Ferry Schwab's berichten (2037)

Sorteer op

Nasi Goreng

10897293058?profile=original

Recept van de maand   Nasi Goreng

Nasi goreng werd in Indië altijd gegeten als er van andere maaltijden restjes over waren. Restanten rijst, vlees, enz. werden samengevoegd  tot een “kliekjesmaaltijd”. Volgens deze zelfde formule kennen we uit Spanje ook de Paëlla. Sinds de komst van Indische mensen naar Nederland vlak na de Tweede Wereldoorlog, is de Nasi een eigen leven gaan leiden en staat het regelmatig bij vrijwel iedere Nederlander op het menu. Een goede nasi is echter een ware traktatie.

Ingrediënten:                      

500 gram rijst, 400 gram (restjes van) vlees, kip, ham in kleine blokjes, garnalen, enz. 4 eieren, 300 à 400 gram groenten (witte kool, prei, peen, sperziebonen, doperwtjes, of wat u maar voor handen heeft. 200 gr. taugé, 200 gram gesnipperde uien, 2 el. gehakte bladselderie, 4 teentjes gehakte knoflook, 1/2 blokje trassi, 2 lomboks of sambal oelek/badjak, 2 tl. djahé, 2 à 3 el. ketjap manis, 1 el. gula djawa (palm- of bruine suiker), snufje zout.

 

Bereiding:                          

Kook de rijst goed droog en laat ze afkoelen. Liever nog gebruik de overgebleven rijst van de vorige dag. Maak van de eieren twee mooie dunne omeletten met een snufje zout, rol ze op en laat ze afkoelen. Snipper de uien, snijd de andere groenten zeer fijn, evenals het vlees en fruit alles samen met alle kruiden aan in een wok in wat olie, behalve de ketjap, taugé en de fijngehakte selderie.  Laat de groenten echter niet gaar worden. Doe dan de rijst in kleine hoeveelheden erbij en warm alles goed door, maar voorkom dat het gaat koken, zodat de groenten knapperig blijven. Schep alles voortdurend goed om. Maak de nasi af met de ketjap en meng er vlak voor het opdienen de selderie en de taugé door. Snijd nu de afgekoelde omeletten in dunne ringetjes en serveer dit aan tafel erbij om over de nasi te strooien. Serveer met wat atjar ketimoen, kroepoek en wat extra s

Lees verder…

10897290267?profile=originalVerhaal regering blijft overeind in rapport Molukse gijzelingsacties             Door:  Ana van Es

Het regeringsverhaal uit 1977, dat bij de bestorming slechts 'beheerst geweld' is gebruikt, blijft ook na onderzoek recht overeind staan. Dat zegt Karel Monsjou, de vader van een omgekomen gegijzelde. Hij is medio november 2014 als een van de eersten bijgepraat over de uitkomsten. Op 18 november presenteerden minister Opstelten (Veiligheid en Justitie, VVD) en minister Hennis-Plasschaert (Defensie, VVD) een onderzoek naar de bestorming van de door Molukse jongeren gekaapte trein bij De Punt.

Dat het regeringsverhaal uit 1977 overeind blijft, bleek eveneens uit uitspraken die toenmalig minister van Justitie Dries van Agt (CDA) deed in De Telegraaf.  Ook hij was bijgepraat over de uitkomsten van het onderzoek en er was volgens hem geen bewijs van doelbewuste executies door mariniers die een einde maakten aan de Molukse treinkaping bij De Punt in 1977.

Zorgelijke gezichten bij Premier Den Uyl en Minister Van Agt

'Het is allemaal zoals ik al verwachtte. Ik ben met een sereen gemoed thuisgekomen’.
Bij de beëindiging van de trein-kaping kwamen zes Zuid-Molukse kapers en twee gegijzelden om het leven. De destijds officiële regeringslezing van Van Agt (1977) ligt sinds anderhalf jaar in de Tweede Kamer onder vuur. Maar de onderzoekscommissie past voor deze kritiek, zegt Monsjou, die zijn 20-jarige dochter Ans verloor bij de bestorming. 'Ze verwijzen steeds weer terug naar wat Van Agt indertijd heeft gezegd.'

Monsjou, zelf een oud-militair, verdenkt mariniers ervan dat ze het vuur hebben geopend op het portaal waar zijn dochter sliep, hoewel ze dankzij een warmte-camera en afluisterapparatuur van haar aanwezigheid op de hoogte hadden kunnen zijn. Maar de onderzoekscommissie maakte hem niet veel wijzer. 'Eigenlijk hebben ze niets nieuws verteld. We hebben altijd gewacht op een woord van sorry, en nu hebben we nog steeds geen excuses gehad.'

 

De presentatie van het onderzoeksrapport vond plaats onder strakke regie. In besloten sessies van een uur werden    eerst de mariniers, de Molukse gemeenschap en ex-gegijzelden bijgepraat. Molukse nabestaanden van de zes omgekomen kapers zijn ook uitgenodigd, maar zij weigeren te komen.  Via hun advocaat Liesbeth Zegveld stelden ze eerder deze maand de staat aansprakelijk voor 'executies'. 

Aan het einde van de middag volgde de onthulling van een animatiefilm door beide ministers, waarin te zien is hoe de bestorming van de gekaapte trein door Nederlandse mariniers op 11 juni 1977 volgens de onderzoeks-commissie is verlopen. Vervolgens werd het onderzoeksrapport naar de Tweede Kamer gestuurd.

Ik heb nog nooit gehoord: excuses meneer Monsjou

Of: ‘sorry, maar er was geen alternatief.' Karel Monsjou (83) wacht  al  sinds  1977  op  uitleg

waarom zijn dochter Ansje, passagiere in de gekaapte trein bij De Punt, bij de bevrijding is omgekomen. Hij voelt zich door de overheid 'onbeschoft' behandeld.

Maar dan, na 37 jaar, lijkt er toch tekst en uitleg te komen. Dinsdagmiddag staan er twee ambtenaren van het ministerie van Veiligheid en Justitie bij hem op de stoep. Ze hebben onderzoek gedaan naar de beëindiging van de treinkaping. Monsjou werd  als eerste over de conclusies geïnformeerd, in een privégesprek. Andere betrokkenen werden pas later bijgepraat, op de dag dat het onderzoeksrapport verschijnt.

Ja, het zou kunnen dat hij nu eindelijk te horen krijgt: waarom is zijn dochter bij de bevrijding doodgeschoten, als een van de twee gegijzelden? 'Ik hoop dat de waarheid boven tafel komt, dat men er niet weer iets van maakt', zei Karel Monsjou. Zijn dochter Ansje vierde haar 20ste verjaardag in de door Zuid-Molukkers gekaapte trein. Van haar laatste drie levensweken heeft hij alleen nog een tekening, gemaakt door een ook gegijzelde leraar. Hij zag haar zitten in de coupé, schetste een portret. Toen de trein bevrijd was - hij vrij      en Ansje dood - kwam hij het langsbrengen. 'Die tekening is voor ons erg waardevol.'

Ansje sliep die laatste nacht op een portaaltje tussen twee coupés, met een andere gegijzelde jonge vrouw. Precies dat portaal is bij de bestorming zwaar onder vuur genomen. 'Ze zat in een compartiment dat door mitrailleurs is geraakt, daar kom je niet levend uit.' Maar waarom is er geschoten, terwijl zij daar lag? 'Ik ben haar vader, ik wil alles doen om de waarheid te achterhalen.' Het weekend voor de kaping logeerde ze bij een vriend. Wist hij niks van. 'Dat mocht niet.' Het kwam uit toen bleek dat ze maandag in de gekaapte trein zat, onderweg naar Groningen. 'Ze moet zoveel spijt hebben gehad.' Ach, zoals hij en zijn vrouw in de rouwadvertentie stelden: ze genoot 'van het leven en haar vrijheid.'

De doorzeefde trein na de aanal door de mariniers.

Rauwe mededeling

Hij neemt zich voor: zo meteen zal hij die twee ambtenaren van Justitie niets verwijten. 'Het zijn juristen hè. Ze worden alleen gestuurd. Zij kunnen ook niet helpen wat er is gebeurd.'
Maar zoals de overheid zich opstelde, dat is 'diep droevig'. Op zaterdag 11 juni 1977 staat hij kort na de bestorming van de trein in het opvangcentrum voor slachtoffers in Groningen. Karel Monsjou denkt: zo meteen sluit ik mijn dochter in de armen. Komt een man van de spoorwegpolitie naar hem toe. 'Hij tikt me op de schouders en zegt: 'Ansje is dood.' Zo hoef je dat toch niet te zeggen?'

'Daar stond ik dan, met mijn twee zoons, midden in dat opvang-centrum. Niemand bekommerde zich om mij. Zelfs de taxi terug naar Eibergen, waar wij woonden, moest ik zelf betalen. De crematie van onze dochter hebben we ook grotendeels zelf betaald. Uitleg is er niet gegeven.' Een arts praat hen later bij over de doods-oorzaak, in een restaurant 'tussen de koffiedrinkers'.

Monsjou is zelf militair. Hij weet: de mariniers hadden warmte-camera's. Daarop moet te zien zijn geweest dat zijn dochter in het portaal sliep. In de trein was afluisterapparatuur. 'Een militair van verbindingen vertelde me: er is een gesprek afgeluisterd met mijn dochter waarin ze zei: 'Laten we vluchten.' Ik denk dat ze wisten dat ze in het portaal zat, maar desondanks het vuur hebben geopend.'

Pantserwagens bij De Punt

Zullen de twee ambtenaren van Justitie hem na 37 jaar nu echt bijpraten? Hij laat ze binnen. De voorzitter van de onderzoeks-commissie, Jan Tom Bos, lijkt niet onaardig. Zijn collega, ook een jurist, 'die knikt dapper van ja.'
Hij is voorbereid op elk nieuws. Hij kent de roddel - doorverteld tot in de regering Den Uyl - dat Ans, een meisje met Indische wortels, in het portaal sliep omdat ze geflirt zou hebben met een Zuid-Molukse kaper. Onzin, lijkt het hem, maar stel dat zoiets wel waar zou zijn, dan wil hij dat weten. 'Als het zo zou zijn, dan deed ze het misschien om de trein uit te komen.'

Van Agt, indertijd minister van Justitie, hield altijd zijn kaken op elkaar. 'Die geeft geen krimp. Ik vroeg hem: zou u de bestorming hebben laten doorgaan als úw dochter in de trein zat? Zegt hij: het moest wel. Nou, dat is onzin. Als zijn dochter in die trein had gezeten, had hij het niet gedaan.'
Maar nu hoopte Karel Monsjou  van de twee ambtenaren op huisbezoek eindelijk te horen: waarom openden militairen het vuur op mijn dochter, terwijl ze te zien was op warmtebeelden? Maar nee. Ook na 37 jaar en hernieuwd onderzoek komt de overheid niet met meer uitleg over de dood van zijn dochter. 'Ze verwijzen steeds weer terug naar wat Van Agt indertijd heeft gezegd. Ze hebben niets nieuws verteld. Ja, dat ze op het balkon sliep, dat wisten we al. We hebben altijd gewacht op een woord van sorry, en nu nog steeds hebben we geen excuses gehad.'

Waarom is het filmpje van de treinkaping bij De Punt geheim?

De onderzoekers van minister Opstelten bekeken een Kodak film in de winter van 2013-14. Op de film, jarenlang weggesloten in de kluis, is dit te zien: weilanden, een boerderij, een snelweg, een kanaal, een boerderij, meer weilanden. Nee, concludeerden de onderzoekers, deze film zal niet de waarheid dichterbij brengen over het doodschieten van de Molukse treinkapers door Nederlandse mariniers in 1977. Maar als er alleen weilanden op staan, waarom zit deze Kodak film dan tussen gevoelige dossiers over de treinkaping bij De Punt, en zal de band pas in 2052 officieel openbaar worden?

Maanden nadat de onderzoekers vertrokken zijn, bekeken technici van het Fries filmarchief de band opnieuw. 'Kijk, de perforand'. Daar zitten witte stukjes tussen. Met andere woorden: de film lijkt wel een kopie. Daarmee is niet        uit te sluiten dat delen van             de oorspronkelijke inhoud zijn weggevallen. Of zoals Sydse Wiersma, hoofd van het Fries filmarchief, zich afvroeg: 'Is er iets gewist?'

Woensdag 19 november 2014 presenteerde minister Opstelten (Veiligheid en Justitie, VVD) een rapport over de bestorming van de gekaapte trein. Aanleiding waren vragen van de Tweede Kamer over veronderstelde executies van kapers. Het rapport verscheen op een explosief moment: Molukse nabestaanden stelden onlangs de staat aansprakelijk voor de 'executies' bij De Punt. Zij weigeren woensdag het verhaal van de minister aan te horen.
Alles wees erop dat Opstelten  volhield dat er geen bewijs is voor executies van kapers. Daarmee gaat de al 37 jaar durende worsteling van de staat met het geweldsgebruik bij De Punt een nieuw hoofdstuk in.

Dit staat vast: de bestorming van de gekaapte trein in de vroege ochtend van 11 juni 1977, onder codewoord Mercedes, was de bloedigste antiterreuractie in Nederland sinds de Tweede Wereldoorlog. Zes van de negen Zuid-Molukse kapers en twee gegijzelden kwamen om. Vooraf-gaand aan de bestorming is de trein door scherpschutters en mitrailleurvuur doorzeefd met kogels. De gedode kapers hadden bij elkaar 144 schotwonden.

Frame uit de animatie over het beëindigen van de gijzelingsactie met de posities van de kapers in het rood

 

Kogelregen

Op 30 november 2013 schreef de Volkskrant onder de kop 'Justitie verzweeg kogelregen' dat zes omgekomen treinkapers bij De Punt in 1977 door 144 kogels zijn getroffen. Dit is onjuist, blijkt bij herlezing van de onderliggende archiefstukken. In een nota van toenmalig ambtenaar Ernst Hirsch Ballin, de latere minister van Justitie (CDA), staat dat de treinkapers bij de beschieting in totaal 144 verwondingen opliepen. Dat valt echter niet één op één   te vertalen naar 144 kogels. Reguliere kogels veroorzaken doorgaans twee verwondingen: een inschot- en een uitschotwond. Bij de bestorming van de trein is er ook met kogels geschoten (zogenaamde hollow point munitie) die alleen een inschot-wond veroorzaken en daarna in het lichaam blijven steken. Door hoeveel kogels de kapers zijn getroffen, valt daarom niet precies vast te stellen. Dit doet niets af aan de conclusie die Hirsch Ballin in zijn nota trekt: dat men uit de verwondingen zal afleiden dat 'de treinkapers, anders dan minister Van Agt op 23 juni 1977 in de Tweede Kamer verklaarde, wel degelijk door een regen van kogels getroffen zijn.'

Begrafenisstoet van omgekomen treinkapers

In een ander land, in een andere geweldscultuur, zou de staat trots zijn op zo'n bevrijdingsoperatie. Ter vergelijking: toen een Amerikaanse commando in 2011 Osama Bin Laden liquideerde, werd dat direct met veel bombarie wereldkundig gemaakt. Twee jaar later al liet de betrokken commando zich interviewen over de fatale schoten ('bap, bap'). Die schutter ruziet met een collega over wie met de eer van de fatale salvo's mag strijken.

In het Nederland van 1977, onder het linkse kabinet Den Uyl, was dodelijk overheidsgeweld reden voor schaamte. De beëindiging van de langste treinkaping in     de wereldgeschiedenis ging niet gepaard met trots. Premier Joop den Uyl ervoer de bestorming als een 'nederlaag', zei hij na afloop op de televisie. Zelfs nu nog gelden de namen van de betrokken mariniers als staats-geheim. Hun verhaal moet uit de publiciteit blijven.

Zodra de kruitdampen waren opgetrokken, vatte de regering de gebeurtenissen in geruststellende woorden. Er is bij de bestorming slechts 'beheerst geweld' gebruikt, zei minister Van Agt (Justitie, CDA) op 23 juni 1977 in de Tweede Kamer. De kapers zijn niet getroffen 'door een regen van kogels'. En natuurlijk was er niet geschoten om te doden. Waarom ook twee gegijzelden omkwamen, blijft onbesproken. De woorden van Van Agt zijn altijd de enige verklaring van de overheid gebleven. Zelfs toen Den Uyl vlak voor zijn dood voor een draaiende camera zei dat het neerschieten van de kapers 'een executie' was geweest, hield het officiële verhaal stand. Nu pas, na bijna vier decennia, is Opstelten de eerste bewindsman die er niet mee wegkomt. Dat is een doorbraak, zei SP-Kamerlid Harry van Bommel. 'De woorden van Van Agt zijn altijd de enige officiële verklaring van de overheid gebleven.'

Dat de officiële lezing niet klopt, werd overigens al binnen een jaar na de kaping op het ministerie van Justitie vastgesteld, bleek vorig jaar uit onderzoek van de Volkskrant. Om vragen over het optreden van de mariniers te voorkomen, is de strafeis tegen de overlevende kapers met opzet laag gehouden. De Molukse nabestaanden kregen decennia lang geen inzage in autopsie-rapporten uit angst voor zogenaamde 'schadevergoeding en stemmingmakerij'. Pas vorig jaar kreeg de voormalige kaper    Junus R. de autopsierapporten in handen. Er staat in dat enkele van zijn maten in het hoofd zijn geschoten. Dit hoeft geen bewijs te zijn voor executies, maar het wordt in Molukse kringen wel zo gezien. Wilde de staat geen open kaart spelen uit louter moreel ongemak of is er meer aan de hand? Het is de vraag of het onderzoek van Opstelten alle feiten boven tafel zal brengen. Hij heeft namelijk geen betrokkenen laten horen, zoals de nabestaanden graag wilden, maar beperkt zich louter tot het archiefonderzoek.

Materiaal zoekgeraakt

 

Veel archiefmateriaal over de treinkaping is in de loop der jaren echter verdwenen. Neem alleen al de 4,5 meter aan materiaal over de Molukse gijzelingen die in 2005 nog bij het ministerie van Justitie lagen. Daarvan is bij nadere selectie een 70 cm. lange boekenplank vol dossiermappen in de papierversnipperaar geëindigd.  

