Jan de Keten's berichten (382)

Sorteer op
10897238680?profile=original

Bijdrage aan wederopbouw Nederland

De Indonesische injectie


Van de ene op de andere dag veranderde Nederland op 27 december 1949 van een koloniale mogendheid in een bescheiden Europese staat. Vrijwel onbekend is dat Indonesië aan de naoorlogse wederopbouw van Nederland een cruciale bijdrage leverde.

OP 27 DECEMBER 1949 ondertekende koningin Juliana in het paleis op de Dam de soevereiniteitsoverdracht van Indonesië en hield Nederland op te bestaan als koloniale grootmacht. Voortaan was Nederland te vergelijken met een staat als Denemarken. Over de condities was de voorafgaande maanden onderhandeld op de Ronde Tafel Conferentie, de RTC, in Den Haag. Daar hadden vier partijen rond de tafel gezeten: een Nederlandse delegatie, geleid door Van Maarseveen, de toenmalige minister van Overzeese Gebiedsdelen; een delegatie van de Republiek die op 17 augustus 1945 door Soekarno was uitgeroepen, waarvan minister-president Hatta de leider was; een delegatie van federalisten uit de Indonesische deelstaten, die werd geleid door Anak Agung, minister-president van de grootste deelstaat De Grote Oost. De vierde partij was de United Nations Committee for Indonesia (Unci), die door de Verenigde Naties in het leven was geroepen om Nederland en de Republiek tot elkaar te brengen. Deze delegatie stond onder leiding van Merle
Cochran, de Amerikaanse voorzitter van de Unci.

Voorafgaande aan de RTC hadden Republiek en federalisten de klokken gelijk gezet. Ze hadden een grondwet opgesteld voor een soeverein Indonesië: de Verenigde Staten van de Republiek Indonesië, Republik Indonesia Serikat: de RIS. De inzet van beide Indonesische delegaties op de RTC was het veilig stellen van de soevereiniteit van de federale republiek. Ze waren bereid daarvoor concessies te doen. Ze aanvaardden dat Indonesië en Nederland verbonden bleven in een Unie onder de Oranjekroon. Wat de Unie precies inhield bleef onduidelijk, maar de Indonesiërs wisten in ieder geval te voorkomen dat deze iets zou afdoen aan de soevereiniteit van hun nieuwe staat.



EEN ONDERWERP waarover op de RTC langdurig werd onderhandeld, was de schuldenkwestie. Nederland liet Indonesië een hoge prijs betalen voor zijn soevereiniteit. Kreeg Suriname dertig jaar later een bruidsschat mee van twee miljard gulden, Indonesië werd opgezadeld met de totale schuldenlast van het voormalige Nederlands-Indië. Deze schuld werd door Nederland berekend op 6,5 miljard gulden. Het betekende dat Indonesi
ë zelfs moest opdraaien voor de kosten van de politionele acties. Dit werd Cochran te gortig. Tot woede van Drees wist de Amerikaan de Nederlandse financiële onderhandelaars ertoe te bewegen twee miljard gulden te laten vallen - zijnde de ruw geschatte kosten van de politionele acties. Er bleef een schuld over van 4,5 miljard, in guldens van toen.

Het koopmanschap van de Nederlandse delegatie leverde nog een niet te verwaarlozen voordeel op. Op de RTC werd voor Nederland de status van meest bevoorrechte handelspartner van Indonesië bedongen. Dit hield in dat de revenuen uit de circa drie miljard gulden particuliere Nederlandse beleggingen behouden bleven en dat ze tegen een aantrekkelijke koers naar Nederland getransfereerd konden worden. Deze afspraken werden neergelegd in een financieel-economische regeling: de Finec.

Had Nederland het hierbij gelaten, dan had het tot in lengte van dagen profijt kunnen trekken van zijn oude kolonie. Nederland overspeelde echter zijn hand. Het wilde geen afstand doen van West-Nieuw-Guinea. Hiervoor werden uiteenlopende argumenten aangevoerd: Nieuw-Guinea moest een kolonisatiegebied worden voor Indische Nederlanders en Nederlandse boeren; de belangen van missie en zending werden in het geding gebracht; binnenskamers werd voorts gespeculeerd over de rijke bodemschatten van Nieuw-Guinea, bauxiet, koper, goud en vooral olie; en dan waren er nog mensen die in Nieuw-Guinea een blijvend steunpunt voor onze marine in de Pacific zagen.

Op de RTC was het hoofdargument dat zonder behoud van Nieuw-Guinea geen tweederde Kamermeerderheid voor ratificatie van de RTC-akkoorden te vinden was. De Indonesische delegatie zat tussen twee vuren: aan de ene kant de Nederlandse onderhandelaars die van Nieuw-Guinea geen afstand wilden doen, aan de andere kant president Soekarno die de vrijheid van Indonesië had geproclameerd van Sabang tot Merauke. De Unci-voorzitter wist de impasse te doorbreken met het voorstel Nieuw-Guinea uit de RTC te lichten. Onder zware tijdsdruk werd op de laatste dag van de RTC besloten dat Nederland en de RIS binnen een jaar na de soevereiniteitsoverdracht over de status van Nieuw-Guinea nader overleg zouden plegen. Daarmee werd onder de RTC-akkoorden een tijdbom gelegd die een kettingreactie van ontploffingen teweeg zou brengen.



Al GAUW NA de soevereiniteitsoverdracht groeide het wantrouwen tussen de twee Unie-partners. Aan Nederlandse kant was de meest wantrouwige de minister-president Drees. Het begon er al mee dat in Jakarta de Van Heutszboulevard de naam kreeg van de Atjehse guerrilla-leider, teuku Umar, en dat de Oranjeboulevard werd omgedoopt in djalan Diponegoro. Evenmin beviel het Drees dat de Indonesische regering niet 27 december maar 17 augustus tot nationale onafhankelijkheidsdag verhief. Het ultieme bewijs van de onbetrouwbaarheid van de Unie-partner was voor Drees dat binnen acht maanden de federale staat werd opgedoekt en Soekarno op 17 augustus 1950 de eenheidsstaat uitriep.
In Nederland doorzag men niet dat de deelstaten door de Indonesiërs werden gezien als een poging van Nederland om met een verdeel-en-heers-politiek over het graf te regeren. De RIS stortte niet ineen doordat Soekarno haar liet exploderen, maar doordat ze onder de Indonesiërs nauwelijks supporters had. Indonesië had van zijn kant reden Nederland te wantrouwen toen in januari 1950 kapitein Westerling met instemming van het Knil het Nederlandse gezag op West-Java leek te willen herstellen en later dat jaar met steun van het Knil op Ambon de RMS werd uitgeroepen.

Wat Indonesië en Nederland definitief uiteendreef was de kwestie Nieuw-Guinea. Het torpederen van de RIS had Nederlandse politici ervan overtuigd dat Nieuw-Guinea niet aan het Indonesië van Soekarno mocht worden uitgeleverd. De besprekingen over de status van het gebied die in de loop van 1950 plaatsvonden, liepen dan ook op niets uit. Er werd thans met een geheel nieuw argument geschermd waarom Nieuw-Guinea bij Nederland moest blijven: Nederland had de plicht de Papoea’s uit het stenen tijdperk te tillen. De socialist Drees vond in 1952 voor dit ethische standpunt een krachtige medestander in de katholiek Luns. Drees noch Luns vertrouwde de nobele taak toe aan Indonesië, dat de handen vol had aan zijn eigen ontwikkeling. Beiden zagen het hardnekkig vasthouden van Indonesië aan de overdracht van Nieuw-Guinea als louter een hobby van Soekarno. Hem zagen ze ook als de kwade genius achter de almaar kritischer wordende houding van Indonesi
ë jegens Nederland.

Inderdaad vormde ‘Irian Barat’ (West-Nieuw-Guinea) het hoofdthema van de redevoeringen die de president bij iedere denkbare gelegenheid hield en inderdaad wekte hij daarmee bij de massa een anti-Nederlandse stemming.
Het Nederlandse kabinet zag evenwel over het hoofd dat in de parlementaire democratie die Indonesië toen nog kende, de Indonesische president constitutioneel niet meer politieke macht had dan bijvoorbeeld de president van de Duitse bondsrepubliek. Daardoor zagen zij ook over het hoofd dat alle Indonesische politieke leiders de opvatting huldigden dat Nieuw-Guinea bij Indonesië hoorde en dat elk Indonesisch kabinet overdracht van Irian Barat aan Indonesië als eerste punt op zijn regeringsprogramma had.



INDONESIE BLEEF proberen Nederland ertoe te bewegen de afspraak op de RTC ten aanzien van Nieuw-Guinea na te komen. Doch de Nederlandse regering had na 1950 de kwestie Nieuw-Guinea 'in de ijskast’ gestopt, en bij de grondwetsherziening van 1956 werd Nieuw-Guinea tot Nederlands grondgebied verklaard. Eind 1955, begin 1956 vond in Gen
ève nog één keer overleg tussen Nederland en Indonesië plaats over alle problemen die de onderlinge verhoudingen vertroebelden: de Unie, die niet tot leven was gekomen, de Finec, die volgens Indonesië eenzijdig ten voordele van Nederland werkte, en de steeds uitzichtlozer wordende kwestie-Nieuw-Guinea.

Het initiatief voor dit overleg, dat zo dramatisch zou eindigen, ging uit van het ons land welgezinde kabinet-Harahap. Minister van Buitenlandse Zaken Anak Agung was de leider van de Indonesische onderhandelingsdelegatie. De Nederlandse delegatie werd geleid door Luns, die nauw contact hield met 'vader Drees’ in Den Haag. De delegatie-Luns was bereid de Unie een zachte dood te laten sterven en de Finec aan te passen. Als voorwaarde werd gesteld dat Indonesië bij eventuele economische conflicten tussen beide landen internationale arbitrage aanvaardde. De Indonesiërs, die internationale arbitrage als een inbreuk op de soevereiniteit van hun land beschouwden, waren niet bereid de voorwaarde te aanvaarden en de Nederlandse delegatie was niet bereid haar in te slikken. Over Nieuw-Guinea wilde Luns niet praten. Toen Anak Agung hem niettemin een gespreksnotitie over de kwestie voorlegde, pakte Luns het papier tussen duim en wijsvinger en deponeerde het in een prullenmand. De Balinese radja voelde zich diep gekrenkt. De Geneefse conferentie werd een complete mislukking.

Getergd keerde de Indonesische delegatie huiswaarts. Op haar aanbeveling zegde het kabinet-Harahap op 13 februari 1956 eenzijdig de Indonesisch-Nederlandse Unie op. Dit was het begin van een kettingreactie. De opzegging van de Unie werd meteen gevolgd door opzegging van de Finec en op 4 augustus staakte de Indonesische regering de betaling van de schulden aan Nederland. Een goed jaar later zouden ook de Nederlandse bedrijven ten offer vallen aan de kwestie-Nieuw-Guinea. Ze hadden het er overigens zelf naar gemaakt. De Indonesische regering wilde buitenlandse bedrijven indonesianiseren en zo de oude koloniale economie in een nationale transformeren. Dit beleid werd door de Nederlandse directies gefrustreerd, top- en kaderfuncties bleven voor Indonesiërs ontoegankelijk en van indonesianisatie van het bedrijfskapitaal was al helemaal geen sprake. De kleine Nederlandse bovenlaag in Indonesië handhaafde zijn oude koloniale levensstijl en hield zijn bolwerken, zoals de sociëteit De Harmonie en de jachthaven in Pri
ok, voor Indonesiërs gesloten.

Omdat het bilateraal overleg over Nieuw-Guinea uitzichtloos leek had het kabinet-Ali Sastroamidjojo al in 1953 de weg van internationale interventie gezocht. Drie jaar lang had Indonesië in de Algemene Vergadering van de Verenigde Naties een resolutie ingediend waarin om bemiddeling van de VN in de kwestie-Nieuw-Guinea werd gevraagd. De resolutie kreeg geen enkele keer de vereiste tweederde meerderheid.
De oorzaak hiervan was dat het bewind Eisenhower-Dulles ter wille van Navo-bondgenoot Nederland geen steun wilde geven aan de Indonesische resoluties, waardoor landen die van Uncle Sam afhankelijk waren het niet waagden er voor te stemmen. Op 27 november 1957 haalde de Indonesische resolutie voor de vierde keer geen tweederde meerderheid. In Indonesië reageerde men furieus. Enkele dagen na de verwerping van de resolutie werden op instigatie van de communistische vakbeweging in heel Indonesië Nederlandse bedrijven door Indonesische werknemers bezet. De bedrijven werden door het kabinet-Djuanda onder controle gesteld, vervolgens in beheer overgedragen aan het leger en ten slotte, zonder schadevergoeding, genationaliseerd.


IN DE COLLECTIEVE herinnering van ons, Nederlanders, is bewaard gebleven dat het Indonesië van Soekarno weigerde zijn schulden te betalen. In deze herinnering is iets verdrongen. Toen Indonesië in 1956 zijn schulden aan Nederland opzegde was het restant van de schuld nog 650 miljoen gulden. Dit betekent dat Indonesië tussen 1950 en 1956 bijna vier miljard gulden heeft afgelost. Het belang van dit bedrag kan worden afgemeten aan de Marshallhulp. Nederland heeft over de periode 1948-1953 1127 miljard dollar Marshallhulp gekregen - als lening wel te verstaan. Bij de toenmalige koers van de dollar van 3,80 gulden is deze hulp niet veel meer geweest dan wat Indonesië tussen 1950 en 1956 heeft betaald. Menigeen meent dat Nederland zijn naoorlogse wederopbouw louter aan de Marshallhulp te danken heeft, de Indonesische bijdrage pleegt men over het hoofd te zien.

Deel van het collectieve nationale geheugen is ook dat het Indonesië van Soekarno Nederlandse aandeelhouders van cultuurmaatschappijen van hun rechtmatig bezit heeft beroofd. Weinig bekend is dat kapitaalopbrengsten, pensioenen, spaargelden die vanuit Indonesië naar Nederland werden overgemaakt, plus alle inkomsten die het Nederlandse bedrijfsleven in Indonesië genereerde, in die schrale jaren vijftig een belangrijke bijdrage hebben geleverd aan ons nationale inkomen. In de beginjaren vijftig was deze bijdrage jaarlijks rond acht procent; in het laatste jaar voordat de Nieuw-Guinea-kwestie aan alles een einde maakte bedroeg de gekapitaliseerde waarde van de Nederlandse inkomsten nog bijna een miljard gulden. Het lijkt dat de Indonesische injectie in onze economie tussen 1950 en 1957 niet zonder effect is geweest op de snelle naoorlogse industrialisatie van ons land, die le miracle hollandais werd genoemd.

Kortom, Indië verloren betekende niet rampspoed geboren, doordat Nederland in die cruciale naoorlogse fase waarin de grondslag werd gelegd voor onze huidige welvaart, nog aardig heeft kunnen profiteren van zijn voormalige koloniale bezit.

Reactie / commentaren

Marjolein van Pagee  & ICM 

DE 4,5 MILJARD DIE INDONESIË AAN NEDERLAND MOEST BETALEN


Nooit gedacht dat nu juist de opa van Thierry Baudet een antwoord zou geven op de Indonesische schuldenkwestie. Net als Lambert Giebels schrijft hij in een boek uit 1983 dat Indonesië tot 1956 een deel van de 4,5 miljard schuldenlast wel degelijk had betaald. Giebels beweerde dat in 1956 al bijna 4 miljard gulden zou zijn betaald, vervolgens zou Indonesië tussen 1967 en 2002 nog een bedrag van 600 miljoen naar Nederland overmaken. Pluspunt is dat het boek van H. Baudet en M. Fennema (in tegenstelling tot Giebels artikel in de Groene) wel met voetnoten werkt met diverse verwijzingen naar overheidsstukken. Ben benieuwd hoe die miljarden van daar naar hier zich verhouden ten opzichte van de zogenaamde ontwikkelingshulp. Heb het wel eens omgerekend, 4,5 miljard gulden in geld van nu zou (als ik het goed heb) op zo'n 16 miljard euro uitkomen!

Zie artikel van Giebels uit 2000:
http://historibersama.com/…/de-indonesische-injectie-de-g…/…
Historisch Nieuwsblad in 2003:
https://www.historischnieuwsblad.nl/…/einde-indonesische-he…

ICM redactie.

Is zeer frappant dat van beide onderzoeken de zaken afwijken, maar nagenoeg in de buurt komen van de 600 miljoen. De referentie naar de getallen / bedragen zijn moeilijk te converteren naar de waarde van het geld toen, wel kan worden gerefereerd dat balans van de banken met de grootheid miljoen werkt, dus met zes nullen werden gepresenteerd, waar nu met de grootheid miljarden wordt gewerkt, dus met een factor 100.  Betekent dat de 689 miljoen met de factor 100 dient te worden vermenigvuldigd, hiervoor wordt verwezen naar het rapport van Gaalen 2002

Lees verder…

10897272680?profile=originalMijn levensverhaal - 6     door onze correspondent in Nieuw Zeeland, Adrian Lemmens 

foto - Mijn vader (midden) met zijn ouders, mijn grootouders

J. den Besten kwam niet meer thuis en heb ik hem ook nooit meer gezien, ja toch nog eenmaal bij zijn allerlaatste poging om mij te dwarsbomen, toen ik werkte bij mijn laatste baan bij Vroom&Dreesmann en mijn daarop volgende emigratie, maar daarover vertel ik later.

Er waren nu alleen nog de kinderen van het tweede huwelijk van mijn moeder, een jongen en een meisje, Jannes en Edith den Besten, die op de kleuterschool zaten, aan de overkant van het plein voor ons huis. Mijn Moeder kreeg geen geld meer. Ik  vond werk als een leerling verkoper bij Pander&Zonen en moest wederom    al mijn geld afdragen om de overgebleven familie, mijn moeder en mij in stand te houden en tevens voor mijn eigen kosten en inwoning. Er bleef niets over om naar een mogelijke avondschool te kunnen gaan.

Zonder enig inkomen en niet wetende wat te doen, verviel mijn moeder, de eens zo rijke en trotse vrouw, in ons vroegere Nederlands-Indie, met mijn vader in zijn hoge positie bij de Shell, nu zelfs tot grote armoede en verdiende nu in uiterste nood, als een schoonmaakster in een andermans huishouden.

Het werd nog erger; ik verloor plotseling zonder een waarschuwing, mijn eerste baan bij Pander& Zonen. Het verlies van die baan daar, voor de eerste keer in mijn leven, was toch wel een ervaring voor mij. Plotseling stond ik op straat, het was 1957 en ik was 21 jaar oud. Met het idee, dat mogelijk de elektronica mij iets beter lag, wist ik in die moeilijke tijd toch een baan te krijgen bij een Firma die voor Siemens Shuckerd en Siemens Halske werkte op het gebied van o.a. elektrische schakelborden. Ondanks dat men verwachtte, dat ik het niet zou redden, maakte ik bij die gecompliceerde werkzaamheden, na twee weken praktisch geen fouten meer.  

.

Op de fiets, naar het werk, kwam plotseling een auto uit een zijstraat, die op mij zou moeten  wachten, maar reed mij aan en reed door. Ik viel met mijn kaak op de straat en spuugde enige tanden uit en lag voor drie weken, met een op twee plaatsen gebroken kaak en een zware hersenschudding in het ziekenhuis. Mij bekroop het idee dat die man in die auto mogelijk J. den Besten zou zijn geweest, maar was daar niet zeker van. Een maand later, weer op het werk, reed ik op de fiets in een nauwe straat, waar aan de rechterkant de huizen portieken hadden en werd ik op een voor mij nog steeds onbegrijpelijke wijze opgelicht en tegen een van die portiek voordeuren aan gezet, waar direct daar opvolgend een grote vrachtwagen tegen die huizen aanreed.  Ik was ongedeerd en tot op de dag van vandaag weet ik nog steeds niet waarom ik plotseling als door een windvlaag uit het pad van die vrachtwagen gebracht werd. Ondertussen was ik ook bezig met het verkrijgen van mijn erfdeel, terwijl mijn Moeder een baan had weten te krijgen, met behulp van vrienden, bij de “Bonnetterie”, een hele deftige zaak in den Haag, niet ver van het Binnenhof, de zetel van het Parlement.

