Jan de Keten's berichten (614)

Sorteer op

Schrijver Sitor Situmorang (91) overleden

10897290287?profile=original

Schrijver Sitor Situmorang (91) overleden

De Indonesische schrijver Sitor Sitomorang is afgelopen zondag in zijn huis in Apeldoorn overleden. Situmorang was een van de meest vooraanstaande schrijvers van Indonesië. Het bekendst was hij in Nederland om zijn romans ‘Bloem op een rots’ en ‘De oude tijger’. In de jaren tachtig doceerde Sitor Situmorang Indonesische taal en letterkunde aan de Universiteit Leiden.

Situmorang is in 1923 geborden in Noord-Sumatra. Hij groeide op tijdens de koloniale tijd en vond het storend dat goed onderwijs alleen voor de elite was. Bovendien vond hij het een gemis hij op school alleen onderwezen werd in Europese literatuur en in de Nederlandse taal. Toen hij 15 jaar oud was vertaalde hij daarom het gedicht Saijah en Adinda en een stuk uit Multatuli’s Max Havelaar naar het Batak. Hij begon zijn journalistieke carrière in 1945 als journalist voor de Sumatraanse ‘Suara Nasional’. Zijn eerste gedicht ‘Kaliurang’ verscheen in 1948. Van 1950 tot 1953 verbleef Situmorang in Parijs en Amsterdam om een studie naar Europa te doen.

In de jaren vijftig raakte Situmorang betrokken in polemieken over de vorm en richting van de Indonesische cultuur. Hij werd een prominent lid van de Lembaga Kebudayaan National. Een cultureel orgaan dat nauwe banden had met de toenmalige president Soekarno. In 1967, na de machtsgreep van Soeharto, werd Situmorang zonder proces gevangen gezet. Hij werd pas in 1976 weer vrijgelaten.

10897291087?profile=original

Lees verder…

Bersiap periode Door: Rita Kopetzky

10897288689?profile=original

Bersiap periode   Door:  Rita Kopetzky

Voor alle lezers die nog niet helemaal op de hoogte zijn van alle geschiedkundige feiten en verhalen, in dit artikel even een opfrissertje.

De Japanners, noch de Britten waagden zich aan enige vorm van gezagshandhaving, tenzij ze van hogerhand daartoe de opdracht kregen. De Pemuda’s, jonge Indonesiërs, waren op straat de baas. De Japanse kampcomman-danten moesten wel de kampen bewaken tegen de explosie van geweld van de Pemuda’s. Deze jongelui waren tijdens de oorlogsjaren door de Japanners opgehitst tegen de Nederlanders.

10897289260?profile=originalDe Pemuda’s waren jonge rebellen, die niet behoorden tot het Indonesische leger. Zij waren bijzonder fanatiek en gingen aggressief en vaak zeer wreed te werk. De ergste uitbarsting van geweld vond plaats in het najaar van 1945. De Japanse eenheden in Soerabaja hebben er na de capitulatie alles aan gedaan om het de geallieerden zo moeilijk mkogelijk te maken. Japanse wapenarsenalen werden open-gesteld voor Indonesische strijd-groepen, terwijl de Indonesische jongeren die door hen eerder waren opgehitst tegen de Nederlanders, nu aangespoord werden om wraakacties te beginnen. Echter ook de ca 400 Chinezen in Soerabaja werden het slachtoffer van deze acties. En tenminste 600 Nederlanders vonden op vaak afschuwlijke wijze de dood.

In totaal zouden ook ca. 12.000 Indonesiërs worden gedood in de strijd om Soerabaja, die nog zou volgen. In die strijd kwamen ook zeker 429 Brits-Indische militairen de dood. Het 16e leger van Japan stelde zijn wapendepots open voor de Indonesiërs en  selecteerde een duizendtal officieren en onder-officieren om een regulier leger in Indonesië op te zetten.

Nationalistische Pemuda’s vormden tot de tanden gewapende groepen met samoeraizwaarden (van de Jappen gepikt of gekregen), klewangs, indrukwekkend lange politiesabels (waar ze meestal als eerste naar grepen) en Hun uitrusting werd gecompleteerd door één of twee pistolen in holsters, een bajonet en een zonnebril. Vaak ook hadden ze vlijmscherp geslepen bamboe-speren bij zich. Enkelen hadden zelfs patroonbanden weten te bemachtigen, die ze kruislings over de borst droegen. Ze reden rond in vrachtwagens die ze van de Jappen hadden geconfisceerd. Trots en vol vuur schreeuwden zij uit alle macht om vrijheid en revolutie: “Merdeka – merdeka”.

10897288898?profile=originalBuiten de kampen werd het erg gevaarlijk; als ze je te pakken kregen, werd je onherroepelijk “getjingtjangt” (in mootjes gehakt) Een zekere Soetomo, die de drijvende kracht was achter deze haarcampagnes tegen alles wat Nederlands was, trok zich niets aan van Soekarno en Hatta, die lieger op een constructieve manier en met steun van de Verenigde Naties de vrijheid van hun land wilden bevechten. Het optreden van de extremistische groepen leidde ertoe dat Soekarno en Hatta zich genoodzaakt voelden om totaal onvoorbereid de onafhankelijkheid uit te roepen op 17 augustis 1945.

Hiermee brak de Bersiap periode aan. Commandant Whitmarsh-Knight, die op dat moment aan het hoofd stond van de 5e Indian Division, getuigde over ene Jack Boer, reserve kapitein bij het KNIL over zijn daadkracht en zijn strategisch inzicht. Er zaten 2348 Nederlanders opgesloten in de Werfstraatgevangenis in Soerabaja en die stonden op het punt om door de extremisten te worden vermoord. Er stonden voor de uitgehongerde gevangenen tonnen met vergiftigde rijst klaar. Als ze die gegeten zouden hebben had niemand het overleefd en daarna zou de gevangenis met vaten benzine in brand worden gestoken, waarbij ieder die er zich bevond, dood of nog levend, verbrand zou worden.

10897288689?profile=originalOp 10 november 1945 vond een spectaculaire bevrijding plaats, waarbij Jack Boer en 10  Gurkha’s de Nederlanders hebbemn bevrijd. Na het uitschakelen van de wachten, werd met een tank de muur doorboord, waardoor de gevangenen konden vluchten. Degenen die nog in hun cellen zaten, werden bevrijd door de celdeursloten kapot te schieten. Buiten stond een vrachtwagen klaar om de in veiligheid te brengen. Bij deze actie verloor slechts één Gurkha het leven.    De bloedbaden van de Simpang-club en het Goebeng-transport vormden een blinde vlek in de Indonesische onafhankelijkheids-geschiedenis, zo beschrijft Inez Hollander. Zij geeft een aanval weer    op    een    transport    van vrouwen en kinderen. De bronnen in Indonesië over de revolutie in Soerabaja noemen het bloedige lot van het Goebeng-transport niet eens. Na de agressie van een zwaar beproefd volk, kwam men tot bezinning. Men sprak er liever niet meer over. Inez Hollander is zo’n beetje de enige die het in haar boek “Verstilde stemmen en verzwegen levens” beschrijft. Er is een massagraf van dit transport in Soerabaja. De juiste aantallen van Indonesiërs die in de slag om Soerabaja het leven lieten, zijn niet bekend, maar het zullen er duizenden zijn geweest.

Soekarno

In 1927 Richtte Soekarno de Partai Nasional \indonesia (RNI) op. Deze partij streefde naar de onafhankelijkheid van Indinesië. In 1929 werd hij door de Nederlanders gearresteerd en in de Soekamiskin gevangenis gezet. Hij kreeg strafverkorting en werd op 31 december 1931 vrijgelaten. Zijn reis naar huis werd een ware triomftocht. In augustus 1933 werd Soekarno weer gearresteerd en verbannen naar Flores. Vanwege zijn gezondheid werd hij in februari 1938 overgeplaatst naar Benkoelen in Zuid-Sumatra. Die tocht bracht weer massa’s mensen op de been. Toen de oorlog met Japan uitbrak, in 1942, kwam hij weer vrij. Men dacht dat Soekarno en Hatta gemanipuleerd waren door de Japanners, maar eigenlijk was het juist Soekarno die een heel sluw spel speelde met de Japanners. Hij heeft de Japanse autoriteiten geholpen, soms ten koste van zijn eigen volk, door zijn mensen als dwangarbeiders uit te leveren; deze werden door de misleidemde campagnes geronseld Hij gebruikte de Japanners om zijn doelen te verwezenlijken. Door de onvoorwaardelijke capitulatie van Japan op 15 augustus 1945 was er een gezagsvacuum ontstaan, wat de Britten weigerden om op te vullen. Hierdoor werd Soekarno door zijn eigen achterban gedwongen om op 17 augustus de Republik Indonesia uit te roepen. Na de oorlog werd Soekarno (niet democratisch) gekozen om te regeren over alle eilanden die door onder andere de Nederlanders bij elkaar gebracht waren, maar die daarvoor nooit één rijk vormden. De Molukkers, Timorezen, Papua’s en Medanezen, aan wie door Koningin Wilhelmina onafhanke-lijkheid was beloofd, vonden het verschrikkelijk dat Soekarno met geweld over hen ging regeren. Veel Molukkers kregen via de rechter een verblijfsvergunning in Nederland.

10897289497?profile=originalBritse hulp

Door de verwarring rond de Japanse capitulatie was een snelle overname van de macht dpoor geallieerden van het nog door Japan bezette Nederlands-Indië onmogelijk. Het inschepen van Maharata-, Gurkha- en Sikh-troepen vanuit Brits Indië (India) geschiedde pas in o0ktober 1945. In deze twee verloren maanden had de terugkeer van de krijgs-gevangenen naar hun familie en vooroorlogse standplaatsen moeten plaatsvinden. De leiding van het Britse leger bewapende de Japanse soldaten opnieuw met bajonetten en geweren (zonder kogels) voor de verdediging van de kampen. Hierdoor werden de Japanners gedwongen de bajonetten, die zij voorheen op ons hadden gericht, nu op de Pemuda’s te richten.

De duistere rol die de Japanners in de naoorlogse politiek gespeeld hebben is nooit helemaal duidelijk geworden. Zij hadden immers de tijd gekregen al het belastende materiaal over hun wandaden te vernietigen. Dit heeft dan ook de berechting van van veel Japanners wegens oorlogsmisdaden ernstig bemoeilijkt. De Britten hebben zich aanvankelijk geconcentreerd op de bevrijding van de krijgs-gevangenen en de ontwapening van de Japanners. Het herstel van het gezag zoals dat voor de oorlog was, behoorde niet tot hun taak. Ook met de Indonesische onaf-hankelijkheidsstrijd bemoeiden ze zich niet. Daardoor werden de eerste vijf bataljons van de Nederlandse oorlogsvrijwilligers maandenlang in Malakka in quarantaine gehouden, terwijl de Pemuda’s de Nederlandse burgers aan het afslachten waren.

Twee politionele acties waren nodig om Nederland militair tot overwinnaar te maken, maar de Nederlanders verspeelden op politiek terrein alle sympathie van de internationale gemeenschap en was hierdoor feitelijk de grote verliezer. De Nederlandse politiek was en bleef de enige schuldige aan het zinloos geweld en niet de Indische Nederlanders of de vanuit Nederland gezonden soldaten, die thans veteraan zijn.

 ______________________                  

Lees verder…

Japan: Er waren geen troostmeisjes….

“10897292252?profile=originalJapan:  Er waren geen troostmeisjes 

Het is niet waar dat het Japanse leger tijdens de Tweede Wereld-oorlog bijna

200.000 vrouwen uit bezette gebieden tot seksslaven heeft gemaakt. Integendeel, er was sprake van ‘prostitutie volgens een vergunningenstelsel’, waarbij sommige vrouwen meer geld verdienden dan Japanse generaals…” Dit stond in een paginagrote advertentie, die op donderdag 14 juni 2007 geplaatst werd in de Amerikaanse krant “The Washington Post”. De adverteerders – Japanse hoog-leraren, journalisten en 44 Japanse parlementariërs – stelden onder de vette kop “De Feiten”, dat zij “het Amerikaanse volk de waarheid wilden vertellen”.

We schrijven inmiddels 2014. Op 27 januari bood de nieuwe topman van de Japanse staatsomroep zijn excuses aan voor de volgens hem   

bagetelliserende opmerkingen over de “troostmeisjes”. Omroep-baas Katsuto Momii had zich in de nesten gewerkt door zich openbaar te verbazen over de telkens terugkerende ophef over het onderwerp. Tijdens zijn eerste persconferentie zei hij dat “alle landen  die  oorlog  voerden  zulke

10897292668?profile=originalVoormalige Troostmeisjes tijdens een manifestatie in Den Haag. Foto  V.l.n.r. Ellen van der Ploeg (Nederland, 84 jaar); Menen Medina-Castilli (Philippijnen, 78 jaar); Won-Ok Gil (Zuid-Korea, 80 jaar). Foto: Bas de Meijer.

vrouwen hadden”. Zuid-Koreaanse politici reageerden furieus en ook Amnesty International reageerde boos en noemde Momii’s opmerkingen “een belediging voor de 200.000 vrouwen die tot seksuele slavernij werden gedwongen door het Japanse leger”. Momii bood zijn excuses aan en zei dat zijn uitspraken bij nader inzien “ongerpast” waren. De Japanse regering had al  eerder laten weten dat Momii    zijn uitspraken “als privépersoon deed” en dus niet namens de omroep.

Op 28 februari 2014 gaat de Japanse regering kritisch kijken naar de excuses die het land in de jaren ’90 heeft gemaakt aan de troostmeisjes. Een speciale commissie gaat onderzoeken hoe de Japanse regering destijds tot haar  verklaring  is  gekomen,  zo

wordt door het persbureau Kyodo gemeld. “Wij willen een nieuw onderzoek en de achtergronden begrijpen”, aldus kabinetssecretaris Yoshihide Suga. Hij zei niet of Japan na dat onderzoek met een nieuwe verklaring zou komen. Volgens Suga zal de huidige conservartieve regering van premier Shinzo Abe een “zorgvuldige overweging” maken.

10897292693?profile=originalWoedende reacties van voormalige Zuid-Koreaanse troostmeisjes.  

De Japanse regering distantieerde zich van recente uitspraken van rechtsnationalistische organisaties over de Tweede Wereldoorlog. Rechtse politici ontkenden onlangs dat de massamoord bij het Chinese Nanjing, waarbij in 1937 en 1938 zo’n 200.000 tot 300.000 doden vielen, ooit had plaats-gevonden. Een andere politicus bagetelliseerde het gebruik van vrouwern als seksslavinnen. China en Zuid-Korea waren woedend over deze uitspraken.

Volgens de Japanse minister van Buitenlandse Zaken Fumio Kishida is de Japanse historische inter-pretatie niet veranderd. “Het is erg jammer dat deze opmerkingen tot mnisverstanden over de positie van de Japanse regering hebben geleid”, aldus Kishida. Hij noemde verder de militaire expansie van China in de regio een serieuze reden tot zorg, maar ging niet zover om dit als bedreigend te bestempelen.

Hoewel schattingen uiteenlopen, denken historici dat Japan ongeveer 200.000 vrouwen uit de bezette gebieden tijdens de Tweede Wewreldoorlog heeft ingezet als seksslavinnen aan het front. Het merendeel bestond uit Koreanen, maar er waren ook minstens 250 Nederlandse troost-meisjes

Op 20 juni 2014 verklaart Japan de excuses, die het land in 1993 heeft gemaakt aan de troost-meisjes, te handhaven. Echter de conservatieve parlementariërs die geloven dat het misbruik nooit heeft plaatsgevonden, wilden een nieuw onderzoek naar de achtergronden van de excuses. De Japanse regering keek daarop kritisch naar de totstandkoming van de verklaring, maar trekt de excuses niet terug. Dat meldde persbureau Kyodo. Een speciale commissie heeft de afgelopen tijd onderzocht hoe de Japanse regering destijds tot haar verklaring is gekomen. De onder-zoekers zijn tot de conclusie gekomen dat die verklaring vooral politiek was. Japan en Zuid-Korea onderhandelden uitvoerig over de tekst die toen werd uitgegeven, maar er was eigenlijk maar weinig onderzoek geweest naar de mis-bruikpraktijken.

