Ferry Schwab's berichten (2037)

Sorteer op

ZANGERES ANNEKE GRÖNLOH (74) VOORTAAN MET  ZUURSTOFFLES DE BÜHNE OP:

10897327495?profile=original’Ik kon niet eens meer   praten van de pijn’

Bron Telegraaf van 6 augustus 2016.

ANNEKE GRÖNLOH (74) wende de afgelopen maanden in alle stilte aan haar nieuwe leven, een leven… gekoppeld aan een zuurstoffles! In mei was zij de zangeres van BRANDEND ZAND, PARADISO en SOERABAJA er zo slecht aan toe, dat zij zelfs niet meer kon praten. Maar inmiddels kan, en wíl, zij weer zingen. Maar dan moet niemand schrikken…

Het leven zat ANNEKE GRÖNLOH (74) zeker niet immer mee en is nog steeds niet altijd genadig voor de hitzangeres die haar eerste levensjaren doorbracht in een Jappenkamp. Maar zij zet door.

Anneke wil optreden tot zij erbij neervalt maar doet dat voortaan, zoals zij vandaag onthult, alleen nog met om haar schouder de zuurstoffles waarvan zij helemaal afhankelijk is geworden…

Ze wil haar verhaal vertellen omdat de mensen er anders straks maar van zouden schrikken, als zij met slangetjes naar haar neus het podium oploopt. ,,Maar ik wil zó graag,” zegt ze, ,,Ik ben voortaan dag en nacht aan die flessen gekoppeld. Optreden ís voor mij ook zuurstof, ik wil zo graag nog een paar jaar mijn liedjes zingen. De kinderen vragen: ‘Mam, in godsnaam, waaróm? En dan zeg ik het maar ronduit: ‘Voor mezelf!’ Hahaha, zo egoïstisch ben ik wel…”

Hersenbloeding

Zestien jaar geleden vestigde Anneke zich met haar man WIM-JAAP VAN DER LAAN in de Bourgogne. Ze kochten er een heerlijk huis bij Macon, met daaromheen enorm veel land, met de bedoeling daar samen volop van te genieten. Maar dat liep anders. Wim-Jaap kreeg kanker, werd getroffen door een hersenbloeding en overleed in 2004.

,,Hij is maar 65 geworden,” zegt ze nu. ,,Ach, wat mis ik hem. Nog steeds en elke dag. Net toen ons rustige leven zou gaan beginnen, werd hij ziek en overleed hij. ’We moeten veel land hebben’, zei hij altijd, ‘véél land!’ En daar zit ik nu, in die tijd kon je dat nog goedkoop aanschaffen. Maar alleen al het gedeelte dat gemaaid moet worden is een hectare, 10.000 vierkante meter. En dan is er nog ons bos waar je niets aan hoeft te doen, maar waar ik ook nooit kom. Natuurlijk had ik het me allemaal anders voorgesteld. We zouden het er met z’n tweetjes van gaan nemen, nu ligt hij hier begraven.”

 

Bezoek je hem nog vaak?

,,Nee nooit, ik draag Wim-Jaap in mijn hart mee. Mijn moeder, mijn zusje dat kort na hem overleed, ik kan er niet tegen hun graf te bezoeken. Ik ben dan dagen van slag. Het bestaat, ik weet dat ik erheen kan, maar ik doe het eigenlijk niet meer. Het is niet goed voor me.”

 

En nu laat ook je eigen gezondheid nog te wensen over.

,,Maar ik ben sterk hoor. Ik weeg niks, heb schoenmaat 35 en ben een taaie. Ik heb hier in Frankrijk al vijf keer in het ziekenhuis gelegen met longproblemen. Embolieën. Ik heb dat steeds stilgehouden want ik wil niet zielig overkomen, maar een paar jaar geleden had ik dat voor het eerst en in mei van dit jaar nog eens. Die laatste keer heeft wel grote gevolgen gekregen. Sindsdien zit ik aan het zuurstof. Zo staat er een enorme tank in de tuin en ik heb allerlei apparatuur gekregen om mee te nemen als ik de deur uitga. In huis zit ik met een slang aan die tank vast en kan ik twaalf meter naar links en twaalf meter naar rechts lopen, maar bijvoorbeeld niet naar de terrassen in de tuin. Daarvoor heb ik weer een apparaat dat als een tas om mijn schouder hangt en waarin voor een paar uur zuurstof zit. Je kunt je voorstellen dat ik er in het begin erg aan moest wennen en wel een beetje bang voor was. Ook als je gaat slapen moet je dus dat maskertje in en dat moet blijven werken. Voor het geval de stroom mocht uitvallen is er zelfs een noodaggregaat want die zuurstofstroom, daar ben ik helemaal van afhankelijk…”

Neusgaten

 

Maar je wilt er wel gewoon ‘Brandend Zand’ mee zingen?

,,Ja, ik zal wel moeten! Niet eens voor het geld hoor. Alles wat ik hier heb is hypotheekvrij en ik kan goed leven. Maar optreden doe ik al zestig jaar en is zo’n deel daarvan, net als ‘Brandend Zand’! Ik kom al 55 jaar de zaal niet uit voordat ik dat gezongen heb. Je hoort wel dat mijn stem nog steeds heel krachtig is. Gelukkig wéér heel krachtig is, want in mei kon ik niet eens praten van de pijn.”

 

Wat gebeurde er?

,,Ik was thuis en kreeg het ineens heel benauwd. Mijn jongste zoon WIM-JAAP JR . woont hier met zijn Franse vrouw, die verpleegster is, dichtbij en was er binnen een paar minuten. Zíjn Frans is voortreffelijk en hij wist meteen uit te leggen wat er aan de hand was en in no-time lag ik in het schitterende, nieuwe ziekenhuis van Chalon Sur Saône, aan de beademing en die is dus nooit meer afgegaan. Er gaan twee slangetjes naar beide neusgaten. Denk je dat mensen ervan zullen schrikken, als ze me straks zo zien?”

 

Nu niet meer lijkt me.

,,De meningen in mijn omgeving waren verdeeld. Sommigen vonden dat ik nooit meer zou kunnen optreden, maar ik wil daar niet aan. We worden allemaal ouder, en er is al zoveel veranderd. Vroeger liep ik altijd in panty en met een hakje, zelfs naar de brievenbus! Het publiek mocht je niet anders zien. En tegenwoordig… je zou me hier in huis moeten zien. Lekker ongedwongen, vanmiddag ga ik voor het eerst naar de kapper. Daar ben ik al twee maanden niet geweest, haha, dat was vroeger toch echt ondenkbaar geweest!”

 

Hoe vaak ben je nog hier?

,,We plannen om de zoveel tijd een paar optredens achter elkaar. Vroeger reed ik dan zelf hè, 1000 kilometer, met alleen een stop in Luxemburg. Dat lukt niet meer, maar een van de jongens gaat mee en dan slapen we in een hotel. Sinds ik permanent in Frankrijk woon, heb ik in Nederland niets meer. Ik spreek de collega’s nog wel hoor, RONNIE TOBER en RIA VALK vooral, met IMCA MARINA krijg ik de laatste tijd geen contact meer. Ik ben wel geschrokken van de verhalen over haar, ik hoop dat het weer goed gaat.”

Oud worden

 

Hoelang zie je jezelf nog doorgaan?

,,Dat weet ik echt niet. Ik voel me nu weer goed en ben gewend aan mijn nieuwe leven met dat zuurstofapparaat. Maar hoelang dat goed gaat? Oud worden is helemaal niet erg, maar oud worden met gebreken… Ik geniet van het leven hier en van de kinderen die goed voor me zijn en hier hun leven hebben opgebouwd en in de horeca werken. Voor hen ben ik hier gaan wonen. Ik mis het zwemmen. Dat deed ik graag en vaak en was goed voor mijn conditie. Maar dat kan nu niet meer en dat vind ik vreselijk, maar dan ook nog het zingen moeten laten? Nee, dat is me nu echt nog een stap te ver!”

Lees verder…

10897244469?profile=original 

Moet het Indisch Platform zich niet opheffen, deze vraag heerst bij velen?

DEEL - I

Sinds aantreden van de nieuwe voorzitter bestond bij Ferry Schwab sr, grote twijfels of de lijn van R.I.P. Herman Bussemaker met zijn delegatie zou worden voorgezet. Openlijk per mail heeft ICM Editor de werkwijze en protocollen aan de nieuwe voorzitter Silfraire Delhaye ter kennisgesteld:” zo hebben wij altijd gedaan vanaf 2008”. Bij Ferry Schwab sr kwamen weer spookbeelden van Boekholt van oude Indisch Platform weer boven drijven, die ook deze handelswijze op na hield, waar de overige leden in het bestuur het zwijgen werden opgelegd.

Te meer omdat het ICM en het IP een goede samenwerking hadden sinds 2008, voorts ICM betreurde dat oude voorzitter aftrad, wegens gezondheidsredenen, en de finish niet met het oude team (IP delegatie) konden afmaken: “wij waren er bijna de bal hoefde alleen er in gekopt te worden”. Direct na de stille Tocht ontpopte deze nieuwe voorzitter zich als een welwillend  man met stokwoordje als om informatie werd verzocht zoals ICM gebruikelijke deed: “so far so good” en dat was het dan! Te denken dat ICM grote inspanning heeft geleverd voor die 10.000 handtekeningen samen met het N.I.C.C. Bij de overdracht als mandaat heeft gesteld het eisenpakket houdende: Erkenning, excuses, en compensatie.

De compensatie behelsde op deze volgorde en niet anders;

-          alle oorlogsslachtoffers met een plafond die gelijk is gesteld aan de oorlogsslachtoffers Joodse Gemeenschap, Roma, en Sinti’s die rond de 45.000 ontvingen, en de Indische gemeenschap 5200. Mede omdat Nederland in economische crisis zit( Totaal pakket zou 8 miljard kosten voor een dergelijk 65.000 man), deze in een pensioenplan te vatten van € 600 per maand op het AOW via de SVB dit is o.a. met Ton Te Meij (IP delegatie persvoorlichter) besproken en bedacht.

-          Backpay

-          KNIL, omdat deze al andere voorzieningen hebben gehad, en de eerste groep oorlogsslachtoffers ook nog alles zelf hebben moeten betalen tot de laatste cent.

So far so good.

Direct al begon de nieuwe voorzitter zeer vreemde trekjes te vertonen waar iedereen last van had, door eerst niet meer te communiceren met ICM zoals het wel gebruikelijk was bij het IP, namelijk de voortgang. Wel was de nieuwe voorzitter druk op Facebook met onbelangrijke zaken, direct alarmeerde ICM de Delegatie van Indisch Platform “Zo presenteert voorzitter van organisatie zich toch niet professioneel ”.

Sof ar so good.

Intussen werd bemerkt dat de onderhandelingen volgens een vreemd model (komen in de leren niet voor ) werd gevoerd om vooral niet terug te koppelen met de delegatie van het Indisch Platform, ICM die het IP altijd heeft gesteund met het mandaat, en de achterban namelijk de 10.000 handtekeningen.

So far so good.

Ergo de delegatie van het Indisch Platform mochten ook er niet bij de besprekingen van Martin van Rijn aanwezig zijn. Wie notuleert dan wat er tussentijds is afgesproken?

So far so good.

Het bleef niet alleen bij de delegatie van het IP. De leden (Indische organisaties) aangesloten bij het Indisch Platform begonnen zich ook te bemoeien over deze vreemde narcistische handelswijze. Vele reacties en mails bleven onbeantwoord.

Het stil zwijgend van 13 maart 2013 tot ver voor dat Martin van Rijn kwam in december 2015, die nadrukkelijk onder de druk gezet werd door alle leden van Tweede Kamercommissie VWS, werd de radio stilte verbroken. Laat op de radio kwam Martin van Rijn, en in De Kamer nog een dikke NON verkondigde.

Het ongenoegen bij alle betrokken is heel groot met dit matig resultaat. Te denken dat deze deal al in de Pipe lines zat: “Fair Deal(Indische kwestie)” van RIP Herman Bussemaker. Totaal 1100 man kosten 27,5 miljoen.

Juist op dit moment Ministerie van VWS een meevaller had van 6 miljard rapporteerde op de begroting, dat ook door de Partij DENK fors onder de aandacht is gebracht, naast Linda Voorman. Was Martin van Rijn geschrokken dat Tweede Kamer Commissie VWS over deze wetenschap beschikten die vooraf ingefluisterd werd door ICM Breaking News! Uiteindelijk ook resulteerde in drie moties, die kennelijk nog zijn aangehouden ter stemming.

Zoals de website van WVS vermeldt:

“Overeenstemming met Indisch Platform” doet dit lijken of de hele achterban akkoord is gegaan, hier totaal geen sprake van is, is de juiste versie van het verhaal, dus een groot leugen door manipulaties van Silfraire DelHaye en Martin van Rijn.

R.I.P. Herman Bussemaker zal zich in zijn graf omdraaien wat deze voorzitter op zijn kerfstok heeft, en heeft veroorzaakt. Had deze niet een hele andere agenda, gezien zijn achtergrond? Beseft deze voorzitter wel wat hij heeft veroorzaakt door zijn narcistische handelswijze dat het opgebouwde Indisch Platform nu ten val komt? Waar velen inclusief ICM ruim 9 jaren hier aan hebben gewerkt. Veel tijd in hebben gestoken om het merk, het imago en het vertrouwen op de kaart te zetten wat veel geld en energie heeft gekost? Niet alleen ICM maar nadrukkelijk de delegatie van het Indisch Platform, en de medewerkers van het dagelijkse bestuur? Het Indisch Platform heeft geen achterban deze werden voorzien door het ICM lezer en NICC lezer.  ICM heeft wekelijks 250.000 lezers.

De sluwe vos heeft het schaap in wolfkleren mooi ingepakt met zijn benaderingswijze op deze zaak, en in keer het Indisch Platform met zijn aangesloten organisaties de afgrond in gegooid. Opgeruimd staat netjes sof ar so good.

Was dit de opzet om het Indische Platform met zijn structuur, en 26 aangesloten Indische organisaties op te blazen?

Hoe verder nu het afbrokkelen is begonnen, en vertouwen nu helemaal zoek is?

Voor Martin van Rijn, zal PvdA nog in het Kabinet zitten bij de aankomende verkiezingen  niet meer er zijn als het van de Indische Gemeenschap betreft.

Als materie-  , bedrijfskundige- EN  media deskundige  houd ik dit voor mij zelf wat de oplossing zouden  kunnen zijn;  repareren, hervormen, of allen nu individueel via de bekende CLAIMSTICHTINGEN met CLaimCode, 

ik laat het aan uw eigen constructieve creativiteit over.

Uw reacties naar Schwab@ICM-online.nl

Lees verder…

SVJ zonder het Indisch Platform verder !

10897331867?profile=original

  • SVJ, zonder het Indisch Platform verder

  1. 1.       MEDEDELING VAN SVJ, DE STICHTING VERVOLGINGSLACHTOFFERS JAPPENKAMP

Het gaat hier om een moeilijke beslissing, die SVJ met grote tegenzin heeft moeten nemen om de samenwerking met het IP, wat betreft de  “Indische kwestie”, te beëindigen om zodoende haar eigen doelstelling, werk en taak ten behoeve van onze achterban van 5000 sympathisanten en hun grote sociale omgeving  op een ordentelijke manier te  kunnen voortzetten.

  1. 2.       WAT IS SVJ ? EN WAT DOET SVJ?

SVJ is op 26 juli 2001 opgericht  met als enig doel “De behartiging van de belangen van uit Indonesië teruggekeerde personen” en in het bijzonder het behartigen van de compensatie van het gemis van salaris en de vergoeding van geleden schade  en doorstane ellende.

Aanvankelijk is SVJ zelfstandig begonnen met het overleg met de overheid, maar op een bepaald moment werd ons aangeraden om ons aan te sluiten bij het Indisch Platform {IP}.

SVJ heeft zich vervolgens aangesloten en zeer loyaal al de gemaakte studies ingebracht, waar later door het IP een dankbaar gebruik van kon worden gemaakt.

De gesprekken met politici, zoals Tweede Kamerleden en staatssecretarissen werden steeds voorbereid en gevoerd door een gelijk verdeelde delegatie. Ook de voorbereiding was in goede onderlinge samenwerking.

  1. 3.       WAT IS HET INDISCH PLATFOM EN WAT DOET HET IP?

Het IP werd in 1991 opgericht, na een mondelinge oproep van MP Lubbers, omdat hij behoefte had aan een aanpreekpunt met de Indische gemeenschap. De oprichting werd nooit formeel besloten en  geregistreerd. Formeel heeft het IP helaas dus geen mandaat.

Het aantal leden varieert tussen de 20 en 30. Opvallend zijn de grote verschillen in doelstellingen,  organisatie en ledenbestand van de leden.

De activiteiten van het IP hebben zich tot nu toe hoofdzakelijk gericht op  het bereiken van ERKENNING, EXCUSES EN COMPENSATIE, waarbij de voorzitter, de  heer  H.Bussemaker,  in goede samenwerking met de delegatie een belangrijke rol speelt.

De delegatie bestaat uit enkele vertegenwoordigers van organisaties die “Rechtsherstel” als doelstelling in hun Statuten hebben staan. JES [Stichting Japanse Ereschulden] en SVJ zijn altijd de steunpilaren geweest van de delegaties. Gezien het belang van communicatie en overheidslobby zijn deskundige adviseurs aangetrokken.  

  1.  PERIODE MET HERMAN BUSSEMAKER ALS VOORZITTER           

In die tijd werd er zeer harmonieus samengewerkt binnen de delegatie. Besprekingen met politici werden vooraf besproken en de rollen werden verdeeld. Men moest er rekening mee houden dat sommige Tweede Kamerleden slecht op de hoogte waren van de zogenaamde Indische Kwestie en grondig moesten worden geïnformeerd. Het doel was: kennis van zaken en de motivatie om zich in te zetten voor onze zaak.  Wij hadden al jarenlang vele studies gemaakt en deze samengevat in Power Point presentaties als hulpmiddel bij de informatie bijeenkomsten.

In deze periode is de basis gelegd voor de samenwerking met de politici. Ons denken werd vast gelegd in de nota FAIR DEAL, die later de basis werd voor de zogenaamde ”Impactanalyse”, die Martin van Rijn door SVB liet maken als uitgangspunt voor de onderhandelingen.

Herman  moest zich langzamerhand terugtrekken in verband met zijn verslechterende gezondheid.

Hij kon nog net zijn Meesterwerk “Het Indisch Verdriet” afschrijven, een waar monument.

5. DE KOMST VAN DE NIEUWE VOORZITTER, SILFRAIRE DELHAYE

In de loop van 2013 werd hij door het Algemeen Bestuur van het IP benoemd en Herman trok zich geleidelijk terug, en is tot zijn dood adviseur van het IP gebleven. Hij overleed op 12 oktober 2015.

Om het gedrag van de voorzitter te kunnen begrijpen is het essentieel zijn innerlijke drijfveren te kennen. Hij heeft bij herhaling verteld dat hij een zoon is van een Japans militair en dat hij zich heeft voorgenomen als om als een soort “compensatie” een positieve bijdrage te willen leveren aan de Indische gemeenschap. Dat is voor hem de betekenis van zijn voorzitterschap. 

Op zich kan men zich deze intentie voorstellen en zelfs waarderen, ware het niet dat deze beslissing voor hem  een zeer overheersend karakter heeft gekregen, met alle gevolgen van dien.

En met soms storende gevolgen die mede het conflict met SVJ hebben veroorzaakt.

De eerste tekenen kwamen tot uiting in een interview van 13 december 2013, gepubliceerd in de bijlage van het boek  “Liefde als ruwe diamant” van Henk Harcksen. [pag141]

“Ontzuiling van de overlegstructuur tussen IP en de regering heeft hij al bereikt : de voorzitter voert

 één op één overleg met de staatssecretaris.  Een significante cultuuromslag die snelheid en autonomie bevordert van het onderhandelingsproces”.

 

“Ik heb mijn droom verteld en hij [de ss] vroeg of ik dat op een A-4tje kon verwoorden”. Dat bleek niet meer en niet minder dan een samenvatting van ons rapport FAIR DEAL.

“Op 25 juni werd het lijvig rapport [de Impactanalyse] van SVB besproken en daarna volgden meerdere één  op één gesprekken tussen van Rijn en  de Voorzitter.

Hij moest vanuit zijn achtergrond dé  “verlosser”  worden van de Indische gemeenschap en moest zo snel mogelijk scoren om aan zijn ideaal te voldoen.

  1. 6.       EEN GROEIENDE CONFLICTSITUATIE

Over deze fundamentele beleidswijzigingen is nooit overleg geweest met de bestaande delegatie, die al jarenlang succesvol was bezig geweest.

 De overlegdelegatie kwam steeds minder bij elkaar, terwijl wij wisten dat Silfraire regelmatig één op  één  gesprekken had met de staatssecretaris. De delegatie werd stilletjes uitgeschakeld. Dit was symptomatisch: soms gingen maanden voorbij zonder onderling overleg met de delegatie en onze mails werden vaak niet  beantwoord. Zelfs mails waarin wij onze zorgen expliciet naar voren brachten bleven onbeantwoord.