Minister Ivo Opstelten

Gaat het daarbij nog om materiaal dat als irrelevant werd beoordeeld, ook gevoelig materiaal is in de loop der tijd zoekgeraakt. Gesprekken in de trein werden afgeluisterd, maar verslagen daarvan zijn er nauwelijks. En er zijn de brisante vergadernotulen ('geheim') waarin de ambtelijke top bij Justitie zich actief bemoeide met de strafeis, om lastige vragen in de rechtszaal over het optreden van de mariniers te voorkomen. Die notulen vormen deel 10. Delen    1 tot en met 9 ontbreken.

Maar het logboek van de procureur-generaal in Leeuwarden bestaat nog wel. Vlak voor de bestorming begint, krijgt hij een telefoontje. Het blijkt Jacques Fonteijn, een topambtenaar op Justitie, een van de breinen achter de operatie. In zijn schuine priegelhandschrift noteert de

procureur-generaal de woorden van Fonteijn. Die zegt, terwijl     er nog geen dode is gevallen:   'Nú gaat de aanval beginnen; een bloederige zaak.' Tussen de paperassen van de Friese procureur-generaal zit ook de Kodakfilm, in een geel hoesje. Zoals de val van Srebrenica (1995) een mislukt fotorolletje heeft, zo heeft de treinkaping bij De Punt een mysterieuze filmband. Het lijkt onwaarschijnlijk dat de staat dit dossier binnenkort kan sluiten.

Staat niet aansprakelijk

Op 9 februari 2015 schreef het ministerie van Veiligheid en Justitie een brief namens Minister Ivo Opstelten aan advocate Liesbeth Zegveld. Zegveld stelde namens de nabestaanden van de gedode Molukse treinkapers de Nederlandse staat aansprakelijk voor het gebruik van buitensporig geweld, ten gevolge waarvan de dood van de kapers uitgelegd kon worden als een executie. Vijf kapers en twee gijzelaars kwamen bij het beëindigen van de drie weken durende kaping om het leven. De advocate stelde dat er daarbij kapers opzettelijk zouden zijn gedood.

Minister Opstelten schrijft in de brief dat “Feitelijkheden uit hun context gehaald zijn en worden vervolgens vergaande en veelal onjuiste conclusies getrokken”. Geen van de kapers is volgens de minister met opzet gedood en uit niets zou blijken dat de staat onrechtmatig handelde: “Uit het onderzoek volgt dat het uitgeoefende geweld viel binnen de grenzen van de geldende geweldstoepassing die door de Staat was voorzien en aanvaard. Op grond van het verslag is de Staat dan ook van oordeel dat van onrechtmatig handelen geen sprake is geweest en dat er overigens geen enkele grondslag is voor aansprakelijkheid jegens uw cliënten op grond waarvan de Staat verplicht zou zijn enige schade te vergoeden. Voor zover er al sprake zou zijn van vorderingen tot schadevergoeding, zou deze bovendien ruimschoots zijn verjaard”.

De gehele brief van de Minister aan Liesbeth Zegveld is te lezen via de volgende link: http://pe-webservice.persgroep.nl/static/asset/2015/9_februari_201

Lees verder…

dwangarbeiders Birma Spoorlijn

10897294864?profile=original

Veel dwangarbeiders Birma Spoorlijn ontvingen nooit uitkering

Veel KNIL-militairen die tijdens de bezetting van Nederlands-Indië door Japan als dwangarbeider werkten aan de Birmaspoorweg, hebben nooit de uitkering ontvangen waarop ze recht hadden. De Nederlandse staat incasseerde bijna 1,5 miljoen gulden (4,9 miljoen euro), geld dat was bedoeld voor de krijgsgevangenen die het werk aan de 'dodenspoorlijn' hadden overleefd.


foto p Krijgsgevangenenkamp in Birma

De onlangs opgerichte stichting Task Force Indisch Rechtsherstel onderzoekt in samenwerking met advocaat Liesbeth Zegveld of er namens de ex-dwangarbeiders een groepsclaim (op basis van indexatie en rente over 60 jaar) bij de staat kan worden ingediend. Morgen maakt de stichting haar plannen in Den Haag bekend. Inmiddels hebben zich reeds 211 van de voormalige dwangarbeiders

aangemeld, onder wie 22 overlevenden en 189 erfgenamen. Velen van hen hoorden dezer dagen voor het eerst dat ze recht hadden op een uitkering. Ze hebben de advertentie gemist die de Nederlandse staat in 1954 in enkele kranten had laten zetten. De voormalige krijgsgevangenen dan wel dwangarbeiders werden daarin opgeroepen een briefkaart te sturen naar het ministerie van Buitenlandse Zaken om zich te melden voor de uitkering. Ze zouden recht hebben op eenmalig 61,75 gulden.

Namenlijst 17.391 Nederlandse krijgsgevangen KNIL militairen hebben gedwongen aan de spoorlijn gewerkt, naast vele burgers. Ten minste 6.424 van de voormalige dwangarbeiders hebben de oproep nooit gezien. Ze lazen de betreffende kranten niet, waren als Moluks KNIL-militair het Nederlands onvoldoende machtig, woonden in Indonesië, Nederlands Nieuw-Guinea of Engeland.

Sommige rechthebbenden waren al overleden. Hun nabestaanden wisten van niets. De meeste militairen die in dienst waren van het Koninklijke Nederlands-Indische Leger (KNIL) stapten in 1950 over naar de Koninklijke Landmacht in Nederland. Het KNIL werd met de overdracht van de soevereiniteit aan Indonesië opgeheven. En een veel kleiner aantal  militairen sloot zich aan bij het leger van de onafhankelijke Republiek Indonesië. De Stichting Administratie Indische Pensioenen (SAIP) neemt nog altijd aanvragen in behandeling van ex-militairen die menen recht te hebben op een uitkering.

Volgens woordvoerder Ad Beijk was het na de onafhankelijkheid van Indonesië bijna onmogelijk alle namen en adressen te achterhalen. 'Het was niet exact te controleren wie wel of niet aan de spoorweg hebben gewerkt', zegt hij. Pas nu is gebleken dat er wel degelijk een complete namenlijst bestaat van de voormalige dwangarbeiders.                          

D10897299870?profile=originalwangarbeid bij de aanleg van de Birma-Siam Spoorweg

De lijst bevindt zich in de besloten archieven van het instituut voor oorlogsdocumentatie NIOD in Amsterdam. De namenlijst is tijdelijk niet te raadplegen vanwege de digitalisering van de Indische collectie. Er is zeker een jaar gemoeid met het overzetten van alle informatie. In tegenstelling tot de landmacht slaagde de Koninklijke Marine er wel in om de adressen van al  haar 1.450 marinemannen te achterhalen, waar ook ter wereld. Zij kregen hun uitkering wel uitbetaald, blijkt uit niet-openbare documenten van het Nationaal Archief in Den Haag. In totaal hebben 17.391 Nederlandse krijgsgevangenen (marine en KNIL)  gedwongen aan de spoorlijn gewerkt, naast vele burgers. Na de capitulatie van Japan werd de spoorlijn aan Thailand verkocht.

Bron: De Volkskrant.

Noot van de redactie:  In de eerste plaats is ook voor die tijd   61,75 gulden natuurlijk een fooi, vergeleken met wat die dwangarbeiders hebben moeten doormaken. Echter er is nog iets vreemds aan dit bedrag, want als ik 1,5 miljoen gulden ga delen door 17.391, dan kom ik aan   86,25 gulden per persoon. Over dat bedrag vind ik een verschil van 14,50 gulden (voor die tijd) vrij behoorlijk. Waar is dat bedrag gebleven? Administratiekosten of iets dergelijks?     Hans Vogelsang

 

Lees verder…

Het ICM jaarboek werd overhandigd aan Wieteke van Dort en Ais.

10897290496?profile=originalHet ICM jaarboek werd overhandigd aan Wieteke van Dort en Ais

ICM redactie maakte gebruik van de gelegenheid om  bij Meet & Greet Ais & Wieteke  het ICM Jaarboek te overhandigen bij Pasar Malam Azie in de Rai 22/2/2015  van WN Productions!  

De intentie was om van deze historische gebeurtenis een kort registratie te doen voor een samenvattingsreportage op www.icm-online.nl, YouTube, en Facebook. Echter het mooie aanblik, decor en podium resulteerde dat de volledige optredens werden opgenomen van onze Blue Diamond Riem de Wolff, Tantie Lien & Ais Show, en The Streetrollers toch met een geschiedenis wat de moeite waard is voor de documentaire van Hetty Naaykens (Music Nevers dies). Met de vader van Jerry, Jim van der Hoeven hebben wij tijdens ons wonen in Calpe a/d costa blanca regelmatig opgetrokken, en met Jack Barkeley beiden van de oude Rollers (jaren 50-60). Als ik het goed heb is Jim verder gegaan naar The Hot Jumpers (met die topper die grijs werd gedraaid op Veronica). Nu hebben de zonen van Jim van der Hoeven overgenomen, een voorbeeld dat Indisch muziek stokje is overgedragen aan derde generatie Indo.

Er is ruim 4 uren aan beeld  & Geluid geregistreerd. 

De samenvatting van 25 min - 30 min, is te zien op ICM, YouTube, en Facebook, en is zaterdag a.s te zien op de genoemde kanalen.  Er wordt gestreefd om een mooie ICM Dvd  hiervan te maken van dit historisch moment. De bronmaterialen zijn door de betrokken op te vragen in bekende code. 

Deze samenvatting van 25 min bevat een deel van. Tante Lien Show, Blue Diamond Riem de Wolff en de The Streetrollers, en sfeerbeelden van de pasar.

Het was bizar druk, om door te komen moest je op de hoofden van de mensen lopen, tot 1 maart is pasar Azie in de RAI, zie www.wnproductions.nlof volg het op www.icm-online.nl.

 Een aanrader die U beslist niet mag missen!

Weergaven: 140

Lees verder…

ICM Column 19 februari 2015 Rolo E. Lapré   Laat ik beginnen te zeggen dat ik de doodstraf verafschuw. Vervolgens is mijn volgende vraag of er wel voldoende kennis is van het Besturen van zo’n grote …

10897297453?profile=originalICM Column 19 februari 2015

Rolo E. Lapré

 

Laat ik beginnen te zeggen dat ik de doodstraf verafschuw.

Vervolgens is mijn volgende vraag of er wel voldoende kennis is van het Besturen van zo’n grote land als Indonesië bij de kritisische schrijvers.

En waarom zij als onafhankelijke media het gedrag overnemen van de m.n. Nederlandse Politici?

Relativeren, is mijn advies in het grote politieke toneelspel.

 

Laat ik bij de redenen blijven stilstaan van de afgelopen uitgevoerde ter dood veroordeling.

Op elk Internationaal airport van Indonesië staat dat bij drugshandelingen de doodstraf tot gevolg kan hebben.  Toch heeft Ang Kim Soei dat risico genomen.

Waarom dit zware bericht op een Internationaal airport?

 

Eén van de vele redenen is dat er veel meer slachtoffers (zieken & doden vallen) door drugsgebruik. Ook bij ons in Europa.

2) Vele jongeren overgaan tot agressief gedrag, door drugsgebruik, met het gevolg van het doden van de onschuldige mensen.

Realiseren wij ons dat nog wel?

3) Dat het machtsmiddel van het vele geld hebben in handen komt van de verkeerde bedoelende mensen. (de producent-o.a.de politieke machthebbers-de dealers o.a. ook in het politieapparaat- de geldschieters etc.etc.)

Kennen wij de vele gevolgen hiervan in de wereld?

 

Weet U de betekenis van de gouden driehoek?

De ter dood veroordeelde is: Ang Kim Soei, hij is van Chinese afkomst met een Nederlands paspoort. Heeft U kennis van zijn chinese cultuur achtergrond. o.a. is in hun cultuur geimplementeerd het nemen van een risico (de gok) om te komen tot het  financieel onafhankelijk zijn.

Zie de voorbeelden die nu ook Europa treft met dit cultuurgedrag, o.a. in de sport, drugsdealing, voedselketens, casino’s, bankovernamen etc. etc.

Ook Indonesië heeft hier al heel lang last van.

Heeft U dit meegenomen in Uw kritiek als een probleem?

 

Ik schets U een mogelijk voorbeeld van zo’n gouden driehoek :

 

                                                                                             -Nederlandse financiële organisatie.  

10897296691?profile=original

                                                                                                  

                                                                                                             -Chinese drugsproducent(Ang)

Indonesië het confrontatieland

Die dan de wet moet uitvoeren.                                                             met het verkregen ‘n NL. paspoort

 

U mag U zelf de vraag stellen wie de verantwoordelijkheid draagt van deze zgn. etische/beschaafde benadering van de gouden driehoek?

 

Ik weet dat in Nederland wordt gepropageerd :

1) Meedenken, maar als meedenken door de machthebbers (o.a. Politici-Bandirekteuren-Topmanagers etc.) wordt ervaren als negatieve kritiek. Dan neem je als meedenker een risico op een zijspoor te worden gemanouvreerd. En als lastig/gefrustreerd wordt je dan weg gezet, zelfs met behulp van de media.

Want de machthebber wil niet gestoord worden in zijn ideale droom.

 

2) Klokkeluider : deze worden alleen gezien als aanvallers op de droomwereld van de machthebbers. Immers de klokkeluider verteld hem de voorbeelden/ervaringen in de realiteitszin (in de uitvoering).

De gevolgen hiervan heeft U gezien in de zgn. neutrale media van NL. , die laat zich hiervoor gebruiken. Het angst oproepende tot het persoonlijke besmeuren van de klokkenluider, en dat in het vrije democratische Nederland.

 

Vervolgens : Een land Indonesië dat vele malen groter is dan Nederland, dus een probleem oplevert met het implementeren van de wetgeving, is één probleem van o.a. de corruptie.

Maar hoe is dat in het kleine Nederland als welvaartstaat?

 

Naar mijn inziens moet dit worden meegenomen bij het schrijven van kritiek over Indonesië. Zelfs een goedwillende President ziet zich ongevraagd geconfronteerd met deze problemen.

De grote van het land is niet alleen het probleem : de zovele eilanden met de verschillende culturen en de verschillende ingebrachte ontwikkelingen van de verschillende bezetters, (koloniale verleden) van o.a. Europese landen, is een vreselijke opdracht om dit land beheersbaar te krijgen. (Waarbij educatie en honger nog een grote rol spelen).

Realiseren wij dat tegenwoordig eigenlijk nog wel?

En weet U hoe gevaarlijk een hongerende mens kan worden?

 

Als laatste wil ik opmerken :

Waarom willen wij als “nutrale media” van Nederland altijd alleen maar het negatief beeld uitzenden van andere landen? Terwijl Nederland tot nu toe nog steeds profiteert van de grondstoffen van o.a. Indonesië ( het economische belang).

Ook Nederland, heeft sinds kort oorlogschepen verkocht aan Indonesie. (met welk doel?) En zelfs tanks aanbied. Hiermee aangevend dat wij het slechte aanbieden, om vervolgens naar hun te kunnen wijzen?

Heeft U er weet van dat ook de mogelijkheid betstaat hoe ilegale praktijken kunnen worden beschermt?

 

Zoals Annelie Langerok schrijft in haar column ICM over de corrupte KAPOLRI Budi Gunawan.

Weet zij waar hij o.a. zijn opleiding heeft gevolgd?

Heeft zij kennis van de conflicten tussen het Politie apparaat en het leger van Indonesië?

Heeft Annelie kennis van de vele Indonesië wetgevingen die overgenomen zijn van de toen heersende Nederlandse kolonialisatie?

Zie in eigen Nederland (welvaartstaat) hoe moeilijk het is om wetgeving aan te passen naar een nieuwe situatie.

 

Probleemgebied van elke Indonesische President :

a) Is OOK een President niet afhankelijk van de binnenlandse politiek (krachten)?

b) Is er al zekerheid tot de benoeming van de KAPOLRI? En toch schrijft zij het AL als een negatieve punt van de President.

Laatste nieuws 16-2-2015 : Gen. van Politie Budi Gunawan is door het Hogere Gerechtshof vrij gesproken. En OOK de Rechtstaat Indonesië heeft zich neer te leggen bij deze uitspraak. Toch heeft de President Gen.v. Politie Badrodin Haiti naar voren geschoven als de nieuwe KAPOLRI.

Weet zij wel dat een corrupte Parlementslid van de VVD in  NL. wordt gehandhaafd.

In de politiek wordt natuurlijk afgewogen de (vermoedelijke) deskundigheid van deze betrokkene en niet onbelanrijk de samenhang met de andere leden van die zelfde Politieke Partij.

Dat zijn nu eenmaal de Politieke krachten (machten) die spelen.

c) Het is de eerste BURGER President van Indonesië (geen miltaire achtergrond.). Mocht dit een vooruitgang zijn(?).

Waarom schrijven wij daar bijna niets over?

 

Ik heb deze President Jokowi (ter plekke) gevolgd vanaf zijn eerste publieke optredens – begonnen in Solo (Surakarta). Waar hij het goed heeft gedaan op het gebied van democratie – bevolkingsgericht – met een gelijkwaardige economische inslag.

Daar wordt weinig over gesproken in de Nederlandse media?

 

Hoe deze man, daardoor, gekozen is tot Gouverneur van de probleem hoofstad van Indonesië - Jakarta. (overstromingen-het vast gelopen verkeersprobleem etc. etc.)

Heeft Nederland er weet van dat hij dit probleem gaat aanpakken (Masterplan Indonesia). Dat hij zelf aanwezig is bij de overstromingen, om op die manier dichtbij het volk te geraken die het moeilijk hebben door deze oorzaken.

 

Is het niet zo dat Nederland zijn macht (van watermanagement) misbruik op het oude koloniale land.  (Geen medewerking verricht in het Masterplan – VAPRO & ORIO?)

Dat het ten kostte van het Nederlandse economische belang, maar wel vrede propageert in de wereld.

Hebben de Politici in Nederland door dat ze met dit gedrag aggresie oproept?

I.p.v. hun zgn. doel om te komen tot het bruggenbouwen?

 

Laten wij hopen, dat juist de geschiedenis en de culturele achtergronden van een land worden meegenomen in ons kritiek en onze overdenkingen.

Daarbij de frustratie van de OUDE Nederlandse Politici, NU eens eindelijk erkennen als een tegenstrijdige vrede beweging, tussen Indonesië en Nederland.

Laat deze jonge Nederlandse Regering eens overgaan tot een gedrag van een “gentleman” te zijn, in een democratische en beschaafde welvaartstaat.

