Ferry Schwab's berichten (2028)

Sorteer op

ICM huis uitgever Calbona stopt en gaat over in Giga Boek.


10897402693?profile=originalICM huisuitgever Calbona stopt en gaat over in Giga Boek
.

Onlangs ontvingen wij het bericht van Wijnand die ruim 9 jaar huisuitgever is van ICM. Via Calbona rolden 7 titels van de plank. Van Ferry Schwab zouden nog twee praktijkhandboeken van de plank rollen, helaas. Calbona is intensief betrokken bij de ontwikkeling van het boek met de titel "Rapport uitbetalen traktaat van Wassenaar". Inmiddels is druk II aan de orde.  Naar verwachting zullen er ruim 10.000 van dit boek van de plank rollen, 15.000 man/vrouw hebben de petitie ondertekend.  Bij iedere inschrijving voor het traktaat  wordt het boek ter beschikking gesteld, nadat deze eerst bij de petitie is overhandigd aan de bewindvoerders.

Onderstaand email bericht van Wijnand,

ICM redactie wenst Wijnand veel sterke toe !

Ferry, ik dacht dat ik dat mailtje kwijt was, maar via een reactie kwam het weer terug.

Beste allemaal,

 

Na 15 jaar uitgeven is het wat mij betreft genoeg geweest. Niet dat ik het werk met tegenzin heb gedaan, zeker niet. Ook heb ik met de meeste mensen die bij mij een of meer boeken hebben laten maken een heel leuk en vaak dierbaar contact (gehad) en sterke vriendschappen aan overgehouden. Maar de leeftijd en de daarmee gepaard gaande lichamelijke (en soms ook geestelijke) problemen, hebben mijn vrouw en ik doen besluiten om uit te zien naar iemand die het werk voort kan zetten, zoveel mogelijk in mijn stijl. En... die hebben we gevonden (maar eigenlijk kenden we hem al een flink aantal jaren) in Roel Koedijker van zijn uitgeverij GigaBoek. 

Dat betekent voor u dat nabestellingen gewoon kunnen doorgaan, alleen nu via hem. Maar ook nieuwe boeken zijn bij hem in goede handen en... hij heeft ook meer mogelijkheden qua verkoop en promotie, dus feitelijk gaat iedereen er op vooruit.

Zijn website: https://gigaboek.nl/

 

Vanaf 1 januari 2019 ben ik niet meer bereikbaar onder de bekende e-mailadressen, maar via:

 

Bedankt voor de fijne contacten, samenwerking en opdrachten.  

--

Met vriendelijke groet,


Wijnand van de Meeberg
Uitgeverij Calbona

Zernikeplaats 812

3068 JB  Rotterdam

Tel.: 010 - 84 36 177

Mobiel: 06 - 833 65 120

10897402491?profile=original10897400266?profile=original

10897402291?profile=original

10897403875?profile=original

10897403681?profile=original

10897404452?profile=original

 10897404259?profile=original

Lees verder…

wat een afgang voor het niet het stellen van de juiste Indische vragen.

10897387270?profile=original10897387489?profile=originalJeroen Pauw, wat een afgang voor het niet het stellen van de juiste Indische vragen.

ICM,  Indische krant op Internet bestaat al ruim 19 jaar dat door Den Haag wordt gelezen, wat een afgang voor het niet stellen van de juiste vragen.

Een ieder is bekend dat als journalist of media  dat deze actie van lawaai bij twee minuten stilte op dodenherdenking slechts een signaal is  om die aandacht voor Nederlandse Indische Gemeenschap. Die ruim 70 jaar wacht op de erkenning, excuses en compensatie. Naïeve van onze Pauw  die gesubsidieerd wordt vanuit Den Haag om vooraf stelling te nemen. Ook de BNNVARA - redactie is mede plechtig aan deze voorop gezette regie, die nodig zal moeten worden bijgeschoold. Al te vaak moet ik de collega's - of zijn hel wel collega's ? -  corrigeren net als Pechtold die ons verward met Indonesier. Het zijn voor alle duidelijkheid Indische Nederlanders met Nederlands paspoort afkomstig uit voormalige Indie waar de Kabinetten Drees de beest hebben uitgehangen !!Ruim 2 miljoen Indische Nederlanders in land hebben ze fors geergd aan de redactie BNNVARA ! dus 2 miljoen Indischen zien graag dat dit programma van de buis verdwijnen, is uiteindelijk hun belastinggeld. Chapeau voor jullie collega omroep Max, aan te bevelen om ze te raadplegen voor de toekomst Indische onopgeloste vraagstukken.

 

 Met respect voor Marion Bloem, die ik vaak zie in het land bij literatuur lezingen als schrijfster van haar boeken, die sterk geemotioneerd is, dan ben je verplicht als journalist om haar op haar gemak te stellen, en niet woorden proberen in de  mond te leggen .................

 Onbegrijpelijk dat de verkeerden worden uitgenodigd, die geen dossierkennis hebben zoals de mensen bij ICM daar ruimschoots over beschikken .....

. 

 ICM  had Pauw van de tafel geveegd, alleen al op feiten en dosierkenins, en als krant van de recente zaken die zich in de media afspeelden, Voor daar huiveren ze kennelijk voor,  die niet door Den Haag wordt betaald. Alleen al  gewezen op harde feiten die in de evaluatie staat in  het document van Min Buza "To forget of a promise for the future "Waar keihard de feiten in staan. Toch een manco bij Pauw hiervan niet eens op de hoogte is, voor het geen Marion probeert te beschrijven. In dit document , dat zo is op te vragen,  staan de feiten onverbloemd in dat het Kabinet Drees de rechten van de mensen heeft geschonden, naast de oorlogmisdaden.

Die 500.000 Indische Nederlanders is aangedaan van 1942 tot 2018 , dus Nederlanders, werden geweigerd door het Kabinet Drees (Luns & Zijlstra). VS stak de hand op nadat President Soekarno en Hatta VS om hulp vroeg. VS zou NL economische sancties en 7 miljard Marshal hulp in trekken.

341.000 werden toegelaten, wel in tegenstelling met NU, moesten alles zelf betalen; de reis, pension, en herinrichting van de woning.

En de 159.000 als Nederlandse burgers  de oude Indisch oudjes  beter bekend van collega van omroep MAZ die van hun familie bewust werden gescheiden.

Iedereen wordt geacht het verdrag traktaat van Wassenaar te kennen, en waar Ministerie van Buitenlandse zaken ook nog een prachtig document  To forget of a promise for the future "  heeft geproduceerd en gepubliceerd. Moet Pauw als journalist toch deze actuele ontwikkelingen hebben gevolgd van zijn collega Jan Slagter van Omroep Max die zich al jaren inzet, ook met duidelijk signaal naar Den Haag, chapeau en complimenten voor Jan Slagter, toch een voorbeeld hoe het ook kan, dan net doen of deze mega – situatie waar de Nederlandse regering 500.000 Indische Nederlanders ruim 70 jaar als tweede rangburgers heeft behandeld. Voor deze onderdanen die ook hebben gestreden duurde die oorlog niet van 1942 tot 1945 maar van 1942 tot 1962, eerste de Jappen, en aansluitend de Indonesische bevolking die op wraak uit zijn waar ook 10.000 burgers werden gedood. Pauw aanrader leest het boek van de bersiap van RIP Herman Bussemaker.

Ook advocaat van Spong deed bij Jinec of Pauw dat NL graag naar andere landen met vingertje naar het tribunaal verwijzen aangaande oorlogsmisdaden, maar  NL vergeet zich te verwijzen naar het tribunaal die oorlogsmisdaden in het voormalige Indie heeft begaan.

 

Samengevat:

Toch moedig van Marion als schrijfster, en mag je niet het aanrekenen. Pauw had dominante houding, ik heb mij fors geïrriteerd.

Voor de goede orde ik ben tegen deze actie, de doden hoor je respectvol te denken, maar ook doden in het voormalige Indie die als burgers zijn gedood. Vergeet niet Pauw wordt door de belastingbetaler betaald, tegelijkertijd die zelfde belastingbetalers meer weten over de Indische zaken, en zich als Nederlander zich schamen voor de Nederlandse regering onder Drees dit Paulianeus handelswijze van de Indische als tweede rangsburger, dus Pauw nodig een keer Ferry Schwab van ICM uit om je stuk geschiedenis bij te brengen, maar is een utopie want je wordt betaald door Den Haag.

 Weet Pauw wel dat NL nog steeds uit verdrag traktaat van Wassenaar, het Indische hun geld nog niet is uitbetaald 689 miljoen door CBP nu op 4,3 miljard doorberekend. NL is het verdrag niet nagekomen. De Indische gelden worden niet betaald na 53 jaar en dus ontrokken,  wel wordt het salaris van Pauw hiervan  betaald, misschien uit het Indische gelden.

 ICM Indische krant op Internet bestaat al ruim 19 jaar dat door Den Haag wordt gelezen, wat een afgang voor het niet stellen van de juiste vragen.

10897316056?profile=original

Schrijf U vandaag nog in 

Ook kunt het inschrijfformulier aanvragen info@icm-online.nl of direct via deze site inschrijven
U bent € 50 verschuldigd als deelnemer ACTW66, en U heeft 1 jaar gratis een ICM Abonnement en toegang tot ons Video-kanaal, het  enige Indisch Kanaal !  

Steun ACTW66 ! 

Uw donatie  kan U storten op Rabo rekening NL41 RABO 03977255 07   ten name van F.Schwab / ICM Online onder vermelding van donatie Traktaat van Wassenaar.

Lees verder…

10897401494?profile=originalJoden Savanne - Suriname

Nederlands-Indië (mei 1940): Kritiek op de vlucht van Wilhelmina werd zwaar bestraft.

Door Gerard de Boer

Nadat in Nederlands-Indië bekend was geworden dat Wilhelmina naar Engeland gevlucht was, werd iedere vorm van kritiek keihard de kop ingedrukt. Zo zijn er destijds 57 mannen en vrouwen zonder vorm van proces geïnterneerd omdat ze op de een of andere manier hun ongenoegen over de vlucht hebben laten blijken. 

Eén van hen was een volkomen a-politiek figuur, namelijk de toen 22-jarige KNIL-militair J.E. Stulemeyer. Op 13 mei 1940, toen hij had vernomen dat de koningin de wijk had genomen naar Engeland, had hij hevig teleurgesteld uitgeroepen: “Nu komen die moffen binnen en neemt de koningin de benen!”

De ramen stonden open en een buurman (Beekwilder) en een vriend (IJkma) brachten hem aan.

Stulemeyer: “Eensklaps stonden er 10 gewapende militairen, aangevoerd door kapitein Blecking, die mij gelastte met mijn handen omhoog mee te gaan.” 

(Ruim 6 jaar later ziet hij zijn vrouw en dochtertje weer terug. Mevrouw Stulemeyer wist niet eens dat haar man nog leefde. Het Nederlandse Rode Kruis had hem namelijk als ‘verdronken’ opgegeven!) 

Op 7 december 1941 vindt de aanval op Pearl Harbor plaats en een dag later verklaart de Nederlands regering in Londen de oorlog aan Japan. Nog steeds loyaal aan ‘Koningin en Vaderland’, niet zo verbitterd als hij geacht werd te zijn, tekent hij een verklaring, waarin hij aanbiedt Indië te helpen verdedigen in geval van een Japanse aanval. Het verzoek wordt genegeerd en er gebeurt iets heel anders.

Op 21 januari 1942 wordt hij Soerabaja ingescheept aan boord van het m.s. ‘Tjisadane’. Het schip zal hem via Kaapstad naar Suriname brengen. “Vergeet de boten, de boeien en de reddingsvlotten,”krijgt hij aan boord van de ‘Tjisadane’ te horen van een marinier die hem moet bewaken. “Die zijn niet voor jou. Als er wat gebeurt, verzuip je als een als een rat, want jij verdient niet beter.”

Stulemeyer maakt de reis opgesloten in een grote stalen kooi in het voorschip en op 1 maart 1942 komt hij in Paramaribo aan. Daar wordt hij geïnterneerd in het concentratiekamp ‘Joden Savanne’ (bijgenaamd ‘De Groene Hel’), waar hij jarenlang onder erbarmelijke omstandigheden gevangen zal blijven. Zonder vorm van proces wordt hij op 15 juli 1946 (dus ruim een jaar na de bevrijding) vrijgelaten en met de ‘Boissevan’ naar Nederland gevaren. 

Terug in Nederland heeft Stulemeyer nog getracht eerherstel te verkrijgen. Op zijn vraag waarom hij destijds geïnterneerd was geworden, kreeg hij ten antwoord: “U werd potentieel staatsgevaarlijk geacht en daarom vastgezet”.

Stulemeyer Ik heb geprobeerd recht te verkrijgen. Ik heb zelfs een proces aangespannen tegen de Nederlandse staat. Het mocht niet baten.”

Zie hier de uitspraak van de Tweede Kamer (afbeelding aanklikken om te vergroten): 

stulemeyer.jpg?w=69&h=150

Stulemeyer is de enige van de 57 mannen en vrouwen die vanwege hun kritiek op de vlucht van Wilhelmina naar Suriname is gedeporteerd. Dit had hoogst waarschijnlijk te maken met het feit dat hij de enige militair was. Maar met de overige 56 is het nog slechter afgelopen.

Zij bleven in Nederlands-Indië geïnterneerd totdat Japan Nederlands-Indië bezette. Daar zijn ze na de Nederlands-Indische capitulatie op 9 maart 1942 overgedragen aan de Japanse bezetter die hen opsloot in de beruchte ‘Jappenkampen’. Bijna alle mannen zijn later tewerkgesteld aan de Pakan-Baroe- en de Birma-spoorweg. 

Voor zover bekend is Stulemeyer de enige die de oorlog heeft overleefd.

 

Bronvermelding Herstel de republiek

 http://herstelderepubliek.wordpress.com/2011/10/27/vlucht-wilhelmin...

 

 

Lees verder…

Recept van de maand      Sambal Goreng Udang Peteh

 

10897248485?profile=originalRecept van de maand      Sambal Goreng Udang Peteh

Een lekker pittig gerecht, voor bij de rijsttafel. De petehbonen maken dit gerecht bijzonder.

Ingrediënten:                        

4-5 sjalotten, 2 rode lomboks, 6 teentjes knoflook, 1 el. sambal oelek 1 tl. (of een kwart blokje) trassi, 300 gram grote gekookte garnalen, 1 stengel verse sereh (citroengras), 100 gram peteh-bonen (toko), 50 gr. santen, 1 tl. laos, 1 tl. djahé (gemberpoeder), 2 el. ketjap manis, mespunt zout, 1 el. gula djawa (palmsuiker) of bruine suiker, 3 blaadjes salam of laurier, olie.

 Bereiding

De sjalotten, trassi, sambal oelek en knoflook in de keukenmachine malen   met   de   pulsknop   (niet

helemaal tot moes malen) en in de wok of braadpan in een scheutje olie fruiten. Laos, djahé, de gekneusde serehstengel en gula djawa  toevoegen  en  even  laten meepruttelen. Snijd de lomboks in ringetjes en voeg ze samen met de santen en de petehbonen toe toe. Als de santen gesmolten en gemengd is, de garnalen toe-voegen en goed omroeren. Dan hittebron uit en serveren bij uw rijsttafel.

Tip:

Bij veel Indische en Indonesische gerechten wordt de smaak beter als de kruiden goed ingetrokken zijn en dat geldt zeker voor dit gerecht. Het is daarom aan te bevelen dit gerecht een dag van tevoren te maken. Wacht in dat geval met het toevoegen van de santen en de garnalen tot voor het opdienen. Als santen namelijk niet goed en vooral snel wordt teruggekoeld, kan het gerecht zuur worden of gaan schiften en als garnalen voor de tweede keer worden verhit kunnen ze taai of stug worden.   Selamat makan

Lees verder…

De Bersiap, Deel II door:R.I.P Herman Bussemaker

10897254265?profile=original

 

Bersiap deel II    door:  Herman Bussemaker

 

 

Japanners en Indonesiërs

De capitulatie van het Koninklijk Nederlands-Indische Leger (KNIL) op 8 maart 1942 was voor Nederlanders en Indonesiërs een schok. Het wakkerde het reeds voor de oorlog groeiende nationalisme sterk aan. De Japanse bezetter speelde hier handig op in door te benadrukken dat zij de Indonesiërs van het kolonialisme kwamen bevrijden. Azië voor de Aziaten werd de nieuwe leus. De door het Nederlandse bestuur gevangen Nationalistische leiders werden vrijgelaten en de Nationale beweging erkend, wat iets anders is dan het toekennen van de onafhankelijkheid. De eerste Japanse maatregelen waren gericht op de eliminatie van alles wat Nederlands was in de koloniale maatschappij. Dit omhelsde de fysieke verwijdering van alle volbloed-Nederlanders (de “totoks”), door hen te interneren. Nederlandse scholen werden gesloten, Nederlandstalige kranten en radio-uitzendingen verboden, alle betalingen van salarissen en pensioenen gestaakt. In de interneringskampen waren alle maatregelen gericht op een verdere vernedering van de geïnterneerden, vaak vlak voor de ogen van de Indonesiërs. Van de ca. 300.000 Nederlanders verdwenen er zo’n 100.000 uit de Indonesische samenleving. Over bleven de ruim 200.000 Indo-Europeanen, de Indo’s, die juridisch Nederlanders waren. Zij waren gemengdbloedig. Op Java bleven zij buiten de internerings-kampen, omdat de bezetter niet de mogelijkheden had om deze veel grotere groep in kampen onder te brengen. Op Sumatra echter, werd ook deze groep (daar ca. 10.000 mensen) wel geïnterneerd. Bovendien hoopten de Japanners op Java, dat de Indo’s vanwege hun gemengdbloedigheid bereid zouden zijn om met hen samen te werken. Dit bleek een misrekening De Indo’s bleven massaal trouw aan hun Nederlanderschap. Zeker in het eerste jaar van de bezetting kwam het Indisch verzet voornamelijk uit hun kring. Verder verzet kwam uit enkele pro-Nederlandse groepen Paranakan-Chinezen, de Zuid-Molukkers en van de Menadonezen en Timorezen. Dit verzet werd echter door de Japanners bloedig gebroken. 