Tot mijn moeders verbazing, kwamen daar ontzettend veel mensen van  vroeger, uit het eens Nederlands-Indie. Deftige mensen ook van de Shell, die geld konden besteden. Mensen, die tot hun stomme verbazing mijn moeder daar als  verkoopster tegenkwamen, de eens zo hoogstaande mevrouw A.C. Lemmens, toenmaals echtgenote van de derde man aan de top van de B.P.M.-Shell. Maar mijn moeder was verlegen en beschaamd, echter ze had het inkomen van die baan dringend nodig. Op een moment kwam daar ook een zekere heer Stirum met zijn vrouw en had diep medelijden met mijn moeders positie. De Heer Stirum vroeg hoe dit zo gekomen was en of hij mogelijk kon helpen. Uiteindelijk begon mijn moeder zich te verklaren en kwam de heer Stirum er ook achter dat ik voor mijn erfdeel moest vechten om het te krijgen. Mijn moeder had nog enige papieren die zij aan den Besten had weten te onthouden, maar vele waren vernietigd, om mogelijke sporen uit te wissen. Mij werd aangeraden om een advocaat Pro-Deo te nemen, dit werd een zekere mr. H.O. Thunnissen, die met behulp van de Heer Stirum begon te onderzoeken en erg hulpvaardig bleek in deze situatie. Maar daar was echter een probleem, zoals wij reeds eerder hadden ontdekt.

De B.P.M.-Shell had een pool van kundige advocaten en hoe die J. den Besten het voor elkaar heeft gekregen, 

hij heeft daaruit een advocaat weten te krijgen, een zekere Jonkheer mr. Stoop. Een Jonkheer nog wel, maar dat was niet alles; die man was ook verbeten anti Duits en mocht zich als zodanig in het openbaar ook in het gerechtshof zo uitlaten. Mijn moeder werd openlijk als een moffin  betiteld, zonder enige correctie van de rechter. Deze  mr. Stoop werd nu ook naar mijn advocaat Thunnissen gestuurd, wiens houding tegenover mij, daarna ook  compleet was veranderd. Hij raadde mij zelfs aan om een aanbod tot een afkoop van mijn erfdeel dat in 1946  98.000 gulden bedroeg. Hij adviseerde mij nu “take it or leave it”, mij tevreden te stellen met – schrik niet - 15.000 gulden. Ik weigerde dat te accepteren, de mr. Thunnissen wilde duidelijk van mijn zaak af, met de woorden, dat ik helemaal niets zou krijgen, als ik dit aanbod afsloeg. In dezelfde tijd vertelde de Heer Stirum, dat hij door den Besten was opgespoord en was bedreigd en dat hij onder die condities niet verder kon helpen, twee weken later was de Heer Stirum overleden, ik weet de reden daarvan niet.       

Ik voelde onder de omstandigheden dat het beter voor mij was, om te accepteren en dus klaarblijkelijk zeer opgelucht  werd  mij de kwitantie door mijn Pro-Deo advocaat, mr. H.O. Thunnissen overhandigd; hij was overduidelijk blij het laatste van mij   te hebben gezien. Wat had Mr. Jonkheer Stoop, de advocaat van die J. den Besten, met mijn advocaat gedaan? Wat had die J. den Besten met de heer Stirum gedaan? Waar  was in Nederland het zogenaamde Recht toe in staat? Kan men het recht alleen maar met geld verkrijgen?

Welke betekenis heeft, of hebben, de rechten van de mens en het rechtswezen in Nederland eigenlijk nog, in een zogenaamde beschaafde samenleving, waar alleen maar het geld beslist vat recht of onrecht         is? Wat is hier eigenlijk het verschil met onze “Indische Kwestie”; waar    de rechten van de Indische Nederlander, al voor 68 jaren en  meer, door onze opeenvolgende Nederlandse Regeringen worden ontzegd. Ook Nederland is in essentie corrupt! Het systeem is ziek! 

Ik had nu voor het eerst in mijn leven wat geld in mijn hand. Doordat ik vrijwel nooit veel geld had uitgegeven, schijnbaar een aangeboren zuinigheid had ik ook nog nooit iets leuks voor mijzelf gekocht.  Mijn moeder had nu een goede baan en had mijn hulp, anders dan een kleine bijdrage voor de huishouding ook niet meer nodig.

Foto - I10897272878?profile=originalkzelf als enthousiast hobby-fotograaf.

Met de afstanden en de exploraties, die ik nu, zo graag, ook eens zou willen doen, besloot ik een scooter te kopen. Het werd mijn trotse en eerste bezit, een zwart grijze “Heinkel”. Het was een prachtige machine, snel en veilig en kon ik er zelfs bij ons de tuin mee in rijden, dus niet aan de straat geparkeerd. Echter, mijn machine was mooier dan de “JAWA” scooter die mijn werkplaats baas bij Siemens had en ontstond er een gevoel van jaloezie. Wat het ook geweest was, ik  stond kort daarop plotseling weer op straat. Nu al weer de tweede keer, zonder dat ik daar een geldige reden voor vermoedde of dat mij zelfs een reden voor dit plotselinge ontslag werd gegeven. Dit vond ik wel heel  erg vreemd.

Echter via een vriend, die ik had ontmoet, werd ik bij Van Der HEEM TV. NV. geïntroduceerd, waar ik gelijk aan de lopende band werd gezet, voor het maken van TV kanaalzoekers. Vreemd om aan een lopende band te zitten, met allerlei soorten van mensen, maar mijn nieuwe vriend, een zekere Peter Boon, zat aan de andere kant. Zo konden wij af en toe met elkaar praten. Zodoende hoorde ik van hem ook voor de eerste keer over Nieuw Zeeland, omdat zijn zuster daar met een schapenboer was getrouwd en hij er ook aan dacht, om daar naar toe te gaan.

Plotseling, na vier maanden, werd ik echter ook daar bij Van Der HEEM TV weer plotseling op de straat gezet, ondanks dat mij daar kort ervoor een koers naar promotie was voorgesteld. Wat is er aan de hand? Daar wederom aan mij geen verklaring werd  gegeven voor dit plotselinge ontslag, begonnen bij mij toch wel wat vraagtekens te rijzen. Op dat moment  had ik geen flauw vermoeden wat daar de oorzaak van kon zijn.

Op mijn tweede dag thuis, kreeg ik een telefoontje, het was Van Der Heem TV. Of ik mij a.u.b. op het hoofdkantoor wilde vervoegen.  Stomverbaasd voldeed ik aan dat verzoek en werd bij de directie toegelaten. Men wenste mij wederom in dienst te nemen en er waren verdere mogelijkheden voor mij in de nabije toekomst.  Echter op mijn vraag omtrent de reden van mijn laatste en plotselinge ontslag, wilden zij absoluut niet ingaan, anders dan 

dat zij op dat moment gegronde redenen hadden. Bij nader inzien concludeerden zij dat de reden van mijn laatste ontslag ongegrond was, en werd mij een speciale afdeling      als een mogelijkheid toegewezen. Ik was met die uitspraak niet tevreden en voelde mij zelfs beledigd en gemanipuleerd. De afspraak was, dat ik hen voor het weekend zou laten weten of ik terug kwam en ik dankte hen voor de genomen moeite om mij een nieuwe kans te geven.

Wat was er veranderd? Ik was tot de conclusie gekomen, dat ik uit dit land wilde vertrekken. Het land dat zo weinig voor mij had gedaan, ja zelfs geweldige schade aan mij persoonlijk had berokkend en mij daarbij ook nog had bestolen. Ik dacht aan Nieuw Zeeland, maar nu moest ik nog  werken en geld verdienen en ik besloot mij ook volledig op mijn fotografie-hobby te werpen. Ik dacht dat Vroom&Dreesmann een prima zaak voor mij zou zijn, om mij op een komende emigratie in te stellen. Het was immers een zaak waar van alles werd verkocht en waar ik als een personeel kortingen kon krijgen op alles, dat ik mogelijkerwijze nodig had, waaronder ook fotografische artikelen.

Mijn moeders succes bij de Bonneterie, was nu zo groot dat zij promotie kreeg. Voor haar speciale B.P.M.-Shell klandizie, bleef het vreemd “mijn Moeder” daar te zien werken, zelfs nu als een hoofd verkoopster. Het was voor veel van de oud B.P.M.-ers ongelooflijk, om mevrouw A.C. Lemmens, de eens zo trotse vrouw van een van de invloedrijkste mannen van die tijd als winkelpersoneel te zien werken.  Dit nieuws ging als een wild vuur door geheel den Haag, Wassenaar en omstreken. Dit was echter wel het laatste, dat de familie van dr. ir. H.H. Brons kon verdragen. Zij waren nu immers de hoofdfiguren van die B.P.M.-Shell organisatie. En daar was nog altijd “mijn moeder” die teveel over hen wist en zelfs ook nog steeds mijn persoon, die voor hen kennelijk ongrijpbaar was, die konden spreken, over de verraderlijke Japanse situatie van hen gedurende de laatste oorlog.

Nu was het mijn moeders beurt, om op staande voet plotseling te worden ontslagen. Mijn moeder begon haar baan succesvol en had de goodwill van de directie, kreeg goed betaald en bracht een geweldige en waardevolle klandizie in. Dus hoe was dit mogelijk, een “plotseling ontslag” zonder een verklaring; allemaal precies zoals het ook steeds met mij was verlopen.

10897273299?profile=originalFoto - Hoofdkantoor van de BPM Shell in Batavia

Mijn moeder eiste een verklaring van de directie, die gaf haar toen te verstaan: “Mevrouw Lemmens, (voorheen was het al Thea), u hebt over ons gesproken. U als een Duitse, zou hebben verteld, dat wij als Joden ook vergast hadden moeten zijn, door Nazi-Duitsland. Als U zulke dingen over ons verteld, hoe kunnen wij U dan nog de hand boven het hoofd houden, en U voor ons laten werken?” Navraag van mijn moeder, naar de oorsprong van dat gerucht, werd door hun geweigerd te beantwoorden.

Het duurde echter niet lang, voordat mijn Moeder, door dr. ir. H.H. Brons, directeur van de R.R.P.-Shell, voor haar was dat gewoon Ab Brons, een aanbod kreeg, om zijn privé- secretaresse-telefoniste te worden, met niet alleen een waardig salaris en beter dan dat bij de “Bonnetterie”. Zij kreek daarbij ook haar eigen toekomstige pensioen en ook nog eens, daar bovenop, het originele pensioen van mijn vader, dat zij verloor, door haar tweede huwelijk met J. den Besten. Dat was een geweldige hoeveelheid geld, dus wat anders kon mijn moeder doen, dan het te accepteren. En zo verkocht mijn moeder haar ziel aan de duivel. Ab Brons was kennelijk in een positie, waar hij letterlijk met geld kon smijten.

Als mijn Moeder werkelijk aan de belangen van mij, haar enigs kind had gedacht, had zij ook zonder die Brons een zeer goed leven kunnen hebben en ook met mij was alles veel beter afgelopen geweest. Maar zoals het verleden al had bewezen, mijn  moeder toonde niet de minste verantwoordelijkheid, of zelfs de liefde van een moeder. Waar was die verantwoordelijkheid gebleven, wat was er gebeurd en waarom; waar tenslotte zelfs ook mijn grootvader aan ten onder ging. Mijn eigen vader, had zelfs de geweldigste voorzorgs-maatregelen getroffen, voor het toekomstige welzijn van zijn enigs kind. Wat meer had mijn vader kunnen doen.

Een speciale observatie 

De antwoorden zijn hier allemaal in dit schrijven te vinden, maar een opmerking moet toch worden gemaakt.  Als de broer van deze Jannes den Besten, Nicolaas den Besten, met de Socrates affaire, van de zestiger jaren, de Amsterdamse had weten op te lichten voor maar liefst 60 miljoen gulden, dan praten wij hier toch zeker niet over normale mensen. Het enige, waar mijn vader niets aan 

heeft kunnen veranderen, waren de na-oorlogse omstandigheden, van ons, door de Nederlandse onwelwillende, onjuiste en de onrechtvaardigste behandelingen ten opzichte van mij en met al de mensen die van Nederlands-Indië kwamen. En in ons specifieke geval ook nog eens met de Duitse nationaliteit van mijn moeder, ondanks het Nederlands paspoort.  Men kan zich afvragen Hoe het mogelijk is geweest, dat zoveel ongelukkige omstandigheden voor ons een rol speelden in een zogenaamd beschaafd en ontwikkeld Europees land, dat juist de rechten van de mens voorstaat.

Korte tijd later vertelde Greetje Brons mijn Moeder openlijk, en ronduit, dat zij “een briefje” aan de directie van de Bonnetterie had geschreven en de Duitse leugen over het vergassen van hen had gestuurd. Mijn Moeder was met stomheid geslagen, maar nu ook geketend aan  de Brons familie, die nu, met die regelingen was veilig gesteld. Wat kon zij nu nog doen, totaal afhankelijk gesteld en onder de nu directe controle van deze Brons familie. Rond die tijd was ik reeds met mijn eigen emigratie naar Nieuw Zeeland bezig. 

Later in Nieuw Zeeland, hoorde ik dat J. den Besten, op zijn kantoor van de B.P.M.-Shell, werd verdacht van het stelen van de Internationale postzegels, die met de jaarlijkse presentaties automatisch door de B.P.M. werden ontvangen. J. den Besten werd slechts met de grootste moeite getolereerd op zijn kantoor en er werd een val voor hem gezet, toen hij van die diefstal verdacht werd. En inderdaad werd hij op heterdaad betrapt op het stelen van waardevolle postzegels en op staande voet en met het verlies van zijn pensioen ontslagen.  Echter J. den Besten had door zijn kennis over Brons met zijn chantage in het vroegere Nederlands-Indië, met de Japanse kwestie en nu ook mede, door zijn complot met Brons aangaande de jacht op mijn persoon. Dus J. den Besten wist te veel over Brons en vormde daarmede nu ook een gevaar voor de Brons zelf.  

Het was natuurlijk om die redenen, dat dr. ir. H.H. Brons deze J. den Besten wederom zijn originele pensioenregeling teruggaf. Immers, H.H. Brons was nu zo machtig als hoofd van de R.R.P.-Shell, dat hij zich die maatregel op kosten van de Shell kon permitteren. Als zodanig onder voorbehoud dat hij J. den Besten totaal zou verdwijnen. Deze trok zich daarna terug, in een boerderij in Drenthe.  

10897273872?profile=originalfoto - Bonneterie in Den Haag

Jaren later, zou ook zijn zoon dr. Jannes den Besten jr., nu beschamend genoeg voor mij ook nog steeds mijn halfbroer, met zijn manipulaties, zich alle van mij en zijn moeders rechten, door zijn vader reeds eerder gestolen, toe-eigenen en zelfs zijn eigen zuster Edith den Besten bestelen. Ik heb nooit meer iets gezien van wat ooit aan mij toebehoorde.

Deze dr. Jannes den Besten jr. was op het einde ook nog de oorzaak van de dood van zijn moeder. Een moeder die zich uitsloofde, om hem bij zijn studies te ondersteunen, haar bedankte, door haar op het einde van haar leven met diefstal en bedrog, van alles te beroven, ter voorkoming dat er ooit nog eens iets naar mij toe zou kunnen komen. De broer van zijn vader (nu de senior J. den Besten), was de nu overal en wereldwijd bekend geworden “Nicolaas den Besten”, aan wie het (ongelooflijkerwijze) was gelukt, om de Amsterdamse bank voor 60 miljoen gulden op te lichten en met dat geld naar Zwitserland was verdwenen.

Deze zaak werd in Nederland en zelfs wereldwijd bekend, als de z.g. “Socrates Affaire”, die zich afspeelde in de laat vijftiger en vroeg zestiger jaren. Na een lange strijd en een uitzetting uit Zwitserland, stierf Nicolaas den Besten tenslotte in de gevangenis. Als persoon, was hij lang niet zo slecht als zijn broer Jannes den Besten, maar het waren moreel gesproken slechte mensen en kwamen van een “zeer” devote Hervormde familie. Andere, jongere broers Henk en de jongste Dolf hebben een betere weg ingeslagen, voor zover aan mij bekend.  

Mijn moeder, met haar nieuwe, maar nu afhankelijke verhouding, met de Brons familie, wist weer een goed kapitaal op te bouwen en kocht ook haar eigen huis, met geld op de bank en nu ook eindelijk eens een goed leven. Zij kreeg weer veel oude vrienden terug en was een graag geziene gast op veel Indische Kumpulans, waar ik nu een meer dan een meter hoge stapel foto’s van heb.        

Maar op haar levens einde, werd mijn Moeder nogmaals verraden, bedrogen en bestolen, ditmaal door haar eigen tweede zoon, dr. Jannes den Besten jr. Inderdaad weer dezelfde naam,  die zijn eigen moeder van alles had bestolen, een moeder, die totaal 

onverwachts  eerst in kritieke toestand in het ziekenhuis lag, weer herstelde, en thuisgekomen, haar bankpapieren, van de post gehaald en gecontroleerd,  tot de verschrikkelijke ontdekking kwam, dat zij niets meer bezat en  totaal berooid was, alles, haar bank-conto en haar nieuwe huis stonden totaal in het rood. Onderwijl was haar geliefde tweede zoon, dr. Jannes den Besten jr,  “met haar geld”, zijn vijftigste verjaardag aan het vieren was in Las Vegas in de U.S.A., met veel van zijn vrienden. Alles was verdwenen en hij kon niet eens meer naar Nederland terugkeren. Na alles gespendeerd te hebben, moest hij notabene ook nog geld lenen, om naar Nederland terug te kunnen reizen. Zelfs een telefoongesprek kon hij niet betalen, dat moest zijn eigen zuster Edith voor hem doen.

Ook ik had nog steeds mijn rechten, maar die zijn door dr. Jannes den Besten jr., geheel geabsorbeerd en verdwenen, terwijl hij voorheen ook zijn eigen vader had geplunderd en alles in zijn eigen zak had gestopt. Het zijn allen door en door slechte mensen, die den Besten’s. Hoe is het mogelijk, dat wij ooit in hun handen zijn gevallen.

Tot zover het zesde deel van het levensverhaal van Adrian Lemmens, dat   hij voor deze NICC Nieuwsbrief schreef.   

 

10897264495?profile=original

    OPSTUREN NAAR F.SCHWAB / ICM Wouterskampen 68  - 3849BC Hierden (gem. Harderwijk).

Lees verder…


10897266653?profile=original

Kousbroeks “Oostindisch kampsyndroom”

Besproken door Pjotr.X.  Siccama 

 

Over het werk van Primo Levi waarin “Het periodiek Systeem” (prachtig vertaald in het Nederlands, schrijft Kousbroek en is lyrisch over de vertaling),  werd beschreven in het hoofdstuk ‘Vanadium’ (klinkt als een verbasterd Latijns nominatief overigens dat in elk geval met vergetelheid/verdwijning of verzwakking te maken heeft), heeft Kousbroek niet uitgelegd waar die Latijnse titel naar verwijst of wat deze precies voor betekenis heeft in de context van dat hoofdstuk. Schijnbaar vond hij het niet nodig uit te leggen hoe Levi in Auswitsch de man Müller ontmoette. Dat doet er in dit geval ook niet toe. Een doodgewone doorsnee grijze muis, een kleurloze man die, weliswaar niet gevoelloos, als een soort boekhouder zijn leven (verleden) “kloppend” wilde  maken, zoals hij dat altijd had gedaan door het knoeien met rekeningen.

Deze menselijke trek treft men overal aan. En juist in de maatschappelijke bovenlagen komt men dit geknoei het meeste tegen: het is een van de legitiemste (uit)vlucht/verdwijntrucs die men maar kan indenken, omdat de bovenste laag met de Staat als doodlopende piek immers naamloos is, en anoniem blijft, bovendien onsterfelijk. Wat ligt  meer voor de hand om je dan maar achter de beschermende hoge forten  te verschansen.

De wereld hangt aan elkaar van kloppend gemaakte rekeningen, schrijft Kousbroek. Bij het korte bezoek van Levi aan de stad Auswitsch, sprak hij die bewuste heer Müller die zei dat hij: “.. nooit iets had gehoord dat kon wijzen op het vermoorden van Joden.”

Kousbroek vermeldt helaas niet de bijzonderheden van voornamelijk de tijd (periode) van ontmoeting, wat jammer is gezien mijn reconstructie van het voorval. Hoe dan ook ging het hem voornamelijk om “het voorval/incident” van Müller en diens geopperde “zwijgende meerderheidsbegrip”. Best begrijpelijk, maar toch jammer dit hiaat in de beschrijving.

In dit deel van zijn werk spitst hij het besproken incident toe tot het verschijnsel van het geloof van de (zwijgende) meerderheid in extreme voorvallen in extreme omstandigheden.

Een voorbeeld in dit verband lag al in de Nederlands-Indische geschiedenis van het strafkamp van Boven-Digoel waar de kamparts Dr. Schoonheyt, op de opmerking (van een van de gevangenen Salim) dat mensen zonder proces naar het kamp werden gestuurd en wat voor vreselijke behandeling de gevangenen daar konden verwachten en later ook ondergingen, resoluut en beslist als antwoord kreeg dat het uitgesloten was dat Nederlanders dat zouden doen. Niets was minder waar. Het geloof van de kamparts was eerlijk, volgens Kousbroek. De arts was degelijk van overtuigd dat het zo was. Het moest een grote desillusie zijn geweest voor hem dat hij achteraf niet bij het rechte eind had.

