Ferry Schwab's berichten (2028)

Sorteer op

Kolonialisme behoeft geen verdediging, maar reflecti

Kolonialisme behoeft geen verdediging, maar reflectie

Kritiek op de koloniale geschiedenis heeft zeker niet de overhand en er wordt bitter weinig mee gedaan.

 en 
763?appId=93a17a8fd81db0de025c8abd1cca1279&quality=0.8
Nederlandse moeder en kind op reis in Java, ca. 1905. Beeld Hollandse Hoogte / Roger Viollet Agence Photographique

Er is al zo lang en zo veel kritiek op het koloniale verleden dat we niet meer kunnen spreken van ‘koloniaal denken’, betoogt Sander van Walsum (O&D, 3 januari). Hij plaatst zich daarmee in een lange keten reacties op het pamflet ‘Tempo Doeloe, een omhelzing’ van Kester ­Freriks, die daarin zijn goede herinneringen aan de koloniale wereld wil redden van het postkoloniale zwaard.

Maar Van Walsum doet nog iets anders: hij werpt de vraag op wie nou de underdog is. Hebben de ‘zwartboekschrijvers’ en critici inderdaad al lang de overhand, zoals hij beweert? Wij betogen hier van niet. De vraag is niet of er koloniale kritiek is, maar wat er met die kritiek wordt gedaan, en dat is vooralsnog bitter weinig.

Van Walsum heeft wel gelijk als hij stelt dat het postkoloniale debat alleen maar is verhevigd in plaats van verstomd. Er is iets aan het veranderen. Het was eind jaren tachtig nog een taboe het woord ‘oorlogsmisdaden’ in verband te brengen met het Nederlandse optreden tijdens de ­Indonesische dekolonisatieoorlog; Loe de Jong moest het onder druk schrappen uit het desbetreffende deel van Het Koninkrijk dat in 1988 verscheen.

Vandaag de dag wordt de term ‘oorlogsmisdaden’ gebruikt door historici als Gert Oostindie, die toch eerder tot de mainstream behoren dan tot de door Freriks en Van Walsum zo gewantrouwde kritische voorhoede.

Het kantelpunt

Maar wanneer is dan het kantelpunt bereikt? Wanneer zijn we voorbij het koloniale denken? Dezelfde argumentatie die Van Walsum op het heden toepast, kunnen we zo toepassen op de jaren zestig. Toen wist heel Nederland na het roemruchte interview met veteraan Joop Hueting immers ook dat er iets niet pluis was in Indië. En we kunnen nog iets verder terug: ook tijdens de dekolonisatieoorlog waren er kritische geluiden, al in 1947 werd Raymond Westerling in de linkse pers ‘de Beul van Zuid-Celebes’ genoemd.

Wat dat laat zien, is dat alleen het in de openheid brengen van zulke zaken niet genoeg is. Wie de koloniale geschiedenis in al haar complexiteit en gruwelijkheid wil begrijpen, kan er niet omheen dat daarvoor op zijn minst andere perspectieven en een wil tot grondige analyse nodig zijn. Alleen erkennen dat er ‘ook zwarte bladzijden zijn’ helpt ons niet begrijpen hoe het kan dat de nostalgische jeugdherinneringen van Kester Freriks en de politieke gevangenen in het interneringskamp van Boven-Digoel onderdeel zijn van hetzelfde verhaal.

Zo simpel is het niet

Er zijn dus geschiedverhalen nodig die die complexiteit laten zien. Wat Van Walsum in zijn verdediging van Freriks voorstaat, is echter iets anders, dat door anderen al omschreven is als het balance sheet of empire: het idee dat je plussen en minnen netjes naast elkaar kunt zetten en dat het morele eindoordeel een simpele optelsom is. De historiografie wordt zo één groot plakboek, met op de ene pagina ­Rawagede en op de andere de gelukkige jeugd van Kester Freriks. Dat is simplistisch moreel boekhouden en kan onmogelijk voor geschiedwetenschap doorgaan.

Dat is het ‘koloniale denken’ waartegen geageerd wordt, en dat wij in tegenstelling tot Sander van Walsum wel op veel plekken terug zien komen. We zien het bijvoorbeeld terug in de opmerkingen van de historici Piet Emmer en Frank Ankersmit in De Telegraaf eerder dit jaar, waarin zij de veranderende omgang met koloniale symbolen hekelen, zoals het voorzien van ­context bij een beeld van Johan Maurits, of de wijziging van de naam van de Jan Pieterszoon Coenschool in Amsterdam. We zien het ook in de woede of onverschilligheid die volgen als iemand ons wijst op racisme.

We zien het in de weigering tot systematische analyse over te gaan, om zo de plusjes van gelukkige jeugdherinneringen en goedbedoelende kolonialen te kunnen blijven isoleren van de context waarin ze tot stand kwamen. Een verdediging van het kolonialisme is dus allerminst nodig. Reflectie op dit koloniale denken des te meer.

Matthijs Kuipers is als historicus gepromoveerd aan het European University Institute in Florence en docent aan de Universiteit Utrecht.

Anne van Mourik is onderzoeksassistent bij het onderzoeksprogramma ‘Onafhankelijkheid, dekolonisatie, geweld en oorlog in Indonesië, 1945-1950’ van het KITLV, het NIMH en NIOD Instituut voor Oorlogs-, Holocaust en Genocidestudies.

Lees verder…

10897261301?profile=original10897262288?profile=originalACTW-66 Het Indisch geld staat op de rekening van Min. Buitenlandse zaken  voor de onteigening van de ondernemingen in het voormalige Indie.

 

Van 5 tot en met 7 september 1966 had de toenmalige Minister van Buitenlandse Zaken Joseph Luns onderhandeld met een delegatie van de Indonesische regering, onder leiding van de Minister van Buitenlandse Zaken Sultan Hamengku Buwono.

De onderhandelingen gingen vooraf aan de ondertekening van een accoord, waarbij Indonesië in de loop van dertig jaren in totaal 600 miljoen gulden zou betalen aan Nederland, bedoeld als compensatie voor de nationalisatie van Nederlandse bezittingen en bedrijven. Minister Luns kenschetste toen het akkoord: “Edelmoedigheid van Nederland…”

Eind 2002 kwam de laatste betaling binnen op rekening van Buitenlandse Zaken bij De Nederlandse Bank. Ieder jaar heeft de Indonesische regering keurig op tijd aan zijn verplichtingen voldaan. Zowel in Nederland als in Indonesië was slechts een enkeling   op de hoogte van de jaarlijkse herstelbetalingen.

Maar toen een klein nieuwsbericht midden 2003 gewag maakte van deze laatste overboeking, reageerde de Indonesische publieke opinie verontwaardigd en sprak van neo-kolonialisme en uitzuigerij. In Nederland was de reactie er vooral een van een gevoel van schaamte, dat Den Haag van de voormalige kolonie nog herstelbetalingen had geëist. De Indonesische regering heeft de kwestie echter laten rusten.  

De regering van Soekarno besloot tot nationalisatie van Nederlandse bedrijven in Indonesië naar aanleiding van de weigering van Den Haag om de Indonesische soevereiniteit over Papua Nieuw Guinea (West Irian) te erkennen. Het conflict escaleerde en tussen eind 1957 en medio 1962 ging Jakarta over tot onteigening van Nederlandse bezittingen en bedrijven. Pas na de machtsovername in 1966 door Generaal Soeharto, werd de slepende kwestie tussen beide lande uitgepraat.

De uiteindelijke overeenkomst hield in dat Indonesië 600 miljoen gulden zou betalen. Daarvan werd direct een voorschot van 36 miljoen gulden overgemaakt en de rest in dertig jaarlijkse afdrachten vanaf 1973 met een jaarlijkse rente van 1 %. Tot 1969 konden Nederlanders via het Bureau Schadeclaims Indonesië van het Ministerie van Buitenlandse Zaken een claim indienen vanwege de achterlating van hun eigendommen door gedwongen vertrek uit de voormalige kolonie. Onder degenen die een claim hadden ingediend zou het geld jaarlijks volgens een overeengekomen verdeelsleutel worden verdeeld.  Van Nederlandse edelmoedigheid was volgens Luns sprake, omdat de werkelijke waarde van de Nederlandse activa die door de Indonesische nationalisatie verloren ging op zou lopen tot 4,5 miljard gulden. Waarom dan zo vergevingsgezind? “Het was een politiek akkoord”, erkende Luns indertijd in de Tweede Kamer. “De overeenkomst is niet alleen een afdoening van de commerciële kwestie, maar moet ook dienen tot een verdieping en  vernauwing van de betrekkingen tussen Nederland en Indonesië”. Dertig jaar later leidde de regeling vooral tot onbegrip. 

Omdat maar weinig mensen van deze regeling wisten, rijst nu de vraag waar dat geld – met rente op rente – is gebleven….. Geld dat de Indische gemeenschap, althans zij die er in Indonesië hun business mee verloren hebben, toebehoort. Boze tongen beweren dat dit vooral is opgeslokt door slechts enkele Nederlandse multinationals. Of ligt het nog steeds ergens te wachten…..

 

Wordt vervolgd!

Lees verder…

Albert van Prehn - HET KIND VAN DE REKENING

10897224663?profile=originalAlbert van Prehn - HET KIND VAN DE REKENING. 

Indonesia tanah airku. Tanah tumpa daraku. Het volkslied klinkt na 1949.
De lange oorlog is voorbij, de soldaten keren weer terug naar huis, naar moeder en vrouwen voorzover die nog in leven zijn. 

Vele echtparen, verliefde stelletjes en verloofde stellen waren hun wederhelft verloren of hebben hun belofte teniet gedaan in de wanhoop en wanorde die oorzaak was en is tijdens de rumoerige onzekere oorlogsjaren. 

Na de oorlog werd het weer tijd voor de hereniging en het was ook tijd om de wonden te likken.
Ging het altijd op voor iedereen? Neen, de oorlog had mensen dingen laten doe die anders nooit zouden zijn gebeurd, het was overleven. 

Er is een categorie vrouwen die kleine kinderen hadden en alles deden om ervoor te zorgen dat zij hun kroost in de moeilijke oorlogstijd kon laten overleven, wat velen niet gelukt is.

Andere vrouwen werden slachtoffer van de bezetter en werden als seks slavinnen gebruikt met alle gevolgen voor de latere gevolgen voor deze vrouwen. 

Er is ook een categorie die een verbintenis aangaan met een hoge Japanse militair om zo enige zekerheid te verkrijgen om te overleven, want als Nederlandse of Indisch Nederlandse had je in de oorlog niet alleen te maken met de Japanners als bezetters maar ook met de naar vrijheid hunkerende Indonesiërs. Deze waren zeker zo levensbedreigend.

Al met al in het kader van de overlevingsdrang en vaak omwille van de overleving van kroost en familie. 

Na de oorlog werden de kinderen uit deze verbintenissen en dwangmatige veroordeling tot troostmeisjes geboren, een probleem. 
De diverse huwelijken die na de oorlog werden gesloten en de terugkomst van de echtgenoten die jarenlang elders hadden vastgezeten als krijgsgevangene, werden opgescheept met een erfenis van de Japanse bezetting, een erfenis in levenden lijve. 

Deze kinderen kregen een toekomst in de schoot geworpen waarin de gevolgen van de oorlog lijfelijk werd ondervonden. 
Een kenmerkend feit is dat vrijwel alle van Japanse afkomst zijnde Indische of Nederlandse kinderen, geboren als gevolg van de bezetting in Indonesië door Japan is, dat zij een toekoms hadden met allerlei hindernissen.

Ik zal er kort een paar omschrijven, deze informatie heb ik gekregen van diverse interviews met dergelijke kinderen die nu volwassen zijn en een heel leven achter de rug hebben

Er was een gemeenschappelijke ervaring. Je bent als kind van een japanner niet gewenst.
Moeders die later hertrouwden met een Indische man die de verschrikkingen van de Japanse bezetting hebben overleefd ervaren dat die het kind niet konden accepteren.

Op de weg naar de toekomst hebben deze kinderen een gemeenschappelijke verhaal, ze werden mishandel door de stiefvader die onbewust zijn trauma’s op het kind botvierde, genegeerd, verzwegen, en zeker niet geaccepteerd door de familie van de stiefvaders kant. 

Ze beleefden geen normale jeugd, het werd hun niet verteld en de reden van de vernederingen, mishandeling, niet acceptatie betrekt en ervaart het kind als zijnde dat het aan zichzelf lag. 

Waar de stiefbroers en zuster de normale jeugd konden beleven zaten deze kinderen met een geestelijke afstraffing van hetgeen de biologische vaders hebben vertegenwoordigd.

Het tragische kenmerk in deze is dat er niets werd verteld, uit schaamte van de moeder of om het kind te beschermen.
Gevolg een volwassen geworden kind met jeugdtrauma’s,de knagende vraag die het zich een levenlang stelt, waarom? Wat was er mis met mij?

Vragen die tot gevolg hebben dat de meeste kinderen zelf bij de opvoeding van hun eigen kinderen met een handicap zitten, ze hebben genegenheid gemist, liefde en vertrouwen die een normaal kind van het gezin mag verwachten .Ze waren mishandeld zonder reden, niet geaccepteerd door familie en de aldoor pijnlijke vraag waarmee ze worstelen waaraan het heeft gelegen.

Deze kinderen hadden geen toekomst, die is hun afgenomen, door stilzwijgen uit schaamte en door het feit dat zij zich nimmer hadden kunnen ontwikkelen in een normaal gezin waar bescherming, liefde en geborgenheid normaal zou moeten zijn. Het ontbreken ervan is eist een zeer zware tol op weg naar de volwassenheid. 

Bij enkele werd het hun verteld op latere leeftijd door familie of de moeder vlak voor het heengaan. 

De klap die daarna volgt geeft nog een extra dimensie aan de tragiek, namelijk het bewust worden van waarom en daarmee het verwijt en het verdriet wat hun is aangedaan, vooral de machteloosheid om verantwoording te eisen en in vele gevallen alsnog de behoefte om schoon schip te maken met de stiefouder, want het kind had niet geweten dat de stiefouder in vele gevallen niet de echte ouder was en had daarom niet kunnen begrijpen wat de oorzaak was en is, vooral aan wie het gelegen heeft.

Vele kinderen van de Japanse bezetter hebben zich verenigd, er is een stichting in het leven geroepen met de naam Sakura.
Deze stichting helpt kinderen zoals in dit verslag is omschreven met het terugwinnen van de verloren identiteit.

Het organiseert bijeenkomsten, het organiseert zoektochten naar de biologische ouder en het maakt reizen naar Japan in samenwerking met de Japanse ambassade 

Want men moet zich kunnen identificeren met de afkomst en in vele gevallen was binnen het gezin de anti Japanse houding ook overgedragen aan het kind.

Als je dan ervaart dat je juist nakomeling bent van het volk waar je niets anders dan de vreselijkste verhalen hebt gehoord en waar jouw familie zwaar onder heeft geleden, dan kan een ieder begrijpen wat voor gevolg het heeft voor jouw eigen identiteit die dan op tilt slaat.

De gevolgen van de tweede wereld oorlog met Japan in het voormalige pararadijs Nederlands Indie heeft bij velen die daar hebben gewoond en geleefd diepe littekens achter gelaten. 

Het heeft bij menigeen gevolgen gehad waar men met moeite over kon praten.
Velen dragen de sporen onzichtbaar met zich mee, anderen zijn met hun eigen wederopbouw bezig geweest en hebben de draad weer kunnen oppakken. 

Er is echter een categorie slachtoffers die juist op oudere leeftijd het antwoord krijgen waarom hun jeugd zo anders was dan van broer of zus, waarom men hun nimmer heeft kunnen accepteren binnen de familie, waarom juist zij object van mishandeling en frustraties waren van de stiefvaders die de wreedheden van de bezetters lijfelijk hebben moeten ondervinden en daarom een vreselijke haat hadden tegen alles wat Japans was, dus……óók het kind van de Jap waar zij mee opgescheept zaten tegen wil en dank.

