeries bleek dat o.a. dat lumpsum niet 689 miljoen bedraagt, maar 6 miljard. Verder was het aan Min.Buza alles gelegen om het bestaan van dit verdrag niet in openbaar te publiceren, zodat de gedupeerden geen claim konden indienen. Gekscherend genoeg bij WOB min. Financien kwam deze met kopie - artikel in parochie-krantje. (WOB = Wet Openbaar Bestuur). Voor ICM was dit een mooie vangst. ICM brengt dit rapport in delen uit.
__________________________________________________________________________________________________________________________________________________
4.De repatriëring van de Indische-Nederlanders naar Nederland
Door deze gevolgen waren wederom de Indische-Nederlanders gedwongen het voormalige Nederlands-Indië/Indonesië te vluchten met achterlating van al hun bezittingen. Eenmaal in Nederland diende tot op de laatste cent alles te worden terugbetaald. Deze voorziening uit dit Verdrag werd en wordt door de Nederlandse Overheid bewust onder het tapijt geveegd, om maar niet te hoeven overgaan tot uitbetaling. Als bewijsvoering volgt één van de vele brieven van het Ministerie van Maatschappelijk Werk.
Op 27 december 1949 droeg Nederland, als resultaat van de RTC-overeenkomst, de soevereiniteit over Nederlands-Indië over aan de Verenigde Staten van Indonesië. Het was het sluitstuk van een proces van dekolonisatie dat met de uitroeping van de Indonesische Republiek op 17 augustus 1945 en de Nederlandse de facto erkenning van diezelfde Republiek begin 1946 in gang was gezet. Het afscheid van Indië betekende echter bepaald niet dat met een schone lei werd begonnen.
De relaties tussen voormalig moederland en ex-kolonie werden diepgaand door het verleden beïnvloed zowel in negatieve als in positieve zin.
Het vermogen om een bladzijde om te slaan en een nieuw hoofdstuk te beginnen had zijn keerzijde in het vele oud zeer dat aan beide kanten lag opgeslagen. Aan Nederlandse kant bestond bij bepaalde groepen een diep ressentiment. Ook het aloude messianisme, het Multatuliaanse geloof een onmisbare rol te spelen bij de opbouw van Indië, was geenszins uitgespeeld.
Ook in Indonesië speelden oude gevoelens op. Het revolutionaire, anti-Nederlandse instinct was nog lang niet uitgewoed. Bij het leger en andere groeperingen bestond kritiek op de RTC-overeenkomst omdat men op bepaalde punten nogal wat water in de wijn had moeten doen, hetgeen ten koste was gegaan van het ideaal van 'Indonesië merdeka'. Eén van de belangrijkste bezwaren was dat de dominante economische positie van Nederland werd gegarandeerd. Verder had Nederland Indonesië weliswaar 2 miljard gulden schuld kwijtgescholden, maar Indonesië diende nog altijd 1,1 miljard gulden terug te betalen.
De media in Indonesië tastten in het duister. Om wat voor schulden ging het? Er waren allerlei veronderstellingen. Bij de Ronde Tafel Conferentie-overeenkomst in 1949 waarbij de soevereiniteitsoverdracht werd geregeld, zou Nederland aan Indonesië alleen onafhankelijkheid hebben willen verlenen, indien dat laatste land 4,5 miljard gulden betaalde. Indonesië zou verder Nederlandse ondernemingen hebben genationaliseerd. Wat was er in 1966 gebeurd?
Eén ding was duidelijk; “Soekarno was brought to his knees to pay this”. Er was, berichtte men verontwaardigd, sprake van een omgekeerde wereld. Het slachtoffer van het kolonialisme moest Wiedergutmachung betalen. terwijl Indonesië door een diepe economische crisis ging.