 

10897238693?profile=originalfoto- Proclamatie van de onafhankelijkheid van Indonesië door Sukarno in Batavia op 17 augustus 1945.

De vacatures in het Binnenlands Bestuur en de bedrijven, ontstaan door de interneringen werden door de Indonesiërs vervuld. De Japanners zelf vervulden alleen de topposities. De Indonesiërs bleken op hun taak berekend: treinen reden, radio, telefoon, water en elektriciteit bleven beschikbaar. Dit gaf het Indonesische kader een enorm zelfvertrouwen. Zij bleken hun eigen land te kunnen runnen.

De Japanners concentreerden zich nu op de jeugd. Er kwam een jeugd-organisatie, de Seinendan, die de Middelbare schooljeugd leerde omgaan met discipline en wapens en hen indoctrineerde met een felle haat tegen alles wat Europees en Amerikaans was. Deze jeugd zou in 1945 de revolutie dragen. Deze jongens en meisjes werden bekend als de Pemuda. Zij waren radicaal-nationalistisch en vervuld van haat tegen het Westen.

Naarmate de oorlog duurde en de Japanners in de Pacific door deAmerikanen in het defensief werden gedrukt, richtten zij op Java een inheems leger op, de Peta, ofwel de Sukarela Tentara Pembela Tanah Air, de Volksmilitie. Dit volksleger kreeg zijn eigen militaire officieren en staf, iets wat de Nederlandse overheid nooit had aangedurfd. De bataljons waren regiogebonden en alleen licht bewapend, dus zonder tanks en  artillerie. In totaal werden op Java 66 ban die bataljons opgericht. De Japanse terughoudendheid in hun bewapening bleek terecht. In februari 1945 kwam een Peta-bataljon in Blitar in opstand. Deze werd in bloed gesmoord. Maar het gevolg van de Japanse bezetting was, dat er in 1945 op Java ongeveer 2 miljoen jongeren militair waren geoefend en met wapens konden omgaan.

De Japanse capitulatie op 15 augustus 1945 als gevolg van het afwerpen van twee atoombommen, kwam volstrekt onverwacht. De Japanners werden door het geallieerde opperbevel verantwoordelijk gehouden voor de handhaving van orde en rust in de door hen bezette gebieden. Het Japanse leger besloot daarop tot een snelle en gedwongen ontwapening van de Peta. Dit vond plaats in een bliksemactie op 18 en 19 augustus 1945. Onder grote druk van de Indonesische jongerenorganisaties riep Soekarno op 17 augustus 1945 de onafhankelijkheid van Indonesië uit. Door de ontwapening van de Peta echter miste de jonge republiek een machtsmiddel om zelf orde en rust te handhaven.

 

10897271482?profile=original

 

 

Foto- Groep revolutionairen

 

 

 

Terecht vreesden de Japanners, dat dit hen in conflict zou brengen met de net onafhankelijk geworden Indonesiërs. En het Japanse opperbevel op Java besloot daarom over te gaan tot zelfinternering buiten de steden, in 14 gezonde bergoorden met veel voedsel. Daardoor ontstond er vanaf 1 september geleidelijk een machts-vacuum, dat niet door de geallieerde troepen werd opgevuld. Hierdoor bleef de Japanse militaire organisatie, ondanks de capitulatie, intact. Alleen al op Java waren er zelfs nog 70.000 goedbewapende en gedisciplineerde Japanse militairen. Tot eind september konden zij de Indonesische revolutie gewelddadig onderdrukken. Het moreel bleef goed; zo zijn er maar ongeveer 600 Japanners naar de Indonesische zijde gedeserteerd. Waar bleven de geallieerden?

Britten en Nederlanders

Na de capitulatie in 1942 werd het Nederlands-Indische territoir door de geallieerden opgedeeld in door hen gecreëerde bevelsgebieden. Sumatra werd vanwege de ligging vlakbij Malakka ingedeeld bij het Britse SEAC (South-East Asia Command) onder admiraal Mountbatton. Deze had zijn basis in Brits-Indië. Java, Borneo en de Grote Oost werden ingedeeld bij het Amerikaanse SWPA (South-West Pacific Aeria) onder generaal MacArthur, die zijn hoofdkwartier had in Australië. Deze generaal veroverde in 1944 West Nieuw-Guinea, het eiland Morotai en vervolgend de Filippijnen. Zijn plan was om in 1945 vanuit de Filippijnen de olievelden van Tarakan en Balikpapan te heroveren en van daaruit in Oost Java te landen. Dit heette het PLAN-MONTCLAIR. In Amerika echter ontstond bij de vakbonden veel commotie over het uitzicht dat Amerikaanse soldaten zouden sneuvelen bij de herovering van Europese koloniale gebieden. President Roosevelt besloot toen vlak voor zijn dood om geen Amerikaanse eenheden in te zetten bij de herovering van Britse en Nederlandse koloniën. Zijn opvolger, Truman, zette deze lijn voort. Tijdens de Conferentie van Potsdam in juli 1945, werd besloten dat Java zou vallen onder het Britse SEAC.  Australische troepen hadden inmiddels een deel van MONTCLAIR uitgevoerd, door de bezetting van Tarakan en Balikpapan.

 

10897271860?profile=originalDe overdracht van Java aan SEAC zou plaatsvinden op 15 augustus 1945 (!). De Nederlandse regering in Londen en later in Den Haag steunde dit plan voor herverdeling. De Koninklijke Marine onder Vice-Admiraal Helfrich was uitgeweken naar Ceylon, waar Mountbatton zijn hoofdkwartier had. De Nederlands-Indische regering onder Van Mook was met een deel van de staf van het KNIL uitgeweken naar Australië, waar in Brisbane de Amerikaanse generaal MacArthur zijn

HQ had. Van Mook wist dat de Amerikanen veel meer manschappen en materieel hadden dan de Britten. Hij verzette zich tevergeefs tegen de overdracht. Hij bleek echter wel gelijk te hebben: de Britten in SEAC hadden slechts zes divisies beschikbaar, die primair werden ingezet bij de bezetting van de Britse gebieden: Malakka, Singapore, Brits Noord-Borneo en Hongkong. Voor de bezetting van Java en Sumatra was er maar één divisie beschikbaar. Hierbij kwam ook nog dat ze onvoldoende scheepsruimte voor handen hadden om deze te vervoeren. De eerste eenheden van deze divisie zouden pas op 29 september, zes weken na de capitulatie van Japan, voet aan wal zetten in Java.

Het KNIL had in Australië twee bataljons geformeerd, die werden ingezet met de Australiërs bij de herovering van Tarakan en Balikpapan. Krijgsgevangen KNIL militairen waren verspreid over Siam, Indo-China en Japan. De 9000 KNIL-militairen in Japan werden door de Amerikanen afgevoerd naar Manilla op de Filippijnen en vandaar met Britse vliegkampschepen vervoerd naar Balikpapan. Admiraal Helfrich, die met enkele marineschepen op 15 september in Batavia arriveerde, besloot daarop om de KNIL-bataljons over te brengen naar Batavia. Daar was echter slechts één transport-eskadron voor beschikbaar. Op 29 september 1945 landde de Britse bevelhebber Generaal Christison in Batavia, die onmiddellijk alle verdere transporten verbood. Het Nederlandse Bestuur ontbeerde daardoor een effectief machtsmiddel en werd daardoor geheel afhankelijk van de Britse militaire inzet voor het weer in handen krijgen van de kolonie.

 

10897272055?profile=originalfoto- Deze tekening geeft de dreiging van de Bersiap goed weer. De trompetbloemen (links) zijn symbolen voor de dood. De put daaronder verwijst daar waarschijnlijk ook naar, omdat veel slachtoffers in hun eigen waterput geworpen werden. (Tekening in bezit van Museum Bronbeek)

 

 

 

 

Het gezagsvacuüm was inmiddels door de jonge Republiek opgevuld. Die nam alle hoge posten over van de Japanners en formeerde een regering en een voorlopig parlement in Batavia. Ondertussen gingen de Japanse interneringskampen  open en de Nederlandse mannen en jongens gingen op zoek naar hun vrouwen, moeders en zussen in vaak heel andere kampen. Hen werd geen strobreed in de weg gelegd. Vooral   de oudere Indonesiërs hadden medelijden en voorzagen hen van wat voedsel en treinkaartjes. Tot midden september konden de ex-geïnterneerden zonder problemen door Java reizen.

De ontwapende Peta-bataljons gingen zich hergroeperen onder hun commandanten. Ze hadden echter geen wapens. Het probleem was het vinden ervan en daartoe werden Japanse patrouilles overvallen. Dit leidde tot een versnelde terugtrekking van de Japanners uit de bergoorden. Sommige geïsoleerde Japanse eenheden werden gedwongen om hun wapens af te staan. Ook de jongeren, de Pemuda begonnen zich te roeren. Zij bewapenden zich met primitieve wapens, zoals speren (bambu runcing) en kapmessen (goloks). Tegen gewapende militairen waren zij geen partij, maar voor ongewapende burgers waren zij dodelijk. Hun wraak betrof nu de buiten de kampen verblijvende Indo-Europeanen, die zich tijdens de Japanse bezetting afzijdig hadden gehouden van de nationalistische bewegingen en uitkeken naar de terugkomst van de geallieerden. Indo-jongeren en de weggelopen jongens uit de kampen vormden onder leiding van oudere Ambonese ex-KNIL militairen strijd-groepen, die het voor de bedreigde Indo’s opnamen. In Batavia en Bandoeng ontstonden de eerste straatgevechten en de spanning begon op te lopen.

Bij zijn aankomst in Batavia gaf generaal Christison een pers-conferentie, waarin hij aangaf samen te werken met de Indonesische bestuurders in het handhaven van de orde. De Japanse legertop gaf daarop de Japanse garnizoenen toestemming om wapens af te geven aan de Indonesische politie, die deze weer doorsluisde naar de Peta-bataljons. In Soerabaja vielen de Japanse arsenalen geheel in handen van de Nationalisten, inclusief zware wapens zoals tanks en artillerie. De bataljons van het Indonesische leger, de Tentara Repoeblik Indonesia (TRI), in Oost en Midden Java werden hiermee bewapend.

De komst van de Britten verliep door de transportproblemen zeer traag. Vanaf Batavia werden Buitenzorg en Bandoeng pas in de loop van oktober 1945 bezet; Semarang en Soerabaja kwamen pas eind oktober aan de beurt. Zij bepaalden zich slechts tot de bezetting van deze vijf steden, de zogenaamde Key-Areas.Daarbuiten heersten de TRI en de Pemuda’s. Verder bleken de meeste Brits-Indische soldaten niet gemotiveerd. De oorlog was immers afgelopen en zij   wilden naar huis. En zeker niet sneuvelen voor een andere westerse mogendheid, Nederland. Brits-Indië was bovendien door de Engelse na-oorlogse regering van Attlee de onafhankelijkheid beloofd in 1947. 

 

 

Foto-  10897271274?profile=originalDuidelijke taal: wandposter in Batavia.

Ondanks dat er moord en plundering onder hun neus plaatsvond, grepen zij niet in. Dit verhoogde de chaos alleen maar. In twee steden wachtten de Japanse bevelhebbers de komst van de Britten niet af, maar veegden ze hun eigen straatje schoon van de Pemuda’s. Dit gebeurde in Bandoeng onder generaal Mabuchi op 10 oktober en in Semarang onder majoor Kido op 17 oktober. In Soerabaja daarentegen ontwapende de TRI de Japanners en interneerden hen. Hierdoor was de stad vanaf 10 oktober geheel in Indonesische handen.

Begin oktober kondigde de regering van Indonesië een voedselboycot af tegen alle buiten het interneringskamp verblijvende Europeanen, waarvan de meesten Indo-Europeanen. Dit was voor de Pemuda’s het startsein om gewelddadig op te treden tegen deze Indo’s. De Indonesische regering voorzag een bloedbad en vreesde voor haar internationale reputatie. Besloten werd daarom, de in haar ogen potentiële “vijfde colonne” van de Indo-Europeanen uit te schakelen.  Hiertoe werden de mannen en jongens van deze groep opgesloten. Op 4 oktober ging een bevel naar de directeuren van alle gevangnissen op Java, dat de gevangenissen voor of op

10 oktober leeg moesten zijn. De merendeels criminele gevangenen werden door dit bevel in vrijheid gesteld.

Rond 10 oktober begint spontaan het min of meer systematisch vermoorden van weerloze Indo-Europese vrouwen en kinderen. Op West Java gebeurt dit in Depok, in Midden Java in Brebes, Slawi en Tegal en in Oost Java in Toempang iets ten oosten van Malang. De moorden werden gepleegd door de Pemuda benden en waren van hogerhand niet gecoördineerd. Het waren plaatselijke acties. Wel ging de Indonesische regering diezelfde tijd over tot het arresteren van Indo-Europese mannen en jongens. Het bevel hiertoe ging naar de regionale en plaatselijke politiecommandanten en werd systematisch uitgevoerd. Er waren lijsten aangelegd van betrokken personen. De politie arresteerde alle mannen en jongens boven de 14 jaar en voerde ze af naar de lege gevangenissen. Dit gebeurde bepaald niet zachtzinnig. In Soerabaja liep deze  arrestatie zelfs geheel uit de hand. Op “Bloedige Maandag”, 15 oktober, 

werden vele tientallen mannen en jongens vermoord in de Simpang-Club. De overigen moesten spitsroeden lopen op weg naar de Kalisosok gevangenis, waar 2400 mannen en jongens onder de verschrikkelijkste toestanden  werden vastgehouden. Vrijwel alle Indo-Europese mannen en jongens werden aldus tussen 14 en 18 oktober opgepakt en opgesloten. In sommige gevangenissen bezweken ze in grote aantallen. In dat opzicht waren de Pledang gevangenis in Buitenzorg en die in Kuningan, Tjiandjoer, Pekalongan. Solo en Pasoeroean zeer berucht.

Deze arrestaties verergerden het probleem van de weerloze vrouwen en kinderen die nu onbeschermd achterbleven. De Indonesische regering vreesde terecht voor haar internationale reputatie en beval daarop de plaatselijke politie om oom deze groep te arresteren voor haar eigen veiligheid. Probleem was echter dat de gevangenissen al vol zaten. Er werd daarom op lokaal niveau geïmproviseerd door onbewoonde villa’s, leegstaande scholen. kloosters

plantageloodsen en suikerfabrieken provisorisch van prikkeldraad te voorzien en hierin de vrouwen en kinderen te proppen. Dit laatste moet vooral letterlijk genomen worden, want villa’s met vijftig tot honderd vrouwen en kinderen waren de norm.

Bij deze overbrengingen verloren de betrokken gezinnen vrijwel alle bezittingen en bezaten ze nagenoeg uitsluitend de kleren die ze aan hadden. Ook al was de internering voor hun eigen veiligheid, ook voor deze groep gebeurde het niet bepaald zachtzinnig. Velen die dit meemaakten, hebben aan dit opbrengen en het leven in deze verschrikkelijke kampen traumatische herinneringen. Eind november waren er in het Indonesisch Republikeins territorium ongeveer 50.000 Indo-Europeanen geïnterneerd.

 

In het aprilnummer van deze Nieuwsbrief volgt het laatste deel van deze artikelenserie over De Bersiap

Met dank aan N.I.C.C. en Herman Bussemaker

 

 10897264495?profile=original

 

 

 

Lees verder…

Is de Indische Cultuur, nog actuee

10897241679?profile=originalIs de Indische Cultuur, nog actueel?

Zo rond 1950 kwamen de eerste Indische mensen naar Nederland, terwijl ER nog een deel in Indonesië is achtergebleven.

Vele families werden op die manier van elkaar verwijderd, de een in Indonesië en de ander, of de anderen, over de hele wereld verspreid,  het grootste deel  naar Nederland.

Het ligt voor de hand, immers de meesten van ons zijn Nederlands opgevoed en hebben Nederlandse voorouders.

Hoe zit het Dan met het door geven van de culturen die Indische mensen vanuit Hun ouderlijke omgeving hebben meegekregen? Het zo vaag als je zegt, de Indische cultuur.

Is dat voor het grote deel de Indonesische Kant, of de Nederlandse Kant?

Wij ontkomen ER niet aan, wij zijn kinderen van twee, soms meerdere culturen. Zo zijn wij geworden wat wij zijn, althans tot nu toe.

De eerste, tweede en derde generaties hebben de Indische cultuur meegekregen en dragen die in zich mee, ze zijn niet alleen zichtbaar Indisch maar ook qua gewoontes en mentaliteit. Een Indisch mens, zowel blank of getint, herken je aan zijn gedrag in onze samenleving. Onmiskenbaar gewoon, alleen al de kenmerkende bescheidenheid die vaak een negatieve rol speelt als het betreft, de eigen belangen in deze blanke maatschappij, die vooral mondig is en minder bescheiden, ja zelfs brutaal.

Iets wat bij de meeste Indische mensen wordt en werd ervaren als onbeschoft, onfatsoenlijk en onrespectvol.

Hoe zit het Dan met het cultuurgedeelte van de Europese Kant in ons Indische mensen? Immers, wij stammen voor de helft af van Europeanen, waaronder Nederlanders die toch goed gebekt zijn, zeker als het betreft naar de Indonesische bevolking. Er kwamen vaak conflicten puur door de verscheidenheid van de twee culturen, de Nederlandse, brutaal en grof als het betreft in de communicatie en aan de andere Kant de bescheiden Indonesiër die van huis uit niet zo gebekt is en eerst respectvol de andere benadert alvorens tot een vrije omgang te komen.

Dat zet kwaad bloed en menig conflict is om die reden, want je krijgt niets voor elkaar zonder dwang, als je de Indonesiër onrespectvol behandelt, dat wil zeggen met de verregaande eerbied voor diegene die je ontmoet.