De Japanse miloitairen gebruikten tijdens de oorlog stelselmatig vrouwen uit de bezette gebieden in legerbordelen, waaronder ook Nederlandse vrouwen in het bezette Nederlands-Indië. Pas in 1993 erkende Japan dat in de zogeheten Kono-verklaring. Of het Japanse leger zich wel of niet schuldig had gemaakt aan het misbruik in de Tweede Wereld-oorlog is nu nog steeds onderwerp van debat. “Het is afschuwelijk om die gebeurtenissen in twijfel te trekken”, zei de van geboorte Nederlandse ex-seksslavin Jan Ruff-O’Herne (91). “Er zijn zoveel vrouwen die hierover naar buiten zijn gekomen”. Ruff-O’Herne werd

10897293280?profile=originalDe van oorsprong Nederlandse mevrouw Huff-O’Herne, schrijfster van “Cry of the raped”.

samen met haar Nederlandse ouders gevangen genomen op Java. Later werd de jonge vrouw tewerk gesteld in een bordeel waar ze stelselmatig werd verkracht. 50 jaar lang zweeg ze over haar ervaringen, tot ze begin jaren ’90 naar buiten trad met haar verhaal om Koreaanse vrouwen te steunen die excuses eisten.

Zuid-Koreaanse vrouwen waren toen een rechtszaak begonnen  tegen hun eigen regering die hen zou hebben aangemoedigd om als troostmeisjes te dienen voor de Amerikaanse soldaten. De 122 vrouwen stelden dat de overheid hen tijdens de Koreaanse oorlog opleidde tot prostituees en pooiers hielp om een uitgebreid prostitutie netwerk op te zetten. Hierdoor zouden Amerikaanse soldaten aan hun gerief kunnen komen. Volgens de Zuid-Koreaanse vrouwen – inmiddels allemaal bejaard – zijn hun mensenrechten geschonden.

De zaak is uiterst pijnlijk voor de regering in Seoul, die al decennia overhoop ligt met Japan over het gebruik van seksslavinnen door de Japanse militairen tijdens de Tweede Wereldoorlog.

28 november 2014. De Japanse krant Jomiuri bood zijn excuses aan voor het gebruik van begrippen die impliceerden dat de vrouwen tot seks gedwongen werden. De conservatieve krant zei het ongepasst te vinden dat deze en vergelijkbare termen gebruikt zijn in zijn Engelstalige editie. Het gaat in totaal om 85 artikelen die de krant tussen 1993 en 2013 publiceerde.

Rechtse activisten ageerden al veel langer tegen het gebruik van het woord seksslaven. Zij beweren dat de vrouwen nooit zijn gedwongen tot seks. Zij staven hun beweringen dat in officiële documenten nooit bewijzen zijn gevonden. Dat gegeven wordt nu door conservatieve parlementariërs aangegrepen voor hun stelling     dat er dus geen gedwongen troostmeisjes waren. Deze kwestie heeft de betrekkingen met Zuid-Korea ernstig aangetast. Ook elders in de wereld waar de vroegere troostmeisjes nu nog in leven zijn, is met grote verontwaardiging gereageerd.

Bron: De Persgroep Digital.

Lees verder…

"Ik beken" van Elise Lengkeek in de Telegraaf!

10897291880?profile=original10897256074?profile=originalRIE HOLTKAMP VOCHT TIEN JAAR GELEDEN SAMEN MET ECHTGENOOT VOOR LEVEN 

Ferry Holtkamp van het boek "Ik beken" van Elise Lengkeek die alle leden van de Eerste - en Tweede Kamer hebben  gehad, nu vandaag, 8 december volop in de belangstelling in de Telegraaf.

’Tsunami werd Ferry fataal’ 

Een mooie dag, die 26e december 2004 op tropisch Phuket, Thailand. Volop zon, amper wind. Overwinteraars Rie en Ferry Holtkamp besluiten het strand bij hun hotel te verruilen voor een ochtendje shoppen in naburig Patong.

„Even later stonden we daar op de bus te wachten om naar het winkelcentrum te gaan”, vertelt Rie (83). „Maar er gebeurde iets vreemds. De zee was verdwenen, plotseling wel een kilometer ver weg, het strand was ineens zo ontzettend groot!”

Haar man Ferry, gepensioneerd marechaussee en onderscheiden voor zijn verzet in de Tweede Wereldoorlog tegen de Japanse bezetter, herinnert zich opeens filmbeelden van vroeger. Op Nieuw-Guinea.

Rie: „Toen was het water ook plotsklaps spoorloos’, vertelde hij me. ‘Een tsunami’, brulde Ferry vervolgens. ‘Wegwezen!’ Andere toeristen kwamen vanaf dat grote, lege strand aanrennen. In blinde paniek, schreeuwend. En de zee kwam even snel terug als ze kort daarvoor was weggetrokken.”

Ferry, destijds 77, weet de net gearriveerde bus binnen te komen, Rie klampt zich vast aan een van de deuren. Zij heeft niet de kracht om aan de snelle golven en het zuigende water te ontkomen. Maar Ferry weet haar uiteindelijk naar binnen te trekken. Overal smeken toeristen en Thai om hulp. Het echtpaar kijkt machteloos toe hoe de tweede vloedgolf de zware bus als een luciferstokje omverwerpt.

„De armen van de dood strekten zich uit naar Ferry en mij, maar het was nog niet onze tijd”, vertelt Rie Holtkamp, bijna tien jaar later. „Toen de bus daar lag, tegen een lichtmast gekwakt, stroomde het water terug en sleurde alles mee. We klommen uit het wrak en strompelden voetje voor voetje naar een heuvel.”

Zonder schoenen, zonder tas, zonder bril. Alles was weg. De Nederlanders trapten in glas, stenen en stukken hout sloegen tegen hun benen. Even dreigde zelfs het einde voor Ferry Holtkamp, toen zijn enkels door plastic afval werden omwikkeld.

Rie: „Hij moest duiken om zich te bevrijden en kreeg smerig rioolwater binnen. Tot ons heupen stonden we in de prut. We bloedden als runderen, maar voelden helemaal niets.”

Pinautomaat

Het echtpaar waadt moeizaam naar hotel Le Meridien, de lobby is compleet verdwenen, net als de eerste paar verdiepingen. Rugzakken drijven rond, een pinautomaat dobbert voorbij. Op de vierde etage komen Rie en Ferry bij. Even later wordt Le Meridien ontruimd, na geruchten over een ‘derde vloedgolf’.

Uiteindelijk weten de twee landgenoten terug te keren naar hun Ocean Resort in naburig Karon. Daar realiseren Rie en Ferry zich dat ze alleen nog leven omdat ze die ochtend niet naar het strand bij hun hotel zijn gegaan.

„Want tussen de zee en het Ocean Resort ligt een soort binnenmeer”, aldus Rie. „Op de vlucht voor de tsunami hadden Ferry en ik die nooit kunnen oversteken. Dan hadden we op de slachtofferlijst van de uiteindelijk 230.000 doden gestaan.”

Na terugkeer in Nederland blijkt vooral Ferry Holtkamp de beelden van de tusnami niet te kunnen verwerken. De oud-marechaussee kampt toch al met de gevolgen van de Tweede Wereldoorlog. Toen werd hij als kindsoldaat op Java door de wrede Japanse militaire politie Kempeitai gemarteld.

Daar komt Phuket 2004 nog eens bij. Nacht na nacht krijgt Ferry Holtkamp bezoek van spoken uit de oorlog én die gruwelijke natuurramp.

Rioolwater

„We zijn samen wel achttien keer in Thailand op vakantie geweest, maar na de tsunami is het er niet meer van gekomen”, vertelt Rie Holtkamp. „Zijn longen zaten vol rioolwater, hij heeft daar een enorme knauw gekregen.” In 2008 overlijdt Ferry Holtkamp aan de gevolgen van longemfyseem.

Kerstmis, tien jaar later. Rie is straks bij haar dochter, bij haar kleinkinderen, bij vrienden. Ze denkt, ze hóópt het dan te druk te hebben om terug te kijken.

De weduwe: „Ik weet gewoon dat die natuurramp Ferry zowel fysiek als mentaal over het randje heeft geduwd. Hij overleefde Japanse martelingen, maar capituleerde uiteindelijk voor de tsunami.”

Lees verder…

10897308671?profile=original

10897297856?profile=original

Graag bestel ik het ICM Jaarboek "Toegang tot de Indische Wereld"

Prijs 19,95 exclusief  verzendkosten € 3,95 

Aantal Exemplaren    : ______

Naam                           :  ________________________________  

Adres                           : ________________________________  

POSTCODE               :  _________________________________ 

WPL                             :  ____________ ________________________________

POSTCODE                    :  _________________________________ 

Telefoon                      :  _________________________________

 

Wilt het Signeerd hebben door:    O Ja          O Nee    

Uw bestelformulier opsturen naar bestel@Icm-online.nl  

Productbeschrijving.

 

De geschiedenis van de Indische Nederlanders anno 2000 in de huidige Nederlandse samenleving, is vastgelegd in het boek “Toegang tot de Indische Wereld”.

 

Zoals iedere krant betaamt, wordt er teruggeblikt op het afgelopen jaar. ICMals  krant blikt terug op het jaar 2009 – 2010, van de Indische Nederlanders in de   huidige Nederlandse samenleving met haar vele landelijke pasar malams, koempoelans, lezingen, boeken, schrijvers, filmdocumentaires, Indische nieuwtjes, Indische muziek, de Indie herdenkingen, Indische ontwikkelingen, het Indisch Platform met haar gelieerde aangesloten Indische organisaties, en

 

ten slotte de laatste stand van zaken met betrekking tot de Indische kwestie, die op dit moment bij de staatsecretaris Martin van Rijn ligt. Bij het Indisch Platform is het hooggespannen, en ook bij 10.000 die hun mandaat hebben  afgegeven in de vorm van hun handtekening. De verwachtingen zijn dat

 binnenkort de staatsecretaris  met de oplossing komt, inmiddels tikt de tijd  door, en tijd voor die ouderen dringt na 70 jaren wachten.

 

Boek bevat 270 pagina is zwart / wit uitvoering. 

Op aanvraag is full color uitvoering te bestellen, uw bestelling wordt op de reserveringslijst geplaatst tot 25 bestelling zijn bereikt wordt overgegaan tot productie.

U kunt Uw aanvraag/ bestelling kan U  ook hier bij "reactie"  doen.

 

U dient wel eerst te registreren als abonnee op ICM, bij de aankoop van het boek krijgt U een gratis ICM abonnement voor 6 maanden, hierna moet U deze verlengen, lees Algemene voorwaarden van ICM onder aan de website.  

Het "registreren" vindt u boven aan de balk geheel rechts net als bij Facebook. U heeft niet gelijk toegang Uw aanvraag gaat naar de webmasters / beheerders en U ontvangt een bevestiging dat U een gratis abonnement heeft voor een periode van 6 maanden.

Binnen 5 dagen ontvangt U het boek .

 

Lees verder…

Onthullende autobiografie Sandra Reemer

10897288668?profile=original

Onthullende autobiografie Sandra Reemer

daar lijkt nu verandering in te komen.

De zangeres werkt namelijk al maandenlang in het diepste geheim aan een boek over haar leven, waarin ze ALLES vertelt over de meest spectaculaire en pijnlijke ontwikkelingen uit haar roerige bestaan… „Ik heb zo ongelooflijk veel meegemaakt; mijn levensverhaal verdient het om te worden opgeschreven”, vertelt Sandra aan Privé. „En natuurlijk zal het gedeeltelijk over mijn werk gaan, maar zeker ook over de mannen in mijn leven en al het andere…”

Nu al lijkt het dus veilig om te veronderstellen dat in de autobiografie een pittig hoofdstuk te vinden zal zijn over een van de droevigste periodes uit Sandra’s leven, die volgde op haar scheiding van grote liefde FERDI BOLLAND (58). Met hem dacht Sandra oud te worden en hoopte ze zelfs een gezin te stichten. Nog altijd denkt de zangeres geregeld met weemoed terug aan misschien wel de gelukkigste periode uit haar leven, die aan de zijde van Ferdi…

„Eerlijk gezegd komt het nu nog steeds binnen. Met name de dromen die ik toen had en die niet zijn uitgekomen; kinderen krijgen, een gezin stichten. Ik woon nog steeds in het huis dat Ferdi en ik samen hebben bewoond. De beoogde kinderkamer is nu logeerkamer. Mijn tuin is inmiddels een ’paradijs’ voor kinderen, gedeeltelijk bos met kabouters en elven. Ik heb het gecreëerd voor mijn innerlijke kind zeg ik telkens tegen mezelf en anderen, maar is dat werkelijk zo? Is het niet dat enorme gemis dat ik op deze manier probeer te compenseren?”

Het bovenstaande fragment vloeide uit Sandra’s eigen pen en is afkomstig van haar website. En het lijkt dus slechts een voorproefje van wat nog komen gaat in de autobiografie waarin Sandra naar eigen zeggen nog openhartiger zal zijn. En dat nieuws zal niet overal met gejuich worden ontvangen, in elk geval niet bij Sandra’s voormalig The Dutch Diva’s- collega’s MARGA BULT en SJOUKJE SMIT!

Zoals bekend waren de dames op het podium weliswaar een goed trio, achter de schermen was de sfeer bij The Dutch Diva’s al die jaren om te snijden. Voor Sandra was haar periode bij de zanggroep naar eigen zeggen één van de zwaarste uit haar leven, en werd zij door Marga en Sjoukje geterroriseerd… „Het was haast ongelooflijk hoeveel haat, nijd en jaloezie er naar mij toe was”, vertelde ze hier eerder over. „Ik kon niets goed doen, alles wat ik zei was fout. Ik kon niet meer. In de laatste fase nam ik mensen mee naar optredens omdat ik het eenvoudigweg niet meer trok…”

Een van de meest schrijnende incidenten die achter de schermen plaatshad – en die voor Sandra de welbekende druppel vormde – verwikkelde zich rond een vriendin die Sandra mee had gebracht naar een optreden, om zich te midden van haar twee collega’s ietsje meer op haar gemak te voelen. Sandra: „Een beslissend moment was de dag waarop ik haar meenam.”

„Mijn vriendin vertelde na afloop genoten te hebben van het optreden, en blij te zijn het eens te hebben mogen meemaken. Toen ik dat enthousiast aan de meiden vertelde, was de reactie: ’kan ze niet iets aan haar kapsel doen en dat gebit?’” Dat was voor Sandra het breekpunt. „Dat iemand, die ze nog nooit hadden gezien en niet kenden, meteen op zo’n gemene manier werd afgemaakt, deed bij mij het kwartje vallen. Dit lag niet aan mij. Voor mij was in één klap duidelijk dat ik niet meer verder kon.”

Geen malse aantijgingen aan het adres van Marga en Sjoukje – die Sandra’s beschuldigingen ontkennen – maar zich nu dus ongetwijfeld mogen opmaken voor nog meer onthullingen uit de nog altijd met mysterie omgeven Dutch Diva’s-geschiedenis. Ter illustratie: een periode die voor Sandra als gevolg had dat ze de eerste drie jaar na haar vertrek bij de groep ’emotioneel in de war was’. De voormalig Songfestival-diva, Sandra vertegenwoordigde ons land driemaal, ging na die periode echter op zoek naar geestelijke heling en wist langzaam maar zeker uit het diepe dal te kruipen waarin ze was beland.

Inmiddels voelt ze zich beter dan lange tijd het geval was, en ziet ze de toekomst met groot vertrouwen tegemoet. „Ik heb het gevoel dat ik een balans in mijn leven heb gevonden, waar ik heel lang naar op zoek ben geweest”, vertelt Sandra. „En dat heeft veel positieve gevolgen. Zoals het feit dat ik het nu aandurf dingen te delen met de wereld, zoals met mijn boek. Maar ook wat betreft de liefde ben ik vooruit gegaan. Na Ferdi heb ik nog drie relaties gehad die uiteindelijk op niets uitliepen. Maar dat is achteraf bezien heus ergens goed voor geweest. Ik voel nu dat ik echt weer toe ben aan een nieuwe liefde. Kom maar op met die leuke mannen!”

Lees verder…

Indië-Herdenking 2014 in Roermond

10897304258?profile=originalIndië-Herdenking 2014 in Roermond

Ook de herdenking in Roermond  sprak ons aan, mede door          de bewogen toespraak van Staatssecretaris Martin van Rijn, op 6 september 2014, die we hier in zijn geheel weergeven.

 

De laatste tijd, steeds meer, en luider, worden grenzen in twijfel getrokken. Of het nu in Afrika is, in de Oekraïne of in het Midden-Oosten. Nationale regeringen en lokale strijdgroepen betwisten elkaar de macht. Vele duizenden laten hierbij het leven. Vrede en vrijheid lijken soms ver weg.
Door de media en het internet worden we iedere dag geconfronteerd met beelden van deze strijd. Beelden die velen van u ongetwijfeld herinneringen doen oproepen aan uw eigen jeugdjaren, toen vrede en vrijheid – evenals nu – wereldthema´s waren.

Toen in Europa de strijd was gestreden, werden we  geconfron-teerd met de wens van de Indonesische bevolking tot zelfbeschikking. Het geweld van de Japanse bezetters was zó zwaar dat wij – toen de oorlog in de Pacific was afgelopen – ons niets anders konden voorstellen dan terug te keren naar de vooroorlogse situatie. Wij waren ons hierbij te weinig bewust van de vele veranderingen die daar inmiddels hadden plaatsgevonden.