De enkele gesprekken die wij als delegatie nog met de staatssecretaris hadden werden niet of nauwelijks samen voorbereid en in de gesprekken zelf kreeg je al snel de indruk dat de essenties van de zaak al eerder in bilaterale gesprekken tussen Silfraire en de staatssecretaris aan de orde waren geweest.

Inmiddels waren de onderlinge verhoudingen er langzamerhand niet beter op geworden. Er was geen vertrouwen meer in de doelen en de oprechtheid van wat Silfraire naar voren bracht. Wel kregen we in de gaten, dat hij -hoe charmant soms ook- met diplomatieke subtiliteit en precisie zijn eigen masterplan volgde.  En daar had hij kennelijk de bestaande delegatie niet bij nodig. Neen, zij zouden zelfs een obstakel kunnen vormen.

Wat insloeg als een bom was de brief van 23 december 2015. Hierin werd onder andere de delegatie gewoonweg opgeheven. Zonder enig vooroverleg, uitleg of contacten hierover.

Deze brief deed voor ons definitief de deur dicht. Er volgden nog wel 2 gesprekken van het SVJ bestuur met Silfraire, maar deze leverden niet het beoogde doel op, ondanks de schijnbaar begripvolle toon van de voorzitter Delhaye.  Het adagio: Silfraire doet uiteindelijk precies wat hij in zijn hoofd en hart heeft geprent. En alles wordt daaraan ondergeschikt gemaakt.

De problematiek werd ook besproken in enkele Algemene Bestuursvergaderingen, maar er was geen sprake van een gedegen formele besluitvorming.

  1. 7.       WAT WILLEN WIJ?

Het komt er op neer dat wij een voortzetting willen hebben van de  constructie, gebruikelijk in de tijd van Herman Bussemaker, waar sprake was van prima onderlinge samenwerking, terwijl de resultaten overduidelijk waren. Dus geen enkele reden om het overlegmodel op zijn kop te zetten, waarbij de vertegenwoordiger[s] van SVJ in de delegatie in een duidelijke minderheidspositie zouden komen en verantwoording zouden moeten afleggen aan nog onbekende -al of niet deskundige- Dagelijks Bestuursleden.

Het SVJ bestuur heeft zich steeds sterk gemaakt als de vertegenwoordiger van haar achterban met een duidelijke missie: het bereiken van een redelijke compensatie voor opgelopen schade en leed.

En wij laten ons deze rol niet afnemen  door anderen. Laat staan door de voorzitter, die meerdere malen overduidelijk heeft gemaakt, dat het hem gaat om een directe lijn met de staatssecretaris, waarbij hij eventueel, ad-hoc andere leden van de delegatie zal inzetten, al naargelang het thema.

De situatie is nog problematischer, omdat het lijkt dat andere bestaande leden van de delegatie [leden van de Stichting Japanse Ereschulden] kennelijk partij gekozen hebben voor voorzitter Delhaye, die zich daarmede verzekerd heeft van een deskundige en financieel sterke partner.

Zij vormen een bastion van voorstanders van: primair Erkenning en Excuses en met nauwelijks belangstelling in een financiële compensatie.  Terwijl SVJ de drieslag Erkenning, Excuses en Compensatie  onlosmakelijk aan elkaar verbonden acht. En desnoods Compensatie zonder Erkenning en Excuses. Betalingen houden volgens ons namelijk impliciet in dat men de ereschuld erkent en men spijt heeft van het aangedane onrecht.

  1. 8.       HET GEWENSTE EINDRESULTAAT

SVJ heeft vanaf haar start via een Concept-Dagvaarding een eis gepresenteerd van een lumpsum van € 25. 000,-, per persoon, waarmede zowel de achterstallige salarissen, de geleden schade en het leed redelijk gecompenseerd zijn. Uiteindelijk betekent dit een miniem deel van de werkelijke bedragen.

Erkenning en Excuses, waar je jarenlang om moet bedelen worden voor SVJ als steeds minder waardevol en gewenst.

Het onlangs bereikte onderhandelingsresultaat verdient een pluim voor staatssecretaris Martin van Rijn. Hij is de eerste staatssecretaris, die de Indische Kwestie persoonlijk ter hand nam en kennelijk als een leeuw in het Kabinet heeft geknokt voor het bereikte resultaat. Het voordeel  van de overeenkomst is, dat het een impliciete erkenning is van het recht op compensatie. Tevens was hiermee de “canard” ontmaskerd dat Het Gebaar een finale afrekening was. [schijnbaar een bedenksel van een gefrustreerd ambtenaar in het verleden].

Met de acceptatie van het voorstel werden impliciet ook de inspanningen Martin van Rijn gehonoreerd.  En het is natuurlijk prachtig dat een aantal zeer oude ambtenaren nog € 25. 000, ontvangen.

Maar afgezien van bovengenoemde overwegingen is het natuurlijk eigenlijk een pure schande dat het Kabinet dit bedrag  durft aan te bieden aan een zeer gering aantal mensen die nog leven, als  achterstallige betaling. Dit voorziet slechts in een deeloplossing van de Indische Kwestie, en wordt ervaren als onrechtvaardig en onrechtmatig.

Met alle waardering en respect voor van Rijn en zijn inspanningen; wij vermoeden dat de voorzitter het hem helemaal niet zo moeilijk heeft gemaakt met zijn fluwelen aanpak.

Wij maken ons dan ook zorgen voor het vervolg en de afsluiting van de overeenkomst. Wij vrezen dat zijn opvatting en benadering het behalen van een maximaal resultaat [wederom] in de weg zal staan. Verder heeft hij in een radio-interview gezegd dat hij er indien er op korte termijn geen succes te behalen zou zijn, met  “De Indische Kwestie” zou stoppen.  SVJ dus niet!!!

  1. 9.       HOE GAAT SVJ VERDER?

 

SVJ zal zo spoedig mogelijk de contacten hernieuwen met de leden van de Vaste Commissie VWS en de respectievelijke partijvoorzitters. Tevens met de relevante ambtenaren van VWS. Wij zullen uitleggen hoe wij helaas in deze situatie verzeild zijn geraakt en duidelijk maken dat wij zo snel mogelijk willen bouwen aan een positieve en vruchtbare relatie met de politici en de ambtenaren.

Wij zijn niet anti het IP, maar zullen voortaan naast elkaar moeten proberen onze respectievelijke  doelstellingen te bereiken. Deels zullen de doelstellingen parallel lopen, maar in  meerdere gevallen zullen de eisen van SVJ waarschijnlijk aanmerkelijk  zwaarder zijn dan die van het IP.

 

De positie van SVJ is even weinig  geïnstitutionaliseerd als die van het IP en kan eveneens worden bevestigd door middel van mondelinge afspraken, net zoals bij het IP het geval is geweest.

 

Wij zullen de concept Dagvaarding in overleg met onze juridisch adviseur verder actualiseren en hanteren als uitgangspunt van onze onderhandelingen. Wij streven naar een zakelijke en open communicatie met onze overlegpartners.

 

Wij zullen alle nationale en internationale  juridische mogelijkheden uitbuiten om tot ons doel te komen.

 

Wij zullen het publiek op de hoogte houden van onze ontwikkelingen, mede via de social media, die  sinds Peggy Stein en haar “Blue Angels” een grote vlucht hebben genomen. Daarmede bereiken wij meer mensen dan ooit tevoren, en nu vooral ook de  tweede en derde generatie.

 

Voor zo ver mogelijk en gewenst zullen wij het IP blijven ondersteunen.

 

Wij voelen een  grote verantwoordelijkheid voor de  duizenden contribuanten en hun brede familiescharen.  Zij hebben jarenlang ons met kleine bedragen ondersteund en zij hebben al die tijd het vertrouwen in ons  behouden. Wij voelen ons schatplichtig aan hen allen.

 

Wij zullen met veel vertrouwen en energie onze doelstellingen blijven nastreven en zullen niet opgeven, totdat een redelijke oplossing is gevonden.

 

Drs. Jan A. J. de Jong, namens het bestuur van de Stichting Vervolgingsslachtoffers Jappenkamp

Lees verder…

10897331867?profile=original SVJ

Stichting voor de belangen van slachtoffers in en buiten de concentratie-kampen in Zuid-OOST Azie.

 

P e r s i n f o r m a t i e

 

Komt er nu eindelijk ook een bevredigende volledige oplossing van de “Nederlands Indische kwestie?”

 

Stichting Vervolgingsslachtoffers Jappenkamp

SVJ is op 26 juli 2001 opgericht met als enig doel “De behartiging van de belangen van uit Indonesië teruggekeerde personen” en in het bijzonder het behartigen van de compensatie van het gemis van salaris en de vergoeding van geleden schade  en doorstane ellende.

Aanvankelijk is SVJ zelfstandig begonnen met het overleg met de overheid, maar op een bepaald moment werd ons aangeraden om ons aan te sluiten bij het Indisch Platform {IP}.

SVJ heeft zich vervolgens aangesloten en zeer loyaal alle gemaakte studies ingebracht, waar later door het IP dankbaar gebruik van kon worden gemaakt.

 

Periode met Herman Bussemaker als voorzitter      

In deze periode is de basis gelegd voor de samenwerking met de politici. Ons denken werd vastgelegd in de nota FAIR DEAL, die later de basis werd voor de zogenaamde ”Impactanalyse”, die Martin van Rijn door SVB liet maken als uitgangspunt voor de onderhandelingen.

Herman  moest zich langzamerhand terugtrekken in verband met zijn verslechterende gezondheid.

Hij kon nog net zijn Meesterwerk “Het Indisch Verdriet” voltooien, een waar monument.

De Staatssecretaris Martin van Rijn heeft als eerste zich geweldig ingezet voor de Indische Gemeenschap: zo kwam een Backpayregeling tot stand op 3 november 2015. 

 

Na deze doorbraak heeft het Indisch Platform geen vervolg gegeven aan de volledige oplossing van de Indische Kwestie en heeft haar doelgroep uit het oog verloren.

Het is wederom gebleken  dat het moeilijk is om met het Indisch Platform en met name met de voorzitter van het IP tot een constructief overleg te komen over de urgente voortzetting van het overleg met de overheid over “de Indische Kwestie”.

Dientengevolge heeft SVJ de navolgende beslissing genomen.

Het gaat hier om een moeilijke beslissing, die SVJ met grote tegenzin heeft moeten nemen, om de samenwerking met het IP, wat betreft de  “Indische kwestie”, te beëindigen,  om zodoende haar eigen doelstelling, werk en taak ten behoeve van de Indische Gemeenschap en ten behoeve van onze achterban van 5000 sympathisanten en hun uitgebreide sociale omgeving  op een ordentelijke manier te  kunnen voortzetten.

 

SVJ  vraagt de Regering en het Parlement om de Indische Kwestie definitief op  te lossen.

 

 

 

Lees verder…

NICC / ICM stand op de Indië Herdenking

NICC   / ICM  stand op de Indië Herdenking

10897344087?profile=original

Evenals vorig jaar heeft het NICC weer met ICM een gezamenlijke stand op de nationale Indië Herdenking op 15 augustus 2016. Vorig jaar zaten we nood-gedwongen in het Zuiderstrand Theater in Scheveningen vanwege de renovatie van het World Forum, maar dit jaar weer als vanouds  in  het  gebouw  van  het Haagse World Forum Convention Centre aan de Johan de Wittlaan.

Het NICC deelt de stand ook dit jaar met Ferry Schwab van de bekende Indische internetkrant ICM-online. Ook Armando Ello van ‘HoezoIndo’ zal bij onze stand van de partij zijn voor de promotie van zijn boek “Twijfelindo”. Zie ook zijn artikel op pagina 24.

Alle reden dus om op 15 augustus bij ons langs te komen. Wij hopen u op de Indië-Herdenking v.a. 10.30 uur te mogen begroeten. Heel graag tot dan ■    

Lees verder…

10897234678?profile=originalTraktaat van Wassenaar – die tienduizend handtekeningen zijn binnen.

Op de 10e editie van de zeer geslaagde druk bezochte Pasar Malam Steenwijk werd niet alleen de 10e editie gevierd, maar bij de ICM- stand kon de kurk van de champagne er af . Aanwezig waren bij deze gelegenheid : Rudy Groenewald, Harry Severien , en Ferry Schwab sr.

ICM had veel aanloop, mensen ondertekenen na het zien van de banner - nieuw stijl speciaal hiervoor ontworpen door Rudy Groenewald – en met resultaat. Het werkte dus! Opvallend veel Nederlanders tekenden deze petitie als sympathisant, met het gezegden zoals: “schande van de Nederlandse regeringen” of “ik schaam mij voor de Nederlandse regering, dat jullie Indische zo zijn behandeld”.

Uiteraard had de gebekte Ferry Schwab weer een weerwoord hier op:

“Veel heeft aan ons zelf gelegen, de Indische zijn te onderdanig, te makkelijk geassimileerd (geïntegreerd ) in de Nederlandse gemeenschap als een bevolkingsgroep dat ze het grote onrecht 60 jaren over hun kant laten gaan. Wij noemen dit INDOLENT. Als je onrecht bent aan gedaan zul je zelf het recht in handen moeten nemen. De overheid komt het niet brengen. Die slaafse indolentie ook nog gesteund door het Indisch Platform dat vanaf 1997 denkt met de Overheid / politiek tot oplossingen te komen. Zoals de meningen zijn bij de ondertekenaar van de petitie is dit het beeld dat ook in de Tweede Kamer heerst. Die zijn het die voor de Indische zaak strijden, niet het Indisch Platform. 

Nu anno 2016 krijgt de Overheid dit terug van de andere bevolkingsgroepen, die hebben in de 50 jaren gedacht als de Indische gemeenschap zo makkelijk zich heeft geïntegreerd dan kan de Indische integratie gelden voor de Turken en Marokkanen, waarom niet? ”.

Terug naar die 10.000 handtekeningen. Deze worden overgedragen aan het Jakarta Advocaten Team (JAT) bestaande uit een drie koppige bemanning  onder leiding van Fred Tumbuan  de Geert Jan Knoops van Indonesie afgestudeerd in  Leiden.     Dit was de eis van JAT minimaal 10.000 belanghebbenden.

De campagne Uitbetalen Traktaat van Wassenaar gaat verder. Van de 70.000 gerechtigden - de gedupeerden door de Nederlandse Staat -  zijn er pass 15.000 bereikt. Het streven is om al deze belanghebbenden te kunnen bereiken. Inmiddels hebben  van de 15.000  er nu ruim 10.000 getekend. Ruim 5600 hebben toegezegd minimaal € 25 te doneren. Deze ontvangen t.z.t. Het Rapport Uitbetalen Traktaat van Wassenaar in boekvorm.

Voor de voortgang van het project kan U ons blijven volgen op www.icm-online.nl en de updates op  https://petities.nl/petitions/uitbetalen-op-basis-van-traktaat-van-wassenaar-1966?locale=nl

Steun ACTW66 ! 

Uw donatie  kan U storten op Rabo rekening NL41 RABO 03977255 07   ten name van F.Schwab / ICM Online onder vermelding van" ICM donatie Traktaat van Wassenaar."

Lees verder…

10897339268?profile=original

WN PRODUCTIONS
Istimewa nieuwsbrief

10 JAAR PASAR MALAM ISTIMEWA STEENWIJK

Ter ere van het 10-jarig jubileum zal de Pasar Malam Istimewa in Steenwijk nu 5 dagen duren.
De Pasar Malam in Steenwijk, die als een 3-daags evenement begon zit dus behoorlijk in de lift! En dat heeft alles te maken met het grote aantal bezoekers dat de Pasar bezoekt. Dat is ook niet verwonderlijk omdat er naast de Pasar nog veel meer te beleven valt in en om Steenwijk.

10897234678?profile=originalIs aanwezig bij ICM stand, en hoopt dat op de pasar malam de 10.000 ste handtekening te scoren voor de petitie trakaat van Wassenaar, 291 handtekeningen zijn er nog voor nodig. Dan kan ACTW66 en JAT (Jakarta Advocaten Team) eindelijk de mouwen opstropen
 
Dit jaar is de Pasar Malam van woensdag 27 juli t/m zondag 31 juli. De weekmarkt die voorheen altijd in het weekend op hetzelfde plein stond zal nu naar een andere locatie uitwijken zodat de Pasar Malam ook in het weekend door kan gaan.
 
De Pasar Malam Istimewa Steenwijk is de grootste gratis toegankelijke Pasar Malam van het Noorden van Nederland en zal plaatsvinden in het centrum van Steenwijk. Het programma bevat grote namen zoals Riem de Wolff van de Blue Diamonds, Ben Heart, Robin Yerah, Harold Verwoert, Ester Latama en John Russell Jr.
Steengoede bands als The Streetrollers, Xanur, Triple B & Friends, Hot News en Challenge XL zullen weer voor het welbekende swingende sfeertje zorgen. En culturele dansdemonstraties van Orchidee, Batik Dance Theatre, Aniadi Art, Wahana Budaya Nusantara, Naomi Bellydance Entertainment en Srikandi zullen u iets laten proeven van de cultuur van het Oosten. 

10897348480?profile=original

10897348692?profile=original

Feestavond op woensdag

Ter gelegenheid van de Vestingsfeesten in Steenwijk zal er op woensdagavond 27 juli een speciale feestavond zijn op het Pasar Malam plein. Deze feestavond wordt ingevuld met een speciaal programma van de populaire en zeer succesvolle band Wipe Out Selection. Deze avond feesten we door tot middernacht!
Verderop in deze nieuwsbrief leest u meer over deze band. 

10897350271?profile=original

Een gezellig dagje uit voor iedereen

De Pasar Istimewa is steeds meer van alle Steenwijkers geworden. Maar niet alleen zei, want uit heel Nederland komen de zomer-thuisblijvers naar Steenwijk. De hotels in en om Steenwijk zitten dan ook snel vol.
De sfeer en de gezelligheid op de Pasar zijn in de loop van de afgelopen 10 jaren inmiddels alom bekend. De Mensen die nog geen kennis hebben gemaakt meet een pasar, denken soms onterecht dat dit evenement alleen bedoeld is voor de Indische Nederlanders. Het tegendeel is waar. In feite is de pasar een gezellig en betaalbaar dagje uit voor alle Nederlanders, die van de Indische keuken houden en zich senang voelen in de exotische sfeer en cultuur. De pasar is er voor iedereen die zich bij ons op de pasar thuis voelt. Vorig jaar werd de pasar dan ook druk bezocht door allerlei bevolkingsgroepen. Vrijwel iedereen houdt van Indisch eten, lekker op een terrasje relaxen, genieten van muziek en danse en slenteren over de Oosterse markt.
 
Het Istimewa Team van WN Productions en Stichting Vestingstad Steenwijk en haar winkeliers en horeca hoopt u allen welkom te mogen heten en wenst u een geweldig mooie en sfeervolle 10 jarige Pasar Malam toe!!

Programma

Net als bij de voorgaande edities wordt het programma gepresenteerd door Sylvia Elders.
Sylvia is een echte kenner van de Indonesische cultuur. Zij verteld u graag over de geschiedenis, muziek, dans, culinaire lekkernijen en tradities. Gekleed in de Indonesische klederdracht, de sarong en kebaya, neemt zij u meer naar de gordel van de smaragd. 

10897341461?profile=original

Woensdag 27-07
 12:00 – 00:00
 
The Streetrollers:
Een band, geïnspireerd door de sound van de 50’s & 60’s en opgegroeid met de fameuze indorock maakt van elke gelegenheid een feestje. Of het nou in een kroeg is of op een Pasar Malam, met de Streetrollers gaan de voetjes geheid van de vloer. Van Poco Poco tot Rock&Roll.
 
Robin Yerah:
Met pas 20 lentes jong timmert Robin Yerah behoorlijk aan de muzikale weg. Hij won de lokale muziekwedstrijd van Zutphen en werd uitgeroepen tot beste singer/songwriter. In Steenwijk zal hij twee optredens verzorgen waarbij hij zichzelf begeleidt op gitaar.
 
Dansgroep Orchidee:
Steenwijk verkeert woensdag in tropische sferen door de dansgroep Orchidee. Een Indische dansgroep die je laat genieten van al het moois uit de Indische en Polynesische danscultuur. Met gratieuze bewegingen voeren zij dansen als de Selendang Sutra, de Tari Lilin en de Javaanse hofdans uit. Daarnaast behoren ook Molukse, Balinese en Sumatraanse dansen tot hun rijke en veelzijdige repertoire.
 
Wipe Out Selection:
Speciaal voor de Vestingsfeesten in Steenwijk is de Pasar Malam op woensdag tot middernacht open!
Met een speciaal avondprogramma verzorgd door de band Wipe Out Selection.
Wipe Out Selection is een band met de typische indorock muziek waarbij de gitaren door de lucht vliegen. Speciaal voor deze avond brengt de band een show die om 21:00 uur zal beginnen en door gaat tot 00:00. Dat belooft een spektakel te worden

10897349871?profile=original

Donderdag 28-07
12:00 – 22:00
 
Xanur:
Een band die country, dangdut, poco-poco, rock 'n roll, soul, keroncong maar ook nog muziek uit de jaren 70 speelt. Kortom een allround repertoire met voor ieder wat wils .
 
