Jan de Keten's berichten (557)

Sorteer op

‘Hoaxen en smaad’ verzuren de verkiezingscampagne van president Jokowi

Waarover hebben de media in Indonesië het? Over nepberichten en hoe de president die te lijf gaat, constateert onze correspondent Michel Maas.


763?appId=93a17a8fd81db0de025c8abd1cca1279&quality=0.8
Beeld RV

‘Hoax’ spreken ze in Indonesië uit als ‘ho-waks’. Dat kun je elke dag horen want elke dag gaat het er wel ergens over. ‘Howaksen’ verzuren de verkiezingscampagnes van president Joko ‘Jokowi’ Widodo en zijn tegenspeler Prabowo Subianto. ‘Hoaxen en smaad’ gaan volgens Jokowi ‘van deur tot deur en van huis tot huis’, en ze vinden altijd ook wel hun weg naar internet. En daar kunnen ze ongebreideld hun heilloze gang gaan, want hou ze dan nog maar eens tegen.

Hoaxen houden liefst huis op gevoelig terrein. De godsdienst is er zo een. In tal van hoaxen wordt Jokowi al jaren afgeschilderd als een ‘verkapte chinees’ (hij is een 100 procent Javaan), een stiekem christen of op zijn minst ‘geen echte moslim’. Om gemor onder moslims te temperen, en hun stemmen te winnen, heeft hij daarom de homohatende moslimgeleerde Ma’ruf Amin als running mate gekozen.

Desondanks houdt het maar niet op. Nu is er weer een filmpje op YouTube verschenen waarop drie jonge vrouwen een oude vrouw in het Soendanees vertellen welke rampspoed Jokowi over het land zal uitroepen als hij herkozen wordt. In liberale Nederlandse oren klinkt het niet eens zo erg, of zelfs als muziek: ‘Als Jokowi de presidentsverkiezingen wint zal hij de azan (de luidspreker-oproep tot gebed) verbieden. Vrouwen zullen geen hoofddoek meer dragen, vrouwen kunnen met vrouwen en mannen met mannen trouwen.’

Hoax! President Jokowi voelt meteen aan dat hij hiermee in het huidige, steeds religieuzere Indonesië geen stemmen zal winnen. Er is dus meteen actie ondernomen. De politie is erop gezet, en die meldt deze week triomfantelijk dat de drie vrouwen zijn gearresteerd. Ze kunnen tien jaar gevangenis krijgen op basis van de ITE-wet die het verspreiden van ‘negatieve berichten en smaad’ op internet verbiedt.

763?appId=93a17a8fd81db0de025c8abd1cca1279&quality=0.8
Beeld RV

Jokowi heeft de hulp ingeroepen van Nahdlatul Ulama (NU), de grootste islam-beweging in het land, om hoaxes zoals deze tegen te gaan. NU moet haar 40 miljoen volgelingen laten weten wat waar is en wat niet, vindt de president. En wat die drie vrouwen vertellen is duidelijk niet waar: ‘Slaat het ergens op? Nee, maar volgens ons onderzoek zijn er desondanks

negen miljoen mensen die dit geloven.’ Er is een tegenoffensief nodig. ‘Als we niet reageren op dit soort zaken, als we stil blijven, gaan mensen het geloven.’

De overheid heeft de ITE-wet (en een handvol andere wetten) in stelling gebracht om ongewenste berichten te smoren. Bijna niemand laat de gewraakte video zien. De meeste reguliere media zorgen wel dat ze hun vingers niet branden. Een bericht is al gauw ‘negatief’, en daarmee strafbaar. Een faux pas van een van de presidentskandidaten wordt daarom voorzichtigheidshalve ook niet al te zeer uitgemolken. Bijvoorbeeld het moment waarop Jokowi in een kandidatendebat Prabowo vraagt wat hij voor de ‘unicorns’ wil gaan doen. Prabowo kijkt glazig voor zich uit, en antwoordt ten slotte: ‘Je bedoelt die internetdingen?’

Internetters hebben de dag van hun leven. Memes en fotomontages met my little ponies and pluizige eenhoorns, en hashtags met ‘unicorn’ erin schieten in het rond. Maar dat is internet. De meeste Indonesische kranten en televisieprogramma’s mijden Prabowo’s pijnlijke moment van onwetendheid. In plaats daarvan putten ze zich uit in stukken en video’s waarin ze uitleggen dat unicorns geen eenhoorns zijn, maar start-ups die in een mum van tijd meer dan een miljard dollar waard zijn geworden. Die uitleg is nodig, want TVOne meldt dat 70 procent van de Indonesiërs geen idee heeft wat een unicorn is. Het wijdt er een korte info-video aan, zodat nu iedereen kan weten dat Indonesië er vier heeft. Unicorns zijn een thema. Ze zijn iets om als natie trots op te zijn. En Prabowo’s moment? Dat is alweer vergeten.

Michel Maas is correspondent in Jakarta.

Lees verder…

10897405301?profile=original

Het boek " ICM Jaaroverzicht 2018";

is de opvolger van ICM Book 2009-2010;  Deze bevat geen 312 pagina's maar iets beknopter, geeft een heel ander kijkje in de Indische  media van de Indische Internetkrant met haar diepte - en haar hoogtepunten. Dit keer door de ogen van Rudy Groenewald bekend als de auteur van het boek de 7 WWW, naast dat hij andere 6 tittels op zijn naam heeft staan. Rudy is een fan van de koempoelans en  dit straalt  dan het ook uit in dit Jaar Overzicht, en niet onbelangrijk hij legt nadrukkelijke op de Indo generatie.

Is A4-formaat, en in full color met prachtige foto's , prijsindicatie 21,95.

De presentatie zal zaterdag rond 19:00  uur plaatsvinden. Het boek zal worden overhandigd namens het ICM Team aan de organisatie van Broodjes Fabriek Denise, Banyard,  Melly en van het licht & Geluid Leen van TLP Productions. Tegelijkertijd zullen de ICM leden worden voorgesteld die dag in dag uit actief zijn op ICM krant  en op de vele Facebook groepen ; Ben Vink, Cornelia Stuiver, Rita Kopetzky, Rudy Groenewald, Johanna Muth en Rolo Lapre.

Van deze presentatie zal een reportage worden gemaakt door Ben Vink, die wordt uitgezonden op ICM Video-kanaal, Youtube en ICM / Indische Facebookgroepen.

Voor deze speciale gelegenheid heeft ICM een tal van beursaanbiedingen o.a.

  • Pasar Malam Online DVD van 29,95 voor 14,95
  • De Weduwe van Indie van 23,95 voor € 13,95,
  • Stamboel Dvd  € 13,95,
  • en Dvd Riem Live in Concert € 13,95 

         ICM Stands 151 en 152 

10897404890?profile=original

ICM  PLANNING  PASAR AGENDA 2019

10897403455?profile=original

ICM  PLANNING  PASAR AGENDA 2019

  1. 3, 4:              Rijswijk (ZH) www.pasarmalamrijswijk.nl
    9, 10, 11:      Zwolle
    http://www.istimewa-events.nl
    23, 24, 25:    Eindhoven
    www.stellarevents.nl
    31,               Rotterdam
    http://www.istimewa-events.nl


    April
    1, 2:              Rotterdam
    http://www.istimewa-events.nl

    20, 21, 22:    Nieuwegein www.stellarevents.nl
  2. Juni

    22, 23, 24:    Leeuwarden
    www.stellarevents.nl
    29, 30:          Zeist
    http://www.istimewa-events.nl

  3. Juli
    1:                  Zeist
    http://www.istimewa-events.nl
    21, 22:          Emmeloord
    www.stellarevents.nl
    25 t/m 29:    Steenwijk
    http://www.istimewa-events.nl.
  4. Augustus
    12 t/m 15:      Dordrecht
    http://www.istimewa-events.nl
  5. September

    7, 8, 9:           Assen
    www.pasarfestival.nl  ???????? Istimewa 

  6. Oktober
    27, 28: Leek    www.stichtingstellar.nl
  7. November 
    3, 4:               Rijswijk
    www.pasarmalamrijswijk.nl

Lees verder…

Geert Wilders als ‘toekan kroepoek’, Raar maar waar:

 Geert Wilders als ‘toekan kroepoek’ , Raar maar waar:

10897241252?profile=originalRaar maar waar: Geert Wilders als ‘toekang kroepoek’

Na afloop van een optreden in het stadhuis van Nijmegen stond ik buiten met twee Indische dames. Twee jongens van Marokkaanse afkomst fietsten voorbij. ‘Kijk, daar heb je weer dat tuig van de riggel’, zei een van de dames. ‘Kent u die jongens?, vroeg ik. Het antwoord was nee. ‘Hebben ze u wat gedaan?’ Opnieuw nee en een integratiedebat op de stoep van het stadhuis was het gevolg. Volgens de dames zijn Marokkaanse jongens onbeschoft, omdat ze niet fatsoenlijk opgevoed worden door hun ouders. Ze vergeleken dat met hun eigen opvoeding toen ze hier in Nederland kwamen in de jaren ’50.

Dat herkende ik. Ook mijn ouders en familie hielden ons voor hoe we ons hier moesten gedragen. Netjes, beleefd, fatsoenlijk. Zo waren ze het in Indië gewend en zo moest het ook hier, want hier moest je je vooral aanpassen. Altijd groeten, met twee woorden spreken, opstaan in de bus voor oudere mensen. En hoe vaak kreeg ik niet te horen ‘éérst je huiswerk, dán de meisjes’. Mijn familie dreigde ook met wat er kon gebeuren als we niet ons best deden. Dan wachtte ons een slechte toekomst als straatschoffie in de kampong of als ‘toekan kroepoek’ (Indische kroepoekbakker). 
In de Indische gemeenschap ontstond vorig jaar wat deining vanwege het gerucht dat Geert Wilders een Indo zou zijn. Het werd met ongeloof ontvangen. Zou Geert met zijn onverholen afschuw van de multiculturele samenleving en zijn felle anti-islamhouding afkomstig zijn uit het grootste islamitische land ter wereld? Dat kon niet waar zijn.

Toch wel! In de biografie ‘Veel gekker kan het niet worden’ (2008) bevestigt Wilders wat ongemakkelijk zijn Indische afkomst. Daarin zegt hij o.a. ‘bij de oudste zus van mijn moeder gingen we wel eens in het weekend kroepoek bakken’. Geert Wilders als Indische kroepoekbakker; het moet inderdaad niet gekker worden.

In mijn jeugd was kroepoek bakken mijn favoriete kookactiviteit. Je doet die kleine kroepoekjes in de hete olie en dan worden ze heel snel heel groot in allerlei kronkelige vormen. Je moet wel erg opletten: niet te veel, anders rijzen de pan uit en niet te lang in de olie, anders branden ze aan. Maar als het goed gaat tover je iets oneetbaars tot een knapperige lekkernij. 
De afgelopen tijd is de geblondeerde Indische kroepoekbakker al weer wekenlang de lieveling van alle media. Gedurende het gehele formatieproces bakte hij er weer lustig op los. Met zijn politieke kroepoek voorziet hij anderhalf miljoen voorstanders van knapperige hapklare brokken. Tegelijkertijd geeft de kroepoekbakker al zijn tegenstanders een onverteerbaar gevoel. Zo onverteerbaar dat er een proces tegen hem werd aangespannen. Dat vind ík weer onverteerbaar. De strijd om zijn opvattingen hoort niet thuis in de rechtzaal, maar in het parlement en het maatschappelijke debat. Dáar moeten voor en tegenstanders met elkaar de pollepels kruisen over zijn smaak en zijn recepten. Nu kan de kroepoekbakker zich uitleven als dé topkok van de vrije meningsuiting en zich tegelijkertijd op zijn zwijgrecht in de rechtzaal beroepen.

Kroepoek bakken is als toveren, maar Wilders is een slechte tovenaar. Hij gooit teveel giftige stukjes in de oververhitte olie van de Nederlandse samenleving, waardoor ze de pan uitrijzen. Hij houdt ze ook te lang in de pan, zodat ze alleen door aangebrande mensen te vreten zijn. Nee, ik gun Wilders van harte vrijspraak in zijn proces. Hij mag wel veroordeeld worden, maar dan door de Keuringsdienst van Waren. Voor zijn niet te vreten kroepoek. 

Wouter Muller, auteur is actief als muzikant, tekstschrijver en componist en tevens werkzaam voor de Stichting Welzijn en Cultuur Twente 

(bron: Twentse Courant Tubantia, 23-10-2010)
Lees verder…

10897413280?profile=original

 

Locatie
Hal 10 van de Huishoudbeurs in de RAI Amsterdam

Entree
Gebruik entree C om direct bij het Pasar Colours Festival te komen.
Als u met de trein reist is dit de 1e ingang vanaf het station.
Als u met de auto reist kunt u parkeren in de onder gelegen garages. Let op, de garages zullen snel vol zijn.

Adres
Europaplein 2-22, 1078 GZ Amsterdam

Datum
16 februari t/m 24 februari 2019

Openingstijden
zaterdag 16 februari: 11:00 – 19:00 uur
zondag 17 februari: 11:00 – 19:00 uur
maandag 8 februari: 11:00 – 19:00 uur
dinsdag 29 februari: 11:00 – 19:00 uur
woensdag 20 februari: 11:00 – 19:00 uur
donderdag 21 februari: 11:00 – 22:00 uur
vrijdag 22 februari: 11:00 – 22:00 uur
zaterdag 23 februari: 11:00 – 19:00 uur
zondag 24 februari: 11:00 – 18:00 uur

Toegangsprijs & tickets
Pasar Malam middag/avond kaart voor €5,-
Geeft van zaterdag 16 t/m woensdag 20 februari en zaterdag 23 februari 2019 vanaf 15.30 uur, op een dag naar keuze, direct toegang tot de Pasar Malam, de Huishoudbeurs en de Negenmaandenbeurs (20 en 23 februari).
Dit ticket is niet geldig op 21, 22 en 24 februari 2019.

Dagkaart Pasar Colours Festival & Huishoudbeurs: Tijdelijk van €19,50 voor €15,95
Met deze toegangskaart krijg je van 16 t/m 24 februari op één dag naar keuze toegang tot zowel het Pasar Colours Festival als de Huishoudbeurs en de Negenmaandenbeurs (20 t/m 24 februari).

Kinderkaarten
Kinderen van 0 t/m 4 jaar mogen gratis naar binnen. Ze moeten echter wel een kaartje hebben. Die bestel je voor €0,00
Een dagkaart voor kinderen van 5 t/m 16 jaar kost €5,50.

Met de trein voordelig naar RAI Amsterdam
NS 2e klas dagretour (exclusief toegangskaart HHB): €19,00
NS 1e klas dagretour (exclusief toegangskaart HHB): €23,00

Klik hier om je toegangskaarten te kopen

 

Programma

zaterdag 16 februari (Surinaamse dag)
Trafassi
Young Cosje
Master Stu
Surinaamse Dansgroep Dependency
Surinaamse Kookdemonstratie

zondag 17 februari
Thomas Berge
Hot News
Ray Smith
Wahana Budaya Nusantara
Indische kookdemonstratie door Pisang Susu

maandag 18 februari
Justine Pelmelay
Harold Verwoert
Affinity Allround Band
Peduli Seni Indonesia
Indische kookdemonstratie door Rumah Rasa

dinsdag 19 februari
Just Like Robbie Williams
Bram Boender (winnaar van House of Talent)
Wipe Out Selection
Ester Latama Show
Dansgroep Orchidee
Indische kookdemonstratie door Rumah Rasa

woensdag 20 februari
Perry Zuidam
Jack Jersey Show
(door Danny Everett & Simply Friends)
Simply Friends
Danny Everett
Aniadi Art (met Alex Chung Martial Arts Show)
Indische kookdemonstratie door Rumah Rasa

donderdag 21 februari
Helemaal Top
Ray Smith
Kempo Kuntao Show
The StreetRollers
Hawaiian Treasure
Indische kookdemonstratie door Rumah Rasa

vrijdag 22 februari
Indische Toppers: Diana Monoarfa, Edu Schalk & Ester Latama
Relight
Warna Semesta Dance Collaboration
Indische kookdemonstratie door Rumah Rasa

zaterdag 23 februari (Surinaamse dag)
Trafassi
Young Cosje
Master Stu
Surinaamse Dansgroep Dependency
Surinaamse kookdemonstratie

zondag 24 februari
Peter Strykes (LA The Voices)
Foreverly Brothers
Harold Verwoert
Challenge XL
Pentjak Silat Manyang
Indische kookdemonstratie door Pisang Susu

 

download programma pasar colours festival 2019

 

Facebook Event

Lees verder…

Haags toko-imperium Soeboer - waar Rutte vaak eet -  staat op omvallen

DEN HAAG - Net na het 60 jarig jubileum lijkt het Indonesisch eetimperium van Toko Soeboer op omvallen te staan. Door een conflict met de gemeente Den Haag staat de toekomst van het bedrijf - en de dertig werknemers - op het spel, zegt de eigenaar tegen Omroep West. Hij dreigt voor bijna een half miljoen het schip in te gaan, allemaal vanwege een paar papegaaien en een aantal portocabins.

Ooit begonnen als klein eethuis in de Haagse Koningstraat, verhuisde Soeboer in de jaren '60 naar de Brouwersgracht. Inmiddels kent het imperium vier vestigingen en werd eind vorig jaar ook nog eens de beroemde toko Toet aan de Beeklaan overgenomen.

Die expansiedrift is niet voor niks, vertelt Ragner Flink aan Omroep West. Hij is samen met zijn vrouw eigenaar van het bedrijf. 'Door de komst van al die vreetschuren links en rechts is het moeilijk om Indonesische producten aan de man te brengen', verzucht hij. 'Zeker als je ze voor een redelijke prijs wilt verkopen.'

Last van all you can eat

Eerder gingen al beroemde Haagse Indonesische restaurants ten onder, zoals Sarinah aan het Goudenregenplein en zelfs de oudste ' Indo' van Nederland, Tampat Senang. Schaalvergroting lijkt de oplossing en daarom is Soeboer aan het uitbreiden geslagen.

Zo wordt in 2015 het voormalige pannenkoekenhuis aan de Assemburgweg overgenomen. Het paviljoen vlakbij station Den Haag Moerwijk - eigendom van de gemeente - wordt flink onderhanden genomen.

Papegaai veroorzaakt problemen

Flink: 'Ik heb 140.000 euro aan de vorige uitbater betaald. Ook heb ik 250.000 euro geïnvesteerd om het mooi te maken.' Bij de verbouwing komt er een aantal portocabins te staan - om als afhaaltoko te dienen -  en wordt een volière gebouwd, een grote vogelkooi met daarin wat papegaaien. En daar gaat het mis.

'De gemeente vindt dat wij illegaal hebben gebouwd en daarom zijn ze een procedure begonnen. De rechter heeft de gemeente in het gelijk gesteld en daar hebben wij weer beroep tegen ingesteld' , vertelt de eigenaar.

Niet met elkaar gepraat

Een hoop juridisch geharrewar volgt. Uiteindelijk is de rechter op locatie komen kijken, vertelt Flink. 'De gemeente was er ook, vijf man sterk. Toen zijn we overeengekomen dat we met elkaar in gesprek zouden gaan. Maar dat is nooit gebeurd.'  

Inmiddels lijkt het vijf voor twaalf voor Soeboer. De gemeente heeft aangekondigd het pand te gaan ontruimen en heeft recht op een dwangsom van 50.000 euro, zegt Flink. Hij en zijn vrouw zijn ten einde raad. Op 31 januari had het pand leeg moeten zijn en nu dreigt dus een ontruiming en daarmee sluiting van de zaak.

Kan Mark Rutte helpen?

'Waar wij al die jaren voor hebben gewerkt, staat op het spel. Als dit niet wordt opgelost, staat ook de toekomst van alle andere vestigingen op het spel. Dit is buitenproportioneel', zegt Flink. Hij is sinds 2003 eigenaar van de zaken. 'Ik had mij dit allemaal heel anders voorgesteld.'

Overigens is Soeboer het favoriete restaurant van premier Mark Rutte. Maar eigenaar Flink verwacht niet daar profijt van te hebben. 'Ik denk niet dat hij daar zijn vingers aan gaat branden', verzucht de ondernemer. Als de rechtszaak alsnog wordt verloren, lijkt Rutte voortaan zijn geliefde Indische ballen ergens anders te moeten halen.

Kijk hier het TV West-item over Soeboer en Mark Rutte uit 2012


Morgen (woensdag) dient een kort geding over de zaak. De gemeente Den Haag heeft tegenover Omroep West een korte reactie gegeven. Een woordvoerder schrijft namens de gemeente het volgende:

'Voor elke Hagenaar gelden dezelfde regels. Je mag niet bouwen zonder bouwvergunning, zeker niet in een ecologische zone. We hebben meermaals gesprekken gevoerd met Soeboer, maar zijn daar niet uitgekomen. Uiteindelijk heeft de rechter vorig jaar de huurovereenkomst beëindigd en dat betekent dat ze het pand moeten verlaten. Daartegen stelt Soeboer nu een kort geding in. Daarvan wachten we de uitkomst af.'

Groep De Mos wil debat over deze kwestie

Raadslid Ralf Sluijs (Groep De Mos/Hart voor Den Haag) heeft inmiddels een debat aangevraagd over de kwestie. 'Ik schrok van dit nieuws en wil zo snel mogelijk de stand van zaken weten', zegt hij tegen Omroep West.

'Ik hoop dat het komende donderdag al lukt. Dit is een echt Haags begrip, een icoon. Sowieso is Den Haag de bakermat van Indonesische restaurants in Nederland, daar moeten we zorgvuldig mee omgaan.'

Zaak van rechter of de politiek?