Tja, en Dan nu bij ons, Indo’s, van wie nemen wij het grotere deel van de beide culturen over?

Je raad het nooit, van beide evenveel, de ene Kant zeer beleeft en bescheiden en aan de andere Kant grote monden. Het benadrukken van jouw eigen IK.

Zeg i het goed zo? I kan het mis hebben, maar in die Lange tijd dat i ook Indo ben, probeer i mijzelf, en andere Indo’s te analyseren op dit gebied. I merk in mijzelf de innerlijke beschaafdheid van mijn Aziatische Kant, maar ook de arrogante en eenzelvige Kant van de Europeaan.

Hoe moet i daarmee leven? Gewoon door het instinct wat mij doet aanpassen al naar gelang i personen tegenkom.

Wat als je toevallig stiefouders hebt gehad, en wel van verschillende nationaliteiten? Hoe zit dat als je eerst een Hollandse vader hebt gehad die zijn eigen cultuur in huis de overhand heeft laten gelden, en Dan bijvoorbeeld een Franse stiefvader die Dan op zijn beurt zijn cultuur inbrengt? Je bent nog net niet volwassen en ook nog net niet te Klein om je zijn eigen gedragseigen schappen tot je te laten komen?

Indo ruwet, zal i maar zeggen. To be Ruwet tor not to be, that’s the question zou voor een ieder van ons kunnen gelden.

I gooi altijd de bekende knuppel in een of ander hoederhok, het stemt misschien tot nadenken, of niet. Menigeen voelt zich vaak in zijn of haar kruis getast, wat niet mijn bedoelingen zijn, want ook i heb de Indische cultuur in me, i ben kuis opgevoed en iemand in zijn of haar kruis tasten mag je alleen maar met toestemming van de ander.

Is onze cultuur nou voor ons wel zo waardevol? Beseffen wij dat onze cultuur voor onze identiteit zo belangrijk is, ook om door te geven? Dat doen andere vreemde culturen die in dit land zijn gekomen ook. Sterker nog, die culturen zijn nadrukkelijk en zeer opvallend bezig.

Waarom zij wel en wij niet?

Het antwoord ligt bij ons, het is niet onze eigenschap om je zo nadrukkelijk te manifesteren toch? Of….toch wel via aan andere weg? Namelijk de weg van de stille maar wel opvallende integratie.

Hoezo niet nadrukkelijk aanwezig? I noem een paar kenmerken van onze aanwezigheid in dit land, zoals, wat dacht u van de Indonesische keuken wat algemeen goed  in dit land is geworden? De kroepoek oedang, de saté’, de Indische winkels en Dan ook nog, wat dacht u van onze muziek inbreng? Om maar niet te noemen de vele kumpulans en pasars waar men in ons land het Indische nadrukkelijk aanwezig mee openbaart.

Wij dragen geen hoofddoeken om onze cultuur waarden zichtbaar te maken, wij spreken Nederlands en onze geloofbelijdenis gebeurt binnens huis, geen moskeeën, ook geen landsgebruiken zoals het dragen van s’lands kledij.

Bij ons geen vrouwen die gesluierd moeten lopen, allemaal niet erg, maar wel nadrukkelijk in onze Hollandse samenleving aanwezig. Om maar niet te spreken van alle Arabische benamingen en geschriften die men hier zo gewoon vindt, bij de dokter, bij de apotheek, bij de diverse openbare diensten, ja, zelfs op TV heeft men een eigen zendtijd.

Waarom wij niet die goed beschouwd ook vreemdelingen zijn in dit land met een andere (tweezijdige )cultuur.

Wij hebben geen zendtijd en wij worden niet echt serieus genomen als vreemdelingen in dit land, alleen als het op onze eigen belangen en rechten aan komt, dan ben je ineens Nederlander.

Komt het nou JUIST omdat er een deel van de Hollandse cultuur in ons zit en wij voor een DEEL Europees zijn met voor de Europeaan herkenbare cultuur overeenkomsten? Wij spreken de taal, kennen het land van kinds af aan en gedragen ons gedeeltelijk Nederlands, met een aantekening mijnerzijds, ook echt Indisch.

In onze cultuur zitten vele eigenschappen van diverse nationaliteiten, maar ook een gemeenschappelijke factor. Namelijk het in stand houden van de kolonie en het manoeuvreren tussen twee bevolkingsgroepen, de Nederlandse en daartegenover de Indonesische, beide met andere belangen. Het ertussen zitten is ook een deel van onze cultuur geworden, het heeft ons de mogelijkheid gegeven om ons stil te assimileren.

Onze cultuur is ook, weten te overleven, aanpassen en schikken. Het heeft veel leed en strijd gekost, veel innerlijke verdeeldheid, want wie is belangrijker vader of moeder? Misschien is het zelfs de bron van onze innerlijke onzekerheid in ons leven.

Is het waard om deze (Onze) cultuur eigenschappen door te geven en in stand te houden aan de volgende generaties? Generaties die hoe langer hoe verder verwijderd raken van onze cultuur?

Ik denk van wel, want met onze cultuur die ook onze identiteit kenmerkt, tekent zich ook een geschiedenis af, een geschiedenis van een volk met twee culturen die zich vele offers heeft moeten getroosten, de offers van het keer op keer weer opnieuw moeten beginnen. Opnieuw omdat onze twee ouders, de Indonesische en Hollandse, totaal twee vreemden blijken te zijn en daardoor in conflict kwamen met alle nare gevolgen van dien.

Opnieuw beginnen als kind van de rekening van de twee culturen die wij in ons meedragen.

Ik denk persoonlijk, maar wie ben ik, dat het waardevol is om onze Indische cultuur actueel te houden, zeker gezien de geschiedenis van ons.

Overdenkingen van Albert van Prehn (ICM Moderator) 

Lees verder…

Indisch drama in Bilthoven

Een Indisch drama in Bilthoven

Bronvermelding de Javapost .Geplaatst  door buitenzorg

Talrijk zijn de momenten waarop Nederlanders zich moeten hebben afgevraagd hoe om te gaan met de culturele ´eigenaardigheden´ van de Indonesiërs. Voor degenen die in Nederlands-Indië woonden was dit misschien een alledaagse vraag, – ook in het vaderland kreeg men er zo af en toe mee te maken. Zelden echter zullen die cultuurverschillen zó zeer gespreksonderwerp zijn geweest als in het geval van het ´Indisch drama van Bilthoven´.

bilthoven-villa.jpg?w=204&h=295

In een keurige witte villa...

Op vrijdag 30 januari 1931 berichtten de persbureaus van een ´afschuwelijk drama´ en een ´vreeselijke moord´ in een buitenwijk van de Nederlandse gemeente Bilthoven. Daar, in een keurige witte villa, woonde de Indonesische familie Soeparwi.
De heer Soeparwi (38), voorheen regeringsambtenaar in Pati op Java, was samen met zijn jonge vrouw, hun beide kleine kinderen en een Indonesische huisbediende, in 1928 naar Nederland gekomen. Uit veertig kandidaten was hij ´op grond van zijn buitengewoon intellectuele aanleg´gekozen om in aanmerking te komen voor regeringssteun bij een studie diergeneeskunde. Aanvankelijk woonde het gezin in Utrecht, een jaar later verhuisde het naar Bilthoven.  

´Een geval van geweldpleging´

Op die bewuste dag – hij was die dag in Utrecht geweest om de uitslag van een examen op te halen – kwam de heer Soeparwi ´s middags om een uur of drie thuis. Hij was in een opperbeste stemming, want de uitslag van zijn examen was boven verwachting. Zijn studie was bijna afgerond.
Toen hij de sleutel in het slot van de voordeur stak, merkte hij dat de deur nog op het nachtslot zat. Omgelopen merkte hij aan de achterzijde van het huis een sterke gaslucht. Ongerust over wat gebeurd zou kunnen zijn, opende hij nu de keukendeur.
De volgende momenten laten zich slecht omschrijven. Voor Soeparwi waren ze beslissend voor de rest van zijn leven. Op de grond van de keuken lag de 24-jarige bediende Sono bewusteloos op de grond met een gasslang naast hem. Soeparwi liep de trap op naar de slaapkamer en trof daar de deur op slot. Vertwijfeld wegens de vele bloedsporen die hij zag, rende hij nu naar een buurman om diens hulp in te roepen. Enkele minuten later trapten ze de deur open en vonden in de slaapkamer, in een bloedplas, niet alleen het lijk van mevrouw Soeparwi, geboren Soeminah raden Roro (25), maar ook dat van de beide zoontjes Soebagio (4) en Soebroto (3). Uit alles bleek dat een heftige worsteling had plaatsgevonden. Het behang zat onder het bloed.

´Van sommige zijden wordt vermoed, dat het hier een geval van geweldpleging betreft´, berichtte het Nieuwsblad van het Noorden de dag daarna nog wel érg voorzichtig. ´Voor de echtgenoot, die bij buren voorlopig een gastvrij onderdak heeft gevonden, is de toestand ontzettend. Zelf heeft hij om bewaking verzocht, omdat hij niet voor zijn eigen daden durft in te staan nu hij eensklaps van zijn hele gezin is beroofd. Op zijn verzoek heeft men de Minister van Koloniën met het gebeurde in kennis gesteld.´

De bediende Sono werd bij bewustzijn gebracht, en een dag later kon de pers al melden dat de man een volledige bekentenis had afgelegd. Als motief voor zijn handelen gaf hij op dat hij zich de laatste tijd gegriefd voelde, omdat de familie minder vriendelijk tegen hem was dan vroeger. In een opwelling had hij eerst mevrouw Soeparwi en de kinderen met messteken gedood, en vervolgens geprobeerd zichzelf van kant te maken.

Een bijzondere begrafenis

bilthoven_algemene-begraafplaats.jpg?w=300&h=222

Algemene begraafplaats

Woensdagmiddag 4 februari 1931 werden mevrouw Soeparwi en haar beide zoontjes begraven op de Algemene Begraafplaats te Bilthoven. ´Voor de gelegenheid waren de graven langs het pad gemaakt en wel zóó, dat de ontslapenen met het aangezicht naar het Zuid-Oosten gewend kwamen te liggen, een usance, waaraan Oostersche volkeren zéér gehecht zijn.´
Om de drie door Justitie verzegelde baren, bedekt met sarongs en bloemen, verzamelden zich in het koepelgebouw van de begraafplaats een groot aantal Indonesische studenten van universiteiten uit het hele land, vrienden, bekenden en enkele hoogwaardigheidsbekleders. Na een toespraak van de burgemeester van De Bilt droegen de studenten de baren naar hun rustplaats. ´Buiten, op het kerkhof, waar de eerste witte sneeuw tussen de sparren en dennen dwarrelde, alwaar de Noordenwind ze had losgelaten, stonden honderden belangstellenden in de lanen geschaard om de ontslapenen een laatste groet te brengen.´
Soeparwi, hevig geëmotioneerd, sprak een afscheidswoord waarin hij liet weten dat hij later – wanneer Justitie hiervoor toestemming zou verlenen – zijn vrouw en kinderen naar Indië wilde laten overbrengen, ´naar de aarde die hun zo lief is, en waar de palmen ruisen´. Na toespraken van vertegenwoordigers van de universiteit, waarvan één, van professor Pryohotoma, in het Javaans, werd de bijeenkomst beëindigd met ´Mohammedaansch-Arabisch´gezang en gebed.

De rechtzaak

bilthoven-begrafenis2.jpg?w=281&h=300

Begrafenis mw. Soeparwi en haar kinderen

Twee maanden later diende in de Utrechtse rechtbank de zaak tegen ´den inlandsche bediende´ Sono. De publieke tribune zat vol.
Getuige-deskundige dr. Schouten van het ´psychopaten-asiel´ te Leiden verklaarde dat de verdachte weliswaar toerekeningsvatbaar moest worden geacht, maar in mindere mate ´op grond van het feit dat het hier een inlander betreft´. Volgens deze deskundige waren gepleegde misdaden ´typisch inlands´. ´Een inlander´, zei hij, ´reageert heel anders dan een Europeaan; de inlander is wreed van nature.´ Wél was het zo dat een inlander zijn meester normaal gesproken niet doodt, echter, omdat het hier een vrouw betrof, en ook nog een vrouw die heel vriendelijk voor hem was, was hier geen sprake geweest van een gebruikelijke situatie.

Soeparwo verklaarde dat zijn vrouw aan Sono beloofd had om deze Nederlands te leren. Of het wáár was dat zij niet altijd aan deze belofte gevolg gaf – hetgeen Sono boos zou hebben gemaakt – daarover kon hij niets zeggen. Hij had ze in ieder geval meerdere keren onderling Nederlands horen spreken.
Een meubelmaker uit Bilthoven meldde dat hij met Sono bevriend was, en dat ze samen voetbalden. Sono was in ieder geval niet verstoken van sociale contacten in het dorp.
Een boterhandelaar verklaarde dat hij ´s morgens nog om half tien aan de deur was geweest bij het huis van de familie S., maar dat niemand daar had opengedaan. Een andere getuige, de visboer, was om een uur of elf hetzelfde overkomen.

Het verhoor van verdachte

De president, mr. Van der Meulen, begon daarop met het verhoor van de verdachte. Op een vraag of mevrouw Soeparwi hem de dag van de moord onvriendelijk had geantwoord, zei Sono dat dit het geval was geweest. Verdachte had gevraagd Nederlands met hem te spreken, hetgeen was geweigerd. Toen was hem de gedachte opgekomen haar te doden. Toen hij met een mes op haar instak, kwamen de kinderen in de kamer.
President: ´Hebt u toen ook de kinderen gestoken?´
Verdachte: ´Ja, meneer de president. Ik was aan het steken, maar niet met de bedoeling te doden. Ik was mijn verstand kwijt.´
Sono vervolgde door te zeggen dat hij al drie dagen niet op zijn gemak was door de uitbarsting van de Merapi. Hij kon niet rustig meer werken en verlangde naar zijn familie. ´En toen kreeg ik óók nog standjes´ aldus verdachte, ´omdat ik een fout had gemaakt bij het leggen van een traploper´.  Uit het verdere verhoor bleek dat ook nog sprake was geweest van verwijten over een gebroken glas, enkele dagen tevoren.
De officier van justitie had op dit moment wel genoeg gehoord en eiste 20 jaar gevangenisstraf. Er was dan misschien niet duidelijk sprake van moord met voorbedachte rade, toch op zijn minst van drie maal doodslag.

merapi_december-1930.jpg?w=300&h=290

Merapi, december 1930

Vervolgens was het woord aan mr. Van der Bruggen, Sono´s advocaat. Hij schilderde met verve de moeilijke situatie van verdachte:
´Men moet zich de positie van de inlander in Holland indenken om dit drama te begrijpen. Een inlander is fijnbesnaard, en al kon verdachte Nederlands spreken, toch kon hij met zijn moeilijkheden niet bij Europeanen terecht. Als een inlander naar zijn gevoelen onrechtmatig wordt behandeld, neemt hij ontslag. Maar Sono wilde vóór alles Nederlands leren. In Indië had hij al een betrekking van dorpsschrijver moeten laten lopen omdat hij geen Nederlands kende. Mevrouw Soeparwi kwam hem niet tegemoet in zijn verlangen om onze taal te leren en meneer Soeparwi sprak altijd Javaans met hem.´
Het laatste woord was aan verdachte zélf. Deze liet hierop weten liever ter dood te worden veroordeeld dan een gevangenisstraf te krijgen.

Twee weken later volgde de uitspraak. De rechtbank veroordeelde Sono tot 12 jaar gevangenisstraf, overwegende dat niet was bewezen dat sprake was van voorbedachte rade, echter ook dat verdachte toerekeningsvatbaar moest worden geacht en dat hij drie maal doodslag had gepleegd. Bij de strafmaat werd wel rekening gehouden met het feit dat sprake was geweest van een ´afzondering in een vreemd land, ver van zijn familie, die een gemoedstoestand hadden doen ontstaan die impulsief handelen bevorderde´. Tevens was rekening gehouden met de jeugdige leeftijd van verdachte, zijn blanco strafregister en het feit dat degenen die hem kenden vol lof over hem spraken.
Toen het vonnis middels een tolk aan Sono kenbaar was gemaakt liet deze weten in hoger beroep te zullen gaan.

Het hoger beroep

De herbeoordeling vond plaats een maand later, door het Amsterdams gerechtshof. Een van de vornaamste redenen voor dit beroep, zo lezen we in de pers, was het feit dat een ervaren psychiater – bedoeld werd dr. Schouten – had verklaard dat de man op het moment van zijn daad niet volkomen toerekeningsvatbaar moest worden geacht. Ook de officier van justitie was in hoger beroep gegaan.   
´Het Vaderland´ doet hier bericht voor ons: ´de belangstelling van de zijde van het publiek was weer groot, hoewel wij, in tegenstelling tot de zitting in Utrecht, geen dames op de tribune zagen´.
Verdachte werd omschreven als een ´klein, lichtgebruind type met een jong niet onvriendelijk gezicht´. De eerste vragen beantwoordde hij in het Nederlands; vervolgd werd door tussenkomst van een tolk. Als motief gaf Sono op dat mevrouw Soeparwi hem beloofd had Nederlands te zullen leren, en dat zij haar belofte niet had gehouden.
De president merkte op, dat verdachte toch Nederlands kende; hij had zojuist behoorlijk antwoord gegeven in die taal. Verdachte liet weten echter méér te willen leren.

bilthoven-krantenbericht-hoger-beroep.jpg?w=300&h=300

Knipsel uitslag hoger beroep

Ook dr. Schouten werd opnieuw gehoord. Hij liet weten een tijd in Indië te zijn geweest en daarom van het een en ander af te weten. Het was zéér goed mogelijk dat dat verdachte een reeks van verschrikkelijke moorden had begaan om een kleinigheid. Sono zich te kort voelde gedaan; ook de ramp van de Merapi – verdachte kwam uit die buurt – trok hij zich zeer aan. Alles was slechts het gevolg van een depressietoestand.
Gehoord de getuigen en alle ´nieuwe´ informatie in overweging genomen, vernietigde het Gerechtshof hierop het Utrechtse vonnis en veroordeelde Sono tot een gevangenisstraf van tien jaren.