Terwijl op Java en overal elders   in de archipel Indonesische strijdliederen werden gehoord, speelden wij nog het Wilhelmus. Zoals aan boord van het schip de Klipfontein, klaar voor vertrek in de haven van Amsterdam, op 3 september 1946. 

10897304475?profile=originalEén van de soldaten die aan boord gingen – het was de eerste lichting dienstplichtigen – was de 21-jarige Joseph Berendsen uit ‘s Heerenberg. Hij was met een aantal anderen uitgekozen om als kwartiermaker naar Nederlands-Indië te gaan. Ik lees uit zijn dagboek een passage voor over zijn vertrek:

“En dan is het grote moment aangebroken. Nadat de hoge autoriteiten zich van boord verwijderd hebben, maakt alles zich klaar voor vertrek. De touwen worden losgeslagen. En als de boot zich van de kade losmaakt, speelt het muziekkorps het Wilhelmus. Plechtig klinken de tonen over de watervlakte. Stram in de houding horen we het volkslied voor het laatst op vaderlandse bodem aan. De laatste tonen zijn nog niet weggestorven, of een waar gejuich en geroep klinkt vanaf de boot en de kade. Vanaf kleine bootjes proberen familieleden hun laatste groeten te brengen aan hun zoon, aan man, broer of verloofde. Dan zinkt Amsterdam weg.”

Geachte veteranen,

Net als Joseph Berendsen reisde ook u in deze periode naar de Amsterdamse of Rotterdamse haven om daar aan boord te gaan om de verre reis naar Indië te maken. En maakte u het aangrijpende moment mee waarop u het Wilhelmus voor de laatste keer hoorde. Het moet een bijzonder emotioneel vertrek zijn geweest. Of u nu vrijwilliger was of dienstplichtige: u vertrok met een missie waarvan de omvang nauwelijks bekend was.

Wij vonden toen het herstel van orde en gezag in Nederlands-Indië noodzakelijk; de chaos en de vele slachtoffers van de Bersiap-periode waren hier inmiddels bekend. Het was oorlogstijd.

Vragen over goed en fout, juist  en onjuist, verscheurden de Nederlandse samenleving.

Uiteindelijk werd door de regering gekozen voor een combinatie van diplomatieke en militaire middelen om uit de impasse te geraken. En met de ondersteuning van deze beslissing door het Nederlandse parlement werd de Nederlandse samenleving verantwoordelijk voor uw uitzending, en dus ook voor de consequenties.

Herinneringen aan de reis – de meesten van u reisden per boot – zullen te maken hebben met de verwerking van de vele nieuwe indrukken: het leven aan boord met al die andere jongens, zeeziekte, warmte, en het passeren van exotische plaatsen als Port Saïd, Colombo en Sabang. Het passeren van de evenaar – een nieuwe grens –  bracht door de komst van Neptunus altijd hilariteit met zich mee, en was meestal goed voor een nat pak.

Na een kleine maand volgde eindelijk de ontscheping: in Belawan, Tandjoeng Priok of elders. Ook zij die in later jaren naar Nieuw-Guinea vertrokken moeten de spanning hebben gevoeld: de belangrijkheid van de missie enerzijds en de onbekendheid met het land anderzijds. Want, wat wisten al die jongens nu van dit immense land en zijn bevolking?

  

10897304475?profile=originalDie eerste weken was alles nieuw, zoals blijkt uit een beschrijving van een soldaat van een infanterie-peloton in Noord-Sumatra:

“Eerste peloton op de wagen blijven. Jullie gaan nog verder”, werd ons toegeroepen. Nog verder? Uiteindelijk, tientallen kilometers verder, stopten we bij een Bailey-brug. Maar waar was het kamp? Er stonden wel een paar KNIL-militairen te grijnzen en er lag een bende bagage, maar van huizen of tenten niets te zien.
“Bagage afladen en naar boven brengen!”
Helemaal naar boven? Hoe kreeg je in godsnaam je plunjezak daar naar toe? En je veldbed? En je eten en water? Wie maakt dáár nu een kamp? En dan in Indië. In de warmte!

Een paar dagen later hadden deze jongens hun eerste kampement opgebouwd: één grote en acht kleinere tenten, twee keetjes van bamboe en plaatijzer, een keukentje en een paar stellingen. Rondom prikkeldraad en spits afgesneden bamboe. Het was voor hen het kamp waar ze een paar maanden zouden bivakkeren. Ze brachten hun tijd door met oefenen, met wacht lopen en met patrouilleren. Zoals de schrijver van het verslag stelde: “de eerste keren met gespannen wapens    en boordevol zenuwen, maar langzamerhand wenden we aan de duizenden geluiden van de tropennacht, aan het geruis van de kali, en zelfs aan het schieten.”

Want ja, geschoten werd er! Aan beide zijden van de demarcatie-lijn. Er is geen oorlog zonder slachtoffers.
Aan Nederlandse kant vielen vele doden onder de militairen, vooral tijdens gevechtshandelingen, maar ook door ongevallen en door tropische ziekten. Hen gedenken we hier vandaag in het bijzonder. Daarnaast werden ook burgers, onder wie vele Indische Nederlanders en Chinezen door nationalisten vermoord. Hoeveel dat er waren, weten we niet precies. Aan Indonesische kant vielen ook veel slachtoffers, zowel nationalistische strijders als burgers. Misschien leer je wél wennen aan de geluiden van de tropennacht, en aan het geruis van de kali. Aan het verlies van je maten wen je nooit. Net zo min als dat je afstand kunt nemen van je ervaringen tijdens je jeugd. Of je er nu later regelmatig over spreekt, of niet. Je blijft ze met je meedragen. Eens een veteraan, altijd een veteraan.

Toen u weer terugkeerde in Nederland, of het nu in 1948 was, in 1950 of 1962, was u – net  zoals de gehele Nederlandse samenleving – vele ervaringen rijker, maar ook een illusie armer. Het was niet gelopen zoals we ons dat hadden voorgesteld. Niet alleen had het vaderland nauwelijks belangstelling voor uw ervaringen, sommigen van u werd zelfs openlijk verweten te hebben deelgenomen aan een koloniale oorlog.

Omdat effectieve hulp en zorg aanvankelijk afwezig waren, heeft u vooral zélf de zware last van verwerking moeten dragen. En in vele gevallen ondervond uw naaste omgeving de gevolgen van deze worsteling. Uw ervaringen, of deze nu te maken hadden met het verlies van kameraden, uw sociale contacten of het leven in de tropen in het algemeen, – ze vonden weinig gehoor in een samenleving die zélf nog wrok koesterde over het verlies van de kolonie en herstelde van de wonden van de Tweede Wereldoorlog. Heette het immers niet ‘Indië verloren, rampspoed geboren’? Dit laatste is gelukkig niet waarheid gebleken. Nederland herrees op eigen krachten.

Voor naoorlogse generaties zijn  de verhalen over de Tweede Wereldoorlog inmiddels aangevuld met die over andere oorlogen     en conflicten: Korea, Vietnam, Libanon, Joegoslavië, Irak of Afghanistan. Het zijn niet alleen maar verhalen of televisiebeelden, maar ook persoonlijke ervaringen van jonge militairen die zijn uitgezonden en waarbij ook Nederlandse slachtoffers zijn gevallen.
Deze militairen krijgen de laatste decennia gelukkig steeds meer erkenning. Hun inzet, in het teken van democratie en vrijheid, wordt steeds meer gewaardeerd. Het is goed dat wij meer aandacht hebben en houden voor de Nederlandse veteranen.

10897304088?profile=originalGelukkig staan wij nu als samenleving meer open voor de verhalen van toen. Wat de generatie betreft waar ú toe behoort, daarvan moeten wij nu als samenleving zeggen: wij hebben u tekort gedaan, door te weinig naar u te luisteren.
Mocht u de kracht hebben uw verhalen alsnog te willen vertellen: weet dat zij waarde hebben. En aan uw familieleden maar eigenlijk aan een ieder zou ik willen zeggen: luister, nu het nog kan. Voor onze kinderen      en kleinkinderen is het van levensbelang te weten hoe wij in het verleden zijn omgegaan met vragen over vrede en vrijheid.

Geachte aanwezigen,

Vandaag delen we met elkaar, veteranen, familie, vrienden en  andere geïnteresseerden, de herinnering aan deze bijzondere en zware periode in de geschiedenis van ons land, en staan we stil bij hen die we moesten achterlaten en die hun verhaal helaas níet meer kunnen navertellen. Zij, de slachtoffers, brachten, tussen 1945 en 1962, het ultieme offer voor hun land, “in dienst van de vrede”.

Uw aanwezigheid hier toont aan dat de herinnering aan hen die vielen nog steeds levend is. Ik ervaar het als mijn taak en opdracht om samen met u die herinnering levend te houden. Ik beschouw het als een grote eer om hier, vandaag, bij het Nationaal Indië-monument 1945-1962, namens de Regering een krans te mogen leggen ter nagedachtenis van de militairen die zijn gevallen in de toenmalige overzeese rijksdelen Nederlands Oost-Indië en Nieuw Guinea.’   Met dank aan Java Post voor de tekst. 

Lees verder…



10897239281?profile=originalUit ICM archief van 10 april 2009 - 

Nederland telt ruim 1,3 miljoen Indische Nederlanders (indo's)!


Met ruim 340.000 kwamen - onze mede burgers in het voormalige Nederlands Indie - de Indische Nederlanders in de jaren vijftig in fases naar Nederland toe, toen de republiek Indonesia "Merdeka / vrijheid " uitriep. De repatiering ofwel de massale uittocht duurde tot 1960. De forse aantallen zorgden dat repatiering vele jaren heeft geduurd dan gepland was voor het transport. Tegelijkertijd de bersiapperiode in het voormalige Nederlands Indie intrad - vergelijkbaar met Irak van nu - In navolging hiervan kwamen de spijt- optant beging de jaren zestig. De gerepatrieerden werden koel en kil ontvangen door de Nederlandse regeringen op een rij. Vanaf 1950 tot het heden anno 2009 lijkt dat er een zwijgen is opgelegd over alles wat te maken had met de Indische Gemeenschap (Indische Nederlanders). Dure NIOD rapporten met een waarde van miljoenen euro werden zo onder het tapijt geveegd. Dit belooft nog wat straks met het NIOD rapport over Irak. Nederland was ook bezig met de wederopbouw. In contractpensions werden de gerepartieerden ondergebracht, die zeker in deze tijd als ongeschikt werd verklaard voor bewoning.

Velen kwamen berooid aan uit het voormalig Nederlands Indie. Allen hadden hun bezettingen, vermogens en goederen verloren, maar bovenal hun " leven" in het voormalige Indie; het Indonesie van nu waar ook Barack Obama is opgegroeid. Helemaal opnieuw moesten velen beginnen, en helemaal onderaan de ladder. Want behaalde diploma's daar waren hier niets waard. Gebukt ging de eerste generatie Indische Nederlanders hieronder; eerste die oorlog, toen de bersiapperiode, dan in een vreemd land helemaal opnieuw je leven opbouwen. Ook de kinderen (tweede generatie) werden in het lot meegetrokken. Velen hebben trauma's opgelopen van die vreselijke bersiapperiode, en de periode waar hun ouders weer onder gebukt gingen in Holland: Geen instanties en overheid waren hier te bekennen.

Nu anno 2009 is de groep Indische Nederlanders uitgegroeid tot ruim 1,2 miljoen Indische - Nederlanders die heel trots kunnen zijn! Dit aantal omvat van de eerste tot vierde generatie Indische Nederlanders (indo's). Een groep die probleemloos, gruisloos en onzichtbaar zich integreerde in de Nederlandse samenleving.

Tegelijkertijd de Indische - Nederlanders een grote CHANGE bracht in de Nederlandse samenleving in constructieve zin;

  1. Het Indisch eten, die nu overal te vinden is naast de toko's, restaurants, de media, en kookboeken.
  2. Thuis wordt nu nasi gekookt binnen de Nederlandse gezinnen.
  3. Vele Nederlanders namen de gastvrijheid over van de Indische Nederlanders.
  4. De indo-muziek (Andy Tielman) grondlegger van de Nederpop,
  5. De Haagsche Indo rock, die veel beroemde Nederlandse Rockbands kopieerden, en later in VS beroemd werden.
  6. De pasar malams; de grootste in Den Haag met 140.000 bezoekers en de ruim 70 pasar malams (replica's) in het land het hele jaar door waar ruim 800.000 bezoekers op afkomen.
  7. De wekelijkse indische kumpulans.
  8. De Indische culturele evenementen bij de van der Valks, Casino's en andere Nederlandse gelegenheden.
  9. De vele Indische bedrijven voor food en nonfood in Nederland.
  10. De vele Bekende Indische Nederlanders BIN'ers ; Ben Bot, Wenny Zorgdrager, ELs Borst Jet Bussemaker VWS etc... in de politiek.
  11. In de muziek The Blue Diamonds die wereldhits scoorden en Nederland op kaart zette, Anneke Grohnloh, Sandra Reemer, Jamal, Boris, Dinand, Katja ......
  12. De vele componisten /producers/schrijvers oa. Marshal Manengkei die wereldhits schreef voor The Blue Diamonds, Oscar Harris, ..............
  13. en alle overige niet genoemde aspecten.


De" Indo" - de Indische Nederlander- met een "staatloze identiteit" die ruim zestig jaren aan die Overheid vraagt om als kind te worden erkend te bestaan met haar Indische - Nederlandse identiteit, en met haar Indisch Cultureel Erfgoed, die met haar "staatloze identiteit" een belangrijke constructieve change bracht in de Nederlandse samenleving en cultuur;

Bijna wordt het vergeten dat ook in de republiek Indonesia nu ruim 1,5 miljoen Indische - Nederlanders nog verblijven. Nederland weigerde ze nog op te nemen, omdat anders er geen einde kwam aan die repartriering, en Nederland geen opvang meer had hiervoor.

Laat de regering hier even bij stil staan wat die OORLOG de Indische Gemeenschap heeft gebracht! Dat de Indische Gemeenschap overeenkomsten heeft met de Joodse gemeenschap, te scharen onder de gelijkgestemden, maar niet die behandeling heeft gekregen die de Joodse Gemeenschap wel heeft gekregen. Een Indische Gemeenschap die nu nog nadrukkelijker blijft voortbestaan met het recht op het behoud van de Indische identiteit met haar Indisch Cultureel Erfgoed zoals die CHANGE nadrukkelijk heeft bewezen. Dat De Indische geschiedenis met haar feiten van 300 jaren niet zomaar onder het tapijt kan worden weggeveegd!


--------------------------------------------------------------------------------


Redactie ICM.
In de bovenstaande column van mij worden parallellen getrokken met de kwestie Irak, en de Indische NIOD rapporten. Het Indisch NIOD rapport en de vele onderzoekcommissies werden stelselmatig onder het tapijt geveegd door de Nederlandse regeringen op een rij. Op het manifestatie IP op 28 oktober 2009 en na een stevige strijd door de IP delegatie, heeft unaniem de Kamer geëist dat het Indisch-NIOD rapport weer nader onder de loep moet worden genomen, en dit zo snel mogelijk tot een oplossing dient te worden gebracht. Hoopvol, is dit niet als wij dit doortrekken nu wat zich afspeelt rond commissie Davidse nu dat vooraf zeven jaren werden gedraineerd. Jan Peter Balkenende letterlijk getorpedeerd diende te worden door de PVDA onder dreiging van "mission over and completed" als het over dit Kabinet gaat; en tegelijkertijd Bush een diepe buiging heeft gemaakt, en Blaire zijn ontslag heeft genomen met een geweten op zich van 100.000 onschuldige burgers die het leven lieten in Irak. Hoe naïef moet je dan zelf zijn te zien dat je voorgangers capituleren. Het CDA staat voor het symbool dat Amerika heet, die blindelings al een eeuw achter Amerika aanloopt. Het liefst ziet het CDA Nederland als extra "*" op de Amerikaanse vlag, die als een staat wordt ingelijfd.


Terug naar de Indische Perkara:
Hoe hoopvol zijn nu de Indische NIOD rapport ontwikkelingen, als de commissie Davidse eerst als een mening wordt afgedaan, en dan 24 uren strijd wordt gevoerd in de kamer door de verschillende politieke partijen om het tegen deel te bewijzen. Met de Indische Perkara zijn wij inmiddels bijna vier maanden verder, wij zitten nu in het 69 ste jaar. De ervaring leert dat de Indische kwestie weer naar de achtergrond verdwijnt bij deze Irakese ontwikkelingen; Er is maar 1 oplossing "op naar de volgende manifestatie IP op het Plein voor het gebouw van Tweede kamer, maar nu als een pasar malam IP".

