|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
Identiteiten van de Indo’s door: Joty ter Kulve
Enige gedachten na het zien van de mooie documentaire van het IHC (Indisch Herinneringscentrum): Indische herinneringen. Het viel mij op dat alle deelnemers aan deze video, op een enkele uitzondering na, van gemengd bloed waren. Van velen weet ik dat ze ook weer met Hollanders zijn getrouwd. Wat mij nu zo nieuwsgierig maakt, is de vraag of deze mensen “van binnen” de Nederlandse of de Indo identiteit hebben. Of misschien beide? Wanneer is die vermenging tussen de Nederlanders en de Indonesische vrouwen eigenlijk ontstaan? Ik ben geen historicus, geen psycholoog of antropoloog; ik ben gewoon erg geïnteresseerd naar mijn eigen afkomst. Laat ik dan maar beginnen met Jan Pieterszoon Coen, geboren in Hoorn in de Gouden Eeuw.
Met andere doorgewinterde zeebonken uit zijn omgeving, zo stel ik mij voor, stapten ze in hun schepen, op weg naar een onbekende bestemming. Destijds een gigantisch avontuur, te vergelijken met een reis van astronauten naar de Maan of Mars nu. Ook een reis vol levensgevaarlijke risico’s. Van de drie schepen die uitvoeren, kwam er maar één terug. Deze pioniers ontdekten een groep eilanden in de Grote Oceaan, waaronder Banda.
Eerder hadden de Engelsen de eilanden en hun exotische specerijen al ontdekt. In de oorlogen die ontstonden vanwege de specerijen, vond ook het drama van Banda plaats. Coen gaf opdracht om alle Bandanezen te vermoorden, omdat zij tegen zijn wens in de specerijen wilden verkopen of reeds hadden verkocht aan de Engelsen. Moderne concurrentie dus; de wereld is toch niet zoveel veranderd. Tevens gaf Coen het bevel om alle boten van de Bandanezen te vernietigen, die zij gebruikten om hun waar te vervoeren tussen de eilanden onderling of om hun rituelen te vervullen.
De Hollanders ontdekten behalve de kostbare specerijen ook de schoonheid van de Indonesische vrouwen. En zo, neem ik aan, werd de Indo geboren. Tante Non en tante Noetie deden hun intrede in de geschiedenis. Van de 16e tot en met de 20e eeuw zette de vermenging zich voort in alle gebieden waar de Nederlandse man leefde en werkte. In de praktijk waren dit voornamelijk Java, Sumatra, stukjes Borneo, Celebes en de Molukken.
De Indische mensen ontwikkelden zich tot trouwe ambtenaren en soldaten van het KNIL. Indische meisjes, maar dit gold ook voor de mannen, kregen hun eigen plaats in het sociale en maatschappelijke stelsel. Hella Haasse beschrijft dit heel mooi in haar diverse romans. Nederlanders, tenminste zo heb ik het ervaren, vinden het gemakkelijker om mensen te classificeren in rangen en standen. Zo heb ik mij laten vertellen, dat je als dochter van een slager niet zomaar trouwt met de zoon van een arts.
Ook met een gemengde achtergrond kreeg je het etiket van het potje “Mixed Blood” (half cast voor de Engelsen) opgeplakt. In onze gezamenlijke geschiedenis zijn of hebben wij ons zelf het etiket op het potje Indisch geplakt: “2nd Hand Citizens”. Helaas zijn wij mensen niet altijd even vriendelijk voor elkaar.
Met de komst van de Republiek Indonesia, en de migratie van de Nederlanders naar Nederland en andere continenten, heeft de vermenging zich doorgezet. Zie ook de DVD “Indische Herinneringen”. Mijn grote vraag was: met wie identificeer ik mij en met wie identificeren Indische mensen zich?
Ik vroeg een goede vriend, ook van Indische afkomst, naar zijn bevinden. Ik kreeg een onthullend antwoord: Tot begin jaren ’80 van de vorige eeuw meed ik als Indo andere Indo’s, want ik wilde natuurlijk zo Hollands mogelijk worden gevonden en ik ging er vanuit dat andere Indo’s er evenzo over dachten. Zo kwam het nooit bij mij op om verliefd te worden op een Indisch meisje. Ik beschouwde dat als een soort incest. Maar vanaf het lezen van
het boek “Geen gewoon Indisch Meisje” van Marion Bloem, raakte ik mij meer en meer bewust van een positievere kijk op mijn Indische achtergrond. Vanaf de jaren ’90 was ik steeds meer bezig met mijn Indische identiteit en de Indische geschiedenis. Vanaf begin deze eeuw raakte ik steeds meer geëngageerd met mijn Indische roots in Indonesië en sinds kort ben ik bewust bezig met een beter contact met het hedendaagse Indonesië.
Wat mijn vriend met ons deelt, is mijns inziens heel erg belangrijk. Niet alleen voor de Indische mensen en de Nederlanders, maar de identiteits-crisis in de wereld van vandaag, is bepalend voor heel Nederland, voor Europa, voor het Midden Oosten, ja voor de hele wereld.
We zijn niet alleen Hollands of Indisch. We behoren als individu nog tot allerlei andere groepen, dansclub, sportvereniging, kerkgenootschap, enzovoort. Al die groepen bepalen mede onze identiteit. Veel conflicten met minderheidsgroepen en andere culturen zijn ontstaan, omdat mensen worden gemobiliseerd omdat ze dezelfde groep aanhangen of juist niet. Daarom kan het gebeuren dat mensen die altijd als goede buren en vrienden vredig met elkaar geleefd hebben, plotseling dodelijke vijanden worden. Denk aan Joegoslavië en Rwanda. In plaats van elkaar aan te spreken op ons mens-zijn, onze humaniteit en op ons individu, worden we plotseling Molukker, Indo, Moslim, enzovoort.
De grote opgave anno 2013 is misschien wel het vermogen om Eenheid in Diversiteit gestalte te geven. Om weer mens te worden, die wil verbinden en die een ander wil zien staan.
Ik heb (weer eens) gemerkt dat er heel wat misverstanden bestaan omtrent de Indische/Nederlanders (de hemeenschap)- Indo s genoemd, en de Indo/Europeanen in het algemeen
.
Allereerst de Indische/Nederlander: hij of zij die of een Nederlandse (zeg:Europese) vader óf moeder hebben aan één kant en aan de andere kant een Infonesische/Indische (zeg: Aziatische) vader óf moeder: dit moet voor een ieder helder zijn.
Vervolgens kunnen we ter verduidelijking spreken over de Indo/Europeanen:
Het zijn mensen die een Europese én een Aziatische achtergrond (voorouders) hebben zoals: 1.Chinees/Nederlands 2.Chinees/Engels enz.enz. dan Indonesisch/Nederlands 2.Indonesisch/Duits 3 en.enz.
Dat (het grootste deel) zoveel (bijna alle) Indische/Nederlanders, waaronder velen Indo/Europeanen waren, werden gerepatrieerd naar Nederland, had een juridische reden en dat is dat de mensen die in het voormalig Nederlands Indië waren geboren (uit verschillende verbintenissen, voornamelijk Euro/Aziatisch), gewoond en gewerkt hebben, het recht hadden om de Nationaliteit van de ‘’Bezetter’’= De Nederlandse Koloniale mogendheid, aan te nemen en/of aan te vragen.
Het gold voor een ieder die in de archipel zijn brood verdiende. Evenwel kan worden aangetekend dat het recht om de dubbele nationaliteit te bezitten ook mogelijk was, zeker voor hen (vaak kleine en grote ondernemers) die voor onbepaalde tijd er verbleven, of nog niet weten of ze zich er voor altijd zouden vestigen.
Vrienden van mij waren ook Indo/Europeanen (Italiaans/Javaans/Belgisch/Nederlands) en hadden van dat recht gebruik gemaakt en geopteerd voor de dubbele paspoort: De Italiaanse en de Nederlandse; om maar een voorbeeld te noemen. Zeker voor en na de WOII was het voor ondernemende Indo/Europeanen van economisch belang om een zekere juridische status en positie in te nemen om (ook voor zichzelf) politieke én maatschappelijke duidelijkheid te verschaffen.
In een notedop: Naast de autochtone bevolking van het voormalig Nederlands Indië (Javanen/Sumatranen/Atjehers/Sundanezen/Madurezen/ enz.enz.) was er een Indo/Europese gemeenschap (verbintenissen uit Aziatische en uit diverse Europese naties (veel hiervan verbintenissen van Nederlandse zijde) zoals Engelsen/Duitsers/Italianen/Portugezen//Fransen en ook Scandinavische.
Door PJOTR. X.SICCAMA
Een Nederlandse gevechtseenheid tijdens de oorlog (Politionele Acties) in Nederlands-Indie 17-8-1945 / 27-12-1949
De Indonesische Onafhankelijkheidsoorlog (Indonesisch: Revolusi Nasional Indonesia = 'Indonesische Nationale Revolutie') begon kort na de capitulatie van Japan, gevolgd door het uitroepen van de Republiek Indonesië (beide in augustus 1945) en eindigde met de overdracht van de soevereiniteit over de voormalige kolonie Nederlands-Indië (uitgezonderd Westelijk Nieuw-Guinea) door Nederland aan Indonesië (december 1949). In de traditionele Nederlandse geschiedschrijving wordt naar deze episode doorgaans verwezen met de term ‘Politionele Acties’ (ook wel 'Politiële Acties', [1] Indonesisch: Aksi Polisionil).
Met de term 'Politionele Acties' wordt gedoeld op een tweetal offensieve operaties van de Nederlandse strijdkrachten tijdens de Indonesische Onafhankelijkheidsoorlog. Deze operaties vonden plaats op de eilanden Java en Sumatra in de periode van 21 juli tot 5 augustus 1947 (eerste actie) en van 19 december 1948 tot 5 januari 1949 (tweede actie). De ‘Politionele Acties’ worden meer recent ook wel aangeduid als de 'Nederlands-Indonesische Oorlogen'[2]. In Indonesië staan de twee Politionele Acties bekend als Agresi Militer Belanda ('Nederlandse Militaire Agressies').
Kort na de Japanse capitulatie in augustus 1945 braken vijandelijkheden uit tussen Indonesische nationalisten en de troepen uit het Britse Gemenebest die strategische posities in de archipel hadden ingenomen. In oktober 1945 ontbrandde de strijd om Soerabaja, een stad die de nationalisten na bloedige gevechten moesten prijsgeven. Hierbij waren nog geen Nederlandse troepen betrokken. Pas in maart 1946 werden Nederlandse troepen in Indonesië toegelaten om de Britse posities over te nemen.
Afgezien van de ‘Politionele Acties’ (kortdurende Nederlandse offensieven), had de Indonesische Onafhankelijkheidsoorlog meestentijds het karakter van een guerrilla van de Indonesischenationalisten tegen de Nederlandse troepen. De vijandelijkheden duurden tot het staakt-het-vuren in augustus 1949. Op sommige plaatsen duurden de vijandelijkheden echter voort, waardoor ook Nederlandse militairen sneuvelden ná8 augustus 1949.
Na 1949 flakkerde de strijd (afgezien van de coup van oud-kapitein Westerling in 1950) nog eenmaal op. Dat was tijdens de vijandelijkheden die voorafgingen aan de overdracht van Nederlands-Nieuw-Guinea in 1962.
Ereveld Kembang Koening Soerabaja
De Nederlandse regering erkende de Republiek Indonesië niet als onafhankelijke staat, maar beschouwde haar als een opstandige beweging binnen de kolonie Nederlands-Indië. Hierbij dient te worden aangetekend, dat in het hierna te bespreken ‘Akkoord van Linggadjati’, de Republiek de soevereiniteit van Nederland gedurende een overgangsperiode had erkend. Nederland had in datzelfde akkoord de Republiek de facto wel erkend. Tevens dreigde er hongersnood in de door Nederland bezette gebieden, als gevolg van een blokkade van de opstandelingen. Nederland achtte zich verantwoordelijk voor het welzijn van de bevolking, dus ook van Indonesiërs, Chinezen en Arabieren in deze gebieden.
Daarom bezigde men de term 'Politionele Actie'. 'Politioneel' was sinds de negentiende eeuw een gebruikelijke term voor militair optreden dat tot doel had de regelmatig voorkomende opstanden in de kolonie neer te slaan.
