Ferry Schwab's berichten (2037)

Sorteer op

 

 

 

10897241091?profile=originalDigitale N.I.C.C. - Nieuwbrief (blad) staat nu op ICM archief vanaf 1/1-2011.

 

Digitale N.I.C.C.  - Nieuwsbllad bevat boordevolle Indisch wetenswaardige content en ontwikkelingen. U vindt hier o.a. de actuele Indische zaken die op dat moment spelen. Het bevat o.a. besprekingen over boeken, Cd en dvd, de culturele agenda , de pasar malam kalender die geldt voor dat moment. Thema's en artikelen die naar het verleden teruggaan, en uiteraard column van de maand, naast recept van de maand. Binnenkort wordt er extra item aantoegevoegd. Hierdoor zal het Nieuwsblad in de schaduw van de MoessOn komen te staan.

 

Om nieuwbrieven te lezen ga naar Digitale N.I.C.C. - Nieuwsbrieven

 

Veel lees plezier.

 

Lees verder…
 
10897249054?profile=original
Persbericht, 31 januari Rijswijk
 
Pasar Malam Rijswijk opent op 25 en 26 februari aanstaande het pasar malam seizoen
voor het jaar 2012
 
Deze Pasar Malam strijkt voor de 8 ste jaar neer in Expo Rijswijk op 25 en 26 februari aanstaande met
vele speciale  optredens! Voor deze dagen wordt de Expo Rijswijk aan Volmerlaan 12 omgetoverd tot
pasar malam Rijswijk. 
 
Deze beurs (pasar malam, Oosters Festival voor jong en oud)  dient als ontmoetingsplaats bedoeld voor
 Indische - en niet-Indische mensen die houden van de sfeer die Pasar Malam Rijswijk brengt. 
Sinds 24 en 25 april 2004 vindt de Pasar Malam Rijswijk plaats.
 
10897249475?profile=original
Die mystieke sfeer van geloken licht, de lucht bezwangerd met de heerlijkste geuren afkomstig van specerijen, wierook en tropische houtsoorten, de oorstrelende klanken van Aziatische muziek en de werveling van kleur en fleur van exotische danseressen. Dat alles lardeert de Pasar Malam Rijswijk, het Maleise woord voor avondmarkt , waar op ruim 100 kramen  de meest uiteenlopende Aziatische artikelen worden aangeboden.  
10897250054?profile=original
 
                                                                                                                                                                                Je kunt je er laten vergasten op verrukkelijke oosterse hapjes: sate, lemper of pasteitjes. Drankjes: Tjendol, ijs Tape of ijs shanhai, en wat dacht u van complete meest gevarieerde complete exclusieve maaltijden genieten, en dat alleen op de pasar! Er zijn zelfs een waarzegster en een aurafotograaf.

Bij de warungs (restaurants) kunt u verrukkelijk eten en voor de kleinere trek zijn er kraampjes met exotische snacks als pasteitjes, lemper, risolles, loempia's, bapau, sateh en natuurlijk tropisch ijs en tjendol.
 
10897250269?profile=originalDe presentatie is in handen  van Melly Akarina.
Gedurende de Pasar Malam Rijswijk komen er verschillende artiesten voor u optreden.
 
De artiesten die momenteel geboekt zijn, zijn S.A.N., Dansgroep Jelita, AfterTouch, Dansgroep Orchidee, Diana Monoafra en meer. U kunt het podiumprogramma terugvinden op onze website. Deze wordt hier vermeld, zodra de tijden etc. bekend zijn.
 
De Pasar Malam werd in 1958 voor het eerst in Den Haag georganiseerd. Het werd een landelijke hit, niet alleen door de diversiteit aan shows, zang en dans, maar ook de grote verscheidenheid van artikelen op de markt, zoals prachtige oosterse/koloniale meubeltjes, zilveren sieraden, kleding, wierook, balsems, houtsnijwerk en noem maar op. Inmiddels worden er  ongeveer 60 pasar malams door heel Nederland gegeven, dit is exclusief de winkelpasars.
 
10897250474?profile=original
 
 
Op deze dagen staat de Indische Internetkrant  met haar stand met vele verrassingen op locatie. Hier kunt U de krant Online volgen op een groot scherm met verschillende ICM reportage met hoogtepunten  o.a. een samenvatting/reportage  van het laatste optreden van Andy Tielman. Dit naast dvd producties en documentaires o.a. van Indie naar Indonesie van Filmportret van de Indonesische dichter Sitor Situmorang.. Op die dag ontvangt iedere nieuwe abonnee een Dvd en Cd van Melati in de sneeuw ter waarde van € 31.
 
 
10897251071?profile=originalMeer informatie voor de openingstijden, locatie, podiumprogramma en overige ga naar www.pasarmalamrijswijk.nl
 
Selamat datang, U bent van harte welkom.
 
 
Lees verder…

Bersiap Deel II door: Herman Bussemaker

10897254265?profile=original

 

Bersiap deel II    door:  Herman Bussemaker

 

 

Japanners en Indonesiërs

De capitulatie van het Koninklijk Nederlands-Indische Leger (KNIL) op 8 maart 1942 was voor Nederlanders en Indonesiërs een schok. Het wakkerde het reeds voor de oorlog groeiende nationalisme sterk aan. De Japanse bezetter speelde hier handig op in door te benadrukken dat zij de Indonesiërs van het kolonialisme kwamen bevrijden. Azië voor de Aziaten werd de nieuwe leus. De door het Nederlandse bestuur gevangen Nationalistische leiders werden vrijgelaten en de Nationale beweging erkend, wat iets anders is dan het toekennen van de onafhankelijkheid. De eerste Japanse maatregelen waren gericht op de eliminatie van alles wat Nederlands was in de koloniale maatschappij. Dit omhelsde de fysieke verwijdering van alle volbloed-Nederlanders (de “totoks”), door hen te interneren. Nederlandse scholen werden gesloten, Nederlandstalige kranten en radio-uitzendingen verboden, alle betalingen van salarissen en pensioenen gestaakt. In de interneringskampen waren alle maatregelen gericht op een verdere vernedering van de geïnterneerden, vaak vlak voor de ogen van de Indonesiërs. Van de ca. 300.000 Nederlanders verdwenen er zo’n 100.000 uit de Indonesische samenleving. Over bleven de ruim 200.000 Indo-Europeanen, de Indo’s, die juridisch Nederlanders waren. Zij waren gemengdbloedig. Op Java bleven zij buiten de internerings-kampen, omdat de bezetter niet de mogelijkheden had om deze veel grotere groep in kampen onder te brengen. Op Sumatra echter, werd ook deze groep (daar ca. 10.000 mensen) wel geïnterneerd. Bovendien hoopten de Japanners op Java, dat de Indo’s vanwege hun gemengdbloedigheid bereid zouden zijn om met hen samen te werken. Dit bleek een misrekening De Indo’s bleven massaal trouw aan hun Nederlanderschap. Zeker in het eerste jaar van de bezetting kwam het Indisch verzet voornamelijk uit hun kring. Verder verzet kwam uit enkele pro-Nederlandse groepen Paranakan-Chinezen, de Zuid-Molukkers en van de Menadonezen en Timorezen. Dit verzet werd echter door de Japanners bloedig gebroken. 

 

10897238693?profile=originalfoto- Proclamatie van de onafhankelijkheid van Indonesië door Sukarno in Batavia op 17 augustus 1945.

De vacatures in het Binnenlands Bestuur en de bedrijven, ontstaan door de interneringen werden door de Indonesiërs vervuld. De Japanners zelf vervulden alleen de topposities. De Indonesiërs bleken op hun taak berekend: treinen reden, radio, telefoon, water en elektriciteit bleven beschikbaar. Dit gaf het Indonesische kader een enorm zelfvertrouwen. Zij bleken hun eigen land te kunnen runnen.

De Japanners concentreerden zich nu op de jeugd. Er kwam een jeugd-organisatie, de Seinendan, die de Middelbare schooljeugd leerde omgaan met discipline en wapens en hen indoctrineerde met een felle haat tegen alles wat Europees en Amerikaans was. Deze jeugd zou in 1945 de revolutie dragen. Deze jongens en meisjes werden bekend als de Pemuda. Zij waren radicaal-nationalistisch en vervuld van haat tegen het Westen.

Naarmate de oorlog duurde en de Japanners in de Pacific door deAmerikanen in het defensief werden gedrukt, richtten zij op Java een inheems leger op, de Peta, ofwel de Sukarela Tentara Pembela Tanah Air, de Volksmilitie. Dit volksleger kreeg zijn eigen militaire officieren en staf, iets wat de Nederlandse overheid nooit had aangedurfd. De bataljons waren regiogebonden en alleen licht bewapend, dus zonder tanks en  artillerie. In totaal werden op Java 66 ban die bataljons opgericht. De Japanse terughoudendheid in hun bewapening bleek terecht. In februari 1945 kwam een Peta-bataljon in Blitar in opstand. Deze werd in bloed gesmoord. Maar het gevolg van de Japanse bezetting was, dat er in 1945 op Java ongeveer 2 miljoen jongeren militair waren geoefend en met wapens konden omgaan.

De Japanse capitulatie op 15 augustus 1945 als gevolg van het afwerpen van twee atoombommen, kwam volstrekt onverwacht. De Japanners werden door het geallieerde opperbevel verantwoordelijk gehouden voor de handhaving van orde en rust in de door hen bezette gebieden. Het Japanse leger besloot daarop tot een snelle en gedwongen ontwapening van de Peta. Dit vond plaats in een bliksemactie op 18 en 19 augustus 1945. Onder grote druk van de Indonesische jongerenorganisaties riep Soekarno op 17 augustus 1945 de onafhankelijkheid van Indonesië uit. Door de ontwapening van de Peta echter miste de jonge republiek een machtsmiddel om zelf orde en rust te handhaven.

 

10897271482?profile=original

 

 

Foto- Groep revolutionairen

 

 

 

Terecht vreesden de Japanners, dat dit hen in conflict zou brengen met de net onafhankelijk geworden Indonesiërs. En het Japanse opperbevel op Java besloot daarom over te gaan tot zelfinternering buiten de steden, in 14 gezonde bergoorden met veel voedsel. Daardoor ontstond er vanaf 1 september geleidelijk een machts-vacuum, dat niet door de geallieerde troepen werd opgevuld. Hierdoor bleef de Japanse militaire organisatie, ondanks de capitulatie, intact. Alleen al op Java waren er zelfs nog 70.000 goedbewapende en gedisciplineerde Japanse militairen. Tot eind september konden zij de Indonesische revolutie gewelddadig onderdrukken. Het moreel bleef goed; zo zijn er maar ongeveer 600 Japanners naar de Indonesische zijde gedeserteerd. Waar bleven de geallieerden?

Britten en Nederlanders

Na de capitulatie in 1942 werd het Nederlands-Indische territoir door de geallieerden opgedeeld in door hen gecreëerde bevelsgebieden. Sumatra werd vanwege de ligging vlakbij Malakka ingedeeld bij het Britse SEAC (South-East Asia Command) onder admiraal Mountbatton. Deze had zijn basis in Brits-Indië. Java, Borneo en de Grote Oost werden ingedeeld bij het Amerikaanse SWPA (South-West Pacific Aeria) onder generaal MacArthur, die zijn hoofdkwartier had in Australië. Deze generaal veroverde in 1944 West Nieuw-Guinea, het eiland Morotai en vervolgend de Filippijnen. Zijn plan was om in 1945 vanuit de Filippijnen de olievelden van Tarakan en Balikpapan te heroveren en van daaruit in Oost Java te landen. Dit heette het PLAN-MONTCLAIR. In Amerika echter ontstond bij de vakbonden veel commotie over het uitzicht dat Amerikaanse soldaten zouden sneuvelen bij de herovering van Europese koloniale gebieden. President Roosevelt besloot toen vlak voor zijn dood om geen Amerikaanse eenheden in te zetten bij de herovering van Britse en Nederlandse koloniën. Zijn opvolger, Truman, zette deze lijn voort. Tijdens de Conferentie van Potsdam in juli 1945, werd besloten dat Java zou vallen onder het Britse SEAC.  Australische troepen hadden inmiddels een deel van MONTCLAIR uitgevoerd, door de bezetting van Tarakan en Balikpapan.

 

10897271860?profile=originalDe overdracht van Java aan SEAC zou plaatsvinden op 15 augustus 1945 (!). De Nederlandse regering in Londen en later in Den Haag steunde dit plan voor herverdeling. De Koninklijke Marine onder Vice-Admiraal Helfrich was uitgeweken naar Ceylon, waar Mountbatton zijn hoofdkwartier had. De Nederlands-Indische regering onder Van Mook was met een deel van de staf van het KNIL uitgeweken naar Australië, waar in Brisbane de Amerikaanse generaal MacArthur zijn

HQ had. Van Mook wist dat de Amerikanen veel meer manschappen en materieel hadden dan de Britten. Hij verzette zich tevergeefs tegen de overdracht. Hij bleek echter wel gelijk te hebben: de Britten in SEAC hadden slechts zes divisies beschikbaar, die primair werden ingezet bij de bezetting van de Britse gebieden: Malakka, Singapore, Brits Noord-Borneo en Hongkong. Voor de bezetting van Java en Sumatra was er maar één divisie beschikbaar. Hierbij kwam ook nog dat ze onvoldoende scheepsruimte voor handen hadden om deze te vervoeren. De eerste eenheden van deze divisie zouden pas op 29 september, zes weken na de capitulatie van Japan, voet aan wal zetten in Java.

Het KNIL had in Australië twee bataljons geformeerd, die werden ingezet met de Australiërs bij de herovering van Tarakan en Balikpapan. Krijgsgevangen KNIL militairen waren verspreid over Siam, Indo-China en Japan. De 9000 KNIL-militairen in Japan werden door de Amerikanen afgevoerd naar Manilla op de Filippijnen en vandaar met Britse vliegkampschepen vervoerd naar Balikpapan. Admiraal Helfrich, die met enkele marineschepen op 15 september in Batavia arriveerde, besloot daarop om de KNIL-bataljons over te brengen naar Batavia. Daar was echter slechts één transport-eskadron voor beschikbaar. Op 29 september 1945 landde de Britse bevelhebber Generaal Christison in Batavia, die onmiddellijk alle verdere transporten verbood. Het Nederlandse Bestuur ontbeerde daardoor een effectief machtsmiddel en werd daardoor geheel afhankelijk van de Britse militaire inzet voor het weer in handen krijgen van de kolonie.

 

10897272055?profile=originalfoto- Deze tekening geeft de dreiging van de Bersiap goed weer. De trompetbloemen (links) zijn symbolen voor de dood. De put daaronder verwijst daar waarschijnlijk ook naar, omdat veel slachtoffers in hun eigen waterput geworpen werden. (Tekening in bezit van Museum Bronbeek)

 

 

 

 

Het gezagsvacuüm was inmiddels door de jonge Republiek opgevuld. Die nam alle hoge posten over van de Japanners en formeerde een regering en een voorlopig parlement in Batavia. Ondertussen gingen de Japanse interneringskampen  open en de Nederlandse mannen en jongens gingen op zoek naar hun vrouwen, moeders en zussen in vaak heel andere kampen. Hen werd geen strobreed in de weg gelegd. Vooral   de oudere Indonesiërs hadden medelijden en voorzagen hen van wat voedsel en treinkaartjes. Tot midden september konden de ex-geïnterneerden zonder problemen door Java reizen.

De ontwapende Peta-bataljons gingen zich hergroeperen onder hun commandanten. Ze hadden echter geen wapens. Het probleem was het vinden ervan en daartoe werden Japanse patrouilles overvallen. Dit leidde tot een versnelde terugtrekking van de Japanners uit de bergoorden. Sommige geïsoleerde Japanse eenheden werden gedwongen om hun wapens af te staan. Ook de jongeren, de Pemuda begonnen zich te roeren. Zij bewapenden zich met primitieve wapens, zoals speren (bambu runcing) en kapmessen (goloks). Tegen gewapende militairen waren zij geen partij, maar voor ongewapende burgers waren zij dodelijk. Hun wraak betrof nu de buiten de kampen verblijvende Indo-Europeanen, die zich tijdens de Japanse bezetting afzijdig hadden gehouden van de nationalistische bewegingen en uitkeken naar de terugkomst van de geallieerden. Indo-jongeren en de weggelopen jongens uit de kampen vormden onder leiding van oudere Ambonese ex-KNIL militairen strijd-groepen, die het voor de bedreigde Indo’s opnamen. In Batavia en Bandoeng ontstonden de eerste straatgevechten en de spanning begon op te lopen.

Bij zijn aankomst in Batavia gaf generaal Christison een pers-conferentie, waarin hij aangaf samen te werken met de Indonesische bestuurders in het handhaven van de orde. De Japanse legertop gaf daarop de Japanse garnizoenen toestemming om wapens af te geven aan de Indonesische politie, die deze weer doorsluisde naar de Peta-bataljons. In Soerabaja vielen de Japanse arsenalen geheel in handen van de Nationalisten, inclusief zware wapens zoals tanks en artillerie. De bataljons van het Indonesische leger, de Tentara Repoeblik Indonesia (TRI), in Oost en Midden Java werden hiermee bewapend.

De komst van de Britten verliep door de transportproblemen zeer traag. Vanaf Batavia werden Buitenzorg en Bandoeng pas in de loop van oktober 1945 bezet; Semarang en Soerabaja kwamen pas eind oktober aan de beurt. Zij bepaalden zich slechts tot de bezetting van deze vijf steden, de zogenaamde Key-Areas. Daarbuiten heersten de TRI en de Pemuda’s. Verder bleken de meeste Brits-Indische soldaten niet gemotiveerd. De oorlog was immers afgelopen en zij   wilden naar huis. En zeker niet sneuvelen voor een andere westerse mogendheid, Nederland. Brits-Indië was bovendien door de Engelse na-oorlogse regering van Attlee de onafhankelijkheid beloofd in 1947. 

 

 

Foto-  10897271274?profile=originalDuidelijke taal: wandposter in Batavia.