De grote verliezers van de WO II, met name Japan, moest zich direct na de oorlog wel in allerlei bochten hebben gewrongen om de vernederingen en de verliezen enigszins te beperken (niet te relativeren). Studs Terkel beschrijft dat uitvoerig in zijn werk “The good war”. In 1947 verscheen er een Japanse uitgave  (volgens Kousbroek te vergelijken met het werk van Stud Terkel “The Good War”), gebaseerd op brieven, dagboeken en aantekeningen van de in de oorlog gesneuvelde Japanse studenten (die toen ook als soldaat

 in die oorlog werden meegesleurd). Deze uitgave blijkt na het verschijnen vele malen te zijn herdrukt, tot nu toe. Hiervoor zou een Japanse studentenvereniging verantwoordelijk zijn. Maar waarom was het zo geliefd en populair bij de Japanse bevolking? Of was het meer, om met Levi te spreken de rekeningen van het verleden kloppend te maken en te sorteren naar de bepaalde gehaltes van importantie en of zelfbescherming Bij die constatering van Kousbroek kun je een ogenblik achter je oren krabben.

8 jaar later in 1954 echter verscheen er een Franse vertaling van de Japanse uitgave uit 1947 met een titel die meer past in een poëtisch postromantisch werk dan een prozaïsche met als titel  “Ces voix qui nous viennent de la mer” Van Jean Lartéguy

10897281270?profile=original

 

Foto -Studs Terkel – auteur van ´The good war´´

 

Een onduidelijkheid constateer ik bij de passages in bijvoorbeeld een herdruk van 1985 en de herdrukken daarvoor waaruit Kousbroek citeerde en dat er verschillende versies bestaan die in omloop zijn gebracht. De actuele vraag is of het bewust is gedaan.

 

Tijdens een bezoek aan Parijs kreeg Kousbroek 30 jaar na de eerste uitgave een exemplaar in het Frans cadeau van een Japanse student. Het was vanzelfsprekend dat deze op zijn eigen manier Kousbroek wilde overtuigen dat niet alle Japanners monsters waren en de collectieve schuld van de begonnen WOII in Azië niet op de schouders van de Japanse natie kan worden gelegd, net zomin als dat voor de Duitse bevolking kan gelden.  

De ‘Stemmen vanuit zee’ (‘Ces voix qui nous viennent de la mer’), de uitgave waarin de aantekeningen in details zijn beschreven, heeft mij niet echt overtuigd van de oprechtheid van de inhoud, ook Kousbroek had er moeite mee. Vaak had hij het gevoel voortdurend achterdochtig te (moeten) zijn bij de persoonlijke ontboezemingen en verklaringen van de studenten. Aan de andere kant  bewonderde hij ook die mensen-studenten die bij kaarslicht psalmen reciteerden, literatuur lazen (Von Goethe/Schiller enz.) en uit de muziekliteratuur zongen en citeerden, onder anderen van Richard Wagner. Waarom deed men dat.

Hier is een simpele verklaring voor te geven. Bij mensen die vrijwillig of door bepaalde omstandigheden (of denken dat werkelijk) iets groots te verrichten (moeten) hebben (positief of negatief) ontstaat in een bepaald gedeelte van de hersenen een cerebrale transitie die tot algehele euforie kan leiden, daar waar de zo lang gekoesterde idealen moeten worden verwezenlijkt waardoor de betrokkenen zich overgeven en zich laven aan de verworvenheid en weelderigheid van zijn/hun verheven kunst en cultuur.

Kousbroek vraagt zich toch weer af wat hij met die betuigingen van onschuld van de gesneuvelde (studenten) soldaten aan moest. Waren ze toch oprecht?

Andere manier te herstellen, te hernemen van dat kwalijke verleden; vandaar dat de doorsnee Japanner de gelegenheid te baat heeft genomen om dat op zijn eigen manier te doen. Voor zover mij bekend, werd van de zijde van de Japanse overheid geen nationale

actie op touw gezet met betrekking tot het realiseren van de uitgave (wel andere zaken zoals economie/de wederopbouw/de nieuwe democratische instellingen inrichten etc. waar de Japanse Staat druk mee bezig was om de Parlementaire Democratie in te voeren.); dat had een groep studenten van Tokio direct na de WO II gedaan. Kort na WO II verscheen in 1947 (!) reeds de uitgave van de dagboekaantekeningen van de gesneuvelde studenten/soldaten. Het initiatief in die tijd, zeer begrijpelijk was in handen van een groep studenten, die de gesneuvelde medestudiegenoten niet alleen wilde eren en een waardige plaats geven, maar ook om de nationale trots en vanzelfsprekend de moraal weer het fundament te geven van voorheen. Het interessante van  de uitgave is de idee, stijl en uitwerking. Kousbroek kwam er achter waar de Japanse studenten de manier, stijl en de inhoud (het idee) vandaan hadden. Na veel gezoek vond hij waarachtig een uitgave in het Duits uit 1928 geschreven door prof.dr. Philipp Witkop van de universiteit van Freising en waarin hij in het Jappans Bittokoppu wordt genoemd. Deze professor had het zeer  waarschijnlijk uit een vorige uitgave uit WO I in 1917 overgenomen (midden in die oorlog)  Het kreeg als titel mee: Kriegsbriefe gefallener Studenten. Het moest een grote bron van inspiratie zijn geweest voor de groep Japanse studenten.

Aangezien Japan het Duitse onderwijssysteem had ingevoerd, lag het voor de hand dat de beide landen culturele banden onderhielden. Na 1945 overigens werd het Duitse onderwijssysteem in Japan door de Wereldmogendheden voorgoed afgeschaft.

 10897281495?profile=original

 

10897281700?profile=original

  

Jean Larteguy                       Primo Levi       

Een bijzonder geval vermeld in de aantekeningen van de uitgave: (De Franse vertaling heeft de titel: “Ces voix qui nous viennent de la mer”, letterlijk: Stemmen die tot ons komen vanuit zee), is het verhaal van een Japanse soldaat. De Franse vertalers hadden de rang van deze soldaat met de naam Kimura Hisao niet (kunnen) vertalen, maar mijn vermoeden moest dat ongeveer de rang van soldaat 1ste klasse zijn geweest.

Deze Kimura Hisao werd gevangen gehouden in een gevangenis in Singapore; daar waar eerder Engelsen en Nederlanders gevangen zaten . In 1945 werden de Nederlanders ter plaatse als bewakers aangesteld voor de Japanse gevangenen. Kimura zat er ook. Hem werd een Nederlandse bewaker toegewezen die heel goed voor hem was. Hij schreef ook later in zijn afscheidbrief en zijn dagaantekeningen dat de Nederlandse bewaker goed voor hem zorgde en hem vaak biscuits en sigaretten gaf, terwijl hij wist wat zijn Japanse collega’s

 

hem erger als een hond hadden behandeld. Kimura: “Hoe konden mijn eigen mensen zoiets schaamteloos doen..”(.)

De Nederlandse bewaker had Kimura alles verteld wat hem overkomen was en over de vreselijke misdaden van de Japanners. Hij moest zich voor de Nederlander moeten hebben geschaamd. Zijn aantekeningen in de uitgave zijn hartverscheurend.

 10897282290?profile=original

 

Foto -Nederlandse bewaker in Singapore. – Changi gevangenis

 

Het is analoog aan het verhaal van Müller in zijn ontmoeting met Levi, waar Müller toch niet kón geloven dat zijn eigen mensen, medeburgers zouden vermoorden.  Evengoed nobel was het van Dr. Schoonheyt die ook niet kón geloven dat de Nederlanders de gevangenen op wrede wijze mishandeld en gevangen zouden houden in Boven-Digoel, om de simpele redden dat hij geloof had in de goedheid van mensen. Deze nobele gedachte dat het zo zou moeten zijn is helaas fictie.

 

 

 10897282461?profile=original

10897282699?profile=original

 Dr. Schoonheyt - kamparts in Boven-Digoel 

 

Wordt vervolgd

 

Lees verder…

10897400853?profile=original


10897400881?profile=originalHet beleid Marcon het voorbeeld voor Rutte, dat het toch anders kan!

Een historisch keerpunt van president Marcon van Frankrijk, erkent de moorden door het leger die als oorlogsmisdaden worden gezien. Zijn voorgangers Sarkozy en Hollande negeerden de brieven van de weduwe van Audin.  Marcon verklaarde niet alleen dat Franse leger Audin had vermoord, maar structureel beleid toen was van de Franse regering  en carte blanche verschafte met die moorden om de orde in Algerije te herstellen.  Namens de Franse regering bood hij zijn excuses aan de weduwe van Audin, rekent af met koloniaal verleden.

In die zin zijn deze executies – moorden - in de Algerijnse oorlog voor Frankrijk wat de oorlogsmisdaden die Nederlandse militairen in de Indonesische onafhankelijkheidsoorlog hebben begaan - eufemistisch geheten “politionele acties” – voor Nederland zijn: een pijnlijke confrontatie met duistere kanten van de eigen Nederlandse geschiedenis.

Maar Marcon heeft nog meer zaken in zijn beleid wat betreft de mensheid.

“Marcon de president van de rijken” komt met een armoede plan. Wellicht kan Mark Rutte hieraan het e.a. ontlenen door steeds maar  weg te kijken, doen geloven dat het goed gaat in Nederland dankzij zijn beleid. Nee, met nadruk door de Internationale economische groei, deze zorgde voor de bloei van de economie.

Marcon zijn collega erkent dat er armoede in Frankrijk heerst. Ontkent dit niet zoals Mark Rutte. Zo worden op scholen het plan gelanceerd dat er ontbijt en maaltijden worden gereserveerd zodat de kinderen thuis geen honger hoeven te leiden zoals in het welvarend Nederland zoals Mark Rutte wil doen geloven. Niets voor niets zijn de programma's van Gordon en Gerard op de buis waar die gezinnen voor de hele maand nog geen € 400 of minder hebben te besteden. Daarnaast diverse plannen om de armoede in het land te bestrijden.

Rutte;

In Nederland heeft Nederland trotse rijke banken, maar ook “voedsel banken”voor Nederlanders die geen geld meer hebben om eten te kopen voor hun gezin, en niet meer aan het werk komen ……. Neem het voorbeeld aan Marcon en reken af met het verleden, doe er wat aan de mensen die afhankelijk zijn van de voedselbanken, hoeveel mensen kunnen niet aan eten worden geholpen voor die 2 miljard dat naar de multinationals gaan.

Lees verder…

Zangeres Anneke Grönloh (76) overleden

Zangeres Anneke Grönloh (76) overleden

VANDAAG, 10:16
Anneke Grönloh ANP

Zangeres Anneke Grönloh (76) is overleden. Dat heeft haar management bekendgemaakt. Ze woonde in Frankrijk.

Grönloh werd vooral bekend door haar hit Brandend Zand. Wereldwijd verkocht ze 30 miljoen platen.

Grönloh werd geboren in Indonesië en bracht de eerste jaren van haar jeugd door in een jappenkamp. Na de oorlog verhuisde ze naar Eindhoven, waar ze begon met optredens.

Brandend Zand zong ze voor het eerst op het Knokkefestival, in 1962. Daarna volgden hits als Paradiso, Soerabaja en Cimeroni. In 1963 kreeg ze zelfs een vermelding in het Guinness Book of Records omdat ze in 10 maanden tijd vijf gouden platen kreeg voor venzoveel hits.

Hieronder een overzicht van de carrière van Grönloh, die door bleef gaan tot het eigenlijk niet meer kon:

Tieneridool Anneke Grönloh zong door tot het niet meer ging

In 1964 vertegenwoordigde ze Nederland tijdens het Eurovisie Songfestival met het nummer Jij bent mijn leven. Ze werd tiende.

Halverwege de jaren 60 trad ze ook steeds vaker op in het theater, onder meer met de Snip en Snap revue. Ook werkte ze mee aan een show van Ramses Shaffy.

Grönloh was al geruime tijd ziek. In 2016 werd ze getroffen door een zware longembolie en werd ze afhankelijk van een zuurstofapparaat. Tot halverwege 2017 bleef ze optreden. Toen dat te zwaar werd, stopte ze daarmee. 

Brandend Zand

Grönloh werd in 1962 bekend met de hit Brandend Zand. Het nummer is altijd haar allergrootste hit gebleven. Wereldwijd verkocht ze 30 miljoen platen.

Grönloh (geboren in 1942 in Nederlands-Indië) had ook veel succes in Duitsland, het voormalige Joegoslavië en het Verre Oosten. Vaak trad ze op in Indonesië. Begin jaren zestig werd ze een waar popidool met veel nummer één hits op rij.

Songfestival

In 1964 deed ze mee aan het Eurovisiesongfestival, met het liedje Jij bent mijn leven. In de jaren zeventig legde ze zich vooral toe op luisterliedjes en jazz. Ook speelde ze in de Sleeswijk Revue, en in de theaterprogramma's van Ramses Shaffy, Rudi Carrell en cabaretgroep Purper.

Op maatschappelijk gebied maakte Grönloh zich druk over het taboe rond aids. Ze gaf een aantal benefietconcerten om de ziekte onder de aandacht te brengen. Het maakte haar net als Willeke Alberti en de Zangeres zonder Naam geliefd bij homo's.

De zangeres was officier in de Orde van Oranje-Nassau. President Megawati Sukarnoputri benoemde haar tot Cultureel Ambassadrice van Indonesië. Het besloten afscheid zal plaatsvinden in familiekring in Frankrijk, waar ze woonde. Later volgt een herdenking in Nederland.

http://2ddb3.v.fwmrm.net","HybridPlayerAdInitTimeout";: 30,"HybridPlayerAdStartTimeout": 30,"UseTargetingService": "none"},"EndSlateConfig":{"EndslateContinuousPlayEnabled": true},"ReportingConfig":{"Category": "newsnational","ComscoreUrl": "https://sb.scorecardresearch.com/b?","DomainId";: 1357,"Fr": "nl-nl_news","ImpressionGuid": "7582ae684d204f1b855040d99bfdaf15","Market": "nl-nl","OtfUrl": "//otf.msn.com/c.gif?","SubCategory": "no-sc","Subcvs": "news"}}" data-metadata="{"adNetworkId":"187827","csId":"BBj0Jmq","csIdBase32":"B6FDMZCXS","description":"","durationSecs":173,"feedId":"BBsDsQ2","providerId":"OVZcqX7-Ahk","shareUrl":"https://www.youtube.com/embed/OVZcqX7-Ahk","sourceFriendly":"RTL Nieuws","sourceLogo":"https://img-s-msn-com.akamaized.net/tenant/amp/entityid/BBj0TsQ.img","title":"Brandend Zand - Anneke Grönloh","uuid":"BBNofur","uuidBase32":"B6FQY4I4L","playerName":"YouTube","tags":[{"ns":"jobEnvironment","value":"System.Collections.Generic.List`1[System.String]"},{"ns":"jobInstanceName","value":"System.Collections.Generic.List`1[System.String]"},{"ns":"feedUrl","value":"https://www.rtlnieuws.nl/api/export/msn/2?_format=json";},{"ns":"displayAds","value":"System.Collections.Generic.List`1[System.String]"},{"ns":"externalPlayerName","value":"YouTube"}],"thumbnail":{"url":"https://img-s-msn-com.akamaized.net/tenant/amp/entityid/BBNow76.img";},"headlineImage":{"url":"https://img-s-msn-com.akamaized.net/tenant/amp/entityid/BBNow76.img";}}" data-id="103" data-m="{"i":103,"p":101,"n":"inline-player","y":8,"o":2}" data-playertype="Html5" tabindex="0">

Schadevergoeding

In 2002 kwam Anneke Grönloh negatief in het nieuws in een tv-programma van Paul de Leeuw, voor de NCRV. Daar werd ze neergezet als een aan lager wal geraakte, seksverslaafde alcoholist. De zangeres noemde die periode later "afschuwelijk". Uiteindelijk werd De Leeuw ontslagen en kreeg Grönloh een schadevergoeding.

In 2009 vierde de zangeres haar 50-jarig artiestenjubileum. Ze stond daarna nog regelmatig op het podium, maar kreeg in 2016 een zware longembolie. Vanaf die tijd was ze afhankelijk van een zuurstofapparaat, ook tijdens haar concerten.

Vorig jaar trad ze voor het allerlaatst op in Weert. Dat was tijdens een concert ter herdenking van het 100e geboortejaar van Johnny Hoes. Hij schreef Brandend Zand voor haar.

Lees verder…

10897402266?profile=originalU hebt kunnen vernemen van de griffier H.J. Post dat Algemeen overleg niet door gaat met betrekking Voortgang beleid Indische Oorlogsgetroffenen; Voortgang beleid Oorlogsgetroffenen.

Ik Iees vele reacties van alweer op het facebook - forum Indische - Nederlanders van Ben Vink ICM teamlid,

Niel al weer! 

je moet je afvragen  waarom ?  


1. Door wie zijn de volksvertegenwoordigers in Tweede Kamer aangestuurd? Door Het Indisch Platform dat in aangesteld / ingericht door Oud - premier Lubbers. Immers deze wordt erkend als enige gesprekspartner door de Overheid, is ook nog ingeschreven in de Kvk met de benodigde statuten waar artikelen van toepassing zijn zoals o.a. royementen.
2. Ieder wel denkend mens die behoeft niet academisch gevormd te zijn,  weet dat je met 1 onderwerp moet komen, en niet met een hele waslijst. OF doe dan een WOB-JE via je advocaat, waar het spel vraag en antwoord aan de orde komt, en met gedegen kennis van de dossiers  of eigen belevenis ( en niet van horen zeggen van derden) om de juiste vragen te stellen.  en kijkend of bestuursrechtelijk geen wanbestuur is gepleegd.

3. Niet goed getimed juist op het moment dat er andere zaken een belangrijke  rol spelen waar de hele wereld naar kijkt. Wil je toch je recht halen wat bakken geld kost  zoek juridische bijstand en historicus , en richt je op de ambtenaren met je WOB onderzoeken.

Tot slot ik weet niet welke organisatie (is deze wel ingeschreven in KvK) die de volksvertegenwoordigers heeft aangestuurd.

 

. Bij Kamer (vanwege ICM nieuws) weten ze wat ze aan ICM hebben, kennen ze ICM met het Team leden voor nieuws, feiten en scala van vele andere Indische zaken / ontwikkelingen. Zo heeft een teamlid destijds die o.a. de Kamer heeft wakker geschud die voor het debat met Martin van Rijn, de commissie - leden op de hoogte stelde dat op VWS - begroting een meevaller was van 6 miljard Met deze 6 miljard konden alle oorlogsslachtoffers eindelijk worden gecompenseerd voor; de oorlog, bersiap en dat het land werden uitgezet met verlies van huisraad, huis, auto''s, banktegoeden, kortom hun hele boedel. Nooit heeft Nederland deze groep slachtoffers maar gecompenseerd. Martijn riep altijd hij geen geld had om voor de Indische zaken.

Deze tip van ICM -lid was voer om te gebruiken tegen deze leugens van Martin van Rijn, de kans dat onder andere DENK, PVV, etc. in de aanval ging met een wapen in hun handen waar ze wat aan hadden. De partij DENK eiste dat die 6 miljard naar alle Indische oorlogsslachtoffers dient te gaan (ook een motie hiervoor ingediend). Martin van Rijn geschokt: Wie van zijn ambtenaren heeft deze informatie gelekt en juist de dag voor het  Indische debat! Niet zijn ambtenaren maar een teamlid van ICM heeft ruim 3 maanden de begroting dag in dag uit  gevolgd; Bij ICM wisten dat deze meevaller zouden gekomen; zullen het voorzichtig formuleren namelijk uit gemanipuleerde declaraties van ziekenhuizen en zorgbudgetbureaus, al eerder had Robin Linschoten dit aangegeven, ruim 80 miljard is gefraudeerd. Ook dit hoort tot ons werk je oren en ogen open houden.

Ferry Schwab werd verzocht om dit do0r te spelen. In deze wereld geldt voor wat hoort wat; Op ICM kan de Kamer altijd rekenen waar ze wat mee kunnen bereken, helaas jammer van het matig resultaat.

Anders waren de KNIL betalingen nooit los gekomen, net als deze Indische waslijst die zo weer van tafel is geveegd.

Voor de inbrenger van het stuk neemt juristen in de hand; de zittende ambtenaren bepalen het beleid en niet de staatssecretaris, net als een bedrijfsleven bij wanprestatie gewoon naar de rechter stappen, maar zorg eerst dat de zaak juridische onderbouwd is, en niet met losse flodders schieten;

Waarvan Akte.