Het gebruik van de kwalificatie 'politioneel' kan ook worden gezien als een manier om te verbloemen dat het hier om een vrijheidsoorlog ging en zo kritiek op het militaire optreden te pareren.
Tijdens beide Politionele Acties telde de Nederlandse troepenmacht in Indonesië, met inbegrip van het Koninklijk Nederlandsch-Indisch Leger (KNIL), meer dan 100.000 man (+/-20.000 werden voorop gestuurd en daarna nog eens zo’n 100.000). Het grootste deel hiervan werd bij de acties ingezet.
Deze omvang maakte duidelijk dat van een beperkte ‘politie actie’, zoals de Nederlandse regering het probeerde voor te stellen, geen sprake was. In meer recente literatuur wordt om deze reden ook wel gesproken van de Nederlands-Indonesische Oorlogen, zoals door Van den Doel in zijn boek ‘Afscheid van Indië: de val van het Nederlandse imperium in Azië’ (2000). Men kan zich afvragen of een actie van een aantal weken en dan nog wel twee, een "oorlog" te noemen is. Achter beide benamingen gaat dan ook een politieke opvatting schuil. Misschien is "militaire actie" een aanvaardbaar compromis. [3]
Tijdens de bijna vier jaar durende militaire aanwezigheid van Nederland in Indonesië lieten circa 5.000 Nederlandse militairen het leven, waarvan ongeveer de helft door gevechtshandelingen en de overige ten gevolge van ziekten en ongevallen. Onder de Nederlandse en Indisch-Nederlandseburgerbevolking vielen duizenden doden door gewelddaden van Indonesische nationalisten.
Aan Indonesische zijde vielen naar schatting 150.000 doden. Dat waren zowel slachtoffers van Nederlands militair optreden als van geweld uitgeoefend door de Indonesische nationalisten tegen politieke tegenstanders en vermeende pro-Nederlandse elementen onder de eigen bevolking.
Actie Comite Traktaat van Wassenaar 1966
ACTW66 is een claimorganisatie die namens U allen die de petitie "Uitbetalen Traktaat van Wassenaar " hebben ondertekend zich hier kunnen inschrijven als deelnemer als U meent aanspraak te kunnen maken op de uitbetaling. U dient zich in de periode 1947 tot 1962 in de republiek indonesia te hebben gewoond.
Als deelnemer bent U € 50 verschuldigd.
http://icmonline.ning.com/main/authorization/signUp
Voor detail info ga naar de petitie.
https://petities.nl/…/uitbetalen-op-basis-van-traktaat-van-…
Geen Back Pay, maar rekeningen die tot de laatste cent terug te betalen voor de Indisch oorlogslachtoffers !
De burgers (Indische oorlogslachtoffers) wachten nog steeds op het geld dat Republiek Indonesie betaalde aan Nederland omdat ze uit het Indonesie werden verjaagd, hierdoor al hun bezittingen en tegoeden verloren.
Tot op heden hebben deze oorlogslachtoffers geen erkenning, excuses en geen cent compensatie gehad. Ik hoor hier niemand hierover, daarvoor hebben 15.000 mensen getekend, of zijn wij het al weer vergeten. KNIL en ambtenaren hebben nog gelden gehad, hoefden hun overtocht naar Nederland niet te betalen naast de andere voorzieningen, die burgers (oorlogslachtoffers wel voor hun kiezen kregen). Kortom nog veel werk te doen voor Martin van Rijn, kan toch niet zo zijn dat Indische vluchtelingen zo maar in de kou worden gelaten.
Zie verder
https://petities.nl/petitions/uitbetalen-op-basis-van-traktaat-van-...
======================================================================================
Steun ons om ons werk af te maken door te tekenen en te doneren
Indische zaak - Het Traktaat vanWassenaar 1966
Hier Onderteken petitie < of > Kijken wie er getekend hebben
< of > Laatste Updates In het Engels hier
SCHRIJF U NOG VANDAAG IN!
|
|
|
|
|
Weergaven: 210
Mijn levensverhaal - 1 door onze correspondent in Nieuw Zeeland, Adrian Lemmens
Zonder er iets dramatisch van te maken, heb ik een probleem, met veel, zo niet alles, dat mij in het harnas van mijn levensloop heeft gewrongen. Wringen vind ik een zeer goede omschrijving, omdat ik nooit aan wanhoop heb toegegeven, ondanks mijn geweldige eenzaamheid en de totale afwezigheid van een familie verband en nooit een tehuis heb gehad dat daartoe behoorde.
Na het vele, vele vallen ben ik altijd weer opgestaan. De levenskracht daartoe, dank ik aan mijn vader, aangaande de parabels die een beste vriend van mijn Vader, gedurende een te korte tijd, aan mij heeft doorgegeven en bovendien van wat ik te weten ben gekomen over zijn reputatie, samen ook met het geweldige niveau dat hij daarmede in de maatschappij en ook zijn eigen Maatschappij, de B.P.M.-Shell, heeft weten te bereiken. Nu op de leeftijd van 77 jaar, voel ik mij genoodzaakt de balans van mijn leven op te maken. Niet alleen voor mijzelf, maar ook eventueel voor mijn kinderen. Het is mijn gevoel dat, als ooit een van mijn kinderen een probleem heeft, dat de geschiedenis van het leven van hun vader, hen de kracht kan geven om door te zetten
Ik had en heb een uitzonderlijk leven, interessant zelfs, maar toch in mijn persoonlijk gevoel onmenselijk, gemeen, te zwaar en bovenal zeer eenzaam. Men kan zeggen dat ik redelijk succesvol met het overleven ben geweest, maar letterlijk met elke actie tot een verbetering van mijn leven, heb ik keer op keer ook altijd tegenstand moeten overwinnen. Het was met de handicaps van mijn verleden, altijd weer een strijd. Het is voor mij nooit vloeiend geweest, altijd en eeuwig waren er problemen, die ik heb moeten overwinnen, tot op dit moment toe.
Al verscheidene jaren ben ik van plan, om een boek over mijn leven te schrijven en daarin de ontdekkingen van de menselijke levensfactoren te beschrijven. Graag had ik de hulp ingeroepen van iemand als Adriaan van Dis of van andere schrijvers wiens namen ik tegen ben gekomen. Door het leven van mijn vader en dus met mijn eigen afkomst daardoor, had ik potentieel schatrijk moeten en kunnen zijn, maar door de oorlog is het totaal het tegenovergestelde geworden Armoede werd lange tijd mijn deel en ik voelde mij altijd opgejaagd en uitgebuit.
Maar vanwege en dankzij mijn beide ouders, heb ik kennelijk een geweldige veerkracht meegekregen, waarmede ik niet alleen al mijn tegenslagen heb weten te overwinnen, maar nu zelfs een staat van leven heb weten te bereiken, waar velen zeggen, nou waar heb jij nu nog zorgen voor nodig, Voor mij is het genoeg om nu te kunnen leven. Ik kan nu hopelijk van het aantal jaren die ik mogelijk nog heb, nog een beetje genieten. Maar wat is genieten, als je mogelijkerwijze niet meer weet hoe je dat kunt doen, als je moet oppassen om financieel rond te komen. Maar helaas, genieten, dat ken, of kan ik nu ook al niet meer, de strijd is voor mij te zwaar geweest, naast een vluchtige glimlach en terugkijkend het met een zekere
voldoening, is het meestal slechts een bittere voldoening die niet echt is. Het is toch ook niet echt, het kan gewoon niet echt zijn. En zo ben je aan het wachten op de volgende klap die moet komen, je hebt toch immers nooit anders meegemaakt. Zo gaat het met mij.
Adrian Lemmens, twee jaar oud.
Uit mijn historie zal toch zeker blijken dat mijn gedachtegang en mijn levensbeslissingen niet dom of ondoordacht zijn geweest. Waarom is het mij dan ook niet mogelijk om eens achterover te kunnen leunen en van enig succes, met enige voldoening kunnen te genieten? Ik geloof inderdaad dat er zo iets is dat de maat nu vol is; het is allemaal teveel geweest. Maar waarom heb ik in dat geval dan ook niet de moed verloren en ben ik in elkaar gezakt en tot niets meer in staat, dat is toch wel het wonder van het leven. Ik noem het de veerkracht in de mens en stel vast dat die enorm krachtig is.
Ja, ik ben getrouwd en ik heb drie kinderen, die allen uitstekend terecht zijn gekomen en mijn vrouw is ook mijn zeil kameraad op zee.! Ik stelde zeer hoge eisen aan mijzelf en zonder die eeuwige discipline, had ik het ook nooit overleefd. Het is immers je verstand en je wil tot leven, die een mens in leven houden. In mijn leven heb ik mijzelf altijd van alles ontzegd om uit mijn armoede omhoog te kunnen klimmen en iets te bereiken. Ik ben nooit gewend geweest op vakantie te gaan, een ijsje, een bioscoop, met vrienden een drankje drinken of sporten. Als je dat allemaal niet gewend bent, dan is het ook tamelijk gemakkelijk om frugaal en gedisciplineerd te zijn. Uiteindelijk heb ik redelijk wat bereikt. Maar het geeft geen geluk of genoegen, om er op terug te kunnen kijken, het was immers allemaal te hard en te onmenselijk.
Wat het voor mij nog erger maakte, is dat alles zo anders had gekund. Dat dankzij mijn vaders vooruitziende blik mijn mogelijkheden anders hadden gelopen. Dat mijn vader zijn grootste offer, zijn eigen leven, bracht in het vervullen van zijn vaderlijke plicht voor zijn nageslacht en na het voldoen van wat mijn vader als zijn plicht zag, hij slechts een trap na kreeg; van zijn eigen land.
Voor de mensen die de oorzaak van ons ongeluk werden, was er aanvankelijk veel succes en was dat ook voor een langere periode voor hen weg gelegd, maar tenslotte verdronk de een met zijn dikke pensioen in zijn eigen zwembad en was de ander ongelukkig met zijn kinderen en zijn ambitieuze vrouw. En het feit van het eeuwige mislukte pogingen om mijn persoon te elimineren, alsmede de vele schandalen met secretaresses op zijn kantoor. Met zijn geweldige macht en zijn onaantastbare positie, kon die man doen en laten wat hij wilde. Die man had geen geweten. Inderdaad zijn er in onze wereld mensen die op een gegeven moment zo hoog staan, dat ze zich door gegeven omstandigheden onaantastbaar wanen en zelfs met de duivel zelf heulen. Ik heb nu een pensioen van de WUV, met alle restricties dat voor het Nederland, dat wij nu kennen, gewoon is. Uiteindelijk was ik een kundige advertentiefotograaf, met ook mijn eigen uitstekend geoutilleerde studio. Het maken van ontwerpen voor advertentiewerk, was voor mijn aangeboren handigheid niet zo’n probleem en verdienden wij daarmede extra geld met minder uitgaven En dat had ook extra voordelen.
Door het in die tijd anti Nederlands heersende sentiment, in Nieuw Zeeland, (de Nederlanders hadden een reputatie voor hard werk en succes waardoor de gemiddelde en kalme steady-as-she-goes Nieuw Zeelander zich bedreigd voelde) en zo kreeg ik meestal alleen maar het werk, waar ik bekend om werd. Werk dat nu alleen met computers gedaan wordt, deed ik in die tijd reeds met het gebruik van meerdere camera’s voor de productie van één foto. Het brood-en-water werk ging weer naar mijn Nieuw Zeelandse collega’s die ook vrienden maakte met “wine and dine”, wijn en etentjes, ter bevordering voor hun werk en hun contacten, iets dat mij en mijn historisch nu zo ingewortelde mentaliteit niet lag, en waardoor wij nooit een geweldig inkomen konden bereiken. Echter op en met mijn vrije tijden en momenten, bouwde ik ons eigen huis en ook een nieuwe studio voor mijzelf, met mijn eigen handen en contractuele hulp.
Mijn studio werd ook bekend, voor het feit dat wij fotografisch bijna het onmogelijke konden doen, met behulp van lasers en met fluorescerende verven, dat zorgvuldig geheim werd gehouden door ons. Zo gebruikte ik mijn tijd om te verdienen wat ik kon, of mijn huis te bouwen, zoals ik dat voor ogen had. Op het einde kwam dat allemaal op zijn pootjes terecht, maar het was wel dubbel hard werk, terwijl mijn vrouw Paula mijn secretaresse was en de moeder van onze kinderen, die op oudere leeftijden vaak in alles meehielpen.