De Japanse nakomelingen al dan niet met liefde verwekt, 
Zij voelen zich het kind waarmee afgerekend werd puur vanwege hun afkomst .Het kind van de (AF) rekening.

Albert van Prehn (ICM- MODERATOR) 
Lees verder…

Kritiek op kolonialisme er al lang

OPINIE KOLONIALISME

Kritiek op kolonialisme er al lang


763?appId=93a17a8fd81db0de025c8abd1cca1279&quality=0.8
Een groep Europese en Indonesische meisjes, in toneelkleren, in de tuin van de Ursulinenschool in Bandoeng, Java (1880-1910). Beeld Hollandse Hoogte / Spaarnestad P

In zijn laatste gastcolumn betrekt Reza Kartosen-Wong de stelling dat de geschiedschrijving over het kolonialisme door traditionele inzichten wordt beheerst. Daarbij verwijst hij naar welgeteld één boek van amper honderd pagina’s, door hem op goede gronden een pamflet genoemd: Tempo doeloe, een omhelzing door Kester Freriks. Dat doet al het ergste vrezen. Wie suggereert dat de historiografie over het Nederlands kolonialisme nog steeds doordesemd is van ‘koloniaal denken’ zou toch meer argumenten in huis moeten hebben dan de – op zich terechte – vaststelling dat Freriks in zijn boekje de positieve kant van het koloniaal bestuur in Indonesië heeft willen belichten. Zeker als je de lezer wilt doen geloven dat Tempo doeloe exemplarisch is voor een vergoelijkende, zo niet verheerlijkende kijk op ons koloniaal verleden. Wat zijn dan die andere boeken waaruit dat zou blijken? Ik ken ze niet.

advertentie

Wel ken ik andere, recent verschenen, boeken die volstrekt niet in overeenstemming zijn met de stelling van Reza Kartosen-Wong. Zo is daar Vechten voor Vijand en Vaderland van Gerrit Valk, over de (per saldo ­beperkte) inzet van voormalige SS’ers op het naoorlogse strijdtoneel in ­Indonesië. Of het Indië-dagboek dat dienstplichtig militair Theo van Roij destijds bijhield op Sumatra. Historicus Gert Oostindie bundelde de correspondentie en dagboekfragmenten van honderden Nederlandse ­militairen die betrokken waren bij de zogenoemde ‘politionele acties’. ­Getuigenissen van een oorlog aan de verkeerde kant van de geschiedenis, luidt de veelzeggende subtitel van zijn boek.

Ewald Vanvugt reduceerde in Roofstaat de Nederlandse geschiedenis tot een lange reeks plundertochten, brandschattingen, moordpartijen en strafexpedities. En dan is er natuurlijk nog het boek – bijna tienmaal omvangrijker dan dat van Kester Freriks – De brandende kampongs van generaal Spoor, door Rémy Limpach. Die maakt aannemelijk dat de oorlogsmisdrijven waaraan Nederlandse ­militairen in Indonesië zich hebben bezondigd geen incidenten waren, of private initiatieven van schietgraag voetvolk, maar een wezenlijk onderdeel van de strategie van de legerleiding. Het boek van Limpach vormde weer de aanzet tot een door het NIOD uit te voeren onderzoek naar het ­Nederlands oorlogsverleden in Indonesië.

Nu wordt vaak betoogd dat aan de verschijning van deze boeken vele ­decennia voorafgingen waarin het koloniaal verleden werd verzwegen of verguld. Ook dat is niet het geval. Over de dekolonisatieoorlog is aanvankelijk weliswaar niet veel geschreven, maar de weinige publicaties over deze episode waren overwegend kritisch van aard. Het Van Heutsz ­Monument in Amsterdam-Zuid, het huidige Monument Indië-Nederland, vormde al vanaf midden jaren zestig het doelwit van protesten, kladacties en – zelfs – twee bomaanslagen. En de boeken over de Nederlandse koloniale geschiedenis waren allesbehalve verheerlijkend.

Taboewoorden

Ikzelf volgde eind jaren zeventig het vak overzeese geschiedenis aan de Universiteit Utrecht – voorwaar niet de meest progressieve of maatschappijkritische universiteit. Nochtans was hier niet alleen het woord ‘koloniaal’ uit de naam van het vak geschrapt, maar werd het taboe op woorden die uit de koloniale tijd stamden – zoals inlander, inheems, bosneger of exotisch – streng bewaakt. In de vakliteratuur figureerde Jan Pieterszoon Coen niet als weldoener maar als massamoordenaar. Het cultuurstelsel, dat de teelt van bepaalde gewassen afdwong, werd als de overtreffende trap van uitbuiting beschreven. Als het ging om ‘ethische politiek’ of ‘politionele acties’ bleef nooit onvermeld dat dit verhullende begrippen waren.

Op de suggestie dat het koloniaal denken nog alom tegenwoordig zou zijn, lijkt me dus wel wat af te dingen. En mainstream is het al helemaal niet. Integendeel. Het boekje van Kester Freriks zou kunnen worden opgevat als een reactie op een historiografie die al lange tijd wordt gedomineerd door zwarte episoden waarvan even lang wordt beweerd dat we die niet onder ogen willen zien. Freriks zet daar, niet als correctie maar als aanvulling, de notie tegenover dat ­Indonesië ook het vaderland is ­geweest van vele duizenden Nederlanders die in de geest van hun tijd meenden het goede te doen. Mensen die een heerlijke jeugd in een prachtig land hebben doorgebracht. Mensen die er jong en verliefd zijn geweest. Zij waren de bewoners van het vreemde land dat de geschiedenis nu eenmaal is. Ook zij waren onderdeel van het koloniaal verleden. Niet het belangrijkste onderdeel, maar toch zeker een voetnoot. Met die bescheiden plek is een boekje van honderd pagina’s zeker in overeenstemming. Tenzij je van mening bent dat overzeese geschiedenis uitsluitend een oefening in hedendaags moralisme zou moeten zijn.

Sander van Walsum is historicus en verslaggever van de Volkskrant.

Lees verder…

Indonesië heeft een islam-probleem, maar hoe groot is dat?


763?appId=93a17a8fd81db0de025c8abd1cca1279&quality=0.8
Rudi Setiawan, hoofd van de politie van Surabaya, laat een familiefoto zien van verdachte zelfmoordenaars.

Indonesië heeft een islamprobleem. Hoe groot het precies is, waar het vandaan komt en waar het heen gaat, weet niemand. Het is een kwestie van gevoel. De somberen voelen de dreiging van een ‘Pakistanisering’ van het land en noemen hun land dan ‘Indostan’. Ook Pakistan begon als een seculiere staat, een islamitisch land met een democratische regering, en kijk nu eens. Ze stenigen daar mensen. De blije mensen zeggen: ach, het gaat wel over. Indonesië wordt nooit een islamitisch land. Dat gaan Bali en Manado en Papoea en Medan en de andere plekken waar de hindoes en de christenen wonen nooit goedvinden.

advertentie

Maar sinds de dictator Soeharto weg is, is het wel bergafwaarts gegaan. De hoofddoek heeft het land veroverd (de lange, die als een tent tot over de wijde rokken hangt), de moslimterroristen zijn ‘kafir’ (ongelovige kaffers) gaan opblazen, homo’s zijn van de televisie verbannen en terug in de kast gejaagd, en een ongelovige die nog durft te roepen dat de moskee lawaai maakt vliegt voor vijf jaar de gevangenis in. Om maar wat te noemen. O ja, en de Kerst. In de shoppingmalls mogen verkoopsters niet eens meer ‘christelijke symbolen’ als Santa-mutsen en rendiergeweitjes op hun hoofd zetten. Want anders...

Barometer

Kerst is een barometer. Je gaat naar de kerk en ziet in één oogopslag hoe bang het land is. 90 duizend politiemannen en soldaten zijn opgetrommeld om de kerken met de Kerst te bewaken. Wat betekent dat? De katholieke kerk in de wijk ‘Blok B’ zit vol. Dat verandert nooit in het überreligieuze Indonesië, en het betekent dus niets. Waar het om gaat is wat er buiten gebeurt. Daar, bij het ijzeren hek, kun je de stand van de zenuwen meten. Dit jaar zitten de zenuwen onderuitgezakt bij het ijzeren hek om de kerk te ngobrol, het favoriete tijdverdrijf van de Indonesiërs: kletsen over alles en niks.

Een paar jaar geleden moesten hier de damestasjes nog open en stonden er zelfs detectiepoortjes waar iedereen doorheen moest om het de jihadisten met hun explosieve rugzakken zo moeilijk mogelijk te maken. Nu zouden die nu gewoon door de voordeur naar binnen kunnen wandelen, maar niemand lijkt te geloven dat ze dat zullen proberen.

De zelfmoordenaars lijken te zijn verdampt. Terwijl ze er in mei nog waren. Toen bliezen drie moslimfamilies in Soerabaya zichzelf op om het christendom een lesje te leren. Opeens was er weer even de vrees dat de geschiedenis zich zou herhalen. De kerstaanslagen van 1999, de dodelijke campagnes op Bali, de hotels in Jakarta. Heel even was er weer die opperste staat van paraatheid. Maar nadat meteen driehonderd verdachten waren opgepakt, en de grote ‘Asian Games’ zonder incidenten verliepen, zit de paraatheid weer onderuitgezakt naar het voorbijstommelende kerkvolk te kijken.

Witgejurkte mannen

Het islamprobleem is niet dat van terreur. Maar de islam rammelt wel des te harder aan de poorten van de politiek. Witgejurkte mannen en zwarte vrouwen van de ‘212'-beweging (2 december) hebben twee jaar geleden de christen Ahok uit het zadel en in de gevangenis gewipt. Dat heeft van de islam een machtig verkiezingswapen gemaakt. Geen politicus durft er sindsdien meer zijn vingers aan te branden en allemaal geven ze de dreigende ‘212-alumni’ (alsof ze ervoor gestudeerd hebben om de straat op te gaan) wat ze vragen. Ze praten zelfs serieus over wetten die seks buiten het huwelijk en het nuttigen van alcohol helemaal moeten verbieden.

763?appId=93a17a8fd81db0de025c8abd1cca1279&quality=0.8
Joko Widodo (links) en zijn runningmate Ma'ruf Amin. Beeld EPA

De islam hangt daarom ook als een donkere wolk boven de presidentsverkiezingen van april. Om het spook te temmen, heeft president Joko ‘Jokowi’ Widodo zelfs een bejaarde imam als running mate gekozen: Ma’ruf Amin, een schriftgeleerde die blij is met een verbod op homo’s en andersdenkenden, en die de ‘212'-beweging tegen Jokowi’s boezemvriend Ahok hartstochtelijk heeft aangejaagd. Widodo had misschien weinig keus, want onderhuids zeurende internetcampagnes zetten al jaren vraagtekens bij zijn gezindte. Hij zou geen echte moslim zijn en zelfs geen echte Javaan maar een verkapte Chinees. Ma’ruf moest dus het evenwicht herstellen. Voor het geval de islam een thema blijft.

De orthodoxe running mate verfoeit natuurlijk dennenbomen, cadeautjes en een slee. Of toch niet? Ma’ruf verschijnt op televisie en wenst de christenen zomaar een fijne Kerst. Het internet slaat meteen hard toe: met een app wordt Ma’ruf aangekleed als ‘Santa’, en dat filmpje gaat natuurlijk meteen viraal. Zie je wel? Zelfs Ma’ruf is geen echte moslim, maar een verkapte christen-lover.

Maar de maker van de Santa-grap wordt meteen gearresteerd en aangeklaagd wegens aantasting van Ma’rufs goede naam, dus hoe past dit nu weer in het moslimprobleem? Wordt het nou erger of niet?

763?appId=93a17a8fd81db0de025c8abd1cca1279&quality=0.8
Prabowo Subianto Beeld EPA

Prabowo-kamp

Jokowi’s tegenstander Prabowo dan: die zal het zeker erger maken, als dat stemmen oplevert. De ex-generaal was prominent aanwezig bij de jongste moslimdemonstraties. Hij wakkert dat radicale vuurtje aan waar hij kan, in de hoop dat het zich tegen Jokowi gaat keren. Dus wat doet deze Prabowo met Kerst? Die staat te dansen op een kerstfeestje van het christelijke deel van zijn familie.

Een nichtje filmt hem daar en dat staat natuurlijk ook meteen op het internet. Ook al geen echte moslim? Het Prabowo-kamp klaagt meteen dat politieke tegenstanders het filmpje misbruiken. ‘Hij heeft niet deelgenomen aan religieuze rituelen’, haast zijn woordvoerder zich te zeggen, en dan zegt hij iets dat veelzeggend kan zijn: ‘laten we het liever hebben over zaken die er echt toe doen. Economie bijvoorbeeld.’

Economie. Dat zou nog eens een verademing zijn. Als cijfers, en niet de godsdienst, de doorslag zouden geven. Misschien gaat het die kant weer op, maar misschien ook niet. Kerst geeft ook dit jaar helaas geen duidelijk antwoord.

Lees verder…

Nog 4 dagen genieten van Pasar Malam Bush

Programma Pasar Malam Bush 22 december t/m 6 januari (m.u.v. 24, 25, 31 dec & 1 jan)

10897404680?profile=original

video door: de videoranger van Burgers Zoo

 

Locatie
Het overdekte tropische regenwoud “The Bush” van Burgers’ Zoo


Adres

Antoon van Hooffplein 1, 6816 SH Arnhem


Datum

22 december t/m 6 januari
(m.u.v. 24, 25, 31 dec & 1 jan)


Openingstijden
zaterdag 22 dec:      12:00 – 20:00
zondag 23 dec:        12:00 – 20:00
maandag 24 dec:     gesloten (kerstavond)
dinsdag 25 dec:       gesloten (eerste kerstdag)
woensdag 26 dec:   12:00 – 17:00 (tweede kerstdag)
donderdag 27 dec:  12:00 – 20:00
vrijdag 28 dec:         12:00 – 20:00
zaterdag 29 dec:      12:00 – 20:00
zondag 30 dec:        12:00 – 20:00
maandag 31 dec:     gesloten (oudjaarsdag)
dinsdag 1 januari:     gesloten (nieuwjaarsdag)
woensdag 2 jan:       12:00 – 20:00
donderdag 3 jan:      12:00 – 20:00
vrijdag 4 jan:             12:00 – 20:00
zaterdag 5 jan:          12:00 – 20:00
zondag 6 jan:            12:00 – 20:00


Toegangsprijs

De Pasar Malam is gratis toegankelijk met uw entreekaart voor het dierenpark.

Van 15:00 tot 20:00 betaald u slechts €10,00 entree voor Burgers’ Zoo inclusief de Pasar Malam met verschillende bekende Pasar Malam bands, zangers en zangeressen, dansgroepen, pentjak silat, kookdemo’s en een kinderprogramma!

(tot 15:00 uur: €22,00 voor volwassenen en €19,00 voor kinderen van 4 t/m 9 jaar)

Burgers’ Zoo abonnementhouders hebben gratis toegang.


Toegangskaarten

Kaarten zijn te koop via de site van Burgers Zoo:
Koop hier uw kaarten voor de Winter Pasar Malam in de Bush


Programma

Elke dag is er van 12:00 tot 15:00 uur een programma voor de kinderen met leuke workshops en knutselen.

Zo kunnen de kinderen verkleden als Bali prins of prinses en vervolgens in de traditionele kleding op het podium dansen. Ook zijn er theater voorstellingen voor kinderen, kunnen de kinderen (op z’n Indisch) zingen, dansen en muziek maken. En kunnen ze in het restaurant lekker knutselen (bijvoorbeeld wajang poppen maken), kleuren en op speelse wijze Indische woordjes leren.

