Ferry Schwab's berichten (2037)

Sorteer op

Column Helemaal alleen in Indonesië Door: Ed Caffin

 10897269496?profile=originalColumn   Helemaal alleen in Indonesië                  Door:   Ed Caffin

Reizend door het noorden van de Molukken en Sulawesi, minder toeristische delen van Indonesië, zijn we regelmatig de enige toeristen in het dorp, hotel of op het hagelwitte strand met palmbomen. Voor veel reizigers is dat het summum: je ergens pionier voelen, terwijl alles eigenlijk allang ontdekt is. “We waren er helemaal alleen; we hoorden dat er zeker een half jaar lang geen westerling geweest was”, hoor je dan vaak. Als het onderwerp “Beste reisverhalen” voorbij komt in een of ander gesprek in een backpackerscafé, dan scoor je daar zeker punten mee.

Voor ons voelt het na een aantal maanden in het drukke en toeristische Bali, waar we tussen de rijstvelden en andere toeristen woonden, vooral vreemd.  Dat komt met name omdat het reizen in deze gebieden als bijeffect heeft dat je overal wordt nageroepen en er regelmatig foto’s van je worden gemaakt. We zijn  blijkbaar opeens een beziens-waardigheid en aan die status kunnen we maar moeilijk wennen.

Dat westerlingen in deze delen van Indonesië een heuse verschijning zijn, valt te verklaren als je kijkt nar de verdeling toeristen over Indonesië. Van de ruim 7 miljoen buitenlandse toeristen die in 2011 naar Indonesië gingen, kwam bijna de helft (2,9 miljoen) met verder dan het kleine Bali. Van de rest gaan de meesten naar Jakarta en Java, of Sumatra. Slechts kleine plukjes toeristen gaan verder, richting het oosten van Indonesië, en ontlopen daar elkaar gemakkelijk.

In de Molukken en bepaalde delen van Sulawesi kom je er in ieder geval weinig tegen. En dat merk je aan de reacties van de mensen. Degenen die ons aanspreken en op de foto willen, zijn zonder uitzondering erg aardig en positief, dat wel, maar een anoniem etentje zit er – hoe absurd het ook klinkt – niet in. Soms neemt het wel heel extreme vormen aan. Op het strand voor het hotel, wilde een grote groep vrienden – met kinderen op schoot – één voor één met ons op de foto.  Ook worden we geregeld zonder te vragen gefotografeerd. Onze beeltenis prijkt intussen als een screensaver op tientallen mobiele telefoons, denk ik. Als ik aan een man van mijn leeftijd vraag waarom hij die foto eigenlijk wil, antwoordt hij simpelweg, dat hij het een leuke herinnering vindt, een foto van een Bule (buitenlander). “Het komt niet vaak voor dat je een exemplaar in het wild tegen het lijf loopt, en dan moet je hem schieten”, zegt hij er nog net niet bij. We zijn gewillige slachtoffers; ook ons zoontje van twee. Met zijn bruinverbrande kop en lichtblonde haren is hij een soort allemans knuffelbeer geworden. Na een stuk of tien uitgebreide fotoshoots is hij er inmiddels al zeer bedreven in. Zodra iemand naast hem knielt, hem bij de schouders pakt en de wang tegen de zijne drukt, staat hij stil en er verschijnt zowaar een heuse fotoglimlach op zijn gezicht.  Minpuntje wellicht, hij weet inmiddels niet beter dan dat hij blijkbaar erg 

interessant is om te fotograferen. Hij zou er bijna van naast zijn kleine “Croqs” gaan lopen. Na weken vol fotoshoots mijden we de laatste dagen de drukke stranden maar even en gaan we naar ons prachtige en verlaten witte strand met palmbomen, langs een hobbelige weg verderop. Daar zijn we helemaal alleen en kunnen we tenminste anoniem zwemmen.

Eerder verschenen in DE AZIATISCHE TIJGER   

Lees verder…

Schikking weduwen Zuid-Sulawesi

Tien weduwen hebben een schikking getroffen met NederlandSchikking weduwen Zuid-Sulawesi

Nederland heeft een schikking getroffen met tien weduwen van wie de mannen in 1946 en 1947 door Nederlandse militairen op Zuid-Celebes, op het huidige Sulawesi, zijn doodgeschoten. De weduwen krijgen ieder een financiële compensatie van 20.000 euro en de Nederlandse ambassadeur zal openbaar excuses aanbieden namens de Staat.

In april liepen onderhandelingen tussen de weduwen en het ministerie van Buitenlandse Zaken op niets uit. Toen werd de vrouwen een bedrag van 10.000 euro per persoon aangeboden en schriftelijke excuses.

Excuses

De advocaat van de tien weduwen in Zuid-Sulawesi, Liesbeth Zegveld, is blij met de schikking die is getroffen: "Ik heb de vrouwen gesproken en zij voelen zich rijk. Maar voor hen zijn ook de excuses heel belangrijk".

Eerder kregen weduwen in de zaak Rawagedeh ook compensatie. Na een jarenlang proces werden zij in 2010 door de rechtbank in Den Haag in het gelijk gesteld in hun claim tegen de Staat. De weduwen kregen 20.000 euro per persoon en de Nederlandse ambassadeur bood in het openbaar excuses aan aan de nabestaanden.

Volgens Zegveld kan voorkomen worden dat nu nieuwe zaken zich aandienen: "Mijn boodschap aan de minister is om nu voor alle slachtoffers van de standrechtelijke executies excuses te maken en zich nu niet te beperkingen tot Zuid-Sulawesi, zodat het een oprecht gebaar is en we het dossier een keer kunnen sluiten."

Zuiveringsactie

Het bloedbad in 1946 en 1947 op Zuid-Celebes door de troepen van kapitein Westerling was een van de dieptepunten van de strijd tussen het Nederlandse leger en de Indonesische opstandelingen. Westerling kreeg de opdracht om de openbare orde te herstellen.

Tijdens de zuiveringsactie vielen volgens de Indonesische autoriteiten tienduizenden doden. Een deel van de slachtoffers werd zonder proces standrechtelijk geëxecuteerd. Andere bronnen spreken van een veel lager aantal. 

Lees verder…

Nieuws uit Jakarta

10897269676?profile=original

10897270288?profile=original

Dear all,

 

Yesterday we visit the Guesthouse/Back-Office to be in Roxy-Central Jakarta.

The Guesthouse has 9 bedrooms and 2 living rooms.

Further 3 bathrooms, 1 kitchen, garage for 2 cars and a parking lot for 3 cars.

It has also a beautiful roofed terrace on the 3rd floor.

 

The Front-Office will be in one of the most beautiful Office Towers on the Thamrin Boulevard.

From inside the building on the 27th floor you can see the Jakarta Skyline of the Central Quarters.

Here are some pictures of the UOB Building, where our Front Office will be settled:

10897270467?profile=original

Lees verder…

Het einde Door: Adriaan Bijl

10897288063?profile=originalHet einde   Door:     Adriaan Bijl

Opeens was het afgelopen. Een van de leiders kwam ons op 23 augustus 1945 vertellen, dat de Jap had gecapituleerd op 15 augustus. Wij keken ongelovig, maar hij liep naar de Japanse wacht schreeuwde een commando, waarop de soldaat in de houding sprong en voor hem boog. Van de ene dag op de andere waren de rollen omgekeerd. Wij konden nu weer gaan en staan waar wij wilden. Wij trokken onmiddellijk de velden in om voor het eten groenten te plukken. Wij liepen naar de grote weg, waar wij met de Javanen praatten en eetwaar ruilden.  

Van atoombommen op Hiroshima en Nagasaki hoorden wij pas later. Wij wachtten, want wij waren afhankelijk van de communicatie tussen de Jap en het kamphoofd, Refuge. Het werd ons ten sterkste afgeraden op eigen houtje weg te gaan. Alles kwam plotseling in een stroomversnelling. De Jap had aan Refuge de opdracht gegeven het hele kamp naar Ambarawa te verhuizen en wel meteen. Uit veiligheidsoverwegingen konden wij niet langer daar blijven, maar dat was waarschijnlijk een drogreden, want zij hadden het bevel gekregen zich bij hun onderdeel te melden. Door het kamp op te heffen waren zij van de verantwoording af. Het zou meer voor de hand hebben gelegen, indien wij nog enige dagen in Bandungan gebleven waren tot er duidelijkheid in de situatie was ontstaan. Wij begaven ons te voet op weg naar Ambarawa kamp 7, 12 km bergaf. De hele groep bestaande uit mannen, jongens, Japanners en heiho’s liep in een lange ordeloze sliert zonder rustpauzes naar Ambarawa. De Japanners nog bewapend keuvelden met elkaar en de heiho’s sigaretten rokend deelden hun rookwaar met ons. De brute sfeer had plaats gemaakt voor een weldadige gemoedelijkheid.

Een stel keurig geklede vrouwen in sarong en kabaja kwam uit hun huizen roepende: ”Lieve jongens, jullie zijn vrij, jullie zijn vrij, de oorlog is voorbij, O, wij zijn zo blij, zo blij”. Zij barstten  in tranen uit. Alles rijmde op ‘ij’,       dat weet ik nog. Wij huilden niet        en waren niet eens dankbaar voor deze sympathieke, typisch Indische ontboezeming. Wij waren emotioneel ongevoelig geworden.

Wij liepen blootsvoets en koelde de voetzolen, die met het hete asfalt in aanraking kwamen, regelmatig in het gras van de berm. Sommige mannen  of jongens, die zich van schoenen hadden kunnen voorzien, raakten halverwege zo uitgeput, dat zij zich met moeite voorsleepten. Halverwege trokken zij hun schoeisel uit en gooiden die met de veters aaneengebonden over een schouder en strompelden blootsvoets verder.

Aankomst in Kamp 7

Ofschoon wij een bevel tot vertrek uit Bandungan hadden gekregen, was er niet op onze komst gerekend. Toen wij ’s avonds om elf uur aankwamen, was het hele kamp en donker en diep in slaap, waaruit zij snel werden gewekt. Niemand wist nog dat wij bevrijd waren!

Het kamp, walmend van de stank van dood, vuilnis en ongewassen lichamen kon ons nauwelijks herbergen. Iedereen moest zich maar ergens een plekje zien te veroveren. Na de capitulatie van Japan ontstond ook hier een chaos. Het bevel was: ”Niet weggaan tot orde en communicatie voldoende hersteld zijn”. Het zou voor de hand hebben gelegen, indien wij nog enige dagen in Bandungan gewacht hadden en meer duidelijkheid in de nieuwe situatie hadden gekregen. Refuge voerde de bevelen van de Jap gewoontegetrouw onmiddellijk uit. 

10897288089?profile=originalKeukenpersoneel in Kamp 7

Aan de zijkant van de keuken stortte het keukenpersoneel de as uit de ovens tegen de omheining aan. Zo was een vrij groot veld van gloeiende kolen en as ontstaat. In de omheining zat een groot gat, waardoor heen wij een ruilhandel met de Javanen opzetten. Nadat menigeen zijn voeten had gebrand hoorden wij dat de poort óók voor ons open stond. Toen wij eenmaal buiten het kamp kwamen bemerkten wij spoedig, dat het Japans Indische bezettingsgeld geen waarde meer bezat. Iedereen zocht naar een matras, om de tijk te gebruiken voor de ruilhandel. De kapok lag daarna verspreid door het kamp. Door de levendige ruilhandel was er veel voedsel ter beschikking, doch overdaad schaadt. Oudere mannen stierven van de te grote porties eten; de jongere leden alleen aan een hardnekkige diarree. De latrines liepen over en menige jongen deed zijn behoefte op de plaats waar de drang niet langer te stuiten was. Meestal op de plekken, die bezaaid waren met de kapok uit de opengereten matrassen. Wij hadden moeite op onze blote voeten nog een weg te vinden. Refuge nam het initiatief om met zijn jongens de belangrijkste paden van de bevuilde kapok te ruimen.