Ondanks dat er moord en plundering onder hun neus plaatsvond, grepen zij niet in. Dit verhoogde de chaos alleen maar. In twee steden wachtten de Japanse bevelhebbers de komst van de Britten niet af, maar veegden ze hun eigen straatje schoon van de Pemuda’s. Dit gebeurde in Bandoeng onder generaal Mabuchi op 10 oktober en in Semarang onder majoor Kido op 17 oktober. In Soerabaja daarentegen ontwapende de TRI de Japanners en interneerden hen. Hierdoor was de stad vanaf 10 oktober geheel in Indonesische handen.

Begin oktober kondigde de regering van Indonesië een voedselboycot af tegen alle buiten het interneringskamp verblijvende Europeanen, waarvan de meesten Indo-Europeanen. Dit was voor de Pemuda’s het startsein om gewelddadig op te treden tegen deze Indo’s. De Indonesische regering voorzag een bloedbad en vreesde voor haar internationale reputatie. Besloten werd daarom, de in haar ogen potentiële “vijfde colonne” van de Indo-Europeanen uit te schakelen.  Hiertoe werden de mannen en jongens van deze groep opgesloten. Op 4 oktober ging een bevel naar de directeuren van alle gevangnissen op Java, dat de gevangenissen voor of op

10 oktober leeg moesten zijn. De merendeels criminele gevangenen werden door dit bevel in vrijheid gesteld.

Rond 10 oktober begint spontaan het min of meer systematisch vermoorden van weerloze Indo-Europese vrouwen en kinderen. Op West Java gebeurt dit in Depok, in Midden Java in Brebes, Slawi en Tegal en in Oost Java in Toempang iets ten oosten van Malang. De moorden werden gepleegd door de Pemuda benden en waren van hogerhand niet gecoördineerd. Het waren plaatselijke acties. Wel ging de Indonesische regering diezelfde tijd over tot het arresteren van Indo-Europese mannen en jongens. Het bevel hiertoe ging naar de regionale en plaatselijke politiecommandanten en werd systematisch uitgevoerd. Er waren lijsten aangelegd van betrokken personen. De politie arresteerde alle mannen en jongens boven de 14 jaar en voerde ze af naar de lege gevangenissen. Dit gebeurde bepaald niet zachtzinnig. In Soerabaja liep deze  arrestatie zelfs geheel uit de hand. Op “Bloedige Maandag”, 15 oktober, 

werden vele tientallen mannen en jongens vermoord in de Simpang-Club. De overigen moesten spitsroeden lopen op weg naar de Kalisosok gevangenis, waar 2400 mannen en jongens onder de verschrikkelijkste toestanden  werden vastgehouden. Vrijwel alle Indo-Europese mannen en jongens werden aldus tussen 14 en 18 oktober opgepakt en opgesloten. In sommige gevangenissen bezweken ze in grote aantallen. In dat opzicht waren de Pledang gevangenis in Buitenzorg en die in Kuningan, Tjiandjoer, Pekalongan. Solo en Pasoeroean zeer berucht.

Deze arrestaties verergerden het probleem van de weerloze vrouwen en kinderen die nu onbeschermd achterbleven. De Indonesische regering vreesde terecht voor haar internationale reputatie en beval daarop de plaatselijke politie om oom deze groep te arresteren voor haar eigen veiligheid. Probleem was echter dat de gevangenissen al vol zaten. Er werd daarom op lokaal niveau geïmproviseerd door onbewoonde villa’s, leegstaande scholen. kloosters

plantageloodsen en suikerfabrieken provisorisch van prikkeldraad te voorzien en hierin de vrouwen en kinderen te proppen. Dit laatste moet vooral letterlijk genomen worden, want villa’s met vijftig tot honderd vrouwen en kinderen waren de norm.

Bij deze overbrengingen verloren de betrokken gezinnen vrijwel alle bezittingen en bezaten ze nagenoeg uitsluitend de kleren die ze aan hadden. Ook al was de internering voor hun eigen veiligheid, ook voor deze groep gebeurde het niet bepaald zachtzinnig. Velen die dit meemaakten, hebben aan dit opbrengen en het leven in deze verschrikkelijke kampen traumatische herinneringen. Eind november waren er in het Indonesisch Republikeins territorium ongeveer 50.000 Indo-Europeanen geïnterneerd.

 

In het aprilnummer van deze Nieuwsbrief volgt het laatste deel van deze artikelenserie over De Bersiap

Met dank aan N.I.C.C. en Herman Bussemaker

 

 10897264495?profile=original

 

 

 

Lees verder…

Interview met Louise Rahardjo (Museum Nusantara)

10897247063?profile=originalInterview met Louise Rahardjo (Museum Nusantara)  door:  Sabine Bolk

 Sabine Bolk houdt sinds 2009 een blog bij: “De reis naar Batik”. Wat begon met een reis naar Java, Indonesië, is nu uitgegroeid tot een blog met allerlei zaken rond Batik, Indonesië en de Indonesische kunst en cultuur. In augustus 2011 bezocht ze Museum Nusantara in Delft en schreef daar een blogpost over, die men kan kezen op: http://dereisnaarbatik.blogspot.com/2011/08/museum-nusantara-in-delft.html Begin oktober bezocht ze het museum opnieuw; en dit keer    om Louise Rahardjo, de assistent conservator, te interviewen. Mede in  het kader van het verschrikkelijke nieuws over de dreigende sluiting van het enige museum in Nederland voor de Indische en Indonesische cultuur, dacht Sabine er goed aan te doen het ook aan de lezers van deze Nieuwsbrief aan te bieden. Toen zij de redactie erover mailde, hebben wij het met beide handen aangegrepen. Hierna het interview:

Sabine: Vertel eens iets over jezelf; wie ben je en hoe oud ben je?

Louise Rahardjo toont een Batikdoek, die gemaakt is door Eliza van Zuylen, een van de bekendste Indo-Europese Batikmakers uit Pekalogan.

Louise: Ik ben Louise Rahardjo, ik ben geboren in 1986 in Leiden. Mijn moeder is Nederlandse en mijn vader is Indonesisch van Chinese komaf. In Indonesië werd hij gezien als Chinees. Ik ben opgegroeid in Den Haag en Delft en mijn ouders hadden daar een Indonesisch restaurant. We hadden daar altijd veel Indonesische mensen om ons heen. Alhoewel we een echt Nederlandse opvoeding hebben gehad, hadden we veel met de cultuur van Indonesië te maken. Ik heb twee oudere broers en een zusje.

Sabine: Uit welk deel van Indonesië komt jouw vader?  Louise: Midden Java, uit Salatiga, ten noorden van de Merapi.

Sabine: Maar je spreekt wel Indonesisch?  Louise: Omdat ik nu Indonesisch aan het studeren ben, spreek ik het wat 

vloeiender, maar daarvoor was het een beetje Pasar-Maleis: ja, nee, ik wil dit, ik wil dat, het eten is lekker, dank je wel, en meer van die kleine uitdrukkingen.

Sabine: Dan komen we bij het volgende: hoe wordt je conservator?

Louise: Ik studeer. De opleiding heette officieel “Talen & Culturen van Zuid-Oost Azië en Oceania”. Tegenwoordig hebben ze dat ingekort tot “Talen en Culturen van Indonesië”. Ik zit nu in mijn Mastertraject en dat noemen ze Indonesian Studies. Daar doe ik de ASEP, dat staat voor: Asean Society, Economics and Politics. Asean staat weer voor: Associations for South-East Asian Nations. Dat is een soort Aziatische Unie, zoals wij hier de EU hebben. Daar staat het echter nog echt in de kinderschoenen. Het Mastertraject is een Engelstalige opleiding, maar als alle studenten ook Indonesisch spreken, wordt het ook in het Indonesisch gegeven. Maar we hebben ook studenten uit bijvoorbeeld Vietnam en daarom is Engels de voertaal bij de studie.

Sabine: En wat leer je zoal bij die opleiding?

Louise: Je hebt er gewoon vakken zoals taal en cultuur, het Indonesisch en het Javaans. In de vakken geschiedenis leer je de pre-koloniale, de koloniale en de post-koloniale geschiedenis. En dan heb je vakken over de verschillende godsdiensten, Islam, Boeddhisme en Hindoeïsme. Het vak Cultuur en Media en hoe deze samen in Indonesië worden gevormd, waar censuur op ligt en waar niet. Politiek, recht en bestuur zijn ook vakken en die gaan over de vorming van de grondwet. Het is echt heel breed.

Sabine: Maar is het dan wel zo, dat je daarin uiteindelijk een richting kiest?

Louise: In de Bachelor fase niet, maar nu tijdens de Master wel. Maar eerst kon je uit vier richtingen kiezen. Door de bezuinigingen zijn er nog maar drie van over: de Linguïstische, kunst-historische en economische kant. Ik ben de economische kant opgegaan.

Sabine: De economische kant? Maar je bent hier in Nederland. Hoe zit dat?

Louise: Ik heb veel interesse in de cultuurhistorische achtergrond van Indonesië, maar ik denk dat mijn toekomst meer in de sociaal-economische richting ligt. Het leeft bij mij eer en ik kan er meer kanten mee op. Toch is het leuk om te weten hoe ik in deze baan gerold ben. Onze vroegere overburen in Den Haag, waren hele goede kennissen. De vrouw was vroeger conservator van Nusantara en haar dochter, Amy Wassing is dat nu. En zij heeft dezelfde studie gedaan als ik nu doe. We kwamen in gesprek en vertelde dat ze minder wilde gaan werken vanwege haar tweeling en zei dat ze iemand nodig had om haar te vervangen. Na een poosje zei ze, dat ik wel een goede assistent zou zijn. Zo ben ik erin gerold.

Sabine: Zou je dan uiteindelijk in Nederland willen blijven werken of juist in Indonesië; of een functie waarbij je op en neer moet reizen?

Louise: Het kan beide. Ik zou het ook wel leuk vinden om een paar jaar in het buitenland te werken en ook een paar jaar hier. Het hangt er vanaf hoe mijn toekomst loopt. Ik heb het hier echt helemaal naar mijn zin in het

museum. Vroeger had ik meer het idee dat het een suf en stoffig baantje was, maar dat is het absoluut niet. Het is een heel positieve ervaring.

Sabine: Wat houden jouw werkzaam-heden in als assistent conservator?

Louise: Het voorbereidende werk voor de conservator, zoals de E-mails sorteren, welke kan ik wel beantwoorden en welke niet. Vaak zijn het aanvragen betreffende de collectie, zoals: mogen we dit zien of mogen we dat zien; heeft u daar wat meer informatie over, enz. Over sommige objecten kan ik niet zo heel veel vertellen, dus die stuur ik gewoon naar de conservator door. Als er mensen aanvragen doen om bepaalde stukken uit het depot te zien, dan zorg ik meestal voor een afspraak. En dan ben ik er meestal zelf ook bij als        die stukken worden bekeken, gefotografeerd en beschreven.  Een ander deel van mijn werk is de collectie zelf hier in het museum. Op het moment ben ik bezig met een textielwissel. De textielcollectie wordt in december 2012 gewisseld, dus ik ben nu bezig met Batiks, Batik Belanda en Chinese Batiks; die komen er straks in. De Ikats hangen er nu sinds maart en vanwege het licht worden de stoffen fragieler. Ze mogen gewoon niet te lang aan licht blootgesteld worden.

Sabine: Ja, dat vertelden ze mij ook al in het Tropenmuseum. Daar hebben ze maar 1 of 2 Batiks op display. Ze vertelden mij dat ze elke 6 maanden

moeten worden vervangen. En je moet maar net de mankracht hebben om dat te doen.

Louise: Ja, en daarvoor ben ik hier. Zoals die vitrine met Wayang Willem. Eerst stond er nog maar één rij en ik heb een tweede rij toegevoegd en op de eerste aangepast. De conservator heeft daar nu geen tijd voor en dus mag ik het doen. Dat is heel erg leuk werk en ik kan echt zeggen: Die vitrine is een stukje van mij…

Sabine: Is het dan ook zo dat jij de Batiks selecteert of is dat van tevoren besproken met de conservator?

Louise: Ze heeft mij gezegd wat het idee is en aan de hand daarvan ben ik nu de Batiks aan het selecteren. Deze lijken mij geschikt om te laten zien, om een verhaal over te vertellen met een beetje een rode draad. Daarna komt de volgende stap en gaan we samen kijken welke we echt selecteren. Ik mag er ook wel een beetje mijn eigen invulling aan geven, maar zij is uiteindelijk degene die bepaalt wat we wel en wat niet gaan ophangen.

Sabine: Dus eigenlijk is zij ook curator? Zij doet ook de inrichting van de exposities en de thematieken van de tentoonstelling?

Louise: Ja inderdaad. Wij hebben hier geen ruimte voor zoveel functies. Het is een soort all-in-one job. Er zijn wel plannen om het Erfgoed Delft te gaan verzelfstandigen. Er een andere structuur in aan te brengen met curatoren en alles wat daar zo’n beetje bij komt kijken. Dus een andere indeling, maar dat speelt pas over een paar jaar; we zitten nu nog aan de gemeente vast.

Sabine: Wat is jouw favoriete stuk in de collectie; of liever: wat vindt je mooier en zou jij je daarin ook meer willen specialiseren?

Louise: op het moment spreekt de vitrine van Wayang Willem mij het meeste aan. Gewoon omdat ik daarmee best wel druk ben geweest de afgelopen tijd. Ik vind het een mooie mix tussen oost en west. Ze zien er uit als traditionele Indonesische poppen, maar ze zijn absoluut westers. En toch, als je goed kijkt zie je ook wat Indonesische trekjes. Dat vind ik gewoon heel erg leuk en ik heb best wel een band gekregen met Delft en de geschiedenis van Willem van Oranje. Wayang Willem vertelt dat levensverhaal. Hier tegenover heb je het Prinsenhof, waar Willem van Oranje werd vermoord, dus de link is groot. Verder vind ik die voorouderbeelden erg mooi en de krissen en de mystiek die erachter zit.

Louise: Ik denk wel dat er iets in zit. Niet dat ik er persoonlijk dingen heb meegemaakt, maar er zijn wel dingen gebeurd in mijn familie. Ik kan wel een voorbeeld geven. Het was geloof ik in 1991. Mijn vader lag in het ziekenhuis en het waas de dag voor mijn verjaardag. We waren bij mijn vader geweest in het ziekenhuis en waren best lang gebleven. Toen we thuis kwamen, bleek dat er was ingebroken. De inbreker had alle tijd gehad om van alles en nog wat mee te nemen, maar zelfs de telefoon die we toen hadden, zo’n looptelefoon die toen helemaal hot was, die was er nog. In een ladekastje in de hal hadden we een kris liggen en mijn vader zei dat het kwam door die kris. De politie vond

het ook erg raar dat de inbreker niet verder het huis in was geweest.

Ik weet ook nog goed dat als mijn vader vroeger naar het buitenland ging dan legde hij altijd een kris op zijn deel van het bed. Mijn moeder vond dat natuurlijk altijd hartstikke eng, maar het was ter bescherming. Dus ik geloof wel in de kracht ervan. Ik kan het zelf niet aantonen, maar ik denk wel dat er iets speciaals in zit.

Sabine: Jullie hebben ook Chinees-Indonesische Batiks in jullie collectie. Heb je dan als je die ziet, dat je die mooier vindt dan andere, of die makkelijker kan lezen? Dit klinkt misschien raar, maar ik heb dat zelf met Batik Belanda. Die springt er voor mij uit, die snap ik meteen.

Louise: Ik ben opgegroeid met heel gewone Javaanse Batiks om mij heen. Maar gisteren was ik toevallig bij mijn moeder om verschillende Batiks te bekijken. Mijn moeder heeft een hele grote Chinese kast, haar Batikkast. Daar zitten Javaanse, Chinese en Indo-Europese Batiks in. Allemaal door elkaar. Toen ik die Javaanse zag, dacht ik: dit is een gewone, normale Batik. Maar ten ik die Chinese zag, met al dat rood of die met heel veel blauw, geen

en roze, of met veel versieringen, bloemen en andere motieven, toen dacht ik: dit is mijn speciale Batik.

Sabine: Zijn er nog meer nieuwe items op komst, of is jullie collectie al min of meer compleet?

Louise: Er komen steeds veel aanvragen binnen voor schenkingen. Klinkt een beetje raar, maar ons depot zit eigenlijk best wel behoorlijk vol en er zijn strenge regels aan verbonden. Als je iets aanneemt voor een museum, kan je het niet zomaar afstoten. We kunnen ook net zomaar het depot leeghalen en dingen op de veiling gooien of wegdoen. Dus voor we iets aannemen, wordt er eerst gekeken of het echt waarde heeft voor onze collectie en of het echt iets speciaals is.

Ook kijken we hoeveel van dat soort items we al hebben. Er komen bijvoorbeeld weer speren van een bepaald eiland en we hebben er al zo’n 25 of 30 van. Dan is het echt niet zo interessant om er nog eentje aan te nemen. Dan moet je toch schenkers teleurstellen en dat is best wel zuur af en toe. Hebben ze mooie spullen en dan kun je ze niet aannemen.

Of we iets aannemen voor de collectie, laat ik aan de conservator over, want zij kent onze collectie het beste. En van sommige items kan ik zeggen: Hé, volgens mij is dit wel interessant. Soms heb ik het goed, maar meestal zit ik er gewoon naast.

Sabine: Wordt daar op je opleiding ook aandacht aan besteed?

Louise: We hebben de vakken kunst en materiële cultuur en daarin wordt er wel aandacht aan besteed, maar niet echt veel. Had ik een andere Master gekozen, dan werd er wel meer aandacht aan besteed. Dan laten ze ook zien hoe je kunt bepalen of iets echt oud Chinees is of niet

Bijvoorbeeld aan de houtstructuren, of het oud maken van of echt oud zijn van houtsoorten.

Sabine: Maar dat is natuurlijk ook iets waar je nu meer kijk op krijgt.

Louise: Ja, het is ook als ik een object door mijn handen laat gaan, dat ik het nu al eerder weet. Er ligt een plan om alle objecten ultiem te beschrijven en mooiere foto’s te maken, maar dat is iets voor de toekomst. We hebben wel honderden Batiks liggen waarvan alles wel goed gedocumenteerd is, maar niet gefotografeerd. Dus dat is niet altijd even handig. Als museum zijn wij heel erg open en vrij als mensen iets vragen of iets willen bekijken uit onze collectie.

