’KNIL Soldaat - Veel heb ik verdrongen’
Roy Klopper
Laurens van Akkeren (80) staat op de backpay-lijst van het Indisch Platform als een van de drie oud-kindsoldaten die het Koninklijk Nederlands-Indisch Leger (KNIL) rekruteerde. Wat voor hem als 7-jarige begon als spannend jongensboek, eindigde in de hel van een Japanse internering.
'Ik woonde in de jaren 1941 en 1942 met mijn vader, moeder en broer op een steenworp afstand van de kazerne. Het KNIL riep alle volwassen mannen op voor mobilisatie. Mijn vader meldde zich aan, en ik volgde hem. Als jochie kwam ik zo terecht op de kazerne in Salatiga op Java. Het KNIL kon me gebruiken."
De jongeren werden volgens Van Akkeren onder meer ingezet voor de bewaking van de kazerne. Later verrichtte de jonge Laurens ook hand-en-spandiensten bij het beladen van vrachtwagens voor het KNIL. "We kregen een soort kaki uniform aangemeten, waarmee je je wel echt militair waande. Dat vind je als jong knaapje best spannend. Het was hard werken."
Van Akkeren werd met leeftijdsgenoten gehuisvest in een voormalige gevangenis. "Ze vertelden ons dat dit ter bescherming van onze veiligheid was. Het voelde wel vreemd om in cellen te slapen, maar de verzorging was goed." Van Akkeren lacht besmuikt als hem wordt gevraagd of hij ooit soldij ontving: "Nee, we hebben nooit een cent ontvangen voor ons werk op de kazerne. Dat gaat er nu hopelijk na zeventig jaar eindelijk van komen nu de backpay-regeling is afgesproken."
Van de Japanse invasie op Java kreeg Van Akkeren naar eigen zeggen weinig mee: ,,Je bent een kind en kunt totaal niet inschatten wat er nou aan de hand is. Ik merkte wel dat er plotseling rollen prikkeldraad werden gelegd om ons legeringsgebouw. En de omstandigheden werden in rap tempo slechter. Ik heb jaren geleefd op een klein bakje rijst met wat prut. Het was een erge tijd, waarvan ik veel details heb verdrongen."
Van Akkeren herinnert zich nog wel dat zijn vader en oudere broer, die ook op de kazerne werkten, plotseling verdwenen. "Ik zat daar dus moederziel alleen als jonge jongen. Ik ondervond veel steun van medegevangenen, die denk ik niet meer in leven zijn." Pas jaren na de oorlog werd hij herenigd met zijn vader en broer. Het leven als soldaat was voor Van Akkeren inmiddels zo natuurlijk geworden dat hij zich na de oorlog in Nederland aanmeldde. Hij kwam terecht bij de luchtmacht.
Decennia later begon hij te sukkelen met zijn gezondheid: " Artsen schreven dit toe aan een oorlogstrauma." Van Akkeren meldde zich met succes aan voor een invaliditeitsuitkering in het kader van de Wet Uitkeringen Vervolgingsslachtoffers (WUV). Hij heeft goede hoop dat hij nu ook de 'backpay' gaat ontvangen.
Antwoorden