Het “Tractatenbsluit van Wassenaar 1969”  Stb 183, ligt al 12 jaar te wachten op het uitkeren aan de betrokkenen.

 

Met alle respect mijnheer Frits Bolkestein (VVD), U hoeft van mij niet op straat te roepen dat U een Indo bent. Zie moesson 5.november 2014.

Maar mag ik wel van U verwachten, dat U als (toen) vertegenwoordiger van de Nederlandsestaat, het Recht doet aan de minder geschoolden/geluk hebbende, Indische Gemeenschap?

Overigens dat mag ik toch van iedereen verwachten die de Nederlandse Rechtstaat vertegenwoordigd ?

Daar gaan wij toch prat op, door met ons vinger te wijzen naar anderen?

Laten de drie over gebleven vingers niet ’n keer in Uw nadeel werken.!

 

Ik pleit (als een persoon uit ’n welvaatrtstaat die geluk heeft gehad te mogen studeren) voor een inzet van een hogere prioriteit te geven aan de scholing (educatie) van de jongeren van zo’n land als Indonesië.  En tevens het beter begeleiden van diegene die nu aan de macht zijn. Waarbij de gelijkwaardigheid van de mensen onderling, als groot goed mag worden meegenomen. (Respect).

 

Zie het voorbeeld hier onder.

Een voorbeeld Jan 22, 2015:  Working Visit by Mr. Henny Janssen Police Immigration Officer for Malaysia and The Philippines, Kingdom Of the Netherlands.

The Executive Director received Mr. Henny Janssen who sought to discuss potentive areas of cooperation between ASEANAPOL, the countries in the BENELUX area, EUROPOL and the Netherlands and foster networks for inter-regional collaboration.

10897297487?profile=original

 

10897297873?profile=originalMegawati Sukarnoputri

she tried to push her favorite candidate, Police Commissary General BudiGunawan, for the post of the Indonesian Police Chief, despite he was being investigated

28 KB (3,044 words) - 04:28, 11 February 2015.

Corruption Eradication Commission

the parliament-approved candidate for the chief of Indonesian Police Budi Gunawanas suspect of gratification case on 14 February, just days before his

19 KB (1,992 words) - 12:12, 26 January 2015.

Badrodin Haiti

from the service and awaiting for elected Police Chief Police-General BudiGunawan which now being a suspect on a corruption case. Akpol (1982) PTIK (1989)

3 KB (291 words) - 21:14, 20 January 2015.

Lees verder…

10897302101?profile=original

Het eerste program “ Aan tafel bij ICM forum” is succesvol verlopen bij de Pasar Malam van Rijswijk.

Uitgangspunt is de verhaalroute van ICM Jaarboek dat onlangs van de persen is gerold. Het team is zeer trots hierop,  net als een krant de Telegraaf en Volkskrant worden de abonnees en lezers verwend aan einde van het jaar met een boek “ Het Jaaroverzicht”. Uiteraard gaat de vergelijking niet helemaal op gezien het bereik, en toch bestaat sinds 1999 op het Internet, kan ICM best meer abonnees gebruiken. Niet onbelangrijk het Indisch Platform steunt bij haar missie o.a. de Indische kwesties, naast het voeren van de Pasarkalender in het land. Dit zijn slechts enkele items uit ICM krant, bovendien heeft ICM digitale Maand Magazine N.I.C.C., dit naast de vele videoreportages dat uit samenvattingen bestaat. 

Om schrijvers en columnschrijvers van ICM een podium te bieden om hun bijdragen te kunnen voordragen aan de lezers, heeft Ferry Schwab (editor) diverse lezingen gevolgd. Nee, het moet anders meer dynamiek en het publiek erbij te trekken met  Q en A sessies. Bovendien is ICM een krant dus een media voor de Indische wereld met een geschiedenis waar iedereen over kan meepraten.  

Op Pasar malam Rijswijk zijn o.a. de thema’s ; pasar malams, Wieteke van Dort wordt niet geaccepteerd door de omroepen,  Zoek tocht in het verleden,  Ontkenning van bevolkingsgroep, Nederland telt 1,3 miljoen Indo’s, Weg uit Indie, Indische Kwestie en vervolg Gebaar. Dit werd het forum gevormd door : Rita Kopetzky, Cornelia Stuyver, Han Dehne ook wel Pakhan, Henk Harcksen, en Ferry Schwab sr.   Met een kijkje in de redactievoering ICM.  

Er is nog veel stof te behandelen uit ICM Jaarboek onder andere; Muziek  / Indo Rock met de vele hoogte punten in die tijd; Andy Tielman de grondlegger van de Nederpop, en 50 jaren Ramona van Riem de Wolff, en Wieteke van Dort niet geaccepteerd bij de omroepen (o.a. Max), de Indische politiek hoe staat  het kabinet in de Indische zaak, dat na 70 jaren eindelijk de eindstreep heeft bereikt dat onder Martin van Rijn ligt, zal dit lukken om het wetsvoorstel door de senaat te lozen? De oplossing is nabij meldt het Indisch Platform zeer resoluut.  De geschiedenis van Indische kwestie dat begon in 2000 met het Gebaar, het tussenstation, de geschiedenis van de pasar malam en nog veel meer .....  

Bij het zien bij Pasar Malam Rijswijk van dit primeur, heeft dit ertoe geleid  dat  het program “ Aan tafel bij ICM forum”  bij de pasars van Wout Nijland in Zwolle, Zeist, Taman Indonesia wordt gegeven , en naast  IndoMania (49 %)  hebben andere organisaties  belangstelling getoond.

Het ICM redactie team is zeer content met deze massale belangstelling, en is net begonnen. Met de Indische krant en Jaarboek wordt bewezen en aangetoond dat er een Indische gemeenschap is in de Nederlandse samenleving, dat 70 jaren wordt ontkend door de Nederlandse regering, lees de stukken op na op www.icm-online.nl

Alle fracties hebben ICM Jaarboek gehad, dit naast dat ze vanaf 1999 ICM Breaking News ontvangen kun je niet meer ontkennen dat er een Indische gemeenschap als bevolkingsgroep bestaat met een populatie van 1,2 miljoen.

 

Boek is te bestellen info@ICM-ONLINE.NL  of op onze ICM stands bij de pasar malams

10897297856?profile=original

10897303053?profile=original

Weergaven: 111.312

Lees verder…

Een vuil oorlogje op Bali

10897298893?profile=original

Een vuil oorlogje op Bali       Door:  Anne-Lot Hoek 

De Nederlandse gezagsdragers runden Bali na de oorlog als hun particuliere koninkrijkje. Een vernietigend officieel rapport over corruptie en intimidatie werd weggewerkt. Net als de man die het schreef, blijkt uit recent ontdekte documenten.

14 maart 1948. Het is bijna middernacht als de handgranaat naar binnen vliegt. Theo van Meerwijk, hoofd van de militaire politie op Bali, springt in een reflex op vanachter zijn bureau en duikt naar buiten. Als hij even later asgrauw en trillend op zijn benen naar het gat in de cementen vloer staart, dat de granaat heeft geslagen, rinkelt zijn telefoon.

Kapitein Treffers, hoofd van de militaire inlichtingendienst (MID) op Bali, wil weten “wat er in godsnaam is gebeurd”. Tien minuten later verschijnt Treffers in persoon met vier man, en arresteert Van Meerwijk. De 31-jarige sergeant-majoor “stond verward in zijn onderkleding met een pistool in zijn hand”, zou Treffers later verklaren. “En aangezien hij nog wel eens met zijn dronken kop een vuurwapen had afgeschoten, meende ik dat hij vast weer een rare streek had uitgehaald.” Mogelijk heeft Van Meerwijk “zelf een hand in de kwestie” gehad, aldus Treffers.
Van Meerwijk wordt vastgezet. De psychiater die hem tijdens zijn zestien dagen cel onderzoekt constateert een ‘paranoïde psychose’. “Patiënt denkt dat ieder zich tegen hem samenspant.”   

Niet lang na de aanslag stuurt generaal Spoor, commandant van de 140.000 Nederlandse militairen in Nederlands-Indië, een officier van Batavia naar Bali. Hij moet grondig onderzoek doen naar vermeende ‘wantoestanden’, waarover Van Meerwijk inmiddels heeft gerapporteerd. Het onderzoek begint in oktober 1948 en zou tot eind december duren. Het dossier – getuigenverhoren, verklaringen en het proces-verbaal dat het eindverslag vormt – leest als een duistere thriller. Het maakt aannemelijk dat de militaire en burgerlijke autoriteiten op Bali corruptie, diefstal en handel in gestolen goederen mogelijk maakten en toedekten. En ook dat Treffers’ militaire inlichtingendienst op grote schaal gevangenen martelde.

Toch volgde geen enkele maatregel tegen het militair-civiele establishment op Bali. De officier die het onderzoek verrichtte en het proces-verbaal schreef, werd op een zijspoor gerangeerd. Een jaar later, 1949, zou Nederland de Indonesische onafhankelijkheid erkennen. Het omvangrijke dossier vol met onverkwikkelijkheden uit de jaren daarvoor verdween – letterlijk – in een la bij Defensie. Sinds 2006 lag het onopgemerkt in het Nationaal Archief in Den Haag.

Eerdere onderzoeken richtten zich op zogenoemde ‘geweldsexcessen’ in Indonesië. Dit dossier laat juist goed zien – en dat is nog lang niet door historici uitgezocht – hoe geweld en intimidatie het karakter van het koloniale systeem kenmerkten.

In maart 1946 landden een   kleine tweeduizend Nederlandse militairen van het KNIL (Koninklijk Nederlands-Indisch Leger) met Britse landingsvaartuigen op Bali. Met een ceremonie waarbij Japanse officieren hun samoerai-zwaarden inleverden, namen de Nederlanders het gezag na drieënhalf jaar Japanse bezetting terug. Op veel verzet van de hindoeïstische bevolking werd niet gerekend, maar toch ontbrandde ook op Bali al snel de onafhankelijkheidsstrijd, waarbij Nederlandse militairen het vrijheidsstreven met veel geweld de kop in probeerden te drukken.

Nederlandse militairen op Bali

Zoals elders was ook op Bali een klein contingent van het Korps Koninklijke Marechaussee/Militaire Politie aanwezig, herkenbaar aan de witte helm, bekend als de ‘kalkemmer’. Hun taak was het opsporen van kleinere en grotere strafbare feiten onder militairen, van diefstal tot desertie. Sergeant-majoor Theodorus van Meerwijk, een Amsterdamse oorlogsvrijwilliger en betrokken bij het verzet, was sinds 1947 MP-commandant in Denpasar.

Schot in de lucht

Een maand na de aanslag schrijft Van Meerwijk zijn hoogste chef, de commandant van het MP-korps in Batavia, dat Nederlandse gezags-dragers op Bali en het naburige eiland Lombok zich inlaten met zwarthandel, afpersing en smokkel. En dat hij bij zijn onderzoek wordt tegengewerkt door het troepen-commando. “Er werd daar vanuit gegaan dat het KNIL 300 jaar geen MP gekend had, en het nu ook niet nodig was.”

Als Van Meerwijk twee MP’s naar Singaradja (in het noorden van Bali) stuurt om betrouwbare tips over corruptie na te trekken, wordt het duo door de troepencommandant op Bali, majoor König, teruggeroepen. Een collega waarschuwt hem daarop voorzichtig te zijn; anders kon het wel eens “verkeerd” met hem aflopen.

Van Meerwijk krijgt inlichtingen dat ook op Lombok staatsgeld wordt verduisterd en fraude gepleegd. Maar de auditeur militair – officier van justitie voor de krijgsraad op Bali – laat hem weten geen onderzoek in te stellen, omdat anders “heel Lombok en half Bali in de rechten zou worden betrokken en deze zaak zich niet alleen uitstrekte tot het mindere personeel”. Met lede ogen ziet Van Meerwijk aan hoe de troepencommandant König bevoegdheden van zijn mensen inperkt. Of ze worden overgeplaatst. Bij zijn directe chef, die op Celebes kantoor houdt, krijgt hij geen gehoor. “Door al deze tegenwerking werd ik zenuwachtig”, zal hij later verklaren. Dan raakte hij “wel eens dronken of loste in een driftbui een schot in de lucht”.

Vlak voor het handgranaatincident kreeg Van Meerwijk ook nog een zedenzaak aan zijn broek. Hij werd ervan beschuldigd een vrouw uit Thailand te hebben verkracht. Daar blijkt – na onderzoek – geen grond voor te bestaan. Het verbaast hem dat die zaak werd opgeblazen. Want volgens Van Meerwijk was het juist de MID die zich schuldig maakte aan geweld. Gevangenen worden tijdens de verhoren mishandeld: “branden met kruitstaafjes, elektrificeren, gebogen over een kookplaat waardoor de geslachtsdelen schroeien” en ook worden „tijdens acties gemaakte gevangenen met gespleten bamboe op hun rug afgeranseld in het bijzijn van officieren”.

Dwarskijker

In Batavia wordt Van Meerwijks noodkreet gegrond bevonden. Als in Surabaya, waar hij inmiddels naar toe is overgebracht, door twee artsen wordt vastgesteld dat er aan zijn geestelijke toestand niets mankeert, is de maat voor Batavia vol. “Men probeerde Van Meerwijk als dwarskijker weg te krijgen”, noteert de commandant van het MP-korps. Generaal Spoor stemt in met een onderzoek.

Op 9 oktober 1948 landt kapitein Sjoert Kuikenga op het vliegveld van Denpasar. De 35-jarige Amsterdammer is sinds 1935 als beroepsmilitair in Nederlands-Indië, waar hij trouwde met de Nederlands-Indische Alma de Lang. Na de Japanse inval in 1942 was hij als krijgsgevangene geïnterneerd in verschillende kampen op Java. Het kost geen moeite om de boomlange Kuikenga – hij was bijna twee meter – op foto’s uit die tijd te herkennen, marcherend aan het hoofd van een troep witgehelmde MP’s. Direct na de bevrijding werd hij weer onder de wapenen geroepen, en eind 1946 overgeplaatst naar de militaire politie.

In Denpasar neemt Kuikenga zijn intrek in het koloniale Bali Hotel. Daar ontmoet hij zijn assistent, sergeant William Wijnhamer. De komende drie maanden, tot 20 december 1948, zullen zij tientallen betrokkenen horen in verschillende zaken. Wijnhamer ontfermt zich over het vermoedelijk grootste dossier: de smokkelhandel en corruptie in Singaradja. Kuikenga houdt zich bezig met verhoren in Denpasar en zaken als verduistering van legermateriaal.

Uit zijn dienstverslagen aan Batavia wordt duidelijk dat hij en zijn assistent in een intimiderend spiegelpaleis zijn beland. Zo meldt Kuikenga dat “de gekste en meest luttele gevallen” op Lombok zeer nauwkeurig werden uitgezocht, terwijl zaken van meerdere betekenis “ogenschijnlijk geheel in de doofpot zijn gestopt”.

Overal waar Kuikenga en zijn assistent gaan, worden ze geschaduwd, schrijft hij naar zijn baas. Veel betrokkenen zwijgen uit angst voor het hoofd van de MID, kapitein Treffers. Voor en nadat ze bij Kuikenga verschijnen, moeten ze bij Treffers komen. Het blijft niet bij intimidatie. Op het MID-kantoor in Singaradja wordt iemand doodziek na het drinken van een kop koffie op Wijnhamers kamer. Kuikenga aan Batavia: “Vermoedelijke poging tot vergiftiging van Wijnhamer. Wordt nader onderzocht.”

10897298693?profile=originalNederlandse militairen en de plaatselijke bevolking

Toen rechter F. Vermeulen begin 1948 op Bali arriveerde, kreeg   hij “al zo’n gevoel van geheimzinnigheid over zich”, zegt hij. De president van de krijgsraad in Denpasar is als een van de weinigen zeer open tegen Kuikenga en is niet verbaasd over diens observaties. Ambtenaren probeerden invloed op zijn vonnissen uit te oefenen, de MP werd belemmerd in het uitvoeren van haar taak en de Staatspolitie (lokale politie) in Singaradja was corrupt. “Ernstige feiten” konden zo ongestraft gepleegd worden, en de MID van Treffers zat daarbij “overal met zijn neus in en maakt het vaak te bont”, aldus Vermeulen.

Een voorbeeld is een zedenzaak waarbij zeven minderjarige Balinese meisjes – verdacht van betrokkenheid bij het verzet – aangifte deden van verkrachting door Nederlandse militairen tijdens hun verhoor. Treffers had de zaak aan de MP moeten overdragen voor een officieel politie-onderzoek, maar loste het zelf op door de verdachten een paar weken vast te zetten. Vermeulen lijkt wel begrip te hebben voor justitie, die zaken waarin Nederlandse militairen betrokken waren, leek te zijn “vergeten”. Het verzet beging zoveel misdaden – vooral tegen pro-Hollandse Balinezen dat justitie “minder ernstige feiten” uit tijdgebrek terzijde schoof.

Ook was het onmogelijk burgerverdachten zoals politie-beambten “knijp” te zetten: de gevangenissen waren overvol. Om die reden was bijvoorbeeld een zaak met 96 verdachte verzetsstrijders in slechts vijf dagen met vele doodstraffen afgedaan, waarbij de beklaagden – “vreemd” genoeg, aldus Vermeulen – niet door een verdediger waren bijgestaan.

Koninkrijkje

Intussen ontdekt Kuikenga’s assistent Wijnhamer dat sergeant Van Eyden, afdelingschef van de inlichtingendienst in Singaradja, méér doet dan spionnen runnen en smokkelaars vangen. Hij profiteert ook zelf van de smokkel. Hij is de spin in een web van Chinese handelaren, Balinezen en corrupte politie- en douane-beambten. Volgens verschillende getuigen zou Van Eyden Noord-Bali als zijn eigen particuliere koninkrijkje bestieren. In beslag genomen goederen, zoals koffie en suiker, werden met grote winst doorverkocht. Zowel binnen als buiten Bali. Inspecteurs van de Staatspolitie kochten koffie, kippen, varkens en eieren voor bodemprijzen op, en verkochten ze buiten Bali, waarbij Nederlandse ambtenaren een oogje toe zouden knijpen. Daarnaast getuigden meerdere onderofficieren over sabotage: wapens en munitie werden, als  het uitkwam, tegen betaling ‘uitgeleend’ aan Indonesische verzetsstrijders. Volgens een verhoorde luitenant wist “praktisch iedere ingezetene” dat er „ongelofelijk veel gesmokkeld werd” en waren de politie en de legerleiding daar ook van op de hoogte. Ook Treffers, zijn directe superieur, wist dat „Van Eyden weleens iets te ver ging”, maar “door de (moeilijke) politieke omstandigheden” was een sterke man als Van Eyden daar nu eenmaal nodig.