Blijkbaar heeft de rechter zich al over deze kwestie gebogen. Moet de politiek zich er dan wel mee bemoeien? Sluijs: 'Jazeker, maar ik ben echt overvallen door dit nieuws. Wat mij betreft is een stap naar de rechter altijd een laatste middel, de gemeente moet zijn best doen om er met de ondernemer uit te komen.'

Hij verbaast zich er vooral over dat er blijkbaar een gesprek zou zijn tussen de gemeente en de ondernemer. 'Ik wil echt weten hoe dit zit', aldus Sluijs.

LEES OOK:

Lees verder…

Waarom zo snel van het aardgas af?

10897407099?profile=original10897407673?profile=original

Waarom zo snel van het aardgas af?

Soms wordt er maar geroepen in de Kamer zoals Klaas Dijkhof het niet ziet zitten het klimaatakkoord van de partijen van Edje Nijpels die 25 jaar loopt te roepen. Waarom roept Dijkhof zo maar voor de vuist weg, en het Volk gelooft gelijk deze volksvertegenwoordigers., zijn het nu echt kuddedieren?

Niet te vergeten heeft zich in eens in Jesse Klaver zelf gebombardeerd tot  Ingenieur duurzaamheid,  aangestoken door de echte ingenieur Diederik Samsom, die nog nadrukkelijk met zijn  titel op tafel kwam bij programma Pauw “Ik ben ingenieur” wat een vertoning, maar is tegelijk activist.

Tegen de achtergrond is een maat van mij - rip Marshal Manengkei - die reeds in 1990 projecten duurzaamheid in de gemeente Apeldoorn realiseerde, en in VS werd uitgenodigd bij een klimaatconferentie, en ook nog eens Award in ontvangst mocht nemen als de grondlegger van duurzaamheid. Geen 1 media boog zich over mijn maat, die niet alleen heeft gebluft maar projecten realiseerde;  Diederik, Jesse Klaver. Bescheidenheid siert de mens.

In Nederland kreeg die maat van mij niet die waardering en erkenning als civiel ingenieur, maar net Diederik Samsom had hij ook nog een andere leuke hobby; Hij was Song / Tektstwriter o.a. van The Blue Diamonds, Oscar Harris, Nana Mouskouri .. Met die grote Internationale hits.  Enfin ........, na ruim 35 jaar zeer teleurgesteld in Nederland keerde hij definitief terug naar Jakarta. De toenmalige Burgemeester, nu president Jokowi, viel direct het hoog op deze duurzame goeroe Marshal Mangengkei om voor zijn Indonesie duurzame plannen te ontwikkelen.  Mijn maat stierf 2 jaar terug in Jakarta waar Indonesie zijn duurzame plannen nu  ontvouwen; Edje Nijpels, Jesse Klaver, Klaas Dijkhof, bescheidenheid siert de mens.

In Nederland, praten dan over 2013 / 2014, zat Jesse Klaver nog te snurken met mogelijke de vele adem stops tijdens de slaap, en te veel CO 2 inademend, geschrikt,  verward en moe wakker wordt; Niet lang daarna kwam Diederik Samsom, en Edje Nijpes die dachten  nu moet ik mijn slag slaan met aan tafel de 100 partijen die decennia lang  o.a. in het Botlekgebied, de Hoogovens en overige niet genoemde anderen de gezondheid van de mensen hebben geschaad. Hoe kan je zoiets dom en naaifs bedenken, om met grootste vervuilers aan 1 tafel te zitten, schande om deze bedrijven serieus te nemen. Het Kabinet moet zijn verantwoording nemen om nu per direct met sancties te komen.  Zou het volk het weten dat met verkeerde patijeen wordt gedeald, en ik had Baudet hoger ingeschat om deze tafels van Ed Nijpels niet serieus te nemen. Ik zou zeggen kabinet buig die 400 punten van klimaatakkoord om een wetgeving waar deze partijen zich  per direct aan moeten houden.

Niet alleen Klaas Dijkhof, Diederik Samsom, Jesse Klaver en Edje Nijpels roepen maar wat.

De Kamer / Kabinet verbijsterd te moeten constateren dat het Gas in Groningen nu echt op is. Wat nu? Nee aan het infuus van Poetin gas dat mag nooit gebeuren. En …. Hoe zit het dan met die Nederlandse bedrijven dan die pijpleidingen voor het aardgas aan het aan leggen zijn voor Frankrijk, Italië en Duitsland?  Allen maken juist de tegenovergestelde beweging, namelijk de transitie naar het aardgas van Poetin. Wat is hier antwoord op Klaas, Edje en Jesse?  Wat zal het zijn totaal populatie van deze landen totaal 160 miljoen burgers, wat moet Nederland met haar 16 miljoen, waar men overigens ook nog verdeeld is.

Als burger vind ik jammer dat het Volk zo wordt besodemietert, en terecht dat Rusland nu aan tafel komt voor de aansprakelijkheid met betrekking tot het dramatische MH – gebeurtenis. Want die weet dat het kleine land Nederland in Brussel zijn grote mond opzet over die duurzaamheid, en vooral geen aardgas van Poetin,Typisch dat je Den Haag hierover niet hoort, en de overige media, komt dan door de tunnelvisie, of ontbreekt de waarneming wat er echt speelt.

Tegenstanders van klimaatakkoord;

Therry Baudet Geert Wilders, twijfel geval onze ballonman Klaas Dijkhof, en de enige Tv – programma Jense. Waarom zo moeilijk te beargumenteren Therry ? Door gewoon mijn verhaal te vertellen; in grote lijnen waarom die kilometers lange gaspijpen naar Italië, Frankrijk en Duitsland. Waarom maken deze landen juist die transitie naar aardgas van Poetin, die 100 jaren vooruit kan, zo gaat Frankrijk waar ik ook jaar heb gewoond , van elektra massaal over naar aardgas, geldt voor Duitsland en Italie, jammer Therry !

Is het Kabinet en de Kamer niet bezig met Volksverlakkerij bezig?

Ferry Schwab sr.

Lees verder…

Jim Taihuttu draait zijn film over de Indonesische onafhankelijkheidsoorlog gewoon op Java




763?appId=93a17a8fd81db0de025c8abd1cca1279&quality=0.8
Jim Taihuttu. Beeld ANP  -De opnamen van het Nederlandse oorlogsdrama De Oost zijn begonnen in Indonesië. Hoofdrollen in Jim Taihuttu’s periodefilm over de Indonesische onafhankelijkheidsoorlog worden gespeeld door Martijn Lakemeier en Marwan Kenzari 

Na jaren van voorbereidingen zijn afgelopen weekend op Java de opnamen begonnen voor De Oost, de grote Nederlandse speelfilm (budget: zes miljoen euro) over de Indonesische onafhankelijkheidsoorlog. In het door New Amsterdam geproduceerde periodedrama van Jim Taihuttu (37) wordt soldaat ­Johan uitgezonden om orde op zaken te stellen in het Nederlands-Indië van 1946. Acteurs Martijn Lakemeier (25) en Marwan Kenzari (36) spelen respectievelijk de jonge militair Johan en diens leiding­gevende, de beruchte Nederlandse ­legerkapitein Raymond ­Westerling (1919-1987). Hij zette standrechtelijke executies in om het verzet van de ­lokale bevolking te breken.

advertentie

Nabij Yogyakarta is een gigantische set opgetrokken, zegt regisseur Taihuttu over de telefoon tijdens zijn lunchpauze op de vierde draaidag. ‘Vandaag draaien we een scène bij het legerkamp, onder meer met Martijn.’ Anders dan De Oost, speelden zijn eerdere speelfilms – de roadmovie Rabat (2011) en het misdaaddrama Wolf(2013) - zich af in het heden. ‘Dan draaiden we in snackbars en zo, onder Tl-licht. Nu sta ik op de set met tweehonderd figuranten in kleding uit die tijd. Dan ga je écht in die wereld geloven, je voelt de magie van film.’

Een coming of age drama tegen de achtergrond van de oorlog – zo omschrijft hij zijn derde speelfilm. ‘Het gaat over een gewone jongen die zich laat lokken door het avontuur, door de oproep overzees iets goeds te doen. En dan blijkt het ter plekke anders te gaan dan hij dacht.’

Universele ervaring

Je zou het verhaal van de jonge ­Nederlandse soldaat uit De Oost óók in Srebrenica of Afghanistan kunnen situeren, stelt Taihuttu, die het scenario schreef met Mustafa Duygulu. ‘De teleurstelling dat je niet kon doen wat je dácht te gaan doen, is een universele ervaring.’

De generatie Nederlandse militairen van het hoofdpersonage Johan groeide op tijdens de Tweede Wereldoorlog. ‘Tijdens die oorlog waren ze nog nét kind: ze zagen de Amerikanen en Canadezen chocolade en panty’s uitdelen van hun tanks. Zo ongeveer stelden ze zich hun rol in Nederlands-Indië voor. Dat viel vies tegen.’

Voorafgaand aan de opnamen kreeg Taihuttu het advies níét in Indonesië te draaien. Het land zou niet zijn toegerust op de filmindustrie, het onderwerp zou mogelijk te gevoelig liggen – beter uitwijken naar Thailand of de Filipijnen. ‘Toch kozen we ervoor hier te filmen, soms op een steenworp afstand van de historische locaties. Meer dan de helft van de crew is Indonesisch. Ik vind dat belangrijk en denk dat het veel toevoegt.’

Oorlogsmisdaden

Kapitein Westerling en zijn een­heden begingen tussen 1946 en 1947 oorlogsmisdaden op het huidige eiland Sulawesi. ‘Ik wil laten zien dát het gebeurde’, zegt Taihuttu. ‘Het gaat me er niet om die soldaten te veroordelen. Maar het is een onverteld verhaal.’ Taihuttu zelf is, zoals hij het zelf zegt, een ‘mengelmoes’ – zoon van een Molukse vader en een Nederlandse moeder. Zijn overgrootvader was soldaat in het Koninklijk Nederlands Indisch-Leger (KNIL) en ligt begraven op de militaire begraafplaats in Bandoeng. ‘Ik weet heel weinig van zijn oorlogservaringen. Mijn vader ook niet. Je vroeg daar niet naar. ’

De Oost is in het voorjaar van 2020 te zien in de Nederlandse bioscopen.

Lees verder…

Onderzoek ‘Indië’ samen met slachtoffers

OPINIE NEDERLANDSE OORLOGS­MISDADEN IN INDONESIË  

Betrek Indonesiërs bij het onderzoek naar ­Nederlandse oorlogs­misdaden in Indonesië.


763?appId=93a17a8fd81db0de025c8abd1cca1279&quality=0.8
Een groep Nederlandse militairen poseert bij een tijdens een zuiveringsactie gevangen genomen mortiergroep van de Indonesische strijdkrachten, 1948. Beeld .

Twee jaar geleden werd het nieuws bekendgemaakt: de Nederlandse overheid stelde 4,1 miljoen euro beschikbaar om nu eindelijk eens goed op een rijtje te zetten wat Nederlandse soldaten nou precies hadden uitgevoerd in Indonesië in de jaren ’45-’49. De rechtszaken tegen de Nederlandse staat van Indonesische burgerslachtoffers liepen immers op en er verscheen een uitgebreide studie van historicus Remy Limpach, De Brandende Kampongs van Generaal Spoor, waarin voorgoed werd afgerekend met het idee dat Nederlandse oorlogsmisdaden slechts excessen waren. ‘We moeten in de spiegel van ons eigen verleden durven kijken’, stelde toenmalig minister van Buitenlandse Zaken Bert Koenders. Met de ministerraad keurde hij een onderzoeksvoorstel van de drie instituten NIOD, KITLV en NIMH goed.

advertentie

Inmiddels is het onderzoek zo’n ­anderhalf jaar geleden van start ­gegaan en moet binnen vier jaar duidelijk worden waarom en op welke manier het geweld ten opzichte van de mensen die vochten voor een vrij Indonesië zo uit de hand heeft kunnen lopen. ‘Klinkt goed’, zal eenieder zeggen die een volledige geschiedschrijving nastreeft, en op die manier reageerden ook de Nederlandse ­media. In DWDD van 17 januari werd het onderzoek bijvoorbeeld nog ­geprezen als een ode aan veteraan en klokkenluider Joop Hueting en noemde Ad van Liempt het onderzoek zo interessant omdat er Indonesische onderzoekers aan meewerken die volgens hem beschikking hebben over andere bronnen dan wij in ­Nederland. Je zou er bijna door denken dat we straks écht ons koloniale verleden kritisch gaan bekijken.

Eigen studie

Echter, wie het onderzoek intensiever en kritischer volgt, zal weten dat er naast deze lovende woorden ook een open brief is aangeboden aan de Tweede Kamer. Die is opgesteld door de 92-jarige Francisca Pattipilohy en Jeffry Pondaag van het Comité Nederlandse Ereschulden, dat samen met advocaat Liesbeth Zegveld opkomt voor Indonesische burgerslachtoffers. De open brief bevat dertien punten van kritiek die zo serieus zijn, dat de drie instituten de openbriefschrijvers en een aantal van de 140 ondertekenaars – internationale onderzoekers, journalisten, studenten en activisten – uitnodigden voor een gesprek afgelopen donderdag op het NIOD.

De bijeenkomst was interessant – ik was aanwezig als een van de brief­ondertekenaars – maar niet geheel ­bevredigend. Wat ik vooral zag, was een groep historici die zelf claimen ­alles uit de kast te willen halen, maar tegelijkertijd vastzitten aan een problematische onderzoeksopzet.

Zo kwam naar voren dat het Indonesische team dat bij het onderzoek betrokken is geen deel uitmaakt van de Nederlandse onderzoeksprojecten. In plaats daarvan werkt een aantal Indonesische historici – wie dit zijn en aan welke universiteit ze verbonden zijn bleef nog onduidelijk – aan een eigen aparte studie met een focus op de invloed van Nederlands geweld op Indonesische slachtoffers, getuigen en nabestaanden. Uiteraard is het nuttig dat zo’n onderzoek wordt uitgevoerd, maar het betekent wel dat geen enkele andere partij van buitenaf de Nederlandse historici in de gaten houdt of uitdaagt in perspectieven of – zoals Ad van Liempt verkondigde – Indonesische bronnen aandraagt die direct betrekking hebben op het aantonen van de omvang van Nederlandse geweldstoepassing.

Het doet de vraag rijzen wat dit ­onderzoek dan kritischer maakt dan iedere andere Nederlandse publicatie die al rondom dit thema is verschenen. Je zou op zijn minst verwachten dat een land dat zijn eigen oorlogsmisdaden gaat onderzoeken dit doet in samenwerking met de slachtoffers en eventueel nog een andere onafhankelijke (internationale) partij.

Merkwaardige keuze

Dat dit niet het geval is, toont dat het onderzoek slechts stoelt op het vertrouwen dat we moeten hebben in de integriteit van Nederlandse historici. Het is een vertrouwen dat moeilijk te verkrijgen is, aangezien naast het ontbreken van een Indonesische stem binnen het Nederlandse onderzoekskader ook niemand binnen het KITLV, NIOD of het NIMH het eerder van belang vond om bij het vormgeven van het onderzoek een Indonesische organisatie bij de maatschappelijke klankbordgroep te betrekken.

In plaats daarvan gingen de hoofden van het onderzoek aan tafel met een aantal organisaties die Nederlandse burgerslachtoffers bijstaan, zoals stichting Pelita en het Nationaal Comité 4 en 5 mei. Het lijkt me een merkwaardige keuze – alsof een groep Duitse onderzoekers de Tweede Wereldoorlog in Nederland gaat onderzoeken en vervolgens stichtingen die opkomen voor Duitse (militaire) slachtoffers uitnodigt voor een klankbordgroep, in plaats van stichtingen voor Nederlandse getroffenen.

Dat er nu – na anderhalf jaar – eindelijk een gesprek heeft plaatsgevonden tussen onderzoekers en critici kan ik alleen maar aanmoedigen. Toch blijft het zaak om nu niet achterover te gaan leunen en de resultaten af te wachten – ook Nederlandse ­onderzoekers moeten wakker gehouden worden.

Wie daar na het lezen van dit stuk nog niet van overtuigd is, raad ik van harte aan de open brief te lezen, te vinden op www.historibersama.com. ;

Lara Nuberg is historicus en schrijver van de blog gewooneenindischmeisje.nl. 

Joop Hueting TV optreden, na 50 jaar bij het programma DWDD bij Mathijs van Nieuwkerk, moeten de verantwoordelijken van deze oorlogmisdaden als nog voor boeten?  

Publicatie door F.Schwab (ICM Editor) op 18 Januari 2019 op 10.30  op ICM en Overige Media

10897407481?profile=originalOp 13 november 2018 verscheen deze publicatie in de Volkskrant, en  twee dagen later op…

Doorgaan

Lees verder…

I C M  W e b  s h o p  Boeken, C D   &   D v d

I C M  W e b  s h o p  Boeken, C D   &   D v d

 

Bestellen kan ook via email schwabferry@gmail.com  Of via op overbkoeking op onze bankrekening NL35 RABO 0377579491  tnv ICM Project ovv  DVD.  Vergeet uw adresgegevens niet om te vermelden,   Of maak gebruik van bestelformulier.

 

10897374499?profile=original

 

Prijs €  24,95 plus verzendkosten € 3,95 Nederland

10897374680?profile=original

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

10897374884?profile=original

10897407277?profile=original

 12357925059?profile=RESIZE_710x12357925662?profile=RESIZE_710x12357927265?profile=RESIZE_710x12357929063?profile=RESIZE_710x

Prijzen

DVD

Pasar malam Online dvd van           €29,95  

Weduwe van Indie van                      €27,50 

Blue Diamond Riem de Wolff voor  € 17,95

Stamboel DVD                                      27,50

Andy Tielman                                       €27,95   

 

Manna                                                   €19,95                                

BOEKEN

Rapport Traktaat van Wassenaar     €49.95

ICM BOOK                                        €19,95 

De ruwe Diamant                               €19,95  

Door deOgen                                     19,95                       

           

 

Exclusief verzendkosten

 BESTEL FORMULIER 

KOPIEER HET ONDERSTAANDE NAAR UW EMAIL , VOOR ZIE DEZE VAN UW GEGEVENS EN VERSTUUR DEZE NAAR INFO@ICM-ONLINE.NL 

 

Te bestellen  CD :  ............................................  DVD : ............................................

Naam                 :  ...................................................................................................

Adres                 :  ...................................................................................................

Wpl                     :  ...................................................................................................

Telefoon              : ....................................................................................................

 

GA NAAR DE WEBSHOP OVER BOEKEN, EN OVERIGE KLIK ONDERSTAANDE LINK

http://icmonline.ning.com/forum/topics/icm-video-cd-webshop

 

Lees verder…

10897290682?profile=originalDoor Werner  Stauder "Duitse Joden achter Indische Kawat "         

Foto Vrachtschip de Van Imhoff (foto: Tropenmuseum)

In het mei-nummer van NICC Magazine publiceerden wij al een beknopte versie van dit artikel en beloofden u een uitgebreid artikel in het augustus-nummer. Op het artikel in mei van dit jaar ontvingen wij een commentaar van Kees Maaswinkel, dat wij u niet willen onthouden.

[Geachte redactie. Dank voor de toezending van het NICC mei-magazine in een overzichtelijke opmaak en met interessante artikelen. Daaronder het merk-waardige artikel van Wwener Stauder. In het stuk verbindt hij de gebeurtenissen rond het schip de Van Imhoff met het lot van de Duitse en Oostenrijkse Joden in Nederlands-Indië. Daarbij maakt de auteur op een mijns inziens wat slordige wijze van hen een bijzondere slachtoffergroep, terwijl ze dat niet waren. Zij behoorden tot de Duitse en Oostenrijkse geïnterneerden, die niet erg fatsoenlijk maar wel gelijk werden behandeld].

[Onderscheid naar ras of geloof werd tussen de Europeanen niet gemaakt; wel naar nationaliteit en politieke gezindheid. Denk aan de behandeling van de NSB-ers in Nederlands-Indië. Natuurlijk had men kunnen bedenken dat zij die voor het Nazi-regieme waren gevlucht, maar weinig sympathie zouden hebben voor deze politieke beweging. Maar daar werd niet naar gevraagd. Er werd in paniek geïnterneerd. Nederlandse Joden werden met rust gelaten en ondergingen tijdens de Japanse bezetting nagenoeg hetzelfde lot als de andere Nederlanders].

[Wel reden dus tot een – late – opwinding over die gebeurtenissen op de Van Imhoff, maar geen reden om van deze Joden een bijzondere groep te maken].

Met vriendelijke groet,            Kees Maaswinkel

Hierna nu het uitgebreide artikel:

Vrachtschip de Van Imhoff (foto: Tropenmuseum)

Wat er met de Joden in Nederland gebeurde tijdens de Tweede Wereldoorlog weet vrijwel iedereen. Over het lot van de Duitse en Oostenrijkse Joden in Nederlands-Indië van vóór de Japanse bezetting is hier daarentegen weinig bekend. Zij vormen een vergeten groep oorlogsslachtoffers. Het doel van dit artikel is het eerherstel van deze mensen. Om aan deze anonieme groep een gezicht te geven zal ik het lot van de heer Otto Moszkowicz als voorbeeld naar voren halen.