In  de bijlage het document van de griffier.

Inmiddels is de mededeling verdwenen op website van de Tweede Kamer; wij als ICM hebben het wel vastgelegd, gelukkig. Net als die meevaller !

==========================================================================

Ferry Schwab heeft een bestand geüpload.

Let op ICM redactie werd gebeld vanuit Den Haag

Algemeen overleg
Voortgang beleid Oorlogsgetroffenen (let op: het overleg is TOT NADER ORDER UITGESTELD).
Deze vergadering is verplaatst naar een nog onbekend tijdstip, of nooit ! De Kamer & Kabinet praten alleen met Indisch Platform.kennelijk . In de bijlage de stukken.

Lees verder…

Persbericht Pasar Raya 2018

Persbericht Pasar Raya 2018


10897397501?profile=original

Persbericht Pasar Raya 2018  
        

Pasar Raya Indonesia viert de 73ste verjaardag van onafhankelijkheidsdag van Indonesië.

10897238680?profile=original

10897260674?profile=original10897398701?profile=original       
Indonesie betaalde 4,5 mljard Plus 689 miljoen, veel geld voor toen zei Halbe Zijlstra- men kende toen nog een miljoennota, niet miljarden zoals nu -  al dat geld is nooit bij Nederlandse Indische Gemeenschap terecht komen; Ook Halbe vraagt zich dat af waar die 689 miljoen is gebleven.  De Republiek betaalde ter compensatie voor het verlies van hun huisraad, auto's, dus voor alle hun bezittingen en banktegoeden. Niet 100 % van het schade-bedrag, maar slechts 15%. met welk recht hebben Drees / Luns om namens de Indische huizen zo te onder handelen? Wie gaat die 85 % nu betalen? Los nog van de mensen  die hun ondernemingen verloren, zo verloor mijn schoonvader Technico  met balanswaarde van 18 miljoen, in Holland moest als een arm mens leven. Hoe kon hij zijn 15% claim indienen, als hij niet op de hoogte was ?
Alle de bezittingen werden dus onteigend.
 
De redactie ICM vraagt zich af, hadden toen de Tweede Kamer niets in te brengen als wij nu zien dan om twee kinderen fors ophef wordt gemaakt. Hoe is het mogelijk dat over een hele bevolkingsgroep de Indische mensen met een populatie van  341.000 die deze ellende hebben meegemaakt eerst de oorlog, overdracht, bersiap en vervolgens het land werden uitegezet met verlies van al hun bezittingen, en vervolgens hun reis, pension en herrinriching van de woning zelf hebben moeten betalen? Tot de laatste
cent alles terugbetaald aan het toenmalige Min. van Maatschappelijk Werk, nu Sociale zaken.
 
Hoe is mogelijk dat 341.000 niets wisten van het bestaan van het traktaat van wassenaar ???   
 
ICM REDACTIE HEEFT DIT PERSOONLIJK VOORGELEGD AAN PRESIDENT JOKO WIDODO OP 21 APRIL 2017, EN VELEN KEREN AAN IBU RETNO :
MET SPANNING WACHT DE REDACTIE HET ANTWOORD AF, ICM HEEFT HET KBRI ALTIJD ONDERSTEUND WAAR HET NODIG IS, ZELF DE EERSTE PASAR MALAM OP MALIVELD ACHTER DE SCHERMEN VOLLEDIG GEREGELD; IS MAAR DAT U
HET WEET !

10897399468?profile=original

Dit evenement gaat vooral richten op de danskunsten en muzikale voorstellingen; street foods en traditionele gerechten bij the Food Bazaar; en handwerken en textiele, incluis batik, bij the Product Bazaar.  Niet minder dan 33 eetstals gaan culinaire traktaties aanbieden, variërend van streetfood tot specifieke gerechten uit verschillende streken van Indonesia. Meer dan 25 standen bieden allerlei producten en services aan, incluis batik, t-shirt en andere kledings, handwerken, accessoires, souvenirs, verpakt gerechten, tropische planten, sambals en chili saus, en kruiden.

10897399675?profile=originalDit evenement laat zien de rijkdom van Indonesische tradities en culturele erfgoed, met onder aandacht brengen van cultuur, muziek en culinaire kunst.

PRI 2018 gaat drie dagen lang meer dan 20 voorstellingen uitstallen, incluis danskunsten van Sumatra, Java en Bali. Daarnaast, dit evenement wil allerlei genres van Indonesische muziek, variërend van dangdut tot rock en pop aanvoeren. Wij gaan ook een driedaagse Poco Poco dance competitie organiseren, een populaire line dance, voor de eerste keer op de Pasar Raya Indonesia!

10897400063?profile=original

Met enthousiaste bezoekers van de Pasar Raya Indonesia 2017, nieuwe en verfrissend programma’s van dit jaar zijn wij van overtuigd dat PRI 2018 gaat veel meer succes behalen. Wij hopen op de komst van meer dan 20.000 bezoekers tijdens deze driedaagse festiviteiten.

 

 

 

Locatie, data en programma’s

PRI 2018 wordt gehouden in De Broodfabriek Rijswijk, Volmerlaan 12, 2288 GD Rijswijk, een bekend locatie voor congressen, evenementen en beurzen voor de Haagse regio.

 

Openingstijden:

Vrijdag 14 september 2018, 11:00 – 22:00

Zaterdag 15 september 2018, 10:00 – 22:00

Zondag 16 september 2018, 10:00 – 20:00

De toegang is gratis!
Voor meer informatie kunt u vinden op www.pasarraya.nl

or mailen naar info@pasarraya.nl

 

Wij hopen dat dit informatie nuttig is. Bewaar de data en verspreid de boodschap! Laten we met dit feest beginnen!

Sampai jumpa di Pasar Raya Indonesia 2018!

=====================================================================================

Embassy of The Republic of Indonesia, The Hague - The Netherlands

Tobias Asserlaan 8, 2517 KC Den Haag, +31 (070) 3108 135, bidpen@indonesia.nl

Co-organizer Jajalondo Event Organizer

Koornmarkt 46, Delft, 2611 EH  Kvk: 70685290 Btw: NL263007121B01

 

 

 10897400266?profile=original

Het boek "Rapport Traktaat van Wassenaar " Eerste druk is van heden aan te schaffen, voorlopig alleen

via ICM.

 

ACTW-66 heeft hiertoe besloten omdat Druk II in ontwikkelingen is, dit  in verband met de gehouden WOB's

(Wet Openbaar Bestuur) richting de diverse Ministeries,   en verdere nieuwe  feiten die aan
de orde zijn gekomen.

 

Het boek kost € 50.

Donnaties boven de € 50 ontvangen het rapport in boekvorm ISBN: 978 -94 -92575 - 18 - 0 kosteloos, U doet mee als als deelnemer ACTW-66 (Claimorganisatie), tevens 1 jaar lang gratis abonnement op

ICM de Indische Internetkrant sinds 1999.

 

Boek is te verkrijgen bij ICM stands op de pasar malam, of te bestellen via info@icm-online.nl .

 

Zoals U weet is voor fase I ruim € 340.000 uitgegeven in vorm van gemaakte kosten en werkzaamheden.

Om maar te vermelden, alleen al de studie en de vele vooronderzoeken waarvan de resultaten in het rapport

Traktaat van Wassenaar zijn vastgelelgd, en in boekvorm is uitgebracht ISBN: 978 -94 -92575 - 18 - 0 dat via

uitgever Calbona is uitgebracht. Bewust is dit boek nog niet vrijgegeven om deze via de bekende webportaal

die uitgeverbranche kent, alleen voorlopig te bestellen via info@icm-online.nl en va ICM Stands op de pasar

malam.

 

Graag breng ik de Indisch NIOD rapporten in herrinering die ruim 1,8 miljoen guldens hebben gekost. Zonder

onderzoeken plus een rapport heeft men geen 'zaak "  om de Overheid aan te spreken. Zonder rapport heeft

de Overheid geen boodschap aan U als gedupeerden, en terrecht! 

 

Fase II, van het rapport meldt:

Voortzetting campagnevoering om de beoogde doelgroep gerechtigden te bereiken. Thans zijn met zeer

beperkte middelen  16.000 mensen die bekend zijn en hebben getekend van de 50.000 - 60.000 die met hun handtekening bevestigen dat zijn nimmer maar 1 cent te hebben ontvangen van deze schadecompensatie.

Met voorzetting met een uitbreiding via omroepen en de kranten naast de pasar malams, het internet en

kumpulans; geraamde kosten € 600.000 inclusief.

 

Stijging zit in de kosten via de media en kranten. 

 

Met de beschikbare kanalen via het ICM werden slechts 16.000 gerechtigden bereikt.

Het totaal aantal gerechtigden bedraagt 50.000-60.000

Uitgave boek ‘Conceptrapport Verdrag Traktaat van Wassenaar 1966’ 60.000 stuks;   € 490.000

Griffiekosten 2,5% over het geclaimd te vorderen bedrag worden geraamd op een plafond van 

max. € 400.000 (anders 2.5 % van 689 miljoen ofwel 17,25 miljoen)

Overige kosten begroot met betrekking uitvoeringskosten voor front- en backoffice werkzaamheden

(Een soort Pelita)   op  € 180.000 o.a. kosten ACTW66 - delegatie en ACTW66 - deelnemersraad,

hierin zitten kosten van advocaten.

 

Fase II  Minimaal totaal € 1.230.000

 

Boek is te verkrijgen bij ICM stands op de pasar malam, of te bestellen via info@icm-online.nl

Heeft U verdere vragen mail naar schwab@icm-online.nl 

 

DOOR HET BOEK AAN TE SCHAFFEN OF U IN TE SCHRIJVEN OF TE DONEREN

 KUNNEN WIJ ALLE  WERKZAAMHEDEN VOOR FASE II  UITVOEREN !!!!!!

 

 

 

 


 

Lees verder…

10897222082?profile=originalBeslissing op het Wob-verzoek inzake de Verdelingswet

De minister van Financiën heeft beslist op het Wob-verzoek inzake de Verdelingswet.

Download 'Beslissing op het Wob-verzoek inzake de Verdelingswet'

PDF document | 12 pagina's | 942 kB

Wob-verzoek | 13-07-2018

https://www.rijksoverheid.nl/documenten/wob-verzoeken/2018/07/13/beslissing-op-het-wob-verzoek-inzake-de-verdelingswet

Lees verder…

10897403481?profile=originalDit is een lijst van bekende Indische Nederlanders en Nederlanders van Indisch-Nederlandse afkomst.

Rudy Eduard Groenewald Nou als je van al die Indos, die je hier opnoemt steun krijgt voor de Traktaat 66, dan ben je al binnen om te procederen.

.
Op deze alfabetische lijst staan personen met gemengde afkomst of 'roots' in de koloniale samenleving van voormalig Nederlands Indië/Indonesië. Ze stammen direct of indirect af van Indo-Europeanen die zowel Indonesische/Aziatische als Nederlandse/Europese voorouders hebben. Ook de volbloed Europeanen/Nederlanders (totoks) die in Nederlands-Indië zijn geboren of opgegroeid zijn in de Nederlands-Indische cultuur behoren tot de Indische Nederlanders.
• Margie Ball, zangeres
• Freek Bartels, musicalspeler
• Berend Willem Berenschot, ingenieur en hoogleraar
• Gerardus Johannes Berenschot, commandant KNIL 1939-1941
• Harald Bergmann, burgemeester
• Jhon van Beukering, voetballer
• Jan Engelbert van Bevervoorde, luchtvaartpionier
• Alfred Birney, schrijver
• Marion Bloem, schrijfster
• Manon Bollegraf, tennisster
Michelle Branch, zangeres
• Patty Brard, zangeres
• Stanley Brard, profvoetballer (Feyenoord, RKC)
• Xander de Buisonjé, zanger
• Hugo van Lawick, natuurfilmer
• Karina Content-Schaapman, ex-prostituee, ex-politica en publiciste
• Glenn Corneille, pianist
• Rudy Cornets de Groot, schrijver
• Louis Couperus, schrijver
• Don Diablo, dj
• Adriaan van Dis, presentator, schrijver
• Eppo Doeve, ontwerper, schilder, tekenaar en boekbandontwerper
• Wieteke van Dort, actrice
• Ernest Douwes Dekker, journalist, publicist, schrijver, politiek activist en onderwijzer
• Lilian Ducelle, journaliste, schrijfster, oud-hoofdredacteur Moesson, Indisch activiste, vrouw van Tjalie Robinson
• Pieter Erberveld, geëxecuteerd wegens samenzwering tegen de VOC
• Elize, zangeres
• DJ Paul Elstak, hardcore dj, producer, labeleigenaar
• Caro Emerald zangeres
• Kim Feenstra, model
• Andy Tielman grondlegger van de Indorock
• George de Fretes, musicus
• Maurits Gatsonides, autocoureur, uitvinder (o.a. van de voorloper van de flitspaal)
• Hans Goedkoop, presentator
• Mark-Paul Gosselaar, acteur
• Louis Grondijs, oorlogsjournalist en kunsthistoricus
• Anneke Grönloh, zangeres
• Boudewijn de Groot, zanger
• Wim Groskamp, speler van het Nederlands elftal, honorair consul van Zweden
• Amy Groskamp-ten Have, Nederlandse schrijfster, journaliste en vertaalster. Schrijfster van hét etiquetteboek Hoe hoort het eigenlijk.
• Giovanni Narcis Hakkenberg, Ridder Militaire Willems Orde
• William Halewijn, portretschilder
• Vic Hayes, "Vader van Wifi"
• John Heitinga, voetballer
• Armand van Helden, Amerikaans muzikant
• Johan Hilgers, eerste Nederlander die boven Nederland vloog
• Thom Hoffman, acteur
• Theodor Holman, schrijver en columnist
• Viktor Horsting,couturier van Viktor&Rolf
• Nadja Hüpscher, actrice
• Jesse Huta Galung, tennisser
• Ernst Jansz, musicus
• Jack Jersey, componist-zanger
• Lotte Jonathans, badmintonster
• Yvonne Keuls, schrijfster
• Levi van Kempen, acteur, zanger
• Anda Kerkhoven, verzetsvrouw in de Tweede Wereldoorlog in Nederland
• Jelle Klaasen, darter
• Monique Klemann, zangeres bij Loïs Lane
• Suzanne Klemann, zangeres bij Loïs Lane
• Amanda Kluveld, historica en columnist
• Jack Kolle, voetballer Ned.Indië international WK ganger 1938
• Harry Koster, mede-grondlegger van de Nederlandse popmuziek, bekend van de Omroep Max soap Super Senioren
• Dennis van Leeuwen, gitarist van de band Kane
• Leonore van Oranje-Nassau van Amsberg, dochter van prins Constantijn en prinses Laurentien
• Eddy Lie, schrijver, dichter en beeldend kunstenaar
• Jamai Loman, zanger en musicalster
• Pascale Luyks, presentatrice
• Annet Malherbe, actrice
• Kim-Lian van der Meij, zangeres, presentatrice en actrice
• Charlene Meulenberg, Idols-deelneemster, zangeres
• Michael Mols, voetballer
• Joop Munsterman, ondernemer, bestuurslid FC Twente
• Nada van Nie, presentatrice, actrice
• Rob Nieuwenhuys, letterkundige,schrijver
• Willem Nijholt, acteur
• O'G3NE zingende zusjes, winnaars The Voice of Holland 2014
• Jason Oost, voetballer
• Sjors van der Panne, zanger, tweede in The Voice of Holland 2014
• Dewi Pechler, zangeres
• E. du Perron, schrijver
• Emile Ratelband, positiviteitsgoeroe
• Robin Raven; kinderboekenschrijver
• Sandra Reemer, zangeres
• Gertrudes Johannes Resink, dichter, essayist en geleerde
• Leonard Retel Helmrich, cineast en documentairemaker
• Tjalie Robinson, schrijver, Indo-activist en Indisch ondernemer
• Mark Rutte, minister-president
• Astrid Seriese, zangeres
• Skate the Great, presentator, rapper
• Martin Schwab, acteur (Baantjer)
• Marcus Schenkenberg, acteur, fotomodel
• Terence Schreurs, actrice, tv presentatrice
• Floortje Smit, Idol-deelneemster, zangeres
• Wibi Soerjadi, concertpianist en componist
• Jet Sol, tv presentatrice
• Winnie Sorgdrager, oud-minister voor D66
• Suri van Sornsen, fotomodel en actrice
• Peter van Straaten, tekenaar
• Gaston Taument, voormalig profvoetballer
• Tielman Brothers, grondleggers van de Nederlandse popmuziek
• Charley Toorop, schilderes
• Jan Toorop, schilder
• Ronald Uyleman Senior Invorderaar
• Waldemar Torenstra, acteur
• Van Halen, de broers Alex en Eddie van Halen van de Amerikaanse rockgroep Van Halen
• Sylvie van der Vaart, actrice, presentatrice en model
• Georgina Verbaan, actrice, tv-presentatrice
• Mei Li Vos, Tweede Kamerlid (PvdA)
• Bobby Vosmaer, oud-voetballer
• Pim Vosmaer, acteur, regisseur
• Gerard Wallis de Vries, ex-staatssecretaris, ex-AVRO-voorzitter
• Sanne Wallis de Vries, cabaretière
• Beb Vuyk, schrijfster
• André Wetzel, oud-voetballer, oud-hoofdtrainer van ADO Den Haag
• Eva van de Wijdeven, actrice
• André de Winter, oscarwinnaar 2015
• Riem de Wolff, zangduo The Blue Diamonds
• Ruud de Wolff, zangduo The Blue Diamonds
• Dinand Woesthoff, zanger van de band Kane

Lees verder…

Het boek "Rapport Traktaat van Wassenaar " Eerste druk is vanaf heden aan te schaffen.

10897370462?profile=original

ACTW-66 heeft  hiertoe besloten omdat Druk II in ontwikkelingen is, dit  in verband met de gehouden WOB’s  en verdere feiten die aan de orde zijn gekomen.  De eerste druk is deels achterhaald en via kanalen achter de schermen bekend geworden binnen de Overheid instanties, mede om onder andere de juridische mogelijkheden te onderzoeken om het Traktaat voor te laten financieren of het vinden van grote sponsors. In het Tweede druk staan juist die essentiële zaken die ACTW66 graag in bewaring wil houden voor het juiste moment dat het nodig is.

 

Het boek kost € 50. Donaties boven de € 75 ontvangen het rapport in boekvorm kosteloos + gratis jaar abonnement op ICM, de Indische Internetkrant.

 

Boek is te verkrijgen bij ICM stands op de pasar malam, of te bestellen via info@icm-online.nl

 

De opbrengst is om onze benodigde uitvoerende werkzaamheden voor fase II verdere te kunnen uitvoeren.

 

 Om een voorbeeld te noemen,  ruim 16.000 mensen hebben deze petitie getekend. Het tekenen vond plaats via verschillende kanalen en partners. Hierdoor is er een berg aan administratie ontstaan. Voorts mails, en brieven die binnen stromem die ook weer beantwoord dienen te worden. Dit zijn o.a. onze back office werkzaamheden,  tegelijkertijd zal de campagne verder moeten gaan om het Traktaat blijvend bekend te maken aan naar schatting nog 40.000.

Tussentijds werd op 19 mei jl. de ACTW-66 delegatie en ACTW-66 deelnemersraad geïnstalleerd. In de delegatie nemen zitting 3 advocaten, jurist Internationaal recht, historicus en mijn persoon. De deelnemersraad wordt bemand door 17 personen. Van 1 augustus worden inloop - en bijeenkomsten gegeven over de geschiedenis en de stand van zaken met betrekking tot het traktaat.

Op de achtergrond is het ACTW-66 druk bezig om middelen te werven, wat niet wil vlotten.

16.000 hebben getekend, hebben ook gelezen dat om juridische strijd gaat. Processen kosten veel voorbereidende werkzaamheden naast het geld, desondanks hebben er zich nog geen 400 gedoneerd van de 16.000. Door het boek aan te bieden waar onderzoeken aan ten grondslag liggen dat vervat is in een duur rapport (Indische NIOD Rapporten, hebben 1,8 miljoen guldens gekost) dat op deze wijze de 16.000 man alsnog over de brug komen.

 

Zoals U weet is voor fase I ruim € 340.000 uitgegeven in de vorm van gemaakte kosten en veel onbezoldigd werk door het team geleverd.

 

Fase II

Voortzetting campagnevoering om de beoogde doelgroep gerechtigden te bereiken. Thans zijn met zeer beperkte middelen 16.000 mensen die bekend zijn en hebben getekend van de 50.000 - 60.000, met een uitbreiding via omroepen en de kranten naast de pasar malams, het internet en kumpulans vanaf juli 2016; geraamde kosten € 600.000 inclusief. Stijging zit in de kosten via de media en kranten. 