Van Eyden moet zich onkwetsbaar hebben gevoeld. Op borrels en partijen gaf hij graag hoog op van zijn vergaarde rijkdom. Toch leek het bijna niemand te interesseren hoe hij daaraan gekomen was. Het moet hard zijn aangekomen toen een nieuw aangestelde officier de sergeant zijn macht uiteindelijk ontnam en de opdracht gaf dat Van Eyden naar Nederland terug moest. Een dag na die aanzegging sneuvelde de betreffende officier echter onder zeer vreemde omstandigheden.

Kat-en-muisspel

Om de zaak rond te krijgen moeten Kuikenga en Wijnhamer ook ‘burgers’, zoals ambtenaren en politie kunnen verhoren. Maar daar loopt het onderzoek vast, want resident Boon, de hoogste civiele bestuurder op Bali en Lombok, ziet dat niet zitten. Na een kat-en-muisspel tussen Boon en Kuikenga en een aarzelend hoofd van justitie in Batavia die geen verantwoordelijkheid durft te nemen, wordt officier van justitie J. Kruythof met deze kwestie opgezadeld. Die besluit ten slotte: geen toestemming. Tegelijkertijd probeert de resident Kuikenga via Batavia het werk onmogelijk te maken. In een rechtstreeks aan generaal Spoor gerichte brief maakt Boon ernstige bezwaren tegen het onderzoek.

10897299274?profile=originalHet uitdelen van voedsel

“Het is absoluut ontoelaatbaar op grond van allerlei losse geruchten actie te nemen en in het wilde weg personen te horen”, aldus Boon. Het optreden van Kuikenga zou kunnen leiden tot “verwarring en verstoring van lopende politieonderzoeken en het in de wereld helpen van gevaarlijke geruchten die tot gezags-ondermijning leiden”, waarbij de resident zich zorgen maakte over “diverse te goeder naam en faam bekend staande personen” die “een corrupte rol wordt toebedeeld”.

Hoewel Kuikenga de betrokkenheid van het militaire en civiele establishment niet hard krijgt, schrijft hij na drie maanden onderzoek een proces-verbaal. Uit zijn 36 pagina’s komt het beeld naar voren van een legerleiding die eigen regels hanteert en onvoldoende toezicht heeft op de troepen “waardoor het mogelijk werd dat goederen uit legerdumps konden worden gehaald, dat personeel deelnam aan smokkel, zwarte handel, verduistering van distributiegoederen, het buiten hun soldij ontvangen van andere inkomsten, het verkopen van staatsgoederen en het verrichten van diensten niet behorende tot hun functie”.

De inlichtingendienst was daarbij oppermachtig omdat troepen-commandant König “de MID als zijn politieapparaat” beschouwde terwijl de MP van zowel König als Treffers weinig medewerking kreeg in het uitoefenen van haar taak. Ook concludeert Kuikenga dat ambtenaren betrokken zijn bij zwarthandel op Lombok en acht hij het horen van burgers “dringend noodzakelijk” om de zaak in Singaradja rond te krijgen.

Geheime brief

Op 20 december 1948 vliegen Kuikenga en zijn assistent terug naar Batavia. Hoe het afloopt, wordt niet duidelijk uit het opmerkelijke dossier dat Defensie in 2006 aan het Nationaal Archief overdroeg en dat sindsdien openbaar is. Een jaar later maakt Kruythof korte metten met Kuikenga’s bevindingen. In een geheime brief aan justitie in Batavia meldt hij dat Kuikenga zich had gebaseerd op het rapport van een „overspannen sergeant-majoor, die in een zedenzaak verwikkeld was” en zich kennelijk uit “eigen moeilijkheden poogde te redden” – de zaak Van Meerwijk en de handgranaat.

Als het echt zo’n bende op Bali en Lombok zou zijn geweest, dan hadden Kuikenga en Wijnhamer „toch stellig een massa belangrijke en concrete feiten” moeten ontdekken, schrijft Kruythof. Van de ontmaskering van „een groots schandaal” was dan ook volstrekt geen sprake. Sterker nog: de koffiesmokkel – een verwijzing naar de Singaradja-zaak die aan de Staatspolitie was overgedragen – was inmiddels volledig berecht. Er waren “tweehonderd getuigen gehoord” en “van enige medeplichtigheid van militairen en politie was niets gebleken”, aldus Kruythof. “Alleen tegen een kamponghoofd is naar ik meen een zaak aanhangig gemaakt.”

Wie het hardst naar Batavia schreeuwde, werd blijkbaar het best gehoord, want het onderzoek naar de ‘wantoestanden’ van Kuikenga leidde niet tot een grootscheepse schoonmaak onder de autoriteiten op Bali en Lombok. Inmiddels was het ook al 1949, generaal Spoor was overleden en eind dat jaar erkende Nederland de onafhankelijkheid van  Indonesië. Terwijl op Bali hard werd afgerekend met mensen die als spion of tolk met de Nederlanders hadden samen gewerkt, werden verreweg de meeste KNIL-militairen naar Nederland gerepatrieerd. Hoe kon  dit onderzoek zolang onder het stof verdwijnen? “Het was een wilde tijd”, reflecteert een verhoorde luitenant op de chaotische toestanden na de landing op Bali. De aandacht lag bij de bestrijding van het verzet, 

niet bij interne aangelegenheden van het leger zelf. Veel ondervraagde militairen vonden dat toen logisch, dat hoort nu eenmaal bij een oorlog. Maar bijna zeventig jaar later is dat een dun excuus om ons te blijven richten op ‘ontsporingen van geweld’ in plaats  van  op  het  gewelddadige

karakter en de onderdrukking die inherent waren aan onze vuile oorlog.

10897299097?profile=originalHistorica Anne-Lot Hoek werkt aan een boek over de dekolonisatie van Bali, dat zowel de Nederlandse als Balinese perspectieven behandelt. Zij wil graag in contact komen met mensen die zelf op Bali hebben verbleven (als militair, burger of in een andere hoedanigheid) gedurende de dekolonisatie (of vlak daarvoor of daarna) en die daarover willen vertellen. Haar    e-mail: annelot@annelothoek.com

Dit artikel werd eerder gepubliceerd in NRC Handelsblad. Het is tot stand gekomen met steun van het Fonds Bijzondere Journalistieke Projecten en het Lira Auteursfonds. Bron: Java Post

Lees verder…

Diepte punt in de Haags IndoRock wereld !

10897300278?profile=original

Club TARI MERAK De Haagsche Liverpool van de IndoRock stopt na 23 jaren!

Ingekomen bericht ICM Facebookgroep

Ferry Schwab 2 uur heeft een bericht van Jacques Wentink gedeeld. 51 min.

Jacques Wentink beste leden van club TARI MERAK bands artiesten collega,s en bezoekers. helaas moeten wij jullie mededelen dat vanaf heden onze club ophoudt te bestaan gelet op dat VELO en de LEUNINGJES hun huur voor 2015 bijna met de 80% hebben verhoogd plus de gezondheid van Jeannette die veel te wensen overlaat zo zijn wij tot dit besluit gekomen na zo,n 23 jaar 10 tallen dansavonden en 21 indo rock gala,s moeten wij met weemoed afscheid nemen van jullie en mijn club. in al die jaren zijn wij verrijkt met vele vrienden en met de vele jaren met de bands doen ons met veel plezier terug kijken. maar wij willen graag afscheid nemen van onze leden en doen dit op VRIJDAG 6 maart met THE EASTERN ACES in zaal Stervoorde te Rijswijk.

Om de kosten te dekken vragen wij jullie een bijdrage van €.5- voor de band en de zaalhuur.Let op, er mogen maar 180 man in de zaal en kunnen wij niet reserveren dus vol is vol !!! zaal open om 19uur einde om 00.00uur.toko TUTI is er en een tombola. namens jacques/jeannette/armand/ en onze gehele crew de leden krijgen hierover nog een brief met het hele verhaal.Tot 6 maart ?? p.s. eventuele introducee,s betalen €.8.- Vind ik leuk · · Delen Jannie Kuiters vindt dit leuk.

°°°°°°°°°°°°°°°°°°°°°°°°°°°°°°°°°°°°°°°°°°°°°°°°°°°°°°°°°°°°°°°°°°°°°°°°°°° Cornelia Stuyver Schande ...een huurverhoging van 80% mag dat zomaar.... .? Verder een mooie laatste keer toegewenst! 49 min. · Vind ik leuk -------------------------------------------------------------------------------------------

Reactie Ferry Schwab op ICM Facebook.

Jacques Wentink Doet pijn om dit te horen als oud Hagenaar,

Den Haag de Liverpool van The Indo Rock, waar jij deze bands 23 jaren een podium gaf, en waaruit de rest van Nederland o.a. pasars profijt van trokken.

Met ICM heb ik deze bewegingen dat voor mij begon in Darling / market als ik mij goed herinner, maar jaren daarvoor was je al bezig. Pam Pam,  Palais Dance, noem ze maar op verdwenen en jij pakte de Indo draadje op.  NON-STOP optredens van zo´n wel 10 formaties  met zo´n 1600 man schat ik.

Maar jij zal gedegen met veel wijsheid weloverwogen je besluit hebben genomen.

Met ICM zijn er vele IndoRock Gala´s DVD reportages gemaakt destijds en ik  zal er maar geen geheim maken kwam voor ICM reportage vaak helemaal over vanuit  warme Calpe a-d Costa waar ik tot 2008 woonde, om dit  uniek event te mogen registreren , zal heel zuinig zijn op deze DVD´s IndoRock Gala, en om eerlijk te zijn wanneer een dipje op komt pak ik weer 1 van deze dvd´s

Ik wens jou en Jeannette veel sterkte bij dit besluit!

Ter herinneringen ter aan Tari Merak onderstaande fragmenten uit ICM archieven.

Lees verder…

Het Hollandia-rapport

10897294864?profile=originalHet Hollandia-rapport          Door:  Bert Immerzeel De opsporing en beoordeling van anti-Japanse activiteiten 

Bij de herovering van Nederlands-Indië vonden vele zware veldslagen plaats, met aan beide kanten duizenden doden. Zo niet bij de inname van Hollandia, Nieuw-Guinea, op 18 april 1944, toen ongeveer 15 duizend Japanners zich volkomen lieten verrassen. Misschien was het juist dit verrassingselement dat er toe leidde dat allerlei documenten werden aangetroffen die anders mogelijk zouden zijn vernietigd. Eén van deze documenten was wel zeer bijzonder: een gestencild rapport van bijna 400 pagina´s over het anti-Japanse verzet op Java. De Amerikanen haastten zich het te vertalen.

De vraag is, of de informatie uit het rapport Anti-Japanese Activities in Java later nuttig is gebleken. In het kader van de oorlogsvoering waarschijnlijk niet. De kopie die uiteindelijk terechtkwam bij het Nederlandse Ministerie van Buitenlandse Zaken

 

Kempeitai officieren

en sinds kort bij het Nationaal Archief toont en marge enkele handgeschreven aantekeningen van na-oorlogse geschiedvorsers: vooral pogingen de namen te ontcijferen. Eenvoudig is dit niet. De Japanners schreven de Nederlandse namen in het Japans, en dát werd weer vertaald in het Engels. Uiteindelijk moeten we in enkele gevallen afgaan op een interpretatie van de klanken om de oorspronkelijke namen te achterhalen. Een voorbeeld:

“Hafukasuhetsu, a person of mixed blood, of Kalimas Station in Soerabaja, under the guidance of Knoop, head of the Eastern SS

Bureau, and via Kamaheru, an Ambonese of Soerabaja, plotted the uplifting of the morale through the exchange of illegally heard information about the enemy offensive and the gathering of military information.”

De genoemde Knoop kunnen we thuisbrengen. Het betreft hier Ir. J.J. Knoop van de Staats Spoorwegen (SS). Maar wie hier de Indo Hafukasuhetsu is, of de Ambonees Kamaheru? Geen idee. De namen van de leiders van het verzet werden meestal correct geschreven, de overige meestal verbasterd. Het rapport dat afkomstig is van de Japanse geheime politie, de Kempeitai, bestaat uit vier delen: een hoofdrapport (229 pagina´s), getiteld ‘Overzicht van alle anti-Japanse activiteiten op Java, februari 1944’, en drie bijlagen:

1. een rapport van het Gouvernement in Batavia uit september 1941 over het beoogde gezag ná de oorlog. Dit rapport werd in oktober 1943 door de Kempeitai gevonden bij Pieter Colijn, één van de leiders van het verzet in Soerabaja.

2. Een compilatie van de verschillende Intelligence rapporten van de verzetsbeweging op Java uit december 1942.

3.  Een rapport over door het verzet gebruikte coderingen en communicatievormen.

In de Japanse versie telt het geheel maar liefst 389 pagina´s. Indrukwekkend, niet alleen om grote aantal bijzondere details in de tekst, maar ook om de prachtige uitvouwbladen, waarop getekende overzichten, organo-grammen, van alle connecties tussen de verschillende lokale verzetsgroepen. Het anti-Japanse verzet moet van enorme omvang zijn geweest. Maar was dat wel zo?

De Jong

Dr. Lou de Jong, die het rapport veelvuldig gebruikte voor Het Koninkrijk der Nederlanden in de Tweede Wereldoorlog, relativeerde deze veronderstelling. Hij constateerde dat het rapport getuigt van een enorme achterdocht. De Japanners zagen overal verzet, ook daarvan in het geheel geen sprake was. De Nederlanders werden gezien als ‘geharnaste tegenstanders van het regime van de bezetter’, en de Indische Nederlanders waren al niet veel beter. “Het is noodzakelijk”,  citeert De Jong het rapport,“deze tot ongehoorzaamheid neigende groep, die de ware bedoelingen van ons zo welwillend militair bestuur niet begrijpt, streng te controleren.” Over de Ambonezen ten slotte: “De Ambonezen zijn niet de minderen van de Indische Nederlanders. Zij zijn anti-Japanse en pro-geallieerde socialisten. Zij hebben volhard in hun anti-Japanse gevoelens. De grondslag van hun denken is niet dezelfde geweest als die van de Javanen en overeenkomstige volkeren. Dit komt door hun grondige Christelijke vorming en door de gunsten welke zij van Nederland ontvangen hebben.”

 

‘Chain of command’

 

Waar hij spreekt over het beoordelen van het verzet, wijst De Jong op de verschillen tussen Nederlands-Indië en Europa: “Wij zullen niet alleen schrijven over de reële illegale activiteiten maar ook over die welke, zonder voldoende basis in de werkelijkheid, door    de  Japanners  als zodanig werden

bestempeld. Zouden wij die laatste terzijde laten, dan zou het op ons overzicht volgend beeld van de werkzaamheid van Kempeitai en PID, van de voor de Japanse rechtbanken gevoerde processen en van het lot van diegenen die tot gevangenisstraf werden veroordeeld, hoogst onvolledig zijn.

Er is namelijk een markant verschil geweest tussen, enerzijds, de Sicherheitspolizei und SD en de organen van de Duitse justitie en, anderzijds, de Kempeitai, de PID en de organen van de Japanse justitie: de eerste hebben louter reële illegale activiteiten vervolgd, de tweede zowel reële als fictieve, en ook in dat opzicht was het bestaan van de Nederlanders en Indische Nederlanders in bezet Indië moeilijker dan dat van de Nederlanders in bezet Nederland.”

Verschillen met Europa

Schijn en werkelijkheid waren moeilijk van elkaar te onderscheiden. Dit had alles te maken met de Japanse achterdocht, en het Japans beleid om alles wat ook maar enigszins op verzet leek, zwaar te onderdrukken. Iedere verdachte werd gemarteld tot hij bekende. Uiteindelijk werden zo hele netwerken opgerold van personen die elkaar weliswaar kenden, maar die naar objectieve maatstaven gezien misschien niet veel meer gedaan hadden dan onschuldige berichten uitwisselen. Tientallen, honderden vonden de dood om niet meer dan een verdenking. Bij het beoordelen van aanvragen in het kader van de Wet buitengewoon pensioen Indisch verzet (Wiv) gaf dat later soms problemen. Als de Japanners iemand hadden veroordeeld vanwege verzetsactiviteiten, en er waren geen bewijzen van het tegendeel: was dan wel sprake geweest van verzet?

Een ander verschil met de situatie in Europa was het gegeven dat   de mogelijke verzetsdeelnemers herkenbaar waren aan hun huidskleur. De Japanners hadden de verschillende bevolkingsgroepen van Nederlands-Indië, gebruik makend van al bestaande rechts-verschillen, handig tegen elkaar uitgespeeld. De Inheemsen werd onafhankelijkheid beloofd, zodat deze groep – althans in het begin van de bezettingsperiode – weinig reden zag te protesteren. Pas in 1944 zou dit anders worden, echter toen was het te laat. Tegen de Nederlanders, de voormalige koloniale macht, werd van het begin af aan hard opgetreden. Wat ten onrechte wel eens wordt verondersteld: de internering van het blanke bevolkingsdeel had geen raciale motieven. Het in  april 1942 ingestelde pendaftaran (persoonsbewijs waarop raciale kenmerken) had niet ten doel blanken te treffen, maar ‘slechts’ de Nederlanders. Andere blanken, niet-Nederlanders zijnde, bleven buiten internering. Het gevolg van de Japanse interneringsmaatregelen was echter dat de blanken geen ruimte werd gegund voor verzetsactiviteiten, en dat niet-geïnterneerde pro-Nederlandse Indo-Europeanen, Ambonezen, Menadonezen en Chinezen reden hadden bang te zijn om te worden opgepakt.

Een derde onderscheid, tenslotte, is het feit dat de verzets-deelnemers, anders dan in het bezette Nederland waar er voortdurend contact met Londen werd gehouden, geen radio-verbinding met de buitenwereld onderhielden. Er kon weliswaar op illegale wijze naar buitenlandse zenders (meestal radio San Francisco) worden geluisterd; men had geen zendinstallatie die vanuit bezet gebied berichten naar bijvoorbeeld Australië of Brits-Indië kon uitzenden. Het gevolg was, dat het gepleegde verzet vaak tamelijk ongecoördineerd    is gebleven. De conclusies van  het Hollandia-rapport ten spijt,   de Japanners hadden het georganiseerde verzet vanaf medio 1943, nauwelijks meer dan een jaar na hun inval, volledig onder controle.