Otto Johann Ludwig Moszkowicz, geboren in 1911, was in Nederlands-Indië als ingenieur werkzaam bij de B.P. Maatschappij in Terisi, Djatibarang op West-Java. De heer Moszkowicz was één van de honderden Joden, die in de jaren 30 Duitsland en Oostenrijk waren ontvlucht en zich in Nederlands-Indië hadden gevestigd omdat zij dachten, daar een veilig heenkomen te hebben gevonden onder de Nederlandse bescherming. Zij kwamen van de regen in de drup, want zij ontsnapten weliswaar aan de nazi’s, maar kwamen evengoed in kampen terecht achter het prikkeldraad. Velen van hen hebben het niet overleefd, waaronder ook de heer O.J.L. Moszkowicz. Tijdens de recherches voor mijn boek over de interneringskampen in Indië kwam ik in Duitse en Nederlandse archieven een van de grootste schandalen uit de maritieme geschiedenis van Nederland op het spoor, waarover tot op heden een mysterieuze sluier hangt. Meer dan 70 jaar geleden, op 19 januari 1942, voltrok zich circa 150 zeemijl voor de kust van Sumatra een haast onbeschrijfelijk drama, waarvan de ware toedracht door de desbetreffende autoriteiten decennia lang angstvallig in de doofpot is gehouden. Ik nam daarom het besluit, mij intensief met deze Nederlands-Indische doofpotaffaire bezig te houden  om in mijn boek een waarheidsgetrouw beeld te scheppen van alle gebeurtenissen rondom de tragische dood van  411 onschuldige gevangenen, waaronder talrijke Joden, die men op uitdrukkelijk gezag van hoger hand willens en wetens heeft laten verdrinken en aan de bemanning vervolgens het bevel gaf, daarover te zwijgen. Ook Otto Moszkowicz was één van deze verzwegen Joodse oorlogsslachtoffers. Met het onderstaande verhaal wil ik hem en al de anderen uit de anonimiteit halen en postuum eer bewijzen.

Het begon allemaal op 10 mei 1940. Onmiddellijk nadat Tjarda van Starkenborgh, de gouverneur-generaal van Nederlands-Indië, te Batavia op de hoogte was gebracht van de Duitse inval in Nederland, werden in de gehele Indische archipel alle burgers van Duitse afkomst gearresteerd en in interneringskampen opgesloten, in totaal ruim 2.800 mannen en vrouwen, waarbij geen onderscheid gemaakt werd tussen ‘arische’ Duitsers, Indo’s met een Duitse achternaam en uit Duitstalige landen afkomstige Joden. Dat ook deze Joden, die juist voor de nazi’s gevlucht waren en zich in Indië veilig waanden, werden gearresteerd en opgesloten - en dan ook nog op vrijdagavond bij het begin van de sabbat - is onbegrijpelijk. Te meer als men bedenkt, dat zij reeds voor de oorlog door de nazi’s van hun burgerrechten werden beroofd en dus stateloos waren. Op deze bewuste Erev Sjabbat van de 3e Ijar 5700, die om 18:11 uur plaatselijke tijd begon, werd de Parasja Emor gelezen. Na de sjabbatviering werd Otto Moszkowicz laat op de avond door Nederlandse politie-agenten en BB-ambtenaren gearresteerd en naar het politiebureau gebracht, waar hij de nacht achter tralies doorbracht samen met andere Duitse en Joodse arrestanten. De volgende dag werden zij op transport gezet naar een verzamelkamp op West-Java en van daar uit naar Tandjong Priok, de haven van Batavia, waar een KPM-schip klaar lag om hen verder te brengen naar het eiland Onrust. Zij moesten aan de kade in het gelid gaan staan, omringd door zwaar gewapende inheemse militairen, en ontvingen de mededeling, dat zij zich aan boord van het schip moesten begeven nadat aan een tafel de gegevens van alle arrestanten waren genoteerd. Ook de heer Moszkowicz moest zijn naam en adres opgeven en zijn portemonnaie, zijn portefeuille, sleutels, horloge enz. inleveren. Alles werd geregistreerd en in zakjes gestopt. Daar zag hij later nooit meer iets van terug. Tegen de avond werden ze aan boord gebracht en moesten meteen naar het bloedhete overvolle ruim toe.

 10897290695?profile=originalFoto - Jhr. Mr. A.W.L. Tjarda van Starkenborgh  Stachouwer, de Gouverneur-generaal van Indië.

Na ca. 1 ½ uur varen werden ze aan wal gebracht. De ontscheping van de gevangenen vond onder groot militair vertoon plaats met veel geschreeuw en gesnauw. Ze werden daarbij dikwijls geschopt en geslagen. Onder het toeziend oog van de kampcommandant kapitein H. J. de Vries werden Otto Moszkowicz en zijn lotgenoten via een hoge, met prikkeldraad omgeven en van tralies voorziene poort gedreven en in groepen van ruim 100 man naar de diverse barakken afgevoerd, dertig in getal. Daar werden de Joden van de overige Duitsers gescheiden en apart gezet. Elke barak was 30-40 meter lang en 5 meter breed, had een vochtige betonnen vloer zonder bedden, was afgedekt met gegolfd plaatijzer en slechts schaars belicht. Bovendien wemelde het er van allerlei ongedierte. Iedere barak was genummerd en werd door middel van een drie meter hoge omrastering afgescheiden van de overige barakken en het was     ten strengste verboden de prikkeldraadomheining dichter dan op 2 meter afstand te benaderen. Barak 18 was de zogenoemde ‘Jodenbarak’. Daarin werden alle Duitse en Oostenrijkse Joden gehuisvest. Een van hen was Johnnie Duell, de directeur van het Metropooltheater in Batavia, die als Duitse Jood in de Eerste Wereldoorlog aan het westelijk front had meegevochten en zelfs voor zijn moedig optreden als piloot gedecoreerd werd. Ondanks het feit dat hij zich tot Nederlander had laten naturaliseren, kwam hij toch evengoed samen met Otto Moszkowicz in barak 18 op het eiland Onrust terecht. Zij moesten een bundel stro oprapen en daarmee een plekje op de kale vloer zoeken om daarop te slapen. Dekens tegen de nachtelijke afkoeling werden niet uitgereikt en zowel fysiek alsook verbaal geweld was geen uitzondering.

De Joden werden net zo slecht en onbeschoft behandeld als de overige Duitsers, want zij werden gewoon als Duitsers beschouwd en niet als Joden. Niemand stond er blijkbaar bij stil dat deze mensen helemaal geen Duitse staatsburgers meer waren en dat zij juist uit Nazi-Duitsland moesten vluchten om aan de afgrijselijke jodenvervolging te ontsnappen. Dat de Duitse Joden door de Nederlandse politie werden gearresteerd in het land waar zij rust en vrijheid dachten te vinden, en dan op het beruchte eiland Onrust ook nog in een zogenaamde ‘Jodenbarak’ werden opgesloten in plaats van hen als vluchtelingen op te vangen en hen politiek asiel te verlenen is ronduit schandalig te noemen. Dat dit echter niet per vergissing gebeurde, maar juist van hogerhand beslist werd blijkt uit het feit, dat het besluit hiervoor door de gouverneur-generaal Tjarda van Starkenborgh Stachouwer werd genomen als een veiligheidsmaatregel op grond van artikel twintig van de Regeling Staat van Oorlog en Beleg. De Duitse Joden werden in Indië als ‘veiligheidsrisico’ familieleden in de concentratiekampen. Om deze reden liet Starkenborgh de veiligheid voor de Ludwig Moszkowicz het slachtoffer van dit noodlottige besluit en kwam onder onmenselijke omstandigheden achter het prikkeldraad terecht.

In de vroege ochtend van 15 mei 1940 werd hij getuige van de brute moord op zijn jonge barakgenoot Rudolf Frühstück. De geïnterneerden van barak 18 gingen naar buiten om te luchten. Vlak voor de omheining waren enkele Javanen in de hoge bomen geklommen om daar wat takken af te kappen in verband met het monteren van een elektrische leiding. Natuurlijk was dit voor Moszkowicz en zijn barakgenoten een prachtige afleiding om naar te kijken en ook de jonge Frühstück was één van deze toeschouwers. Met opgeheven hoofd stond hij gefascineerd te kijken hoe snel en behendig deze inlanders in de boom konden klimmen en had daarbij niet eens door dat hij inmiddels op minder dan twee meter van de prikkeldraad-omheining was gekomen. Onbewust wilde hij op een gegeven moment met zijn hand op één van de peilers van het hek steunen, waardoor die hand zich dus boven het verboden gebied bevond met het gevolg dat hij nietsvermoedend en zonder waarschuwing door een sergeant van het bewakingsdetachement van achteren werd doodgeschoten door een welgemikt schot in   de hart streek. Er ontstond onmiddellijk een groot tumult in het kamp. Zijn barakgenoten renden naar hem toe om hem te helpen, waaronder ook dr. Emil Mengert uit Batavia, terwijl ook militairen van alle kanten kwamen aanlopen, die de arts onder bedreiging van het geweer dwongen zijn patiënt te verlaten en iedereen de barak in joegen.

10897291461?profile=originalfoto- Luitenant-Generaal G.J. Berenschot

Uit de omliggende barakken klonken luide protesten tegen deze handelwijze. Onder de toegesnelde militairen bevond zich ook kapitein De Vries, die, met zijn pistool in de hand, de zwaargewonde jongeman ziel-togend in het gras aantrof. Kort daarop stierf hij. Rudolf Frühstück was een jonge Jood, die in de jaren ’30 van Duitsland naar Singapore emigreerde, maar daarna zijn toevlucht in Nederlands-Indië zocht toen de oorlog tussen Engeland en Duitsland uitbrak, omdat hij in de veronderstelling verkeerde dat hij in Indië veilig zou zijn. Frühstück ontmoette in Indië de dood, die hij in Duitsland wilde ontlopen. Heel tragisch!

Toen de gouverneur-generaal van Starkenborgh samen met de legercommandanten luitenant-generaal Berenschot en generaal-majoor Schilling eind mei 1940 het kamp op het eiland Onrust bezocht en constateerde dat de toestand daar ‘zeer onvoldoende’ was, gaf hij opdracht om onmiddellijk een centraal kamp te bouwen waar alle Duitse mannen van de hele Indische Archipel konden worden ondergebracht. In alle haast werd er in het zuiden van Atjeh op het eiland Sumatra het centrale kamp Lawé Sigala-gala gebouwd in de Alasvalei vlakbij Kota Tjané. Op 6 juli 1940 ging het eerste transport van vijfhonderd man met de Op ten Noort van Onrust op weg naar het nieuwe kamp en op 14 juli met de Plancius het tweede. Met het derde transport werden op 8 augustus 1940 de laatste gevangenen van het eiland Onrust naar Sumatra gebracht, eveneens met dePlancius. Het is mij niet bekend onder welke groep de heer Moszkowicz zich bevond, maar ook hij belandde in Lawé Sigala-gala opnieuw achter het prikkeldraad. De gevangenen werden volgens een bepaald systeem over zes blokken verdeeld, genummerd van A tot F, die in twee rijen van drie tegenover elkaar stonden. Elke blok telde 8 tot 12 slaapbarakken voor ongeveer 400 man, vier eetbarakken, sanitaire barakken, een keuken en een hospitaal. De blokken A en D waren de zogenoemde nazi-blokken, blok B was voor de de rooms-katholieke priesters, protestantse zendelingen en andere a-politieke mensen, de blokken C en F voor de zeelui en overige gematigden, en tenslotte blok E voor de Joden. De diverse blokken werden onderling van elkaar gescheiden door een hoge dubbele prikkeldraadomheining en Spaanse ruiters. Op alle hoeken van het kamp stonden wachttorens met schijnwerpers en mitrailleurs. Het kamp werd streng bewaakt door een versterkte KNIL compagnie van 250 man. Hoewel er op het eiland Onrust een aantal Duitse Joden werden vrijgelaten, moest het merendeel toch mee naar het nieuwe kamp en zo kwam ook Otto Moszkowicz hier in het ‘Jodenblok’ terecht. Vanuit de cellen van het beruchte Fort Ngawi alsook vanuit de kampen op de andere eilanden werden eveneens talrijke Joodse gevangenen overgebracht naar blok E in Lawé Sigala-gala. Wat er met hen verder allemaal gebeurde in dit verschrikkelijke kamp dat twee jaar later door de Japanners zou worden gebruikt om daarin de Nederlanders te interneren, zal ik in mijn boek uitvoerig beschrijven aan de hand van diverse ooggetuigenverslagen en dagboek aantekeningen.

Eind december 1941 werd in verband met de verwachte landingen van de Japanners besloten het kamp op Sumatra   te ontruimen en de gevangenen naar Brits-Indië af te voeren. In een geheim codebericht aan minister van Kleffens schreef Starkenborgh: “Britsch-Indië is bereid onderbrengen Duitsche geïnterneerden welke vertrekken 28 December en 2 Januari. Het schijnt mij juister gezien belang maatregel de Duitsche Regeering Uwerzijds inlichten, echter niet voordat tweede groep is aangekomen omdat eerder bekendmaken eventueele Japanse voor ontzetting zou kunnen verhaasten dan wel pogingen zou kunnen uitlokken om het transport op zee op te vangen. De datum van aankomst zal ik U nader seinen.” Er was hierbij dus slechts sprake van twee transporten. Over een derde transport staat niets in de officiële telegramwisseling tussen de gouverneur-generaal  en de minister in Londen. Op    dat moment bevonden zich nog ruim 2450 Duitse en Joodse gevangenen in Lawé Sigala-gala, die in met prikkeldraad ‘beveiligde’ vrachtauto’s werden overgebracht naar de havenstad Sibolga. Op 29 december 1941 vertrok het eerste transport geïnterneerden met de KPMer Ophir uit Sibolga. Het schip had bijna duizend gevangenen aan boord, waaronder zich dertig fanatieke nazi’s bevonden, de rest waren vooral jonge mannen, velen uit de blokken A en D, enkelen uit F en C en een heel enkele uit E en B. Op 3 januari volgde de Plancius met ruim negenhonderd Duitsers aan boord, eveneens uit de diverse blokken zorgvuldig geselecteerd zodat de aller gevaarlijkste gevangenen alvast het land uit waren. Op 16 januari 1942 vertrok het derde en laatste transport uit Sibolga met 477 Duitse gevangenen aan boord van het omgebouwde koopvaardijschip Van Imhoff. Deze groep, waartoe ook Otto Moszkowicz behoorde, bestond uit de rest van Blok E, het Joodse blok, mannen van wie de namen met L t/m Z begonnen en de ouderen uit alle andere blokken alsook zeelui.

10897291493?profile=originalfoto - “Lading” van slavenschip ‘Leusden’

Op 19 januari 1942 werd in een geheim codebericht de mededeling gedaan, dat de twee transporten van respectievelijk 975 en 938 Duitsers op 7 en 10 januari in Brits-Indië zijn aangekomen en dat er op 16 dezer een derde en laatste transport uit Nederlands-Indië vertrok. Verder wordt in dit bericht melding gemaakt van de aankondiging dat de evacuatie uit Nederlands-Indië over een week gepubliceerd zal worden, waarbij het feit dat de laatste groep onderweg is, zal worden verzwegen. Waarom moest dit worden verzwegen? Wist men soms van tevoren al dat het schip nooit zou aankomen?

De kans om Bombay te bereiken was eigenlijk reeds vanaf het vertrek vrijwel nihil omdat de Van Imhoff, die blijkbaar doelbewust niet als gevangenentransport aangemerkt was, al door Japanse vliegtuigen gesignaleerd werd toen het nog in de haven van Sibolga lag. De omstandigheden aan boord waren voor de geïnterneerden mensonterend. De 477 grotendeels bejaarde gevangenen werden beneden in het bloedhete ruim van het vrachtschip opgesloten en zaten dicht opeengepakt in 2 meter brede kooien van prikkeldraad, elk met een capaciteit voor dertig man. Omdat elke kooi amper één meter tien hoog was en het voor de gevangenen dus onmogelijk was rechtop te staan, hurkten en lagen zij dicht op elkaar. Er was te weinig drinkwater, ventilatie en sanitaire voorzieningen waren vrijwel nihil. In de kooien hing  een vreselijke stank en het was er niet uit te houden van de hitte.

Alleen al het laten vertrekken van het schip onder deze barre omstandigheden, die sterke overeenkomsten vertonen met die in de slavenschepen van de West-Indische Compagnie zoals de Leusden waar ik straks nog op zal terugkomen, was reeds een grove schending van het volkenrecht. Daar komt nog bij dat er onvoldoende reddingsmiddelen op het schip aanwezig waren om iedereen te kunnen redden en, zo later bleek, sowieso uitsluitend bedoeld waren om de Nederlandse bemanning en het bewakings-detachement in veiligheid te brengen.

Het duurde dan ook niet lang totdat er zou gebeuren wat iedereen vreesde, want omstreeks tien uur in de ochtend van de noodlottige 19e januari 1942 werd de Van Imhoff door een Japanse jachtbommenwerper aangevallen. Door één van de bommen scheurde op een gegeven moment de scheepswand onder de waterlinie open, waardoor er zoveel water binnenstroomde dat het schip langzaam begon te zinken. Toen deVan Imhoff tegen één uur slagzij begon te maken, werd door kapitein Hoeksema de order gegeven de motorsloep alsook de vijf reddingsboten te vieren en alle reddingsvlotten in het water te werpen. Een zesde reddingsboot bleef echter hangen omdat die zat vastgeroest in zijn ophangmechanisme. Voorts werd order gegeven om de Duitse en de Joodse gevangenen in hun kooien kalm en zo nodig in bedwang te houden, zodat de Nederlandse bemanning en het bewakings-detachement het schip zonder tegenstand kon verlaten. Pas toen alle Nederlanders van boord waren, werden door de laatste militairen kniptangen en sleutels naar beneden gegooid. De geïnterneerden werden in het ruim verder aan hun lot overgelaten.

Wat toen volgde, is haast niet te beschrijven. Sommigen konden weliswaar met behulp van de ijzertangen de prikkeldraad omheining openknippen, toch lukte het slechts de jongste en vitaalste mannen het ruim te verlaten. De rest bleef achter. Velen werden verdrukt of vertrapt, want iedereen probeerde in paniek vanuit de krappe kooien over elkaar heen naar buiten te kruipen. Anderen sneden hun polsen open om niet levend door haaien opgevreten te worden. Weer anderen sprongen overboord en verdronken. Degenen die hun sprong overleefden en probeerden de Nederlandse sloepen al zwemmend in te halen, werden onder dreiging van gerichte pistoolschoten op afstand gehouden. Een van hen, Stephan Walkowiak, kreeg bij deze poging weliswaar een schot dwars door zijn hand, werd daarna echter door inheemse militairen in een van de achterste reddingsboten bloedend aan boord gehesen hoewel er vanuit de motorsloep gecommandeerd werd de man aan zijn lot over te laten.

Te midden van de grote chaos aan boord van het zinkende schip hielden sommige gevangenen hun hoofd koel en zochten naar allerlei mogelijkheden om het vege lijf te redden. Algauw vonden zij de sloep die de Nederlanders in hun haast niet los konden krijgen. Uiteindelijk slaagden de mannen er na twee uur zwoegen alsnog in om de aan de davits vastgeroeste reddingsboot los te wrikken en te water te laten. Officieel kon de sloep slechts 42 inzittenden bevatten, maar desondanks konden er toch wel 53 man mee en in een werkboot dat zij op het voorschip aantroffen, konden nog eens 14 man plaatsnemen. De riemen en het noodrantsoen waren helaas door de Nederlanders uit de boot verwijderd maar gelukkig lagen de mast en de zeilen er nog in. Velen waren vanaf het schip in het water gesprongen en probeerden zich op planken en deuren, houten meubels en kasten zo lang mogelijk drijvende te houden of een plaats te bemachtigen op enkele bamboevlotten.

10897292255?profile=originalfoto- Kunstenaar Walter Spies

Tegen de avond van 19 januari 1942, rond half zeven, verdween de boeg van de Van Imhoff in de golven. Het schip zonk weg in de diepte, terwijl ruim 300 Duitse gevangenen, die geen kans hadden gezien zich in veiligheid te brengen, zich nog steeds in hun prikkeldraadkooien aan boord bevonden. Zij werden samen met de zwemmenden mee de diepte in gesleurd. In totaal zijn 411 onschuldige Duitse en Joodse gevangenen hierbij omgekomen. Een van hen was Otto Johann Ludwig Moszkowicz. Van de Joden heeft niemand de ramp overleefd!

Onder de slachtoffers bevonden zich naast de talrijke Joden ook enkele tientallen protestantse zendelingen, katholieke missionarissen, dominees en priesters, ook diverse bekende kunstenaars waaronder de kunstschilder Walter Spies en zelfs een groot aantal actieve en gepensioneerde KNIL-militairen en politie-ambtenaren, die al meer dan 20 jaar genaturaliseerd waren en trouwe dienst aan de koningin bewezen. Van al deze gevangenen kan derhalve moeilijk gezegd worden dat zij nazi's of gevaarlijke elementen geweest zouden zijn hetgeen hun gruwelijke dood zou kunnen rechtvaardigen. Het feit dat de bemanning en de bewakers zichzelf in de reddingsboten in veiligheid hadden gebracht terwijl zij de aan hen toevertrouwde gevangenen keihard aan hun lot overlieten druist in tegen alle regels op zee. Tot op heden zijn de verantwoordelijken nooit berecht!