Louise: Dat was volgens mij ook een van de eerste dingen die ik je vroeg: zijn er bepaalde Batiks die je wilt zien, mail me dan.

Sabine: Ja inderdaad. Ik weet niet wat jullie allemaal in jullie collectie hebben en ik wil zeker een keer komen kijken. Maar mijn interesse is nogal breed.

Louise: We hebben eigenlijk  alles.

Sabine: Ja, ik wil gewoon alles zien. Maar als er straks een aantal Batiks op display zijn, dan kom ik zeker kijken

.De opening van de nieuwe textiel en Batik tentoonstelling “Sarongs van Naam” was op 17 december 2011 en duurt tot en met 3 juni 2012. Louise Rahardjo opende de tentoonstelling, gekleed in de sarong van haar Indo-Chinese oma en de kabaya van haar Nederlandse overgrootmoeder (zie foto). De batiks komen hoofdzakelijk uit de eigen collectie van Nusantara en stammen uit de periode van 1880 tot 1940.__________________________

Lees verder…

De Birma-spoorweg - Deel 5 door: M.F. van Ling

10897256087?profile=originalDe Birma-spoorweg  -  5    door:   M.F. van Ling    Mijn oorlogsherinneringen van 7 december 1941 tot 15 augustus 1945,  deel 5              

De redactie kwam onlangs in het bezit van de autobiografie van de heer M.F. van Ling, waarin hij verslag doet van zijn ervaringen als dwangarbeider aan de Birma-spoorweg. Zijn neef, Ron van Ling, liet ons weten dat zijn oom het zeer op prijs stelde indien wij het gedeeltelijk of integraal wilden plaatsen in de Nieuwsbrief. “Ik acht het van het grootste belang dat ieder kennis neemt van wat zich in die vreselijke jaren heeft afgespeeld”, aldus de auteur, M.F. van Ling.

 

19 – De angst voor tropische zweren

De werkzaamheden aan de spoorbaan vo4rderden gestaag; evenzo het werktempo. Waar eerst de zwaar zieken nog werden ontzien, werden ze nu ook ingezet ondanks protesten van onze kamparts. Wanneer op het appel te weinig mannen aanwezig waren, gingen een paar Jappen de barakken langs en sloegen de zieken naar buiten. Zij die niet konden lopen werden op draagbaren naar de werkplek vervoerd. Daar moesten ze zittend werk verrichten, zoals kleiballen maken en naar elkaar toewerpen om zodoende toch productief te zijn. Je zag hoe langer hoe meer mannen met afschuwelijke tropische zweren, meestal aan de onderbenen. Zweren met een oppervlakte van tien bij vijftien centimeter waren geen uitzondering. 

De buitenranden waren meestal omgekruld zoals bij een krater van een vulkaan. De meeste mannen hadden er geen verband omheen. Om de wond toch nog enigszins te beschermen, werden ze met grote bladeren afgedekt en met een stuk touw afgebonden. Een boom die in de weg stond, moest worden omgekapt. De takken zaten vol met hele kleine stekels. Daarom liepen we er met een grote boog omheen. De Jap echter vond dat verloren tijd en sommeerde ons dwars door de takken heen te lopen. Ik had me waarschijnlijk aan een van die stekels verwond, want ’s avonds na het werk zag ik aan de buitenkant van mijn linkerbeen een krasje, dat amper te zien was. Daarom keek ik er niet naar om. De volgende dag begon het wat rood te worden en te jeuken. En jawel hoor, binnen twee dagen had ik de gevreesde tropische zweer. De dokter deed er wat zalf op, maar dat hielp niet. Na een week of twee was de wond zo groot als een mannenhand. De pus die eruit liep stonk naar djambal (gezouten vis) en trok hordes vliegen aan.  Op een dag voelde ik gekriebel aan de wond, wat werd veroorzaakt door maden. Op zich is dat goed, want maden eten het dode vlees weg. Omdat er velen met dergelijke wonden rondliepen, had de kamparts geen tijd om alle wonden schoon te maken. Zo moesten we – voor we bij de dokter kwamen – eerst een half uur in de rivier de wond schoon laten bijten door hele kleine visjes. Zodra je zag dat er wat bloed kwam, kon je naar de dokter gaan. Na verloop van tijd begon de wond zichtbaar kleiner te worden, totdat hij uiteindelijk zo  groot was als een stuiver. Oh, wat was ik blij, want omstreeks die tijd werden de eerste amputaties verricht, veelal met een minimum aan verdoving. Doordat we in zo’n slechte lichamelijke conditie waren, werden de wonden al gauw onbehandelbaar en moest tot amputatie worden overgegaan. Vooral de Engelsen en Australiërs waren daarvan het slachtoffer.

Aangezien ons baanvak gereed was, verhuisden we naar het volgende kampkoei. De eerste de beste keer dat ik voor mijn zweer naar de dokter ging, werd ik behandeld door een zekere sergeant Captein, die zomaar werd gebombardeerd tot verpleger. Hij deed er zwavelzalf op en zei dat het er drie dagen op moest blijven. Ik had hem nog verteld dat zwavelzalf niet goed was voor een beterende wond, maar hij was de baas en duldde geen gezanik. De volgende dag begon het vreselijk te jeuken en het begon veel pijn te doen. Ik maakte het verband los en zag tot mijn grote schrik dat de wond er slecht uitzag en weer groter was geworden. Toevallig kwam er een arts langs en ik vertelde hem wat er aan de hand was. Hij liet sergeant Captein bij zich komen en gaf hem er behoorlijk van langs en ontsloeg hem meteen als verpleger. Voortaan moest hij gewoon aan de spoorbaan werken. Hij kon mijn bloed wel drinken, zo kwaad was hij op mij. Maar intussen was het kwaad al geschied. Binnen een paar dagen werd de wond groter dan hij ooit geweest was. Het bot van mijn been werd zichtbaar en pikzwart. Er liep een chocoladekleurige brei uit de wond, die enorm stonk. Soms kreeg je (als je geluk had) lichter werk, zoals op die dag. Ik werd ingedeeld bij een groepje van tien man. Een jonge luitenant was onze commandant, maar hij was bang om klappen te krijgen als het werk niet goed werd uitgevoerd. Hij vroeg mij of ik de

commandant wilde zijn, wat ik aanvaardde. De Jap legde mij uit wat we de WC van de Jappen moesten schoonmaken. De tonnen met poep en urine moesten we in de rivier legen en schoonmaken.

Toen zei de jonge luitenant: “Van Ling, ik neem het commando van je over”. Ik had in die tijd weinig respect voor veel officieren, omdat ze zich niet als zodanig gedroegen. Meneertje wilde dus geen vieze handen krijgen van de smerige tonnen….  Ik zei hem dat ik niet van plan was om hem het commando over te dragen en dat ik onze kampcommandant hierover zou inlichten. Hij smeekte me zowat om er geen melding van te maken, omdat dat funest zou zijn voor zijn carrière als beroepsofficier. Gelukkig waren er ook bekwame officieren, die voor ons durfden op te komen. Van één overste was bekend dat hij zijn eigen mensen durfde te slaan, alleen maar om in de gunst van de Jappen te komen. Laster, na de oorlog, vernam ik dat hij oneervol uit de militaire dienst was ontslagen.

20 – Met een harde klap kwam onze boot tegen de rotsen aan

Zo langzamerhand liep ik al zeker vier maanden rond met die tropische zweer aan mijn been, die maar niet wilde genezen. Hij werd zelfs alsmaar groter. Op een gegeven moment had ik ook geelzucht, malaria en dysenterie erbij. Eten deed ik bijna niet meer. Ten eerste had ik geen eetlust en ten tweede kotste ik alles direct weer uit. Mijn broer Adriaan dwong mij echter toch wat te eten, al waren het maar een paar hapjes.  Op een dag moesten de zwaarste zieken zich verzamelen om door een Japanse arts beoordeeld te worden om eventueel naar een ziekenkamp te worden afgevoerd. Er waren zeker honderd mannen, die één voor één door de Japanse arts werden bekeken en ondervraagd. Zij die te licht werden bevonden, moesten gewoon weer aan het werk. Toen ik bijna aan de beurt was, viel ik haast flauw. Gelukkig kon de man die achter mij stond mij opvangen. Eindelijk stond ik toen voor de arts. Hij bekeek me nauwelijks en wees naar links….  Op dat moment wist ik dat als ik niets deed, ik binnen een week dood zou zijn. Vertwijfeld liet ik hem mijn wond zien en vertelde hem, dat ik ook nog geelzucht, malaria en dysenterie had. Dat ik geelzucht had, was goed te zien, want zelfs mijn oogwit was helemaal geel. Hij bekeek me nu wat beter en trok een vies gezicht toen hij de wond zag. Hij zei: “Nanda koerah djoto mai ka”, hetgeen zoveel betekende als: “Non de dju, wat slecht hè…” en wees naar rechts. Het is niet te beschrijven, hoe goed ik mij toen voelde. Het was alsof ik opnieuw geboren werd. Toen wist      ik meteen dat ik levend uit krijgsgevangenschap zou komen. Al die tijd dacht ik aan mijn moeder. Ik beloofde haar in gedachten dat ze me terug zou zien. De volgende dag werden we naar de rivier gebracht, waar we met ongeveer 50 man in een prauw (een soort kleine aak) werden geladen. Daar namen mijn broer en ik huilend afscheid van elkaar, na 2 jaar samen lief en leed gedeeld te hebben. Hij was meer dan een broer voor mij geweest. Zonder hem had ik het misschien niet overleefd.

De prauw werd met een lange kabel door een motorboot getrokken. Het ging vrij hard, ook omdat we stroomafwaarts voeren. De rivier was soms erg smal met scherpe bochten. Plotseling werden we door elkaar geschud en stroomde er water door een groot gat de prauw in. In een mum van tijd zaten we tot onze middel in het water. Wat was er namelijk gebeurd: onze prauw was met grote kracht tegen een rotspunt geslingerd. Het gat zat precies tussen mij en een Engelsman en er ontstond natuurlijk paniek. Iedereen probeerde zo snel mogelijk uit de prauw te komen. Omdat ik zeker 10 dagen vrijwel niets gegeten had, was ik dermate verzwakt, dat ik niet op eigen kracht uit de prauw kon komen. Een stevige Aussie, die ook een beenwond had, droeg me uit de prauw en voordat ik hem kon bedanken, was hij al weer weg. De prauw werd provisorisch gerepareerd en na een oponthoud van zo’n twee uur voeren we weer verder.

Tegen de avond meerden we aan en kregen we een rijstbal ter grootte van een vuist met wat zout erin. Drinken kregen we niet, maar gelukkig had ik nog wat water in mijn veldfles. Toen het echt donker werd, werden we geattaqueerd door zwermen hongerige muggen. Midden in de nacht kreeg een van ons een hysterische aanval en begon in de prauw heen en weer te kruipen. Ik beschermde de wond aan mijn been met beide handen, uit angst dat hij er tegenaan zou stoten. Die nacht was voor mij een van de afschuwelijkste ervaringen uit mijn leven.

De dag daarna, laat in de middag, kwamen we totaal uitgeput aan op onze bestemming. Daar werden we ontvangen door een Engelse dokter, genaamd: Churchill. Hij vertelde, dat hij ons persoonlijk zou behandelen. Direct na het avondeten begon hij de pas aangekomenen te onderzoeken en te behandelen. Het was middernacht toen hij mij wakker schudde. Hij gaf me een hand en zei, dat hij zijn uiterste best zou doen om ons te genezen, met de schamele middelen die hem ter beschikking stonden. Mijn wond werd zo goed als mogelijk schoongekrabd en er kwam een gaasje op gedrenkt in 50% sublimaat oplossing. Ik gilde het uit van de pijn; het was alsof iemand een gloeiend strijkijzer  op de wond zette. De volgende dag kregen we wat te eten, maar ik had nog steeds geen eetlust. Een Indische jongen, die naast mij lag, zei: “Ik zal je wat rawitpoeder geven” (chilipoeder), “dat zal je eetlust wat opwekken”.

Hij strooide wat poeder op mijn kommetje rijst. Ik dwong mijzelf een paar happen te nemen en wonder boven wonder hoefde ik niet over te geven en ik at de rijst tot de laatste korrel op. Vanaf die tijd had ik geen problemen meer met mijn eetlust. De volgende dag werd mijn verband verwijderd en zag de wond er pikzwart uit. Met een schaar knipte de verpleger het dode vlees weg, tot het begon te bloeden. Ik kreeg wederom een gaasje met sublimaat oplossing  en zag meer sterren dan op de  Amerikaanse vlag van de pijn en dacht even dat de bevrijding was gekomen. Dit herhaalde zich om de twee dagen, tot de zweer er schoon en rood uitzag. De concentratie sublimaat werd verminderd en na een week of drie begon de wond zienderogen kleiner te worden. Elke keer dat ik behandeld werd, vroeg ik of ik mijn been kon behouden; zo bang was ik voor amputatie.

21 – Het geheim van het witte servet

In het ziekenkamp waarin ik mij toen bevond, stierven gemiddeld drie personen per dag. Sommigen aan malaria, anderen aan andere ziekten of aan algehele uitputting. De meeste volwassen mannen wogen toen niet meer dan 30 tot 35 kilo. Ikzelf woog ook maar 36 kilo. Mijn linkse slapie stierf een paar dagen na mijn komst en eer kwam een ander naast mij liggen. Hij leed aan malaria tropica. Wanneer hij een aanval kreeg van hoge koortsen ijlde hij in het Engels.

De volgende dag, als de koorts gezakt was, wist hij zich er niets meer van te herinneren. Hij schaakte vaak met zijn linker slapie en vanaf die tijd kreeg ik belangstelling voor het schaakspel. Hij was ook degene die mij de beginselen ervan heeft bijgebracht. Mijn rechter slapie was een bleke zielepoot en erg in zichzelf gekeerd. Op een dag riep hij de verpleger om een ondersteek, die bestond uit een gehalveerde bamboe. Toen hij zijn behoefte had gedaan, haalde hij onder zijn groezelige kussen een opgevouwen wit servet vandaan. Hij vouwde het open en zocht naar een schoon plekje en haalde het over zijn achterste. Daarna werd het weer netjes opgevouwen. Dit herhaalde zich elke ochtend. Onnodig te vertellen dat er geen toiletpapier voorhanden was. Wanneer er geen schoon plekje meer te vinden was, schudde hij met het servet, tot de inmiddels hard geworden kruimels eraf vielen. Een week of wat later kreeg ik weer een andere buurman. Hij had een grote zwerende wond over zijn gehele wreef. Tijdens het schoonmaken van de wond drukte de verpleger iets te had op de wond en net boven de knie liep er uit een klein wondje veel pus. Het bleek dat zijn hele been ondermijnd was, waarvan van buiten bijna niets te zien was. Zijn been werd met spoed geamputeerd, maar enkele dagen later was hij toch gestorven. Een ander geval betrof een Engelse korporaal. Ook zijn been moest eraf. Ik zal nooit zijn eerste woorden vergeten, toen hij weer uit de narcose kwam: “Ik zal nooit meer kunnen dansen…”  Op de vraag waarom hij daar als eerste aan dacht, zei hij, dat hij dansleraar van beroep was.

Na een paar weken moest ik verhuizen naar een kamp voor herstellende zieken. Hier moesten de werkers als ze moe terugkwamen, honderd vliegen vangen en deze bij de barakoudste inleveren. Dit was ter bestrijding van dysenterie, wat natuurlijk absurd was. Wanneer je in de tropen duizend vliegen doodslaat komen er onmiddellijk weer duizend bij. Maar ja, de Japanse kampcommandant had dat nu eenmaal zo bepaald. Ondanks de vele duizenden vliegen duur het soms toch nog wel een kwartier voor je er honderd had doodgemept. Dit bracht je op het idee om er een handeltje van te maken. Immers, als je werkte, kreeg je ten cent per dag en als je niets deed, nul komma nul. Dus als je wat extra’s wilde kopen om de schamele voeding die we kregen wat aan te vullen, moest je wel over geld beschikken. Voor honderd vliegen vroeg ik één cent en als ik er duizend verkocht, had ik tien cent, en klanten had ik genoeg. Die waren blij dat ze niet meer op vliegenjacht hoefden. Je moest niet in de buurt van de latrines vliegen meppen, want als de Jap je betrapte, dwong hij je de hele vangst op te eten en dan moest je weer naar de dokter voor een laxeermiddel om die smerige troep zo snel mogelijk weer kwijt te raken.

Maar ik had een goed systeem uitgedacht. Bij de keuken zocht ik naar visafval en lokte de vliegen met een spoor van kleine hoopjes van de latrine naar mijn jachtterrein, die zich op veilige afstand van de latrines bevond. Van een stuk stevig karton en een stuk bamboe had ik een vliegenmepper gemaakt. En zo zorgde ik ervoor dat mijn klanten niet voor niets bij mij kwamen. Dit had ik bijna twee weken volgehouden. Mijn zweer was intussen helemaal genezen, na er ongeveer acht maanden mee gesukkeld te hebben.

Er werden voorbereidingen getroffen om een werkgroep van zo ongeveer driehonderd man naar een andere bestemming te sturen. Op de dag van vertrek werden we op een bevoorradingstrein geladen, die richting het front in Birma ging. De trein bestond uit goederenwagons, afgeladen met allerlei oorlogstuig, waaronder veel munitie in alle soorten. Wie geen plaats tussen de kisten kon vinden, moest op het dak van de wagons plaatsnemen. We wisten niet hoelang de reis zou gaan duren, dus probeerden we ons zo goed als het ging op het dak te installeren.  Tegen de avond kregen we een tropische regenbui over ons heen. Door en door nat en verkleumd gingen we de nacht tegemoet. We hadden afgesproken dat we twee aan twee verantwoordelijk voor elkaar waren. Dat betekende onder andere dat als één een tukje probeerde te doen, de ander hem vasthield om te voorkomen dat deze in zijn slaap van het dak van de wagon zou rollen. Vroeg in de ochtend van de volgende dag kregen we de bekende rijstbal met wat zout als ontbijt. In de loop van de dag liet ze zon zich zien en werden we weer warm en droog.