Ben Heart:
Geboren op het prachtige Sumatra is een graag geziene artiest op de Pasar Malams. Met zijn warme stem brengt hij mooie Indische nummers maar zingt daarnaast ook Nederlands- en Engelstalig. Ben heeft in de loop der jaren een grote schare fans opgebouwd. Van nature is Ben Heart eigenlijk een rock & roll zanger Hij heeft zijn repertoire uitgebreid waardoor hij nu grote bekenheid geniet als een allround zanger die ook zij eigen nummers schrijft. is Ben een populaire zanger – entertainer heel direct het contact met zijn publiek zoekt. Naast de artistieke kant is er ook een geheel andere kant die de moeite van het melden waard is; met de Ben Heart Foundation zet Ben zich in voor diverse projecten, waaronder het weeshuis Elisama op Bali.
 
Batik Dance Theatre:
Onder leiding van Ali zijn de dansers en danseressen vooral specialist in de prachtige Balinese en indrukwekkende Javaanse danscultuur. Maar hun repertoire omvat daarnaast ook dansen afkomstig van de andere eilanden van Indonesië. Ali bedenkt niet alleen zelf de dansen maar

maakt ook zelf de prachtige traditionele kostuums.

10897351057?profile=original

Vrijdag 29-07
12:00 – 23:15
 
Harold Verwoert:
Harold Verwoert is een echt multitalent! Men zou hem van veel producties kunnen kennen; als de bekende zwarte Piet “Coole Piet Diego”, deelnemer aan het songfestival of presentator van RTL4, TROS en Omroep Max programma’s.
Maar Harold heeft ook een grote voorliefde voor muziek. Hij is een zanger in hart en nieren. Met een breed repertoire kan Harold zijn veelzijdigheid laten horen en zien. Van Elvis Presley tot prachtige ballads, met zijn warme stem weet Harold de mensen te raken.
Op de Pasar Malam in Steenwijk zal hij tussen 12:00 en 19:00 uur maar liefst 4 keer optreden!
 
Aniadi Art:
Deze dansgroep staat onder leiding van Made Aniadi. Made is geboren op Bali. Zij is niet alleen de leidster maar ook de choreograaf en uitvoerend danseres. Met veel passie brengt deze groep de rijke danscultuur uit Indonesie naar het podium, in de stad Steenwijk.
 
Triple B & Friends:
Een relatief nieuwe formatie in het Pasar Malam netwerk. Maar dat zal zeker heel snel gaan veranderen. Deze formatie trekt met haar allround repertoire waaronder Rock&Roll, indorock en Evergreens het publiek gegarandeerd op de dansvloer. Triple B & Friends zullen tot ’s avonds na 23:00 doorspelen.
 
Naomi Bellydance Entertainment:
Naomi is geen onbekende in Steenwijk. Ze heeft haar eigen dansschool in Dorpshuis Onna. Op de Pasar Malam zal Naomi een éénmalig optreden verzorgen om 20:15 uur. De Oriëntaalse dans en muziek zijn van kleins af aan al in haar leven aanwezig geweest, en dat de bellydance haar passie is, is zeker terug te zien in dit weliswaar korte maar zeker erg krachtige optreden

10897351088?profile=original

Zaterdag 30-07
12:00 – 00:00
 
Ester Latama:
De muzikale loopbaan van Ester is op z'n minst 'opvallend' te noemen. Enkele highlights zijn bijvoorbeeld haar optredens met Frank Boeijen en 2Unlimited. Ester zong in het achtergrondkoor van Boney M maar was ook  bij verschillende grote en bekende bands de leading lady! Tegenwoordig treedt Ester voornamelijk als solo artiest op. Met het brede repertoire en haar leuke interactie met het publiek is Ester Latama niet alleen een kwalitatief maar ook een charmant onderdeel van het van het Pasar Malam programma.
 
Wahana Budaya Nusantara:
De liefhebbers van de Indonesische dans komen op zaterdag aan hun trekken met de bekende kleurrijke dansgroep Wahana Budaya Nusantara. Deze dansgroep danst in prachtige kostuums en heeft een indrukwekkend dansrepertoire. Het publiek kan ten volle genieten van deze dansgroep, mede door de culturele uitleg die de presentatrice Sylvia geeft bij iedere dans.
 
 Hot News:
Hot News is opgericht, nadat Oscar Rexhauser in 2006 zijn basgitaar aan de wilgen heeft gehangen en de formatie The Hot Jumpers ophief.  Leading Lady van het orkest is de pittige en expressieve Shirley Salomon. Het repertoire is zeer veelzijdig en van hoog muzikaal niveau met Top40 muziek, soul, country, country Rock, modern, Zuid-Amerikaans en natuurlijk veel Indische liederen.
 
Riem de Wolff (Blue Diamonds)
De absolute topper van de Pasar Malam in Steenwijk!
‘Je zult op je 17e al een ster zijn en verschillende gouden platen hebben gekregen voor je hits.’
Riem de Wolff begon zijn succesvolle carrière als één van de twee Blue Diamonds (samen met zijn broer). Zij waren de tegenhangers van The Everly Brothers. Sinds jaren is  Riem door het publiek in het hart gesloten en de meeste mensen kennen natuurlijk zijn grote hits “Let it be me”, “Little Ship”, “Oh Carol” en natuurlijk de wereldhit “Ramona” 

10897351659?profile=original

Zondag 31-07
12:00 – 20:00
 
Challenge XL:
Challenge wordt vooral gekenmerkt door een uitgebalanceerd repertoire dat o.a. bestaat uit dance classics, country, linedance en Indische keroncong/pop muziek. De wijze waarop de liedjes worden gebracht en de eigen interpretaties hiervan, maken  de specifieke Challenge-sound.
 
Dansgroep Srikandi:
Srikandi is een traditionele Indonesische dansgroep die op de Pasar Malam Steenwijk twee keer zal optreden. In deze dansen laat de dansgroep die traditionele Indonesische cultuur zien.
 
John Russell Jr.
De zoon van Big John Russell (“I Never Loved A Woman The Way That I Love You” & "Hokie Pokie”) treedt in de voetsporen van zijn vader. Men zal genieten van zijn soul en funky nummers. 

10897351684?profile=original

10897352666?profile=original

Lees verder…


10897234678?profile=originalVoortgangsverslag Traktaat van Wassenaar per 18 juli 2016.

De deelnemers (donateurs) en ondertekenaars verzochten het ACTW66 om tussentijdse verslag.   

 

Voor Fase I  heeft ACTW66 inmiddels vele benodigde werkzaamheden verricht en de nodige stappen ondernomen. ACTW66 heeft bereikt dat de advocaten, materiedeskundigen en de consultants op basis van "no cure no pay "voor ons werken bij deze megaklus om 60.000-70.000 gedupeerden De Staat hun gelden te laten uitbetalen.  Inmiddels hebben deze reeds werkzaamheden uitgevoerd voor Fase I.  Met de campagne werd van de 60.000 - 70.000 ruim 15.000 bereikt, naast dat er ruim 9.479 de petitie hebben ondertekend en 2417 hebben gedoneerd. 

Uit de gepleegde research door materiedeskundigen in samenwerking met team van ACTW66 werden de feiten, bevindingen en oplossingsrichtingen samengevat in het rapport "Voorstel concept rapport Uitbetalen Trakktaat van Wassenaar" . De planning is dat dit Rapport/ boek  in september wordt uitgegeven in boekvorm  beschikbaar komt, alvorens deze  met dagvaardinging met 10.000 handtekeningen uit handen van de advocatenkantoor te Jakarta wordt overhandigd aan Bert Koenders.  Ook hij is op de hoogte dat deze zaak staat aan te komen.

 

Alle bewindslieden van de Tweede Kamer zijn op de hoogte gebracht, en uiteraard Halbe Zijlstra die in 2009 begin maakte aan dit dossier, ook research heeft gepleegd.  Op 22 april jl. werd persoonlijk de president Joko Widodo van de republiek Indonesie in kennis gesteld van dit traktaat dat de Nederlandse Staat  het financiele onderdeel tot uitbetaling aan de Indische Gemeenschap niet heeft uitgevoerd uit dit verdrag.

 

ACTW66 heeft als claimstichting voor Fase I alle benodigde werkzaamheden en uitgaven voor haar rekening genomen. 

 

Voor Fase II, zijn middelen nodig om  ten eerst de groep van 60.000 gedupeerden (rechthebbenden) ,  zijnde aangemerkt als deelnemer van ACTW66 als claimstichtichting- te bereiken via de omroepen, en  de dagbladen.  Hier zijn veel kosten meegemoeid. De griffie kosten om deze zaak op de rol te zetten,  2,5 % van 689 miljoen. Ten slotte voor Informatie & Communicatie naar de gedupeerden toe , de levering van het rapport / boek "Voorstel Concept Rapport  Uitbetalen traktaat van Wassenaar 1966" voor 70.000 exemplaren.

 

Daarom vraagt ACTW66 een minimale donatie van € 25, en t.z.t ontvang u het  "Voorstel Concept Rapport Uitbetalen Traktaat van Wassenaar" dat in boekvorm wordt uitgegeven.

 

Uw donatie/bijdrage kan U storten op Rabo rekening NL41 RABO 03977255 07  ten name van F.Schwab / ICM Online onder vermelding van donatie ACTW 66 - Traktaat van Wassenaar . Wij hebben uw donatie hard nodig voor de uitvoeringskosten die de Nederlandse Staat bewust 51 jaren heeft nagelaten, dit om ons werk  verder af te maken.

Lees verder…

10897332500?profile=originalHet Verzet in Nederlands-Indië  (3)           Door:  Drs. Humphrey de la Croix

n deel 1 en deel 2 van deze serie over het Indisch verzet, is samengevat hoe het verloop is geweest van de verzetsactiviteiten in bezet Nederlands-Indië. Ik ben ingegaan op het gebrek aan steun van de Indonesische bevolking   en haar coöperatieve houding tegenover de Japanners, het succesvolle opereren van zowel  de Japanse als de Indonesische inlichtingendiensten. Ten slotte was er de afwezigheid van genoeg professionele verzetsdeelnemers; de meeste verzetsdeelnemers werden vooral gedreven door het idee van een spoedige bevrijding. Ter illustratie van een grotere verzetsgroep die kenmerkend was voor het Indisch verzet heb ik    de groep-Meelhuysen genoemd, geformeerd in Soerabaja rond kapitein W.A. Meelhuysen.

Deze verzetsorganisatie werd uiteindelijk al vanaf december 1942 onttakeld door de Japanners en definitief uitgeschakeld in het voorjaar van 1943.

Het tweede deel liet voorbeelden zien van gepleegd verzet op Noord-Sumatra, De Kei-eilanden en Nieuw-Guinea. Anders dan in deel 1 heb ik naast literatuur geput uit primaire bronnen: uit de eerste hand verkregen informatie in gesprekken met voormalige verzetsdeelnemers. Om redenen van privacy zullen deze deel-nemers voorlopig anoniem worden opgevoerd. Mogelijk dat binnen afzienbare termijn de namen bekend worden gemaakt. In dit derde deel ga ik in op het verzet op Midden-Celebes (Sulawesi) in de streek Mori, grofweg gelegen tussen Poso en Kolonodale, waar door een groep van 125 man een guerrilla is gevoerd vanaf april 1942. Ik zal als tweede thema in dit deel ook aandacht geven aan verzetsactiviteiten in de zuidelijke Molukken op de eilanden Babar en Empalawas.

Verzet op Celebes

De eerste Japanse landingen waren aan de oostkust van het olierijke Borneo (Kalimantan) en aan de noordkust van de Minahasa op Noord-Celebes. En het is snel gegaan: half februari 1942 was een groot deel van Celebes in Japanse handen gevallen. Het midden van het eiland bleef na de capitulatie korte tijd nog onder Nederlandse controle doordat   een groep Nederlanders er nog wilden doorvechten. Journalist en schrijver Michel Hegener wijdde er eind jaren tachtig een aantal artikels aan in NRC Handelsblad en bracht in 1990 een monografie uit, Guerrilla in Mori. Het verzet tegen de Japanners op Midden-Celebes in de tweede wereld-oorlog. Ik heb voor deze bijdrage rijkelijk geput uit deze waarde-volle en unieke publicatie. Voor zover ik het overzie is het de meest uitgebreide over gepleegd verzet en met name over een specifieke verzetsgroep in bezet Nederlands-Indië.

 

Wat meteen opvalt aan de vorm van het eiland Celebes is de zeer lange kust, die het gebied extra kwetsbaar en moeilijk verdedig-baar maakte tegen de Japanse invasie. De vijand had de kusten

en landingsplaatsen als het ware voor het kiezen. Met de dreiging van een nederlaag in het vooruitzicht had de legerleiding   in januari 1942 luitenant-kolonel A.L. Gortmans naar het eiland gezonden om daar Nederlandse militairen, maar vooral inheemse soldaten, te helpen voorbereiden op het voeren van een guerilla-oorlog. Maar het verliep totaal anders omdat het hem niet lukte een guerrilla te organiseren. Nogal wat gerecruteerde Indonesiërs deserteerden voordat er strijd was geleverd. Gortmans redde het niet en gaf zich eind maart 1942 over en werd naar Makassar op Zuid-Celebes afgevoerd. Die regio was namelijk al in vijandelijke handen gevallen. Gortmans werd op 6 april 1944 gefusilleerd door de Japanners omdat hij in de bres sprong voor van spionage en verzet beschuldigde Nederlanders en Indonesiërs.

Terug naar januari 1942 zien we dat de commandant van Midden-Celebes, majoor B.F.A. Schilmöller de geregelde strijd in de Minahassa aan het verliezen was. Hij riep de resten van zijn eenheden (ongeveer 1500 man) op een guerrillastrijd te voeren. Maar deze troepen versnipperden al gauw en konden geen effectieve guerrilla beginnen. Schilmöller zelf had ook geen succes en arriveerde rond 21 februari in de streek     ten oosten van Gorontalo, ten zuidenwesten van de Minahassa. Hij wilde verder gaan naar Midden-Celebes, de streek rond Poso. De situatie in en rond Gorontalo veranderde namelijk in hoog tempo dramatisch in het nadeel van de Nederlanders.      De Nederlands-Indische troepen vielen rap uit elkaar. Zo had de lokale stadswacht besloten met de Japanners mee te doen en slaagde erin 33 man van de Menadonese Militie  Compagnie  gevangen  te

nemen. Eerder waren tientallen manschappen gedeserteerd. Een van de personen die met de vijand meedeed was de ex-foerier van de compagnie Ratambanua. Deze zou nog een opmerkelijke rol spelen later in de strijd.

Het midden van Celebes was nog niet aangevallen maar had in januari al een bombardement meegemaakt. Een deel van de stad Kolonodale stond toen in brand. De verwachting was dat een aanval van de vijand vanuit zee zou volgen. Maar na de algehele capitulatie op 8 maart was er in de verste verten nog geen Japanner te bekennen in     of rond Kolonodale. Na het bombardement in januari volgde evacuatie van de burgerbevolking naar de kampongs in het achter-land en bleef een verdediging van ongeveer 60 (!) man achter. Op dat moment had niemand enig idee van de omvang van de Japanse invasiemacht.

In Kolonadele waren de luitenants J.A. de Jong en W.H.J.E. van Daalen de hoogste bevel-voerenden. Zij hadden op 6 maart de inheemse militiesoldaten al naar huis gestuurd en zij oriënteerden zich op een nieuwe strategie. Majoor Schilmöller was op 24 februari in Poso aan-gekomen en hoopte er de verdediging te reorganiseren en de Japanse opmars te stuiten of te vertragen. Echter de realiteit deed hem beseffen dat de strijd in het voordeel van de Japanners ging uitvallen. Hij was er bang voor  dat de Japanners zich zouden afreageren op de Europese inheemse burgerbevolking. Om dat te voorkomen vertrok hij rond 23 maart 1942 naar Menado om zich bij de Japanners te melden en hun instructies af te wachten. Hij seinde naar Poso en Kolonodale dat hij bezig was de voorwaarden rond de overgave te bespreken en riep De Jong en Van Daalen op nadere instructies af te wachten. Zij wachtten intussen met hun groep van ongeveer 125 man. Echter luitenant De Jong besloot in actie te komen nadat hij had vernomen dat Van Daalen zijn wapens had ingeleverd bij de deserteur Ratambanua. Deze laatste zou als een soort ‘gezant’ van de Japanners de taak hebben de capitulatie op Midden-Celebes af te handelen in afwachting van de hoofdmacht. Het zenden van een deserteur was niet direct een uiting van Japans respect voor hun militaire tegenstanders. De Jong slaagde erin de afgegeven wapens weer in bezit te krijgen en nog enkele Nederlandse soldaten uit internering te bevrijden. Het markeerde het begin van een guerrilla op Midden-Celebes.

10897332694?profile=originalSergeant J. Klinkhamer met zijn  verloofde, mei 1941

Verzet in de streek Mori

De 22-jarige sergeant J. Klinkhamer had direct na de capitulatie al de drang door te gaan met de strijd. Het gebied dat ongeveer samenviel met het voormalige koninkrijk Mori, tussen Poso en Kolonodale, was erg geschikt vanwege zijn dichte begroeiing. En er was voedsel genoeg en de lokale bevolking was op Nederlandse hand. De groep van De Jong en Van Daalen trok zich terug op Tentena in een leeg huis van een zendeling.

Klinkhamer zag de strijd eenvoudig als een afwisseling van korte aanvallen en zich snel terugtrekken in de heuvels totdat de Geallieerden waren terug-gekeerd. De eerste confrontatie was in de eerste helft van april met een groep van 50 Japanse soldaten, die er op uit waren gestuurd om De Jong en Van Daalen op te pakken. Dat eerste gevecht eindigde in het voordeel van de KNIL’ ers en de vijand trok zich terug, maar kwam daarna met ongeveer 100 man. Weer lukte het de Japanners niet om de groep te overmeesteren. De Jong en Van Daalen splitsten zich in twee groepen en waren actief in respectievelijk het gebied ten oosten van Poso en rond Kolonodale. De twee hoofdgroepen splitsten zich vervolgens op in weer kleinere groepjes, die zelfstandig opereerden. In de eerste helft van mei boden de Japanners onderhandelingen aan; daarbij hadden ze een brief van majoor Schilmöller bij zich die hen opriep zich over te geven. De Jong wilde echter niet dit bevel van een krijgsgevangene opvolgen. Het verzet slaagde erin een brug te vernielen op de route van Poso naar Kolonodale en een paar keer werden Japanse kolonnes beschoten. Gezien de lichte bewapening in de vorm van pistolen en geweren waren grotere acties dan dit soort speldenprikken niet mogelijk.

De Jong lukte het om met een radiozender de Geallieerden in Australië te bereiken. Dat leidde inderdaad tot dropping van goederen op 15 juli, maar deze zijn waarschijnlijk in vijandige handen gekomen. Eerder was vanuit Australië eind juni een party (de party Lion) gezonden en geland, maar werd overmeesterd door de Japanners. Daarbij werd ook de Nederlandse luitenant R.T. van Hees gevangen; alle leden van de groep zijn terechtgesteld. Later bleek deze hulp niet passen in een strategie om Celebes te heroveren, maar was eerder sprake van een humanitair motief en als morele ondersteuning bedoeld.
Intussen voerden de Japanners steeds meer versterkingen aan richting Midden- en Zuid-Celebes. De groepen van De Jong en     Van Daalen werden gestaag gereduceerd na confrontaties met de vijand. Deserties en over-meestering kwamen daar nog eens bij. De Jong en Van Daalen werden teruggedreven naar Kolonodale. Toch heeft de guerrilla in Mori veel succes gehad tegen de vijand. Het meest memorabel hier te vermelden is het gevecht in Salenda op 7 juli 1942. Het was een gebied met ladang (land-bouwvelden) en wat kampong-huisjes. De groep was ongeveer 25 man groot en kon het voordeel van de verrassing hebben. Echter, eerder op 4 juli had luitenant De Jonge besloot zich koest te houden toen hij vernam dat een groep (Japanners naar hij dacht) naderde; dit tot ergernis van sergeant Klinkhamer die een directe aanval succesvol achtte. Het blijft volgens Michiel Hegener speculeren waarom de officier niet tot actie overging. Kort daarna op 7 juli volgde een confrontatie met de vijand in Salenda. De bevolking was inmiddels geneigd om de Japanners te helpen en briefden de aanwezigheid van de Nederlanders door. De vijand besloot drie voertuigen te sturen met 35 man voorzien van geweren, automatische wapens en mortieren. Het gevecht brak los tussen de groep van 45 Nederlanders en de al aanwezige Japanners. Het konvooi van drie voertuigen was al bijna in de buurt, maar deze groep aarzelde het bos in te trekken uit angst voor verrassingsaanvallen. De Japanners leden met tientallen doden flinke verliezen; volgens getuigen waren de drie voertuigen geheel gevuld met lijken. Deze werden vervolgens verbrand met benzine. Het gevecht had de eerste dag geduurd tot negen uur ’s avonds en de volgende ochtend van zes tot negen uur. De KNIL’ ers hadden het zelf ook moeilijk gehad; ze hadden tegen een overmacht gevochten en moesten zich snel terugtrekken omdat ze nu omsingeld raakten. Niet alle leden van de groep lukte het te ontsnappen; sommigen gaven zich over. Eén man had zichzelf door het hoofd geschoten.