Dit verhaal zal ongetwijfeld nare herinneringen oproepen bij de lezers die bekend zijn met de koloniale geschiedenis van Nederland, want het lijkt wel een déjà vu. Op 1 januari 1738 verging in een onweer voor de monding van de Marowijnerivier in Suriname het slavenschip Leusden van de West-Indische Compagnie, waarbij kapitein Outjes willens en wetens ruim 700 slaven, die benedendeks aan kettingen waren vastgeklonken, liet verdrinken terwijl hij zelf met zijn Nederlandse bemanning op de sloepen stapte en naar de wal vertrok. De kapitein durfde de slaven niet los te laten omdat hij bang was dat ze de bemanning op het zinkende schip zouden overmeesteren. Dezelfde reden gaf ook kapitein Hoeksema aan ten opzichte van de Duitse gevangenen op de Van Imhoff.  Op 18 november 1737 vertrok de Leusden vanaf het Nederlandse Fort Elmina aan de kust van het huidige Ghana naar Suriname  met honderden slaven aan boord. Benedendeks was het erg donker en benauwd en door het ontbreken van sanitaire voorzieningen stonk het daar verschrikkelijk. Het slavenruim van de Leusden was in twee lagen verdeeld zodat er meer slaven vervoerd konden worden.

Hetzelfde principe werd 200 jaar later ook toegepast op het ruim van de Van Imhoff. Vandaar dat de kooien waarin de Duitsers opgesloten werden slechts één meter tien hoog en twee meter breed waren waardoor zij net als de slaven op de Leusden op elkaar gepakt als haringen in een ton zaten. Zowel de mannelijke alsook de vrouwelijke slaven waren naakt en twee aan twee aan elkaar geketend. Toen het slavenschip eind december 1737 zijn eindbestemming naderde kwam het voor de kust van Suriname in een noodweer terecht. De slaven zaten als ratten in de val toen de romp brak en water de ruimen binnen stroomde. Kapitein Outjes had namelijk de luiken dicht laten spijkeren om te voorkomen dat de slaven naar boven zouden komen, toch hoe hadden ze dat kunnen doen als ze vastgeketend waren? Zonder ook maar één vinger uit te steken om hen te redden liet de kapitein de sloepen strijken en vertrok met zijn bemanning. Ruim 700 onschuldige Afrikaanse slaven hebben deze scheepsramp niet overleefd en men moet zich afvragen hoe het mogelijk is dat deze grootste tragedie uit de Nederlandse scheepvaarthistorie bijna 300 jaar lang in het moederland zelf vrijwel onbekend bleef. Het antwoord laat zich wel raden.

Terug naar de Van Imhoff. Ook de weinige overlevenden, in de beide booten en op de vlotten, die de volgende ochtend werden waargenomen door het KPM-schip Boelongan, mochten op uitdrukkelijk bevel van de Commandant Zeemacht niet gered worden. Daarom weigerde de kapitein om humanitaire hulp aan de drenkelingen te verlenen en gaf onder luid gemor van zijn eigen inlandse bemanning het bevel te vertrekken en de drenkelingen zonder water en voedsel aan hun lot over te laten. Hij beriep zich hiervoor op een geheime order van admiraal Helfrich. Een van de drenkelingen, de Duitse Jood Arno Schönmann uit Soerabaja, sprong van een vlot in het water en zwom het schip achterna. Een inlandse matroos, die medelijden toonde, gooide hem een werplijn toe.

10897292287?profile=originalfoto - Replica van slavenschip “Leusden”

Schönmann probeerde daaraan omhoog te klimmen, werd daaraan echter gehinderd door de eerste stuurman en is achteraf verdronken. De vlotten dreven af en werden nooit teruggevonden. Ook twee inzittenden van de beide booten hebben het niet gehaald. Zo waren er uiteindelijk van de 477 geïnterneerde Duitsers nog slechts 65 overlevenden, die door de Nederlandse autoriteiten op het eiland Nias, waar zij enkele dagen later aanspoelden, opnieuw werden gevangengezet.

Uit zeer geheime correspondentie uit 1942 tussen gouverneur Starkenborgh in Batavia en minister van Kleffens in Londen blijkt duidelijk dat het Van Imhoff-schandaal in Nederland al vanaf het begin angstvallig in de doofpot is gestopt. Het openbaar worden van de ware toedracht zou de autoriteiten tot de hoogste instanties zowel in Batavia alsook in Londen en later ook in Den Haag behoorlijk in verlegenheid gebracht hebben en moest dus koste wat het kost geheim gehouden worden. De bemanning en het bewakingsdetachement kregen reeds enkele dagen na hun aankomst in Padang het bevel de ware toedracht rondom het gebeurde met de Van lmhoff geheim te houden.

In een telegram aan de Minister van Buitenlandse Zaken in London, de heer Eelco Nicolaas van Kleffens, schreef Tjarda van Starkenborgh op 1 februari 1942: “Daar vele geruchten reeds de omloop deden ook onder Duitsche vrouwen dat schip met geïnterneerden vergaan en aangezien het voorts ongewenscht is publicatie langer uit te stellen wegens kans eerder bericht buitenlandsche radio, is heden een korte verklaring uitgegeven dat een transport het voorwerp van Japansche actie is geworden welke een groot aantal slachtoffers heeft geëischt. Over behoud bemanning en bewaking is opzettelijk niets gezegd teneinde verkeerden indruk buitenland te vermijden.” Niettegenstaande deze poging om de ware toedracht te verbergen wisten enkele overlevenden vanaf het eiland Nias later toch een nauwkeurig verslag van de gebeurtenissen door te geven naar Duitsland.Een klacht wegens moord, die een Duitse overlevende in 1953 tegen de gezagvoerder van de Van Imhoff bij de Nederlandse justitie indiende, werd twee jaar later weliswaar in onderzoek genomen, maar resulteerde uiteindelijk 1958 in de conclusie dat er geen redenen waren om een strafvervolging in te stellen. Men beriep zich hiervoor o.a. op de ‘volledige’ scheepsverklaring, die kapitein H.J. Hoeksema op woensdag 4 februari 1942 samen met de vierde stuurman M.R. van der Sluis en de hoofdwerktuig-kundige J. van der Ploeg aflegde voor de havenmeester van Batavia, de heer W.H. Morren  ten havenkantoor Tandjong Priok.

Ondanks de nadrukkelijke vermelding dat deze verklaring geheel overeenkomstig de waarheid en zonder bijvoeging of weglating van daadzaken zou zijn, roept het lezen van dit zeven A4-tjes tellende document toch wel enkele vragen op: De kapitein verklaarde dat de geïnterneerden goede ligging hadden in de daarvoor genoemde dekken, maar in hoeverre kan bij prikkel-draadkooien van 2 meter breed en 1 meter hoog van een goede ligging gesproken worden? De kapitein heeft samen met zijn bemanning en de militairen het zinkende schip verlaten terwijl daar nog honderden gevangenen in het ruim opgesloten waren, waarvan uiteindelijk 411 personen omkwamen die grotendeels gered hadden kunnen worden. In hoeverre kan hij dan beweren dat hij en zijn ondergeschikten zich aan hun verplichtingen hebben gehouden en steeds met de meeste zeemanschap hebben gehandeld? Een goede kapitein verlaat als laatste het zinkende schip!

In zijn verklaring wil kapitein Hoeksema ons laten geloven, dat de reddingsboten allemaal vol waren en dat er voor de 477 geïnterneerden geen plaats was, hetgeen enerzijds betekent dat er al vanaf het   begin geen rekening werd gehouden met een eventuele redding van de Duitse geïnterneerden, maar anderzijds spreekt hij zichzelf ook tegen. De Nederlanders beschikten over een motorsloep en vier gewone reddingssloepen met elk een minimale capaciteit van 42 inzittenden. Uit het feit dat er in de achtergelaten vijfde sloep uiteindelijk 53 man konden plaatsnemen blijkt, dat er ruim voldoende plaats was om een groot aantal drenkelingen te kunnen redden. De 84 bemanningsleden en 62 bewakers zaten dus heel uitgebreid in       de sloepen terwijl er nog ruim  100 man erbij hadden gekund. Sowieso hadden ze de Joden mee moeten nemen, die in principe niet eens geïnterneerd hadden mogen worden.

Wat de zwemmers betreft, die probeerden de reddingsboten te bereiken, heeft de kapitein het in zijn verslag weliswaar over een gewonde geïnterneerde, die in  een van de sloepen werd meegenomen, maar hij verzuimde daarbij te vermelden, dat deze Duitser gewond raakte doordat er dwars door zijn hand geschoten werd bij zijn poging om aan boord van de boot te klimmen. Verder wordt in de verklaring de aanwezigheid van voldoende reddingsvesten en enkele reddings-matrassen vermeld, maar wat hadden de drenkelingen eraan als zij door de haaien werden aangevallen en de Boelongan de volgende dag weigerde om de Duitse overlevenden aan boord te laten? Al deze vragen bleven tot op heden onbeantwoord.

10897292488?profile=originalfoto- Cineast Dick Verkijk

In 1964 kreeg de cineast Dick Verkijk van Herman Wigbold van de VARA de opdracht om een documentaire over de Van Imhoff-affaire te maken voor de actualiteitenrubriek ‘Achter het Nieuws’. Vrij Nederland schreef op 1 februari 1969 met betrekking tot het feit dat de kapitein van het zinkende schip de gevangenen in het ruim aan hun lot overliet nadat hij zichzelf in veiligheid had gebracht: ‘Voor Wigbold stond vast dat er geweigerd is Duitsers te redden omdat zij Duitsers waren!’ Hoewel Justitie weigerde om gegevens hieromtrent aan Verkijk te verstrekken was hij er desalniettemin in geslaagd een nauwkeurige reportage over deze beschamende gebeurtenis te maken, die echter nooit is uitgezonden omdat de toenmalige televisiecommissaris Jan Willem Rengelink de uitzending botweg verboden had. Zo bleef de documentaire achter slot en grendel op de planken liggen en was later nergens meer te vinden. Gewoon spoorloos verdwenen! Wij kunnen er gerust van uit gaan, dat het ruwe materiaal vernietigd is. Een tweede documentaire van Verkijk over hetzelfde onderwerp, die wel aanzienlijk korter was dan de eerste, werd door de VARA-voorzitter Jaap Burger persoonlijk verboden, waarbij het niet uitgesloten is dat dit in overleg met de toenmalige regering gebeurde gezien het feit dat Jaap Burger onder Willem Drees oud-fractievoorzitter van de PvdA was.

Hoe dan ook, Dick Verkijk liet    het er niet bij zitten en publiceerde de resultaten van zijn onderzoek op vrijdag 16 april 1965 in Het Parool, hetgeen nogal enige opschudding veroorzaakte. Naar aanleiding hiervan wijdde Der Spiegel op 22 december 1965 en 7 februari 1966 twee uitgebreide artikelen met foto’s en oog-getuigenverslagen aan de pogingen van zowel de VARA-leiding alsook van de Nederlandse autoriteiten hetVan Imhoff-schandaal in de doofpot te stoppen. Dit had tot gevolg, dat de fractieleider van de PSP in de Tweede Kamer, Lankhorst, op 15 februari 1966 lastige vragen over deze affaire aan de toenmalige minister van Defensie Piet de Jong (Kabinet Cals) stelde. In zijn reactie wees de Jong op het onderzoek uit 1956 met het resultaat dat het ministerie van Buitenlandse Zaken de regering in Bonn destijds liet weten dat geen strafvervolging zou worden ingesteld. Ook in maart 1966 werd in de Eerste Kamer door de PSP, gesteund door de PvdA en de ARP, een voorloper van het CDA, op meer inlichtingen over de gebeurtenissen rondom de Van Imhoff aangedrongen. Minister De Jong gaf hierop de schriftelijke reactie, dat er geen onjuiste beslissingen waren genomen en dus geen grond aanwezig was voor een strafrechtelijke vervolging tegen de gezagvoerder van de Van Imhoff. De Kamer kwam daarna niet meer op het gebeurde terug en de discussie was gesloten.

Zo belandde de hele affaire opnieuw in de doofpot en werd door de latere publicaties van Van Heekeren en Bezemer slechts ten dele openbaar gemaakt. Tot op heden werd echter niemand verantwoordelijk gesteld voor de dood van 411 geïnterneerde Duitsers en Joden, waaronder  Otto Moszkowicz, waardoor het Van Imhoff-schandaal nog steeds een zwarte bladzijde in de geschiedenis van maritiem Nederland zal blijven.

Werner Stauder is van Joodse afkomst en was 34 jaar werkzaam bij de Telegraaf. Hij werkt aan een boek over interneringskampen in Nederlands-Indië.

______________________

Lees verder…

Bert Immerlzee Een finale afrekening, of toch niet?

10897288495?profile=original

Bert Immerlzee Een finale afrekening, of toch niet?       

Deel 3 

Resumerend heeft de Indische gemeenschap tot op de dag van vandaag zeven claims open staan jegens de Nederlandse overheid en twee jegens banken en verzekeringsmaatschappijen.” Aldus de belangrijkste conclusie in het boek ‘Opgevangen in andijvielucht’ van Griselda Molemans. In dit artikel bespreken we claim nummer 6, gebaseerd op de uitkering voor de ex-krijgsgevangenen uit Birma en Thailand.

In juli 1954 verscheen in de Nederlandse pers het volgende bericht:                                  “Het Ministerie van Buitenlandse Zaken te ‘s-Gravenhage maakt het volgende bekend: In de oorlogsjaren heeft Japan in het bezette gebied van Birma en Thailand een spoorlijn aangelegd die beide landen verbond; hiervoor werd gebruik gemaakt van vele tienduizenden geallieerde krijgsgevangenen. Na de wapenstilstand is de spoorlijn opgebroken en werd het hierbij vrijkomende materiaal door het geallieerde oppercommando verkocht. De ontvangsten hiervan zijn thans, nadat tussen de betrokken geallieerde landen hiertoe overeenstemming was bereikt, verdeeld over de landen waarvan de onderdanen aan de spoorlijn hebben gewerkt, met de bedoeling dat deze gelden aan de betrokken ex-krijgsgevangenen  zullen worden uitgekeerd. De onderhandelingen terzake hebben geruime tijd geduurd. doch onlangs zijn de gelden ter beschikking van de Nederlandse Regering gesteld ter verdeling onder degenen, die, behoord hebbend tot de Nederlandse (Nederlands-Indische) Zee-, Land- en Luchtstrijdkrachten, als krijgs-gevangenen  van  Japan, die gedwongen aan de Birma-Thailand spoorweg hebben gewerkt.”   

In het bericht, waarin vervolgens betrokkenen werd opgeroepen zich te melden, werd niet aan-gegeven hoeveel de Nederlandse overheid had ontvangen. Uit de Handelingen van de Tweede Kamer blijkt echter dat het ging om 100 duizend Engelse ponden, oftewel 760 duizend gulden. Dit bedrag zou in theorie moeten worden verdeeld onder ca. 18.000 Nederlandse krijgsgevangenen die aan de spoorlijn hadden gewerkt, dan wel aan hun nabestaanden (ca. 3000 overleden tijdens hun werkzaamheden). Een eenvoudige rekensom leert ons dat dit slechts fl. 42,22 gulden per persoon zou opleveren. Mogelijk omdat het aantal aanvragen lager werd ingeschat, werd de hoogte van de uitkering vastgesteld op op fl. 61,73.

‘Het geld is bijna op’

Verantwoordelijk voor de uitvoering van de regeling was het Ministerie van Buitenlandse zaken, Directie Overgangszaken Indonesië. Aanvragen van ex-KNIL-militairen dienden te worden gezonden naar dít ministerie, aanvragen van personeel van de Koninklijke Marine naar het Ministerie van Marine. Tijdens de uitvoering van de regeling bleek dat niet mogelijk was vast te stellen, wie daadwerkelijk aan de spoorweg hadden gewerkt, reden waarom werd besloten uit te keren aan allen die tijdens hun krijgs-gevangenschap in Thailand of Birma hadden verbleven.

In 1967, kort na de overdracht van de werkzaamheden van Buitenlandse– naar Binnenlandse Zaken, werd een rapport opgesteld met betrekking tot de stand van zaken voor wat betreft déze en de algemene krijgs-gevangenenregeling. Op dat moment was het beschikbare geld bijna geheel verbruikt: “Er is nog geld voor ongeveer een dozijn uitkeringen. Aanmeldingen komen bijna niet meer binnen.”
Evenals de algemene krijgs-gevangenenregeling (ex-artikel 16 vredesverdrag met Japan) en de burgergeïnterneerdenregeling (JU) werd ook déze regeling niet gesloten. Nog steeds kunnen aanvragen worden ingediend. Aanvragers moeten zich hiervoor wenden tot de Stichting Administratie Indische Pensioenen (SAIP).

Japanse wacht Krijgsgevangenen-kamp Thanbyuzayat in Thailand.

De ‘claim’

In ‘Opgevangen in andijvielucht’ vraagt Griselda Molemans zich af of het Geallieerd opperbevel inderdaad aan de Nederlandse overheid heeft uitbetaald, en om hoeveel geld het dan wel ging. “Het antwoord ligt veilig opgeborgen in het Nationaal Archief in Den Haag: de betreffende dossiers over de oorlogsschaderegeling Nederland-Thailand zijn pas in 2031 te raadplegen.”
Vreemd genoeg geeft ze even verder in haar tekst zich zelf al antwoord. Volgens “een bron” gaat het om 17.399 ex-dwang-arbeiders (…), en 100.003 Britse ponden.

Na nog een keer te hebben gewezen op het feit dat vele belanghebbenden niet hebben geweten van deze regeling, concludeert zij: “Er staat dus nog altijd een deel van de huidige waarde van ruim 3,5 miljoen euro op de balans van de Nederlandse overheid.”
Ik heb geprobeerd te achterhalen waar zij deze 3,5 miljoen euro vandaan haalt, en ik moet toegeven, het is me niet gelukt. Hoe het ook zij, haar boodschap is duidelijk: de overheid heeft – ook híer – te weinig kenbaarheid gegeven aan de regeling, en er zo een flinke duit aan overgehouden.

In december 2013 deed de schrijfster een oproep op de website van het Amerikaanse The Indo Project:

“My question to Dutch survivors of the Burma Railway in the US is this: did you know about the Siamese compensation settlement. And did you receive the compensation? If you didn’t, may I receive your name and date of birth to include in a list which forms the basis of a court case against the Dutch State? Please note: the amount per person is not the most important aspect: there is a pattern in the way the Dutch government has handled several compensation settlements for displaced persons from Indonesia. Most rightful claimants have never been informed about these financial arrangements.”

Het ‘patroon’ waarvan zij hier spreekt, zou gelden voor meerdere compensatieregelingen. De Nederlandse Staat wordt binnenkort door haar op het matje geroepen.

Drie regelingen

Ik besprak hier in de Java Post tot dusverre drie van haar claims. Het betreft drie regelingen die gemeen hebben dat zij alle drie tussen 1954 en 1956 van kracht werden, werden uitgevoerd door ambtenaren van het zelfde ministerie, en betrekking hadden op door de overheid verkregen lump sums. De instanties van wie de gelden werden verkregen waren verschillend:  de krijgs-gevangengelden ex artikel 16 van het vredesverdrag werden verkregen van het Internationale Rode Kruis; de gelden behorende bij het Yoshida Stikker protocol (JU) van Japan; die van het Thailand-Birmafonds via een Geallieerde bankrekening in Londen. Bij deze transacties was het doel van de gelden duidelijk: ‘krijgsgevangenen’, ‘burger-geïnterneerden’, ‘krijgsgevangenen die werkten aan de spoorlijn’. Nimmer werden echter nadere voorwaarden opgelegd of aanwijzingen gegeven hoe dat geld verder verdeeld moest worden. De Nederlandse overheid was zélf verantwoordelijk voor deze verdeling, en deed dat, voor zover ik dat kan overzien, naar behoren. In ieder geval in de geest van de hieraan ten grondslag liggende besprekingen.

-  Aan ca. 91.000 burger-geïnterneerden (van de geschatte 100.000) werd in totaal 38 miljoen gulden uitgekeerd, per persoon fl. 415,-. Toen bleek dat nog bijna 3 miljoen in kas was en nauwelijks nog aanvragen binnenkwamen, werd in 1960 aan rechthebbenden een nabetaling gedaan.

-  Aan ca. 38.000 ex-krijgs-gevangenen (van de geschatte 42.000) werd in totaal 11 miljoen gulden uitgekeerd, per persoon fl. 264,-. Toen in 1962 bleek dat nog 1,1 miljoen in kas was en nauwelijks nog aanvragen binnen kwamen, werd 1 miljoen weggeschonken aan een stichting die als doel had financiële steun te verlenen aan gezinnen van in financiële nood verkerende ex-krijgsgevangenen. Na volledige schenking van deze gelden beëindigde deze stichting in 1966 haar werkzaamheden.

-  Aan een onbekend aantal ex-krijgsgevangenen uit Birma- Thailand werd in totaal 760.000 gulden uitgekeerd, per persoon fl. 61,73. In 1967 was nog geld over voor ‘een dozijn’ aanmeldingen.

De regelingen zijn niet gesloten, ondanks het feit dat de lump sums in alle gevallen in de jaren ´60 waren verbruikt. Toegekende aanvragen om ‘Japanse’ uitkeringen worden sindsdien betaald met Nederlands geld. Mochten, naar aanleiding van de publiciteit rondom ‘Opgevangen in andijvielucht’, belanghebbenden veronderstellen alsnog aanspraken aan de genoemde regelingen te kunnen ontlenen, dan moeten zij zich melden bij de SAIP.

Naar het archief!

Natuurlijk blijven vel vragen onbeantwoord. Zo weten we bijvoorbeeld onvoldoende van de uitvoering van de Birma/Thailand-regeling, en kennen we van deze regeling niet het uiteindelijke aantal uitkeringen. De suggestie van mevrouw Molemans dat de overheid onoorbaar handelen verdoezelt door de archieven niet te openen, is onterecht. Had zij, net zoals ik, een telefoontje gepleegd met het Nationaal Archief, dan had zij te horen gekregen dat alle desbetreffende archiefbestanden hetzij openbaar zijn, hetzij ‘beperkt openbaar’. ‘Beperkt openbaar’ wil echter slechts zeggen dat de stukken wél mogen worden ingezien, maar niet mogen worden gekopieerd. Dat is anders dan verdoezelen. Java Post

______________________

 

 

Lees verder…

10897288863?profile=originalMarjolein van Pagee Kembang Kuning   een fotografieproject 

Ik ben Marjolein van Pagee en als fotograaf werk ik sinds 2010 aan het project Kembang Kuning - Gele Bloem. Dit gaat over de toen zo genoemde “politionele acties” in Indonesië.