Lees verder…

                                           Oostindisch kampsyndroom van Kousbroek

10897279098?profile=originalBesproken door:Pjotr.X.Siccama  -  Deel 14. 

  

Aan het einde van het werk van Kousbroek Oostindisch kampsyndroom, komt wederom het stokpaardje van de schrijver op de proppen met zijn verdediging – of laten we zeggen: rechtvaardiging van zijn beweringen over diverse zaken: Hirohito en de algemene (Wereld) publieke opinie over de schuld en/of betrokkenheid bij de oorlogsmisdadigheid van het Japanse staatshoofd en Kousbroeks kruistocht tegen verschillende opinies van mensen in, die de WO in Azië (en in Europa) aan den lijve hebben ondervonden.

In vorige artikelen heb ik over dit onderwerp uitvoerig gewijd, waarbij ik het standpunt van de schrijver onbegrijpelijk en verdacht vond en overigens nog steeds vind.

Kousbroek wil coûte que coûte het gelijk aan zijn zijde krijgen. De vraag die bij een ieder opkomt in dit verband is: waarom eigenlijk? Hijzelf heeft dit op verschillende manieren duidelijk willen maken. We zetten de argumenten successievelijk op een rij.

Het eerste argument dat hij aanvoerde ter rechtvaardiging van Hirohito’s positie in de oorlog was, dat Hirohito zelf gevangene was van het  Japanse de militaire elite en dus gezien moest worden als een geïnterneerde. (Kousbroek cursivering). Dit is zo goed als fictie, zeker omdat het bekend was dat onder het militaire stafcorps leden van Hirohito’s familie zitting hadden en een niet onaanzienlijke functie daarin hadden bekleed. Hiermee verdedigde Kousbroek met stelligheid Hirohito s positie. Een uiterst bedenkelijk standpunt..

Ten tweede voerde Kousbroek aan dat Hirohito in Machuko (China s provincie waar de laatste Keizer van China als marionet werd gehouden) hij zijn bevoegdheid (als het oppergezag nota bene – opmerkelijk genoeg beschamend vond) had overschreden door: “  ..als tegenstander van geweld en oorlog te gedragen..” (einde citaat Kousbroek) en de tweede maal op het eind van de oorlog (welke oorlog wordt door de schrijver hier overigens bedoeld.?

Wanneer Kousbroek de WO II bedoelde, heeft Kousbroek het helemaal mis, omdat de keizer in jaren niets van zich liet horen, behalve dan in de eerste week van augustus 1945, toen het al veel te laat was om zijn goede zijde van ‘geweldloosheid’ aan de Wereld te tonen. Maar dan spreekt Kousbroek zichzelf tegen door  het volgende te schrijven: citaat”..Een woord van de Keizer en heel Japan en de bezette gebieden hadden zich doodgevochten. Wie Hirohito een oorlogsmisdadiger wil noemen, is niet op de hoogte van de feiten.” Einde citaat. Wij weten maar al te goed dat ze zich wel degelijk dood hadden gvochten, indien de VS de atoombommen niet hadden afgeworpen. Mogen we die feiten dan ook kennen? Maar de keizer was het oppergezag en had (indien hij dat zelf wilde of opdroeg) de keuze tussen leven en dood, om het cru te zeggen.

Ziedaar  het enige feit en het bestaan dat iedereen wist van het gezag: Hirohito zelf in persoon. Wat is hier nog onduidelijks aan en het verwijt van de schrijver aan al die mensen, die net als de schrijver zelf geen enkel werkelijk bewijs in handen hebben?

Kousbroek draaft (tegen alle andere stromingen/beweringen in van andere deskundigen overigens) door als een hol geslagen paard en verliest onderweg heel wat (en niet alleen moreel support).

Was het niet duidelijk genoeg dat, zoals de schrijver  had kunnen gelezen (uit de Memoires van Truman) dat de Amerikaanse president al bij voorbaat wist dat de keizer vrijuit zou gaan, maar niet zozeer omdat hij a priori onschuldig was. (zie mijn vorige artikelen), en dát tegen de Amerikaanse (liever gezegd de Wereld) opinie in? Aan de andere kant wilde het Amerikaanse publiek (en de Wereld)  niet dat


Hirohito zou worden gespaard. Toch is dit tegen ieders verwachting gebeurd: de politieke druk van de VS was in die situatie en omstandigheid veel te groot en politieke belangen waren te sterk.

(later bleek dat er stricte geheime afspraken waren gemaakt door de Amerikaanse veiligheidsdienst(en) om een geheel andere weg te in te slaan, gezien de dreiging vanuit

Oost/China en Rusland.) Dat argument van de veiligheidsdiensten van Truman vond ten slotte de doorslag en zeker gezien het in hun opvatting nog groter gevaar van het oprukkende Communisme, met name vanuit Rusland.

Er is maar één gevolgtrekking uit de memoires van president Truman: Hirohito was verantwoordelijk en dus schuldig, maar kon de adviezen van zijn diensten niet zonder meer terzijde schuiven; daar waren immers veel grotere (politieke) wereldbelangen mee gemoeid.

 

De sympathie/emphatie (en wellicht grote genegenheid?) van de schrijver jegens amateur-bioloog Hirohito ten spijt. Er zal niet worden beweerd dat Hirohito bij voorbaat een (oorlogs)misdadiger is; daarvoor zijn er tot nog toe geen enkel bewijs gevonden. Tenminste wat we nu voor gegevens tot onze beschikking

 

10897287675?profile=originalSpoorwegsation in Manchukwo

 

10897287482?profile=original

10897288057?profile=original

hebben staan, zijn wel aanwijzingen en sporen die naar een bepaalde richting en analyses van tijdlijnen wijzen. Zelfs  de schrijver kon niet met concrete bewijzen komen. Waar zijn de door hem genoemde (harde?) feiten?

De bezwaren van velen die in Zuid/Oost Azië de gruwelen lijfelijk hadden en hebben ondervonden tegen het door de schrijver verdedigd standpunt dat Hirohito niet schuldig was, waren dertig jaar na het eind van de 2e WO enigszins verklaarbaar, gezien de vele tegenstrijdigheden in het discours; maar begrijpen doe ik het niet.  En kan de schrijver hier niet kwalijk genomen worden in het licht van die tijd. Maar de schrijver (die overigens zelf eveneens als oorlogsslachtoffer kan worden gezien) scheen in zijn leven geen enkel moeite te hebben (gehad?) om zichzelf niet als (oorlogs)slachtoffer te zien. De vraag is waarom dat zo is? Men hoeft zich niet (zoals hij zelf vele malen probeerde tot uitdrukking te brengen) ‘’zonder meer” de oorlog zien als het grote Kwaad dat een  mensenleven phsychologisch (en ook fysiek) verruineerd heeft.

Het kán wellicht voor een of twee individuen gelden (in restrictieve zin is dit zelfs twijfelachtig

), maar feit blijft dat er sprake was en is van een ernstig oorlogsverschijnsel, een wond (traumatisch voor een ieder met en door angst, foltering, doodsbedreiging,uithongering enz. enz.) die zo goed als nooit zal genezen. Het is zowaar bewezen. Daar kan niemand omheen en ook Kousbroek niet. Maar de schrijver heeft, naar ik heb begrepen, in het begin van zijn schrijverschap reeds geworsteld met de verwerking van zijn eigen oorlogservaringen, die naar het scheen ‘’gelukt’’ was en bagatelliseert het verschijnsel als iemand met een kennelijke overtuiging dat het zo is.

De wetenschap op cerebraal terrein heeft dit ‘’fenomeen’’blijkbaar niet herkend als iets uitzonderlijks, anders zou men haar visitekaartje wel hebben afgegeven en in de rij bij hem hebben gestaan voor een consult.

De schrijver, heeft helaas het zelf opgeroepen hetgeen hier te berde wordt gebracht.

In de jaren zeventig was de schrijver al van leer getrokken tegen alle Indiëgangers in het algemeen en al die mensen die de WOII hebben ervaren en gekend, deskundigen van diverse pluimage inbegrepen.

Het waarom, kunnen we de schrijver helaas niet meer vragen.

Hij wordt dan opeens sadistisch en schopt tegen alle phsychologische hulpverleners en deskundigen aan op ziele gebied, zoals o.a. tegen professor Bastiaans (Univ.Leiden). In zijn tirade tegen deskundigen werd nog meer gevoed door een uitspaak van Komrij en wist zich door hem moreel gesteund, wanneer Komrij die over het oorlogssyndroom de volgende controversiele uitspraak deed:, dat citaat: “wanneer professor Bastiaan er niet mee kwam, het verschijnsel ook niet had bestaan.’’ Een ieder is geheel vrij om onzin uit te kramen, ook Komrij. Deze humbug van een uitspraak van de schrijver Komrij kan en mag geen reden zijn voor Kousbroek om snel te juichen. Met Komrij‘s uitspraak kun je alle kanten op en is dus multiinterpretabel.


(de phsychologische term was immers al heel lang bekend, maar dit terzijde) en op die manier moet men dat ook zien. – In het bewuste artikel uit zijn werk kreeg prof.Bastiaans van de schrijver ook nog zoveel kritiek te verduren aangaande diens wetenschappelijke experimenten die hij zou hebben ondernomen en er volgens de schrijver niets van klopte etc. Veel modder kreeg de professor over zich heen gestort van de schrijver; achteraf bekeken geheel oneerlijk beoordeeld (door de schrijver) maar ook  onterecht, naar ik meen.

In elk geval vind ik de kritieken van de schrijver op alles wat met phsychische hulpverlening te maken heeft (gehad), onjuist, merkwaardig en ook bespottelijk; het geeft louter een modieus (want het was immers ‘en voque’ in die tijd) beeld van de schrijver om er ook bij de kriticasters te willen horen en liefst vooraan op de eerste  rij.

 

Het verschijnsel dat ‘’men slachtoffer van iets was en/of is geworden’’, zegt de schrijver geeft financiele en phsychologische voordelen. Zo n uitspraak is hilarisch, bizar en leidt tot niets.

 

Wel en niet waar; zelfs dát is uiterst betrekkelijk. Het is muggezifterij van de schrijver en lijkt alsof een willekeurige slachtoffer nu zelf dient te verantwoorden waarom hij of zij slachtoffer is geworden. De absurditeit ten top: een ‘’post-traumatische belediging’’ zou je het ook kunnen noemen.

Bovendien lijkt alsof betrokkenen er om hadden gevraagd om hen alsjeblieft in de misere te willen storten. Ik durf er bijna mijn hand voor in het vuur te steken dat de schrijver datgene suggereert, (- waarvoor ik geen bijvoegelijke naamwoord meer kan bedenken - ) wat een ieder al vermoedt: ‘’het slachtofferschap in al zijn verschijningsvormen’’

Dat mag een ieder suggereren of verzinnen, zo men wil, maar van Kousbroek heb ik deze gevolgtrekking allerminst verwacht waarmee hij op deze manier een bevolkingsgroep, oorlogsslachtoffers – in welke hoedanigheid ook -Indiëgangers , maar ook wetenschappers een klap in het gezicht heeft gegeven.

 

Wordt vervolgd

 10897288090?profile=original

 

President Truman v.d.V.Staten.


 

 

Lees verder…

Column door: Anita Bunt

10897290077?profile=originalColumn   door:  Anita Bunt

Heb jij ook wel eens van die momenten waarin je dingen meemaakt waarvan je achteraf denkt; “Hé, heb ik dat echt meegemaakt? Het lijkt wel een film!” Of dat je dingen hebt gedaan waarvan je zelf dacht dat je ze nooit zou meemaken…? De laatste tijd heb ik vaak van die momenten, momenten waarvan ik achteraf met verbazing naar mezelf kijk.

Voor mij was het een paar jaar geleden nog heel normaal dat ik zoveel mogelijk vooruit zat te plannen, zodat ik ruim van te voren wist waar ik aan toe was. Dat gaf mij houvast, gaf mij veiligheid. Vaak keek ik naar mensen die leuke dingen deden en dan dacht ik “ Dat wil ik ook, maar dat is niet voor mij weggelegd.” Tegenwoordig doe ik dat anders en plan zo min mogelijk nog vooruit. Het is heerlijk om de energie te laten stromen, te vertrouwen op mijn intuïtie. Vertrouwen op dat wat komt goed is. Dat lukt natuurlijk niet altijd, soms moet je afspraken maken, bijvoorbeeld om je vrienden en familie te ontmoeten.

Zo ook een paar weken geleden toen ik een tweede afspraak maakte met mijn Indische brugklas vriendin (van 38 jaar geleden). Vorig jaar ontmoetten wij elkaar voor het eerst sinds al die jaren; Ik vroeg me namelijk al een tijdje af hoe het met haar zou zijn. “Waar woont ze, is ze getrouwd, heeft ze kinderen?” Zij was nog altijd in mijn gedachten.

Als kind kwam ik graag bij haar thuis en heb daar veel fijne momenten mogen beleven. Het was altijd leuk om bij haar te zijn; een groot gezin waar iedereen welkom was. Ik mocht dan ook blijven eten en slapen. Ze aten meestal iets wat ik thuis nooit kreeg en ook niet kende. Mijn vriendin was het oudste kind en kookte heerlijk Indische gerechten die ik zeer kon waarderen. Ze groeide op zonder haar moeder, dus als oudste dochter was zij de aangewezen persoon om te zorgen voor het hele gezin en dat deed ze vol verve, nam haar taak heel serieus. Als ik aan die tijd denk, zie ik haar weer voor me met haar vader, broertje en zusjes. Ik ben dan ook wel heel nieuwsgierig hoe het nu met ze gaat. Kortom, tijd voor een ontmoeting!

Via FB zoek ik haar op en al snel hebben we een afspraak op een terras in Zutphen. De plaats waar ik nog woon en waar we samen op school hebben gezeten. In gedachten hoor ik alweer haar stem en manier van praten en als ik haar zie is het een feest van herinneringen en herkenning! De middag is zo voorbij, dus spreken we af dat deze ontmoeting een vervolg gaat krijgen. Deze vervolgafspraak werd wel een heel bijzondere afspraak, nu een paar weken geleden.

De weersverwachting is goed voor die dag, dus ik maak een plaatje voor mijzelf hoe de dag eruit gaat zien. Ik zie ons samen op een terras in Arnhem starten, daarna op de fiets door de stad en we kletsen honderd uit ! Ik heb zin in onze ontmoeting, zeker met dit plaatje erbij J

Maar..... Alsof het zo heeft moeten zijn krijg ik de avond voor onze ontmoeting een berichtje: “Hoi Anita, we hebben morgen een afspraak en ik wil je vragen of je het leuk vindt om mee te gaan naar Wageningen naar Rumah Kita. We zijn aan het zoeken voor een verzorgingshuis voor mijn vader en wil daar graag morgen met hem naar toe. Morgen is er namelijk een Pasar Malam en kunnen we de sfeer proeven en rondkijk”. Nou zeker, dat wil ik wel!

Zonder erbij na te denken zeg ik haar dat het goed is en dat ik me verheug om mee te gaan. Direct laat ik mijn verwachting en planning los, want ik herinner mij direct onze bezoekjes aan mijn oudtante Iet, zij woonde in zo’n zelfde verzorgingshuis in Zeist en als kind ging graag bij haar op bezoek. Ik zie haar nog zo zitten in haar eigen kamer, in een statige, maar toch lekker luie stoel. Haar liefdevolle blik en haar warme stem die mooie verhalen vertellen over vroeger in Nederlands Indië. Ze vertelt ons hoe zij daar leefden en wat ze hebben meegemaakt.

In geuren en kleuren vertelt ze de vreemdste verhalen en ik hang iedere keer weer aan haar lippen, zo mooi als zij kan vertellen. De sfeer in het huis was fijn en deze herinneringen maken mij blij. Natuurlijk wil ik mee, niets liever dan dat!” Eindelijk weer eens in een verzorgingshuis waar ik me meteen thuis voel, waar de verbinding onder de bewoners heel sterk is, waar de gedeelde geschiedenis voelbaar is en waar de bewoners dezelfde taal spreken.

Ik sta de volgende dag op het station te wachten, het station waar ik vroeger vaak kwam om bij mijn vriendinnetje te spelen en al snel zie ik mijn vriendin met de auto aan komen rijden, ik stap bij haar in en samen gaan we op weg naar het huis van haar vader. Na al die jaren ga ik hem weer ontmoeten en ben benieuwd of ik hem nog herken. Blij verrast ben ik als blijkt dat hij nog steeds in hetzelfde huis woont; de grote voortuin met het schuine paadje naar de voordeur herken ik meteen. Hij staat al in de deuropening om ons te begroeten en een brede lach verschijnt op zijn broze gezicht. Hij zegt niet veel, maar ik zie wel dat hij blij is ons te zien. Ook hem herken ik meteen, niets veranderd, alleen wat grijzer geworden. Na elkaar begroet te hebben stappen we in de auto en rijden we naar Wageningen. Het voelt zo vertrouwd en fijn dat we aan een stuk door met elkaar kletsen en lachen en voor we het in de gaten hebben zien we Rumah Kita in onze ooghoeken verschijnen. De straat is helemaal versierd, overal lopen mensen door elkaar, kinderen dansen en zingen en de muziek laat van zich horen. De zon schijnt volop, de geur van lekker eten komt voorbij. Dit alles zorgt voor een feestelijke en tropische sfeer, een echte Indische Pasar buiten in de zon!