Maar de Japanse opmars en overmacht waren onvermijdelijk, zodat begin augustus het einde van de guerrilla zich begon af te tekenen. De vijand had ook nog eens honderden bewoners ingezet in hun zoekacties naar de rebellen. Moegestreden vielen De Jong en Van Daalen op 9 augustus 1942 in handen van de Japanners.

10897333070?profile=originalKolonodale op Celebes

De gevangenen werden in Kolonodale gevangen gezet in    de kazerne. Verhoren en mishandelingen volgden. Sergeant Klinkhamer wist als enige uit handen van de vijand te blijven. De luitenants De Jong en Van Daalen zijn naar Menado overgebracht en geëxecuteerd op 25 augustus 1942. De leden van de party-Lion werden op 14 en   15 september 1942 onthoofd. Sergeant Klinkhamer hield zich verborgen in het bos gelegen rond en op de berg Goenoeng Madjelentje; daar waren veel grotten en begroeiing ideaal om zich te verbergen. De onderofficier heeft zich daar bijna drie jaar kunnen handhaven. Voedsel kreeg hij soms van de lokale bevolking, maar het merendeel moest hij zelf in de bossen vinden. Van zijn wapens had hij alleen een klewang (sabel) overgehouden; zijn uniform had hij ingewisseld voor normale kleren. De Japanners bleven moeite doen hem te vinden en hun wantrouwen tegenover de bevolking nam alleen maar toe. De kampongbewoners werden gedwongen mee te zoeken en ook werden ze gestraft op verdenking van het verbergen van Klinkhamer.

Het nieuws van de Japanse capitulatie bereikte de omgeving van Goenoeng Madjelentje vrij snel, maar Klinkhamer besloot veiligheidshalve zich nog niet te laten zien. Pas na eind oktober besloot hij tevoorschijn te komen en liep op 1 november 1945 Kolonodale binnen. En die dag vierde hij de vrijheid met de radja (koning) van Mori en ontmoette er Japanse officieren, kort tevoren zijn vijanden die hem koste wat kost wilden vinden. De rust was betrekkelijk en van korte duur omdat al gauw de Indonesisch vrijheidsstrijd zich ontketend; een nieuwe oorlog was begonnen.

Michiel Hegener concludeert dat het verzet van de luitenants De Jong en Van Daalen tot een van de meest effectiefste en grootschalige is geweest. De natuurlijke omgeving was zeer geschikt en de Japanners waren erg bevreesd voor het aangaan van een guerrillastrijd. De verzets-groep had aanvankelijk veel succes met hit-and-run acties, maar moest het uiteindelijk afleggen tegen de steeds sterker wordende Japanners en de groeiende steun van de lokale bevolking aan de nieuwe machtshebbers.

10897333087?profile=originalVerzet op de Molukken

Molukse militairen behoorden tot de meest loyale leden van de koloniale strijdkrachten. En de capitulatie van het KNIL was daarom een zeer grote klap. Na  de overgave werden ze door de Japanners als mede-Aziaten gezien en spoedig vrijgelaten in het voorjaar van 1942. Een relatief groot aantal van hen begaf zich vervolgens in de illegaliteit, variërend van lijdzaam verzet tot riskante aanvallen op de bezetter. De ligging van de Molukse archipel was voor de Japanners van groot strategisch belang. Het gebied dat ruim gezien gelegen is tussen Australië (de zuidwest Pacific) en Japan, fungeerde als een knoop-punt in de militaire logistiek en de mogelijke verdere sprong richting de Stille Oceaan. Concreet betekende het de aanleg van maritieme en vliegbases.

De bezetter schakelde op de Molukken vooral de lokale bevolking in om bossen te kappen, grond te egaliseren, vliegvelden aan te leggen en versterkingen op te bouwen. Ook verhoging van de voedselproductie was voor de Japanners een belangrijk doel.  Het vergde het uiterste van        de bevolking die vooral op versnipperde, kleine stukken grond haar voedsel verbouwde. Nu opeens door de aanwezigheid van tienduizenden Japanners werd de druk op de aanwezige menskracht ingrijpend verhoogd. Naast de lokale bevolking en daar aanwezige voormalige Molukse KNIL’ ers, haalden de Japanners heiho’s (hulpsoldaten) en vrij-gelaten Molukse KNIL-militairen van Java om de voedselproductie en het tempo van aanleg van infrastructuur op te schroeven.

Op de Molukken bevonden zich weinig objecten die vatbaar waren voor sabotage: geen spoorlijnen, geen kazernes, geen industrieën. De verzetsactiviteiten waren aanvankelijk gericht op het voorbereiden van de terugkeer van de geallieerden, die zoals overal in de archipel op niet al te lange termijn werd verwacht. Later ging het verzet zich meer richten op de nieuwe infra-structuren in wording, zoals vliegvelden met de bijbehorende gebouwen en in de voedsel-productie. Het meest aannemelijk is dat passief verzet is gepleegd in de vorm van luisteren naar de radio en het verspreiden van informatie, het stiekem geven van eten, kleren en brieven aan geïnterneerden, het helpen van onderduikers, het weigeren een loyaliteitsverklaring aan de Japanners tekenen of weigeren   te werken voor de bezetter.
De term Moluks verzet moet ruim worden gezien omdat het gepleegd is door iedereen van Molukse afkomst. Dus het verzet beperkte zich niet tot de Molukken zèlf, maar ook dat op andere eilanden. Eerder zagen we in deel 1 van deze serie de groep Sapoe Tangan Merah, de Rode Zakdoek. Degenen die verzet pleegden handhaafden de hiërarchische verhoudingen zoals ze vóór de capitulatie kenden; dus de voormalige hoogste in rang werd de leider van een verzetsgroep.

 De Molukken met midden-onder de Babar eilanden

Een goed voorbeeld van een verzetsgroep was die van Jacob Litamahaputty op Saparoea. Deze groep bereidde de terugkomst van de Geallieerden voor; informatie verzamelen over de Japanners op het eiland en het blijvend in de gaten houden van de vijand. Ook verzamelde de groep wapens en munitie, afkomstig uit het KNIL en politieposten. Zelfs uit Japanse barakken werden er wapens gestolen. Vanwege de geringe omvang van Saparoe was het moeilijk in het geheim te opereren; temeer omdat de bezetter de bevolking constant bang maakte voor het geval ze verzet zouden steunen of plegen. In 1943 zag de situatie er voor de groep niet goed uit toen de Japanners veel intensiever aan opsporing deden. Ze pakten enige leden op en executeerden hen. Vervolgens moest de bevolking zich op een dag op een plein melden waarna er verklikkers verdachten aanwezen als rebel. Dat leidde tot executies en gevangenisstraffen. Restanten van de groep onder leiding van Litamahaputty vluchtten naar het grotere eiland Ceram. Daar bleken ze ook niet veilig omdat de Japanners wisten van hun oversteek. Na een aanval trok de groep zich terug, daarbij een schrift verliezend met namen van de groepsleden en anderen die hen steunden. Dit maakte het de Japanners makkelijk met succes hun speurtocht uit te voeren. De groep ging uiteindelijk ten onder aan malaria en het gebrek aan communicatiemiddelen om het verzet perspectief te bieden (in plaats van in in isolement te opereren). Besloten werd terug te gaan naar Saparoe en daar de strijd voort te zetten. Het zou het einde betekenen van de guerrilla. De vijand had bijna iedereen opgespoord en ook Litamahaputty kregen ze te pakken nadat ze zijn familie hadden gegijzeld onder dreiging hen te doden. Jacob Litamahaputty werd na zware mishandeling en vernederingen op 21 maart 1944 geëxecuteerd, samen met 21 andere verzets-lieden.

Verzet op Pulau Babar

De Babar-eilanden liggen in de zuidelijke Bandazee ongeveer 200 km ten oosten van Timor en 500 km ten zuiden van Ambon en Ceram. De hoofdplaats is de desa Tepa. Middelen van bestaan  waren visvangst en kleinschalige landbouw. Tijdens de bezetting dwongen de Japanners de bevolking voedsel, tabak en varkens te leveren. Hiertegen rees al gauw verzet en strijdbare mannen besloten in verzet te gaan tegen de bezetter. Al vanaf het begin in augustus 1942 waren de Japanners hard opgetreden tegen de bewoners, die er tot dan toe geïsoleerd maar in vrede hadden gewoond. De ontzetting en aversie tegen de brute indringers waren daarom enorm groot. Deze groeiende controverses hebben geleid tot een van de grootste massamoorden tijdens de bezetting van Indië. In november 1944 was het de Japanse commandant Shihonara, die in Empalawas verscheen om er de zaken recht te trekken en raakte in conflict met de mensen. Dezen doodden de Japanner en enkele van zijn landgenoten die zich in een andere kampong, Masboear, bevonden. Daarop kwamen Japanse versterkingen die enkele dorpsbewoners executeerden bij wijze van vergelding. Om de bevolking met zich te laten verzoenen, nodigden de Japanners iedereen uit Empalawas uit voor een feest. Aangekomen bij de ruimte moesten de mensen zich in twee rijen opstellen, waarna ze door mitrailleurvuur omkwamen.

De getuigen L.M. en A.E. moesten als dwangarbeider de lijken opruimen en in door hen gegraven putten gooien. In hun beleving waren er wel duizend mensen doodgeschoten; in werkelijkheid waren het er ongeveer vier-honderd. Bijna iedereen liet het leven, op tien meisjes na die gedwongen waren tot prostitutie. Maar volgens getuigen L.M. en A.E. zou een vijftigtal oudere mensen erin geslaagd zijn te vluchten in de bossen. Het dorp werd toen in brand gestoken.
Een van die ingezetenen van Babar was ook O.L. die destijds woonachtig was in de kampong Ahanari. Hij was betrokken bij de aanval op Japanners in Empalawas in november 1944. De getuigen L.M. en A.E. waren afkomstig uit hetzelfde dorp, waren opgegroeid in hetzelfde huis en hebben samen met O.L. gedwongen moeten werken; ze waren toen gehuisvest in een soort kamp omringd door prikkeldraad. Getuigen vertellen dat ze iedere ochtend vroeg begonnen met werken op het land, het transporteren te voet van voorraden naar Japanse posten in Empalawas en Wakpapi die op respectievelijk 12 km en 4 km afstand van Ahanari waren gelegen. Soms moest er 30 km per dag worden gelopen met zware lasten op hun rug. O.L. had destijds ook familie wonen in Empalawas. L.M. en A.E. vertellen dat zijzelf tot een groepje jonge mannen behoorden die de strijd wilde aangaan met de vijand. Ze hadden zich bewapend met messen, bamboesperen en pijl   en boog. Ze hadden gewoonweg genoeg van de Japanse aanwezigheid en uitbuiting. Een zekere Imsula, 20 jaar oud, uit Empalawas was hun leider. Het plan was om zoveel mogelijk Japanners uit de weg ruimen. De groep bestond uit ongeveer dertig jonge mannen die kwamen uit de dorpen Ahanari, Empalawas en Wakpapi. De getuigen vertellen ook dat er een verklikker rondliep, Hetharia. O.L. zou twee vijanden gedood hebben: een marine-arts-officier en een soldaat. Zij waren achtergebleven nadat de andere Japanse militairen mensen uit het dorp hadden geronseld voor werk. De verzetsgroep vernielde toen ook met stukken steen en hout  de verrekijker van de vijandelijke uitkijkpost die ongeveer 200 meter op een heuvel stond. De twee Japanners werden met pijlen neergeschoten door O.L. toen zij poolshoogte kwamen nemen op  de uitkijkpost. De leider Imsula slaagde er in een soldaat om te brengen. O.L. werd later vanuit het werkkamp meegenomen naar de gevangenis in Wakpapi op verdenking van betrokkenheid bij de aanslagen. De getuigen zeggen ten slotte dat een vrouw, Laisiwi, de massamoord had overleefd; zij ging later naar Nederland maar was tegen eind jaren tachtig al overleden. De verzetsgroep heeft na de aanslag en de massamoord geen activiteiten meer ontplooid. Waarschijnlijk afgeschrikt door de Japanse reactie en hun beperkte mogelijkheden door gebrek aan vuurwapens, afwezigheid van communicatiemiddelen en de aanwezigheid van verklikkers en collaborateurs. O.L. onderging zware mishandelingen maar heeft niet doorgeslagen; hij werd vrij-gelaten en kwam uitgemergeld terug. Hij ging na de oorlog naar Nederland, maar zou rond 1970 terugkeren naar Indonesië.

Wordt vervolgd

In deel 1 en deel 2 van deze serie over het Indisch verzet, is samengevat hoe het verloop is geweest van de verzetsactiviteiten in bezet Nederlands-Indië. Ik ben ingegaan op het gebrek aan steun van de Indonesische bevolking   en haar coöperatieve houding tegenover de Japanners, het succesvolle opereren van zowel  de Japanse als de Indonesische inlichtingendiensten. Ten slotte was er de afwezigheid van genoeg professionele verzetsdeelnemers; de meeste verzetsdeelnemers werden vooral gedreven door het idee van een spoedige bevrijding. Ter illustratie van een grotere verzetsgroep die kenmerkend was voor het Indisch verzet heb ik    de groep-Meelhuysen genoemd, geformeerd in Soerabaja rond kapitein W.A. Meelhuysen.

Deze verzetsorganisatie werd uiteindelijk al vanaf december 1942 onttakeld door de Japanners en definitief uitgeschakeld in het voorjaar van 1943.

Het tweede deel liet voorbeelden zien van gepleegd verzet op Noord-Sumatra, De Kei-eilanden en Nieuw-Guinea. Anders dan in deel 1 heb ik naast literatuur geput uit primaire bronnen: uit de eerste hand verkregen informatie in gesprekken met voormalige verzetsdeelnemers. Om redenen van privacy zullen deze deel-nemers voorlopig anoniem worden opgevoerd. Mogelijk dat binnen afzienbare termijn de namen bekend worden gemaakt. In dit derde deel ga ik in op het verzet op Midden-Celebes (Sulawesi) in de streek Mori, grofweg gelegen tussen Poso en Kolonodale, waar door een groep van 125 man een guerrilla is gevoerd vanaf april 1942. Ik zal als tweede thema in dit deel ook aandacht geven aan verzetsactiviteiten in de zuidelijke Molukken op de eilanden Babar en Empalawas.

Verzet op Celebes

De eerste Japanse landingen waren aan de oostkust van het olierijke Borneo (Kalimantan) en aan de noordkust van de Minahasa op Noord-Celebes. En het is snel gegaan: half februari 1942 was een groot deel van Celebes in Japanse handen gevallen. Het midden van het eiland bleef na de capitulatie korte tijd nog onder Nederlandse controle doordat   een groep Nederlanders er nog wilden doorvechten. Journalist en schrijver Michel Hegener wijdde er eind jaren tachtig een aantal artikels aan in NRC Handelsblad en bracht in 1990 een monografie uit, Guerrilla in Mori. Het verzet tegen de Japanners op Midden-Celebes in de tweede wereld-oorlog. Ik heb voor deze bijdrage rijkelijk geput uit deze waarde-volle en unieke publicatie. Voor zover ik het overzie is het de meest uitgebreide over gepleegd verzet en met name over een specifieke verzetsgroep in bezet Nederlands-Indië.

Kaart van Celebes, 1942

Wat meteen opvalt aan de vorm van het eiland Celebes is de zeer lange kust, die het gebied extra kwetsbaar en moeilijk verdedig-baar maakte tegen de Japanse invasie. De vijand had de kusten

en landingsplaatsen als het ware voor het kiezen. Met de dreiging van een nederlaag in het vooruitzicht had de legerleiding   in januari 1942 luitenant-kolonel A.L. Gortmans naar het eiland gezonden om daar Nederlandse militairen, maar vooral inheemse soldaten, te helpen voorbereiden op het voeren van een guerilla-oorlog. Maar het verliep totaal anders omdat het hem niet lukte een guerrilla te organiseren. Nogal wat gerecruteerde Indonesiërs deserteerden voordat er strijd was geleverd. Gortmans redde het niet en gaf zich eind maart 1942 over en werd naar Makassar op Zuid-Celebes afgevoerd. Die regio was namelijk al in vijandelijke handen gevallen. Gortmans werd op 6 april 1944 gefusilleerd door de Japanners omdat hij in de bres sprong voor van spionage en verzet beschuldigde Nederlanders en Indonesiërs.

Terug naar januari 1942 zien we dat de commandant van Midden-Celebes, majoor B.F.A. Schilmöller de geregelde strijd in de Minahassa aan het verliezen was. Hij riep de resten van zijn eenheden (ongeveer 1500 man) op een guerrillastrijd te voeren. Maar deze troepen versnipperden al gauw en konden geen effectieve guerrilla beginnen. Schilmöller zelf had ook geen succes en arriveerde rond 21 februari in de streek     ten oosten van Gorontalo, ten zuidenwesten van de Minahassa. Hij wilde verder gaan naar Midden-Celebes, de streek rond Poso. De situatie in en rond Gorontalo veranderde namelijk in hoog tempo dramatisch in het nadeel van de Nederlanders.      De Nederlands-Indische troepen vielen rap uit elkaar. Zo had de lokale stadswacht besloten met de Japanners mee te doen en slaagde erin 33 man van de Menadonese Militie  Compagnie  gevangen  te

nemen. Eerder waren tientallen manschappen gedeserteerd. Een van de personen die met de vijand meedeed was de ex-foerier van de compagnie Ratambanua. Deze zou nog een opmerkelijke rol spelen later in de strijd.

Het midden van Celebes was nog niet aangevallen maar had in januari al een bombardement meegemaakt. Een deel van de stad Kolonodale stond toen in brand. De verwachting was dat een aanval van de vijand vanuit zee zou volgen. Maar na de algehele capitulatie op 8 maart was er in de verste verten nog geen Japanner te bekennen in     of rond Kolonodale. Na het bombardement in januari volgde evacuatie van de burgerbevolking naar de kampongs in het achter-land en bleef een verdediging van ongeveer 60 (!) man achter. Op dat moment had niemand enig idee van de omvang van de Japanse invasiemacht.

In Kolonadele waren de luitenants J.A. de Jong en W.H.J.E. van Daalen de hoogste bevel-voerenden. Zij hadden op 6 maart de inheemse militiesoldaten al naar huis gestuurd en zij oriënteerden zich op een nieuwe strategie. Majoor Schilmöller was op 24 februari in Poso aan-gekomen en hoopte er de verdediging te reorganiseren en de Japanse opmars te stuiten of te vertragen. Echter de realiteit deed hem beseffen dat de strijd in het voordeel van de Japanners ging uitvallen. Hij was er bang voor  dat de Japanners zich zouden afreageren op de Europese inheemse burgerbevolking. Om dat te voorkomen vertrok hij rond 23 maart 1942 naar Menado om zich bij de Japanners te melden en hun instructies af te wachten. Hij seinde naar Poso en Kolonodale dat hij bezig was de voorwaarden rond de overgave te bespreken en riep De Jong en Van Daalen op nadere instructies af te wachten. Zij wachtten intussen met hun groep van ongeveer 125 man. Echter luitenant De Jong besloot in actie te komen nadat hij had vernomen dat Van Daalen zijn wapens had ingeleverd bij de deserteur Ratambanua. Deze laatste zou als een soort ‘gezant’ van de Japanners de taak hebben de capitulatie op Midden-Celebes af te handelen in afwachting van de hoofdmacht. Het zenden van een deserteur was niet direct een uiting van Japans respect voor hun militaire tegenstanders. De Jong slaagde erin de afgegeven wapens weer in bezit te krijgen en nog enkele Nederlandse soldaten uit internering te bevrijden. Het markeerde het begin van een guerrilla op Midden-Celebes.

Sergeant J. Klinkhamer met zijn  verloofde, mei 1941

Verzet in de streek Mori

De 22-jarige sergeant J. Klinkhamer had direct na de capitulatie al de drang door te gaan met de strijd. Het gebied dat ongeveer samenviel met het voormalige koninkrijk Mori, tussen Poso en Kolonodale, was erg geschikt vanwege zijn dichte begroeiing. En er was voedsel genoeg en de lokale bevolking was op Nederlandse hand. De groep van De Jong en Van Daalen trok zich terug op Tentena in een leeg huis van een zendeling.