Nawoord

Wie de dagbladpers over deze zaak bestudeert, kan niet anders dan tot de conclusie komen dat het publiek moeite moet hebben gehad met het wel zeer milde vonnis en de overwegingen. Het begrip ´ontoerekeningsvatbaar´ was bekend en werd met regelmaat gebruikt in de Nederlandse rechtspleging. Híer echter werd voortdurend verwezen naar iets wat onbekend was of – op zijn minst – niet werd begrepen. Voor de gemiddelde krantenlezer waren verwijten over een gebroken glas, een slecht neergelegde traploper en een niet-gegeven Nederlandse les natuurlijk onvoldoende om te kunnen vatten waarom de man drie moorden had gepleegd. De juridische uitleg, vol van verwijzingen naar sociaal isolement, adat en de Merapi, zal dan ook verbazing hebben gewekt.

Van de hoofdrolspelers in dit drama is ons weinig meer bekend. Soeparwi vertrok een jaar na het gebeurde naar Nederlands-Indië, met medeneming van de stoffelijke resten van zijn echtgenote en kinderen.
Sono zou op basis van de hem opgelegde straf, en rekening houdende met eventueel een strafvermindering op basis van goed gedrag, in detentie moeten hebben verbleven tot 1938, 1939. We zijn zijn naam echter niet meer tegengekomen op passagierslijsten van boten die naar Indië voeren, en weten dus niet óf en wanneer hij naar zijn land is teruggekeerd.      
De bevolking van Bilthoven, tenslotte, had nog jarenlang gespreksstof.

Lees verder…

kind uit Tjideng

10897248675?profile=originalEen kind in Tjideng

Bron Java Post
Posted on 24 november 2011 by buitenzorg

Door Gerard Samson

 

Het vrouwenkamp Tjideng in Batavia was een nog geen vierkante kilometer grote stadswijk, met vrij goede huizen waar meestal Nederlanders woonden. Het was omheind met een twee meter hoge, dicht gevlochten bamboehek waar je niet doorheen kon kijken. Op de hoek van de kampingang stond een grote villa, waar het Japanse kampleidingkantoor gevestigd was.

Gerard Samson (1947)

Aanvankelijk waren de regels in het kamp nog niet zo streng, maar dat werd in de loop van de tijd erger. Het meest vervelende waren de appels iedere morgen en avond, waarvoor duizenden mensen moesten aantreden om weer eens geteld te worden. Het begon met een absurd en vernederend ritueel, het diep buigen voor de commandant. Dit bestond uit vier commando’s, eerst Koitsekeh = in de houding, dan Kereh = buigen, daarnaNaoreh = oprichten en tot slot Yasumeh = op de plaats rust. Het commando Kereh was héél belangrijk, er moest namelijk héél diep gebogen worden. Wanneer men zo voorovergebogen stond, liepen een aantal Japanners langs de rijen om er op toe te zien dat men diep genoeg boog. Was dit niet het geval, dan werden er klappen uitgedeeld. Ik ben er van overtuigd, dat hier de basis is gelegd voor mijn diepgewortelde afschuw voor alles wat autoritair op mij overkomt.  

Telproblemen

Het tellen van de geïnterneerden had wel iets komisch. Als er rijtjes van vier waren gaf het minder problemen op, bijvoorbeeld tien rijtjes van vier is veertig, maar als er één geïnterneerde niet kwam opdagen, dan kreeg je negen rijtjes van vier en één rijtje van drie; dan was de ellende niet te overzien! Het gerucht ging, dat Japanners alleen in groepjes van vier konden tellen, en dat 9 x 4 + 3 = 39 dus een absoluut onoverkomelijk mathematisch probleem opleverde. Soms gingen de geïnterneerden op de buitenste rijen staan in de hoop dat het tussenliggende gat niet gezien werd. Dat ging soms goed, maar als de Jap ontdekte dat er iemand niet op zijn plaats stond vielen er klappen. Als het dus geen even getal werd, klopte er volgens de Japanse manier van rekenen iets niet. De verklaringen, dat er mensen in de keuken werkten, ziek thuis of in het ziekenhuis lagen, overleden waren enz. maakte het geheel nog erger, want dan moest ook dát gecontroleerd worden. Wanneer er iemand, ondanks die controle nog steeds ontbrak, moest men het hele kamp door gaan zoeken tot de persoon gevonden was, en als er geen geldige redenen voor de afwezigheid waren, volgde een stevige afranseling.

Zo’n appel kon soms twee à drie uur duren in de warmte. Soms werd de persoon niet gevonden en dan kon het appel tot twaalf uur ’s nachts of nog later duren. We werden dan uiteindelijk, midden in de nacht en geheel uitgeput, naar huis gestuurd met de boodschap dat dit niet ongestraft zou blijven. En de pesterijen waren hiermee niet gedaan, want twee dagen later moest iedereen zich voor de zoveelste maal opnieuw laten registreren. Dit hield in, dat men uren achter elkaar in lange rijen moest staan om zich bij een aan een klein tafeltje zittende Japanner en een Japans sprekende Hollandse gids zich moest aanmelden. Wéér je naam, geboortedatum, geboorteplaats, getrouwd of niet, zo ja, aantal kinderen, nationaliteit, laatste woonplaats enz. enz. en zo ging het maar door tot in alle eeuwigheid.

Moederzorg

10897249269?profile=original

Kamp Tjideng

Het doel van de internering was mogelijke ondergrondse werkzaamheden tegen te gaan en het psychische moreel van de Europeanen volledig te breken. De mensen moesten het gevoel hebben dat er voortdurend duistere, angstaanjagende demonen boven hun hoofden zweefden. Toch was ik, toen toch al tien jaar oud, het mij niet zo bewust. Wij kinderen speelden gewoon door, ook al voelde je dat er iets niet pluis was zonder het onder woorden te kunnen brengen. Onze moeders probeerden ons zoveel mogelijk thuis te houden om ons veel van de ellende om ons heen te besparen, wat niet erg lukte, want je ging er natuurlijk toch wel met vriendjes op uit. Het gekke is dat je als kind wel erge dingen registreert, maar er verder niet bij stil staat en niet direct emotioneel op reageert. Dat zou echter niet zo lang meer duren, want het bewustzijn werd toch wel wat vroeger ontwikkeld.
We zaten nu al weer bijna een jaar in Japans gevangenschap en je begon nu duidelijk verschijnselen van ondervoeding om je heen te zien. De toevoer van voedsel werd steeds schaarser en de mensen steeds magerder. Zelf had ik er niet zo’n last van, want mijn moeder gaf mij bijna haar hele rantsoen eten, iets wat trouwens vele moeders deden.

De komst van Sonei

In april 1944 kregen we een nieuwe Japanse kampcommandant en dit werd voor de kampbewoners het absolute dieptepunt. Deze man zou voor altijd in mijn geheugen gegrift blijven staan. Zijn naam was Kenichi Sonei, door de kampbewoners ´Sunny Boy´ genoemd en beschouwd als de meest onbeschofte, fascistoïde demon en beul die er op twee benen heeft rondgelopen. Hij kwam van een militair krijgsgevangenenkamp en de wildste geruchten over dit fenomeen deden de ronde.
Sonei stond bekend als een Europeanenhater en een zuiplap. Bovendien was hij maanziek, een geestesziekte waarbij toevallen en woeste razernij hem levensgevaarlijk maakten. Bij volle maan bereikten zijn tomeloze woedeaanvallen een climax en sloeg hij alles om zich heen kort en klein.
Een van de dames in ons huis kreeg van al het gedoe schoon genoeg en begon in het geheim een soort ondergrondse beweging. Waarschijnlijk door verraad kwam het de Jap ter ore en werd zij op een dag meegenomen voor verhoor op het kampkantoor. We hebben nooit meer iets van haar gehoord of gezien.

Mijn geboortejaar

Sonei (1946)

Kortom, Sonei regeerde als een tiran en dat hebben mijn moeder en ik van zéér nabij mogen meemaken. Al lang ging er het gerucht, dat alle jongens vanaf tien jaar het kamp zouden moeten verlaten. Als oorzaak werd gegeven, dat er ongewenste seksuele relaties ontstonden tussen de vrouwen en de jongens. Aanvankelijk nam men dit niet zo nauw en dacht men dat het wel weer tot de nu beruchte geruchtenspreiding behoorde. Het noodlot sloeg echter toch toe, er kwam een order dat alle moeders met kinderen van die leeftijd zich om zeven uur ’s ochtends onverwijld moesten melden bij het kampkantoor. Weer lange rijen aan een tafeltje in de tuin van het kantoor met een kaalgeschoren Japanse ambtenaar erachter (alle Japanse militairen waren, van hoog tot laag kaalgeschoren). Naast hem zat een vrij jonge, Hollandse vrouw, die bij Sonei op het kantoor werkte en Japans sprak. Naar verluidt, had zij een relatie met hem. Toen wij aan de beurt waren bleek er iets niet te kloppen. Er was met mijn geboortejaar geknoeid. Het jaartal 1933 was doorgestreept en er naast stond, volgens de laatste registratie, 1934, en dus was ik nog geen tien jaar. De juffrouw vroeg of we even ter zijde wilden gaan staan en wachten. Na een tijdje voegde zich nog een dame met haar zoon bij ons met dezelfde fout. Tegen de middag was de hele stoet afgevinkt, de juffrouw ging even naar binnen en kwam terug met een oudere lijst, waar op stond dat wij in 1933 geboren waren. Ze zei, dat ze er op het ogenblik niets aan kon doen, maar dat Sonei zelf met ons wilde spreken. Onze moeders begonnen nerveus met elkaar te overleggen zonder iets tegen ons te zeggen. Het was inmiddels een uur ´s middags en behoorlijk warm geworden en we zochten een plaats in de schaduw op de voorgalerij van het huis. Ik hoorde wat gestommel in het huis en zag door een raam, dat Sonei zijn handen waste. Hij kwam met de juffrouw naar buiten, keek ons onderzoekend aan, zei wat tegen de juffrouw en stapte op mijn moeder af. Zonder enige omhaal beschuldigde hij mijn moeder van het feit, dat ze bij de laatste registratie de boel had bedonderd en het verkeerde geboortejaar had opgegeven (mijn moeder kennende was dit zeer waarschijnlijk waar). Mijn moeder ontkende dit natuurlijk, maar voor dat ze uitgesproken was kreeg ze een paar enorme harde klappen in het gezicht, waarbij haar bril een aantal meters door de lucht vloog, gelukkig zonder stuk te vallen. Ze bleef echter roerloos op dezelfde plaats staan, wat respect afdwong bij Sunny Boy. Het was van hem bekend dat, als je een stap naar achter doet of omvalt, je zwakheid toont en dan werd je helemaal in elkaar getrapt. Daarna liep hij naar de andere dame en haar zoontje en hetzelfde procédé herhaalde zich daar, doch zij viel op de grond. Met vreselijk gekrijs ontvlamde Sonei in woede en schopte de vrouw met zijn laarzen met veel bruut geweld in het gezicht, maag en onderbuik. De vrouw bleef bewusteloos liggen. Toen wendde hij zich tot ons en zei, dat onze moeders leugenaars waren en dat dit gestraft wordt, opdat het voor ons een leerrijk en waarschuwend voorbeeld mag zijn. Wij stonden zwijgend en bevend naar hem te luisteren en wisten niet wat we zeggen moesten. Sonei ging toen weer naar binnen om zijn handen te wassen. De vrouw begon kreunend weer wat bij te komen en de assistente van Sonei wilde haar overeind helpen, wat ze bestemd afwees, ze vertrouwde die vrouw niet. Mijn moeder hielp haar zo goed als het ging op de been en veegde met haar jurk het bloed van haar gezicht af. Een soldaat kwam naar buiten en beval ons weg te gaan van de voorgalerij en verwees ons naar het erf waar we op een rij in de zon moesten staan. Hij ging weer naar binnen en ik maakte van de gelegenheid snel gebruik om de bril van mijn moeder te pakken en in mijn zak te stoppen.

Angstzweet

Ik stond maar nauwelijks weer op mijn plaats toen Sonei zelf weer even het resultaat van zijn werk kwam bekijken. Waarschijnlijk had hij toch iets zien bewegen, liep resoluut op mij af en nam mij, om mij heen lopend onderzoekend op. Ik beefde van angst en het koude zweet liep mij van het voorhoofd, ondanks dat het zeker 32 graden warm was. Toen hij weer voor me stond keek ik recht in de ogen van deze mefisto, een ware reincarnatie van het absolute kwaad, het schuim der aarde, verenigd in een zieke geest. Voor het eerst van mijn leven ervoer ik, hoe er een diepe haat in mij opkwam en beloofde mijzelf dat, als ik de kans kreeg, hem persoonlijk na de oorlog met duizend kogels te doorzeven. Er gebeurde, geloof ik, nog iets in me. Een raar gevoel ging door mij heen van tja… was het bewustzijn? Was ik ineens tien jaar ouder geworden? Besefte ik nu misschien wél wat oorlog en bezetting betekende en dat we in ellendige omstandigheden verkeerden? En dat in dit soort toestanden mensen als duivels kunnen optreden.
Ook de gemartelde vrouw werd bekeken, maar zij verroerde zich niet en hield zich, met ogenschijnlijk bovenmenselijke krachten onbeweeglijk staande. Even zag het er naar uit dat hij haar nog een paar klappen zou uitdelen, maar misschien verbeelde ik me dat maar. Hij had ook immers zijn handen al gewassen. We moesten tot nader order in de zon blijven staan.
Het was intussen een uur of vier geworden en het was bloedheet. Aan de overkant van de tuin in de schaduw, ongeveer zes meter van ons stond een grote volière met beo’s, die rijkelijk voor onze neus werden gevoerd met vers gekookte rijst, groente en vruchten. Ze hadden al geleerd ´Konichiwa´ te zeggen, wat goedendag of zoiets betekent. Wij kregen helemaal niets, behalve wat water die een Javaanse bediende ons misschien wel zonder toestemming gaf. Om zeven uur ’s avonds werden we door een dienstdoend kaalhoofd weggestuurd. Hoe het met die vrouw en haar zoon verder is afgelopen ben ik nooit te weten gekomen.[i] Mijn moeder had zo te zien de bestraffing redelijk doorstaan.

Op transport

Een week later werd medegedeeld dat alle moeders en zoons die op de lijst stonden de volgende dag om 15.00 uur (uit gegevens die ik later kreeg was dat de 25e februari 1945) bij de uitgang van het kamp moesten staan. Alleen de hoognodige bagage was toegestaan. Daar werden de moeders van de jongens gescheiden, met hartverscheurende taferelen als gevolg. Niemand wist waar we naar toe werden gebracht en wat er met ons ging gebeuren. We werden weer in de bekende rijtjes van vier geplaatst, geteld enz. enz. en blijkbaar werd het een even getal, dus geen rekenkundige problemen. Er werd een soort, voor ons onverstaanbare, commando’s gebruld, waaruit we begrepen dat we naar buiten moesten lopen. De kamppoort ging open en naar schatting 150 jongens tussen de tien en elf jaar marcheerden het kamp uit de wijde en onbekende, boze wereld in, nagehuild door hun vertwijfelde moeders. Het was als een scène uit een onwerkelijke film, die mij mijn hele leven is bijgebleven.

Lees verder…

10897404460?profile=originalEen bizarre onthulling in de Pasar Malam, vervalsing geschiedschrijvinging?

De geschiedenis en de huidige ontwikkelingen van de Pasar Malams in het land zijn in de loop van de 50 jaren onverbrekelijk verbonden met de gevierde journalist/schrijver Tjali Robinson.  Desondanks hij zelf niet de oprichter van de Pasar Malam was, is hij wel altijd een groot promotor geweest, mede door de bekendheid die hij genoot als journalist en schrijver tevens oprichter van de voorloper van Moesson, "Onze Brug" in 1956. Ook bij de TTF weten ze dit, maar geven er nauwelijks ruchtbaarheid aan.

 

De redactie ontving materialen en bronnen Geraldine en Wim familie Mary Bruckel die tot deze onthulling leidde. Zij heeft ook een boek hierover uitgebracht, een herdruk die nu te verkrijgen is bij van Stockum.####)) .

Zonder twijfel was Mary Bruckel degene die het initiatief nam voor de eerste Pasar Malam in 1958 in de Haagse Dierentuin aan de Koningskade (waar nu het Provinciehuis en de Rijkswaterstaat staan). Het vele journalistieke werk echter, heeft zij in vol vertrouwen aan Tjalie Robinson overgelaten. Wellicht dat daardoor Tjali Robinson door het publiek als de oprichter wordt beschouwd. De vraag die nu anno 2011 staat moet de geschiedschrijving niet gecorrigeerd geworden na 53 jaren?  Te meer pasar malam besar in 2008 haar jubileum 50 jaren bestaan vierde. Zo eenvoudig ligt dit niet, dit zal veel implicaties te weeg brengen o.a. alle websites van de pasarorganisatoren zullen dienovereenkomstig aangepast moeten worden. ICM zal bij de dagelijkse promotie en communicatie m.b.t. pasars zich mede hieraan moeten conformeren. De ooit uitgebrachte Sfeer Pasar Malam Online Dvd niet te vergeten, en uiteindelijk ook de pasar geschiedenis. De vraag, wil het publiek het wel?.

Uiteraard is hypocriet dat Tjali het claimt ziende dat nu anno 2011  ICM als Krant ruim 40 pasar malams intensief promoot inclusief live-uitzending vanaf een pasar malam en dan zich de vader van de pasar malams vervolgens noemt. Dat zal bij het pasarpubliek in verkeerde aarde vallen. Anderzijds overigens,  heeft Tjali niet er voor gezorgd dat de pasar juist als een stevig product via de journalistiek weg in de markt is gezet?

Pasar Malam letterlijk vertaald avond markt dat zijn oorsprong vond -vindt in het toenmalige Batavia nu Jakarta.  

