Ferry Schwab's berichten (2037)

Sorteer op

10897405466?profile=originalDe Indische rijsttafel behoort tot Immaterieel Cultureel Erfgoed Nederland ofwel staat op de lijst UNESCO.[1]. op 841 sinds 2015


De oorsprong van deze tafel kwam uit Nederland ten tijde van het Voormalige Indie. Is dus misvatting dat deze zijn oorsprong vanuit de Indonesie zelf kwam. Immers de verschillende bevolkingen in het voormalige Indie brachten vaak al een gerecht uit hun provincie. Er werd besloten om alle verschillende gerechten naar 1 tafel te brengen, zo ontstond de Indische rijsttafel. Tegen de achtergrond zijn teven andere producten afkomstig uit Nederland naar het voormalige Indie gebracht; de bekende spekkoek, smoor, etc...

ICM wil hiervan een mettertijd een boek uitbrengen, maar dan met uw in breng, u levert een mooie foto en een rececpt aan. Wij beloven U dat wij Uw recept in dit ICM kookboek "De ICM - Indische rijsttafel zullen uitbrengen. Uiteraard staat uw naam bij het ingezonden recept met de foto.

WORDT LID VAN DEZE GROEP OP FACEBOOK

https://www.facebook.com/groups/819147348447741/

Lees verder…

De "tafel".

10897406094?profile=originalDe "tafel". 


In 2018 kwam de "Tafel" aan de orde bij de loon onderhandelingen, de pensioenen, en onlangs het klimaatakkoord.

Het democratisch model staat ter discussie. Een Therry Baudette ( Indoman) probeert hier via zijn politieke - missie hierin verandering in te brengen dit volgens zijn forum. Is uiteraard hard nodig dat hierin verandering komt, want de burgers staan steeds ver af van zijn democratie. Tot stemhokje heeft de burger zijn democratie, hierna beslist uitsluitend het Kabinet, die op de centjes van de burgers moeten letten, en de Kamer die zogenaamd de burgers moeten beschermen tegen verkeerde stappen van het Kabinet.

So far so good !

Wat schets onze verbazing juist uit de Kamer komt van de groene partijen 'uit de tover hoed het groene - dier te voorschijn genaamd de CO 2. Op eens lijken de groenen de pacht van een ingenieursbureau in zich te hebben. Na de schaarste - , consumerende - komt nu de duurzaamheids economie boven water drijven.

Ja, en die gaat om het huis, de auto, en energie van diezelfde burgers. Het lijkt er op dat ze alles moeten gaan opofferen

Het huis zal fors onder handen worden genomen; isolatie , spouwmuren, geisoleerd dak, met zonnepanelen .. .

De auto op fossiele brandstoffen moet de deur uit. Tussentijds de Motorrijtuigen Belasting fors omhoog,

Energie rekening die nu opeens duurder wordt, terwijl de olie prijzen met 40% zijn gedaald, en op termijn nog eens zo'n 30.000 voor een nieuwe warmte toestel.

Nu komt om het volk gerust te stellen die beroemde tafels anno 2018 uit de kast. Nieuw is dit fenomeen niet! Reeds uit het voormalige Indie werd ook een Tafel als symbool gebruikt bij de Indische Rijsttafel. Immers de bevolkingsgroep uit voormalige Indie had slechts 1 gerecht. Het was Nederland die besloot om al de afzonderlijke gerechten bij een te brengen tot 1 tafel. Zo ontstond de Indische Rijsttafel die nu tot Nederlands Erfgoed behoort.

Dus Ed Nijpels u was niet bedenker van de tafel, maar velen zijn U al voorgegaan.

De volgende vraag; Wie zitten aan de tafel van klimaat akkoord? Naar zeggen uitsluitend MKB - ers die met mooie plannen komen om hun eigen zakken te vullen, en deze te halen bij de argeloze burgers voor kosten van energie, huis en de auto..... .

Te denken dat de bedrijven (MKB) decenia lang de grootste vervuilers zijn van CO 2 uitstoot.

Wanneer komt de tafels voor de burgers.

Lees verder…

Herwaardering van kolonialisme

Gastcolumn: Tijd dat kritische, postkoloniale stemmen eindelijk meer ruimte krijgen dan koloniale stemmen

Achterhaalde ideeën bepalen nog altijd het heersende discours over het koloniale verleden – vernieuwende en kritische geluiden ten spijt. Dat betoogt gastcolumnist Reza Kartosen-Wong.

763?appId=93a17a8fd81db0de025c8abd1cca1279&quality=0.8 Vertrek van Hr Ms Zuiderkruis vanuit Rotterdam naar Nederlands-Indië, 14 januari 1949. Beeld ANP

In media en cultuur werd het afgelopen jaar geregeld aandacht besteed aan het Nederlandse koloniale verleden in voormalig Nederlands-Indië. Daarbij kwamen ook vernieuwende kritische en postkoloniale gezichtspunten aan bod. Het heersende discours over ons koloniale verleden wordt echter nog steeds vooral bepaald door koloniale stemmen en ideeën. Kritische kennis over racisme, onderdrukking, uitbuiting en geweld als essentie van de koloniale samenleving in ‘Indië’, heeft nog geen vaste plek in ons collectieve geheugen gekregen. De muffige koloniale ideeën moeten eindelijk eens worden vervangen door frisse, kritische perspectieven op ons koloniale verleden.

advertentie
Het boekje Tempo Doeloe, een Omhelzing van Kester Freriks is exemplarisch voor dat koloniale denken. Freriks pleit voor de rehabilitatie van tempo doeloe, de goede oude tijd in de kolonie, en uiteindelijk voor rechtvaardiging van kolonialisme. Hij schiet in de slachtofferrol en stelt enigszins hysterisch dat het nu ‘verboden is’ om te zeggen dat men een gelukkige tijd had in voormalig Nederlands-Indië en dat het een ‘levensgevaarlijk onderwerp’ is omdat de ‘verdediging en herwaardering van tempo doeloe geldt als immoreel en ongepast’. Ook benadrukt hij de ‘goede kanten’ van kolonialisme.

Herwaardering van kolonialisme

Het is slechts een stropop. Dat er ook idealistische Nederlanders waren die goede dingen deden voor de Indonesische bevolking zal niemand ontkennen. Ook wordt niemand er van weerhouden om met weemoed terug te denken aan een gelukkige tijd in de kolonie. Sterker, in recente memoires, fotoboeken en theaterstukken is een nostalgische lezing van tempo doeloe gewoon terug te vinden. Tegelijkertijd moeten we deze persoonlijke herinneringen in de bredere historische context van de koloniale samenleving in voormalig Nederlands-Indië plaatsen.

Juist dat wil Freriks niet. Hij geeft wel aan dat er in de kolonie sprake was van geweld, onderdrukking en racisme, maar hij bagatelliseert dat. Zo vergoelijkt hij de strikte raciale hiërarchie in de kolonie door te stellen dat ‘uitsluiting van alle tijden is’ en dat men in Nederland een verzuilde samenleving kende. In plaats van te erkennen dat de koloniale samenleving was gebouwd op geweld, racisme en onderdrukking, wil Freriks juist benadrukken dat het kolonialisme veel goeds bracht. Hij is uit op een herwaardering van het kolonialisme. Hoe de miljoenen onderdrukte en achtergestelde Indonesiërs zich voelden, is niet van belang. Ook niet dat er honderdduizenden Indonesiërs zijn vermoord tijdens het koloniale bewind.

Freriks ziet de publicaties over geweldsexcessen tussen 1945 en 1950 in Indonesië en de kritische analyse van kolonialisme in het algemeen als problematisch. Dus niet zozeer de oorlogsmisdaden en de gruwelijkheid van kolonialisme zelf, maar de aandacht daarvoor. Die vormen een bedreiging voor zijn mooie herinneringen aan Indië. Freriks zit vast in zijn koloniale bubbel.

Gebrek aan brede analyse

Deze maand schreef Remco Raben, hoogleraar koloniale en postkoloniale literatuur- en cultuurgeschiedenis, een scherpe recensie van Tempo Doeloe, een Omhelzing voor de Nederlandse Boekengids. Hij ontmaskert Freriks als een apologeet van het kolonialisme. Ook andere historici, waaronder blogger en journalist Lara Nuberg, waren uiterst kritisch over Freriks pamflet.

Het heersende discours over het koloniale verleden wordt helaas nog altijd bepaald door achterhaalde koloniale ideeën zoals die van Freriks – vernieuwende en kritische geluiden ten spijt. Een echte brede en kritische analyse van geweld, racisme, onderdrukking en uitbuiting als essentie van de koloniale samenleving in voormalig Nederlands-Indië, de legitimiteit van het koloniale bewind en de doorwerking van kolonialisme in het heden is in Nederland nog geen vast onderdeel van geschiedenisonderwijs, media, cultuur, politiek en uiteindelijk collectief geheugen. Voor het nieuwe jaar hoop ik daarom dat de kritische en postkoloniale stemmen van onder andere Reggie Baay, Marion Bloem, Lara Nuberg, Jeffry Pondaag, Francisca Pattipilohy, Ethan Mark, Marjolein van Pagee, Histori Bersama, het Dekolonisatie Netwerk voormalig Nederlands-Indië en Griselda Molemans eindelijk meer ruimte krijgen dan de welbekende koloniale stemmen.

Reza Kartosen-Wong is een publicist en docent media en cultuur (UvA) die promoveerde op onderzoek naar de culturele identificaties van jonge Aziatische Nederlanders. Deze maand is hij gastcolumnist van de Volkskrant.

Lees verder…
Alarmfase vulkaan Anak Krakatau verhoogd, vliegverkeer omgeleid
10897406474?profile=original



INDONESIË

Alarmfase vulkaan Anak Krakatau verhoogd, vliegverkeer omgeleid

De vulkaan spuwt sinds zondag veel rook en as uit. Beeld REUTERS




Indonesië leidt donderdag al het vliegverkeer rond de uitgebarsten vulkaan Anak Krakatau om. Ook hebben de autoriteiten de alarmfase verhoogd naar de op een na hoogste. De maatregelen komen een kleine week nadat de vulkaan een tsunami veroorzaakte waarbij zeker 430 doden vielen. 


De luchtvaartdienst AirNav nam de maatregelen omdat het vliegverkeer ernstig hinder ondervindt van de enorme hoeveelheid rook en as die door de vulkaan wordt uitgestoten. Omdat de alarmfase is verhoogd, mag niemand meer in een gebied komen van 5 kilometer rond de vulkaan.

advertentie

Aan de westkust van Java zijn gebouwen, voertuigen en bomen sinds woensdag bedekt met een dunne laag vulkaanas. De autoriteiten zeggen dat de as niet gevaarlijk is. Wel roepen ze de bevolking op maskers en mondkapjes te dragen als ze naar buiten gaan. Tot nu toe is nog niet besloten luchthavens te sluiten. De hoofdstad Jakarta bevindt zich op 155 kilometer van de vulkaan.

Anak Krakatau is sinds juli onrustig. Maar sinds zondag spuwt de vulkaan lava en stenen omhoog. Ook zijn aswolken tot op 3 kilometer hoogte te zien. ‘Wij verwachten een verdere escalatie’, aldus Antonius Ratdomopurbo, secretaris van het geologisch instituut.

10897406863?profile=original
Aswolken boven de vulkaan Anak Krakatau. Beeld REUTERS

Extreem weer

De autoriteiten waarschuwden woensdag al voor ‘extreem weer en hoge golven’ rond de vulkaan in de Straat van Soenda, tussen Zuid-Sumatra en West-Java. Ook dringen zij erop aan weg te blijven bij de kust. Volgens de meteorologische dienst kan het ruwe weer rond de vulkaan de kraterwand kwetsbaar maken, waardoor het risico bestaat dat deze het begeeft. 

De tsunami van zaterdag werd veroorzaakt doordat een deel van de vulkaan instortte. Het hoofd van de meteorologische dienst, Dwikorita Karnawati, zegt dat de vulkaan nauwlettend in de gaten wordt gehouden. ‘Wij hebben een controlesysteem ontwikkeld dat zich focust op de vulkanische trillingen in Anak Krakatau, zodat wij vroeg kunnen waarschuwen.’

763?appId=93a17a8fd81db0de025c8abd1cca1279&quality=0.8
Vulkaanuitbarsting.

De ramp gebeurde zo onverwacht dat zelfs deskundigen het niet willen geloven. Er is geen aardbeving geweest, geen ‘tektonische activiteit’ in deskundigentaal. Er was alleen een uitbarsting van de vulkaan Anak Krakatau (‘het kind van Krakatau’). 

Lees verder…

‘Kind’ van Krakatau pruttelt niet meer, maar is een vulkaan om rekening mee te houden

Indonesiërs vrezen nieuwe uitbarstingen van het ‘kind van Krakatau’. De vulkaan groeit ieder jaar en is onrustig, maar evenaart de kracht van zijn voorvader, die in 1883 met daverend geweld explodeerde, nog lang niet.

763?appId=93a17a8fd81db0de025c8abd1cca1279&quality=0.8 Op 23 december brak een stuk van 64 hectare van de eilandvulkaan af, 90 voetbalvelden in één keer, die het water van de zee opstuwden tot een vloedgolf die met grote snelheid over de stranden denderde. Beeld EPA

De nieuwste uitbarsting van Anak Krakatau op Eerste Kerstdag veroorzaakt geen tsunami, maar het gedonder van de berg is genoeg om duizenden bewoners van Sumur op de vlucht te jagen. Ze rennen naar hoger gelegen plekken, en waar die niet zijn rennen ze alleen maar rechtdoor, zo ver mogelijk weg van de onbetrouwbare zee. Niemand weet of er een nieuwe tsunami komt, en als er een komt: wanneer. In heel Indonesië is er geen deskundige die dat kan voorspellen, en evenmin is er een systeem dat de mensen op tijd kan waarschuwen. Na afgelopen weekeinde blijven de mensen daarom uit de buurt van de zee, en bij het minste of geringste zet iedereen het op een lopen.

advertentie

Het gerommel van Anak Krakatau houdt niet meer op. Langs de hele kust kun je het horen: een geluid van verre explosies, scherper dan het gedonder van onweer, onheilspellender. Soms zijn het er een paar per minuut, soms zitten er een paar minuten tussen twee donderslagen en soms is het een heel uur stil. De klap die de tsunami aankondigde was harder. ‘Het klonk als een bom’, zeggen getuigen. Dat was de klap waardoor een stuk van 64 hectare van de eilandvulkaan afbrak, 90 voetbalvelden in één keer, die het water van de zee opstuwden tot een vloedgolf die met grote snelheid over de stranden denderde.

De doden en de verwoesting die achterbleven hebben een einde gemaakt aan de betrekkelijke onschuld van de berg. Tot nu toe was ‘Anak Krakatau’ maar een kind dat een beetje aanrommelde in vergelijking met de echte Krakatau die zichzelf in 1883 in een apocalyptische knal heeft opgeblazen. Maar ineens is het kind er een geworden om rekening mee te houden.

Anak Krakatau is desondanks nog steeds een dwerg in vergelijking met de grote Krakatau.

763?appId=93a17a8fd81db0de025c8abd1cca1279&quality=0.8

Muur van water 

De omvang van de explosie van die vulkaan, en de gevolgen die zij had, waren in 1883 oneindig veel groter dan de tsunami die dit weekeinde over de westkust van Java en de oostkust van Sumatra denderde. De fatale uitbarsting van de grote Krakatau was een van de allergrootste erupties die de aarde ooit had meegemaakt. Een berg van meer dan 800 meter hoogte verdween in een grote explosie van de aardbodem. Van het eiland bleven een paar randjes over. De rest werd in een gigantische gloeiende aswolk de atmosfeer in gespoten. Ook toen waren er tsunami’s. De grootste en laatste smeet een ijzeren stoomschip, de ‘Berouw’, kilometers diep landinwaarts. De zeldzame overlevenden spraken van een ‘zwarte muur van water’, een muur die meer dan 40 meter hoog moet zijn geweest. Zelfs vluchten naar een heuveltop had geen zin, omdat de golf daar nog ruimschoots bovenuit kwam. Alle plaatsen aan de kust werden volledig weggevaagd. De gloeiende as en puimsteen doodden duizend mensen, de tsunami’s doodden er 35 duizend. Als Java toen net zo dicht bevolkt was geweest als nu, zouden dat er vele honderdduizenden zijn geweest.

Hardste geluid ooit

De auteur Simon Winchester heeft een reconstructie gemaakt van de gebeurtenis in zijn standaardwerk: ‘Krakatoa’. Het boek heeft de ondertitel: ‘De dag dat de wereld ontplofte.’ De uitbarsting had inderdaad wereldwijde gevolgen. De knal waarmee de Krakatau, op de ochtend van 27 augustus uit elkaar spatte was het hardste geluid dat ooit op aarde was geregistreerd. Het was duizenden kilometers verderop te horen. Op het eiland Rodrigues in de Indische Oceaan noteerde een politiecommandant het ‘geluid van kanonnen’. Rodrigues ligt bijna 5.000 kilometer van de Krakatau, dat is verder dan van Amsterdam naar Teheran. De knallen werden gehoord in Singapore, Bangkok en Manilla, en volgens Winchester zelfs in Amerika, bijna twintigduizend kilometer verderop. Verteld wordt dat de knal vier keer rond de aarde ging voordat hij uiteindelijk helemaal tot zwijgen kwam.