Een voorval is mij altijd bijgebleven. Een oude man had zijn kussensloop voor twintig hardgekookte eieren geruild. Op de trappen van de barak keerde hij zich nog eenmaal om         en riep met schorre stem “ Ik ga       mij, godverdomme, nog eenmaal      rot vreten”. Na een aantal eieren        te hebben opgeschrokt, velden buikkolieken hem en hij overleed een uur later.

Het kamphoofd Terhenne nodigde allen uit om op zondagmorgen tijdens een officiële bijeenkomst op de appèlplaats bij het hijsen van de Nederlandse vlag aanwezig te zijn. Die morgen om 10 uur stonden de mannen aangetreden en de jongens, die gemaand waren ook aanwezig te zijn, stelden zich hier tegenover op. Hij wilde de plechtigheid openen, toen hij bedacht, dat ook de Jap er bij hoorde. Nadat Yamaha was opgetrommeld werd hem een plaats toegewezen op enige afstand van het kamphoofd tegenover de vlag. Terhenne miste alle trots en fierheid, zo eigen aan Refuge, die als Belg bij deze plechtigheid ontbrak. Hij sprak met rauwe stem, geknakt staande voor zijn medegevangenen onverstaanbare woorden over vrijheid en herrezen vaderland. Hij eindigde zijn korte toespraak met de leuze “Leve de koningin”.

Het kamphoofd had de Jap toegeschreeuwd de houding aan te nemen en te salueren voor onze vlag. Yahama weigerde en Terhenne stapte dreigend op hem toe. De Jap klom in de houding en salueerde voor onze vlag. De ouderen zongen met schorre en zwakke stemmen het Wilhelmus en spoorden ons aan mee te zingen, hetgeen wij nauwelijks betrachten, want begrippen als patriot, vaderland, koningin en volkslied zeiden ons toen niet veel. Een aantal stinkende oude mannen gaven ons hiervoor een stevige uitbrander. Velen kenden echter de tekst van het tweede couplet niet volledig, zodat het gezang langzaam uitstierf. De bewegings-vrijheid was nog niet groot. Het was toegestaan het kamp te verlaten, maar niet de andere kampen te bezoeken voor er een algemene toestemming was gegeven.

Uit het dagboek van mijn moeder

24 augustus 1945

Vandaag in de vooravond is door mevrouw Eickelberg het kamphoofd officieel bekend gemaakt, dat de vrede is getekend. Het gehele kamp verkeert nu in een staat van opwinding en verwachting. De jongens zullen maandag aanstaande hier mogen komen, wordt er gezegd. Ik ben pas vijf  

weken ernstig ziek geweest en nu wat aan het herstellen. Als de voeding inderdaad onmiddellijk in kwaliteit vooruit gaat, zal ik gauw opknappen en dat moet want ik wil geen zielige zieke moeder zijn voor onze zoons. Ik zal wel kracht nodig hebben in de komende dagen en vaak van uur tot uur wat steun nodig hebben.

Terug naar Banjubiru

Ik vermoedde, dat er een weg aan de andere kant van de alun alun naar Banjubiru leidde. De volgende dag liep ik vroeg in de morgen alleen in een laan met hoge waringins in zuid oostelijke richting. Ik herkende de laan, die wij een jaar geleden in tegengestelde richting per vrachtauto hadden gereden op weg naar kamp 8. Het kwam mij als nieuw voor en het leek of ik hem voor het eerst aflegde.

10897288477?profile=original

Kamp Banjubiru

Het weelderige landschap met vulkanen op de achtergrond, soms doorsneden door een heldere beek, met hier en daar een desa, waaruit   tal van nieuwsgierige kinderen kwamen aanrennen, het leek alsof de oude tijden terug waren en er niets gebeurd was die dit alles verstoord had. Na een uur doorstappen naderde ik kamp 10. Het rumoer en de geur van het kamp waaiden mij tegemoet. Aan de westkant zag ik tegen de hoge muur het gedek en het prikkeldraad van de uitbreiding, waar door de gaten in de omheining vrouwen en kinderen in en uit liepen. Via de poort begaf ik mij naar de barak zaal 14, waar ik mijn 

moeder voor het laatst gezien had. Zij was er niet, maar de dames die ik niet terugkende verwezen mij naar het hoofdgebouw. Ik besteeg de trappen van het gebouw en vroeg of ze daar was. Een aardige vrouw, een Duitse, grootmoeder van drie generaties, die daar op een rijtje lagen, nam mij bij de hand naar een brits in de hoek en zei:”Mutter hier ist dein Sohn”. Van mijn moeder restte slechts een skelet. Zij lag met open droge mond naar het plafond te staren en zei alleen iets als “zo, ben je daar”. Ik vertelde haar, dat Syd binnen een paar dagen wel zou komen en zette mij naast haar op de rand van de brits en hield haar hand vast.

Ik vroeg mij af of een dode vrouw er anders uit zou zien dan een dode man. Ik had veel dode mannen gezien, maar slechts een keer een overleden vrouw. Het was in de tijd dat de wijk nog niet gesloten was. Als misdienaar deed ik dienst bij een begrafenis Op een zandheuveltje stond ik aan het hoofdeinde van de kist, waarvan het deksel aan de bovenzijde gedeeltelijk open was, met een groot bronzen kruis, dat veel weg had van een totempaal en keek precies in het bleekblauwe gelaat van een jonge vrouw. Ik raakte totaal van streek en voelde mij ellendig bij het aanschouwen van de eerste dode. Ik sloot mijn ogen en klampte mij stevig vast aan de steel van het kruis om toch maar niet flauw te vallen. De priester verzocht de koster het deksel naar voren te schuiven en de kist te sluiten om vervolgens met de dienst te beginnen. Haar echtgenoot en zoontje van vier jaren stonden met een paar familieleden rond het graf. Toen de kist in het graf daalde, zei de jongen, dat hij nodig een plasje moest doen. De vader nam hem mee aan de hand naar de heg. Eenmaal terug beëindigde de priester zijn gebed. Hij had niet even op hen gewacht. De aanwezigen lieten wat aarde op de kist vallen en de plechtigheid was voorbij. Ik was hier nog dagen beroerd van en kon er ook met niemand over praten.

In kamp 8 had ik nooit meegemaakt, dat iemand om een dode rouwde en ik bemerkte meer zelfmedelijden dan verdriet bij de angst, dat zij alsnog zou overlijden. De vreugde van het weerzien, zoals ik die mij had voorgesteld, was er niet. Ik schrok, toen ik mij het gebrek aan emoties realiseerde. Ik had mij voorgesteld dat ik mijn moeder zou terugvinden met waardigheid en zelfrespect en frisse netheid, maar ik vond een wrak zonder hoop, noch wanhoop, alleen doffe berusting. Na een half uur kwam ik bij uit mijn overpeinzingen, toen zij overeind wilde komen. Zij zakte meteen weer terug. Ze was ver heen en ik vermoedde, dat het niet langer had mogen duren. Ik vroeg mij af, hoe ik haar toestand kon verbeteren, wat ik voor haar kon doen. Ik herinnerde mij, dat wij in december 1939 op vakantie waren bij de broer van mijn vader, Oom Hans en tante Bep, in Surabaya, en dat ik zoveel last ondervond van de hitte, dat ik aan één stuk door koud water dronk. Ik voelde mij op het laatst zo ziek en slap, dat ik dacht dood te zullen gaan. Mijn vader gaf mij in een restaurant een beker kippensoep met extra zout en citroen te drinken, waarop ik wonderbaarlijk snel opknapte. “Kippenbouillon met citroen zou haar kunnen redden!” Ik zocht in haar bundel onder de brits naar een kussensloop en ruilde die voor een kip. Het was voor de eerste keer, dat ik een kip slachtte. De schoongemaakte kip kookte ik in een pan met water op een houtvuurtje buiten het kamp. Het zout en een halve citroen kreeg ik van de Duitse familie. Ik gaf haar de bouillon voorzichtig te drinken, terwijl ik een stuk kip at. Zo redde een dode kip haar leven en ik kwam daarbij niets te kort; 

        Auteur Adriaan Bijl

zij de bouillon, ik de kip. Het restant stopte ik met een deksel op de pan onder haar brits voor de volgende dag. De Duitse familie en met hen de vier andere vrouwen in het kamertje hadden haar die laatste maanden steeds moed ingesproken:”Jij moet blijven leven voor je zonen”. Al deze activiteiten namen veel tijd en voor de terugtocht was het te laat geworden De Duitse grootmoeder stemde er in toe, dat ik die nacht op de grond een slaapplaats innam.

Uit het dagboek van mijn moeder

17 oktober 1945

Ja, nog steeds Banjubiru. Er is zoveel gebeurd in de laatste twee maanden, dat het een boekdeel zou kunnen vullen. Voor mij is de zon opgegaan toen onze beide jongens vrolijk, lachend, gezond en helmaal niet mager voor mijn bed kwamen staan. Zo zelfstandig en actief en zo lief en zorgzaam. Hun kostbare blik Klim melkpoeder en havermout hadden zij voor mij meegebracht. En Syd zwaaide triomfantelijk met zijn grote tros pisang en een blik gula jawa. De eerste dagen moesten zij telkens weer terug naar hun kamp, maar al gauw kwam Adje zich bij mij installeren en kwam Syd drie keer in de week. Ik zal nooit de kippenbouillon en gekookte kip vergeten, die zij mij kwamen brengen.

De dagen er na ‘pendelen’ wij dagelijks om de beurt op en neer tussen kamp 7 en kamp 10. Syd moest nog vaak 

corvee verrichten, zodat wij niet vaak samen kwamen. Moeder knapte aardig op en wij zochten overdag een plaatsje buiten de muren onder een boom om meer comfortabel te kunnen zitten en een potje te koken. Maar wij hadden nog steeds geen toestemming om in kamp 10 aan te sluiten. De aantekeningen uit het dagboek van mijn moeder tonen aan, dat zij na 24 augustus 1945 toch een vrij lange tijd ziek is geweest en zich bepaalde voorvallen niet goed meer herinnerde.

Een zware taak


Na een paar weken, nadat ook Syd regelmatig mee kon komen, zocht mijn moeder elders een rustig plekje op om ons te vertellen, dat wij vader niet meer terug zouden zien. Dat wij ons leven moesten inrichten zonder hem. Zij had bericht gekregen, dat hij tijdens een zeetransport schipbreuk had geleden en was omgekomen.

Uit het dagboek van mijn moeder

17 oktober 1945

De tweede keer dat zij kwamen ben ik met hen buiten op het grasveld gaan zitten om van Vader te vertellen. Ik kon maar geen begin vinden totdat Syd zei: ”Moeder wat is u toch verschrikkelijk mager”. “Ja vent, maar ik heb ook erg veel verdriet gehad”. En toen ging het verder vanzelf. Syd klopte mij bemoedigend op de schouder, zo’n stoere vent van 16 jaar, en verzekerde mij dat zij de kost wel voor mij zouden verdienen. En Adje zat stil, zijn wijsvingertje tegen zijn neus aan en daar lekte maar stilletjes de tranen af.”Denk eens aan de jongens, die een nare vader terugkrijgen en wij hebben zo’n fijne vader gehad”, zei Syd. Toen zij in de namiddag Ambarawa teruggingen waren zij goddank opgeruimd en ik voelde mij van een zware last bevrijd. 