22 – Als proefkonijnen over een pas herstelde brug rijden

In de loop van de volgende ochtend werden we met de nodige stokslagen en koerah geroep weer in en op de trein gedreven. Na een uur of twee gereden te hebben, stopte de trein.

Wat bleek, was dat de vorige dag een trein door de brug gezakt was en er waren Engelse krijgsgevangenen bezig om hem te herstellen. Vóór ons stond al een trein met Japanse soldaten. Toen de brug uiteindelijk klaar was, moesten wij in de voorste trein plaatsnemen. Je snapt wat de bedoeling was: wij waren gewoon proefkonijnen en wanneer de brug ons

hield, konden de Jappen met een gerust hart ook over de brug rijden.  Onnodig om te vertellen dat wij behoorlijk in onze piepzak zaten. Maar gelukkig ging alles goed en aan de overkant aangekomen, moesten we weer in en op onze eigen trein plaatsnemen. Tegen de avond kwamen we aan op onze bestemming, een oud verlaten werkkamp. De dag erop werden we in werkploegen ingedeeld.

Een groep moest het kamp weer bewoonbaar maken. Ik zat in een groep van 30 man en we moesten bomen omhakken voor stookhout voor de locomotieven. Het overige werk bestond uit onderhoud aan de spoorbaan en twee bruggen in de omgeving. Verrotte pijlers moesten worden vervangen door nieuwe stevige bomstammen en de bielzen moesten opnieuw worden belast door grind. Een knaap van 1.95 meter lang deed iets wat niet naar de zin was van een Jap. Daar deze Jap extra klein was, gebood hij hem om te knielen zodat hij hem naar hartelust in zijn gezicht kon slaan. Het was niet om aan te zien, maar later moesten we toch wel lachen om de komische situatie. De spoorbaan werd intensief gebruikt, want geregeld zagen we Japanse transporten langsgaan, maar evenzo zagen we in omgekeerde richting treinen met gewonden in de richting van Bangkok gaan. Daar we midden in de moessontijd zaten, kwamen verzakkingen aan de spoorbaan regelmatig voor. Deze verzakkingen waren ook het gevolg van sabotage tijdens de aanleg.

Wanneer we maar de kans kregen, begroeven we bananenstammen en half-verrotte boomstammen in de spoordijk met na verloop van tijd verzakkingen als resultaat. Wanneer er weer eens een trein met Jappen uit de rails liep, juichten we inwendig en waren we blij een bijdrage aan het oponthoud te hebben geleverd in de bevoorrading van de troepen aan het front in Birma. In die tijd werden er ook geregeld bruggen en spoorweg knooppunten door de geallieerden gebombardeerd. In het begin als de vliegtuigen overkwamen, juichten we en zwaaiden naar de piloten. Maar dat wekte natuurlijk de woede van de Jappen. Het was behoorlijk link om bijvoorbeeld te zeggen: “Taksan sikoki amerika ka….” (veel Amerikaanse vliegtuigen hè?). Je riskeerde de nodige klappen en schoppen. 

Langs het kamp stroomde een rivier, waar we na het werk konden baden. Af en toe vingen we er zelfs een vis. Er werd dan een kuil gegraven en de bodem bedekt met bananenbladeren.   Dan de vis erop en daarop weer bananenbladeren. Daar bovenop werd een vuurtje gestookt. Als de bovenste bladeren zwartgeblakerd waren, was de vis gaar. En dat was dan weer een waardevolle aanvulling op ons rantsoen.

Op een dag werd een van de jongens betrapt door een Jap op het hengelen in de rivier. Hij had net een visje gevangen van nog geen 15 centimeter. Voor straf moest hij zeker drie uur lang met de vis in de mond gestoken in de brandende zon in de houding staan en daarbij de nodige klappen incasseren. Als we ’s avonds van het werk naar het kamp gingen, moesten we voor de Japanse kok wat brandhout meenemen; liefst droge takken of oude bamboe. Omdat hij een vriendelijke man was en ons nooit sloeg, deden we het graag voor hem. Op een dag moest er een fourageboot van de Jappen gelost worden. De “kat” (zo noemden we de kok omdat hij vaak het blazen van een kat nadeed) hield daarbij toezicht. Hij zag hoe wij zeep, suiker en andere spullen in onze schaamdoek verborgen. Maar heel demonstratief hield hij dan twee gespreide vingers voor zijn ogen om daarmee uit te drukken dat hij niets gezien had. Wat hem ook populair maakte, was sumo worstelen. Hij trok dan een cirkel van ongeveer drie meter in het zand en daagde ons uit om te worstelen. Natuurlijk maakten wij geen schijn van kans en binnen de kortste tijd lag je buiten de cirkel. Dan had hij de grootste schik en begon als een kat te blazen. De andere Jappen keken geamuseerd toe, maar deden nooit mee. Opeens was er aan de overkant van de River een wild varken gesignaleerd. Een Jap met een geweer vroeg wie er goed kon zwemmen. Die mocht dan met hem mee. Een zekere Rademakers bood zich aan, die volgens zijn vrienden inderdaad een goed zwemmer was. Als het varken geschoten was, zou hij een stuk vlees krijgen als beloning. De rivier was op dat punt ongeveer 15 meter breed en stroomde aardig snel. In het midden van de rivier kreeg hij waarschijnlijk kramp en ging onder. Zijn lichaam werd nooit gevonden.

Lees verder…

‘’ WIE IS BANG VOOR EEN IDENTITEIT’’ ?

10897249257?profile=originalDe Maandblad de MoessOn ‘’ WIE IS BANG VOOR EEN IDENTITEIT’’ ?

 

De  MOESSON van deze maand kwam met een zeer curieus artikel waarin een ex-medewerker/journalist (Indo dese/deze-zegt hijzelf ook trouwens) van NRC Handelsblad vertelt over de keuze van zijn identiteit. Citaat: “’Identiteit is een keuze’’

 

Excuseer me een moment, hier is iets aan de hand waar ik nog geen weet van heb. Zover ik weet is identiteit (van een individu en ook van geen individu (dieren dus)) geen ad libitum keuzeartikel. Je bent het  of je bent het niet (het maakt niet uit wie of wat). Ben je het niet, dan ben je het niet, ben je het wel, dan ben je het. (citaat van Godfried Bomans – in Erik het kleine insectenboek). Hier wordt duidelijk (en met humor) geïllustreerd hoe het met het zijn - de identiteit dus - van iemand of iets gesteld is. Je identiteit wordt bepaald bij je geboorte. Een identiteit kun je aannemen; (of een idee: in vermomming- of dit laatste tot iets waarachtigs zal leiden is de vraag)) dat is heel wat anders dan de keus hebben, of liever gezegd bezitten. Ach die arme man heeft, begrijp ik, nooit een identiteit gehad  bij zijn geboorte in het voormalig Nederlands Indië waar hij het levenslicht heeft gezien ? Hoe wonderlijk. Het liefst zou hij in een of ander stad of dorp in Nederland geboren wilde worden (Beemsterzwaag of zo).

 

Vanzelfsprekend veroordeel ik niemand die een andere identiteit wil aannemen; per slot leeft de heer Moll in een vrije wereld. Anderzijds zou hij ook voor een Eskimo, Indiaan, Esquiliniaan of Mongool opteren. Allemaal zeer respectabele identiteiten nietwaar.

 

Het schijnt dat de geïnterviewde de heer Hans Moll voortdurend worstelt met dit dilemma; nu hij niet meer werkzaam is knaagt dat zeker. Maar waarom toch, al die kommer en kwel op te roepen waar uiteindelijk geen oplossing voor is; het is niet nodig om je zelf zo te pijnigen (en in Molls situatie te straffen?) voor  het mooie -  het unieke en goede - wat je al bezit.? En de tragiek van dit geheel zet zich voort met het noemen van enkele persoonlijke bijzonderheden: de heer Moll wil graag HOLLANDER zijn (geen Nederlander – neen – Hollander).Even terzijde: een Hollander (of voor mijn part Nederlander) heeft ook niet gevraagd om Hollander te zijn (of te worden). Zij zijn het nu eenmaal en niet anders. Wanneer mijnheer Moll nu eens precies en duidelijk vertelt wát hij daarmee bedoelt, dan kunnen we daar kennis van nemen. Overigens kun je nimmer een Hollander zijn (of worden); ook al eet je elke dag aardappels met kool en jus of anderszins, je in de winter per sé moet (kunnen) schaatsen, gedraag je als de Hollander in goede en slechte tijden, en met nog meer Hollandse ‘’deugden’.: het wordt nooit wat. De Hollander zou hier om scháterlachen.  Kortom  een absurde situatie.

 

Hoe schizofreen moet je zijn om zoiets te beweren en te voelen of is het wellicht weer eens die cryptisch Indo spelletjes die de heer Moll met ons speelt ? Ach, de arme man moet nu eenmaal zijn ei kwijt en dat doet ie door zich te laten interviewen door een journalist van het maandblad Moesson. Deze journalist van Moesson schijnt, te oordelen naar het artikel dat hier wordt doorwrocht van gisteren door de vragen die hij aan de heer Moll had gesteld niet weer te geven. Zo moet de lezer van het bewuste artikel maar naar gissen of ins blaue hinein interpretieren. De journalist van Moesson had  daarmee al zijn kansen gemist om de heer Moll kritische vragen te stellen. Niet scherp geweest van de journalist wanneer we dat allemaal zo kunnen lezen. Aan zo n artikel heeft niemand toch wat aan. Simpel kritische verslaggeving doen en dan komen de gezonde publieke discussies wel vanzelf los.

 

De heer Moll gunde in het bewuste artikel een klein inkijkje in zijn familiedomein. Ontroerend, maar ook wel iets waar ik een paar vragen over heb. Want niet iedereen zal zich daarin herkennen, als hij over zijn vader vertelt (iets donker van kleur !sic), die weliswaar goed opgeleid zo onderdanig was wegens de mensen die in het voormalig Nederlands Indië het voor het zeggen hadden. De heer Moll had gelijk over de sociale sfeer en het wederzijds gedrag die er heerste tussen  machthebbers en de rest van de gemeenschap. Autochtoon of Indo/Europeaan. Maar dat kenden we maar al te goed van de dwangmatigheid van voormalige kolonialen.

Hoe blanker je was (of werd door geboorte) des te meer kansen (privileges) je (zou kunnen) krijgen. (Bellini)

De zogenoemde ‘’onderdanigheid’’ was niet zozeer onderdanig, maar eerder uit respect voor een medemens (ongeacht wie) dat voortkomt uit de gedegen opvoeding en gedragsvormen van goede manieren van de Indo/Europeanen. In de tijd dat de Indo/Europeaan in dit land kwam (en trouwens ook elders in Europa) was het voor de Nederlanders even schrikken hoe ‘’timide’’ ze wel waren. Immers de grootste fout was dat de Nederlandse Staat en regering bewust hadden verzuimd (!) de Nederlandse bevolking (successievelijk) te informeren dat er in het voormalig Nederlands/Indië zo vele nakomelingen van Europeanen leefden, die een wel afwijkende gedrag vertoonden. (d.w.z.beleefd-overbeschaafd met perfecte manieren). (Blokker)

Een andere bewering in het vermaledeide artikel was bijvoorbeeld dat de heer Moll ‘’erachter’’(cit.) was gekomen dat Nieuw Guinea (na 1949 nog Nederlands gebied was) bedoeld was om een soort provincie te maken voor Indo ‘s. (Indo/Europeanen). Ik vraag me af waar hij deze wetenschap vandaan haalt. Door wie werd het bedacht of geopperd? Geen enkele bronvermelding: een slag in de lucht. Uiteindelijk was hij en zijn familie naar Nieuw Guinea verhuisd. En dan zegt de heer Moll dat hij zijn ouders nog steeds dankbaar is ‘’dat hij mazzel had”(cit.) om naar Nederland te vertrekken. Begrijp ik het goed? Had de heer Moll geen Nederlands paspoort (meer?); was hij Statenloos of had hij misschien zijn paspoort ingeruild voor een Indonesische? Het is mij zo onduidelijk.  Wel kan ik zeggen dat er bij het toenmalig Koloniaal Bestuur een groot probleem ontstond nadat de 2e Wereldoorlog was afgelopen en de Nationalisten amok maakten voor onafhankelijkheid. En dat probleem zag het Koloniaal Bestuur eigenlijk te laat om voorzorgsmaatregelen te nemen ter bescherming van  de Indo/Europese bevolkingsgroep, die op haar beurt afvroeg wat er dan met hen zou gaan gebeuren wanneer het voormalig Nederlands Indië eenmaal onafhankelijk zou worden. In feite werd deze bevolkingsgroep min of meer in het diepe gegooid.

En dan komt de heer Moll met de boude bewering dat de Indo ‘s (zo noemt hij ze bij voortduring) eigenlijk niet konden/kunnen koken, omdat (citaat): ‘’omdat de kokkin dat deed..’’ Een complete misser. Hier blijkt dat de heer Moll en de journalist van Moesson geen weet en kennis hebben van de culturele en culinaire historie van de Indo/Europeaan. Er komt geen einde aan het generaliseren. Wanneer het duo zich eens goed verdiepten in deze materie zullen ze wel tot een ander genuanceerder oordeel komen. Maar helaas, het kwaad is al geschied en zo zadelt iemand die in deze specifieke situatie zichzelf nog nauwelijks kent en tussen hemel en aarde bevindt anderen met kommer.

 

PJOTR XERXES SICCAMA

Lees verder…

APPS - ICM Online nu op I Phone en Samsung Galaxy Y

10897250474?profile=original 

 
APPS - ICM Online nu op I Phone en Samsung Galaxy Y
 
Vanaf vandaag (20 januari)  is ICM Online - de Indische Internetkrant - te ontvangen op  Uw I Phone of Samsung Galaxy Y.
APPS- ICM geeft U toegang tot de Indische Wereld. Alle Indische actualiteiten, Indische Perkara's, Pasar Malam Kalender, koempoelans, of  Video's.; U hoeft nu niets meer te missen op ICM Online.  Terwijl U aan het telefoneren bent en dat voor € 2 permaad.
 
U ziet als abonnee kunt U ICM nu overal ontvangen en lezen! 
Lees verder…

De Lange weg naar morgen.

10897248056?profile=original

De Lange weg naar morgen.
 
Deze keer heb ik een onderwerp gekozen waar slecht enkelen van u de onderwerpen die ik zal beschrijven herkennen.

Een onderwerp waar een ieder van u die dit epistel zal lezen, op weg helpt om een inzicht te verkrijgen in de problematiek van mensen die te kampen hebben van het leven met trauma’s.

Als nieuw mens kom je via jouw geboorte op deze wereld, geheel blanco, zonder ervaringen behalve die van jouw geboorte.

Je weet nog niets en alles, wat de wereld jou in de toekomst zal bieden is nog niet aan jou besteed, dat zal later komen.

Als nieuwkomer ga ja al heel gauw te maken krijgen met het leven die hopelijk voor jou nog heel lang zal mogen duren, ondertussen begin je met jouw eerste ervaringen, je leert de stem van jouw moeder en vader, zuster, ooms en tantes kennen en ook de gezichtsuitdrukkingen. Daarbij ervaar je al gauw dat jouw lichaam voedsel nodig heeft en je ervaart ook de dorst, allemaal normale zaken. Ook liefde en genegenheid.

Maar wat als je in een omgeving op de wereld komt waar deze zaken niet zo vanzelfsprekend zijn, wat, als je al heel gauw in jouw prille bestaan moet ervaren dat eten en drinken, niet zo maar voor jou blijkt te zijn weggelegd? Wat als je al heel jong te maken krijgt met honger en dorst die jouw kleine lichaam teisteren en op de een of andere manier te kort doen? Wat als je inplaats van liefde en genegenheid, verwaarlozing, haat, afwijzing, geweld, misbruik, etc. ervaart?

Voor velen van ons zal dit niet zo herkenbaar zijn maar voor anderen is het een werkelijkheid, een feit, ja, zelfs een levensbedreigende werkelijkheid. Het is een verkeerde start voor een leven op deze planeet waar egoïsme en onverschilligheid de grootste boosdoeners zijn voor een jong leventje wat toevallig niet in een omgeving is geboren waar van alles beschikbaar is, en waar niet alles in harmonie is. Of dat latere ervaringen schokkend zijn?

Nu kom ik op een verwant onderwerp, het leven met een trauma opgelopen in jouw jonge, of middelbare jaren.

Je bent jong, kind, en leeft een normaal leventje, gezin, school etc., totdat er op een dag iets geheel onverwachts gebeurt wat jouw leven op een heel ander spoor zet. Vanaf die dag ben je ineens iemand anders geworden.

Het is ook zo met mensen die een oorlog hebben meegemaakt, seksueel misbruikt zijn, zelf in levensbedreigende situaties zijn terecht gekomen op een jonge leeftijd. Of je bent vanaf kind zijnde door volwassenen slecht behandeld.

DE gebeurtenissen hebben direct een impact, zodanig dat je er jouw hele verdere leven mee te maken krijt, eerst ben je je er niet van bewust, maar naderhand komt de klap ineens, onverwacht en zelfs op een verkeerd moment in jouw leven. Ik noem het de herbelevenissen.

Na een traumatische ervaring zullen heel wat mensen hun verdere leven minder tot geen last hebben, misschien dat zij inwendig wel getekend zijn maar zich dermate hebben gewapend tegen de buitenwereld dat zij er ogenschijnlijk geen last van zullen hebben.

Nu de anderen, die zich niet meer hebben kunnen herstellen en voor wie de ervaringen dermate schokkend zijn geweest dat ze daar hun hele leven verder last van zullen hebben.  Ik kan enkele voorvallen noemen.

Er zijn gevallen van mensen die zich weten te handhaven tot de grens van de middelbare leeftijd. Op een gegeven moment komt alles in hevigheid weer boven en in eerste instantie weet men dan niet wat er aan de hand is, doch naarmate de tijd vordert gaat het gedrag, wat altijd al latent aanwezig is zich duidelijker manifesteren.