Klinkhamer zag de strijd eenvoudig als een afwisseling van korte aanvallen en zich snel terugtrekken in de heuvels totdat de Geallieerden waren terug-gekeerd. De eerste confrontatie was in de eerste helft van april met een groep van 50 Japanse soldaten, die er op uit waren gestuurd om De Jong en Van Daalen op te pakken. Dat eerste gevecht eindigde in het voordeel van de KNIL’ ers en de vijand trok zich terug, maar kwam daarna met ongeveer 100 man. Weer lukte het de Japanners niet om de groep te overmeesteren. De Jong en Van Daalen splitsten zich in twee groepen en waren actief in respectievelijk het gebied ten oosten van Poso en rond Kolonodale. De twee hoofdgroepen splitsten zich vervolgens op in weer kleinere groepjes, die zelfstandig opereerden. In de eerste helft van mei boden de Japanners onderhandelingen aan; daarbij hadden ze een brief van majoor Schilmöller bij zich die hen opriep zich over te geven. De Jong wilde echter niet dit bevel van een krijgsgevangene opvolgen. Het verzet slaagde erin een brug te vernielen op de route van Poso naar Kolonodale en een paar keer werden Japanse kolonnes beschoten. Gezien de lichte bewapening in de vorm van pistolen en geweren waren grotere acties dan dit soort speldenprikken niet mogelijk.

De Jong lukte het om met een radiozender de Geallieerden in Australië te bereiken. Dat leidde inderdaad tot dropping van goederen op 15 juli, maar deze zijn waarschijnlijk in vijandige handen gekomen. Eerder was vanuit Australië eind juni een party (de party Lion) gezonden en geland, maar werd overmeesterd door de Japanners. Daarbij werd ook de Nederlandse luitenant R.T. van Hees gevangen; alle leden van de groep zijn terechtgesteld. Later bleek deze hulp niet passen in een strategie om Celebes te heroveren, maar was eerder sprake van een humanitair motief en als morele ondersteuning bedoeld.
Intussen voerden de Japanners steeds meer versterkingen aan richting Midden- en Zuid-Celebes. De groepen van De Jong en     Van Daalen werden gestaag gereduceerd na confrontaties met de vijand. Deserties en over-meestering kwamen daar nog eens bij. De Jong en Van Daalen werden teruggedreven naar Kolonodale. Toch heeft de guerrilla in Mori veel succes gehad tegen de vijand. Het meest memorabel hier te vermelden is het gevecht in Salenda op 7 juli 1942. Het was een gebied met ladang (land-bouwvelden) en wat kampong-huisjes. De groep was ongeveer 25 man groot en kon het voordeel van de verrassing hebben. Echter, eerder op 4 juli had luitenant De Jonge besloot zich koest te houden toen hij vernam dat een groep (Japanners naar hij dacht) naderde; dit tot ergernis van sergeant Klinkhamer die een directe aanval succesvol achtte. Het blijft volgens Michiel Hegener speculeren waarom de officier niet tot actie overging. Kort daarna op 7 juli volgde een confrontatie met de vijand in Salenda. De bevolking was inmiddels geneigd om de Japanners te helpen en briefden de aanwezigheid van de Nederlanders door. De vijand besloot drie voertuigen te sturen met 35 man voorzien van geweren, automatische wapens en mortieren. Het gevecht brak los tussen de groep van 45 Nederlanders en de al aanwezige Japanners. Het konvooi van drie voertuigen was al bijna in de buurt, maar deze groep aarzelde het bos in te trekken uit angst voor verrassingsaanvallen. De Japanners leden met tientallen doden flinke verliezen; volgens getuigen waren de drie voertuigen geheel gevuld met lijken. Deze werden vervolgens verbrand met benzine. Het gevecht had de eerste dag geduurd tot negen uur ’s avonds en de volgende ochtend van zes tot negen uur. De KNIL’ ers hadden het zelf ook moeilijk gehad; ze hadden tegen een overmacht gevochten en moesten zich snel terugtrekken omdat ze nu omsingeld raakten. Niet alle leden van de groep lukte het te ontsnappen; sommigen gaven zich over. Eén man had zichzelf door het hoofd geschoten.

Maar de Japanse opmars en overmacht waren onvermijdelijk, zodat begin augustus het einde van de guerrilla zich begon af te tekenen. De vijand had ook nog eens honderden bewoners ingezet in hun zoekacties naar de rebellen. Moegestreden vielen De Jong en Van Daalen op 9 augustus 1942 in handen van de Japanners.

Kolonodale op Celebes

De gevangenen werden in Kolonodale gevangen gezet in    de kazerne. Verhoren en mishandelingen volgden. Sergeant Klinkhamer wist als enige uit handen van de vijand te blijven. De luitenants De Jong en Van Daalen zijn naar Menado overgebracht en geëxecuteerd op 25 augustus 1942. De leden van de party-Lion werden op 14 en   15 september 1942 onthoofd. Sergeant Klinkhamer hield zich verborgen in het bos gelegen rond en op de berg Goenoeng Madjelentje; daar waren veel grotten en begroeiing ideaal om zich te verbergen. De onderofficier heeft zich daar bijna drie jaar kunnen handhaven. Voedsel kreeg hij soms van de lokale bevolking, maar het merendeel moest hij zelf in de bossen vinden. Van zijn wapens had hij alleen een klewang (sabel) overgehouden; zijn uniform had hij ingewisseld voor normale kleren. De Japanners bleven moeite doen hem te vinden en hun wantrouwen tegenover de bevolking nam alleen maar toe. De kampongbewoners werden gedwongen mee te zoeken en ook werden ze gestraft op verdenking van het verbergen van Klinkhamer.

Het nieuws van de Japanse capitulatie bereikte de omgeving van Goenoeng Madjelentje vrij snel, maar Klinkhamer besloot veiligheidshalve zich nog niet te laten zien. Pas na eind oktober besloot hij tevoorschijn te komen en liep op 1 november 1945 Kolonodale binnen. En die dag vierde hij de vrijheid met de radja (koning) van Mori en ontmoette er Japanse officieren, kort tevoren zijn vijanden die hem koste wat kost wilden vinden. De rust was betrekkelijk en van korte duur omdat al gauw de Indonesisch vrijheidsstrijd zich ontketend; een nieuwe oorlog was begonnen.

Michiel Hegener concludeert dat het verzet van de luitenants De Jong en Van Daalen tot een van de meest effectiefste en grootschalige is geweest. De natuurlijke omgeving was zeer geschikt en de Japanners waren erg bevreesd voor het aangaan van een guerrillastrijd. De verzets-groep had aanvankelijk veel succes met hit-and-run acties, maar moest het uiteindelijk afleggen tegen de steeds sterker wordende Japanners en de groeiende steun van de lokale bevolking aan de nieuwe machtshebbers.

Verzet op de Molukken

Molukse militairen behoorden tot de meest loyale leden van de koloniale strijdkrachten. En de capitulatie van het KNIL was daarom een zeer grote klap. Na  de overgave werden ze door de Japanners als mede-Aziaten gezien en spoedig vrijgelaten in het voorjaar van 1942. Een relatief groot aantal van hen begaf zich vervolgens in de illegaliteit, variërend van lijdzaam verzet tot riskante aanvallen op de bezetter. De ligging van de Molukse archipel was voor de Japanners van groot strategisch belang. Het gebied dat ruim gezien gelegen is tussen Australië (de zuidwest Pacific) en Japan, fungeerde als een knoop-punt in de militaire logistiek en de mogelijke verdere sprong richting de Stille Oceaan. Concreet betekende het de aanleg van maritieme en vliegbases.

De bezetter schakelde op de Molukken vooral de lokale bevolking in om bossen te kappen, grond te egaliseren, vliegvelden aan te leggen en versterkingen op te bouwen. Ook verhoging van de voedselproductie was voor de Japanners een belangrijk doel.  Het vergde het uiterste van        de bevolking die vooral op versnipperde, kleine stukken grond haar voedsel verbouwde. Nu opeens door de aanwezigheid van tienduizenden Japanners werd de druk op de aanwezige menskracht ingrijpend verhoogd. Naast de lokale bevolking en daar aanwezige voormalige Molukse KNIL’ ers, haalden de Japanners heiho’s (hulpsoldaten) en vrij-gelaten Molukse KNIL-militairen van Java om de voedselproductie en het tempo van aanleg van infrastructuur op te schroeven.

Op de Molukken bevonden zich weinig objecten die vatbaar waren voor sabotage: geen spoorlijnen, geen kazernes, geen industrieën. De verzetsactiviteiten waren aanvankelijk gericht op het voorbereiden van de terugkeer van de geallieerden, die zoals overal in de archipel op niet al te lange termijn werd verwacht. Later ging het verzet zich meer richten op de nieuwe infra-structuren in wording, zoals vliegvelden met de bijbehorende gebouwen en in de voedsel-productie. Het meest aannemelijk is dat passief verzet is gepleegd in de vorm van luisteren naar de radio en het verspreiden van informatie, het stiekem geven van eten, kleren en brieven aan geïnterneerden, het helpen van onderduikers, het weigeren een loyaliteitsverklaring aan de Japanners tekenen of weigeren   te werken voor de bezetter.
De term Moluks verzet moet ruim worden gezien omdat het gepleegd is door iedereen van Molukse afkomst. Dus het verzet beperkte zich niet tot de Molukken zèlf, maar ook dat op andere eilanden. Eerder zagen we in deel 1 van deze serie de groep Sapoe Tangan Merah, de Rode Zakdoek. Degenen die verzet pleegden handhaafden de hiërarchische verhoudingen zoals ze vóór de capitulatie kenden; dus de voormalige hoogste in rang werd de leider van een verzetsgroep.

 De Molukken met midden-onder de Babar eilanden

Een goed voorbeeld van een verzetsgroep was die van Jacob Litamahaputty op Saparoea. Deze groep bereidde de terugkomst van de Geallieerden voor; informatie verzamelen over de Japanners op het eiland en het blijvend in de gaten houden van de vijand. Ook verzamelde de groep wapens en munitie, afkomstig uit het KNIL en politieposten. Zelfs uit Japanse barakken werden er wapens gestolen. Vanwege de geringe omvang van Saparoe was het moeilijk in het geheim te opereren; temeer omdat de bezetter de bevolking constant bang maakte voor het geval ze verzet zouden steunen of plegen. In 1943 zag de situatie er voor de groep niet goed uit toen de Japanners veel intensiever aan opsporing deden. Ze pakten enige leden op en executeerden hen. Vervolgens moest de bevolking zich op een dag op een plein melden waarna er verklikkers verdachten aanwezen als rebel. Dat leidde tot executies en gevangenisstraffen. Restanten van de groep onder leiding van Litamahaputty vluchtten naar het grotere eiland Ceram. Daar bleken ze ook niet veilig omdat de Japanners wisten van hun oversteek. Na een aanval trok de groep zich terug, daarbij een schrift verliezend met namen van de groepsleden en anderen die hen steunden. Dit maakte het de Japanners makkelijk met succes hun speurtocht uit te voeren. De groep ging uiteindelijk ten onder aan malaria en het gebrek aan communicatiemiddelen om het verzet perspectief te bieden (in plaats van in in isolement te opereren). Besloten werd terug te gaan naar Saparoe en daar de strijd voort te zetten. Het zou het einde betekenen van de guerrilla. De vijand had bijna iedereen opgespoord en ook Litamahaputty kregen ze te pakken nadat ze zijn familie hadden gegijzeld onder dreiging hen te doden. Jacob Litamahaputty werd na zware mishandeling en vernederingen op 21 maart 1944 geëxecuteerd, samen met 21 andere verzets-lieden.

Verzet op Pulau Babar

De Babar-eilanden liggen in de zuidelijke Bandazee ongeveer 200 km ten oosten van Timor en 500 km ten zuiden van Ambon en Ceram. De hoofdplaats is de desa Tepa. Middelen van bestaan  waren visvangst en kleinschalige landbouw. Tijdens de bezetting dwongen de Japanners de bevolking voedsel, tabak en varkens te leveren. Hiertegen rees al gauw verzet en strijdbare mannen besloten in verzet te gaan tegen de bezetter. Al vanaf het begin in augustus 1942 waren de Japanners hard opgetreden tegen de bewoners, die er tot dan toe geïsoleerd maar in vrede hadden gewoond. De ontzetting en aversie tegen de brute indringers waren daarom enorm groot. Deze groeiende controverses hebben geleid tot een van de grootste massamoorden tijdens de bezetting van Indië. In november 1944 was het de Japanse commandant Shihonara, die in Empalawas verscheen om er de zaken recht te trekken en raakte in conflict met de mensen. Dezen doodden de Japanner en enkele van zijn landgenoten die zich in een andere kampong, Masboear, bevonden. Daarop kwamen Japanse versterkingen die enkele dorpsbewoners executeerden bij wijze van vergelding. Om de bevolking met zich te laten verzoenen, nodigden de Japanners iedereen uit Empalawas uit voor een feest. Aangekomen bij de ruimte moesten de mensen zich in twee rijen opstellen, waarna ze door mitrailleurvuur omkwamen.

De getuigen L.M. en A.E. moesten als dwangarbeider de lijken opruimen en in door hen gegraven putten gooien. In hun beleving waren er wel duizend mensen doodgeschoten; in werkelijkheid waren het er ongeveer vier-honderd. Bijna iedereen liet het leven, op tien meisjes na die gedwongen waren tot prostitutie. Maar volgens getuigen L.M. en A.E. zou een vijftigtal oudere mensen erin geslaagd zijn te vluchten in de bossen. Het dorp werd toen in brand gestoken.
Een van die ingezetenen van Babar was ook O.L. die destijds woonachtig was in de kampong Ahanari. Hij was betrokken bij de aanval op Japanners in Empalawas in november 1944. De getuigen L.M. en A.E. waren afkomstig uit hetzelfde dorp, waren opgegroeid in hetzelfde huis en hebben samen met O.L. gedwongen moeten werken; ze waren toen gehuisvest in een soort kamp omringd door prikkeldraad. Getuigen vertellen dat ze iedere ochtend vroeg begonnen met werken op het land, het transporteren te voet van voorraden naar Japanse posten in Empalawas en Wakpapi die op respectievelijk 12 km en 4 km afstand van Ahanari waren gelegen. Soms moest er 30 km per dag worden gelopen met zware lasten op hun rug. O.L. had destijds ook familie wonen in Empalawas. L.M. en A.E. vertellen dat zijzelf tot een groepje jonge mannen behoorden die de strijd wilde aangaan met de vijand. Ze hadden zich bewapend met messen, bamboesperen en pijl   en boog. Ze hadden gewoonweg genoeg van de Japanse aanwezigheid en uitbuiting. Een zekere Imsula, 20 jaar oud, uit Empalawas was hun leider. Het plan was om zoveel mogelijk Japanners uit de weg ruimen. De groep bestond uit ongeveer dertig jonge mannen die kwamen uit de dorpen Ahanari, Empalawas en Wakpapi. De getuigen vertellen ook dat er een verklikker rondliep, Hetharia. O.L. zou twee vijanden gedood hebben: een marine-arts-officier en een soldaat. Zij waren achtergebleven nadat de andere Japanse militairen mensen uit het dorp hadden geronseld voor werk. De verzetsgroep vernielde toen ook met stukken steen en hout  de verrekijker van de vijandelijke uitkijkpost die ongeveer 200 meter op een heuvel stond. De twee Japanners werden met pijlen neergeschoten door O.L. toen zij poolshoogte kwamen nemen op  de uitkijkpost. De leider Imsula slaagde er in een soldaat om te brengen. O.L. werd later vanuit het werkkamp meegenomen naar de gevangenis in Wakpapi op verdenking van betrokkenheid bij de aanslagen. De getuigen zeggen ten slotte dat een vrouw, Laisiwi, de massamoord had overleefd; zij ging later naar Nederland maar was tegen eind jaren tachtig al overleden. De verzetsgroep heeft na de aanslag en de massamoord geen activiteiten meer ontplooid. Waarschijnlijk afgeschrikt door de Japanse reactie en hun beperkte mogelijkheden door gebrek aan vuurwapens, afwezigheid van communicatiemiddelen en de aanwezigheid van verklikkers en collaborateurs. O.L. onderging zware mishandelingen maar heeft niet doorgeslagen; hij werd vrij-gelaten en kwam uitgemergeld terug. Hij ging na de oorlog naar Nederland, maar zou rond 1970 terugkeren naar Indonesië.

Wordt vervolgd

Lees verder…

10897331259?profile=original

Wat er echt in ons Indië is gebeurd                Door:  Peter van Zonneveld

De dekolonisatie van Indië. Zeventig jaar na het uitroepen van de Republiek Indonesië botsen de meningen over die tijd nog altijd. Twee boeken nuanceren het dekolonisatie-proces, onder andere door getuigen van de Indonesische zijde aan het woord te laten.

Onder redactie van Peter van Zonneveld en Rick Honings verscheen onlangs Een tint van het Indische Oosten. Reizen in Insulinde 1800-1950. Verloren, 304 blz. € 27,-

Zeventig jaar na de Japanse capitulatie zijn we nog altijd bezig met de verwerking van het drama dat zich in Indonesië heeft afgespeeld. Het trauma van de dekolonisatie, de vrijheidsstrijd en de repatriëring heeft diepe sporen nagelaten.                                  Het lijkt wel of de aandacht voor dit deel van onze geschiedenis – en die van Indonesië – alleen maar toeneemt. Hoe komt dat? Waarom blijft de herinnering aan Indië zo sterk aanwezig in ons nationaal bewustzijn?

Ik denk dat daar drie redenen voor zijn. Allereerst de lange duur van de relatie. Nederland en Indonesië zijn al meer dan vierhonderd jaar met elkaar verbonden. Daardoor is het Indische element – net als het Joodse – een onlosmakelijk onder-deel van onze cultuur geworden. Ten tweede: er is bijna geen familie in Nederland die niet door Insulinde is aangeraakt – de nieuwkomers uitgezonderd. En ten slotte: iedereen is het van harte met elkaar oneens. De meningen botsen tot op de dag van vandaag.

Indië bestaat niet meer. Daardoor kan een ieder zijn eigen Indië koesteren. Het maakt nogal wat uit of je daar de spreekwoordelijke paradijselijke jeugd hebt door-gebracht in een welgesteld Europees milieu, zoals Hella S. Haasse en Rudy Kousbroek, of  dat je bent opgegroeid in wat meer bescheiden Indo-Europese kringen, zoals Tjalie Robinson. Het is een groot verschil of je de oorlog in een Japans kamp hebt doorgebracht, of dat je er buiten bent gebleven – dat laatste was ook problematisch.

Velen zijn kort na de Tweede Wereldoorlog naar Indië, een land dat zij niet kenden, gestuurd als dienstplichtige om er ‘rust en orde’ te brengen, en voelden zich nadien verraden. Anderen waren opgenomen in het KNIL, werden tegen hun wil gedemobiliseerd en ‘tijdelijk’ naar Nederland gestuurd, zoals de Molukkers. Dan is er nog de tweede generatie, die Indië niet uit eigen ervaring kent, maar een beeld van de ouders kreeg aangereikt. De derde generatie, minder gehavend dan voorgaande generaties, is daarentegen vooral geïnteresseerd in hun roots.

10897331467?profile=originalIllustratie: Joost Hölscher

Militaire confrontatie

Die enorme variatie in leeftijd, sociale en etnische achtergrond, en ervaringen is bepalend voor de visie op Indië. Sommigen houden nog altijd vast aan de normen en waarden van toen, anderen kijken naar de geschiedenis vanuit hedendaagse opvattingen. Dit alles leidt niet alleen tot een botsing van meningen, maar houdt ook de herinnering aan Indië levend.

Over wat er precies heeft plaatsgevonden tussen de Japanse capitulatie in 1945 en de soevereiniteitsoverdracht in 1949 zijn de afgelopen jaren in binnen- en buitenland tientallen studies verschenen, aangevuld met biografieën en memoires van een aantal sleutelfiguren in dit drama. Naarmate de afstand in tijd groeide, is het inzicht in de complexiteit van de geschiedenis alleen maar toegenomen. Nederland en de in 1945 uit-geroepen Republiek Indonesië stonden tegenover elkaar, maar waren ook intern verdeeld. De Japanners waren nog niet meteen uit Indië verdwenen, de Britten raakten direct betrokken bij de gevechten en ook de Amerikanen oefenden sterke druk uit.

Sommigen kozen voor een militaire confrontatie, anderen geloofden via diplomatiek overleg een uitweg te vinden. Voorts bestond er bij alle betrokkenen een groot verschil in inzicht en kennis van zaken. Maak uit dit alles maar eens een sluitend en bevredigend verhaal.

Een van diegenen die zijn sporen op dit terrein heeft verdient, is J.J.P de Jong. Zijn onderzoek resulteerde in twee gedetailleerde reconstructies: Diplomatie of strijd (1988) over de beginfase van de dekolonisatie, en Avondschot (2011) over de eindfase. Nu heeft hij zijn bevindingen, aangevuld met nieuw onderzoek van hemzelf en anderen, uitgewerkt tot een synthese van het gehele dekolonisatieproces en de nasleep daarvan, onder de titel De terugtocht.

Zijn uitgebreide en heldere weergave van de gebeurtenissen volgt de geschiedenis op de voet. In zijn ontmythologiserende studie gaat hij in discussie met andere historici en laat hij zien dat het afscheid van Indië veel meer nuances kent dan in de publieke opinie zijn doorgedrongen. Opmerkelijk is zijn postscriptum, dat ‘Tussen trauma en verwerking’ heet. Onder invloed van de onthullingen van Hueting in 1969 over de in Indië gepleegde oorlogsmisdaden ontstond een sfeer waarin men het politieke establishment uit de periode 1945-’50 verweet zich unaniem tegen de Indonesische onaf-hankelijkheid te hebben gekeerd. Dat was niet terecht. Sommigen hebben uit volle overtuiging de onafhankelijkheid van Indonesië naderbij willen brengen.