10897288063?profile=originalOver de auteur Adriaan Bijl

Adriaan Bijl werd geboren in 1931, was in diverse kampen na Malang, Banjubiru, Ambarawa en tenslotte in Bandungan, bergkamp bon Ambarawa. Na de oorlog woonde hij in Semarang en Surabaya, waar zijn moeder lerares was op de HBS. Na de eerste klas werd hij en zijn broer op de Oranje naar Nederland verscheept waar hij verweesd aankwam en werd opgevangen door totale vreemden. Na de HBS is hij geneeskunde gaan studeren in Utrecht, deed een tropencursus en na een klinische ervaring van 2 jaar vertrok hij naar Afrika om daar 30 jaar te werken. Daarna werkte hij nog 11 jaar in Kuwait als flightsurgeon. Zijn moeder hield een dagboek bij tijdens haar leven, maar Adriaan heeft het nooit willen lezen. Tot het overlijden van zijn  moeder in 1990. Waarna hij, na eveneens het overlijden van zijn broer in 1993, zijn eigen verhalen opschreef, aan de hand van de de dagboeken van zijn moeder en zijn broer.

Dit verhaal is afkomstig uit zijn boek “Ik wou dat ik vergeten kon”. Meer verhalen uit Nederlands-Indië zijn te vinden op  www.indischeverhalen.nl. 

Lees verder…

KOUSBROEKS “HET OOSTINDISCH KAMPSYNDROOM” - deel 6.

10897266497?profile=originalKOUSBROEKS  “HET OOSTINDISCH KAMPSYNDROOM”

Besproken door: Pjotr.X. Siccama deel 6.

 

 

In 1987 overleed kapitein Raymond Westerling; de man die de politionele acties in 1946 had geleid tegen de onafhankelijkheidsstrijders in Nederlands Indië.

Ik kan me nog goed herinneren, dat hij tijdens de politionele acties op Java (met name in Bandung) door de meeste Indo’s op handen werd gedragen en geroemd voor zijn streng en resoluut optreden. Er waren niet genoeg adjectieven meer over om de man de hemel in te prijzen.

Mensen herinneren zich zijn lef en grote moed en zijn enorme kennis van vuurwapens. Hij kon bijvoorbeeld een voorwerp, een ei bijvoorbeeld, in de lucht gooien en via een spiegel die achter hem stond opgesteld het ei feilloos raken.

Dominique Venner*, een Frans historicus, schreef in 1977 een biografie over Westerling, “Westerling: guérilla story”, gefascineerd als hij was door diens leven.

 10897266675?profile=original

 

 

 

 

 

Dominique Venner (1935-2013).

Het bericht van het overlijden van Westerling kwam Kousbroek echter ter ore op het moment dat hij zich op Makassar bevond. De inwoners ter plaatse kregen het bericht blijkbaar eerder door dan hij. Ze spraken met hem over het feit dat deze man door de Nederlandse Staat  nooit was aangeklaagd en vervolgd voor de misdaden in hun land en dat hij vrij rond kon lopen. De Indonesiërs, meestal bescheiden in hun opstelling wanneer het op vragen stellen aankomt, legden hem deze keer direct die vraag voor. Net als wij kijken zij blijkbaar in kwesties als deze naar die misdaden door anderen, gepleegd in hun land, maar vergeten en passant dat er in 1965 in Indonesië tijdens de omwenteling onder de bevolking een grote slachting had plaatsgevonden.

De schrijver stond daar niettemin met een mond vol tanden en vond de vragen uiteraard pijnlijk. Een zeer opmerkelijke uitspraak kwam uit de mond van professor Said, een voormalige hoge Indonesische officier, die vond daarentegen dat de misdaden, gepleegd door Westerling, niet als oorlogsmisdaden kunnen worden beschouwd (.. het was oorlog.. etc.).

__________________________

* Venner pleegde dit jaar op 21 mei zelfmoord voor het hoofdaltaar van de Notre Dame in Parijs door zich door het hoofd te schieten, een en ander uit wrok tegen de aangenomen wet voor het homohuwelijk en de Islam in Europa.

 

In dit artikel betreft het de valse en echte geschiedschrijving van de meeste historici wanneer het om oorlogsmisdaden gaat.

Nederland is koploper in de selectiviteit van het veroordelen van (en oordelen over) oorlogsmisdaden, dan volgen Groot-Brittannië, de VS, Australië en de Filipijnen.

Met name het oordelen over en het veroordelen van de Japanse misdaden was en is strenger dan andere (oorlogs)misdaden. En dat nu is buitengewoon merkwaardig. Kousbroek geeft uitgebreid de details weer over het uitzonderlijk en merkwaardig standpunt van Nederland hierin en zeker in verband met de zogeheten smerige oorlog tussen 1946 en 1949 waarin kapitein Westerling de hoofdrol vervulde. Het

verbaasde hem ook zeer dat andere misdaden, eerder gepleegd in Indië met name op Sumatra en trouwens ook elders in de archipel, veel erger en wreder was geweest dan tijdens de Japanse bezetting. En wanneer in gezelschap uitgerekend dit onderwerp te berde wordt gebracht, dan kun je alle verwensingen naar je hoofd geslingerd krijgen, zeker van mensen die de Japanse bezetting aan den lijve hadden

 10897266692?profile=original

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Westerling op latere leeftijd.

 

ervaren. Het wordt dan weer “Mata Gelap” (zwart voor de ogen) bij wijze van spreken bij de meeste Indiëgangers met slechts een ééndimensionale blik.

Dan zijn de reactionairen er als de kippen bij om een en ander tegen te spreken.

Men kan zich over die valsheid van historische berichtgevingen nu wel verbazen, maar er is nog niet één historicus die zich daarover buigt – en/of durft te buigen - waar werkelijkheden worden verdoezeld, en gemanipuleerd. Op zo’n manier bestaat er geen enkele zuiverheid in de geschiedschrijving. Over mechanisme gesproken: een kwalijk ingesleten cultuurgewoonte die onacceptabel is.

“Er is”, schrijft Kousbroek, “geen verklaring waarom de meeste historici dit doen.” Ondergetekende heeft eens een historicus gesproken die zei dat er niet één geschiedschrijver is die helemaal objectief is. Dat kan wel waar zijn, maar het beroep mag geen alibi zijn om geschiedschrijving te verdoezelen of zodanig te manipuleren om zaken beter af te schilderen, niet ad-hoc en zeker niet post-haec. En dit laatste is in de historie maar al te vaak gebeurd, zeker wanneer het om economische en politieke belangen gaat. Op zo’n manier wordt het beroep van historicus, van wie mensen toch mogen verwachten dat wat deze beweert ook allemaal werkelijk, onafhankelijk integer en geloofwaardig is, discutabel. En juist de (bevochten) democratische vrijheden worden de laatste 45 jaar genegeerd, met voeten getreden en uitgehold alsof het de normaalste zaak is met als grootste representant de Verenigde Noord Amerikaanse Republieken. Een  natie die zich bij voortduring op de borst klopt als het gaat om vrijheden van het individu.  

Zo verging het bijvoorbeeld ook met de politionele acties onder Westerling tussen 1946 en 1949 in Nederlands Indië. Deze kapitein (aan wie carte blanche werd) gegeven)  was in die politionele oorlog ontegenzeggelijk tegen de bevolking van de archipel uiterst wreed opgetreden waarover men nu nog vol walging spreekt. Zijn optreden stond onder verantwoordelijkheid en gezag van de Nederlandse Staat die deze zwarte episode van de Indië geschiedenis waarvoor zij en zij alléén de volle verantwoordelijkheid draagt, maar die grote last nooit op zich heeft willen nemen.

Kousbroek brengt ons in herinnering dat, wanneer er wederom geruchten over misstanden kwamen en  parlementsleden de verantwoordelijke minster(s) c.s. hierbij om opheldering vroegen, de aanbrengers op hoon konden rekenen, maar ook met dreigende laster en zelfs met processen. Het paradigma van een ritueel (actueel in Europa zelfs) noemt de schrijver dat gemak waarmee dit soort ernstige misstanden gewoonweg kon voortduren (ik noem het een soort mimicri). Het is nu meer dan ooit  huiveringwekkend actueel geworden door de vlucht van de Amerikaanse medewerker voor het bedrijf Booz Allen Hamilton Edward Snowdon en recent nog de soldaat Bradley Manning (nog afgezien van Julian Assange van Wikileaks). Met Kousbroek hoop ik  dat “het paradigma van een ritueel” zich beperkt tot slechts een  incident en zich niet zal ontwikkelen als een gewoonte in het politieke circus. 


10897267064?profile=original10897267459?profile=original10897267481?profile=original

     

Bradley Manning                    Julian Assange                                                               Edward Snowdon

De affaire Westerling is mijn inziens zo’n geval.  Hij werd door de verantwoordelijke minister (cum suis) bijna geheel uit de publiciteit gehouden. De Staat had ervoor kennelijk een compleet scenario klaar liggen. Zijn terugkomst (na enorme omzwervingen) om maar wat te noemen werd in het begin geheim gehouden en de man zou direct zijn “ondergedoken” (wat volstrekt wordt betwijfeld) in Brussel (nota bene). In 1954 kondigde premier Drees aan dat de betrokkenen van de politionele acties niet zouden worden vervolgd. De Staat vreesde voor tumult mischien wel opstand (?) of  niet nader te vrezen “repercussies”(!). Zo simpel was dat: een enkele aankondiging van een premier, als representant van de Staat, opgelost en geregeld in een handomdraai, terwijl mensen moedwillig de dood waren ingejaagd en om rechtsmeken. Ongehoorde naïeviteit van de verantwoordelijken [(minister(s) en de Staat)]. In plaats daarvan liet  de Nederlandse Staat Westerling aan zijn lot over om zo de affaire dood te laten bloeden. Dat de man naar mijn mening misbruikt werd door de Staat was helder. Hij werd benoemd met alle volmachten (die wordt slechts toegekend aan een opperbevelhebber in oorlogstijd) en geroemd door generaal Spoor (c.s.)’’.. omdat hij zo’n harde strenge jongen was..’’(.)

Op de schouders van de Staat rust tot nu toe een loodzware schuld en een grote verantwoordelijkheid door de smerigste operaties door Westerling te laten uitvoeren. Het opmerkelijke hierbij was zodra over hem werd gesproken, de bewering dat Westerling- de hypocrisie ten top – opeens (.) “geen – echte - Hollander” was, maar een halve Turk (zie biografie). Ik vraag me wel eens af of de politionele acties voor de man geen traumatische vergissing zouden zijn geweest. 

Alle relevante informatie met betrekking tot deze door de Staat geïnitieerde oorlog tot behoud van de kolonie werd de Nederlandse bevolking immers geheel onthouden.

Geen historicus durfde het aan om de werkelijkheid op schrift te stellen uit vrees voor kapitteling, hoon, impopulariteit, (wellicht ontslag en geen opdrachten meer van Overheden of sancties en processen door de Staat (à la de VS). Het is triest te moeten vaststellen dat in een democratie als de onze de vrijheid van het woord door duistere niet nader te noemen elementen wordt beïnvloed, bezoedeld en beperkt. Het onthult de vele zwakheden in onze democratische staat en rechtsvorm. Het is zelfs nu heel actueel geworden sinds de onthullingen van bijvoorbeeld Wikileaks en de vlucht van de geheime Amerikaanse agent Snowdon die voorlopig in Rusland als asylant een onderkomen moest zoeken. De waarheid mocht zeker niet aan het licht komen en nu met de aanhoudende dreigingen vanuit het Midden Oosten al helemaal niet vinden de VS, die met hoge straffen aankomen zodra de onthullingen publiekelijk worden. (“..  leger/manschappen/instellingen moeten worden beschermd..”). Het is in de VS inmiddels en blijkens de recente actualiteit, standaard geworden bij dergelijke misstappen. Hier wordt het vrije woord en de pers geïntimideerd met alle signalen die erbij horen. Het onderscheid van vals en echt in de Noord-Amerikaanse cultuur(politiek) zijn termen die wurgend verstrengeld zijn geworden.