Waaruit bestond het verzet? Samengevat: zo ongeveer alles wat afbreuk kon doen aan het Japanse gezag. We kunnen hierbij denken aan militairen die zich niet onderwerpen aan krijgsgevangen-schap, het verbergen van wapens, aan het luisteren naar illegale radiozenders en het verspreiden van nieuwsberichten, spionage- en sabotage-activiteiten, aan het voorbereiden van de terugkeer van de Geallieerden, etc. De definiëring van verzetsactiviteiten is natuurlijk afhankelijk van wie  of wat deze beoordeelt. De Japanners hanteerden een wel zeer ruime interpretatie: het Hollandia-rapport staat vol met conspiracies en subversive actions.

 

Verzetsster Oost-Azië 1942-1945

Drie regelingen

In na-oorlogse jaren konden Nederlanders een beroep doen op drie regelingen die, naast militaire onderscheidingen voor dapperheid specifiek het verzet in Nederlands-Indië waardeerden: De Verzetsster Oost-Azië (Koninklijk Besluit, 26 oktober 1948) werd uitgereikt aan diegenen die zich “door geestkracht, karakter-vastheid of gemeenschapszin op bijzondere wijze verdienstelijk hebben gemaakt voor door krijgs-gevangenschap, internering of anderszins in de macht van de vijand geraakte Nederlanders of Nederlandse onderdanen, dan wel in het verzet tegen de vijand”. Hulp aan geïnterneerden – verzet van humanitaire aard – stond hier dus op de eerste plaats. De Verzetsster Oost-Azië, die slechts kon worden verkregen op voordracht door derden, werd 468 keer uitgereikt.

Het Verzetsherdenkingskruis (bij Koninklijk Besluit, 19 december 1980) was bedoeld voor zowel verzetsdeelnemers in Nederland als wel Nederlands-Indië. Omdat de situatie in Indië zoveel anders was als in Nederland, werden de criteria voor toekenning op basis van verzet aldaar, bewust vaag gehouden. Het kruis werd uitgereikt aan “een ieder, die tijdens de Tweede Wereldoorlog in Oost-Azië op door Japan bezet gebied of Japans gebied aan, naar het oordeel van het Nationaal Comité Verzetsherdenkingskruis als verzet tegen de vijand aan te merken handelingen heeft deel-genomen”. Toen deze regeling in 1985 werd gesloten waren 15.300 kruisen toegekend, het overgrote deel op basis van activiteiten in Nederland. Het precieze aantal toekenningen op grond van verzetsactiviteiten in Nederlands-Indië is onbekend.

In navolging van de Wet buitengewoon pensioen 1940-1945,  bedoeld  voor  Nederlandse

verzetsdeelnemers (1947), werd in 1986 de Wet buitengewoon pensioen Indisch Verzet in het leven geroepen. Recht op een buitengewoon pensioen hebben deelnemers aan het verzet die ten gevolge van dat verzet tenminste 10% invalidering hebben opgelopen. Ook hun weduwen/ weduwnaars hebben recht op dat pensioen. Tot verzet in de zin van de wet wordt gerekend: “activiteiten welke na de capitulatie van het Koninklijk Nederlandsch-Indisch Leger, anders dan in militair verband, werden verricht met het oogmerk door daad of houding afbreuk te doen aan de militaire of ideologische doeleinden van de bezetter zonder dat daarbij persoonlijk gewin of andere persoonlijke motieven een rol speelden en welke een zekere mate van duurzaamheid of intensiteit inhielden en waaraan voor betrokkene een duidelijk risico verbonden was”.

‘Anders dan in militair verband’ betekent dat reguliere militaire activiteiten buiten beschouwing blijven. ‘Activiteiten door daad of houding’ laat ruimte voor een erkenning in verband met de weigeringen om een loyaliteits-verklaring te ondertekenen. ‘Duurzaamheid’ vereist een wat langere periode, uitgezonderd die situatie waarin de verzetsstrijder wordt gearresteerd of gedood. En tenslotte, de toevoeging ‘duidelijk risico’ impliceert dat de activiteiten door de Japanners als gezags-ondermijnend moesten worden gezien. In afwijking van bij        de Verzetsster Oost-Azië wordt humanitaire hulpverlening hier niet als verzet beoordeeld. In het kader van deze wet werden ruim 2500 aanvragen ingediend. In ongeveer een kwart daarvan was sprake van erkenning van de verzetsactiviteiten. Vooral de bewijslast was na zoveel jaren een struikelblok.

Radio in veldfles

Omvang

 

De omvang van het verzet is moeilijk in te schatten. In afwijking van bijvoorbeeld de internering, is hier natuurlijk geen sprake geweest van enige vorm van registratie. Iedere schatting is daarom per definitie onvolkomen. In geen enkele publicatie over het verzet in Nederlands-Indië is geprobeerd op dit punt tot een onderbouwde conclusie te komen.

Als we ons beperken tot het pro-Nederlandse verzet (van het Inheemse verzet is zeer weinig bekend, en valt buiten het bestek van dit artikel), is hier misschien toch iets over te zeggen. In het Hollandia-rapport (dat alleen het verzet op Java betreft) wordt melding gemaakt van 20 opgerolde verzetsgroepen met 1730 leden, en 42 nog in behandeling zijnde (?) groepen met 1468 leden. Dit naast 8 ‘communistische verzetsgroepen’ met 691 leden. Deze cijfers zijn met enige goede wil te vergelijken met de hierboven genoemde cijfers in het kader van de Nederlandse verzetsregelingen. Misschien mogen we – rekening houdende met aftrek van het vermeend verzet – concluderen dat twee à drieduizend personen het hebben aangedurfd om de Japanse bezetting actief te weerspreken. Dat mag misschien weinig lijken, de Japanners moeten er hun handen vol aan hebben gehad.      Bron: Java Post

 

Lees verder…

Australiërs zoeken VOC schip

10897291284?profile=originalAustraliërs zoeken VOC schip Fortuyn

In 1724 verdween het VOC schip “Fortuyn” spoorloos. Australische maritieme archeologen zeggen een idee te hebben waar het  schip is vergaan en starten een zoekactie. De Fortuyn was een vrachtschip van de Vereenigde Oostindische Compagnie en vertrok in september 1723 vanaf Texel voor een reis naar Batavia. Begin 1724 bereikte de Fortuyn Kaap de Goede Hoop, waar de VOIC destijds een bevoorradings-haven had. Op 18 januari vervolgde het schip haar reis, samen met de schepen “Hogenes”, “Doornik” en “Anna Maria”.

Oude afbeelding van Christmas Island (Daniël Beekman, 1718)

Na het vertrek uit Kaap de Goede Hoop is het schip nooit meer gezien. Wat er met de Fortuyn, met aan boord ongeveer 225 bemanningsleden, gebeurd is, is altijd een raadsel gebleven. Australische onderzoekers zeggen nu in Nederlandse archieven aanwijzingen te hebben gevonden die erop zouden kunnen duiden dat de Fortuyn is vergaan bij Christmas Island. Dit eiland ligt iets ten zuidoosten van Java, maar geografisch behoort het tot Australië.  Het onderzoek wordt geleid  door  maritiem  archeoloog Graeme Henderson, die eerder ook de Cocoseilanden heeft genoemd hoopt onder andere kanonnen van het schip te vinden. De Fortuyn had er daarvan in totaal 36 aan boord.

Graeme Henderson is geen onbekende. Op 16-jarige leeftijd ontdekte hij het wrak van het Nederlandse handelsschip “De Vergulde Draeck”, toen hij met enkele vrienden bij de westkust van Australië aan het vissen was. De zoektocht naar het wrak van de Fortuyn maakt deel uit van een serie activiteiten die georganiseerd worden in het kader van de 400ste

Kanon met touwwerk zoals dat op VOC schepen gebruikt werd

verjaardag van de eerste landing van een Europeaan in het westen van Australië. Dat was de Nederlandse ontdekkingsreiziger Dirck Hartog.

Australiërs zoeken VOC schip Fortuyn

In 1724 verdween het VOC schip “Fortuyn” spoorloos. Australische maritieme archeologen zeggen een idee te hebben waar het  schip is vergaan en starten een zoekactie. De Fortuyn was een vrachtschip van de Vereenigde Oostindische Compagnie en vertrok in september 1723 vanaf Texel voor een reis naar Batavia. Begin 1724 bereikte de Fortuyn Kaap de Goede Hoop, waar de VOIC destijds een bevoorradings-haven had. Op 18 januari vervolgde het schip haar reis, samen met de schepen “Hogenes”, “Doornik” en “Anna Maria”.

Oude afbeelding van Christmas Island (Daniël Beekman, 1718)

Na het vertrek uit Kaap de Goede Hoop is het schip nooit meer gezien. Wat er met de Fortuyn, met aan boord ongeveer 225 bemanningsleden, gebeurd is, is altijd een raadsel gebleven. Australische onderzoekers zeggen nu in Nederlandse archieven aanwijzingen te hebben gevonden die erop zouden kunnen duiden dat de Fortuyn is vergaan bij Christmas Island. Dit eiland ligt iets ten zuidoosten van Java, maar geografisch behoort het tot Australië.  Het onderzoek wordt geleid  door  maritiem  archeoloog Graeme Henderson, die eerder ook de Cocoseilanden heeft genoemd hoopt onder andere kanonnen van het schip te vinden. De Fortuyn had er daarvan in totaal 36 aan boord.

Graeme Henderson is geen onbekende. Op 16-jarige leeftijd ontdekte hij het wrak van het Nederlandse handelsschip “De Vergulde Draeck”, toen hij met enkele vrienden bij de westkust van Australië aan het vissen was. De zoektocht naar het wrak van de Fortuyn maakt deel uit van een serie activiteiten die georganiseerd worden in het kader van de 400ste

Kanon met touwwerk zoals dat op VOC schepen gebruikt werd

verjaardag van de eerste landing van een Europeaan in het westen van Australië. Dat was de Nederlandse ontdekkingsreiziger Dirck Hartog.

 

Lees verder…

De genocide op de Indische Nederlanders

10897278678?profile=original 

De genocide op de Indische Nederlanders en de postkoloniale doofpot van de Nederlandse regeringen                                     Blog:  Diana Bloem           

Blog: Diana Bloem

Dit wordt ‘emotioneel gezien’ mijn moeilijkste blog, omdat mijn familie en vrienden hierbij nauw betrokken zijn geweest. Ikzelf heb hier niet veel van meegekregen, maar ik voel me geroepen om het mensonterende gedrag van onze voormalige én huidige bestuurders (het negeren van genocide op hun eigen volk) aan het licht te brengen! Vooral nu ik zie hoe onze regering zich in allerlei bochten wringt om bijna alle (vaak extremistische) landen in de wereld te helpen en miljarden van ons volk steelt om niet alleen financiële steun, maar ook wapens aan hen te leveren. Terwijl ze hun eigen volk destijds in hun ex-koloniën volkomen in de steek hebben gelaten en zonder enig schuldgevoel lieten vermoorden .

De golf van etnisch geweld in Nederlands-Indië, die begon in 1945, is steeds ten onrechte door Nederland naar de achtergrond verdrongen. De moord op duizenden (Indische) Nederlanders in de Bersiap is door Nederland altijd gelaten geaccepteerd, "terwijl het zich het best laat omschrijven als volkerenmoord". Dat zegt de Amerikaanse historicus William H. Frederick in een interview maandag in Trouw. Hij spreekt daarin van "post-koloniaal geheugenverlies" van de Nederlandse autoriteiten. De 72-jarige historicus heeft zijn hele wetenschappelijk loopbaan gewijd aan de geschiedenis van Indonesië. Na de capitulatie van Japan vermoordden Indonesische strijders duizenden Nederlanders die net uit Japanse interneringskampen waren bevrijd. Ze wilden koste wat kost voorkomen dat het koloniale gezag zou worden hersteld, aldus Frederick. Een artikel over zijn onderzoek staat in het Britse weten-schappelijke blad Journal of Genocide Research.

Bersiap-periode

"De Bersiap-periode is zonder twijfel een zwarte bladzijde in de geschiedenis van Indonesië én die van Nederland", aldus Frederick die zegt geen land te kennen dat de moord op zoveel medeburgers zo gelaten heeft geaccepteerd en vervolgens is vergeten. "Ik bespeur nog steeds de tendens bij zowel niet-Indonesiërs als Indonesiërs om die revolutie als min of meer onschuldig en, althans op wereldschaal, als niet zo gewelddadig te beschouwen."

Er hangt veel mist rond het extreme geweld van de Bersiap-tijd. Waar kwam dat nu vandaan? Wie waren de daders? Wie schuilden er achter de naam ‘extremisten’ die de Britten en Nederlanders op de geweldplegers plakten? Waren het criminelen elementen, opgehitste jongeren, opportunistische sadisten, of religieus fanatici? En wat was hun motief? Iedere oorlog heeft natuurlijk zijn pathologische moordenaars, maar de frequentie van de moorden maakt het moeilijk om die in de schoenen te schuiven van een kleine groep sadisten of criminelen. Het meeste geweld, los van de strijd tussen meer reguliere republikeinse en Britse en Nederlandse troepen, werd gepleegd door radicale nationalisten, islamitische strijd-groepen als de Hizbullah en Sabillilah, en groepen met meer criminele achtergronden. Zij hadden gemeen dat ze moeilijk onder het gezag van het prille leger van de Indonesische Republiek te brengen waren en vaak hun eigen plan trokken. Steeds meer huizen werden gerampokt (geplunderd).

Inwoners werden de bossen in gejaagd, waar ze vaak het slachtoffer werden van andere bendes. Ook verschenen er pamfletten die de bevolking opriepen de Indo-Europeanen uit te roeien.

De Nederlanders buiten de kampen – veelal Indische Nederlanders – lieten zich niet onbetuigd en organiseerden hun eigen strijdgroepen om hun huizen en gezinnen te verdedigen en de moorden te vergelden. Ook Molukkers waren in deze groepen actief, omdat zij vaak het doelwit van de moordpartijen waren. Molukkers waren voor de oorlog dikwijls soldaat in het Indische leger geweest en waren goede vechters. Hoeveel slachtoffers in de Bersiap van de eerste maanden na de onafhankelijkheidsverklaring en de daaropvolgende jaren van revolutie zijn gevallen, is bijna onmogelijk aan te geven. De meest behoudende schatting is 3500 burgerdoden, maar het kan net zo goed een veelvoud zijn geweest.

10897293080?profile=originalMinister Frans Timmermans (Buitenlandse Zaken) vond in 2013 dat instituten die onderzoek naar de dekolonisatie van Nederlands-Indië willen doen, dat maar uit eigen budget moesten betalen. "De echte reden ligt volgens mij eerder op diplomatiek terrein", zegt Frederick in Trouw. "Ik begrijp dat de Indonesische regering geen zin in een onderzoek heeft, omdat ze niet trots zullen zijn op de Bersiap. Nederlandse diplomaten in Jakarta worden nerveus van een onderzoek, omdat dit hun leven gecompliceerder kan maken. Terwijl zo’n onderzoek natuurlijk hoogstnoodzakelijk is."

Het schandalige spelletje met de vergoeding voor oorlogsslachtoffers

De regelrechte discriminatie van de Nederlandse overheid ten opzichte van de Nederlanders uit Nederlands-Indië is het niet vergoeden van de particuliere

oorlogsschade. In februari 1951 nam het parlement de Wet op de Materiële Oorlogsschade aan, de WMO. Deze hield in dat alle oorlogsschade die door Nederlanders geleden werd als gevolg van de Duitse bezetting, kon worden geclaimd. De Nederlanders uit Nederlands-Indië werden expliciet van deze wet uitgezonderd. Het was de mening van de toenmalige regering, dat de jonge (en toen straatarme) nieuwe republiek Indonesië daarvoor verantwoordelijk was.

Onder de WMO is aan Nederlandse particulieren in de loop der jaren een bedrag van 5,9 miljard guldens uitbetaald. Dit bedrag was hoger dan wat Nederland aan Marshallhulp ontving. Men presteerde het zelfs om ook de slachtoffers van de watersnood-ramp van 1953 onder de WMO te brengen…! De Nederlanders uit de voormalige kolonie ontvingen geen cent.

Overigens dient hierbij wel vermeld te worden dat het Marinepersoneel uit Indië weliswaar hun achterstallige salaris uitbetaald kregen, maar de door hen geleden oorlogs-schade evenmin vergoed hebben gekregen. Zeer beschamend is de vergelijking van de Nederlandse situatie met die in de diverse andere landen die in oorlog waren met Japan. De Verenigde Staten, Engeland en Frankrijk hebben hun landgenoten uit de Aziatische koloniën ook voor de door hen geleden oorlogsschade ruimhartig gecompenseerd.

Ook met de vergoeding via de WUBO en WUV is er een smerig spelletje gespeeld

‘Wet van 10 maart 1984, houdende regelen inzake de verlening van uitkeringen en  bijzondere voorzieningen aan  burger-oorlogsslachtoffers: Wij Beatrix, bij de gratie Gods, Koningin der Nederlanden, Prinses van Oranje-Nassau, enz. enz. enz. Allen, die deze zullen zien of horen lezen, saluut! doen te weten: Alzo Wij in overweging genomen hebben, dat het wenselijk is regelen te stellen betreffende de verlening van uitkeringen en bijzondere voorzieningen aan burger-oorlogsslachtoffers uit de Tweede Wereldoorlog en hun nagelaten betrekkingen. enz. enz."

Deze "ondersteuning" gold voor degenen die:  – tijdens de Tweede Wereldoorlog vervolging heeft ondergaan of als burger is getroffen door oorlogsgeweld; – aan deze oorlogsgebeurtenissen blijvende gezondheidsschade heeft overgehouden; – vallen onder de voorwaarden van nationaliteit en waardigheid. Ook de weduwe of weduwnaar van iemand die door vervolging of oorlogsgeweld is omgekomen, kan financieel ondersteund worden. 

10897289858?profile=originalDeze zogenaamde "vergoeding" uit 1984 trad pas jaren later in werking en de procedure was zo ingewikkeld (papieren die uit Indonesië moesten worden aangevraagd die daar al lang waren verbrand), waardoor er weer een andere procedure gevolgd moest worden, zodat uiteindelijk de meeste slachtoffers óf al waren overleden óf ermee zijn gestopt! Ook toen werden al politieke spelletjes gespeeld

De Japanse Ereschuld.