De explosie had de kracht van dertien keer de atoombom van Hiroshima. Gas, stof, puimsteen en stenen werden tot in de hogere luchtlagen omhooggeschoten in een wolk die de halve aarde zou omspannen. De gemiddelde temperatuur van de aarde daalde door dat stofgordijn vijf jaar lang met 1 graad. De stofwolken veroorzaakten spectaculaire zonsopgangen aan de andere kant van de aardbol. De rode flarden moeten in Amerika zelfs brandweerlieden voor de gek hebben gehouden, die dachten dat aan de horizon grote branden woedden.

‘Live’ verslag

De uitbarsting van de Krakatau was de eerste ramp waarover bijna ‘live’ over de hele wereld verslag werd gedaan. Nog maar heel kort daarvoor waren de onderzeese telegraaflijnen gelegd. De trans-Atlantische verbinding was net 25 jaar oud en nu omspanden telegraaflijnen de hele wereld, en via die lijnen verspreidde zich binnen een dag het nieuws dat er iets vreselijks was gebeurd in Nederlands-Indië. Bijna niemand wist wat de Krakatau was, weinig mensen hadden ooit gehoord van Java, Sumatra of Batavia, maar ineens lagen die woorden op ieders lippen. De wereld zou daarna nooit meer dezelfde zijn.

Het zou tientallen jaren duren voordat Anak Krakatau uit het water tevoorschijn zou komen. In 1927 begon een nieuwe vulkaan onder water lava uit te braken. In 1930 kwam die vulkaan boven water: Anak Krakatau. Die spuwde meer lava dan de zee kon wegspoelen, en groeide snel, sinds de jaren vijftig met meer dan zes meter per jaar. Sinds 1994 is Anak Krakatau niet meer tot rust gekomen. 19 februari 2017 was er een explosieve uitbarsting, en in juni 2018 begon een reeks uitbarstingen die tot de dag van vandaag voortduurt.

Tot vorige week waren de knallen niet meer dan een achtergrond. De Anak Krakatau met zijn eeuwige rookpluim was van de kust uit te zien. De fotogenieke berg was een extra bron van inkomsten. Het bracht vulkaantoeristen naar de streek. Vergeleken met de wereldknal van 1883 zijn de knallen van Anak Krakatau baby-gepruttel. Zij reiken niet verder dan enkele tientallen kilometers, maar sinds zaterdag is dat ver genoeg. Voor de mensen die ze kunnen horen zijn ze angstaanjagend en onheilspellend.

Geen detectiesysteem 

Het meest angstaanjagend is het feit dat niemand weet wat ze zullen brengen. Indonesië heeft geen detectiesysteem dat op tijd kan waarschuwen voor een stijging van het zeewaterpeil. Het enige waarschuwingssysteem dat er bestaat, is gekoppeld aan aardbevingen. 90 procent van de tsunami’s worden veroorzaakt door een aardbeving, en de meteorologische dienst heeft modellen voor de omstandigheden waaronder een aardbeving een tsunami kan veroorzaken. Als die omstandigheden er zijn, wordt een tsunamialarm gegeven. In de meeste gevallen is dat niet eens nodig. Sinds de grote tsunami die eind 2004 130 duizend tot 180 duizend mensen doodde in de provincie Atjeh, is de bevolking zich meer dan bewust van de gevaren van een aardbeving aan zee. Zodra de aarde schudt vluchten de mensen uit hun huizen, en zoeken ze een hoger gelegen plek op.

Ooit was er een detectiesysteem dat elke tsunami kon meten, ook als er geen aardbeving was. In 2005 is er met buitenlandse hulp een netwerk van boeien langs de zuidkust van Sumatra en Java gelegd. Die boeien bevatten elektronische apparatuur die elke verandering in het zeewaterpeil meteen doorgaven naar een centrale op het vasteland. Dat peperdure systeem is er niet meer. Het ging als een nachtkaars uit. Apparatuur werd van de boeien gesloopt, hele boeien werden gestolen, apparatuur ging kapot en werd niet hersteld, boeien roestten weg, tot in 2012 ten slotte ook de laatste boei het begaf. Indonesië heeft er nooit meer naar omgezien.

Tot de tsunami van de Anak Krakatau, en ook een soortgelijke tsunami die eerder dit jaar de stad Palu op Sulawesi trof, Indonesië de ogen opende.

President 

Onder druk van een stijgend aantal slachtoffers heeft president Joko Widodo nu opdracht gegeven het vergeten hightech waarschuwingssysteem te herstellen. Volgend jaar moet dat weer operationeel zijn, en uitgebreid naar plaatsen die niet door het oude systeem werden gedekt. De president moet wel. In april zijn er presidentsverkiezingen en Joko Widodo zal door zijn tegenstander, ex-generaal Prabowo, ongetwijfeld worden afgerekend op hoe hij de reeks rampen van dit jaar (twee aardbevingen, tsunami’s en een vliegtuigramp) heeft aangepakt.

Terwijl de ramp langzaam politiek wordt, zijn reddingwerkers, politiemannen en militairen nog volop bezig met het zoeken naar slachtoffers. Nog steeds worden er lichamen gevonden. Marineschepen vissen ze uit zee, en op het land duiken ze op op plaatsen die tot nu toe nog moeilijk bereikbaar waren. Gezocht wordt met drones en honden. Duizenden bewoners van de kuststrook zijn gevlucht en worden opgevangen in openbare gebouwen als scholen en gemeentehuizen, in moskeeën en in haastig opgezette tentenkampen.

De meteorologische dienst heeft mensen gewaarschuwd minstens een kilometer van het strand weg te blijven. De dienst vreest dat een combinatie van factoren een nieuwe aardverschuiving kan veroorzaken, en een nieuwe tsunami. Hevige regenval, onweersbuien en felle wind zullen de zee en de golven opzwepen. Gecombineerd met de aanhoudende uitbarstingen van de vulkaan kan dat het eiland Anak Krakatau instabiel maken.

De waarschuwing is giswerk, maar beter een keer te veel gewaarschuwd dan opnieuw verrast te worden door de zee.

Lees verder…

De verborgen kamers in Gunung Padang

10897276290?profile=original De verborgen kamers in Gunung Padang

Langzaam maar zeker wordt het mysterie van de ca. 13.000 jaar oude piramide in Gunung Padang in het regentschap Cianjur op Java ontrafeld. Wetenschappers hebben bewijs gevonden dat de piramide-vormige berg door mensen is gemaakt. Uit radarbeelden is gebleken dat de berg openingen bevat, die op ingangen naar heilgdommen lijken. Dit zou betekenen dat deze piramide ouder is dan de pitamiden in Egypte.

De Nederlandse Oudheidkundige Dienst maakte voor het eerst melding van de megalithische vindplaats in 1914. De historicus N.J. Krom maakt er in 1949 opnieuw melding van. Gunung Padang ligt op 885 meter boven zeeniveau en bestaat voornamelijk uit ommuurde terrassen. Er liggen enorme rechthoekige rotsblokken. De lokale bewoners geloven dat Gunung Padang het resultaat is van een poging van de legendarische koning Siliwangi om binnen één dag een paleis te bouwen.

Gunung Padang gezien vanuit het noorden

Grote kamers

Eerder onderzoek wees uit dat de piramide 4.700 tot 10.000 jaar voor Christus gebouwd moest zijn. Artefacten die vanuit een diepte van 8 tot 10 meter uit de piramide zijn gehaald, dateerde men echter op tenminste 12.500 jaar. Met behulp van Grond Penetrerende Radar (GPR)  of bodemradar is onthuld dat zich op een diepte van 15 tot 20 meter grote holle ruimten bevonden. De totale vindplaats beslaat een oppervlakte van 25 hectare en bevat meer dan 100 stenen terrassen. De muren vertonen opvallend veel overeen-komsten met die in het Peruaanse Machu Picchu.

Gudung Padang werd het gesprek van de dag toen een onderzoeksteam een breuklijn op enkele kilometers ten noorden van de vindplaats bestudeerde. Dit team was samengesteld door het hoofd van de rampenbestrijding Andi Arief. In 2013 deed het geruchtde ronde dat er onder Gunang Padang een soort piramide was gevonden. “Op het eerste gezicht lijkt het niet op een natuurlijke berg, maar op een door mensen gemaakt bouwwerk”, aldus Arief.

Niet uniek

Vanuit het noorden bekeken, waar het team werkzaam was, vormt de berg een welhaast perfecte driehoek. Het onderzoeksteam ontdekte al eerder soortgelijke vormen bij Gunung Sadahurip nabij Garut en bij Bukit Dago Pakar bij Bandung, toen ze er een

GPR metingen onthullen de ware vorm van Gunung Padang

andere breuklijk onderzochten. Aries: “Of je het nu een berg of een piramide wilt noemen, feit blijft dat er ondergrondse ruimten zijn gelokaliseerd en dieruimten lijken te regelmatig te zijn om door te gaan voor natuurlijke verschijnselen”. Arief liet weten dat het werk van zijn team bij Gunung Padang er bijna op zit. Zij team zal er geen opgravingen verrichten, omdat hij daar geen budget voor heeft.

______________________

Lees verder…

10897279098?profile=originalKousbroeks “Het Oostindisch kampsyndroom”.

Besproken door Pjotr.X. Siccama 

 Tijdens het bezoek van Hirohito  in 1971 aan een paar Europese landen, onder andere Nederland was Kousbroek de enige (zegt hij zelf) in dit land die hem welkom heette.

Veel Nederlanders, zeker de Indische Gemeenschap, die Nederlanders en andere Europeanen die in het voormalig Nederlands Indië zijn geboren gewerkt en geleefd hebben, waren uiterst verbaasd over deze uitspraak.

Vanzelfsprekend mag iedere burger in dit land mensen uit rrn ander land welkom heten, wel of niet besmet of controversieel: dit is een liberaal en democratisch land. Daar heb ik respect voor, maar waarderen is iets anders.

Kousbroek verdedigt zijn standpunt, legt uit waarom en doet dit vervolgens op een manier die bij mij onaangenaam is gevallen.  

In een schamper nostalgisch aandoend begin van een zin, herinnert de schrijver zich de verjaardag van de “oude koningin” (Wilhelmina wordt hiermee bedoeld), op 31 augustus. Citaat: “.. de eerste (31 augustus) staat onuitwisbaar in mijn geheugen gegrift. … de echte koninginnedag van het oude Nederlandse Imperium.)”. En hij gaat verder: “.. niet alleen koningin Wilhelmina maar ook Hirohito (zijn verjaardag was op dezelfde datum, PS) heeft een tijdlang over ruim zeventig miljoen Nederlandse onderdanen geregeerd en beide verjaardagen roepen bij mij bewogen herinneringen op.”

Deze persoonlijke onthullingen van de schrijver zijn zoals ze zijn: het geeft evenwel de sentimentele sfeer weer die betrokkene blijkbaar opnieuw ondergaat en hij voelt de noodzaak dit zijn lezerspubliek kond te doen, wellicht ter verdediging van zijn standpunt. Het rammelt aan vele kanten. Het doet ook afbreuk aan de eerdere door hem (beargumenteerde) ingenomen standpunten met betrekking tot de Nederlands-Indische geschiedenis. Ten eerste noem ik de verantwoordelijkheid van Hirohito in zijn geheel jegens de WO II, die hij op zich had moeten nemen en dat ook aan de Wereld had moeten uitleggen in een door hemzelf opgestelde verklaring, nog vóórdat de VS hem de volledige capitulatie had voorgelegd. Nogmaals: in zijn naam zijn de ernstigste oorlogsmisdaden begaan en onder de (oorlogs)documenten (o.a. oorlogsverklaring(en) staat zijn naam. Wat is er nog onduidelijks aan?

Een tijdlang had Hirohito (net als Wilhelmina) over meer dan 70 miljoen onderdanen geregeerd, memoreert de schrijver. Wat het eerste betreft kent Hirohito bij lange na niet hoeveel mensen er in het voormalig Nederlands Indië woonden en het doet er hier eigenlijk ook niet toe, maar om de 70 miljoen (in Nederl Indië) onderdanen te noemen vind ik echt ongepast. Nederlanders in Indië waren en zijn nimmer onderdanen geweest: trouwens van niemand.

We leven niet in Japan of in de Middeleeuwen.

Refererend aan uitspraken /standpunten en meningen van onder andere de president van het Tokyo tribunaal, Sir Webb, Brandt, Bergamini, Wim Kan en nog vele andere bekenden in de Wereld, verdedigt de schrijver Hirohito als volgt: “..Overigens  is een dergelijke houding meestal ook gebaseerd op een primitief begrip van macht en gezag.”

Dan bagatelliseert de schrijver deze charade met een infantiel voorbeeld; hoe een kind een keizer voorstelt. Het is om treurig van te worden, want, vervolgt hij “..dat de figuur ‘keizer’ bekleed is met absolute macht en over alles beslist...” Het antwoord heeft hij eigenlijk hierbij al gegeven.

 

De Japanner gehoorzaamt de keizer blindelings schrijft Kousbroek; deze bewering staat in het bekende werk van de schrijver van Bergamini: “The imperial conspiracy” en hij noemt Bergamini een fantast (paranoïde), hetgeen ik bestrijd. Bergamini was niet bepaald op

 

zijn achterhoofd gevallen en wist wel degelijk van de in en outs om dat te beweren; dat even voor de helderheid. Kousbroek had op zn minst mogen nagaan waar Bergamini zijn gegevens vandaan heeft gehaald.

“Hij (Hirohito) had dus ook de macht om de oorlog te kunnen ‘verbieden.’” Voor alle duidelijkheid heeft de schrijver het woord verbieden tussen aanhalingstekens geplaatst. Uit de algehele context van het artikel kan de lezer de uitleg vinden.

Vervolgens verwondert de schrijver zich over het feit dat ‘het verbieden’ (door Hirohito) van de oorlog niet mogelijk was.

Dan komt de  vervolgvraag: waarom niet?

Hierop komt de schrijver met een vergelijk met alle andere vorsten (in dit geval de Nederlandse) en vroeg zich af waarom dezelfde mensen (die zeggen dat Hirohito verantwoordelijk is) de redenering niet of minder op onze eigen vorsten toepassen.  Kousbroek vergeet dat Japan toen een constitutie noch een gekozen parlement had. De Japanse bevolking werd met ijzeren hand geregeerd door één persoon en dat was Hirohito, die in het geheel de absolute macht had. Zijn woord was wet, hoe bespottelijk het voor ons allen ook klinkt in de 20ste eeuw.

 

Heel infantiel komt het vergelijk over met het (woord) ’verbieden’ van een oorlog (WO II) waarbij de oorlog in Atjeh als contrast wordt opgeworpen en dat Wilhelmina dat kon verbieden! Een grote misser van Kousbroek, omdat er veel aan mankeert.

Een eenvoudige verklaring hiervoor is dat “andere vorsten”, zeker de onze, in Europa een positie hebben, die met een constitutie te maken hebben waar beslissingen en verantwoordelijkheden door het parlement en ministers worden genomen en gedragen.  Maar dat is de schrijver toch bekend als hij goed op de hoogte is van de Europese Staatsinrichting?

 

Maar dit is een bagatel vergeleken met zijn verdediging van Hirohito die hij enigszins op een academische wijze probeert te motiveren. Terzijde: ik denk ook waarom – in algemene zin, de Indische Gemeenschap – de schrijver vaak heeft verweten (aanvallen in de vorm van: woedende ingezonden stukken en boze brieven) juist óver dit onderwerp met alle implicaties van dien.

 Of Kousbroek dit hele gedoe met Hirohito heeft willen vergoeilijken en daarmee talloze mensen die  het onderwerp hebben aangesneden, heeft aangevallen, beledigd, en de grond ingetrapt, is mij niet helemaal helder.

Een van de vele voorbeelden is de aanval geweest op de arts de heer Bekkering (c.s.) op wiens mening over Hirohito door Kousbroek kritiek wordt geleverd. De voorstelling van zaken die Bekkering opwerpt, schrijft Kousbroek, is onwaar.

De schrijver werpt vervolgens naar aanleiding hiervan het volgende op: “..de keizer heeft namelijk wat in de oorlog gebeurd (..) wel degelijk erkend en betreurd.” Hij noemt bijvoorbeeld dat dit tijdens de bezoeken aan onder andere de Filipijnen is gebeurd.

Kousbroek noemt Bekkerings uitspraken over het onderwerp infaam (.) (publicaties  in NRC Handelsblad). De schrijver vergeet en passant dat hij zelf bij voortduring een tirade afsteekt over lieden die eens en voor altijd de waarheid willen weten. Daar is niets mis mee. In zijn tirade tegen al die mensen die tegen de (staats)bezoeken waren aan die landen en gebieden die onder de WO II hebben  geleden, zei de schrijver  - aangaande de spijtbetuigingen-“.. dat het onredelijk  is te vragen van een constitutionele vorst dit te doen.”

Nu begint Kousbroek naar mijn smaak misleidende taal uit te kramen en probeert hij ons nu gewoon zand in de ogen te strooien.

Hirohito was geen constitutionele vorst, maar toen had hij wel (de kans in zijn absolute positie) het een en andere te handelen en iets te kunnen betekenen voor de mensen, maar dát had hij juist niet gedaan en

 

dan komt de schrijver nu vergoeielijkend aan  draven dat het (NU) toch niet “redelijk is” om dat aan hem te vragen! In gewone omstandigheden juist, maar niet in zijn geval. Teleurstellend deze constatering.