“Wanneer het gaat om het oordelen over het oorlogsverleden van andere naties,” schrijft Kousbroek, “dan doen wij dat met andere maatstaven dan bij ons eigen oorlogsverleden.”

Met name de geschiedschrijving van Nederlands Indië in WOII kon rekenen op heftige reacties toen de uitgave werd gepubliceerd (uitgave: WOII van L. de Jong) van Indische oorlogsslachtoffers, omdat daarin de beschrijving(en) niet positief zouden zijn uitgevallen. Een waterval van protesten volgden hierop.

Een subjectief standpunt van een oorlogsslachtoffer is wel begrijpelijk, in dit verband, maar niet als zondanig relevant voor het collectieve begrip oorlogsdslachtoffers in feitelijke historische zin, eenvoudig omdat elk oorlogsslachtoffer er een is die zijn of haar eigen verhaal heeft.

Tijdens de politionele acties werden door Nederlandse troepen onder leiding van Westerling oorlogsmisdaden gepleegd (Excessennota 1969, opgesteld 20 jaar na dato). Er was toch al een onderzoek ingesteld in 1950? Wat is er daarna gebeurd met het onderzoeksrapport?

De inhoud was nooit openbaar gemaakt; was het zo geheim dat de Staat en vele medeplichtigen daarin zonder meer de vrees hadden dat zij in discrediet kunnen worden gebracht?

Het merkwaardige is dat tijdens het proces in Indië (in Nederland kwam er door de teleurstellende mededeling van Drees helemaal geen proces) er slechts 42 vonnissen werden uitgesproken over deze misdaden die werden begaan door lagere militairen, waarvan er één was die de doodstraf kreeg en dat was – is het toeval? – een Molukker.

Men kan zich voorstellen hoe absurd en selectief de Staat (OM) met de rechtspleging aldaar was omgesprongen. Er was geen officier bij die terecht stond. Een schandaal van de eerste orde en Raymond Westerling raakte uit de gratie.

Generaal Spoor gaf daarna de opdracht om een onderzoek in te stellen naar de excessen en gaf deze aan: Westerling zelf. Men zou zeggen de slager die zijn eigen vlees keurt. Te bespottelijk voor woorden.

En hierin school nu de grootste fout van de Nederlandse Staat. De strategie van de Nederlandse Staat was om Westerling uit de klauwen van Justitie te houden, daar er achter de schermen zeer waarschijnlijk namen van medeplichtige lieden bekend en onthuld konden worden. 

Het gerucht deed de ronde dat een zekere Bernard von L., de man over wie zoveel te doen is geweest en die (door Hugo Brandt Corstius) in Vrij Nederland genoemd werd “de man die een spoor van venerische ziekten achterliet”, hierachter zou kunnen zitten. Tegen Westerling zelf bleken genoeg bewijzen te zijn, maar wie er verder achter zaten wordt tot nu toe verzwegen. De integriteit van de Staat lag (ligt nog steeds) onder vuur en die mensen die hier juist wat van moesten zeggen waren in geen velden of wegen te bekennen tot heden ten dage. De zwarte bladzijden die niemand te zien krijgt.  Kousbroek: “hoeveel bladzijden zijn er nodig voor het wél iets betekent?” En ook: “er zijn al zoveel bladzijden zwart gemaakt, (.)”; er klinkt irritatie en moedeloosheid in door. De Indonesische Republiek had na haar onafhankelijkheid om uitlevering van kapitein Westerling verzocht dat door Nederland resoluut werd afgewezen. De Nederlandse Staat is per slot geheel verantwoordelijk voor de daden van zijn staatsburgers, zo ook voor Westerling. Hij werd immers aangewezen (hij kreeg carte blanche) om de politionele acties te leiden die voor Nederland tot een totale catastrofe hadden geleid. Daarna poogde Westerling zelf (?) om een staatsgreep te plegen nadat de acties waren afgelopen (onafhankelijkheid in December 1949) die geheel mislukte. In de nasleep kregen we de affaire Jungschläger (zeeman), de man die door de Indonesische Rechtbank wegens hoogverraad tot levenslang werd veroordeeld evenals de officier bij het KNIL Henry Schmidt.

 

10897267498?profile=original

Leon Jungschläger (1904-1956).

 

Precies over deze laatste periode vinden wij geen enkele  werkelijke informatie over wie hier, naast Westerling echt achter de operaties zaten. In ieder geval werd de zaak Westerling uiteindelijk geseponeerd door het OM (wederom om onduidelijke redenen).

Zodra het om gedragingen gaat van andere naties, schrijft Kousbroek, nemen de Nederlanders nog steeds een onverzoenlijke houding aan. Men kijkt dan naar andere koloniale mogendheden en zegt: kijk naar de andere Europese kolonialen want daar is het toch erger dan bij ons enz.; een drogreden om zichzelf schoon te praten.

En ook hier, over deze zwarte periode, zwijgen de historici.

Het is echter hun taak om van de geschiedenis in ernst en juiste vorm kond te doen, en niet om zich in allerlei bochten te wringen uit vrees om straks te worden overstelpt met klagers, klachten, dreigende processen aan de broek, zoals wij onder andere in de VS hebben gezien (geval van May Lai affaire*) en nu nog krijgen te zien.

We moeten er echt voor waken om niet op de VS te lijken, want dan zijn we echt in de aap gelogeerd.

Wij moeten niet vergeten dat tijdens WO II meer dan 2,5 miljoen Indonesiërs (Romoesja’s**) waren omgekomen en onder de Indonesische dwangarbeiders de sterfte maar liefst 74% bedroeg. Kousbroek geeft bijvoorbeeld een opmerkelijk vergelijking met het overleven in een oorlog: de kans dat je als krijgsgevangene uit het Japanse kamp levend uitkomt was ca.78% maar voor de Joodse gemeenschap in het

___________________________

*      Het bloedbad van Mỹ Lai was een slachting op 16 maart 1968 die werd aangericht door Amerikaanse soldaten tegen burgers, vooral vrouwen en kinderen, uit de Vietnamese plaats Mỹ Lai.

**   Een Romoesja (Japans: "arbeider") was een veelal uit Java afkomstige arbeider die tijdens de Tweede Wereldoorlog onder aan slavernij grenzende omstandigheden voor de Japanse bezetter moest werken. 

concentratiekamp was de kans minder dan 9% (!). Wie wil nu nog vergelijkingen trekken vraag je je dan af. Wanneer ik die passages in het werk van Kousbroek lees, ril ik over mijn hele lichaam van ontzetting en staat mijn hart bijna stil.

Het is het massale van de slachting die zich in de geschiedenis heeft afgespeeld dat mij naar de keel grijpt. En nog kost het mij grote moeite de gegevens zoals die in het boek van Kousbroek zijn neergeschreven weer nuchter te overzien en te herlezen. Het is mij eigenlijk onmogelijk gebleken. Men kan in dit geval overduidelijk spreken over oorlogsmisdaden; een oorlog voorwendend als excuus voor iets wat niet opgelost is.

Zo idem dito tijdens de burgeroologen in het voormalig Joegoslavië in deze eeuw, waar etnische zuivering in een burgeroorlog heeft plaatsgevonden en dat zowat in onze Europese achtertuin.

Het vergelijk dat je veel hoort van mensen die een oorlog hebben ervaren in de zin van: de Japanners c.q. Duitsers/Hollanders etc. waren veel erger met hun wreedheden in de oorlog, lijkt op een etiket dat ze maar al te graag opgeplakt willen hebben. In vergelijkingen worden de ergste wreedheden tot in de details uit de doeken gedaan waarna het toppunt van vergelijkend oordeel volgt met de gevolgtrekking dat oorlog wreed en afschuwelijk is. 

10897268076?profile=original

 

 

 

  

 

 

Curzio Malaparte

Een heel curieus verschijnsel in dit verband is een zogenaamde geschiedschrijving van Curzio Malaparte (pseudoniem voor Kurt Suckert), een Italiaanse schrijver (vader Duits en moeder Italiaans), die een ‘historie’ schreef die, naar bleek, volkomen fictief was. Hij werd geprezen en geroemd om zijn verhalen [(o.a. La Pelle (de huid), Kaputt (Duits voor ‘stuk, gebroken’ en Sangue (bloed)], die hij allemaal verzon. Ernstiger  (historische gebeurtenis) wordt het bij La Pelle, wanneer hij de invasie van de Amerikanen in de buurt van Napels en op Sicilië beschrijft waar omheen hij echter veel heeft gefabuleerd*. En juist deze gebeurtenissen maken maar al te vaak grote indruk op het publiek op het moment dat de bevrijding eraan zat te komen.

Vertekende beelden, te mooi voorgespiegeld voor de Italianen, maar zij smullen van de eufemistische manier waarop de schrijver de werkelijke gebeurtenissen, in geschiedschrijving wel te verstaan, had vastgelegd die zo overtuigend en geloofwaardig overkwamen (de schrijver functioneerde als tolk bij de Amerikanen) dat mensen werkelijk dachten dat het zich werkelijk zo had afgespeeld. Het heeft ergens iets te maken met “het sprookje dat werkelijkheid wordt” en/of het Pygmalische verschijnsel zoals ik het noem.

 

_______________________

* Eufemisme voor verzonnen – in deze context heel toepasselijk gezien de

schrijftrant van de auteur Malaparte.

 

Met verzinsels kun je, zo blijkt, ook goed je brood verdienen (zie afbeelding Villa Malaparte). 

10897267692?profile=original

10897268657?profile=original

  

Villa van Malaparte op Capri.

  

Poncke Princen.

 

Een wat recenter geval deed zich voor toen een visum voor Nederland aan Poncke Princen* werd geweigerd vanwege het grote tumult dat ontstond van de zijde van oudgedienden (én anderen). Hij werd immers als een soort landverrader beschouwd.

De historici hielden met betrekking tot deze kwestie nagenoeg hun mond; men had ook geen poging ondernomen om die controversiële periode en publique op te helderen. Men vond kennelijk dit onderwerp en de persoon Princen te onbelangrijk om er enige ruchtbaarheid aan te geven, terwijl dat nu juist een mooie kans was geweest.

Dan maar de doofpot in: de koloniale doofpot. Kousbroek vroeg zich met recht af hoe we toch in hemelsnaam met zo’n belastend verleden met de werkelijkheid kunnen omgaan. Was en ís het kwader trouw of schuilt er meer achter?  

Het zijn nog steeds vragen die de schrijver (en de Indische gemeenschap trouwens ook) bezig houden. Waar zou men bang voor zijn?

Men zwijgt als het graf en wanneer er hierover vragen worden gesteld dan is het antwoord: we weten alles al: het ligt bij De Slegte! Nee dus. Ondergetekende heeft er (voor de goede orde) bijvoorbeeld nooit een waardevol boek gekocht over deze materie omdat bij inzien daar, maar ook in de reguliere boekhandel niet de (vermeende) onthullingen in zijn te vinden betreffende controversiële Indische kwesties. Het is humbug wat de historici vaak beweren of de zaken om weer duistere redenen omzeilen (waarvoor en waarom?): in mijn ogen zijn zij op zo’n manier hun beroep onwaardig. Niet bepaald goede heelmeesters en zoals we weten maken slechte heelmeesters altijd stinkende wonden.