5.Traktaat van Wassenaar (Het slotoverleg van 5 tot 7 september 1966)
Al “tawarrend” (afdingend) raakten beide partijen het er wel over eens dat het een goede zaak zou zijn om de kwestie zo spoedig mogelijk af te ronden. De Sultan van Yogyakarta zou daarvoor naar Nederland komen. Begin september was het zo ver. Tussen 5 en 7 september 1966 voerden Luns en de sultan overleg in Den Haag. De onderhandelingen verliepen moeizaam. De Indonesische parlementsleden binnen de Indonesische delegatie oefenden druk uit tot een harde opstelling, terwijl leden van het Nederlandse bedrijfsleven hun best deden het belang van compensatie te minimaliseren. Uiteindelijk bereikte men overeenstemming waarbij de lump sum op 600 miljoen gulden werd gesteld met een rente van een procent post 1973. Tegelijkertijd verwierf Indonesië voor het jaar 1966 ontwikkelingshulp in de vorm van een gift van 22 miljoen gulden en een krediet van 4 miljoen. Bovendien werd er een bankkrediet van 40 miljoen gulden beschikbaar gesteld. Op 7 september 1966 om vijf uur ’s middags werd het akkoord ondertekend.
Het doel van de overeenkomst was “dat door betaling door de Indonesische Regering van een bedrag van zeshonderd miljoen Nederlandse guldens aan de Nederlandse Regering alle bestaande financiële vraagstukken volledig en definitief zullen zijn geregeld.”
Essentieel in de overeenkomst was dat beide partijen er zich van onthielden “hun onderscheiden vorderingen te specificeren en de vorderingen der andere Partij te toetsen of te erkennen.”
Door niet te specificeren welke schulden in het geding waren, werd de Indonesische regering in staat gesteld de in Indonesië bestaande politieke gevoeligheden te omzeilen.
Onder ’alle bestaande financiële vraagstukken’ die volledig en definitief werden geregeld werd verstaan: alle financiële vorderingen van elk der overeenkomst sluitende Partijen en haar onderdanen op de andere overeenkomstsluitende Partij en haar onderdanen, hetzij uit hoofde van bilaterale overeenkomsten, hetzij uit anderen hoofde, onder andere pensioenrechten, voor zover deze vorderingen voor 15 augustus 1962 zijn ontstaan.”
De hoogte van dit bedrag bedroeg 600 miljoen gulden (€ 272,27 miljoen). Vermeerderd met de op grond van de overeenkomst verschuldigde rente van 1% per jaar, kwam het totaal te verdelen bedrag neer op 689 miljoen gulden (€ 312,65 miljoen). Indonesië zou dit bedrag tussen 1973 en 2003 in jaarlijkse termijnen overmaken.
De verdeling van deze lump sum -en dat was het laatste belangrijke kenmerk- werd aan de Nederlandse Staat overgelaten. Daartoe werd in Nederland een Verdelingswet opgesteld die in 1969 van kracht werd.
De lump sum
Beide delegaties kozen er al tijdens het overleg in Tampak Siring in 1964 en de Ponsen-Blom-ronde in november 1964 voor, dat het door Indonesië te betalen bedrag de vorm van een lump sum zou krijgen. In een uitvoerig briefingsdossier dat op BZ begin 1962 werd opgesteld constateerde men, dat er zich op dit punt een internationale tendens had ontwikkeld. Na de Eerste Wereldoorlog werden bilaterale schadeclaims als die in Indonesië gewoonlijk via de totstandkoming van een Global settlement geregeld. Daarbij betaalde de staat die de “depossederingsmaatregelen” had genomen een bedrag aan de staat, waarvan de onderdanen gedupeerd waren.
Een ‘lump sum’, zo argumenteerde men na het gemengde commissie overleg in november 1964, was voor beide partijen voordelig. Immers in dat geval hoefde men niet iedere individuele claim af te handelen, hoefde men geen omslachtige juridische acties te ondernemen om de geleden schade precies vast te stellen, kon men van verdere vorderingen over en weer afzien en kon de Nederlandse wetgever de bestemming van de aflossingen intern bepalen.