Ter oriëntatie: we weten dat de schrijver dit groot werk in de 80-er jaren had gepubliceerd (en de bezoeken van Hirohito hadden in de 70-er en 80-er jaren plaatsgevonden) wat betekent dat Japan pas sinds 1947 een constitutionele monarchie is geworden, daarvoor was het een absolute monarchie.

 

Wat de schrijver eigenlijk had moeten doen is het onderzoeken (.) waar toch al die vreemde verhalen, “vermeende” onthullingen en mysterieuze achtergonden vandaan kunnen komen en niet  enkel met een dimensionale blik werpen in de richting van de liefhebberij van de man die zich blijkbaar dagelijks bezig hield (andere bezigheden had hij kennelijk niet) met het (wetenschappelijk?) bestuderen van zeeorganismen waarvan er vele nieuwe exemplaren door hem (persoonlijk?) waren ontdekt. Daarvoor werd hij lid van de Royal Society of Science. Alles is best mogelijk en ik sluit hierbij niets uit.

Het is opvallend dat het verdacht veel lijkt op de wetenschappelijke publicaties van een zekere mevrouw Caucescu van Roemenië, die eveneens gevierd en lid was geworden van de Royal Society (in Londen),

wat achteraf blijkt dat niet mevrouw Caucescu, maar haar (geniale) wetenschappelijke medewerkers(sters) de bewuste ontdekkingen hadden gedaan, maar zij alle loftuitingen in ontvangst mocht nemen.

 

Maar soi, de wetenschappelijke ontdekkingen van de keizer  heeft op de schrijver blijkbaar indruk gemaakt. Citaat: “tijdens de oorlog deelde ik uiteraard de toen voor hem gangbare aversie (mijn cursivering), maar naamate ik meer over hem te weten kwam is hij mij sympathieker geworden – alleen al zijn grote verlegenheid neemt mij voor hem in.” einde citaat. Voor mij betekent deze gangbare aversie niets anders dan “dat het toen zo hoorde”, een neutrale maar ook zwakke stellingname, meer niet.

Kousbroek gaat verder door hem zowat de hemel in te prijzen. Citaat: “Naar mijn beste weten is hem geen verwijt te maken en zonder hem zouden zowel de heer Hans Bekkering als ik niet meer in leven zijn.”einde citaat. Hier is de advocaat van de duivel die het woord heeft: wat bedoelt de schrijver met deze zin? Het kan niet anders betekenen dat de oorlogsmisdaden in WOII  hem dus wel degelijk aan te rekenen zijn, anders zeg je dat niet.

De verwarring omtrent de zogenoemde “nieuwe gegevens” wordt nog groter door een film die Edwar Behr heeft gemaakt getiteld: “Hirohito, behind the myth”.

Er zouden in die bewuste film “nieuwe gegevens” voorkomen over de Keizer in de oorlog. Schrijft Kousbroek dat “het niet theoretisch uitgesloten is dat de Keizer een dubbele rol zou hebben gespeeld (.) maar op grond van tot dusver bekend is, uiterst onwaarschijnlijk.” Natuurlijk, ja zeker, op grond van de thans bekende gegevens, maar waren er geen duistere krachten (zal ik het maar noemen) die gegevens indertijd hadden verdonkeremaand? Of beschikt de schrijver documenten die nog niet openbaar zijn? Ik proef dat bij de schrijver ook twijfel te zijn gerezen.

 

Op de filmer Edward Behr en zijn film geeft de schrijver eveneens hevige kritiek. De film zouden alleen maar oud nieuws zijn enzo meer. – Ik zou juist zeggen: waar rook is is vuur; maar naar die “mysterieuze” rook wil de schrijver maar niet zoeken.

Kousbroek had de film gezien en zag beelden van een parade in Tokyo waar Hirohito had bijgewoond. Die bewuste parade was een traditie van het “jaarlijkse verschijnen van het Nieuwjaar”, volgens de schrijver. Het is alles best, maar het saillante van deze traditie was, dat de gehouden parade  toevallig (?)viel  op de dag dat Singapore was gevallen. Een coïncidentie?

 

 

 

De historicus Roger Buckley schreef aan Sir Georg Samsom (1946): “dat Hirohito zijn positie uitlegt en in zeer frappante bewoordingen zijn spijt betuigt over de oorlog – en heeft

 

 dat daarna nog meerdere malen gedaan” in 1986 tijdens zijn bezoek aan Aquino van de Filipijnen.

Ik heb me altijd al afgevraagd of je spijt moet betuigen wanneer je onschuldig bent?

Wanneer iemand ergens spijt betuigt, betekent dat bij voorbaat dát je schuldig bent of was.

Anders heeft een spijtbetuiging geen enkele zin, hoe men het ook bekijkt; en zeker over een overgevoelige periode waarin zowat de halve wereld onder heeft geleden.

De logica van de schrijver ontgaat me eerlijk gezegd volkomen en is naar mijn insziens een contradictie.

Om zijn standpunt en mening kracht bij te zetten haalt de schrijver een reeks voorbeelden aan van deskundigen  en voert ze op  ten tonele (als medestanders), zoals: E. Reischauer (Aziatische geschiedenis), die de film van Behr maar onzinnig vond; dan John Toland

(historicus/schrijver), had precies hezelfde als Reischauer gedacht; vervolgens Louis Allen (historicus/schrijver), die vond dat Hirohito net zo schuldig was als George VI (slag bij

Duinkerken, (een absurde en onzinnige

 vergelijking) en de een na laatste die Kousbroek ten tonele voert is Stephen Large (Japanse studies/Cambridge), die liefst geteld 22

onjuistheden had geteld in de film van Behr, (kennelijk louter geinteresseerd in statistieken) met nota bene weer de vraag hoe de Keizer zijn consitutionele positie zag! (de keizer wás geen constitutioneel vorst nogmaals voor de helderheid; over deskundigheid gesproken) en ten slotte C. Gluck (geschiedenis/Columbia/Universiteit) die het helemaal te bont maakt met uitspraken als: ‘’wrongheaded, irresponsible, highly selective in the way it ignores field of data.’

.

Het is zo makkelijk om vanuit hun positie deze ‘’one-liners’’ uit te kramen, zonder ook maar een positieve bijdrage te (willen en/of kunnen) leveren aan een zuiver (objectief) discours.

Kousbroek had dikwijls in dit werk over de (stille) neiging van hem om sommigen de nek te willen omdraaien. Op mijn beurt zou ik van de zogoemde opgetrommelde deskundigen die hij hier en daar uit een stoffige kast tevoorschijn heeft gehaald, hetzelfde doen met terugwerkende kracht hun onthullingen publiekelijk en toegankelijk te maken – op televisie bijvoorbeeld, maar dát durven ze natuurlijk niet omdat ze geen lef hebben en grote hypocriete lafaards blijven.

 

Het merkwaardige  in deze historische kwestie, is het, aan de andere kant, niet be(noemen) van de schrijver van sceptici die van het ernstig getordeerde onderwerp (want dat is het zeker) ondertussen de buik vol hebben in de overtuiging dat veel essentiele gegevens vernietigd zijn en/of  voor de eeuwigheid niet meer toegankelijk.

 

Ik vermoed hogelijk dat bij Kousbroek met het noemen van de namen van zijn deskundigen met betrekking tot het onderwerp  en de film van Edward Behr de vakidiotie danig is toegeslagen

.

De schrijver kon,  na de namen van deskundigen in zijn boek genoemd te hebben denkelijk eindelijk ademhalen of liever een frisse neus halen na zulk een onfrisse walm opgesnoven te hebben. – Ik herinner mij in vorige hoofdstukken waar de schrijver over de waarheid had en waarom deskundigen – met name historici– de waarheid verdraaien of leugens verkondigen.  En ziet, nu slaat het fenomeen toe bij hemzelf, gesecondeerd door zijn deskundigen.

 

.

Ik zou die lieden die denken aan het rechte eind te hebben, willen verzoeken, naar de o, zo wonderlijke “verdwenen of verduisterde” gegevens op zoek te gaan en de waarheden na te vorsen, met verzoek dat  met open vizier te doen,  altijd op behoorlijk wetenschappelijk niveau en (dus) objectief meer het open veld op te zoeken, ( vooral niet alleen maar vanuit een ivoren toren te exclameren als duffe kamergeleerden) alvorens onbenullige uitspraken te doen waar wij allen (en historici) niets aan hebben.

Zo komen ze immers nooit tot de kern tot datgene waarover anderen zich heden ten dage  buigen en integer zeer wel inspannen.

  

Maar een groot verwijt blijft het aan de Amerikanen om Hirohito niet te horen (en te vervolgen) voor het Tokyo Tribunaal; men kan er van alles bij denken. In vorige artikelen heb ik het een en ander naar verwezen. Ik en met mij vele, vele anderen, vinden het verwijt aan de Amerikanen terecht van een historische gemiste kans .. Maar de VS dachten aan hun eigen negoties (ze hadden Japan inclusief Hirohito nodig tegen het opkomende Communisme –wat niet lang erna werkelijkheid werd) tot ergernis van de internationale rechters tijdens het Tokyo Tribunaal. Een onvergeeflijke daad van de VS was ook om de president van het Tokyo Tribunaal in zijn poging om Hirohito alsnog te ondervragen te dwarsbomen om louter hun eigen belang te laten prevaleren.

  

10897280063?profile=original

   Sir Webb – president Tokyo Tribuaal.

10897280291?profile=original

   Edward Behr – filmer

10897280683?profile=original

 

Wordt vervolgd

Lees verder…

Moed, Beleid en Trouw       Door:  Bert Immerzeel

10897296094?profile=originalMoed, Beleid en Trouw       Door:  Bert Immerzeel

 

Deze week werd door de Koning aan majoor Gijs Tuinman de hoogste Nederlandse dapperheids-onderscheiding, de Militaire Willems-Orde, toegekend. Het was voor het eerst sinds vijf jaar dat iemand ‘voor daden van moed, beleid en trouw’ werd geridderd. Gelukkig gebeurt dit maar zelden. Hoe minder oorlog, des te minder gelegenheid om dapper te zijn.

Ooit was dat anders. De Militaire Willems-Orde, ingesteld in 1815 door Koning Willem I, werd vroeger heel vaak toegekend. Tot 1940, zo lezen we op de website van het Ministerie van Defensie, maar liefst 5866 keer. Na de Tweede Wereldoorlog nog ongeveer 200 keer.

10897296477?profile=originalKNIL officieren in Atjeh

Atjeh

De meeste toekenningen hadden te maken met de late Napoleontische tijd en de strijd tegen de Belgen in 1830, en onze koloniale oorlogen in Indië. Meer dan de helft van alle MWO’s is gebaseerd op activiteiten in Indië, waarbij het overgrote deel gebaseerd op de 19e eeuwse ‘pacificaties’. De strijd in Atjeh alleen al heeft een duizend onderscheidingen opgeleverd.  

Dat laatste lijkt bijzonder. Is de verovering van Sumatra niet in ons geheugen opgeslagen als die van een superieur Nederlands leger tegenover arme onbewapende drommels? Zoiets als de Italianen tegenover de Abessijnen, als u dat nog iets zegt? Of komt het, omdat we de laatste tijd steeds geconfronteerd worden met die paar foto´s van slachtpartijen uit deze oorlog, gebruikt ter vervanging van niet-bestaande foto´s van Rawagedeh en Zuid-Celebes? Ons blikveld lijkt te zijn vernauwd. We zijn blijkbaar vergeten  dat  we  heel  erg  hard

moesten strijden om Atjeh eronder te krijgen, en dat bij die strijd heel veel dapperheid nodig was, wát dat ook mocht inhouden.

Niet aangeleerd

Wat is dat eigenlijk, dapperheid? En hoe dapper moet je zijn om een MWO te mogen ontvangen? Omdat ik meer wilde weten, kwam ik terecht bij het deel van de website *) van Defensie dat beheerd wordt door het Nederlands Instituut voor Militaire Historie (NIMH). Sinds kort bevindt zich hier een databank dapperheidsonderscheidingen **), waar voor het eerst vrijwel alle namen van dragers van      alle Nederlandse dapperheids-onderscheidingen tussen 1815 en 2000 (zijn) samengebracht.”

 

Het is een indrukwekkend geheel. We zijn (of waren) een dapper volkje. Vele tienduizenden werden in het verleden zó dapper bevonden dat ze werden gelauwerd. Over dapperheid in het algemeen vermeldt de site: “Dapperheid kan niet worden aangeleerd. Vaak is dapper gedrag pas zichtbaar in een onverwachte, levensbedreigende situatie waarin iemand boven zichzelf en anderen uitstijgt. Een persoon krijgt een dapperheidsonderscheiding dan ook op basis van handelen. Daarnaast speelt zo’n onder-scheiding een belangrijke rol in de maatschappij: dapper gedrag is immers een voorbeeld voor anderen.” Daar moeten we het voorlopig mee doen. Dapperheid overkomt je, zo lijkt het. Het is er, of het is er niet. Ook de toekenning van de MWO aan Gijs Tuinman leert ons niet veel meer, behalve dan dat hij in alles beter was dan zijn kameraden. Outstanding.

Steeds moeilijker

De website van het NIHM vermeldt per onderscheiding  wél in drie woorden de gebeurtenis, maar geeft verder helaas geen toelichting. Zo blijven we in het duister als we bijvoorbeeld willen weten waarom scheepskok Proost tijdens het beleg van Palembang in 1821 bijzonder dapper was. Bij een andere onderscheiding was het Kapittel zeer openhartig. Mangkoe Adie Ningrat kreeg in 1833 de MWO “omdat hij de derde vorst op Madoera en broer van de sultan was”.

In verband met gebeurtenissen en activiteiten in Indië in de Tweede Wereldoorlog werden 38 MWO’s uitgereikt, in verband met de Politionele Acties nog 26. Schamele aantallen, als je ze vergelijkt met die van de voorafgaande periode. Misschien werd het wel steeds moeilijker om dapper te zijn. De activiteiten van de personen waar het om gaat (naast Koningin Wilhelmina kreeg slechts één vrouw de onder-scheiding) zijn echter allen met een scherp oog beoordeeld. En van allen werd geconcludeerd dat zij, binnen de context waarin zij opereerden, zeer bijzonder waren. Hun onderscheiding heeft daarmee hopelijk de voorbeeldrol gespeeld die de overheid voor ogen had.

10897296896?profile=originalMajoor Tuinman wordt geridderd door Koning Willem-Alexander op 4 december 2014

Alhoewel de MWO sinds 1940 ook is opengesteld voor burgers, is het toch vooral een militaire onderscheiding gebleven. Een onderscheiding die slechts wordt verleend op grond van activiteiten in oorlogstijd. Laten we om       die reden alleen al hopen, dat     in de toekomst nog maar zeer, zeer weinigen zullen worden gelauwerd. Vrede zij met u.

*)  http://www.defensie.nl/onderwerpen/onderscheidingen/inhoud/militair...

**)  http://www.defensie.nl/onderwerpen/onderscheidingen/nieuws/2014/11/...

Lees verder…

Weet u het nog ?Zal het "schip Indische Petitie" van Martin van Rijn door de senatoren van de Eerste Kamer ook tot zinken worden gebracht?

 

10897262476?profile=original

10897253880?profile=original

Weet U het nog ? Zal het "schip Indische Petitie" van Martin van Rijn door de senatoren van de Eerste Kamer ook tot zinken worden gebracht?

 

Wie had dat gedacht dat het schip “Keuze beperking van zorgverleners” van Edith Schippers op het laatste moment tot zinken wordt gebracht door de dissidenten nota bene van de coalitiepartner de PvdA, die vooraf hun akkoord gaven. Misschien een schrale troost dat deze actie is gericht tegen de "clown" die Samsom wordt genoemd. Zolang hij aanblijft zullen deze doelgerichte acties van de PvdA senatoren niet ophouden.  Nog die zondag bij de boekpresentatie  van "Indisch Verdriet" zei ondergetekende "dit kabinet gaat sneuvelen"!

“So far so god” . 

De ambtenaren van Edith hebben tot in de puntjes alles geregeld met zorgverzekeraars en zorgverleners, met de bijhorende voorbereidingen dat per 1 januari 2015 direct operationeel is, en Edith Schippers heeft het keurig door Tweede Kamer geloosd. Alles was akkoord. Per 1 januari zou deze regel ingevoerd moeten worden, waarop 1 miljard wordt bespaard.  Overigens, dit is de trend die vandaag aan de dag gezet wordt in de Tweede Kamer. Pan klare plannen die als wetten  als een speer  door de  Tweede 1 na de andere  worden gejaargd om vervolgens met het riscco dat een senator in de Eerste Kamer afhanhelijk van zijn toestand deze als nog afserveert.  

(als U niets te doen heeft, raad u aan op mooie vrije dag gewoon op tribune te gaan zitten, is gewoon een spel geworden, maar een gevaarlijk spel waar je veel risico's op inzet). Want de kapers liggen op de loer! 

Tegelijkertijd wordt binnen de media en ICM vooruitgeblikt door tanend vertrouwen in PvdA of dit Kabinet Rutte het nog wel voor de Kerstreces haalt.