Nu met nieuwe wetten en regulaties kan zoiets ook niet meer, of alleen nog maar ten dele. Gemeten naar mijn inkomen dat in die tijd ook naar ons nieuwe huis ging, werd ik op het gemiddelde inkomen geschat door de WUV en mijn kwalificaties zonder de Nederlandse papieren, werden volgens Nederlandse maatstaven niet erkend. Een rechtszaak in Utrecht, bepaalde via een vinnige WUV advocaat, dat mijn kwalificaties gelijk stonden met een gewone verkoper in een fotowinkel en daarop werd mijn WUV pensioen berekend. We kunnen er van leven, maar dat is alles.
Adrian Lemmens met zijn ouders, 1939.
Dat is ook geen bevredigende situatie, na alles dat ik heb meegemaakt en verloren heb. Mede door de Nederlandse behandeling voor wat betreft de “Indische Kwestie”, met name door ons met hun acties uiteindelijk zwaar te bestelen, werd ons gezin behoorlijk getroffen. Ergo voor mijn Vader, die werkelijk het hoogste offer bracht voor de goede zaak en het met zijn leven betaalde. Ik ben en voel mij echter nog steeds een Indische jongen van “Tempo Doeloe”, met een Hollandse (Amsterdamse) vader en een Duitse moeder. Beiden krachtige, nee kolossale mensen. Helaas de omstandigheden hebben mij mijn vader ontnomen met de torpedering van de “JUNIO-MARU”, met de zo velen andere kostbare Nederlanders en de arme meedogenloos bedrogen ROMUSHA’S. Alle 5860 van onze mensen, van ons nu vroegere Nederlands-Indië kwamen daarbij om het leven.
Via het internet heb ik merkwaardige belevenissen en kennismakingen meegekregen, zowaar net ook weer van een naamgenoot, familie zelfs, een kampgenoot uit het Banyu-Biru kamp 10.
Toen wij op het laatste moment door de B.P.M.-Shell uit Borneo werden afgevoerd naar Java, op vrachtwagens door de jungle naar Banjermasin en op een boot van de K.P.M. werden geladen als deklading met onze bedienden en bagage. Ik heb dat schip als een toenmalig zesjarige altijd in mijn herinnering meegedragen, een drie eilanden schip van het type dat toen bekend stond, zwarte romp en wit bovendek.
Ik heb dat schip, waarvan mijn Moeder in die verwarring zelfs de naam niet meer wist, meer dan twintig jaar gezocht; ik weet, of wist, dat het klein was. Na de boeken van Bezemer (zowat 1500 pagina’s) te hebben doorgeworsteld, viel mijn oog op het K.P.M. schip de Janssens, onder gezag van een merkwaardige man en gezagvoerder G.N. Pras. Toevallig begon in dezelfde tijd ook de Australische schrijver “Doug Hurst” met een boek onder de titel “The Fourth Ally” staat daar merkwaardigerwijze de ms. of ss. Janssens op blz. 44 en de afbeelding van het schip (er zijn merkwaardig veel toevalligheden die in mijn leven voorkomen) is nagenoeg het evenbeeld van wat nog in mijn herinneringen staat. En dat is nog niet alles: op dat moment komt opeens ene Gerardus Lemmens uit Engeland via e-mail zich aandienen. Zijn vader blijkt op het moment van de inscheping in Banjermasin, de tweede boordwerktuigkundige te zijn geweest op dat schip. Terwijl zijn moeders naam Lemmens Guetjens G.C., als onze kampgenote van camp tien “Banyu-Biru” onder die van mijn Moeder Lemmens-Finger T.G. staat, in die kamplijst van “Camp 10 Banyu-Biru”. Allemaal ongelooflijk.
Gerard Lemmens, een van drie kinderen is pas na die oorlog geboren. Zijn vader overleefde de oorlog, zijn broer en zus zijn van voor de oorlog. Gerard Lemmens gehuwd met een Schotse vrouw woont nu in Sussex in Engeland.
Wat zo bijzonder is over dit schip, is dat wij buitengaats van Banjermasin en op weg naar Java, door twee Japanse Zero’s werden aangevallen, met onder elke vleugel een bom, dus vier bommen, ik zie ze nu nog hangen, als op mijn netvlies gegrift. Daar gaat de eerste bom, het schip vaart nu op volle kracht, de officieren volgen de baan van de bommen en maken uitwijkingsmanoeuvres. De dekken zitten vol met vrouwen en kinderen waaronder veel baby’s, vele bedienden, waaronder mijn baboe “Sumina” en de barang (bagage) Een beginnende bijna geluidloos geschreeuw gaat op. Het is angstwekkend, schreeuwden ze toch maar echt. De bom komt rakelings langs de bakboordzijde, vlak langs ons heen aan het achterdek. Een geweldige fontein schiet omhoog en stort zich op het dek. Wij spartelen allen schreeuwend op dek tussen de ronddrijvende bagage. Naar mijn herinneringen kwam het water tot mijn heupen. Dit gebeurd in totaal vier keren. Het schip gaat geheel schuin in de bochten, waardoor allen aan dek overal tegen aan en tegen elkaar botsten, een baby spoelt bijna overboord. Het was een verschrikkelijke nachtmerrie, waarvan de beelden mij mijn gehele leven achtervolgd hebben, vooral als ik in mijn tegenwoordige leven de een of ander haai tegen kom (wij zijn namelijk zeezeilers).
Mijn vader in het uniform van reserve sergeant bij het KNIL.
Vier bommen overleven wij op die manier, daarna kwamen die Zero’s weer op ons af en wij wisten het instinctmatig: wij zouden nu mitrailleervuur moeten ondergaan. Maar plotseling braken zij hun aanval af en verdwenen. Oorzaak is een eenzame “Glenn-Martin” van een basis op Noord Java, die om welke reden dan ook, de Japanners op de vlucht deed slaan en wij hadden dit drama overleefd. De Glenn-Martin vloog drie rondjes om het schip, met haar vleugels wiegend als een groet en een gejuich van het schip ontlokte en wij bereikten tenslotte Java.
Na het lezen van veel beschrijvingen, over de verschillende acties, van de dappere “Janssens” uit het boek van de Australische auteur en die de gehele oorlog overleefde, ben ik er 99% zeker van, dat zij de “ms. Janssens” was, die ons naar Java bracht, maar die ene procent zou ik toch nog graag verzekerd zien.
Na mijn korte beschrijving, voor onze mensen, in het ICM-online van Ferry Schwab, met de “Indische Kwestie”, aangaande het incident met Marlies van Zanten Hyllner in 2012, ging ik op vakantie naar Europa Twee van mijn drie kinderen wonen overzees. Ik had mijn artikel aan ICM-online laten lezen, die het prompt publiceerde, eigenlijk zonder daar eerst mijn toestemming voor te vragen, maar “no matter”. Mijn artikel heb ik met de grootste moeite gedurende mijn reizen proberen te volgen.
Doordat ik constant onderweg was, kon ik zonder de medewerking van Ferry Schwab ook geen lid worden, ik ben niet zo’n computerheld en heb ik nooit ooit iets van het kennelijk regelmatige commentaar op mijn artikel kunnen volgen. Dit vond ik zeer spijtig en werd ik daar door ICM en Ferry zelf ook niet verder geholpen. Ik heb nu het contact met ICM en Ferry verloren; ook al omdat zij met hun activiteiten meer op de Nederlandse dan op de buitenlandse Indische bevolking zijn gericht. Pasar Malam dit en Pasar Malam dat, waar wij (van overzee), helaas niet naar toe kunnen gaan. Bovendien wil ik hem verder ook niet met mijn besognes lastigvallen. Mijn reden daarvoor is gewoon, omdat ik samen met mijn familie niet alles alleen maar heb verloren in en van het oude Nederlands-Indië, maar dat wij dankzij mijn vaders hoge functie (de nr. drie in de top bij de B.P.M.-Shell, op Balikpapan Borneo en daarbij Tarakan), ondanks de oorlog nog geweldige investeringen hadden in Engeland en de U.S.A. Tegoeden van de B.P.M. die onder grote woede van de toenmalige Nederlandse Regering, wel al haar mensen het achterstallige salaris en pensioen uitbetaalde. Maar onze investeringen, bezittingen en gelden, zijn ons in Nederland allemaal door toedoen van de Nederlandse Staat ontnomen. De Nederlandse autoriteiten zijn er ook de schuld van geweest, dat ook ons eigen huis of eigenlijk dat van mijn (voogd) grootvader, waar wij notabene in opgegroeid waren, ons ontnomen is. Ons huis is gewoon geconfisceerd en dat 24 uur voor we in Amsterdam als repatrianten aan wal kwamen.
Komt daarbij ook nog eens de Wet tot de HANDELINGSONBEKWAAMHEID VAN DE VROUW (die pas in 1956 gewijzigd werd) EN DAAR OOK NOG EENS BOVEN OP, MIJN MOEDER EN HAAR DUITSE ACHTERGROND, kregen we de zoveelste schop onder ons achterwerk. Daar kwam nog bij dat wij bij de, door Nederland en haar bevolking, ongewilde Indische Nederlanders behoorden. Hoe is dat mogelijk, wat kon er nog meer tegen ons worden ondernomen. Hoe meer konden wij nog vernederd worden. Helaas, alsof dit allemaal nog niet genoeg was, dit was in feiten nog maar het begin van onze ellende, zoals men in deze artikelenserie die ik speciaal voor de NICC Nieuwsbrief heb beschreven, zal ontdekken.
Buitengaats van IJmuiden, kregen wij op de “ms. Slooterdijk van de HAL”, waarmede wij uit Indië arriveerden een telegram van de Amsterdamse Autoriteiten. Ons huis in Amsterdam Centrum werd nu opgeëist voor Nederlanders en wij moesten nu zelf maar voor onze accommodatie zorgen. Er werd ons door deze autoriteiten geen verdere hulp verleend voor het vinden van een andere behuizing.
Ons huis, het ouderlijk huis van mijn Vader, was gedurende de depressie, door mijn Vader, van mijn grootvader gekocht, om hem met zijn kunst schilders zaak, beneden in zijn souterrain te redden van bankroet. Dat was dus vanaf dan ook ons huis, Cornelis Anthoniszstraat nr. 8 in Amsterdam Centrum.
Mijn grootvader, tevens mijn voogd, en de wet handelingsonbekwame vrouwen, toen ook nog benodigd als haar mannelijke familie lid, woonde nog steeds in het souterrain. Het bovenhuis had hij helemaal opgeknapt met parketvloeren en nieuw behang, zodat het voor ons prettig wonen zou zijn. Ook had hij in de buurt naar scholen voor mij geïnformeerd, ik was nog niet naar school geweest en kon nog steeds niet lezen of schrijven, of zelfs tellen. Dat was in oktober 1946 en ik was dus tien jaar oud.
Nogmaals mijn ouders in ons huis in Pladjoe aan de Moesi rivier.
NU KOMT VOOR ONS, ONS DUBBELE ONGELUK.!!!
A.) Van Indië komende waren wij in Nederland niet welkom.
B.) Vanwege de confiscatie van ons huis, verloor ik mijn voogd (groot-vader ) die al in zijn tachtiger jaren was en hij was nog steeds herstellende van de laatste en vreselijke hongerwinter in Amsterdam.
C.) Mijn Moeder was een Duitse en sprak dus met een Duits accent en in Nederland heerste een grote anti Duitse gezindheid en haat. Haar Nederlandse paspoort, was van geen consequentie.
D.) Mijn Moeder was door de wet van de “HANDELINGSONBEKWAAMHEID VAN DE VROUW,” onbevoegd en onmachtig, om voor haar eigen belangen te zorgen, zonder een mannelijke bijstand of familielid. Mijn grootvader niet alleen mij als voogd, was maar ook mijn Moeder ontnomen als inwonend mannelijk familielid, door die actie tegen ons.
E.) Mijn Grootvader was vanwege zijn gezondheid ook behoeftig aan mijn moeders hulp en bijstand; een wederzijds drama.
F.) Mijn moeders familie zag een kans in Duitsland, in de Britse bezettings-zone, mar de mogelijkheid voor ons, om daarheen te vluchten was nihil en er werd niet bemiddeld.
G.) Mijn alarmerende tekort aan educatie werd door deze situatie verzwaard. Er was voor mij geen oplossing en was ik vaak opgesloten en alleen, terwijl mijn Moeder noodgedwongen op stap was.
