DE kembang Pukul ampat (de vier uursklok bloem) door Albert van Prehn

 

In Indonesië groeit een plant die zijn bloemen pas opent om 4 uur in de middag.

Het heeft de vorm van een jasmijn, ruikt zoetig en geeft ronde zwarte zaden.

De kleur van de bloemen verschillen van plant tot plant, ze zijn er in diverse kleuren en hebben af en toe wel een beetje het karakter van een viooltje, want het ene plantje bestuift het andere waardoor je soms verschillende kleuren in de bloemen terug zag.

Het was eigenlijk niet echt een plant die men voor de sier in de tuin had en hier en daar kwam je ze zelfs ergens verwilderd langs de kant van de weg tegen, of ergens in het wild, maar dan in groepjes.

De plant op zich was lelijk, want de bloempjes waren altijd gesloten en je kon eigenlijk niet echt van hun geur en kleur genieten, dat wil zeggen niet eerder dan 4 uur in de middag.

Toch heeft dit plantje bij mij een bijzondere herinnering achtergelaten want het was zo dat ik als kind, mijn verplichte rust moest houden gedurende de tijd van 1 uur tot ca 4 uur in de middag, eigenlijk een siësta.

Tijdens deze siësta moesten wij kinderen verplicht rusten maar dat lukte bij mij van geen kant want ik was een onrustig kind, altijd op zoek naar iets avontuurlijks.

Ik was altijd blij als de siëstaplicht voorbij was en omdat ik geen klok bij mij had, wachtte ik net zo lang totdat de bloempjes van de kembang pukul ampat zich openden, en dat het echt 4 uur is, daar kon je donder op zeggen.

Ik heb het wel eens gecheckt en het klopte exact, ieder keer als het 4 uur in de middag was, waren de bloempje geopend.

Heel raar was, dat de bloemen zich openden in de tijd van enkele minuten, alsof zich een paraplu zich opende. Dat is zo een van de wonderen die op deze aarde bestaan..

Als de bloem zich opende voelde ik mij weer vrij en kon weer heerlijk gaan spelen of ergens heen gaan.

Vaak nam ik de fiets en fietste naar een in de buurt gelegen meertje waar ik met een rieten mandje langs de oever in het water schepte en zo allerlei waterdiertjes en kleine visjes mee ving.

Het water was redelijk helder en de vele waterplanten gaven je geen zicht op de bodem, wat je wel kon aanschouwen waren de mooie tropische visjes die in het water van het meer leefden, zo had je de mooie slangvormige gaboes een slangenkopvis met zijn mooie bruin goudgele kleuren, een roofvis die op jacht gaat naat kleine visjes.

Je zag ook de spat met zijn grijsblauwe kleur, een anabantide, dat wil zeggen een familie van de goerami en de bèta splendens (vechtvis)

Anabantiden hebben, behalve kieuwen ook een luchtblaas waar zij lucht uit de oppervlakte van het water kunnen halen en zodoende kunnen deze vissen lang op het droge in leven blijven, als je ze maar nat hield. Ze zijn dus niet alleen afhankelijk van hun kieuwen voor de zuurstof inademing, ik noem ze twee longige vissen. Daarom kon een goerami van de markt levend thuis bij jou worden afgeleverd, zolang de vis nat was, was het goed.

Je had dus altijd verse vis.

Velen kochten deze vis en lieten die in een vijver of poel leven.

De vissen o,a, gupjes leefden van de muskieten larven en zo beperkte je op kleine schaal een muggen plaag.

Ook zag je de zilver met zwarte spikkels en gouden vinnengerande vis, de trichoscater leeri, ook een anabantide die veel op de spat lijkt.

 

 

 

 

Maarwat ik meestal kort bij de oever ving in mijn rieten mand die ik scheppend door het water liet gaan, waren gupjes en honing bijtjes, kleine bolle visjes die op zwart en geel gestreept zijn en op een bij lijken, vandaar de naam. Ze konden zich aan het glas van jouw aquarium vasthechten.

Het waren kleine op baarsjes lijkende visjes hoog uit 1 cm lang.

De natuur in Indonesië was toen zo intens vol leven, in iedere poel, in iedere struik, ja zelfs in ieder huis, kwam je levende schepsels tegen de ene als vriend de andere als vijand, want die waren er ook, giftige slangen, schorpioenen, duizendpoten die je akelig ziek kunnen maken en zelfs doen sterven.

In de djamboe en mango boom in onze tuin krioelde het van de mieren, rupsen, torren, sprinkhanen en cicaden. Er was iedere dag een strijd op leven en dood en als je als kind gefascineerd raakt door de natuur beleefde je iedere dag een spannend verhaal.

 

Je zag vele insecten met elkaar vechten, mieren die in oorlog waren met elkaar, vlinders die op tijd uit hun poppen moesten haasten om niet voortijdig een hapje te worden van de roofinsecten.

Boven in de bomen zag je de diverse draken, de tjitjak kerbi oftewel vliegend draakje, de bunglon oftewel kameleon, de tokeh oftewel gekko, allemaal kleine dinosauriërs met hun monsterachtige uiterlijk.

Ik zag ze in mijn verbeelding als grote draken en het gebeurde ook dat ze elkander aanvielen en opaten, precies zoals in een prehistorische film.

Monsters in het groen, grijs en bruin die ook de insecten aanvielen zodat je van een waar drama getuige bent, niet altijd won de draak het want heel vaak konden insecten zich goed verdedigen en dan ben je getuige van de natuur in haar volle glorie, de strijd op leven en dood.

Als kind had ik geen tv nodig waar ik spannende film kon zien, ik was iedere dag geboeid en mijn fantasie werd iedere dag geprikkeld met wat er om mij heen gebeurde.

Dat was een mooie tijd, de tijd van de gordel van smaragd.

Ik kwam tot leven zodra de kembang pukul ampat zich opende.

De legende van deze plant vertel ik later in een ander epistel.

Albert van prehn. (ICM moderator 14 maart 2010)

U moet lid zijn van ICM - abonnement 8 euro per maand periode 2024 - 2025 om opmerkingen toe te voegen!

Doe mee ICM - abonnement 8 euro per maand periode 2024 - 2025

E-mail me wanneer mensen antwoorden –