Ik voel me vandaag bevoorrecht om hier te mogen zijn, samen met mijn vriendinnetje en haar vader. Vandaag gaan we de sfeer proeven van het verzorgingshuis, ik kan niet wachten om me tussen alle mensen en kraampjes te begeven en hoop dat we snel een parkeerplaats vinden, zodat we kunnen gaan proeven.. Nooit gedacht dat wij deze dag zo samen zouden gaan beleven, maar wat fijn dat ik het vandaag wel echt beleef! Wordt vervolgd.

Lees verder…

Nationale herdenking 2014 te Roermond

Nationale herdenking 2014 te Roermond 

Zaterdag 6 september 2014

Stichting Nationaal Indië monument 1945-1962

Bij aankomst na vertoon van de parkeer plaats en uitnodiging werd de taxi doorgelaten en even later halt gehouden.

Jeugd vriend Ben Saras en ik konden uit stappen . Ik meende me te moeten melden aan een bewaakte ingang, doch we werden door verwezen naar een andere ingang wegens een bom 

 

Bij aankomst na vertoon van de parkeer plaats en uitnodiging werd de taxi doorgelaten en even later halt gehouden.

Jeugd vriend Ben Saras en ik konden uit stappen . Ik meende me te moeten melden aan een bewaakte ingang, doch we werden door verwezen naar een andere ingang wegens een bom controle en melding.

De omweg leidde langs de witte tentzeilen eetkraampjes waar de dampen en geuren van snert een hele schare hongerige wachtenden lokte.

 

 aan de lange tafels deed men zich te goed aan snert met een wit broodje. Voor ons beiden Ben en ik was het nog te vroeg. Dus verkenden we het terrein en zochten tevens onder de groeiende massa naar vrienden en bekenden.

 

De vroege bezoekers die reeds hun stoelen hadden bezet waren vrienden van Ben Saras uit Eindhoven. Het weerzien was uitermate warm , de sfeer onmiddellijk vriendelijk.

Ik was geïnteresseerd in de insignes en lintjes en de betekenis ervan.

Ermee geconfronteerd worden en er weinig tot niets van weten. Bovendien betreffende Nieuw Guinea.. maakte mij tot een nederig gevoelend dom wezen.

We trokken verder op zoek naar het oranje blok waar de zitplaatsen ons opwachten.

Onderweg erheen struinden we over het terrein tussen en in de drukte en beweging van mensen menigte die almaar aangroeide.

Met nog twee uren voor de boeg kon ik met toestemming van de personen foto’s maken en een gesprekje aan gaan betreffende de betekenissen van de ere lintjes van verdienste .

 Ben schoot ongevraagd foto’s van vrienden die er al hadden plaats genomen.

het mannen zangkoor gaf het waktu poyong padi ten gehore

Trots poseerde men voor de opname en soms deelde men een fractie van hun levens ervaring

 

deze heer wilde graag aan me kwijt dat hij belangstelling had voor het artikel dat ik over dit event zou schrijven. Hij overhandigde mij zijn naam kaartje dat ik met evenveel trots zal prijsgeven.

Dhr W G A Faber

Secretaris/wnd redacteur  van

Vereniging Indië Militairen

De Valouwe

Te Ermelo

De heer vertelde dat de ere lintjes slechts miniatuurtjes zijn. Daar de originele veel te zwaar en te groot zijn.

De drie balken zijn het eerbewijs dat hij in contact drie keer in vuur front geraakt is , vuurcontact heeft gemaakt.

Het zwaardere metalen teken onderaan geeft aan dat hij tijdens contact gewond is geraakt

 

Deze heer heeft ons de zitplaatsen gewezen en wilde maar al te graag gevraagd worden te poseren. Het embleem mocht niet ontbreken evenals het boekje. Trots te hebben gediend in Batavia Jakarta. Uiteraard moest een pagina er ook van vermeld worden. Met dank. Ook hier was hij dienst baar voor volk en vaderland en de veiligheid .

 

ook hij diende getrouw en vol liefde het vaderland en zorgde voor welzijn zorg en veiligheid van het volk van Nieuw Guinea

 

 

alle met trots en eerbied maar vooral waardig en diep respect gedragen.

 

Dit roep respect af en bezorgt de mens kippenvel.

Het geheel aan ceremonieel in afgepaste stapjes en pasjes , het respect onderling, het diep respect, de waardering, de saamhorigheid , de eenheid , de vaderlandsliefde en getrouwheid .

Het was er in elke ziel aanwezig. In alle rangen van grootheid en kleinheid , leeftijd , sekse , cultuur.

Er was geen onderscheid. Men is er broeder in dienst en dienstjaren. Lang kort, recentelijk, dus vers.

ogenschijnlijk nonchalant doch zeer alert op het dak van het Informatie gebouw voor het overzicht.

 

dhr M van Rijn , een waardig vertegenwoordiger het hoogtepunt. In alle betekenis.

De zon was wel door het wolkendek doorgebroken.

Uit zuidhoek over het terrein met donderend geweld zonder onheilspellende betekenis, met loeiende motoren , vijf F 16 –s in V formatie

Hand op het hart. Salut. Bless you guys. Have a good one.

Innerlijke tranen.

symbool voor VICTORY

VREDE VEILIGHEID EN VADERLAND

VUUR IN VLAM OP EILAND IN GROEN BEGROEID WATER

 Vruchtbaar en leven gevende elementen

 

zij kwamen uit Middelburg  

 

Het was een warme en gedenkwaardige dag. Een dag uit vele doch om nooit te vergeten.

Een dag van Waardigheid Diep Respect Saamhorigheid Eenheid Vriendschap .

Zij, de veteranen bleven in leven . De afwezige kameraden lieten het leven voor ons, het volk, het vaderland voor de vrede en onze vrijheid en democratie.

SALUT.

Lees verder…

Passage uit mijn boek "Voorbode van het turbulente Millennium".

10897291080?profile=original

Foto – Ouders van Astrid (Pitty, Hardy – Geeve)

In september 1961 kwamen ze berooid aan in Nederland. Helemaal murw geslagen door de Tweede oorlog. Het verblijf in gevangenschap in de kampen, en ook nog eens waar die twee atoombommen vielen. Vervolgens de bersiapperiode die eigenlijk nooit is geëindigd. Tot slot die kille koele ontvangst in Nederland waar de Indische Nederlanders niet welkom waren. Desondanks mijn schoonvader een onderneming Technico had verkoos hij voor een betere toekomst voor zijn kinderen in Nederland. Dit impliceerde dat van het luxe rijke leventje in Indonesie afscheid moest nemen. Alleen maar respect voor die beslissing om je zelf op te offeren voor een goede toekomst van je kroost in Holland. Daartoe liet hij zijn onderneming achter voor zijn opvolgers en aandeelhouders, zonder 1 cent te ontvangen hier voor ook niet voor de goodwill.

Bij aankomst in Holland heeft mijn schoonvader helemaal onderaan de ladder moeten beginnen. Eerst zijn excuusjes moeten aanbieden bij Stokvis, vervulde in functie financieel directeur, maar werd bezoldigd als een boekhouder. Dit werd later in ere hersteld door het bureau McKinsey bij een reorganisatie. Mijn schoonmoeder is de klappen nooit te boven gekomen in Holland. Gekscherend genoeg droomde ze van een leven in het mooie Holland, gelukkig had ze haar oudste dochter die groten deels haar moedertaken van haar overnam, en later door haar andere kinderen. Niet vreemd op zicht, want in Indonesie was Astrid die al die rol had als vertrouweling van de vader waar zij de rol van haar moeder waarnam in sociale- en zakelijke leven.

Voor mijn schoonmoeder die in dit luxe bestaan in Indie werd ondersteund door negen bediendes om haar huishouding te voeren, laat het zich al raden dat dit “gat” in Nederland nimmer kan worden gedicht. Meerderheid van kinderen Hardy bestonden uit meisjes. Specifiek om 9 meisjes en drie jongen. In Nederland werden nog drie meisjes geboren (den Haag en Spijkenisse). In dit gezin van twaalf ontstond in principe de generatie die Indie hebben meegemaakt, en niet hebben meegemaakt. Nog niet gesproken over het grote leeftijdsverschil.

Na het overlijden van mijn schoonvader zag ik mijn schoonmoeder als een andere vrouw opbloeien: Haar talenten kwamen plotseling boven drijven. Schilderen, gedichten en schrijven. In mijn kantoor stonden uiteindelijk drie schilderijen die ik van haar kreeg.

Bij haar overlijden ontdekte ik een manuscript van haar met de titel Tjiharoem (frictie roman, die haar leven beschreef en haar beide broers die zijn omgekomen door de Jappen). Het manuscript was uitgewerkt op IBM type machine (IBM –bolletje). Dit is een kostbaar bezit in mijn optiek. Ik had net een dure scanner Pentax aangeschaft om bedrijfsdocumenten in te scannen. Dit manuscript heb ik gelijk ingescand en het was in oud- Hollands geschreven, en heb deze nabewerkt. De digitale versie aan Liz en Geert ter hand gesteld om het verder af te wikkelen. Ik vond dat 1 van haar kinderen het moesten “uitgeven”, en zeker niet ik als oudste schoonzoon. Het boek is er, maar is nooit formeel uitgegeven, wie weet nu wel dat ook een ISBN nummer krijgt, het verdient het! Gezien haar levensinstelling in Holland heb ik dit nooit achter haar gezocht; Toch een mooi rijk nalatenschap voor nageslacht een boek van je moeder, je oma, je grootmoeder, waar je zuinig op moet zijn “Tjiharoem”…

10897291691?profile=original10897291879?profile=originalFoto – boek Tjiharoem een frictieachtige roman waar zij haar leven en overleden broers door de Jappen beschrijft.

Foto – boek Tjiharoem achterkant Familie Geeve.

 

10897292496?profile=original

Foto – van de Familiekrant De Keten Jaargang 16.

 Om een hechte band te creëren van zijn kroost (vader, opa, grootvader Hardy) zette hij deze familiekrant op. De Keten het symbool die een brug legde met een palmboom (het voormalige Indie) en koele kille ontvangst in Nederland met de Hollandse molen. Mijn schoonmoeder zal kennelijk de bedenker zijn van de cover. Iedere maand verscheen eerst de handgeschreven versie “De Keten’ met daarin alle familie nieuwtjes om die “verbinding” hechter te maken met de kinderen die al uit huis waren. Later werd de krant gedigitaliseerd en werd met wisselende redacties gevoerd, en verder verspreid naar alle familieleden. (Wij hadden toen nog geen MSN, of het Facebook nu)

Naast De Keten, werd iedere Pinksteren het familieweekend (koempoelan voor het samenzijn)georganiseerd tot vandaag aan de dag, met wisselende organisatoren die iedere keer het stokje overnamen. Nu is de jongste generatie aan de beurt. Anno 2014 wordt deze traditie voortgezet in Leukemeer(Venlo) waar dan weer ruim 16 bungalowtjes of meer gelegen op 1 veld worden afgehuurd waar kinderen en kleinkinderen deze Indische koempoelan delen een week lang. Terugkijkend is een dergelijk Indische familieband uniek waar mijn schoonouders best trots op mogen zijn dat tot heden de familieband hecht is. Zou zij met symbool De Keten dit hebben bedoeld?

Volgende keer komen mijn ouders aan de orde met een schril contrast, net als de vader van Mark Rutte  (twee keren teruggegaan naar Indie) wilde mijn vader het land opbouwen, en mijn moeder zo zwart als ze is die zich meer Europeaan voelde naar Holland wilde, hoe dit is afgelopen, ja dat weet ik en de lezers van het boek!

10897292091?profile=original

Graag bestel ik het boek "Voorbode van Het Turbulente Millennium` 
 
Zie  voor productbeschrijving op
 
€ 29,75 - ‎Op voorraad
 

Speciale aanbieding!

Bestellen bij ICM ontvangt u de dvd van de documentaire Van Indie tot Indonesie, over het leven van dichter Sitor Situmorang of zes maanden ICM abonnement.

Prijs   29,95 exclusief verzendkosten  

Aantal Exemplaren  : ______

Naam                       :  ________________________________

 Adres                       : ________________________________

 WPL                         :  _________________________________

 

Wilt het signeert hebben  O door Ferry O   Astrid O Beiden    

 POSTCODE           :  _________________________________

 Telefoon                  :  _______________________________

 

 Uw bestelling sturen naar bestel@icm-online.nl, met dank voor uw bestelling!

Lees verder…

Indische cultuur

Indische cultuur

TROUW - Saskia Bosch − 07/09/14, 00:00

Zestig jaar geleden droeg Nederland de soevereiniteit van Nederlands-Indië over aan Indonesië. De meeste Indo’s besloten dat er geen plaats meer voor hen was in het onafhankelijke Indonesië en vertrokken naar Nederland. Hoe is het ze sindsdien vergaan in ons land? En is de Indische cultuur aan het uitsterven?

  • media_l_341653.jpg
    (Trouw)
  • media_l_341654.jpg
    Het is 1962. Op een kerkplein in Maastricht voeren repatrianten uit Indonesië de duiven. (FOTO W.L. STUIFBERGEN, SPAARNESTAD)

’Je bent Indisch? O, je bedoelt Indonesisch!” De meeste Indo’s zal deze opmerking bekend voorkomen. Indo’s, mensen van gemengd Nederlands-Indonesische komaf, vormen een van de grootste etnische minderheidsgroepen van ons land (zie kader). Tussen 1945 en 1965 kwamen circa 200.000 Indo’s naar Nederland, omdat er geen plaats meer voor hen was in het postkoloniale Indonesië.

Toch blijken veel autochtone Nederlanders weinig te weten over Indo’s. „De gemiddelde Nederlander blijkt vaak niet op het idee te komen dat iemand Indisch is. En als ze horen dat dat het geval is, zeggen ze vaak: ’O, Indonesisch’. Ze weten vaak niet wat het verschil is tussen Indisch en Indonesisch”, vertelt dr. Marlene de Vries, die voor het Instituut voor Migratie- en Etnische Studies van de Universiteit van Amsterdam onderzoek deed naar jongere generatie Indo’s in Nederland. Niet voor niets verzucht een Indische vrouw in De Vries’ boek ’Indisch is een gevoel’: „Het lijkt wel of we niet bestaan.”

Ook in het huidige debat over de multiculturele samenleving worden Indo’s zelden genoemd, zoals ook grootschalig onderzoek naar de integratie van deze groep ontbreekt. Dat een dergelijk onderzoek nooit heeft plaatsgevonden, heeft ermee te maken dat de Indische integratie redelijk probleemloos is verlopen. Niet zelden wordt er gesproken van een geruisloze assimilatie. „Je hoort weinig over Indo’s omdat er nauwelijks problemen zijn geweest”, meent Roy Melger. De Indische socioloog deed met financiële steun van de stichting Het Gebaar onderzoek naar de sociaal-economische positie van de generatie Indo’s die op jonge leeftijd naar Nederland kwam. „Alles liep zoals het lopen moest. Dus er was geen reden om geld te steken in onderzoek naar oorzaken van eventuele problemen. Er waren geen onderwijsachterstanden. En beroepsmatig en cultureel waren ze onopvallend. Ze bouwden geen moskeeën, maar gingen op in de Nederlandse kerken.”

Met hun onderzoeken proberen De Vries en Melger de lacune in de kennis over Indo’s enigszins op te vullen, al moesten beide onderzoekers zich bij gebrek aan geld tevreden stellen met relatief kleinschalige onderzoeken. Terwijl De Vries zich vooral richtte op de Indische identiteit, keek Melger naar de sociale mobiliteit van Indo’s die op jonge leeftijd naar Nederland kwamen. „Mijn onderzoek is voortgekomen uit een gevoel van oernieuwsgierigheid: hoe is het de Indo’s vergaan nadat ze naar Nederland zijn gekomen?”, legt Melger uit. „Hebben ze doorgestudeerd, zijn ze snel aan de bak gekomen en zijn ze goed geïntegreerd in de Nederlandse samenleving?”