Anno 2011-

De pasar malam is een succesvol, en veel gewild gevraagd formule in Nederland die onder de categorie culturele evenementen valt. Vele winkelcentra verruilen nu de braderie -prufferie voor een pasar malam laten de huidige ontwikkelingen zien. Op de avondmarkt wordt het hele palet aan Indisch erfgoed geëtaleerd dat begint bij het gezellig samen zijn voor het hele gezin. Omlijst door muziek, dans, kunst, cultuur en eten met een podium, restaurants, eettentjes en kraampjes met groot diversiteit aan Indische artikelen en producten dat zijn oorsprong vond in het voormalige Indie. 

 

In tegenstelling tot de Nederlandse culturele theaters en - evenementen bedruipt deze pasar Malam zichzelf zonder maar 1 cent subsidie van de Overheid in die 53 jaren. Ligt hier ook niet een taak voor het Indsch Platform om dit met terugwerkende kracht te claimen?

Dit werd gedragen door de restaurants, eettentjes en de standhouders om voor een groot deel voor hun rekening te nemen en aanvullend de entreegelden. Op deze wijze probeert de organisator de risico’s zo veel mogelijk te beperken bij wegblijven van het publiek,

 

Het succes van deze pasar Malam (concept idee) vertaalde zich naar vele replica's in het land.

Het begon in 1958 in in de Haagse Dierentuin aan de Koningskade (waar nu het Provinciehuis en de Rijkswaterstaat staan en nu anno 2011 in de BurgerZoo in Arnhem om maar te noemen. Na Den Haag volgden Groningen, Maastricht, Rotterdam, Tilburg, Den Helder, Hengelo, Alkmaar, Arnhem, Hilversum, Haarlem, Nijmegen, Leek, Leeuwarden, Eindhoven, Zwolle, Apeldoorn, Assen 2 maal, Zeist, Dieren, Doetinchem, Vaassen, Dieren, Zeewolde. Lelystad, Almere, en Dronten. Dit naast de winkelpasars welke op ruim 50 worden geschat die op diverse plaatsen in Nederland worden gehouden.

 

Een ding is zeker dit verhaal zal nog een staartje hebben.

Wordt vervolgd.

 


####))NICC Nieuwsbrief van december 2010

Pasar Malam Den Haag 1958 – Mary Bruckel-Beiten. 2e druk van deze uitgave over het leven van Mary Bruckel-Beiten en haar werk voor de Indische gemeenschap in de 50er jaren, die resulteerden in de oprichting van de Pasar Malam in Den Haag, die in 1958 onder haar bezielende leiding voor de eerste keer gehouden werd in het gebouw van de Haagse Dierentuin. Tevens stond zij samen met Tjalie Robinson aan de wieg van het Indische tijdschrift “Onze Brug” in 1956, welke in 1958 door Tjalie werd omgedoopt in Tong Tong en in 1978 de naam Moesson ging dragen. In die begintijd was Mary bestuurslid van de Indische Kulturele Kring, die tal van initiatieven ontplooide om de Indische landgenoten te helpen. Zij deed onder andere de “Geisha Revue” herleven tijdens een in de Houtrusthallen in Den Haag georganiseerde Indisch-Nederlandse Bonte Avond. Mary’s dochter Geraldine en schoonzoon Wim wonen nu reeds lang in de Canada, alwaar zij ook sinds anderhalf jaar onze nieuwsbrieven ontvangen en er ook regelmatig enthousiast op reageren. De 2e druk van dit boekje over Mary Brückel-Beiten is uitsluitend 2e hands verkrijgbaar bij www.vanstockum.nl. Adviesprijs: € 12,00.

 
Lees verder…

De Indiegangers kostmisselijk van Indonesiche schadeclaims

 

10897281292?profile=original10897293462?profile=originalDE INDIËGANGERS KOTSMISSELIJK VAN INDONESISCHE SCHADECLAIMS

Klopjacht op de staatskas

Het is de Nederlandse burger een doorn in het oog, die alsmaar aanhoudende schadeclaims tegen de Staat en de reeks verzoeken tot strafvervolging van individuele militairen.

„Dát is nou onze wens voor 2015, dat die ellende eindelijk eens ophoudt”, zeggen Greetje en Charles van Dijck. Jarenlang woonde het echtpaar in Indonesië, waar hij door Nederland gebouwde marineschepen afleverde. „Er wordt daar 11.000 kilometer ver weg een klopjacht gehouden op ons belastinggeld.”

Vorige week was het alweer raak: twee hoogbejaarde Indonesiërs zeggen in respectievelijk 1947 en 1949 te zijn gemarteld en verkracht. Het Comité Nederlandse Ereschulden heeft advocaat Liesbeth Zegveld in de arm genomen om de Staat aansprakelijk te stellen voor psychische en fysieke schade.

Antwoord binnen vijf dagen, eisten het comité en de raadsvrouw. Want vanwege de hoge leeftijd van mevrouw Tremini (84) telde elk etmaal. De verkrachting zou ruim 65 jaar geleden hebben plaatsgevonden.

Dagvaarden

De andere zaak betreft een Indonesische gevangene. Voormalig vrijheidsstrijder Yaseman (86) zou in 1947 door KNIL-militairen op Java met stroomstoten zijn behandeld in pogingen een bekentenis los te krijgen. Ook moest hij, naar eigen zeggen, liters water drinken, waarna Nederlandse soldaten op zijn buik gingen staan.

Advocaat Liesbeth Zegveld: „Het ultimatum van vijf dagen is verstreken, de Nederlandse Staat kwam niet met inhoudelijke antwoorden. Dus gaan we dagvaarden.”

Zegveld slaagde er eerder in schadevergoeding af te dwingen voor tien weduwen van het Rawagede bloedbad van 9 december 1947 op West-Java. Ze kregen allemaal 20.000 euro. Gevolgd door eenzelfde uitkering van twintig mille per persoon aan achttien nabestaanden van wreedheden die door kapitein Raymond Westerling, commandant Speciale Troepen, op Sulawesi zouden zijn begaan.

Nog eens tien vrouwen van dit voormalige Celebes wachten op vonnis van de Nederlandse rechtbank, 28 januari. Vijf kinderen van hetzelfde eiland zijn óók een procedure begonnen…

Als Liesbeth Zegveld haar zoveelste zaak tegen de Staat aankondigt, ontploft Twitter. ‘Niet wéér die geldwolf’, heet het dan. En: ‘waar zijn toch de bewijzen’?

Dat vragen Charles en Greetje van Dijck zich ook af. „Die weduwen van 84, 86 en soms zelfs 104 jaar oud, bestaan die eigenlijk wel? In Indonesië worden mensen niet zo oud, zeker niet als ze uit de kampong komen. Is er eigenlijk ooit dna afgenomen?”

Advocaat Zegveld is overtuigd van de geloofwaardigheid van haar cliënten. „Ik heb geen enkele reden om aan hun verhalen te twijfelen. Er is daar systematisch gemarteld, zo blijkt ook uit de excessennota. Die mensen hebben toch recht op genoegdoening? En wat is nou 20.000 euro voor marteling…”

Charles van Dijck werkte als koopvaardijofficier bij de Holland Amerika Lijn. Daarna ging hij als technicus aan de slag op de voormalige marinewerf Wilton-Feijenoord. Geboren in toenmalig Batavia, de lokale taal sprekend en in 1980 naar Soerabaya vertrokken om tot 1983 door Nederland gebouwde fregatten af te leveren aan de Indonesische marine.

Net teruggekeerd uit de archipel laat hij lokale kranten zien. Bijvoorbeeld de Tribun Metro. Op de voorpagina: ‘Nederlandse overheid zal 65,6 miljard ruipah verstrekken voor 200 slachtoffers van door troepen onder leiding van Raymond Westerling in Gowa, Zuid-Sulawesi, aangerichte slachtpartijen’.

„De financiële afhandeling van die Rawagede affaire werd gemakshalve maar als leidraad genomen voor 200 andere zogenaamde nabestaanden, op een heel ander eiland”, zegt Van Dijck. „Zij die in Rawagede 20.000 euro schadevergoeding kregen, werden vervolgens in de kampong van hun geld beroofd door andere dorpelingen, agenten en politici. Want twintig mille is daar gelijk aan twintig jaarinkomens…”

Overdreven

Het Nederlandse geweld in Rawagede zou volgens mensenrechtenorganisaties 431 Indonesische slachtoffers hebben gekost, sommigen spreken zelfs van duizenden doden. Maar generaal-majoor b.d. Leen Noordzij, voorzitter van veteranenorganisatie VOMI, eerder in deze krant: „Ik ken Nederlandse ooggetuigen die over maximaal 22 doden spreken. Ook het aantal van 40.000 slachtoffers op Sulawesi lijkt schromelijk overdreven.”

Het ministerie van Buitenlandse Zaken meldde in oktober dat er nog 21 dossiers van Indonesische nabestaanden lopen. Beide procedures voor vermeende marteling en verkrachting die vorige week werden aangekondigd niet meegeteld.

„Ik ken Indonesië als mijn broekzak”, zegt Charles van Dijck. „Van mijn vroegste jeugd, de jaren onder Japanse bezetting en de beruchte Bersiap -eriode vlak na de oorlog. Toen Nederlanders en Indische Nederlanders bij bosjes werden vermoord door ‘vrijheidsstrijders op drift’; deels pure etnische zuiveringen. Als je ook maar tien procent Nederlands bloed had, ging je over de kling.”

Het echtpaar Van Dijck wantrouwt alle claims vanuit ’s werelds grootste eilandengroep. „Want het Indonesische alfabet begint met de C. Van corruptie”, aldus de gepensioneerde zeeman en zijn vrouw.

Analfabeet

Greetje: „Als ik dan lees van hoogbejaarden die zeventig jaar na dato nog precies weten hoe ze door onze militairen zijn misbruikt of gemarteld, schud ik mijn hoofd. Wij hadden destijds in Soerabaya kokkie Sihati. Zij wist niet eens haar geboortejaar! In de lagere sociale klassen zijn vrijwel alle Indonesiërs analfabeet. En waarom toch zo lang wachten met dat claimen?”

Advocaten geven toe: mede veroorzaakt door de publiciteit. Liesbeth Zegveld: „Natuurlijk werkt het wervend als het Comité Nederlandse Ereschulden op Indonesische voorpagina’s staat. Maar waar het echt om gaat, is dat Nederland destijds verzaakte en vertrok. Daarvoor krijgt Den Haag nu de rekening.”

Een rekening die uiteindelijk exorbitant hoog kan uitpakken, vrezen veteranen. Zij die van 1946 tot 1949 in de archipel dienden, vaak als dienstplichtige of oorlogsvrijwilliger uitgezonden, stellen dat aan beide zijde sprake was van wreedheden.

Indonesische pemuda’s vielen Nederlandse compounds op Java en Sumatra aan. Ze noemden zich vrijheidsstrijders, maar aarzelden niet om een weerloze verpleegkundige met haar voltallige gezin uit te moorden.

„Stel, ik vraag Indonesië om schadevergoeding voor leed dat mijn lang geleden overleden ouders daar is aangedaan”, zegt Charles van Dijck. „Dan worden we met die oosterse glimlach weggestuurd. Indonesische stille kracht versus Hollandse naïviteit.”

Want zo omschrijven Nederlandse veteranen de vonnissen waarbij rechters telkens weer geld toekennen aan nabestaanden van het oorlogsgeweld in de archipel. „Ze hebben geen idee wat zich daar toen afspeelde”, aldus Greetje van Dijck. „Dat die soldaten voor herstel van orde en veiligheid door regering en parlement waren gestuurd. Het was geen illegale oorlog, maar een guerrillastrijd die wij nooit konden winnen.”

Hoeveel claims er nog komen? Als het aan het Comité Nederlandse Ereschulden ligt zoveel mogelijk. Huisadvocaat Liesbeth Zegveld – zij speelt ook een juridische hoofdrol in een poging Dutchbat-commandant Thom Karremans en zijn twee plaatsvervangers strafrechtelijk te laten vervolgen voor het Srebrenica-drama – stelt dat het in Indonesië „nog om slechts een handjevol mensen gaat”.

Maar ook na acties aan het thuisfront liggen Nederlandse militairen onder vuur en dreigen schadeclaims. Zelfs als het om beëindiging van gijzelingen gaat. Zo willen een overlevende kaper en nabestaanden van zes gijzelnemers die omkwamen toen mariniers in 1977 Hondekop treinstel nummer 747 bij De Punt bestormden genoegdoening van de Nederlandse Staat.

Tot verbijstering van passagiers die de kaping destijds overleefden. Zoals Arie Dijkman: „De wereld op zijn kop. Die Molukkers pleegden een misdaad en namen heel bewust risico. Het zijn geen slachtoffers.”

Liesbeth Zegveld die ook hier tegenover de Nederlandse Staat acteert: „Zeker twee kapers – Max en Hansina – zijn door de mariniers weerloos afgeslacht.”

Minister Ivo Opstelten (Veiligheid en Justitie) bevestigde op 19 november, nadat Liesbeth Zegveld de Nederlandse Staat namens haar Molukse cliënten aansprakelijk had gesteld, dat door de mariniers zorgvuldig was gehandeld. Deze maand liet de bewindsman echter plotsklaps weten alsnog onderzoek te laten doen of een vorm van aansprakelijkheid bestaat…

Frauderen

Mariniers van de topgeheime Bijzondere Bijstandseenheid (BBE), destijds ingezet, voelen niets voor de gang richting rechtbank. Maar advocaat Zegveld zegt: „Als er geprocedeerd moet worden, dan is het horen van getuigen daarvan onderdeel…”

Begin volgend jaar wordt duidelijk of ook voor dit dossier een greep uit de staatskas moet worden gedaan. Charles en Greetje van Dijck vrezen het ergste.

„Net als bij al die zogenaamde slachtoffers van Hollands geweld in voormalig Nederlands-Indië”, zegt Greetje van Dijck. „Ik moet er niet aan denken. Al die klagende weduwen op Sulawesi en Java… Ze zijn geen 80 plus, in Indonesië kan iedereen frauderen.”

Echtgenoot Charles, citerend uit een lokale krant: „Hier, het wordt ronduit toegegeven. ‘Ongetwijfeld zullen er in de te verzamelen gegevens over slachtoffers van Nederlands oorlogsgeweld ook een aantal fictief blijken’. Wij zijn weer eens het braafste jongetje van de klas. En daar, aan de andere kant van de wereld, gaan ze schuddebuikend van het lachen in polonaise door de kampong.”

Reactie / REDACTIE ICM.

Typisch Nederlands,  advocaten moeten in stelling worden gebracht.   Na 53  jaren om met claims te komen bij het Ministerie van Buitenlandse zaken. Nu de andere kant van het verhaal. In 1966 kwam de Indnesische regering met 698 miljoen oude guldens om alle Indische Nederlanders te compenseren:  Met het verdrag van Wassenaar werd deze overeenkomst getekend door Indonesie en Nederland. Indonesie heeft zijn afspraken nagekomen, die 698 miljoen oude guldens daar moet nog de eerste oude Gulden aan de Indische Nederlanders worden betaald door Ministerie van Buitenlandse zaken.

Beiden, Charles en Greetje moeten eerst beter hun geschiedenisboekjes na lezen en bestuderen. Of bij het Ministerie van Buitenlandse Zaken de Brochure "Traktaat Verdrag Wassenaar" maar eens opvragen. Ook hier is meer dan corruptie aan de hand om de Indische Gemeenschap niet te informeren. 

300 jaren heeft Nederland "daar" geroofd, gemoord, vrouwen verkracht , de bevolking vernederd en zich verrijkt met economische-bomen die nog verder dan de hemel groeiden, om alle te korten in Den Haag aan te vullen uit de Indische Economie. Over corruptie gesproken was is dit dan 689 miljoen toe eigenen wat van De Indische Gemeenschap is, voeg daar nog aan toe de oorlogsslachtofferschade, en niet uitgekeerde salarissen van ambtenaren over een periode van 4 jaren. De Indische Gemeenschap moet die claim van welgeteld 7 / 8 miljard ook bij Zegveld leggen.

Charles en Greetje de corruptie heeft Indonesie van Nederlandse regering aangeleerd, zie hier weer een bewijs, 689 miljoen oude gulden zijn bij de begunstigden gekomen ergo, het geld is nu nog van de Republiek Indonesia.

Waarvan Akte geboren in Bali, 13 jarige vertrokken naar Nederland, niet welkom  bij de Nederlanders met koele Kille ontvangst!