10897331491?profile=originalDe Jong is, samen met de Leidse historicus H.L. Wesseling, van mening, dat de typering van die periode als ‘een inktzwarte bladzijde in de geschiedenis’ een simplificatie is, die niet door de feiten wordt gestaafd. Wat is er nu werkelijk gebeurd? Onder historici wordt een levendig debat gevoerd, waarvan de resultaten niet of nauwelijks in de publieke opinie doordringen. Intussen woedt er ook een debat dat De Jong typeert als ‘een zichzelf repeterende breuk met verstarde, in rotsvaste zekerheden vastgeroeste visies’.

Actuele boeken

Hilde Janssen: Enkele reis Indonesië; Vier Amsterdamse vrouwen en hun nieuwe vader-land; Nieuw Amsterdam; Ze kozen in 1946 de kant van de Republiek en bleven daar; Over Hollandse vrouwen die niet naar Nederland mochten en nu arm en bejaard nog altijd in Indonesië wonen.

Aan de ene kant zij die vasthouden aan het beeld van een rechtvaardige oorlog en de trauma’s die daar op volgden; aan de andere kant de veroordeling van ‘het verkeerde verleden’ en diepe schaamte daarover. Al met al een uitstekende studie. Wie weten wil, wat er nu écht is gebeurd, kan dit boek niet ongelezen laten.

10897331696?profile=originalWat heeft dit alles betekend voor de betrokkenen? Waar het bij De Jong vooral om de historische feiten gaat, wil Kester Freriks in zijn Echo’s van Indië laten zien, hoezeer het leven van velen is bepaald door de gebeurtenissen van toen.

Zijn boek is een verrassende mengeling van gesprekken met vertegenwoordigers van uiteen-lopende groeperingen, eigen ervaringen en impressies. Uit al deze verhalen en herinneringen ontstaat geleidelijk aan een caleidoscopisch beeld van de relatie tussen Nederland en Indonesië.

Zo geeft Freriks de notities weer van een vrouw, die eind 1939   van plan was naar Indië te gaan. Ze volgde daar een cursus        van de Stoomvaart Maatschappij Nederland, en wat ze daar  vernam werd opgetekend in een schoolschrift, waaruit Freriks uitbundig citeert. Waar moest je allemaal aan denken? Wat nam je mee aan kleding, schoeisel, keukenspullen en anderszins? De bespreking van gewoonten en gebruiken aldaar roept een koloniale wereld op, waar Freriks zich over verbaast. Zijn conclusie dat de blanken van toen zich op geen enkele manier aanpasten, deel ik niet. Wat bedoelt hij daarmee? Alle praktische tips zijn immers gericht op het leven in de tropen?

Er komen veel Indonesiërs aan het woord. Freriks is er in geslaagd om te praten met hoogbejaarden die nog actief aan de vrijheids-strijd hebben deelgenomen, als militair dan wel als pemoeda (guerrilla- of vrijheidsstrijder). Hun kritiek op het Nederlandse bewind en het militaire optreden is niet mals. Samen met een voormalige pemoeda bezoekt hij de plek waar Soekarno, terzijde gestaan door Hatta, op 17 augustus 1945 zijn Proklamasi (onafhankelijkheidsverklaring) voorlas. Beide Indonesische leiders zijn daar nu in drie meter hoge standbeelden vereeuwigd. Als het om Indië gaat, is iedereen het nog altijd van harte met elkaar oneens.

10897331880?profile=originalTussen de bedrijven door schetst Freriks een beeld van de koloniale geschiedenis, vooral gezien vanuit Indonesisch perspectief: de harde onderdrukking van opstanden in het verleden, de opkomst van de nationalistische beweging, het proces tegen Soekarno. De Japanse bezetting toonde de Indonesiërs dat de blanken niet almachtig waren. Vele vrijheids-strijders kregen in de Japanse tijd een militaire training, die hen later goed van pas kwam. Soekarno en Hatta werkten met de Japanners samen, Soetan Sjahrir, de eerste premier, deed dat niet.

Ondertussen verbleven naar schatting zo’n honderdduizend burgers in de Japanse kampen. Dat liet onuitwisbare sporen na, ook bij de kinderen. Een jongen die zes was toen hij het kamp inging, vertelt zijn ervaringen van toen. Zijn vader was toen in Birma (‘Elke nacht kwam de krijgs-gevangenschap rondspoken in het hoofd van mijn vader.’) Wie handel dreef met de Indonesiërs buiten de omheining, werd zwaar gestraft. Naarmate de oorlog langer duurde, werd het voedsel schaarser, braken ziekten uit waar geen medicijnen voor waren. Het sterftecijfer was hoog. Sommige jongens moesten dienst doen als lijkenwacht.

10897332474?profile=originalNa de oorlog was er het onbegrip in Nederland, met zijn honger-winter en verzetsheroïek. In totaal zijn er tussen 1946 en 1968 – dus na het Nieuw-Guinea-conflict – zo’n driehonderdduizend mensen naar Nederland gekomen.

Voor velen was de bersiap, de periode tussen oktober 1945      en maart 1946, het ergst. Ongeorganiseerde bendes van pemoeda’s zwierven door de straten. Ze maakten vele slachtoffers, vooral onder de Indo-Europeanen. Maar ook Chinezen en Molukkers werden afgeslacht. Men schat dat in totaal zo’n twintigduizend mensen het leven lieten in een orgie van geweld. Iedereen die verdacht werd van Hollandse sympathieën, kon vermoord worden. Bescherming was er niet. De Japanners, die na de capitulatie de opdracht hadden gekregen om de mensen in de kampen te beschermen, deden dat ook, maar hielden zich verder meestal afzijdig. En de Britse troepen, die eerder dan de Nederlandse op Java waren geland, wilden hun handen daar ook niet aan branden – enkele uitzonderingen daargelaten.

10897332487?profile=originalJongens uit Zeeland

Bij Freriks komen ook de dienstplichtigen aan het woord. Jonge jongens uit Zeeland, uitgestuurd naar een land dat zij niet kenden. Ze zouden rust en orde moeten brengen, maar kwamen in een onafhankelijk-heidsstrijd terecht. Wreedheden werden met meer wreedheden vergolden, en achteraf voelden ze zich verraden. Na de onthullingen van Hueting begon men in hun omgeving kritische vragen te stellen. En elk jaar gedenken zij de dood van een gesneuvelde kameraad.                                 

In totaal zijn er bijna zesduizend Nederlandse soldaten omgekomen tegenover naar schatting honderd-duizend Indonesiërs, zowel van het reguliere Indonesische leger, de TNI, als van de pemoeda’s.

Dan zijn er nog de ervaringen van de Chinese bevolkingsgroep, die het ook vaak moest ontgelden, tot op de dag van vandaag. Ook hun geschiedenis en hun lotgevallen worden geschetst in gesprekken met mensen die het hebben meegemaakt. Dit geldt evenzeer voor de Molukkers: van de gedwongen demobilisatie (‘Voor een kind is het onverdraaglijk zijn vader elke dag te zien als een gebroken man’) tot de Drentse treinkaping aan toe. Zo komen in dit kleurrijke boek tientallen personen met een uiteenlopende achtergrond aan het woord, allemaal met hun eigen verhaal.

Zulke getuigenissen kenden we natuurlijk al, maar Kester Freriks probeert zich dus ook in de Indonesische visie op het drama te verplaatsen. Dat is het bijzondere aan dit boek. Wat ik jammer vind, is dat hij misschien ook daardoor soms te afwijzend over het koloniale verleden schrijft, vanuit de opvattingen van nu. De schaamte overheerst. Hier zouden meer nuances op hun plaats zijn geweest. Maar verder mag Echo’s van Indië als evocatie van onze band met dat land in   de tropen, als sfeertekening en door de stem die hij geeft aan al die indringende verhalen zeer geslaagd heten.         (Bron: NRC)

Lees verder…

Museum Volkenkunde haalt meer dan 200 Indonesische bronzen uit depot10897337263?profile=original 

10897337061?profile=original


Voor de allereerste keer toont Museum Volkenkunde in Leiden een bijzondere verzameling voor-werpen die normaal in het depot verblijven: Indonesische bronzen. Meer dan 200 bronzen zijn er opgesteld. Op het eerste gezicht weinig opvallend, maar bijzonder vanwege de omvang, ouderdom en betekenis van de collectie.

De bronzen beelden bieden een schat aan informatie over de geschiedenis van Indonesië. Niet alleen over artistieke ontwikkeling maar ook over rituele betekenis, materiaalgebruik, handelsrelaties, economische ontwikkelingen en het koloniale verleden. Het gaat om kleine beeldjes van Hindoe en boeddhistische goden en rituele voorwerpen. De meeste zijn op Java gevonden maar komen daar oorspronkelijk niet vandaan. Niet zo gek gezien het feit dat Java altijd arm geweest is aan metalen.

Hindoeïsme  en Boeddhisme

De beeldjes zijn eeuwenoud: ze 15e eeuw. In die periode was Java een centrum van hindoeïsme en boeddhisme. Vanaf de vijfde eeuw had de Indiase cultuur een grote aantrekkingskracht op delen van Indonesië. Lokale vorsten gingen het Sanskriet, de Indiase elite-taal, gebruiken en zij stichtten Hindoeïstische en Boeddhistische koninkrijken. Op Java ontstond tussen de zevende en vijftiende eeuw een bloeiende cultuur die grootse monumenten naliet, zoals de reusachtige Boeddhistische Borobudur en de Hindoetempel van Prambanan.

Culturele verbinding en de uit-wisseling van kennis en handels-contacten waren in dit gebied heel lang al aan de orde van de dag.

Onderzoek

Hoe en waarom dit proces van cultuuruitwisseling met India op gang kwam, is nog niet helemaal duidelijk.                                     De Indonesische bronzen uit ons depot kunnen hier een nieuw licht op werpen. Kunsthistorisch onder-zoek laat zien dat sommige beeldjes sterk lijken op Indiase beeldjes en waarschijnlijk uit India komen. Er is ook een spiegel die uit China moet zijn gekomen. Door recent onderzoek naar scheepswrakken in de Javazee weten we dat er metaalstaven werden geïmporteerd. Technisch onderzoek naar het metaal van de bronzen zou helpen om het plaatje van de contacten tussen Indonesië en de buitenwereld completer te krijgen.

 

De tentoonstelling is te zien vanaf 16 juli in Museum Volkenkunde, Steenstraat 1, 2312 BS Leiden. Openingstijden: dinsdag t/m zon-dag van 10.00 tot 17.00 uur. Meer informatie:  www.volkenkunde.nl. 

Lees verder…

Update Boek Twijfelindo Door: Armando Ello

10897344854?profile=original

Update Boek Twijfelindo            Door:  Armando Ello

Exact een jaar geleden ging het Twijfelindo boekproject van start. Ik wilde met mijn bevlogen ambitie zes maanden eerder verschijnen, maar vorige week is officieel het boekbestand naar de drukker gegaan en kan het drukproces beginnen. Een week daarvoor heb ik het bestand bijgewerkt omdat het aan allerlei eisen van de drukker moest voldoen en het is nu dus bij mij uit handen en in de goede zorgen van de drukker. Na een controle staat het licht nu eindelijk op groen.

10897344867?profile=originalDit betekent dus dat ik medio augustus het boek in handen heb en aan de verkoop kan beginnen. Het boek kan dan gelanceerd worden en de promotie-machine kan gaan draaien.

 

Ik heb al eerder updates over mijn boek willen plaatsen, maar ik wilde eerst 100 % zeker zijn dat er werkelijke progressie in zou zitten. Beloftes die ik niet kon waarmaken zouden alleen maar teleurstellend werken. En zolang ik die zekerheid niet had, nam de frustratie toe; geloof me. Daarom begrip hiervoor.

Naar de eindafwerking

Samen met de Twijfelindo kandi-daten hebben we bijna geen concessies gedaan aan de teksten omdat we alles zo puur mogelijk wilden laten en er heel weinig is geschrapt. De redactie daardoor was “a hell of a job” voor mijn redacteurs, die er 150 uur werk in hebben gestopt.

We hebben het hier wel over 200 interviews   van   gemiddeld  1300

woorden per stuk is totaal zo’n 260.000 woorden. Het totale boek is in plaats van 150 pagina’s dus nu 480 pagina’s geworden. Dit heeft het totale bedrag van het crowdfund budget in beslag genomen voor het drukwerk en een voldoende oplage.

Financiële gevolgen

De gevolgen voor de prijs van het boek, nu er zo’n dikke 300 pagina’s meer in zitten, mogen duidelijk zijn. Het boek gaat nu    € 5,00 meer kosten. Helaas, maar dit kan niet anders. De donateurs van de crowdfunding vorig jaar hoeven echter niets bij te betalen.

Echter de nieuwprijs is wat het is en ik heb mijn best gedaan om het zo laag mogelijk te houden omdat ik wil dat het boek bij zoveel mogelijk mensen terecht komt.

Op mijn website krijg je binnenkort de mogelijkheid om je boek alvast te bestellen. In deze voorbestelling zul je het helaas zonder afbeelding van de cover moeten doen, omdat ik nog niet precies weet hoe die er uit gaat zien.   Veel  mensen  weten  al  van het verschijnen van mijn boek en ik kom regelmatig mensen tegen die mij vragen hoe het ermee staat.

10897344683?profile=originalPromotie

In de afgelopen maanden heb ik geen reclame kunnen maken, behalve dan die van NatGeo. Maar de komende maand ga ik er weer vol tegenaan, want de lancering komt er aan. En om heel eerlijk te zeggen – of ik dit nu wil of niet – is de promotie van mijn boek Twijfelindo iets dat een beetje buiten mijn comfortzone ligt. Daarom dat ik ook de lezers van NICC Magazine wil vragen of zij tips voor mij hebben. Of ken je misschien blogs, waarop ik wat marketing kan plegen voor mijn boek. In ieder geval kun je al wel  mijn Nieuwsbrief over ‘Twijfelindo’ ontvangen. Ga even naar mijn website:  http://hoezoindo.nl.

Je tips kunnen echt van alles zijn, dus ik hoop op een tsunami aan ideeën. Ik kan echt alle hulp en tips goed gebruiken. Laat dus je reactie weten via mijn e-mail: armando@hoezoindo.nl. Alvast bedankt voor je inspanningen.

Armando Ello

Lees verder…

Recept van de maand Sambal Goreng Tempeh

10897336492?profile=original

Recept van de maand   Sambal Goreng Tempeh

Dit bijna onmisbare gerecht bij   de Rijsttafel kunt u zelf zo mild of pedis maken als u wilt, eenvoudig door toevoegen of weglaten van wat lomboks. In de Kids-rubriek de evenknie van dit gerecht:  Tahoe Goreng Telor. Beide producten worden gemaakt van sojabonen en zijn vegetarisch.

Ingrediënten:                       

1 blok tempeh, 3 sjalotten, 5 teentjes knoflook, 6 rode lomboks, 1 tl. tamarinde, 100 gr. gula djawa (palmsuiker) of bruine suiker, 1,5 tl. Laos, 1 tl. djintan, 4 blaadjes salam of laurier, snufje zout, 1 dl. water, 3 el. Ketjap manis, zakje gebakken uitjes, olie om te frituren.

Bereiding:                       

Snijd de tempeh in de lengte in tweeën en daarna in dunne plakjes. Verhit olie in de wok of in de frituur en bak de tempeh in kleine porties goudbruin. Laat het goed uitlekken op keukenpapier. Snijd de lomboks in ringen, de sjalotten  in  snippers  en  hak  de knoflook fijn. Fruit dit alles in een scheutje olie in de wok of braadpan. Voeg de tamarinde, salamblaadjes, gula djawa, zout en water toe en breng dit opnieuw op temperatuur. Vervolgens de ketjap manis erbij en even goed mengen. Tenslotte de gebakken tempeh er aan toevoegen en samen al omscheppend goed vermengen. Strooi er bij het serveren wat gebakken uitjes over.  Dit gerecht kan zowel warm als koud gegeten worden en is in de koeling nog minstens een week houdbaar.       

Selamat makan

Lees verder…

Terugblik op de Pasar Malam dagen in Eindhoven.

Terugblik op de Pasar Malam dagen in Eindhoven.

 

Het weer werkte mee voor een massale toeloop naar de pasar malam. John van Hese van Tjampoer blikte terug op deze  drukke gezellige pasar dagen.

10897335057?profile=original

Dõnna en de Gado’s verzorgden zondag op de Pasar Malam Stellar in Eindhoven een heerlijke show. Dõnna en haar mannen waaronder haar vader brachten in een optreden a.h.w. twee verschillende sets. Hoe kan dat? Het blijkt dat deze hartelijke zangeres naast het beheersen van diverse genres ook nog snel van gedaante kan veranderen. Tradioneel gekleed was in en oogwenk veranderd in een glamour outfit. 
Wat begon ze gezellig met allerlei oude herkenbare songs die vooral de ouderen in de zaal beroerden. Dõnna zag dat er zong dan ook samen met de eerste rij een leid van ‘tóén’.
Twee heel verschillende optredens in een set laat dat maar aan deze formatie over, van alle markten thuis. En dat is in feite het succes van deze formatie zij boeien werkelijk het hele publiek. Niet vreemd dus dat zij ook direct gecontracteerd zijn voor de Pasar Malam Stellar in Tilburg.
Maar ook hebben we bijzonder genoten van de Batik Dance Theater, deze dansgroep is niet alleen bijzonder door de mooi uitgevoerde dansen maar de leider van de groep maakt ook alle kleding zelf. Het ziet er prachtig uit en het is werkelijk een genot voor het oog. 
Dé band voor deze dag was de Helderse formatie ‘Wipe Out Selection’. We zijn er nu achter waarom deze groep de IndoRock zo ‘spicy’ speelt. Zij smeren hun gitaren in met Sambal. Ik betrapte ze bij de Sambalshop waar zij hun gitaren alvast van de diverse sambal lieten proeven. Lode de gitarist weet nu ook dat je eerst op het potje moet lezen wat erop staat. Wanneer er hot op staat kan moet je voorzichtig proeven. Onvoorstelbaar hoe snel Lode van een klein beetje sambal zo’n rood hoofd kon krijgen. De brandblusser moest er bijna bij komen.
Heerlijk zo even over deze bijzonder grote pasar kijken van bovenaf. Een echte avondmarkt zoasl die bedoeld is! 

10897334896?profile=original

De dansgroep Warna Semesta
is nu ongeveer een jaar bezig zich overal in het land te presenteren. Deze groep met ambitieuze leden straalt vanaf het podium! De passie waarmee zij hun voorstelling brengen doet het publiek de adem inhouden. Prachtige dansen! En als er dan als verrassing een danslerares Balinese Dansen uit Indonesië dit weekend aanwezig is in Eindhoven dan wordt er natuurlijk een plaatsje ingeruimd voor een gastoptreden op de Pasar Malam van Stellar. Ik liet me vertellen dat alleen het opmaken al meer dan twee uur duurt. Maar het werd dan ook genieten van deze Balinese dans.

10897335492?profile=original

Laatse dag alweer, deze zondag 3 juli. Met Wipe Out Selection uit den Helder, Donna Pessy en de Gado's en de dansgroep Batik Dance Art. De laatste dag alweer.... wat vliegt de tijd!
Dus voor het publiek in en rondom Eindhoven de laatste dag om te komen genieten. En we zien natuurlijk weer een flink aantal mensen van gisteren want die hebben al aangekondigd bij het weggaan: 'Tot morgen'. En dat is natuurlijk een groot compliment voor de organisatie. 
Nog even de foto van een nieuw trio? Leen, Graham en Frank! Maar let op zij treden nog niet op!

10897335694?profile=original

Op een Pasar Malam tref je ook stands aan die goed zijn voor de mens op een nadere manier.

Zo komen we Ben Bremmer tegen met Paragnost en therapeut bij de praktijk voor natuurgeneeskunde.

Hij heeft een mooie ‘praktijkruimte’ ingericht. De wanden versierd met spirituele ( Budha ) kleden, het dak gemaakt van een klamboe en met zachte verlichting aangevuld met heerlijk geurende kaarsen.
‘KOM TOT JEZELF’, is zijn devies! Doe dat eens met met een heerlijke esoterische massage, of om wat diepere blokkades weg te nemen door het magnetiseren van geest en lichaam.