H.) Mijn moeders, of liever mijn vaders reputatie, was mijn Moeder voorgegaan. Bij de B.P.M.-Shell, was mijn moeder bekend als de “Gouden weduwe Lemmens” Later ook de weduwe van de “JUNIO-MARU”.
I.) Mijn Moeder ging voor hulp naar de B.P.M.-Shell, gesteund voor het voor-oorlogse advies van haar man en mijn Vader, om nooit iemand te vertrouwen en zich alleen bij de B.P.M.-Shell te vervoegen. Ik was daar bij en hoorde die waarschuwing van mijn vader ook In Bandoeng, na de capitulatie.
J.) Mijn Moeder werd naar de B.P.M.-Shell weduwen en wezen afdeling verwezen, waar een een zekere J. den Besten zich onmiddellijk over haar ontfermde en haar omringde, met alle zo welkome attentie, die zij van de Nederlandse autoriteiten moest ontberen. Deze man had in zijn functie natuurlijk inzage in onze papieren, hij liet mijn moeder na die tijd niet meer los en ging de begeleidde haar, totdat hij mijn Moeder binnen het jaar te pakken had, met hemelse beloften, ook jegens mij en met grote vooruitzichten en alle mogelijke attenties. Het was de Heer of liever de “bandiet”, Jannes den Besten gelukt om ons in te palmen. Zijn broer NICOLAAS den Besten, zou in de latere vijftiger en zestiger jaren de Amsterdamsche Bank oplichten voor 60 miljoen gulden met de zogenaamde “SOCRATES AFFAIRE”.
Waar was de verantwoording van de B.P.M.-Shell, in deze situatie voor een gewezen en eens “zeer” belangrijke top-employé’, zijn weduwe en zijn weeskind (hierop geef ik ook een antwoord, verderop in mijn relaas). Helaas, voor mijn Vader, in zijn hoge positie, waren er ook vijanden en die waren nu zelfs machtiger na die oorlog, die door die ons beiden individuen was overleefd. Een was de zoon van een zittend directie lid van de B.P.M.-Shell in het hoofdkantoor, nu zat hij zelf in die directie, ir. Jan Brouwer en de andere, een verrader en collaborateur met de Japanners, die daarmee zijn familie had gered, een dr.ir. in de Archeologie, H.H. Brons, Ab in de omgang. Hij was later in Nederland, de oprichter en directeur van de R.R.P., de Rotterdam Rijn Pijpleiding Maatschappij, een dochteronderneming van de Shell, voor het transport van olieproducten naar Duitsland, die dat werd dankzij zijn vriendje de eerder genoemde directeurszoon, ir. Jan Brouwer. Beide “heren” werden door mijn Vader gecorrigeerd, uit naam en in opdracht van de B.P.M.-Shell, vanwege hun slechte openbare gedragingen en hun onbetaalde rekeningen van voor de oorlog. Voor welke redenen ook hun
aanvraag tot een salarisverhoging was geweigerd.
Het was niet mijn vaders keuze maar het was wel in zijn functie, deze mensen daarvoor te berispen. Wat een ongelukkige omstandigheid, dat ook in dit geval, het wederom de B.P.M.-Shell was, die ons daarmede dupeerde, vooral met de toekomst- mogelijkheden, die deze twee individuen later zouden of konden hebben.
Wij, mijn moeder en ook ik, moesten daar na die oorlog een dubbele prijs voor betalen, was dat nodig, was dat fair. Onze familie was door deze ongelooflijke samenloop van omstandigheden ernstig gedupeerd.
(tot zover het eerste deel van het levensverhaal van Adrian Lemmens, dat hij voor deze NICC Nieuwsbrief schreef).
Reactie Jan De Keten Webmaster ICM.
In het artikel werd Ferry Schwab (ICM) in het negatief daglicht gesteld. Ferry kennende staat voor iedereen klaar van "hoog" tot "laag"; Ik ken hem al lang van uit zijn projecten van zijn bedrijf. Een manager waar velen een voorbeeld aan kunnen nemen - desondanks de grote druk en spanningen, stond hij altijd klaar, en al bel je hem om 2 uur s'nachts uit zijn bed. Ik kan mij niet vinden in het verhaal van Adrian Lemmens, wie publiceert kosteloos een verhaal, en waarom hebben de andere leden uit New Zeeland zoals een Ivo geen problemen gehad! Adrian had drukker met zijn rijzen en moet zich afvragen of hij ook dat over heeft voor andere Indo's, behalve dat zijn eigen verhaal centraal wil plaatsen.
Deze vraag zal Adrian zich zelf moeten stellen het feit dat dit ook bij NICC is gepubiceerd zegt genoeg, lijkt mij een excuusjes wel op zijn plaats. Welke Indo runt 14 jaren een toko als ICM, met ondankbare mensen, sorry het moet er even uit!. Zonder ICM was dit verhaal niet wereldwijd verspreid. Waarom heeft Ivo geen problemen met ICM, is nu al 2 jaren abonnee van ICM, woont ook in New Zeeland.
Jan De Keten Webmaster ICM
8 juli 2013.
Kousbroeks “Het Oostindisch kampsyndroom”.
Besproken door Pjotr.X. Siccama – deel 11
Zo langzamerhand wordt een ieder horendol van de term ‘politiek correct’. Persoonlijk (ik zal mij er nooit mee bezig houden) heb ik de term nooit in mijn vocabulaire opgezocht omdat ze totaal onzinnig is en wel om verschillende redenen. De Amerikaanse Flora Lewis en Kousbroek noemen het al de nieuwe terreur.
Dat de term van origine uit de koker van het 19e-eeuwse Marxisme komt, verbaast me geenszins en dus komt het bij mij al bedenkelijk over, om het nog maar quasi-eufemistisch uit te drukken.
Vandaar dat het woord correct (fatsoen / als beschavingsethos) om onder andere die reden werd voorzien van het woord politiek ervoor te plaatsen, een en ander om een universeel tintje aan te geven.
Wat wij als beschaving beschaafd en fatsoenlijk vinden duiden we bij voorbeeld en heel gewoon aan met het woord correct/juist, correct gedrag, correcte mensen, correctie manieren correct gekleed, enzovoort. Maar de betekenis die aan term werd en wordt gegeven, is zodanig gepolitiseerd dat bijna van een doorsnee civilisatie geen sprake meer is. Kort gezegd de term is door de politiek gegijzeld met de bedoeling ze stategisch en dus politiek ( en ad libitum) in te zetten zonder expiratiedatum.
De terreur van de nieuwe (in)tolerantie volgens Kousbroek, ontwikkelt zich in de VS van Noord Amerika, waar zelfs op meer als 300 universiteiten volgens Fl. Lewis “hun curriculum hadden aangepast door het verwijderen van wat in pc-jargon ‘dead white males’ wordt genoemd.”
Je krijgt kippevel als je dat leest en denkt vervolgens bijna in een nachtmerrie te zijn aanbeland.
Morele ontwikkelingswerk is een juiste simpele term hiervoor. Een andere door mij bedachte term is ook een mogelijkheid: sociaal correct, maar dit lijkt me eigenlijk voor de hand liggend als het om iets veel groters gaat.
Terug naar de in de VS zo gekoesterde cultuurbarbarisme van pc-jargon “dead white males ..” waarin beroemdheden als Von Goethe, Dante, Schiller, Molière, De Cervantes en alle andere geniale schrijvers en kunstenaars (Westerse) niet langer meer mogen worden voorgesteld als superieur aan andere (zwarte en vrouwelijke (!) nog levende schrijvers uit andere werelddelen, want dan kwetst men hen in hun diepste gevoelens. “De waarheid mag geen argument zijn..(.)”) De krankzinnigheid ten top. Ik zie die mensen (waarvoor de term door Westerse mensen is bedacht) al met het hoofd schudden en denken dat de westerse mensen het leven schijnbaar niet meer zien zitten en hiermee hun zelfmoord aankondigen.
De vrijheid van het woord en de intellectuele vrijheden voor een ieder worden hiermee ‘’im Grunde’’ aangetast. Dient de waarheid niet juist en vooral te allen tijde voorop te staan, of zijn we soms in een Amerikaanse virtuele wereld terechtgekomen?
De bronnen van waaruit deze nieuwe intolerantie voortkomt zijn de Amerikaanse feministische bewegingen en anti racistische groepen, dit even ter oriëntatie.
Stellen we eens voor dat het omgekeerd het geval zou zijn: “Azië en sommige delen van de wereld hebben besloten de Aziatische dode schrijvers (er zijn er veel van beroemd niet te vergeten) niet meer als superieur voor te stellen aan de westerse, etc.” Dit klinkt dan net zo krankzinnig. In beide gevallen discriminerend. De lieden in de Noord Amerikaanse Republieken hebben geen enkel besef dat die Westerse (Europese en alle andere) geniale kunstenaars/wijsgeren/wetenschappers waarnaar wordt verwezen, de mens in al zijn verscheidenheid en dus de universaliteit wilden en willen verheffen en tonen.
Waar wil men heen met deze in de VS bedachte bespottelijkheid term in het onderwijs in die Republieken?
De Amerikaanse onderwijsinstellingen moeten zich maar eens goed beseffen (evalueren voor hen betekent eenvoudig tijdverspilling en dus vergeefse moeite) dat ze dat Europese cultuurerfdeel niet verdiend hebben om het vervolgens de prullemand in te gooien. Het is per slot geen Amerikaans relationele verbintenis waar alles en altijd wat ontbreekt of aan mis is.
Maar voor mij betekent deze hocus pocus uit de VS niets anders dan morele ontwikkelingshulp (voor andere delen van de wereld en niet alleen bedoeld voor de Derde Wereld). Het valt ons telkens weer op dat alles wat ordinair (en vulgair) modieus werd en wordt gelanceerd, uit de VS komt.
Het feit dat de onderwijsinstellingen in de VS voor deze nonsens ontvankelijk blijken, is een teken aan de wand. Wanneer er in het (nu in- c.q. doorgevoerde) curriculum op onaanvaardbare manier wordt omgegaan met het westerse cultuurerfgoed, dat op natuurlijke wijze ontwikkeld en verworven is, door deze te grabbel te gooien, is de VS niet waard erfgenaam te worden genoemd van de Westerse beschaving. Zij die deze grote onzin op die instellingen geïntroduceerd hebben, hebben al helemaal geen besef van enig fundamenteel inzicht, getuige de ontkenning ervan – of laten we wat toegeeflijker zijn: de gelijkstelling tot anderen. Het is per slot ook een vorm van correctheid en fatsoen. Dit wijst op moedwillige ondermijning van alle westerse ethische waarden. Is dát wat die onverantwoordelijken in de VS uiteindelijk willen?
Geëvolueerd? – Waren de oude Antieke Wetten uit Sparta in Griekenland niet als blauwdruk gebruikt voor de Amerikaanse Grondwet? Wat wisten die cowboys uit de voormalige Britse kolonie van grondrechten en grondwetten; daarvoor moesten ze immers te rade gaan bij het oude Europa om hun komende rechten te verzekeren en nu pretenderen iets fenomenaals bedacht te hebben en dat de Wereld op te gaan leggen? Waar halen de Amerikanen de brutaliteit vandaan!
Het doel, zoals dit in het begin, aldus door Flora Lewis beschreven, dient namelijk geen doel en is derhalve van nul en generlei waarde.
De Amerikaanse Flora Lewis neemt terecht stelling tegen deze vorm van intolerante cultuurterreur; citaat: “Ogenschijnlijk heeft pc het doel minderheden te beschermen (…..), maar in de praktijk vernietigt het het vrije woord, de intellectuele maatstaven en ethisch uitgangspunten waarop de westerse democratie (een andere is er tot dusver niet) is gebaseerd.’’einde citaat.
Welnu, hierna moeten de onderwijsinstellingen die nog in die p.c. term geloven, maar eens goed tot zich laten doordringen, wat en hoe nu de (beschaafde) opvoeding van hun kinderen tot stand dient te worden gebracht (geformuleerd en uitgevoerd zoals wij gewoon zijn te doen) en geregeld! (mijn cursivering).
In dit deel zal ik Kousbroek veel citeren omdat hij in dit grote werk de Indische Gemeenschap compromisloos ervan langs geeft wat direct te maken heeft met de hiervoor door mij aangehaalde en beschreven term ‘correctheid’ (modieus jargon: ‘politiek correct’) naar de ontstane nieuwe waanzin van intolerantie in de VS.