Het gedrag zal zich misschien niet zo duidelijk tonen naar de buitenwereld toe, tenzij men de persoon goed kent en de verandering in persoonlijkheid opmerkt, maar innerlijk zal de persoon zich veranderd voelen, eigenlijk wat altijd al aanwezig is, maar door de kracht van de jonge jaren is ingekapseld, komt nu langzaam aan de oppervlakte.

De persoon in kwestie is ziek, heeft een handicap die niet zichtbaar is. Een handicap waar de meesten luchtig over zullen doen of gewoon negeren. De persoon in kwestie zal zich niet gauw bloot kunnen geven, deels uit schaamte en deels uit angst voor zwakte, want zwak zijn met een PTS syndroom, Post traumatisch stress), is gevaarlijk, het is leven in een gesloten wereld, de wereld die zij zelf voor zich hebben gecreëerd. Het is een wereld waar de persoon in kwestie zich afsluit voor de buiten wereld, zich een muur om zichzelf heen bouwt.

Kenmerken van een PTS syndroom zijn o.a. de geslotenheid, het ontbreken van spontaniteit, de angst voor toenadering, de bindingsangst, de angst om zich kwetsbaar op te stellen. Niet te vergeten deherbelevenissen.

Daarbij speelt ook nog het fatalisme dat is ingesloten in de belevenis van de persoon in kwestie, fatalistisch negatief denken omdat de ervaringen hem hebben geleerd waar mensen toe in staat zijn, en het wereldbeeld negatief is ervaren.

Afhankelijk van de ervaringen die een PTS hebben veroorzaakt, zal het gedrag navenant zijn.

Als je zelf niet bent behept met een PTS syndroom zul je nimmer echt kunnen begrijpen wat het voor iemand betekent die het wel heeft.

Begrip kan je in bijna alle gevallen niet verwachten van anderen die verder zonder mankementen door het leven gaan en zich eigenlijk geen voorstelling kunnen maken van de kwellingen die een PTSér ondergaat.

Er zijn enkele uiterlijke kenmerken zoals, het wantrouwen naar anderen toe, de nachtmerries die op de gekste momenten opduiken en die de dag daarna nog steeds van invloed zijn op de geestelijke gesteldheid van de pts-er.

Het altijd aanwezige onbegrip wat vaak lijdt tot desoriëntatie gedurende bepaalde momenten, het zich afvragen van waarom, het gevoel wat aanwezig is in je wat je ten tijde van de gebeurtenissen heb moeten ervaren, het verdriet en de pijn, de boosheid en de machteloosheid, die de wonden nog veroorzaken. Die kunnen zich manifesteren en dan maken ze jouw dag tot een hel.

Huilen doe je niet, alhoewel de drang ertoe sterk aanwezig is, maar juist de angst voor de buitenwereld maakt dat jouw innerlijke je op die momenten emotieloos maken, als het ware jouw bewustzijn voor een deel uitschakelen.

Het is een middel om jouw naar buiten komende emoties die voor anderen vreemd aandoen, te beteugelen.

Je durft niet zwak te zijn want een mechanisme voorkomt dat, het is sterk gerelateerd aan de gebeurtenissen van de persoon in kwestie.    Een mens met een trauma verwerking is in wezen iemand met een handicap. Een handicap die zijn of haar leven zal bepalen. Deze handicap is niet zichtbaar, bijvoorbeeld bij iemand die zijn been heeft gebroken en mank loopt. Neen, deze handicap is de stille en onzichtbare kwelling in de belevenis wereld van de persoon in kwestie.

Er zijn momenteel heel veel instellingen waar o.a. oude Indische mensen met een oorlogsverleden terecht kunnen. Ook zijn er diverse instellingen die doen aan trauma therapieën, in hoeverre zij baat hebben om de mens in kwestie te helpen hang af van twee factoren, de hulpverlener en de patiënt zelf. Die twee factoren zullen in evenwicht moeten zijn wil de behandeling baat hebben. Genezen doe je nooit, je zult er hoogstens mee om kunnen gaan.

De buitenwereld die ervaart wat jou mankeert zal komen met, zet het van jou af, het is zo lang geleden, maar ze nemen niet de kwelling weg waar iemand met een PTS zijn leven lang mee worstelt. Was het maar zo gemakkelijk, dan zou de wereld voor deze categorie mensen een stuk dragelijker zijn.

Als mens kom je onbevangen op aarde, maar soms veroorzaken buitensporige ervaringen een blijvende kwellende hinderpaal op de lange weg naar morgen.

 

Albertvanprehn(ICM Moderator) 19 januari 2012.

Lees verder…

De Java Post vraagt uw steun!

 

10897269863?profile=original

De Java Post vraagt uw steun!

 

In onze vorige Nieuwsbrief vroeg de redactie van de Java Post uw steun. Onze deelname aan de wedstrijd van de beste historische website van 2011 kan niet zonder u.

Gelukkig mochten we al heel veel positieve reacties ontvangen. Echter, we kunnen nog veel méér hulp gebruiken.

Ik vraag daarom nogmaals uw stem, om te laten zien dat de geschiedenis van Nederland veel meer is dan de geschiedenis van Nederland alléén. Gelet op het aantal aanmeldingen in deze wedstrijd van websites over Nederlands-Indië, lijkt er op dat de geschiedenis van Nederlands-Indië wordt vergeten. Dat mag natuurlijk niet gebeuren!

Dáárom graag uw stem: http://www.geschiedenisonlineprijs.nl/?url=www.javapost.nl  

 

Vergeet ook niet weer eens door de Java Post zélf te bladeren, deze week met enkele opmerkelijke artikelen over de Japanse generaal Tojo: Een luxe wachtkamer en De tanden van Tojo.

 

En natuurlijk, zoals altijd, vraag ik u om u aan te melden als (gratis) ´abonnee´: laat uw mail adres achter in de rechterkolom van de Java Post onder ´berichten in uw mailbox´ en u ontvangt van ieder artikel een melding in uw mailbox.

 

Ook dit jaar is de Java Post present!

 

Bert Immerzeel

www.javapost.nl    

Lees verder…

Jaarkalender pasar malam 2012

 

Jaarkalender pasar malam  2012 

 10897239863?profile=original

10897248284?profile=original

10897248693?profile=original

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 Jaarkalender pasar malam 2012
Voorlopige jaarkalender pasar malam 2012 is uit!
Lijst overzicht per 12-1--2012  versie V.


Januari
tot 7 Arnhem Burgers Zoo www.wnproductions.nl

Februari
25, 26 Rijswijk www.pasarmalamrijswijk.nl

Maart
?????? www.eastandwestevenementen.nl
3, 4 Doetichem www.Pasaroostwest.nl
23, 24, 25 Leeuwarden www.pasarmalamasia.nl

23, 24, 25 Arnhem www.flamproductions.nl
30, 31 Apeldoorn www.pasarmalamasia.nl
29, 30, 31 Malieveld Den Haag http://www.en.indonesia.nl/


April
1 Apeldoorn www.pasarmalamasia.nl
1 Malieveld Den Haag http://www.en.indonesia.nl/
7, 8, 9 Rotterdam www.pasarmalamasia.nl

27, 28, 29 Hengelo www.flamproductions.nl
Pasar Zwolle www.pasarmalambali.nl ; Gaat niet door !

Mei
4,5, 6 Geleen www.pasarmalamasia.nl
12, 13  Taman Indonesia www.pasar-siang.nl 
        Stadskanaal
17, 18, 19 Den Haag www.tongtongfair.nl
20, 21, 22 Den Haag www.tongtongfair.nl
23, 24, 25 Den Haag www.tongtongfair.nl
26, 27, 28 Den Haag www.tongtongfair.nl
26,27, 28 Den Helder www.stichtingsteller.nl/

Juni
1,2,3 Zeist www.wnproductions.nl

Juli
6,7, 8 Eindhoven - www.pasarmalamasia.nl
???? Ommen openlucht pasar ??? Winkel pasar Time Out Events
?????? Braderie + Pasar Malam Ede Winkelpasar
20,21, 22 Groningen www.pasarmalamasia.nl
28, 29 Vaassen www.Pasaroostwest.nl
31 Steenwijk www.wnproductions.nl

Augustus
1, 2,3 Steenwijk www.wnproductions.nl
24,25,26 Tilburg - www.pasarmalamasia.nl
???? Pasar Sinar
??? Pasar Kecil, eendaagse winkel pasars

September
????? Assen www.flamproductions.nl (Nieuwe pasar)
22,23 Alkmaar http://www.stichtingstellar.nl/
28, 29, 30 Maastricht www.pasarmalamasia.nl

Oktober
5-6-7 Pasar Istimewa Alphen aan den Rijn. (www.wnproductions.nl)
5,6,7 Assen www.pasarmalamasia.nl
???? Hengelo zie www.flamproductions.nl
13, 14 Dieren www.Pasaroostwest.nl
26,27,28 Nijmegen www.pasarmalamasia.nl

November
3, 4 Rijswijk www.pasarmalamrijswijk.nl
9, 10, 11 Leek www.stichtingstellar.nl/

December
dec -jan Winterpasar Burger Zoo ( o.v.) www.wnproductions.

Mogelijk gemaakt door www.icm-online.nl
Wordt abonnee van de Indische Internetkrant en ontvang prachtige cd en dvd van project Melati in de sneeuw!

 

 

Lees verder…

10897247072?profile=originalEen eenzame Indischman

In het ´Nieuws van den dag voor Nederlands-Indië´ van 1937 staat een kerstverhaal dat de Java Post zijn lezers niet wil onthouden. Om geen afbreuk te doen aan de tijdgeest publiceren we het hier in oude stijl en spelling:

Winter in Den Haag

´Er kunnen in iemands leven in de donkere dagen voor Kerstmis, — o, heerlijk Indië, waar men die dagen niet kent! —, dingen passeeren, welke die dagen nog donkerder maken dan ze gemeenlijk vanwege de weersgesteldheid reeds zijn. Ik heb dit zoo juist ondervonden. U zult het wellicht niet aardig van me vinden, dat ik u van deze trieste ervaring deelgenoot maak, maar ik neem aan dat er voor u nog genoeg prettige dingen zijn in deze feestelijke en laatste maand van het jaar, die u het hoofd weer doen opbeuren.
Ik geef toe, dit is geen bemoedigend begin. Ik dwing u er niet toe verder te lezen. Het slot is evenmin opwekkend.

Een paar maanden geleden had ik hem ontmoet. Hij was een gepensionneerd Indisch spoorwegman, die de hoop koesterde van zijn pensioen nog enkele jaren in Holland na een leven van hard werken in de tropen rustig te kunnen genieten. Zoo wikt de mensch….  
Hij was een eenzame. Hij was gescheiden van zijn vrouw, en z´n twee kinderen waren reeds getrouwd — in Indië. Toen ik hem in een van de Haagsche straten ontmoette, was hij op zoek naar kamers. Hij was teneergeslagen en ik bespeurde een zekere onrust in hem. Kamers zoeken is geen prettig werk, redeneerde ik bij mezelf en zoo verklaarde ik de neerslachtige bui, waarin ik hem na jaren voor het eerst in Holland had ontmoet.
Eenige weken geleden kwam een van mijn dameskennissen naar mij toe:
— U ontvangt geregeld Indische kranten is ‘t niet ? Kunt u er nu en dan een paar missen? We hebben een Indischman op kamers en die…..
— Natuurlijk, zei ik. En prompt iedere week ging er een pak Indische kranten naar het opgegeven adres.
— En hoe gaat ‘t met je Indischmannetje? vroeg ik op zekeren dag, toen ik m’n vriendin ontmoette.
— Dat gaat nogal. Eigenlijk een zielig geval. Zijn kinderen zitten in Indië en hij is van z´n vrouw gescheiden. Hij kent hier maar weinig menschen.
U begrijpt het natuurlijk al. De kranten waren bestemd voor den gepensionneerden spoorwegman, den eenzame, die hier zoo vreemd en bijna schichtig rondgekeken had na zooveel jaren van afwezigheid. Ik heb trouw de kranten laten bezorgen en nam me stellig voor hem eens te gaan opzoeken.
Maar een week later kreeg ik een telefoontje:
—   U behoeft geen kranten meer te sturen……
—   Is-ie vertrokken? — Nee, hij is zwaar ziek. Een dubbele long-ontsteking.

Een dag later zat ik aan zijn bed. Een huurkamer, zooals er duizenden in het Haagje zijn; het is dus niet noodig het interieur te beschrijven. Op een kastje stond een portret, een foto van z´n kinderen. Hij ademde moeilijk. Zijn toestand was al hopeloos.
—   Wil ik de kinderen een telegram sturen? vroeg ik.
—   Laat maar, zei hij mat.
—   Heb je heelemaal geen familie meer in Holland?
Het bleef even stil.
—   Wij in Indië zijn niet familieziek, bracht hij er met moeite uit.
Even later sprak ik de verpleegster; hij had een getrouwde zuster in Nijmegen, maar daar kwam hij nooit.
Hij bleef mij aankijken en schudde het hoofd. En terwijl ik hem daar in die halfduistere ongezellige kamer, bleek en lijdend zag liggen, drongen Indische beelden zich aan mij op, vol zon en levensvreugde uit de dagen waarin ik hem in Indië in zijn volle activiteit had gekend. Wij zijn niet de regisseurs van ons eigen levensspel, maar hier waren op het slot wel héél zware accenten gelegd…
Het bleef nu lang stil in de kamer. Zijn ademhaling was moeilijk. Zijn vingers trekken aan de dekens en zijn oogen zochten de wanden af.

In den nacht daarop is hij overleden. De vreemde verpleegster was er bij. Een vreemde had zijn oogen gesloten en z’n handen op het laken gekruist.
Den volgenden morgen hoorde ik de bijzonderheden. Zijn zuster, telegrafisch gewaarschuwd, was den vorigen avond overgekomen. Hij had haar niet herkend; gelukkig maar, hij heeft niet kunnen zien dat zij volkomen onverschillig, zonder een spoor van ontroering, naast zijn sterfbed had gestaan.
—   ’t Was vreeselijk, zei de verpleegster. Ze verontschuldigde zich, dat ze in jaren niets van hem had gezien of gehoord, maar ‘t was toch haar bloedeigen broer.
—   Vroeg ze nog iets?
—   Of er geld voor de begrafenis was…
Een uur later is ze weer vertrokken. Ze had een dagretourtje genomen. Op het kastje stond nog het portret van de kinderen. Ik had een gevoel of het gelaat van den doode er naar toegewend lag. In mijn herinnering leeft hij nu verder als de eenzame Indischman. Ik hoop maar dat er niet veel zóó eenzaam zijn als hij in het Haagje, dat voor de gerepatrieerden terecht de reputatie heeft van een paradijsje van gezelligheid…

 

Met dank aan de Javapost.´

x

Lees verder…

 

10897246898?profile=original

De Java Post dingt mee naar prijs beste geschiedeniswebsite!

 

Nog enkele weken en 2011 is alweer voorbij. De Java Post, twaalf maanden geleden nog in de kinderschoenen, is levensvatbaar gebleken. Mocht ik ooit hebben getwijfeld of er wel voldoende vraag was naar een online magazine over de geschiedenis van Nederlands-Indië, inmiddels weet ik beter. Die vraag ís er, en hoe!

De statistieken liegen niet: vanaf het begin van het jaar is sprake geweest van een stijgende lijn in het bezoek. Echter niet alleen dát, ook het aantal reacties op artikelen is groeiende.

Hierbij past natuurlijk ook groei in de breedte: de bijdragen van gastschrijvers helpen de inhoud gevarieerder en het blad interessanter te maken.       

Ooit schreef ik hier dat de Java Post niet bedoeld is voor fictie, en zich slechts beperkt tot de realiteit. Er zijn echter momenten dat daarvan moet worden afgeweken, omdat de traditie dat nu eenmaal zo wil. Kerstmis is één van die momenten; vandaar deze week in de Java Post een kerstverhaal.

 

Misschien mag ik u, lezer, nog  lastigvallen met twee verzoeken:

 

Mocht u dit nog niet gedaan hebben, schrijf u in als (gratis) abonnee, in de rechterkolom van de Java Post onder ´berichten in uw mailbox´ en u ontvangt van ieder artikel een melding in uw mailbox.

 

Verder, de Java Post is ingeschreven bij een jaarlijkse verkiezing voor de beste historische website van het jaar, georganiseerd door het Historisch Nieuwsblad. Bij de ongeveer driehonderd aanmeldingen bevinden zich slechts twee (!) sites met betrekking tot de geschiedenis van Nederlands-Indië, reden temeer om bij deze verkiezing aandacht te vragen voor de Java Post.

Van de website van deze bijzondere prijs:

 

Internetgebruikers mogen zelf stemmen voor de Geschiedenis Online Prijs 2011. De prijs wordt jaarlijks toegekend aan de beste Nederlandse website over geschiedenis.

Aangemelde websites werven zelf stemmen. De winnaar van de publieksprijs krijgt 2500 euro. 

Naast het publiek wijst ook een vakjury een winnaar aan. De jury beoordeelt geschiedeniswebsites in drie categorieën: Archiefdiensten; Verenigingen en particulieren; Musea en Themasites. Gekeken wordt onder andere naar toegankelijkheid, gebruiksvriendelijkheid, betrouwbaarheid en originaliteit.

De Geschiedenis Online Prijs 2011 wordt uitgereikt in februari 2012.

 

De Java Post is in zóverre in het nadeel, dat ik geen banner kan plaatsen van de Geschiedenis Onlineprijs, omdat mijn website zich daarvoor niet leent. Daarom vraag ik u hier, via deze nieuwsbrief, om mij te steunen door op de site van de Geschiedenis Onlineprijs op de Java Post te stemmen, en daarbij vooral ook uit te leggen waarom u dat doet.

U kunt dit doen op dit formulier: http://www.geschiedenisonlineprijs.nl/?url=www.javapost.nl  

 

Het zou de Java Post aan publiciteit helpen en voor mij een enorme stimulans zijn om door te gaan met mijn project!

 

Rest mij u bijzonder plezierige feestdagen toe te wensen, en een vreedzaam 2012.