Zaterdag 22 december

12:00-15:00
Verkleden als Bali prins(es)
Angklung workshop met Joop Neijndorff
Knutselen

15:00-20:00
Challenge XL
Grace Reece
Dansgroep Wahana Budaya
Kookdemo (onder voorbehoud)

Zondag 23 december

12:00-15:00
Verkleden als Bali prins(es)
Angklung workshop met Joop Neijndorff
Knutselen

15:00-20:00
Challenge XL
Hans Milane
Dansgroep Aniadi Art
Kookdemo (onder voorbehoud)

Maandag 24 & dinsdag 25 december

GEEN PROGRAMMA

Woensdag 26 december (2e Kerstdag)

12:00-17:00
Verkleden als Bali prins(es)
Zingen en muziek maken met Tante Dé (Deborah Jacobs)
Knutselen
Challenge XL
Ester Latama
Dansgroep Bali Ayu

Donderdag 27 december

12:00-15:00
Verkleden als Bali prins(es)
Zingen en muziek maken met Tante Dé (Deborah Jacobs)
Knutselen

15:00-20:00
The StreetRollers
Diana Monoarfa
Dansgroep Sekar Ayu

Vrijdag 28 december

12:00-15:00
Verkleden als Bali prins(es)
Zingen en muziek maken met Tante Dé (Deborah Jacobs)
Knutselen

15:00-20:00
The StreetRollers
Harold Verwoert
Dansgroep Sekar Ayu

Zaterdag 29 december

12:00-15:00
Verkleden als Bali prins(es)
Pentjak Silat / Gendang Workshop
Knutselen

15:00-20:00
Hot News
Ray Smith
Pentjak Silat Manyang

Zondag 30 december

12:00-15:00
Verkleden als Bali prins(es)
Pentjak Silat / Gendang Workshop
Knutselen

15:00-20:00
Hot News
Danny Everett
Pentjak Silat Manyang
Kookdemo (onder voorbehoud)

Maandag 31 december & dinsdag 1 januari

GEEN PROGRAMMA

Woensdag 2 januari

12:00-15:00
Verkleden als Bali prins(es)
Zingen en dansen met Benny en Jeannette
Knutselen

15:00-20:00
Free Line
Ben Heart
Dansgroep Peduli Seni Indonesia
Kookdemo (onder voorbehoud)

Donderdag 3 januari

12:00-15:00
Verkleden als Bali prins(es)
Zingen en dansen met Benny en Jeannette
Knutselen

15:00-20:00
Free Line
Harold Verwoert
Dansgroep Srikandi
Kookdemo (onder voorbehoud)

Vrijdag 4 januari

12:00-15:00
Verkleden als Bali prins(es)
Djago & Mina (The Brothers Timisela)
Knutselen

15:00-20:00
Affinity
Diana Monoarfa
Batik Dance Theatre
Kookdemo (onder voorbehoud)

Zaterdag 5 januari

12:00-15:00
Verkleden als Bali prins(es)
Djago & Mina (The Brothers Timisela)
Knutselen

15:00-20:00
Simply Friends
Shanelle de Lannoy
Warna Semesta Dance Collaboration

Zondag 6 januari

12:00-15:00
Verkleden als Bali prins(es)
Djago & Mina (The Brothers Timisela)
Knutselen

15:00-20:00
Simply Friends
Ester Latama
Dansgroep Orchidee
Kookdemo

programma pasar malam in de bush 2018-2019 met tijden

Ontdek Indonesië in de Kerstvakantie i.c.m. Burgers’ Zoo in Arnhem

In Burgers’ Bush betreedt u de kleurrijke wereld van het tropisch regenwoud. De vochtige hitte, dichte plantengroei, geuren en geluiden laten u even met de ogen knipperen. Al snel merkt u dat er overal om u heen dieren in alle vrijheid leven!

In deze werkelijk prachtige omgeving organiseert Istimewa Events een Pasar Malam van maar liefst 12 dagen!
Met uw entreekaart van de dierentuin heeft u gratis toegang tot de Pasar Malam!

Op 24 en 25 december is er geen podium programma maar zullen er wel enkele kraampjes open zijn.
Op 2e Kerstdag is de Pasar Malam van 12:00 tot 17:00 uur geopend met een passend programma en kinderen kunnen de hele dag knutselen en oud-Indonesische spelletjes doen!
De andere dagen is er dagelijks van 12:00 – 15:00 uur een programma speciaal voor kinderen! Denk hierbij bijvoorbeeld aan liedjes zingen, muziek maken en dansen op het podium. Of knutselen, poppenkast en spelletjes spelen, maar kinderen kunnen zich ook verkleden als Bali prins of prinses en daarna een klein optreden doen voor papa en mama. Alle kraampjes van de Pasar Malam zijn ook vanaf 12:00 uur open.
Op 31 december en 1 januari is er geen podium programma maar zullen er wel enkele kraampjes open zijn.

Vanaf 15.00 uur kunt u tijdens de Pasar Malam dagen voor €10,00 euro naar binnen, terwijl het park op deze avonden pas om 20.00 uur sluit. (muv 2e Kerstdag).
Tussen deze tijden is er een zeer gevarieerd, wervelend en uitgebreid programma op 2 podia. Met de beste bands, zangers en zangeressen, kookdemonstraties en dansdemonstraties!

Lees verder…

Verkennen van Indo-identiteit met de Nederlandse fotograaf Armando Ello

Hoezo Indo project verkent de identiteit van mensen met een Indonesisch-Europees gemengd erfgoed. Foto door Armando Ello. Gebruikt met toestemming.

Fotograaf Armando Ello is een van de twee miljoen Indo's in Nederland die opgroeiden met weinig kennis over hun Indo-identiteit.

Een Indo is een persoon met Indonesische en Europese (met name Nederlandse) roots. Ongeveer twee miljoen Indo's wonen in Nederland, een land dat Indonesië koloniseerde (voorheen bekend als Nederlands-Indië) van de jaren 1600 tot 1945. Er zijn ook Indo's in andere landen, zoals Australië, de Verenigde Staten en vele anderen.

Ello's moeder is Indonesiër uit Kupang, West-Timor, terwijl zijn vader een Indo is. In de jaren zeventig emigreerden zijn ouders naar het noorden van Nederland waar hij werd geboren en opgevoed.

Zijn passie voor geschiedenis en fotografie inspireerde hem om het bewustzijn over Indo-erfgoed en -identiteit te verkennen en te promoten via een boekproject genaamd Twijfelindo (wat 'twijfelachtig Indo' betekent), dat in 2016 werd gepubliceerd en werd uitgezonden door National Geographic Netherlands. 'Twijfelindo' bevatte foto's en interviews met 277 Indo's.

Geïnspireerd door de feedback die hij over dit boek ontving, begint hij aan een nieuw fotografieproject genaamd Hoezo Indo , dat erop gericht is om Indo's te laten leven in verschillende delen van de wereld.

Global Voices interviewde Ello via e-mail over dit project  en zijn verkenningen van de Indo-identiteit.

Global Voices (GV): Wat betekent Hoezo Indo en wat vertegenwoordigt het?

Armando Ello (AE):Het Hoezo Indo-project gaat over het verder verkennen van wat het betekent om Indo te zijn. De projectnaam betekent letterlijk: 'Wat bedoel je als je Indo zegt?' Het is de vraag die jonge mensen hebben met betrekking tot hun zogenaamde wortels. Heel vaak zeggen ze dat ze slechts gedeeltelijk Indonesisch zijn, wat in zekere zin waar is, maar het woord Indo zelf betekent afstammelingen van Europese en inheemse mensen die in Nederlands-Indië wonen (hoe Indonesië voorheen bekend was). Met dit in gedachten kan niemand één deel van zijn gemengde erfgoed claimen, maar de ander ontkennen, want dat is niet mogelijk. Ten tweede is Indo een term die dateert van vóór Indonesië; het is de term voor de mensen die zijn geboren uit Europese en niet-Europese (inheemse) ouders. Mijn projecttitel klinkt misschien vreemd, omdat [het] ook als een vraag dient. Een Indo zijn wordt vaak geïnterpreteerd als Indonesisch, maar deze notie is onjuist, althans niet voor de eerste generatie Indo-Europeanen die naar Nederland kwamen. Toen we 10 jaar geleden aan de website van het project werkten, hoorden we een debat over waar het bij Indo om gaat. Ik denk dat mensen en de jongere generaties van Indo het verfrissend vinden om de betekenis van Indo in twijfel te trekken, aangezien het woord steeds meer de status-quo werd.

Zelfportret door Armando Ello. Gebruikt met toestemming.

GV: Indo, métis, créole, etc .. Wat denk je van deze termen die veel worden gebruikt in de samenleving?

Hier in Nederland heeft bijna iedereen Indo-connecties, maar de meeste mensen weten niets over waar ze vandaan komen, ook onder de Indo's zelf.

Ik heb uit de eerste hand ervaringen gedurende mijn hele leven. We leven in een samenleving die nog steeds gecentreerd is rond koloniale perspectieven op geschiedenis: ons schoolcurriculum gaat niet in op dekolonisatie en hoe kolonisatie van Indonesië zowel Indonesië als Nederland beïnvloedde.

Dat is waarom ik zie dat steeds meer mensen tegenwoordig onderzoek proberen te doen en onderzoek doen, meestal op basis van hun eigen familiegeschiedenis. De jongere generaties van Indo zijn meer bewust en kritisch in debatten. Ze worden voorstanders van kwesties rond kolonisatie en dekolonisatie dankzij werk van historici, veteranen en anderen.

Niet alleen dat we ons onderwijssysteem moeten decoloniseren, maar wat belangrijker is, we hebben een verschuiving in onze eigen denkwijze nodig. Vanwege het groeiende bewustzijn, moeten we onze eigen mindset veranderen.

We kunnen niet van de samenleving verwachten dat ze begrijpt wat termen als Indo zijn, dus we moeten het zelf uitleggen en onderwijzen. Hier in Nederland leven we in de samenleving die draait om Europees-centrale geschiedenis en schoolcurriculum met een beperkte kijk op de koloniale geschiedenis, vaak om de Nederlandse reputatie te behouden. Dus we ontdekken en onderzoeken het zelf via onze eigen familiegeschiedenis. Vandaag zien we de trend dat jongere generaties kritisch zijn over dekolonisatiebesprekingen en pleiten voor meer bewustzijn in de samenleving met betrekking tot gedekoloniseerde denkwijzen en levenswijzen.

GV: Waar gaat je volgende project (een nog niet bekend fotoboek) over?

AE: Mijn volgende project gaat over het verspreiden van het idee om van mensen van gemengd bloed te zijn die in verschillende landen en samenlevingen wonen. Deel de verhalen over waar je vandaan komt, zodat mensen leren om het beter te begrijpen. Daarom fotografeer ik nu Indo-Europese mensen over de hele wereld die dezelfde geschiedenis delen.

GV: Vertel ons over uw verwachtingen en verwachtingen voor uw aanstaande project.

AE: Ik hoop dat dit project het bewustzijn over onze afkomst zal vergroten. Iemand heeft me eens verteld dat wortels van de mensheid zijn als de wortels van een boom - zonder hen zal de boom vallen. Ja, we moeten ons richten op het bouwen aan onze toekomst, maar we kunnen het verleden niet negeren. Ons heden en onze toekomst zijn gebouwd op ons verleden. We moeten anderen laten zien wie we zijn en dat we een interessante geschiedenis hebben om te delen. Ik ga dit project naar het volgende niveau door verschillende Indo's te fotograferen en te interviewen die over de hele wereld leven. Ik ben in december begonnen met een crowdfunding- campagne die loopt tot het einde van het jaar. Op dit moment hebben we meer dan 3.400 euro opgehaald van de 10.000 euro die we verwachten. Dit zal mijn aanstaande boek- en fotografiereizen financieren om de mensen te ontmoeten die in het boek zullen worden vermeld.

Het project zal portretten bevatten vergezeld van korte verhalen. Verder ben ik van plan een reizende fototentoonstelling te plannen en een documentaire te maken waarin dit aanstaande project centraal staat. Ik hoop echt meer Indo-Europeanen te vinden, bij voorkeur in landen waar ik het het minst verwacht.

Hier zijn enkele profielen uit het fotoproject 2016 van Ello:

Hoezo Indo project verkent de identiteit van mensen met een Indonesisch-Europees gemengd erfgoed. Foto door Armando Ello, gebruikt met toestemming

Hoezo Indo project verkent de identiteit van mensen met een Indonesisch-Europees gemengd erfgoed. Foto door Armando Ello, gebruikt met toestemming
h

Twijfelindo fotografieboek werd gepubliceerd in 2016. Foto door Armando Ello, gebruikt met toestemming.

Lees verder…

PJOTR X. SICCAMA :  Ontkenning van een bevolkingsgroep

10897406876?profile=original 

 10897248074?profile=original

Vergroten

Anti-Nederlandse leuzen

Het gebouw van Onderling Belang dat vol werd beklad met allerlei vreselijke leuzen.

 

 

Niet uitpakken maar inpakken. Voor de Nederlanders in Indonesië

was 1957 het jaar van Zwarte Sinterklaas.

 

In een gesprek met een journalist van een ochtendblad dat ik jaren geleden had, ging het over bevrijding in het algemeen en in het bijzonder (want het was toevallig op 5 mei, een offi­ciële Nationale Feestdag!) en we zaten op  die zonnige dag van de bevrijding te genieten op een Amsterdams terras. De beste brave borst, een goede vriend overi­gens, wist van de “bevrijding” van Nederlands Indië niets. Helemaal niet verwon­der­lijk omdat daar geen bevrijding wás om gezamenlijk joelend, jui­chend, met  vlag­getjes zwaaiend de begroeting van geallieerden en bevrijders in alle straten te vie­ren, zoals dat in Europa gebeurde.

Dat ultieme genot van visuele, auditieve en fysieke presentie van “geallieerde bevrijders” (zoals in Europa) was in Nederlands Indië (dat - evenals Europa door de Duitsers - in een grote puin­hoop werd achtergelaten en daar door de Japanse aggressor in een kerkhof was veranderd en nog walmend van lijkengeur) door de Nationale opstan­den – de Bersiap - niet eens mogelijk.

In plaats daarvan werden alle Europeanen en In­do/Eu­rope­a­nen in Nederlands Indië in een natio­nale opstand meegesleurd. Niemand werd de tijd gegund te herstellen van de verschrik­kingen en de per­soonlijke en hefti­ge ervaringen van het WO-trauma, die daar nog bij kwamen, welis­waar in een andere vorm maar even hevig. In het licht van die zware psy­chische omstandigheden moest men in Nederlands In­dië zien te over­leven. Er brak een periode aan van  angst en argwaan jegens elk (bestuurs) machts en/of elk ver­toon van hiervan.

 Die gevolgen van de diep gewortelde psychische ervaringen hadden de In­do/Eu­rope­a­nen bij hun overtocht naar het moederland tijdens de repatriëring onvrijwillig meege­nomen. Er waren voldoende bewijzen voor hun collectieve shock, waarover zelfs tijdens de gezamen­lijke tocht naar Europa om uiteenlopende redenen niet of nau­welijks werd gesproken. Men kon zeggen dat zij “voor een minuut” opgelucht wa­ren bevrijd te zijn ver­trokken uit het land waar ze geboren maar ook lief hadden gehad maar waar  de houding van de bevolking (weliswaar aangespoord) als een blad aan de boom van het ene moment op het andere omsloeg en zich hostiel ge­droeg tegenover andere inwoners die niet tot de autochtone bevolking behoorden.