Tijdens het lezen in zijn werk voel je zijn irritatie (in sommige situaties groot), geschokt te zijn, en ook de woede niet te vergeten.
Het bezoek van een Japanse premier (Kaifu) aan Nederland bijvoorbeeld om te beginnen was zo’n moment waar het overgrote deel (ik moet op mijn quivive zijn anders trap ik sommigen misschien op de ziel) het met dat bezoek, op z’n zachtst gezegd niet eens was. De Japanse premier kwam hier officieel om “oprecht berouw” te tonen tegenover de slachtoffers. (mandaat van de Japanse regering).
Volgens Kousbroek was dit niet de eerste keer van het ‘berouw’ van Japan, maar vervolgde hij: “..dat zal dan weer kwetsend zijn daaraan te herinneren..”. Kortom zei Kousbroek dat bijna alles wat herinnert aan het slachtofferschap, Japan, de Japanners, herdenking etc. etc. al kwetsend is. Maar waarom toch dat bijna masochistisch gevoel van slachtoffer zijn?
In ieder geval verbaasde Kousbroek zich over het feit waarom de krans zo nodig in het water moest worden gegooid. Het was toch immers niet nodig. En als je de Indische Nederlander kent, was dit niet bepaald een teken van (ingehouden: we laten ons toch niet kennen door zoiets ordinairs te doen) correctheid. De Indo’s staan immers bekend als mensen met verfijnde manieren? Nog afgezien van de goede manieren, blijft het feit van de rancune (wat bij sommigen groot en op de rand van racisme balanceert?). Die is er (en gaat ook nooit meer weg is mijn vrees) tegenover alles wat met de Jap of Japan te maken heeft. Er is niets wat de Japanner in hun ogen nog goed kan doen en wat niet direct wordt afgewezen (Kousbroek). Wat mij persoonlijk betreft (ook ik behoor tot die Indische Gemeenschap), had ik direct uit mijn omgeving gehoord - en mijn deel uit die tijd ervaren - over de beestachtigheid van de oorlog en de Jappanners. Ook ik werd min of meer “geslachtofferd” om het een beetje plastisch uit te drukken, maar wel met de premisse (o.a. in de opvoeding) van het weglaten van het vooroordeel wanneer het om mensen ging. Ook ik had mijn gegronde twijfels over alles en nog wat. En dan die wraak die ik toen als kind om me heen hoorde, en zag hoe haat zich tot groteske vormen kan ontwikkelen en erger nog waartoe die in staat was en is.
De mensen die de WO II met de Jappan hebben meegemaakt, zijn onverzoenlijk en zijn uitermate rancuneus, dat is zeker. Onbespreekbaar blijkt ook dat verleden, dat met het slachtofferschap, de Jap en Japan te maken heeft, waarbij Kousbroek met een paar voorbeelden komt, waarvoor ik me schaam.
Kousbroek geeft enkele voorbeelden van sommige uit de Indische gemeenschap.
Ten eerste haalde hij een zekere mevrouw Ferguson aan die vertelde dat Jappenkampen ook vernietigingskampen zouden zijn: “alleen, het ging er veel langzamer.”
“Het is ernstig dat veel mensen niet meer weten wat de Holocaust inhield,” schrijft hij.
Het vergelijk is werkelijk absurd en refereert aan dezelfde houding van Japan met het altaar voor Auswitsch dat in het ‘Vredesmuseum’ is gebouwd.
Dan herinnert Kousbroek zich de heer Scheepers van het bestuur van de stichting Japanse Ereschulden, die met zijn uitspraak: “..Je moet de Jappen kennen om te weten wat er achter hun glimlach zit die er zo vriendelijk uitziet”, zichzelf niet bepaald een kenner kan noemen van de Japanse Cultuur. Kousbroek: “Ik durf er mijn hand voor in het vuur te steken dat de heer Scheepers over de cultuur en de geschiedenis van Japan nooit een letter heeft gelezen..(..) Het zijn stereotyperingen van Aziaten die gangbaar waren direct na de oorlog”.
Een ander lid van de Indische gemeenschap een zekere mevrouw Spoor-Dijkema die na 50 jaar nog verkondigde dat er geen goede Jappanners bestaan, (VN.1991).
Deze uitspraken uit de Indische gemeenschap zijn in en in triest, bedroevend en teleurstellend.
De redactie van de Volkskrant (1991) had schijnbaar in een moment van verstandsverbijstering(?)het geschrift van een zekere heer Korzec geplaatst, die (in een column) ongevraagd commentaar gaf over de, zoals hij het noemde “gedisproportioneerde” aanspraken van de Stichting Japanse Ereschulden.
Hoezo gedisproportioneert? Waar haalt mijnheer Korzec die wetenschap vandaan dat te beweren en zich dat aan te matigen? Stoken en modder over een gemeenschap uitstorten die hij helemaal niet kent; is hij een geïnterneerde uit WO II of een ander oorlogsslachtoffer? Voor zover iedereen weet niets van dat al. Maar het kwaad is al geschied en de destructie is alom verspreid. Het doet er nu ook niet meer toe omdat hij kennelijk de bedoeling had mensen voor de schenen te schoppen en daarmee ook te beledigen. Of draagt deze wijsneuzige meneer nog latente en onbegrepen ressentimenten met zich mee, al zeulend, onder een merkwaardig soort jaloezie waarvan hij zelf oorsprong en oorzaak niet meer weet (als oorspronkelijke niet-westerse Europeaan)? Hier in West Europa voor vol te worden aangezien, moet je toch wel driftig om je heen slaan en zeuren over zaken waar je immers geen ene notie van hebt? Een buitenstaander heeft doorgaans altijd de grootste mond omdat hij zelf betrokken noch verantwoordelijk voelt. Ik gun als sociaal mens en rechtgeaard vrije democraat van nature een ieder zijn mening en de vrijheid een mening te verkondigen zoals men wil, maar hier is geen sprake van een mening: het is een onvervalst oordeel. Dat deze man door Kousbroek is aangehaald met betrekking tot de claims van de Stichting Japanse Ereschulden wil niets zeggen over de kwaliteit van zijn geschrift of denkbeeld, laat staan over de man zelf. Ik raad de man dan ook aan zich eerst te verdiepen in de Indisch/Nederlandse geschiedenis, talloze rapporten en vooral de NIOD rapporten te lezen voordat hij zich waagt aan enig oordeel.
Indien dit toch gebeurt, zal hij mij (en zeker anderen) op zijn pad vinden.
Heel anders is het van de burger/geïnterneerden en anderen die aanspraken maken op een materiele genoegdoening die overeenkomt met andere claims van oorlogsslachtoffers die volstrekt niet bepaald gedisproportioneert is, om dat woord nog maar eens te gebruiken.
Het is mij onbegrijpelijk van Kousbroek dat hij uit de column van Korzec alleen het woordgedisproportioneert eruit heeft gepikt. Over het waarom, krijgen we het volgende te lezen:
Kousbroek: “De overlevenden van de Duitse kampen kregen Wiedergutmachung dat willen de Indische geinterrneerden ook, maar ze willen meer. Ze willen twintig keer zoveel.”
Nu maakt Kousbroek (zelf geïnterneerd, gooit, om het nog erger te lijken, net als Korzec, een knuppel in het hoenderhok, louter om te JENNEN) een behoorlijke fout met de hiervoor genoemde misplaatste en ridicule opmerking. Ik vind dit zo teleurstellend en bijzonder gemeen van de man om een groep mensen (waar hij, naar hij zegt zelf toe behoort) neer te zetten als lamenterende klagers. Kousbroek weet drommels goed dat dit onwaar en buiten de werkelijkheid is! Ze willen helemaal niet MEER, ze willen volledige genoegdoening (hetgeen nog niet is gebeurd) wat hen recht doet en rechtens toekomt, nu in materiële zin die gelijk is aan andere oorlogsslachtoffers. Dat is heel wat anders.Wat kan die man toch zeuren om iets waar hij, naar hij zelf zegt veel moeite heeft over het onrecht zelf dat in dit land met voeten wordt getreden. Onbegrijpelijk.
Bij onze Europese buren gebeurde de compensaties (voor hún kolonieën) toch vloeiender en beschaafder en vraag men zich af of het de Nederlandse regering historisch nog niet duidelijk genoeg is dat de buurlanden Frankrijk, Engeland hun voormalige koloniën (nog afgezien van de VS) en zelfs het straatarme Portugal hun slachtoffers volledig hadden gecompenseerd? De Internationale schande die Nederland hiermee op zich laadt, is buitengewoon groot wanneer dit langer blijft duren. Alles staat in de NIOD-rapporten, wat waar en hoe de Nederlandse regering moet handelen.
Nederland wordt nu Internationaal constant in de gaten gehouden (‘’gemonitored’’zoals dat hedentendage heet) nu deze kwestie speelt en dus actueel is, om te weten op welke manier en vooral waarmee de Nederlandse Staat tot een voor de Indische gemeenschap bevredigende oplossing zal aankomen zetten.
Er gaan in mijn directe omgeving al stemmen op om Europese (juridische) sancties op te leggen aan hen die verantwoordelijk zijn voor het onrecht aangedaan aan een gemeenschap; die zijn, zo ik heb vernomen in voorbereiding voor het geval de Indische Kwestie niet snel wordt opgelost.
Om alles in juiste verhoudingen te zien schrijft Kousbroek vervolgens dat Duitsland aan de Joodse slachtoffers (per hoofd) ca. fl. 2000 had betaald. Ziedaar de grote berekeningsfout van Kousbroek. Zoals we weten uit de gegevens werd per hoofd aan de Joodse gemeenschap meer dan fl. 40 duizend uitbetaald, evenals de Roma/Sinti-gemeenschap overigens. Ziedaar, zij werden geheel gecompenseerd. Kousbroek was dus weer niet goed geïnformeerd over de hoogte(s) van de respectievelijke vergoedingen/compensaties aan Europese slachtoffers. Waar haalt hij die compleet foute informatie toch vandaan? Ik neem hem dit zeer kwalijk. Hier lijkt iemand flink met cijfers te goochelen en een dom spelletje te spelen, kijken of een gek er misschien in trapt. Het bedrag is exact de hoogte dat overeenkomt met de claim van de Indische gemeenschap (20 x fl. 2000 weet u nog?) (de burger/geïnterneerden e.a.). Dat is volstrekt helder en legitiem. Sterker nog, de Indische gemeenschap heeft in haar aanspraken zelfs de geldontwaarding, langer dan 60 jaar nog niet eens in het bedrag verdisconteerd. – Een bedrag van € 35 duizend is daarom zelfs heel redelijk. (zij het altijd nog te schamel bij nader inzien moet ik erbij zeggen, zowel letterlijk als figuurlijk)
Nu komt de vraag weer op: waar komt die agitatie van Kousbroek vandaan om uitgerekend dit punt te berde te brengen? En dan: waar maakt hij zich zo verdomd druk om deze zaak waar hij persoonlijk geen enkel belang bij heeft, maar wel anderen onnodig tegen de schenen schopt? Ook dit reken ik hem bijzonder aan. Dat hij persoonlijk zelf de materiele genoegdoening niet nodig heeft, is zijn zaak en keuze maar dat hij op de stoel van een ambtenaar gaat zitten om zijn onredelijke betoog publiekelijk te spuien is werkelijk nietcomme il faut.
Laten we eerlijk zijn en niet doen alsof het bedrag zo hoog en onoverkomelijk is.
En dan de onheuse behandeling en onrechtvaardigheid in deze kwestie die meer dan 65 jaar heeft geduurd. Het is nu de allerhoogste tijd om hier komaf te maken en een definitieve streep te zetten onder deze (voor een ieder) pijnlijke Indische kwestie.
Kousbroek gaf zelf toe (waar komt opeens die ambivalentie van hem vandaan?) dat de Nederlandse Staat (al die regeringen na de WO II, de KVP onder leiding van Romme (het was de man die de (vermaledijde) “fokpremie” heeft ingevoerd, waar hij de sociale bijverschijnselen van die wet op de koop toe nam) voorop met zijn uitspraak: “.. we zijn hun niets verschuldigd..(.)” was onvoorstelbaar stupide en grievend) zo verdomd laks was en nog is, bovendien krenterig en geborneerd wanneer het om aanspraken en in het algemeen over gelijkstelling gaat.