Ook komen we de stand tegen van Menuara Welness & Therapy. 
Monica Menura Schwab staat ons te woord en stelt zich voor: ‘Ik ben een massagetherapeute met meer dan 30 jaar ervaring. Door mijn Indonesische achtergrond en daardoor vroege aanraking met massage kijk ik naar de mens in zijn totaliteit en masseer ik altijd op gevoel. Massage is een moment van contact met het lichaam, een moment waarin het lichaam kan ontspannen en er een gevoel van welbevinden en compleetheid ervaren kan worden’. Dat is een goed doordacht verhaal besluit ik maar toch heb ik nog een vraag: “Hoe doe je dat dan?’
Zij gaat verder: ‘Afhankelijk van de behoefte op dat moment kan de massage gericht zijn op ontspanning of op vitaliteit en het losmaken van de spieren. De massages die ik geef zijn de klassieke massage gecombineerd met de holistische massage, de pitjit massage (Indonesische massage), stempelkussen massage, cupping massage, hotstone massage, de facelift en de voetreflexmassage. Zo komen bijvoorbeeld een aantal artiesten voor hun optreden bij mij even langs voor een ontspannende massage. Zij kunnen zo perfect in balans aan hun optreden beginnen’.
Een bezoek aan een Pasar is meer dan alleen maar eten drinken en shoppen van allerlei producten. Ook voor de innerlijke en uiterlijke verzorging van je lijf en leden kun je daar goed terecht. Kijk ook een snaar de keur aan bijvoorbeeld massage balsems die er te verkrijgen zijn.

10897336457?profile=original

Redactie ICM.

De foto zou suggereren dat het vingertje ....... Nee, dat is tegen de NL-Staat die ruim 70 jaar de Indische Gemeenschap als een Tweederangsburger behandelt.

De huidige vluchtelingen zijn nog beter behandeld dan de Indiëgangers die alles moesten terugbetalen; de overtocht, verblijf in het pension en de kosten om het huis in te richten.  Ook een z.g. voorschot moest worden terugbetaald. ICM steunt deze Indische perkara's als de grootste Indische Internetkrant; Wij kunnen als samenleving niet voor deze feiten de andere kant op kijken. Vaak gehoord zijn de Nederlanders zelf die zich schamen voor deze handelswijze van Nederlandse regeringen op een rij, zich ook vreselijk kwaad maken waarom het zo lang moet duren ?

 

ICM heeft veel aanloop gehad vooral voor ACTW66. Dit behelst het Verdrag Traktaat van Wassenaar dat in 1966 werd geratificeerd tussen de beide landen, de Rep. Indonesië en Nederland. Indonesië betaalde 689 miljoen gulden aan het Nederland juist om de gedupeerde Indische Nederlanders die al hun bezittingen zijn verloren doordat ze moesten vluchten. Tot op heden heeft het Ministerie van Bert Koenders die 689 Miljoen, dat nu in de miljarden beloopt, na 51 jaar nog steeds niet uitbetaalt aan de rechthebbenden (gedupeerden). 

ACTW66 waarschuwt op voorhand dat niet alleen wordt gesommeerd door JAT (Jakarta Advocaten Team) tot uitbetaling, maar de Staat ook een sanctie aan hun broek krijgt wegens aantoonbaar het bewust weghouden van het geld, waardoor de Indische Gemeenschap aantoonbaar materiële - en immateriële schade heeft opgelopen over een periode van 51 jaar. Als U de belastingen niet op tijd betaalt, heeft U ook een forse boete aan uw broek hangen van 100%.

 

Velen hebben de petitie ondertekend, ook werd op deze pasar campagne gestart om te doneren om de uitvoeringskosten te financieren. 

 

Velen hebben de petitie ondertekend, ook werd op deze pasar campagne gestart om te doneren om de uitvoeringskosten te financieren. 

Lees verder…

Terugblik - Unieke Pasar Malam Stellar Arnhem in Kerkgebouw,  ook de laatste dag een heerlijk evenement!

10897333271?profile=original

Kijken we even naar de afsluiting van drie dagen Pasar.

Voor de afsluiting zorgde Wipe Out Selection samen met Johnny en Jopie Manuhutu. De mensen die weleens concerten hebben bijgewoond in Paradiso moeten best een Aha-Erlebnis hebben gehad. Het lijkt wel Paradiso waar ik ben!

10897333872?profile=original

De prachtige Eusebiuskerk deed mij in ieder geval sterk denken aan de grote zaal van Paradiso. Johnny en Jopie Manuhutu samen zetten een echt festival sfeertje neer met Wipe Out Selection. Tjonge wat ging het erop! Wat werd er genoten van de opzwepende nummers van hen. 
Want Johnny en Jopie live is een geweldige belevenis. Zij gooien hun zijn ziel en zaligheid in hun performance en het resultaat is een boeiend optreden. De set was een mix van bekend repertoire afwisselend rustig maar dat weer opzwepend. Heerlijk!

10897334473?profile=original

Natuurlijk kwamen Johnny en Jopie achteraf nog even naar Leen Kreeft van TLP Productions om na te genieten van hun optreden. Ook zij waren onder de indruk van deze Pasar, de sfeer, de geweldige ambiance en accommodatie.

Aan het eind van de Pasar was er nog veel publiek aanwezig. Chris Uittenbogaard, de organisator bedankte het publiek en schetste waarom de Pasar Malam Arnhem in deze locatie plaats heeft gevonden. Ook gaf hij aan dat deze Pasar ook de komende jaren zal worden georganiseerd in Arnhem. Op zijn vraag aan het publiek of dit een goed idee was en dat de huidige editie goed was bevallen ontving hij een staande ovatie. Duidelijker kan het Arnhemse publiek niet zijn!

10897334661?profile=original

Chris was heel duidelijk in zijn dankwoord aan de crew van Stellar Events: “Dit is alleen mogelijk met de inspanning en loyaliteit van mijn crew, ik dank het daar hartelijk voor!’
Een mooie afsluiting van een mooi evenement.

John van Hese

27 juni 2016

Lees verder…

10897327272?profile=original"Doe-boek” probeert praten over Indië gemakkelijker te maken          Door:  Lilian Visser

Eenvoudig op zoek gaan naar je Indische roots. Het lijkt een moeilijke kwestie. Dit boek “Istori Kita, jouw familiegeschiedenis”, doet hier toch een poging toe. In heel veel Indische gezinnen werd niet of nauwelijks gesproken over het verleden. Het leven in de Jappenkampen, de dwangarbeid en de Bersiap-periode, gevolgd door de “vrede” die ontaardde in een dekolonisatie-oorlog. Over de traumatische jeugd van kinderen in de vrouwenkampen. Simone Berger, dochter van een Indische vader (1940) maakte daarom  “Istori Kita” (onze geschiedenis), een boek dat generatiegenoten moet helpen om gemakkelijker met hun ouders te praten over het verleden van Nederlands-Indië. Aan de hand van bijzondere afbeeldingen en verhalen komen herinneringen weer tot leven. De onderwerpen variëren van zoete jeugdherinneringen tot de verschrikkingen van de Japanse bezetting. Lilian Visser, redactrice bij Historiek.net interviewde de auteur: Simone Berger.

Trauma’s   van  de  eerste generatie

Wat zijn de trauma’s van de eerste generatie uit Nederlands-Indië en waarom vinden zij het zo lastig om erover te praten?  

Tijdens de erbarmelijke, zware en mens-onterende omstandigheden tijdens de bezettingsjaren – waar mensen in interneringskampen zaten of als dwangarbeider tewerk gesteld werden aan bijvoorbeeld de Birma-Siam spoorweg of in fabrieken in Japan – zijn vele families jarenlang uit elkaar gescheurd. En na de zogenaamde bevrijding op 15 augustus begon een vier jaar durende dekoloni-satie-oorlog, met aan het begin daarvan de gruwelen van de Bersiap. Hierdoor was het voor de Indische Nederlanders bijna onmogelijk om terug te keren naar hun leven van voor de oorlog. Na de zo vurig verlangde bevrijding kwam als een mokerslag een periode van angst en chaos, veel bloedvergieten en de onzekerheid wie je vriend of je vijand was.

De verhoudingen waren veranderd en de Indische Nederlanders waren gedwongen te vertrekken uit hun zo geliefde geboorteland en kwamen berooid aan in een land dat na een even zo gruwelijke Duitse bezetting in wederopbouw was. Een land dat op dat moment de Indische mensen kon missen als kiespijn. Dit heeft velen die toch al ernstig beschadigd en getraumatiseerd waren, geen of nauwelijks ruimte en mogelijkheden gegeven om hun eigen trauma’s en ingrijpende gebeurtenissen te verwerken. Hun motto werd: aanpassen!

 10897336058?profile=originalTekening van Hetty Ansing

Tijdens mijn jeugdjaren werden door mijn opa voornamelijk leuke en stoere anekdotes verteld. De diepere lading achter dit soort verhalen vertelde hij pas toen ik volwassen was. Ik realiseerde mij dat mijn vader – in tegenstelling tot mijn eigen stabiele en fijne jeugdjaren – de eerste twintig jaren van zijn leven zich in een onstabiele, angstige en onrustige omgeving afspeelde. In die eerst voor een kind zo belangrijke jaren, kende hij geen normaal gezins-leven en was ere geen vader-figuur. In zijn jeugd kende hij slechts gevangenschap in een Jappenkamp met schreeuwende bewakers, sadisme en het altijd maar moeten buigen voor iedere Jap die je tegenkwam.

Door gesprekken tijdens en na mijn middelbare schooljaren met vrienden en vriendinnen met een Indische of Molukse achtergrond, voelde ik ook dat het vaak het karakter van mensen nadelig had beïnvloed. De tweede generatie leerde daarmee rekening te houden en stelde dus thuis geen vragen meer. Gelukkig heeft mijn vader toch redelijk veel verteld, waardoor ik van jongs af aan begreep dat hij zeer ingrijpende dingen had meegemaakt.

U geeft ook lezingen. Wat voor problemen komen daar naar boven van de tweede generatie?

Dat is heel divers. De een heeft ouders die altijd al veel verteld hebben en hebben dit soms ook in boekvorm vastgelegd. Anderen daarentegen verzwegen heel veel en werd je geacht om onopvallend door het leven te gaan om je ouders zo min mogelijk te irriteren. Verwachtingen werden overgedragen, emoties werden niet geaccepteerd, de pijn en    het verdriet en frustratie werden afgereageerd op partners en/of kinderen. Het helpt enorm als er meer begrip is. Dan kun je bepaalde dingen beter accepteren. Voor sommige mensen is het zelfs zo belangrijk om te begrijpen wat de ouder heeft doorgemaakt, zodat je je ouder kan begrijpen en vergeven. Daarmee kunnen ze dan verder in het leven.

De na-oorlogse generatie is opgevoed door ouders die veelal getraumatiseerd waren en daardoor nauwelijks een gezins-structuur hebben meegemaakt. Maar dit kan van persoon tot persoon verschillen. Heel veel voorkomend is zwijgende ouders, onbesproken geheimen, het afreageren van frustratie door geestelijk of lichamelijk geweld, hoge eisen stellen aan de kinderen, autoritair gedrag. Dit alles leidde tot de houding van “Je kunt je maar beter schikken in hun zwijgzaamheid en verder geen vragen stellen, want intuïtief realiseerde je je dat dat in verkeerde aarde zou vallen”.

Kunt u aangeven wat de opbouw van het boek is en waarom dit  het ophalen van de familie-geschiedenis makkelijker maakt?

Als je weinig weet of in een impasse zit, heb je een “opening” nodig. Door diverse interviews en gesprekken merkte ik dat je door gerichte vragen of door verhalen “een gezicht” te geven – door via internet de school mof ziekenhuis waar je ouder geboren is te laten zien – de een gevoelige snaar raakt en daardoor in gesprek kan raken. Vaak wil de ouder wel over de leuke en plezierige dingen praten. Met mijn boek probeer ik op deze manier de zintuigen te prikkelen: de neus ruikt weer die vertrouwde geuren, de ogen zien weer die felle zon en de bonte kleuren van die weelderige tropische natuur. Vraag gewoon aan je ouder wat hij met een “ketip” (een dubbeltje) deed en je

10897336085?profile=originalKinderbedje met klamboe

krijgt de leukste verhalen. Dan zie je opeens dat jouw (groot)vader ook een gewone kwajongen was die doldwaze streken uithaalde. Door vragen te stellen die laag-

drempelig zijn en waar je ouder met plezier over kan vertellen, raak je weer in gesprek en maak je herinneringen weer levend. Je ouder merkt dan ook dat hun kind interesse heeft in wat verteld wordt. De generatie die alles aan den lijve heeft meegemaakt is nu op zeer hoge leeftijd en vaak is er dan meer behoefte om terug te blikken en over die jaren te vertellen.

Kunt u een thema uitlichten, waarvan de antwoorden belangrijk zijn voor de tweede generatie?

Het boek eindigt met het thema: “Tastbare herinneringen” zodat je altijd weer wat het verhaal is achter de spullen die in hun huis staan en tijdens de overtocht zijn meegekomen. Het boek sluit met doorgeven en herdenken, zodat je aan jouw ouders kan vragen wat ze graag willen doorgeven en waar ze blijvende waarde aan hechten. Dat zijn belangrijke thema’s die invloed kunnen hebben op hoe bewust we met de erfenis van onze (groot)ouders zullen omgaan en dit weer overdragen aan onze eigen kinderen.

10897336662?profile=originalBent u niet bang dat u met het boek onverwerkt verdriet weer boven brengt en daardoor familie-relaties in gevaar brengt?

In eerste instantie worstelde ik lang met de vraag of ik wel vragen kon stellen over die bezettings-jaren en die gruwelijke periode daarna. Nadat ik het gedeelte had afgerond met de leuke en plezierige dingen, die vaak laagdrempelig zijn, besefte ik dat de lezers die vragen stellen aan hun eigen ouders en grootouders, met lege handen zouden komen staan, als ik er geen informatie aan zou toevoegen over deze periode. Het doel van mijn boek en mijn oprechte wens is dat het boek voor velen een hulpmiddel wordt die het “grote stilzwijgen” doorbreekt. Voor in het boek begin ik met “Werkwijze en tips”, waarin ik uitleg dat het belangrijk is om zelf aan te voelen of je het gedeelte over de bezetting en Bersiap wilt bespreken en je hiermee erg zorgvuldig mee om dient te gaan. Uiteindelijk kan je er ook toe besluiten om dit geel “dicht” te laten. Of je kunt je zelf een beeld vormen door met sites en boeken die ik aanreik, verder te zoeken, zodat je je ouder hiermee niet onnodig belast.

Kun je het boek ook gebruiken als je ouders er niet meer zijn?

J10897336855?profile=originalazeker. Ook al kun je je ouders geen vragen meer stellen, dan kun je aan oudere broers of zussen of ooms en tantes die vragen stellen. Tevens biedt het boek veel infor-matie en bijzonder beeldmateriaal over hoe het leven in Nederlands-Indië eruit zag. De gedeeltes   over de dekolonisatiejaren geven informatie over grote markeringen in de geschiedenis die je kunnen helpen meer begrip te tonen waarom jouw ouders hun geboorteland hebben verlaten en hebben besloten om te zwijgen over wat zij hebben meegemaakt. En ik geef veel tips; sites die je kunt raadplegen, boeken die je kunt naslaan. Met behulp van het internet en bepaalde boeken kun je heel veel zelf achterhalen.

In de bijlage van het boek is een uitgebreide verwijzing naar sites en boeken. Bij verschillende hoofdstukken wordt ook verwezen naar interessante boeken die meer achtergrond-informatie kunnen geven. Er is ook een website    met Indische kranten. Met je familienaam en initialen kun je soms je ouders verrassen met bepaalde informatie, waarover zij nooit hebben verteld. Een naam terugvinden is voor sommige families heel belangrijk. De site van de oorlogsgravenstichting heeft onder andere een lijst     met namen van slachtoffers die tijdens de zeetransporten zijn omgekomen. Maar ook is er bijvoorbeeld een overzichtskaart van de meeste gevangenissen en interneringskampen en van de 23 grootste scheepsrampen tijdens de zeetransporten.

Is het boek ook interessant voor mensen zonder roots in Indië, die geïnteresseerd zijn?

Absoluut. Als je geïnteresseerd bent in de geschiedenis van Indië, is dit een prettig en leerzaam boek met unieke illustraties. Tevens biedt het in beperkte zin de chronologie van de na-oorlogse periode en de diverse “golven” van hun vettrek naar Nederland. Ook kan het je stimuleren om na te denken welke illustraties je zou kunnen gebruiken die afgestemd kan zijn op de geschiedenis van je eigen familie die wellicht in Indië is opgegroeid en hoe je de zintuigen kunt prikkelen en om met bepaalde “kunstgrepen” de verhalen van je (groot)ouders kunt triggeren.

Bron: http://historiek.net.

Lees verder…

Nederlandse Veteranendag 2016

10897334859?profile=original

Nederlandse  Veteranendag 2016

Meer dan 90.000 belangstellenden hebben vorig jaar de Nederlandse Veteranendag bezocht. De eerste draaginsignes voor VN-militairen werden uitgereikt. Een nationaal evenement, waar heel Nederland haar meer dan 117.000 veteranen bedankt die zich hebben ingezet voor vrede, nu en in het verleden Op 25 juni 2016 is de volgende Nederlandse Veteranendag, waarvan in dit artikel een kort overzicht van de festiviteiten en het programma van de Nationale viering in Den Haag.

Nationaal  defilé  en vliegshow

Zoals elk jaar vindt er rondom het Regeringscentrum Binnenhof en Hofvijver een groot defilé plaats. Hieraan nemen meer dan 5000 veteranen en militairen deel, gevolgd door een grote stoet    van historische en hedendaagse militaire voertuigen.

10897335058?profile=originalIn de Ridderzaal is een besloten bijeenkomst van veteranen en genodigden. Een ceremonieel gebeuren in aanwezigheid van de Koning, de Minister van Defensie en andere leden van Het Kabinet en Tweede Kamer, waarbij weer de jaarlijkse onderscheidingen die bij de veteranen zullen worden opgespeld. Toespraken, muziek  en voordrachten zullen deze ceremonie completeren.

10897335286?profile=originalFestival op het Malieveld

De hele dag van 9.00 tot 17.30 uur is het Malieveld 'open'. Om wat te eten, te drinken of te luisteren naar een optreden van de Boston Tea Party en een concert van de Koninklijke Militaire Kapel. Verder de presentatie van de Veteranen Top 50. Op het Malieveld kunt u persoonlijk met veteranen in gesprek gaan. Praatmet ze over hun ervaringen, over de lessen uit het verleden, over actuele missies en over wat ze nu doen in het dagelijks leven. De veteranen zijn benieuwd naar uw vragen en reacties. Ze staan u graag te woord. Let ook op de speciale programma's waaraan veteranen zelf meedoen en speciale kinderprogramma's.

Op het Malieveld staan bovendien grote videoschermen opgesteld  via welke alle ceremoniële onderdelen en festiviteiten van deze Veteranendag te volgen zijn. Verder op het Malieveld een Kidscorner, een vliegsimulator, een klimmuur, een Wall of Honour en zullen in diverse stands een aantal Nederlandse Musea zich presenteren.

Programma Veteranendag

10.20 uur, Ridderzaal

In aanwezigheid van Koning Willem Alexander, Minister van Defensie Hennes en Minister President Rutte zullen onder andere toespraken en voor-drachten worden gehouden ter ere van militairen die zich voor de vrede in diverse conflictgebieden hebben ingezet. Deze ceremonie wordt gevolgd door de uitreiking van medailles op het Binnenhof om ongeveer 11.30 uur.

13.15 uur, Nationaal defilé en Vliegshow

Meer dan 5000 veteranen en militairen zullen met een aantal muziekkorpsen defileren voor de Koning, die deze vanaf een podium op de Kneuterdijk zal afnemen. De militairen worden gevolgd door een grote collectie aan antieke en hedendaagse militaire voertuigen. De antieke voertuigen worden in puike conditie gehouden door de vereniging: “Keep them Rolling” (www.ktr.nl). Tijdens dit defilé zal er een Fly-by plaatsvinden van een aantal antieke en moderne vliegtuigen en helikopters.

Overzicht van het festivalterrein op het Malieveld

9.00 tot 17.30 uur Programma Malieveld

Gedurende de gehele dag is er een groot festival gaande op het Haagse Malieveld, met veel muziek,   eten,  drinken   en   tal  van

attracties voor iedereen. Zo is er een leuke Kidscorner, een vlieg-simulator en een klimmuur.

Podiumprogramma van 11.00 tot 17.00 uur: Doorlopende optredens van diverse artiesten, met onder andere Veteraan Dennis Kroon en zangeres Renee van Bavel. Het podiumprogramma en daarmee  de veteranendag 2016 wordt afgesloten door een spetterend optreden van de Kon. Militaire Kapel  “Johan Willen Friso”.

 

Voor mindervaliden, rolstoel-gebruikers en begeleiding zijn  er speciale pendelbussen, die rijden vanaf Station Den Haag Centraal naar het Binnenhof (8.00 – 9.15 uur op aanvraag ter plaatse) en het Malieveld (8.00 – 11.15 uur en retour 15.30 – 18.00 uur). Men kan   zich   hiervoor   aanmelden   bij: Sticht. Nederlandse Veteranendag,

 

 

Veteranen van de toekomst (?) aan de boterham....

 

 

Frederikskazerne, (gebouw 104, kamer 002), van Alkemadelaan 786, 2597 BC Den Haag, Tel: 070- 3164215. www.veteranendag.nl.