Er waren echter ook politieke voordelen. Indonesië hoefde zijn verplichtingen aan Nederland niet te specificeren en zich dan ook niet uit te spreken over het al dan niet verschuldigd zijn van schuldbetalingen krachtens de RTC-overeenkomst en vergoedingen voor de nationalisaties in 1958. Nederland kon van haar kant in het midden laten of het al dan niet de eenzijdige opzegging van de RTC-overeenkomst erkende.
De betalingen door Indonesië
Van het totaal te verdelen bedrag van 600 miljoen gulden (€ 312,65 miljoen) had Indonesië reeds in 1962 36 miljoen gulden voldaan. De overeenkomst stipuleerde dat het resterende bedrag ad 564 miljoen gulden (€ 255,93 miljoen) in dertig (30) gelijke jaarlijkse termijnen zou worden voldaan. De eerste termijn zou op 31 december 1973 vervallen. Vanaf deze datum zou over de dan nog openstaande bedragen een rente van 1% per jaar worden betaald. Zoals reeds eerder vermeld, bedroeg het totaal te verdelen bedrag daardoor 689 miljoen gulden. Eind 2002 zou de laatste termijn eindigen.
Bij afzonderlijke briefwisseling werd nog overeengekomen dat het door Indonesië in 1962 reeds gestort bedrag ter beschikking werd gesteld in twee gelijke termijnen, de eerste op 31 december 1966 en de tweede op 31 december 1967.
Het kwam er in de praktijk op neer dat Indonesië jaarlijks aan Nederland (in casu de NederIandsche Bank) een bedrag van 18,8 miljoen gulden betaalde (circa € 8,5 miljoen) vermeerderd met interest.
Met ingang van 1 januari 1974 droegen, zoals gezegd, de nog openstaande bedragen een rente van 1% per jaar, te betalen vanaf 31 december 1974.
De jaarlijkse bedragen stelden het Ministerie van Buitenlandse Zaken in staat, personen en instanties wier claimaanvragen waren gehonoreerd, op grond van de Verdelingswet rechtstreeks of indirect uit te betalen. De ups and downs in de betrekkingen tussen beide landen hadden op de betalingen geen enkele invloed. Dat was opmerkelijk omdat in het kielzog van de verbreking van de ontwikkelingsrelatie ook andere vormen van samenwerking averij opliepen. In 2003 konden de claims definitief worden afgewikkeld. Begin 2003 maakte Indonesië de dertigste en laatste betaling over en medio februari 2003 betaalde BuZa (de afdeling Civielrecht van de Directie Juridische Zaken), de claims voor de laatste keer uit.
Dit Verdrag laat het feit onbesproken, dat het Indisch Bestuur onder het Nederlands Bestuur, het geld inclusief assets en al van de Multinationals, het Bankwezen en de Verzekeringsmaatschappijen wegsluisden naar de hoofdkantoren in Nederland. De staatskas, goud en waardepapieren werden door de Nederlandse regering via diverse schepen naar New York vervoerd. Net als in Nederland zijn dit opbrengsten verkregen uit de economie van Nederlands-Indië/de Republiek Indonesië, benevens een economisch winbelang van 200 jaar V.O.C.; kortom, Soekarno en Hatta begonnen initieel met een leeggeroofde staatskas. De Koninklijke ondernemingen (multinationals) vielen niet onder dit Verdrag; deze ondernemingen hadden al eerder hun kapitaal en assets weggesluisd (zie Rapport Van Galen).
Wordt vervolgd
Deel III Zie https://icmonline.ning.com/profiles/blogs/min-buza-to-forget-of-a-promise-for-the-future-deel-iii
Deel II zie https://icmonline.ning.com/profiles/blogs/min-buza-to-forget-of-a-promise-for-the-future-deel-ii
Deel I zie https://icmonline.ning.com/profiles/blogs/min-buza-to-forget-of-a-promise-for-the-future-deel-i