Want in de peilingen heeft de aanhang (stemmers) van de PvdA al lang afscheid genomen. Vergeten wordt dan dat de leden die zitting nemen in de Eerste - en Tweede Kamer van de PvdA als hun partij,  tegelijkertijd  wel op die "clown Samsom" kunnen schieten! Samsom mist in alle opzichten het beeld dat hij het veld moet ruimen en plaats moet maken voor een ander. De twee Nederlandse allochtonen gaven het voorbeeld, alleen gaven net een verkeerd signaal af. Deze drie dissidenten in de Eerste Kamer zagen hun kans om definitief een einde te maken aan de “Clown vertoning van Samsom”. Het krediet is op binnen de eigen gelederingen van de partij, en hun achterban die op PvdA heeft gestemd. 

Dus deze acties zijn zeker niet gericht niet tegen de VVD maar gewoon tegen de koers van de huidige eigen PvdA. Tel daarbij op dat senatoren uit in andere generatie politiek tijdperk komen, die gewend zijn aan sterke leider met visie, die totaal ontbreekt in dit Kabinet. Het vertrouwen is totaal zoek.  

De burgers zullen de drie dissidenten op handen dragen die het bootje van Schippers tot zinken hebben gebracht. Het schip wordt nu in alle ijl geborgen en gerepareerd om alsnog klaar te maken wederom voor een behouden vaart, velen hebben hier een hard hoofd in. Vijf dissidenten in nog geen maand tijd binnen de PvdA, wie zijn de volgende die uit PvdA-kast komen, kortom een kabinet op drijfzand. 

“So far So Good”,

Ligt er nog niet een andere schip in de werf "De Indische Kwestie" met de bouwer Martijn van Rijn, sinds 19 maart 2013? 

Net als de aanpak van Schippers loopt de bouw op planning weten de bron(nen), te melden. Voor een stuk empathie komt Martin van Rijn op Indische primeurtjes zoals o.a. Buitenkampers om toch die betrokkenheid te tonen. Totdat historicus ( oud-voorzitter van het Indisch Platfofrm ) Herman Bussenmaker met zijn boek "Indisch verdriet" uit de politieke-kast komt, en kennelijk Martin van Rijn het manuscript mocht ontvangen. Herman Bussemaker niets onvermeld laat, en man en paard noemt, voor die 70 jaren strijd tegen Nederlandse poltieke onwil jegens de Indische kwestie.

Was Martin van Rijn not amused, tegelijkertijd doorbrak de uitgave van het boek de gehouden radio - stilte op ICM en de Indische media na bijna twee jaren.  Dit keer sloeg Martin van Rijn de uitnodiging af.

Vanaf 19 maart 2013 belooft Martin van Rijn - volgens bronnen (en)- met definitieve oplossing te komen en alles loopt alles op planning. so far so good! 

Hoe betrouwbaar is PvdA in Indische kwestie eigenlijk? Een rondgang door de analyse leert dat die in vorige kabinetten achter de Indische zaak zijn gaan staan met PvdA voorop! . Hierdoor veel stemmen hebben gewonnen bij de Indische gemeenschap als bevolkingsgroep met een populatie van 1,2 - 1,5 miljoen. (Ook Mark, Geert, Ben Bot, Wenny, en Frits, hebben de Indische achtergrond).  

A la de werkwijze die VWS zich zich eigen heeft gemaakt binnen de Kabinet Rutten" om pan klaar plannen door de Kamer te jagen " om de ene na de andere wet door de Tweede kamer heen te lozen ter beslissing voor te leggen aan de Eerste Kamer, is naar zeggen ook al het werk gedaan dat zo operationeel gemaakt kan worden. 

Zou dit Indisch schip ook tot zinken worden gebracht in de Eerste Kamer? 

Waarom niet hoor ik U zeggen, dit schip is immers van de eigen partij in tegenstelling tot die van Schipper (VVD).

Sof ar so good.  

WORDT VERVOLGD OP ICM MEDIA.

Lees verder…

 Terugblik 14 en 15 februari 2015 Pasar Malam Rijswijk - presentatie ICM JaarOverzicht door ICM Collectief

10897299283?profile=original


10897251071?profile=originalVoor het eerst organiseert  Pasar Malam Rijswijk in samenwerking met ICM Online  "Het Schrijvers Collectief " . De column schrijvers en schijvers ; Han Dehne,  Elly Hauwert, Henk Harksen, Albert van Prehn, Rolo Lapre, Ferry Schwab sr en Wijnand van de Meeberg zullen deze twee pasardagen op het bij-podium hun verhalen  voordragen  uit de pas uigebrachte boeken. Leidend in deze is de verhaalroute uit ICM Jaarboek 2009 - 2010 "toegang tot de Indische wereld". In deze route komt geschiedenis aan de orde van de Indische Nederlanders die anno 2000 in de Nederlandse samenleving woont.  Als passend voorbeeld komt het thema pasar malam aan de orde, naast andere zeer interessante andere thema's. Aansaluitend voordrachten van de boeken van de schrijvers. Aan het einde van de voordrachten kan door het lezerspubliek in Q &A sessies over en weer vragen worden gesteld. Presentatie  & discussieleider  Ferry Schwab sr.  Alle voordrachten uit de boeken zijn aan te schaffen op ICM Stands 061 en 062  

 

 10897289873?profile=originalICM Jaarboek "Toegang tot de Indische Wereld"

De verschillende schrijvers zullen hun bijdrage leveren tijdens de voordrachten uit ICM Jaarboek.

De geschiedenis van de Indische Nederlanders anno 2000, is vastgelegd in het boek “Toegang tot de Indische Wereld”. Zoals iedere krant wordt er teruggeblikt op afgelopen jaar. ICM als krant blikt terug op het jaar 2009 – 2010, van de Indische Nederlanders in de huidige Nederlandse samenleving met haar pasar malams, koempoelan, lezingen, boeken, schrijvers, documentaire, Indische nieuwtjes, Indische muziek, de Indie herdenkingen, Indische ontwikkelingen, Indisch Platform met haar gelieerde aangesloten Indische organisaties, en ten slotte de laatste stand van zaken met betrekking tot de Indische kwestie, die op dit moment bij de staatsecretaris Martin van Rijn ligt. De verwachtingen zijn dan binnenkort met de oplossing komt.

 10897290099?profile=original“Door de ogen van het kind”

De vader van een bekende schrijver overleefde het jappenkamp door op zijn tellen te passen en door de macht van het getal de macht over zijn leven in eigen hand te houden (Adriaan van Dis, Indische Duinen).   Ellen dat als Indisch kind juist op het verkeerde moment (WAR II, overdracht, bersiap, koele kille ontvangst) en plaats ( Tegal in Het Voormalige Indiër ) het licht van aardse voor het eerst mocht aanschouwen, kreeg haar rugzakje al mee.  Een bestemming met een gave, die zorgde dat ze van bizarre gebeurtenissen even afstand kon nemen van het aardse om te kunnen overleven. Zij kende maar even de liefde van haar ouders waarna zij als een “ stuk vuil " van het ene gezin in andere belandde, waar ze opnieuw haar integriteit moest bewijzen. De aankomst in het kille koele Holland stond niemand aan de kade om haar op te vangen.   

10897290295?profile=original

Het boek "Liefde als ruwe diamant" vertelt u onder  andere over de recente ontwikkelingen van de Indische kwestie. Zoals U bekend dient dit dossier onder staatssecr. Martin van Rijn van VWS. Naar verwachting zal hij binnen een maand met het antwoord komen of met het voorstel.

 
Vertelt U op pagina 133 haar bronnen o.a.:
Gesprekken met Frits Bolkenstein, Herman Bussemaker oud vz - IP, Henk Beekhuis, NIOD instituut Jeroen Kapperman, Hans Vervoort, en ICM Online.

Vanaf pagina 138;
wordt het Indische Platform in beeld gebracht, en de Indische kwestie onder de loep genomen.

Vanaf pagina 140;
doet Slifraire Delhaye nieuwe Vz IP zijn kerndoelstellingen en het IP beleid uit te doeken. Brengt de ontwikkelingen in beeld de dialoog met staatsecr. Martin van Rijn van 24 mei 2013 tot het heden. 
Dan neemt Ton te Meij IP delegatie het woord over de politieke dialogen die begonnen op 12-01-2007 tot het heden.
Tot slot komt staatsecr. Martin van Rijn in beeld met zijn Veegbrief Kerstreces 20 december 2013.

Dit is slechts een topje van Liefde als ruwe diamant !

10897291672?profile=original    DOCUMENTAIRE ZOEKTOCHT INDISCHE KINDEREN NAAR JAPANSE VADERS Naar het boek van Han Dehne.

De door de Japanse documentaire maakster Yuki Sunada gemaakte film, waarin o.a. Nippy Noya (de beroemde percussionist) en Mary Dehne (echtgenote van ons redactielid) een prominente rol spelen is de afgelopen woensdag tijdens het filmfestival in Jakarta onderscheiden met een Global Award.  Deze documentaire gaat over Japans Indische kinderen in Nederland die vaak nog altijd op zoek zijn naar hun biologische Japanse vader. In een eerdere kolom van Han Dehne is hier al uitvoerig over geschreven en is voor ICM-leden altijd bereikbaar op zijn NING-pagina bij icmonline.ning.com   Binnenkort zullen de direct betrokkenen een voorvertoning bijwonen in één van de Nederlandse theaters. Hoe de verdere gang van zaken is zal binnenkort bekend gemaakt worden evenals hoe, waar en wanneer deze indrukwekkende documentaire is te zien. 

10897291863?profile=originalVoorbode van het turbulente Millennium - Hoe Mischa ons leven veranderde

DE VELE ONTHULLINGEN MET VELE PRIMEURTJES , DE ONTMOETINGEN MET O.A. PRESIDENTEN, GEO ‘S EN CFO’S DOOR DE OGEN VAN EEN SENIOR INTERNATIONAAL MANAGEMENT CONSULTANT 

Ode aan Mischa

Dit boek is opgedragen aan Mischa, een viervoeter. Onze dochter Avril Lorraine R.I.P 18-10-1968 / 11-12 -2013 o.a. inspireerde ons tot uitgave van dit boek dat vanaf 1999 stoffig lag te worden.

Bill en Hillary Clinton, Barack Obama en First lady, prinses Beatrix en Poetin beschikken over een dergelijke viervoeter als spindoctor, adviseur en vertrouweling. Politicus Jan Terlouw ging ons voor met zijn boek over zijn trouwe viervoeter. Uit ons leven gegrepen speelde zich af van 1989 - 1999. 
Het moment dat de wereld aan de vooravond stond van grote innovatieve veranderingen, met dynamische, turbulente ontwikkelingen, die mondiale afstanden overbruggen, de voorbode van de globalisering, millennium, de Euro, en de financiële ontwikkelingen die later tot de kredietcrises leidde. In deze turbulente dynamiek overleefden Ferry, Astrid en Mischa Schwab.


 

 

 

 

 

Lees verder…

ICM huis uitgever Calbona stopt en gaat over in Giga Boek.


10897402693?profile=originalICM huisuitgever Calbona stopt en gaat over in Giga Boek
.

Onlangs ontvingen wij het bericht van Wijnand die ruim 9 jaar huisuitgever is van ICM. Via Calbona rolden 7 titels van de plank. Van Ferry Schwab zouden nog twee praktijkhandboeken van de plank rollen, helaas. Calbona is intensief betrokken bij de ontwikkeling van het boek met de titel "Rapport uitbetalen traktaat van Wassenaar". Inmiddels is druk II aan de orde.  Naar verwachting zullen er ruim 10.000 van dit boek van de plank rollen, 15.000 man/vrouw hebben de petitie ondertekend.  Bij iedere inschrijving voor het traktaat  wordt het boek ter beschikking gesteld, nadat deze eerst bij de petitie is overhandigd aan de bewindvoerders.

Onderstaand email bericht van Wijnand,

ICM redactie wenst Wijnand veel sterke toe !

Ferry, ik dacht dat ik dat mailtje kwijt was, maar via een reactie kwam het weer terug.

Beste allemaal,

 

Na 15 jaar uitgeven is het wat mij betreft genoeg geweest. Niet dat ik het werk met tegenzin heb gedaan, zeker niet. Ook heb ik met de meeste mensen die bij mij een of meer boeken hebben laten maken een heel leuk en vaak dierbaar contact (gehad) en sterke vriendschappen aan overgehouden. Maar de leeftijd en de daarmee gepaard gaande lichamelijke (en soms ook geestelijke) problemen, hebben mijn vrouw en ik doen besluiten om uit te zien naar iemand die het werk voort kan zetten, zoveel mogelijk in mijn stijl. En... die hebben we gevonden (maar eigenlijk kenden we hem al een flink aantal jaren) in Roel Koedijker van zijn uitgeverij GigaBoek. 

Dat betekent voor u dat nabestellingen gewoon kunnen doorgaan, alleen nu via hem. Maar ook nieuwe boeken zijn bij hem in goede handen en... hij heeft ook meer mogelijkheden qua verkoop en promotie, dus feitelijk gaat iedereen er op vooruit.

Zijn website: https://gigaboek.nl/

 

Vanaf 1 januari 2019 ben ik niet meer bereikbaar onder de bekende e-mailadressen, maar via:

 

Bedankt voor de fijne contacten, samenwerking en opdrachten.  

--

Met vriendelijke groet,


Wijnand van de Meeberg
Uitgeverij Calbona

Zernikeplaats 812

3068 JB  Rotterdam

Tel.: 010 - 84 36 177

Mobiel: 06 - 833 65 120

10897402491?profile=original10897400266?profile=original

10897402291?profile=original

10897403875?profile=original

10897403681?profile=original

10897404452?profile=original

 10897404259?profile=original

Lees verder…

wat een afgang voor het niet het stellen van de juiste Indische vragen.

10897387270?profile=original10897387489?profile=originalJeroen Pauw, wat een afgang voor het niet het stellen van de juiste Indische vragen.

ICM,  Indische krant op Internet bestaat al ruim 19 jaar dat door Den Haag wordt gelezen, wat een afgang voor het niet stellen van de juiste vragen.

Een ieder is bekend dat als journalist of media  dat deze actie van lawaai bij twee minuten stilte op dodenherdenking slechts een signaal is  om die aandacht voor Nederlandse Indische Gemeenschap. Die ruim 70 jaar wacht op de erkenning, excuses en compensatie. Naïeve van onze Pauw  die gesubsidieerd wordt vanuit Den Haag om vooraf stelling te nemen. Ook de BNNVARA - redactie is mede plechtig aan deze voorop gezette regie, die nodig zal moeten worden bijgeschoold. Al te vaak moet ik de collega's - of zijn hel wel collega's ? -  corrigeren net als Pechtold die ons verward met Indonesier. Het zijn voor alle duidelijkheid Indische Nederlanders met Nederlands paspoort afkomstig uit voormalige Indie waar de Kabinetten Drees de beest hebben uitgehangen !!Ruim 2 miljoen Indische Nederlanders in land hebben ze fors geergd aan de redactie BNNVARA ! dus 2 miljoen Indischen zien graag dat dit programma van de buis verdwijnen, is uiteindelijk hun belastinggeld. Chapeau voor jullie collega omroep Max, aan te bevelen om ze te raadplegen voor de toekomst Indische onopgeloste vraagstukken.

 

 Met respect voor Marion Bloem, die ik vaak zie in het land bij literatuur lezingen als schrijfster van haar boeken, die sterk geemotioneerd is, dan ben je verplicht als journalist om haar op haar gemak te stellen, en niet woorden proberen in de  mond te leggen .................

 Onbegrijpelijk dat de verkeerden worden uitgenodigd, die geen dossierkennis hebben zoals de mensen bij ICM daar ruimschoots over beschikken .....

. 

 ICM  had Pauw van de tafel geveegd, alleen al op feiten en dosierkenins, en als krant van de recente zaken die zich in de media afspeelden, Voor daar huiveren ze kennelijk voor,  die niet door Den Haag wordt betaald. Alleen al  gewezen op harde feiten die in de evaluatie staat in  het document van Min Buza "To forget of a promise for the future "Waar keihard de feiten in staan. Toch een manco bij Pauw hiervan niet eens op de hoogte is, voor het geen Marion probeert te beschrijven. In dit document , dat zo is op te vragen,  staan de feiten onverbloemd in dat het Kabinet Drees de rechten van de mensen heeft geschonden, naast de oorlogmisdaden.

Die 500.000 Indische Nederlanders is aangedaan van 1942 tot 2018 , dus Nederlanders, werden geweigerd door het Kabinet Drees (Luns & Zijlstra). VS stak de hand op nadat President Soekarno en Hatta VS om hulp vroeg. VS zou NL economische sancties en 7 miljard Marshal hulp in trekken.

341.000 werden toegelaten, wel in tegenstelling met NU, moesten alles zelf betalen; de reis, pension, en herinrichting van de woning.

En de 159.000 als Nederlandse burgers “ de oude Indisch oudjes “ beter bekend van collega van omroep MAZ die van hun familie bewust werden gescheiden.