Met de beschikbare kanalen via het ICM werden slechts 16.000 gerechtigden bereikt.

Het totaal aantal gerechtigden bedraagt 50.000-60.000

  1. Uitgave boek ‘Conceptrapport Verdrag Traktaat van Wassenaar 1966’ 60.000 stuks; € 490.000
  2. Griffiekosten 2,5% over het geclaimd te vorderen bedrag worden geraamd op een plafond van Max. € 400.000 (anders 2.5 % van 689 miljoen ofwel 17,25 miljoen)
  3. Overige kosten begroot met betrekking uitvoeringskosten voor front- en BackOffice om vragen van de op € 180.000 o.a. kosten ACTW66 - delegatie en ACTW66 - deelnemersraad, hierin zitten kosten van advocaten.

Fase II Totaal € 1.230.000

 

 

Boek is te verkrijgen bij ICM stands op de pasar malam, of te bestellen via info@icm-online.nl

 

Hebt U verdere vragen mail naar schwab@icm-online.nl of mob. 06 37 28 24 33.

Lees verder…

ICM aanwezig op Pasar Malam Assen: Istimewa & Bagus!

10897395892?profile=original

10897397086?profile=original

10897397661?profile=original

Locatie
Expo (TT Hall) Assen

Adres
De Haar 11, 9405 TE Assen

Datum
7 t/m 9 september 2018

Openingstijden
Vrijdag 7 september: 13:00 – 23:00 uur
Zaterdag 8 september: 12:00 – 22:00 uur
Zondag 9 september: 12:00 – 20:00 uur

Toegangsprijzen
Online voorverkoop
Vrijdag ticket: €5,00
Volwassenen (zaterdag / zondag): €7,50
Senioren 65+ & kinderen 4 t/m 12 jaar: €5,00
3 dagen kaart volwassenen: €15,00
3 dagen kaart senioren 65+ & kinderen 4 t/m 12 jaar: €10,00

Tickets aan de kassa
Vrijdag ticket: €7,00
Volwassenen (zaterdag / zondag): €9,50
Senioren 65+ & kinderen 4 t/m 12 jaar: €7,00
3 dagen kaart volwassenen: €19,00
3 dagen kaart senioren 65+ & kinderen 4 t/m 12 jaar: €14,00

Tickets

KLIK HIER OM TICKETS MET KORTING TE KOPEN

Programma
Vrijdag 7 september

13:00 – 23:00
Hari Maluku

ISTIMEWA PODIUM
13:30 – 14:15     Alley & FriendzZ
14:45 – 15:30     Alley & FriendzZ
16:00 – 16:30     The Brothers Timisela
17:00 – 17:45     Alley & FriendzZ
19:15 – 20:15     Alex Pattipeiluhu & Friends
20:45 – 21:30     Jimi Bellmartin
22:00 – 23:00     Alex Pattipeiluhu & Friends

SENANG PODIUM
14:15 – 14:45     Robin Yerah
15:30 – 16:00     Robin Yerah
16:30 – 17:00     Lisa Noya & Wim Lohy
17:45 – 18:15     The Brothers Timisela + Meet & Greet
18:30 – 19:00     Lisa Noya & Wim Lohy
20:15 – 20:45     Lisa Noya & Wim Lohy
21:30 – 22:00     The Brothers Timisela

Zaterdag 8 september
12:00 – 22:00
ISTIMEWA PODIUM
12:00 – 12:45     Affinity
13:30 – 14:00     Warna Semesta Dance Collaboration
14:30 – 15:15     Affinity
16:00 – 16:30     The Brothers Timisela
17:00 – 17:45     Affinity
18:15 – 18:45     Warna Semesta Dance Collaboration
19:30 – 20:30     Ricky Risolles
21:00 – 22:00     Affinity

SENANG PODIUM
12:45 – 13:15     Remko Willems & Joshua Smits
14:00 – 14:30     Shanelle de Lannoy
15:15 – 15:45     Remko Willems & Joshua Smits
16:30 – 17:00     Warna Semesta Dance Collaboration
17:45 – 18:15     Shanelle de Lannoy
18:45 – 19:15     Remko Willems & Joshua Smits
20:30 – 21:00     The Brothers Timisela + Meet & Greet

Zondag 9 september
12:00 – 20:15
ISTIMEWA PODIUM
12:00 – 12:45     Abadi Krontjong Ensemble
13:15 – 13:45     Dansgroep Orchidee
14:15 – 14:45     Abadi Krontjong Ensemble
15:15 – 16:15     Ester Latama i.s.m. Diana Monoarfa
16:45 – 17:15     Abadi Krontjong Ensemble
18:45 – 20:15     Massada

SENANG PODIUM
12:45 – 13:15     Ester Latama
13:45 – 14:15     Ester Latama
14:45 – 15:15     The Brothers Timisela
16:15 – 16:45     Dansgroep Orchidee
17:15 – 17:45     The Brothers Timisela + Meet & Greet
17:45 – 18:15     Ester Latama

  

Facebook Evenement

Laat ons weten of je komt door hier te klikken!

Huisdieren
Honden en overige huisdieren zijn niet toegestaan op de Pasar Malam in Assen.
We maken alleen een uitzondering voor speciaal getrainde honden die ter begeleiding worden gebruikt van mindervaliden, zoals blindengeleidehonden en Stichting Hulphond-honden.

Bereikbaarheid

Auto
Expo / TT-Hall Assen ligt op een gunstige ligging direct aan de A28. Om bij de Pasar Malam te komen rijdt u richting Assen en neemt u de afslag 31A, Assen-Zuid. Onderaan de afrit volgt u de borden naar het TT Circuit. Expo / TT-Hall Assen bevindt zich aan uw rechterzijde.

Openbaar vervoer
Vanaf het station in Assen kunt u Stadsbus 1: Marsdijk naar TT-circuit nemen. Stap uit bij bushalte TT-Circuit Assen en u ziet Expo / TT-Hall Assen al aan uw rechterzijde liggen. Vanaf hier is het ca. 10 a 15 minuten lopen naar de hoofdingang. Steek de weg over naar het fietspad en sla rechts af. Blijf het fietspad volgen en u ziet vanzelf aan de rechterzijde de hoofdingang van de Pasar Malam.
De bussen rijden vrijdag en zaterdag om het half uur.
Op zondag rijden de bussen 1x per uur. Mogelijk wordt u dan vervoert met een 15 persoons bus.
Op www.9292.nl kunt u uw reis met het openbaar vervoer plannen.

Taxi
Indien u gebruik wilt maken van een taxi kunt u deze telefoonnummers gebruiken:
Taxi Dorenbos: 0592-615000
Taxivervoer Assen: 0592-331122
Stadstaxi Assen: 0592-888736

 

 

Lees verder…

Serie over Indische Nederlanders in de maak

Serie over Indische Nederlanders in de maak

ANP/RTL Boulevard 5 uur geleden


© Aangeboden door RTL Nederland

Scenarioschrijver Franky Ribbens (Hollands Hoop), producenten Monique Busman en Edwin Goldman en regisseur Michiel van Erp ontwikkelen een dramaserie over verschillende generaties Indische Nederlanders. De serie moet een hedendaags familiekroniek worden waarin verschillende generaties worstelen met traumatische gebeurtenissen uit het verleden en de manier waarop dat hun identiteit gevormd heeft.

"Nu de eerste generatie almaar kleiner wordt, is de tijd gekomen om deze verhalen een plek te geven"

Dat hebben producenten De Familie Film & Tv, Goldman Film en Phanta Film dinsdag bekendgemaakt. Van Erp zal een aantal afleveringen gaan regisseren. AVROTROS is betrokken als omroep. De research is gestart en de serie gaat naar verwachting in 2020 in productie. Acteurs zijn nog niet bekend.

Het verhaal speelt zich deels af tegen de achtergrond van belangrijke historische gebeurtenissen uit de Nederlandse geschiedenis. Indische Nederlanders zijn de grootste groep migranten die Nederland ooit heeft gekend. Schattingen over het aantal Indo’s in ons land lopen uiteen van 800.000 tot twee miljoen mensen.

Verhalen die nog nooit verteld zijn

“Door onze eigen Indische achtergrond weten wij als geen ander hoeveel verhalen er zijn, die nog nooit verteld zijn”, stellen Ribbens, Busman en Goldman. “Nu de eerste generatie almaar kleiner wordt, is de tijd gekomen om deze verhalen een plek te geven. Het zijn vaak pijnlijke verhalen, maar ook verhalen over liefde en familie, verhalen over de Nederlandse cultuur en identiteit die een breed publiek zullen aanspreken.”

De Familie is het productiehuis van Michiel van Erp, die eerder onder meer de veel bekroonde miniserie Ramses regisseerde. Phanta Film is coproducent van Van Erps debuutfilm Niemand in de stad, die eind september in de bioscopen te zien is. Goldman Film en Phanta Film brengen later dit jaar Vals uit, een film gebaseerd op de gelijknamige thriller van Mel Wallis de Vries.

Reactie ICM redactie:

 

Om te beginnen is te hopen dat juiste bronnen worden benaderd, de ervaringen hebben laten zien dat in de voorgaande documentaires de verkeerden in beeld werden gebracht. Zoals nu bijvoorbeeld staan de ambtenaren in dienst van Nederlandse Overheid die in het Voormalige Indie hebben gediend in de belangstelling, dit gaat over het achterstallige loon, een kwestie wat niet thuis hoort bij de Indische vraagstukken, maar gewoon conflict is  met de oude werkgever in deze: Min. Van Defensie en Binnenlandse Zaken.

Daarom is goed dat de regisseur zijn verhaal haalt bij columnisten/journalisten van ICM Indische Internetkrant, zijn nota- bene ook nog schrijvers van Indische boeken.  Deze personen hebben het niet zoals de vele documentaire – makers van “horen zeggen “, maar hebben zelf de Indische zaken in het voormalige Indie later de republiek zelf meegemaakt, en veel later in het koele kille  Holland. Ook de mooie momenten in hun jeugd ten tijde van de bersiap onder republiek Indonesië.

 

Zo werd onze Editor Ferry Schwab Sr. Persoonlijk geconfronteerd al met de ontwikkelingen met betrekking hebbende op het verdrag van Wassenaar, dat in 1959 bezig was met onderhandelingen om ondernemingen en bezittingen om deze over te nemen, de zogenaamde nationalisering. Later kwam in september 1966 het verdrag van Wassenaar tot stand. Zo herinnerde Ferry Schwab sr dat voor het sluiten van het verdrag een delegatie van Soekarno thuis in Voorburg op bezoek kwam ergens in de zomer 1966 om persoonlijk de gelden aan de moeder uit te delen in Voorburg. De delegatie bestond uit majoor Saboer, die de leiding had, naast generaal Soeharto en Generaal Natision. Soeharto werd later  President van de Republiek. Gekscherend genoeg werd Ferry Schwab sr nu  in 2013 als eigenaar / Editor van de ICM krant geconfronteerd wederom met het Traktaat van Wassenaar via een vrouwelijke abonnee van ICM. Vanaf 2015 is het hele team gedoken in deze geschiedenis van het Traktaat dat de intensie heeft om de gerepatrieerden te compenseren voor het verlies van al hun bezititngen. Hiervoor werd 700 milljoen betaald aan Min. BuZa, veel geld zei ooit Halbe Zijlstra doe zich ook af vroeg waar die 700 milljoen, nu 4,3 miljard metin  de hoofdrollen Drees en Luns en aan de andere kant Soekarno en Soeharto waar diverse delegaties op pad werden gestuurd. Deze geschiedenis raakt een hele Indische bevolkingsgroep van naar schatting ruim 500.000 toen. Hiervan werden 159.000 door Nederland hun visum geweigerd, nu beter bekend van om roep Max. Tot slot de populatie is als volgt ; 341.000 zijn naar Nederland vertrokken, van deze kern zijn er non zo'n 60.000 over. De generaties hierna bedraagt 2 miljoen.

 

Naast Ferry Schwab sr hebben de collega’s vele verhalen en boeken geschreven, en zelf meegemaakt die nooit werden gehoord door Nederlandse Media en Omroepen !

The place to be on ICM!!!

 

Lees verder…

10897402453?profile=originalZijn er overeenkomsten tussen de “Indische huizen” en de Groningse huizen?

 

Wie gisteren het interview heeft gevolgd van Eric Wiebes moet toch concluderen dat een zeer belezen en wel bespraakt is.

Ik heb wel genoten van deze man, en wel besproken breed georiënteerde verhalen met diepgang allemaal gestoeld op modellen en de wetenschap, dat je in een strategie kan inzetten, maar heeft een hele andere film voor zich als om de economische welvaart van Nederland gaat. Toch tijd voor Eric om langs de voedselbanken te gaan of net als Martin van Rijn die langs de tehuizen gingen die de zorg hadden voor de senioren. Nederland is 1 van rijkste landen, met alle luxe die je maar kunt bedenken, en tegelijk een Eric die naar films als Piepe Langkaus kijkt. Moet wel concluderen dat een zeer belezen man is, heeft veel met zijn broer gelezen, maar toen kwam het pijnlijke dossier eindelijk aan de orde de huizen in Groningen.

Zijn filosofie is dat een onderwerp of een feit dat ter tafel komt nimmer een rekenmodel oplos gelaten mocht worden, maar de inhoudelijke feiten. Gemakshalve noem ik het VVD - rekenmodel het synoniem van het woord 'economie".

Ik laat dat het rekenmodel dan los maar dan op de feiten, waarom dan nog gaswinning tot 2030, en besteed dan alle inkomsten aan de heropbouw van Groningen.  Gaf ruim toe het falend beleid van Den Haag, het  stond wel  10 – 1 voor de Groningers. Het probleem werd door Den Haag nooit herkend of misschien moet ik zeggen erkend!

 Overigens zeer herkenbaar voor de Nederlandse Indische Gemeenschap, die in een drama-film zijn verzeild geraakt, en nog steeds leven na 52 jaar;  Eerst de oorlog, overdracht, dan de bersiap en dan 52 jaar te moeten leven met een drama-film. Het ging ook om de Indische huizen in het voormalige Indie, die door de republiek Indonesie werden onteigend, naast hun andere bezittingen en tegoeden. Nooit heeft Den Haag dit probleem herkend laat staan erkend of maar 1 oplossing geboden voor de NIG, desondanks Soekarno 700 miljoen aan schade betaalde aan het Min. BuZa om dit te compenseren. De Groningers hebben hun huizen nog, misschien een schrale troost, de Nederlandse Indische Gemeenschap kregen hier boven op nog eens rekeningen voor het inrichten van de woning, tijdelijk verblijf en de overtocht. Waar is dit geld gebleven Eric?

Lees verder…

10897222082?profile=originalVragen naar aanleiding van de oproep met betrekking tot ACTW-66.

Om te onderzoeken met betrekking tot de bekendheid van het Traktaat van Wassenaar, heeft de delegatie ACTW-66 een soort onderzoek gehouden op de ICM - en Indische Facebook groepen. Die bekendheid is van een groot belang om te staven of bij Nederlandse Indische Gemeenschap bekend was dat ze een claim konden indienen. Voor het indienen had men ook nog eens drie maanden de tijd. De vooronderzoeken die zijn vastgelegd in het Boek met titel rapport traktaat van Wassenaar constateert keiharde feiten dat slechts in Staatscourant is gepubliceerd, en niet in de gebruikelijke landelijke media. Voorts hoe frequent is dit gepubliceerd, of was het eenmalige publicatie. Hierdoor de gedupeerden hun schadeclaim niet hebben kunnen indienen.

Inmiddels heeft ACTW-66 via ICM, Facebook en Pasars ruim 2 jaren publiciteit gegeven. Op Facebook groepen is op 21 augustus begonnen met dagelijkse publicatie met een reikwijdte van 80.000 leden. Elk lid heeft wederom zijn Facebook vrienden. Immers ruim 15.000 die petitie hebben getekend zijn op de hoogte. Is de gehouden enquête op Facebook een welkome aanvulling. Naar schatting gaat het om ruim 40.000 tot 60.000 gedupeerden.

Tijdens deze enquête voering is al duidelijk het beeld dat niemand die compensatie heeft ontvangen, laat staan bekend is met het Traktaat. Naar aanleiding van de vele vragen is onderstaande informatie gepubliceerd.

INFORMATIE 

Het traktaat gaat om uw bezittingen en tegoeden die door de Indonesische republiek zijn onteigend waarvoor aan het Min, BuZa een compensatie van 689 miljoen werd betaald. Min. BuZa is belast met de uitdeling hiervan. Het traktaat is van toepassing op U wanneer kan aantonen daar te hebben gewoond over de periode 1947 tot 1962. Voorts de plaats van aankomst in Nederland, de plaats van contract pension, en plaats van woning die u betrok. Uiteraard met de data erbij.

Deze compensatie valt onder het familierecht. Het gaat immers om familiebezit en familie kapitaal. Dit impliceert als uw ouders zijn overleden u erfgenaam bent. Indien u niet meer beschikt over de papieren van uw ouders, zijn deze bij de geeigende Overheid instanties te verkrijgen.

Essentieel om te weten is dat in september 1966 alleen via de Staatscourant bekend is gemaakt, en niet via de gebruikelijke landelijke bladen, media en de omroepen. Binnen drie maanden diende U de claim in te dienen. ACTW -66 zal alles in het werk stellen dat alsnog nu de claims worden uitbetaald, en hierbij hebben wij hard uw steun nodig. Fase I hebben wij gerealiseerd met team, nu is fase II aan de orde om middelen te werven voor vervolg stappen, ruim 400.000 is nodig voor fase II. Fase I is door ACTW-66 voorgefinancierd.

Op 19 mei jl. is de delegatie en deelnemersraad geïnstalleerd;
ACTW-66 delegatie waar zes personen zitting nemen o.a. 2 advocaten , 1 jurist Internationaal recht plus historicus , materiedeskundige en mijn persoon. ACTW -66 deelnemersraad nemen nu 17 personen zitting, er is nog plaats voor zes personen.

Wilt u toch meer weten!
ACTW-66 organiseert iedere zaterdag inloop - en bijeenkomsten, hier kan U o.a. meer weten te komen over de geschiedenis van het traktaat, welke voorbereidingen zijn er gedaan, en wat zijn de volgende stappen. Uiteraard kan U het uitgebrachte boek "Uitbetalen Traktaat van Wassenaar ' inzien of aanschaffen.
Is uw belangstelling gewekt mail naar mij Schwab@icm-online.nl en U ontvangt het uitnodigingsformulier, na invulling hiervan en ontvangst, krijgt u een bevestiging van de datum.
Vaste locatie www.squashalmere.nl

Lees verder…

Persbericht, 20 juli 2018

10897401681?profile=original

 

Trespass.

Trespass (1996 – 2007) was een heel bekende en populaire Country Band. De oprichters van Trespass waren Albert Rumengan en Bert Vreuls. In 1997 werd Henk Galestien (Freelance Productions) benaderd om het management van Trespass op zich te nemen. Het was een succesvolle combinatie.

De muziek die Trespass speelde kreeg een speciaal arrangement; de ‘Trespass Treatment’ voor ingewijden, waardoor het een unieke eigen sound kreeg die overal herkenbaar was. De band maakte een stormachtige ontwikkeling door, won verschillende prijzen en wist de harten van het countrypubliek en de linedancers voor zich te winnen.

Talloze optredens in binnenland volgden. Daarnaast ook België, Duitsland, Frankrijk en Spanje. Hoogtepunten waren de gezamenlijke optredens met Danni Leigh (USA), Sarah Jory (GB), Amy Lee Bennett (B), en twee jaar op rij een succesvolle Tour samen met Riem de Wolff langs geweldige resorts in Turkije. Trespass was een hechte muzikale vriendenband. Het plezier, enthousiasme en de vriendschap spatte van het podium af.

Cd’s konden natuurlijk niet uitblijven. De eerste Cd Trespass Live was binnen een mum van tijd uitverkocht. Daarna volgden Just Passing Through en Ten. Ze verkochten als warme broodjes en werden door verschillende radiostations in Nederland, België, Spanje en Australië afgespeeld.

Ook bij de linedancers was Trespass zeer geliefd. Er kwam zelfs een heuse Fanclub: Fan@tics.

Helaas, na 11 jaar was de koek op en ging ieder zijn eigen weg.

 

 Amy-Lee Bennett

Samen met Amy-Lee Bennett, The Queen of Country Music in Belgium traden ze door heel Nederland en België op. Acht jaar op rij won ze de CAWAB award voor beste country zangeres van België. Onvergetelijk waren de drukbezochte Parkfeesten in België. De Country Gazette noemde Trespass & Amy Lee Bennet een Gouden Combinatie en op veel Country Festivals waren ze The Main Attraction.