Dan de historicus Van Doorn met de zin (op de vraag of er een doofpot bestaat): “..je kunt niet van een doofpot spreken in die tijd dat de ‘onthullingen’(?) nog niet bij De Slegte lagen (!) Toen was de werkelijkheid precies even werkelijk als nu..” Et voilà. Je broek zakt af van deze plattitude.

­________________________

*  Johan Cornelis Princen (Den Haag, 21 november 1925 – Jakarta, 21 februari 2002) was een Indonesische mensenrechtenactivist van Nederlandse afkomst. Als dienstplichtige deserteerde hij in 1948 in om bij de Tentara Nasional Indonesia (TNI, Indonesische republikeinse troepen) dienst te nemen. 

Kousbroek: “het is toch moeilijk vol te houden dat dat zo is.’’

Men vraagt zich af wat er toch met die lieden aan de hand is.

Het wordt nog erger wanneer een – overigens geen prominente – historicus tracht om alsnog over controversiële zaken de werkelijkheid te onthullen. Men kan op zijn vingers natellen hoe lang het duurt voor deze wordt verketterd en onthoofd.

Van een historicus als b.v. ook Fasseur mag ieder toch op zijn minst verwachten dat hij in controversiële kwesties en zaken als voornoemd een echt duidelijk en persoonlijk standpunt inneemt en zich niet achter vaak eufemistische en af en toe academische uitleg verschuilt en zich alleen daartoe beperkt. Daar heeft niemand wat aan.

Standpunten én lef bij betrokkenen zijn schaars of helemaal afwezig; dat is het beeld wat men te zien krijgt in de loop van de tijd en ze bevatten daarom geen enkele waarde noch bijdrage aan een adequate geschiedschrijving.

Er bestaat geen zogeheten klokkenluider onder historici, tenminste niet in Nederland, die moet nog worden geboren of uitgevonden.

Sommigen van hen krijgen trouwens kennelijk zoveel opdrachten (vaak van overheidswege) dat ze het op een of andere wijze lastig vinden om ook nog wat écht is boven tafel te brengen.

Het is dus heel veilig om dat maar net niet te doen. Want stel je toch eens voor dat een overheid een geschiedschrijver – niet prominent, van wie ze nauwelijks iets weet - een opdracht van belang zou geven. Dat is solliciteren naar tumult is de gedachte.

 Nee, het moet bij voorbaat veilig belanden bij hem of haar in wie de opdrachtgever alle vertrouwen heeft.  En zo modderen Nederlandse historici maar lekker door. Laten we onszelf toch niet bedriegen wanneer het om opdrachten gaat bij overheden en ook bij bedrijven en particulieren: het gaat hier niet alleen om de kip of het ei, maar ook om andere zaken die het daglicht niet kunnen verdragen, dat mag helder zijn.

 

!cid_imag10897268674?profile=original

 

 

 

 

 

 

 

Demonstratie in Nederland.

 

10897269286?profile=original

 Kapitein Westerlings aankomst in Brussel.

 

 

 

Lees verder…

Persbericht - ICM luidt de noodklok bij Mark Rutte

10897251291?profile=originalPersbericht, 12 september 2013 Harderwijk.

 

ICM luidt de noodklok bij Mark Rutte  en bij de  leden van de Tweede Kamer.
 
ICM de Indische Internet media -  die 400.000 Indische gemeenschap bediend in Nederland  - luidt de noodklok. 
Dit naar aanleiding van het staatsbezoek dat in november aanstaande  eindelijk staat gepland aan republik Indonesia. Wel aan de zeer late kant.  De vele vragen en open brieven gericht aan Mark Rutte die ICM redactie bereikten van de lezers zijn zeer verontrustend.  Met welk doel ?  Hoe ziet de agenda eruit?  Gaat het om de gelanceerde  Indonesische economische master plannen waar Nederlandse organisaties nu intensief meebezig zijn sinds 2009? Of gaat het om de excuses rond de 17 augustus 1945 die Nederland al 67 jaren negeert?  
 
De bezorgdheid is groot van al deze respondenten die al 67 jaren zien deze tanende betrekkingen, in vergelijking tot de omringende Euro -  buurlanden die wel goede banden hebben met hun oud-kolonie.   De conclusie unaniem is dan ook dat Nederland nooit in deze zware economische resie zou zijn beland desondanks de tegenslagen, die nu  van de economische groei van Indonesia mee kon profiteren.
 
Ook bij betrokken organisaties (ondernemers) is de bezorgdheid groot die in een eindstadium verkeren met onderhandelingen met  Indonesische Overheid met betrekking tot de Indonesische economische masterplannen, die heel bouwend Nederland zo aan het werk kan helpen.
 
Al eerder werd een beroep gedaan op 1 van de ministeries die deze ontwikkelingen tegenwerkten of probeerde de eer naar zich toe te halen.
 

Diverse malen heeft ICM media de leden van de Tweede Kamer dit jaar geïnformeerd over de ontwikkelingen van Republiek Indonesië Economisch Masterplan. Tegen de achtergrond de houding van Tweede Kamer tegenover de republiek Indonesië doen lijken of nog in de koloniale tijden leven, die alleen als arrogantie kan worden uitgelegd in buitenwereld. Hierop werd Timmermans in maart van dit jaar gestuurd. Weer een grote misser om in plaats van oud Koningin op staatsbezoek te sturen.  Weer werd de Indonesische regering vernederd.  

 
Daarom hebben het ICM forum journalisten, correspondenten en analisten van ICM de koppen bij elkaar gestoken en al vast een rapport samengesteld uit het 334 tellende Indonesisch economisch masterplan opgesteld in de bijlage onder titel "  Diaspora Dispatch  a Memorizer for Prime Minister Mark Rutte " die een kijkje geven in de wereld van Nederland - Indonesia anno 2013  hier om te downloaden.
 
 

Voor vragen redactie schwab@icm-online.nl  tel 0341 453817  mob 061 295 2154
ICM Online - Indische Media  - www.icm-online.nl  
De documenten en bronnen van Indoneische Economisch Masterplan en Jakarta Baru Masterplan
 
 
 Master plan presentatie  Jakarta Baru dat is geselecteerd http://youtu.be/hGtol65OeUg
 
Lees verder…

Oproep aan Mark Rutte!

 

10897252253?profile=original10897239901?profile=originalOproep aan Mark Rutte! 

 

 Dit jaar informeerde ICM Breaking News nadrukkelijk dagelijks de Nederlandse regering om de aandacht te richten met name op de ontwikkelingen  van de republiek Indonesië. Het informeel informeren veranderende in dringende verzoeken, en eindelijk lijkt het gehoor te krijgen. Al hoewel november rijkelijk aan de late kant is. En niet zo maar, sterker nog de intentie bestond zelf dat er sprake was om via het indienen van een motie om  de Nederlandse regering  meer te bewegen dat deze  zich meer moest concentreren op belangrijke zaken die economisch Nederland uit het diepe dal kan halen en  zich richten op opkomende economieen met name specifiek  op de ontwikkelingen op oud -kolonie  de republiek Indonesia. Met speerpunten de handelsbetrekkingen en de excuses aan de Republiek Indonesia (RI) . Sinds 1995 wacht R.I. hierop dat in 1995 werd verstoord toen oud-koningin Beatrix op bezoek in Jakarta werd verbroken door Pvda – ers  oud – minister president Kok en Pronk, die haar ecuses wilde aanbieden. Dit bleef na sidderen tot nu. Velen hebben dit via de media dit jaar nog deze vele excessen kunnen volgen die in Kamer breed uit in wereld media kwam als R.I ter sprake kwam. 

Zeker nu Nederland door een diepe crisis gaat economisch gezien met oplopende werkloosheid, begrotingstekort, schulden en crisis binnen de banken. Nog steeds zitten de banken met slechte leningen op de balans (luchtbel) en waar ruim 1 miljoen mensen hun huizen onder water  staat. Het zich op het licht aan einde van de tunnel is komende 5 jaren niet te verwachten, en de huidige maatregelen beperken zich door het snijden in eigen vlees in plaatst door naar buiten te “veranderen” . De Nederlandse case in niet te vergelijken met omringende landen met de grootste schulden in de hypotheken. Er is 1 manier investeren in opkomende economieen zoals R.I. ;En niet die 100 miljard uit pensionfonds halen en investeren in de zieke - en kwallende economie van Nederland die schijnbaar arbeid (Melkert banen)  creert en over 6 jaren weer is verdampt, en weer draait de belastingbetaler hier voor op!

 Waarom die urgentie?

Vier jaren geleden lanceerde de president  Susilo Bambang Yudhoyono  ( lid van de  G20) Indonesië een Economisch Masterplan (MP3IE). Hierop hebben Nederlandse ondernemingen op ingeschreven  met hun plannen ( naast andere aanbieders uit andere landen)  en deze zijn uiteindelijk geselecteerd om het master plan te mogen realiseren. Andere partij heeft reeds het informatie plan ontwikkeld voor de Informatie Communicatie Technologie die o.a. in het master plan als onderdeel verwerkt staat. Dit alles vertaalt zich dat Nederlandse bedrijven direct aan de slag kunnen voor fase I tot 2019, en daarna tot 2027. Heel industrie, en bouwen Nederland hebben in 1 keer werk structureel!

Andere belangrijk aspect, grote investeerders (o.a. De Arabische liga, VS, naast andere PP)  hebben zich geschaard achter het ontwikkelde plan voor fase I Jakarta Baru master plan (JBM).  Deze partijen hebben fors geïnvesteerd in geld en inspanningen de afgelopen vier jaren.  Desondanks de master projecten in de startblokken zitten, wordt er nu geen voortgang geboekt. Het schijnbaar vermoeden is het wachten kennelijk op de Nederlandse regering die wat aan de relatie met R.I. moet. gaan werken.  

Bij het vernemen dat Mark Rutte in november van dit jaar naar Indonesië gaat met de handelsmissie, zijn op de redactie ICM vele reacties binnen gekomen met wensenlijstjes, en  hebben de partijen op ICM de koppen bij elkaar gestoken en een platform gevormd om gezamenlijk de zaken zo helder mogen te brengen en in gang te zetten.  

Het bureau MM Sustainable & MultiMedia bijvoorbeeld - gevestigd in Amsterdam en Soerabaja -  heeft na een onderzoekende verkenning deze zaken overzichtelijk in een rapport samengevat " uit MP3IE Master Plan van de Indonesische regering tellende 334 pagina's. De twee landen op een scorecard geplaatst naar de diverse perspectieven. Een soort Bench Markt met  onmogelijkheden, mogelijkheden en beperkingen aan geven om Mark Rutte te ondersteunen bij zijn handelmissie, en niet onbelangrijk het werk is al gedaan door de groep Nederlandse ondernemers die vanaf 2009 hieraan hebben gewerkt.  

De Nederlandse regering moet zich terdege bewust zijn dat alle plannen met betrekking tot Master plannen door de Nederlandse onderneming gereed zijn en hier in Nederland beschikbaar zijn en zo kunnen worden uitgerold, het wachten is nu op de Nederlandse regering om start schot te geven door het Gebaar waar R.I. op wacht. Ook met de grote investeerders is het akkoord bereikt. Dit alles staat beschreven in onderstaand samenvattend rapport uit oorsprokelijk rapport van 334 pagina's.