Iedereen wordt geacht het verdrag traktaat van Wassenaar te kennen, en waar Ministerie van Buitenlandse zaken ook nog een prachtig document  “To forget of a promise for the future "  heeft geproduceerd en gepubliceerd. Moet Pauw als journalist toch deze actuele ontwikkelingen hebben gevolgd van zijn collega Jan Slagter van Omroep Max die zich al jaren inzet, ook met duidelijk signaal naar Den Haag, chapeau en complimenten voor Jan Slagter, toch een voorbeeld hoe het ook kan, dan net doen of deze mega – situatie waar de Nederlandse regering 500.000 Indische Nederlanders ruim 70 jaar als tweede rangburgers heeft behandeld. Voor deze onderdanen die ook hebben gestreden duurde die oorlog niet van 1942 tot 1945 maar van 1942 tot 1962, eerste de Jappen, en aansluitend de Indonesische bevolking die op wraak uit zijn waar ook 10.000 burgers werden gedood. Pauw aanrader leest het boek van de bersiap van RIP Herman Bussemaker.

Ook advocaat van Spong deed bij Jinec of Pauw dat NL graag naar andere landen met vingertje naar het tribunaal verwijzen aangaande oorlogsmisdaden, maar  NL vergeet zich te verwijzen naar het tribunaal die oorlogsmisdaden in het voormalige Indie heeft begaan.

 

Samengevat:

Toch moedig van Marion als schrijfster, en mag je niet het aanrekenen. Pauw had dominante houding, ik heb mij fors geïrriteerd.

Voor de goede orde ik ben tegen deze actie, de doden hoor je respectvol te denken, maar ook doden in het voormalige Indie die als burgers zijn gedood. Vergeet niet Pauw wordt door de belastingbetaler betaald, tegelijkertijd die zelfde belastingbetalers meer weten over de Indische zaken, en zich als Nederlander zich schamen voor de Nederlandse regering onder Drees dit Paulianeus handelswijze van de Indische als tweede rangsburger, dus Pauw nodig een keer Ferry Schwab van ICM uit om je stuk geschiedenis bij te brengen, maar is een utopie want je wordt betaald door Den Haag.

 Weet Pauw wel dat NL nog steeds uit verdrag traktaat van Wassenaar, het Indische hun geld nog niet is uitbetaald 689 miljoen door CBP nu op 4,3 miljard doorberekend. NL is het verdrag niet nagekomen. De Indische gelden worden niet betaald na 53 jaar en dus ontrokken,  wel wordt het salaris van Pauw hiervan  betaald, misschien uit het Indische gelden.

 ICM Indische krant op Internet bestaat al ruim 19 jaar dat door Den Haag wordt gelezen, wat een afgang voor het niet stellen van de juiste vragen.

10897316056?profile=original

Schrijf U vandaag nog in 

Ook kunt het inschrijfformulier aanvragen info@icm-online.nl of direct via deze site inschrijven
U bent € 50 verschuldigd als deelnemer ACTW66, en U heeft 1 jaar gratis een ICM Abonnement en toegang tot ons Video-kanaal, het  enige Indisch Kanaal !  

Steun ACTW66 ! 

Uw donatie  kan U storten op Rabo rekening NL41 RABO 03977255 07   ten name van F.Schwab / ICM Online onder vermelding van donatie Traktaat van Wassenaar.

Lees verder…

10897401494?profile=originalJoden Savanne - Suriname

Nederlands-Indië (mei 1940): Kritiek op de vlucht van Wilhelmina werd zwaar bestraft.

Door Gerard de Boer

Nadat in Nederlands-Indië bekend was geworden dat Wilhelmina naar Engeland gevlucht was, werd iedere vorm van kritiek keihard de kop ingedrukt. Zo zijn er destijds 57 mannen en vrouwen zonder vorm van proces geïnterneerd omdat ze op de een of andere manier hun ongenoegen over de vlucht hebben laten blijken. 

Eén van hen was een volkomen a-politiek figuur, namelijk de toen 22-jarige KNIL-militair J.E. Stulemeyer. Op 13 mei 1940, toen hij had vernomen dat de koningin de wijk had genomen naar Engeland, had hij hevig teleurgesteld uitgeroepen: “Nu komen die moffen binnen en neemt de koningin de benen!”

De ramen stonden open en een buurman (Beekwilder) en een vriend (IJkma) brachten hem aan.

Stulemeyer: “Eensklaps stonden er 10 gewapende militairen, aangevoerd door kapitein Blecking, die mij gelastte met mijn handen omhoog mee te gaan.” 

(Ruim 6 jaar later ziet hij zijn vrouw en dochtertje weer terug. Mevrouw Stulemeyer wist niet eens dat haar man nog leefde. Het Nederlandse Rode Kruis had hem namelijk als ‘verdronken’ opgegeven!) 

Op 7 december 1941 vindt de aanval op Pearl Harbor plaats en een dag later verklaart de Nederlands regering in Londen de oorlog aan Japan. Nog steeds loyaal aan ‘Koningin en Vaderland’, niet zo verbitterd als hij geacht werd te zijn, tekent hij een verklaring, waarin hij aanbiedt Indië te helpen verdedigen in geval van een Japanse aanval. Het verzoek wordt genegeerd en er gebeurt iets heel anders.

Op 21 januari 1942 wordt hij Soerabaja ingescheept aan boord van het m.s. ‘Tjisadane’. Het schip zal hem via Kaapstad naar Suriname brengen. “Vergeet de boten, de boeien en de reddingsvlotten,”krijgt hij aan boord van de ‘Tjisadane’ te horen van een marinier die hem moet bewaken. “Die zijn niet voor jou. Als er wat gebeurt, verzuip je als een als een rat, want jij verdient niet beter.”

Stulemeyer maakt de reis opgesloten in een grote stalen kooi in het voorschip en op 1 maart 1942 komt hij in Paramaribo aan. Daar wordt hij geïnterneerd in het concentratiekamp ‘Joden Savanne’ (bijgenaamd ‘De Groene Hel’), waar hij jarenlang onder erbarmelijke omstandigheden gevangen zal blijven. Zonder vorm van proces wordt hij op 15 juli 1946 (dus ruim een jaar na de bevrijding) vrijgelaten en met de ‘Boissevan’ naar Nederland gevaren. 

Terug in Nederland heeft Stulemeyer nog getracht eerherstel te verkrijgen. Op zijn vraag waarom hij destijds geïnterneerd was geworden, kreeg hij ten antwoord: “U werd potentieel staatsgevaarlijk geacht en daarom vastgezet”.

Stulemeyer:  Ik heb geprobeerd recht te verkrijgen. Ik heb zelfs een proces aangespannen tegen de Nederlandse staat. Het mocht niet baten.”

Zie hier de uitspraak van de Tweede Kamer (afbeelding aanklikken om te vergroten): 

stulemeyer.jpg?w=69&h=150

Stulemeyer is de enige van de 57 mannen en vrouwen die vanwege hun kritiek op de vlucht van Wilhelmina naar Suriname is gedeporteerd. Dit had hoogst waarschijnlijk te maken met het feit dat hij de enige militair was. Maar met de overige 56 is het nog slechter afgelopen.

Zij bleven in Nederlands-Indië geïnterneerd totdat Japan Nederlands-Indië bezette. Daar zijn ze na de Nederlands-Indische capitulatie op 9 maart 1942 overgedragen aan de Japanse bezetter die hen opsloot in de beruchte ‘Jappenkampen’. Bijna alle mannen zijn later tewerkgesteld aan de Pakan-Baroe- en de Birma-spoorweg. 

Voor zover bekend is Stulemeyer de enige die de oorlog heeft overleefd.

 

Bronvermelding Herstel de republiek

 http://herstelderepubliek.wordpress.com/2011/10/27/vlucht-wilhelmin...

 

 

Lees verder…

Recept van de maand      Sambal Goreng Udang Peteh

 

10897248485?profile=originalRecept van de maand      Sambal Goreng Udang Peteh

Een lekker pittig gerecht, voor bij de rijsttafel. De petehbonen maken dit gerecht bijzonder.

Ingrediënten:                        

4-5 sjalotten, 2 rode lomboks, 6 teentjes knoflook, 1 el. sambal oelek 1 tl. (of een kwart blokje) trassi, 300 gram grote gekookte garnalen, 1 stengel verse sereh (citroengras), 100 gram peteh-bonen (toko), 50 gr. santen, 1 tl. laos, 1 tl. djahé (gemberpoeder), 2 el. ketjap manis, mespunt zout, 1 el. gula djawa (palmsuiker) of bruine suiker, 3 blaadjes salam of laurier, olie.

 Bereiding: 

De sjalotten, trassi, sambal oelek en knoflook in de keukenmachine malen   met   de   pulsknop   (niet

helemaal tot moes malen) en in de wok of braadpan in een scheutje olie fruiten. Laos, djahé, de gekneusde serehstengel en gula djawa  toevoegen  en  even  laten meepruttelen. Snijd de lomboks in ringetjes en voeg ze samen met de santen en de petehbonen toe toe. Als de santen gesmolten en gemengd is, de garnalen toe-voegen en goed omroeren. Dan hittebron uit en serveren bij uw rijsttafel.

Tip:

Bij veel Indische en Indonesische gerechten wordt de smaak beter als de kruiden goed ingetrokken zijn en dat geldt zeker voor dit gerecht. Het is daarom aan te bevelen dit gerecht een dag van tevoren te maken. Wacht in dat geval met het toevoegen van de santen en de garnalen tot voor het opdienen. Als santen namelijk niet goed en vooral snel wordt teruggekoeld, kan het gerecht zuur worden of gaan schiften en als garnalen voor de tweede keer worden verhit kunnen ze taai of stug worden.   Selamat makan

Lees verder…

De Bersiap, Deel II door:R.I.P Herman Bussemaker

10897254265?profile=original

 

Bersiap deel II    door:  Herman Bussemaker

 

 

Japanners en Indonesiërs

De capitulatie van het Koninklijk Nederlands-Indische Leger (KNIL) op 8 maart 1942 was voor Nederlanders en Indonesiërs een schok. Het wakkerde het reeds voor de oorlog groeiende nationalisme sterk aan. De Japanse bezetter speelde hier handig op in door te benadrukken dat zij de Indonesiërs van het kolonialisme kwamen bevrijden. Azië voor de Aziaten werd de nieuwe leus. De door het Nederlandse bestuur gevangen Nationalistische leiders werden vrijgelaten en de Nationale beweging erkend, wat iets anders is dan het toekennen van de onafhankelijkheid. De eerste Japanse maatregelen waren gericht op de eliminatie van alles wat Nederlands was in de koloniale maatschappij. Dit omhelsde de fysieke verwijdering van alle volbloed-Nederlanders (de “totoks”), door hen te interneren. Nederlandse scholen werden gesloten, Nederlandstalige kranten en radio-uitzendingen verboden, alle betalingen van salarissen en pensioenen gestaakt. In de interneringskampen waren alle maatregelen gericht op een verdere vernedering van de geïnterneerden, vaak vlak voor de ogen van de Indonesiërs. Van de ca. 300.000 Nederlanders verdwenen er zo’n 100.000 uit de Indonesische samenleving. Over bleven de ruim 200.000 Indo-Europeanen, de Indo’s, die juridisch Nederlanders waren. Zij waren gemengdbloedig. Op Java bleven zij buiten de internerings-kampen, omdat de bezetter niet de mogelijkheden had om deze veel grotere groep in kampen onder te brengen. Op Sumatra echter, werd ook deze groep (daar ca. 10.000 mensen) wel geïnterneerd. Bovendien hoopten de Japanners op Java, dat de Indo’s vanwege hun gemengdbloedigheid bereid zouden zijn om met hen samen te werken. Dit bleek een misrekening De Indo’s bleven massaal trouw aan hun Nederlanderschap. Zeker in het eerste jaar van de bezetting kwam het Indisch verzet voornamelijk uit hun kring. Verder verzet kwam uit enkele pro-Nederlandse groepen Paranakan-Chinezen, de Zuid-Molukkers en van de Menadonezen en Timorezen. Dit verzet werd echter door de Japanners bloedig gebroken. 

 

10897238693?profile=originalfoto- Proclamatie van de onafhankelijkheid van Indonesië door Sukarno in Batavia op 17 augustus 1945.

De vacatures in het Binnenlands Bestuur en de bedrijven, ontstaan door de interneringen werden door de Indonesiërs vervuld. De Japanners zelf vervulden alleen de topposities. De Indonesiërs bleken op hun taak berekend: treinen reden, radio, telefoon, water en elektriciteit bleven beschikbaar. Dit gaf het Indonesische kader een enorm zelfvertrouwen. Zij bleken hun eigen land te kunnen runnen.

De Japanners concentreerden zich nu op de jeugd. Er kwam een jeugd-organisatie, de Seinendan, die de Middelbare schooljeugd leerde omgaan met discipline en wapens en hen indoctrineerde met een felle haat tegen alles wat Europees en Amerikaans was. Deze jeugd zou in 1945 de revolutie dragen. Deze jongens en meisjes werden bekend als de Pemuda. Zij waren radicaal-nationalistisch en vervuld van haat tegen het Westen.

Naarmate de oorlog duurde en de Japanners in de Pacific door deAmerikanen in het defensief werden gedrukt, richtten zij op Java een inheems leger op, de Peta, ofwel de Sukarela Tentara Pembela Tanah Air, de Volksmilitie. Dit volksleger kreeg zijn eigen militaire officieren en staf, iets wat de Nederlandse overheid nooit had aangedurfd. De bataljons waren regiogebonden en alleen licht bewapend, dus zonder tanks en  artillerie. In totaal werden op Java 66 ban die bataljons opgericht. De Japanse terughoudendheid in hun bewapening bleek terecht. In februari 1945 kwam een Peta-bataljon in Blitar in opstand. Deze werd in bloed gesmoord. Maar het gevolg van de Japanse bezetting was, dat er in 1945 op Java ongeveer 2 miljoen jongeren militair waren geoefend en met wapens konden omgaan.

De Japanse capitulatie op 15 augustus 1945 als gevolg van het afwerpen van twee atoombommen, kwam volstrekt onverwacht. De Japanners werden door het geallieerde opperbevel verantwoordelijk gehouden voor de handhaving van orde en rust in de door hen bezette gebieden. Het Japanse leger besloot daarop tot een snelle en gedwongen ontwapening van de Peta. Dit vond plaats in een bliksemactie op 18 en 19 augustus 1945. Onder grote druk van de Indonesische jongerenorganisaties riep Soekarno op 17 augustus 1945 de onafhankelijkheid van Indonesië uit. Door de ontwapening van de Peta echter miste de jonge republiek een machtsmiddel om zelf orde en rust te handhaven.

 

10897271482?profile=original

 

 

Foto- Groep revolutionairen

 

 

 

Terecht vreesden de Japanners, dat dit hen in conflict zou brengen met de net onafhankelijk geworden Indonesiërs. En het Japanse opperbevel op Java besloot daarom over te gaan tot zelfinternering buiten de steden, in 14 gezonde bergoorden met veel voedsel. Daardoor ontstond er vanaf 1 september geleidelijk een machts-vacuum, dat niet door de geallieerde troepen werd opgevuld. Hierdoor bleef de Japanse militaire organisatie, ondanks de capitulatie, intact. Alleen al op Java waren er zelfs nog 70.000 goedbewapende en gedisciplineerde Japanse militairen. Tot eind september konden zij de Indonesische revolutie gewelddadig onderdrukken. Het moreel bleef goed; zo zijn er maar ongeveer 600 Japanners naar de Indonesische zijde gedeserteerd. Waar bleven de geallieerden?

Britten en Nederlanders

Na de capitulatie in 1942 werd het Nederlands-Indische territoir door de geallieerden opgedeeld in door hen gecreëerde bevelsgebieden. Sumatra werd vanwege de ligging vlakbij Malakka ingedeeld bij het Britse SEAC (South-East Asia Command) onder admiraal Mountbatton. Deze had zijn basis in Brits-Indië. Java, Borneo en de Grote Oost werden ingedeeld bij het Amerikaanse SWPA (South-West Pacific Aeria) onder generaal MacArthur, die zijn hoofdkwartier had in Australië. Deze generaal veroverde in 1944 West Nieuw-Guinea, het eiland Morotai en vervolgend de Filippijnen. Zijn plan was om in 1945 vanuit de Filippijnen de olievelden van Tarakan en Balikpapan te heroveren en van daaruit in Oost Java te landen. Dit heette het PLAN-MONTCLAIR. In Amerika echter ontstond bij de vakbonden veel commotie over het uitzicht dat Amerikaanse soldaten zouden sneuvelen bij de herovering van Europese koloniale gebieden. President Roosevelt besloot toen vlak voor zijn dood om geen Amerikaanse eenheden in te zetten bij de herovering van Britse en Nederlandse koloniën. Zijn opvolger, Truman, zette deze lijn voort. Tijdens de Conferentie van Potsdam in juli 1945, werd besloten dat Java zou vallen onder het Britse SEAC.  Australische troepen hadden inmiddels een deel van MONTCLAIR uitgevoerd, door de bezetting van Tarakan en Balikpapan.