 

Bert Immerzeel

www.javapost.nl   

Lees verder…
Indisch Herinneringscentrum Bronbeek -Nieuwsbrief 12, december 2011

Welkomstwoord

In het afgelopen jaar heeft het Indisch Herinneringscentrum zichzelf nog meer op de kaart gezet. In deze moeilijke tijden waarin Indische organisaties en culturele instellingen zich geplaatst zien voor veel lagere of zelfs geen subsidie in de nabije toekomst, volgt het Indisch Herinneringscentrum de ontwikkelingen in het veld nauwgezet. Samenwerking wordt steeds belangrijker. Voor het herinneringscentrum wordt 2012 dan ook het Jaar van het Netwerk. Samen sta je immers sterk!

In deze nieuwsbrief kunt u de laatste nieuwtjes van 2011 lezen. Ik hoop u allen volgend jaar weer terug te zien bij een van de activiteiten die op stapel staan.

Yvonne van Genugten
Directeur


www.indischherinneringscentrum.nl" width="66" height="75" />Bestuur, directie en medewerkers van het Indisch Herinneringscentrum wensen u fijne feestdagen, een mooie jaarwisseling en een goed 2012!

 


Vooraankondiging symposium ‘Omstreden geschiedenis’

Reserveer donderdag 9 februari 2012 alvast in uw agenda. Dan organiseert het Indisch Herinneringscentrum i.s.m. Framer Framed  en de Reinwardt Academie het symposium ‘Omstreden geschiedenis’ over de (re)presentatie van de Nederlands-Indonesische geschiedenis in musea. Aanleiding is de overzichtstentoonstelling ‘Het Verhaal van Indië’ over de koloniale geschiedenis van Nederland in voormalig Nederlands-Indië, een coproductie van het Indisch Herinneringscentrum en Museum Bronbeek.  Beide partijen hadden verschillende opvattingen over de wijze waarop de geschiedenis moet worden geïnterpreteerd en gerepresenteerd c.q. een militair versus civiel perspectief.  Volgens het herinneringscentrum en Framer Framed een mooie case om een symposium te organiseren over de representatie van de Nederlands-Indonesische geschiedenis in de museumsector.

In het ochtendgedeelte wordt de totstandkoming van ‘Het Verhaal van Indië’ tegen het licht gehouden. ’s Middags ligt de nadruk op toekomstige postkoloniale museale praktijken. M.m.v. onder meer Rob van Ginkel (UvA), Stef Scagliola (Veteraneninstituut), Meta Knol (Lakenhal, eerder als conservator Centraal Museum  verantwoordelijk voor  de vaste tentoonstelling ‘Beyond the Dutch’) , Mirjam Shatanawi (Tropenmuseum), Laura van Broekhoven (Museum Volkenkunde) en Pamela Pattynama (UvA). Dagvoorzitter is Wim Manuhutu. Meer informatie over de sprekers is te vinden op de website.

De voorbereidingen zijn in volle gang. Hou de komende tijd de website in de gaten voor meer informatie over programma, toegang, aanmeldprocedure en tijden.


Bijzondere middag met Ruud Lapré en Jet Bussemaker

Hoe uiteenlopend de persoonlijke invalshoek van een stukje Indisch geheugen kan zijn, bleek afgelopen 7 december op de eindejaarsbijeenkomst van het Indisch Herinneringscentrum. In een openhartig gesprek o.l.v. Wim Manuhutu vertelden Ruud Lapré, auteur van ‘Terra Incognita’ en Jet Bussenmaker, auteur van ‘Dochter van een kampkind’ aan een kleine 100 gasten, hoe zij kwamen tot het schrijven van hun boek. Hierin delen zij, beiden op een heel verschillende manier, hun beleving over hetzelfde stuk historie in hetzelfde land: de Tweede Wereldoorlog in Nederlands-Indië. Lees het verslag op de website en bekijk de foto’s van deze bijzondere middag. De boeken van Lapré en Bussemaker zijn te bestellen bij het Indisch Herinneringscentrum. Meer informatie>

www.indischherinneringscentrum.nl" width="599" height="399" />


Erfgoedreis Java

Herinneren en overdracht zijn kerntaken van het Indisch Herinneringscentrum. In tegenstelling tot andere herinneringscentra van de Tweede Wereldoorlog bevinden de Indische herinneringsplekken zich niet in Nederland maar in Indonesië. Natuurlijk is het mogelijk om over deze plekken te lezen of foto’s, films of documentaires te bekijken. Een bezoek aan de locatie zelf geeft echter een heel andere ervaring: het gevoel dat dit de plaats is waar het gebeurde, de geuren, de warmte.

Het bestuur van het Indisch Herinneringscentrum vindt zo’n ervaring erg belangrijk en heeft daarom besloten om op eigen kosten samen met de directeur een erfgoedreis te gaan maken naar Java. De reis had tevens tot doel kennis te maken en relaties aan te gaan met erfgoedinstellingen in Indonesië zoals de Oorlogsgravenstichting in Jakarta en in Kuningan, waartoe Gedung Perundingan in Linggarjati (Museum Linggarjati) behoort. Ten slotte verwachtte het bestuur dat de reis een inspiratiebron zou zijn voor toekomstige projecten.

www.indischherinneringscentrum.nl" width="249" height="187" />Twee weken lang voerde de reis langs verschillende herinneringsplekken in Indonesië. De groep bezocht alle Nederlandse erevelden op Java, waar de directeur van de Oorlogsgravenstichting, de heer Peter Steenmeijer de bezoeken begeleidde. Op het ereveld Menteng Pulo in Jakarta werd namens het bestuur een krans gelegd door voorzitter Erry Stoové en Yvonne van Genugten. Daarnaast werden verschillende interneringsplekken bezocht zoals kamp Banjubiru 10, Bangkong en Muntilan en plaatsen waar tijdens de bersiapperiode en daarna verschrikkelijke gebeurtenissen plaatsvonden. Denk aan de Simpang Sociëteit in Surabaya en aan Rawagede. 

Het was een indrukwekkende reis en de verwachtingen werden gerealiseerd:  er kwam een basis voor nieuwe samenwerkingsverbanden en er ontstonden ideeën voor nieuwe projecten.


Kraanvogels voor het Indisch Herinneringscentrum

Ongeveer een maand geleden ontving het Indisch Herinneringscentrum uit handen van de Japanse studente Sayaka Hori 3.000 kraanvogels van papier. Een kleurrijke verzameling origami(lett. ori=vouwen, gami=papier). Vorig jaar kwam Sayaka met een beurs van de Nederlandse afdeling van Rotary International een jaar naar Nederland om te studeren. De eerste paar weken logeerde ze bij Marianne Roessingh van Iterson, lid van de Rotaryclub Bunnik. Daar zag Sayaka in de boekenkast boeken over de Japanse interneringskampen, waar Marianne zelf als kind ook in heeft gezeten. Sayaka vroeg Marianne om daar wat over te vertellen, omdat dat stuk geschiedenis in Japan niet op school verteld wordt.

De studente was erg onder de indruk van het verhaal van haar gastvrouw en wilde een gebaar maken. Zo kwam zij op het idee van 1.000 gevouwen kraanvogels, als ultieme wens voor vrede. [red. In Japan staan 1.000 gevouwen kraanvogels voor het brengen van geluk]. Sayaka heeft familie en vrienden gevraagd om voor deze vredeswens te vouwen. De reacties waren heel positief en resulteerden zelfs in 3.000 kraanvogels!

www.indischherinneringscentrum.nl" width="250" height="375" />Sayaka heeft de kraanvogels aan Marianne overhandigd tijdens een huiskamerbijeenkomst met een aantal genodigden. Het maakte veel indruk op de betrokkenen. Tijdens haar bezoek aan de herdenkingsmonumenten op landgoed Bronbeek bezocht Sayaka, in gezelschap van onder meer Marianne, ook het Indisch Herinneringscentrum. Ze liet de 3.000 kraanvogels achter als gebaar naar de Indische gemeenschap.

Een van de doelstellingen van een Rotary Scholarship is om internationaal wederzijds begrip en vrede te bevorderen. Sayaka heeft daar op een bijzondere wijze extra invulling aan gegeven.

 


Column

Terug naar Surabaya

Eind november heb ik met een bijzonder gezelschap een vakantiereis gemaakt naar Java. Van Jakarta over Yogya naar Surabaya.
Mijn geboortestad.
Vierenvijftig jaar geleden in 1957 hebben mijn ouders Surabaya hals over kop moeten verlaten. We hebben ons huis achtergelaten zoals het was. We konden niets meenemen. Het was ons gelukkig op de valreep gelukt om een nieuw baasje te vinden voor onze hond. Ik hoor hem nog jankend de straat uitrijden met zijn nieuwe baas.
Ik wilde graag mijn ouderlijk huis, dat voor mij symbool staat voor losgerukt te worden, terugzien. En dat is wonderwel gelukt. De straat was veel drukker geworden, de sawah’s om het huis verdwenen. Maar het huis stond er nog fier bij. Was nog bewoond.
Ik heb er stil naar gekeken.
Mijn gedachten waren bij mijn ouders. Wat moet er toen door hen heen zijn gegaan.
Vele Nederlanders uit Nederlands-Indië en Indonesië zullen deze ervaring hebben.
Het is goed om daar zo af en toe bij stil te staan.

www.indischherinneringscentrum.nl" width="129" height="192" />

 

 

 

 

 

 

Erry Stoové
Voorzitter


Het verhaal achter…

Willy Frans

 

"Ik weet het nog goed", vertelt Ruud Vaillant. "Het was aan het einde van de bersiapperiode en we woonden aan de Djocjaweg in Batavia. Mijn neef Willy Frans (helemaal rechts op de foto, 1938) logeerde toen bij ons. Willy was net een kleine maand  15 en zoals alle jongens van zijn leeftijd droeg hij een steentje bij om het gewone leven weer op gang te brengen. Willy was een hulpje van de corveeploeg in de Djocja-kazerne. Regelmatig reed hij mee met de corveeploeg op een vrachtwagen naar Pasar Senen om daar groenten in te kopen voor de keukenploeg . In de ochtend van 24 december 1945 na zijn bezoek aan de pasar, vroeg hij de chauffeur om via zijn oma Frans terug te rijden naar de kazerne. Hij kon haar dan groenten geven die ze nodig had voor het kerstmaal. Op de Gang Sentiong ging het mis. Sluipschutters schoten  op de vrachtwagen en Willy werd dodelijk getroffen. Mijn neef is een van de vele onschuldige slachtoffers van  het bersiapgeweld. Zijn graf is op het ereveld Menteng Pulo. Ik ben blij dat mijn nicht Yvonne (van Genugten, red.) tijdens haar erfgoedreis bloemen op zijn graf legt. Zo wordt de herinnering aan hem levend gehouden."

 


Subsidieaanvraag vooronderzoek striptentoonstelling

Het Indisch Herinneringscentrum wil in samenwerking met meerdere partners een reizende tentoonstelling ontwikkelen bij de strip ‘ De Terugkeer’.  De primaire doelgroep is de derde klas van het voortgezet onderwijs, maar de tentoonstelling zal zo ingericht zijn dat deze aantrekkelijk is voor een brede doelgroep (ouders met kinderen, geïnteresseerden in geschiedenis, etc.).  Inhoud, vorm, mogelijkheden, kosten en haalbaarheid moeten hiervoor goed in kaart worden gebracht. Dit vergt de nodige zorgvuldigheid. Het Indisch Herinneringscentrum heeft in november een subsidieaanvraag ingediend voor dit vooronderzoek en popelt om eraan te beginnen.


Virtueel tentoonstellingsnieuws

Momenteel is het Indisch Herinneringscentrum bezig met het ontwikkelen van een virtuele versie van ‘Het Verhaal van Indië’. Zodra deze klaar is, is het mogelijk om op de website www.hetverhaalvanindie.com een virtuele tour  te maken door  de tentoonstelling. Deze volgt net als in het museum een chronologische route.  Enkele infographics zullen worden omgezet in animaties om de betreffende informatie op een aantrekkelijke manier aan te bieden.  Voor de ontwikkeling  van deze online museumtour heeft het Indisch Herinneringscentrum een gespecialiseerd bedrijf in de arm genomen.


Indisch geheugen voor de toekomst

Degenen die aanwezig waren bij de bijeenkomst op 7 december jl. met Ruud Lapré en Jet Bussemaker hebben hem al gezien: de folder van het Indisch Herinneringscentrum. Deze werd vers van de pers onder het publiek verspreid en beschrijft in het kort wat het Indisch Herinneringscentrum doet. Voortbouwend op de vormgeving van de folder verschijnen volgend jaar diverse advertenties van het Indisch Herinneringscentrum in Moesson. Op dit moment worden presentatiemappen gedrukt met een soortgelijke opmaak. Janita Sassen vormgeving en fotografie heeft de materialen ontworpen. Foto: voorzijde folder.

 


Ontstaansgeschiedenis online in nieuw jasje

Wie de website van het Indisch Herinneringscentrum wel eens bezoekt, heeft misschien de pagina gezien waarop heel summier staat beschreven hoe het Indisch Herinneringscentrum is ontstaan. Deze geschiedenis krijgt een prominentere plaats op de website in een eigentijds vormgegeven onderdeel. Dit bestaat uit nieuwe, korte teksten en filmpjes (fragmenten uit de films die nu op de website staan, gemaakt door Tuhuteru en Partners) waaruit de ontwikkeling van het Indisch Herinneringscentrum is af te lezen. Ontwerpwerk is bezig met het ontwerp van dit nieuwe website-onderdeel.


Update webportaal Indië in Oorlog

www.indischherinneringscentrum.nl" width="95" height="155" />Sinds enkele weken is het mogelijk om vanaf het webportaal www.indieinoorlog.nl direct te zoeken in de collectie 'Japanse interneringskaarten KNIL en Marine' van het Nationaal Archief. We hopen de aansluiting van de Moessoncollectie nog dit jaar te kunnen realiseren. Het kost echter meer tijd dan gedacht om de grote hoeveelheid gegevens van 50 jaar Moesson binnen te halen. Nog even geduld dus.
Inmiddels is er ook contact met Museum Maluku om te kijken hoe, naast de drie collecties die al zijn aangesloten, hun digitale collecties die nog geen deel uitmaken van het webportaal alsnog aangesloten kunnen worden.


Educatieoverleg

Dit najaar is het Indisch Herinneringsentrum aangenomen als deelnemer aan het periodieke overleg van herinneringscentra, oorlogs- en verzetsmusea. Het doel van dit overleg is om via het uitwisselen van ideeën en projecten elkaar te versterken en mogelijkerwijs gezamenlijk een groter project op te zetten.


Volop belangstelling voor ‘Merantau’

De voorstelling die het Indisch Herinneringscentrum in Utrecht organiseerde i.s.m. Museum Maluku  (zaterdag 26 november) kon rekenen op een uitverkochte zaal. Het was een indrukwekkend stuk waarin de persoonlijke verhalen van vier generaties Molukkers centraal stonden. De voorstelling riep zowel bij de spelers als bij het publiek emotie op.

www.indischherinneringscentrum.nl" width="212" height="70" />

 

 


Kumpulan (beperkt) open

In tegenstelling tot voorgaande jaren kunt u dit jaar in de Kerstvakantie wél terecht bij de Kumpulan. Speciaal voor de bezoekers van ‘Het Verhaal van Indië’ opent het restaurant zijn deuren op de volgende dagen/tijden:

  • Dinsdag 20 t/m vrijdag 23 december geopend van 11.00 – 16.00 uur (keuken geopend van 12.30 – 14.00 uur)
  • Maandag 26 december geopend vanaf 16.30 uur (alleen voor Kerstbuffet, museum is gesloten)
  • Dinsdag 27 t/m vrijdag 30 december geopend van 11.00 – 16.00 uur (keuken geopend van 12.30 – 14.00 uur)

Zaterdag 31 december t/m vrijdag 6 januari 2012 is de Kumpulan gesloten.


Signaleringen


www.indischherinneringscentrum.nl" width="113" height="169" />Fotograaf Armando Ello is bezig met een portretserie ‘Twijfelindo’s: jonge Indo’s die er niet meer uitzien als Indisch maar het boegbeeld zijn van de vervaagde Indo-generatie en een verhaal vertellen dat toch de herkenning en Indisch trots laat zien. De kickoff van de expo is op donderdag 19 januari 2012 in de Jeruzalemkapel in Gouda tegelijk met de opening van de Jeruzalemkapel als ondernemersflexwerkplek.  Iedereen is welkom! Blijf op de hoogte via de nieuwsbrief of kijk op de site www.hoezoindo.nl .

www.indischherinneringscentrum.nl" width="113" height="149" />Kerstvakantietip: de expositie ‘Aanpassen!’ in Kamp Westerbork is verlengd tot 8 januari 2012. Drie generaties Indische Nederlanders, ieder op eigen wijze gevat in woord en beeld, staan centraal in deze tentoonstelling van de stichting Nasi Idjo. Meer informatie is te vinden op de website van Kamp Westerbork.

 

www.indischherinneringscentrum.nl" width="113" height="139" />Van 3 januari t/m 3 maart 2012 is de voorstelling van Diederik van Vleuten ‘Daar werd wat groots verricht’ te zien in de Nederlandse theaters. Een familiekroniek over de voormalige kolonie, integer en aantrekkelijk verteld. Bekijk de trailer, een korte documentaire of de speellijst.

 

De foto-expositie ‘Indië was ons Paradijs’ van de Amsterdamse fotografe Annelies Damen is t/m 30 januari 2012 te zien in de Centrale Bibliotheek van Amsterdam. Zij combineert foto’s van haar reis naar Indonesië met foto’s die haar grootvader in Nederlands-Indië maakte. Meer informatie>

Donderdag 8 december 2011 was het vijf jaar geleden dat het strooiveld ‘Gordel van Smaragd’ (met uit Indonesië ingevlogen aarde) op begraafplaats Zorgvlied in gebruik werd genomen. Op het veld kan de as worden uitgestrooid van overledenen die zich verbonden wisten met voormalig Nederlands-Indië. Meer informatie>

Van de lezer

Op 27 februari 1942 werd het schip Hr. Ms. De Ruyter tot zinken gebracht tijdens de Slag in de Javazee. Dhr. Joop Nahuijsen (wiens vader op dat schip voer) wil de jaarlijkse herdenkingsceremonie op het Marine-ereveld Kembang Kuning in Surabaya voortaan graag laten plaatsvinden op zeelokatie, ongeveer 60 ten noorden van Surabaya op de Javazee. Hiertoe heeft hij de VON opgericht: Vereniging van Overlevenden & Nabestaanden van ‘De Slag in de Javazee 1942 c.a.’ Wilt u meer weten over zijn initiatief, mail dan naar joopnahuysen@ing-rail.com.