Rapport  dat de titel draagt dat op Diaspora Dispatch Memorizer for prime Minister Mark Rutte   is te downloaden.

 

Voor verdere vragen schwab@icm-online.nl. die beschikt over bronnen, plannen en rapporten.

 

 

Lees verder…

10897239901?profile=original

10897252253?profile=originalBerg mails bereikte redactie i.v.m bezoek Mark Rutte aan SBY (Rep. Indonesia). 

De ontwikkelingen rond Indonesië en het aangekondigde bezoek van Mark Rutte hebben veel stof doen oplaten in de Indische Gemeenschap die ICM redactie uit alle hoeken van de Indoland mocht ontvangen. Bij velen is niet bekend dat ICM breaking News al 14 jaren naar redacteuren en omroepen gaan, en nadrukkelijk ook naar alle leden van politiek Den Haag om het Indisch geluid te laten klinken als de Indische klok.

Dat het werk hebben wij dit jaar kunnen zien dat "stilzwijgend" al sturende zaken worden opgepakt, en deze signalen niet worden genegeerd. 

Dit komt omdat het team met zuivere, eerlijke en transparante bedoelingen heeft desondanks het "verleden" toch constructief opbouwend bezig om aan die betrekkingen van Indonesië - Nederland te verwerken zonder het verleden te vergeten, maar op de juiste manier te brengen met redelijke feiten. Vele Indo's halen hier hun Indo neus op wat ICM betreft. Desondanks de Indo-neuzen ontving ICM deze  berg e-mails met "wat Mark Rutte al niet moet doen”; niet te vergeten de open brieven van solisten die hun ego proberen te strelen. Niet wetende dat ICM de stem (doorgeefluik) is 14 jaren van een IP, NICC en Overige niet genoemden. Absoluut geen afbreuk wil doen wat op alle terreinen nu werd bereikt door vele  gezamelijk intensieve inspanning.

En alleen door eendracht en samenhorigheid zoals de laatst "Stille Tocht" in Den Haag; waar juist die solisten het laten afweten.

 

Daarom heef redactie ICM met correspondenten /journalisten  een project geformeerd voor de komende tijd een plan opgevat om Mark Rutte als "onzichtbare Online politieke partij " te steunen. Met als doel een constructief opbouwende brug op een nieuwe toekomst "Indonesië - Nederland" waar op het juiste moment over het "verleden" gepraat kan worden maar eerst moet zo'n klimaat worden geschapen.

ICM Editor/ redacteur

Ferry Schwab

Lees verder…

In Memoriam: Lilian Ducelle 1919 – 2013

10897271861?profile=originalIn Memoriam:  Lilian Ducelle  1919 – 2013   Ons bereikte het trieste bericht dat op 5 augustus 2013 om 23.30 uur Lilian Ducelle is overleden. Lilly Mary Hermine van Zele zoals ze officieel heet, werd geboren in Sitoebondo (Oost-Java) in 1919. Ze is vooral bekend geworden door haar werk voor het tijdschrift Tong Tong (tegenwoordig Moesson). Eerst als uitgever en later, na het overlijden van haar echtgenoot Jan Boon (Tjalie Robinson), als hoofd-redacteur. Ducelle staat in Indische kringen bekend om haar scherpe pen, haar kritische blik en bevlogenheid. Ook stond ze bekend om haar uitgesproken standpunten over de Indische gemeenschap.

Lilian Ducelle begon als 18-jarige    haar journalistieke carrière bij het Soerabajaasch Handelsconcern. In 1945 werd ze oorlogscorrespondent waarna ze voor verschillende kranten en tijdschriften werkte.  Zo was ze  columniste en copywriter bij Nieuwsgier en Asia Raya. Voor de columns van de Vrije Pers veranderde

Foto - Lilly Mary Hermine van Zele (Lilian Ducelle

zij haar schrijversnaam in Lilian Ducelle, de naam die later bekendheid zal krijgen bij het grote Indische publiek. Na de onafhankelijkheid van Indonesië vertrekken Lilian en Jan noodgedwongen met hun gezin naar Nederland. Na de capitulatie van Japan in 1945 werd ze oorlogs-correspondent bij de Leger Voorlichtings Dienst (LVD). In deze ruwe mannenwereld wist zij zich bijzonder goed te handhaven. Daarnaast werkte ze als columniste en copywriter bij Nieuwsgier en Asia Raya.  Voor haar artikelen in de Vrije Pers neemt ze de schrijversnaam Lilian Ducelle aan. In 1950 trad ze in het huwelijk met de schrijver Jan Boon, die vanaf de oprichting van Stichting Tong Tong zijn medewerking gaf onder de naam Tjalie Robinson, onder welk pseudoniem hij eveneens een aantal boeken schreef. Ook het gezin Boon ontkwam niet aan de repatriëring en in Nederland aangekomen waren ze nauw betrokken bij de oprichting van de Stichting Tong Tong en het gelijknamige tijdschrift. Na het overlijden van Tjalie in 1974 was Lilian vele jaren hoofdredacteur van het tijdschrift, dat later werd omgedoopt in Moesson.

 10897271671?profile=originalLilian Ducelle is haar leven lang een kritisch journaliste geweest, die er niet voor schroomde om flink en ongezouten de waarheid te zeggen. Zo liet zij zich regelmatig uit over in haar ogen  zeurende Indische Nederlanders die jaren na dato blijkbaar nog steeds de haat tegen alles wat Japans is blijven aanwakkeren. Een gezeur dat volgens haar orkaankracht bereikte. “Dat er ongelooflijk geleden is tijdens de Japanse bezetting In Indië, waar verreweg de meeste Nederlanders geen weet van hebben, is ontegenzeggelijk waar, maar om dan schrijvend, dichtend, gillend en krijsend op papier om deze feiten heen te blijven draaien, daar wil ik niets van weten”, aldus Lilian. Een van haar gevleugelde uitspraken en tevens titel van een van haar boeken, is: “Doe

maar gewoon, dan doe je al Indisch genoeg”. Tijdens haar journalistieke leven is ze een fenomeen geweest, waar maar weinigen omheen konden.

Tot bijna het einde aan toe is zij blijven schrijven, zij het in een rustiger tempo. Haar liefde voor Indië, haar medemens en haar werk zal ons altijd bijblijven. Ze is 93 jaar geworden. Vlak voor het verschijnen van deze Nieuwsbrief is Lilly Boon-Van Zele in besloten kring gecremeerd. Wij wensen haar kinderen en verdere familie en vrienden heel veel sterkte toe.

Wie meer wil weten over het leven en werk van Lilian Ducelle, adviseren wij het artikel te lezen van historicus Prof. Dr. Wim Willems:

http://www.dbnl.org/tekst/will034cult01_01/will034cult01_01_0006.php

Lees verder…

10897239901?profile=originalMark Rutte neemt zijn ouders als voorbeeld,  die uit Indonesië vertrokken.      In zijn lange lezing die Mark geheel uit zijn hoofd deed kleurt hij de VVD profiel die de laatste tijden werd gedomineerd door de PvdA, immers de partij van de maakbaarheid in de samenleving.

De Premier stelt dat Nederland moet durven te veranderen. Nederlandse Burgers moeten durven te veranderen en zich gedegen voorbereiden op de grote technologische ontwikkelingen die zich voltrekken.

Als voorbeeld haalde hij aan zijn ouders. Zij vetrokken in 1957 uit Indonesië naar Nederland om opnieuw een start te maken nadat het “land” alle Nederlandse bedrijven had genationaliseerd. Onder moeilijke omstandigheden moesten ze zelf rooien. Van zijn moeder heeft hij optimisme, en zijn vader leerde hij dat iedereen in het land zijn bijdrage moet leveren.

Met zijn stilzwijgen door breekt hij de boodschap waar grondig over is nagedacht het beeld dat krampachtig hervormingen alleen naar Nederland wordt gekeken. Met het beeld van zijn ouders toont hij het Indië van toen waar Nederlandse ondernemers naar toe gingen om hun geluk te beproeven, en in Nederland aangekomen geen Overheid die zich bekommerde over de Indië – gangers tot op heden. Zijn Indisch verleden kleurt nu nadrukkelijk.

Het frappante is dat Indonesië en Indië tijd de laatste tijd veel in beeld komt bij Mark Rutte, en juist op onderwerpen die nog niet zijn opgelost uit het verleden. Wat vandaag betreft lijkt er op dat Mark begonnen is aan offensief campagne wat de hervormingen betreft. In  Indonesië de Nederlandse toekomst ligt om als ondernemers te investeren net als zijn ouders.

10897237700?profile=original

Steun ons om ons werk af te maken door te tekenen en te doneren
                           

Indische zaak - Het Traktaat van10897237288?profile=originalWassenaar 1966 

Hier Onderteken petitie   < of >    Kijken wie er getekend hebben

< of >   Laatste Updates  In het Engels hier

Lees verder…

De lagere school in Wassenaar

De lagere school in Holland ,Wassenaar.

Daar, langzaam en verlegen, kwam ze dan voor het eerst op een normale school in de vijfde klas september 1947. Na vier jaar Jappenkamp, zonder onderwijs,nu 12 jaar oud in het mooie Wassenaar. Mager, geel en met weggerotte voortanden, ze durfde niet te lachen of met opgericht hoofd te praten, want dan lachten zes stompjes je toe. Daar in dat grote klaslokaal werd ze zich ook bewust van de vreselijke achterstand. In deze hecht gevormde gemeenschap was zij een bezienswaardigheid. Werd heel veel gepest en niet geaccepteerd. Zo liep ze dagenlang in de pauze in haar eentje over de speelplaats, hier en daar kijkend wat ze aan het doen waren en werd ze volkomen genegeerd.

Diep bedroefd, alleen, liep ze dan weer naar huis om daar thuis keihard te werken aan het inhalen van de achterstand. Ook 's zomers was ze bezig, schreef hele hoofdstukken Nederland over zodat het in haar hoofd gegrift zat, waarna ze ieder hoofdstuk kon verkopen voor heel weinig aan kinderen, die voor straf een provincie zoveel keer moesten overschrijven. Tijdens deze schooltijd kreeg ze een hele grote operatie in Utrecht, waarbij in een soort tribune-achtige zaal een hele groep tandheelkundige studenten zat mee te kijken naar dit staaltje weggerotte tanden en een professor, die al pratende zijn uiterste best deed om alle wortels schoon te krabben, ook de neusvleugels van binnen.

Met een hoeveelheid hechtingen boven haar tanden waren zij na anderhalf uur klaar met alles. Onder applaus en stervend van de pijn ging zij naar haar grootmoeder, die in Utrecht woonde. Deze stopte haar met veel aspirines in bed. Op deze schoon gemaakte wortels werden zilveren, hele kleine scherpe tanden gemaakt, waarover later zes mooie witte tanden werden geschoven. Ze kon met die zilveren enge tandjes zo meespelen in een horror film. Het pesten werd twee keer zo erg. School werd een kwelling. Het enige dat haar troostte was, dat haar leraar zich er helemaal voor inzette haar aan alle kanten te helpen, wat ook gelukt is.

Op een dag, weer eenzaam lopend op de speelplaats, kijkend naar die vrolijke spelende en lachende kinderen, stond ze stil bij een groepje touwtje springende meisjes uit de zesde klas, kwam Tineke, het meest populaire meisje van school en de favoriet van het hoofd, blonde krullen, helle blauwe ogen, zeer bij de hand, met een mooie zangstem, op haar af en zei hardop en luid tegen de groep: "Zij doet van nu af aan ook mee". Zo gebeurde dat ook meteen. Van die dag af werd ik volledig opgenomen in de groep en kreeg ik een erge leuke tijd. Nooit had ik toen kunnen vermoeden, dat haar eerste dochter mijn schoondochter zou worden, waardoor wij samen twee kleinkinderen kregen en ik haar tot op heden ten dage iedere verjaardag zie en ook al jaren met haar in mijn leven op trek. Deze Tineke is nu ook een bejaarde dame, maar nog steeds met een ijzersterke wil, een echte taaie en voor zover ik weet ook "oud en opgewekt".