UIT DE MEDIA

Bewerken

Lees verder…

10897399894?profile=originalDe Tijd van de Indogemeenschap
Ik begin dit epistel met een wat neerslachtige titel en hoewel het ook wel een kern van waarheid bevat, kan je er ook goed over filosoferen.
In welke zin vraag je je dan af? Nou in de zin van het korte bestaan van een gemeenschap die dit land vanaf hun intree had beschouwd als het land van veiligheid en broederschap zoals het in de ex kolonie ook was. Daar waren blanke moeders of vaders die hun halfbloed kinderen hebben beschouwd als hun eigen Nederlands bloed en als zodanig hadden deze kinderen een zelfde status als de blanke kinderen in dat tropen land wat Nederlands Indie heette.
Ik weet niet beter ondanks dat mijn beide ouders Indisch waren dus halfbloeden dat ik als kind onderscheid voelde tussen mijn soort, als ik het zo mag zeggen en de Indonesiërs. De blanda’s, dus de blanke kinderen op de scholen die ik bezocht beschouwden ons net als een van hun soort ( niet denigrerend bedoeld maar als voorbeeld).
Vanaf de intrede van ons Indie gangers in Nederland was de ontvangst afwijzend en zeer teleurstellend, er is inmiddels al veel over geschreven dus zal ik het hierbij laten en ga ik naar het heden toe.
Nu in 2019 bijna meer dan70 jaren is er van de ECHTE indo weinig meer van over, deels en vooral, door vermenging deels omdat een groot deel al is weggevallen door overlijden.
Ik mis de echte indo taal met het accent en de kromme Nederlands Indische woorden die werden gebezigd toen ik hier voor de eerst keer voet aan wal zette en wij bij elkaar gedreven in de pensions moesten leren aanpassen aan het Nederland wat wij vanaf onze geboorte beter kenden dan de meeste Nederlanders in hun eigen land. Het was zelfs zo dat wij geografisch dit land beter kenden dan de eigen bevolking want op de scholen werd uitgebreid aandacht geschonken aan de Nederlandse kaart. Zo moesten wij leren welke provincies en hoofdsteden er zijn, welke rivieren, welke geografische gebieden er zijn en dan nog het algemeen beschaafd Nederlands spreken.
Kortom, Nederland had geen geheimen meer voor ons maar wat wel was dat men via Ot en Sien meer de agrarische kant in beeld kreeg dan van het stadsleven in het algemeen.
Enfin, de jaren verstrijken de Indische gemeenschap werd heel duidelijk gemaakt dat zij vreemdelingen waren en van volledige acceptatie was in 80 % geen sprake. We waren bruin, werden als onwetenden beschouwd en alsof we uit een wildernis vandaan komen waar de beschaving nog net zijn entree heeft gemaakt enz., enz.
Laten wij de begin periode even achter ons liggen en het gaan hebben over de hedendaagse situatie waarin enkelen van ons het aloude onrecht willen rechtzetten en er alles aan doen om dat te bereiken.
De Indische tegoeden zijn en worden nooit uitgekeerd en hoewel men dat zo graag wil, ik zie dat nooit gebeuren, en ik zal u vertellen waarom ik zo denk.
In al die jaren dat men bewust was van het nalaten van de verplichtingen jegens ons door de regeringen die rijk zijn geworden door de donaties van Indonesië en Japan heeft men geen steun gehad vanuit de eigen gemeenschap en is men al die jaren te netjes en beleeft geweest en liet men zich heel snel door de grote toean besar met kluitjes in het riet sturen. Natuurlijk weet de Nederlandse overheid dat er verplichtingen waren jegens de Indische gemeenschap maar geld was vele malen belangrijker dan schuld en schaamte, en daarbij, het verlies van de kolonie waar 350 jaar lang misdaden zijn gepleegd wil men uit de geschiedenis wissen, dus wij als ex kolonialen blank of bruin waren de levende getuigen uit die periode. Lastig voor de Nederlandse status internationaal want wat daar in die kolonie gebeurde in die 350 jaar uitbuiting, vernedering en genocide plegingen mocht niet in de geschiedenis boeken voorkomen. Nederland wilde geen blaam in de geschiedenis boeken vermelden, maar wat wel met trots vermeld werden waren de helden daden van de bezetters, die om de monopolie te verkrijgen over kruiden, en alles wat van waarde was, hele bevolkingsgroepen uitroeiden, zoals een zekere Jan Pieter Zoon Coen die op het eiland banda 5000 doden op zijn geweten heeft omdat de bewoners de nootmuskaat ook aan andere mogendheden verkochten.
Al met al een ferme zwarte misdadige periode en dat was nog niet alles, ook gewoon de schadeloosstellingen die voor ons als ex-kolonialen incasseerde alsof het alleen bestemd was voor de staatskas en wie weet nog meer gegadigden in de hogere niveaus.
Ach ach ach en de belanghebbenden dan? Die bestaan toch niet? Nederland heeft toch geen kolonie Nederlands Indie gehad? Staat dat in de geschiedenis boeken vermeld? Ja, heel summier en dan komen de nog levende getuigen uit die zwarte periode in Nederland terecht, heel lastig en vervelend dus negeren die zooi. Eventuele documentatie werd in de archieven opgesloten en zijn niet toegankelijk. Zelfs het achterstallige soldij van de ex soldaten werd niet betaald, want anders erken je jouw blaam toch? Een hele Nederlandse vloot die door de Japanse marine in de 2e wereldoorlog was vernietigd werd nooit genoemd of herdacht en ook de gesneuvelde soldaten werden bewust vergeten.
Zelfs protest acties zoals de treinkaping door Molukse jongeren werden meedogenloos neergeslagen en met bewuste opdracht van de gelovige christenman Van Agt vermoord. Ik praat het niet goed die kapingen maar voor heel wat ergers krijgen de huidige terroristen taakstraffen. Of lage gevangenisstraffen en mogen criminele acties openbaar worden gepleegd zonder al te veel tegengeweld van de politie want als politieman ben je ook nog strafbaar als je je zelf verdedigen moet. Ik schets maar het verschil. ALLES wat de Nederlandse bevolking wijst op de wandaden van hun regeringen in de voormalige moet worden vernietigd zonder genade.
Het is vechten tegen de bierkaai voor al diegenen die het recht willen laten zegevieren want tegen een overheid die onwillig is om de gelden af te staan en er zelf heerlijk gebruik van maakt, is niet normaal te strijden, althans niet op de eerlijke manier.
Daarbij is men Hollands gewiekst daar bovenin die toplaag om pseudo erkende instanties op te zetten die de belangen van de voormalige kolonialen moest behartigen, er werden ambtenaren ingesteld die de boel in gareel moesten houden en met vage beloftes was de goedgelovige Indische gemeenschap al blij te maken met kluitjes in het riet en tot overmaat van ramp een schandalig gebaar maakt dat bejaarden die nog leven binnen een periode een claim kunnen indienen om een aalmoes van 25000 euro te ontvangen wetende dat er slechts weinigen nog leven of in staat zijn om het te innen, geniepig en uitermate schandalig, en nog schandaliger is dat lieden die ons belang moeten behartigen hadden moeten weten dat dit een gebaar was wat niet acceptabel was en het hadden moeten weigeren en hun integriteit en eergevoel hadden moeten laten prevaleren boven hun ingestelde functie als stromanen en zoethouders.
Als protest heb ik zelf als nakomeling in eerste lijn een claim ingediend dat ik er ook recht op had en het zeer onterecht was dat die maatregel in een dusdanig vaatje werd gegoten dat het de regering bewust een paar centjes kost.
Mijn bezwaar werd afgedaan met de mededeling dat Nederland NIET verantwoordelijk was voor de zaken die Nederlands Indie betreffen. Een advocaat inhuren die mijn zaak aanhangig maakt bij het Europese hof werd te duur zodat ik mijn woede niet kan blussen, bovendien speelt het Europese hof van mensenrechten gewoon mee is mijn ervaring.
Men dekt elkaar.
Wil ik mij en anderen van dienst zijn met het rechtzetten van onrecht zullen wij als Indische gemeenschap Internationale stappen moet nemen en wie doet het en wie betaalt het?
Vanuit de Indische huidige generaties is weinig animo en van de ouderen kan je het niet verwachten velen hebben slechts een AOW uitkering.
Daarbij heeft de Indische gemeenschap jaren lang lankmoedig toegekeken en zich te beschaaft opgesteld, de huidige buitenlanders krijgen meer gedaan met hun brutaliteit dan menige echte autochtoon, zo erg zelfs dat het lijkt alsof wij een islam land zijn geworden.
Ook een oorzaak is dat er geen eenheid is te bereiken binnen de Indische gemeenschap, want als dat er was zag de zaak er heel anders uit.
Wat er nu nog over is aan strijders krijgt niet de steun dat ze verdienen en zo loopt Nederland gezaligd weg met haar verantwoordelijkheden ten opzichte van een bevolking dat met inzet van eigen leven en have de rood wit blauwe vlag in naam van een koningin die het niet interesseerde de inkomsten bron en bron voor uitbuiting en roof beschermde.
Nederland werd rijk door de kolonie met behulp van diegenen die daar de kolonie in stand hielden maar van echte waardering, nee, zij die dit epistel lezen kunnen het misschien niet geloven, daar is geen sprake van, wij zijn als levende getuigen van die ex-kolonie paria’s waar men zo spoedig mogelijk van af wil zij en dat gebeurt nu door vermenging en verslagenheid.
Leve de koningin werd er uitbundig geroepen, nou ik denk maar zo, de straf laat niet langer meer op zich wachten er zullen vreemde culturen zijn die hier binnenkort de scepter zwaaien, of dat voor ons Indische Ned. Gunstig is? Ik denk van niet want we komen in een situatie terecht die nu in Syrië speelt vanwege al die verschillende opvattingen van het koran boekje.
Albert van Prehn 17 november 2018.

Lees verder…

NECROLOGIE JOOP HUETING

Na dat ene tv-optreden in 1969 kende iedereen Joop Hueting

Bijna vijftig jaar geleden sprak de zondag overleden Joop Hueting als eerste over Nederlandse oorlogsmisdaden in Indonesië. Toen werd hij erom verguisd. Nu is zijn oordeel gemeengoed.

763?appId=93a17a8fd81db0de025c8abd1cca1279&quality=0.8 Joop Hueting in 2012. Beeld Joost van den Broek

‘Zinloos en misselijk.’ Zo luidde de kop boven het redactioneel commentaar in De Telegraaf van 21 januari 1969. Deze woorden – tamelijk kras naar de maatstaven van die tijd – verwezen niet naar de oorlogsmisdaden tijdens de dekolonisatieoorlog in Indonesië die Achter het Nieuws, het actualiteitenprogramma van de Vara, vier dagen tevoren had onthuld, maar naar het feit dat veteraan Joop Hueting daarbij als klokkenluider was opgetreden.

advertentie

Hueting werd in verband daarmee weggezet als matennaaier en nestbevuiler. Niet alleen door De Telegraaf, maar ook door (sommige) Indonesië-veteranen. Hij was tenslotte de eerste die publiekelijk verslag had gedaan van de gruwelen die het Nederlandse leger tijdens de zogenoemde ‘politionele acties’ van 1947 en 1948 stelselmatig had begaan. Met zijn analyse van aard en omvang van de oorlogsmisdrijven liep hij vooruit op de conclusie die historicus Rémy Limpach in 2015 zou trekken. Namelijk dat de begane misdrijven geen excessen waren, zoals de regering nog betoogde als reactie op Huetings ooggetuigenverslag in Achter het Nieuws, maar dat ze vast onderdeel waren van de militaire strategie.

Afgelopen zondag overleed Hueting, gepromoveerd psycholoog, op 91-jarige leeftijd. Hij is zijn naamsbekendheid altijd blijven ontlenen aan dat ene televisieoptreden van nog geen half uur. Dat de impact van zijn woorden groot was, bleek al tijdens de uitzending. De Vara ontving 841 reacties, overwegend negatief tot zeer negatief. Krap een derde van de reacties was waarderend van toonzetting. In de landelijke dagbladen verschenen na de coming-out van Hueting 460 artikelen, Achter het Nieuws kwam nog tweemaal op de kwestie terug en oppositieleider Joop den Uyl (PvdA) drong in de Tweede Kamer aan op opheldering over het Nederlands optreden in Indonesië.

Het kabinet-De Jong reageerde met de instelling van de zogenoemde Coördinatiegroep Indonesië 1945-1950, die onder leiding stond van de jonge Justitieambtenaar Cees Fasseur – die later vooral als historicus bekend zou worden. Fasseur stelde vast dat zijn commissiegenoten, overwegend met een Indische achtergrond, ‘eigenlijk helemaal geen zin hadden in dat onderzoek’. Hij schreef de zogenoemde Excessennota binnen een tijdsbestek van drie maanden dus vrijwel in zijn eentje.

Op de dag dat de nota verscheen – 2 juni 1969 – werd de actualiteit beheerst door ongeregeldheden op Curaçao die de inzet van Nederlandse mariniers vereisten. De Excessennota – niet veel meer dan een inventarisatie van bestaande bronnen – kreeg daardoor nauwelijks aandacht. Toch markeert ze een omslag in de publieke opinie over de dekolonisatie van Indonesië. Voor die tijd werd deze episode met vereende krachten uit het collectief geheugen gehouden. Er was weliswaar al meerdere keren onderzoek – ook kritisch onderzoek – gedaan naar het optreden van het Nederlandse leger, maar de regering en de meerderheid van het Nederlandse volk wensten van de uitkomsten eigenlijk geen kennis te nemen. Dat hing ook samen met het feit dat Nederland nog tot 1962 met Indonesië twistte over het bezit van Nieuw-Guinea.

Maar na 1969 kwam het thema met steeds kortere tussenpozen op de agenda en werd het kritisch oordeel van Hueting over de Nederlandse oorlogsvoering steeds meer gemeengoed. ‘Geschiedschrijver des Rijks’ Lou de Jong moest in 1988 zijn harde oordeel over het regeringsbeleid inzake Indonesië nog matigen onder invloed van verontwaardigde oud-strijders. Maar na publicaties van, onder anderen, de historici Gert Oostindie en Rémy Limpach gaf de regering alsnog opdracht tot een grootschalig, in 2021 af te ronden, wetenschappelijk onderzoek naar de dekolonisatie. In een van de stellingen bij zijn proefschrift had Hueting daar in 1968 al op aangedrongen: ‘Men kan zich afvragen waarom in Nederland nog geen begin is gemaakt met het onderzoek naar de juridische, historische, sociologische en psychologische aspecten van de oorlogsmisdaden, begaan door militairen in dienst van dit land in de periode 1945 tot 1950.’

763?appId=93a17a8fd81db0de025c8abd1cca1279&quality=0.8 Interview met Joop Hueting in de Volkskrant van 19 december 1968, waarin Hueting sprak over de oorlogsmisdaden in Indonesië. Beeld de Volkskrant
Lees verder…

‘Natuurlijk heb ik ook geschoten, maar niet in het wilde weg’

Joop Hueting, eerste Indiëganger die Nederland confronteerde met de oorlogsmisdaden begaan tijdens de politionele acties van 1945 tot 1950, is overleden. In 2012 sprak hij met de Volkskrant over de gevolgen van zijn ontboezemingen. Hij werd geprezen, maar ook verguisd.

763?appId=93a17a8fd81db0de025c8abd1cca1279&quality=0.8 Nederland, Castricum, 13-07-2012; Portret Joop Hueting. Beeld Joost van den Broek

Voetje voor voetje schuifelt Joop Hueting (84) naar een boekenkast in zijn werkkamer. Lopen gaat niet goed meer, maar zijn gedrevenheid is er niet minder om. ‘ Kijk, dit wilde ik laten zien.’ Hij pakt van de vierde plank een lederen foedraal met een klein, zwaar pistool. Hij frommelt aan het magazijn, wijst naar de veiligheidspal en naar de plaats waar de kogels het wapen verlaten. Maar waar het echt om gaat, is het verhaal achter het wapen.

advertentie

‘We lopen over de sawa. Eigenlijk ga je altijd van kamponggrens naar kamponggrens waar de bomen staan. Je weet ook dat de vijand daar zit. Zo over de rijstvelden loop je toch een beetje in je blootje, je voelt je ongemakkelijk. Op enig moment krijgen we vuur. Ik loop er naartoe en zie een knaap. Hij schiet op mij, ik schiet terug. Uit zijn borstzak haal ik een papiertje, hij is lid van het Indonesische leger. Een tengere Javaan, helemaal in de kreukels. Dit was zijn pistool, ik heb het meegenomen en bewaard.’

Joop Hueting heeft geschiedenis geschreven in Nederland. Hij was de eerste Indiëganger die de natie confronteerde met de oorlogsmisdaden begaan tijdens de politionele acties van 1945 tot 1950 in het voormalige Nederlands-Indië. In een interview uit 1968 met de Volkskrant, en kort daarop in de tv-rubriek Achter het Nieuwsvertelde hij over zijn ervaring als soldaat van de Stoottroepen, de elite van de infanterie, de harde jongens.

763?appId=93a17a8fd81db0de025c8abd1cca1279&quality=0.8 De Volkskrant van donderdag 19 december 1968, waarin Hueting in een interview vertelde over zijn ervaring als soldaat van de Stoottroepen. Beeld de Volkskrant

Hij werd geprezen maar ook verguisd. ‘Nestvervuiler’, was hij in de ogen van veel veteranen. Zijn uitspraak ‘ze schoten op alles wat maar bewoog’ werd een staande uitdrukking, in veel talen.

Toen ergerde het hem mateloos dat de overheid aldoor had gezwegen over die oorlog, wat bleek uit een stelling bij zijn proefschrift. Zijn onthullingen leiden tot een archievenonderzoek dat resulteerde in de Excessennota 1969.

Sluimerende demonen

Het is slechts het topje van de ijsberg, zei hij toen en zegt hij 43 jaar later nog. Dezer dagen is hij niet de enige door publicatie van de allereerste executiefoto’s de telefoon grijpt. Het is een bevestiging van wat hij weet. ‘Het zijn sluimerende demonen. Je hoeft ze maar te prikkelen of ze zijn klaarwakker. Elk land heeft zijn eigen demonen.’

Hueting heeft intussen een gevierd leven als hoogleraar in de psychologie achter de rug. Toen was hij een dienstplichtige van de lichting van 1947 uit een ‘braaf liberaal gezin’. Hij kwam niet op het idee dienst te weigeren. Zijn volwassen leven begint in de oorlog. Pas na terugkeer in 1950 ging hij denken en begon hij te praten, in tegenstelling tot zijn voormalige maten. ‘De meesten hielden hun kop, ze wilden er helemaal niks van weten.’

Hij heeft een paar rijen ordners staan, met ‘vele eigen en andermans artikelen over deze periode tussen andere attributen uit de oorlog. Hij wijst ernaar als hij praat over de veteranen die hem en zijn gezin bedreigden. Als hij de regering hekelt die woorden als excessen en politionele acties bedacht voor oorlogsmisdaden en guerrillaoorlog. Of zijn twijfel over het plan van drie historische instituten om de politionele acties opnieuw te onderzoeken, omdat er jaren zijn verstreken zonder dat iemand van die instituten interesse toonden in zijn kennis, ervaringen en archief.

‘Wat moet je na 50 jaar nog onderzoeken? Er zijn duizenden kampongs platgebrand, er zijn duizenden Indonesiërs vermoord. Hier en daar zal er best goed werk zijn verricht, verpleegsters die voor kinderen zorgden. Maar de verhalen van al die mensen die zich verdedigen, dat je moest schieten, omdat ze jou anders te grazen namen, flauwekul. Al die verhalen over afgesneden pennissen en oren, ik heb ze nooit gezien. Ik heb wel meegemaakt dat Indonesiërs een gesneuvelde van ons in de schaduw hebben gelegd en bedekt met een palmblad.’