De overtochten waren over het algemeen goed georganiseerd en de leiding van de repatri­atie en bemanning van de schepen deden hun best om de mensen op hun gemak te stellen en te entertainen zoveel ze konden. Ter vermaak tijdens de ongeveer 31/2 week du­ren­de reis werden bijna elke dag dansfeesten gehouden omdat men wist dat Indo’s nu eenmaal dol zijn op muziek, dans en entertainment. Dat divertisse­ment waren ze in Indië voor de oorlog gewend en dat werd daar ook danig gecul­tiveerd. Maar nu veran­derde die grote liefde voor dat land plotseling in een nacht­merrie die tijdens de over­tocht naar het moe­derland in diverse vormen al aan het licht kwam. De soms zichtba­re maar voornamelijk onzichtbare verschijnselen van trauma en gedeeltelijk shock bij de repatrianten (deels uit schaamte voor de verne­deringen in de oorlog wilden ze hun persoonlijke ellende met nie­mand delen) ma­nifesteerden zich reeds tijdens de boot-tocht: constant zieke mensen na­dat de zee­ziekte in de eerste week al voorbij was. De ziekenboeg was nagenoeg bezet; zo­wel bij vrouwen als mannen was er en opkomende migraine zonder dat men wist waar die vandaan kwam en die men die nooit eerder had gehad. Voor deskundi­gen op divers neurologisch terrein moesten deze en andere verschijnselen aanwij­zingen zijn dat er zaken speelden die niet strookten met de nor­male gang van za­ken  en zeker niet tijdens een boottocht.

 

Onbewust dansten deze mensen tijdens de overtocht hun onzichtbare ellende weg: ze maak­ten de overtocht zo vrolijk mogelijk als het maar kon, men wilde immers alles ver­ge­ten. Ze be­rustten op dat moment (nog) in hun lot, maar beseften niet dat zich bij ieder van hen lang­zaam en onbewust een drama voltrekken zou.

 

En daarmee was het helemaal duidelijk geworden dat de repatrianten bij hun aankomst in Neder­land nauwelijks hun mond open kónden doen. De redenen waren duidelijk: angsten, zwaar getraumatiseerd en nog eens geshockt door het “welkom”, dat geen welkom kan worden genoemd. Het was voor hen eenvoudig desastreus om op die ma­nier een nieuw leven op te bouwen bij hun aankomst in het land van hun (voor)va­de­ren waarop ze zo lang hadden gewacht met een verlangen zo groot en hartstocht zo vurig die nie­mand ooit zou kunnen beschrijven. Aan hun nakome­lingen konden ze deze ervaringen zelfs niet in een notedop vertellen; ze waren ook voor hen zelf té  ge­compliceerd.

 

In deze typering, zonder er ook maar een spoor van valse romantiek of pathos in te voe­gen, zal iedere Indo/Europeaan zich ongetwijfeld herkennen. Het vuur van de harts­tocht was nu door de kille shock gedoofd en de toekomst lag in handen van ab­solute onzeker­heid.

 

Ik kan me nog heel goed herinneren dat in een directe TV-verslaggeving (toen de NTS) slechts één vertegenwoordiger van de Nederlandse Staat, nl. het Staatshoofd zelf, in de persoon van wijlen koningin Juliana, de situatie én positie van de repatrianten op hun waarde had geschat door de woorden uit te spreken bij aankomst van een van de schepen (m.s. Sibajak/J.v.Oldenbarnevelt) te Rotterdam  met de historische maar ook legendarische zin ”..Dit is úw land..”

Deze wijze woorden moesten bij haar dienaren de ministers toch als een bliksem zijn ingeslagen?

Maar ze waren horende doof. Dat was tegenover de koningin een belediging van de eerste orde.

De alleszeggende zin van de koningin werd simpel genegeerd.

Hadden de betrokken ministers (regering) soms de diepe betekenis van die zin niet  begrepen? (over reikwijdte gesproken).

De toekomst van de repatrianten was hierna “in limbo” en hierdoor onzeker, mede door de socia­le belemmeringen als  gevolg van de conclusies die de commissie Werner de regering in een verwerpelijk rapport had voorgelegd en dat van vooroordelen en ra­ciale connotaties krioelde; bovendien geheel ongefundeerd was opgesteld en slechts was geënt op volstrek­te ignorantie, naïviteit en domheid. De Overheid was en is in alles tekort gechoten en draagt de verantwoordelijkheid. De overheid had zich totaal vergist in de omvang van het probleem dat ze in feite zelf had veroor­zaakt: overschat­ting in haar eigen kunnen, blind geloven in ondeugdelijke rappor­ten van commissies en bovendien geen in­for­matie ver­schaffen aan de autochtone bevolking van de komst van, in wezen (dichte of verre) bloed­verwanten en/of nazaten.

De repatrianten werden bijvoorbeeld niet of nauwelijks begeleid en/of voorbereid op een nieuwe werkomgeving die ze slechts uit boeken – zij kregen in het voormalig Ne­derlands Indië immers een Europese opvoeding - en van persoonlijke verhalen ken­den en die werkomge­ving (arbeidsstruc­tuur en arbeidsprocessen) was een on­beschre­ven blad. In het labyrinth van onduidelijkhe­den om een plaats (en werk) te vinden, zagen ze zich noodgedwongen letterlijk en fi­guurlijk gedwongen om een bescheiden hou­ding, plaats en rol in de nog steeds (deels) vijandige bevolking in te nemen, die hen toch als vreemden en  niet als “echte” volwaardige Nederlan­ders zag en nooit erover werd geïnformeerd dat er in Indië (in den vreemde) naza­ten leefden van Nederlandse en andere Europese oor­sprong. De zo­veelste misser van de Staat die er zonder meer van uitging dat de repatrian­ten uiteindelijk op een natuurlijke manier in de Nederland­se samenle­ving zouden opgaan (vandaar de versprei­ding over het hele land) zonder een moment te beseffen dat dit niet geruis­loos kón ge­beuren, om de simpele reden dat de alge­hele erkenning van deze be­volkingsgroep, behorende tot de Nederlandse sa­menle­ving als zodanig diende te worden beschouwd, maar wat tot en met heden geheel ontbrak. 

Indien dat wel was gebeurd, zouden er nauwelijks maatschappelijke problemen zijn ont­staan, of in ieder geval vrijwel kunnen worden vermeden. De Nederlandse Staat had immers alle middelen tot haar beschikking om bij wijze van spreken, bij het begin al in één handom­draai de “Indische kwestie” tot een succesvol geïntegreerd sluitstuk van het Indiëbeleid te maken. Dat heeft ze om duistere redenen nage­la­ten.

 

Inmiddels wachtten de repatrianten af wat er zoal met hen in de gegeven situatie zou ge­beu­ren, maar er kwam niets waardoor hun maatschappelijke posities (enigszins en in verhouding tot hun arbeidsverleden) konden worden hersteld. Repatrianten die op di­verse vakgebie­den zeer gekwalificeerd waren, konden hun (uiteenlopende) beroepen niet eens uitoefe­nen. In Indië goed tot hoog geschoold, gedisciplineerd en streng op­gevoed, werden ze gedwongen in allerlei fabrieken te werk gesteld om deels een bij­drage te leveren in de kosten voor de overtocht die Overheid had “voorgeschoten”. De zoveelste belediging, zo zag iedereen dat.

Ze waren op zichzelf aangewezen en hadden geen enkel beeld, laat staan een idée, van wat de overheid (de Staat) met hen van plan was. Maar die Overheid was helemaal niets van plan.  Er was dan ook geen enkele instantie, met na­me geen overheidsinstelling, die bijvoorbeeld de arbeidspotentie van de repa­trian­ten had onderzocht, hetgeen  immers juist op dát punt  het begin had moeten worden om deze mensen zo efficiënt mogelijk in het arbeidsproces in te leiden. De overheid en andere in­stanties waren hier ook weer steke­blind ge­weest. Allemaal ge­miste kan­sen om potentiële talenten te recruteren. Deze  in­spanning had het Bestuur in het voor­malig Indië ook nooit ondernomen. Het is niet alleen onbegrijpelijk maar ook on­vergeeflijk dom al die kansen die de over­heid had laten lopen. Maar nu in Ne­derland  moesten ze het zelf uitzoeken. Op zich was het voor hen

 10897247696?profile=original

Urnbijzetting in het (voorlopige) Nationaal Monument op de Dam. 29 april 1950.

Deze plaats werd toen nog “het damplantsoen” genoemd, te zien aan de op de foto zichtbare be­plan­tingen en grote bomen achter het voorlopig monument. Ook zichtbaar zijn de nissen van het monu­ment waarin respectievelijke de urnen werden geplaatst. Fotograaf Winterbergen, […] / Anefo, [on­bekend]. 

Urn met aarde

In Nederland werd op 29 april 1950 tijdens een plechtigheid een urn met aarde van de, toen nog, tweeën­twintig ere­velden in Indonesië bijgezet in het voorlopig Nationaal Monument op het Damplantsoen in Am­sterdam. De ver­zilverde urn werd geplaatst in een urnta­ber­nakel van sonohout, versierd met snijwerk. Drie zijvlakken toonden de Ne­derlandse Leeuw. Op het vierde snijvlak een heraldisch wapen met de spreuk “Pro Rege, Lege et Gre­ge” (Voor Ko­ning, Wet en Volk).

 

10897248472?profile=original

 

 

 

 

 

 

 

Op 4 mei 1956 werd het definitieve monument op de Dam onthuld, met ondermeer de urn met aarde uit Indonesië.

 

Het Nationaal Monument zelf, vervaardigd door de beeldhouwer Hildo Krop en de ar­chitect Oud en beeldhouwer Rae­dec­ker, (de beeldhouwer die helaas door zijn plotselinge overlijden de ont­hulling niet heeft kunnen meemaken)  werd in 1956 voltooid met een tekst van de dichter Ro­land Holst.

 

 

nauwelijks een pro­bleem om­dat ze in het voormalig Neder­lands In­dië wel gewend waren om zelf werk te zoeken en te vinden. Want de in­gebakken overle­vingsstrategie had de Indo/Euro­pe­aan zelf móeten ontwikkelen tijdens WO 2 en de onaf­hankelijkheidsoorlog. Een geluk bij on­geluk, zou men dat kunnen noemen, wat hen nu toeval­lig goed uitkwam.

In de barre en keiharde periode van de vijftiger jaren van de vorige eeuw vochten de re­pa­trian­ten ieder op hun eigen manier voor een waardig leven, weliswaar beroofd van hun dro­men, zonder substantiele hulp (of begeleiding) en met de ontkenning van hun werkelijk “zijn”, hun bestaan, zouden zij wel moeten leven ook in een voor hen wel­haast vijandige omge­ving. De meerderheid van de Nederlandse bevolking zag hen niet echt als verre bloedver­wanten en wanneer de Nederlandse bevolking geconfronteerd werd met de onalle­daagse gewoontes van de nieuwkomers zoch­ten deze heel tribaal hun eigen dagelijkse gewoontes op en trokken ze zich van de nieuwkomers terug. De Hollanders hadden, begrijpelijker­wijs ook hun eigen zorgen, net zo groot en behoeftig en dan  kon een stroom van “ver­meende bloedverwanten of nazaten” uit den vreemde nota bene niet zo direct vatten, (laat staan begrijpen). Voor de Hollanders (nooit ingelicht door de Overheid over deze bevol­kingsgroep) was de komst van de repatrianten, als gevolg volslagen duister ( het kwam hen niet goed uit) Het was voort­durend het aftasten van elkaars gewoonheden en rituelen en daarna zoeken naar overeenkomsten leek het wel.

 Met enige uitzondering van een handjevol Hollandse mensen, die zelf tijdens de Duitse bezetting in WO II hadden geleden en waar er enkele van hen de dood voor ogen hadden gezien,  had zich over hen ontfermd en hen omarmd. De Indische Nederlanders zagen in hen in ieder geval de pijlers, de ruggegraat zo men wil, van de Nederlandse Beschaving en dat was een geruststellende gedachte.

Voor niets gaat de zon op. De repatrianten hadden, ondanks de grote teleurstelling bij hun aankomst noodgedwongen én op eigen kracht een weg moeten vinden in een heel an­dere (werk)omgeving en ander klimaat, bij voortduring geconfronteerd met iets ande­re opvat­tingen over omgangsvormen dan waar zij zo aan gewend waren.

 Voor hen was er geen geoliede overheidsorganisatie zoals nu bijvoorbeeld het COA, Vluchte­lingenwerk en zo meer; voor hen was er geen ontvangstcomité dat ze van harte welkom heette, voor hen was er geen uitstekende hand om alles wegwijs te maken in het land van hun (voor)vaderen: HUN VADERLAND.

ZIJ  hadden immers Europese (voor)ouders en juist deze (verre) bloedverwanten bleken meer van xenofobisch van karakter te zijn bij de toenadering van de repatrianten dan bij de tegen­woordige immigranten die al die achtergronden niet hebben. Onbegrijpelijk en tegelijker­tijd beschamend.  Hoe was het ons geleerde zinnetje ook al weer: “van je familie moet je het hebben”. Kortom een onvergeeflijk schandaal.

ZIJ  werden op die manier niet bepaald in de watten gelegd zoals men met de huidig immigranten nu wel het een en ander pleegt te doen waarvan de modus zelfs standaard schijnt te zijn.

Voor de repatrianten hoefde deze “pampering” ook helemaal niet; men vroeg hen immers helemaal niets en al helemaal niets over de redenen waarom zij hier kwamen.

In het voor­malig Neder­lands Indië heerste een vrij sociaal liberaal arbeidsklimaat en er waren geen sociale vang­netten ter bescherming van werkenden zoals in Ne­derland. Met hun Neder­landse c.q. Eu­ropese opvoeding in Indië herkenden de repatrianten de Neder­landse samen­le­ving amper of hele­maal niet. Immers het gedrag en de om­gangs­vor­men van de Neder­lander strookte niet met dat­gene wat ze in Indië had­den geleerd: goede manieren, be­leefd zijn tegenover een ieder, met twee woorden spreken zonder aanziens des per­soons, kortom de etiquette van het fatsoen.

 

In de Indo/Europese en Europese gemeenschap ontstonden

 als gevolg van de segregatie (zie het eerste deel) diverse niveaus en stijlen van leven: arm tot heel arm en rijk tot  heel rijk. Zowel de (vaak) rijke Europeanen als de rijk geworden Indo/Europeanen (meestal self-made) staken met hun sociale status de ogen uit van de rest van de Indo/Europeanen die  groten­deels een middenklasse vormden. En in deze maat­schap­pelijke verhouding was het woord solidair niet bepaald een woord dat dage­lijks werd gebezigd. En wanneer men de heden ten dage ter be­schikking staande actuele in­formatiebronnen raad­pleegt over de Indo/­Europe­aan, komt men niet zel­den onge­rijmdheden tegen. Dan worden er voorbeel­den van suc­cesvolle personen van Indo/Eu­ropese afkomst, Indo‘s dus, ten tonele ge­voerd, die vanaf de zestiger  jaren bekend zijn geworden op het ge­bied van de kunsten zoals, thea­ter, dans, film, muziek etc. met obligate commentaren dat zij het (toch) ge­maakt hebben! Daar kun­nen we suc­cessievelijk aan toevoegen dat ze dat succes (onder de alziende ogen van  hun ouders!) uit eigen kracht en inspan­ning hebben verworven. Ook carrières in de Krijgsmacht en op wetenschappelijk ge­bied (vaak medisch) worden dan uitgeme­ten. Maar de talenten op divers gebied onder de leden van de In­do/Europese be­vol­kingsgroep had men nauwe­lijks of helemaal niet in de gaten ge­had laat staan bevor­derd. Velen ont­wikkelden zich op eigen houtje, on­ge­subsidieerd of  nauwelijks ge­spon­sord door een of andere firma. Wat dat be­treft veel respect en lof en we gunnen hen het succes van ganser harte, dat vinden ik en ieder­een een goede ont­wikkeling; het zijn in feite nog fijne stipjes in het ge­heel, incidenten, maar die al flonkeren boven het ver­maledijde tranen­meer van de bitterheid van gisteren dat we met zijn allen hope­lijk zeer snel achter ons zullen laten om het plaats te laten maken voor de grote verwach­tingen die de Indo/Europeaan voor dit (ONS) mooie land voor ogen heeft.

