Mijn speechje bij de uitreiking van de HV-prijs aan L.H. Wiener:
Dit jaar kan ik Lodewijk Wiener feliciteren, met een boek dat mij aan het denken zette over het leven. Ik ben 87 en lang heb ik dus niet meer. Maar hoe te leven blijft je toch bezig houden..
Zo heb ik altijd levenskunstenaar willen worden. Dat leek me wel iets, levenskunstenaar.
Het grote probleem waar ik tegenop liep was: hoe pak je zoiets aan. Waar begin je?
Ik vond laatst nog een notitie uit mijn middelbare schooltijd. Tussen allerlei pogingen om mijn handtekening wat zwieriger te maken stond daar geschreven: het leven is zinloos, maar verder kan je er alles van maken.
Ik dacht in die tijd nog heel lang en diep over de dingen na. Dan krijg je dit soort wijsneuzigheden.
Een paar jaar na de middelbare schooltijd werd me duidelijk dat de mensheid er niet op zat te wachten dat ik iets voor ze ging betekenen.
Ik kon wat de mensheid betreft gewoon gaan doen wat ik zelf wilde, levenskunstenaar worden, gelukkig zijn.
Maar ik kan het niet goed. Tevredenheid maar met een pessimistische ondertoon, dat is het lied van mijn leven. Hoe gaat het met je, Hans? Nou, wel goed, zolang het duurt..
Het echte onbezonnen geluk genieten is niet mijn sterke kant.
Het lukt wel eens een paar minuten, soms een half uur.
Een doodenkele keer wat langer.
Verliefd zijn en verdomd het is van beide kanten.
Dan loop je wel een paar dagen in de wolken.
Maar dat is dan niet zozeer een langdurige staat van geluk, eerder een aaneenschakeling van geluksmomenten: er is zoveel te ontdekken in die ander en het is een zoektocht zonder nieten.
Geluk als kortstondig genoegen ken ik dus wel en ik moet eerlijk bekennen dat ik ook niet altijd gehoopt heb op méér.
Want permanent geluk, als ik het me probeerde voor te stellen, leek het me buitengewoon saai. Je streeft het na, maar wee je gebeente als je het vindt.
Zoals bijvoorbeeld de hemel er vermoedelijk uit zou zie als hij echt bestond, een wereld vol van die opgeruimde Balkenende en Rutten-types dat is voor mij een nachtmerrie van geluk.
Ook de transcendente versie van geluk, waarbij je jezelf ontstijgt, lijkt me niks. Als ik dan gelukkig word wil ik er wel graag bij zijn.
Gaat het om levenskunst dan denk ik meer aan het Jan Wolkers-geluk. Het hoe-heet-die-schilder-met-die-vier-vrouwen-geluk.
Eigenwijs geluk van eigenzinnige kunstenaars.
Zingend opstaan, zingend de vrouw bespringen, uitvoerig ontbijten en daarna de hele dag machtig proza of beeldhouwwerken scheppen.
's Avonds een roemer wijn met kunstvrienden en bulderend van de lach naar bed. Tot je een keer in je slaap sterft en zelfs nooit zult weten dat je dood bent. Dat is levenskunst!
Verder dan die roemer wijn ben ik tot nu toe nooit gekomen.
Maar nu ik een dagje ouder word, denk ik steeds vaker: misschien lukt het me nog in de laatste fase van mijn leven.
Zo is het denkbaar dat ik eindelijk eens de tijd neem om echt diepdoorvoeld van een zonsondergang te genieten, inplaats van te denken: over een half uur wordt het donker.
U merkt, het boek van Wiener over leven en dood heeft mij grondig aan het denken gezet. Terecht dat hij de prijs won, de jury wist wat ze deed.
Naschrift: de schilder met die vier vrouwen heette Anton Heyboer. Dat hoeft u dus niet meer op te zoeken!
Opmerkingen