In zijn boek ’Vijftig jaar in het land van aankomst’ concludeert de gepensioneerde socioloog dat de oudere generatie zich stevig heeft geworteld in de Nederlandse samenleving. „Ze doen in alle geledingen van de samenleving goed mee. Ongeveer 80 procent van de mensen die ik heb ondervraagd stemt bij verkiezingen, 42 procent is lid van een sportvereniging en 41 procent heeft zich aangesloten bij een kerkgenootschap.”

Van doorstuderen in Nederland was daarentegen slechts in een enkel geval sprake. „Ze zijn in Nederland eigenlijk meteen aan het werk gegaan en hebben dus weinig vervolgstudies gedaan.”

Hoewel de meeste oudere Indo’s relatief makkelijk een baan vonden, bleek uit het onderzoek van De Vries dat het Indische erfgoed, waarbij bescheidenheid en beleefdheid naar leidinggevenden een grote rol speelt, wel een remmende factor was tijdens de professionele carrière. Zo constateert de Indische Irene Urich (69), die op jonge leeftijd naar Nederland kwam, dat haar gebrek aan assertiviteit haar loopbaan wel degelijk heeft gehinderd. „Ik heb alles gepikt wat ze met me deden. Steeds dacht ik: ’Als ze me langer kennen gaan ze me wel honoreren’. Maar dat gebeurde nooit. Nu zie ik dat ik dat anders had moeten aanpakken en dat ik door mijn opstelling bijvoorbeeld geen goed pensioen heb opgebouwd.”

Volgens dr. De Vries speelde de invloed van de koloniale erfenis dan ook een belangrijke rol bij de sociale mobiliteit van de Indo’s, ook bij de generatie die in Nederland werd geboren of op jonge leeftijd naar ons land kwam. „De invloed van ideeën en gedragingen die samenhingen met de koloniale verhoudingen, bleek tot mijn verrassing vaak heel groot te zijn. Ze zagen hoe hun ouders zich nederig opstelden jegens autochtone Nederlanders en dat hebben ze zich onbewust eigen gemaakt. Ze groeiden op met het idee dat Nederlanders intelligenter waren, dat je het als Indo nooit ver zal schoppen en dat een Nederlander hoger op de maatschappelijke ladder komt.”

Ook Irene Urich herinnert zich dat ze moest vechten tegen het idee dat Nederlanders per definitie succesvoller zijn. „Mijn ouders droegen uit dat blank beter was. Mijn moeder had het ook steeds over mijn blanke buurmeisje: ’Zij doet dit en dat’. Dan zei ik wel eens: ’Waarom neem je haar niet als dochter?’ En het feit dat ik in Indonesië een Indonesisch vriendje had, werd niet geaccepteerd.”

Voor de jongere generatie blijkt de koloniale erfenis echter nauwelijks meer een rol te spelen. Dat heeft er volgens dr. De Vries mee te maken dat ze een ander startpunt hadden dan de oudere Indo’s. „Om te beginnen hebben ze meestal maar één Indische ouder. Daardoor zien ze er lang niet allemaal Indisch uit en zijn ze van jongs af aan met autochtoon Nederlandse familieleden opgegroeid. Tevens werden ze groot in een andere tijd. Ze zaten op school met Turkse, Marokkaanse of Surinaamse kinderen en waren niet de enige kinderen die ’anders’ waren. Ze groeiden op in een Nederland dat gewend was geraakt aan mensen met een andere huidskleur, gewoonten of godsdienst.”

Door hun gunstige startpositie blijken de jongeren het goed te doen in hun beroepsleven. Melger: „De jongere generatie heeft uitzonderlijk vaak doorgestudeerd. Terwijl de oudere Indo’s beroepsmatig veelal op het middenniveau zijn blijven hangen, heeft de jonge garde wel leidinggevende posities bereikt.”

Naast het ontbreken van de koloniale erfenis als belemmerende factor, signaleert hij nog andere oorzaken voor het hoge scholings- en beroepsniveau van de jongeren. „Die is mede te danken aan het feit dat ze qua studiemogelijkheden in een gespreid bedje kwamen. Bovendien ligt het ambitieniveau bij Indo’s hoger dan bij autochtone Nederlanders. Indo’s hebben altijd geprobeerd zich zo goed mogelijk aan te passen, maar wilden tegelijkertijd zo goed mogelijk presteren. Dat idee zat helemaal vooraan in hun bewustzijn. Ze hebben dus flink de zweep over hun kinderen gelegd.”

Veel jongere Indo’s zijn zo geassimileerd dat hun (deels) Indische komaf lang niet altijd meer een rol speelt in hun leven. De Vries: „Voor de jongere generatie is het een eigen keuze of ze iets met de Indische achtergrond wil doen. Sommigen vinden het een raar idee om zichzelf als Indisch te bestempelen.” Zo noemt de Indische Dunja Landegent (30) het enige Indische in haar leven het Indische eten. „Verder doe ik weinig met mijn Indische komaf, zeker na het overlijden van mijn opa en oma die nog meest Indisch waren. Het is zelfs zo erg, dat ik niet weet wat ik als de Indische cultuur zou moeten benoemen of wat de tradities zijn.”

Toch zijn er ook Indische jongeren die zich wel verdiepen in hun afkomst. De Vries: „Sommige jongeren zijn er erg mee bezig. Vooral op sites van Indische jongeren vind je degenen die zich vrij fanatiek met hun Indische achtergrond bezighouden. Soms gaan ze zelfs Indonesische woorden gebruiken, terwijl ik zeker weet dat hun ouders dat niet deden. Door die sites kun je indruk krijgen dat de Indische identiteit bij de jongeren erg leeft, maar het gaat om een naar verhouding kleine groep.”

Hoewel de rol die de Indische roots in hun leven speelt verschilt, noemen oudere en jongere Indo’s wel vaak dezelfde elementen die de Indische cultuur vormen. De eetcultuur wordt vaak genoemd en ook het gevoel dat het er in Indische families gezelliger en minder opgeprikt aan toe gaat dan bij autochtoon Nederlandse families. Tevens vinden veel Indo’s dat hun omgangsvormen nog steeds verschillen van de Nederlandse etiquette. De Vries: „In Indische ogen kan de assertiviteit van autochtone Nederlanders doorschieten in botheid. De veelgeprezen ’eerlijkheid’ en ’alles moeten kunnen zeggen’-ideologie staan op gespannen voet met de Indische neiging iemands gevoelens te ontzien. Op zich hebben de meeste jongere Indo’s waardering voor de ’Nederlandse’ neiging om gevoelens en gedachten uit te spreken – iets wat in Indische kring minder gebruikelijk is. Maar soms, zo vinden ze, gaan ’de Hollanders’ daarin te ver.”

Ook het meedragen van een andere geschiedenis dan autochtone Nederlanders zagen veel deelnemers van het onderzoek van De Vries als onderdeel van hun identiteit. „De generatie Indo’s die in Nederlands-Indië is geboren en opgegroeid, is haar land uitgezet. De Indo’s zijn vaak familieleden, kennissen en bezittingen kwijtgeraakt. Tijdens de Bersiap zijn Nederlanders, inclusief Indo’s, en ook Chinezen door Indonesiërs opgejaagd en soms letterlijk in mootjes gehakt. Vanzelfsprekend blijft zoiets in je familie na-echoën.”

Voor Irene Urich geldt dat haar ervaringen in Nederlands-Indië gedurende de Tweede Wereldoorlog pas jaren later weer een rol gingen spelen. „Tijdens mijn huwelijk heb ik mijn Indische identiteit weggemoffeld. Wat ik in de oorlog en de gevaarlijke momenten daarna heb meegemaakt, heb ik zelfs aan mijn Nederlandse man nooit verteld. Rond mijn veertigste raakte ik in een identiteitscrisis en werd ik opeens geconfronteerd met de vraag: ’Wie ben ik eigenlijk?’ Ik ben me ervan bewust dat de ervaringen, vooral uit mijn kinderjaren, me gevormd hebben. Mijn leven was opgebouwd uit angstconfrontaties en bedreigingen tijdens de oorlog met Japan en de vrijheidsstrijd daarna.”

Door die andere geschiedenis voelen sommige Indo’s zich minder vanzelfsprekend Nederlander dan autochtone Nederlanders. „Ik ben niet echt een Nederlander, maar ook geen allochtoon”, meent Irene Urich. „Ik zit er ergens tussenin. Mijn gevoel is Oosters en mijn verstand Westers. Ik denk en praat vanuit het Westerse standpunt, maar voel me een wereldburger. Of ik nu in China ben of in Amerika, ik voel me overal thuis en kan me heel goed inleven in andere volken.”

Hoewel de Indische cultuur voor sommige Indo’s nog springlevend is, constateert De Vries in haar boek toch dat de invloed van de Indisch-culturele erfenis voor alle generaties aan kracht en invloed inboet. „Ik denk dat de Indische cultuur aan het verwateren is, alleen al door het feit dat een groot deel van de jongere generatie maar één Indische ouder heeft. En er is geen voeding vanuit het herkomstland zoals bij Turken of Marokkanen. Het ziet ernaar uit dat de Indische afkomst in de toekomst meer een soort voetnoot in iemands levensverhaal zal zijn dan een substantieel onderdeel ervan”, meent De Vries. Dunja Landegent betreurt het uitsterven van de Indische cultuur. „Het is jammer dat onze cultuur verdwijnt, want het is toch een stukje van je identiteit. Ik heb het mijn ouders wel verweten dat ze me geen Indonesisch hebben geleerd. Ik was eens aan het werk in een winkel toen een Nederlandse man op me af kwam en Indonesisch begon te spreken. Maar ik kon niks terugzeggen. Dat vond ik wel erg: hij wel en ik niet!” Maar Roy Melger ziet het verwateren van de Indische cultuur als een onvermijdelijkheid, die geen reden tot verdriet is. „Ja, ik ben ervan overtuigd dat we een uitstervend ras zijn. En nee, dat is niet erg. Want voor alle migrantengroepen geldt dat ze op de lange termijn alleen nog in eigen kring iets aan de eigen identiteit doen.”

Lees verder…

Indonesië: diplomatie met fluwelen handschoentjes

Indonesië: diplomatie met fluwelen handschoentjes
10897290861?profile=original

Indonesië dicht zichzelf de rol toe van diplomatisch onderhandelaar in de Zuidoost-Aziatische regio. Toch gaat ook het Indonesische defensiebudget de hoogte in en breidde de krijgsmacht uit met zo’n 100.000 militairen. Wat vinden de Indonesiërs eigenlijk van die defensie-uitgaven? MO* sprak erover met Gerry van Klinken, professor in Zuidoost-Aziatische geschiedenis aan de Universiteit van Amsterdam.

© UVA

Gerry Van Klinken © UVA


Hoe kijkt de Indonesische bevolking aan tegen de uitbreiding van het leger?

Van Klinken: ‘Je moet weten dat het Indonesische leger anders werkt dan hoe wij hier in Europa gewoon zijn. De doorsnee Indonesiër ziet het leger als een politieke macht, niet als een verdedigingsorgaan voor mogelijke buitenlandse conflicten. Ten tijde van Soeharto [1967-1998, nvdr.] viel de politiemacht immers samen met de legermacht.

Op het einde van de militaire dictatuur van Soeharto werden deze machten gescheiden, al behield het leger wel haar territoriale kazernes en structuur. Dat houdt in dat ze nog steeds sociaal-politieke verantwoordelijkheden hebben, zoals het ondersteunen van de politie bij terreurdreiging of bij communaal geweld. [In 2004 laaide het geweld tussen moslims en christenen op in onder meer de Molukken, nvdr.] Ze treden vaak sneller op dan van hen verwacht wordt, omdat ze van mening zijn dat de huidige politiemacht de situaties niet aankan. Potentiële buitenlandse conflicten hebben voor het leger dus geen prioriteit. 

'Bij het defensiebudget zal de Indonesiër wel even stilstaan.'

Over die potentiële conflicten denkt een Indonesische burger trouwens heel weinig na. Bij het defensiebudget zullen ze wel even stilstaan. Het nieuws over de verhogingen wekt immers dubbele gevoelens op: aan de ene kant vinden de Indonesiërs het goed dat het leger kan professionaliseren om te kunnen ingrijpen bij eventuele conflicten. Anderzijds zijn ze bang dat het budget besteed zal worden om de teruggedrongen politieke macht van het leger opnieuw uit te bouwen.’

Voorzichtig met stoute jongens

Welke rol speelt Indonesië in de Associatie van Zuidoost-Aziatische Landen (ASEAN)?

Van Klinken: ‘Indonesië is de grootste islamitische democratie en daar is het erg trots op. Die trots weerspiegelt in de profilering van het land op het diplomatieke toneel. 

Indonesië heeft een enorme demografische, economische en geografische kracht. Het land heeft een grote en jonge bevolking, kent een periode van economische bloei en ligt vlak aan een uiterst belangrijke handelsroute, de straat van Malakka. Onder Soeharto heeft het niet de diplomatieke rol gespeeld die het had kunnen spelen. Dat wil het nu veranderen.

‘Onder Soeharto heeft Indonesië niet de diplomatieke rol gespeeld die het had kunnen spelen.’

Wat de ASEAN betreft: alle zetelende landen zijn eigenlijk heel voorzichtig met elkaar. Ze zullen mekaar nooit de les lezen. Dat zie je ook bij "stoute jongen" Myanmar: het land is een militaristische multi-etnische samenleving waarin het vaak tot etnische conflicten komt. Toch wordt het nooit op het matje geroepen. Indonesië beschouwt Myanmar als een land dat zoals Indonesië zou kunnen zijn. Beide landen hebben immers een multi-etnische samenleving met militaristische tradities.’

Stellen de Indonesiërs zich tegenover China vijandig op nu Beijing via de zogenaamde Negenstreepjeslijn zowat tachtig procent van de Zuid-Chinese Zee claimt?

‘Dat is eigenlijk opvallend: een eeuw lang heerste er in Indonesië een antipathie tegenover de Chinezen. Die is nu zo goed als verdwenen. In het begin van de twintigste eeuw was Indonesië een nationalistische samenleving, waarin Chinezen niet geduld werden. Ook in de jaren veertig, vijftig en zestig waren er geregeld uitbraken van anti-Chinees geweld. De anticommunistische mentaliteit van de jaren zestig had daar zeker ook mee te maken. Ten tijde van Soeharto werden Chinese lettertekens en namen gebannen.

'Ten tijde van Soeharto werden Chinese lettertekens en namen gebannen.'

©United Nations Photo CC BY-NC-ND 2.0

Nog geen twintig jaar geleden viel de politie samen met het leger.


Na 1998 verdween deze antipathie geleidelijk. Etnische Chinezen zijn trots op hun roots en gedragen zich daar ook naar. Chinese moslims worden bijvoorbeeld uitgenodigd in tv-programma’s waarin ze de Indonesische bevolking [bijna 90 procent is moslim, nvdr] advies geven over de juiste interpretatie van de Koran.’

Nochtans bedreigen de territoriale claims van China de Indonesische economische zone: in de Zuid-Chinese Zee liggen onder meer de Natuna-gasvelden, waar Indonesië veel belang aan hecht. Ook het steeds verder inplanten van de Chinese boorplatformen bedreigt hun economische belangen.

Dat alles veroorzaakt dus wel wat nervositeit, maar ze spreken zich er niet over uit. Die nervositeit zal trouwens vooral bij de Indonesische ministeries en denktanks opduiken, maar nog niet meteen bij de Indonesische bevolking.’

Vanwaar de getemperde reactie?

Van Klinken: ‘China is een belangrijke handelspartner met een krachtige economie. De Indonesiërs hebben hier bewondering voor. Bovendien wordt China als een tegengewicht voor de VS beschouwd. "De VS valt moslimlanden aan", redeneren de Indonesiërs sinds de inval in Irak onder George W. Bush. Dat doet China niet, het land is steeds een goede wereldburger en een goede handelspartner voor de Indonesiërs.’

Tot slot: de Indiase media wordt gesponsord door grote bedrijven, die de Indiase minister-president steunen. Dat zorgt voor een ietwat gekleurde berichtgeving. Ziet het Indonesische medialandschap er ook zo uit?

Van Klinken: ‘Indonesië is een van de meest vrije landen wat betreft pers in Zuidoost-Azië, althans sinds 1998. Dat is een van de grote hervormingen van Habibie [Indonesisch president van 1998 tot 1999, nvdr]. Let wel: de vrije media worden beheerd door rijke zakenmensen met politieke belangen, die je in zekere mate kan vergelijken met een soort inheemse Rupert Murdoch.’

©Ikhlasul Amal CC BY-NC 2.0

'Indonesië is een van de meest persvrije landen in Azië.'


‘Toch zijn er echt kwaliteitskranten in Indonesië, zoals Kompas. Ook op televisie heb je een uitgebreid aanbod aan kwaliteitsvolle programma’s. De Indonesische overheid had lange tijd een eigen nieuwsbureau, ANTARAnews. Andere media waren vroeger verplicht om nieuwsberichten van dit bureau over te nemen, maar tegenwoordig is ANTARA net afhankelijk van vrije media. Als de commerciële pers de ANTARA-berichten niet deelt, heeft het bureau maar een klein bereik.’