 

Ik hoop  hiermee een bijdrage te hebben geleverd aan hen die de geschiedenis van de In­do/Eu­ro­peaan graag willen kennen en draag ik deze serie artikelen daarom op aan alle jonge men­sen en aan alle mensen van de Indo/Europese gemeenschap omdat ik weet wat het is om (een) Indo te zijn.

 

10897249257?profile=original

PJOTR X. SICCAMA

 

Lees verder…

10897405466?profile=originalDe Indische rijsttafel behoort tot Immaterieel Cultureel Erfgoed Nederland ofwel staat op de lijst UNESCO.[1]. op 841 sinds 2015


De oorsprong van deze tafel kwam uit Nederland ten tijde van het Voormalige Indie. Is dus misvatting dat deze zijn oorsprong vanuit de Indonesie zelf kwam. Immers de verschillende bevolkingen in het voormalige Indie brachten vaak al een gerecht uit hun provincie. Er werd besloten om alle verschillende gerechten naar 1 tafel te brengen, zo ontstond de Indische rijsttafel. Tegen de achtergrond zijn teven andere producten afkomstig uit Nederland naar het voormalige Indie gebracht; de bekende spekkoek, smoor, etc...

ICM wil hiervan een mettertijd een boek uitbrengen, maar dan met uw in breng, u levert een mooie foto en een rececpt aan. Wij beloven U dat wij Uw recept in dit ICM kookboek "De ICM - Indische rijsttafel zullen uitbrengen. Uiteraard staat uw naam bij het ingezonden recept met de foto.

WORDT LID VAN DEZE GROEP OP FACEBOOK

https://www.facebook.com/groups/819147348447741/

Lees verder…

De "tafel".

10897406094?profile=originalDe "tafel". 


In 2018 kwam de "Tafel" aan de orde bij de loon onderhandelingen, de pensioenen, en onlangs het klimaatakkoord.

Het democratisch model staat ter discussie. Een Therry Baudette ( Indoman) probeert hier via zijn politieke - missie hierin verandering in te brengen dit volgens zijn forum. Is uiteraard hard nodig dat hierin verandering komt, want de burgers staan steeds ver af van zijn democratie. Tot stemhokje heeft de burger zijn democratie, hierna beslist uitsluitend het Kabinet, die op de centjes van de burgers moeten letten, en de Kamer die zogenaamd de burgers moeten beschermen tegen verkeerde stappen van het Kabinet.

So far so good !

Wat schets onze verbazing juist uit de Kamer komt van de groene partijen 'uit de tover hoed het groene - dier te voorschijn genaamd de CO 2. Op eens lijken de groenen de pacht van een ingenieursbureau in zich te hebben. Na de schaarste - , consumerende - komt nu de duurzaamheids economie boven water drijven.

Ja, en die gaat om het huis, de auto, en energie van diezelfde burgers. Het lijkt er op dat ze alles moeten gaan opofferen

Het huis zal fors onder handen worden genomen; isolatie , spouwmuren, geisoleerd dak, met zonnepanelen .. .

De auto op fossiele brandstoffen moet de deur uit. Tussentijds de Motorrijtuigen Belasting fors omhoog,

Energie rekening die nu opeens duurder wordt, terwijl de olie prijzen met 40% zijn gedaald, en op termijn nog eens zo'n 30.000 voor een nieuwe warmte toestel.

Nu komt om het volk gerust te stellen die beroemde tafels anno 2018 uit de kast. Nieuw is dit fenomeen niet! Reeds uit het voormalige Indie werd ook een Tafel als symbool gebruikt bij de Indische Rijsttafel. Immers de bevolkingsgroep uit voormalige Indie had slechts 1 gerecht. Het was Nederland die besloot om al de afzonderlijke gerechten bij een te brengen tot 1 tafel. Zo ontstond de Indische Rijsttafel die nu tot Nederlands Erfgoed behoort.

Dus Ed Nijpels u was niet bedenker van de tafel, maar velen zijn U al voorgegaan.

De volgende vraag; Wie zitten aan de tafel van klimaat akkoord? Naar zeggen uitsluitend MKB - ers die met mooie plannen komen om hun eigen zakken te vullen, en deze te halen bij de argeloze burgers voor kosten van energie, huis en de auto..... .

Te denken dat de bedrijven (MKB) decenia lang de grootste vervuilers zijn van CO 2 uitstoot.

Wanneer komt de tafels voor de burgers.

Lees verder…

Herwaardering van kolonialisme

Gastcolumn: Tijd dat kritische, postkoloniale stemmen eindelijk meer ruimte krijgen dan koloniale stemmen

Achterhaalde ideeën bepalen nog altijd het heersende discours over het koloniale verleden – vernieuwende en kritische geluiden ten spijt. Dat betoogt gastcolumnist Reza Kartosen-Wong.

763?appId=93a17a8fd81db0de025c8abd1cca1279&quality=0.8 Vertrek van Hr Ms Zuiderkruis vanuit Rotterdam naar Nederlands-Indië, 14 januari 1949. Beeld ANP

In media en cultuur werd het afgelopen jaar geregeld aandacht besteed aan het Nederlandse koloniale verleden in voormalig Nederlands-Indië. Daarbij kwamen ook vernieuwende kritische en postkoloniale gezichtspunten aan bod. Het heersende discours over ons koloniale verleden wordt echter nog steeds vooral bepaald door koloniale stemmen en ideeën. Kritische kennis over racisme, onderdrukking, uitbuiting en geweld als essentie van de koloniale samenleving in ‘Indië’, heeft nog geen vaste plek in ons collectieve geheugen gekregen. De muffige koloniale ideeën moeten eindelijk eens worden vervangen door frisse, kritische perspectieven op ons koloniale verleden.

advertentie
Het boekje Tempo Doeloe, een Omhelzing van Kester Freriks is exemplarisch voor dat koloniale denken. Freriks pleit voor de rehabilitatie van tempo doeloe, de goede oude tijd in de kolonie, en uiteindelijk voor rechtvaardiging van kolonialisme. Hij schiet in de slachtofferrol en stelt enigszins hysterisch dat het nu ‘verboden is’ om te zeggen dat men een gelukkige tijd had in voormalig Nederlands-Indië en dat het een ‘levensgevaarlijk onderwerp’ is omdat de ‘verdediging en herwaardering van tempo doeloe geldt als immoreel en ongepast’. Ook benadrukt hij de ‘goede kanten’ van kolonialisme.

Herwaardering van kolonialisme

Het is slechts een stropop. Dat er ook idealistische Nederlanders waren die goede dingen deden voor de Indonesische bevolking zal niemand ontkennen. Ook wordt niemand er van weerhouden om met weemoed terug te denken aan een gelukkige tijd in de kolonie. Sterker, in recente memoires, fotoboeken en theaterstukken is een nostalgische lezing van tempo doeloe gewoon terug te vinden. Tegelijkertijd moeten we deze persoonlijke herinneringen in de bredere historische context van de koloniale samenleving in voormalig Nederlands-Indië plaatsen.

Juist dat wil Freriks niet. Hij geeft wel aan dat er in de kolonie sprake was van geweld, onderdrukking en racisme, maar hij bagatelliseert dat. Zo vergoelijkt hij de strikte raciale hiërarchie in de kolonie door te stellen dat ‘uitsluiting van alle tijden is’ en dat men in Nederland een verzuilde samenleving kende. In plaats van te erkennen dat de koloniale samenleving was gebouwd op geweld, racisme en onderdrukking, wil Freriks juist benadrukken dat het kolonialisme veel goeds bracht. Hij is uit op een herwaardering van het kolonialisme. Hoe de miljoenen onderdrukte en achtergestelde Indonesiërs zich voelden, is niet van belang. Ook niet dat er honderdduizenden Indonesiërs zijn vermoord tijdens het koloniale bewind.

Freriks ziet de publicaties over geweldsexcessen tussen 1945 en 1950 in Indonesië en de kritische analyse van kolonialisme in het algemeen als problematisch. Dus niet zozeer de oorlogsmisdaden en de gruwelijkheid van kolonialisme zelf, maar de aandacht daarvoor. Die vormen een bedreiging voor zijn mooie herinneringen aan Indië. Freriks zit vast in zijn koloniale bubbel.

Gebrek aan brede analyse

Deze maand schreef Remco Raben, hoogleraar koloniale en postkoloniale literatuur- en cultuurgeschiedenis, een scherpe recensie van Tempo Doeloe, een Omhelzing voor de Nederlandse Boekengids. Hij ontmaskert Freriks als een apologeet van het kolonialisme. Ook andere historici, waaronder blogger en journalist Lara Nuberg, waren uiterst kritisch over Freriks pamflet.

Het heersende discours over het koloniale verleden wordt helaas nog altijd bepaald door achterhaalde koloniale ideeën zoals die van Freriks – vernieuwende en kritische geluiden ten spijt. Een echte brede en kritische analyse van geweld, racisme, onderdrukking en uitbuiting als essentie van de koloniale samenleving in voormalig Nederlands-Indië, de legitimiteit van het koloniale bewind en de doorwerking van kolonialisme in het heden is in Nederland nog geen vast onderdeel van geschiedenisonderwijs, media, cultuur, politiek en uiteindelijk collectief geheugen. Voor het nieuwe jaar hoop ik daarom dat de kritische en postkoloniale stemmen van onder andere Reggie Baay, Marion Bloem, Lara Nuberg, Jeffry Pondaag, Francisca Pattipilohy, Ethan Mark, Marjolein van Pagee, Histori Bersama, het Dekolonisatie Netwerk voormalig Nederlands-Indië en Griselda Molemans eindelijk meer ruimte krijgen dan de welbekende koloniale stemmen.

Reza Kartosen-Wong is een publicist en docent media en cultuur (UvA) die promoveerde op onderzoek naar de culturele identificaties van jonge Aziatische Nederlanders. Deze maand is hij gastcolumnist van de Volkskrant.

Lees verder…
Alarmfase vulkaan Anak Krakatau verhoogd, vliegverkeer omgeleid
10897406474?profile=original



INDONESIË

Alarmfase vulkaan Anak Krakatau verhoogd, vliegverkeer omgeleid

De vulkaan spuwt sinds zondag veel rook en as uit. Beeld REUTERS




Indonesië leidt donderdag al het vliegverkeer rond de uitgebarsten vulkaan Anak Krakatau om. Ook hebben de autoriteiten de alarmfase verhoogd naar de op een na hoogste. De maatregelen komen een kleine week nadat de vulkaan een tsunami veroorzaakte waarbij zeker 430 doden vielen. 


De luchtvaartdienst AirNav nam de maatregelen omdat het vliegverkeer ernstig hinder ondervindt van de enorme hoeveelheid rook en as die door de vulkaan wordt uitgestoten. Omdat de alarmfase is verhoogd, mag niemand meer in een gebied komen van 5 kilometer rond de vulkaan.

advertentie

Aan de westkust van Java zijn gebouwen, voertuigen en bomen sinds woensdag bedekt met een dunne laag vulkaanas. De autoriteiten zeggen dat de as niet gevaarlijk is. Wel roepen ze de bevolking op maskers en mondkapjes te dragen als ze naar buiten gaan. Tot nu toe is nog niet besloten luchthavens te sluiten. De hoofdstad Jakarta bevindt zich op 155 kilometer van de vulkaan.

Anak Krakatau is sinds juli onrustig. Maar sinds zondag spuwt de vulkaan lava en stenen omhoog. Ook zijn aswolken tot op 3 kilometer hoogte te zien. ‘Wij verwachten een verdere escalatie’, aldus Antonius Ratdomopurbo, secretaris van het geologisch instituut.

10897406863?profile=original
Aswolken boven de vulkaan Anak Krakatau. Beeld REUTERS

Extreem weer

De autoriteiten waarschuwden woensdag al voor ‘extreem weer en hoge golven’ rond de vulkaan in de Straat van Soenda, tussen Zuid-Sumatra en West-Java. Ook dringen zij erop aan weg te blijven bij de kust. Volgens de meteorologische dienst kan het ruwe weer rond de vulkaan de kraterwand kwetsbaar maken, waardoor het risico bestaat dat deze het begeeft. 

De tsunami van zaterdag werd veroorzaakt doordat een deel van de vulkaan instortte. Het hoofd van de meteorologische dienst, Dwikorita Karnawati, zegt dat de vulkaan nauwlettend in de gaten wordt gehouden. ‘Wij hebben een controlesysteem ontwikkeld dat zich focust op de vulkanische trillingen in Anak Krakatau, zodat wij vroeg kunnen waarschuwen.’

763?appId=93a17a8fd81db0de025c8abd1cca1279&quality=0.8
Vulkaanuitbarsting.

De ramp gebeurde zo onverwacht dat zelfs deskundigen het niet willen geloven. Er is geen aardbeving geweest, geen ‘tektonische activiteit’ in deskundigentaal. Er was alleen een uitbarsting van de vulkaan Anak Krakatau (‘het kind van Krakatau’). 

Lees verder…

‘Kind’ van Krakatau pruttelt niet meer, maar is een vulkaan om rekening mee te houden

Indonesiërs vrezen nieuwe uitbarstingen van het ‘kind van Krakatau’. De vulkaan groeit ieder jaar en is onrustig, maar evenaart de kracht van zijn voorvader, die in 1883 met daverend geweld explodeerde, nog lang niet.

763?appId=93a17a8fd81db0de025c8abd1cca1279&quality=0.8 Op 23 december brak een stuk van 64 hectare van de eilandvulkaan af, 90 voetbalvelden in één keer, die het water van de zee opstuwden tot een vloedgolf die met grote snelheid over de stranden denderde. Beeld EPA

De nieuwste uitbarsting van Anak Krakatau op Eerste Kerstdag veroorzaakt geen tsunami, maar het gedonder van de berg is genoeg om duizenden bewoners van Sumur op de vlucht te jagen. Ze rennen naar hoger gelegen plekken, en waar die niet zijn rennen ze alleen maar rechtdoor, zo ver mogelijk weg van de onbetrouwbare zee. Niemand weet of er een nieuwe tsunami komt, en als er een komt: wanneer. In heel Indonesië is er geen deskundige die dat kan voorspellen, en evenmin is er een systeem dat de mensen op tijd kan waarschuwen. Na afgelopen weekeinde blijven de mensen daarom uit de buurt van de zee, en bij het minste of geringste zet iedereen het op een lopen.

advertentie

Het gerommel van Anak Krakatau houdt niet meer op. Langs de hele kust kun je het horen: een geluid van verre explosies, scherper dan het gedonder van onweer, onheilspellender. Soms zijn het er een paar per minuut, soms zitten er een paar minuten tussen twee donderslagen en soms is het een heel uur stil. De klap die de tsunami aankondigde was harder. ‘Het klonk als een bom’, zeggen getuigen. Dat was de klap waardoor een stuk van 64 hectare van de eilandvulkaan afbrak, 90 voetbalvelden in één keer, die het water van de zee opstuwden tot een vloedgolf die met grote snelheid over de stranden denderde.

De doden en de verwoesting die achterbleven hebben een einde gemaakt aan de betrekkelijke onschuld van de berg. Tot nu toe was ‘Anak Krakatau’ maar een kind dat een beetje aanrommelde in vergelijking met de echte Krakatau die zichzelf in 1883 in een apocalyptische knal heeft opgeblazen. Maar ineens is het kind er een geworden om rekening mee te houden.

Anak Krakatau is desondanks nog steeds een dwerg in vergelijking met de grote Krakatau.