Dinkie

Lees verder…

Indonesië hoeft geen excuses

Indonesië hoeft geen excuses

10897276895?profile=original

• Premier Rutte viert met de Indonesische ambassadeur Marsudi de onafhankelijkheid van het land op de residentie in Wassenaar. Rutte zei dat hij „een beetje jaloers” was op de economische groei die de Indonesische economie doormaakt. Met de handelsmissie is het de eerste keer sinds 2006 dat een Nederlandse premier Indonesië bezoekt. „Dus het werd tijd ook.” FOTO: SERGE LIGTENBERG

Indonesië zit niet te wachten op excuses van Nederland. Dat zei de Indonesische ambassadeur Retno Marsudi gisteren tijdens de viering van de Indonesische onafhankelijkheidsdag. „In de relatie met Nederland willen we vooruit kijken, niet achteruit”, zei Marsudi.

Sinds bekend werd dat premier Rutte in november een handelsmissie leidt naar het eilandenrijk, wordt er weer gespeculeerd over het aanbieden van brede excuses voor alle misstanden die Nederland tijdens de Indonesische onafhankelijkheidsoorlog (1945-1949) heeft begaan. Het kabinet vindt dat de openbare excuses door de Nederlandse ambassadeur voor de standrechtelijke executies in Zuid-Sulawesi en voor het bloedbad in het WestJavaanse Rawagede in 1947, en de schadevergoeding voor de weduwen, voldoende zijn. Marsudi: „Liever benadruk ik onze handelsband en onze samenwerking op het gebied van watermanagement.”

Lees verder…

10897266653?profile=originalKousbroeks KAMPSYNDROOM  

Besproken door: Pjotr X. Siccama – deel 5.

 

In dit deel van de bespreking van het boek lijkt het alsof een pijnlijk herinneringsbeeld wederom uit de laden van verwarring en ontzetting tot leven komt.

De nooit gestelde vraag bij de Indische gemeenschap was én is: had de Nederlandse Staat een echt plan om de nieuwe Nederlanders uit haar kolonie op een adequate manier te laten integreren? Of was er helemaal geen plan, behalve dan dat slechts tijdens een onderonsje van betrokken bewindslieden vage (en duistere) afspraken werden gemaakt? (Ik verwees de lezer naar eerder gepubliceerde artikelen van ondergetekende in ICM: “ontkenning van een bevolkingsgroep” – (Toegegeven dat die bewuste artikelen  in  woede en haast waren geschreven).

In het begin van de vijftiger jaren, precies een jaar na de onfhankelijkheid van de Nieuwe Republiek Indonesië, kwam de commissie Werner met een verwerpelijk rapport over de nieuwkomers uit het voormalig Nederlands Indië.

Deze commissie vreesde storm op komst, donkere wolken en sociale onrust bij de dreigende repatriatie van alle Europeanen uit het voormalig  koloniaal gebiedsdeel.

Kenmerkend voor het rapport waren niet alleen dat de aanbevelingen maar ook dat de rest van het rapport doortrokken was van verwerpelijke en absurde ideeën van de commissie Werner. Een paar ervan zijn onder andere de volgende:

De repatrianten (hier wordt de Indisch-Europese gemeenschap bedoeld), zouden in Nederland tot (grote) sociale onevenwichtigheid en grote onrust leiden. Verder zouden deze mensen niet in staat (liever gezegd: helemaal niet bij machte alsof ze allemaal kennelijk een handicap hadden) zijn normaal in het arbeidsproces e.d. te worden ingezet en  deel te nemen aan de Nederlandse maatschappij. “Zij (Indo-Europeanen) horen thuis in de tropen”, het staat er echt. Enkel de kinderen van de Hollandse KNIL-soldaten, die blonde of rode haren hadden, mochten worden gerepatrieerd, omdat die in de Indische maatschappij discriminatie te wachten stond. (.)  

Ridiculiseren was voor de commissie kennelijk een aparte kunstvorm. Om kort te gaan: een waterval van vooroordelen en valsigheden waar geen einde aan kwam. Het beruchte rapport zou heden ten dage leiden tot aangifte door  het OM wegens rassendiscriminatie van de auteurs (onderzoek van Pelita). Mijnheer Werner had met zijn gruwelrapport tegenover een bevolkingsgroep voor de rechter moeten worden gesleept. Waarom het niet is gebeurd, blijft een raadsel. Nauwelijks drie jaar geleden is de man overleden en al die tijd heeft Justitie liggen slapen. De Nederlandse Staat heeft veel uit te leggen aan haar inwoners en niet te vergeten te herstellen aan met name  het ‘Hollands Huis’ dat dreigt om te vallen van historische missers.

Kwalijk is in dit verband de rol van de kerken, zowel de Rooms Katholieke als de Protestante, die het rapport in haar geheel en niet alleen in de kern hadden onderschreven.  

Wanneer Kousbroek in zijn boek – in een zekere hoofdstuk -heeft over de neiging om enkelen de nek om te draaien, dan ageer ik tegen al diegenen die precies hetzelfde het Werner-rapport voor juist geacht hebben.  Het ernstig verwijt tegenover hen vind ik nog steeds juist en wordt ik weer wit van woede wanneer ik die documenten weer ter hand neem. Enkele  bewindslieden van toen zouden op welke wijze dan ook, op onderdelen zeker en ontegenzeggelijk beïnvloed zijn geweest door het rapport ondanks de verwerpelijkheid ervan.

Werden de mensen (in Indië geboren Hollanders-Europeanen- overigens  en Indische Nederlanders) in dat voormalige gebiedsdeel reeds gediscrimineerd om vrijwel álles, hier in

dit land werden zij wederom geconfronteerd met dezelfde bejegening. De commissie had oogkleppen op, was eenvoudigweg blind en xenofobisch en volstrekt racistisch. 

_10897266695?profile=original_

Foto - 1946 begin van de politionele acties in Nederlands Indië

 

\  foto -Rollende tanks in de straten zonder vreugdevolle gejuich; de oorlog in Indië was in 1945/46  alweer begonnen voor alle inwoners. 

 

10897267466?profile=original

Het rapport krioelde van fouten, misv erstanden en alle vooroordelen die men maar kon bedenken maar vormde onder andere ook de kern van waaruit, calculerend,maatschappelijke relevanties konden worden gehaald (die zo af en toe) nog steeds opgeld doen bij sommigen (en niet alleen bij ambtenaren) en bijgevolg een eigen leven zijn gaan leiden.

Er waren gelukkig nog een paar bewindslieden die hun gezond verstand gebruikten en onderdelen van het rapport  als beleidscriteria – of richtlijnen - terzijde hadden gelegd. Maar het kwaad was reeds geschied waarna het valse script boven het hoofd van de betrokken gemeenschap hing.

De commissie was immoreel en schaamteloos aan het werk geweest, had alles compleet verkeerd getaxeerd en had geen enkel idee (nooit een zg. Socio-onderzoek ingesteld) van de juiste en aanwezige potentie van de nieuwkomers. Kapitaalvernietiging op grote schaal kunnen we zeggen. Kortom Commissie Werner had de Indische gemeenschap bij voorbaat al veroordeeld nog voordat de betrokkenen voet op Nederlandse bodem hadden kunnen zetten tot een verpeste stigmatiserende toekomst.

 Een grotere onbegrijpelijkheid was het zogenaamde modelleren van de nieuwkomers naar Nederlands begrip. Er wás helemaal geen model voor al die mensen die uit een tropisch Nederlands gebiedsdeel kwamen en een ander, meer ideaal beeld van “de  Europese provincie Holland” hadden. Het leidde tot een diepe droefenis en teleurstelling bij de betrokken nieuwkomers.  

Een feitelijke bijzonderheid was bijvoorbeeld het gegeven dat al die Europeanen uit Nederlands Indië (die wel en daar niet geboren waren), WO II hadden meegemaakt geen fysieke (en visuele niet te vergeten) bevrijding en vreugde over het definitieve einde van de Wereldellende kónden beleven zoals die er in Europa en Nederland wel was geweest. De Amerikanen, Engelsen en andere geallieerde manschappen rolden met hun tanks als bevrijders  al joelend de Europese steden in en er werd gejuicht, gedanst, feestgevierd en wat er allemaal niet bij kwam kijken.

Zij, die Europeanen in Nederlands Indië, vielen van de regen in de drup; dat wil zeggen er waren geen juichende geallieerden en vreugdevolle manschappen die door de straten in Indië met tanks rolden (toen de Japanners weg moesten trekken) zij  hadden immers geen tijd om te juichen en de bevrijding te vieren vanwege de opstanden die aan de gang waren (Bersiap e.d.) van de Indonesische onafhankelijkheidsstrijders.

Dat verschil is heel groot en voor al die mensen zeer traumatisch, dient de Nederlander te weten die hier nooit iets over heeft gehoord. Een journalist van een ochtendblad was verbaasd bij het aanhoren van dit verhaal: hij wist niet beter dan dat in Nederlands Indië de bevrijding exact op dezelfde manier was verlopen. En dat uit de mond van een journalist. Net verlost van de Japanse bezetter, er een oorlogstrauma van overgehouden, of er kwam weer een andere oorlog op hen af.

 

“Nog altijd heb ik de indruk,” schrijft Kousbroek, “..is het taalgevoel van de meeste Indische mensen, onmiskenbaar beter dan dat van geboren Nederlanders.”

Waarom is dat toch?

Weemoedigheid ontdek je in de ontroerende en  oplichtende zinnen wanneer hij schrijft over het zo jammerlijk verdwijnen van het voor hem zo dierbaar Indische-Nederlands dat met zijn zuivere klinkers en zo licht voor de mond uitgesproken en zijn enigszins afwijkende gebruiken van voorzetsels. Dit laatste schrijft hij in volstrekt ironische zin. (de directe herkenbaarheid voor het Indische spreken). Overigens bij de autochtonen komt dit fenomeen eveneens voor, maar dan om verschillende redenen.

Over dit laatste (het gebruik van voorzetsels) is echter een plausibele verklaring voor. De Indische Nederlanders in Nederlands Indië werden immers dagelijks geconfronteerd met het Maleis, zoals Kousbroek ook weet en de dagelijkse omgang met de Indonesiërs verliep in het algemeen op natuurlijk wijze en die bijzondere situatie werden (en worden) wederzijdse datieven en ablatieven van beide talen door elkaar gebruikt voor hen als een zekere natuurlijke verstengeling als gevolg, tot nu toe.

 

Het mooi Indisch-Nederlands wordt nu nog gesproken door oudere Indo ‘s die in dat land zijn achtergebleven en Indonesiërs in Indonesië.

 Het is begrijpelijk dat nu in Indonesië de daar achtergebleven Indische Nederlanders en ook de Indonesiërs zelf die Nederlandse scholing en/of opvoeding hadden gekregen, laten we zeggen ongevraagd  tot conservators zijn gepromoveerd van een taal die zo langzaam uitsterft. Straks kunnen we alleen maar uit geschreven bronnen lezen, maar helaas zullen we niet kunnen hóren hoe die werd uitgesproken: de klanken, kleur en de typische  manier van spreken.