E-mail: info@veteranendag.nl.

 

_______________________________  

Lees verder…

10897338671?profile=original

Het Verzet in Nederlands-Indië  (2)           Door:  Drs. Humphrey de la Croi

In deel 1 van deze vijfdelige serie over het Indisch verzet, is kort samengevat hoe het verloop is geweest van de verzetsactiviteiten in bezet Nederlands-Indië. Ik ben ingegaan op het gebrek aan steun van de Indonesische bevolking   en haar coöperatieve houding tegenover de Japanners, het succesvolle opereren van Japanse en Indonesische inlichtingen-diensten en het gebrek aan professionele verzetsdeelnemers, die vooral werden gedreven door het idee van een spoedige bevrijding. Ter illustratie van een grotere verzetsgroep die ken-merkend was voor het Indisch verzet heb ik de groep-Meelhuysen genoemd, geformeerd in Soerabaja rond kapitein W.A. Meelhuysen.

Deze verzetsorganisatie werd uiteindelijk al vanaf december 1942 onttakeld door de Japanners en definitief uitgeschakeld in het voorjaar van 1943.

Dit tweede deel benut ik vooral om meer voorbeelden te geven van, in het bijzonder kleinschalig verzet op verschillende plaatsen in bezet Indië. De bronnen zijn uit  de eerste hand verkregen uit gesprekken met voormalige verzetsdeelnemers. Om redenen van privacy zullen deze voorbeelden voorlopig anoniem blijven.

.

Mogelijk dat binnen afzienbare termijn de namen bekend worden gemaakt. In deze bijdrage zal ik ook ingaan op verzetsactiviteiten buiten Java. Al zal het duidelijk zijn dat vanwege de aanwezigheid van Indo’s op vooral Java, dáár veel verzet was gesitueerd. We zullen zien dat   om strategische en soms ook “toevallige” redenen verzet is geboden op met name Sumatra, Celebes (Sulawesi), de Molukken en Nieuw-Guinea.

Sumatra

Generaal-majoor R.T. Overakker, de territoriaal commandant van Midden-Sumatra, gaf zich op 28 maart 1942 over aan de Japanners.

Een alternatief plan om, samen met kolonel G.F.V. Gosenson (territoriaal commandant Atjeh en Sumatra’s Oostkust) vanuit de Alas-vallei de strijd voort te zetten tot de Geallieerden zouden terugkomen, was achterhaald door de snelle opmars en overmacht van de vijand. Een groep rond kapitein J. Dormolen en luitenant H. van Zanten heeft het bevel door te vechten in daden omgezet, al was het maar tot respectievelijk april 1942 en maart 1943.
Generaal Overakker had wel degelijk een scenario opgesteld   in geval van een snelle val van   de Indische strijdkrachten. Hij rekende met name op de Molukse soldaten dat ze de komst van de bondgenoten zouden voor-bereiden. Een groep Molukkers vormde een organisatie die als Sapoe Tangan Merah, Rode Zakdoek, bekend werd. Molukse soldaten hadden als talisman in de strijd een rode zakdoek bij zich. In de te voeren guerrilla was de zakdoek het unieke herkennings-teken. Naast Molukse deden ook Menadonese, Timorese en Indo-Europese ex-militairen mee met de organisatie. Enige tijd na de capitulatie werden inheemse (met name Molukse) en Indo-Europese krijgsgevangenen vrijgelaten; zij waren immers mede-Aziaten. De bezetter trachtte zo hen voor zich te winnen, maar verkeek zich echter in hun loyaliteit aan de Nederlanders. Deze vrijlating vond pas plaats vanaf mei 1942. Het heeft niet zichtbaar geleid tot intensivering van verzetsacties; integendeel. Menselijkerwijs waren de meeste vrijgelaten krijgs-gevangenen blij dat ze naar hun gezinnen konden terugkeren; daar lag nu hun eerste prioriteit.

Verzetsgroep-Van Dormolen

Kapitein J. van Dormolen heeft na de capitulatie de strijd nog voortgezet totdat hij zich tot 24 april 1942 te Pematang Siantar (Noord-Sumatra) overgaf. Een drietal Molukse soldaten zou zich bij hem hebben aangesloten. Deze verzetsgroep telde ongeveer 150 man, de grootte van een compagnie. De drie genoemde soldaten A.P.L., C.S. en J.L.P. hebben elkaar ontmoet op 14 februari 1942 te Laodjohor. Het detachement van A.P.L., komende uit Rengat Indragiri voegde zich na terugtrekking bij de groep van Van Dormolen, waartoe de andere twee behoorden. De drie Molukkers hebben tot 5 april 1942 doorgevochten. Op die dag gaf kapitein Van Dormolen hun het bevel hun uniformen te verbranden en de wapens onklaar te maken en in een rivier te gooien. Ze mochten van hem teruggaan naar hun gezinnen of familie.

Een belangrijk moment in de strijd was de aanval op een Japanse kolonne die op 28 maart 1942 in de kampong werd ingezet. Daarbij zouden 62 Japanners zijn gedood, terwijl de KNIL-ers slechts twee gewonden telden: sergeant J. Kok en de Ambonese mitrailleur-schutter Sinai. Ook A.P.L deed mee aan het gevecht.

10897338884?profile=originalKoos Ayal met 10 van de 17 over-levenden van de groep-Kokkelink in kamp Wacol (Aus.), jan. 1945

De groep-Van Dormolen had als opdracht de opmars van de Japanners vanuit het zuiden zo   te vertragen, zodat generaal Overakker zich ‘georganiseerd’ kon terugtrekken uit Atjeh. De aanval op 28 maart had veel van de groep gevergd en het deed de Nederlanders beseffen hoe sterk de vijand was, ondanks de geslaagde aanval. Kapitein Van Dormolen besloot daarom de streek ter verlaten en noordwaarts te gaan. Hij veronderstelde dat Overakker daar nog onverminderd standhield en versterking welkom zou zijn. Achteraf gezien is juist bekend dat op 28 maart Overakker zich aan de Japanners had overgegeven.

In de dagen   tot 5 maart moest de groep verder in de zware omstandigheden van het tropisch regenwoud, door bergachtig terrein en de twee gewonden moesten worden meegevoerd. Het moreel van de manschappen stond nog eens onder zware druk. Daarom besloot Van Dormolen hen terug te laten keren naar huis. Wèl zouden ze paraat moeten blijven in afwachting van de terugkeer van de Geallieerden en dan zouden zij de vijand in de rug moeten aanvallen. De soldaten gingen een moeilijke tijd tegemoet; de bezetter zou wantrouwig zijn, er was de dreiging van razzia’s en dwangarbeid en niet in het minst moesten ze hun kost verdienen omdat hun vaste inkomsten er niet meer waren. Ze gingen toen op het land groenten en rijst verbouwen. Op 21 september 1943 arresteerden de Japanners C.S. en J.L.P. op beschuldiging van spionage voor de Amerikanen. Zij zouden zijn verraden door een Javaan, een zekere Marto. Ook A.P.L. kwam in de gevangenis terecht en moest martelingen ondergaan. Hij werd ten slotte veroordeeld tot zeven jaar gevangenisstraf.

Van 22 september 1943 tot 30 augustus 1944 verbleef hij in     de gevangenis in Rengat Indragiri en van 31 augustus 1944 tot en met 5 september 1945 zat hij gevangen op het eiland Taloek Kwantang. C.S. en J.L.P. waren zijn medegevangenen.

Kei-eilanden

Ook wel de Zuid-Oost Molukken en gelegen ten zuidwesten van Nieuw-Guinea. De eilandengroep telde voor de oorlog ongeveer vijftigduizend mensen.

De bekendste eilandengroepen zijn Noehoejoet, Groot-Kei en Noehoerowa, Klein-Kei. Het bestuurlijk centrum bevond zich in Toeal op het eiland Kei Doelah. Vanaf het einde van de negentiende eeuw was als gevolg van zending en missie de Islam teruggedrongen en was een protestants en een katholiek deel ontstaan. Deze vormden twee-derde van de gelovigen; eenderde was Moslim gebleven.

De eilandengroep was een van de laatste gebieden waar de Japanners zouden arriveren. Vooral in de eerste maanden vanaf de capitulatie van het KNIL kwamen er burgers en militairen aan die wilden doorreizen naar Australië, dat niet heel ver meer weg lag. De hoogste ambtenaar, dr. Th. Nieuwenhuizen, wilde de eilanden zich laten voorbereiden op de Japanse aanval. Maar er waren slechts tientallen militairen en vanuit Australië waren er te weinig schepen daarvoor. Toch lukte het om in juli 1942 enige tientallen soldaten op de been te brengen in Toeal. Stellingen werden aangelegd, de veldpolitie kreeg een korte training en van Ambon gevluchte Keiese soldaten werden opgeroepen mee te doen. Door gebrek aan mensen werden hulpsoldaten gerecruteerd uit de Islamitische bevolkingsgroep. Deze deden o.a. dienst op uitkijkposten. Zij zouden later de Japanners helpen in hun opmars. De Moslims op Kei voelden zich altijd achtergesteld door het bestuur en de christelijke bevolking. Tijdens de Japanse bezetting namen ze hiervoor wraak.
De Japanners arriveerden in de nacht van 29 op 30 juli 1942 ten noorden van Kei Doelah. Ze trokken zonder tegenstand te ondervinden Toelah binnen, daarbij geholpen door Islamitische Keiezen. Vlak daarop volgde echter nog een gevecht met de verdedigers van de stad, waarbij nog tientallen Japanners werden gedood. Na inzet van artillerie en scheepskanonnen, bezweek het detachement en trok zich terug in de bossen.

De bezetter is zich op Kei te buiten gegaan aan veel geweld tegen de Europeanen. Met name zusters en broeders van de missie werden het slachtoffer. Ze waren eerder eenvoudigweg als vijanden door Islamitische Keiezen aan-gewezen.

De geestelijke bedienaren werden zonder proces geëxecuteerd op het strand. Onder hen o.a. monseigneur Aerts. In totaal werden dertien missionarissen gefusilleerd. Jongens van de kampong moesten de lijken de zee inslepen. Enkele paters wisten te ontsnappen: Bedeaux en Van Lith. Zij kwamen aan op Kei Tanimbar. De Japanners kwamen dit te weten en dreigden vrouwen en kinderen te doden wanneer ze zich niet meldden. Dat deden ze en   ze werden overgebracht naar Langgoer, waar ook andere paters nog in leven bleken te zijn: Van Rooyen, Goosens en Van Haren. Een pater De Grijs had het niet overleefd na te zijn gevonden door de bezetter. De vijf overgebleven missionarissen mochten blijven leven na tekenen van een verklaring van niet anti-Japans zijn.

10897339460?profile=originalOud-verzetsdeelneemster Koos Ayal tijdens de bijeenkomst ter ere van het Indisch verzet. Bronbeek 27 april 2012.

Foto: H. de la Croix

De grootste tragische gebeurtenis op de Kei-eilanden was de veroordeling op 22 april 1994 van

39 mannen en drie vrouwen die werden beschuldigd van verzets-activiteiten. Waarschijnlijk zijn het Islamitische medebewoners die hen hebben aangegeven bij de bezetter. Van deze personen kregen 39 de doodstraf. De executie was op 24 mei 1944 op het eilandje Kilwik, bij Toeal. Van de mannen werden er 34 onthoofd, twee vrouwen werden gefusilleerd. De drie anderen waren ziek achtergebleven maar op 10 juni 1944 maakte en Japanse arts een eind aan hun leven.

Het verzet op Kei

De in Lerolim op Noehoerowa (Klein Kei) op 14 februari 1926 geboren P.R. moest bij Langoer werken aan de aanleg van een vliegveld. Een zwaar karwei waarbij bomen moesten worden gekapt en de bodem geëgaliseerd. P.R. vluchtte zodra hij daartoe de kans zag, maar werd achterhaald, zwaar mishandeld en opnieuw tewerkgesteld. Zijn belangrijkste verzetsdaad was het in brand steken van de verblijven van de tewerkgestelden in de kampong Sertean. Door deze brand zouden geallieerde vliegtuigen de posities van de Japanners te weten komen en bombarderen.

Volgens P.R. leidde dat tot aanzienlijke verliezen, maar dit is niet bevestigd in aanwezige rapportages of logboeken. Wel     is er een getuige, een Keiese KNIL-er die de brand heeft meegemaakt. Deze getuige is   een van de medevluchters geweest die weer werden opgepakt. P.R. zou tot zijn daad zijn overgegaan op verzoek van een voor de Geallieerden spionerende Japanner. Dit feit is evenmin bevestigd door officiële bronnen. Met P.R. is het nog goed afgelopen ondanks de zware mishandelingen tijdens verhoren nadat hij werd opgepakt.

De aanleg van het vliegveld bij Langoer maakte deel uit van het plan er drie aan te leggen: bij Faan en Letfoean. Het oorlogs-verloop ten nadele van de Japanners noodzaakte hen de luchtmachtonderdelen te concen-treren op de Kei-eilanden. Voor de aanleg van de vliegvelden werden alle mannelijke bewoners tussen de 15 en 45 jaar gedwongen tewerkgesteld. De werkers verbleven in bewaakte en omheinde kampementen. Ze werden slecht behandeld en mishandeling was regel. Het voedsel was slecht, vaak bedorven en te weinig. De omstandigheden waren zondermeer mensonterend.

Toch was er dermate veel loyaliteit aan de Nederlanders dat er pogingen waren verzet te bieden, vaak passief door traag te werken, soms actief met sabotage. Zo maakten sommigen gebruik van de paniek tijdens en na een bombardement door de bondgenoten, door vliegtuig-benzine in brand te steken. Soms werden ook gebouwen en installaties daardoor vernield. Een ander voorbeeld van verzet was het geven van seinen bedoeld voor geallieerde vliegtuigen.
Concluderend kan worden gesteld dat verzetsactiviteiten op Kei nadrukkelijk in de context van de gedwongen arbeid plaatsvonden.

Dus gericht op de directe omgeving: het kamp, het ontgonnen terrein en vervoers-middelen. Maar ook in de vorm van signalen proberen te geven voor Geallieerde vliegtuigen. Dit bleek enige keren succes te hebben omdat er inderdaad daarna werd gebombardeerd. Het verzet op Kei was dus beperkt tot de locaties van de dwang-arbeiders; over breder verzet in de eilandengroep is niet veel bekend. Het is aannemelijk dat de bezetter het verzet “groter hebben gemaakt” teneinde hard optreden

te rechtvaardigen en loyale Moslim-Keiezen te prikkelen tot medewerking. De strategische positie van de eilanden mocht niet worden ondermijnd.

Nieuw-Guinea

Ook op het erg dunbevolkte en grotendeels nog onbekende Nieuw-Guinea is verzet geweest tegen de Japanners. De Japanners landden op 1 en 2 april 1942 op respectievelijk Fakfak en Babo op het Noordoostelijke schiereiland genaamd Vogelkop. De hoofdstad Manokwari viel op 12 april 1942  in handen van de vijand. Een groep van rond 60 man geleid door de commandant van het KNIL in Manokwari kapitein J.H.B. Willemsz Geeroms trok de jungle in; onder hen sergeant M.C. Kokkelink en later sloot zich daarbij een vrouw aan, ‘tante’ Koos Ayal. Op 15 november 1942 werd de groep aangevallen door de vijand en vijf leden sneuvelden.

Een periode van vluchten en zoeken van veilige plekken volgde gedurende twee en een half jaar. Gevaar was ook te duchten van Papua’s die een beloning van één gulden kregen voor iedere dode  of levende verzetsdeelnemer. De

zware omstandigheden van het tropisch regenwoud eisten hun tol. Ziektes als beri-beri en dysenterie sloegen toe; het voedsel was  bijna op en de gevechtskracht verdween. Slangen, hagedissen, larven dienden als eten. De discipline en het moreel van de groep kwamen onder zware druk te staan. Het kwam zelfs tot de executie van de Javaanse soldaat Saddat.

Hij saboteerde een wapen uit wraak voor een niet toegekende promotie. De groep koos uit haar kring ter plekke een krijgsraad die het vonnis uitsprak. Van de groep zouden 46 leden het niet redden door sneuvelen, ziekte, executie, kannibalisme inheemse bevolking, gevangenneming en executie, desertie en capitulatie. Kapitein Willemsz Geeroms redde het uiteindelijk mentaal niet meer en kwam in handen van de Japanners nadat dezen half april 1944 een aanval op de groep hadden uitgevoerd. De commandant zou later worden onthoofd. Koos Ayal slaagde erin te ontsnappen; evenals sergeant Kokkelink, die het commando overnam. Deze kleine groep van 16 militairen    en Koos Ayal zou uit handen van de Japanners blijven en slaagde erin contact te maken met een   uit Australië gedropte groep parachutisten (een zogeheten NEFIS-party). Toen werden ze overgebracht naar Australië per vliegtuig. De party had samen  met behulpzame Papoea’s een landingsstrip aangelegd. Dit alles speelde tussen 22 september 1944 en 4 oktober 1944. Sergeant Kokkelink werd kort daarop uitgezonden naar de inmiddels bevrijde Vogelkop van Nieuw-Guinea om verkenningsmissies uit te voeren en interneringskampen te bevrijden. Mauretz Christiaan Kokkelink zou bij Koninklijk  Besluit no. 17 van 12 april 1945 onderscheiden worden als Ridder in de Militaire Willemsorde.

Overig verzet op Nieuw-Guinea

De Molukse heer M.E. woonde als politieman van 1935 tot april-mei 1942 op Nieuw-Guinea, eerst in Fakfak en daarna in Babo. Op de dag van de capitulatie van het KNIL was hij in het gebied ten zuiden van Babo, in de regio Mimika te Oeta. Daar zouden de Japanners niet landen. Wel was er destijds het gerucht dat dat ging gebeuren. Op basis van dit gerucht vluchtte M.E. richting Fakfak, maar dit ontkrachtte hij later. De KNIL-militairen op Nieuw-Guinea werd de opdracht gegeven zich terug te trekken in de binnenlanden en de strijd voort te zetten. Deze opdracht was afwijkend ten opzichte van alle andere eenheden vanaf het moment van de capitulatie. Ook M.E. voelde het als zijn plicht door te gaan: hij spreekt van een dienstbevel, dapet printah. In april-mei vertrok hij naar het meer in het oosten en binnenland gelegen Wisselmeren om de post van het Binnenlands Bestuur te zoeken waar controleur dr. J.V. de Bruijn zou zijn. Deze groep was 53 man groot. Na contact te hebben gemaakt stuurde De Bruijn M.E. samen met andere politiemensen, naar Merauke om daar de strijd voort te zetten. Dat betekende een tocht naar de oostgrens van Nederlands Nieuw-Guinea en geheel Indië; een afstand van 700 km door bergen en jungle. M.E. en vijftien andere politiemensen zouden formeel militair worden en in Australië een opleiding gaan volgen. Deze groep zou deel gaan uitmaken van het zogeheten Papoea-bataljon dat vanaf eind 1944 werd gevormd in Hollandia. Half 1942 werd de groep per schip naar Melbourne gebracht. Het schip was een Nederlandse olietanker die in maart 1942 uit Babo wist te ontsnappen.

10897339491?profile=originalPapoea bataljon

De opleiding tot infanterist nam 8 maanden in beslag en vond plaats in kamp Casino. M.E. werd later ingedeeld in de 2e compagnie   van het 1e KNIL-bataljon. Deze eenheid werd toegevoegd aan de Australische 9e Divisie die later op het eiland Morotai kwam en van daaruit op 1 en 2 mei 1945 landde in Tarakan aan de Oostkust van Borneo.

Het relaas van M.E. is niet zozeer een verzetsdaad in de letterlijke en direct zichtbare zin, zoals      het leggen van mijnen, laten ontsporen van treinen en dergelijke, maar het voortzetten van de strijd na de overgave. Toch is het verhaal van M.E. een typische dat samen met alle letterlijke verzetsactiviteiten wordt aangeduid als het Indisch verzet. Ten slotte zou het na het leggen van het contact met dr. De Bruijn zo hebben kunnen lopen dat M.E. bij die groep was gebleven om zo de Geallieerden over een contact in een strategisch belangrijk deel van bezet Indië te laten beschikken.

Samenvattend

In de Grote Oost zoals het uitgestrekte gebied bestaande uit de Molukken en Nieuw-Guinea werd genoemd, zijn er verzets-activiteiten op kleine schaal geweest. Maar niet onbelangrijk omdat de regio voor de Geallieerden van groot militair-strategisch belang was. Dat bleek ook vanaf 1943-1944 toen de oorlogskansen duidelijk keerden ten gunste van de bondgenoten en Japan het alsmaar moeilijker kreeg. De contacten op de Molukse eilanden en Nieuw-Guinea bleven schaarse en des te belangrijker waarde hebben voor de inlichtingendiensten van de Geallieerden. Regelmatig werden door de NEFIS (Netherlands Forces Intelligence Service) speciale verkenners gedropt, de zogenaamde party’s. Samen met de lokale contacten bereidden ze de weg voor de latere invasies van de verschillende eilanden.

Wordt vervolgd

Lees verder…