763?appId=93a17a8fd81db0de025c8abd1cca1279&quality=0.8

Muur van water 

De omvang van de explosie van die vulkaan, en de gevolgen die zij had, waren in 1883 oneindig veel groter dan de tsunami die dit weekeinde over de westkust van Java en de oostkust van Sumatra denderde. De fatale uitbarsting van de grote Krakatau was een van de allergrootste erupties die de aarde ooit had meegemaakt. Een berg van meer dan 800 meter hoogte verdween in een grote explosie van de aardbodem. Van het eiland bleven een paar randjes over. De rest werd in een gigantische gloeiende aswolk de atmosfeer in gespoten. Ook toen waren er tsunami’s. De grootste en laatste smeet een ijzeren stoomschip, de ‘Berouw’, kilometers diep landinwaarts. De zeldzame overlevenden spraken van een ‘zwarte muur van water’, een muur die meer dan 40 meter hoog moet zijn geweest. Zelfs vluchten naar een heuveltop had geen zin, omdat de golf daar nog ruimschoots bovenuit kwam. Alle plaatsen aan de kust werden volledig weggevaagd. De gloeiende as en puimsteen doodden duizend mensen, de tsunami’s doodden er 35 duizend. Als Java toen net zo dicht bevolkt was geweest als nu, zouden dat er vele honderdduizenden zijn geweest.

Hardste geluid ooit

De auteur Simon Winchester heeft een reconstructie gemaakt van de gebeurtenis in zijn standaardwerk: ‘Krakatoa’. Het boek heeft de ondertitel: ‘De dag dat de wereld ontplofte.’ De uitbarsting had inderdaad wereldwijde gevolgen. De knal waarmee de Krakatau, op de ochtend van 27 augustus uit elkaar spatte was het hardste geluid dat ooit op aarde was geregistreerd. Het was duizenden kilometers verderop te horen. Op het eiland Rodrigues in de Indische Oceaan noteerde een politiecommandant het ‘geluid van kanonnen’. Rodrigues ligt bijna 5.000 kilometer van de Krakatau, dat is verder dan van Amsterdam naar Teheran. De knallen werden gehoord in Singapore, Bangkok en Manilla, en volgens Winchester zelfs in Amerika, bijna twintigduizend kilometer verderop. Verteld wordt dat de knal vier keer rond de aarde ging voordat hij uiteindelijk helemaal tot zwijgen kwam.

De explosie had de kracht van dertien keer de atoombom van Hiroshima. Gas, stof, puimsteen en stenen werden tot in de hogere luchtlagen omhooggeschoten in een wolk die de halve aarde zou omspannen. De gemiddelde temperatuur van de aarde daalde door dat stofgordijn vijf jaar lang met 1 graad. De stofwolken veroorzaakten spectaculaire zonsopgangen aan de andere kant van de aardbol. De rode flarden moeten in Amerika zelfs brandweerlieden voor de gek hebben gehouden, die dachten dat aan de horizon grote branden woedden.

‘Live’ verslag

De uitbarsting van de Krakatau was de eerste ramp waarover bijna ‘live’ over de hele wereld verslag werd gedaan. Nog maar heel kort daarvoor waren de onderzeese telegraaflijnen gelegd. De trans-Atlantische verbinding was net 25 jaar oud en nu omspanden telegraaflijnen de hele wereld, en via die lijnen verspreidde zich binnen een dag het nieuws dat er iets vreselijks was gebeurd in Nederlands-Indië. Bijna niemand wist wat de Krakatau was, weinig mensen hadden ooit gehoord van Java, Sumatra of Batavia, maar ineens lagen die woorden op ieders lippen. De wereld zou daarna nooit meer dezelfde zijn.

Het zou tientallen jaren duren voordat Anak Krakatau uit het water tevoorschijn zou komen. In 1927 begon een nieuwe vulkaan onder water lava uit te braken. In 1930 kwam die vulkaan boven water: Anak Krakatau. Die spuwde meer lava dan de zee kon wegspoelen, en groeide snel, sinds de jaren vijftig met meer dan zes meter per jaar. Sinds 1994 is Anak Krakatau niet meer tot rust gekomen. 19 februari 2017 was er een explosieve uitbarsting, en in juni 2018 begon een reeks uitbarstingen die tot de dag van vandaag voortduurt.

Tot vorige week waren de knallen niet meer dan een achtergrond. De Anak Krakatau met zijn eeuwige rookpluim was van de kust uit te zien. De fotogenieke berg was een extra bron van inkomsten. Het bracht vulkaantoeristen naar de streek. Vergeleken met de wereldknal van 1883 zijn de knallen van Anak Krakatau baby-gepruttel. Zij reiken niet verder dan enkele tientallen kilometers, maar sinds zaterdag is dat ver genoeg. Voor de mensen die ze kunnen horen zijn ze angstaanjagend en onheilspellend.

Geen detectiesysteem 

Het meest angstaanjagend is het feit dat niemand weet wat ze zullen brengen. Indonesië heeft geen detectiesysteem dat op tijd kan waarschuwen voor een stijging van het zeewaterpeil. Het enige waarschuwingssysteem dat er bestaat, is gekoppeld aan aardbevingen. 90 procent van de tsunami’s worden veroorzaakt door een aardbeving, en de meteorologische dienst heeft modellen voor de omstandigheden waaronder een aardbeving een tsunami kan veroorzaken. Als die omstandigheden er zijn, wordt een tsunamialarm gegeven. In de meeste gevallen is dat niet eens nodig. Sinds de grote tsunami die eind 2004 130 duizend tot 180 duizend mensen doodde in de provincie Atjeh, is de bevolking zich meer dan bewust van de gevaren van een aardbeving aan zee. Zodra de aarde schudt vluchten de mensen uit hun huizen, en zoeken ze een hoger gelegen plek op.

Ooit was er een detectiesysteem dat elke tsunami kon meten, ook als er geen aardbeving was. In 2005 is er met buitenlandse hulp een netwerk van boeien langs de zuidkust van Sumatra en Java gelegd. Die boeien bevatten elektronische apparatuur die elke verandering in het zeewaterpeil meteen doorgaven naar een centrale op het vasteland. Dat peperdure systeem is er niet meer. Het ging als een nachtkaars uit. Apparatuur werd van de boeien gesloopt, hele boeien werden gestolen, apparatuur ging kapot en werd niet hersteld, boeien roestten weg, tot in 2012 ten slotte ook de laatste boei het begaf. Indonesië heeft er nooit meer naar omgezien.

Tot de tsunami van de Anak Krakatau, en ook een soortgelijke tsunami die eerder dit jaar de stad Palu op Sulawesi trof, Indonesië de ogen opende.

President 

Onder druk van een stijgend aantal slachtoffers heeft president Joko Widodo nu opdracht gegeven het vergeten hightech waarschuwingssysteem te herstellen. Volgend jaar moet dat weer operationeel zijn, en uitgebreid naar plaatsen die niet door het oude systeem werden gedekt. De president moet wel. In april zijn er presidentsverkiezingen en Joko Widodo zal door zijn tegenstander, ex-generaal Prabowo, ongetwijfeld worden afgerekend op hoe hij de reeks rampen van dit jaar (twee aardbevingen, tsunami’s en een vliegtuigramp) heeft aangepakt.

Terwijl de ramp langzaam politiek wordt, zijn reddingwerkers, politiemannen en militairen nog volop bezig met het zoeken naar slachtoffers. Nog steeds worden er lichamen gevonden. Marineschepen vissen ze uit zee, en op het land duiken ze op op plaatsen die tot nu toe nog moeilijk bereikbaar waren. Gezocht wordt met drones en honden. Duizenden bewoners van de kuststrook zijn gevlucht en worden opgevangen in openbare gebouwen als scholen en gemeentehuizen, in moskeeën en in haastig opgezette tentenkampen.

De meteorologische dienst heeft mensen gewaarschuwd minstens een kilometer van het strand weg te blijven. De dienst vreest dat een combinatie van factoren een nieuwe aardverschuiving kan veroorzaken, en een nieuwe tsunami. Hevige regenval, onweersbuien en felle wind zullen de zee en de golven opzwepen. Gecombineerd met de aanhoudende uitbarstingen van de vulkaan kan dat het eiland Anak Krakatau instabiel maken.

De waarschuwing is giswerk, maar beter een keer te veel gewaarschuwd dan opnieuw verrast te worden door de zee.

Lees verder…

De verborgen kamers in Gunung Padang

10897276290?profile=original De verborgen kamers in Gunung Padang

Langzaam maar zeker wordt het mysterie van de ca. 13.000 jaar oude piramide in Gunung Padang in het regentschap Cianjur op Java ontrafeld. Wetenschappers hebben bewijs gevonden dat de piramide-vormige berg door mensen is gemaakt. Uit radarbeelden is gebleken dat de berg openingen bevat, die op ingangen naar heilgdommen lijken. Dit zou betekenen dat deze piramide ouder is dan de pitamiden in Egypte.

De Nederlandse Oudheidkundige Dienst maakte voor het eerst melding van de megalithische vindplaats in 1914. De historicus N.J. Krom maakt er in 1949 opnieuw melding van. Gunung Padang ligt op 885 meter boven zeeniveau en bestaat voornamelijk uit ommuurde terrassen. Er liggen enorme rechthoekige rotsblokken. De lokale bewoners geloven dat Gunung Padang het resultaat is van een poging van de legendarische koning Siliwangi om binnen één dag een paleis te bouwen.

Gunung Padang gezien vanuit het noorden

Grote kamers

Eerder onderzoek wees uit dat de piramide 4.700 tot 10.000 jaar voor Christus gebouwd moest zijn. Artefacten die vanuit een diepte van 8 tot 10 meter uit de piramide zijn gehaald, dateerde men echter op tenminste 12.500 jaar. Met behulp van Grond Penetrerende Radar (GPR)  of bodemradar is onthuld dat zich op een diepte van 15 tot 20 meter grote holle ruimten bevonden. De totale vindplaats beslaat een oppervlakte van 25 hectare en bevat meer dan 100 stenen terrassen. De muren vertonen opvallend veel overeen-komsten met die in het Peruaanse Machu Picchu.

Gudung Padang werd het gesprek van de dag toen een onderzoeksteam een breuklijn op enkele kilometers ten noorden van de vindplaats bestudeerde. Dit team was samengesteld door het hoofd van de rampenbestrijding Andi Arief. In 2013 deed het geruchtde ronde dat er onder Gunang Padang een soort piramide was gevonden. “Op het eerste gezicht lijkt het niet op een natuurlijke berg, maar op een door mensen gemaakt bouwwerk”, aldus Arief.

Niet uniek

Vanuit het noorden bekeken, waar het team werkzaam was, vormt de berg een welhaast perfecte driehoek. Het onderzoeksteam ontdekte al eerder soortgelijke vormen bij Gunung Sadahurip nabij Garut en bij Bukit Dago Pakar bij Bandung, toen ze er een

GPR metingen onthullen de ware vorm van Gunung Padang

andere breuklijk onderzochten. Aries: “Of je het nu een berg of een piramide wilt noemen, feit blijft dat er ondergrondse ruimten zijn gelokaliseerd en dieruimten lijken te regelmatig te zijn om door te gaan voor natuurlijke verschijnselen”. Arief liet weten dat het werk van zijn team bij Gunung Padang er bijna op zit. Zij team zal er geen opgravingen verrichten, omdat hij daar geen budget voor heeft.

______________________

Lees verder…

10897279098?profile=originalKousbroeks “Het Oostindisch kampsyndroom”.

Besproken door Pjotr.X. Siccama 

 Tijdens het bezoek van Hirohito  in 1971 aan een paar Europese landen, onder andere Nederland was Kousbroek de enige (zegt hij zelf) in dit land die hem welkom heette.

Veel Nederlanders, zeker de Indische Gemeenschap, die Nederlanders en andere Europeanen die in het voormalig Nederlands Indië zijn geboren gewerkt en geleefd hebben, waren uiterst verbaasd over deze uitspraak.

Vanzelfsprekend mag iedere burger in dit land mensen uit rrn ander land welkom heten, wel of niet besmet of controversieel: dit is een liberaal en democratisch land. Daar heb ik respect voor, maar waarderen is iets anders.

Kousbroek verdedigt zijn standpunt, legt uit waarom en doet dit vervolgens op een manier die bij mij onaangenaam is gevallen.  

In een schamper nostalgisch aandoend begin van een zin, herinnert de schrijver zich de verjaardag van de “oude koningin” (Wilhelmina wordt hiermee bedoeld), op 31 augustus. Citaat: “.. de eerste (31 augustus) staat onuitwisbaar in mijn geheugen gegrift. … de echte koninginnedag van het oude Nederlandse Imperium.)”. En hij gaat verder: “.. niet alleen koningin Wilhelmina maar ook Hirohito (zijn verjaardag was op dezelfde datum, PS) heeft een tijdlang over ruim zeventig miljoen Nederlandse onderdanen geregeerd en beide verjaardagen roepen bij mij bewogen herinneringen op.”

Deze persoonlijke onthullingen van de schrijver zijn zoals ze zijn: het geeft evenwel de sentimentele sfeer weer die betrokkene blijkbaar opnieuw ondergaat en hij voelt de noodzaak dit zijn lezerspubliek kond te doen, wellicht ter verdediging van zijn standpunt. Het rammelt aan vele kanten. Het doet ook afbreuk aan de eerdere door hem (beargumenteerde) ingenomen standpunten met betrekking tot de Nederlands-Indische geschiedenis. Ten eerste noem ik de verantwoordelijkheid van Hirohito in zijn geheel jegens de WO II, die hij op zich had moeten nemen en dat ook aan de Wereld had moeten uitleggen in een door hemzelf opgestelde verklaring, nog vóórdat de VS hem de volledige capitulatie had voorgelegd. Nogmaals: in zijn naam zijn de ernstigste oorlogsmisdaden begaan en onder de (oorlogs)documenten (o.a. oorlogsverklaring(en) staat zijn naam. Wat is er nog onduidelijks aan?

Een tijdlang had Hirohito (net als Wilhelmina) over meer dan 70 miljoen onderdanen geregeerd, memoreert de schrijver. Wat het eerste betreft kent Hirohito bij lange na niet hoeveel mensen er in het voormalig Nederlands Indië woonden en het doet er hier eigenlijk ook niet toe, maar om de 70 miljoen (in Nederl Indië) onderdanen te noemen vind ik echt ongepast. Nederlanders in Indië waren en zijn nimmer onderdanen geweest: trouwens van niemand.

We leven niet in Japan of in de Middeleeuwen.

Refererend aan uitspraken /standpunten en meningen van onder andere de president van het Tokyo tribunaal, Sir Webb, Brandt, Bergamini, Wim Kan en nog vele andere bekenden in de Wereld, verdedigt de schrijver Hirohito als volgt: “..Overigens  is een dergelijke houding meestal ook gebaseerd op een primitief begrip van macht en gezag.”

Dan bagatelliseert de schrijver deze charade met een infantiel voorbeeld; hoe een kind een keizer voorstelt. Het is om treurig van te worden, want, vervolgt hij “..dat de figuur ‘keizer’ bekleed is met absolute macht en over alles beslist...” Het antwoord heeft hij eigenlijk hierbij al gegeven.

 

De Japanner gehoorzaamt de keizer blindelings schrijft Kousbroek; deze bewering staat in het bekende werk van de schrijver van Bergamini: “The imperial conspiracy” en hij noemt Bergamini een fantast (paranoïde), hetgeen ik bestrijd. Bergamini was niet bepaald op

 

zijn achterhoofd gevallen en wist wel degelijk van de in en outs om dat te beweren; dat even voor de helderheid. Kousbroek had op zn minst mogen nagaan waar Bergamini zijn gegevens vandaan heeft gehaald.

“Hij (Hirohito) had dus ook de macht om de oorlog te kunnen ‘verbieden.’” Voor alle duidelijkheid heeft de schrijver het woord verbieden tussen aanhalingstekens geplaatst. Uit de algehele context van het artikel kan de lezer de uitleg vinden.

Vervolgens verwondert de schrijver zich over het feit dat ‘het verbieden’ (door Hirohito) van de oorlog niet mogelijk was.