Mijn opa Jan van Pagee werd net als zovele anderen in 1947 als dienstplichtig marinier naar Surabaya, Oost-Java gestuurd. In  2005 is hij overleden zonder

Mij ooit iets te hebben verteld. 
Ik wist er helemaal niets vanaf, maar deze geschiedenis kwam voor mij tot leven toen ik een oud vergeeld portret terugvond. Ook bleken er nog twee oude fotoboeken te zijn.

Allereerst sprak ik met Nederlandse oud-mariniers die toentertijd in hetzelfde gebied als mijn opa actief waren geweest. Daarna reisde ik naar Oost-Java om de plaatsen te zoeken waar ze veel over vertelden. Op die manier ontmoette ik ook de toenmalige vijanden van mijn opa, de Indonesische vrijheidsstrijders.
10897289463?profile=originalZo is dit strand bijv. de plek waar de Nederlandse mariniers en dus mijn opa tijdens de 2e actie in 1948 zijn geland om het gebied ten Westen van Soerabaja te “zuiveren van opstandelingen.”

De kern van mijn project gaat om het luisteren naar zowel Nederlandse als Indonesische getuigen.  Mijn uitgangspunt is om beide kanten aan het woord te laten. De waarheid ligt altijd in het midden. En naar mijn mening wordt deze zwarte bladzijde uit onze koloniale geschiedenis nog vaak veel te eenzijdig weergegeven. 

In de afgelopen jaren heb ik tientallen veteranen geïnterviewd en geportretteerd, zowel in Nederland als in Indonesië. Gecombineerd met veel  archief-onderzoek en de hulp van Indonesische geschiedeniskenners levert deze aanpak veel nieuwe inzichten op. Begin juli kwam ik terug van mijn derde reis en in zes maanden heb ik opnieuw veel getuigen opgespoord, geschreven aan de teksten voor mijn boek en ook heb ik de Indonesische taal geleerd.  Op 17 augustus viert de Republiek Indonesië de onafhankelijkheid, een goede aanleiding om het project Kembang Kuning weer onder de aandacht te brengen. Zo zal NRC een artikel publiceren over een van de verhalen die ik heb uitgezocht. Ook ben ik uitgenodigd om die avond te komen praten bij Radio1. Daarnaast opent die dag mijn expositie bij galerie Zerp in Rotterdam. Allemaal goed nieuws natuurlijk, alleen... in minder dan een maand moet ik de financiering hiervoor rond zien te krijgen. 

Daarom doe ik opnieuw een oproep aan de mensen die het net als ik belangrijk vinden dat dit verleden openbaar komt. Alle beetjes helpen, steun mij met een donatie! 

Marjolein van Pagee (1987) studeerde fotografie aan AKV St. Joost in Breda. Sinds 2010  werkt ze aan een langlopend fotografie-project over de onafhankelijkheidsoorlog tussen Nederland en Indonesië. Ze fotografeerde zowel Nederlandse als Indonesische veteranen.

10897289657?profile=originalwww.marjoleinvanagee.nl     Met een donatie op de Crowd-funding website “Voordekunst” kunt u de expositie Kembang Kuning - Gele Bloem mede mogelijk maken! Hoe werkt het?

1) Ga naar www.voordekunst.nl (De crowdfunding loopt tot 19 augustus 2014)

2) Maak een account aan, en doneer het gewenste bedrag.
3) Ontvang een beloning en volg het project verder op de voet.

Het doelbedrag van € 2400,- moet voor 100% worden gehaald.
5% van het totale bedrag wordt afgestaan aan Voordekunst.  Crowdfunding is een interessant alternatief voor de steeds schaarser wordende kunstsubsidies.
Mijn solo expositie bij Galerie Zerp in Rotterdam opent op zondag 17 augustus om 15.00 uur aan de Van Oldenbarneveltstraat 120A. U bent van harte welkom!

Weergaven: 76

Lees verder…

NIEUWS ONDERZOEK PULPNIEUWS

Pulp bereikt op Facebook meer mensen dan berichten van reguliere media, blijkt uit onderzoek van Leidse wetenschappers


763?appId=93a17a8fd81db0de025c8abd1cca1279&quality=0.8
Alexander Pleijter en Peter Burger, factcheckers. Beeld Erik Smits


Het is officieel: de pulp regeert. Berichten van obscure clickbaitsites met namen als Trendnieuws en Ongelooflijk krijgen op Facebook meer likes en reacties dan de berichten van erkende nieuwsmerken als de NOS, De Telegraaf en de Volkskrant. Een misstand, want terwijl nieuws van de reguliere media aan kwaliteitseisen voldoet, is zo’n controlemechanisme bij de pulpsites doorgaans afwezig.

Tot die conclusie komen Leidse wetenschappers in een omvangrijke analyse van ruim honderdduizend Facebookberichten tussen 2013 en 2017. Liefst de helft van alle ruim tien miljoen Nederlandse Facebookgebruikers deelde of likete in die periode wel eens een pulpbericht. Eén op de drie liet er een opmerking achter. Berichten van ‘gewone’ media – van NRC totGeenStijl – werden gemiddeld maar half zo vaak gedeeld als de snackberichtjes.

advertentie

Wilt u dit verhaal liever beluisteren? Hieronder staat de door Blendle voorgelezen versie.

De pulp bestaat vooral uit sensationele aandachttrekkertjes, slechts bedoeld om zoveel mogelijk kijkers en daardoor advertentie-inkomsten te krijgen: ‘Dit is de beste manier om je autoruit binnen enkele seconden schoon te maken’, ‘Agent in Rotterdam leert relschopper het op de harde manier’, ‘Gezin redt prachtige octopus; de dag erna komen ze terug en geeft het hun een herinnering voor het leven.’ Zulke clickbait (letterlijk: lokaas voor muisklikken) is niet per se onjuist, maar vormt wel een achterdeur waarlangs ook nepnieuws kan binnenkomen: ‘Paardenbloemthee honderd keer effectiever dan chemotherapie’, ‘Herten Oostvaardersplassen met bommen afgeslacht’, ‘Asielzoekers stalen puppy, stopten hem vol drugs en braken zijn benen’.

‘Natuurlijk is het heel goed mogelijk dat mensen genieten van af en toe een viraal berichtje, zoals je af en toe naar de snackbar gaat en daarna weer gezond eet’, zegt onderzoeker Peter Burger van het factcheckproject Nieuwscheckers. ‘Maar wat ons verbaast is hoe groot dit fenomeen is. Deze pulpsites genereren meer interactie dan jullie of de NOS. En op de stroom pulp drijven ook potentieel schadelijke berichten binnen, zoals misleidende gezondheidstips of kwaadaardige propaganda tegen bepaalde sociale groepen.’

Achter de sites zitten zowel buitenlandse bedrijven als binnenlandse ondernemers. Die komen aan inhoud door bijvoorbeeld buitenlands sensatienieuws te vertalen, of video’s van internet te plukken en ze te voorzien van een spannende kop en commentaar te posten. In andere gevallen haken de sites aan bij gewoon sensatienieuws, ‘zoals een aanslag of dat ongeluk met de stint in Oss. Daar proberen ze dan een graantje van mee te pikken’, zegt Burger. Hoeveel de initiatiefnemers precies aan het rondpompen van rommelnieuws verdienen, is ook voor hem een open vraag.

Advertenties

Opvallend is dat op de pulpsites erkende instellingen adverteren, zoals ministeries, KPN, KLM en ironisch genoeg zelfs nieuwsmerken zoals NRC en Vrij Nederland. ‘Die betalen zodoende mee aan deze bedrijfstak’, aldus het team in een toelichting. De adverteerders weten overigens van niets, omdat ze adverteren via geautomatiseerde pakketten zoals Google Adsense. Maar rare situaties geeft het wel: zo vond het team een advertentie van het Spaarne Gasthuis op een pulpsite over gezondheid, en zelfs een advertentie van het stimuleringsfonds voor de journalistiek op een van de rommelsites. ‘Dat was wel erg ironisch’, zegt Burger. Doel van het fonds is immers om de kwaliteit van de journalistiek te stimuleren.

Interessant en ‘min of meer in lijn met wat je al verwacht’, reageert nepnieuwsonderzoeker Jon Roozenbeek van de Universiteit van Cambridge desgevraagd. Zo wijst hij op eerder onderzoek dat uitwees dat nepnieuws op Twitter sneller en onder meer mensen rondgaat dan ‘gewoon’ nieuws.

Meer inzicht

Jammer vindt Roozenbeek het wel dat het Leidse team niet meer details geeft over welke berichten door wie zijn gedeeld: ‘Als je één keer een junknieuwsbericht hebt gedeeld, sta je nu al in de statistieken. Terwijl er ook een grote groep is die heel veel deelt, en sommige berichten veel meer worden gedeeld dan andere. Het zou goed zijn om daarin meer inzicht te hebben,’ vindt hij.

DEZE WETENSCHAPPERS ONDERZOCHTEN CLICKBAIT EN TOEN ZAGEN ZE DIT…

Medio 2015 waren er nog minder dan tien pulpsites actief op Facebook. Eind 2017 waren het er meer dan 50.

Een pulpbericht ontlokt gemiddeld 429 likes, 165 reacties en 158 ‘shares’ (keren gedeeld). Een gemiddeld mediabericht van een gevestigd nieuwsmerk komt op 363 likes, 80 reacties en 73 shares.

De pulppagina ‘Ongelooflijk’ heeft bijna een miljoen likes. Ter vergelijking: onder de gevestigde nieuwsmerken gaat de NOS op kop met 780 duizend likes. De Volkskrantheeft er 223 duizend.

In de zomer van 2017 nam het aantal shares, likes en comments op de pulppagina’s opeens scherp af. Volgens de onderzoekers doordat Facebook het toezicht heeft verscherpt.

Niettemin gingen er eind 2017 meer dan zesduizend pulpberichten per maand rond. Dat waren er begin 2016 minder dan duizend.

Tot de reguliere nieuwsmedia rekenen de onderzoekers ook nieuwsblogs GeenStijlen ThePostOnline. Opvallend, omdat die zich juist graag afzetten tegen ‘mainstream media’.

WIE ZITTEN ACHTER AL DIE SITES MET FUTIELE ‘NIEUWTJES’?

Ze weten honderdduizenden internetgebruikers te verleiden tot clicks, maar zelf negeren ze iedere avance tot contact. Stuur een bericht aan de personen achter pak ‘m beet ViraalVandaag, Bekijkdezevideo of Trendnieuws, en je loopt gegarandeerd een blauwtje. Zo komt ook geen reactie van Ongelooflijk, met ruim 950 duizend volgers op Facebook een van de grootste sites voor futiele ‘nieuwtjes’ in Nederland. Achter Ongelooflijk gaat de internationale mediagigant Noted Media schuil, die in elf talen met 25 sites – van Unglaublich tot Incroyable en Incredibile – maandelijks 30 miljoen lezers trekt met, jawel, ‘ongelofelijke’ en ‘betrokken’ verhalen.

De meeste sites zijn niet zo professioneel en worden gemaakt door jonge internethobbyisten, die met name op basis van clicks – die doorgaans komen via Facebook-pagina’s met veel volgers – advertentie-inkomsten genereren. De onderzoekers uit Leiden hebben niet de indruk dat ze enige journalistieke achtergrond hebben, integendeel. ‘Het zijn de types die bijvoorbeeld ook veel gamen en daarnaast prima sites kunnen bouwen’, zegt ook hoogleraar nieuwe media Richard Rogers van de Universiteit van Amsterdam. ‘Vervolgens halen ze video’s en andere content van waar dan ook.’

Dit ‘jatten’ - al is het volgens Rogers van de UvA maar de vraag hoezeer er copyright rust op de rondzingende video’s - leidde vorig jaar tot grote ergernis bij Willem Groeneveld van de Groningse site Sikkom.nl. Zijn video van een bijna-aanrijding belandde onder meer op ViraalVandaag. Zijn woede was mede ingegeven door de verzonnen toevoeging dat de wegpiraat een Marokkaan was. ‘Waarom hebben jullie er een Marokkaan van gemaakt?’, wilde hij weten. Het antwoord bleef uit.

Pieter Hotse Smit

Lees verder…

De Indië-herdenking gaat heel Nederland aa

OPINIE INDIË-HERDENKING

De Indië-herdenking gaat heel Nederland aan

Waarom weet niemand over 15 augustus? Het ministerie van Onderwijs heeft iets in te halen, betoogt historicus Lara Nuberg.
763?appId=93a17a8fd81db0de025c8abd1cca1279&quality=0.8
Premier Mark Rutte en Erry Stoove, voorzitter van Stichting Nationale Herdenking 15 augustus 1945, lopen langs het Indië monument. Beeld ANP

Woensdagmiddag ging ik voor het eerst in mijn leven naar de Nationale Indië-herdenking bij het Indisch monument in Den Haag. Ik, een Indisch meisje van de derde generatie; er moesten 28 jaren voorbijgaan voor ik besefte dat 15 augustus ook over mij gaat.

Dat is best merkwaardig, want om mijn Indisch-zijn kon ik nooit heen. Mijn oma leerde mij al jong Maleise woorden, nam mij mee naar de Tong Tong Fair en serveerde nasi goreng met veel trassi. Ik wist dat haar vader in 1942 door Japan was geïnterneerd en vlak na de oorlog door uitputting was gestorven. Maar over 15 augustus als belangrijke datum heb ik haar nooit horen spreken. Op wat enkele korte verhalen na zweeg mijn oma over de Japanse bezetting.

Symbolische dag

Ik moest er een geschiedenisstudie voor volgen, oude familiealbums uitpluizen en tientallen boeken lezen voor ik het besefte: 15 augustus is een symbolische dag. De dag waarop Japan capituleerde betekende het einde van de Tweede Wereldoorlog, maar was ook het startsein voor de gewelddadige Bersiaptijd en voor een nieuwe oorlog – ditmaal vanuit Nederland om het koloniaal gezag in Indonesië te herstellen. 15 augustus 1945 bepaalde hiermee de levensloop van vele Nederlands-Indische families en luidde hun vaak gedwongen verhuizing naar Nederland in.

Meer dan één miljoen nazaten van mensen die deze periode hebben meegemaakt, wonen nu in Nederland. Het is niet alleen voor hen van groot belang om deze geschiedenis niet te vergeten; om te onthouden en te herdenken wat onze overgrootouders, opa’s en oma’s hebben doorstaan om te overleven en daarmee een toekomst te creëren voor hun kinderen en kleinkinderen. Het is van belang voor heel Nederland. Net als 4 mei leert deze dag ons dat vrede niet vanzelfsprekend is en dat de scheidslijn tussen bezette en bezetter een hele dunne is. Hoe is het immers mogelijk dat we op 15 augustus de vrijheid herwonnen, maar vervolgens kort daarna Indonesië weer probeerden te onderwerpen aan ons eigen koloniaal gezag?

Geen aandacht

Toch heb ik nog altijd niet het idee dat 15 augustus in Nederland leeft. Toen ik gisteren thuis kwam uit Den Haag en het internet afspeurde, zag ik nauwelijks aandacht voor het feit dat het die dag 73 jaar geleden was dat Japan capituleerde en er nota bene een nationale herdenking werd gehouden. Blendle stuurde in de ochtend van 15 augustus zelfs een mail met als thema ‘Vakantie’. Mijn vrienden moet ik nog altijd uitleggen wat de Indië-herdenking is.

Hoe heeft het zover kunnen komen dat de verhalen over de Japanse bezetting en de gebeurtenissen in die periode daarna niet alleen door mijn oma selectief werden doorgegeven, maar blijkbaar ook nooit de weg hebben gevonden naar onze schoolboeken en daarmee ons collectieve geheugen?

Er is de laatste tijd veel kritiek over de manier waarop we in Nederland selectief omgaan met onze gedeelde geschiedenis. Die kritiek is terecht en goed. Te vaak wordt gedacht dat het verleden in Indonesië niet over ons Nederland gaat. Niets is minder waar: de geschiedenis van Indonesië hoort bij de geschiedenis van Nederland. Bij dat bizarre koloniale rijk dat we ooit waren en ons als land steenrijk maakte. Het is een gemiste kans tot nationale reflectie dat de gemiddelde Nederlander hier nog steeds te weinig van afweet.

Omdat het mij als Indische al 28 jaar kostte om hierachter te komen, roep ik de ambtenaren die ons geschiedenisonderwijs bepalen hierbij op om hun mouwen nog flinker op te stropen dan al nodig was. Dames en heren van het ministerie van Onderwijs: jullie hebben iets in te halen!

Lara Nuberg (1990) is historicus en schrijft op gewooneenindischmeisje.nl over ons koloniaal verleden in Indonesië en de invloed daarvan op volgende generaties. 

Lees verder…

Deze PVV-raadsleden met Indische roots,  strijden ondanks Geert Wilders vóór het kinderpardon

763?appId=93a17a8fd81db0de025c8abd1cca1279&quality=0.8

Het deed vast wat wenkbrauwen fronsen, toen tv-prestator Tim Hofman vorige week twitterde dat PVV Purmerend het kinderpardon op de agenda van Purmerendse raad heeft gezet.

Wilders met de ‘topkandidaten van PVV Purmerend’ op Twitter.

PVV en pro-kinderpardon? En ­Parijs past zeker in een potje.

Maar Hofman plaatste een screenshot van een brief van PVV Purmerend waarin de steun werd bevestigd: ‘Binnen de PVV is het beleid dat het kinderpardon zo min mogelijk moet worden uitgevoerd. De PVV in Purmerend heeft evenwel gemeend om een eigen koers te varen: er moet verbinding gemaakt worden.’ Was getekend: PVV Purmerend-lijsttrekker Shirley Soenjoto en Rob van Dongen.

‘Krijgt CDA opeens een les Humaniteit & Kinderrechten van de PVV’, concludeerde Hofman in een vileine tweet. ‘Benieuwd of dat betekent dat god bestaat of juist niet.’

Dat was enkele dagen voordat het CDA, samen met D66, onverwacht aankondigde toch vóór versoepeling van het kinderpardon te zijn. En enkele uren voordat Geert Wilders persoonlijk ingreep.

De PVV-fractie uit Purmerend mag volgens Wilders namelijk helemaal geen PVV heten. De enige die gerechtigd is om de titel ‘PVV Purmerend’ te dragen, zo mailde Wilders naar de raadsgriffie van Purmerend, is Nicole Moinat. Het PVV-raadslid dat in december nog door Soenjoto en Van Dongen uit de fractie is gezet na een intern conflict. En wat toevallig: Moinat is wél fel tegen een kinderpardon.

763?appId=93a17a8fd81db0de025c8abd1cca1279&quality=0.8
Lijsttrekker Shirley Soenjoto van PVV Purmerend.

Shirley Soenjoto (31), die ik thuis bij haar oud-docent en ‘life-coach’ Joop Burgerhout in Voorschoten spreek, wil er geen twijfel over laten bestaan: samen met Rob van Dongen blijft ze vasthouden aan de naam PVV Purmerend, ondanks de interventie van Geert Wilders. ‘Ik heb geen mailtje of telefoontje gekregen dat ik geroyeerd ben’, zegt Shirley schouderophalend. ‘Wij blijven PVV Purmerend heten, desnoods stapt Wilders naar de rechter.’

Shirley en Joop, die beiden een Indische en christelijke achtergrond hebben, lachen even bij de vraag hoe ze verzeild is geraakt bij de PVV. Shirley: ‘Ik was een tijdje erg bang voor het dreigende gevaar van terreuraanslagen in Nederland. Ik wil geen jihadisten in ons land en ik ben tegen het linkse gepamper. Maar ik geloof nou ook weer niet dat alle moslims radicaal zijn.’ Joop: ‘Sterker nog: je hebt islamitische vrienden en familieleden.’ Shirley knikt. ‘Ik wil verbindend zijn, dat heb ik ook altijd gezegd tijdens de drie selectierondes.’

Het waren selectierondes die Shirley makkelijk doorliep. ‘Ik had nul politieke ervaring, maar ik heb wel psychologie gestudeerd en ik werk met gedetineerden’, zegt ze. ‘En ik ben geen typische Hollandse met blauwe ogen. Ik vertelde dat ik van het stigma ‘Tokkie-partij’ afwilde. Dat sprak hen wel aan, denk ik.’

Tijdens haar laatste gesprek, met Geert Wilders in eigen persoon, kreeg ze te horen dat ze was geselecteerd als lijsttrekker van de PVV-fractie in Purmerend. Samen met Wilders mocht ze in juli 2017 voor een persmomentje gelijk even op de foto met Nicole Moinat en Zayhira Simmons – de andere kandidaat-raadsleden. De foto werd direct trots getwitterd door Wilders: ‘Drie topkandidaten voor de PVV in Purmerend! Succes, Zayhira, Shirley en Nicole!’

‘Ik had de andere twee nooit ontmoet’, zegt Shirley nu. ‘Pas toen we op de foto gingen maakten we kennis met elkaar.’ Vond ze allemaal niet erg, zegt ze. ‘Ik wilde er het ­beste van maken.’