 

10897271860?profile=originalDe overdracht van Java aan SEAC zou plaatsvinden op 15 augustus 1945 (!). De Nederlandse regering in Londen en later in Den Haag steunde dit plan voor herverdeling. De Koninklijke Marine onder Vice-Admiraal Helfrich was uitgeweken naar Ceylon, waar Mountbatton zijn hoofdkwartier had. De Nederlands-Indische regering onder Van Mook was met een deel van de staf van het KNIL uitgeweken naar Australië, waar in Brisbane de Amerikaanse generaal MacArthur zijn

HQ had. Van Mook wist dat de Amerikanen veel meer manschappen en materieel hadden dan de Britten. Hij verzette zich tevergeefs tegen de overdracht. Hij bleek echter wel gelijk te hebben: de Britten in SEAC hadden slechts zes divisies beschikbaar, die primair werden ingezet bij de bezetting van de Britse gebieden: Malakka, Singapore, Brits Noord-Borneo en Hongkong. Voor de bezetting van Java en Sumatra was er maar één divisie beschikbaar. Hierbij kwam ook nog dat ze onvoldoende scheepsruimte voor handen hadden om deze te vervoeren. De eerste eenheden van deze divisie zouden pas op 29 september, zes weken na de capitulatie van Japan, voet aan wal zetten in Java.

Het KNIL had in Australië twee bataljons geformeerd, die werden ingezet met de Australiërs bij de herovering van Tarakan en Balikpapan. Krijgsgevangen KNIL militairen waren verspreid over Siam, Indo-China en Japan. De 9000 KNIL-militairen in Japan werden door de Amerikanen afgevoerd naar Manilla op de Filippijnen en vandaar met Britse vliegkampschepen vervoerd naar Balikpapan. Admiraal Helfrich, die met enkele marineschepen op 15 september in Batavia arriveerde, besloot daarop om de KNIL-bataljons over te brengen naar Batavia. Daar was echter slechts één transport-eskadron voor beschikbaar. Op 29 september 1945 landde de Britse bevelhebber Generaal Christison in Batavia, die onmiddellijk alle verdere transporten verbood. Het Nederlandse Bestuur ontbeerde daardoor een effectief machtsmiddel en werd daardoor geheel afhankelijk van de Britse militaire inzet voor het weer in handen krijgen van de kolonie.

 

10897272055?profile=originalfoto- Deze tekening geeft de dreiging van de Bersiap goed weer. De trompetbloemen (links) zijn symbolen voor de dood. De put daaronder verwijst daar waarschijnlijk ook naar, omdat veel slachtoffers in hun eigen waterput geworpen werden. (Tekening in bezit van Museum Bronbeek)

 

 

 

 

Het gezagsvacuüm was inmiddels door de jonge Republiek opgevuld. Die nam alle hoge posten over van de Japanners en formeerde een regering en een voorlopig parlement in Batavia. Ondertussen gingen de Japanse interneringskampen  open en de Nederlandse mannen en jongens gingen op zoek naar hun vrouwen, moeders en zussen in vaak heel andere kampen. Hen werd geen strobreed in de weg gelegd. Vooral   de oudere Indonesiërs hadden medelijden en voorzagen hen van wat voedsel en treinkaartjes. Tot midden september konden de ex-geïnterneerden zonder problemen door Java reizen.

De ontwapende Peta-bataljons gingen zich hergroeperen onder hun commandanten. Ze hadden echter geen wapens. Het probleem was het vinden ervan en daartoe werden Japanse patrouilles overvallen. Dit leidde tot een versnelde terugtrekking van de Japanners uit de bergoorden. Sommige geïsoleerde Japanse eenheden werden gedwongen om hun wapens af te staan. Ook de jongeren, de Pemuda begonnen zich te roeren. Zij bewapenden zich met primitieve wapens, zoals speren (bambu runcing) en kapmessen (goloks). Tegen gewapende militairen waren zij geen partij, maar voor ongewapende burgers waren zij dodelijk. Hun wraak betrof nu de buiten de kampen verblijvende Indo-Europeanen, die zich tijdens de Japanse bezetting afzijdig hadden gehouden van de nationalistische bewegingen en uitkeken naar de terugkomst van de geallieerden. Indo-jongeren en de weggelopen jongens uit de kampen vormden onder leiding van oudere Ambonese ex-KNIL militairen strijd-groepen, die het voor de bedreigde Indo’s opnamen. In Batavia en Bandoeng ontstonden de eerste straatgevechten en de spanning begon op te lopen.

Bij zijn aankomst in Batavia gaf generaal Christison een pers-conferentie, waarin hij aangaf samen te werken met de Indonesische bestuurders in het handhaven van de orde. De Japanse legertop gaf daarop de Japanse garnizoenen toestemming om wapens af te geven aan de Indonesische politie, die deze weer doorsluisde naar de Peta-bataljons. In Soerabaja vielen de Japanse arsenalen geheel in handen van de Nationalisten, inclusief zware wapens zoals tanks en artillerie. De bataljons van het Indonesische leger, de Tentara Repoeblik Indonesia (TRI), in Oost en Midden Java werden hiermee bewapend.

De komst van de Britten verliep door de transportproblemen zeer traag. Vanaf Batavia werden Buitenzorg en Bandoeng pas in de loop van oktober 1945 bezet; Semarang en Soerabaja kwamen pas eind oktober aan de beurt. Zij bepaalden zich slechts tot de bezetting van deze vijf steden, de zogenaamde Key-Areas.Daarbuiten heersten de TRI en de Pemuda’s. Verder bleken de meeste Brits-Indische soldaten niet gemotiveerd. De oorlog was immers afgelopen en zij   wilden naar huis. En zeker niet sneuvelen voor een andere westerse mogendheid, Nederland. Brits-Indië was bovendien door de Engelse na-oorlogse regering van Attlee de onafhankelijkheid beloofd in 1947. 

 

 

Foto-  10897271274?profile=originalDuidelijke taal: wandposter in Batavia.

Ondanks dat er moord en plundering onder hun neus plaatsvond, grepen zij niet in. Dit verhoogde de chaos alleen maar. In twee steden wachtten de Japanse bevelhebbers de komst van de Britten niet af, maar veegden ze hun eigen straatje schoon van de Pemuda’s. Dit gebeurde in Bandoeng onder generaal Mabuchi op 10 oktober en in Semarang onder majoor Kido op 17 oktober. In Soerabaja daarentegen ontwapende de TRI de Japanners en interneerden hen. Hierdoor was de stad vanaf 10 oktober geheel in Indonesische handen.

Begin oktober kondigde de regering van Indonesië een voedselboycot af tegen alle buiten het interneringskamp verblijvende Europeanen, waarvan de meesten Indo-Europeanen. Dit was voor de Pemuda’s het startsein om gewelddadig op te treden tegen deze Indo’s. De Indonesische regering voorzag een bloedbad en vreesde voor haar internationale reputatie. Besloten werd daarom, de in haar ogen potentiële “vijfde colonne” van de Indo-Europeanen uit te schakelen.  Hiertoe werden de mannen en jongens van deze groep opgesloten. Op 4 oktober ging een bevel naar de directeuren van alle gevangnissen op Java, dat de gevangenissen voor of op

10 oktober leeg moesten zijn. De merendeels criminele gevangenen werden door dit bevel in vrijheid gesteld.

Rond 10 oktober begint spontaan het min of meer systematisch vermoorden van weerloze Indo-Europese vrouwen en kinderen. Op West Java gebeurt dit in Depok, in Midden Java in Brebes, Slawi en Tegal en in Oost Java in Toempang iets ten oosten van Malang. De moorden werden gepleegd door de Pemuda benden en waren van hogerhand niet gecoördineerd. Het waren plaatselijke acties. Wel ging de Indonesische regering diezelfde tijd over tot het arresteren van Indo-Europese mannen en jongens. Het bevel hiertoe ging naar de regionale en plaatselijke politiecommandanten en werd systematisch uitgevoerd. Er waren lijsten aangelegd van betrokken personen. De politie arresteerde alle mannen en jongens boven de 14 jaar en voerde ze af naar de lege gevangenissen. Dit gebeurde bepaald niet zachtzinnig. In Soerabaja liep deze  arrestatie zelfs geheel uit de hand. Op “Bloedige Maandag”, 15 oktober, 

werden vele tientallen mannen en jongens vermoord in de Simpang-Club. De overigen moesten spitsroeden lopen op weg naar de Kalisosok gevangenis, waar 2400 mannen en jongens onder de verschrikkelijkste toestanden  werden vastgehouden. Vrijwel alle Indo-Europese mannen en jongens werden aldus tussen 14 en 18 oktober opgepakt en opgesloten. In sommige gevangenissen bezweken ze in grote aantallen. In dat opzicht waren de Pledang gevangenis in Buitenzorg en die in Kuningan, Tjiandjoer, Pekalongan. Solo en Pasoeroean zeer berucht.

Deze arrestaties verergerden het probleem van de weerloze vrouwen en kinderen die nu onbeschermd achterbleven. De Indonesische regering vreesde terecht voor haar internationale reputatie en beval daarop de plaatselijke politie om oom deze groep te arresteren voor haar eigen veiligheid. Probleem was echter dat de gevangenissen al vol zaten. Er werd daarom op lokaal niveau geïmproviseerd door onbewoonde villa’s, leegstaande scholen. kloosters

plantageloodsen en suikerfabrieken provisorisch van prikkeldraad te voorzien en hierin de vrouwen en kinderen te proppen. Dit laatste moet vooral letterlijk genomen worden, want villa’s met vijftig tot honderd vrouwen en kinderen waren de norm.

Bij deze overbrengingen verloren de betrokken gezinnen vrijwel alle bezittingen en bezaten ze nagenoeg uitsluitend de kleren die ze aan hadden. Ook al was de internering voor hun eigen veiligheid, ook voor deze groep gebeurde het niet bepaald zachtzinnig. Velen die dit meemaakten, hebben aan dit opbrengen en het leven in deze verschrikkelijke kampen traumatische herinneringen. Eind november waren er in het Indonesisch Republikeins territorium ongeveer 50.000 Indo-Europeanen geïnterneerd.

 

In het aprilnummer van deze Nieuwsbrief volgt het laatste deel van deze artikelenserie over De Bersiap

Met dank aan N.I.C.C. en Herman Bussemaker

 

 10897264495?profile=original

 

 

 

Lees verder…

Is de Indische Cultuur, nog actuee

10897241679?profile=originalIs de Indische Cultuur, nog actueel?

Zo rond 1950 kwamen de eerste Indische mensen naar Nederland, terwijl ER nog een deel in Indonesië is achtergebleven.

Vele families werden op die manier van elkaar verwijderd, de een in Indonesië en de ander, of de anderen, over de hele wereld verspreid,  het grootste deel  naar Nederland.

Het ligt voor de hand, immers de meesten van ons zijn Nederlands opgevoed en hebben Nederlandse voorouders.

Hoe zit het Dan met het door geven van de culturen die Indische mensen vanuit Hun ouderlijke omgeving hebben meegekregen? Het zo vaag als je zegt, de Indische cultuur.

Is dat voor het grote deel de Indonesische Kant, of de Nederlandse Kant?

Wij ontkomen ER niet aan, wij zijn kinderen van twee, soms meerdere culturen. Zo zijn wij geworden wat wij zijn, althans tot nu toe.

De eerste, tweede en derde generaties hebben de Indische cultuur meegekregen en dragen die in zich mee, ze zijn niet alleen zichtbaar Indisch maar ook qua gewoontes en mentaliteit. Een Indisch mens, zowel blank of getint, herken je aan zijn gedrag in onze samenleving. Onmiskenbaar gewoon, alleen al de kenmerkende bescheidenheid die vaak een negatieve rol speelt als het betreft, de eigen belangen in deze blanke maatschappij, die vooral mondig is en minder bescheiden, ja zelfs brutaal.

Iets wat bij de meeste Indische mensen wordt en werd ervaren als onbeschoft, onfatsoenlijk en onrespectvol.

Hoe zit het Dan met het cultuurgedeelte van de Europese Kant in ons Indische mensen? Immers, wij stammen voor de helft af van Europeanen, waaronder Nederlanders die toch goed gebekt zijn, zeker als het betreft naar de Indonesische bevolking. Er kwamen vaak conflicten puur door de verscheidenheid van de twee culturen, de Nederlandse, brutaal en grof als het betreft in de communicatie en aan de andere Kant de bescheiden Indonesiër die van huis uit niet zo gebekt is en eerst respectvol de andere benadert alvorens tot een vrije omgang te komen.

Dat zet kwaad bloed en menig conflict is om die reden, want je krijgt niets voor elkaar zonder dwang, als je de Indonesiër onrespectvol behandelt, dat wil zeggen met de verregaande eerbied voor diegene die je ontmoet.

Tja, en Dan nu bij ons, Indo’s, van wie nemen wij het grotere deel van de beide culturen over?

Je raad het nooit, van beide evenveel, de ene Kant zeer beleeft en bescheiden en aan de andere Kant grote monden. Het benadrukken van jouw eigen IK.

Zeg i het goed zo? I kan het mis hebben, maar in die Lange tijd dat i ook Indo ben, probeer i mijzelf, en andere Indo’s te analyseren op dit gebied. I merk in mijzelf de innerlijke beschaafdheid van mijn Aziatische Kant, maar ook de arrogante en eenzelvige Kant van de Europeaan.

Hoe moet i daarmee leven? Gewoon door het instinct wat mij doet aanpassen al naar gelang i personen tegenkom.

Wat als je toevallig stiefouders hebt gehad, en wel van verschillende nationaliteiten? Hoe zit dat als je eerst een Hollandse vader hebt gehad die zijn eigen cultuur in huis de overhand heeft laten gelden, en Dan bijvoorbeeld een Franse stiefvader die Dan op zijn beurt zijn cultuur inbrengt? Je bent nog net niet volwassen en ook nog net niet te Klein om je zijn eigen gedragseigen schappen tot je te laten komen?

Indo ruwet, zal i maar zeggen. To be Ruwet tor not to be, that’s the question zou voor een ieder van ons kunnen gelden.

I gooi altijd de bekende knuppel in een of ander hoederhok, het stemt misschien tot nadenken, of niet. Menigeen voelt zich vaak in zijn of haar kruis getast, wat niet mijn bedoelingen zijn, want ook i heb de Indische cultuur in me, i ben kuis opgevoed en iemand in zijn of haar kruis tasten mag je alleen maar met toestemming van de ander.

Is onze cultuur nou voor ons wel zo waardevol? Beseffen wij dat onze cultuur voor onze identiteit zo belangrijk is, ook om door te geven? Dat doen andere vreemde culturen die in dit land zijn gekomen ook. Sterker nog, die culturen zijn nadrukkelijk en zeer opvallend bezig.

Waarom zij wel en wij niet?

Het antwoord ligt bij ons, het is niet onze eigenschap om je zo nadrukkelijk te manifesteren toch? Of….toch wel via aan andere weg? Namelijk de weg van de stille maar wel opvallende integratie.

Hoezo niet nadrukkelijk aanwezig? I noem een paar kenmerken van onze aanwezigheid in dit land, zoals, wat dacht u van de Indonesische keuken wat algemeen goed  in dit land is geworden? De kroepoek oedang, de saté’, de Indische winkels en Dan ook nog, wat dacht u van onze muziek inbreng? Om maar niet te noemen de vele kumpulans en pasars waar men in ons land het Indische nadrukkelijk aanwezig mee openbaart.

Wij dragen geen hoofddoeken om onze cultuur waarden zichtbaar te maken, wij spreken Nederlands en onze geloofbelijdenis gebeurt binnens huis, geen moskeeën, ook geen landsgebruiken zoals het dragen van s’lands kledij.

Bij ons geen vrouwen die gesluierd moeten lopen, allemaal niet erg, maar wel nadrukkelijk in onze Hollandse samenleving aanwezig. Om maar niet te spreken van alle Arabische benamingen en geschriften die men hier zo gewoon vindt, bij de dokter, bij de apotheek, bij de diverse openbare diensten, ja, zelfs op TV heeft men een eigen zendtijd.

Waarom wij niet die goed beschouwd ook vreemdelingen zijn in dit land met een andere (tweezijdige )cultuur.

Wij hebben geen zendtijd en wij worden niet echt serieus genomen als vreemdelingen in dit land, alleen als het op onze eigen belangen en rechten aan komt, dan ben je ineens Nederlander.

Komt het nou JUIST omdat er een deel van de Hollandse cultuur in ons zit en wij voor een DEEL Europees zijn met voor de Europeaan herkenbare cultuur overeenkomsten? Wij spreken de taal, kennen het land van kinds af aan en gedragen ons gedeeltelijk Nederlands, met een aantekening mijnerzijds, ook echt Indisch.

In onze cultuur zitten vele eigenschappen van diverse nationaliteiten, maar ook een gemeenschappelijke factor. Namelijk het in stand houden van de kolonie en het manoeuvreren tussen twee bevolkingsgroepen, de Nederlandse en daartegenover de Indonesische, beide met andere belangen. Het ertussen zitten is ook een deel van onze cultuur geworden, het heeft ons de mogelijkheid gegeven om ons stil te assimileren.

Onze cultuur is ook, weten te overleven, aanpassen en schikken. Het heeft veel leed en strijd gekost, veel innerlijke verdeeldheid, want wie is belangrijker vader of moeder? Misschien is het zelfs de bron van onze innerlijke onzekerheid in ons leven.

Is het waard om deze (Onze) cultuur eigenschappen door te geven en in stand te houden aan de volgende generaties? Generaties die hoe langer hoe verder verwijderd raken van onze cultuur?