 

Riem de Wolff

Met zijn broer Ruud vormde hij destijds het legendarische duo The Blue Diamonds. Hun song Ramona werd een wereldhit. Hiermee hebben zij Nederland op de kaart gezet. Op nagenoeg alle grote internationale podia hebben zij opgetreden.Talloze televisieoptredens over de hele wereld volgden. Ruud en Riem raakten bevriend met veel grote wereldartiesten, waaronder The Everly Brothers. Voor hun verdiensten werden zij in Nederland Koninklijk onderscheiden. Ruud is in het jaar 2000 gestorven. Enkele jaren later vormde Riem samen met zijn zoon Steffen The New Diamonds. Vervolgens ging Riem solo verder. Trespass was de eerste band waarmee Riem de draad weer heeft opgepakt. Samen met Trespass heeft hij een reeks concerten gegeven met als titel ‘Back On Track’, in lijn met zijn nieuwe CD na de periode met The Blue Diamonds. In juni van 2017 was Riem de Wolff nog voor een paar concerten in hotel Indalo Park. Op 12 september 2017 is hij overleden.

 

Riny Heesters

We richten de spotlight nog eenmaal op onze Riny. Samen met Albert en Alex vormde hij de frontline van Trespass. Zij stonden garant voor een perfecte performance en de unieke Trespass sound. Een drie-eenheid met hetzelfde gevoel voor humor en altijd in voor spontane grappen en grollen op het podium. Hun act om met z’n drieën op een gitaar te spelen was in een woord hilarisch. Als een echte Elvis fan bracht hij in de set van Trespass een onnavolgbare ode aan The King. Op 22 juli 2017, een paar dagen na zijn 55ste verjaardag is hij helaas veel te vroeg van ons heengegaan. Dank voor de mooie tijd Riny.

 

Sarah Jory.

Ze was pas vijf jaar toen ze de pedalsteel guitar bespeelde. In 1978 was ze al te horen op de BBC. Ze was pas negen jaar jong. Vier jaar speelde ze in de Band Sarah And The Colorado.

Haar eerste album maakte ze op 11 jarige leeftijd. Toen ze 13 was speelde ze in Amerika op The Steel Convention in St Louis, samen met Buddy Emmons. Van 1984 tot 1992 trad ze op in  Steel Conventions, samen met de legenden Buddy Emmons, Lloyd Green en Paul Franklin. Verder werkte ze samen met Ricky Skaggs, Porter Wagoner en Gene Watson. Ze deelde het podium met o.a. Eric Clapton en Glenn Campbell. Als sessiemuzikant is ze op verschillende albums te horen. Samen met Riem de Wolff heeft ze ook een album gemaakt.

Van 2006 – 2009 maakte ze een wereldtour met Van Morrison.

 

Trespass & Friends: A Tribute To Riny Heesters & Riem de Wolff.

Riny en Riem zijn er helaas niet meer. Omdat veel mensen Trespass nog graag een keer willen horen en zien is besloten om nog een keer bij elkaar te komen om een ode te brengen aan Riny en Riem. Dat gebeurt in de herfstvakantie van 16 tot 27 oktober 2018 in Hotel Indalo Park, Avenida del Mar 19, Santa Susanna (Barcelona).

Voor meer informatie:

Trespass Tribute Show – Albert Rumengan (rumengan@kpnplanet.nl)

Trespass Tribute Reis – Henk Galestien (henkgalestien@gmail.com)

Lees verder…

Op vele verzoek is de Sfeer Dvd pasar Malam weer te bestellen bij ICM stands op de pasar malam.

10897403276?profile=original

De eerste Pasar Malam dvd die ooit sinds het bestaan van de Pasar Malam is gemaakt in 50 jaren. Ruim 30 artiesten, bands en groepen hebben meegewerkt aan deze productie. Speciaal zijn door R.I.P Marshal Manengkei (song/writer) liedjes en songs geschreven gecomponeerd met in de hoofdrollen gefigureerd door Ed Brodie en Inge.
Presentatie door Sylvia Elders, doe de inleiding over de geschiedenis van de pasar malam. Ook wil redactie ICM een correctie aanbrengen op deze geschiedenis dat de moeder van Geraldlne, Mary Bruckel-Beiten  de grondlegger is van de pasar malam, niet Tjali Robinson, verwijs dan ook naar het artikel op ICM

10897268901?profile=original

Pasar Malam Selamat 

Datang in Holland - boek verkrijgbaar bij Amazon.met  vertaalde  Nederlandse artikelen - Engels Doorgaan  

U ziet o.a.
- Blue Diamond Riem de Wolff, bijna 30 minuten
- Oscar Harris met o.a. The Song for the Children
- De mega artiest Tantowi Yahya
- De enige opnamen van The Valiants ooit gemaakt met Peter Layton
- Bunga Melati
- Adventure (Rember The Ventures) met Albert van Prenh
- Double Impact
- Ginger
- JF Selection
- Manna
- Mambesak
- Next Level met Albert Rumungan
- Paatje
- Nilam Sari
- Free Line
- Ocassion
- Dave Gerritsen
- Ginger
- The Valiants
- Edang Setyawati
- Indonesian Paradise
Productie
ICMOnline en ICM NetwerkGroup
Tot standgekomen  met medewerking van :
MM & Music, WN Productions, TLP Productions, Sylvia Elders, Ferry Schwab, Ed & Inge Brodie, Hedy, Broenink, John van Hese, Geoge Kwekel en vele andere niet genoemden
Met dank aan
Chris Uitenbogaard, Dick ter Hark, Fred Lammers, Garuda TV, en vele niet andere genoemden
De DVD heeft een speelduur van 3 uren,
en bestaat uit twee dvd's.

Neem de pasarsfeer mee naar huis voor warme koude winterdagen van 29,95 voor 14,95
Te bestellen bij ICM stand op de pasar malam bestel@icm-online.nl 
Lees verder…

Bijdrage aan wederopbouw Nederland

Bijdrage aan wederopbouw Nederland

De Indonesische injectie


Van de ene op de andere dag veranderde Nederland op 27 december 1949 van een koloniale mogendheid in een bescheiden Europese staat. Vrijwel onbekend is dat
Indonesië aan de naoorlogse wederopbouw van Nederland een cruciale bijdrage leverde.

OP 27 DECEMBER 1949 ondertekende koningin Juliana in het paleis op de Dam de soevereiniteitsoverdracht van Indonesië en hield Nederland op te bestaan als koloniale grootmacht. Voortaan was Nederland te vergelijken met een staat als Denemarken. Over de condities was de voorafgaande maanden onderhandeld op de Ronde Tafel Conferentie, de RTC, in Den Haag. Daar hadden vier partijen rond de tafel gezeten: een Nederlandse delegatie, geleid door Van Maarseveen, de toenmalige minister van Overzeese Gebiedsdelen; een delegatie van de Republiek die op 17 augustus 1945 door Soekarno was uitgeroepen, waarvan minister-president Hatta de leider was; een delegatie van federalisten uit de Indonesische deelstaten, die werd geleid door Anak Agung, minister-president van de grootste deelstaat De Grote Oost. De vierde partij was de United Nations Committee for Indonesia (Unci), die door de Verenigde Naties in het leven was geroepen om Nederland en de Republiek tot elkaar te brengen. Deze delegatie stond onder leiding van Merle
Cochran, de Amerikaanse voorzitter van de Unci.

Voorafgaande aan de RTC hadden Republiek en federalisten de klokken gelijk gezet. Ze hadden een grondwet opgesteld voor een soeverein Indonesië: de Verenigde Staten van de Republiek Indonesië, Republik Indonesia Serikat: de RIS. De inzet van beide Indonesische delegaties op de RTC was het veilig stellen van de soevereiniteit van de federale republiek. Ze waren bereid daarvoor concessies te doen. Ze aanvaardden dat Indonesië en Nederland verbonden bleven in een Unie onder de Oranjekroon. Wat de Unie precies inhield bleef onduidelijk, maar de Indonesiërs wisten in ieder geval te voorkomen dat deze iets zou afdoen aan de soevereiniteit van hun nieuwe staat.



EEN ONDERWERP waarover op de RTC langdurig werd onderhandeld, was de schuldenkwestie. Nederland liet Indonesië een hoge prijs betalen voor zijn soevereiniteit. Kreeg Suriname dertig jaar later een bruidsschat mee van twee miljard gulden, Indonesië werd opgezadeld met de totale schuldenlast van het voormalige Nederlands-Indië. Deze schuld werd door Nederland berekend op 6,5 miljard gulden. Het betekende dat Indonesi
ë zelfs moest opdraaien voor de kosten van de politionele acties. Dit werd Cochran te gortig. Tot woede van Drees wist de Amerikaan de Nederlandse financiële onderhandelaars ertoe te bewegen twee miljard gulden te laten vallen - zijnde de ruw geschatte kosten van de politionele acties. Er bleef een schuld over van 4,5 miljard, in guldens van toen.

Het koopmanschap van de Nederlandse delegatie leverde nog een niet te verwaarlozen voordeel op. Op de RTC werd voor Nederland de status van meest bevoorrechte handelspartner van Indonesië bedongen. Dit hield in dat de revenuen uit de circa drie miljard gulden particuliere Nederlandse beleggingen behouden bleven en dat ze tegen een aantrekkelijke koers naar Nederland getransfereerd konden worden. Deze afspraken werden neergelegd in een financieel-economische regeling: de Finec.

Had Nederland het hierbij gelaten, dan had het tot in lengte van dagen profijt kunnen trekken van zijn oude kolonie. Nederland overspeelde echter zijn hand. Het wilde geen afstand doen van West-Nieuw-Guinea. Hiervoor werden uiteenlopende argumenten aangevoerd: Nieuw-Guinea moest een kolonisatiegebied worden voor Indische Nederlanders en Nederlandse boeren; de belangen van missie en zending werden in het geding gebracht; binnenskamers werd voorts gespeculeerd over de rijke bodemschatten van Nieuw-Guinea, bauxiet, koper, goud en vooral olie; en dan waren er nog mensen die in Nieuw-Guinea een blijvend steunpunt voor onze marine in de Pacific zagen.

Op de RTC was het hoofdargument dat zonder behoud van Nieuw-Guinea geen tweederde Kamermeerderheid voor ratificatie van de RTC-akkoorden te vinden was. De Indonesische delegatie zat tussen twee vuren: aan de ene kant de Nederlandse onderhandelaars die van Nieuw-Guinea geen afstand wilden doen, aan de andere kant president Soekarno die de vrijheid van Indonesië had geproclameerd van Sabang tot Merauke. De Unci-voorzitter wist de impasse te doorbreken met het voorstel Nieuw-Guinea uit de RTC te lichten. Onder zware tijdsdruk werd op de laatste dag van de RTC besloten dat Nederland en de RIS binnen een jaar na de soevereiniteitsoverdracht over de status van Nieuw-Guinea nader overleg zouden plegen. Daarmee werd onder de RTC-akkoorden een tijdbom gelegd die een kettingreactie van ontploffingen teweeg zou brengen.



Al GAUW NA de soevereiniteitsoverdracht groeide het wantrouwen tussen de twee Unie-partners. Aan Nederlandse kant was de meest wantrouwige de minister-president Drees. Het begon er al mee dat in Jakarta de Van Heutszboulevard de naam kreeg van de Atjehse guerrilla-leider, teuku Umar, en dat de Oranjeboulevard werd omgedoopt in djalan Diponegoro. Evenmin beviel het Drees dat de Indonesische regering niet 27 december maar 17 augustus tot nationale onafhankelijkheidsdag verhief. Het ultieme bewijs van de onbetrouwbaarheid van de Unie-partner was voor Drees dat binnen acht maanden de federale staat werd opgedoekt en Soekarno op 17 augustus 1950 de eenheidsstaat uitriep.
In Nederland doorzag men niet dat de deelstaten door de Indonesiërs werden gezien als een poging van Nederland om met een verdeel-en-heers-politiek over het graf te regeren. De RIS stortte niet ineen doordat Soekarno haar liet exploderen, maar doordat ze onder de Indonesiërs nauwelijks supporters had. Indonesië had van zijn kant reden Nederland te wantrouwen toen in januari 1950 kapitein Westerling met instemming van het Knil het Nederlandse gezag op West-Java leek te willen herstellen en later dat jaar met steun van het Knil op Ambon de RMS werd uitgeroepen.

Wat Indonesië en Nederland definitief uiteendreef was de kwestie Nieuw-Guinea. Het torpederen van de RIS had Nederlandse politici ervan overtuigd dat Nieuw-Guinea niet aan het Indonesië van Soekarno mocht worden uitgeleverd. De besprekingen over de status van het gebied die in de loop van 1950 plaatsvonden, liepen dan ook op niets uit. Er werd thans met een geheel nieuw argument geschermd waarom Nieuw-Guinea bij Nederland moest blijven: Nederland had de plicht de Papoea’s uit het stenen tijdperk te tillen. De socialist Drees vond in 1952 voor dit ethische standpunt een krachtige medestander in de katholiek Luns. Drees noch Luns vertrouwde de nobele taak toe aan Indonesië, dat de handen vol had aan zijn eigen ontwikkeling. Beiden zagen het hardnekkig vasthouden van Indonesië aan de overdracht van Nieuw-Guinea als louter een hobby van Soekarno. Hem zagen ze ook als de kwade genius achter de almaar kritischer wordende houding van Indonesi
ë jegens Nederland.

Inderdaad vormde ‘Irian Barat’ (West-Nieuw-Guinea) het hoofdthema van de redevoeringen die de president bij iedere denkbare gelegenheid hield en inderdaad wekte hij daarmee bij de massa een anti-Nederlandse stemming.
Het Nederlandse kabinet zag evenwel over het hoofd dat in de parlementaire democratie die Indonesië toen nog kende, de Indonesische president constitutioneel niet meer politieke macht had dan bijvoorbeeld de president van de Duitse bondsrepubliek. Daardoor zagen zij ook over het hoofd dat alle Indonesische politieke leiders de opvatting huldigden dat Nieuw-Guinea bij Indonesië hoorde en dat elk Indonesisch kabinet overdracht van Irian Barat aan Indonesië als eerste punt op zijn regeringsprogramma had.



INDONESIE BLEEF proberen Nederland ertoe te bewegen de afspraak op de RTC ten aanzien van Nieuw-Guinea na te komen. Doch de Nederlandse regering had na 1950 de kwestie Nieuw-Guinea 'in de ijskast’ gestopt, en bij de grondwetsherziening van 1956 werd Nieuw-Guinea tot Nederlands grondgebied verklaard. Eind 1955, begin 1956 vond in Gen
ève nog één keer overleg tussen Nederland en Indonesië plaats over alle problemen die de onderlinge verhoudingen vertroebelden: de Unie, die niet tot leven was gekomen, de Finec, die volgens Indonesië eenzijdig ten voordele van Nederland werkte, en de steeds uitzichtlozer wordende kwestie-Nieuw-Guinea.

Het initiatief voor dit overleg, dat zo dramatisch zou eindigen, ging uit van het ons land welgezinde kabinet-Harahap. Minister van Buitenlandse Zaken Anak Agung was de leider van de Indonesische onderhandelingsdelegatie. De Nederlandse delegatie werd geleid door Luns, die nauw contact hield met 'vader Drees’ in Den Haag. De delegatie-Luns was bereid de Unie een zachte dood te laten sterven en de Finec aan te passen. Als voorwaarde werd gesteld dat Indonesië bij eventuele economische conflicten tussen beide landen internationale arbitrage aanvaardde. De Indonesiërs, die internationale arbitrage als een inbreuk op de soevereiniteit van hun land beschouwden, waren niet bereid de voorwaarde te aanvaarden en de Nederlandse delegatie was niet bereid haar in te slikken. Over Nieuw-Guinea wilde Luns niet praten. Toen Anak Agung hem niettemin een gespreksnotitie over de kwestie voorlegde, pakte Luns het papier tussen duim en wijsvinger en deponeerde het in een prullenmand. De Balinese radja voelde zich diep gekrenkt. De Geneefse conferentie werd een complete mislukking.

Getergd keerde de Indonesische delegatie huiswaarts. Op haar aanbeveling zegde het kabinet-Harahap op 13 februari 1956 eenzijdig de Indonesisch-Nederlandse Unie op. Dit was het begin van een kettingreactie. De opzegging van de Unie werd meteen gevolgd door opzegging van de Finec en op 4 augustus staakte de Indonesische regering de betaling van de schulden aan Nederland. Een goed jaar later zouden ook de Nederlandse bedrijven ten offer vallen aan de kwestie-Nieuw-Guinea. Ze hadden het er overigens zelf naar gemaakt. De Indonesische regering wilde buitenlandse bedrijven indonesianiseren en zo de oude koloniale economie in een nationale transformeren. Dit beleid werd door de Nederlandse directies gefrustreerd, top- en kaderfuncties bleven voor Indonesiërs ontoegankelijk en van indonesianisatie van het bedrijfskapitaal was al helemaal geen sprake. De kleine Nederlandse bovenlaag in Indonesië handhaafde zijn oude koloniale levensstijl en hield zijn bolwerken, zoals de sociëteit De Harmonie en de jachthaven in Pri
ok, voor Indonesiërs gesloten.

Omdat het bilateraal overleg over Nieuw-Guinea uitzichtloos leek had het kabinet-Ali Sastroamidjojo al in 1953 de weg van internationale interventie gezocht. Drie jaar lang had Indonesië in de Algemene Vergadering van de Verenigde Naties een resolutie ingediend waarin om bemiddeling van de VN in de kwestie-Nieuw-Guinea werd gevraagd. De resolutie kreeg geen enkele keer de vereiste tweederde meerderheid.
De oorzaak hiervan was dat het bewind Eisenhower-Dulles ter wille van Navo-bondgenoot Nederland geen steun wilde geven aan de Indonesische resoluties, waardoor landen die van Uncle Sam afhankelijk waren het niet waagden er voor te stemmen. Op 27 november 1957 haalde de Indonesische resolutie voor de vierde keer geen tweederde meerderheid. In Indonesië reageerde men furieus. Enkele dagen na de verwerping van de resolutie werden op instigatie van de communistische vakbeweging in heel Indonesië Nederlandse bedrijven door Indonesische werknemers bezet. De bedrijven werden door het kabinet-Djuanda onder controle gesteld, vervolgens in beheer overgedragen aan het leger en ten slotte, zonder schadevergoeding, genationaliseerd.



IN DE COLLECTIEVE herinnering van ons, Nederlanders, is bewaard gebleven dat het Indonesië van Soekarno weigerde zijn schulden te betalen. In deze herinnering is iets verdrongen. Toen Indonesië in 1956 zijn schulden aan Nederland opzegde was het restant van de schuld nog 650 miljoen gulden. Dit betekent dat Indonesië tussen 1950 en 1956 bijna vier miljard gulden heeft afgelost. Het belang van dit bedrag kan worden afgemeten aan de Marshallhulp. Nederland heeft over de periode 1948-1953 1127 miljard dollar Marshallhulp gekregen - als lening wel te verstaan. Bij de toenmalige koers van de dollar van 3,80 gulden is deze hulp niet veel meer geweest dan wat Indonesië tussen 1950 en 1956 heeft betaald. Menigeen meent dat Nederland zijn naoorlogse wederopbouw louter aan de Marshallhulp te danken heeft, de Indonesische bijdrage pleegt men over het hoofd te zien.

Deel van het collectieve nationale geheugen is ook dat het Indonesië van Soekarno Nederlandse aandeelhouders van cultuurmaatschappijen van hun rechtmatig bezit heeft beroofd. Weinig bekend is dat kapitaalopbrengsten, pensioenen, spaargelden die vanuit Indonesië naar Nederland werden overgemaakt, plus alle inkomsten die het Nederlandse bedrijfsleven in Indonesië genereerde, in die schrale jaren vijftig een belangrijke bijdrage hebben geleverd aan ons nationale inkomen. In de beginjaren vijftig was deze bijdrage jaarlijks rond acht procent; in het laatste jaar voordat de Nieuw-Guinea-kwestie aan alles een einde maakte bedroeg de gekapitaliseerde waarde van de Nederlandse inkomsten nog bijna een miljard gulden. Het lijkt dat de Indonesische injectie in onze economie tussen 1950 en 1957 niet zonder effect is geweest op de snelle naoorlogse industrialisatie van ons land, die le miracle hollandais werd genoemd.

Kortom, Indië verloren betekende niet rampspoed geboren, doordat Nederland in die cruciale naoorlogse fase waarin de grondslag werd gelegd voor onze huidige welvaart, nog aardig heeft kunnen profiteren van zijn voormalige koloniale bezit.