Maar gaandeweg begon ze naar eigen zeggen last te krijgen van haar geweten. Dat werd versterkt door haar gesprekken met Joop, die haar geregeld het christelijke uitgangspunt van naastenliefde voorhield. Shirley: ‘Op landelijk ­niveau wilde de PVV helemaal niet praten over oplossingen. Van ons werd verwacht dat we alleen islamisering bleven aankaarten in de gemeenteraad. Maar ik wilde verbinding zoeken en in gesprek gaan met de islamitische gemeenschap.’

Ze vond een bondgenoot in Rob van Dongen, de nummer twee van PVV Purmerend, die deze week alle Nederlandse gemeenten zal oproepen het kinderpardon te steunen. Maar toen ze bij de partijtop steun zochten voor het kinderpardon, kwamen ze thuis van een koude kermis.

763?appId=93a17a8fd81db0de025c8abd1cca1279&quality=0.8
PVV-logo dat Soenjoto en Van Dongen nog altijd gebruiken.

Had ze zich dat niet kunnen bedenken voordat ze zich aansloot bij anti-immigratie partij PVV?

Shirley kijkt vragend naar Joop. ‘Ze was en is nogal naïef’, zegt hij. ‘Laten we het daar op houden.’ Maar ze kan nog altijd weg, als ze dat wil, zeg ik. Waarom toch bij de PVV willen blijven wanneer de partij verder van je af blijkt te staan dan je dacht? Shirley, fel: ‘Omdat ik een eed heb afgelegd voor mijn achterban. En omdat ik positieve mailtjes krijg van PVV-stemmers die óók voor het kinderpardon zijn.’

Lees verder…

10897405686?profile=originalMet Leo Blokhuis terug naar Tempo Doeloe met The Crazy Rockers.

 

Prachtig de uiteenzetting van Leo Blokhuis in deze videoreportage van ruim 1 uur. Leo die de spot met zichzelf drijft, maar tegelijkertijd de  Nederlandse authentieke cultuur uitbeeld,  Leo is de broer van Paul staatssecretaris VWS; heeft vele boeken als historicus geschreven, en het bijzondere geen 1 Indo heeft ooit een Indo Rock boek geschreven, ook dit boek staat op zijn naam nu.

Tip kijk naar deze 1 uur durende reportage op ICM.

Leo vertolkt twee culturen met op de achtergrond de muzikale reis van The Crazy Rockers, om geschiedenis en muziek met elkaar te verbinden.  De Totoker (Blanda) op het burgerlijk af.   Een bijvoorbeeld uit zijn citaat hoe de Nederlander een feestje had in die tijd zonder die "Nieuwe Nederlander uit het Voormalig Indie". Er werden stoelen in een kring gezet, sigaretten met - en zonder filter top tafel, een plankje kaas, en soms ook nog leverworst!  Zoete wijn voor de vrouwen, en ranja voor de kinderen, en zo werd het feest gevierd met alleen praten in een kringetje de hele avond, en uiteraard de koffie ronde ten teken dat er naar huis moeten worden gegaan, zeer herkenbaar voor velen. Leo vergat ook een belangrijk ding, kom niet om 18:00 met etenstijd bij een vriend of vriendin op bezoek, dan werd niet gevraagd om aan te schuiven, maar daar heb je de krant.

Het dagelijkse leven met prakje aardappelen, groeten en een gehaktbal foor het luik. Door het zelfde luik kwam dan de Yoghurt of de vla. Dit alles zonder Rock Rol van de zender The Voice  of America op de radio, maar alleen de regionale muziek, dit in tegenstelling waar juist de Indo's in het voormalige Indonesie alleen naar luisterden, na speelden, en de meesten op gitaar speelden. Terwijl Leo al trappend op zijn orgeltje christelijke liederen speelde.

Goed weergeven Leo! De Nieuwe Nederlanders van destijds uit het voormalige Indie, de Indo, bracht een culturele schok teweeg op alle gebieden; Muziek, eten, dans en de adat (gewoonte).  Die cultuurschok leidde dat de  Indo Rock, lees The Tielman Brothers tot grondleggers van de Nederpop zijn uitgeroepen. De blauwe hap (nasi) in het leger en thuis in de Hollandse keuken hun weg vonden, weg met prakje aardappelen, de Indische keuken, de muziek, de dans, en de Indische sporten.

Anno 2018 deze twee culturen (de ene een wereldburger , de Indo)  samenkomt bij wel ruim 70 landelijke Pasar Malams die per jaar worden georganiseerd; met als grootste op het Malieveld geïmporteerd uit Batavia In Den Haag, de RAI in Amsterdam,  Burger Zoo, Dordrecht .. 

Last but not Least  de  Indische Kamerleden, staatssecretarissen, ministers en Minister President.  De Nieuwe Nederlander uit het voormalige Indie  die zich zelf bedruipte zonder hulp van de Overheid, waar de huidige verwende nieuwe Nederlander met een dubbel paspoort een voorbeeld  aan mag nemen,

OM NAAR VIDEO CLIP TE GAAN KLIK OP DE AFBEELDING.

VEEL KIJK- EN LUISTER PLEZIER

Lees verder…

10897406271?profile=original10897406294?profile=originalSchrijver Alfred Birney over zijn succes en de ineenstorting: ‘Zolang je nodig bent, leef  je.   Overigens Thierry Baudet is trouwens ook een Indo, wist je dat?'

Beeld Jouk Oosterhof

Nadat hij met zijn boek De tolk van Java de Libris-prijs won, stortte schrijver Alfred Birney in. 'Echt iets voor mij: heb ik laaiend succes, komen de goden me treiteren.'

Het is 7 november, Alfred Birney (66) ligt in een Amsterdams ziekenhuis en is net geopereerd aan zijn hart. Vijf bypasses. 'Heavy ingreep', zegt Birney. Lacherig staat hij op van zijn ziekenhuisbed. 'Wil je het zien? Kun je daar tegen?' Dan tilt hij zijn shirt op en laat hij de wond zien, dichtgenaaid met zwart draad. Het is een indrukwekkende wond. Morgen wordt hij verplaatst naar een ander ziekenhuis, in zijn woonplaats Den Haag, en dat terwijl ze hier morgen nou net ajam bali zouden serveren. Heeft hij weer. Birney giechelt.

Ruim een jaar geleden interviewde ik hem voor het eerst, vlak voor Birney de Libris Literatuurprijs won met De tolk van Java, het boek dat zijn levenswerk is. De tolk van Java gaat over zijn moordlustige Indonesische vader, die in de Indonesische onafhankelijkheidsoorlog uit volle overtuiging de kant van de Nederlanders koos en tientallen mannen (en een enkele vrouw en baby) vermoordde. Hij behield zijn oorlogszucht, die hij later op gewelddadige wijze afreageerde op zijn Nederlandse vrouw en vijf kinderen, van wie Birney de oudste is. De kinderen werden door de Kinderbescherming uit huis geplaatst en Birney bracht de rest van zijn jeugd door in internaten.

Hij kon die Libris-prijs maar één keer winnen, schreef Volkskrant-literatuurcriticus Arjan Peters, en dat was nu, met het boek van zijn leven. Zo gebeurde het ook, en Birney brak op zijn 65ste, na dertien weinig gelezen boeken, door als auteur bij een groot publiek. En dat terwijl het eigenlijk helemaal niet kón, dacht Birney, amateur-astroloog. Het kon niet dat hij in het Chinese Jaar van de Haan, zijn ongeluksteken, zo'n prijs zou winnen.

Dus toen het na die prijs tóch helemaal misging, was Birney niet verbaasd, schreef hij me op 13 juli in een mail. 'Nou wil ik je niet teleurstellen, maar ik ben ingestort. En niet zo'n beetje ook. Echt iets voor mij: heb ik laaiend succes, komen de goden me treiteren. Al mijn Haanjaren zijn shit. Ik dacht: ditmaal niet, ik ga na die prijs swingend het land door. Komt die stomme Haan me toch nog in mijn rug pikken. Mensen praten over stress, te veel hooi op mijn vork, een verstoord dag-nachtritme, een burn-out van het schrijven aan het intensiefste boek dat ik ooit schreef. Alles goed en wel, mijn rug zit muurvast en ik loop met een wandelstok. Ik ben straks om 3 uur bij de dokter en vraag een bloedonderzoek aan, een scan en ook nog - dat is heerlijk! - of-ie mijn oren even uitspuit. Jij wil weten hoe ik het succes draag? Ik bezwijk eronder. Mijn vader zou zeggen: 'Slappeling, goddomme!' Hahaha, ik mis die man. Die vent was zo complex, hij had ook leuke kanten. Ik treed in juli en augustus niet op, maar er speelt meer: uitgevers die hebberig worden en elkaar bijkans in de haren vliegen, filmproducenten, buitenlandse uitgevers. Ik weet niet, Sara. Toen ik niet beroemd was vond ik het allemaal ook wel gezellig.'

We spreken af om in november tijdens een tweede interview terug te kijken op zijn veelbewogen jaar. Maar daar komt die hartoperatie tussendoor. Het is uiteindelijk maart als ik weer bij hem thuis kom. Daar is het opmerkelijk schoner dan tijdens het vorige interview, waarin ik zijn huis omschreef als duidelijk dat van een man alleen. Maar Birney leeft nog hetzelfde: minimalistisch, niet gedreven door de hang naar wat voor spullen dan ook. De keuken: een gasfornuis, koelkast, twee klapstoeltjes en een tafeltje. In de woonkamer: Klippan-bank van Ikea, boekenkast, tafel met laptop, stapels papieren. Tegen de muur: zijn gitaar. Birney heeft spekkoek gehaald, maar bij een Chinees. 'Die kunnen dat eigenlijk niet. Hij is dróóg!'

Daarna: 'Jij bent zelfs in het ziekenhuis geweest! Je hebt mijn wond gezien! Het is nu wel helemaal dicht, hoor. Het was eng, hè?'

Je deed best wel stoer. 

'Ja, want ik kreeg jou op bezoek. Of het kwam door de morfine. Toen je weg was, stortte ik weer helemaal in elkaar. Vijf wegomleidingen hebben ze in mijn lijf gedrilboord. De operatie kun je vergelijken met wat stratenmakers doen, ze gooien de boel open en pleuren de boel weer dicht. Onder mijn litteken ligt er nog van alles scheef, en die zooi zorgt voor napijn. Maar het meest last heb ik van de narcose. Ik ben nog steeds verstrooid. In het ziekenhuis vertellen ze je dat niet. Daar zeggen ze: we zagen je even open, dan doen we dit en dat, dan heb je een wond en die is dan en dan weer dicht. Wat er daarna komt, daar houden ze zich niet mee bezig.'

Toen juryvoorzitter Janine van den Ende op 8 mei vorig jaar bekendmaakte dat Birney had gewonnen, liep hij het podium op en zei: 'Het vervelende van zo'n moment is dat je niet onder tafel mag duiken.' Hij was zijn hele speech kwijt, alles, terwijl hij zo goed had geoefend. Birney nu: 'Wel vijftig keer, want ik ben een slecht spreker. Uiteindelijk had ik een gelikt en swingend verhaal. Maar toen ik hoorde dat ik had gewonnen schrok ik me het lazarus. Ik ben ook een beetje verlegen, hè? Ik verzon alles ter plekke. Daarna moest ik Twan Huys van Nieuwsuur te woord staan. Ik moest een stukje voorlezen, dat hadden zij voor me uitgekozen. Een heftig fragment, waarin ik beschrijf hoe mijn vader mijn broer en mij met onze koppen tegen elkaar sloeg. Onprettig, ik wilde iets anders voorlezen. Mocht niet, we waren al bijna live. Dus ik las het maar voor. Ik ben niet ervaren genoeg om zoiets te overrulen. Ik kan me herinneren dat Hugo Claus in het boekenprogramma van Adriaan van Dis zat, en Van Dis vroeg hem: 'Wil je dit voorlezen?' Claus zei: 'Nee, dat vind ik veel te mooi, dat doe ik niet.' Geniaal! Voor zoiets moet je ervaring hebben met beroemd zijn, denk ik.'

Hoe werd je de volgende dag wakker? 'Ik wilde naar zee, maar dat ging niet, want ik checkte mijn smartphone en ik zag talloze berichten. Ik werd voortdurend opgebeld. Van de ene op de andere dag was ik beroemd. Die telefoon blééf maar gaan. De mails zag je voor je ogen binnenkomen, het waren er honderden. Ik heb niemand die me een beetje coacht, geen vriendin die zegt: 'Alfred, we gaan naar zee.' Ik voelde me verplicht alles te beantwoorden. Stom hè?'

Dat ineens beroemd zijn moet je niet onderschatten, zegt Birney. Hij vond het eigenlijk prima om een writer's writer te zijn. 'Ik ben misschien twee keer op het Boekenbal geweest, waarvan de tweede keer vlak voor de uitreiking van de Libris. De keer daarvoor was in 1992, toen de Boekenweek het thema 'Insulinde' had, een koosnaam voor Nederlands-Indië waar ik altijd een bloedhekel aan heb gehad. De gordel van smaragd, die term haat ik ook. Die Boekenweek draaide om Nederlands-Indië en ik was kwaad omdat Adri van der Heijden het boekenweekgeschenk mocht schrijven. Waarom niet Marion Bloem, ofzo, of Van Dis, waarom niet een van die vele Indische schrijvers? Dit was onze enige kans! Maar nee, Indisch schrijvend Nederland, onder wie ik, mocht van de CPNB een flodderblaadje vullen dat werd verspreid in boekhandels. Dus ik liep daar op het Boekenbal heel boos te zijn. Toen werd ik daar aangesproken door, hoe heet-ie nou, een beroemde schrijver, zo'n echte schrijver aan wie je kan zien dat hij een schrijver is. Dus niet zo iemand als ik, snap je?'

Birney lacht met gierende uithalen. 'Die man kwam op me af en vroeg of ik de gitarist was van de band! Als Indo moest ik wel muzikant zijn! Ha! Ik zei: 'Nee, ik ben je collega.' Hij werd knalrood.'

Steeds weer werd gezegd: Birney schreef dertien boeken voor hij doorbrak met De tolk van Java. Soms werd er gedaan alsof die dertien boeken niets hadden voorgesteld, niets meer waren dan een opmaat naar het grote succes.

'Zo zie ik het niet. Het kon me eigenlijk nooit wat schelen, succes of geen succes. Maar toen ik De tolk van Java had geschreven, de eerste versie was klaar eind 2014, dacht ik: hiermee moet ik echt naar een goede uitgever, want dit moet een groter publiek bereiken. Vijf- of tienduizend, dat was mijn ambitie. Verder kon ik met deze thematiek niet komen in Nederland, dacht ik. Want Nederland wil liever niks weten over de koloniale geschiedenis, niet over hoe het echt was tenminste. Nou, zo kwam ik bij De Geus terecht.'

Hoe was het om van de ene op de andere dag een beroemde schrijver te zijn?

'Verwarrend. Ik moest denken aan Adriaan van Dis. Hoe doet hij dat, hij krijgt toch ook heel veel mails? En hoe doet zo'n Grunberg dat? Misschien scheelt het dat zij op minder hoge leeftijd zijn doorgebroken. Zij konden alles aan toen ze beroemd werden, zaal in, zaal uit. Maar als je 65 bent en denkt dat het wel zo'n beetje tijd is om te gaan vissen of zenmediteren, komt het rauw op je dak vallen.'

Je moet toch ook genoten hebben van het succes?

'Het was prettig dat ik steeds werd opgehaald door een taxi, of, beter nog, door een van de dames van de uitgeverij. Eén voor één mochten die dames mij rijden. Overal afgeladen boekhandels, het was een gekkenhuis. Ik zette honderden handtekeningen per dag. De uitgeverij plande alles vol. Dat ze enthousiast waren snap ik ook wel. Zo'n boek haalt veel geld binnen. De tolk van Java heeft 2 miljoen euro omgezet! Het is raar, maar als je een bestseller hebt, ben je voor die uitgevers ineens een hele belangrijke jongen.'

Korte stilte, grinnik. 'Dat deugt toch eigenlijk niet helemaal.'

Maar die aandacht vond je ook wel leuk, toch?

'Ja, toen ik was ingestort, miste ik mijn publiek. Het is gewéldig. Je komt ergens binnen en ze staan allemaal te klappen! Ik voelde me een ster. Ik kreeg ook sterallures.'

O, vertel?

'Nou, ik ging eisen stellen. Als er een taxi werd gestuurd, moest er een flesje cola voor mij achterin liggen. En geen cola zero! Als er cola zero lag, dan zei ik tegen die chauffeur: 'Cola zero? Dat wil ik niet, ik wil gewóne cola. Je moet cola voor me halen!' En tegen die meisjes van die uitgeverij die me ophaalden, zei ik: 'Ik wil een chocomuffin.' Ik begon ontzettend veel troep te eten, en als ik nerveus was nam ik een valiumpje. Als je dat combineert met cola, word je een béétje duf, maar je krijgt tegelijkertijd een oppepper. Ja, ik miste het allemaal wel, tijdens mijn hernia. Ik ging ook nadenken over echte beroemdheden. Nog groter dan Adriaan van Dis, bedoel ik. Over George Benson heb ik gehoord dat hij in hotels zwarte handdoeken eiste. Als die er niet waren, vloog hij terug naar huis. Dat vond ik altijd overdreven, maar ineens begreep ik hem wel. Je leeft onder grote druk, je moet van hot naar her. Natuurlijk hebben The Rolling Stones hun eigen vliegtuig! Ik snapte het ineens helemaal. Al heb je natuurlijk nog steeds mensen bij wie het in hun kop slaat. Ik weet dat één beroemde Nederlandse schrijver in zijn huis een beeld heeft van een sfinx, maar dan met zijn eigen hoofd.'

763?appId=93a17a8fd81db0de025c8abd1cca1279&quality=0.8
Beeld Jouk Oosterhof

Hoeveel exemplaren van De tolk van Java zijn er verkocht?

'Net geen 100 duizend, maar dat getal gaat zeker gehaald worden. Als ik niet was ingestort en door had kunnen gaan met lezingen geven, waren we er allang overheen geweest. Ik wil graag een huis kopen voor mijn zoon van 25, die asperger heeft. Voor als ik straks doodga, weet je wel? Maar ik heb berekend wat ik nog aan belasting moet betalen, en ik kan nog niet eens een huisje kopen.'

Hoe zag je leven eruit voor je de prijs won?

'Ik leefde als een kluizenaar. Ik ga normaal gesproken om 5 uur naar bed en sta om 1 uur 's middags op, ik lees, schrijf en speel gitaar. Alles draaide helemaal om. En ik heb geen filter, ik laat iedereen toe. Als mensen met hun verhalen kwamen, nam ik die verhalen met me mee. Het ging steeds maar weer over die oorlog.'

Toen ik je vorig jaar interviewde, zei je helemaal geen zin te hebben in lezingen: 'Ik wil het er eigenlijk helemaal niet meer over hebben. Eigenlijk wil ik weg, naar Spanje, de pensionado uithangen.'

'Ja, dat heb ik gezegd hè? Ik wilde die geschiedenis van mijn doorgedraaide vader achter me laten, maar ineens zat ik er weer middenin. Mijn vader leed aan een soort Rambo-complex, van die film, weet je. Rambo vocht in Vietnam en kon bij terugkomst niet meer aarden in de Verenigde Staten. Hij was door die oorlog zo vervreemd geraakt van de werkelijkheid dat hij niet anders kon dan terug naar Vietnam om meer te vechten. Tragisch. Ik herkende veel in Rambo, omdat mijn vader precies zo was. Alleen kon hij nergens naartoe om te vechten, dus reageerde hij het thuis af.'

Heb je tijdens die lezingen ooit het gevoel gehad dat hij over je schouder meekeek?

'Nee, helemaal niet, vind je dat gek? Ik had die hele zooi natuurlijk al in dat boek gepleurd. Ik vond het jammer dat hij niet meer leefde, dat hij er niet van heeft geweten. Ik weet zeker dat hij trots zou zijn geweest, ook al heb ik nog zoveel nare dingen over hem geschreven.'

Terwijl je hem beschrijft als egoïstisch, wreed en moordlustig. Dat zou hij niet erg hebben gevonden?

'Neuh. Europese soldaten krijgen spijt van wat ze in de oorlog hebben gedaan. Aziatische soldaten niet. Waarom niet? Ja, dat vroeg ik me ook altijd af, waarom mijn vader nooit ergens spijt van heeft gehad, van al die moorden, het geweld.'

Of verborg hij dat soort gevoelens?

'Nee! Ik heb met veel Indische mensen gesproken, met meerdere ex-soldaten, en ik heb ze allemaal gevraagd: heeft u er dan geen spijt van? 'Spijt?! Spijt?! Waarvan spijt?!' Zo spraken die mensen. Vraag maar aan Adriaan van Dis. De atoombommen op Japan vonden ze gewéldig! Hoe meer atoombommen, hoe beter. Er komen teksten uit die eerste generatie Indo's, walgelijk. Fascistisch. Je hebt nu toch die discussie over Thierry Baudet? Hij is niks in vergelijking met die eerste generatie Indo's. Ik zie in Thierry Baudet niets fascistisch. Het is gewoon een charlatan, een mooie jongen die kan pianospelen en met zijn seksualiteit overhoop ligt. Thierry Baudet is trouwens ook een Indo, wist je dat? Zijn dweepzucht met oude Europese componisten komt duidelijk voort uit het minderwaardigheidscomplex van de Indo. Ik vond het grappig dat hij zelf in de Tweede Kamer zei dat hij Indo was. Alsof je daarmee iets bewijst. Ik ben Indo, dus ik kan geen racist zijn? Ha, het is eerder het tegenovergestelde! Als er één samenleving racistisch was, was het Nederlands-Indië. Racisme was normaal, en, nu ga ik iets raars zeggen: er werd normáál mee omgegaan.'