De Nederlandse Staat had al lang de tijd gehad om komaf te maken met de Indische Gemeenschap en ze in hun aanspraken volledig tegemoet te komen. In de 6-er en 70-er jaren had de Indische Gemeenschap toen hard en met de vuisten op tafel moeten slaan; maar ze waren hiervoor te beschaafd (“overbeschaafd”, schreef Blokker –scheen geen visitekaartje te zijn PS).
En juist die houding tekent en kenmerkt het lot van mensen die dachten dat de ander uit hetzelfde hout was gesneden. Het is met die bescheidenheid nu geheel afgelopen, de messen geslepen en de barricades opgesteld.
Per slot zijn de NIOD-rapporten niet voor niets opgesteld waarin de aanspraken van de Indische gemeenschap zijn neergelegd en bevestigd. Waar moeten ze nog op wachten? Tot ze allen dood zijn? Er is immers geen enkele belemmering om de aanspraken nu uit te voeren; en ondertussen worden weer miljarden euro’s de wereld in geslingerd (i.p.v. recht(en) en democratie te exporteren) voor al die ontwikkelingsprojecten (waar een handvol uitvoerders het meeste profijt van trekken en dat uit gemeenschapsgeld), tegen ongelijke verdeling en onrecht in de Wereld, maar eigen burgers ondertussen hun rechten ontnemen en volstrekt negeren? De woorden van Kafka zijn hier vlees geworden.
Indische NIOD Rapporten Stille tocht 2012 Den Haag – de stoet naar plein 1813.
Wordt vervolgd
|
D66 eist de behandeling van de onderzoeksrapporten de Tweede Kamer!
D66 wil dat de onderzoeksrapporten van het NIOD: “Indische rekening” (2005) en “Sporen van Vernieling” (2006) behandeld worden in de Tweede Kamer. Dit laat een beleidsmedewerker van de Tweede Kamerfractie van D66 op 25 maart 2013 weten. Ook de PVV, SP, Groen Links en SGP vinden dat beide rapporten door de Kamer worden behandeld.
Tijdens het eerste Kabinet Rutte vroeg de partij via de motie Dijkstra reeds aan de regering om een Commissie van Wijzen aan te stellen om naar aanleiding van de twee rapporten een finaal oordeel zou moeten vellen over
D66 Tweede Kamerlid Pia Dijkstra
de manier waarop de Nederlandse Staat het rechtsherstel van de Indische gemeenschap in Nederland vorm zou moeten geven.
Deze motie haalde toen net geen meerderheid omdat beide regeringspartijen VVD en CDA, samen met de gedoogpartij PVV tegen stemden. D66 laat expliciet weten dat deze partij nog steeds achter deze motie staat.
Volgens PVV Kamerlid Fleur Agema stemde haar partij destijds tegen de motie, omdat de Kamer zichzelf anders buitenspel zou hebben gezet. Met gedoogsteun zou het toen niets van doen hebben gehad. Het instellen van een Commissie van Wijzen komt volgens haar pas aan de orde, als de Tweede Kamer er niet uitkomt.
PVV Kamerlid Fleur Agema zal de Indische Kwestie in de Tweede Kamer inbrengen middels een motie. Op Twitter liet zij weten de Indische Kwestie aangrijpend te vinden en verbaasd te zijn dat de Tweede Kamer nog nooit “het fatsoen heeft gehad
PVV Tweede Kamerlid Fleur Agema
een debat te houden over de miljoenen kostende NIOD rapporten”. De inhoud van de motie is in overleg met het Indisch Platform vastgesteld.
Groen Links wil dat er erkenning, rechtsherstel en compensatie komt voor alle oorlogsgetroffenen uit Nederlands-Indië. De partij wil eveneens dat de Nederlandse dienst-weigeraars uit de periode 1945-1950 eerherstel en compensatie krijgen. Volgens Groen Links heeft de compensatie in de vorm van “Het Gebaar” uit het begin van deze eeuw “weinig van doen gehad met een schadeloosstelling en meer met een algemene vorm van smartengeld”. De Partij noemt Het Gebaar (een eenmalige uitkering van € 1822 per persoon) “niet voldoende en onvolledig”. Groen Links wil dat “De Indische Kwestie” op een zorgvuldige en integere manier wordt afgesloten. In Nederland is voor veel groeperingen een compensatie gegeven, maar bij de Indische gemeenschap heerst nog steeds het gevoel dat er voor hen nog geen finale kwijting is geweest, aldus de woordvoerder. Een gedegen behandeling van de twee NIOD rapporten en de daarin gestelde bevindingen, alsmede een onderzoek naar het Nederlandse geweld in de na-oorlogse jaren 1945-1950 in Indonesië, behoren volgens de partij bij het “zorgvuldig en integer afsluiten” van “De Indische Kwestie”. Daarom steunt de partij tevens het KITLV, NIMH en het NIOD in hun streven naar een gedegen onderzoek naar het geweld vlak na de Tweede Wereldoorlog.
_______________________________
Eindelijk komt er beweging in de politieke molen. Op 21 maart 2013 is het volgende punt geagendeerd: “Onderzoeksrapporten Indische Rekening en Sporen van Vernieling. Zaak: procedurevergadering punt rondvraag – Tweede Kamerlid M Agema, PVV. Onderzoeksrapporten ”Indische Rekening” en “Sporen van Vernieling” – 2013Z05674”.
Op de website van de Tweede Kamer in de besluitenlijst is onder dit agendapunt (nr. 39) opgenomen dat: Besluit: Staatssecretaris verzoeken om vóór het meireces een reactie te geven op de NIOD onderzoeksrapporten. Besluit: Na het meireces zal een algemeen overleg gevoerd worden, waarvoor 2,5 uur is uitgetrokken. Vol vertrouwen gaat de delegatie van Het Indisch Platform door met de voorbereidingen voor de volgende onderhandelingen met de Vaste Kamercommissie van VWS.
|
|
|
|
|
Handelsbetrekkingen tussen Nederland - Indonesië.
ICM is benaderd om een initiatief in commissie te starten ter bevorderingen van de handelsbetrekkingen tussen Nederland en Indonesië. 67 jaren hebben bepaalde groeperingen die zich wisten te nestelen in de Tweede Kamer om steevast die blokkades te leggen als het om de banden met rep. Indonesië gaat; enkele voorbeelden van deze bemoeinissen o.a. dat altijd amok in de Kamer wordt gemaakt als de president van de rep. Indonesië naar Nederland komt. Tegen diezelfde achtergrond de Garuda regelmatig met de presidenten in Duitsland neerstrijken waar daar geen 1 woord wordt gerept in het parlement in Duitsland. Of de weigering van de Leopard Tanks, en in tegenstelling tot Duitsland die er geen gras over liet groeien en de week daarop The deal beklonk. Of een bezoekje in Singapore en Jakarta op geen 30 minuten wordt overgeslagen. Vervolgens gaan Nederland zogenaamd op knieën en stuurt een klerk in de persoon van Timmerman in plaats van Koning Beatrix als symbool / merk van Nederland, weer moet Indonesië die vernedering incasseren. Gelijktijdig werd Timmermans vol wantrouwen in het parlement ontvangen. Tot slot noemt Willem Alexander The Carabian, maar oud-kolonie Indonesië niet waar Nederland haar rijkdommen heeft mogen verkrijgen.
Deze houding is toe te schrijven aan een groepering met slechts 1 doel eliminatie van de handelsbetrekkingen tussen Nederland en de rep. Indonesië als oud kolonie (tegensteling tot andere eurolanden), met gevolg vele Nederlandse ondernemingen vinden hiervan alleen hinder, zie huidige voorbeeld van Jakarta Masterplan die jaren heeft moeten duren.
Het initiatief zal worden gesteund door eerst het opstarten van een commissie, die door de aangever zal worden geïnitieerd, die nu wenst anoniem te blijven waarin oud - ministers worden gevraagd deze verder te initiëren die o.a. die groeperingen probeert te elimineren, en constructief bouwt aan relatie waar alleen onze boegbeelden Maxima en Willem Alexander die belangrijke rol zullen gaan vervullen, en weer niet die fout maakt om een klerk als Mark Rutte (clown) te sturen. De tijd is er nu rijp voor in de tanende economische voortdurend recessie van Nederland.
Redactie ICM
21/4-2013
1995 had Koningin Beatrix de intentie namens Nederland Rep. Indonesië excuusjes aan te bieden.
Nu Pronk na vijftig jaren zijn lidmaatschap opzegt komt er heel wat modder naar boven binnen PvdA. Destijds Pronk ook niet kon laten met zijn bezoek aan Indonesië om oud president Soeharto het geweld van de Indonesische militairen op Oost -Timor onder zijn neus te wrijven. Tegelijkertijd met veel zweet de herstelde ontwikkelingsrelatie tussen Nederland en Indonesië direct werd verbroken. Jarenlang bleef de relatie tussen Nederland en de oud-kolonie bekoeld, en eigenlijk is het tot anno 2013 nooit goedgekomen, desondanks Indonesie keer op keer handreikingen doet, die steeds werden genegeerd.
Zelfs het staatsboek in 1995 van toenmalige Koningin Beatrix liep stroef en daardoor gespannen. Als klap op de vuurpijl klapte diezelfde Ponk uit de schoolbanken. De Koningin had graag bij die gelegenheid dat namens Nederland haar excuusjes wilde aanbieden aan de republiek Indonesië. In adem zei Pronk jaren later:" Kok had dit geblokkeerd".
Nu Pronk opstapt, komt eindelijk de ontknoping wie of nog concreter; welke partij de veroorzaker is die ruim 60 jaren de betrekkingen tussen Nederland - Indonesië hebben geblokkeerd; namelijk de PvdA. Ook anno 2013 wordt er in Tweede Kamer constant amok gemaakt als maar het woord "Indonesië" valt. Of presidenten worden geboycot als die naar Nederland willen gaan. Dit in tegenstelling tot onze buur Duitsland waar de presidenten van Indonesië in - en uit vliegen zonder dat daar amok wordt gemaakt in het parlement.
Nog vrij recent liepen de betrekkingen weer een deuk op.
In plaats van toenmalige Koningin Beatrix te sturen voor een staatsbezoek om namens Nederland haar excuusjes te sturen werd een klerk Timmermans gestuurd. Bij terugkomst werd dit vol wantrouwen door de Tweede Kamer ontvangen. Dit naast de president van Indonesië weer werd beledigd. Voor excuusjes stuur je de Koningin, in dit geval Willem Alexander en Maxima.
Nu is ook duidelijk dat deze blokkering via Pronk, Kok ....... ofwel de hele PvdA komen.
De PvdA moet beseffen dat Nederland economisch aan de grond zit. Daar in Indonesië liggen de economische mogelijkheden om onze export te laten expanderen. Vele landen, projectontwikkelaars, en investeerders hebben zich ingeschreven voor het Indonesisch Economisch Master plan dat in 2009 werd gepubliceerd. Allen al het Jakarta baru master plan omvat ruim 630 miljard. Dit houdt in werk voor de bouwsector, industrie, watermanagement en ingenieursbureaus kunnen daar werken tot 2023. Duitsland , onze buur, die na de Leopard tanks, participeert in bepaalde zaken van de masterplannen tot 2023. Nederland is nergens te bekennen.
Vele Nederlandse ondernemingen hebben zich ingeschreven hiervoor en dingen mee vanaf 2009, en ondervinden zeer veel last van Pronk en PvdA handelswijze die constant er doorheen fietsen.
Wanneer wordt de Tweede Kamer wakker, en stuur mogen nog Willem Alexander en Maxima;
Indonesië doet alleen handreikingen!
Moeder Britse vice-premier Nick Clegg in Jappenkamp
Ook de moeder van de Britse vice-premier Nick Clegg heeft in Indië in een Jappenkamp gezeten en is daar ternauwernood aan de hongerdood ontsnapt. De nu 74 jarige Hermance Clegg was slechts zes jaar oud toen ze in het kamp terechtkwam. Ze was de dochter van de Nederlander Herman van den Wall Bake, werknemer bij een Nederlands oliebedrijf en diens vrouw Louise.