Dan komt de  vervolgvraag: waarom niet?

Hierop komt de schrijver met een vergelijk met alle andere vorsten (in dit geval de Nederlandse) en vroeg zich af waarom dezelfde mensen (die zeggen dat Hirohito verantwoordelijk is) de redenering niet of minder op onze eigen vorsten toepassen.  Kousbroek vergeet dat Japan toen een constitutie noch een gekozen parlement had. De Japanse bevolking werd met ijzeren hand geregeerd door één persoon en dat was Hirohito, die in het geheel de absolute macht had. Zijn woord was wet, hoe bespottelijk het voor ons allen ook klinkt in de 20ste eeuw.

 

Heel infantiel komt het vergelijk over met het (woord) ’verbieden’ van een oorlog (WO II) waarbij de oorlog in Atjeh als contrast wordt opgeworpen en dat Wilhelmina dat kon verbieden! Een grote misser van Kousbroek, omdat er veel aan mankeert.

Een eenvoudige verklaring hiervoor is dat “andere vorsten”, zeker de onze, in Europa een positie hebben, die met een constitutie te maken hebben waar beslissingen en verantwoordelijkheden door het parlement en ministers worden genomen en gedragen.  Maar dat is de schrijver toch bekend als hij goed op de hoogte is van de Europese Staatsinrichting?

 

Maar dit is een bagatel vergeleken met zijn verdediging van Hirohito die hij enigszins op een academische wijze probeert te motiveren. Terzijde: ik denk ook waarom – in algemene zin, de Indische Gemeenschap – de schrijver vaak heeft verweten (aanvallen in de vorm van: woedende ingezonden stukken en boze brieven) juist óver dit onderwerp met alle implicaties van dien.

 Of Kousbroek dit hele gedoe met Hirohito heeft willen vergoeilijken en daarmee talloze mensen die  het onderwerp hebben aangesneden, heeft aangevallen, beledigd, en de grond ingetrapt, is mij niet helemaal helder.

Een van de vele voorbeelden is de aanval geweest op de arts de heer Bekkering (c.s.) op wiens mening over Hirohito door Kousbroek kritiek wordt geleverd. De voorstelling van zaken die Bekkering opwerpt, schrijft Kousbroek, is onwaar.

De schrijver werpt vervolgens naar aanleiding hiervan het volgende op: “..de keizer heeft namelijk wat in de oorlog gebeurd (..) wel degelijk erkend en betreurd.” Hij noemt bijvoorbeeld dat dit tijdens de bezoeken aan onder andere de Filipijnen is gebeurd.

Kousbroek noemt Bekkerings uitspraken over het onderwerp infaam (.) (publicaties  in NRC Handelsblad). De schrijver vergeet en passant dat hij zelf bij voortduring een tirade afsteekt over lieden die eens en voor altijd de waarheid willen weten. Daar is niets mis mee. In zijn tirade tegen al die mensen die tegen de (staats)bezoeken waren aan die landen en gebieden die onder de WO II hebben  geleden, zei de schrijver  - aangaande de spijtbetuigingen-“.. dat het onredelijk  is te vragen van een constitutionele vorst dit te doen.”

Nu begint Kousbroek naar mijn smaak misleidende taal uit te kramen en probeert hij ons nu gewoon zand in de ogen te strooien.

Hirohito was geen constitutionele vorst, maar toen had hij wel (de kans in zijn absolute positie) het een en andere te handelen en iets te kunnen betekenen voor de mensen, maar dát had hij juist niet gedaan en

 

dan komt de schrijver nu vergoeielijkend aan  draven dat het (NU) toch niet “redelijk is” om dat aan hem te vragen! In gewone omstandigheden juist, maar niet in zijn geval. Teleurstellend deze constatering.

Ter oriëntatie: we weten dat de schrijver dit groot werk in de 80-er jaren had gepubliceerd (en de bezoeken van Hirohito hadden in de 70-er en 80-er jaren plaatsgevonden) wat betekent dat Japan pas sinds 1947 een constitutionele monarchie is geworden, daarvoor was het een absolute monarchie.

 

Wat de schrijver eigenlijk had moeten doen is het onderzoeken (.) waar toch al die vreemde verhalen, “vermeende” onthullingen en mysterieuze achtergonden vandaan kunnen komen en niet  enkel met een dimensionale blik werpen in de richting van de liefhebberij van de man die zich blijkbaar dagelijks bezig hield (andere bezigheden had hij kennelijk niet) met het (wetenschappelijk?) bestuderen van zeeorganismen waarvan er vele nieuwe exemplaren door hem (persoonlijk?) waren ontdekt. Daarvoor werd hij lid van de Royal Society of Science. Alles is best mogelijk en ik sluit hierbij niets uit.

Het is opvallend dat het verdacht veel lijkt op de wetenschappelijke publicaties van een zekere mevrouw Caucescu van Roemenië, die eveneens gevierd en lid was geworden van de Royal Society (in Londen),

wat achteraf blijkt dat niet mevrouw Caucescu, maar haar (geniale) wetenschappelijke medewerkers(sters) de bewuste ontdekkingen hadden gedaan, maar zij alle loftuitingen in ontvangst mocht nemen.

 

Maar soi, de wetenschappelijke ontdekkingen van de keizer  heeft op de schrijver blijkbaar indruk gemaakt. Citaat: “tijdens de oorlog deelde ik uiteraard de toen voor hem gangbare aversie (mijn cursivering), maar naamate ik meer over hem te weten kwam is hij mij sympathieker geworden – alleen al zijn grote verlegenheid neemt mij voor hem in.” einde citaat. Voor mij betekent deze gangbare aversie niets anders dan “dat het toen zo hoorde”, een neutrale maar ook zwakke stellingname, meer niet.

Kousbroek gaat verder door hem zowat de hemel in te prijzen. Citaat: “Naar mijn beste weten is hem geen verwijt te maken en zonder hem zouden zowel de heer Hans Bekkering als ik niet meer in leven zijn.”einde citaat. Hier is de advocaat van de duivel die het woord heeft: wat bedoelt de schrijver met deze zin? Het kan niet anders betekenen dat de oorlogsmisdaden in WOII  hem dus wel degelijk aan te rekenen zijn, anders zeg je dat niet.

De verwarring omtrent de zogenoemde “nieuwe gegevens” wordt nog groter door een film die Edwar Behr heeft gemaakt getiteld: “Hirohito, behind the myth”.

Er zouden in die bewuste film “nieuwe gegevens” voorkomen over de Keizer in de oorlog. Schrijft Kousbroek dat “het niet theoretisch uitgesloten is dat de Keizer een dubbele rol zou hebben gespeeld (.) maar op grond van tot dusver bekend is, uiterst onwaarschijnlijk.” Natuurlijk, ja zeker, op grond van de thans bekende gegevens, maar waren er geen duistere krachten (zal ik het maar noemen) die gegevens indertijd hadden verdonkeremaand? Of beschikt de schrijver documenten die nog niet openbaar zijn? Ik proef dat bij de schrijver ook twijfel te zijn gerezen.

 

Op de filmer Edward Behr en zijn film geeft de schrijver eveneens hevige kritiek. De film zouden alleen maar oud nieuws zijn enzo meer. – Ik zou juist zeggen: waar rook is is vuur; maar naar die “mysterieuze” rook wil de schrijver maar niet zoeken.

Kousbroek had de film gezien en zag beelden van een parade in Tokyo waar Hirohito had bijgewoond. Die bewuste parade was een traditie van het “jaarlijkse verschijnen van het Nieuwjaar”, volgens de schrijver. Het is alles best, maar het saillante van deze traditie was, dat de gehouden parade  toevallig (?)viel  op de dag dat Singapore was gevallen. Een coïncidentie?

 

 

 

De historicus Roger Buckley schreef aan Sir Georg Samsom (1946): “dat Hirohito zijn positie uitlegt en in zeer frappante bewoordingen zijn spijt betuigt over de oorlog – en heeft

 

 dat daarna nog meerdere malen gedaan” in 1986 tijdens zijn bezoek aan Aquino van de Filipijnen.

Ik heb me altijd al afgevraagd of je spijt moet betuigen wanneer je onschuldig bent?

Wanneer iemand ergens spijt betuigt, betekent dat bij voorbaat dát je schuldig bent of was.

Anders heeft een spijtbetuiging geen enkele zin, hoe men het ook bekijkt; en zeker over een overgevoelige periode waarin zowat de halve wereld onder heeft geleden.

De logica van de schrijver ontgaat me eerlijk gezegd volkomen en is naar mijn insziens een contradictie.

Om zijn standpunt en mening kracht bij te zetten haalt de schrijver een reeks voorbeelden aan van deskundigen  en voert ze op  ten tonele (als medestanders), zoals: E. Reischauer (Aziatische geschiedenis), die de film van Behr maar onzinnig vond; dan John Toland

(historicus/schrijver), had precies hezelfde als Reischauer gedacht; vervolgens Louis Allen (historicus/schrijver), die vond dat Hirohito net zo schuldig was als George VI (slag bij

Duinkerken, (een absurde en onzinnige

 vergelijking) en de een na laatste die Kousbroek ten tonele voert is Stephen Large (Japanse studies/Cambridge), die liefst geteld 22

onjuistheden had geteld in de film van Behr, (kennelijk louter geinteresseerd in statistieken) met nota bene weer de vraag hoe de Keizer zijn consitutionele positie zag! (de keizer wás geen constitutioneel vorst nogmaals voor de helderheid; over deskundigheid gesproken) en ten slotte C. Gluck (geschiedenis/Columbia/Universiteit) die het helemaal te bont maakt met uitspraken als: ‘’wrongheaded, irresponsible, highly selective in the way it ignores field of data.’

.

Het is zo makkelijk om vanuit hun positie deze ‘’one-liners’’ uit te kramen, zonder ook maar een positieve bijdrage te (willen en/of kunnen) leveren aan een zuiver (objectief) discours.

Kousbroek had dikwijls in dit werk over de (stille) neiging van hem om sommigen de nek te willen omdraaien. Op mijn beurt zou ik van de zogoemde opgetrommelde deskundigen die hij hier en daar uit een stoffige kast tevoorschijn heeft gehaald, hetzelfde doen met terugwerkende kracht hun onthullingen publiekelijk en toegankelijk te maken – op televisie bijvoorbeeld, maar dát durven ze natuurlijk niet omdat ze geen lef hebben en grote hypocriete lafaards blijven.

 

Het merkwaardige  in deze historische kwestie, is het, aan de andere kant, niet be(noemen) van de schrijver van sceptici die van het ernstig getordeerde onderwerp (want dat is het zeker) ondertussen de buik vol hebben in de overtuiging dat veel essentiele gegevens vernietigd zijn en/of  voor de eeuwigheid niet meer toegankelijk.

 

Ik vermoed hogelijk dat bij Kousbroek met het noemen van de namen van zijn deskundigen met betrekking tot het onderwerp  en de film van Edward Behr de vakidiotie danig is toegeslagen

.

De schrijver kon,  na de namen van deskundigen in zijn boek genoemd te hebben denkelijk eindelijk ademhalen of liever een frisse neus halen na zulk een onfrisse walm opgesnoven te hebben. – Ik herinner mij in vorige hoofdstukken waar de schrijver over de waarheid had en waarom deskundigen – met name historici– de waarheid verdraaien of leugens verkondigen.  En ziet, nu slaat het fenomeen toe bij hemzelf, gesecondeerd door zijn deskundigen.

 

.

Ik zou die lieden die denken aan het rechte eind te hebben, willen verzoeken, naar de o, zo wonderlijke “verdwenen of verduisterde” gegevens op zoek te gaan en de waarheden na te vorsen, met verzoek dat  met open vizier te doen,  altijd op behoorlijk wetenschappelijk niveau en (dus) objectief meer het open veld op te zoeken, ( vooral niet alleen maar vanuit een ivoren toren te exclameren als duffe kamergeleerden) alvorens onbenullige uitspraken te doen waar wij allen (en historici) niets aan hebben.

Zo komen ze immers nooit tot de kern tot datgene waarover anderen zich heden ten dage  buigen en integer zeer wel inspannen.

  

Maar een groot verwijt blijft het aan de Amerikanen om Hirohito niet te horen (en te vervolgen) voor het Tokyo Tribunaal; men kan er van alles bij denken. In vorige artikelen heb ik het een en ander naar verwezen. Ik en met mij vele, vele anderen, vinden het verwijt aan de Amerikanen terecht van een historische gemiste kans .. Maar de VS dachten aan hun eigen negoties (ze hadden Japan inclusief Hirohito nodig tegen het opkomende Communisme –wat niet lang erna werkelijkheid werd) tot ergernis van de internationale rechters tijdens het Tokyo Tribunaal. Een onvergeeflijke daad van de VS was ook om de president van het Tokyo Tribunaal in zijn poging om Hirohito alsnog te ondervragen te dwarsbomen om louter hun eigen belang te laten prevaleren.

  

10897280063?profile=original

   Sir Webb – president Tokyo Tribuaal.

10897280291?profile=original

   Edward Behr – filmer

10897280683?profile=original

 

Wordt vervolgd

Lees verder…

Moed, Beleid en Trouw       Door:  Bert Immerzeel

10897296094?profile=originalMoed, Beleid en Trouw       Door:  Bert Immerzeel

 

Deze week werd door de Koning aan majoor Gijs Tuinman de hoogste Nederlandse dapperheids-onderscheiding, de Militaire Willems-Orde, toegekend. Het was voor het eerst sinds vijf jaar dat iemand ‘voor daden van moed, beleid en trouw’ werd geridderd. Gelukkig gebeurt dit maar zelden. Hoe minder oorlog, des te minder gelegenheid om dapper te zijn.

Ooit was dat anders. De Militaire Willems-Orde, ingesteld in 1815 door Koning Willem I, werd vroeger heel vaak toegekend. Tot 1940, zo lezen we op de website van het Ministerie van Defensie, maar liefst 5866 keer. Na de Tweede Wereldoorlog nog ongeveer 200 keer.

10897296477?profile=originalKNIL officieren in Atjeh

Atjeh

De meeste toekenningen hadden te maken met de late Napoleontische tijd en de strijd tegen de Belgen in 1830, en onze koloniale oorlogen in Indië. Meer dan de helft van alle MWO’s is gebaseerd op activiteiten in Indië, waarbij het overgrote deel gebaseerd op de 19e eeuwse ‘pacificaties’. De strijd in Atjeh alleen al heeft een duizend onderscheidingen opgeleverd.  

Dat laatste lijkt bijzonder. Is de verovering van Sumatra niet in ons geheugen opgeslagen als die van een superieur Nederlands leger tegenover arme onbewapende drommels? Zoiets als de Italianen tegenover de Abessijnen, als u dat nog iets zegt? Of komt het, omdat we de laatste tijd steeds geconfronteerd worden met die paar foto´s van slachtpartijen uit deze oorlog, gebruikt ter vervanging van niet-bestaande foto´s van Rawagedeh en Zuid-Celebes? Ons blikveld lijkt te zijn vernauwd. We zijn blijkbaar vergeten  dat  we  heel  erg  hard

moesten strijden om Atjeh eronder te krijgen, en dat bij die strijd heel veel dapperheid nodig was, wát dat ook mocht inhouden.

Niet aangeleerd

Wat is dat eigenlijk, dapperheid? En hoe dapper moet je zijn om een MWO te mogen ontvangen? Omdat ik meer wilde weten, kwam ik terecht bij het deel van de website *) van Defensie dat beheerd wordt door het Nederlands Instituut voor Militaire Historie (NIMH). Sinds kort bevindt zich hier een databank dapperheidsonderscheidingen **), waar voor het eerst vrijwel alle namen van dragers van      alle Nederlandse dapperheids-onderscheidingen tussen 1815 en 2000 (zijn) samengebracht.”