Ik denk van wel, want met onze cultuur die ook onze identiteit kenmerkt, tekent zich ook een geschiedenis af, een geschiedenis van een volk met twee culturen die zich vele offers heeft moeten getroosten, de offers van het keer op keer weer opnieuw moeten beginnen. Opnieuw omdat onze twee ouders, de Indonesische en Hollandse, totaal twee vreemden blijken te zijn en daardoor in conflict kwamen met alle nare gevolgen van dien.

Opnieuw beginnen als kind van de rekening van de twee culturen die wij in ons meedragen.

Ik denk persoonlijk, maar wie ben ik, dat het waardevol is om onze Indische cultuur actueel te houden, zeker gezien de geschiedenis van ons.

Overdenkingen van Albert van Prehn (ICM Moderator) 

Lees verder…

Indisch drama in Bilthoven

Een Indisch drama in Bilthoven

Bronvermelding de Javapost .Geplaatst  door buitenzorg

Talrijk zijn de momenten waarop Nederlanders zich moeten hebben afgevraagd hoe om te gaan met de culturele ´eigenaardigheden´ van de Indonesiërs. Voor degenen die in Nederlands-Indië woonden was dit misschien een alledaagse vraag, – ook in het vaderland kreeg men er zo af en toe mee te maken. Zelden echter zullen die cultuurverschillen zó zeer gespreksonderwerp zijn geweest als in het geval van het ´Indisch drama van Bilthoven´.

bilthoven-villa.jpg?w=204&h=295

In een keurige witte villa...

Op vrijdag 30 januari 1931 berichtten de persbureaus van een ´afschuwelijk drama´ en een ´vreeselijke moord´ in een buitenwijk van de Nederlandse gemeente Bilthoven. Daar, in een keurige witte villa, woonde de Indonesische familie Soeparwi.
De heer Soeparwi (38), voorheen regeringsambtenaar in Pati op Java, was samen met zijn jonge vrouw, hun beide kleine kinderen en een Indonesische huisbediende, in 1928 naar Nederland gekomen. Uit veertig kandidaten was hij ´op grond van zijn buitengewoon intellectuele aanleg´gekozen om in aanmerking te komen voor regeringssteun bij een studie diergeneeskunde. Aanvankelijk woonde het gezin in Utrecht, een jaar later verhuisde het naar Bilthoven.  

´Een geval van geweldpleging´

Op die bewuste dag – hij was die dag in Utrecht geweest om de uitslag van een examen op te halen – kwam de heer Soeparwi ´s middags om een uur of drie thuis. Hij was in een opperbeste stemming, want de uitslag van zijn examen was boven verwachting. Zijn studie was bijna afgerond.
Toen hij de sleutel in het slot van de voordeur stak, merkte hij dat de deur nog op het nachtslot zat. Omgelopen merkte hij aan de achterzijde van het huis een sterke gaslucht. Ongerust over wat gebeurd zou kunnen zijn, opende hij nu de keukendeur.
De volgende momenten laten zich slecht omschrijven. Voor Soeparwi waren ze beslissend voor de rest van zijn leven. Op de grond van de keuken lag de 24-jarige bediende Sono bewusteloos op de grond met een gasslang naast hem. Soeparwi liep de trap op naar de slaapkamer en trof daar de deur op slot. Vertwijfeld wegens de vele bloedsporen die hij zag, rende hij nu naar een buurman om diens hulp in te roepen. Enkele minuten later trapten ze de deur open en vonden in de slaapkamer, in een bloedplas, niet alleen het lijk van mevrouw Soeparwi, geboren Soeminah raden Roro (25), maar ook dat van de beide zoontjes Soebagio (4) en Soebroto (3). Uit alles bleek dat een heftige worsteling had plaatsgevonden. Het behang zat onder het bloed.

´Van sommige zijden wordt vermoed, dat het hier een geval van geweldpleging betreft´, berichtte het Nieuwsblad van het Noorden de dag daarna nog wel érg voorzichtig. ´Voor de echtgenoot, die bij buren voorlopig een gastvrij onderdak heeft gevonden, is de toestand ontzettend. Zelf heeft hij om bewaking verzocht, omdat hij niet voor zijn eigen daden durft in te staan nu hij eensklaps van zijn hele gezin is beroofd. Op zijn verzoek heeft men de Minister van Koloniën met het gebeurde in kennis gesteld.´

De bediende Sono werd bij bewustzijn gebracht, en een dag later kon de pers al melden dat de man een volledige bekentenis had afgelegd. Als motief voor zijn handelen gaf hij op dat hij zich de laatste tijd gegriefd voelde, omdat de familie minder vriendelijk tegen hem was dan vroeger. In een opwelling had hij eerst mevrouw Soeparwi en de kinderen met messteken gedood, en vervolgens geprobeerd zichzelf van kant te maken.

Een bijzondere begrafenis

bilthoven_algemene-begraafplaats.jpg?w=300&h=222

Algemene begraafplaats

Woensdagmiddag 4 februari 1931 werden mevrouw Soeparwi en haar beide zoontjes begraven op de Algemene Begraafplaats te Bilthoven. ´Voor de gelegenheid waren de graven langs het pad gemaakt en wel zóó, dat de ontslapenen met het aangezicht naar het Zuid-Oosten gewend kwamen te liggen, een usance, waaraan Oostersche volkeren zéér gehecht zijn.´
Om de drie door Justitie verzegelde baren, bedekt met sarongs en bloemen, verzamelden zich in het koepelgebouw van de begraafplaats een groot aantal Indonesische studenten van universiteiten uit het hele land, vrienden, bekenden en enkele hoogwaardigheidsbekleders. Na een toespraak van de burgemeester van De Bilt droegen de studenten de baren naar hun rustplaats. ´Buiten, op het kerkhof, waar de eerste witte sneeuw tussen de sparren en dennen dwarrelde, alwaar de Noordenwind ze had losgelaten, stonden honderden belangstellenden in de lanen geschaard om de ontslapenen een laatste groet te brengen.´
Soeparwi, hevig geëmotioneerd, sprak een afscheidswoord waarin hij liet weten dat hij later – wanneer Justitie hiervoor toestemming zou verlenen – zijn vrouw en kinderen naar Indië wilde laten overbrengen, ´naar de aarde die hun zo lief is, en waar de palmen ruisen´. Na toespraken van vertegenwoordigers van de universiteit, waarvan één, van professor Pryohotoma, in het Javaans, werd de bijeenkomst beëindigd met ´Mohammedaansch-Arabisch´gezang en gebed.

De rechtzaak

bilthoven-begrafenis2.jpg?w=281&h=300

Begrafenis mw. Soeparwi en haar kinderen

Twee maanden later diende in de Utrechtse rechtbank de zaak tegen ´den inlandsche bediende´ Sono. De publieke tribune zat vol.
Getuige-deskundige dr. Schouten van het ´psychopaten-asiel´ te Leiden verklaarde dat de verdachte weliswaar toerekeningsvatbaar moest worden geacht, maar in mindere mate ´op grond van het feit dat het hier een inlander betreft´. Volgens deze deskundige waren gepleegde misdaden ´typisch inlands´. ´Een inlander´, zei hij, ´reageert heel anders dan een Europeaan; de inlander is wreed van nature.´ Wél was het zo dat een inlander zijn meester normaal gesproken niet doodt, echter, omdat het hier een vrouw betrof, en ook nog een vrouw die heel vriendelijk voor hem was, was hier geen sprake geweest van een gebruikelijke situatie.

Soeparwo verklaarde dat zijn vrouw aan Sono beloofd had om deze Nederlands te leren. Of het wáár was dat zij niet altijd aan deze belofte gevolg gaf – hetgeen Sono boos zou hebben gemaakt – daarover kon hij niets zeggen. Hij had ze in ieder geval meerdere keren onderling Nederlands horen spreken.
Een meubelmaker uit Bilthoven meldde dat hij met Sono bevriend was, en dat ze samen voetbalden. Sono was in ieder geval niet verstoken van sociale contacten in het dorp.
Een boterhandelaar verklaarde dat hij ´s morgens nog om half tien aan de deur was geweest bij het huis van de familie S., maar dat niemand daar had opengedaan. Een andere getuige, de visboer, was om een uur of elf hetzelfde overkomen.

Het verhoor van verdachte

De president, mr. Van der Meulen, begon daarop met het verhoor van de verdachte. Op een vraag of mevrouw Soeparwi hem de dag van de moord onvriendelijk had geantwoord, zei Sono dat dit het geval was geweest. Verdachte had gevraagd Nederlands met hem te spreken, hetgeen was geweigerd. Toen was hem de gedachte opgekomen haar te doden. Toen hij met een mes op haar instak, kwamen de kinderen in de kamer.
President: ´Hebt u toen ook de kinderen gestoken?´
Verdachte: ´Ja, meneer de president. Ik was aan het steken, maar niet met de bedoeling te doden. Ik was mijn verstand kwijt.´
Sono vervolgde door te zeggen dat hij al drie dagen niet op zijn gemak was door de uitbarsting van de Merapi. Hij kon niet rustig meer werken en verlangde naar zijn familie. ´En toen kreeg ik óók nog standjes´ aldus verdachte, ´omdat ik een fout had gemaakt bij het leggen van een traploper´.  Uit het verdere verhoor bleek dat ook nog sprake was geweest van verwijten over een gebroken glas, enkele dagen tevoren.
De officier van justitie had op dit moment wel genoeg gehoord en eiste 20 jaar gevangenisstraf. Er was dan misschien niet duidelijk sprake van moord met voorbedachte rade, toch op zijn minst van drie maal doodslag.

merapi_december-1930.jpg?w=300&h=290

Merapi, december 1930

Vervolgens was het woord aan mr. Van der Bruggen, Sono´s advocaat. Hij schilderde met verve de moeilijke situatie van verdachte:
´Men moet zich de positie van de inlander in Holland indenken om dit drama te begrijpen. Een inlander is fijnbesnaard, en al kon verdachte Nederlands spreken, toch kon hij met zijn moeilijkheden niet bij Europeanen terecht. Als een inlander naar zijn gevoelen onrechtmatig wordt behandeld, neemt hij ontslag. Maar Sono wilde vóór alles Nederlands leren. In Indië had hij al een betrekking van dorpsschrijver moeten laten lopen omdat hij geen Nederlands kende. Mevrouw Soeparwi kwam hem niet tegemoet in zijn verlangen om onze taal te leren en meneer Soeparwi sprak altijd Javaans met hem.´
Het laatste woord was aan verdachte zélf. Deze liet hierop weten liever ter dood te worden veroordeeld dan een gevangenisstraf te krijgen.

Twee weken later volgde de uitspraak. De rechtbank veroordeelde Sono tot 12 jaar gevangenisstraf, overwegende dat niet was bewezen dat sprake was van voorbedachte rade, echter ook dat verdachte toerekeningsvatbaar moest worden geacht en dat hij drie maal doodslag had gepleegd. Bij de strafmaat werd wel rekening gehouden met het feit dat sprake was geweest van een ´afzondering in een vreemd land, ver van zijn familie, die een gemoedstoestand hadden doen ontstaan die impulsief handelen bevorderde´. Tevens was rekening gehouden met de jeugdige leeftijd van verdachte, zijn blanco strafregister en het feit dat degenen die hem kenden vol lof over hem spraken.
Toen het vonnis middels een tolk aan Sono kenbaar was gemaakt liet deze weten in hoger beroep te zullen gaan.

Het hoger beroep

De herbeoordeling vond plaats een maand later, door het Amsterdams gerechtshof. Een van de vornaamste redenen voor dit beroep, zo lezen we in de pers, was het feit dat een ervaren psychiater – bedoeld werd dr. Schouten – had verklaard dat de man op het moment van zijn daad niet volkomen toerekeningsvatbaar moest worden geacht. Ook de officier van justitie was in hoger beroep gegaan.   
´Het Vaderland´ doet hier bericht voor ons: ´de belangstelling van de zijde van het publiek was weer groot, hoewel wij, in tegenstelling tot de zitting in Utrecht, geen dames op de tribune zagen´.
Verdachte werd omschreven als een ´klein, lichtgebruind type met een jong niet onvriendelijk gezicht´. De eerste vragen beantwoordde hij in het Nederlands; vervolgd werd door tussenkomst van een tolk. Als motief gaf Sono op dat mevrouw Soeparwi hem beloofd had Nederlands te zullen leren, en dat zij haar belofte niet had gehouden.
De president merkte op, dat verdachte toch Nederlands kende; hij had zojuist behoorlijk antwoord gegeven in die taal. Verdachte liet weten echter méér te willen leren.

bilthoven-krantenbericht-hoger-beroep.jpg?w=300&h=300

Knipsel uitslag hoger beroep

Ook dr. Schouten werd opnieuw gehoord. Hij liet weten een tijd in Indië te zijn geweest en daarom van het een en ander af te weten. Het was zéér goed mogelijk dat dat verdachte een reeks van verschrikkelijke moorden had begaan om een kleinigheid. Sono zich te kort voelde gedaan; ook de ramp van de Merapi – verdachte kwam uit die buurt – trok hij zich zeer aan. Alles was slechts het gevolg van een depressietoestand.
Gehoord de getuigen en alle ´nieuwe´ informatie in overweging genomen, vernietigde het Gerechtshof hierop het Utrechtse vonnis en veroordeelde Sono tot een gevangenisstraf van tien jaren.

Nawoord

Wie de dagbladpers over deze zaak bestudeert, kan niet anders dan tot de conclusie komen dat het publiek moeite moet hebben gehad met het wel zeer milde vonnis en de overwegingen. Het begrip ´ontoerekeningsvatbaar´ was bekend en werd met regelmaat gebruikt in de Nederlandse rechtspleging. Híer echter werd voortdurend verwezen naar iets wat onbekend was of – op zijn minst – niet werd begrepen. Voor de gemiddelde krantenlezer waren verwijten over een gebroken glas, een slecht neergelegde traploper en een niet-gegeven Nederlandse les natuurlijk onvoldoende om te kunnen vatten waarom de man drie moorden had gepleegd. De juridische uitleg, vol van verwijzingen naar sociaal isolement, adat en de Merapi, zal dan ook verbazing hebben gewekt.

Van de hoofdrolspelers in dit drama is ons weinig meer bekend. Soeparwi vertrok een jaar na het gebeurde naar Nederlands-Indië, met medeneming van de stoffelijke resten van zijn echtgenote en kinderen.
Sono zou op basis van de hem opgelegde straf, en rekening houdende met eventueel een strafvermindering op basis van goed gedrag, in detentie moeten hebben verbleven tot 1938, 1939. We zijn zijn naam echter niet meer tegengekomen op passagierslijsten van boten die naar Indië voeren, en weten dus niet óf en wanneer hij naar zijn land is teruggekeerd.      
De bevolking van Bilthoven, tenslotte, had nog jarenlang gespreksstof.

Lees verder…

kind uit Tjideng

10897248675?profile=originalEen kind in Tjideng

Bron Java Post
Posted on 24 november 2011 by buitenzorg

Door Gerard Samson

 

Het vrouwenkamp Tjideng in Batavia was een nog geen vierkante kilometer grote stadswijk, met vrij goede huizen waar meestal Nederlanders woonden. Het was omheind met een twee meter hoge, dicht gevlochten bamboehek waar je niet doorheen kon kijken. Op de hoek van de kampingang stond een grote villa, waar het Japanse kampleidingkantoor gevestigd was.

Gerard Samson (1947)

Aanvankelijk waren de regels in het kamp nog niet zo streng, maar dat werd in de loop van de tijd erger. Het meest vervelende waren de appels iedere morgen en avond, waarvoor duizenden mensen moesten aantreden om weer eens geteld te worden. Het begon met een absurd en vernederend ritueel, het diep buigen voor de commandant. Dit bestond uit vier commando’s, eerst Koitsekeh = in de houding, dan Kereh = buigen, daarnaNaoreh = oprichten en tot slot Yasumeh = op de plaats rust. Het commando Kereh was héél belangrijk, er moest namelijk héél diep gebogen worden. Wanneer men zo voorovergebogen stond, liepen een aantal Japanners langs de rijen om er op toe te zien dat men diep genoeg boog. Was dit niet het geval, dan werden er klappen uitgedeeld. Ik ben er van overtuigd, dat hier de basis is gelegd voor mijn diepgewortelde afschuw voor alles wat autoritair op mij overkomt.  

Telproblemen

Het tellen van de geïnterneerden had wel iets komisch. Als er rijtjes van vier waren gaf het minder problemen op, bijvoorbeeld tien rijtjes van vier is veertig, maar als er één geïnterneerde niet kwam opdagen, dan kreeg je negen rijtjes van vier en één rijtje van drie; dan was de ellende niet te overzien! Het gerucht ging, dat Japanners alleen in groepjes van vier konden tellen, en dat 9 x 4 + 3 = 39 dus een absoluut onoverkomelijk mathematisch probleem opleverde. Soms gingen de geïnterneerden op de buitenste rijen staan in de hoop dat het tussenliggende gat niet gezien werd. Dat ging soms goed, maar als de Jap ontdekte dat er iemand niet op zijn plaats stond vielen er klappen. Als het dus geen even getal werd, klopte er volgens de Japanse manier van rekenen iets niet. De verklaringen, dat er mensen in de keuken werkten, ziek thuis of in het ziekenhuis lagen, overleden waren enz. maakte het geheel nog erger, want dan moest ook dát gecontroleerd worden. Wanneer er iemand, ondanks die controle nog steeds ontbrak, moest men het hele kamp door gaan zoeken tot de persoon gevonden was, en als er geen geldige redenen voor de afwezigheid waren, volgde een stevige afranseling.