De Stichting Japanse Ereschulden komt op voor de belangen van de Nederlanders uit voormalig Nederlands-Indië die tijdens de Tweede Wereldoorlog door toedoen van de Japanse overheid schade hebben geleden door hen gevangen te houden in de Japanse kampen, gevangenissen of daarbuiten. In het bijzonder wil de Stichting aandacht vragen voor de schending van de mensenrechten en erkenning voor de daarvoor toegebrachte materiële en immateriële en/of psychische en fysieke schade alsmede de gevolgen daarvan. Daarnaast vraagt de Stichting aandacht voor de wijze waarop die Nederlanders bij terugkomst in het Vaderland werden bejegend, gediscrimineerd en hun grondrechten werden ontnomen. 

Het meest verwerpelijke is de regelrechte discriminatie van de Nederlandse overheid ten opzichte van de Nederlanders uit Nederlands-Indië door het niet vergoeden van de particuliere oorlogsschade. In februari 1951 nam het parlement de Wet op de Materiële Oorlogsschade aan, de WMO. Deze hield in dat alle oorlogsschade die door de Nederlanders geleden werd als gevolg van de Duitse bezetting, kon worden geclaimd. De Nederlanders uit Nederlands-Indië werden expliciet van deze wet uitgezonderd. Het was de mening van de toenmalige regering, dat de jonge (en toen straatarme) nieuwe republiek Indonesië daarvoor verantwoordelijk was.

Onder de WMO is aan Nederlandse particulieren in de loop der jaren een bedrag van 5,9 miljard guldens uitbetaald. Dit bedrag was hoger dan wat Nederland aan Marshallhulp ontving. En men presteerde het zelfs om ook de slachtoffers van de watersnood-ramp van 1953 onder de WMO te brengen…! De Nederlanders uit de voormalige kolonie ontvingen geen cent. Overigens dient hierbij wel vermeld te worden dat het Marinepersoneel uit Indië weliswaar hun achterstallige salaris uitbetaald kregen, maar evenmin de door hen geleden oorlogs-schade vergoed hebben gekregen.

Als onderdeel van Het Gebaar uit december 2000 wist Het Indisch Platform te bewerkstelligen dat er wetenschappelijke studies zouden komen naar deze twee aspecten van De Indische Kwestie: de backpay en de materiële oorlogsschade. Deze studies, uitgevoerd door historici van het NIOD (Nederlands Instituut voor Oorlogs Documentatie), verschenen in respectievelijk 2005 en 2006, met een overzichtsrapportage in 2007. In beide studies werd aangetoond dat de opeenvolgende Nederlandse regeringen ernstig in gebreke waren gebleven wat betreft de Nederlandse land-genoten uit Nederlands-Indië. Aangetoond werd dat Het Gebaar uit 2000 geenszins een compensatie was voor de twee  aspecten van De Indische Kwestie. Eveneens bij de in februari 2001 gehouden Parlementaire behandeling stelde de toenmalige minister van Financiën Gerrit Salm klip en klaar, dat Het Gebaar niets te maken had met het herstel van de materiële oorlogsschade.http://www.65jaarkinderenvanderekening.nl/st-japanse-ereschulden.

Zeer beschamend in deze NIOD-studies is de vergelijking van de Nederlandse situatie met die in de diverse andere landen die in oorlog waren met Japan. De Verenigde Staten, Engeland en Frankrijk hebben hun landgenoten uit de Aziatische koloniën ruimhartig gecompenseerd, ook voor de geleden oorlogsschade. Zelfs het toen straatarme Portugal heeft in de zeventiger jaren van de vorige eeuw haar landgenoten uit Portugees Timor en Macao volledig gecompenseerd. De Nederlandse overheid slaat wat dat betreft beslist geen al te best figuur. De petitie vermeldt terecht dit "achterstallig onderhoud" door de diverse regeringen. Wat ook de politieke kleur was van de regeringen in die 67 jaar, ze hebben ´De Indische Kwestie´ niet tot een oplossing gebracht. De angst was en is dat een adequate compensatie van de Indische gemeenschap heel veel geld gaat kosten. Het is dan ook een grote groep. In de vijftiger jaren vluchtten immers zo’n 300.000 Nederlanders uit Nederlands-Indië naar het veilige Nederland. Velen van hen hadden de horrorbeelden van de afschuwelijke Bersiap nog op het netvlies gegrift. Zij kwamen naar een land dat ze nauwelijks kenden en waar zowel de overheid als de inwoners hen als vreemdelingen behandelden. Sterker nog, in het beruchte Rapport Werner uit 1953 werden de zogenaamde Oosterse Nederlanders gezien als een ´gevaar voor de openbare orde´ in Nederland. Wie de discriminatie en de kille, bijna vijandige, ontvangst in Nederland heeft meegemaakt, zal dit niet licht vergeten. Deze kille en vijandige ontvangst was voor het Kabinet Kok-1 reden om Het Gebaar in te stellen.

Het ontraden van de motie door de Staatssecretaris van VWS maakte De Indische Kwestie tot een politiek onderwerp. Dat is betreurenswaardig, aangezien het een parlementaire traditie is, dat zaken rond oorlogsslachtoffers Kamerbreed afgewikkeld worden; juist omdat deze geen speelbal van de politiek mogen zijn. De consequentie is dat Het Indisch Platform zich in politiek vaarwater gaat begeven. Een eerste stap daarin is de Tweede Kamer. Deze moet, los van de Regering, ervan overtuigd worden dat het haar politieke verantwoordelijkheid is om de twee NIOD-studies te behandelen. De Tweede Kamer heeft dit tot nu toe niet willen of kunnen doen. De Tweede Kamer heeft in de richting van de Regering een controlerende functie.

Dan heb ik het nog niet eens over de 3e tegenovergestelde parallel! De Indische Nederlanders (met de Nederlandse nationaliteit: met een paspoort dus) die na de oorlog naar Nederland kwamen, omdat ze in Indië niet meer welkom waren, werden nóg slechter behandeld dan de asielzoekers! Zij werden in barakken geplaatst en kregen een klein voorschot die ze tot de laatste cent moesten terugbetalen. De mannen die in de oorlog voor Nederland hadden gevochten, en die in krijgs-gevangenschap hadden gezeten, kregen geen baan meer bij het leger en hadden ook geen recht op pensioen van het leger!

Hadden zij zich misschien moeten bekeren en naar Nederland moeten komen als moslim-immigrant? Dan waren ze misschien net zo gastvrij onthaald! Want als Nederlands staatsburger uit de Oost ben je gewoon een paria! https://eunmask.wordpress.com/author/realpredictor/ (Blog Diana Bloem)

Hier de verhalen van overlevenden die deze verschrikkingen hebben meegemaakt:http://www.archiefvantranen.nl/uw-verhaal/

Ook in dit geweldige boek van Ferry Holtkamp leest u over de hartverscheurende werkelijkheid:http://www.indischhistorisch.nl/tweede/oorlog-en-bersiap/oorlog-en-bersiap-ik-beken-het-levensverhaal-van-de-indische-nederlander-ferry-holtkamp-opgetekend-door-journaliste-elise-lengkeek-juli-2009/

En dan natuurlijk het onlangs bij Uitgeverij Boom verschenen boek van Dr. Herman Bussemaker:Indisch Verdriet, strijd om erkenning

Bron: http://nieuws.thepostonline.nl/2013/11/18/nederlanders-waren-slachtoffer-genocide

 

Lees verder…

Australiërs zoeken VOC schip

10897291284?profile=originalAustraliërs zoeken VOC schip Fortuyn

In 1724 verdween het VOC schip “Fortuyn” spoorloos. Australische maritieme archeologen zeggen een idee te hebben waar het  schip is vergaan en starten een zoekactie. De Fortuyn was een vrachtschip van de Vereenigde Oostindische Compagnie en vertrok in september 1723 vanaf Texel voor een reis naar Batavia. Begin 1724 bereikte de Fortuyn Kaap de Goede Hoop, waar de VOIC destijds een bevoorradings-haven had. Op 18 januari vervolgde het schip haar reis, samen met de schepen “Hogenes”, “Doornik” en “Anna Maria”.

Oude afbeelding van Christmas Island (Daniël Beekman, 1718)

Na het vertrek uit Kaap de Goede Hoop is het schip nooit meer gezien. Wat er met de Fortuyn, met aan boord ongeveer 225 bemanningsleden, gebeurd is, is altijd een raadsel gebleven. Australische onderzoekers zeggen nu in Nederlandse archieven aanwijzingen te hebben gevonden die erop zouden kunnen duiden dat de Fortuyn is vergaan bij Christmas Island. Dit eiland ligt iets ten zuidoosten van Java, maar geografisch behoort het tot Australië.  Het onderzoek wordt geleid  door  maritiem  archeoloog Graeme Henderson, die eerder ook de Cocoseilanden heeft genoemd hoopt onder andere kanonnen van het schip te vinden. De Fortuyn had er daarvan in totaal 36 aan boord.

Graeme Henderson is geen onbekende. Op 16-jarige leeftijd ontdekte hij het wrak van het Nederlandse handelsschip “De Vergulde Draeck”, toen hij met enkele vrienden bij de westkust van Australië aan het vissen was. De zoektocht naar het wrak van de Fortuyn maakt deel uit van een serie activiteiten die georganiseerd worden in het kader van de 400ste

Kanon met touwwerk zoals dat op VOC schepen gebruikt werd

verjaardag van de eerste landing van een Europeaan in het westen van Australië. Dat was de Nederlandse ontdekkingsreiziger Dirck Hartog.

Lees verder…

Tempo Doeloe versus Sekarang

Tempo Doeloe versus Sekarang    (Toen en Nu)

10897296081?profile=original

10897296285?profile=original         De Sociëteit HARMONIE' in Pasoeroean, gelegen aan de Heerenstraat, en ook tegenwoordig nog omgeven door oude, fantastische, maar helaas vervallen, koloniale huizen die zo uit de Stille Kracht lijken te zijn weggelopen. 
Sociëteit "Harmonie' Pasoeroean.

 

 

Column                                      door:  Anita Bunt

Al een lange tijd loop ik rond met het idee een Indisch evenement in Zutphen te organiseren, geen pasar of kumpulan, maar een keer totaal iets anders. Maar ja, wat moet dat dan zijn en waar moet je beginnen? Voor mij een mooie uitdaging om dat eens te gaan onderzoeken.

En dat heb ik gedaan; een paar weken geleden heb ik de stoute schoenen aangetrokken en ben   ik gaan verkennen wat de mogelijkheden voor een Indisch evenement zouden kunnen zijn.

Al surfend op internet werd         ik geïnspireerd door foto’s, afbeeldingen en verhalen. Ook de gesprekken die ik heb gevoerd met mensen uit mijn omgeving lieten mij ervaren dat het zaadje is geplant, dat er langzaam wat moois aan het ontkiemen is. Ja, het evenement gaat er komen!

Tijdens een workshop kom ik in gesprek met iemand die precies de informatie geeft die ik nodig heb om mijn evenement daadwerkelijk neer te kunnen zetten! Wow, deze persoon komt niet zo maar op mijn pad, wat fantastisch!  We maken meteen een afspraak en gaan op pad om een geschikte locatie te vinden en al snel zijn we aan het onderhandelen en nemen we een optie op een prachtige “hippe” ruimte vlakbij het station in Zutphen. We zijn het erover eens dat we hier goed zitten en dat we verder kunnen gaan met de organisatie.

Het organiseren van een evenement is leuk, vooral als je dat met meer gelijkgestemden doet, en dus kijk ik mijn kennissen/vriendenkring rond en vraag mijn “nep-Indo” vriendin      (zo voelden en noemden wij onszelf lange tijd) en een Molukse vriendin, om samen dit evenement te organiseren. Deze lieve dames zijn, net als ik, heel enthousiast en wij gaan er iets moois van maken!

Onze eerste “meeting” is echt geweldig, wat hebben we elkaar veel te vertellen! Af en toe rollen de tranen over onze wangen van het lachen, maar er is ook ruimte voor verdriet, voor het verdriet van de familie, het Nederlands Indië. Respect en dankbaarheid vloeien door onze woordenstroom,

 is duidelijk voelbaar aanwezig. Respect en dankbaarheid voor onze ouders en voorouders. De mooiste gesprekken ontstaan over de Indo- en Molukse cultuur, twee kleurrijke culturen die zo verschillend zijn en toch ook weer zo hetzelfde. De familie-geschiedenis, met bijzondere aandacht voor onze moeders en (overgroot)oma’s.

De hele middag wisselen we ideeën uit, delen we ons enthousiasme en zetten een prachtig thema en programma-voorstel in elkaar. Voor we het in de gaten hebben is het al donker en is het tijd om onze meeting te beëindigen. Jammer, we hebben het zo leuk dat het lastig is om gedag te zeggen, snel een nieuwe afspraak plannen! En dat doen we. We plannen een nieuwe afspraak en gaan vol energie en inspiratie weer naar huis…..

Zodra onze plannen geen plannen meer zijn maar een concreet programma laten we dit natuurlijk direct weten. 

Lees verder…

Telor Belado

10897292296?profile=originalRecept van de maand                                  Telor Belado

 

Een lekker eiergerecht in een pittige saus,  als bijgerecht bij uw rijsttafel.  

Ingrediënten:                    

8 eieren, 3 verse rode lomboks, 4 teentjes knoflook, 1 tl. djahé, 1 stengel sereh (citroengras), mes- puntje trassi, 1 tomaat uit blik met 1 el. sap, 4 lente-uien, 4 el. olie om te bakken, 2 ½ dl. kokosmelk (blik), 3 tl goela djawa (palmsuiker) of bruine suiker, snufje zout.

Bereiding:  Breng de eieren aan de kook in ruim water en laat ze in ca. 8 minuten hardkoken. Giet ze

dan af en laat ze onder koud stromend water goed “schrikken”. Pel ze als ze afgekoeld zijn. Snijd de lomboks in de lengte en verwijder zaad en zaadlijsten; snijd dan de helften schuin in dunne ringetjes. Voel even waar de lente-uien  stevig worden. Dan het groen in dunne ringen snijden en apart houden. De rest van de lente-uien in ringen snijden. Pel de knoflook en pers ze uit in de knijper. Hak de sereh in tweeën en kneus beide helften met iets zwaars  (keukenhamer,  steelpan, achterkant van metalen pollepel). Prak met een vork de bliktomaat met het sap. Verkruimel het stukje trassi. Verhit nu de olie in een wok en stoof hierin 2 tot 3 minuten alle ingrediënten, behalve het groen van de lente-uien. Blus nu af met de kokosmelk en de tomaat. Laat langzaam weer aan de kook komen en zet dan het vuur heel laag. Halveer  de eieren en leg ze  in de saus. Schep de saus over de eieren. Strooi nu het groen van de lente-uien erover, weer aan de kook brengen  en laat onder een deksel ongeveer 3 minuten heel zacht doorpruttelen.

Selamat makan 

Lees verder…

De geschiedenis moet verteld worden

10897296700?profile=originalGastdocenten   Zuid Oost-Azië

De Stichting Gastdocenten Zuid Oost-Azië is opgericht om aan kinderen en jeugd van lagere en middelbare scholen voorlichting te geven over de gebeurtenissen tijdens de Tweede Wereldoorlog en de daarop volgende Bersiap-periode in voormalig Nederlands-Indië. Belangrijk hierbij is dat de docenten spreken vanuit eigen ervaring en zodoende vanuit een persoonlijke belevenis vragen van  scholieren kunnen beantwoorden. Juist vanuit de positie van een ooggetuige wordt de lesstof overtuigend gebracht, hetgeen zich vertaalt in een aandachtig luisterende schoolklas.

Verslag van een gastles

De kinderen zijn zeer geboeid door verhalen over blubberpap, kamp-nummer en het persoonlijke van het verhaal. Ze mogen raden,    als gastdocente Mieke Huijsman-Engelberts (1934) ze vertelt wat ze in het Jappenkamp te eten kregen. Ze griezelen als ze het potje te zien krijgen: blubberpap, dat eruit zag als stijfsel. Dag in dag uit kregen ze hetzelfde te eten, de kendjil-pap, gemaakt van Asia-meel. “Kunnen jullie je voor-stellen waarom ik nooit meer pap heb gelust?” De kinderen knikken allemaal en trekken een vies gezicht. Mieke heeft haar verhaal al honderden keren verteld, maar toch vertelt ze het iedere keer opnieuw alsof het nieuw is. En ze blijft dat als gastdocente ook doen, zolang ze de kracht heeft om op haar benen te staan. De oorlog in Azië en met name voormalig Nederlands-Indië is voor veel mensen nog onbekend terrein. “Drie jaar geleden nog”, zegt ze, “sprak een vrouw mij aan en zei dat ze nooit had geweten dat het zo erg was geweest”. Door zulke opmerkingen weet je dat je nog steeds een missie hebt. “Ik moet blijven vertellen over Indië, zolang ik het nog kan en er nog mensen zijn die mij willen aanhoren”.

Voor de Indische Nederlanders die de Tweede Wereldoorlog en de Bersiap hebben meegemaakt, is het fnuikend dat er verhoudings-gewijs veel te weinig aandacht is voor hun verhaal. Indië was een “ver-van-mijn-bed” verhaal. En Nederland had bovendien in de jaren na de oorlog, genoeg aan de eigen problemen. In veel steden lagen wijken in puin, er was voor veel mensen geen woonruimte, geen eten genoeg en ook kleding was schaars. De door Indische Nederlanders uitgestoken vlag op 15 augustus om het einde van de oorlog in Azië te vieren werd nogal eens afgedaan met de opmerking: “Wie is er jarig…?”

 

Mieke Huijsman-Engelberts

 

De geschiedenis moet verteld worden

 

De gastdocenten proberen met hun lessen dit kennishiaat te dichten. Aan de hand van eigen ervaringen vertellen ze over       de “onbekende oorlog”. Mieke Huijsman: “Het is evenzeer geschiedenis als de gebeurtenissen in dezelfde periode hier in Europa en met name in Nederland. Sterker nog, het is ook ONZE geschiedenis, want Indië was Nederlands grondgebied. Daarom is het dus ook onlosmakelijk verbonden met onze eigen geschiedenis. Maar het is ook mijn verhaal.”