Het sterk overbevolkte Kamp Tjideng
Toen in 1942 het gezin werd opgepakt, verdween de vader achter het prikkeldraad van het Glodok krijgsgevangenenkamp en moeder Louise en haar drie dochters gingen naar een ander interneringskamp. Hermance herinnert zich nog goed dat ze als zesjarige moest buigen voor iedere Japanner en de afranselingen en martelingen meemaakte als iemand te diep of niet diep genoeg boog. Een vergrijp waarvoor geregeld de gehele groep gevangenen werd gestraft. In augustus 1943 werden moeder en de drie dochters overgeplaatst naar het beruchte kamp Tjideng, de zogenaamde “Hel op Aarde”. Er waren toen in Tjideng ongeveer 2500 gevangenen, maar dat aantal zwol in twee jaar aan tot 14.350 geïnterneerden. Ze herinnert zich dat de kampcommandant, Kapitein Kenichi Sonei, een gevaarlijke gek, de gevangenen dwing om bij nacht en ontij op appel te komen en dan vrouwen en kinderen urenlang liet staan. Sonei werd na de oorlog veroordeeld door een krijgsraad en geëxecuteerd.
Moeder Hermance met Nick Clegg eind 1967 (foto: Daily Mail)
Honger was een dagelijks onderdeel van het leven en Hermance weet nog dat haar moeder een gegeven moment niet meer dan een 35 kg woog. Zelfs zo, dat ze op een dag geen vast voedsel meer kon verdragen. Iedere hap die ze doorslikte, wam er met vrijwel dezelfde snelheid weer uit.
De Britse premier David Cameron met rechts vice-premier Nick Clegg (foto: Daily Mail)
Alleen wat vloeibaar voedsel, een soort soep, bleef erin. Ze was zo vermagerd, dat toen ze na de bevrijding oog in oog kwam te staan met haar man Herman, deze haar niet herkende en per ongeluk een vrouw omhelsde die op haar leek.
In 1946 keerde het gezin terug naar Nederland, waar Hermance te lijden had onder anemie en Onverklaarbare koortsaanvallen. Toen ze in 1957 in de leeftijd van 19 jaar, het Engelse Cambridge bezocht, ontmoette ze de student Nicholas Clegg, waar ze later mee trouwde. Uit dat huwelijk is op 7 januari 1967 de huidige vice-premier Nick Clegg geboren. Hermance Clegg werd lerares aan een school voor dyslectische kinderen. Ze vertelde dat ze 12 jaar geleden op de website van Kamp Tjideng is gaan speuren, samen met haar man en daarbij werd ze overweldigd door emoties. Ze verklaarde: “Ik stond als aan de grond
genageld en mijn ervaringen kwamen in alle hevigheid weer boven. Ik werd doodsbang en heb uren gehuild ”.
Leuk om te vermelden is, dat Nick Clegg naast het Engels, vrijwel vloeiend Nederlands spreekt.
Pasar Malam Selamat Datang in Holland - boek verkrijgbaar bij Amazon met vertaalde Nederlandse artikelen - Engels
Mary Bruckel-Beiten an ordinary person, a wife, a mother and grandmother. In this book the reader is introduced by her daughter in law Geraldine Bruckel-Lang, with many illustrations of Indonesia and of Mary's pioneering spirit. The reader is shown how it was in the days Mary lived in her birth land Indonesia and also during the Japanese occupation of the land. Mary and her 2 sons and many fellow country men and women were imprisoned.
Mary kept a sketched dairy of that time and kept it hidden in a dirty laundry basket. She would be severely punished if it would have been found out. The people like Mary are called Indisch or Indo. Those people got their origin in the days the Netherlands colonized the Indies and are of mixed blood with "all nations of the world, mostly Dutch/Indonesian born with a Dutch nationality on "Indisch" land now Indonesia.
They are like a "lost nation" and ended up in the Netherlands, driven out of their birth land because Indonesia became independent and they lost everything of their hopes and life's inheritances. This was a sad event for the Indisch people. But were glad that their fatherland Holland waited with open arms. But the Dutch had to get used to the new comers in the Netherlands,for they had to start all over again themselves after the second World War. After arrival in the Netherlands Mary found it her duty to make sure her people now settled in the Netherlands and they would have courage to go on. In those integration years of the 1940's Mary went many times from village to village to introduce the Indisch culture to the Dutch and started her tours in the rural farm area for housewives as well as men.
She wrote many cookbooks to introduce the Dutch to cook the oriental Indonesian foods themselves with their own ingredients. This went so well, today there are hundreds of Indonesian restaurants and outlets for Indonesian gatherings. These foods are now well loved by the native Dutch. Mary started to have Fancy Fairs in the late 1950's, the Indisch people were so delighted and commented to her, it feels like the olden times Pasar Malam (name originated in Indonesia meaning market) The Indisch called it like "Tempo Doeloe" She instigated to organize an Arts group the Indisch Arts Culture centre Tong Tong. And suggested a Pasar Malam like in the Tempo Doeloe time. Nobody had money in those days after the war.
But Mary and her family put all their little savings on the table..And so, she organized and founded the first post colonial Pasar Malam in 1958 in the Hague. The yearly pasar malam events she continued 8 more years. She was called "Mother of the Pasar Malams in the Netherlands" by the arts group Tong Tong. And after all Mary has done for the Dutch Indisch, today it is falsely documented in the Dutch archives Ned.Indisch history at the City of the Hague and incorrectly documented at Wikipidia, that one of Mary's co-worker Tjalie Robinson did it all. This is not olny unfair but a false honor nomination.
A false history is no history, but in this case a discrimination towards a woman. And a pity for us Indisch to know something is kept untrue for corrupted reasons. We are not like that, the Indisch people in general are honest and happy,love seeking, and always looking out for people to help.
All proof of original copy's of Mary's pioneering work is documented in this book.
--------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------
Met dank aan onze ICM vertalers!
--------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------
Je hoort in deze tijd regelmatig praten over "wij zijn gerepat". Dat zijn dan luitjes die enige tijd in een ander land hebben gewoond en gewerkt en dan weer terugkeren naar het land waar zij geboren en opgegroeid zijn. "Gerepat"wil eigenlijk zeggen "gerepatrieerd". En dat betekent letterlijk de terugkeer in Patria, in het vaderland Nederland.
Voor de Indische Nederlanders was het echter een totaal andere situatie. Voor de meesten was Nederland weliswaar officieel hun vaderland maar de meesten waren daar nog nooit geweest. Waren er niet geboren en zijn er niet opgegroeid. Dat vaderland kenden ze alleen uit verhalen, plaatjes en boeken, maar vooral door het onderwijs op school met de daarbij behorende schoolplaten.
In de jaren na de tweede wereldoorlog en de capitulatie van Japan werd de repatriering van ruim 279.000 personen vanuit Nederlands Indie veroorzaakt door het verlies aan werk, een zeer vijandige sfeer en slechter wordende economische omstandigheden. Deze groep van zogenaamden repatrianten bestond uit zowel blanke Nederlanders (totoks) als mensen van gemengde afkomst of Indo's. Die terugkeer of vertrek naar Patria is niet iets wat mensen zomaar is overkomen, maar........een groot deel van de Indo's wilde eigenlijk niet gaan. Zij hadden de overtuiging in Indonesie gewoon thuis te horen. Maar helaas werd het hen erg moeilijk gemaakt en de onzekerheden waren te groot. Velen moesten daarom afscheid nemen van vrienden, buren en zelfs achterblijvende familie. Het uitroepen van de Republiek Indonesia en de snelle desintegratie van de Nederlandse aanwezigheid kwam erg abrupt en snel. Na de oorlog was de Europese gemeenschap verrast door de houding van de Indonesiers en Soekarno wordt wel als een kwade geest bestempeld omdat hij een eind maakte aan hun zekerheden, leidend tot een vernederend en pijnlijk vertrek naar Nederland.
De lieden die in 1949 en 1950 hadden geopteerd voor de Indonesische nationaliteit, maar er later spijt van kregen wilden ook alsnog het Nederlanderschap. Zij konden op dat moment alleen maar rekenen op een min of meer onwelwillende Nederlandse overheid. Die zagen de bui al hangen met een massale toeloop naar Nederland dat toch al een woningtekort had en nog druk bezig was met de eigen wederopbouw door onder andere een sober economisch beleid. Toen het echter duidelijk werd dat men deze landgenoten niet in de steek kon laten werd massaal het alsnog toegang krijgen tot het Nederlanderschap gegund.
Na de repatriering volgde de inburgering of liever de assimilatie zoals men toen zei in Nederland. De Nederlandse overheid was er op gericht de Indo's te kneden tot model-Nederlanders die afstand hadden gedaan van hun Indische eigenheid. Wat een verwaande doelsteling was dat. De achtergrond van die Nederlandse manier van denken wordt gevormd door de overtuiging dat het behoud van hun eigenheid alleen maar zou leiden tot problemen op het werk, school en in de wijken waar men uiteindelijk kwam te wonen.
MISSCHIEN MEER NOG DAN DE PERIKELEN ROND DE OVERTOCHT, WAS HET DE OPVANG IN NEDERLAND DIE MENIG INDO ALS EEN PIJNLIJKE EN GENANTE HERINNERING HEEFT ERVAREN.
In het bijzonder de financiele opvang leidde tot zeer emotionele reacties. De leningen voor de overtocht en de inrichting vcan de nieuw te betrekken woning (het zogenaamde meubelvoorschot) werden ervaren als een weinig genereus gebaar en als een soort opvang die duidelijk met tegenzin gepaard ging.
DE GASTVRIJHEID WAS VER TE ZOEKEN EN DAARNAAST WAS ER DE KWESTIE VAN DE NOOIT NABETAALDE SALARISSEN VAN AMBTENAREN EN MILITAIREN VOOR DE PERIODE VAN DE JAPANSE BEZETTING. DIT SMEULT NU AAN HET EIND VAN HET JAAR 2012 NOG STEEDS DOOR ALS EEN VEENBRAND.
Eén van de mensen die dit alles aan den lijkve heeft ondervonden omschreef het een en ander als volgt:
"Het begin van ons bestaan in Nederland na onze repatriering was niet bepaald om over naar huis te schrijven. Eerst in de contractpensions, waar je bijna straatarm begon, en in den beginne 4 gulden per week kreeg van DMZ (Dienst Maatschappelijke Zorg) om je vervoerskosten te kunnen betalen en postzegels te kopen voor het frankeren van brieven bij het solliciteren naar werk. Had je werk, dan werd je daar ook niet veel wijzer van omdat je het grootste deel van je inkomen moest afdragen aan DMZ om de gemaakte pensionkosten (voorlopig althan) gedeeltelijk terug te betalen. Had je bovendien nog een bay, dan moest die maar eten wat de pot schafte in het contractpension en anders moest je die babyvoeding zelf kopen van het weinige geld dat je overhield".
Als met al is de repatriering voor de meeste Indo's gevolgd door een goede inpassing in de Nederlandse samenleving. Dat is vooral te danken aan hun eigen inzet en hun kracht. Indo's hebben net als de Nederlanders gebouwd aan de grote naoorlogse welvaart en hebben daar volop in gedeeld. Als eindconclusie kan ik dan ook alleen neerschrijven dat de Nederlandse overheid deze rol van de Indo snel is vergeten en het nog steeds nalaat om de al lang slepende Indische kwestie voor eens en altijd op te lossen.
DE INDO'S KUNNNE TROTS ZIJN OP HETGEEN ZIJ HEBBEN GEPRESTEERD, EEN IEDER BINNEN ZIJN EIGEN MOGELIJKHEDEN EN HET PAST DE NEDERLANDSE OVERHEID, EN MET NAME DE POLITIEKE LEIDERS, OM RECHT TE DOEN DAAR WAAR ONRECHT NOG STEEDS GESCHIED.
Han Dehne (PAKHAN)
Het Masterplan MP3EI zorgt voor toetreding Indonesie tot top G7
Indonesië rijk aan bronnen in de bodem, en een economie met een organisch groei die langs een natuurlijk weg verloopt tot hoog in de bomen. Met jaarlijkse groei tussen de 12 % tot 16 %, kunnen menige landen in de Eurozone jaloers op zijn, die met een steeds verdere krimp worden geconfronteerd. Met liefst een verschil van 15 %, en het verschil zal alleen verder toenemen. Nog lang is de rek er niet ut wat de Indonesische economische groei betreft. Sterker Indonesië staat voor een volgende ongekende turbulente dynamische fase. Bronnen melden dat de republiek aan de vooravond staat van Giga ontwikkeling dat begint in 2014 tot 2030, waar vele landen al te graag willen investeren als private investeren.