Lees verder…

10897261876?profile=originalMijn levensverhaal - 4     door onze correspondent in Nieuw Zeeland, Adrian Lemmens

Ik was nu bijna 15 jaren oud en ik kon het thuis niet meer uithouden, door de vele pesterijen en tekortkomingen. Mijn eten was zeer miniem. Ik kreeg nooit vlees of vleeswaren, moest alleen met water en droog brood, veelal ook nog oud brood, genoegen nemen en den Besten had allerlei luxe artikelen, zoals roomboter, rookvlees, belegen kaas, haring en gerookte bokking en vele andere luxe eten, alles rond zijn eigen bord, met notities op verpakkingspapiertjes, zodat ook later, na zijn vertrek, mijn Moeder mij niets kon geven. Ik alleen maar margarine op droog brood had en pap zonder suiker en in de avonden alleen maar een boterham met muisjes. Ik mocht geen jam geen pindakaas, niets, niets. Hoe kon mijn Moeder dat kon aanzien, heb ik nooit begrepen. Vreselijk om zo aan een tafel te moeten zitten en dat allemaal aan te moeten zien. Ik moest gedwongen aan diezelfde tafel zitten, hij wilde dat ik dat meemaakte. Het was een ware marteling.

Uiteindelijk werd ingestemd om mij naar de Scheepvaartopleiding van de Pollux te laten gaan, toenmaals in het Amsterdam Oosterdok. In 1951 met mijn introductie, vertelde mijn moeder mij jaren later, van hoe die was geweest. De kapitein was een zekere Vietor. De introductie duurde bijna twee uren, in welke tijd ik in de gang voor de deur op de grond zat. Na mijn introductie adviseerde den Besten  mij hard aan te pakken tijdens mijn opleiding. Ik was ongehoorzaam, een dief en wilde niet studeren en ook was ik uiterst onbetrouwbaar.

De kapitein was door deze inleiding echter zeer geschrokken en wilde er niets van weten om mij aan te nemen. Mede door mijn Moeders verlegen inbreng veranderde de commandeur zijn houding. Na een betaling van 4000 gulden te hebben geaccepteerd, werd ik toegelaten. Die betaling van 4000 gulden gebeurde onder de tafel, omdat deze Pollux opleiding, door de scheepvaart maatschappijen van Nederland en de rederijen werden betaald.

Dat geld was echter ook bedoeld, om voor mij een harde behandeling af te kopen. Ik moest zoveel straffen krijgen, dat ik zelden de boot af kon komen, of om naar huis te kunnen komen voor een weekend. Na afloop werd er geborreld en hoorde ik veel gelach. Dit duurde in totaal twee uren.

Mijn behandeling

Tot het einde van mijn opleiding werd van alles gevonden om mij van te beschuldigen. Ook als het duidelijk was dat anderen het hadden gedaan, werd ik aangewezen voor straf. Eenmaal werd ook ik aangewezen, om het kwartier en verblijven van die kapitein op het achterschip van de Pollux, schoon te maken. Bij die gelegenheid was zogenaamd een nagelschaartje, verloren gegaan. Ik werd met de met leder bekleedde stok van een officier bont en blauw geslagen. Mijn keurig afgemeten kastje werd over een periode van drie maanden geregeld, soms dagelijks, ondersteboven gegooid en omdat er nooit iets werd gevonden en ik dus loog, werd ik weer geslagen en verloor mijn weekends. Tijdens de paar vrije weekends die mij nog restten, kon ik hooguit mijn grootvader in Amsterdam ontmoeten ergens op een plein of op straat, waarbij mij een paar gulden in de hand werden gedrukt. In een geheel jaar, dat die opleiding duurde kwam ik slechts twee tot drie maal thuis. Het schaartje werd uiteindelijk na afloop van mijn opleiding, achter

 

10897266871?profile=originalfoto - Adrian Lemmens als matroos bij  K.N.S.M.

het nachtkastje gevonden van het bed van die kapitein. De scheepskok waar de meeste jongens bevreesd voor waren en die altijd aan boord was, nam mij in het geheim onder zijn hoede en gaf mij ook de kans mijn grootvader in het geheim te kunnen ontmoetten. Hij werd mijn vriend. Met de afsluiting van die opleiding ging ik naar zee, en monsterde ik aan bij de K.N.S.M.  En nu begon dus de periode van mijn leven op zee en het complot en de aanslagen op mijn leven.

 

Mijn Scheepvaart periode

Met de beëindiging van mijn opleiding tot een lichtmatroos, op het opleidingsschip de Pollux, dat een replica was van een ouderwetse driemaster Barkentine, een zeilschip, toen in het Amsterdamse Oosterdok gelegen, had ik tevens mijn grote angst voor het water overwonnen, zwemmen geleerd en door het klimmen in de masten, mijn hoogte vrees leren onderdrukken, ondanks dat mij, bij grote hoogten, de haren in mijn nek nog altijd overeind gaan staan.

Ik wist niet dat met mijn eerste aanmonstering, die direct na mijn opleiding aanving, mijn moeder contact had gemaakt met mijn eerste toekomstige bootsman, hem op het hart drukkend, toch vooral goed op mij te passen, daar zij verwachtte, dat mij een mogelijk gearrangeerd ongeluk stond te wachten. Of die Boots dat inderdaad heeft gedaan weet ik niet; waar kon enig gevaar voor mij vandaan komen en waarom waarschuwde mijn eigen moeder mij (haar zoon) niet, voor een mogelijk gevaar?

Mijn eerste reis was met het ms. Artemis van de K.N.S.M. naar Hamburg in Duitsland. Voor een 15 jarige jongen was ik nog steeds totaal onwetend over sexualiteit en alles dat daaraan vast zat, behalve met de masturbaties op de Pollux, waar alle hangmatten, op sommige avonden in een ritme meedansten. Op een gegeven moment werden er vanaf de Reeperbahn drie dames aan boord gesmokkeld. Voor mij was dat een gewaarwording, maar ook een verschrikking, omdat het een aan mij opgelegde taak was, om ze verborgen

te houden en ze van een droogje en natje te voorzien, waarbij ik zelf, in hun verveling overdag, door hen werd achtervolgd en ik van de schrik weg vluchtte.

De Baltische Zee was in de vroeg vijftiger jaren nog steeds een gevaar voor schepen, vanwege de vele zeemijnen. Bij toerbeurt op de voorplecht, was het een gegeven moment mijn beurt, om op de uitkijk te staan. Ik ontdekte een drijvende mijn, waar wij aan stuurboord bijna direct op aanstuurden. Door de scheepsbel te luiden en door mijn geschreeuw en naar bakboord uit te wijken, wisten wij dat ding rakelings te passeren, anders had ik dit nu niet na kunnen vertellen. Wij hoorden enige tijd later deze mijn achter ons schip ontploffen, na waarschuwingen aan  de kustwacht, die de mijn toen onder vuur nam.

Het bracht mijn gedachten op dat moment terug naar een andere tijd, nu alweer een lange tijd geleden:  onze vlucht van Borneo in 1941.

De verdere reis naar de Middellandse zee, was voor mij een gewaarwording en vele nieuwe belevenissen. Van enig gevaar voor mijn leven, was ik mij niet bewust.

De eerste aanloophaven, was Matakala, naar ik mij herinner, in Griekenland, waar wij vijgen laadden. Sommige zeelui legden het daar aan met de  jonge vrouwen en net als voorheen met Hamburg, waren vaak twee pakjes sigaretten waarmee alles werd betaald.

Het kwam in mijn gedachten, dat mijn moeder drie kubieke meter kisten met sigaretten uit Indië had meegebracht, die ook allemaal in de handen van die den Besten vielen, waar toenmaals een auto en meer dan een huis voor konden worden gekocht. Drie kubieke meter kisten met sigaretten, alle toenmaals bekende merken Lucky strike, Phillip Morris, Capstan, enz.  in blik en verder ook nog twee kubieke meter kisten vol met heerlijke Amerikaanse voedselrantsoenen en daar heb ik nooit iets van gezien, of geproefd.

Mijn Moeder kreeg die mogelijkheid, dankzij mijn Vaders vroegere Hoofd-directeur van de B.P.M.-Shell in Balikpapan, ir. A. Scholtens, die vanuit Batavia de na-oorlogse B.P.M.-Shell belangen reorganiseerde en hij mijn Moeder met zijn herkenning toeschreeuwde Thea, Thea,  wat vreselijk dat wij jouw zo kundige man Arie (mijn vader), hebben verloren; wij hebben “juist nu”, zijn geweldige organisatorische talenten zo hard nodig.

Opleidingsschip de Pollux (K.N.S.M.)

Het was deze directeur, ir. A. Scholtens, die mijn moeder adviseerde, om al haar betalingen in sigaretten te veranderen, voor haar reis terug naar Nederland. Het was een geweldig goed advies en was van enorm voordeel voor ons geweest, helaas. Het Amerikaanse voedsel werd destijds door haar uit onze monden gespaard, allemaal voor haar familie. Het kostte mij de grootste moeite, daar niet van te stelen. Tenslotte was ook dat allemaal weer die den Besten, die dat allemaal voor zichzelf in beslag nam.

Even tussendoor

Inderdaad heb ik op alle te noemen of genoemde K.N.S.M. schepen gevaren, maar de volgorde is mogelijk niet correct, daar ik er geen notaties van heb kunnen vinden. Het  is nu immers al meer dan 50 jaren geleden.

Tijdens onze na-oorlogse Batavia periode, werd ik door mijn moeder op een school geïntroduceerd, maar daar bleef het bij, er was voor mij geen belangstelling, geen begeleiding of toezicht en op straffe van mijn moeders altijd harde handen en koude bejegeningen, dorst ik ook nooit ver weg te gaan van de garage, waar wij toenmaals in woonden, in de Europese wijk van Batavia. Ik zag de jongens om mij heen, na hun schooltijden vliegeren met zogenaamde layangs (gevechtsvliegers) met glastouw en het kostte mij met mijn natuurlijke handigheid weinig moeite, om ook mijn eigen layangs te bouwen, kocht mijn dunne vlastouw van de passerende Chinese kooplieden en begon mee te vechten in de lucht.   

Na enige verliezen, werd ik een behoorlijke kampioen en waren de muren van onze inmiddels tweede garage behangen met 15 vliegers, trofeeën die ik had weten te veroveren, tijdens de geregelde layang of vlieger gevechten. Tenslotte had ik de luxe van een loper, of renner, die ik met vliegers betaalde. Het was de gewoonte, om na het neerhalen van een tegenstander, te rennen om die neergehaalde vlieger op te sporen, en was die vlieger van diegene, die hem het eerste bemachtigde, daarom hadden wij renners, ( assistenten ), die achter een verloren vlieger aan gingen, je eigen, of die van de tegenstander.  Ik maakte mijn glas-touw van gestampte kristallen glazen, die ik bedelde van mensen, samen met het in water gekookte cah (een soort lijmpoeder, die ook vaak nog gemengd werd met eidooier voor extra hechtkracht) met het gestampte glaspoeder gemengd. Het touw werd door dat mengsel gehaald en liep men om bomen op het pleintje, het touw uitspannend om te drogen. Het werd zo tot een draad, zo scherp, dat er menige vinger mee opengehaald werd. Maar met mijn tiende jaar, was ik een kampioen met de layang. Mijn beste gevechtsvlieger, was de enige waardevolle schat van mij, met glastouw en alles, dat ik voor mijzelf mocht meebrengen, naar Nederland, maar ook dat bracht mij, naast een avontuur, toch ook weer ellende en het uiteindelijke verlies daarvan.

Op een zonnige middag, op een Zondag, was er een vliegerwedstrijd in Amsterdam, op een grote vlakte tussen de huizen. In mijn onwetendheid, met de Nederlandse gewoonten met vliegeren kon ik niet weten, dat men er alleen maar naar naar al die vliegers staarde en men kennelijk met de gehele familie er bij. En zo liet ik enige tijd later ook mijn eigen vlieger op en na een zeer korte tijd had ik 16 of 17 vliegers naar beneden gehaald, die allemaal in de verte verdwenen. Na van hun eerste verbazing te zijn bekomen, kwam er uiteindelijk aandacht in mijn richting en er plotseling had ik een boze menigte op mij afstormde. Niet echt begrip hebbende voor dit resultaat, achtte ik het beter te verdwijnen en liet  in mijn paniek en grote haast, mijn kostbare vlieger achter.

Ik wist aan die boze mensen te ontkomen en hield mijzelf voor de rest van die dag verborgen. De volgende dag werd ik door een politieagent ondervraagd en kreeg ik later van mijn moeder behoorlijk op mijn donder. Dat was voor mij het einde van mijn layang periode. De glorie tijd van een kleine Indische kampjongen. 

Mijn eerste reis met de ms. Artemis vervolgend

Wij deden Alexandrië aan in Egypte, een nieuwe gewaarwording. Arabieren, met hun leder en verdere prullaria en services, waren een belevenis, duiken naar geldstukken, je haardos: KNIPPEN, KNIPPEN, NIET GOED, HAAR TERUG, werd je toegeschreeuwd, maar je moest uitkijken, dat ze je niet te slim af zouden zijn. Ik kocht niets voor mij zelf, maar een poef voor mijn moeder en een album, dat ik nu nog heb, met mijn vroegere zeereizen-foto’s. Ik had een oude BOX-camera. Verder langs verschillende havenplaatsen langs de kusten van Noord Afrika.

10897272098?profile=originalfoto- Handgemaakt model van de Pollux

Weinig aandacht bestedend aan de Eerste Stuurman, de belangrijkste persoon op een Nederlands koopvaardijschip, die het op de een of andere manier op mij begrepen scheen te hebben, kreeg ik in de gaten dat het niet normaal was om directe orders van hem te krijgen, de bootsman voorbij gaand. Maar in mijn geval was dit meer en meer het geval en naarmate de tijd verliep, gedurende de drie en een half jaar van mijn Zeevaart-carièrre, werd dat steeds onvriendelijker en gevaarlijker en werden mij achter de Boots zijn rug om opdrachten gegeven, die zeer zeker niet bij mijn werk behoorden.    Ik werd kennelijk een speciaal geval. Dit zal in mijn verdere verhaal blijken.

De Kapitein op een schip van die tijd, ziet, of zag men zelden, het was altijd de Eerste Stuurman, die het werk aan de Bootsman delegeerde, die dat werk, op zijn beurt, onder de bemanning verdeelde, inspecteerde en dan na bevindingen weer aan de Eerste Stuurman rapporteerde. De bemanning werkte op roosters, bij de K.N.S.M. was dat drie uur op drie uur af, waar het een matroos of een roerganger was. Een matroos die op stand-by stond, zorgde voor de koffie-ronde op het schip tijdens de vaart. Niet strikt op tijd op je post zijn, was een no-no, en kon grote woede uitbarstingen veroorzaken. Strikte tijden konden mogelijk een 5 1/2 uur slaap een een stuk betekenen, 15 minuten voor opstaan kleden en koffie en vijf tot tien minuten aan de andere kant, met meestal drie ploegen.

Op de brug, was het op zeldzame gelegenheden, dat men de kapitein zag  of ontmoette, waar hij meestal alles met de navigatie naging en onderzocht.

De functie van een Kapitein was naar mijn bevindingen de executieve, de accountant en de zakenman in de havens voor zijn Maatschappij, met tevens de totale verantwoording van en over het schip en haar bemanning, in meerdere mate geassisteerd door de Eerste Stuurman, als zijn directe uitvoerder van zijn bevelen.

De Bootsman van een schip, was de baas van de matrozen, de dek bemanning en werkzaamheden en was hun leider en de uitvoerder van de bevelen van de Eerst Stuurman.

Dat die eerste Stuurman belangstelling en directe inmenging in mijn persoonlijke zeevaart en werk had, waar ik als een lichtmatroos of scheepsjongen, het minste van het minste was, was dus in die tijd, uitermate ongewoon, maar dat wist ik niet, groen als ik in het begin nog steeds was.

De matrozen deelden hun kwartier ook met de Machinisten, die natuurlijk met het onderhoud en op gang houden van de vele machines, een geheel aparte groep vormden, maar dezelfde werkroutines en werk roosters hadden, maar in hun eigen omgeving.  Ik herinner mij een van hen, een machinist, of olie-man, die onze jonge jongens veel last bezorgde en het zelfs vaak gevaarlijk was, om

zijn weg te kruisen, was een zeer gefrustreerde man en hij was kennelijk zo geweldig groot geschapen, dat de vrouwen aan de wal hem zelfs geld aanboden, om toch alstublieft weg te gaan.

Nu op mijn eigen oudere leeftijd en vele, vele jaren later, begrijp ik zijn probleem beter. Men kan zich destijds onze zeemanshumor begrijpen, dat hij zeer gevaarlijk voor onze jonge jongens was. Emmers koud water, wegrennen en verborgen blijven, waren geregelde gebeurtenissen, terwijl voorzichtig om de hoek kijken, voor het verder gaan, voor sommige van onze jongens een aangenomen gewoonte werd. Alleen Antwerpen was voor die man een gelukkige stad, met een voor hem schijnbaar vast adres.

Mijn reizen waren op de schepen, ms. Hestia, ss. Gordias, ss. Titus, ms. Artemis, ms. Hathor, allen van de K.N.S.M., waar de namen, allen van de Griekse mythologie kwamen. Deze vele schepen waar ik op voer, zijn niet op volgorde genoemd, maar daar was altijd weer, ongelooflijk genoeg, dezelfde Eerste Stuurman op elk van die schepen en dat was zeer ongewoon. De verdere bemanning veranderde veelal.

De  thuiskomsten, na een reis, waren voor mij altijd een hevige teleurstelling. Mijn moeder was bedrukt, maar ogenschijnlijk ook altijd blij mij weer te zien, maar het was altijd J. den Besten, die vooraan, aan de voordeur stond en mijn nog gesloten enveloppe met mijn gage, (mijn inkomen) allereerst aannam, het geld uittelde en het allemaal in zijn portemonnee stopte, alleen daarna mocht ik pas binnen komen.  Ik kreeg

Nog een foto van Adrian Lemmens als lichtmatroos.

nooit zakgeld, van mijn eigen verdiende geld. Waarom kwam ik eigenlijk nog thuis, ik wist in die tijd gewoonweg niet beter, en elke keer weer, werden mijn uitgaven onderzocht, door den Besten, een paar hoogst nodige schoenen werden mij naar het hoofd geslingerd, omdat ik daar geen toestemming voor had bekomen, drie flesjes limonade, gekocht van de scheepskantine, over een half jaar lang durende reis, naar de West Indies en Amerika, werden mij beboet en bestraft. Als gewoonlijk zat ik dan thuis, mocht niet uitgaan en had ik ook geen zakgeld voor bus of tram, tot aan mijn volgende oproep, om weer aan te monsteren. Met mijn vertrek, stopte mijn Moeder mij, kennelijk stiekem door haar gespaard geld toe, als zakgeld voor mij voor de reis.

Ik denk nu, of ik ben er zeker van, dat mijn verdere oproepen tot de volgende aanmonsteringen, door diezelfde eerste Stuurman werden georganiseerd, omdat hij (als later zou blijken), in het complot tot mijn eliminatie zat en het ten uitvoer moest zien te brengen. Vele jaren later, niet lang voor mijn emigratie naar Nieuw Zeeland, in een van mijn enige, en zeldzame gesprekken, met mijn moeder, kwam ik tot de overtuiging, dat die officier 15.000 gulden was betaald. Mogelijk, na een succesvolle afronding van zijn complot, nogmaals dat zelfde bedrag, of meer zou ontvangen, zeer waarschijnlijk geheel door Brons betaald. Het is mogelijk, dat mijn eigen inkomens, die door die den Besten aan mij werden ontnomen, ook in die richting gingen. Tenslotte had ik in die drie en een half jaar vaartijd enige duizenden guldens verdiend, die mij geheel werden ontnomen.  

Deze thuiskomst routines, waren elke keer weer hetzelfde en dom als ik kennelijk was in die tijd, was ik zelfs blij, met het maken van een bijdrage tot mijn zogenaamde kosten thuis.  Het verbaasde mij iedere keer weer, waarom ik geen zakgeld kreeg en mijn leven zo beknot werd.  Ik wandelde in de buurt, deed houtsnijwerk en was bezig met mijn postzegels. Het begin waarmede ik met postzegels begonnen was, was ook van een Zwitserse miljonairsvriend uit mijn vaders bridgetijd. Die man was een regelmatige Bridge tafelgenoot van mijn vader, zoals er ook nog twee andere Zwitsers waren. Deze oude vriend van mijn vader, gaf mij (reeds in Indië) zijn waardevolle postzegel-verzameling, als troost en uit vriendschap voor mijn vader, nog in Batavia.