Verkrijgbaar bij het Indisch Herinneringscentrum

Het Indisch Herinneringscentrum verkoopt diverse uitgaves:

  • Stripboek 'De Terugkeer' (€ 10,-)
  • Fotoboek 'Het Verhaal van Indië' (€ 19,95)
  • Boek 'Terra Incognita' van Ruud Lapré (€ 15,-)
  • Boek 'Dochter van een kampkind' van Jet Bussemaker (€ 14,95)
  • Boek 'Postkoloniale monumenten in Nederland' van Gert Oostindie/Henk Schulte Nordholt/Fridus Steijlen (€ 19,95)
  • Dvd 'Oorlog in het paradijs' ( € 10,-)
  • Dvd 'Contractpensions. Djangan loepah!' ( € 15,-)

Meer informatie hierover en over de bestelwijze vindt u op de website van het Indisch Herinneringscentrum.


Colofon

U kunt deze nieuwsbrief natuurlijk altijd doorsturen naar familie, vrienden of kennissen die belangstelling hebben voor de activiteiten van het Indisch Herinneringscentrum.

Mocht u de nieuwsbrief niet in goede orde ontvangen, laat het ons dan a.u.b. weten via info@indischherinneringscentrum.nl.

Het volgende nummer verschijnt eind maart 2012.

Bestuur Stichting Indisch Herinneringscentrum Bronbeek: Erry Stoové - Jet Bussemaker - Bing Go - Jan Willem Kelder - Kees Neisingh - Vaya Nijhof-Schippers - Winnie Sorgdrager

Lees verder…

ICM Terugblik op 2011.

 10897253061?profile=original

Jaaroverzicht 2011

Iedere jaar naar goed gebruik wordt op ICM onderwerpen & thema's geslecteerd met Indische hoogte - en diepte punten voor de uiteindelijke Terugblik op het jaar. Vaak een intensieve bezigheid om in de archieven te duiken om die item te selecteren. Dit keer dacht ik te kunnen varen op de hoofdredacteur Mr. J.J.M. Paradijs van de Telegraaf met hier en daar wat toevoegingen die van toepassing zijn op de Indische samenleving. Nauwelijks werd ICM Terugblik 2011 gepubliceerd, of de redactie ontving een brief van de Telegraaf dat in het  boek HetJaar2011 fouten waren ingeslopen, en dat kosteloos medio januari 2012 de nieuwe versie ontving.

 

Tegelijkertijd ontving de redactie vele mails met reacties op de ICM Terugblik 2011.
Als de Telegraaf fouten corrigeert in het Boek HetJaar2011, waarom mag ICM niet de gewijzigde ICM Terugblik 2011 publiceren waarin alle reacties zijn verwerkt. U ziet dat wij 1 van de  belangrijkste zaken over het hoofd hebben gezien en wat dacht U van de Telegraaf namelijk; Nederland wordt na 69 jaren door twee Indo's (met wortels uit het voormalige Nederlands Indie) bestuurt, dit mag zeker de geschiedenis ingaan.  Te denken dat 69 jaren het Indische vraagstuk door alle kabinetten onder het tapijt is geveegd.

----------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------

 

ICM Terugblik op 2011 (aangepast versie)

 

 Dit jaar lijkt mij verstandig om hoogtepunten van de hoofdredacteur Mr. J.J.M. Paradijs in grote lijnen te volgen met hier en daar wat toevoegingen van mijn kant.

Het was absoluut een roerig bewogen jaar vol verassingen in negatieve zin uitvergroot door de media. Goed dat de media er is als waakhond desondanks wij over een AFM en Nederlandse Bank tot onze beschikken hebben. Geen enkele twijfel dat 2011 de geschiedenis ingaat als crisisjaar met grote internationale spanningen als gevolg door de Euro, de Globalisering en de Internationalisering, die Nederland wel 7 vette jaren heeft bezorgd.

 

Wie had het nu nog ooit gedacht dat na 66 jaren de Nederlandse staat wordt veroordeeld voor de misdaden Rawagedeh, wat de media sterk heeft uitgelicht en vergroot. Het "recht" staat hier als het symbool dat boven alle regeringen staat. Dit in schril contrast staat tot de Indische NIOD rapporten  - desondanks de afspraken en beloften over de heropening door het vorige Kabinet Balkenende - werd deze Indische motie verwezen naar de prullenbak door het Kabinet Rutte (nota bene met Indische wortels). Toch een positieve wending in deze Indische zaak. Uniek is in de geschiedenis dat unaniem de oppositie voor de Indische motie stemden, met slechts twee stemmen verschil werd deze motie verworpen.

Voor het Indisch Platform (IP) met haar 26 aangesloten Indische organisaties is de case Rawagedeh de enige weg naar de Hoge Gerechtshof de  oplossing en biedt duidelijkeid naar alle partijen en het Indisch boek kan definitief dicht. Uw hulp is hier onmisbaar voor het IP, die na 66 jaren ter vergeefs deze strijd voert voor dit groot onrecht.

 

Voor oud-president Soeharto het startsignaal voor de processen die hij tegemoet kan zien voor de massa moorden in de republiek Indonesië dat de miljarden van hem ook daar terecht komt, dit in het licht van Rawagedeh.

 

Op de achtergrond gingen de verdere ontwikkelingen gewoon door.

Het Griekse bedrog en de torenhoge schulden van andere landen brachten de Euro aan het wankelen, die de schijn al hadden bij de invoering van de Euro (dit geldt ook voor Nederland). Immers alle toetreders tot de Euro hadden een grote schuld. Dit werd versterkt ook door het lankmoedige optreden van de zwakke Europese leiders, van wie een deel het veld ook ruimde.  Ook in Nederland zijn er uiteraard grote zorgen. De crisis slaat hard toe op de huizen- en de banenmarkt. Het vertrouwen van de consument in de economie is fors gedaald; welke economie ? Moeten wij als vraag stellen, want in andere continenten (economieën) speelt deze economische recessie niet, m.u.v. in Europa in de kielzoog van de VS.

 

Op de achtergrond gingen de verdere ontwikkelingen gewoon door.

Er is grote onzekerheid over de houdbaarheid van het pensioenstelsel en fiscaal stelsel. Nederland is de enige met deze afwijkende stelsels. Na 10 jaren euro zal de vlaktaks onherroepelijk zijn intrede doen zoals betaamt bij de andere Euro lidstaten,  zal de hypotheekrente eraan moeten geloven; Subisidie van 11 miljard  gaat naar de "woon bezitter" met een totale schuld van 270 miljard (bnp 280 miljard).  De vlaktask die beduidend lager zal zijn zonder aftrekposten voor iedereen.

Verder zal Kabinet Rutte in 2012 uitvoering geven aan een aantal zware bezuinigingsmaatregelen, die voor alle burgers pijn gaan doen in de portemonnee.  Nederland behoort met Duitsland en Finland tot krachtpatsers van de Eurozone, maar hoe lang gaat dat nog duren. In het geheugen staan ook de koelbloedige moordpartij van de Noor Brievik en het bloedblad dat een jongen aanrichtte in het winkelcentrum de Ridderhof in Alphen aan de Rijn gegrift. Het zijn schokkende gebeurtenissen in een jaar dat ook een lichtpuntje kende. Zo werden de terroristen Gadaffi en Osama Bin Laden, die bloed aan hun handen hebben, definitief onschadelijk gemaakt. Dat heeft allemaal wel veel te lang geduurd. Bovendien werd de eindelijke lente voor tientallen miljoenen burgers in Arabische staten.

 

Op de achtergrond gingen Indische ontwikkelingen gewoon door.

Maar er gebeurde nog veel meer. Groot en klein nieuws.

 

Onze Indische jongens Mark en Geert besturen nu Nederland wie had dit gedacht na 66 jaren? Met de eeuwige ontspannende Indische lach van Mark Rutte. Het merk  van de Indo "always keep smilling", wat toch de geschiedenis ingaat. Het blad NICC van Hans Vogelsang maakt een gestaagd forse groei door. Ongetwijfeld zal NICC digitaal blad in 2012 het blad de MoessOn voorbij streven als het om het aantal abonnees gaat. Misschien appels en peren! Het Indisch Platform kende dit jaar alleen hoogtepunten. De oproep via Het Indisch Internet resulteerde  tegen de verwachtigen in nog een grote opkomst op 28 juni en 30 juni, dat meerdere Kamers werden geopend om het Indisch publiek te herbergen. In de late uurtjes werd hoofdelijk gestemd door leden van Tweede Kamer met slechts 2 stemmen verschil werd de Indische motie verworpen, nog nimmer in de geschiedenis was bijna de helft van de Tweede kamer voor deze moite. Die tegen hebben gestemd zijn CDA, VDD en PVV. Het Indisch Herinneringcentrum Bronbeek is voor menig Indo en vele Indo's in het land drie jaren onzichtbaar gebleven. Veel tijd werd besteed aan het inkwartieren door het ingehuurde bureau, en deze trend zette zich voort. Het kwam niet verder dan de muren van Bronbeek. Onbegrepen is de MOVE van Jet Bussemaker naar IHC Bronbeek, die juist de heropening van de NIOD rapporten in de weg stond desondanks Jan Peter Balekenende hiertoe de opdracht gaf. Het voorbestaan van IHC-Bronbeek staat nu ter discussie, nu de subsidieverstrekking ten einde loopt. Dit volgens het oorspronkelijke plan van ministerie van VWS met de intentie het werken naar een verzelfstandiging.  Indische Muzikanten; Niet onbelangrijk een groot verlies van de grondlegger van de Nederlandse Pop muziek Andy Tielman die ons verliet dit jaar. In de Indische entertainment is deze recessie sterk voelbaar door het verlies van een fors aantal bezoekers bij de Indische evenementen. Standhouders op pasar malams alleen geld wegbrachten. De Indo bezoeker hield duidelijk de hand op de knip. Vele Indische standhouders lijken ten einde raad te zijn. Standhouders die niet alleen het decor vormen maar het financiele draagvlak zijn. ICM als krant repatrieerde vele Indo's naar Facebook met het gevolg vele nieuwe Indische Facebookgroepen rezen daar als paddestoelen uit de grond, naast Hyves. Een jaar voor ICM dat het bereik door de social media explosief is gegroeid en welkom is op alle Indische groepen op Hyves en Facebook. Bij vele organisatoren NU het bewust komt hoe belangrijk promotie via de social media's kan zijn. 

 

2012 wordt een leerzaam jaar.

Met misschien net iets meer samenhorigheid en minder polarisatie met ongetwijfeld iets minder welvaart en meer aandacht voor de goede dingen die Nederlandse samenleving gebeuren, en zoals Marijke van Dijke van de PvdA op het Indisch podium zei: "dat de Indische geschiedenis eindelijk tot de Nederlandse geschiedenis gaat behoren na 66 jaren".

 

Dat het Indisch Platform (IP)  in 2012 kan rekenen op de intensieve steun van de Indische Gemeenschap met een populatie van ander half miljoen bij haar strijd tegen het onrecht, dat het plein en het malieveld  in Den Haag vol zal staan, en de Kamers in Het Gebouw van de Tweede Kamer te klein zullen zijn,

als het IP U oproept.

 

Voor ICM wordt groot en klein nieuws gebracht dat ontroert, nieuws dat boos maakt of nieuws dat de emoties en pijnen van tempo doeloe weer onnodig naar boven brengt als om die Indische Perkara’s gaat. Helaas nieuws is niet altijd positief. 

Maar 1 ding staat vast: de Financiële crisis zal worden opgelost en overwonnen, net als de Indische Kwestie en mocht het Kabinet vallen U weet op welke partijen U beslist niet meer moet stemmen.

 

 Als ICM redactie zijn wij zeer benieuwd of dit ook als Item staat vermeld in Boek HetJaar2011 van de Telegraaf dat het zo de geschiedenis ingaat.

 


Lees verder…

Indische Cultuur, nog actueel?

10897241679?profile=originalIndische Cultuur, nog actueel?

Zo rond 1950 kwamen de eerste Indische mensen naar Nederland, terwijl ER nog een deel in Indonesië is achtergebleven.

Vele families werden op die manier van elkaar verwijderd, de een in Indonesië en de ander, of de anderen, over de hele wereld verspreid,  het grootste deel  naar Nederland.

Het ligt voor de hand, immers de meesten van ons zijn Nederlands opgevoed en hebben Nederlandse voorouders.

Hoe zit het Dan met het door geven van de culturen die Indische mensen vanuit Hun ouderlijke omgeving hebben meegekregen? Het zo vaag als je zegt, de Indische cultuur.

Is dat voor het grote deel de Indonesische Kant, of de Nederlandse Kant?

Wij ontkomen ER niet aan, wij zijn kinderen van twee, soms meerdere culturen. Zo zijn wij geworden wat wij zijn, althans tot nu toe.

De eerste, tweede en derde generaties hebben de Indische cultuur meegekregen en dragen die in zich mee, ze zijn niet alleen zichtbaar Indisch maar ook qua gewoontes en mentaliteit. Een Indisch mens, zowel blank of getint, herken je aan zijn gedrag in onze samenleving. Onmiskenbaar gewoon, alleen al de kenmerkende bescheidenheid die vaak een negatieve rol speelt als het betreft, de eigen belangen in deze blanke maatschappij, die vooral mondig is en minder bescheiden, ja zelfs brutaal.

Iets wat bij de meeste Indische mensen wordt en werd ervaren als onbeschoft, onfatsoenlijk en onrespectvol.

Hoe zit het Dan met het cultuurgedeelte van de Europese Kant in ons Indische mensen? Immers, wij stammen voor de helft af van Europeanen, waaronder Nederlanders die toch goed gebekt zijn, zeker als het betreft naar de Indonesische bevolking. Er kwamen vaak conflicten puur door de verscheidenheid van de twee culturen, de Nederlandse, brutaal en grof als het betreft in de communicatie en aan de andere Kant de bescheiden Indonesiër die van huis uit niet zo gebekt is en eerst respectvol de andere benadert alvorens tot een vrije omgang te komen.

Dat zet kwaad bloed en menig conflict is om die reden, want je krijgt niets voor elkaar zonder dwang, als je de Indonesiër onrespectvol behandelt, dat wil zeggen met de verregaande eerbied voor diegene die je ontmoet.

Tja, en Dan nu bij ons, Indo’s, van wie nemen wij het grotere deel van de beide culturen over?

Je raad het nooit, van beide evenveel, de ene Kant zeer beleeft en bescheiden en aan de andere Kant grote monden. Het benadrukken van jouw eigen IK.

Zeg i het goed zo? I kan het mis hebben, maar in die Lange tijd dat i ook Indo ben, probeer i mijzelf, en andere Indo’s te analyseren op dit gebied. I merk in mijzelf de innerlijke beschaafdheid van mijn Aziatische Kant, maar ook de arrogante en eenzelvige Kant van de Europeaan.

Hoe moet i daarmee leven? Gewoon door het instinct wat mij doet aanpassen al naar gelang i personen tegenkom.

Wat als je toevallig stiefouders hebt gehad, en wel van verschillende nationaliteiten? Hoe zit dat als je eerst een Hollandse vader hebt gehad die zijn eigen cultuur in huis de overhand heeft laten gelden, en Dan bijvoorbeeld een Franse stiefvader die Dan op zijn beurt zijn cultuur inbrengt? Je bent nog net niet volwassen en ook nog net niet te Klein om je zijn eigen gedragseigen schappen tot je te laten komen?

Indo ruwet, zal i maar zeggen. To be Ruwet tor not to be, that’s the question zou voor een ieder van ons kunnen gelden.

I gooi altijd de bekende knuppel in een of ander hoederhok, het stemt misschien tot nadenken, of niet. Menigeen voelt zich vaak in zijn of haar kruis getast, wat niet mijn bedoelingen zijn, want ook i heb de Indische cultuur in me, i ben kuis opgevoed en iemand in zijn of haar kruis tasten mag je alleen maar met toestemming van de ander.

Is onze cultuur nou voor ons wel zo waardevol? Beseffen wij dat onze cultuur voor onze identiteit zo belangrijk is, ook om door te geven? Dat doen andere vreemde culturen die in dit land zijn gekomen ook. Sterker nog, die culturen zijn nadrukkelijk en zeer opvallend bezig.

Waarom zij wel en wij niet?

Het antwoord ligt bij ons, het is niet onze eigenschap om je zo nadrukkelijk te manifesteren toch? Of….toch wel via aan andere weg? Namelijk de weg van de stille maar wel opvallende integratie.

Hoezo niet nadrukkelijk aanwezig? I noem een paar kenmerken van onze aanwezigheid in dit land, zoals, wat dacht u van de Indonesische keuken wat algemeen goed  in dit land is geworden? De kroepoek oedang, de saté’, de Indische winkels en Dan ook nog, wat dacht u van onze muziek inbreng? Om maar niet te noemen de vele kumpulans en pasars waar men in ons land het Indische nadrukkelijk aanwezig mee openbaart.

Wij dragen geen hoofddoeken om onze cultuur waarden zichtbaar te maken, wij spreken Nederlands en onze geloofbelijdenis gebeurt binnens huis, geen moskeeën, ook geen landsgebruiken zoals het dragen van s’lands kledij.

Bij ons geen vrouwen die gesluierd moeten lopen, allemaal niet erg, maar wel nadrukkelijk in onze Hollandse samenleving aanwezig. Om maar niet te spreken van alle Arabische benamingen en geschriften die men hier zo gewoon vindt, bij de dokter, bij de apotheek, bij de diverse openbare diensten, ja, zelfs op TV heeft men een eigen zendtijd.

Waarom wij niet die goed beschouwd ook vreemdelingen zijn in dit land met een andere (tweezijdige )cultuur.