Op een kast in de woonkamer staat een beeldje van de god Shiva, meegenomen door een van zijn kameraden. Hij ging een huisje binnen. Toen hij weer naar buiten kwam, hoorde Hueting een plof. De soldaat had een handgranaat achtergelaten en het beeldje meegenomen.

Later heeft niet-roker Hueting het met hem geruild voor een slof sigaretten. ‘Het is een mooi dingetje, authentiek’, zegt hij, terwijl hij het in zijn hand neemt.

Zijn verhalen stoppen nog steeds niet. Hij vertelt hoe een van hen in de rijstvelden op Midden-Java zomaar een boer neerschiet. De man is zwaargewond, maar iedereen loopt gewoon door. Hij blijft staan en probeert de man met een genadeschot uit zijn lijden te verlossen. Het pistool ketst af. Een tweede keer schieten durft hij niet en ook hij loopt door.

Bloedbad

Er zijn ergere verhalen. Over de keer dat een korporaal zijn mitrailleur leegschiet in een gebedshuis. Hij gaat er gillend achteraan. De doden en gewonden zijn vooral vrouwen en kinderen. Binnen is het een bloedbad, buiten reageren de Nederlandse manschappen alleen maar geïrriteerd. Hij had hen wel kunnen raken met die dollemansactie.

Korporaal en soldaat zijn nooit disciplinair gestraft. ‘Schei toch uit met die vragen, niemand die zelfs maar dacht aan straf. Het was de gewone gang van zaken. Als je in het systeem zit, aanvaard je dat als normaal. Van hen was het een gebrek aan discipline. Aan een guerrillaoorlog moet je wennen. Wat overblijft, zijn geharde soldaten. Ik ben er tot het laatst toe bij geweest. Op jou kan ik vertrouwen, zei de commandant. Natuurlijk heb ik ook geschoten, maar nooit in het wilde weg.’

Opnieuw pakt hij een attribuut. Een tegel, dit keer. Het verhaal dat hierbij hoort, ging de hele wereld over. Het gaat over marteling. Over een Indonesische soldaat die aan zijn enkels werd opgehangen om hem aan het praten te krijgen. Steeds opnieuw werd het touw gevierd. Hueting liep weg toen de schedel kraakte.

Hij is later teruggegaan, gevolgd door een camerateam van de KRO. Toen heeft hij die tegel mee naar huis genomen.

Lees verder…

Kapitein Westerling geeft in tv-interview wandaden op Zuid-Celebes toe

Kapitein Raymond Westerling heeft op Zuid-Celebes mensen standrechtelijk geëxecuteerd. In een nooit eerder uitgezonden tv-interview erkent hij dat zonder terughoudendheid. Het gesprek is vanavond te zien in het NCRV-programma Altijd Wat. 'Ik ben verantwoordelijk en niet de troepen die onder mijn bevelen hebben gestaan. Ik neem de daden persoonlijk voor mijn rekening', zegt Westerling.

763?appId=93a17a8fd81db0de025c8abd1cca1279&quality=0.8 Portret van ex-KNIL-kapitein Westerling uit 1969. Beeld ANP

Het interview dateert uit 1969, kort nadat soldaat Joop Hueting via de Volkskrant en Achter het Nieuws een boekje open had gedaan over de in Nederlands-Indië gepleegde oorlogsmisdaden. Het nieuws sloeg toen in als een bom en wekte de woede van vele veteranen. Journalisten van Achter het Nieuws kregen politiebescherming omdat ze werden bedreigd.

Westerling was de held van de veteranen. Hij was commandant van het regiment Speciale Troepen toen dat in december 1946 naar Zuid-Celebes werd gestuurd om het revolutionaire geweld de kop in te drukken. Na drie maanden waren rust en orde hersteld, ten koste van 3.500 dode Indonesiërs, veelal gedood via het standrecht. De Nederlandse autoriteiten grepen in, toen ondergeschikten van Westerling zelfs veroordeelde gevangenen executeerden.

Niet uitgezonden
Er is veel over Westerling gezegd en geschreven en zestig jaar na de oorlog is er nu een tv-interview. Samen met cameraman Hans van der Busken wist journalist Joep Buttinghausen hem in 1969 te strikken voor dat interview. Het was Westerlings eerste tv-optreden, maar geen enkele omroep bleek bereid het uit te zenden, vertelt Van der Busken. De cameraman heeft het filmpje al die tijd op de plank laten liggen. Destijds was de sfeer in het land te gespannen. Niemand wilde er zijn vingers aan branden, bevestigt ook Hans Sleeuwenhoek, voorheen van Hier en Nu van de NCRV.

Buttinghausen is net zoals Westerling (in 1987) inmiddels overleden. Ze kenden elkaar en tijdens het interview zitten ze dicht bijeen in een overvolle studeerkamer achter een rooktafel met Perzisch kleedje. Westerling spreekt vrij over verliezen van zo'n 500 man bij de tegenpartij, tijdens de 15 operaties die hij uitvoerde. Het waren vijanden die waren gesneuveld tijdens de gevechten, op de vlucht waren neergeschoten of standrechtelijke geëxecuteerd, zegt hij. 

'Trouwens de juiste cijfers zijn te vinden in mijn patrouilleverslagen.'
Westerling hoefde geen moment bang te zijn voor vervolging, omdat hij de steun had van de Nederlandse regering. 'Ik sta pal achter mijn daden, met dien verstande dat men een onderscheid dient te maken tussen oorlogsmisdaden en strenge maatregelen, consequent en rechtvaardig onder zeer moeilijke omstandigheden', zegt hij. Hij erkent dat er oorlogsmisdaden zijn gepleegd, niet door hem maar door vier andere officieren die op 'mijn bevel uit hun functie zijn ontheven.' Hij voegt eraan toe dat het 'verborgen sadisme in mensen in oorlogsomstandigheden veel sneller tot ontplooiing kan komen dan in normale situaties.'

Historicus Willem IJzereef noemt Westerling in de uitzending een oorlogsmisdadiger, verantwoordelijk voor de dood van 3.500 militairen, voornamelijk via het standrecht. De onomwonden wijze waarop Westerling de executies erkent, is volgens advocate Liesbeth Zegveld van groot belang voor de eis tot schadevergoeding van nabestaanden op Sulawesie, het toenmalige Zuid-Celebes. 'Dit is een bewijsstuk uit de eerste hand, dus juridisch interessant', zegt ze.

Lees verder…

DE CHINESE DUKUN, door Ed Brodie

10897408054?profile=originalDE CHINESE DUKUN, door Ed Brodie

 

In de middaguren als de meeste inwoners van Mojokerto hun middagdutjes deden, liep een arme Chinees met lang haar en een rode band om zijn hoofd, gescheurde kleren om zijn bovenlijf en onder zijn voeten, ‘sandal jepit’… gemaakt van oude autobanden, door de stad met z’n hoofd naar de straat gericht, terwijl hij “mediteerde".

Elke keer werd hij uitgelachen door de jonge bewoners van Mojokerto, maar ook door een groep jonge Indische jongens uit de stad.

Niemand kende zijn naam en vaak plaagden ze hem en riepen dan …”Hee tjino gendeng …tjino gendeng!”

Deze man keek niet eens om, hij bleef lopen en mediteren met twee stokjes tussen zijn vingers waarvan de toppen van de stokjes smeulden en witte rookwolkjes produceren. Door de Javaanse inwoners van Mojokerto, werd hij ‘Koh’ genoemd.

Koh, sliep in een klein zelfgemaakt huisje van bambu en oude zinken golfplaten aan de kant van de kali Berantas. ‘s-Nachts maakte hij een vuurtje voor zijn hutje en hurkend voor het vuurtje bleef hij mediteren of bidden. Hij werd bekogeld met stenen door Javaanse jongens en uitgelachen door Indische straatjongens!

Koh, reageerde nooit als ze hem plagen of smijten…bleef lopen, en knikken met zijn hoofd en kijk al lopend naar beneden en hield niet op met mediteren.

Bijna de hele stad Mojokerto kende deze rustige Chinees, maar niemand wist eigenlijk waar hij vandaan kwam, wat hij eigenlijk allemaal deed of wie hij eigenlijk was! Kortom ze noemden hem “Koh gendeng” …Ook in de Indische kringen werden verhalen verteld over deze ‘Koh’ maar hij bleef een aparte vreemdeling voor heel Mojokerto.

Bij de Indische familie Jansen heerste een angstige sfeer … hun jongste zoontje Ruben werd ernstig ziek en zijn koorts kon maar niet dalen …de thermometer bleef maar op 41 graden Celsius hangen. Ruben begon te ijlen en spreek wartaal, wilde niet eten en kon niet slapen. Zijn ouders hadden meermalen de dokter laten komen maar niets hielp …Vrienden hielpen de familie Jansen en riepen een Javaanse dukun om deze jongen te helpen van zijn koorts en ziekte … maar helaas niets hielp! Het werd alleen maar erger met de ziekte van Ruben … er werd een Dominee geroepen toen weer een Javaanse Mudin en daarna een Pastoor maar niets hielp!

Opeens had Rubens’ moeder een idee en gaf haar bediende de opdracht om maar die ‘Koh’ te roepen en te vragen of hij kleine Ruben wilde helpen.” Wie weet misschien kan deze Chinese Koh mijn zoontje helpen”, zei mevrouw Jansen.

Met heel veel pijn en moeite had haar bediende toch die Chinese dukun kunnen overhalen om bij haar mevrouw te komen om Ruben te helpen van zijn geheime rare ziekte! Hij liet de bediende eerder naar huis toe gaan en zei:” Ga eerder naar huis en laat dat jongetje eerst een bad nemen, dan ben ik in die tussentijd al bij jullie thuis!”

Verbaasd vroeg de bediende aan hem of hij hun huis wel weet te vinden …en hij antwoordde: ”Ga naar huis en ik ben straks bij jullie thuis!”

Ongeveer een uur later arriveerde “Koh” bij de familie Jansen, liep regelrecht naar de kamer van Ruben … bekeek Ruben, en begon op ‘chineespapier’ in Chinese tekens iets te schrijven … pakte een koperen schotel en verbrande het geschreven chineespapier, stopte het in een glas en vulde het met water, roerde het tot het leek op ‘koffietubruk’ en liet dat ventje alles leeg drinken. ‘Koh’ pakte zijn plunjezak en liep weer naar huis, nam geen geld aan en verliet het huis … keek nog even om en maakte een diepe buiging.

De volgende dag stond Ruben op, en vroeg om zijn ontbijt en wilde daarna naar school gaan!

Ruben was helemaal koortsvrij en de familie en vrienden … die kunnen het tot en met heden niet begrijpen!!

Heel snel ging het verhaal de ronde … bijna alle inwoners van Mojokerto hoorden het wonder, en vanaf dat moment werd de rare chinees “Koh”: , tot de “Chinese Dukun” om gedoopt. Daarna durfde niemand meer “Koh” te plagen, sterker nog ze liepen een straatje om als de mensen van Mojokerto de Chinese Dukun tegen kwamen …

Ed Brodie …

Dit verhaaltje heb ik ooit van mijn vader gehoord, ik was toen een jongetje van misschien 12 jaar. Mijn pa was geboren in Mojokerto (Oost Java) en ging daar ook naar de lagere school en later verhuisde de familie naar kediri

Ed Brodie

13 nov 2018

Lees verder…

Video – Fleur Agema (PVV) ontploft, krijgt overweldigend applaus publieke tribune

Politica woedend over behandeling oorlogsslachtoffers uit Nederlands-Indië

Door: Ernst Lissauer , 17:33, 08 november 2018

Fleur Agema in debat met Paul Blokhuis. Screenshot Lissauer

Tijdens het debat over uitkeringen aan oorlogsslachtoffers uit Nederlands-Indië ontplofte PVV Kamerlid Fleur Agema donderdag van woede over de bejegening door staatssecretaris Paul Blokhuis (ChristenUnie) van de getroffenen. Ze zouden ‘gekkies’ zijn genoemd. Deze mensen wachten al 73-jaar op achterstallig salaris.


Lees verder…

10897371252?profile=originalTIJDENS PRIME TIME Succesvolle ludieke Presentatie ICM Book “Toegang tot de Indische Wereld” op Pasar Malam Rijswijk.

Onze Milly gaf de het startsein van de presentatie“Het ICM Book” van Ferry Schwab.

Ferry weer “het is een boek van ons allen, immers wij hebben geschiedschrijving gedaan van de Indische Gemeenschap in deze huidige samenleving gebasseerd op feiten die hebben plaatsgevonden, en dit anno 2014”.

Ferry vervolgde : “Deze pasar malam Rijswijk om maar te noemen, is een vaststaand feit van het bewijs van onze Indische cultuur waar het hele pallet wordt uitgedragen door meer dan 70 pasar malams per jaar”, Ferry vervolgde weer in 1 adem” Dat ooit in Batavia begon , en in 50 jaren naar Den Haag werd gebracht naar de Houtrust Hallen. De eerste zes pasar malams, niet door Tjali Robinson is opgezet, maar door Marie Bruckel-Beiten. Haar dochter in Canada tikte ICM redactie op vingers dat het anders een valse geschiedschrijving wordt in het ICM BOOK.

Niet alleen de pasar malam bevat maar ook de andere onderwerpen, maar o.a. de geschiedenis die door de Indische muzikanten naar Nederland zijn gebracht en nog steeds wordt gebezigd op alle evenementen, de koempoelan, literatuur, en de Indische kwestie etc.. etc…

10897370287?profile=original

Hierna volgde de uitreiken van de ICM Book exemplaren aan het ICM team en partners die zich langer als 10 jaren dag in en dag uit hebben ingezet om te bewijzen dat wel degelijk de Indische cultuur anno 2014 leeft en om het uit te dragen. Uiteraard onze Rolo Lapre die achter schermen wenst te blijven (Indonesische betrekkingen). Hans Vogelsang media – partner van ICM, en de andere Hans Vervoort konden deze presentatie niet bijwonen, en Marshal Manengkei (In Jakarta). Allen om privé – redenen, maar in de ICM gedachten zijn er bij!

Uiteraard de zeer bescheiden jongste Indische organisatrice van de pasar malams Rijswijk waarvan Ferry voeten en aarde heeft moeten bewegen dat ze ook het podium betrad samen met Beynard die haar steunt.

Weer een hard bewijs dat het Indisch cultuur door de jonge generatie Indo’s het stokje wordt opgenomen. Niet alleen Sabrina, maar James Ali en Thony Schwab behoren tot die doelgroep die naast pasars andere evenementen organiseren zonder de andere jongeren niet te kort te doen. Uiteraard onze Milly mag niet ontbreken in dit rijtje als presentatrice.

Ferry was klaar met zijn donderende speech;

Milly zette de presentatie voort die net het ICMBOOK had ontvangen en las gelijk een stukje voor uit het ICM Book”

“Omroepen laten Wieteke van Dort in de kou staan” dat op 15 november 2010 door F.Schwab ICM editor www.icm-online.nl op de site werd gepubliceerd.

Van de stoel van de Editor nog bedankt dat de Pasar Malam Rijswijk ICM de gelegenheid heeft geboden voor deze ludieke presentatie die de geschiedenisboeken in gaat dat de Indische cultuur nog steeds leeft en zal voort blijven bestaan met een populatie van meer dan 1 miljoen.

Lees verder…

Pasar Malam Selamat Datang in Holland - boek verkrijgbaar bij Amazon.met vertaalde Nederlandse artikelen - Engels

10897268901?profile=originalPasar Malam Selamat Datang in Holland - boek verkrijgbaar bij Amazon.met  vertaalde  Nederlandse artikelen - Engels

 

Mary Bruckel-Beiten an ordinary person, a wife, a mother and grandmother. In this book the reader is introduced by her daughter in law Geraldine Bruckel-Lang, with many illustrations of Indonesia and of Mary's pioneering spirit. The reader is shown how it was in the days Mary lived in her birth land Indonesia and also during the Japanese occupation of the land. Mary and her 2 sons and many fellow country men and women were imprisoned.

Mary kept a sketched dairy of that time and kept it hidden in a dirty laundry basket. She would be severely punished if it would have been found out. The people like Mary are called Indisch or Indo. Those people got their origin in the days the Netherlands colonized the Indies and are of mixed blood with "all nations of the world, mostly Dutch/Indonesian born with a Dutch nationality on  "Indisch" land now Indonesia.

They are like a "lost nation" and ended up in the Netherlands, driven out of their birth land because Indonesia became independent and they lost everything of their hopes and life's inheritances. This was a sad event for the Indisch people. But  were glad that their fatherland Holland waited with open arms. But the Dutch had to get used to the new comers in the Netherlands,for they had to start all over again themselves  after the second World War. After arrival in the Netherlands Mary found it her duty to make sure her people now settled in the Netherlands and they would have courage to go on. In those integration years of the 1940's Mary went many times from village to village to introduce the Indisch culture to the Dutch and started her tours in the rural farm area for housewives as well as men.

She wrote many cookbooks to introduce the Dutch to cook the oriental Indonesian foods themselves with their own ingredients. This went so well, today there are hundreds of Indonesian restaurants and outlets for Indonesian gatherings. These foods are now well loved by the native Dutch. Mary started to have Fancy Fairs in the late 1950's, the Indisch people were so delighted and commented  to her, it feels like  the olden times Pasar Malam (name originated in Indonesia meaning market) The Indisch called it like "Tempo Doeloe" She instigated to organize an Arts group the Indisch Arts Culture centre Tong Tong. And suggested a Pasar Malam like in the Tempo Doeloe time. Nobody had money in those days after the war.