Lees verder…

Sloeg met irritatie de krant op en mijn oog viel op onze waakhond over de zorg die VWS moet beteugelen, dan gaan mijn gedachten gelijk ook naar de staatssecretaris Martin van Rijn die beloofde het Indische Platform op 19 maart 2013 met definitieve oplossing te komen. De wil is groot om te erkennen en excuses aan te bieden namens de regering maar voor compensatie kan hij geen "Indische geld" vinden in de VWS - begroting.

Vandaag lees ik dat;

90 miljard gaat om in de zorg, en onze waakhond zit te smullen van de vele opdrachten die ze van VWS krijgt meldt de Telegraaf. Ziekenhuizen, zorg instellingen (zorgbureautjes) declareren nog steeds te veel en nog veel blijft bij zorg thuis aan de strijkstok hangen van de bureautjes met slimme managers die als paddenstoelen uit de grond reizen .

Onze deskundige Robin Linschoten - in uitzending van Pauwe & Witteman) - calculeerde sinds de invoering van het fraude gevoelig systeem ergens in 2006 dat de Nederlandse burgers jaarlijkse schade aan 16 miljard leidt door fraude.

Dus 80 miljard aan te veel gedeclareerde moet nog worden teruggeven of verrekend worden met VWS.

De media meldde dat hiervoor speciaal een taskforce werd opgericht met apparaat van Tevens van justitie en de belastingdienst. Gekscherend genoeg hoor je de media die toen er boven op zaten er niets meer van!
Wordt tijd dat de media weer wakker wordt geschud , en zich niet om de tuin moeten laten leiden met die zogenaamde bezuinigingen. Als de waakhond over VWS zich nu eindelijk richt op het werk waarvoor ze zijn ingericht, dan kan die 80 miljard weer worden teruggehaald plus de bezuinigingen , dat levert minimaal 10 miljard per jaar op, naast dat door te hoge gedeclareerde kosten uit alle hoeken van de zorg. Of wordt weer niet tijd dat Robin Linschoten weer niet zich van laat horen hoe hierin vordering is gemaakt.

Zou Martin van Rijn dit niet weten ?

Of wordt hij ook vals voorgelicht door zijn ambtenaren  zoals wij burgers?

Lees verder…

10897275284?profile=originalLive at "Jakarta International Performing Arts Event" Monumen Nasional

Afgelopen zaterdag hebben Marshal Manengkei en Rick Eisenring samen met de Indonesische zangeres Lusie Baya en zanger Maladi begeleid door het Kroncong Orkest "Gema Mestika" een daverend concert gegeven op het grote plein van het Monumen Nasional in Jakarta.

Gouverneur Joko Widodo lanceerde dit evenement om meer culturele attracties toe te voegen aan de Indonesische hoofdstad als toeristische aantrekkingskracht.

Het bijzondere aan dit concert was dat er Westerse songs werden opgevoerd in de traditionele keroncong stijl, de authentieke muziekstijl uit Indonesia.
Zo bracht Lusie "Mona Lisa" ten gehore, Rick Eisenring "Save the Last Dance for Me" en Marshal Manengkei bracht zijn grote wereldhit "Song for the Children" ten gehore.
10897276260?profile=originalMet name die laatste uitvoering kreeg een daverend applaus van het Jakartaans publiek.

De 2 grote commerciele TV maatschappijen MNC en SCTV hebben het concert geregistreerd.
Na het optreden kwam er een andere TV maatschappij op Marshal af om een aparte special te maken. Verslaglegging hierover volgt.

Bericht: Correspondent ICM Jakarta
Powered by Telkomsel BlackBerry®

 

 

Lees verder…

10897267875?profile=originalBuitenkampers /  Boekan main – boekan main!  

Vanaf 3 oktober 2013 in de bioscoop!  

Buitenkampers is de nieuwste documentaire van regisseur Hetty Naaijkens-Retel Helmrich die enkele jaren geleden de succesvolle film Contractpensions- Djangan Loepah! maakte. Het is de eerste keer dat over deze voor velen onbekende periode uit de vaderlandse geschiedenis een film is gemaakt.  

De tweede en derde generatie van Indische Nederlanders is in meer en mindere mate beïnvloed door het grote zwijgen van hun ouders en grootouders over deze dramatische periode in hun leven. In Buitenkampers, waarin de openhartige interviews worden afgewisseld met bijzonder archiefmateriaal en prachtige sfeerbeelden uit Indië, wordt dit zwijgen na meer dan 70 jaar doorbroken. 

 

De film zal (voor zover nu bekend) te zien zijn in de volgende plaatsen:

Amsterdam, Rotterdam, Den Haag, Utrecht, Tilburg, Amersfoort, Breda, Den Bosch,

Dordrecht, Enschede, Haarlem, Maastricht, Nijmegen, Apeldoorn, Hilversum, Zoetermeer. (Zie: www.buitenkampers.nl. Meerdere steden volgen.)

 

De geschiedenis:

Terwijl ruim honderdduizend van de 300.000 (Indische) Nederlanders tijdens WO-2 in Japanse kampen werden gevangen gezet, bleven de  overige ruim 250.000 (Indische) Nederlanders buiten de Japanse kampen. Een paar maanden na de Japanse inval in Nederlands-Indië  begon namelijk de registratie van alle Nederlanders. De meeste Nederlanders (Totoks) werden in Japanse kampen geïnterneerd, maar het grootste deel van de Indische-Nederlanders bleef buiten de Japanse kampen.  Deze zogenaamde “Buitenkampers” dachten eerst dat ze beter af zouden zijn dan zij die binnen de kampen zaten, maar al gauw bleek dat het leven buiten de kampen onbekend gruwelijk was. De meeste vaders en echtgenoten waren krijgsgevangen of werden geïnterneerd. Hun plaatsen op de arbeidsmarkt werden ingenomen door Inheemsen en Japanners. De Nederlands-Indische vrouwen en kinderen bleven daarom zonder inkomen achter en onderwijs aan hun kinderen was verboden.

Naarmate de oorlog vorderde werd alles schaarser en was het steeds moeilijker om aan voldoende kleding, voedsel en medicijnen te komen.  Door het opkomende Indonesische nationalisme leefden de “Buitenkampers” in een steeds vijandigere omgeving en hadden ze grote moeite om in leven te blijven. Hun vrijheid was maar zeer relatief.

 

Na de capitulatie van Japan op 15 augustus 1945 brak onmiddellijk een bloedige onafhankelijkheidsstrijd uit tegen het Nederlandse koloniale bewind. In deze beginperiode, de Bersiap, grepen de Indonesische nationalisten de macht. Voor hun eigen veiligheid bleven de Nederlanders binnen de hekken van de Japanse kampen en werden beschermd door hun voormalige Japanse gevangenbewaarders. Veel  Indische Nederlanders en andere Nederlandsgezinde bevolkingsgroepen die niet in de Japanse kampen verbleven waren een makkelijk slachtoffer van de moordzuchtige Indonesische onafhankelijkheidsstrijders.

 

Lang is over deze periode (1942-1949) door de betrokkenen voornamelijk gezwegen. In deze film vertellen deze Buitenkampers voor het eerst openhartig over hun ervaringen als kind buiten de kampen tijdens de Japanse bezetting en de daaropvolgende bloedige onafhankelijkheidsstrijd. De tweede en latere generaties van deze Indische Nederlanders zijn in meer of mindere mate beïnvloed door de traumatische ervaringen van hun (groot)ouders.  

 

 

Lees verder…

10897266653?profile=originalRUDY KOUSBROEKS  “Het Oostindisch Kampsyndroom”  Besproken door Pjotr.X. Siccama – deel 7   

Werkelijkheid en fictie worden door elkaar gehaald, schrijft Kousbroek en heden ten dage komt dat vaker voor. Hierbij noemt hij het opvallend verschijnsel dat bijvoorbeeld in de VS van Noord Amerika, liefst 22% van de volwassenen twijfelt of de Holocaust wel ooit heeft bestaan! Deze constatering is heel huiveringwekkend met gevolg dat de revisionisten in dat land de gelegenheid aangrijpen om te beweren dat er nooit gaskamers waren geweest en het dagboek van Anne Frank een vervalsing is. Overigens is de vertaling van het Nederlandse woord “vervalsing” vanuit het Amerikaans “fake”  fout. Dat wil zeggen met het woord fake bedoelt de Amerikaan nep, bedrog of niet bestaand. Maar het Nederlandse woord vervalsing houdt immers in dat er een origineel bestaat! Dit voor alle helderheid van het verschijnsel dat mij al ernstig genoeg lijkt.

Deze en andere verwerpelijke denkbeelden (voornamelijk in sommige Amerikaanse circuits) worden het publiek ingespuid alsof het ‘gewoon’ nieuws is. Het is de vraag waar die grote onzin toch vandaan kan komen. Het tegenwoordige (Amerikaanse) kijkerspubliek (ik noem het kijkerspubliek om de simpele reden dat voor de Noord-Amerikanen al het nieuws en wat ze er allemaal wordt aangeboden voor het grootste gedeelte via de televisie wordt verzorgd-afgezien van een handjevol mensen die de moeite nemen de krant te lezen, waar, ‘surprise surprise’ men hetzelfde te lezen krijgt dan in (nieuws)berichten in beeld en bijbehorend commentaar met kennelijk de bedoeling het publiek met bedenkelijke en controversiële verhalen op te zadelen en om op allerlei manieren (psychologische/sociaal/politiek) in vele historische kwesties zoveel, en zo effectief  mogelijk, te beïnvloeden. Toen ik zelf in de 70er jaren  door de V.S. reisde, had ik toen al gezien dat  het beeldmedium dé brainwashmachine moest zijn (geworden) voor en van de Amerikanen. De Amerikaanse overheid (lees: Id, Cia etc.) zocht er toch al een tijdje naar en wordt nu op haar wenken bediend: een cadeautje zo gezegd.

 Daar zijn in het verleden legio voorbeelden van te geven. Zij zijn daar een meester in: het verdoezelen van feitelijkheden over de oorlog (en de door hen alle andere geïnstigeerde oorlogen daarna en tot op heden). Nogmaals vraagt de schrijver zich af wat voor nut het heeft werkelijkheid en fictie door elkaar te halen. Wij moeten hierin zeker niet naïef zijn: het publiek dat al een standpunt of mening heeft, wordt op zo’n manier geheel in verwarring en in twijfel gebracht of van zijn eigen mening afgebracht. Het is zowaar een onfatsoen de media te misbruiken voor het spuien van verwerpelijke denkbeelden en ideologieën. Of is onfatsoen in de journalistiek soms een provocerend karwats? waarmee ze de kijkers om de oren slaan voor de agressieve advertenties die ze daarna in flitsende beelden voorgeschoteld krijgen(?)  

Alleen de witte bladzijden worden door de historici bestudeerd, zegt Kousbroek. Het is helaas waar: ik herinner me nog goed dat op de universiteiten worden de studenten, ongeacht de faculteit, al in het propedeutisch jaar op het hart gedrukt om maar geen kritieken te leveren op de verplichte literatuur en zeker geen (grote) verwachtingen te koesteren of zekere ontdekkingen te doen! Et voilá de eerste stappen voor een academische vorming zijn gezet; het zijn eerder stappen naar de wereld naar het (voor de student toekomstig),  “traditioneel ontkennend model”.

De Franse correspondent van het blad La Liberation, schrijft Kousbroek, had nauwelijks moeite met te zeggen dat Nederlanders liegen; liegen over hun geschiedenis, ze houden krampachtig vast aan de mythe van collectieve onschuld en dat dat zij zo dapper waren in de 2eWO. Niets is minder waar.

Voor de helderheid over deze mare geldt nog steeds dat uit Nederland meer Joodse mensen werden afgevoerd dan in elk ander Europees land. Om een groot en schandalig voorbeeld te noemen:

Nederland heeft tot nu toe nimmer excuses aangeboden aan de Joodse gemeenschap voor de deportaties in de WO II.

Over de Excessennota (een van de Nederlandse voorbeelden van het bekoksstoven in achterkamertjes) die door de rapporten van Enthoven en Van Rij werden opgesteld respectievelijk in 1947 en 1954, kwam een aanvullende opsomming van andere excessen (periode 45/50) opgesteld, in Fasseurs eigen woorden: “na een haastige rondgang door de archieven..” (.), vraag je je af hoe iemand met zulk een instelling in hemelsnaam geschiedschrijver kan worden en nog prominent worden ook.

“..wat heeft het voor zin om het eigen nest te bevuilen” en “wat heeft het voor zin om oude wonden open te halen” en ook nog “je mag dat niet met de huidige maatstaven beoordelen zijn dan de transformaties van de argumenten die altijd worden gehanteerd tegen ongewenst kritiek”, schrijft Kousbroek. Is het vrees voor de werkelijkheid? Op mijn beurt zeg ik ja, hoewel dit wellicht bij het publiek lichtelijk en simpel overkomt.

Kousbroek kwam in dit verband een interessante knipsel tegen uit The Spectator van 1894 waarin het Hollandse kolonialisme (imperium gemakshalve) in een kleine column de doodsteek werd toegebracht. Niet bepaald een aanbeveling (zeker voor niet Nederlanders) om ook onze cultuur driftig te gaan bestuderen dunkt me.

Het is geenszins mijn bedoeling om in mijn commentaar naar aanleiding van Kousbroeks indrukwekkend werk, de Hollander zwart te maken, neen; ik heb namelijk altijd het gevoel gehad dat de Nederlandse bevolking door politici voortdurend voor de gek werd gehouden en nog steeds: De Nederlandse Staat en haar directe dienaren zijn daar schuld aan, maar niet de Hollandse/Nederlandse bevolking (niet HET NEDERLANDSE VOLK).

Elk jaar wordt door het Herdenkingscomité een spreker gevraagd voor de 4mei herdenking. Dit keer werd de schrijver J. Brouwers uitgenodigd om de rede te houden.

Wat heeft het Herdenkingscomité bewogen om deze man hiervoor uit te nodigen, vraag ik me af. Terzijde: door vele Indiegangers en kenners wordt deze schrijver gemeden en  zelfs doodgezwegen en dat is dodelijk; zeker als men weet dat deze man niet bepaald gecharmeerd blijkt te zijn van de Indo-Europeaan, ‘de Indo’s’ , waarvan hij zegt ze onbetrouwbaar en geniepig te vinden. Ingrediënten voor racisme. Waar komt het het vooroordeel van die man toch vandaan? Een man die in Jakarta in de 2e WO oorlog is geboren, op zeer jonge leeftijd naar Nederland was gerepatrieerd met in zijn lege hoofd een gigantisch vooroordeel over andere mensen, anders dan hijzelf zou de pretentie hebben wat of iets uit dat verleden te verkondigen? (Het gaat trouwens tijdens de herdenking niet enkel om de Indiëhistorie alleen, maar om en over de gevolgen van en in deWO II-historie en de sociaal/politieke implicaties in het algemeen). Het kan niet anders dan dat zulke (het waren toen nog zeer jonge kinderen) mensen het van hun ouders hebben gehoord en successievelijk hebben overgenomen. Wat weet een kind nou over sociale en culturele verhoudingen en wat erbij hoort? Het antwoord is wederom simpel: meegekregen van de ouders. Het was dat Hollandse contingent van mensen die naar Indië ging met grote oogkleppen op en de grootste mond had, geheel geborneerd en ignorant van andere culturen, laat staan dat het de moeite nam zich daarin een weinig te verdiepen. Hoe het ook zij, dat deel van het lethargisch Hollandse echelon had de Indiëhistorie verruïneerd en geheel vervuild, met een koopliedenmentaliteit van het ergste soort en dus ook bewust onbewust bijdrage geleverd aan hun eigen ondergang met al die grote puinhopen die ze voor de autochtone bevolking achterliet.

 De keuze van het herdenkingscomité vind ik daarom niet alleen gemakzuchtig, maar ook as weak as water; zij moeten (en niet: mogen, want daar is het te laat voor) eens lef en durf  tonen ook klaarheid te verschaffen wanneer het gaat om specifieke periodes in de geschiedschrijving om de toch al geschonden reputatie van de eigen historie enigszins op te kalefateren.

Het is weer tekenend voor  de ingesleten foute en valse opstelling van de Nederlandse historici die hiervoor nog altijd verantwoordelijk zijn. Het is immers veilig en ongetwijfeld standaard (geworden) 

om gemakkelijke keuzes te maken; keuzes die nou net “niet controversieel” kunnen worden genoemd. Zo laveren die lieden die niet alleen denken overtuigd te zijn, maar eerder bewust naïf, iets goeds voor het land te doen al jaar en dag door en tussen alles heen en heeft de Nederlandse cultuur alleen maar armer gemaakt. Heeft de Franse journalist Ephimenco toch nog gelijk.