Huijsman vertelt de leerlingen ook over haar eigen moeder , die in het Jappenkamp aan uitputting is overleden. Ze merkt regelmatig dat dit onderwerp haar minder moeite kost dan het er met haar eigen dochters over te hebben. “Mijn dochters hebben het verhaal eigenlijk pas gehoord, toen ze een lezing bijwoonden”. De gast-docenten zijn getraind om hun verhaal zo nuchter mogelijk te vertellen. “Als het gaat over de wrede behandeling door de Japanse militairen, zeggen we gewoon dat ze behoorlijk losse handjes en voeten hadden. Pas als er gericht om wordt gevraagd, treden we in details”.

Altijd heeft ze een tas met spullen bij zich uit het Jappenkamp, zoals het kampnummer dat ze altijd moest dragen (M.Engelberts 11331) en een late van ongeveer 50 cm om duidelijk te maken hoe weinig ruimte de gevangenen hadden in het interneringskamp in Semarang en Soerabaja. Verder heeft ze altijd een dierbaar souvenir bij zich: een beduimeld leesboekje “Pim en Mien” (Indisch equivalent van “Ot en Sien”, dat als door een wonder bewaard is gebleven.

Honderd gastdocenten

Tijdens de Tweede Wereldoorlog  in Nederlands-Indië zijn door de Japanse bezetting meer dan 25.000 Nederlanders en Indische Nederlanders omgekomen. 16.800 burgers en 8.200 krijgsgevangen KNIL soldaten. Aan de Stichting Gastdocenten zijn een kleine 100 docenten verbonden, die bij elkaar vorig jaar zo’n tweehonderd schoolklassen hebben bezocht. En daarnaast werden lezingen nog eens door meer dan vijfduizend mensen bezocht. Ook geven de gastdocenten af en toe lessen op de Pabo’s. “Dar zitten de toekomstige onderwijzers en leraren, die het stokje moeten overnemen. Het is mijn missie dat ons verhaal verteld moet worden; ook als wij er niet meer zijn”.

Gastdocente Marjan Bruinvels voor de klas

De gastdocenten zijn altijd bereid om bij u op school een gastles te komen geven. Maar ook bij u in het zorghuis of op de vereniging komen ze met alle plezier hun verhaal vertellen. Alle informatie hiervoor is te vinden op de website: www.gastdocenten.com. 

Lees verder…

10897294096?profile=originalIndo Rock ons cultureel paradepaardje? (14)  door:  Albert van Prehn

 

INDO MUZIEK EN APPARATUUR. 1e deel

In 1957 bracht Leo fender de Jazzmaster uit, de later zo veel bespeelde gitaar bij de indo bands. Oorspronkelijk was het de bedoeling van fender dat voornamelijk de jazzgitaristen de Jazzmaster zouden gaan gebruiken, doch het viel tegen.

De meeste jazzgitaristen kochten en bespeelden dit model niet en even driegde de Jazzmaster een miskleun te zijn van Leo fender. Wat wel gebeurde was, dat bands zoals The Ventures en The Fireballs,

James Burton toen hij Ricky Nelson begeleide, en zo waren er nog wat bands uit die tijd, de Jazzmaster gingen gebruiken. In ons land werd de Jazzmaster vooral gebruikt bij de Indo bands, waarvan velen The Ventures als voorbeeld hadden, de sound van The Ventures was uitermate geschikt voor het model, clean ingeplugd had het een apart geluid, wat rauwer en kort. Dat de Jazzmaster zo geliefd was, en nog is bij de Indo bands heeft dus zijn oorsprong in het geluid van The Ventures.

Helaas werd de Jazzmaster korte tijd vanwege zijn verminderde belangstelling in de jaren 70 niet meer gemaakt en het duurde een poosje voordat het weer gemaakt werd, medio 80 kreeg je weer een kleine opleving o.a. door de artiest Kurt Cobain en in 1999 was de belangstelling er weer zodat fender ook weer overging tot het produceren van het model.

In die 90er jaren begonnen de Japanners de Jazzmaster weer uit te brengen in eigen beheer, natuurlijk waren het reissues uit de Japanse fender fabrieken echter die modellen leken er niet op, het hout wat oorspronkelijk essen en elzen hout was, werd nu vervangen door linde hout, daarbij waren de slagplaten die eerst van een betere kwaliteit waren vervangen door dunne goedkope plastic slagplaten.

De combinatie van linde hout en de goedkopere pick-ups was de reden dat de Jazzmaster gewoon niet meer klonk zoals hij oorspronkelijk moest klinken en Jazzmaster made in Japan was de goedkope uitgave van iets wat er niet eens op leek. Ze klonken dun en karakterloos, iets wat de oorspronkelijke Jazzmaster wel zeker in voldoende mate had, op het tremolo systeem na, want die zorgde nogal voor veel bijgeluiden en verkorte de sustain van de essen houten body. Maar misschien was DAT juist wat zo bij de Jazzmaster hoorde.

Met het tremolo systeem kon de gitaar eigenlijk niet snel ontstemmen, wat wel het geval is bij de stratocaster die in 1954 door fender werd geïntroduceerd en tot op heden HET succesmodel is en wat na al die jaren bijna tot helemaal niets aan vormgeving heeft ingeboet. De Jazzmaster en even later de Jaguar werden heel veel door Indo bands gebruikt en met name Andy Tielman was de inspiratiebron met het model.

Eind 90er jaren werden de Japanse uitgaven beter, want toen gaf men de Crafted in Japan Jazzmaster uit die nagenoeg het zelfde was als de Amerikaanse uitgave die veel duurder was.

De Crafted in Japan was bedoeld voor de Japanse binnenlandse markt en deze gitaren waren van veel betere kwaliteit dan de made in Japan modellen, het verschil zat hem in de gebruikte houtsoorten en betere hardware. Zo zijn de Crafted in Japan net als de Amerikaanse modellen van Essen of Elzenhout gemaakt.

Tot nu toe, speelt de Jazzmaster bij vele indo bands nog een hoofdrol en je ziet het model nog veelvuldig op de podia bij kumpulans en pasars, de Jazzmaster is dé Indo gitaar geworden in ons land.

Ikzelf heb verscheiden oudjes gehad en heb tegenwoordig nog maar een over een nieuwe hedendaagse uitgave. Ik speel er niet veel meer op want mijn liefde is uitgegaan naar de eerste gitaar van Leo fender, de telecaster die in 1951 het licht zag. Ik speel op Leo Fenders laatste project de     G & L Asats welke veel beter zijn dan de Fenders zelf van de bedrijf fender die Leo in 1965 heeft verkocht aan CBS.

Ik ben geen voorstander van de benaming Indo Rock en dat weet men van mij, niet dat ik het zou willen verbieden of echt afkeur, nee het is meer omdat deze benaming in mijn ogen niet voldoet aan de juiste benaming van de muziek van de Indo bands. Daarbij heeft men verzuimd om onze muziekgeschiedenis eens degelijk onder de loep te nemen alvorens men de benaming Indo Rock heeft bedacht. In mijn ogen een miskenning van het feit dat de Indo Muzikanten al in Indonesië met de rock and roll bezig waren en de benaming Indo Rock suggereert dat wij als indo muzikanten pas in Nederland zijn begonnen met muziek maken. Als men even verder had gekeken dan was die benaming er nooit geweest, maar het is er nu eenmaal en velen hebben die naar gewoon klakkeloos geaccepteerd, het is een quasi begrip geworden.

We gaan het in de volgende editie hebben over de gebruikte apparatuur en de keuzebepaling door beïnvloeding.

 

Lees verder…

Voor mij was het een onvergetelijke Pasar Malam Rijswijk op zaterdag 08-11-2014.

10897295465?profile=originalRegelmatig ga ik naar de Pasar Malam, maar op zaterdag 8 november 2014 was voor mij toch een bijzondere dag,
omdat op deze dag ook een ICM boeken presentatie is.


Ik ontmoete daar bekende personen en ook nieuwe gezichten bij de GUYABANO stand(naast de ICM stand)
Ook heb ik voor het eerst Rita Kopetzky ontmoet, op de Facebook groepen ken ik haar goed.
Op deze voor mij bijzondere dag heb veel foto's en video opnamen gemaakt. De video opnamen heb ik inmiddels op de Dvd's overgezet(gebrand) en ook naar de ICM-Teamleden per post verzonden.


Ook heb ik een DVD helemaal naar Zwitserland per post verzonden naar de goede sobat Rolo Lapré. Ik ben blij dat hij gewoon Nederlands spreekt....Meermalen ontmoette ik Indische-Nederlanders die in Australië, New Sealand, Alaska, Canada en USA wonen....sommigen spreken bijna geen Nederlands meer......"Bahasa Indonesia en Nederlands lupa(vergeten)",zeiden deze Indo's....Sobat Rolo Lapré uit Zwitserland spreekt dus Nederlands.....en af en toe wat Bahasa Indonesia of Malaysia(Maleis).......CHAPEAU.
Ik plaats hier een groepsfoto van zaterdag 8 november 2014 bij de ICM en GUYABANO stand op de Pasar Malam Rijswijk.


Vriendelijke groeten.
 22 maart 2019
Ben Vink.
 

Lees verder…

Vuurwerk de verbinding met Indië?

10897292297?profile=originalVuurwerk en de link met Indië

Geschiedenis

 

Nieuwjaar wordt in Nederland sinds 1576 op 1 januari gevierd. Het schijnt dat de oudste bewoners van onze streken, die geen  echte kalender bezaten, tussen eind december en begin januari een midwinterfeest van twaalf nachten hielden. De Romeinen op hun beurt lieten aanvankelijk het nieuwe jaar op 1 maart beginnen, maar vanaf 44 v. Chr, toen Julius Ceasar de naar hem vernoemde Juliaanse kalender invoerde, werd dat 1 januari, de dag dat de nieuwe senaat werd geïnstalleerd. Met de heropleving van het Latijn tijdens de Renaissance ging die datum voor steeds meer mensen gelden, al probeerde de katholieke Kerk andere data ingang te doen vinden. Eerst stelde zij Pasen voor, daarna Driekoningen, vervolgens Kerstmis en ten slotte Sint Maarten; ook Maria Boodschap op 25 maart is nog in de aanbieding geweest.


Particulier vuurwerk in Amsterdam 1990 (foto ANP)

 

Om aan deze verwarring een eind te maken bepaalde de Franse koning Charles IX in 1563 dat Nieuwjaar in zijn land voortaan de Juliaanse editie werd en de Spaanse landvoogd Requesens liet op 16 juni 1575 per plakkaat weten dat dit ook voor de Lage Landen moest gaan gelden.  Internationaal zou dit ook  tot  de standaard uitgroeien. Hiermee viel 1 januari overigens nog niet op de huidige datum, want de kalender-hervorming van paus Gregorius in 1582, die het hele jaar tien dagen naar voren haalde, werd in Nederland slechts aarzelend overgenomen, omdat calvinisten niet graag van een paus wilden leren hoe zij een kalender moesten inrichten. Als laatste provincie ging in 1701 Drenthe overstag en sindsdien bestaat er dus een landelijk Oud en Nieuw. Desondanks heeft het  lang geduurd voordat de gehele  samenleving hiervan was door-drongen. Tot slechts enkele decennia geleden  sloten alle bedrijven hun boeken op 30 april af om vanaf 1 mei met een schone lei te beginnen. En het onderwijs heeft altijd een eigen jaar aangehouden. 

 

10897292869?profile=originalBurgerlijke nieuwjaarsdag uit Vaderlandsche Kindervreugd uit 1780. Rechts laat een jongen een zelfgeschreven Nieuwjaarsbrief zien. (Atlas van Stolk)

 

Een landelijk Oud en Nieuw  betekende overigens nog niet dat de jaarwisseling overal  op  hetzelfde ogenblik plaatsvond. In de Middeleeuwen bepaalden de kerkklokken het uur van de dag, waarvoor als basis diende: 'high noon' op een plaatselijke zonnewijzer. Van Oost naar West-Nederland gaf dat een verschil van ruim tien minuten, maar met een slordige koster kon dat nog oplopen. Zolang het transport-wezen  nauwelijks tot ontwikkeling was gekomen, maakte het niet uit dat alle steden en dorpen een eigen tijd hanteerden. De Engelse Spoorwegen reageerden toen als eerste. Terwille van hun landelijke dienstregeling richtten zij zich vanaf 1840 op de Greenwich Mean Time,  later uitgegroeid tot  de mondiale maatstaf. De Nederlandse Spoorwegen haakten hier in 1892 op in met de Amsterdamse Tijd, die op de Westertoren viel af te lezen. Dankzij een wet ging op 30 april 1909 die tijd voor het hele land in,  zodat  pas sindsdien  alle Nederlanders  synchroon leven.  Wel zou de Duitse bezetter hier in 1940  de Berlijnse Tijd invoeren, die nog steeds geldt, zij het onder de naam Midden-Europese Tijd.

 

Van buitenshuis naar binnenskamers

 

Over de vroegste nieuwjaars-viering bericht de Kerk. Het heet dat in voorchristelijke tijden de mensen vuren stookten, lawaai maakten, maskers droegen en offers brachten, teneinde de geesten die door het zwerk raasden, te verjagen dan wel mild te stemmen. Oud en Nieuw bleef echter een zuiver werelds festijn, met dien verstande dat  de katholieke Kerk 31 december wel heeft gewijd aan de heilige Silvester, paus tijdens het bewind van  de Romeinse keizer Constantijn de Grote, degene die de vervolging van christenen staakte.  Oudejaarsavond  heet daarom in verschillende landen Silvesteravond, waarin men een geslaagde poging van Rome mag zien om het feest alsnog een religieus tintje te geven. Ook in Nederland is die benaming momenteel in opmars, met dank aan de wintersporters onder ons vermoedelijk. Vaak ook worden op oudejaarsavond georganiseerde feesten Silvesterfeesten genoemd.

 

In de zeventiende eeuw, zo meldt de geschiedschrijver Jan ter Gouw in De Volksvermaken, ging Oudjaar gepaard met volle bekers en luide gezangen. Er werd veel in de lucht geschoten. 'Langs de straten trokken hele troepen jongelingen rond om te schieten: schot op schot knalde uit de koffij- en wijnhuizen, en de burgers schoten uit hunne stoepen'.

Menige Amsterdammer bewaarde hiervoor een apart kanonnetje op zolder. Daarnaast grepen de zogeheten Nieuwjaarszangers hun kans. Met een liedtekst als: 'Boven aan de hemel, Hangt een zak met zemel, Iedere zemel kost een duit, Hang den gierigen bliksem uit' gingen veelal arme mensen van huis tot huis om, blijkens een keur uit 1785, 'den luiden iets af te nemen of te eisen'. Dit dient letterlijk te worden genomen. Er bestaan getuigenissen van nieuwjaarszangers die  huizen binnendrongen en zich er dan ongevraagd te goed deden aan wat daar voor eetbaars aanwezig was.

Voor een lieflijker accent zorgden schoolkinderen die voor hun ouders nieuwjaarsbrieven schreven, om te laten zien hoe ver zij met schrijven gevorderd waren. De school kon op die manier tevens onder de aandacht brengen dat het schoolgeld nog moest worden betaald. In Vlaanderen zijn zulke brieven tot vandaag gebruikelijk gebleven.

 

10897292901?profile=originalLijst met geboorte en sterfte-gevallen in Lochem uit 1843, als nieuwjaarsbrief van de plaatselijke doodgraver. Hiervoor werd een geldbedrag terugverwacht. (Atlas van Stolk)

 

Ten tijde van de Verlichting groeide onder de burgerij een hang naar een meer intieme viering. De pendules die bij welgestelden op de schoorsteen-mantel kwamen te prijken, gaven ook de seconden weer, wat het gezamenlijk aftellen mogelijk maakte. Tegelijk met het verschijnen van de secondewijzer ontkiemde het moderne gevoel voor planning en dagindeling. Oud en Nieuw diende niet om boze geesten te verdrijven maar om goede voornemens te formuleren,  alhoewel zulke voornemens gewoonlijk in verband worden gebracht met de Romeinse god Janus, naar wie Januari is vernoemd. Janus, in het bezit van twee gezichten, staat te boek als de grondvester van het maat-schappelijk leven: met het ene gezicht keek hij vooruit, met het andere achteruit; vandaar dat hij het  symbool werd voor de vernieuwing.   

Een zo'n voornemen van destijds was: de voordeur op slot, zeker ten aanzien van opdringerige Nieuwjaarszangers, tegen wie al vanaf 1578  keuren waren uitgevaardigd.  In de achttiende eeuw  kwamen  visitekaartjes in zwang en men greep meteen de gelegenheid aan  om die  met een geschreven nieuwjaarswens erop rond te gaan sturen: hartelijkheid op afstand. En wie een aalmoes verlangde, moest  voortaan aanbellen  en  iets  te offreren hebben. In de negentiende eeuw leidde dit tot een hausse aan gedrukte nieuwjaarswensen, al bestonden die eerder: het oudste voorbeeld in het Amsterdamse Stadsarchief is  van  plaatselijke ratelwachters  uit 1669.  Vooral eenvoudige beroepslieden wilden op deze manier proberen hun loon aan te vullen, zoals lantaarn-opstekers, askarrenmannen, dood-gravers, nachtwachten,  klokken-luiders, torenwachters, straat-vegers en omroepers. Betere arbeidsvoorwaarden en  de opkomst van de kerst- en nieuwjaarskaart rond 1900 maakten geleidelijk een eind aan deze traditie, uitgezonderd voor één categorie: de krantenjongens.

Protestanten zorgden van hun kant voor een stiller uiteinde. De Algemene Synode van de Hervormde Kerk riep in 1817 'ter verbetering van den openbaren godsdienst' op tot een 'plegtig dankuur' 's avonds in de kerken. Hoewel 31 december in religieus opzicht geen enkele betekenis had, zou  de oudejaarsdienst volgens betrokkenen uitgroeien tot  een van de belangrijkste diensten van het jaar, vergelijkbaar met die in de Kerstnacht. De Gereformeerden plachten zelfs even voor twaalven de bijbel ter hand te nemen en psalm 90 voor te lezen. Zij gingen letterlijk 'biddend het jaar uit'. Toegewijde katholieken bleven hierbij niet achter, maar zij baden veelal ná twaalven. Geknield voor een stoel, met de ellebogen steunend op de zitting, deden zij dan een Onzevader en een Weesgegroetje, ofwel een zogeheten Tientje (een Onzevader, tien Weesgegroetjes en een plechtig kruisteken tot slot) of zelfs een compleet Rozenhoedje (vijf Tientjes).   