But Mary and her family put all their little savings on the table..And so, she organized and founded the first post colonial Pasar Malam in 1958 in the Hague. The yearly pasar malam events she continued 8 more years. She was called "Mother of the Pasar Malams in the Netherlands" by the arts group Tong Tong. And after all Mary has done for the Dutch Indisch, today it is falsely documented in the Dutch archives Ned.Indisch history at the City of the Hague and incorrectly documented at Wikipidia, that one of Mary's co-worker Tjalie Robinson did it all. This is not olny unfair but a false honor nomination.

 

A false history is no history, but in this case a discrimination towards a woman. And a pity for us Indisch to know something is kept untrue for corrupted reasons. We are not like that, the Indisch people in general are honest and happy,love seeking, and always looking out for people to help.

All proof of original copy's of Mary's pioneering work is documented in this book.

--------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------

Met dank aan onze ICM vertalers!

--------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------

 

Pasar Malam Selamat Datang in Holland - boek verkrijgbaar bij Amazon.met vertaalde Nederlandse artikelen - Engels

Mary Bruckel-Beiten een gewoon persoon, een vrouw, een moeder en grootmoeder. In dit boek wordt de lezer geïntroduceerd door haar dochter in wet Geraldine Bruckel-Lang, met vele illustraties van Indonesië en de pioniersgeest van Mary's. De lezer wordt weergegeven hoe het was in de dagen Mary leefde in haar geboorte land Indonesië en ook tijdens de Japanse bezetting van het land. Mary en haar twee zonen en vele collega land mannen en vrouwen werden opgesloten.
Mary gehouden een getekende zuivel van die tijd en hield het verborgen in een vuile wasmand. Ze zou zwaar worden gestraft als het uit zou hebben gevonden. De mensen als Mary worden Indisch of Indo genoemd. Die mensen hebben hun oorsprong in de dagen die Nederland gekoloniseerd Indië en zijn van gemengd bloed met 'alle naties van de wereld, meestal Nederlands/Indische geboren met een Nederlandse nationaliteit op "Indisch" land nu Indonesië.
Ze zijn als een "verloren nation" en belandde in Nederland, uit hun geboorte land verdreven omdat Indonesië onafhankelijk werd en zij allemaal van hun hoop en leven van erfenissen vermageerden. Dit was een trieste gebeurtenis voor de Indisch-mensen. Maar waren blij dat hun vaderland Holland met open armen wachtte. Maar de Nederlandse moest wennen aan de nieuwkomers in Nederland, want zij hadden om te beginnen over de hele opnieuw zich na de Tweede Wereldoorlog. Na aankomst in de Maria Nederland vond het haar plicht om ervoor te zorgen dat haar volk nu vestigde zich in Nederland en zij zouden hebben moed om verder te gaan. In die jaren van de 1940 Mary gingen vele malen van dorp tot dorp integratie in te voeren het Indisch aan de Nederlandse cultuur en begon haar tours op het gebied van landelijke boerderij voor huisvrouwen als mannen.
Ze schreef vele kookboeken in te voeren van de Nederlandse om te koken de Oosterse Indonesische levensmiddelen zelf met hun eigen ingrediënten. Dit ging zo goed, vandaag zijn er honderden Indonesische restaurants en afzetmogelijkheden voor Indonesische bijeenkomsten. Deze voedingsmiddelen zijn nu goed geliefd door de autochtonen. Maria begon te hebben Fancy beurzen in de late jaren 1950, de Indisch mensen waren zo verheugd over en heeft gereageerd met haar, het voelt als vroeger tijden Pasar Malam (naam ontstond in Indonesië zin markt) de Indisch noemde het als "Tempo Doeloe" ze aangespoord om te organiseren een Arts groep de Indisch Arts cultuur centrum Tong Tong. En stelde een Pasar Malam zoals in de tijd van de Tempo Doeloe. Niemand had geld in die dagen na de oorlog.
Maar Mary en haar familie hun weinig spaargeld op tafel gelegd...En dus, ze georganiseerd en de eerste post koloniale Pasar Malam in 1958 opgericht in Den Haag. De jaarlijkse pasar malam gebeurtenissen bleef ze 8 jaar. Ze heette "Moeder van de Pasar Malams in Nederland" van de kunsten fractie Tong Tong. En na alle Mary heeft gedaan voor de Nederlandse Indisch, vandaag is het ten onrechte gedocumenteerd in de Nederlandse archieven Ned.Indisch geschiedenis op de stad Den Haag en goed gedocumenteerd op Wikipidia, dat een van Maria's mede-werker Tjalie Robinson deed het allemaal. Dit is geen olny oneerlijke maar een valse eer nominatie.

Een valse geschiedenis is geen geschiedenis, maar in dit geval een discriminatie van een vrouw. En jammer voor ons Indisch om iets te weten om beschadigde redenen onjuist wordt gehouden. We zijn niet als dat, de Indisch-mensen in het algemeen zijn eerlijk en blij, hou op zoek naar, en altijd op zoek naar mensen om te helpen.
Alle bewijs van het oorspronkelijke exemplaar van Mary's baanbrekend werk wordt beschreven in dit boek.
 
 
------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------
Bahasa Indonesia
 
------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------
Pasar Malam Selamat Datang di Engels Holland - boek verkrijgbaar bij Amazon.met vertaalde Nederlandse artikelen-

Mary Bruckel-Beiten orang biasa, seorang isteri, ibu dan nenek. Dalam buku ini pembaca diperkenalkan oleh anaknya dalam undang-undang Geraldine Bruckel-Lang, dengan banyak ilustrasi Indonesia dan semangat perintis Mary. Pembaca ditunjukkan bagaimana ia adalah pada hari-hari yang Mary tinggal di kelahiran beliau tanah Indonesia dan juga semasa zaman Pendudukan Jepun di tanah. Mary dan anaknya 2 dan banyak negara rakan-rakan lelaki dan perempuan telah dipenjarakan.
Mary terus tempat tenusu sketched masa itu dan disimpan ia tersembunyi dalam bakul Dobi dirty. Dia akan teruk dihukum jika ia telah mendapati. Orang-orang seperti Mary dipanggil Indisch atau Indo.Orang-orang mendapat asal-usul mereka pada hari-hari yang Belanda dijajah di Indies dan mempunyai darah yang bercampur dengan "semua negara di dunia, kebanyakannya Belanda/Indonesia dilahirkan dengan kerakyatan Belanda yang terakhir"Indisch"tanah Indonesia sekarang.
Mereka adalah seperti sebuah "negara hilang" dan berakhir di Belanda, dihalau keluar dari tanah kelahiran mereka kerana Indonesia menjadi bebas dan mereka kehilangan segala-galanya dan harapan mereka, hidup inheritances. Ini suatu peristiwa yang menyedihkan bagi orang-orang Indisch. Tetapi gembira bahawa Belanda tanahair mereka menunggu dengan tangan terbuka. Tetapi Belanda terpaksa digunakan untuk pendatang baru di Belanda, bagi mereka untuk memulakan seluruh lagi diri mereka selepas Perang Dunia Kedua. Selepas tiba di Mary Belanda mendapati ia tugas beliau untuk memastikan beliau orang yang kini menetap di Belanda dan mereka akan mempunyai keberanian untuk pergi.Integrasi tersebut tahun 1940 di Mary pergi berkali-kali dari Kampung ke Kampung untuk memperkenalkan Indisch dalam budaya kepada Belanda dan memulakan lawatan beliau di kawasan luar bandar ladang untuk suri rumah serta lelaki.
Beliau menulis banyak buku masakan untuk memperkenalkan Belanda untuk memasak di Timur Indonesia makanan sendiri dengan bahan-bahan mereka sendiri. Ini pergi begitu baik, hari ini Terdapat beratus-ratus Indonesia restoran dan kedai-kedai untuk pertemuan Indonesia. Makanan ini adalah kini disukai oleh Belanda asli. Mary mula untuk mempunyai pameran mewah pada 1950 lewat, orang Indisch jadi gembira dan berkata kepada beliau, rasanya dahulu masa Pasar Malam (nama yang berasal dari Indonesia erti pasaran) Indisch yang dipanggil ia seperti "Rentak Doeloe" dia menyusul untuk menganjurkan satu kumpulan seni Indisch seni budaya Pusat Tong Tong. Dan Pasar Malam seperti yang disyorkan dalam masa yang Tempo Doeloe. Tiada siapa mempunyai wang pada hari-hari selepas perang.
Tetapi Mary dan keluarga beliau meletakkan semua simpanan mereka sedikit Jadual...Dan jadi, dia dianjurkan dan mengasaskan Pasar Malam pertama yang posting penjajahan pada tahun 1958 di the Hague. Tahunan pasar malam kejadian dia terus 8 tahun lebih. Dia dipanggil "Mother of the Pasar Malams di Belanda" oleh Kumpulan kesenian Tong Tong. Dan selepas semua Mary telah dilakukan untuk di Belanda Indisch, hari ia palsu didokumenkan dalam sejarah Ned.Indisch Arkib Belanda di the Hague dan tidak didokumenkan pada Wikipidia, bahawa salah satu sekerja Mary Tjalie Robinson melakukannya semua. Ini bukanlah olny tidak adil tetapi penamaan penghormatan palsu.

Sejarah yang palsu yang tiada sejarah, tetapi kes ini satu diskriminasi terhadap seorang wanita. Dan sayang untuk kita Indisch untuk mengetahui sesuatu yang disimpan tidak benar sebab rosak. Kita tidak suka, orang-orang Indisch secara umum yang jujur dan gembira, suka mencari dan sentiasa mencari orang untuk membantu.
Semua bukti salinan asal Mary merintis kerja adalah didokumenkan dalam buku ini.
 
 
Lees verder…

Niet Europa, maar Indonesie heeft de oudste grotkunst

Niet Europa, maar Indonesië heeft de oudste grotkunst

De prehistorische grotschilderingen in Spanje en Frankrijk blijken niet de oudste ter wereld: nieuw onderzoek wijst die in Sulawesi aan als nóg ouder. 'Dit zet alles op z'n kop.'

763?appId=93a17a8fd81db0de025c8abd1cca1279&quality=0.8 Afbeelding van handen in een grot op Sulawesi, in de jaren vijftig ontdekt door H.R. van Heekeren, nu opnieuw gedateerd. Beeld Maxime Aubert
advertentie

Europa is dus toch niet de bakermat van de schilderkunst. Op het Indonesische eiland Sulawesi hebben archeologen tot hun stomme verbazing vastgesteld dat sommige schilderingen op de muren van grotten nóg ouder zijn dan de beroemde prehistorische grotschilderingen uit Frankrijk en Spanje. Een teken dat schilderkunst in de steentijd geen exclusief Europees verschijnsel was.

De wetenschappers baseren zich op gedetailleerde analyse van twaalf handafdrukken en twee tekeningen van dieren in zeven Indonesische grotten bij Maros-Pangkep, die in de jaren vijftig van de vorige eeuw werden beschreven door de Nederlandse archeoloog H.R. van Heekeren. 'Omdat pigment in de tropen snel vergaat, dachten we altijd dat die schilderingen niet ouder konden zijn dan een paar duizend jaar', zegt de Leidse hoogleraar oude steentijd Wil Roebroeks.

Maar uit nieuwe, gedetailleerde chemische analyse van kalkstenen blaasjes die boven op de tekeningen zijn gegroeid, blijkt nu dat de oudste handafdrukken minstens 39.900 jaar oud moeten zijn, iets ouder nog dan de vroegst bekende grottenhandjes uit Europa.

Chauvet

Een schildering van (vermoedelijk) een varken moet tussen de 35.700 en de 35.400 jaar geleden zijn geschilderd, iets langer geleden dan de vroegst bekende dierentekeningen in de grot van Chauvet in Zuid-Frankrijk. Daarmee is het Indonesische varken meteen de oudst bekende figuratieve schildering ter wereld.

'Ik vond het zó te gek toen ik dit las. Dit zet alles op zijn kop', zegt Roebroeks, die zelf niet bij de nieuwe analyse is betrokken. 'Lang waanden we ons het centrum van de wereld, met zo'n 350 beschilderde grotten in West-Europa. En dan opeens dit. Een totale verrassing.'

De hoogleraar verwacht meer onthullingen: 'Hetzelfde team is nu bezig op Borneo en in Noord-Australië, waar ook veel grotschilderingen zijn gevonden. Ik denk dat we een soort zegetocht tegemoet kunnen zien van dit soort ontdekkingen.'

De archeologen, onder wie de in Australië werkzame Nederlander Gert van den Bergh, wijzen er in het wetenschapsblad Nature op dat de vroegste kunst kennelijk niet in een 'oerknal' van creativiteit is ontstaan in Europa, zoals men tot voor kort dacht. 'Dit suggereert dat moderne mensen hun creativiteit al bij zich hadden toen ze zich vanuit Afrika verspreidden over de wereld', aldus de Britse paleontoloog Chris Stringer.

763?appId=93a17a8fd81db0de025c8abd1cca1279&quality=0.8 Beeld de Volkskrant

Europa geen kraamkamer

'Het verhaal van Europa als kraamkamer van de kunst was altijd al wat naïef', vindt ook Roebroeks. Zo vonden archeologen in een grot in Zuid-Afrika al eens rode oker van misschien wel 70 duizend jaar oud.


Wie de tekeningen maakten, is lastig te zeggen. Het huidige Indonesië raakte rond 50 duizend jaar geleden bevolkt met moderne mensen. 'Dit waren jager-verzamelaars, die waarschijnlijk ook schaaldieren verzamelden en aan visvangst nabij de kust deden', zegt Roebroeks.


Eveneens onduidelijk is waarom de voorouders hun omgeving zo fanatiek beschilderden. Archeologen denken dat het geschilder zich niet beperkte tot de binnenkant van grotten: in Europa zijn ook op rotsen buiten de grotten sporen gevonden van prehistorische kunst gevonden. 'Dit waren mensen die hun omgeving en hun voorwerpen versierden', zegt Roebroeks.

Lees verder…

HET EEUWIGE LEVEN RONALD SCHOLTE (1924-2018)

763?appId=93a17a8fd81db0de025c8abd1cca1279&quality=0.8Ronald Scholte (1924-2018): de Nederlander die de tweede atoombom zag vallen

Als krijgsgevangene overleefde Ronald Scholte de atoombom die op Nagasaki viel. Gezondheidsklachten heeft hij er niet aan overgehouden.





Ronald Scholte bij 0022TE eeuwigelevenronaldscholte Beeld RV

Met andere krijgsgevangenen was Ronald Scholte op 9 augustus 1945 in de Japanse stad Nagasaki bezig met het graven van een schuilkelder.

‘Buiten riep iemand: een parachute! ‘Ik zag een flits en werd met kracht de tunnel in geslingerd. Dat was mijn geluk. We zaten 1.800meter van de plek waar de bom viel. Mensen die buiten waren gebleven, zaten onder de brandwonden. De stad onder ons stond in lichterlaaie’, vertelde hij tien jaar geleden in de Volkskrant. Hij was een van de overlevenden van de tweede atoombom die door de Amerikanen op Japan werd gegooid om de oorlog te beëindigen

Er vielen door die ene bom 39duizend doden en 25 duizend gewonden, terwijl later nog tal van mensen overleden aan brandwonden, beschadigde luchtwegen of stralingsziekte. Toen de overlevenden het brandende restant van de stad ontvluchtten, nam Scholte een gewonde Japanner mee op zijn schouder. Later moest hij in het puin helpen zoeken naar slachtoffers.

Hij hield er geen gezondheidsklachten aan over. ‘Ook psychisch heeft het me niets gedaan; ik ben keihard. Van andere overlevenden heb ik gehoord dat er zich onder hun nazaten vreemde ziekten voordeden. Mijn twee zoons hebben ook allerlei gezondheidsklachten gekregen. Een verband met de straling waaraan ik ben blootgesteld, is niet aangetoond, maar ik sluit het niet uit.’

Scholte is uiteindelijk 94 jaar geworden. Hij overleed op 30 oktober in Breda. ‘Hij was de laatste tijd wat aan het sukkelen, maar het overlijden kwam toch nog onverwacht’, aldus zijn zoon Marcel Scholte.

Ronald Scholte werd geboren in Batavia en groeide op in Nederlands-Indië, in een gezin met drie kinderen. Zijn vader had een pandjeshuis waar mensen die slecht in hun cash zaten, spullen in onderpand konden geven in ruil voor een lening.

Op zijn 17de ging Scholte in het leger – een jaar voor de Japanse inval. In eerste instantie vluchtte hij na de overgave, maar uit angst voor represailles tegen zijn familie gaf hij zich alsnog aan, waarna hij krijgsgevangen werd gemaakt en als klinker op een scheepswerf in Nagasaki te werk werd gesteld.

Hier maakte hij de atoomaanval mee en vlak daarna de bevrijding. Via het eiland Okinawa kwam hij in 1945 terug in Nederlands-Indië waar de opstand was uitgebroken. Hij moest weer in het leger. Na de Indonesische onafhankelijkheid werkte hij enkele jaren bij Shell. In 1954 kwam hij terug in Nederland.

Hij had toen al drie kinderen met zijn echtgenote Lydia Coenraad. Hij werd onderhoudsmonteur bij de genie met als standplaats Gilze-Rijen, waar nog eens twee zoons werden geboren.

‘De entree hier was beroerd. Mijn vrouw had tuberculose. Ik moest bij het leger weer onderop beginnen. Ik ging van een dik salaris bij Shell naar 52 gulden per week. Maar het is allemaal goed gekomen. En ik heb nooit een slapeloze nacht gehad. Dat is bij veel lotgenoten die ik heb gekend wel anders geweest.’

In 1979 ging Scholte met de onderofficiersrang van sergeant-majoor met vervroegd pensioen. In 1996 overleed zijn vrouw. Een jaar later ging hij voor het eerst naar de herdenkingsbijeenkomst van de atoomaanval in Nagasaki. ‘Ik werd er als een held ontvangen. Heel anders dan toen ik in 1942 als krijgsgevangene aankwam en we met stenen werden bekogeld. Bij het monument in het Vredespark in Nagasaki heb ik een krans gelegd.’

De laatste drie jaar van zijn leven woonde hij in Raffy, een woonzorgcentrum voor Molukse en Indische ouderen in Breda.

Lees verder…