Zo’n appel kon soms twee à drie uur duren in de warmte. Soms werd de persoon niet gevonden en dan kon het appel tot twaalf uur ’s nachts of nog later duren. We werden dan uiteindelijk, midden in de nacht en geheel uitgeput, naar huis gestuurd met de boodschap dat dit niet ongestraft zou blijven. En de pesterijen waren hiermee niet gedaan, want twee dagen later moest iedereen zich voor de zoveelste maal opnieuw laten registreren. Dit hield in, dat men uren achter elkaar in lange rijen moest staan om zich bij een aan een klein tafeltje zittende Japanner en een Japans sprekende Hollandse gids zich moest aanmelden. Wéér je naam, geboortedatum, geboorteplaats, getrouwd of niet, zo ja, aantal kinderen, nationaliteit, laatste woonplaats enz. enz. en zo ging het maar door tot in alle eeuwigheid.

Moederzorg

10897249269?profile=original

Kamp Tjideng

Het doel van de internering was mogelijke ondergrondse werkzaamheden tegen te gaan en het psychische moreel van de Europeanen volledig te breken. De mensen moesten het gevoel hebben dat er voortdurend duistere, angstaanjagende demonen boven hun hoofden zweefden. Toch was ik, toen toch al tien jaar oud, het mij niet zo bewust. Wij kinderen speelden gewoon door, ook al voelde je dat er iets niet pluis was zonder het onder woorden te kunnen brengen. Onze moeders probeerden ons zoveel mogelijk thuis te houden om ons veel van de ellende om ons heen te besparen, wat niet erg lukte, want je ging er natuurlijk toch wel met vriendjes op uit. Het gekke is dat je als kind wel erge dingen registreert, maar er verder niet bij stil staat en niet direct emotioneel op reageert. Dat zou echter niet zo lang meer duren, want het bewustzijn werd toch wel wat vroeger ontwikkeld.
We zaten nu al weer bijna een jaar in Japans gevangenschap en je begon nu duidelijk verschijnselen van ondervoeding om je heen te zien. De toevoer van voedsel werd steeds schaarser en de mensen steeds magerder. Zelf had ik er niet zo’n last van, want mijn moeder gaf mij bijna haar hele rantsoen eten, iets wat trouwens vele moeders deden.

De komst van Sonei

In april 1944 kregen we een nieuwe Japanse kampcommandant en dit werd voor de kampbewoners het absolute dieptepunt. Deze man zou voor altijd in mijn geheugen gegrift blijven staan. Zijn naam was Kenichi Sonei, door de kampbewoners ´Sunny Boy´ genoemd en beschouwd als de meest onbeschofte, fascistoïde demon en beul die er op twee benen heeft rondgelopen. Hij kwam van een militair krijgsgevangenenkamp en de wildste geruchten over dit fenomeen deden de ronde.
Sonei stond bekend als een Europeanenhater en een zuiplap. Bovendien was hij maanziek, een geestesziekte waarbij toevallen en woeste razernij hem levensgevaarlijk maakten. Bij volle maan bereikten zijn tomeloze woedeaanvallen een climax en sloeg hij alles om zich heen kort en klein.
Een van de dames in ons huis kreeg van al het gedoe schoon genoeg en begon in het geheim een soort ondergrondse beweging. Waarschijnlijk door verraad kwam het de Jap ter ore en werd zij op een dag meegenomen voor verhoor op het kampkantoor. We hebben nooit meer iets van haar gehoord of gezien.

Mijn geboortejaar

Sonei (1946)

Kortom, Sonei regeerde als een tiran en dat hebben mijn moeder en ik van zéér nabij mogen meemaken. Al lang ging er het gerucht, dat alle jongens vanaf tien jaar het kamp zouden moeten verlaten. Als oorzaak werd gegeven, dat er ongewenste seksuele relaties ontstonden tussen de vrouwen en de jongens. Aanvankelijk nam men dit niet zo nauw en dacht men dat het wel weer tot de nu beruchte geruchtenspreiding behoorde. Het noodlot sloeg echter toch toe, er kwam een order dat alle moeders met kinderen van die leeftijd zich om zeven uur ’s ochtends onverwijld moesten melden bij het kampkantoor. Weer lange rijen aan een tafeltje in de tuin van het kantoor met een kaalgeschoren Japanse ambtenaar erachter (alle Japanse militairen waren, van hoog tot laag kaalgeschoren). Naast hem zat een vrij jonge, Hollandse vrouw, die bij Sonei op het kantoor werkte en Japans sprak. Naar verluidt, had zij een relatie met hem. Toen wij aan de beurt waren bleek er iets niet te kloppen. Er was met mijn geboortejaar geknoeid. Het jaartal 1933 was doorgestreept en er naast stond, volgens de laatste registratie, 1934, en dus was ik nog geen tien jaar. De juffrouw vroeg of we even ter zijde wilden gaan staan en wachten. Na een tijdje voegde zich nog een dame met haar zoon bij ons met dezelfde fout. Tegen de middag was de hele stoet afgevinkt, de juffrouw ging even naar binnen en kwam terug met een oudere lijst, waar op stond dat wij in 1933 geboren waren. Ze zei, dat ze er op het ogenblik niets aan kon doen, maar dat Sonei zelf met ons wilde spreken. Onze moeders begonnen nerveus met elkaar te overleggen zonder iets tegen ons te zeggen. Het was inmiddels een uur ´s middags en behoorlijk warm geworden en we zochten een plaats in de schaduw op de voorgalerij van het huis. Ik hoorde wat gestommel in het huis en zag door een raam, dat Sonei zijn handen waste. Hij kwam met de juffrouw naar buiten, keek ons onderzoekend aan, zei wat tegen de juffrouw en stapte op mijn moeder af. Zonder enige omhaal beschuldigde hij mijn moeder van het feit, dat ze bij de laatste registratie de boel had bedonderd en het verkeerde geboortejaar had opgegeven (mijn moeder kennende was dit zeer waarschijnlijk waar). Mijn moeder ontkende dit natuurlijk, maar voor dat ze uitgesproken was kreeg ze een paar enorme harde klappen in het gezicht, waarbij haar bril een aantal meters door de lucht vloog, gelukkig zonder stuk te vallen. Ze bleef echter roerloos op dezelfde plaats staan, wat respect afdwong bij Sunny Boy. Het was van hem bekend dat, als je een stap naar achter doet of omvalt, je zwakheid toont en dan werd je helemaal in elkaar getrapt. Daarna liep hij naar de andere dame en haar zoontje en hetzelfde procédé herhaalde zich daar, doch zij viel op de grond. Met vreselijk gekrijs ontvlamde Sonei in woede en schopte de vrouw met zijn laarzen met veel bruut geweld in het gezicht, maag en onderbuik. De vrouw bleef bewusteloos liggen. Toen wendde hij zich tot ons en zei, dat onze moeders leugenaars waren en dat dit gestraft wordt, opdat het voor ons een leerrijk en waarschuwend voorbeeld mag zijn. Wij stonden zwijgend en bevend naar hem te luisteren en wisten niet wat we zeggen moesten. Sonei ging toen weer naar binnen om zijn handen te wassen. De vrouw begon kreunend weer wat bij te komen en de assistente van Sonei wilde haar overeind helpen, wat ze bestemd afwees, ze vertrouwde die vrouw niet. Mijn moeder hielp haar zo goed als het ging op de been en veegde met haar jurk het bloed van haar gezicht af. Een soldaat kwam naar buiten en beval ons weg te gaan van de voorgalerij en verwees ons naar het erf waar we op een rij in de zon moesten staan. Hij ging weer naar binnen en ik maakte van de gelegenheid snel gebruik om de bril van mijn moeder te pakken en in mijn zak te stoppen.

Angstzweet

Ik stond maar nauwelijks weer op mijn plaats toen Sonei zelf weer even het resultaat van zijn werk kwam bekijken. Waarschijnlijk had hij toch iets zien bewegen, liep resoluut op mij af en nam mij, om mij heen lopend onderzoekend op. Ik beefde van angst en het koude zweet liep mij van het voorhoofd, ondanks dat het zeker 32 graden warm was. Toen hij weer voor me stond keek ik recht in de ogen van deze mefisto, een ware reincarnatie van het absolute kwaad, het schuim der aarde, verenigd in een zieke geest. Voor het eerst van mijn leven ervoer ik, hoe er een diepe haat in mij opkwam en beloofde mijzelf dat, als ik de kans kreeg, hem persoonlijk na de oorlog met duizend kogels te doorzeven. Er gebeurde, geloof ik, nog iets in me. Een raar gevoel ging door mij heen van tja… was het bewustzijn? Was ik ineens tien jaar ouder geworden? Besefte ik nu misschien wél wat oorlog en bezetting betekende en dat we in ellendige omstandigheden verkeerden? En dat in dit soort toestanden mensen als duivels kunnen optreden.
Ook de gemartelde vrouw werd bekeken, maar zij verroerde zich niet en hield zich, met ogenschijnlijk bovenmenselijke krachten onbeweeglijk staande. Even zag het er naar uit dat hij haar nog een paar klappen zou uitdelen, maar misschien verbeelde ik me dat maar. Hij had ook immers zijn handen al gewassen. We moesten tot nader order in de zon blijven staan.
Het was intussen een uur of vier geworden en het was bloedheet. Aan de overkant van de tuin in de schaduw, ongeveer zes meter van ons stond een grote volière met beo’s, die rijkelijk voor onze neus werden gevoerd met vers gekookte rijst, groente en vruchten. Ze hadden al geleerd ´Konichiwa´ te zeggen, wat goedendag of zoiets betekent. Wij kregen helemaal niets, behalve wat water die een Javaanse bediende ons misschien wel zonder toestemming gaf. Om zeven uur ’s avonds werden we door een dienstdoend kaalhoofd weggestuurd. Hoe het met die vrouw en haar zoon verder is afgelopen ben ik nooit te weten gekomen.[i] Mijn moeder had zo te zien de bestraffing redelijk doorstaan.

Op transport

Een week later werd medegedeeld dat alle moeders en zoons die op de lijst stonden de volgende dag om 15.00 uur (uit gegevens die ik later kreeg was dat de 25e februari 1945) bij de uitgang van het kamp moesten staan. Alleen de hoognodige bagage was toegestaan. Daar werden de moeders van de jongens gescheiden, met hartverscheurende taferelen als gevolg. Niemand wist waar we naar toe werden gebracht en wat er met ons ging gebeuren. We werden weer in de bekende rijtjes van vier geplaatst, geteld enz. enz. en blijkbaar werd het een even getal, dus geen rekenkundige problemen. Er werd een soort, voor ons onverstaanbare, commando’s gebruld, waaruit we begrepen dat we naar buiten moesten lopen. De kamppoort ging open en naar schatting 150 jongens tussen de tien en elf jaar marcheerden het kamp uit de wijde en onbekende, boze wereld in, nagehuild door hun vertwijfelde moeders. Het was als een scène uit een onwerkelijke film, die mij mijn hele leven is bijgebleven.

Lees verder…

10897404460?profile=originalEen bizarre onthulling in de Pasar Malam, vervalsing geschiedschrijvinging?

De geschiedenis en de huidige ontwikkelingen van de Pasar Malams in het land zijn in de loop van de 50 jaren onverbrekelijk verbonden met de gevierde journalist/schrijver Tjali Robinson.  Desondanks hij zelf niet de oprichter van de Pasar Malam was, is hij wel altijd een groot promotor geweest, mede door de bekendheid die hij genoot als journalist en schrijver tevens oprichter van de voorloper van Moesson, "Onze Brug" in 1956. Ook bij de TTF weten ze dit, maar geven er nauwelijks ruchtbaarheid aan.

 

De redactie ontving materialen en bronnen Geraldine en Wim familie Mary Bruckel die tot deze onthulling leidde. Zij heeft ook een boek hierover uitgebracht, een herdruk die nu te verkrijgen is bij van Stockum.####)) .

Zonder twijfel was Mary Bruckel degene die het initiatief nam voor de eerste Pasar Malam in 1958 in de Haagse Dierentuin aan de Koningskade (waar nu het Provinciehuis en de Rijkswaterstaat staan). Het vele journalistieke werk echter, heeft zij in vol vertrouwen aan Tjalie Robinson overgelaten. Wellicht dat daardoor Tjali Robinson door het publiek als de oprichter wordt beschouwd. De vraag die nu anno 2011 staat moet de geschiedschrijving niet gecorrigeerd geworden na 53 jaren?  Te meer pasar malam besar in 2008 haar jubileum 50 jaren bestaan vierde. Zo eenvoudig ligt dit niet, dit zal veel implicaties te weeg brengen o.a. alle websites van de pasarorganisatoren zullen dienovereenkomstig aangepast moeten worden. ICM zal bij de dagelijkse promotie en communicatie m.b.t. pasars zich mede hieraan moeten conformeren. De ooit uitgebrachte Sfeer Pasar Malam Online Dvd niet te vergeten, en uiteindelijk ook de pasar geschiedenis. De vraag, wil het publiek het wel?.

Uiteraard is hypocriet dat Tjali het claimt ziende dat nu anno 2011  ICM als Krant ruim 40 pasar malams intensief promoot inclusief live-uitzending vanaf een pasar malam en dan zich de vader van de pasar malams vervolgens noemt. Dat zal bij het pasarpubliek in verkeerde aarde vallen. Anderzijds overigens,  heeft Tjali niet er voor gezorgd dat de pasar juist als een stevig product via de journalistiek weg in de markt is gezet?

Pasar Malam letterlijk vertaald avond markt dat zijn oorsprong vond -vindt in het toenmalige Batavia nu Jakarta.  

Anno 2011-

De pasar malam is een succesvol, en veel gewild gevraagd formule in Nederland die onder de categorie culturele evenementen valt. Vele winkelcentra verruilen nu de braderie -prufferie voor een pasar malam laten de huidige ontwikkelingen zien. Op de avondmarkt wordt het hele palet aan Indisch erfgoed geëtaleerd dat begint bij het gezellig samen zijn voor het hele gezin. Omlijst door muziek, dans, kunst, cultuur en eten met een podium, restaurants, eettentjes en kraampjes met groot diversiteit aan Indische artikelen en producten dat zijn oorsprong vond in het voormalige Indie. 

 

In tegenstelling tot de Nederlandse culturele theaters en - evenementen bedruipt deze pasar Malam zichzelf zonder maar 1 cent subsidie van de Overheid in die 53 jaren. Ligt hier ook niet een taak voor het Indsch Platform om dit met terugwerkende kracht te claimen?

Dit werd gedragen door de restaurants, eettentjes en de standhouders om voor een groot deel voor hun rekening te nemen en aanvullend de entreegelden. Op deze wijze probeert de organisator de risico’s zo veel mogelijk te beperken bij wegblijven van het publiek,

 

Het succes van deze pasar Malam (concept idee) vertaalde zich naar vele replica's in het land.

Het begon in 1958 in in de Haagse Dierentuin aan de Koningskade (waar nu het Provinciehuis en de Rijkswaterstaat staan en nu anno 2011 in de BurgerZoo in Arnhem om maar te noemen. Na Den Haag volgden Groningen, Maastricht, Rotterdam, Tilburg, Den Helder, Hengelo, Alkmaar, Arnhem, Hilversum, Haarlem, Nijmegen, Leek, Leeuwarden, Eindhoven, Zwolle, Apeldoorn, Assen 2 maal, Zeist, Dieren, Doetinchem, Vaassen, Dieren, Zeewolde. Lelystad, Almere, en Dronten. Dit naast de winkelpasars welke op ruim 50 worden geschat die op diverse plaatsen in Nederland worden gehouden.

 

Een ding is zeker dit verhaal zal nog een staartje hebben.

Wordt vervolgd.

 


####))NICC Nieuwsbrief van december 2010

Pasar Malam Den Haag 1958 – Mary Bruckel-Beiten. 2e druk van deze uitgave over het leven van Mary Bruckel-Beiten en haar werk voor de Indische gemeenschap in de 50er jaren, die resulteerden in de oprichting van de Pasar Malam in Den Haag, die in 1958 onder haar bezielende leiding voor de eerste keer gehouden werd in het gebouw van de Haagse Dierentuin. Tevens stond zij samen met Tjalie Robinson aan de wieg van het Indische tijdschrift “Onze Brug” in 1956, welke in 1958 door Tjalie werd omgedoopt in Tong Tong en in 1978 de naam Moesson ging dragen. In die begintijd was Mary bestuurslid van de Indische Kulturele Kring, die tal van initiatieven ontplooide om de Indische landgenoten te helpen. Zij deed onder andere de “Geisha Revue” herleven tijdens een in de Houtrusthallen in Den Haag georganiseerde Indisch-Nederlandse Bonte Avond. Mary’s dochter Geraldine en schoonzoon Wim wonen nu reeds lang in de Canada, alwaar zij ook sinds anderhalf jaar onze nieuwsbrieven ontvangen en er ook regelmatig enthousiast op reageren. De 2e druk van dit boekje over Mary Brückel-Beiten is uitsluitend 2e hands verkrijgbaar bij www.vanstockum.nl. Adviesprijs: € 12,00.

 
Lees verder…