 

 

10897293067?profile=originalMan steekt vuurpijl af in 1695,   ter ere van Koning-Stadhouder Willem III. Ets van Jacob Gole, Rijksmuseum

 

 

Intussen werden in de steden de uitwassen op straat aangepakt, zoals openbare dronkenschap en wapengekletter. Ter Gouw schrijft dat aan het begin van de negentiende eeuw de Kalverstraat door het schieten nog op haar grondvesten schudde en dat iedere huisvrouw uit voorzorg schrikpoeder had klaarliggen. Maar in 1870 kon hij over Amsterdam constateren: 'van de huidige tijd niets dan lof'. Door eendrachtige samenwerking van politie, onderwijzers en kerkleiders was 'de lust tot uitspattingen evenzeer verminderd als de beschaving toegenomen'. Hulp hierbij zal zeker ook de eerste Wapenwet van 1896 hebben verschaft, die het openlijk dragen van wapens verbood. 

  

Alleen Nieuwjaarsdag gaf nog gedruis. Afgezien van de nieuw-jaarswensers die met hun druksels leurden, presenteerde uitwonend personeel zich en belden jongeren aan voor een versnapering. En dan de bezoekjes van familie, vrienden en buren over en weer.  Dit 'nieuwjaarslopen' was een plicht en een last.  Volgens de etnologe Eveline Doelman heeft het tot aan de Tweede Wereldoorlog geduurd voordat ook dit gebruik was verdwenen. De nieuwjaarskaart bracht voortaan nog slechts de beste wensen over. 

 

De link met Indië    

Nog nauwelijks opgemerkt door  mensen in het vaderland ontwikkelde zich gelijktijdig onder kolonialen in Nederlands-Indië een heel ander feest. Op 2 januari 1864 rapporteerde het Bataviaasch Handelsblad  dat de Chinezen de gewoonte hadden aangenomen om naast hun eigen Nieuwjaar ook het 'Europeesche Nieuwjaar' in te luiden met vuurwerk, een verschijnsel dat in Nederland kennelijk al zo goed als vergeten was.  En een decennium later staken de Nederlandse kolonialen  zelf vuurwerk af: 'zelfs de “ouden van dagen” onzer Europeesche maatschappij gaven er zich met ware verrukking aan over'. In het vaderland kende men  sinds  eeuwen grootse vuur-werken van overheidswege, en daarnaast vermaakte  de jeugd zich met eenvoudige rotjes, voetzoekers, slangetjes en muisjes, bijvoorbeeld op Hartjes-dag in Amsterdam.

Dat  achtenswaardige burgers  om middernacht  naar vuurpijlen en Bengaals Vuur  grepen,  met  alle risico’s  van dien, kwam uiterst merkwaardig over, ook bij menig journalist ter plaatse, getuige een terugblik op de viering van 1904 met de kop: 'Eén groot gekkenhuis!'       

 

Ferry Abels herinnert zich Oudejaarsavond als volgt

Iedere zichzelf respecterende Indische Nederlander stak vóór  de oorlog op oudejaarsavond vuurwerk af. Dat hoorde er nu eenmaal per traditie bij. Net zoals de enorme pan met Indische huzarensalade (in kleine blokjes gesneden gekookte aardappelen en rode bieten, doperwten, worteltjes, ananas, gesnipperde uitjes, gebakken en kleingesneden biefstuk, suiker en azijn en dat alles gemengd, met als garnering, gesneden schijfjes hardgekookte eieren). Daarnaast had je natuurlijk ook de grote glazen ovenschotel met overheerlijke Indische macaroni met knakworst, geraspte kaas en boter, en naar smaak te overgieten met zelf aangemaakte mosterdsaus.

Uiteraard ontbrak de Gado Gado en de saté ayam en saté babi, met een grote pan gekruide katjangsaus niet. En al deze traditionele lekkernijen waren het resultaat van gezamenlijk, ambachtelijk keukenwerk van onze vrouwen en dus ook mijn moeder.

Het oorspronkelijk in Nederland beschikbare en verkochte vuurwerk bestond helaas slechts uit vrij krachteloze donderbussen, gevuld met zwart kruit. Het ontsteken van dit vuurwerk van Nederlandse makelij leverde niet veel meer op dan een doffe plof. 
Hierin kwam al snel verandering en verdween het Nederlands vuurwerk van de markt. Er werd grootscheeps vuurwerk uit China ingevoerd. Helaas bevatte dit ‘legale’ Chinese vuurwerk – voor ons Indische jongens - slechts een beperkt, vooraf bepaald kruit-gehalte, conform de in Nederland geldende normen. Via-via, wist ik tegen de groothandelsprijs aan een flinke voorraad van dit vuurwerk te komen. Een deel ervan verkocht ik dan door aan vrienden en kennissen, voor een prijs die onder die van de winkelwaarde lag. Het ‘echte’ Chinese vuurwerk heeft wit kruit, een hoog kruitgehalte, geeft een veel hardere knal en bovendien een mooie felle lichtflits.

De 'brondongans', meterslange slierten aan elkaar gevlochten bommen, die wij kochten, met aan het eind een pakket bij elkaar gebonden zware bommen, die voor een zeer indrukwekkende eindexplosie zorgden, waren vaak illegaal via Rotterdam en België ingevoerd en zouden bij ontdekking onmiddellijk in beslag zijn genomen door de autoriteiten. Als ik deze brondongan op oudejaarsavond aanstak, liet de politie het vaak oogluikend toe   en hadden de agenten er waarschijnlijk zelf ook de grootste lol in, maar ja, het bleef illegaal vuurwerk.

Ze wisten echter heel goed, dat wij Indische mensen voldoende ervaring en kennis van zaken hadden om dit soort vuurwerk op een veilige en verantwoorde manier te ontsteken. Het werd tenslotte toch maar eenmaal in het jaar afgestoken, en bovendien wisten ze ook dat wij de 'rommel' die wij maakten, meestal nog dezelfde nacht en anders uiterlijk de volgende morgen ook nog  zelf opruimden. Hetzelfde oogluikend toelaten door de politie, gebeurde ook altijd met Tjap Go Meh, het Chinees Nieuwjaar dat in de Chinatown wordt ontstoken en wat doorgaans gepaard gaat met oorverdovende knallen. Ook deze gebeurtenis heeft maar eens per jaar plaats, zonder onlusten of wat dan ook.

Tegen het eind van het jaar vertrok ik dan ook steevast naar Leeuwarden, om mijn achterbak vol te laten gooien met vuurwerk. Qua veiligheid niet bepaald erg verantwoord, alleen al vanwege de hoeveelheid 'explosieven' in je achterbak, maar ja, je bent een Indo of je bent het niet, nietwaar? Een groot deel van de gekochte voorraad deden we vervolgens in de verkoop. Buren en kennissen konden op die manier voor een zacht prijsje aan vuurwerk komen en wij konden de kosten van het voor eigen gebruik bestemde vuurwerk, volledig compenseren.

Nu we ons op deze manier konden voorzien van een behoorlijke voorraad vuurwerk, konden we ook de competitie aangaan met mede Indische buurtbewoners. Een competitie die voornamelijk te maken had met het produceren van het meest indrukwekkende 'twaalfuurtje'. Halverwege de avond stuurden wij meestal onze kinderen op visite naar onze Indische buren. Onder het mom van: wens ze maar vast een gelukkig Nieuwjaar, was hun opdracht eigenlijk om uit te vinden uit hoeveel meter hun 'twaalfuurtje' bestond. Hadden we daar eenmaal een indruk van gekregen, dan konden wij ons eigen 'twaalfuurtje' indien nodig verlengen of versterken. Uiteraard was dit geen strijd op leven en dood. Het was gewoon een spel en had te maken met een stukje gezonde en leuke competitie.

De 'verliezer' feliciteerde altijd keurig de 'winnaar' en liet hem vervolgens weten dat hij volgend jaar beter zijn best zou doen. Na afloop van deze competitie gingen alle buren altijd gezellig even bij elkaar langs om hier en daar nog even na te praten en om samen nog een hapje te eten. Zo ging dat bij ons. (http://ferry.asa4u.net/)

Spelletjes en oliebollen 

 

Oud en Nieuw  in de Nederlandse steden was en bleef voorlopig een feest van lege straten en gesloten cafés. In de huiskamers vervulden twee elementen de hoofdrol. Ganzenborden was al in de vijftiende eeuw aan Zuid-Europese hoven gangbaar en kwam twee eeuwen later naar Nederland, waar het aanvankelijk op argwaan stuitte, vanwege de bijbehorende dobbelstenen die in de bijbel worden verfoeid.

In de negentiende eeuw was die argwaan in verband met kleurige pionnetjes wel geweken. De  speelgoedindustrie die in diezelfde eeuw ontstond zou voor steeds nieuwe  spellen zorgdragen, tot aan Trivial Pursuit en de Kolonisten van Catan toe. Maar ook wie tegenwoordig met Oudjaar virtueel een tennis-wedstrijd op een beeldscherm speelt, bevindt zich in de traditie van het aloude ganzenborden.  

 

10897293472?profile=originalHet andere element  was de oliebol. Over de herkomst daarvan doen allerlei theorieën de ronde. De wildste refereert aan de Germaanse godin Perchta. Zij  placht gedurende het midwinter-feest  gewone stervelingen  met een zwaard open te rijten terwijl zij door de lucht kliefde. Die stervelingen konden echter zorgen dat haar zwaard van hun lichaam afgleed door zich vol te proppen met gefrituurd deeg. Het bezwaar van deze theorie is dat frituren als bereidingswijze  pas in de achttiende eeuw opkomt. De theorie zou bovendien impliceren dat  er in onze contreien  klaarblijkelijk onbekende Germanen-stammen moeten hebben geleefd, want elders in 'Germania' is de oliebol afwezig (Engelsen betitelen hem niet voor niets als  Dutch donut).

Een andere mogelijkheid is dat de oliebol uit Portugal komt. Het vermoeden bestaat dat de Portugese Joden die tijdens de Spaanse Inquisitie naar Nederland vluchtten hun recepten mee-namen. In Portugal at men destijds al iets wat op oliebollen leek: oliekoeken van deeg met (gedroogde) zuidvruchten, gegaard in olie. De olie zou verwijzen naar de olie uit de eeuwig brandende lamp in de tempel van Jeruzalem. Veel Joodse gerechten hebben een verwijzing naar het geloof.

Lees verder…

Boek met de titel "Op zoek naar Doetje Dezentje


10897294263?profile=originalOp zoek naar Doetje Dezentjé

is het spannende verhaal over een zoektocht naar het liefdeskind dat de Nederlandse soldaat Wim (Bill) Brandel in Nederlands-Indië in 1948 verwekte bij een Indisch meisje, Doetje Dezentjé. 

Toen hij gewond raakte en teruggezonden werd naar Nederland verloor hij het contact met Doetje, emigreerde naar de USA en werd daar een rijk man. 
Als hij in 2014 overlijdt – weduwnaar met twee volwassen kinderen – staat in zijn testament dat hij het kind van Doetje 1/3 nalaat van zijn erfenis van 360 miljoen dollar. 
De firma www.My-last-wish.com
 die tegen betaling de laatste wensen van overledenen vervult krijgt van hem opdracht om op zoek te gaan naar Doetje en haar kind. 
Dat wordt de taak van Matt Fairford die eigenlijk Matthijs Vervoort heet en een Hollands-Indische achtergrond heeft. 
Dankzij chicanes van de familie-advocaat van de Brandels heeft Matt maar 8 dagen tijd om de erfgename te vinden. 
Achtervolgd door huurmoordenaars die de twee legale kinderen van Bill betalen om dat te voorkomen. 
Zal het hem lukken? 
Tijdens de zoektocht die Matt naar Indonesia en Nederland voert, wordt hij ook nog geconfronteerd met zijn eigen onverwerkte Indische verleden en dat van zijn vader.

Twee fragmenten lezen?  Klik dan aan:  

http://www.hansvervoort.nl/#URI=%3Fpage%3D_%26floatingpageId%3D15

Titel: Op zoek naar Doetje Dezentjé (literaire thriller)
Auteur: Hans Vervoort
Omvang :  208 pagina's

Prijs: € 17,99
ISBN: 978 90 5429 382 8

Voor meer informatie over mijn eerdere titels (o.a. Weg uit Indië) zie
www.hansvervoort.nl

Lees verder…

Met onverwachte zet hoopt kiescommissie Indonesië rellen te voorkomen

De kiescommissie heeft Indonesië dinsdag totaal overvallen met de vervroegde bekendmaking van de verkiezingsuitslag, een stevige winst voor Joko Widodo. De verrassingstactiek lijkt zijn werk te hebben gedaan, want de gevreesde chaos in Jakarta laat op zich wachten. 


763?appId=93a17a8fd81db0de025c8abd1cca1279&quality=0.8
Joko Widodo, bijgenaamd Jokowi, stemt tijdens de verkiezingen van 17 april. Beeld AP

Joko Widodo heeft flink gewonnen – zoals iedereen al wist – en Prabowo Subianto zal heel snel miljoenen frauduleuze stembiljetten moeten vinden om hem nog uit het presidentieel paleis te verdrijven. Ook de ‘één miljoen’ demonstranten die hem president moeten maken, stonden dinsdag nog niet klaar.

Leger en politie waren er wel. Helikopters cirkelen boven de stad, en de straten rond het gebouw van de kiescommissie KPU zijn steril, oftewel volledig van de buitenwereld afgesloten. Een handjevol demonstranten bekvecht met politieagenten in volle rellenuitrusting, terwijl om de hoek, buiten het zicht van de demonstranten, zwaar bewapende militairen klaarstaan om in te grijpen als het uit de hand loopt. Op internet verschijnen foto’s van een sluipschutter op een van de hoge gebouwen die neerkijken op de kleine witte vlek van boze demonstranten die zijn omringd door een zwarte zee van agenten.

763?appId=93a17a8fd81db0de025c8abd1cca1279&quality=0.8
Presidentskandidaat Prabowo Subianto dinsdag tijdens een persconferentie. Beeld AFP

Prabowo Subianto heeft zichzelf op de dag van de verkiezingen uitgeroepen tot winnaar en tot president van de republiek Indonesië. Stembuspeilingen voorspelden toen al dat hij met overmacht was verslagen door de zittende president Joko Widodo. Die peilingen waren leugens, zij waren partijdig, brieste Prabowo, een opvliegerige ex-generaal met een veelbesproken verleden van mensenrechtenschendingen. Widodo moest zijn overwinningsspeech nog even voor zich houden. Hij deed er het zwijgen toe en liet Prabowo begaan. Van 17 april tot de dag van de uitslag mocht hij zich president noemen als hij dat wilde, maar dan zou het afgelopen zijn.

Anarchistische acties

De kiescommissie KPU zou de einduitslag 22 mei bekendmaken, en dat werd dus de datum voor het laatste oordeel. Prabowo beloofde een opstand van het volk, en Jokowi hield zijn mond. In zijn naam sprak zijn minister van Veiligheid, ex-generaal Wiranto, klare taal. Hij waarschuwde iedereen die anarchistische acties zou ondernemen. Tienduizenden agenten en militairen stonden klaar om in te grijpen, en Wiranto gaf ze toestemming met scherp te schieten. Prabowo-aanhangers die opriepen tot revolutie werden aangeklaagd wegens corruptie, anderen werden opgepakt wegens smaad, en Wiranto liet er geen twijfel over bestaan dat zijn troepen korte metten zouden maken met elke ongewenste vorm van protest.

763?appId=93a17a8fd81db0de025c8abd1cca1279&quality=0.8
Indonesische politie beschermt de kiescommissie KPU, nadat die dinsdag onverwacht de overwinning van Joko Widodo heeft aangekondigd. Beeld Getty Images

Maar niemand wist wat Prabowo nog achter de hand hield. De ex-generaal heeft een naam. In de jaren negentig was hij de schoonzoon van dictator Soeharto. Toen die in 1998 tot aftreden werd gedwongen, gaf Prabowo opdracht tot brandstichtingen, rellen en moordpartijen die het land moesten voorbereiden op een militaire coup. Die coup ging niet door.

Wiranto en Prabowo zijn gezworen vijanden sinds die tijd. Wiranto was destijds opperbevelhebber van het leger, en de man die Prabowo uit het leger schopte. Hij is nog steeds een machtig persoon in de Indonesische regering. Hij weet waartoe Prabowo in staat is, en Prabowo kent de lange arm van Wiranto.

De nervositeit die dinsdag in de lucht hangt, is niet ongegrond. Prabowo heeft al twee verkiezingen  (in 2009 en 2014) verloren, en lijkt niet van plan een derde keer te gaan verliezen. Hij heeft zich in zijn campagne omringd met militante moslims van de (verboden) organisatie Hizbut Tahrir, en de roemruchte knokploeg FPI, groepen die in staat zijn massa’s op de been te brengen en geweld te ontketenen. De vrees is dat zij zich niet door een beetje traangas zullen laten wegjagen, zoals de gehuurde demonstranten die vijf jaar geleden demonstreerden tegen Prabowo’s verlies.

Negatief reisadvies

Naarmate 22 mei dichterbij kwam nam de spanning toe. Prabowo is enkele dagen geleden naar Brunei gevlogen om daar ‘zijn oude vriend’ de sultan te bezoeken. Dat voedde nieuwe speculaties over ophanden zijnd geweld. De onzekerheid is alleen maar toegenomen. Scholen in Jakarta hebben hun deuren gesloten, diverse landen hebben negatieve reisadviezen voor Indonesië uitgevaardigd en de bewoners mijden zoveel mogelijk het centrum van de stad.

Na de bekendmaking van de verkiezingsuitslag lijkt de zaak een beetje te kalmeren. Prabowo roept in een videoboodschap op tot vreedzame demonstraties, en vecht later op de dag de uitslag aan bij het Constitutionele Hof. Ook dat is een verrassing. Tot dinsdag hield Prabowo’s entourage vol dat een beroep bij de rechtbank geen zin zou hebben: zelfs het Constitutionele Hof zou in het complot zitten. Nu heeft Jakarta enkele weken tot het hof een uitspraak doet: weken waarin de spanning kan wegzakken, of opnieuw kan worden opgevoerd.

Lees verder…