 

 Met Kousbroek treur ik mee als hij schrijft dat het hem met “..treurigheid vervult bij het verdwijnen van die taal..” “Indië verloren, rampspoed geboren.”,

10897267088?profile=original

10897268062?profile=original

Eduard Douwes Dekker (Multatuli)

 

Het gaat hier om verdwijnende talen, taalsyntheses en taalaccenten en allerlei varianten ervan die (voornamelijk) nog weleens  worden gebezigd waar mogendheden hun kolonies hadden: India, Zuid-Oost Azië.

Het grappige verschijnsel over het successievelijke verdwijnen van bijvoorbeeld een taalvariant (wellicht ook van dialecten), specifieke accenten en typische tongvallen kwam de schrijver tegen in de stad Londen (maar ongetwijfeld ook elders in Groot-Brittanië), waar een immigrant uit India het ons zo vertrouwde Indiaas Engels ‘verruild’ had voor het Cockney’s, (op natuurlijke wijze nemen we aan) maar dan wel met die zeurderige irritante toon zoals de inboorlingen (Kousbroek:in India) plegen te spreken.

Eigenlijk gaat het net zo in Holland, waar de laatste twee generaties Indische Nederlanders alweer (sinds 1930 is dit ongeveer de 5e), die toch dat ander Nederlands van hun ouders niet klakkeloos hebben overgenomen. Deze generatie Indo’s heeft op een zo natuurlijke manier de omgeving verkend, geleerd, geëxpirimenteerd en geluisterd, bewust en onbewust en de taal niet alleen ingepast in de nodige

communicatie, maar sluimerend verrijkt met hún vocabulaire, mimiek, gedragingen en kleur niet te vergeten.  Weemoedig schrijft hij erover en ook met een triestheid getuige te moeten zijn van het dreigende grote verlies van een kostbaar auditief juweel dat dan slechts als een papieren bewijs dient van de geschiedenis van de Indo-taal.

 

Diegene die ooit in India is geweest, zou die Indiase toon, waar Kousbroek over heeft inclusief de mimiek die erbij hoort, direct herkennen bij het volgende verhaal.

Het doet me denken aan een kleine gebeurtenis over de meloenverkoper in India bij wie een regelmatige Indiabezoeker op een dag een stuk meloen kocht voor een bepaalde prijs. De volgende dag kwam de bezoeker precies op dezelfde plek terug en dezelfde  meloenverkoper stond er weer. De bezoeker vroeg om een stuk meloen. Maar deze keer was de prijs van het stukje meloen vertienvoudigd, waarop de bezoeker tegen de verkoper zei dat het gisteren de meloen maar zoveel of zo kostte. De verkoper antwoordde dat het een vergissing was, want gisteren was hij er niet, het moest een andere zijn geweest.

Terwijl de verkoper sprak met het Indiaas Engels wiegde hij (zoals men dat meestal gewend is te doen) met zijn hoofd en antwoordde in het Idiaas/Engels: “No, madam, you are mistaken,

 

yesterday I was not here, it must be somebody else….”  Met de heel karakteristieke accenten op de medeklinkers als de D’s en de T’s.

Een paar Amsterdamse vrienden, regelmatige Indiabezoekers, hebben sindsdien een soort koosnaam gegeven voor die “Indiase inboorlingen” (Kousbroek): “Loddie loddie”. Treffend en met een zekere (Amsterdamse) humor moet ik zeggen bij mij zo geïntroduceerd.

 

10897269264?profile=original 

10897269071?profile=original

 

Drs. K.W. (Werner) Buck Limburgse gedeputeerde in Den Haag.

 

Lees verder…

10897268089?profile=originalDe financiële markten Azië (Indonesië) worden besmet met de recessie.

 

Chronische kenmerken beginnen de markten In Azië aan te nemen.

Aaneensluitend sloten de beurzen daar met een verlies van 10%. Dit verlies is derde keer op een rij dat beurs sloot met negatieve koers.

De kapitaal stroom lijkt zich de bewegen richten de VS. Daarbij verhoogde VS de rente op de kapitaal markten.

Voorts wordt Indonesië geconfronteerd met oplopende chronische balanstekorten die vorig jaar al zette. Dit naast de grootschalige corruptie in de energiesector zijn de dit zaken die verdere investeringen voor de Indonesische master plannen nu tijdelijk in de ijskast verdwijnen, wisten bronnen te melden.

Ook China heeft last hiervan. Lijkt ook nu dat zuidoost Azië is besmet met recessie virus uit het westen, en de VS juist nu uit het dal klimt.

Editor / redacteur

Ferry Schwab sr.

Lees verder…

Terugblik op Indië -Herdenkingen.

10897253880?profile=original10897262476?profile=originalTerugblik op Indië -Herdenkingen.

 

Ik weet niet of U ook de Indische - Herdenkingen heeft gevolgd ter plekke of via de NOS. De opkomst is massaal geweest. Er is veel aandacht besteed aan het thema dat door de cabaretier werd gebracht en duidelijk is neergezet wat zijn oom allemaal heeft mogen meemaken in het voormalige Indie.  Om de verbinding te leggen naar de jeugd brengt kleindochter van Yvonne Keuls ons naar haar belevingen waar "het naar school gaan nu waar alleen gezeurd wordt". kortom de jeugd die toen hun tijd in de kampen doorgebrachte die hadden niets om te zeuren. Is niet vanzelfsprekend die vrijheid en luxe en dan het  gezeur van tegenwoordige jeugd.

Het leek net of je erbij was geweest bij deze gebeurtenissen. Zouden de delegatie van de regering dit ook zo ervaren hebben. Dan die uitzonderlijk "regen", en het Indische bijgeloof zegt dat het redjekie (Geluk) brengt.

 

Dan vraag ik mij af bij kransleggingen zag ik dat ook een delegatie van Indonesië de kranslegging verzorgde, wordt nu ook betrokken, nu veel aandacht op ICM  en de Telegraaf wordt besteed aan Indonesië. 

Tegelijkertijd ontstaan bij mij conflicterende gevoelens bij het zien dat Mark Rutte, en Saatsecr. van Rijn namens het Kabinet de krans legt. Hypocriet is misschien de juiste omschrijving. Want al 67 jaren wordt deze Indische geschiedenis niet erkend, en genegeerd  of  het nooit heeft bestaan, terwijl juist nu ten overstaan van de doden die geschiedenis wordt herdacht. Is de ontkenning, miskenning, of herkenning die hier heerst? Wie zal et zeggen.

 

Mijn gevoel zegt herkenning, men begint zich  te herkennen aan deze geschiedenis. Het begin te dagen.

 Als in de balans opmaak vanaf 2009 onze eerste gang naar het Plein en tot nu het heden; 

Onze Indische zaak heeft meer draagvlak gekregen in de Tweede Kamer. IP & ICM hebben dag in dag uit via media en door constant aan het hun jasje te trekken om aandacht voor Indische zaak. Vorig jaar nog was bij de hoofdelijke stemming de Indische motie met het verschil van twee stemmen verworpen (tot de late uurtjes zaten wij op tribune in de Tweede Kamer). Droogjes zei Herman Bussemaker: "Dit Kabinet komt er mee nu weg, maar wij komen weer terug bij het volgende kabinet". En ....... wij zijn weer terug maar dit keer met een Indische Petitie opgezet door Hans Vogelsang; Via NICC - blad, ICM, overige, en de pasar Malam tour met  ICM /IP stand . Er werden uiteindelijk 10.000 handtekening verzameld. In maart o.l.v. Stille Tocht initiatief van Peggy van Stein werd een rondgang gemaakt door Den Haag en voor het eerst met nieuwe voorzitter Silfraire. Samen met IP Delegatie, en Herman werden 10.0000 handtekening op een brancard uit Rode kruis ambulance gehaald en deze aan de Tweede Kamer aangeboden met redelijk eisen-pakket dit keer.

 

Nu, bij het zien van de beelden van de kranslegging van Staatsecr. van Rijn, Redjeki en alle laatste ontwikkelingen ontstaat bij mij het beeld  dat Staatsecr. van Rijn  straks na reces zeker met goed nieuws komt, en misschien is het activeren van het andere dossier overbodig.

 

Uw Editor/redacteur.

Ferry Schwab sr.

 

Lees verder…

Taihuttu maakt film over politionele acties

10897276453?profile=originalTaihuttu maakt film over politionele acties

14-08-13   10:29 uur  - Bron: ANP/BuzzE 

Foto - Nasrdin Dchar, Achmed Akkabi en Marwan Kenzari (VLNR) arriveren op de galapremiere van de Nederlandse speelfilm Rabat in Tuschinski Amsterdam in 2011. © ANP Kippa

Regisseur Jim Taihuttu en producent Habbekrats, die eerder Rabat en Wolf maakten, werken aan een film over de politionele acties in Nederlands-Indie. Het project heeft als voorlopige titel Ratu Adil, 'de rechtmatige vorst'. Marwan Kenzari speelt in elk geval een hoofdrol in de film.

10897276466?profile=original© Foto - Jim Taihuttu (L). ANP Kippa

De politionele acties, die werden uitgevoerd door de Nederlandse strijdkrachten in Nederlands-Indië vlak na de Tweede Wereldoorlog, worden gezien als een zwarte bladzijde uit de recente Nederlandse geschiedenis. Op Java en Sumatra greep het Nederlandse leger hardhandig in om de onafhankelijkheidsbeweging op die eilanden de kop in te drukken. De optredens tussen 1945 en 1949 kostten meer dan 100.000 Indonesiërs het leven. Uiteindelijk greep de Verenigde Naties in en dwong Nederland zich terug te trekken.

De film vertelt over de 18-jarige Johan die na de Tweede Wereldoorlog het leger ingaat om Indië te bevrijden van de rebellen. Hij komt terecht in het elitekorps van de beruchte kapitein Westerling die hem als een jonge broer onder zijn vleugels neemt. Kenzari speelt de rol van Westerling.

'Het wordt na Rabat en Wolf heel ander soort verhaal', legt regisseur Taihuttu uit. 'Dit onderwerp heeft veel meer met mijn eigen roots te maken. Mijn opa was sergeant in de KNIL en is daar omgekomen. Bovendien is het een stuk geschiedenis dat schandalig onderbelicht is.' Taihuttu werkt op dit moment aan het scenario.

Zijn nieuwe film Wolf draait vanaf 21 september in de Nederlandse bioscopen. Het grimmige drama vertelt over de Noord-Afrikaanse jongen Majid (Kenzari) die in een achterstandswijk probeert zijn plek te vinden in de harde, moderne maatschappij. Het feit dat Majid talent heeft voor kickboksen biedt hem die kans wanneer hij les neemt op de sportschool van buurtnestor Ben (Raymond Thiry).

(Bewerkt door: Redactie) 

Lees verder…

Likeur met spekkoek smaak predikaat fine and excellent!

10897275873?profile=originalDag Ferry,

Vergat jou als nieuwsjager, dacht ik, nota bene dit heugelijke nieuws van mijn oudste zoon te melden. 
Tv-interviews, krantenartikel in het AD, fotoshoots met BN'ers, kortom veel reclame voor dit nieuwe Indische drankje met spekkoek-smaak, door hem geproduceerd en op de markt gebracht.
Onze 3e generatie luidt de bel en hoe...!!!
Het is een internationale doorbraak en geweldige erkenning wereldwijd. De internationale vakjury bestaande uit 300 leden, gaf het predikaat: fine and excellent..!! Is toch een nieuwsfeit van de eerste orde en geweldige opsteker voor de Indische gemeenschap, toch?
Kijk maar op zijn site: www.sayah.nl
gr
Wouter
Lees verder…