Pauzeert even, slok thee. 'Dat kun jij misschien raar vinden, maar het is wel zo. In Nederland wordt racisme niet begrepen. In Indonesië wel. Racisme is een gegeven. In Azië gaat men met dat gegeven om. In Nederland doet men er zo ingewikkeld over.'

Dat moet je even uitleggen.

'Je loopt door een drukke straat. Je ziet mannen en vrouwen, dus je kijkt naar sekse. Ja toch? Soms zie je iemand van wie je niet gelijk kan zien of het een man is of een vrouw. Daar blijft je blik aan hangen - maar waarom eigenlijk? Blijkbaar doet het ertoe, al dan niet onbewust. Het volgende dat je ziet is: Hollander, Turk, Marokkaan, Afrikaan. Of niet soms? Ik noem het: het raciale oog. Als ik in Indonesië ben, is een van de eerste vragen die ik krijg als ik iemand ontmoet: wat ben jij? Raad maar, zeg ik dan. Nou, dan raden ze: blank bloed, Moluks, Chinees? Dat is daar normaal, er wordt een spelletje van gemaakt. Het is een manier om met elkaar in contact te komen. Maar hier doet men er zo geflipt over. Je mág het niet zien! Belachelijk. Als ik jou zie, zie ik een blanke vrouw. Dat mag ik toch zeggen? Het maakt me verder niks uit.' Denkt even na. 'Nou, nee, dat is niet waar. Ik praat makkelijker tegen jou dan tegen een vrouw van Indische afkomst. Er zijn minder gevoeligheden, dat gevoel heb ik. Al zijn er natuurlijk ook dingen die ik niet tegen jou moet zeggen.'

Wat dan?

'Nou, jij bent een geëmancipeerde, Hollandse vrouw. Dan moet ik niet met anti-feministische praatjes aankomen, want dan zitten we hier straks een uur te discussiëren.'

Jij zegt dus dat het nuttig is om mensen ook met 'het raciale oog' te bekijken.

'Ja, natuurlijk! En daarmee zeg ik niet dat racisme niet bestaat, want ik heb zelf ook racistische stuff meegemaakt, hoor, vreselijk. Dat ik naar een kamer kwam kijken en de deur in mijn gezicht dicht werd gesmeten, dat ik een café werd uitgepest of niet werd geholpen in een winkel. Maar ik vind niet dat iedereen die soms zoiets meemaakt zich terug moet trekken in zijn eigen raciale hoekje, zoals sommige zwarten doen door zo in hun zwart-zijn te gaan zitten en maar niet op te houden over de slavernij. Dan krijg je weerstand, dat zie je nu gebeuren. Je ontmoet zo geen sympathie of begrip. Er is geen discussie, alleen maar heen en weer geschreeuw. Het probleem begint in het onderwijs. Ik zou zeggen: stel geschiedenis verplicht voor alle leerlingen tijdens de hele middelbareschooltijd. Zo kweek je generaties die op de hoogte zijn. Pas dan kun je debatteren.'

Wat vind je van de discussie over de 'dekolonisatie' van straten, tunnels en bruggen? Moet de Coentunnel een andere naam krijgen?

'Volslagen onzin. Hoe kan je nou de koloniale geschiedenis willen onderwijzen en aan de andere kant die namen schrappen? Maar ik begin me nu druk te maken, en dat is niet goed voor mijn hart.'

Na zijn hernia volgde ander onheil, had Birney me in een van zijn mails geschreven. Ook in zijn persoonlijk leven brak een crisis uit. 'Ik had al zes jaar een vriendin, een lat-relatie. Zij maakte in de zomer een tournee langs mijn familieleden, om met ze te praten over hoe ik in elkaar zit. En daarna kwam ze het uitmaken. Ze heeft mij altijd al ingewikkeld gevonden, al na een jaar zat ze in een gespreksgroep. Ik wilde weten wat voor gespreksgroep. Voor partners van autisten, zei mijn vriendin. Ik vroeg: maar wat doe jij daar dan? Over mij praten, zo bleek. Ik, autistisch? Ik moest lachen, dat had ik in zestig jaar nog nooit gehoord. Ik vond het ook arrogant, zij drukte een stempel op mij. Dat is geen basis voor een normale relatie. Maar goed, we hebben nog vijf jaar doorgemodderd. We hadden dus wél wat, samen. De vorige keer heb ik je al verteld dat ik niet in staat ben tot een normaal gezinsleven, dat zal ongetwijfeld door mijn jeugd komen. Het lukt mij maar niet om een vrouw zich veilig en geliefd te laten voelen. Ik mis iets wat vrouwen willen, iets wat elke normale man heeft. Ik moet een vrouw elke maand mee naar de film nemen, of naar een concert. Een bosje rozen meenemen. Dat soort dingen vergeet ik.'

Vrouwen voelen zich verwaarloosd?

'Maar daar kunnen ze dan toch iets van zeggen? Ik heb ook een keer zeven jaar samengewoond, met eigenlijk mijn enige echte ex. Zij zei: 'Hé, we gaan morgenavond naar de film.' En dat was dan dat. Zij ging niet op Alfred zitten wachten, zij regelde het zelf. Bij mijn laatste vriendin voelde ik het aankomen, ze was afstand aan het nemen. Ze zei ook iets onaardigs: 'Het gaat nu wel allemaal over jou, hè?' Ik vond dat ik daar niks aan kon doen, ik had nu eenmaal ineens een bestseller. Ik was toch dezelfde gebleven? Ik nam haar zoals ze was, en ik had gehoopt dat zij dat ook bij mij zou doen.'

Tikt met zijn lange gitaarnagels op tafel. 'In 2005, precies twaalf jaar eerder, in het vorige Jaar van de Haan, ging mijn vader dood en maakte mijn voorlaatste vriendin het uit. Twee maanden later kreeg ik mijn eerste hartaanval. En nu, in september 2017, in het Jaar van de Haan, maakt mijn vriendin het uit en lig ik twee maanden later met hartklachten in het ziekenhuis. Dat is toch maf?'

763?appId=93a17a8fd81db0de025c8abd1cca1279&quality=0.8
Beeld Jouk Oosterhof

Hoe voelt dat, een hartaanval?

'Ik voelde me al weken niet zo best. Op een nacht durfde ik niet te gaan slapen, ik was bang dat ik niet meer wakker zou worden. Ik was onrustig, ging steeds naar het balkon om een sigaret te roken. Om 6 uur 's ochtends belde ik 112. Ik moest op de drempel gaan zitten wachten tot ze kwamen en stak nog maar een sigaret op. Mijn laatste sigaret, dacht ik, en ik dacht ook: als ze maar niet te snel komen, want dan krijg ik hem niet op. Het is maar goed dat ik toen de ambulance heb gebeld, want anders was ik dood. Ik vond het te vroeg om dood te gaan, mijn zoon heeft me nog nodig.'

Dat was het enige waar je aan dacht?

'Eigenlijk wel. Ik hang niet zo aan het leven. Als ik geen kinderen had gehad, had ik hier waarschijnlijk weer lekker zitten paffen. Je moet toch ergens voor leven? Jij leeft toch ook voor je dochter? Zo lang je nodig bent, leef je. Als je niet nodig bent, is het niks.'

Terug naar de ambulance, het ziekenhuis.

'Ik werd op de intensive care gelegd. Mijn ex kwam nog langs. Ik vroeg: 'Waarom ben je weggegaan? Je kunt nog terug hoor.' Ik weet niet meer wat ze antwoordde, maar verleden week belde ze, ze wil komen praten. We hadden een afspraak, maar ik keek in mijn sterren en zag dat ik alleen maar ruzie zou maken, dus ik heb afgezegd. Hoewel ik best benieuwd ben naar waarom ze wil komen. Ik vrees om te evalueren, want daar houdt ze erg van, of om te zeggen dat ze een nieuwe vriend heeft. Weet je hoe lang ik na mijn vorige hartaanval alleen ben geweest? Zes jaar! Ik dacht dat ik nooit meer een vrouw zou krijgen. In die tijd heb ik een dagboek bijgehouden. Een deel daarvan zal volgend jaar worden uitgegeven bij de Arbeiderspers, in die serie Privédomein. Het gaat over literatuur, over mijn zoon, over fietsen, over vrouwen, want de hoofdpersoon kijkt graag naar vrouwen. En over de parkieteninvasie in Den Haag. De hoofdpersoon is pro-parkiet, de rest van straat is anti-parkiet. Hij gaat zich ook steeds meer vereenzelvigen met die parkieten. Je begrijpt wel waar het allemaal voor staat.'

Jij bent met horoscopen bezig. In Nederland wordt daar in het algemeen op neergekeken, zeker door intellectuelen. Die zullen niet snappen dat je echt denkt dat het afgelopen rampjaar ook maar iets te maken heeft met het Jaar van de Haan.

'In Nederland wordt op álles neergekeken. Ik begrijp die mensen wel, want die denken aan de daghoroscoop in De Telegraaf. Dat is het verhaal natuurlijk niet. De Chinese astrologie is mateloos interessant. Jouw Chinese sterrenbeeld is gelukkig een Hond, maar als jij een Haan was geweest, had ik hier heel anders gezeten. En ik zag toch ook gelijk dat je een Kreeft was, vorige keer? In het Westen, en daarom hou ik niet van westerse filosofen, is de mens het middelpunt van het universum. De Chinese wijsgeren kijken ook naar de dieren, naar de planten, die praten niet over God, maar over de wil van de hemel. Dat is toch veel mooier? Overigens heb ik van mijn redacteur hele uitweidingen over astrologie uit De tolk van Java moeten halen. Het stond opschepperig, zei hij. Maar misschien vindt hij wel dat astrologie mensen afstoot. Jammer, hoor.'

Denk je, terugkijkend op vorig jaar, ook dat het schrijven van De tolk van Java deze tol van je heeft geëist?

'Het lijkt me wel. Voor dit boek moest ik het leven van mijn vader reconstrueren. Dat was zwaar. En het schrijven was ook zwaar. Zoals je inmiddels weet schrijf ik met mijn hart, niet met mijn hoofd. Maar soms denk ik dat bij dit boek teveel met mijn hart heb geschreven. Als je zo met je hart schrijft als ik heb gedaan, sloop je het.'

Had het anders gekund?

Schraapt zijn keel. 'Dan was het veel minder goed geworden. Ik heb mezelf helemaal gegeven. In 2014 deed ik niets anders dan schrijven. Ik was er niet meer, ik leefde in mijn boek. Mijn lezers zeggen dat het boek zo eerlijk is, wat dat ook moge betekenen. Maar ik moet ze teleurstellen, want de ergste dingen heb ik niet opgeschreven. Er zijn dingen die je niet kunt opschrijven. Eén voorbeeld, ik weet niet meer hoe oud ik was, ik denk 4 of 5. Ik had iets gedaan wat niet mocht, ik weet niet meer wat, en mijn vader had me vastgebonden op een stoel. Elke keer dat hij langsliep, sloeg hij me. In mijn herinnering duurde het een hele dag. Ik vrees dat hij de martelmethodes die hij in de oorlog had geleerd, gewoon heeft toegepast op zijn eigen kinderen. Ik heb het maar uit het boek gelaten, anders werd het zo overdreven. Als ik alles had opgeschreven, had de lezer na vijftig pagina's gedacht: nu weet ik het wel. Dat is de kunst van het schrijven.'

Een paar weken na het interview blijkt het niet goed te gaan met Birney, al blijft de toon van zijn mails opgewekt. Wat eerst door de huisarts nog 'een dip' werd genoemd, bleek ernstiger: toenemende last van hartkrampen, een opname in het ziekenhuis. Misschien wordt hij gedotterd, anders wacht er een 'onplezierig leven met medicijnen'. Hij wacht ten tijde van de deadline van dit interview op een ziekenhuisbed, veel is nog onduidelijk. Maar hij vraagt nog wel hoe de foto's zijn geworden. 'Niet te treurig, toch?'

CV Alfred Birney

Birney werd op 20 augustus 1951 geboren in Den Haag als oudste van vijf kinderen. Vanaf zijn 13de woonde hij in internaten en tot zijn 25ste leidde hij een zwervend bestaan. Hij verdiende zijn geld als gitaarleraar en musicus. Hij introduceerde het gecombineerde noten- en tabulatuurschrift voor gitaristen, dat grote navolging kreeg.

Door een beschadiging aan zijn hand moest hij zijn carrière als professioneel muzikant opgeven.

Hij debuteerde in 1987 met de roman Tamara's lunapark en publiceerde sindsdien vijftien boeken. Van 2002 tot 2005 was hij columnist voor de Haagsche Courant. Met zijn laatste roman, De tolk van Java, won hij de Henriëtte Roland Holst-prijs en de Libris Literatuur Prijs. Het boek werd een bestseller.

Onlangs verscheen De fenomenale meerval, een selectie van oudere verhalen.

10897305474?profile=original10897248258?profile=original

Om de volgende stappen te zetten voor fase II bood de Stichting Petitie om naar de 3851 van de 7000 een voortgangsbericht NO 2 te sturen die toezegden financieel te steunen.  Nadat in dit project sinds 2015 is getart  veel arbeid is  gestopt alsmede voor de facilitaire kosten,  ruim 80.000 is uitgegeven, was dit voorstel zeer welkom. Het voortgangsbericht NO 2 werd op 1 oktober verstuurd heeft  tot nu toe  geleid tot 38  inschrijvingen.  In dit traject hebben ook grote partijen toe gezegd 400.000 bij te dragen.  15.000 handtekeningen die geleid hebben slechts tot 16.775 euro. blijkt nu dus een lege dop te zijn!

Lees verder  Doorgaan

Lees verder…

Edith Ruyg (1952-2018): de stille kracht achter Zomergasten, Pauw en De Jong

Ze was een gelauwerde televisieregisseur, die gevoel voor inhoudelijke perfectie combineerde met een grote dosis talent. 

763?appId=93a17a8fd81db0de025c8abd1cca1279&quality=0.8
Edith Ruyg

Ze was als televisieregisseur een kleine, bescheiden vrouw in een wereld van alfamannetjes. Met haar charisma kon ze toch de mensen voor zich innemen. In de jaren tachtig was ze de enige vrouwelijke technicus in een team van 200 dat een concert van Prince in Duitsland moest opnemen voor televisie. ‘Na afloop stond zij met Prince te dansen. Zij was als enige vrouw niet groter dan hij’, zegt haar echtgenoot Hinne Brouwer.

advertentie

Edith Ruyg was regisseur van Zomergasten, Pauw, Boeken, 24 uur met..., en Holland Sport – bijna allemaal spraakmakend. Altijd bleef ze op de achtergrond. ‘Als er na afloop een borrel werd gedronken, zat zij niet bij de bobo’s, maar bij de ploeg’, aldus Brouwer.

Op haar uitvaart noemde presentator Wilfried de Jong haar een ‘vrouw met klasse’. ‘Edith verscheen. Als altijd in schitterende kleding, schoenen om door een ringetje te halen. Meedenken, een camerastandpunt zoeken. Vragen als het moest, sturen als het kon.’

Ze durfde te experimenteren. Bij het programma De Jong in Uitvoering moest ze zich aanpassen aan de grillen van de presentator, die alles met één camera live wilde uitzenden.

Een keer haalde ze zelf de televisie. In 2002 zat ze als schakeltechnicus naast regisseur Rudolf Spoor bij de televisieregistratie van het huwelijk van Willem-Alexander en Máxima. ‘Tranen, tranen, tranen’, ziet de regie-assistente. ‘Camera twee voor de inzoom’, roept Ruyg. ‘Houd dit shot vast.’ ‘Daar gaan we.’ ‘Zo close mogelijk.’ Het werd een van de meest ontroerende momenten in de televisiehistorie.

Bij Edith Ruyg ging het altijd om de inhoud. Die moest perfect zijn. Of er een lampje verkeerd stond, interesseerde haar minder. Een mooi shot om een mooi shot – dat is niet interessant, zei ze. ‘Non-verbale informatie vind ik heel belangrijk. Als de presentator een vraag stelt, kan het interessant zijn om alvast de gast in beeld te brengen. Omdat je aan de onmiddellijke reactie op zijn of haar gezicht vaak al kunt aflezen hoe het onderwerp bij de gast leeft.’

Ze kreeg een nominatie voor beste televisieregie voor het interview dat Janine Abbring hield met Eberhard van der Laan. Zes maanden geleden deed ze nog Zomergasten, waarvoor zij het decor van de verzonken camper had gekozen. Ze was toen al ziek. Ze leed aan plaveiselcelcarcinoom, een vorm van huidkanker die vijftien jaar geleden begon in haar duim. Meestal zaait die niet uit, maar bij haar gebeurde dat wel. Ze overleed 16 december in Amsterdam.

Edith Ruyg werd geboren in Bussum. Haar vader was kapitein op een olietanker van Shell en negen maanden per jaar van huis. Haar moeder was van Indische afkomst. Een groot deel van de opvoeding van haar en twee zussen werd gedaan door haar Indonesische oma die in huis inwoonde.

Op de lagere school werd ze door haar afkomst gediscrimineerd, wat haar erg onzeker maakte. Ze moest maar naar de huishoudschool. Uiteindelijk zou het haar lukken een academische opleiding Engelse literatuur te doen. Op haar 18de jaar trouwde ze – dit eerste huwelijk zou geen stand houden – en vond een baantje bij de televisie als titelregisseur, in een tijd dat de vertaalde teksten nog op bordjes werden getypt en voor het scherm werden geschoven.

Ze werd vervolgens registratie- en schakeltechnicus, onder meer bij de shows van Sonja Barend. Als regisseur werkte ze vaak samen met haar zus Jolanda die regie-assistente is. Jeroen Pauw noemde haar in een uitzending ‘de meest innemende en lieve regisseur die Hilversum ooit heeft gekend.’

Ze is begraven bij de oma die haar deels opvoedde.

Lees verder…

REPORTAGE DRIJVENDE VUILNISBELT

Hoe het water van deze rivier in Indonesië verdween onder een dikke korst van vuilnis

1240?appId=93a17a8fd81db0de025c8abd1cca1279&quality=0.9
De Kali Pisang Batu is vastgelopen op de brug bij Desa Pahlawan Setia. Jutters zoeken naar iets bruikbaars op de vuilnisberg waar het afval uit de rivier wordt gestort. Beeld Fery Pradolo 

Indonesië is na China de grootste plasticvervuiler van de zee. Foto’s van een halve kilometer plastic koek in een klein riviertje hebben de autoriteiten zowaar aangezet tot actie. Maar na vijf dagen scheppen is er nog geen water te zien. 

Een vette witte gans steekt traag de Kali Pisang Batu over. De zwemvogel zwemt niet, maar neemt waggelend een kleine bamboebrug naar de overkant. Hij moet wel. In de Kali Pisang valt niet meer te zwemmen. Het water van het riviertje is verdwenen onder een dikke korst van vuilnis die zich uitstrekt zover het oog de kali kan volgen. De ­‘bananensteenrivier’ is een drijvende, stinkende, dode vuilnisbelt.

advertentie

‘Zo is het regenseizoen’, zeggen de mensen, want iedereen weet hoe het werkt. Maandenlang zijn stroomopwaarts vuilniszakken in de droge bedding gesmeten. Het is gaan regenen, de bedding is volgelopen en het stijgende water heeft al die zakken en het andere vuilnis opgetild en meegenomen. Bij de Desa Pahlawan Setia is de drijvende vuilnishoop twee maanden geleden vastgelopen op de brug en op het kleine dammetje daarachter: het laatste dammetje voordat de kali leegloopt in de zee.

Elk jaar verdwijnt meer dan 3 miljoen ton Indonesisch plastic in de oceaan. Daarmee is Indonesië de tweede plasticvervuiler van de zee ter wereld, achter China dat meer dan 8 miljoen ton in zee dumpt. Het gros van al dat plastic wordt in het regenseizoen meegesleept door de gezwollen rivieren en riviertjes.

De Kali Pisang Batu is maar een piepklein riviertje, maar foto’s van de halve kilometer lange plastic koek hebben desondanks iets losgemaakt. De autoriteiten zijn zelfs in actie gekomen, en hebben twee zware grijpers naar de kleine desa gestuurd om het plastic uit de rivier te lepelen. Vijftien vrachtwagens rijden af en aan in een poging de drijvende vuilnisbelt te verplaatsen naar elders. De taak is groter dan het lijkt. Na vijf dagen scheppen is er nog steeds geen water te zien.

‘Wat ze er aan de voorkant uitscheppen, spoelt er aan de achterkant weer aan’, zegt Hendrak, die van ambtswege toezicht houdt op het karwei. ‘Iedereen gooit zijn vuil in de rivier’, zegt hij. ‘Eerst zijn het de fabrieken die hun afval lozen, en dan heb je de stad, en daarna de kampongs en de desa’s. En al die rommel komt uiteindelijk hier aan.’ Met ‘de stad’ bedoelt hij Bekasi, een van de satellietsteden van de hoofdstad Jakarta. Bekasi is ooit begonnen als een verzameling van 95 dorpen en dorpjes, maar uitgegroeid tot een doolhof met 2,5 miljoen inwoners.

De mensen hier verschillen niet van het gros van die elders in Indonesië. Ze zijn arm, en geld en eten zijn daarom veel belangrijker dan abstracte zaken als milieu, plasticsoep en opwarming van de aarde. Het zijn praktische mensen. Als niemand hun huisvuil ophaalt, laden ze het op de bromfiets en gooien het bij de eerste de beste brug over de reling naar beneden. Als de regen komt stroomt het weg en is er weer plaats voor nieuwe zakken.