Wij hebben geen zendtijd en wij worden niet echt serieus genomen als vreemdelingen in dit land, alleen als het op onze eigen belangen en rechten aan komt, dan ben je ineens Nederlander.

Komt het nou JUIST omdat er een deel van de Hollandse cultuur in ons zit en wij voor een DEEL Europees zijn met voor de Europeaan herkenbare cultuur overeenkomsten? Wij spreken de taal, kennen het land van kinds af aan en gedragen ons gedeeltelijk Nederlands, met een aantekening mijnerzijds, ook echt Indisch.

In onze cultuur zitten vele eigenschappen van diverse nationaliteiten, maar ook een gemeenschappelijke factor. Namelijk het in stand houden van de kolonie en het manoeuvreren tussen twee bevolkingsgroepen, de Nederlandse en daartegenover de Indonesische, beide met andere belangen. Het ertussen zitten is ook een deel van onze cultuur geworden, het heeft ons de mogelijkheid gegeven om ons stil te assimileren.

Onze cultuur is ook, weten te overleven, aanpassen en schikken. Het heeft veel leed en strijd gekost, veel innerlijke verdeeldheid, want wie is belangrijker vader of moeder? Misschien is het zelfs de bron van onze innerlijke onzekerheid in ons leven.

Is het waard om deze (Onze) cultuur eigenschappen door te geven en in stand te houden aan de volgende generaties? Generaties die hoe langer hoe verder verwijderd raken van onze cultuur?

Ik denk van wel, want met onze cultuur die ook onze identiteit kenmerkt, tekent zich ook een geschiedenis af, een geschiedenis van een volk met twee culturen die zich vele offers heeft moeten getroosten, de offers van het keer op keer weer opnieuw moeten beginnen. Opnieuw omdat onze twee ouders, de Indonesische en Hollandse, totaal twee vreemden blijken te zijn en daardoor in conflict kwamen met alle nare gevolgen van dien.

Opnieuw beginnen als kind van de rekening van de twee culturen die wij in ons meedragen.

Ik denk persoonlijk, maar wie ben ik, dat het waardevol is om onze Indische cultuur actueel te houden, zeker gezien de geschiedenis van ons.

Overdenkingen van Albert van Prehn (ICM Moderator) 15 december 2011

Lees verder…

Het klantvertrouwen in de samenleving is zoek!

 10897246694?profile=originalHet klantvertrouwen in de samenleving is zoek!

 

Overal zien wij tanende markten.  Mensen hebben het vertrouwen in de huidige samenleving  volledig verloren. Hebben ze morgen wel nog een baan?  Kan het geld liever in huis worden bewaard? Wordt de Euro niet gedevalueerd net als destijds in landen als Indonesie gebeurde met de roepia dat nog voor de  10%  waard was. Dit speelt nu in de hoofden van  de mensen.

Dat bedrijven failliet gingen, saneerden of doorstarten dan kan een ieder nog bevatten. Maar Financiele markten, en banken die omvallen is onrealistisch. Te meer nu naar buiten komt dat regeringen altijd met financierings- en begroting tekorten werken Of hebben wij altijd onze ogen gesloten voor  deze onrealistische wereld ?

Eeuwen hebben de banken en regeringen die de mensen voor het lapje kunnen houden, dankzij de hongerige journalisten en de media als de waakhond die er bovenop zitten! De Euro was het antwoord  op de te korten van de Overheid. Naast het vormen van Economisch blok zoals Het Verdrag van Maastricht uitstraalde. Deze wereld bestaat 1 al uit "vertrouwen" in elkaar, en dichten van het ene gat met een andere gat is niet anders. Alleen nu met deze crisis komt alles in voetlicht te staan, en dan nog eens verstrekt door media. Is maar goed dat wij een "media" hebben of misschien niet?

Waar het vingertje wordt opgestoken richting de burgers; is een regering of een bank geen vinger (haar)  beter. Hier bestaat het leven "Geld lenen voor eigen booming business Of  met " het product vertrouwen" toe vertrouwde middelen op te halen bij de niet wetende(n) ontschuldigen.

Kortom zelf hebben ze altijd een financierings- en begrotingstekorten gehad. Met  de invoering van de euro konden ze allen dit onder het tapijt vegen. Toch vreemd dat in verdrag van Maastricht staat te kort niet hoger mag zijn dan 3%. Er was geen toezichthouder die dit controleerde; "Vertrouwen" was het product dat willig werd afgenomen door alle partijen en het toverwoord op de blauwe ogen van alle regeringen. Alle landen traden met een tekort in de Euro. Dit lijkt al zoete broodjes bij de burgers in te gaan. Niet afvragend!

In 2000  waar  ondergetekende o.a. de Euro en millennium inzijn  Methodiek succesvol implementeren moest verwerken  als eis die worden gesteld aan eisen/wensen pakker waaraan het toekomstige geautomatiseerde systeem moet voldoen (o.a. Basda Richtlijnen),

waar voordelen eerst aan de orde kwamen.

Iin alle financiele systemen konden de 21 valuta’s(PAN European Pricing) vervallen en vervangen door 1 valuta. Geen afzonderlijk rekening Koers verlies & Koers Winst, waar je de ene dag je verlies moet nemen, gevolgd weer door winst ( De invoering / implementatie kan gerekend worden op een mega operatie in de administratie en de automatisering). Daarnaast het overzicht in prijzen in de 21 lid staten  in alle documenten (offertes, contracten, opdrachten, facturen en boekhoudingen) en tenslotte er werd met 1 valuta betaald. Voor bedrijven een grote werkbesparingen. Bovenal vormde de lidstaten 1 economisch blok in de wereld. Naast dat hiermee een derde wereld oorlog wordt uitgesloten.

De nadelen hiervan publiceerde  ondergetekende  op zijn website en werd als destructief bestempeld.

Om te beginnen alle lidstaten inclusief Nederland hebben creatief geboekhoud om aan die 3% te komen en die reeds opgebouwde tekorten uit het verleden door voorgaande regeringen die  de rekening  nu  via de euro bij de belastingbetaler in de toekomst kan leggen..

Niet onbelangrijk de cultuurkloof tussen alle lidstaten.  Dit naar het model aan de Costa Blanca op het Spaans grondgebied waar de penionades van Nederland, Belgie, Frankrijk, Duitsland, Engeland, Denemarken, Zweden, Polen, Rusland etc. broederlijk al tiental jaren wonen, maar toch allen hun eigen samenleving en economie in stand houden ( Ondergtekende heeft hier 9 jaren gewoond).

Ondergetekende verbleefde aan de Costa Blanca toen  de euro uitkwam (2001).

Bij velen aan de Costa Blanca  kwam het besef via de Spaanse Media wat Nederland te wachten stond met mbt tot het zorgstelsel, pensioenstelsel en fiscaal stelsel.

Opvallend het grote verschil of onderschied tussen een Spanje en Nederland. Gaande weg hebben gezien dat het zorgstel in Nederland op de schop ging. Nu is het fiscale stelsel aan de beurt onder de druk van de Euro. Met name de Fiscale Aftrefposten, waar in deze landen een vlaktaks geldt, dus iedereen betaald hetzelfde percentage belasting die beduidend lager ligt dan Nederland, maar er worden geen aftrekposten gekend . Hetgeen de belastingbetaler grote besparing oplevert mbt. tot De belastingdienst die aanzienlijk kan besparen op de ambtenaren en systemen, naast dat de staat geen uitkering hoeft te doen van 10 miljard op de Hypotheekrente, en de schuld van 280 Miljard op de woningmarkt kan afbouwen.

Met de invoering van de Vlaktask wordt de huurder en woningbezitter nu niet meer gediscrimineed, maar gelijk gestemd.

Wij zijn nu 10 jaren verder en nu vallen alle lijken uit de kast bij de financiele markten, banken en NU de regeringen.  Bij bedrijven die saneren is een normaal gebruik dat crediteuren / debiteuren / voorraden / gebouwen  worden afgewaardeerd. Betekent dat je een regering of een bank gewoon als een bedrijf nu wordt gezien (overigens niet door mij die als een roepende in de woestijn als gek werd  verklaard) Dit zich ook vertaalt NU  in het klantengedrag die de motor is van onze economie is waardoor het aanzien en vertrouwen  en status  zijn verdampt.

 

F.Schwab / Managenement consultancy / adviseur  (Emeritus)

Artikel in het kader van mijn site succesvol implementeren.

 

Lees verder…

Nederlandse excuses aan nabestaanden Rawagede

 

Nederlandse excuses aan nabestaanden Rawagede

10897251453?profile=originalLaatste update:  5 december 2011 15:38 info Bekijk op de kaart

 

DEN HAAG - De Nederlandse ambassadeur in Jakarta biedt vrijdag namens de Nederlandse regering excuses aan voor het bloedbad dat Nederlandse militairen in 1947 in het dorp Rawagede op Java aanrichtten.

 Foto:  ANP

Het ministerie van Buitenlandse Zaken heeft dat maandag bekendgemaakt. De actie in het Indonesische Rawagede kostte destijds honderden mannen het leven.

Minister Uri Rosenthal noemt de excuses een passend gebaar. ''De excuses doen recht aan de ernst van de gebeurtenissen in Rawagede. Ik hoop dat zij de nabestaanden helpen deze buitengewoon moeilijke episode in hun leven af te sluiten en dat ze in staat zijn de blik op de toekomst te richten.''

De negen nabestaanden van slachtoffers van het bloedbad krijgen een schadevergoeding van 20.000 euro per persoon. Dat liet hun Nederlandse advocaat Liesbeth Zegveld maandag weten.

Gewaardeerd

De compensatie is bestemd voor zeven weduwen en voor de nabestaanden van een overlevende. ''Het is goed dat de nabestaanden de zaak nu kunnen afsluiten'', vindt Zegveld.

''Het is weliswaar 64 jaar geleden gebeurd en er was een stevige uitspraak van de rechtbank voor nodig. Maar dat de Staat geen hoger beroep instelt en excuses aanbiedt, wordt door de nabestaanden zeer gewaardeerd.”

Medogenloos

Op 9 december 1947 vielen Nederlandse troepen Rawagede binnen en doodden honderden mannelijke dorpsbewoners. Ook gevangenen en vluchtenden werden geëxecuteerd. Een onderzoekscommissie van de Veiligheidsraad van de Verenigde Naties noemde het Nederlandse militaire optreden een jaar later 'opzettelijk en meedogenloos’.

De militairen die verantwoordelijk voor het bloedbad in Rawagedeh waren, zijn nooit strafrechtelijk vervolgd. De Nederlandse regering heeft tot nu toe nooit excuses aangeboden of compensatie aan de nabestaanden betaald.

De weduwen zijn de eerste Indonesische slachtoffers van de strijd in 1945-1949 die de Nederlandse Staat hebben aangeklaagd voor misdrijven die in Indonesië zijn begaan.

Aansprakelijk

Half september bepaalde de rechtbank dat Nederland aansprakelijk is voor de schade die de nabestaanden hebben geleden en dat daarom schadevergoeding moet worden betaald aan zeven hoogbejaarde weduwen van slachtoffers.

Rosenthal gaf onlangs al aan dat hij snel, liefst voor de jaarlijkse herdenking op 9 december, een akkoord wilde over een schikking met de nabestaanden. In de Tweede Kamer vroegen GroenLinks en SP ook om formele excuses.

Tweede Kamer

De Tweede Kamer is blij dat Nederland excuses aanbiedt voor het bloedbad dat in 1947 in het dorp Rawagede op Java is aangericht. Ook vinden de politici het goed dat de nabestaanden van de slachtoffers worden gecompenseerd.

Han ten Broeke van de VVD noemt het een passend gebaar. ''Ik hoop dat met dit officiële excuus van de Nederlandse regering de nabestaanden de genoegdoening vinden waarnaar men zocht en dat deze beladen periode kan worden afgesloten.''

Ook Frans Timmermans, Kamerlid voor de PvdA, vindt het ''heel goed dat Nederland eindelijk excuses aanbiedt''. Hij stelt dat minister Uri Rosenthal van Buitenlandse Zaken een compliment verdient omdat er snel uitvoering wordt gegeven aan het vonnis van de rechtbank.

Koloniale verleden

GroenLinks-Kamerlid Mariko Peters is verheugd. Ze had samen met de SP eerder al aangedrongen op formele excuses. ''Deze excuses zijn niet alleen belangrijk voor de nabestaanden en hun gemeenschap maar ook voor de wijze waarop Nederland terugkijkt op de afwikkeling van het koloniale verleden'', aldus Peters.

''Het heeft te lang geduurd, maar het komt er nu toch van'', reageerde Kamerlid Harry van Bommel van de SP. Volgens hem doen de Nederlandse excuses ''recht aan de geschiedenis en de nabestaanden''.

Stichting

Het is belangrijk voor Rawagede dat Nederland excuses maakt en een schikking heeft getroffen met de nabestaanden, zegt voorzitter Sukarman van de stichting Rawagede in Indonesië.

De stichting heeft zich ingezet voor een financiële vergoeding voor de nabestaanden. Die laatsten zijn volgens Sukarman nog niet op de hoogte van de schikking. Vrijdag is er een officiële herdenking van het bloedbad in 1947.

Volgens Sukarman is het goed dat Nederland ook excuses maakt. ''De directe nabestaanden krijgen nu geld, maar voor bijvoorbeeld kinderen van wie de ouders al zijn overleden, of voor kleinkinderen zullen de excuses een soort van genoegdoening zijn'', zegt Sukarman.

Lees verder…

Staat keert €20.000 per individu uit aan de nabestanden van Rawagede.

 

 10897249466?profile=originalDe Nederlandse regering gaat excuses aanbieden voor het bloedbad in het dorp Rawagede op Java, in 1947.

De Nederlandse ambassadeur zal de excuses vrijdag namens de regering aanbieden tijdens de herdenking in het dorp. Volgens minister Rosenthal is het een gepast gebaar. Eind 1947 vielen Nederlandse militairen Rawagede binnen, op zoek naar onafhankelijkheidsstrijders. Bijna alle mannelijke inwoners werden doodgeschoten. Twee maanden geleden bepaalde de rechtbank in Den Haag dat Nederland zeven weduwen van slachtoffers een schadevergoeding moet betalen. Inmiddels wordt er met nabestaanden gesproken over een schikking.

 

Nieuws van 15:00 meldde dat de staat individueel € 20.000 uitkeert

 

Lees verder…

 

10897244469?profile=originalOntwikkelingen m.b.t het weren van Indische artiesten, producenten en programmamakers door Hilversum

 

Laatste weken zijn er zaken naar boven gekomen mbt ontwikkelingen dat Indische artiesten, producenten, programmamkers etc.. geweerd worden in Hilversum. Bij de redactie van  ICM is reeds langer dit feit bekend, daarom ook een samenwerking gezocht met TV Oranje die goed verloopt Van jullie kant komen de signalen om dit op te pakken en te mobiliseren. Daar zijn wij zeer erkentelijk voor.

 

Het volgende:

 

Hans van NICC, en mijn persoon van ICM doen media technisch al veel. Hans is met NICC aangesloten bij het Indisch Platform (IP). IP had graag dat ICM zich aansloot, dit is onmogelijk omdat ICM een krant is die "onafhankelijk" moet zijn, maar steun ze wel voor 200%. Overigens IP staat op www.IndischPlatform.nl . Het IP is door oud premier Lubbers geinstalleerd als politiek OverlegForum met de Overheid voor behartiging van de Indische zaken die zich afspelen. In 2001 heeft het oude IP Het Gebaar tot stand gebracht. Van het geld werd ander half miljoen geinvesteerd in de NIOD rapporten, deze zaak loopt nu. Tot op heden concentreren zij zich op de oude onopgeloste zaken, terwijl het IP ook de huidige actuele zaken dient te behartigen. Hans en mijn persoon gaan het nu initieren mbt de omroepen Hilversum.  Is van de zotte wij (met  een populatie van bijna ander half miljoen) betalen belastingen en zien er niets voor terug. . Wij willen NU de problemen over Hilversum aan de kaak stellen dat Indische artietsen, producenten... noem maar op  die geweerd worden.

 

Dit aan het IP voorleggen om dit Nu op te pakken.

Dit kunnen wij NU aan de hand van aantoonbare feiten die recentelijk zich afspeelden. Wieteke van Dort die een ton heeft gestoken in de registratie op Bali (Erica Terpstra  wordt een programma op Bali gemaakt voor MAX), en nu Andy Tielman notabene uitgeroepen tot de Grondlegger van Neder Pop unaniem door het hele muziek consortium door interventie van het muziekcanon Theo Blokhuis en Martijn Nieuwkerk. Dat nu een producent uit Israel die veel producties maakt voor de omroepen die heeft opgepakt; Toch schandelik!!!!! Wij staan nu sterker ICM is onafhankelijk als Indische Internetkrant  met NICC en doen veel samen met TV Oranje (deze ontvangen geen subsidie van VWS). Misschien is toch de oplossing een eigen Indo Omroep, met link naar Indonesie. Mijn email is schwab@icm-online.nl

Lees verder…

Advocaat dwarsboomt tributeconcert Andy Tielman

Advocaat dwarsboomt tributeconcert Andy Tielman

DVHN | Gepubliceerd op 29 november 2011, 07:00 Laatst bijgewerkt op 28 november 2011, 18:49

10897250098?profile=originalHOOGEVEEN - Het muzikale eerbetoon aan de onlangs overleden gitarist Andy Tielman, dat afgelopen zaterdag in Hoogeveen zou worden gehouden, is op het laatste moment geannuleerd. De advocaat van de weduwe van de legendarische Indo-rocker heeft dat afgedwongen bij Het Podium.

Carmen Tielman en haar dochter vonden dat de Hoogeveense tribute 'emotioneel te vroeg' kwam en wilden voorkomen dat de naam Andy Tielman vrij gebruikt gaat worden voor uiteenlopende doeleinden. De opbrengst van het eerbetoon zou naar het Kankerfonds gaan.

 

Het Podium wacht met eerbetoon: 'Respect voor gevoelens weduwe en dochter'. Dinsdag in DvhN, Drentse edities.

Lees verder…