 

Het is een indrukwekkend geheel. We zijn (of waren) een dapper volkje. Vele tienduizenden werden in het verleden zó dapper bevonden dat ze werden gelauwerd. Over dapperheid in het algemeen vermeldt de site: “Dapperheid kan niet worden aangeleerd. Vaak is dapper gedrag pas zichtbaar in een onverwachte, levensbedreigende situatie waarin iemand boven zichzelf en anderen uitstijgt. Een persoon krijgt een dapperheidsonderscheiding dan ook op basis van handelen. Daarnaast speelt zo’n onder-scheiding een belangrijke rol in de maatschappij: dapper gedrag is immers een voorbeeld voor anderen.” Daar moeten we het voorlopig mee doen. Dapperheid overkomt je, zo lijkt het. Het is er, of het is er niet. Ook de toekenning van de MWO aan Gijs Tuinman leert ons niet veel meer, behalve dan dat hij in alles beter was dan zijn kameraden. Outstanding.

Steeds moeilijker

De website van het NIHM vermeldt per onderscheiding  wél in drie woorden de gebeurtenis, maar geeft verder helaas geen toelichting. Zo blijven we in het duister als we bijvoorbeeld willen weten waarom scheepskok Proost tijdens het beleg van Palembang in 1821 bijzonder dapper was. Bij een andere onderscheiding was het Kapittel zeer openhartig. Mangkoe Adie Ningrat kreeg in 1833 de MWO “omdat hij de derde vorst op Madoera en broer van de sultan was”.

In verband met gebeurtenissen en activiteiten in Indië in de Tweede Wereldoorlog werden 38 MWO’s uitgereikt, in verband met de Politionele Acties nog 26. Schamele aantallen, als je ze vergelijkt met die van de voorafgaande periode. Misschien werd het wel steeds moeilijker om dapper te zijn. De activiteiten van de personen waar het om gaat (naast Koningin Wilhelmina kreeg slechts één vrouw de onder-scheiding) zijn echter allen met een scherp oog beoordeeld. En van allen werd geconcludeerd dat zij, binnen de context waarin zij opereerden, zeer bijzonder waren. Hun onderscheiding heeft daarmee hopelijk de voorbeeldrol gespeeld die de overheid voor ogen had.

10897296896?profile=originalMajoor Tuinman wordt geridderd door Koning Willem-Alexander op 4 december 2014

Alhoewel de MWO sinds 1940 ook is opengesteld voor burgers, is het toch vooral een militaire onderscheiding gebleven. Een onderscheiding die slechts wordt verleend op grond van activiteiten in oorlogstijd. Laten we om       die reden alleen al hopen, dat     in de toekomst nog maar zeer, zeer weinigen zullen worden gelauwerd. Vrede zij met u.

*)  http://www.defensie.nl/onderwerpen/onderscheidingen/inhoud/militair...

**)  http://www.defensie.nl/onderwerpen/onderscheidingen/nieuws/2014/11/...

Lees verder…

Weet u het nog ?Zal het "schip Indische Petitie" van Martin van Rijn door de senatoren van de Eerste Kamer ook tot zinken worden gebracht?

 

10897262476?profile=original

10897253880?profile=original

Weet U het nog ? Zal het "schip Indische Petitie" van Martin van Rijn door de senatoren van de Eerste Kamer ook tot zinken worden gebracht?

 

Wie had dat gedacht dat het schip “Keuze beperking van zorgverleners” van Edith Schippers op het laatste moment tot zinken wordt gebracht door de dissidenten nota bene van de coalitiepartner de PvdA, die vooraf hun akkoord gaven. Misschien een schrale troost dat deze actie is gericht tegen de "clown" die Samsom wordt genoemd. Zolang hij aanblijft zullen deze doelgerichte acties van de PvdA senatoren niet ophouden.  Nog die zondag bij de boekpresentatie  van "Indisch Verdriet" zei ondergetekende "dit kabinet gaat sneuvelen"!

“So far so god” . 

De ambtenaren van Edith hebben tot in de puntjes alles geregeld met zorgverzekeraars en zorgverleners, met de bijhorende voorbereidingen dat per 1 januari 2015 direct operationeel is, en Edith Schippers heeft het keurig door Tweede Kamer geloosd. Alles was akkoord. Per 1 januari zou deze regel ingevoerd moeten worden, waarop 1 miljard wordt bespaard.  Overigens, dit is de trend die vandaag aan de dag gezet wordt in de Tweede Kamer. Pan klare plannen die als wetten  als een speer  door de  Tweede 1 na de andere  worden gejaargd om vervolgens met het riscco dat een senator in de Eerste Kamer afhanhelijk van zijn toestand deze als nog afserveert.  

(als U niets te doen heeft, raad u aan op mooie vrije dag gewoon op tribune te gaan zitten, is gewoon een spel geworden, maar een gevaarlijk spel waar je veel risico's op inzet). Want de kapers liggen op de loer! 

Tegelijkertijd wordt binnen de media en ICM vooruitgeblikt door tanend vertrouwen in PvdA of dit Kabinet Rutte het nog wel voor de Kerstreces haalt.

Want in de peilingen heeft de aanhang (stemmers) van de PvdA al lang afscheid genomen. Vergeten wordt dan dat de leden die zitting nemen in de Eerste - en Tweede Kamer van de PvdA als hun partij,  tegelijkertijd  wel op die "clown Samsom" kunnen schieten! Samsom mist in alle opzichten het beeld dat hij het veld moet ruimen en plaats moet maken voor een ander. De twee Nederlandse allochtonen gaven het voorbeeld, alleen gaven net een verkeerd signaal af. Deze drie dissidenten in de Eerste Kamer zagen hun kans om definitief een einde te maken aan de “Clown vertoning van Samsom”. Het krediet is op binnen de eigen gelederingen van de partij, en hun achterban die op PvdA heeft gestemd. 

Dus deze acties zijn zeker niet gericht niet tegen de VVD maar gewoon tegen de koers van de huidige eigen PvdA. Tel daarbij op dat senatoren uit in andere generatie politiek tijdperk komen, die gewend zijn aan sterke leider met visie, die totaal ontbreekt in dit Kabinet. Het vertrouwen is totaal zoek.  

De burgers zullen de drie dissidenten op handen dragen die het bootje van Schippers tot zinken hebben gebracht. Het schip wordt nu in alle ijl geborgen en gerepareerd om alsnog klaar te maken wederom voor een behouden vaart, velen hebben hier een hard hoofd in. Vijf dissidenten in nog geen maand tijd binnen de PvdA, wie zijn de volgende die uit PvdA-kast komen, kortom een kabinet op drijfzand. 

“So far So Good”,

Ligt er nog niet een andere schip in de werf "De Indische Kwestie" met de bouwer Martijn van Rijn, sinds 19 maart 2013? 

Net als de aanpak van Schippers loopt de bouw op planning weten de bron(nen), te melden. Voor een stuk empathie komt Martin van Rijn op Indische primeurtjes zoals o.a. Buitenkampers om toch die betrokkenheid te tonen. Totdat historicus ( oud-voorzitter van het Indisch Platfofrm ) Herman Bussenmaker met zijn boek "Indisch verdriet" uit de politieke-kast komt, en kennelijk Martin van Rijn het manuscript mocht ontvangen. Herman Bussemaker niets onvermeld laat, en man en paard noemt, voor die 70 jaren strijd tegen Nederlandse poltieke onwil jegens de Indische kwestie.

Was Martin van Rijn not amused, tegelijkertijd doorbrak de uitgave van het boek de gehouden radio - stilte op ICM en de Indische media na bijna twee jaren.  Dit keer sloeg Martin van Rijn de uitnodiging af.

Vanaf 19 maart 2013 belooft Martin van Rijn - volgens bronnen (en)- met definitieve oplossing te komen en alles loopt alles op planning. so far so good! 

Hoe betrouwbaar is PvdA in Indische kwestie eigenlijk? Een rondgang door de analyse leert dat die in vorige kabinetten achter de Indische zaak zijn gaan staan met PvdA voorop! . Hierdoor veel stemmen hebben gewonnen bij de Indische gemeenschap als bevolkingsgroep met een populatie van 1,2 - 1,5 miljoen. (Ook Mark, Geert, Ben Bot, Wenny, en Frits, hebben de Indische achtergrond).  

A la de werkwijze die VWS zich zich eigen heeft gemaakt binnen de Kabinet Rutten" om pan klaar plannen door de Kamer te jagen " om de ene na de andere wet door de Tweede kamer heen te lozen ter beslissing voor te leggen aan de Eerste Kamer, is naar zeggen ook al het werk gedaan dat zo operationeel gemaakt kan worden. 

Zou dit Indisch schip ook tot zinken worden gebracht in de Eerste Kamer? 

Waarom niet hoor ik U zeggen, dit schip is immers van de eigen partij in tegenstelling tot die van Schipper (VVD).

Sof ar so good.  

WORDT VERVOLGD OP ICM MEDIA.

Lees verder…

 Terugblik 14 en 15 februari 2015 Pasar Malam Rijswijk - presentatie ICM JaarOverzicht door ICM Collectief

10897299283?profile=original


10897251071?profile=originalVoor het eerst organiseert  Pasar Malam Rijswijk in samenwerking met ICM Online  "Het Schrijvers Collectief " . De column schrijvers en schijvers ; Han Dehne,  Elly Hauwert, Henk Harksen, Albert van Prehn, Rolo Lapre, Ferry Schwab sr en Wijnand van de Meeberg zullen deze twee pasardagen op het bij-podium hun verhalen  voordragen  uit de pas uigebrachte boeken. Leidend in deze is de verhaalroute uit ICM Jaarboek 2009 - 2010 "toegang tot de Indische wereld". In deze route komt geschiedenis aan de orde van de Indische Nederlanders die anno 2000 in de Nederlandse samenleving woont.  Als passend voorbeeld komt het thema pasar malam aan de orde, naast andere zeer interessante andere thema's. Aansaluitend voordrachten van de boeken van de schrijvers. Aan het einde van de voordrachten kan door het lezerspubliek in Q &A sessies over en weer vragen worden gesteld. Presentatie  & discussieleider  Ferry Schwab sr.  Alle voordrachten uit de boeken zijn aan te schaffen op ICM Stands 061 en 062  

 

 10897289873?profile=originalICM Jaarboek "Toegang tot de Indische Wereld"

De verschillende schrijvers zullen hun bijdrage leveren tijdens de voordrachten uit ICM Jaarboek.

De geschiedenis van de Indische Nederlanders anno 2000, is vastgelegd in het boek “Toegang tot de Indische Wereld”. Zoals iedere krant wordt er teruggeblikt op afgelopen jaar. ICM als krant blikt terug op het jaar 2009 – 2010, van de Indische Nederlanders in de huidige Nederlandse samenleving met haar pasar malams, koempoelan, lezingen, boeken, schrijvers, documentaire, Indische nieuwtjes, Indische muziek, de Indie herdenkingen, Indische ontwikkelingen, Indisch Platform met haar gelieerde aangesloten Indische organisaties, en ten slotte de laatste stand van zaken met betrekking tot de Indische kwestie, die op dit moment bij de staatsecretaris Martin van Rijn ligt. De verwachtingen zijn dan binnenkort met de oplossing komt.

 10897290099?profile=original“Door de ogen van het kind

De vader van een bekende schrijver overleefde het jappenkamp door op zijn tellen te passen en door de macht van het getal de macht over zijn leven in eigen hand te houden (Adriaan van Dis, Indische Duinen).   Ellen dat als Indisch kind juist op het verkeerde moment (WAR II, overdracht, bersiap, koele kille ontvangst) en plaats ( Tegal in Het Voormalige Indiër ) het licht van aardse voor het eerst mocht aanschouwen, kreeg haar rugzakje al mee.  Een bestemming met een gave, die zorgde dat ze van bizarre gebeurtenissen even afstand kon nemen van het aardse om te kunnen overleven. Zij kende maar even de liefde van haar ouders waarna zij als een “ stuk vuil " van het ene gezin in andere belandde, waar ze opnieuw haar integriteit moest bewijzen. De aankomst in het kille koele Holland stond niemand aan de kade om haar op te vangen.   

10897290295?profile=original

Het boek "Liefde als ruwe diamant" vertelt u onder  andere over de recente ontwikkelingen van de Indische kwestie. Zoals U bekend dient dit dossier onder staatssecr. Martin van Rijn van VWS. Naar verwachting zal hij binnen een maand met het antwoord komen of met het voorstel.

 
Vertelt U op pagina 133 haar bronnen o.a.:
Gesprekken met Frits Bolkenstein, Herman Bussemaker oud vz - IP, Henk Beekhuis, NIOD instituut Jeroen Kapperman, Hans Vervoort, en ICM Online.

Vanaf pagina 138;
wordt het Indische Platform in beeld gebracht, en de Indische kwestie onder de loep genomen.

Vanaf pagina 140;
doet Slifraire Delhaye nieuwe Vz IP zijn kerndoelstellingen en het IP beleid uit te doeken. Brengt de ontwikkelingen in beeld de dialoog met staatsecr. Martin van Rijn van 24 mei 2013 tot het heden. 
Dan neemt Ton te Meij IP delegatie het woord over de politieke dialogen die begonnen op 12-01-2007 tot het heden.
Tot slot komt staatsecr. Martin van Rijn in beeld met zijn Veegbrief Kerstreces 20 december 2013.

Dit is slechts een topje van Liefde als ruwe diamant !

10897291672?profile=original    DOCUMENTAIRE ZOEKTOCHT INDISCHE KINDEREN NAAR JAPANSE VADERS Naar het boek van Han Dehne.

De door de Japanse documentaire maakster Yuki Sunada gemaakte film, waarin o.a. Nippy Noya (de beroemde percussionist) en Mary Dehne (echtgenote van ons redactielid) een prominente rol spelen is de afgelopen woensdag tijdens het filmfestival in Jakarta onderscheiden met een Global Award.  Deze documentaire gaat over Japans Indische kinderen in Nederland die vaak nog altijd op zoek zijn naar hun biologische Japanse vader. In een eerdere kolom van Han Dehne is hier al uitvoerig over geschreven en is voor ICM-leden altijd bereikbaar op zijn NING-pagina bij icmonline.ning.com   Binnenkort zullen de direct betrokkenen een voorvertoning bijwonen in één van de Nederlandse theaters. Hoe de verdere gang van zaken is zal binnenkort bekend gemaakt worden evenals hoe, waar en wanneer deze indrukwekkende documentaire is te zien. 

10897291863?profile=originalVoorbode van het turbulente Millennium - Hoe Mischa ons leven veranderde

DE VELE ONTHULLINGEN MET VELE PRIMEURTJES , DE ONTMOETINGEN MET O.A. PRESIDENTEN, GEO ‘S EN CFO’S DOOR DE OGEN VAN EEN SENIOR INTERNATIONAAL MANAGEMENT CONSULTANT 

Ode aan Mischa

Dit boek is opgedragen aan Mischa, een viervoeter. Onze dochter Avril Lorraine R.I.P 18-10-1968 / 11-12 -2013 o.a. inspireerde ons tot uitgave van dit boek dat vanaf 1999 stoffig lag te worden.

Bill en Hillary Clinton, Barack Obama en First lady, prinses Beatrix en Poetin beschikken over een dergelijke viervoeter als spindoctor, adviseur en vertrouweling. Politicus Jan Terlouw ging ons voor met zijn boek over zijn trouwe viervoeter. Uit ons leven gegrepen speelde zich af van 1989 - 1999. 
Het moment dat de wereld aan de vooravond stond van grote innovatieve veranderingen, met dynamische, turbulente ontwikkelingen, die mondiale afstanden overbruggen, de voorbode van de globalisering, millennium, de Euro, en de financiële ontwikkelingen die later tot de kredietcrises leidde. In deze turbulente dynamiek overleefden Ferry, Astrid en Mischa Schwab.


 

 

 

 

 

Lees verder…