Hendrak werkt bij de reinigingsdienst en weet dus dat je dat niet zomaar kunt doen. ‘Mijn eigen vuilnis verzamel ik netjes bij mijn huis. En ik verbrand het.’ Hij glundert milieubewust. Hij is niet de enige Indonesiër die denkt dat verbranden beter is dan dumpen. Luchtvervuiling waait weg, een dump niet.

763?appId=93a17a8fd81db0de025c8abd1cca1279&quality=0.8
Met twee zware grijpers wordt het plastic uit de rivier gelepeld. Beeld Michel Maas

‘Het ruikt naar goot’

In twee maanden heeft het vuilnis het water van de kali zwart gekleurd. Als de grijpermachinisten hun grijpers heen en weer door de soep laten roeren kun je het soms even zien. ‘Het ruikt naar goot’, zegt een oude vrouw die aan de kali woont.‘De goot is nog wel uit te houden. Vuilnis kan veel erger stinken.’ Een buurvrouw voegt eraan toe dat het wel jeukt. Het bronwater dat ze altijd gebruikten om zichzelf en hun kleren te wassen is niet meer te gebruiken. ‘Het is zwart en het stinkt. En als je het gebruikt, al is het alleen om je handen of je voeten te wassen, dan voel je dat het jeukt.’ Ze moeten nu jerrycans met schoon water kopen om zich te wassen.

Het opgeschepte vuilnis gaat naar Bantar Gebang, een uur rijden verderop, maar nog altijd in Bekasi. Bantar Gebang is de grootste vuilstort van Indonesië. Het is de plaats waar de metropool Jakarta haar vuilnis stort. Honderden feloranje vuilniswagens uit de hoofdstad rijden af en aan om hun lading boven op een van de vuilnisbergen te storten. Zevenduizend ton per dag. Plastic wegwerpzakken en -zakjes en -bakjes en -bekertjes en -rietjes maken bijna de helft uit van die berg.

Bantar Gebang is een duizelingwekkend landschap van geplette, lekkende, stinkende rotzooi. De afvalbergen zijn 40 meter hoog. Tussen de meeuwen en de geiten klimmen scharrelaars en jutters tegen de steile hellingen omhoog om tussen het versgestorte afval op de top te zoeken naar iets bruikbaars. De mannetjes met hun mandjes op hun rug lijken van beneden nog het meest op sherpa’s die een Himalayatop bewandelen.

Wat zij vinden verkopen zij beneden. Aan de voet van de plastic Himalaya zijn hele straatjes voor de plastichandel, de kartonhandel, papierhandel, metaalhandel en aan het eind van een van die weggetjes is een plek waar een vette rookwolk vandaan komt: het verbranden van plastic waar niemand iets aan heeft.

Niemand die zich eraan stoort. Veel Indonesiërs gebruiken plastic als brandstof. Het brandt goed en lang, het is gratis en het is dus prima te gebruiken om op te koken. Dat je er longkanker van krijgt, daar hoor je nooit iemand over.

763?appId=93a17a8fd81db0de025c8abd1cca1279&quality=0.8
De vuilnisbelt in Bantas Gebang. Beeld Michel Maas

Noodtoestand

Toch begint zelfs in Indonesië het besef door te dringen dat er iets moet veranderen. De ‘plastic noodtoestand’ in Bali heeft daaraan zeker meegeholpen. Schokkende beelden van de ooit zo mooie branding en de schitterende stranden vol plastic hebben het land wakker geschud. Plastic is slecht voor de toeristenbusiness, en dat is nou net een van de weinige businesses die goed draaien.

Bali heeft nu een algeheel verbod op wegwerpplastic aangekondigd, maar tussen woord en daad gaapt in Indonesië nog altijd een behoorlijke kloof. De Indonesische minister van Maritieme Zaken, Luhut Binsar Pandjaitan, beloofde in 2017 een miljard dollar per jaar te gaan uitgeven om de hoeveelheid plastic in de zee terug te dringen. Eind 2025 zou de plasticvervuiling met 70 procent zijn teruggebracht, beloofde hij, maar na twee jaar is nog steeds niet duidelijk hoe die miljard dollar besteed zal gaan worden.

763?appId=93a17a8fd81db0de025c8abd1cca1279&quality=0.8

Ook de hoofdstad Jakarta kondigde een verbod aan op wegwerpplastic. Dat verbod had deze maand moeten ingaan, maar de gouverneur, Anies Baswedan, weigert het te ondertekenen, omdat hij medelijden heeft met de arme huisvrouwen die hun boodschappen dan zonder plastic moeten doen.

Het is met Indonesië als met de brave Hendrik, die zijn plastic milieubewust in brand steekt. Hij glundert, steekt nog een sigaret op en gooit het lege sigarettenpakje achteloos in de kali. Niet dat dat wat uitmaakt in die troep, maar het zou mooi zijn geweest als hij vandaag een voorbeeld had gegeven.

Lees verder…

Reisjournalist Noël van Bemmel was nieuwsgierig naar zijn afkomst

Met digitale archieven en dna kun je zo je stamboom uitpluizen

Wie nieuwsgierig is naar zijn afkomst, hoeft niet langer de stoffige archieven in. Reisjournalist Noël van Bemmel ging op pad met zijn dna en een stel genealogische websites en trof een kleurrijk verleden aan.


763?appId=93a17a8fd81db0de025c8abd1cca1279&quality=0.8
De grootouders van de auteur, Carl Braun en Angelique Plas met moeder Mea Braun (witte strik in het haar) rond de tafel in Solo, Java, in de jaren dertig. Beeld . 

Naast de trap naar boven bij mijn vader hangen vergeelde familieportretten uit Indië. Jongetjes in matrozenpakjes, dames met strenge knotjes en besnorde heren in wit tropenkostuum. Boven zijn rustbed hangt een geborduurd familiewapen met gouden leeuwen en rode diagonale strepen. Allemaal dingen die mij koud lieten. Meer iets voor gepensioneerde heren met zegelringen die geboorteregisters opvragen in het gemeentearchief. En al helemaal niks om lezers van de Volkskrant mee lastig te vallen.

Maar het was de krant die mij vroeg een dna-test te doen bij de Deense reiszoekmachine Momondo. Hun actieslogan: The DNA-Journey - je bent meer verbonden met de rest van de wereld dan je denkt! Ik spuugde in een buisje en stuurde het monster op naar het Amerikaanse Utah, waar mormonen bouwen aan een gigantische genealogische databank, zodat zij ook hun voorouders kunnen dopen in hun tempel. De samenstelling van mijn speeksel verraste nauwelijks: 48 procent West-Europa, 24 procent Oost-Azië, 8 procent Scandinavië, 6 procent Polynesië en nog wat Iers en Spaans spul.

Met de resultaten kwam er het dringende verzoek persoonlijke gegevens in te vullen op de website ancestry.com. Dat is een commerciële aanbieder die slimme software laat zoeken in twee miljard documenten. Een kwestie van doorklikken. Dan merk je meteen dat je niet eens de volledige namen en geboorteplaats van je grootouders kent. Maar dan begint een doldwaze ontdekkingstocht door de familiegeschiedenis, vol nijvere handwerklieden, eenzame kolonisten, oplichters, dappere dienders, brute ridders, ijdele hofdames, twee Europese koningshuizen en 

advertentie

WAAR EN HOE

Goed beginpunt voor een dna-reis is de gratis Amerikaanse websitefamilysearch.org. The Church of Jesus Christ of Latter-day Saints digitaliseert archieven over de hele wereld en is nog lang niet klaar. Kennis over voorouders staat centraal in het mormoonse geloof. Hier kun je makkelijk zoeken in miljarden documenten uit honderd landen.

In Nederland kun je terecht bij het Centrum voor Familiegeschiedenis (CBG), een samenwerking van zes databases, waaronder het gratis wiewaswie.nl. Daar vind je gegevens van de Burgerlijke Stand sinds 1810. Op de cbg-website vind je ook een stappenplan en een uitleg over archiefsoorten en genealogische begrippen. Voor sommige scans moet je betalen.

Kijk ook wat (amateur)genealogen voor je al al hebben gevonden. Op sites alsgeneanet.org, genealogieonline.nl, stamboomzoeker.nl, ngv.nl, gendexnetwork.orgdelen zij stambomen. Op graftomben.nl staan foto's van graven. Veel websites bieden ook een dna-test aan. Commerciële sites als Ancestry en MyHeritage zijn gelikter en vragen een paar tientjes per maand voor toegang. Een dna-test kost ongeveer 100 euro. Let op: er staan onjuistheden op deelplatforms.

Wie het verhaal achter de namenlijst zoekt, moet dieper graven. Via zoekakten.nl kom je bijvoorbeeld in militaire stamboeken die uiterlijke kenmerken van rekruten vermelden (blauwe ogen, pokdalige huid). Veel moois is te vinden in de archieven van notarissen, strafgevangenissen, bedrijven, spoorwegen. Vergeet ook niet te googlen en in Delpher te kijken, de enorme database van Nederlandse krantenartikelen en boeken die vijfhonderd jaar teruggaat en per woord doorzoekbaar is.

Je kunt ook een beroepsgenealoog inhuren. Reken op 60 tot 100 euro per uur. De ervaring leert: die vinden echt veel meer. John Boeren is te boeken viaantecedentia.com. Yvette Hoitink doktert ook biologische verbanden uit via dna. (dutchgenealogy.nl). Bij de ngv.nl en cbg.nl vind je nog meer beroepsgenealogen.

Verslaafd

Tien avonden lang buig ik me verslaafd over mijn laptop om doopregisters met krullende letters te ontcijferen, vlooi passagierslijsten van oceaanstomers en interneringskaarten van jappenkampen door en bestudeer plaatjes van kasteelruïnes. Tijdens reizen voor de Volkskrant, pik ik af en toe een koloniale villa, erebegraafplaats of middeleeuwse crypte mee die ergens aan mijn digitale stamboom bungelt. Nu denk ik: elke familiegeschiedenis verbergt interessante verhalen. Dat kan haast niet anders, want klik tien generaties terug en je zit al op 1.024 voorouders, twintig stappen achterwaarts en je zit op een miljoen.

Neem de Van Bemmels, een geslacht van brave handwerklieden uit de streek rond IJsselstein en Lopik. Een timmermansbaas, schoenmakers, een smid en een cipier die opklimt tot commandant van de strafgevangenis in Hoorn. Diens zoon Pieter - mijn overgrootvader - vestigt zich als fotograaf in Eindhoven. Daar sleept een jonge kunstenaar uit Nuenen een stapel schilderijen de studio binnen. Pieter fotografeert het werk van Vincent van Gogh, waaronder doeken die verloren zijn gegaan. De fotootjes van 10,5 bij 6,2 centimeter op karton worden bewaard in het Van Gogh Museum. Dat weet echt niemand in mijn familie, en dat is nog maar drie generaties terug...

We klikken opgetogen door. Daar vertrekt Pieter naar Indonesië waar hij een fotostudio opent. Het Koninklijk Instituut voor de Tropen bewaart stokoude beelden van de opening van treintunnels en bruiloften met zijn firmanaam eronder. Ook zoon Theo portretteert hij. Daar staat mijn piepjonge grootvader, verkleed als stierenvechter of matroos tegen een passend decor. Theo wordt rijkskeurmeester voor motorrijtuigen en bezwijkt in 1943 als krijgsgevangene bij de Birma Spoorweg. Ik heb hem nooit gekend, maar op mijn laptop verschijnt zijn geboorteakte, een pasfoto en een foto van zijn graf op een erebegraafplaats in Thailand. Als ik daar later een boeketje neerleg, stel ik tevreden vast dat Theo al 75 jaar in een perfect onderhouden bloemenbed ligt.

Over diens jongere broer Frits is meer te vinden. Die heeft zelfs een Wikipediapagina. Het Tropenmuseum in Amsterdam bewaart illustraties, boekjes en posters die mijn oudoom tekende. In een zaal op de eerste verdieping hangt een van zijn schoolplaten, zodat kinderen konden zien hoe een treinstation op Java eruitziet. Mannen in sarong sjouwen met koffers, een sigarettenverkoper leunt tegen een hekje, een stramme Nederlander met tropenhelm en korte broek steekt het perron over. Ik koop op Marktplaats een verzamelalbum uit 1937 van chocoladefabrikant Tjoklat; Indische vertellingen met sfeervolle tekeningen van Frits. Jammer dat mijn dochter te oud is om nog voorgelezen te worden.

763?appId=93a17a8fd81db0de025c8abd1cca1279&quality=0.8
Opa Theo van Bemmel, gefotografeerd door zijn vader, Bandung. Beeld uit familiealbum Noél van Bemmel

763?appId=93a17a8fd81db0de025c8abd1cca1279&quality=0.8
Huwelijksfoto van de grootouders van de auteur, Bandung, 1930. Beeld Privé foto

Beloningen

Een potje stambomen is een speurtocht vol beloningen, maar het is ook tijdverslindend. Al gauw heb je een dozijn schermen open met sites als Ancestry, Familysearch, Wiewaswie,

Genealogieonline, Delpher, Zoekakten, Google. Sommige zijn gelikt en gebruiksvriendelijk, andere ambtelijk of amateuristisch. Hoe verder je zoekt, hoe groter de chaos, zo lijkt het. De grootscheepse digitalisering van archieven en de bouw van zoekmachines en deelplatforms maakt genealogie opwindend en bereikbaar voor iedereen. Maar ook de kans op fouten neemt toe. Een typefout is zo gemaakt en generaties gebruiken vaak dezelfde voornamen.

'Het blijft een secure klus', zegt genealoog John Boeren. 'Hoe leuk ze het tegenwoordig ook presenteren.' Boeren juicht als bestuurder van de Nederlandse Genealogische Vereniging (zevenduizend leden) de stijgende populariteit van zijn vakgebied toe. Maar hij waarschuwt: 'Bij alles wat je vindt, moet je bedenken: klopt dit wel? Wat is de bron? En dan kom je bijvoorbeeld toch bij de burgerlijke stand terecht of bij een notariële akte.' Deelplatfoms als ancestry en myheritage zijn volgens hem handig als je vastloopt. 'Dan blijkt een verre nicht uit Australië nog een tip te hebben.' De nieuwste trend, dna-onderzoek, is volgens Boeren handig als de juridische en biologische lijn uiteenlopen.

763?appId=93a17a8fd81db0de025c8abd1cca1279&quality=0.8
Illustratie van oudoom Frits van Bemmel voor Tjoklat, 1937 Beeld uit familiealbum Noél van Bemmel

763?appId=93a17a8fd81db0de025c8abd1cca1279&quality=0.8
Oma Johanna de Chauvigny de Blot, met broer Guus en zus Philippina. Beeld uit familiealbum Noël van Bemmel

Een handjevol beroepsgenealogen als Boeren verdient zijn geld vooral met buitenlandse opdrachten. Een Amerikaan die vanachter zijn laptop belandt in een Nederlands Dodenboek voor Onvermogenden, zoekt al snel hulp. Soms komt de klant over met zijn gezin voor een roots holiday, waarbij de geneaoloog zich ontpopt als reisleider.

Boeren: 'Je zoekt toch het verhaal achter een stamboom. Kijk, deze voorouder van jou, wachtmeester te paard Carolus Plas, verdiende drie medailles, maar stond in 1860 ook voor de Krijgsraad. En hier, een krantenartikel uit de Arnhemsche Courant over zijn overdreven dienstijver.' Na zulke vondsten, stelt Boeren, doen genealogen altijd even een happy dance.

Een dna-reis verandert in een straaljagervlucht zodra een adellijke familie opduikt. Dubbele namen zijn beter gedocumenteerd en de archieven gaan verder terug. Zoals die van mijn dikke oma, een norse vrouw die eenzaam voor de televisie overleed in haar flatje in Amsterdam. Zij werd in 1897 geboren als Johanna Charlotte de Chauvigny de Blot. Tik dat in, en de laptop vliegt terug tot de 5de eeuw.

Ik beland bij middeleeuwse war lords uit de Auvergne die ook het Franse koninklijk huis Bourbon voortbrachten. Bastaardkleinzoon François begon in 1781 een kommenijswinkel (een soort drogisterij) in de rosse buurt van Amsterdam. Anderhalf jaar na zijn dood, wordt zoon Felix gedoopt. Dat kan dus niet kloppen, maar de archieven schieten tekort. Felix draagt de naam en vertrekt naar Indië als cadet in de Bataafse Marine en eindigt als pakhuismeester op Java. Zoon Gerrardus wordt rooimeester (landmeter) en mijn overgrootvader Charles houdt toezicht op suikerplantages. Hun foto's verschijnen op de laptop, ernstige heren met vlinderstrikjes en indrukwekkende gezichtsbeharing.

Hier en daar duiken Maleise namen op als Saidjo Boerat of gewoon N. Ik stel me voor hoe de eenzame opperkoopman Friedrich van de VOC valt voor de 'vrije inlandse vrouw' voor zijn neus. Dat verklaart waarom voorouder Cornelia von Stralendorff eruitziet als een gezellig Indisch omaatje. Wijlen prins Claus, lees ik, stamt ook af van dat geslacht. Weet ook niemand in mijn familie. Oma Pip verschijnt op een foto uit 1913: ze staat in bruidsjapon op de treeplank van een grote antieke auto en keek toen al niet happy. Dat is het voordeel van deelplatforms: wildvreemden zetten daar foto's op van jouw voorouders.

'Kijk maar eens goed om u heen', zegt amateurhistoricus Renée Couppat op een heuvel in de Auvergne. Met een royaal armgebaar: 'Van links tot rechts en tot de horizon; allemaal jouw land!' We rijden in haar oude Peugeot, zonder dak, langs glooiende graanvelden, bermen vol klaprozen en volgen de snelstromende Sioulerivier door een koel ravijn.

763?appId=93a17a8fd81db0de025c8abd1cca1279&quality=0.8
Over-overgrootvader Gerrardus Chauvigny de Blot (1827-1896), rooimeester te Java. Beeld uit familiealbum Noël van Bemmel

Naast de Romeinse brug bouwde heer Bourbon Archambaud le Fort in de 11de eeuw een ridderkasteel. 'Dit was ooit een belangrijk gebied met zilvermijnen, vruchtbare vlakten en een doorgaande weg. Nu komen hier vooral Franse toeristen het vulkaanlandschap bekijken.' Kasteelruïne Blot de Rocher balanceert nog altijd hyperromantisch op een 150 meter hoge klif boven de rivier. 'Treed binnen in uw kasteel', grapt Couppat met een diepe buiging voor de hoofdpoort.

Pure onzin natuurlijk, voor een nakomeling van een vage zoon van een bastaardzoon. Maar toch. Na het zoveelste kasteel van je voorouders (er staan er tien) begin je toch te dagdromen over een ijverige notaris die op je wacht met een testament vol lakzegels. Wat ook niet helpt: bistro-eigenaren, forellenvissers en boeren die vol bewondering opkijken naar mij als ze horen dat ik een nazaat ben van de Chauvigny de Blots. Die naam kennen zij van kloeke ridderverhalen of de schuine rijmpjes van libertijn Claude. Over de affaire tussen kardinaal Mazarin en de Franse koningin dichtte hij:

'Les couillons de Mazarin, homme fin,

Ne travaillent pas en vain

Car à chaque coup quíl donne

Il fait branler la couronne.'

(De kloten van Mazarin, fijne man, werken nooit vergeefs,

met elke stoot die hij geeft,

laat hij de kroon wiebelen)

763?appId=93a17a8fd81db0de025c8abd1cca1279&quality=0.8
Over-overgrootmoeder Geertruida de Brie (1835-1870). Beeld uit familiealbum Noël van Bemmel

Op school leren kinderen over het spook van de grote kasteelruïne. Over een brute ridder die daags na zijn bruiloft weer verdwijnt om met zijn vrienden te drinken en te jagen. Als de kasteelheer bij terugkeer ontdekt dat zijn jonge vrouw een minstreel heeft binnengelaten, sluit hij hen beiden op in de noordtoren. Mijn wrede voorvader laat ramen en deuren dichtmetselen en vergeet ze verder. Sindsdien zweeft op donkere nachten een spookachtige jurk boven de muren en kantelen. 'Wat heb ik verkeerd gedaan?', prevelt een ijle stem.

In de bibliotheek verderop komt Madame de Blot ter sprake, de it-girl van het Franse hof. Bewonderd om haar delicate smaak, haar minnaars, haar kennis van de laatste roddels en extreme ideeën over het ideale lichaam van de vrouw. Zo was een vleugel van een leeuwerik volgens haar voldoende eten voor een dag. Wellicht met een verdund glaasje schapenmelk, de drank voor lieve lammetjes. Als Madam de Blot het paleis verliet zonder haar kleine spaniël, bleef een hofdame achter om het dier een komedie in vijf akten voor te lezen.

Nu begrijp ik waarom mijn voorvader Gilbert, kapitein van de koninklijke garde, liever in zijn eigen kasteel bleef en bastaardkinderen maakte met een dame in het dorpje Chaux. Daar hangt boven de deur van haar huis nog steeds een groot hart, uitgehouwen in steen.

Dat bewijst maar weer: je kunt ver komen op dna-reis. Dankzij de voortschrijdende digitalisering van archieven, Google en Streetview. Maar het blijft de moeite waard zelf op stap te gaan. Op zoek naar verhalen achter al die namen en - nou ja -naar persoonlijke ervaringen. Dan loop je bijvoorbeeld een kerkje uit de 12de eeuw binnen, de burgemeester doet voor die verre nazaat graag de zware krakende deur open - je doopt twee vingers in een door jouw voorouders geschonken doopvont met Maltezerkruizen, je loopt naar hun privécrypte en prevelt een gebedje onder het eeuwenoude familiewapen in het kruisgewelf. Op zo'n moment denk je: zal ik dan toch maar zo'n zegelring kopen?



Lees verder…