Den Besten verzamelde ook postzegels en wilde geregeld met mij ruilen, maar ik vertrouwde hem niet en weigerde. Na mijn latere, met bedreiging van politie, ook weer door hem aan mij opgedrongen militaire dienst, waarvoor ik in feiten door mijn Vaders dood was gevrijwaard, was met zijn, (den Berstens) verdwijnen (waarover later), ook mijn postzegelverzameling verdwenen. Er waren zeer waardevolle zegels van ver voor die oorlog bij. 

Reeds onrustig, met steeds weer dezelfde Eerste Stuurman, maar niet steeds met dezelfde rest van de bemanningen, overkwam mij de eerste absolute aanslag op mijn leven. Wij waren in Tunis, in Tunesië, Noord Afrika. Vanaf mijn tweede schip, kreeg 

ik altijd directe orders van deze Eerste officier. Eigenaardig was, dat deze man in gestalte, figuur en gezicht, veel op mijn eigen vroegere vader leek.

Terwijl de Arabieren helemaal in de bodem van ons voorruim aan het uitladen waren, het diepste deel van het schip, waar de voormast schuin naar achteren is gezet, er boven stekend, met een terugwijkende zetting, werd mij door die man bevolen die mast te schilderen met een licht goudgele verf, of was het een mosterd kleur. Een onzinnige order, daar die mast nog zeer goed in de verf stond. Maar orders zijn orders.

De K.N.S.M. schepen, die ik persoonlijk heb gekend, hadden in die tijd, allen hun scheepshoorn aan Bakboord zijde boven de zaling in de voormast bevestigd. Men kan al raden wat er gaat komen, maar ik had geen idee en verwachtte het natuurlijk ook niet.  De zaling is een kruisgewijs platform, ongeveer twee derde deel van de hoogte naar de top van de mast, dat een kruis maakt met de mast en normaal een hek er om heeft voor houvast, behalve direct achter de mast en de scheepshoorn. Ik kwam klaar met het schilderen van de top van die mast, verwisselde de verfpot en kwast naar mijn linker hand en greep de scheepshoorn bevestiging vast met mijn rechter hand, om zo voorzichtig van Stuurboord achterom de mast naar Bakboord, de andere kant te klimmen. En terwijl ik achter de mast vrij kwam te hangen, ging plotseling  de scheepshoorn.  Ik was slechts 30 cm weg van die hoorn en door de uitermate grote schrik, verloor ik mijn bezinning en wist ik niets meer….. 

Het beroemde affiche van de K.N.S.M.

Toen ik weer bij zinnen kwam, hing ik met mijn linker hand, aan het Backboord uiteinde van die zaling aan de onderste ring  van de railing, zo’n  twee en een halve meter verder van de scheepshoorn, maar alles was zwart voor mijn ogen. Toen ik, nog steeds hangende aan mijn linker arm en hand, weer een beetje bijkwam, keek ik onmiddellijk naar de brug, waar ik wist dat de scheepshoorn knop was. Daar stond die eerste stuurman, met een gezicht als een doodshoofd, op dat moment zagen zijn ogen rood, (mogelijk in mijn verbeelding), mij aan te staren. Hij kon het zeker niet geloven, dat ik nog leefde. Die val, maar ook die actie, was niet te overleven geweest, op kisten en het stalen dek van de bodem van dat ruim, een mogelijke val van 35 tot 40 meter hoogte.

De verfpot was met de bodem van de pot, op de bodem van het onderste ruim-dek gevallen, waar de verf als een fontein naar boven uit elkaar was gewaaierd en alle Arabieren bespikkeld waren met die verf. Met luid en woedend gegil kwamen die mensen, met messen tussen hun tanden het ruim uit, waar onze dekbemanning naar de mast kwam, om mij te helpen en te beschermen. Ik wist met de hulp van een matroos weer op de zaling terug te klimmen en kwam tot de volgende dag niet meer uit die mast. Het nam mij die gehele nacht daarboven, om van mijn uitzonderlijke schrik, verbazing en die belevenis te bekomen. Ik kon mij gewoonweg niet voorstellen dat een man die zoveel verantwoording had, zoiets had kunnen doen. Dit kon geen ongeluk zijn, immers die mast stond voor het gedeelte van de brug, waar hij zijn hand op die knop drukte en in volledig zicht. Terwijl ook hij het was, die mij met het werk in die mast en hij mij ook zelf in die mast had gestuurd.! Het was ongelooflijk.

In mijn onschuld, had ik desondanks, nog steeds geen vermoedens, (totdat ik later,  op weer een volgend schip, de ss. Gordias, deze keer over de Atlantic), mij iets overkwam, dat mijn nu reeds opgewekte wantrouwen bevestigde.

De bemanning verdedigde de mast tegen die Arabieren, een van hen bleef bij mij op de zaling, om mij te kalmeren, (ik kreeg oncontroleerbare trillingen over mijn gehele lichaam).     Ik kon niets meer doen en gelukkig heb ik die officier bijna een week nauwelijks gezien.

 

Tot zover het vierde deel van het levensverhaal van Adrian Lemmens, dat   hij voor deze NICC Nieuwsbrief schreef

 

 

Lees verder…

Oostindisch kampsyndroom van Kousbroek XI

 Oostindisch kampsyndroom van Kousbroek XI

10897279098?profile=originalBesproken door:Pjotr.X.Siccama  

  

Aan het einde van het werk van Kousbroek Oostindisch kampsyndroom, komt wederom het stokpaardje van de schrijver op de proppen met zijn verdediging – of laten we zeggen: rechtvaardiging van zijn beweringen over diverse zaken: Hirohito en de algemene (Wereld) publieke opinie over de schuld en/of betrokkenheid bij de oorlogsmisdadigheid van het Japanse staatshoofd en Kousbroeks kruistocht tegen verschillende opinies van mensen in, die de WO in Azië (en in Europa) aan den lijve hebben ondervonden.

In vorige artikelen heb ik over dit onderwerp uitvoerig gewijd, waarbij ik het standpunt van de schrijver onbegrijpelijk en verdacht vond en overigens nog steeds vind.

Kousbroek wil coûte que coûte het gelijk aan zijn zijde krijgen. De vraag die bij een ieder opkomt in dit verband is: waarom eigenlijk? Hijzelf heeft dit op verschillende manieren duidelijk willen maken. We zetten de argumenten successievelijk op een rij.

Het eerste argument dat hij aanvoerde ter rechtvaardiging van Hirohito’s positie in de oorlog was, dat Hirohitozelfgevangene was van het  Japanse de militaire elite en dus gezien moest worden als een geïnterneerde.(Kousbroek cursivering). Dit is zo goed als fictie, zeker omdat het bekend was dat onder het militaire stafcorps leden van Hirohito’s familie zitting hadden en een niet onaanzienlijke functie daarin hadden bekleed. Hiermee verdedigde Kousbroek met stelligheid Hirohito s positie. Een uiterst bedenkelijk standpunt..

Ten tweede voerde Kousbroek aan dat Hirohito in Machuko (China s provincie waar de laatste Keizer van China als marionet werd gehouden) hij zijn bevoegdheid (als het oppergezag nota bene – opmerkelijk genoeg beschamend vond) had overschreden door: “  ..als tegenstander van geweld en oorlog te gedragen..” (einde citaat Kousbroek) en de tweede maal op het eind van de oorlog (welke oorlog wordt door de schrijver hier overigens bedoeld.?

Wanneer Kousbroek de WO II bedoelde, heeft Kousbroek het helemaal mis, omdat de keizer in jaren niets van zich liet horen, behalve dan in de eerste week van augustus 1945, toen het al veel te laat was om zijn goede zijde van ‘geweldloosheid’ aan de Wereld te tonen. Maar dan spreekt Kousbroek zichzelf tegen door  het volgende te schrijven: citaat”..Een woord van de Keizer en heel Japan en de bezette gebieden hadden zich doodgevochten. Wie Hirohito een oorlogsmisdadiger wil noemen, is niet op de hoogte van de feiten.” Einde citaat. Wij weten maar al te goed dat ze zich wel degelijk dood hadden gvochten, indien de VS de atoombommen niet hadden afgeworpen. Mogen we die feiten dan ook kennen? Maar de keizer was het oppergezag en had (indien hij dat zelf wilde of opdroeg) de keuze tussen leven en dood, om het cru te zeggen.

Ziedaar  het enige feit en het bestaan dat iedereen wist van het gezag: Hirohito zelf in persoon. Wat is hier nog onduidelijks aan en het verwijt van de schrijver aan al die mensen, die net als de schrijver zelf geen enkel werkelijk bewijs in handen hebben?

Kousbroek draaft (tegen alle andere stromingen/beweringen in van andere deskundigen overigens) door als een hol geslagen paard en verliest onderweg heel wat (en niet alleen moreel support).

Was het niet duidelijk genoeg dat, zoals de schrijver  had kunnen gelezen (uit de Memoires van Truman) dat de Amerikaanse president al bij voorbaat wist dat de keizer vrijuit zou gaan, maar niet zozeer omdat hij a priori onschuldig was. (zie mijn vorige artikelen), en dát tegen de Amerikaanse (liever gezegd de Wereld) opinie in? Aan de andere kant wilde het Amerikaanse publiek (en de Wereld)  niet dat

 

Hirohito zou worden gespaard. Toch is dit tegen ieders verwachting gebeurd: de politieke druk van de VS was in die situatie en omstandigheid veel te groot en politieke belangen waren te sterk.

(later bleek dat er stricte geheime afspraken waren gemaakt door de Amerikaanse veiligheidsdienst(en) om een geheel andere weg te in te slaan, gezien de dreiging vanuit

Oost/China en Rusland.) Dat argument van de veiligheidsdiensten van Truman vond ten slotte de doorslag en zeker gezien het in hun opvatting nog groter gevaar van het oprukkende Communisme, met name vanuit Rusland.

Er is maar één gevolgtrekking uit de memoires van president Truman: Hirohito was verantwoordelijk en dus schuldig, maar kon de adviezen van zijn diensten niet zonder meer terzijde schuiven; daar waren immers veel grotere (politieke) wereldbelangen mee gemoeid.

 

De sympathie/emphatie (en wellicht grote genegenheid?) van de schrijver jegens amateur-bioloog Hirohito ten spijt. Er zal niet worden beweerd dat Hirohito bij voorbaat een (oorlogs)misdadiger is; daarvoor zijn er tot nog toe geen enkel bewijs gevonden. Tenminste wat we nu voor gegevens tot onze beschikking

 

10897287675?profile=originalSpoorwegsation in Manchukwo

 

10897287482?profile=original

10897288057?profile=original

hebben staan, zijn wel aanwijzingen en sporen die naar een bepaalde richting en analyses van tijdlijnen wijzen. Zelfs  de schrijver kon niet met concrete bewijzen komen. Waar zijn de door hem genoemde (harde?) feiten?

De bezwaren van velen die in Zuid/Oost Azië de gruwelen lijfelijk hadden en hebben ondervonden tegen het door de schrijver verdedigd standpunt dat Hirohito niet schuldig was, waren dertig jaar na het eind van de 2e WO enigszins verklaarbaar, gezien de vele tegenstrijdigheden in het discours; maar begrijpen doe ik het niet.  En kan de schrijver hier niet kwalijk genomen worden in het licht van die tijd. Maar de schrijver (die overigens zelf eveneens als oorlogsslachtoffer kan worden gezien) scheen in zijn leven geen enkel moeite te hebben (gehad?) om zichzelf niet als (oorlogs)slachtoffer te zien. De vraag is waarom dat zo is? Men hoeft zich niet (zoals hij zelf vele malen probeerde tot uitdrukking te brengen) ‘’zonder meer” de oorlog zien als het grote Kwaad dat een  mensenleven phsychologisch (en ook fysiek) verruineerd heeft.

Het kán wellicht voor een of twee individuen gelden (in restrictieve zin is dit zelfs twijfelachtig

), maar feit blijft dat er sprake was en is van een ernstig oorlogsverschijnsel, een wond (traumatisch voor een ieder met en door angst, foltering, doodsbedreiging,uithongering enz. enz.) die zo goed als nooit zal genezen. Het is zowaar bewezen. Daar kan niemand omheen en ook Kousbroek niet. Maar de schrijver heeft, naar ik heb begrepen, in het begin van zijn schrijverschap reeds geworsteld met de verwerking van zijn eigen oorlogservaringen, die naar het scheen ‘’gelukt’’ was en bagatelliseert het verschijnsel als iemand met een kennelijke overtuiging dat het zo is.

De wetenschap op cerebraal terrein heeft dit ‘’fenomeen’’blijkbaar niet herkend als iets uitzonderlijks, anders zou men haar visitekaartje wel hebben afgegeven en in de rij bij hem hebben gestaan voor een consult.

De schrijver, heeft helaas het zelf opgeroepen hetgeen hier te berde wordt gebracht.

In de jaren zeventig was de schrijver al van leer getrokken tegen alle Indiëgangers in het algemeen en al die mensen die de WOII hebben ervaren en gekend, deskundigen van diverse pluimage inbegrepen.

Het waarom, kunnen we de schrijver helaas niet meer vragen.

Hij wordt dan opeens sadistisch en schopt tegen alle phsychologische hulpverleners en deskundigen aan op ziele gebied, zoals o.a. tegen professor Bastiaans (Univ.Leiden). In zijn tirade tegen deskundigen werd nog meer gevoed door een uitspaak van Komrij en wist zich door hem moreel gesteund, wanneer Komrij die over het oorlogssyndroom de volgende controversiele uitspraak deed:, dat citaat: “wanneer professor Bastiaan er niet mee kwam, het verschijnsel ook niet had bestaan.’’ Een ieder is geheel vrij om onzin uit te kramen, ook Komrij. Dezehumbug van een uitspraak van de schrijver Komrij kan en mag geen reden zijn voor Kousbroek om snel te juichen. Met Komrij‘s uitspraak kun je alle kanten op en is dus multiinterpretabel.

 

(de phsychologische term was immers al heel lang bekend, maar dit terzijde) en op die manier moet men dat ook zien. – In het bewuste artikel uit zijn werk kreeg prof.Bastiaans van de schrijver ook nog zoveel kritiek te verduren aangaande diens wetenschappelijke experimenten die hij zou hebben ondernomen en er volgens de schrijver niets van klopte etc. Veel modder kreeg de professor over zich heen gestort van de schrijver; achteraf bekeken geheel oneerlijk beoordeeld (door de schrijver) maar ook  onterecht, naar ik meen.

In elk geval vind ik de kritieken van de schrijver op alles wat met phsychische hulpverlening te maken heeft (gehad), onjuist, merkwaardig en ook bespottelijk; het geeft louter een modieus (want het was immers ‘en voque’ in die tijd) beeld van de schrijver om er ook bij de kriticasters te willen horen en liefst vooraan op de eerste  rij.

 

Het verschijnsel dat ‘’men slachtoffer van iets was en/of is geworden’’, zegt de schrijver geeft financiele en phsychologische voordelen. Zo n uitspraak is hilarisch, bizar en leidt tot niets.

 

Wel en niet waar; zelfs dát is uiterst betrekkelijk. Het is muggezifterij van de schrijver en lijkt alsof een willekeurige slachtoffer nu zelf dient te verantwoorden waarom hij of zij slachtoffer is geworden. De absurditeit ten top: een ‘’post-traumatische belediging’’ zou je het ook kunnen noemen.

Bovendien lijkt alsof betrokkenen er om hadden gevraagd om hen alsjeblieft in de misere te willen storten. Ik durf er bijna mijn hand voor in het vuur te steken dat de schrijver datgene suggereert, (- waarvoor ik geen bijvoegelijke naamwoord meer kan bedenken - ) wat een ieder al vermoedt: ‘’het slachtofferschap in al zijn verschijningsvormen’’

Dat mag een ieder suggereren of verzinnen, zo men wil, maar van Kousbroek heb ik deze gevolgtrekking allerminst verwacht waarmee hij op deze manier een bevolkingsgroep, oorlogsslachtoffers – in welke hoedanigheid ook -Indiëgangers , maar ook wetenschappers een klap in het gezicht heeft gegeven.

 

Wordt vervolgd

Lees verder…
Indonesië betaalde 4 miljard gulden aan herstelbetalingen aan Nederland

Nederlandse mariniers gaan in de aanval bij het plaatsje Krian bij Surabaya, Oost-Java.

Ook is er nooit een probleem gemaakt toen gekoloniseerde landen herstelbetalingen hebben betaald aan de kolonisator.

De tot slaaf gemaakte bevolking van Haïti heeft in een bloedige revolutie tussen 1791 en 1804 haar vrijheid bevochten. In 1825 organiseerde Frankrijk een nieuwe aanval op Haïti met steun van andere Europese landen en Amerika. Ze legde een cordon van veertien oorlogsschepen met 528 kanonnen om het eiland en gaf het Haïtiaanse volk de keuze: of herstelbetalingen betalen of een economische blokkade riskeren met hongersnood, oorlog en uiteindelijk de herinvoering van slavernij. Haïti moest het bedrag van 150 miljoen Franse franc betalen (US$ 22 miljard in de huidige waarde) voor verloren bezittingen van Franse slavenmakers (inclusief de waarde van de tot slaaf gemaakte mensen). Haïti moest het geld lenen bij Franse banken tegen 6 procent rente. Elk jaar tussen 1825 en 1947, bijna 150 jaar lang, heeft Haïti een bedrag betaald als aflossing van deze schuld. In 1990 vroeg Jean Aristide, de eerste democratisch gekozen regering van Haïti US$ 22 miljard terug van Frankrijk. In 2004 werd hij afgezet door een coup die gesteund werd door Amerika en Frankrijk. Hij moest vluchten naar Zuid-Afrika.


Nederlandse militairen met Indonesische gevangenen. Foto: javapost.nl

Een ander voorbeeld waarbij een gekoloniseerd land herstelbetalingen moest doen aan de kolonisator is het geval van Indonesië en Nederland. In 1940 kwam het Nederlandse koloniale regime in Indonesië ten val door de Japanse inval. In 1945 riep Soekarno de onafhankelijkheid uit. Nederland, die zelf net bevrijd was van de Nazi-bezetting, stuurde zijn leger naar Indonesië om een vuile oorlog te voeren die 150.000 Indonesiërs het leven kostte.

Onder druk van de Amerikanen trok Nederland zich terug. Bij de Ronde Tafel Conferentie van 1949 leidde de Amerikaanse druk op Indonesië tot een overeenkomst waarbij Nederland de onafhankelijkheid van Indonesië erkende, maar Indonesië Nf 4,5 miljard moest betalen aan herstelbetalingen. PvdA premier Drees eist een extra Nf 2 miljard voor de kosten die Nederland tijdens de vuile oorlog had gemaakt, maar de Amerikanen vonden dat te gortig. Tussen 1950 en 1956 heeft Indonesië Nf 4 miljard overgemaakt. In 1956 weigerde ze de rest te betalen.

In de Nederlandse geschiedenisboeken wordt gedaan alsof de wederopbouw van Nederland mogelijk gemaakt is door de Amerikaanse Marshallhulp. Die hulp bedroeg US$ 1,1 miljard en was gegeven in de vorm van een lening. De echte financiering van de wederopbouw kwam van Indonesië. Dat staat niet in hun geschiedenisboeken.

Het ergste komt nog. De Nederlandse bezetting van Indonesië was één van de wreedste bezettingen.

Marjolein van Pagee, een Nederlandse journaliste, geeft een voorbeeld van de Nederlandse wreedheid tijdens de vuile bezettingsoorlog op basis van gesprekken met nabestaanden van de Indonesische verzetsleider Andi Abubakar Lambogo op het eiland Sulawesi. In 1947 hadden ze Lambogo gevangengenomen bij Salu Wajo en zijn hoofd afgehakt. Ze spietsten het op een bajonet en hingen het later aan een paal op de markt in de plaats Enrekang zeven kilometer verderop. Het lichaam is op de weg bij Salu Wajo achtergebleven. De Nederlandse militairen dwongen andere krijgsgevangenen, die ze gemaakt hadden, één voor één om het afgehakte hoofd van hun leider, dat op een bajonet was gespietst, te kussen. Daarna hingen de Nederlandse soldaten het hoofd aan een paal. Het hoofd heeft daar twee dagen en een nacht gehangen als afschrikwekkend voorbeeld. De familie mocht uiteindelijk het hoofd meenemen en het samen met het lichaam in Enrekang begraven. Daar is er nu een ereplek voor Lambogo op de begraafplaats. Dit was het beschavingsniveau van de Nederlanders in Indonesië, die beduidend lager was dan die van de Nazi’s die al niet erg hoog was. De Nazi’s hebben nooit het hoofd van een Nederlandse verzetsleider afgehakt en andere Nederlanders gedwongen om dat hoofd te kussen.

En dit Nederlandse volk heeft dan herstelbetalingen geëist en gekregen van de mensen die ze driehonderd jaar lang hebben gekoloniseerd. Hoe schandalig kan geschiedvervalsing zijn.

Sandew Hira

Lees verder…