McKinsey Global Institute (MGI) kwam met een rapport uit met de titel “De archipel Economie: ontketenen het potentieel van Indonesië”.
Het onderzoek van McKinsey globale Instituut (MGI), richt zich op het terrein economie en bedrijfswetenschappen. Is een onderdeel van McKinsey & bedrijf, opgericht in 1990 tot het ontwikkelen van een dieper begrip van de veranderende mondiale economie. Met als doel om leiders in de sociale, commerciële en openbare sectoren met de feiten en
inzichten waarop management en beleid van besluiten zich op kunnen baseren. MGI onderzoek combineert de disciplines van economie en management, met de analytische hulpmiddelen van de economie met de inzichten van de bedrijfsleiders. Hun micromacro methodologie onderzoekt de trends in de micro-economische sector om beter te begrijpen de globale macro-economische krachten op het gebied van zakelijke strategie en openbare orde. MGI beschikt diepgaande verslagen van al meer dan 20 landen en 30 industrieën.
Huidig onderzoek richtte zich op zes thema's:
productiviteit en groei, financiële markten, technologie en innovatie, verstedelijking, arbeidsmarkten en natuurlijke hulpbronnen. Recent onderzoek de afnemende rol van aandelen, vooruitgang op schuld heeft beoordeeld en productiviteit van de hulpbronnen, steden van de toekomst, de toekomst van werk in geavanceerde economieën, de economische impact van het Internet, en de rol van sociale technologie.
Het onderzoek kwam met de volgende conclusies:
Indonesië vandaag met een populatie van 240 miljoen. Een economie behoort tot de 16e-grootste in de wereld. Leden van de consumeren klasse 45 miljoen geschoolde werknemers. In de Indonesische economie hebben 55 miljoen kans op de markt van de consument diensten, landbouw en visserij, middelen, en onderwijs 0,5 biljoen dollar van de bevolking in steden 53% produceren 7 4% van het BBP.
In 2030 economie in de 7e-grootste wereld leden van de consumeren klasse 135 miljoen geschoolde werknemers benodigde 113 miljoen kans op de markt van de consument diensten, landbouw en visserij, middelen, en onderwijs.
Om tot de 2030 economie te komen werd het Indonesië economische Masterplan 2011-2025 ontwikkeld. Zeer innovatie ambieus plan dat door de architecten is bedacht waarin MGI – methodiek van McKinsey globale Instituut de basis vormt,
Het Masterplan of MP3EI is een eerste stap voor Indonesië om te versnellen en de economische ontwikkeling uit te breiden teneinde haar transformatie naar een ontwikkeld land tegen 2025. Dit zal gedaan worden door "alomvattende, rechtvaardige en gelijktijdige economische prominente groei". Om te bereiken dat moet de economische groei worden 7-8% per jaar. De particuliere sector zal een belangrijke rol bij de uitvoering van het Masterplan, investeringen, productie en distributie, in samenwerking met de regering die als de regelgever en ook als een facilitator en met versterkte coördinatie tussen de betrokken ministeries fungeren, zal en de regionale regering hebben.
Het Masterplan bestaat uit drie belangrijke elementen:
(a) de ontwikkeling van zes Indonesië economische gangen, door de oprichting van centra van ontwikkeling binnen elke corridor en ontwikkelende industriële clusters en speciale economische zone op basis van geavanceerde grondstoffen middelen;
(b) versterking van nationale connectiviteit, dat bestaat uit intra en interconnectiviteit van centra ontwikkeling, intra-eilanden (corridors) en internationale handel;
(c) de nationale wetenschap en technologie versnelling ter ondersteuning van de ontwikkeling van het hoofdprogramma.
Bij de uitvoering van de economische Corridors, economische ontwikkeling zal zich richten op de synergie van sectorale en regionale ontwikkeling te verhogen voordelen op nationaal niveau. De economische Corridors ook richten op de ontwikkeling van de infrastructuur die de samenwerking tussen de overheid en de particuliere sector zal benadrukken. De tenuitvoerlegging van de economische Corridors naar verwachting leiden tot versnelling en uitbreiding van economische groei, met de behoeften in de ontwikkeling van de infrastructuur voor fase één (2011-2014) wordt geschat op 150 miljard dollar. Als bemiddelaar zal de regering fiscale en financiële prikkels te geven, project garantie, bereiden verwante agentschappen, versterking van de toepasselijke wet- en regelgeving kader, en openbare dienstverlening als voorbereiding Project ontwikkeling faciliteit (PDF).
Wat is de relevantie?
Met het Masterplan stelt de overheid duidelijk dat een sterke positie niet alleen als de regelgever, maar ook als facilitator en functie als "katalysator voor groei". Met deze nieuwe aanpak van de regering is de tijd rijp voor de particuliere sector tot een diepere dialoog dan eerder gezien, om gezamenlijk werken aan de doelstellingen uiteengezet. Een van de belangrijkste mogelijkheden met het Masterplan is dat de regering zal wijzigen of verwijderen van regelgeving die een remmende werking van de uitvoering van de investeringen, en mogelijk ook degenen die meer handel belemmeren en soepeler goederenstroom. Deze "debottlenecking" proces is een belangrijke factor, omdat de regering zullen vereisen en verzoek de input van de particuliere sector voornamelijk identificeren maar ook oplossingen te vinden voor de problemen bij de hand. Het team van de werken van het Masterplan bestaat uit Echelon enkele ambtenaren, in sleutel ministeries zoals coördinatie van Ministerie van economische zaken (FLIPPO Perekonomian), EuroCham zal verdiepen de samenwerking/dialoog met FLIPPO Perekonomian voor de uitvoering van het masterplan, vooral met betrekking tot de "debottlenecking" van verordeningen om meer investeringen en soepeler stroom van goederen te vergemakkelijken.
Het Masterplan of MP3EI is een nieuwe aanpak die investeerders en aanbieders van oplossingen wereldwijd bereikt. Een nieuwe aanpak die Indonesië naar de volgende generatie 2030 brengt. Het brengt Indonesië naar een hoger platform wat betreft de infrastructuur, Industrie, Milieu, en sociaal / economisch terrein. Het biedt werk aan 600.000 arbeidsplaatsen tot 2030 maar bovenal vele landen die participeren in dit Masterplan. Een aanpak wat voor vele landen als model kan dienen.
ii
Geachte heer Jesse klaver
Desondanks wij elkaar niet kennen uit de Indische zaken, wil ik mij graag aan u voorstellen. Ik ben de Editor/redactie van ICM Online, de Indische Internetkrant, die in zijn 18 jaar bestaan vele kabinetten heeft overleefd, en zo doende van vele Indische onderwerpen een historie heeft kunnen opbouwen. Als media – man heb ik een beeld gekregen dat onder Rutte II dat Uw partij zich voor 200% inzette voor de Indische zaken.
Ik kan mij herinneren het beeld dat uw collega Linda Voortman o.a. die fors tegen Martin van Rijn tekeer ging op de dag dat hij besloot om later toch tot uitbetaling te komen van de KNIL. Dit was 1 van de vele momenten van Linda, niet te vergeten wat achter de politieke schermen zich afspeelde. Helaas hier bleef het bij.
Het beeld van U ken ik met GL - missie alles wat maar “groen” is om deze om te zetten in alle soorten ontwikkelingen, het ei dat U samen met Diederik uitbroeide. Gek scherend genoeg was een sobat (vriend) van mij – civiel ingenieur - die dit fenomeen in de Gemeente Apeldoorn ontwikkelde en uitrolde ergens in de jaren negentig en in hiervoor een Award kreeg in VS, nooit In Nederland heeft hij deze waardering gehad. Hij is 5 jaar geleden definitief teruggegaan naar Indonesie als Indo. In Jakarta werd hij met open handen ontvangen voor zijn groene – ontwikkelingen o.a. ook door de president. Hij had niet het politiek podium, U wel met uw Indische achtergrond zoals Mark, Geert, en Jetje Bussemaker. Ik constateer dat er weinig Indische stappen worden gemaakt. Wel kan ik Uw partij voor de afgelopen periode als “Indisch” classificeren.
Waarom mijn mail aan U?
Essentieel is kennis te nemen dat het Indisch Platform (IP) geen bevoegdheid heeft om namens de Indische Gemeenschap te praten laat staan handelen, in dit geval de deal met Martin van Rijn. Op dit moment zijn verschillende partijen bezig dit IP te ontmantelen ( de helft van de delegatie is inmiddels opgestapt)wegens mismanagement (wanprestaties) en deze partijen gaan nu zelf ten strijde. In tegenstelling tot de jaren 2000-2017 barsten de Indische zaken nu als een vulkaan los. Volgens de ambtenaren van Martin van Rijn heeft de Indische Gemeenschap nu een populatie van 2 miljoen, met de kern van 60.000 (was 341.000) dat nu over is, en niet te vergeten de groep Nederlandse onderdanen dat in de Republiek Indonesie niet door Nederland werd toegelaten, tussen de 30.000 – 40.000. Oud – premier Lubbers heeft geprobeerd om via dit Overlegplatform structureel de Indische zaken op te lossen. Na 2000 tot het heden is dit IP geen stap verder gekomen, en sinds twee jaar is bekend dat deze geen mandaat hebben dus geen bevoegdheid om namens die 2 miljoen Indische te praten laat staan handelen met de Overheid.
De Indische wereld ondergaat nu turbulente ontwikkelingen dat aandacht verdient.
Als Editor maak ik mij best veel zorgen dat het Indisch vraagstuk van de agenda dreigt te verdwijnen. Tegelijkertijd diverse Indische partijen bezig zijn om de Indische zaken aan te kaarten. Als laatste destijds werden drie Indische moties die met voldoende draagvlak aangenomen die hielden in compensatie voor alle Indische oorlogsslachtoffers en de Indische verankering, echter door Martin van Rijn werd deze afgeraden omdat kennelijk Mark Rutte hier tegen was. Die moties werden ingediend op de dag dat werd besloten om de KNIL te compenseren. Deze drie moties zijn kennelijk afgevoerd.
Zoals U weet zijn nu verschillende partijen bezig met de Indische zaken o.a. “ de vergeten groep in Indonesie” dat door omroep MAX onder de aandacht wordt gebracht met duidelijk signaal naar Den Haag toe. Dan het Onderzoek van de Oorlogsmisdaden aangezwengeld door Uw collega Bert Koenders. Verder worden KNIL zaken juridisch voorbereid. Ten slotte met Traktaat van Wassenaar waar vorig jaar de president van Indonesie persoonlijk een gesprek is meegevoerd, en icm pres release persoonlijk werd overhandigd, evenals intensieve gesprekken zijn gevoerd met collega van Halbe Zijlstra, IbU Retno.
Mijn studie als media wijst uit dat de Indische oorlogsslachtoffers dubbel het slachtoffers zijn geworden; nimmer zijn deze gecompenseerd als gevolg dat kon. Wilhelmina – dus NL regering- Japan de oorlog verklaarde. Japan had niet de intentie om het voormalige Indie binnen te vallen. Voor deze groep veranderde hun leven van de ene dag in andere dag in een hel; eerst de oorlog, in kampen gezeten, dan de bersiap en vervolgens de kille koele ontvangst. Bovendien alles zelf moeten betalen, tegelijkertijd Nederland 7 miljard ontving uit de verdragen met Japan en Indonesie gesloten plus geld uit Marshal hulp van de VS, dus het geld is niet van de belastingbetaler.
Al eerder uitte Gert Zalm dan NL Staat op het Indisch geld zit.
Mijn vraag is wat gaat U doen nu in dit nieuwe Kabinet met deze Indische vraagstukken met betrekking tot:
1. De vergeten groep (NL Onderdaan) die nu stateloos zijn in de republiek Indonesië, gaat u deze NL onderdanen terughalen, of deze met terugwerkende kracht voorzien van een AOW zoals de oudjes hier. Is uiteraard een prachtig initiatief van Omroep Max, maar is een druppel op een gloeiende plaat om deze toch nog een goede oude dag te gunnen.
2. Wat gaat U doen met nu geschat de 60.000 oorlogsslachtoffers, die nimmer schadeloos zijn gesteld, terwijl hiervoor NL wel 7 miljard ontving
3. Wat gaat U doen aan De Indische Verankeringen op de scholen etc.
4. Wat gaat U doen met Traktaat van Wassenaar
Ik stel uw hoog gewaardeerde reactie op prijs.
Ferry Schwab sr.
ICM editor.