 

Hartverscheurend is  het verhaal van de Chinese schrijver Low Ngiong Ing die in China was geboren op het platteland en die zo arm was dat hij altijd dezelfde kleren droeg en één ei of twee per jaar voor

een maaltijd werd als een feestmaal beschouwd. De familie was bekeerd tot het Christendom (Katholiek), maar keek wel neer op hun dorpsgenoten die geen Christenen waren. Hoe dan ook was die tweespalt voor de man ergens een zegen geweest, schreef Kousbroek, omdat in die omstandigheid hij erover kon  

 

10897272664?profile=originalHet wegvoeren van Joodse medeburgers 1941 in Warschau.

 

schrijven en voelde zich als een soort stiefkind. (Kousbroek noemt dat: het stiefkindsyndroom). De persoonlijke en culturele gevolgen voor hem waren te groot geworden om nog langer in dat land te verblijven en zo emigreerde de familie naar Singapore. Wat mij persoonlijk zo trof was een passage in dat werk van Low wat zo smartelijk is beschreven en wat ging over de Chinese cultuur die eigenlijk aan hem voorbij ging en er geen deel (meer?)van kon zijn en tot het besef kwam dat,  dat deel voor hem niet meer in te halen was, mede te wijten aan het feit dat hij bekeerd was geworden tot het Christendom.

Na de dood van zijn beide ouders werd hij wees. In het weeshuis ontfermde een zekere Miss Toley over de weeshuiskinderen. Low bleek een heel intelligente leerling te zijn en werd uiteindelijk, nadat een Engelse scholarship zijn studie had begeleid, onderwijzer en haalde hij een graad aan de universiteit van Hongkong. Maar de carrieremogelijkheden voor een Aziaat in die tijd waren zeer beperkt, ook door tegenwerking en de Europeanen die altijd voorrang kregen. Kousbroek herinnert zich de situatie van Low Ngiong in Nederlands Indië. “.. Die mensen zijn al blij dat ze een kans krijgen..”. Het is als uit het leven gegrepen. Zo ook in Nederlands Indië, vindt Kousbroek.

Die trieste werkelijkheid naar aanleiding van het verhaal van Low, wordt in dit verband door Kousbroek direct vergeleken met de mensen –eerder de kinderen – in Nederlands Indië.

 Zoals Low Ngiong toen vertelde dat hij in China met meisjesschoenen op het schoolplein verscheen en uitgelachen werd door zijn medescholieren. Low kocht goedkope tennisschoenen en bewerkte deze met schoensmeer om het als leer uit te zien. Juist deze passage in het werk van Kousbroek herinnert zich de schrijver uit Nederlands Indië. De armoede die vele Indo-Europeanen in dat land aan den lijve hadden ervaren en veel, heel veel moesten ontberen was eveneens hartverscheurend: zonder ontbijt ‘s morgens naar school te moeten gaan, nauwelijks fatsoenlijke schoenen of kleren te dragen en al helemaal niet te bezitten en zo af en toe afhankelijk te moeten zijn van Christelijke liefdadigheidacties van de Vincentiusstichtingen in de archipel en spaarzame particuliere initiatieven. Maar zij voelden zich volstrekt niet zielig, eerder trots, te trots om aan die ellende toe te geven. Persoonlijk heb ik meegemaakt dat er vele kinderen waren die, op hoogtijdagen, (schoolfeest of evenementen die overal  werden gehouden) opvallend altijd wegbleven.. De Indo-Europeanen die het wel ‘gemaakt’ hadden, exhibitioneerden en liefst in het openbaar (soms doet het me aan het werk Couperus denken), deden net als de kolonialen precies hetzelfde: ze keken neer op de andere Indo/eEuropeanen en trouwens ook op de koloniale Europeanen,  epateerden met hun status – wat die ook mocht zijn - en positie. Het was die enorme triestheid en stille armoede: de Indo-Europeanen in Indië, wanneer ze in die armoede verkeerden die nooit lieten blijken, daar waren ze toch te trots voor.

Kousbroek: “Ik kan er niet over lezen zonder van streek te raken.”

Ik word er zelfs beroerd van wanneer ik deze passages van Kousbroek lees, nota bene  in een land, zo paradijselijk  en zo rijk, dat een grote Europese gemeenschap sociaal, cultureel en intelectueel van al die rijkdom werd ontzegd en buitengesloten door een zeer kleine Hollandse elite.

Op zichzelf al een misdaad.10897273082?profile=original Het levensverhaal van Low Ngiong daarentegen is van een geheel andere orde van triestheid en absolute misere: een complete familietragedie die nauwelijks is te beschrijven. Maar Kousbroek heeft het hier zo treffend als een filmdrama beschreven en beeldend weergegeven. Ik kon tijdens het lezen mijn ogen nauwelijks droog houden.

En dan in twee priemende zinnen die Low Ngiong Ing in zijn boek onthulde, die ene gedachte dat eigenlijk en zeer zeker heel zijn leven lang al in zijn hoofd broeide: “You may do me a hundred kindnesses today and tomorrow I will have forgotten every one of them. But do me a little unkindness and I will neither forget nor forgive you.”

De onverdraaglijkheid en intolerantie van de ander achtervolgt je heel je leven.

Kinderen/jonge volwassenen en volwassenen komen aan in concentratiekamp Buchenwald.

 10897273274?profile=original

Sylvain Ephimenco – Franse journalist


 En met heldere cynisme schrijft Kousbroek, “.. dat het een soort paradigma is voor het gedrag van westerse naties in Azië: zelfs in het hiernamaals heersten al koloniale verhoudingen, des te meer in de stoffelijke wereld.” Daar moeten hedendaagse filosofen en andere wijsneuzen dan maar goed over nadenken. Dat lijkt me een eminente opdracht. 

Gebouwencomplex van het Raffles Institution in Singapore – omstreeks 1900.

Waar Low uiteindelijk leraar werd.

 10897272900?profile=originalVroeger gebouw van het Instituut.

10897273667?profile=original

Huidig gebouw van het Instituut.

10897274075?profile=original

Deportaties van Joodse medeburgers in Amsterdam

10897274468?profile=original

 Een indrukwekkend monument in Westerbork van oud-gevangene Ralph Prins ter nagedachtenis aan onze Joodse medeburgers – slachtoffers van het Naziregime.1940/1945. De kunstenaar heeft op een indrukwekkende manier datgene weergegeven wat onuitsprekelijk is en blijft.

 

 

Lees verder…

De Indische Nederlanders – Een vergeten Volk

10897271693?profile=original10897272677?profile=originalDe Indische Nederlanders – Een vergeten Volk

(c) Bron MM onze correspondent in Soerabaja.

Mark Rutte is onze eerste Indische premier, zo mag je hem wel classificeren. Ik heb ooit eens gelezen dat hij het enige Rutte gezinslid is dat geboren werd op Nederlandse bodem.

In de wereldgeschiedenis neemt de band tussen Nederland en Indonesia een bijzondere plaats in. Drie en een halve eeuw lang zijn deze twee landen (metaforisch gezien David en Goliath) nauw aan elkaar verbonden. Zonder dat de beide culturen het beseffen is er een fundamentele verbondenheid met elkaar door de lange verbintenis die ze met elkaar hebben gehad. Je ziet verwevenheid in de taal, in de kookkunst, in de muziek, in het cultureel erfgoed enzovoorts. Nederland heeft haar eeuwenlange weelde te danken aan de rijkdommen van Indonesia, met name de natuurlijke grondstoffen. Multatuli omschreef het heel treffend: Nederland drijft op de Gordel van Smaragd.

Uit de lange verbintenis tussen deze twee landen is het Nederlands-Indisch/Indisch-Nederlands volk ontstaan, ook wel genoemd de Indischen. Een volk dat ontstaan is uit de kruising tussen deze twee volkeren. De verhoudingen tussen de Indischen en de Nederlanders maar ook de Indischen en de Indonesiers stonden een hele eeuw lang onder spanning. Toen Indonesia diens vrijheid proclameerde, kwamen de Indischen tussen twee vuren te staan. De Indonesiers moesten de collaborateurs niet meer en de Nederlanders moesten de bastaards ook niet. In de ronde tafel conferentie van Linggarjati werden de Indischen uitverkocht aan Indonesia. Nederland heeft de rechten van het Indisch volk daar in die conferentie verkocht aan Indonesia. Men onderhandelde voor een uitverkoop plek en dat werd West-Irian. Irian Barat zou het nieuwe land worden van het Indisch-Nederlands volk. De grote volksverhuizing vond plaats en de Indischen emigreerden naar Irian Barat. Op die manier voorkwam Nederland de massale uitstroom van rechtmatige Nederlanders naar Nederland. Voor de Indischen was het een perfecte oplossing. Men kende Nederland niet en men was geboren en getogen in de tropen en niet in dat koude kikkerlandje.

Hoe desillusionerend was het toen de grote stroom Indische-Nederlanders toch koos voor Nederland, toen al merkbaar was dat aan het einde van de 50-er jaren Indonesia de aanval begon op Nederland door Irian Barat te claimen als Indonesisch grondgebied. De grote uitstroom naar Nederland vond toch plaats en Nederland reageerde ongepast en ongegeneerd. Alle Indischen moesten hun overtochtkosten en verblijfkosten en eerste lijnsvoorzieningen zelf betalen. Het was toen heel anders gesteld met de Indischen, die notabene gewoon wettelijk gezien Nederlanders waren ten opzichte van de vluchtelingen en Turken en Marokkanen in de jaren 70, 80 en 90.

Kregen deze niet Nederlanders alle faciliteiten gratis (alle informatie werd zelfs in de allochtone talen gegeven), de Indischen moesten tot op de laatste centen alles terugbetalen weliswaar renteloos, maar toch! Wat verfoeilijk en mensonterend was dat de Indische jongens naar de Ambachtschool en de meisjes naar de Huishoudschool werden gedirigeerd, meer waren ze niet waard in de ogen van de Nederlanders. De vaders werden regelrecht geplaatst in de Rijkswerkplaatsen, de moderne koelie-inrichtingen, want intelligenter dan dat niveau waren ze niet volgens de BBMZ ambtenaren. De gezinnen werden in mensonterende pensions ondergebracht, waarvan de vochtige wanden van de kamers helemaal zwart waren geworden van de schimmels de matrassen gevuld werden met stro, waardoor door al het kabaal bij elke beweging die je maakte je niet kon slapen. De pensionhouders hadden toen flink geld verdiend aan die arme Indische Nederlanders. Uit ellende waren de wat financieel sterkere Indische gezinnen gevlucht naar de Verenigde Staten, Canada, Brazilie, Zuid-Afrika en Australie.

Het leven van de Indische Nederlanders was in het begin heel erg zwaar. Men werd op alle fronten en op alle niveaus zwaar gediscrimineerd. Zelfs de hoger opgeleiden uit Indonesia kregen niet de erkenning die ze eigenlijk verdiend hadden. Ze zaten in Indonesia op Nederlandse scholen, dus ook hogescholen maar werden in Nederland gewoonweg gedegradeerd. Een jarenlang praktizerend huisarts kwam niet verder dan keuringsarts te worden bij de Koninklijke Landmacht. Een ervaren tandarts werd niet meer dan een schooltandarts. Officieren van Justitie werden gewoon griffiers en Ingenieurs kwamen terecht achter de bankschroeven van de Rijkswerkplaatsen. De klap op de vuurpijl kwam later, de rechten van financiele vergoedingen werden en worden nog steeds niet gehonoreerd tot op de dag van vandaag. De Indische Nederlanders zijn een melaats volk geworden.

De Indischen brachten levendige muziek mee uit het bruisende tropisch leven. Wat gebeurde er toen? De aanbeden Nederlandse TV-coryfeen Willem Duys en Mies Bouwman noemden de Indische muzikanten: apen die uit de rimboe kwamen, en daar horen ze thuis was hun oordeel! De Nederlandse jeugd echter ontving De Tielman Brothers, The Black Dynamites en The Crazy Rockers in hun armen. The Black Dynamites waren eigenlijk de grootsten omdat ze liefst 3 Spaanse internationale films met Spaanse wereldsterren van muziek voorzagen. Maar de kasteleins weigerden de Indische artiesten werk te verschaffen. Uit alle ellende vluchten de Indische muzikanten (en dat zijn er heel veel, de Indischen zijn geboren met zang en gitaar) naar Duitsland. Daar werden ze met open armen (en benen) ontvangen. De Tielman Brothers werden zelfs gevraagd om Duitsland te vertegenwoordigen op het Eurovisie Songfestival. De grote TV-presentatoren van destijds Hans-Joachim Kulenkampff en Peter Frankenfeld haalden alle Indische artiesten naar hun Duitse TV-Shows. Na een 10 jaren durende strijd kwam de erkenning dat The Tielman Brothers de Godfathers zijn van de Nederlandse Popmuziek. Een verdwaalde Indische artiest haalde echter de absolute wereldtop: Eddie van Halen!

Mark Rutte recycled in November de Nederlands-Indische geschiedenis door Indonesia met een groot handelsdelegatie te bezoeken. Nu is de kans juist voor Nederland om haar bekrompenheid en schijnheiligheid om te zetten in grootmoedigheid en zakelijke durf! Indonesia is na China het land met de grootste economische groei. Nederland vergrijst terwijl Indonesia verjongd. De potentie van groei dat bij de Indonesische jeugd zit zou een geweldige nieuwe markt kunnen zijn voor de Nederlandse senioren die al vanaf hun 50ste jaar in Nederland afgedankt zijn als oud vuil. De kennis die er is bij de Nederlandse senioren zou een geweldige investering kunnen betekenen voor Indonesia, indien de Nederlandse regering en parlement van hun feodalistsiche ivoren troon willen stappen. 

Lees ook: http://www.binnenlandsbestuur.nl/ambtenaar-en-carriere/nieuws/overheid-discrimineert-ouderen.9083836.lynkx 

Indonesia is nog steeds een van de rijkste landen ter wereld op het gebied van natuurlijke grondstoffen en human resources.

Indonesia is ook het grootste democratisch land ter wereld. Waar de Westerse wereld alleen blijft dromen van een fundamentele democratie heeft Indonesia na de periode Soeharto hard gewerkt daaraan heeft die dan ook bereikt. Er zijn meer dan dertig bijna even grote partijen (tegen de VS die maar 3 partijen heeft) die allemaal vrij gekozen worden in alle parlementaire bestuurslagen. Waar Nederland geen gekozen premier heeft wordt de Indonesische president rechtstreeks gekozen door het volk. Waar Nederland al eeuwen discussieert over de gekozen burgemeester wordt in Indonesia vanaf de laagste bestuurslaag diens leider gekozen door het volk. De lurah, de camat, de walikota, de bupati, de gouverneur en de president wordt door het volk gekozen. Nederland kan dus ook veel leren van het jonge land Indonesia, die al veel verder is dan Nederland bij de ontwikkeling van de democratie, de kern waaruit de mensenrechten worden ontgonnen. De corruptie die in dit land heerst is een erfenis van het Nederlands-Indisch tijdperk. Velen vergeten de oorsprong van dit fenomeen, dat geintroduceerd werd door de VOC-handelaren om de sultans en haar onderdanen om te kopen.

Het wordt nu de hoogste tijd dat het Indisch volk een eeuwige plek krijgt toebedeeld in de wereldgeschiedenis. Dat kan alleen bereikt worden door een grootst communicatie media- en infrastructuur op te zetten. Het zal en mag niet zo zijn dat dit volk dat zich een eigen identiteit en cultuur heeft ontwikkeld ooit in de tijd zal verdwijnen en waarin alleen de Nederlanders en Indonesiers zullen overblijven. Er zal gebruik moeten worden gemaakt van de reeds aanwezige sociale media zoals ICM-Online: de stem van het gewone Indisch volk, Stichting Nederlands-Indisch Cultureel Centrum: de stem van het elitair Indisch volk, Het Indisch Plein: de stem van de gemiddelde Indische man/vrouw en nog meer soortgelijke media. Ook zal er gebruik moeten worden gemaakt van organisaties als Stichting Indisch Erfgoed Apeldoorn, Pelita, Indisch HerinneringsCentrum enzovoorts. Alleen door massale mediale beinvloeding zal dit doel kunnen worden bereikt en helaas niet door het Indisch Platform alleen.

Leve het Indisch-Nederlands volk! Hiduplah bangsa Indo-Belanda!

Zie hoe Indonesia bouwt aan haar toekomst:

https://www.youtube.com/watch?v=Hmx_61NVPho

https://www.youtube.com/watch?v=8k2ybTZackQ

https://www.youtube.com/watch?v=9WXMsPwAQFo

https://www.youtube.com/watch?v=_lJC-pvn2BA

 

Lees verder…